Tag archieven: bali

Indonesië 2

Vrijdag 29 september

Vandaag een keer geen wekker hoeven zetten en dan gaan we ook maar wat langer naar het ontbijtbuffet.
Die buffetjes zijn bij de eerste drie hotels fantastisch, er ligt eigenlijk veel te veel. Op een beeldkrant staat hoeveel eten er de vorige dag is weggegooid. Duidelijk een bericht aan de gasten die hun bord veel te vol laden met van alles en nog wat om vervolgens de helft weg te doen. Tja, je zal maar te kort komen.

Na het ontbijt gaan we eerst naar de Tourist Information om een tweetal buskaarten voor vanmiddag op de kop te tikken. Dan lopen we verder naar de eerste bestemming van vandaag: Pasar Ngasem.
Deze markt heeft een lange geschiedenis en is oorspronkelijk opgericht als een koninklijke markt die diende voor de sultan en de koninklijke familie.
Pasar Ngasem staat vooral bekend om de verkoop van traditionele Javaanse kunstnijverheid, handwerk, textiel, zilverwerk, batik en andere souvenirs, maar wij vinden de gewone markt leuker. Het is een geweldige plek om unieke geschenken en souvenirs te kopen, maar dat vinden wij nu nog wat te snel.

We wilden dolgraag de Sumur Gumuling bezichtigen maar deze ondergrondse moskee is helaas (al 3 jaar) gesloten. We nemen toch even de moeite om rond de dikke bovengrondse muren te lopen. Je weet maar nooit, misschien hebben ze wel een deurtje open laten staan. Helaas is er geen deurtje te vinden.

Dan lopen we maar door naar Taman Sari. Dit waterpaleis werd gebouwd in de 18e eeuw tijdens het bewind van Sultan Hamengkubuwono I. Het diende oorspronkelijk als een koninklijk badhuis en recreatiecomplex. De architectuur van Taman Sari is een mix van Javaanse, Islamitische en Europese stijlen.

Het heeft bijzondere kenmerken zoals ondergrondse tunnels en een kunstmatig meer. Behalve als een plek voor de sultan om te ontspannen, diende Tamansari ook als een strategische plek voor de koninklijke familie om te schuilen in geval van een aanval. De ondergrondse tunnels zijn tegenwoordig een populaire plek voor een foto-shoot.

Het Koninklijk Paleis van Yogyakarta, of beter Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat, is een iconisch cultureel en historisch centrum in Yogyakarta.
Het Koninklijk Paleis is het traditionele huis van de sultans van Yogyakarta, die afstammen van de koninklijke families van Mataram en Yogyakarta. Het paleis heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw.

Het paleis is een prachtig voorbeeld van Javaanse hofarchitectuur. Het is gebouwd met traditionele Javaanse stijlelementen en heeft een indrukwekkende reeks paviljoens, binnenplaatsen en poorten. Niet dat wij ze allemaal gezien hebben, maar ik wil je geen informatie onthouden.
Hoewel het paleis vandaag de dag meer een cultureel en historisch monument is dan een bewoond koninklijk paleis, worden er nog steeds culturele evenementen gehouden. Dat zou voor de aandachtige lezer geen verrassing mogen zijn want de show die wij gisteravond bezochten was zo’n cultureel evenement.

Het Koninklijk Paleis herbergt ook een museum met een uitgebreide collectie van kunstvoorwerpen, kostuums, en erfstukken die de geschiedenis van Yogyakarta uitbeelden. Ook nu moeten we bekennen dat we hier maar heel weinig van gezien hebben.

We vinden dat we bij de (meeste) bezienswaardigheden van downtown Yogya nu wel een vinkje kunnen zetten en gaan op zoek naar een becak voor de terugreis naar de Jalan Malioboro waar we rond 13:00 uur de bus naar Prambanan willen pakken.

De becak coureur rijdt via allerlei binnendoor-weggetjes en als we bijna bij de hoofdstraat zijn worden onze neuzen geprikkeld door de lucht van kruiden. We rijden langs de Pasar Beringharjo, de markt staat waarvan wij dachten dat er alleen maar batikstoffen en kleding te koop zou zijn. We besluiten toch nog maar een rondje door de enorme markthal te maken.

Onze neuzen hebben ons niet voor de gek gehouden want helemaal in het achterste gedeelte van de markt vinden we de afdeling die wij het meest boeiend vinden. Groente, fruit en etenswaren die we nog nooit gezien hebben, maar ook kruiden. Het is zoals altijd een kleurrijk geheel dat extra kleurrijk wordt door de vaak bont geklede Indonesische mensen.

Behalve de koopwaar is er ook een gedeelte waar de bezoekers een hapje kunnen eten en net zoals overal op straat wordt ook hier kipsate bereid. Op een gloeiendheet houtskool vuurtje waar de rookwolken vanaf komen liggen hele ritsen sate’tjes goudbruin te worden.

Omdat wij nog een middagprogramma hebben houden we het na een half uurtje voor gezien en gaan naar de Starbucks aan de overkant (hoe groot kan het contrast zijn) voor een lichte lunch. We komen even op adem onder in de verkoelende lucht van de airco en tegen enen gaan we naar de bushalte bij de Tourist Information voor onze bus naar Prambanan.

