Dinsdag 18 oktober 2022
Wat een verrassing toen we vanochtend op NU.nl keken. Een artikel van een Russische vluchteling met een foto die door ons gemaakt had kunnen zijn. Op de Georgian Military Highway net voorbij de tunnel die wel verlicht is, vlak bij het te nieuwerwetse klooster. We zitten boven op de actualiteit.

Inmiddels zitten we in Batumi en dat is vlakbij een andere grens, die met Turkije. We maken gebruik van het inclusief ontbijtbuffet in ons hotel en dat smaakt heel goed.
Er is zat te zien in Batumi, maar omdat het toch een soort strandbestemming is zijn we wel van plan een tandje terug te schakelen.
Als we door de schuifdeuren van het hotel naar buiten lopen is het opnieuw zwaar bewolkt, maar meerdere weer-sites beloven verbetering.
We gaan eerst naar een soort verzamelplek voor marschrutky om uit te zoeken waar de minibus naar Kutaisi vertrekt. De ‘bushalte’ is slechts een paar honderd meter van het hotel, maar ons Russisch is wat roestig wat tot een heel bijzonder vraag-antwoord spel met een chauffeur leidt. Gelukkig springt er een andere chauffeur bij die wel een paar woorden Engels spreekt. Ook weer opgelost.
We besluiten via de Turkse wijk terug te lopen en op die manier gelijk een paar bezienswaardigheden aan te tikken. Je waant je in dit deel van de stad echt in Turkije door alle restaurant waar Turkse gerechten worden geserveerd en de koffiebars waar Turkse koffie wordt aangeboden. Net als in Turkije zitten de oudere mannen bij elkaar te kletsen onder het genot van zo’n klein glaasje zoete thee.
Als we in de buurt van de Batumi Piazzo zijn begint het te regenen. Dat is niet het weer da we besteld hadden. We lopen door naar de St. Nicolas kerk en gaan daar even naar binnen.
Het blijkt een leuk, klein, erg mooi gedecoreerde kerk te zijn. Een goede manier om voor de bui te schuilen.

Als we de kerk uitkomen is het al weer bijna droog en we denken zelfs meer licht aan de horizon te zien (wens is vader van ….. etc.). We lopen binnen bij het Batumi Kaffee en bestellen een koffie en onder het genot van, besluiten we na het bakje pleur naar de vismarkt te lopen. Een behoorlijke wandeling, maar met dit weer kun je het beste een binnen-attractie bezoeken.
Het is ruim 2 km naar de vismarkt en we moeten daarvoor helemaal om de haven heenlopen. Dat maakt het best een boeiende wandeling. We zien een paar sleepboten liggen en die blijken voor het binnenhalen van containerschepen te zijn zien we later. We komen langs een draagvleugel-veerboot die op het droge ligt. Het blijkt de veerboot naar Sochi te zijn, daar is nu niet veel klandizie voor.
Na een half uurtje komen we bij een klein betonnen halletje dat de vismarkt blijkt te zijn. We gaan naar binnen en zijn natuurlijk weer de enige toeristen te zijn.

We worden bekeken alsof we de vangst van de dag zijn, maar ook hier zijn de Georgiërs weer enorm vriendelijk. Het is echt een gemis dat we nauwelijks met deze mensen kunnen communiceren.
De vis op de markt ziet er goed uit. Zo te zien kun je rustig een visje bestellen in de restaurants in Batumi.
We lopen wat tussen de tentoongespreide vis door en doen net of we er verstand van hebben. Er ligt van alles: steur, kleine tonijn, ansjovis, maar ook inktvis, mosselen en oesters.
Na een half uurtje houden we het voor gezien en gaan we naar de markt voor bijpassende groente.

Om bij de markt te komen moeten we via een roestige voetgangersbrug over het opstelterrein van de goederentreinen heen en ook deze markt vindt plaats in hallen die duidelijk hun beste tijd hebben gehad.
In het eerste gedeelte van de markt is opvallenderwijs losse tabak verkrijgbaar; niet iets wat je vaak op een markt tegenkomt. Dan volgt er een gedeelte waar spullen worden verkocht die niet zouden misstaan op een toeristenmarkt. De marktkooplui daar hebben een actieve verkooptechniek ontwikkeld waarbij je in het Duits wordt benaderd. De oosterburen zijn waarschijnlijk het type toerist die makkelijk de buidel trekt.

In het achterste gedeelte van de markt is plaats gemaakt voor het gebruikelijke groenvoer. Het ziet er allemaal best fris uit, hoewel je dat niet van alle verkoopsters/verkopers kan zeggen. Na een kleine ‘tour de vegetables’ lopen we weer terug naar de voetgangersbrug.

