Italië 1

Dinsdag 21 september 2021

Het is bijna 2 jaar geleden dat de laatste letters in dit blog terecht kwamen. Almaty, Kazachstan, het lijkt een eeuwigheid geleden. Ik had natuurlijk een verhaaltje kunnen schrijven over Duitsland 2020, maar dat vond ik vorig jaar de moeite niet waard; een reisje binnen Europa, daar ga je toch niet voor zitten tikken.
Italie ligt toch ook in Europa, hoor ik je denken. Klopt! Ook dit jaar blijven we in Europa. Corona is a bitch!

De wekker ging vanochtend om 02:40 uur. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo vroeg m’n bed uit moest voor een vlucht (wel voor een vlucht van iemand anders overigens). Snel even wassen, tandjes poetsen en op weg naar Schiphol. Ruim een uur later zitten we aan een bakkie thee en een croissant; even wakker worden.

Na dit ontbijt gaan we naar gate C8 met onze trolleys. 2 weekjes Europa heb je niet veel voor nodig, dus we hebben ons laagterecord bagage gebroken.
Trans begon mooi op tijd met boarden. We hielden onze telefoon met boardingpass en QR code in de aanslag, maar ze waren alleen geïnteresseerd in de eerste (!). We gaan op 12D en E zitten en horen de piloot zeggen dat de vlucht 2 uur gaat duren. Na de korte nacht had de vlucht best langer mogen duren.
Om 08:40 uur staan we bij de aankomsthal in Napels. We komen probleemloos langs de warmtecameras en gaan op weg naar de bushalte van Alibus. We sluiten aan in de rij en nadat we een kaartje hebben bemachtigd rijdt de chauffeur ons in een kwartiertje naar ons hotel.
Inchecken gaat nog niet lukken om 09:15 uur, dus we laten onze koffertjes achter bij de receptioniste en gaan op pad.

Nadat we een versnapering hebben gehad bij Giardini del Molosiglio (een veel te mooie naam voor een saai stadsparkje) gaan we op weg naar het Castel Nuevo. Dit kasteel uit de dertiende eeuw heeft een prachtig versierde toegangspoort, maar toch laten we deze kolos links liggen. We gaan liever iets de oude stad in.

We zijn er inmiddels achter dat je moet blijven opletten in het verkeer. Zebrapaden lijken vooral bedoeld om het asfalt op te fleuren en de vele scooters maken er een sport van om zo dicht mogelijk bij je broekspijpen te komen.
Tegenover het Teatro di San Carlo gaan we de Galleria Umberto I binnen en vergapen ons aan de prachtige bewerkte muren en het glazen dak van deze historische winkelgalerij. De enorme glazen koepel en de fantastische mozaïeken op de vloer maken het lastig dit in een enkel shot te vangen. We besluiten hier een bakkie koffie te nemen om even van de fantastische ambiance te genieten.

Omdat we op de kaart zien dat we een belangrijke bezienswaardigheid hebben gemist, gaan we via de ingang van de Galleria weer naar buiten en maken een extra lusje naar de Piazza del Plebiscito. Het mooiste plein van Napels is gelijk ook het grootste plein van de stad. Aan dit halfronde plein staat het koninklijk paleis en de Basilica Reale Pontificia San Francesco da Paola; Napel’s versie van het Pantheon in Rome. Vooral de halfronde zuilenrij maakt indruk. We gaan de kerk in en de binnenkant is nog mooier dan de buitenkant.
Het valt ons op dat er weinig toeristen op de been zijn. Geen grote groepen Japanners of Chinezen, maar een enkele Duitser of landgenoot horen we om ons heen. Op fotos van dit plein staan vaak horden mensen en nu lopen er slecht een paar verdwaalde toeristen. Hier zijn wij wel over te spreken!

Onze volgende bestemming is Quartieri Spagnoli; één van de oudste wijken en bekendste wijken van de stad. Volgens veel reisgidsen is dit een wijk die gevaarlijk, maar dat zullen we nog wel eens zien!
Letterlijk vertaald betekent Quartieri Spagnoli de Spaanse Kwartieren. Een naam die het heeft overgehouden aan de Spaanse overheersing in de zestiende eeuw. De Spaanse troepen en hun families werden hier gehuisvest. Er kwam in die begintijd veel prostitutie en geweld voor in de wijk en dat heeft deze wijk tot lang na de Spaanse overheersing achtervolgd.
Na een uurtje slenteren kunnen wij alleen maar zeggen dat het een gezellige volkswijk is met kleine winkeltjes van lokale ondernemers. Je voelt hier het echte authentieke Napels. De was wappert overal aan de balkonnetjes en de locals praten vanaf hun balkon met elkaar.

Veel muren in deze wijk worden ontsierd door graffiti, maar evenzoveel muren zijn verfraaid met prachtige schilderingen. Het portret van Maradonna is misschien wel het hoogtepunt (dat is het in ieder geval voor veel Napolitanen). Pluisje is hier nog steeds een heilige! Hij was degene die in de jaren tachtig Napoli weer op de kaart zette en daarmee veel Napolitanen hun eigenwaarde terug gaf. Zijn portret kom je heel vaak tegen in deze wijk. Na een uur kunnen wij alleen maar concluderen dat dit een hele kleurrijke wijk is met hele kleurrijke mensen.

