Vrijdag 22 september
Om 10:00 uur verlieten we bepakt ons tehuis en stapten we 100 meter verderop op bus 102 die ons naar het station bracht. Natuurlijk weer mooi op tijd (veel te vroeg zouden anderen zeggen) dus namen we nog een bakkie bij Station Royaal. Dan met de trein naar Schiphol waar we ons mengden tussen al die andere gekken die net vandaag op reis gaan.
Om half twee zijn we ingecheckt en om om twee uur laten we de rij bij de automatische douaneambtenaar achter ons.
Het is wel even schakelen: van een hele emotionele week naar een paar vakantieweken.

Het is altijd een hele berg volk dat met de Airbus A380 meegaat, maar het boarden gaat heel soepeltjes waardoor we met slechts 25 minuten vertraging vertrekken. Naast ons zit een grote kerel van 1,95m die zich in de stoel bij het raam moet wurmen. Hij leent een klein beetje beenruimte bij mij en dan zetten we ons schrap voor een vlucht van 5 uur een 55 minuten.
De vlieguren brengen we door met drinken, eten, filmpjes en muziek. In de enorme muziekverzameling zit ook het 2e album van Calum Scott dus dat was weer zo’n schakelmomentje. Diana heeft het hele album ademloos geluisterd.
Op de rij voor ons denkt Diana de eigenaar van Villa Bukit Segara te herkennen. Dat is het hotel waar we op Bali verblijven. We willen hem er tijdens de vlucht niet mee lastig vallen. Dat komt volgende week wel.
Zaterdag 23 september
Met een kwartiertje vertraging landen we op Dubai International Airport, het is dan net zaterdag. Na een lange wandeling drinken we een cappuccino bij McCafe in de buurt van gate B29. Daar kunnen we even de benen strekken en op adem komen. We hebben nog ongeveer 3 uur tot onze vlucht naar Jakarta vertrekt.
Om de tijd door te komen gaan we bij het Hardrock Café aan de bar zitten en bestellen een sapje. Daar knapt een mens van op.
We maken de tijd tot het boarden vol op een paar comfortabele ligstoelen en om 04:30 uur komt het vliegtuig los voor de laatste 8 uurtjes naar Jakarta.

Inmiddels zijn we aardig uitgeput en na een smakelijk ontbijtje (?) lukt het ons om een paar van die 8 uurtjes te slapen. Met nog tweeëneenhalf uur te vliegen worden we wakker gemaakt voor een warme lunch, maar dat voelt toch wat vreemd op de maag als je net wakker wordt. Onze interne klok is behoorlijk van slag.
Iets na half vier lokale tijd landen we op Soekarno-Hatta International Airport in Jakarta en na even in de rij te hebben gestaan bij de douane en de bagagaband pinnen we even snel een paar miljoen rupiah. We stappen om 17:45 uur op de Airport Rail Link naar Stasiun Manggarai in downtown Jakarta en daar nemen we de Bogor line die ons naar Stasiun Cikini brengt. 300 meter verderop stappen we ons hotel binnen. Dat was een pittige reisdag!

Zondag 24 september
Die pittige reisdag bleef niet zonder gevolgen. We werden rond 2 uur allebei wakker met een knallende hoofdpijn: ‘lang leve de paracetamol’!
Het ontbijt in het hotel is zeer uitgebreid, maar wel een beetje te veel Indische rijsttafel voor de nuchtere maag. Gelukkig lagen er een paar verdwaalde croissantjes en wafels tussen de rijst en rendang zodat wij ook wat naar binnen konden werken.
Iets na negenen gaan we pad en onze eerste stop is bij Kedai Tjikini waar ze een heerlijke houseblend koffie hebben. De koffie doet het laatste restje hoofdpijn verdwijnen.
Onze volgende stop is bij GraPARI waar we een paar lokale simkaarten kopen. Je verwacht zoiets in 5 minuten te regelen, maar vanwege alle formaliteiten zijn we hier een uur kwijt.

Op een steenworp van de telecomwinkel is Merdeka Square (het onafhankelijkheidsplein). Het plein is omgeven door regeringsgebouwen en midden op het plein staat het Nationale Monument, een 137m hoge obelisk met op de top een ‘vlam’ die met 35 kilo goud is bedekt. Dit monument is in opdracht van Soekarno gebouwd.
We steken een brede boulevard over en het valt vooral op hoe rustig het op de weg is. We hadden hier de drukte á la Bangkok verwacht maar niets van dat alles. Misschien blijven ze hier op zondag wat langer in hun nest liggen.
Op het Merdeka Square ziet het groen van de mensen. Er is een soort ‘zorg dat je erbij komt’ demonstratie van de Indonesische krijgsmacht. Overal staat wapentuig: tanks, Hummers, motoren, raketwerpers, noem maar op. Alles ziet er spiksplinternieuw uit, daar is nog geen militaire oefening mee uitgevoerd. Het is opvallend hoe je overal dichtbij mag komen. Blijkbaar hoeft het allemaal niet zo geheim te blijven. Een bijzonder decor voor het Nationale Monument.

