Dinsdag 14 november
Vandaag verkassen we naar Kandy en het zal me het dagje weer worden. Het begon allemaal heel ontspannenmet met het heerlijke ontbijtje in de tuin bij ons hotel; bordje fruit, paar toastjes, een Sri Lankan Omelet, glaasje jus en een pot thee. We hadden vandaag geen haast want er stond niet zoveel op het programma.

Na het ontbijt worden we door de eigenaar van het hotel met een tuktuk naar de bushalte gebracht en hij helpt ons zelfs met het aanhouden van een bus (niet nodig, maar goed bedoeld). We gooien onze rugzakken op de inwendige motorkap en gaan er maar weer goed voor zitten.
Het is nog geen 09:00 uur als we Dambulla achter ons laten en we van de groene omgeving kunnen genieten. We stoppen af en toe om mensen in te laden, geen vuiltje aan de lucht. Na een half uurtje zien we dan ineens de man-van-de-buskaartjes onze tassen verplaatsen en wij staan gelijk op scherp. Er blijkt echter helemaal niemand in onze rugzakken geïnteresseerd te zijn, want nog geen 100 meter verder zet de chauffeur de bus aan de kant en gaat de inwendige motorkap omhoog. De chauffeur duikt erin, wriemelt een beetje aan een slangetje, een palletje of een nippeltje en neemt daarna weer vrolijk plaats achter het stuur en geeft weer gas.

We hadden er niet zo op gelet, maar voelen nu ook dat de motor af en toe inhoudt, vooral als het bergopwaarts gaat. Helaas blijft het niet bij 1 pitstop; uiteindelijk worden het wel 10 of zo. De lokale bevolking lijkt zich er overigens helemaal niet aan te storen (ze hoeven blijkbaar nooit ergens op tijd te zijn) en als Diana een keer een foto maakt van zo’n onderhoudsbeurt roepen ze in koor: Lanka Bus! Wij nemen dus maar een voorbeeld aan onze medereizigers en laten het allemaal maar gebeuren.
Rond 11:30 stappen we uit op het busstation van Kandy en nemen een tuktuk naar ons hotel. Ondanks dat we zelfs het adres van ons hotel noemen, rijdt deze tuktuk chauffeur ons eerst naar het verkeerde hotel om vervolgens vrolijk de goede kant op te rijden. Ons hotel heeft de kamers op de 4e en 5e verdieping en de lift moet nog bezorgd worden. Dat wordt dus traplopen met de rugzakken om. We checken in en kunnen ondanks het vroege tijdstip, vrijwel direct onze kamer in. We gooien onze spullen op de kamer en gaan op zoek naar een plek waar we wat kunnen eten en drinken. Als onze buikjes weer gevuld zijn gaan we eerst naar het treinstation om de kaartjes voor donderdag en vrijdag te reserveren.
Kandy is na Anuradhapura en Polonnaruwa de derde hoofdstad van het land geweest, maar waar Anuradhapura en Polonnaruwa zijn verworden tot stoffige dorpjes is Kandy weer een echte stad; een beetje Colombo in het klein. Het verkeer is hier weer een gekkenhuis en de lucht is niet aan te bevelen voor astma patiënten. Lijkt misschien niet zo aantrekkelijk, maar wij houden hier wel van.

