Tag archieven: Tbilisi

Georgië 4

Dinsdag 25 oktober 2022

Dit is alweer het laatste hoofdstuk van onze reis. De vorige drie hoofdstukken waren voor ons een succes en we verwachten niet anders voor dit laatste hoofdstuk.
Na het eenvoudige ontbijt lopen we eerst naar het Akhaltsikhe kasteel aan de nadere kant van de rivier. Omdat de wolken nog overheersen doen we alleen een rondje over het gratis gedeelte van het kasteel. De rest komt vanmiddag wel.
Het kasteel is een beetje over-gerestaureerd; het is allemaal nogal strakjes voor een kasteel uit de 12e-13e eeuw. Bovendien zijn er restaurants en zelfs een hotel bijgebouwd.
We klimmen nog wel even in de uitkijktoren voor een uitzicht over het kasteel en de stad.

Na het flits-bezoek aan het kasteel drinken we een kopje koffie in de stad en informeren we bij het busstation naar de vertrektijden van de bus naar Borjomi. Gelukkig gaat die bus ongeveer elk uur dus daar hoeven we geen rekening mee te houden.
We lopen nog wat verder en stuiten dan op een groepje oude mannen (58+) die met elkaar een spelletje spelen. Ze vragen Diana om mee te doen, maar we hebben geen tijd……

We hebben alle weersites gecheckt en het is tijd om naar Vardzia te gaan. Vanmiddag wordt het daar lekker toeristenweer.
We charteren een taxi, springen op de achterbank en gaan op weg. Het is 65 km naar Vardzia de weg er naar toe is al adembenemend mooi. De weg volgt de meanderende Koera rivier en de bomen langs de rivier kleuren goudgeel.

De heuvels die iets verderop liggen zijn daarentegen gortdroog. Op die heuvels staan hier en daar restanten van een kerk of een fort uit lang vervlogen tijden. We vragen de chauffeur af en toe om te stoppen zodat we een fotootje kunnen maken.
Om 12:45 uur zijn we bij Vardzia. De chauffeur zet de taxi op de parkeerplaats, wij kopen het benodigde ticket en gaan op pad.

Je vraagt je misschien af waarom doen ze zo moeilijk en gaan ze in grotten wonen. Nou dat zit zo. In de middeleeuwen was Georgië geregeld het doelwit van verwoestende aanvallen. Om zijn inwoners te beschermen besloot koning Giorgi III om een fortificatie te bouwen op de hellingen van de Erusheli berg en werden de eerste grotwoningen uitgehouwen. Koning Giorgi III overleed in 1184 en zijn dochter Tamar die op dat moment slechts 25 jaar oud was, werd de eerste vrouwelijke heerser van Georgië en wat voor eentje! Onder haar leiding kwam Georgië tot economische en culturele bloei. Ze versloeg de Turken meerdere malen, plunderde Constantinopel en haar koninkrijk strekte zich uit van de Zwarte Zee tot de Kaspische Zee. Daarnaast liet ze talloze kathedralen en kerken bouwen.
Ondertussen hadden de Georgiërs Vardzia flink uitgebreid. Het complex bestond uit 13 verdiepingen en maar liefst 6000 kamers waar monniken en vluchtelingen konden wonen. Volgens de legende had koningin Tamar zelf 366 kamers zodat indringers nooit wisten welke slaapkamer van haar was. Alles was verbonden met een labyrint van tunnels. De verschillende verdiepingen waren verbonden met verborgen doorgangen door de plafonds. Er was slechts één ingang naar de grottenstad en deze was goed verborgen aan de oevers van de Koera-rivier. De hellingen van de Erusheli waren vruchtbaar en geschikt voor landbouw. Er werden terrassen aangelegd en zelfs een compleet irrigatiesysteem. Hiermee werd Vardzia een zelfvoorzienende stad en dat was in die tijd zeer uniek. Tijdens de hoogtijdagen van Vardzia woonden hier maar liefst 50.000 mensen. Dat gaan we nu dus van dichtbij bekijken.

Er is in de grottenstad een route uitgezet om te voorkomen dat al die toeristen door elkaar lopen en er opstoppingen ontstaan. Wat ons betreft hadden ze vandaag die bordjes weg kunnen halen want we zijn er bijna alleen. Omdat we niets willen missen volgen we de uitgezette route wel. Om te voorkomen dat er af en toe een toerist naar beneden duvelt hebben ze overal hekjes neergezet en soms ook metalen trapjes geplaatst.

In deze bijzonder stad vind je alle voorzieningen die je in een normale stad ook vindt. Een bakker, wijnkelder, apotheker, trouwzaal en natuurlijk een kerk. De kerk is het hoogtepunt van de stad. De prachtige fresco’s zijn nog steeds goed zichtbaar.

Via een 100 meter lange, nauwe gang (je moet geen last hebben van claustrofobie!) komen we in een soort schuilplaats. Vanuit deze schuilplaats heb je een prachtig uitzicht op de omgeving.
Iets verderop kom je in de woning van koning Tamar. Het is eigenlijk koningin Tamar, maar volgens onze gids uit Kutaisi werd ze door haar vader als koning op de troon gezet. Heel geëmancipeerd.

We klimmen via de vele trappetjes van verdieping naar verdieping en kijken onze ogen uit. Woningen, koelruimte, wijnpers, we komen van alles tegen.
Aan het einde van het parcours moeten we via een hele lange, steile trap met veel versleten, ongelijkmatige treden naar beneden, maar we weten zonder kleerscheuren beneden te komen. Via een smal paadje lopen we terug naar de parkeerplaats en kijken nog heel vaak om.

De chauffeur ziet ons van verre aankomen en nadat we wat drinken hebben ingeslagen voor de terugweg gaan we op pad. We stoppen nog één keer aan de andere kant van de rivier voor een laatste overzichtsfoto en zakken dan onderuit op de achterbank van de Mercedes voor de 65 km terug naar Akhaltsikhe.

In Akhaltsikhe springen we uit de taxi en betalen de chauffeur de afgesproken 70 GEL plus een fooi want die heeft hij wel verdiend.
We hebben in Akhaltsikhe nog een rekeningetje open staan. We moeten het dure gedeelte van het kasteel nog zien. We kopen een ticket en hopen dat het Efteling-gehalte minder hoog is dan wat we vanochtend hier gezien hebben. Als we langs de kaartjesscheurder zijn zien we al snel dat het meer van hetzelfde is. Het lijkt wel een nieuwbouw-kasteel met allerlei bouwsel die je verwacht op een trouwlocatie, maar niet bij een 12e-13e eeuws kasteel. Zelfs de moskee met z’n koperen koepel staat er wat verloren bij. Het kasteel is misschien wel op z’n mooist als je er ‘s-avonds van een afstandje naar kijkt.

Van het kasteel lopen we naar de SL Company want we hebben wel trek gekregen. Het blijkt het drukste restaurant van de stad te zijn en we kunnen nog maar net een leuk tafeltje bemachtigen.
Het is een restaurant annex banketbakkerij en hoewel de pizza die we bestellen heerlijk smaakt kijken we vooral onze ogen uit naar de taarten die over de toonbanken gaan. Prachtig versierde, joekels van taarten. In de tijd die wij er zitten zijn er tientallen taarten uit de bakkerij gekomen en bijna net zoveel zijn er afgehaald. Meest bijzonder daarbij is dat de taarten niet in een doos worden meegegeven, maar ‘open en bloot’ op een stuk karton.

Woensdag 26 oktober 2022

Een paar stukjes stokbrood, 2 gekookte eitjes, 2 knakworstjes, boter en een beetje jam. Spoel dat naar binnen met 2 koppen thee en dan kan de dag beginnen. Dit beschrijft zo’n beetje de minimale variant van het ontbijt in Georgie. De meest uitgebreide variant krijgen we straks weer in Tbilisi en daar kijken we nu al naar uit.

We rekenen de kamer af, hangen de rugzakken aan de schouders en lopen naar het busstation. Meestal pakken we een taxi naar het busstation, maar dat is hier maar een paar honderd meter van het hotel verwijderd en dan doen we maar een keer stoer.
Op het busstation een nieuwigheidje: kaartjes kopen bij een mevrouw achter een loket. Normaal gesproken betaal je de rit aan de chauffeur; alweer een verandering. Hopelijk kunnen we daar mee dealen vandaag.

We zijn om 09:45 uur op het station omdat we de marstruthka van 10:10 uur willen nemen. We hebben de rugzakken al bij de minibus neergezet, maar daar komt de minibus-station-beheerder-meneer aan om te vertellen dat die bus van 10:10 uur vandaag niet gaat. We moeten de minibus van 10:40 uur naar Kutaisi maar nemen want die stopt ook in Borjomi. Wat een hectiek op de vroege ochtend. Ik ga eerst een bakkie koffie halen om alles te verwerken.

De marstrutkha van 10:40 uur vertrekt gelukkig mooi op tijd en hoewel de zittingen van de stoelen wat losjes zitten zijn we blij dat we niet nog meer vertraging oplopen.
Het ritje naar Borjomi duurt een uur en dat is met deze chauffeur lang genoeg. Hij had vanochtend beter een paar yoga-oefeningen kunnen doen voordat hij achter stuur stapte.

Ons hotel in Borjomi ligt op 100 meter van het busstation, dus weer geen taxi maar rugzakken op en lopen! Diana doet een kamer-check en als de kamer is goedgekeurd laten we onze spullen op de kamer en lopen we de brug over de Koera over om ergens een bakkie koffie te drinken. En passant koopt Diana bij een bakkertje een heel brood dat nog een beetje warm is. Je moet wat om aan je vitaminen te komen.

Na een goede bak koffie bij Iggy lopen we via een andere brug naar het centrum van Borjomi terwijl het brood in stukken scheuren en opeten.
We lopen bij toeval over de markt en net als in veel plaatsen is dat ook hier voor een deel een soort kofferbakverkoop. Schattig om te zien.

Omdat we vandaag willen uitzoeken of het de moeite waard is om een wandeling te maken in het Borjomi-Kharagauli National Park dat hier om de hoek ligt, lopen we via het hotel naar het visitors-center dat een kilometer van ons hotel ligt. Het Borjomi-Kharagauli National Park is een beschermd natuurgebied dat in totaal meer dan 85.000 hectare groot is. Daarmee is het natuurpark het grootste nationale park van Georgië.
De geschiedenis van het park gaat terug tot de Middeleeuwen. Aristocratie ging naar de bossen om te jagen (net als onze eigen aristocratie). Toen Georgië onderdeel werd van het Russische Rijk, was de toenmalige gouverneur onder de indruk van de schoonheid van het gebied dat hij er zijn zomerresidentie liet bouwen. Hij legde beperkingen op houtkap en de jacht, waardoor de natuur meer bescherming kreeg. In 1995 werd het Borjomi-Kharagauli National Park gesticht met hulp van de Duitse regering en het Wereldnatuurfonds.

Bij het visitors-center worden we keurig in het Engels te woord gestaan. De beste man verteld ons dat er een korte wandeling van zo’n anderhalf uur is uitgezet achter het visitors-center. De andere trails beginnen een paar kilometer verderop.
We besluiten de mini-trail te lopen om een indruk te krijgen van het park.

De trail begint met een stevige klim. Via smalle paadjes en aangelegde trappetjes zwoegen we omhoog. We lopen vnl. onder de bomen dus van uitzichten genieten is er nog niet bij.
Onderweg komen we bij een klein bos-kerkje gewijd aan St. Nino. Bij het kerkje staat ook het typische St. Nino kruis. In tegenstelling tot het kruis dat wij kennen hangt het horizontale deel schuin af. Onze gids Saba vertelde een paar dagen geleden dat toen St. Nino een kruis wilde maken er alleen maar takken van een druivenstruik voorhanden waren en die zijn niet niet kaarsrecht.

Het kerkje van St.Nino staat ongeveer op het hoogste punt van de trail. Het klimgedeelte zit er voor ons op. Iets verderop volgen we een bord dat naar een Amphitheater wijst. Die afslag hadden we ons kunnen besparen want behalve een paar banken is daar niets te zien.
Door de klei-achtige ondergrond zit het profiel van onze schoenen helemaal vol en voelt het alsof we op een plaat glibberige modder lopen. We proberen de zolen schoon te krijgen, maar dat valt helemaal nog niet mee. Uiteindelijk besluiten we de schoenen maar uit te doen en tegen een boom te slaan. Dat helpt!

We zijn inmiddels op de terugweg en komen eindelijk op een plek waar we niet alleen tussen de bomen lopen maar ook wat verder weg kunnen kijken. Het is gelijk duidelijk dat we niet ver van Borjomi zijn want in de diepte zien we de stad liggen.

Het laatste stuk gaat net zo steil omlaag als we eerder omhoog kwamen. De ondergrond is vochtig dus het is maar goed dat we onze zolen schoon hebben gemaakt; nu hebben we weer grip.
We vinden de trail niet heel bijzonder. Omdat je alleen tussen de bomen loopt zie je niets van de herfstkleuren. Het mooiste was waarschijnlijk het diepgroene mos dat we overal zagen.

Na anderhalf uur zijn we weer bij het visitors-center en steken we de weg over om terug te lopen naar Borjomi. We twijfelen of we morgen wel een langere trek zullen doen. We hadden al reviews van andere wandelaars gelezen die min of meer hetzelfde beschrijven wat wij vanmiddag ook ervaren hebben. De bossen zijn mooi, maar wij komen vooral voor de vergezichten en dat houdt hier niet over.

Via een klein hangbruggetje steken we de rivier over en gaan we op zoek naar iets wat het Central History Park heet. Het meiske van het hotel zei dat we daar toch echt heen moeten gaan.
We stoppen bij Inka Cafe voor een drankje én een stuk gebak. Dat hebben we wel verdiend na de klauterpartij.

Na deze opkikker lopen we door naar het Central History Park. Het blijkt een groene kloof te zijn waar een riviertje doorheen stroomt. Langs het riviertje loopt een weggetje waar allerlei marktstalletjes staan, maar er is ook een kabelbaan, een reuzenrad en een prachtig hotel van Crowne Plaza. Zoveel gedoe rond een parkje, daar moet meer achter zitten.
Omdat de zon al aan het zakken is wordt het in de kloof al wat donkerder en kouder. We besluiten deze attractie voor morgen te bewaren en keren om haar het hotel.

Op weg naar het hotel komen we langs het treinstation van Borjomi. We checken gelijk of er een trein naar Gori gaat. Dat blijkt het geval, maar die trein gaat alleen om 05:45 uur en dan liggen wij nog op een oor.
Bij het hotel gaan we nog even op het dakterras in de zon zitten tot de zon achter dennenbomen verdwijnt. Dan wordt het al snel te koud en gaan we naar de kamer om een geschikt restaurant voor het diner uit te zoeken.

Het is My House geworden en dat blijkt een goede keuze. De gerechten zien er mooi uit en smaken nog beter. We eten de bordjes leeg en als we ook het kopje koffie naar binnen hebben gewerkt gaan we terug naar het hotel.
Bij het hotel staat ons een leuke verrassing te wachten. Als we net op de kamer zijn wordt er op de deur geklopt en wordt ons een glaasje wijn aangeboden. Georgiërs en wijn, dat is wel een dingetje!

Donderdag 27 oktober 2022

Gisteren heb ik de moeite genomen om een karig ontbijtje te beschrijven, vandaag kan ik daar het andere uiterste tegenover zetten. Toen we de kelder inliepen voor ons dagelijkse ei stond daar een heel uitgebreid buffet klaar. Ik ga het niet beschrijven, maar wil graag één ding noemen: jonge Goudse kaas!!! Dat hadden we de afgelopen drie weken nog niet gezien.

Na het ‘plakje kaas’ gaan we verder waar we gisteren gebleven waren: het Central History Park. Helaas zitten de weersites er dit keer naast. Want i.p.v. veel zon is er vooral veel bewolking, maar zolang het niet regent hoor je ons niet klagen.
We komen weer langs het sprookjesachtig uitziende Crowne Plaza hotel met daarvoor het brugje met de vreemde krul.

