Tag archieven: Tashkent

Kazachstan & Oezbekistan 3

Vandaag staan er heel wat treinkilometers op het programma; eerst naar Tashkent en vanavond door naar Khiva, waar we morgenochtend aan zullen komen. Het is dus prettig dat we de dag met een stevig ontbijt kunnen beginnen. Behalve de gebruikelijke eitjes, worstjes, ham, kaas en yoghurt staat er ook een hele partij zoetigheid bij het ontbijtbuffet. Inmiddels weten we dat dit heel gebruikelijk is in Oezbekistan.

De lieverd achter de receptie kan maar moeilijk afscheid van ons nemen. Ze zou het liefst de hele dag met ons kletsen, maar de trein in Oezbekistan wacht op niemand.
Als we naar de taxi lopen geeft ze ons nog een klein Oezbeeks poppetje mee als aandenken en als we in de taxi stappen zegt ze dat zij de taxi al betaald heeft; wat een schat!

We zijn, zoals gebruikelijk, weer op tijd op het station en na de security-check nemen we even plaats in het stationsgebouw. We zouden liever op het perron plaatsnemen, maar daar is het in een t-shirt en Teva’s aan de voeten te koud voor.
Iets voor achten rijdt de trein station Kokand binnen en nemen wij plaats in de platzkart. Dit is de goedkoopste klasse die je kunt boeken en dat is te merken. Het is ze gelukt om zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant stapelbedden in de wagon te proppen. Gelukkig duurt het ritje in deze trein maar vier-en-een-half uur.
Voor de routebeschrijving verwijs ik naar de blog van 12 oktober. Draai de pagina om en dan weet je wat we tegengekomen zijn.

We arriveren ruimschoots op tijd in Tashkent, waar wij eerst onze grote rugzakken naar de left-luggage brengen. Die halen we vanavond wel weer op. Bij het treinstation drinken we een icetea en eten we een lokale variant van een hot-dog. Dan gaan we op weg naar de bezienswaardigheden die bij ons vorige bezoek aan Tashkent niet aan bod zijn gekomen.

Omdat er geen metro bij dit treinstation is, laten we ons door een taxi afzetten bij de Holy Assumption Cathedral Church. Waarom we deze kerk bij onze eerdere ontdekkingsreis niet zijn tegengekomen is onduidelijk, maar de HACC is zeker een bezoekje waard. De lichtblauw gekleurde kerk met z’n glimmende koperen uien op het dak is zeker een bezoekje waard. Niet alleen het exterieur is prachtig, ook binnen valt je mond open. Deze kerk mag je niet missen als je in Tashkent bent.

We wandelen naar het andere treinstation van Tashkent, omdat daar wel een metrostation is en nemen dan de metro naar station Milly Bog’. Dit is het metrostation dat het dichtst bij het Alisher Navoi park is. Dit park is helemaal niet ver van hotel Mirzo waar we een paar dagen geleden sliepen, maar een bezoekje aan dat park zijn we (ook) niet aan toegekomen.
Het park is vernoemd naar de 15e eeuwse Oezbeekse dichter Alisher Navoi die eigenlijk Nizomiddin Mir Alisher heette. Hij staat hier hoog aangeschreven en je zou z’n 15 delen tellende levenswerk ‘Asarlar’ eens kunnen proberen.
In tegenstelling tot de HACC is het park niet echt een must-go. We zijn bijna de enige bezoekers van het park en zelfs de waterfietsen liggen op het droge. We lopen langs het grote standbeeld van de dichter en gaan dan weer richting de uitgang.

Na een lekkere bak koffie duiken we metrostation Xalqlar Do’sligi in om er bij station Mustaqilik maydoni weer uit te komen. We gaan op weg naar de Broadway Lounge Bar waar we vorige week al de lunch gebruikten. Dit keer hangen we onderuit op een bank en genieten van een drankje. Rond 17:00 uur bestellen we wat te eten en tegen 18:00 uur gaan we op weg naar het treinstation voor onze slaapplaats voor deze nacht: de trein naar Khiva.

Op het station nemen we plaats in de stationshal en wachten op wat komen gaat. We worden omringd door Oezbeekse kerels die natuurlijk een praatje met ons willen aanknopen. De meesten van hen spreken maar een enkel woordje Engels, maar er is er eentje die er wel wat zinnen uit krijgt. Ze willen weten waar we vandaan komen, met welke groep we reizen, wat we van Oezbekistan vinden en wat onze leeftijd is (ze geloven ons niet!!!). We zijn een zeldzaamheid.
Er is er zelfs eentje die voor ons een cadeautje haalt: een koelkastmagneet van Oezbekistan!

Woensdag 16 oktober 2019

We hebben de coupe met 2 Oezbeekse mannen gedeeld: een 65plusser en een leraar Engels aan de universiteit. Dankzij de leraar konden we ook met de oudere man communiceren en dat is ook wel eens leuk. Net als de jongens op het station wil ook hij van alles van ons weten, maar hij is vooral nieuwsgierig naar wat wij van Oezbekistan vinden. We zijn rond 08:00 uur wakker en hebben redelijk goed geslapen in de trein. De laatste uurtjes in de trein gaan snel voorbij en om 11:00 uur lopen we al op het perron van Khiva. We nemen een taxi naar het hotel, maar moeten daar nog even wachten omdat onze kamer nog niet schoon is. We gaan daarom maar even op zoek naar een restaurantje.

Om 12:30 uur kunnen we op onze kamer en direct daarna gaan we naar de ommuurde stad van Khiva.
In de 10e eeuw wordt Khiva al genoemd als een belangrijk handelscentrum aan de zijderoute. Alle karavaans maakten, op weg naar China, een tussenstop hier. Van zonsopkomst tot zonsondergang, als de poorten weer dicht gingen, passeerde een eindeloze stroom kamelen met bagage.

Khiva is een unieke stad die niet voor niets claimt het zevende wereldwonder te zijn. We lopen door de met stenen geplaveide, smalle straatjes en het ziet er allemaal fantastisch uit. De stad ademt de sfeer van vroegere tijden en je verwacht elk moment Marco Polo tegen het lijf te kunnen lopen. Als je dan achter je hoort zeggen ‘ach schatz, was ist es hier schon’, ben je weer terug in het heden.

De oude stad is prachtig gerestaureerd, maar het is jammer dat er zoveel commercie binnen de muren is toegelaten. Voor elk monumentaal gebouw staan kraampjes met prullaria die ze aan de toeristen proberen te slijten en een aantal van de prachtige gebouwen wordt hergebruikt als restaurant of zelfs als hotel. Maar goed, het onderhoud van zo’n openluchtmuseum moet natuurlijk ergens van betaald worden.
Voor het eerst lopen we in Oezbekistan tussen massa’s andere (Europese) toeristen. Blijkbaar hebben veel groepsreizen Khiva in hun programma opgenomen. Zoveel toeristen hebben ook een naar bijverschijnsel: de prijzen zijn verdubbeld (of meer).

We lopen door de smalle straatjes van Khiva en bewonderen de unieke gebouwen. Na elke hoek is er weer wat anders te zien en alles is in zeer goede staat.
De Kalta Minor minaret trekt veel bekijks. De bouw van deze dikke, turquoise betegelde minaret is door Mohammed Amin Khan gestart in 1851 en hij wilde een minaret bouwen die zo hoog was dat je Bukhara er kon zien. Helaas overleed de khan in 1855 en is de minaret nooit afgemaakt.

Er zijn een aantal madrassa’s in de stad, maar ook een aantal mausoleums. Het mausoleum van Pahlavon Mahmud is een van de mooiste plekken van de stad. Pahlavon was een dichter, een filosoof en een legendarische worstelaar. Zijn graf uit 1326 is herbouwd in de 19e eeuw, maar is in 1913 opgeëist door de regerende khan. De khan heeft een mooi plekje gekregen, maar volgens ons heeft Pahlavon de mooiste grafkamer. In de buurt van het graf van Pahlavon hangt de volgende tekst van hem:
It’s easy for me to smash 300 mountains
It’s easy for me to paint the sky with blood from my heart
It’s easy for me to be in prison for 100 years
But i’t’s difficult for me to spent a moment with a stupid man!

Omdat het weer behoorlijk warm is gaan we af en toe ergens zitten en bestellen een pot thee. Als je om je heen kijkt zie je overal de prachtige monumenten en wil je gelijk weer op pad.
Onze volgende bestemming is de stadsmuur, die we vanaf de noordkant willen beklimmen.
We kronkelen door de smalle straatjes richting de poort waar we ook door naar binnen zijn gekomen. Daar klimmen we via een trapje met veel te kleine treden de muur. Ook de dikke stadsmuur is in zeer goede staat en bovenop de muur heb je een mooi uitzicht over de stad.

Na het tochtje over de muur, gaan we door de poort aan de westkant naar buiten om daar de muur te bewonderen. De zon begint al wat te zakken waardoor de kleur van de muur naar oranje verandert.
Dit is ook de ingangspoort voor Khiva. Hier koop je het (dure) entree-ticket voor de stad. Dat wij via de poort aan de noordkant zijn binnengekomen en dat je daar gratis naar binnen kunt, is puur toeval.

