Alle berichten van admin

Maleisië, Brunei en Singapore 4

Dinsdag 7 oktober

Om 08:00 uur aan het ontbijt, het lijkt wel uitslapen! Het busje van Han Travel dat ons naar Jerantut moet brengen haalt ons pas om 10:00 uur op en dan kunnen we zelfs even op ons kleine terrasje zitten.

We vertrekken mooi op tijd met een volle minibus met bijna allemaal Nederlanders om ons heen. Da’s wel anders dan op Borneo of in Brunei. Even op je woorden passen dus.
Na ruim een uur zijn we weer in Jerantut waar we overstappen in een grotere bus. Om 11:30 uur rijden we weg richting de Cameron Highlands. 

Het verhaal van de Cameron Highlands begon in 1885, toen de Britse expeditieleider William Cameron het gebied ontdekte en zijn naam eraan gaf. De Britten zagen het potentieel van het koelere klimaat en de vruchtbare grond, wat leidde tot de ontwikkeling van grote theeplantages, die deze plek nog steeds kenmerken. De regio werd een geliefde vakantiebestemming voor kolonisten en tegenwoordig vooral Maleisiërs en Singaporezen. 

Rond 13:00 uur maken we een korte lunchstop, wat noedels, colaatje, en zoetigheid voor een euro. Dat kunnen we lang volhouden.

De weg naar de Cameron Highlands slingert tussen het laaggebergte door en we klimmen steeds een beetje verder omhoog. Cameron Highlands ligt nl. op een hoogte van 800m tot 1600m.
Het is best een mooie rit vanachter het busraam. Hoewel op het eerste stuk vnl. palmolie plantages te zien waren zien we na de lunch vooral bos en bergen. Het groen langs de weg zou niet misstaan in Taman Negara.

Om 13:45 uur bereiken we de gebiedsgrens van de Cameron Highlands. Je kunt maar één keer een eerste indruk maken, zeggen ze. Wel, de eerste indruk van de Cameron Highlands is geen beste. In de buurt van Bertam Valley staat alles vol met lelijke plastic kassen, ook de bergwanden zijn helemaal vol gezet met die troep. Het was de Engelsen in de 19e eeuw al duidelijk dat het klimaat zich hier goed leent voor wat tuinbouw, maar dat hebben ze nu wel wat overdreven. Gelukkig is de horizonvervuiling plaatselijk en verdwijnt alles snel uit zicht als we Bertam Valley achter ons laten.

Het laatste half uurtje naar Tanah Rata (1440 m) zien we de eerste theevelden verschijnen, de belangrijkste trekpleister voor deze regio. Ze liggen er prachtig bij, maar we zijn hier dan ook in een hele goede periode voor al dat groen!

Vanaf het busstation in Tanah Rata is het maar een paar honderd meter naar ons hotel, maar het is wel een paar honderd meter omhoog. We hoeven er niet lang over na te denken en bestellen een Grab die ons voor een paar duppies voor de lobby afzet.
Inchecken, rugzakken op de kamer en dan weer naar benden om een Grab te nemen naar de theevelden van Bharat een paar kilometer buiten het dorp. Het is heerlijk weer dus die kans laten we niet schieten.

We kopen voor 80 cent een armbandje dat je toegang geeft tot de theevelden. We hebben natuurlijk wel vaker tussen de theevelden gestaan, maar het ziet er elke keer weer prachtig uit. Ook hier zijn golvende heuvels vol met theestruikjes een lust voor het oog.

We wandelen kris-kras langs de theevelden en schieten veel te veel foto’s, helpen wat giebelende meiden aan een leuke foto en maken een toeristische selfie. Hoewel het hier nog steeds zo’n 25 graden is voelt het veel aangenamer aan dan de voorgaande weken. Hier hoef je geen klamme, warme deken over de schouders mee te sleuren en dat loopt veel lekkerder.

Rond 16:45 uur laten we de theevelden achter ons en bestellen een Grab naar Tanah Rata, althans dat dacht ik. Iets te snel een adresje ingetikt en je komt zomaar in een ander dorp uit. Gelukkig hadden we een bijdehante chauffeur waardoor de rit nog op tijd kon worden aangepast.

Terug in Tanah Rata lopen we gelijk even langs het busstation om buskaartjes voor de rit naar Penang te kopen. De gehaaide verkoopster praat ons een extra luxe bus aan voor die rit van 5 uur. Het kost maar een euro extra dus die gok nemen we.

Na een paar dagen zonder een serieuze bak koffie duiken we eerst bij Kenangan Coffee naar binnen waar we een kop vers gemalen koffie bestellen, heerlijk!
Na deze verkwikkende bak leut lopen we we langs de winkeltjes en restaurants aan Jalan Besar. Door de vele Indiase restaurants krijgen we spontaan trek. We gaan bij Highlands Spice zitten en bestellen een paar gerechten en ook hier likken we onze vingers er weer bij af!

Woensdag 8 oktober

In tegenstelling tot ons oorspronkelijke plan, hebben we besloten om hier géén trail te gaan lopen. We hoorden dat er slechts één trail open is en toen we de foto’s daarvan zagen werden we niet heel erg enthousiast. We hebben de afgelopen weken al zulke mooie trails gelopen dat dit wel eens een tegenvaller kan worden.
Tijd voor wat anders en dat anders is het Mossy Forrest geworden en dan niet het Mossy Forrest dat 95% van de toeristen hier bezoekt en dat makkelijk bereikbaar is via een vlonderpad, maar ‘the real’ Mossy Forrest waarvoor je moet klauteren en klimmen.
We hebben om 08:30 uur afgesproken met de eigenaar van Mossy Travel dus alle tijd om ons uit te leven aan het overdadige ontbijtbuffet bij ons hotel.

Het enige dat Mossy kan verpesten is het weer en toen we vanochtend naar buiten keken zagen we geen hand voor ogen. Geen hand voor ogen is misschien wat overdreven, maar we konden de reling van ons balkon nauwelijks zien en dat balkon is net groot genoeg om een paar schoenen te laten drogen.
Nadat we ons tegoed hadden gedaan aan het ontbijtbuffet bleek gelukkig een deel van de wolken verdwenen. Dat is het mooie van het weer in de bergen, het kan snel omslaan.
We halen de camera en nog wat andere attributen voor Mossy van de kamer en dan zien we de eerste zonnestralen alweer door het wolkendek prikken. Perfecte timing!

Meneer Mossy van Mossy Travel was mooi op tijd bij ons hotel en het is maar een kwartiertje naar de start van onze wandeling, of laten we het een klim noemen want we moeten wel weer een bergje op.
Jeep geparkeerd, spullen mee en we gaan op pad. We schrikken van de eerste meters want zo’n steile klim hebben we deze vakantie nog niet voor de kiezen gehad. Gelukkig is het maar een klein stukje, maar als dit een voorbode is van wat gaat komen dan krijgen we het nog lastig.

Tijdens de beklimming van het eerste bultje is het al gelijk genieten van mooie bemoste bomen. Onze camera maakt overuren totdat meneer Mossy zegt dat we de batterij beter kunnen sparen voor als we straks bij Mossy Forrest komen. Wat we nu om ons heen zien stelt blijkbaar niets voor dus we volgen zijn advies maar op.

De eerste bult is eigenlijk alleen bedoeld om van het uitzicht op Mt. Brinchang te kunnen genieten. Mt. Brinchang is met iets meer dan 2000m de hoogste berg in de Cameron Highlands. We bereiken de top van de bult zonder kleerscheuren en het uitzicht is prachtig, zeker nu er net een wolk over de top van Mt. Brinchang heen hangt. Hier gaan onze camera’s weer los en meneer Mossy vindt het maar wat fijn om wat foto’s van ons samen te maken.

Dan is het tijd voor deel 2 van deze tour: op naar Mossy Forrest. Het klauteren begint nu ook serieuzere vormen aan te nemen en zeker voor de mensen in onze groep met wat kortere benen zijn die klauterpartijen een uitdaging.

Meneer Mossy begint zich ook steeds meer op z’n gemak te voelen want hij begint een spervuur met weetjes en vraagjes op ons af te vuren. Zo wijst hij ons op bladeren die door de oorspronkelijke Orang Asli bevolking gebruikt werden om een soort energydrink te maken, een soort voorloper van Red Bull dus. Hij wrijft ons ook wat blaadjes onder de neus die naar Tijgerbalsem ruiken en jawel daar maakten de oorspronkelijk bewoners een zalfje van dat goed hielp tegen stramme spieren. Hij vertelt ons van alles over het gebruik van bamboe als blaaspijpje om wild te schieten, hij laat ons rotan zien en vindt het jammer dat de huidige generatie liever plastic of aluminium stoelen heeft, er komt een verhaaltje over de ‘vleesetende’ planten, over slangen, over schone lucht, over de mens die de natuur naar de kl*te helpt en dan zijn we nog niet halverwege. Het onderdeel vraagjes zou het goed doen als tv-programma en we krijgen het idee dat meneer M hier het meeste plezier aan beleeft. Wat is het sterkste dier, welk dier heeft de grootste mond, wat is het gevaarlijkste dier, welk dier heeft de beste ogen, welk dier heeft………

Op deze manier kletst meneer Mossy ons langzaam naar het Mossy Forrest. Dit betekent niet dat het vanzelf gaat, want we zijn nog niet eerder zo smerig geworden. Onze schoenen zitten onder de modder en een deel van de modder heeft inmiddels ook onze broeken bevuilt. Onze handen zijn zwart van het klauteren en we moeten maar hopen dat de camera het overleeft.

Na anderhalf uur bereiken we dan ‘the real’ Mossy Forrest en we kijken onze ogen uit. Het is net of je in een Hobbit-verhaal terecht bent gekomen, dat er zo ergens een knobbelig figuur tevoorschijn komt. Mysterieus ook wel, maar vooral een schitterend stukje natuur. We maken uit alle hoeken foto’s en ook meneer Mossy laat zich niet onbetuigd, hij wil wel even een serietje foto’s van ons in het Mossy Forrest maken. Ach, je kan er nooit genoeg van hebben.

Omdat er ook nog een deel 3 aan deze tour zit beginnen we langzaamaan aan de terugweg. Goed uitkijken dat je niet uitglijdt of wegzakt in de modder, houvast zoeken als er weer een enorme stap moet worden genomen. Uiteindelijk overleven we deze tocht en zijn we na 2 uur weer terug bij de jeep.

Voor het laatste onderdeel gaan we naar de BOH theeplantage. BOH, wat staat voor Best of Highlands, is de oudste theeproducent van Maleisië en tevens de grootste.  
Meneer Mossy slingert z’n jeep via het smalle weggetje omhoog naar de teafactory en halverwege parkeert hij de oude rammelbak aan de kant van de weg zodat we wat foto’s kunnen maken én dat geeft hem de gelegenheid om wat thee-feitjes te vertellen. Wist je dat de theeplantages van BOH niet meer met de hand geplukt worden, wist je dat de struikjes al bijna honderd jaar oud zijn, wist je dat BOH alleen maar black tea produceert en wist je dat de theestruikjes nooit water krijgen, maar dat ze wel door een vliegtuigje worden besproeit met ‘Pokon’. Weer een hoop geleerd vandaag!
Na een paar foto’s (ook weer door meneer Mossy) rijden we helemaal naar boven, naar het viewpoint van de BOH plantation. Er is hier ook een restaurant dus we gaan eerst even wat drinken, een bakkie thee, hoe origineel! 

Vanaf het restaurant heb je ook weer een mooi uitzicht op de theeplantage dus we ‘klikken’ weer een paar keer. Hierna lopen we naar de tea-shop en kopen een paar gram BOH-thee voor onze souvenirkast. Dan lopen via een lange trap naar de parkeerplaats waar meneer Mossy de jeep heeft geparkeerd en zit onze tour erop. Meneer Mossy brengt ons terug naar Tanah Rata waar wij eerst gaan proberen onze schoenen en broeken een beetje schoon te krijgen.

Na zoveel inspanning hebben we wel een vette hap verdient, maar waar vind je een vette hap in Tanah Rata? Oh, da’s toevallig daar zit Cafe Amsterdam en wat staat er op de menukaart? PATATJE OORLOG!!! Dat gaat erin als Ketellapper! Het smaakt voortreffelijk!

De rest van de middag doen we niet zoveel. Koffie, lunch, een beetje door de hoofdstraat flaneren en dan is het alweer tijd voor een Teigetje en een hapje eten. Morgen stappen we weer in de bus naar een volgende bestemming.

Donderdag 9 oktober

Onze bus naar Georgetown vertrekt pas om 10:00 uur dus alle tijd om een goede bodem te leggen voor deze rit. Na het ontbijt checken we uit en lopen we op ons gemakkie naar het busstation.

Onze bus staat er al en nadat de rugzakken onderin zijn gegooid zoeken we onze stoelen. Het zijn luxe, brede stoelen waar we het wel 5 uur op kunnen volhouden. Kost een paar cent (extra) maar dan heb je ook wat.
Alle passagiers zijn mooi op tijd en voor tienen uur zijn we al op weg. Tanah Rata uit, Brinchang door, Kea Farm en Tringkap volgen. Het zijn niet de mooiste kilometers, veel bouwprojecten en ook weer die lelijke kassen die de bloemen, aardbeien en andere groenten moeten beschermen tegen de tropische regenbuien.

Tegen elven slaan we linksaf richting Kuala Lumpur en Ipoh. Vanaf dat moment worden we weer verwend met het uitzicht op mooie, weelderige bossen om ons heen. Bovendien gaat het dan ook downhill dus schieten we lekker op.

Om 11:30 uur bereiken we een volgende grote kruising waar we door de tolpoort gaan en de snelweg opdraaien die deels om Ipoh heen gaat. Dan is het ook tijd voor de eerste plaspauze. Om 12:10 uur stoppen we dan even op het Meru Raya busstation bij Ipoh om wat passagiers uit te laten stappen en nieuwe passagiers in te laden. Nog snel even de tank bijvullen en om 12:30 uur gaan we dan weer verder.
Het landschap wordt steeds vlakker en de palmolie plantages krijgen de overhand. Het is nu kwestie van kilometers aftellen en lekker blijven zitten in de comfortabele fauteuils.

Om 14:00 uur steken we de 24km lange Sultan Abdul Halim Muadzam Shah brug over naar Penang eiland. Wel een beetje verrassend want we dachten dat we zouden worden afgezet in Butterworth aan de andere kant van het water. Weer een taaltechnisch misverstand, maar dit keer duidelijk in ons voordeel.

De staat Penang bestaat uit het eiland Pulau Penang en Seberang Perai dat op het Maleisisch schiereiland ligt. Op het eiland ligt de hoofdstad George Town en daar staat ons hotel voor de komende nachten.
Wij hebben ons Georgetown voorgesteld als een stad(je) met schattige huisjes, maar nu we de skyline zien lijkt het wel of we Kuala Lumpur naderen. Georgetown is blijkbaar behoorlijk uit z’n voegen gebarsten.

Georgetown werd in 1786 gesticht door kapitein Francis Light namens de Britse East India Company, met de bouw van Fort Cornwallis als eerste stap. De stad bloeide op als een belangrijke Britse haven en een toegangspoort voor handel tussen India en China. Door de handel en immigratie werd Georgetown een fascinerende mix van Chinese, Indiase en Maleise invloeden. 

Om kwart over twee zijn we bij de Sungai Nibong Bus Terminal en een paar minuten later zitten we al in de Grab met voor het eerst (!) een vrouwelijke chauffeur. Ons enthousiasme werd wel wat minder toen we zagen dat ze tijdens het rijden TikTok filmpjes aan het kijken was op haar telefoon die op het stuur geplakt zit, maar ach, vrouwen kunnen meerdere dingen tegelijk! Bij een filmpje hoort een zak chips en die was ze op haar gemak aan het leegknabbelen.
De lucht is grijs, maar de temperatuur is weer naar 35 graden gestegen. Tijdens het ritje met de Grab zien we zelfs regenspetters op de voorruit. 

We checken in bij het hotel en nadat we onze spullen naar de kamer hebben gebracht gaan we weer op pad. De regenspetters drogen sneller dan ze vallen dus daar hebben we geen last van. We lopen eerst naar het Hin Bus Depot. Dit voormalige busdepot van Hin Company Ltd is tegenwoordig een cultureel centrum met kunst en evenementen. We lopen er even naar binnen en bewonderen de aanwezige kunst.

Waren we net gewend geraakt aan de heerlijke temperatuur bij de Cameron Highlands, moeten we nu weer een versnellinkje terugschakelen in de warmte van Georgetown. Na het bezoek aan het Hin Bus Depot dus eerst maar wat drinken bij het naastgelegen Bricklin Cafe.

Het is net 16:00 uur dus we hebben nog wel tijd om een stukje Georgetown te verkennen. Het oude centrum van Georgetown is niet te vergelijken met de skyline die wij zagen toen we kwamen aanrijden met de bus. Veel oude laagbouw in verschillende kleuren en overal cafés en restaurantjes. De oude straatjes worden opgefleurd met veel street-art, iets waar Georgetown bekend om staat. De street-art in Georgetown wordt ook regelmatig ‘aangekleed’ met attributen zoals een echte fiets of schommel.

Om een uurtje of vijf begint het wat harder te regenen. We duiken bij Black Kettle naar binnen voor een drankje, in de hoop dat het zo wel beter zal worden. Dat bleek valse hoop want een uur later regent het nog. We besluiten dan maar bij Wheeler’s in Lovers Lane wat te gaan eten want dat is niet te ver lopen in deze regen.

Vanaf ons tafeltje zien we de regen alleen maar heftiger worden dus terug naar het hotel wandelen is geen optie. er zit niets anders op dan opnieuw een Grab te laten komen. Hopelijk zijn de weergoden ons morgen gunstiger gezind.

Vrijdag 10 oktober

De weergoden waren niet in een al te slechte bui want het is droog als we uit het raam kijken. Dat biedt perspectief voor vandaag!
Eerst ontbijten en het lijkt erop dat we het beste voor het laatst hebben bewaard. Het buffet ziet er op-en-top uit én we kunnen Egg Benedict bestellen (en verse jus, pannekoeken, alle ei-creaties die je kunt bedenken, …..). We gaan er maar eens goed voor zitten.

Na het ontbijt gaan we op pad om de buskaartjes voor de rit naar Kuala Lumpur te regelen. De kantoortjes van de verschillende busmaatschappijen zitten niet ver van ons hotel dus dat is een makkie. We kiezen voor de bus van Billion Stars Express, klinkt wel lekker.

We gaan vanochtend eerst naar de Clan Jetties. In de 19e eeuw kwamen er veel Chinese immigranten uit de provincies Fujian en Guangdong naar Maleisië. Om de Britse grondbelasting te omzeilen vestigden zij zich aan de waterkant. Elk van de verschillende jetties werd genoemd naar de Chinese clan die er woonde. Er zijn zes verschillende jetties te vinden aan de rand van Georgetown en iedere jetty heeft zijn eigen tempel.

Omdat we zien dat het nog niet zo druk is op straat maken we een kleine omweg via een paar populaire muurschilderingen mét hulpmiddelen. We komen langs Umbrella Alley waar je gisteren over de hoofden kon lopen en waar nu een handjevol meiden iets voor Instagram aan het creëren is.

Iets verderop zitten 2 girls op een bike en omdat er op dit moment nog niemand geïnteresseerd is in deze street-art kan ik wel even achterop springen. 
We komen vervolgens langs andere bekende kunstwerken zoals Cat in RGB, Three Girls Mural, Hoola Hoop Basketball en Brother & Sister on a Swing. Diana kan zich bij die laatste niet inhouden en gaat even meeschommelen.

In het straatbeeld van Georgetown kun je zien dat er veel Chinese immigranten zijn geweest en de afstammelingen bepalen nog steeds het beeld in Georgetown. Niet alleen de oude gebouwen staan vol met Chinese tekens ook veel van de huidge business is nog heel Chinees. Als je niet beter wist zou je in een Chinese stad kunnen staan.

We zijn nu niet ver van de ferry terminal en dus ook niet ver van de Clan Jettys. We gaan eerst naar de Lim Jetty waar het rustig is, bijna geen toeristen en geen winkeltjes of restaurantjes. Dan naar de naastgelegen Chew Jetty waar het het tegenovergestelde is: elke ‘woning’ is omgebouwd tot souvenirstalletje of winkeltje en de Chinezen vinden het prachtig. Wij gaan gauw een jetty verder. Tan Jetty, Lee Jetty en Yeoh Jetty, we lopen overal even de steiger op.

Het is inmiddels elf uur en het weer kan het best beschreven worden als zonnig en heet! We ervaren de eerste uitdrogingsverschijnselen dus gaan snel op zoek naar een versnapering. Even in de airco bij The Maker met een liter water, 2 koppen koffie en een heerlijke cinnamon cake!

Na deze ravitaillering is het tijd voor ons gelovig uurtje, maar eerst komen we nog langs Boy on Motorbike waar we even een ritje maken. Deze interactieve muurschildering is van Ernest Zacharevic die ook het cultureel centrum bij Hin Bus Depot heeft opgezet.

Dan gaan we eerst naar de Kapitan Keling moskee, de oudste moskee in Georgetown, die prachtig afsteekt tegen de blauwe lucht. Het is vrijdag, dus helaas gesloten voor bezoek, zelfs voor ons.

Iets verderop is de Sri Mahamariamman tempel. Deze oudste Hindu tempel in de staat Penang werd gebouwd in 1833. De goden en godinnen boven de ingang van de tempel zijn zoals altijd erg kleurrijk.
Nog wat verder is de Tempel van de Godin van de Genade, maar waarschijnlijk voor iedereen beter bekend als Kuang Yin Teng. Dit is een boeddhistische tempel die werd gebouwd in 1800 en daarmee de oudste Chinese tempel is in de staat Penang. Hier kunnen we wel naar binnen en het is een prachtige, kleurrijke tempel. We komen op een goed moment want er worden net voedselpakketten en geld uitgedeeld. Perfect timing! Zonder gekheid; het is mooi om te zien hoe hier men hier voor elkaar zorgt.

Met volle buik en portemonnee lopen we dan naar de 19e eeuwse Anglicaanse kerk van St. George. Ook dit is een recordhouder want het is de oudste Anglicaanse kerk in Zuidoost-Azië. In 2023 is deze kerk zelfs gepromoveerd tot pro-kathedraal. Ook hier bekijken we even het interieur en dan zit het gelovig uurtje erop.

Onze volgende stop is The Blue Mansion, maar ook wel bekend als de Cheong Fatt Tze Mansion. Cheong Fatt Tze was een Chinese immigrant die van een armoedige achtergrond opklom tot een van de rijkste mannen van Zuidoost-Azië. Het huis werd eind 19e eeuw gebouwd cf. Feng Shui en was bedoeld als familieresidentie. Het huis doet nu dienst als een hotel.

Voordat we beginnen aan onze volgende expeditie gaan we bij een restaurantje op de hoek van de straat zitten en bestellen we wat te drinken. Het is inmiddels kwart over twaalf dus we hebben wel weer wat verdient.

Onze laatste bestemming voor vandaag is de Chinese Kek Lok Si tempel aka Tempel van Opperste Gelukzaligheid. Deze tempel werd in 1890 net buiten Georgetown (Air Itam) gesticht door de monnik Beow Lean. Hij was naar Maleisië gekomen om donaties te werven en vond een lokatie met een gunstige Feng Shui (hé alweer). De bouw duurde tot 1905 en en de tempel groeide uit tot de grootste Boeddhistische tempel van Maleisië. Latere abten breidden het complex uit met de Pagode van de Miljoen Boeddha’s en het 36m hoge beeld van Kuan Yin, de Godin van Genade. Het complex strekt zich uit over meerdere niveaus op een heuvel en met de hitte van vandaag moeten we behoorlijk aan de bak. De eerste niveaus doen we nog heel stoer met de trap, maar voor de klim naar Kuan Yin nemen we een lift.

Op de weg naar beneden zien we zelfs een fotoshoot voor wat een authentieke Chinese trouwerij lijkt te zijn, maar het zou ook voor een reclamefoldertje kunnen zijn. We hebben het helaas niet kunnen vragen.

We vermaken ons een uurtje bij deze tempel en gaan dan terug naar het hotel, kleden ons om en gaan dan de stad in. Eerst een biertje bij Micke’s Place en dan wat eten bij Wheeler’s (ja, alweer).

Zaterdag 11 oktober

Omdat het gisteren zo’n heerlijke zonnige dag was hebben we het grootste deel van ons Georgetown-programma al afgedraaid. Dat lijkt een goede keus want vanochtend is het een bewolkt. 
Er hoeven nog maar een paar vinkjes gezet te worden en als eerste gaan we nog een keer naar het Hin Bus Depot. In het weekend is hier een culturele markt hadden we gelezen dus na het het ontbijt (wederom jammie, jammie) rechtsaf de Jalan Penang op en dan bij de kruising de Jalan Gurdwara in. Bij het Hin Bus Depot zien we dat we niet goed opgelet hebben, want de culturele markt begint pas om 11:00 uur. We hebben even rond gekeken bij de voorbereidingen en daar zagen we dat het vooral een markt is van kleding, zelf gebreide poppen en andersoortig huisvlijt waar wij niet op zitten te wachten.

We zetten het vinkje en lopen iets door naar de grote Penang Nagarather Sivan Tempel. We lopen een rondje bij deze prachtige tempel met de oude tempelarchitectuur. We ademen een paar minuutje de vredige sfeer in en gaan dan naar de overkant waar het veel minder vredig is.

De Autobots zijn geland op het plein naast de McD. Hebben ze zin in een bakkie koffie bij de McCafe? Ik probeer de vrede te bewaren en schud de hand van Bumblebee, lid van de Autobots én de trouwste bondgenoot van Optimus Prime die overigens iets verderop staat. Optimus Prime lijkt wat te zijn afgevallen dus misschien is dat de verklaring dat ze naast de McD staan. Eind goed al goed, geen vuur en vlam dus wij kunnen verder.

Inmiddels prikt de zon weer wat door de wolken heen en dat brengt Diana op een goed idee: we gaan naar het strand. We hebben al een paar strandjes gezien deze vakantie, maar dat was meestal als idyllisch plekje aan het eind van een zware trail. We gaan nu naar Batu Feringghi Beach met stoeltjes en strandtentjes, parasolletjes en zitzakken.
We laten ons afzetten bij Bayu Senja Beach Café en lopen daar het prachtige strand op. Helaas is alles nog gesloten dus we besluiten eerst maar een strandwandeling te maken. Het is nog heel rustig op het strand en dat geeft ons wel mooi de gelegenheid om wat leuke strand-foto’s te maken. We lopen helemaal naar het einde van het strand en keren dan weer om.

De zon heeft inmiddels weer de hoofdrol opgeëist en dat merken we aan onze bezwete kleding. Na een uurtje op het strand gaan we op zoek naar een strandtent die open is. We komen terecht bij Summer Sea Cafe waar we een plekje in de schaduw van een parasol vinden.
We zijn de eerste gasten en bestellen wat te drinken met een heerlijke wafel. Goede keus, even op adem komen en mensen kijken.

Inmiddels is een tiental Japanse meiden (of eigenlijk jonge vrouwen) bij de strandtent komen zitten en die hebben het erg naar hun zin. Ze bestellen wat cocktails en gaan die natuurlijk vastleggen voor hun socials. Even later beginnen ze ook elkaar vanuit alle hoeken te fotograferen en dan niet met lange broek en ijsmuts op, maar laat ik zeggen ‘schaars gekleed’. Het is een enorm spektakel en ze worden steeds wilder. Als Diana vraagt waar ze vandaan komen zegt de brutaalste ‘we are from Japan and we not shy’. Dat laatste was inmiddels wel duidelijk.

Iets na enen stappen we weer op en gaan we terug richting Georgetown. We laten ons bij Gurney Plaza, een grote shopping-mall, afzetten en na een rondje langs de dure merkzaken lopen we de laatste 3 kilometer terug naar georgetown.

We gaan niet in een rechte lijn naar het hotel want we bezoeken nog even de Thaise Wat Chayamangkalarm. Deze Boeddhistische tempel werd in 1845 gesticht op een stuk land dat door koningin Victoria was geschonken. In de tempel bevindt zich een 33 meter lange, vergulde, liggende Boeddha, een van de grootste ter wereld. Er staat ook nog een vier verdiepingen hoge hoge pagode bij de tempel, maar deze pagode is pas in 2010 toegevoegd. Rond de tempel staan grote draken en wachters en wie in Thailand is geweest zal dit bekend voorkomen.

Aan de andere kant van de straat staat de Burmese Dhammikarama Tempel. Deze Boeddhistische tempel is zelfs nog ouder. De tempel werd gesticht in 1803 (maar formeel geregistreerd in 1828) en is de enige Burmese tempel in Penang en de oudste in heel Maleisie. De staande Boeddha in deze tempel is 10 meter hoog en wordt bewaakt door mythische leeuwachtige beelden. Het gouden dak glinstert in de late middagzon. Het is niet zo moeilijk om hier een paar mooie foto’s te maken.

We lopen de laatste 2 kilometer naar ons hotel en doen weer een verkleedpartijtje. Als we weer een beetje zijn bijgekomen gaan we de stad in om een hapje te eten. We landen in Lebuh Carnarvon aan een plastic tafeltje op straat. Deze straat staat bekend om z’n food-stalls en dat willen we natuurlijk niet missen. Diana gaat voor de beste (en bekendste) gekookte noodles en ik neem de kip met rijst. Het smaakt zo goed dat ik nog een 2e portie bestel!

Zondag 12 oktober

We gingen wat eerder ons bed uit want om 08:00 uur moesten we bij het kantoortje van Billion Stars Express zijn voor de shuttle naar het busstation, zo stond op het papiertje dat de ietwat stugge medewerker ons had meegegeven.

Zoals altijd en ondanks wat regendruppels, zijn wij op tijd, maar de chauffeur van het shuttlebusje had waarschijnlijk een andere tijd doorgekregen want hij kwam pas tegen 08:30 uur aankakken. Nadat hij even had uitgerust van zijn enerverende start van de dag gaan we een paar minuten later op pad in zijn rammelbus.

Op het busstation wordt ons verteld dat we niet de bus van 09:00 uur hebben, maar van 09:30 uur. 
Hebben we net een paar stoelen bemachtigd in de wachtruimte, vraagt een mannetje naar onze tickets en moeten we met hem meekomen naar de bus, een bus van Alibaba en niet van Billion Stars Express. We dubbelchecken of het wel de juiste bus is en stappen dan in de extreem luxe dubbeldekker bus met brede leren stoelen.

09:10 uur zijn we op weg, maar al snel blijkt dat we naar Butterworth rijden. Dat is een stop waar die stugge van het kantoortje ons niets over verteld had. Ach, we hebben de tijd!
Op het busstation van Butterworth pikken we een extra passagier op en kunnen we weer verder. Dan gaat m’n telefoon! Het is die stugge die in gebrekkig Engels vraagt waar we zijn. Ik alles uitleggen in mijn gebrekkige Maleis, en dan laat hij weten dat het wel ok is. Overtuigend klinkt het niet. We hadden waarschijnlijk toch in een andere bus moeten zitten.

Heel blij zijn we nog niet met de bus waar we nu in zitten want pas om 10:15 uur rijden we weg uit Butterworth. We zijn dus vijf kwartier verder en nog niet veel opgeschoten.
Eenmaal op de snelweg gaat het dan best lekker en dommelen we wat in de luxe stoelen. Vlak voor Ipoh gaat de chauffeur ineens op de rem en zet de bus op de vluchtstrook. Gelukkig geen ‘pech onderweg‘, maar het lijkt erop dat hij heeft gecheckt of er in Ipoh passagiers moeten worden opgehaald. Het antwoord zal ‘nee’ zijn geweest want we vervolgen onze weg naar KL. 

Iets voorbij Ipoh maken we een plas-/lunchstop van 20 minuten. Snel naar de pot, dan wat curry-hapjes en fruit naar binnen werken en verder. Nog 165km naar KL. 
Om 14:50 uur lopen we vast in het verkeer van KL, maar toch valt het laatste stukje mee. We checken om 15:30 uur in bij het hippe, kleurrijke Wolo hotel.

Nadat we ons van de rugzakken hebben ontdaan lopen we naar het winkelcentrum aan de andere kant van de straat voor een hapje en drankje. We zitten in de wijk Bukit Bintang die bekend staat om de chique winkelcentra. Daar willen we wel wat van zien dus we maken rondje door de mierenhoop van mensen. Megagrote reclames proberen je over te halen een lekker luchtje te kopen

Omdat binnenkort het Hindu feest Deepavali begint beconcurreren de malls elkaar met de mooiste rangoli. Dit zijn tekeningen die worden gemaakt met gekleurde natuurlijke materialen zoals rijst(meel). Wat een werk moet het zijn om zo’n grote tekening te strooien.

Omdat we maar een kilometer van de Petronas Twintowers af zijn besluiten we daar heen te lopen. We komen langs heel veel wolkenkrabbers want daar hebben ze er hier genoeg van, maar we lopen ook een stukje door het KLCC park waar toevallig een hardloopwedstrijdje wordt gehouden. 

We gaan bij een bar onder de twintowers zitten, bestellen een drankje en kijken naar de enorme bedrijvigheid.
Om 18:30 uur gaan we een hapje eten bij het drukke Little Penang Kafé. Nadat we lekker hebben zitten nassen van de nasi is het tijd om de twintowers ‘by night’ te gaan bekijken. 

We wurmen ons tussen de selfie-makerij door en maken dan ook een foto van de twintowers. Jammer dat die twee ervoor staan. De twintowers zijn dan niet langer de hoogste torens van KL, het zijn zeker de mooiste! 

Maandag 13 oktober

Onze belangrijkste taak voor vandaag (en vandaag is onze laatste reisdag!) is het veilig stellen van de Batu Caves. Dit is de derde keer dat we in KL zijn en we kunnen deze grotten niet weer aan onze aandacht laten ontsnappen.

De Batu Caves zijn een van de bekendste religieuze en toeristische bezienswaardigheden van Maleisië en liggen net buiten Kuala Lumpur. Ze bestaan uit een reeks kalksteengrotten waarin belangrijke hindoeïstische heiligdommen zijn gevestigd.

De grotten zijn ongeveer 400 miljoen jaar oud en werden oorspronkelijk gebruikt door de Temuan, een inheemse stam van de Orang Asli. In de 19e eeuw werden ze (her)ontdekt door westerlingen. De naam ‘Batu’ komt van de Sungai Batu, een rivier die in de buurt stroomt. 

In 1891 veranderde een Indiase handelaar genaamd K. Thamboosamy Pillai de Batu Caves in een hindoeïstisch heiligdom. Hij wijdde de belangrijkste grot (de ‘Temple Cave’) aan Lord Murugan, de Tamil god van de oorlog en overwinning, die vooral in Zuid-India en Sri Lanka wordt vereerd. Sindsdien is het een belangrijk pelgrimsoord voor Tamil-hindoes.

De Batu Caves zijn wereldwijd bekend om het jaarlijkse Thaipusam-festival, dat meestal in januari of februari plaatsvindt. Tijdens Thaipusam brengen pelgrims offers aan Lord Murugan om dankbaarheid te tonen of boetedoening te doen. Veel gelovigen dragen een ‘kavadi’, een versierde draagstructuur of metalen frame, soms met haken of spiesen die in de huid worden geplaatst, als teken van devotie en opoffering. Duizenden mensen lopen de 272 kleurrijke trappen op naar de hoofdtempel, vaak blootsvoets. Lord Murugan himself houdt de boel hier goed in de gaten want een 42,7 meter hoog Murugan-beeld (de grootste in de wereld) staat naast de trappen.

Wij houden onze schoenen aan als we de trappen naar de Temple Cave beklimmen (maar zijn wel netjes gekleed). De trappen zijn overigens pas in 2018 geverfd, als onderdeel van een renovatie. De kleuren zijn toegevoegd om de spirituele betekenis van de trappen te benadrukken, zeggen ze, maar het is waarschijnlijker dat het gedaan is om de toeristische aantrekkelijkheid te vergroten. Dit staat toch veel leuker op social media.

Over de toeristische aantrekkelijkheid hoeven ze zich geen zorgen te maken, want we zijn zeker niet de enige toeristen bij de grotten vandaag. Maar het zijn niet alleen de toeristen die op een gemiddelde maandag de grotten bezoeken. Gezinnen met kinderen lopen de trappen ook op om in de voor hun zo belangrijke Temple Cave te komen.

Vele gelovigen komen in deze belangrijkste grot een offer brengen en sommigen worden beloond met een korte ceremonie en een bloemenkrans om de nek. We kijken onze ogen uit want er spelen allerlei tafereeltjes af in de Temple Cave.

Na anderhalf uur dalen we de trappen weer af en gaan we op zoek naar een koffiebar. Even bijkomen in de airco en dan naar het treinstation voor de terugreis naar KL. Om 13:15 uur staan we op KL Sentral.

Er zijn niet zoveel vinkjes meer te zetten in KL dus we doen het heel rustig aan en met de verzengende hitte in de stad is dat wel zo lekker. We lopen naar The Exchange TRX een nieuwe mall met een grote hoeveelheid aan merkwinkels. Niet dat we ruimte in de rugzak hebben voor wat extra kleren, maar het is zo lekker koel in de malls. We maken gelijk van de gelegenheid gebruik om daar te lunchen. 

Na een uurtje of zo lopen we terug naar onze stam-mall Pavilion KL en zoeken daar een tafeltje voor een verkoelend drankje.
Om half vijf gaan we dan even terug naar ons hotel om alvast wat zaken in te pakken voor vanavond. Een uurtje later gaan we de straat weer op om een hapje te eten.
Voor dat laatste avondmaal gaan we naar Jalan Alor, dé foodstreet van Kuala Lumpur. Vanwege het aanstaande vertrek uit dit fantastische land zijn we wat aan de vroege kant, maar de vuurtjes branden al volop. 

We gaan zitten bij Meng Kee Grill Fish omdat het daar al lekker druk is. Geen blanke te zien, maar vooral Chinezen lijken dit restaurant uit te kiezen en dat is (meestal) een goed teken. We nemen plaats op de gammele plastic stoeltjes en bestellen een paar gerechten. Het is een vreemd gezicht, de oude betonnen gebouwen aan Jalan Alor omgeven door de hoogste en nieuwste wolkenkrabbers van KL.

Zoals gebruikelijk komen de gerechten niet gelijktijdig, maar gelukkig zit er niet heel veel tijd tussen het opdienen van de verschillende gerechten. Alles smaakt voortreffelijk, goede keus dus!
Het wordt steeds drukker op het terras en er worden veel zeevruchten besteld, grote krabben en joekels van garnalen worden opgediend.

Om 19:15 uur lopen we nog een keer naar Paviljon om daar bij Illy een heerlijke bak koffie te drinken. Dan is het tijd om terug te gaan naar het hotel. Nog even een douchen, onze rugzakken inpakken en de Grab naar de luchthaven bestellen.
Het ritje naar de luchthaven duurt 50 minuten en we worden precies voor de goede deur afgezet. De rijen voor het inchecken zijn 4 uur voor de vlucht al aanzienlijk, maar 40 minuten later zijn we dan ingecheckt.
Op de luchthaven hebben we wat moeite om wat te kunnen drinken. De ene tent neemt alleen nog cash aan (hebben we opgemaakt) een andere tent gaat sluiten (maar over een half uur weer open). Gelukkig kunnen we bij de Burger King nog een colaatje op de kop tikken. Het is inmiddels 00:00 uur, over vijf kwartier beginnen ze met boarden.

Dinsdag 14 oktober

Het boarden van den Airbus. A380 lijkt altijd wel wat chaotisch, maar dat is ook niet gek met zoveel passagiers. Ondanks dat vertrekken we exact op tijd van Kuala Lumpur International Airport.

We konden ons opmaken voor een vlucht van bijna zeven uur. Veel valt er niet te melden over de vlucht, het was frisjes aan boord, er zaten vooral Chinezen en Duitsers om ons heen en voor de rest was het een een-tweetje tussen ons en het goede entertainmentsysteem.

Twee uur voor de landing gaat de verlichting weer aan en wordt begonnen met het ontbijt. Omelet, broodje, fruit, yoghurt en een bakkie thee, dat smaakte lekker.

We landen om 05:05 uur lokale tijd op de luchthaven van Dubai, gaan door de security-check, naar de wc en drinken een bakkie koffie bij Gahwa Mezze Bar.
We hebben drie uur de tijd in Dubai, maar daar blijven er maar twee van over omdat Emirates een uur voor de vlucht al begint met het boarden van een A380.

Hier weer dezelfde procedure als op KLIA en keurig op tijd rijden we bij de gate weg. Over Emirates hebben we niets te klagen. Altijd op tijd, ruimes stoelen en goede beenruimte en het eten smaakt voortreffelijk. Dit keer zitten een viertal Nederlandse meiden om ons heen die Bali onveilig hebben gemaakt. Nadat ze wat aan huidverzorging hebben gedaan en het ontbijt naar binnen hebben gewerkt gaan ook bij hun de oogjes dicht en keert de rust weder.

We vermaken ons weer met het entertainmentsysteem en ook wij slapen een beetje. Om 11:00 uur (inmiddels Nederlandse tijd) wordt de lunch geserveerd en dan gaat het snel. Om 13:15 uur staan we weer op Nederlandse bodem. De douane-scan gaat snel, maar onze rugzakken laten op zich wachten want die liggen blijkbaar op het laatste karretje. Dan naar het treinstation waar we horen dat er door een ongeval minder treinen rijden tussen Amersfoort en Apeldoorn (herhaling van de heenweg). In Amersfoort staat het perron propvol, maar de trein naar Apeldoorn rijdt weer. Helaas is het de eerste trein na een aantal uitgevallen treinen dus de treinstellen zijn stampvol, het lijkt wel een veewagen. Om 15:45 uur staan we weer in Apeldoorn en staat de Grab met Cor en Marga al klaar.

Maleisië, Brunei en Singapore 3

Dinsdag 30 september

Deze keer geen hotel incl. ontbijt dus dat brood moeten we op de straat zien te vinden. Heel veel ‘normale’ bakkertjes zijn hier niet te vinden. Wij komen bij een Chinees terecht. We bestellen een ontbijt-menu met toast, ei en thee. Wat kan daar mis mee gaan. Nou, om te beginnen zijn de eieren 1 minuut gekookt en daarna stuk geslagen dus die zwemmen nog door het schaaltje en de thee lijkt meer op een glas melk en dan ook nog met suiker. De toast smaakt voortreffelijk al vindt Diana dat er te veel boter op zit. Ik denk dat we hier morgen niet weer ontbijten.

Om het goed te maken halen we iets verderop een muesli-broodje bij de bakker en bij buurman Starbucks nemen we een lekkere bak koffie om alles weg te spoelen.
We lopen vandaag richting de Arabische wijk en de Indiase wijk en als het goed is kunnen we bij Golden Mile Tower bustickets voor de busreis naar Malakka op de kop tikken.

We wandelen langs de National Gallery die voor een groot deel aan het zicht is onttrokken vanwege schermen die zijn neergezet voor de F1-race van dit weekend. We gaan hier vandaag niet naar binnen, dat bewaren we voor een regenbui.
Op een steenworp van de National Gallery staat de St. Andrews kathedraal. Via een met spiegels overdekt trottoir lopen we er naartoe. We verrekken onze nek bijna om hier een fatsoenlijke foto te kunnen maken.

De witte kathedraal valt een beetje uit de toon tussen al die hoogbouw er omheen. We gaan het parmantige gebouwtje naar binnen en zien dat het redelijk sober is. Wat glas-in-lood, maar Michelangelo heeft het plafond hier niet aangeraakt. 

Weer een paar steenworpen verder komen we langs het vermaarde Raffles hotel. Het gebouw is net als de kathedraal spierwit en maar 3 verdiepingen hoog, wel een lust voor het oog. Voor ons niet betaalbaar, maar het lijkt erop dat Pierre Gasly hier wel slaapt want hij heeft z’n auto voor de deur geparkeerd.

Bijna naast het Raffles staat het Parkview Square. Een art-deco wolkenkrabber die doet denken aan de Amerikaanse wolkenkrabbers uit de jaren twintig van de vorige eeuw. De architect schijnt geinspireerd te zijn door het Chanin gebouw in New York. Rondom het gebouw staan mooie, vreemde beelden en ook binnen is het prachtig met een zwart met goud interieur. Misschien wel een van de mooiste wolkenkrabbers van Singapore. In het gebouw bevinden zich het Honorair Consulaat van Oman, de ambassade van de Verenigde Arabische Emiraten en de ambassades van Oostenrijk en Mongolië. De derde verdieping wordt volledig in beslag genomen door het Parkview Museum, waar jaarlijks internationale tentoonstellingen van hedendaagse kunst worden gepresenteerd.

We vervolgen onze weg naar de Arabische wijk en gaan daar eerst Haji Lane in. Een wat toeristisch laantje waar busladingen toeristen worden losgelaten. Heel keurrijk, leuke geveltjes en schattige souvenirs. In de nauwe zijstraatjes is veel street-art te vinden.

We drinken een bakje koffie bij Fika Swedish Café & Bistro en gaan dan via Arab Street richting de imposante Sultan Moskee. Als we Bussorah Street inlopen zien we de koepel al glimmen. We kunnen nog net naar binnen (de moskee sluit om 12:00 uur) maar ik moet wel een rok aan om m’n knieën te bedekken. Vanaf dat moment is het verboden foto’s van mij te maken.

Vanaf de moskee lopen we naar Golden Mile Tower om de buskaartjes naar Malakka te kopen. De dame op het kantoortje vertelt dat de bus om 08:30 uur vertrekt, dat we er om 08:15 uur moeten zijn en dat de rit 4 tot 5 uur duurt. Alles duidelijk?
Op straat valt overal wat te beleven. Bouwvakkers die aan de buitenkant van een gebouw hangen voor wat voegwerk, een gevel van een gebouw in de vorm van een fotocamera, prachtige street-art, mooie doordenkers, veel F1 en heel veel vriendelijke mensen die ons op het goede pad houden.

Het is inmiddels lunchtijd en in Little India strijken we neer bij Sultan Prata Corner. Een no-nonsens tent aan de grote weg met plastic stoeltjes waar ze Indiaas eten op de kaart hebben staan. We bestellen naan met tika massala en dal en het smaakt heerlijk. We hebben wel een extra fles water nodig om te blussen.

Onze volgende bestemming is de Sri Veeramakaliamman tempel. Helaas is de tempel voor een deel onder een zeil verdwenen en mogen we niet naar binnen. Niet getreurd want 700m verderop is de Sri Srinivasa Perumal tempel.
Onderweg pakken we nog een overdekte markt mee. Fruit en groenten, afgewisseld met kleding. Een kleurrijk geheel, maar we kunnen niet slagen.

Bij de Sri Srinivasa Perumal tempel is het een druk vanwege Durga Puja, een belangrijk hindoeïstisch festival. Het eert de godin Durga, die de overwinning van goed op kwaad belichaamt.
Tijdens deze periode worden beelden van Durga gemaakt en tentoongesteld in versierde tijdelijke structuren genaamd ‘pandals’. Mensen nemen deel aan gebeden, culturele optredens, gemeenschapsbijeenkomsten en genieten van traditionele gerechten en zoetigheden. Durga Puja is niet alleen een religieus evenement, maar ook een tijd voor viering, creativiteit en sociale verbinding.
We zijn van harte welkom bij alle activiteiten en foto’s maken is geen probleem. Erg leuk om dit spektakel(tje) mee te maken.

Van de tempel gaan we op weg naar het metro station, maar onderweg nemen we bij een van de vele sinaasappelsap-automaten een lekkere beker jus. Verse jus, want de sinaasappels worden ter plekke in de machine geperst.

We gaan met de metro naar station Promenade voor een controle van de voortgang van de werkzaamheden aan het F1-circuit. We lopen door ‘turn 3’ waar de schilders de laatste hand leggen aan de blauw-gele reclame van Singapore Airlines op de uitloopstrook. Daarna proberen we in de paddock te komen, maar helaas worden we tegengehouden door een mannetje van security.
We lopen langs het circuit terug naar ons hotel en het begint nu duidelijk vormen aan te nemen. De hekken op het lange rechte stuk van Esplanade Drive staan er nu allemaal en de scherpe bocht (turn 13) naar Fullerton Road is duidelijk herkenbaar met vlak daarna de Anderson Bridge.

Voordat we bij het hotel zijn maken we zelf een pitstop bij een terrasje aan The Riverwalk met uitkijk op de Singapore River. Hier zouden we wel uren kunnen zitten, maar dan mis je wel heel veel van deze stad.

‘s-Avonds gaan we eten in Chinatown bij Fortune Garden. Een ‘echte’ Chinees met lekker Chinees eten (hoe kan het ook anders in Chinatown). Het is een drukte van belang in deze wijk dus daar gaan we morgen zeker nog even naar terug.

Na het heerlijke maal gaan we nog even rondneuzen in Chinatown. Al snel zien we 2 dames die zich uitsloven bij een favoriet tijdverdrijf van Chinezen: Karaoke. Het worden waarschijnlijk geen wereldsterren, maar hun enthousiasme is te aandoenlijk.

Op straat is alles kleurrijk versierd. Lampionnen hangen over de straat en met grote verlichte cijfers ‘60’ word je er aan herinnerd dat Singapore zestig jaar onafhankelijk is.

Woensdag 01 oktober

Vanochtend geen ontbijt bij de Chinees, maar na een smakelijk bolletje met zonnepitten van de bakker gaan we wel terug naar China Town om daar nog wat bezienswaardigheden af te vinken.
Via Pagoda Street lopen we naar de Sri Mariammam Tempel. Deze oudste Hindu tempel van Singapore is aan de buitenkant prachtig versierd met houtsnijwerk van Hindoeïstische goden terwijl aan de binnenkant mooie plafondschilderingen te zien zijn. Als wij er zijn vindt er net een offer-ritueeltje plaats begeleid door drum en fluit. Heel intens allemaal!

Van de Hindu tempel gaan we naar een Chinese tempel. Via Mohamed Ali Lane komen we in Club street waar we op de ramen van een pizzeria een positieve review van Gordon Ramsey lezen (en hoe bijzonder is dat). Misschien een leuk adres voor vanavond. In Gemmill Lane drinken we bij Marcel een heerlijke bak koffie, Merci Marcel!