Iets verderop ontdekken we waarom het hier allemaal zo toeristisch is ingericht. Hier bevindt zich het aftappunt voor Borjomi water, het beroemdste water van Georgie. Het water is van vulkanische oorsprong en komt van het 900m hoog gelegen Meskhetie plateau. Het bevat kalk, natrium, ijzer, chloor en kalium en kleinere hoeveelheden jodium, broom, zink en magnesium. Er wordt een helende werking aan toegedicht. Het zou o.a. fantastisch werken tegen een kater(!). Ze verkopen hier plastic flessen zodat je een paar liter mee naar huis kan nemen. Wij likken ook even aan de kraan, maar kunnen de smaak niet waarderen.

Iets verderop staat aan de overkant een prachtig gebouw dat tegenwoordig als hotel fungeert. Het blijkt in 1892 in opdracht van de Iraanse consul Mirza Riza Khan gebouwd te zijn. Het was bedoeld als zijn zomerhuis en is in Perzische stijl gebouwd en heeft een mooie turquoise kleur.

We lopen nog wat verder en zien overal kermisattracties staan die momenteel buiten gebruik zijn. Misschien omdat het hoogseizoen voorbij is, maar zo te zien ook omdat ze hun beste tijd gehad hebben.
We lopen langs nog een aftappunt voor Borjomi water en deze staat heel mooi onder een lichtblauw prieel.

We komen langs een liefdesbruggetje dat helemaal vol hangt met slotjes zoals je dat wel vaker ziet. Het ziet er schattig uit, maar de omgeving op de achtergrond is ook niet mis. Het herfstboeket is ook hier overal zichtbaar.

Op de terugweg blijven we het riviertje volgen en zien we ook een waterval die het riviertje vult. Naast deze waterval staat een beeld van een man met een soort bal in z’n hand. Er staat geen bordje bij en we hebben er ook niets over gelezen. Dit blijft een mysterie.

We lopen het park uit en gaan weer bij Inka naar binnen voor een bak koffie met appelgebak. Hier kunnen we gelijk een beetje opwarmen want de zomer-outfit waar we nog in lopen is vandaag geen goede keus.
Inmiddels is het helemaal bewolkt en we bedenken we wat we ‘s-middags gaan doen. Niks doen, een boekie lezen, naar het Green Monastery of naar de wintersportplaats Bakuriani.

De keuze valt op het laatste en rond 13:00 uur gaan we dan maar weer eens op zoek naar een vriendelijke meneer die bereid is om voor een paar euri de 25km lange tocht naar boven wil maken.
Aan de andere kant van het bruggetje, vlak bij Inka zit een man in een donkerrood vest niks te doen. Die gaan we maar eens blij maken.
Diana doet de onderhandelingen en even later zitten we in z’n zwarte Passat op weg naar Bakuriani.

Deze taxichauffeur blijkt vroeger machinist te zijn geweest op de Kukushka trein van Borjomi naar Bakuriani. Die trein hadden wij ook graag genomen, maar sinds de Corona pandemie rijdt de trein niet meer. Onze machinist doet z’n best om het ritje naar Bakuriani boeiend te houden. Af en toe schreeuwt hij ‘panorama’ waarmee hij bedoelt dat het een goed moment is om een foto te maken.

Als hij onderweg weer eens ‘panorama’ schreeuwt zien wij eigenlijk niets bijzonders. Toch zet hij z’n auto stil en wijst naar beneden. Daar zien we in de diepte een verroeste spoorbrug over de Tsemis rivier. Het is toch niet zomaar een brug, want deze brug is gebouwd door ene Gustave Eiffel (die van de toren) in opdracht van hertog Romanov, ook een beroemdheid in deze regio. We snappen dat de ex-machinist dit plekje niet ongemerkt voorbij wilde rijden.

We slingeren verder naar boven en stoppen vlak voor Bakuriani nog een keertje omdat het kleurenpallet zo prachtig is. Dit keer vragen wij onze chauffeur om te stoppen, maar hij vindt toch wel dat hij dan ook ‘panorama’ moet roepen.

Bakuriani ligt op iets meer dan 2000 meter hoogte en is een populair skigebied in het Trialeti-gebergte boven Borjomi. Ooit beschouwd als de ‘skihoofdstad van de Sovjet-Unie’, heeft Bakuriani 29 km aan pistes die worden bediend door 8 liften en een kabelbaan. Met veel glooiende hellingen is het vooral populair bij gezinnen en wat oudere dames.
Omdat het winterseizoen nog niet is begonnen ziet het er nu allemaal nogal verlaten uit. Er is nog wel steeds veel accommodatie in aanbouw. We vragen ons af wie hier ‘s-winters naar toe gaan om te skiën.

We lopen even door het stadje en kijken of er ergens wat te doen is. Zoals we uit de auto al zagen is er vooral veel gesloten, ongezellig en verlaten. Na een paar minuten keren we om naar onze taxi en rijden we terug naar Borjomi. Hier moet je eigenlijk over 2 maanden nog eens terug komen.

In Borjomi rijdt onze machinist via een klein straatje een wat groezelig parkeerplaatsje op. Naast de parkeerplaats staat een wat vervallen gebouw met een zeer vervaagde foto van de Kukushka trein op de zijgevel.
Het blijkt een traktatie van onze chauffeur te zijn. Hij is nog zo vol van z’n oude baantje als machinist dat hij persé wat van die oude glorie wil laten zien. We lopen over het terrein en zie de wagons die een paar jaar geleden de passagiers naar Bakuriani vervoerden staan. Ze zien er nog heel goed uit. Dan lopen we door tot achter het grote gebouw en wijst naar de oude locomotief van Tsjechische makelij waar hij op gestuurd heeft.

Hij neemt ons ook nog even mee het grote gebouw in en dat blijkt de werkplaats te zijn waar de treinen werden onderhouden. Er lijken genoeg onderdelen te liggen om een trein in elkaar te zetten, maar het is er vooral donker en er gebeurt helemaal niets. Onze machinist schudt een paar ex-collega’s de hand en dan lopen we via de achterdeur terug naar de auto.
We laten ons in de buurt van het busstation uit de auto zetten. Het is inmiddels 15:30 uur.

We lopen naar ons hotel en wisselen tijdens deze pitstop van zomerjas naar winterjas. Dan gaan we weer op pad.
We gaan naar Inka en drinken een bakkie thee met een appelpunt (die smaakte vanochtend best). Om 17:30 lopen we dan een stukje terug en gaan bij My House naar binnen om een hapje te eten. Inmiddels is het gaan regenen. We hebben nog best geluk gehad vandaag.

Vrijdag 28 oktober 2022

Vandaag gaan we weer een stukje dichter naar ons eindstation. Na het voortreffelijke ontbijtbuffet lopen we naar het naastgelegen busstation. Er is wat verwarring over de bus naar Gori, maar uiteindelijk kunnen we onze rugzakken achterin een van de busjes gooien.

De rit naar Gori zal ongeveer een uur duren. We pikken bij een paar bushaltes nog wat passagiers op en laten dan Borjomi achter ons. We komen door een paar kleine gehuchtjes en na een half uur zijn we in Chasjoeri waar de meeste passagiers alweer uit de bus stappen. Waarschijnlijk vanwege de grote markt die wij vanuit de bus zien.
Vanaf hier neemt de chauffeur de snelweg naar Gori waar we rond 12:00 uur aankomen. We springen in een taxi en laten ons naar het hotel brengen.

Gori ligt ongeveer 80km ten westen van Tbilisi en is de geboorteplaats van Josif Besarionis dze Dzjoegasjvili en voor hem hebben ze hier een museum neergezet.
De ouders van deze Josif wilden dat hun zoon priester werd, maar dat liep anders. Hoewel Jozif nog wel aan de priestersopleiding begon was hij meer geïnteresseerd in het opkomend socialisme en werd hij uiteindelijk politiek actief voor de communistische partij.
Nadat de communisten in 1917 de macht grepen, was dit de ideale voedingsbodem voor Josif om zijn positie te versterken. De rest is geschiedenis.
Door zijn vastberadenheid en koelbloedigheid klom hij alsmaar hoger op de partijladder. Dat bezorgde Josif de bijnaam Stalin (Man van Staal). Na de dood van Lenin raakte hij verwikkeld in een machtsstrijd met concurrent Leon Trotski, die hij uiteindelijk won. Hij maakte van de Sovjet-Unie een wereldmacht die wedijverde met de VS. Dat kon Jozef Stalin echter alleen maar voor elkaar krijgen door alle tegenstand die hij kreeg meedogenloos uit de weg te ruimen. Iedereen die ook maar verdacht werd tegen Stalin te zijn, werd geëxecuteerd. Uiteindelijk vonden vele miljoenen Sovjet-burgers de dood onder zijn regime. Iets waar hij overigens geen moeite mee had, want de man van staal staat bekend om het volgende citaat: ‘De dood van één mens is een tragedie; de dood van miljoenen slechts een statistiek’.
Ondanks het vermoorden van zoveel landgenoten is Stalin momenteel erg populair in Rusland. Die populariteit heeft hij vooral te danken aan de successen in de 2e wereldoorlog, maar Stalin is vooral hot omdat het Kremlin dat wil. In hun streven het patriotisme te voeden wil Poetin en de zijnen geen controverse in hun geschiedenis. De misdaden van Stalin worden daarom naar de achtergrond gedrongen.
We lopen even over het terrein van het Stalin-museum en zien aan de zijkant van het museum de persoonlijke treinwagon van Stalin staan. Het groene Pullman-rijtuig, dat gepantserd is en 83 ton weegt, werd vanaf 1941 door Stalin gebruikt. We besluiten het museum niet te bezoeken, dat is te veel eer.

We lopen verder over de Stalin Avenue en komen langs een monument voor Georgische strijders die gesneuveld zijn in de 2e wereldoorlog. Het is weer zo’n typisch Russisch monument met veel symboliek.
Iets verder komen we langs het stadhuis dat eenzelfde koepeltje heeft als de Rijksdag in Berlijn.

Omdat het slecht weer is besluiten we maar helemaal door te lopen naar het treinstation. Het zou toch leuk zijn als we nog een keer met de trein kunnen reizen. Het is een hele wandel naar het station en dan ziet het station er ook nog vervallen uit. We gaan naar binnen en zien een dame achter een loket zitten. Als we haar vragen naar de trein naar Tbilisi stampvoet ze achter haar loket vandaan en wijst ons op een papier aan de wand. Ze bijt ons iets in het Georgisch toe terwijl ze op een regel wijst waar 16:45 uur staat. De trein naar Tbilisi gaat blijkbaar om kwart voor vijf. We vragen met handen voeten nog of er misschien nog een trein gaat, maar daar komt haar vingertje weer en ze wijst nogmaals op 16:45 uur. We durven het niet nog een keer te vragen.

Als weer buiten staan zien we een paar blauwe openingen in de grijze lucht. We besluiten een taxi naar Uplistsikhe te gaan. Dit is ook een grottenstad, net als Vardzia, maar dan anders.
Uplistsikhe is ouder dan Vardzia, met enkele bouwwerken die dateren uit de vroege ijzertijd en Uplistsikhe ziet er ook heel anders uit: het is verspreid langs een rotsachtige rivieroever en meer horizontaal dan verticaal.
We nemen een taxi voor het treinstation en laten ons bij de ingang van de grottenstad afzetten.

Het ziet er al gelijk heel anders uit dan Vardzia. Het lijkt een maanachtige landschap van grotten en je verwacht elk moment Fred en Wilma Flinstone voor hun grotwoning tegen te komen, ‘Yaba Daba Doo’!
We volgen de aangegeven route en we krijgen toch het weer dat we besteld hebben. De lucht wordt steeds blauwer!

Uplistsikhe wordt gezien als een van de oudste nederzettingen in Georgië. Strategisch gelegen in het hart van het oude koninkrijk Kartli werd het een belangrijk politiek en religieus centrum van het land.
De vroegste sporen van menselijke aanwezigheid in Uplistsikhe dateren uit het einde van het 2e millennium voor Christus. Dat betekent gelijk dat Fred F. hier niet gewoond heeft want Fred leefde in de steentijd en niet in de ijzertijd.
De vroegste overgebleven structuren dateren uit het begin van het 1e millennium na Christus. Met de kerstening van Kartli in het begin van de 4e eeuw, lijkt Uplistsikhe zijn positie te hebben verloren aan de nieuwe centra van de christelijke cultuur, Mtskheta en later Tbilisi.
Uplistsikhe dook echter weer op als een belangrijk Georgisch bolwerk tijdens de islamitische verovering van Tbilisi in de 8e-10e eeuw. In die tijd werd er nog een basiliek met drie kerken gebouwd. De Mongoolse invallen in de 14e eeuw markeerden de ultieme ondergang van de stad.

We klauteren langs de grotten en vanaf de hogere delen van het complex heb je een fantastisch panoramisch uitzicht op de vallei van de Mtkvari-rivier. We zijn hier niet alleen zoals in Vardzia, er is net een buslading Aziaten voor de deur uitgezet die netjes achter het vlaggetje aan langs de grotwoningen lopen.

Het is dan misschien niet zo’n spannende grottenstad als Vardzia, wat de omgeving betreft doet Uplistsikhe zeker niet onder voor Vardzia. We gaan voor een grotwoning zitten en genieten van het uitzicht. We hadden hier een paar duizend jaar geleden best een hypotheekje voor af willen sluiten.

Als we terug komen bij de parkeerplaats zit de chauffeur in z’n auto te slapen. Dat is wat je noemt ‘slapend rijk worden’.
Hij veert op als hij ons hoort en groet ons op een schaapachtig vriendelijke manier. Lekker geslapen jochie?
We laten ons in het centrum van Gori afzetten en nemen eerst een goudgeel sappie.
Nu we weer een beetje op adem gekomen zijn lopen we naar het indrukwekkende fort van Gori. Het ligt op een heuvel in de stad en omdat we nog wel een beetje energie over hebben klimmen we omhoog om de binnenkant van het fort te zien.
Dat hadden we dus niet hoeven doen want bovenop de heuvel is eigenlijk niets te zien, een slecht onderhouden grasveld en wat bouwafval. Snel weer naar beneden.

Als we teruglopen naar de Stalin Avenue komen we langs beelden die deel uitmaken van het Memorial of Georgian Warrior Heroes. Deze beelden zijn tussen 1981 en 1985 gemaakt door de Georgische beeldhouwer Giorgi Ochiauri. Het zijn 8 joekels van beelden van krijgers in een cirkel. Oorspronkelijk stonden deze beelden in Vake park in Tbilisi bij het graf van de onbekende soldaat. Als ik eerlijk ben vond ik de beelden daar mooier staan dan hier in de schaduw van het fort.

Het is bijna 5 uur en dan is het weer tijd voor de jassenwissel. We lopen even terug naar het hotel en met de warmere jas gaan we dan nog even bij de Tourist Information naar binnen om de tijden van de bus naar Tbilisi te achterhalen. De mevrouw achter de balie die het liefst Duits spreekt vertelt ons dat ‘der Bus alle zwanzig Minuten fährt’. Danke!
Voor onze avondmaaltijd belanden we bij Champs-Elysees, maar we hebben wel beter gegeten in Georgie.

Zaterdag 29 oktober 2022

Vandaag staat onze laatste reisdag op het programma, maar voordat we op de marstrutkha stappen willen we nog even een laatste rondje door Gori maken.
We speeddaten met het ontbijtbuffet en gaan dan op pad. De zon doet z’n best, maar er staat nog steeds een straffe wind waardoor het erg fris aanvoelt.
We lopen eerst naar de kerk aan de Gersevanishvilli straat en als we langs de toegangscontrole zijn blijkt er net een mis aan de gang te zijn. We zijn nog maar net in de kerk als de priester z’n zegen geeft. Komt dat even goed uit met de laatste busrit voor de boeg.