We eten wat bij een van de vele restaurants in de stad en wachten tot het donker wordt. ‘s-Avonds worden de monumentale gebouwen uitgelicht en dat willen we natuurlijk ook wel even bekijken.
Nadat we de lokale gerechten naar binnen hebben gewerkt gaan we weer op pad.
De gebouwen zijn mooi uitgelicht, maar we missen de kleureffecten een beetje; dit had spectaculairder gekund, maar misschien is het ook wel de bedoeling om het niet te kitscherig te maken.

Donderdag 17 oktober 2019

We schuiven om 08:30 uur aan bij het ontbijt en na eerst een broodje-ei te hebben verorberd, komt de kok met een bak patat uit de keuken; er gaat niets boven een bak patat op de nuchtere maag. Helaas geen mayo en ketchup, maar dat mag de pret niet drukken. Met een goed/vet gevulde maag kunnen we beginnen aan onze 2e etappe door Khiva.

We gaan weer via de goedkope kant de stad in en besluiten dit keer de kippen-zonder-kop strategie te volgen: we lopen lukraak door de stad en zien wel wat we tegenkomen.
Omdat we gisteren de hoogtepunten al hebben afgevinkt, gaan we vandaag naar de plekken die wat verder van de toeristische hotspots afliggen. Khiva heeft dan wel veel weg van een openluchtmuseum, er wonen ook mensen in deze stad.

We hadden de huisjes van Jan-met-de-pet ook al vanaf de muur gezien, maar als je door de straatjes loopt valt ook hier op hoe goed alles onderhouden is. Het lijkt erop dat iedereen hier profiteert van de bijdrage van Unesco.
Het kan niet gewoner; de was hangt buiten, containers staan aan de weg, een Lada staat geparkeerd bij een huisje en af en toe fietst er iemand voorbij op weg naar……., tja waar naartoe eigenlijk?

Op onze tocht door de buitenwijken zien we ook dat het toerisme zich wel steeds verder uitbreidt. Ook in de arbeiderswijk verrijst op elke hoek een hotel. Hoe zal het hier over 10 jaar zijn?
Rond een uurtje of 10 is het wel tijd voor een bakje koffie en daarvoor gaan we naar Terrassa Cafe. Het cafe is heel slim vernoemd naar het dakterras met uitzicht op een deel van de stad. We bestellen een bakkie en genieten van alles wat beneden gebeurt.

Na een voortreffelijke bak koffie vervolgen we onze weg. Omdat de zon nu uit een andere hoek komt dan gistermiddag, ziet het er toch allemaal anders uit. Wat gisteren een donkere plek was, is nu een prachtig plaatje. De donkere schaduwen waar we gistermiddag af en toe last van hadden zijn weg en viceversa.
Als we aan de zuidkant van de stad bij de stadsmuur lopen zien we daar op verschillende plekken een begraafplaats. Niet zoals je dat gewend bent, maar vlak voor de stadsmuur staan stenen ‘tentjes’ dicht tegen elkaar aan gebouwd.
Omdat de temperatuur al weer snel oploopt, gaan we wat drinken bij hotel Malika Kheivak omdat je daar heerlijk in de schaduw kunt zitten. De machinist neemt een biertje, de conductrice een pot thee.

We zijn net een forensentrein, want van hotel Malika Kheivak lopen we met een grote omweg en via zo veel mogelijk zijstraatjes weer naar Cafe Terrassa om daar de lunch te nuttigen. Ook daar zoeken we een plaatsje in de schaduw en genieten van een lunch-with-a-view.
Na de lunch gaat de Dianarob66-trein via weer hele andere straatjes terug naar hotel Malika Kheivak. Onderweg komen we, net als gisteren, een bruidsstoet tegen (we zijn het bruidspaar vandaag al 3x tegengekomen). Blijkbaar is Khiva niet alleen een interessante bestemming voor toeristen.

We brengen de vochthuishouding weer op peil en maken dan nog 1 tour-de-Khiva. In een achteraf straatje komen we een zanger tegen die een videoclip aan het opnemen is. Hij loopt een aantal keren zingend langs de muur van een madrassa, totdat de opname geslaagd is: cut!
Ons treintje gaat voor de laatste keer naar Cafe Terrassa, dit keer voor een diner met sunset. Het dakterras ligt precies goe om de zon achter de poort aan de westkant van de stad onder te zien gaan.

Vrijdag 18 oktober 2019

Vandaag staat onze langste dag-treinreis op het programma. We zitten als eersten in de ontbijtzaal, maar moeten dan ook even wachten op de spiegeleitjes. We werken het ontbijt naar binnen en vragen dan aan de receptionist om ons naar het treinstation te brengen.
Er staat een lange rij met toeristen bij de security-check. Sommigen hebben koffers bij zich waar je in kunt wonen. Wat zijn die mensen van plan?
In het stationsgebouw slaan we nog wat etenswaar in en gaan dan naar het perron waar de trein al staat te wachten.
Zonder de rugzakken hadden we nu een sprongetje van geluk gemaakt, want we zien dat deze trein luxe stoelen heeft. We zagen er al tegenop om 6 uur op een bedje te hangen.
We zoeken onze stoelen in een wagon vol Spanjaarden en gaan er goed voor zitten.

We hebben al snel in de gaten dat deze trein niet door het meest fantastische natuurgebied van Oezbekistan rijdt. Links: zand, zo ver als je kunt kijken, recht: zand, zo ver als je kunt kijken. Het meest enerverende van dit landschap zijn de polletjes gras die het zand bij elkaar lijken te houden. Niet heel interessant dus, of je moet een kameel zijn.
We lezen een tijdschriftje, luisteren wat muziek en slurpen een beker thee leeg. Dat lijkt wat weinig voor 4 uur zand, maar de oogjes gaan af en toe even dicht.

Om 15:00 uur wringen we ons tussen de Spanjaarden door de wagon uit en lopen we in de val met taxichauffeurs. ‘Taxi, taxi sir’ schreeuwen ze in koor. ‘How much’ zegt Diana. ‘150.000 som, is official taxi’ zegt een taxichauffeur. Dat soort belachelijke bedragen werkt niet heel goed bij Diana. Ze gunt de taxichauffeur geen blik waardig en gaat op zoek naar een andere. Uiteindelijk worden we voor 40.000 naar ons hotel gebracht.

Ons hotel zit midden in het centrum, in een klein steegje, vlak bij de Toqi Sarrafon bazaar. We checken in, brengen de rugzakken naar de mooie slaapkamer en zoeken dan een terrasje in de zon. Nu hebben we wel een biertje verdiend.

Na de verfrissing lopen we over de kleine bazaar en hebben we al snel in de gaten dat we hier niet de enige toeristen zijn. Het lijkt er zelfs op dat de toeristen in Bukhara in de meerderheid zijn. Dat heeft weer tot gevolg dat de hele bazaar en straten eromheen volgepropt staan met souvenirstalletjes. Kleden, sjaals, borden, kopjes, kannen, hoedjes, breiwerk en nog veel meer prullaria; je struikelt er bijna over.

‘s-Avonds gaan we eten op advies van de eigenaresse eten bij restaurant Sarrafon, op 5 minuten van ons hotel. Het koelt inmiddels zo erg af dat we niet meer in een t-shirtje de straat op kunnen. Gelukkig hebben we ook een deel van de wintergarderobe meegenomen.

Sarrafon is een mooi restaurant en de gerechten op de kaart zien er smakelijk uit. Helaas is de helft van de kaart niet verkrijgbaar, maar er blijft genoeg over om uit te kiezen.
We bestellen een salade en hoofdgerechten en geven erbij aan dat we de salade als voorgerecht willen hebben en de hoofdgerechten gelijktijdig. Volgens de ober geen probleem, maar we moesten er wel rekening mee houden dat het wat langer gaat duren want Rob heeft een bijzonder stoofpotje besteld en dat kost tijd. De salade wordt als eerste gebracht en ziet er niet alleen prachtig uit, de smaak is ook voortreffelijk. We worden voorbeeldig bediend en om de paar minuten vraagt de ober ‘ is everything ok?’ Op een gegeven moment kondigt hij aan dat het eten over 6 a 7 minuten gereed is. Keurig toch?
Tien minuten later arriveert dan het stoofpotje van Rob, terwijl de ober aangeeft dat het gerecht van Diana nog een paar minuutjes duurt. Er gaan heel wat minuten voorbij en Rob is inmiddels aan z’n hoofdgerecht begonnen als eindelijk de rijst die bij het stoofpotje hoort, wordt geserveerd. Diana staart dan nog steeds naar een leeg bord. De ober hebben we al een tijdje niet meer gezien. Als Rob het potje al een keer of drie heeft uitgelikt, worden dan eindelijk de dumplings van Diana gebracht. Zonder een woord te zeggen verdwijnt de ober richting de keuken. Ze doen hun best, maar hebben nog heel wat te leren. Het eten smaakte voortreffelijk overigens!

