Tag archieven: amed

Indonesië 3

Vrijdag 6 oktober

Na overleg met duikschool Amed White Sand Divers hebben we besloten dat we gaan duiken bij het wrak van de USAT Liberty in Tulamben. Omdat elke duikfanaat in Bali híer wil duiken was het advies om een vroege duik te maken. Een vroeg duik betekent dat je om 05:30 uur wordt opgehaald bij je hotel en dat betekent wéér dat we de wekker moeten zetten.
Bij het hotel heeft de nachtportier ervoor gezorgd dat wij om 05:00 uur kunnen ontbijten en dat smaakte erg goed. Mooie dubbelbaan is dat.

Het is een half uurtje rijden naar Tulamben en in het pikkedonker over die gatenkaas-weg is best een opgave.
Divemaster Coco weet de pick-up zonder schade in Tulamben te krijgen waar onze duikspullen worden uitgeladen door lokale dames voor wie dit een leuke bijverdienste is.

Wij krijgen een korte briefing voor de duik naar de USAT Liberty. Dit Amerikaanse vrachtschip is in januari 1942 getorpedeerd door de Japanners waarna het schip strandde op Bali. Door een vulkaanuitbarsting in 1963 is het schip in zee terecht gekomen en daarmee een fijne duikspot voor ons.

We lopen om half zeven vanaf het keienstrand de zee in en kunnen dan eindelijk weer eens uit een fles ademen.
De duik is fantastisch maar je moet wel een heel goed voorstellingsvermogen hebben om een schip te kunnen herkennen in deze met koraal begroeide staal massa.

We maken een paar leuke foto’s en hebben zelfs het geluk om een tweetal ontbijtende schildpadden tegen te komen. Na drie kwartier klauteren we weer het keienstrand op.

Onze tweede duik is iets verderop, dus we laden de hele uitrusting en onszelf achterop de truck en een paar minuten later doen we het omgekeerde.
Coco doet de briefing voor de Tulamben Drop Off en een paar minuten later lopen we weer bepakt en bezakt over dezelfde soort keien het water in.
Op een paar meter diepte zwemmen we eerst enkele minuten over donker lavazand (waar niet veel te zien is) voordat we bij de koraalmuur aankomen. We zien weer heel veel kleurrijke vis en prachtig (waaier) koraal, maar dit keer geen grote vangst.

Na 50 minuten martelen we weer via de grote keien het water uit en zit onze tweede duik erop. Hier kunnen we wel aan wennen.
Ook hier wordt Coco weer geholpen met het inladen van de duikuitrusting door de lokale vrouwen die een beetje bijbeunen.

Coco brengt ons netjes terug naar Amed en als tegenprestatie halen wij de creditcard uit de portemonnee.
We bedanken Coco nogmaals voor de fijne duiken en lopen terug naar ons hotel.
Het grote voordeel van vroege duiken is dat je om half elf alweer aan het zwembad kunt liggen!

De rest van de dag doen we niet veel meer dan op het bedje van de linker op de rechter zij rollen en weer terug. Tussendoor een drankje en een hapje en natuurlijk weken in het prettige zwembad. Diana doet nog een behandeling bij de mani/pedi en dan zit de dag er wel op.

‘s-Avonds eten we nog een laatste keer een heerlijke Indonesische maaltijd bij het hotel, betalen daarna onze rekening en gaan dan de tassen inpakken. Dat was Bali, op naar Lombok.

Zaterdag 7 oktober

Terwijl we nog bezig waren met ons tweede bakkie thee komt Derk, de Nederlandse eigenaar van ons hotel melden dat de chauffeur er al is. We sloeberen de thee naar binnen en halen onze rugzakken van de kamer.
Om kwart voor acht rijden we weg bij het hotel, op naar de haven van Padangbai.
Het vrachtverkeer houdt ons wat op, maar desondanks zijn we mooi op tijd in Padangbai waar deze kinderen bij de incheckbalie een pas omgehangen krijgen en een sticker op het shirt zodat we op de juiste boot terecht komen (en niet verdwalen).

Er is nog net tijd om een bakkie koffie te nemen voordat het boarden begint. We geven onze rugzakken af bij mannetjes in het groen en zij stapelen de bagage per eindbestemming. Samen met nog een paar honderd toeristen nemen we plaats in het ruim.

Als de fastboat goed en wel op weg is komt iemand melden dat we op het bovendek kunnen zitten. Dat laten we ons geen tweede keer zeggen. We vliegen de trap op en gaan ergens op het achterdek zitten, lekker in het zonnetje.

De overtocht duurt anderhalf uur. Senggigi is de eerste stop voor deze boot die daarna nog doorvaart naar de Gili’s.
We hebben een transfer naar ons hotel geregeld en chauffeur Sammy staat netjes op ons te wachten.
Het is nog anderhalf uur rijden naar Kuta en onderweg vermaakt Sammy ons met allerlei wetenswaardigheden over Lombok.

Om twee uur zijn we bij ons hotel en het is alweer een tropische verrassing. Mooi complex met meerdere zwembaden, heerlijke bedden sommige in prieeltjes en een fantastische slaapkamer. Jammer genoeg zijn we hier maar twee nachten.

Via de Jalan Raya Kuta lopen we ‘s-avonds richting zee. Kuta is bij uitstek een strandbestemming dus daar willen we wel even koekeloeren.
Dit strand bij Kuta blijkt echter meer een vuildump te zijn en bovendien vallen we midden in een ruzie tussen twee buurvrouwen en dan maak je wel dat je weg komt.

We drinken een biertje bij de Treehouse Bar en gaan dan voor het eten naar het populaire KRNK restaurant. We bestellen een burrito en nadat we die verslonden hebben snappen we waarom het hier zo druk is.
Na deze heerlijke hap gaan we op zoek naar een pinautomaat en vinden die in een Minimart. Helaas slikt de automaat onze pasjes niet. Morgen maar weer proberen.

Zondag 8 oktober

Kuta is vooral bekend om de prachtige stranden en de surfmogelijkheden. Wij zijn niet zo goed op een plankje in de branding dus gaan wij voor een vergelijkend warenonderzoek van de stranden.
Omdat de stranden niet om de hoek liggen huren we vandaag weer zo’n Honda scooter die we eerst volgooien met twee literflessen benzine.

Behalve een lege benzinetank is ook de bodem van de geldbuidel in zicht, dus de volgende stop is de pinautomaat bij de Minimarket. Helaas is de opnamelimiet één-en-een-kwart miljoen. Daar moeten we het dan maar mee doen vandaag.
Volgens Google Maps is het een half uur naar onze eerste bestemming Selong Belanak, bij Treehouse Bar rechtsaf.

Dit keer verdwalen we niet want er gaat eigenlijk maar 1 weg naar onze eerste strandbestemming. Hoewel ik best wel moeite heb met het verkeer in Indonesie en me goed moet concentreren op wat er op de weg gebeurd lijken de Indonesiers daar helemaal geen last van te hebben. Scooters zijn soms drie hoog beladen met spul en ook vandaag halen we een vrouwke in met een half maisveld op haar scooter.

Dat half uur van Google Maps gaan we niet halen want na 20 minuten blijkt de weg omgetoverd te zijn tot markt. Dat is waarschijnlijk de eindbestemming van het rijdende maisveld dat we net inhaalden. Wij laten deze kans niet schieten en parkeren de scooter aan de kant van de weg en maken een rondje langs de stalletjes. Heel fotogeniek.

De weg naar naar het strand slingert en is heuvelachtig en vooral downhill is een hele belevenis op de scooter. Allen op basis van de zwaartekracht rijden we al ruim 60 km/u en dan moet je maar hopen dat de andere weggebruikers geen capriolen uithalen.
Uiteindelijk halen we ook nu weer onze bestemming zonder schrammen en parkeren de scooter bij het mannetje dat ‘m voor IDR 10.000 in de gaten houdt.

Het is een gezellige boel op het strand bij Selong Belanak, Vissersboten gaan af en aan en toeristen proberen de golven te bedwingen op hun surfboard. We installeren ons op een paar comfortabele strandbedden en gaan er eens goed voor liggen.
Hoewel de golven niet hoog zijn blijkt het nog niet makkelijk om op zo’n plank te blijven staan. Voor ons is het allemaal erg vermakelijk.

Om op temperatuur te blijven gaan wij natuurlijk ook een paar keer de branding in, maar rond enen besluiten we ons te verplaatsen naar strand 2: Mawun Beach. Om bij dit strand te komen moeten we ongeveer een kwartiertje karren.
Dit strand is een heel ander strand dan het eerste strand. In beschrijvingen wordt Mawun Beach als mooiste strand aangeprezen, maar daar zijn we het (op het eerste gezicht) niet mee eens.

Het is lunchtijd dus we gaan bij de eerste de beste warung zitten en bestellen nasi goreng want daar kan hier niets aan verpest worden, toch?
Helaas smaakte het alsof ze vergeten waren het wasmiddel uit de pan te spoelen.
Tijdens de lunch schaft Diana nog wat sieraden aan bij de een paar van de streetkids die hier rond lopen. Het geld gebruiken ze voor het aanschaffen van schoolboeken, zeggen ze…..

