Sri Lanka 1

Maandag 6 november

Op schiphol heeft de douaneambtenaar plaats gemaakt voor een automaat. Paspoort in een gleuf, een camera neemt je foto en je mag door. Dit klinkt fantastisch, maar gaat niet perse sneller. Bij het inchecken waren we gelijk aan de beurt, bij de bagagecontrole konden we onze spullen gelijk in de bakken gooien, maar bij de douane-robot stond een enorme rij. Niet alleen lijken de machines moeite te hebben met scherpstellen, ook de (nog) oudere mede-reiziger had behoorlijk wat moeite met de werking van het apparaat.

Na deze eerste beproeving was het tijd voor een kleine familie-reunie. Samen met Rene drinken we wat bij de bakkerij in Lounge 3. Na wat koetjes en kalfjes gaan we tegen enen naar gate G9. De bigbird van Emirates staat te glimmen aan de slurf. We kijken vanaf een soort luxe kruk naar de drukte op Schiphol in afwachting van de oproep om te gaan boarden.

Het boarden verloopt gladjes en nadat de enorme hoeveelheid passagiers is ingestapt, vertrekken we mooi op tijd. We hebben weer het geluk dat we met z’n tweeen drie ruime zitplaatsen hebben, dus we gaan er maar weer eens goed voor zitten. In de menukaart lezen we dat er tussen kip en rundvlees gekozen moet worden, we gaan allebei voor de kip, maar dat is geen groot succes. Gelukkig hebben we nog een reep chocola in de handbagage gepropt.

Het zeer uitgebreide entertainmetprogramma helpt ons door de vlucht heen en als we na een paar uur weer eens de voortgang van onze vlucht op het scherm bekijken, zien we dat we net Iran binnen vliegen. We volgen de lijn Tabriz, Qazvin, Esfahan, Shiraz, een route die we vorig jaar met de bus hebben gedaan. Piet piloot had ons na het vertrek al beloofd dat we 5 minuutjes na middernacht (Dubai-tijd) zouden landen en hij blijkt een man van de tijd te zijn.

Dinsdag 7 november

Het vliegtuig stroomt leeg en via lift, trein en nogmaals lift bereiken we de vertrekhal voor onze vlucht naar Colombo. We eten een broodje en een bak sla bij Camden food co. en gaan dan op weg naar pier B16. Daar zijn ze al begonnen met inchecken, dus we sluiten maar gelijk aan. De 777 die ons naar Colombo moet brengen zit veel voller dan de 380 van vanochtend. Hier dus geen 3-zits bank voor ons tweeen. We horen de piloot zeggen dat de vlucht naar Colombo iets minder dan 4 uur gaat duren. Een snel rekensommetje levert een aankomsttijd van 08:20 uur op.

De formaliteiten op de luchthaven van Colombo vallen mee en nadat we wat kleurrijk geld hebben gepind en een lokale simkaart hebben gekocht gaan we op zoek naar een bus. De bussen staan niet meer waar ze volgens de Lonely Planet zouden moeten staan, maar met een beetje hulp van wat omstanders vinden we uiteindelijk de fraaie bus. We weten gelijk dat we onze verwachtingen bij moeten stellen, want zulke armetierige bussen hebben we nog niet vaak gebruikt voor de langere afstanden. Na een kwartiertje is het oude barrel redelijk vol gestroomd en gaan we op weg. Het verkeer is hier net zo hectisch als in India of Thailand, maar na een uur staan we dan toch op het busstation van Colombo. Dan nog een paar minuten met de tuktuk naar ons hotel en onze reis van ruim 21 uur zit erop.

Na een bak koffie een een vruchtentaartje gaan we dan maar te voet op pad. Eerst even door het oude Nederlandse ziekenhuis en dan op zoek naar de Clocktower omdat deze bezienswaardigheden op een steenworp van ons hotel zijn. In de buurt van de Clocktower worden we aangesproken door een man die zegt dat hij in een naburig hotel werkt. Hij vertelt dat hij naar een grote ceremonie gaat en vraagt of wij dat ook leuk vinden. We hebben niets gepland dus dat lijkt ons wel wat.

We lopen richting de zee, maar na een kwartiertje vragen we hoe ver het nog is. Hij zegt dat het in een ander wijk is, dus we besluiten dan maar een tuktuk te nemen. Hij gaat met ons mee. Onderweg wijst hij ons nog op een mooie Hindoeistische tempel, waar we even stoppen voor een foto.
Na zo’n 10 minuten komen we bij de tempel aan waar de ceremonie zou zijn. We gaan naar binnen, maar van een ceremonie is weinig te merken. Het is ook eigenlijk geen ceremonie, zegt hij dan, maar het is heel speciaal dat je hier naar binnen mag; dat kan maar twee keer per jaar. Op ons ticket lezen we dat we bij het Gangaramaya klooster zijn en dat is inderdaad een plek die in de reisboeken aangeraden wordt. We lopen een minuut of 10 rond en behalve mooie Boedhas, een oude boom en een olifantenkop aan de muur, zie we ook veel oude Hollandse ‘troep’; wapens, sieraden en VOC-servies staan opgesteld in vitrines.

We kruipen weer in de tuktuk en laten ons naar de Pettah-markt brengen, daar aangekomen schrikken we van de prijs die de tuktuk chauffeur vraagt; bijna 25 euro voor iets meer dan een half uurtje toeren. Nu blijkt ook dat ‘de man van het hotel’. onder een hoedje speelt met de tuktuk chauffeur.  We gaan niet accoord met die prijs en bluffen dat ze de politie er maar bij moeten halen. We gaan op een hekje zitten en vragen nogmaals om de politie. Inmdiddels is er al 5 euro van de prijs af, maar het is nog steeds te veel. Na nog wat heen-en-weer geschreeuw komen we uiteindelijk op de helft uit. Nog steeds te veel, volgens ons, maar we laten het er maar bij.

Voordat we naar de Pettah-markt gaan, lopen we nog even naar het treinstation. We weten niet goed hoe het ‘werkt’ met treinkaartjes in Sri Lanka, dus vragen we het na bij een man van de informatiebalie, Hoewel hij ons een auto met chauffeur probeert aan te smeren, adviseert hij uiteindelijk om de treintickets van de populairste treinreisjes, zo vroeg mogelijk te kopen; met al die toeristen kunnen die snel uitverkocht raken. Zo gezegd, zo gedaan. We gaan in de rij staan bij het ticketloket en als we eindelijk aan de beurt zijn kopen we de tickets voor overmorgen naar Anuradhapura. Dan gaan we bij een ander loket weer in de rij staan voor de treintickets naar Ella op 19 november. Na deze geduld-test steken we de weg over en gaan het marktgebouw binnen.