Onze timing is perfect want slechts enkele minuten later komt de bus er al aanrijden. We zoeken een plekje en gaan er maar weer goed voor zitten. Door het drukke verkeer en de busstops heeft de bus een uur nodig voor de 15km naar Prambanan.
Vanaf de Pramabanan-bushalte is het nog maar een kilometer naar het tempelcomplex, maar wij hebben in de hitte geen zin om te lopen en kruipen weer in een becak.
Wat die hitte betreft; we hadden mensen al horen zeggen dat het erg heet is op het moment en nu wordt zelfs op weersites gesproken van extreme hitte in deze regio. We stellen ons dus niet aan.

We kopen een kaartje bij de ticket-office en gaan op pad. De Prambanan is het grootste Hindoeïstische bouwwerk van Indonesië en het op een na grootste van zudi-oost Azië (na Angkor Wat) . De Prambanan werd halverwege de negende eeuw gebouwd, en was het Hindoeïstische antwoord op de Borobudur waar we gisteren waren. Volgens historici werd de Prambanan gebouwd ter ere van de terugkeer van de Hindoeïstische Sanjaya-dinastie in Centraal Java. Toen de Islam zich echter vanuit het westen van het land over Indonesië verspreidde, verhuisden de Hindoe-koningen naar het oosten en raakte het complex in verval.

In de honderden jaren die volgden stortten gebouwen in als gevolg van aardbevingen, en werden de tempels geplunderd door schatzoekers. Pas in 1937 werd de eerste poging tot restauratie gedaan, maar het duurde nog tot 1991 voordat de majestueuze bouwwerken werden opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Helaas heeft de natuur daar geen boodschap aan, want in 2006 raakten de tempels wederom beschadigd, dit keer door een stevige aardbeving. De gevolgen daarvan zien wij ook want er liggen grote hoeveelheden stenen opgestapeld waar je nog wel een paar tempels van kunt bouwen.

De Candi Prambanan bestaat uit vele tempels, in verschillende vormen en maten. Het complex is opgedeeld in drie ringen, waarvan de binnenste de belangrijkste is. Hier staan zes tempels die zijn gewijd aan belangrijke figuren uit het Hindoeïstische geloof. Een groot deel van de omringende tempels is zo erg beschadigd door aardbevingen dat ze niet meer als zodanig zijn te herkennen (dat zijn dus die opgestapelde stenen). Van de zes tempels in de binnenste ring zijn er drie grote hoofdtempels, waarvan Candi Shiva Mahadeva de belangrijkste is. Dit pilaarvormige bouwwerk is 47 meter hoog en is gewijd aan hindoegod Shiva.

De Candi Shiva is prachtig versierd met figuren uit het Ramayana verhaal, het wereldberoemde liefdesverhaal dat gaat over een prins Rama en zijn vrouw Sita (dus niet Sita de zangeres) die in ballingschap in het bos leven. Sita wordt ontvoerd door de demonenkoning en wordt later door het Apenleger bevrijd. Ook hier kunnen we dus de geschiedenis teruglezen in stenen stripverhalen, net als bij de Borobudur. We bekijken de tempel vanuit alle hoeken en gaat via de stenen trap ook de tempel in om een blik te werpen op het beeld van Shiva.

Ten noorden van Candi Shiva Mahadeva ligt Candi Vishnu. Dit bouwwerk lijkt erg veel op zijn buurman, maar is met zijn 33 meter hoogte net een stukje kleiner. Ook deze tempel is rijkelijk versierd.
Dan is er ook nog Candi Brahma, de tempel ten zuiden van Candi Shiva Mahadeva. Deze is versierd met de laatste scenes van de Ramayana. In het hart van de tempel staat het beeld van Brahma, volgens de Hindoe’s de schepper van het universum. Ook hier maken we een rondje en klauteren we naar boven. Behalve de prachtige versiersels zijn er ook heel veel plekjes waar je mooie foto’s kunt maken.

We verlaten het eerste hof met tempels en voordat we verder lopen naar de volgende tempel in Prambanan Park halen we eerst wat te drinken. Als we niet opletten zijn we straks volledig verdampt
Via zo veel mogelijk schaduwplekjes komen we dan bij Candi Lumbung. In vergelijking met de eerdere tempels is dit maar een kleine tempeltje, maar nog steeds erg mooi. In tegenstelling tot Prambanan is Candi Lumbung een Boeddhistische tempel. Dit moet je er wel bij vertellen want wij zien het verschil niet.

De volgende tempel is Candi Bubrah. Dit is net als Candi Lumbung een tempel met een Boeddhistische achtergrond maar lang niet zo mooi als de tempels die we hiervoor hebben gezien. Op naar de volgende.

Zo’n 800 meter ten noorden van het Prambanan complex, ligt Candi Sewu. Normaal gesproken hebben we geen moeite met ‘2 rondjes om de baan’, maar in deze hitte lijken het heel veel meer dan 2 rondjes. Oorspronkelijk hoort deze Boeddhistische tempel helemaal niet bij de Prambanan, maar als je er toch bent kun je net zo goed een kijkje nemen. Candi Sewu is na de Borobudur het grootste Boeddhistische tempelcomplex van Indonesië en bestaat uit een grote hoofdtempel die wordt omringd door vier ringen met in totaal 240 kleinere tempels. De ravage van de aardbeving is hier erg goed te zien.

