Alle berichten van admin

Indonesië 2

Vrijdag 29 september

Vandaag een keer geen wekker hoeven zetten en dan gaan we ook maar wat langer naar het ontbijtbuffet.
Die buffetjes zijn bij de eerste drie hotels fantastisch, er ligt eigenlijk veel te veel. Op een beeldkrant staat hoeveel eten er de vorige dag is weggegooid. Duidelijk een bericht aan de gasten die hun bord veel te vol laden met van alles en nog wat om vervolgens de helft weg te doen. Tja, je zal maar te kort komen.

Na het ontbijt gaan we eerst naar de Tourist Information om een tweetal buskaarten voor vanmiddag op de kop te tikken. Dan lopen we verder naar de eerste bestemming van vandaag: Pasar Ngasem.
Deze markt heeft een lange geschiedenis en is oorspronkelijk opgericht als een koninklijke markt die diende voor de sultan en de koninklijke familie.
Pasar Ngasem staat vooral bekend om de verkoop van traditionele Javaanse kunstnijverheid, handwerk, textiel, zilverwerk, batik en andere souvenirs, maar wij vinden de gewone markt leuker. Het is een geweldige plek om unieke geschenken en souvenirs te kopen, maar dat vinden wij nu nog wat te snel.

We wilden dolgraag de Sumur Gumuling bezichtigen maar deze ondergrondse moskee is helaas (al 3 jaar) gesloten. We nemen toch even de moeite om rond de dikke bovengrondse muren te lopen. Je weet maar nooit, misschien hebben ze wel een deurtje open laten staan. Helaas is er geen deurtje te vinden.

Dan lopen we maar door naar Taman Sari. Dit waterpaleis werd gebouwd in de 18e eeuw tijdens het bewind van Sultan Hamengkubuwono I. Het diende oorspronkelijk als een koninklijk badhuis en recreatiecomplex. De architectuur van Taman Sari is een mix van Javaanse, Islamitische en Europese stijlen.

Het heeft bijzondere kenmerken zoals ondergrondse tunnels en een kunstmatig meer. Behalve als een plek voor de sultan om te ontspannen, diende Tamansari ook als een strategische plek voor de koninklijke familie om te schuilen in geval van een aanval. De ondergrondse tunnels zijn tegenwoordig een populaire plek voor een foto-shoot.

Het Koninklijk Paleis van Yogyakarta, of beter Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat, is een iconisch cultureel en historisch centrum in Yogyakarta.
Het Koninklijk Paleis is het traditionele huis van de sultans van Yogyakarta, die afstammen van de koninklijke families van Mataram en Yogyakarta. Het paleis heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw.

Het paleis is een prachtig voorbeeld van Javaanse hofarchitectuur. Het is gebouwd met traditionele Javaanse stijlelementen en heeft een indrukwekkende reeks paviljoens, binnenplaatsen en poorten. Niet dat wij ze allemaal gezien hebben, maar ik wil je geen informatie onthouden.
Hoewel het paleis vandaag de dag meer een cultureel en historisch monument is dan een bewoond koninklijk paleis, worden er nog steeds culturele evenementen gehouden. Dat zou voor de aandachtige lezer geen verrassing mogen zijn want de show die wij gisteravond bezochten was zo’n cultureel evenement.

Het Koninklijk Paleis herbergt ook een museum met een uitgebreide collectie van kunstvoorwerpen, kostuums, en erfstukken die de geschiedenis van Yogyakarta uitbeelden. Ook nu moeten we bekennen dat we hier maar heel weinig van gezien hebben.

We vinden dat we bij de (meeste) bezienswaardigheden van downtown Yogya nu wel een vinkje kunnen zetten en gaan op zoek naar een becak voor de terugreis naar de Jalan Malioboro waar we rond 13:00 uur de bus naar Prambanan willen pakken.

De becak coureur rijdt via allerlei binnendoor-weggetjes en als we bijna bij de hoofdstraat zijn worden onze neuzen geprikkeld door de lucht van kruiden. We rijden langs de Pasar Beringharjo, de markt staat waarvan wij dachten dat er alleen maar batikstoffen en kleding te koop zou zijn. We besluiten toch nog maar een rondje door de enorme markthal te maken.

Onze neuzen hebben ons niet voor de gek gehouden want helemaal in het achterste gedeelte van de markt vinden we de afdeling die wij het meest boeiend vinden. Groente, fruit en etenswaren die we nog nooit gezien hebben, maar ook kruiden. Het is zoals altijd een kleurrijk geheel dat extra kleurrijk wordt door de vaak bont geklede Indonesische mensen.

Behalve de koopwaar is er ook een gedeelte waar de bezoekers een hapje kunnen eten en net zoals overal op straat wordt ook hier kipsate bereid. Op een gloeiendheet houtskool vuurtje waar de rookwolken vanaf komen liggen hele ritsen sate’tjes goudbruin te worden.

Omdat wij nog een middagprogramma hebben houden we het na een half uurtje voor gezien en gaan naar de Starbucks aan de overkant (hoe groot kan het contrast zijn) voor een lichte lunch. We komen even op adem onder in de verkoelende lucht van de airco en tegen enen gaan we naar de bushalte bij de Tourist Information voor onze bus naar Prambanan.

Onze timing is perfect want slechts enkele minuten later komt de bus er al aanrijden. We zoeken een plekje en gaan er maar weer goed voor zitten. Door het drukke verkeer en de busstops heeft de bus een uur nodig voor de 15km naar Prambanan.
Vanaf de Pramabanan-bushalte is het nog maar een kilometer naar het tempelcomplex, maar wij hebben in de hitte geen zin om te lopen en kruipen weer in een becak.
Wat die hitte betreft; we hadden mensen al horen zeggen dat het erg heet is op het moment en nu wordt zelfs op weersites gesproken van extreme hitte in deze regio. We stellen ons dus niet aan.

We kopen een kaartje bij de ticket-office en gaan op pad. De Prambanan is het grootste Hindoeïstische bouwwerk van Indonesië en het op een na grootste van zudi-oost Azië (na Angkor Wat) . De Prambanan werd halverwege de negende eeuw gebouwd, en was het Hindoeïstische antwoord op de Borobudur waar we gisteren waren. Volgens historici werd de Prambanan gebouwd ter ere van de terugkeer van de Hindoeïstische Sanjaya-dinastie in Centraal Java. Toen de Islam zich echter vanuit het westen van het land over Indonesië verspreidde, verhuisden de Hindoe-koningen naar het oosten en raakte het complex in verval.

In de honderden jaren die volgden stortten gebouwen in als gevolg van aardbevingen, en werden de tempels geplunderd door schatzoekers. Pas in 1937 werd de eerste poging tot restauratie gedaan, maar het duurde nog tot 1991 voordat de majestueuze bouwwerken werden opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Helaas heeft de natuur daar geen boodschap aan, want in 2006 raakten de tempels wederom beschadigd, dit keer door een stevige aardbeving. De gevolgen daarvan zien wij ook want er liggen grote hoeveelheden stenen opgestapeld waar je nog wel een paar tempels van kunt bouwen.

De Candi Prambanan bestaat uit vele tempels, in verschillende vormen en maten. Het complex is opgedeeld in drie ringen, waarvan de binnenste de belangrijkste is. Hier staan zes tempels die zijn gewijd aan belangrijke figuren uit het Hindoeïstische geloof. Een groot deel van de omringende tempels is zo erg beschadigd door aardbevingen dat ze niet meer als zodanig zijn te herkennen (dat zijn dus die opgestapelde stenen). Van de zes tempels in de binnenste ring zijn er drie grote hoofdtempels, waarvan Candi Shiva Mahadeva de belangrijkste is. Dit pilaarvormige bouwwerk is 47 meter hoog en is gewijd aan hindoegod Shiva.

De Candi Shiva is prachtig versierd met figuren uit het Ramayana verhaal, het wereldberoemde liefdesverhaal dat gaat over een prins Rama en zijn vrouw Sita (dus niet Sita de zangeres) die in ballingschap in het bos leven. Sita wordt ontvoerd door de demonenkoning en wordt later door het Apenleger bevrijd. Ook hier kunnen we dus de geschiedenis teruglezen in stenen stripverhalen, net als bij de Borobudur. We bekijken de tempel vanuit alle hoeken en gaat via de stenen trap ook de tempel in om een blik te werpen op het beeld van Shiva.

Ten noorden van Candi Shiva Mahadeva ligt Candi Vishnu. Dit bouwwerk lijkt erg veel op zijn buurman, maar is met zijn 33 meter hoogte net een stukje kleiner. Ook deze tempel is rijkelijk versierd.
Dan is er ook nog Candi Brahma, de tempel ten zuiden van Candi Shiva Mahadeva. Deze is versierd met de laatste scenes van de Ramayana. In het hart van de tempel staat het beeld van Brahma, volgens de Hindoe’s de schepper van het universum. Ook hier maken we een rondje en klauteren we naar boven. Behalve de prachtige versiersels zijn er ook heel veel plekjes waar je mooie foto’s kunt maken.

We verlaten het eerste hof met tempels en voordat we verder lopen naar de volgende tempel in Prambanan Park halen we eerst wat te drinken. Als we niet opletten zijn we straks volledig verdampt
Via zo veel mogelijk schaduwplekjes komen we dan bij Candi Lumbung. In vergelijking met de eerdere tempels is dit maar een kleine tempeltje, maar nog steeds erg mooi. In tegenstelling tot Prambanan is Candi Lumbung een Boeddhistische tempel. Dit moet je er wel bij vertellen want wij zien het verschil niet.

De volgende tempel is Candi Bubrah. Dit is net als Candi Lumbung een tempel met een Boeddhistische achtergrond maar lang niet zo mooi als de tempels die we hiervoor hebben gezien. Op naar de volgende.

Zo’n 800 meter ten noorden van het Prambanan complex, ligt Candi Sewu. Normaal gesproken hebben we geen moeite met ‘2 rondjes om de baan’, maar in deze hitte lijken het heel veel meer dan 2 rondjes. Oorspronkelijk hoort deze Boeddhistische tempel helemaal niet bij de Prambanan, maar als je er toch bent kun je net zo goed een kijkje nemen. Candi Sewu is na de Borobudur het grootste Boeddhistische tempelcomplex van Indonesië en bestaat uit een grote hoofdtempel die wordt omringd door vier ringen met in totaal 240 kleinere tempels. De ravage van de aardbeving is hier erg goed te zien.

We gaan eerst even onder een afdakje zitten en drinken een flesje cola leeg. Dan maken we eenrondje bij Candi Sewu. Dit is ook een mooie grote tempel, maar zonder de hoeveelheid bezoekers die we bij de Prambanan tempel zagen. Het zonlicht wordt inmiddels wat zachter waardoor de foto’s er nog beter uitzien (of komt het door die toerist ?).

Na een uitgebreide inspectie van de Sewu tempel lopen we weer terug naar de Prambanan tempel om daar nog wat foto’s te maken met dit licht. Helaas zijn we niet de enige met deze gedachte want het is veel drukker dan eerder deze middag.

Ineens ziet Diana dat er een ceremonie plaatsvindt voor de Shivatempel. Ondanks de vermoeidheid trekt ze een kort sprintje met de camera in de aanslag. Dat is een mooi extraatje op deze warme middag.

Rond vier uur laten we de tempel en haar aanbidders achter ons en gaan we op weg naar de uitgang. Bij de eerste de beste koelkast nemen we nog een flesje drinken maar dan gaan we toch maar op zoek naar een becak. Hoewel we niets hebben afgesproken staat de coureur van de heenweg bij het hek te wachten. We stappen in zijn bakkie en hij levert ons weer zonder kleerscheuren af bij de bushalte.
Onze timing is weer fantastisch want de bus komt er net aanrijden. We zoeken een plekkie en gaan maar weer zitten voor de lange rit. Het helpt al helemaal niet dat we nu ook nog eens te maken krijgen met de spits rond Yogya, maar ach, we hoeven nergens heen.

We worden netjes afgeleverd bij bushalte Malioboro 2 en nadat we het statiegeld voor onze buskaarten hebben opgehaald hebben we wel trek gekregen. We besluiten om weer naar Bedhot Resto te gaan. Dit backpackers restaurantje bevindt zich in een duister steegje waar je niet gek mag opkijken als er een mes tussen je schouderbladen landt, maar het eten is voortreffelijk!

Om het diner helemaal af te maken gaan we naar Malio Gelato voor een ijsje. Dit moet het beste ijs in Yogya zijn want het is er erg druk. We nemen 2 bolletjes, Diana kiest voor de ‘koffie’ en ik neem ‘very berrie’. Een paar likjes later begrijpen we waarom hier elke dag zoveel mensen naar binnen gaan.

Zaterdag 30 september

Vandaag staat vooral in het teken van de KAI, de Indonesische spoorwegen. We mogen namelijk de hele dag in de trein verblijven. Voor de rit van Yogya naar Probolinggo trekt de KAI bijna 8 uur uit. Dat voor nog geen 15 euro!

Er is even een lichte paniek als blijkt dat er geen taxis beschikbaar zijn om ons naar het treinstation te brengen, maar de receptionist weet uiteindelijk toch een karretje naar het hotel te lokken.
De taxichauffeur levert ons mooi op tijd en tegen een hele schappelijke prijs bij het station af en nadat onze tickets zijn gecontroleerd nemen we plaats bij het perron.

De trein rijdt pas tegen half negen het station binnen dus we hebben niet veel tijd om onze stoelen te zoeken. Met een beetje hulp vinden we wagon 1 bisnis, maar stoelen zijn niet te vinden. Deze wagon heeft alleen maar banken! Dat noemen ze bisnis-klasse in Indonesië! Ach, we hoeven er maar 8 uur op te zitten…..

De treinreis verloopt voorspoedig en de banken zitten nog niet zo heel slecht als we vreesden. Rond twee uur zijn we in Surabaya waar de trein 20 minuten blijft staan. De halletjes worden gedweild, de wc krijgt een beurt en de bankleuning wordt omgedraaid. Omdat de trein vanaf Surabaya achteruit rijdt kun je toch vooruit reizen door de bankleuning om te klappen. Heel vernuftig.

De laatste 2 uur van Surabaya naar Probolinggo vliegen voorbij. We merken dat de zon begint te dalen en genieten van het uitzicht over rijstvelden in het zachte licht.

Om 16:30 uur rijden we station Probolinggo binnen. We hangen de rugzakken om de schouders en lopen de 800m naar het hotel. Het hotel is beter dan we hadden verwacht voor dit gehucht,
We checken in, gooien onze spullen op de kamer en gaan dan een Bromo Sunrise tour proberen te regelen.
Uiteindelijk komen we bij Bromo Java Paradise uit. We boeken een prive-tour en worden om 01:30 uur opgehaald door een chauffeur die luistert naar de naam Rizqi. We vragen ons af of dat nou een gelukkig naam is voor een chauffeur.

Om acht uur zijn we al op onze kamer. We leggen onze warmste kleding klaar want bovenop de Bromo daalt de temperatuur ‘s-nachts onder de 10 graden.
De wekker staat op 01:00 uur en we hopen nog wat te kunnen slapen.

Zondag 1 oktober

De wekker gaat zelfs om 00:30 uur al af. Gisteravond kwam er nog een appje achteraan: het zou erg druk worden, of we een half uurtje eerder kunnen. We zijn inmiddels gewend aan de wekker, dus dat half uurtje is geen probleem.
Tegen enen verschijnt Rizqi bij het hotel en hij rijdt ons in vliegende vaart naar Cemoro Lawang waar we overstappen op de Landcruiser die ons naar het uitzichtpunt moet brengen.
We hebben ongeveer een uur nodig om via een slingerweg boven te komen en de chauffeur weet een mooi parkeerplekje te vinden, vlak bij het begin van het laatste klimmetje dat we te voet moeten afleggen.

Omdat de zonsopkomst nog wel even op zich laat wachten gaan we in een van de houten keetjes zitten die hier langs de weg staan. De vrouwen uit de omgeving hebben slim ingespeeld op de enorme hoeveelheid verkleumde toeristen die iets warms willen drinken of eten. Daar is geld aan te verdienen. Bovendien verkopen ze jassen, mutsen en handschoenen tegen de kou.

Om 04:30 uur gaan we dan de kou in, op weg naar het uitkijkpunt. Zoals gezegd zijn we niet de enigen die dit spektakel willen meemaken. De uitzichtpunten (ja, er zijn er meer) stromen vol en iedereen zoekt redelijk fatsoenlijk een plekje voor het mooiste plaatje.

Naarmate de zon hoger komt te staan wordt het fotograferen wat makkelijker en kun je zelfs met je telefoon een leuke selfie. Maken met de Bromo op de achtergrond. We kunnen niet achterblijven en doen dat ook niet.

Ruim na vijfen houden we het voor gezien en lopen we samen met Rizqi terug naar de Landcruiser. We maken de chauffeur wakker en niet veel later gaan we op weg om de Bromo van dichtbij te bekijken.
Dat het verkeer in Indonesië onvoorspelbaar is hebben we van dichtbij meegemaakt, maar dat je op zo’n slingerweggetje ook shocking klem kan komen te staan is een nieuw dieptepunt (of hier een hoogtepunt).

Een korte toelichting bij deze file is wel op z’n plaats. De smalle slingerweg waarover wij naar boven zijn gereden doet ook dienst als parkeerplaats en bovendien zijn wij niet de enigen die in zo’n Toyota Landcruiser model ‘Indiana Jones’ rijden (of modelletjes die daar erg op lijken); iedereen heeft zo’n bak. Die wagens worden dus aan beide kanten van de weg geparkeerd en als de zon z’n koppie heeft laten zien gaat de hele meute terug naar z’n Landcruiser en wil iedereen gelijktijdig de auto draaien op het smalle weggetje. Sommige toeristen laten zich bovendien met een scooter of motor terugbrengen naar hun auto en dan is de chaos compleet.
Na een uur in de file te hebben stil gestaan zijn wij maar gaan lopen.

Uiteindelijk lost zo’n file ook weer op en net toen wij een uitzichtpunt hadden bereikt kwamen onze chauffeurs aangereden. Ze toeteren enthousiast als ze ons zien en zetten de auto aan de kant. Wij stappen in en dan slingeren we naar beneden, naar de ‘sea of sand’ en de Bromo vulkaan.
De Landcruisers scheuren over de zandvlakte naar een parkeerplaats waar we onze wandeling naar de vulkaan beginnen, maar voordat we daar zijn moet er nog wel een fotootje gemaakt worden in dit ruige landschap.

De sea of sand is een enorme zandvlakte in de caldera van een enorme megavulkaan, de Tengger-vulkaan. Deze enorme vulkaan is gedurende de geologische geschiedenis meerdere keren uitgebarsten. Deze uitbarstingen waren zo krachtig dat de top van de vulkaan uiteindelijk instortte en een enorme krater vormde, wat resulteerde in de vorming van de huidige caldera. Binnenin deze caldera zijn nieuwe vulkanen ontstaan zoals de Bromo die bekend staat om zijn regelmatige uitbarstingen en constante uitstoot van rook en as en de Semeru, ook wel ‘Great Mountain’, de hoogste piek op Java.
Het zand in dit gebied is fijn gemalen vulkanische as dat zich in de loop van de tijd opgebouwd heeft tot een bijna maanachtige landschap dat zorgt voor een dramatisch contrast met de omliggende vulkanen.

Als de auto netjes geparkeerd is gaan we op pad naar de Bromo. We gaan niet per pony naar de vulkaan (dat is iets voor de Chinezen en Indonesiers) maar banjeren door het mulle vulkaanzand, stofwolken achter ons latend.
Ik geloof dat ik het al eerder geschreven heb, maar we zijn niet alleen vandaag (!). Bij de trap die naar de kraterrand gaat staat al een enorme rij te wachten. We sluiten aan en onder het genot van een brandende zon wachten we netjes op onze beurt.
Als we de 253 treden bedwongen hebben staan we ineens aan de rand van de Bromo vulkaan en zie we de zwaveldampen uit de krater opstijgen.

We volgend de kraterrand in oostelijke richting en blijven vol bewondering in de diepte turen. De rand is soms best tricky en je wilt hier geen misstap maken. Na een paar honderd meter staat er een beeldje van Ganesha, beschermheilige van reizigers, op de kraterrand en daar wil natuurlijk iedereen een foto maken, ook wij.

We lopen nog iets verder, maar dan beginnen de zwaveldampen ineens toe te nemen en komen ze onze richting op. Het slaat direct op je keel en geeft een vervelend prikkelend gevoel, Dit is voor ons het teken om rechtsomkeer te maken en via de trap af te dalen naar de zandzee.

Bij de Landcruiser worden we al opgewacht door de chauffeur en als ook Rizqi weer van de partij is gaan we op naar Cemoro Lawang. Daar stappen we in de auto van Rizqi die ons in een klein uurtje terug naar ons hotel.
We gaan gelijk naar onze kamer om ons af te spoelen want het vulkanische as zit zelfs op plekken waar het daglicht niet komt.
Even later nemen we fris en fruitig plaats in de lobby en checken we onze mail. Dan nemen we nog een lichte lunch in het restaurant van het hotel en vervolgens laten we ons naar het treinstation brengen waar we bij de ticket counter onze treinkaartjes laten printen.

We zijn nu klaar voor het ritje van 4 uur naar Banyuwangi, maar omdat we nog even tijd hebben voordat de trein vertrekt gaan we in het gezelligste restaurant bij het treinstation nog wat drinken.
Om half vier lopen we terug naar het stationsgebouw, laten onze treinkaartjes controleren en nemen plaats op het perron.

Niet veel later rolt de trein binnen en gaan wij op zoek naar onze plekken. Als we in wagon 1 aankomen schrikken we wel even. De hele wagon zit al vol met vnl. Indonesische gezinnen die onderweg zijn naar huis of familie. Bovendien is alle bagageruimte volgepropt en lukt het nog maar net om een plekje voor onze rugzakken te vinden.
We nemen plaats op onze harde bank, proberen onze benen tussen die van de reizigers tegenover ons te schuiven en bedenken ons dat dit wel eens een lastig ritje kan worden.
Een advies van ons voor alle potentiele Indonesie-gangers: ga nooit in de Ekonomi-klasse van de KAI reizen. Ga lopen, koop een fiets, kruip in een onderzeeër, maar reis niet in de Ekonomi-klasse.

Om 20:10 uur arriveren we na een lange, lange treinrit van 4 uur eindelijk in Banyuwangi. We springen in een taxi en laten ons naar ons hotel brengen. Het aanzicht van dit hotel maakt alweer een klein beetje goed van de ellende van de afgelopen uren, maar dat zal pas echt blijken als het morgen de zon weer is opgekomen.

Maandag 2 oktober

Wat kan een mens naar de knoppen zijn na een actieve vakantiedag. De afgelopen nacht (weer) weinig geslapen. Knallende koppijn, misselijkheid, algemene misere. We hebben er allebei wel last van. We twijfelen zelfs of we wel naar de Ijen vulkaan moeten gaan.
Bij het ontbijt proppen we met veel tegenzin een broodje met suiker naar binnen. Diana besteld 2 cappuccino en dat is een goed idee blijkt later. We knappen langzaam op. Is het dan toch weer die (caffeine) verslaving die ons parten speelt?

Na het ontbijt besluiten we bij het zwembad te gaan liggen. Het daglicht laat dit hotelcomplex er nog beter uitzien dan we gisteren al vermoedden.
We zoeken 2 mooie bedjes uit en leggen onze handdoeken in de aanslag, maar duiken dan eerst even het zwembad in om op te knappen. Het water is behaaglijk warm. Hier kunnen we wel even liggen weken.

We bestellen een bak koffie en langzaam aan voelen we ons weer de oude. We voelen onszelf zelfs zo goed dat we de nachtelijke tocht naar de Ijen krater gaan boeken.
De rest van de dag blijven we lekker aan het zwembad liggen. ‘s-Middags wordt het wat bewolkter waardoor het nog aangenamer wordt op het ligbedje. Even wat slaap inhalen.

Rond vieren houden we het voor gezien en gaan we naar de kamer. We leggen de uitrusting voor vannacht klaar en gaan dan een hapje eten.
We nemen een lichte maaltijd en gaan dan proberen een paar uurtjes te slapen. Net als gisteren staat de wekker weer op 00:30 uur.

Dinsdag 3 oktober

We zijn dus weer vroeg uit de veren, voor de laatste keer…..waarschijnlijk. Snel wassen, tandjes poetsen en naar de lobby waar onze gids al staat te wachten. We krijgen gelijk een gasmasker en een hoofdlamp uitgedeeld. We zijn er klaar voor.
We stappen in de auto en vragen de chauffeur nog even langs de pinautomaat te rijden want we zijn aan onze laatste paar-honderd-duizend roepia’s toe.

Het ritje naar de Kawah Ijen duurt ongeveer een uur en nadat we een plekkie op de parkeerplaats hebben gevonden gaan we eerst nog even een bakkie thee drinken want de poort gaat pas om 02:00 uur open.
Het is nu al niet te vergelijken met de Bromo en dat verschil zal alleen maar groter worden.

Om kwart over twee koopt de chauffeur onze tickets en gaan we op weg met de gids. Bij de Bromo waren we met drie-en-een-halve minuut op het uitzichtpunt, maar hier hebben we twee-en-een-half uur pittig klimwerk voor de boeg.
We lopen in een gestaag tempo omhoog terwijl we proberen het pad voor ons te verlichten met de gekregen lamp. Gelukkig heeft iedereen zo’n lamp waardoor struikelpartijen achterwege blijven.
We hadden ons ook naar boven kunnen laten rijden in een soort kruiwagen met twee wielen waarbij een persoon de kruiwagen trekt en een ander de kruiwagen duwt. De kruiwagen-bestuurders vragen hier een stevige prijs voor, dus je hoeft geen medelij met ze te hebben. Toch ziet het er iets te lakei-achtig uit.
We lopen lekker door en om ons zie we dat veel beklimmers het moeilijk hebben. Vooral de Chinezen happen naar adem en zij worden ook het meest gesignaleerd in de kruiwagens.

Na 2 uur komen we bij de afslag naar het blauwe vuur. Op een groot bord wordt gewaarschuwd niet naar beneden te gaan maar de meesten gaan toch. Onze gids vertelt dat de afdaling volledig op eigen risico is. Er wordt geen hulp verleend als er wat gebeurt.
Het blauwe vuur wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van zwavelgassen in de vulkanische gassen die uit de krater ontsnappen. Wanneer deze zwavelgassen in contact komen met de zuurstof in de lucht en ontbranden, produceren ze een blauwe vlam. Dit alles heeft te maken met de productie van zwavel die hier plaatsvindt
De hete zwavelgassen worden naar een reeks buizen en leidingen geleid, waar ze worden blootgesteld aan de omgevingslucht. Dit zorgt ervoor dat de gassen afkoelen en condenseren tot vloeibare zwavel.
De vloeibare zwavel druppelt naar buiten, waar het stolt en uithardt. Dit leidt tot de vorming van gele zwavelklompjes.
Lokale arbeiders verzamelen de gevormde zwavelklompjes. Ze hakken de klompjes los en plaatsen ze in manden.
De verzamelde zwavelklompjes (tot wel 70kg) worden door de arbeiders in manden op de schouders naar het dal gedragen.

Wij gaan niet met de meute mee naar het blauwe vuur, maar dat heeft vooral te maken met de enorme drukte op het paadje naar beneden. Je loopt stapvoets achter elkaar aan naar beneden, maakt een foto van het blauwe vuur en dan loop je te tegen de stroom in weer naar boven.
Toch krijgen wij het blauwe vuur te zien. Onze gids raapt een klein stukje zwavel van de grond, houdt er een aansteker bij en voila, blauw vuur. We checken gelijk onze gasmaskers.

De Ijen vulkaan is al de derde vulkaan die we bezoeken tijdens deze vakantie en dat is ook niet zo gek als je een land bezoekt dat in de ‘Ring of Fire’ ligt. De Ring of Fire is een gebied in de Stille Oceaan waar verschillende tektonische platen samenkomen, uit elkaar bewegen of onder elkaar duiken. Dit complexe plaatgrensgebied zorgt voor aardbevingen en vulkanische activiteit, en Indonesië ligt midden in dit actieve geologische gebied.

Naar de rand van de krater is het nog drie kwartier verder stiefelen en omdat het langzaamaan lichter wordt, beginnen de eerste contouren van de krater zich af te tekenen. Ook het smaragdgroene kratermeer wordt steeds zichtbaarder.
Dit kratermeer van de Ijen is met een pH-waarde van ongeveer 0,5 extreem zuur. Het is daarmee zelfs een van de zuurste natuurlijke waterlichamen ter wereld. Het zuur komt voort uit de opgeloste zwavelverbindingen in het water.
Het meer contrasteert mooi met het omliggende vulkaanlandschap en dat doet het goed op de plaatjes.

Als even later de zon opkomt brengt dat nog meer kleur in deze prachtige omgeving. Een rood-roze lucht vormt de achtergrond van de krater. We lopen langs de kraterrand om het beste uitzichtpunt te vinden, maar eigenlijk is het overal even mooi.
We kunnen wel zeggen dat we de mooiste vulkaan voor het laatst hebben bewaard. Kawah Putih was klein maar fijn, de Bromo was vooral speciaal vanwege de Sea of Sand maar Kawah Ijen is een adembenemende schoonheid.

Rond half zes gaan we op de weg terug en dat doen we via een aantal Insta-spots. Er staan oude vreemd gevormde rhododendron-achtige bomen langs de krater en Chinese toeristen komen speciaal hierheen om zichzelf naast zo’n boom te laten fotograferen en de laatste mode is dat ze dat schaars gekleed doen (terwijl het daar best fris is). Wij maken ook zo’n soort foto, maar willen die niet verpesten met onze schaars geklede lichamen.

Als we bij de afslag naar het blauwe vuur aankomen staat daar net een een zwaveldrager wat bij te verdienen. Blijkbaar levert het snijden van figuurtjes uit brokken zwavel goed geld op want hij doet maar weinig moeite om de kilo’s zwavel naar beneden te sjouwen. De toeristen betalen veel beter dan de fabriek beneden.

Om kwart over zeven zijn we weer beneden en dat we zonder kleerscheuren beneden zijn gekomen mag een wonder heten. De steile afdaling over een pad met een dunne bovenlaag van los vulkaanzand levert veel glijpartijen op. Wij zijn natuurlijk wel goed getrainde (hard)lopers!

We hebben vijf kwartier nodig om terug naar het hotel te rijden. Daar ontstoffen we even onder de douche en vallen dan het ontbijtbuffet aan. Normaal gesproken laten we de warme hap van het ontbijtbuffet staan, maar dit keer nemen we ook gebakken aardappels en nasi. We hebben er ook al bijna een werkdag op zitten.

Dan is het tijd om de spullen weer in de rugzak te proppen en uit te checken. We willen de ferry van 12:00 uur naar Bali halen dus moeten opschieten. We laten een taxi voorrijden die ons naar de haven van Ketapang brengt.
We kopen snel de kaartjes voor de overtocht en lopen dan naar de boot.

Als ze ons aan zien komen lopen beginnen ze al te schreeuwen. We trekken een kort sprintje en lopen het oude barrel op via de laadklep.
Dat hebben we gehaald en dan zijn we ook mooi op tijd voor de chauffeur die ons op Bali op komt halen.
De boot is al afgeladen vol en er is geen zitplek meer te krijgen. Het is maar drie kwartier varen, dus we blijven op het bovendek aan de reling staan en genieten van het uitzicht op Bali.
Deze veerboot is niet te vergelijken met de veerboten in Griekenland. De boot is oud en vies en het lijkt wel of de boot wordt aangedreven door mannetjes met roeispanen. Er zit geen vaart in. Gelukkig is het maar een klein stukkie.

Halverwege kijkt Diana op haar horloge en zegt verschrikt het is 13:35 uur! We zijn helemaal vergeten dat er een uur tijdverschil is tussen Java en Bali en hebben daar bij het maken van de afspraak met de chauffeur geen rekening mee gehouden. Nu begrijpen we de appjes van de chauffeur die hij voor twaalven stuurde en vroeg of we er al bijna waren. We sturen hem snel een berichtje en leggen onze dommigheid uit. Dat moeten we maar goedmaken met een dikke fooi.

Als we met een kleine vertraging de boot aflopen gaan we op zoek naar onze chauffeur. Na wat appen en bellen weten we elkaar te vinden. We leggen de situatie nogmaals uit en gooien onze bagage dan achterin zijn auto. Rijden met die bak want we hebben nog ruim 4 uur voor de boeg.

De rit langs de noordkust van Bali verloopt voorspoedig, maar 4 uur rijden is best een eind als je al vanaf 00:30 uur wakker bent. We maken nog een keer een stop bij een supermarkt voor een drankje en een ijsje en even later stoppen we nog een keer om te tanken.
Om half zeven zijn we dan eindelijk bij ons hotel Bukit Segara en hoewel het donker is, zien we al snel dat dit een verblijf is waar je langer wilt zijn.
De kamer is fantastisch en helemaal versierd met bloemen uit de eigen tuin. Dit keer pleuren we onze bagage niet op bed, maar deponeren deze in daarvoor bedoelde ruimte.

Om half acht gaan we naar het kleine restaurant en genieten van het heerlijke eten. Anderhalf uur later zijn we weer op onze kamer en na wat administratie duiken we het bed in, we zijn helemaal mud!

Woensdag 4 oktober

Vandaag even niks! Geen wekker, geen programma, niks! We slapen uit en gaan om half negen ontbijten met uitzicht op zee. Het geluid van de golven was onze wekker vanochtend.
Na het heerlijke ontbijt gaan we even langs bij de duikschool om de hoek om de duiken voor vrijdag te regelen en dan installeren we ons aan het prachtige zwembad.

Eigenlijk was dat het wel voor vandaag. Ok, vanaf het ligbed regelen we nog wel de tickets voor de ferry naar Lombok en bestellen we af en toe wat te drinken en te eten, maar veel zweteriger wordt het niet.
Tussen al die activiteit door dompelen we in het niet al te koude zwembad en maken natuurlijk wat foto’s. Sorry als we je jaloers maken.

Aan het eind van de middag gaan we nog een keer naar de duikschool om onze uitrusting te passen en daarna lopen we door naar het iets verder gelegen Vienna Beach Resort. Het is daar toevallig happy hour, een goede gelegenheid om aan de betonnen bar met uitzicht over zee te gaan zitten. Laat de cocktails maar komen.

Als de zon is ondergegaan lopen we terug naar ons hotel. Ook vanavond eten we weer in het bijbehorende restaurant.
Dit was dan onze minst enerverende, minst actieve, maar o zo lekkere vakantiedag.

Donderdag 5 oktober

Vandaag een cultureel uitstapje op de scooter. Het is erg aanlokkelijk om de hele dag bij het mooie zwembad te blijven liggen, maar dat is een beetje tegen onze natuur in.
We hebben een tempel, 2 waterpaleizen en wat rijstvelden ingepland dus gaan met die banaan (=Honda).

Het eerste stukje asfalt is gelijk een heel slecht stuk asfalt. Het zit vol met gaten en is zo smal dat auto’s elkaar maar net kunnen passeren. Het goede nieuws is dat er hard gewerkt wordt aan verbreding van de weg, maar daar hebben wij nu alleen maar last van. Na drie kwartier draaien we eindelijk de ‘grote’ weg op en kunnen we gas geven. Zoals vaak in het buitenland zijn de scooters niet begrensd en kunnen we ruimschoots harder dan 30km/u, dus wel een helm op.

Onze bestemming is de Lempuyang tempel. Deze tempel ligt op ongeveer 15km van Amed en is een belangrijke religieuze en culturele plek in Bali. Rond half tien parkeren we de scooter en stappen we in een shuttelbusje dat ons het laatste stukje naar boven rijdt.
Daar kopen we een kaartje en krijgen we een sarong omgeknoopt. Nog even een korte uitleg en dan gaan we op pad.
Het is 300m klimmen naar de tempel en het is er al behoorlijk druk. De tempel bestaat eigenlijk uit 2 delen. Aan de oostkant een drietal trappen en aan de westkant (met uitzicht op de vulkaan Agung) een poort.

De drie trappen hebben symbolische betekenissen in de Balinese religie en cultuur.
De eerste trap symboliseert de fysieke wereld, waar mensen zich bevinden voordat ze aan hun spirituele reis beginnen.
De tweede trap staat voor de menselijke geest en het proces van zelfreflectie en zuivering. Het vertegenwoordigt de overgang van de wereldse verlangens naar een staat van mentale en spirituele zuiverheid.
De derde trap leidt naar de tempel en wordt beschouwd als de toegangspoort tot de goddelijke wereld.
Dit is natuurlijk precies wat je altijd al wilde weten over de Pura Penataran Agung Lempuyang. Wat ons betreft is het vooral een fantastische plek om een foto te maken.

Je zult het niet geloven, maar ondanks het spirituele belang van de trappen kijken de meeste toeristen hier nauwelijks naar om. Ze komen namelijk voor de poort aan de westkant, vaak aangeduid als ‘De Hemelpoort’. Deze poort heeft z’n populariteit te danken aan Instagram en de gemiddelde (Aziatische) toerist vindt het helemaal niet erg om twee-en-een-half uur (!) te wachten op dat moment supreme.

Bij het toegangsticket zit een volgnummer dat je recht geeft op het fotomoment. De nummers worden omgeroepen en als het jouw beurt is mag je een paar poses aannemen onder de poort. Hele bergen toeristen hangen dus twee-en-een-half uur op hun rug om deze foto te kunnen maken. Daar zijn wij blijkbaar te nuchter voor (en hebben geen social media account). Wij maken ook onze foto, maar uit een alternatieve hoek zullen we maar zeggen.

In de Balinese cultuur en religie heeft de Hemelpoort ook een symbolische betekenis. Het doorlopen van deze poort vertegenwoordigt spirituele zuivering en positieve transformatie en het betreden van de tempel een stap is in de richting van spirituele verlichting. 
Ik zeg halleluja en doe er je voordeel mee!

Na dit spirituele hoogtepunt nemen we eerst wat vocht tot ons en gaan dan terug naar de scootmobiel. Helmpies op en daar gaan we weer.
De volgende bestemming is de waterpaleis aan de oostkust van Bali en om daar te komen rijden we door kleine dorpjes en prachtige groene rijstvelden. Hier zie nog een klein beetje het Bali van voor het toerisme en dat komt waarschijnlijk ook omdat we een paar keer de verkeerde afslag nemen.

Taman Ujung is eigenlijk een soort aangelegd park met mooie vijvers, prieeltjes, trappen en bijzondere planten en bomen. Dit waterpaleis werd in de vroege 20e eeuw gebouwd door de laatste koning van Karangasem en deed dienst als een soort koninklijk buitenbad. Het waterpaleis werd beschadigd door een aardbeving in 1963 en dat kan verklaren waarom wij hier geen echt paleis meer zien.
We maken een rondje over het terrein en zien dat er ook een bruidsreportage wordt gemaakt. Bijna net zo mooi als bij de Wenumse watermolen. Na een uurtje zetten we ons schrap voor het ritje naar Tirta Gangga.

Na een half uur scooteren parkeren we onze motor op de daarvoor aangewezen plek, betalen daarvoor IDR 5.000 en gaan naar de ingang van het volgende waterpaleis.
Tirta Gangga is in 1948 gebouwd door Anak Agung Agung Anglurah Ketut Karangasem de raja van Karangasem die ook Taman Ujung heeft laten bouwen (dat is wel een lekker zinnetje). Tirta Gangga betekent letterlijk ‘water van de Ganges’ en de site herbergt heilige bronnen waar traditionele hindoe rituelen worden uitgevoerd. 

Ook dit was oorspronkelijk een badplaats voor de koninklijke familie, maar dit waterpaleis is nu vooral beroemd om z’n dikke vette karpers. Die karpers zijn een een gewilde achtergrond voor de toeristische poseer-foto’s. Wij kunnen wederom niet achterblijven.

Na dit waterballet rijden we terug naar Amed waarbij we nog even een tussenstop maken voor een drankje in down-town Amed. We hadden nog geen gelegenheid gehad om de Jukung, de typische Balinese vissersboten van dichtbij te bekijken en die liggen hier op het strand. Dat kunnen we nu ook afvinken.

Om drie uur zijn zonder kleerscheuren terug bij ons hotel. Snel naar het zwembad voor een verfrissende plons. De rest van de middag liggen we afwisselend in het water of op zo’n heerlijk bedje aan de rand van het zwembad.

‘s-Avonds eten we dit keer niet bij ons hotel maar gaan we 300m verderop naar Gusto Resto, een Italiaans restaurant. Het is een goede keuze want we krijgen een mooi plekje op het balkon van het restaurant en de bruschetta en tagliatelle die we bestellen smaakt heerlijk!
We maken het niet laat vanavond want (je raadt het al) morgen gaat de wekker.

Indonesië 1

Vrijdag 22 september

Om 10:00 uur verlieten we bepakt ons tehuis en stapten we 100 meter verderop op bus 102 die ons naar het station bracht. Natuurlijk weer mooi op tijd (veel te vroeg zouden anderen zeggen) dus namen we nog een bakkie bij Station Royaal. Dan met de trein naar Schiphol waar we ons mengden tussen al die andere gekken die net vandaag op reis gaan.
Om half twee zijn we ingecheckt en om om twee uur laten we de rij bij de automatische douaneambtenaar achter ons.
Het is wel even schakelen: van een hele emotionele week naar een paar vakantieweken.

Het is altijd een hele berg volk dat met de Airbus A380 meegaat, maar het boarden gaat heel soepeltjes waardoor we met slechts 25 minuten vertraging vertrekken. Naast ons zit een grote kerel van 1,95m die zich in de stoel bij het raam moet wurmen. Hij leent een klein beetje beenruimte bij mij en dan zetten we ons schrap voor een vlucht van 5 uur een 55 minuten.
De vlieguren brengen we door met drinken, eten, filmpjes en muziek. In de enorme muziekverzameling zit ook het 2e album van Calum Scott dus dat was weer zo’n schakelmomentje. Diana heeft het hele album ademloos geluisterd.
Op de rij voor ons denkt Diana de eigenaar van Villa Bukit Segara te herkennen. Dat is het hotel waar we op Bali verblijven. We willen hem er tijdens de vlucht niet mee lastig vallen. Dat komt volgende week wel.

Zaterdag 23 september

Met een kwartiertje vertraging landen we op Dubai International Airport, het is dan net zaterdag. Na een lange wandeling drinken we een cappuccino bij McCafe in de buurt van gate B29. Daar kunnen we even de benen strekken en op adem komen. We hebben nog ongeveer 3 uur tot onze vlucht naar Jakarta vertrekt.
Om de tijd door te komen gaan we bij het Hardrock Café aan de bar zitten en bestellen een sapje. Daar knapt een mens van op.
We maken de tijd tot het boarden vol op een paar comfortabele ligstoelen en om 04:30 uur komt het vliegtuig los voor de laatste 8 uurtjes naar Jakarta.

Inmiddels zijn we aardig uitgeput en na een smakelijk ontbijtje (?) lukt het ons om een paar van die 8 uurtjes te slapen. Met nog tweeëneenhalf uur te vliegen worden we wakker gemaakt voor een warme lunch, maar dat voelt toch wat vreemd op de maag als je net wakker wordt. Onze interne klok is behoorlijk van slag.
Iets na half vier lokale tijd landen we op Soekarno-Hatta International Airport in Jakarta en na even in de rij te hebben gestaan bij de douane en de bagagaband pinnen we even snel een paar miljoen rupiah. We stappen om 17:45 uur op de Airport Rail Link naar Stasiun Manggarai in downtown Jakarta en daar nemen we de Bogor line die ons naar Stasiun Cikini brengt. 300 meter verderop stappen we ons hotel binnen. Dat was een pittige reisdag!

Zondag 24 september

Die pittige reisdag bleef niet zonder gevolgen. We werden rond 2 uur allebei wakker met een knallende hoofdpijn: ‘lang leve de paracetamol’!
Het ontbijt in het hotel is zeer uitgebreid, maar wel een beetje te veel Indische rijsttafel voor de nuchtere maag. Gelukkig lagen er een paar verdwaalde croissantjes en wafels tussen de rijst en rendang zodat wij ook wat naar binnen konden werken.

Iets na negenen gaan we pad en onze eerste stop is bij Kedai Tjikini waar ze een heerlijke houseblend koffie hebben. De koffie doet het laatste restje hoofdpijn verdwijnen.
Onze volgende stop is bij GraPARI waar we een paar lokale simkaarten kopen. Je verwacht zoiets in 5 minuten te regelen, maar vanwege alle formaliteiten zijn we hier een uur kwijt.

Op een steenworp van de telecomwinkel is Merdeka Square (het onafhankelijkheidsplein). Het plein is omgeven door regeringsgebouwen en midden op het plein staat het Nationale Monument, een 137m hoge obelisk met op de top een ‘vlam’ die met 35 kilo goud is bedekt. Dit monument is in opdracht van Soekarno gebouwd.
We steken een brede boulevard over en het valt vooral op hoe rustig het op de weg is. We hadden hier de drukte á la Bangkok verwacht maar niets van dat alles. Misschien blijven ze hier op zondag wat langer in hun nest liggen.
Op het Merdeka Square ziet het groen van de mensen. Er is een soort ‘zorg dat je erbij komt’ demonstratie van de Indonesische krijgsmacht. Overal staat wapentuig: tanks, Hummers, motoren, raketwerpers, noem maar op. Alles ziet er spiksplinternieuw uit, daar is nog geen militaire oefening mee uitgevoerd. Het is opvallend hoe je overal dichtbij mag komen. Blijkbaar hoeft het allemaal niet zo geheim te blijven. Een bijzonder decor voor het Nationale Monument.

Niet ver van Merdeka Square staat de grote moskee van Jakarta met er tegenover de kathedraal; 2 voor de prijs van 1, dat kunnen we niet laten schieten. Het is een kwartiertje lopen naar deze godsdienstige gebouwen en we merken dat de klamme deken van 35 graden z’n tol nu al begint te eisen. We schakelen een tandje terug want dit houd je geen dag vol. We moeten dan gelijk onze excuses maken aan de Indonesiers die we binnensmonds hebben lopen uitfoeteren omdat ze als wandelende chicanes over het trottoir bewegen.

De kathedraal doet wat vreemd aan in een land waar de meeste moslims ter wereld wonen. Slechts 10% is Christen, maar ze hebben er toch een fraai bouwwerk voor neergezet. De kathedraal is eind 19e eeuw gebouwd naar een ontwerp van Marius Hulswit (in samenspraak met pastoor Antonius Dijkmans). Meest opvallend zijn de torenspitsen, deze zijn nl. gemaakt van gietijzer en vervolgens wit geschilderd. Hoewel het er prachtig uitziet was kostenbesparing destijds de belangrijkste reden om dit te doen.

In tegenstelling tot de kathedraal is de grote moskee geen fraai gebouw. Het mag dan wel de grootste moskee van zuid-oost Azië zijn, het ziet er wat fabriek-achtig uit. Alleen de 2 witte koepels en de enorme minaret herinneren je eraan dat het een moskee is. Leukste aan de moskee is eigenlijk de mierenhoop aan mensen die zich rond dit religieuze gebouw beweegt.

Na onze zondagse kerkdienst gaan we naar Fatahillah Square (het Koningsplein). Omdat dit plein ruim 8km verderop ligt stappen we bij Stasiun Juanda op de trein naar Stasiun Jakarta Kota in de wijk Kota Tua (of Oud Batavia), het oudste overgebleven stadsdeel uit de tijd van de Nederlandse overheersing
Even checken of er nog voldoende saldo op onze lokale ov-pas staat en hobbelen maar.

Het Koningsplein is vernoemd naar de sultan die in 1527 de Portugezen versloeg. Op dit plein staan drie koloniale gebouwen (VOC-warenhuizen) die zijn getransformeerd tot musea. Op het midden van het plein bevindt zich een fontein, maar die staat droog. Het plein is ‘the place to be’ op zondag en dan is helemaal leuk als je even zo’n velgekleurde oma-fiets huurt en over het plein scheurt.

Wij gaan naar de noordkant van het plein om een hapje te eten. Het is nl. lunchtijd en daarom zoeken we een tafeltje bij Cafe Batavia. Dit restaurant werd in 1805 gebouwd als hotel voor de hoge officieren van de VOC en is nu een populaire eetgelegenheid voor toeristen. Hoewel Cafe Batavia behoorlijk vol zit, weten we een mooi tafeltje te bemachtigen bij een wand vol met portretten van Nederlandse en Indonesische hooggeplaatsten. De namen zijn me helaas ontschoten.

Na de heerlijke lunch gaan we nog een stukje verder noordelijk naar de haven Sunda Kelapa. We volgen de gracht Kali Krukut en komen al snel bij een ander stukje Nederlandse historie. Een mooi ophaalbrug verbindt de beide oevers van de gracht. In tegenstelling tot veel oude koloniale gebouwen is de brug in erg goede staat. We durven er zelfs overheen te lopen.

