Dinsdag 1 oktober 2019
Om 05:45 uur stond onze taxi naar het station al voor de deur. Om de enorme ecologische voetafdruk die we vandaag achterlaten te compenseren, kwamen John en Charissa ons in een electriek automobiel ophalen; scheelt toch weer!
Perron 1 was om 06:00 vrijwel verlaten, maar toen om 06:13 uur de trein het station naderde, bleek dat er toch meer mensen op dit vroege uur de dag beginnen. We namen onze posities in en Charissa was als een van de eerste in de trein, waar ze een mooie zithoek voor ons reserveerde.
Nadat de trein weer in beweging was gekomen, kwamen we er snel achter dat het toch geen ideale plek was. Naast ons zaten 4 mannen uit het oosten van het land (type: boer) met een beugel Grolsch in de hand. Het bleken aanhangers van FC Twente te zijn die op weg waren naar het Champions League duel tussen Tottenham en Bayern. Nog voor 06:30 uur waren de beugels leeg en even later werden blikjes bier open getrokken (ook halve liters!).
In Amersfoort namen we afscheid van Charissa en vervolgenden we onze reis naar de luchthaven.
De boeren werden steeds luidruchtiger, maar gelukkig was er onvoldoende tijd voor een volgende dorstlesser want Schiphol kwam in zicht.
We moesten helemaal naar balie 1a in vertrekhal 1 en ondanks een haperende bagageband, konden we snel door naar de gate. De gloednieuwe A320neo was mooi op tijd, maar helaas zorgde een druk luchtruim toch voor wat vertraging.
Aan boord werd ons verteld dat de vlucht slechts 45 minuten zou duren, dus die vertraging werd wel weer goed gemaakt.

Op Frankfurt waren we blij met onze goede conditie. De wandeling van gate A naar gate C duurde, incl. douane en veiligheidscontrole bijna een half uur.
Bij het naastgelegen cafe Mondo nemen we wat te drinken, en wachten we tot het boarden begint.
Als het vliegtuig wordt volgeladen zien we dat het overgrote deel van de passagiers van Russische makelij is; nauwelijks toeristen waar te nemen.
De A330 waar we de komende 6 uur in opgesloten zitten is zeker niet nieuw en het programma van het entertainment system is ook niet bijzonder. De beeldschermpjes zijn zo klein dat we de hele reis met de leesbril op zitten.

Gelukkig is de service van Lufthansa goed en vliegen de uurtjes voorbij.
Net voor twaalven zet de piloot het vliegtuig op Kazachse bodem en een kwartiertje later staan we al in de rij bij de douane. Na een zorgvuldige controle van onze paspoorten lopen we door naar de bagageband.
Onze rugzakken zitten bij de eerste bagage op de band dus al snel lopen we door de deuren naar de aankomsthal. Tussen alle bordje die omhoog gehouden worden zit er eentje met onze namen en voor we het weten zitten we in taxi. De chauffeur trapt het gaspedaal stevig in en binnen 20 minuten staan we bij de receptie van het hotel. De bar van het hotel is 24 uur open, dus daar nemen we nog een versnapering.
Woensdag 2 oktober 2019
We hebben niets te klagen over de bedden in dit hotel. Als we de komende 4 weken dit soort bedden hebben, dan komt het met de nachtrust wel goed.
Om 09:00 uur liepen we naar de ontbijtzaal en daar aangekomen dachten we even dat we in een zijvleugel van het presidentieel paleis waren beland; wat een protserigheid, Russische chique, fantastisch!
het ontbijt is zeer uitgebreid en smaakt voortreffelijk. Ook hiervoor geldt: laat het een voorbode zijn voor de rest van de vakantie.
Tegen tienen liepen we de straat op en gingen we op zoek naar een pinautomaat. We hebben wel een stapel euri in de portemonnee, maar hier heb je toch echt tenge nodig. De eerste automaat is geen succes, maar gelukkig staan er bij die bank nog 3 automaten binnen. We gaan naar binnen, laten ons wegwijs maken door een vriendelijke dame, maar ook de machines in het bankgebouw weigeren geld te spugen. De vriendelijke dame adviseert het aan de balie te proberen, maar daar hebben we een paspoort voor nodig en dus loopt Rob terug naar het hotel. Een paar minuten later lopen we een hokje binnen en vragen een wat norse vrouw om even 100.000 te schokken. Nadat ze de creditcard aan alle kanten bekeken heeft, schudt ze haar hoofd en gebaart dat we hier geen geld gaan krijgen. Op naar de volgende dus!
Het stikt hier van de pinautomaten en grauwe bankgebouwen, dus hoe moeilijk kan het zijn.
Nou, om een lang verhaal over pinautomaten en banken kort te houden: heel moeilijk! Bijna anderhalf uur later lopen we eindelijk een bankgebouw binnen waar de geldgoden ons wel gunstig gezind zijn. Niet bij een automaat, maar bij een vriendelijke dame die, na wat formaliteiten, ons een stapel geld overhandigt.
We vervolgen onze weg en lopen het Panfilov Park in. Het is een prachtige dag met een strak blauwe lucht, maar als je onder de bomen loopt, merk je wel dat de herfst ook hier is begonnen.
Het park is vernoemd naar de Panfilov helden, 28 soldaten van een infanterie afdeling uit Almaty, die zijn gestorven toen ze in de buurt van Moskou tegen een Duitse tankdivisie vochten.
Midden in het park staat de kleurrijke Zenkov kathedraal. De kathedraal is volledig van hout gebouwd en is door de Russen gebruikt als museum en concertzaal. In 1995 is het gebouw teruggegeven aan de Russische Orthodoxe kerk.