Kandy is bovendien het grootste religieuze centrum en hoofdstad van het Singalese Boeddhisme, want Kandy herbergt de heilige tand van Boeddha, een relikwie dat als een rode draad door de geschiedenis van het land loopt. Deze tand ligt goed opgeborgen in de Tempel van de Tand, maar dit was ook de plek waar op 25 januari 1998 door de Tamiltijgers een aanslag werd gepleegd. Voor het eerst was een religieus symbool (het belangrijkste symbool) doel van een aanslag en voor het eerst vond een aanslag plaats buiten Colombo. Het was een ommekeer in de strijd tussen de regering en de Tamiltijgers, een strijd die gelukkig al weer enkele jaren achter ons ligt.
Op weg naar het treinstation komen we lang een tempeltje en we kunnen het niet laten om even binnen te gaan kijken. Als we na een rondje door de tempel bijna bij de uitgang zijn, wordt Diana aangesproken door een monnik die in een soort kantoortje zit. Hij laat haar een foto zien van zichzelf en de Dalai Lama. Deze monnik had de geestelijk leider in 1990 ontmoet in Dharamsala en was daar duidelijk trots op. Out of the blue vraagt Mr. Monk of we misschien trek hebben in een geluksceremonie. Nou kun je daar nooit genoeg van hebben, dus wij nemen plaats op een bankje.
Hij vraagt naar onze namen en knipt voor ons beide een stukje wit touw af. Dit moeten we in onze hand, tegen het hart houden. Vervolgens prevelt hij voor ieder van ons wat onverstaanbaars en maakt met een waaier wat bezwerende bewegingen rond ons hoofd (Rob wordt ook nog een paar keer over de bol geaaid, maar laten we daar niet gelijk iets verkeerds van denken). Vervolgens moeten we het witte touwtje weer teruggeven en maakt hij er een armbandje van, waarna hij nogmaals iets onverstaanbaars brabbelt. Na dit hele ritueel zegt hij dat het met geluk wel goed zou moeten komen. Oh ja, of we ook nog een donatie willen doen, want dan worden onze namen morgenvroeg bij de dienst in de Tempel van de Tand opgelezen. Voor een paar cent ga je je eigen geluk niet in de weg zitten, dus we trekken de portemonnee maar weer.

Hoewel het met het geluk goed zou moeten zitten, kijken we toch maar goed uit als we de weg oversteken naar het station. We weten nl. niet wanneer de zegen precies ingaat. Op het treinstation gaan we opzoek naar het juiste loket voor onze treinkaartjes. De rij is hier gelukkig niet zo lang als in Colombo, dus we zijn snel aan de beurt. ‘We want to buy 2 tickets for the 16th to Hatton, second class’. De beambte tikt wat op z’n toetsenbord, wacht tot er iets op het beeldscherm verschijnt en zegt dan heel vriendelijk: ‘Sold out!’. Daar hadden we dus niet op gerekend. ‘We also need tickets for the train from Hatton to Nanu Oya on the 17th’. Opnieuw wat getik op z’n toetsenbord en opnieuw heel vriendelijk: ‘Also sold out’! Dat valt even tegen. Hij vertelt ons nog wel dat er op de dag van vertrek tickets gekocht kunnen worden, maar dan heb je geen gereserveerde stoel. Tijd voor een back-up plan!
Eigenlijk is er maar 1 alternatief: de bus. Net als we willen omkeren om op het busstation de vertrektijden naar Hatton te achterhalen, lopen we langs de lokale markt. Het is er een drukte van belang, dus besluiten hier eerst maar even te gaan kijken. De markt is helemaal niet groot, maar de marktkooplui doen allemaal hun uiterste best om hun koopwaar aan te bieden. We lopen over de markt en opnieuw merken dat niemand het erg vindt dat foto’s maken en lopen te filmen; ze vinden het nog wel mooi ook! Dat hebben we in andere landen wel anders meegemaakt.

Na een half uurtje zetten we dan toch maar koers naar het busstation. Omdat we hier door de bomen het bos niet zien, vragen we een tuktuk chauffeur waar de bussen naar Hatton vertrekken. Hij is zo vriendelijk om even mee te lopen naar de juiste bus. Omdat de buschauffeur geen Engels spreekt tolkt hij ook nog even voor ons. Over de vertrektijden van de bus hoeven we ons geen zorgen te maken. Ze beginnen te rijden om 5 uur en gaan elk half uur. Dat zal dus wel goed komen.
Als we terug lopen, vraagt de tuktuk chauffeur of we al naar de botanische tuinen zijn geweest. Dat zijn we nog niet en we hebben daarvoor ook nog niets geregeld. Omdat deze vriendelijke vriend ons zo goed geholpen heeft gunnen we hem dat tochtje en spreken met hem af dat hij ons morgen om 13:00 uur bij het hotel ophaalt. Hij blij, wij blij. Als we hem vervolgens vragen om ons even bij Cafe Secret Alley af te zetten, kan hij z’n geluk helemaal niet op (?). Bij dit, wat achteraf gelegen, cafe bestellen we twee grote pineapple cooler’s en kunnen we even op adem komen. Na deze versnapering gaan we even terug naar ons hotel om de portemonnee bij te vullen, want het lijkt ons wel een goed idee om vanavond de Tempel van de Tand te bezoeken.
Om 16:30 uur gaan we op weg naar dé Tempel, maar eerst eten we een paar cupcakes vlakbij ons hotel. Dan springen we in een tuktuk en laten we ons bij de tempel afzetten. Er is nog steeds een verscherpte toegangscontrole, maar tot een fouillering komt het niet. Omdat het inmiddels tegen vijven loopt, kleurt de tempel zacht in het avondlicht. Zet er nog een paar monniken in oranje gewaad voor en je hebt een prachtig plaatje.

Bij de ticketoffice lezen we dat de ceremonie om 18:30 uur begint, dus we hebben nog even de tijd om de tempel te verkennen voordat het spektakel begint. De tempel bestaat uit een aantal verschillende gebouwtjes met allemaal een eigen functie. Zo is er een bibliotheek, een museum en staan er verschillende Boeddhabeelden opgesteld in daarvoor ingerichte ruimtes. Buiten is er dan nog een soort glazen gang waar kaarsjes gebrand kunnen worden. De belangrijkste plek bevindt zich op de 1e verdieping, want daar is de Zaal van het Beeld, een kleine tempel waar de reliekhouder met dé tand wordt bewaard.
Als we om 18:00 uur terug komen bij de Tand is het al een drukte van belang. De locals zijn weer in het wit gekleed en zitten allemaal op de grond in afwachting van de ceremonie. Velen hebben hun bloem-offer al op een soort grote toonbank neergelegd, die daardoor al helemaal vol ligt.

Wij bewegen ons er voorzichtig tussendoor en je kunt voelen dat er iets belangrijks gaat gebeuren. Om 18:30 uur horen we dat er een verdieping lager op trommels wordt geslagen. Wij gaan snel een trapje lager om dit spektakel te aanschouwen. Mannen met ontbloot bovenlijf en een rok slaan uit alle macht op trommels, begeleidt door iemand op een trompet-achtig instrument.
Na een paar minuten gaan we weer naar boven en zien we dat de mensen in een rij zijn gaan staan. Het kan nu niet lang meer duren voordat het deurtje opengaat waarachter de reliekhouder met de Tand staat. De toeristen verdringen zich om dit spektakel te aanschouwen. Als uiteindelijk het deurtje opengaat zet de rij mensen zich in beweging, langs de opening waar de reliekhouder te zien is. Het hoogste doel voor vandaag hebben ze bereikt. Wij volgen dit alles aandachtig en je merkt dat dit een hele belangrijke plek is voor de Boeddhistische Singalezen.

Iets na zevenen verlaten we de tempel en gaan we op zoek naar een restaurantje, want de inwendige mens begon inmiddels aardig te protesteren; ceremonie of niet. Op een paar honderd meter van de tempel vinden we een leuk restaurantje waar we een heerlijke curry naar binnen werken. Als we de foto’s van vandaag terug kijken, moeten we concluderen dat we meer gedaan hebben dan we voor vandaag bedacht hadden.
Dinsdag 15 november
We hebben vanmiddag om 13:00 uur afgesproken met onze tuktuk chauffeur, dus hebben we de hele ochtend om een beetje te lanterfanten. Van dat laatste komt het niet echt, want we willen nog even naar een uitzichtpunt vanwaar je de stad en het meer kunt zien liggen en daarna nog even om het meer wandelen. Het ontbijt nuttigen we bij een restaurantje om de hoek, waar het steeds vol zit met lokale bevolking. Dit is meestal een goed teken. Omdat we niet kunnen kiezen uit de gerechten op de menukaart aan de muur, wijst Diana bij de vitrine aan wat we willen eten: wat witte bolletjes, een omelet en een bak thee. Het smaakt allemaal voortreffelijk.

Na het ontbijt lopen we dan via het kunstmatige meer dat in 1807 is gegraven in opdracht van de laatste koning van Kandy. Het lijkt wel een beetje een Oostenrijks meer met de heuvel erachter. Die heuvel is ons doel. We steken de weg over aan de achterkant van het meer en gaan via een slingerpaadje omhoog. Dit paadje heeft een behoorlijk stijgingspercentage, dus we kunnen gelijk weer aan de bak. We hebben een minuut of 10 nodig voor het klimmetje en gaan dan richting de plek waar de eerste toeristenbus z’n lading al heeft gedropt. Vanaf deze plek heb je een mooi uitzicht over het meer en de achterliggende stad. Helaas is het restaurant van het ernaast gelegen hotel nog gesloten, dus geen bakkie voor ons op deze plek. Dan maar weer terug naar het meer.

Omdat het nog vroeg is, doen we nu eerst een rondje om het meer en gaan daarna ergens een bakkie doen. Het is ongeveer 2,5 km om het meer, dus dat is zo gepiept. Het kunstmatige meer zit vol vette vis. Dit betekent dat de lokale bevolking hier niet mag vissen, of dat de vis niet te eten is, want anders was het meer wel leeg gevist. Ondanks het drukke, toeterende verkeer zien we witte reigers, vleermuizen, schildpadden, apen en zelfs een leguaan van wel een meter lang. We ronden het meer in een nieuwe recordtijd, dus hebben nu wel een bakkie verdiend.

Met behulp van Google Maps gaan we naar Buono. Dit cafeetje schijnt een heerlijke cappuccino te schenken en bovendien gaat een deel van het geld naar de opvang van kinderen. De navigatie werkt uitstekend want een kwartiertje later zitten we bij Buono. Het cafeetje is verstopt in een achteraf gelegen straatje dat we zonder de hulp van Google niet gevonden zouden hebben. Over de cappuccino kunnen we niet klagen, die smaakt uitstekend.

We manoeuvreren terug naar het hotel, maar onderweg eten we nog wat hartige hapjes bij de tent waar we vanochtend ontbeten hebben. We hebben voor 13:00 uur een tuktuk gereserveerd, en dan wil je er wel lekker fris bij zitten. Nog even genieten van de airco op de kamer en dan kan het middagprogramma beginnen.
Opnieuw is de tuktuk chauffeur op tijd, of eigenlijk een tuktuk chauffeur. De man waar we mee afgesproken hadden heeft waarschijnlijk een lucratievere deal kunnen sluiten en heeft nu z’n ‘broer’ naar ons gestuurd. Maakt ons niet uit; gassen met die bak! We gaan eerst voor de rust van de koninklijke botanische tuinen. Als actieve toerist moet je toch af en toe ook gas terug nemen.We weten in ieder geval zeker dat het mooiste botanical gardens zullen zijn die wij ooooooit gezien hebben, want we zijn nog nooit naar een botanical garden geweest.De cijfers zeggen genoeg: 60 hectaren groot, 4000 soorten groenvoer, 1,2 miljoen bezoekers per jaar. Het is de grootste botanische tuin van Azië en een van de grootste van de wereld.
We krijgen een plattegrondje mee bij de ingang, maar we weten eigenlijk niet hoe we dit moeten aanpakken. Als de welbekende kip zonder kop lopen we eerst naar de orchideeën kas waar vooral orchideeën staan, dan lopen we naar de palmen avenues waar veel palmen staan.

We hebben een klein beetje pech vandaag. We kwamen hier ook een beetje voor de rusten laten ze nu net vandaag hebben uitgekozen om een enorme woudreus om te halen. Dat doen ze hier dus ook niet met de handzaag, nee, daar gebruiken ze ook hier een gillende kettingzaag voor. We zijn blij als we na een half uurtje de majestueuze boom tegen de grond horen gaan (die zal toch wel ziek zijn geweest?).
We lopen rond het grote ronde grasveld en komen dan langs een hangbrug die daar vooral voor de show hangt te hangen. Je kunt erop om een fotootje te maken. Na de hangbrug komen we bij het bamboebos waar heel veel bamboe staat, dan het pijnbomenstraatje met pijnbomen en als laatste het grassenveldje met, je raad het al, veel grassen. Tussen al die thematuinen staan nog duizenden planten waarvan wij niet eens de naam kunnen onthouden, maar je hebt nu een idee wat je kunt verwachten. Het geheel is fantastisch aangelegd en hoewel wij vooraf enigszins sceptisch waren, moeten we toegeven dat het geheel een idyllische omgeving vormt.

Bij de uitgang worden we gelijk weer met de harde realiteit geconfronteerd: toeterende tuktuk’s, luchtvervuilende vrachtwagens en schreeuwende mensen. We stappen snel in onze tuktuk en gaan op weg naar de grote Boeddha. De grote witte Boeddha is, zoals mag verwachten een grote witte Boeddha en deze grote witte Boeddha staat op de top van een berg ten oosten van de stad. Bij dit kadootje van Japan hebben we opnieuw een fantastisch uitzicht over de stad. Bahirawa Kanda, zoals hij hier wordt genoemd is een indrukwekkende verschijning, waar je niet omheen kunt.

Inmiddels is de middag al weer aardig gevorderd en we laten ons nu afzetten bij het Kandyan Cultural Centre. Hier gaan we om 17:00 uur genieten van een uurtje folklore. Wie had dat gedacht? In ons reisboek werd hierover geschreven dat het een enorm toeristisch gebeuren is, maar wel de moeite waard. We gaan het zien. We drinken eerst nog wat op het terrasje bij het theater en gaan dan om 16:30 uur al naar binnen, omdat we helemaal niets willen missen. Wij zitten op de eerste rij van het balkon en kunnen alles dus goed in de gaten houden. Tot onze verbazing loopt de zaal helemaal vol en zit er wel een paar honderd man binnen. Om 17:00 uur gaan de spotlights aan en komen de trommelaars het podium op. Ze worden begeleidt door iemand met een soort klarinet (eigenlijk dus een klarinetniet). Wat dan volgt is een wervelende show waarbij verschillende volksdansen worden opgevoerd. Soms door mannen, soms door vrouwen, maar altijd weer begeleidt door de opzwepende trommels. Het uurtje vliegt voorbij en voor de tweede keer vandaag zijn we positief verrast.

Na de staande ovatie, snellen wij naar The Pub. Na Colombo is Kandy de tweede stad waar eindelijk weer eens een biertje te krijgen is en met dit warme weer is dat toch een fijne beloning na weer een drukke dag. Nadat we het diner hebben genuttigd (klinkt beter dan broodje gegeten), gaan we weer terug naar onze kamer om de tassen in te pakken. Morgen is weer een reisdag.

Donderdag 16 november
We deden het vanochtend rustig aan want we hadden vandaag een kort ritje voor de boeg. Het is iets meer dan 100km naar Delhousie, dan zouden we vanmiddag toch wel op tijd op een terrasje moeten kunnen zitten, zou je denken. We ontbijten eerst weer op ons vaste adres en gaan rond 09:00 uur op zoek naar een tuktuk die ons naar het busstation kan brengen. Op het busstation staan 2 bussen die naar Hatton gaan; een rooie die om 10:00 uur vertrekt en een wit-blauwe die om 10:20 uur vertrekt. We gaan voor de rooie, want hoe eerder we dat terras bereiken, hoe beter. In de rooie bus blijken de zittingen wel erg hard te zijn. Gaan we dat wel 2,5 uur vol houden? Last-minute switchen we toch naar de wit-blauwe; onze konten zullen ons daar dankbaar voor zijn.

Zoals gebruikelijk vertrekt de bus op tijd. We rijden langs plekken die ons inmiddels bekend voorkomen: de rotonde bij het meer, de weg naar de botanische tuin en de weg achter het treinstation. 2,5 uur lijkt lang voor 70km, maar we hebben bijna een uur nodig om Kandy uit te komen. Het is voor de eerste keer dat de bus ook echt vol is. Mensen staan in het gangpad en het is een gedring van jewelste. Er zitten maar liefst 4 andere toeristen in de bus; dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Langzaam begint de omgeving te veranderen. Er verschijnen steeds meer bergen om ons heen en we zien ook steeds vaker een theeplantage tegen de hellingen aan. Om 13:10 uur rijden we het busstation van Hatton op.
Op het busstation kopen we een fles drinken en een paar vage gefrituurde hapjes die uiteindelijk lekker blijken te smaken. Er gaat buiten het seizoen geen rechtstreekse bus meer naar Delhousie, wordt ons verteld, dus nemen we de bus naar Maskeliya en dan stappen we daar over op de bus naar Delhousie. Het tochtje naar Meskeliya is prachtig en gaat rond een prachtig blauw meer. Ondanks de slakkengang van de bus, vliegt dit ritje van 20km voorbij. Om 14:30 uur staan we in de hoofdstraat van Maskeliya.

Als we de bus uitstappen worden we bijna gelijk een andere, kleinere bus ingejaagd. Dit busje zal dus wel snel naar Delhousie gaan. We stappen in en proppen onze rugzakken achter de stoel van de chauffeur. 14:30 uur wordt 15:00 uur en 15:00 uur wordt zelfs 15:20 uur. Daar zit je dan te smelten in een bloedheet busje, dat bovendien tot de nok gevuld is. Niet alleen vervoert dit busje mensen, ook fungeert het als een pakketten-bezorgdienst en bovendien lijkt de chauffeur een soort Thuisbezorgd.nl op na te houden. Als we eindelijk weg rijden hangen er mensen uit de zijdeur, staat er een jongen op onze tenen en hangt de rugzak van een Russische toerist bij Rob in de nek. Dan denk je dat er niets meer bij kan, maar onderweg worden gewoon nieuwe passagiers naar binnen gepropt. Gelukkig hoeft niet iedereen naar Delhousie, dus gedurende het ritje van drie kwartier krijgen we steeds meer lucht. Om 16:20 uur rollen we dan vlak bij ons hotelletje uit de bus. We doen even een rekensommetje: 110km in 7 uur is een gemiddelde van iets meer dan 15km per uur. Lekker dan!

Ons hotel is ook geen succes. Het lijkt wel Fawlty Towers, maar dan zonder Manuel en met een strontbezopen eigenaar Basil Fawlty. Het is een zootje binnen; vuil op de vloer, plastic flessen op de balie, dekens slingeren overal rond. Onze kamer is ok, maar het hotel heeft wel een beurtje nodig. We hadden het hotel incl. ontbijt geboekt, maar met alleen een dronken Basil gaat dat natuurlijk niet lukken. We laten hem even weten dat we hier niet het volle pond voor gaan betalen. Daar had hij blijkbaar al rekening mee gehouden, want de oorspronkelijke prijs wordt bijna gehalveerd. We eten ‘s-avonds bij een ander hotel en daar vertellen ze ons dat hij elke dag bezopen is. Er is het e.e.a. voorgevallen in z’n priveleven, waardoor z’n vrouw weg is gegaan. Dit hotel scoorde een 8.9 in de reviews en daar is in een paar weken helemaal niets van over.
Delhousie is minder dan een dorpje; het is niet veel meer dan een verzameling slaapgelegenheden voor de mensen die de 2243m hoge Adam’s Peak, of Sri Pada zoals ze hier zeggen, willen beklimmen. En dat zijn zeker niet alleen toeristen. Adam’s Peak is een bedevaartsoort voor alle gelovigen van Sri Lanka omdat Adam, Boeddha of Shiva (kies je geloof) hier een voetafdruk heeft achtergelaten. Op dit moment zijn er hoofdzakelijk toeristen die de klim maken, want de grote meute lokale gelovigen doet de bedevaart pas na Poya-day en dat is dit jaar 3 december. We eten ‘s-avonds een curry bij een vriend van de eigenaar want eten bereiden was de eigenaar van ons hotel niet meer toe in staat. Als we na het eten het hotel inlopen, ligt Basil al te ronken op een van de banken bij de receptie.Wij gaan vroeg naar bed want we willen om 02:30 uur aan de klim beginnen (de wekker staat dus op 02:15 uur). Je moet rekenen op 3 uur trappen lopen en met de zonsopkomst willen we boven zijn.
Vrijdag 17 november
De wekker werkt als een zonnetje; om 02:15 uur schrikken we wakker. Leuk zo’n vakantie! We horen buiten al andere beklimmers langs komen, dus we doen onze fleece-pullies aan (het kan koud zijn op de top) en nemen de rugzak met etenswaren en drinken mee en lopen achter de rest aan. Het is pikdonker dus iedereen heeft z’n eigen koplampje bij zich. Dat ziet er gezellig uit.

Na 10 treden maken we onze eerste stop. Met dank aan Basil hebben we niets gegeten, dus bestellen we bij een klein stalletje 2 thee en spoelen daarmee een Snelle Jelle naar binnen. Er zat voldoende suiker in de thee, dus we kunnen wel een paar treden nemen.

212, 213, 214, we komen langs een goed verlichte, liggende Boeddha. Die lag daar lekker te pitten met z’n oranje pyjama aan. Wanneer je even in een zwart gat loopt en dus geen last hebt van de lampjes van anderen, zien we enorme hoeveelheden sterren. Veel meer dan wanneer je in de bewoonde wereld naar boven kijkt. De afwezigheid van (strooi-)licht maakt de hemel zo veel mooier! 1335, 1336, 1337, het echte klimmen is begonnen. Was het eerste stuk af en toe nog vlak met treden ertussen, nu lopen we van de ene trap naar de andere. Zoals we gewend zijn bij AV Veluwe gaan we ieder in ons eigen tempo en wachten we om de zoveel minuten op elkaar. Tussen de jonkies doen we het nog niet zo slecht. We schatten dat de meesten half onze leeftijd zijn, maar ze lopen te hijgen als oude stoomlocomotieven.
3877, 3878, 3879, het wordt nu serieus! Er zijn leuningen in het midden van het pad geplaatst waaraan we ons als het ware omhoog kunnen trekken. Daarmee ontlast je de benen, die het zo langzamerhand steeds moeilijker krijgen. We kunnen de verlichting op de top al goed zien, maar we hebben nog wel een paar treden te gaan. 5401, 5402, 5403, we zijn er bijna. We kunnen de contouren van de gebouwtjes op de top al zien. Nog een paar honderd stappen te gaan. Mensen om ons heen worden euforisch; ze gaan het halen. Om 05:40 uur staan ook wij op de hoogste treden van Adam’s Peak. Helaas is het tempel-terrein dicht, maar dat wisten we vooraf al; Poya-day is pas over 2 weken.

We wachten met een paar honderd man voor de hekken van de tempel tot de zon opkomt en proberen ondertussen de perfecte vroeg-in-de-ochtend-op-Adam’s-Peak-foto te maken. De zon laat z’n lachebekje iets na zessen zien en dat is voor ons het teken om de afdaling in te zetten.

Dalen is soms nog vervelender dan klimmen en na een kwartiertje staan we al op onze benen te trillen. Op de terugweg zien we wat we heen allemaal gemist hebben: Boeddha’s, Dagoba’s, watervallen en fantastische vergezichten. Om 07:45 uur zijn we weer beneden en omdat om 08:00 uur een rechtstreekse bus naar Hatton gaat zetten we alles op alles om die te halen. Basil is in geen velden of wegen te zien, dus uitchecken doen we vandaag niet aan. We proppen onze spullen in de rugzakken en lopen zo snel als dat nog gaat naar de bushalte. De bus moet gelukkig nog komen. We hebben zelfs nog tijd om een foto van Sri Pada tegen een strak blauwe lucht te nemen. Dat kunnen niet veel bezoekers zeggen.
De rit naar Nuwara Eliya gaat veel voorspoediger dan de rit naar Dalhousie. De buschauffeur van de bus naar Hatton trapt lekker door. We zitten in de bus op een 3-zitsbank waarbij Rob in het midden zit. Het plastic van de zitting is zo glad dat hij bij een linkerbocht tegen de linkerdij van Diana aan wordt geperst, terwijl hij bij een rechterbocht tegen de rechterdij van een bevallige verpleegster wordt geslingerd; lucky basterd! Om 09:45 uur zijn we in Hatton, waar we worden overgeladen in de bus naar Nuwara Eliya. Dit is weer zo’n klein k-busje waarin je helemaal opgevouwen zit. Gelukkig is het maar 43km.

De chauffeur van het kleine busje presteert het om anderhalf uur nodig te hebben voor 43km. Enige voordeel is dat we meer tijd hebben om te genieten van de prachtige bergachtige omgeving, en de enorme hoeveelheid theeplantages op de berghellingen. Als we om 11:30 uur uitstappen moet eerst de bloedsomloop in de benen weer een beetje op gang komen. We charteren weer een tuktuk en laten ons bij ons hotel voor de komende 2 nachten afzetten. Dit is het tegenovergestelde van wat we gisteren hebben meegemaakt. De dame bij de receptie is attent en de kamers zijn spic-en-span. Het is een beetje zo’n hotel in klassiek Engelse stijl; beetje posh. Dit lijkt ons wel wat!
Nadat we de spullen op de slaapkamer hebben gegooid, doen we een eerste rondje Nuwara Eliya. Dit stadje lijkt op alle andere stadjes waar we geweest zijn; stoffig, betonnig, druk en lawaaierig, maar misschien ontdekken we de pareltjes morgen nog. Op de terugweg naar het hotel laten we ons eerder uit de tuktuk gooien. Het laatste stuk lopen we dan tussen de theeplantages en door kleine gemeenschappen waar je je weer terug in de tijd waant. De kinderen lopen om je heen te springen en de ouderen groeten je vriendelijk. Dit is veel beter dan downtown Nuwara Eliya.

Dat ziet er weer geweldig uit. Ga door met genieten van dit mooie land.