Tag archieven: Alberobello

Italië 2

Maandag 27 september 2021

Het was weer een normale vakantiedag! Om 06:45 uur gaat de wekker, om 07:00 uur eten we bij de bakker een ontbijtje en om 07:15 uur staan we bij de bushalte. We verplaatsen ons vandaag van de westkant van de Italiaanse laars naar de oostkant; van het scheenbeen naar de kuit.
Het is vandaag een stuk bewolkter dan de voorgaande dagen, het lijkt een goed moment om te vertrekken.
De bus arriveert eerder dan verwacht en daar gaan we weer, eerst naar Salerno. Het is een ritje van ongeveer een uur als je op het juiste moment uitstapt. Wij blijven een paar haltes langer zitten en doen er vijf kwartier over. Het kostte niets extra.
We kopen treinkaartjes naar Ferrandina en drinken op de hoek van de straat nog een espresso. Om 09:25 uur vertrekt de trein vanaf perron 4.

De treinreis duurt maar twee-en-een-half uur, maar als we hadden geweten dat we in een koelwagon zouden worden vervoerd hadden we onze ski-jas meegenomen.
Het landschap is heel anders dan aan de Amalfikust. Geen dorpjes die tegen een bergwand aangeplakt liggen, maar een dor heuvellandschap met hier en daar een gehucht. We volgen de loop van de rivier Campania Basilicata en stoppen slechts een enkele keer: Battipaglia, Sicignano, Bella-Muro, Potenza, Grassano en dan zijn we in Ferrandina. We stappen uit de trein en gaan op zoek naar een busstation. Als we het perron aflopen komen we al snel tot de ontdekking dat hier geen busstation is, maar ook geen spoorwegpersoneel dat ons kan helpen. Het ziet er hier verlaten uit. Het stationsgebouw is verlaten en er zitten tralies voor de ramen. Het ziet er allemaal erg spooky uit en dat wordt versterkt als we de tekst op de voorkant van het stationsgebouw zien.

Uiteindelijk zien we aan de buitenkant van het stationsgebouw een aanplakbiljet van D’Agostino Tour met een adres van een website waar je de bustickets kunt bestellen. Gelukkig hoef je geen doorgewinterde Italiaan te zijn om 2 bustickets te bestellen, maar nadat we de bevestigingsmail hebben ontvangen wachten we 3 kwartier in spanning of er ook echt een bus zal komen.
De moderne techniek staat voor niets, want een paar minuten voor enen komt er een bus aanrijden. We laten de bevestigingsmail zien, de chauffeur maakt er een foto van en exact om 13:00 uur gaan we op weg naar Matera.

De busrit duurt dit keer maar een half uur en om 13:30 uur arriveren we op het busstation van Matera. Dan is het nog 5 minuutjes lopen naar onze B&B (maar zonder laatste B). Helaas is er niemand aanwezig, dus we lopen maar even verder om op een terrasje wat te drinken. Ondertussen sturen we een berichtje naar de eigenaar van de B&- en die laat weten dat hij er om 15:00 uur zal zijn. Wij gebruiken dit momentje om een lunch naar binnen te werken.

Een paar minuten na drieën komt de eigenaar van de B&- aanlopen en kunnen we binnen. Snel inchecken, informatie van de eigenaar absorberen, spullen op de kamer en op pad.
Vandaag hebben we nog net wat tijd om aan de sassi van Matera te snuffelen.
Sassi zijn grotwoningen die vanaf de achtste eeuw dienst deden als schuilplaats voor kloosterlingen die gevlucht waren uit het Byzantijnse rijk. Langzamerhand werden er meer ‘woningen’ in de grotten uitgehakt en ontstonden er zelfs kloosters in de rotsen.
In de 13e eeuw werden de sassi voor het eerst genoemd in documenten. In de sassi leefden toen gezinnen met kippen en ander vee. In de jaren vijftig van de vorige eeuw woonden er nog zo’n dertigduizend mensen in de grotwoningen, maar de omstandigheden waren zo erbarmelijk dat het sterftecijfer erg hoog lag. Om die reden werd het besluit genomen dat iedereen de sassi moest verlaten.

Wij lopen een paar uurtjes door de wijken Sasso Barisano en Sasso Caveoso en moeten oppassen om niet te verdwalen. Smalle steegjes, trappetjes, doorgangetjes, kerkjes en natuurlijk de grotwoningen waarvan de meeste inmiddels wel een nieuwe bestemming hebben gekregen.
Morgen hebben we de hele dag om de hoogtepunten van deze wijken te ontdekken, maar we kunnen het ‘s-avonds niet laten om vanaf het uitkijkpunt over Sasso Barisano te kijken.

Dinsdag 28 september 2021

Vandaag hebben we de hele dag de tijd om Matera te ontdekken, maar eerst op zoek naar een ontbijtje. Het is 09:00 uur en het valt op dat veel restaurants de poorten nog gesloten hebben. Bij het Piazza Vittorio Veneto vinden we een terras dat open is. Het ontbijt is van het gebruikelijke Italiaanse recept: cappuccino met een broodje gevuld met jam.

We lopen vanochtend eerst naar het Parco Regionale della Murgia Materana omdat je daar een mooi uitzicht op Materano hebt. Dit blijkt echter makkelijker gezegd dan gedaan, want de wandeling is geen makkie. Het pad met rotsen, lossen stenen en zand is glibberig naar beneden en de trappen (daar zijn ze weer) zijn alleen met reuzenpassen te nemen. We dalen eerst af naar het riviertje dat het park van de stad scheidt en steken dan de rivier over via een hangbrug. Daarna klauteren we een soortgelijk pad omhoog. Onderweg komen we grotten tegen die vroeger ook als woning hebben gefungeerd. Na ruim anderhalf uur glijden en klauteren zijn we boven.

Het uitzicht op de stad Matera is adembenemend, zeker als de zon er op schijnt. Dit zijn de plaatjes die je in de reisfolders ziet. We lopen wat heen en weer en zoeken het beste uitzichtpunt. Vanaf hier kun je de meest authentieke grotwoningen bij Sasso Caveoso goed zien. Bij een aantal ervan is men druk aan het werk. Het lijkt erop dat die omgetoverd worden tot hotel.

Helaas is er geen makkelijke weg terug, dus we gaan in omgekeerde richting terug naar Matera. De lastige stukken van het pad gaan nu omhoog en dat is een stuk makkelijker dan naar beneden. Toch doen we er een uurtje over om terug te komen. We gaan bij het eerste de beste terrasje zitten en bestellen een espresso. Eerst maar even bijkomen voordat we de stad in gaan.

We zoeken eerst een plek waar we de Chiesa di Santa Maria de Idris goed kunnen zien. Het is een van de bekendste plaatjes bij de sassi van Matera. Deze rotskerk wordt al in documenten uit de 14e eeuw genoemd. Gisteren zijn we al even in de kerk geweest en hebben we daar de eeuwenoude fresco’s kunnen bewonderen.

Vanaf het uitzichtpunt op de oude rotskerk lopen we een willekeurig steegje in en vervolgens gaan we kris-kras door de smalle straatjes van Matera op zoek naar nog meer unieke plekjes.
We komen bij het Convento di Sant’Agostino aan de noordkant van de stad. Dit is goede plek om even te gaan zitten een espresso te nemen. Daarna lopen we langs de Chieso di San Pietro Barisano die tussen de huizen gebouwd lijkt te zijn.

Om een goed beeld te krijgen hoe de mensen destijds leefden is er een grotwoning ‘aangekleed’ zoals dat er toen uitzag. Dat wil je natuurlijk niet missen (hoewel Diana daar niet zo’n moeite mee heeft). Ik koop een kaartje en open op mijn telefoon de bijbehorende website waar je een heel verhaal krijgt te horen. Het heeft een hoog openluchtmuseum-gehalte, maar nu weet ik in ieder geval waar de kippen in de grotwoning sliepen, waarom het bed zo hoog op de poten staat, wat de extra functie was van de grote laden in de kasten en waar de varkens hun behoefte deden in de grotwoning. Best gezellig allemaal.

Heel veel steegjes, trappen en uitgebouwde grotwoningen later komen we dan bij westelijke ingang van de Sasso Barisano en gaan daar op het terras van Ristorante Nadi zitten. Het is tijd voor de lunch!
Terwijl wij zitten te wachten op onze Italiaanse lunch komt er een Belgische groep toeristen op leeftijd aan strompelen. Sommige moeten door medereizigers ondersteund worden. Ze hebben duidelijk moeite met de grove bestrating en de onbenullige traptreden. Je vraagt je af waarom deze mensen naar Matera komen. Deze stad is zeer slecht toegankelijk voor oudere mensen (57+) met een slechte conditie en vastgeroeste knieën.

Na de welverdiende lunch lopen we nog een uurtje door de Sasso op zoek naar sassi die we nog niet gezien hebben. We zien een kerk met doodshoofden op de voordeur, heel veel gebeeldhouwde geestelijke figuren, tot luxe hotels omgebouwde grotwoningen, terrasjes en nog eens terrasjes.
Nergens vinden we sporen van filmopnames van de nieuwste James Bond. Hoewel Daniel Craig meestal wel een puinzooi achterlaat hebben we die hier niet gevonden. Gaat het zien in een bioscoop bij u in de buurt: No Time To Die! Persoonlijk vind ik dit overigens een veel beter levensmotto dan die van Goethe nadat hij Napels had gezien.
Rond 15:00 uur vinden we dat we Matera wel gezien hebben en nestelen we ons op een van die terrasjes. Het is tijd voor een momentje rust en een slokje bier.

‘s-Avonds eten we opnieuw bij Capatosta. Dit restaurant serveert net even andere gerechten dan een gemiddeld restaurant. Vandaag dus geen pizza of spaghetti. Daarna nog een espresso bij het grote plein en dan maar weer de koffertjes inpakken voor de reis van morgen.