Niet ver van Merdeka Square staat de grote moskee van Jakarta met er tegenover de kathedraal; 2 voor de prijs van 1, dat kunnen we niet laten schieten. Het is een kwartiertje lopen naar deze godsdienstige gebouwen en we merken dat de klamme deken van 35 graden z’n tol nu al begint te eisen. We schakelen een tandje terug want dit houd je geen dag vol. We moeten dan gelijk onze excuses maken aan de Indonesiers die we binnensmonds hebben lopen uitfoeteren omdat ze als wandelende chicanes over het trottoir bewegen.
De kathedraal doet wat vreemd aan in een land waar de meeste moslims ter wereld wonen. Slechts 10% is Christen, maar ze hebben er toch een fraai bouwwerk voor neergezet. De kathedraal is eind 19e eeuw gebouwd naar een ontwerp van Marius Hulswit (in samenspraak met pastoor Antonius Dijkmans). Meest opvallend zijn de torenspitsen, deze zijn nl. gemaakt van gietijzer en vervolgens wit geschilderd. Hoewel het er prachtig uitziet was kostenbesparing destijds de belangrijkste reden om dit te doen.

In tegenstelling tot de kathedraal is de grote moskee geen fraai gebouw. Het mag dan wel de grootste moskee van zuid-oost Azië zijn, het ziet er wat fabriek-achtig uit. Alleen de 2 witte koepels en de enorme minaret herinneren je eraan dat het een moskee is. Leukste aan de moskee is eigenlijk de mierenhoop aan mensen die zich rond dit religieuze gebouw beweegt.

Na onze zondagse kerkdienst gaan we naar Fatahillah Square (het Koningsplein). Omdat dit plein ruim 8km verderop ligt stappen we bij Stasiun Juanda op de trein naar Stasiun Jakarta Kota in de wijk Kota Tua (of Oud Batavia), het oudste overgebleven stadsdeel uit de tijd van de Nederlandse overheersing
Even checken of er nog voldoende saldo op onze lokale ov-pas staat en hobbelen maar.

Het Koningsplein is vernoemd naar de sultan die in 1527 de Portugezen versloeg. Op dit plein staan drie koloniale gebouwen (VOC-warenhuizen) die zijn getransformeerd tot musea. Op het midden van het plein bevindt zich een fontein, maar die staat droog. Het plein is ‘the place to be’ op zondag en dan is helemaal leuk als je even zo’n velgekleurde oma-fiets huurt en over het plein scheurt.

Wij gaan naar de noordkant van het plein om een hapje te eten. Het is nl. lunchtijd en daarom zoeken we een tafeltje bij Cafe Batavia. Dit restaurant werd in 1805 gebouwd als hotel voor de hoge officieren van de VOC en is nu een populaire eetgelegenheid voor toeristen. Hoewel Cafe Batavia behoorlijk vol zit, weten we een mooi tafeltje te bemachtigen bij een wand vol met portretten van Nederlandse en Indonesische hooggeplaatsten. De namen zijn me helaas ontschoten.

Na de heerlijke lunch gaan we nog een stukje verder noordelijk naar de haven Sunda Kelapa. We volgen de gracht Kali Krukut en komen al snel bij een ander stukje Nederlandse historie. Een mooi ophaalbrug verbindt de beide oevers van de gracht. In tegenstelling tot veel oude koloniale gebouwen is de brug in erg goede staat. We durven er zelfs overheen te lopen.