Zaterdag 19 oktober 2019

In de heiligste stad van Centraal-Azie staan gebouwen die meer dan 1000 jaar oud zijn. Het grootste deel van het centrum van Bukhara is een ‘architectural preserve’ en staat vol met madrassa’s, minaretten, moskeeën en een groot koninklijke fort. Als je een moskee-fetisj hebt, ga hier dan zeker een keer heen.

Wij beginnen met een rondje aan de westkant van de stad. We lopen door de overdekte Taki-Sarrafon (Taki = bazaar) en komen dan eerst bij de Maghok-i-Attar. De bazaars doen nog het meest denken aan de bazaars in Iran. Een grote centrale koepel met kleinere koepels er omheen, waar de producten worden verkocht. In Iran waren de bazaars veel groter, maar dat zijn ze hier ook geweest. De verbindingsgangen tussen de bazaars zijn ooit gesneuveld, waardoor er nu drie kleinere bazaars over zijn.
De Maghok-i-Attar is de oudste moskee die nog overeind staat; een combinatie van een 9e eeuwse facade en een 16e eeuwse reconstructie. De moskee wordt gezien als de heiligste plaats van de stad, maar wel wat gek dat het tegenwoordig dienst doet als tapijt-museum.

We lopen langs de moskee en dan door de Taki-Telpak Furushon naar de Ulugbek medrassa en zijn dan van de oudste moskee bij de oudste madrassa van Centraal-Azië aangekomen. We nemen een kijkje in de koranschool, maar heel bijzonder is deze niet, De buitengevel is mooi, maar kan wel een restauratie gebruiken.

Op weg naar de Kalon moskee staan we opeens in het startveld van een hardloopwedstrijd. Het blijkt een goede-doel wedstrijd van 7km te zijn. Iets van ‘run for the aralsea’.
We blijven even staan tot de lopers worden weggeschoten (dat wordt hier voorafgegaan door het volkslied!) en lopen dan naar de iets verderop gelegen moskee die in de 16e eeuw is gebouwd op de plek van een moskee die door Chenggis Khan was verwoest.

De Kalon moskee is groot en kan wel 10.000 gelovigen herbergen, maar is niet zo bijzonder als de minaret met dezelfde naam. Toen de minaret in 1127 gereed was, was het waarschijnlijk het hoogste gebouw van Centraal-Azië. De minaret is een architectonisch hoogstandje met 14 banden met ornamenten en er werd voor het eerst gebruik gemaakt van de blauw geglazuurde tegeltjes. Zelfs Chenggis was zo onder de indruk dat hij zijn troepen de opdracht gaf de minaret te sparen.

We lopen weer een stukje verder en komen dan bij de Ark. Deze stad-in-een-stad werd bewoond vanaf de 5e eeuw tot 1920 toen het gebombardeerd werd door het Rode leger. Eeuwen lang heeft het dienst gedaan als het paleis van de emirs van Bukhara. Met dank aan de Russen (!) is er nog maar 20% van de oorspronkelijke koninklijke verblijven over, waaronder een moskee met prachtige houten kolommen. Daarnaast zijn de voormalige verblijven van de ministers en nog iets verder een ruimte waar de troon van de emir stond.
In al deze ruimtes zijn nu kleine musea ondergebracht, maar de collecties ogen wat rommelig.

Op de weg naar buiten staan we nog even te kijken hoe er door een schoolklasje iets wordt voorgedragen. Diana maakt een paar foto’s en als de kinderen klaar zijn met hun verhaal, komt de juf met een van de kinderen naar haar toe. Ze willen wat Engelse woordjes oefenen. Even later komt de directeur erbij en die begint het allemaal te filmen met z’n mobiel. Na al een paar keer met Oezbeekse families op de foto te zijn gegaan, is dit wel het hoogtepunt van haar filmcarrière.

Op weg van de Ark naar het Chashma Ayub mausoleum komen we ook nog langs de Bolo-Haus moskee. Deze moskee heeft een prachtige aivan met beschilderd houten plafond en mooi bewerkte kolommen.
Het mausoleum ziet er leuk uit, maar is geen plek om een half uur rond te hangen. De naastgelegen Markaziy bazaar wel!
We verplaatsen onze aandacht dus naar de bazaar en die is mega! Meerdere grote hallen met de gebruikelijke producten en overal blijven ze even vriendelijk als je een foto wilt maken. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt! We kopen een zak pinda’s en gaan richting Lyabi-Hauz, vlak bij ons hotel.

Net achter de Bolo-Hauz moskee gaan we bij een lokaal eettentje aan een tafeltje zitten. Veel keus hebben ze niet: sjasliek of een soort spaghetti-soep. We bestellen allebei en het smaakt voortreffelijk.
Na deze voedende lunch lopen we toch nog een keertje langs de Kalon minaret omdat deze op dit tijdstip in een beter zonnetje wordt gezet. De schaduwen van vanochtend zijn inderdaad verdwenen; het is een plaatje.

Om 14:30 uur zoeken we een tafeltje bij Lyabi-Hauz. Dit plein rondom een waterbassin (hauz betekent bassin) is een heerlijke plek om, onder de eeuwenoude moerbeibomen, een sapje te drinken. De oude mannen die hier vroeger een spelletje schaak speelden zijn helaas verdwenen. Hun plek is ingenomen door de verkopers die zoveel mogelijk proberen te slijten aan de toeristen.
Tot een eeuw geleden werd Bukhara van water voorzien middels een netwerk van kanalen en stenen bassins. De mensen kwamen daar samen om te wassen, te drinken en te roddelen. Omdat het water niet vaak ververst werd, was Bukhara berucht om de door water overgebrachte ziektes. Er wordt gezegd dat de mensen in Bukhara in de 19e eeuw gemiddeld niet ouder werden dan 32.
De Russen hebben dit systeem later gemoderniseerd waardoor het minder gevaarlijk werd om hier met Persil aan de gang te gaan.

We blijven de rest van de middag aan het waterbassin hangen en onder het genot van een drankje en de pinda’s die we op de bazaar gekocht hebben zitten we op een bankje in het zonnetje. Met een schaakbord erbij zouden we hier enkele tientallen jaren geleden niet misstaan.
Aan het tafeltje achter ons zitten drie knapen in een t-shirt van de hardloopwedstrijd van vanochtend. Diana vraagt aan ze hoe het gegaan is en dat is gelijk het begin van een heeeeel gesprek. Met behulp van z’n telefoon ligt de meest brutale z’n doopceel: hij is 22 jaar, single, werkt bij de politie, heeft nog drie zussen, hij woont in Andijon en nog veel meer. Natuurlijk wil hij dat soort gegeven ook van ons weten. Na een paar minuten springt hij naast Rob op het bankje en laat hij allerlei foto’s zien van hem en zijn vrienden in een militair pakkie. Misschien dat de vertaalmachine politie en militair door elkaar heeft gegooid, of de politie loopt hier soms in camouflage pakken, maar uiteindelijk gaan we met z’n allen op de foto. Cheese!

Tegen vijven gaan we even terug naar het hotel om daar de treintickets voor Shimkent – Almaty die we vorige week online geboekt hebben uit te printen. We weten nl. niet zeker of een e-ticket wordt geaccepteerd. Rond zessen proberen we nog ergens een glimp van de zonsondergang op te vangen, maar dat is erg lastig in Bukhara. Dan maar even naar een theehuis voor een pot thee met apfelstrudel (heel Oezbeeks!). Na een uurtje lopen we nog een keertje langs een paar monumenten om te kijken of ze er ‘s-avonds een lichtshow van maken, maar dat is niet het geval. Dan maar weer richting Lyabi-Hauz. We zoeken een tafeltje en bestellen een pizza. Door de pinda’s en apfelstrudel hebben we niet zoveel trek meer.

Zondag 20 oktober 2019

We genieten opnieuw van het fantastische ontbijt bij hotel Bibi-Khanym. In plaats van je eten bij het buffet te halen wordt hier je hele tafel vol gezet met lekker eten. We eten onze buikjes vol en gaan dan weer op weg.
Gisteren was de westkant van Bukhara aan de beurt, dus vandaag gaan we oostwaarts.

We lopen eerst naar de bezienswaardigheid die het verst weg ligt: Char Minar. Dit poortgebouw van een madrassa die al lang verdwenen ligt verscholen tussen Pushkin en Hoja Nurabad. Char Minar betekent ‘ vier minaretten’ hoewel het eigenlijk geen minaretten zijn, maar decoratieve torens. Het is een hele wandeling, maar de moeite meer dan waard.

Op de heen weg zijn we langs de hoofdweg gelopen, maar terug gaan we via de kleine straatjes achteraf. Na een tiental minuten komen we wat spelende kinderen tegen en speelt het standaard ritueel zich weer af; paar woordjes Engels, hele familie komt naar buiten en fotootje met de kinderen.
We lopen verder en komen dan aan de achterkant van de Kukeldash madrassa. Wat in 1569 nog de grootste madrassa van Centraal Azie was, is nu een gebouw in slechte staat. De muur aan de achterkant zit vol grote scheuren en wordt op verschillende plekken gestur met stalen balken. De voorkant van de madrassa is er niet zo slecht aan toe. De madrassa wordt tegenwoordig vooral gebruikt als theater voor de poppenshow.