Woensdag 29 september 2021

Vandaag gaan we op weg naar onze zuidelijkste overnachting van deze vakantie: Lecce. Eerst met de trein van Matera naar Altamura waar we 4 minuten hebben om over te stappen. Dan door naar Bari waar we een half uur hebben om treinkaartjes te kopen en de trein naar Lecce te vinden.
Wat de vertrektijd betreft hebben we 2 opties: 07:53 uur vertrekken of 10:01 uur vertrekken en je raadt het al, we vertrekken om 07:53 uur.

Over de hele treinreis valt eigenlijk niet veel te vertellen. We stoppen in wat onbeduidende plaatsjes en van Bari zien we alleen de ticketoffice en een drankautomaat (maar dat gaan we over een paar dagen goedmaken). Onderweg zien we vooral olijfbomen, olijfbomen en nog eens olijfbomen. We dommelen wat, eten een zak snoep leeg en net voor 11:45 uur rijden we het station van Lecce binnen.

We lopen in een paar minuten naar onze B&B en gelukkig zit hier wel iemand achter een balie zodat we naar binnen kunnen. Helaas is onze kamer nog niet gereed, maar we kunnen onze koffertjes achter laten en gaan dan eerst op zoek naar een bakkie espresso.
Na een dubbele espresso en een heerlijk stuk (machtig) walnootgebak, gaan we op zoek naar de Duomo.

Volgens Massimiliano (de man achter de balie en nee, die naam is niet verzonnen) moet je de kathedraal zowel overdag als ‘s-avonds zien. We lopen een paar steegjes door en komen dan bij de Piazza del Duomo. Tot grote teleurstelling staat de 72 meter hoge klokkentoren in de steigers, terwijl we toch hadden aangegeven dat we hier op 29 september zouden zijn. Wel fijn dat de sint alles in de gaten houdt.

Lecce is een stad van mooie gebouwen, kerken en pleintjes, heel veel mooie gebouwen, kerken en pleintjes! In de 17e en 19e eeuw hebben ze hier behoorlijk uitgepakt. Vrijwel alle gebouwen zijn in dezelfde barokke stijl waardoor de stad een samenhangend geheel vormt. Loop je hier te lang rond, dan zou het allemaal wel eens te veel kunnen worden met een soort kerk-en-pleintjes-vermoeidheid tot gevolg.
Wij hebben hier slechts een dag dus voor ons zal het wel meevallen. Voorlopig genieten we nog van al die pracht en praal.
Dat het niet alleen de barokke architectuur is dat hier de klok slaat blijkt wel bij het Romeinse theater en het Romeinse amfitheater.

We wandelen verder door de smalle straatjes en het lijkt wel of elk huis een fraai bewerkt ornament bij de deur heeft hangen. De straten zijn schoon en opgeruimd en dat is in sommige Italiaanse steden wel anders. De tijd vliegt voorbij en nadat we door een van de oude stadspoorten van Lecce weer een steegje ingelopen zijn, gaan we bij een cafeetje zitten om een broodje te eten.

Na de korte lunchbreak duiken we weer de straatjes van Lecce in en krijgen zo langzamerhand een stijve nek omdat we steeds omhoog gluren naar de fantastische details op de gebouwen.
We komen ook bij het kasteel van Carlos V, maar daar moet nog wel wat opknapwerk gebeuren voordat dit op ons lijstje met top-bezienswaardigheden komt. Het is inmiddels wel weer tijd voor een heerlijk Italiaans ijsje, dus niet ver van het kasteel gaan we weer even zitten.

Dan is het tijd om op zoek te gaan naar wat wordt gezien als het belangrijkste barokke pronkstuk van de stad: Basilica di Santa Croce. We lopen via het Palazzo del Governo naar de Via Umberto I en zien daar de kerk met al z’n pracht en praal al staan. Men is niet unaniem in het oordeel over de kerk. Zo zijn er ook critici die bij het zien van de kerk oordeelden dat dit alleen maar bedacht kan zijn door een mafkees met een nachtmerrie.
De gevel is versierd met de gekste voorstellingen. De beeldhouwers moeten een beste joint hebben gerookt toen ze bezig waren: schapen, dodo’s, cherubijnen en andere beesten sieren de gevel, maar natuurlijk staan er ook kerkelijke beelden tussen. Wij kunnen het wel waarderen!

We gaan even terug naar het hotel en buigen ons over het programma van morgen. We willen eigenlijk naar de kust, maar de dienstregeling van trein en bus is sinds 6 september zo uitgekleed dat het nog een klus wordt ergens te komen. Het lijkt erop dat we er met een bus-trein-bus verbinding kunnen komen, maar dat gaan we morgen wel merken als we kaartjes proberen te kopen.

Omdat Massimiliano ons had aangeraden om vooral ook ‘s-avonds de kathedraal te gaan bekijken, doen we dat. Het is erg gezellig in de straatjes. De vele restaurantjes hebben overal tafeltjes in de steegjes staan waar je kan eten.
Bij de Duomo aangekomen blijkt de kathedraal wat simpeltjes uitgelicht te zijn; grote schijnwerper erop en klaar! Niet heel bijzonder dus, tenzij je er twee kaaskoppen voor hangt.

Donderdag 30 september 2021

We hebben dit keer een Bed met Breakfast en dit ontbijt is on-Italiaans goed! We laten het ons goed smaken en met iets te strakke kleding gaan we dan op pad.
Eerst even naar het station om het bus-trein-trein kaartje naar Otranto te kopen en dan nog even de stad in voor een bakkie. De bus gaat pas om 10:15 uur dus we hebben nog even.

Vandaag gaan we naar Otranto, een klein plaatsje met een bijzondere kathedraal maar vooral heerlijk aan zee gelegen. Otranto is ook nog eens de meest oostelijk gelegen stad in Italië. Je zou van hier Albanië moeten kunnen zien liggen.
Als we een maandje eerder waren geweest hadden we een rechtstreeks trein of bus kunnen nemen, maar in het na-seizoen gaat het allemaal wat omslachtiger. Eerst met de bus naar Zollino, dan met de trein naar Maglie en daar overstappen op de trein naar Otranto.
De luxe bus vertrekt netjes op tijd. Het is 55 minuten naar Zollino, dus we gaan maar even goed voor zitten. Het is geen bijzonder ritje, we moeten een paar keer een klein dorpje in omdat daar een bushalte is (waar niemand staat te wachten), maar voor de rest gaat het over de grote weg. Bij het station van Zollino worden we er uitgegooid en hebben we nog even tijd voor een espresso.

De trein/wagon waarvan we dachten dat die uitgerangeerd stond weg te roesten blijkt onze trein naar Maglie te zijn. We nemen plaats op de bank en precies op tijd vertrekt het oude beessie.
Het voelt alsof er een paar kleine Italiaantjes als een gek de trein tegen een berg op aan het voortduwen zijn. Er zit helemaal geen vaart in. Het geeft ons wel de gelegenheid om het droge landschap van de zuidelijke provincie Puglia te aanschouwen.
De trein heeft er uiteindelijk een half uur over gedaan om de 15km naar Maglie af te leggen.

In Maglie wisselen we van trein, maar ook de trein naar Otranto is van het vooroorlogse type. We gaan weer bij het raampje zitten en zetten ons schrap voor het laatste stukje.
Het valt ons opnieuw op dat de olijfbomen bijna allemaal dood zijn. Dit zagen we ook al toen we in de trein naar Lecce zaten. In deze provincie strekken de gaarden met olijfbomen zich uit tot de horizon, kilometers ver en bijna alles is dor en dood. Grote knoestige bomen, vele tientallen jaren oud, geen groen blaadje te zien, een heel triest gezicht.
Het blijkt het gevolg te zijn van een bacterie (Xylella fastidiosa) die nog niet eerder in Europa was opgedoken. Dezelfde bacterie heeft huisgehouden in wijngaarden in Californië en onder citrusbomen in Brazilië. De dode olijfbomen zijn een enorme klap voor deze regio. Puglia neemt nl. veertig procent van de export van Italiaanse olijfolie voor haar rekening. Inmiddels zijn er resistente varianten van de olijfboom gekweekt, maar voordat het landschap er weer uitziet als een paar jaar geleden ben je generaties olijfboeren verder.

Om 12:30 uur landt het roestige rijtuig in Otranto en lopen wij richting de zee. Het blauwe zeewater is waanzinnig helder en we hebben direct spijt dat we geen badkleding bij ons hebben. We lopen over de boulevard en stoppen steeds om een foto te maken. De ene plek is nog mooiere dan de andere. Nadat we genoeg zeewater voor een half jaar hebben gefotografeerd, zoeken we een terrasje met uitzicht op zee en gaan we lunchen.

De broodjes bij de lunch waren weer veel te groot. We voelen ons genoodzaakt ook vandaag weer minstens 15.000 stappen te maken. We gaan op pad door de straatjes van Otranto.
Het is een heel sfeervol stadje en in elk steegje binnen de oude stadsmuren hangt een sprookjesachtige sfeer. Dat laatste moet je dan wel tussen de oogharen door zien, want de commercie van het toerisme heeft hier ook wel voet aan wal gekregen want het tourisme heeft er ook voet aan wal gekregen. Ze doen hier erg hun best om elk stukje muur vol te hangen met souveniertjes.

Door die ligging, op het meest oostelijke stukje Puglia, kent Otranto een bewogen geschiedenis. Het was de eerste plek waar veroveraars van overzee aan land kwamen. De beruchtste aanval is die van de Turken in de zomer van 1480. Een vloot van meer dan honderd schepen zette achttienduizend soldaten aan land om de stad in te nemen.
De inwoners van Otranto hielden slechts enkele dagen stand, maar uiteindelijk wisten de Turken het stadje op de knieën te dwingen en dat ging veel geweld gepaard. Zo werden alle mannen en alle jongens ouder dan vijftien jaar gedood en werden de vrouwen en kinderen verkocht als slaven.
Achthonderddertien inwoners van de stad sloten zich op in de kathedraal en probeerden zo aan hun lot te ontkomen. De Turken eisten toen dat alle achthonderddertien vluchtelingen zich zouden bekeren tot de Islam.
Toen men dat weigerde, werden ze allemaal gedood. In 1771 werden deze ‘martelaren van Otranto’ heilig verklaard. De botten van alle achthonderddertien martelaren werden naar de kathedraal overgebracht, waar je ze nog altijd kunt zien in de Cappella dei Martiri in het rechterschip.

Wij gaan ‘s-middags een bezoekje brengen aan deze kathedraal. De deuren gaan om 15:00 uur open en als we een paar minuten ervoor bij de kathedraal aankomen lijkt het wel of de uitverkoop is begonnen. Groepen mensen staan in de starthouding om de kathedraal binnen te gaan.
Het is dan ook niet voor niets dat de mensen zich hier verdringen. Er is in Italie geen 2e kathedraal zoals deze. Het gebouw dateert uit de 11e eeuw, maar sindsdien heeft de kathedraal wel een paar facelifts gehad. Het hoogtepunt van het bezoek aan de kathedraal is het enorme 12e eeuwse mozaïek dat de hele vloer beslaat. Je herkent er een levensboom, de toren van Babel, de tekens van de dierenriem en de ark van Noach. Het schijnt dat de hele vloer door één monnik is gemaakt; het ultieme monnikenwerk!

Na de kathedraal doen we ook nog even een rondje om het kasteel van Otranto. Dit kasteel is aan het eind van de 15e eeuw gebouwd, niet lang na de Turkse inval. Het kasteel heeft enorme dikke muren en zal zeker bestand geweest zijn tegen elke indringer uit die tijd. Het kasteel is nu nog steeds in goede staat en in het zonlicht van de late middag ziet het er prachtig uit.

We gaan op weg naar het treinstation van Otranto, maar eerst nemen we nog een drankje op een terrasje aan zee. Daarna lopen we via de boulevard naar de trein en kijken af en toe nog over onze schouder naar de prachtige blauwe zee.
Bij het treinstation kopen we de kaartjes voor de terugweg en om 16:22 uur verlaat het oude boemeltreintje het station. Via Maglie en Zollina komen we uiteindelijk iets na 18:00 uur weer in Lecce aan.

Vrijdag 1 oktober 2021

Vandaag gaan we weer in noordelijke richting, maar niet voordat we ons nog een keer uitgeleefd hebben bij het fantastische ontbijtbuffet. We hoeven ons niet te haasten want onze trein vertrekt om 10:13 uur; we hebben de tijd.
Op het station kopen we de treinkaartjes voor de rit naar Bari en wachten we op perron 1 tot de trein arriveert.
We zoeken een plekje in de rijrichting en volgens Trenitalia zijn we dan iets voor 12:00 uur in Bari.
Over de rit valt niet zoveel te zeggen en kan ik beter verwijzen naar 27 september toen we deze rit in omgekeerde richting hebben afgelegd.

We stappen nog voor 12:00 uur van het perron in Bari en gaan dan op zoek naar ons hotel. Volgens Google Maps is het 14 minuten lopen. Onderweg nemen we nog een koffie met een broodje en als we even later in de buurt van de zee komen zien we de vlaggen van ons hotel al wapperen.
Als we het hotel binnengaan zegt Diana dat dit helemaal niet ons hotel is. Wij hebben het Hi Hotel geboekt en dit is het iH Hotel. Daar is iets mis gegaan in de communicatie (tussen ons). Als ik het Hi Hotel bij Google Maps intik zie ik dat het bijna een uur lopen is vanaf het iH Hotel (kun je het nog volgen?).
Op de kaart zien we dat het Hi Hotel eigenlijk wel wat ver weg ligt van het centrum van Bari dus we besluiten het Hi Hotel maar te annuleren. Omdat het iH Hotel ruimschoots boven ons budget gaat, moeten we dus ter plekke nog wat anders zoeken. Uiteindelijk valt onze keuze op het Mercure.

Het Mercure is vanaf het iH Hotel een half uurtje lopen, dus daar gaan we weer. Op deze manier zien we gelijk een stukje Bari. Niet het mooiste stukje, maar we klagen niet (toch?).
Omdat we member zijn bij de Accor-groep krijgen we een beetje korting bij het Mercure dus dat maakt weer wat goed.
De spullen gaan op de kamer en wij gaan naar downtown Bari. We hebben eigenlijk geen idee wat we van Bari moeten verwachten, maar we gaan het zien.

We lopen via het treinstation omdat we nog even willen informeren waar de bus naar Alberobello vertrekt (zaterdag) en wat de handigste manier is om bij de luchthaven te komen (zondag). Het is even zoeken, maar een half uurtje laten zijn we volledig op de hoogte en lopen we het centrum van Bari in.
Het lijkt erop dat we via de PC Hooftstraat van Bari lopen, want we zien alle grote merknamen op de gevels: Gucci, Luis Vutton, Prada, Ralph Lauren, Michael Kors, Hermes en ga maar door. Helaas zijn we aan het eind van de vakantie, het geld is op.

Vanaf de dure-winkels-straat lopen we de smalle steegjes van Bari in. Het lijkte erop dat het vandaag wasdag is, want de balkonnetje hangen vol. Omdat we voor Bari niet zoveel voorbereid hebben lopen we maar wat kris-kras door het oude centrum van deze havenstad: Bari Vecchia.
We komen er al snel achter dat we deze stad onderschat hebben. De op een na grootste stad van Zuid-Italië is de moeite waard.

We zijn op weg naar het kasteel dat oorspronkelijk door Roger de Noorman in de 12e eeuw is gebouwd als we in een smal steegje een paar dames achter een tafeltje zien zitten. Ze doen iets met vlugge handbewegingen dus wij gaan uitzoeken waar ze mee bezig zijn.
Het blijkt dat deze dames hier in het steegje de lekkerste orecchiette (pasta) aan het maken zijn waarbij ze natuurlijk met elkaar aan het kwekken zijn. Ze maken de pasta meestal ‘s-ochtends en laten die dan ‘s-middags drogen. Wij hebben het geluk dat deze luie dames er ook na het middaguur nog mee bezig zijn (of zou het iets met de toeristen te maken hebben?).

Via het kasteel lopen we naar de Basilica di San Nicola. Dan denk je: San Nicola, klinkt als Sint Nicolaas, is dat……..
Ga er maar eens goed voor zitten lieve kinderen, want nu volgt een alternatieve versie van het verhaal van de Sint.
Op 6 december van het jaar 324 stierf de goedaardige en alom geliefde bisschop Nicolaas in het stadje Myra (Turkije). Veel later besloot de kerk om hem, vanwege de vele goede daden en de wonderen die hij tijdens zijn leven had verricht, heilig te verklaren.
Een voorbeeld van zijn goede daden. Sint Nicolaas van Myra (Klaas voor vrienden) hielp op een dag een arme man en zijn drie dochters. De man hield van zijn dochters, maar kon het van zijn leven niet opbrengen om driemaal een bruidsschat op te hoesten. Daarmee was het lot van zijn dochters bezegeld; ze zouden als slaaf verkocht worden.Toen hij op het punt stond zijn bloedeigen kinderen te verkopen, geschiedde een wonder. Driemaal werd er een buidel met goud door de ramen naar binnen gegooid. Elke buidel was goed voor een volwaardige bruidsschat. Er wordt bovendien verteld dat de buidels precies in de schoenen terecht kwamen, die voor de haard stonden te drogen…(komt dat bekend voor?).

Mooi verhaal, maar hoe zit dat nou met Nicolaas en Bari?
Na zijn dood in 324 werd het graf van de bisschop van Myra bijgezet in de lokale basiliek. Volgens de overlevering had de goedheiligman, tijdens een reis door Italië de wens geuit om in Bari zijn laatste rustplaats te vinden. Het veel noordelijker gelegen Venetië claimde echter hetzelfde, maar Bari heeft de overblijfselen van de patroonheilige uiteindelijk in handen weten te krijgen. Bari bleek het snelst ter plekke en bracht Sint Nicolaas’ botten aan boord van het schip om hem voorgoed mee naar huis te nemen. Nog ieder jaar wordt zijn aankomst in Bari tussen 7 en 9 mei gevierd met een processie die begint op de Adriatische Zee.

De lokale abt Elia gaf voor die gelegenheid opdracht om een nieuwe kerk te bouwen die het veel bevochten reliek waardig was. De crypte van de kerk was twee jaar later af en werd ingewijd door paus Urbanus II. Over het afmaken van de rest van de kerk werd nog wel even gedaan; pas in 1197 werd de Basilica di San Nicola ingewijd en in gebruik genomen. San Nicola werd patroonheilige van de havenstad.
Onder de kerk bevindt zich de crypte met daarin de tombe van Nicolaas, die is uitgegroeid tot een belangrijk pelgrimsoord voor veel katholieken en voor orthodoxe christenen uit Oost-Europa.
Hier rust dus de enige echte Sint Nicolaas, maar lieve kindertjes laat dat de pret op pakjesavond niet bederven, want dit is ook maar een verhaaltje.

Vanaf de basiliek lopen we via een aantal smalle steegjes naar de waterkant en nemen we plaats op een terrasje met uitzicht op de haven. We bestellen een versnapering en kijken hoe de kleine bootjes af en aan varen. Hier kunnen we het wel een tijdje uithouden en dat doen we dan ook.

‘s-Avonds is het gezellig druk in het oude centrum van Bari. Er is veel jeugd op de been die de McDonalds lijken te hebben omsingeld. Wij kiezen voor een veel Italiaanser gerecht: Pizza! Zo uit de oven op ons bordje, heerlijk! Moeten we niet te vaak doen, want dan riskeren we een overgewicht-boete bij Transavia.

Zaterdag 2 oktober 2021

We hebben in het Mercure geen ontbijtbuffet tot onze beschikking. Het alternatief vinden we bij C House Bakery Cafe op het treinstation. Heerlijke cappuccino en al even heerlijke croissants of cornettos zoals ze die hier noemen. Daarna lopen we rustig naar de andere kant van het station want daar vertrekt om 10:00 uur onze bus naar Alberobello.

In het hart van de regio Puglia bevindt zich de Valle d’Itria. Deze vallei is beroemd vanwege de trulli die je er kunt vinden. Trulli zijn witte huisjes met een kegelvormig dak. Hoofdstad van de trulli is Alberobello.
De oudste trulli in Alberobello zijn sobere, simpele, stenen huisjes zonder raam of schoorsteen. De vroegste bewoners van het dorp waren dan ook straatarm. De leefomstandigheden van de landarbeiders werden door de bouw van de huisjes wel een stuk beter. Binnen werd het niet zo snel vochtig en de ruimtes bleven relatief koel in de zomer en warm in de winter.
Sinds 1996 staan alle trulli in Alberobello op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Dit en de plaatjes van Alberobello in de reisgidsen, trekt elk jaar enorme aantallen toeristen en wij doen daar vandaag aan mee.

De busrit naar Alberobello duurt iets meer dan een uur en tijdens de laatste kilometers zien we al regelmatig een trulli in het landschap staan. Als we worden losgelaten bij de bushalte in Alberobello lopen we in een rechte lijn naar het hart van trulli-town (en met ons nog 40 toeristen).
De bekendste wijk van Alberobello is Rione Monti. Hier staan zo’n duizend trulli die voor een groot deel volledig gerestaureerd zijn én gelijk omgetoverd tot souvenirwinkel of restaurant. Wij laten deze wijk nog even links liggen en starten in de wijk Rione Aia Piccolo.

In Rione Aia Piccola staan een paar honderd trulli, die grotendeels nog in gebruik zijn als woonhuis of verhuurd worden als vakantiehuisje. In deze wijk is het veel rustiger en daardoor ook veel authentieker en sfeervoller. Hier zie je af en toe nog een lokale bewoner die het stoepje voor de trullo veegt, of de plantjes bij de trullo water geeft. Hoewel deze huisjes niet door het toerisme worden gesponsord, staan ze er picobello bij.


Het is inderdaad best rustig in Aia Piccolo en dat geeft ons de gelegenheid om in alle rust door de steegjes tussen de trulli te dwalen en leuke plaatjes te schieten. We gaan ergens een espresso drinken en genieten van het uitzicht.

Uiteindelijk ontkomen we er niet aan en mengen we ons tussen de toeristen in de wijk Rione Monti. De sfeer is volkomen anders, bij vrijwel elke trullo wordt wel iets te koop aangeboden en de bezoekers nemen uitgebreid de tijd om zich te laten fotograferen bij een trullo. Je loopt er regelmatig schouder aan schouder waardoor je eigenlijk een mondkapje op zou moeten. We dwalen een tijdje door deze wijk en proberen toch de rustige plekjes te vinden.

De kegelvormige daken zijn soms versierd met symbolische, religieuze of ronduit mysterieuze symbolen. Dit is blijkbaar hun manier om het kwaad buiten de deur te houden.
We komen ook langs een paar bijzonder trulli: de trullo sovrano, de enige trullo met een verdieping, de Siamese trullo, waarbij er twee kegels aan elkaar zitten en de trullo kerk.

Het is inmiddels na enen als we besluiten een terrasje te zoeken voor de lunch. Dit valt nog helemaal niet omdat alle toeristen dezelfde gedachten lijken te hebben. Uiteindelijk vinden we een mooi plekje in de schaduw waar we een heerlijk broodje eten.
Na de lunch slenteren we terug naar het startpunt van onze trulli-tocht en genieten nog een laatste keer van de prachtige puntdaken. Dan lopen we verder naar de bushalte. De bus naar Bari gaat om 14:25 uur en die willen we niet missen.

Om 15:15 uur zijn we weer terug in Bari en we besluiten de rest van de middag bij het zwembad van het hotel door te brengen. Het voelt hier nog steeds als hoog zomer en daar moet je gebruik van maken.
Het is gelukkig niet druk bij het zwembad. We gooien onze handdoeken op een bedje in de zon en plonsen het zwembad in: even afkoelen!

Om 17:00 uur zakt de zon achter een grote pijnboom en dat is voor ons het teken om naar de kamer te gaan. Even tijd om de blog bij te werken, even douchen en dan weer op zoek naar een maal.
Het is knettersdruk in de stad. De jeugd heeft de straten overgenomen op zaterdagavond. Het is iets na 19:00 uur en dat is eigenlijk te vroeg om te gaan eten. Uiteindelijk vinden we een restaurant in de buurt van het kasteel. We bestellen orechettie, de pastaschelpjes die we gisteren live gemaakt hebben zien worden in het steegje iets verderop.
Het smaakt heerlijk en na deze maaltijd mengen we ons weer in de drukte op de hoofdstraat. Halverwege houden we even stil bij een prachtig stukje streetart.

Zondag 3 oktober 2021

Onze laatste dag van het Italiaanse avontuur is aangebroken. Er staat vandaag niets op het programma; we zien wel wat het wordt. Omdat we een hele late vlucht hebben proberen we een late check-out te ritselen, maar verder dan 13:00 uur krijgen we het niet geritseld. Omdat we geen zin hebben om de hele middag met onze spullen rond te dwalen betalen we maar voor de late check-out.

Na de scherpe onderhandelingen (?) gaan we op weg naar ons favoriete ontbijtcafe, maar die blijkt gesloten vanwege circostanze personali. Dan lopen we maar iets verder voor een McOntbijt.
Inmiddels hebben we bedacht wat we na het ontbijt gaan doen: een bezoekje aan het stadsstrand van Bari.
Het is een half uur wandelen over de boulevard en we voelen de zon weer op onze koontjes branden. Het is erg druk op de boulevard en we zijn onder de indruk van de hardlopers die zich onder deze omstandigheden in het zweet werken.

Aan de rechterkant van de boulevard scheurt het verkeer voorbij, aan de andere kant zie we hoe een groep suppers tegen de wind in ploetert. Aan de stijl van een aantal van hen is te zien dat het een groepsles voor beginners is.
Na een half uurtje komen we bij het stadsstrand, een kleine baai in een bocht van de boulevard. Het is er al lekker druk en de mensen van de surfschool verhogen de sfeer met knallende dance-muziek.

Er gebeurt van alles bij dit kleine strand. Er is een hondentrainer bezig om zijn wil op te leggen aan honden. Hij wandelt het water in en de honden moeten hem zwemmend volgen. Kinderen krijgen surfles en dat valt nog helemaal niet mee vandaag omdat er een stevige wind staat. Er liggen meerdere kite-zeilen klaar voor actie. We hopen dat we daar nog wat van zien.

Omdat het zo langzamerhand wel tijd is voor een bakkie koffie lopen we naar de overkant van de weg naar de enige ‘koffiebar’ die open is. Diana betaalt aan de ene kant van de zaak en haalt de espresso dan aan de andere kant van de zaak op. Best efficiënt als je eenmaal doorhebt dat het zo werkt.

Na het verkwikkende bakkie lopen we weer terug naar ‘Panne e Pomodoro’, want zo heet het stadsstrand. We gaan op de brede stenen rand langs het strand zitten en kijken naar alle bedrijvigheid, ondertussen worden we licht aangebakken.
Uiteindelijk zien we ook nog een kitesurfer het water op gaan. Met de stevige wind die er vandaag staat weet hij een enorme snelheid te bereiken.

Rond 12:30 beginnen we wat uitgedroogd te raken. We laten het strand achter ons en lopen via de boulevard terug naar Bari, op zoek naar een bar o.i.d. waar we wat vocht tot ons kunnen nemen. Die bar denken we gevonden te hebben bij La Biglietteria, maar als we daar een half uur nadat we onze bestelling hebben doorgegeven nog geen glas voor onze snufferd hebben staan, gaan we op zoek naar een andere tent.
Ergens in een zijstraatje bij een barretje met 3 tafeltjes proberen we het nog een keer en worden we op onze wenken bediend.

Je zal het niet gemerkt hebben, maar er ontbrak een belangrijk bewijsstuk in deze blog. Ik heb dan wel een spannend verhaal geschreven over de echte goedheiligman, er is nog geen foto waarop de beste man te zien is. Kosten noch moeite worden gespaard om een goed verhaal te schrijven dus de volgende missie is een foto van Nicolaas op de kop tikken.
Het is gezellig druk op alle pleintjes en in de steegjes van Bari. Wij mengen ons in de menigte en weten uiteindelijk het bewijsstuk te bemachtigen. Ik heb het toegevoegd aan het bericht van 1 oktober.

Het is nu wel hoog tijd om de inwendige mens van brandstof te voorzien, dus we gaan weer op zoek naar een terras. Het wordt een Biergarten, heel toepasselijk in Italië.
Een bier en een kaiserbroodje later gaan we weer op pad. Dit keer naar onze laatste stop: het zwembad bij het hotel. Onderweg kopen we nog wel even de treinkaartjes voor het ritje naar de luchthaven.

Om 15:00 uur liggen we bij het zwembad en hebben we tijd om het laatste tijdschrift uit te lezen en de laatste Apenkoppen op te maken. Het is nog steeds erg warm, maar hier hebben we een zwembad om af te koelen. We blijven hier liggen tot de zon bijna achter de hoge bomen in de mooie hoteltuin duikt en gaan dan naar de hotelkamer om ons om te kleden en de koffertjes in te pakken.

We checken uit, drinken nog een drankje op het terras van het hotel en gaan dan op pad. Nog even de stad in om wat te eten en dan met de trein naar de luchthaven van Bari. Het inchecken van Transavia gaat lekker vlot. We krijgen stoelen op de achterste rij van het vliegtuig.
Om 21:30 uur zitten we bij gate A9 en zijn klaar om naar huis te gaan.
We hebben ons (bijna) 2 weken erg goed vermaakt in Zuid-Italië. Cultuur, natuur, mooie steden en heel veel zon. Tot een volgende keer: arrivederci Italia.
Het vliegtuig van Trans is mooi op en tijd en het boarden gaat al even voortvarend als het inchecken. Om 23:00 uur hangen we in de lucht.

Italië 1

Dinsdag 21 september 2021

Het is bijna 2 jaar geleden dat de laatste letters in dit blog terecht kwamen. Almaty, Kazachstan, het lijkt een eeuwigheid geleden. Ik had natuurlijk een verhaaltje kunnen schrijven over Duitsland 2020, maar dat vond ik vorig jaar de moeite niet waard; een reisje binnen Europa, daar ga je toch niet voor zitten tikken.
Italie ligt toch ook in Europa, hoor ik je denken. Klopt! Ook dit jaar blijven we in Europa. Corona is a bitch!

De wekker ging vanochtend om 02:40 uur. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo vroeg m’n bed uit moest voor een vlucht (wel voor een vlucht van iemand anders overigens). Snel even wassen, tandjes poetsen en op weg naar Schiphol. Ruim een uur later zitten we aan een bakkie thee en een croissant; even wakker worden.

Na dit ontbijt gaan we naar gate C8 met onze trolleys. 2 weekjes Europa heb je niet veel voor nodig, dus we hebben ons laagterecord bagage gebroken.
Trans begon mooi op tijd met boarden. We hielden onze telefoon met boardingpass en QR code in de aanslag, maar ze waren alleen geïnteresseerd in de eerste (!). We gaan op 12D en E zitten en horen de piloot zeggen dat de vlucht 2 uur gaat duren. Na de korte nacht had de vlucht best langer mogen duren.
Om 08:40 uur staan we bij de aankomsthal in Napels. We komen probleemloos langs de warmtecameras en gaan op weg naar de bushalte van Alibus. We sluiten aan in de rij en nadat we een kaartje hebben bemachtigd rijdt de chauffeur ons in een kwartiertje naar ons hotel.
Inchecken gaat nog niet lukken om 09:15 uur, dus we laten onze koffertjes achter bij de receptioniste en gaan op pad.

Nadat we een versnapering hebben gehad bij Giardini del Molosiglio (een veel te mooie naam voor een saai stadsparkje) gaan we op weg naar het Castel Nuevo. Dit kasteel uit de dertiende eeuw heeft een prachtig versierde toegangspoort, maar toch laten we deze kolos links liggen. We gaan liever iets de oude stad in.

We zijn er inmiddels achter dat je moet blijven opletten in het verkeer. Zebrapaden lijken vooral bedoeld om het asfalt op te fleuren en de vele scooters maken er een sport van om zo dicht mogelijk bij je broekspijpen te komen.
Tegenover het Teatro di San Carlo gaan we de Galleria Umberto I binnen en vergapen ons aan de prachtige bewerkte muren en het glazen dak van deze historische winkelgalerij. De enorme glazen koepel en de fantastische mozaïeken op de vloer maken het lastig dit in een enkel shot te vangen. We besluiten hier een bakkie koffie te nemen om even van de fantastische ambiance te genieten.

Omdat we op de kaart zien dat we een belangrijke bezienswaardigheid hebben gemist, gaan we via de ingang van de Galleria weer naar buiten en maken een extra lusje naar de Piazza del Plebiscito. Het mooiste plein van Napels is gelijk ook het grootste plein van de stad. Aan dit halfronde plein staat het koninklijk paleis en de Basilica Reale Pontificia San Francesco da Paola; Napel’s versie van het Pantheon in Rome. Vooral de halfronde zuilenrij maakt indruk. We gaan de kerk in en de binnenkant is nog mooier dan de buitenkant.
Het valt ons op dat er weinig toeristen op de been zijn. Geen grote groepen Japanners of Chinezen, maar een enkele Duitser of landgenoot horen we om ons heen. Op fotos van dit plein staan vaak horden mensen en nu lopen er slecht een paar verdwaalde toeristen. Hier zijn wij wel over te spreken!

Onze volgende bestemming is Quartieri Spagnoli; één van de oudste wijken en bekendste wijken van de stad. Volgens veel reisgidsen is dit een wijk die gevaarlijk, maar dat zullen we nog wel eens zien!
Letterlijk vertaald betekent Quartieri Spagnoli de Spaanse Kwartieren. Een naam die het heeft overgehouden aan de Spaanse overheersing in de zestiende eeuw. De Spaanse troepen en hun families werden hier gehuisvest. Er kwam in die begintijd veel prostitutie en geweld voor in de wijk en dat heeft deze wijk tot lang na de Spaanse overheersing achtervolgd.
Na een uurtje slenteren kunnen wij alleen maar zeggen dat het een gezellige volkswijk is met kleine winkeltjes van lokale ondernemers. Je voelt hier het echte authentieke Napels. De was wappert overal aan de balkonnetjes en de locals praten vanaf hun balkon met elkaar.

Veel muren in deze wijk worden ontsierd door graffiti, maar evenzoveel muren zijn verfraaid met prachtige schilderingen. Het portret van Maradonna is misschien wel het hoogtepunt (dat is het in ieder geval voor veel Napolitanen). Pluisje is hier nog steeds een heilige! Hij was degene die in de jaren tachtig Napoli weer op de kaart zette en daarmee veel Napolitanen hun eigenwaarde terug gaf. Zijn portret kom je heel vaak tegen in deze wijk. Na een uur kunnen wij alleen maar concluderen dat dit een hele kleurrijke wijk is met hele kleurrijke mensen.

Na deze ontdekkingsreis door authentiek Napels gaan we op een klein terrasje zitten en bestellen daar wat te drinken. We zijn al vanaf 02:30 uur op, dus moeten af en toe wel wat gas terug nemen.
Nadat we onze vochthuishouding weer op peil hebben gebracht gaan we naar de Spaccanapoli. Dit is een rechte, smalle hoofdstraat die het oude historische centrum van de stad doorkruist.
Al snel hebben we in de gaten dat de toeristen hier in veel grotere getale voorkomen dan op de plekken waar we tot nu toe waren. Het stikt hier dan ook van de souvenirstalletjes en restaurantje die het iets te veel op de buitenlandse toerist voorzien hebben.

In deze historische wijk kun je ook een kijkje nemen in ondergronds Napels: Napoli Sotterranea.
In de vierde eeuw voor christus is Neapolis aangelegd door de Grieken. De overblijfselen van deze stad liggen tientallen meters onder de grond. Wij bezoeken dit netwerk van gangen en grotten samen met een Napolitaanse gids. Zij vertelt hoe dit alles tot stand is gekomen. Dat de grieken het tufsteen uithakten en daar boven de grond hun stad van bouwden en dat later de Romeinen de uitgehakte ruimtes gebruikten om vers drinkwater op te slaan. Maar ze vertelt ook dat diezelfde Romeinen het riool vlak boven deze ondergrondse waterbekkens aanlegden en dat de viezigheid door het poreuze tufsteen sijpelde en in het drinkwater terecht kwam met een enorme cholera uitbraak tot gevolg. Daarna zijn de ruimtes vooral volgestort met afval; een laag die soms wel vijf meter hoog was. Omdat diezelfde ondergrondse ruimtes in de tweede wereldoorlog als schuilkelders gebruikt moesten worden is er over die laag afval een laag cement gestort zodat de ruimtes weer bruikbaar werden. Na het ondergronds avontuurtje neemt het deerntje ons nog mee boven de grond en laat ze ons op verschillende plekken de restanten van een oud Romeins theater zien. Deze restanten zijn nu allemaal onderdeel van de woningen van de huidige Napolitanen.

Inmiddels is het bijna 16:00 uur en we besluiten na de leerzame excursie terug naar ons hotel te gaan. Per slot van rekening moeten we nog inchecken. We wurmen ons door het verkeer en horen bij de receptie van het hotel dat ze onze koffertjes al op de kamer hebben gelegd.
We kleden ons om en gaan bij de ferry-haven zitten. Het was nu wel tijd voor een alcoholische versnapering.

‘s-Avonds gaan we op zoek naar een restaurantje in de buurt en komen uit bij Trattoria e Ristorante Castel Nuovo. Een klein tentje dat half verscholen in de woonwijk ligt. Het blijkt een goede keuze want het Italiaanse eten smaakt voortreffelijk.
Tegen 20:30 uur zijn we weer terug bij het hotel en is de fut er wel een beetje uit. Het was een lange dag, maar Napels is een boeiende stad die voldoende energie gaf om het vol te houden.

Woensdag 22 september 2021

Het programma voor vandaag was al uitgestippeld, maar we hadden niet kunnen denken dat we aan het eind van de dag naar een hoerenkeet zouden gaan nog voordat we een bordje pasta bestellen! Daarover later meer.
We hebben vannacht in een lichte coma doorgebracht, maar dat is niet zo gek na de lange dag van gister. Uitslapen is er niet bij; om 08:00 uur zitten we alweer aan het ontbijt. Het ontbijt is uitgebreid voor Italiaanse begrippen, want het zal meestal niet meer zijn dan een cappuccino en een gebakje. Hier hebben ze brood, gebakken ei, vleeswaren, yoghurt en fruit en een hele berg zoete broodjes.

We kopen metrokaartjes bij de Tabaccherio en stappen bij station Municipio op lijn 1 en gaan op weg naar station Vanvitelli. We maken nog wel een tussenstop bij Station Toleda omdat dit station er volgens de boeken prachtig uitziet. Het is inderdaad een mooi station, maar kan niet tippen de metrostations die wij in Almaty hebben gezien.

We stappen wee in de metro en gaan verder naar station Vanvitelli. Vanaf dit station lopen we naar onze eerste echte stop van de dag: Castel Sant’Elmo. Dit stervormige kasteel was oorspronkelijk een kerk, toegewijd aan Sint Erasmus. Zo’n 400 jaar later werd de kerk omgebouwd tot kasteel, waarna Don Pedro de Toledo het kasteel in 1538 verder versterkte. Tot 1970 heeft het gefunctioneerd als militaire gevangenis. Voor ons niets van dit alles, wij gaan voor het uitzicht over Napels.


Vanaf station Vanvitelli moet je een aantal trappen beklimmen om het kasteel te bereiken, maar gelukkig is er voor de luie Italianen naast elke trap een roltrap geïnstalleerd. Wij passen ons snel aan!
Er is maar een klein deel van het kasteel open voor bezichtiging en daar is de entreeprijs van 2 euro ook naar. Het is een indrukwekkend kasteel, maar met een kwartiertje zijn we uitgekeken en gaan dan een trapje lager voor het uitzicht over Napels. Dat is zeker de moeite waard.

Terug bij station Vanvitelli drinken we een espresso en nemen dan de metrio naar station Universita, Daar nemen we de benenwagen naar Chiostro di Santa Chiara. Op onze weg ernaar toe herkennen we aantal straatjes waar we gisteren ook gelopen hebben. We raken al aardig thuis (met Google Maps).
We kopen een kaartje bij het klooster en gaan de achterliggende tuin in, maar moeten eerst even de Greenpass laten zien. Net als gisteren valt het mee met de drukte en ook in deze tuin zien we niet meer dan een paar handvol toeristen. We dwalen wat door de tuin en schieten een paar plaatjes. Even later drinken we wat in het naastgelegen steegje.

Onze volgende bestemming is de Duomo. Deze kathedraal van Napels stamt uit 1272, maar is grotendeels verwoest bij de aardbeving van 1456. In de eeuwen erna heeft moeder natuur nog een paar tikken uitgedeeld, maar in 2021 is de kathedraal is in ieder geval tip-top in orde. We bewonderen het enorme neo-Gothische gebouw vanaf de stoep en gaan dan met de handjes gevouwen naar binnen. Binnen is kathedraal al even imposant als buiten. Prachtige sculpturen van allerlei geestelijken, veel bling-bling, prachtige nisjes en een rijkelijk versierd altaar. Een aanrader voor de fanatieke kerkganger.

Dan is het tijd voor de hoofdact van vandaag: Pompei! We lopen naar de Piazza Garibaldi en gaan het stationsgebouw in op zoek naar de Circumvesuviana. Deze trein brengt je in 40 minuten naar station Pompei Scavi.
We zijn mooi op tijd, want nadat we onze kaartjes hebben gekocht hoeven we maar een handvol minuten op de trein te wachten. Trein is misschien een beetje te veel eer voor de afgetrapte wagons waar we instappen, maar dat mag de pret niet drukken.

Als we 40 minuten later uitstappen op station Pompei Scavi zijn we natuurlijk veel te vroeg voor onze ‘goedkope’ kaartjes. Hollanders als we zijn hebben we gekozen voor de kaartjes van 15:30 uur, want die zijn 6 euro goedkoper! Deze winst verdampt al snel als we op een nabij gelegen terrasje wat gaan drinken.

Rond 14:45 uur besluiten we het er maar op te wagen en gaan we naar de stad die op 25 augustus van jaar 79 werd bedolven onder as en een regen van brandend puimsteen.
Even een beetje historie: op 24 augustus van datzelfde jaar is men in Pompei nog steeds druk bezig om de gevolgen van de aardbeving van 16 jaar eerder te repareren en ondanks dat de aarde die nacht weer behoorlijk trilde hebben de bewoners geen idee wat hen te wachten staat. ‘s-Middags kondigt de uitbarsting zich. Met een enorme knal aan. Een 14km hoge donkere wolk hangt boven de vulkaan. Aan het eind van de middag valt de lapilli (brandend puimsteen) op Pompei. De pluim boven de vulkaan is inmiddels 25km hoog. Daken storten in onder het gewicht van de brokstukken.
’s-Nachts blijft de lapilli en as neerkomen op Pompei. Het breekt door de huizen heen en verstikt de mensen die er beschutting hadden gezocht. In de vroege ochtend van 25 augustus wordt Pompei geraakt door lawines van gas en as, waardoor alle resterende bewoners om het leven komen.

Niemand doet moeilijk als wij met onze goedkope kaartjes al om 14:45 uur het toegangspoortje door lopen. We besluiten om de kaart uit de Lonely Planet als ‘gids’ te hanteren en komen eerst bij het Tempio di Venere. Afgezien van een veel te modern bronzen beeld van een naakte man is er niet veel te zien. we lopen verder naar de Basilica. Dit was de rechtbank van Pompei. Met z’n 1500 vierkante meters was het een van de weelderigste gebouwen bij het grote plein (Forum).

Na de Basilica lopen we naar de twee theaters: Teatro Grande en Teatro Piccolo. In het grote theater kon 5000 man plaats nemen, het kleine theater (Odeon) of theatrum tectrum zoals de Romeinen het noemden is gebouwd in 79BC in opdracht van dezelfde magistraten die het amfitheater lieten bouwen. Het was beroemd vanwege z’n akoestiek. We slingeren door de straatjes van Pompei en komen langs cafetaria’s en luxe huizen van de rijkere bewoners van Pompei, zoals de Casa del Menandro.

Iets verderop komen we bij de Orto dei Fuggiaschi waar gipsafdrukken liggen van 13 bewoners die beschutting zochten tegen de uitbarsting. De ineengedoken lichamen laten goed zien hoe de inwoners van Pompei overvallen zijn door de uitbarsting van de vulkaan.

We lopen verder en slingeren tussen de restanten van de huizen door. In de verste hoek van Pompei komen we uiteindelijk bij het Amfitheater; de plek waar gladiatoren voor veel publiek hun gevechten opvoerden. Het amfitheater is gebouwd in 70BC en daarmee het oudste amfitheater uit de Romeinse tijd. Er pasten 20.000 toeschouwers in. Het amfitheater is van 59AD tot 62AD gesloten geweest nadat er bloedige gevechten waren uitgebroken tussen toeschouwers uit Pompei en uit Nocera. Het had een voetbalwedstrijd uit de Serie A kunnen zijn.

Vanaf het Afitheater lopen we terug en komen we opnieuw langs eettentjes, huizen met prachtige muurschilderingen en mozaïeken vloeren. Er is zelfs een huis met een soort ‘pas op voor de hond’ mozaiek.
Een wandeling door Pompei is een aanslag op de enkels. Op de onbenullig grote straatsteunen die uitgesleten zijn door de wielen van wagens moet je goed uitkijken waar je loopt.

De laatste bestemming is de Villa dei Misteri. In deze grote villa met 90 kamers vind je de mooiste muurschildering van heel Pompei: de Dionysische Fries. Deze fresco siert de muur van de enorme eetkamer en is een van de grootste schilderingen van de oude wereld. Het stelt de initiatie van een toekomstige bruid voor.
Nadat we de fresco op de gevoelige plaat hebben vastgelegd lopen we nog een rondje door de villa en gaan dan op weg naar de uitgang.

Een kwartiertje later zijn we weer bij het Forum; het grote plein van de stad. Hier komen alle grote wegen op uit en hier speelden zich de belangrijke zaken uit die tijd af. Hier vochten de gladiatoren voordat het Amfitheater er was.
We zitten even aan de rand van het Forum als Diana zegt iets gelezen te hebben over het Lupanare; het enige bordeel van de stad. Dat willen we nog wel even zien dus we gaan op zoek naar dit huis van lichte zeden.

Omdat veel wegen afgesloten zijn (vanwege renovaties) zijn we onnodig lang onderweg naar de hoerenkeet, maar uiteindelijk weten we het toch te vinden. Het is een gebouwtje met 1 verdieping en zowel op de begane grond als de eerste verdieping zijn vijf peeskamertjes. Op de muur boven de kamers staan tekeningen van de mogelijke standjes. In de kleine kamertjes staan hele kleine betonnen bedden, maar ook in die tijd hadden ze al matrassen. De prostituees waren meestal Griekse of Aziatische slaven.

Na zo’n drie uur in Pompei te hebben rondgelopen denken we dat wel een goede wel indruk van de stad hebben opgedaan, dus we gaan op weg naar het station. Onderweg kopen we eerst een paar flessen drinken, want de cafetarias in Pompei waren al (bijna 2000 jaar) gesloten.
Om 18:30 uur stappen we met een meute andere bezoekers in de trein en gaan we op weg naar Napels. Daar pakken we de metro naar ons hotel, maar zoeken we eerst een tafeltje bij hetzelfde restaurant als gisteravond. De past smaakt wederom voortreffelijk en na deze welverdiende maaltijd lopen we het laatste stukje naar het hotel.

Donderdag 23 september 2021

Gisteren gaf de Fitbit van Diana 30.000 passen aan, wat overeen komt met zo’n 20km. Met het programma van vandaag zullen we waarschijnlijk niet aan die record-afstand komen.
Na opnieuw een voortreffelijk ontbijt gaan we eerst naar Castell dell’ Ovo. Dit kasteel is in de 12e eeuw gebouwd door de Noormannen en is daarmee het oudste kasteel van Napels. De naam van het kasteel (Kasteel van het Ei) is volgens de legende te danken aan een Romeinse schrijver die op de plek van het kasteel een ei heeft begraven en daarbij waarschuwde dat als het ei zou breken, het kasteel (en Napels) zou vallen. Wij hebben de afgelopen dagen kunnen vaststellen dat beide nog overeind staan, dus het ei zal nog niet gebroken zijn.
Via de ‘boulevard’ waar een aantal luxe hotels aan liggen, is het zo’n 25 minuten wandelen naar het kasteel. Het kasteel is al van verre te zien, maar helaas is het ingebouwd tussen een paar shabby restaurants. Een mooi foto is vrijwel onmogelijk.

Als we het kasteel inlopen worden we tegengehouden door een tweetal oudere heren. In hun beste Engels (dat nog steeds voornamelijk uit Italiaanse worden bestaat) maken ze ons duidelijk dat we ons eerst online moeten registreren. Da’s lekker, want de website waar we ons moeten aanmelden is in het Italiaans. Heel moeilijk is het gelukkig niet, want we hoeven alleen onze naam, emailadres en telefoonnummer in te vullen. Als dat gebeurd is verschijnt er een barcode op de telefoon en mogen we verder naar een klein groezelig kantoortje waar we onze Corona pas moeten laten zien. Na al die formaliteiten kunnen we eindelijk het kasteel in. De entree is gratis, dus dat maakt veel goed voor de Olandese.

We volgen de pijlen naar boven en zien onderweg dat de meeste ruimtes gesloten zijn. Het lijkt dus niet meer dan normaal dat je hier gratis naar binnen kunt. Onderweg naar boven komen we wat kunstige beelden tegen, maar verder is er niet veel te zien. Vanaf de bovenste verdieping hebben we wel een fantastisch uitzicht.
We maken een paar foto’s en lopen dan weer naar beneden. Met een vriendelijk ciao groeten we de oudjes en lopen we terug naar ons hotel.

Het hoofdprogramma van vandaag is de beklimming van de Vesuvius. We lopen van ons hotel naar het treinstation, maar gaan onderweg nog wel ergens op de hoek van een straat zitten voor een lekkere bak koffie. Bij het loket van de Circumvesuviana kopen we de treintickets naar Ercolano, Vanaf Ercolano zal een bus ons naar het startpunt van de korte beklimming van de Vesuvius brengen.
Het ritje met de trein duurt maar 15 minuten en daar aangekomen regelen we eerst onze bustickets. Omdat we nog genoeg tijd hebben voordat de bus vertrekt gaan we ergens in Ercolano bij een Pizzeria zitten om wat te eten.

Om 13:15 uur zijn we weer op het plein voor het treinstation waar de bus om 13:30 uur zal vertrekken. Tegen onze verwachting in vertrekt de bus ook daadwerkelijk om 13:30 uur naar de Vesuvius.
Nadat we Ercolano achter ons hebben gelaten slingert de bus zich naar boven. Het is een hele klim en we zijn blij dat we dit niet allemaal te voet hoeven te doen. Na een half uur arriveren we bij een parkeerplaats, van waar we het laatste stukje omhoog te voet doen. Na zo’n 20 minuten zien we voor het eerst de krater van de vulkaan en hij leeft, want we zien fumarolen opstijgen uit de wand.

Na de uitbarsting in het jaar 79 is de Vesuvius nog wel zo’n 30 keer uitgebarsten. De vulkaan is nu 1281 meter hoog, maar men denkt dat de vulkaan ooit veel hoger is geweest, zo’n 3000 meter. De uitbarsting in het jaar 79 heeft een groot deel van de top van de vulkaan verwoest. De zwaarste uitbarsting na die in het jaar 79 is geweest in 1631, de meest recente uitbarsting was in 1944 (dus het wordt wel weer eens tijd).
We lopen zo’n 20 minuten omhoog door het lava-grind en moeten uitkijken dat we niet uitglijden op dat stoffige goedje. Bij de krater aangekomen lopen we in ruim een half uur langs de rand van de krater en kijken op de verschillende uitkijkpunten de diepte in. Het blijft een gevaarlijk beestje, ook al slaapt hij al vele jaren. Bij het laatste uitkijkpunt gaan we even zitten en drinken we wat.
Dan lopen we langzaam terug en gluren we af en toe weer de krater in om te checken of we niet gemist hebben.
Om 15:45 uur zijn we weer terug op de parkeerplaats.

Het ritje naar beneden duurt ook een half uurtje en om 16:30 lopen we het perron van het station in Ercolano op en zien we dat de trein naar Napels net is vertrokken. Gelukkig gaat deze trein 3x in het uur dus iets na vijven zijn we toch al in Napels.
We lopen kris-kras terug naar ons hotel en gaan bij Bar La Nova Central op het gezellige Piazza Santa Maria la Nova zitten om wat te drinken. Ze maken hier werk van een drankje, want als we onze drankjes op het tafeltje hebben staan worden er gelijk bakjes chips, doritas en pinda’s neergezet. Niet veel later wordt er ook nog een bordje met brochetta’s, broodje ham en olijven neergezet. We kunnen het diner vanavond wel skippen.

Rond 20:30 uur zijn we weer terug in ons hotel en pakken we onze koffertjes alvast in. Morgen laten we Napels achter ons en gaan we naar Maiori aan de Amalfi kust.
Iedereen kent wel de uitdrukking Vedi Napoli e poi muori! – Napels zien en dan sterven – die werd opgetekend door de Duitse wetenschapper, dichter, filosoof Goethe. Hij bedoelde dat natuurlijk niet letterlijk, maar gebruikt het net als de Napolitanen om aan te duiden dat Napels zo’n overweldigende stad is, dat je eigenlijk nergens meer naartoe hoeft als je Napels eenmaal hebt gezien. Goethe voelde zich een heel ander mens na zijn bezoek aan Napels, dat volgens hem een paradijs was en wij sluiten ons daarbij aan. Napels heeft bij velen een slechte naam; het zou een vieze, gewelddadige stad zijn met norse bewoners, maar niets is minder waar. Napels is een aanrader!

Vrijdag 24 september 2021

We waren vanochtend de eersten in de ontbijtzaal. De bus naar Maiori gaat al om 09:00 uur en we willen toch lekker uitgebreid ontbijten. De komende dagen hebben we een Bed and no Breakfast dus we nemen het er van.
Om 08:30 uur checken we uit bij de vriendelijke Italiaanse bij de receptie. Dit hotel gaat een goede review krijgen!

De bus naar Maiori vertrekt op zo’n 10 minuten lopen van het hotel, dus we zijn ruimschoots op tijd. De bus zit behoorlijk vol, maar wij hebben een mooi plekkie weten te bemachtigen. Mondkapje op en rijden met die bak.

Het ritje naar Maiori duurt 1 uur en 45 minuten en vooral het laatste stuk langs de Amalfi kust is spectaculair. De uitzichten zijn prachtig, maar de weg is zo smal dat de bus regelmatig voor een bocht moet wachten tot het verkeer ruimte heeft gemaakt. Rond 10:45 uur stappen we uit bij de bushalte in het centrum van Maiori. Het is dan nog zo’n 300 meter lopen naar het hotel, maar we gaan eerst ergens zitten voor een cappuccino.

Ons hotel ligt iets achter de hoofdstraat en is een authentiek Italiaans gebouw met warm geel geschilderde muren en luiken voor de ramen. Van binnen is het echter helemaal opgeknapt en met een klassiek design sausje overgoten. Het contact met de eigenaar gaat via Whatsapp en als wij ons met een berichtje bij hem melden schrijft hij dat we gelijk naar binnen kunnen. Even aanbellen en Lucia (de schoonmaakster slash interieurverzorgster) is in het gebouw aanwezig. De kamer ziet er prachtig uit, maar nadat we de koffertjes op de kamer hebben gezet, gaan we toch gelijk de straat op.

We gaan op zoek naar het Ufficio del Turismo, want de ‘oversteek’ naar Matera aan de andere kant van de laars is nog wel een dingetje. Er gaan geen rechtstreekse treinen of bussen (binnen ons budget). Helaas blijkt het toeristen-hulpmiddel niet meer te bestaan, dus Diana gaat een groot Hotel binnen voor informatie. Daar kunnen ze ons wel helpen met de bustickets voor het programma van morgen, maar voor de tocht naar Matera verwijzen ze ons naar een reisburootje. Helaas weet de eigenaar van dit kantoortje ons geen goed alternatief te bieden. We gaan maandag gewoon naar treinstation in Salerno en zien wel wat er mogelijk is.

Het strand in Maiori ziet er zo aanlokkelijk uit dat we besluiten ons badpak aan te trekken en een van de vele bedjes op het strand te huren. Dus eerst maar even naar het hotel, omkleden, handdoeken mee en naar het strand. Helaas blijkt het allemaal niet zo simpel. Wanneer we het elektronische slot van de hoteldeur proberen te openen, blijkt deze niet te werken. We proberen het een paar keer, maar de deur blijft gesloten. Dan maar een appje naar de eigenaar. Helaas reageert hij niet snel, dus dan maar even bellen. Gelukkig kan hij op afstand de deur ontgrendelen zodat wij naar het strand kunnen. Je moet er niet aan denken dat dit gebeurd als er brand is (niet aan denken, zei ik toch!)

Op het strand staan de bedjes in een typische Italiaanse opstelling. Lange rijen bedjes staan in vier rijen aaneengesloten op het strand; een soort catenaccio.
In het hoogseizoen zal het hier vol liggen, maar wij hebben de bedjes voor het uitzoeken. Het is heerlijk rustig! We kiezen twee bedjes op de eerste rij uit, spreiden onze handdoek, smeren onze neus in en gaan liggen. Heerlijk, het lijkt wel vakantie.

Een paar uurtjes strand is voor ons ook wel weer genoeg. Ik probeer het zeewater uit, we nemen nog een ijsje bij de strandbar en om 16:30 uur is het dan wel tijd om naar het hotel te gaan.
‘Even douchen, de mail kijken en dan naar een terrasje aan het water waar we wachten op de zonsondergang. Dan is het tijd om te eten. Vandaag nemen we lasagna. La dolce vita!

Zaterdag 25 september 2021

Vandaag maar weer de wekker gezet, want we wilden met een vroege bus naar Amalfi om van daar met de bus naar Bomerano te gaan. Bomerano is de startplaats van de Sentiero degli Dei oftewel Pad der Goden, een trek van zo’n 10km. Om 06:45 uur staan we bij de bushalte en enkele minuten later arriveert de bus naar Almalfi. Het valt op dat er vnl. vrouwen in de bus zitten. De mannen werken blijkbaar thuis (heel herkenbaar).
Bij de bushalte in Almalfi vragen we wanneer de bus naar Bomerano vertrekt en die blijkt een minuut later al te vertrekken; dat is een perfecte aansluiting.
We slingeren het binnenland in en om 07:45 uur waarschuwt de chauffeur dat we in Bomerano zijn.

Naast de bushalte is een restaurant en we besluiten daar te ontbijten. Achteraf een slechte keus, want de croissant met Nutella is oud en de cappuccino is koud.
We lopen naar het beginpunt van de trek, waar we gelukkig nog een hete, sterke espresso op de kop kunnen tikken. Dat is voldoende cafeïne voor de eerste paar kilometers.

De naam van deze trek wordt toegeschreven aan de Griekse sage over Odysseus. Hij weerstond de zang van de Sirenen, die woonden op de archipel Li Galli. De goden en godinnen kwamen Odysseus te hulp via dit pad, de snelste weg van het vasteland naar Li Galli. Het is dus niet zo dat we vandaag een verdwaalde god tegen kunnen komen, hooguit een geit of twee.
Het pad is goed bewegwijzerd, dus we vinden makkelijk de weg. De eerste paar honderd meter gaan licht omhoog en nu al genieten we van de vergezichten.

We lopen van oost naar west, dus hebben de zon in de rug en kijken steeds op de kustlijn van het schiereiland Sorrento. Ook het eiland Capri en de eilandengroep Li Galli zijn steeds in zicht. Het gebergte op het schiereiland is een uitloper van de zuidelijke Apennijnen en heeft een eigen naam: Monti Lattari. Her en der zijn kleine boerderijtjes en je ziet regelmatig de terrassen waarop ze wat verbouwen.

Het pad mag dan wel goed bewegwijzerd zijn, het is zeker geen walk in the park. Regelmatig worden we geconfronteerd met menshoge rotsblokken waar we overheen moeten klauteren. Je moet wel wat over hebben voor een beetje uitzicht. We vorderen gestaag en onderweg komen we af en toe toeristen tegen die het pad in omgekeerde richting afleggen. Zo ook een groep Fransen. De ‘ah en oh oui, magnifique, je t’aime, ètcétèrá’ vliegen ons om de oren. Of we ook even een fotootje van ze willen maken op dit ‘point de vue fantastique’. ‘C’est bonne’, maar dan moet je er ook eentje van ons schieten. Het resultaat is phénoménal!

We hebben er inmiddels twee uur op zitten en beginnen zo langzamerhand wel wat uitdrogingsverschijnselen te krijgen. We hebben de boel weer eens onderschat. We vonden het niet nodig een flesje water mee te nemen.
We vervolgen onze weg en klimmen en klauteren dat het een lieve lust is. De witte sokjes van Diana zijn inmiddels omgetoverd in donkergrijs.
Na twee-en-een-half uur komen we dan eindelijk bij het dorpje Nocelle en daar begrijpen ze gelukkig dat je geld kunt verdienen aan de trekkers. We nemen een bekertje van de lokale specialiteit vers geperst sinaasappelsap en lurken een fles water leeg. We kunnen weer verder!

Het laatste stuk naar Positano is wat minder uitdagend. De paden zijn breed en lopen over het algemeen naar beneden. We komen langs een berg met een gat erin. Op z’n Italiaans klinkt dat veel lekkerder: Buco di Montpertuso. In het dorpje Montepertuso gooien we er nog een fles water in en zetten ons dan schrap voor de vele honderden treden naar beneden, naar Positano.

Het dorp ligt tegen een helling gebouwd en dat ziet er fantastisch uit. Dat is waarschijnlijk een belangrijke reden dat er zoveel toeristen deze kant op komen. Ik kan me nl. niet voorstellen dat al die mensen hierheen komen voor de kleren van het merk Moda Positana met z’n bloemenmotieven.

We zijn iets na twaalven in Positano, dus we gaan op zoek naar een plek waar we kunnen lunchen. Er zijn plekken genoeg, maar de prijzen zijn hier sky-high. Toch weten we iets te vinden waar we een soort opgerolde pizza eten. Heerlijk na zoveel inspanning.
Na deze uitgebreide lunch lopen we door naar het strand. Uit nieuwsgierigheid kijken we even wat een strandbedje hier per dag kost: €30 op de eerste rij of €25 daarachter (p.p.!). Dan hebben we in Maiori een koopje: 2 bedjes met parasol voor €10.

Het is verschrikkelijk druk in Positano, zelfs veel drukker dan bijv. in Pompei. We houden hier al snel voor gezien en kopen 2 kaartjes voor de ferry naar Amalfi. De boot vertrekt om 1:30 uur, dus we kunnen nog even rondkijken bij de opgedofte zonaanbidders op hun te dure strandbedjes.

De ferry vaart klokslag 13:41 uur weg en tijdens het half uur durende boottripje krijgen we een goed beeld van de Amalfi-kust. Her en der liggen dorpjes in het zonlicht te blinken tegen de bergen op het schiereiland en overal liggen er dure jachten voor anker.
We gaan in Amalfi van boord en zoeken een tabacchi waar we bustickets kunnen kopen voor het ritje naar Maiori. We lopen over het centrale plein in Amalfi en zien daar de prachtige Duomo de Amalfi. We gaan op een terrasje zitten om even te genieten van deze mooie kathedraal.

We betalen onze drankjes en bedenken ons dat we van dat geld onze eigen kathedraal hadden kunnen bouwen. Ze weten hier wel hoe ze een toerist een poot uit moeten draaien, maar dat hoort erbij aan de Amalfi-kust.
We kopen de buskaartjes bij een tabacchi op de hoek en lopen naar het busstation.
De bus vertrekt rond 15:30 uur en met veel emotie draait de buschauffeur z’n bus over de kronkelige wegen. Regelmatig moet er een auto in de achteruit om plaats te maken voor zijn bus.
Tegen vieren stappen we uit in Maiori en gooien we onze spullen op de hotelkamer. Dan zoeken we terrasje aan het strand en bestellen we voor de verandering een lekker koud biertje.

Zondag 26 september 2021

Vandaag geen wekker, dus slapen we uit tot 08:00 uur. Voor het ontbijt gaan we naar Pasticceria Napoli. Ze hebben er heerlijke verse broodjes en schenken een goede cappuccino. Tja, dan zit je elkaar om 09:00 uur aan te kijken; niets op het programma en om nu al naar het strand te gaan….
Gelukkig hebben we iets gelezen over een wandeltocht naar Minori, het naastgelegen dorpje aan de Amalfikust. Il Senteiro dei Limoni is een makkelijke wandeling langs de citroenboomgaarden die je hier aan de de Amalfikust overal tegenkomt.
We beginnen bij de Santuario Santa Maria a Mare. Over de naam van deze kerk gaat het verhaal dat er rond 1200 een schip voor de kust van Maiori verging. Het Mariabeeld dat aan boord was spoelde aan op het strand van Maiori en kreeg een mooie plek in het Santuario Santa Maria a Mare.

Volgens de beschrijvingen is het een makkelijke wandeling, maar we beginnen wel gelijk met een paar honderd traptreden. In vergelijking met de trek van gisteren is deze wandeling een stuk eenvoudiger, maar de kuitjes protesteren hevig.
Al snel zien we de boompjes waar het hier allemaal om draait. Overal om ons heen zien we klein boomgaarden met de citroenboompjes. De boomgaarden zijn trapsgewijs aangelegd.

De citroenen die hier groeien zijn niet de gladde glimmende exemplaren die bij ons in de supermarkt liggen. De wereldberoemde exemplaren uit deze streek zijn nl. oerlelijk, ze hebben een bobbelige dikke schil. Deze citroenen hebben in 2002 het kwaliteitskeurmerk IGP gekregen, wat herkomst en kwaliteit van een product garandeert.
Deze beschermde citroensoort Sfusato Amalfitano is een belangrijk ingrediënt in veel gerechten, maar het belangrijkste/bekendste recept is ongetwijfeld de limoncello. Hoewel de exacte plaats waar dit product voor het eerst werd gemaakt onbekend is, moge het duidelijk zijn dat de echte limoncello geproduceerd wordt in de omgeving van de Amalfikust.

De uitzichten tijdens deze wandeling zijn fantastisch. Steeds is er zicht op de kustlijn en overal is het frisse groen van de citroenboomgaarden te zien.
We komen langs kleine gehuchtjes van enkele woningen die verborgen langs het pad liggen. Hoge muren onttrekken de tuinen aan het zicht.
Af en toe ruik je de citroenen, maar ze zijn nog te groen om de hele streek te laten geuren. Tegen de muren staan oleanders en in veel tuinen groeien druivenstruiken waar grote trossen druiven aan hangen. Hier en daar is er in de muur een klein nisje met daarin een kerkelijk beeldje.

Na ruim een uur komt Minori in beeld. Vanaf een laatste uitkijkpunt bewonderen we dit kleine stadje van bovenaf en lopen dan de laatste treden naar beneden. De wandeling was een stuk eenvoudiger dan gisteren, maar bijna net zo mooi. We zijn blij dat we dit niet gemist hebben.

Langs de zijkant van de Basilica di Santa Trofimena lopen we het kleine plaatsje binnen en gaan we vlak bij deze kerk een espresso drinken. Na deze opkikker maken we een verkenningsrondje door Minori. Het is net als Maiori een lieflijk klein stadje aan de Amalfikust. In plaats van de bus nemen we dan de benenwagen terug naar Maiori.

Terug bij ons hotel trekken we de badpakken weer aan en zoeken we een plaatsje op het strand. Het is drukker dan de eerste keer dat we hier lagen. Veel Italianen gaan op zondag met het gezin naar zee.
We nemen een duik en laten ons opdragen om vervolgens bij Tony’s te gaan lunchen. Dan weer naar het strand, een duik, slapen op het bedje, een duik, etc. Zo kom je de middag wel door.
Iets na vieren besluiten we naar de hotelkamer te gaan. Even douchen, andere kleren aan en op zoek naar een terrasje voor een frisje. Ik schreef het eerder al: het is soms net vakantie.

We checken nog even de de vertrektijden van de bus naar Salerno en komen erachter dat we in de verkeerde tabel hebben gekeken. Dat is een meevaller van 25 minuten, want de bus naar Salerno gaat pas om 07:35 uur.
We lopen het kleine centrum van Maiori weer in en gaan eten bij Osteria & Pizzeria dell’Olmo.
Na het eten lopen nemen we weer een espresso bij Tony’s, maar dit keer met een limoncello, want het kan toch niet zo zijn dat we aan de Amalfikust zijn geweest zonder limoncello te drinken.