We vervolgen onze weg en als we bij het scheepvaartmuseum willen oversteken houdt een man op een scooter het verkeer tegen zodat we veilig naar de overkant kunnen. De man, waarvan het bovengebit nog maar uit drie scheve tanden bestaat, vraagt waar we vandaan komen en als hij hoort dat we uit Nederland komen begint hij spontaan in het Nederlands te praten. Hij blijkt bij het scheepvaartmuseum te werken en als we hem vertellen dat we naar de haven willen zegt hij dat we dan terug naar het museum moeten en daar rechtsaf. We volgen zijn advies op, maar al snel blijkt dat we beter onze eigen weg hadden kunnen vervolgen. Na 10 minuten lopen we vast in bouwwerkzaamheden en als we daar de weg vragen worden we weer teruggestuurd naar waar we vandaan komen. De 3-tanden-man wilde ons waarschijnlijk het museum in lokken.
Een half uur later zijn we dan alsnog in de oude haven waar de houten vrachtschepen nog grotendeels met de hand worden geladen en gelost. Het is een smerige bende en blijkbaar geen typische toeristen hotspot want we komen geen enkele andere toerist tegen. We lopen langs de kade waar de schepen liggen en als we niet verder kunnen vanwege de hoeveelheid water op de weg keren we om lopen we terug naar het Koningsplein.

Vanwege de hitte proberen we zo veel en zo vaak mogelijk te drinken. Dit keer gaan we bij een soort foodtruck zitten en nemen een merkloos drankje met ijs. Hopelijk is dit geen foute keus (wc-technisch gezien).
Bij het Koningsplein wordt ik aangesproken door studenten die vragen of ze me mogen interviewen. Dit is de zoveelste keer dat dit tijdens een vakantie gebeurd. Waarom ik en waarom laten ze Diana altijd met rust? Na het diepte-interview over voetbal lopen we naar het treinstation en nemen we de trein naar Stasiun Juanda.

We wilden eigenlijk tot Stasiun Cikini met de trein en dan terug naar het hotel, maar we hadden gelezen dat er ook nog een mooi monument staat op Lapangan Banteng (voorheen Waterlooplein). Het West Irian Liberation Monument is een 36m hoog voetstuk waarop een bronzen man met ontbloot bovenlijf en armen en benen gespreid los lijkt te breken uit zijn boeien. Dit monument is opgericht in opdracht van Soekarno ter nagedachtenis van de bevrijding van New Guinea. In de late 50’er jaren, begin 60’er jaren was het westen van New Guinea nog steeds in Nederlandse handen. Pas in 1962 heeft Nederland het gebied overgedragen aan Indonesie,

Van het Waterlooplein lopen we naar Stasiun Gambir waar we morgen de trein nemen naar Bandung. We laten ons on-line gekochte ticket alvast omzetten naar een papieren plaatsbewijs en nemen bij de grote M een ijsje. Daarna lopen we terug naar ons hotel en bestellen een sapje. Dat hebben we wel verdiend (vinden we).
Maandag 25 september
We hebben de wekker gezet want om 09:30 uur gaat de trein naar Bandung en die willen we niet missen.
Even een broodje naar binnen werken bij het ontbijtbuffet, slokje thee, kopje koffie, tandjes poetsen en op zoek naar een taxi.
Vandaag leeft Jakarta zoals we dat verwacht hadden. Het verkeer staat helemaal vast en scooters vliegen met gevaar voor eigen leven aan alle kanten voorbij. We hebben 20 minuten nodig om bij het treinstation te komen en zoveel tijd hadden we gisteren ook nodig toen we dezelfde afstand te voet aflegden.
Bij het treinstation worden we naar de noordingang gestuurd en daar wachten op de 1e verdieping tot we naar het perron kunnen.

Om 9 uur is het dan zover, bepakt met rugzak klimmen we de laatste trap op en lopen naar de eerste wagon van de Eksekutif coupe. Als we naar binnen lopen gaan er gilletjes door de coupe. Allemaal vrouwen, de meeste met een hoofddoekje en die zitten samen met 2 toeristen in een coupe. Wat een feest.
Het duurt niet lang tot de brutaalste van de dames dit heuglijke feit vastlegt met haar mobiel en dan kan Diana natuurlijk niet achterblijven.

De trein vertrekt op tijd en al snel laten we het mooie Jakarta achter ons en rijden we door het minder mooie Jakarta. Huisjes van metalen golfplaten zover je kan kijken en heel regelmatig een kleine, kleurrijke moskee.
Na een uurtje begint de omgeving te veranderen. Het wordt groener en heuvelachtiger. Kleine dorpjes vaak geflankeerd door rijstterrassen die tegen een heuvel geplakt lijken te liggen.

De treinreis verloopt zonder problemen hoewel de schelle stemmen van de dames-op-reis de rust af en toe wreed verstoren.
Na drie uur rijden we om 12:30 uur het station van Bandung binnen. We zwaaien naar de dames in onze coupe en lopen de trappen af richting de uitgang waar we taxi nemen naar ons hotel.
We checken in, gooien de rugzakken op de kamer en gaan op pad om Bandung te ontdekken.
We lopen richting Jalan Braga, de hoofdstraat van Bandung en vlak bij het monument Patung Maug Bandung gaan we even zitten bij Wiki Koffie.
Na een goede bak koffie vervolgen we onze weg door de Jalan Braga en deze hoofdstraat lijkt wel wat op een openbare scooter-stalling. Rijen scooters staan netjes geparkeerd aan de kant van de weg en een beheerder doet z’n best om elk vrijgekomen plekje weer van een scooter te voorzien.