Bijna onder de voetgangersbrug vinden we dan nog de pluimvee-afdeling. Eenden, kalkoenen, kippen en konijntjes (ach zielig….). De keuze is reuze en geplukt terwijl u wacht.
Het allermooiste is dat de zon inmiddels is doorgebroken. We geven wat gas bij en lopen terug naar de boulevard van Batumi.

Na een korte lunchstop aan het begin van de boulevard lopen we eerst naar het hotel voor een brillenwissel. De zon heeft de wolken inmiddels verjaagd en de temperatuur stijgt. Met de zonnebril op de neus en iets luchtiger gekleed vervolgen we onze weg over de 7 km lange (!) boulevard. De enorme rij palmen versterken het zomervakantiegevoel.

Langs de boulevard is heel veel te zien. Er is een Japanse tuin aangelegd, er staat her en der kunst opgesteld, er is een enorm reuzenrad en hier staat de bekendste toren van Batumi. De Alfabettoren is 130 meter hoog en op de toren staan de 33 letters van het Georgische alfabet. Dit alles wordt omlijst met het fantastische uitzicht over de Zwarte Zee. Het strand bestaat uit grote kiezels; om bij het water te komen zijn vlonders over de kiezels gelegd. Er staan stapels ligbedden te wachten op toeristen, maar dat zal waarschijnlijk volgend jaar juni zijn.

We lopen nog een klein stukje door en drinken dan wat bij de van mozaïek tegeltjes gemaakte octopus. Op het bankje in de zon is het al snel te heet, maar daar mag je na vanochtend niet over klagen. De resterende kilometers van de boulevard bewaren we voor morgen. NU lopen we stukje terug naar een loungeclub die we eerder gezien hebben.

PortOdessa heet de loungeclub en het is best vreemd te relaxen bij een club die Odessa in de naam heeft.
De zon begint inmiddels te zakken, maar we vinden een plekje waar we er nog een half uurtje van kunnen genieten met opnieuw de zee achter ons.

Als de zon weg is koelt het snel af en besluiten we terug naar het hotel te gaan. Zonnebril weer af en jasje weer aan en dan terug naar de boulevard omdat we ook Batumi by night willen zien.
’s-Avonds worden veel grote hotels, casino’s en attractie verlicht en dat is best een mooi schouwspel. Het miniatuur reuzenrad aan de gevel van het Radisson is met een soort blacklight verlicht, de alfabettower verandert continu van kleur en Ali en Nino doen hun ding in het donker terwijl ze verlicht worden door ledverlichting.

Ali en Nino, daar hoort een verhaaltje bij: ‘Ali en Nino’ is een beroemde roman uit 1937 van Kurban Said, een auteur uit Azerbeidzjan. Het gaat over een liefde tussen een moslimjongen Ali en een Georgische prinses Nino. Ali behoorde toe aan de familie Aristocraten en werd verliefd op Nino Kipiani, die ook uit een beroemde familie kwam. Ondanks het feit dat ze een andere religie hadden, overwonnen ze alle moeilijkheden en trouwden ze. Ze werden echter gescheiden door de invasie van Sovjet-Rusland in Azerbeidzjan. Toen Ali moest kiezen tussen zijn familie of het land, koos Ali ervoor om dapper te sterven voor zijn eigen land. Waar of niet, in Batumi hebben ze er wel een mooi (bewegend) beeld aan over gehouden.
Woensdag 19 oktober 2022
We beginnen de dag weer met een aanval op het ontbijtbuffet. Er staan vandaag weer hele andere warme gerechten onder de deksels en vooral de menemen is erg lekker. We eten onze buikjes rond want er staan vandaag weer de nodige kilometers op het programma. Gisteren dachten we een tandje terug te kunnen schakelen en dat is mislukt, misschien lukt het vandaag.
We lopen vandaag in zuidelijke richting met als einddoel de flip-flops on eggs, maar daarover later meer. We gaan via de Rustaveli Avenue met z’n imposante neo klassieke gebouwen, parken en vijver richting de boulevard.

Hoe verder we lopen, hoe meer nieuwbouw we ook zien. En dat zijn niet van de lullige gebouwtjes; torens van 40 verdiepingen hoog of meer worden door grote hotelketens uit de grond gestampt. Marriot, Sheraton, Radisson, ze doen allemaal mee in de hoop straks een slaatje te slaan uit de toeristenstroom die (hopelijk) op gang komt.

Het contrast tussen bestaande appartementen en de nieuwbouw is enorm. De grauwe, Russisch aandoende, eenheidsworst appartementen worden omsingeld door de flitsende nieuwbouw en we vragen ons wel af wat de gasten van deze dure hotels van dat uitzicht vinden.

