Tag archieven: Samarkand

Kazachstan & Oezbekistan 4

Dinsdag 22 oktober 2019

Hadden we gisteren de M&M’s (&M’s) links laten liggen, vandaag gaan we zeker madrassa’s, moskeeen en mausoleums op onze route vinden.
Na het ontbijt gaan we eerst naar het Gur-e-Amir mausoleum, de laatste rustplaats van Timur (Tamerlane). Het is ongeveer een kwartiertje lopen naar het mausoleum, dat op de grens van de oude En de nieuwe stad ligt. Het verschil tussen oud en nieuw (Russisch) is groot. In de oude stad lopen de kleine straatjes kris-kras door de wijk, terwijl de Russen brede, rechte, evenwijdige straten hebben aangelegd. Pak de plattegrond en je ziet het verschil.

Het mausoleum is eigenlijk best klein voor een man met zoveel aanzien, maar het was ook helemaal niet de bedoeling dat Timur hier begraven zou worden. Timur had in Shakhrisabz al een graf voor zichzelf laten bouwen en had dit mausoleum voor z’n kleinzoon (en beoogd opvolger) Mohammed Sultan, die een jaar eerder was overleden, laten bouwen. Het verhaal wil dat, nadat Timur in de winter van 1405 onverwacht aan een longontsteking was overleden (in Kazachstan bij de voorbereiding van een veldslag tegen de Chinezen), de pas naar Shakhrisabz was dicht gesneeuwd. Ze hebben toen maar besloten hem in dit mausoleum een plekje te geven. Hij hoeft zich er overigens niet voor te schamen (voor zover nog mogelijk). Het portaal met mozaïeken en de schitterende azuurblauwe koepel zijn een plaatje.

Omdat er een ander prijskaartje hangt aan en rit met de taxi, dan een treinreis naar tashkent gaan we eerst even naar een flappentap. Volgens de eigenaar van ons hotel moeten we naar het Registon Plaza hotel, want daar staat een pinautomaat.
Op weg naar dat hotel komen we bij een rotonde waar een meer dan levensgroot beeld van Timur staat, we maken een foto, maar het blijft toch altijd dubieus om een foto te maken van iemand die zoveel dood en verderf heeft veroorzaakt. Maar goed………… KLIK!
Er staat inderdaad een pinautomaat in de lobby van het hotel, maar deze is, zoals zo vaak, kapot. We lopen dan maar een kilometertje verder naar de Asaka bank die ons deze vakantie nog niet in de steek heeft gelaten en ook dit keer niet.

Met een goed gevulde portemonnee lopen we via de Registon ko’chasi naar het hoogtepunt van Samarkand, misschien wel van Oezbekistan en zelfs van Centraal-Azie: Registon met de drie madrassa’s.
Deze monumenten zijn van een hele andere orde dan in Khiva of Bhukara. Ze zijn overladen met majolica, azuurblauwe mozaïeken en goed geproportioneerde ruimtes. Deze drie madrassa’s behoren tot de oudste bewaard gebleven madrassa’s ter wereld. Alles wat nog ouder was is door Genghis Khan vernietigd.
Het plein, de Registon (vrij vertaald: zanderige plek) was het commerciele centrum van middeleeuws Samarkand en was waarschijnlijk een enorme bazaar.

Aan de westkant van het plein staat de Ulugbek Madressa uit 1420. De sterren op het portaal zijn een verwijzing naar de voorliefde voor astronomie van Ulugbek. In de madrassa is een moskee met een prachtig Grieks-blauw interieur.
Hoewel er op het plein geen commerciele activiteiten te zien zijn, is het in de madrassa weer als vanouds; overal waar je kijkt souvenirstalletjes.

Tegenover de Ulugbek madrassa staat de Sher Dor madressa die stamt uit 1636. Het portaal van deze madrassa is versierd met katachtigen die op tijgers lijken, maar leeuwen voorstellen (?). Zowel de leeuwen als de herten die door de leeuwen worden achterna gezeten en de Zorostriaanse zonnetjes met een gezichtje, zijn in strijd met moslimwetten, maar hebben de eeuwen doorstaan. De bouw van deze madrassa heeft 17 jaar geduurd.

Tussen de eerder genoemde madrassa’s staat de Tilla-Kari madrassa die in 1660 gereed was. Wat ons betreft id dit de mooiste van de drie. Vooral de moskee, aan de linkerkant van de binnentuin is prachtig gedecoreerd in blauw en goudkleur. Daar kunnen de andere twee niet aan tippen.
De voormalige slaapruimtes van de madrassa zijn net als de andere twee ingenomen door de souvenirverkopers.

Na een uur bij de Registon gaan we even langs bij ons hotel om de taxi naar Tashkent te bevestigen. Daarna gaan we via de straatjes achter ons hotel op weg naar onze volgende momentje met mozaiek.
De wijk achter ons hotel is duidelijk onderdeel van het oude Samarkand met wat moderne snufjes. Lemen huizen met stalen deuren en schotelantennes op het dak. In dit deel van Samarkand was vroeger ook de Joodse wijk te vinden, maar net als in Bukhara, wonen er hier ook bijna geen Joden meer. Op de plek waar de synagoge zit/zat zien we nog wel de Davidster op de muur.
Na een tiental minuten door de smalle straatjes zien we bij de grote weg touringcars staan. Daar moeten we zijn.

We steken de weg over en kopen een kaartje. Wat dat betreft is Samarkand zeker koploper; overal wordt entree gevraagd.
We beklimmen een stijle trap en staan dan in een heel smal steegje met aan weerszijden grote mausoleums. De een nog rijkelijker versiert dan de ander. Dit is Shah-i-Zinda wat ‘Graf van de Levende Koning’ betekent. Dit verwijst naar de oorspronkelijke en heiligste plek, een gebouw met koele, stille kamers rondom, wat waarschijnlijk het graf is van Qusam ibn-Abbas, neef van de profeet Mohammed en de man die de Islam naar deze regio heeft gebracht.

Het mooiste mausoleum staat helemaal aan het begin van dit mooiste straatje van Samarkand. Het is de Shodi Mulk Oko, waar de zus van Timur is begraven. De uitzonderlijke majolica en terracotta (er zit bijna geen ruimte tussen de tegeltjes) is van zulke goede kwaliteit dat het in de loop van de eeuwen nauwelijks gerestaureerd hoefde te worden.

Bij het verlaten van de begraafplaats zien we in de verte de koepels van de Bibi-Khanym moskee al. Dat is makkelijk; die hoeven we niet te zoeken. Naarmate we dichterbij komen stijgt onze verbazing. Wat een enorme joekel van een moskee! Met een 41m hoge koepel en een 38m hoog portaal was dit ooit een van de grootste moskeeën ter wereld. Gefinancierd met de opbrensten van Timur’s invasie van India, moet dit het grootste juweel van z’n koninkrijk zijn geweest.

Bibi Khanym is de Chinese vrouw van Timur en volgens de legende gaf zij opdracht om deze moskee te bouwen als een verrassing terwijl Timur weg was (volkje verslaan of zo). De architect werd verliefd op Bibi en zei tegen haar dat hij weigerde de klus af te maken als zij hem geen kus zou geven. Hmmmm, ja, ja, knipoog, knipoog……
Bij terugkomst kwam Timur erachter en liet hij de architect executeren en verordende dat vrouwen voortaan een sluier moesten dragen. Zou dit de aanloop naar de burka zijn geweest?

Om 14:00 uur verlaten we de moskee en gaan we op het marktterrein naast de moskee op zoek naar eten. We vinden een restaurantje waar de bezoekers van de markt nog even wat te eten nemen. Wij vinden ook een tafeltje en omdat we nogal trek hebben laten we een hele kip van het spit halen. Bestek is hier zeldzaam, dus we trekken het vlees met onze handen van de botten. Het malse vlees smaakt voortreffelijk. Niet veel later gaat een bord met kaal gegeten botjes terug naar de keuken.

Na de late lunch lopen we nog een keertje naar de Registon. We gaan in de buurt van het plein op een bankje zitten en dat is vragen om problemen. Voor we het weten wordt Rob door een aantal studenten aan een interview onderworpen. Ach je went eraan, maar hoe zit dat eigenlijk met het portretrecht…….
Nadat het optreden van the dutchies is afgelopen, gaan de beroemde Nederlanders weer naar de mooiste plek van de stad. Het zonlicht komt uit een ander hoek, dus de madrassa’s zien er weer net anders uit. Toch maar weer een fotootje maken.
We kunnen hier nog uren staan kijken, maar dat doen we niet. Na een half uurtje gaan we terug naar het hotel om ons wat warmer te kleden voor de avond.

‘s-Avonds gaan we alsnog eten in het restaurantje dat ons gisteren werd aangeraden. De sjasliek is er lekker, maar het loopt allemaal nog niet op rolletjes. We bestellen ook manti, maar na een half uur komen ze vertellen dat er toch geen manti is. Coca Cola serveren ze alleen in anderhalve liter flessen en messen doen ze niet aan (maar dat komt vaker voor.
Na het eten drinken we 500m verderop een bakkie koffie (de eet- en drinkgelegenheden waren in Bukhara veel talrijker) waarna we terug gaan naar het plein voor de lichtshow. Een mooie afsluiting van ons bezoek aan Samarkand.

Woensdag 23 oktober 2019

Zoals we al bij meer hotels hebben meegemaakt, staat ook bij Rabat hotel de hospitality hoog in het vaandel. Dit heeft tot gevolg dat ongeveer elke 5 minuten wordt gevraagd of alles in orde is en dat wordt op een gegeven moment toch een beetje veel.
Het is wel heel aangenaam dat na het ontbijt je schoenen met de neus in de goede richting staan, zodat je er zo in kan piepen. Dat soort service kunnen we geen genoeg van krijgen.