Veel gebouwen aan deze hoofdstraat zijn in de koloniale tijd gebouwd en in de cafeetjes en restaurants van nu hangen naamborden van de bedrijven van toen.
Het mooiste voorbeeld staat helemaal aan het einde van Jalan Braga op de hoek met Jalan Asia Afrika. Een art-deco gebouw waar destijds ‘Warenhuis De Vries’ was gevestigd. Het bewijs staat nog in grote letters op de gevel.

We maken een ommetje via Jalan Tamblang en lopen dan terug naar ons hotel. We moeten nog even vervoer regelen voorons uitstapje van morgen. De dame bij de receptie laat ons de mogelijkheden zien en vertelt dat we dit kunnen regelen bij de concierge. Het Engels van de concierge houdt niet over, dus alle handen en voeten moeten er aan te pas komen. Uiteindelijk weten we hem duidelijk te maken wat we willen en gaat hij ervoor zorgen dat ons vervoer morgenochtend om 8 uur klaar staat. We gaan het beleven.
Even later gaan we weer op weg gaan naar Jalan Braga maar bij de kruising met Jalan Merdeka is het zo druk dat we even bezig zijn om een veilig oversteek-momentje te vinden. Dan komt er een oud manneke op ons af die met gevaar voor eigen leven het verkeer tegenhoudt en ons gebaart dat we over moeten steken. Aan de andere kant van de weg worden zijn echte bedoelingen duidelijk: hij wil ons overhalen een ritje te maken in zijn becak, een soort riksja-fiets waar 2 Nederlanders net niet in passen. We belonen hem voor z’n goede daad en stappen toch in waarna hij ons naar Jalan Braga brengt.

We zoeken een leuk terrasje uit en nemen een drankje. Hoewel Bandung op ongeveer 700m hoogte ligt is het hier toch ook ruim 30 graden. Na een uurtje verkassen we naar het Braga Art Cafe waar we een heerlijke Indonesische hap bestellen. Helaas zijn de kleine flesjes bier op dus nemen we maar een grote. Nadat we nog een bakkie koffie bij Little Contrast hebben gedronken lopen we terug naar ons hotel.
Dinsdag 26 september
Voor vandaag hebben we vervoer geregeld zodat we de bezienswaardigheden ten zuiden van Bandung kunnen bezoeken. De chauffeur is mooi op tijd. We duiken gelijk de spits in en na een half uurtje draaien we de snelweg op. De omgeving blijft veranderen, het landschap wordt steeds heuvelachtiger. Weer een half uurtje later verlaten we de snelweg en zijn we in Ciwidey, de uitvalsbasis voor vandaag.
Ciwidey is een drukke stad en bovendien heeft het vrachtverkeer moeite met de weg omhoog; we schieten niet op. Om bij onze eerste bestemming te komen zigzaggen we de laatste 6km over een bergweggetje onder hoge varenachtige bomen.
Rond 10:00 uur parkeert de chauffeur de auto op de parkeerplaats op en kunnen we eindelijk naar het ‘white crater lake’. We hadden gehoord dat het frisjes kon zijn bij de op 2430m hoogte gelegen vulkaan, maar niets is minder waar. Ons kledingadvies is korte broek en t-shirt met korte mouwen.

White crater lake is eigenlijk geen juiste benaming, want het kratermeer van Kawah Putih is turquoise van kleur en kan zelfs verkleuren naar groen, blauw of bruin afhankelijk van de hoeveelheid zwavel. De naam is gegeven vanwege de witte zwaveldampen die hier kunnen hangen.
Op weg naar de krater ontwijken we de horde fotografen die met alle plezier een reportage van je maken (tegen een vergoeding natuurlijk). Niet veel verder komen de prachtige kleuren van het kratermeer ons al tegemoet. Het is een fantastisch turquoise kleur die niet zou misstaan op de Malediven.

We lopen wat rond het kratermeer en proberen de ideale plek voor een foto te vinden. Het valt op dat er maar weinig bezoekers zijn, dat zal in het weekend heel anders zijn. We gaan van naar links naar rechts en lopen ook nog wandelpier op die je helemaal bij het water brengt. De zwaveldamp slaat daar gelijk op je keel.