Iets verderop is dan Thian Hock Keng (Tempel van Hemelse Gelukzaligheid), de oudste Chinese tempel van Singapore ter ere van Mazu, de godin van de zee. De tempel is gebouwd door Chinese immigranten die dankzeggingen brachten voor een veilige overtocht. De tempel dateert uit de vroeg 19e eeuw en is volledig zonder spijkers gebouwd.

Via het Ann Siang Hill Park lopen we naar de Buddha Tooth Relic Temple. Deze tempel is gebouwd om de een heilige tand van Boeddha te huisvesten die volgens de overlevering uit zijn begrafenisvuur werd geborgen. De tandreliek ligt in een gouden stoepa op de bovenste verdieping.
De tempel dient niet alleen als een plek van verering, maar ook als cultureel centrum en museum. We mogen hier naar binnen en hier hoef ik geen doek om m’n knieën te slaan. Het is een indrukwekkende tempel met veel bling-bling.

Na deze tempel-ochtend lopen we terug naar Pagoda Street en bewonderen onderweg de vele street-art. Sommige van die street-art is zo mooi dat de artiest een expositie verdient, maar dat geldt ook voor de ‘ouderwetse’ street-art die we zien.

Van China Town lopen we via ons hotel naar Orchard Road. Dit gebied was voor de 20e eeuw een landelijke streek met veel boomgaarden (vandaar de naam) en plantages met nootmuskaat en peper. Nu is het getransformeerd naar een iconisch winkelparadijs en staat het bekend als een van de grootste winkelstraten.
We lopen eerst het Plaza Singapura naar binnen en zijn vooral blij met de airco. De temperatuur in Singapore gaat weer naar grote hoogte en dat hakt er wel in. We lopen wat winkeltjes in en uit, maar kunnen nergens slagen, op naar de volgende. The Cathay is een wat vreemd aandoend winkelcentrum. Heel veel Japanse eettentjes en een berg electronica. Niet iets wat wij meenemen in de rugzak.

We gaan met de metro terug van Orchard Road naar Clarke Quay. Het is altijd even zoeken op het metrokaartje, maar we worden er steeds beter in. Meestal lopen we door deze stad want de hot-spots liggen redelijk dicht bij elkaar, maar door het warme, klamme weer maak je soms andere keuzes.

Het OV in Singapore is sowieso fantastisch. Veel bussen en een goed metro-netwerk maken het reizen door deze stad erg makkelijk en comfortabel. Bovendien is het helemaal niet duur. Vooral handig als je weinig tijd hebt, maar daar hebben wij geen last van.

Het was de bedoeling om bij Clarke Quay een terrasje te pakken, maar omdat alle terrasjes vrijwel leeg zijn lopen we door naar Boat Quay en nemen we weer plaats bij George Town Tze Char and Craft Beer waar we gisteren ook lekker aan de Singapore River zaten. Het is happy-hour, dus laat maar komen die halve liters!

Om vijf uur besluiten we om naar het Marine Bay Sands te lopen en daar vanavond de light and water show te gaan bekijken, dat zou een spektakel moeten zijn. Het is nog een beetje golden hour dus het licht is goed voor wat foto’s. We komen langs bars waar ‘private events’ worden gegeven en dat ziet er allemaal er chique uit!

We lopen door naar The Shoppes, een shopping mall onder Marine Bay Sands met voornamelijk merkenwinkels en wat een merken; Cartier, Dolce & Gabane, Dior, Breitling, Fengi, Gucci en misschien de leukste, een Apple Store in een appelvormige winkel.
Net als we in die Apple Store lopen knettert er een onweersbui naar beneden en het is nog maar een half uurtje tot de light and water show begint.

We lopen nog wat rondjes door The Shoppes en tegen achten zien we toch wat mensen naar buiten gaan. Wij volgen de massa en gelukkig is de stortbui gestopt en druppelt het alleen nog wat na. We zoeken een plekje aan het hek en wachten wat er gebeuren gaat. Klokslag acht uur begint de show en net als de show gisteren bij de Supertree Grove is het mooi gechoreografeerd.

Als de show is afgelopen lopen we naar de metro voor een laatste ritje naar Clarke Quay. Daar cashen we het saldo van onze metrokaarten en gaan naar het hotel. Morgen staat de rit naar Malakka op het programma en dat betekent dat er weer een wekker gezet moet worden.

Donderdag 02 oktober

Omdat de bus naar Melaka om 08:30 uur vertrekt vanaf Golden Mile Tower en we ons daar al om 08:00 uur moeten melden, hebben we geen tijd voor onze broodjes bij Bread Talk. We gokten dat er in de buurt van de Golden Mile Tower ook wel iets te krijgen zou zijn en namen daarom om 07:15 uur al een Grab.
Nadat we ons gemeld hadden op het kantoortje van de busmaatschappij gingen we op zoek naar een ontbijt en toevallig zien we een drietal toeristen onder een kantoorgebouw een hoek omgaan. Als we daar kijken blijkt er een Starbucks te zitten. Dat is een meevaller.
We zijn netjes voor 08:15 uur terug bij de Golden Mile Tower. De bus komt dan net aanrijden. Het ritje naar Melaka gaat zo’n 5 uur duren dus we gaan er maar eens goed voor zitten in de brede fauteuils.

Melaka heeft een rijke en complexe geschiedenis die teruggaat tot de 15e eeuw. Het begon als een klein vissersdorp en groeide uit tot een strategisch handelscentrum vanwege zijn ligging aan de Straat van Melaka, een van de drukste zeeverbindingen ter wereld.
In 1400 werd Melaka gesticht door Parameswara, een prins uit Sumatra. Hij vestigde de stad als een handelscentrum en het trok al snel handelaren uit verschillende delen van de wereld, waaronder China, India en de Arabische landen. De stad bloeide op door de handel in specerijen, zijde en andere waardevolle goederen.

In de 16e eeuw werd Melaka veroverd door de Portugezen, die het als een strategische basis gebruikten voor hun handelsroutes. Dit leidde tot een periode van Europese kolonisatie, waarbij de Nederlanders (1641-1795) en daarna de Britten de controle over de stad overnamen. Elke koloniale macht liet zijn stempel achter op de cultuur en architectuur van Melaka.

We kijken vanuit de bus voor een laatste keer naar de hoogbouw van Singapore en wringen ons in een bocht als we bijna onder de Marine Bay Sands doorrijden. Na drie kwartier zijn we bij immigration van Singapore. Langs het electronische loketje en dan weer op zoek naar de bus. Een paar minuten later zijn we al bij de immigration van Maleisië. Ook daar een electronisch poortje, maar het poortje blijft dicht als ik mijn duim-scan maak. Hoe zou dat nou kunnen.
Uiteindelijk wordt ik goedgekeurd door de douane-meneer en gaan we op zoek naar de bus die ons naar Melaka moet brengen. Dit is een andere bus en omdat er een hele rij bussen staat moeten we even goed de nummerplaat checken.

Wat gelijk opvalt in Maleisië zijn de palmolie plantages. Tientallen kilometers zien we deze plantages, zo ver als het oog reikt. De palmolieteelt zorgt voor grootschalige ontbossing (vooral in Maleisië en Indonesië). 45% van de planatges was in 1989 nog bos. De gevolgen voor de fauna zijn enorm, dat hebben we kunnen zien in Semenggoh en dat allemaal voor onze margarine, gebak, chocolade, shampoo en andere wasmiddelen. Het heeft geen zin om over te stappen op andere olien want kokospalm, sojabonen en zonnebloemen moeten ook ergens groeien. Het zou wel fijn zijn als palmolie wat duurzamer geproduceerd zou worden. Feitje: Nederland is de grootste palmolie importeur van Europa.

We hadden de vaart er goed in tot bleek dat we bij het busstation van Muar een tussenstop moesten maken. Van de snelweg af en via een b-weg met veel verkeerslichten. De gehoopte eindtijd van 12:30 uur moesten we snel loslaten, er kwam zomaar een uurtje bij.
Drie minuten voor half twee zijn we dan op het busstation van Malaka, we pakken onze rugzakken, regelen een Grab en gaan naar het hotel.

We gaan gelijk op pad, maar komen als snel tot de conclusie dat het geen weer is voor een blanke. De hitte is enorm en we duiken het eerste de beste restaurantje in waar we we wat kunnen eten. Het blijkt een schot in de roos want de lunch is goed verzorgd.

Even later proberen we het toch weer. We lopen langs de Melaka rivier met de gekleurde huisjes naar het ‘Dutch square’ waar de belangrijkste bezienswaardigheden van Melaka staan.

Op het ‘Nederlandse plein’ staan het Stadthuys en de Christ Church, beide gebouwd door de Nederlanders tussen de 17e en 18e eeuw. Het Stadthuys was de residentie van de Nederlandse gouverneur en zijn ambtenaren en de Christ Church diende als gebedshuis voor de Nederlandse gemeenschap. De kenmerkende rode verf is door de Engelsen aangebracht, deels om de kosten voor onderhoud te drukken.

Het lijkt erop dat iedereen hier vandaag foto’s wil maken want het is een gekkenhuis. De chaos wordt allemaal nog wat versterkt door de riksja’s die met knallende muziek toeristen proberen over te halen een ritje te maken.
Wij maken ons setje foto’s en zoeken dan snel een plekje bij een van de vele restaurantjes aan de rivier. Even wat vocht inbrengen.

Om een uurtje of vier ziet het er buiten allemaal weer wat dragelijker uit en gaan we op pad. Eerst even langs de Tourist Info voor wat informatie over de bussen naar Kuala Lumpur, maar daar kwam er geen zinnig woord uit.
Als we de straat weer oplopen horen we een hoop kabaal. In de verte zien we een optocht aankomen dus we zoeken een plekje om dit spektakel te kunnen aanschouwen. Het blijkt een Chinese optocht te zijn incl. draken en muzikanten. We proberen te achterhalen wat de reden is van dit feest, maar dat kan niemand ons duidelijk maken.

Als het feest in de verte is verdwenen lopen we door naar het Portugese verdedigingsfort A Formosa. Veel plezier beleven we daar niet want het weer slaat om en bliksem en donder doen ons besluiten om snel naar een restaurantje te gaan.

Vrijdag 03 oktober

Na een paar dagen ontbijten op straat is het ook wel weer lekker om in het hotel een ontbijtbuffet aan te vallen en wat voor ‘n ontbijtbuffet, waarschijnlijk het uitgebreidste van deze vakantie.

Terug op de slaapkamer bekijken we de weersverwachting en volgens Diana, aka Dirk Hiemstra, gaat het de hele dag regenen. De zonnebrillen kunnen dus op de kamer blijven.
We lopen door Little India naar ‘het rode plein’. Overal zijn ze hier druk bezig met het rijgen van bloemenkettingen. Een typisch Indiaas gebeuren dat elke dag plaatsvindt. De bloemen worden gebruikt om godsdienstige beelden of huisaltaars te versieren. Een mooie kleurrijke gewoonte.

Bij Christ Church nemen we een Grab naar de Selat Melaka moskee. Het wordt wat lichter dus misschien is dit het beste moment van deze dag voor een paar goede foto’s. Als we 10 minuten later bij de moskee lopen, hebben we al spijt dat we de zonnebrillen op de kamer hebben laten liggen. Het lijkt erop dat Dirk H. het weer niet helemaal goed heeft ingeschat.
De moskee is een plaatje, kleurrijk en hangend over de zee, zo hebben we het nog niet eerder gezien. Inmiddels loopt het zweet alweer door de lichaamsplooien dus we besluiten maar even de moskee in te gaan, misschien is het daar koeler.

Helaas moet er eerst een verkleedpartij plaatsvinden voordat we de moskee in mogen en daar wordt het zeker niet koeler van. Het staat wel schattig!

Na het rondje door de moskee nemen we een Grab naar The Old Station Cafe. Diana had gelezen dat ze hier heerlijke tiramisu hebben en we kunnen bevestigen dat dat zo is.

Na de koffie met tiramisu beginnen de wolken toch weer de overhand te krijgen dus we kiezen ervoor om eerst naar St.Paul en A Formosa te gaan. We hebben het geluk dat we op sleeptouw worden genomen door een schoolklas want je wilt de weg niet kwijtraken. 

De St. Paul kerk werd oorspronkelijk gebouwd door de Portugezen in 1521 en stond bekend als ‘Lady of the Hill’. Na de komst van de Nederlanders in 1641 werd het een protestantse kerk, maar tegen 1753 was de kerk niet meer het belangrijkste christelijke en raakte het in verval. A Famosa (‘de beroemde’) is een Portugese vesting en werd rond 1512 gebouwd om Melaka te verdedigen. Er is nog maar een klein deel van de oorspronkelijke vesting over. Het meest herkenbare deel van het fort is de Porta de Santiago en die is populair voor Insta-plaatjes.

Na de Portugese bezienswaardigheden lopen we terug naar China town en slenteren we wat door de beroemde Jonker Street + zijstraten. Ook hier wordt je op elke straathoek weer verrast, een tempeltje, piepkleine winkeltjes, schattige restaurantjes en de overal aanwezige street-art.

We lunchen bij een Chinees restaurant waar je normaal gesproken waarschijnlijk voorbij zou lopen, vetter dan vet. De noedelsoep smaakt voortreffelijk, maar je kunt beter niet zien hoe hier het eten bereid wordt. Via wat kleine straatjes lopen we terug naar ons hotel en gaan we de was doen.

Om de hoek zit ‘Happy Laundromat’ waar je voor een paar ringgit de was kunt doen (incl. drogen). We stoppen al het stinkspul in een machine en gaan iets verderop de 40 minuten aftellen onder het genot van een koud sapje.
Met een zak vol schone kleren gaan we terug naar het hotel en gebruiken de airco in onze kamer  voor het ‘nadrogen’ van de was.

Omdat we de hoofdacts van Melaka wel gezien hebben, nemen we de lift naar de 9e etage van ons hotel en gaan een paar uurtjes met een tijdschrift op een 2-persoonsbed aan het fantastische zwembad liggen. Toch nog even vakantie.
Om 16:00 uur zijn we het zwembad eigenlijk al weer zat en niet veel later gaan we terug naar onze kamer. 

Om 16:30 uur lopen we naar Kampung Morten, niet ver van het hotel. In deze kampung zie je nog een beetje hoe de mensen hier leefden voordat het toerisme en de hoogbouw de stad overnam. De huisjes in de kampung hebben allemaal rode daken en vaak ook rode muren. Een beetje het ‘rode dorp’ dus eigenlijk. We lopen er wat snel doorheen want is geen spektakel om te zien.

Het is wel erg leuk om de Melaka rivier te volgen, af en toe een bruggetje over, een steegje door, langs een restaurantje en nog meer bruggetjes over. 

Uiteindelijk bereiken we ons hoofddoel van vanavond: de Jonker Night Market. Helaas zijn we te vroeg, want ze zijn nog druk bezig met het opzetten van de stalletjes. Het geeft ons wel de gelegenheid om de beroemde muurschildering van Kiehl’s vast te leggen.
Hierna gaan we maar even aan een tafeltje bij The Geographer zitten voor een welkome verfrissing (en om te schuilen voor het dagelijkse buitje).

Om 18:30 uur gaan we op zoek naar een restaurantje in de buurt en komen uit bij Wild Coriander. Er staat een rij mensen buiten bij het restaurant te wachten, maar we vragen toch of er plek is. Tot onze verbazing kunnen we gelijk meelopen. Het is een oud winkeltje dat is omgeturnd tot een leuk gedecoreerde restaurantje. Op een tafeltje na zijn alle tafels gereserveerd en dat ene tafeltje is voor ons. We kiezen voor een authentieke Nyonya Beef Rendang en dat is een goede (maar pittige) keuze.

Na het eten lopen we via de nightmarket terug naar het hotel. De markt is nu in volle gang en het is er gezellig druk. Je kunt er van alles krijgen, t-shirts, speelgoed, maar natuurlijk ook lekker eten. Wij zitten vol en laten al het lekkers aan ons voorbij gaan.

Zaterdag 4 oktober

Vandaag gaan we met de bus naar Kuala Lumpur. Een ritje van 2 uur dus we hebben geen haast. Eerst lekker uitgebreid ontbijten en dan rugzakken inpakken en met de Grab naar het busstation. Omdat er tig bussen naar Kuala Lumpur gaan hebben we geen kaartjes online gekocht, we zien wel als we op het busstation zijn.

Om 10:00 uur staan we in de lobby en bestellen een Grab. Het is blijkbaar druk op de weg want het gaat 10 minuten duren. Vlak voordat de Grab bij het hotel is cancelt hij de rit, lekker dan. Gelijk een nieuwe Grab besteld en die heeft maar liefst 12 minuten nodig om bij het hotel te komen.
Van de bell-boy horen we dat er een wielerwedstrijd aan de gang is en dat daar wegen voor afgezet zijn. Wie gaat er in hemelsnaam nou fietsen met dit weer?
Gelukkig zet deze Grab-chauffeur wel door en tegen half elf zijn we op weg naar het busstation. Hij kent wat sluipweggetjes waardoor we nergens vast komen te zitten.

Op het busstation gaan we in de rij staan voor 2 kaartjes. Bij het loketje horen we dat je op het busstation geen kaartjes kunt kopen aan het loket, dat moet je online doen of bij een automaat.

Ok, geen paniek, er gaan zat bussen naar KL. Op naar de automaten. Bij de automaat kun je voor de eindbestemming Kuala Lumpur kiezen uit 4 busstations maar we komen er met een beetje hulp van een local al snel achter dat al die bussen maar naar 1 van de 4 stations rijden, handig! Uiteindelijk spuugt de automaat 2 kaartjes uit voor een bus van de maatschappij Melor en kunnen we naar platform C gate 14.

Op beeldschermen staat netjes aangegeven wanneer de bussen gaan boarden, maar bij onze bus staat ‘transfer to 11:30’, wat wordt daar nou weer mee bedoeld? Diana vraagt het aan de dame bij de omroepinstallatie, maar die weet het ook niet. We besluiten maar te wachten op onze vertrektijd en dan nogmaals een poging te wagen.
Om 11:40 uur begint het boarden van een bus van Melor en op dat moment loopt Diana weer naar de omroep-dame. Ze doet een poortje open en gebaart dat we daar doorheen naar de bus kunnen gaan. We hoeven onze kaartjes niet te scannen. Beetje vreemd, maar we doen maar wat ze zegt. Wat een gedoe voor een busritje!

Eind goed al goed, want om 11:50 komt de bus in beweging en wij zitten erin. Ondanks wat oponthoud bij Seremban en in Kuala Lumpur zijn we met 2 uur op het busstation in KL. Dan nog een half uurtje met de Grab en we zijn bij ons hotel.
We checken in en gaan dan op de 9e etage ons gratis drankje nuttigen aan het uitnodigende zwembad, maar we weerstaan de verleiding.

Even later lopen we naar Hotel Travelodge omdat we daar morgenvroeg moeten verzamelen voor de rit naar Taman Negara en we willen niet in alle vroegte naar de touragent moeten zoeken. Daarna pinnen we nog wat ringgit omdat dat in Kuala Tahan niet mogelijk is en daar moet alles wel cash betaald worden.

De rest van de middag lopen we rond in Chinatown en omgeving. Het lijkt wel een beetje op Singapore, maar hier zijn veel meer oude (verwaarloosde) gebouwen. De bewegwijzering naar de bezienswaardigheden is wel heel goed geregeld.
Op bijna alle foto’s verschijnt ook de Merdeka 118 wolkenkrabber. Met 678,9 meter het op een na hoogste gebouw ter wereld (na de Burj Khalifa in Dubai).

We lopen naar de Sultan Abdul Samad moskee die tussen de Klang rivier en de Gombak rivier in staat. Aan de andere kant van de weg is het Sultan Abdul Samad Building dat in dezelfde stijl is gebouwd. Helaas staat dat gebouw in de steigers.

Iets verder is het Merdeka square (ook wel Independence square) waar de onafhankelijkheid van Maleisië is uitgeroepen en achter deze speciale plek is het prachtige gebouw waar het textiel museum gehuisd is. Allebei een goede lokatie voor Insta-foto’s zien we om ons heen.

In Jalan Petaling is het een drukte van belang. Deze straat is min of meer het hart van Chinatown en hier wordt de hele dag nepzooi verkocht. Apple, Breitling, Cartier, alles is hier te krijgen. Ook hier wordt een optocht voorbereid, net als in Melaka, maar wij lopen door want het is ‘etenstijd’.

Zondag 5 oktober

Omdat we op tijd bij Han Travel moeten zijn gaan we vroeg ontbijten. We zijn de eersten in de ontbijtzaal, maar het eten staat allemaal al klaar! Na een afrondende espresso halen we onze rugzakken van de kamer en checken uit.

Het is nog geen 10 minuten lopen naar Han Travel en ook daar zijn we als eerste om ons in te schrijven. Omdat het nog even duurt voordat we vertrekken gaan we iets verderop op straat een bakkie thee drinken.

De chauffeur had ons verteld dat we met z’n twaalven zouden zijn maar er gaan uiteindelijk maar 10 toeristen mee en dat betekent dat we iets ruimer kunnen zitten.
We vertrekken netjes om 08:30 uur, maar we moeten omrijden vanwege wegafzettingen voor de marathon van Kuala Lumpur, we zien de lopers zelfs nog lopen op de snelweg naast ons. Het heeft niet veel meer met hardlopen te maken want de meeste deelnemers zijn aan het wandelen. Heel begrijpelijk overigens met deze weersomstandigheden. Zelfs ‘s-nachts is het te warm om hard te lopen.
Iets verderop komen we langs de Batu Caves, een attractie die we volgende week nog zullen bezoeken.

Om 09:00 uur rijden we door een tol-poort en daarna zien we geen hoogbouw meer. Het is alsof de tolpoort de grens van KL markeert. Vanaf daar is het vooral veel groen!
Om 10:15 uur maakt onze chauffeur een pitstop en dat is het moment dat we de snelweg verlaten, vanaf nu alleen nog b-wegen. We komen langs heel veel kleine kampungs: Kampung Bukit Dinding, Kampung Bulit Gending, Kampung Taya Pe Dan Pesul, het klinkt allemaal best lekker.

Rond half twaalf zijn we bij de jetty van Tembeling. Een deel van de reizigers zal hier met de longtailboot verder gaan naar Kuala Tahan, maar wij stappen over in een ander busje dat ons naar die uitvalsbasis voor Taman Negara National Park zal brengen. We hebben nog wel even tijd om wat te drinken en eten.

Om 12:00 uur gaan we met z’n zessen verder met de bus en een uur later worden we netjes voor ons guesthouse afgezet. We checken in en brengen onze rugzakken naar de eenvoudige kamer (maar wel met airco).
We laten bij het hotel even weten dat we morgen de boottocht naar Lata Berkoh willen maken en dat we nog 2 toeristen zoeken die de boot met ons willen delen (en betalen).

Dan steken we de Tembeling rivier over met een klein bootje. Ongeveer dezelfde afstand als met het pontje de IJssel over, maar hier kost de oversteek 40 cent per persoon. Aan de andere kant van de rivier is het headquarters van het Taman Negara National Park. Hier moeten we ons inschrijven, entree betalen en een bijdrage voor de fotocamera. Alles bij elkaar nog geen euro per persoon dus dat kunnen we wel lijden.

Taman Negara is het oudste nationale park van Maleisië en beslaat een oppervlakte van ongeveer 4.343 vierkante kilometer. Het park is gelegen in het centrale deel van het schiereiland Maleisië en is beroemd om zijn rijke biodiversiteit, majestueuze regenwouden en uitgestrekte natuur.

Nu we de entree betaalt hebben willen we daar wat van zien en daarom besluiten we maar gelijk een korte wandeling te maken en we kiezen voor Bukit Terisek. Vrij vertaald betekent dit de ‘Terisek-heuvel’ en dat zou eigenlijk een belletje moeten laten rinkelen. Na 3 weken Maleisië hadden we kunnen weten dat je hier niet effe een heuveltje gaat beklimmen.
De Terisek is slechts 334m hoog, maar we moeten 2,5km klimmen om boven te komen en met een temperatuur van boven de 35 graden is dat niet makkelijk. We zetten ons beste, bezwete, beentje voort en genieten onderweg van het regenwoud. We komen hier meer mega-grote bomen tegen dan in Bako, het lijkt iets meer op Ulu Temburong in Brunei, maar dat hebben we vnl. vanaf de rivier gezien. 

Taman Negara herbergt een indrukwekkende verscheidenheid aan flora en fauna. Het park is de thuisbasis van meer dan 15.000 plantensoorten, 300 vogelsoorten, en diverse zoogdieren zoals tapirs en olifanten, maar net als in Brunei zien wij weinig ‘wild’. We betrappen alleen een joekel van een hagedis die op zoek is naar een maaltje, zien een fors formaat sprinkhaan en we worden gewaarschuwd voor apen, maar die zien we niet. We speuren in de bomen naar vogels want je hoort ze zingen. We zijn te slechte vogelspotters om ze ook te vinden.

De flora is er meer dan voldoende, grote bomen zoals de dipterocarpus en meranti, diverse soorten palmen zoals de raja palm, maar ook heel veel orchideeën en medicinale planten (als je er verstand van hebt).

Om drie uur komen we bij een eerste uitzichtpunt van waar we een heel eind Taman Negara in kunnen kijken. Hier komen we even op adem voordat we de laatste paar honderd meter naar de top van Terisek-bult omhoog lopen.

Een groot bord aan het eind van het pad bewijst dat we de top gehaald hebben.
Ook hier genieten we een tijdje van het mooie uitzicht voordat we het hele stuk weer naar beneden gaan.

Bij het headquarters stappen we in een bootje dat ons weer naar de andere kant moet brengen. We betalen ieders de 2 ringitt en gaan er maar eens lekker voor zitten. Drie-en-een-halve minuut later zijn we aan de andere kant

We lopen naar een van de drijvende restaurants en gaan wat drinken. Je kunt onze kleren uitwringen dus er zal heel wat vocht aangevuld moeten worden. Nadat we weer een beetje op adem zijn gekomen gaan we terug naar het hotel om avondkleding aan te doen, d.w.z. kleding die ons lichaam wat meer bedekt zodat we niet lek geprikt worden door muggen en andere beestjes.

Als we ‘s-avonds naar de rivier lopen om wat te gaan eten voelen we wat druppels vallen we lopen snel naar een drijvend restaurant en gaan daar naar binnen. We zijn net op tijd want de sluizen gaan weer open. Het is of er een gordijn over de omgeving hangt, zoveel water komt naar beneden. Het duur ongeveer een uurtje en dan is het weer droog. Wel een goede manier om het parkje groen te houden. 

Na het eten maken we nog een rondje door Kuala Tahan, maar veel is er niet te beleven. We gaan terug naar het hotel en zoeken de spullen bij elkaar voor de boottocht van morgen.

Maandag 6 oktober

Vandaag staat de boottocht naar Lata Berkoh op het programma. Het is gelukt om 2 reizigers te vinden die met ons in de boot willen, een stel uit België waagt de gok.
Maar voordat we naar de rivier gaan genieten we van een ontbijtje met uitzicht op de rivier. Een paar uur hier zitten zou ook geen straf zijn

Toen we gisteren de entreetickets haalden, moesten we daarvoor een heel formulier met persoonsgegevens invullen. We vroegen ons af waar dat allemaal goed voor is, maar als we vanochtend de Tahan rivier op willen varen wordt eerst gecheckt of je zo’n toegangsbewijs hebt. Zonder het bruine papiertje kom je het park niet in.
De weergoden lijken op onze hand vandaag. De dag begon nl. zwaar bewolkt, maar nu we de rivier opvaren begint het dichte wolkendek open te breken.

De Tahan rivier is aan beide kanten dicht begroeid met regenwoud. Het lijkt wel wat op de boottocht in Brunei, alleen is hier het water koperkleurig. 
Hoge bomen met lange rechte stam torenen hoog boven het bladerdek uit, bamboe hangt over de rivier en palmen doen hun best om niet verdrukt te worden. Ook hier is de waterstand laag en moet de bootsman af en toe wat capriolen uithalen om tegen de stroom in te komen.

Na een uurtje komen we bij een boom die extra aandacht verdient. Bij een 70 meter hoge tualangboom die hier hier al ruim 400 jaar staat mogen we even de boot uit. Je voelt je nietig naast deze kolos. Een tualangboom kan wel 80 meter hoog worden en dat is vergelijkbaar met een gebouw van 25 verdiepingen. Deze bomen dienen als gastheer voor de reuzenbij die hier hun grote schijfvormige bijenkorven bouwen. Door de nectar die de bijen verzamelen uit de omgeving produceren ze de beroemde tualanghoning. Deze bomen komen overigens ook voor in Indonesië, Thailand en de Filippijnen.

Iets verderop stoppen we dan nog even bij het Kelah Sanctuary voor het voeren van enorme vissen in de rivier. Je kunt een colaflesje met korrels kopen en daarmee de vissen voeren. Deze goed doorvoede vissen zijn Maleisische Mahseer en dit ‘reservaat’ is een beschermd gebied dat dient als onderzoeks- en beschermingscentrum voor deze bedreigde zoetwatervis. 

De eindbestemming van de boottocht is de Latah Berkoh waterval, een getrapte waterval met diepe poelen in de Tahan rivier. De boot kan niet helemaal bij de waterval komen dus de laatste 500 meter moeten we lopen (en klauteren). 

Latah Berkoh is dus geen klassieke waterval, maar het wel een plaatje om te zien. Ruige rotsen en een rivier die zich er langs wurmt. Je zou hier ook kunnen zwemmen, hoewel wordt gewaarschuwd voor een gevaarlijke onderstroom. Wij hebben de zwembroek thuis gelaten, dus geen gespartel voor ons.

Als we weer een beetje uitgerust zijn en meer dan genoeg foto’s hebben gemaakt lopen we de 500 meter weer terug naar de boot. Onderweg zien we dat de locals wel even de tijd nemen om van het verfrissende rivierwater te genieten. Ze hebben daar geen zwembroek voor nodig, ze houden gewoon hun kleren aan. 

Geholpen door wat touwen langs de route komen we zonder kleerscheuren weer bij de boot, waar de bootsman al klaar zit om te vertrekken. De terugweg gaat in een ruk en om 12:15 uur zijn we weer terug in Kuala Tahan.
We zoeken ons favoriete floating restaurant op en bestellen een cola met patat, niet zomaar patat, heerlijke patat!

We blijven een tijdje bij het Family Restaurant zitten tot we weer wat zijn bijgekomen van de hitte en gaan dan even terug naar hotel om wat spullen weg te leggen. Dan steken we de Tembeling rivier weer over en gaan bij het luxe Mutiara Resort een bakkie koffie drinken. Dat was alweer een tijdje geleden.

Na deze opkikker brengen we toch de moed weer op om op pad te gaan. We kiezen voor de Lubuk Simpon trail. Het is wederom een prachtige route, maar geen olifant of tapir gezien. De trail eindigt aan de Tahan rivier waar we even op adem komen. Onze t-shirts zijn alweer doorweekt, maar daar raak je aan gewend in dit klimaat.

We lopen terug en gaan de Tembeling rivier weer over en nemen weer plaats in onze stamboot. De boot is eigenlijk het enige vervoermiddel in dit gebied en net zo makkelijk als wij met de boot over de rivier vervoerd worden, zo worden de schoolkinderen ook van huis naar school gebracht en ze lijken het nog steeds leuk te vinden.

Maleisië, Brunei en Singapore 2

Dinsdag 23 september

Het is nog niet helemaal duidelijk of we vandaag het gewenste programma kunnen draaien. De tijden van trein en bus zijn niet helemaal duidelijk en bovendien is (de snelheid van) de trein onbetrouwbaar, maaaaaaar we gaan het ondervinden.

Al voor zevenen brengt Leong Ming Chee ons naar het treinstation van Tajung Aru. Daar worden we enthousiast ontvangen door een kleuterklas (of 2) die op schoolreisje gaat en die kinders zijn al goed wakker!
Wij kopen een treinkaartje bij het loket en gaan in afwachting van de trein op een van de metalen stoelen zitten.

Tegen kwart voor acht komt er een trein aanrijden waarvan wij denken dat het veewagens zijn, maar dat is niet het geval want we mogen instappen. We nemen plaats in een rijtuig zonder kindertjes en gaan er goed voor zitten (voor zover mogelijk). Een van de dames in onze coupe maakt een foto waar wij toevallig op staan. Leuk voor thuis! 

Hortend en stotend zet de trein zich in beweging, we zijn op tijd vertrokken. Het boemeltje lijkt maar niet op gang te komen en regelmatig worden we ingehaald door scooters.
We stoppen op een paar kleine stationnetjes en om negen uur zijn we in Papar waar de klasjes de trein verlaten.

Wij boemelen gezellig nog anderhalf uur verder en ondertussen genieten we van het uitzicht op de groene omgeving.

Rond kwart over tien zijn wij dan in Beaufort, een stoffig dorpje waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan. We zien houten huizen die niet zouden misstaan in een western-film en we worden nagekeken alsof we aliens zijn (en dat zijn we feitelijk ook).

Omdat we vanochtend zonder ontbijt zijn vertrokken gaan we op zoek naar een restaurant waar we een soort continental breakfast kunnen krijgen. Net als we de hoop hebben opgegeven zien we Tealive, een iets te modern restaurant voor dit gehucht, maar ze hebben er thee en een heerlijke toast met gebakken ei. 

Na deze opkikker gaan we weer terug naar het treinstation. Inmiddels is duidelijk geworden dat er geen aansluiting is tussen de trein naar Tenom en de bus naar KK dus er zit niets anders op dan terug te keren naar KK. De trein naar KK is inmiddels vertrokken dus die kunnen we ook wegstrepen. Omdat de bus pas over anderhalf gaat besluiten we een taxi te charteren.

De rit terug naar KK gaat een stuk sneller dan de heenweg en die eer komt de chauffeur toe. Vanwege zijn rijstijl heeft Diana al snel de gordel om gedaan. Het voelt alsof we aan een race deelnemen. Waar het kan gaat hij plankgas en hij weet het de andere weggebruikers steeds goed lastig te maken. Ingehaald worden kan hij slecht tegen (een beetje Max Malaysia). Het is een wonder dat we zonder (nieuwe) schade in KK aankomen. 

Op onze hotelkamer regelen we eerst de inreispapieren voor Brunei en willen dan gelijk de ferry naar Brunei boeken. Helaas blijkt betaling met onze creditcards niet mogelijk omdat het Nederlandse banken zijn!?! Dan maar weer naar de schrikkerige dame van de Tourist Office. We proberen het bij haar op de PC, maar dat lukt ook niet! Het alternatief is om met de bus naar Menumbok te gaan, daar met een speedboat over te steken naar Labuan en dan met een andere ferry naar Brunei te reizen. We hebben dus nog wel wat te regelen.

Dat gedoe maakt dorstig en we lopen naar een klein restaurantje voor een koel drankje. Naast dit restaurantje is het begin van het pad naar het uitkijkplateau boven KK dus daar kunnen we zo gelijk omhoog. Als ik dichterbij het eerste trapje kijk zie ik een touw waaraan een waarschuwing hangt: WARNING! STAY AWAY, NOT SAFE! Als ik de jongen van het restaurant ernaar vraag vertelt hij dat er een Zwitsers meisje ernstig gewond is geraakt toen ze is gevallen.
Nu hij toch lekker aan de kwebbel is vertelt hij ook dat er een krokodil (salty) is gespot bij Manukan Island en dat alle watersport wordt afgeraden! WTF!!! Wij gaan morgen duiken!!! We twijfelen nu of dat nog wel verstandig is.

Na de verfrissing gaan we met een Grab naar het uitzichtpunt, maar dat is geen spektakel. Het uitkijkplateau is gesloten, te hoge bomen blokkeren een deel van het uitzicht en bovendien zie je de zee en eilanden niet liggen. We zitten al weer snel in een Grab naar beneden waar we dan op zoek gaan naar een pinautomaat want de portemonnee wordt langzamerhand toch wat leger. 

De krokodil spookt nog steeds door ons hoofd, maar we gaan eerst een hapje eten, een heerlijk hapje bovendien: goulash stoofpot, typisch Maleisisch!
We hebben inmiddels heel wat mailtjes verstuurd, want er is best wat te regelen als we het programma omgooien. Andere vlucht, hotelovernachtingen aanpassen, inreispapieren Brunei aanpassen en dat kan de hele verdere reis doorwerken. 
Genietend van de malse stukjes rundvlees valt dan ineens het kwartje. De makkelijkste optie is om te gaan duiken in Brunei. Dagje minder in Borneo, dagje meer in Brunei, easy!

Woensdag 24 september

Door het krokodil-gedoe gaan we vandaag niet de zee op, maar gaan we richting Kinabalu National Park. Hiervoor moest wel het vakantie-record wekker zetten gebroken worden.
Ruimschoots voor zevenen staan we al op de parkeerplaats waar de mini-busjes en shared-taxi’s naar Ranau vertrekken.

Omdat het mini-busje niet vol lijkt te raken (en ze gaan pas weg als de bus vol is) gingen we al snel in onderhandeling met een taxichauffeur. We willen op tijd weg want het is toch 2 uur rijden naar het park.
Om kwart over zeven stappen we in en gaan we op weg. We delen de shared-taxi met een man die naar Ranau moet en dat drukt de kosten een beetje.

Al gauw merken we dat we weer een chauffeur hebben met een bijzondere rijstijl. Laten we maar zeggen dat het bij het land hoort.
Net als gisteren zien we ook dat er veel snelweg in aanbouw is. Helaas komt dat voor ons te laat en moet onze chauffeur regelmatig om de gaten in de weg heen manoeuvreren.
De wereld om ons heen wordt steeds groener, mooier en we zien Mt Kinabalu steeds dichterbij komen. Met nog een half uurtje te gaan stopt de chauffeur bij een uitzichtpunt waar we de berg voor het eerst in volle glorie zien liggen.

Mount Kinabalu (Gunung Kinabalu in het Maleis) is niet alleen de hoogste berg in Maleisië, het is ook de hoogste berg tussen de Himalaya en Nieuw Guinee. Met een hoogte van 4.095 meter is het de op twee na hoogste piek van een eiland op aarde en de 20e meest prominente berg ter wereld.

We worden vlak bij het visitors-centre eruit gegooid en lopen dan naar de ticket-office om de entree kaartjes te kopen. We krijgen er een kaart van de trails bij en kunnen weer op pad.
We lopen eerst de Mempening trail aan de oostkant van het park. We hebben dan wel ervaring opgedaan in Bako NP, het is hier toch net even anders. Bijna geen rotsen om overheen te klauteren, maar wel veel klimwerk met veel te hoge treden. Het groen is vergelijkbaar met het groen in Bako NP.

Het grootste verschil is de stevige wind die hier waait waardoor de warmte beter afgevoerd wordt. Dat maakt het lopen hier wat gemakkelijker maar toch hebben we ruim anderhalf uur nodig om de 2,5km af te leggen, dat is zeker geen nieuw record.

Iets verderop kunnen we dan kiezen uit 2 trails: Silau Silau trail en de Kiau View trail. We kiezen voor de laatste omdat in de beschrijving staat dat deze trail ‘fairly level’ is. We duiken het bos weer in en gaan op pad. Bijna 2 uur later weten we dat ‘fairly level’ wel heel relatief is en dat de naam Kiau View Trail moet worden gewijzigd in Kiau Trail. Er is op de hele route nl. maar één uitkijkpunt waar we met een beetje moeite tussen de bomen door een bergtopje kunnen zien en op een paar korte stukjes na bestaat de volledige trail uit klauterwerk. 

Onderweg worden we nog verrast met een bordje waarop staat ‘overhanging cliff’. Dat willen we zien! We glibberen en glijden het modderige zijpad af en met een beetje fantasie herkennen we een overhangende rots. We glibberen weer terug naar het hoofdpad en vervolgen onze klauterpartij. De natuur gaat niet vervelen en blijft prachtig. Regelmatig staan we stil om ervan te genieten en natuurlijk foto’s te maken. 

Vlak voordat we aan de laatste afdaling beginnen komen we een Nederlands stel tegen dat we ook al in Bako NP hebben gezien. Aan de ontplofte koppies te zien hebben ze het zwaar gehad tijdens de klim.
Met een laatste selfie nemen we afscheid van de Kiau View Trail en gaan we op zoek naar een lunchplek.

We zijn weer wat opgeknapt na de warme hap en besluiten er nog een laatste trail aan vast te knopen, een korte, dat wel. Het lusje van de Salie Salie Trail is ‘relatively’ makkelijk en de natuur bij deze trail is prachtig gevarieerd. Je hoeft dus eigenlijk niet zo moeilijk te doen om wat moois te zien en dat had de gids van een Nederlandse groep ANWB-toeristen die voor ons liep slim bekeken.

Tegen tweeën hebben we het kleine lusje voltooid en gaan we weer op weg naar de uitgang. We proberen nog wat perfecte plaatjes te schieten van Mt Kinabalu, maar dat is nog best lastig met de gebouwen die er voor staan. Als we even later bij het visitors centre aankomen zien we dat daar een speciale plek is ingeruimd voor die perfecte plaatjes.

Het is tijd voor de terugreis en dat is nog best een uitdaging. Grab heeft er geen zin in, waarschijnlijk omdat de afstand te groot is, het eerste busje dat we proberen aan te houden rijdt vrolijk door terwijl de chauffeur naar ons terug zwaaite en dan is er een hele tijd niets.
Gelukkig heeft Diana haar hand in de lucht gehouden want een grote gele bus gaat onverwacht in de remmen voor ons. We stappen in en nadat we wat van de rit(vraag)prijs af hebben gekregen kunnen de oogjes even dicht op de luxe stoelen.

Het noordelijke busstation is het eindstation en dat betekent dat we daar nog even vervoer moeten regelen naar ons hotel. Dat blijkt geen probleem te zijn, maar door het vastzittende verkeer duurt het wel even voordat we bij het hotel zijn.
Via deze Grab-chauffeur regelen we ook het vervoer voor morgen naar de ferry-haven van Menumbok want door ons gewijzigde reisschema kunnen we niet (alleen) met de ferry naar Brunei. We gaan eerst met een taxi naar Menumbok, daar pakken we een (speed)boot naar Labuan en gaan dan in 2 uurtjes met een ferry naar Brunei.

Donderdag 25 september

Vandaag is het tijd voor een troepenverplaatsing. Om 09:00 uur zal onze taxi voorrijden, maar eerst even een ontbijtje scoren. We lopen naar een restaurant om de hoek met de welsprekende naam Fook Yuen. Het is net zeven uur en het is er al stampvol. Wij bemachtigen een tafeltje buiten en Diana gaat in de rij voor het ontbijt. Op de meeste borden om ons heen liggen noedels evt. aangevuld met sate of ander vlees en een gebakken ei. Wij houden het ‘continental’ met een jus, een bak thee en wat toast. Die toast blijkt geen succes want het is toast met kaas en iets zoetigs. Daar maken we liever iemand anders blij mee.

Na dit bijzondere ontbijtje gaan we terug naar de kamer om de rugzakken in te pakken. Rond 08:00 uur snellen we nog even naar een favoriet restaurantje waar we snel een croissantje naar binnen werken. Je wilt toch niet met een lege maag op pad. Dan snel weer terug naar het hotel, rugzakken naar beneden en wachten.

Onze chauffeur komt 10 minuten voor negen aanrijden, da’s mooi op tijd. We laden alles in en gaan op pad in een glimmende, witte Perodua. De chauffeur had al ge-appt dat hij geen Engels spreekt dus we moeten er samen maar wat van maken……..en het was nog lang onrustig op de achterbank.

Na 2 uur en een kwartier worden we netjes afgezet bij de ferry-port van Menumbok, een plek waar je je kinderen ‘s-avonds niet laat spelen (denk ik). We lopen naar de ticket-office en zien dat de eerstvolgende boot om 12:30 uur gaat, een speedboot welteverstaan! We kopen 2 kaartjes voor het luttele bedrag van MYR34 en gaan dan bij een charmante eetgelegenheid een drankje doen. Er valt niet tegen de hitte in Maleisië aan te drinken, maar we doen ons best.

Na de bubbels gaan we op de metalen stoeltjes in de wachtruimte zitten in afwachting van de boot die ons naar Labuan moet brengen. Er wordt eerst nog een bootje uitgeladen, maar dan komt ons bootje aangevaren. Ook hier gaat alles heel soepel, op tijd boarden en dan snel naar de overkant.

Onderweg zien we een enorme hoeveelheid grote schepen op zee liggen en we tellen ook zomaar 4 olieplatforms dicht bij elkaar. De olie-industrie is nog niet helmaal afgeschreven.
Twintig minuten later gaan we alweer van boord en lopen we naar het volgende ticket office voor de overtocht naar Brunei.  Er is nog genoeg plek op de boot naar de Serasa ferry terminal dus we kunnen vandaag in ieder geval naar Brunei.

Omdat er op bij ferry terminal geen pinautomaat staat loop ik een stukje de stad in om geld te wisselen. Twee blokken verderop vind ik een ietwat louche uitziend kantoortje, maar de wisselkoers is goed.

We besluiten dan nog even een hapje te gaan eten zodat we wat aan de vissen kunnen voeren als we zeeziek worden. De noedels smaken zo-zo dus daar doe je de vissen ook geen plezier mee.
Na deze matige lunch nemen we wederom plaats in de wachtruimte bij de ferry terminal. Tegen half drie gaan de deuren open en lopen we weer naar de immigration. De bladzijden in ons paspoort raken aardig vol op deze manier. Na de stempel mogen we gelijk door naar de boot. Deze is een maatje groter dan de vorige, maar ook deze is slecht bezet. De zee is redelijk kalm dus geen feest voor de vissen. Na anderhalf uur zijn we in Brunei waar we weer een stempeltje krijgen.

Brunei of eigenlijk Negara Brunei Darussalam is een zeerijk dat ooit heel Borneo en een groot deel van de Filipijnen regeerde. Brunei is een absolute monarchie (in dit geval een sultanaat) en dat betekent dat de sultan altijd gelijk heeft! Het sultanaat is een erfelijke positie en de geschiedenis van het sultanaat van Brunei gaat terug tot de 14e eeuw. De 29e sultan van Brunei, Zijne Majesteit Sultan Haji Hassanal Bolkiah Mu’izzaddin Waddaulah, Sultan en Yang Di-Pertuan van Brunei Darussalam, is het staatshoofd en het hoofd van de regering van Brunei en hij is ook de premier.
De economie is geheel afhankelijk van de export van aardgas en aardolie. De productie van ruwe olie en gas is goed voor bijna 90% van het bnp. De opbrengsten worden goed besteed; gezondheidszorg en studie zijn gratis; olie, rijst en woningen worden gesubsidieerd.

Wij zijn op weg naar de hoofdstad Bandar Seri Begawan (ook wel Bandar of BSB) en deze bestaat eigenlijk uit twee delen, namelijk uit Bandar Seri Begawan en de historische wijk Kampong Ayer. BSB alleen heeft ongeveer 22.000 inwoners, maar samen met Kampong Ayer zijn dit er ongeveer 46.000. Het is de meest dichtbevolkte stad van Brunei en was al vanaf de 7e eeuw bewoond.

Het is nog minstens een half uur rijden naar ons hotel dus we gaan eerst op zoek naar een bus of taxi en je raadt het misschien al, daar doen ze hier niet aan. In deze uithoek van Brunei is niets te vinden. Diana vraagt iemand hoe dat hier werkt en deze man wil ons wel naar downtown Bandar Seri Begawan brengen voor B$30, maar Diana merkt aan een andere automobilist dat het misschien niet zo’n goed plan is.
Uiteindelijk lopen we terug naar de terminal en komt die laatste automobilist naast ons rijden en zegt hij dat hij het niet vertrouwd. We praten even met hem en dat zegt hij dat hij ons wel even naar het busstation iets verderop wil brengen. We proppen ons met bagage op de achterbank en een paar minuten later staan we op de plek die moet doorgaan voor een busstation.
Dan blijkt dat de laatste bus naar BSB al is vertrokken. De vriendelijke Indiase man biedt aan om ons bij de luchthaven af te zetten zodat we daar de bus kunnen nemen. Heel vriendelijk, dat slaan we niet af (en we hebben ook geen keus).
Na twintig minuten rijden in de oude Hyundai met versleten schokbrekers zijn we bij de luchthaven. Dan zegt de man dat hij ons wel helemaal naar het hotel brengt omdat het nog maar een paar minuten verder is. Hij zet ons uiteindelijk voor de deur van het hotel af en als we hem het bedrag dat de eerste persoon vroeg in de hand willen duwen wil hij daar niets van hebben (ondanks aandringen). Het was helemaal geen moeite en dat geld moesten we maar aan iemand geven die het hard nodig heeft! Bijzonder, dat kun je in Nederland bijna niet voorstellen.

We checken in bij ons centraal gelegen hotel en dan moet er eerst wat technisch gedoe plaatsvinden. Onze eSims voor Brunei werken niet en daarvoor zoek ik via de chat contact met Airalo. Na een minutenlange chat, waarbij ik meerdere screenprints van mijn instellingen heb moeten versturen, doet-ie-ut ineens weer! Ik had de hoop eigenlijk al opgegeven.

Om zeven uur uur gaan we dan nog even de straat op en de ontvangst is groots, de straten zijn verlicht, er is een soort braderie en ook de moskee is om door een ringetje te halen (of een lijstje).
Dit hadden wij niet verwacht, we zijn ontroerd! Hoe wisten ze dat wij vandaag zouden komen? In het originele programma stond Brunei pas op vrijdag op het programma.

De straten zijn al redelijk verlaten, maar dat is heel gebruikelijk in Brunei. Vanaf 20:00 uur is hier sowieso bijna alles gesloten dus dat wordt een paar dagen vroeg naar bed.

Vrijdag 26 september

Vandaag staat BSB op het programma en omdat het geen grote stad is hebben we geen haast. Na een heerlijk ontbijt gaan we rond negen uur de straat op. We lopen eerst naar de Sultan Omar Ali Saifuddin moskee want die willen we ook wel bij daglicht zien.
Ook overdag is het een indrukwekkend gebouw, maar er is veel aan gedaan om de moskee fotogeniek te maken. Vijvertje ervoor zodat je een mooi spiegelbeeld hebt, betonnen schip in de vijver staat ook leuk op de foto en 50 meter verderop een Instagram-lijst op het grasveld zodat je alles ook leuk kunt delen.

Als wij richting de hoofdingang van de moskee lopen is een groep Maleisische dames bezig met een groepsfoto te maken. Ze zien ons lopen en dan moeten wij natuurlijk met de dames op de foto. Wel begrijpelijk, daar wordt elke foto beter van.