We vervolgen onze weg en als we bij het scheepvaartmuseum willen oversteken houdt een man op een scooter het verkeer tegen zodat we veilig naar de overkant kunnen. De man, waarvan het bovengebit nog maar uit drie scheve tanden bestaat, vraagt waar we vandaan komen en als hij hoort dat we uit Nederland komen begint hij spontaan in het Nederlands te praten. Hij blijkt bij het scheepvaartmuseum te werken en als we hem vertellen dat we naar de haven willen zegt hij dat we dan terug naar het museum moeten en daar rechtsaf. We volgen zijn advies op, maar al snel blijkt dat we beter onze eigen weg hadden kunnen vervolgen. Na 10 minuten lopen we vast in bouwwerkzaamheden en als we daar de weg vragen worden we weer teruggestuurd naar waar we vandaan komen. De 3-tanden-man wilde ons waarschijnlijk het museum in lokken.

Een half uur later zijn we dan alsnog in de oude haven waar de houten vrachtschepen nog grotendeels met de hand worden geladen en gelost. Het is een smerige bende en blijkbaar geen typische toeristen hotspot want we komen geen enkele andere toerist tegen. We lopen langs de kade waar de schepen liggen en als we niet verder kunnen vanwege de hoeveelheid water op de weg keren we om lopen we terug naar het Koningsplein.

Vanwege de hitte proberen we zo veel en zo vaak mogelijk te drinken. Dit keer gaan we bij een soort foodtruck zitten en nemen een merkloos drankje met ijs. Hopelijk is dit geen foute keus (wc-technisch gezien).
Bij het Koningsplein wordt ik aangesproken door studenten die vragen of ze me mogen interviewen. Dit is de zoveelste keer dat dit tijdens een vakantie gebeurd. Waarom ik en waarom laten ze Diana altijd met rust? Na het diepte-interview over voetbal lopen we naar het treinstation en nemen we de trein naar Stasiun Juanda.

We wilden eigenlijk tot Stasiun Cikini met de trein en dan terug naar het hotel, maar we hadden gelezen dat er ook nog een mooi monument staat op Lapangan Banteng (voorheen Waterlooplein). Het West Irian Liberation Monument is een 36m hoog voetstuk waarop een bronzen man met ontbloot bovenlijf en armen en benen gespreid los lijkt te breken uit zijn boeien. Dit monument is opgericht in opdracht van Soekarno ter nagedachtenis van de bevrijding van New Guinea. In de late 50’er jaren, begin 60’er jaren was het westen van New Guinea nog steeds in Nederlandse handen. Pas in 1962 heeft Nederland het gebied overgedragen aan Indonesie,

Van het Waterlooplein lopen we naar Stasiun Gambir waar we morgen de trein nemen naar Bandung. We laten ons on-line gekochte ticket alvast omzetten naar een papieren plaatsbewijs en nemen bij de grote M een ijsje. Daarna lopen we terug naar ons hotel en bestellen een sapje. Dat hebben we wel verdiend (vinden we).

Maandag 25 september

We hebben de wekker gezet want om 09:30 uur gaat de trein naar Bandung en die willen we niet missen.
Even een broodje naar binnen werken bij het ontbijtbuffet, slokje thee, kopje koffie, tandjes poetsen en op zoek naar een taxi.
Vandaag leeft Jakarta zoals we dat verwacht hadden. Het verkeer staat helemaal vast en scooters vliegen met gevaar voor eigen leven aan alle kanten voorbij. We hebben 20 minuten nodig om bij het treinstation te komen en zoveel tijd hadden we gisteren ook nodig toen we dezelfde afstand te voet aflegden.
Bij het treinstation worden we naar de noordingang gestuurd en daar wachten op de 1e verdieping tot we naar het perron kunnen.

Om 9 uur is het dan zover, bepakt met rugzak klimmen we de laatste trap op en lopen naar de eerste wagon van de Eksekutif coupe. Als we naar binnen lopen gaan er gilletjes door de coupe. Allemaal vrouwen, de meeste met een hoofddoekje en die zitten samen met 2 toeristen in een coupe. Wat een feest.
Het duurt niet lang tot de brutaalste van de dames dit heuglijke feit vastlegt met haar mobiel en dan kan Diana natuurlijk niet achterblijven.

De trein vertrekt op tijd en al snel laten we het mooie Jakarta achter ons en rijden we door het minder mooie Jakarta. Huisjes van metalen golfplaten zover je kan kijken en heel regelmatig een kleine, kleurrijke moskee.
Na een uurtje begint de omgeving te veranderen. Het wordt groener en heuvelachtiger. Kleine dorpjes vaak geflankeerd door rijstterrassen die tegen een heuvel geplakt lijken te liggen.

De treinreis verloopt zonder problemen hoewel de schelle stemmen van de dames-op-reis de rust af en toe wreed verstoren.
Na drie uur rijden we om 12:30 uur het station van Bandung binnen. We zwaaien naar de dames in onze coupe en lopen de trappen af richting de uitgang waar we taxi nemen naar ons hotel.
We checken in, gooien de rugzakken op de kamer en gaan op pad om Bandung te ontdekken.

We lopen richting Jalan Braga, de hoofdstraat van Bandung en vlak bij het monument Patung Maug Bandung gaan we even zitten bij Wiki Koffie.
Na een goede bak koffie vervolgen we onze weg door de Jalan Braga en deze hoofdstraat lijkt wel wat op een openbare scooter-stalling. Rijen scooters staan netjes geparkeerd aan de kant van de weg en een beheerder doet z’n best om elk vrijgekomen plekje weer van een scooter te voorzien.

Veel gebouwen aan deze hoofdstraat zijn in de koloniale tijd gebouwd en in de cafeetjes en restaurants van nu hangen naamborden van de bedrijven van toen.
Het mooiste voorbeeld staat helemaal aan het einde van Jalan Braga op de hoek met Jalan Asia Afrika. Een art-deco gebouw waar destijds ‘Warenhuis De Vries’ was gevestigd. Het bewijs staat nog in grote letters op de gevel.

We maken een ommetje via Jalan Tamblang en lopen dan terug naar ons hotel. We moeten nog even vervoer regelen voorons uitstapje van morgen. De dame bij de receptie laat ons de mogelijkheden zien en vertelt dat we dit kunnen regelen bij de concierge. Het Engels van de concierge houdt niet over, dus alle handen en voeten moeten er aan te pas komen. Uiteindelijk weten we hem duidelijk te maken wat we willen en gaat hij ervoor zorgen dat ons vervoer morgenochtend om 8 uur klaar staat. We gaan het beleven.

Even later gaan we weer op weg gaan naar Jalan Braga maar bij de kruising met Jalan Merdeka is het zo druk dat we even bezig zijn om een veilig oversteek-momentje te vinden. Dan komt er een oud manneke op ons af die met gevaar voor eigen leven het verkeer tegenhoudt en ons gebaart dat we over moeten steken. Aan de andere kant van de weg worden zijn echte bedoelingen duidelijk: hij wil ons overhalen een ritje te maken in zijn becak, een soort riksja-fiets waar 2 Nederlanders net niet in passen. We belonen hem voor z’n goede daad en stappen toch in waarna hij ons naar Jalan Braga brengt.

We zoeken een leuk terrasje uit en nemen een drankje. Hoewel Bandung op ongeveer 700m hoogte ligt is het hier toch ook ruim 30 graden. Na een uurtje verkassen we naar het Braga Art Cafe waar we een heerlijke Indonesische hap bestellen. Helaas zijn de kleine flesjes bier op dus nemen we maar een grote. Nadat we nog een bakkie koffie bij Little Contrast hebben gedronken lopen we terug naar ons hotel.

Dinsdag 26 september

Voor vandaag hebben we vervoer geregeld zodat we de bezienswaardigheden ten zuiden van Bandung kunnen bezoeken. De chauffeur is mooi op tijd. We duiken gelijk de spits in en na een half uurtje draaien we de snelweg op. De omgeving blijft veranderen, het landschap wordt steeds heuvelachtiger. Weer een half uurtje later verlaten we de snelweg en zijn we in Ciwidey, de uitvalsbasis voor vandaag.
Ciwidey is een drukke stad en bovendien heeft het vrachtverkeer moeite met de weg omhoog; we schieten niet op. Om bij onze eerste bestemming te komen zigzaggen we de laatste 6km over een bergweggetje onder hoge varenachtige bomen.
Rond 10:00 uur parkeert de chauffeur de auto op de parkeerplaats op en kunnen we eindelijk naar het ‘white crater lake’. We hadden gehoord dat het frisjes kon zijn bij de op 2430m hoogte gelegen vulkaan, maar niets is minder waar. Ons kledingadvies is korte broek en t-shirt met korte mouwen.

White crater lake is eigenlijk geen juiste benaming, want het kratermeer van Kawah Putih is turquoise van kleur en kan zelfs verkleuren naar groen, blauw of bruin afhankelijk van de hoeveelheid zwavel. De naam is gegeven vanwege de witte zwaveldampen die hier kunnen hangen.
Op weg naar de krater ontwijken we de horde fotografen die met alle plezier een reportage van je maken (tegen een vergoeding natuurlijk). Niet veel verder komen de prachtige kleuren van het kratermeer ons al tegemoet. Het is een fantastisch turquoise kleur die niet zou misstaan op de Malediven.

We lopen wat rond het kratermeer en proberen de ideale plek voor een foto te vinden. Het valt op dat er maar weinig bezoekers zijn, dat zal in het weekend heel anders zijn. We gaan van naar links naar rechts en lopen ook nog wandelpier op die je helemaal bij het water brengt. De zwaveldamp slaat daar gelijk op je keel.

Enkele tientallen foto’s en een paar selfies later gaan we naar een hoger gelegen uitzichtpunt waar je een beter beeld van de hele krater krijgt. Ook hier kijken we onze ogen uit, maar omdat we vandaag nog meer te doen hebben gaan we na 10 minuten toch maar op zoek naar onze chauffeur.

We rijden hetzelfde bergweggetje naar beneden en slaan links af op de hoofdweg. We zitten direct weer in een andere wereld. Overal waar we kijken liggen theeplantages tegen de heuvels geplakt; een fantastisch gezicht! De chauffeur stopt op een wat hoger gelegen parkeerplaats en daar kunnen wij weer onze gang gaan met de met de camera’s, Het lijkt alsof de groene, geometrische vakken met theeplanten door een beeldhouwer zijn gemaakt.

Als ik iets verder loop zie ik dat er net een vrachtwagen wordt volgeladen met zakken vers geplukte theeblaadjes. De theepluksters met puntvormig hoofddeksel staan erbij en kijken ernaar. Voor Diana is dit de gelegenheid om een paar close-ups te maken. De theepluksters zien ons staan en zwaaien. Net als alle andere Indonesiers die we hebben ontmoet zijn ze de toeristen nog niet zat. Als de vrachtwagen vol is verdwijnen de dames tussen de theestruiken om nieuwe blaadjes te scoren.

Het is maar goed dat je tegenwoordig niet meer afhankelijk bent van filmrolletjes, want dan zouden we nu al in een lichte paniek raken. We zijn nl. nog niet klaar voor vandaag. Als we weer zijn ingeladen gaan we op weg naar de 370m lange hangbrug over de Kawah Rengganis rivier en de nabij gelegen hotsprings die de rivier voeden. Onze chauffeur wilde ons ook nog een ‘nice lake’ laten zien, maar dat vonden wij niet nodig, want wij hebben Bussloo.
We kopen een kaartje en zien dat de kinderen voor ons een veiligheidstuigje aangemeten krijgen voordat ze de brug op gaan, dus wij houden onze buik alvast in zodat de gordel zal passen. Helaas! deze oudere toeristen mogen gewoon doorlopen. Het is blijkbaar niet zo erg als wij er af vallen. De jeugd heeft de toekomst!

Het is wel even schrikken aan het begin van de 370m lange hangbrug (de langste van zuid-oost Azie!). Als dat ding maar niet te hard gaat wiebelen als we in het midden zijn. Bij de eerste passen merken we dat het best een stabiel bruggetje is, nog 300 meter te gaan. De mensen die ons tegemoet komen zien er bleek uit, of zou dat verbeelding zijn? We zijn inmiddels halverwege, nog 185 meter te . Het slingeren valt nog steeds mee, zelfs met tegemoet komend verkeer. We zijn bijna aan de overkant en halen opgelucht adem als we de brug afstappen (maar we moeten nog wel terug).

Een paar trappetjes lager zijn de hotsprings. We halen een stel giechelende dames met hoofddoek in en moeten dan concluderen dat die hotsprings niet zoveel voorstellen. Ok, je ziet de naar zwavel stinkende rookpluimpjes opstijgen, maar je verwacht toch ook een bubbelend poeltje waar je de korsten van je bibs kan weken. Niet dus!

We klimmen weer snel omhoog naar de hangbrug, laten ons kaartje zien en lopen terug naar de overkant. Met lossen handen, alsof er niets aan de hand is, terwijl vanaf de andere kant schoolmeisjes bibberend en gilletjes slakend hun eerste pasjes op de brug zetten. Niet aanstellen joh, stelt toch niets voor…..

Ons setje bezienswaardigheden voor vandaag zit erop. We nuttigen het gratis kopje thee terwijl we op het terras van het restaurant nog een laatste keer genieten van het uitzicht over de theeplantages.
Tijdens de rit van vandaag was onze chauffeur heel positief over de Nederlanders. Ze hebben gezorgd voor infrastructuur, onderwijs en ook deze theeplantages hebben we aangelegd. Wij houden ons juist op de vlakte over het koloniale verleden. We zijn daar niet zo trots op vanwege de minder mooie kant ervan. Zo zie je maar weer: ‘there are two sides to every story’.

Iets na tweeën zijn we weer terug bij het hotel. We nemen afscheid van onze chauffeur, halen wat spullen van de slaapkamer en gaan de stad in. We gaan naar ons favoriete restaurant voor een koude rakker en lopen dan nog even naar het treinstation om onze treinkaarten te printen (dat scheelt morgenvroeg weer).
Met de geprinte plaatsbewijzen op zak gaan we weer terug naar het Braga Art Cafe (=lekker goedkoop=echt iets voor ons) voor een warme hap.

We lopen terug naar het hotel, maar nemen eerst nog wel een lekkere bak koffie bij SawO een koffiebar die er erg trendy uitziet, maar waar de prijzen laag zijn. We maken een Insta-foto van Diana en gaan dan terug naar het hotel. We betalen alvast de rekening want morgenochtend gaat de wekker om 05:45 uur. Noem dat maar vakantie.

Woensdag 27 september

De Bluebird chauffeur moest ook vroeg z’n bed uit om ons op tijd naar het treinstation te brengen, maar hij wilde al wel een praatje maken met deze toeristen. Hij wil weten waar we vandaan komen, wat we doen, waar we heen gaan en waarom onze kinderen niet mee zijn op vakantie. Die heb ik achtergelaten op het treinstation van Jakarta zeg ik …..
Het treinstation is best kneuterig voor een stad met meer dan twee-en-een-half miljoen inwoners. Paar bloembakjes, de plaatsnaam in grote letters naast het spoor en een wachtruimte waar nog geen 50 man in past. Het mag de pret niet drukken.
We zoeken onze plekjes in de Eksekutif coupe weer op en wachten tot de trein begint te toeteren.

Het eerste deel van de reis gaat langs rijstvelden, eerst grote groene vlakke velden en later ook in terrasvorm. Na zo’n 2 uur zien we nog steeds rijstvelden, maar de rijst is geoogst en de velden zijn bruin en droog. Het landschap verandert weer, dit keer van heuvelachtig naar vlak.
We rijden weer langs kleine dorpjes waar de huisjes niet veel voorstellen en vaak slechts uit plaatmateriaal bestaan, maar we rijden ook door grotere steden waar de ontwikkeling wat verder lijkt te zijn (als je dat kan zeggen o.b.v. de huizenbouw).
Overal ook dezelfde startopstelling bij de spoorwegovergangen. Scooters in meerdere rijen naast elkaar alsof er een MotoGP wedstrijd op het punt staat te beginnen.

De service van de KAI is voldoende. Af en toe rijdt een karretje door het gangpad en kun je eten of drinken bestellen. Wij nemen een bakkie koffie, maar dat blijkt oploskoffie te zijn waarop je moet kauwen.
Niet alleen de passagiers worden goed verzorgt, ook de wagons worden op sommige stations van vers water voorzien (voor de airco).
Uiteindelijk rijden we om 13:35 uur het station van Yogyakarta binnen, helemaal volgens planning.

We lopen de 700m naar ons hotel, maar merken gelijk dat het hier weer verschrikkelijk warm is. Bandung ligt op meer dan 700m hoogte en dat is net wat aangenamer,
We checken in, gooien de rugzakken op de kamer en gaan de inwendige mens verwennen bij de naastgelegen M.

Na deze speed-lunch lopen we over de Jalan Malioboro in zuidelijke richting. Het is snel duidelijk dat hier vaker en veel meer toeristen komen dan in Jakarta en Bandung. Er zijn paard-en-wagens om je te vervoeren maar je struikelt ook over de vele gemotoriseerde riksja’s. Deze straat is een aaneenschakeling van kledingwinkels en ateliers, allemaal om de toerist te pleasen.

De meeste toeristische trekpleisters van Jogja zitten inmiddels dicht, maar Fort Vredenburg is tot 16:00 uur open. We betalen de enorme entreeprijs van 10.000 rupiah (60 eurocent) en betreden het fort. We zijn zeker niet alleen; het fort blijkt een gewild uitje te zijn voor scholieren.

Fort Vredenburg is in 1765 gebouwd om de Nederlandse gouverneur te beschermen. Het fort is vooral van buiten een mooi en imposant bouwwerk dat in goede staat verkeerd. In het fort is een museum een een groot aantal fraai gebouwde diorama’s.

Vanwege de hitte doen we het verder rustig aan. We lopen door de Malioboro Mall, pinnen weer een paar miljoen rupiah en gaan weer wat drinken. Ondertussen heb ik nog een paar t-shirts gekocht want voor deze weersomstandigheden heb ik er te weinig bij me.
We sturen een mail naar het hotel in Probolinggo om te checken of er andere toeristen zijn waarmee we samen naar de Bromo kunnen gaan.

Nadat we een hapje hebben gegeten gaan we richting de moskee want we hebben gehoord dat er vanavond een of andere ceremonie plaatsvindt. Ze hebben ons verteld dat het om acht uur zou beginnen, maar als we er aankomen zien we net de laatste deelnemers het terrein van de moskee op gaan. De optocht hebben we dus al gemist. We lopen snel het terrein bij de moskee op en wurmen ons tussen de menigte om een glimp op te vangen van wat er gaat gebeuren. We zien fraai uitgedoste mannen in kostuum, maar wat nu?

Het is inmiddels ruimschoots na achten als opeens de menigte in beweging komt. Een man onder een parasol loopt van de ene naar de andere kant en begint dan wat goudkleurige ‘munten’ te strooien. Het publiek vliegt erop af en probeert wat van dat strooigoed op te rapen. Het ritueel herhaalt zich aan de andere kant van het terrein en dat was het dan. We snappen er niets van. Hopelijk gaat iemand dat nog eens uitleggen.

Enigszins teleurgesteld gaan we terug naar het hotel. Onderweg nemen we een grote bak cappuccino bij Starbucks.
Voor morgen zetten we opnieuw de wekker want we gaan vroeg op pad naar het boeddhistische heiligdom de Borobudur dat op 40km van Yogya ligt.

Donderdag 28 september

Op de geboortedag van Mohammed hebben we een afspraak met Ahmad. Hij rijdt ons vanochtend in ruim een uur naar hét boeddhistische tempelcomplex van Indonesië: de Borobudur.
We ruilen onze on-line gekochte tickets in voor een soort all-inclusive armband en gaan dan richting de wachtruimte waar onze gids zich zal melden. Ter voorkoming van schade aan de tempel door slijtage van de schoenzolen krijgt iedereen slippers aangemeten. Dit sexy schoeisel is inclusive, dus dat gaat mee terug naar Nederland.

We hebben geluk dat we het tempelcomplex weer op mogen, want sinds de Corona-pandemie mocht je er alleen nog maar omheen lopen. De sluiting heeft niets te maken met Corona maar het heeft te maken met de regeltjes van Unesco. De Borobudur werd in 1991 op de World Heritage lijst van de Unesco gezet en diezelfde Unesco stelt eisen aan een monument. Zo is er ook een voorschrift tav de maximale slijtage van de lavasteen waar de tempel van gebouwd is. Met 50.000 slenterende bezoeker per dag (in het hoogseizoen) zou de Borobudur simpelweg te hard ‘slijten’. Om toeristen toch weer de gelegenheid te geven om de tempel te beklimmen is bedacht (ik hoop ‘berekend’) dat er maximaal 1200 mensen per dag op voorgeschreven slippers naar boven mogen. Je moet dan nog wel zo’n (duur) kaartje weten te bemachtigen en dat is ons gelukt.

De Borobudur is gebouwd in de vorm van een gigantische stoepa, die bovenop een heuvel is geplaatst. Het bestaat uit negen platforms, waarvan de bovenste is bekroond met een grote centrale stoepa. De hele structuur is versierd met gedetailleerde bas-reliëfs en beelden die scènes uit het leven van Boeddha en boeddhistische leerstellingen afbeelden. Het is dus eigenlijk alsof je een stripverhaal leest als je op de eerste verdieping van de tempel loopt.
De Borobudur werd gebouwd in de 9e eeuw tijdens het bewind van de Sailendra-dynastie, onder leiding van koning Samaratungga. De exacte bouwdatum is niet bekend, maar het werk begon waarschijnlijk rond 800 na Christus en duurde ongeveer 75 jaar om te voltooien.

Rond de 14e eeuw werd de Borobudur verlaten en overwoekerd door vegetatie. Het complex verdween grotendeels uit het zicht en werd vergeten, mogelijk als gevolg van de verspreiding van de islam in Indonesië. In de 19e eeuw werd de Borobudur herontdekt door de Nederlanders. Ze begonnen met het verwijderen van vegetatie en het herstellen van de tempel. Een uitgebreide restauratie begon in de 20e eeuw en duurde vele jaren, maar momenteel is het een plaatje en wordt er erg goed voor gezorgd. Elke maandag wordt de tempel grondig schoongemaakt. Eerst droog, dan met water en als laatste met een citronella-goedje. Het bouwwerk ziet er spic-en-span uit.

Onze gids met vlaggetje nummer 10 is er weer eens eentje die graag praat. Van ons mag het allemaal wat sneller al is het maar omdat we in de zon op de zwarte stenen zo langzamerhand well-done zijn. Na veel uitleg bij de plaatjes over de zwangerschap van de moeder van Boeddha en het aanwijzen van typische Aziatische vruchten en dieren kunnen we eindelijk ons eigen gang gaan.

We proberen de Borobudur zo mooi mogelijk vast te leggen. Vooral de kleine stoepa’tjes zijn erg fotogeniek. Helaas zijn we niet de alleen (150 personen per uur om precies te zijn) dus iedereen zoekt z’n eigen ‘moment of stoepa-fame’ en dat maakt een toerist-loze foto wel wat lastig.

Zo’n uur op de Borobudur gaat natuurlijk snel voorbij en om 11:00 uur worden we door onze gids naar de uitgang begeleidt. Met een lichte zonnesteek en enigszins uitgedroogd gaan we richting de parkeerplaats. Helaas niet in een rechte lijn, maar via een doolhof met alleen maar souvenirstalletjes. Elke keer als we denken bij de uitgang te zijn komt er weer een rijtje stalletjes met koelkastmagneetjes, hele lelijke korte broeken, batik shirts en meer spul waarvoor wij geen ruimte hebben in de rugzak. Eindelijk zien we dan Ahmad weer staan en stappen we snel in zijn auto. Ook terug heeft Ahmad niet meer dan 5 kwartier nodig voor de 40km en dat is voor Indonesische begrippen een snelle tijd.

We gaan naar de poolbar van ons hotel en bestellen een colaatje een een pizza. Het waait lekker op de 10e etage en we zouden hier de hele middag wel kunnen zitten, maar we willen nog even naar het treinstation om onze kaartjes te laten printen.
Om 14:00 uur gaan we op pad. Eerst naar het treinstation en dan naar de Tourist Information voor buskaartjes naar de Prambanan. Helaas is de Tourist Information gesloten vanwege de geboortedag van Mohammed.
Dan maar weer het vochtnivo op peil brengen. We gaan (weer) naar Kala Jumpa en bestellen een lekker koud bierke.

Om een uurtje of vijf gaan we toch nog even de straat op. Via de Jalan Dagen lopen we een stukje weg van de drukke Jalan Malioboro en dat scheelt gelijk een paar decibel. Veel minder toeterende scooters, geen riksja-chauffeurs die je proberen in hun karretje te krijgen en geen vals zingende straatartiesten. We slenteren naar de Jalan Gandekan en bewonderen onderweg wat ‘streetart’. Uiteindelijk lopen we via Jalan Sosrowijayan een straat zonder naam in en gaan bij Bedhot Resto naar binnen om wat te eten.

Na het diner gaan we naar het Alun Alun omdat daar ‘s-avonds wel eens wordt gescheurd met gepimpte voertuigen. We hebben geen zin om de paar honderd meter te lopen dus we charteren een brommer-riksja. Ook in dit bakkie passen we maar net naast elkaar, maar het gaat wel een stuk sneller dan lopen.

Bij het centrale plein/grasveld is er vanavond geen enkel fleurig voertuig te vinden. We zien wel dat het paleis aan de andere kant van het grasveld verlicht is en dat zou kunnen betekenen dat er iets te doen is. We lopen om het Alun Alun heen en gaan via een hekje aan de zijkant van het paleis naar binnen. Daar zien we een groot podium met allerlei instrumenten een een decor dat vol staat met wajang poppen. Ook staan er rijen stoelen opgesteld dus dat kan alleen maar betekenen dat er een optreden gepland is. Wij zoeken alvast een stoeltje uit.

Tegen achten beginnen muziekanten hun instrumenten op te zoeken en niet veel later beginnen ze aan het eerste nummer. Het is niet helemaal onze stijl (m’n vader had daar de vakterm kattengejank voor) maar we willen niet gelijk weglopen want het optreden van de wajang poppen moest nog beginnen.
Ons geduld wordt op de proef gesteld want om negen uur hebben we nog steeds geen bewegende pop gezien. Net als we weg willen lopen wordt Diana aangesproken door een door een man die eruit ziet als een pornoster uit de 70’er jaren. Het blijkt een Belg te zijn die betrokken is bij dit optreden. We wisselen wat beleefdheden uit en als we vragen naar de planning van deze theatershow dan weet hij toch vrijwel zeker dat de poppen bijna aan de beurt zijn.
Daar blijkt niets aan gelogen te zijn want niet veel later volgt er een ceremoniële overdracht van de poppen en giet it oan.
We blijven nog even kijken maar deze show is te ingewikkeld voor ons en bovendien doet het nog steeds zeer aan de oren. Het is tijd om er een eind aan te breien dus we gaan terug naar het hotel.

Georgië 4

Dinsdag 25 oktober 2022

Dit is alweer het laatste hoofdstuk van onze reis. De vorige drie hoofdstukken waren voor ons een succes en we verwachten niet anders voor dit laatste hoofdstuk.
Na het eenvoudige ontbijt lopen we eerst naar het Akhaltsikhe kasteel aan de nadere kant van de rivier. Omdat de wolken nog overheersen doen we alleen een rondje over het gratis gedeelte van het kasteel. De rest komt vanmiddag wel.
Het kasteel is een beetje over-gerestaureerd; het is allemaal nogal strakjes voor een kasteel uit de 12e-13e eeuw. Bovendien zijn er restaurants en zelfs een hotel bijgebouwd.
We klimmen nog wel even in de uitkijktoren voor een uitzicht over het kasteel en de stad.

Na het flits-bezoek aan het kasteel drinken we een kopje koffie in de stad en informeren we bij het busstation naar de vertrektijden van de bus naar Borjomi. Gelukkig gaat die bus ongeveer elk uur dus daar hoeven we geen rekening mee te houden.
We lopen nog wat verder en stuiten dan op een groepje oude mannen (58+) die met elkaar een spelletje spelen. Ze vragen Diana om mee te doen, maar we hebben geen tijd……

We hebben alle weersites gecheckt en het is tijd om naar Vardzia te gaan. Vanmiddag wordt het daar lekker toeristenweer.
We charteren een taxi, springen op de achterbank en gaan op weg. Het is 65 km naar Vardzia de weg er naar toe is al adembenemend mooi. De weg volgt de meanderende Koera rivier en de bomen langs de rivier kleuren goudgeel.

De heuvels die iets verderop liggen zijn daarentegen gortdroog. Op die heuvels staan hier en daar restanten van een kerk of een fort uit lang vervlogen tijden. We vragen de chauffeur af en toe om te stoppen zodat we een fotootje kunnen maken.
Om 12:45 uur zijn we bij Vardzia. De chauffeur zet de taxi op de parkeerplaats, wij kopen het benodigde ticket en gaan op pad.

Je vraagt je misschien af waarom doen ze zo moeilijk en gaan ze in grotten wonen. Nou dat zit zo. In de middeleeuwen was Georgië geregeld het doelwit van verwoestende aanvallen. Om zijn inwoners te beschermen besloot koning Giorgi III om een fortificatie te bouwen op de hellingen van de Erusheli berg en werden de eerste grotwoningen uitgehouwen. Koning Giorgi III overleed in 1184 en zijn dochter Tamar die op dat moment slechts 25 jaar oud was, werd de eerste vrouwelijke heerser van Georgië en wat voor eentje! Onder haar leiding kwam Georgië tot economische en culturele bloei. Ze versloeg de Turken meerdere malen, plunderde Constantinopel en haar koninkrijk strekte zich uit van de Zwarte Zee tot de Kaspische Zee. Daarnaast liet ze talloze kathedralen en kerken bouwen.
Ondertussen hadden de Georgiërs Vardzia flink uitgebreid. Het complex bestond uit 13 verdiepingen en maar liefst 6000 kamers waar monniken en vluchtelingen konden wonen. Volgens de legende had koningin Tamar zelf 366 kamers zodat indringers nooit wisten welke slaapkamer van haar was. Alles was verbonden met een labyrint van tunnels. De verschillende verdiepingen waren verbonden met verborgen doorgangen door de plafonds. Er was slechts één ingang naar de grottenstad en deze was goed verborgen aan de oevers van de Koera-rivier. De hellingen van de Erusheli waren vruchtbaar en geschikt voor landbouw. Er werden terrassen aangelegd en zelfs een compleet irrigatiesysteem. Hiermee werd Vardzia een zelfvoorzienende stad en dat was in die tijd zeer uniek. Tijdens de hoogtijdagen van Vardzia woonden hier maar liefst 50.000 mensen. Dat gaan we nu dus van dichtbij bekijken.

Er is in de grottenstad een route uitgezet om te voorkomen dat al die toeristen door elkaar lopen en er opstoppingen ontstaan. Wat ons betreft hadden ze vandaag die bordjes weg kunnen halen want we zijn er bijna alleen. Omdat we niets willen missen volgen we de uitgezette route wel. Om te voorkomen dat er af en toe een toerist naar beneden duvelt hebben ze overal hekjes neergezet en soms ook metalen trapjes geplaatst.

In deze bijzonder stad vind je alle voorzieningen die je in een normale stad ook vindt. Een bakker, wijnkelder, apotheker, trouwzaal en natuurlijk een kerk. De kerk is het hoogtepunt van de stad. De prachtige fresco’s zijn nog steeds goed zichtbaar.

Via een 100 meter lange, nauwe gang (je moet geen last hebben van claustrofobie!) komen we in een soort schuilplaats. Vanuit deze schuilplaats heb je een prachtig uitzicht op de omgeving.
Iets verderop kom je in de woning van koning Tamar. Het is eigenlijk koningin Tamar, maar volgens onze gids uit Kutaisi werd ze door haar vader als koning op de troon gezet. Heel geëmancipeerd.

We klimmen via de vele trappetjes van verdieping naar verdieping en kijken onze ogen uit. Woningen, koelruimte, wijnpers, we komen van alles tegen.
Aan het einde van het parcours moeten we via een hele lange, steile trap met veel versleten, ongelijkmatige treden naar beneden, maar we weten zonder kleerscheuren beneden te komen. Via een smal paadje lopen we terug naar de parkeerplaats en kijken nog heel vaak om.

De chauffeur ziet ons van verre aankomen en nadat we wat drinken hebben ingeslagen voor de terugweg gaan we op pad. We stoppen nog één keer aan de andere kant van de rivier voor een laatste overzichtsfoto en zakken dan onderuit op de achterbank van de Mercedes voor de 65 km terug naar Akhaltsikhe.

In Akhaltsikhe springen we uit de taxi en betalen de chauffeur de afgesproken 70 GEL plus een fooi want die heeft hij wel verdiend.
We hebben in Akhaltsikhe nog een rekeningetje open staan. We moeten het dure gedeelte van het kasteel nog zien. We kopen een ticket en hopen dat het Efteling-gehalte minder hoog is dan wat we vanochtend hier gezien hebben. Als we langs de kaartjesscheurder zijn zien we al snel dat het meer van hetzelfde is. Het lijkt wel een nieuwbouw-kasteel met allerlei bouwsel die je verwacht op een trouwlocatie, maar niet bij een 12e-13e eeuws kasteel. Zelfs de moskee met z’n koperen koepel staat er wat verloren bij. Het kasteel is misschien wel op z’n mooist als je er ‘s-avonds van een afstandje naar kijkt.

Van het kasteel lopen we naar de SL Company want we hebben wel trek gekregen. Het blijkt het drukste restaurant van de stad te zijn en we kunnen nog maar net een leuk tafeltje bemachtigen.
Het is een restaurant annex banketbakkerij en hoewel de pizza die we bestellen heerlijk smaakt kijken we vooral onze ogen uit naar de taarten die over de toonbanken gaan. Prachtig versierde, joekels van taarten. In de tijd die wij er zitten zijn er tientallen taarten uit de bakkerij gekomen en bijna net zoveel zijn er afgehaald. Meest bijzonder daarbij is dat de taarten niet in een doos worden meegegeven, maar ‘open en bloot’ op een stuk karton.

Woensdag 26 oktober 2022

Een paar stukjes stokbrood, 2 gekookte eitjes, 2 knakworstjes, boter en een beetje jam. Spoel dat naar binnen met 2 koppen thee en dan kan de dag beginnen. Dit beschrijft zo’n beetje de minimale variant van het ontbijt in Georgie. De meest uitgebreide variant krijgen we straks weer in Tbilisi en daar kijken we nu al naar uit.

We rekenen de kamer af, hangen de rugzakken aan de schouders en lopen naar het busstation. Meestal pakken we een taxi naar het busstation, maar dat is hier maar een paar honderd meter van het hotel verwijderd en dan doen we maar een keer stoer.
Op het busstation een nieuwigheidje: kaartjes kopen bij een mevrouw achter een loket. Normaal gesproken betaal je de rit aan de chauffeur; alweer een verandering. Hopelijk kunnen we daar mee dealen vandaag.

We zijn om 09:45 uur op het station omdat we de marstruthka van 10:10 uur willen nemen. We hebben de rugzakken al bij de minibus neergezet, maar daar komt de minibus-station-beheerder-meneer aan om te vertellen dat die bus van 10:10 uur vandaag niet gaat. We moeten de minibus van 10:40 uur naar Kutaisi maar nemen want die stopt ook in Borjomi. Wat een hectiek op de vroege ochtend. Ik ga eerst een bakkie koffie halen om alles te verwerken.

De marstrutkha van 10:40 uur vertrekt gelukkig mooi op tijd en hoewel de zittingen van de stoelen wat losjes zitten zijn we blij dat we niet nog meer vertraging oplopen.
Het ritje naar Borjomi duurt een uur en dat is met deze chauffeur lang genoeg. Hij had vanochtend beter een paar yoga-oefeningen kunnen doen voordat hij achter stuur stapte.

Ons hotel in Borjomi ligt op 100 meter van het busstation, dus weer geen taxi maar rugzakken op en lopen! Diana doet een kamer-check en als de kamer is goedgekeurd laten we onze spullen op de kamer en lopen we de brug over de Koera over om ergens een bakkie koffie te drinken. En passant koopt Diana bij een bakkertje een heel brood dat nog een beetje warm is. Je moet wat om aan je vitaminen te komen.

Na een goede bak koffie bij Iggy lopen we via een andere brug naar het centrum van Borjomi terwijl het brood in stukken scheuren en opeten.
We lopen bij toeval over de markt en net als in veel plaatsen is dat ook hier voor een deel een soort kofferbakverkoop. Schattig om te zien.

Omdat we vandaag willen uitzoeken of het de moeite waard is om een wandeling te maken in het Borjomi-Kharagauli National Park dat hier om de hoek ligt, lopen we via het hotel naar het visitors-center dat een kilometer van ons hotel ligt. Het Borjomi-Kharagauli National Park is een beschermd natuurgebied dat in totaal meer dan 85.000 hectare groot is. Daarmee is het natuurpark het grootste nationale park van Georgië.
De geschiedenis van het park gaat terug tot de Middeleeuwen. Aristocratie ging naar de bossen om te jagen (net als onze eigen aristocratie). Toen Georgië onderdeel werd van het Russische Rijk, was de toenmalige gouverneur onder de indruk van de schoonheid van het gebied dat hij er zijn zomerresidentie liet bouwen. Hij legde beperkingen op houtkap en de jacht, waardoor de natuur meer bescherming kreeg. In 1995 werd het Borjomi-Kharagauli National Park gesticht met hulp van de Duitse regering en het Wereldnatuurfonds.

Bij het visitors-center worden we keurig in het Engels te woord gestaan. De beste man verteld ons dat er een korte wandeling van zo’n anderhalf uur is uitgezet achter het visitors-center. De andere trails beginnen een paar kilometer verderop.
We besluiten de mini-trail te lopen om een indruk te krijgen van het park.

De trail begint met een stevige klim. Via smalle paadjes en aangelegde trappetjes zwoegen we omhoog. We lopen vnl. onder de bomen dus van uitzichten genieten is er nog niet bij.
Onderweg komen we bij een klein bos-kerkje gewijd aan St. Nino. Bij het kerkje staat ook het typische St. Nino kruis. In tegenstelling tot het kruis dat wij kennen hangt het horizontale deel schuin af. Onze gids Saba vertelde een paar dagen geleden dat toen St. Nino een kruis wilde maken er alleen maar takken van een druivenstruik voorhanden waren en die zijn niet niet kaarsrecht.

Het kerkje van St.Nino staat ongeveer op het hoogste punt van de trail. Het klimgedeelte zit er voor ons op. Iets verderop volgen we een bord dat naar een Amphitheater wijst. Die afslag hadden we ons kunnen besparen want behalve een paar banken is daar niets te zien.
Door de klei-achtige ondergrond zit het profiel van onze schoenen helemaal vol en voelt het alsof we op een plaat glibberige modder lopen. We proberen de zolen schoon te krijgen, maar dat valt helemaal nog niet mee. Uiteindelijk besluiten we de schoenen maar uit te doen en tegen een boom te slaan. Dat helpt!

We zijn inmiddels op de terugweg en komen eindelijk op een plek waar we niet alleen tussen de bomen lopen maar ook wat verder weg kunnen kijken. Het is gelijk duidelijk dat we niet ver van Borjomi zijn want in de diepte zien we de stad liggen.

Het laatste stuk gaat net zo steil omlaag als we eerder omhoog kwamen. De ondergrond is vochtig dus het is maar goed dat we onze zolen schoon hebben gemaakt; nu hebben we weer grip.
We vinden de trail niet heel bijzonder. Omdat je alleen tussen de bomen loopt zie je niets van de herfstkleuren. Het mooiste was waarschijnlijk het diepgroene mos dat we overal zagen.

Na anderhalf uur zijn we weer bij het visitors-center en steken we de weg over om terug te lopen naar Borjomi. We twijfelen of we morgen wel een langere trek zullen doen. We hadden al reviews van andere wandelaars gelezen die min of meer hetzelfde beschrijven wat wij vanmiddag ook ervaren hebben. De bossen zijn mooi, maar wij komen vooral voor de vergezichten en dat houdt hier niet over.

Via een klein hangbruggetje steken we de rivier over en gaan we op zoek naar iets wat het Central History Park heet. Het meiske van het hotel zei dat we daar toch echt heen moeten gaan.
We stoppen bij Inka Cafe voor een drankje én een stuk gebak. Dat hebben we wel verdiend na de klauterpartij.

Na deze opkikker lopen we door naar het Central History Park. Het blijkt een groene kloof te zijn waar een riviertje doorheen stroomt. Langs het riviertje loopt een weggetje waar allerlei marktstalletjes staan, maar er is ook een kabelbaan, een reuzenrad en een prachtig hotel van Crowne Plaza. Zoveel gedoe rond een parkje, daar moet meer achter zitten.
Omdat de zon al aan het zakken is wordt het in de kloof al wat donkerder en kouder. We besluiten deze attractie voor morgen te bewaren en keren om haar het hotel.

Op weg naar het hotel komen we langs het treinstation van Borjomi. We checken gelijk of er een trein naar Gori gaat. Dat blijkt het geval, maar die trein gaat alleen om 05:45 uur en dan liggen wij nog op een oor.
Bij het hotel gaan we nog even op het dakterras in de zon zitten tot de zon achter dennenbomen verdwijnt. Dan wordt het al snel te koud en gaan we naar de kamer om een geschikt restaurant voor het diner uit te zoeken.

Het is My House geworden en dat blijkt een goede keuze. De gerechten zien er mooi uit en smaken nog beter. We eten de bordjes leeg en als we ook het kopje koffie naar binnen hebben gewerkt gaan we terug naar het hotel.
Bij het hotel staat ons een leuke verrassing te wachten. Als we net op de kamer zijn wordt er op de deur geklopt en wordt ons een glaasje wijn aangeboden. Georgiërs en wijn, dat is wel een dingetje!

Donderdag 27 oktober 2022

Gisteren heb ik de moeite genomen om een karig ontbijtje te beschrijven, vandaag kan ik daar het andere uiterste tegenover zetten. Toen we de kelder inliepen voor ons dagelijkse ei stond daar een heel uitgebreid buffet klaar. Ik ga het niet beschrijven, maar wil graag één ding noemen: jonge Goudse kaas!!! Dat hadden we de afgelopen drie weken nog niet gezien.

Na het ‘plakje kaas’ gaan we verder waar we gisteren gebleven waren: het Central History Park. Helaas zitten de weersites er dit keer naast. Want i.p.v. veel zon is er vooral veel bewolking, maar zolang het niet regent hoor je ons niet klagen.
We komen weer langs het sprookjesachtig uitziende Crowne Plaza hotel met daarvoor het brugje met de vreemde krul.

Iets verderop ontdekken we waarom het hier allemaal zo toeristisch is ingericht. Hier bevindt zich het aftappunt voor Borjomi water, het beroemdste water van Georgie. Het water is van vulkanische oorsprong en komt van het 900m hoog gelegen Meskhetie plateau. Het bevat kalk, natrium, ijzer, chloor en kalium en kleinere hoeveelheden jodium, broom, zink en magnesium. Er wordt een helende werking aan toegedicht. Het zou o.a. fantastisch werken tegen een kater(!). Ze verkopen hier plastic flessen zodat je een paar liter mee naar huis kan nemen. Wij likken ook even aan de kraan, maar kunnen de smaak niet waarderen.

Iets verderop staat aan de overkant een prachtig gebouw dat tegenwoordig als hotel fungeert. Het blijkt in 1892 in opdracht van de Iraanse consul Mirza Riza Khan gebouwd te zijn. Het was bedoeld als zijn zomerhuis en is in Perzische stijl gebouwd en heeft een mooie turquoise kleur.

We lopen nog wat verder en zien overal kermisattracties staan die momenteel buiten gebruik zijn. Misschien omdat het hoogseizoen voorbij is, maar zo te zien ook omdat ze hun beste tijd gehad hebben.
We lopen langs nog een aftappunt voor Borjomi water en deze staat heel mooi onder een lichtblauw prieel.

We komen langs een liefdesbruggetje dat helemaal vol hangt met slotjes zoals je dat wel vaker ziet. Het ziet er schattig uit, maar de omgeving op de achtergrond is ook niet mis. Het herfstboeket is ook hier overal zichtbaar.

Op de terugweg blijven we het riviertje volgen en zien we ook een waterval die het riviertje vult. Naast deze waterval staat een beeld van een man met een soort bal in z’n hand. Er staat geen bordje bij en we hebben er ook niets over gelezen. Dit blijft een mysterie.

We lopen het park uit en gaan weer bij Inka naar binnen voor een bak koffie met appelgebak. Hier kunnen we gelijk een beetje opwarmen want de zomer-outfit waar we nog in lopen is vandaag geen goede keus.
Inmiddels is het helemaal bewolkt en we bedenken we wat we ‘s-middags gaan doen. Niks doen, een boekie lezen, naar het Green Monastery of naar de wintersportplaats Bakuriani.

De keuze valt op het laatste en rond 13:00 uur gaan we dan maar weer eens op zoek naar een vriendelijke meneer die bereid is om voor een paar euri de 25km lange tocht naar boven wil maken.
Aan de andere kant van het bruggetje, vlak bij Inka zit een man in een donkerrood vest niks te doen. Die gaan we maar eens blij maken.
Diana doet de onderhandelingen en even later zitten we in z’n zwarte Passat op weg naar Bakuriani.

Deze taxichauffeur blijkt vroeger machinist te zijn geweest op de Kukushka trein van Borjomi naar Bakuriani. Die trein hadden wij ook graag genomen, maar sinds de Corona pandemie rijdt de trein niet meer. Onze machinist doet z’n best om het ritje naar Bakuriani boeiend te houden. Af en toe schreeuwt hij ‘panorama’ waarmee hij bedoelt dat het een goed moment is om een foto te maken.

Als hij onderweg weer eens ‘panorama’ schreeuwt zien wij eigenlijk niets bijzonders. Toch zet hij z’n auto stil en wijst naar beneden. Daar zien we in de diepte een verroeste spoorbrug over de Tsemis rivier. Het is toch niet zomaar een brug, want deze brug is gebouwd door ene Gustave Eiffel (die van de toren) in opdracht van hertog Romanov, ook een beroemdheid in deze regio. We snappen dat de ex-machinist dit plekje niet ongemerkt voorbij wilde rijden.

We slingeren verder naar boven en stoppen vlak voor Bakuriani nog een keertje omdat het kleurenpallet zo prachtig is. Dit keer vragen wij onze chauffeur om te stoppen, maar hij vindt toch wel dat hij dan ook ‘panorama’ moet roepen.

Bakuriani ligt op iets meer dan 2000 meter hoogte en is een populair skigebied in het Trialeti-gebergte boven Borjomi. Ooit beschouwd als de ‘skihoofdstad van de Sovjet-Unie’, heeft Bakuriani 29 km aan pistes die worden bediend door 8 liften en een kabelbaan. Met veel glooiende hellingen is het vooral populair bij gezinnen en wat oudere dames.
Omdat het winterseizoen nog niet is begonnen ziet het er nu allemaal nogal verlaten uit. Er is nog wel steeds veel accommodatie in aanbouw. We vragen ons af wie hier ‘s-winters naar toe gaan om te skiën.

We lopen even door het stadje en kijken of er ergens wat te doen is. Zoals we uit de auto al zagen is er vooral veel gesloten, ongezellig en verlaten. Na een paar minuten keren we om naar onze taxi en rijden we terug naar Borjomi. Hier moet je eigenlijk over 2 maanden nog eens terug komen.

In Borjomi rijdt onze machinist via een klein straatje een wat groezelig parkeerplaatsje op. Naast de parkeerplaats staat een wat vervallen gebouw met een zeer vervaagde foto van de Kukushka trein op de zijgevel.
Het blijkt een traktatie van onze chauffeur te zijn. Hij is nog zo vol van z’n oude baantje als machinist dat hij persé wat van die oude glorie wil laten zien. We lopen over het terrein en zie de wagons die een paar jaar geleden de passagiers naar Bakuriani vervoerden staan. Ze zien er nog heel goed uit. Dan lopen we door tot achter het grote gebouw en wijst naar de oude locomotief van Tsjechische makelij waar hij op gestuurd heeft.

Hij neemt ons ook nog even mee het grote gebouw in en dat blijkt de werkplaats te zijn waar de treinen werden onderhouden. Er lijken genoeg onderdelen te liggen om een trein in elkaar te zetten, maar het is er vooral donker en er gebeurt helemaal niets. Onze machinist schudt een paar ex-collega’s de hand en dan lopen we via de achterdeur terug naar de auto.
We laten ons in de buurt van het busstation uit de auto zetten. Het is inmiddels 15:30 uur.

We lopen naar ons hotel en wisselen tijdens deze pitstop van zomerjas naar winterjas. Dan gaan we weer op pad.
We gaan naar Inka en drinken een bakkie thee met een appelpunt (die smaakte vanochtend best). Om 17:30 lopen we dan een stukje terug en gaan bij My House naar binnen om een hapje te eten. Inmiddels is het gaan regenen. We hebben nog best geluk gehad vandaag.