Nadat we nog een paar laatste foto’s hebben gemaakt lopen we terug naar het hotel. We pakken de laatste spullen in en Diana gaat op zoek naar iemand om de rekening mee te vereffenen. Gisteren zijn we ingecheckt door de werkster, maar vandaag is de eigenaresse in het hotel. Diana rekent met haar de 80 lari voor de overnachting af en wij pakken onze spullen en gaan op zoek naar een taxi.
De eigenaresse is net in haar auto gestapt en als ze ons zwaar beladen naar buiten ziet komen vraagt we waar we heen moeten. Wij zeggen dat we naar het busstation gaan en ze biedt gelijk aan om ons erheen te brengen. Da’s makkelijk!
Bij het busstation willen we haar nog een paar lari geven voor de rit, maar daar wil ze niets van weten.

We hoeven niet te zoeken naar de minibus naar Tbilisi want als ze ons aan zien komen wordt er gelijk al ‘Tbilisi’ geschreeuwd. We betalen de tickets bij een klein loketje en zoeken een plekje in het busje. Hoewel het onze laatste rit in een marstrutkha is en het eind van deze prachtige vakantie heel dichtbij komt blijven we lachen.

De rit naar Tbilisi duurt een uur en we komen langs plekken waar we een paar weken geleden in onze Prius ook langs kwamen. Ook als we Tbilisi binnen rijden komt alles weer heel bekend voor.
De minibus stopt op het grote en drukke Didube busstation en wij gaan op zoek naar een taxi. De chauffeur die direct op ons afkomt en volgens ons een veel te hoge prijs vraagt negeren we. Iets verderop zien we een veel vriendelijkere chauffeur die een veel realistischere prijs vraagt. We stappen in en hij rijdt ons vakkundig door het drukke Tbilisi. Rond 13:30 uur zijn we weer ingecheckt bij het oude vertrouwde House Hotel.

Nadat we onze spullen op de kamer hebben gegooid gaan we eerst naar Erekle II street om een hapje te eten. Het ontbijt was vanochtend wat magertjes dus we hebben wel trek.
Nadat we in het zonnetje een voortreffelijke pizza hebben verslonden is het dan eindelijk tijd voor iets waar Diana al daaaaagen over zeurt: de grijze uitgroei moet geverfd worden. Aan de andere kant van de Nikoloz Baratazvili street heeft Diana een paar weken geleden al een paar keer naar binnen gekeken, maar nu gaat het dan echt gebeuren. Meestal is het druk in deze salon, maar nu is er niets te doen. Hup, in de stoel! Even onderhandelen met de kapper over de kleur en ik zie je over een uur bij Ribs & Puri.

In de buurt van Orbeliani Garden zijn er allerlei Halloween festiviteiten aan de gang. De spooky muziek dreunt lekker door op het terras bij Ribs & Puri. Volwassenen en kinderen zijn verkleed en dragen maskers. De kinderen proberen voorbijgangers te laten schrikken. Er staan kraampjes waar allerlei pruttel verkocht wordt. Het is een gezellige boel.

Als je haar maar goed zit! Wat kan een mens gelukkig zijn als het kapsel in orde is. Diana komt met een brede glimlach aanlopen bij Ribs & Puri. Ze kan met een goed gevoel naar huis. Complimenten voor Faisal Makram ( https://salon-makram.business.site ) en een goede reclame voor de verf van Farmavita Life (‘voor een intense kleur en 100% grijsdekking’).
We blijven nog even zitten op het terras bij Ribs & Puri want vanavond gaan we chique eten bij Otsy. We hebben om 19:30 uur een tafeltje gereserveerd en dat is later dan normaal. Dan nog maar een extra biertje.

We gaan in onze beste kleren naar restaurant Otsy of eigenlijk gaan we in onze enige nog schone kleren naar restaurant Otsy. Omdat het restaurant om de hoek bij ons hotel zit hebben we geen taxi nodig.
Omdat de kok van dit restaurant bij een 2-sterren Michelin restaurant in Frankrijk heeft gewerkt verwachten we wel wat.
Op de menukaart zien we dat de prijzen van een heel ander niveau zijn dan wat we de afgelopen drie weken gewend waren. In Nederland zou je voor dit geld misschien bij Van der Valk kunnen eten, dus echt duur is het niet.
We bestellen een glaasje rode Georgische wijn, een salade vooraf en vlees en vis.

Ik zal geen uitgebreide smaakanalyse geven, maar het eten is simpelweg vurrukkuluk! In tegenstelling tot soortgelijke restaurants in Nederland zijn de porties wél van het niveau Van der Valk waardoor we na de maaltijd nog even gaan uitbuiken bij de ‘Always Ultra brug’.

Zondag 30 oktober 2022

Vandaag is er heel veel voor het laatst en we beginnen met de laatste keer het voortreffelijke ontbijt bij The House hotel. Op zo’n ontbijt kun je de hele dag teren.
Na het ontbijt lopen we voor de laatste keer over de Shota Rustaveli avenu naar het Rustaveli metrostation om onze laatste lari op de metrokaart op te maken.
Het is elke keer weer een genot om over de Rustaveli avenue te wandelen. Je ziet elke keer weer wat nieuws aan deze statige avenue.

We nemen de metro naar station Guramishvili om voor de laatste keer een Georgisch monument te bewonderen. Normaal gesproken zouden we de 2 km van het metrostation naar het monument lopen, maar a. het is bergopwaarts en b. we hebben nog steeds een paar lari op de ov-kaart dus we nemen de stadsbus; weer eens wat anders. Eerst met lijn 386 naar het Hartziekenhuis en dan lijn 362 want die stopt vlak bij de trap voor de laatste klim. Dit hebben we niet allemaal zelf bedacht, maar is ons ingefluisterd door een alleraardigste Georgische mevrouw die ook nog eens Engels spreekt.

Het laatste monument heet Chronicle of Georgia en is misschien wel het allermooiste en meest indrukwekkende monument dat we gezien hebben. De Chronicle of Georgia (of History Memorial of Georgia) is een monument in de buurt van het stuwmeer van Tbilisi. Het werd in 1985 ter gelegenheid van 3000 jaar Georgische geschiedenis gemaakt door Zurab Tsereteli (je weet wel die van het MoMA), maar werd nooit helemaal afgemaakt. Het monument staat op een heuvel en bestaat uit 16 pilaren die tussen de 30-35 meter hoog (!). De bovenste helft van de pilaren bevat beeltenissen van koningen, koninginnen en helden, terwijl het onderste deel verhalen uit het leven van Christus uitbeeldt.

We raken niet uitgekeken en omdat we alle tijd hebben kunnen we wachten tot de paar bezoekers die er komen weer weggaan en hebben we het monument soms voor ons zelf.
De betonnen pilaren zijn bekleed met bronzen platen waar Tsereteli de beeltenissen in verwerkt heeft. Je krijgt last van je nek van het steeds omhoog kijken, maar dat hebben we er voor over.

Na een uurtje gaan we op een betonnen rand zitten bij de grote trap die naar het monument leidt. Daar nemen we alles nog eens in ons op. Als er weer nieuwe bezoekers de trap op komen stokken de gesprekken en valt de mond open net als bij ons toen we boven kwamen.

Dan weer naar beneden we kiezen dit keer een smal paadje dat op aan de andere kant op de weg moet uitkomen. We overleven de steile stukken en komen uiteindelijk weer in de bewoonde wereld.
Nadeel van de bewoonde wereld is dat je daar veel loslopende honden tegenkomt net als wij weer dit keer. Twee kleine keffers rennen op ons af en en net als de afgelopen weken lopen we zelfverzekerd door want dan haken ze vanzelf af.
Dat liep dit keer anders af! Opeens hangt de grootste keffer in mijn kuit. Auw!!! Dan hebben de honden het op Diana voorzien, maar dat loopt gelukkig goed af.

Bij de grote weg doe ik even de broek omhoog en zie dat er drie tandjes in m’n kuit staan. Op zo’n moment verwacht je nog dat iemand zegt ‘dat doet ie anders nooit’ maar nee, zelfs niet in het Georgisch.
We zijn allebei niet gevaccineerd tegen rabiës dus dat is de volgende uitdaging: is er een ziekenhuis in de buurt en hebben ze daar het medicijn.
We zien op Google Maps dat een kilometer verderop een ziekenhuis en pakken de eerste bus die kant op.

Het is nog wel even zoeken maar om 14:15 uur zijn we bij de Georgische ‘spoedeisende hulp’. Gelukkig is er iemand die Engels spreekt en die vertelt ons als eerste dat je 24 uur geen alcohol mag hebben gehad en dat laatste wijntje van gister was wat later. We besluiten om eerst maar naar het hotel te gaan en daar wat taal-ondersteuning in te roepen.

We nemen de metro naar Liberty-square en lopen voor de laatste keer van dit metrostation naar ons hotel.
We laten de receptioniste van ons hotel met een paar ziekenhuizen in de buurt bellen en uiteindelijk adviseert ze naar New Hospital te gaan. Slechts een paar kilometer van het hotel en ze hebben het medicijn.

We hadden nog wel gedacht een rustig dagje te hebben met een hele middag op het terras in de zon. Dat liep dus anders, maar omdat de bloed/alcohol verhouding nog niet in orde hebben we nu nog wel even tijd voor een terrasje.
We genieten bij Ribs & Puri nog even van de Halloween gezelligheid en om 17:00 uur nemen we een taxi naar het New Hospital.

We nemen de emergency-ingang van het ziekenhuis en gelukkig is de chauffeur zo vriendelijk om dit proces op gang te brengen. Van achter de balie krijgen we te horen ‘wait for the doctor’ en dat doen we dan maar.
Het is een behoorlijke chaos in het ziekenhuis. Iedereen loopt door elkaar heen, mensen lopen in en uit een soort van massa-behandelkamer. Dan is het in Nederland allemaal wel goed geregeld
Rond 18:00 uur komt de dokter de gebeten toerist halen. Ik wordt op een stoeltje achter een geïmproviseerd scherm gezet en mag een aantal vragen beantwoorden. Dan krijg ik een behandelschema voor de rabiës-spuiten.
Dan gaat ze echt aan het werk: een spuit in de linkerarm, een spuit in de rechterarm en een laatste in de rechterbil (er mochten hier geen foto’s gemaakt worden). Dan wordt de wond nog een keer goed schoongeschrobt en mag de patiënt gaan. Ik krijg niet eens een lolly!

Het is ongeveer 19:00 uur als we in het restaurantenstraatje Erekle II wat te eten bestellen, ook dat voor de laatste keer.
Terug bij het hotel checken we nog een keer of de shuttle voor vannacht geregeld is, sturen we een mail met de oorlogswonden naar de verzekeringsmaatschappij en nemen we een heerlijk kop koffie, ook voor de laatste keer.

Maandag 31 oktober 2022

Na de spannende laatste excursie van gister naar het New Hospitals is het vandaag alweer vroeg dag. De wekker gaat om 02:30 uur en na wat rituele ochtendbewegingen gaan we vol bepakt naar de receptie. De chauffeur die ons naar het vliegveld moest brengen zat al te wachten.
We nemen hartelijk afscheid van de receptioniste en stappen in de mooie, nieuwe Mercedes bus. Het kan dus wel!

Om 03:10 uur zijn we op de luchthaven en om 03:15 uur zijn onze rugzakken al ingecheckt. Daarna gaan we soepeltjes langs de security check en strijken we neer bij Dunkin Donuts. We nemen een veeeeeel te dure koffie met dito croissant en er gaat nog even een mail naar de huisarts i.v.m. 2e rabiës vaccinatie. Daarna wachten we bij gate G103 tot het boarden begint.

We vertrekken met een half uur vertraging maar als de piloot de vliegtijd doorgeeft berekenen we dat we onze vlucht naar Schiphol zouden moeten kunnen halen. Omdat de nacht in het House Hotel zo ruw onderbroken werd hebben we nu geen moeite om een paar uurtjes te slapen.

We landen om 07:10 uur op het vliegveld in München en dan begint onze race tegen de klok. We snelwandelen door lange gangen, vliegen roltrappen op, lopen door nog meer lange gangen om vervolgens te schrikken van de lange rij die bij de douane staat. Als we net in de rij zijn aangesloten zien we dat iets verderop nog wat poortjes zijn waar niemand staat. Ze zijn bedoeld voor passagiers met een biometrisch paspoort en dat hebben wij (en jullie ook). We flitsen langs de elektronische douanier en gaan weer een roltrap op om vervolgens in een treintje te stappen dat ons naar de G-pier brengt. We zijn mooi op tijd bij gate G04 wat ons de gelegenheid geeft om een broodje met een kop koffie te bestellen bij een veel te actieve verkoopster die wel haar talen spreekt.

De Airbus 319 vertrekt mooi op tijd en binnen vijf kwartier zet hij ons af bij de B-pier op Schiphol. De B-pier betekent weer heel veel stappen, naar de bagageband, maar veel stappen zijn we gewend tijdens deze vakantie. Zoals verwacht moeten we langer dan normaal op onze bagage wachten. Tot onze opluchting verschijnen de fel blauwe zakken uiteindelijk wel op de band.

Dankzij problemen met de bovenleiding bezorgde de NS ons de volgende uitdaging. Toch lukte het ons redelijk snel de juiste trein op perron 4 te vinden en via Baarn, Hilversum en Amersfoort arriveren we om 12:50 uur in Apeldoorn. Zoals gebruikelijk in deze vakantie hebben we ook hier een taxi gecharterd en die brengt ons feilloos naar de Loolaan.
Ruim drie-en-een-halve week Georgie zitten erop en en we hebben van elke minuut genoten (behalve een paar minuten op de laatste middag). Georgie is een fantastisch en gevarieerd land met een geweldige bevolking. Een aanrader!

Georgië 2

Dinsdag 11 oktober 2022

Vandaag zitten we zelf aan het stuur, maar eerst nog zo’n heerlijk ontbijt bij ons hotelletje in Tbilisi. We hebben om 09:30 uur afgesproken met de man van de huurauto dus we schuiven gelijk om 08:00 uur aan bij het ontbijt. We kiezen weer voor de eggs Benedict en wafels. Eigenlijk veel te veel voor een ontbijt, maar we moeten er even op teren. De kleine huiskat heeft duidelijk ook zin in ontbijt waardoor wij alle zeilen moeten bijzetten om hem van tafel te houden.

Om 09:00 uur halen we onze rugzakken van de kamer en lopen naar de receptie. De auto is al gearriveerd, dus we lopen gelijk met de verhuurder mee om wat uitleg te krijgen over deze Toyota Prius. We hoeven niet samen om de auto te lopen om beschadigingen te noteren want de auto zit er vol mee. Daar gaat een krasje van ons geen verschil meer maken.

Om 09:25 uur rijden we de drukte van Tbilisi in. Die eerste kilometers zijn een uitdaging. Het is vooral goed uitkijken voor de kapriolen van de andere weggebruikers. Ze komen van links en rechts voorbij gescheurd en hebben maar een klein gaatje nodig als ze van links naar rechts of omgekeerd moeten. Het rempedaal moet erger voorkomen.
Na een half uurtje is de ergste drukte voorbij en dat geeft ons even tijd om te tanken want veel meer dan een kwart zit er niet in de tank en daar gaan we het vandaag niet mee redden. Het tanken is hier niet zo’n aanslag op de portemonnee als in Nederland. Een litertje kost ongeveer een euro!

We volgen de E117 tot bij het Zhinvali stuwmeer waar we voor het eerst onze benen even strekken. We genieten van het uitzicht over het meer en kopen een flesje water bij een kraampje dat hier in afwachting is van alle toeristen die gaan komen. Op een rotsblok is het blauw en geel van de Oekraïense vlag geschilderd. Ook in Tbilisi zagen we al vaak steunbetuigingen voor het Oekraïense volk maar die steun wordt ook hier getoond terwijl er dagelijks veel Russen over deze weg van of naar Rusland rijden.

