Tag archieven: Georgië

Georgië 2

Dinsdag 11 oktober 2022

Vandaag zitten we zelf aan het stuur, maar eerst nog zo’n heerlijk ontbijt bij ons hotelletje in Tbilisi. We hebben om 09:30 uur afgesproken met de man van de huurauto dus we schuiven gelijk om 08:00 uur aan bij het ontbijt. We kiezen weer voor de eggs Benedict en wafels. Eigenlijk veel te veel voor een ontbijt, maar we moeten er even op teren. De kleine huiskat heeft duidelijk ook zin in ontbijt waardoor wij alle zeilen moeten bijzetten om hem van tafel te houden.

Om 09:00 uur halen we onze rugzakken van de kamer en lopen naar de receptie. De auto is al gearriveerd, dus we lopen gelijk met de verhuurder mee om wat uitleg te krijgen over deze Toyota Prius. We hoeven niet samen om de auto te lopen om beschadigingen te noteren want de auto zit er vol mee. Daar gaat een krasje van ons geen verschil meer maken.

Om 09:25 uur rijden we de drukte van Tbilisi in. Die eerste kilometers zijn een uitdaging. Het is vooral goed uitkijken voor de kapriolen van de andere weggebruikers. Ze komen van links en rechts voorbij gescheurd en hebben maar een klein gaatje nodig als ze van links naar rechts of omgekeerd moeten. Het rempedaal moet erger voorkomen.
Na een half uurtje is de ergste drukte voorbij en dat geeft ons even tijd om te tanken want veel meer dan een kwart zit er niet in de tank en daar gaan we het vandaag niet mee redden. Het tanken is hier niet zo’n aanslag op de portemonnee als in Nederland. Een litertje kost ongeveer een euro!

We volgen de E117 tot bij het Zhinvali stuwmeer waar we voor het eerst onze benen even strekken. We genieten van het uitzicht over het meer en kopen een flesje water bij een kraampje dat hier in afwachting is van alle toeristen die gaan komen. Op een rotsblok is het blauw en geel van de Oekraïense vlag geschilderd. Ook in Tbilisi zagen we al vaak steunbetuigingen voor het Oekraïense volk maar die steun wordt ook hier getoond terwijl er dagelijks veel Russen over deze weg van of naar Rusland rijden.

Een paar minuten verderop stoppen we nog een keer aan het stuwmeer. Hier is een veelvoud aan kraampjes opgesteld en loopt een hele berg Aziaten zichzelf te vereeuwigen met het stuwmeer op de achtergrond. Er is door de Georgiërs goed ingespeeld op de bizarre wensen van toeristen. Je kunt hier een selfie maken terwijl je op een fiets zit, op een schommel zit of in een groot hart staat. Wie wil dat nou niet?

Op de uiterste punt van het stuwmeer stoppen we nog even bij het Ananuri fort. Het is hier ook enorm druk. De ‘betaald-parkeren parkeerplaats’ staat bijna vol! We kunnen alleen maar hopen dat het in Stepantsminda wat rustiger is. We blijven hier niet lang hangen en geven gas in ons Priusje.

Onze volgende stop is Gudauri, een populaire wintersportplaats. De weg begint steeds meer te klimmen en de haarspeldbochten doen denken aan het laatste stukje naar Val Thorens. Het vrachtverkeer heeft de grootste moeite om omhoog te komen en dat komt onze gemiddelde snelheid niet ten goede. De inhaalacties die door Russen en Georgiërs worden uitgehaald durven wij niet te kopiëren.
Vlak voor we Gudauri binnen rijden zien we een enorme kudde schapen de weg oversteken onder aanvoering van herders te paard en honden die het echte werk doen.
Deze schaapskudde blijkt het echte en enige hoogtepunt in Gudauri te zijn want vrijwel alles is gesloten omdat het seizoen nog niet begonnen is.

Een kwartiertje verderop gaan we opnieuw een ‘betaald-parkeren parkeerplaats’ op omdat we bij het Russisch-Georgisch vriendschapsmonument zijn aangekomen. Klinkt eigenlijk wel een beetje vreemd in deze tijd, een vriendschapsmonument waar het woord Russisch in voorkomt. Het monument stamt uit 1983 dus dat is al weer een eeuwigheid geleden.

De omgeving is hier schitterend. We kunnen in de verte de eerste besneeuwde toppen al zien. We blijven even hangen in de buurt van het monument en verwennen onszelf met een warm bakje thee. Lekker om je even mee op te warmen terwijl je geniet van dit uitzicht.

Het laatste stukje weg naar Stepantsminda is in slechte staat. Ze zijn druk bezig om een nieuwe asfaltlaag aan te brengen. Misschien kunnen we daar op de terugweg al plezier van hebben.
In Stepantsminda gaan we eerst naar ons hotel. We laden onze spullen uit en omdat het prachtig weer is willen we gelijk naar de Drievuldigheidskerk gaan. Bij de afslag naar deze kerk worden we echter aangehouden door een strenge meneer. Hij vertelt ons dat we onze auto niet omhoog kunnen omdat de weg te slecht is. We kunnen met z’n tweeën voor 80 lari wel met een geschiktere auto omhoog gebracht worden………. We vermoeden dat dit een duister taxi-zwendeltje is, dus keren we om naar Stepantsminda. Later horen we bij de Tourist Information dat een Prius echt niet geschikt is voor die weg.

Diezelfde vriendelijke man bij de Tourist Information geeft ons wat goede tips over de mogelijkheden in dit gebied en met die informatie in de rugzak gaan we op zoek naar een terrasje.
Bij hotel Stancia vinden we een mooi plekje op het buitenterras met uitzicht op de besneeuwde hellingen van Mt. Kazbek. Het voelt een beetje als op wintersport, maar dan zonder de pullen bier.

Rond vijven gaan we met de auto weer terug naar het hotel en nemen we nog een bakkie thee op de veranda voor het hotel. We zitten opnieuw met onze bakkus in de zon en bedenken ons dat we helemaal niet gesmeerd hebben. Straks toch maar op zoek naar het tubetje zonnebrandcreme.

Als we ‘s-avonds naar het centrum van Stepantsminda wandelen, hebben we ons inmiddels warmer gekleed. De temperatuur daalt hard nu de zon achter de bergen verdwijnt. Het is niet makkelijk een leuk restaurant te vinden. Veel zaken zijn dicht of zien er op z’n minst verlaten uit. We kiezen daarom nog maar een keertje voor Stancia omdat we de menukaart vanmiddag al gezien hebben en die kon onze goedkeuring wel wegdragen.
We bestellen twee stoofpotjes met een stukje maisbrood en het smaakt heerlijk.

Woensdag 12 oktober 2022

De lucht is strak blauw dus een goede dag om de Heilige Drievuldigheid Tsminda Sameba kerk te bezoeken. Voor de ongelovigen onder ons: de Heilige Drie-eenheid, Drievuldigheid of Triniteit is de theologische opvatting in het christendom dat er één God bestaat in drie goddelijke entiteiten: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Vandaar ook de hoofdletter! Dat je het maar weet.
Naar de kerk is een klimmetje van zo’n anderhalf uur en daarom gaan we dit keer voor het uitgebreide ontbijtbuffet bij Stancia. We laden ons goed vol en wandelen dan via het dorpje Gergeti naar het begin van de klim.

Het is geen goed bereid wandelpad dat omhoog gaat. We moeten soms alle zeilen bijzetten om rotsen te passeren en glijpartijen te voorkomen, maar de uitzichten maken alles goed. We blijven regelmatig staan om even van het landschap om ons heen te genieten (en uit te rusten natuurlijk). We halen andere wandelaars in, dus met het tempo zit het wel goed. Na ruim een uur zien we voor het eerst de besneeuwde top van Mt. Kazbek opdoemen en dat geeft de burger moed. We klauteren nog een half uurtje verder, passeren onderweg nog wat paarden die het paadje blokkeren en dan staan we eindelijk bij het kerkje met het mooiste uitzicht van Georgie.

Na zoveel inspanning is het wel een klein beetje teleurstellend om zoveel opgedofte toeristen op hoge hakken hier rond te zien lopen. Helaas kun je hier ook met een bus komen.
Omdat het ons een beetje te druk is bij het kerkje lopen we een klein paadje achter de kerk af om een beetje in rust te kunnen genieten van het uitzicht. Eigenlijk gaat het hier ook helemaal niet om het kerkje; dat is eigenlijk niet zo bijzonder. De achtergrond is waar je mond van open valt. We blijven hier even zitten tot we het wat rustiger zien worden bij het kerkje en lopen dan weer terug voor ons kerkbezoek.

Zoals gezegd, het kerkje is niet zo bijzonder, we hebben mooiere kerken gezien in Georgie maar nu het hier wat rustiger is kunnen we zeker genieten van deze idyllische plek op 2200 meter hoogte. Het complex is in de 14e eeuw gebouwd en is een symbool van Georgie geworden vanwege de ligging en dat snappen we. We gaan in gepaste kledij de kerk nog even in en branden een paar kaarsjes.

Als we het kerkje weer uit komen blijken we de enigen te zijn en dat moment moeten we natuurlijk gebruiken voor de perfecte foto. We blijven nog even boven hangen tot de volgende buslading weer wordt uitgekotst en dat is voor ons het juiste moment om weer aan de afdaling naar Stepantsminda te beginnen.

We wilden niet over hetzelfde pad naar beneden dus bedachten we dat we de weg wel konden volgen. Daar kunnen dan misschien geen auto’s meer overheen, maar te voet zal toch geen probleem zijn.
Op een paar honderd meter van de kerk kijken we toch nog een keer (of wat) achterom en we kunnen het niet laten om vanaf deze plek toch ook een paar foto’s te maken.

We volgen de geasfalteerde weg een stukje naar beneden en gaan ook voorbij de grote betonblokken die moeten voorkomen dat auto’s naar beneden rijden. De weg wordt steeds slechter en verderop zijn ze zelfs bezig met wegwerkzaamheden. We zien een andere kerkganger die voor ons loopt en blijkbaar hetzelfde idee had als wij teruggestuurd worden door de werklui. Daar gaat ons goede plan.
We keren om en zien een busje met toeristen aankomen die via de tijdelijke route naar beneden zullen gaan. Diana houdt het busje aan en vraagt of we met ze mee naar beneden kunnen. Er zijn gelukkig nog een paar plekjes vrij in het busje dus we kunnen instappen. Het busje is gevuld met een groepje Poolse toeristen die ook een rondje aan het maken zijn in Georgië.
Na het korte ritje over het zandpad weten we nu zeker dat we dit in onze Prius niet overleefd hadden.