Vrijdag 28 oktober 2022

Vandaag gaan we weer een stukje dichter naar ons eindstation. Na het voortreffelijke ontbijtbuffet lopen we naar het naastgelegen busstation. Er is wat verwarring over de bus naar Gori, maar uiteindelijk kunnen we onze rugzakken achterin een van de busjes gooien.

De rit naar Gori zal ongeveer een uur duren. We pikken bij een paar bushaltes nog wat passagiers op en laten dan Borjomi achter ons. We komen door een paar kleine gehuchtjes en na een half uur zijn we in Chasjoeri waar de meeste passagiers alweer uit de bus stappen. Waarschijnlijk vanwege de grote markt die wij vanuit de bus zien.
Vanaf hier neemt de chauffeur de snelweg naar Gori waar we rond 12:00 uur aankomen. We springen in een taxi en laten ons naar het hotel brengen.

Gori ligt ongeveer 80km ten westen van Tbilisi en is de geboorteplaats van Josif Besarionis dze Dzjoegasjvili en voor hem hebben ze hier een museum neergezet.
De ouders van deze Josif wilden dat hun zoon priester werd, maar dat liep anders. Hoewel Jozif nog wel aan de priestersopleiding begon was hij meer geïnteresseerd in het opkomend socialisme en werd hij uiteindelijk politiek actief voor de communistische partij.
Nadat de communisten in 1917 de macht grepen, was dit de ideale voedingsbodem voor Josif om zijn positie te versterken. De rest is geschiedenis.
Door zijn vastberadenheid en koelbloedigheid klom hij alsmaar hoger op de partijladder. Dat bezorgde Josif de bijnaam Stalin (Man van Staal). Na de dood van Lenin raakte hij verwikkeld in een machtsstrijd met concurrent Leon Trotski, die hij uiteindelijk won. Hij maakte van de Sovjet-Unie een wereldmacht die wedijverde met de VS. Dat kon Jozef Stalin echter alleen maar voor elkaar krijgen door alle tegenstand die hij kreeg meedogenloos uit de weg te ruimen. Iedereen die ook maar verdacht werd tegen Stalin te zijn, werd geëxecuteerd. Uiteindelijk vonden vele miljoenen Sovjet-burgers de dood onder zijn regime. Iets waar hij overigens geen moeite mee had, want de man van staal staat bekend om het volgende citaat: ‘De dood van één mens is een tragedie; de dood van miljoenen slechts een statistiek’.
Ondanks het vermoorden van zoveel landgenoten is Stalin momenteel erg populair in Rusland. Die populariteit heeft hij vooral te danken aan de successen in de 2e wereldoorlog, maar Stalin is vooral hot omdat het Kremlin dat wil. In hun streven het patriotisme te voeden wil Poetin en de zijnen geen controverse in hun geschiedenis. De misdaden van Stalin worden daarom naar de achtergrond gedrongen.
We lopen even over het terrein van het Stalin-museum en zien aan de zijkant van het museum de persoonlijke treinwagon van Stalin staan. Het groene Pullman-rijtuig, dat gepantserd is en 83 ton weegt, werd vanaf 1941 door Stalin gebruikt. We besluiten het museum niet te bezoeken, dat is te veel eer.

We lopen verder over de Stalin Avenue en komen langs een monument voor Georgische strijders die gesneuveld zijn in de 2e wereldoorlog. Het is weer zo’n typisch Russisch monument met veel symboliek.
Iets verder komen we langs het stadhuis dat eenzelfde koepeltje heeft als de Rijksdag in Berlijn.

Omdat het slecht weer is besluiten we maar helemaal door te lopen naar het treinstation. Het zou toch leuk zijn als we nog een keer met de trein kunnen reizen. Het is een hele wandel naar het station en dan ziet het station er ook nog vervallen uit. We gaan naar binnen en zien een dame achter een loket zitten. Als we haar vragen naar de trein naar Tbilisi stampvoet ze achter haar loket vandaan en wijst ons op een papier aan de wand. Ze bijt ons iets in het Georgisch toe terwijl ze op een regel wijst waar 16:45 uur staat. De trein naar Tbilisi gaat blijkbaar om kwart voor vijf. We vragen met handen voeten nog of er misschien nog een trein gaat, maar daar komt haar vingertje weer en ze wijst nogmaals op 16:45 uur. We durven het niet nog een keer te vragen.

Als weer buiten staan zien we een paar blauwe openingen in de grijze lucht. We besluiten een taxi naar Uplistsikhe te gaan. Dit is ook een grottenstad, net als Vardzia, maar dan anders.
Uplistsikhe is ouder dan Vardzia, met enkele bouwwerken die dateren uit de vroege ijzertijd en Uplistsikhe ziet er ook heel anders uit: het is verspreid langs een rotsachtige rivieroever en meer horizontaal dan verticaal.
We nemen een taxi voor het treinstation en laten ons bij de ingang van de grottenstad afzetten.

Het ziet er al gelijk heel anders uit dan Vardzia. Het lijkt een maanachtige landschap van grotten en je verwacht elk moment Fred en Wilma Flinstone voor hun grotwoning tegen te komen, ‘Yaba Daba Doo’!
We volgen de aangegeven route en we krijgen toch het weer dat we besteld hebben. De lucht wordt steeds blauwer!

Uplistsikhe wordt gezien als een van de oudste nederzettingen in Georgië. Strategisch gelegen in het hart van het oude koninkrijk Kartli werd het een belangrijk politiek en religieus centrum van het land.
De vroegste sporen van menselijke aanwezigheid in Uplistsikhe dateren uit het einde van het 2e millennium voor Christus. Dat betekent gelijk dat Fred F. hier niet gewoond heeft want Fred leefde in de steentijd en niet in de ijzertijd.
De vroegste overgebleven structuren dateren uit het begin van het 1e millennium na Christus. Met de kerstening van Kartli in het begin van de 4e eeuw, lijkt Uplistsikhe zijn positie te hebben verloren aan de nieuwe centra van de christelijke cultuur, Mtskheta en later Tbilisi.
Uplistsikhe dook echter weer op als een belangrijk Georgisch bolwerk tijdens de islamitische verovering van Tbilisi in de 8e-10e eeuw. In die tijd werd er nog een basiliek met drie kerken gebouwd. De Mongoolse invallen in de 14e eeuw markeerden de ultieme ondergang van de stad.

We klauteren langs de grotten en vanaf de hogere delen van het complex heb je een fantastisch panoramisch uitzicht op de vallei van de Mtkvari-rivier. We zijn hier niet alleen zoals in Vardzia, er is net een buslading Aziaten voor de deur uitgezet die netjes achter het vlaggetje aan langs de grotwoningen lopen.

Het is dan misschien niet zo’n spannende grottenstad als Vardzia, wat de omgeving betreft doet Uplistsikhe zeker niet onder voor Vardzia. We gaan voor een grotwoning zitten en genieten van het uitzicht. We hadden hier een paar duizend jaar geleden best een hypotheekje voor af willen sluiten.

Als we terug komen bij de parkeerplaats zit de chauffeur in z’n auto te slapen. Dat is wat je noemt ‘slapend rijk worden’.
Hij veert op als hij ons hoort en groet ons op een schaapachtig vriendelijke manier. Lekker geslapen jochie?
We laten ons in het centrum van Gori afzetten en nemen eerst een goudgeel sappie.
Nu we weer een beetje op adem gekomen zijn lopen we naar het indrukwekkende fort van Gori. Het ligt op een heuvel in de stad en omdat we nog wel een beetje energie over hebben klimmen we omhoog om de binnenkant van het fort te zien.
Dat hadden we dus niet hoeven doen want bovenop de heuvel is eigenlijk niets te zien, een slecht onderhouden grasveld en wat bouwafval. Snel weer naar beneden.

Als we teruglopen naar de Stalin Avenue komen we langs beelden die deel uitmaken van het Memorial of Georgian Warrior Heroes. Deze beelden zijn tussen 1981 en 1985 gemaakt door de Georgische beeldhouwer Giorgi Ochiauri. Het zijn 8 joekels van beelden van krijgers in een cirkel. Oorspronkelijk stonden deze beelden in Vake park in Tbilisi bij het graf van de onbekende soldaat. Als ik eerlijk ben vond ik de beelden daar mooier staan dan hier in de schaduw van het fort.

Het is bijna 5 uur en dan is het weer tijd voor de jassenwissel. We lopen even terug naar het hotel en met de warmere jas gaan we dan nog even bij de Tourist Information naar binnen om de tijden van de bus naar Tbilisi te achterhalen. De mevrouw achter de balie die het liefst Duits spreekt vertelt ons dat ‘der Bus alle zwanzig Minuten fährt’. Danke!
Voor onze avondmaaltijd belanden we bij Champs-Elysees, maar we hebben wel beter gegeten in Georgie.

Zaterdag 29 oktober 2022

Vandaag staat onze laatste reisdag op het programma, maar voordat we op de marstrutkha stappen willen we nog even een laatste rondje door Gori maken.
We speeddaten met het ontbijtbuffet en gaan dan op pad. De zon doet z’n best, maar er staat nog steeds een straffe wind waardoor het erg fris aanvoelt.
We lopen eerst naar de kerk aan de Gersevanishvilli straat en als we langs de toegangscontrole zijn blijkt er net een mis aan de gang te zijn. We zijn nog maar net in de kerk als de priester z’n zegen geeft. Komt dat even goed uit met de laatste busrit voor de boeg.

Nadat we nog een paar laatste foto’s hebben gemaakt lopen we terug naar het hotel. We pakken de laatste spullen in en Diana gaat op zoek naar iemand om de rekening mee te vereffenen. Gisteren zijn we ingecheckt door de werkster, maar vandaag is de eigenaresse in het hotel. Diana rekent met haar de 80 lari voor de overnachting af en wij pakken onze spullen en gaan op zoek naar een taxi.
De eigenaresse is net in haar auto gestapt en als ze ons zwaar beladen naar buiten ziet komen vraagt we waar we heen moeten. Wij zeggen dat we naar het busstation gaan en ze biedt gelijk aan om ons erheen te brengen. Da’s makkelijk!
Bij het busstation willen we haar nog een paar lari geven voor de rit, maar daar wil ze niets van weten.

We hoeven niet te zoeken naar de minibus naar Tbilisi want als ze ons aan zien komen wordt er gelijk al ‘Tbilisi’ geschreeuwd. We betalen de tickets bij een klein loketje en zoeken een plekje in het busje. Hoewel het onze laatste rit in een marstrutkha is en het eind van deze prachtige vakantie heel dichtbij komt blijven we lachen.

De rit naar Tbilisi duurt een uur en we komen langs plekken waar we een paar weken geleden in onze Prius ook langs kwamen. Ook als we Tbilisi binnen rijden komt alles weer heel bekend voor.
De minibus stopt op het grote en drukke Didube busstation en wij gaan op zoek naar een taxi. De chauffeur die direct op ons afkomt en volgens ons een veel te hoge prijs vraagt negeren we. Iets verderop zien we een veel vriendelijkere chauffeur die een veel realistischere prijs vraagt. We stappen in en hij rijdt ons vakkundig door het drukke Tbilisi. Rond 13:30 uur zijn we weer ingecheckt bij het oude vertrouwde House Hotel.

Nadat we onze spullen op de kamer hebben gegooid gaan we eerst naar Erekle II street om een hapje te eten. Het ontbijt was vanochtend wat magertjes dus we hebben wel trek.
Nadat we in het zonnetje een voortreffelijke pizza hebben verslonden is het dan eindelijk tijd voor iets waar Diana al daaaaagen over zeurt: de grijze uitgroei moet geverfd worden. Aan de andere kant van de Nikoloz Baratazvili street heeft Diana een paar weken geleden al een paar keer naar binnen gekeken, maar nu gaat het dan echt gebeuren. Meestal is het druk in deze salon, maar nu is er niets te doen. Hup, in de stoel! Even onderhandelen met de kapper over de kleur en ik zie je over een uur bij Ribs & Puri.

In de buurt van Orbeliani Garden zijn er allerlei Halloween festiviteiten aan de gang. De spooky muziek dreunt lekker door op het terras bij Ribs & Puri. Volwassenen en kinderen zijn verkleed en dragen maskers. De kinderen proberen voorbijgangers te laten schrikken. Er staan kraampjes waar allerlei pruttel verkocht wordt. Het is een gezellige boel.

Als je haar maar goed zit! Wat kan een mens gelukkig zijn als het kapsel in orde is. Diana komt met een brede glimlach aanlopen bij Ribs & Puri. Ze kan met een goed gevoel naar huis. Complimenten voor Faisal Makram ( https://salon-makram.business.site ) en een goede reclame voor de verf van Farmavita Life (‘voor een intense kleur en 100% grijsdekking’).
We blijven nog even zitten op het terras bij Ribs & Puri want vanavond gaan we chique eten bij Otsy. We hebben om 19:30 uur een tafeltje gereserveerd en dat is later dan normaal. Dan nog maar een extra biertje.

We gaan in onze beste kleren naar restaurant Otsy of eigenlijk gaan we in onze enige nog schone kleren naar restaurant Otsy. Omdat het restaurant om de hoek bij ons hotel zit hebben we geen taxi nodig.
Omdat de kok van dit restaurant bij een 2-sterren Michelin restaurant in Frankrijk heeft gewerkt verwachten we wel wat.
Op de menukaart zien we dat de prijzen van een heel ander niveau zijn dan wat we de afgelopen drie weken gewend waren. In Nederland zou je voor dit geld misschien bij Van der Valk kunnen eten, dus echt duur is het niet.
We bestellen een glaasje rode Georgische wijn, een salade vooraf en vlees en vis.

Ik zal geen uitgebreide smaakanalyse geven, maar het eten is simpelweg vurrukkuluk! In tegenstelling tot soortgelijke restaurants in Nederland zijn de porties wél van het niveau Van der Valk waardoor we na de maaltijd nog even gaan uitbuiken bij de ‘Always Ultra brug’.

Zondag 30 oktober 2022

Vandaag is er heel veel voor het laatst en we beginnen met de laatste keer het voortreffelijke ontbijt bij The House hotel. Op zo’n ontbijt kun je de hele dag teren.
Na het ontbijt lopen we voor de laatste keer over de Shota Rustaveli avenu naar het Rustaveli metrostation om onze laatste lari op de metrokaart op te maken.
Het is elke keer weer een genot om over de Rustaveli avenue te wandelen. Je ziet elke keer weer wat nieuws aan deze statige avenue.

We nemen de metro naar station Guramishvili om voor de laatste keer een Georgisch monument te bewonderen. Normaal gesproken zouden we de 2 km van het metrostation naar het monument lopen, maar a. het is bergopwaarts en b. we hebben nog steeds een paar lari op de ov-kaart dus we nemen de stadsbus; weer eens wat anders. Eerst met lijn 386 naar het Hartziekenhuis en dan lijn 362 want die stopt vlak bij de trap voor de laatste klim. Dit hebben we niet allemaal zelf bedacht, maar is ons ingefluisterd door een alleraardigste Georgische mevrouw die ook nog eens Engels spreekt.

Het laatste monument heet Chronicle of Georgia en is misschien wel het allermooiste en meest indrukwekkende monument dat we gezien hebben. De Chronicle of Georgia (of History Memorial of Georgia) is een monument in de buurt van het stuwmeer van Tbilisi. Het werd in 1985 ter gelegenheid van 3000 jaar Georgische geschiedenis gemaakt door Zurab Tsereteli (je weet wel die van het MoMA), maar werd nooit helemaal afgemaakt. Het monument staat op een heuvel en bestaat uit 16 pilaren die tussen de 30-35 meter hoog (!). De bovenste helft van de pilaren bevat beeltenissen van koningen, koninginnen en helden, terwijl het onderste deel verhalen uit het leven van Christus uitbeeldt.

We raken niet uitgekeken en omdat we alle tijd hebben kunnen we wachten tot de paar bezoekers die er komen weer weggaan en hebben we het monument soms voor ons zelf.
De betonnen pilaren zijn bekleed met bronzen platen waar Tsereteli de beeltenissen in verwerkt heeft. Je krijgt last van je nek van het steeds omhoog kijken, maar dat hebben we er voor over.

Na een uurtje gaan we op een betonnen rand zitten bij de grote trap die naar het monument leidt. Daar nemen we alles nog eens in ons op. Als er weer nieuwe bezoekers de trap op komen stokken de gesprekken en valt de mond open net als bij ons toen we boven kwamen.

Dan weer naar beneden we kiezen dit keer een smal paadje dat op aan de andere kant op de weg moet uitkomen. We overleven de steile stukken en komen uiteindelijk weer in de bewoonde wereld.
Nadeel van de bewoonde wereld is dat je daar veel loslopende honden tegenkomt net als wij weer dit keer. Twee kleine keffers rennen op ons af en en net als de afgelopen weken lopen we zelfverzekerd door want dan haken ze vanzelf af.
Dat liep dit keer anders af! Opeens hangt de grootste keffer in mijn kuit. Auw!!! Dan hebben de honden het op Diana voorzien, maar dat loopt gelukkig goed af.

Bij de grote weg doe ik even de broek omhoog en zie dat er drie tandjes in m’n kuit staan. Op zo’n moment verwacht je nog dat iemand zegt ‘dat doet ie anders nooit’ maar nee, zelfs niet in het Georgisch.
We zijn allebei niet gevaccineerd tegen rabiës dus dat is de volgende uitdaging: is er een ziekenhuis in de buurt en hebben ze daar het medicijn.
We zien op Google Maps dat een kilometer verderop een ziekenhuis en pakken de eerste bus die kant op.

Het is nog wel even zoeken maar om 14:15 uur zijn we bij de Georgische ‘spoedeisende hulp’. Gelukkig is er iemand die Engels spreekt en die vertelt ons als eerste dat je 24 uur geen alcohol mag hebben gehad en dat laatste wijntje van gister was wat later. We besluiten om eerst maar naar het hotel te gaan en daar wat taal-ondersteuning in te roepen.

We nemen de metro naar Liberty-square en lopen voor de laatste keer van dit metrostation naar ons hotel.
We laten de receptioniste van ons hotel met een paar ziekenhuizen in de buurt bellen en uiteindelijk adviseert ze naar New Hospital te gaan. Slechts een paar kilometer van het hotel en ze hebben het medicijn.

We hadden nog wel gedacht een rustig dagje te hebben met een hele middag op het terras in de zon. Dat liep dus anders, maar omdat de bloed/alcohol verhouding nog niet in orde hebben we nu nog wel even tijd voor een terrasje.
We genieten bij Ribs & Puri nog even van de Halloween gezelligheid en om 17:00 uur nemen we een taxi naar het New Hospital.

We nemen de emergency-ingang van het ziekenhuis en gelukkig is de chauffeur zo vriendelijk om dit proces op gang te brengen. Van achter de balie krijgen we te horen ‘wait for the doctor’ en dat doen we dan maar.
Het is een behoorlijke chaos in het ziekenhuis. Iedereen loopt door elkaar heen, mensen lopen in en uit een soort van massa-behandelkamer. Dan is het in Nederland allemaal wel goed geregeld
Rond 18:00 uur komt de dokter de gebeten toerist halen. Ik wordt op een stoeltje achter een geïmproviseerd scherm gezet en mag een aantal vragen beantwoorden. Dan krijg ik een behandelschema voor de rabiës-spuiten.
Dan gaat ze echt aan het werk: een spuit in de linkerarm, een spuit in de rechterarm en een laatste in de rechterbil (er mochten hier geen foto’s gemaakt worden). Dan wordt de wond nog een keer goed schoongeschrobt en mag de patiënt gaan. Ik krijg niet eens een lolly!

Het is ongeveer 19:00 uur als we in het restaurantenstraatje Erekle II wat te eten bestellen, ook dat voor de laatste keer.
Terug bij het hotel checken we nog een keer of de shuttle voor vannacht geregeld is, sturen we een mail met de oorlogswonden naar de verzekeringsmaatschappij en nemen we een heerlijk kop koffie, ook voor de laatste keer.

Maandag 31 oktober 2022

Na de spannende laatste excursie van gister naar het New Hospitals is het vandaag alweer vroeg dag. De wekker gaat om 02:30 uur en na wat rituele ochtendbewegingen gaan we vol bepakt naar de receptie. De chauffeur die ons naar het vliegveld moest brengen zat al te wachten.
We nemen hartelijk afscheid van de receptioniste en stappen in de mooie, nieuwe Mercedes bus. Het kan dus wel!

Om 03:10 uur zijn we op de luchthaven en om 03:15 uur zijn onze rugzakken al ingecheckt. Daarna gaan we soepeltjes langs de security check en strijken we neer bij Dunkin Donuts. We nemen een veeeeeel te dure koffie met dito croissant en er gaat nog even een mail naar de huisarts i.v.m. 2e rabiës vaccinatie. Daarna wachten we bij gate G103 tot het boarden begint.

We vertrekken met een half uur vertraging maar als de piloot de vliegtijd doorgeeft berekenen we dat we onze vlucht naar Schiphol zouden moeten kunnen halen. Omdat de nacht in het House Hotel zo ruw onderbroken werd hebben we nu geen moeite om een paar uurtjes te slapen.

We landen om 07:10 uur op het vliegveld in München en dan begint onze race tegen de klok. We snelwandelen door lange gangen, vliegen roltrappen op, lopen door nog meer lange gangen om vervolgens te schrikken van de lange rij die bij de douane staat. Als we net in de rij zijn aangesloten zien we dat iets verderop nog wat poortjes zijn waar niemand staat. Ze zijn bedoeld voor passagiers met een biometrisch paspoort en dat hebben wij (en jullie ook). We flitsen langs de elektronische douanier en gaan weer een roltrap op om vervolgens in een treintje te stappen dat ons naar de G-pier brengt. We zijn mooi op tijd bij gate G04 wat ons de gelegenheid geeft om een broodje met een kop koffie te bestellen bij een veel te actieve verkoopster die wel haar talen spreekt.

De Airbus 319 vertrekt mooi op tijd en binnen vijf kwartier zet hij ons af bij de B-pier op Schiphol. De B-pier betekent weer heel veel stappen, naar de bagageband, maar veel stappen zijn we gewend tijdens deze vakantie. Zoals verwacht moeten we langer dan normaal op onze bagage wachten. Tot onze opluchting verschijnen de fel blauwe zakken uiteindelijk wel op de band.

Dankzij problemen met de bovenleiding bezorgde de NS ons de volgende uitdaging. Toch lukte het ons redelijk snel de juiste trein op perron 4 te vinden en via Baarn, Hilversum en Amersfoort arriveren we om 12:50 uur in Apeldoorn. Zoals gebruikelijk in deze vakantie hebben we ook hier een taxi gecharterd en die brengt ons feilloos naar de Loolaan.
Ruim drie-en-een-halve week Georgie zitten erop en en we hebben van elke minuut genoten (behalve een paar minuten op de laatste middag). Georgie is een fantastisch en gevarieerd land met een geweldige bevolking. Een aanrader!

Georgië 3

Dinsdag 18 oktober 2022

Wat een verrassing toen we vanochtend op NU.nl keken. Een artikel van een Russische vluchteling met een foto die door ons gemaakt had kunnen zijn. Op de Georgian Military Highway net voorbij de tunnel die wel verlicht is, vlak bij het te nieuwerwetse klooster. We zitten boven op de actualiteit.

Inmiddels zitten we in Batumi en dat is vlakbij een andere grens, die met Turkije. We maken gebruik van het inclusief ontbijtbuffet in ons hotel en dat smaakt heel goed.
Er is zat te zien in Batumi, maar omdat het toch een soort strandbestemming is zijn we wel van plan een tandje terug te schakelen.
Als we door de schuifdeuren van het hotel naar buiten lopen is het opnieuw zwaar bewolkt, maar meerdere weer-sites beloven verbetering.

We gaan eerst naar een soort verzamelplek voor marschrutky om uit te zoeken waar de minibus naar Kutaisi vertrekt. De ‘bushalte’ is slechts een paar honderd meter van het hotel, maar ons Russisch is wat roestig wat tot een heel bijzonder vraag-antwoord spel met een chauffeur leidt. Gelukkig springt er een andere chauffeur bij die wel een paar woorden Engels spreekt. Ook weer opgelost.

We besluiten via de Turkse wijk terug te lopen en op die manier gelijk een paar bezienswaardigheden aan te tikken. Je waant je in dit deel van de stad echt in Turkije door alle restaurant waar Turkse gerechten worden geserveerd en de koffiebars waar Turkse koffie wordt aangeboden. Net als in Turkije zitten de oudere mannen bij elkaar te kletsen onder het genot van zo’n klein glaasje zoete thee.
Als we in de buurt van de Batumi Piazzo zijn begint het te regenen. Dat is niet het weer da we besteld hadden. We lopen door naar de St. Nicolas kerk en gaan daar even naar binnen.
Het blijkt een leuk, klein, erg mooi gedecoreerde kerk te zijn. Een goede manier om voor de bui te schuilen.

Als we de kerk uitkomen is het al weer bijna droog en we denken zelfs meer licht aan de horizon te zien (wens is vader van ….. etc.). We lopen binnen bij het Batumi Kaffee en bestellen een koffie en onder het genot van, besluiten we na het bakje pleur naar de vismarkt te lopen. Een behoorlijke wandeling, maar met dit weer kun je het beste een binnen-attractie bezoeken.

Het is ruim 2 km naar de vismarkt en we moeten daarvoor helemaal om de haven heenlopen. Dat maakt het best een boeiende wandeling. We zien een paar sleepboten liggen en die blijken voor het binnenhalen van containerschepen te zijn zien we later. We komen langs een draagvleugel-veerboot die op het droge ligt. Het blijkt de veerboot naar Sochi te zijn, daar is nu niet veel klandizie voor.
Na een half uurtje komen we bij een klein betonnen halletje dat de vismarkt blijkt te zijn. We gaan naar binnen en zijn natuurlijk weer de enige toeristen te zijn.

We worden bekeken alsof we de vangst van de dag zijn, maar ook hier zijn de Georgiërs weer enorm vriendelijk. Het is echt een gemis dat we nauwelijks met deze mensen kunnen communiceren.
De vis op de markt ziet er goed uit. Zo te zien kun je rustig een visje bestellen in de restaurants in Batumi.
We lopen wat tussen de tentoongespreide vis door en doen net of we er verstand van hebben. Er ligt van alles: steur, kleine tonijn, ansjovis, maar ook inktvis, mosselen en oesters.
Na een half uurtje houden we het voor gezien en gaan we naar de markt voor bijpassende groente.

Om bij de markt te komen moeten we via een roestige voetgangersbrug over het opstelterrein van de goederentreinen heen en ook deze markt vindt plaats in hallen die duidelijk hun beste tijd hebben gehad.
In het eerste gedeelte van de markt is opvallenderwijs losse tabak verkrijgbaar; niet iets wat je vaak op een markt tegenkomt. Dan volgt er een gedeelte waar spullen worden verkocht die niet zouden misstaan op een toeristenmarkt. De marktkooplui daar hebben een actieve verkooptechniek ontwikkeld waarbij je in het Duits wordt benaderd. De oosterburen zijn waarschijnlijk het type toerist die makkelijk de buidel trekt.

In het achterste gedeelte van de markt is plaats gemaakt voor het gebruikelijke groenvoer. Het ziet er allemaal best fris uit, hoewel je dat niet van alle verkoopsters/verkopers kan zeggen. Na een kleine ‘tour de vegetables’ lopen we weer terug naar de voetgangersbrug.

Bijna onder de voetgangersbrug vinden we dan nog de pluimvee-afdeling. Eenden, kalkoenen, kippen en konijntjes (ach zielig….). De keuze is reuze en geplukt terwijl u wacht.
Het allermooiste is dat de zon inmiddels is doorgebroken. We geven wat gas bij en lopen terug naar de boulevard van Batumi.

Na een korte lunchstop aan het begin van de boulevard lopen we eerst naar het hotel voor een brillenwissel. De zon heeft de wolken inmiddels verjaagd en de temperatuur stijgt. Met de zonnebril op de neus en iets luchtiger gekleed vervolgen we onze weg over de 7 km lange (!) boulevard. De enorme rij palmen versterken het zomervakantiegevoel.

Langs de boulevard is heel veel te zien. Er is een Japanse tuin aangelegd, er staat her en der kunst opgesteld, er is een enorm reuzenrad en hier staat de bekendste toren van Batumi. De Alfabettoren is 130 meter hoog en op de toren staan de 33 letters van het Georgische alfabet. Dit alles wordt omlijst met het fantastische uitzicht over de Zwarte Zee. Het strand bestaat uit grote kiezels; om bij het water te komen zijn vlonders over de kiezels gelegd. Er staan stapels ligbedden te wachten op toeristen, maar dat zal waarschijnlijk volgend jaar juni zijn.

We lopen nog een klein stukje door en drinken dan wat bij de van mozaïek tegeltjes gemaakte octopus. Op het bankje in de zon is het al snel te heet, maar daar mag je na vanochtend niet over klagen. De resterende kilometers van de boulevard bewaren we voor morgen. NU lopen we stukje terug naar een loungeclub die we eerder gezien hebben.

PortOdessa heet de loungeclub en het is best vreemd te relaxen bij een club die Odessa in de naam heeft.
De zon begint inmiddels te zakken, maar we vinden een plekje waar we er nog een half uurtje van kunnen genieten met opnieuw de zee achter ons.

Als de zon weg is koelt het snel af en besluiten we terug naar het hotel te gaan. Zonnebril weer af en jasje weer aan en dan terug naar de boulevard omdat we ook Batumi by night willen zien.
’s-Avonds worden veel grote hotels, casino’s en attractie verlicht en dat is best een mooi schouwspel. Het miniatuur reuzenrad aan de gevel van het Radisson is met een soort blacklight verlicht, de alfabettower verandert continu van kleur en Ali en Nino doen hun ding in het donker terwijl ze verlicht worden door ledverlichting.

Ali en Nino, daar hoort een verhaaltje bij: ‘Ali en Nino’ is een beroemde roman uit 1937 van Kurban Said, een auteur uit Azerbeidzjan. Het gaat over een liefde tussen een moslimjongen Ali en een Georgische prinses Nino. Ali behoorde toe aan de familie Aristocraten en werd verliefd op Nino Kipiani, die ook uit een beroemde familie kwam. Ondanks het feit dat ze een andere religie hadden, overwonnen ze alle moeilijkheden en trouwden ze. Ze werden echter gescheiden door de invasie van Sovjet-Rusland in Azerbeidzjan. Toen Ali moest kiezen tussen zijn familie of het land, koos Ali ervoor om dapper te sterven voor zijn eigen land. Waar of niet, in Batumi hebben ze er wel een mooi (bewegend) beeld aan over gehouden.

Woensdag 19 oktober 2022

We beginnen de dag weer met een aanval op het ontbijtbuffet. Er staan vandaag weer hele andere warme gerechten onder de deksels en vooral de menemen is erg lekker. We eten onze buikjes rond want er staan vandaag weer de nodige kilometers op het programma. Gisteren dachten we een tandje terug te kunnen schakelen en dat is mislukt, misschien lukt het vandaag.
We lopen vandaag in zuidelijke richting met als einddoel de flip-flops on eggs, maar daarover later meer. We gaan via de Rustaveli Avenue met z’n imposante neo klassieke gebouwen, parken en vijver richting de boulevard.

Hoe verder we lopen, hoe meer nieuwbouw we ook zien. En dat zijn niet van de lullige gebouwtjes; torens van 40 verdiepingen hoog of meer worden door grote hotelketens uit de grond gestampt. Marriot, Sheraton, Radisson, ze doen allemaal mee in de hoop straks een slaatje te slaan uit de toeristenstroom die (hopelijk) op gang komt.

Het contrast tussen bestaande appartementen en de nieuwbouw is enorm. De grauwe, Russisch aandoende, eenheidsworst appartementen worden omsingeld door de flitsende nieuwbouw en we vragen ons wel af wat de gasten van deze dure hotels van dat uitzicht vinden.

We komen langs het dolfinarium waar een prachtige mozaïekmuur uit de Russische tijd bij de ingang staat en tussen al die hoogbouw vinden we de meest futuristische McDrive die wij ooit gezien hebben. We kunnen het niet nalaten om hier een bakkie koffie te gaan drinken en het is toch knap hoe McD het voor elkaar krijgt dat de koffie over de hele wereld zo goed smaakt.

We lopen verder en krijgen last van onze nek van het omhoog staren naar de enorme betonconstructies die hier worden neergezet.
Er staan hier ook een paar bijzonder gebouwen. Zo is een slechte kopie van het Colosseum neergezet en iets wat op de Acropolis moet lijken. Het gekste gebouw is het restaurant dat op de kop staat.

We lopen inmiddels weer op de boulevard en het kiezelstrand is hier een stuk schoner dan we gisteren gezien hebben. Ook aan dit gedeelte van de boulevard staan veel kunstobjecten. De kunstenaar krijgen alle gelegenheid om zich uit te leven.

Ons einddoel komt in zicht. In het laatste parkje langs de boulevard van Batumi staat hét kunstwerk van deze badplaats: teenslippers op eieren! Stel je voor, je krijgt van de burgemeester van Batumi de opdracht om een kunstwerk te maken dat in een parkje langs de boulevard moet komen te staan en dan krijg je het waanzinnige idee om meterslange teenslippers op anderhalf meter hoge eieren te plaatsen. Dan moet je toch wel wat ingenomen hebben.

Aan het aller-allerlaatste stukje boulevard, net voordat de kantoorgebouwen beginnen en je de kerosine van de vliegtuigen kunt ruiken gaan we even uitrusten op een bankje in de zon. We zijn inmiddels ver verwijderd van de horecazone dus je zal je afvragen: waar ben je nu toch gaan zitten? Nou, kijk maar goed!

We lopen langzaam weer terug naar de meer bewoonde wereld en bij een van de eerste eettentjes die we tegenkomen gaan we even zitten voor een drankje en een hapje. Het is inmiddels 13:00 uur en we hebben wel trek gekregen.
Na een half uurtje zijn we wel weer gehydrateerd en lopen we het laatste stuk van de boulevard af. Via het bamboo-bos lopen we dan naar het Europa-plein waar we bij de Mc Donalds een ijsje nemen. Dat hebben we wel verdiend.

We spoelen het ijsje weg met een gele rakker bij Batumi Kafe. We zien dat we vandaag nog best geluk gehad hebben want inmiddels is er een wolkendeken over de stad gelegd. Dit is een aanloopje naar een storinggebied dat de komende 2 dagen een groot deel van het land in z’n greep houdt. Wat dat betreft komt het goed uit dat we morgen een reisdag hebben.

Donderdag 20 oktober 2022

We willen rond 10:00 uur de maschtrutka naar Kutaisi nemen. Heel veel haast hebben we vandaag dus niet. Lekker van het ontbijtbuffet peuzelen, tassen op de rug, uitchecken en naar het busstation.
Als we in de buurt van de minibusjes komen worden we warm onthaald: ‘Tbilisi, Tbilisi, come!’ Waarop wij reageren ‘Today to Kutaisi’ Dan de chauffeur weer ‘No problem, first Kutaisi then Tbilisi’. Wij vinden het best. Tassen in de Mercedes-bus en stoeltje zoeken.
De chauffeur en de kaartjes-mevrouw hebben er zin in. Ze zoeken een mooi plekje op de start-foto van vandaag.

Om 09:45 uur is het blijkbaar tijd om te gaan. De deur gaat dicht en de chauffeur geeft gas. Het is best een luxe marshrutka, leren stoelen opgeleukt met doorgestikt leer, glimmend plafonnetje met het Mercedes-logo en donkere folie voor de ramen. Als zoiets de straat in komt rijden bel je gelijk 112. De chauffeur probeert nog wat passagiers van de straat te plukken, maar hij heeft weinig succes. Slechts 1 dame weet hij nog te verleiden.

We rijden met een gemiddelde snelheid van 50 km/uur en dat is heel gebruikelijk hier. Als we bij Kobuleti zijn regent het inmiddels. De weer-sites hebben het zomaar bij het juiste eind vandaag. Enkele tientallen kilometers verder, iets voor Ureki komt de regen zelfs met zoveel geweld naar beneden dat de ruitenwissers het maar net kunnen bolwerken.

Bij Grigoleti laten we de kustweg achter ons en gaan we landinwaarts. We zijn inmiddels 5 kwartier onderweg. De wolken hangen hier zo laag dat je ze aan kan raken.
We zien steeds het spoor waarover we een paar dagen geleden naar Batumi zijn gekomen.
Het is bijna 12:00 uur als we een pitstop maken. Bakkie oploskoffie en de laatste nougat blokjes. Daar knapt een mens van op.

Heel lang krijgen we niet voor deze stop, dus de koffie gaat mee de bus in. Dat blijkt een goede keus van de chauffeur want we zitten nog maar net in het busje of het begint weer in alle hevigheid te regenen en het zal ook niet meer stoppen met regenen.

Op het busstation in Kutaisi springen we snel in een taxi en laten we ons afzetten bij het hotel.
De bagage gaat weer op de kamer, de regenjassen halen we eruit en we gaan de brug over maar het centrum van Kutaisi.

Bij Wendy’s bespreken we onze opties onder het genot van een vette hap. De weersites worden geraadpleegd en dan is er maar een conclusie mogelijk; morgen gaan we naar Mestia.
We trekken de regenjas aan en lopen om de hoek naar een klein reisbureautje met de naam Budget Georgia, niet vanwege de aansprekende naam, maar vanwege de goede reviews. Daar boeken we het vervoer van en naar Mestia.

We gaan de hoek weer om en lopen een theehuis met de aansprekende naam Fou Fou binnen. Het ding ziet er een beetje vreemd uit, maar de thee is heerlijk. Bovendien wil je met al dat water dat naar beneden komt niet buiten zijn.
Het lijkt om 15:15 uur iets lichter, dus wij doen de regenjas weer aan en gaan naar buiten. Dat was helaas een verkeerde call want het water komt nog steeds met bakken naar beneden. Een paar meter verderop vluchten we weer bij Wendy’s naar binnen.

Rond 17:00 uur gaan we op zoek naar een restaurant en omdat het nog steeds regent maken we er geen lange zoektocht van en gaan we snel bij het Georgisch klinkende restaurant ‘Hoegaarden’ naar binnen. Het is er een enorm kabaal van mensen die er de hele middag al zitten te kegelen, best gezellig dus.
We bestellen geheel in stijl wat Georgische gerechten en die smaken opperbest.

Ook na dit diner regent het nog steeds dus we doen de capuchon weer op voordat we naar buiten gaan. Onderweg stoppen we even bij een schattig restaurantje naar binnen waar we nog een bakkie koffie nemen voordat we naar het hotel terug lopen.

Vrijdag 21 oktober 2022

Klokslag 3 minuten voor 8 staat onze ride voor de deur, da’s mooi op tijd. In de Vito-bus zitten nog 5 andere toeristen 2 meiden uit Tsjechië, een Amerikaans meiske met haar Libanese vriend en een Chinees uitziende Zweedse die bij de Zweedse ambassade in Tbilisi werkt. Samen met de chauffeur en Saba de gids zit de bus vol. De motor wordt gestart, de ruitenwissers gaan weer aan en we gaan richting de zon (hopelijk).
De eerste 2 uur zijn niet zo bijzonder, voor een deel rijden we zelfs de weg terug die we gisteren gekomen zijn. Onderweg krijgen we nog wel een korte les over Georgie van Saba. Pas als we Zugdidi voorbij zijn gebeurt er echt wat: een koffiestop.

Niet lang na het caffeine-shot hebben we onze eerste serieuze stop. Iets ten noorden van de stad Jvari gaan we even bij de Enguri dam kijken. De Enguri-dam is een hydro-elektrische dam aan de gelijknamige rivier. Met een hoogte van 271,5 meter is het de op een na hoogste betonnen dam ter wereld. Het bijzondere is dat een deel Enguri-waterkrachtcentrale in Abchazië staat dat door de Russen bezet is. De dam levert op deze manier dus een beetje gratis energie aan de niet zo populaire buurman.
De omgeving van de dam ligt nog voor een groot deel in de wolken, maar we zien inmiddels ook wat blauwe lucht.

De ruitenwissers zijn inmiddels overbodig en de omgeving begint steeds aantrekkelijker te worden. De herfst kleurt de bomen geel en oranje terwijl de regen van de afgelopen dagen de rivier wild maakt. Van weerszijden komen kleine stroompjes de berg af, soms uitmondend in een kleine waterval. De weg is hier minder goed dan de weg naar Stepantsminda, maar hier kom je geen vrachtverkeer tegen. Gelukkig wordt de Vito stil gezet om even te genieten van deze omgeving.

Naarmate we verder richting Mestia komen wordt de natuur nog kleurrijker en bovendien komen de besneeuwde toppen van de Caucasus in zicht. Het lijkt erop dat de bovenste rijen bomen gisteren van een laagje poedersuiker zijn voorzien. Voor een schilder zal deze omgeving een enorme inspiratie kunnen zijn. We kijken onze ogen uit en zijn blij dat Saba hier ook oog voor heeft.

Om 13:30 uur rijden we Mestia in en je waant je hier een beetje in een wintersportoord. De besneeuwde bergen om je heen, Spar op de hoek, terrasjes voor de apres-ski en een temperatuur rond het vriespunt.
Wij zoeken eerst ons hotel op en daar blijkt de eigenaar niet aanwezig te zijn. Ze is in Tbilisi en laat de zaken over aan haar Georgisch sprekende schoonmaakster. Het inchecken gaat dan maar weer via de telefoon, als een drie-gesprek.

Mestia is de hoofdstad van de historische provincie Svaneti in het noordwesten van het land dat grenst aan Rusland en de afvallige provincie Abchazië. De inwoners van deze provincie heten de Svan een ethnische subgroep van de Georgiërs. Het symbool van de Svan zijn de Svan-torens. Deze stenen verdedigingstorens zijn gezichtsbepalend voor elk dorp in Svaneti. In de cultuur van de Svan gaat familie boven alles en elke familie heeft dan ook z’n eigen toren. Daarom kunnen in een dorp tientallen torens staan. Door zich in hun toren te verschuilen konden ze zich beschermen tegen aanvallen van vijandelijke stammen. De torens zijn overigens niet alleen bedoeld ter bescherming, het gebouw doet ook vaak dienst als stal of opslagplaats.

‘s-Avonds eten we een hapje bij een restaurant van een Duitse eigenaar met de al even Duitse naam Lushnu Qor. Er is niet veel te doen (laagseizoen) maar het eten smaakt best.
Als we terug lopen naar het centrale plein voor een bakkie koffie merken we pas hoe koud het is. Het zal hier vannacht wel een paar graadjes onder nul gaan.

Zaterdag 22 oktober 2022

Het ontbijtbuffetje bij hotel Chatini Mestia is netjes verzorgd en vanwege de wandeling die we vandaag gaan maken hebben we een beetje koolhydraten wel nodig.
Bij het uitchecken ligt er een A4 op de bali met daarop ‘150’. Met zo’n taalbarriere is dat een handige manier om te laten weten dat we 150 lari moeten betalen.

We lopen naar de Tamar Street om een taxi op de kop te tikken die ons naar het startpunt van de trek moet brengen. Een oud mannetje met een vreemd petje komt al snel op ons aflopen.’Taxi’ roept hij. We onderhandelen een prijs en stappen in de Nissan. Hij wil dat Diana voorin naast hem komt zitten (?). Dan komt er een colaflesje tevoorschijn en giet hij een klein glaasje vol. Het blijkt zelfgemaakte tsjatsja te zijn, een soort druiven-wodka. We hebben toevallig van Saba geleerd dat de zelfgemaakte versie vaak 60% is. Ook goedemorgen, het is net half tien!

Na de hartversterker waarvan je lever op de loop gaat, geeft de chauffeur gas en gaan we op weg. Het is ongeveer een half uurtje over een beroerde weg. Onderweg zien we dat het vandaag niet aan het weer kan liggen de lucht is strak blauw met een verdwaald wolkje rond de besneeuwde toppen. Als we bij een gammel uitziende hangbrug aankomen worden we uit de auto gemikt en gaan we op pad. De chauffeur zoekt een plekje voor z’n auto. Hopelijk blijft hij van de tsjatsja af want anders wordt het spannende terugweg.

Op hoop van zegen lopen we de hangbrug op, onze handen klemmen de railing vast. We schuifelen voetje voor voetje naar de overkant. Er zijn al een behoorlijk aantal planken verdwenen, maar gelukkig hebben ze plaatmateriaal over de ontstane gaten heen gelegd. Dat voelt heel vertrouwd. We halen allebei zonder kleerscheuren de overkant en volgen dan het bordje naar de Chalaadi gletsjer.

Het pad begint met een venijnige klim over keien en rotsen. Als we al niet wakker waren van de tsjatsja dan zijn we het nu wel. Als het pad weer een beetje afvlakt zien we ineens een vijftal schattige, pluizige, lieve, jonge hondjes, maar met moeders in de buurt. Het is een wolfhond-achtig beestje met een lichtblauw oog en heel aanhankelijk. We aaien haar een keer en lopen dan verder.

Na een tijdje komen we tussen de naaldbomen terecht en we zijn er niet alleen. Moeder hond loopt gezellig met ons mee. Soms voor ons uit om vervolgens netjes op ons te wachten, maar soms zijn we haar even kwijt en komt ze ineens weer van achter aangelopen. Het pad loop op een gegeven moment vlak langs de wilde waterstroom en daar zien we al weer veel duidelijker waar we naar toe gaan.

Moeder hond wil van geen wijken weten en we vragen ons af of dat goed gaat komen met die jonkies. Inmiddels lopen we op een open vlakte met grote rotsen. Het wordt een klauterpartij van jewelste, maar we komen steeds dichter bij ons doel. Onze trailschoenen hebben zich tot dusver kranig gehouden, maar op deze grote rotsblokken hebben ze het zwaar.

Om 11:30 uur staan we dan op een paar meter afstand van de gletsjer. Het is geen witte ijspartij zoals je misschien zou verwachten, maar de voorkant van de gletsjer is bruin van het zand en de stenen die meeliften op de gletsjer en er dan vanaf vallen als er ijs smelt. Op sommige plekken zie je wel die blauwige kleur die zo bekend is van gletsjers. Dit ontstaat door de enorme druk die diep in de gletsjer ontstaat. We maken een paar foto’s van dichtbij de gletsjer, maar eigenlijk zag de gletsjer er op een afstandje mooier uit.

Onder aanvoering van moeder hond beginnen we aan de terugweg. We klauteren over de grote rotsblokken en houden onze geleidehond goed in de gaten want zij heeft dit vast veel vaker gedaan. We kunnen de verleiding niet weerstaan om steeds maar weer om te kijken. Het ene moment lijkt het uitzicht nog mooier dan het andere. We zullen straks wel heel veel dubbele foto’s hebben.

Als weer onder de bomen lopen spot moeder hond ineens een eekhoorn. Vanaf dat moment zien we haar niet meer terug. De jongen zien we op dezelfde plek als we ze eerder ook zagen. Een tweetal andere toeristen was de beesies aan het voeren met hun lunch.
Terug bij de hangbrug hadden we gehoopt een drankje te kunnen pakken bij een terrasje, maar dat blijkt gesloten te zijn. Dan maar door naar onze taxi.
De chauffeur staat nog stevig op z’n benen. We gaan er maar vanuit dat het verantwoord is om in te stappen. Zonder brokken brengt hij ons terug naar Mestia.

Om 13:30 uur zitten we bij restaurant Laila en bestellen we kubdari, een typische gerecht uit Svaneti. Het is een soort pannenkoek gevuld met vlees, Best lekker, maar oh zo machtig, net als al het Georgische eten.

Na de lunch zwerven we wat door het dorp en proberen we wat van het lokale leven op te snuiven. Waar je ook bent in dit dorp altijd zijn de Svan-torens in zicht. Heel bijzonder, dit hebben wij nog nooit eerder gezien.
Om 16:30 uur staan we klaar voor de terugweg. Omdat het al snel donkerder wordt is deze rit lang niet zo mooi als de heenweg. We stoppen bij hetzelfde tankstation als op de heenweg voor een bakkie koffie en om 21:45 uur zijn we dan weer terug bij ons hotel in Kutaisi.

Zondag 23 oktober 2022

Onze regendans is gelukt! Het is vandaag fantastisch mooi weer in Kutaisi. We waren helemaal niet van plan om naar Mestia te gaan, maar zouden Kutaisi en omgeving gaan verkennen. Last-minute besloten we naar Mestia te gaan omdat in Kutaisi veel regen werd voorspeld terwijl voor Mestia een zonnetje op de weer-sites stond. Toch handig als je een beetje flexibel kunt zijn tijdens het reizen.

Vandaag is dan Kutaisi en de omgeving aan de beurt. We gaan eerst even langs de Tourist Information om te horen hoe laat de marshrutka naar Akhalsikhe gaat. De Tourist Information is gelukkig ook op zondag open en de mevrouw achter de balie spreekt Engels en kan ons alle informatie geven. Dat is uitzonderlijk.

We lopen door naar de Green Bazaar, een van de grootste markten van het land. Er wordt vooral veel van eigen land verkocht en dan meestal door moeders zelf. We zwerven wat over de markt en maken af en toe een foto. De mensen hier vinden het nog leuk om gefotografeerd te worden. Trots poseren ze bij hun stal.

