Tag archieven: Batumi

Georgië 3

Dinsdag 18 oktober 2022

Wat een verrassing toen we vanochtend op NU.nl keken. Een artikel van een Russische vluchteling met een foto die door ons gemaakt had kunnen zijn. Op de Georgian Military Highway net voorbij de tunnel die wel verlicht is, vlak bij het te nieuwerwetse klooster. We zitten boven op de actualiteit.

Inmiddels zitten we in Batumi en dat is vlakbij een andere grens, die met Turkije. We maken gebruik van het inclusief ontbijtbuffet in ons hotel en dat smaakt heel goed.
Er is zat te zien in Batumi, maar omdat het toch een soort strandbestemming is zijn we wel van plan een tandje terug te schakelen.
Als we door de schuifdeuren van het hotel naar buiten lopen is het opnieuw zwaar bewolkt, maar meerdere weer-sites beloven verbetering.

We gaan eerst naar een soort verzamelplek voor marschrutky om uit te zoeken waar de minibus naar Kutaisi vertrekt. De ‘bushalte’ is slechts een paar honderd meter van het hotel, maar ons Russisch is wat roestig wat tot een heel bijzonder vraag-antwoord spel met een chauffeur leidt. Gelukkig springt er een andere chauffeur bij die wel een paar woorden Engels spreekt. Ook weer opgelost.

We besluiten via de Turkse wijk terug te lopen en op die manier gelijk een paar bezienswaardigheden aan te tikken. Je waant je in dit deel van de stad echt in Turkije door alle restaurant waar Turkse gerechten worden geserveerd en de koffiebars waar Turkse koffie wordt aangeboden. Net als in Turkije zitten de oudere mannen bij elkaar te kletsen onder het genot van zo’n klein glaasje zoete thee.
Als we in de buurt van de Batumi Piazzo zijn begint het te regenen. Dat is niet het weer da we besteld hadden. We lopen door naar de St. Nicolas kerk en gaan daar even naar binnen.
Het blijkt een leuk, klein, erg mooi gedecoreerde kerk te zijn. Een goede manier om voor de bui te schuilen.

Als we de kerk uitkomen is het al weer bijna droog en we denken zelfs meer licht aan de horizon te zien (wens is vader van ….. etc.). We lopen binnen bij het Batumi Kaffee en bestellen een koffie en onder het genot van, besluiten we na het bakje pleur naar de vismarkt te lopen. Een behoorlijke wandeling, maar met dit weer kun je het beste een binnen-attractie bezoeken.

Het is ruim 2 km naar de vismarkt en we moeten daarvoor helemaal om de haven heenlopen. Dat maakt het best een boeiende wandeling. We zien een paar sleepboten liggen en die blijken voor het binnenhalen van containerschepen te zijn zien we later. We komen langs een draagvleugel-veerboot die op het droge ligt. Het blijkt de veerboot naar Sochi te zijn, daar is nu niet veel klandizie voor.
Na een half uurtje komen we bij een klein betonnen halletje dat de vismarkt blijkt te zijn. We gaan naar binnen en zijn natuurlijk weer de enige toeristen te zijn.

We worden bekeken alsof we de vangst van de dag zijn, maar ook hier zijn de Georgiërs weer enorm vriendelijk. Het is echt een gemis dat we nauwelijks met deze mensen kunnen communiceren.
De vis op de markt ziet er goed uit. Zo te zien kun je rustig een visje bestellen in de restaurants in Batumi.
We lopen wat tussen de tentoongespreide vis door en doen net of we er verstand van hebben. Er ligt van alles: steur, kleine tonijn, ansjovis, maar ook inktvis, mosselen en oesters.
Na een half uurtje houden we het voor gezien en gaan we naar de markt voor bijpassende groente.

Om bij de markt te komen moeten we via een roestige voetgangersbrug over het opstelterrein van de goederentreinen heen en ook deze markt vindt plaats in hallen die duidelijk hun beste tijd hebben gehad.
In het eerste gedeelte van de markt is opvallenderwijs losse tabak verkrijgbaar; niet iets wat je vaak op een markt tegenkomt. Dan volgt er een gedeelte waar spullen worden verkocht die niet zouden misstaan op een toeristenmarkt. De marktkooplui daar hebben een actieve verkooptechniek ontwikkeld waarbij je in het Duits wordt benaderd. De oosterburen zijn waarschijnlijk het type toerist die makkelijk de buidel trekt.

In het achterste gedeelte van de markt is plaats gemaakt voor het gebruikelijke groenvoer. Het ziet er allemaal best fris uit, hoewel je dat niet van alle verkoopsters/verkopers kan zeggen. Na een kleine ‘tour de vegetables’ lopen we weer terug naar de voetgangersbrug.

Bijna onder de voetgangersbrug vinden we dan nog de pluimvee-afdeling. Eenden, kalkoenen, kippen en konijntjes (ach zielig….). De keuze is reuze en geplukt terwijl u wacht.
Het allermooiste is dat de zon inmiddels is doorgebroken. We geven wat gas bij en lopen terug naar de boulevard van Batumi.

Na een korte lunchstop aan het begin van de boulevard lopen we eerst naar het hotel voor een brillenwissel. De zon heeft de wolken inmiddels verjaagd en de temperatuur stijgt. Met de zonnebril op de neus en iets luchtiger gekleed vervolgen we onze weg over de 7 km lange (!) boulevard. De enorme rij palmen versterken het zomervakantiegevoel.

Langs de boulevard is heel veel te zien. Er is een Japanse tuin aangelegd, er staat her en der kunst opgesteld, er is een enorm reuzenrad en hier staat de bekendste toren van Batumi. De Alfabettoren is 130 meter hoog en op de toren staan de 33 letters van het Georgische alfabet. Dit alles wordt omlijst met het fantastische uitzicht over de Zwarte Zee. Het strand bestaat uit grote kiezels; om bij het water te komen zijn vlonders over de kiezels gelegd. Er staan stapels ligbedden te wachten op toeristen, maar dat zal waarschijnlijk volgend jaar juni zijn.

We lopen nog een klein stukje door en drinken dan wat bij de van mozaïek tegeltjes gemaakte octopus. Op het bankje in de zon is het al snel te heet, maar daar mag je na vanochtend niet over klagen. De resterende kilometers van de boulevard bewaren we voor morgen. NU lopen we stukje terug naar een loungeclub die we eerder gezien hebben.

PortOdessa heet de loungeclub en het is best vreemd te relaxen bij een club die Odessa in de naam heeft.
De zon begint inmiddels te zakken, maar we vinden een plekje waar we er nog een half uurtje van kunnen genieten met opnieuw de zee achter ons.

Als de zon weg is koelt het snel af en besluiten we terug naar het hotel te gaan. Zonnebril weer af en jasje weer aan en dan terug naar de boulevard omdat we ook Batumi by night willen zien.
’s-Avonds worden veel grote hotels, casino’s en attractie verlicht en dat is best een mooi schouwspel. Het miniatuur reuzenrad aan de gevel van het Radisson is met een soort blacklight verlicht, de alfabettower verandert continu van kleur en Ali en Nino doen hun ding in het donker terwijl ze verlicht worden door ledverlichting.

Ali en Nino, daar hoort een verhaaltje bij: ‘Ali en Nino’ is een beroemde roman uit 1937 van Kurban Said, een auteur uit Azerbeidzjan. Het gaat over een liefde tussen een moslimjongen Ali en een Georgische prinses Nino. Ali behoorde toe aan de familie Aristocraten en werd verliefd op Nino Kipiani, die ook uit een beroemde familie kwam. Ondanks het feit dat ze een andere religie hadden, overwonnen ze alle moeilijkheden en trouwden ze. Ze werden echter gescheiden door de invasie van Sovjet-Rusland in Azerbeidzjan. Toen Ali moest kiezen tussen zijn familie of het land, koos Ali ervoor om dapper te sterven voor zijn eigen land. Waar of niet, in Batumi hebben ze er wel een mooi (bewegend) beeld aan over gehouden.

Woensdag 19 oktober 2022

We beginnen de dag weer met een aanval op het ontbijtbuffet. Er staan vandaag weer hele andere warme gerechten onder de deksels en vooral de menemen is erg lekker. We eten onze buikjes rond want er staan vandaag weer de nodige kilometers op het programma. Gisteren dachten we een tandje terug te kunnen schakelen en dat is mislukt, misschien lukt het vandaag.
We lopen vandaag in zuidelijke richting met als einddoel de flip-flops on eggs, maar daarover later meer. We gaan via de Rustaveli Avenue met z’n imposante neo klassieke gebouwen, parken en vijver richting de boulevard.

Hoe verder we lopen, hoe meer nieuwbouw we ook zien. En dat zijn niet van de lullige gebouwtjes; torens van 40 verdiepingen hoog of meer worden door grote hotelketens uit de grond gestampt. Marriot, Sheraton, Radisson, ze doen allemaal mee in de hoop straks een slaatje te slaan uit de toeristenstroom die (hopelijk) op gang komt.

Het contrast tussen bestaande appartementen en de nieuwbouw is enorm. De grauwe, Russisch aandoende, eenheidsworst appartementen worden omsingeld door de flitsende nieuwbouw en we vragen ons wel af wat de gasten van deze dure hotels van dat uitzicht vinden.

We komen langs het dolfinarium waar een prachtige mozaïekmuur uit de Russische tijd bij de ingang staat en tussen al die hoogbouw vinden we de meest futuristische McDrive die wij ooit gezien hebben. We kunnen het niet nalaten om hier een bakkie koffie te gaan drinken en het is toch knap hoe McD het voor elkaar krijgt dat de koffie over de hele wereld zo goed smaakt.

We lopen verder en krijgen last van onze nek van het omhoog staren naar de enorme betonconstructies die hier worden neergezet.
Er staan hier ook een paar bijzonder gebouwen. Zo is een slechte kopie van het Colosseum neergezet en iets wat op de Acropolis moet lijken. Het gekste gebouw is het restaurant dat op de kop staat.

We lopen inmiddels weer op de boulevard en het kiezelstrand is hier een stuk schoner dan we gisteren gezien hebben. Ook aan dit gedeelte van de boulevard staan veel kunstobjecten. De kunstenaar krijgen alle gelegenheid om zich uit te leven.

Ons einddoel komt in zicht. In het laatste parkje langs de boulevard van Batumi staat hét kunstwerk van deze badplaats: teenslippers op eieren! Stel je voor, je krijgt van de burgemeester van Batumi de opdracht om een kunstwerk te maken dat in een parkje langs de boulevard moet komen te staan en dan krijg je het waanzinnige idee om meterslange teenslippers op anderhalf meter hoge eieren te plaatsen. Dan moet je toch wel wat ingenomen hebben.