De markthal en de kramen er omheen zien er nogal verwaarloosd uit. De marktkooplui proberen hun koopwaar nog wel zo mooi mogelijk uit te stallen, maar nu het tegen het eind van de markt loopt, is er weinig eer aan te behalen. We besluiten dat we hier morgenvroeg nog maar even naar toe moeten. We wisselen nog wat vriendelijkheden uit met de kooplui en lopen dan terug naar ons hotel. Net voordat we bij het Hilton hotel zijn, woren we dan weer aangesproken door een aardige man. Hij wil weten waar we vandaan komen en als we zeggen dat we uit Nederland komen, vertelt hij dat z’n vader in Nederland woont en dat die helemaal gek is van de TT in Assen. Dan neemt het gesprek een hele vreemde wending; hij vraagt nl. of we naar het Gangaramaya klooster willen omdat daar zo’n mooie ceremonie plaats vindt. We zeggen dat we daar toevallig al geweest zijn en dat we daar niet nog een keer heen gaan. We lopen dan weg bij de man en als we even later omkijken zien we een tuktuk chauffeur naar hem toe rijden. De twee mannen spreken met elkaar en rijden dan samen in de tuktuk weg, waarschijnlijk op zoek naar een volgend slachtoffer.

Woensdag 8 november

We worden rond 8 uur wakker en het lijkt erop dat we de vlucht behoorlijk verwerkt hebben. We nemen een ontbijtje in de koffiebar bij het hotel en maken ons dan op voor een rondje Colombo. Als eerste staat de Pettah-markt op het programma. Het is een hele toer om er te komen; het verkeer is druk en lawaaierig en op het ‘trottoir’ is het ook een gekkenhuis. In de buurt van de markt staan vrachtwagens die vol worden geladen en dat is allemaal nog handwerk. Het is een enorme bedrijfigheid en we moeten uitkijken dat we niet omver gereden worden door de langwerpige karren waarmee de vracht wordt aangevoerd.

De markthal is al even druk en bovendien volgestouwd met vnl. groente en fruit. De kooplui doen weer hun uiterste best om het er allemaal smakelijk te laten uitzien. We worden regelmatig aangesproken, hoewel het Engels vaak niet verder gaat dan ‘Hello’ en ‘where you from’. Colombo is duidelijk geen stad die overspoeld wordt met toeristen, want wij zijn er vanochtend nog niet een tegengekomen op de markt. Na de Pettah-markt steken we de drukke hoofdstraat over naar de Manning-markt waar we gisteren ook al even waren. Ook hier weer veel groente en fruit. De open zolders liggen volgestouwd met lege dozen en kratten en in sommige delen van de markt zijn de muren opgevrolijkt met een fel kleurtje.

Het is weer drukkend warm vandaag, dus we besluiten eerst maar een sapje te gaan drinken. Onder het genot van een groot glas sinaasappelsap bedenken we welk deel van Colombo we nu willen gaan bezoeken. Het wordt de religie-route die iets ten noorden van Pettah ligt.

We lopen eerst naar de Wolvendaalkerk, omdat die het verste weg ligt. We hebben ongeveer een half uurtje nodig om er te komen en slingeren onderweg ook nog even langs de grote moskee die in de steigers staat. De Nederlands gereformeerde Wolvendaalkerk is een beetje vreemde verschijning in het straatbeeld van Colombo, maar de buitenkant heeft zich wel aangepast aan het lokale klimaat. De witte muurverf is er slecht aan toe en groeit overal mos aan de muren. Binnen is het een typische Nederlandse kerk incl. preekstoel en kerkbanken. De informatieborden zijn allemaal ook in het Nederlands vertaald, want de kerk zal voornamenlijk door Nederlanders bezocht worden. In en rond de kerk zijn nog graven uit de 18e eeuw waarvan de grafstenen in het Nederlands zijn.

Na de Nederlands gereformeerde kerk is het de beurt aan Hindoeïstische tempels. We stoppen onderweg nog even bij een bakkertje en happen een paar stukken vers gebakken cake weg. Niet veel verder stuiten we dan op de tempels. Rondom de tempels worden bloemenslingers verkocht die als offer kunnen dienen. De tempels zijn rijk gedecoreerd, maar helaas wel gesloten. We maken wat fotos van de buitenkant en gaan dan op weg naar de volgende geloofsgemeenschap.

Aan de 2nd Cross Street staat de Jami Ul Alfar moskee. Deze rood-en-wit geschilderde moskee is een imposante verschijning en in tegenstelling tot de meeste andere gebouwen verkeert de moskee in zeer goede staat. Volgens goed Moslim-gebruik mag Diana niet mee naar binnen, dus Rob kan eindelijk eens iets in alle rust bewonderen. Die Moslim-mannen hebben dat best goed voor elkaar! Nadat we we de moskee uit alle hoeken gefotografeerd hebben, gaan we op weg naar de laatste geloofsovertuiging.

De Seema Malakaya tempel is te ver om te lopen (of wij zijn inmiddels te moe om te lopen), dus we duiken in een tuktuk en laten ons voor de tempel afzetten. Deze Boeddhistische tempel staat op een vlonder in een meertje en rondom het hoofdgebouw zijn vele gouden Boeddhaatjes te vinden. Er heerst een serene rust temidden van het voortrazende verkeer. Electriciens (mannen met een schroevendraaier) zijn druk bezig het tempeltje aan de buitenkant te voorzien van honderden buitenlampjes. Het zal een fraai gezicht zijn als al die lampjes op het meertje aan gaan. Hiermee zit onze religie-tour erop en hebben we wel een versnapering verdient.

We hebben nog niet veel van Colombo-aan-zee gezien, dus dat lijkt ons wel een goede plek voor de lunch. Rond 2 uur ploffen we neer bij bistro Sugar aan Galle Road. Onder het genot van een drankje en de airco komen we weer op krachten. De voortreffelijke sandwich helpt ook. Drie kwartier later staan we weer buiten en gaan we op weg naar Galle Face Green. Dit is de plek waar de bevolking van Colombo graag hun weekenden doorbrengt. De zee beukt hier op de kade, dus we besluiten er maar niet in te duiken. Er is veel hangjeugd op de boulevard en een aantal knapen wil een selfie met ons maken. Even ons haar in de scheiding en ‘cheese’!

Iets na drieën begint het te druppelen en dat is voor ons het teken om terug naar het hotel te gaan. Al snel merken we dat we het niet droog genoeg gaan houden, dus duiken we in een tuktuk. Een paar minuten later zijn we redelijk droog bij het hotel. Even bijkomen!