Na het bezoek aan de markt gaan we op zoek naar een geschikte taxichauffeur die ons naar Martvili Canyon kan brengen. Op zo’n 45 km van Kutaisi is een kloof die door elk reisbureau wordt aangeraden. Je kunt bovendien een boottochtje door deze kloof maken. We kunnen niet wachten.
We lopen naar de prachtige Colchis fontein die midden op een grote rotonde staat. Het is een prachtige fontein met klassieke gebouwen op de achtergrond. Hier denken we makkelijk een taxi te kunnen ritselen en dat blijkt het geval.

De taxichauffeur brengt ons in drie kwartier naar Martvili Canyon. Onze eerste indruk is: toeristisch! De parkeerplaatsen staan vol met auto’s en er is zelfs een Visitor’s Centre waar je de kaartjes kunt kopen, eentje om binnen te komen en eentje voor de boottocht. Volgens de kassiere moeten we gelijk naar de boten gaan want het is er nu niet druk. Met de barcode op je bon gaat het poortje open en lopen we naar de rubberbootjes. We krijgen een zwemvest aan, peddels in de handen en gaan met die banaan (geen zorgen, er zit een stuurman aan boord).

We gaan van de kant en dobberen het azuurblauwe riviertje op. Er zijn inderdaad nog niet veel andere bootjes op het water, dus we hoeven niet uit te kijken voor aanvaringen. Veel doen we niet met de peddels die we hebben gekregen want we zijn te druk met foto’s maken. Door de donkere kleuren in de kloof (tot wel 70 meter hoog) en de strakblauwe lucht is het nog een hele uitdaging om een geslaagde foto te krijgen.

Na een kwartiertje worden we door de bootsman gesommeerd om mee te peddelen. We hebben het keerpunt bereikt en daar moet even tegen wat stromend water in gepeddeld worden.
Nadat we deze lastige draai gemaakt hebben, zien we dat er toch meer boten op het water zijn. Terwijl in de meeste boten 6 personen zitten, hadden wij een privé-tochtje met z’n tweeën. Dat betekent wel dat wij er harder voor moesten werken.

Na deze enerverende boottocht gaan we te voet een ander deel van de kloof verkennen. De paden zijn goed verzorgd en er staan overal veiligheidshekjes. Dit is niet zonder reden want een duikeling van deze rotsen overleef je niet.
Het water klettert met behoorlijk wat geweld van de rotsen naar beneden, een mooi gezicht.

De wandeling langs der kloof is ongeveer een kilometer lang en ook hier is het niet heel druk. We zoeken de beste plekjes om van de uitzichten te genieten en hoewel het slechts een klein wandelingetje is kijken we onze ogen uit.

Tegen enen zijn we weer op de parkeerplaats en samen met onze taxichauffeur lopen we naar de auto. We rijden de 45 km in omgekeerde volgorde en terug in Kutaisi gaan we eerst wat eten.

Na de westerse lunch bij McD wandelen we wat door de stad en als we langs de Green Bazaar komen bewonderen we de prachtige buitenmuur aan de zuidzijde van het marktgebouw. Dit bas-reliëf moet haast wel uit de Russische tijd stammen. We lopen nog wat verder en gaan dan een koppie thee drinken bij Piatto. Dan is het tijd voor ons laatste uitstapje bij Kutaisi: het Gelati klooster.

Het kostte even wat moeite om een taxi te charteren, maar uiteindelijk stopt een aftandse Opel Zafira als we onze hand opsteken. De weg naar het klooster gaat af en toe behoorlijk steil omhoog en daar heeft de gammele taxi best moeite mee. Toch lukt het om ons netjes voor de ingang af te zetten.

In het verleden was het Gelati klooster een van de belangrijkste culturele en onderwijskundige centra van het oude Georgië. Hier leefden de beste Georgische wetenschappers, theologen en filosofen.
Met de bouw van het Gelati-klooster in Georgië werd al in de 12e eeuw begonnen. En tot in de 17e eeuw keer op keer uitgebouwd. Het is een goed bewaard gebleven complex met unieke mozaïeken en muurschilderingen.
Er liggen hier diverse koningen begraven, waaronder de beroemde Koning David II, die vooral bekend staat als David de Bouwer. Hij liet het klooster tijdens zijn tijd als koning bouwen in 1106.

Het Gelati-klooster staat sinds 1994 op de lijst van werelderfgoed van UNESCO en dat betekent dat het moet worden onderhouden. Helaas is dat nu ook het geval en zowel de binnen- als de buitenkant staat in de steigers. Heel jammer, vooral omdat de prachtige, kleurrijke fresco’s nu maar gedeeltelijk zichtbaar zijn.
Ondanks de steigers zien we wel dat de fresco’s hier van een ander niveau zijn dan die we eerder hebben gezien.

Bij het graf van Koning David II krijgt een schoolklasje geschiedenisles. De juf vertelt van alles over de koning en wat hij allemaal gedaan heeft voor het land. Ook stelt ze vragen aan de kinderen en als de juf opnieuw een vraag stelt antwoordt een jochie: ‘die David dat is toch de broer van Bob?’ De andere kinderen lachen, blijkbaar had hij op school niet goed opgelet.
We weten niet zeker of we het Georgisch van de juf en de kinderen goed vertaald hebben, maar dat is wat wij ervan konden maken.

Als we na een half uur de poort doorlopen naar de parkeerplaats wordt er in de verte al een auto gestart. Blijkbaar moet onze chauffeur op tijd thuis zijn van moeders de vrouw. We scheuren de weg naar beneden en met piepende banden worden we afgezet voor de McD. Omdat het dakterras bij de McD zo’n beetje het enige terras is waar de zonnestralen nog toegang hebben, halen we een McShake aardbeien en gaan nog een klein uurtje in de zon zitten. Wat een dag!

Rond een uurtje of vijf lopen we naar restaurant Sisters want Diana had gelezen dat dit een heel leuk restaurant is. Het is even zoeken omdat er geen naambord op de buitenkant van gebouw hangt. We wisten alleen dat we moesten zoeken naar twee houten deuren. Gelukkig stond het restaurant wel op Google Maps.
We lopen via de trap naar de eerste verdieping en gaan door de grote houten deuren. Je komt binnen in een ruimte dat ooit een chique appartement geweest zal zijn. Grote ramen, hoge plafonds en een oude houten vloer. Het stucwerk is grotendeels van de muur, maar de ornamenten aan het plafond zijn nog aanwezig. Er hangen mooie, oude koperen kroonluchters. Uit de speakers komt jazz-muziek, Ella Fitzgerald met ‘I’ve got you under my skin’. Het is alsof je in de jaren 50 van de vorige eeuw bent beland.
We bestellen adjapsandali en genieten van deze Georgische maaltijd én van de sfeer in dit restaurant.

Maandag 24 oktober 2022

Om 09:00 uur staan we alweer op het busstation, of eigenlijk in een achteraf straatje bij het busstation. We hebben ze wel eens sjieker gezien.
We doen een soort gebarentaal spelletje met de chauffeur om erachter te komen hoe laat hij vertrekt, wat het kost en hoe laat hij denkt aan te komen in Akhaltsikhe. Omdat de bus pas over een half uur vertrekt, gaan we even bij de naastgelegen McD een bakkie doen.

De Mercedes-marshrutka vertrekt zoals gebruikelijk op tijd en we gaan er maar eens goed voor zitten. Met een beetje mazzel zijn we om 13:00 uur op de bestemming.
De eerste stop is bij een sigarettenkiosk op de hoek van de straat. De chauffeur blijkt een verstokt roker te zijn dus eerst een pakkie sigaretten aan boord anders kan hij niet focussen.
Op het busstation is er een oud dametje achter ons gaan zitten en het lijkt erop dat ze de afgelopen weken in de varkensstal heeft geslapen. De geur die van haar kleren komt is niet te harden; gelukkig zit ze achter ons.
De rit gaat voorspoedig, het enige waar we last van hebben is het vrachtverkeer. Er wordt nl. met man en macht gewerkt aan een snelweg tussen Tbilisi en de Turkse grens (dat laatste is een gok van ons). We zien verdacht veel Chinezen op de bouwplaatsen staan, dus dit zal ook wel onderdeel zijn van de Nieuwe Zijderoute waar de Chinezen veel tijd en geld in steken.
Om 11:30 uur zien we voor het eerst Akhaltsikhe op de borden staan. Het is dan nog 80 km. Om 12:00 uur zijn we in Bordzjomi, we liggen nog op schema en om 13:00 uur brengt de chauffeur z’n Mercedes tot stilstand op het busstation van Akhaltsikhe.

We kruipen in een taxi, maar dan blijkt de chauffeur het stratenboek niet goed geleerd te hebben. We laten hem een paar keer het adres van het hotel zien, maar hij kan het niet terugvinden in z’n aantekeningen (?). Uiteindelijk belt hij dan maar met het hotel. In de tijd dat we op de achterbank van de taxi zitten hadden we er ook al heen kunnen lopen.

Het busstation/taxi standplaats blijkt ook een kofferbakverkoop voor auto-onderdelen te herbergen. Wel handig voor de vele gammele taxi’s zoals de taxi waar wij nu in zitten.
Na het telefoontje met het hotel weet de chauffeur ons hotel feilloos te vinden. Dat kan hij weer toevoegen aan z’n plastic zak met aantekeningen.

We gooien onze spullen op de kamer en gaan op zoek naar leuk restaurantje om te lunchen. Dat blijkt nog niet zo simpel te zijn. Hoewel Akhaltsikhe de hoofdstad is van deze provincie zijn de restaurants schaars.
We besluiten dan maar een broodje te gaan eten bij de Smart, want daar hebben we goede ervaringen mee in Gudauri.

Akhaltsikhe betekent ‘nieuw kasteel’. In het Georgisch en het is duidelijk waar die naam vandaan komt. Het Rabati kasteel aan de noordkant van de rivier domineert het uitzicht over de stad, We laten het kasteel vandaag nog links liggen en gaan eerst eens informeren hoe we morgen in Vardzia kunnen komen.

Later in de middag vallen er een paar stevige buien en daarom besluiten wij in het restaurant van hotel Lomsia te gaan zitten. We lezen een boekie, drinken een bakkie thee en blijven er ook maar zitten voor de warme hap.

Georgië 2

Dinsdag 11 oktober 2022

Vandaag zitten we zelf aan het stuur, maar eerst nog zo’n heerlijk ontbijt bij ons hotelletje in Tbilisi. We hebben om 09:30 uur afgesproken met de man van de huurauto dus we schuiven gelijk om 08:00 uur aan bij het ontbijt. We kiezen weer voor de eggs Benedict en wafels. Eigenlijk veel te veel voor een ontbijt, maar we moeten er even op teren. De kleine huiskat heeft duidelijk ook zin in ontbijt waardoor wij alle zeilen moeten bijzetten om hem van tafel te houden.

Om 09:00 uur halen we onze rugzakken van de kamer en lopen naar de receptie. De auto is al gearriveerd, dus we lopen gelijk met de verhuurder mee om wat uitleg te krijgen over deze Toyota Prius. We hoeven niet samen om de auto te lopen om beschadigingen te noteren want de auto zit er vol mee. Daar gaat een krasje van ons geen verschil meer maken.

Om 09:25 uur rijden we de drukte van Tbilisi in. Die eerste kilometers zijn een uitdaging. Het is vooral goed uitkijken voor de kapriolen van de andere weggebruikers. Ze komen van links en rechts voorbij gescheurd en hebben maar een klein gaatje nodig als ze van links naar rechts of omgekeerd moeten. Het rempedaal moet erger voorkomen.
Na een half uurtje is de ergste drukte voorbij en dat geeft ons even tijd om te tanken want veel meer dan een kwart zit er niet in de tank en daar gaan we het vandaag niet mee redden. Het tanken is hier niet zo’n aanslag op de portemonnee als in Nederland. Een litertje kost ongeveer een euro!

We volgen de E117 tot bij het Zhinvali stuwmeer waar we voor het eerst onze benen even strekken. We genieten van het uitzicht over het meer en kopen een flesje water bij een kraampje dat hier in afwachting is van alle toeristen die gaan komen. Op een rotsblok is het blauw en geel van de Oekraïense vlag geschilderd. Ook in Tbilisi zagen we al vaak steunbetuigingen voor het Oekraïense volk maar die steun wordt ook hier getoond terwijl er dagelijks veel Russen over deze weg van of naar Rusland rijden.

Een paar minuten verderop stoppen we nog een keer aan het stuwmeer. Hier is een veelvoud aan kraampjes opgesteld en loopt een hele berg Aziaten zichzelf te vereeuwigen met het stuwmeer op de achtergrond. Er is door de Georgiërs goed ingespeeld op de bizarre wensen van toeristen. Je kunt hier een selfie maken terwijl je op een fiets zit, op een schommel zit of in een groot hart staat. Wie wil dat nou niet?

Op de uiterste punt van het stuwmeer stoppen we nog even bij het Ananuri fort. Het is hier ook enorm druk. De ‘betaald-parkeren parkeerplaats’ staat bijna vol! We kunnen alleen maar hopen dat het in Stepantsminda wat rustiger is. We blijven hier niet lang hangen en geven gas in ons Priusje.

Onze volgende stop is Gudauri, een populaire wintersportplaats. De weg begint steeds meer te klimmen en de haarspeldbochten doen denken aan het laatste stukje naar Val Thorens. Het vrachtverkeer heeft de grootste moeite om omhoog te komen en dat komt onze gemiddelde snelheid niet ten goede. De inhaalacties die door Russen en Georgiërs worden uitgehaald durven wij niet te kopiëren.
Vlak voor we Gudauri binnen rijden zien we een enorme kudde schapen de weg oversteken onder aanvoering van herders te paard en honden die het echte werk doen.
Deze schaapskudde blijkt het echte en enige hoogtepunt in Gudauri te zijn want vrijwel alles is gesloten omdat het seizoen nog niet begonnen is.

Een kwartiertje verderop gaan we opnieuw een ‘betaald-parkeren parkeerplaats’ op omdat we bij het Russisch-Georgisch vriendschapsmonument zijn aangekomen. Klinkt eigenlijk wel een beetje vreemd in deze tijd, een vriendschapsmonument waar het woord Russisch in voorkomt. Het monument stamt uit 1983 dus dat is al weer een eeuwigheid geleden.

De omgeving is hier schitterend. We kunnen in de verte de eerste besneeuwde toppen al zien. We blijven even hangen in de buurt van het monument en verwennen onszelf met een warm bakje thee. Lekker om je even mee op te warmen terwijl je geniet van dit uitzicht.

Het laatste stukje weg naar Stepantsminda is in slechte staat. Ze zijn druk bezig om een nieuwe asfaltlaag aan te brengen. Misschien kunnen we daar op de terugweg al plezier van hebben.
In Stepantsminda gaan we eerst naar ons hotel. We laden onze spullen uit en omdat het prachtig weer is willen we gelijk naar de Drievuldigheidskerk gaan. Bij de afslag naar deze kerk worden we echter aangehouden door een strenge meneer. Hij vertelt ons dat we onze auto niet omhoog kunnen omdat de weg te slecht is. We kunnen met z’n tweeën voor 80 lari wel met een geschiktere auto omhoog gebracht worden………. We vermoeden dat dit een duister taxi-zwendeltje is, dus keren we om naar Stepantsminda. Later horen we bij de Tourist Information dat een Prius echt niet geschikt is voor die weg.

Diezelfde vriendelijke man bij de Tourist Information geeft ons wat goede tips over de mogelijkheden in dit gebied en met die informatie in de rugzak gaan we op zoek naar een terrasje.
Bij hotel Stancia vinden we een mooi plekje op het buitenterras met uitzicht op de besneeuwde hellingen van Mt. Kazbek. Het voelt een beetje als op wintersport, maar dan zonder de pullen bier.

Rond vijven gaan we met de auto weer terug naar het hotel en nemen we nog een bakkie thee op de veranda voor het hotel. We zitten opnieuw met onze bakkus in de zon en bedenken ons dat we helemaal niet gesmeerd hebben. Straks toch maar op zoek naar het tubetje zonnebrandcreme.

Als we ‘s-avonds naar het centrum van Stepantsminda wandelen, hebben we ons inmiddels warmer gekleed. De temperatuur daalt hard nu de zon achter de bergen verdwijnt. Het is niet makkelijk een leuk restaurant te vinden. Veel zaken zijn dicht of zien er op z’n minst verlaten uit. We kiezen daarom nog maar een keertje voor Stancia omdat we de menukaart vanmiddag al gezien hebben en die kon onze goedkeuring wel wegdragen.
We bestellen twee stoofpotjes met een stukje maisbrood en het smaakt heerlijk.

Woensdag 12 oktober 2022

De lucht is strak blauw dus een goede dag om de Heilige Drievuldigheid Tsminda Sameba kerk te bezoeken. Voor de ongelovigen onder ons: de Heilige Drie-eenheid, Drievuldigheid of Triniteit is de theologische opvatting in het christendom dat er één God bestaat in drie goddelijke entiteiten: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Vandaar ook de hoofdletter! Dat je het maar weet.
Naar de kerk is een klimmetje van zo’n anderhalf uur en daarom gaan we dit keer voor het uitgebreide ontbijtbuffet bij Stancia. We laden ons goed vol en wandelen dan via het dorpje Gergeti naar het begin van de klim.

Het is geen goed bereid wandelpad dat omhoog gaat. We moeten soms alle zeilen bijzetten om rotsen te passeren en glijpartijen te voorkomen, maar de uitzichten maken alles goed. We blijven regelmatig staan om even van het landschap om ons heen te genieten (en uit te rusten natuurlijk). We halen andere wandelaars in, dus met het tempo zit het wel goed. Na ruim een uur zien we voor het eerst de besneeuwde top van Mt. Kazbek opdoemen en dat geeft de burger moed. We klauteren nog een half uurtje verder, passeren onderweg nog wat paarden die het paadje blokkeren en dan staan we eindelijk bij het kerkje met het mooiste uitzicht van Georgie.

Na zoveel inspanning is het wel een klein beetje teleurstellend om zoveel opgedofte toeristen op hoge hakken hier rond te zien lopen. Helaas kun je hier ook met een bus komen.
Omdat het ons een beetje te druk is bij het kerkje lopen we een klein paadje achter de kerk af om een beetje in rust te kunnen genieten van het uitzicht. Eigenlijk gaat het hier ook helemaal niet om het kerkje; dat is eigenlijk niet zo bijzonder. De achtergrond is waar je mond van open valt. We blijven hier even zitten tot we het wat rustiger zien worden bij het kerkje en lopen dan weer terug voor ons kerkbezoek.

Zoals gezegd, het kerkje is niet zo bijzonder, we hebben mooiere kerken gezien in Georgie maar nu het hier wat rustiger is kunnen we zeker genieten van deze idyllische plek op 2200 meter hoogte. Het complex is in de 14e eeuw gebouwd en is een symbool van Georgie geworden vanwege de ligging en dat snappen we. We gaan in gepaste kledij de kerk nog even in en branden een paar kaarsjes.

Als we het kerkje weer uit komen blijken we de enigen te zijn en dat moment moeten we natuurlijk gebruiken voor de perfecte foto. We blijven nog even boven hangen tot de volgende buslading weer wordt uitgekotst en dat is voor ons het juiste moment om weer aan de afdaling naar Stepantsminda te beginnen.

We wilden niet over hetzelfde pad naar beneden dus bedachten we dat we de weg wel konden volgen. Daar kunnen dan misschien geen auto’s meer overheen, maar te voet zal toch geen probleem zijn.
Op een paar honderd meter van de kerk kijken we toch nog een keer (of wat) achterom en we kunnen het niet laten om vanaf deze plek toch ook een paar foto’s te maken.

We volgen de geasfalteerde weg een stukje naar beneden en gaan ook voorbij de grote betonblokken die moeten voorkomen dat auto’s naar beneden rijden. De weg wordt steeds slechter en verderop zijn ze zelfs bezig met wegwerkzaamheden. We zien een andere kerkganger die voor ons loopt en blijkbaar hetzelfde idee had als wij teruggestuurd worden door de werklui. Daar gaat ons goede plan.
We keren om en zien een busje met toeristen aankomen die via de tijdelijke route naar beneden zullen gaan. Diana houdt het busje aan en vraagt of we met ze mee naar beneden kunnen. Er zijn gelukkig nog een paar plekjes vrij in het busje dus we kunnen instappen. Het busje is gevuld met een groepje Poolse toeristen die ook een rondje aan het maken zijn in Georgië.
Na het korte ritje over het zandpad weten we nu zeker dat we dit in onze Prius niet overleefd hadden.

De Polen gaan naar de Gveleti waterval en daar willen wij ook nog naar toe. Ze nodigen ons uit om gelijk mee te rijden, maar wij bedanken vriendelijk want wij willen eerst een hapje eten.
Het is inmiddels 13:00 uur geweest. We lopen bij Stancia naar binnen en bestellen een pizza. Dat hebben we wel verdiend na al die inspanning.

Na de lunch halen we de auto op bij het hotel en gaan we richting de Russische grens. Op het programma staan het Dariali klooster en de eerder genoemde Gveleti waterval.
Ook nu weer kijken we onze ogen uit. We rijden door de Dariali kloof die van Stepantsminda tot de Russische grens loopt. Diep beneden ons stroomt de Terek rivier. De bergen om ons heen zijn schitterend; kleurrijk, maar ruig en onherbergzaam. Je blijft er naar kijken, maar het is ook wel verstandig om op de weg te blijven kijken want het wegdek is erg slecht. Op sommige plekken zitten gaten waar je voorwiel in zou verdwijnen.
We moeten door een tunnel zonder verlichting en het wegdek is een bergketen op zich; levensgevaarlijk! Na een tweede tunnel (van veel betere kwaliteit) zien we een enorme rij vrachtwagens staan. Het blijkt de rij voor de grensovergang naar Rusland te zijn.

Achter de rij vrachtwagens zien we het klooster liggen. We flitsen tussen twee stilstaande vrachtwagens door en rijden de parkeerplaats bij het klooster op. Het klooster is enorm en ziet er nieuw uit, alsof het net door een Chinese aannemer is opgeleverd. Later lezen we dat de bouw in 2005 is begonnen, dat het eerste deel in 2011 is opgeleverd en dat het klooster nog verder uitgebreid gaat worden. We gaan niet verder dan de parkeerplaats. Hopelijk maakt de waterval meer indruk.

Het is maar een klein stukkie terug naar het plaatsje Gveleti waar de gelijknamige waterval bergen toeristen trekt. We parkeren de auto op een grasveldje dat als parkeerplaats dienst doet en gaan op pad. Gveleti betekent overigens ‘plek met slangen’ dus een beetje opletten kan geen kwaad.
Net als we van de parkeerplaats af lopen komt het busje met Polen naar beneden stuiteren. We groeten ze en de gids van de Polen vraagt of we mee willen naar de Truso Vallei, de grapjas.
Volgens de boeken is het maar een half uurtje naar de waterval, maar dan gaan ze er vanuit dat je zo’n ‘Pools’ busje hebt dat over een zandpad met bulten en gaten kan rijden. Wij moeten dit eerste stuk lopen dus het zal ons wat meer tijd kosten.
De wandeling gaat langs een klein stroompje en ook dit keer moeten we onze beste klim- en klautervaardigheden aanspreken.

We hebben ongeveer drie kwartier nodig om bij de waterval te komen. We waren even bang dat we onze poncho aan zouden moeten doen voor de waterdruppels die van zo’n donderende watermassa af kan komen, maar dat was niet nodig. Ok, het water kwam van een behoorlijke hoogte naar beneden, maar het is momenteel niet het juiste seizoen voor een wilde waterval.

We gaan via hetzelfde pad terug naar de parkeerplaats, starten de Prius en gaan op weg naar Stepantsminda. Onderweg ontwijken we de gaten in de weg en terug in Stepantsminda gaan we bij Stancia op een bankje voor het raam met uitzicht op Mt. Kazbek zitten. We zien dat de wolken deze 5047 meter hoge berg langzaam aan het zicht onttrekken, maar het biertje smaakt er niet minder om.

Donderdag 13 oktober 2022

Vandaag gaan we naar Juta voor een korte hike, maar niet voordat we het ontbijtbuffet van Stancia geplunderd hebben. We parkeren de auto voor het hotel en…………. zien dat een grote groep toeristen ons voor is. Jammer maar helaas, dan moeten we in Juta maar wat eten.
We rijden eerst naar het dorpje Sno om daar de beelden van enorme stenen hoofden te aanschouwen. Deze hoofden zijn gemaakt door de bekende Georgische beeldhouwer Merab Piranishvili en staan gewoon aan de kant van de weg, helemaal voor niets. Echt iets voor ons dus! Merab is in Sno geboren en wil dit gehucht op de toeristische kaart zetten en dat lijkt aardig te lukken. De hoofden beelden historisch belangrijke personen uit zoals Shota Rustaveli, Ilia Chavchavadze, Akaki Tsereteli en nog een paar. Herken je ze?

Zoals gezegd stelt Sno verder niet zoveel voor. Het mag niet eens een dorp heten want dan stel je je er nog teveel bij voor, maar er is wel een mooie uitkijktoren te bewonderen. Deze uitkijktoren stamt uit de 16e of 17e eeuw en was ooit onderdeel van een fort. Niet gek wat er allemaal te zien is in een gehucht van nog geen 150 inwoners.

Na Sno komen we nog door het dorpje Akhaltsikhe (niet te verwarren met Achaltsiche waar we later nog heen gaan) en dan begint de ellende: een onverharde weg in een Prius. De laatste 8 km is het een soort rally waarbij om enorme gaten in de weg geslingerd moet worden. De laatste 3 km wordt de weg dan nog een beetje smaller (oftewel: de afgrond komt dichterbij) en gaat het stijgingspercentage naar 10%. Een typisch gevalletje van ‘zweet in de bilnaad’.

Dat je dit nu leest betekent dat we het gehaald hebben. Om 10:15 uur zijn we in Juta en tot onze opluchting is er koffie en cake te krijgen. De man bij de parkeerplaats wijst ons de weg en als hij hoort dat we uit Nederland komen zegt hij ‘Sandra Roelofs, good!’. Zoals je wellicht weet is Sandra de Nederlandse vrouw van de Georgische ex-president Micheil Saakasjvili.
We gaan eerst maar even aan een tafeltje in een houten keet zitten en genieten van de heerlijke koffie (!) en dito cake.

Na dit mini-ontbijt zetten we ons schrap om weer een stukje te gaan klimmen. Het is vandaag niet zo’n prachtige dag als gisteren, maar een bleek zonnetje doet z’n best. De eerste paar honderd meter zijn belachelijk steil. Er probeert een andere toerist met een koffer op z’n nek naar boven te komen, maar het lijkt er op dat hij het nu al niet naar z’n zin heeft. Wij zijn licht bepakt dus vorderen gestaag, maar het valt niet mee op de vroege ochtend. Als we bij hotel Fifth Season zijn begint het pad een beetje af te vlakken en kunnen we even op adem komen.

Het doel van vandaag is het Chaukhi meer. Er is ons verteld dat het een rondje van zo’n 3 uur is (7 km). We zijn nog geen half uur op weg en hier is de natuur al adembenemend mooi. Toch gaan we maar op pad naar het meertje.
Onderweg maken we belachelijk veel foto’s waardoor we niet erg opschieten. Niet zo heel erg want het paadje stijgt behoorlijk dus we moeten regelmatig op adem komen. De besneeuwd hellingen van het Chaukhi massief, ook wel de Dolomieten van Georgië genoemd, komen langzaam dichterbij terwijl we links en rechts omgeven worden door groenige hellingen.

We vorderen gestaag door de Chaukhi vallei en komen weinig andere toeristen tegen. We volgen het Chaukhistskali riviertje en moeten het riviertje ook een paar keer oversteken. Rond 12:15 komen we dan bij een klein watervalletje wat het keerpunt van onze trek markeert. We rusten even uit, knabbelen aan een koekie en steken dan het riviertje nogmaals over. Door alle inspanning is de temperatuur zeer aangenaam, maar langs het riviertje zien we overal bevroren gras dus erg warm zal het hier niet zijn.

Een paar honderd meter verderop komen we bij het Chaukhi meer. Ook dit keer geldt weer dat het niet de bestemming is die er toe doet, maar de weg er naar toe. We lopen langs het meertje en beginnen dan aan de terugweg.

We komen aanzienlijk meer toeristen tegen dan op de heenweg. Waarschijnlijk hadden zij wel een hotel met ontbijt. Nu we van het bergmassief aflopen ziet de wereld er toch een beetje anders uit, maar zeker zo mooi!
Op de terugweg kijken we ook nog regelmatig over onze schouder naar het indrukwekkende bergmassief, maar op een gegeven moment is het filmrolletje toch vol.

Rond 13:00 uur zijn we terug bij hotel Fifth Season. Dit hotel doet een beetje denken aan een gezellige wintersport lokatie met hangmatten en kleurrijke kussens. In dit geval geen skiërs, maar hikers die onderuit hangen op loungesets.
Tussen de loungesets is een stel meiden (later horen we dat ze uit Thailand komen) druk bezig met het maken van foto’s in allerlei posities, daarbij gekleed in een soort schooltenue. Dat laatste was wel heel stoer want ik zou nu niet in een rokje buiten gaan staan.
Wij bestellen ondertussen onze lunch en terwijl we naar buiten kijken zien we dat de Thais meiden maar doorgaan met foto’s maken; groepsfoto’s, duootjes, spring-foto’s, het hele repertoire komt langs.

Om 13:30 uur beginnen we aan het laatste half uurtje naar beneden, naar de auto. Dit is echt het moeilijkste stuk van de hele trek, maar ook dit keer overleven we deze zwarte piste.
We kloppen de modder van onze schoenen en stappen in de auto, zwaaien dan nog een keer de parkeerplaatsbeheerder en beginnen aan de afdaling van de gaten-weg.
Om 14:45 uur laten we laatste gaten achter ons en rijden we weer op heerlijk glad asfalt.

Als we bij de E117 zijn gaan we niet rechtsaf naar Stepantsminda , maar gaan we linksaf richting de Truso vallei. Als deze vallei makkelijk bereikbaar is met de auto dan willen we ook daar nog wel wat rondneuzen. Op weg daar naartoe zien we een enorme rij vrachtwagens aan de kant van de weg geparkeerd staan. Het gaat niet om enkele tientallen vrachtwagens, maar de rij is minstens 6 km lang. Zijn er problemen bij de grens met Rusland?
Als we bij de afslag naar de Truso vallei aankomen zien we dat het net zo’n gaten-weg is als naar Juta en daar hebben we geen zin. We gaan terug naar Stepantsminda.

We zetten de auto bij het hotel en lopen dan naar het Rooms hotel. Diana had dit hotel op internet gevonden en dat zou een goed alternatief zijn voor het diner. Het hotel staat een paar honderd meter van ons eigen hotel, maar we moeten die paar honderd meter wel omhoog. Als we dichterbij komen zien we dat het een joekel van een hotel is en de parkeerplaats staat vol! Als we het hotel binnen willen gaan, wordt de deur voor ons geopend. Dat is een ander niveau dan wij normaal gesproken bezoeken.
We gaan op een paar dikke Engelse fauteuils zitten en genieten van het uitzicht. Het terras is fantastisch en enorm groot en wie zie we daar? Ja hoor daar staan ze wee te poseren: de Thaise meiden die we vanochtend in Juta zagen.

We besluiten om hier niet alleen ons sapje te nuttigen (halve liters), maar blijven ook voor het diner. Een heerlijke lobiani en minstens zo lekkere Georgische salade. Een heerlijke afsluiting van ons verblijf in Stepantsminda.

Vrijdag 14 oktober 2022

Ook zonder wekker zijn we op mooi tijd wakker. Even douchen, tandjes poetsen, de rugzakken weer volproppen en we zijn klaar om te gaan. Om 08:30 uur rijden we weg bij het hotel, nagezwaaid door de eigenaresse in joggingbroek.
Een paar minuten later draaien we de hoofdweg op en laten Stepantsminda achter ons. Deze 2-baansweg waar we over rijden wordt de Georgian Military Highway genoemd en gaat van de Russische grens (eigenlijk van Vladikavkaz in Rusland) tot 20 km voor Tbilisi. Deze weg is slechts 150 kilometer lang, maar het is een van de mooiste routes in Georgië. Dwars door het Kaukasusgebergte en het dal van de Aragvi-rivier.
In de 19e eeuw werd de weg door het Russische leger verbeterd nadat ze het oostelijke deel van Georgië hadden geannexeerd. Vandaar de naam ‘military highway’. De weg is al eeuwenlang een belangrijke handelsroute tussen beide landen, hoewel hij ook wel eens afgesloten is geweest vanwege grensconflicten.

Ook vandaag staan er weer kilometers lange rijen met vrachtwagens te wachten tot ze de grens met Rusland over mogen. Luka (van de huurauto) vertelt later dat de grens maar bepaalde tijden open is voor het vrachtverkeer (meestal ‘s-nachts). Het is een bijzonder gezicht al die kleurrijke vrachtwagens aan de kant van de weg en al helemaal omdat op veel vrachtwagens nog de oorspronkelijke Nederlandse, Belgische of Duitse bedrijfsnaam staat. De chauffeurs zullen het allemaal niet zo grappig vinden.

Iets voorbij het plaatsje Almasiani zien we iets van de Travertine Mineral Springs langs de kant van de weg. Het lijkt een beetje op de kalkterrassen van Pamukkale maar dan lopen er hier nog koeien overheen. We stoppen even kort voor een foto, maar maken er geen toeristisch uitstapje van.

Een paar kilometer verderop passeren we de Jvari pas. Dit is met 2379 meter het hoogste punt van deze weg. Dit hoogtepunt hebben we op de heenweg gemist, maar dat is niet zo vreemd als je ziet hoe het bijbehorende bordje eruit ziet.

We passeren het Georgisch-Russische vriendschapsmonument en rijden door naar het wintersportplaatsje Gudauri. We kijken nog een laatste keer achterom naar de besneeuwde bergen waar we een paar dagen van hebben genoten.

In Gudauri gaan we tanken en gooien we ook ons zelf vol want het ontbijt was er vanochtend bij ingeschoten. We gooien voor 40 lari in de tank en werken zelf voor nog eens 21 lari naar binnen.

Na dit voortreffelijke ontbijt bij de pomp gaan we weer op weg. We slingeren verder naar beneden en slingeren en passant ook langs de vrachtwagens die in slakkengang naar beneden gaan. We komen weer langs het Zhinvali stuweer en niet veel verder zetten we de auto even stil omdat we aan de andere kant van de Aragvi rivier een herder met honderden schapen zien lopen. We willen er een foto van maken, maar het is allemaal iets te ver weg. Op de foto zie je alleen maar vergeelde stipjes.

Opnieuw gaat het gas erop, maar niet voor lang want opeens moet het anker eruit. We zagen net wat schapen aan de andere kant van de rivier, nu steken er honderden schapen de weg over. Onze reis komt even tot stilstand maar een betere schapen-foto krijg je niet.
Jammer genoeg zijn de Georgiërs en Russen niet zo diervriendelijk en proberen ze met alle moeite tussen de kudde door te komen, toeterend en wild gebarend. Tja, daar zullen die schapen zich wat van aantrekken.

We komen steeds dichterbij Tbilisi en dus ook bij onze bestemming van de dag: Mtskheta. Het is vandaag nl. Dag van de kathedraal van Svétitskhovéli.
De kerken van Mtskheta zijn goede voorbeelden van middeleeuwse religieuze architectuur in de Kaukasus. De komst van het christendom leidde tot een intensieve bouwactiviteit om aan de eisen van de nieuwe religie te voldoen. Mtskheta was ooit de hoofdstad van Georgië, omdat de belangrijkste kathedraal van het land hier staat. Deze kathedraal, met de onuitspreekbare naam is een must-see in Mtskheta en dan is het nu ook nog eens feest; wie houdt daar niet van?
We rijden door het dorpje op zoek naar een parkeerplaats en vinden die uiteindelijk dichtbij de kathedraal.

Volgens de Gregoriaanse legende was er in de eerste eeuw een Georgische Jood, genaamd Elioz uit Mtskheta, aanwezig bij de kruisiging van Jezus in Jeruzalem. Elioz kocht Jezus’ Heilige tuniek van een Romeinse soldaat in Golgotha en bracht het terug naar Georgie. Eenmaal terug in zijn stad ontmoette Elioz zijn zus Sidonia (niet die van Suske en Wiske). Direct toen Sidonia de Heilige tuniek aantrok, stierf ze van de emoties door het heilige object. Het was niet mogelijk om de mantel van haar los te krijgen, dus werd ze ermee begraven. De plaats waar Sidonia is begraven met Christus’ mantel werd later onderdeel van de kathedraal waar wij nu staan. Mooi verhaal toch?

We lopen met de meute mee naar de kathedraal en zien dat er verbindingswagens staan geparkeerd. We komen misschien wel op de Georgische TV!
Via een poort komen we op het terrein rondom de kathedraal en het is daar een drukte van jewelste. Dit is wel een serieus belangrijk plekje vandaag. We nemen een strategische positie op het gras in zodat we alles goed kunnen overzien. Tussen al die mensen staan ook cameramensen met joekels van camera’s in de aanslag. We zijn benieuwd voor wie dat is.

We genieten van de drukte en het gedoe dat zo’n feestdag met zich meebrengt. De lokale bevolking die in hun mooiste kleren rondlopen en men in black met baarden die blijkbaar een belangrijke rol spelen in het kerkleven want de gewone man wil met ze op de foto, omhelst ze of kust zelfs hun hand.

Op een gegeven moment draaien alle hoofden naar de toegangspoort van het kerkterrein. Ook alle camera’s draaien die kant op. We proberen een glimp op te vangen van wat er binnenkomt, maar we zien alleen maar beveiligingspersoneel dat z’n best doet iemand te beschermen. De VIP is te klein om te zien, maar op de foto is net te zien dat het een kerkelijke hoogheid moet zijn geweest.

We laten het feestgedruis even voor wat het is en lopen achter een horde mensen aan die een bezoekje brengen aan het Samtavro-klooster in het centrum van Mtskheta. De mensen gaan een kerkje bij het klooster in en zoals we al veel gezien hebben worden er kaarsjes gebrand en fotolijstje met afbeeldingen van heiligen gekust. Wij laten dat laatste even aan ons voorbij gaan. Het lijkt er wel op dat 14 oktober door de lokale bevolking wordt gebruikt om de schade in te halen.

Vanaf het plein in Mtskheta zie je een klein koepelkerkje op de berg voor je. Dit kerkje dat gebouwd is in de zesde eeuw, is het religieus belangrijke Jvari klooster. Dat wordt onze volgende bestemming als we de auto kunnen terugvinden. Voor de zekerheid lopen we dezelfde weg terug; we volgen de broodkruimels. Bij de kathedraal met de moeilijke naam maken we nog een laatste ronde en daarna nemen we nog een hapje en een drankje zodat niet alleen de geestelijke mens maar ook de inwendige mens tevreden is.

De auto hebben we snel gevonden, waarna we ons mengen in het drukke verkeer in Mtskheta. Het blijft uitkijken in het verkeer in Georgie want je weet nooit uit welke hoek een andere auto probeert te ritsen. Na een minuut of tien zitten we weer op de snelweg en weer tien minuten later gaan we er alweer af. Dan nog vijf kilometer omhoog en dan zijn we op de overvolle parkeerplaats bij het klooster.
Voordat we het propvolle kerkje bij het klooster ingaan genieten we eerst even van het uitzicht. Je kijkt hier namelijk uit over Mtskheta en de samenvloeiing van de rivieren Koera en Aragvi. Alleen dit al is het halfuurtje extra rijden zeker waard!

Het kerkje is niet heel bijzonder maar ook hier lijkt de regel: hoe meer foto’s gekust hoe vromer en is zwarte kleding een pré. We kijken heel even naar de verschillende menselijke ritueeltjes en gaan dan weer terug naar de auto voor de laatste 25 km naar Tbilisi.

De vroeg vrijdagmiddag-file kennen ze hier gelukkig niet. We waren even bang dat die laatste kilometers veel tijd zouden kosten, maar dat viel donders mee. Het is rondom Tbilisi nog meer uitkijken voor mafkezen op de weg, maar zonder kleerscheuren of autoschade rijden we de straat bij het hotel in. Als we bijna bij het hotel zijn komt Luka daar ook net aanlopen.
We parkeren de auto, geven de sleutel aan Luka en vertellen hoe fantastisch we het hebben gehad. Dan checken we opnieuw in bij ons hotel in Tbilisi en gooien de bagage op de kamer. Tijd voor een drankje!

Zaterdag 15 oktober 2022

Toen we de gordijnen open trokken zag het er allemaal wat minder florisant uit dan de voorgaande dagen. De lucht was grijs en er was geen uitzicht op verbetering. We schakelden daarom maar een tandje lager en gingen er eens goed voor zitten (aan de ontbijttafel). Hoewel we hadden voorgenomen de ontbijtgerechten te delen omdat het allemaal veel te veel is, gooien we dat voornemen deze keer nog overboord. We hebben nu alle tijd voor de heerlijke gerechten.

We gaan pas om 10:15 uur de straat op, een nieuw record voor ons. Het druppelt heel licht, maar dat weerhoudt ons niet om vanochtend een bezoekje te brengen aan de vlooienmarkt in de buurt van de Saarbrücken(!) brug.
Het is een half uurtje lopen naar de vlooienmarkt, maar ondanks onze late start is er nog niet veel te doen. Waarschijnlijk hebben de standhouders er met dit weer ook niet zoveel zin in. We maken een rondje over de vlooienmarkt en er zijn toch wel wat bijzonder dingen te koop: oude Russische camera’s, munten, medailles, antieke gasmaskers en heel veel keukengerei. We neuzen een beetje bij de stalletjes maar er is niets voor ons bij.

Het klaart een beetje op dus na een kopje koffie bij Daphna besluiten we naar Fabrika te lopen. We gaan kris-kras door de wijk aan de andere kant van de Saarbrücken brug en het is duidelijk dat niet alles in Tbilisi even goed onderhouden wordt. Na een kwartier zijn we bij de oude naaifabriek uit de Russische tijd die nu dienst doet als hostel. Het gebouw (en eigenlijk de hele wijk) zit onder de graffiti. 30 jaar geleden zouden we misschien overwogen hebben om hier te slapen, maar op deze leeftijd lopen we er alleen omheen.

We lopen weer richting de Saarbrücken brug in de hoop dat er wat meer te doen is bij de vlooienmarkt. Het begint dan helaas wat harder te regenen en als we bijna bij de brug zijn duiken we het Moxy hotel in om daar wat te drinken en dit buitje af te wachten.

Na een half uurtje is het weer droog en vervolgen we onze weg. Omdat verschillende websites aangeven dat het vanmiddag iets beter wordt besluiten we met de funicular naar het pretpark boven de wijk Mtatsminda te gaan.
Als we langs de Tbilisi Mall komen kunnen we de verleiding niet weerstaan en gaan we daar even naar binnen. We kijken onze ogen uit, 6 verdiepingen met allemaal merkwinkels. We gaan een paar winkels binnen, maar voor de prijzen hoef je het niet te doen. De merkartikelen zijn duur, maar misschien komt dat door de slechte koers van de euro.

Niet ver van het winkelcentrum is de opstapplek van de funicular naar het pretpark van Mtatsminda, We dachten met onze metrokaart te kunnen instappen, maar dat viel tegen. Je koopt eerst een ander pasje, laat daar tegoed opzetten en vervolgens haalt een andere medewerker jouw pasje door een apparaat en mag je naar de funcicular. Wat nou het voordeel is van het gebruik van dit pasje ontgaat ons.

Het ritje met de funicular duurt iets meer dan 5 minuten en dan sta je bij een te fout pretpark. Knullige attracties met enorme nep-dinosaurussen, een schiettent, souvenirwinkeltjes, eettentjes, een vage glijbaan, veel attracties die buiten werking waren een enorm reuzenrad dat wel deed wat het moet doen: ronddraaien.
Bij het pretpark staat ook de tv-toren van Tbilisi, maar die ziet er zo verwaarloosd uit dat we niet eens durven vragen of je naar boven kan. Al met al een groot succes.

Na een rondje pretpark gaan we even het bijbehorende restaurant in. Er hangt een lucht waar je oliebollen in kunt bakken en dat is ook precies wat hier gebeurt. Die oliebol heet hier een ponchiki en het is eigenlijk meer een Berliner bol. Om te voorkomen dat we de lucht niet meer uit onze kleren krijgen gaan we snel weer op pad,.

We hebben inmiddels gemerkt dat het in Georgie heel gebruikelijk is om de je huwelijksreportage op straat en zelfs tussen het verkeer te maken, maar we weten nu dat je ook kunt trouwen op een pretpark (en wat voor eentje). Als we het restaurant uitlopen zien we een bruidje met haar bruidegom de hoofdrol spelen in hun bruidsreportage. Ze pakken dat best professioneel aan: fotograaf, videoman en zelf een manneke die alles met een drone vastlegt. Als al die reportages dan klaar zijn dan stelt het bruidspaar zich op voor een pad dat naar een klein gebouwtje gaat met daarop in zilverkleurige letters wedding hall. Dan galmt een honneymoonquiz-achtig deuntje uit een speaker en schrijdt het bruidspaar naar dat hok met de zilveren letters. Wie wil nou niet zo trouwen?

Iets verderop zien we dat een ander bruidspaar zich ook voorbereid op het scenario zoals net beschreven, maar zij laten er nog een volksdans met familie en vrienden aan vooraf gaan. Hier galmt een folkloristisch deuntje uit de speakers en het hele gezelschap beweegt zich in een kring rond. Ook in Georgië hebben ze dan een irritant familielid die het nodig vindt om de af en toe dwars door het kring-gebeuren heen te lopen, maar het mag de pret niet drukken!

Na al dit feestgedruis is het weer tijd om naar beneden te gaan. We doen dat niet met de funicular maar nemen de benenwagen. Op deze manier kunnen we onderweg nl. een bezoekje brengen aan het Mtatsminda Pantheon, een begraafplaats voor de bekende Georgiër (zelfs de moeder van Stalin ligt hier begraven).
We hebben een half uurtje nodig voor de glibberige afdaling, maar het is de moeite waard.
Op de begraafplaats is een klein kerkje waar net een dienst plaatsvindt. We gaan even naar binnen een ademenen de sfeer. De dienst gaat gepaard met gezang en de akoestiek in het kerkje is fantastisch.
We maken een rondje over de besloten begraafplaats. Aan de graven is te zien dat kosten noch moeite zijn gespaard en dat daar genoeg geld voor was.

We hebben nog een half uurtje nodig om weer in downtown Tbilisi te komen en lopen gelijk door naar het hotel voor een sanitaire stop.
We checken even de mail en gaan dan op pad naar het restauranten-straatje dicht bij ons hotel: Erekle II. We gaan op het terras bij Kala zitten. Omdat het ontbijt z’n werk nog steeds doet, delen we een lokale maaltijd en als het gerechtje wordt opgediend gaat het steeds harder regenen.

Zondag 16 oktober 2022

Zondagochtend in Tbilisi, tja wat doe je dan? Natuurlijk eerst dat veel te uitgebreide ontbijt naar binnen werken, maar omdat we taal niet goed machtig zijn slaan we de kerkdienst over.
Het is nog steeds een beetje druilerig; grijze luchten en af en toe een druppel regen. Precies het juiste weertype voor een museumpje.
We gaan naar de Rustaveli Avenue want daar zijn de museums te vinden.

Het is droog en 17 graden als we hotel verlaten en dat is best wel aangenaam. We lopen een alternatieve route door de wijk bij de oude stadsmuur. Het schilderwerk kan wel een likje verf gebruiken en het straatwerk heeft ook betere tijden gekend, maar je kunt nog wel zien dat deze wijk enige allure heeft gehad.

We lopen dit keer aan de andere kant van de Rustaveli Avenue en de gebouwen lijken nu nog indrukwekkender. We komen langs het Georgisch Nationaal Museum, de Parlementaire Bibliotheek, de National Gallery, het Opera en Ballet Theater en als laatste het MoMA, het Museum of Modern Arts en dat is het museum waar wij naar binnen gaan.

In het MoMA is een tijdelijke expositie van foto’s over Italie. We lopen langs de enorme hoeveelheid foto’s en herkennen een aantal dingen die wij vorig jaar nog gezien hebben. De foto expositie is mooi, maar daar komen wij niet voor. Het MoMA heeft nl. een grote collectie van de Georgische kunstenaar Zurab Tsereteli in huis. Op dit moment is er zelfs een speciale expositie van hem die gaat over Charlie Chaplin in Tbilisi. Dit is een serie schilderijen waar Charlie Chaplin aan de dagelijkse dingen van Tbilisi deelneemt.

Op de 1e verdieping van het museum hangt de enorme collectie kleurrijke schilderijen en het is maar goed dat Charlie zo’n herkenbaar snorretje heeft want anders hadden we hem zeker niet herkend. Zurab heeft zoals alle kunstenaars een geheel eigen stijl en als je die eenmaal gezien hebt is het heel goed te herkennen.

