Tag archieven: Yogyakarta

Indonesië 2

Vrijdag 29 september

Vandaag een keer geen wekker hoeven zetten en dan gaan we ook maar wat langer naar het ontbijtbuffet.
Die buffetjes zijn bij de eerste drie hotels fantastisch, er ligt eigenlijk veel te veel. Op een beeldkrant staat hoeveel eten er de vorige dag is weggegooid. Duidelijk een bericht aan de gasten die hun bord veel te vol laden met van alles en nog wat om vervolgens de helft weg te doen. Tja, je zal maar te kort komen.

Na het ontbijt gaan we eerst naar de Tourist Information om een tweetal buskaarten voor vanmiddag op de kop te tikken. Dan lopen we verder naar de eerste bestemming van vandaag: Pasar Ngasem.
Deze markt heeft een lange geschiedenis en is oorspronkelijk opgericht als een koninklijke markt die diende voor de sultan en de koninklijke familie.
Pasar Ngasem staat vooral bekend om de verkoop van traditionele Javaanse kunstnijverheid, handwerk, textiel, zilverwerk, batik en andere souvenirs, maar wij vinden de gewone markt leuker. Het is een geweldige plek om unieke geschenken en souvenirs te kopen, maar dat vinden wij nu nog wat te snel.

We wilden dolgraag de Sumur Gumuling bezichtigen maar deze ondergrondse moskee is helaas (al 3 jaar) gesloten. We nemen toch even de moeite om rond de dikke bovengrondse muren te lopen. Je weet maar nooit, misschien hebben ze wel een deurtje open laten staan. Helaas is er geen deurtje te vinden.

Dan lopen we maar door naar Taman Sari. Dit waterpaleis werd gebouwd in de 18e eeuw tijdens het bewind van Sultan Hamengkubuwono I. Het diende oorspronkelijk als een koninklijk badhuis en recreatiecomplex. De architectuur van Taman Sari is een mix van Javaanse, Islamitische en Europese stijlen.

Het heeft bijzondere kenmerken zoals ondergrondse tunnels en een kunstmatig meer. Behalve als een plek voor de sultan om te ontspannen, diende Tamansari ook als een strategische plek voor de koninklijke familie om te schuilen in geval van een aanval. De ondergrondse tunnels zijn tegenwoordig een populaire plek voor een foto-shoot.

Het Koninklijk Paleis van Yogyakarta, of beter Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat, is een iconisch cultureel en historisch centrum in Yogyakarta.
Het Koninklijk Paleis is het traditionele huis van de sultans van Yogyakarta, die afstammen van de koninklijke families van Mataram en Yogyakarta. Het paleis heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw.

Het paleis is een prachtig voorbeeld van Javaanse hofarchitectuur. Het is gebouwd met traditionele Javaanse stijlelementen en heeft een indrukwekkende reeks paviljoens, binnenplaatsen en poorten. Niet dat wij ze allemaal gezien hebben, maar ik wil je geen informatie onthouden.
Hoewel het paleis vandaag de dag meer een cultureel en historisch monument is dan een bewoond koninklijk paleis, worden er nog steeds culturele evenementen gehouden. Dat zou voor de aandachtige lezer geen verrassing mogen zijn want de show die wij gisteravond bezochten was zo’n cultureel evenement.

Het Koninklijk Paleis herbergt ook een museum met een uitgebreide collectie van kunstvoorwerpen, kostuums, en erfstukken die de geschiedenis van Yogyakarta uitbeelden. Ook nu moeten we bekennen dat we hier maar heel weinig van gezien hebben.

We vinden dat we bij de (meeste) bezienswaardigheden van downtown Yogya nu wel een vinkje kunnen zetten en gaan op zoek naar een becak voor de terugreis naar de Jalan Malioboro waar we rond 13:00 uur de bus naar Prambanan willen pakken.

De becak coureur rijdt via allerlei binnendoor-weggetjes en als we bijna bij de hoofdstraat zijn worden onze neuzen geprikkeld door de lucht van kruiden. We rijden langs de Pasar Beringharjo, de markt staat waarvan wij dachten dat er alleen maar batikstoffen en kleding te koop zou zijn. We besluiten toch nog maar een rondje door de enorme markthal te maken.

Onze neuzen hebben ons niet voor de gek gehouden want helemaal in het achterste gedeelte van de markt vinden we de afdeling die wij het meest boeiend vinden. Groente, fruit en etenswaren die we nog nooit gezien hebben, maar ook kruiden. Het is zoals altijd een kleurrijk geheel dat extra kleurrijk wordt door de vaak bont geklede Indonesische mensen.

Behalve de koopwaar is er ook een gedeelte waar de bezoekers een hapje kunnen eten en net zoals overal op straat wordt ook hier kipsate bereid. Op een gloeiendheet houtskool vuurtje waar de rookwolken vanaf komen liggen hele ritsen sate’tjes goudbruin te worden.

Omdat wij nog een middagprogramma hebben houden we het na een half uurtje voor gezien en gaan naar de Starbucks aan de overkant (hoe groot kan het contrast zijn) voor een lichte lunch. We komen even op adem onder in de verkoelende lucht van de airco en tegen enen gaan we naar de bushalte bij de Tourist Information voor onze bus naar Prambanan.

Onze timing is perfect want slechts enkele minuten later komt de bus er al aanrijden. We zoeken een plekje en gaan er maar weer goed voor zitten. Door het drukke verkeer en de busstops heeft de bus een uur nodig voor de 15km naar Prambanan.
Vanaf de Pramabanan-bushalte is het nog maar een kilometer naar het tempelcomplex, maar wij hebben in de hitte geen zin om te lopen en kruipen weer in een becak.
Wat die hitte betreft; we hadden mensen al horen zeggen dat het erg heet is op het moment en nu wordt zelfs op weersites gesproken van extreme hitte in deze regio. We stellen ons dus niet aan.

We kopen een kaartje bij de ticket-office en gaan op pad. De Prambanan is het grootste Hindoeïstische bouwwerk van Indonesië en het op een na grootste van zudi-oost Azië (na Angkor Wat) . De Prambanan werd halverwege de negende eeuw gebouwd, en was het Hindoeïstische antwoord op de Borobudur waar we gisteren waren. Volgens historici werd de Prambanan gebouwd ter ere van de terugkeer van de Hindoeïstische Sanjaya-dinastie in Centraal Java. Toen de Islam zich echter vanuit het westen van het land over Indonesië verspreidde, verhuisden de Hindoe-koningen naar het oosten en raakte het complex in verval.

In de honderden jaren die volgden stortten gebouwen in als gevolg van aardbevingen, en werden de tempels geplunderd door schatzoekers. Pas in 1937 werd de eerste poging tot restauratie gedaan, maar het duurde nog tot 1991 voordat de majestueuze bouwwerken werden opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Helaas heeft de natuur daar geen boodschap aan, want in 2006 raakten de tempels wederom beschadigd, dit keer door een stevige aardbeving. De gevolgen daarvan zien wij ook want er liggen grote hoeveelheden stenen opgestapeld waar je nog wel een paar tempels van kunt bouwen.

De Candi Prambanan bestaat uit vele tempels, in verschillende vormen en maten. Het complex is opgedeeld in drie ringen, waarvan de binnenste de belangrijkste is. Hier staan zes tempels die zijn gewijd aan belangrijke figuren uit het Hindoeïstische geloof. Een groot deel van de omringende tempels is zo erg beschadigd door aardbevingen dat ze niet meer als zodanig zijn te herkennen (dat zijn dus die opgestapelde stenen). Van de zes tempels in de binnenste ring zijn er drie grote hoofdtempels, waarvan Candi Shiva Mahadeva de belangrijkste is. Dit pilaarvormige bouwwerk is 47 meter hoog en is gewijd aan hindoegod Shiva.

De Candi Shiva is prachtig versierd met figuren uit het Ramayana verhaal, het wereldberoemde liefdesverhaal dat gaat over een prins Rama en zijn vrouw Sita (dus niet Sita de zangeres) die in ballingschap in het bos leven. Sita wordt ontvoerd door de demonenkoning en wordt later door het Apenleger bevrijd. Ook hier kunnen we dus de geschiedenis teruglezen in stenen stripverhalen, net als bij de Borobudur. We bekijken de tempel vanuit alle hoeken en gaat via de stenen trap ook de tempel in om een blik te werpen op het beeld van Shiva.

Ten noorden van Candi Shiva Mahadeva ligt Candi Vishnu. Dit bouwwerk lijkt erg veel op zijn buurman, maar is met zijn 33 meter hoogte net een stukje kleiner. Ook deze tempel is rijkelijk versierd.
Dan is er ook nog Candi Brahma, de tempel ten zuiden van Candi Shiva Mahadeva. Deze is versierd met de laatste scenes van de Ramayana. In het hart van de tempel staat het beeld van Brahma, volgens de Hindoe’s de schepper van het universum. Ook hier maken we een rondje en klauteren we naar boven. Behalve de prachtige versiersels zijn er ook heel veel plekjes waar je mooie foto’s kunt maken.

We verlaten het eerste hof met tempels en voordat we verder lopen naar de volgende tempel in Prambanan Park halen we eerst wat te drinken. Als we niet opletten zijn we straks volledig verdampt
Via zo veel mogelijk schaduwplekjes komen we dan bij Candi Lumbung. In vergelijking met de eerdere tempels is dit maar een kleine tempeltje, maar nog steeds erg mooi. In tegenstelling tot Prambanan is Candi Lumbung een Boeddhistische tempel. Dit moet je er wel bij vertellen want wij zien het verschil niet.

De volgende tempel is Candi Bubrah. Dit is net als Candi Lumbung een tempel met een Boeddhistische achtergrond maar lang niet zo mooi als de tempels die we hiervoor hebben gezien. Op naar de volgende.