‘s-Avonds zijn er optredens van meerdere lokale bands bij ons hotel. Dit alles in het kader van de Street Jam festiviteiten. Er wordt groots uitgepakt; de straat wordt afgezet en er worden houten tafels met bijbehorende banken op straat geplaatst en als klap op de vuurpijl gaat de bbq aan. Let the party begin! Al snel wordt duidelijk dat deze bands het niet tot de MTV awards zullen schoppen, maar de lokale rastafari brengt een hele degelijke Bob Marley op de buhne. Het bier stroomt rijkelijk, dus het was nog lang onrustig onder onze hotelkamer.

Donderdag 9 november

Vanochtend konden we lekker uitslapen, want de trein naar Anuradhapura vertrok pas om 11:50 uur. Na het ontbijt lopen we nog wel even naar het presidentieel paleis, want dat hebben we gisteren moeten missen door de stortbui. Het is prachtig weer vanochtend, dus nadat we het paleis hebben vastgelegd lopen we nog even door naar zee, waar we nog even mensen kijken. Rond 10:30 uur lopen we terug naar het hotel en onderweg drinken we nog even een ijskoude cola bij een koude Burger King. We kijken even terug op dit korte stedentripje Colombo en zijn het niet eens met het veel gehoorde advies om deze stad te mijden. Wij vonden het er heerlijk.

Terug bij het hotel pakken we onze rugzakken, checken uit en laten ons door een tuktuk bij het station van Colombo Fort afzetten. Op de borden lezen we dat we op perron 3 moeten zijn. We zijn erg op tijd, dus dat geeft ons de kans dit oude treinstation even te verkennen. Wat ons op het treinstation vooral opvalt is de beroerde toestand waar de treinen in verkeren. Wij hoeven toch niet 4 uur in zo’n barrel te zitten? Wat ook opvalt is dat de treinen allemaal mooi tijd vertrekken. Je zit dan wel in een soort veewagen, maar ze rijden mooi op tijd.

Voor onze trein geldt alles wat hierboven staat; het is een oud barrel met aangevreten stoelen, maar we vertrekken mooi op tijd. De indeling van de trein is ongeveer gelijk aan die in Nederland. Het grootste deel van de zitplaatsen zijn 2-persoons banken en soms staan er twee bankjes tegenover elkaar. Wij zitten in die laatste opstelling, maar omdat tegenover ons een oud Sri Lankaans stel zit, kunnen we het potje klaverjassen wel op onze buik schrijven. De deuren van de trein blijven openstaan en dat is best lekker in deze hitte. De catering aan boord is best goed verzorgd. Verkopers lopen af en aan door de trein met hapjes en drankjes. Vooral de licht gefrituurde garnalen-hapjes met uienring smaken erg goed, maar ook de pelpinda’s zijn lekker.

De eerste paar uur van de reis zit de trein niet helemaal vol, dus pakken we ieder een eigen bankje. Zo kunnen we ook allebei van het uitzicht genieten. Het landschap bestaat grotendeels uit rijstvelden, afgewisseld met palmen. Heel af en toe verschijnt er iets wat op een heuvel lijkt, maar het grootste deel van het landschap is heel Nederlands-vlak. We razen door kleine dorpjes met buitenaardse namen als Walpolla, Ganemula en Yagoda en heel af en toe stopt onze intercity bij een grotere stad. De trein wordt steeds voller en de laatste twee uur zitten we knus tegen elkaar aan gedrukt op ons eigen bankje. De uren vliegen voorbij in onze eigen romantische Orient Express.

Om 16:10 uur rijden we het station van Anuradhapura binnen. We springen in een taxibusje en laten ons naar Lulu’s Resort brengen. Dit klinkt heel luxueus, maar je mag blij zijn als je warm water hebt. We gooien onze spullen op de kamer en gaan op zoek naar het bruisende deel van deze stad. We drinken eerst nog even een verse jus bij restaurant The Walkers en lopen dan naar downtown Anuradhapura. Onze verwachtingen blijken iets te hoog gespannen. In de stoffige hoofdstraat van Anuradhapura is geen restaurant, bar of andersoortige gelegenheid waar je iets kan drinken, te vinden. We besluiten terug te gaan naar het enige restaurant van deze stad: The Walkers.

Het mag dan het enige restaurant van de stad zijn, het eten bij The Walkers is voortreffelijk. Verschillende soorten rijst, groenten, kip, vis, dal en nog wat onduidelijkere substanties liggen in bakken klaar om opgeschept te worden. We kiezen allebei een aantal gerechten en laten ons bordje opwarmen in de magnetron. Wanneer we een hap hebben genomen, zijn we niet meer te stoppen; heerlijk! Na het eten bestellen we een bakje thee, maar daarbij maken we een klassiek Sri Lanka-beginners fout. We vergeten nl. te zeggen dat we black tea willen, dus we krijgen een bakje thee met melk en suiker. We passen ons maar een keer aan en drinken het meeste van het bakkie thee op. Hier leer je van.

Vrijdag 10 november

Vandaag zijn we vroeg op, want een rondje door de Sacred City kost gauw een paar uur. We proppen het ontbijt naar binnen (incl. de specialiteiten uit Sri Lanka) en tegen 08:30 uur zitten we op onze made-in-China fietsjes. Het is altijd weer even wennen als je aan de linkerkant moet rijden, dus de eerst paar honderd meter rijden we als een bejaarde op een e-bike.

Anuradhapura was de eerste hoofdstad van Sri Lanka en om die reden zijn hier nog zoveel tempels te vinden. Het is een half uurtje fietsen naar de ticketoffice. In Sri Lanka weten ze inmiddels dat je hoge prijzen kunt vragen voor de entree van bezienswaardigheden, dus we kijken niet gek op als we 20 euro p.p. moeten aftikken. We kopen ook nog even een kaart van de sacred city en de verkoper is zo vriendelijk om de ‘route’ er op aan te geven. Laten we die dan maar volgen.

We karren eerst naar de Ruvanvelisaya dagoba. Als we naar de dagoba lopen, springen de apen met ons mee. Dat wordt uitkijken, want de apen hebben het gemunt op alles wat eetbaar is. Deze dagoba is jaren geleden herbouwd, nadat binnenvallende Indiase troepen het origineel hadden gesloopt. Deze dagoba ziet er daarom redelijk nieuw uit. Bij de herbouw hebben ze zich helaas niet aan het originele ontwerp gehouden, waardoor de druppel-vorm is verdwenen. Rondom de dagoba staat een muur waarin olifanten zijn verwerkt. Het is een komen en gaan van gelovigen bij deze dagoba en de meesten zijn in het wit gekleed en hebben de bloem van de blauwe waterlelie (de nationale bloem van Sri Lanka) bij zich als offergift. We lopen samen met de gelovigen een rondje om de dagoba en maken ons dan op voor de wandeling naar het heilige der heiligen.