De Polen gaan naar de Gveleti waterval en daar willen wij ook nog naar toe. Ze nodigen ons uit om gelijk mee te rijden, maar wij bedanken vriendelijk want wij willen eerst een hapje eten.
Het is inmiddels 13:00 uur geweest. We lopen bij Stancia naar binnen en bestellen een pizza. Dat hebben we wel verdiend na al die inspanning.

Na de lunch halen we de auto op bij het hotel en gaan we richting de Russische grens. Op het programma staan het Dariali klooster en de eerder genoemde Gveleti waterval.
Ook nu weer kijken we onze ogen uit. We rijden door de Dariali kloof die van Stepantsminda tot de Russische grens loopt. Diep beneden ons stroomt de Terek rivier. De bergen om ons heen zijn schitterend; kleurrijk, maar ruig en onherbergzaam. Je blijft er naar kijken, maar het is ook wel verstandig om op de weg te blijven kijken want het wegdek is erg slecht. Op sommige plekken zitten gaten waar je voorwiel in zou verdwijnen.
We moeten door een tunnel zonder verlichting en het wegdek is een bergketen op zich; levensgevaarlijk! Na een tweede tunnel (van veel betere kwaliteit) zien we een enorme rij vrachtwagens staan. Het blijkt de rij voor de grensovergang naar Rusland te zijn.

Achter de rij vrachtwagens zien we het klooster liggen. We flitsen tussen twee stilstaande vrachtwagens door en rijden de parkeerplaats bij het klooster op. Het klooster is enorm en ziet er nieuw uit, alsof het net door een Chinese aannemer is opgeleverd. Later lezen we dat de bouw in 2005 is begonnen, dat het eerste deel in 2011 is opgeleverd en dat het klooster nog verder uitgebreid gaat worden. We gaan niet verder dan de parkeerplaats. Hopelijk maakt de waterval meer indruk.

Het is maar een klein stukkie terug naar het plaatsje Gveleti waar de gelijknamige waterval bergen toeristen trekt. We parkeren de auto op een grasveldje dat als parkeerplaats dienst doet en gaan op pad. Gveleti betekent overigens ‘plek met slangen’ dus een beetje opletten kan geen kwaad.
Net als we van de parkeerplaats af lopen komt het busje met Polen naar beneden stuiteren. We groeten ze en de gids van de Polen vraagt of we mee willen naar de Truso Vallei, de grapjas.
Volgens de boeken is het maar een half uurtje naar de waterval, maar dan gaan ze er vanuit dat je zo’n ‘Pools’ busje hebt dat over een zandpad met bulten en gaten kan rijden. Wij moeten dit eerste stuk lopen dus het zal ons wat meer tijd kosten.
De wandeling gaat langs een klein stroompje en ook dit keer moeten we onze beste klim- en klautervaardigheden aanspreken.

We hebben ongeveer drie kwartier nodig om bij de waterval te komen. We waren even bang dat we onze poncho aan zouden moeten doen voor de waterdruppels die van zo’n donderende watermassa af kan komen, maar dat was niet nodig. Ok, het water kwam van een behoorlijke hoogte naar beneden, maar het is momenteel niet het juiste seizoen voor een wilde waterval.

We gaan via hetzelfde pad terug naar de parkeerplaats, starten de Prius en gaan op weg naar Stepantsminda. Onderweg ontwijken we de gaten in de weg en terug in Stepantsminda gaan we bij Stancia op een bankje voor het raam met uitzicht op Mt. Kazbek zitten. We zien dat de wolken deze 5047 meter hoge berg langzaam aan het zicht onttrekken, maar het biertje smaakt er niet minder om.

Donderdag 13 oktober 2022

Vandaag gaan we naar Juta voor een korte hike, maar niet voordat we het ontbijtbuffet van Stancia geplunderd hebben. We parkeren de auto voor het hotel en…………. zien dat een grote groep toeristen ons voor is. Jammer maar helaas, dan moeten we in Juta maar wat eten.
We rijden eerst naar het dorpje Sno om daar de beelden van enorme stenen hoofden te aanschouwen. Deze hoofden zijn gemaakt door de bekende Georgische beeldhouwer Merab Piranishvili en staan gewoon aan de kant van de weg, helemaal voor niets. Echt iets voor ons dus! Merab is in Sno geboren en wil dit gehucht op de toeristische kaart zetten en dat lijkt aardig te lukken. De hoofden beelden historisch belangrijke personen uit zoals Shota Rustaveli, Ilia Chavchavadze, Akaki Tsereteli en nog een paar. Herken je ze?

Zoals gezegd stelt Sno verder niet zoveel voor. Het mag niet eens een dorp heten want dan stel je je er nog teveel bij voor, maar er is wel een mooie uitkijktoren te bewonderen. Deze uitkijktoren stamt uit de 16e of 17e eeuw en was ooit onderdeel van een fort. Niet gek wat er allemaal te zien is in een gehucht van nog geen 150 inwoners.

Na Sno komen we nog door het dorpje Akhaltsikhe (niet te verwarren met Achaltsiche waar we later nog heen gaan) en dan begint de ellende: een onverharde weg in een Prius. De laatste 8 km is het een soort rally waarbij om enorme gaten in de weg geslingerd moet worden. De laatste 3 km wordt de weg dan nog een beetje smaller (oftewel: de afgrond komt dichterbij) en gaat het stijgingspercentage naar 10%. Een typisch gevalletje van ‘zweet in de bilnaad’.

Dat je dit nu leest betekent dat we het gehaald hebben. Om 10:15 uur zijn we in Juta en tot onze opluchting is er koffie en cake te krijgen. De man bij de parkeerplaats wijst ons de weg en als hij hoort dat we uit Nederland komen zegt hij ‘Sandra Roelofs, good!’. Zoals je wellicht weet is Sandra de Nederlandse vrouw van de Georgische ex-president Micheil Saakasjvili.
We gaan eerst maar even aan een tafeltje in een houten keet zitten en genieten van de heerlijke koffie (!) en dito cake.

Na dit mini-ontbijt zetten we ons schrap om weer een stukje te gaan klimmen. Het is vandaag niet zo’n prachtige dag als gisteren, maar een bleek zonnetje doet z’n best. De eerste paar honderd meter zijn belachelijk steil. Er probeert een andere toerist met een koffer op z’n nek naar boven te komen, maar het lijkt er op dat hij het nu al niet naar z’n zin heeft. Wij zijn licht bepakt dus vorderen gestaag, maar het valt niet mee op de vroege ochtend. Als we bij hotel Fifth Season zijn begint het pad een beetje af te vlakken en kunnen we even op adem komen.

Het doel van vandaag is het Chaukhi meer. Er is ons verteld dat het een rondje van zo’n 3 uur is (7 km). We zijn nog geen half uur op weg en hier is de natuur al adembenemend mooi. Toch gaan we maar op pad naar het meertje.
Onderweg maken we belachelijk veel foto’s waardoor we niet erg opschieten. Niet zo heel erg want het paadje stijgt behoorlijk dus we moeten regelmatig op adem komen. De besneeuwd hellingen van het Chaukhi massief, ook wel de Dolomieten van Georgië genoemd, komen langzaam dichterbij terwijl we links en rechts omgeven worden door groenige hellingen.

We vorderen gestaag door de Chaukhi vallei en komen weinig andere toeristen tegen. We volgen het Chaukhistskali riviertje en moeten het riviertje ook een paar keer oversteken. Rond 12:15 komen we dan bij een klein watervalletje wat het keerpunt van onze trek markeert. We rusten even uit, knabbelen aan een koekie en steken dan het riviertje nogmaals over. Door alle inspanning is de temperatuur zeer aangenaam, maar langs het riviertje zien we overal bevroren gras dus erg warm zal het hier niet zijn.

Een paar honderd meter verderop komen we bij het Chaukhi meer. Ook dit keer geldt weer dat het niet de bestemming is die er toe doet, maar de weg er naar toe. We lopen langs het meertje en beginnen dan aan de terugweg.

We komen aanzienlijk meer toeristen tegen dan op de heenweg. Waarschijnlijk hadden zij wel een hotel met ontbijt. Nu we van het bergmassief aflopen ziet de wereld er toch een beetje anders uit, maar zeker zo mooi!
Op de terugweg kijken we ook nog regelmatig over onze schouder naar het indrukwekkende bergmassief, maar op een gegeven moment is het filmrolletje toch vol.

Rond 13:00 uur zijn we terug bij hotel Fifth Season. Dit hotel doet een beetje denken aan een gezellige wintersport lokatie met hangmatten en kleurrijke kussens. In dit geval geen skiërs, maar hikers die onderuit hangen op loungesets.
Tussen de loungesets is een stel meiden (later horen we dat ze uit Thailand komen) druk bezig met het maken van foto’s in allerlei posities, daarbij gekleed in een soort schooltenue. Dat laatste was wel heel stoer want ik zou nu niet in een rokje buiten gaan staan.
Wij bestellen ondertussen onze lunch en terwijl we naar buiten kijken zien we dat de Thais meiden maar doorgaan met foto’s maken; groepsfoto’s, duootjes, spring-foto’s, het hele repertoire komt langs.

Om 13:30 uur beginnen we aan het laatste half uurtje naar beneden, naar de auto. Dit is echt het moeilijkste stuk van de hele trek, maar ook dit keer overleven we deze zwarte piste.
We kloppen de modder van onze schoenen en stappen in de auto, zwaaien dan nog een keer de parkeerplaatsbeheerder en beginnen aan de afdaling van de gaten-weg.
Om 14:45 uur laten we laatste gaten achter ons en rijden we weer op heerlijk glad asfalt.

Als we bij de E117 zijn gaan we niet rechtsaf naar Stepantsminda , maar gaan we linksaf richting de Truso vallei. Als deze vallei makkelijk bereikbaar is met de auto dan willen we ook daar nog wel wat rondneuzen. Op weg daar naartoe zien we een enorme rij vrachtwagens aan de kant van de weg geparkeerd staan. Het gaat niet om enkele tientallen vrachtwagens, maar de rij is minstens 6 km lang. Zijn er problemen bij de grens met Rusland?
Als we bij de afslag naar de Truso vallei aankomen zien we dat het net zo’n gaten-weg is als naar Juta en daar hebben we geen zin. We gaan terug naar Stepantsminda.