We gaan snel op zoek naar een paar goede ligbedden en maken ook nog even een typische toeristenfoto met een van de attributen die her en der zijn neergezet.
Het strand is in alle opzichten minder dan Selong Belanak, er ligt veel zeewier op het strand, er drijft zwerfaval in zee, de bedjes liggen minder fijn en de parasols zijn aan vervanging toe. Bovendien waait het veel harder, brrrrr.

Tegen vieren houden we het ook hier voor gezien en rijden we terug naar Kuta en gaan door naar Tanjung Aan beach aan de westkant van Kuta.
Om bij dit strand te komen moeten we een stukje omrijden. We moeten namelijk om het Mandalika International Street Circuit heen rijden, Men is druk bezig om alle voorzieningen rondom dit circuit op te bouwen want volgend weekend is hier de MotoGP wedstrijd.

Via een speciaal voor dit evenement aangelegde snelweg racen wij naar het laatste strand van vandaag. Het is nog een hele opgave om bij het strand te komen want de weg lijkt meer op een doolhof dan een snelweg.
Het is snel duidelijk dat dit het belangrijkste strand van Kuta is. Hippe strandtenten met lekkere muziek en kleurige zitzakken op het strand.
Omdat de zon inmiddels begint te zakken gaan wij gelijk door naar Bukit Merese, de naastgelegen sunsetheuvel.

Terwijl we staan te wachten op het zakken van de zon wordt ik opnieuw gevraagd voor een diepte-interview. Weer ontspringt Diana de dans. Het zijn niet de moeilijkste vragen die ik krijg voorgeschoteld en het duurt slechts een paar minuutjes, maar misschien moet ik er toch maar eens geld voor gaan vragen.

Rond kwart voor zes begint de zon mooi oranje te kleuren boven de zee. We maken de obligate zonsondergangfoto en gaan dan weer op zoek naar onze scooter. We slingeren de snelweg weer op en scheuren terug naar ons hotel. Dat was Kuta e.o., morgen gaan we weer verder.

Maandag 9 oktober

Om 11:00 uur worden we opgehaald door Jimmy die ons naar Tetebatu zal brengen. Het is ongeveer anderhalf uur rijden horen we van Jimmy (die wij al snel omdopen tot Jimmy ‘Praatgraag’). Nog voordat we Kuta uit zijn hebben we al heel veel geleerd over de verschillende landbouwproducten die op Lombok worden verbouwd, maar weten we ook dat het Aprilia-team volgende week in ons hotel slaapt.
Nu begrijpen we ook waarom wij komend weekend geen hotel konden vinden in Kuta, dan is het afgeladen met MotoGP fanaten.

Als we halverwege de rit nog meer hebben opgestoken over Indonesie, over het schoolsysteem, het verbouwen van tabak en de problemen met de droogte gaat Jimmy P. even tanken. We zien dat een liter super IDR 14.000 kost, dat is omgerekend €0,85!

Na de tankstop komen we door een klein dorpje waar we bloempotten met kleine bananenplanten erin op het midden van de weg zien staan. Jimmy vertelt dat ze dat doen wanneer er iemand is overleden. Dan weet het verkeer dat ze rustig aan moeten doen. Weer wat geleerd.
Hoe dichter we bij Tetebatu komen hoe groener de omgeving wordt. Sappige rijstvelden waar vrouwen druk aan het werk zijn. We vragen Jimmy om even te stoppen zodat we het van dichtbij kunnen bekijken.

De laatste kilometers gaat over smalle weggetjes en door kleine dorpjes. Guning Rinjani komt steeds dichterbij. De Rinjani is met 3726 meter de op een na hoogste vulkaan van Indonesië.
Om half een zijn we bij Les Rizieres, ons hotel voor de komende 3 nachten.
Thomas, de Franse eigenaar van het hotel geeft ons uitgebreide uitleg over wat er allemaal te doen is in deze omgeving en we besluiten om morgen de 6 uur durende wandeling door de omgeving van Tetebatu te boeken.

Thomas vertelt ook nog dat hij een leuke wandeling rondom het hotel heeft uitgezet, duurt ongeveer anderhalf uur. Dat lijkt ons wel een leuke middagvulling dus we scannen de barcode en laden de route in Google Maps en gaan we op pad.
De route is redelijk eenvoudig en loopt grotendeels over de betonrand van een irrigatie-kanaaltje. We maken foto’s van al het groen om ons heen en zien ook nu weer dat het werk op het land allemaal handwerk is. Er is geen tractor te bekennen.

Na een half uurtje stuurt de route ons linksaf en moeten we over een heel smal zanderig paadje vol met blad een pittige afdaling inzetten. Het is glibberen en glijden, maar we komen beneden al is het met klotsende oksels en zweterig t-shirt.
Op deze plek zou een waterval moeten zijn maar er is slechts een zielig waterstroompje te zien.

We vervolgen onze weg naar boven en kijken onze ogen uit over de mooie rijstterrassen. Het tweede deel van de route is eenvoudig en we lopen uiteindelijk via de andere kant Tetebatu weer binnen. Dat was een leuk tijdverdrijf, maar nu is het tijd voor een sapje.

De mogelijkheden zijn in Tetebatu beperkt, dus we eten bij het hotel. Heel laat wordt het niet want het personeel begint om acht uur alles al op te ruimen. Wij passen ons maar aan en nadat we nog even hebben nagetafeld gaan we naar onze kamer.

Dinsdag 10 oktober

Vandaag hebben we een gids ingehuurd om ons de omgeving te laten zien. Samen met onze bovenburen en de 2 honden van het hotel gaan we om half tien op pad.
De eerste 500m is gelijk aan het rondje dat wij gisteren hebben gelopen, maar dan slaan we linksaf, in noordelijke richting met het vizier op Rinjani.

We lopen weer tussen de rijstvelden, maar zien ook velden met pepers, mais, tomaten en zelfs kool. We krijgen uitleg over jackfruit, doerian en papaya. Heel smakelijk allemaal. Groente en fruit is allemaal decor want we zijn op weg naar de Sarang Walet waterval. Dit is gelijk een mooie plek om het eerste zweet af te spoelen.

Na dit verfrissende bad duiken we de rijstvelden weer in en iets verderop komen we bij een huis annex koffieshop waar we een bakkie koffie(prut) bestellen. De smaak van de koffie is goed, maar het laatste slokje moet je in het kopje laten zitten.

We vervolgen onze weg en komen we langs een rijstveld waar net geoogst wordt. De rijstplanten zijn inmiddels afgesneden en liggen te wachten om uitgeklopt te worden. Steeds pakt een van de arbeiders een bundeltje rijstplanten en klopt de rijst eruit op een paar brede planken.

De uitgeklopte rijstplanten worden vervolgens bij elkaar gebonden en achterop de scooter afgevoerd. Onvoorstelbaar dat al die rijstvelden om ons heen nog met de hand worden bewerkt. Onze gids vertelt dat de opbrengst ongeveer 1kg per vierkante meter is en dat al die rijstvelden in Indonesië niet eens genoeg zijn om de bevolking te voeden (er wordt zelfs rijst geïmporteerd).

Onze volgende bestemming is het bos waar de zwarte apen leven, het Ulem Ulem Monkey Forest. Op weg naar de zwarte apen komen we eerst hun grijze broeders tegen. Deze apen zijn een behoorlijke overlast voor de rijstboeren omdat ze regelmatig in de rijstvelden te vinden zijn om hun buikjes rond te eten.

We klauteren wat verder het bos in en dan wijst onze gids naar de toppen van de bomen en zegt ‘there’s a black monkey’. We moeten behoorlijk zoeken voordat we het zwarte vlekje in de top van een boom hebben gevonden. Gelukkig hebben ze een lange staart die goed te herkennen is.
We zoeken in de toppen van de bomen en vinden nog een paart zwarte apen, maar daar heb je wel een goede bril voor nodig.

Het is inmiddels twee uur geweest en het is tijd voor de lunch. We lopen een half uurtje en komen dan bij een warung waar alle toeristen die hier rondwandelen hun lunch lijken te gebruiken.
We zoeken een tafeltje voor ons vieren en bestellen een lekkere Indo-hap. Even lekker bijkomen.

Na de late lunch lopen we terug naar Tetebatu. Terwijl de zon al begint te zakken is de bevolking nog steeds druk bezig in de rijstvelden. Er lijkt geen eind te komen aan het werk op de rijstvelden. Wij hebben nog 1 stop te maken. We gaan namelijk nog een bakkie koffie maken.

Ergens in een buitenwijk van Tetebatu lopen we bij een huisje achterom en gaan een drietal dames in de weer voor een bakkie leut en dan bedoel ik niet dat ze op een knop drukken en dat er koffie uit een automaat loopt. Nee, er worden koffiebonen van binnen gehaald, er wordt een vuurtje gestookt en de bonen worden vers gebrand. Voor een echte lekkere bak koffie laat je mij ook even helpen.