Aan het aller-allerlaatste stukje boulevard, net voordat de kantoorgebouwen beginnen en je de kerosine van de vliegtuigen kunt ruiken gaan we even uitrusten op een bankje in de zon. We zijn inmiddels ver verwijderd van de horecazone dus je zal je afvragen: waar ben je nu toch gaan zitten? Nou, kijk maar goed!

We lopen langzaam weer terug naar de meer bewoonde wereld en bij een van de eerste eettentjes die we tegenkomen gaan we even zitten voor een drankje en een hapje. Het is inmiddels 13:00 uur en we hebben wel trek gekregen.
Na een half uurtje zijn we wel weer gehydrateerd en lopen we het laatste stuk van de boulevard af. Via het bamboo-bos lopen we dan naar het Europa-plein waar we bij de Mc Donalds een ijsje nemen. Dat hebben we wel verdiend.

We spoelen het ijsje weg met een gele rakker bij Batumi Kafe. We zien dat we vandaag nog best geluk gehad hebben want inmiddels is er een wolkendeken over de stad gelegd. Dit is een aanloopje naar een storinggebied dat de komende 2 dagen een groot deel van het land in z’n greep houdt. Wat dat betreft komt het goed uit dat we morgen een reisdag hebben.

Donderdag 20 oktober 2022

We willen rond 10:00 uur de maschtrutka naar Kutaisi nemen. Heel veel haast hebben we vandaag dus niet. Lekker van het ontbijtbuffet peuzelen, tassen op de rug, uitchecken en naar het busstation.
Als we in de buurt van de minibusjes komen worden we warm onthaald: ‘Tbilisi, Tbilisi, come!’ Waarop wij reageren ‘Today to Kutaisi’ Dan de chauffeur weer ‘No problem, first Kutaisi then Tbilisi’. Wij vinden het best. Tassen in de Mercedes-bus en stoeltje zoeken.
De chauffeur en de kaartjes-mevrouw hebben er zin in. Ze zoeken een mooi plekje op de start-foto van vandaag.

Om 09:45 uur is het blijkbaar tijd om te gaan. De deur gaat dicht en de chauffeur geeft gas. Het is best een luxe marshrutka, leren stoelen opgeleukt met doorgestikt leer, glimmend plafonnetje met het Mercedes-logo en donkere folie voor de ramen. Als zoiets de straat in komt rijden bel je gelijk 112. De chauffeur probeert nog wat passagiers van de straat te plukken, maar hij heeft weinig succes. Slechts 1 dame weet hij nog te verleiden.

We rijden met een gemiddelde snelheid van 50 km/uur en dat is heel gebruikelijk hier. Als we bij Kobuleti zijn regent het inmiddels. De weer-sites hebben het zomaar bij het juiste eind vandaag. Enkele tientallen kilometers verder, iets voor Ureki komt de regen zelfs met zoveel geweld naar beneden dat de ruitenwissers het maar net kunnen bolwerken.

Bij Grigoleti laten we de kustweg achter ons en gaan we landinwaarts. We zijn inmiddels 5 kwartier onderweg. De wolken hangen hier zo laag dat je ze aan kan raken.
We zien steeds het spoor waarover we een paar dagen geleden naar Batumi zijn gekomen.
Het is bijna 12:00 uur als we een pitstop maken. Bakkie oploskoffie en de laatste nougat blokjes. Daar knapt een mens van op.

Heel lang krijgen we niet voor deze stop, dus de koffie gaat mee de bus in. Dat blijkt een goede keus van de chauffeur want we zitten nog maar net in het busje of het begint weer in alle hevigheid te regenen en het zal ook niet meer stoppen met regenen.

Op het busstation in Kutaisi springen we snel in een taxi en laten we ons afzetten bij het hotel.
De bagage gaat weer op de kamer, de regenjassen halen we eruit en we gaan de brug over maar het centrum van Kutaisi.

Bij Wendy’s bespreken we onze opties onder het genot van een vette hap. De weersites worden geraadpleegd en dan is er maar een conclusie mogelijk; morgen gaan we naar Mestia.
We trekken de regenjas aan en lopen om de hoek naar een klein reisbureautje met de naam Budget Georgia, niet vanwege de aansprekende naam, maar vanwege de goede reviews. Daar boeken we het vervoer van en naar Mestia.

We gaan de hoek weer om en lopen een theehuis met de aansprekende naam Fou Fou binnen. Het ding ziet er een beetje vreemd uit, maar de thee is heerlijk. Bovendien wil je met al dat water dat naar beneden komt niet buiten zijn.
Het lijkt om 15:15 uur iets lichter, dus wij doen de regenjas weer aan en gaan naar buiten. Dat was helaas een verkeerde call want het water komt nog steeds met bakken naar beneden. Een paar meter verderop vluchten we weer bij Wendy’s naar binnen.

Rond 17:00 uur gaan we op zoek naar een restaurant en omdat het nog steeds regent maken we er geen lange zoektocht van en gaan we snel bij het Georgisch klinkende restaurant ‘Hoegaarden’ naar binnen. Het is er een enorm kabaal van mensen die er de hele middag al zitten te kegelen, best gezellig dus.
We bestellen geheel in stijl wat Georgische gerechten en die smaken opperbest.

Ook na dit diner regent het nog steeds dus we doen de capuchon weer op voordat we naar buiten gaan. Onderweg stoppen we even bij een schattig restaurantje naar binnen waar we nog een bakkie koffie nemen voordat we naar het hotel terug lopen.

Vrijdag 21 oktober 2022

Klokslag 3 minuten voor 8 staat onze ride voor de deur, da’s mooi op tijd. In de Vito-bus zitten nog 5 andere toeristen 2 meiden uit Tsjechië, een Amerikaans meiske met haar Libanese vriend en een Chinees uitziende Zweedse die bij de Zweedse ambassade in Tbilisi werkt. Samen met de chauffeur en Saba de gids zit de bus vol. De motor wordt gestart, de ruitenwissers gaan weer aan en we gaan richting de zon (hopelijk).
De eerste 2 uur zijn niet zo bijzonder, voor een deel rijden we zelfs de weg terug die we gisteren gekomen zijn. Onderweg krijgen we nog wel een korte les over Georgie van Saba. Pas als we Zugdidi voorbij zijn gebeurt er echt wat: een koffiestop.

Niet lang na het caffeine-shot hebben we onze eerste serieuze stop. Iets ten noorden van de stad Jvari gaan we even bij de Enguri dam kijken. De Enguri-dam is een hydro-elektrische dam aan de gelijknamige rivier. Met een hoogte van 271,5 meter is het de op een na hoogste betonnen dam ter wereld. Het bijzondere is dat een deel Enguri-waterkrachtcentrale in Abchazië staat dat door de Russen bezet is. De dam levert op deze manier dus een beetje gratis energie aan de niet zo populaire buurman.
De omgeving van de dam ligt nog voor een groot deel in de wolken, maar we zien inmiddels ook wat blauwe lucht.

De ruitenwissers zijn inmiddels overbodig en de omgeving begint steeds aantrekkelijker te worden. De herfst kleurt de bomen geel en oranje terwijl de regen van de afgelopen dagen de rivier wild maakt. Van weerszijden komen kleine stroompjes de berg af, soms uitmondend in een kleine waterval. De weg is hier minder goed dan de weg naar Stepantsminda, maar hier kom je geen vrachtverkeer tegen. Gelukkig wordt de Vito stil gezet om even te genieten van deze omgeving.

Naarmate we verder richting Mestia komen wordt de natuur nog kleurrijker en bovendien komen de besneeuwde toppen van de Caucasus in zicht. Het lijkt erop dat de bovenste rijen bomen gisteren van een laagje poedersuiker zijn voorzien. Voor een schilder zal deze omgeving een enorme inspiratie kunnen zijn. We kijken onze ogen uit en zijn blij dat Saba hier ook oog voor heeft.

Om 13:30 uur rijden we Mestia in en je waant je hier een beetje in een wintersportoord. De besneeuwde bergen om je heen, Spar op de hoek, terrasjes voor de apres-ski en een temperatuur rond het vriespunt.
Wij zoeken eerst ons hotel op en daar blijkt de eigenaar niet aanwezig te zijn. Ze is in Tbilisi en laat de zaken over aan haar Georgisch sprekende schoonmaakster. Het inchecken gaat dan maar weer via de telefoon, als een drie-gesprek.

Mestia is de hoofdstad van de historische provincie Svaneti in het noordwesten van het land dat grenst aan Rusland en de afvallige provincie Abchazië. De inwoners van deze provincie heten de Svan een ethnische subgroep van de Georgiërs. Het symbool van de Svan zijn de Svan-torens. Deze stenen verdedigingstorens zijn gezichtsbepalend voor elk dorp in Svaneti. In de cultuur van de Svan gaat familie boven alles en elke familie heeft dan ook z’n eigen toren. Daarom kunnen in een dorp tientallen torens staan. Door zich in hun toren te verschuilen konden ze zich beschermen tegen aanvallen van vijandelijke stammen. De torens zijn overigens niet alleen bedoeld ter bescherming, het gebouw doet ook vaak dienst als stal of opslagplaats.

‘s-Avonds eten we een hapje bij een restaurant van een Duitse eigenaar met de al even Duitse naam Lushnu Qor. Er is niet veel te doen (laagseizoen) maar het eten smaakt best.
Als we terug lopen naar het centrale plein voor een bakkie koffie merken we pas hoe koud het is. Het zal hier vannacht wel een paar graadjes onder nul gaan.

Zaterdag 22 oktober 2022

Het ontbijtbuffetje bij hotel Chatini Mestia is netjes verzorgd en vanwege de wandeling die we vandaag gaan maken hebben we een beetje koolhydraten wel nodig.
Bij het uitchecken ligt er een A4 op de bali met daarop ‘150’. Met zo’n taalbarriere is dat een handige manier om te laten weten dat we 150 lari moeten betalen.

We lopen naar de Tamar Street om een taxi op de kop te tikken die ons naar het startpunt van de trek moet brengen. Een oud mannetje met een vreemd petje komt al snel op ons aflopen.’Taxi’ roept hij. We onderhandelen een prijs en stappen in de Nissan. Hij wil dat Diana voorin naast hem komt zitten (?). Dan komt er een colaflesje tevoorschijn en giet hij een klein glaasje vol. Het blijkt zelfgemaakte tsjatsja te zijn, een soort druiven-wodka. We hebben toevallig van Saba geleerd dat de zelfgemaakte versie vaak 60% is. Ook goedemorgen, het is net half tien!