We hebben afgesproken dat de chauffeur ons om 10 uur komt ophalen, dus dat geeft ons nog even de gelegenheid op de binnenplaats in het zonnetje te gaan zitten. Helaas komt Mr. Hospitality dan ook weer langs om te checken of hij nog iets voor ons kan doen. Om hem een beetje bezig te houden, bestellen we dan maar een pot thee.
Net als we de oogjes even willen dicht doen in het heerlijke ochtendzonnetje, komt Mr. H. er weer aan. Hij wil graag wat over de historie van het pand aan ons vertellen. Beleefd als wij zijn zeggen wij ‘oh, how interesting’.
Hij vertelt dat er tot 1998 een Joodse familie in het huis heeft gewoond, dat het handelaren waren, dat de huidige eigenaar in 2012 een stuk heeft bijgebouwd en dat ………….. en dan worden we gered door de chauffeur die inmiddels is gearriveerd. De rest van het verhaal horen we graag een andere keer.

We laden onze spullen in de grote Chevrolet (=Daewoo) en gaan er maar eens goed voor zitten. Het is nl. 4 uur karren naar Tashkent.
Ergens halverwege stopt de chauffeur de wagen bij een ranzig toiletgebouwtje en kunnen we even de benen strekken. Hij controleert gelijk de bandenspanning en constateert dat er een pufje bij moet. Na een minuut of 10 gaan we weer verder.
Zo’n 50km voor Tashkent wordt er nog een keer gestopt voor een plaspauze, maar dit toiletgebouw laten we maar even links liggen. We houden het wel op tot we bij ons hotel zijn.

Iets voor tweeën parkeert de chauffeur z’n auto in de beurt van het busstation. We gaan naar binnen en sluiten aan in de rij bij het loket.
10 minuten later hebben we 2 kaartjes voor de bus van 07:00 uur te pakken. We lopen weer terug naar de auto en de chauffeur brengt ons vervolgens (met een kleine omweg) naar het hotel.
Daar checken we in en gaan in het winkelcentrum om de hoek wat drinken.

‘s-Avonds gaan we op de internationale tour. We eten heerlijke noedels bij Wok en nemen daarna een fantastische bak koffie bij Patisserie Bon.
We maken het niet zo laat, want morgen is het weer eens vroeg dag!

Donderdag 24 oktober 2019

05:55 uur gaat de wekker, 06:10 staan we bij de receptie en vragen we om onze registration cards. Deze briefjes krijg je bij ieder hotel en je moet ze altij bij je hebben want er kan naar gevraagd worden. Inmiddels hebben we een hele stapel van deze briefjes, maar de 2 van vandaag zijn de laatsten, want we gaan terug naar Kazachstan en daar doen ze niet aan deze administratie.

Inmiddels heeft de jongen bij de receptie met Yandex-app (de lokale Uber) een taxi besteld en vliegt Rob nog even naar het restaurant om een lunchbox te vullen.
Even later komt de taxi aanrijden; we gooien onze rugzakken achterin en zeggen nogmaals dat we naar het busstation moeten.
Dat de taal hier af en toe een barrière vormt blijkt even later als Rob op Google-Maps kijkt en ziet dat we de verkeerde kant oprijden. Diana tikt de chauffeur op de schouder en wijst naar links ’die kant op, ouwe’ zegt ze. De man kijkt verbaast en reageert verbaast ‘yuzhniy’. We begrijpen gelijk wat er mis is. De jongen van de receptie of de chauffeur heeft gedacht dat we naar het treinstation moeten. ‘Avtovokzal’ zeggen we in koor. ‘Aaah, avtovokzal’ zegt de chauffeur. Inderdaad, we moeten naar het busstation.
Hij neemt de eerste weg naar rechts, geeft een extra dot gas en binnen een paar minuten staan we bij het busstation.

We vragen van welk platform onze bus vertrekt en bestellen dan nog een bakkie thee in het restaurant. Om 06:45 uur lopen we dan naar platform 15, waar onze bus al klaar staat.
De bus ziet er nog luxer uit dan op de heenweg, dus dat wordt een relaxed ritje.
Tegen zevenen gaan we de bus in, laten ons kaartje scannen en nemen plaats op stoel 7 en 8. Let’s go!

We hebben een uurtje nodig om bij de Oezbeekse grens te komen en dan volgt hetzelfde ritueel als op de heenweg (maar dan omgekeerd). Bagage controleren en uitstempelen bij de Oezbeekse douane, dan de spullen weer in de bus en 100m verderop de boel weer uit de bus halen voor de Kazachse douane. De chauffeur weet te ritselen dat we de bagage niet hoeven te laten controleren, dus dat scheelt een kwartiertje. We vullen immigratie papiertje, krijgen een paar stempels en stappen weer in de bus. Wat ons betreft kunnen we gaan!

Dat was dan Oezbekistan! Wat een fantastisch land, met mooie natuur en culturele schoonheid. Een land met een grootse historie en vriendelijke mensen. Toen we de laatste keer in Tashkent waren, zagen we een bord dat helemaal aansluit bij onze mening over Oezbekistan.

We hebben twee-en-een-half uur nodig om Bij het busstation in Shymkent te komen. Daar nemen we een taxi naar het treinstation en brengen we onze grote rugzakken naar de left luggage afdeling. Daarna lopen we via het Onafhankelijkheidspark naar de dichtstbijzijnde Global Coffee voor een heerlijke bak koffie met een smakelijk broodje. Dat hadden we wel verdiend.

Omdat onze trein pas om 19:48 uur vertrekt, besluiten we vanmiddag naar Sayram te gaan. Dit kleine stadje dat 14km ten oosten van Shymkent ligt, was al een tussenstop op de zijderoute voordat Shymkent bestond; het zou 3000 jaar oud zijn!
Kozha Akhmed Yasaui (de man van het mausoleum in Turkestan) is hier geboren en de mausoleums hier zijn voor veel pelgrims een tussenstop op weg naar Turkestan.

We charteren een taxi voor de rit naar Sayram, maar de taxichauffeur blijkt een beetje eigenwijs en spreekt geen woord Engels; een lastige combinatie. Hoewel wij zeggen dat we naar downtown Sayram willen, zien we op Google-Maps dat hij vlak bij Sayram toch ergens anders heen rijdt. Wederom het tikje op de schouder, maar hij zegt Ibrahim Ata en maakt met beide handen een gebaar alsof hij een bult zand uittekent. Wij wijzen nog een keertje in de richting van Sayram, maar Gijs is eigenwijs.
Na een paar minuten komen we bij het kleine mausoleum van Ibrahim Ata. Wij wisten van het bestaan niet af, maar dat krijg je er dan zomaar gratis bij. We maken een paar foto’s en gaan dan alsnog naar Sayram.

Sayram is inderdaad een klein stadje, maar daar mag het bijvoeglijk naamwoord stoffig wel voor gezet worden.
We worden bij het grote (en enige) kruispunt in het stadje uit de taxi gelaten en beginnen aan ons rondje.
We lopen eerst bij de vrijdag moskee naar binnen, waar net een kleine dienst wordt gehouden. Op onze sokken kijken we even rond en laten de mensen dan met rust. Een paar honderd meter verderop is het mausoleum van Mirali Bobo.

Dan lopen we naar de poort met de dubbele boog die in 1999 ter ere van het 300 jaar bestaan van Sayram is neergezet. Veel belangrijker nog is een groen bord met gele letters waarop is vermeld dat dit de plek is waar Ariston Bab, de mentor van Kozha Akhmed Yasaui, hem een heilige stenen persimmon heeft gegeven die Ariston van de profeet Mohammed had gekregen.
Het verhaal is een ietsiepietsie dubieus omdat er 500 jaar verschil zit tussen de levens van Mohammed en Ariston en Kozha, maar ach het is een mooi verhaal en het levert een bijna even mooi bord op.

Na het bord met de gele letters gaan we op zoek naar de Kydra minaret. In de Lonely Planet staat behoorlijk geschreven waar je deze minaret kunt vinden, maar in tegenstelling tot de vele minaretten in Oezbekistan, zie je deze minaret pas als je er tegenaan loopt. Met een hoogte van ongeveer drie meter is dit de kleinste minaret van deze vakantie.

We hadden met onze chauffeur afgesproken dat we een uurtje nodig zouden hebben voor Sayram en dat hebben we behoorlijk goed ingeschat.
We lopen terug naar het kruispunt waar hij ons eruit gegooid heeft, maar bezoeken nog wel even het mausoleum van Karashash-Ana. Bij het kleine mausoleum zitten een paar vrouwen gezellig te klessebessen. Waarschijnlijk bespraken ze de meloenen-aankoop die ze even later zouden doen. Voor Diana levert dat altijd leuke plaatjes op.

We springen in onze taxi en worden hartelijk ontvangen door onze chauffeur. Jammer dat we er niets van verstaan.
De terugweg gaat aanzienlijk sneller dan de heenweg en binnen de kortste keren stappen we vlak bij ons hotel van de vorige keer uit. We betalen onze chauffeur het afgesproken bedrag en gaan bij het Georgische restaurant Mumuho wat eten.
Het eten bij het Georgische restaurant is weer heerlijk. Je zou bijna naar Georgie op vakantie gaan voor het eten.
Na het eten nemen we nog een bak koffie bij Global Coffee en gaan dan naar het treinstation.

Als we bij het treinstation aankomen, staat het perron al stampvol. Dat kan gezellig worden vannacht. De trein komt pas over drie kwartier dus we nemen nog even plaats in het stationsgebouw.
Om 07:45 uur wordt omgeroepen dat de trein er aan komt (dat denken wij). We lopen naar het perron en daar horen we dat onze trein op perron 2 arriveert. We lopen over het spoor naar perron 2 en zoeken een plekje tussen de medereizigers.
De trein is prachtig op tijd en tot onze opluchting is het een redelijk moderne, schone trein.
We delen de coupe met 2 Kazachse dames, dus veel gespreksstof is er niet. Om 21:00 uur maken we de bedjes op en gaan we slapen.