We komen langs het dolfinarium waar een prachtige mozaïekmuur uit de Russische tijd bij de ingang staat en tussen al die hoogbouw vinden we de meest futuristische McDrive die wij ooit gezien hebben. We kunnen het niet nalaten om hier een bakkie koffie te gaan drinken en het is toch knap hoe McD het voor elkaar krijgt dat de koffie over de hele wereld zo goed smaakt.

We lopen verder en krijgen last van onze nek van het omhoog staren naar de enorme betonconstructies die hier worden neergezet.
Er staan hier ook een paar bijzonder gebouwen. Zo is een slechte kopie van het Colosseum neergezet en iets wat op de Acropolis moet lijken. Het gekste gebouw is het restaurant dat op de kop staat.

We lopen inmiddels weer op de boulevard en het kiezelstrand is hier een stuk schoner dan we gisteren gezien hebben. Ook aan dit gedeelte van de boulevard staan veel kunstobjecten. De kunstenaar krijgen alle gelegenheid om zich uit te leven.

Ons einddoel komt in zicht. In het laatste parkje langs de boulevard van Batumi staat hét kunstwerk van deze badplaats: teenslippers op eieren! Stel je voor, je krijgt van de burgemeester van Batumi de opdracht om een kunstwerk te maken dat in een parkje langs de boulevard moet komen te staan en dan krijg je het waanzinnige idee om meterslange teenslippers op anderhalf meter hoge eieren te plaatsen. Dan moet je toch wel wat ingenomen hebben.

Aan het aller-allerlaatste stukje boulevard, net voordat de kantoorgebouwen beginnen en je de kerosine van de vliegtuigen kunt ruiken gaan we even uitrusten op een bankje in de zon. We zijn inmiddels ver verwijderd van de horecazone dus je zal je afvragen: waar ben je nu toch gaan zitten? Nou, kijk maar goed!

We lopen langzaam weer terug naar de meer bewoonde wereld en bij een van de eerste eettentjes die we tegenkomen gaan we even zitten voor een drankje en een hapje. Het is inmiddels 13:00 uur en we hebben wel trek gekregen.
Na een half uurtje zijn we wel weer gehydrateerd en lopen we het laatste stuk van de boulevard af. Via het bamboo-bos lopen we dan naar het Europa-plein waar we bij de Mc Donalds een ijsje nemen. Dat hebben we wel verdiend.

We spoelen het ijsje weg met een gele rakker bij Batumi Kafe. We zien dat we vandaag nog best geluk gehad hebben want inmiddels is er een wolkendeken over de stad gelegd. Dit is een aanloopje naar een storinggebied dat de komende 2 dagen een groot deel van het land in z’n greep houdt. Wat dat betreft komt het goed uit dat we morgen een reisdag hebben.
Donderdag 20 oktober 2022
We willen rond 10:00 uur de maschtrutka naar Kutaisi nemen. Heel veel haast hebben we vandaag dus niet. Lekker van het ontbijtbuffet peuzelen, tassen op de rug, uitchecken en naar het busstation.
Als we in de buurt van de minibusjes komen worden we warm onthaald: ‘Tbilisi, Tbilisi, come!’ Waarop wij reageren ‘Today to Kutaisi’ Dan de chauffeur weer ‘No problem, first Kutaisi then Tbilisi’. Wij vinden het best. Tassen in de Mercedes-bus en stoeltje zoeken.
De chauffeur en de kaartjes-mevrouw hebben er zin in. Ze zoeken een mooi plekje op de start-foto van vandaag.

Om 09:45 uur is het blijkbaar tijd om te gaan. De deur gaat dicht en de chauffeur geeft gas. Het is best een luxe marshrutka, leren stoelen opgeleukt met doorgestikt leer, glimmend plafonnetje met het Mercedes-logo en donkere folie voor de ramen. Als zoiets de straat in komt rijden bel je gelijk 112. De chauffeur probeert nog wat passagiers van de straat te plukken, maar hij heeft weinig succes. Slechts 1 dame weet hij nog te verleiden.
We rijden met een gemiddelde snelheid van 50 km/uur en dat is heel gebruikelijk hier. Als we bij Kobuleti zijn regent het inmiddels. De weer-sites hebben het zomaar bij het juiste eind vandaag. Enkele tientallen kilometers verder, iets voor Ureki komt de regen zelfs met zoveel geweld naar beneden dat de ruitenwissers het maar net kunnen bolwerken.
Bij Grigoleti laten we de kustweg achter ons en gaan we landinwaarts. We zijn inmiddels 5 kwartier onderweg. De wolken hangen hier zo laag dat je ze aan kan raken.
We zien steeds het spoor waarover we een paar dagen geleden naar Batumi zijn gekomen.
Het is bijna 12:00 uur als we een pitstop maken. Bakkie oploskoffie en de laatste nougat blokjes. Daar knapt een mens van op.