Een paar minuten verderop stoppen we nog een keer aan het stuwmeer. Hier is een veelvoud aan kraampjes opgesteld en loopt een hele berg Aziaten zichzelf te vereeuwigen met het stuwmeer op de achtergrond. Er is door de Georgiërs goed ingespeeld op de bizarre wensen van toeristen. Je kunt hier een selfie maken terwijl je op een fiets zit, op een schommel zit of in een groot hart staat. Wie wil dat nou niet?

Op de uiterste punt van het stuwmeer stoppen we nog even bij het Ananuri fort. Het is hier ook enorm druk. De ‘betaald-parkeren parkeerplaats’ staat bijna vol! We kunnen alleen maar hopen dat het in Stepantsminda wat rustiger is. We blijven hier niet lang hangen en geven gas in ons Priusje.

Onze volgende stop is Gudauri, een populaire wintersportplaats. De weg begint steeds meer te klimmen en de haarspeldbochten doen denken aan het laatste stukje naar Val Thorens. Het vrachtverkeer heeft de grootste moeite om omhoog te komen en dat komt onze gemiddelde snelheid niet ten goede. De inhaalacties die door Russen en Georgiërs worden uitgehaald durven wij niet te kopiëren.
Vlak voor we Gudauri binnen rijden zien we een enorme kudde schapen de weg oversteken onder aanvoering van herders te paard en honden die het echte werk doen.
Deze schaapskudde blijkt het echte en enige hoogtepunt in Gudauri te zijn want vrijwel alles is gesloten omdat het seizoen nog niet begonnen is.

Een kwartiertje verderop gaan we opnieuw een ‘betaald-parkeren parkeerplaats’ op omdat we bij het Russisch-Georgisch vriendschapsmonument zijn aangekomen. Klinkt eigenlijk wel een beetje vreemd in deze tijd, een vriendschapsmonument waar het woord Russisch in voorkomt. Het monument stamt uit 1983 dus dat is al weer een eeuwigheid geleden.

De omgeving is hier schitterend. We kunnen in de verte de eerste besneeuwde toppen al zien. We blijven even hangen in de buurt van het monument en verwennen onszelf met een warm bakje thee. Lekker om je even mee op te warmen terwijl je geniet van dit uitzicht.

Het laatste stukje weg naar Stepantsminda is in slechte staat. Ze zijn druk bezig om een nieuwe asfaltlaag aan te brengen. Misschien kunnen we daar op de terugweg al plezier van hebben.
In Stepantsminda gaan we eerst naar ons hotel. We laden onze spullen uit en omdat het prachtig weer is willen we gelijk naar de Drievuldigheidskerk gaan. Bij de afslag naar deze kerk worden we echter aangehouden door een strenge meneer. Hij vertelt ons dat we onze auto niet omhoog kunnen omdat de weg te slecht is. We kunnen met z’n tweeën voor 80 lari wel met een geschiktere auto omhoog gebracht worden………. We vermoeden dat dit een duister taxi-zwendeltje is, dus keren we om naar Stepantsminda. Later horen we bij de Tourist Information dat een Prius echt niet geschikt is voor die weg.

Diezelfde vriendelijke man bij de Tourist Information geeft ons wat goede tips over de mogelijkheden in dit gebied en met die informatie in de rugzak gaan we op zoek naar een terrasje.
Bij hotel Stancia vinden we een mooi plekje op het buitenterras met uitzicht op de besneeuwde hellingen van Mt. Kazbek. Het voelt een beetje als op wintersport, maar dan zonder de pullen bier.

Rond vijven gaan we met de auto weer terug naar het hotel en nemen we nog een bakkie thee op de veranda voor het hotel. We zitten opnieuw met onze bakkus in de zon en bedenken ons dat we helemaal niet gesmeerd hebben. Straks toch maar op zoek naar het tubetje zonnebrandcreme.

Als we ‘s-avonds naar het centrum van Stepantsminda wandelen, hebben we ons inmiddels warmer gekleed. De temperatuur daalt hard nu de zon achter de bergen verdwijnt. Het is niet makkelijk een leuk restaurant te vinden. Veel zaken zijn dicht of zien er op z’n minst verlaten uit. We kiezen daarom nog maar een keertje voor Stancia omdat we de menukaart vanmiddag al gezien hebben en die kon onze goedkeuring wel wegdragen.
We bestellen twee stoofpotjes met een stukje maisbrood en het smaakt heerlijk.

Woensdag 12 oktober 2022

De lucht is strak blauw dus een goede dag om de Heilige Drievuldigheid Tsminda Sameba kerk te bezoeken. Voor de ongelovigen onder ons: de Heilige Drie-eenheid, Drievuldigheid of Triniteit is de theologische opvatting in het christendom dat er één God bestaat in drie goddelijke entiteiten: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Vandaar ook de hoofdletter! Dat je het maar weet.
Naar de kerk is een klimmetje van zo’n anderhalf uur en daarom gaan we dit keer voor het uitgebreide ontbijtbuffet bij Stancia. We laden ons goed vol en wandelen dan via het dorpje Gergeti naar het begin van de klim.

Het is geen goed bereid wandelpad dat omhoog gaat. We moeten soms alle zeilen bijzetten om rotsen te passeren en glijpartijen te voorkomen, maar de uitzichten maken alles goed. We blijven regelmatig staan om even van het landschap om ons heen te genieten (en uit te rusten natuurlijk). We halen andere wandelaars in, dus met het tempo zit het wel goed. Na ruim een uur zien we voor het eerst de besneeuwde top van Mt. Kazbek opdoemen en dat geeft de burger moed. We klauteren nog een half uurtje verder, passeren onderweg nog wat paarden die het paadje blokkeren en dan staan we eindelijk bij het kerkje met het mooiste uitzicht van Georgie.

Na zoveel inspanning is het wel een klein beetje teleurstellend om zoveel opgedofte toeristen op hoge hakken hier rond te zien lopen. Helaas kun je hier ook met een bus komen.
Omdat het ons een beetje te druk is bij het kerkje lopen we een klein paadje achter de kerk af om een beetje in rust te kunnen genieten van het uitzicht. Eigenlijk gaat het hier ook helemaal niet om het kerkje; dat is eigenlijk niet zo bijzonder. De achtergrond is waar je mond van open valt. We blijven hier even zitten tot we het wat rustiger zien worden bij het kerkje en lopen dan weer terug voor ons kerkbezoek.

Zoals gezegd, het kerkje is niet zo bijzonder, we hebben mooiere kerken gezien in Georgie maar nu het hier wat rustiger is kunnen we zeker genieten van deze idyllische plek op 2200 meter hoogte. Het complex is in de 14e eeuw gebouwd en is een symbool van Georgie geworden vanwege de ligging en dat snappen we. We gaan in gepaste kledij de kerk nog even in en branden een paar kaarsjes.

Als we het kerkje weer uit komen blijken we de enigen te zijn en dat moment moeten we natuurlijk gebruiken voor de perfecte foto. We blijven nog even boven hangen tot de volgende buslading weer wordt uitgekotst en dat is voor ons het juiste moment om weer aan de afdaling naar Stepantsminda te beginnen.

We wilden niet over hetzelfde pad naar beneden dus bedachten we dat we de weg wel konden volgen. Daar kunnen dan misschien geen auto’s meer overheen, maar te voet zal toch geen probleem zijn.
Op een paar honderd meter van de kerk kijken we toch nog een keer (of wat) achterom en we kunnen het niet laten om vanaf deze plek toch ook een paar foto’s te maken.

We volgen de geasfalteerde weg een stukje naar beneden en gaan ook voorbij de grote betonblokken die moeten voorkomen dat auto’s naar beneden rijden. De weg wordt steeds slechter en verderop zijn ze zelfs bezig met wegwerkzaamheden. We zien een andere kerkganger die voor ons loopt en blijkbaar hetzelfde idee had als wij teruggestuurd worden door de werklui. Daar gaat ons goede plan.
We keren om en zien een busje met toeristen aankomen die via de tijdelijke route naar beneden zullen gaan. Diana houdt het busje aan en vraagt of we met ze mee naar beneden kunnen. Er zijn gelukkig nog een paar plekjes vrij in het busje dus we kunnen instappen. Het busje is gevuld met een groepje Poolse toeristen die ook een rondje aan het maken zijn in Georgië.
Na het korte ritje over het zandpad weten we nu zeker dat we dit in onze Prius niet overleefd hadden.

De Polen gaan naar de Gveleti waterval en daar willen wij ook nog naar toe. Ze nodigen ons uit om gelijk mee te rijden, maar wij bedanken vriendelijk want wij willen eerst een hapje eten.
Het is inmiddels 13:00 uur geweest. We lopen bij Stancia naar binnen en bestellen een pizza. Dat hebben we wel verdiend na al die inspanning.

Na de lunch halen we de auto op bij het hotel en gaan we richting de Russische grens. Op het programma staan het Dariali klooster en de eerder genoemde Gveleti waterval.
Ook nu weer kijken we onze ogen uit. We rijden door de Dariali kloof die van Stepantsminda tot de Russische grens loopt. Diep beneden ons stroomt de Terek rivier. De bergen om ons heen zijn schitterend; kleurrijk, maar ruig en onherbergzaam. Je blijft er naar kijken, maar het is ook wel verstandig om op de weg te blijven kijken want het wegdek is erg slecht. Op sommige plekken zitten gaten waar je voorwiel in zou verdwijnen.
We moeten door een tunnel zonder verlichting en het wegdek is een bergketen op zich; levensgevaarlijk! Na een tweede tunnel (van veel betere kwaliteit) zien we een enorme rij vrachtwagens staan. Het blijkt de rij voor de grensovergang naar Rusland te zijn.

Achter de rij vrachtwagens zien we het klooster liggen. We flitsen tussen twee stilstaande vrachtwagens door en rijden de parkeerplaats bij het klooster op. Het klooster is enorm en ziet er nieuw uit, alsof het net door een Chinese aannemer is opgeleverd. Later lezen we dat de bouw in 2005 is begonnen, dat het eerste deel in 2011 is opgeleverd en dat het klooster nog verder uitgebreid gaat worden. We gaan niet verder dan de parkeerplaats. Hopelijk maakt de waterval meer indruk.

Het is maar een klein stukkie terug naar het plaatsje Gveleti waar de gelijknamige waterval bergen toeristen trekt. We parkeren de auto op een grasveldje dat als parkeerplaats dienst doet en gaan op pad. Gveleti betekent overigens ‘plek met slangen’ dus een beetje opletten kan geen kwaad.
Net als we van de parkeerplaats af lopen komt het busje met Polen naar beneden stuiteren. We groeten ze en de gids van de Polen vraagt of we mee willen naar de Truso Vallei, de grapjas.
Volgens de boeken is het maar een half uurtje naar de waterval, maar dan gaan ze er vanuit dat je zo’n ‘Pools’ busje hebt dat over een zandpad met bulten en gaten kan rijden. Wij moeten dit eerste stuk lopen dus het zal ons wat meer tijd kosten.
De wandeling gaat langs een klein stroompje en ook dit keer moeten we onze beste klim- en klautervaardigheden aanspreken.

We hebben ongeveer drie kwartier nodig om bij de waterval te komen. We waren even bang dat we onze poncho aan zouden moeten doen voor de waterdruppels die van zo’n donderende watermassa af kan komen, maar dat was niet nodig. Ok, het water kwam van een behoorlijke hoogte naar beneden, maar het is momenteel niet het juiste seizoen voor een wilde waterval.

We gaan via hetzelfde pad terug naar de parkeerplaats, starten de Prius en gaan op weg naar Stepantsminda. Onderweg ontwijken we de gaten in de weg en terug in Stepantsminda gaan we bij Stancia op een bankje voor het raam met uitzicht op Mt. Kazbek zitten. We zien dat de wolken deze 5047 meter hoge berg langzaam aan het zicht onttrekken, maar het biertje smaakt er niet minder om.

Donderdag 13 oktober 2022

Vandaag gaan we naar Juta voor een korte hike, maar niet voordat we het ontbijtbuffet van Stancia geplunderd hebben. We parkeren de auto voor het hotel en…………. zien dat een grote groep toeristen ons voor is. Jammer maar helaas, dan moeten we in Juta maar wat eten.
We rijden eerst naar het dorpje Sno om daar de beelden van enorme stenen hoofden te aanschouwen. Deze hoofden zijn gemaakt door de bekende Georgische beeldhouwer Merab Piranishvili en staan gewoon aan de kant van de weg, helemaal voor niets. Echt iets voor ons dus! Merab is in Sno geboren en wil dit gehucht op de toeristische kaart zetten en dat lijkt aardig te lukken. De hoofden beelden historisch belangrijke personen uit zoals Shota Rustaveli, Ilia Chavchavadze, Akaki Tsereteli en nog een paar. Herken je ze?

Zoals gezegd stelt Sno verder niet zoveel voor. Het mag niet eens een dorp heten want dan stel je je er nog teveel bij voor, maar er is wel een mooie uitkijktoren te bewonderen. Deze uitkijktoren stamt uit de 16e of 17e eeuw en was ooit onderdeel van een fort. Niet gek wat er allemaal te zien is in een gehucht van nog geen 150 inwoners.

Na Sno komen we nog door het dorpje Akhaltsikhe (niet te verwarren met Achaltsiche waar we later nog heen gaan) en dan begint de ellende: een onverharde weg in een Prius. De laatste 8 km is het een soort rally waarbij om enorme gaten in de weg geslingerd moet worden. De laatste 3 km wordt de weg dan nog een beetje smaller (oftewel: de afgrond komt dichterbij) en gaat het stijgingspercentage naar 10%. Een typisch gevalletje van ‘zweet in de bilnaad’.

Dat je dit nu leest betekent dat we het gehaald hebben. Om 10:15 uur zijn we in Juta en tot onze opluchting is er koffie en cake te krijgen. De man bij de parkeerplaats wijst ons de weg en als hij hoort dat we uit Nederland komen zegt hij ‘Sandra Roelofs, good!’. Zoals je wellicht weet is Sandra de Nederlandse vrouw van de Georgische ex-president Micheil Saakasjvili.
We gaan eerst maar even aan een tafeltje in een houten keet zitten en genieten van de heerlijke koffie (!) en dito cake.

Na dit mini-ontbijt zetten we ons schrap om weer een stukje te gaan klimmen. Het is vandaag niet zo’n prachtige dag als gisteren, maar een bleek zonnetje doet z’n best. De eerste paar honderd meter zijn belachelijk steil. Er probeert een andere toerist met een koffer op z’n nek naar boven te komen, maar het lijkt er op dat hij het nu al niet naar z’n zin heeft. Wij zijn licht bepakt dus vorderen gestaag, maar het valt niet mee op de vroege ochtend. Als we bij hotel Fifth Season zijn begint het pad een beetje af te vlakken en kunnen we even op adem komen.

Het doel van vandaag is het Chaukhi meer. Er is ons verteld dat het een rondje van zo’n 3 uur is (7 km). We zijn nog geen half uur op weg en hier is de natuur al adembenemend mooi. Toch gaan we maar op pad naar het meertje.
Onderweg maken we belachelijk veel foto’s waardoor we niet erg opschieten. Niet zo heel erg want het paadje stijgt behoorlijk dus we moeten regelmatig op adem komen. De besneeuwd hellingen van het Chaukhi massief, ook wel de Dolomieten van Georgië genoemd, komen langzaam dichterbij terwijl we links en rechts omgeven worden door groenige hellingen.

We vorderen gestaag door de Chaukhi vallei en komen weinig andere toeristen tegen. We volgen het Chaukhistskali riviertje en moeten het riviertje ook een paar keer oversteken. Rond 12:15 komen we dan bij een klein watervalletje wat het keerpunt van onze trek markeert. We rusten even uit, knabbelen aan een koekie en steken dan het riviertje nogmaals over. Door alle inspanning is de temperatuur zeer aangenaam, maar langs het riviertje zien we overal bevroren gras dus erg warm zal het hier niet zijn.