Over een breed voetgangerspad lopen we de 250 meter naar de Sri Maha Bodhi Tree oftewel de boom van Boeddha. Dit is dus de heiligste plek van de stad en de oudste boom ter wereld. In de 3e eeuw B.C. Is hier een twijg geplant van de boom waaronder Boeddha in Gaya (Noord-India) de Verlichting ontving. Ook hier weer veel gelovigen in het wit die bidden onder de takken van de heilige boom. We zien niet zo veel van de boom, want deze is omgeven door muren en je kunt er niet dichtbij komen. De sfeer is hier wel heel sereen en religieus. Deze sfeer wordt tijdens ons bezoek wel een beetje verstoord door een groep kleuters die hier hun schoolreisje gepland hadden. Na een rondje om de boom wandelen we weer terug naar onze fietsen. We drinken wat en gaan dan op weg naar de volgende bestemming op de kaart.

We komen eerst bij de Thuparama dagoba. Het is hier een stuk rustiger dan bij de Ruvanvelisaya dagoba, maar deze dagoba is ook lang niet zo indrukwekkend, terwijl het wel (de lokatie van) de oudste dagoba van Sri Lanka is. Hier werd ooit zelfs het sleutelbeen van Boeddha bewaard (echt wel!). We fietsen door naar de Lankaramaya dagoba, die van hetzelfde formaat is als de Thuparama dagoba. Ook hier even een kort rondje om de dagoba en dan weer verder met de fiets.

Na een tiental minuten fietsen komen we bij de Mahasena tempel. Van dit oude kloostercomplex is niet veel meer over, maar de maansteen die hier ligt wordt beschouwd als de mooiste van het land.

Van de maansteen fietsen we naar de Abhayagiri dagoba. Dit was ooit de mooiste, de grootste en de hoogste, maar de dagoba was door de tand des tijds aangetast en door de begroeiing  verzwolgen, waardoor een renovatie noodzakelijk was. Nu is de dagoba nog maar 75 meter hoog. Net als we weer op de fiets willen springen begint het te regenen. We besluiten deze bui onder het dakje bij de liggende Boeddha af te wachten. Het is een pittige bui, maar na een minuut of 10 kunnen we weer verder.

We komen bij de Samadhi Boeddha, waar we even snel een fotootje maken van het Boeddhabeeld. Op een bord staat dat je niet met je rug naar het Boeddhabeeld mag staan, dus hier geen selfie met de Boeddha. Voordat we verder fietsen nemen we een verse jus bij een stalletje en als we verder willen fietsen barst de hemel alweer los. Er zit niets anders op dan nog maar even op het bankje te blijven zitten. Als het een tiental minuten later weer droog is fietsen we naar de overkant om de Kuttam Pokuna te bekijken. Dit waren de waterbekkens waar hoge functionarissen zich wasten. Deze baden zijn nog in goede staat hoewel er op het moment van ons bezoek alleen een schildpad aan het badderen was.

We zijn alweer aan onze laatste bezichtiging toe: de Jetavanarama dagoba. Toen ze gebouwd was, was deze constructie de grootste van de stad. Ze was meer dan 150 meter hoog en de spits was versierd met edelstenen. Nu is er een grootschalige renovatie aan de gang. We lopen rond de voet van de dagoba en zien in de verte donkere wolken aankomen. Het is tijd om weer op de fiets te springen en terug naar ons hotel te gaan.

We zitten nog geen 10 minuten op de fiets als de sluizen opengaan. We zoeken de grootste boom in de omgeving op en proberen daar droog te blijven. De bui is dit keer echter niet van korte duur en de hoeveelheid water die naar beneden komt is niet normaal. Dikke vette druppels zorgen ervoor dat onze kleding binnen 5 minuten doorweekt is en als we er 5 minuten later nog staan beginnen we ons zorgen te maken voor onze camera’s. We hebben van alles bij ons voor dit soort situaties: poncho’s, regenjassen, plastic zakken, paraplu’s, maar alles ligt nog in het hotel (!). Na nog weer 5 minuten beginnen we de hoop op een goede afloop net op te geven als er een tuktuk stopt. De chauffeur stelt voor om ons en de fietsen in de tuktuk te proppen en ons terug te brengen. Dit slaat natuurlijk nergens op, maar we hebben geen keus. We duwen de fietsen en ons zelf in de tuktuk en gaan op weg naar Anuradhapura.

Een vijftal minuten later komen we langs The Walker en we vragen de tuktuk chauffeur ons er daar uit tegooien. We bedanken hem voor deze redding en als verzopen katten nemen we plaats in ons favoriete restaurant. Eerst maar een happie eten.
We gaan ‘s-middags niet meer naar Mihintale, Het blijft maar regenen en we hebben geen plek meer in onze kamer om de was te drogen. We lezen wat en ‘s-avonds gaan we weer eten bij het enige restaurant van dit dorp.

Zaterdag 11 november

Als Diana om 07:30 uur de gordijen opzij duwt, ziet ze dat de zon schijnt. We besluiten om vanochtend dan nog maar even naar Mihintale te scheuren. Even snel een ontbijtje naar binnen werken en dan op zoek naar een tuktuk. We spreken een prijs af met de chauffeur en hij geeft gas. Mihintale is de plek waar Mahinda, een leerling van Boeddha zich vestigde, om het woord van zijn meester te verspreiden. In de 3e eeuw B.C. liet koning Dewanampiya Tissa zich bekeren tot de Boeddhistische leer en hij sleepte zijn onderdanen mee in dat avontuur.

Om 09:15 uur staan we onderaan de trappen die uiteindelijk leiden naar de dagoba Mayaseya. Daar waar de heilge stad van Anaradhapura vlak was, moeten we voor Mihintale behoorlijk klauteren. De zon schijnt vanochtend, dus de temperatuur loopt snel op. We beklimmen de brede trappen en worden daarbij begeleidt door apen. Altijd uitkijken, want voor je het weet ben je een tas kwijt. We kopen een kaartje op het eerste plateau en bezoeken daar de oude eetzaal, de relikwieënzaal en de conferentiezaal. Dan is het tijd om een volgende, smallere trap te nemen naar het hoogste plateau.