Dan is het wel weer eens tijd voor een bakkie koffie, dus we zoeken een bankje bij het waterbassin. Als we nog maar net zitten worden we aangesproken door een aantal jongens. ‘Where are you from, what’s your name, do you like Uzbekistan, what’s your age’. De mannen moeten hun Engels een beetje bijspijkeren en als bewijs moet er dan natuurlijk een selfie met ons gemaakt worden.

Na de koffiestop gaan we naar de Abdulaziz khan madrassa. We waren gisteren ook al bij deze madrassa maar vanwege het tegenlicht dachten we dat een ander tijdstip van de dag betere foto’s zou opleveren. Inmiddels weten we dat deze madrassa altijd de zon in de rug heeft.
Abdulaziz wilde met deze madrassa de Ulugbek madrassa aan de overkant van de straat de loef afsteken en we vermoeden dat het hem gelukt is. Door meer kleuren dan alleen blauw te gebruiken ziet deze madrassa er bijzonder uit.

We lopen terug naar ons hotel want de laatste nacht slapen we in een ander hotel. De eigenaresse van het hotel had een nacht overboekt en heeft ons toen gevraagd of we een nacht in een ander hotel wilden slapen. Dat vonden we geen probleem, dus nu moeten we even onze bagage verkassen. Het andere hotel is maar 100m verderop dus dat is te belopen.
Nadat we verkast zijn lopen we naar het Lyab-Hauz voor de lunch.

Na de lunch gaan we naar de vlakbij gelegen Nadir Divanbegi madrassa. Deze madrassa was als caravanserai gebouwd, maar omdat de khan het gebouw aanzag als madrassa, hebben ze dat er van gemaakt (een khan is onfeilbaar).
De madrassa is een aanrader vanwege het schitterende tegelwerk dat pauwen uitbeeldt die lammetjes vasthouden. We vragen ons wel af wat Mohammed hiervan vindt, want de Islamitische wetten verbieden het om levende wezens uit te beelden.

Een rekensommetje heeft ons geleerd dat we nog een paar ton tekort komen voor de laatste dagen in Oezbekistan, dus we moeten naar de bank. De Asaka bank die wél een Mastercard slikt, is 20 minuten lopen, dus dat wordt onze volgende bestemming.
Gelukkig zit er genoeg geld in de automaat, dus we pinnen 700.000 som en gaan weer terug naar het plein.

Bij het plein struikelen we zowat over de bruidsparen. Het lijkt erop dat trouwen op zondag hier gratis is. Het is ons wel opgevallen dat de bruidegom z’n mobiel laat aanstaan tijdens de trouwerij. Regelmatig moet de trouwreportage gestopt worden omdat de bruidegom met z’n mobiel in z’n klauw staat. Het is maar net waar je prioriteit ligt op zo’n dag.

Met zo’n goed gevulde portemonnee kan er wel een ijsje af, dus we bestellen 2 hoorntjes van 60 cent. Om de zoetige smaak weg te spoelen nemen we daarna plaats op een bankje aan het waterbassin en bestellen een halve liter. Onderuit gezakt genieten we van de zonnestraaltjes die tussen de wolken door prikken.


Maandag 21 oktober 2019

Vandaag hebben we nog een paar uurtjes in Bukhara, want vanmiddag stappen we op de trein naar Samarkand.
We nemen vandaag een m.l.d. (madrassa-loze dag)! Na het ontbijt charteren we een taxi en gaan naar Char Bakr. Op deze necropolis (je mag ook begraafplaats zeggen) liggen een aantal hoge heren uit vorige eeuwen begraven, maar er zijn ook graven van de gewone man. Het verschil is overduidelijk; de hoge heren zijn binnen de muren van deze dodenstad begraven en zijn geëerd met grootse monumenten terwijl de gewone man buiten de muren ligt in een stenen tentje.

We lopen langs de verschillende monumenten, waarvan de oudste uit de 10e eeuw dateert; Sheikh Abu Bakr Fazl en Sheikh Abu Sayid liggen begraven in een mooi mausoleum.
Als laatste gaan we via een klein deurtje een smal trappetje op om het complex nog even van boven te bekijken. Hiervoor moeten we de beheerder wel 2 kwartjes in de hand douwen.

Tegen twaalven zijn we terug bij het hotel. We checken uit, zetten de grote rugzakken bij de receptie en gaan dan een bakkie doen op het plein.
Ten zuiden van Lyabi-Hauz ligt wat er over is van de Joodse wijk en na de koffie gaan wij daar een kijkje nemen.
Vanaf de 12e eeuw hebben er Joden gewoond in Bukhara en waren ze een belangrijke speler in de economie van Bukhara, ondanks systematische discriminatie (waar hebben we dat meer gezien).
We lopen door de smalle straatjes richting het Joodse kerkhof en bij sommige gebouwen zie je de oorspronkelijke structuren onder het leem vandaan komen. Het is hier heel anders dan bij de gerestaureerde monumenten.

Vanaf de begraafplaats lopen we weer terug naar Lyabi-Hauz en onderweg vinden we een van de weinige synagogen die er nog zijn. We gaan naar binnen en kijken daar wat rond. Er hangen foto’s van Madeleine Albright en Hillary Clinton die hier in 2000 geweest zijn. We maken een paar foto’s doen een donatie in de daarvoor bestemde kist en lopen dan het laatste stukje naar het plein, om daar te lunchen.

Nu we Bukhara een paar dagen onder de loep hebben genomen, kunnen we vaststellen dat de twee steden in vrijwel niets op elkaar lijken. In Khiva waan je je duizend jaar terug in de tijd, terwijl Bukhara een moderne stad is waar duizend jaar oude monumenten staan. Er is één overeenkomst: de enorme hoeveelheid souvenirstalletjes bij, in en voor de monumenten. Dat mag wel wat minder.

Om 14:00 uur nemen we een taxi naar het treinstation. Dat is wat vroeg, maar we hopen dat we onze treintickets kunnen omruilen voor tickets voor de Afrosiyob; de hogesnelheidstrein.
Nadat we hebben uitgevonden waar het ticketoffice zich bevindt, wordt onze hoop vakkundig de grond in geboord. ‘The fast train is full’ zegt de man aan het loket en hij gaat verder met zaken die hij belangrijker vindt.

Ook onze trein naar Samarkand vertrekt op tijd en gelukkig is ook dit een stoelen-trein, dus we kunnen de twee en een half uur lekker onderuit hangen.
Iets na half zeven zijn we in Samarkand en ook daar moeten we naar de ticketoffice, omdat we overmorgen met een andere trein naar Tashkent willen. Awe hebben tickets voor een avondtrein, maar willen in de ochtend naar Tashkent.
Ook hier verloopt het niet naar wens. Ten eerste is de man achter het loket met van-alles-en-nog-wat bezig, behalve met het helpen van klanten en als we dan eindelijk aan de beurt zijn, vertelt hij dat de trein waar wij mee naar Tashkent willen alleen maar bedden heeft en voegt hij daar nog aan toe dat we een tientje p.p. bij moeten betalen. Daarop besluiten we onze treinreis naar Tashkent helemaal te cancelen; dan gaan we wel met een taxi! We krijgen een deel van het geld dat we voor de tickets betaald hebben, terug en nemen een taxi naar ons hotel.

We zijn iets na achten bij ons hotel. Omdat we nog niet gegeten hebben, gaan we rechtsomkeert de stad in. Een jongen van het hotel had ons een restaurant aanbevolen, maar dat blijkt gesloten te zijn. Omdat er niet veel restaurants in de buurt zijn, gaan we maar bij een soort snackbar naar binnen.
Een gemiddelde Charly zou In een snackbar als dit z’n voorraad nog niet willen neerzetten; flikkerende lampen van minstens 500 watt, kale witte muren waar alleen een afvoerleiding overheen loopt, 6 gammele tafeltjes en de kaart is blijkbaar zo bijzonder dat een drietal locals snel de zaak verlaat.
Wij zijn eigenwijs en bestellen een paar gerechtjes. Het eten staat binnen de kortste keren op tafel en tot onze eigen verbazing smaakt het voortreffelijk. Jammie!!!

Omdat we op slechts een steenworp afstand van de Registon zijn, gaan we na het chique diner alvast een kijkje nemen (we kunnen niet wachten tot morgen). Als we via een taxiparkeerplaats op een soort uitkijkplatform komen, valt onze mond open. Dit vinden we nu al mooier dan Khiva en Bukhara tezamen! Uh nee, dat kunnen we nu nog niet zeggen. Dit lijkt nu al mooier dan Khiva en Bukhara tezamen. We lopen richting het plein waaraan de drie madrassa’s staan en horen van een agent dat om 21:00 uur de lichtshow begint. Dat is nog 20 minuten. Dus dan kunnen wij even opwarmen met een bak koffie (het koelt ‘s-avonds behoorlijk af).
Na de koffie zijn we net op tijd voor de lichtshow en we zijn flabbergasted; wat een spektakel van geluid en licht en wat een waanzinnig mooie gebouwen. We blijven een kwartiertje staan kijken en lopen dan toch maar terug naar ons hotel. Morgen is er weer een dag.