Een paar honderd meter verderop komen we bij het Chaukhi meer. Ook dit keer geldt weer dat het niet de bestemming is die er toe doet, maar de weg er naar toe. We lopen langs het meertje en beginnen dan aan de terugweg.

We komen aanzienlijk meer toeristen tegen dan op de heenweg. Waarschijnlijk hadden zij wel een hotel met ontbijt. Nu we van het bergmassief aflopen ziet de wereld er toch een beetje anders uit, maar zeker zo mooi!
Op de terugweg kijken we ook nog regelmatig over onze schouder naar het indrukwekkende bergmassief, maar op een gegeven moment is het filmrolletje toch vol.

Rond 13:00 uur zijn we terug bij hotel Fifth Season. Dit hotel doet een beetje denken aan een gezellige wintersport lokatie met hangmatten en kleurrijke kussens. In dit geval geen skiërs, maar hikers die onderuit hangen op loungesets.
Tussen de loungesets is een stel meiden (later horen we dat ze uit Thailand komen) druk bezig met het maken van foto’s in allerlei posities, daarbij gekleed in een soort schooltenue. Dat laatste was wel heel stoer want ik zou nu niet in een rokje buiten gaan staan.
Wij bestellen ondertussen onze lunch en terwijl we naar buiten kijken zien we dat de Thais meiden maar doorgaan met foto’s maken; groepsfoto’s, duootjes, spring-foto’s, het hele repertoire komt langs.

Om 13:30 uur beginnen we aan het laatste half uurtje naar beneden, naar de auto. Dit is echt het moeilijkste stuk van de hele trek, maar ook dit keer overleven we deze zwarte piste.
We kloppen de modder van onze schoenen en stappen in de auto, zwaaien dan nog een keer de parkeerplaatsbeheerder en beginnen aan de afdaling van de gaten-weg.
Om 14:45 uur laten we laatste gaten achter ons en rijden we weer op heerlijk glad asfalt.

Als we bij de E117 zijn gaan we niet rechtsaf naar Stepantsminda , maar gaan we linksaf richting de Truso vallei. Als deze vallei makkelijk bereikbaar is met de auto dan willen we ook daar nog wel wat rondneuzen. Op weg daar naartoe zien we een enorme rij vrachtwagens aan de kant van de weg geparkeerd staan. Het gaat niet om enkele tientallen vrachtwagens, maar de rij is minstens 6 km lang. Zijn er problemen bij de grens met Rusland?
Als we bij de afslag naar de Truso vallei aankomen zien we dat het net zo’n gaten-weg is als naar Juta en daar hebben we geen zin. We gaan terug naar Stepantsminda.

We zetten de auto bij het hotel en lopen dan naar het Rooms hotel. Diana had dit hotel op internet gevonden en dat zou een goed alternatief zijn voor het diner. Het hotel staat een paar honderd meter van ons eigen hotel, maar we moeten die paar honderd meter wel omhoog. Als we dichterbij komen zien we dat het een joekel van een hotel is en de parkeerplaats staat vol! Als we het hotel binnen willen gaan, wordt de deur voor ons geopend. Dat is een ander niveau dan wij normaal gesproken bezoeken.
We gaan op een paar dikke Engelse fauteuils zitten en genieten van het uitzicht. Het terras is fantastisch en enorm groot en wie zie we daar? Ja hoor daar staan ze wee te poseren: de Thaise meiden die we vanochtend in Juta zagen.

We besluiten om hier niet alleen ons sapje te nuttigen (halve liters), maar blijven ook voor het diner. Een heerlijke lobiani en minstens zo lekkere Georgische salade. Een heerlijke afsluiting van ons verblijf in Stepantsminda.

Vrijdag 14 oktober 2022

Ook zonder wekker zijn we op mooi tijd wakker. Even douchen, tandjes poetsen, de rugzakken weer volproppen en we zijn klaar om te gaan. Om 08:30 uur rijden we weg bij het hotel, nagezwaaid door de eigenaresse in joggingbroek.
Een paar minuten later draaien we de hoofdweg op en laten Stepantsminda achter ons. Deze 2-baansweg waar we over rijden wordt de Georgian Military Highway genoemd en gaat van de Russische grens (eigenlijk van Vladikavkaz in Rusland) tot 20 km voor Tbilisi. Deze weg is slechts 150 kilometer lang, maar het is een van de mooiste routes in Georgië. Dwars door het Kaukasusgebergte en het dal van de Aragvi-rivier.
In de 19e eeuw werd de weg door het Russische leger verbeterd nadat ze het oostelijke deel van Georgië hadden geannexeerd. Vandaar de naam ‘military highway’. De weg is al eeuwenlang een belangrijke handelsroute tussen beide landen, hoewel hij ook wel eens afgesloten is geweest vanwege grensconflicten.

Ook vandaag staan er weer kilometers lange rijen met vrachtwagens te wachten tot ze de grens met Rusland over mogen. Luka (van de huurauto) vertelt later dat de grens maar bepaalde tijden open is voor het vrachtverkeer (meestal ‘s-nachts). Het is een bijzonder gezicht al die kleurrijke vrachtwagens aan de kant van de weg en al helemaal omdat op veel vrachtwagens nog de oorspronkelijke Nederlandse, Belgische of Duitse bedrijfsnaam staat. De chauffeurs zullen het allemaal niet zo grappig vinden.

Iets voorbij het plaatsje Almasiani zien we iets van de Travertine Mineral Springs langs de kant van de weg. Het lijkt een beetje op de kalkterrassen van Pamukkale maar dan lopen er hier nog koeien overheen. We stoppen even kort voor een foto, maar maken er geen toeristisch uitstapje van.

Een paar kilometer verderop passeren we de Jvari pas. Dit is met 2379 meter het hoogste punt van deze weg. Dit hoogtepunt hebben we op de heenweg gemist, maar dat is niet zo vreemd als je ziet hoe het bijbehorende bordje eruit ziet.

We passeren het Georgisch-Russische vriendschapsmonument en rijden door naar het wintersportplaatsje Gudauri. We kijken nog een laatste keer achterom naar de besneeuwde bergen waar we een paar dagen van hebben genoten.

In Gudauri gaan we tanken en gooien we ook ons zelf vol want het ontbijt was er vanochtend bij ingeschoten. We gooien voor 40 lari in de tank en werken zelf voor nog eens 21 lari naar binnen.

Na dit voortreffelijke ontbijt bij de pomp gaan we weer op weg. We slingeren verder naar beneden en slingeren en passant ook langs de vrachtwagens die in slakkengang naar beneden gaan. We komen weer langs het Zhinvali stuweer en niet veel verder zetten we de auto even stil omdat we aan de andere kant van de Aragvi rivier een herder met honderden schapen zien lopen. We willen er een foto van maken, maar het is allemaal iets te ver weg. Op de foto zie je alleen maar vergeelde stipjes.

Opnieuw gaat het gas erop, maar niet voor lang want opeens moet het anker eruit. We zagen net wat schapen aan de andere kant van de rivier, nu steken er honderden schapen de weg over. Onze reis komt even tot stilstand maar een betere schapen-foto krijg je niet.
Jammer genoeg zijn de Georgiërs en Russen niet zo diervriendelijk en proberen ze met alle moeite tussen de kudde door te komen, toeterend en wild gebarend. Tja, daar zullen die schapen zich wat van aantrekken.

We komen steeds dichterbij Tbilisi en dus ook bij onze bestemming van de dag: Mtskheta. Het is vandaag nl. Dag van de kathedraal van Svétitskhovéli.
De kerken van Mtskheta zijn goede voorbeelden van middeleeuwse religieuze architectuur in de Kaukasus. De komst van het christendom leidde tot een intensieve bouwactiviteit om aan de eisen van de nieuwe religie te voldoen. Mtskheta was ooit de hoofdstad van Georgië, omdat de belangrijkste kathedraal van het land hier staat. Deze kathedraal, met de onuitspreekbare naam is een must-see in Mtskheta en dan is het nu ook nog eens feest; wie houdt daar niet van?
We rijden door het dorpje op zoek naar een parkeerplaats en vinden die uiteindelijk dichtbij de kathedraal.

Volgens de Gregoriaanse legende was er in de eerste eeuw een Georgische Jood, genaamd Elioz uit Mtskheta, aanwezig bij de kruisiging van Jezus in Jeruzalem. Elioz kocht Jezus’ Heilige tuniek van een Romeinse soldaat in Golgotha en bracht het terug naar Georgie. Eenmaal terug in zijn stad ontmoette Elioz zijn zus Sidonia (niet die van Suske en Wiske). Direct toen Sidonia de Heilige tuniek aantrok, stierf ze van de emoties door het heilige object. Het was niet mogelijk om de mantel van haar los te krijgen, dus werd ze ermee begraven. De plaats waar Sidonia is begraven met Christus’ mantel werd later onderdeel van de kathedraal waar wij nu staan. Mooi verhaal toch?

We lopen met de meute mee naar de kathedraal en zien dat er verbindingswagens staan geparkeerd. We komen misschien wel op de Georgische TV!
Via een poort komen we op het terrein rondom de kathedraal en het is daar een drukte van jewelste. Dit is wel een serieus belangrijk plekje vandaag. We nemen een strategische positie op het gras in zodat we alles goed kunnen overzien. Tussen al die mensen staan ook cameramensen met joekels van camera’s in de aanslag. We zijn benieuwd voor wie dat is.

We genieten van de drukte en het gedoe dat zo’n feestdag met zich meebrengt. De lokale bevolking die in hun mooiste kleren rondlopen en men in black met baarden die blijkbaar een belangrijke rol spelen in het kerkleven want de gewone man wil met ze op de foto, omhelst ze of kust zelfs hun hand.

Op een gegeven moment draaien alle hoofden naar de toegangspoort van het kerkterrein. Ook alle camera’s draaien die kant op. We proberen een glimp op te vangen van wat er binnenkomt, maar we zien alleen maar beveiligingspersoneel dat z’n best doet iemand te beschermen. De VIP is te klein om te zien, maar op de foto is net te zien dat het een kerkelijke hoogheid moet zijn geweest.

We laten het feestgedruis even voor wat het is en lopen achter een horde mensen aan die een bezoekje brengen aan het Samtavro-klooster in het centrum van Mtskheta. De mensen gaan een kerkje bij het klooster in en zoals we al veel gezien hebben worden er kaarsjes gebrand en fotolijstje met afbeeldingen van heiligen gekust. Wij laten dat laatste even aan ons voorbij gaan. Het lijkt er wel op dat 14 oktober door de lokale bevolking wordt gebruikt om de schade in te halen.

Vanaf het plein in Mtskheta zie je een klein koepelkerkje op de berg voor je. Dit kerkje dat gebouwd is in de zesde eeuw, is het religieus belangrijke Jvari klooster. Dat wordt onze volgende bestemming als we de auto kunnen terugvinden. Voor de zekerheid lopen we dezelfde weg terug; we volgen de broodkruimels. Bij de kathedraal met de moeilijke naam maken we nog een laatste ronde en daarna nemen we nog een hapje en een drankje zodat niet alleen de geestelijke mens maar ook de inwendige mens tevreden is.

De auto hebben we snel gevonden, waarna we ons mengen in het drukke verkeer in Mtskheta. Het blijft uitkijken in het verkeer in Georgie want je weet nooit uit welke hoek een andere auto probeert te ritsen. Na een minuut of tien zitten we weer op de snelweg en weer tien minuten later gaan we er alweer af. Dan nog vijf kilometer omhoog en dan zijn we op de overvolle parkeerplaats bij het klooster.
Voordat we het propvolle kerkje bij het klooster ingaan genieten we eerst even van het uitzicht. Je kijkt hier namelijk uit over Mtskheta en de samenvloeiing van de rivieren Koera en Aragvi. Alleen dit al is het halfuurtje extra rijden zeker waard!

Het kerkje is niet heel bijzonder maar ook hier lijkt de regel: hoe meer foto’s gekust hoe vromer en is zwarte kleding een pré. We kijken heel even naar de verschillende menselijke ritueeltjes en gaan dan weer terug naar de auto voor de laatste 25 km naar Tbilisi.

De vroeg vrijdagmiddag-file kennen ze hier gelukkig niet. We waren even bang dat die laatste kilometers veel tijd zouden kosten, maar dat viel donders mee. Het is rondom Tbilisi nog meer uitkijken voor mafkezen op de weg, maar zonder kleerscheuren of autoschade rijden we de straat bij het hotel in. Als we bijna bij het hotel zijn komt Luka daar ook net aanlopen.
We parkeren de auto, geven de sleutel aan Luka en vertellen hoe fantastisch we het hebben gehad. Dan checken we opnieuw in bij ons hotel in Tbilisi en gooien de bagage op de kamer. Tijd voor een drankje!

Zaterdag 15 oktober 2022

Toen we de gordijnen open trokken zag het er allemaal wat minder florisant uit dan de voorgaande dagen. De lucht was grijs en er was geen uitzicht op verbetering. We schakelden daarom maar een tandje lager en gingen er eens goed voor zitten (aan de ontbijttafel). Hoewel we hadden voorgenomen de ontbijtgerechten te delen omdat het allemaal veel te veel is, gooien we dat voornemen deze keer nog overboord. We hebben nu alle tijd voor de heerlijke gerechten.

We gaan pas om 10:15 uur de straat op, een nieuw record voor ons. Het druppelt heel licht, maar dat weerhoudt ons niet om vanochtend een bezoekje te brengen aan de vlooienmarkt in de buurt van de Saarbrücken(!) brug.
Het is een half uurtje lopen naar de vlooienmarkt, maar ondanks onze late start is er nog niet veel te doen. Waarschijnlijk hebben de standhouders er met dit weer ook niet zoveel zin in. We maken een rondje over de vlooienmarkt en er zijn toch wel wat bijzonder dingen te koop: oude Russische camera’s, munten, medailles, antieke gasmaskers en heel veel keukengerei. We neuzen een beetje bij de stalletjes maar er is niets voor ons bij.

Het klaart een beetje op dus na een kopje koffie bij Daphna besluiten we naar Fabrika te lopen. We gaan kris-kras door de wijk aan de andere kant van de Saarbrücken brug en het is duidelijk dat niet alles in Tbilisi even goed onderhouden wordt. Na een kwartier zijn we bij de oude naaifabriek uit de Russische tijd die nu dienst doet als hostel. Het gebouw (en eigenlijk de hele wijk) zit onder de graffiti. 30 jaar geleden zouden we misschien overwogen hebben om hier te slapen, maar op deze leeftijd lopen we er alleen omheen.

We lopen weer richting de Saarbrücken brug in de hoop dat er wat meer te doen is bij de vlooienmarkt. Het begint dan helaas wat harder te regenen en als we bijna bij de brug zijn duiken we het Moxy hotel in om daar wat te drinken en dit buitje af te wachten.

Na een half uurtje is het weer droog en vervolgen we onze weg. Omdat verschillende websites aangeven dat het vanmiddag iets beter wordt besluiten we met de funicular naar het pretpark boven de wijk Mtatsminda te gaan.
Als we langs de Tbilisi Mall komen kunnen we de verleiding niet weerstaan en gaan we daar even naar binnen. We kijken onze ogen uit, 6 verdiepingen met allemaal merkwinkels. We gaan een paar winkels binnen, maar voor de prijzen hoef je het niet te doen. De merkartikelen zijn duur, maar misschien komt dat door de slechte koers van de euro.

Niet ver van het winkelcentrum is de opstapplek van de funicular naar het pretpark van Mtatsminda, We dachten met onze metrokaart te kunnen instappen, maar dat viel tegen. Je koopt eerst een ander pasje, laat daar tegoed opzetten en vervolgens haalt een andere medewerker jouw pasje door een apparaat en mag je naar de funcicular. Wat nou het voordeel is van het gebruik van dit pasje ontgaat ons.

Het ritje met de funicular duurt iets meer dan 5 minuten en dan sta je bij een te fout pretpark. Knullige attracties met enorme nep-dinosaurussen, een schiettent, souvenirwinkeltjes, eettentjes, een vage glijbaan, veel attracties die buiten werking waren een enorm reuzenrad dat wel deed wat het moet doen: ronddraaien.
Bij het pretpark staat ook de tv-toren van Tbilisi, maar die ziet er zo verwaarloosd uit dat we niet eens durven vragen of je naar boven kan. Al met al een groot succes.

Na een rondje pretpark gaan we even het bijbehorende restaurant in. Er hangt een lucht waar je oliebollen in kunt bakken en dat is ook precies wat hier gebeurt. Die oliebol heet hier een ponchiki en het is eigenlijk meer een Berliner bol. Om te voorkomen dat we de lucht niet meer uit onze kleren krijgen gaan we snel weer op pad,.

We hebben inmiddels gemerkt dat het in Georgie heel gebruikelijk is om de je huwelijksreportage op straat en zelfs tussen het verkeer te maken, maar we weten nu dat je ook kunt trouwen op een pretpark (en wat voor eentje). Als we het restaurant uitlopen zien we een bruidje met haar bruidegom de hoofdrol spelen in hun bruidsreportage. Ze pakken dat best professioneel aan: fotograaf, videoman en zelf een manneke die alles met een drone vastlegt. Als al die reportages dan klaar zijn dan stelt het bruidspaar zich op voor een pad dat naar een klein gebouwtje gaat met daarop in zilverkleurige letters wedding hall. Dan galmt een honneymoonquiz-achtig deuntje uit een speaker en schrijdt het bruidspaar naar dat hok met de zilveren letters. Wie wil nou niet zo trouwen?

Iets verderop zien we dat een ander bruidspaar zich ook voorbereid op het scenario zoals net beschreven, maar zij laten er nog een volksdans met familie en vrienden aan vooraf gaan. Hier galmt een folkloristisch deuntje uit de speakers en het hele gezelschap beweegt zich in een kring rond. Ook in Georgië hebben ze dan een irritant familielid die het nodig vindt om de af en toe dwars door het kring-gebeuren heen te lopen, maar het mag de pret niet drukken!

Na al dit feestgedruis is het weer tijd om naar beneden te gaan. We doen dat niet met de funicular maar nemen de benenwagen. Op deze manier kunnen we onderweg nl. een bezoekje brengen aan het Mtatsminda Pantheon, een begraafplaats voor de bekende Georgiër (zelfs de moeder van Stalin ligt hier begraven).
We hebben een half uurtje nodig voor de glibberige afdaling, maar het is de moeite waard.
Op de begraafplaats is een klein kerkje waar net een dienst plaatsvindt. We gaan even naar binnen een ademenen de sfeer. De dienst gaat gepaard met gezang en de akoestiek in het kerkje is fantastisch.
We maken een rondje over de besloten begraafplaats. Aan de graven is te zien dat kosten noch moeite zijn gespaard en dat daar genoeg geld voor was.

We hebben nog een half uurtje nodig om weer in downtown Tbilisi te komen en lopen gelijk door naar het hotel voor een sanitaire stop.
We checken even de mail en gaan dan op pad naar het restauranten-straatje dicht bij ons hotel: Erekle II. We gaan op het terras bij Kala zitten. Omdat het ontbijt z’n werk nog steeds doet, delen we een lokale maaltijd en als het gerechtje wordt opgediend gaat het steeds harder regenen.

Zondag 16 oktober 2022

Zondagochtend in Tbilisi, tja wat doe je dan? Natuurlijk eerst dat veel te uitgebreide ontbijt naar binnen werken, maar omdat we taal niet goed machtig zijn slaan we de kerkdienst over.
Het is nog steeds een beetje druilerig; grijze luchten en af en toe een druppel regen. Precies het juiste weertype voor een museumpje.
We gaan naar de Rustaveli Avenue want daar zijn de museums te vinden.

Het is droog en 17 graden als we hotel verlaten en dat is best wel aangenaam. We lopen een alternatieve route door de wijk bij de oude stadsmuur. Het schilderwerk kan wel een likje verf gebruiken en het straatwerk heeft ook betere tijden gekend, maar je kunt nog wel zien dat deze wijk enige allure heeft gehad.

We lopen dit keer aan de andere kant van de Rustaveli Avenue en de gebouwen lijken nu nog indrukwekkender. We komen langs het Georgisch Nationaal Museum, de Parlementaire Bibliotheek, de National Gallery, het Opera en Ballet Theater en als laatste het MoMA, het Museum of Modern Arts en dat is het museum waar wij naar binnen gaan.

In het MoMA is een tijdelijke expositie van foto’s over Italie. We lopen langs de enorme hoeveelheid foto’s en herkennen een aantal dingen die wij vorig jaar nog gezien hebben. De foto expositie is mooi, maar daar komen wij niet voor. Het MoMA heeft nl. een grote collectie van de Georgische kunstenaar Zurab Tsereteli in huis. Op dit moment is er zelfs een speciale expositie van hem die gaat over Charlie Chaplin in Tbilisi. Dit is een serie schilderijen waar Charlie Chaplin aan de dagelijkse dingen van Tbilisi deelneemt.

Op de 1e verdieping van het museum hangt de enorme collectie kleurrijke schilderijen en het is maar goed dat Charlie zo’n herkenbaar snorretje heeft want anders hadden we hem zeker niet herkend. Zurab heeft zoals alle kunstenaars een geheel eigen stijl en als je die eenmaal gezien hebt is het heel goed te herkennen.

Tussen de schilderijen staan ook wat beelden van de hand van Zurab. Aan die beelden heeft hij zijn bekendheid eigenlijk te danken. Zijn beelden zijn van het formaat ‘larger than life’ en ook van Charlie heeft hij een enorm bronzen beeld gemaakt.

Na een rondje ‘Charlie in Tbilisi’ gaan we een verdieping hoger om nog een paar van zijn beelden te zien. Hij heeft een paar beroemde collega’s in XXL uitgevoerd. In een kringetje staan o.a. Picasso en Van Gogh en dat is best een fotootje waard.

Op het buitenterrein van het museum vinden we dan nog de ‘Apple of love’, ook van de hand van Tsereteli. Een 9 meter hoge appel waar je naar binnen kan gaan en waar de binnenwand is versierd met, zoals hij zegt: ‘myths of people of the world’. Wij vonden dat het wel wat weg had van de Karmasutra, maar oordeel zelf.

Na het bezoekje aan dit museum zijn we wel van mening dat de naam veranderd moet worden in MoMAoZT (Museum of Modern Arts of Zurab Tsereteli), maar daar gaan we niet over. Wij lopen iets terug naar het Museum of Fine Arts omdat ze daar een gezellig restaurantje hebben en wij wel zin in een bakkie koffie.

Het is inmiddels 13:30 uur en omdat het nog steeds droog is besluiten we maar door te lopen naar de Meidan bazaar aan het Gorgasali-plein, in de wijk Kala in het oude gedeelte van de stad. In het verleden was het gebied een belangrijke handelsmarkt aan de Zijderoute waar kooplieden uit nabijgelegen landen samenkwamen om hun goederen te verkopen. Tegenwoordig is er alleen nog een ondergronds gedeelte van de bazaar over die vooral gericht is op de vele toeristen. Het is een sfeervolle kelder die je niet mag missen als je hier in de buurt bent.

We lopen via de Sioni kathedraal naar de Erekle II straat en kopen onderweg nog een klein souveniertje bij de evangelische boekhandel (het is niet voor niets zondag). Ook vandaag valt weer op hoeveel sympathie er is voor de Oekraïners. Overal hangen geel-blauwe vlaggen en bij sommige restaurants of winkeltjes staat in duidelijke taal hoe er over de Russen en Poetin gedacht wordt.

We nemen een bakkie thee met appelgebak en ijs bij restaurant Kala en lopen daarna terug naar het hotel waar we even wat zaken regelen voor de reisdag van morgen.
Als we ‘s-avonds naar Ribs & Puri lopen om de inwendige mens gerust te stellen is het nog steeds droog. Het weer is vandaag veel beter geweest dan ze voorspeld hadden.

Maandag 17 oktober 2022

Omdat de dame bij de receptie had gezegd dat je in de maandagochtendspits wel wat tijd moest uittrekken voor het ritje naar het treinstation zaten we weer als eersten aan het ontbijt. Even een omeletje met kaas, croissant met jam en een paar wafels naar binnen werken en wij zijn klaar voor de rit naar Batumi.

We laten een Uber (of een Yandex of een Bolt) bestellen en 10 minuten later zitten we in de auto naar het station. De drukte blijkt mee te vallen en een kwartier later staan wij al bij het treinstation. Het is zo’n onbenullig groot stationsgebouw dat heel wat moet lijken, maar eigenlijk helemaal geen uitstraling heeft.

We nemen de roltrap naar boven voor een bakje koffie, maar het lijkt erop dat hier de dag nog moet beginnen. Een kale ruimte met een paar tafeltjes en stoelen en de verlichting staat op duister. We gaan aan het raam zitten zodat we uitzicht hebben op het spoor en niet veel later zien we de trein binnen rollen.

We pakken onze spullen en lopen naar perron 1 waar de erg nieuw aandoende trein staat te wachten. We lopen naar treinstel 1, laten onze tickets en paspoorten aan de conducteur zien en gaan bovenin het rijtuig op zoek naar stoel 54 en 55.
We vinden onze stoelen helemaal voorin het rijtuig en zien dat we dit niet handig hebben gedaan. Twee banken tegenover elkaar waardoor je maar weinig beenruimte hebt.
De trein loopt snel vol en we treffen het wel weer met onze medereizigers. Tegenover zit een jong stel met een kat in reisbak en even later komt er naast ons een ander jong stel zitten die maar liefst drie katten in een reisbox hebben zitten. Laten we de allergietabletjes er maar vast bij pakken!

Het rijdend kattenasiel vertrekt mooi op tijd en we gaan er maar eens goed voor zitten (eigenlijk ook weer niet vanwege de beperkte beenruimte). De minder interessante buitenwijken van Tbilisi gaan aan ons voorbij en voor we het weten zitten we in het enorme landelijke gebied tussen Tbilisi en Kutaisi.
Tot onze opluchting gaat een ander voor een upgrade naar de 1e klasse en Diana schuift als de bliksem op de vrijgekomen stoelen. Dat zit een stuk beter!
Omdat deze trein geen restauratiewagen heeft knabbelen we wat uit eigen voorraad. We hebben nog een paar sesamkoekjes in de tas en daar doen we het maar mee. We houden de katten dan wel in de gaten want ze zouden kunnen denken dat we een stelletje parkieten zijn.

De trein zoeft hier niet met een constante snelheid over het spoor, maar de ene keer is het 25 km/u en dan weer 125 km/u. Het mag de pret niet drukken en het geeft ons bovendien alle gelegenheid om de gehuchtjes waar we langs komen te bewonderen. Eigenlijk is het vooral verwonderen, want het is ongelooflijk hoeveel oude meuk hier voorbij komt. Grote fabriekshallen (Russische tijd?) die verroest en half vergaan zijn, oude treinstellen (ook verroest) waar ze blijkbaar geen andere plek voor hebben en de veel voorkomende vierkante huisjes hebben ook betere tijden gekend (hoewel ze nog wel bewoond zijn). Het doet allemaal een een beetje grauw aan, maar dat komt zeker ook door het pak bewolking dat al de hele reis boven ons hangt.

We stoppen 3 keer om passagiers in- en uit te laden: Kutaisi International Airport, Ureki en Kobuleti en om 15:30 uur zien we dan voor het eerst de Zwarte Zee. Tot onze grote teleurstelling blijkt de Zwarte Zee echter helemaal niet zwart te zijn, maar gewoon blauw!
Batumi is de eindstop voor deze trein en we verlaten met alle medepassagiers de trein en gaan op jacht naar een taxichauffeur. In de praktijk werkt dat natuurlijk andersom; taxichauffeurs jagen op toeristen. Ook wij zijn aan de beurt. Een wat oudere taxichauffeur heeft ons in het vizier en laat niet meer los. Diana onderhandelt een goede ritprijs, maar je weet ook dat als ze niet vloekend weglopen dat je teveel betaalt. Het gaat om duppies en dat kunnen we wel lijden.
We stappen in de stinkende oude Mercedes van de chauffeur waarna hij ons toeterend en tierend naar het hotel brengt. Over het hotel zijn we te spreken: eind goed al goed!

De badplaats Batumi wordt wel de ‘parel van de Zwarte Zee’ genoemd. Het is de hoofdstad van de autonome republiek Adjara, in het zuiden van Georgië, dichtbij de Turkse grens. Dankzij het groeiende toerisme is Batumi inmiddels uitgegroeid tot de op een na grootste stad van Georgië.
We hebben onze bagage op de hotelkamer gegooid en gaan op pad voor een bakkie koffie. Om de hoek zit een Literair Cafe en daar bestellen we een koffie met gebak. Over de d’s en dt’s maken we ons minder druk.

Hoewel het al wat donkerder begint te worden willen we toch ook even over de boulevard slenteren. Snel een eerste blik werpen op de grote gebouwen en natuurlijk de zee. We maken een klein rondje en gaan dan bij restaurant Batumi Kaffee een hapje eten. De lokale gerechtjes smaken ons steeds beter.
Na dit maaltje lopen we terug naar het hotel en kijken naar de prachtig verlichte gebouwen. Daar gaan we morgen zeker meer van zien.

Georgië 1

Woensdag 5 oktober 2022

We gingen op tijd weg vanaf de Loolaan want het is allemaal nog nieuw voor ons. Een te vroege bus bracht ons veel te vroeg op het treinstation, dus moesten we ons daar zien te vermaken. Gelukkig heeft Apeldoorn tegenwoordig een goede stationstrestauratie dus hebben we bij https://stationroyaal.nl een bakkie gedaan.
Daarna de trein van 11:15 uur rechtstreeks naar Schiphol. Wel apart dat een trein naar Schiphol nauwelijks bagageruimte heeft, maar goed.
Om 12:30 uur zijn we op de luchthaven waar we een poging doen bij de self-service check-in, maar onze rugzakken worden geweigerd bij de bagage drop-off omdat Rob de stickers niet netjes geplakt heeft. Dan maar naar de check-in balie en om 13:05 uur staan we in de rij voor de security check. Dit ritueel kost iets meer dan een half uur en tegen tweeën zitten we met een drankje aan een tafeltje met uitzicht op wat KLM toestellen. We zijn zeker niet de enigen die een tafeltje zoeken. Omdat iedereen heel vroeg (veel te vroeg) op Schiphol wil zijn is er veel tijd over. Wel goed voor de horeca

Onze vlucht naar München zou om 17:15 uur vertrekken, maar dat wordt 18:05 uur. Er zitten veel Italianen aan boord en een groot deel is Napoli supporter. De meeste van hen lopen met een Ajax-tasje met daarin een sjaaltje, beker of shirtje. Dit alles ter herinnering aan de fantastische wedstrijd van gisteravond……….
We landen om 19:15 uur op de Franz Jozef Strauss luchthaven in Munchen en wat een verademing is dit na de chaos en viezigheid op Schiphol.
Bij Wiener’s nemen we een bratwurst mit pommes. We hadden wel trek gekregen na zo’n lange vlucht.

Tegen 21:00 uur melden we ons bij gate H01 en nemen plaats op een paar lekkere ligstoelen tot wordt omgeroepen dat we kunnen inchecken. We gaan door het poortje en lopen een trap af, maar in plaats dat we via een slurf naar het toestel gaan komen we bij een achterdeurtje uit. Daar moeten we wachten tot we in een bus geladen worden om vervolgens een toeristische tourtje over het luchthaventerrein te maken naar onze Airbus A320. Onderweg zien we zelfs nog een toestel van Aeroflot staan; dat is toch best zeldzaam in Europa these days.

Het toestel zit propvol en gelukkig zitten achter en naast ons kleine kinderen; altijd gezellig. Nadat de piloot ons gerustgesteld heeft met de mededeling dat de vlucht slechts 3 uur en 40 minuten zal duren gaan de lichten uit en doen wij onze ogen dicht.

Donderdag 6 oktober 2022

Om 04:05 uur (in NL is het dan 02:05 uur) schrikken we wakker van de cabineverlichting die aan gaat. Er wordt ons in het Duits en Engels verteld dat we ons moeten vastsnoeren want de landing wordt ingezet. Om 04:25 staan we al aan de gate, dus echt wakker worden is er niet bij. We verlaten zo snel mogelijk het vliegtuig, omzeilen een berg passagiers van Turkisch Airlines die vrijwel gelijk met ons zijn geland en gaan in de rij bij de douane staan. Een half uurtje later hebben we de stempels van Georgie in ons paspoort en gaan we naar belt 3 voor onze rugzakken. Na een minuut of twintig beginnen we wat overmatig te transpireren want onze bagage hebben we nog steeds niet voorbij zien komen. Het zal toch niet dat wij ook slachtoffer zijn van de bagage-soap van dit jaar, maar na een half uurtje ziet Diana de felblauwe tassen met de cyclaamkleurige banden eindelijk de band op rollen. We hangen de rugzakken over onze schouder en lopen de schuifdeuren door. Recht voor ons hang een a4’tje met daarop in vette letters Robert Petersen and Diana Smies. We lopen samen met onze chauffeur het luchthavengebouw uit en nemen plaats in de dikke Audi waarmee hij ons in een half uurtje naar het hotel brengt. Inchecken, naar de kamer, rugzakken in de hoek, uitkleden en snel het bed in. Het is 06:05 uur we kunnen nog wel een paar uurtjes te slapen.

Een krappe drie uur later besluiten we toch maar weer in beweging te komen. We kleden ons aan en gaan naar beneden voor het ontbijt. Het is een schattig klein hotelletje met goede kamers en een prachtige binnentuin waar we kunnen ontbijten. Het ontbijt wordt geserveerd en de keuze is ruim.
Na het ontbijt gaan we naar de receptie want we hebben vandaag een behoorlijke boodschappenlijst en daar hebben we wel wat hulp bij nodig: ov-pasjes, sim-kaart, treinkaartjes naar Batumi en natuurlijk geld! Bij de receptie is Veriko erg behulpzaam en we gaan met goede zin op pad,

Eerst op zoek naar de Bank of Georgia om geld te pinnen. Een paar jaar geleden in Kazachstan bleek geld pinnen niet zo eenvoudig te zijn, dus we waren op het ergste voorbereid. Het bankgebouw hadden we snel gevonden maar toen we bij een bankmedewerker vroegen of we met onze Maestro kaart terecht konden gaf hij ons weinig hoop. Wonder boven wonder was het gelijk raak en hebben we onze eerste lari gepind.
Na deze geslaagde transactie liepen we door naar Liberty Square omdat daar een soort van reisburo zou moeten zitten die tourtjes naar de kloosters van Davit Gareja organiseert. Het reisburo is nergens te vinden en ook navraag bij naastgelegen hotels leverde niets op. Een aardige Georgiër wilde wel even bellen naar het nummer dat op de Facebook pagina staat, maar het nummer is niet meer in service. Dat is een tegenvaller! Gelukkig komen we nog een paar keer terug in Tbilisi, dus Davit Gareja is nog niet helemaal verloren.

We lopen even terug naar het hotel om een paspoort op te halen. Dat heb je nl. nodig als je een sim-kaart wilt kopen, maar ook voor het reserveren van de trein. Met het paspoort op zak lopen we over Rustaveli Avenue naar het kantoor van telecombedrijf Magti. Rustaveli Avenue is aangelegd in de tijd van de tsaren en moes van Tbilisi een stad van allure maken. Er staan statige gebouwen waarvan een aantal uit het Russische tijdperk stammen. Een aantal van die statige gebouwen worden door oude Georgiërs gebruikt als achtergrond om hun prullaria uit te stallen.

Nadat we de sim-kaart hebben bemachtigd lopen we door naar Rustaveli Square waar we bij het gelijknamige metrostation een paar ov-kaartjes kopen. Deze kaartjes willen we gelijk uitproberen dus we duiken de diepte van dit metrostation in. Dit metrostation kan niet tippen aan de metrostations die we in Kazachstan gezien hebben. Dat waren volwaardige monumenten, levende musea, maar dit is een muffig station waar oude, rammelende metrostellen voorbij razen.
We nemen de metro naar het treinstation om een paar treinkaartje naar Batumi te kopen en als we deze in de tas hebben, gaan we met de metro terug naar Liberty Square. Het was inmiddels 12:00 uur en na een korte pitstop voor een hapje en een drankje gaan we terug naar het hotel. Inmiddels heeft Veriko een Toyota Prius op de kop weten te tikken bij een bevriend verhuurbedrijf, dus dat is ook geregeld.

Nu wordt het toch eens tijd om wat van Tbilisi’s bezienswaardigheden te gaan bezichtigen en laten we dan maar gelijk beginnen met het meest vreemde object van de stad. Op een steenworp afstand van ons hotel staat de klokkentoren die gebouwd is door een bekende poppenspeler uit Tbilisi. Elk uur komt er een engeltje uit een luikje van deze schot-en-scheve toren om met een hamer tegen een klok te slaan.

We besluiten om naar de andere kant van de Koera rivier te gaan. We lopen via een voetgangerstunneltje naar de Baratshvili brug en ondanks dat de pislucht in het tunneltje zo scherp is dat je neusvleugels krom trekken, blijven we toch even staan om te genieten van de kunst die de lokale graffiti-artiesten hebben achtergelaten op de muren van het tunneltje, om vervolgens snel naar de frisse lucht te rennen.

Aan de andere kant van de rivier lopen we een paar honderd meter omhoog naar de Holy Trinity Tsminda Sameba kathedraal. Deze kathedraal wordt ook wel het symbool van het nieuwe Georgie genoemd. De schoonheid en afmetingen van de pas in 2004 gebouwde kathedraal zijn adembenemend en verheft zich op de heuvel van St. Ilya. De Sameba is met 101 meter de hoogste kerk in Georgie. Ter vergelijking: voorheen werd de Alaverdi kathedraal in Kacheti met 50 meter als de hoogste beschouwd. De gouden koepel van de Sameda is vanaf elk punt in Tbilisi te zien.

Na een bekertje Lagidze frisdrank beginnen we aan de afdaling naar de rivier om die via de Bridge of Peace over te steken. Deze brug wordt ook wel de Always Ultra brug genoemd. Hij doet blijkbaar een beetje denken aan een glazen inlegkruisje van een bekend maandverbandmerk. Wij zeggen: oordeel zelf.

Ondanks het slaaptekort hebben we er toch een aardige eerste dag in Georgie van weten te maken en zoiets moet natuurlijk afgemaakt worden met een Georgisch diner. Bij BalconY, een klein restaurantje naast ons hotel, bestellen we een lobio en khachapuri. Het blijken beide nogal zware gerechten te zijn, dus we maken ons bordje niet leeg.

Vrijdag 7 oktober 2022

De dag begint wederom met een heerlijk ontbijt: eggs Benedict en wafels en een enorme bak thee. Daar kunnen we wel aan wennen. Daarna tandjes poetsen en weer op pad.

Hoe kun je de dag beter beginnen dan met een bezoek aan de kerk. Vlak bij ons hotel is de Anchiskhati kathedraal, de oudste overgebleven kerk van Tbilisi. Dit schattige kleine kerkje is in de 6e eeuw gebouwd door de zoon van koning Gorgasali (je weet wel…). De verweerde fresco’s en muren van grote blokken steen verraden zijn leeftijd. De kerk-huishoudster is net de stenen vloer aan het schrobben. We willen haar niet van het werk houden dus gaan weer verder.

Volgens Diana is Kvatz een leuke koffietent dus daar gaan we vandaag eerst naar toe. Onderweg lopen we nog even over de bloemenmarkt. Markt is misschien wel een beetje overdreven want er staan een tiental vaste bloemenstalletjes waar dagelijks bloemen worden verkocht. Vooral de enorme dahlia’s staan er prachtig bij. Normaal gesproken neem je zo’n bos mee voor je (schoon)moeder, maar dat gaat nu helaas niet.

Kvatz is honderd meter verderop, maar die tent gaat pas om 11:00 uur open dus lopen we een rondje door deze buurt. In tegenstelling tot Old Tbilisi,de wijk waar ons hotel staat, is dit een hippe wijk met veel chique koffieshops waar loungesets buiten staan te wachten tot er gasten in ploffen.
Als we weer terug zijn bij Kvatz is de zaak net geopend. We nemen plaats en bestellen een koffie. We moeten hier zeker nog een keer naar toe en niet alleen voor de koffie. Vanaf 12:00 uur is er een kunstenaar aanwezig die jouw portret op een koffiebeker tekent.

Onze volgende bestemming is het Narikala fort, maar we lopen eerst nog even langs het hotel om wat informatie over de bus naar Sighnaghi te verifiëren.
Van ons hotel gaan we dan naar de Metekhi brug waar we de klim naar het fort op de heuvel beginnen. We hadden ook met een kabelbaan omhoog kunnen gaan, maar waarom makkelijk doen als het moeilijk kan. Het bespaart ons ook nog eens 70 cent per persoon!
Het fort is een van de oudste bouwwerken in Tbilisi, een stadsicoon, dus die mogen we niet missen. Waar je je ook bevindt, het leven in Tbilisi speelt zich af in de schaduw van het Narikala-fort. Sinds de 4e eeuw heeft elke gebeurtenis in de straten van het oude Tiflis, Narikala als achtergrond gehad.

Het fort is sinds een explosie van Russische munitievoorraden in een ruïne veranderd, maar de uitzichten over Tbilisi zijn geweldig. De 70 cent die we bespaard hebben besteden we aan een drankje op een terrasje met een waanzinnig uitzicht over de stad.

Niet ver van het fort staat een monumentaal standbeeld van Kartlis Deda, oftewel de “Moeder van Georgië”. Dit 20 meter hoge standbeeld is een symbool van het Georgische nationale karakter: het beeld houdt een wijnglas voor gasten in de ene hand en een zwaard voor vijanden in de andere.

Na tweeën beginnen we aan de afdeling en ook dit doen we weer te voet (kassa!). We slingeren over steile straatjes tussen de huizen door. In dit gedeelte van de stad waan je je in een bergdorpje in plaats van de hoofdstad van Georgie.

Als we beneden zijn aangekomen gaan we over de Metekhi brug naar de historische Metekhi kerk en het standbeeld van koning Vakhtang Gorgasali. Op deze strategische plek bouwde Vakhtang Gorgasali zijn paleis en de eerste kerk toen hij in de 5e eeuw Tbilisi tot zijn hoofdstad maakte. De huidige kerk werd tussen 1278 en 1289 gebouwd door koning Demetre Tavdadebuli en is sindsdien vele malen gereconstrueerd. Men denkt dat het gebouw een kopie is van de 12e-eeuwse kerk van koning David de Bouwer (broer van Bob) op deze plek, die in 1235 door de Mongolen werd verwoest.
Als we het kerkje binnen gaan is er net een dienst aan de gang. Het gaat er serieus aan toe; een aantal kerkbezoekers ligt zelfs op de knieën naar de preek te luisteren.
Wij nemen nog even plaats op een bankje in de tuin naast de kerk een laten de indrukken vandaag even zinken.

We steken de rivier over via de maandverband-brug en lopen het restauranten-straatje Erekle II in. Het is inmiddels 16:30 uur en omdat we na het ontbijt niets meer hebben gegeten besluiten we hier maar even een plekje te zoeken. Dit keer geen Georgische maaltijd, maar het smaakt er niet minder om. In dit gezellige straatje komen we nog wel eens terug.

Na een korte pitstop bij het hotel lopen we door naar het chique wijkje van vanochtend, dit keer om het avondleven van Tbilisi uit te proberen. We gaan op het terras bij Ribs & Piri zitten en net als we de kaart hebben gekregen loopt er een gezin naar binnen waarvan zoonlief een blauw shirt met nr. 77 en de naam Kvaratskhelia aan heeft. De 1-6 blijft ons wel achtervolgen.

Zaterdag 8 oktober 2022

Vandaag begint onze trip eigenlijk pas echt want vandaag is onze eerste reisdag. We starten met een te uitgebreid ontbijt bij ons hotel, dan de dagrugzakken ingepakt met spullen voor 2 dagen waarna we de grote rugzakken in de opslag bij het hotel achterlaten.
We nemen de metro bij Liberty Square naar station Isani, want daar kunnen we de maschrutka naar Sighnaghi nemen volgens de hulpvaardige receptioniste van ons hotel. De maschrutky staan op een steenworp van het metrostation opgesteld dus we lopen erheen en vragen in ons beste Russisch waar de maschrutka naar Sighnaghi staat. Laat ik een lang verhaal kort maken; na een paar Russische pogingen blijken we op het verkeerde metrostation te zijn uitgestapt. We stappen dus weer in de metro en gaan naar station Samgori en daar vinden we wel onze maschrutka naar Sighnaghi. De oude gele Mercedes bus vertrekt om 11:00 uur, maar we gaan ruim voor half elf al in de bus zitten omdat deze snel vol raakt. Om 10:55 uur zit de bus (over)vol en gaan we op weg.

We hebben al heel wat busreizen gemaakt tijdens onze reizen, maar dat waren altijd grote bussen met redelijk comfortabele stoelen. Dit is een ander verhaal, want een maschrutka is een kleine bus met weinig beenruimte en smalle oncomfortabele stoelen. Gelukkig duurt het ritje maar 2 uur anders was ons onderlijf gevoelloos geworden.
Het kost wat moeite om Tbilisi uit komen want de wegen zijn zelfs op zaterdag erg vol. Na het ‘einde bebouwde kom’ bordje wordt het al snel beter en schieten we lekker op. De chauffeur rijdt heel beschaafd dus we kunnen met een gerust hart van de omgeving genieten. Na een uurtje rijden we de wijnstreek Kakheti binnen en zien we gelijk al de enorme akkers met wijnranken. We gaan hier niet ontkomen aan een glaasje wijn (of twee).

Iets voor enen arriveert onze maschrutka bij het busstation van Sighnaghi en lopen we het laatste stukje naar ons hotel. Daar blijkt alleen de schoonmaakster aanwezig te zijn en omdat haar Engels van hetzelfde nivo is als ons Russisch belt ze de eigenaar en krijg we zo’n via-via telefoongesprek. Uiteindelijk wordt duidelijk dat we pas om 14:00 uur kunnen inchecken dus we gaan naar een leuk restaurantje iets verderop. Daar bestellen we wat te drinken een een heerlijke bruschetta ‘Georgie-style’.

Na deze lunch gooien we de overtollige bagage op onze kamer en gewapend met zonnebril en camera gaan op weg naar de verdedigingsmuur die rondom Sighnaghi ligt. Deze verdedigingsmuur is in de 18e eeuw gebouwd door koning Erekle II en heeft een lengte van ongeveer 5km met 23 uitkijktorens. Een mini-uitvoering van de Chinese muur eigenlijk.
Op weg naar de muur wordt duidelijk dat hier wel vaker toeristen komen. De toeristenstalletjes staan naast elkaar met veelal dezelfde producten. De oude moekes van Sighnaghi proberen zittend op een krukje hun waar te slijten. De koelkastmagneten zijn erg populair, maar ook de lekkernij churchkela, Georgische poppetjes en zelfs mutsen van schapenvacht.

Om het de toeristen makkelijk te maken is er een soort wandelpad tegen de muur aangemaakt. Ook wij wandelen op deze manier een paar honderd meter langs de muur terwijl we genieten van het uitzicht over de Alazani vallei. Je zou van hier ook de Grote Caucasus moeten kunnen zien maar daarvoor is het vandaag niet helder genoeg. Als we bij een van de uitkijktorens weer op een souvenirstalletje stuiten keren we om en lopen we terug naar Sighnaghi. Er staat nog meer op het programma van vandaag.

We besluiten gelijk door te lopen naar onze volgende bestemming: het Bodbe klooster. Het is een wandeling van 2km met de nodige hoogtemeters, dus onze kuitjes krijgen er weer van langs vandaag.
Het Georgisch Orthodoxe klooster stamt oorspronkelijk uit de 9e eeuw, maar heeft heel wat opknapbeurten gehad waardoor het er allemaal spik-en-span uitziet. Alleen in het kleinste kerkje is te zien dat al heel wat eeuwen heeft doorstaan. Prachtige verweerde fresco’s, maar helaas mogen we ook hier weer niet fotograferen. Het klooster is een bedevaartsoord gewijd aan de heilige St. Nino die hier begraven ligt. Op het terrein staat ook een nieuwere kathedraal die er prachtig uit ziet.

We wandelen terug naar downtown Sighnaghi en onderweg staan we een paar keer stil om opnieuw te genieten van het uitzicht op het dorp en de achterliggende vallei. Terug in Sighnaghi gaan we bij het restaurant naast het busstation wat drinken. We willen morgenvroeg naar de markt in Kabali en moeten daar nog vervoer voor regelen. Na de versnapering gaan we naar het busstation in de hoop daar een taxichauffeur tegen te komen waar we een deal mee kunnen sluiten. Helaas is hier geen taxi te bekennen, maar verderop in de stad zien we een potentieel slachtoffer. We spreken de chauffeur aan, maar al snel blijkt dat we ook nu weer de via-via aanpak nodig hebben. De chauffeur belt een vriend die Engels spreekt en de telefoon gaat van hand tot hand tot we een deal hebben. Hij pikt ons morgen om 07:00 uur op bij het hotel en we krijgen 2 uur de tijd om op de markt te neuzen.

Bij het hotel gaan we op het balkon zitten om de blog bij te werken. We zien de zon onder gaan en dan merken we ook dat Sighnaghi op 800 meter hoogte ligt want het wordt snel kouder. We trekken een jasje aan, maar heel lang blijven we hier niet meer zitten. Het is tijd om een restaurantje op te zoeken.

Dat viel nog helemaal niet mee, een restaurantje vinden waar je binnen kan zitten en waar je niet alleen zit. Uiteindelijk gaan we aan het begin van het dorp een restaurant naar binnen waar de gezelligheid van donker eiken je tegemoet komt. Achter in de zaak zit een groot gezelschap aan een lange tafel, dus alleen zijn we zeker niet. Dat het ook iets te veel van het goede kan zijn blijkt als het gezelschap de muziek op standje knetterhard zet. Wij gaan snel verkassen naar een andere kamer. Hier staat dan wel de tv aan, maar dat geeft minder herrie dan de feestende Georgiërs. Hier kunnen we mekaar tenminste verstaan.
Uiteindelijk is het een goede keus, want het eten is heerlijk en de prijs laag. Na het eten nemen we nog een kopje koffie bij een ander restaurantje en dan snel naar het hotel want morgen moeten we er weer vroeg uit.

Zondag 9 oktober 2022

Om 06:30 uur werden we wakker van het gepiep van de wekker. Je moet er wat voor over hebben als je hier naar de markt wilt gaan! Snel even wassen, tandjes poetsen en dan naar onze taxi die op de andere hoek van de straat al klaar staat. We slingeren van Sighnaghi naar beneden en dan geeft onze chauffeur eens goed gas. Er is bijna geen verkeer op de weg dus het lijkt verantwoord. We hebben drie kwartier nodig om bij de markt van Kabali, op ongeveer 30 km van de Russische grens, te komen en we zijn niets te vroeg, want de markt is al in volle gang.

Het is een drukte van jewelste. Rijen auto’s en busjes staan langs de weg geparkeerd en dienen als marktkraam. De achterklep staat open zodat de koopwaar goed te zien is. We lopen langs de auto’s en gluren af en toe in een achterbak. Het aanbod bestaat voornamelijk uit groente en fruit. Knoflook in overvloed, tomaten, komkommers en witte kool die per stuk wordt afgewogen.

Iets verderop is de afdeling varkensvlees. Dit keer geen stukken varkensvlees aan een haak, maar levende varkens in kooien, karretjes en in de achterbak van auto’s. Het is duidelijk dat we in Nederland het potentieel van de kofferbak nog niet volledig benut hebben. De varkensboertjes kijken wel een beetje verbaast als ze ons tussen de roze beestjes zien lopen, maar laten ons lekker onze gang gaan.

We lopen ook nog even langs de non-food afdeling maar kunnen hier niet slagen, dan maar door naar de koeien-afdeling. Het lukt ze niet om koeien in de kofferbak te vervoeren, maar een Lada met 1-koe aanhanger is populair veevervoer. We manoeuvreren tussen de koeienvlaaien door want het is niet prettig voor de terugweg als onze schoenzolen vol koeienstront zitten.

Na een uur op de markt te hebben rondgelopen gaan we terug naar onze taxi. We gluren links en rechts nog in wat markt-wagens en zien dat sommige marktlui al bijna los zijn. Door de geparkeerde marktwagens is de weg zo smal geworden dat we af en toe aan de kant moeten springen als er een wagen wil passeren. Hier geldt de wet van de grootste (Lada).

Onze chauffeur is druk bezig met de buurman die een grote zak uien aan het wegen als hij ons aan ziet komen. Hij lijkt verrast om ons al terug zien en doet gelijk de deuren van de taxi open. We springen erin (na onze schoenzolen gecheckt te hebben) en iets voor negenen zijn we weer op de weg terug.

In Sighnaghi gaan we eerst op zoek naar een ontbijtje, maar dat blijkt nog een hele uitdaging. We lopen de hele hoofdstraat af en pas helemaal aan het einde vinden we een guesthouse waar we kunnen ontbijten. Het is in Georgie overigens heel normaal dat de restaurantjes pas na tienen open gaan voor ontbijt; het zijn late-risers die Georgiers.
Het ontbijt dat we krijgen voorgeschoteld is niet van dezelfde kwaliteit als in Tbilisi, maar we klagen niet (of maar een klein beetje).

Nu onze buikjes weer gevuld zijn lopen we de de gezellige hoofdstraat met al z’n balkonnetjes weer naar beneden en gaan we even naar onze hotelkamer. Onderweg nemen we eerst een bakkie lekkere koffie bij restaurant Koloriti en dan gaan we even op het balkonnetje bij het hotel zitten en kijken genieten we met de foto’s nog even na van het marktbezoek van vanochtend.

Eigenlijk hebben we voor de middag niet zoveel meer op het programma staan. We willen ergens nog een souvenir-kinkali op de kop tikken en onze kuiten wat rust geven want het loopt hier allemaal op of af.
Niet ver van ons hotel is een uitkijktoren die we nog even willen bekijken dus daar gaan we eerst maar heen. We lopen toch maar weer omhoog en betalen een Lari p.p. om bovenop de uitkijktoren te mogen. Het uitzicht is niet veel beter dan wat we gisteren al gezien hebben, dus heel lang blijven we hier niet hangen.

Bij een van de vele souvenir-kraampjes vinden we dan eindelijk een geschikte kinkali en we nemen gelijk een churchkhela, de langwerpige lekkernij uit Georgie, mee. Onze missie in Sighnaghi is geslaagd. Omdat het vandaag (en vooral vanmiddag) veel frisser is dan de voorgaande dagen gaan we op zoek naar een geschikte plek om een sapje te nemen en die plek is pas geschikt als we binnen kunnen zitten. We proberen het bij wijnlokaal The Pheasant Tears, maar daar zijn alle tafeltjes gereserveerd. Bij een paar andere restaurants is alleen het terras open en daar hebben we geen zijn in dus uiteindelijk komen we toch weer bij Koloriti uit.

Rond 16:00 uur begint het te regenen. We gaan even naar onze hotelkamer om ons op te frissen voor het diner. Met de haartjes in een strakke scheiding gaan we even later op zoek naar een restaurant.
We hebben al een paar keer met een schuin oog naar restaurant Mtevani gekeken omdat het er zo leuk uitziet en vanavond klauteren we de trap op naar dit restaurant. Er zijn een paar tafeltjes bezet en er zit een groep te eten. Wij vinden een tafeltje in de hoek van het restaurant.
We bestellen een drankje en zoeken iets van de Georgische keuken uit. De drankjes worden bezorgd en ……………. het feest kan beginnen!
De grote groep had al een pittig muziekje opstaan, maar nu gaat de volumeknop op max. Er wordt gedanst en gedronken. De ogen van enkele mannen in de groep worden al snel kleiner.
De Georgische maaltjes smaken vurrukkeluk, maar de les van vanavond (en gisteravond) is: ga in Georgie nooit in een restaurant eten waar een grote groep aan een lange tafel zit!

Maandag 10 oktober 2022

We hadden besloten om vandaag de marshrutka van 11:00 uur te nemen dus, geen haast. We gingen om 09:00 uur op zoek naar een plek waar we konden ontbijten en zoals al eerder gemeld is dat nogal een uitdaging in Georgie. Uiteindelijk landen we weer bij hotel Traveler, maar niet zozeer vanwege de gezelligheid. We gooien een gebakken ei en wat brood naar binnen en lopen dan terug naar het hotel om onze bagage op te halen. We zijn vroeg op het busstation, maar dan hebben we in ieder geval een zitplek.

De minibus die ons terugbrengt naar Tbilisi is zo mogelijk nog aftandser dan het vehikel van de heenweg. Maar goed, dit is zo’n beetje de standaard voor het openbaar vervoer in Georgie dus we doen het er maar mee. Een paar minuten voor elf begint het te onweren en regenen; ook dat nog. Gelukkig doen de ruitenwissers het naar behoren want het is een stevige stortbui. Heel spannend wordt zo’n terugweg niet dachten we, maar we hebben dit keer een chauffeur die alleen maar standje ‘plank gas’ kent. We doen maar net alsof het allemaal heel normaal is.
Na een uurtje blijkt de chauffeur toch een beetje teveel van z’n bus gevraagd te hebben; hij heeft steeds meer moeite om ‘m in de versnelling te krijgen. We tellen de kilometers af want we hebben niet veel zijn in een verplichte wandeling.
Gelukkig redt de versnellingsbak het tot Tbilisi en worden we netjes op het station afgezet.

We hebben nog wat lari op onze Metromoneycard staan dus we springen bij station Samgori in de metro en gaan op weg naar ons vertrouwde hotelletje in de oude wijk van Tbilisi. Dat in de metro springen gaat een beetje op de gok want de borden geven ons geen duidelijkheid over de juiste richting.
Bij het hotel zijn ze ons gelukkig nog niet vergeten dus zijn we snel ingecheckt.

Nu eerst maar even naar de bank om wat euri te wisselen zodat we morgen de huurauto kunnen betalen.
Voor ons geld gaan we ook naar een bekend adresje: de Bank of Georgia aan de Nikoloz Baratashvili street. Dit keer gaan we het gebouw in, trekken een volgnummertje en wachten op onze beurt. Al snel mogen we naar loket 2 waar een allervriendelijkste dame 400 euro wisselt voor iets meer dan 1000 lari.

Het is inmiddels 14:30 uur en we gaan eerst even ons caffeine gehalte een boost geven bij Kvartz. Na een dubbele espresso voelt het allemaal al een stuk beter en besluiten we iets verderop nog wat te gaan eten bij Ribs & Puri.
Daar wordt de inwendige mens weer blij van dus we kunnen weer op pad. We hebben al veel gezien in Tbilisi, maar er zijn nog wel een paar dingetjes die de moeite waard zijn.

De naam Tbilisi duikt in de geschiedenis voor het eerst op in de tweede helft van de 4e eeuw, toen koning Varaz-Bakoer I van Iberië op deze plek een fort liet bouwen.
Volgens de legende was de koning op jacht in de bossen met een havik. Toen de havik een fazant gevangen had, verdwenen beide vogels in het ravijn. Toen de koning naar ze op zoek ging kwam hij warmwaterbronnen tegen. Hij was daar zo van onder de indruk dat hij beval het bos te rooien en er een stad te stichten. De naam van de stad is afgeleid van warm: ‘Tpili’. De naam ‘Tbili’ of ‘T’pilisi’ (‘warme locatie’) werd dus aan de stad gegeven vanwege de aanwezigheid van zwavelzuurrijke warmwater-bronnen.
Tijdens een bezoek aan Tbilisi mag een bezoek aan de zwavelbaden niet ontbreken en daarom gaan we maar een kijkje nemen in de wijk Abanotubani. Het kost ons een half uurtje om er te komen, maar omdat het al laat is besluiten we de kleren dit keer aan te houden. Misschien een volgende keer.

Op weg naar Abanotubani kwamen we langs de Sioni kathedraal en hoewel we al heel wat kerken gezien hebben konden we deze niet overslaan want hier mochten we eindelijk eens in de kerk fotograferen en dat willen we de trouwe lezers van dit blog niet onthouden.

Omdat de zon zo lekker schijnt vandaag willen we na het bezoek aan de wijk Abanotubani nog een keertje omhoog naar het Narikala fort. Dit keer geen klautertocht naar boven, maar met de kabelbaan. Voor ongeveer 75 cent brengt een moderne 8-persoons cabine je naar boven.
Het uitzicht is fantastisch vandaag en we zijn inmiddels in staat alle bekende plekjes te herkennen van bovenaf. Lang blijven we niet boven en hoewel de afdaling te voet niet heel zwaar is nemen we naar beneden toch ook maar de cabinelift.

Na deze wintersportervaring lopen we over de Metekhi brug naar het Rike park. Als we de Metheki kathedraal staan te bewonderen zien we een tweetal kleine kapelletjes aan de rand van de Koera rivier die we eerder niet gezien hebben. Wat een zonnetje al niet kan doen.

We lopen het Rike park door op zoek naar een oude bekende. Ergens in dit park zou Ronald op een bankje moeten zitten. Met behulp van Google Maps weten we hem te traceren en het is een hartelijk weerzien.
Op een bronzen bank zit een bronzen beeld van Ronald Reagan.
Dit beeld werd op 23 november in het centrum van Tbilisi onthuld door president Saakasjvili en de Amerikaanse congresdelegatie, waarbij de Georgische leider tijdens de ceremonie zei dat het standbeeld het verschil symboliseert tussen de ideologieën van Georgië en zijn noordelijke buur. Leuk detail is dat Ronald met een glimlach op z’n gezicht in de richting van die buur kijkt. Op het bankje staat een inscriptie met een bekende quote van Ronald: ‘Freedom is never more then one generation away from extinction’.
Ook leuk om te weten: voormalig president Saakasjvili woonde in 2018 met z’n Nederlandse vrouw in Terneuzen (in ballingschap) omdat hij bij verstek was veroordeeld voor machtsmisbruik. In 2019 ging hij korte tijd naar Oekraine om in oktober 2021 terug te keren naar het land waar het voor hem allemaal begon. Daar werd hij al snel gearresteerd.

Terug in het hotel reorganiseren we de rugzakken in verband met de reis van morgen. Het is in Stepantsminda een aantal graadjes kouder dan in Tbilisi en dat betekent een andere garderobe bovenin de rugzak.
Als alles weer op orde is gaan we maar weer naar het hippe gedeelte van de stad om een hapje te eten. We belanden weer bij Ribs & Puri omdat we het zo’n gezellige tent vinden.
Na een heerlijk maaltje gaan we iets verderop bij Kvartz een bakkie doen (kan geen verrassing zijn). We hebben geluk vanavond want de huis-tekenaar is aanwezig en die kalkt jouw portret op een koffiebeker. Zie hier het resultaat en oordeel zelf (hebben wij ook gedaan)