We komen bezweet aan op het tweede plateau, maar durfen niet te klagen na die bui van gisteren. Dat is wel weer typisch Hollands; regent het, dan lopen we te klagen, maar zweet je uit je broek, dan is het ook weer niet goed. We bezoeken op dit hoogste plateau eerst het waterbekken dat de monniken hier hebben aangelegd. Op deze manier hadden ze altijd drinkwater, ook in het droge seizoen. Daarna lopen we rond de dagoba Ambasthale. Op deze plek zou de ontmoeting tussen Mahinda en koning Tissa hebben plaatsgevonden. Vandaag heeft een juf samen met haar klas deze plek uitgekozen om het e.e.a. te leren over het Boeddhisme. Ze weten hier wel leuke plekjes voor buitenlessen te vinden. Het lijkt de kinderen te motiveren, want ze zeggen de juf feilloos na.

We klimmen dan ook nog even naar een enorme witte Boeddha en genieten daar even van het fantastische uitzicht over de uitgestrekte groene vlakte. Net als we dan de klim naar een hoge rots aan de ander kant van het plateau willen inzetten, begint het toch weer te druppelen. Wij nemen geen risico meer, doen onze paraplu op (we hebben inderdaad ons lesje geleerd) en gaan terug naar de tuktuk. We hebben geen zin om straks tweeëneenhalf uur nat in de bus naar Dambulla te moeten zitten. Onze chauffeur ziet ons in de verte al aankomen en start z’n groene bakkie. Vol gas terug naar Anuradhapura.

Bij ons hotel aangekomen vragen we onze chauffeur even te wachten zodat we onze rugzakken kunnen pakken en hij ons gelijk even op het busstation kan dumpen. Een paar minuten later zijn we al weer onderweg en weer een minuut of 5 later staan we al op het busstation. De bus naar Dambulla staat op het punt van vertrekken en de bijrijder maakt druk gebarend duidelijk dat we op moeten schieten. Diana trekt nog een sprintje naar een kioskje waar ze wat drinken en koekies koopt, dan snel de bus in en rijden met die bak.

We stoppen nog een paar keer in downtown Anuradhapura om wat mensen op te pikken en als de bus aardig vol zit geeft de chauffeur gas en rijdt hij alsof zijn leven ervan afhangt richting Dambulla. Ondertussen komt de man met de kaartjesmachine langs; 2 kaartjes Anuradhapura – Dambulla, dat is zo’n 65 km, kosten ons 218 roepie, omgerekend 1 euro 22 cent: geen geld! Het ritje gaat zo’n 2 uur duren, dus we hebben alle tijd om de kunsten van onze chauffeur te volgen en die zijn niet mis. Op elk stukje vrij asfalt gaat zijn voet helemaal naar beneden en zijn hand gaat bijna niet van de claxon af. Alles wat kleiner is dan zijn bus, toetert hij van de weg af en net als wij denken dat zo’n rijstijl hier normaal zal zijn, wordt de bus tot stoppen gebracht door oom agent; bekeuring! Veel indruk maakt dit bonnetje overigens niet, want als we een paar honderd meter verder zijn, gaat het alweer als vanouds.

Rond enen worden we aan de stoffige hoofdstraat van Dambulla uit de bus gekieperd. We nemen de eerste de beste tuktuk die zich aanbiedt en laten ons naar het hotel brengen. Dit hotel is pas een paar maanden open en er wordt nog druk gebouwd aan de  voltooing van het hotel. Onze kamer is helemaal klaar, met een mooie badkamer met stortdouche, airco en kingsize bed. Lang gaan we daar nu niet van genieten want we willen de grotten van Dambulla nog bezoeken. Camera’s mee, wat geld op zak en gaan maar weer.

We besluiten naar de grotten te lopen, want dan zien we ook nog wat van het bruisende Dambulla. In Dambulla gebeurt alles eigenlijk aan de centrale weg die de stad doormidden snijdt. Zoals overal vloegen de tuktuks aan alle kanten voorbij, maar over. deze weg gaat ook veel vrachtverkeer. Dambulla is het geografische centrum van het land en vooral bekend vanwege de enorme fruit- en groentenmarkt. Hier wordt een groot deel van de verse voedingswaren voor bijna alle steden in het land verhandeld. We laten de drukke markt dit keer nog links liggen want de grotten zijn ons doel.

Net voorbij de markthallen worden we aangesproken door een tuktuk chauffeur. Hij maakt ons duidelijk dat de ticketoffice nog wel een paar kilometer lopen is. We denken dat hij vooral voor eigen parochie spreekt, maar laten ons toch overhalen om in te stappen (het kost toch geen drol). Even later moeten we hem toch gelijk geven, want het ticketoffice was erg ongelukkig, ergens achteraf gelegen. Terwijl we een beetje met hem aan het kletsen zijn, vraagt hij of al vervoer hebben naar Sigiriya. Dat hebben we nog niet, dus we vragen wat hij daarvoor rekent. Zijn prijs ligt lager dan de prijzen die we eerder hoorden dus we gunnen hem deze rit. We spreken af dat hij ons overmorgen om 07:30 uur ophaalt bij het hotel. We zijn benieuwd of dit goed gaat komen.

We kopen onze toegangstickets voor de grotten en omdat ook deze bezienswaardigheid hoog is gelegen, klauteren we weer via een stenen trap omhoog. Onderweg weer de begeleiding van aapjes en af en toe stoppen om van het uitzicht te genieten. Als het heel helder weer is, zou je Sigiriya moeten kunnen zien liggen. Helaas is dat vandaag niet het geval. We laten onze kaartjes knippen bij de toegangspoort en gaan dan op weg naar de eerste grot. Er zijn best nog wat toeristen bij de grotten, maar het lijkt erop dat de ergste drukte al voorbij is.

In grot 1 ligt een granieten Boeddha uit de eerste eeuw B.C. Deze Boeddha is dood, dat kun je aan z’n voeten zien die niet helemaal evenwijdig zijn. Hij heeft het Nirwana bereikt. De fresco’s zijn niet in al te beste staat, maar die stammen ook uit de 18e eeuw. Op naar grot 2; de mooiste en grootste van de 5. Deze grot is wel 50 meter lang en 3 tot 6 meter hoog. Ook hier ligt een Boeddha, maar dit keer met evenwijdige voeten en de ogen wijd open: hij rust. Er staan tientallen beelden in de grot, waarvan ruim 50 uit de 1e eeuw. We zijn wel even zoet met grot 2 en het lijkt er inderdaad op dat de grootste groepen toeristen inmiddels al weer in de bus zitten, want we hebben de grot bijna voor ons alleen. Goede timing! In grot 3 ligt opnieuw een Boeddha, geflankeert door een vijftigtal kleine Boeddha’s. Grot 4 is een stuk kleiner, maar het is wel de plek van de eerste tempel. De fresco’s verkeren in slechte staat, dus we hoppen snel door naar grot 5. Hier opnieuw een liggende Boeddha, maar verder niet zoveel boeiends te zien. We besluiten nog maar even terug te lopen naar grot 2 omdat die verruit de boeiendste was. Als we uit grot komen zien we dat het weer regent, dus we hebben aaaaaaaalle tijd voor grot 2. Het is hier fantastisch, zeker nu er geen andere toeristen meer rondlopen. Wat een prachtige beelden en wat een kleurrijke muur/plafondschilderingen. Dit is een top-site.