We zetten de auto bij het hotel en lopen dan naar het Rooms hotel. Diana had dit hotel op internet gevonden en dat zou een goed alternatief zijn voor het diner. Het hotel staat een paar honderd meter van ons eigen hotel, maar we moeten die paar honderd meter wel omhoog. Als we dichterbij komen zien we dat het een joekel van een hotel is en de parkeerplaats staat vol! Als we het hotel binnen willen gaan, wordt de deur voor ons geopend. Dat is een ander niveau dan wij normaal gesproken bezoeken.
We gaan op een paar dikke Engelse fauteuils zitten en genieten van het uitzicht. Het terras is fantastisch en enorm groot en wie zie we daar? Ja hoor daar staan ze wee te poseren: de Thaise meiden die we vanochtend in Juta zagen.

We besluiten om hier niet alleen ons sapje te nuttigen (halve liters), maar blijven ook voor het diner. Een heerlijke lobiani en minstens zo lekkere Georgische salade. Een heerlijke afsluiting van ons verblijf in Stepantsminda.

Vrijdag 14 oktober 2022

Ook zonder wekker zijn we op mooi tijd wakker. Even douchen, tandjes poetsen, de rugzakken weer volproppen en we zijn klaar om te gaan. Om 08:30 uur rijden we weg bij het hotel, nagezwaaid door de eigenaresse in joggingbroek.
Een paar minuten later draaien we de hoofdweg op en laten Stepantsminda achter ons. Deze 2-baansweg waar we over rijden wordt de Georgian Military Highway genoemd en gaat van de Russische grens (eigenlijk van Vladikavkaz in Rusland) tot 20 km voor Tbilisi. Deze weg is slechts 150 kilometer lang, maar het is een van de mooiste routes in Georgië. Dwars door het Kaukasusgebergte en het dal van de Aragvi-rivier.
In de 19e eeuw werd de weg door het Russische leger verbeterd nadat ze het oostelijke deel van Georgië hadden geannexeerd. Vandaar de naam ‘military highway’. De weg is al eeuwenlang een belangrijke handelsroute tussen beide landen, hoewel hij ook wel eens afgesloten is geweest vanwege grensconflicten.

Ook vandaag staan er weer kilometers lange rijen met vrachtwagens te wachten tot ze de grens met Rusland over mogen. Luka (van de huurauto) vertelt later dat de grens maar bepaalde tijden open is voor het vrachtverkeer (meestal ‘s-nachts). Het is een bijzonder gezicht al die kleurrijke vrachtwagens aan de kant van de weg en al helemaal omdat op veel vrachtwagens nog de oorspronkelijke Nederlandse, Belgische of Duitse bedrijfsnaam staat. De chauffeurs zullen het allemaal niet zo grappig vinden.

Iets voorbij het plaatsje Almasiani zien we iets van de Travertine Mineral Springs langs de kant van de weg. Het lijkt een beetje op de kalkterrassen van Pamukkale maar dan lopen er hier nog koeien overheen. We stoppen even kort voor een foto, maar maken er geen toeristisch uitstapje van.

Een paar kilometer verderop passeren we de Jvari pas. Dit is met 2379 meter het hoogste punt van deze weg. Dit hoogtepunt hebben we op de heenweg gemist, maar dat is niet zo vreemd als je ziet hoe het bijbehorende bordje eruit ziet.

We passeren het Georgisch-Russische vriendschapsmonument en rijden door naar het wintersportplaatsje Gudauri. We kijken nog een laatste keer achterom naar de besneeuwde bergen waar we een paar dagen van hebben genoten.

In Gudauri gaan we tanken en gooien we ook ons zelf vol want het ontbijt was er vanochtend bij ingeschoten. We gooien voor 40 lari in de tank en werken zelf voor nog eens 21 lari naar binnen.

Na dit voortreffelijke ontbijt bij de pomp gaan we weer op weg. We slingeren verder naar beneden en slingeren en passant ook langs de vrachtwagens die in slakkengang naar beneden gaan. We komen weer langs het Zhinvali stuweer en niet veel verder zetten we de auto even stil omdat we aan de andere kant van de Aragvi rivier een herder met honderden schapen zien lopen. We willen er een foto van maken, maar het is allemaal iets te ver weg. Op de foto zie je alleen maar vergeelde stipjes.

Opnieuw gaat het gas erop, maar niet voor lang want opeens moet het anker eruit. We zagen net wat schapen aan de andere kant van de rivier, nu steken er honderden schapen de weg over. Onze reis komt even tot stilstand maar een betere schapen-foto krijg je niet.
Jammer genoeg zijn de Georgiërs en Russen niet zo diervriendelijk en proberen ze met alle moeite tussen de kudde door te komen, toeterend en wild gebarend. Tja, daar zullen die schapen zich wat van aantrekken.

We komen steeds dichterbij Tbilisi en dus ook bij onze bestemming van de dag: Mtskheta. Het is vandaag nl. Dag van de kathedraal van Svétitskhovéli.
De kerken van Mtskheta zijn goede voorbeelden van middeleeuwse religieuze architectuur in de Kaukasus. De komst van het christendom leidde tot een intensieve bouwactiviteit om aan de eisen van de nieuwe religie te voldoen. Mtskheta was ooit de hoofdstad van Georgië, omdat de belangrijkste kathedraal van het land hier staat. Deze kathedraal, met de onuitspreekbare naam is een must-see in Mtskheta en dan is het nu ook nog eens feest; wie houdt daar niet van?
We rijden door het dorpje op zoek naar een parkeerplaats en vinden die uiteindelijk dichtbij de kathedraal.

Volgens de Gregoriaanse legende was er in de eerste eeuw een Georgische Jood, genaamd Elioz uit Mtskheta, aanwezig bij de kruisiging van Jezus in Jeruzalem. Elioz kocht Jezus’ Heilige tuniek van een Romeinse soldaat in Golgotha en bracht het terug naar Georgie. Eenmaal terug in zijn stad ontmoette Elioz zijn zus Sidonia (niet die van Suske en Wiske). Direct toen Sidonia de Heilige tuniek aantrok, stierf ze van de emoties door het heilige object. Het was niet mogelijk om de mantel van haar los te krijgen, dus werd ze ermee begraven. De plaats waar Sidonia is begraven met Christus’ mantel werd later onderdeel van de kathedraal waar wij nu staan. Mooi verhaal toch?

We lopen met de meute mee naar de kathedraal en zien dat er verbindingswagens staan geparkeerd. We komen misschien wel op de Georgische TV!
Via een poort komen we op het terrein rondom de kathedraal en het is daar een drukte van jewelste. Dit is wel een serieus belangrijk plekje vandaag. We nemen een strategische positie op het gras in zodat we alles goed kunnen overzien. Tussen al die mensen staan ook cameramensen met joekels van camera’s in de aanslag. We zijn benieuwd voor wie dat is.

We genieten van de drukte en het gedoe dat zo’n feestdag met zich meebrengt. De lokale bevolking die in hun mooiste kleren rondlopen en men in black met baarden die blijkbaar een belangrijke rol spelen in het kerkleven want de gewone man wil met ze op de foto, omhelst ze of kust zelfs hun hand.

Op een gegeven moment draaien alle hoofden naar de toegangspoort van het kerkterrein. Ook alle camera’s draaien die kant op. We proberen een glimp op te vangen van wat er binnenkomt, maar we zien alleen maar beveiligingspersoneel dat z’n best doet iemand te beschermen. De VIP is te klein om te zien, maar op de foto is net te zien dat het een kerkelijke hoogheid moet zijn geweest.

We laten het feestgedruis even voor wat het is en lopen achter een horde mensen aan die een bezoekje brengen aan het Samtavro-klooster in het centrum van Mtskheta. De mensen gaan een kerkje bij het klooster in en zoals we al veel gezien hebben worden er kaarsjes gebrand en fotolijstje met afbeeldingen van heiligen gekust. Wij laten dat laatste even aan ons voorbij gaan. Het lijkt er wel op dat 14 oktober door de lokale bevolking wordt gebruikt om de schade in te halen.

Vanaf het plein in Mtskheta zie je een klein koepelkerkje op de berg voor je. Dit kerkje dat gebouwd is in de zesde eeuw, is het religieus belangrijke Jvari klooster. Dat wordt onze volgende bestemming als we de auto kunnen terugvinden. Voor de zekerheid lopen we dezelfde weg terug; we volgen de broodkruimels. Bij de kathedraal met de moeilijke naam maken we nog een laatste ronde en daarna nemen we nog een hapje en een drankje zodat niet alleen de geestelijke mens maar ook de inwendige mens tevreden is.

De auto hebben we snel gevonden, waarna we ons mengen in het drukke verkeer in Mtskheta. Het blijft uitkijken in het verkeer in Georgie want je weet nooit uit welke hoek een andere auto probeert te ritsen. Na een minuut of tien zitten we weer op de snelweg en weer tien minuten later gaan we er alweer af. Dan nog vijf kilometer omhoog en dan zijn we op de overvolle parkeerplaats bij het klooster.
Voordat we het propvolle kerkje bij het klooster ingaan genieten we eerst even van het uitzicht. Je kijkt hier namelijk uit over Mtskheta en de samenvloeiing van de rivieren Koera en Aragvi. Alleen dit al is het halfuurtje extra rijden zeker waard!

Het kerkje is niet heel bijzonder maar ook hier lijkt de regel: hoe meer foto’s gekust hoe vromer en is zwarte kleding een pré. We kijken heel even naar de verschillende menselijke ritueeltjes en gaan dan weer terug naar de auto voor de laatste 25 km naar Tbilisi.

De vroeg vrijdagmiddag-file kennen ze hier gelukkig niet. We waren even bang dat die laatste kilometers veel tijd zouden kosten, maar dat viel donders mee. Het is rondom Tbilisi nog meer uitkijken voor mafkezen op de weg, maar zonder kleerscheuren of autoschade rijden we de straat bij het hotel in. Als we bijna bij het hotel zijn komt Luka daar ook net aanlopen.
We parkeren de auto, geven de sleutel aan Luka en vertellen hoe fantastisch we het hebben gehad. Dan checken we opnieuw in bij ons hotel in Tbilisi en gooien de bagage op de kamer. Tijd voor een drankje!