Kazachstan & Oezbekistan 2

De temperatuur daalde vannacht tot een graad of 3, maar veel hebben we daar tijdens onze yurt-nacht niet van gemerkt. Dubbele dekens en een beetje vermoeidheid doen wonderen.
We zijn er (weer) om 07:00 uur uit want om 09:00 uur zal Ruslan ons naar het treinstation brengen. We pakken onze spullen in en gaan dan naar de gemeenschappelijke ruimte voor het ontbijt.
Het ontbijt is al net zo goed als het diner van gisteravond, dus we laten het goed smaken.

Tegen 09:00 uur nemen we afscheid van moeders en gooien we onze rugzakken in de auto van Ruslan. In 25 minuten rijdt hij ons naar het station van Tulkibas, waar we hem bedanken en afscheid nemen.
Het station van Tulkibas stelt weinig voor en het is er drukker met dametjes die etenswaar proberen te verkopen dan met reizigers.
Wij nemen plaats in de wachtruimte en hopen dat de trein niet te veel vertraging heeft.

Met slechts een half uur vertraging arriveert de trein uit Almaty in Tulkibas. We laten onze tickets aan de conducteur zien en nemen plaats op onze bedden in wagon 7. Hoewel de rit slechts anderhalf uur in beslag neemt, heeft deze trein geen stoelen, maar alleen bedden. We nemen plaats op bed 13 en 15 en moeten wel vasstellen dat deze trein minstens 1 klasse minder is dan de trein waar wij gisteren in zaten. Dit oude bakkie rijdt wel beter op tijd.

Om 12:00 uur rijden we station Shymkent binnen en even later klimmen we in een sjofele Audi die als taxi dienst doet. De chauffeur zet ons netjes af bij ons hotel, waar we gelukkig gelijk op onze kamer kunnen. Gewapend met camera’s gaan we op pad, maar vanmiddag moeten we ook de buskaartjes voor de rit naar Tashkent op de kop tikken. Daar gaan we!

Niet ver van ons hotel gaan we bij Global Coffee naar voor een bakkie koffie. Dat hebben we wel verdiend.
Op de route naar het busstation ligt het Independance Park dat in 2011 ter gelegenheid van het 20-jarig jubileum van de onafhankelijkheid van Kazachstan is geopend. Ze hebben groots uitgepakt met een enorme granieten pilaar, een 50 meter hoge vlaggenmast, een enorm groot, op een ijshoorn lijkend gevaarte en een Romeins aandoende poort in een groot park. Elk van deze monumenten heeft een een betekenis, maar de ijshoorn is het meest bijzonder. Het zijn 137 stalen pijlers die de 137 nationaliteiten in Kazachstan voorstellen, die een Shanyrak ondersteunen (de ronde opening van een yurt).
We slingeren langs de bezienswaardigheden in het park en lopen dan door, op zoek naar het busstation.

Op een onduidelijk toeristisch kaartje dat we bij de receptie van het hotel hebben gekregen, staat ongeveer waar het busstation moet zijn, maar als we in de buurt denken te zijn moeten we toch even de weg vragen. De eerste man die we aanspreken, spreekt geen woord Engels, maar als Google Translate ‘busstation’ vertaalt in het Kazachs, wijst hij ons de weg. We lopen een paar minuten verder, maar zien nog geen busstation. Bij een benzinestation herhalen we dit ritueel en daar biedt een vriendelijke man aan om ons er even naar toe te brengen. Een paar straten verder zien wij in grote letters ‘Sayahat’ en volgens is dat het busstation. Onze hulp in bange dagen wuift dat weg en gebaart dat we verder moeten. Zo’n 10 minuten later zet hij z’n auto aan de kant bij een busstation voor mini-bussen en dat is precies wat we niet willen. Er volgt een moeilijke discussie met allemaal chauffeurs van de mini-bussen die ons natuurlijk graag als klant hebben en een vriend aan de telefoon die Engels spreekt en uiteindelijk kappen we de discussie af en vragen we de chauffeur om ons bij Sayahat af te zetten. Zo gezegd, zo gedaan en als we het busstation binnen gaan blijkt dat inderdaad het station te zijn waar de bussen naar Tashkent vertrekken. Met de hulp van een vriendelijke jongen die wel Engels spreekt, kopen we 2 tickets voor de rit van donderdag.

Vanaf het busstation gaan we op weg naar Abay Parki. We lopen door een deel van pre-Russisch Shymkent en komen dan langs een aantal restaurantjes. We gaan ergens zitten, omdat we toch een keer moeten lunchen.
Na de lunch is het nog een kwartiertje lopen naar het parki. Het is opgericht ter nagedachtenis aan alle Kazachen die in oorlogen zijn omgekomen. Indrukwekkendste monument is de Alley of Glory, waar in granieten platen de 140.000 namen van slachtoffers zijn gegraveerd.

Na een rondje door het park lopen we terug naar het hotel. Onderweg nemen we nog even plaats op een terras. Helaas hebben ze er geen lokaal gebrouwen bier, maar misschien lukt dat morgen.
We proberen onderweg ook nog dollars te pinnen, maar ook daarbij hebben we geen succes. Ook hiervoor geldt: morgen is er weer een kans.

Woensdag 9 oktober 2019

Het wordt eentonig, maar ook vandaag staan we weer vroeg aan het ontbijtbuffet. We duwen een paar bruine boterhammen met smeerkaas naar binnen, spoelen na met een bak thee en zijn dan klaar voor de rit naar Turkestan.
We nemen een taxi naar Samas busstation en vinden daar al snel de juiste mini-bus. Het busje zit al snel vol en nog voor 08:00 uur gaan we op weg.

Direct buiten Shymkent begint een fraaie 4-baans snelweg en de chauffeur maakt daar optimaal gebruik van. We waren even bang dat de 165km naar Turkestan een lijdensweg zou worden, maar op deze manier is dat binnen 2 uur gepiept.
Het blijft bijzonder die snelwegen in Kazachstan. Zo is er af en toe een zebrapad waar je over kan steken, staan er kamelen (de echte, met 2 bulten) langs de kant te grazen en laat een schaapsherder het verkeer stoppen als hij met z’n kudde naar het gras aan de andere kant van de snelweg wil. Boeren rijden met hun tractor stapvoets over de snelweg om balen hooi te vervoeren (gebeurt in Nederland ook wel eens).
Met zoveel vermaak is het ritje naar Turkestan een makkie.

In Turkestan staat Kazakhstans grootste architectonische monumet en tevens belangrijkste pelgrimsoord: het mausoleum van Kozha Akhmed Yasaui. Het is gebouwd in opdracht van de grote leider Tamerlane aan het eind van de 14e eeuw, op een schaal die vergelijkbaar is met zijn creaties in Samarkand.
Yasaui is de oprichter van de Yasauia Sufi orde en hij had de gave om zijn kennis over te brengen via gedichten.

Het prachtige blauw, turquoise, witte tegelwerk is voor de meesten het hoogtepunt van het mausoleum. Helaas overleed Tamerlane (de opdrachtgever) voordat de bouw af was, want daarna hebben de werklui alles uit hun handen laten vallen en is het tegelwerk van de facade niet afgemaakt. De bouwvakkers hebben zelfs de houten delen van het steigerwerk niet verwijderd. Heel apart!

We lopen ook even een rondje in het mausoleum, waar de binnenkant van de 18m brede koepel goed te zien is. Hier staat ook een kazan (geen familie van) voor het heilige water. Behalve de tombe van Yasaui bevindt zich hier ook de tombe van Abylay Khan, een leider van het Kazakhse verzet tegen de Zhungars en in een van de gangen van het mausoleum is nog een kleine moskee met een mooie kleine mihrab.

We lopen nog wat over het terrein rondom het mausoleum en inmiddels heeft de zon het tegelwerk wat beter verlicht. Terwijl we hier staan te kijken zien we dat de lokale bevolking rondjes om het mausoleum loopt, af en toe stil staan, het mozaïek aanraken binnensmonds iets mompelen. Het lijkt op de Tibetanen die de grote gebedsmolens laten ronddraaien terwijl ze rondjes lopen.
Wij bekijken alles vanaf een afstandje en lopen ons eigen rondje.

Om 13:30 uur lopen we langzaamaan weer terug naar downtown Turkestan. Onderweg blijven we even staan bij een bakker die grote ronde broden uit de oven haalt, waarna z’n vrouw ze netjes in een soort kinderwagen stapelt voor de verkoop. Het verse brood ruikt overheerlijk en we willen brood kopen. Dat kopen komt niks van, want de bakker geeft ons gratis een brood mee. Iets verderop gaan we op een bankje zitten en eten als hongerige leeuwen het versgebakken brood op.