Vrijdag 25 oktober 2019

Ondanks dat deze trein nieuwer en comfortabeler is dan de trein naar Khiva, hebben we nu minder goed geslapen. Wat dat is? Wie het weet mag het zeggen.
Rond 06:00 uur komt de conducteur vertellen dat we bijna in Almaty zijn en om 06:20 uur staan we slaperig op het perron.

We worden gelijk aangesproken door taxichauffeurs en we kiezen er eentje uit. Het grappige is dat je in zee gaat met een taxichauffeur, maar dat je niet weet hoe de taxi eruit ziet. Nou, dat was bij deze taxichauffeur maar goed ook, want dan kreeg hij nooit meer klantjes. Wat een verrotte Golf; er zat bijna niets meer aan, het leek wel of we in een kale carrosserie stapten; geen handvaten, geen stripjes, geen ruitenwissers, you name it! Van binnen is het al even erg. Alles wat in zo’n auto hoort te zitten is kapot. Als hij wegrijdt horen we dat de motor in ongeveer dezelfde staat is als de carrosserie. Het is nog pikdonker en hij rijdt met één koplamp. Je kunt je afvragen hoe het aan de achterkant is. Deze auto wordt niet eens toegelaten op de sloop!
Maar goed, de chauffeur belt netjes met het hotel en rijdt er in een keer naar toe. Dat hebben we in glimmende taxi’s wel eens anders meegemaakt.

We checken net voor zevenen in bij het hotel en we zijn dolblij dat we gelijk al op de kamer kunnen. We gaan de 5e etage en duiken nog even in bed om wat van het slaaptekort in te halen.
Om half negen gaat de wekker, want we willen natuurlijk niets van het ontbijt missen. Even douchen en naar beneden.

Na het ontbijt gaan we eerst naar de Sberbank, 2 straten verderop, om een paar ton te halen voor ons toertje van morgen en overmorgen.
Omdat de pinautomaat maar maximaal 80 euro geeft op de Mastercard, gaan we geld halen aan het loket; net als vroeger.
Dat ‘net als vroeger’ nemen ze hier heel letterlijk. Er moet een berg papier ingevuld worden, alles moet dubbele getekend worden én je moet je pincode ingeven. Voordat er dan uitbetaald wordt komt er een andere medewerker om te controleren of die eerste medewerker geen fouten heeft gemaakt. De controle-medewerker moet dan óók weer van alles tekenen en pas dan wordt het geld uit de kluis gehaald. Gelukkig hebben we vandaag niet veel op het programma staan, want je bent er even zoet mee.

We leggen het geld in de kluis op de kamer en gaan dan bij Vilka een bak koffie drinken. Daar ontvouwen we de dan de plannen voor vandaag.
Veel hebben we eigenlijk niet meer te doen, want vorige keer hebben we de stad behoorlijk onder handen genomen.
Diana wil nog even bij een restaurantje kijken en Rob heeft nog een museum op z’n lijstje staan en er is een autovrij winkelgebied op Zhibek Zholy. Autovrij en Almaty, dat is zo’n contradictio in terminus, dat moeten we zien.

Het is een stevige wandeling naar de Chechil Pub, maar dan zie je ook weer wat van de stad. De oude Russische betonblokken steken schril af tegen de eigentijdse nieuwbouw. Grote, grauwe, bedompte appartement-blokken zijn soms wel opgeleukt met een mooie muurtekening, het blijven grote, Grauwe bedompte appartement-blokken en hoe je het ook wendt of keert, het hoort bij de historie van de stad.

Na een half uurtje zijn we bij de Chechil Pub. We gaan naar binnen en bestellen wat te drinken. Het is een hippe tent die supertrendy is ingericht. De naam is afgeleid van dé Che; de grote vriend van Fidel en vrijheidsstrijder in Cuba, Bolivia en Kongo.
Er hangen overal foto’s van de populaire man met de baret. Soms zelfs met een vleugje Nederland.

Na dit drankje met een historisch vleugje kunnen we nog wel wat meer cultuur happen en gaan we met de metro naar het A. Kasteyev Art Museum. Hoe bedenk je zo’n naam denk je dan, maar het is niet eens de eerste naam voor dit museum. Toen het museum z’n deuren opende in 1965 heette het museumd The Kazakh Art Gallery en in 1976 is het hernoemd naar The State Museum of Arts of the Republic of Kazakhstan. In 1984 wordt het museum dan vernoemd naar de Kazachse artiest Abylkhan Kasteyev. Ach, what’s in a name?

In tegenstelling tot het Central State Museum of the Republic of Kazachstan waar we eerder waren, is de collectie van dit museum zeer uitgebreid en zeer gevarieerd. Natuurlijk is er veel aandacht voor Kazachse kunst (wat dan soms weer op huisvlijt lijkt), maar er staat beeldhouwwerk, er is een kunstig projectje dat aan het plafond hangt en er staat zelfs een koe met uiers van wodkaflessen. Het grootste deel van het museum hangt echter vol met schilderijen. Allerlei genres, allerlei maten en uit allerlei landen; er hangen zelfs een paar Hollandsche meesters.

We snuffelen ruim een uur rond in het museum en na die culturele verrijking gaan we verder met ons tochtje langs de velden.
Dat laatste nemen we gelijk erg letterlijk, want we komen langs het stadion van de voetbalclub van Almaty: FC Kairat. In de buurt van het stadion staat alles in het teken van de club. Er zijn hele hekwerken beplakt met levensgrote posters van de spelers en ook het programma is overal aangeplakt. De lichtmasten zijn van verre te zien en ze hebben een heuse fanshop.

Wij lopen langs het stadion naar het Baikonur metrostation en gaan op weg naar station Zhibek Zholy, vlakbij het gelijknamige winkelgebied.
Het geeft toch een hele andere sfeer als je niet elke keer wordt opgeschrikt door getoeter van auto’s. Het winkelgebied is ruim opgezet en behalve de Kazachse winkelketens, zijn er internationale winkels als Mango en Starbucks.
We lopen naar het einde van het winkelgebied en daar wil Diana nog even een kledingwinkel in (……….). Bij het zien van de kleding aan de rekken wordt ze helemaal enthousiast en dat is niet alleen door de prijs. Het ziet er gewoon best leuk uit. De kwaliteit is niet altijd even best, maar het lukt haar uiteindelijk toch om een broek te scoren. Jullie mogen de komende weken raden welke het is.

Het is inmiddels 16:30 uur en de temperatuur begint al weer behoorlijk te dalen. We vinden sowieso dat het kouder is dan 3 weken geleden. We nemen de metro en gaan terug naar het hotel.
We doen vanavond niet te moeilijk en eten bij Vilka, een paar blokken verderop. We willen vanavond niet te laat naar bed, want het slaaptekort van de nachttrein moet wel ingehaald worden voordat we morgen weer aan de bak moeten.

Zaterdag 26 oktober 2019

We hebben een 2-daagse tour naar Pational Park Altyn Emel geboekt bij Kolsai Tour en worden om 07:30 uur opgehaald bij het hotel. Dat geeft ons een half uurtje om te ontbijten en uit te checken.
Omdat we morgenavond weer bij dit hotel terugkomen, laten we de grote rugzakken hier achter.

Als we om 07:28 uur de ontbijtzaal uitlopen staat onze gids/chauffeur al te wachten. Hij stelt zich voor en het blijkt Andrey te zijn, de eigenaar van Kolsai Tour.
We lopen naar buiten en daar staat onze ‘taxi’: een Toyota Sequoia. We hebben bijna een trappetje nodig om erin te komen.

We rijden Almaty uit en al snel zitten we op een prachtige snelweg. Andrey vertelt van alles en nog wat over Almaty, Kazachstan, het verbruik van de veel te grote auto, z’n familie en nog veel meer. Na een uurtje gaan we naar een Gazprom tankstation, omdat ze daar de beste benzine hebben, volgens Andrey.
Hij haalt er gelijk een kop koffie voor ons, dus de eerste punten heeft hij binnen.
Vlak voor Kapchagay staan grote reclameborden van casino’s langs de snelweg en in de Kapchagay staan de casino’s bijna op de snelweg. Kapchagay is het Las Vegas van Kazachstan, dus hier moet je zijn als je je geld kwijt wilt.

Na zo’n tweeënhalf uur verlaten we de snelweg en hebben we nog ruim een uur nodig om in Bashi te komen, waar ons hotel voor vannacht staat. We checken in en het hotel ziet er goed uit voor zo’n stoffig dorpje. Het schijnt nog niet zo oud te zijn, dus daar komen we goed mee weg.

We lunchen in de eetzaal naast het hotel en gaan dan op weg naar de ‘Singing Barkhan’, oftewel de zingende duin.
De weg erheen is een lang wasbord met grind en volgens Andrey moet je op zo’n weg minsten 60 km/u rijden omdat je anders gek wordt van het gehobbel. Hij drukt het gas in en laat zien hoe het moet.
We vliegen over de ribbels in de weg en laten een enorme stofpluim achter.
Onderweg zien we een groep grote roofvogels die van een karkas aan het snoepen zijn, maar als wij dichterbij komen vliegen ze weg.
We passeren een tweetal checkpoints en dan zien we in de verte ineens die duin. Het is net of die hoop zand er neer is gelegd. Zo’n duin zie je normaal gesproken in een woestijn, maar hier ligt de duine eenzaam en alleen tussen rotsachtig gebergte.