Na deze ontdekkingsreis door authentiek Napels gaan we op een klein terrasje zitten en bestellen daar wat te drinken. We zijn al vanaf 02:30 uur op, dus moeten af en toe wel wat gas terug nemen.
Nadat we onze vochthuishouding weer op peil hebben gebracht gaan we naar de Spaccanapoli. Dit is een rechte, smalle hoofdstraat die het oude historische centrum van de stad doorkruist.
Al snel hebben we in de gaten dat de toeristen hier in veel grotere getale voorkomen dan op de plekken waar we tot nu toe waren. Het stikt hier dan ook van de souvenirstalletjes en restaurantje die het iets te veel op de buitenlandse toerist voorzien hebben.

In deze historische wijk kun je ook een kijkje nemen in ondergronds Napels: Napoli Sotterranea.
In de vierde eeuw voor christus is Neapolis aangelegd door de Grieken. De overblijfselen van deze stad liggen tientallen meters onder de grond. Wij bezoeken dit netwerk van gangen en grotten samen met een Napolitaanse gids. Zij vertelt hoe dit alles tot stand is gekomen. Dat de grieken het tufsteen uithakten en daar boven de grond hun stad van bouwden en dat later de Romeinen de uitgehakte ruimtes gebruikten om vers drinkwater op te slaan. Maar ze vertelt ook dat diezelfde Romeinen het riool vlak boven deze ondergrondse waterbekkens aanlegden en dat de viezigheid door het poreuze tufsteen sijpelde en in het drinkwater terecht kwam met een enorme cholera uitbraak tot gevolg. Daarna zijn de ruimtes vooral volgestort met afval; een laag die soms wel vijf meter hoog was. Omdat diezelfde ondergrondse ruimtes in de tweede wereldoorlog als schuilkelders gebruikt moesten worden is er over die laag afval een laag cement gestort zodat de ruimtes weer bruikbaar werden. Na het ondergronds avontuurtje neemt het deerntje ons nog mee boven de grond en laat ze ons op verschillende plekken de restanten van een oud Romeins theater zien. Deze restanten zijn nu allemaal onderdeel van de woningen van de huidige Napolitanen.

Inmiddels is het bijna 16:00 uur en we besluiten na de leerzame excursie terug naar ons hotel te gaan. Per slot van rekening moeten we nog inchecken. We wurmen ons door het verkeer en horen bij de receptie van het hotel dat ze onze koffertjes al op de kamer hebben gelegd.
We kleden ons om en gaan bij de ferry-haven zitten. Het was nu wel tijd voor een alcoholische versnapering.

‘s-Avonds gaan we op zoek naar een restaurantje in de buurt en komen uit bij Trattoria e Ristorante Castel Nuovo. Een klein tentje dat half verscholen in de woonwijk ligt. Het blijkt een goede keuze want het Italiaanse eten smaakt voortreffelijk.
Tegen 20:30 uur zijn we weer terug bij het hotel en is de fut er wel een beetje uit. Het was een lange dag, maar Napels is een boeiende stad die voldoende energie gaf om het vol te houden.

Woensdag 22 september 2021

Het programma voor vandaag was al uitgestippeld, maar we hadden niet kunnen denken dat we aan het eind van de dag naar een hoerenkeet zouden gaan nog voordat we een bordje pasta bestellen! Daarover later meer.
We hebben vannacht in een lichte coma doorgebracht, maar dat is niet zo gek na de lange dag van gister. Uitslapen is er niet bij; om 08:00 uur zitten we alweer aan het ontbijt. Het ontbijt is uitgebreid voor Italiaanse begrippen, want het zal meestal niet meer zijn dan een cappuccino en een gebakje. Hier hebben ze brood, gebakken ei, vleeswaren, yoghurt en fruit en een hele berg zoete broodjes.

We kopen metrokaartjes bij de Tabaccherio en stappen bij station Municipio op lijn 1 en gaan op weg naar station Vanvitelli. We maken nog wel een tussenstop bij Station Toleda omdat dit station er volgens de boeken prachtig uitziet. Het is inderdaad een mooi station, maar kan niet tippen de metrostations die wij in Almaty hebben gezien.

We stappen wee in de metro en gaan verder naar station Vanvitelli. Vanaf dit station lopen we naar onze eerste echte stop van de dag: Castel Sant’Elmo. Dit stervormige kasteel was oorspronkelijk een kerk, toegewijd aan Sint Erasmus. Zo’n 400 jaar later werd de kerk omgebouwd tot kasteel, waarna Don Pedro de Toledo het kasteel in 1538 verder versterkte. Tot 1970 heeft het gefunctioneerd als militaire gevangenis. Voor ons niets van dit alles, wij gaan voor het uitzicht over Napels.