Via de boulevard van Brunei lopen we naar de plek waar de bootjes liggen die je naar Kampong Ayer aan de overkant van de Brunei rivier kunnen brengen. Al snel heeft een kapitein ons in de gaten en vaart z’n bootje tegen een van de aanleg-trapjes zodat we makkelijk aan boord kunnen. We betalen de ferryman en scheuren naar de overkant.

Kampong Ayer heeft een geschiedenis die meer dan 1.000 jaar teruggaat. De stad is gesticht door Bajau-zeenomaden en groeide uit tot de hoofdstad en het centrum van het Bruneise Rijk, met tienduizenden inwoners in de 16e eeuw. De nederzetting werd door door de Italiaanse ontdekkingsreiziger Antonio Pigafetta in 1521 het ‘Venetië van het Oosten‘ genoemd en was eeuwenlang het kloppend hart van de regio, bekend om zijn vaardige ambachtslieden en bloeiende handel.
Door de Britse kolonisatie en modernisering in de 19e en 20e eeuw begon een langzame afname van de bevolking, hoewel het ‘dorp‘ vandaag de dag nog steeds bewoond wordt en een belangrijk cultureel erfgoed is.

We zijn binnen een minuut aan de overkant en lopen daar langs de huizen op palen. Het hout van de vlonderpaden dat de huizen verbindt is in slechte staat. Veel gaten, rotte balken en losliggende planken. We maken er geen lange wandeling van en na enkele tientallen meters gaan wij weer terug naar een stevigere steiger.
De kleine bootjes scheuren heen en weer tussen de paalwoningen en de overkant. Als bewoner van Kampong Ayer is dit de enige manier om boodschappen te doen.

Als we weer netje in BSB afgeleverd zijn en richting een koffiebar lopen, zien we dat street-art ook in BSB aanwezig is. Hier hebben ze de muurschildering laten doorlopen in de vloer, heel apart.  Het past allemaal maar net op de foto

In de koffiebar staat de airco aan en niet zo’n klein beetje ook. De overgang van buiten naar binnen is enorm. De warmte buiten hangt de hele dag als een klamme deken over de schouders en overal waar je naar binnen gaat is het onverantwoord koud. We kunnen alleen maar hopen dat we niet ziek worden.

Na de koffie gaan we het OV van BSB beproeven. We willen naar de Jame’ Asr Hassanil Bolkiah moskee en gaan op zoek naar de juiste bus. Bij de eerste bus lijkt het meteen raak, maar een paar tellen later horen we van een andere chauffeur dat we aan de overkant van de weg moeten instappen. Het duurt nog een paar warme minuten voordat de bus gaat rijden en al gauw zie ik dat we de verkeerde kant op gaan, maar niet te snel schreeuwen want we kennen z’n route niet. 

Niet veel later stopt hij bij Istana Nurul Iman, het enorme paleis van de sultan. De taalbarriere heeft z’n werk gedaan.
Een bezoekje aan het paleis is wel leuk, maar dan moet je er wel bij kunnen komen. De hekken bij dit paleis gaan helaas niet open; geen pottekijkers gewenst!

De volgende uitdaging is om terug naar BSB te komen. Normaal gesproken zouden we bij dezelfde bushalte gaan staan waar we eruit gekieperd zijn, maar de militair bij het hek merkt op dat het inmiddels 12:00 uur is en op de dag van het gebed gaat alles dan op slot en in Brunei betekent dat ook dat het land vrijwel tot stilstand komt. Winkels en restaurants gaan dicht, taxi’s rijden niet meer en ook de bussen staan stil.
Er zit eigenlijk maar 1 ding op: lopen! Het is 5km naar ons hotel en de hitte maakt dit kleine stukje tot een marathon. Na 2km weet Diana toch weer een man over te halen om ons naar BSB te rijden. Hoewel hij niet die kant op moet doet hij het graag. Alweer worden we uit de brand geholpen door een vreemde!

Het is een bizar gezicht die lege wegen. Van het ene op het andere moment lijkt alle verkeer verdwenen. De stoplichten werken nog wel. Het heeft iets sci-fi-achtigs. Zoiets hebben wij ook nog niet eerder meegemaakt.

We zien wel steeds meer mannen richting de moskee lopen. Sommige met een kleedje over de schouder. Wij volgen ze die kant op en nemen plaats op een stenen bankje bij de hoofdingang van de moskee. Het is een belangrijk iets dat vrijdaggebed, zoveel wordt hier wel duidelijk. Wegblijven is geen optie.

Rond 13:00 uur gaan we even terug naar het hotel want we moeten nog wat formulieren invullen voor de trip van zondag naar Ulu Temburong én we moeten nog geld pinnen. Als dat geregeld is gaan we een hapje eten en nadat de inwendige mens weer tevreden is gesteld trekken we de stoute schoenen aan en doen nog een poging om met de bus bij de Jame’ Asr Hassanil Bolkiah moskee te komen. Het motto: de aanhouder wint. 

Dit keer hebben we wat meer research gedaan en weten we zeker dat we de bruine bus nummer 20 moeten hebben. Als we net bij de bushalte staan komt deze bus aanrijden. Even aan de chauffeur vragen of hij bij de moskee stopt en hij knikt bevestigend (en we weten wat dat waard is). We nemen opnieuw plaats op de warme skai stoelen, maar gelukkig duurt het vertrek maar een paar zweetminuten. 

Dit keer gaan we in de goede richting volgens Google Maps en als in de buurt van de moskee willen uitstappen, maant de chauffeur ons weer te gaan zitten. Allemaal goed bedoeld want een paar minuten later stopt hij bij de bushalte op het terrein van de moskee. Dat scheelt weer een paar minuten lopen

De Jame’ Asr Hassanil Bolkiah moskee is vooral aan de buitenkant een hele andere moskee. Helemaal bekleed met mozaïek tegeltjes en marmer heeft deze moskee een hele andere uitstraling. Deze lijkt wat meer op de moskeeën die we in Iran hebben gezien. We lopen er omheen en maken veel te veel foto’s.

Om 15:30 uur lopen we terug naar de bushalte. De buschauffeur had gezegd dat we daar ook weer opgepikt zouden worden. Drie kwartier later gaan we er toch maar weer van uit dat we mekaar niet goed begrepen hebben en dan blijft er maar een optie over.
Diana zet haar zielige ogen op, pruilt haar lippen en binnen de kortste keren is het vervoer naar BSB geregeld. Een aardige man in een nog veel aardiger BMW brengt ons helemaal terug naar het hotel, we kunnen wel wennen aan deze aardige mensen.
Hij vertelt ons dat het openbaar vervoer en de taxi’s niet veel voorstelt in BSB en dat mede komt doordat de benzine prijs zo laag is. Je betaalt hier 53 Brunei-cent voor een liter, dat is ongeveer 35 eurocent!

We zijn zo langzamerhand uitgedroogd dus we lopen gelijk naar de foodmarket waar we een grote beker dorstlessende lemonjuice met mint en watermelonjuice met lyche bestellen. Dat hadden we even nodig! Eentje was niet niet genoeg dus we kieperen er snel nog een achteraan.

Even later besluiten we ook maar bij deze foodmarket wat te eten. We maken rondje langs alle stalletjes en kiezen voor een soort durum-achtig broodje, het smaakt voortreffelijk. Op straat eten is bijna altijd lekker(der) en leuker.

We stoppen nog even bij Coffee Bean voor een bak koffie en gaan dan terug naar het hotel om de duiktas voor morgen klaar te maken.

Zaterdag 27 september

Vandaag gaan we eens wat heel anders doen. Weg uit de klamme warmte in de stad, we gaan naar zee. Om 07:00 uur worden we opgehaald voor een paar duiken met duikschool Oceanic Quest. Dat betekent wel dat we extra vroeg aan het ontbijt moeten, maar dan is het ook lekker rustig.
Ruimschoots voor zevenen zitten we al in de ‘taxi’ van de duikschool. Het ritje gaat helemaal naar de ferry port waar we eergisteren zijn aangekomen. De duikschool zit daar om de hoek.

We vullen eerst de gezondheidsverklaring in en gaan dan de duikuitrusting passen. We krijgen een shorty aan en dan ben ik wel benieuwd wat de watertemperatuur is. Volgens Stenly, onze gids, is het water 29 graden. We moeten de duiklog er op na slaan, maar dit lijkt een record.

Alle equipement gaat in een grote tas en we lopen naar de auto die ons naar de boot brengt. Als ik de auto zie wil ik hard wegrennen. Er zit een groen wezen op op de voorstoel! ‘Mars attacks‘, denk ik, maar het blijkt een Chinese mede-duikster te zijn die zich met een dikke laag groene zonnecrème heeft ingesmeerd. Rare jongens die Chinezen!

We rijden naar de haven en zien dat onze boot op een steenworp van de ferry naar Labuan ligt. We zoeken een plekje aan boord en dat is met 3 duikers en 2 gidsen geen probleem, er is meer dan genoeg ruimte .

Het is een half uurtje varen naar onze eerste duikstek, The Oil Rig. Dit is een buiten gebruik gesteld olieplatform uit de jaren negentig dat over een gebied van 100 vierkante meter als een kunstmatig rif verspreid ligt. Na een korte briefing rollen we om 08:45 uur het water in en dalen we langs een touw af naar het onderste deel van het olieplatform op 18 meter.

Het zicht is maximaal 5m, dat hebben we wel veel beter gehad, maar met de visstand is niks mis. Een ongelooflijke hoeveelheid vis om ons heen. We zwemmen tussen de poten van het olieplatform en kijken onze ogen uit. Zoiets hebben we nog niet eerder meegemaakt. De duik duurt ongeveer drie kwartier, maar we hadden nog wel wat tijd kunnen doorbrengen tussen de tamme vissen.

Terug aan boord worden we gelijk voorzien van water, bananencake en een kop thee, goede service! Als iedereen weer aan boord is en de flessen zijn aangesloten voor de volgende duik, varen we naar de volgende duikplek. Op zo’n 10 minuten varen van het olieplatform ligt het wrak van de veerboot MV Bolkiah dat op de route Brunei-Labuan voer. De veerboot is in 1992 tot zinken gebracht door de marine van Brunei om als kunstmatig rif te gaan functioneren.

Nadat we hebben voldaan aan onze verplichte surface-interval krijgen we de briefing voor deze duik-site. Ook dit keer gaan we langs een touw naar beneden, maar gaan we wel wat dieper dan de vorige duik. Het zicht is onder de 20m niet al te best, maar naarmate we wat stijgen richting het daglicht wordt het beter. Ook hier weer een enorme hoeveelheid vis. Je zwemt af en toe midden in de school vis en ze lijken het nog gezellig te vinden ook! We kijken onze ogen uit en helaas moeten we na 40 minuten alweer naar boven.

Dit keer geen plakje cake, maar een volle lunchbox: noedels, ei, kipstukjes en pinda’s. Dat smaakt wel na 2 tanks droge lucht en het is bovendien een goede bodem voor de laatste duik van vandaag: Dolphin Wreck. Een groot, 3 verdiepingen hoog vrachtschip dat op 22m diepte ligt. Het schip transporteerde graniet toen het hier in slecht weer doormidden brak.

Om 12:00 uur plonsen we weer het water in laten we ons voor de laatste keer langs het touw naar beneden glijden. Stenly neemt ons mee het schip in. Via een achterdeurtje gaan we een donkere ruimte waar we zo goed mogelijk doorheen manoeuvreren, omgeven door kleine vissen. Langs een verweerde trap gaan we dan naar het bovengelegen dek. Er wordt hier wel een beroep gedaan op onze duik-skills.

We zwemmen langs de reling van de boot en zien vrachtwagenbanden liggen die ooit de boot van de kade hebben gehouden. Overal worden we omgeven door grote scholen vis, maar we zien ook een paar specials: octopus, batfish, lion fish en ook nemo heeft een plekje gevonden op het schip.
Aan al het moois komt een eind, zo ook aan deze 3e duik. We maken de safety-stop aan het touw en kijken een laatste keer de donkere diepte in. We hebben nu al heimwee.

Terug op de boot worden de motoren gelijk gestart en varen we terug naar de haven waar al een auto klaar staat om ons naar de duikschool te brengen. Bij de duikschool liggen handdoeken klaar zodat we ons kunnen douchen. We hebben nog niet eerder meegemaakt dat het bij een duikschool zo goed verzorgd is. We stempelen onze duiklog, nemen afscheid van Stenly en laten ons terug brengen naar het hotel.

Nadat we onze spullen naar de kamer hebben gebracht lopen we naar de boulevard. We nemen een bakkie koffie en genieten van het uitzicht op Kampong Ayer. Het is opvallend hoeveel hardlopers we elke avond over de boulevard zien lopen. Sommige in lange broek en windjack hoewel het nog rond de dertig graden is. Voor een groot aantal van deze lopers is duidelijk te zien waaróm ze zijn gaan hardlopen.

We eten ‘s-avonds weer op straat en sluiten af met de gebruikelijke bak koffie. Ook morgen is het weer vroeg dag dus we maken het niet laat vanavond en dat lijkt voor de meeste inwoners van BSB dagelijkse kost te zijn.

Zondag 28 september

De chauffeur van Touroffice Freme haalt ons om 07:45 uur op bij het hotel voor de tour naar Ulu Temburong. We rijden in noordoostelijke richting en gaan via de Sultan Haji Omar Ali Saifuddien Bridge naar het oostelijk deel van Brunei. Brunei wordt in tweeën gedeeld door de Maleisische provincie Sarawak en het avontuur van vandaag speelt zich in het oostelijk deel af.
Deze brug die beide delen van het land met elkaar verbindt is het grootste infrastructurele project van Brunei. De brug is met een lengte van 30 kilometer de langste brug in Zuidoost-Azië en behoort tot de 20 langste bruggen ter wereld.

Aan de andere kant van de brug zien we de wereld om ons heen veranderen. Een dicht, ondoordringbaar regenwoud aan beide kanten van de weg. We zijn op de goede weg.
We gaan vandaag naar Ulu Temburong National Park, het eerste nationale park dat in Brunei werd opgericht. Het park heeft een oppervlakte van 550 vierkante kilometer en maakt deel uit van het Batu Apoi-bosreservaat. Het park bevat laaglandregenwoud en staat bekend als het ‘Groene Juweel van Brunei’.

We hebben een uur nodig om bij het resort van Freme te komen en daar ontmoeten we Avi onze gids voor vandaag. De groep wordt gecompleteerd door Jama, een Amerikaanse uit Californië.
We worden ontvangen met koffie en lokale zoetigheden en dan legt Avi uit hoe het programma eruit ziet.

Omdat er 2 grote groepen uit Taiwan komen wil ze met ons eerst de zip-line doen zodat we daarvoor straks niet in de rij hoeven te staan. Wij hadden eigenlijk helemaal niet gerekend op een zip-line maar vinden het best. Daarna zullen we met de longtailboot de rivier opgaan om na een uur en 1000 treden de boomtoppen in te gaan. 
We hijsen ons dus eerst in een kruis-tuigje en zetten een charmante helm op. Dan lopen we via een hangbrug naar de ander kant van de rivier, beklimmen daar een heuvel waar we gelanceerd zullen worden, terug naar de andere kant van de rivier. Inhaken en gaan!

Na deze enerverende activiteit lopen we naar de boten. Er wordt ons nogmaals verteld dat het water laag staat en dat we op sommige plekken zelfs zullen moeten uitstappen. Avi gaat met de Amerikaanse in de ene boot en wij in de andere. 

We merken al snel wat ze bedoelen met laag water. De schroef van de buitenboordmotor van de longtailboot schraapt af en toe over de rotsen op de rivierbodem. Op stukken waar het water nog geen 15 cm diep is, neemt de bootsman een aanloopje en haalt bij het ondiepste gedeelte dan snel de motor omhoog in de hoop dat we het diepere gedeelte halen waar hij dan snel de motor weer laat zakken. Onze chauffeur komt niet in de problemen, maar er zijn ander boten die ze met de hand door die ondiepe gedeelte moeten sleuren.

Dit gemartel met het ondiepe water is allemaal bijzaak want wij genieten vooral van het uitzicht op het regenwoud. Tijdens onze eerdere wandelingen liepen we tussen de bomen maar nu kijken we er al het ware van de buitenkant tegenaan en dat ziet er indrukwekkend uit. De tientallen meters hoge regenwoud-reuzen torenen hoog boven de rest van het groen uit. Alles omzoomd door de Temburong rivier. We kijken onze ogen uit en krijgen een stijve nek van hete omhoog kijken.

De flora is dus best in orde, de fauna stelt niet veel voor. We zien af en toe kleine zwarte, zwaluw-achtige vogel over het water scheren en dat was het wel. Er valt verder niets te spotten, zelfs geen langstaart makaak terwijl je die hier nog bij de C&A tegen kunt komen.

Na een goed uur zijn we dan bij de ingang van het National Park aangekomen. We stappen uit de boot en schrijven ons in bij de ‘administration’. 
Ons volgende doel is de canopy-walk, maar daar moeten we wel even 1000 treden voor beklimmen. Dat wordt geen lolletje met deze hitte. Eerst nog even een wiebelige hangbrug over de Belalong rivier nemen. De uitzichten vanaf de brug zijn prachtig.

Dan beginnen we aan de traptreden. Na een paar honderd traptreden maken we ons vooral zorgen over onze gids Avi, ze hijgt als een peerd en raakt steeds verder achterop. Dan doen wij het nog niet zo slecht! Weer een leuk feitje: met 61 jaar ben ik de oudste bezoeker van het park vandaag. 

Een paar honderd traptreden verder zien we het grote metalen gevaarte dan opdoemen. 400 meter lang en 60 meter hoog op het hoogste punt. Even mezelf wat moed inpraten en dan de smalle metalen trappetjes op. Checken of het gevaarte stevig staat en dan naar het volgende trappetje. De verschillende trap-torens worden verbonden door metalen bruggen. Bovenop de torens en bruggen heb je een fantastisch uitzicht over de boomtoppen van het regenwoud. Maar vooral niet naar beneden kijken want dan durf je geen pas meer te zetten.
Met bibberende beentjes ga ik verder en als ik na 400 meter in de laatste toren naar beneden ben geklommen,  is een zucht van verlichting op z’n plaats. Terug bij de rest stelde het natuurlijk niets voor, makkie, mooi uitzicht! Dit was het letterlijke hoogtepunt van deze tour en nu moeten we hetzelfde stuk weer terug. 1000 treden, hangbrug en dan weer de boot in. 

Na een paar minuten varen krijgen we dan even de gelegenheid een waterval te bezichtigen en kunnen we een pedicure behandeling ondergaan. We mogen alleen naar de waterval als we een zwemvest aandoen en een helm opzetten. 50 meter verderop vragen we ons af waar dat goed voor is want deze waterval legt het af tegen de waterval in Loenen. De pedicure is wel fijntjes. In de poel onderaan de waterval zitten visjes die je tenen van losse huidcellen ontdoen, kriebelig en lekker.

Het laatste stuk over de rivier gaat een stuk sneller omdat het stroomafwaarts gaat. De plekken waar het ondiep is worden met de stroom mee een stuk makkelijker genomen. Wij blijven maar foto’s maken terwijl we ons afvragen of deze grootsheid van natuur wel op de gevoelig plaat vast te leggen is.

Rond 13:30 uur zijn we terug bij de lodge van Freme waar ons een heerlijke en veel te uitgebreide lunch wordt voorgeschoteld. Na al die inspanning laten we het ons goed smaken! Als er niets meer bij past gaat Avi het vervoer voor de terugweg regelen. Om half drie rijden we dan terug naar BSB.
We hebben alledrie moeite met wakker blijven op de terugweg en dromen al over deze fantastische dag.
Rond half vier zijn we terug bij hotel en doen de rest van de dag niks meer, geen moskee, geen museum, we zijn mud!

Maandag 29 september

Gisteren een hete, zonnige dag, vandaag bewolkt en zelfs regendruppels. Komt dat goed uit, we hebben een reisdag.
Onze vlucht naar Singapore gaat pas om 12:00 uur dus we kunnen op ons gemakkie ontbijten.
Om kwart over negen bestellen we via het hotel een Dart en gaan we naar Lapangan Airport.

Het lijkt uitgestorven op de luchthaven, maar dat is ook niet zo gek met 3 vluchten op de hele ochtend. We checken in en maken dan ons laatste Brunei dollars op. Eerst een koffie bij Coffee Bean en na de douane iets zoetigs bij Starbucks.

We zien dat het vliegtuig vanuit Singapore mooi op tijd landt en drie kwartier later kunnen wij al boarden.
De service is fantastisch bij Singapore Airlines. Op deze korte vlucht krijgen we een heerlijke maaltijd geserveerd door de beeldig geklede stewardessen. De stewardessen lijken verdacht veel op elkaar, alsof ze gekloond zijn, dezelfde kapsels, dezelfde koppies en hetzelfde lange, slanke lichaam. 

Singapore is een stadstaat met een rijke en complexe geschiedenis. De stad werd oorspronkelijk bewoond door verschillende etnische groepen, waaronder de Malaiërs. In de 14e eeuw werd het een belangrijk handelscentrum, bekend als Temasek. De naam ‘Singapura’, wat ‘Leeuwenstad’ betekent, werd gegeven door de prins van Srivijaya, Sang Nila Utama.

In 1819 vestigde Sir Stamford Raffles een Britse handelspost in Singapore, wat leidde tot de oprichting van de haven als een vrijhaven. Dit trok veel immigranten aan, waaronder Chinezen, Indiërs en Arabieren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Singapore in 1942 door de Japanners bezet. De bezetting was een zware periode voor de bevolking, met veel leed en onderdrukking. Na de oorlog keerde de Britse controle terug, maar de roep om onafhankelijkheid groeide.

In 1959 verkreeg Singapore zelfbestuur en werd het een staat binnen het Britse Gemenebest. In 1963 sloot Singapore zich aan bij de Malaya, Sabah en Sarawak om de Federatie van Maleisië te vormen. Deze samenwerking was echter kortstondig, en in 1965 werd Singapore een onafhankelijke republiek.

Na de onafhankelijkheid onder leiding van premier Lee Kuan Yew, onderging Singapore een snelle economische ontwikkeling. Het land transformeerde van een kleine havenstad naar een wereldwijde financiële en handelscentrum. Singapore staat nu bekend om zijn sterke economie, moderne infrastructuur en diverse cultuur.

Binnen 2 uur zijn we in dat moderne Singapore en onze tassen komen als eerste de band oprollen. Misschien zijn het ook wel de enige tassen, want de meeste andere passagiers gaan door naar een andere bestemming.
We gaan soepeltjes door de elektronische douane en pakken gelijk de eerste bezienswaardigheid van Singapore mee: The Jewel. Een soort stortbui die door een gat in het dak naar beneden komt.

Dan nog even Singapore dollars pinnen en een Grab bestellen. Vijfentwintig minuten later checken we in bij ons hotel en nadat we de spullen op de kamer hebben gegooid lopen we naar Clarke Quey voor een drankje.
Dit gedeelte van Singapore staat bekend om het levendige karakter. Er zijn restaurants, bars en ‘s-avonds vaak live muziek. Bij de kleurrijke pakhuizen aan het water is altijd wat te zien.
We schrikken wel van de prijzen. Een biertje kost S$11 en dat is omgerekend bijna 8 Euro! Het is duidelijk een andere wereld dan Maleisië of Brunei.

Omdat het heerlijk weer is besluiten we gelijk een blokje om te gaan. De hoge gebouwen zijn enorm, een beetje New York maar toch anders. Af en toe staat er nog een blok oude woningen tussen al die glimmende nieuwbouw en natuurlijk is ook hier street-art te bewonderen.

We lopen langs de Singapore rivier en willen even bij Merlion kijken. Dit is een groot standbeeld van een kruising tussen een leeuw en een vis. Het is het nationale symbool van Singapore. 
Onderweg zien we dat de voorbereidingen voor de F1 van Singapore in volle gang zijn. Grote hekken worden om het stratencircuit geplaatst.

We zijn niet de enigen die vandaag een fotootje van de Merlion willen maken. Het is er gezellig druk. Vanaf deze kant van de rivier heb je een mooi uitzicht op het prachtige Marina Bay Sands hotel. Dit gebouw domineert de skyline van Singapore. Het lijkt alsof er op drie torens een schip is geplaatst.
Het is overigens geen lullig hotelletje. De goedkoopste kamer kost nu zo’n 1000 euro per nacht en er zijn 2561 kamers. Tel uit je winst, hoewel, de oorspronkelijke kosten van dit hotel bedroegen in 2010 5,6 miljard dollar! Dit jaar is er een uitbreiding gaande van 8 miljard dollar. Je moet dus wel wat kamertjes aan de man doen voordat je quite speelt.

We zijn nu niet ver van het andere icoon van de stad, Gardens by the Bay. We gaan naar het dichtstbijzijnde metrostation, schaffen de EZ-link kaart aan en reizen een tweetal stationnetje naar dit enorme stadspark. Hoogtepunt in dit stadspark is de Super Tree Grove. Grote kunstbomen waar planten tegenaan groeien. Heel apart en erg mooi, op bijna elke ansichtkaart van de stad zijn ze afgebeeld.

We gaan op een van de stenen bankjes onder een nepboom zitten en kijken hoe al dat volk met deze bomen op de foto gaat. Het is inmiddels 18:30 uur en we weten dat er om 19:45 uur een lichtshow wordt opgevoerd bij Super Tree Grove. Omdat we toch nergens meer heen moeten besluiten we daar op te wachten en het blijkt de moeite waard te zijn. Een flitsende sound and light show maakt deze super bomen nog bijzonderder.

Na de lichtshow springen we weer in de metro en gaan terug naar het hotel. In een van de ondergrondse gangen tussen de verschillende metrolijnen zijn meiden dansjes aan het oefenen. Deze gang heeft nl. allemaal spiegels en zo is het net een dansschool.

Maleisië, Brunei en Singapore 1

Dinsdag 16 september

Vanwege werkzaamheden op de Loolaan moesten we 10 minuten lopen naar bushalte Orpheus voor het ritje naar het station. I.p.v. een normale bus werden we vervoerd in zo’n bejaardenbusje waarmee je oma op verjaardagsvisite gaat. Op onze leeftijd hoeven we ons niet eens te schamen.

De NS-app had ons gewaarschuwd voor problemen op het spoor en op perron 1 hoorden we de luidsprekerstem zeggen ‘Beste reizigers………vanwege een defecte trein op het spoor rijden er minder treinen naar Amersfoort’. We zijn al met alternatief vervoer bezig maar dan zien we dat het perron bij spoor 1 vol staat met mensen. We hebben geluk, de trein van 09:44 gaat wel! De trein arriveert met slechts een paar minuten vertraging en het lukt ons zelfs een stoel te bemachtigen. In Amersfoort staat de trein naar Schiphol al klaar. We springen er in en 45 minuten later staan we op Schiphol. Ondanks alle problemen op het spoor zijn we mooi op tijd.

Na een bakkie koffie bij UpToDoGood lopen we naar vertrekhal 3. Tot onze verbazing zitten de dames al klaar bij balie 29 en wij besluiten om gelijk maar in te checken. Dit verloopt allemaal soepeltjes en na een kort oponthoud bij de security-check (Diana’s fotocamera zag er verdacht uit) gaan we moeiteloos langs de douane. We zoeken een plekje aan het raam met uitzicht op pier F en G en nemen wat te drinken. Het is nog meer dan een uur wachten voordat het vliegtuig wordt volgeladen.


Iets na half drie gaat de gate open. We wachten tussen een paar groepsreizigers van TUI en FOX en om kwart voor vier gaan we aan boord. We vertrekken uiteindelijk met meer dan een uur vertraging. In het vliegtuig hebben we niets te klagen; goede stoelen en nieuwe films. Op de lunchkaart staan een kippetje uit de pan en lasagna, wij kiezen voor het laatste. Het eten smaakt waanzinnig lekker. Dat maak je niet vaak mee in een vliegtuig.

Woensdag 17 september

De piloot heeft de vaart er blijkbaar goed in want we arriveren met slechts 20 minuten vertraging in Dubai. We moeten naar terminal A en daarvoor moeten we via een veiligheidscontrole (waar Diana haar horloge vergeet), zitten we een kwartier in de bus en moeten we nogmaals door een veiligheidscontrole. Niet ver van gate A19 zit een ‘big M’ dus daar besluiten we maar een broodje te eten in afwachting van de volgende vlucht. 

Door de vertraging van de vlucht naar Dubai, het rondje in de bus naar terminal A en de veiligheidscontroles bleef er niet zo heel veel over van de 3 uur overstaptijd in Dubai. We gaan dus al weer snel op weg naar gate A19 voor de vlucht naar Kuala Lumpur. Om bij de 777 te komen moeten weer met de bus op pad, dit keer 10 minuten. Het goede nieuws is dat we onszelf getrakteerd hebben op een paar Premium Economy stoelen en dat is smullen, een heerlijke brede leren fauteuil met voetenbankje.

Na een voortreffelijke ‘lunch’ laten we ons nog even vertroetelen door de stewie en dan gooien we de rugleuning zo ver mogelijk naar achteren, het voetenbankje zo ver mogelijk omhoog, doen we de electrische gordintjes naar beneden en gaan we zo lang mogelijk slapen.

Zo’n 2 uur voor de landing maakt de vriendelijke stewardess met (te) rode lippen ons wakker voor het ontbijt. Het is allemaal veel te veel op de nuchtere maag, maar omdat het er allemaal erg mooi uitziet op echt servies en in echte glazen kunnen we het niet laten staan.
Veertig minuten voor de landing vraagt de piloot om alles in gereedheid te brengen en om 14:40 uur staan we aan de grond bij Kuala Lumpur International Airport.

We lopen naar de douane en zoeken de kortste rij uit. Dat zegt natuurlijk niets, maar is voor het gevoel. Er worden verschillende reizigers afgeserveerd waardoor wij ook wel een klein beetje zenuwachtig worden. Het was allemaal voor niets, want onze papieren zijn natuurlijk in orde. We lopen door naar de bagageband en daar zien we onze rugzakken al snel verschijnen. 
Via de uitgang en de pinautomaat gaan we dan terug naar de vertrekhal op de 5e etage om in te checken voor onze vlucht naar Kuching. De dag is nog niet voorbij!

We nemen een sloot koffie bij Costa Coffee en gaan dan op zoek naar gate B4 voor de vlucht naar Kuching. Hier verloopt alles op rolletjes en het vliegtuig van Malaysia Airlines vertrekt bijna op tijd. Tijdens de vlucht van 1 uur en 40 minuten krijgen we zelfs nog een warme maaltijd en drinken aangeboden. Daar kunnen ze in Europa nog een puntje aan zuigen.

In Kuching gaan we nogmaals langs de douane want de provincie Sarawak vindt zich speciaal genoeg om nogmaals je paspoort te laten zien. Als we de rugzakken van de band halen regelen we via Grab (de Aziatische Uber) vervoer naar het hotel. Na een kwartiertje in de disco-auto van Charles Chiu (what’s in a name) zijn we bij het kolossale Sheraton. We checken snel in en gaan dan nog een drankje doen in de bar. Van Schiphol tot Kuching zijn we ruim 22 uur onderweg geweest dus die hebben we wel verdient!


Donderdag 18 september

Na een wat lastige jet-lag nacht doen we ons eerst tegoed aan het zeer uitgebreide ontbijt-buffet voordat we downtown Kuching onveilig maken. Als je door deze stad loopt, zie je al snel de voorliefde voor katten. Op diverse plekken staan standbeelden van katten. Dat is ook niet zo vreemd, want Kuching betekent ‘kat’, of eigenlijk, het Maleise woord ‘kucin’ betekent kat. Anderen zeggen overigens dat de stadsnaam afkomstig is van het Chinese woord ‘cochin’ wat haven betekent. Dat is aannemelijker gezien de talrijke Chinese invloeden en het feit dat de stad fungeert als havenplaat.

Kuching is een zeer schone en veilige stad die niet wordt overspoeld door onafgebroken verkeer zoals je die elders in deze regio kent. De stad is een multiculturele mix van Malei, Chinees en Indiaas. Het straatbeeld is kleurrijk en divers en wordt opgeleukt door de vele streetart.

De bezienswaardigheden van Kuching liggen allemaal dicht bij elkaar dus we hoeven gelukkig niet veel meters te maken. We lopen via de ‘boulevard’ naar de Darul Hana brug die de Sarawak Rivier overspant. Deze S-vormige voetgangersbrug verbindt de waterfront aan de zuidkant met de noordkant van de stad en is een belangrijk herkenningspunt dat eenheid en harmonie symboliseert.

Aan de noordkant van de rivier lopen we langs het bijzonder gebouw van de Sarawak Legislative Assembly (of Dewan Undangan Negeri Sarawak in het Maleis). Dit is de wetgevende macht van de deelstaat Sarawak in Maleisië. Het is een parlement met 82 leden die verkozen worden vanuit verschillende kiesdistricten in Sarawak om staatswetten goed te keuren en de deelstaatregering te controleren.

Iets verderop staat Fort Margherita een iconisch bouwwerk dat in 1879 werd gebouwd door de 2e rajah van Sarawak Charles Brooke. Het fort is vernoemd naar zijn vrouw, Margaret, en diende als verdedigingswerk, opslagplaats en gevangenis. Het is nu een historisch monument en huisvest de Brooke Gallery.

De familie Brooke heeft een belangrijke rol gespeeld op Borneo. James Brooke, een Britse avonturier, arriveerde in 1839 in Sarawak en hielp de lokale Sultan van Brunei met het onderdrukken van opstanden en piraterij. Als beloning voor zijn hulp werd hij in 1841 benoemd tot rajah van Sarawak, waarmee hij een onafhankelijk koninkrijk stichtte. Na de dood van James Brooke in 1868 werd zijn neef Charles rajah. Hij zette het werk van zijn oom voort, breidde de infrastructuur uit met bijvoorbeeld een ziekenhuis en een school, en moedigde Chinese immigratie aan voor landbouw. Charles Vyner Brooke (zoon van Charles) was de derde en laatste Witte Rajah. Omdat na de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog de financiële middelen om de wederopbouw te financieren ontbraken, droeg hij in 1946 hij het koninkrijk over aan Groot-Brittannië, waarna het een kroonkolonie werd.

We lopen terug over de brug en gaan even naar de Tourist-info en checken daar of onze informatie over Semenggoh en Bako nog juist is en drinken vervolgens een bakkie koffie bij het naastgelegen Commons.

We vervolgen dan onze weg via de India Mosque, het busstation en de de City Mosque. Onderweg komen we veel streetart tegen en dit zal niet laatste stad zijn waar we dit zien. Maleisie staat er vol mee! We lopen ook nog langs het Borneo Cultures Museum maar gaan daar vandaag nog niet naar binnen. Dat komt nog wel.

‘s-Middags gaan we naar Semenggoh, het orang-oetang rehabilitatie centrum. De orang-oetans in Maleisie bevinden zich in een hachelijke situatie. Het grootste probleem is dat de orang-oetans het hoofd moeten bieden aan de vernietiging van hun leefomgeving dat te wijten is aan houtkap (t.b.v. palmolie plantages), mijnbouw en bosbranden, maar ook de versplintering van hun leefomgeving door aanleg van wegen speelt een rol. Te vaak worden orang-oetans daardoor verdreven uit hun leefomgeving. De bedoeling met de orang-oetans in Semenggoh is rehabilitatie en terugkeer naar de wildernis, waarbij de dieren die als huisdier werden gehouden, gered of gevonden worden voorbereid om in de natuur te overleven. Het natuurreservaat biedt een habitat en trainingsprogramma, waarbij de orang-oetans leren foerageren en nesten bouwen. Gerehabiliteerde dieren worden in het wild teruggeplaatst zodra ze eraan toe zijn. Het hoofddoel van het Semenggoh Wildlife Centrum is: “Het rehabiliteren van in beslag genomen wilde dieren die gewond of gehandicapt zijn geraakt door langdurige gevangenschap door mensen, met als doel ze op den duur terug te plaatsen in de bossen.” Goed bezig dus!

We gaan dan wel naar Semenggoh om orang-oetangs te zien, maar er is geen garantie dat je ze zult zien! Uit verhalen van andere reizigers weten we dat deze apen soms geen zin hebben of dat ze al een lekker hapje in het bos hebben gevonden en dan mogen de verzorgers de bananen zelf opeten. De Grab zet ons tegen half twee af bij de ticket balie waarna wij online onze reservering regelen. Dan nog even in de rij om kaartjes te bemachtigen. Je kunt je met een electro-karretje naar de voederplaats laten brengen, maar wij kiezen ervoor om de heuvelachtige kilometer te wandelen.

Bij de voederplaats is nog niet veel te zien. Er hangt een orang-oetang verveeld in een touw. Het beestje is niet onder de indruk van alle mensen die hier zijn komen kijken. Rond half drie loopt een verzorger met een grote mand bananen richting het voederplateau en hoog in de bomen zien we wat bewegen. Een moeder met jong maakt een schijnbeweging naar beneden, maar blijft halverwege toch weer hangen, ze twijfelt. Ook aan de ander kant van het bos beweegt er wat in de boomtoppen.

Als de verzorger de mand leeg kiepert is het gedaan met de verlegenheid en komt moeders toch een fruithap halen. Ze geeft het publiek weing kans om een plaatje te schieten want ze verdwijnt snel weer de boom in. De aap die we als eerste zagen heeft inmiddels de benen genomen en wandelt richting de bezoekers. De verzorgers waarschuwen het publiek dat ze aan de kant moeten gaan. De orang-oetangs worden hier niet achter hekken gehouden dus het kan zo maar dat er eentje op je schouder tikt.

We blijven het spektakel nog een tijdje bekijken, maar rond drie uur wandelen we weer terug naar de ingang. Daar regelen we opnieuw een Grab en laten ons bij het hotel afzetten.
we hebben wel een drankje verdient en lopen gelijk door naar Carpenter Street en gaan heel toepasselijk bij de Drunk Monkey Old Street Bar zitten. Even nagenieten van deze bijzonder middag,

Omdat we morgen al vroeg naar Bako National Park gaan, besluiten we dan toch maar terug naar het hotel te gaan om eerst de tassen in te pakken. We laten de grote rugzakken achter in het hotel en moeten dus zo verstandig mogelijk de kleine dagrugzak vullen. Iets tegen muggen, iets tegen de zon, iets tegen bloedzuigers en iets tegen slangen. Zo moet het wel lukken.

We gaan ‘s-avonds bij Curry House eten, Een Indiaas restaurant waar de vettigheid vanaf druipt. Je verwacht bij een restaurant dat Curry House heet Indiase currys te kunnen eten, maar dat is te veel gevraagd. Het Indiase eten smaakt voortreffelijk dus we klagen niet.

Het is inmiddels donker geworden en omdat de Darul Hana brug in de avond verlicht is gaan we die kant op. Bovendien zou er om 20:30 uur een sound-and-light show moeten zijn en wie wil dat nou niet zien?
Het blijkt allemaal een kleurrijk spektakel te zijn waar veel volk op afkomt. We maken een paar kleurrijke foto’s en gaan dan terug naar het hotel.

Vrijdag 19 september

Omdat de vriendelijke man bij de tourist-info had geadviseerd zo vroeg mogelijk naar Bako te gaan hebben we de wekker op 6 uur gezet. We zijn de eersten in het restaurant dus hoeven niet op ons eitje te wachten. Om 7 uur poetsen we nog even onze tandjes en gaan dan naar de receptie om uit te checken en onze rugzakken in bewaring te geven.

Ons vervoersplan is wat gewijzigd. I.p.v. naar het busstation te lopen gebruiken we de telefoon om een Grab te laten komen. Dit gaat wat sneller en is ook best goedkoop. De chauffeur perst zich langs de drukke verkeerslichten en met een half uurtje zijn we bij Bako Terminal waar de bootjes naar Bako vertrekken. Hier moeten we ons on-line registreren, entree betalen en bootkaartjes kopen. We delen de boot met een stel uit Den Bosch en dat scheelt weer wat in de kosten.

De kapitein gooit de trossen los en in volle vaart schieten we over het vlakke water van de Santubong rivier, 15 minuten later legt hij aan bij het prachtige Assam strand vlak bij het  bezoekerscentrum. We doen onze schoenen uit en lopen het strand op. De temperatuur van het zeewater is uitnodigend, maar grote borden waarschuwen voor de krokodil die hier leeft dus de zwembroek kan in de tas blijven.

We melden ons bij de receptie en hebben geluk want we kunnen gelijk naar onze kamer. We brengen onze dagrugzakken weg en gaan op pad. We kiezen voor de Telok Pandang Kecil trail vanwege het mooie strandje en de sea stack op het einde. De trail is heen-en-terug 6km, maar we hebben al snel in de gaten dat het geen makkelijke kilometers worden. Het is klauteren en klimmen en soms moet we door een laagje water waardoor de sokken al snel in onze schoenen soppen. Bovendien stijgt de temperatuur al snel tot boven de 35 graden en is de luchtvochtigheid rond de 80% en natuurlijk zijn we weer onvoorbereid op pad gegaan. Niet ingesmeerd tegen de brandende zon, slechts 1 flesje water en geen eten.

Bako is het oudste nationale park in Sarawak en is vooral bijzonder omdat er zeven complete eco-systemen zijn te bewonderen, waaronder regenwoud en mangrovebossen. 

We hebben anderhalf uur nodig om bij het strand aan het einde van de trail te komen. Het is een prachtige lokatie, een idyllisch strandje. Na de zweterige tocht zouden we graag in zee duiken, maar helaas verpesten de krokodillen het hier ook. De sea stack is ook in geen velden of wegen te bekennen. Later horen we dat de uit zee stekende rots het loodje heeft gelegd tegen het natuurgeweld van de zee.

Een paar slokjes water later beginnen we aan de terugweg waar we uiteindelijk iets minder tijd voor nodig hebben.
Net voordat we terug zijn bij het bezoekerscentrum zien we onze eerste neusaap. Deze wat vreemd uitziende aap komt alleen nog op Borneo in het wild voor. Het belangrijkste kenmerk van de Proboscis aap, zoals deze aap officieel heet, is zijn grote oranje neus en daaraan dankt hij ook zijn grappige bijnaam: ‘Orang Belanda‘, oftewel Nederlandse aap. Toen de Nederlanders in de 17e eeuw ook Borneo aandeden, vond de inheemse bevolking dat de grote rode drankneuzen van de Hollanders wel wat weg hebben van de neuzen van de Proboscis monkey.

Terug bij het bezoekerscentrum gaan we aan een cola/water infuus om onze bloedwaarden wat te verbeteren. Dan een bordje noedels er achteraan om de honger te stillen. Dat viel niet mee vanochtend!

Om 14:00 uur hebben we voldoende moed verzamelt om nog een trail te lopen, een kleintje dit keer: Telok Delima.
De trail begon veelbelovend met een vlak vlonderpad, maar dat duurde niet lang. Al snel moesten we op handen en voeten de paden aanvallen. Het eindpunt is ook deze keer weer de moeite van de inspanning waard. Een strandje met mangrove-vegetatie dat uitkijkt over de Zuid-Chinese zee. Ook hier waarschuwingsborden voor krokodillen dus na een paar fotootjes lopen we weer terug.

Als we bijna bij het bezoekerscentrum zijn zien we een bordje met Tanjung Sapi. Op het kaartje is dit de kortste trail van Bako dus die plakken we er nog even achteraan. We zijn er al snel achter dat kort op het kaartje betekent dat er veel hoogtemeters moeten worden afgelegd. Net voor de eerste klim komen we de gebroeders langstaart-makaak tegen. Deze aapjes komen veel voor in Bako, maar zo dichtbij hadden we ze nog niet gezien. We klauteren verder naar het uitzichtpunt maar hebben al snel spijt dat we de Sapi-trail er achteraan hebben gedaan.

Helemaal boven moeten we dan een teleurstelling verwerken. Grote bomen blokkeren het uitzicht naar het Assam-strand. We rusten even uit op het toepasselijke bankje en beginnen dan aan de afdaling. Halverwege moeten we even halt houden omdat een familie makaken het pad oversteekt op weg naar huis. Pa makaak beveiligd het familie-konvooi en doet dat vrij agressief. Hij laat z’n scherpe tandjes laat zien en, hoewel we zijn gevaccineerd tegen rabies geven we hem en zijn familie voorrang.

Terug bij het bezoekerscentrum zoeken we een plekje met uitzicht op tuin en werken we een energiereep en cola naar binnen. Het lopen van trails onder deze omstandigheden is slopend. Terwijl we zitten bij te komen wandelt er een neusaap de tuin in alsof hij ons de gelegenheid wil geven nog een paar goede foto’s te maken. Daar maken we gretig gebruik van net als een aantal andere verbaasde bezoekers.

De neusaap is overigens niet alleen, in de tuin speelt ook een grote groep makaken met jongen en ook de mutslangoer (aka silver leafed monkey) is goed vertegenwoordigd.

Om 18:30 uur lopen we naar het strand voor de zonsondergang. Terwijl we naar de oranje zon staan te kijken krijgen we gezelschap van een paar locals die benadrukken dat ze uit Sarawak komen. Blijkbaar is dat Sarawak-Sabah vergelijkbaar met Ajax-Feyenoord. De dames willen op de foto met Diana met de ondergaande zon op de achtergrond. Het is een plaatje. Nadat de zon achter een wolk is verdwenen gaan we terug naar het bezoekerscentrum en bestellen een curry. Om 20:00 uur gaan we mee met een night-walk en dat gaat natuurlijk niet op een nuchtere maag.

We zijn voor de nightwalk met z’n achten en er gaan 4 gidsen mee. Met evenzoveel zaklampjes speuren we het duister af op zoek naar nachtdieren. Gelukkig hebben sommige dieren een favoriete hangplek en maken ze het leven van de gidsen een stuk makkelijker.

We zien eerste een lief klein slangetje. Als de gids uitlegt dat je door het gif van deze slang binnen 6 uur dood bent is de slang ineens een stuk minder lief. Even later zien we nog een uil en wat wandelende takken, de kleinste kikker ter wereld zit op z’n gemakkie op een blad en een groter familielid maakt enorm veel kabaal en dat komt vast door alle zaklampen die op hem gericht zijn. Na anderhal uur zijn we terug in het bezoekerscentrum en na een laatste drankje kruipen we ons bed in. De kamer is van het soberste soort, maar we zijn zo vermoeid dat we toch snel in slaap vallen.


Zaterdag 20 september

We worden wakker van de regen die op het metalen dak van ons ‘huisje’ klettert. Dat zou wel eens een spelbreker kunnen zijn voor de laatste trail. Vanwege de hete nacht (temperatuur in het huisje) willen we eerst even douchen, maar als we zien dat er bruin water uit de kraan komt besluiten we om de wasbeurt even uit te stellen. Dan maar gelijk naar het ontbijt. De broodmaaltijd is net zo sober als het huisje, maar de toast met gebakken ei smaakt goed.

Het is inmiddels 09:15 uur en het is gelukkig droog geworden. Dit is ons moment om de Tajung Paku trail te gaan lopen.
Door de regen lijkt alles spekglad, maar op onze trailschoenen valt het best mee. Er zijn weer een paar wortel-partijen te overwinnen en sommige rotspartijen lukken niet zonder handen en voeten, maar na drie kwartier staan we al op het prachtige strand dat het eindpunt van deze trail is. De zon laat zich weer van z’n goede kant zien en dat scheelt gelijk een paar graden. Na een korte foto-shoot lopen we weer terug naar het bezoekerscentrum. Helaas geen apen dit keer. Maar gisteren zijn we daar al mee verwend.

Bij het bezoekerscentrum nemen we bak koffie en regelen we de boot voor de terugweg. Het duurt nog een half uurtje voordat de boot arriveert en die tijd vullen we met een beetje internetten.
We lopen alvast naar het strand en krijgen dan al snel het teken dat onze boot is gearriveerd. De kapitein is dus weer mooi op tijd en we lopen door de branding naar de boot. Schoentjes uit en weer even dat heerlijke zeewater voelen. Onze bootsman blijkt haast te hebben want we vliegen een aantal andere bootjes voorbij op weg naar Bako Terminal. Hier doen we de schoenen weer aan en gaan dan op zoek naar de bus naar Kuching.

We lopen langs een klein vismarktje en een paar honderd meter verderop zien we de bus al staan. Twee kaartje naar Kuching kost MYR 7, dat is nog geen anderhalve euro voor drie kwartier bussen.
De bushalte in Kuching is vlakbij ons hotel en gelukkig kunnen we daar gelijk inchecken. We maken er een dubbele check-in van want ook de vlucht naar Kota Kinabalu kan worden ingecheckt. Daarna de spullen op de kamer gooien en weer op pad. Vanmiddag staat in ieder geval het museum op het programma.

Op weg naar downtown Kuching gaan we eerst een hapje eten bij bistro James Brooke (ook vernoemd naar de witte rajah). We nemen allebei een Laksa, het bekendste gerecht van Borneo. Deze rijk gearomatiseerde noedelsoep ontstond door een combinatie van Chinese noedelgerechten en lokale ingredienten, waaroner kokosmelk, tamarinde, citroengras en garnalenpasta. Door deze combinatie ontwikkelde laksa zich tot het geliefde gerecht dat het nu is, met name de Sarawak laksa die ik krijg voorgeschoteld.

Op weg naar het museum zien we dat de voorbereidingen voor de marathon van Kuching in volle gang zijn. Die wedstrijd is morgen en vanwege de temperatuur kent deze marathon hele bijzonder starttijden. De marathon start om 01:00 uur, de halve start om 04:00 uur en de 10K om 05:45 uur. Dat vraag een bijzonder voorbereiding, maar wij durven het onder deze omstandigheden niet aan.

Via de laatste kilometer van het marathon-parcours lopen we naar het museum. Bij de kassa een aangename verrassing: boven de 60 jaar voor half geld. Financieel een meevaller, psychisch een domper.

Het museum is gehuisd in een prachtig gebouw met ‘gouden’ platen bekleed, maar ook de exposities zijn wonderschoon tentoongesteld over 5 verdiepingen. Het museum sluit (al) om 16:30 uur en dan hebben wij net ons rondje gemaakt. Een aanrader dit museum!

Museumbezoek maakt dorstig en daarom gaan we weer even langs bij de Drunk Monkey. Het is Guinness Happy Hour dus doe mij er maar twee. Voor de gezelligheid besteld Diana er nog wat krulfriet bij en dan zijn de buikjes wel weer rond.
We nemen een koffie aan de overkant bij The Fern en kunnen de tiramisu in de vitrine niet weerstaan. Een goede keuze want het smaakt heerlijk. We nemen nog een laatste drankje bij het hotel en dan gaan we ons opmaken voor Kota Kinabalu.

Zondag 21 september

Vanmiddag vliegen we naar Kota Kinabalu en omdat er verder niets op het programma staat zetten we geen wekker en gaan we lekker laat ontbijten. Het lijkt wel zondag! 
De ontbijtzaal zit vol met hardlopers van de Kuching Marathon. Je kunt aan de kleur hardloopshirts zien welke afstand ze hebben gelopen.

Deze vrije ochtend geeft ons ook even de tijd om de blog van plaatjes te voorzien. Om de een of andere reden werkt WordPress dit jaar niet als voorgaande jaren en kost het heel veel moeite om tekst te verwerken en net zo veel moeite om de foto’s geplaatst te krijgen. Met wat trucs moet het nu lukken om de blog bij te houden zonder dat het te veel tijd kost (fingers crossed)!

Na een heerlijke bak koffie in de lobby van het hotel bestellen we een Grab en laten we ons naar het vliegveld brengen. Het ritje kost de helft van de heenweg, het zal wel aan het tijdstip en/of aanbod van Grab’s liggen.
Op de luchthaven staat een hele rits automaten om zelf in te checken, maar wij kiezen voor de ouderwetse incheckbalie. Er staat geen rij en dan gaat dat net zo snel.

Om 14:00 uur gaan we bij Subway in de rij staan en bestellen een broodje. Net als bij McD zijn de broodjes over de hele wereld hetzelfde dus de keuze is niet moeilijk.
Drie kwartier later gaan we naar de gate. Eerst langs de douane want we verlaten Sarawak en dan doen ze hier weer alsof je naar het buitenland gaat. Probleemloos door de security-check en om 15:00 uur zitten we bij gate 7 in afwachting van ons toestel. Lang hoeven we niet te wachten want een half uurtje later gaan we al boarden en een paar minuten voor vier zijn we op weg naar de startbaan. Air Asia werkt als een goed geolied machientje.

Na anderhalf uur staan we alweer op de grond en lopen we richting de bagagehal. Eerst weer door de douane, paspoort laten zien en vingerscan maken (het blijft vreemd op een binnenlandse vlucht). Als we de bagagehal naar binnen gaan denken we dat we verkeerd zijn gelopen; het lijkt wel een kinder-creche, wat een geblèr! Het was ons bij de eerdere vluchten al opgevallen dat er heel veel gezinnen met (veel) kleine kinderen met het vliegtuig reizen en dat is hier zeker niet anders.

Het duurt een paar minuten voordat onze bagage op de band rolt. Dan sluiten we aan in de rij voor de bagage-check en vervolgens met een Grab naar het hotel. We hebben nu een aantal keer de Grab-app gebruikt en dat werkt als een tierelier. Opvallend feitje: alle chauffeurs die wij hadden reden in een Perodua (Maleisische makelij).

Ons hotel ziet er goed uit en is centraal gelegen in down-town Kota Kinabalu. Dat komt goed uit want we verblijven 5 nachten in de hoofdstad van Sabah. We gaan om de hoek nog snel even een hapje eten en zijn dan klaar voor Kota Kinabalu en omgeving.

Maandag 22 september

Vandaag hebben we de hele dag om Kota Kinabalu (ook wel: KK) te verkennen, maar eerst op zoek naar een ontbijt want bij ons hotel is dat niet mogelijk. Een normaal ontbijt vinden is hier nog best een uitdaging, het meeste eten dat ze hier op dit tijdstip verkopen is voor ons een avondmaaltijd. Uiteindelijk vinden een klein restaurantje waar we met wat kleine aanpassingen een ‘normaal’ ontbijt kunnen bestellen.

Na het ontbijt gaan we nog even terug naar het hotel om de camera op te halen, maar als we met gekamde haartjes de deur van het hotel weer openen, blijken de sluizen te zijn geopend. Het water komt met bakken naar beneden. Wij nemen dan maar plaats op het bankje onder de luifel voor het hotel en wachten tot de stortbui minder wordt. Het onweer hangt boven de stad want de donder doet de ramen trillen. Een bui is dan wel hevig in het tropisch klimaat, ze zijn ook zo weer voorbij. Als het meeste water naar beneden is gekomen lopen we eerst naar de Tourist Office om wat trein-, bus- en ferrytijden te verifiëren. Als er tijdens ons gesprek met de vriendelijke dame van de Tourist Office nog een donder volgt ligt zij bijna onder haar desk. Dat was inderdaad wel even schrikken.

Onze volgende stop is bij Scuba Junkie waar we even checken of onze reservering voor het duiken van woensdag in orde is. Alle seinen staan op groen en we gaan door naar de ferry terminal waar we proberen te achterhalen of we misschien toch tickets kunnen kopen. De vriendelijke dame van de Tourist Office zei dat het alleen on-line kan, maar wij zijn eigenwijs! Helaas heeft ze wel gelijk dus dat moeten we later nog regelen. Op de terugweg van de ferry terminal komen we langs een bijzonder stukje street-art; van een oud gebouw dat is afgebroken staan alleen de betonnen pilaren nog overeind en daar is een soort zee-kunstwerk van gemaakt, bijzonder!

Hierna is het tijd om KK te ontdekken. KK is de hoofdstad van de deelstaat Sabah. Het is met ongeveer 600.000 inwoners één van de grotere steden van Maleisië en de grootste stad van Maleisisch Borneo. Aan de ene kant van de stad ligt de Crocker Range met de hoogste berg Mount Kinabalu en aan de andere kant zie je de kleine tropische eilanden dichtbij de kust altijd liggen. 

We lopen eerst naar de Waterfront waar een aantal dagelijkse markten zijn. Eerst komen we langs de groente en fruit markt. Het ziet er allemaal prachtig uit, maar de klandizie laat blijkbaar te wensen over want de meeste marktkoopvrouwen zijn met hun telefoon bezig. Er is zelfs een verkoper naast zijn waren gaan slapen.

Enkele tientallen meters verder is de vismarkt waar de verse vangst uitgestald ligt. Van schelpdieren tot tonijn en alles wat daartussen past is te krijgen. De vissersboten die de vangst hebben naar wal hebben gebracht liggen naast de markt aangemeerd.  Er is ook een soort snelweg van speedboten die heen en weer naar het eiland Pulau Gaya varen. Het is de Maleisische variant van de watertaxi. De bewoners van het eiland kunnen zo op een snelle manier naar het vaste land. Ze proberen ons over te halen om naar de overkant te varen, maar die overtocht in de aftandse bootje met te grote motor slaan we af.

Het is bijna 13:00 uur en we besluiten om op zoek te gaan naar een lunchtent. Omdat we in de buurt van Merdeka Square zijn gaan we eerst nog even kijken waar de minibusjes naar Kinabalu National Park vertrekken. Tegenover hotel Dreamtel zien we de busjes staan. Even checken of de vertrektijden niet gewijzigd zijn en dan door naar Nook Cafe voor de lunch. Onderweg zien we de enorme contrasten van deze hoofdstad. Aan de ene kant vervallen huisjes waar het betonrot vanaf straalt, aan de andere kant luxe hoogbouw, brede straten en flitsende reclameborden. Tussendoor zie je dan nog een overblijfsel van de koloniale tijd zoals de Atkinson clock tower. Deze klokkentoren werd in 1905 gebouwd ter nagedachtenis aan Francis George Atkinson, de eerste districtsofficier van Jesselton (zoals Kota Kinabalu voorheen heette), die op 28-jarige leeftijd overleed aan malaria. Zijn moeder schonk een tweegezichtige klok aan de stad als eerbetoon aan haar zoon, waarna werd besloten een klokkentoren ter zijnen ere te bouwen. De toren, die de oudste staande structuur van Kota Kinabalu is, overleefde de geallieerde bombardementen van Jesselton in de Tweede Wereldoorlog.

De lunch bij Nook Cafe smaakte voortreffelijk en daarvoor willen we wel even een dankwoordje uitspreken. We bestellen een Grab en laten ons bij de Masjid Negeri Sabah afzetten. Helaas kunnen we de moskee niet in vanwege het middaggebed, maar we hebben wel even de tijd om de op een na grootste moskee van Borneo te bezichtigen.

Na een rondje om de moskee laten we ons naar Tajung Aru brengen. Deze strandbestemming is bekend vanwege z’n zonsondergang, foodstalls en fijne sfeer en dat willen wel van dichtbij meemaken.

Behalve de eerdergenoemde highlights zien we ook veel opblaasbare sup-boards liggen en dan bedoel ik héél veel opblaasbare sub-boards. Het vreemde is dat die sup-boards allemaal voor de show op het strand liggen, niemand is aan het suppen! Maar goed, misschien achterhalen we het geheim ervan nog.

Als we niet meer verder kunnen over het strand lopen we terug naar een sapstalletje en bestellen een verse jus en die smaakt voortreffelijk in deze hitte. 
We moeten nog even wachten op de zonsondergang dus gaan naar het naastgelegen plein waar de foodstalls staan. We kunnen merken dat het nog niet druk is want we worden overal naar binnen gehengeld. We kiezen een foodstall uit en bestellen een tiental satestokjes en een bord nasi. Het smaakt heerlijk.

Het is inmiddels kwart voor zes en dat betekent dat de zon oranje begint te kleuren. We rekenen het eten af en lopen terug naar het strand. Daar aangekomen lijkt het alsof half KK naar dit strand is gekomen. De mensen staan in groten getale te wachten tot de zon in de zee zakt.

Nu zien we ook wat al die sup-boards voor dienen. Massa’s mensen zitten op een sup-board in zee de zonsondergang af te wachten. Vreemd, maar wel bijzonder! Als de zon achter een wolkenbank is verdwenen regelen wij een ritje terug naar het hotel. Nog een bak koffie bij October Coffee en dan kan de wekker weer gezet worden. We moeten morgen een vroege trein hebben.

Oost-Turkije 4

De laatste etappe van onze Grooten Tour is aangebroken. Een laatste etappe die zeker nog wel een paar hoogtepunten kent.
Op weg naar het busstation verandert Sanliurfa van een gezellige authentieke stad naar een grijze muis met veel hoogbouw, winkels en bankgebouwen, maar ja, wat wil je ook in een stad met 2 miljoen inwoners.

We moeten de rit naar Adiyaman ook weer met een mini-bus afleggen, de achterbank blijft ons dit keer bespaard. Volgens het bordje op het busstation is het 109 km. Halverwege de busrit gaan we de Eufraat over en zien we de uitlopers van het Ataturk stuwmeer. In 1983 is men begonnen met de bouw van de Ataturk dam en in 1992 is de waterkrachtcentrale in gebruik genomen. De Ataturk dam is de op twee na grootste dam ter wereld.

In Adiyaman zien we voor het eerst iets dat herinnert aan de aardbeving uit 2023. Een enorme hoeveelheid containers die bij elkaar staan als een soort woonwijk. Allemaal noodwoningen voor mensen die hun huis hebben verloren.
We arriveren keurig op tijd op het busstation van Adiyaman en daar staan ze het busje naar Kahta al vol te stampen. Onze rugzakken krijgen ze er nog net tussen geduwd. De aansluiting is perfect want een paar minuten later zijn we op weg naar Kahta. Dit is maar een ritje van een half uur, dus twee keer gas geven en we zijn er.

Inmiddels is ons ontbijt wel uitgewerkt en is de aantrekkingskracht van Meydan Döner niet te weerstaan (nu ook voor afhalen en bezorgen). Er gaat niets boven een döner na een busrit (of wanneer dan ook). We wandelen terug naar het busstation in afwachting van onze chauffeur. Eigenlijk zouden we met Huseyn op pad gaan, met hem hadden we alles hier geregeld, maar Huseyn had een ander klusje aangenomen en heeft daarom iemand anders geregeld.

Om 12:30 uur komt een taxi aangereden en de chauffeur begint gelijk naar ons te zwaaien. Dat zal hem wel zijn. We schudden Ramazan de hand en gaan op pad. Ramazan blijkt heel goed Engels te spreken en dat is ook wel eens fijn (hij wordt zelfs in de LP aangeraden). Ramazan zegt dat we met Huseyn hebben afgesproken om op weg naar Nemrut Dagi een paar andere sites te bezoeken. Wij weten nergens van, maar vinden het best.

Al redelijk snel komen we bij de eerste bezienswaardigheid: Karakus Tümülüsü. Deze tumulus is een grafheuvel uit het oude koninkrijk Commagene. De tumulus dateert uit de late 1e eeuw BC en werd opgericht door de Commagenische koning Mithridates II ter ere van zijn moeder, zijn zus, zijn nicht en Antiochis (!). De naam ‘Karakus’ betekent zwarte vogel in het Turks en verwijst naar een grote stenen adelaar die op een van de zuilen stond die het grafmonument omringen.
We hebben niet veel tijd nodig voor deze tümülüsü en zitten al snel weer in de taxi naar de volgende stop.

Bij een 1800 jaar oude brug (die pas 15 jaar niet meer gebruikt wordt door auto’s) staan een tweetal kolommen die ter ere van de Romeinse keizer Septimius Severus en keizerin Julia Domna zijn gebouwd. Deze kolommen maken ook deel uit van de archeologische site waar we net geweest zijn. De zuilen staan bekend om hun historische en symbolische waarde en markeren een tijdperk waarin het Romeinse Rijk invloed kreeg over de regio.

Vanaf de brug rijden we naar de archeologische site Arsemia. Hier klimmen we naar een tweetal beelden.
Arsĕmia was de oude hoofdstad van het koninkrijk Commagene, gelegen aan de oostelijke oever van de rivier de Eufraat. Deze stad, ook wel bekend als Arsĕmia aan de Nymphaios, speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van Commagene en was zowel een religieus als politiek centrum.
De stad is vooral bekend vanwege de grotinscriptie van koning Antiochus I, een van de langste Griekse inscripties uit de oudheid. Deze inscriptie, die aan de voet van de rots is uitgehouwen, geeft een uitgebreide beschrijving van de oprichting van de stad en het belang ervan voor de Commagene-dynastie.

Een opmerkelijk monument in Arsĕmia is een reliëf van koning Antiochus I die de hand schudt met de god Heracles (zonder vijgenblad). Dit reliëf is een symbool van de sterke band tussen de koninklijke familie en de goden en weerspiegelt Antiochus’ ambitie om als een semi-goddelijke heerser te worden gezien.

Als laatste bezoeken we het Kahta Kasteel. Dit kasteel dateert uit de oudheid, maar werd door verschillende beschavingen opnieuw gebouwd en versterkt, waaronder de Urartiërs, de Romeinen, de Seldsjoeken en de Mamelukken. Elk van deze beschavingen liet zijn stempel achter op het kasteel door verbeteringen aan te brengen in de structuur en de defensieve mogelijkheden ervan.
We beklimmen dit kasteel-op-een-moeilijk-te-bereiken-rotspunt en hebben van bovenaf een prachtig uitzicht op de omgeving.

Vanaf het kasteel slingeren we ons een weg naar de hoofdattractie van vandaag en dan bedoel ik niet het hotel voor de nacht, maar Nemrut Dagi. Het is een uur rijden en wat voor een uur. Ik zou het niet meer doen, maar ik moet het zeggen. Dit uur rijden we misschien wel door de mooiste omgeving van de hele rondreis. Hoewel we af en toe een huis zien zou ik het toch een onbewoonbaar gebied willen noemen. Zo ruig, zo uitgestrekt, zo ver weg van de bewoonde wereld, met een beetje fantasie waan je je op de maan. Het is een uurtje genieten en dan moet het hoogtepunt van de dag nog steeds komen.

We spreken met Ramazan af dat we om 16:00 uur het laatste stukje omhoog rijden naar de graftempel van koning Antiochus.
Nemrut Dağı is een kegelvormige bergtop die met een hoogte van 2150 meter boven de omgeving uitrijst. In 1888 werd op deze kale bergtop een grote archeologische ontdekking gedaan; een twee meter hoog stenen hoofd. Pas in de jaren ’50 van de 20ste eeuw werden de opgravingen goed ter hand genomen. Inmiddels zijn er meerdere levensgrote beelden gevonden, zoals van koning Antiochus en de goden Zeus en Apollo. Alle hoofden zijn eeuwen geleden van hun rompen gevallen en staan los in het landschap.

Nadat Ramazan z’n gele taxi aan de kant van het zandpad heeft geparkeerd lopen we eerst naar het oostelijk terras van de grafheuvel dat op dit tijdstip van de dag in de schaduw ligt.
Het meest bijzondere van de grafheuvel zijn de kolossale stenen beelden. Koning Antiochus liet een gigantisch beeld van zichzelf maken. Zijn beeld werd geflankeerd door leeuwen, adelaars en verschillende Griekse, Perzische en Armeense goden. Onder meer Zeus, Heracles, Artagnes, Ares, Oromasdes, Apollo, Mithras, Helios en Hermes flankeren het beeld van Antiochus. Hij zag zichzelf als een familielid van deze goden dus qua grootheidswaanzin zat het wel goed met Antiochus. Zijn inscriptie luidt: ‘Ik, Antiochus, heb ervoor gezorgd dat dit monument werd opgericht ter nagedachtenis aan mijn eigen glorie en die van de goden’. Antiochus stierf rond 31 voor Christus en werd in zijn onvoltooide graf bijgezet

Het westelijk terras is het zonsondergang terras en daar zijn wij hier nu voor. Hoewel de beelden hier niet meer op de stoel zitten is de plek erg mooi. De hoofden van Antiochus, Heracles, Artagnes, Apollo en Zeus in het zachte middaglicht tegen de achtergrond van de kegelvormige bergtop van Nemrut Dagi is een bijzonder gezicht.

Met de koppen van leeuwen en adelaars erbij is het familieportret compleet. We gaan op een rots zitten en observeren vanaf een afstandje het toeristen-gedoe rondom de beelden.
Als de zon richting de horizon gaat worden de beelden zachter, romantischer. Iedereen wil op dit moment dé foto maken.

De ondergaande zon doet het ook erg goed met het Mesopotamische landschap. Het koelt behoorlijk af op de berg en omdat wij dit weer een beetje onderschat hebben lopen we richting onze taxi. We rijden de paar kilometer terug naar ons (g)een ster hotel en gaan in de (te) goed verlichte eetzaal zitten. De maaltijd is eenvoudig, maar smaakt voortreffelijk. Omdat er hier geen wifi of 4G is liggen we vroeg op bed én kan het blog niet gepubliceerd worden.

Vrijdag 11 oktober

Om te kunnen douchen in dit hotel moet je op de wc gaan zitten. Dat hebben we daarom maar een keer overgeslagen. Ramazan heeft voor ons ontbijt een soort menemen gemaakt en dat maakt het wat droge brood goed te eten. Met ons bakkie thee in de hand gaan we dan nog even buiten staan genieten van dé berg. Het is bewolkt vanochtend waardoor de zonsopkomst er niet zo fraai uit zal hebben gezien.

We hebben met Ramazan afgesproken dat we om 08:30 uur vertrekken. Op de weg naar beneden komen we een Japanse fietser tegen die, tegen z’n fiets aan geleund, staat uit te hijgen. Het lijkt geen lolletje om op de fiets naar Nemrut Dagi te gaan. Na een half uur rijden laten we het ongerepte landschap achter ons en komen er weer wat dennenbomen voor terug en gelijktijdig zien we de blauwe lucht weer verschijnen.

Rond 09:30 uur verschijnt dan de landbouwgrond van Malatya in beeld. Door het water dat uit de bergen rondom Malatya naar beneden komt is dit een vruchtbaar gebied. Malatya staat wereldwijd vooral bekend om haar productie van hoogwaardige abrikozen, met name gedroogde abrikozen, en is de grootste exporteur van gedroogde abrikozen ter wereld. Malatya levert ongeveer 80% van de wereldwijde productie van gedroogde abrikozen, wat het een belangrijke bron van inkomsten maakt voor de regio.

Ramazan zet ons in Malatya af bij het Mövenpick hotel. We voldoen de rekening en bedanken hem voor de mooie trip. Het is 10:30 uur, maar we kunnen gelijk inchecken. Wel een enorme overgang van geen ster naar ***** (ja, het zijn er 5). Nadat we de spullen op de kamer hebben gebracht gaan we naar de naastgelegen mall voor een lekkere bak koffie.

Als je in de abrikoos-stad bent wil je ook abrikozen zien. We gaan dus op weg naar Sire Pazari, de abrikoos-bazaar van Malatya. Het is ongeveer 2km lopen en onderweg zien we nog duidelijk de schade van de aardbeving. Als we op de plek van de bazaar aankomen zien we dat het een grote bouwput is. Deze plek is blijkbaar ook verwoest door de aardbeving. We lopen weer terug want Ramazan had verteld dat er naast de mall ook een abrikozenmarkt moest zijn. Ook op de terugweg zien we de nodig littekens van de aardbeving. Het positieve is misschien wel dat de bevolking de dagelijkse gang weer opgepakt heeft. Op de plek waar voorheen winkels stonden staan nu containers waar winkeltjes in gevestigd zijn.

We vinden de tijdelijke bazaar naast de mall. De bazaar is gevestigd in allemaal containers die dienst doen als tijdelijk marktkraampjes. Het is niet zo druk als op een normale bazaar, maar er zijn heel veel (gedroogde) abrikozen te koop. De tijdelijke bazaar zit ingeklemd tussen de mall en de moskee. Een bezoekje aan deze moskee konden we niet laten schieten.

Het is een gezellige drukte rondom de moskee. Een grote groep mannen drinkt een glaasje çay in de schaduw van een boom terwijl andere mannen een gesprek voeren op een krukje in het park. Het is inmiddels lunchtijd en we gaan naar de 2e verdieping van de mall voor een hapje. Voor het eerst deze vakantie eten we niet-Turks. Na deze lunch gaan we even terug naar het hotel. Omdat er op de Nemrut berg geen enkele manier van moderne communicatie mogelijk was moest er nog wat blog-werk ingehaald worden. In een koel hoekje van de hotel lobby, onder het genot van een drankje maken we wat tijd vol. Malatya is geen stad met ‘niet te missen bezienswaardigheden’ dus we kunnen wat rustiger aan doen. Ook wel eens lekker.

’s-Avonds eten we aan de overkant van de straat bij Big Mama’s. Deze mama is een ster in de keuken want het eten smaakt heeeeerlijk. Daarna nog even een espresso machiato bij Caramelo Coffee en dan wordt het zo langzamerhand tijd om de tassen weer op scherp te zetten voor de volgende busrit. Maar eerst een nachtje in de ruime, koele, van alle verzorgingsproducten voorziene kamer van het Mövenpick.

Zaterdag 12 oktober

Het zou een zware dag worden! De oorzaak is niet helemaal duidelijk: McD of Big Mamma. De hele nacht hebben we tussen het bed en de wc heen-en-weer gelopen dus de nachtrust is erbij ingeschoten en we hebben wel 6 uur bussen voor de boeg.
Zitten we in een 5-sterren hotel, kunnen we bij het ontbijt alleen droge koekjes eten: shit happens (en hoe!).

Met het verstand op nul laten we ons door een taxi bij het busstation afzetten. De chauffeur heeft een goede vriend in Oss wonen en een neef in Amsterdam, Hij wil zelf deze winter een klein rondje West Europa maken. De verhalen van veel Turken lijken op elkaar. Ik hoop dat hij het gaat waarmaken.

We reizen vandaag met de bus van Beydogi naar Kayseri en we hebben geluk want deze bus is gloednieuw en heeft comfortabele fauteuils. Dat moet de pijn onderweg een beetje verzachten. We krijgen vandaag niet veel mee van de omgeving want we proberen wat slaap in te halen. Om 14:15 uur zijn we in Kayseri en daar trekken we een sprintje naar het hurktoilet. Niet echt ideaal.

In Kayseri hebben we even de tijd om op adem te komen want de bus naar Göreme gaat pas om 16:00 uur. Voorzichtig eten we weer wat en dat gaat goed. Ook het uurtje bussen naar Göreme halen we wat slaap in, maar we zijn net op tijd wakker om het eerste natuurschoon van Cappadocië te zien.

De bus zet ons in het centrum van Göreme af en dan is het nog 350 meter lopen naar ons hotel. Als de eigenaar ons incheckt zegt hij dat ik er vermoeid uit zie, nou dat kan best kloppen.
Ons kleine romantische hotel maakt veel goed net als de in stijl aangeklede slaapkamer. Morgen moeten we weer het mannetje zijn.

Zondag 13 oktober

Na een nachtrust van 12 uur zijn we weer (bijna) helemaal het mannetje. We peuzelen voorzichtig van het fantastische ontbijtbuffet van ons hotel en gaan dan maar eens op pad in de fantastische omgeving van Kapadokya.
Zandkleurige, kegelvormige heuvels, die soms wel tot 50 meter hoogte kunnen reiken. Sommige heuvels lijken een hoedje op te hebben van een donkere steensoort, weer andere rotsformaties lijken op menselijke standbeelden.
Deze vreemde heuvels liggen op een plateau dat wordt gedomineerd door de uitgedoofde vulkaan Erciyad Dagi. Miljoenen jaren geleden spuwde deze vulkaan enorme hoeveelheden as. Dit koelde vervolgens af tot tufsteen, een zachte steensoort. Door de eeuwen heen werd het tufsteen uitgesneden door erosie en werden kegelvormige heuvels en andere rotsformaties gevormd. De rivier Kizilirmak, met 1151 kilometer de langste van Turkije, heeft diepe ravijnen gemaakt door het landschap.

We beginnen vandaag voorzichtig met het Göreme Open Air Museum. Dit openluchtmuseum is op wandelafstand van ons hotel dus als het (ik) moet dan zijn we snel terug.
Hoe dichter we bij het openluchtmuseum komen hoe ongeruster we worden. Grote bussen rijden af en aan en hordes mensen persen zich naar de ingang van het museum. Toeristen uit Azië, maar ook veel uit Italië en Spanje. Dit hadden we nog niet meegemaakt in de voorgaande drieënhalve week. We zijn in een ander land, andere wereld terecht gekomen.

We zijn er nu toch dus gaan we ook maar in de rij staan voor een entreeticket, we tikken €20 p.p. af en gaan door het poortje, althans dat dachten we. De barcode van onze kaartje weigert dienst en dan moet het hele management erbij komen om dit te corrigeren. Blijven lachen maar.
Het is een gezellige bedoening rond de punthuisjes, de kerkjes en op de trapjes.

Mensen hebben in het vulkanische gesteente eeuwenlang gewoond. Huizen, kerken en kloosters uit het steen gehouwen zijn volop in Cappadocië te vinden. Van de bewoners is niet veel bekend. Volgens wetenschapper hebben Hettieten hier geleefd en later Phrygiërs en Cimmeriërs. Doordat de temperatuur van de grotten constant is, zijn ze in de winter warm en in de zomer brengen ze verkoeling. Er zijn zelfs complete ondergrondse dorpen met opvallend veel kunstwerken van de toenmalige bewoners. Sommige woningen hebben maar liefst 20 verdiepingen onder de grond.

Afgezien van de drukte is het mooi om dit alles van dichtbij te kunnen zien. Je moet soms even in een rij staan en omdat de ingang van een grotwoning of kerk ook de uitgang is, wordt het een beetje duwen. Het lukt ons om een paar keer een goed plekje in een grotkerk te bemachtigen, maar helaas mag er niet gefotografeerd worden. Oeps!

De uitzichten vanaf hoger gelegen grotten is fantastich. De hele omgeving staat vol met de punthuisjes en vreemd gevormde gevormde rotsformaties. We kijken onze ogen uit. We zien ook dat er hier genoeg vertier is voor de toeristen. Met een paard de omgeving in of met een quad, misschien zelfs met een crossmotor, het kan allemaal.

We verlaten het openluchtmuseum en drinken een glaasje op het dichtstbijzijnde terras en dan gaan we wild cappadocië in. Het valt gelijk op dat er enkele tientallen meters buiten het museum geen toerist meer is te bespeuren. Die hebben blijkbaar een ander vastgesteld menu.
De paadjes tussen de grotten zijn buiten het museum van een andere categorie. Het is hier echt uitkijken waar je loopt anders kun je naar buitelen.

Nadat we het rondje buiten het museum hebben gemaakt lopen we terug naar het hotel. We komen langs een hotel dat wordt gerenoveerd en daarachter zien we nog een mooi stukje cappadocië. Het is een beetje zoeken en dan wat klauteren, maar dan komen we bij het mooiste beetje rotsformaties van vandaag en het meest bijzonder is dat er geen bus of zelfs maar een andere toerist is. Later horen we van de hoteleigenaar dat dit stukje Cappadocië vroeger bekend was als Love Valley maar dat was lastig te bereiken voor de grote bussen, dus hebben ze een ander plekje gezocht wat er op lijkt. Daar zijn wij vandaag erg blij mee, maar waarom ze voor de naam Love Valley hebben gekozen is niet helemaal duidelijk, of hebben die asperges er wat mee te maken?

Terug in Göreme lunchen we voorzichtig met een kopje soep en wat brood. De ober ziet de camera van Diana en daar wil hij wel eens mee spelen. Hij maakt een hele reportage en vindt het maar wat leuk om een beetje te zoomen. Uiteindelijk wil hij zelf ook nog wel even op de foto.
Onze darmen houden het goed en we besluiten vanmiddag naar Uçhisar te gaan omdat je van daar een mooi uitzicht hebt over de omgeving.
Bij het busstation blijkt de bus net vertrokken te zijn. We gaan dan toch eerst maar even naar het hotel omdat de batterij van de camera van Diana bijna leeg is.

Met een volle batterij stappen we in het busje van 15:30 uur dat ons in een tiental minuten naar Uçhisar brengt.
Voor het mooie uitzicht moeten we nog wel even het kasteel van Uçhisar beklimmen en van een afstandje ziet dat kasteel er niet kasteel-achtig uit. Dit uit de rotsen gehouwen kasteel op een heuvel is eerder een enorme misvormde gatenkaas of een enorme grotwoning waar de kop afgeblazen is, het eerste grot-appartementencomplex misschien?

We kopen een ticket (daar weten ze in Göreme e.o. wel raad mee) en gaan het kasteel in. Via een groot aantal trapjes komen we uiteindelijk boven op het kasteel en kunnen daar over de vallei uitkijken. We zien Göreme liggen en, als je heel goed kijkt, ook de vreemde rotsformaties er omheen. Voor een perfect uitzicht is het misschien toch iets te ver. Het kasteel zelf met al z’n hoekjes en gaatjes is veel interessanter.
Als we weer beneden zijn nemen we nog een sapje om het verloren vocht te compenseren en dan gaan we weer naar de plek waar we het busje naar Göreme kunnen nemen.

Maandag 14 oktober

We zijn de dag rustig gestart met een lekker uitgebreid ontbijtje omdat Diana vannacht wat tegenwerking had van de darmen.
Daarna maar weer eens naar het kantoortje van een busmaatschappij voor de busrit naar Ankara. Kamil Koc heeft de ideale vertrektijd, dus die is het geworden.
Dan lopen we naar de bushalte voor de bus naar Avanos. Deze bus komt langs de afslag naar de Pasabag Vallei en daar kunnen wij dan uitstappen om deze vallei te bezoeken.

We hebben de bus van 10:15 uur en al na een paar minuten zijn we bij de eerste stop in Cavusin. Dan nog even door naar de afslag naar Pasabag Vallei, maar de chauffeur scheurt gewoon door! Ik had een mede passagier Pasabag junction horen zeggen, maar dat is waarschijnlijk toch iets heel anders geweest en nu rijden wij door naar Avanos. Gelukkig is Avanos ook maar weer een paar minuten verder en bij het eerste stoplicht stappen we uit de bus. Aan de overkant van de weg nemen we een taxi die ons naar de ingang van de Pasabag Vallei brengt.

De Pasabag Vallei (of Vallei van de Monniken) staat vooral bekend om zijn bijzondere rotsformaties, die hier feeënschoorstenen worden genoemd. Deze zijn op dezelfde manier gevormd als de formaties die we gisteren gezien hebben en wat dus overblijft zijn de harder gesteente toppen die als schoorstenen uit het landschap steken. In Pasabag zijn deze feeënschoorstenen vaak tweevoudig of zelfs drievoudig.

Ook hier zijn weer veel toeristenbussen, maar de drukte verspreid zich wat beter dan bij het openluchtmuseum. We volgen de aangelegde paden en komen bij een van de monnikenwoningen, maar daar lijken net een paar tourbussen leeg gekieperd te zijn. We lopen snel een stukje verder en proberen het straks nog wel een keer.
De ene champion is nog mooier dan de andere zelfs als je er een toerist voor zet (of: helemáál als je er een toerist voor zet).

De naam ‘Vallei van de Monniken’ komt van de tijd dat kluizenaarsmonniken deze regio bewoonden. Ze houwden woningen en kapellen uit in de feeënschoorstenen en leefden in isolatie, ver weg van de bewoonde wereld. De meest bekende onder deze monniken was Sint Simeon de Stilit, een monnik uit de 5e eeuw die bekend stond om zijn ascetische levensstijl. Volgens de legende leefde hij jarenlang op een smalle pilaar om zich te onttrekken aan het wereldse leven. In navolging van hem trokken veel kluizenaars naar Cappadocië om een vergelijkbare levensstijl te leiden, geïnspireerd door zijn toewijding.
Sint Simeon had het nog niet zo heel slecht gedaan want zijn vrijstaande feeënschoorsteen is een van de grootste in dit gebied.

We lopen door naar het achterste gedeelte van de vallei waar het wat rustiger lijkt. Hier klimmen we op een rotswand vanwaar we een mooi uitzicht hebben op een deel van de vallei. We blijven een tijdje aan de kant van de vallei en lopen tussen de schoorstenen en woningen door voor wat mooie plaatjes.

Op de terugweg probeer ik nog een keertje of ik wat beter bij de monnikenwoning kan komen en gelukkig is dat het geval. Er lopen nog steeds genoeg toeristen rond, maar het krioelt er niet van. Zo krijg je eindelijk een beter beeld van de wat er in en rond zo’n woning allemaal gebeurde. Kookruimte, gebedsruimte, voorraadkelder, alles zat erin.

Het is bijzonder hoe sommige donker gekleurde brokken steen boven op zo’n piramidevormige zuil blijven balanceren. Je kunt er maar beter niet te lang onder blijven staan!
Voor ons gaat het dit keer goed, maar het zou toch ook wel een interessante selfie zijn geweest als dat donkere stuk steen net naar beneden was gekomen.

Bij de uitgang nemen we nog een sapje en dan chartert Diana een taxi terug naar Göreme. Het is pas 12:30 uur maar we besluiten toch maar even een soepie te nemen om de inwendige mens tevreden te stellen.
Na deze korte lunch lopen we nog een keer richting het openluchtmuseum, maar eigenlijk hebben we hier geen verplicht nummertje meer op onze lijst staan. Als je dan weet dat er ligbedden rond het zwembad bij het hotel staan is de keuze snel gemaakt: terug naar het hotel, handdoek op het bedje, tijdschriftjes mee en dan een paar uurtjes niets doen. Da’s gek!

’s-Avonds gaan we downtown Göreme onveilig maken, oftewel we gaan een happie eten. We slenteren wat door het goed verlichte stadje (er staat zelfs een kerstboom met lichtjes) en uiteindelijk komen we bij Pasha Cafe uit en dat is niet alleen omdat er een biertap staat.
De tent ziet er gezellig uit met een vuurkorf en wat hang/zit tafeltjes. Zoiets hebben we de afgelopen weken niet gezien (en niet gemist!).

We zoeken een tafeltje in het restaurant uit en bestellen wat te eten. Voor deze ene keer komt er ook een halve liter Efes bij.
Een zenuwachtige mopshond loopt rond de tafels in hoop op een stukje vlees. Het beestje lijkt verdacht veel op Frank the Pug uit de film Men in Black. Ik probeer nog wat met ‘m te communiceren maar ik denk niet dat het een Remoolian is, hij zegt niets terug.

Het eten is overpriced ten opzichte wat wij gewend waren in Oost-Anatolië maar smaakt heerlijk. Het tapbiertje past helemaal in de setting van Göreme als toeristische topattractie, maar ik zou met plezier weer een paar weken terug gaan naar Oost-Anatolië zonder het gerstenat.
Voordat we naar het hotel gaan nemen we nog een koffie bij Oze coffee shop, die hadden we hier ook nog niet gehad.
Voor ons zit Göreme er op en hoewel de dynamiek hier heel erg anders is dan in onze eerste weken, hadden we dit niet willen missen. Dit wereldje met z’n vreemde rotsformaties is heel bijzonder.

Dinsdag 15 oktober

Diana is extra vroeg opgestaan om de luchtballonen over te zien komen. De luchtballon is waarschijnlijk een grotere toeristische inkomensbron dan alle andere attracties van Cappadocië tezamen. Elk souvenirstalletje staat er vol mee; bekers, T-shirts, magneetjes, tassen, lampen, noem maar op, alles is luchtballon. Een T-shirt met een feeënschoorsteen is niet te vinden.
Tientallen ballonnen gaan elke ochtend met zonsopkomst de lucht in, bijna allemaal met een mand met 28 personen, á €275, kassa!!!

Als de meeste ballonnen al weer zijn verdwenen gaan wij naar het ontbijtbuffet. We bestellen een omelet en ronden af met een pittig bakje Turkse koffie dus je kunt wel stellen dat het weer goed gaat met ons. Iets na half negen checken we uit en bedanken we de eigenaar voor het fantastische verblijf. Dan lopen we rustig naar het busstation.

Een busstation kun je het eigenlijk niet noemen. Op de plek waar de meeste wegen in Göreme bij elkaar komen, stoppen ook de bussen en ze gaan af en aan. Een bus naar Istanbul, een bus naar Konya, bussen naar Ankara, maar ook naar de stranden van Antalya. Onze bus arriveert mooi op tijd en met een paar minuten zijn we op we naar onze laatste bestemming van deze rondreis: Ankara.

We treffen het met onze chauffeur, hij houdt van sport. Alleen beetje jammer dat hij tijdens het rijden de sportwedstrijden kijkt. Z’n telefoon staat achter het stuur, voor de snelheidsmeter, zodat hij het goed kan volgen(?). Gelukkig juicht hij niet met beide handen als er een goal valt.
We stoppen op het busstation van Nevsehir en dan gaat met een 6-baans snelweg naar Ankara. De omgeving bestaat vooral uit droog, bruin/gele landbouwgrond waar de oogst inmiddels naar de markt is gebracht. Hier en daar nog een akkertje met pompoenen die nog geraapt moeten worden, maar interessanter wordt het niet.

Een paar minuten na half twee zien we dan voor het eerst de skyline van Ankara. Dan is de stewardess al in slaap gevallen en ligt hij met z’n hoofd op het klaptafeltje te pitten. 
We worden eruit gegooid op het mega busstation van Ankara. Dit busstation heeft wel wat weg heeft van de aankomst- en vertrekhal van Schiphol. We nemen een taxi naar ons hotel waar we om 14:30 uur inchecken.

Ankara is de stad van ’s lands grondlegger Mustafa Kemal Atatürk. Hoewel Ankara de hoofdstad van Turkije is, heeft het zich nooit over zo veel belangstelling mogen verheugen als Istanbul. Toch is het een wereldse stad die met zijn tijd is meegegaan.
Ankara is na Istanbul de grootste stad van Turkije. De stad is gebouwd op een steile rotsachtige heuvel en telt zo’n vijf miljoen inwoners. Omringt door steppe ligt Ankara in een van de droogste gebieden in Turkije.

Volgens een legende is Ankara door koning Midas gesticht in de negende eeuw voor Christus. Arabieren veroverden de stad in 612. Zij werden vervolgens weggejaagd door de Byzantijnen. In de dertiende eeuw namen de Sjeltsoeken het roer over.
Mustafa Kemal Atatürk streed vanuit Ankara voor de onafhankelijkheid van Turkije. Nadat het Ottomaanse rijk verslagen was, benoemde hij in 1923 Ankara tot de hoofdstad van Turkije.

Met de hele middag nog voor ons besluiten we om naar het mausoleum te gaan dat ter ere van de grondlegger van deze stad werd gebouwd. Het mausoleum is ook wel bekend als Anıtkabir (graftombe) en is een belangrijke herdenkingsplaats in Ankara. Het mausoleum ligt op een heuveltop net buiten het stadscentrum van Ankara. Dat is vanaf ons hotel zo’n 40 minuten lopen en omdat het mausoleum om 17:00 uur sluit, moeten we stevig doorlopen. We slingeren door de straatjes van Ankara en doen zo gelijk de eerste indruk van Ankara op.

Tegen vieren zijn we bij het toegangshek (of eigenlijk de uitgang) tot het museum. Ons rugzakje gaat door de rontgenscanner en wij worden met een piepstok gecontroleerd. Alles ok, dus door naar het mausoleum.
Het is een indrukwekkend gezicht als je het enorme ceremonieplein voor het mausoleum op loopt. Het statige gebouw heeft een soort aantrekkingskracht waardoor je er gelijk heen wilt lopen.

Ik loop er ook gelijk heen, maar wordt gecorrigeerd door een van de beveiligers. Of ik even naar de andere kant van het plein wil gaan want er staat een ceremonie op het punt van beginnen. Ik had de groep mannen en vrouwen pakken wel zien staan, maar wilde te graag de trappen op naar het mausoleum. Dan maar even naar de andere kant en daar de trap op. Ik loop langs de wacht die voor een muur met gouden letters staat. Hier staan ook de beroemde uitspraak van Ataturk: Hakimiyet, kayıtsız şartsız milletindir (Soevereiniteit berust onvoorwaardelijk bij de natie). Deze woorden onderstrepen Atatürks visie op volkssoevereiniteit en democratie.

Als we in het prachtige mausoleum zijn beginnen ze met de ceremonie. Er wordt wat geschreeuwd en dan lopen de heren en dames in pak het mausoleum in. Ze worden voorafgegaan door een drietal mannen die een krans leggen bij de tombe van Ataturk. De mobieltjes van alle aanwezigen gaan omhoog want dit willen ze allemaal vastleggen.
Dan wordt er weer wat geroepen en is de ceremonie alweer voorbij. Dames en heren pak verlaten het mausoleum en het is net of er niets gebeurd is. Even later zie ik zelfs zo’n bewakingsmannetje met de krans weglopen.

Terug op het grote plein proberen we toch te achterhalen waar die ceremonie voor was. Na een paar keer ‘no English’ treffen we toch iemand die ons in gebrekkig Engels laat weten dat de kranslegging gebeurde namens de groep rechtenstudenten die geslaagd is. Beetje onduidelijk verhaal, dat moeten we nog maar eens uitzoeken.

Dan lopen we via de leeuwenweg naar de eigenlijke toegang naar het ceremonieplein. Omdat onze tijd beperkt was zijn wij in rechte lijn naar het mausoleum gelopen, maar normaal gesproken loop je via de leeuwenweg naar het ceremonieplein. Deze 26 meter lange weg werd aangelegd om bezoekers voor te bereiden op de opperste aanwezigheid van Atatürk. Aan beide kanten staan je 12 leeuwenbeelden.
Als we bij het begin van de leeuwenweg aankomen wordt daar net een begin gemaakt met het wisselen van de wacht. Dat hebben we al in meerdere landen gezien en is altijd een grappig ceremonieel gedoe en dat is hier niet anders.

Dit is een mooie afsluiting van ons bezoek aan het mausoleum. We lopen terug naar de uitgang (die eerder de ingang was) en slingeren dan weer door wat kleine straatjes van Ankara. Het contrast is enorm als we dan even later op de Gazi Mustafa Kemal Boulevard komen. Deze vierbaansweg is enorm druk met mensen en verkeer en hier heb je ineens weer het gevoel dat je in een wereldstad staat.
Op deze boulevard kunnen we een stukje çig-köfte proberen. Dit gerecht dat bestaat uit een stukje rauw vlees met pittige kruiden in ijsbergsla komt van oorsprong uit Urfa, maar smaakte hier ook erg lekker. Daar moeten we zeker meer van proberen.

De Gazi Mustafa Kemal Boulevard komt uit bij het centrale Kizilay plein. Dit plein wordt wel het Time Square van Ankara genoemd en daar willen we morgenavond zeker even naar toe om te kijken of de billboards hier net zo veel licht geven.
Wij nemen nog een bakkie in de buurt van ons hotel en gaan dan in alle rust de planning van onze laatste vakantiedag doornemen.

Woensdag 16 oktober

Het programma voor vandaag is redelijk simpel: moskee, hammam-wijk, kasteel en museum. Het is veel loopwerk, met behoorlijk wat hoogtemeters, maar dat moet lukken vandaag.
Na een uitstekend ontbijt gaan we iets na negenen de straat op. Op een display zien we dat het 14 graden is en dat is best fris met korte mouwtjes.

Via wat kleine straatje komen we bij de de Kocatepe Camii. Deze moskee is een van de meest prominente en iconische islamitische gebedshuizen in Ankara. Met zijn 4 minaretten van 88 meter hoog is het de grootste moskee van de Turkse hoofdstad en is het dan ook een opvallende verschijning in de skyline van Ankara.
De bouw van de imposante witte moskee in Ottomaanse stijl duurde van 1967 tot 1987. Binnen is er plek voor zo’n 24.000 mensen die komen om te bidden, te rusten op de Turkse tapijten of gewoon even rond te kijken en de bijzondere architectuur te bewonderen.

Het is even zoeken naar de ingang, maar nadat we onze schoenen hebben uitgedaan kunnen wij hier ook even rondkijken. Je wordt wel even stil van de grote ruimte en de enorme koepel. Het marmer en bladgoud is erg indrukwekkend om te zien, net zoals de enorme kristallen kroonluchter en de glas-in-lood-ramen. Het valt nog niet mee om dit op een foto vast te leggen.

We lopen zoveel mogelijk via kleine straatjes en stadsparkjes naar de historische Hamamönü wijk. Dat lukt niet altijd en als je langs een van de hoofdaders van de stad loopt heb je pas in de gaten dat je in een enorme grote stad bent. Heel veel auto’s, bussen, dolmussen en taxis maken het elkaar moeilijk en dat gaat met veel getoeter gepaard. De trottoirs zijn vol met mensen die met veel lef deze 6-baans wegen oversteken. Ze hebben meestal geen geduld om op het groene poppetje te wachten, maar op basis van ervaring nemen ze de gok en het gaat meestal goed. Wij wachten maar liever op het groene poppetje.

De historische Hamamönü wijk kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de Ottomaanse periode. Het was oorspronkelijk een wijk waar veel badhuizen (hamams) te vinden waren, vandaar de naam.
Een van de meest opvallende kenmerken van Hamamönü is de traditionele Ottomaanse architectuur. De wijk heeft nog enkele goed bewaarde oude huizen en gebouwen met houten gevels, romantische binnenplaatsen en overhangende dakranden.

De wijk is autoluw en dat maakt het een heerlijke omgeving om doorheen te wandelen. Het ziet er allemaal spik-en-span uit, maar wij zijn niet de eerste toeristen die naar deze wijk komen. Vrijwel alle huizen zijn omgetoverd tot souvenirstal, theehuis of kebab-zaak. Er lopen veel studenten rond want de universiteit is hier niet ver vandaan.
Voor ons is het tijd voor een kopje Turkse koffie en dat geeft mij de gelegenheid om onze vluchten in te checken.

We steken de Talatpasa Boulevard over en komen dan in het laatste stukje (en misschien wel het mooiste stukje) van Hamamönü. Daar zien we dat deze wijk niet alleen leuk is voor vakantiekiekjes, want er worden net filmopnames gemaakt waardoor we onze route iets moeten aanpassen.

De wijk rondom de citadel bestaat uit smalle geplaveide straatjes omzoomd door huizen in Ottomaanse stijl en heeft de charme van de oude stad behouden. Souvenirshops worden afgewisseld met werkplaatsjes van ambachtslieden en daarnaast zit dan weer een theehuisje. Ze zijn hier duidelijk gewend aan toeristen want we horen meer Engels dan de afgelopen drieënhalve week.

De citadel dateert uit het Byzantijnse tijdperk en wordt omringd door immense vestingwerken die ooit verdediging en bescherming aan de stad boden. Het is een van de oudste bezienswaardigheden, maar wij vinden het een beetje een tegenvaller. Er is niet veel te bezichtigen en de topattractie is eigenlijk het uitzicht op de stad.
De muren van het kasteel zijn een vreemd allegaartje. Op sommige plekken zit ineens een wit marmeren blok waar soms zelfs nog (Romeinse?) inscripties op staan. We zien ook marmeren beelden over dwars in de muur ‘gemetseld’. Waarschijnlijk is dit de manier waarop de heersende macht beschadigingen oplapte. Zoiets hebben wij nog niet eerder gezien.

Vlak bij het kasteel is het museum van Anatolische beschavingen en dat mogen we niet laten schieten.
Zoals de naam al doet vermoeden, legt het museum de nadruk op de Anatolische culturen, zoals de Hettieten, de Urartiërs en de Phrygiërs. Hun levenswijze en verworvenheden worden afgebeeld.
Enkele van de best bewaarde schatten zijn de Hettitische spijkerschriftteksten uit Boğazkale, beelden en terracotta voorwerpen tot 6.000 jaar oud en talloze sculpturen, aardewerk, sieraden en werktuigen van zo’n 8000 jaar geleden uit Çatalhöyük, dat het oudst bewoonde dorp ter wereld zou zijn. Voor ons is de sculptuur van de moedergodin die in Çatalhöyük is gevonden het topstuk.

Het kasteel en museum bevinden zich op een heuvel van ongeveer 1000 meter hoogte en dat is gelijk het hoogste punt voor vandaag. Vanaf nu gaat het voornamelijk down-hill. We mijden de grote wegen zo veel mogelijk en vlak bij het universiteitsziekenhuis gaan we in een klein parkje wat eten. Het is inmiddels 13:00 uur dus de laatste durum van deze vakantie gaat er in als ketellapper.

Na de vette hap lopen we naar het drukke shopping-walhalla bij Kizilay. Winkel in, winkel uit, roltrap op, roltrap af, weg oversteken, Kizilay Metro Mall in, Kizilay Metro Mall uit, weg weer terug oversteken, LC Waikikki, Paul Mark, DeFacto, ……. Het resultaat van deze korte winkelmiddag: een paar lege handen. Geen shirtje, broek of jasje was leuk genoeg om mee te nemen naar Nederland.

Een middagje shoppen moet beloond worden en daarom gaan we naar het gezellige straatje vlak bij ons hotel waar een paar leuke terrasjes zijn. We gaan zitten bij Fikrin en bestellen een paar lekkere koude drankjes. Het is inmiddels 15:15 uur en hier maken we de laatste middag in Ankara vol.

Als we ‘s-avonds weer op pad gaan om een hapje te eten merken we dat het al snel afkoelt. In een t-shirt naar buiten kan eigenlijk niet meer. Hoewel we van plan waren om nog even naar het drukke Kizilay kruispunt te gaan voor wat avondshots duiken we het eerste de beste restaurantje in en eten daar een hapje. Kizilay-by-night hebben we gisteren toch al gezien.
Het valt ons vanavond weer op druk en gezellig het ‘s-avonds in Ankara is. Waar in alle andere steden waar we deze reis geweest zijn veel luiken om acht uur dicht gingen, komt het hier juist op gang.

Donderdag 17 oktober

We zijn al vroeg in het restaurant, de lichten zijn nog niet aan, maar het ontbijtbuffet staat wel klaar. We eten een paar broodjes en halen dan onze rugzakken van de kamer. Grappig hoeveel ruimte er over is in de rugzakken op de terugweg. De kleding gaat er dan iets minder netjes in dan op de heenweg.

Er is een taxi standplaats aan overkant bij het hotel, dus dat is snel geregeld. Tassen achterin en rijden maar.
Een lange file rijdt stapvoets de stad in, maar wij kunnen de andere kant op lekker doorrijden en daar weet de chauffeur wel weg mee. Na 30 minuten staan we op Esenboga Airport, een behoorlijk leeg Esenboga Airport op dit tijdstip.

Het inchecken gaat in 2 stappen: eerst de boardingpassen printen bij een ‘paal’ en dan de bagage droppen aan de balie. Het kost maar een paar minuten. Dan langs de veiligheidscontrole en daar staan we dan weer, veel te vroeg op een luchthaven. Dan hebben we wel alle tijd om een doppio machiato bij Starbucks te halen.
Na deze opkikker lopen we naar de gate waar we gaan zitten wachten op het boarden. Lang hoeven we daar niet op te wachten want Turkish besluit al heel vroeg te beginnen met het boarden.
De situatie verandert er voor ons niet heel erg door, we zítten nog steeds maar nu in een ‘triple seven’.
Het geeft ons de gelegenheid om even terug te kijken op een heerlijke vakantie! We hebben geluk gehad met het weer, maar vooral met de vriendelijke, gastvrije, warmhartige mensen die in dit prachtige land op ons pad zijn gekomen. 

Langzaam druppelt het vliegtuig vol. Het is ongelooflijk dat Turkisch op dit stukkie van nog geen 400 km een ‘777’ vol krijgt. Rond 11:00 uur hangen we dan in de lucht en om 12:00 uur staan we in Istanbul alweer aan de gate.
We hebben hier niet veel tijd want volgens onze boarding-passen moeten we om 12:45 uur al weer bij de gate zijn. Gelukkig is het nergens druk en kunnen we snel door de douane en veiligheidscontrole. Gate E is niet ver weg dus we hebben nog wel even tijd om naar de Burgerking te gaan.
We lopen naar de bestelzuil, willen een Whopper bestellen en zien dan de prijs: €23,95! Wat!!! €23,95 voor een broodje hamburger, dat kan niet goed zijn. We lopen even naar een naastgelegen fastfood-tent en ja hoor, soortgelijke prijzen!
Vier weken geleden hebben we ook wat gegeten op Istanbul Airport en dat waren normale prijzen. Dan valt het kwartje; 4 weken geleden maakten we een binnenlandse transfer en nu een internationale transfer. Die passagiers kun je blijkbaar wel een poot uittrekken!

Na de binnenlandse vlucht met een grote, luxe, ruime ‘777’ worden we voor de langere afstand in een wat afgetrapte, maar in ieder geval krappere Airbus 321 gepropt. Om 14:00 uur gaat de bak rijden en een paar minuten later vliegen we richting Amsterdam.
Het vluchtje van drieënhalf uur vliegt zonder problemen voorbij. Ik had voor de zekerheid wel m’n Superman t-shirt aangedaan, maar dat heb ik dus niet nodig gehad. Wel goed bewaren voor de volgende vlucht.

Iets voor half vijf staan we dus weer op Nederlandse bodem. Het vliegtuig stroomt snel leeg en we lopen met de meute mee naar de bagageband. Onze rugzakken komen al snel aanrollen, we hangen ze om en lopen naar de trein. We zijn precies op tijd voor de 17:08 naar Amersfoort en om 18:16 uur zijn we weer terug in Apeldoorn waar onze taxi al staat te wachten. De vakantie zit er nu echt op.

Oost-Turkije 3

We hadden vandaag om 10:00 uur afgesproken met de barman van het hotel voor het tochtje in de vulkaan, maar omdat wij wat vroeg zijn gaan we eerst een bakkie doen bij Vonal. Als we door de straatjes lopen valt het ons weer op hoeveel kapperszaken er zijn (en dat geldt voor elke stad in Turkije). We zijn in Apeldoorn ook wel verwend met veel kapperszaken maar dit is wel een tandje erger. Het kapsel van de meeste Turkse mannen vraagt ook wel om een regelmatige knipbeurt dus het zal wel uit kunnen. Kapperszaken zijn in Turkije goed te herkennen want er staat altijd een handdoekrekje voor de zaak. Wel schattig.

Onze hotelvriend is mooi op tijd. Terloops vertelt hij dat z’n ‘broer’ ons naar boven rijdt, maar hij gaat ook mee. Ook goed natuurlijk.
Het is ongeveer twintig minuten rijden naar het eerste uitzichtpunt op de krater en dat is gelijk een wow-momentje. Op deze plek zie je goed dat je aan de rand van een vulkaan staat.

De Nemrut-vulkaan ligt aan de westkant van het Van-meer en hier even wat feitjes. De hoogste top van de vulkaan is ongeveer 2.948 meter hoog, maar zou voor de uitbarsting in 1440 voor Christus maar liefst 4450 meter hoog zijn geweest, de caldera is ongeveer 7 km breed en is daarmee een van de grootste ter wereld, de caldera bevat verschillende meren, waaronder een heet meer van 60 graden en een groot koud meer dat gemiddeld 100 meter diep is. Het meer dat wij vanaf het eerste uitzichtpunt zagen liggen is het koude meer en dat is tevens het grootste vulkanische meer van Turkije.
De laatste grote uitbarsting van de Nemrut-vulkaan vond plaats rond 1692 en sindsdien wordt de vulkaan als inactief beschouwd, hoewel er wel wat fumarolische activiteit is. We vertrouwen er op dat hij (of is het zij?) zich vandaag ook koest houdt.

We rijden helemaal door naar het koude meer en dan zijn we nog eens twintig minuten verder. Het is een bijzonder gezicht als je bij het meer staat en de wand van de caldera zo hoog boven je ziet. Je bent kansloos als het hier nu begint te borrelen, maar daar moet je niet aan denken. Oeps, te laat.
We lopen wat rond het meer en schieten veel te veel plaatjes. Dan stappen we weer in de auto en gaan naar het iets verderop gelegen warme meer.

Het warme meer is veel kleiner (en warmer, duuuh) maar zeker niet minder mooi. Het water is groenig en omdat het meer wat kleiner is lijkt de wand nog imposanter. De enige goede manier om dit vast te leggen is met een panorama-foto. Het is dat er hier regelmatig beren rondzwerven anders hadden we ons tentje opgezet.

We stappen weer en gaan op de weg terug. Regelmatig laten we ‘de broer van’ even stoppen om een foto te maken. We verrekken onze nekspieren van het omkijken.
Een eindje verderop, met uitzicht op het derde meer, is een schaapsherder z’n enorme kudde aan het uitlaten. Het gras ziet er niet sappig groen uit, maar de schaapjes smikkelen er op los (ook het zwarte schaap).

Als we weer aan de andere kant van de caldera zijn, met uitzicht op Tatvan en het Van-meer maken we nog een fotootje met onze hotel-vriend. Hij heeft er net een dienst van 20 uur opzitten dus hij is ook wel blij dat hij nu naar huis kan. We laten ons aan de hoofdstraat afzetten en hij zegt dat hij ons nog een keer terug hoopt te zien. Wij gaan ergens halverwege de hoofdstraat een restaurant binnen en bestellen wat te eten.

Omdat we vandaag nog tijd over hebben nemen we om 13:00 uur de mini-bus naar Ahlat. Net buiten Ahlat bevindt zich de grootste Turkse moslimbegraafplaats ter wereld, die ook bekend staat als het Ahlat Seltsjoekse grafveld.
De begraafplaats stamt uit de middeleeuwen (11e tot de 13e eeuw) toen de Seltsjoeken het oostelijke deel van Anatolië beheersten. Ahlat was toen een belangrijk cultureel, politiek en economisch centrum.

Het mini-busje rijdt lekker door en iets na half twee staan we op de begraafplaats. Wat de begraafplaats vooral bijzonder maakt, zijn de enorme en rijkelijk versierde mezar taşları (grafstenen), die tot 3 à 4 meter hoog kunnen zijn. Deze stenen zijn vaak voorzien van complexe islamitische motieven, kalligrafie en inscripties in het Arabisch. Elke grafsteen heeft zijn eigen unieke versiering, wat wijst op de status en het belang van de overledenen in hun gemeenschap.

We lopen via een keurig aangelegd houten pad over de begraafplaats en de rust en het serene landschap maken indruk. De grafstenen staan in een soort wildverband op het terrein, er is geen structuur in te ontdekken zoals bij een gemiddelde Nederlandse begraafplaats.

Aan de achterkant van het terrein lopen we dan nog even door naar de kümbet van Emir Bayindir. Verspreid over de begraafplaats staan een paar van deze mausolea die opvallen door hun architecturale schoonheid en de graven bevatten van belangrijke Seltsjoekse en Turkse leiders, wetenschappers of religieuze figuren. In dit geval dus de Emir.

Als we teruglopen komen we nog langs een groep grafstenen die aan islamitische rechters toebehoren. Dit zijn veruit de grootste grafstenen op de begraafplaats en dat geeft dus aan dat deze rechters een belangrijke rol speelden in die maatschappij. Door de omvang van deze stenen zijn de details goed zichtbaar.

Na deze laatste groep grafstenen lopen we terug naar de weg om daar een mini-bus aan te houden, Als we op een bankje een colaatje zitten te drinken zien we een bruidspaar aan komen rijden. Ze gaan de bruidsreportage op de begraafplaats maken. Beetje vreemd, maar toch zullen de foto’s er fantastisch uitzien.

We staan een kwartiertje langs de kant van de weg als de mini-bus naar Tatvan eraan komt. De chauffeur ziet ons al van verre staan en seint met z’n lichten. Wij steken de hand op. De bus is vol, maar wij kunnen nog op de klapstoeltjes in het middenpad plaatsnemen. Ook deze chauffeur laat er geen gras over groeien en een half uurtje later staan we weer in de hoofdstraat van Tatvan.

Omdat de dag nog niet voorbij is gaan we naar het meer en vinden daar een tafeltje in de zon, aan het water. Zo houden we het wel even uit. Gezellig een glaasje thee erbij, wat wil je nog meer?

Rond half vijf gaan we terug naar het hotel om wat spullen op de kamer te leggen. Daarna lopen we nog een keer naar Eliza Cafe & Nargile voor een drankje, waarna we op zoek gaan naar een chique restaurant. Dat lukt niet helemaal, maar het eten dat voor ons uit de bakken wordt gevist smaakt weer voortreffelijk.

Vrijdag 4 oktober

Voordat we naar het kantoortje van Vangölü gaan halen we bij een bakkertje nog wat broodjes voor onderweg. De bakker vraagt waar we vandaan komen. Uit Nederland, zeggen we, en vandaag gaan we naar Diyarbakir. Hij zegt dat hij een Koerd is en voor Diyarbakir gaan de duimen omhoog. De Koerden zijn trots op hun afkomst en mogen dat graag benadrukken.
Dan droppen we onze rugzakken bij Vangölü en gaan we in een klein straatje ernaast nog even snel een glaasje çay drinken. Twee oude mannen proberen een gesprek met ons aan te knopen bij het theehuis, maar zelfs met de vertaal-app gaat het erg moeizaam. De bus arriveert ongeveer 20 minuten te laat in Tatvan en iets voor tienen zijn we dan onderweg naar Diyarbakir. 

In Diyarbakır leven ruim 1 miljoen inwoners en 90% hiervan is Koerdisch. De Koerden zijn een volk zonder eigen land. Ze leven verspreid over landen als Turkije, Iran, Irak en Syrië. Als Koerdistan zou bestaan, zou Diyarbakır de hoofdstad zijn.
De eerste vermelding van Diyarbakır dateert uit de oudheid. Destijds stond de stad bekend als Bit-Zamani en was het de hoofdstad van het Aramees koninkrijk. De Romeinen stichtten hier in de 3e eeuw een kolonie en met de komst van de Romeinen kwam ook het Christendom. In de 7e eeuw werd de stad veroverd door Arabieren en enkele eeuwen later door de Ottomanen. Eeuwenlang hebben Turken, Koerden, Armeniërs, Assyriërs, Joden en Arabieren hier naast elkaar gewoond. In 1895 hebben hevige rellen die gericht waren tegen de christenen vele slachtoffers geeist.

De rit van 225 km kent geen verrassingen. Tegen 11:30 uur de eerste theestop, dan een militair checkpoint waar we allemaal gecontroleerd worden en ondertussen genieten wij van de fantastische……oh nee, dat zou ik niet meer doen, beloofd is beloofd!
Om 13:00 uur zijn we in Batman (heeft niets te maken met die man met dat masker, cape en rokersstem) waar de temperatuur inmiddels is opgelopen naar 30 graden. Net buiten Batman verschijnen de katoenvelden naast de snelweg. Katoen is het belangrijkste landbouwproduct van de regio. We zien grote opslagplaatsen die letterlijk vol met bergen katoen-bollekes liggen.

Op 20 km afstand zien we Diyarbakir al liggen het is een grote stad die de hele horizon vult. Diyarbakır ligt op een steile basaltrots en kijkt uit over de rivier de Tigris. Diyarbakir wordt wel de zwarte stad genoemd omdat veel historische gebouwen zijn gemaakt van de zwarte basaltsteen en ook de kilometers lange stadsmuur vol torens en poorten is opgetrokken uit dit zwarte gesteente.
Op weg naar het busstation rijden we door een buitenwijk van de stad en het lijkt wel of we een grote stad in Europa binnenrijden met veel nieuwe hoogbouw, grote bedrijven en een 8-baansweg.
Om 14:45 uur zijn we op het busstation waar we gecontroleerd worden alsof we met het vliegtuig aankomen. We hebben de 225 km afgelegd in 4 uur en drie kwartier (!) nu nog even met de taxi naar het hotel.

Nadat we zijn ingecheckt lopen we nog even naar het oude centrum van Diyarbakir. De drukte is vergelijkbaar met de drukte die ons in Van overviel. We gaan naar de Hasan Pasa Hani voor een drankje. In Diyarbakır vind je verschillende van deze hani’s. Het zijn sfeervolle binnenplaatsen waar de lokale bevolking een glaasje thee gaat drinken. De Hasan Pasa Hani is een voormalige karavanserai, een plek waar de handelsreizigers vroeger konden uitrusten.

In eerste instantie lijkt het of de hoofdstraat vol staat met stalletjes en karretjes met spul voor de toeristen, maar al snel blijkt dat dit gewoon straathandel is voor de lokale inwoners. Het is een kleurrijk geheel en met de drukte op straat is het ook een gezellige boel.
We wilden nog even een kijkje nemen bij de grote moskee van de stad, maar Diana had haar hoofddoek niet bij zich. Daar gaan we morgen op herhaling.

In een zijstraatje van een zijstraatje nemen we nog een bakkie koffie met een heerlijk bananengebakje. Op straat lopen gesluierde vrouwen naast vrouwen in een hemdje en spijkerbroek. Het is een bijzonder mix.
We zien ook een aantal bouwprojecten waarvan we vermoeden dat het nog steeds herstelwerk is van de laatste aardbeving. Misschien leren we daar morgen meer over.

Zaterdag 5 oktober

Hotel New Garden is een degelijk zakenhotel  met een even degelijk ontbijt. We hadden geen haast want we konden de hele dag gebruiken voor Diyabakir.
Toen we een paar minuten op straat waren wisten we wel dat we het heeeeel rustig aan moesten doen. Die hitte (30+ graden) is echt weer wennen. We lopen over Sehid Seyh Said plein naar de meest noordelijke poort in de stadsmuur. Het is al 10:00 uur, maar alle hekken zijn nog gesloten.

We gaan verder naar het kasteel van Dyarbakir. Hier geen gesloten hekken, het is er zelfs druk te noemen. Bij de stadsmuren staan rode bordjes waarop staat dat het beklimmen van de muur op eigen risico is. Wij nemen dat risico en via een smal trappetje klauteren we naar boven.
Met een totale lengte van ruim 5,5 kilometer is alleen de Chinese Muur langer.

De stadsmuur werd al in de 6e eeuw voor Christus gebouwd, maar de Romeinse keizer Constantius II liet de muren renoveren en massaal uitbreiden in de 4e eeuw. Sindsdien werd de muur steeds verder versterkt met vulkanisch gesteente uit de omgeving. De muur is zo’n vijf meter dik en tien tot twaalf meter hoog. Er zijn 82 torens en vier hoofdpoorten
Boven heb je een mooi uitzicht op het kasteel en omgeving, maar een paar foto’s verder moeten we natuurlijk ook weer naar beneden en dat is de truc: omhoog is veel makkelijker dan naar beneden. Met bibberende benen en onze nagels in de muur gaan we omlaag. We bezoeken nog even de moskee van het kasteel en lopen dan verder.

We gaan naar de Ulu Camii en dat is met recht de grote moskee. Voordat we naar binnen gaan nemen we een bakkie koffie op het grote plein voor de moskee. Als we nog maar net op die ongelukkig kleine krukjes zitten begint bij het tafeltje naast ons een man met een gitaar zich uit te leven. Klinkt helemaal niet slecht. Na de voortreffelijke koffie en dito voorstelling gaan we de moskee naar binnen.

Deze moskee is de oudste van Anatolië en misschien zelfs van heel Turkije. Het ontwerp van de moskee is gebaseerd op de Umayyad-moskee in Damascas, de heiligste plek van de islam. Omdat de Seltsjoekse sultan Malik Shah de stad een belangrijker aanzien wilde geven, liet hij in 1091 deze moskee bouwen die net zo groot moest zijn als de Umayyad-moskee.

Het is inderdaad een enorm complex, zo’n grote moskee hebben we nog niet gezien. Mannen kletsen met elkaar onder mooie zuilengalerijen en de muren hebben prachtige reliëfs. We zien dat handen en voeten gewassen worden voordat de gebedsruimte wordt betreden. Ondanks dat er veel bezoekers rondlopen zijn die tafereeltje bijzonder intiem, alsof er geen toeristen zijn.

In de gebedsruimte luistert een handjevol gelovigen wat de imam te vertellen heeft. Een man ligt languit op het tapijt in de moskee en in een andere hoek van de gebedsruimte fluisteren een paar mannen met elkaar. De moskee is veel meer dan alleen een gebedsruimte, het heeft een belangrijke sociale functie.

Wij verlaten de moskee en gaan ander kant van de Gazi Cadessi een straatje in op weg naar de Sheik Matar moskee. Het gaat ons niet om de moskee, maar om de minaret. Deze staat op 4 poten en je kunt er onder staan. Da’s best uniek.

Dan lopen we even door naar de St. Giragos kerk. Dit is de belangrijkste en grootste Armeense kerk in het Midden-Oosten. In de 19e en begin van de 20e eeuw kende Diyarbakır een grote Armeense gemeenschap. Na een brand van een andere kerk, werd de huidige St. Giragos gebouwd in 1883. In 1913 wordt de klokkentoren dan getroffen door de bliksem en in datzelfde jaar werd er nog een nieuwe gebouwd. Deze nieuwe klokkentoren was met 29 meter destijds het hoogste gebouw van de stad en dat werd niet zo gewaardeerd door de moslimgemeenschap. Tijdens de Armeense genocide in 1915 en 1916 werden de Armenen verdreven of vermoord. De St. Giragos raakte ernstig beschadigd en de klokkentoren werd gesloopt. Pas in 2009 is weer begonnen met de wederopbouw van de kerk. We maken een rondje door de wat nieuw aandoende kerk en dan steekt Diana nog een paar kaarsjes aan.

Via allemaal kleine straatjes lopen we richting de zuidelijke stadsmuur, Normaal gesproken is Google Maps een goede gids maar we staan regelmatig voor straatje dat is afgesloten vanwege (her)bouw werkzaamheden.Met wat omwegen komen we uiteindelijk wel bij de Mardin poort aan de zuidkant van de stad.

Om uitdrogingsverschijnselen gaan we op een terrasje zitten met uitzicht op de Hevseltuinen en de rivier de Tigris en bestellen een drankje.
De tuinen werden in de 9e eeuw aangelegd om de stad van water en voedsel te voorzien. Het gebied beslaat meer dan 700 hectare. De tuinen werden als heilig beschouwd omdat ze vaak werden vergeleken met de tuin van Eden. Nog altijd zijn de tuinen een belangrijk landbouwgebied voor de bevolking. Ongeveer een derde deel van de tuinen wordt gebruikt om groente en fruit te verbouwen zoals watermeloenen, druiven, abrikozen, kool, spinazie en pompoenen.

Na deze opkikker gaan we op weg naar de Syrische kerk van de maagd Maria. We moeten alweer manoeuvreren door smalle steegjes, maar het vordeel is dat het daar wel koel is. Daar hebben ze hier bij de woningbouw goed over nagedacht. Naast Turken en Koerden wonen er in Diyarbakır ook christenen en je vindt er nog een aantal kerken. Deels met een Armeense, deels met een Syrische achtergrond. De kerk van de maagd Maria is een van de 10 Syrische kerken in Diyarbakir en ook deze keer is opgebouwd met de zwarte steen waar zoveel in deze stad van is gebouwd.

Deze kerk behoort tot de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap en is een van de oudste kerken in de regio, met een geschiedenis die teruggaat tot de 3e eeuw na Christus. De kerk heeft een opvallende architectuur met elementen die typisch zijn voor Syrisch-Orthodoxe gebouwen, zoals de eenvoudige maar robuuste stenen constructie. Het interieur is daarentegen rijkelijk versierd met iconen, fresco’s en andere religieuze kunstwerken.

We dwalen opnieuw door de verkoelende steegjes op zoek naar de Gazi Caddesi, de hoofdstraat van de stad waar we steeds weer terug komen. Rond de drukke hoofdstraat vind je tal van winkels, kraampjes en restaurants, maar ook de bazaar is maar een paar stappen van de hoofdstraat verwijderd. Zoals overal wordt ook hier van alles verkocht. Kleding, specerijen, koperen kookgerei en tapijten en ook een paar geitenkoppen.

We zijn weer toe aan een vocht-infuus en daarvoor kiezen we de Ongözlü brug. Deze brug ligt op zo’n 2 kilometer van de zuidelijke stadsmuur. Normaal gesproken is dat een leuke wandelafstand, maar met dit warme weer besluiten we om een paar duppies aan de dolmus te spenderen.
De brug dateert uit 1065 en is gebouwd met vulkanisch gesteente. Vanwege de tien bogen wordt deze brug ook wel de Tien-Ogen brug genoemd. De brug is een populaire plek voor de lokale bevolking. Aan beide zijden van de rivier de Tigris zijn cafés en restaurants te vinden waar thee en kebabs wordt geserveerd. Wij zoeken een mooi plekje op de tweede rij en genieten van ons drankje met uitzicht op de iconische brug.

Het is goed toeven aan de rivier, maar we moeten toch een keer terug. Inmiddels is de zon achter de heuvel gezakt en is de temperatuur een stuk aangenamer. Omdat er geen dolmus voorhanden is gaan we maar lopen, we kunnen het niet laten.
Een half uur later zijn we weer terug bij de zuidelijke stadsmuur. Ergens halverwege de Gazi Caddesi nemen we een durum als avondeten en iets verderop nemen we künefe als toetje. Deze specialiteit van Diyarbakir moesten we proberen van Dilek, onze Zuidoost-Anatolië specialist. Dit toetje bestaat uit knapperig gebakken, boterig sliertjesdeeg gevuld met kaas overgoten met een zoete suikersiroop; een hemelse combinatie, moeten wij eerlijk bekennen.

We nemen nog een bak koffie bij Milena Coffee om de hoek bij ons hotel en raken aan de praat met de eigenaar. Hij vindt het zo leuk dat wij hier opnieuw een bakkie komen doen dat hij ons verrast met een chocoladepuddinkje dat door zijn moeder wordt gemaakt (en wordt verkocht in zijn koffiebar). We smullen van het gebakje, maar op weg naar hotel knappen we bijna uit elkaar.

Zondag 6 oktober

Er gaat vandaag geen grote bus naar Mardin, dus er zit niets anders op dan in een mini-bus te stappen en dan mogen we ook nog op de achterbank zitten. We zijn samen met 9 dames met hoofddoek en 3 ongesluierde mannen. Om 09:15 uur wordt de motor gestart, laat ik het gezelschap even voorstellen.

Vanaf onze bevoorrechte positie op de achterbank zien we weinig van de omgeving, maar krijgen wel gratis bilspier oefeningen. We rijden naar het zuiden, richting Syrië dus het zal vooral warmer worden. De korte rit verloopt probleemloos. We pikken nog 3 extra passagiers op langs de kant van de weg en dan is de mini-bus echt vol. Op 10 km voor Mardin komen we in een korte file terecht door een checkpoint van de Jandarma en daar gebeurt het meest spannende van de rit. Een dame (!) in een Golf rijdt tegen de achterkant van de bus aan. Natuurlijk een enorme discussie, er komen een paar militairen bij, er wordt wat geld geboden (TLR 500 = €13,30) en uiteindelijk gaan we weer rijden. Om 11:45 uur stappen we uit de bus en gaan we het laatste stukje met de taxi.

We worden door de receptionist van het hotel aan de hoofdstraat opgehaald. Met de taxi kun je niet bij het hotel komen en zonder hulp zouden we misschien wel verdwalen in de kronkelige steegjes achter de hoofdstraat. Het kleine sfeervolle hotel is gevestigd in een van de traditionele huizen. We blijven niet te lang van ons hotel genieten, maar gaan de oude stad van Mardin verkennen.

De geschiedenis van Mardin gaat terug tot minstens 4000 BC. De regio rondom Mardin werd al vroeg bewoond door beschavingen zoals de Sumeriërs, Babyloniërs, Assyriërs en Hettieten. Door de nabijheid van de vruchtbare vlakten van Mesopotamië was Mardin een belangrijk knooppunt voor handelsroutes, wat de stad een cruciale rol gaf in de uitwisseling van goederen en culturen. Mardin ligt op een heuvel die uitkijkt over die vlaktes van Mesopotamië. De stad staat bekend om haar traditionele stenen huizen, gebouwd met geelachtige kalksteen die typisch is voor de regio. De huizen zijn tegen de hellingen gebouwd, waardoor je overal een spectaculair uitzicht hebt op de omliggende vlaktes.
We lopen eerst naar de grote moskee die tussen de huizen is gebouwd.

De Artuqiden, die in de 11e en de 12e eeuw Zuidoost-Anatolië beheersten, bouwden aan het einde van de 12e eeuw de Ulu Camii. Hiermee is het één van de oudste moskeeën van de regio. Op de iconische minaret zijn verschillende inscripties te zien van de verschillende beschavingen die in Mardin hebben gewoond en en het jaar 1176 wanneer deze minaret zou zijn gebouwd. De moskee werd echter door de eeuwen heen nog een aantal maal gerenoveerd. Zo komt de huidige minaret uit 1889. Er wordt zelfs beweerd dat de moskee oorspronkelijk een kerk zou zijn geweest.
Bij de moskee merken we dat Mardin een populaire bestemming is voor de toeristen uit Turkije. Er lopen zelfs gidsen met een vlaggetje in het rond. Slechte timing dus! Hier moeten we later nog maar terug komen,

Aan de andere kant van de hoofdstraat staat de Zinciriye Medresesi, ook wel bekend als Sultan Isa Madrasa, de laatste sultan die regeerde in Mardin. De madrassa werd gebouwd in 1385, tijdens de regering van Sultan Isa van de Artuqiden-dynastie, een Turkse dynastie die heerste over delen van Anatolië en Syrië tussen de 11e en 15e eeuw. De medrassa is duidelijk te herkennen aan de twee grote koepels en daar gaan wij ook naar op zoek.
We kopen een toegangskaartje en gaan de medrassa binnen. Via de binnenplaats komen we bij de plek waar vroeger een fontein moet zijn geweest. De fontein is er niet meer, maar het stroompje dat de waterbak bij de fontein vulde is nog steeds een geliefde fotospot.

We lopen via een smal stenen trapje naar de eerste verdieping waar we prachtig zicht hebben op de twee koepels van de medrassa en de omgeving erachter. Wij zijn zeker niet de enigen die deze bijzonder plek bezoeken, groepjes toeristen komen af en aan én ook hier zien we weer verschillende bruidsparen hun reportage schieten.

Via wat kleine steegjes komen we dan bij de vroegere meisjesschool van Mardin: Tarihi Kız Meslek Lisesi. Deze school werd in het begin van de 20e eeuw opgericht, tijdens de laatste jaren van het Ottomaanse Rijk. Dit was een periode waarin modernisering en hervormingen in het rijk opkwamen, mede onder invloed van de Tanzimat-periode (1839-1876). In die tijd was er een toenemende nadruk op het verbeteren van onderwijs en het uitbreiden van toegang tot onderwijs voor meisjes en deze school is dan ook een belangrijk voorbeeld van Ottomaanse inspanningen om het onderwijs voor vrouwen te bevorderen.
Het is een van de vroege voorbeelden van vakscholen specifiek gericht op het onderwijzen van meisjes in praktische vaardigheden en ambachten.
Ze hebben geen half werk geleverd bij het bouwen van deze school want de school doet qua schoonheid niet onder voor een van de andere gebouwen in Mardin.

We lopen een klein steegje in achter het postkantoor en daar zien we weer het échte Mardin. Oude huizen van zandkleurige stenen en soms is er eentje omgetoverd tot een klein theehuis met een paar tafeltjes en stoeltjes tegen de buitenmuur. Heerlijk om hier te zitten, ook omdat de smalle steegjes een stuk koeler zijn dat de hete hoofdstraat.

We lopen terug naar ons hotel en kiezen daar zoveel mogelijk de koele steegjes voor. Zonder Google Maps zouden we verdwalen en we verwachten ook niet dat het na anderhalve dag beter zal gaan. We laten de spullen achter op de kamer en gaan dan naar de hoofdstraat om een hapje te eten.
We gaan op het terras bij Al Hayaal en bestellen wat lokaal eten. Zoals gebruikelijk in dit deel van Turkije komt er een grote schaal met bijgerechtjes op tafel. Het eten is pittig, maar het smaakt allemaal voortreffelijk.

Hierna nemen we nog een koffie bij Lolee en lopen dan via de hoofdstraat weer terug naar het hotel. Deze hoofdstraat staat bekend als 1 Cadde. Er is veel verkeer, je vindt er veel winkels, restaurants, cafés en ook hotels zijn aan de hoofdstraat gevestigd. Deze straat is echt het kloppende hart van Mardin, maar wat mij betreft wel eentje met een ruisje. Er rijden veel overjarige dikke Duitse auto’s door de hoofdstraat die de ramen open hebben staan en de radio op 10. De dreunende Turkse rap-muziek zou ik verwachten in Alanya maar in Mardin is het ongepast. Maar ja, tijden veranderen, ook hier (of: zelfs hier).
We eindigen de dag met een glaasje the op het dakterras bij het hotel met uitzicht op de flikkerende lampjes op het Mesopotamische vlakte achter ons hotel.

Maandag 7 oktober

Na het ontbijt gaan we eerst naar het Syrische klooster Deyrulzafaran. Het klooster ligt net buiten de stad in de brandende zon dus daar willen we zo vroeg mogelijk zijn. We charteren een taxi en met een kwartiertje zijn we bij het klooster.

Het klooster is gebouwd van honingkleurig gesteente en te midden van eigen olijfboomgaarden is het een van de voornaamste Syrische-Jakobitische kloosters die nog in gebruik is door Syrisch-Orthodoxe gelovigen..
In het jaar 495 werd op deze plek het eerste klooster gebouwd, helaas zijn er een aantal originele structuren verwoest door verschillende veroveraars. Het is het bezoekje echter meer dan waard.

Het klooster is nog steeds bewoond en dat is ook de reden dat we maar een deel van het klooster mogen bezoeken. Er worden nu vooral weeskinderen opgevangen en grootgebracht, maar daar hebben we niets van gezien of gehoord. We raken in gesprek met een Zweedse monnik die hier een tijdje op retraite is geweest en volgens hem is er in de buurt van Hengelo (?) ook een klooster van deze orde. Daar moeten wij na deze reis maar eens tot rust gaan komen.

Op de weg terug naar Mardin stopt de chauffeur op ons verzoek zodat we een foto kunnen maken van ‘Mardin tegen de berg’. Je ziet hier ook goed de restanten van het kasteel bovenop de berg. Terug in Mardin drinken we een koffie bij een ieniemienie cafeetje genaamd Lelyo. De koffie is lekker, maar bijzaak want het gaat hier vooral om de speculaas-achtige koekjes. Het ruikt en smaakt écht maar speculaas, maar de koekjes zijn gevuld met dadelpasta.

Onze volgende opdracht voor vandaag is buskaartjes voor de rit naar Sanliurfa bemachtigen. We springen in zo’n vreemd geel stadsbusje en gaan naar busstation dat ook hier buiten de stad ligt. Er is nog keus genoeg, maar niet op de tijd dat wij eigenlijk weg willen. Het wordt 10:30 uur en volgens de medewerker van Mardin Seyahat is het maar tweeëneenhalf uur rijden. Dat moeten we nog zien!

We pakken weer een gek geel busje terug naar het stadscentrum en nemen een kijkje bij het voormalige postkantoor. We hebben niet vaak een postkantoor bezocht tijdens onze reizen, maar dit oude postkantoor van Mardin is wel een bezoek waard. Het staat tegenover de Sehidiye moskee en was het meest indrukwekkende postkantoor van Turkije (vinden ze hier). Oorspronkelijk als woonhuis gebouwd in 1890 voor de familie Sahtana en 1950 werd het huis omgetoverd tot een postkantoor. Van het postkantoor is overigens niet veel meer over. Slechts een kleine ruimte in één van de façades heeft nog met post te maken.

Aan de overkant van het oude postkantoor gaan we wat eten en drinken. Het is weer 30+ graden dus elk plekje in de schaduw is meegenomen. Na deze opkikker lopen we weer de bazaar in. Hier is het lekker koel en het ruikt er meestal fris. Mardin is bekend om z’n blokken zeep en bijna elk kraampje verkoopt wel wat zeep. In de smalle steegjes zien we de minaret van de grote moskee al, dus het is niet moeilijk deze te vinden.

Het is een stuk rustiger dan gisteren bij de Ulu Camii, maar het blijft een lastig ding om te fotograferen. Hoge minaret, harde schaduwen en een lelijke uitbouw op de achtergrond. Gelukkig gebeurt er van alles lager bij de grond. We gaan even op het plein zitten om de alles te observeren.

We lopen wat steegjes verder en zien dan de minaret van de Abdullatif (Latifiye) moskee. Het ligt op de route dus we gaan ook hier naar binnen. Deze moskee werd in 1371 gebouwd door Abdullatif bin Abdullah, die in Mardin diende tijdens de regeringen van Artukid Melik Salih en Melik Muzaffer (je weet wel). De oorspronkelijke minaret van de moskee is gebouwd door de gouverneur van Egypte. De rechthoekige geplande moskee is een van de laatste Artukid-monumenten. Het goed bewaarde portaal is misschien wel het mooiste onderdeel van de moskee, met de drie bogen van tweekleurige stenen, geometrische motieven en stervormige decoraties. Het is toch wel bijzonder dat iedereen Ulu Camii bezoekt en dat we bij deze moskee alleen zijn.

We duiken aan de andere kant van de hoofdstraat een smal straatje in en gaan op een kleurrijk terrasje wat drinken. We hebben de meeste bezienswaardigheden van Mardin wel gezien dus we kunnen lekker blijven hangen. De temperatuur ligt in de middag ruim boven de 30 graden en dan is elke drankpost meegenomen. Er zijn heel veel van deze cafeetjes in Mardin en dat maakt ook de achteraf-steegjes een gezellige bestemming.

We blijven een beetje in de smalle straatjes dwalen en hebben daar van de inwoners van Mardin ook geleerd hoe we ons kleed op het balkon kunnen uithangen zonder dat het naar beneden valt. Je moet het kleed gewoon met een paar tuinstoelen vastzetten. We vragen ons wel af het huishoudelijk reglement aan de Loolaan dit toestaat.

De hekken bij de meisjesschool van Mardin zijn vandaag open dus lopen we daar ook nog maar even naar binnen. In het gebouw zijn spullen tentoon gesteld maar verder is het niet zo bijzonder. Het verbaast ons vooral dat er geen leerlingen te bekennen zijn. Misschien zijn ze naar huis gestuurd vanwege de hitte.

We gaan bij het naastgelegen terras zitten (alweer een versnapering) waar we bovendien een goed uitzicht hebben op de minaret en de koepel van de Ulu Camii. We zijn niet de enigen die dit een interessant plekje vinden want al snel is de thee niet meer aan te slepen. Wat een gezelligheid. Er steekt een licht briesje op en dat is iets waar we de hele dag op hebben gewacht. Heerlijk!

Nadat we spullen hebben teruggebracht naar onze hotelkamer gaan we nog een keer terug naar het terras waar we vanochtend zaten. Het zit er vol met Turkse toeristen die allemaal goed inkopen hebben gedaan. De thee vloeit rijkelijk en de sloffen sigaretten zijn niet aan te slepen. Als de rook om ons hoofd is verdwenen gaan wij maar een hapje eten.

Met ‘een hapje eten’ doen we restaurant Marde tekort. Het is by far het sjiekste restaurant dat we in Mardin zijn tegengekomen.
Het lezen van de kaart en het bestellen van het juiste gerecht is vooral een taal-uitdaging. Het lukt uiteindelijk met behulp van een vriendelijke Duits sprekende gids om wat te bestellen en het eten smaakt voortreffelijk.
Klein momentje tijdens het eten. Er komt een stel binnen waarvan de vader een slapende baby op de arm heeft. Er wordt even gesproken met de manager en een paar tellen later komt de ober al met een kindermatrasje aanlopen. Dat matrasje wordt achter de stoel van Diana gelegd, baby erop, kleedje erover en aan tafel!

Met ronde buikjes lopen we de hoofdstraat op en gaan we nog even naar Lelyo om een doos van die heerlijke speculaas-achtige koekjes te kopen (voor de busrit). Daarna lopen we terug naar het hotel en nemen we weer plaats op het dakterras waar we ook een heel behoorlijk uitzicht hebben op het kasteel van Mardin. Daar schrijf ik de laatste regels van het blog van vandaag onder het genot van een glaasje thee.


Dinsdag 8 oktober

Ankahan Konağı is een heerlijk hotel, maar als je met de rugzak al die trappen op moet om bij de bushalte te komen dan vloek je wel een keer. Met het zweet op de rug staan we te wachten op het gele busje dat ons naar het busstation brengt.
We zitten onder de overkapping bij het busstation en wachten tot onze bus arriveert. Je moet altijd een half uur voor vertrek op het busstation zijn, maar we weten eigenlijk niet waarom. De bus arriveert op z’n vroegst een paar minuten voor vertrek.

Het is vanochtend bewolkt en dat is altijd prettig tijdens een busrit maar desondanks loopt de temperatuur aardig op in de bus. Tegen twaalven heeft de chauffeur de airco gelukkig aan de gang gekregen. We stoppen in Kiziltepe en Viransehir waar Diana een durum regelt voor de lunch. Om 14:15 uur zijn we op het busstation van Sanliurfa en een half uurtje later zijn we ingecheckt bij ons hotelletje. Wederom een boetiek hotel in een voormalige woning, maar dan zonder de trappen van Mardin.

Sanliurfa is ook bekend als Urfa. Sanli (glorieus) werd pas later toegevoegd als erkenning voor de strijd in de Turkse onafhankelijkheidsoorlog. We hebben gemerkt dat vooral over Urfa gesproken wordt, dat scheelt ook een paar letters.
We zullen veel islamitische gelovigen tegenkomen want voor hen is de stad de plek waar aartsvader Abraham, of eigenlijk de profeet Ibrahim, is geboren.

Vanaf ons hotel is het maar een paar minuten lopen naar de belangrijkste bezienswaardigheden. We komen als eerste bij de Halil-Ür Rahman moskee en de vijver met de karpers (Balikligöl). Bij die vijver en karpers hoort een verhaaltje.
Volgens de islamitische overlevering zou Ibrahim godenbeelden stuk hebben geslagen in Şanlıurfa omdat ze afgoderij waren. Koning Nimrod verklaarde Ibrahim de oorlog. Nadat Ibrahim vervolgens ook nog het hart van de dochter van de koning veroverde, werd hij ter dood veroordeeld. Koning Nimrod liet een brandstapel bouwen aan de voet van de heuvel en liet Ibrahim vanaf de heuveltop naar beneden gooien. Door een wonder veranderde het vuur in water en het brandende hout veranderde in karpers. Profeet Ibrahim overleefde de val en belandde in een bed van rozen. De vissen werden heilig verklaard.

Moslims komen in groten getale naar Şanlıurfa om de karpers te voeren want door de vissen te voeren hopen ze dat Allah hen helpt. Er is dus een levendige handel in visvoer. Behalve de vissen voeren, willen ze er ook graag mee op de foto. Er wordt zelfs kleurrijke kledij verhuurd om die foto’s er zo leuk mogelijk uit te laten zien.
We lopen een beetje ronde vijver en bekijken dit schouwspel. Het is met de drukte eigenlijk ongelooflijk dat er niemand in de vijver valt.

Voor al die fotos is het een mooi bijkomstigheid dat Halil-Ür Rahman moskee op de achtergrond staat. Deze langgerekte moskee werd in 1211 gebouwd tijdens de Ayyubidische periode en heeft een typische islamitische architectuur met bogen, koepeltjes en natuurlijk een minaret. Er komen hier jaarlijks meer dan een miljoen moslims

Het is inmiddels alweer 16:00 uur en hoewel we hier morgen zeker weer terug komen willen we toch even naar de grot waar Ibrahim zou zijn geboren (Mevlid-i Halilulrahman) en waar hij de eerste jaren van zijn leven heeft gewoond. Zijn moeder zou hem hier verborgen hebben gehouden voor koning Nimrod. De koning had een visioen gekregen dat een nieuwgeborene hem van zijn troon zou stoten, waarop hij het bevel gaf om alle baby’s te vermoorden. Dat lijkt me inderdaad een goede reden om je kind niet buiten te laten spelen.

Ook deze plek is erg geliefd bij de gelovigen én bij duiven. Er wordt nl. duivenvoer verkocht dat in een afgezet vierkant mag worden gestrooid. De duiven weten er wel raad mee.
In Urfa zijn ze sowieso erg gek met duiven. De mensen geloven dat duiven hen beschermen tegen problemen en ongelukken en waar duiven worden gevoerd is er geluk en vruchtbaarheid. Sommige duiven krijgen van hun ‘baasje’ kleurrijke oorbellen en/of enkelbandjes.

Het is tijd dat we zelf ook wat krachtvoer nemen dus we gaan op zoek naar een vitamine-C karretje. Tussen een van de vele eet- en drinkkarretjes vinden er eentje met een berg sinaasappels. We bestellen een grote beker zodat we er de komende dagen tegen kunnen.

Als we op zoek gaan naar een restaurant zakt de zon net achter de minaret weg. Ook in Urfa is het, net als in Mardin, erg warm. Ons tempo ligt wat lager dan normaal waardoor we soms keuzes moeten maken in het programma. Het ritje naar Göbekli Tepe dat we voor morgen gepland hebben willen we zeker maken.

Woensdag 9 oktober

We gaan voor de goedkope reis vandaag. Eerst nemen we voor 39 eurocent bus 63 naar het museum waar bus 0 naar Göbekli Tepe vertrekt. Göbekli Tepe ligt op zo’n 20 km van Sanliurfa en die rit kost maar 96 eurocent. Ons bent zuunig (en we zijn geeneens Zeeuwen).

Göbekli Tepe wordt gezien als een van de belangrijkste ontdekkingen in de studie van de menselijke prehistorie. De site wordt beschouwd als een van de oudste tempelcomplexen ter wereld. Het dateert van ongeveer 9600 BC, wat het ouder maakt dan Stonehenge en de Egyptische piramides. Hoewel nog maar een klein deel van het totale complex is opgegraven, zijn er al verschillende ontdekkingen gedaan waardoor het beeld van de mens in de tijd van Göbekli Tepe enorm is veranderd.

Het is 3 kwartier rijden en we schrikken van het aantal grote bussen op de parkeerplaats. Göbekli Tepe is maar een kleine site, waar laat je al dat volk? We kopen eerst het toegangsticket, het duurste tot nu toe (€21). Via een klein museumpje en een flitsende animatiefilm met dramatische muziek lopen we naar de opstapplek voor de shuttlebusjes naar de site. Dit is een handige manier om de grote hoeveelheid bezoekers op te delen, maar desondanks is het druk rond de opgraving.

Göbekli Tepe werd dus gebouwd in de Neolithische periode, voordat mensen sedentair werden en landbouw ontwikkelden. Dit werpt vragen op over de relatie tussen religieuze activiteiten en de opkomst van de landbouw, aangezien het eerder werd gedacht dat landbouw een voorwaarde was voor complexe religieuze structuren. Göbekli Tepe lijkt erop te wijzen dat religieuze samenkomsten een belangrijke rol speelden in het samenbrengen van mensen, wat mogelijk de ontwikkeling van landbouw heeft gestimuleerd.

De opgravingen bestaan uit enorme, cirkelvormige structuren met grote, stenen pilaren, die werden gebruikt als religieuze of ceremoniële locaties. De pilaren zijn gedecoreerd met reliëfs van dieren zoals slangen, schorpioenen, vogels en wilde zwijnen. Andere stenen pilaren hebben de vorm van de letter T en zouden mensen of priesters moeten voorstellen, iets wat onder meer gebaseerd is op de afbeeldingen van handen en lendedoeken.

Na het bezoek aan de site persen we ons weer in een busje en laten we ons naar de uitgang rijden. We nemen een drankje in het restaurant bij het museum en gaan dan naar de parkeerplaats voor de bus terug naar Sanliurfa. De thermometer in de bus geeft 41,5 graden aan! Het is niet te doen in de zon.
We laten ons in Sanliurfa iets eerder uit de bus zetten en lopen in een rechte lijn naar een groot winkelcentrum: lekker koel! We nemen een koffie bij Coffee Art. Ze zetten er een flesje water en een schaaltje nootjes (?) bij. Dit vriendelijke gebaar blijkt net zoveel te kosten als de koffie zelf. Als troost nemen we nog een ijsje bij McD.

Vanochtend hebben we de peilstok even in de rugzak gestoken en moeten vaststellen dat het krap wordt met de kleding van mij. We moeten dus nog ergens een wasserette bezoeken of…….we kopen wat shirtjes in dit warenhuis. Ze geven het zowat weg dus de keuze is snel gemaakt. Enig nadeel is dat ik nu wel met een LC Waikiki-tasje door Sanliurfa loop.

We lopen nog een rondje bij de vijver en gaan dan op een terrasje onder de bomen zitten. Het is weer tijd voor een glaasje çay. Dan gaan we nog een keer naar de grot waar Ibrahim geboren is, maar hebben nu ook oog voor de oudste moskee van Turkije. Diana kruipt dit keer ook de grot in om het allemaal eens van dichtbij te bekijken. Gisteren kon ze niet naar binnen omdat ze haar hoofddoek niet bij zich had

Iets verder dan de grot van Ibrahim is nog een ruimte waar veel mensen naar binnen gaan. Dit moeten wij ook van dichtbij bekijken. We gaan door het lage deurtje naar binnen en lezen op een bordje ‘A hair from prophet Muhammad’s beard’. Als je heel goed kijkt zie je inderdaad een haartje in het speciale glas. Zou het ‘m echt zijn?

Dan is het weer tijd voor ons vitamine shot en lopen we via de bazaar naar onze favoriete sinaasappel perser.
Het is een grote bazaar waar je makkelijk de weg kwijt raakt. De bazaar lijkt natuurlijk ook wel op de andere bazaars die we hebben gezien en ook hier is er veel echt-nep-goud wat er blinkt. We kopen een onsje pinda’s voor bij het sapje en gaan dan op een bankje in het park zitten.

Nadat we het leven in Sanliurfa aan ons voorbij hebben laten gaan, lopen we terug naar het hotel. We lopen met een kleine omweg omdat we ook nog even een foto-met-palmen willen maken. Zo’n soort foto hadden we ook al in Trabzon gemaakt, maar hier klopt de temperatuur beter.
In de hoofdstraat kopen we dan nog een klein souveniertje en pinnen we weer een paar mille voor het vervoer en excursie van overmorgen.

‘s-Avonds gaan we eten bij een restaurant achter de grot van Ibrahim. Om er te komen nemen we een alternatieve route en die leidt over een pleintje waar we nog helemaal niet geweest zijn. Er zit een man met een waanzinnig mooie ketel ‘iets’ te verkopen. Als Diana vraagt wat het is mag ze even proeven. Het is Turkse cola volgens de beste man, maar volgens Diana smaakt het naar dropdrank. Een omstander wees op de buik dus het zal wel ergens goed voor zijn. Google helpt ons en het blijkt een Turkse kruidenthee te zijn met aniijs en inderdaad goed voor de maag.

De alternatieve route gaat ook veel dieper de woonwijk in dan we dachten. Bovendien komt er veel klimwerk bij kijken. De huizen staan dicht op elkaar gebouwd en als er een stel kinderen langs komt besluiten we daar maar achteraan te gaan. Het blijkt een goede keuze want iets verderop komen we bij het kasteel van Sanliurfa uit en dat is dichtbij ons restaurant.

Het eten van vanavond smaakt heerlijk. Na de patlican kebab van gisteren is de dolmade kebab vandaag ook om van te smullen. Het uitzicht over de stad maakt het helemaal af. Voor een lekker hapje eten kun je best een retourtje nemen naar de stad van onze Zuidoost Anatolië specialist.

Enig nadeel van Sanliurfa is dat er geen echte koffie is te krijgen in het gezellige centrum van de stad, of beter gezegd, we hebben het niet kunnen vinden. Na ons verkoelings-uurtje van vanmiddag weten wij wel waar die koffie te krijgen is. In dezelfde mall waar we vanmiddag zijn geweest zit ook een Starbucks. Dat bakkie koffie konden we niet laten schieten.

Oost-Turkije 2

Vandaag geen wekker want de bus naar Kars gaat pas om 10:30 uur. Rustig ontbeten en om 9:30 taxi besteld. Iets na tienen op het busstation, precies op tijd om aan boord te gaan. We melden ons nog even bij de balie van busmaatschappij Aras want misschien moeten we onze online geboekte tickets nog omruilen voor papieren ‘boardingpassen’.

De man achter de balie zegt ‘wait a moment’ en begint op z’n mobiel te ratelen. Het bleek de vertaal-app te zijn. ‘Jullie bus is om 09:30 uur al vertrokken, het geld wordt teruggestort’ staat in de vertaling. Nee hè! ‘En nu?’ vragen we hem. Er blijkt geen bus meer naar Kars te gaan, althans niet van Aras. Inmiddels is er een ander mannetje bij de balie komen staan die gebaart dat we met hem mee moeten. Bij een andere balie horen we dat we met Turgutreis mee gaan en die vertrekt gelijk. We lopen met de man mee en buiten het stationsgebouw trekken we een sprintje met volle bepakking naar de gereedstaande bus. Geen tijd meer om de rugzakken onderin te gooien, we vertrekken gelijk. Om 10:00 zijn we op weg.

Bij de eerste thee-stop (al na een half uur) zien we dat deze bus helemaal uit Konya vandaan komt dat is zo’n 1000 km verder in het westen van Turkije. De buschauffeur komt ons even begroeten en we bedanken hem dat hij op ons heeft willen wachten. Als we na de thee weer op weg zijn komt hij nog een keer naar on toe gelopen en wijst hij naar mijn ogen. Blijkbaar ziet hij deze kleur niet zo vaak.

De route gaat door een onherbergzaam, bergachtig gebied. Heel af en toe een paar huisjes maar vooral heel veel niets.
De bus heeft behoorlijk wat moeite om tegen de berg op te komen, maar gelukkig is de weg van goede kwaliteit.
Van het Karakurt meer wordt de omgeving dan wat groener. De dennenbomen op de berghellingen worden talrijker.

Het is 13:40 als we bij het busstation van Turgutreis in Kars aankomen. Er staat een shuttlebus klaar om ons naar het centrum te brengen (wat een service) en die zet ons op 100m van ons hotel af. Niet veel later zijn we ingecheckt.
Vanaf het schattige balkonnetje bij ons hotel zien we het kasteel van Kars al liggen en dat is ons (eerste) doel voor vanmiddag, althans nadat we wat gegeten hebben. Het is inmiddels 14:30 dus tijd voor een verlate lunch. We gaan zitten bij Ala Han vlak bij het kasteel en bestellen wat warms te eten.

Kars is een stad die nu in het uiterste oosten van Turkije ligt, maar vele eeuwen tot Armenië behoorde. Kars ligt op enkele tientallen kilometers van het Turks-Armeens-Georgische drielandenpunt en is als een oase in een zee van een hoog plateau met lege vlaktes zoals we onderweg al gezien hebben.

Kars behoorde tot het middeleeuwse Armeense koninkrijk, toen het in 1064 door de Turkse Seltsjoeken werd ingenomen. Zij bouwden in 1152 de citadel die we van achter onze voortreffelijke lunch kunnen zien. Vanaf 1514 behoorde Kars tot het Ottomaanse Rijk. De stad weerstond in 1731 een Perzische belegering en pareerde in 1807 de eerste van een reeks Russische aanvallen.
In 1828 volgde dan een geslaagde Russische aanval, die echter niet leidde tot de definitieve annexatie van de stad en die kwam er in 1855 tijdens de Krimoorlog evenmin. In 1878 werd Kars tijdens een nieuwe RussischTurkse oorlog wel veroverd en voor enkele tientallen jaren door tsaristisch Rusland ingelijfd.

Veel mosliminwoners verlieten de stad, terwijl christelijke Armeniërs, Grieken en Russen kwamen. Tijdens de Kaukasuscampagne, die deel uitmaakte van de Eerste Wereldoorlog, was Kars opnieuw een Russisch-Turkse twistappel. De Turken wisten de stad begin 1918 in te nemen en de Vrede van Brest-Litovsk wees de stad op 3 maart 1918 weer aan het Ottomaanse Rijk toe.
Eind 1918 werd Kars de hoofdstad van de Turksgezinde Zuidwest-Kaukasische Republiek, maar dankzij Brits ingrijpen werd de stad medio 1919 onderdeel van de Democratische Republiek Armenië, die een jaar eerder uit tsaristisch Rusland was voortgekomen.
Tijdens de Turks-Armeense Oorlog werd Kars op 30 oktober 1920 door de Turken ingenomen. De meeste Armeense inwoners sloegen op de vlucht.
De verdragen van Alexandropol (Gyumri) en Kars wezen de stad eind 1920, respectievelijk eind 1921 aan het Ottomaanse Rijk toe, dat kort daarop de republiek Turkije werd.

Tijdens dit riedeltje geschiedenis hebben we de lunch naar binnen gewerkt en beginnen we aan de beklimming naar het kasteel. We zijn pas een week uit training, maar deze klim doet nu al pijn. Het kasteel van Kars is veel indrukwekkender dan het kasteel in Erzurum en ook veel minder (opzichtig) gerenoveerd. Boven aangekomen gaan we op zoek naar het loket waar de kaartjes moeten worden gekocht, maar daar doen ze hier niet aan. Nog een voordeeltje ten opzichte van Erzurum.

We klimmen helemaal naar het hoogste punt van het kasteel waar je een 360 graden uitzicht hebt over Kars. De belangrijkste bezienswaardigheden van Kars liggen aan de voet van het kasteel heel dicht bij elkaar en dat is vanaf hier goed te zien. In Kars zullen we niet veel meters hoeven te maken.

Op de weg naar beneden komen we zomaar een enkele andere toerist tegen en dat is al meer dan we in Erzurum of Trabzon hebben gezien. We merken ook dat Engels hier veel meer wordt begrepen/gesproken dan in de andere plaatsen.
Het kasteel is vanaf beneden indrukwekkender dan nu we er boven in staan, maar een mooie detailfoto mag ook in de blog en Diana heeft er oog voor.

Op weg naar beneden komen we paar jochies tegen die hun mountainbike omhoog duwen en dat kost ze best wat moeite. Even later zien we ook waarom ze deze moeite doen. Met een noodvaart komen ze het steile pad af scheuren, het gaat allemaal maar net goed.

We besluiten maar eens te gaan onderzoeken hoe we morgen in Ani en overmorgen in Dogubeyazit moeten komen.
Volgens Google Maps is het maar een paar straten lopen naar het busstation van Kars, maar als we op de bewuste plaats aankomen dan zien we een bakker, een slager en wat juweliers, maar geen bussen. Als we aan een jongen vragen waar de otogar is loopt hij een klein stukje voor ons uit, een gangetje in. Daar doorheen en aan de andere kant staan de bussen, wijst hij ons de weg.
Het is een heel ander busstation dan wij voor ogen hadden, maar we zien wel gelijk de bus naar Igdir. Er gaat nl. geen rechtstreekse bus naar Dogubeyazit, wij moeten overstappen in Igdir. De lokale directeur van Serhat Igdir vertelt ons dat er elk uur een bus gaat dus we hoeven ons geen zorgen te maken.

Waar we ook vastlopen, steeds worden we geholpen ook al spreken we elkaars taal niet. Met handen-en-voeten of de vertaal-app er is altijd wel een vriendelijke man of vrouw die wil helpen. Op een busstation, bij een hotel of in een winkelstraat en zelfs bij Europcar. Het maakt het reizen in Turkije een stuk gemakkelijker.

Niet ver van dit ‘busstation’ zien we een paar taxis opgesteld staan en we gaan daar maar eens vragen wat een uitstapje naar Ani kost. Er staan drie taxichauffeurs bij elkaar te ouwehoeren en als ze ons aan zien komen hebben we gelijk contact. We vertellen dat we morgen naar Ani willen en zijn benieuwd wat dat met de taxi kost. Blijkbaar zijn we niet de enigen die voor deze variant kiezen, want het hele riedeltje rolt eruit: het is 45km, er wordt 2 uur gewacht en dat kost 1500 TLR. We dingen nog wat af maar zonder resultaat. Een van de chauffeurs meldt nog even dat Besiktas vanavond tegen Ajax speelt. Hij voegt daar aan toe dat het jammer is voor Ajax.
We spreken af dat de taxi ons morgen om 08:45 uur bij het hotel oppikt en na het maken van een familieportretje lopen we terug naar het hotel om de zonnebril om te wisselen voor de leesbril en ons te kleden op de avond. Het koelt hier nl. best wat af en dat is bibberen in je t-shirt.

We lopen via een paar winkelstraten weer terug naar het kasteel omdat daar de meeste restaurants en cafes in de buurt zijn. Omdat de vette hap van vanmiddag voor voldoende vulling heeft gezorgd nemen we alleen nog een milkshake bij Düsler Sokagi Kafe en ronden we de avond af met een lekkere koffie bij Boss Coffee.
De avond-foto van het kasteel moesten we nog even maken en dan weer terug naar het hotel.

Vrijdag 27 september

We hadden gisteren met Otopark Taksi afgesproken dat we om 09:00 uur opgehaald zouden worden, maar toen we gisteravond de weersvoorspelling zagen leek het beter om ‘s-middags te gaan. ‘s-Avonds zijn we daarom nog maar een keer terug gelopen naar de taxi-stand om dat te veranderen. Helaas was er niemand meer te bekennen dus maar weer terug naar het hotel.
In een zijstraatje zien we dan een taxi van Otopark Taksi staan. We lopen er naar toe en met behulp van de vertaal-app en de foto die we gistermiddag hebben gemaakt met de mannen van Otopark Taksi laten we de chauffeur z’n collega bellen. Eind goed, al goed, de taxi komt om 12:00 uur.

Op deze wat bewolkte ochtend banjeren we wat door de straten van Kars. Er zijn nog een paar dingen die we willen zien en dat geeft ons de gelegenheid wat meer van de stad te zien. Onderweg stuiten op een kleine markt. Waarschijnlijk is het nog te vroeg want we zien geen klanten.

Dan komen we bij een grote, wat nieuw aandoende moskee. De deur staat open dus wij gaan even binnen kijken (wel de schoenen uit doen). Er is geen gelovige te bekennen, alleen een schoonmaker is druk bezig met de dagelijkse schoonmaak.

Vervolgens lopen we naar een moskee die we wel op ons lijstje hadden staan: de Fethiye moskee. In tegenstelling tot de vorige moskee is dit een oudje. Geen hoogpolig tapijt en strakke witte muren, maar een houten plafond en muren die lichtblauw zijn geschilderd. Het blauwe tegelwerk zou je ook in Iran tegen kunnen komen.

Niet ver van deze moskee gaan we het terras bij koffiehuis Siesta zitten en bestellen een beker koffie. De bewolking begint al wat te breken en af en toe zien we de zonnestralen tevoorschijn komen.
Na de heerlijke bak koffie lopen we terug richting het plein voor het kasteel.

Gisteren hebben we niet veel tijd gehad om de bezienswaardigheden op en rond dit plein te bezichtigen en omdat het nog wel even duurt voor de taxi komt maken we nu van de gelegenheid gebruik. Op een paar honderd vierkante meter staan 3 moskeeën bij elkaar; de Evliya moskee, de Merkez Kümbet moskee en de Ulu moskee. Alleen de Evliya moskee is open, maar daar lijkt een speciale dienst aan de gang te zijn dus die laten we met rust.

Op honderd meter van de moskeeën is de Tas brug die over de Kars rivier ligt. Aan weerszijden van de brug is een badhuis met koepels en een houten balkon aan de kant van de rivier. Een van deze badhuizen is omgetoverd tot een restaurant.
Hierna lopen we terug naar het hotel en maken we ons op voor het bezoek aan Ani.

We zijn nog maar net terug op de hotelkamer als de eigenaar naar on toe komt om te vertellen dat de taxichauffeur zit te wachten. We pakken onze spullen, gaan naar beneden, geven de chauffeur een hand en springen in de taxi, op naar Ani.

Ani ligt op een plateau omringd door een hoge vallei waardoor het een fantastisch strategisch verdedigbare stad geweest moet zijn. De ‘spookstad’ ligt op 45 km vanaf Kars direct aan de Armeense grens. De plek is vanaf de 5e eeuw een vestiging geweest, maar moet al eeuwen daarvoor bewoond zijn geweest.

Bloeitijd van de stad was in de tijd dat het de hoofdstad was van de Armeniërs. Deel van de oost-west lijn en onderdeel van de “Zijderoute’ trok de stad vele handelaren, reizigers en adelen aan.
In de 13e eeuw maakten de Mongolen een einde aan het goede leven in de stad en verwoesten het.
In 1319 werd de stad getroffen door een aardbeving en later die eeuw werd de stad geplunderd door Tamerlane en dat was het einde van de stad.

Onze chauffeur heeft drie kwartier nodig om op de parkeerplaats bij Ani komen. We scheuren via een grotendeels vierbaans weg over de Anatolische steppe die er na de zomerhitte nog geel bij ligt.
Het is 12:05 uur als we uitstappen en dat betekent dat we om 14:05 uur terug moeten zijn bij de taxi. Op naar het loketje waar we entree-tickets kunnen kopen. Helaas alleen cash te betalen, maar we begrijpen wel waarom. We moeten 620 TLR betalen aar als we dat niet gepast hebben is 610 TLR ook goed, ja, ja!

De imposante stadsmuren vallen van grote afstand al op. We lopen via de Lion’s Gate naar binnen en gaan dan links af naar de kerk van St. George. We komen o.a. langs restanten van de Surp P’rkich kerk (ook wel Church of the Holy Redeemer), een kerk die in 1957 door een storm half is ingestort en waarvan de overgebleven helft een metalen frame nodig heeft om overeind te blijven.

In de verte zien we dan de St. George Church al liggen met op de achtergrond de Arpacay/Akhurian rivier die de grens vormt tussen Turkije en Armenie. De rijke handelaar Tigran Honents heeft in 1215 opdracht gegeven om deze kerk te bouwen en het is de mooiste kerk van Ani.

We moeten een trappetje af om dichterbij de kerk te komen. Deze kerk heeft de best bewaarde muurschilderingen van alle kerken bij Ani. We zijn niet de enigen die deze fresco’s willen fotograferen. Turkse dames proberen zo voordelig mogelijk gefotografeerd te worden zodat ze hun Instagram-pagina kunnen opfleuren. Wij doen ongeveer hetzelfde, maar dan zonder Instagram. De fresco’s zijn inderdaad erg mooi en best goed bewaard gebleven.

We klimmen weer omhoog en gaan dan richting de kathedraal van Ani. Het is triest om te zien hoe dit grootste gebouw van Ani er aan toe is. Zowel de buitenkant als de binnenkant van het gebouw staat vol met een metalen constructie die het bouwwerk bij elkaar moeten houden. Jammer dat je zo niet veel kunt zien van de grootste Armeense kerk die Anatolie gebouwd is.

Na de kathedraal lopen we richting de citadel van Ani. Voordat we daar zijn komen we nog andere gebouwen tegen, maar wat misschien nog wel de meeste aandacht trekt is de omgeving van Ani. Het onherbergzame, hoog gelegen plateau waar de rivier diepe kloven heeft uitgeslepen ziet er indrukwekkend uit. We vragen ons wel af of dit een prettige woonomgeving is geweest. Bloedheet in de zomerzon en ijskoud in de winter als de striemende wind over de vlakte waait.

Voordat we bij de citadel zijn komen we nog langs de moskee. Dit gebouw had oorspronkelijk waarschijnlijk een andere functie. De eerste moslim heersers van de stad hebben het omgebouwd tot een moskee. Opvallendste kenmerk is de veelkleurige minaret die tegen de moskee aan is gebouwd.

De hooggelegen citadel ligt aan het einde van de wandelroute door Ani. Vanaf deze hooggelegen plek heb je een mooi uitzicht over de stad en zijn omgeving. Je moet behoorlijk wat fantasie hebben om nog wat te herkennen in de hopen stenen en afgebrokkelde muurtjes. Van een afstandje zag de citadel er beter uit.

Vanaf de citadel heb je ook zicht op de Aghjkaberd kerk die op het zuidelijkste puntje van Ani ligt. Deze plek wordt vrijwel volledig omcirkeld door de Apacay/Akhurian rivier. De kerk ziet er onbereikbaar uit dus we draaien om en lopen weer richting de stadsmuren.

Op de terugweg komen we langs de afgelegen St. Gregory of Abughamrents kerk. Van dit kleine kerkje wordt gedacht dat het een van de eerste kerken is die in Ani werd gebouwd toen Ani hoofdstad van het Armeense koninkrijk Bagratid werd in het jaar 961. Voor zo’n oud kerkje staat het er erg goed bij. Het is zeker ook de moeite om te genieten van uitzicht vanaf het kerkje.

Als laatste komen we dan nog langs de Church of the Holy Apostles. Deze kerk is gesponsord door Abughamrent Pahlavuni, dezelfde weldoener die de Surp P’rkich heeft laten bouwen.
Hierna volgen nog wat restanten van woonhuizen en een verderaf gelegen deel van de stadsmuur en zijn we uiteindelijk weer terug bij de Lion’s Gate. Ons rondje in Ani zit erop en hoewel veel gebouwen de tand der tijds maar net hebben doorstaan was het een uitstapje dat we niet hadden willen missen.

Op de weg terug naar de taxi komen we langs een klein restaurantje en we kunnen de verleiding niet weerstaan om een ijsje te halen. Ze hebben alleen maar Magnum’s dus we halen er twee uit de vrieskist. Dat is dan 160 TLR per stuk (omgerekend 4 euro 25 cent). Ze weten waarschijnlijk dat de toeristen dat ijsje toch wel kopen.

De terugweg gaat nog iets sneller dan de heenweg. De grote wegen buiten de steden zijn leeg en scheuren is daar geen probleem. We laten ons bij het busstation afzetten en reserveren er 2 plekje voor de bus van morgen naar Igdir. Daarna lopen we terug naar het hotel en gooien onze spullen op de kamer. Tijd voor een hapje.

Zaterdag 28 september

Voor het eerst deze vakantie moesten we serieus met onze rugzakken aan de bak. Gelukkig is het maar 10 minuten lopen van het hotel naar het busstation.
We betalen voor de busrit naar Dogubeyazit en krijgen stoel 1 en 2 toegewezen. We krijgen geen kaartje o.i.d. Dat kan er blijkbaar niet van af.
We raken nog even in gesprek met een Koerdische studente die uit Dogubeyazit komt en met de bus naar Artvin gaat omdat ze daar studeert. Ze vertelt hoe lastig het soms is om als Koerdische tussen de Turken te leven. De Koerden hebben een eigen taal, maar mogen die alleen in huis spreken. Wel vreemd voor een minderheid van 28 miljoen mensen. Dan zijn wij wat soepeler met onze Friezen.

De buschauffeur start de motor om 09:00 uur en dat is voor de passagiers het teken om in beweging te komen. Iedereen vecht voor het beste plekje voor z’n bagage en bijna waren we onze stoelen op de eerste rij kwijt geraakt aan een Turkse jongeman. Gelukkig stond Diana met haar handtas in de aanslag.
We moeten nog even wachten omdat er nog een paar passagiers uit een ander bus met ons mee moeten. Een hoogblonde Turkse dame raakt daarbij in een oververhitte discussie met de chauffeur. Dat is althans wat wij er van maken, misschien begroetten ze elkaar hartelijk, we verstaan het niet.

Om 09:10 uur rijden we dan weg bij het busstation. De rit naar Igdir gaat 2 uur en 15 minuten duren dus we gaan er maar eens goed voor zitten. We rijden richting de grens met Armenië, via Igdir komen we in Halikislak dat bijna bovenop de grens ligt en waar we de Armeniërs bijna een hand kunnen geven. Er zijn veel militairen in deze regio. Elk klein plaatsje heeft wel een kazerne en we moeten zelfs een keer langs een roadblock. Wij genieten vanaf de eerste rij vooral van het uitzicht op de omgeving.

Om 11:00 uur zijn we dan in Igdir waar we moeten overstappen op een bus naar Dogubeyazit, maar nog voordat de bus op het ‘busstation’ is draait de chauffeur zich naar ons om en vraagt of we naar Dogubash moeten. Voor de locals is dat de afkorting voor Dogubeyazit. Wij knikken en hij laat via de vertaal-app lezen dat we de bagage straks in de bus moeten zetten en dat deze bus dan naar Dogubeyazit gaat.

Zo gezegd, zo gedaan, iedereen stapt uit, pakt z’n bagage en gaat op pad, wij zetten onze bagage in de bus en gaan weer zitten. Een paar tellen later stapt de chauffeur weer in en gaan we weer verder, in de privé-bus. Dit scheelt ons een zoektocht en wachttijd in Igdir.
De rit naar Dogubash duurt nog zo’n drie kwartier en na 20 minuten zouden we Mt. Ararat (Agri Dagi voor de Turken) voor het eerst kunnen zien. Zouden kunnen zien, want de top zit goed ingepakt in wolken.

Om 11:50 uur worden we in Dogubeyazit, langs de kant van de weg uit de bus gelaten en dan is het nog 20 minuten lopen naar ons hotel. De chauffeur had via de vertaal-app al laten weten dat de privé-busritje ons 200 TRY kost en dat is een schappelijke prijs. De rugzakken worden weer opgetakeld en daar gaan we weer.
We krijgen een kamer met uitzicht op het Ishak Pasha Saray (precies boven de punt van de minaret hieronder). Dit paleis gaan we morgen van dichtbij bekijken.

Dogubayazit is een stoffig stadje op zo’n 2000 meter hoogte en is de laatste echte Turkse stad op weg naar de grens met Iran. Het grensstadje kent dan ook een grote Iraanse invloed. Hier struinen veel Iraniërs de straten af naar tv’s, satellietschotels, en andere handelswaar die ze in Iran goed kunnen verkopen. Iets dergelijks hebben we eerder meegemaakt in Oman (Khasab) waar bootjes volgeladen met luxe artikelen de Straat van Hormuz oversteken naar Iran.

We gebruiken de middag om Dogubash een beetje te leren kennen. We lopen door kleine straatjes, vinden de hoofd-winkelstraat en bezoeken een groentemarkt. Ook hier zijn de mega-grote kolen te krijgen die we al eerder hebben gezien. Geen idee hoe je zo’n ding gaat opkauwen, daar doe je minstens een week over. Over kauwen gesproken; het is het tijd voor de lunch. In de straten in elke gemiddelde Turkse stad vind je heel veel eettentjes waar ze kebab, kofte en durum verkopen. Wij gaan dit keer voor een lekkere durum.

Na deze zware lunch lopen we nog even naar het busstation om navraag te doen naar de bussen naar onze volgende bestemming, Van. Via de vertaal-app lezen we dat we de buskaartjes voor maandag op zondag kunnen reserveren. We moeten morgen dus nog even terug.
Inmiddels is het wolkendek van Mt. Ararat afgeschoven en zien we de besneeuwde top van de 5137 m hoge, voor christenen heilige, slapende vulkaan in volle glorie; een imposant gezicht.

s’-Avonds gaan we om de hoek bij het goed beoordeelde Saray Lokantasi eten. Als we het restaurant binnenstappen staat achter een glazen vitrine het eten uitgestald. In 10 grote bakken wordt de menukaart voorgeschoteld. De man achter de vitrine pakt een bordje en je mag zeggen uit welke bakken je een schep eten wilt hebben. Dan loop je naar boven, zoek je een tafeltje uit in het sfeerloze restaurant en dan komt een ander mannetje jouw bord brengen. Mooi concept!
Het allerbelangrijkste is dat het eten verschrikkelijk lekker smaakt!

Zondag 29 september

Het is zondag en op deze kerkelijke dag hebben we geen haast. We smullen van het ontbijtbuffet en gaan dan naar het busstation om ons te verzekeren van de rit van morgen. Er zit niemand op het kantoortje waar we de kaartjes moeten kopen, maar een buurman loopt naar het naastgelegen restaurant en gebaart naar de medewerker van de busmaatschappij dat er klanten zijn. De beste man laat zijn ontbijtje staan en reserveert eerst onze stoelen voor morgen.

Hoewel de Turkse koffie bij het ontbijt wel ok was besluiten we toch naar onze favoriete koffieshop met de inspirerende naam NO:657 te gaan voor een lekkere cappuccino, misschien wel de lekkerste cappuccino tot nu toe. Het is bovendien een trendy tent waar je lekker kunt zitten. We nemen de tijd voor de beker hete cappuccino.

Het is inmiddels 11:00 uur en dan is het wel tijd om naar het paleis van Ishak Pasa te gaan want dat is toch dé reden dat we in Dogubeyazit zitten. We nemen de dolmus naar boven en als we na een kwartiertje uitstappen lopen we gelijk door naar het restaurantje op de berg.

Daar zien we waarom iedereen zo vol is van deze plek: een prachtig paleis, een vervallen kasteel dat op een onmogelijke manier tegen de berg aan ligt geplakt en het mausoleum van de belangrijkste Koerdische dichter, dit alles in een omgeving als een schilderij.

We drinken een bak thee in het restaurant en gaan dan richting het mausoleum. We komen eerst langs het kasteel van Dogubeyazit (Beyazit Kalesi) en daar klimmen we even naar boven. Het kasteel heeft een lange geschiedenis die waarschijnlijk teruggaat tot de Urartische periode, rond de 9e eeuw voor Christus. Dogubeyazit en omgeving werd door verschillende beschavingen bezet, waaronder de Urartiërs, Armeniërs, Perzen en later de Ottomanen. Het kasteel werd tijdens de Ottomaanse tijd herbouwd en versterkt om de regio te beschermen tegen vijandelijke invasies. Het kasteel is in de loop der eeuwen gedeeltelijk vervallen, maar er zijn er nog steeds delen van de muren en torens zichtbaar. We bekijken het kasteel van dichtbij en concluderen dat het er van een afstandje mooier uitziet.

Het is nog een minuutje verder lopen naar het mausoleum van Ahmed-î Hânî. Ahmed was een Koerdische dichter, geleerde, filosoof en mysticus, die wordt beschouwd als een van de belangrijkste intellectuelen in de Koerdische geschiedenis. Ahmed is vooral bekend om zijn epische werk ‘Mem û Zîn’ dat wordt beschouwd als een meesterwerk uit de Koerdische literatuur. Dit tragische liefdesverhaal wordt vaak geïnterpreteerd als een symbool van het verlangen naar Koerdische eenheid en vrijheid. Het is druk bij het mausoleum en iedereen wil even in de ruimte bij de kist hebben gestaan. Ook wij doen onze schoenen uit en gaan naar binnen.

We hebben het beste voor het laatste bewaard. We lopen terug en gaan naar het paleis van Ishak Pasa. De bouw van dit paleis begon in 1685, maar het was pas een eeuw later klaar, in de tijd dat Ishak Pasha hier de scepter zwaaide. Ishak Pasha was een plaatselijke generaal wiens familie de regio lange tijd heeft bestuurd tijdens de dagen van het Ottomaanse Rijk.
Zijn achtergrond staat tot op de dag van vandaag ter discussie, hoewel velen denken dat hij een Koerd was. Hij en zijn familie werden ongelooflijk rijk dankzij de lucratieve zijdehandel die via Doğubeyazıt liep. Met hun rijkdom probeerden de plaatselijke pasja’s (hoge Ottomaanse functionarissen) het mooiste en meest unieke paleis van het land te bouwen. Ze kregen zeker waar voor hun geld, aangezien het paleis Ottomaanse, barokke, Perzische, Seltsjoekse en Armeense stijlen combineert. Ooit was het zelfs voorzien van kleurrijke glas-in-loodramen.
Het verhaal gaat dat een Armeense architect het brein achter dit paleis is. De pasja zou de handen van de architect hebben afgehakt, zodat hij nooit iets voor een rivaal zou kunnen bouwen. We vermoeden dat dit weer een verhaal is dat met een groot zoutvaatje genomen moet worden.

We gaan door de toegangspoort en nadat we een kaartje gekocht hebben komen we op de eerste binnenplaats is nog niet zo heel bijzonder, maar de 2e binnenplaats is waanzinnig mooi. Hier bevindt zich ook de tombe van Ishak. Het is lastig om een rustig momentje te vinden voor een foto, maar we hebben geduld. Als ouders met een baby de binnenplaats op komen, sprinten ze naar de tombe en proppen ze de kleine in allerlei standjes op de rand van de tombe om zo vereeuwigd te worden. Dit gebeurt overigens niet alleen met baby’s, volwassenen willen ook heel graag op de gevoelige plaat bij dit paleis.

We lopen verder naar de ceremoniehal en daar speelt ongeveer hetzelfde tafereel af maar dit keer met pubers. Een groep meiden wil de perfecte Instagram foto maken en dat duurt even. We staan erbij en kijken ernaar in afwachting van ons eigen moment of fame.

Daarna bekijken we de kamers van de harem en lopen door de hamam en de keuken. Als laatste bezoeken we de moskee en het lijkt alsof die van extra witte steen gemaakt is. Het is een prachtige ruimte met fresco’s op het plafond die er nog erg mooi uitzien. Deze moskee wordt door de gelovigen nog steeds gebruikt.

Voordat we weer naar beneden gaan lunchen we bij het Parasute restaurant op een steenworp van het paleis. Omdat we hopen nog wat van Mt. Ararat te zien gaan we niet met de dolmus naar beneden, maar gaan we lopen. Het duurt even voordat we de vulkaan weer zien en dan is het alleen nog maar de besneeuwde top en dat is toch jammer bij zo’n beroemde berg.
De Ararat is met 5137 meter de hoogste en grootste berg van Turkije en het Armeens Plateau, geen wonder dat deze berg een rol speelt in vele mythen en sagen.
De Ararat wordt als een heilige berg beschouwd omdat volgens de Bijbel (Genesis 8.4) de Ark van Noah op het gebergte van Ararat landde na het zakken van het water van de zondvloed op de zeventiende dag van de zevende maand. Noah bouwde dit vaartuig (Ark betekent letterlijk ‘kist’) volgens de Bijbelse overlevering op last van God, die hem hiervoor nauwkeurige aanwijzingen gaf. 
Toen de zondvloed aanstaande was liet God van alle basissoorten van de landdieren en vogels een mannetje en een vrouwtje naar de ark komen. Ook moest er van al het eetbare voedsel een hoeveelheid worden meegenomen.
Als laatsten gingen Noah, zijn vrouw, hun drie zonen en hun vrouwen de ark binnen. Toen begon het veertig dagen en veertig nachten hevig te regenen en kwam de vloed. Honderdvijftig dagen gingen voorbij voordat het water zakte en de ark vastliep op het Araratgebergte.
Na een raaf en driemaal een duif erop uit te hebben gestuurd om te achterhalen of de aarde opgedroogd was, verlieten Noah en zijn gezin, en de dieren die met hen waren, de ark.
We lopen nog verder naar beneden maar het lukt helaas het niet om de ideale foto van Ararat te maken, dat moet dan maar gebeuren als we bij Khor Virap in Armenië zijn.

Het is inmiddels 16:00 uur en we stoppen bij het trendy restaurant Hookah Boss om ons vochtpeil op niveau te brengen. De zon begint al wat te zakken en de warme kleuren maken de omgeving nog mooier. Er staat vandaag verder niets op de agenda dus we besluiten nog maar een keer in de dolmus te springen en naar boven te gaan. Dit keer voor de zonsondergang.
Wij zijn niet de enigen die dit bedacht hebben want her en der zitten mensen in afwachting van de gouden zon.

Wij vinden een mooi plekje op een kleine rots voor de ingang van het paleis en daar wachten we op wat misschien wel het mooiste moment van de dag is. Het warme zonlicht dat het paleis van opzij beschijnt en de wereld er omheen in een warme gloed zet. Op dit moment zie je niemand vertrekken, iedereen geniet van dit moment.

Het sfeervolle moment bij het paleis wordt wreed verstoort de de toeterende dolmus die aan komt rijden. Hoewel we hier misschien nog wel even hadden kunnen blijven besluiten we toch om in te stappen en naar beneden te gaan. Een mens moet ook een keer eten!
Voor het avondeten van vanavond kiezen we voor Diyarbakir Dagkapi Cigercisi omdat het er zo gezellig uitziet. Je kunt kiezen uit een vleesspies of een vleesspies en daarbij krijg je allerlei salade, een sausje, wat brood en een flesje water. We begrepen niet waarom dat flesje water werd neergezet (dat hadden we niet besteld), maar na een paar happen werd duidelijk dat het een flesje bluswater was.

Maandag 30 september

Bepakt en bezakt lopen we naar het kantoortje van de busmaatschappij. We worden ingeschreven met ons paspoort en betalen de 2 tickets. Omdat we nog even moeten wachten roggelt de medewerker een  glaasje çay.

Iets voor negenen komt de bus aangereden en worden passagiers en bagage ingeladen. De schaapjes zitten in de bus (en in de pick-up voor ons). De beste man van de busmaatschappij zei dat het 2 uur rijden is naar Van, maar op de eerste helling kruipt de bus omhoog en tikt de kilometerteller maar net 50 km/u aan. Tel daarbij op dat iedereen die langs de weg z’n hand opsteekt wordt ingeladen én dat we onderweg nog gecontroleerd worden bij een militaire controlepost en dan begrijp je dat die 2 uur een mission impossible wordt. Gelukkig is er weer genoeg te zien onderweg. We vermaken ons wel! 

Hoe dichter we bij Van komen hoe vlakker de wereld wordt. Iets na elven krijgen we dan het Van meer voor het eerst in zicht, nog 65km te gaan.
We worden er bij het busstation uitgegooid, het is inmiddels 12:05 uur dus een uurtje vertraging. We springen in een taxi en 10 minuten later staan we bij ons hotel. Zakken op de kamer en gaan!

Van was ooit Armeens, maar is nu een voornamelijk Koerdische stad geworden. Het eerste dat ons opvalt in Van is de enorme drukte. Wat een hoeveelheid volk is hier op de been, op een maandag! En dan die enorme hoeveelheid winkels en restaurants, dat hebben we nog niet eerder gezien in dit deel van Turkije. Het zou het straatbeeld in Istanbul kunnen zijn. Dat is wel even wennen.
De drukke hoofdstraat met zijn hippe winkels en restaurants geeft Van een mondaine uitstraling, ondanks de ligging in het uiterste zuidoosten van Turkije.
In 2011 is de stad getroffen door een zware aardbeving, maar daar hebben wij niets meer van kunnen zien.

We proberen onze weg te vinden, maar dat valt nog niet mee. Even de stad uit lijkt het beste idee, naar het meer of het kasteel. De afstand naar het meer of kasteel is te groot om te lopen dus doen we maar wat alle mensen hier doen: dolmus-hoppen. We springen in een dolmus richting het busstation, daar nemen we een dolmus richting het kasteel en als we er bij een kruising uitgegooid worden nemen we de laatste dolmus die ons in de buurt van de ingang van het kasteel eruit gooit. Het is even wennen, maar het werkt.

Elke zichzelf respecterende stad heeft een kasteel en dat geldt ook voor Van. We zien het kasteel van verre hoog op de rots liggen en van alle kastelen is dit de grootste (size matters?). De korte weg naar de ingang is afgesloten dus we volgen een Turks stel via weilanden met schapen naar de ingang.

We kopen de kaartjes en beginnen aan de stevige klim naar boven. Het is warm en we hebben af en toe wel een adempauze nodig. We doen dan natuurlijk alsof we weer een foto willen maken van een stukje kasteel. Gelukkig is het een groot kasteel want dan kun je veel fotostops maken.

Boven genieten we van het fantastische 360 graden uitzicht over de stad en het meer. Er zijn een handjevol toeristen boven bij het kasteel en zowaar een paar ‘buitenlanders’. We maken allemaal ongeveer dezelfde foto’s.

Boven spreken we een Duitse man die net uit Ankara is komen vliegen (met een vliegtuig). Hij vraagt of we een foto van hem willen maken en we raken aan de praat. Hij is gisteren naar Akdamar Kilisesi geweest en daar willen wij morgen heen. Hij heeft nog wat tips voor ons.
We maken nog een paar laatste foto’s en lopen dan weer naar beneden.

Het is een hele trippel naar beneden en dan ook nog een hele trippel naar de weg waar we de dolmus moeten nemen. Herr Deutschland loopt met ons mee want ook hij wil met de dolmus terug (maar is nog niet zo ervaren als wij).
Als we op de dolmus staan te wachten regelt Diana een taxi voor een matsprijsje (hoezo ervaring…). Nu hoeven we niet als haringen in een ton in de dolmus te staan en worden we in de buurt van hotel afgezet. Herr Deutschland doet mee dus dat scheelt weer een beetje.

Het is inmiddels 17:30 uur en we hebben wel trek na zo’n lange dag, de lunch is er ook al bij ingeschoten. In een van de straatjes gaan we bij het restaurant Keravansaray naar binnen. We bestellen een hoofdgerecht en dat wordt, net als gisteren, weer vergezeld van kleine schaaltje met een soort dip. Het is wederom smullen! Het eten in Turkije valt zeker niet tegen.

Dinsdag 1 oktober

Vandaag gaan we het Van-meer van dichtbij bekijken en dat doen we ook gelijk goed want we combineren het met de overtocht naar Akdamar eiland waar de Kerk van het Heilige Kruis staat.

We voelen ons al wat meer op ons gemak in Van en weten de dolmus- bushalte snel te vinden. Enkeltje otogar en dan naar het buske met bestemming Akdamar. Het vinden van de bus geen probleem, maar de bus aan de gang krijgen wel. Ze vertrekken pas als de bus redelijk vol zit en op dit moment zijn er 3 passagiers (incl. ons beide). Omdat we van het ongeduldige type zijn vragen we chauffeur na een paar minuten wanneer hij denkt te vertrekken. Hij wijst naar de lege bus en dat vertalen we als ‘voorlopig niet’.

We besluiten het taxi-alternatief maar eens te onderzoeken. Dat blijkt heel andere koek te zijn, maar liefst 30 keer zo duur. Toch heeft deze schijnbeweging effect gehad want de buschauffeur maakt aanstalten om te vertrekken. De oogst is mager: 4 passagiers. De timing blijkt uiteindelijk niet zo slecht geweest want onderweg pikt hij nog wat passagiers op met als hoogtepunt een stop in de buurt van de luchthaven, waar zoveel passagiers naar binnen kruipen dat er een plastic krukje in het middenpad bij gezet moet worden.

Met nog zo’n 25km te gaan heeft de chauffeur toch een top-ritje, denk je dan. Helaas liep het sprookje niet helemaal goed af, want met nog 6km te gaan zet de chauffeur de bus aan de kant van de weg, stapt uit en bekijkt z’n bus. Lekke achterband! Dat wordt lopen denken wij, maar dan komt er net een ander busje langs en gebaart onze chauffeur die ander bus om te stoppen. Al het volk wordt overgeladen en wij worden om 10:45 uur alsnog netjes afgezet bij de pier waar de boot naar Akdamar eiland vertrekt! 

Akdamar eiland, de Kerk van het Heilige Kruis, het plaatje is niet compleet zonder het Van meer. Dit grootste meer van Turkije heeft een oppervlakte van ruim 3700 km² en wordt omringd door hoge bergen van wel 3000 tot 4000 meter. Het meer ontstond door een uitbarsting van de vulkaan Nemrut Dagi (niet te verwarren met zijn naamgenoot bij Kahta). Lava vormde een dam rond een groot dal dat volstroomde met smeltwater uit de bergen en dat vervolgens geen kant meer op kon. Het meer bevat een hoog gehalte alkali en natriumcarbonaat, dus veel soda, en is daardoor visarm. Het hengeltje hoeft vandaag niet mee.

Eind goed, al goed? Nou, nog niet helemaal. Net als bij de bushalte zijn wij ook hier nog de enige passagiers en al snel wordt ons duidelijk gemaakt dat er minstens 15 passagiers nodig zijn om te gaan varen. Het is 11:00 uur en nog steeds geen kip te bekennen. Had ik al gezegd dat wij ongeduldig zijn? Natuurlijk kunnen wij de boot ook privé huren, maar toen hij de prijs noemde gingen we toch maar weer in de voor ons zo lastige wacht-houding.

Langzaam komen er dan toch wat mensen aan bij het restaurantje. Een Europees meiske, 4 baklava-dames stappen uit een auto, we zijn dus al met z’n zevenen. Volgens het mannetje bij het restaurant gaat het wel goed komen en hij krijgt gelijk, om 12:15 uur gaan we met z’n twaalven + baby (telt voor 3) aan boord en varen we richting Akdamar eiland. 

Akdamar eiland klinkt goed, maar het gaat natuurlijk om de Kerk van het Heilige Kruis. Deze kerk werd tussen 915 en 921 na Christus gebouwd in opdracht van Koning Gagik I van het middeleeuwse Armeense koninkrijk van Vaspurakan. De kerk heeft een kruisvormig ontwerp, met een centrale koepel en dat is typisch voor Armeense kerken uit die tijd. De buitenmuren zijn versierd met ingewikkelde stenen reliëfs die verhalen vertellen uit het Oude en Nieuwe Testament. Je moet er een beetje verstand van hebben, maar wij herkennen al snel een paar religieuze hoofdrolspelers uit de Bijbel.
De kerk is gewijd aan het Heilige Kruis, een belangrijke symbool in het christendom. Volgens de overlevering zou de kerk relieken hebben bewaard die verband hielden met het echte kruis waarop Jezus Christus werd gekruisigd, hoewel dit nooit is bevestigd.

We krijgen een uur de tijd op het eiland(tje) en omdat we geen tijd willen verliezen zetten we de pas erin. We halen de baklava-ladys in en komen als eersten bij de kerk en die ziet er waanzinnig mooi uit. Een kerk met zoveel gedetailleerde reliëfs hadden we nog niet gezien en dat is best bijzonder als je de geschiedenis van deze kerk kent.
Na de Armeense genocide van 1915 en de uittocht van Armeniërs uit Oost-Anatolië, werd de kerk verlaten en raakte het in verval. In de jaren daarna werd het eiland Akdamar grotendeels onbewoond en werd de kerk niet meer gebruikt voor religieuze doeleinden. Dit leidde tot aanzienlijke schade aan de structuur en de reliëfs. In 2005 startte de Turkse regering een groot restauratieproject om de kerk te herstellen. Dit was een belangrijk symbolisch gebaar, gezien de beladen geschiedenis tussen Armenië en Turkije en we moeten toegeven dat ze hier goed werk hebben verricht.

De kerk ziet er vanuit alle hoeken mooi uit en dat komt voor een deel ook door de ligging op dit eilandje. Het eiland wordt gegeseld door de harde wind en dat is te zien aan het eiland en de begroeiing. Helaas is de kerk niet open want ook de fresco’s zijn goed bewaard gebleven.
We lopen naar het uiterste puntje van het eiland en bekijken daar alles nog eens van een afstandje.

Het is tijd om weer richting de boot te gaan. We lopen langs een cafetaria annex souvenirwinkel en nemen daar nog een drankje. Ik bedenk me dat ik geen foto heb gemaakt van het bord met de beschrijving van de reliefs op de kerk en loop snel nog even terug. Nadat ik de foto heb gemaakt wil ik terug sprinten, maar zie dan dat er een zijdeurtje van de kerk open staat. Ik mag van de bewaker naar binnen en zie dan toch nog de frescos in de kerk.
Dan alsnog een sprintje getrokken en lukt het om nog voor de baklava-dames op de boot te zijn.

Terug in de haven moeten we even wachten op de dolmus die ons terug zal brengen naar Van. Dit keer een ritje zonder problemen, maar wel weer een gezellig vol gepropt busje.
De dolmus wordt in de buurt van de otogar leeg gekieperd en dan lopen we terug naar het hotel.
Onderweg maken we nog wel een koffiestop in een 5-sterrenhotel. Even bijkomen met een beker Starbucks cappuccino.

We lopen langs een busmaatschappij voor de buskaartjes van morgen naar Tatvan. Het bezoek aan Van zit erop en helaas hebben we de bijzondere Van-kat, een spierwitte poes met één blauw en één geel oog niet gezien. We wilden als alternatief een poes-magneet voor op de koelkast kopen, maar dat blijft op onze koelkast niet zitten.
Na ons te uitgebreide diner nemen we een lekker bak koffie bij Brompton in de luxe Van-mall. Zo druk als het op straat is, zo rustig is het in dit mega-warenhuis. Hier moeten ze nog aan wennen.

Woensdag 2 oktober

Na een ontbijt in slow-motion, de dame van het restaurant had er niet veel zin in, gingen we naar het kantoortje van busmaatschappij Best Van. Hier worden we met een mini-bus opgehaald en naar het busstation gebracht. Onze bus heeft als eindbestemming Istanbul, maar wij moeten na 2 uur al uitstappen in Tatvan.

De rit gaat via Gevas, dus de eerste drie kwartier zijn gelijk aan het busritje van gister naar onze boottocht. Voor de rest is rit vergelijkbaar met alle andere busritten, we halen de finish nl. weer niet in de beloofde tijd en de redenen zijn weer dezelfde: passagiers oppikken langs de kant van de weg, vracht inladen bij een tankstation en, als hoogtepunt, tweemaal een ausweise-controle van de politie, maar zoals een verstandige vriend zei, ‘rustig aan, het is vakantie’.
De omgeving waar we vandaag doorheen rijden is wederom een plaatje, maar daar hou ik over op, ga zelf maar kijken!

Om 12:30 uur worden we in Tatvan aan de kant van de weg eruit gegooid en worden onze plekken ingenomen door mensen die naar Malatya, Ankara of misschien zelfs Istanbul gaan. Van de mevrouw op stoel 3 krijg ik nog even snel een foldertje in de hand gedrukt. Er staat ‘Wisdom for Life and Happiness’ op de voorkant. Later zie ik dat het soort ledenwerfactie is voor de Jehova’s Getuigen. Waarom ze dat foldertje aan mij heeft gegeven blijft een raadsel. Als je interesse hebt scan dan de barcode hieronder.

Wij checken in bij het Crater Hotel nadat Diana de kamer heeft geïnspecteerd en onderhandeld over de prijs.
Dan is het tijd om de straten van Tatvan onveilig te maken. Hoewel Tatvan maar 135km verwijderd is van Van lijkt het toch of we in een heel ander deel van Turkije terecht zijn gekomen. Geen grote warenhuizen of fancy winkels, maar weer meloenen verkopen uit de achterbak van een vrachtwagen.

Tatvan is ook gelegen aan het Van meer, maar in tegenstelling tot Van is hier wel een soort boulevard waar je kan slenteren. Het is vandaag een behoorlijk bewolkte dag en als zo’n wolk voor de zon schuift voelt het heel Hollands aan.
We drinken een cappuccino bij Vonal coffee shop en lopen dan terug naar de hoofdstraat om weer eens wat Turkse lira te pinnen.

Via het hotel lopen we dan naar het andere einde van de hoofdstraat en zo langzamerhand moeten we toch een beetje terug komen op de eerste beoordeling van Tatvan. Heel klein en kneuterig is het toch ook weer niet. De grote winkelketens hebben ook hier een filiaal.
We gaan bij Eliza Cafe & Nargile naar binnen voor een drankje, een wafel en uitzicht. Als de eigenaar hoort dat we uit Nederland komen zet hij een afspeellijst met Nederlandse muziek op en, ja hoor, ook André Hazes komt langs.

Het avondeten bestaat weer uit en mix van Turkse bijgerechten en een tavuk-sis (kip-spies). We hebben de pizza’s en hamburgers nog steeds weten te vermijden. In het restaurant van het hotel nemen we dan nog een bak koffie en spreken we met de barman annex taxichauffeur af dat hij ons morgen naar de Nemrut krater brengt, maar daarover later meer.

Oost-Turkije 1

Woensdag 18 september

We zijn weer op weg! Bus 304 brengt ons naar het station en om 16:44 uur stappen we in de trein naar Schiphol. We vliegen morgen pas, maar vanwege het gedoe rondom het vroeg-pensioen hebben we geen risico genomen en zijn we een dag eerder op pad gegaan. Iets na zessen staan we op Schiphol bij de halte voor de hotel-bussen waar de shuttle naar het NH-hotel al klaar staat. Het is maar een paar minuten rijden naar het hotel en nadat we de rugzakken op de kamer hebben gezet nemen we een drankje in de bar. Dat was het eerste hoofdstuk van de Grooten Tour van 2024.

Donderdag 19 september

Hoewel de vliegtuigen tijdens de landing vlak langs het hotel komen hebben we heerlijk geslapen, Iets na zevenen zijn we in de ontbijt-kas waar we een heerlijk ontbijt naar binnen werken. Dan nog even de tandjes poetsen en zijn we klaar voor het vervolg van de Grooten Tour.

Dat ‘Grooten Tour’ heb ik geleend van de gebroeders De Witt (Johan en Cornelis) die dit, net als vele leeftijdgenoten uit de bovenlaag van de Republiek, in de 17e eeuw deden. Een Grand Tour of Grooten Tour was een lange en vaak peperdure rondtocht door Europa, waarbij jongeren langere tijd verbleven in grote steden als Parijs, Rome en Genève. Johan en Cornelis makten deze educatiereis tussen oktober 1645 en juli 1647. Johan hield voor zichzelf en zijn broer een dagboek en kasboek bij. Deze documenten vormen een interessante bron van informatie over wat een Grand Tour inhield en daar is de parallel met dit blog.
Op zondagavond is hierover een serie te zien bij de NPO.

De shuttlebus dropt ons om 08:40 uur op Schiphol en dan gaan wij braaf in de rij bij de incheckbalies staan. Het verloopt allemaal heel vlotjes net als de geautomatiseerde paspoortcontrole.
Nog even een bakkie bij McCafé en dan naar gate G8 waar alles ook al heel soepel verloopt. De TK1952 gaat precies op tijd weg en de piloot verteld in heel gebrekkig Engels dat de vlucht 3 uur zal duren. Appeltje-eitje! Zo snel zijn we nog nooit op een verre-vakantiebestemming geweest.

iGA Istanbul Havalimani is een mooie, grote, lichte luchthaven, maar omdat wij maar 1 uur en 50 minuten overstaptijd hebben om van gate D naar gate G te komen is het behoorlijk doorstappen. Ook deze vlucht vertrekt weer op tijd en volgens deze piloot (die ook geen talenknobbel heeft) is het 1 uur en 50 minuten vliegen dus we gaan lekker op tijd in Trabzon zijn.

Met nog zo’n 20 minuten te gaan meldt de piloot dat hij de landing gaat inzetten dus met een beetje geluk zijn we om kwart voor acht bij het hotel.
Niet dus! Kort nadat we het vliegtuig voelden dalen werden we hard heen-en-weer geschud. Het was gelijk stil in het vliegtuig. We hadden in de gaten dat het vliegtuig niet langer daalde en vervolgens maakten we een paar rechter bochten om vervolgens een scherpe bocht naar links te maken. De piloot meldde zich weer; dit keer met slecht nieuws. Vanwege de extreme weersomstandigheden gaan we uitwijken naar Samsun! Een forse tegenvaller want Samsun is zo’n 325 km van Trabzon verwijderd, maar ja, wat doe je eraan? Niets dus!

Twintig minuten later staan we op de luchthaven van Samsun geparkeerd. Als we opstaan om het vliegtuig te verlaten zien we dat wij de enige zijn met dit plan. Blijkbaar hebben wij niet alles meegekregen wat er is omgeroepen. Als we de stewardess om uitleg vragen vertelt ze dat we het straks nog een keer gaan proberen. We kunnen dus blijven zitten!

Het vliegtuig wordt bijgetankt en na ongeveer een uur brullen de motoren weer en gaan we weer de lucht in. De buienradar van de piloot blijkt betrouwbaar te zijn want na een rustig halfuurtje vliegen landen we in een nat en druilerig Trabzon.

Eind-goed-al-goed denk je dan, maar dat is niet helemaal het geval. We staan met zo’n 10 andere passagiers bij de bagageband en als ze alle 10 met hun koffers verdwenen zijn ziet de bagage band er akelig kaal uit. De mevrouw van lost-and-found komt al naar ons toe lopen en als ze op onze bagagesticker kijkt zegt ze dat we in de international arrivalhall moeten zijn. We kunnen de aankomsthal voor binnenlandse vluchten verlaten en 300 meter verderop is de andere aankomsthal. Om er te komen moeten we langs de wachtende taxis, over de weg met razend verkeer lopen om vervolgens bij de juiste aankomsthal onze handbagage door de scanner te halen want anders komen we de aankomsthal voor internationale vluchten niet in. We zijn op heel veel luchthavens geweest, maar deze werkwijze was toch weer nieuw.

Gelukkig hoeven we voor de taxi niet weer helemaal terug naar de andere aankomsthal en zorgt een mannetje ervoor dat er een taxi onze kant opkomt.
Een paar minuten later liggen onze rugzakken achterin de gele taxi en razen we met 100 km/u naar het hotel. Tegen tienen zijn we bij ons hotel en checken we in. De kamer krijgt een dikke voldoende.
Voor een dichtbij-verre-vakantie zijn we toch ruim 13 uur onderweg geweest. Nu hebben we wel een drankje verdiend dus we gaan naar de bar van het hotel en bestellen een paar heerlijke koude drankjes.

Vrijdag 20 september

De historische havenstad Trabzon ligt aan de Zwarte Zee en het is een melting pot van verschillende religiën, talen en culturen en dat
is al eeuwen zo geweest. De stad is niet per se mooi, maar de stad toont wel het échte Turkse leven.
Trabzon is een stad met een bijzondere geschiedenis. De stad was onderdeel van de zijderoute en is tot de opening van het Suez kanaal altijd een belangrijke handelsstad geweest. Tot het uiteenvallen van het
Ottomaanse Rijk in de eerste wereldoorlog was Trabzon zelfs een Griekse stad en was de stad zelfs kort onderdeel van de republiek Trebizond.

De weersverwachting voor Trabzon voorspelde weinig goeds, maar ‘s-ochtends zou de kans op droge perioden het grootst zijn en daarom stonden we om 9 uur al op straat.
We lopen eerst naar de de Hagia Sophia, een Grieks-orthodoxe kerk gebouwd tussen 1238 en 1263 tijdens de regering van het keizerrijk Trebizonde, onder leiding van keizer Manuel I. De Hagia Sophia heeft een vrijstaande klokkentoren die later als minaret dienstdeed nadat de Ottomanen in 1461 de kerk omvormden tot een moskee.

De architectuur van de Hagia Sophia in Trabzon is een voorbeeld van de Byzantijnse stijl met invloed van zowel christelijke als islamitische elementen. Het gebouw heeft een vierkante plattegrond met een centrale koepel en is versierd met gedetailleerde muurschilderingen, die belangrijke scenes uit het christelijke geloof uitbeelden, zoals de schepping van Adam en Eva en het Laatste Oordeel. De Hagia Sophia is nu een museum zodat iedereen dit kan bewonderen.

De ligging van de Hagia Sophia aan de kust van de Zwarte Zee geeft het een schilderachtige omgeving, en het is een populaire bestemming voor toeristen die de rijke geschiedenis van Trabzon willen verkennen en dat zijn niet alleen buitenlandse toeristen!

Na dit kerkbezoek (of was het een moskeebezoek) lopen we richting het kasteel van Trabzon. Het is een behoorlijk stukkie wandelen en daarom besluiten we bij het theehuis naast het Atapark en glaasje Turkse chai (thee) te nemen. Voor 18 cent (!) worden de glaasjes san tafel gebracht en hoe, de ‘ober’ loopt met een dienblad vol langs de tafeltjes en als het blad leeg is komt hij briefjes met de rekening aan tafel brengen.

Na 2 glaasjes thee lopen we dan verder naar het kasteel, maar we stoppen eerst bij de Gulbahar Hatum moskee. Deze moskee is gebouwd in 1514 door Selim (een Ottomaanse veroveraar van Syrië en Egypte) ter verering van zijn moeder Gülbahar Hatun. Dat is wel wat anders dan een bosje roosjes.

We steken een paar brede kruisingen over en zien dan het kasteel tegen de bergwand liggen. Een goed gekozen lokatie voor een kasteel. Om bij de ingang te komen moeten we een brug over en vervolgend een smal, steil straatje in. Op de plek waar we de ingang verwachtten zien we helaas alleen maar hekken en een groot bord waarop staat dat de boel opgeknapt moet worden.

We lopen onverrichter zaken via het steile straatje terug en gaan op weg naar het Meydan plein. In de verte zien we de Sehir moskee. Deze enorme moskee is al sinds 2018 in aanbouw en er zullen 7000 gelovigen tegelijk naar het gebed kunnen. De moskee met 4 minaretten wordt het grootste complex aan de zwarte zee,

Het Meydan plein is hét gezellige stadsplein van Trabzon met theehuizen en terrassen en het niet te missen Ataturk standbeeld. We lopen wat rond het plein en net als we richting restaurant Cemilusta lopen vallen er dikke druppels naar beneden. We hadden tot op dat moment vooral in de zon gelopen en hebben ons afgevraagd wie de weersvoorspelling voor Trabzon doet, maar nu worden we verwend met een serieuze bui. Wij hebben inmiddels plaats genomen onder de luifel van het restaurant en kiezen dit moment om de lunch te nuttigen.

Tijdens onze lunch horen we de imam de gelovigen oproepen voor het gebed en als we de omelet naar binnen hebben gewerkt besluiten we maar even een kijkje te gaan nemen bij de Iskenderpasa moskee om de hoek. De mannen rennen met hun kleedje onder de arm richting de moskee om een goed plekje te bemachtigen. De matjes worden her en der uitgerold; voor de moskee, aan de zijkant van de moskee en natuurlijk in de moskee tot aan de schoenenafdeling toe.

Na het gebed besluiten we naar Boztepe te gaan. Dit is een heuvel op 2km van het Meydan plein waar je een mooi uitzicht op de stad hebt. We hebben geen zin om de beklimming te voet te doen en daarom lopen we naar de dolmus-halte om daar een busje naar boven te nemen. Kost maar 50 cent en dat liet het vakantiebudget wel toe.
We stappen uit bij het theehuis op de Boztepe heuvel en lopen dan langzaam terug naar beneden, foto’s makend van de stad.

Op de weg naar beneden komen we vlak langs het meisjesklooster en daar gaan we dan even naar binnen. Het Kizlar Manastiri (kizlar betekent meisjes) stamt uit de Byzantijnse periode en werd ook tijdens de heerschappij van het keizerrijk Trebizonde gesticht. Het klooster heeft nu geen religieuze functie meer, maar is vooral bedoeld om mensen zoals ons te laten wegdromen bij zo’n oud gebouw. Tijdens ons bezoek zien we dat het ook een populaire plek is voor een bruidsreportage.

Weer terug bij het Meydan plein worden we verrast met een luidruchtig optreden van goedgemutste mannen met in mantels. De muziek die ze maken is niet om aan te horen maar ze trekken veel publiek. Onder het genot van een glaasje thee en een stukje baklava bij Hafiz Ahmet Zade blijven we nog even genieten van de muziek en gaan dan shoppen.

In het verlengde van Maydan ligt de bazaar van Trabzon. De bazaar wijk is een leuk gebied met oude smalle straatjes om te winkelen en de lokale producten en ambachten te zien. Op dit soort bazaars is altijd van alles te koop, maar de lokale specialiteiten zijn de hazelnoten en ansjovis. Zelfs de moskee ontbreekt niet in de bazaar wijk.

Gelukkig klopt er vandaag niets van de weersvoorspelling, De zware regenbuien zijn uitgebleven en afgezien van het buitje tijdens de lunch en de 10 druppels op de terugweg naar het hotel was het een heerlijke vakantiedag. ‘s-Avonds eten we bij een restaurant in de buurt van ons hotel. Het nachtleven van Trabzon schiet erbij in want morgen gaan we weer vroeg op pad.

Zaterdag 21 september

Diana heeft gisteren bij Site Taxi het vervoer voor vandaag geregeld. We gaan naar het wereldberoemde Sumela klooster en daarna ook nog even een stukje van de Zigana vallei ontdekken.
De taxichauffeur kwam om 07:57 uur bij het hotel aangereden dus daarmee verdiende hij z’n eerste plusje. Dat hij na 5 minuten rijden bij de eerste pomp al moet tanken zullen we hem niet kwalijk nemen; we zijn soepel vandaag. We zien op de pomp dat de benzine 50 TRL per liter kost en dat is omgerekend iets meer dan een euro. Da’s lekker tanken.

De rit naar het klooster neemt ongeveer een uurtje in beslag en nadat de chauffeur ons bij de parkeerplaats heeft afgezet springen we in de verplichte dolmus die ons naar boven zal brengen. Denk niet dat dit ritje bij de stevige entreeprijs van het klooster is inbegrepen want dan heb je het mis.
Bij de opstapplaats van de dolmus zien we het klooster al tegen de bergwand aankleven. Het ziet er prachtig uit.

In de tijd dat het Romeinse Rijk in elkaar zakte en er vele rovers en bandieten rondzwierven werden de kloosters vaak op onbegaanbare plekken gebouwd, zo ook het op ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Trabzon gelegen Sumela klooster.
Het klooster uit de vierde eeuw werd gesticht door twee Griekse monniken, Sophronios en Barnabos, die in een droom van Maria de opdracht kregen een icoon van de Heilige Maagd te verbergen. Ze bouwden een eenvoudige kapel om een grot die in de zesde eeuw werd uitgebreid en gerestaureerd. Vanaf de 13de eeuw kreeg het Sumela klooster meer aanzien, keizers lieten zich hier zelfs kronen. Sumela werd het belangrijkste klooster van Klein-Azië onder meer door befaamde manuscripten die bewaard werden in de bibliotheek. In de volgende eeuwen werd het klooster versierd met fresco’s en nog verder uitgebreid. In de bloeiperiode (circa 18de eeuw) waren er maar liefst 72 kamers.

We rijden over een strak geasfalteerde slingerweg naar boven en mogen daar de toegangstickets betalen. De prijs is in euro’s want de Turkse lire is de laatste tijd nogal onderhevig aan inflatie. De dagprijs is 760,60 TLR en dat zou 20 euro moeten zijn.
Via een pad van glibberige stenen lopen we verder naar het klooster. Het lijkt niet al te druk vandaag want we hoeven niet om andere toeristen heen te slingeren. Na het laatste trappetje zien we dan het complex in volle glorie liggen.

We profiteren van de relatieve rust en vergapen ons aan de prachtige muurschilderingen. Het is toch wel bijzonder dat de kleuren zo mooi zijn gebleven. Helaas hebben de Ottomanen (en misschien ook wel de latere Turken) veel van de christelijke afbeeldingen beschadigd, maar het grote plaatje is nog overduidelijk zichtbaar.
We lopen kris-kras door het kloostercomplex en kijken in kapelletjes, een bibliotheekje, de hamam en nog veel meer ruimtes voor alledaags gebruik. Het is bijna niet voor te stellen hoe het destijds is geweest om hier te leven. Je was hier in ieder geval wel veilig!

Als laatste willen we de belangrijkste kapel in, maar er staat een groep Turkse toeristen met hun gids in de weg. Aangezien gidsen zichzelf nogal graag horen praten kan dit nog wel even duren en zit er niets anders op dan dat we ons tussen de Turkse toeristen door naar binnen wurmen. Gelukkig liep er een andere gids rond die het ook wat te lang vond duren en nadat hij in niet mis te verstane Turkse bewoordingen had duidelijk gemaakt dat ze moest wieberen hadden wij de kapel voor onszelf en het is een plaatje!

We nemen nog een versnapering bij het naastliggende restaurant en gaan dan weer op weg naar de dolmus die ons naar beneden moet brengen. We komen langs het kleinere Aya Varvara klooster waar we nog een keertje terugkijken naar het Sumela klooster.
Terug bij de parkeerplaats staat de taxichauffeur al op ons te wachten en hij lijkt blij ons weer te zien. Daarmee verdient hij z’n tweede plusje.

We gaan nu op weg naar de Zigana vallei, een prachtige groene regio die onderdeel is van het Kackar gebergte waar we over een paar dagen nog meer van gaan zien.
We slingeren tussen bergen door en zien enorme dennenbossen en uitgestrekte bergweiden, het heeft wel wat weg van Oostenrijk of Zwitserland. We stoppen meerdere keren om foto’s te maken.

Onze eindbestemming is Zigana Village. Hier staan we midden tussen de bergweiden en er is zelfs een skipiste (blauwe piste, drie bochten en je bent beneden).
Een restauranthouder nodigt ons uit voor een bakkie çay en daar maken we graag gebruik van. Nadat we een beetje opgewarmd zijn bij de kachel stappen we in de taxi voor de terugreis.

Het blijft genieten onderweg en naarmate we dichterbij Trabzon komen wordt de wereld weer wat meer bewoond (lees: drukker). We vragen de chauffeur om ons af te zetten bij het busstation van Trabzon en dat doet hij met een glimlach. Derde plusje verdient en dus een fooi! We rekenen af bij de ingang van het moderne busstation en bedanken hem voor de mooie rit.

We gaan op zoek naar een busmaatschappij die ons morgenochtend naar Erzurum kan brengen en komen bij Ali Osman Ulusoy uit. Ali is de enige maatschappij die in de ochtend naar Erzurum rijdt en er zijn nog maar een paar plaatsen beschikbaar. We krijgen zetel 35 en 36 op de voorlaatste rij. Misschien moeten we de volgende keer toch wat eerder onze bustickets kopen.

De bustickets waren niet onze enige kopzorg de afgelopen dagen. eergisteren kregen we een berichtje van Booking.com dat we de CVC-code van onze creditcard moesten aanpassen omdat anders de reservering van het hotel in Erzurum geannuleerd zou worden. Hoewel we zeker wisten dat de CVC-code op de site correct is, alle andere hotels zijn er nl. ook mee geboekt, heb ik de site even aangepast. Tot onze verbazing werd de volgende dag de reservering toch geannuleerd. Nog wel een berichtje naar het hotel gestuurd en gevraagd om opheldering maar geen bevredigend antwoord.
Toen we op site van het hotel keken bleek er geen kamer meer beschikbaar te zijn. De hoteleigenaar heeft dus (waarschijnlijk) met een smoes onze reservering geannuleerd zodat hij iemand anders (misschien zelfs een groep) ten dienste kon zijn. We konden dus last-minute op zoek naar een ander hotel.

Vanaf het busstation nemen we een dolmus naar het Meydan plein en vanaf hier lopen we terug naar het hotel, maar eerst een bakkie koffie bij Mokka Longe Restaurant. Zoals bij vele koffie/theehuizen zitten we op kleuterstoelen, maar de koffie is heerlijk. Het is fantastisch om met een bakkie koffie het straatleven aan je voorbij te laten gaan.

Zo’n kleuterkrukje is schattig voor de foto, maar vanaf een bepaalde leeftijd is het erg lastig om er weer vanaf te komen.
We lopen verder via de winkelstraat en het duurt niet lang of de eerste sieraden-aankoop is een feit. We komen ogen te kort op de straten van Trabzon. Het mag dan wel niet de mooiste stad van Turkije zijn, het toont wel het echte Turkse leven.

We lopen de laatste kilometer terug naar het hotel over de boulevard zodat we toch nog wat van de Zwarte Zee meekrijgen. Dikke wolken pakken samen boven het binnenland, maar boven de Zwarte Zee is de lucht nog blauw. We gokken dat nog wel even droog blijft en zoeken ergens tussen de palmen een plekje op, wederom een veel te laag stoeltje voor ons zoveelste glaasje çay,

Terug bij ons hotel zien we weer allemaal gasten op hun paasbest erbij lopen. Gisteren liepen er ook al allemaal avondjurken rond en toen bleek er een bruiloft te zijn in ons hotel. Het is best een gezellig feestje geweest want ‘s-avonds konden we meegenieten van de muziek. Gelukkig was het feest om een uurtje of elf al afgelopen.
Blijkbaar is er vandaag alweer een bruiloft want de tafels in de bruiloftszaal zijn weer gedekt. Populair hotelletje dus bij bruid en bruidegom in Trabzon.

Zondag 22 september

Vandaag is onze eerste busdag en we laten een taxi aanrukken om ons bij het busstation te brengen. De bagage gaat op het busstation ook door de scanner, hoewel we ons afvragen of het apparaat het wel doet. De medewerker die de plaatjes moet bekijken zit er wel erg verveeld bij. We zijn ruimschoots op tijd en dat geeft ons de gelegenheid om het leven op een Turks busstation te bekijken en zoals je misschien al verwacht is daar niets bijzonders aan. Wat wel opvalt zijn de enorme afstanden die de bussen afleggen. We zien een bus die helemaal naar Bodrum gaat, dat is toch bijna 1500 km.

Als onze bus arriveert komen we in beweging. De tassen gaan onderin de bus en wij nemen plaats op onze vip-plaatsen. Net als we ons goed gesetteld hebben komt een gezin met een baby de bus en raad eens waar ze gaan zitten? Inderdaad, op de bank achter ons!

De bus vertrekt op tijd en we volgen de zelfde route als gisteren toen we op pad gingen met de taxi. Binnen een half uur stopt de chauffeur bij een bakkertje en de halve bus gaat brood kopen. Wij blijven zitten, maar de verbazing is groot. De echte Turkse man grijpt zo’n moment aan om een sigaret op te steken want zeg nou zelf, je hebt al zo lang niet kunnen roken
Na deze brood-stop gaat de stewardess op pad met z’n trolley. Drinken, koekjes, chips er ligt van alles in zijn karretje en het is ook nog gratis.

De weg (D885) lijkt splinternieuw met veel lange, moderne tunnels. De Zigana tunnel spant de kroon met 14,481 km (langer dan de Arlberg tunnel). Het wegdek van deze tunnel is voorzien van ledstrips waardoor het lijkt alsof je op een landingsbaan terecht bent gekomen. De D885 snijdt door het Pontische gebergte (ook wel Kackar gebergte), we hebben een fantastisch uitzicht op dit ruige gebergte en zien af en toe een vervallen kasteel op een bergtop.

Om 11:10 uur stoppen we bij Kral Pestil voor een plaspauze. Het regent inmiddels dus we hebben een goede dag uitgezocht voor de busreis. Na een half uur gaan verder naar de eerste échte stop: Gümüshane. Om 11:50 arriveren we bij het krakkemikkige busstation. 3 man eruit, 5 man erin in slechts 6 minuten, een geslaagde pitstop. Het wordt allemaal gadegeslagen door mannetjes die onder het overstekende dak van het busstation een glaasje çay drinken. Het is altijd çay-tijd in Turkije.

Om 12:15 uur komt de stewardess met de platte neus en brede kin voor de 2e keer met z’n karretje langs. We klagen niet over de ravitaillering en met de regen die tegen de voorruit klettert is het best knus in de bus.
Het landschap is inmiddels helemaal veranderd. We rijden tussen golvende akkers waar het gewas inmiddels geoogst is, maar net als in Nederland wordt ook hier landbouwgrond volgegooid met zonnepanelen.

Om 13:00 uur staan we op het busstation van Bayburt waar weer een passagiers-wissel plaatsvindt, 10 minuten later zijn we weer onderweg. Vanaf Bayburt blijft het landschap heuvelachtig alleen maken de akkers plaats geel/bruin gras. De weg slingert tussen de heuvels door naar Erzurum. Af en toe zien we een groot zwart gat in het landschap waar mijnbouw lijkt plaats te vinden.

In Askale, een grauwe stad met 30.000 inwoners, maar geen busstation stoppen we bij een halte tegenover het kantoor van Ali om een handjevol mensen uit te laten stappen waaronder de ouders met de baby en we moeten de baby (en de ouders) een compliment geven: wat een lief kind!
Volgende stop is Erzurum. Als we de stad naderen regent het zo hard dat de chauffeur bijna niets meer ziet en vaart moet minderen. De temperatuur is inmiddels ook nog gezakt naar 9 graden (Erzurum ligt op 1900 m). Tijd voor een truitje!

Het is 9 km naar downtown Erzurum dus we gaan met de taxi. We kiezen de oudste taxi auto met bijbehorend de oudste taxichauffeur en racen naar ons hotel, Snel even inchecken en dan de straat op. Het is inmiddels 15:30 uur en we gaan eerst naar een busmaatschappij die ons over een paar dagen naar Kars moet brengen. We communiceren via de vertaal-app want met Engels kom je hier niet zo ver.


Daarna lopen we kris-kras door de straten van Erzurum en stellen vast dat Erzurum een hele andere stad is dan Trabzon. In Trabzon had je veel meer kleine, knusse winkeltjes terwijl hier grote warenhuizen aan de hoofdstraat staan. Het voelt allemaal wat moderner, grootser, wel even wennen, maar gelukkig is het alleen maar modern.

We gaan ook nog even op zoek naar de lokatie van Europcar waar we morgenavond onze huurauto moeten ophalen. Het ligt iets buiten het centrum maar we hebben het gevonden.
Inmiddels regent het weer behoorlijk en duiken we een koffiehuis in. Omdat wij nog geen fan zijn van de Turkse koffie bestellen we een glaasje çay en wachten tot de bui over is.

Na de bui lopen we terug naar de hoofdstraat en wandelen richting de bezienswaardigheden van Erzurum. Het historisch centrum van Erzurum is klein en al die bezienswaardigheden liggen dicht bij elkaar. Hier
kunnen we enkele van de mooiste Selçukse monumenten uit de 12de en 13de eeuw bezoeken, maar op een druilerige dag als vandaag laten we de fotocamera maar thuis. We hebben morgen nog de hele dag voor Erzurum.

Net achter de Çifte Minareli Madrasa (oftewel de koranschool met de tweeling minaret) is een populair köfte-restaurant en we besluiten daar wat te gaan eten. Er zitten alleen maar locals te eten en dat is meestal een goed teken. Het plafond is kitscher dan kitsch en de bediening is razendsnel. Gezellig een avondje tafelen is er hier niet bij, maar de köfte smaakt voortreffelijk.

Op de terugweg lopen we weer langs de Çifte Minareli Madrasa die nu verlicht is. Dat ziet er prachtig uit en bovendien valt het nu niet op dat het vandaag zo’n druilerige dag is. We halen toch maar even de camera uit de tas om dit vast te leggen.
Na een bakkie koffie in de grootste mall van Erzurum lopen we weer terug naar het hotel.

Maandag 23 september

Toen we vanochtend voorzichtig het gordijn open deden zagen we tot onze opluchting Mr. Blue Sky tevoorschijn komen. Na de regenbuien van gister waren we er niet gerust op. We nemen de tijd voor het ontbijt want een hele dag in Erzurum is meer dan voldoende tijd om de bezienswaardigheden te bezoeken.

We zien nu pas hoe mooi Erzurum ingesloten ligt tussen de ruige bergen van het Pontische gebergte. Elke zijstraat heeft het gebergte aan de horizon. Dat gaan we morgen met onze huurauto van dichtbij bekijken.
We zijn op weg naar het kasteel van Erzurum (Ickale) en komen langs een oude karavanserai die is omgebouwd tot sieraden-winkelcentrum. Het goud laten we liggen, maar we maken er wel een fotootje.

Het is verdacht stil bij het kasteel en we vrezen dat het kasteel, net als de musea, op maandag dicht is. Het blijkt niet het geval; er is gewoon weinig te doen. We kopen het dure toeristen-entreeticket en gaan naar binnen. Het kasteel is in de 5e eeuw gebouwd door het Byzantijnse Rijk en zo te zien was er niet veel van over voordat ze met de restauratie begonnen want het niet-originele gedeelte is groter dan het échte kasteel.

Op het hoogste punt bevindt zich de klokkentoren van Erzurum. Dit is een van de bekendste overblijfselen binnen de citadel. De toren werd oorspronkelijk gebouwd als een vuurtoren door de Byzantijnen, maar werd later door de Seltsjoeken omgebouwd tot een kloktoren. We klimmen via de stenen wenteltrap omhoog waar we een panoramische uitzicht op de hele stad en het omliggende gebergte hebben.

Op weg naar Üç Kumbetler komen we langs de Ulu Camii (Grote Moskee) en dit belangrijke historische en religieuze monument mogen we niet overslaan. De Ulu Camii werd gebouwd in 1179 tijdens de Seltsjoekse periode, onder het bewind van Sultan Alaeddin Keykubad I. Dit maakt het ook een van de oudste en meest iconische religieuze gebouwen van Erzurum. De moskee is gebouwd in de typische Seltsjoekse stijl, met dikke stenen muren en eenvoudige maar indrukwekkende versieringen. De moskee fungeert nog steeds als een actieve gebedsruimte en trekt volle zalen, maar als wij naar binnen gaan is er maar 1 gelovige aanwezig.

We vervolgen onze weg naar Üç Kumbetler. Deze monumentale graven, gebouwd in de vorm van koepelvormige mausoleums (kumbet) behoren tot de islamitische funeraire architectuur en dateren uit de 12e tot de 14e eeuw. Hoewel de exacte data en stichters van sommige van de tombes onzeker zijn, wordt algemeen aangenomen dat ze uit de Seltsjoekse periode stammen.
De grootste en bekendste van de drie wordt toegeschreven aan Emir Saltuk, een lokale leider van de Saltukiden-dynastie die in de 12e eeuw over Erzurum regeerde. We lopen wat rond de monumenten en maken natuurlijk wat foto’s. Het is wel jammer dat ze precies achter de monumentale graven een terrasje hebben gesitueerd met rood-witte Ola parasolletjes. Jammer genoeg kunnen we nog geen gebruik maken van de nieuwe foto-app van Apple met AI.

Het is misschien een beetje tegenstrijdig, maar we zijn wel blij met een ander terras vlak bij Üç Kumbetler. Daar gaan we even in het zonnetje zitten voor een bakkie. Er verschijnt af en toe een wolk voor de zon, maar wij zijn erg tevreden met de weersomstandigheden van vandaag. Factor 30 is geen overbodige luxe.

Na de koffie-stop komen we langs de Narmanli moskee en daar wordt net een kist het plein opgedragen. De kist wordt op een stenen tafel gezet en vervolgens gaan de dragers en andere aanwezigen, na een laatste groet, gewoon verder met de dagelijkse zaken. Een paar meter verderop zit een grote groep mannen een glaasje çay naar binnen te werken. Ze kijken niet op of om als de kist het plein wordt opgedragen. Beetje vreemd wel.

We gaan op weg naar de Yakutiye Madrasa die aan de drukke hoofdstraat Cumhuriyet Caddesi ligt. Deze madrasa die dateert uit de 14e eeuw, wordt tegenwoordig niet meer gebruikt als een traditionele koranschool, maar functioneert als een museum. Het gebouw werd in 1310 gebouwd in opdracht van het Ilkhanidische rijk onder het bewind van Hoca Yakut. De Yakutiye Medrese is een van de best bewaarde voorbeelden van Mongoolse architectuur in Anatolië, met een opvallende poort met mooie steenbewerking, inscripties en geometrische patronen. De blauwe tegeltjes zouden niet misstaan in Centraal-Azië.

We lopen verder over de Cumhuriyet Caddesi en verbazen ons over de aanwezigheid van de vele schoenenpoetsers. Ook in dit deel van Turkije is de sneaker behoorlijk ingeburgerd waardoor er maar weinig klandizie is voor de mannen met de prachtige koperen poetsuitrusting. Misschien is het een goed excuus om van huis weg te kunnen zijn.

Het is inmiddels lunchtijd en gaan op een terrasje bij het Atatürk House zitten. Zonnetje in de rug, koud drankje, dürüm en heerlijke frietjes met paprikapoeder. Zo houden we het wel eventjes uit. We hebben de belangrijkste bezienswaardigheden van Erzurum wel gezien, maar we willen alleen nog even naar het Tavsanli Park. Voor de zekerheid gaan we dan nog even langs bij het autoverhuurbedrijf en we moeten ook weer eens pinnen. Nu eerst nog even onderuit hangen in de dikke kussens van dit terras.

Voordat we naar het park gaan lopen we nog even langs bij Europcar en dat is maar goed ook. Als wij heel joviaal gebaren dat we aan het eind van de dag een auto komen halen, gebaart hij dat we daarvoor naar de havalimani moeten; de luchthaven dus. Een paar vertaal-app discussies verder laat hij weten dat de auto inderdaad naar dit kantoor wordt gebracht. Goed dat we even langs zijn geweest.

Het is nog ongeveer een kwartier lopen naar het Tavsanli Park. Dit park is populair bij de inwoners van de stad vanwege de wandelpaden, fietspaden en houten banken, er zijn restaurants die lokale gerechten serveren en je kunt hier (natuurlijk) genieten van een bakkie çay die hier wordt geserveerd uit een grote metalen kan.
Het beloofde veel en des te groter was de teleurstelling. Het is een verwaarloosd park waar hier en daar nog wel wat mensen met een grote metalen pot thee zitten, maar dat is het dan ook. Wij vinden het niet de moeite waard en gaan op weg terug.

We lopen terug naar het hotel en boeken on-line de bustickets voor a.s. donderdag. Dan lopen we naar de Ziraat bank om geld te pinnen, maar ze geven het blijkbaar weg vandaag want er staat een dubbele rij bij de 2 atm’s. Dan lopen we maar even door naar het theehuis naast het kasteel om daar in het zonnetje van een drankje te genieten.
Na een half uur proberen we het nog een keer bij de atm en dan is de rij verdwenen.

Om kwart over vijf besluiten we dan maar onze huurauto op te gaan halen. Je weet maar nooit hoeveel tijd zoiets kost als het via de vertaal-app moet. Het blijkt een verstandige keuze te zijn geweest, want na heel veel gezeur over de verzekering van de auto rijden we pas om kwart over zes met onze Fiat weg. De tank was leeg dus we moesten eerst even naar de pomp maar dat doet hier niet zoveel pijn als in Nederland.
Terug bij ons hotel parkeer ik de auto aan de straat, maar vergeet ik de handrem aan te trekken (zo’n ouderwets ding hebben wij thuis niet meer). Diana voorkomt een deuk door mij wakker te schreeuwen.
We gooien de papierwinkel op de hotelkamer en gaan een hapje eten. Er kan een vinkje achter Erzurum.

Dinsdag 24 september

Na een vroeg ontbijt zitten we om 08:10 uur in de auto en rijden we Erzurum uit. Je mag hier 110km/u rijden en dat lukt wel met de Fiat Aegea. We rijden gelijk al in het ruige landschap van het Kackar gebergte. Gelukkig is het heel rustig op de weg want de chauffeur wordt behoorlijk afgeleid.

Om 09:30 uur verlaten we de grote weg en duiken we bij Bagbasi een zijweggetje in naar de Haho kerk. De Haho kerk, ook bekend als de Hahuli kerk, is een middeleeuwse Georgisch-orthodoxe kerk die dateert uit de 10e eeuw. Het is een van de vele historische kerken die in de middeleeuwen zijn gebouwd in het gebied dat destijds onderdeel was van het koninkrijk Tao-Klardzjeti, een regio geregeerd door Georgische adel. Na de verovering van de regio door de Seldjoeken en later door het Ottomaanse Rijk, werd de Haho Kerk omgebouwd tot een moskee, zoals met veel christelijke monumenten in Anatolië gebeurde.

Het is vanaf de hoofdweg nog zo’n 6km naar de kerk, maar wij voegen daar een paar kilometer aan toe vanwege een verkeerde afslag. Onderweg zien we een boer op een tractor en eentje die met de zeis over de schouder naar het land loopt. Vrouwen met hoofddoek en lange jurk staan met elkaar te kletsen naast de weg. Het leven lijkt in het dorpje 100 jaar te hebben stilgestaan.
De Haho kerk ligt er wat verwaarloosd bij en heeft duidelijk betere tijden gekend. We lopen een rondje om de kerk en vervolgen dan onze rit.

We vergapen ons nog steeds aan de omgeving, het is echt waanzinnig mooi! De kleuren van de bergen zijn na elke bocht weer anders.
Onze volgende stop is in het stadje Uzundere, maar niet vanwege een belangrijke bezienswaardigheid, we hebben gewoon zin in een bakkie koffie.

We parkeren de auto en lopen een willekeurig straatje in. Diana spot een bakkertje en koopt er een brood. Dan gaan we bij een theehuis zitten en beginnen aan het brood te knabbelen. De glaasjes thee worden gebracht (echte koffie is zeldzaam) en dan komt de buurman aangelopen met een bordje wit spul wat pittige kaas blijkt te zijn. Voor op het brood, gebaart hij. Het is geen Beemster, maar geeft wel smaak aan het droge brood.
We bedanken de mannen voor de gezelligheid en de kaas en ook de thee hoeven we niet te betalen (mogen we niet betalen) en dan gaan weer op pad.

Iets na 10:30 uur krijgen we het Tortum-meer in het vizier. Het Tortum-meer is een natuurlijk stuwmeer dat werd gevormd door een aardverschuiving in de 18e eeuw. Deze aardverschuiving blokkeerde de loop van de rivier de Tortum, waardoor het meer ontstond. Het meer is ongeveer 8 kilometer lang en 1 kilometer breed en bevindt zich op een hoogte van ongeveer 1000 meter boven zeeniveau.
Een bord wijst ons de richting naar een terras waar je over het meer uitkijkt en wij volgen het bord. De weg naar het terras ligt bezaait met keien en even later zien we dat het terras gesloten is. Waarschijnlijk is het te gevaarlijk geworden om toeristen hierheen te laten komen. Wij vinden en goed alternatief om het meer te bekijken en gaan dan snel terug naar de D950 voordat onze auto het slachtoffer wordt van keien die naar beneden rollen.

Een ander beroemde attractie in de buurt van het Tortum-meer is de Tortum-waterval, die ontstaat uit de afvloeiing van het meer. Deze waterval, die ongeveer 48 meter hoog is, wordt beschouwd als een van de hoogste en meest spectaculaire watervallen in Turkije. De waterval is op zijn indrukwekkendst in het voorjaar, wanneer het smeltwater uit de bergen het waterniveau verhoogt, maar ook nu ziet het er best spectaculair uit.

We trappen de Fiat weer aan en nog steeds is het gebergte om ons heen om te smullen. Helaas komen er nu wat tunnels op onze weg en niet een paar, maar enkele tientallen. Je wordt er helmaal tureluurs van, het hypnotiseert bijna. Rond 13:30 uur draaien we de weg af om even te stoppen bij een wegrestaurant. Je zou dit eigenlijk geen restaurant mogen noemen, maar ik heb er geen ander net woord voor.
We willen nu vooral even van de tunnel-visie afkomen (of is dat wat anders?). We weten echt niet meer wat we doen want we bestellen in dit ‘restaurant’ zelfs een warme maaltijd. Om de vliegen bij ons vandaan te houden doet de eigenaar een raam open, maar dat helpt niet veel.

Na de heerlijke lunch (eerlijk is eerlijk) hebben we nog een uur te gaan naar Artvin, onze slaapplaats voor vanavond. We verbazen ons het laatste stuk vooral over de vele werkzaamheden die we om ons heen zien gebeuren. Een groot deel van die werkzaamheden in Artvin houdt verband met de bouw en het onderhoud van hydro-elektrische dammen, die een belangrijk onderdeel vormen van de energievoorziening in Turkije. De grootste van die dammen is de Deriner dam met een hoogte van 247 meter een van de grootste dammen ter wereld en deze dam ligt vlak bij Artvin. Daarnaast worden er veel werkzaamheden uitgevoerd voor de verbetering van de infrastructuur. Al die tunnels waar wij doorheen gereden zijn zijn daar een voorbeeld van. Over al deze projecten is natuurlijk heel goed nagedacht, maar het laat wel een enorme wond achter in de omgeving van Artvin. We vragen ons af of dit nog goed komt.

Om 15:00 uur checken we in bij ons hotel. We nemen een drankje met uitzicht op de rivier (en alle werkzaamheden) onder ons en als we een beetje zijn bijgekomen van de rit besluiten we een dolmus naar downtown Artvin te nemen. Artvin heeft wel iets weg van een wintersportdorp, maar dan zonder alle luxe van de wintersportdorpen in Oostenrijk of Frankrijk.
Na een kop koffie en een frisje gaan we weer terug naar ons hotel.

Woensdag 25 september

Dit keer geen ontbijtbuffet, maar wordt het ontbijt geserveerd in de tuin bij het hotel. Uitzicht op Artvin en de rivier beneden ons. Het ontbijt is veel te uitgebreid, maar gelukkig lopen er 2 jonge katten rond waar we een deel van het ontbijt aan kwijt kunnen.

Met fris gepoetste tandjes stappen we in de auto gaan we weer op pad. We gaan terug naar Erzurum, maar volgen wel een hele andere route dan gisteren. Eerst weer naar beneden dan de rivier over en vervolgens rechtsaf naar Ardahan.
Op het verkeersbord bij de brug staat ook Batumi aangegeven, Georgië is hier nl. maar 75 km vandaan.
We slingeren weer omhoog, maar al snel hebben we de eerste fotostop. Hier heb je goed zicht op Artvin en de werkzaamheden bij de dam.

Het kon wel eens een lange rit worden want al snel hebben we de 2e fotostop en de 3e fotostop en de 4e etc. De uitzichten over de Chorochi rivier zijn fantastisch. Het valt vooral op dat de omgeving hier veel groener is dan langs de route van gisteren.
Om 10:15 uur zijn we bij de Berta brug en daar splitst de weg zich. Linksaf naar Ardahan en rechtsaf naar Ardanuç. Het was eigenlijk de bedoeling om via Ardanuç te gaan maar volgens de mannen van het hotel is die weg er slecht aan toe, we gaan dus maar via Ardahan.

We rijden door een smalle kloof met aan onze rechterhand het Okçular riviertje. We volgen dit riviertje tot aan Savsat waar onze wegen dan scheiden. De wanden aan weerszijde van de kloof gaan steil omhoog en er regelmatig moet ik wat slingeren om de keien op de weg te ontwijken. Er is gelukkig maar 1 landslide waar we stapvoets omheen moeten manoeuvreren,

Vlak voor Savsat stoppen we even bij het kasteel van Savsat of wat daar van over is. We wilden eigenlijk nog even bakkie doen in deze stad, maar we zien alleen maar wat flatgebouwen tegen de berg staan. We besluiten maar door te rijden naar de volgende plaats.

Langzaamaan laten we het ruige gebergte achter ons en zien we een soort alpenweiden verschijnen. Het heeft wel wat van Oostenrijk weg.
Dit deel van Turkije en het Kackar gebergte in het bijzonder blijft ons verrassen, het is zo gevarieerd! Het schiet niet op met de rit van vandaag. We staan langer naast de weg dan dat we in de auto zitten.

Na het Oostenrijkse landschap wordt weer wat inspanning gevraagd van de chauffeur. Er moet weer geklommen worden en daarvoor hebben ze dit keer haarspeldbochten bedacht. De Fiat heeft het er niet makkelijk mee. Als we de laatste haarspeldbocht gehad hebben worden we wel beloond met een fraai uitzicht.

Het landschap vlakt wat af, we zitten nog wel op zo’n 2000 meter hoogte maar de weides zijn vlak en leeg. Gelukkig komt er net een herder met z’n schaapjes voorbij gehobbeld want waar moet je anders een foto van maken.

Niet ver van Ardahan zien we een een wolkenbank op de groene heuvels liggen. Het ziet er heel apart uit. Waarschijnlijk gaan we daar een paar kilometer verderop nog wel last van krijgen. Voordat we last krijgen van de bewolking worden we lastig gevallen door de politie. We rijden in een fuik en ik moet m’n paspoort laten zien. Dan begint oom agent te vertellen dat hij in het voorjaar naar Amsterdam wil en dat hij vorig jaar in Parijs is geweest en hoe lang het duurt met de trein van Parijs naar Amsterdam. Beetje onsamenhangend, maar het is in verstaanbaar Engels en we mogen zonder verdere controle doorrijden
Ardahan leek ons wel een geschikte plaats voor de lunch, maar we zien er alleen maar tractor-dealers. We rijden naar een tankstation waar we wat te drinken kopen en in de naastgelegen bakkerij kopen we een paar simit.

Inmiddels is de voorspelling uitgekomen en rijden we nu ónder het dikke wolkendek. Gelukkig zien we na een uurtje de blauwe lucht weer tevoorschijn komen.
Net als we denken dat de omgeving wat eentonig begint te worden rijden we een gebied in waar de bergen allerlei verschillende kleuren hebben. De panorama’s zijn een plaatje.

Rond 13:30 uur zijn we dan bij onze laatste bestemming: Narman Peri Bacalari of, in goed Nederlands: Narman Fairy Chimneys. Deze indrukwekkende rotsformaties zijn ontstaan door miljoenen jaren van natuurlijke erosie. Het begon met vulkanische activiteit, waarbij as en lava lagen van zachte tufsteen en hardere basalt vormden. Vervolgens zijn deze lagen blootgesteld aan regen, wind en temperatuurverschillen, wat leidde tot een geleidelijke erosie van het zachte tufsteen, terwijl de hardere basaltlagen minder snel werden aangetast en voila, dan krijg je deze sprookjesachtige schoorstenen.

We lopen tussen de verschillende formaties door en proberen het zo goed mogelijk tot z’n recht te laten komen. Het heeft wel wat weg van Bryce Canyon en naar men zegt Cappadocië, maar daar kunnen we over een paar weken pas over meepraten.

We lopen het verplichte rondje tussen dit natuurfenomeen en proberen wat bijnamen te geven aan de formaties. Veel verder dan paddestoel of asperge komen we niet, behalve bij de beroemdste formatie aan het begin van de route. Sommige toeristen maken hier een selfie en stappen dan weer in de auto. Verzin zelf maar een passende bijnaam voor dit stelletje rotsen (de achterste twee).

De laatste 80 km zijn niet de meest interessante van deze trip dus die spoelen we maar even snel door. Nog wel aardig om te melden dat Diana deze kilometers heeft gebruikt om ons hotel te behouden. We werden nl. weer lastig gevallen door het hotel in Erzurum met mailtjes over de foutieve CVC-code. Als het via de app van Booking.com niet lukt, lost Diana het op via Whatsapp.
De allerlaatste kilometer in Erzurum is uiteindelijk de meest uitdagende kilometer van het tochtje. Overvolle rotonde, gestresst Turks stadsverkeer, smalle straatjes, foutparkeerders, etc. maar uiteindelijk lukt het om de auto zonder schade weer in te leveren. Nog even een krabbeltje op papier en de sleutel wordt overhandigd aan de meneer van Europcar.

We wandelen nog een laatste keer door de hoofdstraat van Erzurum en gaan dan bij Het Molentje wat eten. Daarna nog een bakkie koffie in de lobby van het hotel en dan kunnen we ons gaan opmaken voor de busreis van morgen.

Indonesië 4

Vrijdag 13 oktober

Vrijdag de 13e, dat is een goede dag om te gaan duiken! We zitten op tijd aan het ontbijt want we moeten al om negen uur bij de duikschool zijn.
Het is ongeveer 20 minuten lopen vanaf ons hotel naar de duikschool en op dit tijdstip is het nog lekker rustig op straat. Bovendien is de temperatuur op dit tijdstip ook een stuk aangenamer; 35 graden wen je niet makkelijk aan.

Bij de duikschool staat onze fles met bcd al klaar en hoeven we alleen nog de shorty en de vinnen te passen. We gaan aan een tafeltje zitten in afwachting van de briefing en horen dat we vandaag samen met Peter en Susan (ook uit Nederland) duiken.
Na de korte briefing door Adi onze divemaster lopen we over het strand naar de boot.

We zitten met 8 andere duikers aan boord en onze eerste duikplek is Simon Reef die zich bevindt tussen Gili Meno en Gili Air.
Het is maar zo’n tien minuten varen en als we bij de duikplek zijn gaan we ons optuigen. Om 09:54 uur plonsen we voor het eerst in het water. Even checken of alles goed zit en dan gaan we naar beneden.

De divesite is redelijk vlak en overal liggen kleine stukjes koraal op de bodem. Af en toe een koraalblok met fraai softkoraal dat beweegt in de stroming, want daar is genoeg van: stroming! Niet onze favoriete duikomstandigheden, maar we zijn zo ervaren…..

Halverwege de duik stuiten we op de eerste schildpad van de dag. Het beesie ligt rustig op z’n buik op het koraal en was waarschijnlijk wat aan het knabbelen toen deze bellenblazers opdoken. Heel druk maakt de schildpad zich niet want en hij (of zij) blijft lekker liggen.

Na 55 minuten is de lucht op en gaan we naar boven. We ontmantelen ons aan de zijkant van de boot en gaan dan via het trappetje aan boord. Dat was een leuke duik, ondanks de stroming.
We varen terug naar Gili T en spoelen het zoute water van ons af. Voor de volgende duik moeten we ons om 13:00 uur weer melden.

We hebben dus even tijd voor een bakkie koffie en daarvoor gaan we naar onze favoriete koffieshop The Banyan Tree. We zoeken een tafeltje onder een parasol en bestellen een koffie met cinnamon bun en blueberry muffin, jammie!
Rond half een lopen we dan weer terug naar Dream Divers en tot onze schrik begint het te regenen. Minstens 327 druppels waarvan de meeste al verdampt zijn voordat ze de grond raken.

Bij de duikschool spelen we ongeveer dezelfde film af als vanochtend, shorty en schoentjes aan, waardevolle spullen in een soort kluis, camera in de drybag, briefing aanhoren en naar de boot.
Als iedereen aan boord is vertrekken we naar Bounty Reef, een duikplek in de buurt van Gili Meno.

We gaan weer in dezelfde groepjes te water en als we afdalen in het heerlijke warme zeewater (28 graden) merken we gelijk dat er hier niet zoveel stroming is als vanochtend. Heerlijk, dat is een stuk relaxter duiken.
De wereld onder water lijkt op die van vanochtend met iets meer variatie op de bodem. Mooie zachte koralen die ons welkom heten en een grote groep vissen die schuilt bij een blok koraal.

Iets verderop worden we dan ineens verrast door een rifhaai die wegzwemt. Geen grote, maximaal een meter, misschien anderhalve meter als je er wat visserslatijn tegenaan gooit. Wel weer mooi om te zien hoe soepel zo’n rakker door het water schiet.

Ook tijdens deze duik zien we schildpadden. Zo langzamerhand wordt wel duidelijk dat er iets goed mis is als je geen schildpad ziet tijdens een duik.
Er is leven genoeg in de wateren rond de Gili’s. We zien een koraalduivel, een murene, nog een haai en een grote groep glasvisjes.
De duik eindigt bij een wrak van een afgezonken ponton. Er heeft zich inmiddels koraal afgezet op het wrak en vissen hebben hun intrek genomen.

Na ruim 50 minuten is de lucht bijna op en moeten we weer naar boven. We klimmen weer aan boord en varen dan weer terug naar de duikschool.
Bij de duikschool laten we ons logboek stempelen en betalen we de rekening.
Dan lopen we een stukje terug richting ons hotel, maar halverwege gaan we bij La Cala op een bank hangen en bestellen het welverdiende bierke.

Omdat La Cala een van de leukste restaurants is die wij gezien hebben gaan we daar ‘s-avonds ook eten. Er rookt een grote bbq waar ze heerlijke (vlees-/kip-/garnalen-/groente-)spiezen op bereiden. Het restaurant is gezellig verlicht met van bamboe gevlochten lampen.
Het eten dat van de bbq komt smaakt ook nog eens verrukkelijk, dus wat ons betreft een geslaagde avond.

Zaterdag 14 oktober

Vandaag halen we de stalen ros van stal. Op Gili T struikel je over de huurfietsen, dus ook wij gaan dit ‘enorme’ eiland van ruim 2 vierkante kilometer rondfietsen. Zo’n rondje is binnen de 45 minuten te doen, maar dan moet je onderweg niet op een ligbedje op het strand gaan liggen en juist dat overkomt ons ook. Diana ziet schattige lichtblauwe parasolletjes dus daar gaan we liggen.

De schattige parasolletje horen bij hotel Karma Kayak aan de noordkant van het eiland en daar bestellen we onze kopjes koffie.
Daar lig je dan, 2 bedjes, 2 kopjes koffie, een schattig parasolletje en fantastisch uitzicht op een azuurblauwe zee. Aan de horizon zien we heel vaag Gunung Agung, de vulkaan op Bali.

Zoiets kun je natuurlijk best lang uithouden, maar op het moment dat er te veel zon op onze bedjes schijnt is het tijd om verder te gaan.
We fietsen helemaal door naar de zuidwest kant van het eiland en installeren ons op een tweetal comfortabele bedjes die bij het Pearl Sunset Resort horen.
Het is inmiddels twee uur en dat betekent tijd voor een lunch. De vriendelijke medewerker van het resort neemt de bestelling op en niet veel later knabbelen we aan de bruschetta en de Griekse (?) salade.
Onder begeleiding van een lekker lounge-beat dommelen we een paar uur op de zachte matrasjes.

Om vier uur beginnen we aan onze laatste etappe. De beurs is weer leeg dus we trappen even naar downtown Gili voor een pinautomaat. Met geld op zak fietsen we dan terug en gaan bij hotel Pink Coco in de aanslag liggen voor de zonsondergang. Het Pink in de naam van het hotel is wel heel letterlijk genomen. De muren bij het hotel, de parasols op het strand en ook de zitzakken waar wij plaats op nemen zijn allemaal roze.

Die zitzakken van het hotel zijn allemaal richting de zonsondergang opgesteld en iets na vijven beginnen de zakken behoorlijk vol te raken. De aanwezigen houden hun telefoon in de aanslag want je wilt het ultieme moment niet missen.
Net als bij Kuta is het hoogtepunt van de zonsondergang om kwart voor zes en met deze voorkennis en onder begeleiding van een stevige housebeat denken wij best een aardig plaatje te hebben geschoten.

Na het mooie afscheid van de zon fietsen we terug naar ons hotel. We kleden ons om en gaan dan terug richting zee om een restaurantje uit te zoeken. Na wederom een heerlijke maaltijd brengen we nog even een bezoekje aan de moskee van het eiland voor een schietgebedje ivm de overtocht van morgen. Het verblijf op Gili T zit er bijna op en Gili T is ons best goed bevallen.

Zondag 15 oktober

De boot naar Nusa Penida gaat pas om half een en dat geeft ons de tijd om uit te slapen, heel rustig te ontbijten en nog een keer te genieten van het vreemde, smalle maar mooie zwembad bij ons hotel
Om half tien betalen we onze laatste rekening en checken uit.

Zwaar beladen lopen we via de hoofdstraat naar het haventje van Gili T, terwijl we ook een paard en wagen hadden kunnen nemen. Ach, het is maar 800m naar The Banyan Tree waar we nog een keer een bakkie doen en er ook een heerlijke aardbeien-smoothie achteraan gooien.
Om tijdens de overtocht niet te verhongeren haalt Diana ook nog een stuk bananencake en een cinnamon-bun.

Om elf uur lopen we naar de ticket-office van de veerbootmaatschappij Wijaya Buyuk en halen daar onze ketting op die toegang geeft tot de boot. Ook hier plakken we een sticker met onze bestemming op ons shirt zodat we niet kunnen verdwalen.
Zoals gebruikelijk bij elke haven betalen we de haven-tax en gaan dan zitten wachten tot de boot arriveert.

Het is een komen en gaan van veerboten en de arriverende en vertrekkende toeristen geven een gezellige chaos.
Met een klein beetje vertraging arriveert ook onze veerboot en daar vliegen we met zo’n 150 man op af. De bagage wordt voorin de boot gestouwd en samen met al die andere toeristen verdelen we ons over de 2 dekken (met airco).

Twintig minuten later dan gepland laten we Gili T achter ons en gaan we richting Nusa Penida. Helaas gaat dat niet in een rechte lijn, maar gaan we eerst naar Gili Air om daar wat toeristen af te leveren en op te halen en daarna spelen we dezelfde film nog een keer af in de haven van Bangsal.
Om kwart voor twee vertrekken we dan wel in de rechte lijn naar Nusa Penida en de stewardess vertelt dat we er zo’n anderhalf uur over doen.
Die anderhalf uur eten we het noodrantsoen van Diana op en tussendoor dommelen we wat op de redelijk comfortabele stoelen.

Iets na half vier leggen we aan de haven van Buyuk aan de noordkant van Nusa Penida. We zijn nóg wat later dan gepland vanwege een ongustige stroming, zeggen ze.
De bagage wordt uit het voorruim opgeduikeld en als ook onze rugzakken tevoorschijn komen lopen we naar de wal waar de ophaalservice van ons hotel al staat te wachten.
We betalen ook hier de haven-tax en lopen dan door naar de parkeerplaats.

Tussen alle auto’s staat een verlengde golfcar met daarop de sticker van ons hotel. Als we bij het karretje aankomen tovert de chauffeur een flesje water én een koud doekje uit de koelbox. Dat is nog eens 5-sterren service. De rugzakken gaan op de achterste bank en dan rijden we naar het hotel met het koude doekje in de nek!

Bij het inchecken krijgen we natuurlijk een welkomstdrankje en dan worden we via de prachtige tuin naar onze kamer (of eigenlijk een huisje) gebracht.
We trekken onze zwemkleding aan en gaan dan eerst naar de duikschool die bij het hotel hoort. Daar vullen we de gebruikelijke papieren in en passen we de uitrusting. Het is allemaal erg nieuw, het lijkt alsof het niet gebruikt is. Na de voorbereidingen voor morgen gaan we even bij het zwembad liggen.

Als we aan het begin van de avond ons programma aan het doornemen zijn staan er ineens twee hotelmedewerkers voor de deur. Ze hebben een bordje met twee stukken bananenpannekoek bij zich: ‘on the house’.
We gaan vandaag de straat niet meer op maar eten bij het hotel en dat blijkt geen verkeerde keus te zijn. Het eten smaakt voortreffelijk.

Maandag 16 oktober

Om acht uur moeten we ons bij de duikschool melden dus uitslapen is er vandaag niet bij. Om te voorkomen dat ze met het aantrekken van het duikpak op de boot staat te martelen trekt Diana haar pak al bij de duikschool aan.
We worden met de verlengde golfcar naar het strand gebracht waar onze boot ligt en waar we Heski onze divemaster ontmoeten.
We klimmen aan boord en daar gaan we dan.

Onze eerste duikstek is Blue Coral en Heski waarschuwt ons al dat er waarschijnlijk veel stroming zal staan. Als we na de briefing het water in springen blijkt dat een terechte waarschuwing.
De stroming is zo sterk dat je er maar beter niet tegenin kan zwemmen, dat kost veel te veel energie (en lucht). We gaan er dus maar goed voor zitten en genieten van het prachtige koraal en de vele vissen.

Het is geen lange duik want na 40 minuten zijn we weer aan boord. De crew heeft koffie, watermeloen en lekkere koekies meegenomen en dat smaakt uitstekend als je net uit het water komt.
Na een uurtje hijsen we de uitrusting weer om de schouders en rollen we weer achterover de boot af het heldere water in.

Net als bij de eerste duik is ook hier veel stroming. We gaan dus maar weer op de stroming ‘hangen’ en genieten van de film die voorbij komt.
Deze duikstek is zo mogelijk nog voller met vis en we zien ook weer een paar schildpadden op onze route.
We kijken onze ogen uit en soms is het wel jammer dat je niets in kunt brengen tegen de stroming want af en toe wil ook wel eens boven een koraalblok blijven hangen.

Iets na elven beëindigen we onze tweede duik en klimmen we weer aan boord. Het koraal en de vis die we vandaag hebben gezien doet ons denken aan duiken in Egypte en misschien is het hier nog wel mooier.
We varen terug naar de ligplaats van onze boot en daar staat onze golfcar alweer te wachten. We kruipen erin en enkele minuten later zijn we alweer bij het hotel.

We nemen een bak koffie en werken ons logboek bij. Omdat we vroeg terug zijn besluiten we vandaag al een scooter te huren om het eiland te verkennen.
De receptionist geeft ons een telefoonnummer van iemand die scooters verhuurd en met een paar appjes hebben we er eentje geregeld. De scooter wordt netjes bij het hotel gebracht en om half twee zijn we alweer op pad.

Er zijn een tiental punten op het eiland die je eigenlijk gezien moet hebben. Wij hebben geen tijd om ze alle tien te bezoeken dus moeten keuzes maken. We rijden eerst naar de Peguyangan waterval en hoewel het maar 15km rijden is, doen we daar wel 40 minuten over. De weg lijkt een beetje op een roller-coaster met steile hellinkjes, gevolgd door scherpe bochten en af en toe een paar stukken weg waar het asfalt volledig verdwenen is en plaatsgemaakt heeft voor kuilen en stenen.

We parkeren de scooter vlak bij de trappen die naar de waterval gaan, doen een sarong om (want er is een tempeltje in de buurt) en lopen dan een stukje de beroemde blauwe trap af. Wij gaan niet helemaal naar beneden want we komen hier eigenlijk voor het uitzicht en helemaal niet voor de waterval. Die waterval stelt meestal teleur door het kleine beetje water dat naar beneden komt, het uitzicht stelt zeker niet teleur.

Het is duidelijk het verkeerde tijdstip om dit soort activiteiten te ondernemen, want het zweet loopt ons van de rug. We gaan even zitten bij de warung naast de parkeerplaats en bestellen daar wat te drinken en eten.
Als we weer een beetje zijn opgedroogd gaan we op weg.

We hadden bedacht om naar Tembeling Beach te gaan, maar met nog 3km te gaan wordt de weg zo slecht dat we besluiten om te keren. Dan gaan we maar gelijk naar hét hoogtepunt van Nusa Penida: Kelingking Viewpoint.
Het is iets meer dan 8km rijden naar dit viewpoint, maar daar hebben we maar liefst 35 minuten voor nodig. De reden is dezelfde als ik hierboven al een keer genoemd heb.

Om kwart over vier rijden we eindelijk de parkeerplaats bij deze hotspot op en het duidelijk dat we niet alleen zijn. Zoveel auto’s en scooters hebben we nog niet bij elkaar zien staan op het eiland.
We volgen de meute en zien dan met eigen ogen waarom al die mensen hierheen gaan. Je kijkt uit over de zee en onder aan de klif steekt een bijzonder rotsformatie uit zee waar je een T-rex in zou kunnen zien. Om het plaatje af te maken bevindt zich bij deze rotsformatie dan ook nog eens een prachtig strandje waar de azuurblauwe zee z’n golven over uitspuwt. Dat is wel een fotootje waard.

Om vijf uur houden we het voor gezien en rijden we terug naar ons hotel. Sinds we op dit eiland zijn vallen de ‘achtertuintempels’ ons weer op. Een tempeltje in je achtertuin is een Hindoeïstisch gebruik dat we eerder op Bali ook al zagen en op Nusa Penida (dat bij Bali hoort) zien we daarvan de overtreffende trap. De tempels hier zijn behoorlijk uit de kluiten gegroeid en zelfs op de weg staan Hindoeïstische beelden.

Iets na half zes zijn we weer terug bij het hotel en springen we nog even het zwembad in om de stof van ons lichaam af te spoelen en bestellen we een drankje om onze binnenkant door te spoelen.
Na deze verfrissing gaan we terug naar de kamer om even bij te komen van deze dag. Ons diner gebruiken we weer bij het hotel want dat is ze wel toevertrouwd.

Dinsdag 17 oktober

We hebben voor vandaag nog maar een viertal highlights op ons lijstje staan, maar ze zijn wel verdeeld over de oostkant en de westkant van het eiland. De afstand tussen oost en west is nog geen 30km, helaas zorgen de wegen op Nusa Penida ervoor dat je minstens een uurtje nodig hebt voor die afstand.

We nemen vanochtend alle tijd voor het ontbijt. We kiezen dit keer echter niet voor het gebruikelijke ei (in welke vorm dan ook), we gaan allebei voor de wafels; Diana de hartige en ik de zoete (met een bolletje ijs).
Net als gisteren smaakt het ontbijt weer voortreffelijk en is het zeer uitgebreid.

Een paar minuten na negenen zitten we dan toch alweer op de scooter. We beginnen aan de oostkant met Angel’s Billabong. Het is 18km naar deze mooie plek en dat betekent 45 minuten hobbelen op de niet al te comfortabele zitting van onze scooter. We gaan er onderweg nog wel een keertje af voor een bak koffie.

De laatste anderhalve kilometer blijkt ook nog eens onverhard te zijn, hoewel onverhard niet het juiste woord is. De bulten en keien zijn best hard en dus vooral oncomfortabel.
Het mag de pret niet drukken! We betalen de entree en stallen onze scooter.
Het is nog maar een klein stukkie lopen naar Angel’s Billabong en de verhalen zijn niet overdreven. Het is een mooie plek.
We konden helaas geen duik nemen in de gratis infinity pool die tijdens eb ontstaat omdat de zee zich dan terug trekt. Volgende keer beter naar de getijdentabel kijken.

Vanaf Angel’s Billabong is het zo’n 5 minuten lopen naar Broken Beach. Nog zo’n bijzondere plek die door de kracht van het zeewater gebeeldhouwd is. Wat ons betreft mooier dan de naastgelegen Billabong.

We vullen het vochttekort aan in een van de vele warungs die hier te vinden zijn. We hebben vier weken lang een temperatuur boven de 30 graden gehad en dan is drinken een belangrijke dagtaak geworden. Gelukkig is er overal water te krijgen. Warungs, het Indonesische cafetaria, vind je op elke hoek van de straat.

Op weg naar de parkeerplaats komen we toch nog langs een viewpoint waar we even stoppen. Het is eigenlijk de ‘verkeerde’ kant van Angel’s Billabong maar zeker net zo mooi. Het is niet alleen de ruige kust, maar zeker ook het blauw van de zee dat er mee contrasteert. Zet er een model bij en je hebt weer een mooie foto.

De parkeerplaats staat bomvol auto’s en ook de scooter-parkeerplaats is vol. Ik wist niet dat er zoveel blik op dit eilandje rond rijdt.
We overleven opnieuw die anderhalve kilometer met hobbels en bobbels, gooien de tank vol en gaan dan richting de westkant van het eiland. Dit is maar liefst 29km en volgens Google Maps moet je daar 1 uur en 10 minuten voor uittrekken. Ik weet zeker dat we dat niet gaan redden al is het alleen maar omdat we bij een warung ergens langs de weg gaan lunchen.

Die lunch is niet de enige spelbreker voor een nieuw parcoursrecord. Nog voor de lunch rijden we door een gehuchtje met de welluidende naam Bunga Mekar en daar blijkt net een huwelijksceremonie aan de gang te zijn. Diana springt van de scooter, wurmt zich tussen de gasten door en kan nog net voor het ja-woord een foto maken. De gasten vinden het wel vermakelijk want ze wordt uitgenodigd om te blijven.

Uiteindelijk zijn we om kwart over een bij Diamond Beach en ook dit is weer een plaatje. De west- en zuidkust van Nusa Penida hebben veel meer te lijden onder de weersinvloeden en is daarom veel ruiger dan de rest van het eiland en wat ons betreft ook veel mooier.
Het naastgelegen Atuh Beach haalt het niet bij z’n zusje, dus geen plaatje.

Google Maps geeft aan dat het 27km is naar ons hotel en dat we daar 1 uur en 5 minuten over gaan doen. Het kan ons eigenlijk niet meer schelen. Ik ga m’n best doen de gaten in de weg en het tegemoetkomende verkeer te ontwijken zodat we de scooter weer netjes in kunnen leveren bij de eigenaar.
De route terug gaat grotendeels langs de noordkust van het eiland met continue zicht op zee en dat is ook wel eens leuk. Alle andere wegen gaan door het binnenland.

Om half vier liggen we weer aan het zwembad en hebben we het stof weer afgespoeld. We bestellen een drankje en als de zon verdwenen is verdwijnen we naar onze kamer.
’s-Avonds bestellen we in het restaurant een ordinaire hamburger om alvast weer een beetje te wennen aan westers eten.

Woensdag 18 oktober

Tja, aan alles komt een eind en dat ook voor onze vakantie. Een laatste uitgebreid ontbijt en dan moeten we nog een paar uurtjes aan het zwembad doorbrengen. Er zijn trouwens slechtere plekken om je tijd te vullen.
Dan gaan we om half twaalf naar de kamer om onze rugzakken in te pakken. Dan nemen we nog een laatste milkshake en betalen we de rekening.

Het hotel verzorgt om 13:00 uur het ritje naar de haven van Banjar Nyuh en daar krijgen we voor de laatste keer zo’n label omgehangen van het ferry-bedrijf.
Om twee uur vertrekt de veerboot naar Sanur op Bali. Het weinig enerverende tochtje duurt 45 minuten.

Bij het havengebouw van Sanur komen de taxichauffeurs op ons af als vliegen op de welbekende stroop (of is het stront?). We tikken de eerste twee chauffeurs van ons af (te duur) en de derde mag ons naar Kuta brengen.
Als we de parkeerplaats verlaten zien we gelijk dat we in een andere wereld zijn beland: McDonalds, Pizzahut, KFC en Starbucks, alle grote ketens zijn hier vertegenwoordigd.
Het ritje naar het hotel-voor-vijf-uur duurt ongeveer een half uur. We gooien onze rugzakken op de kamer, hangen de kleding voor de terugreis op een paar hangers en gaan dan de straat weer op.

Het is hier nog erger dan op de Malioboro in Yogya. Het ene hotel na het andere en ook de restaurants rijgen zich aaneen. Veel is op de Aussies gericht want dit deel van Bali is voor hen vakantiebestemming nr. 1.
We lopen even naar het strand, maar ook dat weinig verheffend. We vermoeden dat we niet in het beste deel van Bali terecht zijn gekomen. Het biertje aan het strand smaakt overigens voortreffelijk.

Aan het eind van de middag lopen we door de Lippo Mall maar het lukt ons niet om wat leuks op de kop te tikken. Dan drinken we om de hoek bij Juice House een heerlijke fruitjuice. Dat ging nog niet vanzelf want de eigenaresse had haar baby aan de tiet hangen en de kleine was nog niet van plan om los te laten. Dit juice-barretje heeft een fantastische reviewscore en we denken dat de baby het er mee eens is.

‘s-Avonds eten we bij Stark voor de laatste keer een nasi en een sate. Daarna drinken we nog een bak koffie bij ‘ Batavia, de branderij van kwaliteitskoffie’ (dat is wat er in grote letters op de muur staat). Dan voor een laatste keer naar het hotel, douchen, rugzakken inpakken en in de taxi.
We kunnen niet anders dan concluderen dat de vakantie erop zit. Een vakantie die mooier en leuker was dan we vooraf hadden gedacht. Hier komen we vast nog wel een keer terug.

Het is maar 10 minuutjes van ons hotel naar de luchthaven. We denken redelijk op tijd te zijn, maar er staat al een enorme slinger voor de incheckbalies. We hebben bijna een uur nodig om onze instapkaarten te bemachtigen en lopen dan vlotjes door de security-check en langs de douane.
Om 23:30 uur wordt gestart met boarden en uurtje later verlaten we Indonesie.

Donderdag 19 oktober

We krijgen al snel de maaltijd geserveerd aan boord van de Boeing 777 en een uurtje later gaat het licht uit. Dat kon wat ons betreft niet snel genoeg gebeuren want we zaten al te dommelen.
Om 04:00 uur Dubai-tijd worden we dan alweer wakker gemaakt voor het ontbijt. Een snel rekensommetje maakt duidelijk dat we ongeveer 5 uur hebben kunnen slapen. Net genoeg laten we maar zeggen.

Om 05:15 uur zet de piloot het grote toestel waanzinnig zacht op de landingsbaan van DBX. Dat zou een applausje waard zijn geweest als we niet 20 minuten te laat waren geland.
Het vliegtuig is blijkbaar op een achterafveldje neergezet want we worden met een bus naar de aankomsthal gebracht, een ritje van een kwartier!

De safety-check gaat heel snel, maar dan zien we op het grote scherm dat de vlucht naar Amsterdam van gate C11 vertrekt. Dat is bijna de verst verwijderde gate, maar na 9 uur zitten is een stevige ochtendwandeling best lekker. Dubai International Airport is bovendien best een mooie luchthaven met her en der leuke kunst.

We hebben geluk dat er dichtbij gate C11 een McCafe is. We zoeken een plekje en bestellen een cappuccino en een mega-croissant.
De wifi op de luchthaven is goed en dat geeft ons de gelegenheid wat berichten te beantwoorden en de blog bij te werken.

Om half acht begint Emirates met het boarden van onze vlucht naar Amsterdam. Best laat als je weet dat de vertrektijd van de vlucht 08:05 uur. In de app van Emirates lezen we bovendien dat de vluchtduur 7 uur en 10 minuten is; ook een tegenvaller, zal wel tegenwind zijn.
Deze vlucht wordt gelukkig uitgevoerd met de Airbus A380, die is nog iets comfortabeler dan de Boeing 777.
De uren aan boord vermaken we ons met het entertainmentsysteem, de 2 geserveerde maaltijden en wat hazeslaapjes. Om kwart over een staan we dan weer op Nederlandse grond.

Indonesië 3

Vrijdag 6 oktober

Na overleg met duikschool Amed White Sand Divers hebben we besloten dat we gaan duiken bij het wrak van de USAT Liberty in Tulamben. Omdat elke duikfanaat in Bali híer wil duiken was het advies om een vroege duik te maken. Een vroeg duik betekent dat je om 05:30 uur wordt opgehaald bij je hotel en dat betekent wéér dat we de wekker moeten zetten.
Bij het hotel heeft de nachtportier ervoor gezorgd dat wij om 05:00 uur kunnen ontbijten en dat smaakte erg goed. Mooie dubbelbaan is dat.

Het is een half uurtje rijden naar Tulamben en in het pikkedonker over die gatenkaas-weg is best een opgave.
Divemaster Coco weet de pick-up zonder schade in Tulamben te krijgen waar onze duikspullen worden uitgeladen door lokale dames voor wie dit een leuke bijverdienste is.

Wij krijgen een korte briefing voor de duik naar de USAT Liberty. Dit Amerikaanse vrachtschip is in januari 1942 getorpedeerd door de Japanners waarna het schip strandde op Bali. Door een vulkaanuitbarsting in 1963 is het schip in zee terecht gekomen en daarmee een fijne duikspot voor ons.

We lopen om half zeven vanaf het keienstrand de zee in en kunnen dan eindelijk weer eens uit een fles ademen.
De duik is fantastisch maar je moet wel een heel goed voorstellingsvermogen hebben om een schip te kunnen herkennen in deze met koraal begroeide staal massa.

We maken een paar leuke foto’s en hebben zelfs het geluk om een tweetal ontbijtende schildpadden tegen te komen. Na drie kwartier klauteren we weer het keienstrand op.

Onze tweede duik is iets verderop, dus we laden de hele uitrusting en onszelf achterop de truck en een paar minuten later doen we het omgekeerde.
Coco doet de briefing voor de Tulamben Drop Off en een paar minuten later lopen we weer bepakt en bezakt over dezelfde soort keien het water in.
Op een paar meter diepte zwemmen we eerst enkele minuten over donker lavazand (waar niet veel te zien is) voordat we bij de koraalmuur aankomen. We zien weer heel veel kleurrijke vis en prachtig (waaier) koraal, maar dit keer geen grote vangst.

Na 50 minuten martelen we weer via de grote keien het water uit en zit onze tweede duik erop. Hier kunnen we wel aan wennen.
Ook hier wordt Coco weer geholpen met het inladen van de duikuitrusting door de lokale vrouwen die een beetje bijbeunen.

Coco brengt ons netjes terug naar Amed en als tegenprestatie halen wij de creditcard uit de portemonnee.
We bedanken Coco nogmaals voor de fijne duiken en lopen terug naar ons hotel.
Het grote voordeel van vroege duiken is dat je om half elf alweer aan het zwembad kunt liggen!

De rest van de dag doen we niet veel meer dan op het bedje van de linker op de rechter zij rollen en weer terug. Tussendoor een drankje en een hapje en natuurlijk weken in het prettige zwembad. Diana doet nog een behandeling bij de mani/pedi en dan zit de dag er wel op.

‘s-Avonds eten we nog een laatste keer een heerlijke Indonesische maaltijd bij het hotel, betalen daarna onze rekening en gaan dan de tassen inpakken. Dat was Bali, op naar Lombok.

Zaterdag 7 oktober

Terwijl we nog bezig waren met ons tweede bakkie thee komt Derk, de Nederlandse eigenaar van ons hotel melden dat de chauffeur er al is. We sloeberen de thee naar binnen en halen onze rugzakken van de kamer.
Om kwart voor acht rijden we weg bij het hotel, op naar de haven van Padangbai.
Het vrachtverkeer houdt ons wat op, maar desondanks zijn we mooi op tijd in Padangbai waar deze kinderen bij de incheckbalie een pas omgehangen krijgen en een sticker op het shirt zodat we op de juiste boot terecht komen (en niet verdwalen).

Er is nog net tijd om een bakkie koffie te nemen voordat het boarden begint. We geven onze rugzakken af bij mannetjes in het groen en zij stapelen de bagage per eindbestemming. Samen met nog een paar honderd toeristen nemen we plaats in het ruim.

Als de fastboat goed en wel op weg is komt iemand melden dat we op het bovendek kunnen zitten. Dat laten we ons geen tweede keer zeggen. We vliegen de trap op en gaan ergens op het achterdek zitten, lekker in het zonnetje.

De overtocht duurt anderhalf uur. Senggigi is de eerste stop voor deze boot die daarna nog doorvaart naar de Gili’s.
We hebben een transfer naar ons hotel geregeld en chauffeur Sammy staat netjes op ons te wachten.
Het is nog anderhalf uur rijden naar Kuta en onderweg vermaakt Sammy ons met allerlei wetenswaardigheden over Lombok.

Om twee uur zijn we bij ons hotel en het is alweer een tropische verrassing. Mooi complex met meerdere zwembaden, heerlijke bedden sommige in prieeltjes en een fantastische slaapkamer. Jammer genoeg zijn we hier maar twee nachten.

Via de Jalan Raya Kuta lopen we ‘s-avonds richting zee. Kuta is bij uitstek een strandbestemming dus daar willen we wel even koekeloeren.
Dit strand bij Kuta blijkt echter meer een vuildump te zijn en bovendien vallen we midden in een ruzie tussen twee buurvrouwen en dan maak je wel dat je weg komt.

We drinken een biertje bij de Treehouse Bar en gaan dan voor het eten naar het populaire KRNK restaurant. We bestellen een burrito en nadat we die verslonden hebben snappen we waarom het hier zo druk is.
Na deze heerlijke hap gaan we op zoek naar een pinautomaat en vinden die in een Minimart. Helaas slikt de automaat onze pasjes niet. Morgen maar weer proberen.

Zondag 8 oktober

Kuta is vooral bekend om de prachtige stranden en de surfmogelijkheden. Wij zijn niet zo goed op een plankje in de branding dus gaan wij voor een vergelijkend warenonderzoek van de stranden.
Omdat de stranden niet om de hoek liggen huren we vandaag weer zo’n Honda scooter die we eerst volgooien met twee literflessen benzine.

Behalve een lege benzinetank is ook de bodem van de geldbuidel in zicht, dus de volgende stop is de pinautomaat bij de Minimarket. Helaas is de opnamelimiet één-en-een-kwart miljoen. Daar moeten we het dan maar mee doen vandaag.
Volgens Google Maps is het een half uur naar onze eerste bestemming Selong Belanak, bij Treehouse Bar rechtsaf.

Dit keer verdwalen we niet want er gaat eigenlijk maar 1 weg naar onze eerste strandbestemming. Hoewel ik best wel moeite heb met het verkeer in Indonesie en me goed moet concentreren op wat er op de weg gebeurd lijken de Indonesiers daar helemaal geen last van te hebben. Scooters zijn soms drie hoog beladen met spul en ook vandaag halen we een vrouwke in met een half maisveld op haar scooter.

Dat half uur van Google Maps gaan we niet halen want na 20 minuten blijkt de weg omgetoverd te zijn tot markt. Dat is waarschijnlijk de eindbestemming van het rijdende maisveld dat we net inhaalden. Wij laten deze kans niet schieten en parkeren de scooter aan de kant van de weg en maken een rondje langs de stalletjes. Heel fotogeniek.

De weg naar naar het strand slingert en is heuvelachtig en vooral downhill is een hele belevenis op de scooter. Allen op basis van de zwaartekracht rijden we al ruim 60 km/u en dan moet je maar hopen dat de andere weggebruikers geen capriolen uithalen.
Uiteindelijk halen we ook nu weer onze bestemming zonder schrammen en parkeren de scooter bij het mannetje dat ‘m voor IDR 10.000 in de gaten houdt.

Het is een gezellige boel op het strand bij Selong Belanak, Vissersboten gaan af en aan en toeristen proberen de golven te bedwingen op hun surfboard. We installeren ons op een paar comfortabele strandbedden en gaan er eens goed voor liggen.
Hoewel de golven niet hoog zijn blijkt het nog niet makkelijk om op zo’n plank te blijven staan. Voor ons is het allemaal erg vermakelijk.

Om op temperatuur te blijven gaan wij natuurlijk ook een paar keer de branding in, maar rond enen besluiten we ons te verplaatsen naar strand 2: Mawun Beach. Om bij dit strand te komen moeten we ongeveer een kwartiertje karren.
Dit strand is een heel ander strand dan het eerste strand. In beschrijvingen wordt Mawun Beach als mooiste strand aangeprezen, maar daar zijn we het (op het eerste gezicht) niet mee eens.

Het is lunchtijd dus we gaan bij de eerste de beste warung zitten en bestellen nasi goreng want daar kan hier niets aan verpest worden, toch?
Helaas smaakte het alsof ze vergeten waren het wasmiddel uit de pan te spoelen.
Tijdens de lunch schaft Diana nog wat sieraden aan bij de een paar van de streetkids die hier rond lopen. Het geld gebruiken ze voor het aanschaffen van schoolboeken, zeggen ze…..

We gaan snel op zoek naar een paar goede ligbedden en maken ook nog even een typische toeristenfoto met een van de attributen die her en der zijn neergezet.
Het strand is in alle opzichten minder dan Selong Belanak, er ligt veel zeewier op het strand, er drijft zwerfaval in zee, de bedjes liggen minder fijn en de parasols zijn aan vervanging toe. Bovendien waait het veel harder, brrrrr.

Tegen vieren houden we het ook hier voor gezien en rijden we terug naar Kuta en gaan door naar Tanjung Aan beach aan de westkant van Kuta.
Om bij dit strand te komen moeten we een stukje omrijden. We moeten namelijk om het Mandalika International Street Circuit heen rijden, Men is druk bezig om alle voorzieningen rondom dit circuit op te bouwen want volgend weekend is hier de MotoGP wedstrijd.

Via een speciaal voor dit evenement aangelegde snelweg racen wij naar het laatste strand van vandaag. Het is nog een hele opgave om bij het strand te komen want de weg lijkt meer op een doolhof dan een snelweg.
Het is snel duidelijk dat dit het belangrijkste strand van Kuta is. Hippe strandtenten met lekkere muziek en kleurige zitzakken op het strand.
Omdat de zon inmiddels begint te zakken gaan wij gelijk door naar Bukit Merese, de naastgelegen sunsetheuvel.

Terwijl we staan te wachten op het zakken van de zon wordt ik opnieuw gevraagd voor een diepte-interview. Weer ontspringt Diana de dans. Het zijn niet de moeilijkste vragen die ik krijg voorgeschoteld en het duurt slechts een paar minuutjes, maar misschien moet ik er toch maar eens geld voor gaan vragen.

Rond kwart voor zes begint de zon mooi oranje te kleuren boven de zee. We maken de obligate zonsondergangfoto en gaan dan weer op zoek naar onze scooter. We slingeren de snelweg weer op en scheuren terug naar ons hotel. Dat was Kuta e.o., morgen gaan we weer verder.

Maandag 9 oktober

Om 11:00 uur worden we opgehaald door Jimmy die ons naar Tetebatu zal brengen. Het is ongeveer anderhalf uur rijden horen we van Jimmy (die wij al snel omdopen tot Jimmy ‘Praatgraag’). Nog voordat we Kuta uit zijn hebben we al heel veel geleerd over de verschillende landbouwproducten die op Lombok worden verbouwd, maar weten we ook dat het Aprilia-team volgende week in ons hotel slaapt.
Nu begrijpen we ook waarom wij komend weekend geen hotel konden vinden in Kuta, dan is het afgeladen met MotoGP fanaten.

Als we halverwege de rit nog meer hebben opgestoken over Indonesie, over het schoolsysteem, het verbouwen van tabak en de problemen met de droogte gaat Jimmy P. even tanken. We zien dat een liter super IDR 14.000 kost, dat is omgerekend €0,85!

Na de tankstop komen we door een klein dorpje waar we bloempotten met kleine bananenplanten erin op het midden van de weg zien staan. Jimmy vertelt dat ze dat doen wanneer er iemand is overleden. Dan weet het verkeer dat ze rustig aan moeten doen. Weer wat geleerd.
Hoe dichter we bij Tetebatu komen hoe groener de omgeving wordt. Sappige rijstvelden waar vrouwen druk aan het werk zijn. We vragen Jimmy om even te stoppen zodat we het van dichtbij kunnen bekijken.

De laatste kilometers gaat over smalle weggetjes en door kleine dorpjes. Guning Rinjani komt steeds dichterbij. De Rinjani is met 3726 meter de op een na hoogste vulkaan van Indonesië.
Om half een zijn we bij Les Rizieres, ons hotel voor de komende 3 nachten.
Thomas, de Franse eigenaar van het hotel geeft ons uitgebreide uitleg over wat er allemaal te doen is in deze omgeving en we besluiten om morgen de 6 uur durende wandeling door de omgeving van Tetebatu te boeken.

Thomas vertelt ook nog dat hij een leuke wandeling rondom het hotel heeft uitgezet, duurt ongeveer anderhalf uur. Dat lijkt ons wel een leuke middagvulling dus we scannen de barcode en laden de route in Google Maps en gaan we op pad.
De route is redelijk eenvoudig en loopt grotendeels over de betonrand van een irrigatie-kanaaltje. We maken foto’s van al het groen om ons heen en zien ook nu weer dat het werk op het land allemaal handwerk is. Er is geen tractor te bekennen.

Na een half uurtje stuurt de route ons linksaf en moeten we over een heel smal zanderig paadje vol met blad een pittige afdaling inzetten. Het is glibberen en glijden, maar we komen beneden al is het met klotsende oksels en zweterig t-shirt.
Op deze plek zou een waterval moeten zijn maar er is slechts een zielig waterstroompje te zien.

We vervolgen onze weg naar boven en kijken onze ogen uit over de mooie rijstterrassen. Het tweede deel van de route is eenvoudig en we lopen uiteindelijk via de andere kant Tetebatu weer binnen. Dat was een leuk tijdverdrijf, maar nu is het tijd voor een sapje.

De mogelijkheden zijn in Tetebatu beperkt, dus we eten bij het hotel. Heel laat wordt het niet want het personeel begint om acht uur alles al op te ruimen. Wij passen ons maar aan en nadat we nog even hebben nagetafeld gaan we naar onze kamer.

Dinsdag 10 oktober

Vandaag hebben we een gids ingehuurd om ons de omgeving te laten zien. Samen met onze bovenburen en de 2 honden van het hotel gaan we om half tien op pad.
De eerste 500m is gelijk aan het rondje dat wij gisteren hebben gelopen, maar dan slaan we linksaf, in noordelijke richting met het vizier op Rinjani.

We lopen weer tussen de rijstvelden, maar zien ook velden met pepers, mais, tomaten en zelfs kool. We krijgen uitleg over jackfruit, doerian en papaya. Heel smakelijk allemaal. Groente en fruit is allemaal decor want we zijn op weg naar de Sarang Walet waterval. Dit is gelijk een mooie plek om het eerste zweet af te spoelen.

Na dit verfrissende bad duiken we de rijstvelden weer in en iets verderop komen we bij een huis annex koffieshop waar we een bakkie koffie(prut) bestellen. De smaak van de koffie is goed, maar het laatste slokje moet je in het kopje laten zitten.

We vervolgen onze weg en komen we langs een rijstveld waar net geoogst wordt. De rijstplanten zijn inmiddels afgesneden en liggen te wachten om uitgeklopt te worden. Steeds pakt een van de arbeiders een bundeltje rijstplanten en klopt de rijst eruit op een paar brede planken.

De uitgeklopte rijstplanten worden vervolgens bij elkaar gebonden en achterop de scooter afgevoerd. Onvoorstelbaar dat al die rijstvelden om ons heen nog met de hand worden bewerkt. Onze gids vertelt dat de opbrengst ongeveer 1kg per vierkante meter is en dat al die rijstvelden in Indonesië niet eens genoeg zijn om de bevolking te voeden (er wordt zelfs rijst geïmporteerd).

Onze volgende bestemming is het bos waar de zwarte apen leven, het Ulem Ulem Monkey Forest. Op weg naar de zwarte apen komen we eerst hun grijze broeders tegen. Deze apen zijn een behoorlijke overlast voor de rijstboeren omdat ze regelmatig in de rijstvelden te vinden zijn om hun buikjes rond te eten.

We klauteren wat verder het bos in en dan wijst onze gids naar de toppen van de bomen en zegt ‘there’s a black monkey’. We moeten behoorlijk zoeken voordat we het zwarte vlekje in de top van een boom hebben gevonden. Gelukkig hebben ze een lange staart die goed te herkennen is.
We zoeken in de toppen van de bomen en vinden nog een paart zwarte apen, maar daar heb je wel een goede bril voor nodig.

Het is inmiddels twee uur geweest en het is tijd voor de lunch. We lopen een half uurtje en komen dan bij een warung waar alle toeristen die hier rondwandelen hun lunch lijken te gebruiken.
We zoeken een tafeltje voor ons vieren en bestellen een lekkere Indo-hap. Even lekker bijkomen.

Na de late lunch lopen we terug naar Tetebatu. Terwijl de zon al begint te zakken is de bevolking nog steeds druk bezig in de rijstvelden. Er lijkt geen eind te komen aan het werk op de rijstvelden. Wij hebben nog 1 stop te maken. We gaan namelijk nog een bakkie koffie maken.

Ergens in een buitenwijk van Tetebatu lopen we bij een huisje achterom en gaan een drietal dames in de weer voor een bakkie leut en dan bedoel ik niet dat ze op een knop drukken en dat er koffie uit een automaat loopt. Nee, er worden koffiebonen van binnen gehaald, er wordt een vuurtje gestookt en de bonen worden vers gebrand. Voor een echte lekkere bak koffie laat je mij ook even helpen.

Na een twintigtal minuten zijn de bonen donkerbruin en kunnen ze gemalen worden. Ook hiervoor hebben ze geen machientje, met grote stokken worden de bonen tot koffiepoeder gestampt.
Dan gaat het in een kopje en wordt er heet water op geschonken en eerlijk is eerlijk, de smaak van deze Robusta is goed.

Na de koffie-stop is het nog maar een paar minuutjes naar het hotel. We bedanken de gids voor de leuke dag en springen dan eerst onder de douche. Met natte haartjes gaan we dan op het terras-met-uitzicht-op-Rinjani zitten en bestellen een biertje.

Woensdag 11 oktober

Het is weer scooter-tijd! Vandaag huren we opnieuw een scooter, dit keer om een rondje ten zuiden van Tetebatu te maken.
Onze eerste bestemming is de Pasar Kota Raja. We gaan dus naar de markt. Het is ongeveer 10 minuutjes rijden naar dit gehuchtje waar we de scooter bij de parkir neerzetten.

Alle ogen lijken op ons gericht als we het marktgebouw binnenlopen en het verbaast ons ook wel een beetje dat we geen enkele andere blanke tegenkomen.
Het is een georganiseerde chaos onder de overkapping. De meeste soorten voedsel zijn wel bij elkaar te vinden maar ook weer niet allemaal.
Het lijkt erop dat de vis- en en vleesverkoopsters reclame maken voor vegetarisch eten. Als je hun koopwaar ziet hangen dan eet je dat nooit meer.

De groente- en fruitafdeling is goed gevuld en de koopwaar lijkt zo uit de tuin te komen. Het ziet er fris en kleurrijk uit en past goed bij de vrolijke hoofddoekjes die de dames dragen.
We verbazen ons ook steeds weer over de aantrekkingskracht van de camera van Diana. Ze vragen soms om op de foto gezet te worden en dat hebben we in andere landen wel anders meegemaakt.

Na een uurtje halen we onze scooter van de parkir, betalen de €0,12 parkeergeld en rijden we naar Loyok, een plaatsje dat bekend staat om het grasvlechten; met strookjes gedroogd gras kunnen ze alles maken, van onderzetter tot boodschappentas.
We gaan in Loyok op zoek naar een kop koffie, maar dat is teveel gevraagd in dit gehucht. Dan wordt onze aandacht getrokken door kinder-herrie dat uit een gebouwtje verderop komt. Het blijkt een schooltje te zijn waar de kinderen net de klas uitkomen.

Ook voor de kinderen op Lombok zijn wij interessante materie. Ze vliegen gelijk op ons af en vragen hoe we heten en waar we vandaan komen, of we fan zijn van Messi of Ronaldo. Voor ons een mooie gelegenheid om een paar plaatjes te schieten.

Als we weglopen worden we vergezeld door een moeder die net haar dochter van school heeft gehaald. Of we al wat van dat mooie handwerk gezien hebben. Zij heeft namelijk een winkeltje iets verderop. We lopen met haar mee.
Het winkeltje ligt vol met gras-vlechtwerk. Gras is veel beter dan bamboe, bamboe is veel goedkoper, prijst ze haar eigen spulletjes aan.
Terwijl Diana door de collectie snuffelt begint de vrouw een ringetje voor haar te vlechten en dat helpt want niet veel later heeft Diana 6 gevlochten onderzetters gekocht (je zal ze binnenkort zien liggen op onze tafel). De ringetjes krijgt Diana kado.

Loyok staat dus bekend om de handicraft grasvlechten, wij vonden het schooltje veel leuker. We gaan weer verder en draaien iets verderop de Jalan Paok Motong – Kotaraja op. In Paok Motong worden we door een soort verkeersregelaar tot stoppen gemaand omdat de lokale moskee leeg loopt. Daar stoppen we maar al te graag voor en parkeren de scooter er aan de kant van de weg en bekijken het spektakel van een afstandje.

Wat er precies aan de hand is wordt ons niet duidelijk, misschien worden de moskee-gangers na elke dienst de straat over geholpen door deze over-actieve klaar-over. Met het verkeer in Indonesië is het nog niet zo’n gek idee. Als we er met onze scooter weer vandoor willen gaan worden we uitgezwaaid door een groep lieftallige gesluierde dames.

Het volgende pittoreske dorpje op ons lijstje is Penakak. Zoek je het betere kleiwerk, dan moet je daar zijn.
We vervolgen onze scootertocht, maar stoppen bij elke Minimart, Alfamart of andersoortige tent waar je koffie kan verwachten. Pas vlak voor Masbagik City vinden we een Minimart waar oploskoffie te krijgen is.
We vullen een beker met poeder en heet water en gaan buiten voor de supermarkt zitten. Hebben we ook nog het geluk dat er een of andere dorpsgek via een geluidsinstallatie herrie aan het uitkramen is. Als de koffie maar lekker is.

Het is nog een paar minuten rijden naar Penakak en ook dit handicraft dorpje je stelt maar weinig voor. Het moge duidelijk zijn dat handicraft op z’n retour is.
We weten nog wel een authentieke pottenbakster te vinden. Ze zit voor huis onder de veranda en is druk met het maken van grote schotels met een gat in het midden. Niet iets voor ons, maar er zal best een doelgroep voor zijn. Naast het huis ligt een grote berg klei, dus ze kan nog even vooruit.
Wij kunnen helaas geen leuk klein asbakje voor onze souvernierkast vinden dus we trappen de scooter maar weer aan.

Via de Jalan Raya Pringgasela rijden we naar het gelijknamige dorpje dat bekend staat om z’n sarong weverijen. We parkeren onze scoot bij de lokale Alfamart waar we onszelf eerst maar trakteren op een (bijna) echte Magnum.

We gaan op zoek naar een sarong-weverij maar onze aandacht aandacht wordt getrokken door wat beweging bij de moskee. Er loopt wat oudere jeugd op straat en als ze ons zien worden ze helemaal enthousiast (dat overkomt ons in Nederland nooit). Ze willen perse met ons op de foto en willen sowieso graag gefotografeerd worden. We kletsen nog wat met de jonge dames en gaan dan toch maar op zoek naar zo’n sarong-weverij.

In een steegje tegenover de moskee vinden we dan eindelijk een ‘atelier’ waar de muren vol hangen met kleurrijke stoffen. We gaan naar binnen maar er lijkt niemand aanwezig. Dan beweegt er wat op de grond en komt er langzaam een slaperig hoofd omhoog. ‘We are closed’ roept ze, maar dat hadden wij inmiddels wel begrepen. Het lijkt erop dat de sarong-business momenteel ook in een dip zit.

Vanaf de Rinjani Art Shop lopen we terug naar de Alfamart waar onze scooter staat. Onderweg komen we langs een soort Indonesisch cafetaria waar een bak met rissoles ons verleidelijk aankijkt. We hebben nog niet geluncht dus we bestellen een paar van die lekkere hapjes die we vervolgens op de stoeltjes bij de Alfamart oppeuzelen.

Vanaf Pringgasela rijden we weer terug naar Tetebatu. Onderweg gooien we nog een literfles benzine leeg in de tank. Om twee uur zijn we weer terug bij ons hotel en gaan we voor de laatste keer op het terras-met-uitzicht-op-rijstveld zitten.

Donderdag 12 oktober

Van Tetebatu maken we vandaag de oversteek naar Gili Trawagan, Gili T voor intimi. We worden om kwart voor negen opgehaald bij Les Rizieres en hebben dan 2 uur nodig om bij de haven van Bangsal te komen. Onderweg staan overal schoolkinderen langs de weg. Ongelooflijk, zo lang zijn we hier niet geweest, dat hadden ze niet hoeven doen. Onze chauffeur weet echter te vertellen dat er een of andere hoogwaardigheidsbekleder naar Tetebatu komt.………

Om kwart voor elf zijn we in de haven van Bangsal waar we de touts van ons afschudden die proberen je een kaartje naar Gili T + een kaartje naar Nusa Penida aan te smeren. Wij kopen ons kaartje voor de public ferry voor een prikkie bij het gammele ticket-office in de buurt van de wachtruimte waar we vervolgens plaats nemen.

De Gili-eilanden zijn een groep van drie kleine eilanden voor de kust van Lombok. Ze staan bekend om hun prachtige stranden, heldere turquoise water, en geweldige duik- en snorkelmogelijkheden. Behalve Gili T zijn het Gili Air en Gili Meno. Gili T is het meest levendig, met veel restaurants en nachtleven, terwijl Gili Meno rustiger is en bekendstaat om zijn romantische sfeer. Gili Air biedt een goede balans tussen levendigheid en sereniteit.

De public ferry gaat pas varen als er zo’n 40 passagiers zijn en wij hebben nummer 25 en 26 op ons kaartje staan. De man die een beetje zenuwachtig rondloopt maar er verstand van lijkt te hebben zegt dat het niet lang zal duren en inderdaad kunnen we 10 minuten later al naar het strand om de boot te beklimmen. Bij de public ferry is alles goedkoop, dus er is ook geen loopplank waarover je naar de boot kan. Gewoon met natte voeten langs de buitenboordmotoren.

De houten boot vertrekt een paar minuten na elf uur en het zijn niet alleen maar toeristen die naar party-eiland Gili T gaan. Er ligt ook een hele berg boodschappen van de locals bij de voeten van Diana.
We zien eerst Gili Air aan onze rechterhand (stuurboord), dan Gili Meno en als laatste verschijnt Gili T na 20 minuten in zicht.

We verlaten de boot op dezelfde manier als we aan boord zijn gekomen (maar dan omgekeerd). Dat betekent dat we weer natte voeten krijgen.
Op het eiland gaan we eerst op zoek naar een kop koffie en dat is hier helemaal niet moeilijk. Restaurants rijgen zich aaneen, bars, beachclubs zelfs een bakkerij en natuurlijk veel duikclubs.
We nemen een shot cafeïne en proppen er een muffin achteraan. Dan lopen we de kilometer naar ons hotel.

We zijn wat vroeg bij ons hotel met als gevolg dat onze kamer nog niet schoon is. We gooien de grote rugzakken achter de receptie en maken rechtsomkeert naar het strand. Daar bestellen we wat te drinken en stellen we de inwendige mens tevreden met een club-sandwich. Ondertussen genieten we van de prachtige blauwe kleuren van de zee.

We willen vanmiddag de kaartjes voor de boot naar Nusa Penida reserveren en natuurlijk gaan we hier ook de onderwaterwereld van dichtbij bekijken, bovendien moet er alweer gepind worden. Druk, druk, druk!
Als we de laatste frietjes naar binnen hebben gewerkt gaan we terug naar het hotel en leggen onze spullen op de kamer. Dan duiken we de ‘stad’ in.

We lopen eerst naar de ticket-office van Wijaya Perkasa. Dit is de maatschappij die Elva, de dame achter de receptie van ons hotel aanbeveelt. We worden ingeschreven voor de 15e, krijgen een papieren bevestiging en mogen betalen. Eerste klus geklaard.
Dan lopen we door naar Dream Divers (wederom op advies van Elva). Daar vullen we de gebruikelijke vragenformulieren in, zetten hier en daar een krabbel en mogen ons morgen om negen uur melden bij de duikschool om de uitrusting te passen. Tweede vinkje.

Het is inmiddels drie uur en we nestelen ons in een paar fleurige zitzakken aan zee. We bestellen een drankje en ondertussen trek ik nog een keer anderhalf miljoen uit de pinautomaat.
We blijven hier een tijdje genieten van het uitzicht op het azuurblauwe water en tegen vijven gaan we dan weer terug naar de kamer. We waren net gewend geraakt aan de temperatuur in Tetebatu, maar hier is het weer ouderwets warm.

‘s-Avonds eten we een heerlijke chili bij de buren. Het restaurant staat goed aangeschreven en maakt z’n naam waar. Daarna lopen we nog even naar de boulevard en drinken een heerlijke bak koffie bij The Banyan Tree. Onderweg valt het ons op dat de meeste restaurant leeg zijn. Gili T maakt z’n naam nog niet waar!