Zo’n 800 meter ten noorden van het Prambanan complex, ligt Candi Sewu. Normaal gesproken hebben we geen moeite met ‘2 rondjes om de baan’, maar in deze hitte lijken het heel veel meer dan 2 rondjes. Oorspronkelijk hoort deze Boeddhistische tempel helemaal niet bij de Prambanan, maar als je er toch bent kun je net zo goed een kijkje nemen. Candi Sewu is na de Borobudur het grootste Boeddhistische tempelcomplex van Indonesië en bestaat uit een grote hoofdtempel die wordt omringd door vier ringen met in totaal 240 kleinere tempels. De ravage van de aardbeving is hier erg goed te zien.

We gaan eerst even onder een afdakje zitten en drinken een flesje cola leeg. Dan maken we eenrondje bij Candi Sewu. Dit is ook een mooie grote tempel, maar zonder de hoeveelheid bezoekers die we bij de Prambanan tempel zagen. Het zonlicht wordt inmiddels wat zachter waardoor de foto’s er nog beter uitzien (of komt het door die toerist ?).

Na een uitgebreide inspectie van de Sewu tempel lopen we weer terug naar de Prambanan tempel om daar nog wat foto’s te maken met dit licht. Helaas zijn we niet de enige met deze gedachte want het is veel drukker dan eerder deze middag.

Ineens ziet Diana dat er een ceremonie plaatsvindt voor de Shivatempel. Ondanks de vermoeidheid trekt ze een kort sprintje met de camera in de aanslag. Dat is een mooi extraatje op deze warme middag.

Rond vier uur laten we de tempel en haar aanbidders achter ons en gaan we op weg naar de uitgang. Bij de eerste de beste koelkast nemen we nog een flesje drinken maar dan gaan we toch maar op zoek naar een becak. Hoewel we niets hebben afgesproken staat de coureur van de heenweg bij het hek te wachten. We stappen in zijn bakkie en hij levert ons weer zonder kleerscheuren af bij de bushalte.
Onze timing is weer fantastisch want de bus komt er net aanrijden. We zoeken een plekkie en gaan maar weer zitten voor de lange rit. Het helpt al helemaal niet dat we nu ook nog eens te maken krijgen met de spits rond Yogya, maar ach, we hoeven nergens heen.

We worden netjes afgeleverd bij bushalte Malioboro 2 en nadat we het statiegeld voor onze buskaarten hebben opgehaald hebben we wel trek gekregen. We besluiten om weer naar Bedhot Resto te gaan. Dit backpackers restaurantje bevindt zich in een duister steegje waar je niet gek mag opkijken als er een mes tussen je schouderbladen landt, maar het eten is voortreffelijk!

Om het diner helemaal af te maken gaan we naar Malio Gelato voor een ijsje. Dit moet het beste ijs in Yogya zijn want het is er erg druk. We nemen 2 bolletjes, Diana kiest voor de ‘koffie’ en ik neem ‘very berrie’. Een paar likjes later begrijpen we waarom hier elke dag zoveel mensen naar binnen gaan.

Zaterdag 30 september

Vandaag staat vooral in het teken van de KAI, de Indonesische spoorwegen. We mogen namelijk de hele dag in de trein verblijven. Voor de rit van Yogya naar Probolinggo trekt de KAI bijna 8 uur uit. Dat voor nog geen 15 euro!

Er is even een lichte paniek als blijkt dat er geen taxis beschikbaar zijn om ons naar het treinstation te brengen, maar de receptionist weet uiteindelijk toch een karretje naar het hotel te lokken.
De taxichauffeur levert ons mooi op tijd en tegen een hele schappelijke prijs bij het station af en nadat onze tickets zijn gecontroleerd nemen we plaats bij het perron.

De trein rijdt pas tegen half negen het station binnen dus we hebben niet veel tijd om onze stoelen te zoeken. Met een beetje hulp vinden we wagon 1 bisnis, maar stoelen zijn niet te vinden. Deze wagon heeft alleen maar banken! Dat noemen ze bisnis-klasse in Indonesië! Ach, we hoeven er maar 8 uur op te zitten…..

De treinreis verloopt voorspoedig en de banken zitten nog niet zo heel slecht als we vreesden. Rond twee uur zijn we in Surabaya waar de trein 20 minuten blijft staan. De halletjes worden gedweild, de wc krijgt een beurt en de bankleuning wordt omgedraaid. Omdat de trein vanaf Surabaya achteruit rijdt kun je toch vooruit reizen door de bankleuning om te klappen. Heel vernuftig.

De laatste 2 uur van Surabaya naar Probolinggo vliegen voorbij. We merken dat de zon begint te dalen en genieten van het uitzicht over rijstvelden in het zachte licht.

Om 16:30 uur rijden we station Probolinggo binnen. We hangen de rugzakken om de schouders en lopen de 800m naar het hotel. Het hotel is beter dan we hadden verwacht voor dit gehucht,
We checken in, gooien onze spullen op de kamer en gaan dan een Bromo Sunrise tour proberen te regelen.
Uiteindelijk komen we bij Bromo Java Paradise uit. We boeken een prive-tour en worden om 01:30 uur opgehaald door een chauffeur die luistert naar de naam Rizqi. We vragen ons af of dat nou een gelukkig naam is voor een chauffeur.

Om acht uur zijn we al op onze kamer. We leggen onze warmste kleding klaar want bovenop de Bromo daalt de temperatuur ‘s-nachts onder de 10 graden.
De wekker staat op 01:00 uur en we hopen nog wat te kunnen slapen.

Zondag 1 oktober

De wekker gaat zelfs om 00:30 uur al af. Gisteravond kwam er nog een appje achteraan: het zou erg druk worden, of we een half uurtje eerder kunnen. We zijn inmiddels gewend aan de wekker, dus dat half uurtje is geen probleem.
Tegen enen verschijnt Rizqi bij het hotel en hij rijdt ons in vliegende vaart naar Cemoro Lawang waar we overstappen op de Landcruiser die ons naar het uitzichtpunt moet brengen.
We hebben ongeveer een uur nodig om via een slingerweg boven te komen en de chauffeur weet een mooi parkeerplekje te vinden, vlak bij het begin van het laatste klimmetje dat we te voet moeten afleggen.

Omdat de zonsopkomst nog wel even op zich laat wachten gaan we in een van de houten keetjes zitten die hier langs de weg staan. De vrouwen uit de omgeving hebben slim ingespeeld op de enorme hoeveelheid verkleumde toeristen die iets warms willen drinken of eten. Daar is geld aan te verdienen. Bovendien verkopen ze jassen, mutsen en handschoenen tegen de kou.

Om 04:30 uur gaan we dan de kou in, op weg naar het uitkijkpunt. Zoals gezegd zijn we niet de enigen die dit spektakel willen meemaken. De uitzichtpunten (ja, er zijn er meer) stromen vol en iedereen zoekt redelijk fatsoenlijk een plekje voor het mooiste plaatje.

Naarmate de zon hoger komt te staan wordt het fotograferen wat makkelijker en kun je zelfs met je telefoon een leuke selfie. Maken met de Bromo op de achtergrond. We kunnen niet achterblijven en doen dat ook niet.

Ruim na vijfen houden we het voor gezien en lopen we samen met Rizqi terug naar de Landcruiser. We maken de chauffeur wakker en niet veel later gaan we op weg om de Bromo van dichtbij te bekijken.
Dat het verkeer in Indonesië onvoorspelbaar is hebben we van dichtbij meegemaakt, maar dat je op zo’n slingerweggetje ook shocking klem kan komen te staan is een nieuw dieptepunt (of hier een hoogtepunt).

Een korte toelichting bij deze file is wel op z’n plaats. De smalle slingerweg waarover wij naar boven zijn gereden doet ook dienst als parkeerplaats en bovendien zijn wij niet de enigen die in zo’n Toyota Landcruiser model ‘Indiana Jones’ rijden (of modelletjes die daar erg op lijken); iedereen heeft zo’n bak. Die wagens worden dus aan beide kanten van de weg geparkeerd en als de zon z’n koppie heeft laten zien gaat de hele meute terug naar z’n Landcruiser en wil iedereen gelijktijdig de auto draaien op het smalle weggetje. Sommige toeristen laten zich bovendien met een scooter of motor terugbrengen naar hun auto en dan is de chaos compleet.
Na een uur in de file te hebben stil gestaan zijn wij maar gaan lopen.

Uiteindelijk lost zo’n file ook weer op en net toen wij een uitzichtpunt hadden bereikt kwamen onze chauffeurs aangereden. Ze toeteren enthousiast als ze ons zien en zetten de auto aan de kant. Wij stappen in en dan slingeren we naar beneden, naar de ‘sea of sand’ en de Bromo vulkaan.
De Landcruisers scheuren over de zandvlakte naar een parkeerplaats waar we onze wandeling naar de vulkaan beginnen, maar voordat we daar zijn moet er nog wel een fotootje gemaakt worden in dit ruige landschap.

De sea of sand is een enorme zandvlakte in de caldera van een enorme megavulkaan, de Tengger-vulkaan. Deze enorme vulkaan is gedurende de geologische geschiedenis meerdere keren uitgebarsten. Deze uitbarstingen waren zo krachtig dat de top van de vulkaan uiteindelijk instortte en een enorme krater vormde, wat resulteerde in de vorming van de huidige caldera. Binnenin deze caldera zijn nieuwe vulkanen ontstaan zoals de Bromo die bekend staat om zijn regelmatige uitbarstingen en constante uitstoot van rook en as en de Semeru, ook wel ‘Great Mountain’, de hoogste piek op Java.
Het zand in dit gebied is fijn gemalen vulkanische as dat zich in de loop van de tijd opgebouwd heeft tot een bijna maanachtige landschap dat zorgt voor een dramatisch contrast met de omliggende vulkanen.