Na een twintigtal minuten zijn de bonen donkerbruin en kunnen ze gemalen worden. Ook hiervoor hebben ze geen machientje, met grote stokken worden de bonen tot koffiepoeder gestampt.
Dan gaat het in een kopje en wordt er heet water op geschonken en eerlijk is eerlijk, de smaak van deze Robusta is goed.

Na de koffie-stop is het nog maar een paar minuutjes naar het hotel. We bedanken de gids voor de leuke dag en springen dan eerst onder de douche. Met natte haartjes gaan we dan op het terras-met-uitzicht-op-Rinjani zitten en bestellen een biertje.

Woensdag 11 oktober

Het is weer scooter-tijd! Vandaag huren we opnieuw een scooter, dit keer om een rondje ten zuiden van Tetebatu te maken.
Onze eerste bestemming is de Pasar Kota Raja. We gaan dus naar de markt. Het is ongeveer 10 minuutjes rijden naar dit gehuchtje waar we de scooter bij de parkir neerzetten.

Alle ogen lijken op ons gericht als we het marktgebouw binnenlopen en het verbaast ons ook wel een beetje dat we geen enkele andere blanke tegenkomen.
Het is een georganiseerde chaos onder de overkapping. De meeste soorten voedsel zijn wel bij elkaar te vinden maar ook weer niet allemaal.
Het lijkt erop dat de vis- en en vleesverkoopsters reclame maken voor vegetarisch eten. Als je hun koopwaar ziet hangen dan eet je dat nooit meer.

De groente- en fruitafdeling is goed gevuld en de koopwaar lijkt zo uit de tuin te komen. Het ziet er fris en kleurrijk uit en past goed bij de vrolijke hoofddoekjes die de dames dragen.
We verbazen ons ook steeds weer over de aantrekkingskracht van de camera van Diana. Ze vragen soms om op de foto gezet te worden en dat hebben we in andere landen wel anders meegemaakt.

Na een uurtje halen we onze scooter van de parkir, betalen de €0,12 parkeergeld en rijden we naar Loyok, een plaatsje dat bekend staat om het grasvlechten; met strookjes gedroogd gras kunnen ze alles maken, van onderzetter tot boodschappentas.
We gaan in Loyok op zoek naar een kop koffie, maar dat is teveel gevraagd in dit gehucht. Dan wordt onze aandacht getrokken door kinder-herrie dat uit een gebouwtje verderop komt. Het blijkt een schooltje te zijn waar de kinderen net de klas uitkomen.

Ook voor de kinderen op Lombok zijn wij interessante materie. Ze vliegen gelijk op ons af en vragen hoe we heten en waar we vandaan komen, of we fan zijn van Messi of Ronaldo. Voor ons een mooie gelegenheid om een paar plaatjes te schieten.

Als we weglopen worden we vergezeld door een moeder die net haar dochter van school heeft gehaald. Of we al wat van dat mooie handwerk gezien hebben. Zij heeft namelijk een winkeltje iets verderop. We lopen met haar mee.
Het winkeltje ligt vol met gras-vlechtwerk. Gras is veel beter dan bamboe, bamboe is veel goedkoper, prijst ze haar eigen spulletjes aan.
Terwijl Diana door de collectie snuffelt begint de vrouw een ringetje voor haar te vlechten en dat helpt want niet veel later heeft Diana 6 gevlochten onderzetters gekocht (je zal ze binnenkort zien liggen op onze tafel). De ringetjes krijgt Diana kado.

Loyok staat dus bekend om de handicraft grasvlechten, wij vonden het schooltje veel leuker. We gaan weer verder en draaien iets verderop de Jalan Paok Motong – Kotaraja op. In Paok Motong worden we door een soort verkeersregelaar tot stoppen gemaand omdat de lokale moskee leeg loopt. Daar stoppen we maar al te graag voor en parkeren de scooter er aan de kant van de weg en bekijken het spektakel van een afstandje.

Wat er precies aan de hand is wordt ons niet duidelijk, misschien worden de moskee-gangers na elke dienst de straat over geholpen door deze over-actieve klaar-over. Met het verkeer in Indonesië is het nog niet zo’n gek idee. Als we er met onze scooter weer vandoor willen gaan worden we uitgezwaaid door een groep lieftallige gesluierde dames.

Het volgende pittoreske dorpje op ons lijstje is Penakak. Zoek je het betere kleiwerk, dan moet je daar zijn.
We vervolgen onze scootertocht, maar stoppen bij elke Minimart, Alfamart of andersoortige tent waar je koffie kan verwachten. Pas vlak voor Masbagik City vinden we een Minimart waar oploskoffie te krijgen is.
We vullen een beker met poeder en heet water en gaan buiten voor de supermarkt zitten. Hebben we ook nog het geluk dat er een of andere dorpsgek via een geluidsinstallatie herrie aan het uitkramen is. Als de koffie maar lekker is.

Het is nog een paar minuten rijden naar Penakak en ook dit handicraft dorpje je stelt maar weinig voor. Het moge duidelijk zijn dat handicraft op z’n retour is.
We weten nog wel een authentieke pottenbakster te vinden. Ze zit voor huis onder de veranda en is druk met het maken van grote schotels met een gat in het midden. Niet iets voor ons, maar er zal best een doelgroep voor zijn. Naast het huis ligt een grote berg klei, dus ze kan nog even vooruit.
Wij kunnen helaas geen leuk klein asbakje voor onze souvernierkast vinden dus we trappen de scooter maar weer aan.

Via de Jalan Raya Pringgasela rijden we naar het gelijknamige dorpje dat bekend staat om z’n sarong weverijen. We parkeren onze scoot bij de lokale Alfamart waar we onszelf eerst maar trakteren op een (bijna) echte Magnum.

We gaan op zoek naar een sarong-weverij maar onze aandacht aandacht wordt getrokken door wat beweging bij de moskee. Er loopt wat oudere jeugd op straat en als ze ons zien worden ze helemaal enthousiast (dat overkomt ons in Nederland nooit). Ze willen perse met ons op de foto en willen sowieso graag gefotografeerd worden. We kletsen nog wat met de jonge dames en gaan dan toch maar op zoek naar zo’n sarong-weverij.

In een steegje tegenover de moskee vinden we dan eindelijk een ‘atelier’ waar de muren vol hangen met kleurrijke stoffen. We gaan naar binnen maar er lijkt niemand aanwezig. Dan beweegt er wat op de grond en komt er langzaam een slaperig hoofd omhoog. ‘We are closed’ roept ze, maar dat hadden wij inmiddels wel begrepen. Het lijkt erop dat de sarong-business momenteel ook in een dip zit.

Vanaf de Rinjani Art Shop lopen we terug naar de Alfamart waar onze scooter staat. Onderweg komen we langs een soort Indonesisch cafetaria waar een bak met rissoles ons verleidelijk aankijkt. We hebben nog niet geluncht dus we bestellen een paar van die lekkere hapjes die we vervolgens op de stoeltjes bij de Alfamart oppeuzelen.

Vanaf Pringgasela rijden we weer terug naar Tetebatu. Onderweg gooien we nog een literfles benzine leeg in de tank. Om twee uur zijn we weer terug bij ons hotel en gaan we voor de laatste keer op het terras-met-uitzicht-op-rijstveld zitten.

Donderdag 12 oktober

Van Tetebatu maken we vandaag de oversteek naar Gili Trawagan, Gili T voor intimi. We worden om kwart voor negen opgehaald bij Les Rizieres en hebben dan 2 uur nodig om bij de haven van Bangsal te komen. Onderweg staan overal schoolkinderen langs de weg. Ongelooflijk, zo lang zijn we hier niet geweest, dat hadden ze niet hoeven doen. Onze chauffeur weet echter te vertellen dat er een of andere hoogwaardigheidsbekleder naar Tetebatu komt.………

Om kwart voor elf zijn we in de haven van Bangsal waar we de touts van ons afschudden die proberen je een kaartje naar Gili T + een kaartje naar Nusa Penida aan te smeren. Wij kopen ons kaartje voor de public ferry voor een prikkie bij het gammele ticket-office in de buurt van de wachtruimte waar we vervolgens plaats nemen.

De Gili-eilanden zijn een groep van drie kleine eilanden voor de kust van Lombok. Ze staan bekend om hun prachtige stranden, heldere turquoise water, en geweldige duik- en snorkelmogelijkheden. Behalve Gili T zijn het Gili Air en Gili Meno. Gili T is het meest levendig, met veel restaurants en nachtleven, terwijl Gili Meno rustiger is en bekendstaat om zijn romantische sfeer. Gili Air biedt een goede balans tussen levendigheid en sereniteit.