Enkele tientallen foto’s en een paar selfies later gaan we naar een hoger gelegen uitzichtpunt waar je een beter beeld van de hele krater krijgt. Ook hier kijken we onze ogen uit, maar omdat we vandaag nog meer te doen hebben gaan we na 10 minuten toch maar op zoek naar onze chauffeur.

We rijden hetzelfde bergweggetje naar beneden en slaan links af op de hoofdweg. We zitten direct weer in een andere wereld. Overal waar we kijken liggen theeplantages tegen de heuvels geplakt; een fantastisch gezicht! De chauffeur stopt op een wat hoger gelegen parkeerplaats en daar kunnen wij weer onze gang gaan met de met de camera’s, Het lijkt alsof de groene, geometrische vakken met theeplanten door een beeldhouwer zijn gemaakt.

Als ik iets verder loop zie ik dat er net een vrachtwagen wordt volgeladen met zakken vers geplukte theeblaadjes. De theepluksters met puntvormig hoofddeksel staan erbij en kijken ernaar. Voor Diana is dit de gelegenheid om een paar close-ups te maken. De theepluksters zien ons staan en zwaaien. Net als alle andere Indonesiers die we hebben ontmoet zijn ze de toeristen nog niet zat. Als de vrachtwagen vol is verdwijnen de dames tussen de theestruiken om nieuwe blaadjes te scoren.

Het is maar goed dat je tegenwoordig niet meer afhankelijk bent van filmrolletjes, want dan zouden we nu al in een lichte paniek raken. We zijn nl. nog niet klaar voor vandaag. Als we weer zijn ingeladen gaan we op weg naar de 370m lange hangbrug over de Kawah Rengganis rivier en de nabij gelegen hotsprings die de rivier voeden. Onze chauffeur wilde ons ook nog een ‘nice lake’ laten zien, maar dat vonden wij niet nodig, want wij hebben Bussloo.
We kopen een kaartje en zien dat de kinderen voor ons een veiligheidstuigje aangemeten krijgen voordat ze de brug op gaan, dus wij houden onze buik alvast in zodat de gordel zal passen. Helaas! deze oudere toeristen mogen gewoon doorlopen. Het is blijkbaar niet zo erg als wij er af vallen. De jeugd heeft de toekomst!
Het is wel even schrikken aan het begin van de 370m lange hangbrug (de langste van zuid-oost Azie!). Als dat ding maar niet te hard gaat wiebelen als we in het midden zijn. Bij de eerste passen merken we dat het best een stabiel bruggetje is, nog 300 meter te gaan. De mensen die ons tegemoet komen zien er bleek uit, of zou dat verbeelding zijn? We zijn inmiddels halverwege, nog 185 meter te . Het slingeren valt nog steeds mee, zelfs met tegemoet komend verkeer. We zijn bijna aan de overkant en halen opgelucht adem als we de brug afstappen (maar we moeten nog wel terug).

Een paar trappetjes lager zijn de hotsprings. We halen een stel giechelende dames met hoofddoek in en moeten dan concluderen dat die hotsprings niet zoveel voorstellen. Ok, je ziet de naar zwavel stinkende rookpluimpjes opstijgen, maar je verwacht toch ook een bubbelend poeltje waar je de korsten van je bibs kan weken. Niet dus!

We klimmen weer snel omhoog naar de hangbrug, laten ons kaartje zien en lopen terug naar de overkant. Met lossen handen, alsof er niets aan de hand is, terwijl vanaf de andere kant schoolmeisjes bibberend en gilletjes slakend hun eerste pasjes op de brug zetten. Niet aanstellen joh, stelt toch niets voor…..
Ons setje bezienswaardigheden voor vandaag zit erop. We nuttigen het gratis kopje thee terwijl we op het terras van het restaurant nog een laatste keer genieten van het uitzicht over de theeplantages.
Tijdens de rit van vandaag was onze chauffeur heel positief over de Nederlanders. Ze hebben gezorgd voor infrastructuur, onderwijs en ook deze theeplantages hebben we aangelegd. Wij houden ons juist op de vlakte over het koloniale verleden. We zijn daar niet zo trots op vanwege de minder mooie kant ervan. Zo zie je maar weer: ‘there are two sides to every story’.
Iets na tweeën zijn we weer terug bij het hotel. We nemen afscheid van onze chauffeur, halen wat spullen van de slaapkamer en gaan de stad in. We gaan naar ons favoriete restaurant voor een koude rakker en lopen dan nog even naar het treinstation om onze treinkaarten te printen (dat scheelt morgenvroeg weer).
Met de geprinte plaatsbewijzen op zak gaan we weer terug naar het Braga Art Cafe (=lekker goedkoop=echt iets voor ons) voor een warme hap.