Als de auto netjes geparkeerd is gaan we op pad naar de Bromo. We gaan niet per pony naar de vulkaan (dat is iets voor de Chinezen en Indonesiers) maar banjeren door het mulle vulkaanzand, stofwolken achter ons latend.
Ik geloof dat ik het al eerder geschreven heb, maar we zijn niet alleen vandaag (!). Bij de trap die naar de kraterrand gaat staat al een enorme rij te wachten. We sluiten aan en onder het genot van een brandende zon wachten we netjes op onze beurt.
Als we de 253 treden bedwongen hebben staan we ineens aan de rand van de Bromo vulkaan en zie we de zwaveldampen uit de krater opstijgen.

We volgend de kraterrand in oostelijke richting en blijven vol bewondering in de diepte turen. De rand is soms best tricky en je wilt hier geen misstap maken. Na een paar honderd meter staat er een beeldje van Ganesha, beschermheilige van reizigers, op de kraterrand en daar wil natuurlijk iedereen een foto maken, ook wij.

We lopen nog iets verder, maar dan beginnen de zwaveldampen ineens toe te nemen en komen ze onze richting op. Het slaat direct op je keel en geeft een vervelend prikkelend gevoel, Dit is voor ons het teken om rechtsomkeer te maken en via de trap af te dalen naar de zandzee.

Bij de Landcruiser worden we al opgewacht door de chauffeur en als ook Rizqi weer van de partij is gaan we op naar Cemoro Lawang. Daar stappen we in de auto van Rizqi die ons in een klein uurtje terug naar ons hotel.
We gaan gelijk naar onze kamer om ons af te spoelen want het vulkanische as zit zelfs op plekken waar het daglicht niet komt.
Even later nemen we fris en fruitig plaats in de lobby en checken we onze mail. Dan nemen we nog een lichte lunch in het restaurant van het hotel en vervolgens laten we ons naar het treinstation brengen waar we bij de ticket counter onze treinkaartjes laten printen.

We zijn nu klaar voor het ritje van 4 uur naar Banyuwangi, maar omdat we nog even tijd hebben voordat de trein vertrekt gaan we in het gezelligste restaurant bij het treinstation nog wat drinken.
Om half vier lopen we terug naar het stationsgebouw, laten onze treinkaartjes controleren en nemen plaats op het perron.

Niet veel later rolt de trein binnen en gaan wij op zoek naar onze plekken. Als we in wagon 1 aankomen schrikken we wel even. De hele wagon zit al vol met vnl. Indonesische gezinnen die onderweg zijn naar huis of familie. Bovendien is alle bagageruimte volgepropt en lukt het nog maar net om een plekje voor onze rugzakken te vinden.
We nemen plaats op onze harde bank, proberen onze benen tussen die van de reizigers tegenover ons te schuiven en bedenken ons dat dit wel eens een lastig ritje kan worden.
Een advies van ons voor alle potentiele Indonesie-gangers: ga nooit in de Ekonomi-klasse van de KAI reizen. Ga lopen, koop een fiets, kruip in een onderzeeër, maar reis niet in de Ekonomi-klasse.

Om 20:10 uur arriveren we na een lange, lange treinrit van 4 uur eindelijk in Banyuwangi. We springen in een taxi en laten ons naar ons hotel brengen. Het aanzicht van dit hotel maakt alweer een klein beetje goed van de ellende van de afgelopen uren, maar dat zal pas echt blijken als het morgen de zon weer is opgekomen.

Maandag 2 oktober

Wat kan een mens naar de knoppen zijn na een actieve vakantiedag. De afgelopen nacht (weer) weinig geslapen. Knallende koppijn, misselijkheid, algemene misere. We hebben er allebei wel last van. We twijfelen zelfs of we wel naar de Ijen vulkaan moeten gaan.
Bij het ontbijt proppen we met veel tegenzin een broodje met suiker naar binnen. Diana besteld 2 cappuccino en dat is een goed idee blijkt later. We knappen langzaam op. Is het dan toch weer die (caffeine) verslaving die ons parten speelt?

Na het ontbijt besluiten we bij het zwembad te gaan liggen. Het daglicht laat dit hotelcomplex er nog beter uitzien dan we gisteren al vermoedden.
We zoeken 2 mooie bedjes uit en leggen onze handdoeken in de aanslag, maar duiken dan eerst even het zwembad in om op te knappen. Het water is behaaglijk warm. Hier kunnen we wel even liggen weken.

We bestellen een bak koffie en langzaam aan voelen we ons weer de oude. We voelen onszelf zelfs zo goed dat we de nachtelijke tocht naar de Ijen krater gaan boeken.
De rest van de dag blijven we lekker aan het zwembad liggen. ‘s-Middags wordt het wat bewolkter waardoor het nog aangenamer wordt op het ligbedje. Even wat slaap inhalen.

Rond vieren houden we het voor gezien en gaan we naar de kamer. We leggen de uitrusting voor vannacht klaar en gaan dan een hapje eten.
We nemen een lichte maaltijd en gaan dan proberen een paar uurtjes te slapen. Net als gisteren staat de wekker weer op 00:30 uur.

Dinsdag 3 oktober

We zijn dus weer vroeg uit de veren, voor de laatste keer…..waarschijnlijk. Snel wassen, tandjes poetsen en naar de lobby waar onze gids al staat te wachten. We krijgen gelijk een gasmasker en een hoofdlamp uitgedeeld. We zijn er klaar voor.
We stappen in de auto en vragen de chauffeur nog even langs de pinautomaat te rijden want we zijn aan onze laatste paar-honderd-duizend roepia’s toe.

Het ritje naar de Kawah Ijen duurt ongeveer een uur en nadat we een plekkie op de parkeerplaats hebben gevonden gaan we eerst nog even een bakkie thee drinken want de poort gaat pas om 02:00 uur open.
Het is nu al niet te vergelijken met de Bromo en dat verschil zal alleen maar groter worden.

Om kwart over twee koopt de chauffeur onze tickets en gaan we op weg met de gids. Bij de Bromo waren we met drie-en-een-halve minuut op het uitzichtpunt, maar hier hebben we twee-en-een-half uur pittig klimwerk voor de boeg.
We lopen in een gestaag tempo omhoog terwijl we proberen het pad voor ons te verlichten met de gekregen lamp. Gelukkig heeft iedereen zo’n lamp waardoor struikelpartijen achterwege blijven.
We hadden ons ook naar boven kunnen laten rijden in een soort kruiwagen met twee wielen waarbij een persoon de kruiwagen trekt en een ander de kruiwagen duwt. De kruiwagen-bestuurders vragen hier een stevige prijs voor, dus je hoeft geen medelij met ze te hebben. Toch ziet het er iets te lakei-achtig uit.
We lopen lekker door en om ons zie we dat veel beklimmers het moeilijk hebben. Vooral de Chinezen happen naar adem en zij worden ook het meest gesignaleerd in de kruiwagens.

Na 2 uur komen we bij de afslag naar het blauwe vuur. Op een groot bord wordt gewaarschuwd niet naar beneden te gaan maar de meesten gaan toch. Onze gids vertelt dat de afdaling volledig op eigen risico is. Er wordt geen hulp verleend als er wat gebeurt.
Het blauwe vuur wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van zwavelgassen in de vulkanische gassen die uit de krater ontsnappen. Wanneer deze zwavelgassen in contact komen met de zuurstof in de lucht en ontbranden, produceren ze een blauwe vlam. Dit alles heeft te maken met de productie van zwavel die hier plaatsvindt
De hete zwavelgassen worden naar een reeks buizen en leidingen geleid, waar ze worden blootgesteld aan de omgevingslucht. Dit zorgt ervoor dat de gassen afkoelen en condenseren tot vloeibare zwavel.
De vloeibare zwavel druppelt naar buiten, waar het stolt en uithardt. Dit leidt tot de vorming van gele zwavelklompjes.
Lokale arbeiders verzamelen de gevormde zwavelklompjes. Ze hakken de klompjes los en plaatsen ze in manden.
De verzamelde zwavelklompjes (tot wel 70kg) worden door de arbeiders in manden op de schouders naar het dal gedragen.

Wij gaan niet met de meute mee naar het blauwe vuur, maar dat heeft vooral te maken met de enorme drukte op het paadje naar beneden. Je loopt stapvoets achter elkaar aan naar beneden, maakt een foto van het blauwe vuur en dan loop je te tegen de stroom in weer naar boven.
Toch krijgen wij het blauwe vuur te zien. Onze gids raapt een klein stukje zwavel van de grond, houdt er een aansteker bij en voila, blauw vuur. We checken gelijk onze gasmaskers.

De Ijen vulkaan is al de derde vulkaan die we bezoeken tijdens deze vakantie en dat is ook niet zo gek als je een land bezoekt dat in de ‘Ring of Fire’ ligt. De Ring of Fire is een gebied in de Stille Oceaan waar verschillende tektonische platen samenkomen, uit elkaar bewegen of onder elkaar duiken. Dit complexe plaatgrensgebied zorgt voor aardbevingen en vulkanische activiteit, en Indonesië ligt midden in dit actieve geologische gebied.

Naar de rand van de krater is het nog drie kwartier verder stiefelen en omdat het langzaamaan lichter wordt, beginnen de eerste contouren van de krater zich af te tekenen. Ook het smaragdgroene kratermeer wordt steeds zichtbaarder.
Dit kratermeer van de Ijen is met een pH-waarde van ongeveer 0,5 extreem zuur. Het is daarmee zelfs een van de zuurste natuurlijke waterlichamen ter wereld. Het zuur komt voort uit de opgeloste zwavelverbindingen in het water.
Het meer contrasteert mooi met het omliggende vulkaanlandschap en dat doet het goed op de plaatjes.