Een paar honderd meter verderop is een monument opgericht ter nagedachtenis aan de Panfilov soldaten. Het is een voorstelling van soldaten uit alle 15 sovjet republieken die uit de kaart van de USSR barsten. Voor alle gevallenen in de burgeroorlog van 1917-1920 en de 2e wereldoorlog brandt er een eeuwige vlam aan de voorkant van het immense monument.

We lopen het park uit en gaan op weg naar de Zelyony bazaar. Hoewel we nooit in Rusland zijn geweest doet het straatbeeld Russisch aan. De gebouwen zijn groot, vierkant en meestal grijs.
Het gebouw waar de bazaar is ondergebracht is al even Russisch. Niet zozeer de hoogte, maar vooral de architectuur en de sierlijke gouden panelen tegen het plafond.
De groenten, fruit en vlees zijn kunstig uitgestald en het ziet er allemaal smakelijk en verzorgd uit. Iets wat je niet van alle marktkooplui kunt zeggen.
We besluiten hier wat te eten en drinken op een soort van balkon waar we de markthal goed kunnen overzien.

Na deze smakelijke lunch zijn we op zoek gegaan naar een lokale simkaart. We lopen de winkel van Kcell binnen en leggen aan een rondlopende verkoper uit wat de bedoeling is. Hij trekt een nummertje uit een automaat en zegt dat we 5 minuutjes moeten wachten.
Die 5 minuutjes worden er 20, maar uiteindelijk gaan we met een simkaart de winkel uit.
Omdat het bank- en telecomwereldje in Almaty te veel van onze tijd heeft opgeslokt, besluiten we met de metro naar het Plein van de Republiek te gaan. Hoewel de metrostations van Almaty in het niet vallen bij de stations die we in Tashkent te zien zullen krijgen, is het toch een belevenis. De tunnels bevinden zich op een enorme diepte en de stations zouden niet misstaan als museumzaal.

Vanaf station Abay is het nog zo’n 10 minuten lopen naar het Respublika Alany. Het plein is omgeven met monumentale gebouwen. In het midden staat het onafhankelijkheidsmonument, een stenen zuil met bovenop een gouden man die op een gevleugeld sneeuwluipaard staat (mooi verzonnen). Het is erg lastig een mooie foto van dit monument te maken. Dit komt niet alleen door de hoogte van de zuil, maar ook de de afschuwelijke witte bankgebouwen die op de achtergrond staan.
Aan de andere kant van het plein is het stadhuis, met vlak daarachter het verblijf van de president, maar deze gebouwen laten we even links liggen.

We lopen terug naar metrostation Abay, maar onderweg gaan we bij een schattig restaurantje op het terras zitten. Onder het genot van een drankje en een hapje laten we de zon onze gezichten bijkleuren.
Als er wat wolkjes voor de zon drijven, lopen we verder naar de metro en gaan we terug naar ons hotel. Vanavond wordt onze huurauto gebracht en dat mogen we niet missen.
Tegen zessen belt Alex van het autoverhuurbedrijf. We hadden afgesproken dat hij de auto om 18:00 uur zou brengen, maar dat gaat hij niet redden; druk, druk, druk. Het wordt een half uurtje later. Dit was geen voorbode voor meer slecht nieuws, want nog voor 18:30 uur staat onze zilvergrijze Duster voor het hotel. We lopen om de auto, nemen de schade op en papieren worden getekend. Dan het onvermijdelijke: betalen! Via de mail was afgesproken dat hij z’n mobiele pinautomaat zou meenemen, maar dat is hij vergeten. We besluiten met hem mee te rijden naar het kantoor zodat we met plastic kunnen betalen. We kunnen dan zelf met de auto terug naar het hotel.
Een kwartier door de files van Almaty en we zijn bij het kantoortje. Alex haalt het betaalapparaat, maar vertelt dan dat de borg wel cash betaald moet worden. De harde valuta liggen in het hotel, dus dan moet Alex maar weer mee terug rijden…………
Terug bij het hotel krijgt hij de euri en wij de autosleutel.
Het is inmiddels 19:30 uur, dus tijd voor een stevige hap. Op slechts een paar honderd meter van ons hotel is volgens Tripadvisor een hotel met goed eten en een Kazachse sfeer. We steken de straat over, slaan een keer links af en komen zo bij restaurant Baursak City. Er is niet veel te doen in het restaurant, maar het restaurant ziet er leuk uit. Als we aan ons tafeltje zitten ziet Diana wat folkloristische kledij hangen. Die kans laten we niet liggen. Zo kan het eten niet anders dan goed smaken!