Tussen de schilderijen staan ook wat beelden van de hand van Zurab. Aan die beelden heeft hij zijn bekendheid eigenlijk te danken. Zijn beelden zijn van het formaat ‘larger than life’ en ook van Charlie heeft hij een enorm bronzen beeld gemaakt.

Na een rondje ‘Charlie in Tbilisi’ gaan we een verdieping hoger om nog een paar van zijn beelden te zien. Hij heeft een paar beroemde collega’s in XXL uitgevoerd. In een kringetje staan o.a. Picasso en Van Gogh en dat is best een fotootje waard.

Op het buitenterrein van het museum vinden we dan nog de ‘Apple of love’, ook van de hand van Tsereteli. Een 9 meter hoge appel waar je naar binnen kan gaan en waar de binnenwand is versierd met, zoals hij zegt: ‘myths of people of the world’. Wij vonden dat het wel wat weg had van de Karmasutra, maar oordeel zelf.

Na het bezoekje aan dit museum zijn we wel van mening dat de naam veranderd moet worden in MoMAoZT (Museum of Modern Arts of Zurab Tsereteli), maar daar gaan we niet over. Wij lopen iets terug naar het Museum of Fine Arts omdat ze daar een gezellig restaurantje hebben en wij wel zin in een bakkie koffie.

Het is inmiddels 13:30 uur en omdat het nog steeds droog is besluiten we maar door te lopen naar de Meidan bazaar aan het Gorgasali-plein, in de wijk Kala in het oude gedeelte van de stad. In het verleden was het gebied een belangrijke handelsmarkt aan de Zijderoute waar kooplieden uit nabijgelegen landen samenkwamen om hun goederen te verkopen. Tegenwoordig is er alleen nog een ondergronds gedeelte van de bazaar over die vooral gericht is op de vele toeristen. Het is een sfeervolle kelder die je niet mag missen als je hier in de buurt bent.

We lopen via de Sioni kathedraal naar de Erekle II straat en kopen onderweg nog een klein souveniertje bij de evangelische boekhandel (het is niet voor niets zondag). Ook vandaag valt weer op hoeveel sympathie er is voor de Oekraïners. Overal hangen geel-blauwe vlaggen en bij sommige restaurants of winkeltjes staat in duidelijke taal hoe er over de Russen en Poetin gedacht wordt.

We nemen een bakkie thee met appelgebak en ijs bij restaurant Kala en lopen daarna terug naar het hotel waar we even wat zaken regelen voor de reisdag van morgen.
Als we ‘s-avonds naar Ribs & Puri lopen om de inwendige mens gerust te stellen is het nog steeds droog. Het weer is vandaag veel beter geweest dan ze voorspeld hadden.

Maandag 17 oktober 2022

Omdat de dame bij de receptie had gezegd dat je in de maandagochtendspits wel wat tijd moest uittrekken voor het ritje naar het treinstation zaten we weer als eersten aan het ontbijt. Even een omeletje met kaas, croissant met jam en een paar wafels naar binnen werken en wij zijn klaar voor de rit naar Batumi.

We laten een Uber (of een Yandex of een Bolt) bestellen en 10 minuten later zitten we in de auto naar het station. De drukte blijkt mee te vallen en een kwartier later staan wij al bij het treinstation. Het is zo’n onbenullig groot stationsgebouw dat heel wat moet lijken, maar eigenlijk helemaal geen uitstraling heeft.

We nemen de roltrap naar boven voor een bakje koffie, maar het lijkt erop dat hier de dag nog moet beginnen. Een kale ruimte met een paar tafeltjes en stoelen en de verlichting staat op duister. We gaan aan het raam zitten zodat we uitzicht hebben op het spoor en niet veel later zien we de trein binnen rollen.

We pakken onze spullen en lopen naar perron 1 waar de erg nieuw aandoende trein staat te wachten. We lopen naar treinstel 1, laten onze tickets en paspoorten aan de conducteur zien en gaan bovenin het rijtuig op zoek naar stoel 54 en 55.
We vinden onze stoelen helemaal voorin het rijtuig en zien dat we dit niet handig hebben gedaan. Twee banken tegenover elkaar waardoor je maar weinig beenruimte hebt.
De trein loopt snel vol en we treffen het wel weer met onze medereizigers. Tegenover zit een jong stel met een kat in reisbak en even later komt er naast ons een ander jong stel zitten die maar liefst drie katten in een reisbox hebben zitten. Laten we de allergietabletjes er maar vast bij pakken!

Het rijdend kattenasiel vertrekt mooi op tijd en we gaan er maar eens goed voor zitten (eigenlijk ook weer niet vanwege de beperkte beenruimte). De minder interessante buitenwijken van Tbilisi gaan aan ons voorbij en voor we het weten zitten we in het enorme landelijke gebied tussen Tbilisi en Kutaisi.
Tot onze opluchting gaat een ander voor een upgrade naar de 1e klasse en Diana schuift als de bliksem op de vrijgekomen stoelen. Dat zit een stuk beter!
Omdat deze trein geen restauratiewagen heeft knabbelen we wat uit eigen voorraad. We hebben nog een paar sesamkoekjes in de tas en daar doen we het maar mee. We houden de katten dan wel in de gaten want ze zouden kunnen denken dat we een stelletje parkieten zijn.

De trein zoeft hier niet met een constante snelheid over het spoor, maar de ene keer is het 25 km/u en dan weer 125 km/u. Het mag de pret niet drukken en het geeft ons bovendien alle gelegenheid om de gehuchtjes waar we langs komen te bewonderen. Eigenlijk is het vooral verwonderen, want het is ongelooflijk hoeveel oude meuk hier voorbij komt. Grote fabriekshallen (Russische tijd?) die verroest en half vergaan zijn, oude treinstellen (ook verroest) waar ze blijkbaar geen andere plek voor hebben en de veel voorkomende vierkante huisjes hebben ook betere tijden gekend (hoewel ze nog wel bewoond zijn). Het doet allemaal een een beetje grauw aan, maar dat komt zeker ook door het pak bewolking dat al de hele reis boven ons hangt.

We stoppen 3 keer om passagiers in- en uit te laden: Kutaisi International Airport, Ureki en Kobuleti en om 15:30 uur zien we dan voor het eerst de Zwarte Zee. Tot onze grote teleurstelling blijkt de Zwarte Zee echter helemaal niet zwart te zijn, maar gewoon blauw!
Batumi is de eindstop voor deze trein en we verlaten met alle medepassagiers de trein en gaan op jacht naar een taxichauffeur. In de praktijk werkt dat natuurlijk andersom; taxichauffeurs jagen op toeristen. Ook wij zijn aan de beurt. Een wat oudere taxichauffeur heeft ons in het vizier en laat niet meer los. Diana onderhandelt een goede ritprijs, maar je weet ook dat als ze niet vloekend weglopen dat je teveel betaalt. Het gaat om duppies en dat kunnen we wel lijden.
We stappen in de stinkende oude Mercedes van de chauffeur waarna hij ons toeterend en tierend naar het hotel brengt. Over het hotel zijn we te spreken: eind goed al goed!

De badplaats Batumi wordt wel de ‘parel van de Zwarte Zee’ genoemd. Het is de hoofdstad van de autonome republiek Adjara, in het zuiden van Georgië, dichtbij de Turkse grens. Dankzij het groeiende toerisme is Batumi inmiddels uitgegroeid tot de op een na grootste stad van Georgië.
We hebben onze bagage op de hotelkamer gegooid en gaan op pad voor een bakkie koffie. Om de hoek zit een Literair Cafe en daar bestellen we een koffie met gebak. Over de d’s en dt’s maken we ons minder druk.

Hoewel het al wat donkerder begint te worden willen we toch ook even over de boulevard slenteren. Snel een eerste blik werpen op de grote gebouwen en natuurlijk de zee. We maken een klein rondje en gaan dan bij restaurant Batumi Kaffee een hapje eten. De lokale gerechtjes smaken ons steeds beter.
Na dit maaltje lopen we terug naar het hotel en kijken naar de prachtig verlichte gebouwen. Daar gaan we morgen zeker meer van zien.

Georgië 1

Woensdag 5 oktober 2022

We gingen op tijd weg vanaf de Loolaan want het is allemaal nog nieuw voor ons. Een te vroege bus bracht ons veel te vroeg op het treinstation, dus moesten we ons daar zien te vermaken. Gelukkig heeft Apeldoorn tegenwoordig een goede stationstrestauratie dus hebben we bij https://stationroyaal.nl een bakkie gedaan.
Daarna de trein van 11:15 uur rechtstreeks naar Schiphol. Wel apart dat een trein naar Schiphol nauwelijks bagageruimte heeft, maar goed.
Om 12:30 uur zijn we op de luchthaven waar we een poging doen bij de self-service check-in, maar onze rugzakken worden geweigerd bij de bagage drop-off omdat Rob de stickers niet netjes geplakt heeft. Dan maar naar de check-in balie en om 13:05 uur staan we in de rij voor de security check. Dit ritueel kost iets meer dan een half uur en tegen tweeën zitten we met een drankje aan een tafeltje met uitzicht op wat KLM toestellen. We zijn zeker niet de enigen die een tafeltje zoeken. Omdat iedereen heel vroeg (veel te vroeg) op Schiphol wil zijn is er veel tijd over. Wel goed voor de horeca

Onze vlucht naar München zou om 17:15 uur vertrekken, maar dat wordt 18:05 uur. Er zitten veel Italianen aan boord en een groot deel is Napoli supporter. De meeste van hen lopen met een Ajax-tasje met daarin een sjaaltje, beker of shirtje. Dit alles ter herinnering aan de fantastische wedstrijd van gisteravond……….
We landen om 19:15 uur op de Franz Jozef Strauss luchthaven in Munchen en wat een verademing is dit na de chaos en viezigheid op Schiphol.
Bij Wiener’s nemen we een bratwurst mit pommes. We hadden wel trek gekregen na zo’n lange vlucht.

Tegen 21:00 uur melden we ons bij gate H01 en nemen plaats op een paar lekkere ligstoelen tot wordt omgeroepen dat we kunnen inchecken. We gaan door het poortje en lopen een trap af, maar in plaats dat we via een slurf naar het toestel gaan komen we bij een achterdeurtje uit. Daar moeten we wachten tot we in een bus geladen worden om vervolgens een toeristische tourtje over het luchthaventerrein te maken naar onze Airbus A320. Onderweg zien we zelfs nog een toestel van Aeroflot staan; dat is toch best zeldzaam in Europa these days.

Het toestel zit propvol en gelukkig zitten achter en naast ons kleine kinderen; altijd gezellig. Nadat de piloot ons gerustgesteld heeft met de mededeling dat de vlucht slechts 3 uur en 40 minuten zal duren gaan de lichten uit en doen wij onze ogen dicht.

Donderdag 6 oktober 2022

Om 04:05 uur (in NL is het dan 02:05 uur) schrikken we wakker van de cabineverlichting die aan gaat. Er wordt ons in het Duits en Engels verteld dat we ons moeten vastsnoeren want de landing wordt ingezet. Om 04:25 staan we al aan de gate, dus echt wakker worden is er niet bij. We verlaten zo snel mogelijk het vliegtuig, omzeilen een berg passagiers van Turkisch Airlines die vrijwel gelijk met ons zijn geland en gaan in de rij bij de douane staan. Een half uurtje later hebben we de stempels van Georgie in ons paspoort en gaan we naar belt 3 voor onze rugzakken. Na een minuut of twintig beginnen we wat overmatig te transpireren want onze bagage hebben we nog steeds niet voorbij zien komen. Het zal toch niet dat wij ook slachtoffer zijn van de bagage-soap van dit jaar, maar na een half uurtje ziet Diana de felblauwe tassen met de cyclaamkleurige banden eindelijk de band op rollen. We hangen de rugzakken over onze schouder en lopen de schuifdeuren door. Recht voor ons hang een a4’tje met daarop in vette letters Robert Petersen and Diana Smies. We lopen samen met onze chauffeur het luchthavengebouw uit en nemen plaats in de dikke Audi waarmee hij ons in een half uurtje naar het hotel brengt. Inchecken, naar de kamer, rugzakken in de hoek, uitkleden en snel het bed in. Het is 06:05 uur we kunnen nog wel een paar uurtjes te slapen.

Een krappe drie uur later besluiten we toch maar weer in beweging te komen. We kleden ons aan en gaan naar beneden voor het ontbijt. Het is een schattig klein hotelletje met goede kamers en een prachtige binnentuin waar we kunnen ontbijten. Het ontbijt wordt geserveerd en de keuze is ruim.
Na het ontbijt gaan we naar de receptie want we hebben vandaag een behoorlijke boodschappenlijst en daar hebben we wel wat hulp bij nodig: ov-pasjes, sim-kaart, treinkaartjes naar Batumi en natuurlijk geld! Bij de receptie is Veriko erg behulpzaam en we gaan met goede zin op pad,

Eerst op zoek naar de Bank of Georgia om geld te pinnen. Een paar jaar geleden in Kazachstan bleek geld pinnen niet zo eenvoudig te zijn, dus we waren op het ergste voorbereid. Het bankgebouw hadden we snel gevonden maar toen we bij een bankmedewerker vroegen of we met onze Maestro kaart terecht konden gaf hij ons weinig hoop. Wonder boven wonder was het gelijk raak en hebben we onze eerste lari gepind.
Na deze geslaagde transactie liepen we door naar Liberty Square omdat daar een soort van reisburo zou moeten zitten die tourtjes naar de kloosters van Davit Gareja organiseert. Het reisburo is nergens te vinden en ook navraag bij naastgelegen hotels leverde niets op. Een aardige Georgiër wilde wel even bellen naar het nummer dat op de Facebook pagina staat, maar het nummer is niet meer in service. Dat is een tegenvaller! Gelukkig komen we nog een paar keer terug in Tbilisi, dus Davit Gareja is nog niet helemaal verloren.

We lopen even terug naar het hotel om een paspoort op te halen. Dat heb je nl. nodig als je een sim-kaart wilt kopen, maar ook voor het reserveren van de trein. Met het paspoort op zak lopen we over Rustaveli Avenue naar het kantoor van telecombedrijf Magti. Rustaveli Avenue is aangelegd in de tijd van de tsaren en moes van Tbilisi een stad van allure maken. Er staan statige gebouwen waarvan een aantal uit het Russische tijdperk stammen. Een aantal van die statige gebouwen worden door oude Georgiërs gebruikt als achtergrond om hun prullaria uit te stallen.

Nadat we de sim-kaart hebben bemachtigd lopen we door naar Rustaveli Square waar we bij het gelijknamige metrostation een paar ov-kaartjes kopen. Deze kaartjes willen we gelijk uitproberen dus we duiken de diepte van dit metrostation in. Dit metrostation kan niet tippen aan de metrostations die we in Kazachstan gezien hebben. Dat waren volwaardige monumenten, levende musea, maar dit is een muffig station waar oude, rammelende metrostellen voorbij razen.
We nemen de metro naar het treinstation om een paar treinkaartje naar Batumi te kopen en als we deze in de tas hebben, gaan we met de metro terug naar Liberty Square. Het was inmiddels 12:00 uur en na een korte pitstop voor een hapje en een drankje gaan we terug naar het hotel. Inmiddels heeft Veriko een Toyota Prius op de kop weten te tikken bij een bevriend verhuurbedrijf, dus dat is ook geregeld.

Nu wordt het toch eens tijd om wat van Tbilisi’s bezienswaardigheden te gaan bezichtigen en laten we dan maar gelijk beginnen met het meest vreemde object van de stad. Op een steenworp afstand van ons hotel staat de klokkentoren die gebouwd is door een bekende poppenspeler uit Tbilisi. Elk uur komt er een engeltje uit een luikje van deze schot-en-scheve toren om met een hamer tegen een klok te slaan.

We besluiten om naar de andere kant van de Koera rivier te gaan. We lopen via een voetgangerstunneltje naar de Baratshvili brug en ondanks dat de pislucht in het tunneltje zo scherp is dat je neusvleugels krom trekken, blijven we toch even staan om te genieten van de kunst die de lokale graffiti-artiesten hebben achtergelaten op de muren van het tunneltje, om vervolgens snel naar de frisse lucht te rennen.

Aan de andere kant van de rivier lopen we een paar honderd meter omhoog naar de Holy Trinity Tsminda Sameba kathedraal. Deze kathedraal wordt ook wel het symbool van het nieuwe Georgie genoemd. De schoonheid en afmetingen van de pas in 2004 gebouwde kathedraal zijn adembenemend en verheft zich op de heuvel van St. Ilya. De Sameba is met 101 meter de hoogste kerk in Georgie. Ter vergelijking: voorheen werd de Alaverdi kathedraal in Kacheti met 50 meter als de hoogste beschouwd. De gouden koepel van de Sameda is vanaf elk punt in Tbilisi te zien.

Na een bekertje Lagidze frisdrank beginnen we aan de afdaling naar de rivier om die via de Bridge of Peace over te steken. Deze brug wordt ook wel de Always Ultra brug genoemd. Hij doet blijkbaar een beetje denken aan een glazen inlegkruisje van een bekend maandverbandmerk. Wij zeggen: oordeel zelf.

Ondanks het slaaptekort hebben we er toch een aardige eerste dag in Georgie van weten te maken en zoiets moet natuurlijk afgemaakt worden met een Georgisch diner. Bij BalconY, een klein restaurantje naast ons hotel, bestellen we een lobio en khachapuri. Het blijken beide nogal zware gerechten te zijn, dus we maken ons bordje niet leeg.

Vrijdag 7 oktober 2022

De dag begint wederom met een heerlijk ontbijt: eggs Benedict en wafels en een enorme bak thee. Daar kunnen we wel aan wennen. Daarna tandjes poetsen en weer op pad.

Hoe kun je de dag beter beginnen dan met een bezoek aan de kerk. Vlak bij ons hotel is de Anchiskhati kathedraal, de oudste overgebleven kerk van Tbilisi. Dit schattige kleine kerkje is in de 6e eeuw gebouwd door de zoon van koning Gorgasali (je weet wel…). De verweerde fresco’s en muren van grote blokken steen verraden zijn leeftijd. De kerk-huishoudster is net de stenen vloer aan het schrobben. We willen haar niet van het werk houden dus gaan weer verder.

Volgens Diana is Kvatz een leuke koffietent dus daar gaan we vandaag eerst naar toe. Onderweg lopen we nog even over de bloemenmarkt. Markt is misschien wel een beetje overdreven want er staan een tiental vaste bloemenstalletjes waar dagelijks bloemen worden verkocht. Vooral de enorme dahlia’s staan er prachtig bij. Normaal gesproken neem je zo’n bos mee voor je (schoon)moeder, maar dat gaat nu helaas niet.

Kvatz is honderd meter verderop, maar die tent gaat pas om 11:00 uur open dus lopen we een rondje door deze buurt. In tegenstelling tot Old Tbilisi,de wijk waar ons hotel staat, is dit een hippe wijk met veel chique koffieshops waar loungesets buiten staan te wachten tot er gasten in ploffen.
Als we weer terug zijn bij Kvatz is de zaak net geopend. We nemen plaats en bestellen een koffie. We moeten hier zeker nog een keer naar toe en niet alleen voor de koffie. Vanaf 12:00 uur is er een kunstenaar aanwezig die jouw portret op een koffiebeker tekent.

Onze volgende bestemming is het Narikala fort, maar we lopen eerst nog even langs het hotel om wat informatie over de bus naar Sighnaghi te verifiëren.
Van ons hotel gaan we dan naar de Metekhi brug waar we de klim naar het fort op de heuvel beginnen. We hadden ook met een kabelbaan omhoog kunnen gaan, maar waarom makkelijk doen als het moeilijk kan. Het bespaart ons ook nog eens 70 cent per persoon!
Het fort is een van de oudste bouwwerken in Tbilisi, een stadsicoon, dus die mogen we niet missen. Waar je je ook bevindt, het leven in Tbilisi speelt zich af in de schaduw van het Narikala-fort. Sinds de 4e eeuw heeft elke gebeurtenis in de straten van het oude Tiflis, Narikala als achtergrond gehad.

Het fort is sinds een explosie van Russische munitievoorraden in een ruïne veranderd, maar de uitzichten over Tbilisi zijn geweldig. De 70 cent die we bespaard hebben besteden we aan een drankje op een terrasje met een waanzinnig uitzicht over de stad.

Niet ver van het fort staat een monumentaal standbeeld van Kartlis Deda, oftewel de “Moeder van Georgië”. Dit 20 meter hoge standbeeld is een symbool van het Georgische nationale karakter: het beeld houdt een wijnglas voor gasten in de ene hand en een zwaard voor vijanden in de andere.

Na tweeën beginnen we aan de afdeling en ook dit doen we weer te voet (kassa!). We slingeren over steile straatjes tussen de huizen door. In dit gedeelte van de stad waan je je in een bergdorpje in plaats van de hoofdstad van Georgie.

Als we beneden zijn aangekomen gaan we over de Metekhi brug naar de historische Metekhi kerk en het standbeeld van koning Vakhtang Gorgasali. Op deze strategische plek bouwde Vakhtang Gorgasali zijn paleis en de eerste kerk toen hij in de 5e eeuw Tbilisi tot zijn hoofdstad maakte. De huidige kerk werd tussen 1278 en 1289 gebouwd door koning Demetre Tavdadebuli en is sindsdien vele malen gereconstrueerd. Men denkt dat het gebouw een kopie is van de 12e-eeuwse kerk van koning David de Bouwer (broer van Bob) op deze plek, die in 1235 door de Mongolen werd verwoest.
Als we het kerkje binnen gaan is er net een dienst aan de gang. Het gaat er serieus aan toe; een aantal kerkbezoekers ligt zelfs op de knieën naar de preek te luisteren.
Wij nemen nog even plaats op een bankje in de tuin naast de kerk een laten de indrukken vandaag even zinken.

We steken de rivier over via de maandverband-brug en lopen het restauranten-straatje Erekle II in. Het is inmiddels 16:30 uur en omdat we na het ontbijt niets meer hebben gegeten besluiten we hier maar even een plekje te zoeken. Dit keer geen Georgische maaltijd, maar het smaakt er niet minder om. In dit gezellige straatje komen we nog wel eens terug.

Na een korte pitstop bij het hotel lopen we door naar het chique wijkje van vanochtend, dit keer om het avondleven van Tbilisi uit te proberen. We gaan op het terras bij Ribs & Piri zitten en net als we de kaart hebben gekregen loopt er een gezin naar binnen waarvan zoonlief een blauw shirt met nr. 77 en de naam Kvaratskhelia aan heeft. De 1-6 blijft ons wel achtervolgen.

Zaterdag 8 oktober 2022

Vandaag begint onze trip eigenlijk pas echt want vandaag is onze eerste reisdag. We starten met een te uitgebreid ontbijt bij ons hotel, dan de dagrugzakken ingepakt met spullen voor 2 dagen waarna we de grote rugzakken in de opslag bij het hotel achterlaten.
We nemen de metro bij Liberty Square naar station Isani, want daar kunnen we de maschrutka naar Sighnaghi nemen volgens de hulpvaardige receptioniste van ons hotel. De maschrutky staan op een steenworp van het metrostation opgesteld dus we lopen erheen en vragen in ons beste Russisch waar de maschrutka naar Sighnaghi staat. Laat ik een lang verhaal kort maken; na een paar Russische pogingen blijken we op het verkeerde metrostation te zijn uitgestapt. We stappen dus weer in de metro en gaan naar station Samgori en daar vinden we wel onze maschrutka naar Sighnaghi. De oude gele Mercedes bus vertrekt om 11:00 uur, maar we gaan ruim voor half elf al in de bus zitten omdat deze snel vol raakt. Om 10:55 uur zit de bus (over)vol en gaan we op weg.

We hebben al heel wat busreizen gemaakt tijdens onze reizen, maar dat waren altijd grote bussen met redelijk comfortabele stoelen. Dit is een ander verhaal, want een maschrutka is een kleine bus met weinig beenruimte en smalle oncomfortabele stoelen. Gelukkig duurt het ritje maar 2 uur anders was ons onderlijf gevoelloos geworden.
Het kost wat moeite om Tbilisi uit komen want de wegen zijn zelfs op zaterdag erg vol. Na het ‘einde bebouwde kom’ bordje wordt het al snel beter en schieten we lekker op. De chauffeur rijdt heel beschaafd dus we kunnen met een gerust hart van de omgeving genieten. Na een uurtje rijden we de wijnstreek Kakheti binnen en zien we gelijk al de enorme akkers met wijnranken. We gaan hier niet ontkomen aan een glaasje wijn (of twee).

Iets voor enen arriveert onze maschrutka bij het busstation van Sighnaghi en lopen we het laatste stukje naar ons hotel. Daar blijkt alleen de schoonmaakster aanwezig te zijn en omdat haar Engels van hetzelfde nivo is als ons Russisch belt ze de eigenaar en krijg we zo’n via-via telefoongesprek. Uiteindelijk wordt duidelijk dat we pas om 14:00 uur kunnen inchecken dus we gaan naar een leuk restaurantje iets verderop. Daar bestellen we wat te drinken een een heerlijke bruschetta ‘Georgie-style’.

Na deze lunch gooien we de overtollige bagage op onze kamer en gewapend met zonnebril en camera gaan op weg naar de verdedigingsmuur die rondom Sighnaghi ligt. Deze verdedigingsmuur is in de 18e eeuw gebouwd door koning Erekle II en heeft een lengte van ongeveer 5km met 23 uitkijktorens. Een mini-uitvoering van de Chinese muur eigenlijk.
Op weg naar de muur wordt duidelijk dat hier wel vaker toeristen komen. De toeristenstalletjes staan naast elkaar met veelal dezelfde producten. De oude moekes van Sighnaghi proberen zittend op een krukje hun waar te slijten. De koelkastmagneten zijn erg populair, maar ook de lekkernij churchkela, Georgische poppetjes en zelfs mutsen van schapenvacht.

Om het de toeristen makkelijk te maken is er een soort wandelpad tegen de muur aangemaakt. Ook wij wandelen op deze manier een paar honderd meter langs de muur terwijl we genieten van het uitzicht over de Alazani vallei. Je zou van hier ook de Grote Caucasus moeten kunnen zien maar daarvoor is het vandaag niet helder genoeg. Als we bij een van de uitkijktorens weer op een souvenirstalletje stuiten keren we om en lopen we terug naar Sighnaghi. Er staat nog meer op het programma van vandaag.

We besluiten gelijk door te lopen naar onze volgende bestemming: het Bodbe klooster. Het is een wandeling van 2km met de nodige hoogtemeters, dus onze kuitjes krijgen er weer van langs vandaag.
Het Georgisch Orthodoxe klooster stamt oorspronkelijk uit de 9e eeuw, maar heeft heel wat opknapbeurten gehad waardoor het er allemaal spik-en-span uitziet. Alleen in het kleinste kerkje is te zien dat al heel wat eeuwen heeft doorstaan. Prachtige verweerde fresco’s, maar helaas mogen we ook hier weer niet fotograferen. Het klooster is een bedevaartsoord gewijd aan de heilige St. Nino die hier begraven ligt. Op het terrein staat ook een nieuwere kathedraal die er prachtig uit ziet.

We wandelen terug naar downtown Sighnaghi en onderweg staan we een paar keer stil om opnieuw te genieten van het uitzicht op het dorp en de achterliggende vallei. Terug in Sighnaghi gaan we bij het restaurant naast het busstation wat drinken. We willen morgenvroeg naar de markt in Kabali en moeten daar nog vervoer voor regelen. Na de versnapering gaan we naar het busstation in de hoop daar een taxichauffeur tegen te komen waar we een deal mee kunnen sluiten. Helaas is hier geen taxi te bekennen, maar verderop in de stad zien we een potentieel slachtoffer. We spreken de chauffeur aan, maar al snel blijkt dat we ook nu weer de via-via aanpak nodig hebben. De chauffeur belt een vriend die Engels spreekt en de telefoon gaat van hand tot hand tot we een deal hebben. Hij pikt ons morgen om 07:00 uur op bij het hotel en we krijgen 2 uur de tijd om op de markt te neuzen.

Bij het hotel gaan we op het balkon zitten om de blog bij te werken. We zien de zon onder gaan en dan merken we ook dat Sighnaghi op 800 meter hoogte ligt want het wordt snel kouder. We trekken een jasje aan, maar heel lang blijven we hier niet meer zitten. Het is tijd om een restaurantje op te zoeken.

Dat viel nog helemaal niet mee, een restaurantje vinden waar je binnen kan zitten en waar je niet alleen zit. Uiteindelijk gaan we aan het begin van het dorp een restaurant naar binnen waar de gezelligheid van donker eiken je tegemoet komt. Achter in de zaak zit een groot gezelschap aan een lange tafel, dus alleen zijn we zeker niet. Dat het ook iets te veel van het goede kan zijn blijkt als het gezelschap de muziek op standje knetterhard zet. Wij gaan snel verkassen naar een andere kamer. Hier staat dan wel de tv aan, maar dat geeft minder herrie dan de feestende Georgiërs. Hier kunnen we mekaar tenminste verstaan.
Uiteindelijk is het een goede keus, want het eten is heerlijk en de prijs laag. Na het eten nemen we nog een kopje koffie bij een ander restaurantje en dan snel naar het hotel want morgen moeten we er weer vroeg uit.

Zondag 9 oktober 2022

Om 06:30 uur werden we wakker van het gepiep van de wekker. Je moet er wat voor over hebben als je hier naar de markt wilt gaan! Snel even wassen, tandjes poetsen en dan naar onze taxi die op de andere hoek van de straat al klaar staat. We slingeren van Sighnaghi naar beneden en dan geeft onze chauffeur eens goed gas. Er is bijna geen verkeer op de weg dus het lijkt verantwoord. We hebben drie kwartier nodig om bij de markt van Kabali, op ongeveer 30 km van de Russische grens, te komen en we zijn niets te vroeg, want de markt is al in volle gang.

Het is een drukte van jewelste. Rijen auto’s en busjes staan langs de weg geparkeerd en dienen als marktkraam. De achterklep staat open zodat de koopwaar goed te zien is. We lopen langs de auto’s en gluren af en toe in een achterbak. Het aanbod bestaat voornamelijk uit groente en fruit. Knoflook in overvloed, tomaten, komkommers en witte kool die per stuk wordt afgewogen.

Iets verderop is de afdeling varkensvlees. Dit keer geen stukken varkensvlees aan een haak, maar levende varkens in kooien, karretjes en in de achterbak van auto’s. Het is duidelijk dat we in Nederland het potentieel van de kofferbak nog niet volledig benut hebben. De varkensboertjes kijken wel een beetje verbaast als ze ons tussen de roze beestjes zien lopen, maar laten ons lekker onze gang gaan.

We lopen ook nog even langs de non-food afdeling maar kunnen hier niet slagen, dan maar door naar de koeien-afdeling. Het lukt ze niet om koeien in de kofferbak te vervoeren, maar een Lada met 1-koe aanhanger is populair veevervoer. We manoeuvreren tussen de koeienvlaaien door want het is niet prettig voor de terugweg als onze schoenzolen vol koeienstront zitten.

Na een uur op de markt te hebben rondgelopen gaan we terug naar onze taxi. We gluren links en rechts nog in wat markt-wagens en zien dat sommige marktlui al bijna los zijn. Door de geparkeerde marktwagens is de weg zo smal geworden dat we af en toe aan de kant moeten springen als er een wagen wil passeren. Hier geldt de wet van de grootste (Lada).

Onze chauffeur is druk bezig met de buurman die een grote zak uien aan het wegen als hij ons aan ziet komen. Hij lijkt verrast om ons al terug zien en doet gelijk de deuren van de taxi open. We springen erin (na onze schoenzolen gecheckt te hebben) en iets voor negenen zijn we weer op de weg terug.

In Sighnaghi gaan we eerst op zoek naar een ontbijtje, maar dat blijkt nog een hele uitdaging. We lopen de hele hoofdstraat af en pas helemaal aan het einde vinden we een guesthouse waar we kunnen ontbijten. Het is in Georgie overigens heel normaal dat de restaurantjes pas na tienen open gaan voor ontbijt; het zijn late-risers die Georgiers.
Het ontbijt dat we krijgen voorgeschoteld is niet van dezelfde kwaliteit als in Tbilisi, maar we klagen niet (of maar een klein beetje).

Nu onze buikjes weer gevuld zijn lopen we de de gezellige hoofdstraat met al z’n balkonnetjes weer naar beneden en gaan we even naar onze hotelkamer. Onderweg nemen we eerst een bakkie lekkere koffie bij restaurant Koloriti en dan gaan we even op het balkonnetje bij het hotel zitten en kijken genieten we met de foto’s nog even na van het marktbezoek van vanochtend.

Eigenlijk hebben we voor de middag niet zoveel meer op het programma staan. We willen ergens nog een souvenir-kinkali op de kop tikken en onze kuiten wat rust geven want het loopt hier allemaal op of af.
Niet ver van ons hotel is een uitkijktoren die we nog even willen bekijken dus daar gaan we eerst maar heen. We lopen toch maar weer omhoog en betalen een Lari p.p. om bovenop de uitkijktoren te mogen. Het uitzicht is niet veel beter dan wat we gisteren al gezien hebben, dus heel lang blijven we hier niet hangen.

Bij een van de vele souvenir-kraampjes vinden we dan eindelijk een geschikte kinkali en we nemen gelijk een churchkhela, de langwerpige lekkernij uit Georgie, mee. Onze missie in Sighnaghi is geslaagd. Omdat het vandaag (en vooral vanmiddag) veel frisser is dan de voorgaande dagen gaan we op zoek naar een geschikte plek om een sapje te nemen en die plek is pas geschikt als we binnen kunnen zitten. We proberen het bij wijnlokaal The Pheasant Tears, maar daar zijn alle tafeltjes gereserveerd. Bij een paar andere restaurants is alleen het terras open en daar hebben we geen zijn in dus uiteindelijk komen we toch weer bij Koloriti uit.

Rond 16:00 uur begint het te regenen. We gaan even naar onze hotelkamer om ons op te frissen voor het diner. Met de haartjes in een strakke scheiding gaan we even later op zoek naar een restaurant.
We hebben al een paar keer met een schuin oog naar restaurant Mtevani gekeken omdat het er zo leuk uitziet en vanavond klauteren we de trap op naar dit restaurant. Er zijn een paar tafeltjes bezet en er zit een groep te eten. Wij vinden een tafeltje in de hoek van het restaurant.
We bestellen een drankje en zoeken iets van de Georgische keuken uit. De drankjes worden bezorgd en ……………. het feest kan beginnen!
De grote groep had al een pittig muziekje opstaan, maar nu gaat de volumeknop op max. Er wordt gedanst en gedronken. De ogen van enkele mannen in de groep worden al snel kleiner.
De Georgische maaltjes smaken vurrukkeluk, maar de les van vanavond (en gisteravond) is: ga in Georgie nooit in een restaurant eten waar een grote groep aan een lange tafel zit!

Maandag 10 oktober 2022

We hadden besloten om vandaag de marshrutka van 11:00 uur te nemen dus, geen haast. We gingen om 09:00 uur op zoek naar een plek waar we konden ontbijten en zoals al eerder gemeld is dat nogal een uitdaging in Georgie. Uiteindelijk landen we weer bij hotel Traveler, maar niet zozeer vanwege de gezelligheid. We gooien een gebakken ei en wat brood naar binnen en lopen dan terug naar het hotel om onze bagage op te halen. We zijn vroeg op het busstation, maar dan hebben we in ieder geval een zitplek.

De minibus die ons terugbrengt naar Tbilisi is zo mogelijk nog aftandser dan het vehikel van de heenweg. Maar goed, dit is zo’n beetje de standaard voor het openbaar vervoer in Georgie dus we doen het er maar mee. Een paar minuten voor elf begint het te onweren en regenen; ook dat nog. Gelukkig doen de ruitenwissers het naar behoren want het is een stevige stortbui. Heel spannend wordt zo’n terugweg niet dachten we, maar we hebben dit keer een chauffeur die alleen maar standje ‘plank gas’ kent. We doen maar net alsof het allemaal heel normaal is.
Na een uurtje blijkt de chauffeur toch een beetje teveel van z’n bus gevraagd te hebben; hij heeft steeds meer moeite om ‘m in de versnelling te krijgen. We tellen de kilometers af want we hebben niet veel zijn in een verplichte wandeling.
Gelukkig redt de versnellingsbak het tot Tbilisi en worden we netjes op het station afgezet.

We hebben nog wat lari op onze Metromoneycard staan dus we springen bij station Samgori in de metro en gaan op weg naar ons vertrouwde hotelletje in de oude wijk van Tbilisi. Dat in de metro springen gaat een beetje op de gok want de borden geven ons geen duidelijkheid over de juiste richting.
Bij het hotel zijn ze ons gelukkig nog niet vergeten dus zijn we snel ingecheckt.

Nu eerst maar even naar de bank om wat euri te wisselen zodat we morgen de huurauto kunnen betalen.
Voor ons geld gaan we ook naar een bekend adresje: de Bank of Georgia aan de Nikoloz Baratashvili street. Dit keer gaan we het gebouw in, trekken een volgnummertje en wachten op onze beurt. Al snel mogen we naar loket 2 waar een allervriendelijkste dame 400 euro wisselt voor iets meer dan 1000 lari.

Het is inmiddels 14:30 uur en we gaan eerst even ons caffeine gehalte een boost geven bij Kvartz. Na een dubbele espresso voelt het allemaal al een stuk beter en besluiten we iets verderop nog wat te gaan eten bij Ribs & Puri.
Daar wordt de inwendige mens weer blij van dus we kunnen weer op pad. We hebben al veel gezien in Tbilisi, maar er zijn nog wel een paar dingetjes die de moeite waard zijn.

De naam Tbilisi duikt in de geschiedenis voor het eerst op in de tweede helft van de 4e eeuw, toen koning Varaz-Bakoer I van Iberië op deze plek een fort liet bouwen.
Volgens de legende was de koning op jacht in de bossen met een havik. Toen de havik een fazant gevangen had, verdwenen beide vogels in het ravijn. Toen de koning naar ze op zoek ging kwam hij warmwaterbronnen tegen. Hij was daar zo van onder de indruk dat hij beval het bos te rooien en er een stad te stichten. De naam van de stad is afgeleid van warm: ‘Tpili’. De naam ‘Tbili’ of ‘T’pilisi’ (‘warme locatie’) werd dus aan de stad gegeven vanwege de aanwezigheid van zwavelzuurrijke warmwater-bronnen.
Tijdens een bezoek aan Tbilisi mag een bezoek aan de zwavelbaden niet ontbreken en daarom gaan we maar een kijkje nemen in de wijk Abanotubani. Het kost ons een half uurtje om er te komen, maar omdat het al laat is besluiten we de kleren dit keer aan te houden. Misschien een volgende keer.

Op weg naar Abanotubani kwamen we langs de Sioni kathedraal en hoewel we al heel wat kerken gezien hebben konden we deze niet overslaan want hier mochten we eindelijk eens in de kerk fotograferen en dat willen we de trouwe lezers van dit blog niet onthouden.

Omdat de zon zo lekker schijnt vandaag willen we na het bezoek aan de wijk Abanotubani nog een keertje omhoog naar het Narikala fort. Dit keer geen klautertocht naar boven, maar met de kabelbaan. Voor ongeveer 75 cent brengt een moderne 8-persoons cabine je naar boven.
Het uitzicht is fantastisch vandaag en we zijn inmiddels in staat alle bekende plekjes te herkennen van bovenaf. Lang blijven we niet boven en hoewel de afdaling te voet niet heel zwaar is nemen we naar beneden toch ook maar de cabinelift.

Na deze wintersportervaring lopen we over de Metekhi brug naar het Rike park. Als we de Metheki kathedraal staan te bewonderen zien we een tweetal kleine kapelletjes aan de rand van de Koera rivier die we eerder niet gezien hebben. Wat een zonnetje al niet kan doen.

We lopen het Rike park door op zoek naar een oude bekende. Ergens in dit park zou Ronald op een bankje moeten zitten. Met behulp van Google Maps weten we hem te traceren en het is een hartelijk weerzien.
Op een bronzen bank zit een bronzen beeld van Ronald Reagan.
Dit beeld werd op 23 november in het centrum van Tbilisi onthuld door president Saakasjvili en de Amerikaanse congresdelegatie, waarbij de Georgische leider tijdens de ceremonie zei dat het standbeeld het verschil symboliseert tussen de ideologieën van Georgië en zijn noordelijke buur. Leuk detail is dat Ronald met een glimlach op z’n gezicht in de richting van die buur kijkt. Op het bankje staat een inscriptie met een bekende quote van Ronald: ‘Freedom is never more then one generation away from extinction’.
Ook leuk om te weten: voormalig president Saakasjvili woonde in 2018 met z’n Nederlandse vrouw in Terneuzen (in ballingschap) omdat hij bij verstek was veroordeeld voor machtsmisbruik. In 2019 ging hij korte tijd naar Oekraine om in oktober 2021 terug te keren naar het land waar het voor hem allemaal begon. Daar werd hij al snel gearresteerd.

Terug in het hotel reorganiseren we de rugzakken in verband met de reis van morgen. Het is in Stepantsminda een aantal graadjes kouder dan in Tbilisi en dat betekent een andere garderobe bovenin de rugzak.
Als alles weer op orde is gaan we maar weer naar het hippe gedeelte van de stad om een hapje te eten. We belanden weer bij Ribs & Puri omdat we het zo’n gezellige tent vinden.
Na een heerlijk maaltje gaan we iets verderop bij Kvartz een bakkie doen (kan geen verrassing zijn). We hebben geluk vanavond want de huis-tekenaar is aanwezig en die kalkt jouw portret op een koffiebeker. Zie hier het resultaat en oordeel zelf (hebben wij ook gedaan)

Italië 2

Maandag 27 september 2021

Het was weer een normale vakantiedag! Om 06:45 uur gaat de wekker, om 07:00 uur eten we bij de bakker een ontbijtje en om 07:15 uur staan we bij de bushalte. We verplaatsen ons vandaag van de westkant van de Italiaanse laars naar de oostkant; van het scheenbeen naar de kuit.
Het is vandaag een stuk bewolkter dan de voorgaande dagen, het lijkt een goed moment om te vertrekken.
De bus arriveert eerder dan verwacht en daar gaan we weer, eerst naar Salerno. Het is een ritje van ongeveer een uur als je op het juiste moment uitstapt. Wij blijven een paar haltes langer zitten en doen er vijf kwartier over. Het kostte niets extra.
We kopen treinkaartjes naar Ferrandina en drinken op de hoek van de straat nog een espresso. Om 09:25 uur vertrekt de trein vanaf perron 4.

De treinreis duurt maar twee-en-een-half uur, maar als we hadden geweten dat we in een koelwagon zouden worden vervoerd hadden we onze ski-jas meegenomen.
Het landschap is heel anders dan aan de Amalfikust. Geen dorpjes die tegen een bergwand aangeplakt liggen, maar een dor heuvellandschap met hier en daar een gehucht. We volgen de loop van de rivier Campania Basilicata en stoppen slechts een enkele keer: Battipaglia, Sicignano, Bella-Muro, Potenza, Grassano en dan zijn we in Ferrandina. We stappen uit de trein en gaan op zoek naar een busstation. Als we het perron aflopen komen we al snel tot de ontdekking dat hier geen busstation is, maar ook geen spoorwegpersoneel dat ons kan helpen. Het ziet er hier verlaten uit. Het stationsgebouw is verlaten en er zitten tralies voor de ramen. Het ziet er allemaal erg spooky uit en dat wordt versterkt als we de tekst op de voorkant van het stationsgebouw zien.

Uiteindelijk zien we aan de buitenkant van het stationsgebouw een aanplakbiljet van D’Agostino Tour met een adres van een website waar je de bustickets kunt bestellen. Gelukkig hoef je geen doorgewinterde Italiaan te zijn om 2 bustickets te bestellen, maar nadat we de bevestigingsmail hebben ontvangen wachten we 3 kwartier in spanning of er ook echt een bus zal komen.
De moderne techniek staat voor niets, want een paar minuten voor enen komt er een bus aanrijden. We laten de bevestigingsmail zien, de chauffeur maakt er een foto van en exact om 13:00 uur gaan we op weg naar Matera.

De busrit duurt dit keer maar een half uur en om 13:30 uur arriveren we op het busstation van Matera. Dan is het nog 5 minuutjes lopen naar onze B&B (maar zonder laatste B). Helaas is er niemand aanwezig, dus we lopen maar even verder om op een terrasje wat te drinken. Ondertussen sturen we een berichtje naar de eigenaar van de B&- en die laat weten dat hij er om 15:00 uur zal zijn. Wij gebruiken dit momentje om een lunch naar binnen te werken.

Een paar minuten na drieën komt de eigenaar van de B&- aanlopen en kunnen we binnen. Snel inchecken, informatie van de eigenaar absorberen, spullen op de kamer en op pad.
Vandaag hebben we nog net wat tijd om aan de sassi van Matera te snuffelen.
Sassi zijn grotwoningen die vanaf de achtste eeuw dienst deden als schuilplaats voor kloosterlingen die gevlucht waren uit het Byzantijnse rijk. Langzamerhand werden er meer ‘woningen’ in de grotten uitgehakt en ontstonden er zelfs kloosters in de rotsen.
In de 13e eeuw werden de sassi voor het eerst genoemd in documenten. In de sassi leefden toen gezinnen met kippen en ander vee. In de jaren vijftig van de vorige eeuw woonden er nog zo’n dertigduizend mensen in de grotwoningen, maar de omstandigheden waren zo erbarmelijk dat het sterftecijfer erg hoog lag. Om die reden werd het besluit genomen dat iedereen de sassi moest verlaten.

Wij lopen een paar uurtjes door de wijken Sasso Barisano en Sasso Caveoso en moeten oppassen om niet te verdwalen. Smalle steegjes, trappetjes, doorgangetjes, kerkjes en natuurlijk de grotwoningen waarvan de meeste inmiddels wel een nieuwe bestemming hebben gekregen.
Morgen hebben we de hele dag om de hoogtepunten van deze wijken te ontdekken, maar we kunnen het ‘s-avonds niet laten om vanaf het uitkijkpunt over Sasso Barisano te kijken.

Dinsdag 28 september 2021

Vandaag hebben we de hele dag de tijd om Matera te ontdekken, maar eerst op zoek naar een ontbijtje. Het is 09:00 uur en het valt op dat veel restaurants de poorten nog gesloten hebben. Bij het Piazza Vittorio Veneto vinden we een terras dat open is. Het ontbijt is van het gebruikelijke Italiaanse recept: cappuccino met een broodje gevuld met jam.

We lopen vanochtend eerst naar het Parco Regionale della Murgia Materana omdat je daar een mooi uitzicht op Materano hebt. Dit blijkt echter makkelijker gezegd dan gedaan, want de wandeling is geen makkie. Het pad met rotsen, lossen stenen en zand is glibberig naar beneden en de trappen (daar zijn ze weer) zijn alleen met reuzenpassen te nemen. We dalen eerst af naar het riviertje dat het park van de stad scheidt en steken dan de rivier over via een hangbrug. Daarna klauteren we een soortgelijk pad omhoog. Onderweg komen we grotten tegen die vroeger ook als woning hebben gefungeerd. Na ruim anderhalf uur glijden en klauteren zijn we boven.

Het uitzicht op de stad Matera is adembenemend, zeker als de zon er op schijnt. Dit zijn de plaatjes die je in de reisfolders ziet. We lopen wat heen en weer en zoeken het beste uitzichtpunt. Vanaf hier kun je de meest authentieke grotwoningen bij Sasso Caveoso goed zien. Bij een aantal ervan is men druk aan het werk. Het lijkt erop dat die omgetoverd worden tot hotel.

Helaas is er geen makkelijke weg terug, dus we gaan in omgekeerde richting terug naar Matera. De lastige stukken van het pad gaan nu omhoog en dat is een stuk makkelijker dan naar beneden. Toch doen we er een uurtje over om terug te komen. We gaan bij het eerste de beste terrasje zitten en bestellen een espresso. Eerst maar even bijkomen voordat we de stad in gaan.

We zoeken eerst een plek waar we de Chiesa di Santa Maria de Idris goed kunnen zien. Het is een van de bekendste plaatjes bij de sassi van Matera. Deze rotskerk wordt al in documenten uit de 14e eeuw genoemd. Gisteren zijn we al even in de kerk geweest en hebben we daar de eeuwenoude fresco’s kunnen bewonderen.

Vanaf het uitzichtpunt op de oude rotskerk lopen we een willekeurig steegje in en vervolgens gaan we kris-kras door de smalle straatjes van Matera op zoek naar nog meer unieke plekjes.
We komen bij het Convento di Sant’Agostino aan de noordkant van de stad. Dit is goede plek om even te gaan zitten een espresso te nemen. Daarna lopen we langs de Chieso di San Pietro Barisano die tussen de huizen gebouwd lijkt te zijn.