Vanaf station Vanvitelli moet je een aantal trappen beklimmen om het kasteel te bereiken, maar gelukkig is er voor de luie Italianen naast elke trap een roltrap geïnstalleerd. Wij passen ons snel aan!
Er is maar een klein deel van het kasteel open voor bezichtiging en daar is de entreeprijs van 2 euro ook naar. Het is een indrukwekkend kasteel, maar met een kwartiertje zijn we uitgekeken en gaan dan een trapje lager voor het uitzicht over Napels. Dat is zeker de moeite waard.

Terug bij station Vanvitelli drinken we een espresso en nemen dan de metrio naar station Universita, Daar nemen we de benenwagen naar Chiostro di Santa Chiara. Op onze weg ernaar toe herkennen we aantal straatjes waar we gisteren ook gelopen hebben. We raken al aardig thuis (met Google Maps).
We kopen een kaartje bij het klooster en gaan de achterliggende tuin in, maar moeten eerst even de Greenpass laten zien. Net als gisteren valt het mee met de drukte en ook in deze tuin zien we niet meer dan een paar handvol toeristen. We dwalen wat door de tuin en schieten een paar plaatjes. Even later drinken we wat in het naastgelegen steegje.

Onze volgende bestemming is de Duomo. Deze kathedraal van Napels stamt uit 1272, maar is grotendeels verwoest bij de aardbeving van 1456. In de eeuwen erna heeft moeder natuur nog een paar tikken uitgedeeld, maar in 2021 is de kathedraal is in ieder geval tip-top in orde. We bewonderen het enorme neo-Gothische gebouw vanaf de stoep en gaan dan met de handjes gevouwen naar binnen. Binnen is kathedraal al even imposant als buiten. Prachtige sculpturen van allerlei geestelijken, veel bling-bling, prachtige nisjes en een rijkelijk versierd altaar. Een aanrader voor de fanatieke kerkganger.

Dan is het tijd voor de hoofdact van vandaag: Pompei! We lopen naar de Piazza Garibaldi en gaan het stationsgebouw in op zoek naar de Circumvesuviana. Deze trein brengt je in 40 minuten naar station Pompei Scavi.
We zijn mooi op tijd, want nadat we onze kaartjes hebben gekocht hoeven we maar een handvol minuten op de trein te wachten. Trein is misschien een beetje te veel eer voor de afgetrapte wagons waar we instappen, maar dat mag de pret niet drukken.

Als we 40 minuten later uitstappen op station Pompei Scavi zijn we natuurlijk veel te vroeg voor onze ‘goedkope’ kaartjes. Hollanders als we zijn hebben we gekozen voor de kaartjes van 15:30 uur, want die zijn 6 euro goedkoper! Deze winst verdampt al snel als we op een nabij gelegen terrasje wat gaan drinken.

Rond 14:45 uur besluiten we het er maar op te wagen en gaan we naar de stad die op 25 augustus van jaar 79 werd bedolven onder as en een regen van brandend puimsteen.
Even een beetje historie: op 24 augustus van datzelfde jaar is men in Pompei nog steeds druk bezig om de gevolgen van de aardbeving van 16 jaar eerder te repareren en ondanks dat de aarde die nacht weer behoorlijk trilde hebben de bewoners geen idee wat hen te wachten staat. ‘s-Middags kondigt de uitbarsting zich. Met een enorme knal aan. Een 14km hoge donkere wolk hangt boven de vulkaan. Aan het eind van de middag valt de lapilli (brandend puimsteen) op Pompei. De pluim boven de vulkaan is inmiddels 25km hoog. Daken storten in onder het gewicht van de brokstukken.
’s-Nachts blijft de lapilli en as neerkomen op Pompei. Het breekt door de huizen heen en verstikt de mensen die er beschutting hadden gezocht. In de vroege ochtend van 25 augustus wordt Pompei geraakt door lawines van gas en as, waardoor alle resterende bewoners om het leven komen.

Niemand doet moeilijk als wij met onze goedkope kaartjes al om 14:45 uur het toegangspoortje door lopen. We besluiten om de kaart uit de Lonely Planet als ‘gids’ te hanteren en komen eerst bij het Tempio di Venere. Afgezien van een veel te modern bronzen beeld van een naakte man is er niet veel te zien. we lopen verder naar de Basilica. Dit was de rechtbank van Pompei. Met z’n 1500 vierkante meters was het een van de weelderigste gebouwen bij het grote plein (Forum).

Na de Basilica lopen we naar de twee theaters: Teatro Grande en Teatro Piccolo. In het grote theater kon 5000 man plaats nemen, het kleine theater (Odeon) of theatrum tectrum zoals de Romeinen het noemden is gebouwd in 79BC in opdracht van dezelfde magistraten die het amfitheater lieten bouwen. Het was beroemd vanwege z’n akoestiek. We slingeren door de straatjes van Pompei en komen langs cafetaria’s en luxe huizen van de rijkere bewoners van Pompei, zoals de Casa del Menandro.

Iets verderop komen we bij de Orto dei Fuggiaschi waar gipsafdrukken liggen van 13 bewoners die beschutting zochten tegen de uitbarsting. De ineengedoken lichamen laten goed zien hoe de inwoners van Pompei overvallen zijn door de uitbarsting van de vulkaan.