Heel lang krijgen we niet voor deze stop, dus de koffie gaat mee de bus in. Dat blijkt een goede keus van de chauffeur want we zitten nog maar net in het busje of het begint weer in alle hevigheid te regenen en het zal ook niet meer stoppen met regenen.
Op het busstation in Kutaisi springen we snel in een taxi en laten we ons afzetten bij het hotel.
De bagage gaat weer op de kamer, de regenjassen halen we eruit en we gaan de brug over maar het centrum van Kutaisi.
Bij Wendy’s bespreken we onze opties onder het genot van een vette hap. De weersites worden geraadpleegd en dan is er maar een conclusie mogelijk; morgen gaan we naar Mestia.
We trekken de regenjas aan en lopen om de hoek naar een klein reisbureautje met de naam Budget Georgia, niet vanwege de aansprekende naam, maar vanwege de goede reviews. Daar boeken we het vervoer van en naar Mestia.
We gaan de hoek weer om en lopen een theehuis met de aansprekende naam Fou Fou binnen. Het ding ziet er een beetje vreemd uit, maar de thee is heerlijk. Bovendien wil je met al dat water dat naar beneden komt niet buiten zijn.
Het lijkt om 15:15 uur iets lichter, dus wij doen de regenjas weer aan en gaan naar buiten. Dat was helaas een verkeerde call want het water komt nog steeds met bakken naar beneden. Een paar meter verderop vluchten we weer bij Wendy’s naar binnen.

Rond 17:00 uur gaan we op zoek naar een restaurant en omdat het nog steeds regent maken we er geen lange zoektocht van en gaan we snel bij het Georgisch klinkende restaurant ‘Hoegaarden’ naar binnen. Het is er een enorm kabaal van mensen die er de hele middag al zitten te kegelen, best gezellig dus.
We bestellen geheel in stijl wat Georgische gerechten en die smaken opperbest.

Ook na dit diner regent het nog steeds dus we doen de capuchon weer op voordat we naar buiten gaan. Onderweg stoppen we even bij een schattig restaurantje naar binnen waar we nog een bakkie koffie nemen voordat we naar het hotel terug lopen.

Vrijdag 21 oktober 2022
Klokslag 3 minuten voor 8 staat onze ride voor de deur, da’s mooi op tijd. In de Vito-bus zitten nog 5 andere toeristen 2 meiden uit Tsjechië, een Amerikaans meiske met haar Libanese vriend en een Chinees uitziende Zweedse die bij de Zweedse ambassade in Tbilisi werkt. Samen met de chauffeur en Saba de gids zit de bus vol. De motor wordt gestart, de ruitenwissers gaan weer aan en we gaan richting de zon (hopelijk).
De eerste 2 uur zijn niet zo bijzonder, voor een deel rijden we zelfs de weg terug die we gisteren gekomen zijn. Onderweg krijgen we nog wel een korte les over Georgie van Saba. Pas als we Zugdidi voorbij zijn gebeurt er echt wat: een koffiestop.

Niet lang na het caffeine-shot hebben we onze eerste serieuze stop. Iets ten noorden van de stad Jvari gaan we even bij de Enguri dam kijken. De Enguri-dam is een hydro-elektrische dam aan de gelijknamige rivier. Met een hoogte van 271,5 meter is het de op een na hoogste betonnen dam ter wereld. Het bijzondere is dat een deel Enguri-waterkrachtcentrale in Abchazië staat dat door de Russen bezet is. De dam levert op deze manier dus een beetje gratis energie aan de niet zo populaire buurman.
De omgeving van de dam ligt nog voor een groot deel in de wolken, maar we zien inmiddels ook wat blauwe lucht.

De ruitenwissers zijn inmiddels overbodig en de omgeving begint steeds aantrekkelijker te worden. De herfst kleurt de bomen geel en oranje terwijl de regen van de afgelopen dagen de rivier wild maakt. Van weerszijden komen kleine stroompjes de berg af, soms uitmondend in een kleine waterval. De weg is hier minder goed dan de weg naar Stepantsminda, maar hier kom je geen vrachtverkeer tegen. Gelukkig wordt de Vito stil gezet om even te genieten van deze omgeving.

Naarmate we verder richting Mestia komen wordt de natuur nog kleurrijker en bovendien komen de besneeuwde toppen van de Caucasus in zicht. Het lijkt erop dat de bovenste rijen bomen gisteren van een laagje poedersuiker zijn voorzien. Voor een schilder zal deze omgeving een enorme inspiratie kunnen zijn. We kijken onze ogen uit en zijn blij dat Saba hier ook oog voor heeft.