Zaterdag 15 oktober 2022

Toen we de gordijnen open trokken zag het er allemaal wat minder florisant uit dan de voorgaande dagen. De lucht was grijs en er was geen uitzicht op verbetering. We schakelden daarom maar een tandje lager en gingen er eens goed voor zitten (aan de ontbijttafel). Hoewel we hadden voorgenomen de ontbijtgerechten te delen omdat het allemaal veel te veel is, gooien we dat voornemen deze keer nog overboord. We hebben nu alle tijd voor de heerlijke gerechten.

We gaan pas om 10:15 uur de straat op, een nieuw record voor ons. Het druppelt heel licht, maar dat weerhoudt ons niet om vanochtend een bezoekje te brengen aan de vlooienmarkt in de buurt van de Saarbrücken(!) brug.
Het is een half uurtje lopen naar de vlooienmarkt, maar ondanks onze late start is er nog niet veel te doen. Waarschijnlijk hebben de standhouders er met dit weer ook niet zoveel zin in. We maken een rondje over de vlooienmarkt en er zijn toch wel wat bijzonder dingen te koop: oude Russische camera’s, munten, medailles, antieke gasmaskers en heel veel keukengerei. We neuzen een beetje bij de stalletjes maar er is niets voor ons bij.

Het klaart een beetje op dus na een kopje koffie bij Daphna besluiten we naar Fabrika te lopen. We gaan kris-kras door de wijk aan de andere kant van de Saarbrücken brug en het is duidelijk dat niet alles in Tbilisi even goed onderhouden wordt. Na een kwartier zijn we bij de oude naaifabriek uit de Russische tijd die nu dienst doet als hostel. Het gebouw (en eigenlijk de hele wijk) zit onder de graffiti. 30 jaar geleden zouden we misschien overwogen hebben om hier te slapen, maar op deze leeftijd lopen we er alleen omheen.

We lopen weer richting de Saarbrücken brug in de hoop dat er wat meer te doen is bij de vlooienmarkt. Het begint dan helaas wat harder te regenen en als we bijna bij de brug zijn duiken we het Moxy hotel in om daar wat te drinken en dit buitje af te wachten.

Na een half uurtje is het weer droog en vervolgen we onze weg. Omdat verschillende websites aangeven dat het vanmiddag iets beter wordt besluiten we met de funicular naar het pretpark boven de wijk Mtatsminda te gaan.
Als we langs de Tbilisi Mall komen kunnen we de verleiding niet weerstaan en gaan we daar even naar binnen. We kijken onze ogen uit, 6 verdiepingen met allemaal merkwinkels. We gaan een paar winkels binnen, maar voor de prijzen hoef je het niet te doen. De merkartikelen zijn duur, maar misschien komt dat door de slechte koers van de euro.

Niet ver van het winkelcentrum is de opstapplek van de funicular naar het pretpark van Mtatsminda, We dachten met onze metrokaart te kunnen instappen, maar dat viel tegen. Je koopt eerst een ander pasje, laat daar tegoed opzetten en vervolgens haalt een andere medewerker jouw pasje door een apparaat en mag je naar de funcicular. Wat nou het voordeel is van het gebruik van dit pasje ontgaat ons.

Het ritje met de funicular duurt iets meer dan 5 minuten en dan sta je bij een te fout pretpark. Knullige attracties met enorme nep-dinosaurussen, een schiettent, souvenirwinkeltjes, eettentjes, een vage glijbaan, veel attracties die buiten werking waren een enorm reuzenrad dat wel deed wat het moet doen: ronddraaien.
Bij het pretpark staat ook de tv-toren van Tbilisi, maar die ziet er zo verwaarloosd uit dat we niet eens durven vragen of je naar boven kan. Al met al een groot succes.

Na een rondje pretpark gaan we even het bijbehorende restaurant in. Er hangt een lucht waar je oliebollen in kunt bakken en dat is ook precies wat hier gebeurt. Die oliebol heet hier een ponchiki en het is eigenlijk meer een Berliner bol. Om te voorkomen dat we de lucht niet meer uit onze kleren krijgen gaan we snel weer op pad,.

We hebben inmiddels gemerkt dat het in Georgie heel gebruikelijk is om de je huwelijksreportage op straat en zelfs tussen het verkeer te maken, maar we weten nu dat je ook kunt trouwen op een pretpark (en wat voor eentje). Als we het restaurant uitlopen zien we een bruidje met haar bruidegom de hoofdrol spelen in hun bruidsreportage. Ze pakken dat best professioneel aan: fotograaf, videoman en zelf een manneke die alles met een drone vastlegt. Als al die reportages dan klaar zijn dan stelt het bruidspaar zich op voor een pad dat naar een klein gebouwtje gaat met daarop in zilverkleurige letters wedding hall. Dan galmt een honneymoonquiz-achtig deuntje uit een speaker en schrijdt het bruidspaar naar dat hok met de zilveren letters. Wie wil nou niet zo trouwen?

Iets verderop zien we dat een ander bruidspaar zich ook voorbereid op het scenario zoals net beschreven, maar zij laten er nog een volksdans met familie en vrienden aan vooraf gaan. Hier galmt een folkloristisch deuntje uit de speakers en het hele gezelschap beweegt zich in een kring rond. Ook in Georgië hebben ze dan een irritant familielid die het nodig vindt om de af en toe dwars door het kring-gebeuren heen te lopen, maar het mag de pret niet drukken!

Na al dit feestgedruis is het weer tijd om naar beneden te gaan. We doen dat niet met de funicular maar nemen de benenwagen. Op deze manier kunnen we onderweg nl. een bezoekje brengen aan het Mtatsminda Pantheon, een begraafplaats voor de bekende Georgiër (zelfs de moeder van Stalin ligt hier begraven).
We hebben een half uurtje nodig voor de glibberige afdaling, maar het is de moeite waard.
Op de begraafplaats is een klein kerkje waar net een dienst plaatsvindt. We gaan even naar binnen een ademenen de sfeer. De dienst gaat gepaard met gezang en de akoestiek in het kerkje is fantastisch.
We maken een rondje over de besloten begraafplaats. Aan de graven is te zien dat kosten noch moeite zijn gespaard en dat daar genoeg geld voor was.

We hebben nog een half uurtje nodig om weer in downtown Tbilisi te komen en lopen gelijk door naar het hotel voor een sanitaire stop.
We checken even de mail en gaan dan op pad naar het restauranten-straatje dicht bij ons hotel: Erekle II. We gaan op het terras bij Kala zitten. Omdat het ontbijt z’n werk nog steeds doet, delen we een lokale maaltijd en als het gerechtje wordt opgediend gaat het steeds harder regenen.

Zondag 16 oktober 2022

Zondagochtend in Tbilisi, tja wat doe je dan? Natuurlijk eerst dat veel te uitgebreide ontbijt naar binnen werken, maar omdat we taal niet goed machtig zijn slaan we de kerkdienst over.
Het is nog steeds een beetje druilerig; grijze luchten en af en toe een druppel regen. Precies het juiste weertype voor een museumpje.
We gaan naar de Rustaveli Avenue want daar zijn de museums te vinden.

Het is droog en 17 graden als we hotel verlaten en dat is best wel aangenaam. We lopen een alternatieve route door de wijk bij de oude stadsmuur. Het schilderwerk kan wel een likje verf gebruiken en het straatwerk heeft ook betere tijden gekend, maar je kunt nog wel zien dat deze wijk enige allure heeft gehad.

We lopen dit keer aan de andere kant van de Rustaveli Avenue en de gebouwen lijken nu nog indrukwekkender. We komen langs het Georgisch Nationaal Museum, de Parlementaire Bibliotheek, de National Gallery, het Opera en Ballet Theater en als laatste het MoMA, het Museum of Modern Arts en dat is het museum waar wij naar binnen gaan.

In het MoMA is een tijdelijke expositie van foto’s over Italie. We lopen langs de enorme hoeveelheid foto’s en herkennen een aantal dingen die wij vorig jaar nog gezien hebben. De foto expositie is mooi, maar daar komen wij niet voor. Het MoMA heeft nl. een grote collectie van de Georgische kunstenaar Zurab Tsereteli in huis. Op dit moment is er zelfs een speciale expositie van hem die gaat over Charlie Chaplin in Tbilisi. Dit is een serie schilderijen waar Charlie Chaplin aan de dagelijkse dingen van Tbilisi deelneemt.

Op de 1e verdieping van het museum hangt de enorme collectie kleurrijke schilderijen en het is maar goed dat Charlie zo’n herkenbaar snorretje heeft want anders hadden we hem zeker niet herkend. Zurab heeft zoals alle kunstenaars een geheel eigen stijl en als je die eenmaal gezien hebt is het heel goed te herkennen.

Tussen de schilderijen staan ook wat beelden van de hand van Zurab. Aan die beelden heeft hij zijn bekendheid eigenlijk te danken. Zijn beelden zijn van het formaat ‘larger than life’ en ook van Charlie heeft hij een enorm bronzen beeld gemaakt.

Na een rondje ‘Charlie in Tbilisi’ gaan we een verdieping hoger om nog een paar van zijn beelden te zien. Hij heeft een paar beroemde collega’s in XXL uitgevoerd. In een kringetje staan o.a. Picasso en Van Gogh en dat is best een fotootje waard.

Op het buitenterrein van het museum vinden we dan nog de ‘Apple of love’, ook van de hand van Tsereteli. Een 9 meter hoge appel waar je naar binnen kan gaan en waar de binnenwand is versierd met, zoals hij zegt: ‘myths of people of the world’. Wij vonden dat het wel wat weg had van de Karmasutra, maar oordeel zelf.

Na het bezoekje aan dit museum zijn we wel van mening dat de naam veranderd moet worden in MoMAoZT (Museum of Modern Arts of Zurab Tsereteli), maar daar gaan we niet over. Wij lopen iets terug naar het Museum of Fine Arts omdat ze daar een gezellig restaurantje hebben en wij wel zin in een bakkie koffie.

Het is inmiddels 13:30 uur en omdat het nog steeds droog is besluiten we maar door te lopen naar de Meidan bazaar aan het Gorgasali-plein, in de wijk Kala in het oude gedeelte van de stad. In het verleden was het gebied een belangrijke handelsmarkt aan de Zijderoute waar kooplieden uit nabijgelegen landen samenkwamen om hun goederen te verkopen. Tegenwoordig is er alleen nog een ondergronds gedeelte van de bazaar over die vooral gericht is op de vele toeristen. Het is een sfeervolle kelder die je niet mag missen als je hier in de buurt bent.

We lopen via de Sioni kathedraal naar de Erekle II straat en kopen onderweg nog een klein souveniertje bij de evangelische boekhandel (het is niet voor niets zondag). Ook vandaag valt weer op hoeveel sympathie er is voor de Oekraïners. Overal hangen geel-blauwe vlaggen en bij sommige restaurants of winkeltjes staat in duidelijke taal hoe er over de Russen en Poetin gedacht wordt.

We nemen een bakkie thee met appelgebak en ijs bij restaurant Kala en lopen daarna terug naar het hotel waar we even wat zaken regelen voor de reisdag van morgen.
Als we ‘s-avonds naar Ribs & Puri lopen om de inwendige mens gerust te stellen is het nog steeds droog. Het weer is vandaag veel beter geweest dan ze voorspeld hadden.

Maandag 17 oktober 2022

Omdat de dame bij de receptie had gezegd dat je in de maandagochtendspits wel wat tijd moest uittrekken voor het ritje naar het treinstation zaten we weer als eersten aan het ontbijt. Even een omeletje met kaas, croissant met jam en een paar wafels naar binnen werken en wij zijn klaar voor de rit naar Batumi.

We laten een Uber (of een Yandex of een Bolt) bestellen en 10 minuten later zitten we in de auto naar het station. De drukte blijkt mee te vallen en een kwartier later staan wij al bij het treinstation. Het is zo’n onbenullig groot stationsgebouw dat heel wat moet lijken, maar eigenlijk helemaal geen uitstraling heeft.

We nemen de roltrap naar boven voor een bakje koffie, maar het lijkt erop dat hier de dag nog moet beginnen. Een kale ruimte met een paar tafeltjes en stoelen en de verlichting staat op duister. We gaan aan het raam zitten zodat we uitzicht hebben op het spoor en niet veel later zien we de trein binnen rollen.

We pakken onze spullen en lopen naar perron 1 waar de erg nieuw aandoende trein staat te wachten. We lopen naar treinstel 1, laten onze tickets en paspoorten aan de conducteur zien en gaan bovenin het rijtuig op zoek naar stoel 54 en 55.
We vinden onze stoelen helemaal voorin het rijtuig en zien dat we dit niet handig hebben gedaan. Twee banken tegenover elkaar waardoor je maar weinig beenruimte hebt.
De trein loopt snel vol en we treffen het wel weer met onze medereizigers. Tegenover zit een jong stel met een kat in reisbak en even later komt er naast ons een ander jong stel zitten die maar liefst drie katten in een reisbox hebben zitten. Laten we de allergietabletjes er maar vast bij pakken!

Het rijdend kattenasiel vertrekt mooi op tijd en we gaan er maar eens goed voor zitten (eigenlijk ook weer niet vanwege de beperkte beenruimte). De minder interessante buitenwijken van Tbilisi gaan aan ons voorbij en voor we het weten zitten we in het enorme landelijke gebied tussen Tbilisi en Kutaisi.
Tot onze opluchting gaat een ander voor een upgrade naar de 1e klasse en Diana schuift als de bliksem op de vrijgekomen stoelen. Dat zit een stuk beter!
Omdat deze trein geen restauratiewagen heeft knabbelen we wat uit eigen voorraad. We hebben nog een paar sesamkoekjes in de tas en daar doen we het maar mee. We houden de katten dan wel in de gaten want ze zouden kunnen denken dat we een stelletje parkieten zijn.

De trein zoeft hier niet met een constante snelheid over het spoor, maar de ene keer is het 25 km/u en dan weer 125 km/u. Het mag de pret niet drukken en het geeft ons bovendien alle gelegenheid om de gehuchtjes waar we langs komen te bewonderen. Eigenlijk is het vooral verwonderen, want het is ongelooflijk hoeveel oude meuk hier voorbij komt. Grote fabriekshallen (Russische tijd?) die verroest en half vergaan zijn, oude treinstellen (ook verroest) waar ze blijkbaar geen andere plek voor hebben en de veel voorkomende vierkante huisjes hebben ook betere tijden gekend (hoewel ze nog wel bewoond zijn). Het doet allemaal een een beetje grauw aan, maar dat komt zeker ook door het pak bewolking dat al de hele reis boven ons hangt.

We stoppen 3 keer om passagiers in- en uit te laden: Kutaisi International Airport, Ureki en Kobuleti en om 15:30 uur zien we dan voor het eerst de Zwarte Zee. Tot onze grote teleurstelling blijkt de Zwarte Zee echter helemaal niet zwart te zijn, maar gewoon blauw!
Batumi is de eindstop voor deze trein en we verlaten met alle medepassagiers de trein en gaan op jacht naar een taxichauffeur. In de praktijk werkt dat natuurlijk andersom; taxichauffeurs jagen op toeristen. Ook wij zijn aan de beurt. Een wat oudere taxichauffeur heeft ons in het vizier en laat niet meer los. Diana onderhandelt een goede ritprijs, maar je weet ook dat als ze niet vloekend weglopen dat je teveel betaalt. Het gaat om duppies en dat kunnen we wel lijden.
We stappen in de stinkende oude Mercedes van de chauffeur waarna hij ons toeterend en tierend naar het hotel brengt. Over het hotel zijn we te spreken: eind goed al goed!

De badplaats Batumi wordt wel de ‘parel van de Zwarte Zee’ genoemd. Het is de hoofdstad van de autonome republiek Adjara, in het zuiden van Georgië, dichtbij de Turkse grens. Dankzij het groeiende toerisme is Batumi inmiddels uitgegroeid tot de op een na grootste stad van Georgië.
We hebben onze bagage op de hotelkamer gegooid en gaan op pad voor een bakkie koffie. Om de hoek zit een Literair Cafe en daar bestellen we een koffie met gebak. Over de d’s en dt’s maken we ons minder druk.

Hoewel het al wat donkerder begint te worden willen we toch ook even over de boulevard slenteren. Snel een eerste blik werpen op de grote gebouwen en natuurlijk de zee. We maken een klein rondje en gaan dan bij restaurant Batumi Kaffee een hapje eten. De lokale gerechtjes smaken ons steeds beter.
Na dit maaltje lopen we terug naar het hotel en kijken naar de prachtig verlichte gebouwen. Daar gaan we morgen zeker meer van zien.

Georgië 1

Woensdag 5 oktober 2022

We gingen op tijd weg vanaf de Loolaan want het is allemaal nog nieuw voor ons. Een te vroege bus bracht ons veel te vroeg op het treinstation, dus moesten we ons daar zien te vermaken. Gelukkig heeft Apeldoorn tegenwoordig een goede stationstrestauratie dus hebben we bij https://stationroyaal.nl een bakkie gedaan.
Daarna de trein van 11:15 uur rechtstreeks naar Schiphol. Wel apart dat een trein naar Schiphol nauwelijks bagageruimte heeft, maar goed.
Om 12:30 uur zijn we op de luchthaven waar we een poging doen bij de self-service check-in, maar onze rugzakken worden geweigerd bij de bagage drop-off omdat Rob de stickers niet netjes geplakt heeft. Dan maar naar de check-in balie en om 13:05 uur staan we in de rij voor de security check. Dit ritueel kost iets meer dan een half uur en tegen tweeën zitten we met een drankje aan een tafeltje met uitzicht op wat KLM toestellen. We zijn zeker niet de enigen die een tafeltje zoeken. Omdat iedereen heel vroeg (veel te vroeg) op Schiphol wil zijn is er veel tijd over. Wel goed voor de horeca

Onze vlucht naar München zou om 17:15 uur vertrekken, maar dat wordt 18:05 uur. Er zitten veel Italianen aan boord en een groot deel is Napoli supporter. De meeste van hen lopen met een Ajax-tasje met daarin een sjaaltje, beker of shirtje. Dit alles ter herinnering aan de fantastische wedstrijd van gisteravond……….
We landen om 19:15 uur op de Franz Jozef Strauss luchthaven in Munchen en wat een verademing is dit na de chaos en viezigheid op Schiphol.
Bij Wiener’s nemen we een bratwurst mit pommes. We hadden wel trek gekregen na zo’n lange vlucht.

Tegen 21:00 uur melden we ons bij gate H01 en nemen plaats op een paar lekkere ligstoelen tot wordt omgeroepen dat we kunnen inchecken. We gaan door het poortje en lopen een trap af, maar in plaats dat we via een slurf naar het toestel gaan komen we bij een achterdeurtje uit. Daar moeten we wachten tot we in een bus geladen worden om vervolgens een toeristische tourtje over het luchthaventerrein te maken naar onze Airbus A320. Onderweg zien we zelfs nog een toestel van Aeroflot staan; dat is toch best zeldzaam in Europa these days.

Het toestel zit propvol en gelukkig zitten achter en naast ons kleine kinderen; altijd gezellig. Nadat de piloot ons gerustgesteld heeft met de mededeling dat de vlucht slechts 3 uur en 40 minuten zal duren gaan de lichten uit en doen wij onze ogen dicht.

Donderdag 6 oktober 2022

Om 04:05 uur (in NL is het dan 02:05 uur) schrikken we wakker van de cabineverlichting die aan gaat. Er wordt ons in het Duits en Engels verteld dat we ons moeten vastsnoeren want de landing wordt ingezet. Om 04:25 staan we al aan de gate, dus echt wakker worden is er niet bij. We verlaten zo snel mogelijk het vliegtuig, omzeilen een berg passagiers van Turkisch Airlines die vrijwel gelijk met ons zijn geland en gaan in de rij bij de douane staan. Een half uurtje later hebben we de stempels van Georgie in ons paspoort en gaan we naar belt 3 voor onze rugzakken. Na een minuut of twintig beginnen we wat overmatig te transpireren want onze bagage hebben we nog steeds niet voorbij zien komen. Het zal toch niet dat wij ook slachtoffer zijn van de bagage-soap van dit jaar, maar na een half uurtje ziet Diana de felblauwe tassen met de cyclaamkleurige banden eindelijk de band op rollen. We hangen de rugzakken over onze schouder en lopen de schuifdeuren door. Recht voor ons hang een a4’tje met daarop in vette letters Robert Petersen and Diana Smies. We lopen samen met onze chauffeur het luchthavengebouw uit en nemen plaats in de dikke Audi waarmee hij ons in een half uurtje naar het hotel brengt. Inchecken, naar de kamer, rugzakken in de hoek, uitkleden en snel het bed in. Het is 06:05 uur we kunnen nog wel een paar uurtjes te slapen.

Een krappe drie uur later besluiten we toch maar weer in beweging te komen. We kleden ons aan en gaan naar beneden voor het ontbijt. Het is een schattig klein hotelletje met goede kamers en een prachtige binnentuin waar we kunnen ontbijten. Het ontbijt wordt geserveerd en de keuze is ruim.
Na het ontbijt gaan we naar de receptie want we hebben vandaag een behoorlijke boodschappenlijst en daar hebben we wel wat hulp bij nodig: ov-pasjes, sim-kaart, treinkaartjes naar Batumi en natuurlijk geld! Bij de receptie is Veriko erg behulpzaam en we gaan met goede zin op pad,

Eerst op zoek naar de Bank of Georgia om geld te pinnen. Een paar jaar geleden in Kazachstan bleek geld pinnen niet zo eenvoudig te zijn, dus we waren op het ergste voorbereid. Het bankgebouw hadden we snel gevonden maar toen we bij een bankmedewerker vroegen of we met onze Maestro kaart terecht konden gaf hij ons weinig hoop. Wonder boven wonder was het gelijk raak en hebben we onze eerste lari gepind.
Na deze geslaagde transactie liepen we door naar Liberty Square omdat daar een soort van reisburo zou moeten zitten die tourtjes naar de kloosters van Davit Gareja organiseert. Het reisburo is nergens te vinden en ook navraag bij naastgelegen hotels leverde niets op. Een aardige Georgiër wilde wel even bellen naar het nummer dat op de Facebook pagina staat, maar het nummer is niet meer in service. Dat is een tegenvaller! Gelukkig komen we nog een paar keer terug in Tbilisi, dus Davit Gareja is nog niet helemaal verloren.

We lopen even terug naar het hotel om een paspoort op te halen. Dat heb je nl. nodig als je een sim-kaart wilt kopen, maar ook voor het reserveren van de trein. Met het paspoort op zak lopen we over Rustaveli Avenue naar het kantoor van telecombedrijf Magti. Rustaveli Avenue is aangelegd in de tijd van de tsaren en moes van Tbilisi een stad van allure maken. Er staan statige gebouwen waarvan een aantal uit het Russische tijdperk stammen. Een aantal van die statige gebouwen worden door oude Georgiërs gebruikt als achtergrond om hun prullaria uit te stallen.

Nadat we de sim-kaart hebben bemachtigd lopen we door naar Rustaveli Square waar we bij het gelijknamige metrostation een paar ov-kaartjes kopen. Deze kaartjes willen we gelijk uitproberen dus we duiken de diepte van dit metrostation in. Dit metrostation kan niet tippen aan de metrostations die we in Kazachstan gezien hebben. Dat waren volwaardige monumenten, levende musea, maar dit is een muffig station waar oude, rammelende metrostellen voorbij razen.
We nemen de metro naar het treinstation om een paar treinkaartje naar Batumi te kopen en als we deze in de tas hebben, gaan we met de metro terug naar Liberty Square. Het was inmiddels 12:00 uur en na een korte pitstop voor een hapje en een drankje gaan we terug naar het hotel. Inmiddels heeft Veriko een Toyota Prius op de kop weten te tikken bij een bevriend verhuurbedrijf, dus dat is ook geregeld.

Nu wordt het toch eens tijd om wat van Tbilisi’s bezienswaardigheden te gaan bezichtigen en laten we dan maar gelijk beginnen met het meest vreemde object van de stad. Op een steenworp afstand van ons hotel staat de klokkentoren die gebouwd is door een bekende poppenspeler uit Tbilisi. Elk uur komt er een engeltje uit een luikje van deze schot-en-scheve toren om met een hamer tegen een klok te slaan.

We besluiten om naar de andere kant van de Koera rivier te gaan. We lopen via een voetgangerstunneltje naar de Baratshvili brug en ondanks dat de pislucht in het tunneltje zo scherp is dat je neusvleugels krom trekken, blijven we toch even staan om te genieten van de kunst die de lokale graffiti-artiesten hebben achtergelaten op de muren van het tunneltje, om vervolgens snel naar de frisse lucht te rennen.

Aan de andere kant van de rivier lopen we een paar honderd meter omhoog naar de Holy Trinity Tsminda Sameba kathedraal. Deze kathedraal wordt ook wel het symbool van het nieuwe Georgie genoemd. De schoonheid en afmetingen van de pas in 2004 gebouwde kathedraal zijn adembenemend en verheft zich op de heuvel van St. Ilya. De Sameba is met 101 meter de hoogste kerk in Georgie. Ter vergelijking: voorheen werd de Alaverdi kathedraal in Kacheti met 50 meter als de hoogste beschouwd. De gouden koepel van de Sameda is vanaf elk punt in Tbilisi te zien.

Na een bekertje Lagidze frisdrank beginnen we aan de afdaling naar de rivier om die via de Bridge of Peace over te steken. Deze brug wordt ook wel de Always Ultra brug genoemd. Hij doet blijkbaar een beetje denken aan een glazen inlegkruisje van een bekend maandverbandmerk. Wij zeggen: oordeel zelf.

Ondanks het slaaptekort hebben we er toch een aardige eerste dag in Georgie van weten te maken en zoiets moet natuurlijk afgemaakt worden met een Georgisch diner. Bij BalconY, een klein restaurantje naast ons hotel, bestellen we een lobio en khachapuri. Het blijken beide nogal zware gerechten te zijn, dus we maken ons bordje niet leeg.

Vrijdag 7 oktober 2022

De dag begint wederom met een heerlijk ontbijt: eggs Benedict en wafels en een enorme bak thee. Daar kunnen we wel aan wennen. Daarna tandjes poetsen en weer op pad.

Hoe kun je de dag beter beginnen dan met een bezoek aan de kerk. Vlak bij ons hotel is de Anchiskhati kathedraal, de oudste overgebleven kerk van Tbilisi. Dit schattige kleine kerkje is in de 6e eeuw gebouwd door de zoon van koning Gorgasali (je weet wel…). De verweerde fresco’s en muren van grote blokken steen verraden zijn leeftijd. De kerk-huishoudster is net de stenen vloer aan het schrobben. We willen haar niet van het werk houden dus gaan weer verder.

Volgens Diana is Kvatz een leuke koffietent dus daar gaan we vandaag eerst naar toe. Onderweg lopen we nog even over de bloemenmarkt. Markt is misschien wel een beetje overdreven want er staan een tiental vaste bloemenstalletjes waar dagelijks bloemen worden verkocht. Vooral de enorme dahlia’s staan er prachtig bij. Normaal gesproken neem je zo’n bos mee voor je (schoon)moeder, maar dat gaat nu helaas niet.

Kvatz is honderd meter verderop, maar die tent gaat pas om 11:00 uur open dus lopen we een rondje door deze buurt. In tegenstelling tot Old Tbilisi,de wijk waar ons hotel staat, is dit een hippe wijk met veel chique koffieshops waar loungesets buiten staan te wachten tot er gasten in ploffen.
Als we weer terug zijn bij Kvatz is de zaak net geopend. We nemen plaats en bestellen een koffie. We moeten hier zeker nog een keer naar toe en niet alleen voor de koffie. Vanaf 12:00 uur is er een kunstenaar aanwezig die jouw portret op een koffiebeker tekent.

Onze volgende bestemming is het Narikala fort, maar we lopen eerst nog even langs het hotel om wat informatie over de bus naar Sighnaghi te verifiëren.
Van ons hotel gaan we dan naar de Metekhi brug waar we de klim naar het fort op de heuvel beginnen. We hadden ook met een kabelbaan omhoog kunnen gaan, maar waarom makkelijk doen als het moeilijk kan. Het bespaart ons ook nog eens 70 cent per persoon!
Het fort is een van de oudste bouwwerken in Tbilisi, een stadsicoon, dus die mogen we niet missen. Waar je je ook bevindt, het leven in Tbilisi speelt zich af in de schaduw van het Narikala-fort. Sinds de 4e eeuw heeft elke gebeurtenis in de straten van het oude Tiflis, Narikala als achtergrond gehad.

Het fort is sinds een explosie van Russische munitievoorraden in een ruïne veranderd, maar de uitzichten over Tbilisi zijn geweldig. De 70 cent die we bespaard hebben besteden we aan een drankje op een terrasje met een waanzinnig uitzicht over de stad.

Niet ver van het fort staat een monumentaal standbeeld van Kartlis Deda, oftewel de “Moeder van Georgië”. Dit 20 meter hoge standbeeld is een symbool van het Georgische nationale karakter: het beeld houdt een wijnglas voor gasten in de ene hand en een zwaard voor vijanden in de andere.

Na tweeën beginnen we aan de afdeling en ook dit doen we weer te voet (kassa!). We slingeren over steile straatjes tussen de huizen door. In dit gedeelte van de stad waan je je in een bergdorpje in plaats van de hoofdstad van Georgie.

Als we beneden zijn aangekomen gaan we over de Metekhi brug naar de historische Metekhi kerk en het standbeeld van koning Vakhtang Gorgasali. Op deze strategische plek bouwde Vakhtang Gorgasali zijn paleis en de eerste kerk toen hij in de 5e eeuw Tbilisi tot zijn hoofdstad maakte. De huidige kerk werd tussen 1278 en 1289 gebouwd door koning Demetre Tavdadebuli en is sindsdien vele malen gereconstrueerd. Men denkt dat het gebouw een kopie is van de 12e-eeuwse kerk van koning David de Bouwer (broer van Bob) op deze plek, die in 1235 door de Mongolen werd verwoest.
Als we het kerkje binnen gaan is er net een dienst aan de gang. Het gaat er serieus aan toe; een aantal kerkbezoekers ligt zelfs op de knieën naar de preek te luisteren.
Wij nemen nog even plaats op een bankje in de tuin naast de kerk een laten de indrukken vandaag even zinken.

We steken de rivier over via de maandverband-brug en lopen het restauranten-straatje Erekle II in. Het is inmiddels 16:30 uur en omdat we na het ontbijt niets meer hebben gegeten besluiten we hier maar even een plekje te zoeken. Dit keer geen Georgische maaltijd, maar het smaakt er niet minder om. In dit gezellige straatje komen we nog wel eens terug.

Na een korte pitstop bij het hotel lopen we door naar het chique wijkje van vanochtend, dit keer om het avondleven van Tbilisi uit te proberen. We gaan op het terras bij Ribs & Piri zitten en net als we de kaart hebben gekregen loopt er een gezin naar binnen waarvan zoonlief een blauw shirt met nr. 77 en de naam Kvaratskhelia aan heeft. De 1-6 blijft ons wel achtervolgen.

Zaterdag 8 oktober 2022

Vandaag begint onze trip eigenlijk pas echt want vandaag is onze eerste reisdag. We starten met een te uitgebreid ontbijt bij ons hotel, dan de dagrugzakken ingepakt met spullen voor 2 dagen waarna we de grote rugzakken in de opslag bij het hotel achterlaten.
We nemen de metro bij Liberty Square naar station Isani, want daar kunnen we de maschrutka naar Sighnaghi nemen volgens de hulpvaardige receptioniste van ons hotel. De maschrutky staan op een steenworp van het metrostation opgesteld dus we lopen erheen en vragen in ons beste Russisch waar de maschrutka naar Sighnaghi staat. Laat ik een lang verhaal kort maken; na een paar Russische pogingen blijken we op het verkeerde metrostation te zijn uitgestapt. We stappen dus weer in de metro en gaan naar station Samgori en daar vinden we wel onze maschrutka naar Sighnaghi. De oude gele Mercedes bus vertrekt om 11:00 uur, maar we gaan ruim voor half elf al in de bus zitten omdat deze snel vol raakt. Om 10:55 uur zit de bus (over)vol en gaan we op weg.

We hebben al heel wat busreizen gemaakt tijdens onze reizen, maar dat waren altijd grote bussen met redelijk comfortabele stoelen. Dit is een ander verhaal, want een maschrutka is een kleine bus met weinig beenruimte en smalle oncomfortabele stoelen. Gelukkig duurt het ritje maar 2 uur anders was ons onderlijf gevoelloos geworden.
Het kost wat moeite om Tbilisi uit komen want de wegen zijn zelfs op zaterdag erg vol. Na het ‘einde bebouwde kom’ bordje wordt het al snel beter en schieten we lekker op. De chauffeur rijdt heel beschaafd dus we kunnen met een gerust hart van de omgeving genieten. Na een uurtje rijden we de wijnstreek Kakheti binnen en zien we gelijk al de enorme akkers met wijnranken. We gaan hier niet ontkomen aan een glaasje wijn (of twee).

Iets voor enen arriveert onze maschrutka bij het busstation van Sighnaghi en lopen we het laatste stukje naar ons hotel. Daar blijkt alleen de schoonmaakster aanwezig te zijn en omdat haar Engels van hetzelfde nivo is als ons Russisch belt ze de eigenaar en krijg we zo’n via-via telefoongesprek. Uiteindelijk wordt duidelijk dat we pas om 14:00 uur kunnen inchecken dus we gaan naar een leuk restaurantje iets verderop. Daar bestellen we wat te drinken een een heerlijke bruschetta ‘Georgie-style’.

Na deze lunch gooien we de overtollige bagage op onze kamer en gewapend met zonnebril en camera gaan op weg naar de verdedigingsmuur die rondom Sighnaghi ligt. Deze verdedigingsmuur is in de 18e eeuw gebouwd door koning Erekle II en heeft een lengte van ongeveer 5km met 23 uitkijktorens. Een mini-uitvoering van de Chinese muur eigenlijk.
Op weg naar de muur wordt duidelijk dat hier wel vaker toeristen komen. De toeristenstalletjes staan naast elkaar met veelal dezelfde producten. De oude moekes van Sighnaghi proberen zittend op een krukje hun waar te slijten. De koelkastmagneten zijn erg populair, maar ook de lekkernij churchkela, Georgische poppetjes en zelfs mutsen van schapenvacht.

Om het de toeristen makkelijk te maken is er een soort wandelpad tegen de muur aangemaakt. Ook wij wandelen op deze manier een paar honderd meter langs de muur terwijl we genieten van het uitzicht over de Alazani vallei. Je zou van hier ook de Grote Caucasus moeten kunnen zien maar daarvoor is het vandaag niet helder genoeg. Als we bij een van de uitkijktorens weer op een souvenirstalletje stuiten keren we om en lopen we terug naar Sighnaghi. Er staat nog meer op het programma van vandaag.

We besluiten gelijk door te lopen naar onze volgende bestemming: het Bodbe klooster. Het is een wandeling van 2km met de nodige hoogtemeters, dus onze kuitjes krijgen er weer van langs vandaag.
Het Georgisch Orthodoxe klooster stamt oorspronkelijk uit de 9e eeuw, maar heeft heel wat opknapbeurten gehad waardoor het er allemaal spik-en-span uitziet. Alleen in het kleinste kerkje is te zien dat al heel wat eeuwen heeft doorstaan. Prachtige verweerde fresco’s, maar helaas mogen we ook hier weer niet fotograferen. Het klooster is een bedevaartsoord gewijd aan de heilige St. Nino die hier begraven ligt. Op het terrein staat ook een nieuwere kathedraal die er prachtig uit ziet.

We wandelen terug naar downtown Sighnaghi en onderweg staan we een paar keer stil om opnieuw te genieten van het uitzicht op het dorp en de achterliggende vallei. Terug in Sighnaghi gaan we bij het restaurant naast het busstation wat drinken. We willen morgenvroeg naar de markt in Kabali en moeten daar nog vervoer voor regelen. Na de versnapering gaan we naar het busstation in de hoop daar een taxichauffeur tegen te komen waar we een deal mee kunnen sluiten. Helaas is hier geen taxi te bekennen, maar verderop in de stad zien we een potentieel slachtoffer. We spreken de chauffeur aan, maar al snel blijkt dat we ook nu weer de via-via aanpak nodig hebben. De chauffeur belt een vriend die Engels spreekt en de telefoon gaat van hand tot hand tot we een deal hebben. Hij pikt ons morgen om 07:00 uur op bij het hotel en we krijgen 2 uur de tijd om op de markt te neuzen.

Bij het hotel gaan we op het balkon zitten om de blog bij te werken. We zien de zon onder gaan en dan merken we ook dat Sighnaghi op 800 meter hoogte ligt want het wordt snel kouder. We trekken een jasje aan, maar heel lang blijven we hier niet meer zitten. Het is tijd om een restaurantje op te zoeken.

Dat viel nog helemaal niet mee, een restaurantje vinden waar je binnen kan zitten en waar je niet alleen zit. Uiteindelijk gaan we aan het begin van het dorp een restaurant naar binnen waar de gezelligheid van donker eiken je tegemoet komt. Achter in de zaak zit een groot gezelschap aan een lange tafel, dus alleen zijn we zeker niet. Dat het ook iets te veel van het goede kan zijn blijkt als het gezelschap de muziek op standje knetterhard zet. Wij gaan snel verkassen naar een andere kamer. Hier staat dan wel de tv aan, maar dat geeft minder herrie dan de feestende Georgiërs. Hier kunnen we mekaar tenminste verstaan.
Uiteindelijk is het een goede keus, want het eten is heerlijk en de prijs laag. Na het eten nemen we nog een kopje koffie bij een ander restaurantje en dan snel naar het hotel want morgen moeten we er weer vroeg uit.

Zondag 9 oktober 2022

Om 06:30 uur werden we wakker van het gepiep van de wekker. Je moet er wat voor over hebben als je hier naar de markt wilt gaan! Snel even wassen, tandjes poetsen en dan naar onze taxi die op de andere hoek van de straat al klaar staat. We slingeren van Sighnaghi naar beneden en dan geeft onze chauffeur eens goed gas. Er is bijna geen verkeer op de weg dus het lijkt verantwoord. We hebben drie kwartier nodig om bij de markt van Kabali, op ongeveer 30 km van de Russische grens, te komen en we zijn niets te vroeg, want de markt is al in volle gang.

Het is een drukte van jewelste. Rijen auto’s en busjes staan langs de weg geparkeerd en dienen als marktkraam. De achterklep staat open zodat de koopwaar goed te zien is. We lopen langs de auto’s en gluren af en toe in een achterbak. Het aanbod bestaat voornamelijk uit groente en fruit. Knoflook in overvloed, tomaten, komkommers en witte kool die per stuk wordt afgewogen.

Iets verderop is de afdeling varkensvlees. Dit keer geen stukken varkensvlees aan een haak, maar levende varkens in kooien, karretjes en in de achterbak van auto’s. Het is duidelijk dat we in Nederland het potentieel van de kofferbak nog niet volledig benut hebben. De varkensboertjes kijken wel een beetje verbaast als ze ons tussen de roze beestjes zien lopen, maar laten ons lekker onze gang gaan.

We lopen ook nog even langs de non-food afdeling maar kunnen hier niet slagen, dan maar door naar de koeien-afdeling. Het lukt ze niet om koeien in de kofferbak te vervoeren, maar een Lada met 1-koe aanhanger is populair veevervoer. We manoeuvreren tussen de koeienvlaaien door want het is niet prettig voor de terugweg als onze schoenzolen vol koeienstront zitten.

Na een uur op de markt te hebben rondgelopen gaan we terug naar onze taxi. We gluren links en rechts nog in wat markt-wagens en zien dat sommige marktlui al bijna los zijn. Door de geparkeerde marktwagens is de weg zo smal geworden dat we af en toe aan de kant moeten springen als er een wagen wil passeren. Hier geldt de wet van de grootste (Lada).

Onze chauffeur is druk bezig met de buurman die een grote zak uien aan het wegen als hij ons aan ziet komen. Hij lijkt verrast om ons al terug zien en doet gelijk de deuren van de taxi open. We springen erin (na onze schoenzolen gecheckt te hebben) en iets voor negenen zijn we weer op de weg terug.

In Sighnaghi gaan we eerst op zoek naar een ontbijtje, maar dat blijkt nog een hele uitdaging. We lopen de hele hoofdstraat af en pas helemaal aan het einde vinden we een guesthouse waar we kunnen ontbijten. Het is in Georgie overigens heel normaal dat de restaurantjes pas na tienen open gaan voor ontbijt; het zijn late-risers die Georgiers.
Het ontbijt dat we krijgen voorgeschoteld is niet van dezelfde kwaliteit als in Tbilisi, maar we klagen niet (of maar een klein beetje).

Nu onze buikjes weer gevuld zijn lopen we de de gezellige hoofdstraat met al z’n balkonnetjes weer naar beneden en gaan we even naar onze hotelkamer. Onderweg nemen we eerst een bakkie lekkere koffie bij restaurant Koloriti en dan gaan we even op het balkonnetje bij het hotel zitten en kijken genieten we met de foto’s nog even na van het marktbezoek van vanochtend.

Eigenlijk hebben we voor de middag niet zoveel meer op het programma staan. We willen ergens nog een souvenir-kinkali op de kop tikken en onze kuiten wat rust geven want het loopt hier allemaal op of af.
Niet ver van ons hotel is een uitkijktoren die we nog even willen bekijken dus daar gaan we eerst maar heen. We lopen toch maar weer omhoog en betalen een Lari p.p. om bovenop de uitkijktoren te mogen. Het uitzicht is niet veel beter dan wat we gisteren al gezien hebben, dus heel lang blijven we hier niet hangen.

Bij een van de vele souvenir-kraampjes vinden we dan eindelijk een geschikte kinkali en we nemen gelijk een churchkhela, de langwerpige lekkernij uit Georgie, mee. Onze missie in Sighnaghi is geslaagd. Omdat het vandaag (en vooral vanmiddag) veel frisser is dan de voorgaande dagen gaan we op zoek naar een geschikte plek om een sapje te nemen en die plek is pas geschikt als we binnen kunnen zitten. We proberen het bij wijnlokaal The Pheasant Tears, maar daar zijn alle tafeltjes gereserveerd. Bij een paar andere restaurants is alleen het terras open en daar hebben we geen zijn in dus uiteindelijk komen we toch weer bij Koloriti uit.

Rond 16:00 uur begint het te regenen. We gaan even naar onze hotelkamer om ons op te frissen voor het diner. Met de haartjes in een strakke scheiding gaan we even later op zoek naar een restaurant.
We hebben al een paar keer met een schuin oog naar restaurant Mtevani gekeken omdat het er zo leuk uitziet en vanavond klauteren we de trap op naar dit restaurant. Er zijn een paar tafeltjes bezet en er zit een groep te eten. Wij vinden een tafeltje in de hoek van het restaurant.
We bestellen een drankje en zoeken iets van de Georgische keuken uit. De drankjes worden bezorgd en ……………. het feest kan beginnen!
De grote groep had al een pittig muziekje opstaan, maar nu gaat de volumeknop op max. Er wordt gedanst en gedronken. De ogen van enkele mannen in de groep worden al snel kleiner.
De Georgische maaltjes smaken vurrukkeluk, maar de les van vanavond (en gisteravond) is: ga in Georgie nooit in een restaurant eten waar een grote groep aan een lange tafel zit!

Maandag 10 oktober 2022

We hadden besloten om vandaag de marshrutka van 11:00 uur te nemen dus, geen haast. We gingen om 09:00 uur op zoek naar een plek waar we konden ontbijten en zoals al eerder gemeld is dat nogal een uitdaging in Georgie. Uiteindelijk landen we weer bij hotel Traveler, maar niet zozeer vanwege de gezelligheid. We gooien een gebakken ei en wat brood naar binnen en lopen dan terug naar het hotel om onze bagage op te halen. We zijn vroeg op het busstation, maar dan hebben we in ieder geval een zitplek.

De minibus die ons terugbrengt naar Tbilisi is zo mogelijk nog aftandser dan het vehikel van de heenweg. Maar goed, dit is zo’n beetje de standaard voor het openbaar vervoer in Georgie dus we doen het er maar mee. Een paar minuten voor elf begint het te onweren en regenen; ook dat nog. Gelukkig doen de ruitenwissers het naar behoren want het is een stevige stortbui. Heel spannend wordt zo’n terugweg niet dachten we, maar we hebben dit keer een chauffeur die alleen maar standje ‘plank gas’ kent. We doen maar net alsof het allemaal heel normaal is.
Na een uurtje blijkt de chauffeur toch een beetje teveel van z’n bus gevraagd te hebben; hij heeft steeds meer moeite om ‘m in de versnelling te krijgen. We tellen de kilometers af want we hebben niet veel zijn in een verplichte wandeling.
Gelukkig redt de versnellingsbak het tot Tbilisi en worden we netjes op het station afgezet.

We hebben nog wat lari op onze Metromoneycard staan dus we springen bij station Samgori in de metro en gaan op weg naar ons vertrouwde hotelletje in de oude wijk van Tbilisi. Dat in de metro springen gaat een beetje op de gok want de borden geven ons geen duidelijkheid over de juiste richting.
Bij het hotel zijn ze ons gelukkig nog niet vergeten dus zijn we snel ingecheckt.

Nu eerst maar even naar de bank om wat euri te wisselen zodat we morgen de huurauto kunnen betalen.
Voor ons geld gaan we ook naar een bekend adresje: de Bank of Georgia aan de Nikoloz Baratashvili street. Dit keer gaan we het gebouw in, trekken een volgnummertje en wachten op onze beurt. Al snel mogen we naar loket 2 waar een allervriendelijkste dame 400 euro wisselt voor iets meer dan 1000 lari.

Het is inmiddels 14:30 uur en we gaan eerst even ons caffeine gehalte een boost geven bij Kvartz. Na een dubbele espresso voelt het allemaal al een stuk beter en besluiten we iets verderop nog wat te gaan eten bij Ribs & Puri.
Daar wordt de inwendige mens weer blij van dus we kunnen weer op pad. We hebben al veel gezien in Tbilisi, maar er zijn nog wel een paar dingetjes die de moeite waard zijn.

De naam Tbilisi duikt in de geschiedenis voor het eerst op in de tweede helft van de 4e eeuw, toen koning Varaz-Bakoer I van Iberië op deze plek een fort liet bouwen.
Volgens de legende was de koning op jacht in de bossen met een havik. Toen de havik een fazant gevangen had, verdwenen beide vogels in het ravijn. Toen de koning naar ze op zoek ging kwam hij warmwaterbronnen tegen. Hij was daar zo van onder de indruk dat hij beval het bos te rooien en er een stad te stichten. De naam van de stad is afgeleid van warm: ‘Tpili’. De naam ‘Tbili’ of ‘T’pilisi’ (‘warme locatie’) werd dus aan de stad gegeven vanwege de aanwezigheid van zwavelzuurrijke warmwater-bronnen.
Tijdens een bezoek aan Tbilisi mag een bezoek aan de zwavelbaden niet ontbreken en daarom gaan we maar een kijkje nemen in de wijk Abanotubani. Het kost ons een half uurtje om er te komen, maar omdat het al laat is besluiten we de kleren dit keer aan te houden. Misschien een volgende keer.

Op weg naar Abanotubani kwamen we langs de Sioni kathedraal en hoewel we al heel wat kerken gezien hebben konden we deze niet overslaan want hier mochten we eindelijk eens in de kerk fotograferen en dat willen we de trouwe lezers van dit blog niet onthouden.

Omdat de zon zo lekker schijnt vandaag willen we na het bezoek aan de wijk Abanotubani nog een keertje omhoog naar het Narikala fort. Dit keer geen klautertocht naar boven, maar met de kabelbaan. Voor ongeveer 75 cent brengt een moderne 8-persoons cabine je naar boven.
Het uitzicht is fantastisch vandaag en we zijn inmiddels in staat alle bekende plekjes te herkennen van bovenaf. Lang blijven we niet boven en hoewel de afdaling te voet niet heel zwaar is nemen we naar beneden toch ook maar de cabinelift.

Na deze wintersportervaring lopen we over de Metekhi brug naar het Rike park. Als we de Metheki kathedraal staan te bewonderen zien we een tweetal kleine kapelletjes aan de rand van de Koera rivier die we eerder niet gezien hebben. Wat een zonnetje al niet kan doen.

We lopen het Rike park door op zoek naar een oude bekende. Ergens in dit park zou Ronald op een bankje moeten zitten. Met behulp van Google Maps weten we hem te traceren en het is een hartelijk weerzien.
Op een bronzen bank zit een bronzen beeld van Ronald Reagan.
Dit beeld werd op 23 november in het centrum van Tbilisi onthuld door president Saakasjvili en de Amerikaanse congresdelegatie, waarbij de Georgische leider tijdens de ceremonie zei dat het standbeeld het verschil symboliseert tussen de ideologieën van Georgië en zijn noordelijke buur. Leuk detail is dat Ronald met een glimlach op z’n gezicht in de richting van die buur kijkt. Op het bankje staat een inscriptie met een bekende quote van Ronald: ‘Freedom is never more then one generation away from extinction’.
Ook leuk om te weten: voormalig president Saakasjvili woonde in 2018 met z’n Nederlandse vrouw in Terneuzen (in ballingschap) omdat hij bij verstek was veroordeeld voor machtsmisbruik. In 2019 ging hij korte tijd naar Oekraine om in oktober 2021 terug te keren naar het land waar het voor hem allemaal begon. Daar werd hij al snel gearresteerd.

Terug in het hotel reorganiseren we de rugzakken in verband met de reis van morgen. Het is in Stepantsminda een aantal graadjes kouder dan in Tbilisi en dat betekent een andere garderobe bovenin de rugzak.
Als alles weer op orde is gaan we maar weer naar het hippe gedeelte van de stad om een hapje te eten. We belanden weer bij Ribs & Puri omdat we het zo’n gezellige tent vinden.
Na een heerlijk maaltje gaan we iets verderop bij Kvartz een bakkie doen (kan geen verrassing zijn). We hebben geluk vanavond want de huis-tekenaar is aanwezig en die kalkt jouw portret op een koffiebeker. Zie hier het resultaat en oordeel zelf (hebben wij ook gedaan)