Na de voedzame lunch gaan we naar de bushalte waar we afgezet zijn, maar daar zijn geen bussen naar Shymkent te vinden. Met handen en voeten wordt ons verteld dat de bussen vanaf een andere bushalte vertrekken. Gelukkig is die bushalte maar twee straten verderop.
Nadat Diana bij het busstation nog een leuk gordijnstofje heeft uitgezocht, stappen we in de klaarstaande mini-bus en rijden we in een uur en drie kwartier terug naar Shymkent.

‘s-Middags staat er niets op het programma en doen we wat typische vakantie-dingen; we wisselen wat geld, eten een ijsje, eten een heerlijke muffin en spoelen die weg met een sloot thee en ‘s-avonds gaan we eten bij een Georgisch restaurant. Dat eten valt zo in de smaak, dat Georgie op ons lijstje-met-toekomstige-vakantie-landen blijft staan.

Donderdag 10 oktober 2019

Daar gaan we weer! Vroeg het nest uit en op weg naar onze volgende bestemming. We verplaatsen ons vandaag naar Oezbekistan en daarvoor moeten we naar busstation Sayahat. Zoals gewoonlijk zijn we weer extreem op tijd (lees: te vroeg), dus nemen we nog een bak thee op het busstation. Zoals we gisteren ook al merkten is het ‘s-ochtends vroeg best fris; graadje of 5, terwijl het vanmiddag weer 25 graden zal zijn. Je weet niet welk mantelpakje je aan moet doen met dit weer.

De bus vertrekt mooi op tijd en op de snelweg zien we dat het maar 115km naar Tashkent is. De bus is nog nog niet half vol, dus we gaan er goed voor zitten op een dubbele stoel.
We hebben voor de grote bus gekozen omdat deze een voorkeursbehandeling krijgen bij de grensovergang. Normaal gesproken zijn we tegen voorkeursbehandelingen, maar als het om onszelf gaat ligt dat anders.
We rijden weer eens door een leeg, heuvelachtig landschap waar her en der grote kuddes schapen lopen te grazen. We tellen de kilometers af en tegen half tien stoppen we voor het eerste hek.

Onze bus dringt zich inderdaad naar voren en laat alle mini-busjes, taxi’s en andere personenauto’s zijn uitlaat zien. We staan even te wachten, maar al snel wordt het hek voor ons open gedaan. De chauffeur zet de bus bij een gebouwtje neer en we worden allemaal verzocht onze spullen uit de bagageruimte halen en naar binnen te gaan. Daar moet onze bagage door de rontgencontrale, net als op het vliegveld. Een paar meter verder zit een beambte die een stempel in ons paspoort zet. We dachten even dat we Oezbekistan al binnen waren, maar dit was nog maar de uitgang van Kazachstan.

De formaliteiten nemen een half uurtje in beslag en als we alles weer in de bus geladen hebben rijden we 100m verder naar het volgende hek. Ook dit hek gaat erg gemakkelijk voor ons open, waarna de bus naar Het volgende kantoortje rijdt. Daar wordt ons opnieuw gevraagd onze spullen te pakken en mogen we opnieuw een stempel halen; dit keer een Oezbeekse. Wij blijken weer eens de verkeerde rij te hebben gekozen, want de beambte heeft heel veel moeite de landcode van nederland te vinden (of zoiets). Als laatsteen gooien we dan onze rugzakken door de rontgencontrole en wachten we buiten tot de controle van de bus klaar is.

De Oezbeken noteren een minder snelle tijd dan de Kazachen, dus daar moet nog veel getraind worden. Het mag de pret niet drukken, want het is net 10:45 uur geweest en wij zijn al in Oezbekistan. Bovendien mag de klok een uurtje terug, dus we hebben nog meer dan een halve dag voor ons.
Het is nog maar 20km naar Tashkent, maar door het drukke verkeer doen we er nog bijna een half uur over om bij het busstation te komen, waar we een warm omhaal krijgen van de lokale taxi-elite.
Ondanks het grote aanbod aan taxichauffeurs is het nog een hele klus om uit te leggen waar we heen moeten. Niemand kent het Mirzo hotel en taxichauffeurs in Oezbekistan kennen geen adressen. Uiteindelijk komen we erachter dat ons hotel tegenover het circustheater is en pas dan weet de chauffeur waar hij heen moet.

Iets na twaalven lokale tijd worden we bij ons hotel afgezet. De paspoorten worden gekopieerd en net als we denken dat we naar de kamer kunnen, worden we verrast met de introductiecursus ‘Mirzo Hotel’. De cursus wordt door een nieuwe medewerker gegeven en hij wordt ingewerkt door een wat norse oude collega die het nodig vindt om hem na elke zin even te corrigeren. Je zou ‘m een schop geven.

Gelukkig werden er geen examens afgenomen en waren we na 10 minuten vrij om te gaan. Wij vluchten snel de poort van het hotel uit en gaan richting bank.
Oezbekistan is geen land van pinnen en creditcards; er wordt verwacht dat je in som betaald. We moeten dus onze portemonnee even vullen.
Dat vullen gaat hier overigens erg snel. Wij lopen de Asaka bank binnen en halen daar bij een loketje voor $600 aan Oezbeekse som. Dan krijg je er 5.600.000; zijn we ook (weer) eens miljonair.

Terug bij ons hotel lijkt de kust veilig te zijn, dus we nemen onze sleutel in ontvangst en brengen onze spullen naar de kamer. Dan gaan we op weg voor onze volgende missie: treinkaartjes scoren.
Omdat treinen in Oezbekistan nogal eens snel vol zitten willen we zo snel mogelijk onze stoelen/bedden boeken. We lopen via de Chorsu bazaar naar het dichtstbijzijnde metrostation en gaan op weg naar het treinstation.
De metrostations in Tashkent zijn, net als die in Moskou (en Almaty), een beetje museumzalen. Kunst aan de wand, mooie verlichting, spannend tegelwerk geven deze stations iets extras. We hebben er nu even geen tijd voor en reizen in rechte lijn naar het treinstation.

Op het treinstation trekken we een volgnummer en al enkele minuten later zijn we aan de beurt. We treffen het, want we worden geholpen door een pittige tante die ook nog eens Engels spreekt.
We lopen ons programma door en moeten gelijk al constateren dat niet alle treinen die we op het oog hadden, vrij zijn. We moeten dus op wat andere tijden reizen dan gepland.
Het ticket voor de reis Tashkent – Urgench hadden we al online geboekt en we dachten dat we de bevestiging hier moesten omruilen voor een vervoersbewijs. De tante denkt daar anders over en zegt dat we met het in Nederland geprinte ticket op de trein kunnen. Laten we maar hopen dat ze gelijk heeft.
Met een stapel treintickets verlaten we het stationsgebouw.

We besluiten terug naar ons hotel te gaan, maar dit keer stappen we onderweg wel een paar keer op een station uit om de museumstukken te bewonderen. Vooral station Kosmonavtlar met de dromerige beeltenissen van Russische astronauten. We stappen ook nog uit bij station Alisher Navoi waar het lijkt alsof je in een moskee bent binnen gelopen.
Dan rijden we door naar station Chorsu, dicht bij ons hotel en lopen naar een kantoortje van Ucell om een Oezbeekse simkaart te kopen. Je wilt toch een beetje online blijven.

Vrijdag 11 oktober 2019

Vandaag is Tashkent aan de beurt. De hoofdstad van Oezbekistan heeft de meeste bezienswaardigheden op loopafstand liggen, dus daar gaan we.
Eerst naar de Chorsu bazaar. We hebben gisteren al even over de buiten-markt geslenterd, maar deze markt is vooral bekend vanwege de enorme koepel waaronder het vlees wordt verhandeld.
Het is wel even slikken (of liever niet) als je de karretjes vol met schapen karkassen voorbij ziet rijden. Je komt hier dus niet persé voor een paar koteletjes, een heel schaap mag ook!

Na het rondje over de markt lopen we via de oude stad naar het Hazrati Imam complex. Als je via een smal weggetje het oude stadsdeel inloopt, waan je je gelijk in een andere wereld. Het geluid van het verkeer verstomt en alles lijkt hier op een ander toerental te draaien. De huisjes zijn hier over het algemeen nog van leem in plaats van beton en door de vele steegjes en doodlopende straatjes kun je hier makkelijk verdwalen. Wij slingeren wat in noordelijke richting en zien dan opeens een mega complex voor ons opdoemen. Het lijkt erop dat de grootste moskee niet groot genoeg is, want tegen de oude wijk aan wordt een betonnen kolos gebouwd waarvan de contouren verraden dat het een moskee moet worden.
We lopen langs de bouwput en zien dat er oude huisjes worden afgebroken. Temidden van het puin zit een familie met huisraad. Het lijkt erop dat niet iedereen vrijwillig afstand heeft gedaan van z’n oude huis. Als Allah dit ziet……

Om 10:45 uur bereiken we het tweede doel van vandaag, het Hazrati Imam complex. We lopen over het immense Khast Imam plein naar het Moyie Mubarak bibliotheek museum (eigenlijk een koran museum) waar de 7e eeuwse Osman Quran ligt. Men zegt dat dit de oudste koran ter wereld is. Het enorme boek van dierenhuid is oorspronkelijk door Timur naar Samarkand gebracht.
Na deze boekbespreking lopen we naar de naastgelegen Hazroti Imam vrijdag moskee met z’n twee 54 meter hoge minaretten. Het is een nieuwe moskee waarvoor voormalig president Karimov in 2007 opdracht gaf. De moskee komt wat gladjes, steriel over en ademt weinig sfeer. Het houtsnijwerk op de enorme palen vlak voor de gebedshal is schitterend.