We lopen verder en slingeren tussen de restanten van de huizen door. In de verste hoek van Pompei komen we uiteindelijk bij het Amfitheater; de plek waar gladiatoren voor veel publiek hun gevechten opvoerden. Het amfitheater is gebouwd in 70BC en daarmee het oudste amfitheater uit de Romeinse tijd. Er pasten 20.000 toeschouwers in. Het amfitheater is van 59AD tot 62AD gesloten geweest nadat er bloedige gevechten waren uitgebroken tussen toeschouwers uit Pompei en uit Nocera. Het had een voetbalwedstrijd uit de Serie A kunnen zijn.

Vanaf het Afitheater lopen we terug en komen we opnieuw langs eettentjes, huizen met prachtige muurschilderingen en mozaïeken vloeren. Er is zelfs een huis met een soort ‘pas op voor de hond’ mozaiek.
Een wandeling door Pompei is een aanslag op de enkels. Op de onbenullig grote straatsteunen die uitgesleten zijn door de wielen van wagens moet je goed uitkijken waar je loopt.

De laatste bestemming is de Villa dei Misteri. In deze grote villa met 90 kamers vind je de mooiste muurschildering van heel Pompei: de Dionysische Fries. Deze fresco siert de muur van de enorme eetkamer en is een van de grootste schilderingen van de oude wereld. Het stelt de initiatie van een toekomstige bruid voor.
Nadat we de fresco op de gevoelige plaat hebben vastgelegd lopen we nog een rondje door de villa en gaan dan op weg naar de uitgang.

Een kwartiertje later zijn we weer bij het Forum; het grote plein van de stad. Hier komen alle grote wegen op uit en hier speelden zich de belangrijke zaken uit die tijd af. Hier vochten de gladiatoren voordat het Amfitheater er was.
We zitten even aan de rand van het Forum als Diana zegt iets gelezen te hebben over het Lupanare; het enige bordeel van de stad. Dat willen we nog wel even zien dus we gaan op zoek naar dit huis van lichte zeden.

Omdat veel wegen afgesloten zijn (vanwege renovaties) zijn we onnodig lang onderweg naar de hoerenkeet, maar uiteindelijk weten we het toch te vinden. Het is een gebouwtje met 1 verdieping en zowel op de begane grond als de eerste verdieping zijn vijf peeskamertjes. Op de muur boven de kamers staan tekeningen van de mogelijke standjes. In de kleine kamertjes staan hele kleine betonnen bedden, maar ook in die tijd hadden ze al matrassen. De prostituees waren meestal Griekse of Aziatische slaven.

Na zo’n drie uur in Pompei te hebben rondgelopen denken we dat wel een goede wel indruk van de stad hebben opgedaan, dus we gaan op weg naar het station. Onderweg kopen we eerst een paar flessen drinken, want de cafetarias in Pompei waren al (bijna 2000 jaar) gesloten.
Om 18:30 uur stappen we met een meute andere bezoekers in de trein en gaan we op weg naar Napels. Daar pakken we de metro naar ons hotel, maar zoeken we eerst een tafeltje bij hetzelfde restaurant als gisteravond. De past smaakt wederom voortreffelijk en na deze welverdiende maaltijd lopen we het laatste stukje naar het hotel.

Donderdag 23 september 2021

Gisteren gaf de Fitbit van Diana 30.000 passen aan, wat overeen komt met zo’n 20km. Met het programma van vandaag zullen we waarschijnlijk niet aan die record-afstand komen.
Na opnieuw een voortreffelijk ontbijt gaan we eerst naar Castell dell’ Ovo. Dit kasteel is in de 12e eeuw gebouwd door de Noormannen en is daarmee het oudste kasteel van Napels. De naam van het kasteel (Kasteel van het Ei) is volgens de legende te danken aan een Romeinse schrijver die op de plek van het kasteel een ei heeft begraven en daarbij waarschuwde dat als het ei zou breken, het kasteel (en Napels) zou vallen. Wij hebben de afgelopen dagen kunnen vaststellen dat beide nog overeind staan, dus het ei zal nog niet gebroken zijn.
Via de ‘boulevard’ waar een aantal luxe hotels aan liggen, is het zo’n 25 minuten wandelen naar het kasteel. Het kasteel is al van verre te zien, maar helaas is het ingebouwd tussen een paar shabby restaurants. Een mooi foto is vrijwel onmogelijk.

Als we het kasteel inlopen worden we tegengehouden door een tweetal oudere heren. In hun beste Engels (dat nog steeds voornamelijk uit Italiaanse worden bestaat) maken ze ons duidelijk dat we ons eerst online moeten registreren. Da’s lekker, want de website waar we ons moeten aanmelden is in het Italiaans. Heel moeilijk is het gelukkig niet, want we hoeven alleen onze naam, emailadres en telefoonnummer in te vullen. Als dat gebeurd is verschijnt er een barcode op de telefoon en mogen we verder naar een klein groezelig kantoortje waar we onze Corona pas moeten laten zien. Na al die formaliteiten kunnen we eindelijk het kasteel in. De entree is gratis, dus dat maakt veel goed voor de Olandese.