We lopen terug naar het hotel, maar nemen eerst nog wel een lekkere bak koffie bij SawO een koffiebar die er erg trendy uitziet, maar waar de prijzen laag zijn. We maken een Insta-foto van Diana en gaan dan terug naar het hotel. We betalen alvast de rekening want morgenochtend gaat de wekker om 05:45 uur. Noem dat maar vakantie.

Woensdag 27 september
De Bluebird chauffeur moest ook vroeg z’n bed uit om ons op tijd naar het treinstation te brengen, maar hij wilde al wel een praatje maken met deze toeristen. Hij wil weten waar we vandaan komen, wat we doen, waar we heen gaan en waarom onze kinderen niet mee zijn op vakantie. Die heb ik achtergelaten op het treinstation van Jakarta zeg ik …..
Het treinstation is best kneuterig voor een stad met meer dan twee-en-een-half miljoen inwoners. Paar bloembakjes, de plaatsnaam in grote letters naast het spoor en een wachtruimte waar nog geen 50 man in past. Het mag de pret niet drukken.
We zoeken onze plekjes in de Eksekutif coupe weer op en wachten tot de trein begint te toeteren.

Het eerste deel van de reis gaat langs rijstvelden, eerst grote groene vlakke velden en later ook in terrasvorm. Na zo’n 2 uur zien we nog steeds rijstvelden, maar de rijst is geoogst en de velden zijn bruin en droog. Het landschap verandert weer, dit keer van heuvelachtig naar vlak.
We rijden weer langs kleine dorpjes waar de huisjes niet veel voorstellen en vaak slechts uit plaatmateriaal bestaan, maar we rijden ook door grotere steden waar de ontwikkeling wat verder lijkt te zijn (als je dat kan zeggen o.b.v. de huizenbouw).
Overal ook dezelfde startopstelling bij de spoorwegovergangen. Scooters in meerdere rijen naast elkaar alsof er een MotoGP wedstrijd op het punt staat te beginnen.

De service van de KAI is voldoende. Af en toe rijdt een karretje door het gangpad en kun je eten of drinken bestellen. Wij nemen een bakkie koffie, maar dat blijkt oploskoffie te zijn waarop je moet kauwen.
Niet alleen de passagiers worden goed verzorgt, ook de wagons worden op sommige stations van vers water voorzien (voor de airco).
Uiteindelijk rijden we om 13:35 uur het station van Yogyakarta binnen, helemaal volgens planning.

We lopen de 700m naar ons hotel, maar merken gelijk dat het hier weer verschrikkelijk warm is. Bandung ligt op meer dan 700m hoogte en dat is net wat aangenamer,
We checken in, gooien de rugzakken op de kamer en gaan de inwendige mens verwennen bij de naastgelegen M.
Na deze speed-lunch lopen we over de Jalan Malioboro in zuidelijke richting. Het is snel duidelijk dat hier vaker en veel meer toeristen komen dan in Jakarta en Bandung. Er zijn paard-en-wagens om je te vervoeren maar je struikelt ook over de vele gemotoriseerde riksja’s. Deze straat is een aaneenschakeling van kledingwinkels en ateliers, allemaal om de toerist te pleasen.

De meeste toeristische trekpleisters van Jogja zitten inmiddels dicht, maar Fort Vredenburg is tot 16:00 uur open. We betalen de enorme entreeprijs van 10.000 rupiah (60 eurocent) en betreden het fort. We zijn zeker niet alleen; het fort blijkt een gewild uitje te zijn voor scholieren.

Fort Vredenburg is in 1765 gebouwd om de Nederlandse gouverneur te beschermen. Het fort is vooral van buiten een mooi en imposant bouwwerk dat in goede staat verkeerd. In het fort is een museum een een groot aantal fraai gebouwde diorama’s.

Vanwege de hitte doen we het verder rustig aan. We lopen door de Malioboro Mall, pinnen weer een paar miljoen rupiah en gaan weer wat drinken. Ondertussen heb ik nog een paar t-shirts gekocht want voor deze weersomstandigheden heb ik er te weinig bij me.
We sturen een mail naar het hotel in Probolinggo om te checken of er andere toeristen zijn waarmee we samen naar de Bromo kunnen gaan.
Nadat we een hapje hebben gegeten gaan we richting de moskee want we hebben gehoord dat er vanavond een of andere ceremonie plaatsvindt. Ze hebben ons verteld dat het om acht uur zou beginnen, maar als we er aankomen zien we net de laatste deelnemers het terrein van de moskee op gaan. De optocht hebben we dus al gemist. We lopen snel het terrein bij de moskee op en wurmen ons tussen de menigte om een glimp op te vangen van wat er gaat gebeuren. We zien fraai uitgedoste mannen in kostuum, maar wat nu?