Andrey parkeert de wagen en we gaan op weg om de duin te beklimmen. Onderweg doen we onze schoenen uit en zetten die tussen de struiken. ‘No one will touch them’ zegt Andrey en we gaan op blote voeten verder naar de duin die voor ons ligt.
We klimmen naar de duinkam en volgen deze omhoog. Deze Barkhan is op het hoogste punt 120m hoog en als je de duinkam helemaal afloopt heb je 3km te gaan.

Het is best even wennen om over het topje van een duin te lopen, maar je kunt er eigenlijk niet afvallen.
Het uitzicht op de duin is fantastisch en na elke slinger ziet het er weer anders uit. We stoppen regelmatig om een foto te kunnen nemen.
Andrey laat de duin ook nog even zingen. Hiervoor rent hij In de lengterichting over het schuine deel van de duin en dan hoor je de duin inderdaad brommen (als je heeeeel goed luistert). De naam Singing Dune klinkt natuurlijk lekker in een brochure, maar ik zou er geen CD van kopen.
We lopen naar het hoogste punt en dalen dan een klein stukje af tot we bij een iets breder deel komen. Daar gaan we zitten en doen we even niets anders dan van de omgeving genieten.

Je kunt hier natuurlijk niet voor eeuwig blijven zitten, dus na een half uurtje komen we weer in de benen en lopen we dezelfde route terug. Onderweg komen we andere bezoekers tegen en voorzichtig lopen we langs elkaar heen.
Terug bij de auto zet Andrey op z’n eenpits gasstel een bakkie thee en haalt hij de onderweg gekochte chocolade en koekjes tevoorschijn. Dat hebben we wel verdient na de inspanning van net.

Rond 16:00 uur klimmen we weer in de auto en rijden we terug naar Bashi. We gooien onze spullen op de kamer en gaan dan ……………. nixen, want er is hier werkelijk helemaal niets te doen.
Andrey heeft ons verteld dat we om 19:00 uur dineren, maar omdat we al eerder in de eetzaal zijn wordt het eten voor ons eerder opgediend. De vegetarische maaltijd smaakt voortreffelijk!
Net als in Saty gaan we na het eten naar onze kamer en omdat het hier behoorlijk koud is, kruipen we snel onder de dubbele dekens.

Zondag 27 oktober 2019

We hadden gisteren met Andrey afgesproken dat we direct om 07:30 uur zouden ontbijten, want dan konden we mooi op tijd we. Als we onze kamer uitlopen komt Andrey eraan en zegt dat we pas om 08:00 uur kunnen ontbijten omdat het personeel gisteren naar het dorpsfeest is geweest. Dat vinden we een hele goede smoes, dus we gaan even terug naar onze kamer.
Om 07:45 uur zien we dan een vrouw in haar ponnetje naar de eetzaal lopen en dat is voor ons hét teken.

Het ontbijt krijgt een voldoende en om 08:20 uur gaan we op weg naar Aktau Mountains. Het is nog een hele rit naar deze kleurrijke bergen en het grootste deel is onverhard. We komen eerst nog door een tweetal kleine dorpjes waarvan de laatste zelfs een ezelparkeerplaats heeft.
Net als gisteren is er ook nu weer een checkpoint in-the-middle-of-nowhere waar de administratie geregeld moet worden. Pas dan gaat het hek open en stoffen we verder.
Niet ver van de bergen springen er voor ons 2 dwerg gazelles over de weg. Deze beestjes halen een snelheid van 60 km/u, dus wij zien al snel niet meer dan 2 kleine stofwolkjes.

Om 09:45 uur komen de witte bergen van Aktau in zicht en niet veel later parkeert Andrey de auto bij een kampeerlokatie. Nadat hij wat vriendelijkheden heeft uitgewisseld met een collega, deelt hij de stokken uit en gaan we op pad.
We zijn nu al onder de indruk van de omgeving, dus dat kan nog wat worden.
We lopen via een soort rivierbedding richting het rode gedeelte van Aktau. Naarmate we dichter bij de bergen komen, worden de kleuren intenser en ratelt de fotocamera vaker. Elke 50m willen we weer stoppen omdat het er nog mooier uitziet.

Aan het einde van het eerste deel van wat nog een stevige wandeling moet worden, krijgen we ook zicht op een witgrijs deel van Aktau. Het ziet er allemaal heel onaards uit. Er is geen plantje te ontdekken; er is alleen maar het kale, kleurrijke maanlandschap.
We draaien om en Andrey zegt dat we nu omhoog gaan. Als we naar de bergen om ons heen kijken zien we dat nog niet zomaar gebeuren; het is allemaal zo steil! Zou er aan de achterkant misschien een roltrap zijn?

Na een tiental minuten door de rivierbedding te hebben gelopen wijst Andrey naar links en zegt ‘here we go up’. ‘Ok’, zeggen wij zonder veel overtuiging ‘let’s go up’.
Het eerste deel van de klim is nog wel te doen en we kunnen nog steeds van de bergen om ons heen genieten. De rode bergen liggen nu achter ons en aan de rechterkant zien we steeds meer van de witte bergen verschijnen.
We blijven fotos maken, maar dan staan we ineens voor een listig stukje. We kijken omhoog en zien een supersteil stuk van nog geen 50m waarvan we ons afvragen hoe we daar omhoog komen. De ondergrond is van zandsteen en we merken dat dit materiaal nogal snel afbreekt.
Op handen en voeten leggen we de meters af en halen opgelucht adem als we het achter ons hebben. Dat viel niet me, maar we hebben het gedaan.

Het resterende stuk omhoog is goed te doen en dat geeft ons de gelegenheid om veel te veel fotos te maken.
Andrey neemt ons mee naar het hoogste uitkijkpunt en biedt aan om daar een paar fotos van ons te maken. Het wijst waar we moeten gaan staan voor het beste resultaat. Het enig wat wij denken is: ‘als het rotsje waar ik nu sta maar niet afbreekt’.

Na de fotosessie nemen we even de tijd om van het 360-graden uitzicht te genieten. Heel lang kunnen we hier helaas niet blijven, want we moeten vandaag weer terug naar Almaty. Er zit dus niet anders op dan Andrey te volgen op de weg naar beneden.
De omgeving blijft onverminderd mooi. Als we de witte bergen achter ons laten, komen er rood/oranje voor terug. Wat een prachtig rondje heeft Andrey voor ons uitgezocht!

Weer terug bij de auto zet hij een pot thee en krijgen we van z’n Kazachse collega een restantje soep aan geboden. Dat gaat er na zo’n portie inspanning wel in.
Als we weer een beetje op adem zijn gekomen, springen we in de auto en gaan we naar onze volgende bestemming van vandaag: KatuTau Mountains.

Het is maar een half uurtje rijden naar KatuTau Mountains, maar de omgeving is volledig anders. Hier geen kleurrijke bergen, maar een hoop vreemdvormig gesteente. Als we de auto uitspringen waarschuwt Andrey ons nog wel uit te kijken voor slangen; die komen hier veel voor.
We bekijken deze mega-drol van heel dichtbij en vragen ons af wat het is. Andrey komt even later met het antwoord. Toen dit gebied nog zeebodem was, is er lava omhoog gekomen en die lava is in het zeewater heel snel gestold waardoor het deze vreemde vorm heeft. Klinkt heel aannemelijk en wij hebben geen betere verklaring.

Om 14:00 uur springen we weer in de auto en gaan we terug naar Bashi voor een verlate lunch. We volgen de route van vanochtend in omgekeerde richting en na een uur zijn we terug bij ons hotel.
We werken de soep en de spaghetti naar binnen en springen dan opnieuw in de auto voor de drieenhalf uur durende rit naar Almaty. Eerst nog door de mooie omgeving bij het nationale park, maar als we de Altyn Emel pas over zijn en we weer op de snelweg zitten, tellen we de kilometers naar Almaty af.
Om 18:30 uur zet Andrey ons af bij het hotel en bedanken we hem voor de twee fantastische dagen.

Maandag 28 oktober 2019

Op onze voorlaatste dag in Kazachstan doen we het rustig aan. We slapen een beetje uit, nemen alle tijd bij het ontbijtbuffet en pakken dan onze rugzakken alvast voor een deel in. Dat is een eenvoudige klus, want bijna alles is smerig. Gewoon een kwestie van proppen.
Vandaag wordt een afkick-dag. Afkicken van al het moois dat we gezien en meegemaakt hebben.

Rond een uurtje of 10 gaan we dan toch nog maar even de straat op. Diana heeft tijdens het taxiritje van vrijdagochtend een groot shoppingcenter gezien en wil daar even een kijkje nemen. Volgens Google Maps is het maar 2 kilometer van ons hotel verwijderd, dus dat kunnen we wel lopen.

Als we buiten komen zien we dat het bewolkt is. Dit is dan officieel de eerste bewolkte dag van onze vakantie! De weergoden waren ons dit jaar zeer gunstig gezind.
We lopen in een links-rechts-links-rechts patroon naar het Mega Park, maar als we onderweg langs Cafe VIP komen, gaan we daar eerst maar even op het terrasje zitten. We bestellen een bak koffie en genieten van de zon die z’n best doet achter de bewolking.

Vanaf Cafe VIP is het nog 5 minuten lopen naar Mega Park en het lijkt een behoorlijk nieuwe mall te zijn. Op de gevel prijken bekende namen als H&M, Zara, Bershka en Reebok, maar ook minder bekende namen als Chaplin en LC Waikiki.
Na een krap uurtje bestaat de buit uit een ketting voor Diana en een trui voor Rob. Dat moet gevierd worden. Op naar de Mc!

Iets na enen gaan we weer terug naar het hotel waar we even checken of de was al klaar is. Omdat we niet te veel willen stinken in de LH647 hebben we toch maar even een setje naar de laundry gestuurd.
Als de fris ruikende kleren weer in onze kast hangen gaan we naar Vilka om daar, onder het genot van een drankje, dit blog bij te werken.