De public ferry gaat pas varen als er zo’n 40 passagiers zijn en wij hebben nummer 25 en 26 op ons kaartje staan. De man die een beetje zenuwachtig rondloopt maar er verstand van lijkt te hebben zegt dat het niet lang zal duren en inderdaad kunnen we 10 minuten later al naar het strand om de boot te beklimmen. Bij de public ferry is alles goedkoop, dus er is ook geen loopplank waarover je naar de boot kan. Gewoon met natte voeten langs de buitenboordmotoren.

De houten boot vertrekt een paar minuten na elf uur en het zijn niet alleen maar toeristen die naar party-eiland Gili T gaan. Er ligt ook een hele berg boodschappen van de locals bij de voeten van Diana.
We zien eerst Gili Air aan onze rechterhand (stuurboord), dan Gili Meno en als laatste verschijnt Gili T na 20 minuten in zicht.

We verlaten de boot op dezelfde manier als we aan boord zijn gekomen (maar dan omgekeerd). Dat betekent dat we weer natte voeten krijgen.
Op het eiland gaan we eerst op zoek naar een kop koffie en dat is hier helemaal niet moeilijk. Restaurants rijgen zich aaneen, bars, beachclubs zelfs een bakkerij en natuurlijk veel duikclubs.
We nemen een shot cafeïne en proppen er een muffin achteraan. Dan lopen we de kilometer naar ons hotel.

We zijn wat vroeg bij ons hotel met als gevolg dat onze kamer nog niet schoon is. We gooien de grote rugzakken achter de receptie en maken rechtsomkeert naar het strand. Daar bestellen we wat te drinken en stellen we de inwendige mens tevreden met een club-sandwich. Ondertussen genieten we van de prachtige blauwe kleuren van de zee.

We willen vanmiddag de kaartjes voor de boot naar Nusa Penida reserveren en natuurlijk gaan we hier ook de onderwaterwereld van dichtbij bekijken, bovendien moet er alweer gepind worden. Druk, druk, druk!
Als we de laatste frietjes naar binnen hebben gewerkt gaan we terug naar het hotel en leggen onze spullen op de kamer. Dan duiken we de ‘stad’ in.

We lopen eerst naar de ticket-office van Wijaya Perkasa. Dit is de maatschappij die Elva, de dame achter de receptie van ons hotel aanbeveelt. We worden ingeschreven voor de 15e, krijgen een papieren bevestiging en mogen betalen. Eerste klus geklaard.
Dan lopen we door naar Dream Divers (wederom op advies van Elva). Daar vullen we de gebruikelijke vragenformulieren in, zetten hier en daar een krabbel en mogen ons morgen om negen uur melden bij de duikschool om de uitrusting te passen. Tweede vinkje.

Het is inmiddels drie uur en we nestelen ons in een paar fleurige zitzakken aan zee. We bestellen een drankje en ondertussen trek ik nog een keer anderhalf miljoen uit de pinautomaat.
We blijven hier een tijdje genieten van het uitzicht op het azuurblauwe water en tegen vijven gaan we dan weer terug naar de kamer. We waren net gewend geraakt aan de temperatuur in Tetebatu, maar hier is het weer ouderwets warm.

‘s-Avonds eten we een heerlijke chili bij de buren. Het restaurant staat goed aangeschreven en maakt z’n naam waar. Daarna lopen we nog even naar de boulevard en drinken een heerlijke bak koffie bij The Banyan Tree. Onderweg valt het ons op dat de meeste restaurant leeg zijn. Gili T maakt z’n naam nog niet waar!

Indonesië 2

Vrijdag 29 september

Vandaag een keer geen wekker hoeven zetten en dan gaan we ook maar wat langer naar het ontbijtbuffet.
Die buffetjes zijn bij de eerste drie hotels fantastisch, er ligt eigenlijk veel te veel. Op een beeldkrant staat hoeveel eten er de vorige dag is weggegooid. Duidelijk een bericht aan de gasten die hun bord veel te vol laden met van alles en nog wat om vervolgens de helft weg te doen. Tja, je zal maar te kort komen.

Na het ontbijt gaan we eerst naar de Tourist Information om een tweetal buskaarten voor vanmiddag op de kop te tikken. Dan lopen we verder naar de eerste bestemming van vandaag: Pasar Ngasem.
Deze markt heeft een lange geschiedenis en is oorspronkelijk opgericht als een koninklijke markt die diende voor de sultan en de koninklijke familie.
Pasar Ngasem staat vooral bekend om de verkoop van traditionele Javaanse kunstnijverheid, handwerk, textiel, zilverwerk, batik en andere souvenirs, maar wij vinden de gewone markt leuker. Het is een geweldige plek om unieke geschenken en souvenirs te kopen, maar dat vinden wij nu nog wat te snel.

We wilden dolgraag de Sumur Gumuling bezichtigen maar deze ondergrondse moskee is helaas (al 3 jaar) gesloten. We nemen toch even de moeite om rond de dikke bovengrondse muren te lopen. Je weet maar nooit, misschien hebben ze wel een deurtje open laten staan. Helaas is er geen deurtje te vinden.

Dan lopen we maar door naar Taman Sari. Dit waterpaleis werd gebouwd in de 18e eeuw tijdens het bewind van Sultan Hamengkubuwono I. Het diende oorspronkelijk als een koninklijk badhuis en recreatiecomplex. De architectuur van Taman Sari is een mix van Javaanse, Islamitische en Europese stijlen.

Het heeft bijzondere kenmerken zoals ondergrondse tunnels en een kunstmatig meer. Behalve als een plek voor de sultan om te ontspannen, diende Tamansari ook als een strategische plek voor de koninklijke familie om te schuilen in geval van een aanval. De ondergrondse tunnels zijn tegenwoordig een populaire plek voor een foto-shoot.

Het Koninklijk Paleis van Yogyakarta, of beter Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat, is een iconisch cultureel en historisch centrum in Yogyakarta.
Het Koninklijk Paleis is het traditionele huis van de sultans van Yogyakarta, die afstammen van de koninklijke families van Mataram en Yogyakarta. Het paleis heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw.

Het paleis is een prachtig voorbeeld van Javaanse hofarchitectuur. Het is gebouwd met traditionele Javaanse stijlelementen en heeft een indrukwekkende reeks paviljoens, binnenplaatsen en poorten. Niet dat wij ze allemaal gezien hebben, maar ik wil je geen informatie onthouden.
Hoewel het paleis vandaag de dag meer een cultureel en historisch monument is dan een bewoond koninklijk paleis, worden er nog steeds culturele evenementen gehouden. Dat zou voor de aandachtige lezer geen verrassing mogen zijn want de show die wij gisteravond bezochten was zo’n cultureel evenement.

Het Koninklijk Paleis herbergt ook een museum met een uitgebreide collectie van kunstvoorwerpen, kostuums, en erfstukken die de geschiedenis van Yogyakarta uitbeelden. Ook nu moeten we bekennen dat we hier maar heel weinig van gezien hebben.

We vinden dat we bij de (meeste) bezienswaardigheden van downtown Yogya nu wel een vinkje kunnen zetten en gaan op zoek naar een becak voor de terugreis naar de Jalan Malioboro waar we rond 13:00 uur de bus naar Prambanan willen pakken.

De becak coureur rijdt via allerlei binnendoor-weggetjes en als we bijna bij de hoofdstraat zijn worden onze neuzen geprikkeld door de lucht van kruiden. We rijden langs de Pasar Beringharjo, de markt staat waarvan wij dachten dat er alleen maar batikstoffen en kleding te koop zou zijn. We besluiten toch nog maar een rondje door de enorme markthal te maken.

Onze neuzen hebben ons niet voor de gek gehouden want helemaal in het achterste gedeelte van de markt vinden we de afdeling die wij het meest boeiend vinden. Groente, fruit en etenswaren die we nog nooit gezien hebben, maar ook kruiden. Het is zoals altijd een kleurrijk geheel dat extra kleurrijk wordt door de vaak bont geklede Indonesische mensen.

Behalve de koopwaar is er ook een gedeelte waar de bezoekers een hapje kunnen eten en net zoals overal op straat wordt ook hier kipsate bereid. Op een gloeiendheet houtskool vuurtje waar de rookwolken vanaf komen liggen hele ritsen sate’tjes goudbruin te worden.

Omdat wij nog een middagprogramma hebben houden we het na een half uurtje voor gezien en gaan naar de Starbucks aan de overkant (hoe groot kan het contrast zijn) voor een lichte lunch. We komen even op adem onder in de verkoelende lucht van de airco en tegen enen gaan we naar de bushalte bij de Tourist Information voor onze bus naar Prambanan.

Onze timing is perfect want slechts enkele minuten later komt de bus er al aanrijden. We zoeken een plekje en gaan er maar weer goed voor zitten. Door het drukke verkeer en de busstops heeft de bus een uur nodig voor de 15km naar Prambanan.
Vanaf de Pramabanan-bushalte is het nog maar een kilometer naar het tempelcomplex, maar wij hebben in de hitte geen zin om te lopen en kruipen weer in een becak.
Wat die hitte betreft; we hadden mensen al horen zeggen dat het erg heet is op het moment en nu wordt zelfs op weersites gesproken van extreme hitte in deze regio. We stellen ons dus niet aan.

We kopen een kaartje bij de ticket-office en gaan op pad. De Prambanan is het grootste Hindoeïstische bouwwerk van Indonesië en het op een na grootste van zudi-oost Azië (na Angkor Wat) . De Prambanan werd halverwege de negende eeuw gebouwd, en was het Hindoeïstische antwoord op de Borobudur waar we gisteren waren. Volgens historici werd de Prambanan gebouwd ter ere van de terugkeer van de Hindoeïstische Sanjaya-dinastie in Centraal Java. Toen de Islam zich echter vanuit het westen van het land over Indonesië verspreidde, verhuisden de Hindoe-koningen naar het oosten en raakte het complex in verval.

In de honderden jaren die volgden stortten gebouwen in als gevolg van aardbevingen, en werden de tempels geplunderd door schatzoekers. Pas in 1937 werd de eerste poging tot restauratie gedaan, maar het duurde nog tot 1991 voordat de majestueuze bouwwerken werden opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Helaas heeft de natuur daar geen boodschap aan, want in 2006 raakten de tempels wederom beschadigd, dit keer door een stevige aardbeving. De gevolgen daarvan zien wij ook want er liggen grote hoeveelheden stenen opgestapeld waar je nog wel een paar tempels van kunt bouwen.

De Candi Prambanan bestaat uit vele tempels, in verschillende vormen en maten. Het complex is opgedeeld in drie ringen, waarvan de binnenste de belangrijkste is. Hier staan zes tempels die zijn gewijd aan belangrijke figuren uit het Hindoeïstische geloof. Een groot deel van de omringende tempels is zo erg beschadigd door aardbevingen dat ze niet meer als zodanig zijn te herkennen (dat zijn dus die opgestapelde stenen). Van de zes tempels in de binnenste ring zijn er drie grote hoofdtempels, waarvan Candi Shiva Mahadeva de belangrijkste is. Dit pilaarvormige bouwwerk is 47 meter hoog en is gewijd aan hindoegod Shiva.

De Candi Shiva is prachtig versierd met figuren uit het Ramayana verhaal, het wereldberoemde liefdesverhaal dat gaat over een prins Rama en zijn vrouw Sita (dus niet Sita de zangeres) die in ballingschap in het bos leven. Sita wordt ontvoerd door de demonenkoning en wordt later door het Apenleger bevrijd. Ook hier kunnen we dus de geschiedenis teruglezen in stenen stripverhalen, net als bij de Borobudur. We bekijken de tempel vanuit alle hoeken en gaat via de stenen trap ook de tempel in om een blik te werpen op het beeld van Shiva.

Ten noorden van Candi Shiva Mahadeva ligt Candi Vishnu. Dit bouwwerk lijkt erg veel op zijn buurman, maar is met zijn 33 meter hoogte net een stukje kleiner. Ook deze tempel is rijkelijk versierd.
Dan is er ook nog Candi Brahma, de tempel ten zuiden van Candi Shiva Mahadeva. Deze is versierd met de laatste scenes van de Ramayana. In het hart van de tempel staat het beeld van Brahma, volgens de Hindoe’s de schepper van het universum. Ook hier maken we een rondje en klauteren we naar boven. Behalve de prachtige versiersels zijn er ook heel veel plekjes waar je mooie foto’s kunt maken.

We verlaten het eerste hof met tempels en voordat we verder lopen naar de volgende tempel in Prambanan Park halen we eerst wat te drinken. Als we niet opletten zijn we straks volledig verdampt
Via zo veel mogelijk schaduwplekjes komen we dan bij Candi Lumbung. In vergelijking met de eerdere tempels is dit maar een kleine tempeltje, maar nog steeds erg mooi. In tegenstelling tot Prambanan is Candi Lumbung een Boeddhistische tempel. Dit moet je er wel bij vertellen want wij zien het verschil niet.

De volgende tempel is Candi Bubrah. Dit is net als Candi Lumbung een tempel met een Boeddhistische achtergrond maar lang niet zo mooi als de tempels die we hiervoor hebben gezien. Op naar de volgende.

Zo’n 800 meter ten noorden van het Prambanan complex, ligt Candi Sewu. Normaal gesproken hebben we geen moeite met ‘2 rondjes om de baan’, maar in deze hitte lijken het heel veel meer dan 2 rondjes. Oorspronkelijk hoort deze Boeddhistische tempel helemaal niet bij de Prambanan, maar als je er toch bent kun je net zo goed een kijkje nemen. Candi Sewu is na de Borobudur het grootste Boeddhistische tempelcomplex van Indonesië en bestaat uit een grote hoofdtempel die wordt omringd door vier ringen met in totaal 240 kleinere tempels. De ravage van de aardbeving is hier erg goed te zien.

We gaan eerst even onder een afdakje zitten en drinken een flesje cola leeg. Dan maken we eenrondje bij Candi Sewu. Dit is ook een mooie grote tempel, maar zonder de hoeveelheid bezoekers die we bij de Prambanan tempel zagen. Het zonlicht wordt inmiddels wat zachter waardoor de foto’s er nog beter uitzien (of komt het door die toerist ?).

Na een uitgebreide inspectie van de Sewu tempel lopen we weer terug naar de Prambanan tempel om daar nog wat foto’s te maken met dit licht. Helaas zijn we niet de enige met deze gedachte want het is veel drukker dan eerder deze middag.

Ineens ziet Diana dat er een ceremonie plaatsvindt voor de Shivatempel. Ondanks de vermoeidheid trekt ze een kort sprintje met de camera in de aanslag. Dat is een mooi extraatje op deze warme middag.

Rond vier uur laten we de tempel en haar aanbidders achter ons en gaan we op weg naar de uitgang. Bij de eerste de beste koelkast nemen we nog een flesje drinken maar dan gaan we toch maar op zoek naar een becak. Hoewel we niets hebben afgesproken staat de coureur van de heenweg bij het hek te wachten. We stappen in zijn bakkie en hij levert ons weer zonder kleerscheuren af bij de bushalte.
Onze timing is weer fantastisch want de bus komt er net aanrijden. We zoeken een plekkie en gaan maar weer zitten voor de lange rit. Het helpt al helemaal niet dat we nu ook nog eens te maken krijgen met de spits rond Yogya, maar ach, we hoeven nergens heen.

We worden netjes afgeleverd bij bushalte Malioboro 2 en nadat we het statiegeld voor onze buskaarten hebben opgehaald hebben we wel trek gekregen. We besluiten om weer naar Bedhot Resto te gaan. Dit backpackers restaurantje bevindt zich in een duister steegje waar je niet gek mag opkijken als er een mes tussen je schouderbladen landt, maar het eten is voortreffelijk!

Om het diner helemaal af te maken gaan we naar Malio Gelato voor een ijsje. Dit moet het beste ijs in Yogya zijn want het is er erg druk. We nemen 2 bolletjes, Diana kiest voor de ‘koffie’ en ik neem ‘very berrie’. Een paar likjes later begrijpen we waarom hier elke dag zoveel mensen naar binnen gaan.

Zaterdag 30 september

Vandaag staat vooral in het teken van de KAI, de Indonesische spoorwegen. We mogen namelijk de hele dag in de trein verblijven. Voor de rit van Yogya naar Probolinggo trekt de KAI bijna 8 uur uit. Dat voor nog geen 15 euro!

Er is even een lichte paniek als blijkt dat er geen taxis beschikbaar zijn om ons naar het treinstation te brengen, maar de receptionist weet uiteindelijk toch een karretje naar het hotel te lokken.
De taxichauffeur levert ons mooi op tijd en tegen een hele schappelijke prijs bij het station af en nadat onze tickets zijn gecontroleerd nemen we plaats bij het perron.

De trein rijdt pas tegen half negen het station binnen dus we hebben niet veel tijd om onze stoelen te zoeken. Met een beetje hulp vinden we wagon 1 bisnis, maar stoelen zijn niet te vinden. Deze wagon heeft alleen maar banken! Dat noemen ze bisnis-klasse in Indonesië! Ach, we hoeven er maar 8 uur op te zitten…..

De treinreis verloopt voorspoedig en de banken zitten nog niet zo heel slecht als we vreesden. Rond twee uur zijn we in Surabaya waar de trein 20 minuten blijft staan. De halletjes worden gedweild, de wc krijgt een beurt en de bankleuning wordt omgedraaid. Omdat de trein vanaf Surabaya achteruit rijdt kun je toch vooruit reizen door de bankleuning om te klappen. Heel vernuftig.

De laatste 2 uur van Surabaya naar Probolinggo vliegen voorbij. We merken dat de zon begint te dalen en genieten van het uitzicht over rijstvelden in het zachte licht.

Om 16:30 uur rijden we station Probolinggo binnen. We hangen de rugzakken om de schouders en lopen de 800m naar het hotel. Het hotel is beter dan we hadden verwacht voor dit gehucht,
We checken in, gooien onze spullen op de kamer en gaan dan een Bromo Sunrise tour proberen te regelen.
Uiteindelijk komen we bij Bromo Java Paradise uit. We boeken een prive-tour en worden om 01:30 uur opgehaald door een chauffeur die luistert naar de naam Rizqi. We vragen ons af of dat nou een gelukkig naam is voor een chauffeur.

Om acht uur zijn we al op onze kamer. We leggen onze warmste kleding klaar want bovenop de Bromo daalt de temperatuur ‘s-nachts onder de 10 graden.
De wekker staat op 01:00 uur en we hopen nog wat te kunnen slapen.

Zondag 1 oktober

De wekker gaat zelfs om 00:30 uur al af. Gisteravond kwam er nog een appje achteraan: het zou erg druk worden, of we een half uurtje eerder kunnen. We zijn inmiddels gewend aan de wekker, dus dat half uurtje is geen probleem.
Tegen enen verschijnt Rizqi bij het hotel en hij rijdt ons in vliegende vaart naar Cemoro Lawang waar we overstappen op de Landcruiser die ons naar het uitzichtpunt moet brengen.
We hebben ongeveer een uur nodig om via een slingerweg boven te komen en de chauffeur weet een mooi parkeerplekje te vinden, vlak bij het begin van het laatste klimmetje dat we te voet moeten afleggen.

Omdat de zonsopkomst nog wel even op zich laat wachten gaan we in een van de houten keetjes zitten die hier langs de weg staan. De vrouwen uit de omgeving hebben slim ingespeeld op de enorme hoeveelheid verkleumde toeristen die iets warms willen drinken of eten. Daar is geld aan te verdienen. Bovendien verkopen ze jassen, mutsen en handschoenen tegen de kou.

Om 04:30 uur gaan we dan de kou in, op weg naar het uitkijkpunt. Zoals gezegd zijn we niet de enigen die dit spektakel willen meemaken. De uitzichtpunten (ja, er zijn er meer) stromen vol en iedereen zoekt redelijk fatsoenlijk een plekje voor het mooiste plaatje.

Naarmate de zon hoger komt te staan wordt het fotograferen wat makkelijker en kun je zelfs met je telefoon een leuke selfie. Maken met de Bromo op de achtergrond. We kunnen niet achterblijven en doen dat ook niet.

Ruim na vijfen houden we het voor gezien en lopen we samen met Rizqi terug naar de Landcruiser. We maken de chauffeur wakker en niet veel later gaan we op weg om de Bromo van dichtbij te bekijken.
Dat het verkeer in Indonesië onvoorspelbaar is hebben we van dichtbij meegemaakt, maar dat je op zo’n slingerweggetje ook shocking klem kan komen te staan is een nieuw dieptepunt (of hier een hoogtepunt).

Een korte toelichting bij deze file is wel op z’n plaats. De smalle slingerweg waarover wij naar boven zijn gereden doet ook dienst als parkeerplaats en bovendien zijn wij niet de enigen die in zo’n Toyota Landcruiser model ‘Indiana Jones’ rijden (of modelletjes die daar erg op lijken); iedereen heeft zo’n bak. Die wagens worden dus aan beide kanten van de weg geparkeerd en als de zon z’n koppie heeft laten zien gaat de hele meute terug naar z’n Landcruiser en wil iedereen gelijktijdig de auto draaien op het smalle weggetje. Sommige toeristen laten zich bovendien met een scooter of motor terugbrengen naar hun auto en dan is de chaos compleet.
Na een uur in de file te hebben stil gestaan zijn wij maar gaan lopen.

Uiteindelijk lost zo’n file ook weer op en net toen wij een uitzichtpunt hadden bereikt kwamen onze chauffeurs aangereden. Ze toeteren enthousiast als ze ons zien en zetten de auto aan de kant. Wij stappen in en dan slingeren we naar beneden, naar de ‘sea of sand’ en de Bromo vulkaan.
De Landcruisers scheuren over de zandvlakte naar een parkeerplaats waar we onze wandeling naar de vulkaan beginnen, maar voordat we daar zijn moet er nog wel een fotootje gemaakt worden in dit ruige landschap.

De sea of sand is een enorme zandvlakte in de caldera van een enorme megavulkaan, de Tengger-vulkaan. Deze enorme vulkaan is gedurende de geologische geschiedenis meerdere keren uitgebarsten. Deze uitbarstingen waren zo krachtig dat de top van de vulkaan uiteindelijk instortte en een enorme krater vormde, wat resulteerde in de vorming van de huidige caldera. Binnenin deze caldera zijn nieuwe vulkanen ontstaan zoals de Bromo die bekend staat om zijn regelmatige uitbarstingen en constante uitstoot van rook en as en de Semeru, ook wel ‘Great Mountain’, de hoogste piek op Java.
Het zand in dit gebied is fijn gemalen vulkanische as dat zich in de loop van de tijd opgebouwd heeft tot een bijna maanachtige landschap dat zorgt voor een dramatisch contrast met de omliggende vulkanen.

Als de auto netjes geparkeerd is gaan we op pad naar de Bromo. We gaan niet per pony naar de vulkaan (dat is iets voor de Chinezen en Indonesiers) maar banjeren door het mulle vulkaanzand, stofwolken achter ons latend.
Ik geloof dat ik het al eerder geschreven heb, maar we zijn niet alleen vandaag (!). Bij de trap die naar de kraterrand gaat staat al een enorme rij te wachten. We sluiten aan en onder het genot van een brandende zon wachten we netjes op onze beurt.
Als we de 253 treden bedwongen hebben staan we ineens aan de rand van de Bromo vulkaan en zie we de zwaveldampen uit de krater opstijgen.

We volgend de kraterrand in oostelijke richting en blijven vol bewondering in de diepte turen. De rand is soms best tricky en je wilt hier geen misstap maken. Na een paar honderd meter staat er een beeldje van Ganesha, beschermheilige van reizigers, op de kraterrand en daar wil natuurlijk iedereen een foto maken, ook wij.

We lopen nog iets verder, maar dan beginnen de zwaveldampen ineens toe te nemen en komen ze onze richting op. Het slaat direct op je keel en geeft een vervelend prikkelend gevoel, Dit is voor ons het teken om rechtsomkeer te maken en via de trap af te dalen naar de zandzee.

Bij de Landcruiser worden we al opgewacht door de chauffeur en als ook Rizqi weer van de partij is gaan we op naar Cemoro Lawang. Daar stappen we in de auto van Rizqi die ons in een klein uurtje terug naar ons hotel.
We gaan gelijk naar onze kamer om ons af te spoelen want het vulkanische as zit zelfs op plekken waar het daglicht niet komt.
Even later nemen we fris en fruitig plaats in de lobby en checken we onze mail. Dan nemen we nog een lichte lunch in het restaurant van het hotel en vervolgens laten we ons naar het treinstation brengen waar we bij de ticket counter onze treinkaartjes laten printen.

We zijn nu klaar voor het ritje van 4 uur naar Banyuwangi, maar omdat we nog even tijd hebben voordat de trein vertrekt gaan we in het gezelligste restaurant bij het treinstation nog wat drinken.
Om half vier lopen we terug naar het stationsgebouw, laten onze treinkaartjes controleren en nemen plaats op het perron.

Niet veel later rolt de trein binnen en gaan wij op zoek naar onze plekken. Als we in wagon 1 aankomen schrikken we wel even. De hele wagon zit al vol met vnl. Indonesische gezinnen die onderweg zijn naar huis of familie. Bovendien is alle bagageruimte volgepropt en lukt het nog maar net om een plekje voor onze rugzakken te vinden.
We nemen plaats op onze harde bank, proberen onze benen tussen die van de reizigers tegenover ons te schuiven en bedenken ons dat dit wel eens een lastig ritje kan worden.
Een advies van ons voor alle potentiele Indonesie-gangers: ga nooit in de Ekonomi-klasse van de KAI reizen. Ga lopen, koop een fiets, kruip in een onderzeeër, maar reis niet in de Ekonomi-klasse.

Om 20:10 uur arriveren we na een lange, lange treinrit van 4 uur eindelijk in Banyuwangi. We springen in een taxi en laten ons naar ons hotel brengen. Het aanzicht van dit hotel maakt alweer een klein beetje goed van de ellende van de afgelopen uren, maar dat zal pas echt blijken als het morgen de zon weer is opgekomen.

Maandag 2 oktober

Wat kan een mens naar de knoppen zijn na een actieve vakantiedag. De afgelopen nacht (weer) weinig geslapen. Knallende koppijn, misselijkheid, algemene misere. We hebben er allebei wel last van. We twijfelen zelfs of we wel naar de Ijen vulkaan moeten gaan.
Bij het ontbijt proppen we met veel tegenzin een broodje met suiker naar binnen. Diana besteld 2 cappuccino en dat is een goed idee blijkt later. We knappen langzaam op. Is het dan toch weer die (caffeine) verslaving die ons parten speelt?

Na het ontbijt besluiten we bij het zwembad te gaan liggen. Het daglicht laat dit hotelcomplex er nog beter uitzien dan we gisteren al vermoedden.
We zoeken 2 mooie bedjes uit en leggen onze handdoeken in de aanslag, maar duiken dan eerst even het zwembad in om op te knappen. Het water is behaaglijk warm. Hier kunnen we wel even liggen weken.

We bestellen een bak koffie en langzaam aan voelen we ons weer de oude. We voelen onszelf zelfs zo goed dat we de nachtelijke tocht naar de Ijen krater gaan boeken.
De rest van de dag blijven we lekker aan het zwembad liggen. ‘s-Middags wordt het wat bewolkter waardoor het nog aangenamer wordt op het ligbedje. Even wat slaap inhalen.

Rond vieren houden we het voor gezien en gaan we naar de kamer. We leggen de uitrusting voor vannacht klaar en gaan dan een hapje eten.
We nemen een lichte maaltijd en gaan dan proberen een paar uurtjes te slapen. Net als gisteren staat de wekker weer op 00:30 uur.

Dinsdag 3 oktober

We zijn dus weer vroeg uit de veren, voor de laatste keer…..waarschijnlijk. Snel wassen, tandjes poetsen en naar de lobby waar onze gids al staat te wachten. We krijgen gelijk een gasmasker en een hoofdlamp uitgedeeld. We zijn er klaar voor.
We stappen in de auto en vragen de chauffeur nog even langs de pinautomaat te rijden want we zijn aan onze laatste paar-honderd-duizend roepia’s toe.

Het ritje naar de Kawah Ijen duurt ongeveer een uur en nadat we een plekkie op de parkeerplaats hebben gevonden gaan we eerst nog even een bakkie thee drinken want de poort gaat pas om 02:00 uur open.
Het is nu al niet te vergelijken met de Bromo en dat verschil zal alleen maar groter worden.

Om kwart over twee koopt de chauffeur onze tickets en gaan we op weg met de gids. Bij de Bromo waren we met drie-en-een-halve minuut op het uitzichtpunt, maar hier hebben we twee-en-een-half uur pittig klimwerk voor de boeg.
We lopen in een gestaag tempo omhoog terwijl we proberen het pad voor ons te verlichten met de gekregen lamp. Gelukkig heeft iedereen zo’n lamp waardoor struikelpartijen achterwege blijven.
We hadden ons ook naar boven kunnen laten rijden in een soort kruiwagen met twee wielen waarbij een persoon de kruiwagen trekt en een ander de kruiwagen duwt. De kruiwagen-bestuurders vragen hier een stevige prijs voor, dus je hoeft geen medelij met ze te hebben. Toch ziet het er iets te lakei-achtig uit.
We lopen lekker door en om ons zie we dat veel beklimmers het moeilijk hebben. Vooral de Chinezen happen naar adem en zij worden ook het meest gesignaleerd in de kruiwagens.

Na 2 uur komen we bij de afslag naar het blauwe vuur. Op een groot bord wordt gewaarschuwd niet naar beneden te gaan maar de meesten gaan toch. Onze gids vertelt dat de afdaling volledig op eigen risico is. Er wordt geen hulp verleend als er wat gebeurt.
Het blauwe vuur wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van zwavelgassen in de vulkanische gassen die uit de krater ontsnappen. Wanneer deze zwavelgassen in contact komen met de zuurstof in de lucht en ontbranden, produceren ze een blauwe vlam. Dit alles heeft te maken met de productie van zwavel die hier plaatsvindt
De hete zwavelgassen worden naar een reeks buizen en leidingen geleid, waar ze worden blootgesteld aan de omgevingslucht. Dit zorgt ervoor dat de gassen afkoelen en condenseren tot vloeibare zwavel.
De vloeibare zwavel druppelt naar buiten, waar het stolt en uithardt. Dit leidt tot de vorming van gele zwavelklompjes.
Lokale arbeiders verzamelen de gevormde zwavelklompjes. Ze hakken de klompjes los en plaatsen ze in manden.
De verzamelde zwavelklompjes (tot wel 70kg) worden door de arbeiders in manden op de schouders naar het dal gedragen.

Wij gaan niet met de meute mee naar het blauwe vuur, maar dat heeft vooral te maken met de enorme drukte op het paadje naar beneden. Je loopt stapvoets achter elkaar aan naar beneden, maakt een foto van het blauwe vuur en dan loop je te tegen de stroom in weer naar boven.
Toch krijgen wij het blauwe vuur te zien. Onze gids raapt een klein stukje zwavel van de grond, houdt er een aansteker bij en voila, blauw vuur. We checken gelijk onze gasmaskers.

De Ijen vulkaan is al de derde vulkaan die we bezoeken tijdens deze vakantie en dat is ook niet zo gek als je een land bezoekt dat in de ‘Ring of Fire’ ligt. De Ring of Fire is een gebied in de Stille Oceaan waar verschillende tektonische platen samenkomen, uit elkaar bewegen of onder elkaar duiken. Dit complexe plaatgrensgebied zorgt voor aardbevingen en vulkanische activiteit, en Indonesië ligt midden in dit actieve geologische gebied.

Naar de rand van de krater is het nog drie kwartier verder stiefelen en omdat het langzaamaan lichter wordt, beginnen de eerste contouren van de krater zich af te tekenen. Ook het smaragdgroene kratermeer wordt steeds zichtbaarder.
Dit kratermeer van de Ijen is met een pH-waarde van ongeveer 0,5 extreem zuur. Het is daarmee zelfs een van de zuurste natuurlijke waterlichamen ter wereld. Het zuur komt voort uit de opgeloste zwavelverbindingen in het water.
Het meer contrasteert mooi met het omliggende vulkaanlandschap en dat doet het goed op de plaatjes.

Als even later de zon opkomt brengt dat nog meer kleur in deze prachtige omgeving. Een rood-roze lucht vormt de achtergrond van de krater. We lopen langs de kraterrand om het beste uitzichtpunt te vinden, maar eigenlijk is het overal even mooi.
We kunnen wel zeggen dat we de mooiste vulkaan voor het laatst hebben bewaard. Kawah Putih was klein maar fijn, de Bromo was vooral speciaal vanwege de Sea of Sand maar Kawah Ijen is een adembenemende schoonheid.

Rond half zes gaan we op de weg terug en dat doen we via een aantal Insta-spots. Er staan oude vreemd gevormde rhododendron-achtige bomen langs de krater en Chinese toeristen komen speciaal hierheen om zichzelf naast zo’n boom te laten fotograferen en de laatste mode is dat ze dat schaars gekleed doen (terwijl het daar best fris is). Wij maken ook zo’n soort foto, maar willen die niet verpesten met onze schaars geklede lichamen.

Als we bij de afslag naar het blauwe vuur aankomen staat daar net een een zwaveldrager wat bij te verdienen. Blijkbaar levert het snijden van figuurtjes uit brokken zwavel goed geld op want hij doet maar weinig moeite om de kilo’s zwavel naar beneden te sjouwen. De toeristen betalen veel beter dan de fabriek beneden.

Om kwart over zeven zijn we weer beneden en dat we zonder kleerscheuren beneden zijn gekomen mag een wonder heten. De steile afdaling over een pad met een dunne bovenlaag van los vulkaanzand levert veel glijpartijen op. Wij zijn natuurlijk wel goed getrainde (hard)lopers!

We hebben vijf kwartier nodig om terug naar het hotel te rijden. Daar ontstoffen we even onder de douche en vallen dan het ontbijtbuffet aan. Normaal gesproken laten we de warme hap van het ontbijtbuffet staan, maar dit keer nemen we ook gebakken aardappels en nasi. We hebben er ook al bijna een werkdag op zitten.

Dan is het tijd om de spullen weer in de rugzak te proppen en uit te checken. We willen de ferry van 12:00 uur naar Bali halen dus moeten opschieten. We laten een taxi voorrijden die ons naar de haven van Ketapang brengt.
We kopen snel de kaartjes voor de overtocht en lopen dan naar de boot.

Als ze ons aan zien komen lopen beginnen ze al te schreeuwen. We trekken een kort sprintje en lopen het oude barrel op via de laadklep.
Dat hebben we gehaald en dan zijn we ook mooi op tijd voor de chauffeur die ons op Bali op komt halen.
De boot is al afgeladen vol en er is geen zitplek meer te krijgen. Het is maar drie kwartier varen, dus we blijven op het bovendek aan de reling staan en genieten van het uitzicht op Bali.
Deze veerboot is niet te vergelijken met de veerboten in Griekenland. De boot is oud en vies en het lijkt wel of de boot wordt aangedreven door mannetjes met roeispanen. Er zit geen vaart in. Gelukkig is het maar een klein stukkie.

Halverwege kijkt Diana op haar horloge en zegt verschrikt het is 13:35 uur! We zijn helemaal vergeten dat er een uur tijdverschil is tussen Java en Bali en hebben daar bij het maken van de afspraak met de chauffeur geen rekening mee gehouden. Nu begrijpen we de appjes van de chauffeur die hij voor twaalven stuurde en vroeg of we er al bijna waren. We sturen hem snel een berichtje en leggen onze dommigheid uit. Dat moeten we maar goedmaken met een dikke fooi.

Als we met een kleine vertraging de boot aflopen gaan we op zoek naar onze chauffeur. Na wat appen en bellen weten we elkaar te vinden. We leggen de situatie nogmaals uit en gooien onze bagage dan achterin zijn auto. Rijden met die bak want we hebben nog ruim 4 uur voor de boeg.

De rit langs de noordkust van Bali verloopt voorspoedig, maar 4 uur rijden is best een eind als je al vanaf 00:30 uur wakker bent. We maken nog een keer een stop bij een supermarkt voor een drankje en een ijsje en even later stoppen we nog een keer om te tanken.
Om half zeven zijn we dan eindelijk bij ons hotel Bukit Segara en hoewel het donker is, zien we al snel dat dit een verblijf is waar je langer wilt zijn.
De kamer is fantastisch en helemaal versierd met bloemen uit de eigen tuin. Dit keer pleuren we onze bagage niet op bed, maar deponeren deze in daarvoor bedoelde ruimte.

Om half acht gaan we naar het kleine restaurant en genieten van het heerlijke eten. Anderhalf uur later zijn we weer op onze kamer en na wat administratie duiken we het bed in, we zijn helemaal mud!

Woensdag 4 oktober

Vandaag even niks! Geen wekker, geen programma, niks! We slapen uit en gaan om half negen ontbijten met uitzicht op zee. Het geluid van de golven was onze wekker vanochtend.
Na het heerlijke ontbijt gaan we even langs bij de duikschool om de hoek om de duiken voor vrijdag te regelen en dan installeren we ons aan het prachtige zwembad.

Eigenlijk was dat het wel voor vandaag. Ok, vanaf het ligbed regelen we nog wel de tickets voor de ferry naar Lombok en bestellen we af en toe wat te drinken en te eten, maar veel zweteriger wordt het niet.
Tussen al die activiteit door dompelen we in het niet al te koude zwembad en maken natuurlijk wat foto’s. Sorry als we je jaloers maken.

Aan het eind van de middag gaan we nog een keer naar de duikschool om onze uitrusting te passen en daarna lopen we door naar het iets verder gelegen Vienna Beach Resort. Het is daar toevallig happy hour, een goede gelegenheid om aan de betonnen bar met uitzicht over zee te gaan zitten. Laat de cocktails maar komen.

Als de zon is ondergegaan lopen we terug naar ons hotel. Ook vanavond eten we weer in het bijbehorende restaurant.
Dit was dan onze minst enerverende, minst actieve, maar o zo lekkere vakantiedag.

Donderdag 5 oktober

Vandaag een cultureel uitstapje op de scooter. Het is erg aanlokkelijk om de hele dag bij het mooie zwembad te blijven liggen, maar dat is een beetje tegen onze natuur in.
We hebben een tempel, 2 waterpaleizen en wat rijstvelden ingepland dus gaan met die banaan (=Honda).

Het eerste stukje asfalt is gelijk een heel slecht stuk asfalt. Het zit vol met gaten en is zo smal dat auto’s elkaar maar net kunnen passeren. Het goede nieuws is dat er hard gewerkt wordt aan verbreding van de weg, maar daar hebben wij nu alleen maar last van. Na drie kwartier draaien we eindelijk de ‘grote’ weg op en kunnen we gas geven. Zoals vaak in het buitenland zijn de scooters niet begrensd en kunnen we ruimschoots harder dan 30km/u, dus wel een helm op.

Onze bestemming is de Lempuyang tempel. Deze tempel ligt op ongeveer 15km van Amed en is een belangrijke religieuze en culturele plek in Bali. Rond half tien parkeren we de scooter en stappen we in een shuttelbusje dat ons het laatste stukje naar boven rijdt.
Daar kopen we een kaartje en krijgen we een sarong omgeknoopt. Nog even een korte uitleg en dan gaan we op pad.
Het is 300m klimmen naar de tempel en het is er al behoorlijk druk. De tempel bestaat eigenlijk uit 2 delen. Aan de oostkant een drietal trappen en aan de westkant (met uitzicht op de vulkaan Agung) een poort.

De drie trappen hebben symbolische betekenissen in de Balinese religie en cultuur.
De eerste trap symboliseert de fysieke wereld, waar mensen zich bevinden voordat ze aan hun spirituele reis beginnen.
De tweede trap staat voor de menselijke geest en het proces van zelfreflectie en zuivering. Het vertegenwoordigt de overgang van de wereldse verlangens naar een staat van mentale en spirituele zuiverheid.
De derde trap leidt naar de tempel en wordt beschouwd als de toegangspoort tot de goddelijke wereld.
Dit is natuurlijk precies wat je altijd al wilde weten over de Pura Penataran Agung Lempuyang. Wat ons betreft is het vooral een fantastische plek om een foto te maken.

Je zult het niet geloven, maar ondanks het spirituele belang van de trappen kijken de meeste toeristen hier nauwelijks naar om. Ze komen namelijk voor de poort aan de westkant, vaak aangeduid als ‘De Hemelpoort’. Deze poort heeft z’n populariteit te danken aan Instagram en de gemiddelde (Aziatische) toerist vindt het helemaal niet erg om twee-en-een-half uur (!) te wachten op dat moment supreme.

Bij het toegangsticket zit een volgnummer dat je recht geeft op het fotomoment. De nummers worden omgeroepen en als het jouw beurt is mag je een paar poses aannemen onder de poort. Hele bergen toeristen hangen dus twee-en-een-half uur op hun rug om deze foto te kunnen maken. Daar zijn wij blijkbaar te nuchter voor (en hebben geen social media account). Wij maken ook onze foto, maar uit een alternatieve hoek zullen we maar zeggen.

In de Balinese cultuur en religie heeft de Hemelpoort ook een symbolische betekenis. Het doorlopen van deze poort vertegenwoordigt spirituele zuivering en positieve transformatie en het betreden van de tempel een stap is in de richting van spirituele verlichting. 
Ik zeg halleluja en doe er je voordeel mee!

Na dit spirituele hoogtepunt nemen we eerst wat vocht tot ons en gaan dan terug naar de scootmobiel. Helmpies op en daar gaan we weer.
De volgende bestemming is de waterpaleis aan de oostkust van Bali en om daar te komen rijden we door kleine dorpjes en prachtige groene rijstvelden. Hier zie nog een klein beetje het Bali van voor het toerisme en dat komt waarschijnlijk ook omdat we een paar keer de verkeerde afslag nemen.

Taman Ujung is eigenlijk een soort aangelegd park met mooie vijvers, prieeltjes, trappen en bijzondere planten en bomen. Dit waterpaleis werd in de vroege 20e eeuw gebouwd door de laatste koning van Karangasem en deed dienst als een soort koninklijk buitenbad. Het waterpaleis werd beschadigd door een aardbeving in 1963 en dat kan verklaren waarom wij hier geen echt paleis meer zien.
We maken een rondje over het terrein en zien dat er ook een bruidsreportage wordt gemaakt. Bijna net zo mooi als bij de Wenumse watermolen. Na een uurtje zetten we ons schrap voor het ritje naar Tirta Gangga.

Na een half uur scooteren parkeren we onze motor op de daarvoor aangewezen plek, betalen daarvoor IDR 5.000 en gaan naar de ingang van het volgende waterpaleis.
Tirta Gangga is in 1948 gebouwd door Anak Agung Agung Anglurah Ketut Karangasem de raja van Karangasem die ook Taman Ujung heeft laten bouwen (dat is wel een lekker zinnetje). Tirta Gangga betekent letterlijk ‘water van de Ganges’ en de site herbergt heilige bronnen waar traditionele hindoe rituelen worden uitgevoerd. 

Ook dit was oorspronkelijk een badplaats voor de koninklijke familie, maar dit waterpaleis is nu vooral beroemd om z’n dikke vette karpers. Die karpers zijn een een gewilde achtergrond voor de toeristische poseer-foto’s. Wij kunnen wederom niet achterblijven.

Na dit waterballet rijden we terug naar Amed waarbij we nog even een tussenstop maken voor een drankje in down-town Amed. We hadden nog geen gelegenheid gehad om de Jukung, de typische Balinese vissersboten van dichtbij te bekijken en die liggen hier op het strand. Dat kunnen we nu ook afvinken.

Om drie uur zijn zonder kleerscheuren terug bij ons hotel. Snel naar het zwembad voor een verfrissende plons. De rest van de middag liggen we afwisselend in het water of op zo’n heerlijk bedje aan de rand van het zwembad.

‘s-Avonds eten we dit keer niet bij ons hotel maar gaan we 300m verderop naar Gusto Resto, een Italiaans restaurant. Het is een goede keuze want we krijgen een mooi plekje op het balkon van het restaurant en de bruschetta en tagliatelle die we bestellen smaakt heerlijk!
We maken het niet laat vanavond want (je raadt het al) morgen gaat de wekker.