Om 13:30 uur rijden we Mestia in en je waant je hier een beetje in een wintersportoord. De besneeuwde bergen om je heen, Spar op de hoek, terrasjes voor de apres-ski en een temperatuur rond het vriespunt.
Wij zoeken eerst ons hotel op en daar blijkt de eigenaar niet aanwezig te zijn. Ze is in Tbilisi en laat de zaken over aan haar Georgisch sprekende schoonmaakster. Het inchecken gaat dan maar weer via de telefoon, als een drie-gesprek.

Mestia is de hoofdstad van de historische provincie Svaneti in het noordwesten van het land dat grenst aan Rusland en de afvallige provincie Abchazië. De inwoners van deze provincie heten de Svan een ethnische subgroep van de Georgiërs. Het symbool van de Svan zijn de Svan-torens. Deze stenen verdedigingstorens zijn gezichtsbepalend voor elk dorp in Svaneti. In de cultuur van de Svan gaat familie boven alles en elke familie heeft dan ook z’n eigen toren. Daarom kunnen in een dorp tientallen torens staan. Door zich in hun toren te verschuilen konden ze zich beschermen tegen aanvallen van vijandelijke stammen. De torens zijn overigens niet alleen bedoeld ter bescherming, het gebouw doet ook vaak dienst als stal of opslagplaats.

‘s-Avonds eten we een hapje bij een restaurant van een Duitse eigenaar met de al even Duitse naam Lushnu Qor. Er is niet veel te doen (laagseizoen) maar het eten smaakt best.
Als we terug lopen naar het centrale plein voor een bakkie koffie merken we pas hoe koud het is. Het zal hier vannacht wel een paar graadjes onder nul gaan.
Zaterdag 22 oktober 2022
Het ontbijtbuffetje bij hotel Chatini Mestia is netjes verzorgd en vanwege de wandeling die we vandaag gaan maken hebben we een beetje koolhydraten wel nodig.
Bij het uitchecken ligt er een A4 op de bali met daarop ‘150’. Met zo’n taalbarriere is dat een handige manier om te laten weten dat we 150 lari moeten betalen.
We lopen naar de Tamar Street om een taxi op de kop te tikken die ons naar het startpunt van de trek moet brengen. Een oud mannetje met een vreemd petje komt al snel op ons aflopen.’Taxi’ roept hij. We onderhandelen een prijs en stappen in de Nissan. Hij wil dat Diana voorin naast hem komt zitten (?). Dan komt er een colaflesje tevoorschijn en giet hij een klein glaasje vol. Het blijkt zelfgemaakte tsjatsja te zijn, een soort druiven-wodka. We hebben toevallig van Saba geleerd dat de zelfgemaakte versie vaak 60% is. Ook goedemorgen, het is net half tien!

Na de hartversterker waarvan je lever op de loop gaat, geeft de chauffeur gas en gaan we op weg. Het is ongeveer een half uurtje over een beroerde weg. Onderweg zien we dat het vandaag niet aan het weer kan liggen de lucht is strak blauw met een verdwaald wolkje rond de besneeuwde toppen. Als we bij een gammel uitziende hangbrug aankomen worden we uit de auto gemikt en gaan we op pad. De chauffeur zoekt een plekje voor z’n auto. Hopelijk blijft hij van de tsjatsja af want anders wordt het spannende terugweg.
Op hoop van zegen lopen we de hangbrug op, onze handen klemmen de railing vast. We schuifelen voetje voor voetje naar de overkant. Er zijn al een behoorlijk aantal planken verdwenen, maar gelukkig hebben ze plaatmateriaal over de ontstane gaten heen gelegd. Dat voelt heel vertrouwd. We halen allebei zonder kleerscheuren de overkant en volgen dan het bordje naar de Chalaadi gletsjer.

Het pad begint met een venijnige klim over keien en rotsen. Als we al niet wakker waren van de tsjatsja dan zijn we het nu wel. Als het pad weer een beetje afvlakt zien we ineens een vijftal schattige, pluizige, lieve, jonge hondjes, maar met moeders in de buurt. Het is een wolfhond-achtig beestje met een lichtblauw oog en heel aanhankelijk. We aaien haar een keer en lopen dan verder.
Na een tijdje komen we tussen de naaldbomen terecht en we zijn er niet alleen. Moeder hond loopt gezellig met ons mee. Soms voor ons uit om vervolgens netjes op ons te wachten, maar soms zijn we haar even kwijt en komt ze ineens weer van achter aangelopen. Het pad loop op een gegeven moment vlak langs de wilde waterstroom en daar zien we al weer veel duidelijker waar we naar toe gaan.

Moeder hond wil van geen wijken weten en we vragen ons af of dat goed gaat komen met die jonkies. Inmiddels lopen we op een open vlakte met grote rotsen. Het wordt een klauterpartij van jewelste, maar we komen steeds dichter bij ons doel. Onze trailschoenen hebben zich tot dusver kranig gehouden, maar op deze grote rotsblokken hebben ze het zwaar.