We gaan eerst even onder een afdakje zitten en drinken een flesje cola leeg. Dan maken we eenrondje bij Candi Sewu. Dit is ook een mooie grote tempel, maar zonder de hoeveelheid bezoekers die we bij de Prambanan tempel zagen. Het zonlicht wordt inmiddels wat zachter waardoor de foto’s er nog beter uitzien (of komt het door die toerist ?).

Na een uitgebreide inspectie van de Sewu tempel lopen we weer terug naar de Prambanan tempel om daar nog wat foto’s te maken met dit licht. Helaas zijn we niet de enige met deze gedachte want het is veel drukker dan eerder deze middag.

Ineens ziet Diana dat er een ceremonie plaatsvindt voor de Shivatempel. Ondanks de vermoeidheid trekt ze een kort sprintje met de camera in de aanslag. Dat is een mooi extraatje op deze warme middag.

Rond vier uur laten we de tempel en haar aanbidders achter ons en gaan we op weg naar de uitgang. Bij de eerste de beste koelkast nemen we nog een flesje drinken maar dan gaan we toch maar op zoek naar een becak. Hoewel we niets hebben afgesproken staat de coureur van de heenweg bij het hek te wachten. We stappen in zijn bakkie en hij levert ons weer zonder kleerscheuren af bij de bushalte.
Onze timing is weer fantastisch want de bus komt er net aanrijden. We zoeken een plekkie en gaan maar weer zitten voor de lange rit. Het helpt al helemaal niet dat we nu ook nog eens te maken krijgen met de spits rond Yogya, maar ach, we hoeven nergens heen.

We worden netjes afgeleverd bij bushalte Malioboro 2 en nadat we het statiegeld voor onze buskaarten hebben opgehaald hebben we wel trek gekregen. We besluiten om weer naar Bedhot Resto te gaan. Dit backpackers restaurantje bevindt zich in een duister steegje waar je niet gek mag opkijken als er een mes tussen je schouderbladen landt, maar het eten is voortreffelijk!

Om het diner helemaal af te maken gaan we naar Malio Gelato voor een ijsje. Dit moet het beste ijs in Yogya zijn want het is er erg druk. We nemen 2 bolletjes, Diana kiest voor de ‘koffie’ en ik neem ‘very berrie’. Een paar likjes later begrijpen we waarom hier elke dag zoveel mensen naar binnen gaan.

Zaterdag 30 september

Vandaag staat vooral in het teken van de KAI, de Indonesische spoorwegen. We mogen namelijk de hele dag in de trein verblijven. Voor de rit van Yogya naar Probolinggo trekt de KAI bijna 8 uur uit. Dat voor nog geen 15 euro!

Er is even een lichte paniek als blijkt dat er geen taxis beschikbaar zijn om ons naar het treinstation te brengen, maar de receptionist weet uiteindelijk toch een karretje naar het hotel te lokken.
De taxichauffeur levert ons mooi op tijd en tegen een hele schappelijke prijs bij het station af en nadat onze tickets zijn gecontroleerd nemen we plaats bij het perron.

De trein rijdt pas tegen half negen het station binnen dus we hebben niet veel tijd om onze stoelen te zoeken. Met een beetje hulp vinden we wagon 1 bisnis, maar stoelen zijn niet te vinden. Deze wagon heeft alleen maar banken! Dat noemen ze bisnis-klasse in Indonesië! Ach, we hoeven er maar 8 uur op te zitten…..

De treinreis verloopt voorspoedig en de banken zitten nog niet zo heel slecht als we vreesden. Rond twee uur zijn we in Surabaya waar de trein 20 minuten blijft staan. De halletjes worden gedweild, de wc krijgt een beurt en de bankleuning wordt omgedraaid. Omdat de trein vanaf Surabaya achteruit rijdt kun je toch vooruit reizen door de bankleuning om te klappen. Heel vernuftig.

De laatste 2 uur van Surabaya naar Probolinggo vliegen voorbij. We merken dat de zon begint te dalen en genieten van het uitzicht over rijstvelden in het zachte licht.

Om 16:30 uur rijden we station Probolinggo binnen. We hangen de rugzakken om de schouders en lopen de 800m naar het hotel. Het hotel is beter dan we hadden verwacht voor dit gehucht,
We checken in, gooien onze spullen op de kamer en gaan dan een Bromo Sunrise tour proberen te regelen.
Uiteindelijk komen we bij Bromo Java Paradise uit. We boeken een prive-tour en worden om 01:30 uur opgehaald door een chauffeur die luistert naar de naam Rizqi. We vragen ons af of dat nou een gelukkig naam is voor een chauffeur.

Om acht uur zijn we al op onze kamer. We leggen onze warmste kleding klaar want bovenop de Bromo daalt de temperatuur ‘s-nachts onder de 10 graden.
De wekker staat op 01:00 uur en we hopen nog wat te kunnen slapen.

Zondag 1 oktober

De wekker gaat zelfs om 00:30 uur al af. Gisteravond kwam er nog een appje achteraan: het zou erg druk worden, of we een half uurtje eerder kunnen. We zijn inmiddels gewend aan de wekker, dus dat half uurtje is geen probleem.
Tegen enen verschijnt Rizqi bij het hotel en hij rijdt ons in vliegende vaart naar Cemoro Lawang waar we overstappen op de Landcruiser die ons naar het uitzichtpunt moet brengen.
We hebben ongeveer een uur nodig om via een slingerweg boven te komen en de chauffeur weet een mooi parkeerplekje te vinden, vlak bij het begin van het laatste klimmetje dat we te voet moeten afleggen.