De rest van de middag doen we niets meer. We lezen een tijdschriftje en denken nog eens terug aan wat we de afgelopen 4 weken allemaal hebben gedaan.
Kazachstan en oezbekistan was een perfecte combinatie. In Kazachstan Kun je helemaal los gaan op de bijzondere (mooie) natuurgebieden terwijl Oezbekistan prachtige culturele (zijderoute) toplokaties te bieden heeft. De mensen in Kazachstan zijn wat gesloten en zullen niet snel contact maken terwijl de mensen in Oezbekistan juist het contact opzoeken. Voor beide landen geldt dat het Russische verleden nog duidelijk aanwezig is (vooral in de steden).

Rond 19:00 uur gaan we een hapje eten en maken we zoveel mogelijk van onze tenge op. Een laatste selfie en dan gaan we terug naar het hotel om de rugzakken in te pakken.
Om 01:30 uur staat de taxi naar de luchthaven voor de deur, dus we liggen er bijtijds in.

Dinsdag 29 oktober 2019

Als je om 01:30 uur wordt opgehaald door de taxi, kun je van nachtrust eigenlijk niet spreken. Zeker niet als je tijdens de paar uurtjes slaap door Jos gevraagd wordt of je je in wilt schrijven voor de 7-Heuvelenloop.
Maar goed, we hebben straks in het vliegtuig nog 7 uur om te slapen.

De taxi is mooi op tijd en omdat het verkeer in Almaty ‘s-nachts wel rustig is, zijn we binnen 20 minuten op de luchthaven. Op dit tijdstip is het ook op de luchthaven erg rustig. We zien op de beeldschermen dat er de komende uren maar 3 vluchten gepland zijn.

We checken onze rugzakken in en kopen dan met onze laatste tenge een bak koffie.
Tegen drieën gaan we door de douane en rond vier uur begint Lufthansa te boarden.
We lopen naar rij 34 en strak op tijd wordt het vliegtuig van de gate geduwd.
De rest is business as usual: hapje eten, filmpje kijken, oogjes toe, ontbijtje en touchdown.

Op Frankfurt Airport gaan we met het treintje naar vertrekhal A, waar nog een lange wandeling volgt.
Als we de security check gehad hebben, drinken we een bak koffie met appelgebak (ter compensatie van het ontbijt). Dan gaan we door de douane en zoeken we een plekje bij gate A21.

Met een kwartiertje vertraging vertrekken we naar Amsterdam. De stewies proppen er een broodje en een glaasje drinken in en een uurtje later staan we op Schiphol.
Gelukkig zijn onze rugzakken ook meegekomen, dus we kunnen met de trein naar huis. Dit avontuur zit er op!

Kazachstan & Oezbekistan 3

Vandaag staan er heel wat treinkilometers op het programma; eerst naar Tashkent en vanavond door naar Khiva, waar we morgenochtend aan zullen komen. Het is dus prettig dat we de dag met een stevig ontbijt kunnen beginnen. Behalve de gebruikelijke eitjes, worstjes, ham, kaas en yoghurt staat er ook een hele partij zoetigheid bij het ontbijtbuffet. Inmiddels weten we dat dit heel gebruikelijk is in Oezbekistan.

De lieverd achter de receptie kan maar moeilijk afscheid van ons nemen. Ze zou het liefst de hele dag met ons kletsen, maar de trein in Oezbekistan wacht op niemand.
Als we naar de taxi lopen geeft ze ons nog een klein Oezbeeks poppetje mee als aandenken en als we in de taxi stappen zegt ze dat zij de taxi al betaald heeft; wat een schat!

We zijn, zoals gebruikelijk, weer op tijd op het station en na de security-check nemen we even plaats in het stationsgebouw. We zouden liever op het perron plaatsnemen, maar daar is het in een t-shirt en Teva’s aan de voeten te koud voor.
Iets voor achten rijdt de trein station Kokand binnen en nemen wij plaats in de platzkart. Dit is de goedkoopste klasse die je kunt boeken en dat is te merken. Het is ze gelukt om zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant stapelbedden in de wagon te proppen. Gelukkig duurt het ritje in deze trein maar vier-en-een-half uur.
Voor de routebeschrijving verwijs ik naar de blog van 12 oktober. Draai de pagina om en dan weet je wat we tegengekomen zijn.

We arriveren ruimschoots op tijd in Tashkent, waar wij eerst onze grote rugzakken naar de left-luggage brengen. Die halen we vanavond wel weer op. Bij het treinstation drinken we een icetea en eten we een lokale variant van een hot-dog. Dan gaan we op weg naar de bezienswaardigheden die bij ons vorige bezoek aan Tashkent niet aan bod zijn gekomen.

Omdat er geen metro bij dit treinstation is, laten we ons door een taxi afzetten bij de Holy Assumption Cathedral Church. Waarom we deze kerk bij onze eerdere ontdekkingsreis niet zijn tegengekomen is onduidelijk, maar de HACC is zeker een bezoekje waard. De lichtblauw gekleurde kerk met z’n glimmende koperen uien op het dak is zeker een bezoekje waard. Niet alleen het exterieur is prachtig, ook binnen valt je mond open. Deze kerk mag je niet missen als je in Tashkent bent.

We wandelen naar het andere treinstation van Tashkent, omdat daar wel een metrostation is en nemen dan de metro naar station Milly Bog’. Dit is het metrostation dat het dichtst bij het Alisher Navoi park is. Dit park is helemaal niet ver van hotel Mirzo waar we een paar dagen geleden sliepen, maar een bezoekje aan dat park zijn we (ook) niet aan toegekomen.
Het park is vernoemd naar de 15e eeuwse Oezbeekse dichter Alisher Navoi die eigenlijk Nizomiddin Mir Alisher heette. Hij staat hier hoog aangeschreven en je zou z’n 15 delen tellende levenswerk ‘Asarlar’ eens kunnen proberen.
In tegenstelling tot de HACC is het park niet echt een must-go. We zijn bijna de enige bezoekers van het park en zelfs de waterfietsen liggen op het droge. We lopen langs het grote standbeeld van de dichter en gaan dan weer richting de uitgang.

Na een lekkere bak koffie duiken we metrostation Xalqlar Do’sligi in om er bij station Mustaqilik maydoni weer uit te komen. We gaan op weg naar de Broadway Lounge Bar waar we vorige week al de lunch gebruikten. Dit keer hangen we onderuit op een bank en genieten van een drankje. Rond 17:00 uur bestellen we wat te eten en tegen 18:00 uur gaan we op weg naar het treinstation voor onze slaapplaats voor deze nacht: de trein naar Khiva.

Op het station nemen we plaats in de stationshal en wachten op wat komen gaat. We worden omringd door Oezbeekse kerels die natuurlijk een praatje met ons willen aanknopen. De meesten van hen spreken maar een enkel woordje Engels, maar er is er eentje die er wel wat zinnen uit krijgt. Ze willen weten waar we vandaan komen, met welke groep we reizen, wat we van Oezbekistan vinden en wat onze leeftijd is (ze geloven ons niet!!!). We zijn een zeldzaamheid.
Er is er zelfs eentje die voor ons een cadeautje haalt: een koelkastmagneet van Oezbekistan!

Woensdag 16 oktober 2019

We hebben de coupe met 2 Oezbeekse mannen gedeeld: een 65plusser en een leraar Engels aan de universiteit. Dankzij de leraar konden we ook met de oudere man communiceren en dat is ook wel eens leuk. Net als de jongens op het station wil ook hij van alles van ons weten, maar hij is vooral nieuwsgierig naar wat wij van Oezbekistan vinden. We zijn rond 08:00 uur wakker en hebben redelijk goed geslapen in de trein. De laatste uurtjes in de trein gaan snel voorbij en om 11:00 uur lopen we al op het perron van Khiva. We nemen een taxi naar het hotel, maar moeten daar nog even wachten omdat onze kamer nog niet schoon is. We gaan daarom maar even op zoek naar een restaurantje.

Om 12:30 uur kunnen we op onze kamer en direct daarna gaan we naar de ommuurde stad van Khiva.
In de 10e eeuw wordt Khiva al genoemd als een belangrijk handelscentrum aan de zijderoute. Alle karavaans maakten, op weg naar China, een tussenstop hier. Van zonsopkomst tot zonsondergang, als de poorten weer dicht gingen, passeerde een eindeloze stroom kamelen met bagage.

Khiva is een unieke stad die niet voor niets claimt het zevende wereldwonder te zijn. We lopen door de met stenen geplaveide, smalle straatjes en het ziet er allemaal fantastisch uit. De stad ademt de sfeer van vroegere tijden en je verwacht elk moment Marco Polo tegen het lijf te kunnen lopen. Als je dan achter je hoort zeggen ‘ach schatz, was ist es hier schon’, ben je weer terug in het heden.

De oude stad is prachtig gerestaureerd, maar het is jammer dat er zoveel commercie binnen de muren is toegelaten. Voor elk monumentaal gebouw staan kraampjes met prullaria die ze aan de toeristen proberen te slijten en een aantal van de prachtige gebouwen wordt hergebruikt als restaurant of zelfs als hotel. Maar goed, het onderhoud van zo’n openluchtmuseum moet natuurlijk ergens van betaald worden.
Voor het eerst lopen we in Oezbekistan tussen massa’s andere (Europese) toeristen. Blijkbaar hebben veel groepsreizen Khiva in hun programma opgenomen. Zoveel toeristen hebben ook een naar bijverschijnsel: de prijzen zijn verdubbeld (of meer).