Het is inmiddels ruimschoots na achten als opeens de menigte in beweging komt. Een man onder een parasol loopt van de ene naar de andere kant en begint dan wat goudkleurige ‘munten’ te strooien. Het publiek vliegt erop af en probeert wat van dat strooigoed op te rapen. Het ritueel herhaalt zich aan de andere kant van het terrein en dat was het dan. We snappen er niets van. Hopelijk gaat iemand dat nog eens uitleggen.

Enigszins teleurgesteld gaan we terug naar het hotel. Onderweg nemen we een grote bak cappuccino bij Starbucks.
Voor morgen zetten we opnieuw de wekker want we gaan vroeg op pad naar het boeddhistische heiligdom de Borobudur dat op 40km van Yogya ligt.
Donderdag 28 september
Op de geboortedag van Mohammed hebben we een afspraak met Ahmad. Hij rijdt ons vanochtend in ruim een uur naar hét boeddhistische tempelcomplex van Indonesië: de Borobudur.
We ruilen onze on-line gekochte tickets in voor een soort all-inclusive armband en gaan dan richting de wachtruimte waar onze gids zich zal melden. Ter voorkoming van schade aan de tempel door slijtage van de schoenzolen krijgt iedereen slippers aangemeten. Dit sexy schoeisel is inclusive, dus dat gaat mee terug naar Nederland.

We hebben geluk dat we het tempelcomplex weer op mogen, want sinds de Corona-pandemie mocht je er alleen nog maar omheen lopen. De sluiting heeft niets te maken met Corona maar het heeft te maken met de regeltjes van Unesco. De Borobudur werd in 1991 op de World Heritage lijst van de Unesco gezet en diezelfde Unesco stelt eisen aan een monument. Zo is er ook een voorschrift tav de maximale slijtage van de lavasteen waar de tempel van gebouwd is. Met 50.000 slenterende bezoeker per dag (in het hoogseizoen) zou de Borobudur simpelweg te hard ‘slijten’. Om toeristen toch weer de gelegenheid te geven om de tempel te beklimmen is bedacht (ik hoop ‘berekend’) dat er maximaal 1200 mensen per dag op voorgeschreven slippers naar boven mogen. Je moet dan nog wel zo’n (duur) kaartje weten te bemachtigen en dat is ons gelukt.

De Borobudur is gebouwd in de vorm van een gigantische stoepa, die bovenop een heuvel is geplaatst. Het bestaat uit negen platforms, waarvan de bovenste is bekroond met een grote centrale stoepa. De hele structuur is versierd met gedetailleerde bas-reliëfs en beelden die scènes uit het leven van Boeddha en boeddhistische leerstellingen afbeelden. Het is dus eigenlijk alsof je een stripverhaal leest als je op de eerste verdieping van de tempel loopt.
De Borobudur werd gebouwd in de 9e eeuw tijdens het bewind van de Sailendra-dynastie, onder leiding van koning Samaratungga. De exacte bouwdatum is niet bekend, maar het werk begon waarschijnlijk rond 800 na Christus en duurde ongeveer 75 jaar om te voltooien.

Rond de 14e eeuw werd de Borobudur verlaten en overwoekerd door vegetatie. Het complex verdween grotendeels uit het zicht en werd vergeten, mogelijk als gevolg van de verspreiding van de islam in Indonesië. In de 19e eeuw werd de Borobudur herontdekt door de Nederlanders. Ze begonnen met het verwijderen van vegetatie en het herstellen van de tempel. Een uitgebreide restauratie begon in de 20e eeuw en duurde vele jaren, maar momenteel is het een plaatje en wordt er erg goed voor gezorgd. Elke maandag wordt de tempel grondig schoongemaakt. Eerst droog, dan met water en als laatste met een citronella-goedje. Het bouwwerk ziet er spic-en-span uit.

Onze gids met vlaggetje nummer 10 is er weer eens eentje die graag praat. Van ons mag het allemaal wat sneller al is het maar omdat we in de zon op de zwarte stenen zo langzamerhand well-done zijn. Na veel uitleg bij de plaatjes over de zwangerschap van de moeder van Boeddha en het aanwijzen van typische Aziatische vruchten en dieren kunnen we eindelijk ons eigen gang gaan.