Om een goed beeld te krijgen hoe de mensen destijds leefden is er een grotwoning ‘aangekleed’ zoals dat er toen uitzag. Dat wil je natuurlijk niet missen (hoewel Diana daar niet zo’n moeite mee heeft). Ik koop een kaartje en open op mijn telefoon de bijbehorende website waar je een heel verhaal krijgt te horen. Het heeft een hoog openluchtmuseum-gehalte, maar nu weet ik in ieder geval waar de kippen in de grotwoning sliepen, waarom het bed zo hoog op de poten staat, wat de extra functie was van de grote laden in de kasten en waar de varkens hun behoefte deden in de grotwoning. Best gezellig allemaal.

Heel veel steegjes, trappen en uitgebouwde grotwoningen later komen we dan bij westelijke ingang van de Sasso Barisano en gaan daar op het terras van Ristorante Nadi zitten. Het is tijd voor de lunch!
Terwijl wij zitten te wachten op onze Italiaanse lunch komt er een Belgische groep toeristen op leeftijd aan strompelen. Sommige moeten door medereizigers ondersteund worden. Ze hebben duidelijk moeite met de grove bestrating en de onbenullige traptreden. Je vraagt je af waarom deze mensen naar Matera komen. Deze stad is zeer slecht toegankelijk voor oudere mensen (57+) met een slechte conditie en vastgeroeste knieën.

Na de welverdiende lunch lopen we nog een uurtje door de Sasso op zoek naar sassi die we nog niet gezien hebben. We zien een kerk met doodshoofden op de voordeur, heel veel gebeeldhouwde geestelijke figuren, tot luxe hotels omgebouwde grotwoningen, terrasjes en nog eens terrasjes.
Nergens vinden we sporen van filmopnames van de nieuwste James Bond. Hoewel Daniel Craig meestal wel een puinzooi achterlaat hebben we die hier niet gevonden. Gaat het zien in een bioscoop bij u in de buurt: No Time To Die! Persoonlijk vind ik dit overigens een veel beter levensmotto dan die van Goethe nadat hij Napels had gezien.
Rond 15:00 uur vinden we dat we Matera wel gezien hebben en nestelen we ons op een van die terrasjes. Het is tijd voor een momentje rust en een slokje bier.

‘s-Avonds eten we opnieuw bij Capatosta. Dit restaurant serveert net even andere gerechten dan een gemiddeld restaurant. Vandaag dus geen pizza of spaghetti. Daarna nog een espresso bij het grote plein en dan maar weer de koffertjes inpakken voor de reis van morgen.

Woensdag 29 september 2021

Vandaag gaan we op weg naar onze zuidelijkste overnachting van deze vakantie: Lecce. Eerst met de trein van Matera naar Altamura waar we 4 minuten hebben om over te stappen. Dan door naar Bari waar we een half uur hebben om treinkaartjes te kopen en de trein naar Lecce te vinden.
Wat de vertrektijd betreft hebben we 2 opties: 07:53 uur vertrekken of 10:01 uur vertrekken en je raadt het al, we vertrekken om 07:53 uur.

Over de hele treinreis valt eigenlijk niet veel te vertellen. We stoppen in wat onbeduidende plaatsjes en van Bari zien we alleen de ticketoffice en een drankautomaat (maar dat gaan we over een paar dagen goedmaken). Onderweg zien we vooral olijfbomen, olijfbomen en nog eens olijfbomen. We dommelen wat, eten een zak snoep leeg en net voor 11:45 uur rijden we het station van Lecce binnen.

We lopen in een paar minuten naar onze B&B en gelukkig zit hier wel iemand achter een balie zodat we naar binnen kunnen. Helaas is onze kamer nog niet gereed, maar we kunnen onze koffertjes achter laten en gaan dan eerst op zoek naar een bakkie espresso.
Na een dubbele espresso en een heerlijk stuk (machtig) walnootgebak, gaan we op zoek naar de Duomo.

Volgens Massimiliano (de man achter de balie en nee, die naam is niet verzonnen) moet je de kathedraal zowel overdag als ‘s-avonds zien. We lopen een paar steegjes door en komen dan bij de Piazza del Duomo. Tot grote teleurstelling staat de 72 meter hoge klokkentoren in de steigers, terwijl we toch hadden aangegeven dat we hier op 29 september zouden zijn. Wel fijn dat de sint alles in de gaten houdt.

Lecce is een stad van mooie gebouwen, kerken en pleintjes, heel veel mooie gebouwen, kerken en pleintjes! In de 17e en 19e eeuw hebben ze hier behoorlijk uitgepakt. Vrijwel alle gebouwen zijn in dezelfde barokke stijl waardoor de stad een samenhangend geheel vormt. Loop je hier te lang rond, dan zou het allemaal wel eens te veel kunnen worden met een soort kerk-en-pleintjes-vermoeidheid tot gevolg.
Wij hebben hier slechts een dag dus voor ons zal het wel meevallen. Voorlopig genieten we nog van al die pracht en praal.
Dat het niet alleen de barokke architectuur is dat hier de klok slaat blijkt wel bij het Romeinse theater en het Romeinse amfitheater.

We wandelen verder door de smalle straatjes en het lijkt wel of elk huis een fraai bewerkt ornament bij de deur heeft hangen. De straten zijn schoon en opgeruimd en dat is in sommige Italiaanse steden wel anders. De tijd vliegt voorbij en nadat we door een van de oude stadspoorten van Lecce weer een steegje ingelopen zijn, gaan we bij een cafeetje zitten om een broodje te eten.

Na de korte lunchbreak duiken we weer de straatjes van Lecce in en krijgen zo langzamerhand een stijve nek omdat we steeds omhoog gluren naar de fantastische details op de gebouwen.
We komen ook bij het kasteel van Carlos V, maar daar moet nog wel wat opknapwerk gebeuren voordat dit op ons lijstje met top-bezienswaardigheden komt. Het is inmiddels wel weer tijd voor een heerlijk Italiaans ijsje, dus niet ver van het kasteel gaan we weer even zitten.

Dan is het tijd om op zoek te gaan naar wat wordt gezien als het belangrijkste barokke pronkstuk van de stad: Basilica di Santa Croce. We lopen via het Palazzo del Governo naar de Via Umberto I en zien daar de kerk met al z’n pracht en praal al staan. Men is niet unaniem in het oordeel over de kerk. Zo zijn er ook critici die bij het zien van de kerk oordeelden dat dit alleen maar bedacht kan zijn door een mafkees met een nachtmerrie.
De gevel is versierd met de gekste voorstellingen. De beeldhouwers moeten een beste joint hebben gerookt toen ze bezig waren: schapen, dodo’s, cherubijnen en andere beesten sieren de gevel, maar natuurlijk staan er ook kerkelijke beelden tussen. Wij kunnen het wel waarderen!

We gaan even terug naar het hotel en buigen ons over het programma van morgen. We willen eigenlijk naar de kust, maar de dienstregeling van trein en bus is sinds 6 september zo uitgekleed dat het nog een klus wordt ergens te komen. Het lijkt erop dat we er met een bus-trein-bus verbinding kunnen komen, maar dat gaan we morgen wel merken als we kaartjes proberen te kopen.

Omdat Massimiliano ons had aangeraden om vooral ook ‘s-avonds de kathedraal te gaan bekijken, doen we dat. Het is erg gezellig in de straatjes. De vele restaurantjes hebben overal tafeltjes in de steegjes staan waar je kan eten.
Bij de Duomo aangekomen blijkt de kathedraal wat simpeltjes uitgelicht te zijn; grote schijnwerper erop en klaar! Niet heel bijzonder dus, tenzij je er twee kaaskoppen voor hangt.

Donderdag 30 september 2021

We hebben dit keer een Bed met Breakfast en dit ontbijt is on-Italiaans goed! We laten het ons goed smaken en met iets te strakke kleding gaan we dan op pad.
Eerst even naar het station om het bus-trein-trein kaartje naar Otranto te kopen en dan nog even de stad in voor een bakkie. De bus gaat pas om 10:15 uur dus we hebben nog even.

Vandaag gaan we naar Otranto, een klein plaatsje met een bijzondere kathedraal maar vooral heerlijk aan zee gelegen. Otranto is ook nog eens de meest oostelijk gelegen stad in Italië. Je zou van hier Albanië moeten kunnen zien liggen.
Als we een maandje eerder waren geweest hadden we een rechtstreeks trein of bus kunnen nemen, maar in het na-seizoen gaat het allemaal wat omslachtiger. Eerst met de bus naar Zollino, dan met de trein naar Maglie en daar overstappen op de trein naar Otranto.
De luxe bus vertrekt netjes op tijd. Het is 55 minuten naar Zollino, dus we gaan maar even goed voor zitten. Het is geen bijzonder ritje, we moeten een paar keer een klein dorpje in omdat daar een bushalte is (waar niemand staat te wachten), maar voor de rest gaat het over de grote weg. Bij het station van Zollino worden we er uitgegooid en hebben we nog even tijd voor een espresso.

De trein/wagon waarvan we dachten dat die uitgerangeerd stond weg te roesten blijkt onze trein naar Maglie te zijn. We nemen plaats op de bank en precies op tijd vertrekt het oude beessie.
Het voelt alsof er een paar kleine Italiaantjes als een gek de trein tegen een berg op aan het voortduwen zijn. Er zit helemaal geen vaart in. Het geeft ons wel de gelegenheid om het droge landschap van de zuidelijke provincie Puglia te aanschouwen.
De trein heeft er uiteindelijk een half uur over gedaan om de 15km naar Maglie af te leggen.

In Maglie wisselen we van trein, maar ook de trein naar Otranto is van het vooroorlogse type. We gaan weer bij het raampje zitten en zetten ons schrap voor het laatste stukje.
Het valt ons opnieuw op dat de olijfbomen bijna allemaal dood zijn. Dit zagen we ook al toen we in de trein naar Lecce zaten. In deze provincie strekken de gaarden met olijfbomen zich uit tot de horizon, kilometers ver en bijna alles is dor en dood. Grote knoestige bomen, vele tientallen jaren oud, geen groen blaadje te zien, een heel triest gezicht.
Het blijkt het gevolg te zijn van een bacterie (Xylella fastidiosa) die nog niet eerder in Europa was opgedoken. Dezelfde bacterie heeft huisgehouden in wijngaarden in Californië en onder citrusbomen in Brazilië. De dode olijfbomen zijn een enorme klap voor deze regio. Puglia neemt nl. veertig procent van de export van Italiaanse olijfolie voor haar rekening. Inmiddels zijn er resistente varianten van de olijfboom gekweekt, maar voordat het landschap er weer uitziet als een paar jaar geleden ben je generaties olijfboeren verder.

Om 12:30 uur landt het roestige rijtuig in Otranto en lopen wij richting de zee. Het blauwe zeewater is waanzinnig helder en we hebben direct spijt dat we geen badkleding bij ons hebben. We lopen over de boulevard en stoppen steeds om een foto te maken. De ene plek is nog mooiere dan de andere. Nadat we genoeg zeewater voor een half jaar hebben gefotografeerd, zoeken we een terrasje met uitzicht op zee en gaan we lunchen.

De broodjes bij de lunch waren weer veel te groot. We voelen ons genoodzaakt ook vandaag weer minstens 15.000 stappen te maken. We gaan op pad door de straatjes van Otranto.
Het is een heel sfeervol stadje en in elk steegje binnen de oude stadsmuren hangt een sprookjesachtige sfeer. Dat laatste moet je dan wel tussen de oogharen door zien, want de commercie van het toerisme heeft hier ook wel voet aan wal gekregen want het tourisme heeft er ook voet aan wal gekregen. Ze doen hier erg hun best om elk stukje muur vol te hangen met souveniertjes.

Door die ligging, op het meest oostelijke stukje Puglia, kent Otranto een bewogen geschiedenis. Het was de eerste plek waar veroveraars van overzee aan land kwamen. De beruchtste aanval is die van de Turken in de zomer van 1480. Een vloot van meer dan honderd schepen zette achttienduizend soldaten aan land om de stad in te nemen.
De inwoners van Otranto hielden slechts enkele dagen stand, maar uiteindelijk wisten de Turken het stadje op de knieën te dwingen en dat ging veel geweld gepaard. Zo werden alle mannen en alle jongens ouder dan vijftien jaar gedood en werden de vrouwen en kinderen verkocht als slaven.
Achthonderddertien inwoners van de stad sloten zich op in de kathedraal en probeerden zo aan hun lot te ontkomen. De Turken eisten toen dat alle achthonderddertien vluchtelingen zich zouden bekeren tot de Islam.
Toen men dat weigerde, werden ze allemaal gedood. In 1771 werden deze ‘martelaren van Otranto’ heilig verklaard. De botten van alle achthonderddertien martelaren werden naar de kathedraal overgebracht, waar je ze nog altijd kunt zien in de Cappella dei Martiri in het rechterschip.

Wij gaan ‘s-middags een bezoekje brengen aan deze kathedraal. De deuren gaan om 15:00 uur open en als we een paar minuten ervoor bij de kathedraal aankomen lijkt het wel of de uitverkoop is begonnen. Groepen mensen staan in de starthouding om de kathedraal binnen te gaan.
Het is dan ook niet voor niets dat de mensen zich hier verdringen. Er is in Italie geen 2e kathedraal zoals deze. Het gebouw dateert uit de 11e eeuw, maar sindsdien heeft de kathedraal wel een paar facelifts gehad. Het hoogtepunt van het bezoek aan de kathedraal is het enorme 12e eeuwse mozaïek dat de hele vloer beslaat. Je herkent er een levensboom, de toren van Babel, de tekens van de dierenriem en de ark van Noach. Het schijnt dat de hele vloer door één monnik is gemaakt; het ultieme monnikenwerk!

Na de kathedraal doen we ook nog even een rondje om het kasteel van Otranto. Dit kasteel is aan het eind van de 15e eeuw gebouwd, niet lang na de Turkse inval. Het kasteel heeft enorme dikke muren en zal zeker bestand geweest zijn tegen elke indringer uit die tijd. Het kasteel is nu nog steeds in goede staat en in het zonlicht van de late middag ziet het er prachtig uit.

We gaan op weg naar het treinstation van Otranto, maar eerst nemen we nog een drankje op een terrasje aan zee. Daarna lopen we via de boulevard naar de trein en kijken af en toe nog over onze schouder naar de prachtige blauwe zee.
Bij het treinstation kopen we de kaartjes voor de terugweg en om 16:22 uur verlaat het oude boemeltreintje het station. Via Maglie en Zollina komen we uiteindelijk iets na 18:00 uur weer in Lecce aan.

Vrijdag 1 oktober 2021

Vandaag gaan we weer in noordelijke richting, maar niet voordat we ons nog een keer uitgeleefd hebben bij het fantastische ontbijtbuffet. We hoeven ons niet te haasten want onze trein vertrekt om 10:13 uur; we hebben de tijd.
Op het station kopen we de treinkaartjes voor de rit naar Bari en wachten we op perron 1 tot de trein arriveert.
We zoeken een plekje in de rijrichting en volgens Trenitalia zijn we dan iets voor 12:00 uur in Bari.
Over de rit valt niet zoveel te zeggen en kan ik beter verwijzen naar 27 september toen we deze rit in omgekeerde richting hebben afgelegd.

We stappen nog voor 12:00 uur van het perron in Bari en gaan dan op zoek naar ons hotel. Volgens Google Maps is het 14 minuten lopen. Onderweg nemen we nog een koffie met een broodje en als we even later in de buurt van de zee komen zien we de vlaggen van ons hotel al wapperen.
Als we het hotel binnengaan zegt Diana dat dit helemaal niet ons hotel is. Wij hebben het Hi Hotel geboekt en dit is het iH Hotel. Daar is iets mis gegaan in de communicatie (tussen ons). Als ik het Hi Hotel bij Google Maps intik zie ik dat het bijna een uur lopen is vanaf het iH Hotel (kun je het nog volgen?).
Op de kaart zien we dat het Hi Hotel eigenlijk wel wat ver weg ligt van het centrum van Bari dus we besluiten het Hi Hotel maar te annuleren. Omdat het iH Hotel ruimschoots boven ons budget gaat, moeten we dus ter plekke nog wat anders zoeken. Uiteindelijk valt onze keuze op het Mercure.

Het Mercure is vanaf het iH Hotel een half uurtje lopen, dus daar gaan we weer. Op deze manier zien we gelijk een stukje Bari. Niet het mooiste stukje, maar we klagen niet (toch?).
Omdat we member zijn bij de Accor-groep krijgen we een beetje korting bij het Mercure dus dat maakt weer wat goed.
De spullen gaan op de kamer en wij gaan naar downtown Bari. We hebben eigenlijk geen idee wat we van Bari moeten verwachten, maar we gaan het zien.

We lopen via het treinstation omdat we nog even willen informeren waar de bus naar Alberobello vertrekt (zaterdag) en wat de handigste manier is om bij de luchthaven te komen (zondag). Het is even zoeken, maar een half uurtje laten zijn we volledig op de hoogte en lopen we het centrum van Bari in.
Het lijkt erop dat we via de PC Hooftstraat van Bari lopen, want we zien alle grote merknamen op de gevels: Gucci, Luis Vutton, Prada, Ralph Lauren, Michael Kors, Hermes en ga maar door. Helaas zijn we aan het eind van de vakantie, het geld is op.

Vanaf de dure-winkels-straat lopen we de smalle steegjes van Bari in. Het lijkte erop dat het vandaag wasdag is, want de balkonnetje hangen vol. Omdat we voor Bari niet zoveel voorbereid hebben lopen we maar wat kris-kras door het oude centrum van deze havenstad: Bari Vecchia.
We komen er al snel achter dat we deze stad onderschat hebben. De op een na grootste stad van Zuid-Italië is de moeite waard.

We zijn op weg naar het kasteel dat oorspronkelijk door Roger de Noorman in de 12e eeuw is gebouwd als we in een smal steegje een paar dames achter een tafeltje zien zitten. Ze doen iets met vlugge handbewegingen dus wij gaan uitzoeken waar ze mee bezig zijn.
Het blijkt dat deze dames hier in het steegje de lekkerste orecchiette (pasta) aan het maken zijn waarbij ze natuurlijk met elkaar aan het kwekken zijn. Ze maken de pasta meestal ‘s-ochtends en laten die dan ‘s-middags drogen. Wij hebben het geluk dat deze luie dames er ook na het middaguur nog mee bezig zijn (of zou het iets met de toeristen te maken hebben?).

Via het kasteel lopen we naar de Basilica di San Nicola. Dan denk je: San Nicola, klinkt als Sint Nicolaas, is dat……..
Ga er maar eens goed voor zitten lieve kinderen, want nu volgt een alternatieve versie van het verhaal van de Sint.
Op 6 december van het jaar 324 stierf de goedaardige en alom geliefde bisschop Nicolaas in het stadje Myra (Turkije). Veel later besloot de kerk om hem, vanwege de vele goede daden en de wonderen die hij tijdens zijn leven had verricht, heilig te verklaren.
Een voorbeeld van zijn goede daden. Sint Nicolaas van Myra (Klaas voor vrienden) hielp op een dag een arme man en zijn drie dochters. De man hield van zijn dochters, maar kon het van zijn leven niet opbrengen om driemaal een bruidsschat op te hoesten. Daarmee was het lot van zijn dochters bezegeld; ze zouden als slaaf verkocht worden.Toen hij op het punt stond zijn bloedeigen kinderen te verkopen, geschiedde een wonder. Driemaal werd er een buidel met goud door de ramen naar binnen gegooid. Elke buidel was goed voor een volwaardige bruidsschat. Er wordt bovendien verteld dat de buidels precies in de schoenen terecht kwamen, die voor de haard stonden te drogen…(komt dat bekend voor?).

Mooi verhaal, maar hoe zit dat nou met Nicolaas en Bari?
Na zijn dood in 324 werd het graf van de bisschop van Myra bijgezet in de lokale basiliek. Volgens de overlevering had de goedheiligman, tijdens een reis door Italië de wens geuit om in Bari zijn laatste rustplaats te vinden. Het veel noordelijker gelegen Venetië claimde echter hetzelfde, maar Bari heeft de overblijfselen van de patroonheilige uiteindelijk in handen weten te krijgen. Bari bleek het snelst ter plekke en bracht Sint Nicolaas’ botten aan boord van het schip om hem voorgoed mee naar huis te nemen. Nog ieder jaar wordt zijn aankomst in Bari tussen 7 en 9 mei gevierd met een processie die begint op de Adriatische Zee.

De lokale abt Elia gaf voor die gelegenheid opdracht om een nieuwe kerk te bouwen die het veel bevochten reliek waardig was. De crypte van de kerk was twee jaar later af en werd ingewijd door paus Urbanus II. Over het afmaken van de rest van de kerk werd nog wel even gedaan; pas in 1197 werd de Basilica di San Nicola ingewijd en in gebruik genomen. San Nicola werd patroonheilige van de havenstad.
Onder de kerk bevindt zich de crypte met daarin de tombe van Nicolaas, die is uitgegroeid tot een belangrijk pelgrimsoord voor veel katholieken en voor orthodoxe christenen uit Oost-Europa.
Hier rust dus de enige echte Sint Nicolaas, maar lieve kindertjes laat dat de pret op pakjesavond niet bederven, want dit is ook maar een verhaaltje.

Vanaf de basiliek lopen we via een aantal smalle steegjes naar de waterkant en nemen we plaats op een terrasje met uitzicht op de haven. We bestellen een versnapering en kijken hoe de kleine bootjes af en aan varen. Hier kunnen we het wel een tijdje uithouden en dat doen we dan ook.

‘s-Avonds is het gezellig druk in het oude centrum van Bari. Er is veel jeugd op de been die de McDonalds lijken te hebben omsingeld. Wij kiezen voor een veel Italiaanser gerecht: Pizza! Zo uit de oven op ons bordje, heerlijk! Moeten we niet te vaak doen, want dan riskeren we een overgewicht-boete bij Transavia.

Zaterdag 2 oktober 2021

We hebben in het Mercure geen ontbijtbuffet tot onze beschikking. Het alternatief vinden we bij C House Bakery Cafe op het treinstation. Heerlijke cappuccino en al even heerlijke croissants of cornettos zoals ze die hier noemen. Daarna lopen we rustig naar de andere kant van het station want daar vertrekt om 10:00 uur onze bus naar Alberobello.

In het hart van de regio Puglia bevindt zich de Valle d’Itria. Deze vallei is beroemd vanwege de trulli die je er kunt vinden. Trulli zijn witte huisjes met een kegelvormig dak. Hoofdstad van de trulli is Alberobello.
De oudste trulli in Alberobello zijn sobere, simpele, stenen huisjes zonder raam of schoorsteen. De vroegste bewoners van het dorp waren dan ook straatarm. De leefomstandigheden van de landarbeiders werden door de bouw van de huisjes wel een stuk beter. Binnen werd het niet zo snel vochtig en de ruimtes bleven relatief koel in de zomer en warm in de winter.
Sinds 1996 staan alle trulli in Alberobello op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Dit en de plaatjes van Alberobello in de reisgidsen, trekt elk jaar enorme aantallen toeristen en wij doen daar vandaag aan mee.

De busrit naar Alberobello duurt iets meer dan een uur en tijdens de laatste kilometers zien we al regelmatig een trulli in het landschap staan. Als we worden losgelaten bij de bushalte in Alberobello lopen we in een rechte lijn naar het hart van trulli-town (en met ons nog 40 toeristen).
De bekendste wijk van Alberobello is Rione Monti. Hier staan zo’n duizend trulli die voor een groot deel volledig gerestaureerd zijn én gelijk omgetoverd tot souvenirwinkel of restaurant. Wij laten deze wijk nog even links liggen en starten in de wijk Rione Aia Piccolo.

In Rione Aia Piccola staan een paar honderd trulli, die grotendeels nog in gebruik zijn als woonhuis of verhuurd worden als vakantiehuisje. In deze wijk is het veel rustiger en daardoor ook veel authentieker en sfeervoller. Hier zie je af en toe nog een lokale bewoner die het stoepje voor de trullo veegt, of de plantjes bij de trullo water geeft. Hoewel deze huisjes niet door het toerisme worden gesponsord, staan ze er picobello bij.


Het is inderdaad best rustig in Aia Piccolo en dat geeft ons de gelegenheid om in alle rust door de steegjes tussen de trulli te dwalen en leuke plaatjes te schieten. We gaan ergens een espresso drinken en genieten van het uitzicht.

Uiteindelijk ontkomen we er niet aan en mengen we ons tussen de toeristen in de wijk Rione Monti. De sfeer is volkomen anders, bij vrijwel elke trullo wordt wel iets te koop aangeboden en de bezoekers nemen uitgebreid de tijd om zich te laten fotograferen bij een trullo. Je loopt er regelmatig schouder aan schouder waardoor je eigenlijk een mondkapje op zou moeten. We dwalen een tijdje door deze wijk en proberen toch de rustige plekjes te vinden.

De kegelvormige daken zijn soms versierd met symbolische, religieuze of ronduit mysterieuze symbolen. Dit is blijkbaar hun manier om het kwaad buiten de deur te houden.
We komen ook langs een paar bijzonder trulli: de trullo sovrano, de enige trullo met een verdieping, de Siamese trullo, waarbij er twee kegels aan elkaar zitten en de trullo kerk.

Het is inmiddels na enen als we besluiten een terrasje te zoeken voor de lunch. Dit valt nog helemaal niet omdat alle toeristen dezelfde gedachten lijken te hebben. Uiteindelijk vinden we een mooi plekje in de schaduw waar we een heerlijk broodje eten.
Na de lunch slenteren we terug naar het startpunt van onze trulli-tocht en genieten nog een laatste keer van de prachtige puntdaken. Dan lopen we verder naar de bushalte. De bus naar Bari gaat om 14:25 uur en die willen we niet missen.

Om 15:15 uur zijn we weer terug in Bari en we besluiten de rest van de middag bij het zwembad van het hotel door te brengen. Het voelt hier nog steeds als hoog zomer en daar moet je gebruik van maken.
Het is gelukkig niet druk bij het zwembad. We gooien onze handdoeken op een bedje in de zon en plonsen het zwembad in: even afkoelen!

Om 17:00 uur zakt de zon achter een grote pijnboom en dat is voor ons het teken om naar de kamer te gaan. Even tijd om de blog bij te werken, even douchen en dan weer op zoek naar een maal.
Het is knettersdruk in de stad. De jeugd heeft de straten overgenomen op zaterdagavond. Het is iets na 19:00 uur en dat is eigenlijk te vroeg om te gaan eten. Uiteindelijk vinden we een restaurant in de buurt van het kasteel. We bestellen orechettie, de pastaschelpjes die we gisteren live gemaakt hebben zien worden in het steegje iets verderop.
Het smaakt heerlijk en na deze maaltijd mengen we ons weer in de drukte op de hoofdstraat. Halverwege houden we even stil bij een prachtig stukje streetart.

Zondag 3 oktober 2021

Onze laatste dag van het Italiaanse avontuur is aangebroken. Er staat vandaag niets op het programma; we zien wel wat het wordt. Omdat we een hele late vlucht hebben proberen we een late check-out te ritselen, maar verder dan 13:00 uur krijgen we het niet geritseld. Omdat we geen zin hebben om de hele middag met onze spullen rond te dwalen betalen we maar voor de late check-out.

Na de scherpe onderhandelingen (?) gaan we op weg naar ons favoriete ontbijtcafe, maar die blijkt gesloten vanwege circostanze personali. Dan lopen we maar iets verder voor een McOntbijt.
Inmiddels hebben we bedacht wat we na het ontbijt gaan doen: een bezoekje aan het stadsstrand van Bari.
Het is een half uur wandelen over de boulevard en we voelen de zon weer op onze koontjes branden. Het is erg druk op de boulevard en we zijn onder de indruk van de hardlopers die zich onder deze omstandigheden in het zweet werken.

Aan de rechterkant van de boulevard scheurt het verkeer voorbij, aan de andere kant zie we hoe een groep suppers tegen de wind in ploetert. Aan de stijl van een aantal van hen is te zien dat het een groepsles voor beginners is.
Na een half uurtje komen we bij het stadsstrand, een kleine baai in een bocht van de boulevard. Het is er al lekker druk en de mensen van de surfschool verhogen de sfeer met knallende dance-muziek.

Er gebeurt van alles bij dit kleine strand. Er is een hondentrainer bezig om zijn wil op te leggen aan honden. Hij wandelt het water in en de honden moeten hem zwemmend volgen. Kinderen krijgen surfles en dat valt nog helemaal niet mee vandaag omdat er een stevige wind staat. Er liggen meerdere kite-zeilen klaar voor actie. We hopen dat we daar nog wat van zien.

Omdat het zo langzamerhand wel tijd is voor een bakkie koffie lopen we naar de overkant van de weg naar de enige ‘koffiebar’ die open is. Diana betaalt aan de ene kant van de zaak en haalt de espresso dan aan de andere kant van de zaak op. Best efficiënt als je eenmaal doorhebt dat het zo werkt.

Na het verkwikkende bakkie lopen we weer terug naar ‘Panne e Pomodoro’, want zo heet het stadsstrand. We gaan op de brede stenen rand langs het strand zitten en kijken naar alle bedrijvigheid, ondertussen worden we licht aangebakken.
Uiteindelijk zien we ook nog een kitesurfer het water op gaan. Met de stevige wind die er vandaag staat weet hij een enorme snelheid te bereiken.

Rond 12:30 beginnen we wat uitgedroogd te raken. We laten het strand achter ons en lopen via de boulevard terug naar Bari, op zoek naar een bar o.i.d. waar we wat vocht tot ons kunnen nemen. Die bar denken we gevonden te hebben bij La Biglietteria, maar als we daar een half uur nadat we onze bestelling hebben doorgegeven nog geen glas voor onze snufferd hebben staan, gaan we op zoek naar een andere tent.
Ergens in een zijstraatje bij een barretje met 3 tafeltjes proberen we het nog een keer en worden we op onze wenken bediend.

Je zal het niet gemerkt hebben, maar er ontbrak een belangrijk bewijsstuk in deze blog. Ik heb dan wel een spannend verhaal geschreven over de echte goedheiligman, er is nog geen foto waarop de beste man te zien is. Kosten noch moeite worden gespaard om een goed verhaal te schrijven dus de volgende missie is een foto van Nicolaas op de kop tikken.
Het is gezellig druk op alle pleintjes en in de steegjes van Bari. Wij mengen ons in de menigte en weten uiteindelijk het bewijsstuk te bemachtigen. Ik heb het toegevoegd aan het bericht van 1 oktober.

Het is nu wel hoog tijd om de inwendige mens van brandstof te voorzien, dus we gaan weer op zoek naar een terras. Het wordt een Biergarten, heel toepasselijk in Italië.
Een bier en een kaiserbroodje later gaan we weer op pad. Dit keer naar onze laatste stop: het zwembad bij het hotel. Onderweg kopen we nog wel even de treinkaartjes voor het ritje naar de luchthaven.

Om 15:00 uur liggen we bij het zwembad en hebben we tijd om het laatste tijdschrift uit te lezen en de laatste Apenkoppen op te maken. Het is nog steeds erg warm, maar hier hebben we een zwembad om af te koelen. We blijven hier liggen tot de zon bijna achter de hoge bomen in de mooie hoteltuin duikt en gaan dan naar de hotelkamer om ons om te kleden en de koffertjes in te pakken.

We checken uit, drinken nog een drankje op het terras van het hotel en gaan dan op pad. Nog even de stad in om wat te eten en dan met de trein naar de luchthaven van Bari. Het inchecken van Transavia gaat lekker vlot. We krijgen stoelen op de achterste rij van het vliegtuig.
Om 21:30 uur zitten we bij gate A9 en zijn klaar om naar huis te gaan.
We hebben ons (bijna) 2 weken erg goed vermaakt in Zuid-Italië. Cultuur, natuur, mooie steden en heel veel zon. Tot een volgende keer: arrivederci Italia.
Het vliegtuig van Trans is mooi op en tijd en het boarden gaat al even voortvarend als het inchecken. Om 23:00 uur hangen we in de lucht.

Italië 1

Dinsdag 21 september 2021

Het is bijna 2 jaar geleden dat de laatste letters in dit blog terecht kwamen. Almaty, Kazachstan, het lijkt een eeuwigheid geleden. Ik had natuurlijk een verhaaltje kunnen schrijven over Duitsland 2020, maar dat vond ik vorig jaar de moeite niet waard; een reisje binnen Europa, daar ga je toch niet voor zitten tikken.
Italie ligt toch ook in Europa, hoor ik je denken. Klopt! Ook dit jaar blijven we in Europa. Corona is a bitch!

De wekker ging vanochtend om 02:40 uur. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo vroeg m’n bed uit moest voor een vlucht (wel voor een vlucht van iemand anders overigens). Snel even wassen, tandjes poetsen en op weg naar Schiphol. Ruim een uur later zitten we aan een bakkie thee en een croissant; even wakker worden.

Na dit ontbijt gaan we naar gate C8 met onze trolleys. 2 weekjes Europa heb je niet veel voor nodig, dus we hebben ons laagterecord bagage gebroken.
Trans begon mooi op tijd met boarden. We hielden onze telefoon met boardingpass en QR code in de aanslag, maar ze waren alleen geïnteresseerd in de eerste (!). We gaan op 12D en E zitten en horen de piloot zeggen dat de vlucht 2 uur gaat duren. Na de korte nacht had de vlucht best langer mogen duren.
Om 08:40 uur staan we bij de aankomsthal in Napels. We komen probleemloos langs de warmtecameras en gaan op weg naar de bushalte van Alibus. We sluiten aan in de rij en nadat we een kaartje hebben bemachtigd rijdt de chauffeur ons in een kwartiertje naar ons hotel.
Inchecken gaat nog niet lukken om 09:15 uur, dus we laten onze koffertjes achter bij de receptioniste en gaan op pad.

Nadat we een versnapering hebben gehad bij Giardini del Molosiglio (een veel te mooie naam voor een saai stadsparkje) gaan we op weg naar het Castel Nuevo. Dit kasteel uit de dertiende eeuw heeft een prachtig versierde toegangspoort, maar toch laten we deze kolos links liggen. We gaan liever iets de oude stad in.

We zijn er inmiddels achter dat je moet blijven opletten in het verkeer. Zebrapaden lijken vooral bedoeld om het asfalt op te fleuren en de vele scooters maken er een sport van om zo dicht mogelijk bij je broekspijpen te komen.
Tegenover het Teatro di San Carlo gaan we de Galleria Umberto I binnen en vergapen ons aan de prachtige bewerkte muren en het glazen dak van deze historische winkelgalerij. De enorme glazen koepel en de fantastische mozaïeken op de vloer maken het lastig dit in een enkel shot te vangen. We besluiten hier een bakkie koffie te nemen om even van de fantastische ambiance te genieten.

Omdat we op de kaart zien dat we een belangrijke bezienswaardigheid hebben gemist, gaan we via de ingang van de Galleria weer naar buiten en maken een extra lusje naar de Piazza del Plebiscito. Het mooiste plein van Napels is gelijk ook het grootste plein van de stad. Aan dit halfronde plein staat het koninklijk paleis en de Basilica Reale Pontificia San Francesco da Paola; Napel’s versie van het Pantheon in Rome. Vooral de halfronde zuilenrij maakt indruk. We gaan de kerk in en de binnenkant is nog mooier dan de buitenkant.
Het valt ons op dat er weinig toeristen op de been zijn. Geen grote groepen Japanners of Chinezen, maar een enkele Duitser of landgenoot horen we om ons heen. Op fotos van dit plein staan vaak horden mensen en nu lopen er slecht een paar verdwaalde toeristen. Hier zijn wij wel over te spreken!

Onze volgende bestemming is Quartieri Spagnoli; één van de oudste wijken en bekendste wijken van de stad. Volgens veel reisgidsen is dit een wijk die gevaarlijk, maar dat zullen we nog wel eens zien!
Letterlijk vertaald betekent Quartieri Spagnoli de Spaanse Kwartieren. Een naam die het heeft overgehouden aan de Spaanse overheersing in de zestiende eeuw. De Spaanse troepen en hun families werden hier gehuisvest. Er kwam in die begintijd veel prostitutie en geweld voor in de wijk en dat heeft deze wijk tot lang na de Spaanse overheersing achtervolgd.
Na een uurtje slenteren kunnen wij alleen maar zeggen dat het een gezellige volkswijk is met kleine winkeltjes van lokale ondernemers. Je voelt hier het echte authentieke Napels. De was wappert overal aan de balkonnetjes en de locals praten vanaf hun balkon met elkaar.

Veel muren in deze wijk worden ontsierd door graffiti, maar evenzoveel muren zijn verfraaid met prachtige schilderingen. Het portret van Maradonna is misschien wel het hoogtepunt (dat is het in ieder geval voor veel Napolitanen). Pluisje is hier nog steeds een heilige! Hij was degene die in de jaren tachtig Napoli weer op de kaart zette en daarmee veel Napolitanen hun eigenwaarde terug gaf. Zijn portret kom je heel vaak tegen in deze wijk. Na een uur kunnen wij alleen maar concluderen dat dit een hele kleurrijke wijk is met hele kleurrijke mensen.

Na deze ontdekkingsreis door authentiek Napels gaan we op een klein terrasje zitten en bestellen daar wat te drinken. We zijn al vanaf 02:30 uur op, dus moeten af en toe wel wat gas terug nemen.
Nadat we onze vochthuishouding weer op peil hebben gebracht gaan we naar de Spaccanapoli. Dit is een rechte, smalle hoofdstraat die het oude historische centrum van de stad doorkruist.
Al snel hebben we in de gaten dat de toeristen hier in veel grotere getale voorkomen dan op de plekken waar we tot nu toe waren. Het stikt hier dan ook van de souvenirstalletjes en restaurantje die het iets te veel op de buitenlandse toerist voorzien hebben.

In deze historische wijk kun je ook een kijkje nemen in ondergronds Napels: Napoli Sotterranea.
In de vierde eeuw voor christus is Neapolis aangelegd door de Grieken. De overblijfselen van deze stad liggen tientallen meters onder de grond. Wij bezoeken dit netwerk van gangen en grotten samen met een Napolitaanse gids. Zij vertelt hoe dit alles tot stand is gekomen. Dat de grieken het tufsteen uithakten en daar boven de grond hun stad van bouwden en dat later de Romeinen de uitgehakte ruimtes gebruikten om vers drinkwater op te slaan. Maar ze vertelt ook dat diezelfde Romeinen het riool vlak boven deze ondergrondse waterbekkens aanlegden en dat de viezigheid door het poreuze tufsteen sijpelde en in het drinkwater terecht kwam met een enorme cholera uitbraak tot gevolg. Daarna zijn de ruimtes vooral volgestort met afval; een laag die soms wel vijf meter hoog was. Omdat diezelfde ondergrondse ruimtes in de tweede wereldoorlog als schuilkelders gebruikt moesten worden is er over die laag afval een laag cement gestort zodat de ruimtes weer bruikbaar werden. Na het ondergronds avontuurtje neemt het deerntje ons nog mee boven de grond en laat ze ons op verschillende plekken de restanten van een oud Romeins theater zien. Deze restanten zijn nu allemaal onderdeel van de woningen van de huidige Napolitanen.

Inmiddels is het bijna 16:00 uur en we besluiten na de leerzame excursie terug naar ons hotel te gaan. Per slot van rekening moeten we nog inchecken. We wurmen ons door het verkeer en horen bij de receptie van het hotel dat ze onze koffertjes al op de kamer hebben gelegd.
We kleden ons om en gaan bij de ferry-haven zitten. Het was nu wel tijd voor een alcoholische versnapering.

‘s-Avonds gaan we op zoek naar een restaurantje in de buurt en komen uit bij Trattoria e Ristorante Castel Nuovo. Een klein tentje dat half verscholen in de woonwijk ligt. Het blijkt een goede keuze want het Italiaanse eten smaakt voortreffelijk.
Tegen 20:30 uur zijn we weer terug bij het hotel en is de fut er wel een beetje uit. Het was een lange dag, maar Napels is een boeiende stad die voldoende energie gaf om het vol te houden.

Woensdag 22 september 2021

Het programma voor vandaag was al uitgestippeld, maar we hadden niet kunnen denken dat we aan het eind van de dag naar een hoerenkeet zouden gaan nog voordat we een bordje pasta bestellen! Daarover later meer.
We hebben vannacht in een lichte coma doorgebracht, maar dat is niet zo gek na de lange dag van gister. Uitslapen is er niet bij; om 08:00 uur zitten we alweer aan het ontbijt. Het ontbijt is uitgebreid voor Italiaanse begrippen, want het zal meestal niet meer zijn dan een cappuccino en een gebakje. Hier hebben ze brood, gebakken ei, vleeswaren, yoghurt en fruit en een hele berg zoete broodjes.

We kopen metrokaartjes bij de Tabaccherio en stappen bij station Municipio op lijn 1 en gaan op weg naar station Vanvitelli. We maken nog wel een tussenstop bij Station Toleda omdat dit station er volgens de boeken prachtig uitziet. Het is inderdaad een mooi station, maar kan niet tippen de metrostations die wij in Almaty hebben gezien.

We stappen wee in de metro en gaan verder naar station Vanvitelli. Vanaf dit station lopen we naar onze eerste echte stop van de dag: Castel Sant’Elmo. Dit stervormige kasteel was oorspronkelijk een kerk, toegewijd aan Sint Erasmus. Zo’n 400 jaar later werd de kerk omgebouwd tot kasteel, waarna Don Pedro de Toledo het kasteel in 1538 verder versterkte. Tot 1970 heeft het gefunctioneerd als militaire gevangenis. Voor ons niets van dit alles, wij gaan voor het uitzicht over Napels.


Vanaf station Vanvitelli moet je een aantal trappen beklimmen om het kasteel te bereiken, maar gelukkig is er voor de luie Italianen naast elke trap een roltrap geïnstalleerd. Wij passen ons snel aan!
Er is maar een klein deel van het kasteel open voor bezichtiging en daar is de entreeprijs van 2 euro ook naar. Het is een indrukwekkend kasteel, maar met een kwartiertje zijn we uitgekeken en gaan dan een trapje lager voor het uitzicht over Napels. Dat is zeker de moeite waard.

Terug bij station Vanvitelli drinken we een espresso en nemen dan de metrio naar station Universita, Daar nemen we de benenwagen naar Chiostro di Santa Chiara. Op onze weg ernaar toe herkennen we aantal straatjes waar we gisteren ook gelopen hebben. We raken al aardig thuis (met Google Maps).
We kopen een kaartje bij het klooster en gaan de achterliggende tuin in, maar moeten eerst even de Greenpass laten zien. Net als gisteren valt het mee met de drukte en ook in deze tuin zien we niet meer dan een paar handvol toeristen. We dwalen wat door de tuin en schieten een paar plaatjes. Even later drinken we wat in het naastgelegen steegje.

Onze volgende bestemming is de Duomo. Deze kathedraal van Napels stamt uit 1272, maar is grotendeels verwoest bij de aardbeving van 1456. In de eeuwen erna heeft moeder natuur nog een paar tikken uitgedeeld, maar in 2021 is de kathedraal is in ieder geval tip-top in orde. We bewonderen het enorme neo-Gothische gebouw vanaf de stoep en gaan dan met de handjes gevouwen naar binnen. Binnen is kathedraal al even imposant als buiten. Prachtige sculpturen van allerlei geestelijken, veel bling-bling, prachtige nisjes en een rijkelijk versierd altaar. Een aanrader voor de fanatieke kerkganger.

Dan is het tijd voor de hoofdact van vandaag: Pompei! We lopen naar de Piazza Garibaldi en gaan het stationsgebouw in op zoek naar de Circumvesuviana. Deze trein brengt je in 40 minuten naar station Pompei Scavi.
We zijn mooi op tijd, want nadat we onze kaartjes hebben gekocht hoeven we maar een handvol minuten op de trein te wachten. Trein is misschien een beetje te veel eer voor de afgetrapte wagons waar we instappen, maar dat mag de pret niet drukken.

Als we 40 minuten later uitstappen op station Pompei Scavi zijn we natuurlijk veel te vroeg voor onze ‘goedkope’ kaartjes. Hollanders als we zijn hebben we gekozen voor de kaartjes van 15:30 uur, want die zijn 6 euro goedkoper! Deze winst verdampt al snel als we op een nabij gelegen terrasje wat gaan drinken.

Rond 14:45 uur besluiten we het er maar op te wagen en gaan we naar de stad die op 25 augustus van jaar 79 werd bedolven onder as en een regen van brandend puimsteen.
Even een beetje historie: op 24 augustus van datzelfde jaar is men in Pompei nog steeds druk bezig om de gevolgen van de aardbeving van 16 jaar eerder te repareren en ondanks dat de aarde die nacht weer behoorlijk trilde hebben de bewoners geen idee wat hen te wachten staat. ‘s-Middags kondigt de uitbarsting zich. Met een enorme knal aan. Een 14km hoge donkere wolk hangt boven de vulkaan. Aan het eind van de middag valt de lapilli (brandend puimsteen) op Pompei. De pluim boven de vulkaan is inmiddels 25km hoog. Daken storten in onder het gewicht van de brokstukken.
’s-Nachts blijft de lapilli en as neerkomen op Pompei. Het breekt door de huizen heen en verstikt de mensen die er beschutting hadden gezocht. In de vroege ochtend van 25 augustus wordt Pompei geraakt door lawines van gas en as, waardoor alle resterende bewoners om het leven komen.

Niemand doet moeilijk als wij met onze goedkope kaartjes al om 14:45 uur het toegangspoortje door lopen. We besluiten om de kaart uit de Lonely Planet als ‘gids’ te hanteren en komen eerst bij het Tempio di Venere. Afgezien van een veel te modern bronzen beeld van een naakte man is er niet veel te zien. we lopen verder naar de Basilica. Dit was de rechtbank van Pompei. Met z’n 1500 vierkante meters was het een van de weelderigste gebouwen bij het grote plein (Forum).

Na de Basilica lopen we naar de twee theaters: Teatro Grande en Teatro Piccolo. In het grote theater kon 5000 man plaats nemen, het kleine theater (Odeon) of theatrum tectrum zoals de Romeinen het noemden is gebouwd in 79BC in opdracht van dezelfde magistraten die het amfitheater lieten bouwen. Het was beroemd vanwege z’n akoestiek. We slingeren door de straatjes van Pompei en komen langs cafetaria’s en luxe huizen van de rijkere bewoners van Pompei, zoals de Casa del Menandro.

Iets verderop komen we bij de Orto dei Fuggiaschi waar gipsafdrukken liggen van 13 bewoners die beschutting zochten tegen de uitbarsting. De ineengedoken lichamen laten goed zien hoe de inwoners van Pompei overvallen zijn door de uitbarsting van de vulkaan.

We lopen verder en slingeren tussen de restanten van de huizen door. In de verste hoek van Pompei komen we uiteindelijk bij het Amfitheater; de plek waar gladiatoren voor veel publiek hun gevechten opvoerden. Het amfitheater is gebouwd in 70BC en daarmee het oudste amfitheater uit de Romeinse tijd. Er pasten 20.000 toeschouwers in. Het amfitheater is van 59AD tot 62AD gesloten geweest nadat er bloedige gevechten waren uitgebroken tussen toeschouwers uit Pompei en uit Nocera. Het had een voetbalwedstrijd uit de Serie A kunnen zijn.

Vanaf het Afitheater lopen we terug en komen we opnieuw langs eettentjes, huizen met prachtige muurschilderingen en mozaïeken vloeren. Er is zelfs een huis met een soort ‘pas op voor de hond’ mozaiek.
Een wandeling door Pompei is een aanslag op de enkels. Op de onbenullig grote straatsteunen die uitgesleten zijn door de wielen van wagens moet je goed uitkijken waar je loopt.

De laatste bestemming is de Villa dei Misteri. In deze grote villa met 90 kamers vind je de mooiste muurschildering van heel Pompei: de Dionysische Fries. Deze fresco siert de muur van de enorme eetkamer en is een van de grootste schilderingen van de oude wereld. Het stelt de initiatie van een toekomstige bruid voor.
Nadat we de fresco op de gevoelige plaat hebben vastgelegd lopen we nog een rondje door de villa en gaan dan op weg naar de uitgang.

Een kwartiertje later zijn we weer bij het Forum; het grote plein van de stad. Hier komen alle grote wegen op uit en hier speelden zich de belangrijke zaken uit die tijd af. Hier vochten de gladiatoren voordat het Amfitheater er was.
We zitten even aan de rand van het Forum als Diana zegt iets gelezen te hebben over het Lupanare; het enige bordeel van de stad. Dat willen we nog wel even zien dus we gaan op zoek naar dit huis van lichte zeden.

Omdat veel wegen afgesloten zijn (vanwege renovaties) zijn we onnodig lang onderweg naar de hoerenkeet, maar uiteindelijk weten we het toch te vinden. Het is een gebouwtje met 1 verdieping en zowel op de begane grond als de eerste verdieping zijn vijf peeskamertjes. Op de muur boven de kamers staan tekeningen van de mogelijke standjes. In de kleine kamertjes staan hele kleine betonnen bedden, maar ook in die tijd hadden ze al matrassen. De prostituees waren meestal Griekse of Aziatische slaven.