We volgen de pijlen naar boven en zien onderweg dat de meeste ruimtes gesloten zijn. Het lijkt dus niet meer dan normaal dat je hier gratis naar binnen kunt. Onderweg naar boven komen we wat kunstige beelden tegen, maar verder is er niet veel te zien. Vanaf de bovenste verdieping hebben we wel een fantastisch uitzicht.
We maken een paar foto’s en lopen dan weer naar beneden. Met een vriendelijk ciao groeten we de oudjes en lopen we terug naar ons hotel.

Het hoofdprogramma van vandaag is de beklimming van de Vesuvius. We lopen van ons hotel naar het treinstation, maar gaan onderweg nog wel ergens op de hoek van een straat zitten voor een lekkere bak koffie. Bij het loket van de Circumvesuviana kopen we de treintickets naar Ercolano, Vanaf Ercolano zal een bus ons naar het startpunt van de korte beklimming van de Vesuvius brengen.
Het ritje met de trein duurt maar 15 minuten en daar aangekomen regelen we eerst onze bustickets. Omdat we nog genoeg tijd hebben voordat de bus vertrekt gaan we ergens in Ercolano bij een Pizzeria zitten om wat te eten.

Om 13:15 uur zijn we weer op het plein voor het treinstation waar de bus om 13:30 uur zal vertrekken. Tegen onze verwachting in vertrekt de bus ook daadwerkelijk om 13:30 uur naar de Vesuvius.
Nadat we Ercolano achter ons hebben gelaten slingert de bus zich naar boven. Het is een hele klim en we zijn blij dat we dit niet allemaal te voet hoeven te doen. Na een half uur arriveren we bij een parkeerplaats, van waar we het laatste stukje omhoog te voet doen. Na zo’n 20 minuten zien we voor het eerst de krater van de vulkaan en hij leeft, want we zien fumarolen opstijgen uit de wand.

Na de uitbarsting in het jaar 79 is de Vesuvius nog wel zo’n 30 keer uitgebarsten. De vulkaan is nu 1281 meter hoog, maar men denkt dat de vulkaan ooit veel hoger is geweest, zo’n 3000 meter. De uitbarsting in het jaar 79 heeft een groot deel van de top van de vulkaan verwoest. De zwaarste uitbarsting na die in het jaar 79 is geweest in 1631, de meest recente uitbarsting was in 1944 (dus het wordt wel weer eens tijd).
We lopen zo’n 20 minuten omhoog door het lava-grind en moeten uitkijken dat we niet uitglijden op dat stoffige goedje. Bij de krater aangekomen lopen we in ruim een half uur langs de rand van de krater en kijken op de verschillende uitkijkpunten de diepte in. Het blijft een gevaarlijk beestje, ook al slaapt hij al vele jaren. Bij het laatste uitkijkpunt gaan we even zitten en drinken we wat.
Dan lopen we langzaam terug en gluren we af en toe weer de krater in om te checken of we niet gemist hebben.
Om 15:45 uur zijn we weer terug op de parkeerplaats.

Het ritje naar beneden duurt ook een half uurtje en om 16:30 lopen we het perron van het station in Ercolano op en zien we dat de trein naar Napels net is vertrokken. Gelukkig gaat deze trein 3x in het uur dus iets na vijven zijn we toch al in Napels.
We lopen kris-kras terug naar ons hotel en gaan bij Bar La Nova Central op het gezellige Piazza Santa Maria la Nova zitten om wat te drinken. Ze maken hier werk van een drankje, want als we onze drankjes op het tafeltje hebben staan worden er gelijk bakjes chips, doritas en pinda’s neergezet. Niet veel later wordt er ook nog een bordje met brochetta’s, broodje ham en olijven neergezet. We kunnen het diner vanavond wel skippen.

Rond 20:30 uur zijn we weer terug in ons hotel en pakken we onze koffertjes alvast in. Morgen laten we Napels achter ons en gaan we naar Maiori aan de Amalfi kust.
Iedereen kent wel de uitdrukking Vedi Napoli e poi muori! – Napels zien en dan sterven – die werd opgetekend door de Duitse wetenschapper, dichter, filosoof Goethe. Hij bedoelde dat natuurlijk niet letterlijk, maar gebruikt het net als de Napolitanen om aan te duiden dat Napels zo’n overweldigende stad is, dat je eigenlijk nergens meer naartoe hoeft als je Napels eenmaal hebt gezien. Goethe voelde zich een heel ander mens na zijn bezoek aan Napels, dat volgens hem een paradijs was en wij sluiten ons daarbij aan. Napels heeft bij velen een slechte naam; het zou een vieze, gewelddadige stad zijn met norse bewoners, maar niets is minder waar. Napels is een aanrader!

Vrijdag 24 september 2021

We waren vanochtend de eersten in de ontbijtzaal. De bus naar Maiori gaat al om 09:00 uur en we willen toch lekker uitgebreid ontbijten. De komende dagen hebben we een Bed and no Breakfast dus we nemen het er van.
Om 08:30 uur checken we uit bij de vriendelijke Italiaanse bij de receptie. Dit hotel gaat een goede review krijgen!