Omdat de zonsopkomst nog wel even op zich laat wachten gaan we in een van de houten keetjes zitten die hier langs de weg staan. De vrouwen uit de omgeving hebben slim ingespeeld op de enorme hoeveelheid verkleumde toeristen die iets warms willen drinken of eten. Daar is geld aan te verdienen. Bovendien verkopen ze jassen, mutsen en handschoenen tegen de kou.

Om 04:30 uur gaan we dan de kou in, op weg naar het uitkijkpunt. Zoals gezegd zijn we niet de enigen die dit spektakel willen meemaken. De uitzichtpunten (ja, er zijn er meer) stromen vol en iedereen zoekt redelijk fatsoenlijk een plekje voor het mooiste plaatje.

Naarmate de zon hoger komt te staan wordt het fotograferen wat makkelijker en kun je zelfs met je telefoon een leuke selfie. Maken met de Bromo op de achtergrond. We kunnen niet achterblijven en doen dat ook niet.

Ruim na vijfen houden we het voor gezien en lopen we samen met Rizqi terug naar de Landcruiser. We maken de chauffeur wakker en niet veel later gaan we op weg om de Bromo van dichtbij te bekijken.
Dat het verkeer in Indonesië onvoorspelbaar is hebben we van dichtbij meegemaakt, maar dat je op zo’n slingerweggetje ook shocking klem kan komen te staan is een nieuw dieptepunt (of hier een hoogtepunt).

Een korte toelichting bij deze file is wel op z’n plaats. De smalle slingerweg waarover wij naar boven zijn gereden doet ook dienst als parkeerplaats en bovendien zijn wij niet de enigen die in zo’n Toyota Landcruiser model ‘Indiana Jones’ rijden (of modelletjes die daar erg op lijken); iedereen heeft zo’n bak. Die wagens worden dus aan beide kanten van de weg geparkeerd en als de zon z’n koppie heeft laten zien gaat de hele meute terug naar z’n Landcruiser en wil iedereen gelijktijdig de auto draaien op het smalle weggetje. Sommige toeristen laten zich bovendien met een scooter of motor terugbrengen naar hun auto en dan is de chaos compleet.
Na een uur in de file te hebben stil gestaan zijn wij maar gaan lopen.

Uiteindelijk lost zo’n file ook weer op en net toen wij een uitzichtpunt hadden bereikt kwamen onze chauffeurs aangereden. Ze toeteren enthousiast als ze ons zien en zetten de auto aan de kant. Wij stappen in en dan slingeren we naar beneden, naar de ‘sea of sand’ en de Bromo vulkaan.
De Landcruisers scheuren over de zandvlakte naar een parkeerplaats waar we onze wandeling naar de vulkaan beginnen, maar voordat we daar zijn moet er nog wel een fotootje gemaakt worden in dit ruige landschap.

De sea of sand is een enorme zandvlakte in de caldera van een enorme megavulkaan, de Tengger-vulkaan. Deze enorme vulkaan is gedurende de geologische geschiedenis meerdere keren uitgebarsten. Deze uitbarstingen waren zo krachtig dat de top van de vulkaan uiteindelijk instortte en een enorme krater vormde, wat resulteerde in de vorming van de huidige caldera. Binnenin deze caldera zijn nieuwe vulkanen ontstaan zoals de Bromo die bekend staat om zijn regelmatige uitbarstingen en constante uitstoot van rook en as en de Semeru, ook wel ‘Great Mountain’, de hoogste piek op Java.
Het zand in dit gebied is fijn gemalen vulkanische as dat zich in de loop van de tijd opgebouwd heeft tot een bijna maanachtige landschap dat zorgt voor een dramatisch contrast met de omliggende vulkanen.

Als de auto netjes geparkeerd is gaan we op pad naar de Bromo. We gaan niet per pony naar de vulkaan (dat is iets voor de Chinezen en Indonesiers) maar banjeren door het mulle vulkaanzand, stofwolken achter ons latend.
Ik geloof dat ik het al eerder geschreven heb, maar we zijn niet alleen vandaag (!). Bij de trap die naar de kraterrand gaat staat al een enorme rij te wachten. We sluiten aan en onder het genot van een brandende zon wachten we netjes op onze beurt.
Als we de 253 treden bedwongen hebben staan we ineens aan de rand van de Bromo vulkaan en zie we de zwaveldampen uit de krater opstijgen.

We volgend de kraterrand in oostelijke richting en blijven vol bewondering in de diepte turen. De rand is soms best tricky en je wilt hier geen misstap maken. Na een paar honderd meter staat er een beeldje van Ganesha, beschermheilige van reizigers, op de kraterrand en daar wil natuurlijk iedereen een foto maken, ook wij.

We lopen nog iets verder, maar dan beginnen de zwaveldampen ineens toe te nemen en komen ze onze richting op. Het slaat direct op je keel en geeft een vervelend prikkelend gevoel, Dit is voor ons het teken om rechtsomkeer te maken en via de trap af te dalen naar de zandzee.