Na de hartversterker waarvan je lever op de loop gaat, geeft de chauffeur gas en gaan we op weg. Het is ongeveer een half uurtje over een beroerde weg. Onderweg zien we dat het vandaag niet aan het weer kan liggen de lucht is strak blauw met een verdwaald wolkje rond de besneeuwde toppen. Als we bij een gammel uitziende hangbrug aankomen worden we uit de auto gemikt en gaan we op pad. De chauffeur zoekt een plekje voor z’n auto. Hopelijk blijft hij van de tsjatsja af want anders wordt het spannende terugweg.

Op hoop van zegen lopen we de hangbrug op, onze handen klemmen de railing vast. We schuifelen voetje voor voetje naar de overkant. Er zijn al een behoorlijk aantal planken verdwenen, maar gelukkig hebben ze plaatmateriaal over de ontstane gaten heen gelegd. Dat voelt heel vertrouwd. We halen allebei zonder kleerscheuren de overkant en volgen dan het bordje naar de Chalaadi gletsjer.

Het pad begint met een venijnige klim over keien en rotsen. Als we al niet wakker waren van de tsjatsja dan zijn we het nu wel. Als het pad weer een beetje afvlakt zien we ineens een vijftal schattige, pluizige, lieve, jonge hondjes, maar met moeders in de buurt. Het is een wolfhond-achtig beestje met een lichtblauw oog en heel aanhankelijk. We aaien haar een keer en lopen dan verder.

Na een tijdje komen we tussen de naaldbomen terecht en we zijn er niet alleen. Moeder hond loopt gezellig met ons mee. Soms voor ons uit om vervolgens netjes op ons te wachten, maar soms zijn we haar even kwijt en komt ze ineens weer van achter aangelopen. Het pad loop op een gegeven moment vlak langs de wilde waterstroom en daar zien we al weer veel duidelijker waar we naar toe gaan.

Moeder hond wil van geen wijken weten en we vragen ons af of dat goed gaat komen met die jonkies. Inmiddels lopen we op een open vlakte met grote rotsen. Het wordt een klauterpartij van jewelste, maar we komen steeds dichter bij ons doel. Onze trailschoenen hebben zich tot dusver kranig gehouden, maar op deze grote rotsblokken hebben ze het zwaar.

Om 11:30 uur staan we dan op een paar meter afstand van de gletsjer. Het is geen witte ijspartij zoals je misschien zou verwachten, maar de voorkant van de gletsjer is bruin van het zand en de stenen die meeliften op de gletsjer en er dan vanaf vallen als er ijs smelt. Op sommige plekken zie je wel die blauwige kleur die zo bekend is van gletsjers. Dit ontstaat door de enorme druk die diep in de gletsjer ontstaat. We maken een paar foto’s van dichtbij de gletsjer, maar eigenlijk zag de gletsjer er op een afstandje mooier uit.

Onder aanvoering van moeder hond beginnen we aan de terugweg. We klauteren over de grote rotsblokken en houden onze geleidehond goed in de gaten want zij heeft dit vast veel vaker gedaan. We kunnen de verleiding niet weerstaan om steeds maar weer om te kijken. Het ene moment lijkt het uitzicht nog mooier dan het andere. We zullen straks wel heel veel dubbele foto’s hebben.

Als weer onder de bomen lopen spot moeder hond ineens een eekhoorn. Vanaf dat moment zien we haar niet meer terug. De jongen zien we op dezelfde plek als we ze eerder ook zagen. Een tweetal andere toeristen was de beesies aan het voeren met hun lunch.
Terug bij de hangbrug hadden we gehoopt een drankje te kunnen pakken bij een terrasje, maar dat blijkt gesloten te zijn. Dan maar door naar onze taxi.
De chauffeur staat nog stevig op z’n benen. We gaan er maar vanuit dat het verantwoord is om in te stappen. Zonder brokken brengt hij ons terug naar Mestia.

Om 13:30 uur zitten we bij restaurant Laila en bestellen we kubdari, een typische gerecht uit Svaneti. Het is een soort pannenkoek gevuld met vlees, Best lekker, maar oh zo machtig, net als al het Georgische eten.

Na de lunch zwerven we wat door het dorp en proberen we wat van het lokale leven op te snuiven. Waar je ook bent in dit dorp altijd zijn de Svan-torens in zicht. Heel bijzonder, dit hebben wij nog nooit eerder gezien.
Om 16:30 uur staan we klaar voor de terugweg. Omdat het al snel donkerder wordt is deze rit lang niet zo mooi als de heenweg. We stoppen bij hetzelfde tankstation als op de heenweg voor een bakkie koffie en om 21:45 uur zijn we dan weer terug bij ons hotel in Kutaisi.

Zondag 23 oktober 2022

Onze regendans is gelukt! Het is vandaag fantastisch mooi weer in Kutaisi. We waren helemaal niet van plan om naar Mestia te gaan, maar zouden Kutaisi en omgeving gaan verkennen. Last-minute besloten we naar Mestia te gaan omdat in Kutaisi veel regen werd voorspeld terwijl voor Mestia een zonnetje op de weer-sites stond. Toch handig als je een beetje flexibel kunt zijn tijdens het reizen.

Vandaag is dan Kutaisi en de omgeving aan de beurt. We gaan eerst even langs de Tourist Information om te horen hoe laat de marshrutka naar Akhalsikhe gaat. De Tourist Information is gelukkig ook op zondag open en de mevrouw achter de balie spreekt Engels en kan ons alle informatie geven. Dat is uitzonderlijk.

We lopen door naar de Green Bazaar, een van de grootste markten van het land. Er wordt vooral veel van eigen land verkocht en dan meestal door moeders zelf. We zwerven wat over de markt en maken af en toe een foto. De mensen hier vinden het nog leuk om gefotografeerd te worden. Trots poseren ze bij hun stal.

Na het bezoek aan de markt gaan we op zoek naar een geschikte taxichauffeur die ons naar Martvili Canyon kan brengen. Op zo’n 45 km van Kutaisi is een kloof die door elk reisbureau wordt aangeraden. Je kunt bovendien een boottochtje door deze kloof maken. We kunnen niet wachten.
We lopen naar de prachtige Colchis fontein die midden op een grote rotonde staat. Het is een prachtige fontein met klassieke gebouwen op de achtergrond. Hier denken we makkelijk een taxi te kunnen ritselen en dat blijkt het geval.

De taxichauffeur brengt ons in drie kwartier naar Martvili Canyon. Onze eerste indruk is: toeristisch! De parkeerplaatsen staan vol met auto’s en er is zelfs een Visitor’s Centre waar je de kaartjes kunt kopen, eentje om binnen te komen en eentje voor de boottocht. Volgens de kassiere moeten we gelijk naar de boten gaan want het is er nu niet druk. Met de barcode op je bon gaat het poortje open en lopen we naar de rubberbootjes. We krijgen een zwemvest aan, peddels in de handen en gaan met die banaan (geen zorgen, er zit een stuurman aan boord).

We gaan van de kant en dobberen het azuurblauwe riviertje op. Er zijn inderdaad nog niet veel andere bootjes op het water, dus we hoeven niet uit te kijken voor aanvaringen. Veel doen we niet met de peddels die we hebben gekregen want we zijn te druk met foto’s maken. Door de donkere kleuren in de kloof (tot wel 70 meter hoog) en de strakblauwe lucht is het nog een hele uitdaging om een geslaagde foto te krijgen.

Na een kwartiertje worden we door de bootsman gesommeerd om mee te peddelen. We hebben het keerpunt bereikt en daar moet even tegen wat stromend water in gepeddeld worden.
Nadat we deze lastige draai gemaakt hebben, zien we dat er toch meer boten op het water zijn. Terwijl in de meeste boten 6 personen zitten, hadden wij een privé-tochtje met z’n tweeën. Dat betekent wel dat wij er harder voor moesten werken.

Na deze enerverende boottocht gaan we te voet een ander deel van de kloof verkennen. De paden zijn goed verzorgd en er staan overal veiligheidshekjes. Dit is niet zonder reden want een duikeling van deze rotsen overleef je niet.
Het water klettert met behoorlijk wat geweld van de rotsen naar beneden, een mooi gezicht.

De wandeling langs der kloof is ongeveer een kilometer lang en ook hier is het niet heel druk. We zoeken de beste plekjes om van de uitzichten te genieten en hoewel het slechts een klein wandelingetje is kijken we onze ogen uit.

Tegen enen zijn we weer op de parkeerplaats en samen met onze taxichauffeur lopen we naar de auto. We rijden de 45 km in omgekeerde volgorde en terug in Kutaisi gaan we eerst wat eten.

Na de westerse lunch bij McD wandelen we wat door de stad en als we langs de Green Bazaar komen bewonderen we de prachtige buitenmuur aan de zuidzijde van het marktgebouw. Dit bas-reliëf moet haast wel uit de Russische tijd stammen. We lopen nog wat verder en gaan dan een koppie thee drinken bij Piatto. Dan is het tijd voor ons laatste uitstapje bij Kutaisi: het Gelati klooster.

Het kostte even wat moeite om een taxi te charteren, maar uiteindelijk stopt een aftandse Opel Zafira als we onze hand opsteken. De weg naar het klooster gaat af en toe behoorlijk steil omhoog en daar heeft de gammele taxi best moeite mee. Toch lukt het om ons netjes voor de ingang af te zetten.

In het verleden was het Gelati klooster een van de belangrijkste culturele en onderwijskundige centra van het oude Georgië. Hier leefden de beste Georgische wetenschappers, theologen en filosofen.
Met de bouw van het Gelati-klooster in Georgië werd al in de 12e eeuw begonnen. En tot in de 17e eeuw keer op keer uitgebouwd. Het is een goed bewaard gebleven complex met unieke mozaïeken en muurschilderingen.
Er liggen hier diverse koningen begraven, waaronder de beroemde Koning David II, die vooral bekend staat als David de Bouwer. Hij liet het klooster tijdens zijn tijd als koning bouwen in 1106.

Het Gelati-klooster staat sinds 1994 op de lijst van werelderfgoed van UNESCO en dat betekent dat het moet worden onderhouden. Helaas is dat nu ook het geval en zowel de binnen- als de buitenkant staat in de steigers. Heel jammer, vooral omdat de prachtige, kleurrijke fresco’s nu maar gedeeltelijk zichtbaar zijn.
Ondanks de steigers zien we wel dat de fresco’s hier van een ander niveau zijn dan die we eerder hebben gezien.