Om 11:30 uur staan we dan op een paar meter afstand van de gletsjer. Het is geen witte ijspartij zoals je misschien zou verwachten, maar de voorkant van de gletsjer is bruin van het zand en de stenen die meeliften op de gletsjer en er dan vanaf vallen als er ijs smelt. Op sommige plekken zie je wel die blauwige kleur die zo bekend is van gletsjers. Dit ontstaat door de enorme druk die diep in de gletsjer ontstaat. We maken een paar foto’s van dichtbij de gletsjer, maar eigenlijk zag de gletsjer er op een afstandje mooier uit.

Onder aanvoering van moeder hond beginnen we aan de terugweg. We klauteren over de grote rotsblokken en houden onze geleidehond goed in de gaten want zij heeft dit vast veel vaker gedaan. We kunnen de verleiding niet weerstaan om steeds maar weer om te kijken. Het ene moment lijkt het uitzicht nog mooier dan het andere. We zullen straks wel heel veel dubbele foto’s hebben.

Als weer onder de bomen lopen spot moeder hond ineens een eekhoorn. Vanaf dat moment zien we haar niet meer terug. De jongen zien we op dezelfde plek als we ze eerder ook zagen. Een tweetal andere toeristen was de beesies aan het voeren met hun lunch.
Terug bij de hangbrug hadden we gehoopt een drankje te kunnen pakken bij een terrasje, maar dat blijkt gesloten te zijn. Dan maar door naar onze taxi.
De chauffeur staat nog stevig op z’n benen. We gaan er maar vanuit dat het verantwoord is om in te stappen. Zonder brokken brengt hij ons terug naar Mestia.
Om 13:30 uur zitten we bij restaurant Laila en bestellen we kubdari, een typische gerecht uit Svaneti. Het is een soort pannenkoek gevuld met vlees, Best lekker, maar oh zo machtig, net als al het Georgische eten.

Na de lunch zwerven we wat door het dorp en proberen we wat van het lokale leven op te snuiven. Waar je ook bent in dit dorp altijd zijn de Svan-torens in zicht. Heel bijzonder, dit hebben wij nog nooit eerder gezien.
Om 16:30 uur staan we klaar voor de terugweg. Omdat het al snel donkerder wordt is deze rit lang niet zo mooi als de heenweg. We stoppen bij hetzelfde tankstation als op de heenweg voor een bakkie koffie en om 21:45 uur zijn we dan weer terug bij ons hotel in Kutaisi.

Zondag 23 oktober 2022
Onze regendans is gelukt! Het is vandaag fantastisch mooi weer in Kutaisi. We waren helemaal niet van plan om naar Mestia te gaan, maar zouden Kutaisi en omgeving gaan verkennen. Last-minute besloten we naar Mestia te gaan omdat in Kutaisi veel regen werd voorspeld terwijl voor Mestia een zonnetje op de weer-sites stond. Toch handig als je een beetje flexibel kunt zijn tijdens het reizen.
Vandaag is dan Kutaisi en de omgeving aan de beurt. We gaan eerst even langs de Tourist Information om te horen hoe laat de marshrutka naar Akhalsikhe gaat. De Tourist Information is gelukkig ook op zondag open en de mevrouw achter de balie spreekt Engels en kan ons alle informatie geven. Dat is uitzonderlijk.
We lopen door naar de Green Bazaar, een van de grootste markten van het land. Er wordt vooral veel van eigen land verkocht en dan meestal door moeders zelf. We zwerven wat over de markt en maken af en toe een foto. De mensen hier vinden het nog leuk om gefotografeerd te worden. Trots poseren ze bij hun stal.

Na het bezoek aan de markt gaan we op zoek naar een geschikte taxichauffeur die ons naar Martvili Canyon kan brengen. Op zo’n 45 km van Kutaisi is een kloof die door elk reisbureau wordt aangeraden. Je kunt bovendien een boottochtje door deze kloof maken. We kunnen niet wachten.
We lopen naar de prachtige Colchis fontein die midden op een grote rotonde staat. Het is een prachtige fontein met klassieke gebouwen op de achtergrond. Hier denken we makkelijk een taxi te kunnen ritselen en dat blijkt het geval.

De taxichauffeur brengt ons in drie kwartier naar Martvili Canyon. Onze eerste indruk is: toeristisch! De parkeerplaatsen staan vol met auto’s en er is zelfs een Visitor’s Centre waar je de kaartjes kunt kopen, eentje om binnen te komen en eentje voor de boottocht. Volgens de kassiere moeten we gelijk naar de boten gaan want het is er nu niet druk. Met de barcode op je bon gaat het poortje open en lopen we naar de rubberbootjes. We krijgen een zwemvest aan, peddels in de handen en gaan met die banaan (geen zorgen, er zit een stuurman aan boord).