Als de stevige bui bijna is opgedroogd gaan we op weg naar de grote gouden Boeddha. Dit was een geschenk van Thailand, Korea en Japan. Ze hebben het groots aangepakt, want met 30 meter is dit een van de grootste Boeddhabeelden ter wereld. Omdat het nog steeds een beetje regent, laten we deze Boeddha maar voor wat het is. We hebben morgen of overmorgen nog wel even tijd voor een bezoekje.

Zondag 12 november

We zijn behoorlijk vroeg uit de veren omdat we vandaag naar Polonnaruwa gaan. Deze stad ligt ongeveer 70 km van Dambulla, dus dat is zeker anderhalf uur bussen. Het ontbijt smaakt heerlijk en als we het fruithapje, de toast met jam en de omelet naar binnen hebben gewerkt, gaan we op zoek naar een bus naar Polonnaruwa. Als we op de bus staan te wachten, komt er natuurlijk weer een tuktuk chauffeur op ons af die voor een aantrekkelijk prijsje wel met ons naar Polonnaruwa wil gaan. Dat heeft alleen maar voordelen, volgens hem. Wij zien het niet zo zitten om 2 uur heen en 2 uur terug in een tuktuk te rammelen, dus slaan zijn aanbod af. We hebben uiteindelijk de bus van 09:30 uur en nemen plaats op de achterbank.

Onderweg hebben we ons eerste olifant-momentje. Met 70 km/uur scheuren we voorbij een zandpaadje waar 2 van die kolossen stonden geparkeerd. Het was niet veel en vooral kort, maar we hebben ze gezien. Hoewel het ritje naar Polonnaruwa maar anderhalf uur duurt, vindt de chauffeur het toch nodig om even een plaspauze in te lassen. Toevallig is dit bij een winkeltje waar ze eten en drinken verkopen. Zal wel een familielid van hem zijn die hier de boel runt. Wij tikken een zak popcorn op de kop en kopen er een flesje drinken bij. Hebben we zo wat te doen in de bus.

Na een uur en drie kwartier stopt de bus in Polonnaruwa, precies op een plek waar ze fietsen verhuren. Voor we het weten zitten we op de fiets, op weg naar de ticketoffice. Het is dan nog een paar honderd meter over de openbare weg en dat is weer een beproeving. Bussen, vrachtwagens en tuktuk’s scheuren vlak langs je heen. Je moet hier geen foute beweging maken, want dan heb je wel een ladder in je panty. Bij de ingang van de site steken we snel over en laten ons ticket stempelen. Wij zijn er klaar voor.

Polonnaruwa was na Anuradhapura de tweede hoofdstad van Sri Lanka en werd in de loop der jaren vergeten en door de jungle overgenomen. Polonnaruwa werd gesticht in de 11e /12e eeuw en is daarmee veel nieuwer dan Anuradhapura, maar waar de tempels van Anuradhapura nog actief zijn, vervult geen enkele tempel van Polonnaruwa nog een religieuze functie. Op advies van de portier gaan we bij de ingang eerst rechtsaf voor een bezoek aan het koninklijk paleis en gezien het grote aantal auto’s, bussen en fietsen volgt iedereen dat advies op. Net als bij Anuradhapura, Mihintale en de grotten van gistermiddag zitten ook hier de apen alweer op ons te wachten.

Het koninklijk paleis heeft nog steeds de uitstraling van een machtig gebouw, ook al zijn er nog maar restanten van 2 van de 7 verdiepingen over. De muren die nog overeind staan zijn wel 2,5 meter dik. We proberen ons een voorstelling te maken van hoe dit geweest moet zijn; een paleis met 1000 kamers en rondom woningen van de dienstboden. Al te lang willen we er ook niet over nadenken, want het voorhoofd begint al aardig te smelten. Wat is het toch warm als die zon zich ermee begint te bemoeien. De nabij gelegen raadzaal, waar de koning met zijn ministers vergaderde, is zeker zo mooi. Vooral de gebeeldhouwde fries met olifanten, roofdieren en dwergen is bijzonder .

We verlaten het terrein van de koning en gaan op weg naar het Terras van de Tand. De naam heeft deze vindplaats te danken aan de Hatadage tempel. Hier werd de tand van Boeddha lange tijd bewaard. De bouwstijl van deze tempel valt op. Net als in Cuzco (Peru) sluiten de stenen van de tempel zo mooi op elkaar aan, dat cement overbodig was. Het is enorm druk op het terras en we beseffen ons ineens dat het zondag is. Er gaat natuurlijk niets boven een dagje Polonnaruwa op je vrije zondag. We vertragen ons tempo een klein beetje zodat we tussen groepen bezoekers in komen te zitten. Hierdoor hebben we af en toe de bezienswaardigheden weer helemaal voor onszelf.

Op het terras staat ook de Vatadage. Deze relikwieenkamer is een van de oudste en mooiste gebouwen van Polonnaruwa. De dagoba is bereikbaar via trappen op de hoofdwindrichtingen. Deze trappen hebben mooie maanstenen en bovenaan de trap kijken vier zittende Boeddha’s naar de vier windrichtingen. Na de Vatadage bezoeken we nog deAtadage tempel, de oudste van Polonnaruwa, de Raadzaal, de Thuparamatempel en de Sat Mahal Prasada. Als je meer wilt weten over deze temples: GA naar Sri Lanka!

Na een korte pitstop bij een stalletje naast Het Terras, vervolgen we onze weg noordwaarts. We brengen een bliksembezoek aan Rankot Vihara, een immense dagoba van 50 meter hoog en helemaal bekleed met baksteen. Deze dagoba is helemaal in de stijl van Anaradhapura, dus maak ik daar nu niet meer woorden aan vuil. Van hier fietsen we verder naar de Lankatilaka, een tempelgebouw uit de 12e eeuw dat wel wat weg heeft van een kathedraal. Achterin staat een 18 meter hoge Boeddha, maar die heeft z’n hoofd er niet bij kunnen houden (en niemand weet waar die is). Voor ons is dit het mooiste gebouw van Polonnaruwa.