We lopen door de smalle straatjes van Khiva en bewonderen de unieke gebouwen. Na elke hoek is er weer wat anders te zien en alles is in zeer goede staat.
De Kalta Minor minaret trekt veel bekijks. De bouw van deze dikke, turquoise betegelde minaret is door Mohammed Amin Khan gestart in 1851 en hij wilde een minaret bouwen die zo hoog was dat je Bukhara er kon zien. Helaas overleed de khan in 1855 en is de minaret nooit afgemaakt.

Er zijn een aantal madrassa’s in de stad, maar ook een aantal mausoleums. Het mausoleum van Pahlavon Mahmud is een van de mooiste plekken van de stad. Pahlavon was een dichter, een filosoof en een legendarische worstelaar. Zijn graf uit 1326 is herbouwd in de 19e eeuw, maar is in 1913 opgeëist door de regerende khan. De khan heeft een mooi plekje gekregen, maar volgens ons heeft Pahlavon de mooiste grafkamer. In de buurt van het graf van Pahlavon hangt de volgende tekst van hem:
It’s easy for me to smash 300 mountains
It’s easy for me to paint the sky with blood from my heart
It’s easy for me to be in prison for 100 years
But i’t’s difficult for me to spent a moment with a stupid man!

Omdat het weer behoorlijk warm is gaan we af en toe ergens zitten en bestellen een pot thee. Als je om je heen kijkt zie je overal de prachtige monumenten en wil je gelijk weer op pad.
Onze volgende bestemming is de stadsmuur, die we vanaf de noordkant willen beklimmen.
We kronkelen door de smalle straatjes richting de poort waar we ook door naar binnen zijn gekomen. Daar klimmen we via een trapje met veel te kleine treden de muur. Ook de dikke stadsmuur is in zeer goede staat en bovenop de muur heb je een mooi uitzicht over de stad.

Na het tochtje over de muur, gaan we door de poort aan de westkant naar buiten om daar de muur te bewonderen. De zon begint al wat te zakken waardoor de kleur van de muur naar oranje verandert.
Dit is ook de ingangspoort voor Khiva. Hier koop je het (dure) entree-ticket voor de stad. Dat wij via de poort aan de noordkant zijn binnengekomen en dat je daar gratis naar binnen kunt, is puur toeval.

We eten wat bij een van de vele restaurants in de stad en wachten tot het donker wordt. ‘s-Avonds worden de monumentale gebouwen uitgelicht en dat willen we natuurlijk ook wel even bekijken.
Nadat we de lokale gerechten naar binnen hebben gewerkt gaan we weer op pad.
De gebouwen zijn mooi uitgelicht, maar we missen de kleureffecten een beetje; dit had spectaculairder gekund, maar misschien is het ook wel de bedoeling om het niet te kitscherig te maken.

Donderdag 17 oktober 2019

We schuiven om 08:30 uur aan bij het ontbijt en na eerst een broodje-ei te hebben verorberd, komt de kok met een bak patat uit de keuken; er gaat niets boven een bak patat op de nuchtere maag. Helaas geen mayo en ketchup, maar dat mag de pret niet drukken. Met een goed/vet gevulde maag kunnen we beginnen aan onze 2e etappe door Khiva.

We gaan weer via de goedkope kant de stad in en besluiten dit keer de kippen-zonder-kop strategie te volgen: we lopen lukraak door de stad en zien wel wat we tegenkomen.
Omdat we gisteren de hoogtepunten al hebben afgevinkt, gaan we vandaag naar de plekken die wat verder van de toeristische hotspots afliggen. Khiva heeft dan wel veel weg van een openluchtmuseum, er wonen ook mensen in deze stad.

We hadden de huisjes van Jan-met-de-pet ook al vanaf de muur gezien, maar als je door de straatjes loopt valt ook hier op hoe goed alles onderhouden is. Het lijkt erop dat iedereen hier profiteert van de bijdrage van Unesco.
Het kan niet gewoner; de was hangt buiten, containers staan aan de weg, een Lada staat geparkeerd bij een huisje en af en toe fietst er iemand voorbij op weg naar……., tja waar naartoe eigenlijk?

Op onze tocht door de buitenwijken zien we ook dat het toerisme zich wel steeds verder uitbreidt. Ook in de arbeiderswijk verrijst op elke hoek een hotel. Hoe zal het hier over 10 jaar zijn?
Rond een uurtje of 10 is het wel tijd voor een bakje koffie en daarvoor gaan we naar Terrassa Cafe. Het cafe is heel slim vernoemd naar het dakterras met uitzicht op een deel van de stad. We bestellen een bakkie en genieten van alles wat beneden gebeurt.

Na een voortreffelijke bak koffie vervolgen we onze weg. Omdat de zon nu uit een andere hoek komt dan gistermiddag, ziet het er toch allemaal anders uit. Wat gisteren een donkere plek was, is nu een prachtig plaatje. De donkere schaduwen waar we gistermiddag af en toe last van hadden zijn weg en viceversa.
Als we aan de zuidkant van de stad bij de stadsmuur lopen zien we daar op verschillende plekken een begraafplaats. Niet zoals je dat gewend bent, maar vlak voor de stadsmuur staan stenen ‘tentjes’ dicht tegen elkaar aan gebouwd.
Omdat de temperatuur al weer snel oploopt, gaan we wat drinken bij hotel Malika Kheivak omdat je daar heerlijk in de schaduw kunt zitten. De machinist neemt een biertje, de conductrice een pot thee.

We zijn net een forensentrein, want van hotel Malika Kheivak lopen we met een grote omweg en via zo veel mogelijk zijstraatjes weer naar Cafe Terrassa om daar de lunch te nuttigen. Ook daar zoeken we een plaatsje in de schaduw en genieten van een lunch-with-a-view.
Na de lunch gaat de Dianarob66-trein via weer hele andere straatjes terug naar hotel Malika Kheivak. Onderweg komen we, net als gisteren, een bruidsstoet tegen (we zijn het bruidspaar vandaag al 3x tegengekomen). Blijkbaar is Khiva niet alleen een interessante bestemming voor toeristen.

We brengen de vochthuishouding weer op peil en maken dan nog 1 tour-de-Khiva. In een achteraf straatje komen we een zanger tegen die een videoclip aan het opnemen is. Hij loopt een aantal keren zingend langs de muur van een madrassa, totdat de opname geslaagd is: cut!
Ons treintje gaat voor de laatste keer naar Cafe Terrassa, dit keer voor een diner met sunset. Het dakterras ligt precies goe om de zon achter de poort aan de westkant van de stad onder te zien gaan.

Vrijdag 18 oktober 2019

Vandaag staat onze langste dag-treinreis op het programma. We zitten als eersten in de ontbijtzaal, maar moeten dan ook even wachten op de spiegeleitjes. We werken het ontbijt naar binnen en vragen dan aan de receptionist om ons naar het treinstation te brengen.
Er staat een lange rij met toeristen bij de security-check. Sommigen hebben koffers bij zich waar je in kunt wonen. Wat zijn die mensen van plan?
In het stationsgebouw slaan we nog wat etenswaar in en gaan dan naar het perron waar de trein al staat te wachten.
Zonder de rugzakken hadden we nu een sprongetje van geluk gemaakt, want we zien dat deze trein luxe stoelen heeft. We zagen er al tegenop om 6 uur op een bedje te hangen.
We zoeken onze stoelen in een wagon vol Spanjaarden en gaan er goed voor zitten.

We hebben al snel in de gaten dat deze trein niet door het meest fantastische natuurgebied van Oezbekistan rijdt. Links: zand, zo ver als je kunt kijken, recht: zand, zo ver als je kunt kijken. Het meest enerverende van dit landschap zijn de polletjes gras die het zand bij elkaar lijken te houden. Niet heel interessant dus, of je moet een kameel zijn.
We lezen een tijdschriftje, luisteren wat muziek en slurpen een beker thee leeg. Dat lijkt wat weinig voor 4 uur zand, maar de oogjes gaan af en toe even dicht.

Om 15:00 uur wringen we ons tussen de Spanjaarden door de wagon uit en lopen we in de val met taxichauffeurs. ‘Taxi, taxi sir’ schreeuwen ze in koor. ‘How much’ zegt Diana. ‘150.000 som, is official taxi’ zegt een taxichauffeur. Dat soort belachelijke bedragen werkt niet heel goed bij Diana. Ze gunt de taxichauffeur geen blik waardig en gaat op zoek naar een andere. Uiteindelijk worden we voor 40.000 naar ons hotel gebracht.

Ons hotel zit midden in het centrum, in een klein steegje, vlak bij de Toqi Sarrafon bazaar. We checken in, brengen de rugzakken naar de mooie slaapkamer en zoeken dan een terrasje in de zon. Nu hebben we wel een biertje verdiend.

Na de verfrissing lopen we over de kleine bazaar en hebben we al snel in de gaten dat we hier niet de enige toeristen zijn. Het lijkt er zelfs op dat de toeristen in Bukhara in de meerderheid zijn. Dat heeft weer tot gevolg dat de hele bazaar en straten eromheen volgepropt staan met souvenirstalletjes. Kleden, sjaals, borden, kopjes, kannen, hoedjes, breiwerk en nog veel meer prullaria; je struikelt er bijna over.

‘s-Avonds gaan we eten op advies van de eigenaresse eten bij restaurant Sarrafon, op 5 minuten van ons hotel. Het koelt inmiddels zo erg af dat we niet meer in een t-shirtje de straat op kunnen. Gelukkig hebben we ook een deel van de wintergarderobe meegenomen.