Donderdag 3 oktober 2019
Hoewel we al om 07:00 uur voor de deur van de ontbijtzaal staan te trappelen, zijn we niet eens de eersten. Een groep Koreanen die vandaag de rit naar Kirgizië gaat maken is ons voor en vult de ontbijtzaal. We willen de ochtendspits in Almaty voor zijn, dus na een paar broodjes met ei zijn we weg.
We gooien onze rugzakken in de Duster, installeren ons in de comfortabele stoelen en gaan op pad. Bij het eerste tankstation nog even volgooien. Tanken is een lolletje in Kazachstan: 39 cent per liter! Met een volle tank gaan we volgas naar Charyn Canyon.
Ver komen we niet want het is om 07:30 uur toch al behoorlijk druk in Almaty. Het verkeer hier is een uitdaging; ze wisselen zomaar van rijbaan, parkeren hun auto op de rechterbaan als ze dat nodig vinden en toeteren iedereen van de weg die niet aan kant gaat. In zo’n situatie kun je het beste de rijstijl van de lokale bevolking aanmeten, dus in een half uur slingeren we Almaty uit.

Al snel is er bijna geen verkeer meer over en nemen we de omgeving in ons op. We zien vooral steppe om ons heen, maar in de verte zijn de besneeuwde pieken van het Zailiysky Alatau gebergte.
Regelmatig lopen er kuddes koeien, paarden en schapen over de steppe, meestal vergezeld van een Kazachse man op paard. Buiten de stad lijkt niemand haast te hebben; heel rustgevend.
Het enige wat we niet zien zijn tankstations en wegrestaurants. We zouden best een bakkie lusten, maar hier vind je niets aan de snelweg.
Afslagen zijn er wel; meestal richting een dorp met een exotisch klinkende naam als Koyshibek, Zhanashar, Kyrbaltabay, of wat dacht je van Novoalekseevka (probeer het met een Russische tong uit te spreken).
Na twee en een half uur zijn we dan bij de afslag naar Charyn Canyon. Het is nog een paar kilometer naar het toegangshek waar we ons inschrijven en een ticket kopen. We parkeren de auto op een parkeerplaats iets verderop en dalen dan af, de canyon in.

Charyn Canyon is het Kazachse antwoord op de Grand Canyon. Wind, water en zon hebben er miljoenen jaren over gedaan om de canyon op sommige plaatsen zo’n 300m diep te maken. Vanaf de parkeerplaats lopen we een betonnen trap af naar de bodem van de canyon. Hier is de canyon slechts enkele tientallen meters diep, maar we merken al snel dat het pad naar de de snelstromende Charyn rivier alsmaar blijft dalen.
De rotsformaties zijn schitterend en gevarieerd en ze worden mooier naarmate we dichter bij de rivier komen. Het lijkt wel wat op de rotsformaties van Bryce Canyon en Monument Valley in Amerika. We staan regelmatig stil, maken veel te veel foto’s en hebben daarom een uur nodig om het pad van 3km af te lopen.

Bij de rivier is een kampement van yurts en er zijn ook huisjes waar je kunt overnachten. De Gletsjerrivier stroomt snel en het wordt afgeraden er in te zwemmen, maar dat waren wij toch niet van plan.
Gelukkig is hier ook een restaurantje waar we een bakkie koffie kunnen kopen. We eten de laatste stukken van de speltkoek op en beginnen dan aan de terugweg.

De wandeling terug is minstens zo boeiend als de heenweg. We hebben de zon wat meer achter ons waardoor de kleuren van de rotsformaties nog beter uitkomen.
Er komen nog heel veel mensen naar beneden gewandeld, Ze zeulen van alles met zich mee: tuintafels, zitkussens, picknickmanden en er loopt zelfs een man met een bbq in z’n armen.

We hebben 50 minuten nodig om weer boven te komen en daar moeten we helaas moeten constateren dat de bergschoenen van Diana het niet overleefd hebben. Op de luchthaven van Frankfurt ging het al wat minder met ze, maar Charyn Canyon is ze te veel geworden. We nemen afscheid van de schoenen en dumpen ze in een afval container.

De canyon kan ook van bovenaf bekeken worden dus we rijden met de auto naar een parkeerplaats een paar honderd meter verderop. Via smalle paadjes komen we op gevaarlijke plekjes waar je een prachtig zicht hebt op de canyon. We lopen naar een paar van deze uitdagende plekjes en genieten van het uitzicht.
Dan is het toch echt tijd om weer verder te gaan. We lopen terug naar onze auto en rijden richting Saty.

Na Charyn Canyon is de weg een stuk slechter. Het voelt af en toe alsof we in een kermisattractie zitten. Het landschap ziet er hier weer heel anders uit. Alsof er een legergroene deken over de heuvels is gedrapeerd. De weg snijdt slingerend door dit groene landschap en pas na een uur komen we voor het eerst door een dorpje. Inmiddels zien we met sneeuw bedekte bergen voor ons liggen en na twee uur sturen komen we aan bij ons guesthouse In Saty.