Bij het graf van Koning David II krijgt een schoolklasje geschiedenisles. De juf vertelt van alles over de koning en wat hij allemaal gedaan heeft voor het land. Ook stelt ze vragen aan de kinderen en als de juf opnieuw een vraag stelt antwoordt een jochie: ‘die David dat is toch de broer van Bob?’ De andere kinderen lachen, blijkbaar had hij op school niet goed opgelet.
We weten niet zeker of we het Georgisch van de juf en de kinderen goed vertaald hebben, maar dat is wat wij ervan konden maken.

Als we na een half uur de poort doorlopen naar de parkeerplaats wordt er in de verte al een auto gestart. Blijkbaar moet onze chauffeur op tijd thuis zijn van moeders de vrouw. We scheuren de weg naar beneden en met piepende banden worden we afgezet voor de McD. Omdat het dakterras bij de McD zo’n beetje het enige terras is waar de zonnestralen nog toegang hebben, halen we een McShake aardbeien en gaan nog een klein uurtje in de zon zitten. Wat een dag!

Rond een uurtje of vijf lopen we naar restaurant Sisters want Diana had gelezen dat dit een heel leuk restaurant is. Het is even zoeken omdat er geen naambord op de buitenkant van gebouw hangt. We wisten alleen dat we moesten zoeken naar twee houten deuren. Gelukkig stond het restaurant wel op Google Maps.
We lopen via de trap naar de eerste verdieping en gaan door de grote houten deuren. Je komt binnen in een ruimte dat ooit een chique appartement geweest zal zijn. Grote ramen, hoge plafonds en een oude houten vloer. Het stucwerk is grotendeels van de muur, maar de ornamenten aan het plafond zijn nog aanwezig. Er hangen mooie, oude koperen kroonluchters. Uit de speakers komt jazz-muziek, Ella Fitzgerald met ‘I’ve got you under my skin’. Het is alsof je in de jaren 50 van de vorige eeuw bent beland.
We bestellen adjapsandali en genieten van deze Georgische maaltijd én van de sfeer in dit restaurant.

Maandag 24 oktober 2022

Om 09:00 uur staan we alweer op het busstation, of eigenlijk in een achteraf straatje bij het busstation. We hebben ze wel eens sjieker gezien.
We doen een soort gebarentaal spelletje met de chauffeur om erachter te komen hoe laat hij vertrekt, wat het kost en hoe laat hij denkt aan te komen in Akhaltsikhe. Omdat de bus pas over een half uur vertrekt, gaan we even bij de naastgelegen McD een bakkie doen.

De Mercedes-marshrutka vertrekt zoals gebruikelijk op tijd en we gaan er maar eens goed voor zitten. Met een beetje mazzel zijn we om 13:00 uur op de bestemming.
De eerste stop is bij een sigarettenkiosk op de hoek van de straat. De chauffeur blijkt een verstokt roker te zijn dus eerst een pakkie sigaretten aan boord anders kan hij niet focussen.
Op het busstation is er een oud dametje achter ons gaan zitten en het lijkt erop dat ze de afgelopen weken in de varkensstal heeft geslapen. De geur die van haar kleren komt is niet te harden; gelukkig zit ze achter ons.
De rit gaat voorspoedig, het enige waar we last van hebben is het vrachtverkeer. Er wordt nl. met man en macht gewerkt aan een snelweg tussen Tbilisi en de Turkse grens (dat laatste is een gok van ons). We zien verdacht veel Chinezen op de bouwplaatsen staan, dus dit zal ook wel onderdeel zijn van de Nieuwe Zijderoute waar de Chinezen veel tijd en geld in steken.
Om 11:30 uur zien we voor het eerst Akhaltsikhe op de borden staan. Het is dan nog 80 km. Om 12:00 uur zijn we in Bordzjomi, we liggen nog op schema en om 13:00 uur brengt de chauffeur z’n Mercedes tot stilstand op het busstation van Akhaltsikhe.

We kruipen in een taxi, maar dan blijkt de chauffeur het stratenboek niet goed geleerd te hebben. We laten hem een paar keer het adres van het hotel zien, maar hij kan het niet terugvinden in z’n aantekeningen (?). Uiteindelijk belt hij dan maar met het hotel. In de tijd dat we op de achterbank van de taxi zitten hadden we er ook al heen kunnen lopen.

Het busstation/taxi standplaats blijkt ook een kofferbakverkoop voor auto-onderdelen te herbergen. Wel handig voor de vele gammele taxi’s zoals de taxi waar wij nu in zitten.
Na het telefoontje met het hotel weet de chauffeur ons hotel feilloos te vinden. Dat kan hij weer toevoegen aan z’n plastic zak met aantekeningen.

We gooien onze spullen op de kamer en gaan op zoek naar leuk restaurantje om te lunchen. Dat blijkt nog niet zo simpel te zijn. Hoewel Akhaltsikhe de hoofdstad is van deze provincie zijn de restaurants schaars.
We besluiten dan maar een broodje te gaan eten bij de Smart, want daar hebben we goede ervaringen mee in Gudauri.

Akhaltsikhe betekent ‘nieuw kasteel’. In het Georgisch en het is duidelijk waar die naam vandaan komt. Het Rabati kasteel aan de noordkant van de rivier domineert het uitzicht over de stad, We laten het kasteel vandaag nog links liggen en gaan eerst eens informeren hoe we morgen in Vardzia kunnen komen.

Later in de middag vallen er een paar stevige buien en daarom besluiten wij in het restaurant van hotel Lomsia te gaan zitten. We lezen een boekie, drinken een bakkie thee en blijven er ook maar zitten voor de warme hap.

Georgië 2

Dinsdag 11 oktober 2022

Vandaag zitten we zelf aan het stuur, maar eerst nog zo’n heerlijk ontbijt bij ons hotelletje in Tbilisi. We hebben om 09:30 uur afgesproken met de man van de huurauto dus we schuiven gelijk om 08:00 uur aan bij het ontbijt. We kiezen weer voor de eggs Benedict en wafels. Eigenlijk veel te veel voor een ontbijt, maar we moeten er even op teren. De kleine huiskat heeft duidelijk ook zin in ontbijt waardoor wij alle zeilen moeten bijzetten om hem van tafel te houden.

Om 09:00 uur halen we onze rugzakken van de kamer en lopen naar de receptie. De auto is al gearriveerd, dus we lopen gelijk met de verhuurder mee om wat uitleg te krijgen over deze Toyota Prius. We hoeven niet samen om de auto te lopen om beschadigingen te noteren want de auto zit er vol mee. Daar gaat een krasje van ons geen verschil meer maken.

Om 09:25 uur rijden we de drukte van Tbilisi in. Die eerste kilometers zijn een uitdaging. Het is vooral goed uitkijken voor de kapriolen van de andere weggebruikers. Ze komen van links en rechts voorbij gescheurd en hebben maar een klein gaatje nodig als ze van links naar rechts of omgekeerd moeten. Het rempedaal moet erger voorkomen.
Na een half uurtje is de ergste drukte voorbij en dat geeft ons even tijd om te tanken want veel meer dan een kwart zit er niet in de tank en daar gaan we het vandaag niet mee redden. Het tanken is hier niet zo’n aanslag op de portemonnee als in Nederland. Een litertje kost ongeveer een euro!

We volgen de E117 tot bij het Zhinvali stuwmeer waar we voor het eerst onze benen even strekken. We genieten van het uitzicht over het meer en kopen een flesje water bij een kraampje dat hier in afwachting is van alle toeristen die gaan komen. Op een rotsblok is het blauw en geel van de Oekraïense vlag geschilderd. Ook in Tbilisi zagen we al vaak steunbetuigingen voor het Oekraïense volk maar die steun wordt ook hier getoond terwijl er dagelijks veel Russen over deze weg van of naar Rusland rijden.

Een paar minuten verderop stoppen we nog een keer aan het stuwmeer. Hier is een veelvoud aan kraampjes opgesteld en loopt een hele berg Aziaten zichzelf te vereeuwigen met het stuwmeer op de achtergrond. Er is door de Georgiërs goed ingespeeld op de bizarre wensen van toeristen. Je kunt hier een selfie maken terwijl je op een fiets zit, op een schommel zit of in een groot hart staat. Wie wil dat nou niet?

Op de uiterste punt van het stuwmeer stoppen we nog even bij het Ananuri fort. Het is hier ook enorm druk. De ‘betaald-parkeren parkeerplaats’ staat bijna vol! We kunnen alleen maar hopen dat het in Stepantsminda wat rustiger is. We blijven hier niet lang hangen en geven gas in ons Priusje.

Onze volgende stop is Gudauri, een populaire wintersportplaats. De weg begint steeds meer te klimmen en de haarspeldbochten doen denken aan het laatste stukje naar Val Thorens. Het vrachtverkeer heeft de grootste moeite om omhoog te komen en dat komt onze gemiddelde snelheid niet ten goede. De inhaalacties die door Russen en Georgiërs worden uitgehaald durven wij niet te kopiëren.
Vlak voor we Gudauri binnen rijden zien we een enorme kudde schapen de weg oversteken onder aanvoering van herders te paard en honden die het echte werk doen.
Deze schaapskudde blijkt het echte en enige hoogtepunt in Gudauri te zijn want vrijwel alles is gesloten omdat het seizoen nog niet begonnen is.

Een kwartiertje verderop gaan we opnieuw een ‘betaald-parkeren parkeerplaats’ op omdat we bij het Russisch-Georgisch vriendschapsmonument zijn aangekomen. Klinkt eigenlijk wel een beetje vreemd in deze tijd, een vriendschapsmonument waar het woord Russisch in voorkomt. Het monument stamt uit 1983 dus dat is al weer een eeuwigheid geleden.

De omgeving is hier schitterend. We kunnen in de verte de eerste besneeuwde toppen al zien. We blijven even hangen in de buurt van het monument en verwennen onszelf met een warm bakje thee. Lekker om je even mee op te warmen terwijl je geniet van dit uitzicht.

Het laatste stukje weg naar Stepantsminda is in slechte staat. Ze zijn druk bezig om een nieuwe asfaltlaag aan te brengen. Misschien kunnen we daar op de terugweg al plezier van hebben.
In Stepantsminda gaan we eerst naar ons hotel. We laden onze spullen uit en omdat het prachtig weer is willen we gelijk naar de Drievuldigheidskerk gaan. Bij de afslag naar deze kerk worden we echter aangehouden door een strenge meneer. Hij vertelt ons dat we onze auto niet omhoog kunnen omdat de weg te slecht is. We kunnen met z’n tweeën voor 80 lari wel met een geschiktere auto omhoog gebracht worden………. We vermoeden dat dit een duister taxi-zwendeltje is, dus keren we om naar Stepantsminda. Later horen we bij de Tourist Information dat een Prius echt niet geschikt is voor die weg.