Sarrafon is een mooi restaurant en de gerechten op de kaart zien er smakelijk uit. Helaas is de helft van de kaart niet verkrijgbaar, maar er blijft genoeg over om uit te kiezen.
We bestellen een salade en hoofdgerechten en geven erbij aan dat we de salade als voorgerecht willen hebben en de hoofdgerechten gelijktijdig. Volgens de ober geen probleem, maar we moesten er wel rekening mee houden dat het wat langer gaat duren want Rob heeft een bijzonder stoofpotje besteld en dat kost tijd. De salade wordt als eerste gebracht en ziet er niet alleen prachtig uit, de smaak is ook voortreffelijk. We worden voorbeeldig bediend en om de paar minuten vraagt de ober ‘ is everything ok?’ Op een gegeven moment kondigt hij aan dat het eten over 6 a 7 minuten gereed is. Keurig toch?
Tien minuten later arriveert dan het stoofpotje van Rob, terwijl de ober aangeeft dat het gerecht van Diana nog een paar minuutjes duurt. Er gaan heel wat minuten voorbij en Rob is inmiddels aan z’n hoofdgerecht begonnen als eindelijk de rijst die bij het stoofpotje hoort, wordt geserveerd. Diana staart dan nog steeds naar een leeg bord. De ober hebben we al een tijdje niet meer gezien. Als Rob het potje al een keer of drie heeft uitgelikt, worden dan eindelijk de dumplings van Diana gebracht. Zonder een woord te zeggen verdwijnt de ober richting de keuken. Ze doen hun best, maar hebben nog heel wat te leren. Het eten smaakte voortreffelijk overigens!

Zaterdag 19 oktober 2019

In de heiligste stad van Centraal-Azie staan gebouwen die meer dan 1000 jaar oud zijn. Het grootste deel van het centrum van Bukhara is een ‘architectural preserve’ en staat vol met madrassa’s, minaretten, moskeeën en een groot koninklijke fort. Als je een moskee-fetisj hebt, ga hier dan zeker een keer heen.

Wij beginnen met een rondje aan de westkant van de stad. We lopen door de overdekte Taki-Sarrafon (Taki = bazaar) en komen dan eerst bij de Maghok-i-Attar. De bazaars doen nog het meest denken aan de bazaars in Iran. Een grote centrale koepel met kleinere koepels er omheen, waar de producten worden verkocht. In Iran waren de bazaars veel groter, maar dat zijn ze hier ook geweest. De verbindingsgangen tussen de bazaars zijn ooit gesneuveld, waardoor er nu drie kleinere bazaars over zijn.
De Maghok-i-Attar is de oudste moskee die nog overeind staat; een combinatie van een 9e eeuwse facade en een 16e eeuwse reconstructie. De moskee wordt gezien als de heiligste plaats van de stad, maar wel wat gek dat het tegenwoordig dienst doet als tapijt-museum.

We lopen langs de moskee en dan door de Taki-Telpak Furushon naar de Ulugbek medrassa en zijn dan van de oudste moskee bij de oudste madrassa van Centraal-Azië aangekomen. We nemen een kijkje in de koranschool, maar heel bijzonder is deze niet, De buitengevel is mooi, maar kan wel een restauratie gebruiken.

Op weg naar de Kalon moskee staan we opeens in het startveld van een hardloopwedstrijd. Het blijkt een goede-doel wedstrijd van 7km te zijn. Iets van ‘run for the aralsea’.
We blijven even staan tot de lopers worden weggeschoten (dat wordt hier voorafgegaan door het volkslied!) en lopen dan naar de iets verderop gelegen moskee die in de 16e eeuw is gebouwd op de plek van een moskee die door Chenggis Khan was verwoest.

De Kalon moskee is groot en kan wel 10.000 gelovigen herbergen, maar is niet zo bijzonder als de minaret met dezelfde naam. Toen de minaret in 1127 gereed was, was het waarschijnlijk het hoogste gebouw van Centraal-Azië. De minaret is een architectonisch hoogstandje met 14 banden met ornamenten en er werd voor het eerst gebruik gemaakt van de blauw geglazuurde tegeltjes. Zelfs Chenggis was zo onder de indruk dat hij zijn troepen de opdracht gaf de minaret te sparen.

We lopen weer een stukje verder en komen dan bij de Ark. Deze stad-in-een-stad werd bewoond vanaf de 5e eeuw tot 1920 toen het gebombardeerd werd door het Rode leger. Eeuwen lang heeft het dienst gedaan als het paleis van de emirs van Bukhara. Met dank aan de Russen (!) is er nog maar 20% van de oorspronkelijke koninklijke verblijven over, waaronder een moskee met prachtige houten kolommen. Daarnaast zijn de voormalige verblijven van de ministers en nog iets verder een ruimte waar de troon van de emir stond.
In al deze ruimtes zijn nu kleine musea ondergebracht, maar de collecties ogen wat rommelig.

Op de weg naar buiten staan we nog even te kijken hoe er door een schoolklasje iets wordt voorgedragen. Diana maakt een paar foto’s en als de kinderen klaar zijn met hun verhaal, komt de juf met een van de kinderen naar haar toe. Ze willen wat Engelse woordjes oefenen. Even later komt de directeur erbij en die begint het allemaal te filmen met z’n mobiel. Na al een paar keer met Oezbeekse families op de foto te zijn gegaan, is dit wel het hoogtepunt van haar filmcarrière.

Op weg van de Ark naar het Chashma Ayub mausoleum komen we ook nog langs de Bolo-Haus moskee. Deze moskee heeft een prachtige aivan met beschilderd houten plafond en mooi bewerkte kolommen.
Het mausoleum ziet er leuk uit, maar is geen plek om een half uur rond te hangen. De naastgelegen Markaziy bazaar wel!
We verplaatsen onze aandacht dus naar de bazaar en die is mega! Meerdere grote hallen met de gebruikelijke producten en overal blijven ze even vriendelijk als je een foto wilt maken. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt! We kopen een zak pinda’s en gaan richting Lyabi-Hauz, vlak bij ons hotel.

Net achter de Bolo-Hauz moskee gaan we bij een lokaal eettentje aan een tafeltje zitten. Veel keus hebben ze niet: sjasliek of een soort spaghetti-soep. We bestellen allebei en het smaakt voortreffelijk.
Na deze voedende lunch lopen we toch nog een keertje langs de Kalon minaret omdat deze op dit tijdstip in een beter zonnetje wordt gezet. De schaduwen van vanochtend zijn inderdaad verdwenen; het is een plaatje.

Om 14:30 uur zoeken we een tafeltje bij Lyabi-Hauz. Dit plein rondom een waterbassin (hauz betekent bassin) is een heerlijke plek om, onder de eeuwenoude moerbeibomen, een sapje te drinken. De oude mannen die hier vroeger een spelletje schaak speelden zijn helaas verdwenen. Hun plek is ingenomen door de verkopers die zoveel mogelijk proberen te slijten aan de toeristen.
Tot een eeuw geleden werd Bukhara van water voorzien middels een netwerk van kanalen en stenen bassins. De mensen kwamen daar samen om te wassen, te drinken en te roddelen. Omdat het water niet vaak ververst werd, was Bukhara berucht om de door water overgebrachte ziektes. Er wordt gezegd dat de mensen in Bukhara in de 19e eeuw gemiddeld niet ouder werden dan 32.
De Russen hebben dit systeem later gemoderniseerd waardoor het minder gevaarlijk werd om hier met Persil aan de gang te gaan.

We blijven de rest van de middag aan het waterbassin hangen en onder het genot van een drankje en de pinda’s die we op de bazaar gekocht hebben zitten we op een bankje in het zonnetje. Met een schaakbord erbij zouden we hier enkele tientallen jaren geleden niet misstaan.
Aan het tafeltje achter ons zitten drie knapen in een t-shirt van de hardloopwedstrijd van vanochtend. Diana vraagt aan ze hoe het gegaan is en dat is gelijk het begin van een heeeeel gesprek. Met behulp van z’n telefoon ligt de meest brutale z’n doopceel: hij is 22 jaar, single, werkt bij de politie, heeft nog drie zussen, hij woont in Andijon en nog veel meer. Natuurlijk wil hij dat soort gegeven ook van ons weten. Na een paar minuten springt hij naast Rob op het bankje en laat hij allerlei foto’s zien van hem en zijn vrienden in een militair pakkie. Misschien dat de vertaalmachine politie en militair door elkaar heeft gegooid, of de politie loopt hier soms in camouflage pakken, maar uiteindelijk gaan we met z’n allen op de foto. Cheese!

Tegen vijven gaan we even terug naar het hotel om daar de treintickets voor Shimkent – Almaty die we vorige week online geboekt hebben uit te printen. We weten nl. niet zeker of een e-ticket wordt geaccepteerd. Rond zessen proberen we nog ergens een glimp van de zonsondergang op te vangen, maar dat is erg lastig in Bukhara. Dan maar even naar een theehuis voor een pot thee met apfelstrudel (heel Oezbeeks!). Na een uurtje lopen we nog een keertje langs een paar monumenten om te kijken of ze er ‘s-avonds een lichtshow van maken, maar dat is niet het geval. Dan maar weer richting Lyabi-Hauz. We zoeken een tafeltje en bestellen een pizza. Door de pinda’s en apfelstrudel hebben we niet zoveel trek meer.

Zondag 20 oktober 2019

We genieten opnieuw van het fantastische ontbijt bij hotel Bibi-Khanym. In plaats van je eten bij het buffet te halen wordt hier je hele tafel vol gezet met lekker eten. We eten onze buikjes vol en gaan dan weer op weg.
Gisteren was de westkant van Bukhara aan de beurt, dus vandaag gaan we oostwaarts.

We lopen eerst naar de bezienswaardigheid die het verst weg ligt: Char Minar. Dit poortgebouw van een madrassa die al lang verdwenen ligt verscholen tussen Pushkin en Hoja Nurabad. Char Minar betekent ‘ vier minaretten’ hoewel het eigenlijk geen minaretten zijn, maar decoratieve torens. Het is een hele wandeling, maar de moeite meer dan waard.

Op de heen weg zijn we langs de hoofdweg gelopen, maar terug gaan we via de kleine straatjes achteraf. Na een tiental minuten komen we wat spelende kinderen tegen en speelt het standaard ritueel zich weer af; paar woordjes Engels, hele familie komt naar buiten en fotootje met de kinderen.
We lopen verder en komen dan aan de achterkant van de Kukeldash madrassa. Wat in 1569 nog de grootste madrassa van Centraal Azie was, is nu een gebouw in slechte staat. De muur aan de achterkant zit vol grote scheuren en wordt op verschillende plekken gestur met stalen balken. De voorkant van de madrassa is er niet zo slecht aan toe. De madrassa wordt tegenwoordig vooral gebruikt als theater voor de poppenshow.

Dan is het wel weer eens tijd voor een bakkie koffie, dus we zoeken een bankje bij het waterbassin. Als we nog maar net zitten worden we aangesproken door een aantal jongens. ‘Where are you from, what’s your name, do you like Uzbekistan, what’s your age’. De mannen moeten hun Engels een beetje bijspijkeren en als bewijs moet er dan natuurlijk een selfie met ons gemaakt worden.

Na de koffiestop gaan we naar de Abdulaziz khan madrassa. We waren gisteren ook al bij deze madrassa maar vanwege het tegenlicht dachten we dat een ander tijdstip van de dag betere foto’s zou opleveren. Inmiddels weten we dat deze madrassa altijd de zon in de rug heeft.
Abdulaziz wilde met deze madrassa de Ulugbek madrassa aan de overkant van de straat de loef afsteken en we vermoeden dat het hem gelukt is. Door meer kleuren dan alleen blauw te gebruiken ziet deze madrassa er bijzonder uit.

We lopen terug naar ons hotel want de laatste nacht slapen we in een ander hotel. De eigenaresse van het hotel had een nacht overboekt en heeft ons toen gevraagd of we een nacht in een ander hotel wilden slapen. Dat vonden we geen probleem, dus nu moeten we even onze bagage verkassen. Het andere hotel is maar 100m verderop dus dat is te belopen.
Nadat we verkast zijn lopen we naar het Lyab-Hauz voor de lunch.

Na de lunch gaan we naar de vlakbij gelegen Nadir Divanbegi madrassa. Deze madrassa was als caravanserai gebouwd, maar omdat de khan het gebouw aanzag als madrassa, hebben ze dat er van gemaakt (een khan is onfeilbaar).
De madrassa is een aanrader vanwege het schitterende tegelwerk dat pauwen uitbeeldt die lammetjes vasthouden. We vragen ons wel af wat Mohammed hiervan vindt, want de Islamitische wetten verbieden het om levende wezens uit te beelden.

Een rekensommetje heeft ons geleerd dat we nog een paar ton tekort komen voor de laatste dagen in Oezbekistan, dus we moeten naar de bank. De Asaka bank die wél een Mastercard slikt, is 20 minuten lopen, dus dat wordt onze volgende bestemming.
Gelukkig zit er genoeg geld in de automaat, dus we pinnen 700.000 som en gaan weer terug naar het plein.

Bij het plein struikelen we zowat over de bruidsparen. Het lijkt erop dat trouwen op zondag hier gratis is. Het is ons wel opgevallen dat de bruidegom z’n mobiel laat aanstaan tijdens de trouwerij. Regelmatig moet de trouwreportage gestopt worden omdat de bruidegom met z’n mobiel in z’n klauw staat. Het is maar net waar je prioriteit ligt op zo’n dag.

Met zo’n goed gevulde portemonnee kan er wel een ijsje af, dus we bestellen 2 hoorntjes van 60 cent. Om de zoetige smaak weg te spoelen nemen we daarna plaats op een bankje aan het waterbassin en bestellen een halve liter. Onderuit gezakt genieten we van de zonnestraaltjes die tussen de wolken door prikken.


Maandag 21 oktober 2019

Vandaag hebben we nog een paar uurtjes in Bukhara, want vanmiddag stappen we op de trein naar Samarkand.
We nemen vandaag een m.l.d. (madrassa-loze dag)! Na het ontbijt charteren we een taxi en gaan naar Char Bakr. Op deze necropolis (je mag ook begraafplaats zeggen) liggen een aantal hoge heren uit vorige eeuwen begraven, maar er zijn ook graven van de gewone man. Het verschil is overduidelijk; de hoge heren zijn binnen de muren van deze dodenstad begraven en zijn geëerd met grootse monumenten terwijl de gewone man buiten de muren ligt in een stenen tentje.

We lopen langs de verschillende monumenten, waarvan de oudste uit de 10e eeuw dateert; Sheikh Abu Bakr Fazl en Sheikh Abu Sayid liggen begraven in een mooi mausoleum.
Als laatste gaan we via een klein deurtje een smal trappetje op om het complex nog even van boven te bekijken. Hiervoor moeten we de beheerder wel 2 kwartjes in de hand douwen.

Tegen twaalven zijn we terug bij het hotel. We checken uit, zetten de grote rugzakken bij de receptie en gaan dan een bakkie doen op het plein.
Ten zuiden van Lyabi-Hauz ligt wat er over is van de Joodse wijk en na de koffie gaan wij daar een kijkje nemen.
Vanaf de 12e eeuw hebben er Joden gewoond in Bukhara en waren ze een belangrijke speler in de economie van Bukhara, ondanks systematische discriminatie (waar hebben we dat meer gezien).
We lopen door de smalle straatjes richting het Joodse kerkhof en bij sommige gebouwen zie je de oorspronkelijke structuren onder het leem vandaan komen. Het is hier heel anders dan bij de gerestaureerde monumenten.

Vanaf de begraafplaats lopen we weer terug naar Lyabi-Hauz en onderweg vinden we een van de weinige synagogen die er nog zijn. We gaan naar binnen en kijken daar wat rond. Er hangen foto’s van Madeleine Albright en Hillary Clinton die hier in 2000 geweest zijn. We maken een paar foto’s doen een donatie in de daarvoor bestemde kist en lopen dan het laatste stukje naar het plein, om daar te lunchen.

Nu we Bukhara een paar dagen onder de loep hebben genomen, kunnen we vaststellen dat de twee steden in vrijwel niets op elkaar lijken. In Khiva waan je je duizend jaar terug in de tijd, terwijl Bukhara een moderne stad is waar duizend jaar oude monumenten staan. Er is één overeenkomst: de enorme hoeveelheid souvenirstalletjes bij, in en voor de monumenten. Dat mag wel wat minder.

Om 14:00 uur nemen we een taxi naar het treinstation. Dat is wat vroeg, maar we hopen dat we onze treintickets kunnen omruilen voor tickets voor de Afrosiyob; de hogesnelheidstrein.
Nadat we hebben uitgevonden waar het ticketoffice zich bevindt, wordt onze hoop vakkundig de grond in geboord. ‘The fast train is full’ zegt de man aan het loket en hij gaat verder met zaken die hij belangrijker vindt.

Ook onze trein naar Samarkand vertrekt op tijd en gelukkig is ook dit een stoelen-trein, dus we kunnen de twee en een half uur lekker onderuit hangen.
Iets na half zeven zijn we in Samarkand en ook daar moeten we naar de ticketoffice, omdat we overmorgen met een andere trein naar Tashkent willen. Awe hebben tickets voor een avondtrein, maar willen in de ochtend naar Tashkent.
Ook hier verloopt het niet naar wens. Ten eerste is de man achter het loket met van-alles-en-nog-wat bezig, behalve met het helpen van klanten en als we dan eindelijk aan de beurt zijn, vertelt hij dat de trein waar wij mee naar Tashkent willen alleen maar bedden heeft en voegt hij daar nog aan toe dat we een tientje p.p. bij moeten betalen. Daarop besluiten we onze treinreis naar Tashkent helemaal te cancelen; dan gaan we wel met een taxi! We krijgen een deel van het geld dat we voor de tickets betaald hebben, terug en nemen een taxi naar ons hotel.

We zijn iets na achten bij ons hotel. Omdat we nog niet gegeten hebben, gaan we rechtsomkeert de stad in. Een jongen van het hotel had ons een restaurant aanbevolen, maar dat blijkt gesloten te zijn. Omdat er niet veel restaurants in de buurt zijn, gaan we maar bij een soort snackbar naar binnen.
Een gemiddelde Charly zou In een snackbar als dit z’n voorraad nog niet willen neerzetten; flikkerende lampen van minstens 500 watt, kale witte muren waar alleen een afvoerleiding overheen loopt, 6 gammele tafeltjes en de kaart is blijkbaar zo bijzonder dat een drietal locals snel de zaak verlaat.
Wij zijn eigenwijs en bestellen een paar gerechtjes. Het eten staat binnen de kortste keren op tafel en tot onze eigen verbazing smaakt het voortreffelijk. Jammie!!!

Omdat we op slechts een steenworp afstand van de Registon zijn, gaan we na het chique diner alvast een kijkje nemen (we kunnen niet wachten tot morgen). Als we via een taxiparkeerplaats op een soort uitkijkplatform komen, valt onze mond open. Dit vinden we nu al mooier dan Khiva en Bukhara tezamen! Uh nee, dat kunnen we nu nog niet zeggen. Dit lijkt nu al mooier dan Khiva en Bukhara tezamen. We lopen richting het plein waaraan de drie madrassa’s staan en horen van een agent dat om 21:00 uur de lichtshow begint. Dat is nog 20 minuten. Dus dan kunnen wij even opwarmen met een bak koffie (het koelt ‘s-avonds behoorlijk af).
Na de koffie zijn we net op tijd voor de lichtshow en we zijn flabbergasted; wat een spektakel van geluid en licht en wat een waanzinnig mooie gebouwen. We blijven een kwartiertje staan kijken en lopen dan toch maar terug naar ons hotel. Morgen is er weer een dag.