Bij de Landcruiser worden we al opgewacht door de chauffeur en als ook Rizqi weer van de partij is gaan we op naar Cemoro Lawang. Daar stappen we in de auto van Rizqi die ons in een klein uurtje terug naar ons hotel.
We gaan gelijk naar onze kamer om ons af te spoelen want het vulkanische as zit zelfs op plekken waar het daglicht niet komt.
Even later nemen we fris en fruitig plaats in de lobby en checken we onze mail. Dan nemen we nog een lichte lunch in het restaurant van het hotel en vervolgens laten we ons naar het treinstation brengen waar we bij de ticket counter onze treinkaartjes laten printen.

We zijn nu klaar voor het ritje van 4 uur naar Banyuwangi, maar omdat we nog even tijd hebben voordat de trein vertrekt gaan we in het gezelligste restaurant bij het treinstation nog wat drinken.
Om half vier lopen we terug naar het stationsgebouw, laten onze treinkaartjes controleren en nemen plaats op het perron.

Niet veel later rolt de trein binnen en gaan wij op zoek naar onze plekken. Als we in wagon 1 aankomen schrikken we wel even. De hele wagon zit al vol met vnl. Indonesische gezinnen die onderweg zijn naar huis of familie. Bovendien is alle bagageruimte volgepropt en lukt het nog maar net om een plekje voor onze rugzakken te vinden.
We nemen plaats op onze harde bank, proberen onze benen tussen die van de reizigers tegenover ons te schuiven en bedenken ons dat dit wel eens een lastig ritje kan worden.
Een advies van ons voor alle potentiele Indonesie-gangers: ga nooit in de Ekonomi-klasse van de KAI reizen. Ga lopen, koop een fiets, kruip in een onderzeeër, maar reis niet in de Ekonomi-klasse.

Om 20:10 uur arriveren we na een lange, lange treinrit van 4 uur eindelijk in Banyuwangi. We springen in een taxi en laten ons naar ons hotel brengen. Het aanzicht van dit hotel maakt alweer een klein beetje goed van de ellende van de afgelopen uren, maar dat zal pas echt blijken als het morgen de zon weer is opgekomen.

Maandag 2 oktober

Wat kan een mens naar de knoppen zijn na een actieve vakantiedag. De afgelopen nacht (weer) weinig geslapen. Knallende koppijn, misselijkheid, algemene misere. We hebben er allebei wel last van. We twijfelen zelfs of we wel naar de Ijen vulkaan moeten gaan.
Bij het ontbijt proppen we met veel tegenzin een broodje met suiker naar binnen. Diana besteld 2 cappuccino en dat is een goed idee blijkt later. We knappen langzaam op. Is het dan toch weer die (caffeine) verslaving die ons parten speelt?

Na het ontbijt besluiten we bij het zwembad te gaan liggen. Het daglicht laat dit hotelcomplex er nog beter uitzien dan we gisteren al vermoedden.
We zoeken 2 mooie bedjes uit en leggen onze handdoeken in de aanslag, maar duiken dan eerst even het zwembad in om op te knappen. Het water is behaaglijk warm. Hier kunnen we wel even liggen weken.

We bestellen een bak koffie en langzaam aan voelen we ons weer de oude. We voelen onszelf zelfs zo goed dat we de nachtelijke tocht naar de Ijen krater gaan boeken.
De rest van de dag blijven we lekker aan het zwembad liggen. ‘s-Middags wordt het wat bewolkter waardoor het nog aangenamer wordt op het ligbedje. Even wat slaap inhalen.

Rond vieren houden we het voor gezien en gaan we naar de kamer. We leggen de uitrusting voor vannacht klaar en gaan dan een hapje eten.
We nemen een lichte maaltijd en gaan dan proberen een paar uurtjes te slapen. Net als gisteren staat de wekker weer op 00:30 uur.

Dinsdag 3 oktober

We zijn dus weer vroeg uit de veren, voor de laatste keer…..waarschijnlijk. Snel wassen, tandjes poetsen en naar de lobby waar onze gids al staat te wachten. We krijgen gelijk een gasmasker en een hoofdlamp uitgedeeld. We zijn er klaar voor.
We stappen in de auto en vragen de chauffeur nog even langs de pinautomaat te rijden want we zijn aan onze laatste paar-honderd-duizend roepia’s toe.

Het ritje naar de Kawah Ijen duurt ongeveer een uur en nadat we een plekkie op de parkeerplaats hebben gevonden gaan we eerst nog even een bakkie thee drinken want de poort gaat pas om 02:00 uur open.
Het is nu al niet te vergelijken met de Bromo en dat verschil zal alleen maar groter worden.

Om kwart over twee koopt de chauffeur onze tickets en gaan we op weg met de gids. Bij de Bromo waren we met drie-en-een-halve minuut op het uitzichtpunt, maar hier hebben we twee-en-een-half uur pittig klimwerk voor de boeg.
We lopen in een gestaag tempo omhoog terwijl we proberen het pad voor ons te verlichten met de gekregen lamp. Gelukkig heeft iedereen zo’n lamp waardoor struikelpartijen achterwege blijven.
We hadden ons ook naar boven kunnen laten rijden in een soort kruiwagen met twee wielen waarbij een persoon de kruiwagen trekt en een ander de kruiwagen duwt. De kruiwagen-bestuurders vragen hier een stevige prijs voor, dus je hoeft geen medelij met ze te hebben. Toch ziet het er iets te lakei-achtig uit.
We lopen lekker door en om ons zie we dat veel beklimmers het moeilijk hebben. Vooral de Chinezen happen naar adem en zij worden ook het meest gesignaleerd in de kruiwagens.