Als laatste bezoeken we de Kalu Gal Vihara. Hier zijn 4 beelden uit een enorme graniten wand gehouwen. Helaas wordt deze bezienswaardigheid beschermd door een lelijk metalen dak. Het indrukwekkendste beeld is een 15 meter lange liggende Boeddha. Hij ligt op z’n rechterzij en wij, als kenners, zien aan z’n voeten dat hij dood is. Hij is overigens niet gestorven door de twee kogels die in z’n dij zijn ingeslagen. In de 19e eeuw schoot een te fanatieke Brit op de beroemde Boeddha en raakte hem daarbij 2x en de littekens zijn nog altijd zichtbaar! Naar het schijnt, vluchtte de dader de jungle in, maar daar stuitte hij op een boze olifant en die blies zijn verhaaltje uit; vermorzelt door een trap van een olifant!

Met dit spannende verhaal eindigt ons bezoek aan Polannaruwa en hoewel minder religieus dan Anaradhapura, zeker zo boeiend. Weten nog een rotti met groentenvulling (very hot) en fietsen daarna langs de laatste ruines naarde uitgang. De uitgang bevindt zich nog verder weg van de bushalte dan de ingang, dus met zweet in de bilnaad trappen we onze fietsjes op het randje van het asfalt terug naar onze fietsverhuurder. We leveren de fietsjes ongeschonden weer in en gaan dan aan de overkant van de weg op de bus naar Dambulla staan wachten. Rond 15:00 uur komt nr. 48 aangescheurd. We steken onze hand omhoog en met krakende remmen komt hij tot stilstand. We springen erin, zoeken een plekje en hebben dan anderhalf uur de tijd  om na te praten over Polannaruwa.

Maandag 13 november

We zitten vanochtend al om 06:45 uur aan de ontbijttafel, want we willen niet te laat bij Sigiriya zijn. Dit is voor de meeste Sri Lanka toeristen een must-see, dus er kan enige filevorming zijn. We zitten vandaag niet meer alleen bij het ontbijt, want er is gisteren een groep Duitse toeristen gearriveerd. Toch wel gezellig. Na het ontbijt gaan we nog even de tandjes poetsen en als we buiten komen, blijkt onze tuktuk chauffeur er al te zijn. We hadden met hem afgesproken toen hij ons naar de grotten bracht, maar het blijft altijd een verrassing of hij dan ook daadwerkelijk komt.

Klokslag drie voor half acht rijden we het zandpad bij ons hotel af richting de ‘Rode Rots’. Onze chauffeur kiest een alternatieve route en gaat dus niet over de grote weg naar onze bestemming. We slingeren tussen rijstvelden door en rijden hele stukken tussen meshoge grassen. Hij stopt bij een kunstmatig meer dat wordt gebruikt voor irrigatie. Hier kunnen we even van het uitzicht genieten. We trekken een foto en gaan dan snel verder naar Sigiriya. Als we het dorpje Sigiriya binnenrijden gaat onze chauffeur vol in het anker. Hij ziet dat er in een klein riviertje aan de rechterkant van de weg olifanten gewassen worden. Dat is natuurlijk wel een extra stop waard. We letten goed op, want dan kunnen we tijdens het vervolg van onze reis misschien ook een keer een olifant wassen.

Een paar minuten later vervolgen we onze weg en iets voor 08:30 draait hij de zandweg bij Sigiriya (De Rots) op en zet ons er bij het museum uit. Hier gaan we onze duurste entree-tickets van deze vakantie kopen, terwijl hij z’n tuk parkeert.
Als we de 4650 roepies p.p. hebben afgetikt, willen we geen minuut verspelen en sluiten we snel aan in de rij toeristen die net dezelfde poot zijn uitgedraaid. Het is ongelooflijk druk; zoiets hebben we in Anuradhapura of Polonnaruwa niet meegemaakt. Tussen de mede-bezoekers zijn zelfs invalide personen die al geholpen moeten worden om een trappetje van 4 treden op te komen. Je vraagt je af hoe zij die smalle metalen trapjes tegen De Rots op moeten komen.
Wij wurmen ons tussen groepen Chinezen, Fransen en Ollanders door om een goede startpositie op de grid te hebben. Als we aan de klim beginnen hebben we het grootste deel van het peleton achter ons gelaten waardoor we in eigen tempo omhoog kunnen naar de top van deze rode monoliet.

Ook achter deze trekpleister schuilt een mooi verhaal. De machtgeile koning Kassapa doodde zijn vader, verjoeg zijn broer en kwam zich hier verschuilen. Op de vlakte liet hij een paleis bouwen en prachtige tuinen aanleggen en op de rots liet hij een citadel bouwen, waar hij tijdens het natte seizoen verbleef en waar niemand hem zou komen zoeken (dacht hij). Om vergiffenis te krijgen en bij Boeddha in de gunst te komen overlaadde hij de monniken met gunsten en voordelen. Ook liet hij vele tempels bouwen. Maar achttien jaar na zijn verbanning keerde de broer, samen met troepen uit India, terug om de moordenaar van zijn vader uit z’n gouden kooi te jagen. Na het vertrek van de koning werd het complex aan de monniken gegeven, die er bleven mediteren.

Mediteren zal er voor ons vandaag niet inzitten, want als we hier de aanvallen van grote wilde wespen kunnen afslaan, de smalle metalen trapjes overleven en ongschonden weer beneden komen, ligt er nog zo’n beklimming in het verschiet, maar daarover later meer! We hadden net een lekker tempo te pakken toen we bij een wenteltrap aankwamen, maar er ging ook nog een pad rechtdoor. Opsplitsen was hier de beste tactiek en Rob nam de lastige wenteltrap wel, terwijl Diana rechtuit ging.

Laat die wenteltrap nu bij de fresco’s De Maagden van Sigiriya uitkomen. Een twintigtal mooie vrouwen met ontbloot bovenlijf van het type DD. Deze rotsschilderingen waren in opdracht van koning Kassapa gemaakt die dus behalve een moorddadige man ook ook een tietenman is.  Omdat dit blog ook door minderjarige kinderen wordt gelezen, kunnen er geen fotos van deze fresco’s worden geplaatst. Na dit kunstzinnige spektakel lopen we door naar de wespen-zone. Grote gele borden waarschuwen al dat, wanneer de grote wespen een bloeddorstige bui hebben, je niet verder mag naar het hoogste plateau. Je moet hier niet te veel lawaai maken. Wij houden ons aan dat advies en lopen op onze tenen door deze kill-zone. Op een verdwaalde wesp na, hebben wij geen last van deze grote rakkers en komen we ongeschonden bij De Leeuwenpoten aan.