Nog voor het zingen begint zijn we de moskee uit en gaan we op zoek naar een metrostation omdat onze volgende attractie wat verder weg is. Station G’afur G’ulom is het dichtst bij en daar nemen we de metro naar het plein dat de naam draagt van de bekendste heerser van Centraal-Azie: Amir Timur.
Timur, of Tamerlane, kwam aan de macht na het ineenstorten van het Mongoolse rijk. Eerst als heerser van een clan nabij zijn geboortedorp Samarkand, maar na met zijn leger 9 jaar als een dolle tekeer te zijn gegaan, lag in 1395 het huidige Iran, Irak, Syrië, Oost-Turkije, de Kaukasus en Noord-India smeulend aan zijn voeten. Timur plunderde de veroverde gebieden en nam ambachtslieden uit de gebieden gevangen en mee terug naar Samarkand. De stad bloeide op, in tegenstelling tot de door hem veroverde gebieden.
Veel van de huidige ‘skyline’ van Samarkand dateert uit Timur’s tijd, maar dat gaan we over een aantal dagen met eigen ogen aanschouwen.

Ondanks (of dankzij) zijn wrede veldtochten is er hier toch een plein naar hem vernoemd en hebben ze er zelfs een meer dan levensgroot standbeeld van hem neergezet. Saillant detail: het lichaamsdeel waar kleine paardjes mee worden gemaakt is gestolen; wie het heeft gestolen is Tashkent’s grootste mysteries.
Aan dit plein staat ook het meest kolossale hotel van Tashkent: Uzbekistan Hotel. Dit Sovjet-style hotel met 254 kamers op 17 verdiepingen opende z’n deuren in 1974. De glory van weleer is er inmiddels wel af!
In de omgeving van het plein ontdekken we een leuke loungebar waar we kunnen lunchen. We zoeken een tafeltje op het terras en puffen even uit van de eerste kilometers van vandaag.

Na de lunch lopen we naar het Mustaqillik maydoni (onafhankelijkheidsplein). Dit plein met bijbehorend park is opgericht ter ere van alle oorlogsslachtoffers. Helaas is het terrein afgesloten, dus we kunnen niet bij de monumenten komen. Ook van een afstand ziet het plein er mooi uit.

We hebben ons lijstje met bezienswaardigheden bijna afgewerkt. Alleen de Ko’kaldosh madrassa, vlakbij ons hotel willen we nog bezoeken. We nemen de metro naar station Chorsu en lopen langs de markstalletje naar de koranschool.
Deze madrassa dateert uit het midden van de 16e eeuw en is gebouwd in een traditionele orientaalse stijl met een ruime binnentuin omgeven met veranda’s.
De lessen zijn in volle gang, dus we kunnen de lesruimtes niet in. We komen niet verder dan een rondje om de tuin.
Via het terrein van de Dzuhma moskee lopen we terug naar ons hotel, waar we nog even in het zonnetje gaan zitten.

Zaterdag 12 oktober 2019

Omdat de vroege trein die we wilden nemen vol was, gaan we pas om 12:33 uur met de trein naar Margilan. Dat betekent dus dat we vandaag op ons dooie akkertje kunnen opstarten. Da’s ook wel eens fijn!
Lekker uitgebreid ontbijten, beetje in de lobby hangen, boekie lezen en meer van dat soort tijdvulling. De taxi naar het station komt pas om 11:30 uur.

De taxi brengt ons in een kwartiertje naar het station. Omdat we nog niet zeker weten of ons in Nederland geboekte treinticket naar Urgench geldig is, vragen we het hier nog maar een keer. Hier lijken ze vaker met dit bijltje te hebben gehakt, want we worden gelijk doorgestuurd naar loket 6 waar het ticket wordt geprint. Goed geregeld!

We gooien de bagage op onze rug en lopen naar het perron waar de trein naar Margilan al staat te wachten. We gaan op zoek naar wagon 3 en vervolgens naar bed 19 en 20. We zijn niet alleen in de coupe, want een Oezbeekse Lurch (Addams Family) heeft ook een bedje geboekt.
De treinen in Oezbekistan zijn vrijwel allemaal ingericht op de lange afstanden in dit land. Er zijn daarom bijna geen treinen met stoelen; je zit dus meestal ook op de kortere afstanden op een bedje.

De eerste uren zien we de westelijke uitlopers van het Tien-Shan gebergte aan de linkerkant van de trein en (wat verder weg) het Pamir Alay gebergte aan de rechterkant van de trein. De bergen van het Tien-Shan zijn ruig en vrijwel onbegroeid. Af en toe zie je een ‘groene oase’ tussen de bergen, waar meestal een dorpje gevestigd is. Die groene oases worden aaneen geregen door een smalle asfaltweg.
We komen langs een enorme kool-gestookte energiecentrale en zien niet veel later ook waar de kolen vandaan komen. In een enorme dagbouw groeve worden de kolen in treinwagons geladen en dan naar de energiecentrale gereden. Op deze manier wordt wel een heel mooi stukje natuur vernield.

Rond 15:00 uur begint het landschap te veranderen. De bergen verdwijnen uit zicht en maken plaats voor een vlak landschap: de Fergana vallei.
Deze vallei heeft de beste grond van het land en is het dichtst bevolkte en meest industriële regio van het land. Hier zien we de vele katoenplantages waar het land bekend om staat en hier staan ook de moerbeibomen waar de zijderups z’n eitjes in legt.
Er wordt overal druk gewerkt op de velden langs de spoorlijn en de arbeiders zwaaien als de trein langs komt.

Om 17:45 uur rijden we het station van Margilan binnen. We knuppen onze rugzakken weer om en gaan op zoek naar een taxi die ons naar het hotel kan brengen. Dit keer geen problemen met het vinden van het hotel, maar Margilan is ook niet zo groot als Tashkent.
We brengen onze rugzakken naar de kamer en gaan gelijk de straat weer op, om een restaurantje op te sporen. Veel is er niet in de omgeving van ons guesthouse, maar het restaurant dat we vinden weet een zeer acceptabele maaltijd voor te zetten.

Na het ontbijt wachten we op straat op een mini-busje dat ons naar de markt kan brengen. Al snel stopt er een mini mini-busje en hoewel wij denken dat we daar niet meer bij kunnen, lukt het toch. We zwaaien nog even naar de buurman die op z’n fiets voorbij komt en zetten ons dan schrap.
Opgepropt leggen we de 5km naar de markt af. De laatste paar honderd meter sluiten we aan in een file van mini mini-busjes. We ontdekken dat Margilan niet aalleen het centrum van de zijde is, maar ook van de mini mini-busjes.

Zondag 13 oktober

Tijdens deze vakantie zitten we regelmatig op de zijde-route. Als je je dan afvraagt waar de zijde vandaan komt dan is het antwoord (of eigenlijk één van de antwoorden): Margilan. Oezbekistan is de op twee na grootste zijde producent ter wereld en Margilan is van oorsprong het centrum van die industrie. Al in de 10e eeuw stond Margilon bekend om zijn zijdeproducten en is het beroemd vanwege de ambachtslieden van zijden stoffen. De zijde uit Margilan werd via de zijde-route(s) geëxporteerd naar Europa en het Oosten.
We zouden dus graag wat meer te weten komen over de lokale zijde-industrie, maar op zondag zit de zijdefabriek dicht en kunnen we daar dus geen rondleiding krijgen (zijn we toch geen fan van). Op onze zoektocht naar het geheim van de zijde van Margilon gaan wíj naar de Kum Tepa bazaar (tromgeroffel)!

Als we onze chauffeur betaald hebben, kijken we eens rond en weten we niet waar we moeten beginnen. Wat een mega bazaar! Zo’n grote en drukke markt hebben we nog nooit gezien. Waar moeten we beginnen?
We gaan ieder een kant op en spreken af om over een uur bij het theetentje terug te komen.

Eerst de kledingafdeling; heel veel stapels van dezelfde kleding en schoenen worden voor kleine prijsjes aangeboden. Elke marktkoopman/vrouw probeert de spullen zo mooi mogelijk uit te stallen, maar wat een concurrentie!
De winkelende vrouwen lopen bijna allemaal in een lange jurk en dragen een hoofddoek. Of de jurken allemaal van de lokaal gemaakte khanatlas zijde zijn, durf ik niet te zeggen want daarvoor had ik dan eerst in de fabriek moeten worden rondgeleid.