Na 2 uur komen we bij de afslag naar het blauwe vuur. Op een groot bord wordt gewaarschuwd niet naar beneden te gaan maar de meesten gaan toch. Onze gids vertelt dat de afdaling volledig op eigen risico is. Er wordt geen hulp verleend als er wat gebeurt.
Het blauwe vuur wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van zwavelgassen in de vulkanische gassen die uit de krater ontsnappen. Wanneer deze zwavelgassen in contact komen met de zuurstof in de lucht en ontbranden, produceren ze een blauwe vlam. Dit alles heeft te maken met de productie van zwavel die hier plaatsvindt
De hete zwavelgassen worden naar een reeks buizen en leidingen geleid, waar ze worden blootgesteld aan de omgevingslucht. Dit zorgt ervoor dat de gassen afkoelen en condenseren tot vloeibare zwavel.
De vloeibare zwavel druppelt naar buiten, waar het stolt en uithardt. Dit leidt tot de vorming van gele zwavelklompjes.
Lokale arbeiders verzamelen de gevormde zwavelklompjes. Ze hakken de klompjes los en plaatsen ze in manden.
De verzamelde zwavelklompjes (tot wel 70kg) worden door de arbeiders in manden op de schouders naar het dal gedragen.

Wij gaan niet met de meute mee naar het blauwe vuur, maar dat heeft vooral te maken met de enorme drukte op het paadje naar beneden. Je loopt stapvoets achter elkaar aan naar beneden, maakt een foto van het blauwe vuur en dan loop je te tegen de stroom in weer naar boven.
Toch krijgen wij het blauwe vuur te zien. Onze gids raapt een klein stukje zwavel van de grond, houdt er een aansteker bij en voila, blauw vuur. We checken gelijk onze gasmaskers.

De Ijen vulkaan is al de derde vulkaan die we bezoeken tijdens deze vakantie en dat is ook niet zo gek als je een land bezoekt dat in de ‘Ring of Fire’ ligt. De Ring of Fire is een gebied in de Stille Oceaan waar verschillende tektonische platen samenkomen, uit elkaar bewegen of onder elkaar duiken. Dit complexe plaatgrensgebied zorgt voor aardbevingen en vulkanische activiteit, en Indonesië ligt midden in dit actieve geologische gebied.

Naar de rand van de krater is het nog drie kwartier verder stiefelen en omdat het langzaamaan lichter wordt, beginnen de eerste contouren van de krater zich af te tekenen. Ook het smaragdgroene kratermeer wordt steeds zichtbaarder.
Dit kratermeer van de Ijen is met een pH-waarde van ongeveer 0,5 extreem zuur. Het is daarmee zelfs een van de zuurste natuurlijke waterlichamen ter wereld. Het zuur komt voort uit de opgeloste zwavelverbindingen in het water.
Het meer contrasteert mooi met het omliggende vulkaanlandschap en dat doet het goed op de plaatjes.

Als even later de zon opkomt brengt dat nog meer kleur in deze prachtige omgeving. Een rood-roze lucht vormt de achtergrond van de krater. We lopen langs de kraterrand om het beste uitzichtpunt te vinden, maar eigenlijk is het overal even mooi.
We kunnen wel zeggen dat we de mooiste vulkaan voor het laatst hebben bewaard. Kawah Putih was klein maar fijn, de Bromo was vooral speciaal vanwege de Sea of Sand maar Kawah Ijen is een adembenemende schoonheid.

Rond half zes gaan we op de weg terug en dat doen we via een aantal Insta-spots. Er staan oude vreemd gevormde rhododendron-achtige bomen langs de krater en Chinese toeristen komen speciaal hierheen om zichzelf naast zo’n boom te laten fotograferen en de laatste mode is dat ze dat schaars gekleed doen (terwijl het daar best fris is). Wij maken ook zo’n soort foto, maar willen die niet verpesten met onze schaars geklede lichamen.

Als we bij de afslag naar het blauwe vuur aankomen staat daar net een een zwaveldrager wat bij te verdienen. Blijkbaar levert het snijden van figuurtjes uit brokken zwavel goed geld op want hij doet maar weinig moeite om de kilo’s zwavel naar beneden te sjouwen. De toeristen betalen veel beter dan de fabriek beneden.

Om kwart over zeven zijn we weer beneden en dat we zonder kleerscheuren beneden zijn gekomen mag een wonder heten. De steile afdaling over een pad met een dunne bovenlaag van los vulkaanzand levert veel glijpartijen op. Wij zijn natuurlijk wel goed getrainde (hard)lopers!

We hebben vijf kwartier nodig om terug naar het hotel te rijden. Daar ontstoffen we even onder de douche en vallen dan het ontbijtbuffet aan. Normaal gesproken laten we de warme hap van het ontbijtbuffet staan, maar dit keer nemen we ook gebakken aardappels en nasi. We hebben er ook al bijna een werkdag op zitten.