Die leeuwenpoten zijn een overblijfsel van wat ooit op een leeuwenkop leek. Je ging door de bek naar de citadel. Sigiriya betekent ook ‘Leewenrots’. Als we uitgekeken zijn op het eerste plateau, beginnen we aan de laatste serie trappen naar het hoogste plateau. De beklimming is te doen, want je moet af en toe toch verplicht wachten omdat er een bejaarde op adem moet komen, maar de treden zijn listig; ze zijn zo smal dat je je voet er niet goed op kwijt kunt. Eindelijk boven worden we ruimschoots beloond voor de genomen moeite. De uitzichten zijn fantastisch! Dit is dus de plek waar koning/moordenaar Kassapa z’n paleis liet bouwen. Op een plateau van 200 x 75 meter, op 200 meter boven de zeespiegel. Tegenwoordig zijn alleen de contouren van de gebouwen nog te zien, maar je kunt je voorstellen dat king Kassie zich hier de koning van de wereld voelde.

Na een rondje genieten op het hoogste plateau beginnen we aan de afdaling. We worden wat opgehouden door de enorme stroom toeristen die omhoog komt. Het lijkt erop dat we het nog hebben getroffen tijdens ons bezoekje. Rond 10:15 uur zijn we weer helemaal beneden en zitten we net wat te puffen op een bankje, als onze chauffeur ons alweer gevonden heeft. Hij staat te trappelen om weer verder te gaan, maar wij willen eerst ons flesje cola naar binnen werken; die suikers hebben we hard nodig. Uiteindelijk gaan we natuurlijk met hem mee en alsof 1 zo’n beklimming niet voldoende is, gaan we op weg naar de 1 km verderop gelegen rots Pidurangala. Onderweg stopt onze chauffeur bij een paar uitzichtpunten waar we De Rots mooi kunnen zien liggen.

Tegen elven zijn we bij Pidurangala (zeg dat maar eens 10x snel achter elkaar) en kopen daar het entreekaartje dat 10x zo goedkoop is als voor Sigiriya. Deze klim is heel anders dan die van vanochtend. Hier geen metalen trapjes met drommen toeristen, maar treden gemaakt van rotsblokken of soms gewoon alleen rotsblokken. De beklimming gaat vnl. door een bos en pas de laatste vijftig meter kom je bij de ‘kale’ rots. Dat laatste stukje is ook gelijk een enorme uitdaging. Met onze korte beentjes zijn sommige stappen nauwelijks te maken, maar with al little help from my friend lukt alles. Bij de laatste grote rots trekken we onszelf onder een andere overhangende rots door en zijn we boven. We did it! Hier boven komen is pas een prestatie! Het uitzicht is hier misschien nog wel mooier dan vanochtend. Behalve de wijdse omgeving kun je hier nl. Sigiriya mooi zien liggen. We lopen een rondje op deze topbestemming en moeten uitkijken dat we niet met de mond open naar beneden kukelen. Het is hier (alweer) fantastisch!

Dan wordt het tijd om onze spieren wat op te rekken, want het eerste stuk van de afdaling zal ook geen makkie worden. In de verte zien we donkere wolken hangen, dus treuzelen is er niet bij. De eerste paar ‘treden’ zijn het lastigste; daar moeten we ons helemaal uitrekken om de volgende steen te bereiken. Het lukt allemaal (anders zat je dit nu niet te lezen) en als we de eerste 50 meter gehad hebben, denderen we door naar beneden. Net voordat we het laatste trappetje af willen gaan vallen de eerste druppels naar beneden. Het zijn weer van die dikke druppels, dus we trekken een sprintje naar de tuktuk. De uitspraak ‘Je kunt altijd meer dan je denkt’ van een verstandig hardlooptrainer, wordt hiermee maar weer eens bewezen.

We tikken in het gehuchtje Sigiriya nog een flesje cola en een paar crackers op de kop en kruipen dan in de tuktuk knus tegen elkaar aan terwijl de regen hard op het dak knalt. Na driekwartier komen we weer in de buurt van Dambulla en hier lijkt het helemaal niet te hebben geregend. Dat komt goed uit, want het programma van vandaag zit er nog niet op. In Dambulla is nl. de grootste groente- en fruitmarkt van het land. Dat moet je dan toch ook gezien hebben. We laten ons door Mr. Tuk bij het hotel afzetten, vervangen we wat bezwete kleding door schone en gaan weer op pad.

Dambulla heeft dus niets te bieden, behalve dan de enorme markt met groente en fruit. Hier wordt nl. een groot deel van de verse voedingswaren voor bijna alle steden van het land wordt verhandeld. Er wordt zelfs groente en fruit uit Nederland hier verhandeld. We wandelen naar de grote blauwe hallen en dompelen ons onder in de bedrijvigheid. Er staan vrachtwagens die vol worden geladen, maar er worden ook wagens gelost. Aan de zijkanten van de hal staan enorme hoeveelheden fruit te wachten om verhandeld te worden. Het ziet er allemaal prachtig uit.
Werkvolk loopt met enorme zakken meloenen en grote takken met bananen kris-kras door de hal. Er is geen touw aan vast te knopen, maar ze lijken precies te weten waar ze heen moeten. We lopen door alle drie de grote hallen en raken niet uitgekeken. We snappen niet dat er geen andere toerist te bekennen is.

We raken zo langzamerhand aan het eind van onze latijn, dus we gaan aan de andere kant van de weg een glaasje verse jus drinken (dat mag op deze plek nooit een probleem zijn). Als we er nog maar net zitten begint het toch nog te regenen in Dambulla. Het is dit keer een korte bui en als de zon er weer voorzichtig doorheen komt gaan we nog 1 bezoekje afleggen.

Eergisteren hadden we, na het bezoek aan de grotten, geen zin meer om in de regen de grote gouden Boeddha en naastgelegen gouden dagoba te bekijken. Dat gaan we nu goedmaken. We wandelen de 2km naar deze Golden Temple langs de kant van de weg en af en toe springen we opzij omdat een auto of een bus iets te dichtbij komt. Het tempelcomplex is verlaten. Alleen bij de dagoba zeggen een aantal mensen hun gebedje van de dag. We lopen er nog een paar minuten rond, maar concluderen dat we ons dit tochtje hadden kunnen besparen. We zoeken snel een tuktuk en laten ons bij het hotel afzetten. Even op bed liggen en een boekie lezen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *