Tag archieven: Otranto

Italië 2

Maandag 27 september 2021

Het was weer een normale vakantiedag! Om 06:45 uur gaat de wekker, om 07:00 uur eten we bij de bakker een ontbijtje en om 07:15 uur staan we bij de bushalte. We verplaatsen ons vandaag van de westkant van de Italiaanse laars naar de oostkant; van het scheenbeen naar de kuit.
Het is vandaag een stuk bewolkter dan de voorgaande dagen, het lijkt een goed moment om te vertrekken.
De bus arriveert eerder dan verwacht en daar gaan we weer, eerst naar Salerno. Het is een ritje van ongeveer een uur als je op het juiste moment uitstapt. Wij blijven een paar haltes langer zitten en doen er vijf kwartier over. Het kostte niets extra.
We kopen treinkaartjes naar Ferrandina en drinken op de hoek van de straat nog een espresso. Om 09:25 uur vertrekt de trein vanaf perron 4.

De treinreis duurt maar twee-en-een-half uur, maar als we hadden geweten dat we in een koelwagon zouden worden vervoerd hadden we onze ski-jas meegenomen.
Het landschap is heel anders dan aan de Amalfikust. Geen dorpjes die tegen een bergwand aangeplakt liggen, maar een dor heuvellandschap met hier en daar een gehucht. We volgen de loop van de rivier Campania Basilicata en stoppen slechts een enkele keer: Battipaglia, Sicignano, Bella-Muro, Potenza, Grassano en dan zijn we in Ferrandina. We stappen uit de trein en gaan op zoek naar een busstation. Als we het perron aflopen komen we al snel tot de ontdekking dat hier geen busstation is, maar ook geen spoorwegpersoneel dat ons kan helpen. Het ziet er hier verlaten uit. Het stationsgebouw is verlaten en er zitten tralies voor de ramen. Het ziet er allemaal erg spooky uit en dat wordt versterkt als we de tekst op de voorkant van het stationsgebouw zien.

Uiteindelijk zien we aan de buitenkant van het stationsgebouw een aanplakbiljet van D’Agostino Tour met een adres van een website waar je de bustickets kunt bestellen. Gelukkig hoef je geen doorgewinterde Italiaan te zijn om 2 bustickets te bestellen, maar nadat we de bevestigingsmail hebben ontvangen wachten we 3 kwartier in spanning of er ook echt een bus zal komen.
De moderne techniek staat voor niets, want een paar minuten voor enen komt er een bus aanrijden. We laten de bevestigingsmail zien, de chauffeur maakt er een foto van en exact om 13:00 uur gaan we op weg naar Matera.

De busrit duurt dit keer maar een half uur en om 13:30 uur arriveren we op het busstation van Matera. Dan is het nog 5 minuutjes lopen naar onze B&B (maar zonder laatste B). Helaas is er niemand aanwezig, dus we lopen maar even verder om op een terrasje wat te drinken. Ondertussen sturen we een berichtje naar de eigenaar van de B&- en die laat weten dat hij er om 15:00 uur zal zijn. Wij gebruiken dit momentje om een lunch naar binnen te werken.

Een paar minuten na drieën komt de eigenaar van de B&- aanlopen en kunnen we binnen. Snel inchecken, informatie van de eigenaar absorberen, spullen op de kamer en op pad.
Vandaag hebben we nog net wat tijd om aan de sassi van Matera te snuffelen.
Sassi zijn grotwoningen die vanaf de achtste eeuw dienst deden als schuilplaats voor kloosterlingen die gevlucht waren uit het Byzantijnse rijk. Langzamerhand werden er meer ‘woningen’ in de grotten uitgehakt en ontstonden er zelfs kloosters in de rotsen.
In de 13e eeuw werden de sassi voor het eerst genoemd in documenten. In de sassi leefden toen gezinnen met kippen en ander vee. In de jaren vijftig van de vorige eeuw woonden er nog zo’n dertigduizend mensen in de grotwoningen, maar de omstandigheden waren zo erbarmelijk dat het sterftecijfer erg hoog lag. Om die reden werd het besluit genomen dat iedereen de sassi moest verlaten.

Wij lopen een paar uurtjes door de wijken Sasso Barisano en Sasso Caveoso en moeten oppassen om niet te verdwalen. Smalle steegjes, trappetjes, doorgangetjes, kerkjes en natuurlijk de grotwoningen waarvan de meeste inmiddels wel een nieuwe bestemming hebben gekregen.
Morgen hebben we de hele dag om de hoogtepunten van deze wijken te ontdekken, maar we kunnen het ‘s-avonds niet laten om vanaf het uitkijkpunt over Sasso Barisano te kijken.

Dinsdag 28 september 2021

Vandaag hebben we de hele dag de tijd om Matera te ontdekken, maar eerst op zoek naar een ontbijtje. Het is 09:00 uur en het valt op dat veel restaurants de poorten nog gesloten hebben. Bij het Piazza Vittorio Veneto vinden we een terras dat open is. Het ontbijt is van het gebruikelijke Italiaanse recept: cappuccino met een broodje gevuld met jam.

We lopen vanochtend eerst naar het Parco Regionale della Murgia Materana omdat je daar een mooi uitzicht op Materano hebt. Dit blijkt echter makkelijker gezegd dan gedaan, want de wandeling is geen makkie. Het pad met rotsen, lossen stenen en zand is glibberig naar beneden en de trappen (daar zijn ze weer) zijn alleen met reuzenpassen te nemen. We dalen eerst af naar het riviertje dat het park van de stad scheidt en steken dan de rivier over via een hangbrug. Daarna klauteren we een soortgelijk pad omhoog. Onderweg komen we grotten tegen die vroeger ook als woning hebben gefungeerd. Na ruim anderhalf uur glijden en klauteren zijn we boven.

Het uitzicht op de stad Matera is adembenemend, zeker als de zon er op schijnt. Dit zijn de plaatjes die je in de reisfolders ziet. We lopen wat heen en weer en zoeken het beste uitzichtpunt. Vanaf hier kun je de meest authentieke grotwoningen bij Sasso Caveoso goed zien. Bij een aantal ervan is men druk aan het werk. Het lijkt erop dat die omgetoverd worden tot hotel.

Helaas is er geen makkelijke weg terug, dus we gaan in omgekeerde richting terug naar Matera. De lastige stukken van het pad gaan nu omhoog en dat is een stuk makkelijker dan naar beneden. Toch doen we er een uurtje over om terug te komen. We gaan bij het eerste de beste terrasje zitten en bestellen een espresso. Eerst maar even bijkomen voordat we de stad in gaan.

We zoeken eerst een plek waar we de Chiesa di Santa Maria de Idris goed kunnen zien. Het is een van de bekendste plaatjes bij de sassi van Matera. Deze rotskerk wordt al in documenten uit de 14e eeuw genoemd. Gisteren zijn we al even in de kerk geweest en hebben we daar de eeuwenoude fresco’s kunnen bewonderen.

Vanaf het uitzichtpunt op de oude rotskerk lopen we een willekeurig steegje in en vervolgens gaan we kris-kras door de smalle straatjes van Matera op zoek naar nog meer unieke plekjes.
We komen bij het Convento di Sant’Agostino aan de noordkant van de stad. Dit is goede plek om even te gaan zitten een espresso te nemen. Daarna lopen we langs de Chieso di San Pietro Barisano die tussen de huizen gebouwd lijkt te zijn.

Om een goed beeld te krijgen hoe de mensen destijds leefden is er een grotwoning ‘aangekleed’ zoals dat er toen uitzag. Dat wil je natuurlijk niet missen (hoewel Diana daar niet zo’n moeite mee heeft). Ik koop een kaartje en open op mijn telefoon de bijbehorende website waar je een heel verhaal krijgt te horen. Het heeft een hoog openluchtmuseum-gehalte, maar nu weet ik in ieder geval waar de kippen in de grotwoning sliepen, waarom het bed zo hoog op de poten staat, wat de extra functie was van de grote laden in de kasten en waar de varkens hun behoefte deden in de grotwoning. Best gezellig allemaal.

Heel veel steegjes, trappen en uitgebouwde grotwoningen later komen we dan bij westelijke ingang van de Sasso Barisano en gaan daar op het terras van Ristorante Nadi zitten. Het is tijd voor de lunch!
Terwijl wij zitten te wachten op onze Italiaanse lunch komt er een Belgische groep toeristen op leeftijd aan strompelen. Sommige moeten door medereizigers ondersteund worden. Ze hebben duidelijk moeite met de grove bestrating en de onbenullige traptreden. Je vraagt je af waarom deze mensen naar Matera komen. Deze stad is zeer slecht toegankelijk voor oudere mensen (57+) met een slechte conditie en vastgeroeste knieën.

Na de welverdiende lunch lopen we nog een uurtje door de Sasso op zoek naar sassi die we nog niet gezien hebben. We zien een kerk met doodshoofden op de voordeur, heel veel gebeeldhouwde geestelijke figuren, tot luxe hotels omgebouwde grotwoningen, terrasjes en nog eens terrasjes.
Nergens vinden we sporen van filmopnames van de nieuwste James Bond. Hoewel Daniel Craig meestal wel een puinzooi achterlaat hebben we die hier niet gevonden. Gaat het zien in een bioscoop bij u in de buurt: No Time To Die! Persoonlijk vind ik dit overigens een veel beter levensmotto dan die van Goethe nadat hij Napels had gezien.
Rond 15:00 uur vinden we dat we Matera wel gezien hebben en nestelen we ons op een van die terrasjes. Het is tijd voor een momentje rust en een slokje bier.

‘s-Avonds eten we opnieuw bij Capatosta. Dit restaurant serveert net even andere gerechten dan een gemiddeld restaurant. Vandaag dus geen pizza of spaghetti. Daarna nog een espresso bij het grote plein en dan maar weer de koffertjes inpakken voor de reis van morgen.

Woensdag 29 september 2021

Vandaag gaan we op weg naar onze zuidelijkste overnachting van deze vakantie: Lecce. Eerst met de trein van Matera naar Altamura waar we 4 minuten hebben om over te stappen. Dan door naar Bari waar we een half uur hebben om treinkaartjes te kopen en de trein naar Lecce te vinden.
Wat de vertrektijd betreft hebben we 2 opties: 07:53 uur vertrekken of 10:01 uur vertrekken en je raadt het al, we vertrekken om 07:53 uur.

Over de hele treinreis valt eigenlijk niet veel te vertellen. We stoppen in wat onbeduidende plaatsjes en van Bari zien we alleen de ticketoffice en een drankautomaat (maar dat gaan we over een paar dagen goedmaken). Onderweg zien we vooral olijfbomen, olijfbomen en nog eens olijfbomen. We dommelen wat, eten een zak snoep leeg en net voor 11:45 uur rijden we het station van Lecce binnen.

We lopen in een paar minuten naar onze B&B en gelukkig zit hier wel iemand achter een balie zodat we naar binnen kunnen. Helaas is onze kamer nog niet gereed, maar we kunnen onze koffertjes achter laten en gaan dan eerst op zoek naar een bakkie espresso.
Na een dubbele espresso en een heerlijk stuk (machtig) walnootgebak, gaan we op zoek naar de Duomo.

Volgens Massimiliano (de man achter de balie en nee, die naam is niet verzonnen) moet je de kathedraal zowel overdag als ‘s-avonds zien. We lopen een paar steegjes door en komen dan bij de Piazza del Duomo. Tot grote teleurstelling staat de 72 meter hoge klokkentoren in de steigers, terwijl we toch hadden aangegeven dat we hier op 29 september zouden zijn. Wel fijn dat de sint alles in de gaten houdt.

Lecce is een stad van mooie gebouwen, kerken en pleintjes, heel veel mooie gebouwen, kerken en pleintjes! In de 17e en 19e eeuw hebben ze hier behoorlijk uitgepakt. Vrijwel alle gebouwen zijn in dezelfde barokke stijl waardoor de stad een samenhangend geheel vormt. Loop je hier te lang rond, dan zou het allemaal wel eens te veel kunnen worden met een soort kerk-en-pleintjes-vermoeidheid tot gevolg.
Wij hebben hier slechts een dag dus voor ons zal het wel meevallen. Voorlopig genieten we nog van al die pracht en praal.
Dat het niet alleen de barokke architectuur is dat hier de klok slaat blijkt wel bij het Romeinse theater en het Romeinse amfitheater.

We wandelen verder door de smalle straatjes en het lijkt wel of elk huis een fraai bewerkt ornament bij de deur heeft hangen. De straten zijn schoon en opgeruimd en dat is in sommige Italiaanse steden wel anders. De tijd vliegt voorbij en nadat we door een van de oude stadspoorten van Lecce weer een steegje ingelopen zijn, gaan we bij een cafeetje zitten om een broodje te eten.

Na de korte lunchbreak duiken we weer de straatjes van Lecce in en krijgen zo langzamerhand een stijve nek omdat we steeds omhoog gluren naar de fantastische details op de gebouwen.
We komen ook bij het kasteel van Carlos V, maar daar moet nog wel wat opknapwerk gebeuren voordat dit op ons lijstje met top-bezienswaardigheden komt. Het is inmiddels wel weer tijd voor een heerlijk Italiaans ijsje, dus niet ver van het kasteel gaan we weer even zitten.

Dan is het tijd om op zoek te gaan naar wat wordt gezien als het belangrijkste barokke pronkstuk van de stad: Basilica di Santa Croce. We lopen via het Palazzo del Governo naar de Via Umberto I en zien daar de kerk met al z’n pracht en praal al staan. Men is niet unaniem in het oordeel over de kerk. Zo zijn er ook critici die bij het zien van de kerk oordeelden dat dit alleen maar bedacht kan zijn door een mafkees met een nachtmerrie.
De gevel is versierd met de gekste voorstellingen. De beeldhouwers moeten een beste joint hebben gerookt toen ze bezig waren: schapen, dodo’s, cherubijnen en andere beesten sieren de gevel, maar natuurlijk staan er ook kerkelijke beelden tussen. Wij kunnen het wel waarderen!

We gaan even terug naar het hotel en buigen ons over het programma van morgen. We willen eigenlijk naar de kust, maar de dienstregeling van trein en bus is sinds 6 september zo uitgekleed dat het nog een klus wordt ergens te komen. Het lijkt erop dat we er met een bus-trein-bus verbinding kunnen komen, maar dat gaan we morgen wel merken als we kaartjes proberen te kopen.

Omdat Massimiliano ons had aangeraden om vooral ook ‘s-avonds de kathedraal te gaan bekijken, doen we dat. Het is erg gezellig in de straatjes. De vele restaurantjes hebben overal tafeltjes in de steegjes staan waar je kan eten.
Bij de Duomo aangekomen blijkt de kathedraal wat simpeltjes uitgelicht te zijn; grote schijnwerper erop en klaar! Niet heel bijzonder dus, tenzij je er twee kaaskoppen voor hangt.

Donderdag 30 september 2021

We hebben dit keer een Bed met Breakfast en dit ontbijt is on-Italiaans goed! We laten het ons goed smaken en met iets te strakke kleding gaan we dan op pad.
Eerst even naar het station om het bus-trein-trein kaartje naar Otranto te kopen en dan nog even de stad in voor een bakkie. De bus gaat pas om 10:15 uur dus we hebben nog even.

Vandaag gaan we naar Otranto, een klein plaatsje met een bijzondere kathedraal maar vooral heerlijk aan zee gelegen. Otranto is ook nog eens de meest oostelijk gelegen stad in Italië. Je zou van hier Albanië moeten kunnen zien liggen.
Als we een maandje eerder waren geweest hadden we een rechtstreeks trein of bus kunnen nemen, maar in het na-seizoen gaat het allemaal wat omslachtiger. Eerst met de bus naar Zollino, dan met de trein naar Maglie en daar overstappen op de trein naar Otranto.
De luxe bus vertrekt netjes op tijd. Het is 55 minuten naar Zollino, dus we gaan maar even goed voor zitten. Het is geen bijzonder ritje, we moeten een paar keer een klein dorpje in omdat daar een bushalte is (waar niemand staat te wachten), maar voor de rest gaat het over de grote weg. Bij het station van Zollino worden we er uitgegooid en hebben we nog even tijd voor een espresso.

De trein/wagon waarvan we dachten dat die uitgerangeerd stond weg te roesten blijkt onze trein naar Maglie te zijn. We nemen plaats op de bank en precies op tijd vertrekt het oude beessie.
Het voelt alsof er een paar kleine Italiaantjes als een gek de trein tegen een berg op aan het voortduwen zijn. Er zit helemaal geen vaart in. Het geeft ons wel de gelegenheid om het droge landschap van de zuidelijke provincie Puglia te aanschouwen.
De trein heeft er uiteindelijk een half uur over gedaan om de 15km naar Maglie af te leggen.

In Maglie wisselen we van trein, maar ook de trein naar Otranto is van het vooroorlogse type. We gaan weer bij het raampje zitten en zetten ons schrap voor het laatste stukje.
Het valt ons opnieuw op dat de olijfbomen bijna allemaal dood zijn. Dit zagen we ook al toen we in de trein naar Lecce zaten. In deze provincie strekken de gaarden met olijfbomen zich uit tot de horizon, kilometers ver en bijna alles is dor en dood. Grote knoestige bomen, vele tientallen jaren oud, geen groen blaadje te zien, een heel triest gezicht.
Het blijkt het gevolg te zijn van een bacterie (Xylella fastidiosa) die nog niet eerder in Europa was opgedoken. Dezelfde bacterie heeft huisgehouden in wijngaarden in Californië en onder citrusbomen in Brazilië. De dode olijfbomen zijn een enorme klap voor deze regio. Puglia neemt nl. veertig procent van de export van Italiaanse olijfolie voor haar rekening. Inmiddels zijn er resistente varianten van de olijfboom gekweekt, maar voordat het landschap er weer uitziet als een paar jaar geleden ben je generaties olijfboeren verder.

Om 12:30 uur landt het roestige rijtuig in Otranto en lopen wij richting de zee. Het blauwe zeewater is waanzinnig helder en we hebben direct spijt dat we geen badkleding bij ons hebben. We lopen over de boulevard en stoppen steeds om een foto te maken. De ene plek is nog mooiere dan de andere. Nadat we genoeg zeewater voor een half jaar hebben gefotografeerd, zoeken we een terrasje met uitzicht op zee en gaan we lunchen.

De broodjes bij de lunch waren weer veel te groot. We voelen ons genoodzaakt ook vandaag weer minstens 15.000 stappen te maken. We gaan op pad door de straatjes van Otranto.
Het is een heel sfeervol stadje en in elk steegje binnen de oude stadsmuren hangt een sprookjesachtige sfeer. Dat laatste moet je dan wel tussen de oogharen door zien, want de commercie van het toerisme heeft hier ook wel voet aan wal gekregen want het tourisme heeft er ook voet aan wal gekregen. Ze doen hier erg hun best om elk stukje muur vol te hangen met souveniertjes.

Door die ligging, op het meest oostelijke stukje Puglia, kent Otranto een bewogen geschiedenis. Het was de eerste plek waar veroveraars van overzee aan land kwamen. De beruchtste aanval is die van de Turken in de zomer van 1480. Een vloot van meer dan honderd schepen zette achttienduizend soldaten aan land om de stad in te nemen.
De inwoners van Otranto hielden slechts enkele dagen stand, maar uiteindelijk wisten de Turken het stadje op de knieën te dwingen en dat ging veel geweld gepaard. Zo werden alle mannen en alle jongens ouder dan vijftien jaar gedood en werden de vrouwen en kinderen verkocht als slaven.
Achthonderddertien inwoners van de stad sloten zich op in de kathedraal en probeerden zo aan hun lot te ontkomen. De Turken eisten toen dat alle achthonderddertien vluchtelingen zich zouden bekeren tot de Islam.
Toen men dat weigerde, werden ze allemaal gedood. In 1771 werden deze ‘martelaren van Otranto’ heilig verklaard. De botten van alle achthonderddertien martelaren werden naar de kathedraal overgebracht, waar je ze nog altijd kunt zien in de Cappella dei Martiri in het rechterschip.

Wij gaan ‘s-middags een bezoekje brengen aan deze kathedraal. De deuren gaan om 15:00 uur open en als we een paar minuten ervoor bij de kathedraal aankomen lijkt het wel of de uitverkoop is begonnen. Groepen mensen staan in de starthouding om de kathedraal binnen te gaan.
Het is dan ook niet voor niets dat de mensen zich hier verdringen. Er is in Italie geen 2e kathedraal zoals deze. Het gebouw dateert uit de 11e eeuw, maar sindsdien heeft de kathedraal wel een paar facelifts gehad. Het hoogtepunt van het bezoek aan de kathedraal is het enorme 12e eeuwse mozaïek dat de hele vloer beslaat. Je herkent er een levensboom, de toren van Babel, de tekens van de dierenriem en de ark van Noach. Het schijnt dat de hele vloer door één monnik is gemaakt; het ultieme monnikenwerk!

Na de kathedraal doen we ook nog even een rondje om het kasteel van Otranto. Dit kasteel is aan het eind van de 15e eeuw gebouwd, niet lang na de Turkse inval. Het kasteel heeft enorme dikke muren en zal zeker bestand geweest zijn tegen elke indringer uit die tijd. Het kasteel is nu nog steeds in goede staat en in het zonlicht van de late middag ziet het er prachtig uit.

We gaan op weg naar het treinstation van Otranto, maar eerst nemen we nog een drankje op een terrasje aan zee. Daarna lopen we via de boulevard naar de trein en kijken af en toe nog over onze schouder naar de prachtige blauwe zee.
Bij het treinstation kopen we de kaartjes voor de terugweg en om 16:22 uur verlaat het oude boemeltreintje het station. Via Maglie en Zollina komen we uiteindelijk iets na 18:00 uur weer in Lecce aan.

Vrijdag 1 oktober 2021

Vandaag gaan we weer in noordelijke richting, maar niet voordat we ons nog een keer uitgeleefd hebben bij het fantastische ontbijtbuffet. We hoeven ons niet te haasten want onze trein vertrekt om 10:13 uur; we hebben de tijd.
Op het station kopen we de treinkaartjes voor de rit naar Bari en wachten we op perron 1 tot de trein arriveert.
We zoeken een plekje in de rijrichting en volgens Trenitalia zijn we dan iets voor 12:00 uur in Bari.
Over de rit valt niet zoveel te zeggen en kan ik beter verwijzen naar 27 september toen we deze rit in omgekeerde richting hebben afgelegd.

We stappen nog voor 12:00 uur van het perron in Bari en gaan dan op zoek naar ons hotel. Volgens Google Maps is het 14 minuten lopen. Onderweg nemen we nog een koffie met een broodje en als we even later in de buurt van de zee komen zien we de vlaggen van ons hotel al wapperen.
Als we het hotel binnengaan zegt Diana dat dit helemaal niet ons hotel is. Wij hebben het Hi Hotel geboekt en dit is het iH Hotel. Daar is iets mis gegaan in de communicatie (tussen ons). Als ik het Hi Hotel bij Google Maps intik zie ik dat het bijna een uur lopen is vanaf het iH Hotel (kun je het nog volgen?).
Op de kaart zien we dat het Hi Hotel eigenlijk wel wat ver weg ligt van het centrum van Bari dus we besluiten het Hi Hotel maar te annuleren. Omdat het iH Hotel ruimschoots boven ons budget gaat, moeten we dus ter plekke nog wat anders zoeken. Uiteindelijk valt onze keuze op het Mercure.

Het Mercure is vanaf het iH Hotel een half uurtje lopen, dus daar gaan we weer. Op deze manier zien we gelijk een stukje Bari. Niet het mooiste stukje, maar we klagen niet (toch?).
Omdat we member zijn bij de Accor-groep krijgen we een beetje korting bij het Mercure dus dat maakt weer wat goed.
De spullen gaan op de kamer en wij gaan naar downtown Bari. We hebben eigenlijk geen idee wat we van Bari moeten verwachten, maar we gaan het zien.

We lopen via het treinstation omdat we nog even willen informeren waar de bus naar Alberobello vertrekt (zaterdag) en wat de handigste manier is om bij de luchthaven te komen (zondag). Het is even zoeken, maar een half uurtje laten zijn we volledig op de hoogte en lopen we het centrum van Bari in.
Het lijkt erop dat we via de PC Hooftstraat van Bari lopen, want we zien alle grote merknamen op de gevels: Gucci, Luis Vutton, Prada, Ralph Lauren, Michael Kors, Hermes en ga maar door. Helaas zijn we aan het eind van de vakantie, het geld is op.

Vanaf de dure-winkels-straat lopen we de smalle steegjes van Bari in. Het lijkte erop dat het vandaag wasdag is, want de balkonnetje hangen vol. Omdat we voor Bari niet zoveel voorbereid hebben lopen we maar wat kris-kras door het oude centrum van deze havenstad: Bari Vecchia.
We komen er al snel achter dat we deze stad onderschat hebben. De op een na grootste stad van Zuid-Italië is de moeite waard.

We zijn op weg naar het kasteel dat oorspronkelijk door Roger de Noorman in de 12e eeuw is gebouwd als we in een smal steegje een paar dames achter een tafeltje zien zitten. Ze doen iets met vlugge handbewegingen dus wij gaan uitzoeken waar ze mee bezig zijn.
Het blijkt dat deze dames hier in het steegje de lekkerste orecchiette (pasta) aan het maken zijn waarbij ze natuurlijk met elkaar aan het kwekken zijn. Ze maken de pasta meestal ‘s-ochtends en laten die dan ‘s-middags drogen. Wij hebben het geluk dat deze luie dames er ook na het middaguur nog mee bezig zijn (of zou het iets met de toeristen te maken hebben?).

Via het kasteel lopen we naar de Basilica di San Nicola. Dan denk je: San Nicola, klinkt als Sint Nicolaas, is dat……..
Ga er maar eens goed voor zitten lieve kinderen, want nu volgt een alternatieve versie van het verhaal van de Sint.
Op 6 december van het jaar 324 stierf de goedaardige en alom geliefde bisschop Nicolaas in het stadje Myra (Turkije). Veel later besloot de kerk om hem, vanwege de vele goede daden en de wonderen die hij tijdens zijn leven had verricht, heilig te verklaren.
Een voorbeeld van zijn goede daden. Sint Nicolaas van Myra (Klaas voor vrienden) hielp op een dag een arme man en zijn drie dochters. De man hield van zijn dochters, maar kon het van zijn leven niet opbrengen om driemaal een bruidsschat op te hoesten. Daarmee was het lot van zijn dochters bezegeld; ze zouden als slaaf verkocht worden.Toen hij op het punt stond zijn bloedeigen kinderen te verkopen, geschiedde een wonder. Driemaal werd er een buidel met goud door de ramen naar binnen gegooid. Elke buidel was goed voor een volwaardige bruidsschat. Er wordt bovendien verteld dat de buidels precies in de schoenen terecht kwamen, die voor de haard stonden te drogen…(komt dat bekend voor?).

Mooi verhaal, maar hoe zit dat nou met Nicolaas en Bari?
Na zijn dood in 324 werd het graf van de bisschop van Myra bijgezet in de lokale basiliek. Volgens de overlevering had de goedheiligman, tijdens een reis door Italië de wens geuit om in Bari zijn laatste rustplaats te vinden. Het veel noordelijker gelegen Venetië claimde echter hetzelfde, maar Bari heeft de overblijfselen van de patroonheilige uiteindelijk in handen weten te krijgen. Bari bleek het snelst ter plekke en bracht Sint Nicolaas’ botten aan boord van het schip om hem voorgoed mee naar huis te nemen. Nog ieder jaar wordt zijn aankomst in Bari tussen 7 en 9 mei gevierd met een processie die begint op de Adriatische Zee.

De lokale abt Elia gaf voor die gelegenheid opdracht om een nieuwe kerk te bouwen die het veel bevochten reliek waardig was. De crypte van de kerk was twee jaar later af en werd ingewijd door paus Urbanus II. Over het afmaken van de rest van de kerk werd nog wel even gedaan; pas in 1197 werd de Basilica di San Nicola ingewijd en in gebruik genomen. San Nicola werd patroonheilige van de havenstad.
Onder de kerk bevindt zich de crypte met daarin de tombe van Nicolaas, die is uitgegroeid tot een belangrijk pelgrimsoord voor veel katholieken en voor orthodoxe christenen uit Oost-Europa.
Hier rust dus de enige echte Sint Nicolaas, maar lieve kindertjes laat dat de pret op pakjesavond niet bederven, want dit is ook maar een verhaaltje.

Vanaf de basiliek lopen we via een aantal smalle steegjes naar de waterkant en nemen we plaats op een terrasje met uitzicht op de haven. We bestellen een versnapering en kijken hoe de kleine bootjes af en aan varen. Hier kunnen we het wel een tijdje uithouden en dat doen we dan ook.

‘s-Avonds is het gezellig druk in het oude centrum van Bari. Er is veel jeugd op de been die de McDonalds lijken te hebben omsingeld. Wij kiezen voor een veel Italiaanser gerecht: Pizza! Zo uit de oven op ons bordje, heerlijk! Moeten we niet te vaak doen, want dan riskeren we een overgewicht-boete bij Transavia.

Zaterdag 2 oktober 2021

We hebben in het Mercure geen ontbijtbuffet tot onze beschikking. Het alternatief vinden we bij C House Bakery Cafe op het treinstation. Heerlijke cappuccino en al even heerlijke croissants of cornettos zoals ze die hier noemen. Daarna lopen we rustig naar de andere kant van het station want daar vertrekt om 10:00 uur onze bus naar Alberobello.

In het hart van de regio Puglia bevindt zich de Valle d’Itria. Deze vallei is beroemd vanwege de trulli die je er kunt vinden. Trulli zijn witte huisjes met een kegelvormig dak. Hoofdstad van de trulli is Alberobello.
De oudste trulli in Alberobello zijn sobere, simpele, stenen huisjes zonder raam of schoorsteen. De vroegste bewoners van het dorp waren dan ook straatarm. De leefomstandigheden van de landarbeiders werden door de bouw van de huisjes wel een stuk beter. Binnen werd het niet zo snel vochtig en de ruimtes bleven relatief koel in de zomer en warm in de winter.
Sinds 1996 staan alle trulli in Alberobello op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Dit en de plaatjes van Alberobello in de reisgidsen, trekt elk jaar enorme aantallen toeristen en wij doen daar vandaag aan mee.

De busrit naar Alberobello duurt iets meer dan een uur en tijdens de laatste kilometers zien we al regelmatig een trulli in het landschap staan. Als we worden losgelaten bij de bushalte in Alberobello lopen we in een rechte lijn naar het hart van trulli-town (en met ons nog 40 toeristen).
De bekendste wijk van Alberobello is Rione Monti. Hier staan zo’n duizend trulli die voor een groot deel volledig gerestaureerd zijn én gelijk omgetoverd tot souvenirwinkel of restaurant. Wij laten deze wijk nog even links liggen en starten in de wijk Rione Aia Piccolo.

In Rione Aia Piccola staan een paar honderd trulli, die grotendeels nog in gebruik zijn als woonhuis of verhuurd worden als vakantiehuisje. In deze wijk is het veel rustiger en daardoor ook veel authentieker en sfeervoller. Hier zie je af en toe nog een lokale bewoner die het stoepje voor de trullo veegt, of de plantjes bij de trullo water geeft. Hoewel deze huisjes niet door het toerisme worden gesponsord, staan ze er picobello bij.


Het is inderdaad best rustig in Aia Piccolo en dat geeft ons de gelegenheid om in alle rust door de steegjes tussen de trulli te dwalen en leuke plaatjes te schieten. We gaan ergens een espresso drinken en genieten van het uitzicht.

Uiteindelijk ontkomen we er niet aan en mengen we ons tussen de toeristen in de wijk Rione Monti. De sfeer is volkomen anders, bij vrijwel elke trullo wordt wel iets te koop aangeboden en de bezoekers nemen uitgebreid de tijd om zich te laten fotograferen bij een trullo. Je loopt er regelmatig schouder aan schouder waardoor je eigenlijk een mondkapje op zou moeten. We dwalen een tijdje door deze wijk en proberen toch de rustige plekjes te vinden.

De kegelvormige daken zijn soms versierd met symbolische, religieuze of ronduit mysterieuze symbolen. Dit is blijkbaar hun manier om het kwaad buiten de deur te houden.
We komen ook langs een paar bijzonder trulli: de trullo sovrano, de enige trullo met een verdieping, de Siamese trullo, waarbij er twee kegels aan elkaar zitten en de trullo kerk.

Het is inmiddels na enen als we besluiten een terrasje te zoeken voor de lunch. Dit valt nog helemaal niet omdat alle toeristen dezelfde gedachten lijken te hebben. Uiteindelijk vinden we een mooi plekje in de schaduw waar we een heerlijk broodje eten.
Na de lunch slenteren we terug naar het startpunt van onze trulli-tocht en genieten nog een laatste keer van de prachtige puntdaken. Dan lopen we verder naar de bushalte. De bus naar Bari gaat om 14:25 uur en die willen we niet missen.

Om 15:15 uur zijn we weer terug in Bari en we besluiten de rest van de middag bij het zwembad van het hotel door te brengen. Het voelt hier nog steeds als hoog zomer en daar moet je gebruik van maken.
Het is gelukkig niet druk bij het zwembad. We gooien onze handdoeken op een bedje in de zon en plonsen het zwembad in: even afkoelen!

Om 17:00 uur zakt de zon achter een grote pijnboom en dat is voor ons het teken om naar de kamer te gaan. Even tijd om de blog bij te werken, even douchen en dan weer op zoek naar een maal.
Het is knettersdruk in de stad. De jeugd heeft de straten overgenomen op zaterdagavond. Het is iets na 19:00 uur en dat is eigenlijk te vroeg om te gaan eten. Uiteindelijk vinden we een restaurant in de buurt van het kasteel. We bestellen orechettie, de pastaschelpjes die we gisteren live gemaakt hebben zien worden in het steegje iets verderop.
Het smaakt heerlijk en na deze maaltijd mengen we ons weer in de drukte op de hoofdstraat. Halverwege houden we even stil bij een prachtig stukje streetart.

Zondag 3 oktober 2021

Onze laatste dag van het Italiaanse avontuur is aangebroken. Er staat vandaag niets op het programma; we zien wel wat het wordt. Omdat we een hele late vlucht hebben proberen we een late check-out te ritselen, maar verder dan 13:00 uur krijgen we het niet geritseld. Omdat we geen zin hebben om de hele middag met onze spullen rond te dwalen betalen we maar voor de late check-out.

Na de scherpe onderhandelingen (?) gaan we op weg naar ons favoriete ontbijtcafe, maar die blijkt gesloten vanwege circostanze personali. Dan lopen we maar iets verder voor een McOntbijt.
Inmiddels hebben we bedacht wat we na het ontbijt gaan doen: een bezoekje aan het stadsstrand van Bari.
Het is een half uur wandelen over de boulevard en we voelen de zon weer op onze koontjes branden. Het is erg druk op de boulevard en we zijn onder de indruk van de hardlopers die zich onder deze omstandigheden in het zweet werken.

Aan de rechterkant van de boulevard scheurt het verkeer voorbij, aan de andere kant zie we hoe een groep suppers tegen de wind in ploetert. Aan de stijl van een aantal van hen is te zien dat het een groepsles voor beginners is.
Na een half uurtje komen we bij het stadsstrand, een kleine baai in een bocht van de boulevard. Het is er al lekker druk en de mensen van de surfschool verhogen de sfeer met knallende dance-muziek.

Er gebeurt van alles bij dit kleine strand. Er is een hondentrainer bezig om zijn wil op te leggen aan honden. Hij wandelt het water in en de honden moeten hem zwemmend volgen. Kinderen krijgen surfles en dat valt nog helemaal niet mee vandaag omdat er een stevige wind staat. Er liggen meerdere kite-zeilen klaar voor actie. We hopen dat we daar nog wat van zien.

Omdat het zo langzamerhand wel tijd is voor een bakkie koffie lopen we naar de overkant van de weg naar de enige ‘koffiebar’ die open is. Diana betaalt aan de ene kant van de zaak en haalt de espresso dan aan de andere kant van de zaak op. Best efficiënt als je eenmaal doorhebt dat het zo werkt.

Na het verkwikkende bakkie lopen we weer terug naar ‘Panne e Pomodoro’, want zo heet het stadsstrand. We gaan op de brede stenen rand langs het strand zitten en kijken naar alle bedrijvigheid, ondertussen worden we licht aangebakken.
Uiteindelijk zien we ook nog een kitesurfer het water op gaan. Met de stevige wind die er vandaag staat weet hij een enorme snelheid te bereiken.

Rond 12:30 beginnen we wat uitgedroogd te raken. We laten het strand achter ons en lopen via de boulevard terug naar Bari, op zoek naar een bar o.i.d. waar we wat vocht tot ons kunnen nemen. Die bar denken we gevonden te hebben bij La Biglietteria, maar als we daar een half uur nadat we onze bestelling hebben doorgegeven nog geen glas voor onze snufferd hebben staan, gaan we op zoek naar een andere tent.
Ergens in een zijstraatje bij een barretje met 3 tafeltjes proberen we het nog een keer en worden we op onze wenken bediend.

Je zal het niet gemerkt hebben, maar er ontbrak een belangrijk bewijsstuk in deze blog. Ik heb dan wel een spannend verhaal geschreven over de echte goedheiligman, er is nog geen foto waarop de beste man te zien is. Kosten noch moeite worden gespaard om een goed verhaal te schrijven dus de volgende missie is een foto van Nicolaas op de kop tikken.
Het is gezellig druk op alle pleintjes en in de steegjes van Bari. Wij mengen ons in de menigte en weten uiteindelijk het bewijsstuk te bemachtigen. Ik heb het toegevoegd aan het bericht van 1 oktober.

Het is nu wel hoog tijd om de inwendige mens van brandstof te voorzien, dus we gaan weer op zoek naar een terras. Het wordt een Biergarten, heel toepasselijk in Italië.
Een bier en een kaiserbroodje later gaan we weer op pad. Dit keer naar onze laatste stop: het zwembad bij het hotel. Onderweg kopen we nog wel even de treinkaartjes voor het ritje naar de luchthaven.

Om 15:00 uur liggen we bij het zwembad en hebben we tijd om het laatste tijdschrift uit te lezen en de laatste Apenkoppen op te maken. Het is nog steeds erg warm, maar hier hebben we een zwembad om af te koelen. We blijven hier liggen tot de zon bijna achter de hoge bomen in de mooie hoteltuin duikt en gaan dan naar de hotelkamer om ons om te kleden en de koffertjes in te pakken.

We checken uit, drinken nog een drankje op het terras van het hotel en gaan dan op pad. Nog even de stad in om wat te eten en dan met de trein naar de luchthaven van Bari. Het inchecken van Transavia gaat lekker vlot. We krijgen stoelen op de achterste rij van het vliegtuig.
Om 21:30 uur zitten we bij gate A9 en zijn klaar om naar huis te gaan.
We hebben ons (bijna) 2 weken erg goed vermaakt in Zuid-Italië. Cultuur, natuur, mooie steden en heel veel zon. Tot een volgende keer: arrivederci Italia.
Het vliegtuig van Trans is mooi op en tijd en het boarden gaat al even voortvarend als het inchecken. Om 23:00 uur hangen we in de lucht.