We gaan van de kant en dobberen het azuurblauwe riviertje op. Er zijn inderdaad nog niet veel andere bootjes op het water, dus we hoeven niet uit te kijken voor aanvaringen. Veel doen we niet met de peddels die we hebben gekregen want we zijn te druk met foto’s maken. Door de donkere kleuren in de kloof (tot wel 70 meter hoog) en de strakblauwe lucht is het nog een hele uitdaging om een geslaagde foto te krijgen.

Na een kwartiertje worden we door de bootsman gesommeerd om mee te peddelen. We hebben het keerpunt bereikt en daar moet even tegen wat stromend water in gepeddeld worden.
Nadat we deze lastige draai gemaakt hebben, zien we dat er toch meer boten op het water zijn. Terwijl in de meeste boten 6 personen zitten, hadden wij een privé-tochtje met z’n tweeën. Dat betekent wel dat wij er harder voor moesten werken.

Na deze enerverende boottocht gaan we te voet een ander deel van de kloof verkennen. De paden zijn goed verzorgd en er staan overal veiligheidshekjes. Dit is niet zonder reden want een duikeling van deze rotsen overleef je niet.
Het water klettert met behoorlijk wat geweld van de rotsen naar beneden, een mooi gezicht.

De wandeling langs der kloof is ongeveer een kilometer lang en ook hier is het niet heel druk. We zoeken de beste plekjes om van de uitzichten te genieten en hoewel het slechts een klein wandelingetje is kijken we onze ogen uit.

Tegen enen zijn we weer op de parkeerplaats en samen met onze taxichauffeur lopen we naar de auto. We rijden de 45 km in omgekeerde volgorde en terug in Kutaisi gaan we eerst wat eten.
Na de westerse lunch bij McD wandelen we wat door de stad en als we langs de Green Bazaar komen bewonderen we de prachtige buitenmuur aan de zuidzijde van het marktgebouw. Dit bas-reliëf moet haast wel uit de Russische tijd stammen. We lopen nog wat verder en gaan dan een koppie thee drinken bij Piatto. Dan is het tijd voor ons laatste uitstapje bij Kutaisi: het Gelati klooster.

Het kostte even wat moeite om een taxi te charteren, maar uiteindelijk stopt een aftandse Opel Zafira als we onze hand opsteken. De weg naar het klooster gaat af en toe behoorlijk steil omhoog en daar heeft de gammele taxi best moeite mee. Toch lukt het om ons netjes voor de ingang af te zetten.
In het verleden was het Gelati klooster een van de belangrijkste culturele en onderwijskundige centra van het oude Georgië. Hier leefden de beste Georgische wetenschappers, theologen en filosofen.
Met de bouw van het Gelati-klooster in Georgië werd al in de 12e eeuw begonnen. En tot in de 17e eeuw keer op keer uitgebouwd. Het is een goed bewaard gebleven complex met unieke mozaïeken en muurschilderingen.
Er liggen hier diverse koningen begraven, waaronder de beroemde Koning David II, die vooral bekend staat als David de Bouwer. Hij liet het klooster tijdens zijn tijd als koning bouwen in 1106.

Het Gelati-klooster staat sinds 1994 op de lijst van werelderfgoed van UNESCO en dat betekent dat het moet worden onderhouden. Helaas is dat nu ook het geval en zowel de binnen- als de buitenkant staat in de steigers. Heel jammer, vooral omdat de prachtige, kleurrijke fresco’s nu maar gedeeltelijk zichtbaar zijn.
Ondanks de steigers zien we wel dat de fresco’s hier van een ander niveau zijn dan die we eerder hebben gezien.