Na zo’n drie uur in Pompei te hebben rondgelopen denken we dat wel een goede wel indruk van de stad hebben opgedaan, dus we gaan op weg naar het station. Onderweg kopen we eerst een paar flessen drinken, want de cafetarias in Pompei waren al (bijna 2000 jaar) gesloten.
Om 18:30 uur stappen we met een meute andere bezoekers in de trein en gaan we op weg naar Napels. Daar pakken we de metro naar ons hotel, maar zoeken we eerst een tafeltje bij hetzelfde restaurant als gisteravond. De past smaakt wederom voortreffelijk en na deze welverdiende maaltijd lopen we het laatste stukje naar het hotel.

Donderdag 23 september 2021

Gisteren gaf de Fitbit van Diana 30.000 passen aan, wat overeen komt met zo’n 20km. Met het programma van vandaag zullen we waarschijnlijk niet aan die record-afstand komen.
Na opnieuw een voortreffelijk ontbijt gaan we eerst naar Castell dell’ Ovo. Dit kasteel is in de 12e eeuw gebouwd door de Noormannen en is daarmee het oudste kasteel van Napels. De naam van het kasteel (Kasteel van het Ei) is volgens de legende te danken aan een Romeinse schrijver die op de plek van het kasteel een ei heeft begraven en daarbij waarschuwde dat als het ei zou breken, het kasteel (en Napels) zou vallen. Wij hebben de afgelopen dagen kunnen vaststellen dat beide nog overeind staan, dus het ei zal nog niet gebroken zijn.
Via de ‘boulevard’ waar een aantal luxe hotels aan liggen, is het zo’n 25 minuten wandelen naar het kasteel. Het kasteel is al van verre te zien, maar helaas is het ingebouwd tussen een paar shabby restaurants. Een mooi foto is vrijwel onmogelijk.

Als we het kasteel inlopen worden we tegengehouden door een tweetal oudere heren. In hun beste Engels (dat nog steeds voornamelijk uit Italiaanse worden bestaat) maken ze ons duidelijk dat we ons eerst online moeten registreren. Da’s lekker, want de website waar we ons moeten aanmelden is in het Italiaans. Heel moeilijk is het gelukkig niet, want we hoeven alleen onze naam, emailadres en telefoonnummer in te vullen. Als dat gebeurd is verschijnt er een barcode op de telefoon en mogen we verder naar een klein groezelig kantoortje waar we onze Corona pas moeten laten zien. Na al die formaliteiten kunnen we eindelijk het kasteel in. De entree is gratis, dus dat maakt veel goed voor de Olandese.

We volgen de pijlen naar boven en zien onderweg dat de meeste ruimtes gesloten zijn. Het lijkt dus niet meer dan normaal dat je hier gratis naar binnen kunt. Onderweg naar boven komen we wat kunstige beelden tegen, maar verder is er niet veel te zien. Vanaf de bovenste verdieping hebben we wel een fantastisch uitzicht.
We maken een paar foto’s en lopen dan weer naar beneden. Met een vriendelijk ciao groeten we de oudjes en lopen we terug naar ons hotel.

Het hoofdprogramma van vandaag is de beklimming van de Vesuvius. We lopen van ons hotel naar het treinstation, maar gaan onderweg nog wel ergens op de hoek van een straat zitten voor een lekkere bak koffie. Bij het loket van de Circumvesuviana kopen we de treintickets naar Ercolano, Vanaf Ercolano zal een bus ons naar het startpunt van de korte beklimming van de Vesuvius brengen.
Het ritje met de trein duurt maar 15 minuten en daar aangekomen regelen we eerst onze bustickets. Omdat we nog genoeg tijd hebben voordat de bus vertrekt gaan we ergens in Ercolano bij een Pizzeria zitten om wat te eten.

Om 13:15 uur zijn we weer op het plein voor het treinstation waar de bus om 13:30 uur zal vertrekken. Tegen onze verwachting in vertrekt de bus ook daadwerkelijk om 13:30 uur naar de Vesuvius.
Nadat we Ercolano achter ons hebben gelaten slingert de bus zich naar boven. Het is een hele klim en we zijn blij dat we dit niet allemaal te voet hoeven te doen. Na een half uur arriveren we bij een parkeerplaats, van waar we het laatste stukje omhoog te voet doen. Na zo’n 20 minuten zien we voor het eerst de krater van de vulkaan en hij leeft, want we zien fumarolen opstijgen uit de wand.

Na de uitbarsting in het jaar 79 is de Vesuvius nog wel zo’n 30 keer uitgebarsten. De vulkaan is nu 1281 meter hoog, maar men denkt dat de vulkaan ooit veel hoger is geweest, zo’n 3000 meter. De uitbarsting in het jaar 79 heeft een groot deel van de top van de vulkaan verwoest. De zwaarste uitbarsting na die in het jaar 79 is geweest in 1631, de meest recente uitbarsting was in 1944 (dus het wordt wel weer eens tijd).
We lopen zo’n 20 minuten omhoog door het lava-grind en moeten uitkijken dat we niet uitglijden op dat stoffige goedje. Bij de krater aangekomen lopen we in ruim een half uur langs de rand van de krater en kijken op de verschillende uitkijkpunten de diepte in. Het blijft een gevaarlijk beestje, ook al slaapt hij al vele jaren. Bij het laatste uitkijkpunt gaan we even zitten en drinken we wat.
Dan lopen we langzaam terug en gluren we af en toe weer de krater in om te checken of we niet gemist hebben.
Om 15:45 uur zijn we weer terug op de parkeerplaats.

Het ritje naar beneden duurt ook een half uurtje en om 16:30 lopen we het perron van het station in Ercolano op en zien we dat de trein naar Napels net is vertrokken. Gelukkig gaat deze trein 3x in het uur dus iets na vijven zijn we toch al in Napels.
We lopen kris-kras terug naar ons hotel en gaan bij Bar La Nova Central op het gezellige Piazza Santa Maria la Nova zitten om wat te drinken. Ze maken hier werk van een drankje, want als we onze drankjes op het tafeltje hebben staan worden er gelijk bakjes chips, doritas en pinda’s neergezet. Niet veel later wordt er ook nog een bordje met brochetta’s, broodje ham en olijven neergezet. We kunnen het diner vanavond wel skippen.

Rond 20:30 uur zijn we weer terug in ons hotel en pakken we onze koffertjes alvast in. Morgen laten we Napels achter ons en gaan we naar Maiori aan de Amalfi kust.
Iedereen kent wel de uitdrukking Vedi Napoli e poi muori! – Napels zien en dan sterven – die werd opgetekend door de Duitse wetenschapper, dichter, filosoof Goethe. Hij bedoelde dat natuurlijk niet letterlijk, maar gebruikt het net als de Napolitanen om aan te duiden dat Napels zo’n overweldigende stad is, dat je eigenlijk nergens meer naartoe hoeft als je Napels eenmaal hebt gezien. Goethe voelde zich een heel ander mens na zijn bezoek aan Napels, dat volgens hem een paradijs was en wij sluiten ons daarbij aan. Napels heeft bij velen een slechte naam; het zou een vieze, gewelddadige stad zijn met norse bewoners, maar niets is minder waar. Napels is een aanrader!

Vrijdag 24 september 2021

We waren vanochtend de eersten in de ontbijtzaal. De bus naar Maiori gaat al om 09:00 uur en we willen toch lekker uitgebreid ontbijten. De komende dagen hebben we een Bed and no Breakfast dus we nemen het er van.
Om 08:30 uur checken we uit bij de vriendelijke Italiaanse bij de receptie. Dit hotel gaat een goede review krijgen!

De bus naar Maiori vertrekt op zo’n 10 minuten lopen van het hotel, dus we zijn ruimschoots op tijd. De bus zit behoorlijk vol, maar wij hebben een mooi plekkie weten te bemachtigen. Mondkapje op en rijden met die bak.

Het ritje naar Maiori duurt 1 uur en 45 minuten en vooral het laatste stuk langs de Amalfi kust is spectaculair. De uitzichten zijn prachtig, maar de weg is zo smal dat de bus regelmatig voor een bocht moet wachten tot het verkeer ruimte heeft gemaakt. Rond 10:45 uur stappen we uit bij de bushalte in het centrum van Maiori. Het is dan nog zo’n 300 meter lopen naar het hotel, maar we gaan eerst ergens zitten voor een cappuccino.

Ons hotel ligt iets achter de hoofdstraat en is een authentiek Italiaans gebouw met warm geel geschilderde muren en luiken voor de ramen. Van binnen is het echter helemaal opgeknapt en met een klassiek design sausje overgoten. Het contact met de eigenaar gaat via Whatsapp en als wij ons met een berichtje bij hem melden schrijft hij dat we gelijk naar binnen kunnen. Even aanbellen en Lucia (de schoonmaakster slash interieurverzorgster) is in het gebouw aanwezig. De kamer ziet er prachtig uit, maar nadat we de koffertjes op de kamer hebben gezet, gaan we toch gelijk de straat op.

We gaan op zoek naar het Ufficio del Turismo, want de ‘oversteek’ naar Matera aan de andere kant van de laars is nog wel een dingetje. Er gaan geen rechtstreekse treinen of bussen (binnen ons budget). Helaas blijkt het toeristen-hulpmiddel niet meer te bestaan, dus Diana gaat een groot Hotel binnen voor informatie. Daar kunnen ze ons wel helpen met de bustickets voor het programma van morgen, maar voor de tocht naar Matera verwijzen ze ons naar een reisburootje. Helaas weet de eigenaar van dit kantoortje ons geen goed alternatief te bieden. We gaan maandag gewoon naar treinstation in Salerno en zien wel wat er mogelijk is.

Het strand in Maiori ziet er zo aanlokkelijk uit dat we besluiten ons badpak aan te trekken en een van de vele bedjes op het strand te huren. Dus eerst maar even naar het hotel, omkleden, handdoeken mee en naar het strand. Helaas blijkt het allemaal niet zo simpel. Wanneer we het elektronische slot van de hoteldeur proberen te openen, blijkt deze niet te werken. We proberen het een paar keer, maar de deur blijft gesloten. Dan maar een appje naar de eigenaar. Helaas reageert hij niet snel, dus dan maar even bellen. Gelukkig kan hij op afstand de deur ontgrendelen zodat wij naar het strand kunnen. Je moet er niet aan denken dat dit gebeurd als er brand is (niet aan denken, zei ik toch!)

Op het strand staan de bedjes in een typische Italiaanse opstelling. Lange rijen bedjes staan in vier rijen aaneengesloten op het strand; een soort catenaccio.
In het hoogseizoen zal het hier vol liggen, maar wij hebben de bedjes voor het uitzoeken. Het is heerlijk rustig! We kiezen twee bedjes op de eerste rij uit, spreiden onze handdoek, smeren onze neus in en gaan liggen. Heerlijk, het lijkt wel vakantie.

Een paar uurtjes strand is voor ons ook wel weer genoeg. Ik probeer het zeewater uit, we nemen nog een ijsje bij de strandbar en om 16:30 uur is het dan wel tijd om naar het hotel te gaan.
‘Even douchen, de mail kijken en dan naar een terrasje aan het water waar we wachten op de zonsondergang. Dan is het tijd om te eten. Vandaag nemen we lasagna. La dolce vita!

Zaterdag 25 september 2021

Vandaag maar weer de wekker gezet, want we wilden met een vroege bus naar Amalfi om van daar met de bus naar Bomerano te gaan. Bomerano is de startplaats van de Sentiero degli Dei oftewel Pad der Goden, een trek van zo’n 10km. Om 06:45 uur staan we bij de bushalte en enkele minuten later arriveert de bus naar Almalfi. Het valt op dat er vnl. vrouwen in de bus zitten. De mannen werken blijkbaar thuis (heel herkenbaar).
Bij de bushalte in Almalfi vragen we wanneer de bus naar Bomerano vertrekt en die blijkt een minuut later al te vertrekken; dat is een perfecte aansluiting.
We slingeren het binnenland in en om 07:45 uur waarschuwt de chauffeur dat we in Bomerano zijn.

Naast de bushalte is een restaurant en we besluiten daar te ontbijten. Achteraf een slechte keus, want de croissant met Nutella is oud en de cappuccino is koud.
We lopen naar het beginpunt van de trek, waar we gelukkig nog een hete, sterke espresso op de kop kunnen tikken. Dat is voldoende cafeïne voor de eerste paar kilometers.

De naam van deze trek wordt toegeschreven aan de Griekse sage over Odysseus. Hij weerstond de zang van de Sirenen, die woonden op de archipel Li Galli. De goden en godinnen kwamen Odysseus te hulp via dit pad, de snelste weg van het vasteland naar Li Galli. Het is dus niet zo dat we vandaag een verdwaalde god tegen kunnen komen, hooguit een geit of twee.
Het pad is goed bewegwijzerd, dus we vinden makkelijk de weg. De eerste paar honderd meter gaan licht omhoog en nu al genieten we van de vergezichten.

We lopen van oost naar west, dus hebben de zon in de rug en kijken steeds op de kustlijn van het schiereiland Sorrento. Ook het eiland Capri en de eilandengroep Li Galli zijn steeds in zicht. Het gebergte op het schiereiland is een uitloper van de zuidelijke Apennijnen en heeft een eigen naam: Monti Lattari. Her en der zijn kleine boerderijtjes en je ziet regelmatig de terrassen waarop ze wat verbouwen.

Het pad mag dan wel goed bewegwijzerd zijn, het is zeker geen walk in the park. Regelmatig worden we geconfronteerd met menshoge rotsblokken waar we overheen moeten klauteren. Je moet wel wat over hebben voor een beetje uitzicht. We vorderen gestaag en onderweg komen we af en toe toeristen tegen die het pad in omgekeerde richting afleggen. Zo ook een groep Fransen. De ‘ah en oh oui, magnifique, je t’aime, ètcétèrá’ vliegen ons om de oren. Of we ook even een fotootje van ze willen maken op dit ‘point de vue fantastique’. ‘C’est bonne’, maar dan moet je er ook eentje van ons schieten. Het resultaat is phénoménal!

We hebben er inmiddels twee uur op zitten en beginnen zo langzamerhand wel wat uitdrogingsverschijnselen te krijgen. We hebben de boel weer eens onderschat. We vonden het niet nodig een flesje water mee te nemen.
We vervolgen onze weg en klimmen en klauteren dat het een lieve lust is. De witte sokjes van Diana zijn inmiddels omgetoverd in donkergrijs.
Na twee-en-een-half uur komen we dan eindelijk bij het dorpje Nocelle en daar begrijpen ze gelukkig dat je geld kunt verdienen aan de trekkers. We nemen een bekertje van de lokale specialiteit vers geperst sinaasappelsap en lurken een fles water leeg. We kunnen weer verder!

Het laatste stuk naar Positano is wat minder uitdagend. De paden zijn breed en lopen over het algemeen naar beneden. We komen langs een berg met een gat erin. Op z’n Italiaans klinkt dat veel lekkerder: Buco di Montpertuso. In het dorpje Montepertuso gooien we er nog een fles water in en zetten ons dan schrap voor de vele honderden treden naar beneden, naar Positano.

Het dorp ligt tegen een helling gebouwd en dat ziet er fantastisch uit. Dat is waarschijnlijk een belangrijke reden dat er zoveel toeristen deze kant op komen. Ik kan me nl. niet voorstellen dat al die mensen hierheen komen voor de kleren van het merk Moda Positana met z’n bloemenmotieven.

We zijn iets na twaalven in Positano, dus we gaan op zoek naar een plek waar we kunnen lunchen. Er zijn plekken genoeg, maar de prijzen zijn hier sky-high. Toch weten we iets te vinden waar we een soort opgerolde pizza eten. Heerlijk na zoveel inspanning.
Na deze uitgebreide lunch lopen we door naar het strand. Uit nieuwsgierigheid kijken we even wat een strandbedje hier per dag kost: €30 op de eerste rij of €25 daarachter (p.p.!). Dan hebben we in Maiori een koopje: 2 bedjes met parasol voor €10.

Het is verschrikkelijk druk in Positano, zelfs veel drukker dan bijv. in Pompei. We houden hier al snel voor gezien en kopen 2 kaartjes voor de ferry naar Amalfi. De boot vertrekt om 1:30 uur, dus we kunnen nog even rondkijken bij de opgedofte zonaanbidders op hun te dure strandbedjes.

De ferry vaart klokslag 13:41 uur weg en tijdens het half uur durende boottripje krijgen we een goed beeld van de Amalfi-kust. Her en der liggen dorpjes in het zonlicht te blinken tegen de bergen op het schiereiland en overal liggen er dure jachten voor anker.
We gaan in Amalfi van boord en zoeken een tabacchi waar we bustickets kunnen kopen voor het ritje naar Maiori. We lopen over het centrale plein in Amalfi en zien daar de prachtige Duomo de Amalfi. We gaan op een terrasje zitten om even te genieten van deze mooie kathedraal.

We betalen onze drankjes en bedenken ons dat we van dat geld onze eigen kathedraal hadden kunnen bouwen. Ze weten hier wel hoe ze een toerist een poot uit moeten draaien, maar dat hoort erbij aan de Amalfi-kust.
We kopen de buskaartjes bij een tabacchi op de hoek en lopen naar het busstation.
De bus vertrekt rond 15:30 uur en met veel emotie draait de buschauffeur z’n bus over de kronkelige wegen. Regelmatig moet er een auto in de achteruit om plaats te maken voor zijn bus.
Tegen vieren stappen we uit in Maiori en gooien we onze spullen op de hotelkamer. Dan zoeken we terrasje aan het strand en bestellen we voor de verandering een lekker koud biertje.

Zondag 26 september 2021

Vandaag geen wekker, dus slapen we uit tot 08:00 uur. Voor het ontbijt gaan we naar Pasticceria Napoli. Ze hebben er heerlijke verse broodjes en schenken een goede cappuccino. Tja, dan zit je elkaar om 09:00 uur aan te kijken; niets op het programma en om nu al naar het strand te gaan….
Gelukkig hebben we iets gelezen over een wandeltocht naar Minori, het naastgelegen dorpje aan de Amalfikust. Il Senteiro dei Limoni is een makkelijke wandeling langs de citroenboomgaarden die je hier aan de de Amalfikust overal tegenkomt.
We beginnen bij de Santuario Santa Maria a Mare. Over de naam van deze kerk gaat het verhaal dat er rond 1200 een schip voor de kust van Maiori verging. Het Mariabeeld dat aan boord was spoelde aan op het strand van Maiori en kreeg een mooie plek in het Santuario Santa Maria a Mare.

Volgens de beschrijvingen is het een makkelijke wandeling, maar we beginnen wel gelijk met een paar honderd traptreden. In vergelijking met de trek van gisteren is deze wandeling een stuk eenvoudiger, maar de kuitjes protesteren hevig.
Al snel zien we de boompjes waar het hier allemaal om draait. Overal om ons heen zien we klein boomgaarden met de citroenboompjes. De boomgaarden zijn trapsgewijs aangelegd.

De citroenen die hier groeien zijn niet de gladde glimmende exemplaren die bij ons in de supermarkt liggen. De wereldberoemde exemplaren uit deze streek zijn nl. oerlelijk, ze hebben een bobbelige dikke schil. Deze citroenen hebben in 2002 het kwaliteitskeurmerk IGP gekregen, wat herkomst en kwaliteit van een product garandeert.
Deze beschermde citroensoort Sfusato Amalfitano is een belangrijk ingrediënt in veel gerechten, maar het belangrijkste/bekendste recept is ongetwijfeld de limoncello. Hoewel de exacte plaats waar dit product voor het eerst werd gemaakt onbekend is, moge het duidelijk zijn dat de echte limoncello geproduceerd wordt in de omgeving van de Amalfikust.

De uitzichten tijdens deze wandeling zijn fantastisch. Steeds is er zicht op de kustlijn en overal is het frisse groen van de citroenboomgaarden te zien.
We komen langs kleine gehuchtjes van enkele woningen die verborgen langs het pad liggen. Hoge muren onttrekken de tuinen aan het zicht.
Af en toe ruik je de citroenen, maar ze zijn nog te groen om de hele streek te laten geuren. Tegen de muren staan oleanders en in veel tuinen groeien druivenstruiken waar grote trossen druiven aan hangen. Hier en daar is er in de muur een klein nisje met daarin een kerkelijk beeldje.

Na ruim een uur komt Minori in beeld. Vanaf een laatste uitkijkpunt bewonderen we dit kleine stadje van bovenaf en lopen dan de laatste treden naar beneden. De wandeling was een stuk eenvoudiger dan gisteren, maar bijna net zo mooi. We zijn blij dat we dit niet gemist hebben.

Langs de zijkant van de Basilica di Santa Trofimena lopen we het kleine plaatsje binnen en gaan we vlak bij deze kerk een espresso drinken. Na deze opkikker maken we een verkenningsrondje door Minori. Het is net als Maiori een lieflijk klein stadje aan de Amalfikust. In plaats van de bus nemen we dan de benenwagen terug naar Maiori.

Terug bij ons hotel trekken we de badpakken weer aan en zoeken we een plaatsje op het strand. Het is drukker dan de eerste keer dat we hier lagen. Veel Italianen gaan op zondag met het gezin naar zee.
We nemen een duik en laten ons opdragen om vervolgens bij Tony’s te gaan lunchen. Dan weer naar het strand, een duik, slapen op het bedje, een duik, etc. Zo kom je de middag wel door.
Iets na vieren besluiten we naar de hotelkamer te gaan. Even douchen, andere kleren aan en op zoek naar een terrasje voor een frisje. Ik schreef het eerder al: het is soms net vakantie.

We checken nog even de de vertrektijden van de bus naar Salerno en komen erachter dat we in de verkeerde tabel hebben gekeken. Dat is een meevaller van 25 minuten, want de bus naar Salerno gaat pas om 07:35 uur.
We lopen het kleine centrum van Maiori weer in en gaan eten bij Osteria & Pizzeria dell’Olmo.
Na het eten lopen nemen we weer een espresso bij Tony’s, maar dit keer met een limoncello, want het kan toch niet zo zijn dat we aan de Amalfikust zijn geweest zonder limoncello te drinken.

Kazachstan & Oezbekistan 4

Dinsdag 22 oktober 2019

Hadden we gisteren de M&M’s (&M’s) links laten liggen, vandaag gaan we zeker madrassa’s, moskeeen en mausoleums op onze route vinden.
Na het ontbijt gaan we eerst naar het Gur-e-Amir mausoleum, de laatste rustplaats van Timur (Tamerlane). Het is ongeveer een kwartiertje lopen naar het mausoleum, dat op de grens van de oude En de nieuwe stad ligt. Het verschil tussen oud en nieuw (Russisch) is groot. In de oude stad lopen de kleine straatjes kris-kras door de wijk, terwijl de Russen brede, rechte, evenwijdige straten hebben aangelegd. Pak de plattegrond en je ziet het verschil.

Het mausoleum is eigenlijk best klein voor een man met zoveel aanzien, maar het was ook helemaal niet de bedoeling dat Timur hier begraven zou worden. Timur had in Shakhrisabz al een graf voor zichzelf laten bouwen en had dit mausoleum voor z’n kleinzoon (en beoogd opvolger) Mohammed Sultan, die een jaar eerder was overleden, laten bouwen. Het verhaal wil dat, nadat Timur in de winter van 1405 onverwacht aan een longontsteking was overleden (in Kazachstan bij de voorbereiding van een veldslag tegen de Chinezen), de pas naar Shakhrisabz was dicht gesneeuwd. Ze hebben toen maar besloten hem in dit mausoleum een plekje te geven. Hij hoeft zich er overigens niet voor te schamen (voor zover nog mogelijk). Het portaal met mozaïeken en de schitterende azuurblauwe koepel zijn een plaatje.

Omdat er een ander prijskaartje hangt aan en rit met de taxi, dan een treinreis naar tashkent gaan we eerst even naar een flappentap. Volgens de eigenaar van ons hotel moeten we naar het Registon Plaza hotel, want daar staat een pinautomaat.
Op weg naar dat hotel komen we bij een rotonde waar een meer dan levensgroot beeld van Timur staat, we maken een foto, maar het blijft toch altijd dubieus om een foto te maken van iemand die zoveel dood en verderf heeft veroorzaakt. Maar goed………… KLIK!
Er staat inderdaad een pinautomaat in de lobby van het hotel, maar deze is, zoals zo vaak, kapot. We lopen dan maar een kilometertje verder naar de Asaka bank die ons deze vakantie nog niet in de steek heeft gelaten en ook dit keer niet.

Met een goed gevulde portemonnee lopen we via de Registon ko’chasi naar het hoogtepunt van Samarkand, misschien wel van Oezbekistan en zelfs van Centraal-Azie: Registon met de drie madrassa’s.
Deze monumenten zijn van een hele andere orde dan in Khiva of Bhukara. Ze zijn overladen met majolica, azuurblauwe mozaïeken en goed geproportioneerde ruimtes. Deze drie madrassa’s behoren tot de oudste bewaard gebleven madrassa’s ter wereld. Alles wat nog ouder was is door Genghis Khan vernietigd.
Het plein, de Registon (vrij vertaald: zanderige plek) was het commerciele centrum van middeleeuws Samarkand en was waarschijnlijk een enorme bazaar.

Aan de westkant van het plein staat de Ulugbek Madressa uit 1420. De sterren op het portaal zijn een verwijzing naar de voorliefde voor astronomie van Ulugbek. In de madrassa is een moskee met een prachtig Grieks-blauw interieur.
Hoewel er op het plein geen commerciele activiteiten te zien zijn, is het in de madrassa weer als vanouds; overal waar je kijkt souvenirstalletjes.

Tegenover de Ulugbek madrassa staat de Sher Dor madressa die stamt uit 1636. Het portaal van deze madrassa is versierd met katachtigen die op tijgers lijken, maar leeuwen voorstellen (?). Zowel de leeuwen als de herten die door de leeuwen worden achterna gezeten en de Zorostriaanse zonnetjes met een gezichtje, zijn in strijd met moslimwetten, maar hebben de eeuwen doorstaan. De bouw van deze madrassa heeft 17 jaar geduurd.

Tussen de eerder genoemde madrassa’s staat de Tilla-Kari madrassa die in 1660 gereed was. Wat ons betreft id dit de mooiste van de drie. Vooral de moskee, aan de linkerkant van de binnentuin is prachtig gedecoreerd in blauw en goudkleur. Daar kunnen de andere twee niet aan tippen.
De voormalige slaapruimtes van de madrassa zijn net als de andere twee ingenomen door de souvenirverkopers.

Na een uur bij de Registon gaan we even langs bij ons hotel om de taxi naar Tashkent te bevestigen. Daarna gaan we via de straatjes achter ons hotel op weg naar onze volgende momentje met mozaiek.
De wijk achter ons hotel is duidelijk onderdeel van het oude Samarkand met wat moderne snufjes. Lemen huizen met stalen deuren en schotelantennes op het dak. In dit deel van Samarkand was vroeger ook de Joodse wijk te vinden, maar net als in Bukhara, wonen er hier ook bijna geen Joden meer. Op de plek waar de synagoge zit/zat zien we nog wel de Davidster op de muur.
Na een tiental minuten door de smalle straatjes zien we bij de grote weg touringcars staan. Daar moeten we zijn.

We steken de weg over en kopen een kaartje. Wat dat betreft is Samarkand zeker koploper; overal wordt entree gevraagd.
We beklimmen een stijle trap en staan dan in een heel smal steegje met aan weerszijden grote mausoleums. De een nog rijkelijker versiert dan de ander. Dit is Shah-i-Zinda wat ‘Graf van de Levende Koning’ betekent. Dit verwijst naar de oorspronkelijke en heiligste plek, een gebouw met koele, stille kamers rondom, wat waarschijnlijk het graf is van Qusam ibn-Abbas, neef van de profeet Mohammed en de man die de Islam naar deze regio heeft gebracht.

Het mooiste mausoleum staat helemaal aan het begin van dit mooiste straatje van Samarkand. Het is de Shodi Mulk Oko, waar de zus van Timur is begraven. De uitzonderlijke majolica en terracotta (er zit bijna geen ruimte tussen de tegeltjes) is van zulke goede kwaliteit dat het in de loop van de eeuwen nauwelijks gerestaureerd hoefde te worden.

Bij het verlaten van de begraafplaats zien we in de verte de koepels van de Bibi-Khanym moskee al. Dat is makkelijk; die hoeven we niet te zoeken. Naarmate we dichterbij komen stijgt onze verbazing. Wat een enorme joekel van een moskee! Met een 41m hoge koepel en een 38m hoog portaal was dit ooit een van de grootste moskeeën ter wereld. Gefinancierd met de opbrensten van Timur’s invasie van India, moet dit het grootste juweel van z’n koninkrijk zijn geweest.

Bibi Khanym is de Chinese vrouw van Timur en volgens de legende gaf zij opdracht om deze moskee te bouwen als een verrassing terwijl Timur weg was (volkje verslaan of zo). De architect werd verliefd op Bibi en zei tegen haar dat hij weigerde de klus af te maken als zij hem geen kus zou geven. Hmmmm, ja, ja, knipoog, knipoog……
Bij terugkomst kwam Timur erachter en liet hij de architect executeren en verordende dat vrouwen voortaan een sluier moesten dragen. Zou dit de aanloop naar de burka zijn geweest?

Om 14:00 uur verlaten we de moskee en gaan we op het marktterrein naast de moskee op zoek naar eten. We vinden een restaurantje waar de bezoekers van de markt nog even wat te eten nemen. Wij vinden ook een tafeltje en omdat we nogal trek hebben laten we een hele kip van het spit halen. Bestek is hier zeldzaam, dus we trekken het vlees met onze handen van de botten. Het malse vlees smaakt voortreffelijk. Niet veel later gaat een bord met kaal gegeten botjes terug naar de keuken.

Na de late lunch lopen we nog een keertje naar de Registon. We gaan in de buurt van het plein op een bankje zitten en dat is vragen om problemen. Voor we het weten wordt Rob door een aantal studenten aan een interview onderworpen. Ach je went eraan, maar hoe zit dat eigenlijk met het portretrecht…….
Nadat het optreden van the dutchies is afgelopen, gaan de beroemde Nederlanders weer naar de mooiste plek van de stad. Het zonlicht komt uit een ander hoek, dus de madrassa’s zien er weer net anders uit. Toch maar weer een fotootje maken.
We kunnen hier nog uren staan kijken, maar dat doen we niet. Na een half uurtje gaan we terug naar het hotel om ons wat warmer te kleden voor de avond.

‘s-Avonds gaan we alsnog eten in het restaurantje dat ons gisteren werd aangeraden. De sjasliek is er lekker, maar het loopt allemaal nog niet op rolletjes. We bestellen ook manti, maar na een half uur komen ze vertellen dat er toch geen manti is. Coca Cola serveren ze alleen in anderhalve liter flessen en messen doen ze niet aan (maar dat komt vaker voor.
Na het eten drinken we 500m verderop een bakkie koffie (de eet- en drinkgelegenheden waren in Bukhara veel talrijker) waarna we terug gaan naar het plein voor de lichtshow. Een mooie afsluiting van ons bezoek aan Samarkand.

Woensdag 23 oktober 2019

Zoals we al bij meer hotels hebben meegemaakt, staat ook bij Rabat hotel de hospitality hoog in het vaandel. Dit heeft tot gevolg dat ongeveer elke 5 minuten wordt gevraagd of alles in orde is en dat wordt op een gegeven moment toch een beetje veel.
Het is wel heel aangenaam dat na het ontbijt je schoenen met de neus in de goede richting staan, zodat je er zo in kan piepen. Dat soort service kunnen we geen genoeg van krijgen.

We hebben afgesproken dat de chauffeur ons om 10 uur komt ophalen, dus dat geeft ons nog even de gelegenheid op de binnenplaats in het zonnetje te gaan zitten. Helaas komt Mr. Hospitality dan ook weer langs om te checken of hij nog iets voor ons kan doen. Om hem een beetje bezig te houden, bestellen we dan maar een pot thee.
Net als we de oogjes even willen dicht doen in het heerlijke ochtendzonnetje, komt Mr. H. er weer aan. Hij wil graag wat over de historie van het pand aan ons vertellen. Beleefd als wij zijn zeggen wij ‘oh, how interesting’.
Hij vertelt dat er tot 1998 een Joodse familie in het huis heeft gewoond, dat het handelaren waren, dat de huidige eigenaar in 2012 een stuk heeft bijgebouwd en dat ………….. en dan worden we gered door de chauffeur die inmiddels is gearriveerd. De rest van het verhaal horen we graag een andere keer.

We laden onze spullen in de grote Chevrolet (=Daewoo) en gaan er maar eens goed voor zitten. Het is nl. 4 uur karren naar Tashkent.
Ergens halverwege stopt de chauffeur de wagen bij een ranzig toiletgebouwtje en kunnen we even de benen strekken. Hij controleert gelijk de bandenspanning en constateert dat er een pufje bij moet. Na een minuut of 10 gaan we weer verder.
Zo’n 50km voor Tashkent wordt er nog een keer gestopt voor een plaspauze, maar dit toiletgebouw laten we maar even links liggen. We houden het wel op tot we bij ons hotel zijn.

Iets voor tweeën parkeert de chauffeur z’n auto in de beurt van het busstation. We gaan naar binnen en sluiten aan in de rij bij het loket.
10 minuten later hebben we 2 kaartjes voor de bus van 07:00 uur te pakken. We lopen weer terug naar de auto en de chauffeur brengt ons vervolgens (met een kleine omweg) naar het hotel.
Daar checken we in en gaan in het winkelcentrum om de hoek wat drinken.

‘s-Avonds gaan we op de internationale tour. We eten heerlijke noedels bij Wok en nemen daarna een fantastische bak koffie bij Patisserie Bon.
We maken het niet zo laat, want morgen is het weer eens vroeg dag!

Donderdag 24 oktober 2019

05:55 uur gaat de wekker, 06:10 staan we bij de receptie en vragen we om onze registration cards. Deze briefjes krijg je bij ieder hotel en je moet ze altij bij je hebben want er kan naar gevraagd worden. Inmiddels hebben we een hele stapel van deze briefjes, maar de 2 van vandaag zijn de laatsten, want we gaan terug naar Kazachstan en daar doen ze niet aan deze administratie.

Inmiddels heeft de jongen bij de receptie met Yandex-app (de lokale Uber) een taxi besteld en vliegt Rob nog even naar het restaurant om een lunchbox te vullen.
Even later komt de taxi aanrijden; we gooien onze rugzakken achterin en zeggen nogmaals dat we naar het busstation moeten.
Dat de taal hier af en toe een barrière vormt blijkt even later als Rob op Google-Maps kijkt en ziet dat we de verkeerde kant oprijden. Diana tikt de chauffeur op de schouder en wijst naar links ’die kant op, ouwe’ zegt ze. De man kijkt verbaast en reageert verbaast ‘yuzhniy’. We begrijpen gelijk wat er mis is. De jongen van de receptie of de chauffeur heeft gedacht dat we naar het treinstation moeten. ‘Avtovokzal’ zeggen we in koor. ‘Aaah, avtovokzal’ zegt de chauffeur. Inderdaad, we moeten naar het busstation.
Hij neemt de eerste weg naar rechts, geeft een extra dot gas en binnen een paar minuten staan we bij het busstation.

We vragen van welk platform onze bus vertrekt en bestellen dan nog een bakkie thee in het restaurant. Om 06:45 uur lopen we dan naar platform 15, waar onze bus al klaar staat.
De bus ziet er nog luxer uit dan op de heenweg, dus dat wordt een relaxed ritje.
Tegen zevenen gaan we de bus in, laten ons kaartje scannen en nemen plaats op stoel 7 en 8. Let’s go!

We hebben een uurtje nodig om bij de Oezbeekse grens te komen en dan volgt hetzelfde ritueel als op de heenweg (maar dan omgekeerd). Bagage controleren en uitstempelen bij de Oezbeekse douane, dan de spullen weer in de bus en 100m verderop de boel weer uit de bus halen voor de Kazachse douane. De chauffeur weet te ritselen dat we de bagage niet hoeven te laten controleren, dus dat scheelt een kwartiertje. We vullen immigratie papiertje, krijgen een paar stempels en stappen weer in de bus. Wat ons betreft kunnen we gaan!

Dat was dan Oezbekistan! Wat een fantastisch land, met mooie natuur en culturele schoonheid. Een land met een grootse historie en vriendelijke mensen. Toen we de laatste keer in Tashkent waren, zagen we een bord dat helemaal aansluit bij onze mening over Oezbekistan.

We hebben twee-en-een-half uur nodig om Bij het busstation in Shymkent te komen. Daar nemen we een taxi naar het treinstation en brengen we onze grote rugzakken naar de left luggage afdeling. Daarna lopen we via het Onafhankelijkheidspark naar de dichtstbijzijnde Global Coffee voor een heerlijke bak koffie met een smakelijk broodje. Dat hadden we wel verdiend.

Omdat onze trein pas om 19:48 uur vertrekt, besluiten we vanmiddag naar Sayram te gaan. Dit kleine stadje dat 14km ten oosten van Shymkent ligt, was al een tussenstop op de zijderoute voordat Shymkent bestond; het zou 3000 jaar oud zijn!
Kozha Akhmed Yasaui (de man van het mausoleum in Turkestan) is hier geboren en de mausoleums hier zijn voor veel pelgrims een tussenstop op weg naar Turkestan.

We charteren een taxi voor de rit naar Sayram, maar de taxichauffeur blijkt een beetje eigenwijs en spreekt geen woord Engels; een lastige combinatie. Hoewel wij zeggen dat we naar downtown Sayram willen, zien we op Google-Maps dat hij vlak bij Sayram toch ergens anders heen rijdt. Wederom het tikje op de schouder, maar hij zegt Ibrahim Ata en maakt met beide handen een gebaar alsof hij een bult zand uittekent. Wij wijzen nog een keertje in de richting van Sayram, maar Gijs is eigenwijs.
Na een paar minuten komen we bij het kleine mausoleum van Ibrahim Ata. Wij wisten van het bestaan niet af, maar dat krijg je er dan zomaar gratis bij. We maken een paar foto’s en gaan dan alsnog naar Sayram.

Sayram is inderdaad een klein stadje, maar daar mag het bijvoeglijk naamwoord stoffig wel voor gezet worden.
We worden bij het grote (en enige) kruispunt in het stadje uit de taxi gelaten en beginnen aan ons rondje.
We lopen eerst bij de vrijdag moskee naar binnen, waar net een kleine dienst wordt gehouden. Op onze sokken kijken we even rond en laten de mensen dan met rust. Een paar honderd meter verderop is het mausoleum van Mirali Bobo.

Dan lopen we naar de poort met de dubbele boog die in 1999 ter ere van het 300 jaar bestaan van Sayram is neergezet. Veel belangrijker nog is een groen bord met gele letters waarop is vermeld dat dit de plek is waar Ariston Bab, de mentor van Kozha Akhmed Yasaui, hem een heilige stenen persimmon heeft gegeven die Ariston van de profeet Mohammed had gekregen.
Het verhaal is een ietsiepietsie dubieus omdat er 500 jaar verschil zit tussen de levens van Mohammed en Ariston en Kozha, maar ach het is een mooi verhaal en het levert een bijna even mooi bord op.

Na het bord met de gele letters gaan we op zoek naar de Kydra minaret. In de Lonely Planet staat behoorlijk geschreven waar je deze minaret kunt vinden, maar in tegenstelling tot de vele minaretten in Oezbekistan, zie je deze minaret pas als je er tegenaan loopt. Met een hoogte van ongeveer drie meter is dit de kleinste minaret van deze vakantie.

We hadden met onze chauffeur afgesproken dat we een uurtje nodig zouden hebben voor Sayram en dat hebben we behoorlijk goed ingeschat.
We lopen terug naar het kruispunt waar hij ons eruit gegooid heeft, maar bezoeken nog wel even het mausoleum van Karashash-Ana. Bij het kleine mausoleum zitten een paar vrouwen gezellig te klessebessen. Waarschijnlijk bespraken ze de meloenen-aankoop die ze even later zouden doen. Voor Diana levert dat altijd leuke plaatjes op.

We springen in onze taxi en worden hartelijk ontvangen door onze chauffeur. Jammer dat we er niets van verstaan.
De terugweg gaat aanzienlijk sneller dan de heenweg en binnen de kortste keren stappen we vlak bij ons hotel van de vorige keer uit. We betalen onze chauffeur het afgesproken bedrag en gaan bij het Georgische restaurant Mumuho wat eten.
Het eten bij het Georgische restaurant is weer heerlijk. Je zou bijna naar Georgie op vakantie gaan voor het eten.
Na het eten nemen we nog een bak koffie bij Global Coffee en gaan dan naar het treinstation.

Als we bij het treinstation aankomen, staat het perron al stampvol. Dat kan gezellig worden vannacht. De trein komt pas over drie kwartier dus we nemen nog even plaats in het stationsgebouw.
Om 07:45 uur wordt omgeroepen dat de trein er aan komt (dat denken wij). We lopen naar het perron en daar horen we dat onze trein op perron 2 arriveert. We lopen over het spoor naar perron 2 en zoeken een plekje tussen de medereizigers.
De trein is prachtig op tijd en tot onze opluchting is het een redelijk moderne, schone trein.
We delen de coupe met 2 Kazachse dames, dus veel gespreksstof is er niet. Om 21:00 uur maken we de bedjes op en gaan we slapen.

Vrijdag 25 oktober 2019

Ondanks dat deze trein nieuwer en comfortabeler is dan de trein naar Khiva, hebben we nu minder goed geslapen. Wat dat is? Wie het weet mag het zeggen.
Rond 06:00 uur komt de conducteur vertellen dat we bijna in Almaty zijn en om 06:20 uur staan we slaperig op het perron.

We worden gelijk aangesproken door taxichauffeurs en we kiezen er eentje uit. Het grappige is dat je in zee gaat met een taxichauffeur, maar dat je niet weet hoe de taxi eruit ziet. Nou, dat was bij deze taxichauffeur maar goed ook, want dan kreeg hij nooit meer klantjes. Wat een verrotte Golf; er zat bijna niets meer aan, het leek wel of we in een kale carrosserie stapten; geen handvaten, geen stripjes, geen ruitenwissers, you name it! Van binnen is het al even erg. Alles wat in zo’n auto hoort te zitten is kapot. Als hij wegrijdt horen we dat de motor in ongeveer dezelfde staat is als de carrosserie. Het is nog pikdonker en hij rijdt met één koplamp. Je kunt je afvragen hoe het aan de achterkant is. Deze auto wordt niet eens toegelaten op de sloop!
Maar goed, de chauffeur belt netjes met het hotel en rijdt er in een keer naar toe. Dat hebben we in glimmende taxi’s wel eens anders meegemaakt.

We checken net voor zevenen in bij het hotel en we zijn dolblij dat we gelijk al op de kamer kunnen. We gaan de 5e etage en duiken nog even in bed om wat van het slaaptekort in te halen.
Om half negen gaat de wekker, want we willen natuurlijk niets van het ontbijt missen. Even douchen en naar beneden.

Na het ontbijt gaan we eerst naar de Sberbank, 2 straten verderop, om een paar ton te halen voor ons toertje van morgen en overmorgen.
Omdat de pinautomaat maar maximaal 80 euro geeft op de Mastercard, gaan we geld halen aan het loket; net als vroeger.
Dat ‘net als vroeger’ nemen ze hier heel letterlijk. Er moet een berg papier ingevuld worden, alles moet dubbele getekend worden én je moet je pincode ingeven. Voordat er dan uitbetaald wordt komt er een andere medewerker om te controleren of die eerste medewerker geen fouten heeft gemaakt. De controle-medewerker moet dan óók weer van alles tekenen en pas dan wordt het geld uit de kluis gehaald. Gelukkig hebben we vandaag niet veel op het programma staan, want je bent er even zoet mee.

We leggen het geld in de kluis op de kamer en gaan dan bij Vilka een bak koffie drinken. Daar ontvouwen we de dan de plannen voor vandaag.
Veel hebben we eigenlijk niet meer te doen, want vorige keer hebben we de stad behoorlijk onder handen genomen.
Diana wil nog even bij een restaurantje kijken en Rob heeft nog een museum op z’n lijstje staan en er is een autovrij winkelgebied op Zhibek Zholy. Autovrij en Almaty, dat is zo’n contradictio in terminus, dat moeten we zien.

Het is een stevige wandeling naar de Chechil Pub, maar dan zie je ook weer wat van de stad. De oude Russische betonblokken steken schril af tegen de eigentijdse nieuwbouw. Grote, grauwe, bedompte appartement-blokken zijn soms wel opgeleukt met een mooie muurtekening, het blijven grote, Grauwe bedompte appartement-blokken en hoe je het ook wendt of keert, het hoort bij de historie van de stad.

Na een half uurtje zijn we bij de Chechil Pub. We gaan naar binnen en bestellen wat te drinken. Het is een hippe tent die supertrendy is ingericht. De naam is afgeleid van dé Che; de grote vriend van Fidel en vrijheidsstrijder in Cuba, Bolivia en Kongo.
Er hangen overal foto’s van de populaire man met de baret. Soms zelfs met een vleugje Nederland.

Na dit drankje met een historisch vleugje kunnen we nog wel wat meer cultuur happen en gaan we met de metro naar het A. Kasteyev Art Museum. Hoe bedenk je zo’n naam denk je dan, maar het is niet eens de eerste naam voor dit museum. Toen het museum z’n deuren opende in 1965 heette het museumd The Kazakh Art Gallery en in 1976 is het hernoemd naar The State Museum of Arts of the Republic of Kazakhstan. In 1984 wordt het museum dan vernoemd naar de Kazachse artiest Abylkhan Kasteyev. Ach, what’s in a name?

In tegenstelling tot het Central State Museum of the Republic of Kazachstan waar we eerder waren, is de collectie van dit museum zeer uitgebreid en zeer gevarieerd. Natuurlijk is er veel aandacht voor Kazachse kunst (wat dan soms weer op huisvlijt lijkt), maar er staat beeldhouwwerk, er is een kunstig projectje dat aan het plafond hangt en er staat zelfs een koe met uiers van wodkaflessen. Het grootste deel van het museum hangt echter vol met schilderijen. Allerlei genres, allerlei maten en uit allerlei landen; er hangen zelfs een paar Hollandsche meesters.

We snuffelen ruim een uur rond in het museum en na die culturele verrijking gaan we verder met ons tochtje langs de velden.
Dat laatste nemen we gelijk erg letterlijk, want we komen langs het stadion van de voetbalclub van Almaty: FC Kairat. In de buurt van het stadion staat alles in het teken van de club. Er zijn hele hekwerken beplakt met levensgrote posters van de spelers en ook het programma is overal aangeplakt. De lichtmasten zijn van verre te zien en ze hebben een heuse fanshop.

Wij lopen langs het stadion naar het Baikonur metrostation en gaan op weg naar station Zhibek Zholy, vlakbij het gelijknamige winkelgebied.
Het geeft toch een hele andere sfeer als je niet elke keer wordt opgeschrikt door getoeter van auto’s. Het winkelgebied is ruim opgezet en behalve de Kazachse winkelketens, zijn er internationale winkels als Mango en Starbucks.
We lopen naar het einde van het winkelgebied en daar wil Diana nog even een kledingwinkel in (……….). Bij het zien van de kleding aan de rekken wordt ze helemaal enthousiast en dat is niet alleen door de prijs. Het ziet er gewoon best leuk uit. De kwaliteit is niet altijd even best, maar het lukt haar uiteindelijk toch om een broek te scoren. Jullie mogen de komende weken raden welke het is.

Het is inmiddels 16:30 uur en de temperatuur begint al weer behoorlijk te dalen. We vinden sowieso dat het kouder is dan 3 weken geleden. We nemen de metro en gaan terug naar het hotel.
We doen vanavond niet te moeilijk en eten bij Vilka, een paar blokken verderop. We willen vanavond niet te laat naar bed, want het slaaptekort van de nachttrein moet wel ingehaald worden voordat we morgen weer aan de bak moeten.

Zaterdag 26 oktober 2019

We hebben een 2-daagse tour naar Pational Park Altyn Emel geboekt bij Kolsai Tour en worden om 07:30 uur opgehaald bij het hotel. Dat geeft ons een half uurtje om te ontbijten en uit te checken.
Omdat we morgenavond weer bij dit hotel terugkomen, laten we de grote rugzakken hier achter.

Als we om 07:28 uur de ontbijtzaal uitlopen staat onze gids/chauffeur al te wachten. Hij stelt zich voor en het blijkt Andrey te zijn, de eigenaar van Kolsai Tour.
We lopen naar buiten en daar staat onze ‘taxi’: een Toyota Sequoia. We hebben bijna een trappetje nodig om erin te komen.

We rijden Almaty uit en al snel zitten we op een prachtige snelweg. Andrey vertelt van alles en nog wat over Almaty, Kazachstan, het verbruik van de veel te grote auto, z’n familie en nog veel meer. Na een uurtje gaan we naar een Gazprom tankstation, omdat ze daar de beste benzine hebben, volgens Andrey.
Hij haalt er gelijk een kop koffie voor ons, dus de eerste punten heeft hij binnen.
Vlak voor Kapchagay staan grote reclameborden van casino’s langs de snelweg en in de Kapchagay staan de casino’s bijna op de snelweg. Kapchagay is het Las Vegas van Kazachstan, dus hier moet je zijn als je je geld kwijt wilt.

Na zo’n tweeënhalf uur verlaten we de snelweg en hebben we nog ruim een uur nodig om in Bashi te komen, waar ons hotel voor vannacht staat. We checken in en het hotel ziet er goed uit voor zo’n stoffig dorpje. Het schijnt nog niet zo oud te zijn, dus daar komen we goed mee weg.

We lunchen in de eetzaal naast het hotel en gaan dan op weg naar de ‘Singing Barkhan’, oftewel de zingende duin.
De weg erheen is een lang wasbord met grind en volgens Andrey moet je op zo’n weg minsten 60 km/u rijden omdat je anders gek wordt van het gehobbel. Hij drukt het gas in en laat zien hoe het moet.
We vliegen over de ribbels in de weg en laten een enorme stofpluim achter.
Onderweg zien we een groep grote roofvogels die van een karkas aan het snoepen zijn, maar als wij dichterbij komen vliegen ze weg.
We passeren een tweetal checkpoints en dan zien we in de verte ineens die duin. Het is net of die hoop zand er neer is gelegd. Zo’n duin zie je normaal gesproken in een woestijn, maar hier ligt de duine eenzaam en alleen tussen rotsachtig gebergte.

Andrey parkeert de wagen en we gaan op weg om de duin te beklimmen. Onderweg doen we onze schoenen uit en zetten die tussen de struiken. ‘No one will touch them’ zegt Andrey en we gaan op blote voeten verder naar de duin die voor ons ligt.
We klimmen naar de duinkam en volgen deze omhoog. Deze Barkhan is op het hoogste punt 120m hoog en als je de duinkam helemaal afloopt heb je 3km te gaan.

Het is best even wennen om over het topje van een duin te lopen, maar je kunt er eigenlijk niet afvallen.
Het uitzicht op de duin is fantastisch en na elke slinger ziet het er weer anders uit. We stoppen regelmatig om een foto te kunnen nemen.
Andrey laat de duin ook nog even zingen. Hiervoor rent hij In de lengterichting over het schuine deel van de duin en dan hoor je de duin inderdaad brommen (als je heeeeel goed luistert). De naam Singing Dune klinkt natuurlijk lekker in een brochure, maar ik zou er geen CD van kopen.
We lopen naar het hoogste punt en dalen dan een klein stukje af tot we bij een iets breder deel komen. Daar gaan we zitten en doen we even niets anders dan van de omgeving genieten.

Je kunt hier natuurlijk niet voor eeuwig blijven zitten, dus na een half uurtje komen we weer in de benen en lopen we dezelfde route terug. Onderweg komen we andere bezoekers tegen en voorzichtig lopen we langs elkaar heen.
Terug bij de auto zet Andrey op z’n eenpits gasstel een bakkie thee en haalt hij de onderweg gekochte chocolade en koekjes tevoorschijn. Dat hebben we wel verdient na de inspanning van net.

Rond 16:00 uur klimmen we weer in de auto en rijden we terug naar Bashi. We gooien onze spullen op de kamer en gaan dan ……………. nixen, want er is hier werkelijk helemaal niets te doen.
Andrey heeft ons verteld dat we om 19:00 uur dineren, maar omdat we al eerder in de eetzaal zijn wordt het eten voor ons eerder opgediend. De vegetarische maaltijd smaakt voortreffelijk!
Net als in Saty gaan we na het eten naar onze kamer en omdat het hier behoorlijk koud is, kruipen we snel onder de dubbele dekens.

Zondag 27 oktober 2019

We hadden gisteren met Andrey afgesproken dat we direct om 07:30 uur zouden ontbijten, want dan konden we mooi op tijd we. Als we onze kamer uitlopen komt Andrey eraan en zegt dat we pas om 08:00 uur kunnen ontbijten omdat het personeel gisteren naar het dorpsfeest is geweest. Dat vinden we een hele goede smoes, dus we gaan even terug naar onze kamer.
Om 07:45 uur zien we dan een vrouw in haar ponnetje naar de eetzaal lopen en dat is voor ons hét teken.

Het ontbijt krijgt een voldoende en om 08:20 uur gaan we op weg naar Aktau Mountains. Het is nog een hele rit naar deze kleurrijke bergen en het grootste deel is onverhard. We komen eerst nog door een tweetal kleine dorpjes waarvan de laatste zelfs een ezelparkeerplaats heeft.
Net als gisteren is er ook nu weer een checkpoint in-the-middle-of-nowhere waar de administratie geregeld moet worden. Pas dan gaat het hek open en stoffen we verder.
Niet ver van de bergen springen er voor ons 2 dwerg gazelles over de weg. Deze beestjes halen een snelheid van 60 km/u, dus wij zien al snel niet meer dan 2 kleine stofwolkjes.

Om 09:45 uur komen de witte bergen van Aktau in zicht en niet veel later parkeert Andrey de auto bij een kampeerlokatie. Nadat hij wat vriendelijkheden heeft uitgewisseld met een collega, deelt hij de stokken uit en gaan we op pad.
We zijn nu al onder de indruk van de omgeving, dus dat kan nog wat worden.
We lopen via een soort rivierbedding richting het rode gedeelte van Aktau. Naarmate we dichter bij de bergen komen, worden de kleuren intenser en ratelt de fotocamera vaker. Elke 50m willen we weer stoppen omdat het er nog mooier uitziet.

Aan het einde van het eerste deel van wat nog een stevige wandeling moet worden, krijgen we ook zicht op een witgrijs deel van Aktau. Het ziet er allemaal heel onaards uit. Er is geen plantje te ontdekken; er is alleen maar het kale, kleurrijke maanlandschap.
We draaien om en Andrey zegt dat we nu omhoog gaan. Als we naar de bergen om ons heen kijken zien we dat nog niet zomaar gebeuren; het is allemaal zo steil! Zou er aan de achterkant misschien een roltrap zijn?

Na een tiental minuten door de rivierbedding te hebben gelopen wijst Andrey naar links en zegt ‘here we go up’. ‘Ok’, zeggen wij zonder veel overtuiging ‘let’s go up’.
Het eerste deel van de klim is nog wel te doen en we kunnen nog steeds van de bergen om ons heen genieten. De rode bergen liggen nu achter ons en aan de rechterkant zien we steeds meer van de witte bergen verschijnen.
We blijven fotos maken, maar dan staan we ineens voor een listig stukje. We kijken omhoog en zien een supersteil stuk van nog geen 50m waarvan we ons afvragen hoe we daar omhoog komen. De ondergrond is van zandsteen en we merken dat dit materiaal nogal snel afbreekt.
Op handen en voeten leggen we de meters af en halen opgelucht adem als we het achter ons hebben. Dat viel niet me, maar we hebben het gedaan.

Het resterende stuk omhoog is goed te doen en dat geeft ons de gelegenheid om veel te veel fotos te maken.
Andrey neemt ons mee naar het hoogste uitkijkpunt en biedt aan om daar een paar fotos van ons te maken. Het wijst waar we moeten gaan staan voor het beste resultaat. Het enig wat wij denken is: ‘als het rotsje waar ik nu sta maar niet afbreekt’.

Na de fotosessie nemen we even de tijd om van het 360-graden uitzicht te genieten. Heel lang kunnen we hier helaas niet blijven, want we moeten vandaag weer terug naar Almaty. Er zit dus niet anders op dan Andrey te volgen op de weg naar beneden.
De omgeving blijft onverminderd mooi. Als we de witte bergen achter ons laten, komen er rood/oranje voor terug. Wat een prachtig rondje heeft Andrey voor ons uitgezocht!

Weer terug bij de auto zet hij een pot thee en krijgen we van z’n Kazachse collega een restantje soep aan geboden. Dat gaat er na zo’n portie inspanning wel in.
Als we weer een beetje op adem zijn gekomen, springen we in de auto en gaan we naar onze volgende bestemming van vandaag: KatuTau Mountains.

Het is maar een half uurtje rijden naar KatuTau Mountains, maar de omgeving is volledig anders. Hier geen kleurrijke bergen, maar een hoop vreemdvormig gesteente. Als we de auto uitspringen waarschuwt Andrey ons nog wel uit te kijken voor slangen; die komen hier veel voor.
We bekijken deze mega-drol van heel dichtbij en vragen ons af wat het is. Andrey komt even later met het antwoord. Toen dit gebied nog zeebodem was, is er lava omhoog gekomen en die lava is in het zeewater heel snel gestold waardoor het deze vreemde vorm heeft. Klinkt heel aannemelijk en wij hebben geen betere verklaring.

Om 14:00 uur springen we weer in de auto en gaan we terug naar Bashi voor een verlate lunch. We volgen de route van vanochtend in omgekeerde richting en na een uur zijn we terug bij ons hotel.
We werken de soep en de spaghetti naar binnen en springen dan opnieuw in de auto voor de drieenhalf uur durende rit naar Almaty. Eerst nog door de mooie omgeving bij het nationale park, maar als we de Altyn Emel pas over zijn en we weer op de snelweg zitten, tellen we de kilometers naar Almaty af.
Om 18:30 uur zet Andrey ons af bij het hotel en bedanken we hem voor de twee fantastische dagen.

Maandag 28 oktober 2019

Op onze voorlaatste dag in Kazachstan doen we het rustig aan. We slapen een beetje uit, nemen alle tijd bij het ontbijtbuffet en pakken dan onze rugzakken alvast voor een deel in. Dat is een eenvoudige klus, want bijna alles is smerig. Gewoon een kwestie van proppen.
Vandaag wordt een afkick-dag. Afkicken van al het moois dat we gezien en meegemaakt hebben.

Rond een uurtje of 10 gaan we dan toch nog maar even de straat op. Diana heeft tijdens het taxiritje van vrijdagochtend een groot shoppingcenter gezien en wil daar even een kijkje nemen. Volgens Google Maps is het maar 2 kilometer van ons hotel verwijderd, dus dat kunnen we wel lopen.

Als we buiten komen zien we dat het bewolkt is. Dit is dan officieel de eerste bewolkte dag van onze vakantie! De weergoden waren ons dit jaar zeer gunstig gezind.
We lopen in een links-rechts-links-rechts patroon naar het Mega Park, maar als we onderweg langs Cafe VIP komen, gaan we daar eerst maar even op het terrasje zitten. We bestellen een bak koffie en genieten van de zon die z’n best doet achter de bewolking.

Vanaf Cafe VIP is het nog 5 minuten lopen naar Mega Park en het lijkt een behoorlijk nieuwe mall te zijn. Op de gevel prijken bekende namen als H&M, Zara, Bershka en Reebok, maar ook minder bekende namen als Chaplin en LC Waikiki.
Na een krap uurtje bestaat de buit uit een ketting voor Diana en een trui voor Rob. Dat moet gevierd worden. Op naar de Mc!

Iets na enen gaan we weer terug naar het hotel waar we even checken of de was al klaar is. Omdat we niet te veel willen stinken in de LH647 hebben we toch maar even een setje naar de laundry gestuurd.
Als de fris ruikende kleren weer in onze kast hangen gaan we naar Vilka om daar, onder het genot van een drankje, dit blog bij te werken.

De rest van de middag doen we niets meer. We lezen een tijdschriftje en denken nog eens terug aan wat we de afgelopen 4 weken allemaal hebben gedaan.
Kazachstan en oezbekistan was een perfecte combinatie. In Kazachstan Kun je helemaal los gaan op de bijzondere (mooie) natuurgebieden terwijl Oezbekistan prachtige culturele (zijderoute) toplokaties te bieden heeft. De mensen in Kazachstan zijn wat gesloten en zullen niet snel contact maken terwijl de mensen in Oezbekistan juist het contact opzoeken. Voor beide landen geldt dat het Russische verleden nog duidelijk aanwezig is (vooral in de steden).

Rond 19:00 uur gaan we een hapje eten en maken we zoveel mogelijk van onze tenge op. Een laatste selfie en dan gaan we terug naar het hotel om de rugzakken in te pakken.
Om 01:30 uur staat de taxi naar de luchthaven voor de deur, dus we liggen er bijtijds in.

Dinsdag 29 oktober 2019

Als je om 01:30 uur wordt opgehaald door de taxi, kun je van nachtrust eigenlijk niet spreken. Zeker niet als je tijdens de paar uurtjes slaap door Jos gevraagd wordt of je je in wilt schrijven voor de 7-Heuvelenloop.
Maar goed, we hebben straks in het vliegtuig nog 7 uur om te slapen.

De taxi is mooi op tijd en omdat het verkeer in Almaty ‘s-nachts wel rustig is, zijn we binnen 20 minuten op de luchthaven. Op dit tijdstip is het ook op de luchthaven erg rustig. We zien op de beeldschermen dat er de komende uren maar 3 vluchten gepland zijn.

We checken onze rugzakken in en kopen dan met onze laatste tenge een bak koffie.
Tegen drieën gaan we door de douane en rond vier uur begint Lufthansa te boarden.
We lopen naar rij 34 en strak op tijd wordt het vliegtuig van de gate geduwd.
De rest is business as usual: hapje eten, filmpje kijken, oogjes toe, ontbijtje en touchdown.

Op Frankfurt Airport gaan we met het treintje naar vertrekhal A, waar nog een lange wandeling volgt.
Als we de security check gehad hebben, drinken we een bak koffie met appelgebak (ter compensatie van het ontbijt). Dan gaan we door de douane en zoeken we een plekje bij gate A21.

Met een kwartiertje vertraging vertrekken we naar Amsterdam. De stewies proppen er een broodje en een glaasje drinken in en een uurtje later staan we op Schiphol.
Gelukkig zijn onze rugzakken ook meegekomen, dus we kunnen met de trein naar huis. Dit avontuur zit er op!

Kazachstan & Oezbekistan 3

Vandaag staan er heel wat treinkilometers op het programma; eerst naar Tashkent en vanavond door naar Khiva, waar we morgenochtend aan zullen komen. Het is dus prettig dat we de dag met een stevig ontbijt kunnen beginnen. Behalve de gebruikelijke eitjes, worstjes, ham, kaas en yoghurt staat er ook een hele partij zoetigheid bij het ontbijtbuffet. Inmiddels weten we dat dit heel gebruikelijk is in Oezbekistan.

De lieverd achter de receptie kan maar moeilijk afscheid van ons nemen. Ze zou het liefst de hele dag met ons kletsen, maar de trein in Oezbekistan wacht op niemand.
Als we naar de taxi lopen geeft ze ons nog een klein Oezbeeks poppetje mee als aandenken en als we in de taxi stappen zegt ze dat zij de taxi al betaald heeft; wat een schat!

We zijn, zoals gebruikelijk, weer op tijd op het station en na de security-check nemen we even plaats in het stationsgebouw. We zouden liever op het perron plaatsnemen, maar daar is het in een t-shirt en Teva’s aan de voeten te koud voor.
Iets voor achten rijdt de trein station Kokand binnen en nemen wij plaats in de platzkart. Dit is de goedkoopste klasse die je kunt boeken en dat is te merken. Het is ze gelukt om zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant stapelbedden in de wagon te proppen. Gelukkig duurt het ritje in deze trein maar vier-en-een-half uur.
Voor de routebeschrijving verwijs ik naar de blog van 12 oktober. Draai de pagina om en dan weet je wat we tegengekomen zijn.

We arriveren ruimschoots op tijd in Tashkent, waar wij eerst onze grote rugzakken naar de left-luggage brengen. Die halen we vanavond wel weer op. Bij het treinstation drinken we een icetea en eten we een lokale variant van een hot-dog. Dan gaan we op weg naar de bezienswaardigheden die bij ons vorige bezoek aan Tashkent niet aan bod zijn gekomen.

Omdat er geen metro bij dit treinstation is, laten we ons door een taxi afzetten bij de Holy Assumption Cathedral Church. Waarom we deze kerk bij onze eerdere ontdekkingsreis niet zijn tegengekomen is onduidelijk, maar de HACC is zeker een bezoekje waard. De lichtblauw gekleurde kerk met z’n glimmende koperen uien op het dak is zeker een bezoekje waard. Niet alleen het exterieur is prachtig, ook binnen valt je mond open. Deze kerk mag je niet missen als je in Tashkent bent.

We wandelen naar het andere treinstation van Tashkent, omdat daar wel een metrostation is en nemen dan de metro naar station Milly Bog’. Dit is het metrostation dat het dichtst bij het Alisher Navoi park is. Dit park is helemaal niet ver van hotel Mirzo waar we een paar dagen geleden sliepen, maar een bezoekje aan dat park zijn we (ook) niet aan toegekomen.
Het park is vernoemd naar de 15e eeuwse Oezbeekse dichter Alisher Navoi die eigenlijk Nizomiddin Mir Alisher heette. Hij staat hier hoog aangeschreven en je zou z’n 15 delen tellende levenswerk ‘Asarlar’ eens kunnen proberen.
In tegenstelling tot de HACC is het park niet echt een must-go. We zijn bijna de enige bezoekers van het park en zelfs de waterfietsen liggen op het droge. We lopen langs het grote standbeeld van de dichter en gaan dan weer richting de uitgang.

Na een lekkere bak koffie duiken we metrostation Xalqlar Do’sligi in om er bij station Mustaqilik maydoni weer uit te komen. We gaan op weg naar de Broadway Lounge Bar waar we vorige week al de lunch gebruikten. Dit keer hangen we onderuit op een bank en genieten van een drankje. Rond 17:00 uur bestellen we wat te eten en tegen 18:00 uur gaan we op weg naar het treinstation voor onze slaapplaats voor deze nacht: de trein naar Khiva.

Op het station nemen we plaats in de stationshal en wachten op wat komen gaat. We worden omringd door Oezbeekse kerels die natuurlijk een praatje met ons willen aanknopen. De meesten van hen spreken maar een enkel woordje Engels, maar er is er eentje die er wel wat zinnen uit krijgt. Ze willen weten waar we vandaan komen, met welke groep we reizen, wat we van Oezbekistan vinden en wat onze leeftijd is (ze geloven ons niet!!!). We zijn een zeldzaamheid.
Er is er zelfs eentje die voor ons een cadeautje haalt: een koelkastmagneet van Oezbekistan!

Woensdag 16 oktober 2019

We hebben de coupe met 2 Oezbeekse mannen gedeeld: een 65plusser en een leraar Engels aan de universiteit. Dankzij de leraar konden we ook met de oudere man communiceren en dat is ook wel eens leuk. Net als de jongens op het station wil ook hij van alles van ons weten, maar hij is vooral nieuwsgierig naar wat wij van Oezbekistan vinden. We zijn rond 08:00 uur wakker en hebben redelijk goed geslapen in de trein. De laatste uurtjes in de trein gaan snel voorbij en om 11:00 uur lopen we al op het perron van Khiva. We nemen een taxi naar het hotel, maar moeten daar nog even wachten omdat onze kamer nog niet schoon is. We gaan daarom maar even op zoek naar een restaurantje.

Om 12:30 uur kunnen we op onze kamer en direct daarna gaan we naar de ommuurde stad van Khiva.
In de 10e eeuw wordt Khiva al genoemd als een belangrijk handelscentrum aan de zijderoute. Alle karavaans maakten, op weg naar China, een tussenstop hier. Van zonsopkomst tot zonsondergang, als de poorten weer dicht gingen, passeerde een eindeloze stroom kamelen met bagage.

Khiva is een unieke stad die niet voor niets claimt het zevende wereldwonder te zijn. We lopen door de met stenen geplaveide, smalle straatjes en het ziet er allemaal fantastisch uit. De stad ademt de sfeer van vroegere tijden en je verwacht elk moment Marco Polo tegen het lijf te kunnen lopen. Als je dan achter je hoort zeggen ‘ach schatz, was ist es hier schon’, ben je weer terug in het heden.

De oude stad is prachtig gerestaureerd, maar het is jammer dat er zoveel commercie binnen de muren is toegelaten. Voor elk monumentaal gebouw staan kraampjes met prullaria die ze aan de toeristen proberen te slijten en een aantal van de prachtige gebouwen wordt hergebruikt als restaurant of zelfs als hotel. Maar goed, het onderhoud van zo’n openluchtmuseum moet natuurlijk ergens van betaald worden.
Voor het eerst lopen we in Oezbekistan tussen massa’s andere (Europese) toeristen. Blijkbaar hebben veel groepsreizen Khiva in hun programma opgenomen. Zoveel toeristen hebben ook een naar bijverschijnsel: de prijzen zijn verdubbeld (of meer).

We lopen door de smalle straatjes van Khiva en bewonderen de unieke gebouwen. Na elke hoek is er weer wat anders te zien en alles is in zeer goede staat.
De Kalta Minor minaret trekt veel bekijks. De bouw van deze dikke, turquoise betegelde minaret is door Mohammed Amin Khan gestart in 1851 en hij wilde een minaret bouwen die zo hoog was dat je Bukhara er kon zien. Helaas overleed de khan in 1855 en is de minaret nooit afgemaakt.

Er zijn een aantal madrassa’s in de stad, maar ook een aantal mausoleums. Het mausoleum van Pahlavon Mahmud is een van de mooiste plekken van de stad. Pahlavon was een dichter, een filosoof en een legendarische worstelaar. Zijn graf uit 1326 is herbouwd in de 19e eeuw, maar is in 1913 opgeëist door de regerende khan. De khan heeft een mooi plekje gekregen, maar volgens ons heeft Pahlavon de mooiste grafkamer. In de buurt van het graf van Pahlavon hangt de volgende tekst van hem:
It’s easy for me to smash 300 mountains
It’s easy for me to paint the sky with blood from my heart
It’s easy for me to be in prison for 100 years
But i’t’s difficult for me to spent a moment with a stupid man!

Omdat het weer behoorlijk warm is gaan we af en toe ergens zitten en bestellen een pot thee. Als je om je heen kijkt zie je overal de prachtige monumenten en wil je gelijk weer op pad.
Onze volgende bestemming is de stadsmuur, die we vanaf de noordkant willen beklimmen.
We kronkelen door de smalle straatjes richting de poort waar we ook door naar binnen zijn gekomen. Daar klimmen we via een trapje met veel te kleine treden de muur. Ook de dikke stadsmuur is in zeer goede staat en bovenop de muur heb je een mooi uitzicht over de stad.

Na het tochtje over de muur, gaan we door de poort aan de westkant naar buiten om daar de muur te bewonderen. De zon begint al wat te zakken waardoor de kleur van de muur naar oranje verandert.
Dit is ook de ingangspoort voor Khiva. Hier koop je het (dure) entree-ticket voor de stad. Dat wij via de poort aan de noordkant zijn binnengekomen en dat je daar gratis naar binnen kunt, is puur toeval.

We eten wat bij een van de vele restaurants in de stad en wachten tot het donker wordt. ‘s-Avonds worden de monumentale gebouwen uitgelicht en dat willen we natuurlijk ook wel even bekijken.
Nadat we de lokale gerechten naar binnen hebben gewerkt gaan we weer op pad.
De gebouwen zijn mooi uitgelicht, maar we missen de kleureffecten een beetje; dit had spectaculairder gekund, maar misschien is het ook wel de bedoeling om het niet te kitscherig te maken.

Donderdag 17 oktober 2019

We schuiven om 08:30 uur aan bij het ontbijt en na eerst een broodje-ei te hebben verorberd, komt de kok met een bak patat uit de keuken; er gaat niets boven een bak patat op de nuchtere maag. Helaas geen mayo en ketchup, maar dat mag de pret niet drukken. Met een goed/vet gevulde maag kunnen we beginnen aan onze 2e etappe door Khiva.

We gaan weer via de goedkope kant de stad in en besluiten dit keer de kippen-zonder-kop strategie te volgen: we lopen lukraak door de stad en zien wel wat we tegenkomen.
Omdat we gisteren de hoogtepunten al hebben afgevinkt, gaan we vandaag naar de plekken die wat verder van de toeristische hotspots afliggen. Khiva heeft dan wel veel weg van een openluchtmuseum, er wonen ook mensen in deze stad.

We hadden de huisjes van Jan-met-de-pet ook al vanaf de muur gezien, maar als je door de straatjes loopt valt ook hier op hoe goed alles onderhouden is. Het lijkt erop dat iedereen hier profiteert van de bijdrage van Unesco.
Het kan niet gewoner; de was hangt buiten, containers staan aan de weg, een Lada staat geparkeerd bij een huisje en af en toe fietst er iemand voorbij op weg naar……., tja waar naartoe eigenlijk?

Op onze tocht door de buitenwijken zien we ook dat het toerisme zich wel steeds verder uitbreidt. Ook in de arbeiderswijk verrijst op elke hoek een hotel. Hoe zal het hier over 10 jaar zijn?
Rond een uurtje of 10 is het wel tijd voor een bakje koffie en daarvoor gaan we naar Terrassa Cafe. Het cafe is heel slim vernoemd naar het dakterras met uitzicht op een deel van de stad. We bestellen een bakkie en genieten van alles wat beneden gebeurt.

Na een voortreffelijke bak koffie vervolgen we onze weg. Omdat de zon nu uit een andere hoek komt dan gistermiddag, ziet het er toch allemaal anders uit. Wat gisteren een donkere plek was, is nu een prachtig plaatje. De donkere schaduwen waar we gistermiddag af en toe last van hadden zijn weg en viceversa.
Als we aan de zuidkant van de stad bij de stadsmuur lopen zien we daar op verschillende plekken een begraafplaats. Niet zoals je dat gewend bent, maar vlak voor de stadsmuur staan stenen ‘tentjes’ dicht tegen elkaar aan gebouwd.
Omdat de temperatuur al weer snel oploopt, gaan we wat drinken bij hotel Malika Kheivak omdat je daar heerlijk in de schaduw kunt zitten. De machinist neemt een biertje, de conductrice een pot thee.

We zijn net een forensentrein, want van hotel Malika Kheivak lopen we met een grote omweg en via zo veel mogelijk zijstraatjes weer naar Cafe Terrassa om daar de lunch te nuttigen. Ook daar zoeken we een plaatsje in de schaduw en genieten van een lunch-with-a-view.
Na de lunch gaat de Dianarob66-trein via weer hele andere straatjes terug naar hotel Malika Kheivak. Onderweg komen we, net als gisteren, een bruidsstoet tegen (we zijn het bruidspaar vandaag al 3x tegengekomen). Blijkbaar is Khiva niet alleen een interessante bestemming voor toeristen.

We brengen de vochthuishouding weer op peil en maken dan nog 1 tour-de-Khiva. In een achteraf straatje komen we een zanger tegen die een videoclip aan het opnemen is. Hij loopt een aantal keren zingend langs de muur van een madrassa, totdat de opname geslaagd is: cut!
Ons treintje gaat voor de laatste keer naar Cafe Terrassa, dit keer voor een diner met sunset. Het dakterras ligt precies goe om de zon achter de poort aan de westkant van de stad onder te zien gaan.

Vrijdag 18 oktober 2019

Vandaag staat onze langste dag-treinreis op het programma. We zitten als eersten in de ontbijtzaal, maar moeten dan ook even wachten op de spiegeleitjes. We werken het ontbijt naar binnen en vragen dan aan de receptionist om ons naar het treinstation te brengen.
Er staat een lange rij met toeristen bij de security-check. Sommigen hebben koffers bij zich waar je in kunt wonen. Wat zijn die mensen van plan?
In het stationsgebouw slaan we nog wat etenswaar in en gaan dan naar het perron waar de trein al staat te wachten.
Zonder de rugzakken hadden we nu een sprongetje van geluk gemaakt, want we zien dat deze trein luxe stoelen heeft. We zagen er al tegenop om 6 uur op een bedje te hangen.
We zoeken onze stoelen in een wagon vol Spanjaarden en gaan er goed voor zitten.

We hebben al snel in de gaten dat deze trein niet door het meest fantastische natuurgebied van Oezbekistan rijdt. Links: zand, zo ver als je kunt kijken, recht: zand, zo ver als je kunt kijken. Het meest enerverende van dit landschap zijn de polletjes gras die het zand bij elkaar lijken te houden. Niet heel interessant dus, of je moet een kameel zijn.
We lezen een tijdschriftje, luisteren wat muziek en slurpen een beker thee leeg. Dat lijkt wat weinig voor 4 uur zand, maar de oogjes gaan af en toe even dicht.

Om 15:00 uur wringen we ons tussen de Spanjaarden door de wagon uit en lopen we in de val met taxichauffeurs. ‘Taxi, taxi sir’ schreeuwen ze in koor. ‘How much’ zegt Diana. ‘150.000 som, is official taxi’ zegt een taxichauffeur. Dat soort belachelijke bedragen werkt niet heel goed bij Diana. Ze gunt de taxichauffeur geen blik waardig en gaat op zoek naar een andere. Uiteindelijk worden we voor 40.000 naar ons hotel gebracht.

Ons hotel zit midden in het centrum, in een klein steegje, vlak bij de Toqi Sarrafon bazaar. We checken in, brengen de rugzakken naar de mooie slaapkamer en zoeken dan een terrasje in de zon. Nu hebben we wel een biertje verdiend.

Na de verfrissing lopen we over de kleine bazaar en hebben we al snel in de gaten dat we hier niet de enige toeristen zijn. Het lijkt er zelfs op dat de toeristen in Bukhara in de meerderheid zijn. Dat heeft weer tot gevolg dat de hele bazaar en straten eromheen volgepropt staan met souvenirstalletjes. Kleden, sjaals, borden, kopjes, kannen, hoedjes, breiwerk en nog veel meer prullaria; je struikelt er bijna over.

‘s-Avonds gaan we eten op advies van de eigenaresse eten bij restaurant Sarrafon, op 5 minuten van ons hotel. Het koelt inmiddels zo erg af dat we niet meer in een t-shirtje de straat op kunnen. Gelukkig hebben we ook een deel van de wintergarderobe meegenomen.

Sarrafon is een mooi restaurant en de gerechten op de kaart zien er smakelijk uit. Helaas is de helft van de kaart niet verkrijgbaar, maar er blijft genoeg over om uit te kiezen.
We bestellen een salade en hoofdgerechten en geven erbij aan dat we de salade als voorgerecht willen hebben en de hoofdgerechten gelijktijdig. Volgens de ober geen probleem, maar we moesten er wel rekening mee houden dat het wat langer gaat duren want Rob heeft een bijzonder stoofpotje besteld en dat kost tijd. De salade wordt als eerste gebracht en ziet er niet alleen prachtig uit, de smaak is ook voortreffelijk. We worden voorbeeldig bediend en om de paar minuten vraagt de ober ‘ is everything ok?’ Op een gegeven moment kondigt hij aan dat het eten over 6 a 7 minuten gereed is. Keurig toch?
Tien minuten later arriveert dan het stoofpotje van Rob, terwijl de ober aangeeft dat het gerecht van Diana nog een paar minuutjes duurt. Er gaan heel wat minuten voorbij en Rob is inmiddels aan z’n hoofdgerecht begonnen als eindelijk de rijst die bij het stoofpotje hoort, wordt geserveerd. Diana staart dan nog steeds naar een leeg bord. De ober hebben we al een tijdje niet meer gezien. Als Rob het potje al een keer of drie heeft uitgelikt, worden dan eindelijk de dumplings van Diana gebracht. Zonder een woord te zeggen verdwijnt de ober richting de keuken. Ze doen hun best, maar hebben nog heel wat te leren. Het eten smaakte voortreffelijk overigens!

Zaterdag 19 oktober 2019

In de heiligste stad van Centraal-Azie staan gebouwen die meer dan 1000 jaar oud zijn. Het grootste deel van het centrum van Bukhara is een ‘architectural preserve’ en staat vol met madrassa’s, minaretten, moskeeën en een groot koninklijke fort. Als je een moskee-fetisj hebt, ga hier dan zeker een keer heen.

Wij beginnen met een rondje aan de westkant van de stad. We lopen door de overdekte Taki-Sarrafon (Taki = bazaar) en komen dan eerst bij de Maghok-i-Attar. De bazaars doen nog het meest denken aan de bazaars in Iran. Een grote centrale koepel met kleinere koepels er omheen, waar de producten worden verkocht. In Iran waren de bazaars veel groter, maar dat zijn ze hier ook geweest. De verbindingsgangen tussen de bazaars zijn ooit gesneuveld, waardoor er nu drie kleinere bazaars over zijn.
De Maghok-i-Attar is de oudste moskee die nog overeind staat; een combinatie van een 9e eeuwse facade en een 16e eeuwse reconstructie. De moskee wordt gezien als de heiligste plaats van de stad, maar wel wat gek dat het tegenwoordig dienst doet als tapijt-museum.

We lopen langs de moskee en dan door de Taki-Telpak Furushon naar de Ulugbek medrassa en zijn dan van de oudste moskee bij de oudste madrassa van Centraal-Azië aangekomen. We nemen een kijkje in de koranschool, maar heel bijzonder is deze niet, De buitengevel is mooi, maar kan wel een restauratie gebruiken.

Op weg naar de Kalon moskee staan we opeens in het startveld van een hardloopwedstrijd. Het blijkt een goede-doel wedstrijd van 7km te zijn. Iets van ‘run for the aralsea’.
We blijven even staan tot de lopers worden weggeschoten (dat wordt hier voorafgegaan door het volkslied!) en lopen dan naar de iets verderop gelegen moskee die in de 16e eeuw is gebouwd op de plek van een moskee die door Chenggis Khan was verwoest.

De Kalon moskee is groot en kan wel 10.000 gelovigen herbergen, maar is niet zo bijzonder als de minaret met dezelfde naam. Toen de minaret in 1127 gereed was, was het waarschijnlijk het hoogste gebouw van Centraal-Azië. De minaret is een architectonisch hoogstandje met 14 banden met ornamenten en er werd voor het eerst gebruik gemaakt van de blauw geglazuurde tegeltjes. Zelfs Chenggis was zo onder de indruk dat hij zijn troepen de opdracht gaf de minaret te sparen.

We lopen weer een stukje verder en komen dan bij de Ark. Deze stad-in-een-stad werd bewoond vanaf de 5e eeuw tot 1920 toen het gebombardeerd werd door het Rode leger. Eeuwen lang heeft het dienst gedaan als het paleis van de emirs van Bukhara. Met dank aan de Russen (!) is er nog maar 20% van de oorspronkelijke koninklijke verblijven over, waaronder een moskee met prachtige houten kolommen. Daarnaast zijn de voormalige verblijven van de ministers en nog iets verder een ruimte waar de troon van de emir stond.
In al deze ruimtes zijn nu kleine musea ondergebracht, maar de collecties ogen wat rommelig.

Op de weg naar buiten staan we nog even te kijken hoe er door een schoolklasje iets wordt voorgedragen. Diana maakt een paar foto’s en als de kinderen klaar zijn met hun verhaal, komt de juf met een van de kinderen naar haar toe. Ze willen wat Engelse woordjes oefenen. Even later komt de directeur erbij en die begint het allemaal te filmen met z’n mobiel. Na al een paar keer met Oezbeekse families op de foto te zijn gegaan, is dit wel het hoogtepunt van haar filmcarrière.

Op weg van de Ark naar het Chashma Ayub mausoleum komen we ook nog langs de Bolo-Haus moskee. Deze moskee heeft een prachtige aivan met beschilderd houten plafond en mooi bewerkte kolommen.
Het mausoleum ziet er leuk uit, maar is geen plek om een half uur rond te hangen. De naastgelegen Markaziy bazaar wel!
We verplaatsen onze aandacht dus naar de bazaar en die is mega! Meerdere grote hallen met de gebruikelijke producten en overal blijven ze even vriendelijk als je een foto wilt maken. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt! We kopen een zak pinda’s en gaan richting Lyabi-Hauz, vlak bij ons hotel.

Net achter de Bolo-Hauz moskee gaan we bij een lokaal eettentje aan een tafeltje zitten. Veel keus hebben ze niet: sjasliek of een soort spaghetti-soep. We bestellen allebei en het smaakt voortreffelijk.
Na deze voedende lunch lopen we toch nog een keertje langs de Kalon minaret omdat deze op dit tijdstip in een beter zonnetje wordt gezet. De schaduwen van vanochtend zijn inderdaad verdwenen; het is een plaatje.

Om 14:30 uur zoeken we een tafeltje bij Lyabi-Hauz. Dit plein rondom een waterbassin (hauz betekent bassin) is een heerlijke plek om, onder de eeuwenoude moerbeibomen, een sapje te drinken. De oude mannen die hier vroeger een spelletje schaak speelden zijn helaas verdwenen. Hun plek is ingenomen door de verkopers die zoveel mogelijk proberen te slijten aan de toeristen.
Tot een eeuw geleden werd Bukhara van water voorzien middels een netwerk van kanalen en stenen bassins. De mensen kwamen daar samen om te wassen, te drinken en te roddelen. Omdat het water niet vaak ververst werd, was Bukhara berucht om de door water overgebrachte ziektes. Er wordt gezegd dat de mensen in Bukhara in de 19e eeuw gemiddeld niet ouder werden dan 32.
De Russen hebben dit systeem later gemoderniseerd waardoor het minder gevaarlijk werd om hier met Persil aan de gang te gaan.

We blijven de rest van de middag aan het waterbassin hangen en onder het genot van een drankje en de pinda’s die we op de bazaar gekocht hebben zitten we op een bankje in het zonnetje. Met een schaakbord erbij zouden we hier enkele tientallen jaren geleden niet misstaan.
Aan het tafeltje achter ons zitten drie knapen in een t-shirt van de hardloopwedstrijd van vanochtend. Diana vraagt aan ze hoe het gegaan is en dat is gelijk het begin van een heeeeel gesprek. Met behulp van z’n telefoon ligt de meest brutale z’n doopceel: hij is 22 jaar, single, werkt bij de politie, heeft nog drie zussen, hij woont in Andijon en nog veel meer. Natuurlijk wil hij dat soort gegeven ook van ons weten. Na een paar minuten springt hij naast Rob op het bankje en laat hij allerlei foto’s zien van hem en zijn vrienden in een militair pakkie. Misschien dat de vertaalmachine politie en militair door elkaar heeft gegooid, of de politie loopt hier soms in camouflage pakken, maar uiteindelijk gaan we met z’n allen op de foto. Cheese!

Tegen vijven gaan we even terug naar het hotel om daar de treintickets voor Shimkent – Almaty die we vorige week online geboekt hebben uit te printen. We weten nl. niet zeker of een e-ticket wordt geaccepteerd. Rond zessen proberen we nog ergens een glimp van de zonsondergang op te vangen, maar dat is erg lastig in Bukhara. Dan maar even naar een theehuis voor een pot thee met apfelstrudel (heel Oezbeeks!). Na een uurtje lopen we nog een keertje langs een paar monumenten om te kijken of ze er ‘s-avonds een lichtshow van maken, maar dat is niet het geval. Dan maar weer richting Lyabi-Hauz. We zoeken een tafeltje en bestellen een pizza. Door de pinda’s en apfelstrudel hebben we niet zoveel trek meer.

Zondag 20 oktober 2019

We genieten opnieuw van het fantastische ontbijt bij hotel Bibi-Khanym. In plaats van je eten bij het buffet te halen wordt hier je hele tafel vol gezet met lekker eten. We eten onze buikjes vol en gaan dan weer op weg.
Gisteren was de westkant van Bukhara aan de beurt, dus vandaag gaan we oostwaarts.

We lopen eerst naar de bezienswaardigheid die het verst weg ligt: Char Minar. Dit poortgebouw van een madrassa die al lang verdwenen ligt verscholen tussen Pushkin en Hoja Nurabad. Char Minar betekent ‘ vier minaretten’ hoewel het eigenlijk geen minaretten zijn, maar decoratieve torens. Het is een hele wandeling, maar de moeite meer dan waard.

Op de heen weg zijn we langs de hoofdweg gelopen, maar terug gaan we via de kleine straatjes achteraf. Na een tiental minuten komen we wat spelende kinderen tegen en speelt het standaard ritueel zich weer af; paar woordjes Engels, hele familie komt naar buiten en fotootje met de kinderen.
We lopen verder en komen dan aan de achterkant van de Kukeldash madrassa. Wat in 1569 nog de grootste madrassa van Centraal Azie was, is nu een gebouw in slechte staat. De muur aan de achterkant zit vol grote scheuren en wordt op verschillende plekken gestur met stalen balken. De voorkant van de madrassa is er niet zo slecht aan toe. De madrassa wordt tegenwoordig vooral gebruikt als theater voor de poppenshow.

Dan is het wel weer eens tijd voor een bakkie koffie, dus we zoeken een bankje bij het waterbassin. Als we nog maar net zitten worden we aangesproken door een aantal jongens. ‘Where are you from, what’s your name, do you like Uzbekistan, what’s your age’. De mannen moeten hun Engels een beetje bijspijkeren en als bewijs moet er dan natuurlijk een selfie met ons gemaakt worden.

Na de koffiestop gaan we naar de Abdulaziz khan madrassa. We waren gisteren ook al bij deze madrassa maar vanwege het tegenlicht dachten we dat een ander tijdstip van de dag betere foto’s zou opleveren. Inmiddels weten we dat deze madrassa altijd de zon in de rug heeft.
Abdulaziz wilde met deze madrassa de Ulugbek madrassa aan de overkant van de straat de loef afsteken en we vermoeden dat het hem gelukt is. Door meer kleuren dan alleen blauw te gebruiken ziet deze madrassa er bijzonder uit.

We lopen terug naar ons hotel want de laatste nacht slapen we in een ander hotel. De eigenaresse van het hotel had een nacht overboekt en heeft ons toen gevraagd of we een nacht in een ander hotel wilden slapen. Dat vonden we geen probleem, dus nu moeten we even onze bagage verkassen. Het andere hotel is maar 100m verderop dus dat is te belopen.
Nadat we verkast zijn lopen we naar het Lyab-Hauz voor de lunch.

Na de lunch gaan we naar de vlakbij gelegen Nadir Divanbegi madrassa. Deze madrassa was als caravanserai gebouwd, maar omdat de khan het gebouw aanzag als madrassa, hebben ze dat er van gemaakt (een khan is onfeilbaar).
De madrassa is een aanrader vanwege het schitterende tegelwerk dat pauwen uitbeeldt die lammetjes vasthouden. We vragen ons wel af wat Mohammed hiervan vindt, want de Islamitische wetten verbieden het om levende wezens uit te beelden.

Een rekensommetje heeft ons geleerd dat we nog een paar ton tekort komen voor de laatste dagen in Oezbekistan, dus we moeten naar de bank. De Asaka bank die wél een Mastercard slikt, is 20 minuten lopen, dus dat wordt onze volgende bestemming.
Gelukkig zit er genoeg geld in de automaat, dus we pinnen 700.000 som en gaan weer terug naar het plein.

Bij het plein struikelen we zowat over de bruidsparen. Het lijkt erop dat trouwen op zondag hier gratis is. Het is ons wel opgevallen dat de bruidegom z’n mobiel laat aanstaan tijdens de trouwerij. Regelmatig moet de trouwreportage gestopt worden omdat de bruidegom met z’n mobiel in z’n klauw staat. Het is maar net waar je prioriteit ligt op zo’n dag.

Met zo’n goed gevulde portemonnee kan er wel een ijsje af, dus we bestellen 2 hoorntjes van 60 cent. Om de zoetige smaak weg te spoelen nemen we daarna plaats op een bankje aan het waterbassin en bestellen een halve liter. Onderuit gezakt genieten we van de zonnestraaltjes die tussen de wolken door prikken.


Maandag 21 oktober 2019

Vandaag hebben we nog een paar uurtjes in Bukhara, want vanmiddag stappen we op de trein naar Samarkand.
We nemen vandaag een m.l.d. (madrassa-loze dag)! Na het ontbijt charteren we een taxi en gaan naar Char Bakr. Op deze necropolis (je mag ook begraafplaats zeggen) liggen een aantal hoge heren uit vorige eeuwen begraven, maar er zijn ook graven van de gewone man. Het verschil is overduidelijk; de hoge heren zijn binnen de muren van deze dodenstad begraven en zijn geëerd met grootse monumenten terwijl de gewone man buiten de muren ligt in een stenen tentje.

We lopen langs de verschillende monumenten, waarvan de oudste uit de 10e eeuw dateert; Sheikh Abu Bakr Fazl en Sheikh Abu Sayid liggen begraven in een mooi mausoleum.
Als laatste gaan we via een klein deurtje een smal trappetje op om het complex nog even van boven te bekijken. Hiervoor moeten we de beheerder wel 2 kwartjes in de hand douwen.

Tegen twaalven zijn we terug bij het hotel. We checken uit, zetten de grote rugzakken bij de receptie en gaan dan een bakkie doen op het plein.
Ten zuiden van Lyabi-Hauz ligt wat er over is van de Joodse wijk en na de koffie gaan wij daar een kijkje nemen.
Vanaf de 12e eeuw hebben er Joden gewoond in Bukhara en waren ze een belangrijke speler in de economie van Bukhara, ondanks systematische discriminatie (waar hebben we dat meer gezien).
We lopen door de smalle straatjes richting het Joodse kerkhof en bij sommige gebouwen zie je de oorspronkelijke structuren onder het leem vandaan komen. Het is hier heel anders dan bij de gerestaureerde monumenten.

Vanaf de begraafplaats lopen we weer terug naar Lyabi-Hauz en onderweg vinden we een van de weinige synagogen die er nog zijn. We gaan naar binnen en kijken daar wat rond. Er hangen foto’s van Madeleine Albright en Hillary Clinton die hier in 2000 geweest zijn. We maken een paar foto’s doen een donatie in de daarvoor bestemde kist en lopen dan het laatste stukje naar het plein, om daar te lunchen.

Nu we Bukhara een paar dagen onder de loep hebben genomen, kunnen we vaststellen dat de twee steden in vrijwel niets op elkaar lijken. In Khiva waan je je duizend jaar terug in de tijd, terwijl Bukhara een moderne stad is waar duizend jaar oude monumenten staan. Er is één overeenkomst: de enorme hoeveelheid souvenirstalletjes bij, in en voor de monumenten. Dat mag wel wat minder.

Om 14:00 uur nemen we een taxi naar het treinstation. Dat is wat vroeg, maar we hopen dat we onze treintickets kunnen omruilen voor tickets voor de Afrosiyob; de hogesnelheidstrein.
Nadat we hebben uitgevonden waar het ticketoffice zich bevindt, wordt onze hoop vakkundig de grond in geboord. ‘The fast train is full’ zegt de man aan het loket en hij gaat verder met zaken die hij belangrijker vindt.

Ook onze trein naar Samarkand vertrekt op tijd en gelukkig is ook dit een stoelen-trein, dus we kunnen de twee en een half uur lekker onderuit hangen.
Iets na half zeven zijn we in Samarkand en ook daar moeten we naar de ticketoffice, omdat we overmorgen met een andere trein naar Tashkent willen. Awe hebben tickets voor een avondtrein, maar willen in de ochtend naar Tashkent.
Ook hier verloopt het niet naar wens. Ten eerste is de man achter het loket met van-alles-en-nog-wat bezig, behalve met het helpen van klanten en als we dan eindelijk aan de beurt zijn, vertelt hij dat de trein waar wij mee naar Tashkent willen alleen maar bedden heeft en voegt hij daar nog aan toe dat we een tientje p.p. bij moeten betalen. Daarop besluiten we onze treinreis naar Tashkent helemaal te cancelen; dan gaan we wel met een taxi! We krijgen een deel van het geld dat we voor de tickets betaald hebben, terug en nemen een taxi naar ons hotel.

We zijn iets na achten bij ons hotel. Omdat we nog niet gegeten hebben, gaan we rechtsomkeert de stad in. Een jongen van het hotel had ons een restaurant aanbevolen, maar dat blijkt gesloten te zijn. Omdat er niet veel restaurants in de buurt zijn, gaan we maar bij een soort snackbar naar binnen.
Een gemiddelde Charly zou In een snackbar als dit z’n voorraad nog niet willen neerzetten; flikkerende lampen van minstens 500 watt, kale witte muren waar alleen een afvoerleiding overheen loopt, 6 gammele tafeltjes en de kaart is blijkbaar zo bijzonder dat een drietal locals snel de zaak verlaat.
Wij zijn eigenwijs en bestellen een paar gerechtjes. Het eten staat binnen de kortste keren op tafel en tot onze eigen verbazing smaakt het voortreffelijk. Jammie!!!

Omdat we op slechts een steenworp afstand van de Registon zijn, gaan we na het chique diner alvast een kijkje nemen (we kunnen niet wachten tot morgen). Als we via een taxiparkeerplaats op een soort uitkijkplatform komen, valt onze mond open. Dit vinden we nu al mooier dan Khiva en Bukhara tezamen! Uh nee, dat kunnen we nu nog niet zeggen. Dit lijkt nu al mooier dan Khiva en Bukhara tezamen. We lopen richting het plein waaraan de drie madrassa’s staan en horen van een agent dat om 21:00 uur de lichtshow begint. Dat is nog 20 minuten. Dus dan kunnen wij even opwarmen met een bak koffie (het koelt ‘s-avonds behoorlijk af).
Na de koffie zijn we net op tijd voor de lichtshow en we zijn flabbergasted; wat een spektakel van geluid en licht en wat een waanzinnig mooie gebouwen. We blijven een kwartiertje staan kijken en lopen dan toch maar terug naar ons hotel. Morgen is er weer een dag.