De bus naar Maiori vertrekt op zo’n 10 minuten lopen van het hotel, dus we zijn ruimschoots op tijd. De bus zit behoorlijk vol, maar wij hebben een mooi plekkie weten te bemachtigen. Mondkapje op en rijden met die bak.

Het ritje naar Maiori duurt 1 uur en 45 minuten en vooral het laatste stuk langs de Amalfi kust is spectaculair. De uitzichten zijn prachtig, maar de weg is zo smal dat de bus regelmatig voor een bocht moet wachten tot het verkeer ruimte heeft gemaakt. Rond 10:45 uur stappen we uit bij de bushalte in het centrum van Maiori. Het is dan nog zo’n 300 meter lopen naar het hotel, maar we gaan eerst ergens zitten voor een cappuccino.

Ons hotel ligt iets achter de hoofdstraat en is een authentiek Italiaans gebouw met warm geel geschilderde muren en luiken voor de ramen. Van binnen is het echter helemaal opgeknapt en met een klassiek design sausje overgoten. Het contact met de eigenaar gaat via Whatsapp en als wij ons met een berichtje bij hem melden schrijft hij dat we gelijk naar binnen kunnen. Even aanbellen en Lucia (de schoonmaakster slash interieurverzorgster) is in het gebouw aanwezig. De kamer ziet er prachtig uit, maar nadat we de koffertjes op de kamer hebben gezet, gaan we toch gelijk de straat op.

We gaan op zoek naar het Ufficio del Turismo, want de ‘oversteek’ naar Matera aan de andere kant van de laars is nog wel een dingetje. Er gaan geen rechtstreekse treinen of bussen (binnen ons budget). Helaas blijkt het toeristen-hulpmiddel niet meer te bestaan, dus Diana gaat een groot Hotel binnen voor informatie. Daar kunnen ze ons wel helpen met de bustickets voor het programma van morgen, maar voor de tocht naar Matera verwijzen ze ons naar een reisburootje. Helaas weet de eigenaar van dit kantoortje ons geen goed alternatief te bieden. We gaan maandag gewoon naar treinstation in Salerno en zien wel wat er mogelijk is.

Het strand in Maiori ziet er zo aanlokkelijk uit dat we besluiten ons badpak aan te trekken en een van de vele bedjes op het strand te huren. Dus eerst maar even naar het hotel, omkleden, handdoeken mee en naar het strand. Helaas blijkt het allemaal niet zo simpel. Wanneer we het elektronische slot van de hoteldeur proberen te openen, blijkt deze niet te werken. We proberen het een paar keer, maar de deur blijft gesloten. Dan maar een appje naar de eigenaar. Helaas reageert hij niet snel, dus dan maar even bellen. Gelukkig kan hij op afstand de deur ontgrendelen zodat wij naar het strand kunnen. Je moet er niet aan denken dat dit gebeurd als er brand is (niet aan denken, zei ik toch!)

Op het strand staan de bedjes in een typische Italiaanse opstelling. Lange rijen bedjes staan in vier rijen aaneengesloten op het strand; een soort catenaccio.
In het hoogseizoen zal het hier vol liggen, maar wij hebben de bedjes voor het uitzoeken. Het is heerlijk rustig! We kiezen twee bedjes op de eerste rij uit, spreiden onze handdoek, smeren onze neus in en gaan liggen. Heerlijk, het lijkt wel vakantie.

Een paar uurtjes strand is voor ons ook wel weer genoeg. Ik probeer het zeewater uit, we nemen nog een ijsje bij de strandbar en om 16:30 uur is het dan wel tijd om naar het hotel te gaan.
‘Even douchen, de mail kijken en dan naar een terrasje aan het water waar we wachten op de zonsondergang. Dan is het tijd om te eten. Vandaag nemen we lasagna. La dolce vita!

Zaterdag 25 september 2021

Vandaag maar weer de wekker gezet, want we wilden met een vroege bus naar Amalfi om van daar met de bus naar Bomerano te gaan. Bomerano is de startplaats van de Sentiero degli Dei oftewel Pad der Goden, een trek van zo’n 10km. Om 06:45 uur staan we bij de bushalte en enkele minuten later arriveert de bus naar Almalfi. Het valt op dat er vnl. vrouwen in de bus zitten. De mannen werken blijkbaar thuis (heel herkenbaar).
Bij de bushalte in Almalfi vragen we wanneer de bus naar Bomerano vertrekt en die blijkt een minuut later al te vertrekken; dat is een perfecte aansluiting.
We slingeren het binnenland in en om 07:45 uur waarschuwt de chauffeur dat we in Bomerano zijn.

Naast de bushalte is een restaurant en we besluiten daar te ontbijten. Achteraf een slechte keus, want de croissant met Nutella is oud en de cappuccino is koud.
We lopen naar het beginpunt van de trek, waar we gelukkig nog een hete, sterke espresso op de kop kunnen tikken. Dat is voldoende cafeïne voor de eerste paar kilometers.