De vrouw des huizes verstaat geen woord Engels, maar met hulp van iemand aan de telefoon komen we er wel uit. We gooien wat bagage op de kamer en parkeren de auto op het erf. Dan lopen we Saty in op zoek naar een restaurantje of iets dergelijks, maar meer dan een mini-supermarket heeft dit dorp niet. Niets, nada te beleven! We lopen naar het eind van de hoofdstraat en maken daar toevallig het hoogtepunt van de dag (of week) mee: de bovenmeester van de basisschool jaargt een viertal koeien uit de tuin bij de school.
We doen wat inkopen bij de mini-market en slenteren dan terug naar ons guesthouse.

Onze accommodatie is geboekt o.b.v. vol pension En dat betekent dat de lieftallige vrouw des huizes ook de als kok des huizes fungeert. We hebben met haar afgesproken dat we om 19:00 uur aanschuiven en we zijn stipt op tijd.
De tafel is al gedekt; er staan koekjes en snoepjes, kersenjam en brood, maar het is ons niet duidelijk wat dit met het diner te maken heeft. We beginnen maar wat aan het brood te knabbelen als kokkie uit de keuken komt aanlopen met een bord vol dumplings. Ze zet er een schaaltje sambal-achtig spul en een witte-koolsalade bij en wij vallen aan. De dumplings smaken net zo goed als ze er uitzien! De salade maakt het af.
We eten ons bordje leeg en spoelen de laatste broodkruimels weg met de thee die ze ook nog heeft gebracht. Dat was boven verwachting!

Vrijdag 4 oktober
We hoeven vandaag niet zo vroeg op pad, want het Kolsai meer is slechts 15km van Saty verwijderd. Rond 8 uur gaan we naar beneden om ons te laten verrassen door kokkie. Er zijn al een paar andere reizigers aan tafel gegaan en we zien dat kokkie rijstepap serveert. Dat moeten wij voorkomen. Diana sprint de keuken in en onderhandelt met kokkie. Even later krijgen wij een heerlijk gebakken eitje geserveerd.
Tegen negenen trappen we ons bakkie weer aan en gaan we op weg naar het Kolsai meer. Saty mag dan wel niets voorstellen en we zouden hier waarschijnlijk al snel gillend gek worden, maar de omgeving is schitterend! We slingeren weer over de enige asfaltweg in de wijde omgeving en na 10 minuten staan we voor een ‘controlepost’ annex ticketoffice. De auto parkeren we op de weg en Rob gaat het hokje met 2 Kazachse dames in om zich in te schrijven en te betalen. Pas dan gaat het hek open en kunnen we verder naar het meer.

We parkeren de auto op de grote parkeerplaats bij het meer en lopen de laatste paar honderd meter naar het meer.
Het wordt afgezaagd, maar wat een prachtig plaatje! Een plaatje dat overigens best in Canada, Zwitserland, Oostenrijk of elk ander land met meren en sneeuw bedekte pieken.
Vanaf de bergen die hier als achtergrond dienen, gaat het smeltwater via een viertal meren naar beneden. Het meer waar we nu voor staan is de laatste van de vier. Het is mogelijk om naar het tweede Kolsai meer te lopen, maar de paden zijn erg slecht. Het is zo’n 4km en je doet er minstens 3 uur over (enkele reis).

Wij kiezen voor een wandelingetje rond dit meer. We lopen eerst over een vlonderpad aan de oostkant van het meer, maar al snel is het pad niet meer dan een smal zandpaadje met boomwortels die je willen laten struikelen. Gelukkig duurt dit niet lang en komen we op een open vlakte waar we weer normaal kunnen ademhalen. De uitzichten tussen de pijnbomen door zijn fantastisch. Een deel van de loofbomen heeft de herfstjas al aangetrokken en dat kleurt prachtig tegen het groen-blauwe water van het meer.
Na het open gedeelte lopen we verder over steeds smaller wordende paadjes, tot we op een gegeven ogenblijk niet meer zien waar het pad is. Het lijkt allemaal glibberige bosbodem.

We keren om en lopen voorzichtig terug naar de open vlakte waar een kleine steiger is. Hier genieten we nog even van het uitzicht over het meer en proberen we het ideale plaatje vast te leggen. We zijn niet de enigen die op deze plek een fotootje willen maken, dus we moeten wel even geduld hebben. Uiteindelijk is het wel gelukt, al zeggen we het zelf.

We lopen terug en zitten op een bankje nog even na te genieten van het uitzicht over het meer; hier kan geen Valdispert tegenaan!
Na een kwartiertje ontstressen gaan we terug naar de auto en om 11:30 uur rijden we van de parkeerplaats af.
We moeten dezelfde route terug rijden, maar genieten toch van heel veel nieuwe uitzichten. We zien hier en daar yurts op de steppe. Daar slapen waarschijnlijk de mannen die op hun paard de koeien, schapen of paarden bij elkaar houden, of misschien is het de slaapplek voor hun kinderen en kunnen ze zelf rustig thuis slapen.
We komen langs heuvels die ons doen denken aan de Cerro de los Siete Colores in Argentinie, een kleinere canyon waarvan de wand wat weg heeft van spekkoek terwijl we voort scheuren over een slingerende loper van asfalt. Het is een lange rit, maar mag best nog wel langer duren.