Bij het graf van Koning David II krijgt een schoolklasje geschiedenisles. De juf vertelt van alles over de koning en wat hij allemaal gedaan heeft voor het land. Ook stelt ze vragen aan de kinderen en als de juf opnieuw een vraag stelt antwoordt een jochie: ‘die David dat is toch de broer van Bob?’ De andere kinderen lachen, blijkbaar had hij op school niet goed opgelet.
We weten niet zeker of we het Georgisch van de juf en de kinderen goed vertaald hebben, maar dat is wat wij ervan konden maken.
Als we na een half uur de poort doorlopen naar de parkeerplaats wordt er in de verte al een auto gestart. Blijkbaar moet onze chauffeur op tijd thuis zijn van moeders de vrouw. We scheuren de weg naar beneden en met piepende banden worden we afgezet voor de McD. Omdat het dakterras bij de McD zo’n beetje het enige terras is waar de zonnestralen nog toegang hebben, halen we een McShake aardbeien en gaan nog een klein uurtje in de zon zitten. Wat een dag!
Rond een uurtje of vijf lopen we naar restaurant Sisters want Diana had gelezen dat dit een heel leuk restaurant is. Het is even zoeken omdat er geen naambord op de buitenkant van gebouw hangt. We wisten alleen dat we moesten zoeken naar twee houten deuren. Gelukkig stond het restaurant wel op Google Maps.
We lopen via de trap naar de eerste verdieping en gaan door de grote houten deuren. Je komt binnen in een ruimte dat ooit een chique appartement geweest zal zijn. Grote ramen, hoge plafonds en een oude houten vloer. Het stucwerk is grotendeels van de muur, maar de ornamenten aan het plafond zijn nog aanwezig. Er hangen mooie, oude koperen kroonluchters. Uit de speakers komt jazz-muziek, Ella Fitzgerald met ‘I’ve got you under my skin’. Het is alsof je in de jaren 50 van de vorige eeuw bent beland.
We bestellen adjapsandali en genieten van deze Georgische maaltijd én van de sfeer in dit restaurant.

Maandag 24 oktober 2022
Om 09:00 uur staan we alweer op het busstation, of eigenlijk in een achteraf straatje bij het busstation. We hebben ze wel eens sjieker gezien.
We doen een soort gebarentaal spelletje met de chauffeur om erachter te komen hoe laat hij vertrekt, wat het kost en hoe laat hij denkt aan te komen in Akhaltsikhe. Omdat de bus pas over een half uur vertrekt, gaan we even bij de naastgelegen McD een bakkie doen.

De Mercedes-marshrutka vertrekt zoals gebruikelijk op tijd en we gaan er maar eens goed voor zitten. Met een beetje mazzel zijn we om 13:00 uur op de bestemming.
De eerste stop is bij een sigarettenkiosk op de hoek van de straat. De chauffeur blijkt een verstokt roker te zijn dus eerst een pakkie sigaretten aan boord anders kan hij niet focussen.
Op het busstation is er een oud dametje achter ons gaan zitten en het lijkt erop dat ze de afgelopen weken in de varkensstal heeft geslapen. De geur die van haar kleren komt is niet te harden; gelukkig zit ze achter ons.
De rit gaat voorspoedig, het enige waar we last van hebben is het vrachtverkeer. Er wordt nl. met man en macht gewerkt aan een snelweg tussen Tbilisi en de Turkse grens (dat laatste is een gok van ons). We zien verdacht veel Chinezen op de bouwplaatsen staan, dus dit zal ook wel onderdeel zijn van de Nieuwe Zijderoute waar de Chinezen veel tijd en geld in steken.
Om 11:30 uur zien we voor het eerst Akhaltsikhe op de borden staan. Het is dan nog 80 km. Om 12:00 uur zijn we in Bordzjomi, we liggen nog op schema en om 13:00 uur brengt de chauffeur z’n Mercedes tot stilstand op het busstation van Akhaltsikhe.
We kruipen in een taxi, maar dan blijkt de chauffeur het stratenboek niet goed geleerd te hebben. We laten hem een paar keer het adres van het hotel zien, maar hij kan het niet terugvinden in z’n aantekeningen (?). Uiteindelijk belt hij dan maar met het hotel. In de tijd dat we op de achterbank van de taxi zitten hadden we er ook al heen kunnen lopen.
Het busstation/taxi standplaats blijkt ook een kofferbakverkoop voor auto-onderdelen te herbergen. Wel handig voor de vele gammele taxi’s zoals de taxi waar wij nu in zitten.
Na het telefoontje met het hotel weet de chauffeur ons hotel feilloos te vinden. Dat kan hij weer toevoegen aan z’n plastic zak met aantekeningen.

We gooien onze spullen op de kamer en gaan op zoek naar leuk restaurantje om te lunchen. Dat blijkt nog niet zo simpel te zijn. Hoewel Akhaltsikhe de hoofdstad is van deze provincie zijn de restaurants schaars.
We besluiten dan maar een broodje te gaan eten bij de Smart, want daar hebben we goede ervaringen mee in Gudauri.
Akhaltsikhe betekent ‘nieuw kasteel’. In het Georgisch en het is duidelijk waar die naam vandaan komt. Het Rabati kasteel aan de noordkant van de rivier domineert het uitzicht over de stad, We laten het kasteel vandaag nog links liggen en gaan eerst eens informeren hoe we morgen in Vardzia kunnen komen.
Later in de middag vallen er een paar stevige buien en daarom besluiten wij in het restaurant van hotel Lomsia te gaan zitten. We lezen een boekie, drinken een bakkie thee en blijven er ook maar zitten voor de warme hap.