De naam van deze trek wordt toegeschreven aan de Griekse sage over Odysseus. Hij weerstond de zang van de Sirenen, die woonden op de archipel Li Galli. De goden en godinnen kwamen Odysseus te hulp via dit pad, de snelste weg van het vasteland naar Li Galli. Het is dus niet zo dat we vandaag een verdwaalde god tegen kunnen komen, hooguit een geit of twee.
Het pad is goed bewegwijzerd, dus we vinden makkelijk de weg. De eerste paar honderd meter gaan licht omhoog en nu al genieten we van de vergezichten.

We lopen van oost naar west, dus hebben de zon in de rug en kijken steeds op de kustlijn van het schiereiland Sorrento. Ook het eiland Capri en de eilandengroep Li Galli zijn steeds in zicht. Het gebergte op het schiereiland is een uitloper van de zuidelijke Apennijnen en heeft een eigen naam: Monti Lattari. Her en der zijn kleine boerderijtjes en je ziet regelmatig de terrassen waarop ze wat verbouwen.

Het pad mag dan wel goed bewegwijzerd zijn, het is zeker geen walk in the park. Regelmatig worden we geconfronteerd met menshoge rotsblokken waar we overheen moeten klauteren. Je moet wel wat over hebben voor een beetje uitzicht. We vorderen gestaag en onderweg komen we af en toe toeristen tegen die het pad in omgekeerde richting afleggen. Zo ook een groep Fransen. De ‘ah en oh oui, magnifique, je t’aime, ètcétèrá’ vliegen ons om de oren. Of we ook even een fotootje van ze willen maken op dit ‘point de vue fantastique’. ‘C’est bonne’, maar dan moet je er ook eentje van ons schieten. Het resultaat is phénoménal!

We hebben er inmiddels twee uur op zitten en beginnen zo langzamerhand wel wat uitdrogingsverschijnselen te krijgen. We hebben de boel weer eens onderschat. We vonden het niet nodig een flesje water mee te nemen.
We vervolgen onze weg en klimmen en klauteren dat het een lieve lust is. De witte sokjes van Diana zijn inmiddels omgetoverd in donkergrijs.
Na twee-en-een-half uur komen we dan eindelijk bij het dorpje Nocelle en daar begrijpen ze gelukkig dat je geld kunt verdienen aan de trekkers. We nemen een bekertje van de lokale specialiteit vers geperst sinaasappelsap en lurken een fles water leeg. We kunnen weer verder!

Het laatste stuk naar Positano is wat minder uitdagend. De paden zijn breed en lopen over het algemeen naar beneden. We komen langs een berg met een gat erin. Op z’n Italiaans klinkt dat veel lekkerder: Buco di Montpertuso. In het dorpje Montepertuso gooien we er nog een fles water in en zetten ons dan schrap voor de vele honderden treden naar beneden, naar Positano.

Het dorp ligt tegen een helling gebouwd en dat ziet er fantastisch uit. Dat is waarschijnlijk een belangrijke reden dat er zoveel toeristen deze kant op komen. Ik kan me nl. niet voorstellen dat al die mensen hierheen komen voor de kleren van het merk Moda Positana met z’n bloemenmotieven.

We zijn iets na twaalven in Positano, dus we gaan op zoek naar een plek waar we kunnen lunchen. Er zijn plekken genoeg, maar de prijzen zijn hier sky-high. Toch weten we iets te vinden waar we een soort opgerolde pizza eten. Heerlijk na zoveel inspanning.
Na deze uitgebreide lunch lopen we door naar het strand. Uit nieuwsgierigheid kijken we even wat een strandbedje hier per dag kost: €30 op de eerste rij of €25 daarachter (p.p.!). Dan hebben we in Maiori een koopje: 2 bedjes met parasol voor €10.

Het is verschrikkelijk druk in Positano, zelfs veel drukker dan bijv. in Pompei. We houden hier al snel voor gezien en kopen 2 kaartjes voor de ferry naar Amalfi. De boot vertrekt om 1:30 uur, dus we kunnen nog even rondkijken bij de opgedofte zonaanbidders op hun te dure strandbedjes.

De ferry vaart klokslag 13:41 uur weg en tijdens het half uur durende boottripje krijgen we een goed beeld van de Amalfi-kust. Her en der liggen dorpjes in het zonlicht te blinken tegen de bergen op het schiereiland en overal liggen er dure jachten voor anker.
We gaan in Amalfi van boord en zoeken een tabacchi waar we bustickets kunnen kopen voor het ritje naar Maiori. We lopen over het centrale plein in Amalfi en zien daar de prachtige Duomo de Amalfi. We gaan op een terrasje zitten om even te genieten van deze mooie kathedraal.