Diezelfde vriendelijke man bij de Tourist Information geeft ons wat goede tips over de mogelijkheden in dit gebied en met die informatie in de rugzak gaan we op zoek naar een terrasje.
Bij hotel Stancia vinden we een mooi plekje op het buitenterras met uitzicht op de besneeuwde hellingen van Mt. Kazbek. Het voelt een beetje als op wintersport, maar dan zonder de pullen bier.

Rond vijven gaan we met de auto weer terug naar het hotel en nemen we nog een bakkie thee op de veranda voor het hotel. We zitten opnieuw met onze bakkus in de zon en bedenken ons dat we helemaal niet gesmeerd hebben. Straks toch maar op zoek naar het tubetje zonnebrandcreme.

Als we ‘s-avonds naar het centrum van Stepantsminda wandelen, hebben we ons inmiddels warmer gekleed. De temperatuur daalt hard nu de zon achter de bergen verdwijnt. Het is niet makkelijk een leuk restaurant te vinden. Veel zaken zijn dicht of zien er op z’n minst verlaten uit. We kiezen daarom nog maar een keertje voor Stancia omdat we de menukaart vanmiddag al gezien hebben en die kon onze goedkeuring wel wegdragen.
We bestellen twee stoofpotjes met een stukje maisbrood en het smaakt heerlijk.

Woensdag 12 oktober 2022

De lucht is strak blauw dus een goede dag om de Heilige Drievuldigheid Tsminda Sameba kerk te bezoeken. Voor de ongelovigen onder ons: de Heilige Drie-eenheid, Drievuldigheid of Triniteit is de theologische opvatting in het christendom dat er één God bestaat in drie goddelijke entiteiten: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Vandaar ook de hoofdletter! Dat je het maar weet.
Naar de kerk is een klimmetje van zo’n anderhalf uur en daarom gaan we dit keer voor het uitgebreide ontbijtbuffet bij Stancia. We laden ons goed vol en wandelen dan via het dorpje Gergeti naar het begin van de klim.

Het is geen goed bereid wandelpad dat omhoog gaat. We moeten soms alle zeilen bijzetten om rotsen te passeren en glijpartijen te voorkomen, maar de uitzichten maken alles goed. We blijven regelmatig staan om even van het landschap om ons heen te genieten (en uit te rusten natuurlijk). We halen andere wandelaars in, dus met het tempo zit het wel goed. Na ruim een uur zien we voor het eerst de besneeuwde top van Mt. Kazbek opdoemen en dat geeft de burger moed. We klauteren nog een half uurtje verder, passeren onderweg nog wat paarden die het paadje blokkeren en dan staan we eindelijk bij het kerkje met het mooiste uitzicht van Georgie.

Na zoveel inspanning is het wel een klein beetje teleurstellend om zoveel opgedofte toeristen op hoge hakken hier rond te zien lopen. Helaas kun je hier ook met een bus komen.
Omdat het ons een beetje te druk is bij het kerkje lopen we een klein paadje achter de kerk af om een beetje in rust te kunnen genieten van het uitzicht. Eigenlijk gaat het hier ook helemaal niet om het kerkje; dat is eigenlijk niet zo bijzonder. De achtergrond is waar je mond van open valt. We blijven hier even zitten tot we het wat rustiger zien worden bij het kerkje en lopen dan weer terug voor ons kerkbezoek.

Zoals gezegd, het kerkje is niet zo bijzonder, we hebben mooiere kerken gezien in Georgie maar nu het hier wat rustiger is kunnen we zeker genieten van deze idyllische plek op 2200 meter hoogte. Het complex is in de 14e eeuw gebouwd en is een symbool van Georgie geworden vanwege de ligging en dat snappen we. We gaan in gepaste kledij de kerk nog even in en branden een paar kaarsjes.

Als we het kerkje weer uit komen blijken we de enigen te zijn en dat moment moeten we natuurlijk gebruiken voor de perfecte foto. We blijven nog even boven hangen tot de volgende buslading weer wordt uitgekotst en dat is voor ons het juiste moment om weer aan de afdaling naar Stepantsminda te beginnen.

We wilden niet over hetzelfde pad naar beneden dus bedachten we dat we de weg wel konden volgen. Daar kunnen dan misschien geen auto’s meer overheen, maar te voet zal toch geen probleem zijn.
Op een paar honderd meter van de kerk kijken we toch nog een keer (of wat) achterom en we kunnen het niet laten om vanaf deze plek toch ook een paar foto’s te maken.

We volgen de geasfalteerde weg een stukje naar beneden en gaan ook voorbij de grote betonblokken die moeten voorkomen dat auto’s naar beneden rijden. De weg wordt steeds slechter en verderop zijn ze zelfs bezig met wegwerkzaamheden. We zien een andere kerkganger die voor ons loopt en blijkbaar hetzelfde idee had als wij teruggestuurd worden door de werklui. Daar gaat ons goede plan.
We keren om en zien een busje met toeristen aankomen die via de tijdelijke route naar beneden zullen gaan. Diana houdt het busje aan en vraagt of we met ze mee naar beneden kunnen. Er zijn gelukkig nog een paar plekjes vrij in het busje dus we kunnen instappen. Het busje is gevuld met een groepje Poolse toeristen die ook een rondje aan het maken zijn in Georgië.
Na het korte ritje over het zandpad weten we nu zeker dat we dit in onze Prius niet overleefd hadden.

De Polen gaan naar de Gveleti waterval en daar willen wij ook nog naar toe. Ze nodigen ons uit om gelijk mee te rijden, maar wij bedanken vriendelijk want wij willen eerst een hapje eten.
Het is inmiddels 13:00 uur geweest. We lopen bij Stancia naar binnen en bestellen een pizza. Dat hebben we wel verdiend na al die inspanning.

Na de lunch halen we de auto op bij het hotel en gaan we richting de Russische grens. Op het programma staan het Dariali klooster en de eerder genoemde Gveleti waterval.
Ook nu weer kijken we onze ogen uit. We rijden door de Dariali kloof die van Stepantsminda tot de Russische grens loopt. Diep beneden ons stroomt de Terek rivier. De bergen om ons heen zijn schitterend; kleurrijk, maar ruig en onherbergzaam. Je blijft er naar kijken, maar het is ook wel verstandig om op de weg te blijven kijken want het wegdek is erg slecht. Op sommige plekken zitten gaten waar je voorwiel in zou verdwijnen.
We moeten door een tunnel zonder verlichting en het wegdek is een bergketen op zich; levensgevaarlijk! Na een tweede tunnel (van veel betere kwaliteit) zien we een enorme rij vrachtwagens staan. Het blijkt de rij voor de grensovergang naar Rusland te zijn.

Achter de rij vrachtwagens zien we het klooster liggen. We flitsen tussen twee stilstaande vrachtwagens door en rijden de parkeerplaats bij het klooster op. Het klooster is enorm en ziet er nieuw uit, alsof het net door een Chinese aannemer is opgeleverd. Later lezen we dat de bouw in 2005 is begonnen, dat het eerste deel in 2011 is opgeleverd en dat het klooster nog verder uitgebreid gaat worden. We gaan niet verder dan de parkeerplaats. Hopelijk maakt de waterval meer indruk.

Het is maar een klein stukkie terug naar het plaatsje Gveleti waar de gelijknamige waterval bergen toeristen trekt. We parkeren de auto op een grasveldje dat als parkeerplaats dienst doet en gaan op pad. Gveleti betekent overigens ‘plek met slangen’ dus een beetje opletten kan geen kwaad.
Net als we van de parkeerplaats af lopen komt het busje met Polen naar beneden stuiteren. We groeten ze en de gids van de Polen vraagt of we mee willen naar de Truso Vallei, de grapjas.
Volgens de boeken is het maar een half uurtje naar de waterval, maar dan gaan ze er vanuit dat je zo’n ‘Pools’ busje hebt dat over een zandpad met bulten en gaten kan rijden. Wij moeten dit eerste stuk lopen dus het zal ons wat meer tijd kosten.
De wandeling gaat langs een klein stroompje en ook dit keer moeten we onze beste klim- en klautervaardigheden aanspreken.

We hebben ongeveer drie kwartier nodig om bij de waterval te komen. We waren even bang dat we onze poncho aan zouden moeten doen voor de waterdruppels die van zo’n donderende watermassa af kan komen, maar dat was niet nodig. Ok, het water kwam van een behoorlijke hoogte naar beneden, maar het is momenteel niet het juiste seizoen voor een wilde waterval.

We gaan via hetzelfde pad terug naar de parkeerplaats, starten de Prius en gaan op weg naar Stepantsminda. Onderweg ontwijken we de gaten in de weg en terug in Stepantsminda gaan we bij Stancia op een bankje voor het raam met uitzicht op Mt. Kazbek zitten. We zien dat de wolken deze 5047 meter hoge berg langzaam aan het zicht onttrekken, maar het biertje smaakt er niet minder om.

Donderdag 13 oktober 2022

Vandaag gaan we naar Juta voor een korte hike, maar niet voordat we het ontbijtbuffet van Stancia geplunderd hebben. We parkeren de auto voor het hotel en…………. zien dat een grote groep toeristen ons voor is. Jammer maar helaas, dan moeten we in Juta maar wat eten.
We rijden eerst naar het dorpje Sno om daar de beelden van enorme stenen hoofden te aanschouwen. Deze hoofden zijn gemaakt door de bekende Georgische beeldhouwer Merab Piranishvili en staan gewoon aan de kant van de weg, helemaal voor niets. Echt iets voor ons dus! Merab is in Sno geboren en wil dit gehucht op de toeristische kaart zetten en dat lijkt aardig te lukken. De hoofden beelden historisch belangrijke personen uit zoals Shota Rustaveli, Ilia Chavchavadze, Akaki Tsereteli en nog een paar. Herken je ze?

Zoals gezegd stelt Sno verder niet zoveel voor. Het mag niet eens een dorp heten want dan stel je je er nog teveel bij voor, maar er is wel een mooie uitkijktoren te bewonderen. Deze uitkijktoren stamt uit de 16e of 17e eeuw en was ooit onderdeel van een fort. Niet gek wat er allemaal te zien is in een gehucht van nog geen 150 inwoners.

Na Sno komen we nog door het dorpje Akhaltsikhe (niet te verwarren met Achaltsiche waar we later nog heen gaan) en dan begint de ellende: een onverharde weg in een Prius. De laatste 8 km is het een soort rally waarbij om enorme gaten in de weg geslingerd moet worden. De laatste 3 km wordt de weg dan nog een beetje smaller (oftewel: de afgrond komt dichterbij) en gaat het stijgingspercentage naar 10%. Een typisch gevalletje van ‘zweet in de bilnaad’.