Dan is het tijd om de spullen weer in de rugzak te proppen en uit te checken. We willen de ferry van 12:00 uur naar Bali halen dus moeten opschieten. We laten een taxi voorrijden die ons naar de haven van Ketapang brengt.
We kopen snel de kaartjes voor de overtocht en lopen dan naar de boot.

Als ze ons aan zien komen lopen beginnen ze al te schreeuwen. We trekken een kort sprintje en lopen het oude barrel op via de laadklep.
Dat hebben we gehaald en dan zijn we ook mooi op tijd voor de chauffeur die ons op Bali op komt halen.
De boot is al afgeladen vol en er is geen zitplek meer te krijgen. Het is maar drie kwartier varen, dus we blijven op het bovendek aan de reling staan en genieten van het uitzicht op Bali.
Deze veerboot is niet te vergelijken met de veerboten in Griekenland. De boot is oud en vies en het lijkt wel of de boot wordt aangedreven door mannetjes met roeispanen. Er zit geen vaart in. Gelukkig is het maar een klein stukkie.

Halverwege kijkt Diana op haar horloge en zegt verschrikt het is 13:35 uur! We zijn helemaal vergeten dat er een uur tijdverschil is tussen Java en Bali en hebben daar bij het maken van de afspraak met de chauffeur geen rekening mee gehouden. Nu begrijpen we de appjes van de chauffeur die hij voor twaalven stuurde en vroeg of we er al bijna waren. We sturen hem snel een berichtje en leggen onze dommigheid uit. Dat moeten we maar goedmaken met een dikke fooi.

Als we met een kleine vertraging de boot aflopen gaan we op zoek naar onze chauffeur. Na wat appen en bellen weten we elkaar te vinden. We leggen de situatie nogmaals uit en gooien onze bagage dan achterin zijn auto. Rijden met die bak want we hebben nog ruim 4 uur voor de boeg.

De rit langs de noordkust van Bali verloopt voorspoedig, maar 4 uur rijden is best een eind als je al vanaf 00:30 uur wakker bent. We maken nog een keer een stop bij een supermarkt voor een drankje en een ijsje en even later stoppen we nog een keer om te tanken.
Om half zeven zijn we dan eindelijk bij ons hotel Bukit Segara en hoewel het donker is, zien we al snel dat dit een verblijf is waar je langer wilt zijn.
De kamer is fantastisch en helemaal versierd met bloemen uit de eigen tuin. Dit keer pleuren we onze bagage niet op bed, maar deponeren deze in daarvoor bedoelde ruimte.

Om half acht gaan we naar het kleine restaurant en genieten van het heerlijke eten. Anderhalf uur later zijn we weer op onze kamer en na wat administratie duiken we het bed in, we zijn helemaal mud!

Woensdag 4 oktober

Vandaag even niks! Geen wekker, geen programma, niks! We slapen uit en gaan om half negen ontbijten met uitzicht op zee. Het geluid van de golven was onze wekker vanochtend.
Na het heerlijke ontbijt gaan we even langs bij de duikschool om de hoek om de duiken voor vrijdag te regelen en dan installeren we ons aan het prachtige zwembad.

Eigenlijk was dat het wel voor vandaag. Ok, vanaf het ligbed regelen we nog wel de tickets voor de ferry naar Lombok en bestellen we af en toe wat te drinken en te eten, maar veel zweteriger wordt het niet.
Tussen al die activiteit door dompelen we in het niet al te koude zwembad en maken natuurlijk wat foto’s. Sorry als we je jaloers maken.

Aan het eind van de middag gaan we nog een keer naar de duikschool om onze uitrusting te passen en daarna lopen we door naar het iets verder gelegen Vienna Beach Resort. Het is daar toevallig happy hour, een goede gelegenheid om aan de betonnen bar met uitzicht over zee te gaan zitten. Laat de cocktails maar komen.

Als de zon is ondergegaan lopen we terug naar ons hotel. Ook vanavond eten we weer in het bijbehorende restaurant.
Dit was dan onze minst enerverende, minst actieve, maar o zo lekkere vakantiedag.

Donderdag 5 oktober

Vandaag een cultureel uitstapje op de scooter. Het is erg aanlokkelijk om de hele dag bij het mooie zwembad te blijven liggen, maar dat is een beetje tegen onze natuur in.
We hebben een tempel, 2 waterpaleizen en wat rijstvelden ingepland dus gaan met die banaan (=Honda).

Het eerste stukje asfalt is gelijk een heel slecht stuk asfalt. Het zit vol met gaten en is zo smal dat auto’s elkaar maar net kunnen passeren. Het goede nieuws is dat er hard gewerkt wordt aan verbreding van de weg, maar daar hebben wij nu alleen maar last van. Na drie kwartier draaien we eindelijk de ‘grote’ weg op en kunnen we gas geven. Zoals vaak in het buitenland zijn de scooters niet begrensd en kunnen we ruimschoots harder dan 30km/u, dus wel een helm op.