Als even later de zon opkomt brengt dat nog meer kleur in deze prachtige omgeving. Een rood-roze lucht vormt de achtergrond van de krater. We lopen langs de kraterrand om het beste uitzichtpunt te vinden, maar eigenlijk is het overal even mooi.
We kunnen wel zeggen dat we de mooiste vulkaan voor het laatst hebben bewaard. Kawah Putih was klein maar fijn, de Bromo was vooral speciaal vanwege de Sea of Sand maar Kawah Ijen is een adembenemende schoonheid.

Rond half zes gaan we op de weg terug en dat doen we via een aantal Insta-spots. Er staan oude vreemd gevormde rhododendron-achtige bomen langs de krater en Chinese toeristen komen speciaal hierheen om zichzelf naast zo’n boom te laten fotograferen en de laatste mode is dat ze dat schaars gekleed doen (terwijl het daar best fris is). Wij maken ook zo’n soort foto, maar willen die niet verpesten met onze schaars geklede lichamen.

Als we bij de afslag naar het blauwe vuur aankomen staat daar net een een zwaveldrager wat bij te verdienen. Blijkbaar levert het snijden van figuurtjes uit brokken zwavel goed geld op want hij doet maar weinig moeite om de kilo’s zwavel naar beneden te sjouwen. De toeristen betalen veel beter dan de fabriek beneden.

Om kwart over zeven zijn we weer beneden en dat we zonder kleerscheuren beneden zijn gekomen mag een wonder heten. De steile afdaling over een pad met een dunne bovenlaag van los vulkaanzand levert veel glijpartijen op. Wij zijn natuurlijk wel goed getrainde (hard)lopers!

We hebben vijf kwartier nodig om terug naar het hotel te rijden. Daar ontstoffen we even onder de douche en vallen dan het ontbijtbuffet aan. Normaal gesproken laten we de warme hap van het ontbijtbuffet staan, maar dit keer nemen we ook gebakken aardappels en nasi. We hebben er ook al bijna een werkdag op zitten.

Dan is het tijd om de spullen weer in de rugzak te proppen en uit te checken. We willen de ferry van 12:00 uur naar Bali halen dus moeten opschieten. We laten een taxi voorrijden die ons naar de haven van Ketapang brengt.
We kopen snel de kaartjes voor de overtocht en lopen dan naar de boot.

Als ze ons aan zien komen lopen beginnen ze al te schreeuwen. We trekken een kort sprintje en lopen het oude barrel op via de laadklep.
Dat hebben we gehaald en dan zijn we ook mooi op tijd voor de chauffeur die ons op Bali op komt halen.
De boot is al afgeladen vol en er is geen zitplek meer te krijgen. Het is maar drie kwartier varen, dus we blijven op het bovendek aan de reling staan en genieten van het uitzicht op Bali.
Deze veerboot is niet te vergelijken met de veerboten in Griekenland. De boot is oud en vies en het lijkt wel of de boot wordt aangedreven door mannetjes met roeispanen. Er zit geen vaart in. Gelukkig is het maar een klein stukkie.

Halverwege kijkt Diana op haar horloge en zegt verschrikt het is 13:35 uur! We zijn helemaal vergeten dat er een uur tijdverschil is tussen Java en Bali en hebben daar bij het maken van de afspraak met de chauffeur geen rekening mee gehouden. Nu begrijpen we de appjes van de chauffeur die hij voor twaalven stuurde en vroeg of we er al bijna waren. We sturen hem snel een berichtje en leggen onze dommigheid uit. Dat moeten we maar goedmaken met een dikke fooi.

Als we met een kleine vertraging de boot aflopen gaan we op zoek naar onze chauffeur. Na wat appen en bellen weten we elkaar te vinden. We leggen de situatie nogmaals uit en gooien onze bagage dan achterin zijn auto. Rijden met die bak want we hebben nog ruim 4 uur voor de boeg.

De rit langs de noordkust van Bali verloopt voorspoedig, maar 4 uur rijden is best een eind als je al vanaf 00:30 uur wakker bent. We maken nog een keer een stop bij een supermarkt voor een drankje en een ijsje en even later stoppen we nog een keer om te tanken.
Om half zeven zijn we dan eindelijk bij ons hotel Bukit Segara en hoewel het donker is, zien we al snel dat dit een verblijf is waar je langer wilt zijn.
De kamer is fantastisch en helemaal versierd met bloemen uit de eigen tuin. Dit keer pleuren we onze bagage niet op bed, maar deponeren deze in daarvoor bedoelde ruimte.

Om half acht gaan we naar het kleine restaurant en genieten van het heerlijke eten. Anderhalf uur later zijn we weer op onze kamer en na wat administratie duiken we het bed in, we zijn helemaal mud!

Woensdag 4 oktober

Vandaag even niks! Geen wekker, geen programma, niks! We slapen uit en gaan om half negen ontbijten met uitzicht op zee. Het geluid van de golven was onze wekker vanochtend.
Na het heerlijke ontbijt gaan we even langs bij de duikschool om de hoek om de duiken voor vrijdag te regelen en dan installeren we ons aan het prachtige zwembad.

Eigenlijk was dat het wel voor vandaag. Ok, vanaf het ligbed regelen we nog wel de tickets voor de ferry naar Lombok en bestellen we af en toe wat te drinken en te eten, maar veel zweteriger wordt het niet.
Tussen al die activiteit door dompelen we in het niet al te koude zwembad en maken natuurlijk wat foto’s. Sorry als we je jaloers maken.

Aan het eind van de middag gaan we nog een keer naar de duikschool om onze uitrusting te passen en daarna lopen we door naar het iets verder gelegen Vienna Beach Resort. Het is daar toevallig happy hour, een goede gelegenheid om aan de betonnen bar met uitzicht over zee te gaan zitten. Laat de cocktails maar komen.

Als de zon is ondergegaan lopen we terug naar ons hotel. Ook vanavond eten we weer in het bijbehorende restaurant.
Dit was dan onze minst enerverende, minst actieve, maar o zo lekkere vakantiedag.

Donderdag 5 oktober

Vandaag een cultureel uitstapje op de scooter. Het is erg aanlokkelijk om de hele dag bij het mooie zwembad te blijven liggen, maar dat is een beetje tegen onze natuur in.
We hebben een tempel, 2 waterpaleizen en wat rijstvelden ingepland dus gaan met die banaan (=Honda).

Het eerste stukje asfalt is gelijk een heel slecht stuk asfalt. Het zit vol met gaten en is zo smal dat auto’s elkaar maar net kunnen passeren. Het goede nieuws is dat er hard gewerkt wordt aan verbreding van de weg, maar daar hebben wij nu alleen maar last van. Na drie kwartier draaien we eindelijk de ‘grote’ weg op en kunnen we gas geven. Zoals vaak in het buitenland zijn de scooters niet begrensd en kunnen we ruimschoots harder dan 30km/u, dus wel een helm op.

Onze bestemming is de Lempuyang tempel. Deze tempel ligt op ongeveer 15km van Amed en is een belangrijke religieuze en culturele plek in Bali. Rond half tien parkeren we de scooter en stappen we in een shuttelbusje dat ons het laatste stukje naar boven rijdt.
Daar kopen we een kaartje en krijgen we een sarong omgeknoopt. Nog even een korte uitleg en dan gaan we op pad.
Het is 300m klimmen naar de tempel en het is er al behoorlijk druk. De tempel bestaat eigenlijk uit 2 delen. Aan de oostkant een drietal trappen en aan de westkant (met uitzicht op de vulkaan Agung) een poort.

De drie trappen hebben symbolische betekenissen in de Balinese religie en cultuur.
De eerste trap symboliseert de fysieke wereld, waar mensen zich bevinden voordat ze aan hun spirituele reis beginnen.
De tweede trap staat voor de menselijke geest en het proces van zelfreflectie en zuivering. Het vertegenwoordigt de overgang van de wereldse verlangens naar een staat van mentale en spirituele zuiverheid.
De derde trap leidt naar de tempel en wordt beschouwd als de toegangspoort tot de goddelijke wereld.
Dit is natuurlijk precies wat je altijd al wilde weten over de Pura Penataran Agung Lempuyang. Wat ons betreft is het vooral een fantastische plek om een foto te maken.

Je zult het niet geloven, maar ondanks het spirituele belang van de trappen kijken de meeste toeristen hier nauwelijks naar om. Ze komen namelijk voor de poort aan de westkant, vaak aangeduid als ‘De Hemelpoort’. Deze poort heeft z’n populariteit te danken aan Instagram en de gemiddelde (Aziatische) toerist vindt het helemaal niet erg om twee-en-een-half uur (!) te wachten op dat moment supreme.

Bij het toegangsticket zit een volgnummer dat je recht geeft op het fotomoment. De nummers worden omgeroepen en als het jouw beurt is mag je een paar poses aannemen onder de poort. Hele bergen toeristen hangen dus twee-en-een-half uur op hun rug om deze foto te kunnen maken. Daar zijn wij blijkbaar te nuchter voor (en hebben geen social media account). Wij maken ook onze foto, maar uit een alternatieve hoek zullen we maar zeggen.

In de Balinese cultuur en religie heeft de Hemelpoort ook een symbolische betekenis. Het doorlopen van deze poort vertegenwoordigt spirituele zuivering en positieve transformatie en het betreden van de tempel een stap is in de richting van spirituele verlichting. 
Ik zeg halleluja en doe er je voordeel mee!

Na dit spirituele hoogtepunt nemen we eerst wat vocht tot ons en gaan dan terug naar de scootmobiel. Helmpies op en daar gaan we weer.
De volgende bestemming is de waterpaleis aan de oostkust van Bali en om daar te komen rijden we door kleine dorpjes en prachtige groene rijstvelden. Hier zie nog een klein beetje het Bali van voor het toerisme en dat komt waarschijnlijk ook omdat we een paar keer de verkeerde afslag nemen.

Taman Ujung is eigenlijk een soort aangelegd park met mooie vijvers, prieeltjes, trappen en bijzondere planten en bomen. Dit waterpaleis werd in de vroege 20e eeuw gebouwd door de laatste koning van Karangasem en deed dienst als een soort koninklijk buitenbad. Het waterpaleis werd beschadigd door een aardbeving in 1963 en dat kan verklaren waarom wij hier geen echt paleis meer zien.
We maken een rondje over het terrein en zien dat er ook een bruidsreportage wordt gemaakt. Bijna net zo mooi als bij de Wenumse watermolen. Na een uurtje zetten we ons schrap voor het ritje naar Tirta Gangga.

Na een half uur scooteren parkeren we onze motor op de daarvoor aangewezen plek, betalen daarvoor IDR 5.000 en gaan naar de ingang van het volgende waterpaleis.
Tirta Gangga is in 1948 gebouwd door Anak Agung Agung Anglurah Ketut Karangasem de raja van Karangasem die ook Taman Ujung heeft laten bouwen (dat is wel een lekker zinnetje). Tirta Gangga betekent letterlijk ‘water van de Ganges’ en de site herbergt heilige bronnen waar traditionele hindoe rituelen worden uitgevoerd. 

Ook dit was oorspronkelijk een badplaats voor de koninklijke familie, maar dit waterpaleis is nu vooral beroemd om z’n dikke vette karpers. Die karpers zijn een een gewilde achtergrond voor de toeristische poseer-foto’s. Wij kunnen wederom niet achterblijven.

Na dit waterballet rijden we terug naar Amed waarbij we nog even een tussenstop maken voor een drankje in down-town Amed. We hadden nog geen gelegenheid gehad om de Jukung, de typische Balinese vissersboten van dichtbij te bekijken en die liggen hier op het strand. Dat kunnen we nu ook afvinken.

Om drie uur zijn zonder kleerscheuren terug bij ons hotel. Snel naar het zwembad voor een verfrissende plons. De rest van de middag liggen we afwisselend in het water of op zo’n heerlijk bedje aan de rand van het zwembad.

‘s-Avonds eten we dit keer niet bij ons hotel maar gaan we 300m verderop naar Gusto Resto, een Italiaans restaurant. Het is een goede keuze want we krijgen een mooi plekje op het balkon van het restaurant en de bruschetta en tagliatelle die we bestellen smaakt heerlijk!
We maken het niet laat vanavond want (je raadt het al) morgen gaat de wekker.

Indonesië 1

Vrijdag 22 september

Om 10:00 uur verlieten we bepakt ons tehuis en stapten we 100 meter verderop op bus 102 die ons naar het station bracht. Natuurlijk weer mooi op tijd (veel te vroeg zouden anderen zeggen) dus namen we nog een bakkie bij Station Royaal. Dan met de trein naar Schiphol waar we ons mengden tussen al die andere gekken die net vandaag op reis gaan.
Om half twee zijn we ingecheckt en om om twee uur laten we de rij bij de automatische douaneambtenaar achter ons.
Het is wel even schakelen: van een hele emotionele week naar een paar vakantieweken.

Het is altijd een hele berg volk dat met de Airbus A380 meegaat, maar het boarden gaat heel soepeltjes waardoor we met slechts 25 minuten vertraging vertrekken. Naast ons zit een grote kerel van 1,95m die zich in de stoel bij het raam moet wurmen. Hij leent een klein beetje beenruimte bij mij en dan zetten we ons schrap voor een vlucht van 5 uur een 55 minuten.
De vlieguren brengen we door met drinken, eten, filmpjes en muziek. In de enorme muziekverzameling zit ook het 2e album van Calum Scott dus dat was weer zo’n schakelmomentje. Diana heeft het hele album ademloos geluisterd.
Op de rij voor ons denkt Diana de eigenaar van Villa Bukit Segara te herkennen. Dat is het hotel waar we op Bali verblijven. We willen hem er tijdens de vlucht niet mee lastig vallen. Dat komt volgende week wel.

Zaterdag 23 september

Met een kwartiertje vertraging landen we op Dubai International Airport, het is dan net zaterdag. Na een lange wandeling drinken we een cappuccino bij McCafe in de buurt van gate B29. Daar kunnen we even de benen strekken en op adem komen. We hebben nog ongeveer 3 uur tot onze vlucht naar Jakarta vertrekt.
Om de tijd door te komen gaan we bij het Hardrock Café aan de bar zitten en bestellen een sapje. Daar knapt een mens van op.
We maken de tijd tot het boarden vol op een paar comfortabele ligstoelen en om 04:30 uur komt het vliegtuig los voor de laatste 8 uurtjes naar Jakarta.

Inmiddels zijn we aardig uitgeput en na een smakelijk ontbijtje (?) lukt het ons om een paar van die 8 uurtjes te slapen. Met nog tweeëneenhalf uur te vliegen worden we wakker gemaakt voor een warme lunch, maar dat voelt toch wat vreemd op de maag als je net wakker wordt. Onze interne klok is behoorlijk van slag.
Iets na half vier lokale tijd landen we op Soekarno-Hatta International Airport in Jakarta en na even in de rij te hebben gestaan bij de douane en de bagagaband pinnen we even snel een paar miljoen rupiah. We stappen om 17:45 uur op de Airport Rail Link naar Stasiun Manggarai in downtown Jakarta en daar nemen we de Bogor line die ons naar Stasiun Cikini brengt. 300 meter verderop stappen we ons hotel binnen. Dat was een pittige reisdag!

Zondag 24 september

Die pittige reisdag bleef niet zonder gevolgen. We werden rond 2 uur allebei wakker met een knallende hoofdpijn: ‘lang leve de paracetamol’!
Het ontbijt in het hotel is zeer uitgebreid, maar wel een beetje te veel Indische rijsttafel voor de nuchtere maag. Gelukkig lagen er een paar verdwaalde croissantjes en wafels tussen de rijst en rendang zodat wij ook wat naar binnen konden werken.

Iets na negenen gaan we pad en onze eerste stop is bij Kedai Tjikini waar ze een heerlijke houseblend koffie hebben. De koffie doet het laatste restje hoofdpijn verdwijnen.
Onze volgende stop is bij GraPARI waar we een paar lokale simkaarten kopen. Je verwacht zoiets in 5 minuten te regelen, maar vanwege alle formaliteiten zijn we hier een uur kwijt.

Op een steenworp van de telecomwinkel is Merdeka Square (het onafhankelijkheidsplein). Het plein is omgeven door regeringsgebouwen en midden op het plein staat het Nationale Monument, een 137m hoge obelisk met op de top een ‘vlam’ die met 35 kilo goud is bedekt. Dit monument is in opdracht van Soekarno gebouwd.
We steken een brede boulevard over en het valt vooral op hoe rustig het op de weg is. We hadden hier de drukte á la Bangkok verwacht maar niets van dat alles. Misschien blijven ze hier op zondag wat langer in hun nest liggen.
Op het Merdeka Square ziet het groen van de mensen. Er is een soort ‘zorg dat je erbij komt’ demonstratie van de Indonesische krijgsmacht. Overal staat wapentuig: tanks, Hummers, motoren, raketwerpers, noem maar op. Alles ziet er spiksplinternieuw uit, daar is nog geen militaire oefening mee uitgevoerd. Het is opvallend hoe je overal dichtbij mag komen. Blijkbaar hoeft het allemaal niet zo geheim te blijven. Een bijzonder decor voor het Nationale Monument.

Niet ver van Merdeka Square staat de grote moskee van Jakarta met er tegenover de kathedraal; 2 voor de prijs van 1, dat kunnen we niet laten schieten. Het is een kwartiertje lopen naar deze godsdienstige gebouwen en we merken dat de klamme deken van 35 graden z’n tol nu al begint te eisen. We schakelen een tandje terug want dit houd je geen dag vol. We moeten dan gelijk onze excuses maken aan de Indonesiers die we binnensmonds hebben lopen uitfoeteren omdat ze als wandelende chicanes over het trottoir bewegen.

De kathedraal doet wat vreemd aan in een land waar de meeste moslims ter wereld wonen. Slechts 10% is Christen, maar ze hebben er toch een fraai bouwwerk voor neergezet. De kathedraal is eind 19e eeuw gebouwd naar een ontwerp van Marius Hulswit (in samenspraak met pastoor Antonius Dijkmans). Meest opvallend zijn de torenspitsen, deze zijn nl. gemaakt van gietijzer en vervolgens wit geschilderd. Hoewel het er prachtig uitziet was kostenbesparing destijds de belangrijkste reden om dit te doen.

In tegenstelling tot de kathedraal is de grote moskee geen fraai gebouw. Het mag dan wel de grootste moskee van zuid-oost Azië zijn, het ziet er wat fabriek-achtig uit. Alleen de 2 witte koepels en de enorme minaret herinneren je eraan dat het een moskee is. Leukste aan de moskee is eigenlijk de mierenhoop aan mensen die zich rond dit religieuze gebouw beweegt.

Na onze zondagse kerkdienst gaan we naar Fatahillah Square (het Koningsplein). Omdat dit plein ruim 8km verderop ligt stappen we bij Stasiun Juanda op de trein naar Stasiun Jakarta Kota in de wijk Kota Tua (of Oud Batavia), het oudste overgebleven stadsdeel uit de tijd van de Nederlandse overheersing
Even checken of er nog voldoende saldo op onze lokale ov-pas staat en hobbelen maar.

Het Koningsplein is vernoemd naar de sultan die in 1527 de Portugezen versloeg. Op dit plein staan drie koloniale gebouwen (VOC-warenhuizen) die zijn getransformeerd tot musea. Op het midden van het plein bevindt zich een fontein, maar die staat droog. Het plein is ‘the place to be’ op zondag en dan is helemaal leuk als je even zo’n velgekleurde oma-fiets huurt en over het plein scheurt.

Wij gaan naar de noordkant van het plein om een hapje te eten. Het is nl. lunchtijd en daarom zoeken we een tafeltje bij Cafe Batavia. Dit restaurant werd in 1805 gebouwd als hotel voor de hoge officieren van de VOC en is nu een populaire eetgelegenheid voor toeristen. Hoewel Cafe Batavia behoorlijk vol zit, weten we een mooi tafeltje te bemachtigen bij een wand vol met portretten van Nederlandse en Indonesische hooggeplaatsten. De namen zijn me helaas ontschoten.

Na de heerlijke lunch gaan we nog een stukje verder noordelijk naar de haven Sunda Kelapa. We volgen de gracht Kali Krukut en komen al snel bij een ander stukje Nederlandse historie. Een mooi ophaalbrug verbindt de beide oevers van de gracht. In tegenstelling tot veel oude koloniale gebouwen is de brug in erg goede staat. We durven er zelfs overheen te lopen.

We vervolgen onze weg en als we bij het scheepvaartmuseum willen oversteken houdt een man op een scooter het verkeer tegen zodat we veilig naar de overkant kunnen. De man, waarvan het bovengebit nog maar uit drie scheve tanden bestaat, vraagt waar we vandaan komen en als hij hoort dat we uit Nederland komen begint hij spontaan in het Nederlands te praten. Hij blijkt bij het scheepvaartmuseum te werken en als we hem vertellen dat we naar de haven willen zegt hij dat we dan terug naar het museum moeten en daar rechtsaf. We volgen zijn advies op, maar al snel blijkt dat we beter onze eigen weg hadden kunnen vervolgen. Na 10 minuten lopen we vast in bouwwerkzaamheden en als we daar de weg vragen worden we weer teruggestuurd naar waar we vandaan komen. De 3-tanden-man wilde ons waarschijnlijk het museum in lokken.

Een half uur later zijn we dan alsnog in de oude haven waar de houten vrachtschepen nog grotendeels met de hand worden geladen en gelost. Het is een smerige bende en blijkbaar geen typische toeristen hotspot want we komen geen enkele andere toerist tegen. We lopen langs de kade waar de schepen liggen en als we niet verder kunnen vanwege de hoeveelheid water op de weg keren we om lopen we terug naar het Koningsplein.

Vanwege de hitte proberen we zo veel en zo vaak mogelijk te drinken. Dit keer gaan we bij een soort foodtruck zitten en nemen een merkloos drankje met ijs. Hopelijk is dit geen foute keus (wc-technisch gezien).
Bij het Koningsplein wordt ik aangesproken door studenten die vragen of ze me mogen interviewen. Dit is de zoveelste keer dat dit tijdens een vakantie gebeurd. Waarom ik en waarom laten ze Diana altijd met rust? Na het diepte-interview over voetbal lopen we naar het treinstation en nemen we de trein naar Stasiun Juanda.

We wilden eigenlijk tot Stasiun Cikini met de trein en dan terug naar het hotel, maar we hadden gelezen dat er ook nog een mooi monument staat op Lapangan Banteng (voorheen Waterlooplein). Het West Irian Liberation Monument is een 36m hoog voetstuk waarop een bronzen man met ontbloot bovenlijf en armen en benen gespreid los lijkt te breken uit zijn boeien. Dit monument is opgericht in opdracht van Soekarno ter nagedachtenis van de bevrijding van New Guinea. In de late 50’er jaren, begin 60’er jaren was het westen van New Guinea nog steeds in Nederlandse handen. Pas in 1962 heeft Nederland het gebied overgedragen aan Indonesie,

Van het Waterlooplein lopen we naar Stasiun Gambir waar we morgen de trein nemen naar Bandung. We laten ons on-line gekochte ticket alvast omzetten naar een papieren plaatsbewijs en nemen bij de grote M een ijsje. Daarna lopen we terug naar ons hotel en bestellen een sapje. Dat hebben we wel verdiend (vinden we).

Maandag 25 september

We hebben de wekker gezet want om 09:30 uur gaat de trein naar Bandung en die willen we niet missen.
Even een broodje naar binnen werken bij het ontbijtbuffet, slokje thee, kopje koffie, tandjes poetsen en op zoek naar een taxi.
Vandaag leeft Jakarta zoals we dat verwacht hadden. Het verkeer staat helemaal vast en scooters vliegen met gevaar voor eigen leven aan alle kanten voorbij. We hebben 20 minuten nodig om bij het treinstation te komen en zoveel tijd hadden we gisteren ook nodig toen we dezelfde afstand te voet aflegden.
Bij het treinstation worden we naar de noordingang gestuurd en daar wachten op de 1e verdieping tot we naar het perron kunnen.

Om 9 uur is het dan zover, bepakt met rugzak klimmen we de laatste trap op en lopen naar de eerste wagon van de Eksekutif coupe. Als we naar binnen lopen gaan er gilletjes door de coupe. Allemaal vrouwen, de meeste met een hoofddoekje en die zitten samen met 2 toeristen in een coupe. Wat een feest.
Het duurt niet lang tot de brutaalste van de dames dit heuglijke feit vastlegt met haar mobiel en dan kan Diana natuurlijk niet achterblijven.

De trein vertrekt op tijd en al snel laten we het mooie Jakarta achter ons en rijden we door het minder mooie Jakarta. Huisjes van metalen golfplaten zover je kan kijken en heel regelmatig een kleine, kleurrijke moskee.
Na een uurtje begint de omgeving te veranderen. Het wordt groener en heuvelachtiger. Kleine dorpjes vaak geflankeerd door rijstterrassen die tegen een heuvel geplakt lijken te liggen.

De treinreis verloopt zonder problemen hoewel de schelle stemmen van de dames-op-reis de rust af en toe wreed verstoren.
Na drie uur rijden we om 12:30 uur het station van Bandung binnen. We zwaaien naar de dames in onze coupe en lopen de trappen af richting de uitgang waar we taxi nemen naar ons hotel.
We checken in, gooien de rugzakken op de kamer en gaan op pad om Bandung te ontdekken.

We lopen richting Jalan Braga, de hoofdstraat van Bandung en vlak bij het monument Patung Maug Bandung gaan we even zitten bij Wiki Koffie.
Na een goede bak koffie vervolgen we onze weg door de Jalan Braga en deze hoofdstraat lijkt wel wat op een openbare scooter-stalling. Rijen scooters staan netjes geparkeerd aan de kant van de weg en een beheerder doet z’n best om elk vrijgekomen plekje weer van een scooter te voorzien.

Veel gebouwen aan deze hoofdstraat zijn in de koloniale tijd gebouwd en in de cafeetjes en restaurants van nu hangen naamborden van de bedrijven van toen.
Het mooiste voorbeeld staat helemaal aan het einde van Jalan Braga op de hoek met Jalan Asia Afrika. Een art-deco gebouw waar destijds ‘Warenhuis De Vries’ was gevestigd. Het bewijs staat nog in grote letters op de gevel.

We maken een ommetje via Jalan Tamblang en lopen dan terug naar ons hotel. We moeten nog even vervoer regelen voorons uitstapje van morgen. De dame bij de receptie laat ons de mogelijkheden zien en vertelt dat we dit kunnen regelen bij de concierge. Het Engels van de concierge houdt niet over, dus alle handen en voeten moeten er aan te pas komen. Uiteindelijk weten we hem duidelijk te maken wat we willen en gaat hij ervoor zorgen dat ons vervoer morgenochtend om 8 uur klaar staat. We gaan het beleven.

Even later gaan we weer op weg gaan naar Jalan Braga maar bij de kruising met Jalan Merdeka is het zo druk dat we even bezig zijn om een veilig oversteek-momentje te vinden. Dan komt er een oud manneke op ons af die met gevaar voor eigen leven het verkeer tegenhoudt en ons gebaart dat we over moeten steken. Aan de andere kant van de weg worden zijn echte bedoelingen duidelijk: hij wil ons overhalen een ritje te maken in zijn becak, een soort riksja-fiets waar 2 Nederlanders net niet in passen. We belonen hem voor z’n goede daad en stappen toch in waarna hij ons naar Jalan Braga brengt.

We zoeken een leuk terrasje uit en nemen een drankje. Hoewel Bandung op ongeveer 700m hoogte ligt is het hier toch ook ruim 30 graden. Na een uurtje verkassen we naar het Braga Art Cafe waar we een heerlijke Indonesische hap bestellen. Helaas zijn de kleine flesjes bier op dus nemen we maar een grote. Nadat we nog een bakkie koffie bij Little Contrast hebben gedronken lopen we terug naar ons hotel.

Dinsdag 26 september

Voor vandaag hebben we vervoer geregeld zodat we de bezienswaardigheden ten zuiden van Bandung kunnen bezoeken. De chauffeur is mooi op tijd. We duiken gelijk de spits in en na een half uurtje draaien we de snelweg op. De omgeving blijft veranderen, het landschap wordt steeds heuvelachtiger. Weer een half uurtje later verlaten we de snelweg en zijn we in Ciwidey, de uitvalsbasis voor vandaag.
Ciwidey is een drukke stad en bovendien heeft het vrachtverkeer moeite met de weg omhoog; we schieten niet op. Om bij onze eerste bestemming te komen zigzaggen we de laatste 6km over een bergweggetje onder hoge varenachtige bomen.
Rond 10:00 uur parkeert de chauffeur de auto op de parkeerplaats op en kunnen we eindelijk naar het ‘white crater lake’. We hadden gehoord dat het frisjes kon zijn bij de op 2430m hoogte gelegen vulkaan, maar niets is minder waar. Ons kledingadvies is korte broek en t-shirt met korte mouwen.

White crater lake is eigenlijk geen juiste benaming, want het kratermeer van Kawah Putih is turquoise van kleur en kan zelfs verkleuren naar groen, blauw of bruin afhankelijk van de hoeveelheid zwavel. De naam is gegeven vanwege de witte zwaveldampen die hier kunnen hangen.
Op weg naar de krater ontwijken we de horde fotografen die met alle plezier een reportage van je maken (tegen een vergoeding natuurlijk). Niet veel verder komen de prachtige kleuren van het kratermeer ons al tegemoet. Het is een fantastisch turquoise kleur die niet zou misstaan op de Malediven.

We lopen wat rond het kratermeer en proberen de ideale plek voor een foto te vinden. Het valt op dat er maar weinig bezoekers zijn, dat zal in het weekend heel anders zijn. We gaan van naar links naar rechts en lopen ook nog wandelpier op die je helemaal bij het water brengt. De zwaveldamp slaat daar gelijk op je keel.

Enkele tientallen foto’s en een paar selfies later gaan we naar een hoger gelegen uitzichtpunt waar je een beter beeld van de hele krater krijgt. Ook hier kijken we onze ogen uit, maar omdat we vandaag nog meer te doen hebben gaan we na 10 minuten toch maar op zoek naar onze chauffeur.

We rijden hetzelfde bergweggetje naar beneden en slaan links af op de hoofdweg. We zitten direct weer in een andere wereld. Overal waar we kijken liggen theeplantages tegen de heuvels geplakt; een fantastisch gezicht! De chauffeur stopt op een wat hoger gelegen parkeerplaats en daar kunnen wij weer onze gang gaan met de met de camera’s, Het lijkt alsof de groene, geometrische vakken met theeplanten door een beeldhouwer zijn gemaakt.

Als ik iets verder loop zie ik dat er net een vrachtwagen wordt volgeladen met zakken vers geplukte theeblaadjes. De theepluksters met puntvormig hoofddeksel staan erbij en kijken ernaar. Voor Diana is dit de gelegenheid om een paar close-ups te maken. De theepluksters zien ons staan en zwaaien. Net als alle andere Indonesiers die we hebben ontmoet zijn ze de toeristen nog niet zat. Als de vrachtwagen vol is verdwijnen de dames tussen de theestruiken om nieuwe blaadjes te scoren.

Het is maar goed dat je tegenwoordig niet meer afhankelijk bent van filmrolletjes, want dan zouden we nu al in een lichte paniek raken. We zijn nl. nog niet klaar voor vandaag. Als we weer zijn ingeladen gaan we op weg naar de 370m lange hangbrug over de Kawah Rengganis rivier en de nabij gelegen hotsprings die de rivier voeden. Onze chauffeur wilde ons ook nog een ‘nice lake’ laten zien, maar dat vonden wij niet nodig, want wij hebben Bussloo.
We kopen een kaartje en zien dat de kinderen voor ons een veiligheidstuigje aangemeten krijgen voordat ze de brug op gaan, dus wij houden onze buik alvast in zodat de gordel zal passen. Helaas! deze oudere toeristen mogen gewoon doorlopen. Het is blijkbaar niet zo erg als wij er af vallen. De jeugd heeft de toekomst!

Het is wel even schrikken aan het begin van de 370m lange hangbrug (de langste van zuid-oost Azie!). Als dat ding maar niet te hard gaat wiebelen als we in het midden zijn. Bij de eerste passen merken we dat het best een stabiel bruggetje is, nog 300 meter te gaan. De mensen die ons tegemoet komen zien er bleek uit, of zou dat verbeelding zijn? We zijn inmiddels halverwege, nog 185 meter te . Het slingeren valt nog steeds mee, zelfs met tegemoet komend verkeer. We zijn bijna aan de overkant en halen opgelucht adem als we de brug afstappen (maar we moeten nog wel terug).

Een paar trappetjes lager zijn de hotsprings. We halen een stel giechelende dames met hoofddoek in en moeten dan concluderen dat die hotsprings niet zoveel voorstellen. Ok, je ziet de naar zwavel stinkende rookpluimpjes opstijgen, maar je verwacht toch ook een bubbelend poeltje waar je de korsten van je bibs kan weken. Niet dus!

We klimmen weer snel omhoog naar de hangbrug, laten ons kaartje zien en lopen terug naar de overkant. Met lossen handen, alsof er niets aan de hand is, terwijl vanaf de andere kant schoolmeisjes bibberend en gilletjes slakend hun eerste pasjes op de brug zetten. Niet aanstellen joh, stelt toch niets voor…..

Ons setje bezienswaardigheden voor vandaag zit erop. We nuttigen het gratis kopje thee terwijl we op het terras van het restaurant nog een laatste keer genieten van het uitzicht over de theeplantages.
Tijdens de rit van vandaag was onze chauffeur heel positief over de Nederlanders. Ze hebben gezorgd voor infrastructuur, onderwijs en ook deze theeplantages hebben we aangelegd. Wij houden ons juist op de vlakte over het koloniale verleden. We zijn daar niet zo trots op vanwege de minder mooie kant ervan. Zo zie je maar weer: ‘there are two sides to every story’.

Iets na tweeën zijn we weer terug bij het hotel. We nemen afscheid van onze chauffeur, halen wat spullen van de slaapkamer en gaan de stad in. We gaan naar ons favoriete restaurant voor een koude rakker en lopen dan nog even naar het treinstation om onze treinkaarten te printen (dat scheelt morgenvroeg weer).
Met de geprinte plaatsbewijzen op zak gaan we weer terug naar het Braga Art Cafe (=lekker goedkoop=echt iets voor ons) voor een warme hap.

We lopen terug naar het hotel, maar nemen eerst nog wel een lekkere bak koffie bij SawO een koffiebar die er erg trendy uitziet, maar waar de prijzen laag zijn. We maken een Insta-foto van Diana en gaan dan terug naar het hotel. We betalen alvast de rekening want morgenochtend gaat de wekker om 05:45 uur. Noem dat maar vakantie.

Woensdag 27 september

De Bluebird chauffeur moest ook vroeg z’n bed uit om ons op tijd naar het treinstation te brengen, maar hij wilde al wel een praatje maken met deze toeristen. Hij wil weten waar we vandaan komen, wat we doen, waar we heen gaan en waarom onze kinderen niet mee zijn op vakantie. Die heb ik achtergelaten op het treinstation van Jakarta zeg ik …..
Het treinstation is best kneuterig voor een stad met meer dan twee-en-een-half miljoen inwoners. Paar bloembakjes, de plaatsnaam in grote letters naast het spoor en een wachtruimte waar nog geen 50 man in past. Het mag de pret niet drukken.
We zoeken onze plekjes in de Eksekutif coupe weer op en wachten tot de trein begint te toeteren.

Het eerste deel van de reis gaat langs rijstvelden, eerst grote groene vlakke velden en later ook in terrasvorm. Na zo’n 2 uur zien we nog steeds rijstvelden, maar de rijst is geoogst en de velden zijn bruin en droog. Het landschap verandert weer, dit keer van heuvelachtig naar vlak.
We rijden weer langs kleine dorpjes waar de huisjes niet veel voorstellen en vaak slechts uit plaatmateriaal bestaan, maar we rijden ook door grotere steden waar de ontwikkeling wat verder lijkt te zijn (als je dat kan zeggen o.b.v. de huizenbouw).
Overal ook dezelfde startopstelling bij de spoorwegovergangen. Scooters in meerdere rijen naast elkaar alsof er een MotoGP wedstrijd op het punt staat te beginnen.

De service van de KAI is voldoende. Af en toe rijdt een karretje door het gangpad en kun je eten of drinken bestellen. Wij nemen een bakkie koffie, maar dat blijkt oploskoffie te zijn waarop je moet kauwen.
Niet alleen de passagiers worden goed verzorgt, ook de wagons worden op sommige stations van vers water voorzien (voor de airco).
Uiteindelijk rijden we om 13:35 uur het station van Yogyakarta binnen, helemaal volgens planning.

We lopen de 700m naar ons hotel, maar merken gelijk dat het hier weer verschrikkelijk warm is. Bandung ligt op meer dan 700m hoogte en dat is net wat aangenamer,
We checken in, gooien de rugzakken op de kamer en gaan de inwendige mens verwennen bij de naastgelegen M.

Na deze speed-lunch lopen we over de Jalan Malioboro in zuidelijke richting. Het is snel duidelijk dat hier vaker en veel meer toeristen komen dan in Jakarta en Bandung. Er zijn paard-en-wagens om je te vervoeren maar je struikelt ook over de vele gemotoriseerde riksja’s. Deze straat is een aaneenschakeling van kledingwinkels en ateliers, allemaal om de toerist te pleasen.

De meeste toeristische trekpleisters van Jogja zitten inmiddels dicht, maar Fort Vredenburg is tot 16:00 uur open. We betalen de enorme entreeprijs van 10.000 rupiah (60 eurocent) en betreden het fort. We zijn zeker niet alleen; het fort blijkt een gewild uitje te zijn voor scholieren.

Fort Vredenburg is in 1765 gebouwd om de Nederlandse gouverneur te beschermen. Het fort is vooral van buiten een mooi en imposant bouwwerk dat in goede staat verkeerd. In het fort is een museum een een groot aantal fraai gebouwde diorama’s.

Vanwege de hitte doen we het verder rustig aan. We lopen door de Malioboro Mall, pinnen weer een paar miljoen rupiah en gaan weer wat drinken. Ondertussen heb ik nog een paar t-shirts gekocht want voor deze weersomstandigheden heb ik er te weinig bij me.
We sturen een mail naar het hotel in Probolinggo om te checken of er andere toeristen zijn waarmee we samen naar de Bromo kunnen gaan.

Nadat we een hapje hebben gegeten gaan we richting de moskee want we hebben gehoord dat er vanavond een of andere ceremonie plaatsvindt. Ze hebben ons verteld dat het om acht uur zou beginnen, maar als we er aankomen zien we net de laatste deelnemers het terrein van de moskee op gaan. De optocht hebben we dus al gemist. We lopen snel het terrein bij de moskee op en wurmen ons tussen de menigte om een glimp op te vangen van wat er gaat gebeuren. We zien fraai uitgedoste mannen in kostuum, maar wat nu?

Het is inmiddels ruimschoots na achten als opeens de menigte in beweging komt. Een man onder een parasol loopt van de ene naar de andere kant en begint dan wat goudkleurige ‘munten’ te strooien. Het publiek vliegt erop af en probeert wat van dat strooigoed op te rapen. Het ritueel herhaalt zich aan de andere kant van het terrein en dat was het dan. We snappen er niets van. Hopelijk gaat iemand dat nog eens uitleggen.

Enigszins teleurgesteld gaan we terug naar het hotel. Onderweg nemen we een grote bak cappuccino bij Starbucks.
Voor morgen zetten we opnieuw de wekker want we gaan vroeg op pad naar het boeddhistische heiligdom de Borobudur dat op 40km van Yogya ligt.

Donderdag 28 september

Op de geboortedag van Mohammed hebben we een afspraak met Ahmad. Hij rijdt ons vanochtend in ruim een uur naar hét boeddhistische tempelcomplex van Indonesië: de Borobudur.
We ruilen onze on-line gekochte tickets in voor een soort all-inclusive armband en gaan dan richting de wachtruimte waar onze gids zich zal melden. Ter voorkoming van schade aan de tempel door slijtage van de schoenzolen krijgt iedereen slippers aangemeten. Dit sexy schoeisel is inclusive, dus dat gaat mee terug naar Nederland.

We hebben geluk dat we het tempelcomplex weer op mogen, want sinds de Corona-pandemie mocht je er alleen nog maar omheen lopen. De sluiting heeft niets te maken met Corona maar het heeft te maken met de regeltjes van Unesco. De Borobudur werd in 1991 op de World Heritage lijst van de Unesco gezet en diezelfde Unesco stelt eisen aan een monument. Zo is er ook een voorschrift tav de maximale slijtage van de lavasteen waar de tempel van gebouwd is. Met 50.000 slenterende bezoeker per dag (in het hoogseizoen) zou de Borobudur simpelweg te hard ‘slijten’. Om toeristen toch weer de gelegenheid te geven om de tempel te beklimmen is bedacht (ik hoop ‘berekend’) dat er maximaal 1200 mensen per dag op voorgeschreven slippers naar boven mogen. Je moet dan nog wel zo’n (duur) kaartje weten te bemachtigen en dat is ons gelukt.

De Borobudur is gebouwd in de vorm van een gigantische stoepa, die bovenop een heuvel is geplaatst. Het bestaat uit negen platforms, waarvan de bovenste is bekroond met een grote centrale stoepa. De hele structuur is versierd met gedetailleerde bas-reliëfs en beelden die scènes uit het leven van Boeddha en boeddhistische leerstellingen afbeelden. Het is dus eigenlijk alsof je een stripverhaal leest als je op de eerste verdieping van de tempel loopt.
De Borobudur werd gebouwd in de 9e eeuw tijdens het bewind van de Sailendra-dynastie, onder leiding van koning Samaratungga. De exacte bouwdatum is niet bekend, maar het werk begon waarschijnlijk rond 800 na Christus en duurde ongeveer 75 jaar om te voltooien.

Rond de 14e eeuw werd de Borobudur verlaten en overwoekerd door vegetatie. Het complex verdween grotendeels uit het zicht en werd vergeten, mogelijk als gevolg van de verspreiding van de islam in Indonesië. In de 19e eeuw werd de Borobudur herontdekt door de Nederlanders. Ze begonnen met het verwijderen van vegetatie en het herstellen van de tempel. Een uitgebreide restauratie begon in de 20e eeuw en duurde vele jaren, maar momenteel is het een plaatje en wordt er erg goed voor gezorgd. Elke maandag wordt de tempel grondig schoongemaakt. Eerst droog, dan met water en als laatste met een citronella-goedje. Het bouwwerk ziet er spic-en-span uit.

Onze gids met vlaggetje nummer 10 is er weer eens eentje die graag praat. Van ons mag het allemaal wat sneller al is het maar omdat we in de zon op de zwarte stenen zo langzamerhand well-done zijn. Na veel uitleg bij de plaatjes over de zwangerschap van de moeder van Boeddha en het aanwijzen van typische Aziatische vruchten en dieren kunnen we eindelijk ons eigen gang gaan.

We proberen de Borobudur zo mooi mogelijk vast te leggen. Vooral de kleine stoepa’tjes zijn erg fotogeniek. Helaas zijn we niet de alleen (150 personen per uur om precies te zijn) dus iedereen zoekt z’n eigen ‘moment of stoepa-fame’ en dat maakt een toerist-loze foto wel wat lastig.

Zo’n uur op de Borobudur gaat natuurlijk snel voorbij en om 11:00 uur worden we door onze gids naar de uitgang begeleidt. Met een lichte zonnesteek en enigszins uitgedroogd gaan we richting de parkeerplaats. Helaas niet in een rechte lijn, maar via een doolhof met alleen maar souvenirstalletjes. Elke keer als we denken bij de uitgang te zijn komt er weer een rijtje stalletjes met koelkastmagneetjes, hele lelijke korte broeken, batik shirts en meer spul waarvoor wij geen ruimte hebben in de rugzak. Eindelijk zien we dan Ahmad weer staan en stappen we snel in zijn auto. Ook terug heeft Ahmad niet meer dan 5 kwartier nodig voor de 40km en dat is voor Indonesische begrippen een snelle tijd.

We gaan naar de poolbar van ons hotel en bestellen een colaatje een een pizza. Het waait lekker op de 10e etage en we zouden hier de hele middag wel kunnen zitten, maar we willen nog even naar het treinstation om onze kaartjes te laten printen.
Om 14:00 uur gaan we op pad. Eerst naar het treinstation en dan naar de Tourist Information voor buskaartjes naar de Prambanan. Helaas is de Tourist Information gesloten vanwege de geboortedag van Mohammed.
Dan maar weer het vochtnivo op peil brengen. We gaan (weer) naar Kala Jumpa en bestellen een lekker koud bierke.

Om een uurtje of vijf gaan we toch nog even de straat op. Via de Jalan Dagen lopen we een stukje weg van de drukke Jalan Malioboro en dat scheelt gelijk een paar decibel. Veel minder toeterende scooters, geen riksja-chauffeurs die je proberen in hun karretje te krijgen en geen vals zingende straatartiesten. We slenteren naar de Jalan Gandekan en bewonderen onderweg wat ‘streetart’. Uiteindelijk lopen we via Jalan Sosrowijayan een straat zonder naam in en gaan bij Bedhot Resto naar binnen om wat te eten.

Na het diner gaan we naar het Alun Alun omdat daar ‘s-avonds wel eens wordt gescheurd met gepimpte voertuigen. We hebben geen zin om de paar honderd meter te lopen dus we charteren een brommer-riksja. Ook in dit bakkie passen we maar net naast elkaar, maar het gaat wel een stuk sneller dan lopen.

Bij het centrale plein/grasveld is er vanavond geen enkel fleurig voertuig te vinden. We zien wel dat het paleis aan de andere kant van het grasveld verlicht is en dat zou kunnen betekenen dat er iets te doen is. We lopen om het Alun Alun heen en gaan via een hekje aan de zijkant van het paleis naar binnen. Daar zien we een groot podium met allerlei instrumenten een een decor dat vol staat met wajang poppen. Ook staan er rijen stoelen opgesteld dus dat kan alleen maar betekenen dat er een optreden gepland is. Wij zoeken alvast een stoeltje uit.

Tegen achten beginnen muziekanten hun instrumenten op te zoeken en niet veel later beginnen ze aan het eerste nummer. Het is niet helemaal onze stijl (m’n vader had daar de vakterm kattengejank voor) maar we willen niet gelijk weglopen want het optreden van de wajang poppen moest nog beginnen.
Ons geduld wordt op de proef gesteld want om negen uur hebben we nog steeds geen bewegende pop gezien. Net als we weg willen lopen wordt Diana aangesproken door een door een man die eruit ziet als een pornoster uit de 70’er jaren. Het blijkt een Belg te zijn die betrokken is bij dit optreden. We wisselen wat beleefdheden uit en als we vragen naar de planning van deze theatershow dan weet hij toch vrijwel zeker dat de poppen bijna aan de beurt zijn.
Daar blijkt niets aan gelogen te zijn want niet veel later volgt er een ceremoniële overdracht van de poppen en giet it oan.
We blijven nog even kijken maar deze show is te ingewikkeld voor ons en bovendien doet het nog steeds zeer aan de oren. Het is tijd om er een eind aan te breien dus we gaan terug naar het hotel.