We betalen onze drankjes en bedenken ons dat we van dat geld onze eigen kathedraal hadden kunnen bouwen. Ze weten hier wel hoe ze een toerist een poot uit moeten draaien, maar dat hoort erbij aan de Amalfi-kust.
We kopen de buskaartjes bij een tabacchi op de hoek en lopen naar het busstation.
De bus vertrekt rond 15:30 uur en met veel emotie draait de buschauffeur z’n bus over de kronkelige wegen. Regelmatig moet er een auto in de achteruit om plaats te maken voor zijn bus.
Tegen vieren stappen we uit in Maiori en gooien we onze spullen op de hotelkamer. Dan zoeken we terrasje aan het strand en bestellen we voor de verandering een lekker koud biertje.

Zondag 26 september 2021

Vandaag geen wekker, dus slapen we uit tot 08:00 uur. Voor het ontbijt gaan we naar Pasticceria Napoli. Ze hebben er heerlijke verse broodjes en schenken een goede cappuccino. Tja, dan zit je elkaar om 09:00 uur aan te kijken; niets op het programma en om nu al naar het strand te gaan….
Gelukkig hebben we iets gelezen over een wandeltocht naar Minori, het naastgelegen dorpje aan de Amalfikust. Il Senteiro dei Limoni is een makkelijke wandeling langs de citroenboomgaarden die je hier aan de de Amalfikust overal tegenkomt.
We beginnen bij de Santuario Santa Maria a Mare. Over de naam van deze kerk gaat het verhaal dat er rond 1200 een schip voor de kust van Maiori verging. Het Mariabeeld dat aan boord was spoelde aan op het strand van Maiori en kreeg een mooie plek in het Santuario Santa Maria a Mare.

Volgens de beschrijvingen is het een makkelijke wandeling, maar we beginnen wel gelijk met een paar honderd traptreden. In vergelijking met de trek van gisteren is deze wandeling een stuk eenvoudiger, maar de kuitjes protesteren hevig.
Al snel zien we de boompjes waar het hier allemaal om draait. Overal om ons heen zien we klein boomgaarden met de citroenboompjes. De boomgaarden zijn trapsgewijs aangelegd.

De citroenen die hier groeien zijn niet de gladde glimmende exemplaren die bij ons in de supermarkt liggen. De wereldberoemde exemplaren uit deze streek zijn nl. oerlelijk, ze hebben een bobbelige dikke schil. Deze citroenen hebben in 2002 het kwaliteitskeurmerk IGP gekregen, wat herkomst en kwaliteit van een product garandeert.
Deze beschermde citroensoort Sfusato Amalfitano is een belangrijk ingrediënt in veel gerechten, maar het belangrijkste/bekendste recept is ongetwijfeld de limoncello. Hoewel de exacte plaats waar dit product voor het eerst werd gemaakt onbekend is, moge het duidelijk zijn dat de echte limoncello geproduceerd wordt in de omgeving van de Amalfikust.

De uitzichten tijdens deze wandeling zijn fantastisch. Steeds is er zicht op de kustlijn en overal is het frisse groen van de citroenboomgaarden te zien.
We komen langs kleine gehuchtjes van enkele woningen die verborgen langs het pad liggen. Hoge muren onttrekken de tuinen aan het zicht.
Af en toe ruik je de citroenen, maar ze zijn nog te groen om de hele streek te laten geuren. Tegen de muren staan oleanders en in veel tuinen groeien druivenstruiken waar grote trossen druiven aan hangen. Hier en daar is er in de muur een klein nisje met daarin een kerkelijk beeldje.

Na ruim een uur komt Minori in beeld. Vanaf een laatste uitkijkpunt bewonderen we dit kleine stadje van bovenaf en lopen dan de laatste treden naar beneden. De wandeling was een stuk eenvoudiger dan gisteren, maar bijna net zo mooi. We zijn blij dat we dit niet gemist hebben.

Langs de zijkant van de Basilica di Santa Trofimena lopen we het kleine plaatsje binnen en gaan we vlak bij deze kerk een espresso drinken. Na deze opkikker maken we een verkenningsrondje door Minori. Het is net als Maiori een lieflijk klein stadje aan de Amalfikust. In plaats van de bus nemen we dan de benenwagen terug naar Maiori.

Terug bij ons hotel trekken we de badpakken weer aan en zoeken we een plaatsje op het strand. Het is drukker dan de eerste keer dat we hier lagen. Veel Italianen gaan op zondag met het gezin naar zee.
We nemen een duik en laten ons opdragen om vervolgens bij Tony’s te gaan lunchen. Dan weer naar het strand, een duik, slapen op het bedje, een duik, etc. Zo kom je de middag wel door.
Iets na vieren besluiten we naar de hotelkamer te gaan. Even douchen, andere kleren aan en op zoek naar een terrasje voor een frisje. Ik schreef het eerder al: het is soms net vakantie.

We checken nog even de de vertrektijden van de bus naar Salerno en komen erachter dat we in de verkeerde tabel hebben gekeken. Dat is een meevaller van 25 minuten, want de bus naar Salerno gaat pas om 07:35 uur.
We lopen het kleine centrum van Maiori weer in en gaan eten bij Osteria & Pizzeria dell’Olmo.
Na het eten lopen nemen we weer een espresso bij Tony’s, maar dit keer met een limoncello, want het kan toch niet zo zijn dat we aan de Amalfikust zijn geweest zonder limoncello te drinken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *