Tag archieven: Akhaltsikhe

Georgië 4

Dinsdag 25 oktober 2022

Dit is alweer het laatste hoofdstuk van onze reis. De vorige drie hoofdstukken waren voor ons een succes en we verwachten niet anders voor dit laatste hoofdstuk.
Na het eenvoudige ontbijt lopen we eerst naar het Akhaltsikhe kasteel aan de nadere kant van de rivier. Omdat de wolken nog overheersen doen we alleen een rondje over het gratis gedeelte van het kasteel. De rest komt vanmiddag wel.
Het kasteel is een beetje over-gerestaureerd; het is allemaal nogal strakjes voor een kasteel uit de 12e-13e eeuw. Bovendien zijn er restaurants en zelfs een hotel bijgebouwd.
We klimmen nog wel even in de uitkijktoren voor een uitzicht over het kasteel en de stad.

Na het flits-bezoek aan het kasteel drinken we een kopje koffie in de stad en informeren we bij het busstation naar de vertrektijden van de bus naar Borjomi. Gelukkig gaat die bus ongeveer elk uur dus daar hoeven we geen rekening mee te houden.
We lopen nog wat verder en stuiten dan op een groepje oude mannen (58+) die met elkaar een spelletje spelen. Ze vragen Diana om mee te doen, maar we hebben geen tijd……

We hebben alle weersites gecheckt en het is tijd om naar Vardzia te gaan. Vanmiddag wordt het daar lekker toeristenweer.
We charteren een taxi, springen op de achterbank en gaan op weg. Het is 65 km naar Vardzia de weg er naar toe is al adembenemend mooi. De weg volgt de meanderende Koera rivier en de bomen langs de rivier kleuren goudgeel.

De heuvels die iets verderop liggen zijn daarentegen gortdroog. Op die heuvels staan hier en daar restanten van een kerk of een fort uit lang vervlogen tijden. We vragen de chauffeur af en toe om te stoppen zodat we een fotootje kunnen maken.
Om 12:45 uur zijn we bij Vardzia. De chauffeur zet de taxi op de parkeerplaats, wij kopen het benodigde ticket en gaan op pad.

Je vraagt je misschien af waarom doen ze zo moeilijk en gaan ze in grotten wonen. Nou dat zit zo. In de middeleeuwen was Georgië geregeld het doelwit van verwoestende aanvallen. Om zijn inwoners te beschermen besloot koning Giorgi III om een fortificatie te bouwen op de hellingen van de Erusheli berg en werden de eerste grotwoningen uitgehouwen. Koning Giorgi III overleed in 1184 en zijn dochter Tamar die op dat moment slechts 25 jaar oud was, werd de eerste vrouwelijke heerser van Georgië en wat voor eentje! Onder haar leiding kwam Georgië tot economische en culturele bloei. Ze versloeg de Turken meerdere malen, plunderde Constantinopel en haar koninkrijk strekte zich uit van de Zwarte Zee tot de Kaspische Zee. Daarnaast liet ze talloze kathedralen en kerken bouwen.
Ondertussen hadden de Georgiërs Vardzia flink uitgebreid. Het complex bestond uit 13 verdiepingen en maar liefst 6000 kamers waar monniken en vluchtelingen konden wonen. Volgens de legende had koningin Tamar zelf 366 kamers zodat indringers nooit wisten welke slaapkamer van haar was. Alles was verbonden met een labyrint van tunnels. De verschillende verdiepingen waren verbonden met verborgen doorgangen door de plafonds. Er was slechts één ingang naar de grottenstad en deze was goed verborgen aan de oevers van de Koera-rivier. De hellingen van de Erusheli waren vruchtbaar en geschikt voor landbouw. Er werden terrassen aangelegd en zelfs een compleet irrigatiesysteem. Hiermee werd Vardzia een zelfvoorzienende stad en dat was in die tijd zeer uniek. Tijdens de hoogtijdagen van Vardzia woonden hier maar liefst 50.000 mensen. Dat gaan we nu dus van dichtbij bekijken.

Er is in de grottenstad een route uitgezet om te voorkomen dat al die toeristen door elkaar lopen en er opstoppingen ontstaan. Wat ons betreft hadden ze vandaag die bordjes weg kunnen halen want we zijn er bijna alleen. Omdat we niets willen missen volgen we de uitgezette route wel. Om te voorkomen dat er af en toe een toerist naar beneden duvelt hebben ze overal hekjes neergezet en soms ook metalen trapjes geplaatst.

In deze bijzonder stad vind je alle voorzieningen die je in een normale stad ook vindt. Een bakker, wijnkelder, apotheker, trouwzaal en natuurlijk een kerk. De kerk is het hoogtepunt van de stad. De prachtige fresco’s zijn nog steeds goed zichtbaar.

Via een 100 meter lange, nauwe gang (je moet geen last hebben van claustrofobie!) komen we in een soort schuilplaats. Vanuit deze schuilplaats heb je een prachtig uitzicht op de omgeving.
Iets verderop kom je in de woning van koning Tamar. Het is eigenlijk koningin Tamar, maar volgens onze gids uit Kutaisi werd ze door haar vader als koning op de troon gezet. Heel geëmancipeerd.

We klimmen via de vele trappetjes van verdieping naar verdieping en kijken onze ogen uit. Woningen, koelruimte, wijnpers, we komen van alles tegen.
Aan het einde van het parcours moeten we via een hele lange, steile trap met veel versleten, ongelijkmatige treden naar beneden, maar we weten zonder kleerscheuren beneden te komen. Via een smal paadje lopen we terug naar de parkeerplaats en kijken nog heel vaak om.

De chauffeur ziet ons van verre aankomen en nadat we wat drinken hebben ingeslagen voor de terugweg gaan we op pad. We stoppen nog één keer aan de andere kant van de rivier voor een laatste overzichtsfoto en zakken dan onderuit op de achterbank van de Mercedes voor de 65 km terug naar Akhaltsikhe.

In Akhaltsikhe springen we uit de taxi en betalen de chauffeur de afgesproken 70 GEL plus een fooi want die heeft hij wel verdiend.
We hebben in Akhaltsikhe nog een rekeningetje open staan. We moeten het dure gedeelte van het kasteel nog zien. We kopen een ticket en hopen dat het Efteling-gehalte minder hoog is dan wat we vanochtend hier gezien hebben. Als we langs de kaartjesscheurder zijn zien we al snel dat het meer van hetzelfde is. Het lijkt wel een nieuwbouw-kasteel met allerlei bouwsel die je verwacht op een trouwlocatie, maar niet bij een 12e-13e eeuws kasteel. Zelfs de moskee met z’n koperen koepel staat er wat verloren bij. Het kasteel is misschien wel op z’n mooist als je er ‘s-avonds van een afstandje naar kijkt.

Van het kasteel lopen we naar de SL Company want we hebben wel trek gekregen. Het blijkt het drukste restaurant van de stad te zijn en we kunnen nog maar net een leuk tafeltje bemachtigen.
Het is een restaurant annex banketbakkerij en hoewel de pizza die we bestellen heerlijk smaakt kijken we vooral onze ogen uit naar de taarten die over de toonbanken gaan. Prachtig versierde, joekels van taarten. In de tijd die wij er zitten zijn er tientallen taarten uit de bakkerij gekomen en bijna net zoveel zijn er afgehaald. Meest bijzonder daarbij is dat de taarten niet in een doos worden meegegeven, maar ‘open en bloot’ op een stuk karton.

Woensdag 26 oktober 2022

Een paar stukjes stokbrood, 2 gekookte eitjes, 2 knakworstjes, boter en een beetje jam. Spoel dat naar binnen met 2 koppen thee en dan kan de dag beginnen. Dit beschrijft zo’n beetje de minimale variant van het ontbijt in Georgie. De meest uitgebreide variant krijgen we straks weer in Tbilisi en daar kijken we nu al naar uit.

We rekenen de kamer af, hangen de rugzakken aan de schouders en lopen naar het busstation. Meestal pakken we een taxi naar het busstation, maar dat is hier maar een paar honderd meter van het hotel verwijderd en dan doen we maar een keer stoer.
Op het busstation een nieuwigheidje: kaartjes kopen bij een mevrouw achter een loket. Normaal gesproken betaal je de rit aan de chauffeur; alweer een verandering. Hopelijk kunnen we daar mee dealen vandaag.

We zijn om 09:45 uur op het station omdat we de marstruthka van 10:10 uur willen nemen. We hebben de rugzakken al bij de minibus neergezet, maar daar komt de minibus-station-beheerder-meneer aan om te vertellen dat die bus van 10:10 uur vandaag niet gaat. We moeten de minibus van 10:40 uur naar Kutaisi maar nemen want die stopt ook in Borjomi. Wat een hectiek op de vroege ochtend. Ik ga eerst een bakkie koffie halen om alles te verwerken.

De marstrutkha van 10:40 uur vertrekt gelukkig mooi op tijd en hoewel de zittingen van de stoelen wat losjes zitten zijn we blij dat we niet nog meer vertraging oplopen.
Het ritje naar Borjomi duurt een uur en dat is met deze chauffeur lang genoeg. Hij had vanochtend beter een paar yoga-oefeningen kunnen doen voordat hij achter stuur stapte.

Ons hotel in Borjomi ligt op 100 meter van het busstation, dus weer geen taxi maar rugzakken op en lopen! Diana doet een kamer-check en als de kamer is goedgekeurd laten we onze spullen op de kamer en lopen we de brug over de Koera over om ergens een bakkie koffie te drinken. En passant koopt Diana bij een bakkertje een heel brood dat nog een beetje warm is. Je moet wat om aan je vitaminen te komen.

Na een goede bak koffie bij Iggy lopen we via een andere brug naar het centrum van Borjomi terwijl het brood in stukken scheuren en opeten.
We lopen bij toeval over de markt en net als in veel plaatsen is dat ook hier voor een deel een soort kofferbakverkoop. Schattig om te zien.

Omdat we vandaag willen uitzoeken of het de moeite waard is om een wandeling te maken in het Borjomi-Kharagauli National Park dat hier om de hoek ligt, lopen we via het hotel naar het visitors-center dat een kilometer van ons hotel ligt. Het Borjomi-Kharagauli National Park is een beschermd natuurgebied dat in totaal meer dan 85.000 hectare groot is. Daarmee is het natuurpark het grootste nationale park van Georgië.
De geschiedenis van het park gaat terug tot de Middeleeuwen. Aristocratie ging naar de bossen om te jagen (net als onze eigen aristocratie). Toen Georgië onderdeel werd van het Russische Rijk, was de toenmalige gouverneur onder de indruk van de schoonheid van het gebied dat hij er zijn zomerresidentie liet bouwen. Hij legde beperkingen op houtkap en de jacht, waardoor de natuur meer bescherming kreeg. In 1995 werd het Borjomi-Kharagauli National Park gesticht met hulp van de Duitse regering en het Wereldnatuurfonds.

Bij het visitors-center worden we keurig in het Engels te woord gestaan. De beste man verteld ons dat er een korte wandeling van zo’n anderhalf uur is uitgezet achter het visitors-center. De andere trails beginnen een paar kilometer verderop.
We besluiten de mini-trail te lopen om een indruk te krijgen van het park.

De trail begint met een stevige klim. Via smalle paadjes en aangelegde trappetjes zwoegen we omhoog. We lopen vnl. onder de bomen dus van uitzichten genieten is er nog niet bij.
Onderweg komen we bij een klein bos-kerkje gewijd aan St. Nino. Bij het kerkje staat ook het typische St. Nino kruis. In tegenstelling tot het kruis dat wij kennen hangt het horizontale deel schuin af. Onze gids Saba vertelde een paar dagen geleden dat toen St. Nino een kruis wilde maken er alleen maar takken van een druivenstruik voorhanden waren en die zijn niet niet kaarsrecht.

Het kerkje van St.Nino staat ongeveer op het hoogste punt van de trail. Het klimgedeelte zit er voor ons op. Iets verderop volgen we een bord dat naar een Amphitheater wijst. Die afslag hadden we ons kunnen besparen want behalve een paar banken is daar niets te zien.
Door de klei-achtige ondergrond zit het profiel van onze schoenen helemaal vol en voelt het alsof we op een plaat glibberige modder lopen. We proberen de zolen schoon te krijgen, maar dat valt helemaal nog niet mee. Uiteindelijk besluiten we de schoenen maar uit te doen en tegen een boom te slaan. Dat helpt!

We zijn inmiddels op de terugweg en komen eindelijk op een plek waar we niet alleen tussen de bomen lopen maar ook wat verder weg kunnen kijken. Het is gelijk duidelijk dat we niet ver van Borjomi zijn want in de diepte zien we de stad liggen.

Het laatste stuk gaat net zo steil omlaag als we eerder omhoog kwamen. De ondergrond is vochtig dus het is maar goed dat we onze zolen schoon hebben gemaakt; nu hebben we weer grip.
We vinden de trail niet heel bijzonder. Omdat je alleen tussen de bomen loopt zie je niets van de herfstkleuren. Het mooiste was waarschijnlijk het diepgroene mos dat we overal zagen.

Na anderhalf uur zijn we weer bij het visitors-center en steken we de weg over om terug te lopen naar Borjomi. We twijfelen of we morgen wel een langere trek zullen doen. We hadden al reviews van andere wandelaars gelezen die min of meer hetzelfde beschrijven wat wij vanmiddag ook ervaren hebben. De bossen zijn mooi, maar wij komen vooral voor de vergezichten en dat houdt hier niet over.

Via een klein hangbruggetje steken we de rivier over en gaan we op zoek naar iets wat het Central History Park heet. Het meiske van het hotel zei dat we daar toch echt heen moeten gaan.
We stoppen bij Inka Cafe voor een drankje én een stuk gebak. Dat hebben we wel verdiend na de klauterpartij.

Na deze opkikker lopen we door naar het Central History Park. Het blijkt een groene kloof te zijn waar een riviertje doorheen stroomt. Langs het riviertje loopt een weggetje waar allerlei marktstalletjes staan, maar er is ook een kabelbaan, een reuzenrad en een prachtig hotel van Crowne Plaza. Zoveel gedoe rond een parkje, daar moet meer achter zitten.
Omdat de zon al aan het zakken is wordt het in de kloof al wat donkerder en kouder. We besluiten deze attractie voor morgen te bewaren en keren om haar het hotel.

Op weg naar het hotel komen we langs het treinstation van Borjomi. We checken gelijk of er een trein naar Gori gaat. Dat blijkt het geval, maar die trein gaat alleen om 05:45 uur en dan liggen wij nog op een oor.
Bij het hotel gaan we nog even op het dakterras in de zon zitten tot de zon achter dennenbomen verdwijnt. Dan wordt het al snel te koud en gaan we naar de kamer om een geschikt restaurant voor het diner uit te zoeken.

Het is My House geworden en dat blijkt een goede keuze. De gerechten zien er mooi uit en smaken nog beter. We eten de bordjes leeg en als we ook het kopje koffie naar binnen hebben gewerkt gaan we terug naar het hotel.
Bij het hotel staat ons een leuke verrassing te wachten. Als we net op de kamer zijn wordt er op de deur geklopt en wordt ons een glaasje wijn aangeboden. Georgiërs en wijn, dat is wel een dingetje!

Donderdag 27 oktober 2022

Gisteren heb ik de moeite genomen om een karig ontbijtje te beschrijven, vandaag kan ik daar het andere uiterste tegenover zetten. Toen we de kelder inliepen voor ons dagelijkse ei stond daar een heel uitgebreid buffet klaar. Ik ga het niet beschrijven, maar wil graag één ding noemen: jonge Goudse kaas!!! Dat hadden we de afgelopen drie weken nog niet gezien.

Na het ‘plakje kaas’ gaan we verder waar we gisteren gebleven waren: het Central History Park. Helaas zitten de weersites er dit keer naast. Want i.p.v. veel zon is er vooral veel bewolking, maar zolang het niet regent hoor je ons niet klagen.
We komen weer langs het sprookjesachtig uitziende Crowne Plaza hotel met daarvoor het brugje met de vreemde krul.

Iets verderop ontdekken we waarom het hier allemaal zo toeristisch is ingericht. Hier bevindt zich het aftappunt voor Borjomi water, het beroemdste water van Georgie. Het water is van vulkanische oorsprong en komt van het 900m hoog gelegen Meskhetie plateau. Het bevat kalk, natrium, ijzer, chloor en kalium en kleinere hoeveelheden jodium, broom, zink en magnesium. Er wordt een helende werking aan toegedicht. Het zou o.a. fantastisch werken tegen een kater(!). Ze verkopen hier plastic flessen zodat je een paar liter mee naar huis kan nemen. Wij likken ook even aan de kraan, maar kunnen de smaak niet waarderen.

Iets verderop staat aan de overkant een prachtig gebouw dat tegenwoordig als hotel fungeert. Het blijkt in 1892 in opdracht van de Iraanse consul Mirza Riza Khan gebouwd te zijn. Het was bedoeld als zijn zomerhuis en is in Perzische stijl gebouwd en heeft een mooie turquoise kleur.

We lopen nog wat verder en zien overal kermisattracties staan die momenteel buiten gebruik zijn. Misschien omdat het hoogseizoen voorbij is, maar zo te zien ook omdat ze hun beste tijd gehad hebben.
We lopen langs nog een aftappunt voor Borjomi water en deze staat heel mooi onder een lichtblauw prieel.

We komen langs een liefdesbruggetje dat helemaal vol hangt met slotjes zoals je dat wel vaker ziet. Het ziet er schattig uit, maar de omgeving op de achtergrond is ook niet mis. Het herfstboeket is ook hier overal zichtbaar.

Op de terugweg blijven we het riviertje volgen en zien we ook een waterval die het riviertje vult. Naast deze waterval staat een beeld van een man met een soort bal in z’n hand. Er staat geen bordje bij en we hebben er ook niets over gelezen. Dit blijft een mysterie.

We lopen het park uit en gaan weer bij Inka naar binnen voor een bak koffie met appelgebak. Hier kunnen we gelijk een beetje opwarmen want de zomer-outfit waar we nog in lopen is vandaag geen goede keus.
Inmiddels is het helemaal bewolkt en we bedenken we wat we ‘s-middags gaan doen. Niks doen, een boekie lezen, naar het Green Monastery of naar de wintersportplaats Bakuriani.

De keuze valt op het laatste en rond 13:00 uur gaan we dan maar weer eens op zoek naar een vriendelijke meneer die bereid is om voor een paar euri de 25km lange tocht naar boven wil maken.
Aan de andere kant van het bruggetje, vlak bij Inka zit een man in een donkerrood vest niks te doen. Die gaan we maar eens blij maken.
Diana doet de onderhandelingen en even later zitten we in z’n zwarte Passat op weg naar Bakuriani.

Deze taxichauffeur blijkt vroeger machinist te zijn geweest op de Kukushka trein van Borjomi naar Bakuriani. Die trein hadden wij ook graag genomen, maar sinds de Corona pandemie rijdt de trein niet meer. Onze machinist doet z’n best om het ritje naar Bakuriani boeiend te houden. Af en toe schreeuwt hij ‘panorama’ waarmee hij bedoelt dat het een goed moment is om een foto te maken.

Als hij onderweg weer eens ‘panorama’ schreeuwt zien wij eigenlijk niets bijzonders. Toch zet hij z’n auto stil en wijst naar beneden. Daar zien we in de diepte een verroeste spoorbrug over de Tsemis rivier. Het is toch niet zomaar een brug, want deze brug is gebouwd door ene Gustave Eiffel (die van de toren) in opdracht van hertog Romanov, ook een beroemdheid in deze regio. We snappen dat de ex-machinist dit plekje niet ongemerkt voorbij wilde rijden.

We slingeren verder naar boven en stoppen vlak voor Bakuriani nog een keertje omdat het kleurenpallet zo prachtig is. Dit keer vragen wij onze chauffeur om te stoppen, maar hij vindt toch wel dat hij dan ook ‘panorama’ moet roepen.

Bakuriani ligt op iets meer dan 2000 meter hoogte en is een populair skigebied in het Trialeti-gebergte boven Borjomi. Ooit beschouwd als de ‘skihoofdstad van de Sovjet-Unie’, heeft Bakuriani 29 km aan pistes die worden bediend door 8 liften en een kabelbaan. Met veel glooiende hellingen is het vooral populair bij gezinnen en wat oudere dames.
Omdat het winterseizoen nog niet is begonnen ziet het er nu allemaal nogal verlaten uit. Er is nog wel steeds veel accommodatie in aanbouw. We vragen ons af wie hier ‘s-winters naar toe gaan om te skiën.

We lopen even door het stadje en kijken of er ergens wat te doen is. Zoals we uit de auto al zagen is er vooral veel gesloten, ongezellig en verlaten. Na een paar minuten keren we om naar onze taxi en rijden we terug naar Borjomi. Hier moet je eigenlijk over 2 maanden nog eens terug komen.

In Borjomi rijdt onze machinist via een klein straatje een wat groezelig parkeerplaatsje op. Naast de parkeerplaats staat een wat vervallen gebouw met een zeer vervaagde foto van de Kukushka trein op de zijgevel.
Het blijkt een traktatie van onze chauffeur te zijn. Hij is nog zo vol van z’n oude baantje als machinist dat hij persé wat van die oude glorie wil laten zien. We lopen over het terrein en zie de wagons die een paar jaar geleden de passagiers naar Bakuriani vervoerden staan. Ze zien er nog heel goed uit. Dan lopen we door tot achter het grote gebouw en wijst naar de oude locomotief van Tsjechische makelij waar hij op gestuurd heeft.

Hij neemt ons ook nog even mee het grote gebouw in en dat blijkt de werkplaats te zijn waar de treinen werden onderhouden. Er lijken genoeg onderdelen te liggen om een trein in elkaar te zetten, maar het is er vooral donker en er gebeurt helemaal niets. Onze machinist schudt een paar ex-collega’s de hand en dan lopen we via de achterdeur terug naar de auto.
We laten ons in de buurt van het busstation uit de auto zetten. Het is inmiddels 15:30 uur.

We lopen naar ons hotel en wisselen tijdens deze pitstop van zomerjas naar winterjas. Dan gaan we weer op pad.
We gaan naar Inka en drinken een bakkie thee met een appelpunt (die smaakte vanochtend best). Om 17:30 lopen we dan een stukje terug en gaan bij My House naar binnen om een hapje te eten. Inmiddels is het gaan regenen. We hebben nog best geluk gehad vandaag.

Vrijdag 28 oktober 2022

Vandaag gaan we weer een stukje dichter naar ons eindstation. Na het voortreffelijke ontbijtbuffet lopen we naar het naastgelegen busstation. Er is wat verwarring over de bus naar Gori, maar uiteindelijk kunnen we onze rugzakken achterin een van de busjes gooien.

De rit naar Gori zal ongeveer een uur duren. We pikken bij een paar bushaltes nog wat passagiers op en laten dan Borjomi achter ons. We komen door een paar kleine gehuchtjes en na een half uur zijn we in Chasjoeri waar de meeste passagiers alweer uit de bus stappen. Waarschijnlijk vanwege de grote markt die wij vanuit de bus zien.
Vanaf hier neemt de chauffeur de snelweg naar Gori waar we rond 12:00 uur aankomen. We springen in een taxi en laten ons naar het hotel brengen.

Gori ligt ongeveer 80km ten westen van Tbilisi en is de geboorteplaats van Josif Besarionis dze Dzjoegasjvili en voor hem hebben ze hier een museum neergezet.
De ouders van deze Josif wilden dat hun zoon priester werd, maar dat liep anders. Hoewel Jozif nog wel aan de priestersopleiding begon was hij meer geïnteresseerd in het opkomend socialisme en werd hij uiteindelijk politiek actief voor de communistische partij.
Nadat de communisten in 1917 de macht grepen, was dit de ideale voedingsbodem voor Josif om zijn positie te versterken. De rest is geschiedenis.
Door zijn vastberadenheid en koelbloedigheid klom hij alsmaar hoger op de partijladder. Dat bezorgde Josif de bijnaam Stalin (Man van Staal). Na de dood van Lenin raakte hij verwikkeld in een machtsstrijd met concurrent Leon Trotski, die hij uiteindelijk won. Hij maakte van de Sovjet-Unie een wereldmacht die wedijverde met de VS. Dat kon Jozef Stalin echter alleen maar voor elkaar krijgen door alle tegenstand die hij kreeg meedogenloos uit de weg te ruimen. Iedereen die ook maar verdacht werd tegen Stalin te zijn, werd geëxecuteerd. Uiteindelijk vonden vele miljoenen Sovjet-burgers de dood onder zijn regime. Iets waar hij overigens geen moeite mee had, want de man van staal staat bekend om het volgende citaat: ‘De dood van één mens is een tragedie; de dood van miljoenen slechts een statistiek’.
Ondanks het vermoorden van zoveel landgenoten is Stalin momenteel erg populair in Rusland. Die populariteit heeft hij vooral te danken aan de successen in de 2e wereldoorlog, maar Stalin is vooral hot omdat het Kremlin dat wil. In hun streven het patriotisme te voeden wil Poetin en de zijnen geen controverse in hun geschiedenis. De misdaden van Stalin worden daarom naar de achtergrond gedrongen.
We lopen even over het terrein van het Stalin-museum en zien aan de zijkant van het museum de persoonlijke treinwagon van Stalin staan. Het groene Pullman-rijtuig, dat gepantserd is en 83 ton weegt, werd vanaf 1941 door Stalin gebruikt. We besluiten het museum niet te bezoeken, dat is te veel eer.

We lopen verder over de Stalin Avenue en komen langs een monument voor Georgische strijders die gesneuveld zijn in de 2e wereldoorlog. Het is weer zo’n typisch Russisch monument met veel symboliek.
Iets verder komen we langs het stadhuis dat eenzelfde koepeltje heeft als de Rijksdag in Berlijn.

Omdat het slecht weer is besluiten we maar helemaal door te lopen naar het treinstation. Het zou toch leuk zijn als we nog een keer met de trein kunnen reizen. Het is een hele wandel naar het station en dan ziet het station er ook nog vervallen uit. We gaan naar binnen en zien een dame achter een loket zitten. Als we haar vragen naar de trein naar Tbilisi stampvoet ze achter haar loket vandaan en wijst ons op een papier aan de wand. Ze bijt ons iets in het Georgisch toe terwijl ze op een regel wijst waar 16:45 uur staat. De trein naar Tbilisi gaat blijkbaar om kwart voor vijf. We vragen met handen voeten nog of er misschien nog een trein gaat, maar daar komt haar vingertje weer en ze wijst nogmaals op 16:45 uur. We durven het niet nog een keer te vragen.

Als weer buiten staan zien we een paar blauwe openingen in de grijze lucht. We besluiten een taxi naar Uplistsikhe te gaan. Dit is ook een grottenstad, net als Vardzia, maar dan anders.
Uplistsikhe is ouder dan Vardzia, met enkele bouwwerken die dateren uit de vroege ijzertijd en Uplistsikhe ziet er ook heel anders uit: het is verspreid langs een rotsachtige rivieroever en meer horizontaal dan verticaal.
We nemen een taxi voor het treinstation en laten ons bij de ingang van de grottenstad afzetten.

Het ziet er al gelijk heel anders uit dan Vardzia. Het lijkt een maanachtige landschap van grotten en je verwacht elk moment Fred en Wilma Flinstone voor hun grotwoning tegen te komen, ‘Yaba Daba Doo’!
We volgen de aangegeven route en we krijgen toch het weer dat we besteld hebben. De lucht wordt steeds blauwer!

Uplistsikhe wordt gezien als een van de oudste nederzettingen in Georgië. Strategisch gelegen in het hart van het oude koninkrijk Kartli werd het een belangrijk politiek en religieus centrum van het land.
De vroegste sporen van menselijke aanwezigheid in Uplistsikhe dateren uit het einde van het 2e millennium voor Christus. Dat betekent gelijk dat Fred F. hier niet gewoond heeft want Fred leefde in de steentijd en niet in de ijzertijd.
De vroegste overgebleven structuren dateren uit het begin van het 1e millennium na Christus. Met de kerstening van Kartli in het begin van de 4e eeuw, lijkt Uplistsikhe zijn positie te hebben verloren aan de nieuwe centra van de christelijke cultuur, Mtskheta en later Tbilisi.
Uplistsikhe dook echter weer op als een belangrijk Georgisch bolwerk tijdens de islamitische verovering van Tbilisi in de 8e-10e eeuw. In die tijd werd er nog een basiliek met drie kerken gebouwd. De Mongoolse invallen in de 14e eeuw markeerden de ultieme ondergang van de stad.

We klauteren langs de grotten en vanaf de hogere delen van het complex heb je een fantastisch panoramisch uitzicht op de vallei van de Mtkvari-rivier. We zijn hier niet alleen zoals in Vardzia, er is net een buslading Aziaten voor de deur uitgezet die netjes achter het vlaggetje aan langs de grotwoningen lopen.

Het is dan misschien niet zo’n spannende grottenstad als Vardzia, wat de omgeving betreft doet Uplistsikhe zeker niet onder voor Vardzia. We gaan voor een grotwoning zitten en genieten van het uitzicht. We hadden hier een paar duizend jaar geleden best een hypotheekje voor af willen sluiten.

Als we terug komen bij de parkeerplaats zit de chauffeur in z’n auto te slapen. Dat is wat je noemt ‘slapend rijk worden’.
Hij veert op als hij ons hoort en groet ons op een schaapachtig vriendelijke manier. Lekker geslapen jochie?
We laten ons in het centrum van Gori afzetten en nemen eerst een goudgeel sappie.
Nu we weer een beetje op adem gekomen zijn lopen we naar het indrukwekkende fort van Gori. Het ligt op een heuvel in de stad en omdat we nog wel een beetje energie over hebben klimmen we omhoog om de binnenkant van het fort te zien.
Dat hadden we dus niet hoeven doen want bovenop de heuvel is eigenlijk niets te zien, een slecht onderhouden grasveld en wat bouwafval. Snel weer naar beneden.

Als we teruglopen naar de Stalin Avenue komen we langs beelden die deel uitmaken van het Memorial of Georgian Warrior Heroes. Deze beelden zijn tussen 1981 en 1985 gemaakt door de Georgische beeldhouwer Giorgi Ochiauri. Het zijn 8 joekels van beelden van krijgers in een cirkel. Oorspronkelijk stonden deze beelden in Vake park in Tbilisi bij het graf van de onbekende soldaat. Als ik eerlijk ben vond ik de beelden daar mooier staan dan hier in de schaduw van het fort.

Het is bijna 5 uur en dan is het weer tijd voor de jassenwissel. We lopen even terug naar het hotel en met de warmere jas gaan we dan nog even bij de Tourist Information naar binnen om de tijden van de bus naar Tbilisi te achterhalen. De mevrouw achter de balie die het liefst Duits spreekt vertelt ons dat ‘der Bus alle zwanzig Minuten fährt’. Danke!
Voor onze avondmaaltijd belanden we bij Champs-Elysees, maar we hebben wel beter gegeten in Georgie.

Zaterdag 29 oktober 2022

Vandaag staat onze laatste reisdag op het programma, maar voordat we op de marstrutkha stappen willen we nog even een laatste rondje door Gori maken.
We speeddaten met het ontbijtbuffet en gaan dan op pad. De zon doet z’n best, maar er staat nog steeds een straffe wind waardoor het erg fris aanvoelt.
We lopen eerst naar de kerk aan de Gersevanishvilli straat en als we langs de toegangscontrole zijn blijkt er net een mis aan de gang te zijn. We zijn nog maar net in de kerk als de priester z’n zegen geeft. Komt dat even goed uit met de laatste busrit voor de boeg.

Nadat we nog een paar laatste foto’s hebben gemaakt lopen we terug naar het hotel. We pakken de laatste spullen in en Diana gaat op zoek naar iemand om de rekening mee te vereffenen. Gisteren zijn we ingecheckt door de werkster, maar vandaag is de eigenaresse in het hotel. Diana rekent met haar de 80 lari voor de overnachting af en wij pakken onze spullen en gaan op zoek naar een taxi.
De eigenaresse is net in haar auto gestapt en als ze ons zwaar beladen naar buiten ziet komen vraagt we waar we heen moeten. Wij zeggen dat we naar het busstation gaan en ze biedt gelijk aan om ons erheen te brengen. Da’s makkelijk!
Bij het busstation willen we haar nog een paar lari geven voor de rit, maar daar wil ze niets van weten.

We hoeven niet te zoeken naar de minibus naar Tbilisi want als ze ons aan zien komen wordt er gelijk al ‘Tbilisi’ geschreeuwd. We betalen de tickets bij een klein loketje en zoeken een plekje in het busje. Hoewel het onze laatste rit in een marstrutkha is en het eind van deze prachtige vakantie heel dichtbij komt blijven we lachen.

De rit naar Tbilisi duurt een uur en we komen langs plekken waar we een paar weken geleden in onze Prius ook langs kwamen. Ook als we Tbilisi binnen rijden komt alles weer heel bekend voor.
De minibus stopt op het grote en drukke Didube busstation en wij gaan op zoek naar een taxi. De chauffeur die direct op ons afkomt en volgens ons een veel te hoge prijs vraagt negeren we. Iets verderop zien we een veel vriendelijkere chauffeur die een veel realistischere prijs vraagt. We stappen in en hij rijdt ons vakkundig door het drukke Tbilisi. Rond 13:30 uur zijn we weer ingecheckt bij het oude vertrouwde House Hotel.

Nadat we onze spullen op de kamer hebben gegooid gaan we eerst naar Erekle II street om een hapje te eten. Het ontbijt was vanochtend wat magertjes dus we hebben wel trek.
Nadat we in het zonnetje een voortreffelijke pizza hebben verslonden is het dan eindelijk tijd voor iets waar Diana al daaaaagen over zeurt: de grijze uitgroei moet geverfd worden. Aan de andere kant van de Nikoloz Baratazvili street heeft Diana een paar weken geleden al een paar keer naar binnen gekeken, maar nu gaat het dan echt gebeuren. Meestal is het druk in deze salon, maar nu is er niets te doen. Hup, in de stoel! Even onderhandelen met de kapper over de kleur en ik zie je over een uur bij Ribs & Puri.

In de buurt van Orbeliani Garden zijn er allerlei Halloween festiviteiten aan de gang. De spooky muziek dreunt lekker door op het terras bij Ribs & Puri. Volwassenen en kinderen zijn verkleed en dragen maskers. De kinderen proberen voorbijgangers te laten schrikken. Er staan kraampjes waar allerlei pruttel verkocht wordt. Het is een gezellige boel.

Als je haar maar goed zit! Wat kan een mens gelukkig zijn als het kapsel in orde is. Diana komt met een brede glimlach aanlopen bij Ribs & Puri. Ze kan met een goed gevoel naar huis. Complimenten voor Faisal Makram ( https://salon-makram.business.site ) en een goede reclame voor de verf van Farmavita Life (‘voor een intense kleur en 100% grijsdekking’).
We blijven nog even zitten op het terras bij Ribs & Puri want vanavond gaan we chique eten bij Otsy. We hebben om 19:30 uur een tafeltje gereserveerd en dat is later dan normaal. Dan nog maar een extra biertje.

We gaan in onze beste kleren naar restaurant Otsy of eigenlijk gaan we in onze enige nog schone kleren naar restaurant Otsy. Omdat het restaurant om de hoek bij ons hotel zit hebben we geen taxi nodig.
Omdat de kok van dit restaurant bij een 2-sterren Michelin restaurant in Frankrijk heeft gewerkt verwachten we wel wat.
Op de menukaart zien we dat de prijzen van een heel ander niveau zijn dan wat we de afgelopen drie weken gewend waren. In Nederland zou je voor dit geld misschien bij Van der Valk kunnen eten, dus echt duur is het niet.
We bestellen een glaasje rode Georgische wijn, een salade vooraf en vlees en vis.

Ik zal geen uitgebreide smaakanalyse geven, maar het eten is simpelweg vurrukkuluk! In tegenstelling tot soortgelijke restaurants in Nederland zijn de porties wél van het niveau Van der Valk waardoor we na de maaltijd nog even gaan uitbuiken bij de ‘Always Ultra brug’.

Zondag 30 oktober 2022

Vandaag is er heel veel voor het laatst en we beginnen met de laatste keer het voortreffelijke ontbijt bij The House hotel. Op zo’n ontbijt kun je de hele dag teren.
Na het ontbijt lopen we voor de laatste keer over de Shota Rustaveli avenu naar het Rustaveli metrostation om onze laatste lari op de metrokaart op te maken.
Het is elke keer weer een genot om over de Rustaveli avenue te wandelen. Je ziet elke keer weer wat nieuws aan deze statige avenue.

We nemen de metro naar station Guramishvili om voor de laatste keer een Georgisch monument te bewonderen. Normaal gesproken zouden we de 2 km van het metrostation naar het monument lopen, maar a. het is bergopwaarts en b. we hebben nog steeds een paar lari op de ov-kaart dus we nemen de stadsbus; weer eens wat anders. Eerst met lijn 386 naar het Hartziekenhuis en dan lijn 362 want die stopt vlak bij de trap voor de laatste klim. Dit hebben we niet allemaal zelf bedacht, maar is ons ingefluisterd door een alleraardigste Georgische mevrouw die ook nog eens Engels spreekt.

Het laatste monument heet Chronicle of Georgia en is misschien wel het allermooiste en meest indrukwekkende monument dat we gezien hebben. De Chronicle of Georgia (of History Memorial of Georgia) is een monument in de buurt van het stuwmeer van Tbilisi. Het werd in 1985 ter gelegenheid van 3000 jaar Georgische geschiedenis gemaakt door Zurab Tsereteli (je weet wel die van het MoMA), maar werd nooit helemaal afgemaakt. Het monument staat op een heuvel en bestaat uit 16 pilaren die tussen de 30-35 meter hoog (!). De bovenste helft van de pilaren bevat beeltenissen van koningen, koninginnen en helden, terwijl het onderste deel verhalen uit het leven van Christus uitbeeldt.

We raken niet uitgekeken en omdat we alle tijd hebben kunnen we wachten tot de paar bezoekers die er komen weer weggaan en hebben we het monument soms voor ons zelf.
De betonnen pilaren zijn bekleed met bronzen platen waar Tsereteli de beeltenissen in verwerkt heeft. Je krijgt last van je nek van het steeds omhoog kijken, maar dat hebben we er voor over.

Na een uurtje gaan we op een betonnen rand zitten bij de grote trap die naar het monument leidt. Daar nemen we alles nog eens in ons op. Als er weer nieuwe bezoekers de trap op komen stokken de gesprekken en valt de mond open net als bij ons toen we boven kwamen.

Dan weer naar beneden we kiezen dit keer een smal paadje dat op aan de andere kant op de weg moet uitkomen. We overleven de steile stukken en komen uiteindelijk weer in de bewoonde wereld.
Nadeel van de bewoonde wereld is dat je daar veel loslopende honden tegenkomt net als wij weer dit keer. Twee kleine keffers rennen op ons af en en net als de afgelopen weken lopen we zelfverzekerd door want dan haken ze vanzelf af.
Dat liep dit keer anders af! Opeens hangt de grootste keffer in mijn kuit. Auw!!! Dan hebben de honden het op Diana voorzien, maar dat loopt gelukkig goed af.

Bij de grote weg doe ik even de broek omhoog en zie dat er drie tandjes in m’n kuit staan. Op zo’n moment verwacht je nog dat iemand zegt ‘dat doet ie anders nooit’ maar nee, zelfs niet in het Georgisch.
We zijn allebei niet gevaccineerd tegen rabiës dus dat is de volgende uitdaging: is er een ziekenhuis in de buurt en hebben ze daar het medicijn.
We zien op Google Maps dat een kilometer verderop een ziekenhuis en pakken de eerste bus die kant op.

Het is nog wel even zoeken maar om 14:15 uur zijn we bij de Georgische ‘spoedeisende hulp’. Gelukkig is er iemand die Engels spreekt en die vertelt ons als eerste dat je 24 uur geen alcohol mag hebben gehad en dat laatste wijntje van gister was wat later. We besluiten om eerst maar naar het hotel te gaan en daar wat taal-ondersteuning in te roepen.

We nemen de metro naar Liberty-square en lopen voor de laatste keer van dit metrostation naar ons hotel.
We laten de receptioniste van ons hotel met een paar ziekenhuizen in de buurt bellen en uiteindelijk adviseert ze naar New Hospital te gaan. Slechts een paar kilometer van het hotel en ze hebben het medicijn.

We hadden nog wel gedacht een rustig dagje te hebben met een hele middag op het terras in de zon. Dat liep dus anders, maar omdat de bloed/alcohol verhouding nog niet in orde hebben we nu nog wel even tijd voor een terrasje.
We genieten bij Ribs & Puri nog even van de Halloween gezelligheid en om 17:00 uur nemen we een taxi naar het New Hospital.

We nemen de emergency-ingang van het ziekenhuis en gelukkig is de chauffeur zo vriendelijk om dit proces op gang te brengen. Van achter de balie krijgen we te horen ‘wait for the doctor’ en dat doen we dan maar.
Het is een behoorlijke chaos in het ziekenhuis. Iedereen loopt door elkaar heen, mensen lopen in en uit een soort van massa-behandelkamer. Dan is het in Nederland allemaal wel goed geregeld
Rond 18:00 uur komt de dokter de gebeten toerist halen. Ik wordt op een stoeltje achter een geïmproviseerd scherm gezet en mag een aantal vragen beantwoorden. Dan krijg ik een behandelschema voor de rabiës-spuiten.
Dan gaat ze echt aan het werk: een spuit in de linkerarm, een spuit in de rechterarm en een laatste in de rechterbil (er mochten hier geen foto’s gemaakt worden). Dan wordt de wond nog een keer goed schoongeschrobt en mag de patiënt gaan. Ik krijg niet eens een lolly!

Het is ongeveer 19:00 uur als we in het restaurantenstraatje Erekle II wat te eten bestellen, ook dat voor de laatste keer.
Terug bij het hotel checken we nog een keer of de shuttle voor vannacht geregeld is, sturen we een mail met de oorlogswonden naar de verzekeringsmaatschappij en nemen we een heerlijk kop koffie, ook voor de laatste keer.

Maandag 31 oktober 2022

Na de spannende laatste excursie van gister naar het New Hospitals is het vandaag alweer vroeg dag. De wekker gaat om 02:30 uur en na wat rituele ochtendbewegingen gaan we vol bepakt naar de receptie. De chauffeur die ons naar het vliegveld moest brengen zat al te wachten.
We nemen hartelijk afscheid van de receptioniste en stappen in de mooie, nieuwe Mercedes bus. Het kan dus wel!

Om 03:10 uur zijn we op de luchthaven en om 03:15 uur zijn onze rugzakken al ingecheckt. Daarna gaan we soepeltjes langs de security check en strijken we neer bij Dunkin Donuts. We nemen een veeeeeel te dure koffie met dito croissant en er gaat nog even een mail naar de huisarts i.v.m. 2e rabiës vaccinatie. Daarna wachten we bij gate G103 tot het boarden begint.

We vertrekken met een half uur vertraging maar als de piloot de vliegtijd doorgeeft berekenen we dat we onze vlucht naar Schiphol zouden moeten kunnen halen. Omdat de nacht in het House Hotel zo ruw onderbroken werd hebben we nu geen moeite om een paar uurtjes te slapen.

We landen om 07:10 uur op het vliegveld in München en dan begint onze race tegen de klok. We snelwandelen door lange gangen, vliegen roltrappen op, lopen door nog meer lange gangen om vervolgens te schrikken van de lange rij die bij de douane staat. Als we net in de rij zijn aangesloten zien we dat iets verderop nog wat poortjes zijn waar niemand staat. Ze zijn bedoeld voor passagiers met een biometrisch paspoort en dat hebben wij (en jullie ook). We flitsen langs de elektronische douanier en gaan weer een roltrap op om vervolgens in een treintje te stappen dat ons naar de G-pier brengt. We zijn mooi op tijd bij gate G04 wat ons de gelegenheid geeft om een broodje met een kop koffie te bestellen bij een veel te actieve verkoopster die wel haar talen spreekt.

De Airbus 319 vertrekt mooi op tijd en binnen vijf kwartier zet hij ons af bij de B-pier op Schiphol. De B-pier betekent weer heel veel stappen, naar de bagageband, maar veel stappen zijn we gewend tijdens deze vakantie. Zoals verwacht moeten we langer dan normaal op onze bagage wachten. Tot onze opluchting verschijnen de fel blauwe zakken uiteindelijk wel op de band.

Dankzij problemen met de bovenleiding bezorgde de NS ons de volgende uitdaging. Toch lukte het ons redelijk snel de juiste trein op perron 4 te vinden en via Baarn, Hilversum en Amersfoort arriveren we om 12:50 uur in Apeldoorn. Zoals gebruikelijk in deze vakantie hebben we ook hier een taxi gecharterd en die brengt ons feilloos naar de Loolaan.
Ruim drie-en-een-halve week Georgie zitten erop en en we hebben van elke minuut genoten (behalve een paar minuten op de laatste middag). Georgie is een fantastisch en gevarieerd land met een geweldige bevolking. Een aanrader!

Georgië 3

Dinsdag 18 oktober 2022

Wat een verrassing toen we vanochtend op NU.nl keken. Een artikel van een Russische vluchteling met een foto die door ons gemaakt had kunnen zijn. Op de Georgian Military Highway net voorbij de tunnel die wel verlicht is, vlak bij het te nieuwerwetse klooster. We zitten boven op de actualiteit.

Inmiddels zitten we in Batumi en dat is vlakbij een andere grens, die met Turkije. We maken gebruik van het inclusief ontbijtbuffet in ons hotel en dat smaakt heel goed.
Er is zat te zien in Batumi, maar omdat het toch een soort strandbestemming is zijn we wel van plan een tandje terug te schakelen.
Als we door de schuifdeuren van het hotel naar buiten lopen is het opnieuw zwaar bewolkt, maar meerdere weer-sites beloven verbetering.

We gaan eerst naar een soort verzamelplek voor marschrutky om uit te zoeken waar de minibus naar Kutaisi vertrekt. De ‘bushalte’ is slechts een paar honderd meter van het hotel, maar ons Russisch is wat roestig wat tot een heel bijzonder vraag-antwoord spel met een chauffeur leidt. Gelukkig springt er een andere chauffeur bij die wel een paar woorden Engels spreekt. Ook weer opgelost.

We besluiten via de Turkse wijk terug te lopen en op die manier gelijk een paar bezienswaardigheden aan te tikken. Je waant je in dit deel van de stad echt in Turkije door alle restaurant waar Turkse gerechten worden geserveerd en de koffiebars waar Turkse koffie wordt aangeboden. Net als in Turkije zitten de oudere mannen bij elkaar te kletsen onder het genot van zo’n klein glaasje zoete thee.
Als we in de buurt van de Batumi Piazzo zijn begint het te regenen. Dat is niet het weer da we besteld hadden. We lopen door naar de St. Nicolas kerk en gaan daar even naar binnen.
Het blijkt een leuk, klein, erg mooi gedecoreerde kerk te zijn. Een goede manier om voor de bui te schuilen.

Als we de kerk uitkomen is het al weer bijna droog en we denken zelfs meer licht aan de horizon te zien (wens is vader van ….. etc.). We lopen binnen bij het Batumi Kaffee en bestellen een koffie en onder het genot van, besluiten we na het bakje pleur naar de vismarkt te lopen. Een behoorlijke wandeling, maar met dit weer kun je het beste een binnen-attractie bezoeken.

Het is ruim 2 km naar de vismarkt en we moeten daarvoor helemaal om de haven heenlopen. Dat maakt het best een boeiende wandeling. We zien een paar sleepboten liggen en die blijken voor het binnenhalen van containerschepen te zijn zien we later. We komen langs een draagvleugel-veerboot die op het droge ligt. Het blijkt de veerboot naar Sochi te zijn, daar is nu niet veel klandizie voor.
Na een half uurtje komen we bij een klein betonnen halletje dat de vismarkt blijkt te zijn. We gaan naar binnen en zijn natuurlijk weer de enige toeristen te zijn.

We worden bekeken alsof we de vangst van de dag zijn, maar ook hier zijn de Georgiërs weer enorm vriendelijk. Het is echt een gemis dat we nauwelijks met deze mensen kunnen communiceren.
De vis op de markt ziet er goed uit. Zo te zien kun je rustig een visje bestellen in de restaurants in Batumi.
We lopen wat tussen de tentoongespreide vis door en doen net of we er verstand van hebben. Er ligt van alles: steur, kleine tonijn, ansjovis, maar ook inktvis, mosselen en oesters.
Na een half uurtje houden we het voor gezien en gaan we naar de markt voor bijpassende groente.

Om bij de markt te komen moeten we via een roestige voetgangersbrug over het opstelterrein van de goederentreinen heen en ook deze markt vindt plaats in hallen die duidelijk hun beste tijd hebben gehad.
In het eerste gedeelte van de markt is opvallenderwijs losse tabak verkrijgbaar; niet iets wat je vaak op een markt tegenkomt. Dan volgt er een gedeelte waar spullen worden verkocht die niet zouden misstaan op een toeristenmarkt. De marktkooplui daar hebben een actieve verkooptechniek ontwikkeld waarbij je in het Duits wordt benaderd. De oosterburen zijn waarschijnlijk het type toerist die makkelijk de buidel trekt.

In het achterste gedeelte van de markt is plaats gemaakt voor het gebruikelijke groenvoer. Het ziet er allemaal best fris uit, hoewel je dat niet van alle verkoopsters/verkopers kan zeggen. Na een kleine ‘tour de vegetables’ lopen we weer terug naar de voetgangersbrug.

Bijna onder de voetgangersbrug vinden we dan nog de pluimvee-afdeling. Eenden, kalkoenen, kippen en konijntjes (ach zielig….). De keuze is reuze en geplukt terwijl u wacht.
Het allermooiste is dat de zon inmiddels is doorgebroken. We geven wat gas bij en lopen terug naar de boulevard van Batumi.

Na een korte lunchstop aan het begin van de boulevard lopen we eerst naar het hotel voor een brillenwissel. De zon heeft de wolken inmiddels verjaagd en de temperatuur stijgt. Met de zonnebril op de neus en iets luchtiger gekleed vervolgen we onze weg over de 7 km lange (!) boulevard. De enorme rij palmen versterken het zomervakantiegevoel.

Langs de boulevard is heel veel te zien. Er is een Japanse tuin aangelegd, er staat her en der kunst opgesteld, er is een enorm reuzenrad en hier staat de bekendste toren van Batumi. De Alfabettoren is 130 meter hoog en op de toren staan de 33 letters van het Georgische alfabet. Dit alles wordt omlijst met het fantastische uitzicht over de Zwarte Zee. Het strand bestaat uit grote kiezels; om bij het water te komen zijn vlonders over de kiezels gelegd. Er staan stapels ligbedden te wachten op toeristen, maar dat zal waarschijnlijk volgend jaar juni zijn.

We lopen nog een klein stukje door en drinken dan wat bij de van mozaïek tegeltjes gemaakte octopus. Op het bankje in de zon is het al snel te heet, maar daar mag je na vanochtend niet over klagen. De resterende kilometers van de boulevard bewaren we voor morgen. NU lopen we stukje terug naar een loungeclub die we eerder gezien hebben.

PortOdessa heet de loungeclub en het is best vreemd te relaxen bij een club die Odessa in de naam heeft.
De zon begint inmiddels te zakken, maar we vinden een plekje waar we er nog een half uurtje van kunnen genieten met opnieuw de zee achter ons.

Als de zon weg is koelt het snel af en besluiten we terug naar het hotel te gaan. Zonnebril weer af en jasje weer aan en dan terug naar de boulevard omdat we ook Batumi by night willen zien.
’s-Avonds worden veel grote hotels, casino’s en attractie verlicht en dat is best een mooi schouwspel. Het miniatuur reuzenrad aan de gevel van het Radisson is met een soort blacklight verlicht, de alfabettower verandert continu van kleur en Ali en Nino doen hun ding in het donker terwijl ze verlicht worden door ledverlichting.

Ali en Nino, daar hoort een verhaaltje bij: ‘Ali en Nino’ is een beroemde roman uit 1937 van Kurban Said, een auteur uit Azerbeidzjan. Het gaat over een liefde tussen een moslimjongen Ali en een Georgische prinses Nino. Ali behoorde toe aan de familie Aristocraten en werd verliefd op Nino Kipiani, die ook uit een beroemde familie kwam. Ondanks het feit dat ze een andere religie hadden, overwonnen ze alle moeilijkheden en trouwden ze. Ze werden echter gescheiden door de invasie van Sovjet-Rusland in Azerbeidzjan. Toen Ali moest kiezen tussen zijn familie of het land, koos Ali ervoor om dapper te sterven voor zijn eigen land. Waar of niet, in Batumi hebben ze er wel een mooi (bewegend) beeld aan over gehouden.

Woensdag 19 oktober 2022

We beginnen de dag weer met een aanval op het ontbijtbuffet. Er staan vandaag weer hele andere warme gerechten onder de deksels en vooral de menemen is erg lekker. We eten onze buikjes rond want er staan vandaag weer de nodige kilometers op het programma. Gisteren dachten we een tandje terug te kunnen schakelen en dat is mislukt, misschien lukt het vandaag.
We lopen vandaag in zuidelijke richting met als einddoel de flip-flops on eggs, maar daarover later meer. We gaan via de Rustaveli Avenue met z’n imposante neo klassieke gebouwen, parken en vijver richting de boulevard.

Hoe verder we lopen, hoe meer nieuwbouw we ook zien. En dat zijn niet van de lullige gebouwtjes; torens van 40 verdiepingen hoog of meer worden door grote hotelketens uit de grond gestampt. Marriot, Sheraton, Radisson, ze doen allemaal mee in de hoop straks een slaatje te slaan uit de toeristenstroom die (hopelijk) op gang komt.

Het contrast tussen bestaande appartementen en de nieuwbouw is enorm. De grauwe, Russisch aandoende, eenheidsworst appartementen worden omsingeld door de flitsende nieuwbouw en we vragen ons wel af wat de gasten van deze dure hotels van dat uitzicht vinden.

We komen langs het dolfinarium waar een prachtige mozaïekmuur uit de Russische tijd bij de ingang staat en tussen al die hoogbouw vinden we de meest futuristische McDrive die wij ooit gezien hebben. We kunnen het niet nalaten om hier een bakkie koffie te gaan drinken en het is toch knap hoe McD het voor elkaar krijgt dat de koffie over de hele wereld zo goed smaakt.

We lopen verder en krijgen last van onze nek van het omhoog staren naar de enorme betonconstructies die hier worden neergezet.
Er staan hier ook een paar bijzonder gebouwen. Zo is een slechte kopie van het Colosseum neergezet en iets wat op de Acropolis moet lijken. Het gekste gebouw is het restaurant dat op de kop staat.

We lopen inmiddels weer op de boulevard en het kiezelstrand is hier een stuk schoner dan we gisteren gezien hebben. Ook aan dit gedeelte van de boulevard staan veel kunstobjecten. De kunstenaar krijgen alle gelegenheid om zich uit te leven.

Ons einddoel komt in zicht. In het laatste parkje langs de boulevard van Batumi staat hét kunstwerk van deze badplaats: teenslippers op eieren! Stel je voor, je krijgt van de burgemeester van Batumi de opdracht om een kunstwerk te maken dat in een parkje langs de boulevard moet komen te staan en dan krijg je het waanzinnige idee om meterslange teenslippers op anderhalf meter hoge eieren te plaatsen. Dan moet je toch wel wat ingenomen hebben.

Aan het aller-allerlaatste stukje boulevard, net voordat de kantoorgebouwen beginnen en je de kerosine van de vliegtuigen kunt ruiken gaan we even uitrusten op een bankje in de zon. We zijn inmiddels ver verwijderd van de horecazone dus je zal je afvragen: waar ben je nu toch gaan zitten? Nou, kijk maar goed!

We lopen langzaam weer terug naar de meer bewoonde wereld en bij een van de eerste eettentjes die we tegenkomen gaan we even zitten voor een drankje en een hapje. Het is inmiddels 13:00 uur en we hebben wel trek gekregen.
Na een half uurtje zijn we wel weer gehydrateerd en lopen we het laatste stuk van de boulevard af. Via het bamboo-bos lopen we dan naar het Europa-plein waar we bij de Mc Donalds een ijsje nemen. Dat hebben we wel verdiend.

We spoelen het ijsje weg met een gele rakker bij Batumi Kafe. We zien dat we vandaag nog best geluk gehad hebben want inmiddels is er een wolkendeken over de stad gelegd. Dit is een aanloopje naar een storinggebied dat de komende 2 dagen een groot deel van het land in z’n greep houdt. Wat dat betreft komt het goed uit dat we morgen een reisdag hebben.

Donderdag 20 oktober 2022

We willen rond 10:00 uur de maschtrutka naar Kutaisi nemen. Heel veel haast hebben we vandaag dus niet. Lekker van het ontbijtbuffet peuzelen, tassen op de rug, uitchecken en naar het busstation.
Als we in de buurt van de minibusjes komen worden we warm onthaald: ‘Tbilisi, Tbilisi, come!’ Waarop wij reageren ‘Today to Kutaisi’ Dan de chauffeur weer ‘No problem, first Kutaisi then Tbilisi’. Wij vinden het best. Tassen in de Mercedes-bus en stoeltje zoeken.
De chauffeur en de kaartjes-mevrouw hebben er zin in. Ze zoeken een mooi plekje op de start-foto van vandaag.

Om 09:45 uur is het blijkbaar tijd om te gaan. De deur gaat dicht en de chauffeur geeft gas. Het is best een luxe marshrutka, leren stoelen opgeleukt met doorgestikt leer, glimmend plafonnetje met het Mercedes-logo en donkere folie voor de ramen. Als zoiets de straat in komt rijden bel je gelijk 112. De chauffeur probeert nog wat passagiers van de straat te plukken, maar hij heeft weinig succes. Slechts 1 dame weet hij nog te verleiden.

We rijden met een gemiddelde snelheid van 50 km/uur en dat is heel gebruikelijk hier. Als we bij Kobuleti zijn regent het inmiddels. De weer-sites hebben het zomaar bij het juiste eind vandaag. Enkele tientallen kilometers verder, iets voor Ureki komt de regen zelfs met zoveel geweld naar beneden dat de ruitenwissers het maar net kunnen bolwerken.

Bij Grigoleti laten we de kustweg achter ons en gaan we landinwaarts. We zijn inmiddels 5 kwartier onderweg. De wolken hangen hier zo laag dat je ze aan kan raken.
We zien steeds het spoor waarover we een paar dagen geleden naar Batumi zijn gekomen.
Het is bijna 12:00 uur als we een pitstop maken. Bakkie oploskoffie en de laatste nougat blokjes. Daar knapt een mens van op.

Heel lang krijgen we niet voor deze stop, dus de koffie gaat mee de bus in. Dat blijkt een goede keus van de chauffeur want we zitten nog maar net in het busje of het begint weer in alle hevigheid te regenen en het zal ook niet meer stoppen met regenen.

Op het busstation in Kutaisi springen we snel in een taxi en laten we ons afzetten bij het hotel.
De bagage gaat weer op de kamer, de regenjassen halen we eruit en we gaan de brug over maar het centrum van Kutaisi.

Bij Wendy’s bespreken we onze opties onder het genot van een vette hap. De weersites worden geraadpleegd en dan is er maar een conclusie mogelijk; morgen gaan we naar Mestia.
We trekken de regenjas aan en lopen om de hoek naar een klein reisbureautje met de naam Budget Georgia, niet vanwege de aansprekende naam, maar vanwege de goede reviews. Daar boeken we het vervoer van en naar Mestia.

We gaan de hoek weer om en lopen een theehuis met de aansprekende naam Fou Fou binnen. Het ding ziet er een beetje vreemd uit, maar de thee is heerlijk. Bovendien wil je met al dat water dat naar beneden komt niet buiten zijn.
Het lijkt om 15:15 uur iets lichter, dus wij doen de regenjas weer aan en gaan naar buiten. Dat was helaas een verkeerde call want het water komt nog steeds met bakken naar beneden. Een paar meter verderop vluchten we weer bij Wendy’s naar binnen.

Rond 17:00 uur gaan we op zoek naar een restaurant en omdat het nog steeds regent maken we er geen lange zoektocht van en gaan we snel bij het Georgisch klinkende restaurant ‘Hoegaarden’ naar binnen. Het is er een enorm kabaal van mensen die er de hele middag al zitten te kegelen, best gezellig dus.
We bestellen geheel in stijl wat Georgische gerechten en die smaken opperbest.

Ook na dit diner regent het nog steeds dus we doen de capuchon weer op voordat we naar buiten gaan. Onderweg stoppen we even bij een schattig restaurantje naar binnen waar we nog een bakkie koffie nemen voordat we naar het hotel terug lopen.

Vrijdag 21 oktober 2022

Klokslag 3 minuten voor 8 staat onze ride voor de deur, da’s mooi op tijd. In de Vito-bus zitten nog 5 andere toeristen 2 meiden uit Tsjechië, een Amerikaans meiske met haar Libanese vriend en een Chinees uitziende Zweedse die bij de Zweedse ambassade in Tbilisi werkt. Samen met de chauffeur en Saba de gids zit de bus vol. De motor wordt gestart, de ruitenwissers gaan weer aan en we gaan richting de zon (hopelijk).
De eerste 2 uur zijn niet zo bijzonder, voor een deel rijden we zelfs de weg terug die we gisteren gekomen zijn. Onderweg krijgen we nog wel een korte les over Georgie van Saba. Pas als we Zugdidi voorbij zijn gebeurt er echt wat: een koffiestop.

Niet lang na het caffeine-shot hebben we onze eerste serieuze stop. Iets ten noorden van de stad Jvari gaan we even bij de Enguri dam kijken. De Enguri-dam is een hydro-elektrische dam aan de gelijknamige rivier. Met een hoogte van 271,5 meter is het de op een na hoogste betonnen dam ter wereld. Het bijzondere is dat een deel Enguri-waterkrachtcentrale in Abchazië staat dat door de Russen bezet is. De dam levert op deze manier dus een beetje gratis energie aan de niet zo populaire buurman.
De omgeving van de dam ligt nog voor een groot deel in de wolken, maar we zien inmiddels ook wat blauwe lucht.

De ruitenwissers zijn inmiddels overbodig en de omgeving begint steeds aantrekkelijker te worden. De herfst kleurt de bomen geel en oranje terwijl de regen van de afgelopen dagen de rivier wild maakt. Van weerszijden komen kleine stroompjes de berg af, soms uitmondend in een kleine waterval. De weg is hier minder goed dan de weg naar Stepantsminda, maar hier kom je geen vrachtverkeer tegen. Gelukkig wordt de Vito stil gezet om even te genieten van deze omgeving.

Naarmate we verder richting Mestia komen wordt de natuur nog kleurrijker en bovendien komen de besneeuwde toppen van de Caucasus in zicht. Het lijkt erop dat de bovenste rijen bomen gisteren van een laagje poedersuiker zijn voorzien. Voor een schilder zal deze omgeving een enorme inspiratie kunnen zijn. We kijken onze ogen uit en zijn blij dat Saba hier ook oog voor heeft.

Om 13:30 uur rijden we Mestia in en je waant je hier een beetje in een wintersportoord. De besneeuwde bergen om je heen, Spar op de hoek, terrasjes voor de apres-ski en een temperatuur rond het vriespunt.
Wij zoeken eerst ons hotel op en daar blijkt de eigenaar niet aanwezig te zijn. Ze is in Tbilisi en laat de zaken over aan haar Georgisch sprekende schoonmaakster. Het inchecken gaat dan maar weer via de telefoon, als een drie-gesprek.

Mestia is de hoofdstad van de historische provincie Svaneti in het noordwesten van het land dat grenst aan Rusland en de afvallige provincie Abchazië. De inwoners van deze provincie heten de Svan een ethnische subgroep van de Georgiërs. Het symbool van de Svan zijn de Svan-torens. Deze stenen verdedigingstorens zijn gezichtsbepalend voor elk dorp in Svaneti. In de cultuur van de Svan gaat familie boven alles en elke familie heeft dan ook z’n eigen toren. Daarom kunnen in een dorp tientallen torens staan. Door zich in hun toren te verschuilen konden ze zich beschermen tegen aanvallen van vijandelijke stammen. De torens zijn overigens niet alleen bedoeld ter bescherming, het gebouw doet ook vaak dienst als stal of opslagplaats.

‘s-Avonds eten we een hapje bij een restaurant van een Duitse eigenaar met de al even Duitse naam Lushnu Qor. Er is niet veel te doen (laagseizoen) maar het eten smaakt best.
Als we terug lopen naar het centrale plein voor een bakkie koffie merken we pas hoe koud het is. Het zal hier vannacht wel een paar graadjes onder nul gaan.

Zaterdag 22 oktober 2022

Het ontbijtbuffetje bij hotel Chatini Mestia is netjes verzorgd en vanwege de wandeling die we vandaag gaan maken hebben we een beetje koolhydraten wel nodig.
Bij het uitchecken ligt er een A4 op de bali met daarop ‘150’. Met zo’n taalbarriere is dat een handige manier om te laten weten dat we 150 lari moeten betalen.

We lopen naar de Tamar Street om een taxi op de kop te tikken die ons naar het startpunt van de trek moet brengen. Een oud mannetje met een vreemd petje komt al snel op ons aflopen.’Taxi’ roept hij. We onderhandelen een prijs en stappen in de Nissan. Hij wil dat Diana voorin naast hem komt zitten (?). Dan komt er een colaflesje tevoorschijn en giet hij een klein glaasje vol. Het blijkt zelfgemaakte tsjatsja te zijn, een soort druiven-wodka. We hebben toevallig van Saba geleerd dat de zelfgemaakte versie vaak 60% is. Ook goedemorgen, het is net half tien!

Na de hartversterker waarvan je lever op de loop gaat, geeft de chauffeur gas en gaan we op weg. Het is ongeveer een half uurtje over een beroerde weg. Onderweg zien we dat het vandaag niet aan het weer kan liggen de lucht is strak blauw met een verdwaald wolkje rond de besneeuwde toppen. Als we bij een gammel uitziende hangbrug aankomen worden we uit de auto gemikt en gaan we op pad. De chauffeur zoekt een plekje voor z’n auto. Hopelijk blijft hij van de tsjatsja af want anders wordt het spannende terugweg.

Op hoop van zegen lopen we de hangbrug op, onze handen klemmen de railing vast. We schuifelen voetje voor voetje naar de overkant. Er zijn al een behoorlijk aantal planken verdwenen, maar gelukkig hebben ze plaatmateriaal over de ontstane gaten heen gelegd. Dat voelt heel vertrouwd. We halen allebei zonder kleerscheuren de overkant en volgen dan het bordje naar de Chalaadi gletsjer.

Het pad begint met een venijnige klim over keien en rotsen. Als we al niet wakker waren van de tsjatsja dan zijn we het nu wel. Als het pad weer een beetje afvlakt zien we ineens een vijftal schattige, pluizige, lieve, jonge hondjes, maar met moeders in de buurt. Het is een wolfhond-achtig beestje met een lichtblauw oog en heel aanhankelijk. We aaien haar een keer en lopen dan verder.

Na een tijdje komen we tussen de naaldbomen terecht en we zijn er niet alleen. Moeder hond loopt gezellig met ons mee. Soms voor ons uit om vervolgens netjes op ons te wachten, maar soms zijn we haar even kwijt en komt ze ineens weer van achter aangelopen. Het pad loop op een gegeven moment vlak langs de wilde waterstroom en daar zien we al weer veel duidelijker waar we naar toe gaan.

Moeder hond wil van geen wijken weten en we vragen ons af of dat goed gaat komen met die jonkies. Inmiddels lopen we op een open vlakte met grote rotsen. Het wordt een klauterpartij van jewelste, maar we komen steeds dichter bij ons doel. Onze trailschoenen hebben zich tot dusver kranig gehouden, maar op deze grote rotsblokken hebben ze het zwaar.

Om 11:30 uur staan we dan op een paar meter afstand van de gletsjer. Het is geen witte ijspartij zoals je misschien zou verwachten, maar de voorkant van de gletsjer is bruin van het zand en de stenen die meeliften op de gletsjer en er dan vanaf vallen als er ijs smelt. Op sommige plekken zie je wel die blauwige kleur die zo bekend is van gletsjers. Dit ontstaat door de enorme druk die diep in de gletsjer ontstaat. We maken een paar foto’s van dichtbij de gletsjer, maar eigenlijk zag de gletsjer er op een afstandje mooier uit.

Onder aanvoering van moeder hond beginnen we aan de terugweg. We klauteren over de grote rotsblokken en houden onze geleidehond goed in de gaten want zij heeft dit vast veel vaker gedaan. We kunnen de verleiding niet weerstaan om steeds maar weer om te kijken. Het ene moment lijkt het uitzicht nog mooier dan het andere. We zullen straks wel heel veel dubbele foto’s hebben.

Als weer onder de bomen lopen spot moeder hond ineens een eekhoorn. Vanaf dat moment zien we haar niet meer terug. De jongen zien we op dezelfde plek als we ze eerder ook zagen. Een tweetal andere toeristen was de beesies aan het voeren met hun lunch.
Terug bij de hangbrug hadden we gehoopt een drankje te kunnen pakken bij een terrasje, maar dat blijkt gesloten te zijn. Dan maar door naar onze taxi.
De chauffeur staat nog stevig op z’n benen. We gaan er maar vanuit dat het verantwoord is om in te stappen. Zonder brokken brengt hij ons terug naar Mestia.

Om 13:30 uur zitten we bij restaurant Laila en bestellen we kubdari, een typische gerecht uit Svaneti. Het is een soort pannenkoek gevuld met vlees, Best lekker, maar oh zo machtig, net als al het Georgische eten.

Na de lunch zwerven we wat door het dorp en proberen we wat van het lokale leven op te snuiven. Waar je ook bent in dit dorp altijd zijn de Svan-torens in zicht. Heel bijzonder, dit hebben wij nog nooit eerder gezien.
Om 16:30 uur staan we klaar voor de terugweg. Omdat het al snel donkerder wordt is deze rit lang niet zo mooi als de heenweg. We stoppen bij hetzelfde tankstation als op de heenweg voor een bakkie koffie en om 21:45 uur zijn we dan weer terug bij ons hotel in Kutaisi.

Zondag 23 oktober 2022

Onze regendans is gelukt! Het is vandaag fantastisch mooi weer in Kutaisi. We waren helemaal niet van plan om naar Mestia te gaan, maar zouden Kutaisi en omgeving gaan verkennen. Last-minute besloten we naar Mestia te gaan omdat in Kutaisi veel regen werd voorspeld terwijl voor Mestia een zonnetje op de weer-sites stond. Toch handig als je een beetje flexibel kunt zijn tijdens het reizen.

Vandaag is dan Kutaisi en de omgeving aan de beurt. We gaan eerst even langs de Tourist Information om te horen hoe laat de marshrutka naar Akhalsikhe gaat. De Tourist Information is gelukkig ook op zondag open en de mevrouw achter de balie spreekt Engels en kan ons alle informatie geven. Dat is uitzonderlijk.

We lopen door naar de Green Bazaar, een van de grootste markten van het land. Er wordt vooral veel van eigen land verkocht en dan meestal door moeders zelf. We zwerven wat over de markt en maken af en toe een foto. De mensen hier vinden het nog leuk om gefotografeerd te worden. Trots poseren ze bij hun stal.

Na het bezoek aan de markt gaan we op zoek naar een geschikte taxichauffeur die ons naar Martvili Canyon kan brengen. Op zo’n 45 km van Kutaisi is een kloof die door elk reisbureau wordt aangeraden. Je kunt bovendien een boottochtje door deze kloof maken. We kunnen niet wachten.
We lopen naar de prachtige Colchis fontein die midden op een grote rotonde staat. Het is een prachtige fontein met klassieke gebouwen op de achtergrond. Hier denken we makkelijk een taxi te kunnen ritselen en dat blijkt het geval.

De taxichauffeur brengt ons in drie kwartier naar Martvili Canyon. Onze eerste indruk is: toeristisch! De parkeerplaatsen staan vol met auto’s en er is zelfs een Visitor’s Centre waar je de kaartjes kunt kopen, eentje om binnen te komen en eentje voor de boottocht. Volgens de kassiere moeten we gelijk naar de boten gaan want het is er nu niet druk. Met de barcode op je bon gaat het poortje open en lopen we naar de rubberbootjes. We krijgen een zwemvest aan, peddels in de handen en gaan met die banaan (geen zorgen, er zit een stuurman aan boord).

We gaan van de kant en dobberen het azuurblauwe riviertje op. Er zijn inderdaad nog niet veel andere bootjes op het water, dus we hoeven niet uit te kijken voor aanvaringen. Veel doen we niet met de peddels die we hebben gekregen want we zijn te druk met foto’s maken. Door de donkere kleuren in de kloof (tot wel 70 meter hoog) en de strakblauwe lucht is het nog een hele uitdaging om een geslaagde foto te krijgen.

Na een kwartiertje worden we door de bootsman gesommeerd om mee te peddelen. We hebben het keerpunt bereikt en daar moet even tegen wat stromend water in gepeddeld worden.
Nadat we deze lastige draai gemaakt hebben, zien we dat er toch meer boten op het water zijn. Terwijl in de meeste boten 6 personen zitten, hadden wij een privé-tochtje met z’n tweeën. Dat betekent wel dat wij er harder voor moesten werken.

Na deze enerverende boottocht gaan we te voet een ander deel van de kloof verkennen. De paden zijn goed verzorgd en er staan overal veiligheidshekjes. Dit is niet zonder reden want een duikeling van deze rotsen overleef je niet.
Het water klettert met behoorlijk wat geweld van de rotsen naar beneden, een mooi gezicht.

De wandeling langs der kloof is ongeveer een kilometer lang en ook hier is het niet heel druk. We zoeken de beste plekjes om van de uitzichten te genieten en hoewel het slechts een klein wandelingetje is kijken we onze ogen uit.

Tegen enen zijn we weer op de parkeerplaats en samen met onze taxichauffeur lopen we naar de auto. We rijden de 45 km in omgekeerde volgorde en terug in Kutaisi gaan we eerst wat eten.

Na de westerse lunch bij McD wandelen we wat door de stad en als we langs de Green Bazaar komen bewonderen we de prachtige buitenmuur aan de zuidzijde van het marktgebouw. Dit bas-reliëf moet haast wel uit de Russische tijd stammen. We lopen nog wat verder en gaan dan een koppie thee drinken bij Piatto. Dan is het tijd voor ons laatste uitstapje bij Kutaisi: het Gelati klooster.

Het kostte even wat moeite om een taxi te charteren, maar uiteindelijk stopt een aftandse Opel Zafira als we onze hand opsteken. De weg naar het klooster gaat af en toe behoorlijk steil omhoog en daar heeft de gammele taxi best moeite mee. Toch lukt het om ons netjes voor de ingang af te zetten.

In het verleden was het Gelati klooster een van de belangrijkste culturele en onderwijskundige centra van het oude Georgië. Hier leefden de beste Georgische wetenschappers, theologen en filosofen.
Met de bouw van het Gelati-klooster in Georgië werd al in de 12e eeuw begonnen. En tot in de 17e eeuw keer op keer uitgebouwd. Het is een goed bewaard gebleven complex met unieke mozaïeken en muurschilderingen.
Er liggen hier diverse koningen begraven, waaronder de beroemde Koning David II, die vooral bekend staat als David de Bouwer. Hij liet het klooster tijdens zijn tijd als koning bouwen in 1106.

Het Gelati-klooster staat sinds 1994 op de lijst van werelderfgoed van UNESCO en dat betekent dat het moet worden onderhouden. Helaas is dat nu ook het geval en zowel de binnen- als de buitenkant staat in de steigers. Heel jammer, vooral omdat de prachtige, kleurrijke fresco’s nu maar gedeeltelijk zichtbaar zijn.
Ondanks de steigers zien we wel dat de fresco’s hier van een ander niveau zijn dan die we eerder hebben gezien.

Bij het graf van Koning David II krijgt een schoolklasje geschiedenisles. De juf vertelt van alles over de koning en wat hij allemaal gedaan heeft voor het land. Ook stelt ze vragen aan de kinderen en als de juf opnieuw een vraag stelt antwoordt een jochie: ‘die David dat is toch de broer van Bob?’ De andere kinderen lachen, blijkbaar had hij op school niet goed opgelet.
We weten niet zeker of we het Georgisch van de juf en de kinderen goed vertaald hebben, maar dat is wat wij ervan konden maken.

Als we na een half uur de poort doorlopen naar de parkeerplaats wordt er in de verte al een auto gestart. Blijkbaar moet onze chauffeur op tijd thuis zijn van moeders de vrouw. We scheuren de weg naar beneden en met piepende banden worden we afgezet voor de McD. Omdat het dakterras bij de McD zo’n beetje het enige terras is waar de zonnestralen nog toegang hebben, halen we een McShake aardbeien en gaan nog een klein uurtje in de zon zitten. Wat een dag!

Rond een uurtje of vijf lopen we naar restaurant Sisters want Diana had gelezen dat dit een heel leuk restaurant is. Het is even zoeken omdat er geen naambord op de buitenkant van gebouw hangt. We wisten alleen dat we moesten zoeken naar twee houten deuren. Gelukkig stond het restaurant wel op Google Maps.
We lopen via de trap naar de eerste verdieping en gaan door de grote houten deuren. Je komt binnen in een ruimte dat ooit een chique appartement geweest zal zijn. Grote ramen, hoge plafonds en een oude houten vloer. Het stucwerk is grotendeels van de muur, maar de ornamenten aan het plafond zijn nog aanwezig. Er hangen mooie, oude koperen kroonluchters. Uit de speakers komt jazz-muziek, Ella Fitzgerald met ‘I’ve got you under my skin’. Het is alsof je in de jaren 50 van de vorige eeuw bent beland.
We bestellen adjapsandali en genieten van deze Georgische maaltijd én van de sfeer in dit restaurant.

Maandag 24 oktober 2022

Om 09:00 uur staan we alweer op het busstation, of eigenlijk in een achteraf straatje bij het busstation. We hebben ze wel eens sjieker gezien.
We doen een soort gebarentaal spelletje met de chauffeur om erachter te komen hoe laat hij vertrekt, wat het kost en hoe laat hij denkt aan te komen in Akhaltsikhe. Omdat de bus pas over een half uur vertrekt, gaan we even bij de naastgelegen McD een bakkie doen.

De Mercedes-marshrutka vertrekt zoals gebruikelijk op tijd en we gaan er maar eens goed voor zitten. Met een beetje mazzel zijn we om 13:00 uur op de bestemming.
De eerste stop is bij een sigarettenkiosk op de hoek van de straat. De chauffeur blijkt een verstokt roker te zijn dus eerst een pakkie sigaretten aan boord anders kan hij niet focussen.
Op het busstation is er een oud dametje achter ons gaan zitten en het lijkt erop dat ze de afgelopen weken in de varkensstal heeft geslapen. De geur die van haar kleren komt is niet te harden; gelukkig zit ze achter ons.
De rit gaat voorspoedig, het enige waar we last van hebben is het vrachtverkeer. Er wordt nl. met man en macht gewerkt aan een snelweg tussen Tbilisi en de Turkse grens (dat laatste is een gok van ons). We zien verdacht veel Chinezen op de bouwplaatsen staan, dus dit zal ook wel onderdeel zijn van de Nieuwe Zijderoute waar de Chinezen veel tijd en geld in steken.
Om 11:30 uur zien we voor het eerst Akhaltsikhe op de borden staan. Het is dan nog 80 km. Om 12:00 uur zijn we in Bordzjomi, we liggen nog op schema en om 13:00 uur brengt de chauffeur z’n Mercedes tot stilstand op het busstation van Akhaltsikhe.

We kruipen in een taxi, maar dan blijkt de chauffeur het stratenboek niet goed geleerd te hebben. We laten hem een paar keer het adres van het hotel zien, maar hij kan het niet terugvinden in z’n aantekeningen (?). Uiteindelijk belt hij dan maar met het hotel. In de tijd dat we op de achterbank van de taxi zitten hadden we er ook al heen kunnen lopen.

Het busstation/taxi standplaats blijkt ook een kofferbakverkoop voor auto-onderdelen te herbergen. Wel handig voor de vele gammele taxi’s zoals de taxi waar wij nu in zitten.
Na het telefoontje met het hotel weet de chauffeur ons hotel feilloos te vinden. Dat kan hij weer toevoegen aan z’n plastic zak met aantekeningen.

We gooien onze spullen op de kamer en gaan op zoek naar leuk restaurantje om te lunchen. Dat blijkt nog niet zo simpel te zijn. Hoewel Akhaltsikhe de hoofdstad is van deze provincie zijn de restaurants schaars.
We besluiten dan maar een broodje te gaan eten bij de Smart, want daar hebben we goede ervaringen mee in Gudauri.

Akhaltsikhe betekent ‘nieuw kasteel’. In het Georgisch en het is duidelijk waar die naam vandaan komt. Het Rabati kasteel aan de noordkant van de rivier domineert het uitzicht over de stad, We laten het kasteel vandaag nog links liggen en gaan eerst eens informeren hoe we morgen in Vardzia kunnen komen.

Later in de middag vallen er een paar stevige buien en daarom besluiten wij in het restaurant van hotel Lomsia te gaan zitten. We lezen een boekie, drinken een bakkie thee en blijven er ook maar zitten voor de warme hap.