Onze bestemming is de Lempuyang tempel. Deze tempel ligt op ongeveer 15km van Amed en is een belangrijke religieuze en culturele plek in Bali. Rond half tien parkeren we de scooter en stappen we in een shuttelbusje dat ons het laatste stukje naar boven rijdt.
Daar kopen we een kaartje en krijgen we een sarong omgeknoopt. Nog even een korte uitleg en dan gaan we op pad.
Het is 300m klimmen naar de tempel en het is er al behoorlijk druk. De tempel bestaat eigenlijk uit 2 delen. Aan de oostkant een drietal trappen en aan de westkant (met uitzicht op de vulkaan Agung) een poort.

De drie trappen hebben symbolische betekenissen in de Balinese religie en cultuur.
De eerste trap symboliseert de fysieke wereld, waar mensen zich bevinden voordat ze aan hun spirituele reis beginnen.
De tweede trap staat voor de menselijke geest en het proces van zelfreflectie en zuivering. Het vertegenwoordigt de overgang van de wereldse verlangens naar een staat van mentale en spirituele zuiverheid.
De derde trap leidt naar de tempel en wordt beschouwd als de toegangspoort tot de goddelijke wereld.
Dit is natuurlijk precies wat je altijd al wilde weten over de Pura Penataran Agung Lempuyang. Wat ons betreft is het vooral een fantastische plek om een foto te maken.

Je zult het niet geloven, maar ondanks het spirituele belang van de trappen kijken de meeste toeristen hier nauwelijks naar om. Ze komen namelijk voor de poort aan de westkant, vaak aangeduid als ‘De Hemelpoort’. Deze poort heeft z’n populariteit te danken aan Instagram en de gemiddelde (Aziatische) toerist vindt het helemaal niet erg om twee-en-een-half uur (!) te wachten op dat moment supreme.

Bij het toegangsticket zit een volgnummer dat je recht geeft op het fotomoment. De nummers worden omgeroepen en als het jouw beurt is mag je een paar poses aannemen onder de poort. Hele bergen toeristen hangen dus twee-en-een-half uur op hun rug om deze foto te kunnen maken. Daar zijn wij blijkbaar te nuchter voor (en hebben geen social media account). Wij maken ook onze foto, maar uit een alternatieve hoek zullen we maar zeggen.

In de Balinese cultuur en religie heeft de Hemelpoort ook een symbolische betekenis. Het doorlopen van deze poort vertegenwoordigt spirituele zuivering en positieve transformatie en het betreden van de tempel een stap is in de richting van spirituele verlichting. 
Ik zeg halleluja en doe er je voordeel mee!

Na dit spirituele hoogtepunt nemen we eerst wat vocht tot ons en gaan dan terug naar de scootmobiel. Helmpies op en daar gaan we weer.
De volgende bestemming is de waterpaleis aan de oostkust van Bali en om daar te komen rijden we door kleine dorpjes en prachtige groene rijstvelden. Hier zie nog een klein beetje het Bali van voor het toerisme en dat komt waarschijnlijk ook omdat we een paar keer de verkeerde afslag nemen.

Taman Ujung is eigenlijk een soort aangelegd park met mooie vijvers, prieeltjes, trappen en bijzondere planten en bomen. Dit waterpaleis werd in de vroege 20e eeuw gebouwd door de laatste koning van Karangasem en deed dienst als een soort koninklijk buitenbad. Het waterpaleis werd beschadigd door een aardbeving in 1963 en dat kan verklaren waarom wij hier geen echt paleis meer zien.
We maken een rondje over het terrein en zien dat er ook een bruidsreportage wordt gemaakt. Bijna net zo mooi als bij de Wenumse watermolen. Na een uurtje zetten we ons schrap voor het ritje naar Tirta Gangga.

Na een half uur scooteren parkeren we onze motor op de daarvoor aangewezen plek, betalen daarvoor IDR 5.000 en gaan naar de ingang van het volgende waterpaleis.
Tirta Gangga is in 1948 gebouwd door Anak Agung Agung Anglurah Ketut Karangasem de raja van Karangasem die ook Taman Ujung heeft laten bouwen (dat is wel een lekker zinnetje). Tirta Gangga betekent letterlijk ‘water van de Ganges’ en de site herbergt heilige bronnen waar traditionele hindoe rituelen worden uitgevoerd. 

Ook dit was oorspronkelijk een badplaats voor de koninklijke familie, maar dit waterpaleis is nu vooral beroemd om z’n dikke vette karpers. Die karpers zijn een een gewilde achtergrond voor de toeristische poseer-foto’s. Wij kunnen wederom niet achterblijven.

Na dit waterballet rijden we terug naar Amed waarbij we nog even een tussenstop maken voor een drankje in down-town Amed. We hadden nog geen gelegenheid gehad om de Jukung, de typische Balinese vissersboten van dichtbij te bekijken en die liggen hier op het strand. Dat kunnen we nu ook afvinken.

Om drie uur zijn zonder kleerscheuren terug bij ons hotel. Snel naar het zwembad voor een verfrissende plons. De rest van de middag liggen we afwisselend in het water of op zo’n heerlijk bedje aan de rand van het zwembad.

‘s-Avonds eten we dit keer niet bij ons hotel maar gaan we 300m verderop naar Gusto Resto, een Italiaans restaurant. Het is een goede keuze want we krijgen een mooi plekje op het balkon van het restaurant en de bruschetta en tagliatelle die we bestellen smaakt heerlijk!
We maken het niet laat vanavond want (je raadt het al) morgen gaat de wekker.