Om 14:15 uur komen we door Bayseit, een wat groter dorp langs de weg. De bevolking gebruikt de doorgaande weg als markt en restaurant; De bbq’s staan hevig te roken. Wij parkeren de auto ergens aan de kant van de weg en lopen langs de verschillende stalletjes. De meeste verkopen fruit en groenten, maar je kunt er ook brood en huishoudelijke artikelen krijgen. Omdat we nog niet geluncht hebben gaat onze aandacht vooral uit naar de bbq’s. We zoeken er eentje uit die het vuur al goed opgestookt heeft en we bestellen een sjasliek, het traditionele gerecht uit Centraal-Azie.

Na deze stevige lunch maken we ons op voor de laatste 125 kilometer. We vinden het landschap hier minder mooi, want we zijn verwend door wat achter ons ligt.
Om 15:45 uur staan we voor een tolpoortje waar we 65 cent betalen om ons vervolgens weer in het verkeer van Almaty te storten.
We hoopten net voor de spits terug te zijn, maar dat plan lijkt mislukt. Het lijkt erger dan op de heenweg; auto’s vliegen toeterend aan beide kanten voorbij en op een rotonde worden we bijna gemangeld tussen een bus en een veel grotere suv. Google Maps adviseert ons bij de route door de stad, maar het lijkt er niet op dat we gemakkelijkste route krijgen voorgeschoteld. Na een x-aantal bijna-aanrijdingen (in onze ogen) arriveren we om 16:23 uur bij ons hotel. Halleluja!!!
Zaterdag 5 oktober 2019
Nadat we ons bij het ontbijt vol hebben gepropt, gaan we op weg naar Big Almaty Lake, of Ozero Bolshoe Almatinskoe, zoals de Kazachen zeggen. Het verkeer is een stuk rustiger op een zaterdag en dat is wel zo prettig. Bovendien rijden we van de stad af, dus voordat we het weten zitten we weer op een slingerweg de bergen in. Ook dit keer wordt het laatste stuk van de route weer geblokkeerd door een slagboom en als de agent/bewaker onze auto inkijkt zegt hij alleen maar ‘one thousend’. Niet voor een entreeticket maar voor z’n eigen broekzak. Zo gaat dat hier af en toe nog wel in Kazachstan. Wij gaan hier geen stennis over maken en betalen de omkoopsom van 2 euro 35 cent. Dan geven we gas het nationaal park Ile-Alatau in.
Het is ongeveer een uur rijden naar het stuwmeer op 2511 meter en de laatste kilometers gaan regelmatig met 12% omhoog. Het meer is 1,6km lang en ongeveer 1km breed, het diepste punt is zo’n 40m en het meer bevat ongeveer 14 miljoen kubieke meter water. Dit water is een belangrijke bron van drinkwater voor de regio.
Allemaal leuk en aardig, maar wij gaan hier vooral heen omdat het er fantastisch uitziet. Nadat we de auto aan de kant geparkeerd hebben, lopen we richting het turquoise meer. We zijn zeker niet de eersten vandaag want in het weekend is dit een populaire bestemming voor de inwoners van Almaty. Alle fotografische hotspots zijn inmiddels ingenomen, op elke rots zit of staat iemand te poseren.
Wij wachten onze kans af en als er een rots vrij komt bespringen we die gelijk.

We blijven een uurtje rond het meer hangen en genieten van het fantastische uitzicht en de capriolen die iedereen uithaalt om een bijzonder foto te maken. Er lijkt zelfs een huwelijksaanzoek te worden gedaan op een rots. Een jongen en meisje nemen allerlei poses aan terwijl een fotograaf om hen heen cirkelt. Lichaams- en gebarentaal doet ons ons vermoeden dat dit iets dergelijks is.
Na anderhalf uur lopen we terug naar de auto en rijden we een klein stukje verder om het meer nog één keer in volle glorie te kunnen zien liggen.

De weg naar beneden was vooral een aanslag op de remmen. We hebben ze niet geteld, maar het aantal bordjes met 12%-daling lijkt oneindig. Onze volgende bestemming is de Medeo ijsbaan. Tot midden jaren tachtig was dit de snelste ijsbaan ter wereld. Door de bijzondere ligging van de ijsbaan kan er onder bepaalde omstandigheden de hele ronde rugwind optreden. Met de komst van de binnenbanen is Medeo echter op een zijspoor geraakt.
Omdat de ijsbaan op 1691m ligt slingeren we weer vrolijk omhoog. Dit keer echter via een mooie brede weg, dus geen manoeuvres om tegenliggers te ontwijken.
Nadat we een plekje voor de auto hebben gevonden, lopen we trappen op naar de ijsbaan. Daar wacht een teleurstelling, want de ijsmeester heeft nog geen tijd gehad om een ijsvloertje te leggen. Dan kunnen we onze schaatsen weer in het vet zetten; daar gaat de kans op een mooi PR.

Gelukkig is er naast de schaatsbaan een loungebar, dus nemen we daar maar even plaats op een zitzak. Het is inmiddels toch lunchtijd, dus tijd voor een bestelling. We zitten met onze bakkus in de zon en het is er heerlijk warm. Een t-shirt, korte broek en teenslippers zou een toepasselijke outfit zijn geweest.
Als we de lunch naar binnen hebben gewerkt, gaan we op weg naar onze laatste bestemming van vandaag: Shymbulak.

Shymbulak is het grootste ski-resort in Centraal Azie en ligt op 25km van Almaty. Dit resort is populair vanwege het milde klimaat, de vele zonuren en een enorme hoop sneeuw in de winter.
Omdat we niet met eigen auto naar boven mogen, kopen we een kaart voor de taxibus die ons in 20 minuten naar 2200m hoogte brengt.
Vanaf hier kun je alleen met de kabelbaan verder en aangezien er hier nog geen vlok sneeuw te zien is, kopen we een prijzig kaartje voor dit wintersport-vervoermiddel. Deze kabelbaan brengt ons naar 2630m, maar ook hier is nog nauwelijks sneeuw te bekennen. We gaan dus maar met de volgende kabelaan naar 3200m hoogte. Hier is eindelijk voldoende sneeuw voor een mini-afdaling.

Als we voldoende wintersport-sfeer hebben gesnoven, gaan we met kabelbaan, kabelbaan, taxibus naar beneden. We kruipen voor de laatste keer in onze Duster en rijden terug naar ons hotel. Daar wordt de auto rond 18:00 uur opgehaald. De medewerker van Vladex vindt dat we de auto goed hebben behandeld, dus we krijgen onze borg terug en daar kunnen we hier wel een week van leven.
Zondag 6 oktober 2019
Onze trein naar Tulkibas gaat pas om 19:32 uur, dus we hebben nog de hele dag voor Almaty. Er zijn nog een paar dingen die we willen doen en de eerste is Kok Toby bezoeken.
We nemen de metro naar Abay en lopen richting de kabelbaan die ons naar boven moet brengen, maar tot onze verbazing zien we dat er een Starbuck’s naast zit. Die koffie laten we ons niet ontnemen.

Kok Toby is een soort kermis/pretpark/mini-dierentuin op een heuvel naast de TV-toren, net buiten Almaty. Er is hier van alles te doen voor de hele familie: een reuzenrad(je), een huis-op-de-kop, een klimmuur, een klimbos(je), lachspiegels, botsautos, rodelbaan en nog veel meer. Wij laten de attracties echter links liggen en zijn vooral benieuwd naar het uitzicht over Almaty.
We zoeken een uitkijk-platform op en proberen bekende gebouwen te ontdekken, maar dat valt niet mee. Het valt ons wel op dat er een smog-deken over de stad hangt.

Voordat we weer met de kabelbaan naar beneden gaan maken we een rondje over het kermis-terrein. Hoewel het zondag is, is er nog niet veel te doen. Het personeel hangt wat verveeld rond en de beesten in de veel te kleine hokken maken ook geen spektakel.
We gaan nog wel even op de foto met de John, Paul, George en Ringo, maar stappen dan weer in het bakje naar beneden.

Volgende stop is Dostyk Plaza; een enorm modern winkelcentrum waar alle bekende merken vertegenwoordigd zijn. We hopen dat daar de prijzen net zo laag zijn als die van het eten of de benzine, maar het zou helemaal mooi zijn als Diana een paar schoenen op de kop kan tikken.
We duiken een paar sportwinkels in, maar geen schoenen die een verbetering zijn t.o.v. de Teva’s. De prijzen van kleding en schoenen vallen niet mee. Het prijsnivo is ongeveer gelijk aan Nederland. Een half uurtje later staan we al weer buiten.
Als laatste staat het Central State Museum of the Republic of Kazakhstan op het programma. We hebben getwijfeld of we naar dit museum zouden gaan, maar nu we er zo dicht bij zijn laten we deze kans niet glippen.
Het grote grijze gebouw met blauwe koepels zien we al van grote afstand. We gaan naar binnen, maar twijfelen gelijk of we wel in het juiste gebouw zijn. De hele benedenverdieping is een grote kleedjesmarkt waar producten van huisvlijt verkocht worden.
We lopen naar de kassa en we blijken toch echt in het Central State Museum of …….. te zijn. We kopen 2 kaartjes en gaan door het detectiepoortje naar binnen.

Een kaartje voor dit museum kost net iets meer dan een euro dus een buil kun je er niet aan vallen. We lopen tussen de kleedjes door en gaan de trap op naar de tweede verdieping. In een grote zaal staat alles in het teken van de vorige president van Kazachstan, Nursultan Nazarbajev. In de vele vitrines worden prularia uitgestald die de president heeft ontvangen bij bezoekjes van andere wereldleiders. Die troep wilde hij waarschijnlijk niet in z’n woonkamer hebben. Er is ook een vitrine met de officiele trainingspakken van Kazachstan toen zij de Asian Winter Games organiseerden in 2011. Allemaal heel boeiend museum-materiaal.

Wij zijn als snel uitgekeken op de 2e, dus dalen we een trapje af. Daar hangen enkele tientallen schilderijen waarop mensen in het dagelijks leven zijn geportretteerd. Aardige plaatjes, maar deze schilderijen zouden ook door buurman Kees gemaakt kunnen zijn.
We gaan snel weer een trappetje lager waar we, heel toepasselijk, het dieptepunt van de collectie aanschouwen. Een hele rits poppen; de ene nog lelijker dan de andere. Dit heeft niets te maken met antropologie, is geen bijzondere kunstuiting, maar is waarschijnlijk voortgekomen uit verveling bij de vrouw van Kees.
We lopen het museum uit en gaan even op de trap voor het gebouw zitten. We laten alles nog even op ons inwerken. Dit moet het meest bijzondere museum zijn dat wij ooit bezocht hebben.

Op weg naar metrostation Abay lopen we langs het Zheltoksan Monument, dat ook bekend staat als het Dawn of Freedom monument. Het is opgedragen aan de personen die zijn omgekomen tijdens de rellen in december 1986. Deze rellen waren een gevolg van de eerste grote protesten tegen de Sovjet-Unie in Centraal-Azie en werden gewelddadig neergeslagen door de Sovjetautoriteiten.

We nemen de metro naar het eindstation Raiymbek Batyr om dan een bezoekje te brengen aan de 600m verderop gelegen grote moskee van Almaty. Het is inmiddels 13:30 uur, dus onderweg naar de moskee eten we Even een broodje. Hoewel het brood in Almaty over het algemeen stevig tot hard is, lijken deze broodjes ovenvers.
Rond 14:00 uur zijn we dan bij de moskee, maar helaas zijn daar werkzaamheden aan de gang. We maken een rondje en gaan dan terug naar het metrostation en dan terug naar het hotel om onze rugzakken in te pakken voor de treinreis.

Tegen zessen nemen we een taxi naar het treinstation. Dat is wat vroeg, maar we weten niet wat we allemaal gaan tegenkomen met het in Nederland geboekte treinticket.
Ook het stationsgebouw is van het type ‘Russisch blok’ en in het gebouw gaan we eerst op zoek naar iemand die onze tickets kan goedkeuren.
Gelukkig valt het allemaal mee en hoeft de Kazachstaanse bureaucratie geen plasje te doen over onze tickets.
We nemen plaats in de wachtruimte, maar het lijkt Diana wel handig om de extra tijd te gebruiken om alvast een treinticket voor de rit van Tulkubas naar Shymkent te kopen. Ze checkt bij loketjes of er een woord Engels uitkomt, maar pas bij het vierde loket (een speciaal Tourist loket) wordt er wat Engels gesproken. De kaartjes worden gekocht en het wachten is op de trein naar Tulkubas.

Iets voor zevenen rijdt onze trein op perron 1 binnen. We slepen de rugzakken naar wagen 13 en installeren ons bij de bedden 11 en 12. We hebben dit keer een luxe 2-persoons coupe, dus geen last van snurkende medereizigers.
De trein vertrekt op tijd en al snel merken we dat dit geen zoevende Shinkansen uit Japan is. De trein rammelt over het spoor, dus of we lekker zullen slapen……
Rob zet de wekker op 04:00 uur en om 21:15 uur nemen we onze ligposities in. Weltrusten!!

Maandag 7 oktober 2019
Na een onrustige nacht (zoals dat heet) schrokken we om 04:00 uur wakker van de wekker. We zouden om 04:50 uur in Tulkubas aankomen, dus we konden nog even op gang komen.
We hadden het gevoel dat we vannacht een aantal keer lang stil hadden gestaan en het leek dat de trein erg langzaam reed.
We kleden ons aan en Rob kijkt door de ramen aan het gangpad of er al iets stedelijks te zien is, maar het is nog te donker.
Dan komt de conducteur door het gangpad gelopen en brabbelt wat in het Russisch. Even later komt hij terug met z’n telefoon en laat het scherm zien. Met behulp van Google Translate laat hij weten dat de trein 8 uur vertraging heeft opgelopen! Maar dat is bijna net zo lang als de treinreis zou duren, WTF, in Tulkubas staan ze waarschijnlijk al op ons te wachten! Tja, wat doe je eraan, overmacht. We trekken onze kleren uit en gaan weer slapen, dit keer zonder wekker.
Iets na 08:30 uur worden we voor de tweede keer wakker. We kleden ons aan en gaan op verkenning uit. In de restauratiewagen krijgen we een update. De conducteur laat ons via Google Translate weten dat de vertraging nog steeds hetzelfde is en dat deze veroorzaakt is door een vrachttrein. Meer details krijgen we niet.
We bestellen een pot thee en gebakken ei van de kaart, maar dat laatste is er niet. De barman laat weten dat er alleen maar rijstepap te krijgen is, maar dat laten we aan ons voorbij gaan. Gelukkig hebben we zelf nog wel wat in de voorraadtas, Als pleister op de wonde is al het drinken wel gratis, dus we springen een gat in de lucht.

Tegen 13:30 uur komt de conducteur triomfantelijk vertellen dat Tulkibas in zicht komt. We pakken onze rugtassen in en als de trein tot stilstand is gekomen lopen we naar de uitgang. Na een rit van 18 uur zijn we eindelijk in Tulkibas.
We gaan op zoek naar de auto van Ruslan die ons hier op komt halen. Hij heeft ons eerder ontdekt dan wij zijn auto, want nog voordat we de trap af zijn horen we opeens ‘Rob and Diana?’. Het is Ruslan. We schudden hem de hand en lopen naar zijn auto, bagage achterin en scheuren met die bak.
We hadden Ruslan in de trein al laten weten dat we vertraging hadden, maar dat bericht heeft hem te laat bereikt. Hij vertelde dat hij om 05:00 uur al op het station was toen hij hoorde van de vertraging. Hij lacht erom en zegt dat vertraging wel vaker voorkomt in Kazachstan, alleen niet zoveel vertraging als wij hadden. Wat een bofkonten zijn we toch.
Bij het guesthouse van Ruslan brengt hij ons naar de yurt. Hij vraagt of we nog steeds in de Yurt willen slapen, want het is erg koud ‘s-nachts. Dit is onze enige kans op een romantische nacht in een yurt, dus voor hij het weet staan onze spullen al in de ronde tent.

Ruslan had onderweg al verteld dat we om 14:00 uur zouden worden opgehaald voor de tocht naar Aksu Canyon. Als we nog bij de yurt staan te kletsen komt de park-ranger al aangereden. We pakken onze camera’s en gaan op weg.
Er gaat nog een Duitse reiziger met ons mee naar de canyon. Door de vertraging van onze trein, staat hij al de hele dag te wachten op dit tochtje.
In drie kwartier rijden we naar de canyon, eerst nog over asfalt, maar het laatste stuk over een hobbelig zandpad.
Als de auto geparkeerd is lopen we eerst naar de rand van de canyon om van het uitzicht te genieten.

Aksu Canyon is niet te vergelijken met Charyn Canyon waar we een paar dagen geleden waren. Het beeld in Charyn Canyon wordt bepaald door de grillige vormen van rood zandsteen waar bijna geen boom of struik groeide, terwijl de Aksu Canyon juist heel groen is afgewisseld met bruine en grijze rotsen.
Dit is de regio waar de (wilde) tulpen vandaan komen. Herschrijf de geschiedenis boeken; niet Nederland, niet Turkije, maar Kazachstan is het land van de tulpen.
We hebben van Ruslan een lunchbox meegekregen, maar besluiten die later op te eten; we gaan nu eerst naar beneden.
De park-ranger gaat ons voor op een smal paadje dat af en toe verraderlijk is door de vele steentjes die er liggen. Behoedzaam slingeren we naar beneden en proberen onderweg zoveel mogelijk van het uitzicht te genieten. Ranger-Rob ziet (zonder bril) een adelaar vliegen en volgens de park-ranger is het nog een jong beest.
We hebben drie kwartier nodig om bij de rivier te komen. Hier rusten we even uit en genieten van het uitzicht over de rivier.

What comes down must go up, of zoiets. Na een kwartiertje beginnen we aan de listige beklimming van de canyonwand en daarvoor is heel wat inspanning nodig. Onze Duitse vriend heeft het zichtbaar moeilijk, maar uiteindelijk komt ook hij weer boven.
Na deze inspanning duiken we op de lunchbox en doen we ons tegoed aan de dumplings, het brood en het fruit. Er is zelfs een thermosfles heet water meegegeven, dus een lekker bakkie thee completeert deze late lunch.
Het programma bij de canyon is nog niet helemaal klaar. De chauffeur start de auto en we gaan een vijftal kilometers verderop om de canyon vanuit een andere hoek te bekijken.
Bij de eerste stop is het uitzicht fantastisch, maar het tweede uitkijkpunt hadden we rustig over kunnen slaan.
Dan rijden we terug naar onze overnachtingsplek. We pikken onderweg de park-ranger op en aan de grote weg stapt de Duitse man uit omdat hij vanavond de trein naar Shymkent wil pakken.

‘s-Avonds heeft de moeder van Ruslan een heerlijke maaltijd bereid. Samen met een tweetal andere toeristen die samen met een gids door Centraal-Azië reizen, laten we het ons goed smaken.
Tegen negenen gaan we dan naar onze yurt. We hebben nog wel wat slaap in te halen, na de gebroken nacht in de trein.
We trekken de dekens over ons heen en vallen al snel in slaap.
Wat een belevenissen al op de eerste dag. Ben benieuwd wat deze reis jullie nog allemaal gaat brengen, ik volg jullie op de voet!
Liefs xxx
Tsjonge jonge. Wat een bijzondere reis weet. We worden mee gesleept door jullie mooie en enthousiasme. Schitterend. Best beetje jaloers,aar onze tijd komt snel. We zijn al aan het oriënteren voor volgend jaar. Geniet van jullie bijzondere vakantie
Fantastisch. Schitterende reis. Prachtig verslag. De schrijver moet reisboeken gaan schrijven. Have fun