We proberen de Borobudur zo mooi mogelijk vast te leggen. Vooral de kleine stoepa’tjes zijn erg fotogeniek. Helaas zijn we niet de alleen (150 personen per uur om precies te zijn) dus iedereen zoekt z’n eigen ‘moment of stoepa-fame’ en dat maakt een toerist-loze foto wel wat lastig.

Zo’n uur op de Borobudur gaat natuurlijk snel voorbij en om 11:00 uur worden we door onze gids naar de uitgang begeleidt. Met een lichte zonnesteek en enigszins uitgedroogd gaan we richting de parkeerplaats. Helaas niet in een rechte lijn, maar via een doolhof met alleen maar souvenirstalletjes. Elke keer als we denken bij de uitgang te zijn komt er weer een rijtje stalletjes met koelkastmagneetjes, hele lelijke korte broeken, batik shirts en meer spul waarvoor wij geen ruimte hebben in de rugzak. Eindelijk zien we dan Ahmad weer staan en stappen we snel in zijn auto. Ook terug heeft Ahmad niet meer dan 5 kwartier nodig voor de 40km en dat is voor Indonesische begrippen een snelle tijd.
We gaan naar de poolbar van ons hotel en bestellen een colaatje een een pizza. Het waait lekker op de 10e etage en we zouden hier de hele middag wel kunnen zitten, maar we willen nog even naar het treinstation om onze kaartjes te laten printen.
Om 14:00 uur gaan we op pad. Eerst naar het treinstation en dan naar de Tourist Information voor buskaartjes naar de Prambanan. Helaas is de Tourist Information gesloten vanwege de geboortedag van Mohammed.
Dan maar weer het vochtnivo op peil brengen. We gaan (weer) naar Kala Jumpa en bestellen een lekker koud bierke.

Om een uurtje of vijf gaan we toch nog even de straat op. Via de Jalan Dagen lopen we een stukje weg van de drukke Jalan Malioboro en dat scheelt gelijk een paar decibel. Veel minder toeterende scooters, geen riksja-chauffeurs die je proberen in hun karretje te krijgen en geen vals zingende straatartiesten. We slenteren naar de Jalan Gandekan en bewonderen onderweg wat ‘streetart’. Uiteindelijk lopen we via Jalan Sosrowijayan een straat zonder naam in en gaan bij Bedhot Resto naar binnen om wat te eten.

Na het diner gaan we naar het Alun Alun omdat daar ‘s-avonds wel eens wordt gescheurd met gepimpte voertuigen. We hebben geen zin om de paar honderd meter te lopen dus we charteren een brommer-riksja. Ook in dit bakkie passen we maar net naast elkaar, maar het gaat wel een stuk sneller dan lopen.

Bij het centrale plein/grasveld is er vanavond geen enkel fleurig voertuig te vinden. We zien wel dat het paleis aan de andere kant van het grasveld verlicht is en dat zou kunnen betekenen dat er iets te doen is. We lopen om het Alun Alun heen en gaan via een hekje aan de zijkant van het paleis naar binnen. Daar zien we een groot podium met allerlei instrumenten een een decor dat vol staat met wajang poppen. Ook staan er rijen stoelen opgesteld dus dat kan alleen maar betekenen dat er een optreden gepland is. Wij zoeken alvast een stoeltje uit.

Tegen achten beginnen muziekanten hun instrumenten op te zoeken en niet veel later beginnen ze aan het eerste nummer. Het is niet helemaal onze stijl (m’n vader had daar de vakterm kattengejank voor) maar we willen niet gelijk weglopen want het optreden van de wajang poppen moest nog beginnen.
Ons geduld wordt op de proef gesteld want om negen uur hebben we nog steeds geen bewegende pop gezien. Net als we weg willen lopen wordt Diana aangesproken door een door een man die eruit ziet als een pornoster uit de 70’er jaren. Het blijkt een Belg te zijn die betrokken is bij dit optreden. We wisselen wat beleefdheden uit en als we vragen naar de planning van deze theatershow dan weet hij toch vrijwel zeker dat de poppen bijna aan de beurt zijn.
Daar blijkt niets aan gelogen te zijn want niet veel later volgt er een ceremoniële overdracht van de poppen en giet it oan.
We blijven nog even kijken maar deze show is te ingewikkeld voor ons en bovendien doet het nog steeds zeer aan de oren. Het is tijd om er een eind aan te breien dus we gaan terug naar het hotel.