Dat je dit nu leest betekent dat we het gehaald hebben. Om 10:15 uur zijn we in Juta en tot onze opluchting is er koffie en cake te krijgen. De man bij de parkeerplaats wijst ons de weg en als hij hoort dat we uit Nederland komen zegt hij ‘Sandra Roelofs, good!’. Zoals je wellicht weet is Sandra de Nederlandse vrouw van de Georgische ex-president Micheil Saakasjvili.
We gaan eerst maar even aan een tafeltje in een houten keet zitten en genieten van de heerlijke koffie (!) en dito cake.

Na dit mini-ontbijt zetten we ons schrap om weer een stukje te gaan klimmen. Het is vandaag niet zo’n prachtige dag als gisteren, maar een bleek zonnetje doet z’n best. De eerste paar honderd meter zijn belachelijk steil. Er probeert een andere toerist met een koffer op z’n nek naar boven te komen, maar het lijkt er op dat hij het nu al niet naar z’n zin heeft. Wij zijn licht bepakt dus vorderen gestaag, maar het valt niet mee op de vroege ochtend. Als we bij hotel Fifth Season zijn begint het pad een beetje af te vlakken en kunnen we even op adem komen.

Het doel van vandaag is het Chaukhi meer. Er is ons verteld dat het een rondje van zo’n 3 uur is (7 km). We zijn nog geen half uur op weg en hier is de natuur al adembenemend mooi. Toch gaan we maar op pad naar het meertje.
Onderweg maken we belachelijk veel foto’s waardoor we niet erg opschieten. Niet zo heel erg want het paadje stijgt behoorlijk dus we moeten regelmatig op adem komen. De besneeuwd hellingen van het Chaukhi massief, ook wel de Dolomieten van Georgië genoemd, komen langzaam dichterbij terwijl we links en rechts omgeven worden door groenige hellingen.

We vorderen gestaag door de Chaukhi vallei en komen weinig andere toeristen tegen. We volgen het Chaukhistskali riviertje en moeten het riviertje ook een paar keer oversteken. Rond 12:15 komen we dan bij een klein watervalletje wat het keerpunt van onze trek markeert. We rusten even uit, knabbelen aan een koekie en steken dan het riviertje nogmaals over. Door alle inspanning is de temperatuur zeer aangenaam, maar langs het riviertje zien we overal bevroren gras dus erg warm zal het hier niet zijn.

Een paar honderd meter verderop komen we bij het Chaukhi meer. Ook dit keer geldt weer dat het niet de bestemming is die er toe doet, maar de weg er naar toe. We lopen langs het meertje en beginnen dan aan de terugweg.

We komen aanzienlijk meer toeristen tegen dan op de heenweg. Waarschijnlijk hadden zij wel een hotel met ontbijt. Nu we van het bergmassief aflopen ziet de wereld er toch een beetje anders uit, maar zeker zo mooi!
Op de terugweg kijken we ook nog regelmatig over onze schouder naar het indrukwekkende bergmassief, maar op een gegeven moment is het filmrolletje toch vol.

Rond 13:00 uur zijn we terug bij hotel Fifth Season. Dit hotel doet een beetje denken aan een gezellige wintersport lokatie met hangmatten en kleurrijke kussens. In dit geval geen skiërs, maar hikers die onderuit hangen op loungesets.
Tussen de loungesets is een stel meiden (later horen we dat ze uit Thailand komen) druk bezig met het maken van foto’s in allerlei posities, daarbij gekleed in een soort schooltenue. Dat laatste was wel heel stoer want ik zou nu niet in een rokje buiten gaan staan.
Wij bestellen ondertussen onze lunch en terwijl we naar buiten kijken zien we dat de Thais meiden maar doorgaan met foto’s maken; groepsfoto’s, duootjes, spring-foto’s, het hele repertoire komt langs.

Om 13:30 uur beginnen we aan het laatste half uurtje naar beneden, naar de auto. Dit is echt het moeilijkste stuk van de hele trek, maar ook dit keer overleven we deze zwarte piste.
We kloppen de modder van onze schoenen en stappen in de auto, zwaaien dan nog een keer de parkeerplaatsbeheerder en beginnen aan de afdaling van de gaten-weg.
Om 14:45 uur laten we laatste gaten achter ons en rijden we weer op heerlijk glad asfalt.

Als we bij de E117 zijn gaan we niet rechtsaf naar Stepantsminda , maar gaan we linksaf richting de Truso vallei. Als deze vallei makkelijk bereikbaar is met de auto dan willen we ook daar nog wel wat rondneuzen. Op weg daar naartoe zien we een enorme rij vrachtwagens aan de kant van de weg geparkeerd staan. Het gaat niet om enkele tientallen vrachtwagens, maar de rij is minstens 6 km lang. Zijn er problemen bij de grens met Rusland?
Als we bij de afslag naar de Truso vallei aankomen zien we dat het net zo’n gaten-weg is als naar Juta en daar hebben we geen zin. We gaan terug naar Stepantsminda.

We zetten de auto bij het hotel en lopen dan naar het Rooms hotel. Diana had dit hotel op internet gevonden en dat zou een goed alternatief zijn voor het diner. Het hotel staat een paar honderd meter van ons eigen hotel, maar we moeten die paar honderd meter wel omhoog. Als we dichterbij komen zien we dat het een joekel van een hotel is en de parkeerplaats staat vol! Als we het hotel binnen willen gaan, wordt de deur voor ons geopend. Dat is een ander niveau dan wij normaal gesproken bezoeken.
We gaan op een paar dikke Engelse fauteuils zitten en genieten van het uitzicht. Het terras is fantastisch en enorm groot en wie zie we daar? Ja hoor daar staan ze wee te poseren: de Thaise meiden die we vanochtend in Juta zagen.

We besluiten om hier niet alleen ons sapje te nuttigen (halve liters), maar blijven ook voor het diner. Een heerlijke lobiani en minstens zo lekkere Georgische salade. Een heerlijke afsluiting van ons verblijf in Stepantsminda.

Vrijdag 14 oktober 2022

Ook zonder wekker zijn we op mooi tijd wakker. Even douchen, tandjes poetsen, de rugzakken weer volproppen en we zijn klaar om te gaan. Om 08:30 uur rijden we weg bij het hotel, nagezwaaid door de eigenaresse in joggingbroek.
Een paar minuten later draaien we de hoofdweg op en laten Stepantsminda achter ons. Deze 2-baansweg waar we over rijden wordt de Georgian Military Highway genoemd en gaat van de Russische grens (eigenlijk van Vladikavkaz in Rusland) tot 20 km voor Tbilisi. Deze weg is slechts 150 kilometer lang, maar het is een van de mooiste routes in Georgië. Dwars door het Kaukasusgebergte en het dal van de Aragvi-rivier.
In de 19e eeuw werd de weg door het Russische leger verbeterd nadat ze het oostelijke deel van Georgië hadden geannexeerd. Vandaar de naam ‘military highway’. De weg is al eeuwenlang een belangrijke handelsroute tussen beide landen, hoewel hij ook wel eens afgesloten is geweest vanwege grensconflicten.

Ook vandaag staan er weer kilometers lange rijen met vrachtwagens te wachten tot ze de grens met Rusland over mogen. Luka (van de huurauto) vertelt later dat de grens maar bepaalde tijden open is voor het vrachtverkeer (meestal ‘s-nachts). Het is een bijzonder gezicht al die kleurrijke vrachtwagens aan de kant van de weg en al helemaal omdat op veel vrachtwagens nog de oorspronkelijke Nederlandse, Belgische of Duitse bedrijfsnaam staat. De chauffeurs zullen het allemaal niet zo grappig vinden.

Iets voorbij het plaatsje Almasiani zien we iets van de Travertine Mineral Springs langs de kant van de weg. Het lijkt een beetje op de kalkterrassen van Pamukkale maar dan lopen er hier nog koeien overheen. We stoppen even kort voor een foto, maar maken er geen toeristisch uitstapje van.

Een paar kilometer verderop passeren we de Jvari pas. Dit is met 2379 meter het hoogste punt van deze weg. Dit hoogtepunt hebben we op de heenweg gemist, maar dat is niet zo vreemd als je ziet hoe het bijbehorende bordje eruit ziet.

We passeren het Georgisch-Russische vriendschapsmonument en rijden door naar het wintersportplaatsje Gudauri. We kijken nog een laatste keer achterom naar de besneeuwde bergen waar we een paar dagen van hebben genoten.

In Gudauri gaan we tanken en gooien we ook ons zelf vol want het ontbijt was er vanochtend bij ingeschoten. We gooien voor 40 lari in de tank en werken zelf voor nog eens 21 lari naar binnen.

Na dit voortreffelijke ontbijt bij de pomp gaan we weer op weg. We slingeren verder naar beneden en slingeren en passant ook langs de vrachtwagens die in slakkengang naar beneden gaan. We komen weer langs het Zhinvali stuweer en niet veel verder zetten we de auto even stil omdat we aan de andere kant van de Aragvi rivier een herder met honderden schapen zien lopen. We willen er een foto van maken, maar het is allemaal iets te ver weg. Op de foto zie je alleen maar vergeelde stipjes.

Opnieuw gaat het gas erop, maar niet voor lang want opeens moet het anker eruit. We zagen net wat schapen aan de andere kant van de rivier, nu steken er honderden schapen de weg over. Onze reis komt even tot stilstand maar een betere schapen-foto krijg je niet.
Jammer genoeg zijn de Georgiërs en Russen niet zo diervriendelijk en proberen ze met alle moeite tussen de kudde door te komen, toeterend en wild gebarend. Tja, daar zullen die schapen zich wat van aantrekken.

We komen steeds dichterbij Tbilisi en dus ook bij onze bestemming van de dag: Mtskheta. Het is vandaag nl. Dag van de kathedraal van Svétitskhovéli.
De kerken van Mtskheta zijn goede voorbeelden van middeleeuwse religieuze architectuur in de Kaukasus. De komst van het christendom leidde tot een intensieve bouwactiviteit om aan de eisen van de nieuwe religie te voldoen. Mtskheta was ooit de hoofdstad van Georgië, omdat de belangrijkste kathedraal van het land hier staat. Deze kathedraal, met de onuitspreekbare naam is een must-see in Mtskheta en dan is het nu ook nog eens feest; wie houdt daar niet van?
We rijden door het dorpje op zoek naar een parkeerplaats en vinden die uiteindelijk dichtbij de kathedraal.

Volgens de Gregoriaanse legende was er in de eerste eeuw een Georgische Jood, genaamd Elioz uit Mtskheta, aanwezig bij de kruisiging van Jezus in Jeruzalem. Elioz kocht Jezus’ Heilige tuniek van een Romeinse soldaat in Golgotha en bracht het terug naar Georgie. Eenmaal terug in zijn stad ontmoette Elioz zijn zus Sidonia (niet die van Suske en Wiske). Direct toen Sidonia de Heilige tuniek aantrok, stierf ze van de emoties door het heilige object. Het was niet mogelijk om de mantel van haar los te krijgen, dus werd ze ermee begraven. De plaats waar Sidonia is begraven met Christus’ mantel werd later onderdeel van de kathedraal waar wij nu staan. Mooi verhaal toch?

We lopen met de meute mee naar de kathedraal en zien dat er verbindingswagens staan geparkeerd. We komen misschien wel op de Georgische TV!
Via een poort komen we op het terrein rondom de kathedraal en het is daar een drukte van jewelste. Dit is wel een serieus belangrijk plekje vandaag. We nemen een strategische positie op het gras in zodat we alles goed kunnen overzien. Tussen al die mensen staan ook cameramensen met joekels van camera’s in de aanslag. We zijn benieuwd voor wie dat is.

We genieten van de drukte en het gedoe dat zo’n feestdag met zich meebrengt. De lokale bevolking die in hun mooiste kleren rondlopen en men in black met baarden die blijkbaar een belangrijke rol spelen in het kerkleven want de gewone man wil met ze op de foto, omhelst ze of kust zelfs hun hand.

Op een gegeven moment draaien alle hoofden naar de toegangspoort van het kerkterrein. Ook alle camera’s draaien die kant op. We proberen een glimp op te vangen van wat er binnenkomt, maar we zien alleen maar beveiligingspersoneel dat z’n best doet iemand te beschermen. De VIP is te klein om te zien, maar op de foto is net te zien dat het een kerkelijke hoogheid moet zijn geweest.

We laten het feestgedruis even voor wat het is en lopen achter een horde mensen aan die een bezoekje brengen aan het Samtavro-klooster in het centrum van Mtskheta. De mensen gaan een kerkje bij het klooster in en zoals we al veel gezien hebben worden er kaarsjes gebrand en fotolijstje met afbeeldingen van heiligen gekust. Wij laten dat laatste even aan ons voorbij gaan. Het lijkt er wel op dat 14 oktober door de lokale bevolking wordt gebruikt om de schade in te halen.

Vanaf het plein in Mtskheta zie je een klein koepelkerkje op de berg voor je. Dit kerkje dat gebouwd is in de zesde eeuw, is het religieus belangrijke Jvari klooster. Dat wordt onze volgende bestemming als we de auto kunnen terugvinden. Voor de zekerheid lopen we dezelfde weg terug; we volgen de broodkruimels. Bij de kathedraal met de moeilijke naam maken we nog een laatste ronde en daarna nemen we nog een hapje en een drankje zodat niet alleen de geestelijke mens maar ook de inwendige mens tevreden is.

De auto hebben we snel gevonden, waarna we ons mengen in het drukke verkeer in Mtskheta. Het blijft uitkijken in het verkeer in Georgie want je weet nooit uit welke hoek een andere auto probeert te ritsen. Na een minuut of tien zitten we weer op de snelweg en weer tien minuten later gaan we er alweer af. Dan nog vijf kilometer omhoog en dan zijn we op de overvolle parkeerplaats bij het klooster.
Voordat we het propvolle kerkje bij het klooster ingaan genieten we eerst even van het uitzicht. Je kijkt hier namelijk uit over Mtskheta en de samenvloeiing van de rivieren Koera en Aragvi. Alleen dit al is het halfuurtje extra rijden zeker waard!

Het kerkje is niet heel bijzonder maar ook hier lijkt de regel: hoe meer foto’s gekust hoe vromer en is zwarte kleding een pré. We kijken heel even naar de verschillende menselijke ritueeltjes en gaan dan weer terug naar de auto voor de laatste 25 km naar Tbilisi.

De vroeg vrijdagmiddag-file kennen ze hier gelukkig niet. We waren even bang dat die laatste kilometers veel tijd zouden kosten, maar dat viel donders mee. Het is rondom Tbilisi nog meer uitkijken voor mafkezen op de weg, maar zonder kleerscheuren of autoschade rijden we de straat bij het hotel in. Als we bijna bij het hotel zijn komt Luka daar ook net aanlopen.
We parkeren de auto, geven de sleutel aan Luka en vertellen hoe fantastisch we het hebben gehad. Dan checken we opnieuw in bij ons hotel in Tbilisi en gooien de bagage op de kamer. Tijd voor een drankje!

Zaterdag 15 oktober 2022

Toen we de gordijnen open trokken zag het er allemaal wat minder florisant uit dan de voorgaande dagen. De lucht was grijs en er was geen uitzicht op verbetering. We schakelden daarom maar een tandje lager en gingen er eens goed voor zitten (aan de ontbijttafel). Hoewel we hadden voorgenomen de ontbijtgerechten te delen omdat het allemaal veel te veel is, gooien we dat voornemen deze keer nog overboord. We hebben nu alle tijd voor de heerlijke gerechten.

We gaan pas om 10:15 uur de straat op, een nieuw record voor ons. Het druppelt heel licht, maar dat weerhoudt ons niet om vanochtend een bezoekje te brengen aan de vlooienmarkt in de buurt van de Saarbrücken(!) brug.
Het is een half uurtje lopen naar de vlooienmarkt, maar ondanks onze late start is er nog niet veel te doen. Waarschijnlijk hebben de standhouders er met dit weer ook niet zoveel zin in. We maken een rondje over de vlooienmarkt en er zijn toch wel wat bijzonder dingen te koop: oude Russische camera’s, munten, medailles, antieke gasmaskers en heel veel keukengerei. We neuzen een beetje bij de stalletjes maar er is niets voor ons bij.

Het klaart een beetje op dus na een kopje koffie bij Daphna besluiten we naar Fabrika te lopen. We gaan kris-kras door de wijk aan de andere kant van de Saarbrücken brug en het is duidelijk dat niet alles in Tbilisi even goed onderhouden wordt. Na een kwartier zijn we bij de oude naaifabriek uit de Russische tijd die nu dienst doet als hostel. Het gebouw (en eigenlijk de hele wijk) zit onder de graffiti. 30 jaar geleden zouden we misschien overwogen hebben om hier te slapen, maar op deze leeftijd lopen we er alleen omheen.

We lopen weer richting de Saarbrücken brug in de hoop dat er wat meer te doen is bij de vlooienmarkt. Het begint dan helaas wat harder te regenen en als we bijna bij de brug zijn duiken we het Moxy hotel in om daar wat te drinken en dit buitje af te wachten.

Na een half uurtje is het weer droog en vervolgen we onze weg. Omdat verschillende websites aangeven dat het vanmiddag iets beter wordt besluiten we met de funicular naar het pretpark boven de wijk Mtatsminda te gaan.
Als we langs de Tbilisi Mall komen kunnen we de verleiding niet weerstaan en gaan we daar even naar binnen. We kijken onze ogen uit, 6 verdiepingen met allemaal merkwinkels. We gaan een paar winkels binnen, maar voor de prijzen hoef je het niet te doen. De merkartikelen zijn duur, maar misschien komt dat door de slechte koers van de euro.

Niet ver van het winkelcentrum is de opstapplek van de funicular naar het pretpark van Mtatsminda, We dachten met onze metrokaart te kunnen instappen, maar dat viel tegen. Je koopt eerst een ander pasje, laat daar tegoed opzetten en vervolgens haalt een andere medewerker jouw pasje door een apparaat en mag je naar de funcicular. Wat nou het voordeel is van het gebruik van dit pasje ontgaat ons.

Het ritje met de funicular duurt iets meer dan 5 minuten en dan sta je bij een te fout pretpark. Knullige attracties met enorme nep-dinosaurussen, een schiettent, souvenirwinkeltjes, eettentjes, een vage glijbaan, veel attracties die buiten werking waren een enorm reuzenrad dat wel deed wat het moet doen: ronddraaien.
Bij het pretpark staat ook de tv-toren van Tbilisi, maar die ziet er zo verwaarloosd uit dat we niet eens durven vragen of je naar boven kan. Al met al een groot succes.

Na een rondje pretpark gaan we even het bijbehorende restaurant in. Er hangt een lucht waar je oliebollen in kunt bakken en dat is ook precies wat hier gebeurt. Die oliebol heet hier een ponchiki en het is eigenlijk meer een Berliner bol. Om te voorkomen dat we de lucht niet meer uit onze kleren krijgen gaan we snel weer op pad,.

We hebben inmiddels gemerkt dat het in Georgie heel gebruikelijk is om de je huwelijksreportage op straat en zelfs tussen het verkeer te maken, maar we weten nu dat je ook kunt trouwen op een pretpark (en wat voor eentje). Als we het restaurant uitlopen zien we een bruidje met haar bruidegom de hoofdrol spelen in hun bruidsreportage. Ze pakken dat best professioneel aan: fotograaf, videoman en zelf een manneke die alles met een drone vastlegt. Als al die reportages dan klaar zijn dan stelt het bruidspaar zich op voor een pad dat naar een klein gebouwtje gaat met daarop in zilverkleurige letters wedding hall. Dan galmt een honneymoonquiz-achtig deuntje uit een speaker en schrijdt het bruidspaar naar dat hok met de zilveren letters. Wie wil nou niet zo trouwen?

Iets verderop zien we dat een ander bruidspaar zich ook voorbereid op het scenario zoals net beschreven, maar zij laten er nog een volksdans met familie en vrienden aan vooraf gaan. Hier galmt een folkloristisch deuntje uit de speakers en het hele gezelschap beweegt zich in een kring rond. Ook in Georgië hebben ze dan een irritant familielid die het nodig vindt om de af en toe dwars door het kring-gebeuren heen te lopen, maar het mag de pret niet drukken!

Na al dit feestgedruis is het weer tijd om naar beneden te gaan. We doen dat niet met de funicular maar nemen de benenwagen. Op deze manier kunnen we onderweg nl. een bezoekje brengen aan het Mtatsminda Pantheon, een begraafplaats voor de bekende Georgiër (zelfs de moeder van Stalin ligt hier begraven).
We hebben een half uurtje nodig voor de glibberige afdaling, maar het is de moeite waard.
Op de begraafplaats is een klein kerkje waar net een dienst plaatsvindt. We gaan even naar binnen een ademenen de sfeer. De dienst gaat gepaard met gezang en de akoestiek in het kerkje is fantastisch.
We maken een rondje over de besloten begraafplaats. Aan de graven is te zien dat kosten noch moeite zijn gespaard en dat daar genoeg geld voor was.

We hebben nog een half uurtje nodig om weer in downtown Tbilisi te komen en lopen gelijk door naar het hotel voor een sanitaire stop.
We checken even de mail en gaan dan op pad naar het restauranten-straatje dicht bij ons hotel: Erekle II. We gaan op het terras bij Kala zitten. Omdat het ontbijt z’n werk nog steeds doet, delen we een lokale maaltijd en als het gerechtje wordt opgediend gaat het steeds harder regenen.

Zondag 16 oktober 2022

Zondagochtend in Tbilisi, tja wat doe je dan? Natuurlijk eerst dat veel te uitgebreide ontbijt naar binnen werken, maar omdat we taal niet goed machtig zijn slaan we de kerkdienst over.
Het is nog steeds een beetje druilerig; grijze luchten en af en toe een druppel regen. Precies het juiste weertype voor een museumpje.
We gaan naar de Rustaveli Avenue want daar zijn de museums te vinden.

Het is droog en 17 graden als we hotel verlaten en dat is best wel aangenaam. We lopen een alternatieve route door de wijk bij de oude stadsmuur. Het schilderwerk kan wel een likje verf gebruiken en het straatwerk heeft ook betere tijden gekend, maar je kunt nog wel zien dat deze wijk enige allure heeft gehad.

We lopen dit keer aan de andere kant van de Rustaveli Avenue en de gebouwen lijken nu nog indrukwekkender. We komen langs het Georgisch Nationaal Museum, de Parlementaire Bibliotheek, de National Gallery, het Opera en Ballet Theater en als laatste het MoMA, het Museum of Modern Arts en dat is het museum waar wij naar binnen gaan.

In het MoMA is een tijdelijke expositie van foto’s over Italie. We lopen langs de enorme hoeveelheid foto’s en herkennen een aantal dingen die wij vorig jaar nog gezien hebben. De foto expositie is mooi, maar daar komen wij niet voor. Het MoMA heeft nl. een grote collectie van de Georgische kunstenaar Zurab Tsereteli in huis. Op dit moment is er zelfs een speciale expositie van hem die gaat over Charlie Chaplin in Tbilisi. Dit is een serie schilderijen waar Charlie Chaplin aan de dagelijkse dingen van Tbilisi deelneemt.

Op de 1e verdieping van het museum hangt de enorme collectie kleurrijke schilderijen en het is maar goed dat Charlie zo’n herkenbaar snorretje heeft want anders hadden we hem zeker niet herkend. Zurab heeft zoals alle kunstenaars een geheel eigen stijl en als je die eenmaal gezien hebt is het heel goed te herkennen.

Tussen de schilderijen staan ook wat beelden van de hand van Zurab. Aan die beelden heeft hij zijn bekendheid eigenlijk te danken. Zijn beelden zijn van het formaat ‘larger than life’ en ook van Charlie heeft hij een enorm bronzen beeld gemaakt.

Na een rondje ‘Charlie in Tbilisi’ gaan we een verdieping hoger om nog een paar van zijn beelden te zien. Hij heeft een paar beroemde collega’s in XXL uitgevoerd. In een kringetje staan o.a. Picasso en Van Gogh en dat is best een fotootje waard.

Op het buitenterrein van het museum vinden we dan nog de ‘Apple of love’, ook van de hand van Tsereteli. Een 9 meter hoge appel waar je naar binnen kan gaan en waar de binnenwand is versierd met, zoals hij zegt: ‘myths of people of the world’. Wij vonden dat het wel wat weg had van de Karmasutra, maar oordeel zelf.

Na het bezoekje aan dit museum zijn we wel van mening dat de naam veranderd moet worden in MoMAoZT (Museum of Modern Arts of Zurab Tsereteli), maar daar gaan we niet over. Wij lopen iets terug naar het Museum of Fine Arts omdat ze daar een gezellig restaurantje hebben en wij wel zin in een bakkie koffie.

Het is inmiddels 13:30 uur en omdat het nog steeds droog is besluiten we maar door te lopen naar de Meidan bazaar aan het Gorgasali-plein, in de wijk Kala in het oude gedeelte van de stad. In het verleden was het gebied een belangrijke handelsmarkt aan de Zijderoute waar kooplieden uit nabijgelegen landen samenkwamen om hun goederen te verkopen. Tegenwoordig is er alleen nog een ondergronds gedeelte van de bazaar over die vooral gericht is op de vele toeristen. Het is een sfeervolle kelder die je niet mag missen als je hier in de buurt bent.

We lopen via de Sioni kathedraal naar de Erekle II straat en kopen onderweg nog een klein souveniertje bij de evangelische boekhandel (het is niet voor niets zondag). Ook vandaag valt weer op hoeveel sympathie er is voor de Oekraïners. Overal hangen geel-blauwe vlaggen en bij sommige restaurants of winkeltjes staat in duidelijke taal hoe er over de Russen en Poetin gedacht wordt.

We nemen een bakkie thee met appelgebak en ijs bij restaurant Kala en lopen daarna terug naar het hotel waar we even wat zaken regelen voor de reisdag van morgen.
Als we ‘s-avonds naar Ribs & Puri lopen om de inwendige mens gerust te stellen is het nog steeds droog. Het weer is vandaag veel beter geweest dan ze voorspeld hadden.

Maandag 17 oktober 2022

Omdat de dame bij de receptie had gezegd dat je in de maandagochtendspits wel wat tijd moest uittrekken voor het ritje naar het treinstation zaten we weer als eersten aan het ontbijt. Even een omeletje met kaas, croissant met jam en een paar wafels naar binnen werken en wij zijn klaar voor de rit naar Batumi.

We laten een Uber (of een Yandex of een Bolt) bestellen en 10 minuten later zitten we in de auto naar het station. De drukte blijkt mee te vallen en een kwartier later staan wij al bij het treinstation. Het is zo’n onbenullig groot stationsgebouw dat heel wat moet lijken, maar eigenlijk helemaal geen uitstraling heeft.

We nemen de roltrap naar boven voor een bakje koffie, maar het lijkt erop dat hier de dag nog moet beginnen. Een kale ruimte met een paar tafeltjes en stoelen en de verlichting staat op duister. We gaan aan het raam zitten zodat we uitzicht hebben op het spoor en niet veel later zien we de trein binnen rollen.

We pakken onze spullen en lopen naar perron 1 waar de erg nieuw aandoende trein staat te wachten. We lopen naar treinstel 1, laten onze tickets en paspoorten aan de conducteur zien en gaan bovenin het rijtuig op zoek naar stoel 54 en 55.
We vinden onze stoelen helemaal voorin het rijtuig en zien dat we dit niet handig hebben gedaan. Twee banken tegenover elkaar waardoor je maar weinig beenruimte hebt.
De trein loopt snel vol en we treffen het wel weer met onze medereizigers. Tegenover zit een jong stel met een kat in reisbak en even later komt er naast ons een ander jong stel zitten die maar liefst drie katten in een reisbox hebben zitten. Laten we de allergietabletjes er maar vast bij pakken!

Het rijdend kattenasiel vertrekt mooi op tijd en we gaan er maar eens goed voor zitten (eigenlijk ook weer niet vanwege de beperkte beenruimte). De minder interessante buitenwijken van Tbilisi gaan aan ons voorbij en voor we het weten zitten we in het enorme landelijke gebied tussen Tbilisi en Kutaisi.
Tot onze opluchting gaat een ander voor een upgrade naar de 1e klasse en Diana schuift als de bliksem op de vrijgekomen stoelen. Dat zit een stuk beter!
Omdat deze trein geen restauratiewagen heeft knabbelen we wat uit eigen voorraad. We hebben nog een paar sesamkoekjes in de tas en daar doen we het maar mee. We houden de katten dan wel in de gaten want ze zouden kunnen denken dat we een stelletje parkieten zijn.

De trein zoeft hier niet met een constante snelheid over het spoor, maar de ene keer is het 25 km/u en dan weer 125 km/u. Het mag de pret niet drukken en het geeft ons bovendien alle gelegenheid om de gehuchtjes waar we langs komen te bewonderen. Eigenlijk is het vooral verwonderen, want het is ongelooflijk hoeveel oude meuk hier voorbij komt. Grote fabriekshallen (Russische tijd?) die verroest en half vergaan zijn, oude treinstellen (ook verroest) waar ze blijkbaar geen andere plek voor hebben en de veel voorkomende vierkante huisjes hebben ook betere tijden gekend (hoewel ze nog wel bewoond zijn). Het doet allemaal een een beetje grauw aan, maar dat komt zeker ook door het pak bewolking dat al de hele reis boven ons hangt.

We stoppen 3 keer om passagiers in- en uit te laden: Kutaisi International Airport, Ureki en Kobuleti en om 15:30 uur zien we dan voor het eerst de Zwarte Zee. Tot onze grote teleurstelling blijkt de Zwarte Zee echter helemaal niet zwart te zijn, maar gewoon blauw!
Batumi is de eindstop voor deze trein en we verlaten met alle medepassagiers de trein en gaan op jacht naar een taxichauffeur. In de praktijk werkt dat natuurlijk andersom; taxichauffeurs jagen op toeristen. Ook wij zijn aan de beurt. Een wat oudere taxichauffeur heeft ons in het vizier en laat niet meer los. Diana onderhandelt een goede ritprijs, maar je weet ook dat als ze niet vloekend weglopen dat je teveel betaalt. Het gaat om duppies en dat kunnen we wel lijden.
We stappen in de stinkende oude Mercedes van de chauffeur waarna hij ons toeterend en tierend naar het hotel brengt. Over het hotel zijn we te spreken: eind goed al goed!

De badplaats Batumi wordt wel de ‘parel van de Zwarte Zee’ genoemd. Het is de hoofdstad van de autonome republiek Adjara, in het zuiden van Georgië, dichtbij de Turkse grens. Dankzij het groeiende toerisme is Batumi inmiddels uitgegroeid tot de op een na grootste stad van Georgië.
We hebben onze bagage op de hotelkamer gegooid en gaan op pad voor een bakkie koffie. Om de hoek zit een Literair Cafe en daar bestellen we een koffie met gebak. Over de d’s en dt’s maken we ons minder druk.

Hoewel het al wat donkerder begint te worden willen we toch ook even over de boulevard slenteren. Snel een eerste blik werpen op de grote gebouwen en natuurlijk de zee. We maken een klein rondje en gaan dan bij restaurant Batumi Kaffee een hapje eten. De lokale gerechtjes smaken ons steeds beter.
Na dit maaltje lopen we terug naar het hotel en kijken naar de prachtig verlichte gebouwen. Daar gaan we morgen zeker meer van zien.