Halverwege de kledingstallen keer ik om en steek de weg over naar de etenswaren. Ook hier weer heel van alles; bergen uien, pompoenen en pelpinda’s, Kratten vol paprika’s, witte kool en tomaten, zakken aardappels, wortels en heel veel fruit. Het houdt niet op. Veel te veel om op te noemen en meestal met zorg uitgestald.
Na een uurtje zijn we weer terug bij het eettentje en nemen bestellen we een pot chai. Eerst maar even tot rust komen.

Na de theepauze gaan we weer een uurtje ons eigen gang. Ik ga richting de stoffenmarkt, want daar was ik nog niet geweest.
De kleurrijke stoffen komen al snel in zicht. Ze houden er hier blijkbaar van om felle kleuren te gebruiken. Het is zeker niet alleen zijde wat hier is uitgestald; er zit ook behoorlijk wat ‘made in China-spul’ tussen. Iets verderop een hele rij stalletjes met glimmende laarzen. Het zijn vooral mannen die ze kopen, maar of het voor eigen gebruik is? Nog wat verder liggen bontmutsen, kleden, gordijnstof en dan heb ik het nog niet over de huishoudelijke producten gehad.

Een uur is hier zo voorbij, dus ik loop weer terug naar het eettentje waar Diana al staat te wachten.
We gaan eerst maar even een hapje eten; een paar heerlijke sjaslieks en een paar ‘oliebollen’ vormen onze lunch. We bestellen er weer een bak thee bij en nemen plaats tussen de hongerige Oezbeken die vandaag ook naar de bazaar zijn gekomen.

Met een berg foto’s en video gaan we op zoek naar een busje dat ons naar Margilon kan brengen en met de enorme hoeveelheid busjes die er staan, zitten we al snel weer in zo’n koekblik gepropt.
We worden in het centrum van Margilan afgezet, vlakbij een andere bazaar. Deze is heel overzichtelijk met rechte paden en een duidelijk begin en einde. We kopen er wat pinda’s en een paar bananen.

Iets verderop zien we de minaretten van een moskee en we besluiten daar ook nog even een kijkje te nemen. We lopen over het busstation voor mini mini-busjes naar de moskee, maar daar aangekomen zien we dat ze bezig zijn de boel te renoveren. Jammer, maar moskeeën gaan we nog genoeg zien.
We wandelen terug naar het hotel en proberen zoveel mogelijk in de schaduw te lopen. Het is eigenlijk te warm om nog wat te doen, dus we besluiten in de mooie binnentuin bij ons guesthouse te blijven hangen.

Maandag 14 oktober 2019

Onze trein naar Kokand vertrekt al om zes minuten over zeven, dus daar gaan we weer! Gelukkig wil de jongen van de receptie voor taxichauffeur spelen, want dat scheelt minuten op dit tijdstip van de dag.
Iets na 06:30 uur laten we ons ticket en paspoort controleren en lopen we door naar perron 1 (en het enige perron). We nemen plaats op een bankje en ondanks het tijdstip zijn we niet alleen.

De trein is wederom mooi op tijd en het is zowaar een trein met stoelen. Geen gemartel met de rugzakken in een veel te kleine slaapcoupe, maar lekkere ruime stoelen en bagageruimte voor de rugzakken.
Het is nog geen uur met de trein naar Kokand, dus voor achten stappen we alweer uit. We zwaaien de trein na en lopen naar een taxi. ‘Naar ASR hotel’ zegt Diana en we nemen plaats in de taxi. De rugzakken moeten op de achterbank want deze taxi heeft nauwelijks bagageruimte.

De taxichauffeur zet ons af bij het hotel dat er aan de buitenkant wel een beetje luxe uitziet voor onze begrippen. We lopen naar de receptie en checken in. De jongen achter de receptie brengt ons naar de kamer die er ook al wat te luxueus uitziet.
We zetten de rugzakken op de kamer en gaan dan toch even checken of dit wel het juiste hotel is. De jongen achter de receptie spreekt nauwelijks Engels, dus hij belt z’n broer. Dan wordt duidelijk dat we inderdaad bij het verkeerde hotel zijn afgezet. We zijn nu bij ASR Palace en moeten naar ASR Hotel; het goedkopere broertje!
We springen opnieuw in een taxi en niet veel later zijn we ingecheckt bij ASR Hotel. We mogen daar zelfs nog bij het ontbijt aanschuiven.

Na het ontbijt zetten we onszelf weer in standje ontdekkingsreiziger en gaan op pad.
Kokand was een van de drie grote 19e eeuwse khanaten van Oezbekistan en na Bukhara het belangrijkste religieuze centrum van Centraal-Azie.
We gaan eerst naar het paleis van de khan, maar als we onderweg langs onze favoriete bank komen, besluiten we eerst maar even de euro’s die we nog bij ons hebben te wisselen.
Met een paar miljoen extra som op zak lopen we verder naar het paleis, dat al van verre te zien is.

Het lijkt erop dat we de enige toeristen bij het paleis zijn, dus we hoeven geen storende elementen voor de prachtige voorgevel van het paleis weg te jagen. De met mozaïek betegelde gevel is schitterend en we nemen ruimschoots de tijd om de steentjes te bewonderen.
We gaan natuurlijk ook naar binnen en voor de entree prijzen in Oezbekistan hoef je dat ook niet te laten. Een kaartje kost hier anderhalve euro en dat is in dit land een duur kaartje.

Het paleis van de khan met 7 binnentuinen en 114 kamers is gebouwd in 1873. De khan die dit alles heeft laten bouwen heette Khudayar en hij was dus de baas in dit vorstendom. Nu denk je misschien ‘114 kamers, beetje overdreven’, maar Khudayar was een liefhebber en ruim de helft van de verblijven werd ingenomen door z’n harem. Hij had 43 concubines, dus voor elke dag een ander + bonussen.
De Russen hebben de verblijven van de harem in 1919 plat gegooid; zoiets kon toch echt niet.
Er zijn nu nog 6 binnentuinen en 27 kamers over, in een aantal van die kamers is het Kokand Regional Studies Museum ondergebracht, de resterende kamers zijn in oude glorie hersteld.
Na een uurtje houden we het paleis voor gezien en gaan we verder.

Via kronkelige weggetjes komen we na een half uurtje bij de Norbutabiy moskee. De moskee is niet zo bijzonder, maar op de naastgelegen begraafplaats is het Dakhma-i-Shokhon, de plek waar de khan en zijn familieleden zijn begraven.
We lopen over het terrein bij de moskee en gaan via een stalen poort naar de begraafplaats. Het is niet zo moeilijk om het graf van de khan’s te vinden. Er is duidelijk iets meer tijd en geld aan besteed dan de overige graven.
Voor de houten poort die naar de graven van de khan en zijn familie leidt, zijn een aantal oudere vrouwe bezig om ‘patiënten’ te behandelen. Het lijkt een soort alternatieve geneeskunde. Er wordt een vrouw met de platte hand op het hoofd geslagen; die zal wel hoofdpijn hebben (en anders krijgt ze het wel), een man wordt dubbelgevouwen op een bankje; dat moet rugpijn zijn, een andere vrouw wordt onder haar truitje over de buik geaaid; zwanger of aan de race? Best een leuk spelletje: ‘raad waar het om gaat’.

We lopen terug naar de moskee en daar zien we dat een mannen-meute zich op maakt voor het gebed. Uit alle hoeken komen mannen vandaan, een groot aantal van hen is met de fiets. Van een afstandje aanschouwen we het spektakel.
Voor het gebed start wordt er een doodskist met kleurrijke kleden erover voor de moskee neergezet. Tijdens het gebed blijft een groot aantal mannen buiten bidden. We weten niet of dat met die overledene te maken heeft, maar dit hebben wij nog niet eerder gezien.
Na het gebed komen alle mannen bij de kist staan en na een paar woorden van de imam wordt de kist door de mannen op de schouders genomen en via een zijweg richting de begraafplaats gedragen.

Wij vervolgen onze weg en komen na een half uurtje bij de Vrijdagmoskee die is omgeturnd tot museum. Het museum is niet zo heel bijzonder, maar de 98 hardhouten palen die de aivan (overkapping) ondersteunen. We hebben ze niet geteld, maar ze zien er wel mooi bewerkt uit.
Net als we de poort uit willen lopen, wordt Diana door twee schoolmeisjes aangesproken. Ze laten hun Engelse leerboek zien en er worden wat woordjes uitgewisseld.

Het is inmiddels 13:45 uur, dus we lopen naar een naastgelegen theehuis voor een verlate lunch. Er staat een man op de stoep plov te bereiden in een grote pan, dus daar bestellen we een portie van. Het nationale gerecht van Oezbekistan vult lekker!
Op de weg terug naar het paleispark, lopen we nog langs de Zinbardor madrassa, maar de koranschool is verlaten, dus daar is niet veel te beleven. We slingeren een tiental minuten door kleine straatjes en zijn dan weer terug bij het park. We wilden daar nog even in de zon gaan zitten, maar de wind die in de loop van de middag de kop opstak is inmiddels zo hard dat het helemaal niet lekker meer is op een bankje in het park. We besluiten door te lopen naar het hotel.