Tag archieven: Merlion

Maleisië, Brunei en Singapore 2

Dinsdag 23 september

Het is nog niet helemaal duidelijk of we vandaag het gewenste programma kunnen draaien. De tijden van trein en bus zijn niet helemaal duidelijk en bovendien is (de snelheid van) de trein onbetrouwbaar, maaaaaaar we gaan het ondervinden.

Al voor zevenen brengt Leong Ming Chee ons naar het treinstation van Tajung Aru. Daar worden we enthousiast ontvangen door een kleuterklas (of 2) die op schoolreisje gaat en die kinders zijn al goed wakker!
Wij kopen een treinkaartje bij het loket en gaan in afwachting van de trein op een van de metalen stoelen zitten.

Tegen kwart voor acht komt er een trein aanrijden waarvan wij denken dat het veewagens zijn, maar dat is niet het geval want we mogen instappen. We nemen plaats in een rijtuig zonder kindertjes en gaan er goed voor zitten (voor zover mogelijk). Een van de dames in onze coupe maakt een foto waar wij toevallig op staan. Leuk voor thuis! 

Hortend en stotend zet de trein zich in beweging, we zijn op tijd vertrokken. Het boemeltje lijkt maar niet op gang te komen en regelmatig worden we ingehaald door scooters.
We stoppen op een paar kleine stationnetjes en om negen uur zijn we in Papar waar de klasjes de trein verlaten.

Wij boemelen gezellig nog anderhalf uur verder en ondertussen genieten we van het uitzicht op de groene omgeving.

Rond kwart over tien zijn wij dan in Beaufort, een stoffig dorpje waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan. We zien houten huizen die niet zouden misstaan in een western-film en we worden nagekeken alsof we aliens zijn (en dat zijn we feitelijk ook).

Omdat we vanochtend zonder ontbijt zijn vertrokken gaan we op zoek naar een restaurant waar we een soort continental breakfast kunnen krijgen. Net als we de hoop hebben opgegeven zien we Tealive, een iets te modern restaurant voor dit gehucht, maar ze hebben er thee en een heerlijke toast met gebakken ei. 

Na deze opkikker gaan we weer terug naar het treinstation. Inmiddels is duidelijk geworden dat er geen aansluiting is tussen de trein naar Tenom en de bus naar KK dus er zit niets anders op dan terug te keren naar KK. De trein naar KK is inmiddels vertrokken dus die kunnen we ook wegstrepen. Omdat de bus pas over anderhalf gaat besluiten we een taxi te charteren.

De rit terug naar KK gaat een stuk sneller dan de heenweg en die eer komt de chauffeur toe. Vanwege zijn rijstijl heeft Diana al snel de gordel om gedaan. Het voelt alsof we aan een race deelnemen. Waar het kan gaat hij plankgas en hij weet het de andere weggebruikers steeds goed lastig te maken. Ingehaald worden kan hij slecht tegen (een beetje Max Malaysia). Het is een wonder dat we zonder (nieuwe) schade in KK aankomen. 

Op onze hotelkamer regelen we eerst de inreispapieren voor Brunei en willen dan gelijk de ferry naar Brunei boeken. Helaas blijkt betaling met onze creditcards niet mogelijk omdat het Nederlandse banken zijn!?! Dan maar weer naar de schrikkerige dame van de Tourist Office. We proberen het bij haar op de PC, maar dat lukt ook niet! Het alternatief is om met de bus naar Menumbok te gaan, daar met een speedboat over te steken naar Labuan en dan met een andere ferry naar Brunei te reizen. We hebben dus nog wel wat te regelen.

Dat gedoe maakt dorstig en we lopen naar een klein restaurantje voor een koel drankje. Naast dit restaurantje is het begin van het pad naar het uitkijkplateau boven KK dus daar kunnen we zo gelijk omhoog. Als ik dichterbij het eerste trapje kijk zie ik een touw waaraan een waarschuwing hangt: WARNING! STAY AWAY, NOT SAFE! Als ik de jongen van het restaurant ernaar vraag vertelt hij dat er een Zwitsers meisje ernstig gewond is geraakt toen ze is gevallen.
Nu hij toch lekker aan de kwebbel is vertelt hij ook dat er een krokodil (salty) is gespot bij Manukan Island en dat alle watersport wordt afgeraden! WTF!!! Wij gaan morgen duiken!!! We twijfelen nu of dat nog wel verstandig is.

Na de verfrissing gaan we met een Grab naar het uitzichtpunt, maar dat is geen spektakel. Het uitkijkplateau is gesloten, te hoge bomen blokkeren een deel van het uitzicht en bovendien zie je de zee en eilanden niet liggen. We zitten al weer snel in een Grab naar beneden waar we dan op zoek gaan naar een pinautomaat want de portemonnee wordt langzamerhand toch wat leger. 

De krokodil spookt nog steeds door ons hoofd, maar we gaan eerst een hapje eten, een heerlijk hapje bovendien: goulash stoofpot, typisch Maleisisch!
We hebben inmiddels heel wat mailtjes verstuurd, want er is best wat te regelen als we het programma omgooien. Andere vlucht, hotelovernachtingen aanpassen, inreispapieren Brunei aanpassen en dat kan de hele verdere reis doorwerken. 
Genietend van de malse stukjes rundvlees valt dan ineens het kwartje. De makkelijkste optie is om te gaan duiken in Brunei. Dagje minder in Borneo, dagje meer in Brunei, easy!

Woensdag 24 september

Door het krokodil-gedoe gaan we vandaag niet de zee op, maar gaan we richting Kinabalu National Park. Hiervoor moest wel het vakantie-record wekker zetten gebroken worden.
Ruimschoots voor zevenen staan we al op de parkeerplaats waar de mini-busjes en shared-taxi’s naar Ranau vertrekken.

Omdat het mini-busje niet vol lijkt te raken (en ze gaan pas weg als de bus vol is) gingen we al snel in onderhandeling met een taxichauffeur. We willen op tijd weg want het is toch 2 uur rijden naar het park.
Om kwart over zeven stappen we in en gaan we op weg. We delen de shared-taxi met een man die naar Ranau moet en dat drukt de kosten een beetje.

Al gauw merken we dat we weer een chauffeur hebben met een bijzondere rijstijl. Laten we maar zeggen dat het bij het land hoort.
Net als gisteren zien we ook dat er veel snelweg in aanbouw is. Helaas komt dat voor ons te laat en moet onze chauffeur regelmatig om de gaten in de weg heen manoeuvreren.
De wereld om ons heen wordt steeds groener, mooier en we zien Mt Kinabalu steeds dichterbij komen. Met nog een half uurtje te gaan stopt de chauffeur bij een uitzichtpunt waar we de berg voor het eerst in volle glorie zien liggen.

Mount Kinabalu (Gunung Kinabalu in het Maleis) is niet alleen de hoogste berg in Maleisië, het is ook de hoogste berg tussen de Himalaya en Nieuw Guinee. Met een hoogte van 4.095 meter is het de op twee na hoogste piek van een eiland op aarde en de 20e meest prominente berg ter wereld.

We worden vlak bij het visitors-centre eruit gegooid en lopen dan naar de ticket-office om de entree kaartjes te kopen. We krijgen er een kaart van de trails bij en kunnen weer op pad.
We lopen eerst de Mempening trail aan de oostkant van het park. We hebben dan wel ervaring opgedaan in Bako NP, het is hier toch net even anders. Bijna geen rotsen om overheen te klauteren, maar wel veel klimwerk met veel te hoge treden. Het groen is vergelijkbaar met het groen in Bako NP.

Het grootste verschil is de stevige wind die hier waait waardoor de warmte beter afgevoerd wordt. Dat maakt het lopen hier wat gemakkelijker maar toch hebben we ruim anderhalf uur nodig om de 2,5km af te leggen, dat is zeker geen nieuw record.

Iets verderop kunnen we dan kiezen uit 2 trails: Silau Silau trail en de Kiau View trail. We kiezen voor de laatste omdat in de beschrijving staat dat deze trail ‘fairly level’ is. We duiken het bos weer in en gaan op pad. Bijna 2 uur later weten we dat ‘fairly level’ wel heel relatief is en dat de naam Kiau View Trail moet worden gewijzigd in Kiau Trail. Er is op de hele route nl. maar één uitkijkpunt waar we met een beetje moeite tussen de bomen door een bergtopje kunnen zien en op een paar korte stukjes na bestaat de volledige trail uit klauterwerk. 

Onderweg worden we nog verrast met een bordje waarop staat ‘overhanging cliff’. Dat willen we zien! We glibberen en glijden het modderige zijpad af en met een beetje fantasie herkennen we een overhangende rots. We glibberen weer terug naar het hoofdpad en vervolgen onze klauterpartij. De natuur gaat niet vervelen en blijft prachtig. Regelmatig staan we stil om ervan te genieten en natuurlijk foto’s te maken. 

Vlak voordat we aan de laatste afdaling beginnen komen we een Nederlands stel tegen dat we ook al in Bako NP hebben gezien. Aan de ontplofte koppies te zien hebben ze het zwaar gehad tijdens de klim.
Met een laatste selfie nemen we afscheid van de Kiau View Trail en gaan we op zoek naar een lunchplek.

We zijn weer wat opgeknapt na de warme hap en besluiten er nog een laatste trail aan vast te knopen, een korte, dat wel. Het lusje van de Salie Salie Trail is ‘relatively’ makkelijk en de natuur bij deze trail is prachtig gevarieerd. Je hoeft dus eigenlijk niet zo moeilijk te doen om wat moois te zien en dat had de gids van een Nederlandse groep ANWB-toeristen die voor ons liep slim bekeken.

Tegen tweeën hebben we het kleine lusje voltooid en gaan we weer op weg naar de uitgang. We proberen nog wat perfecte plaatjes te schieten van Mt Kinabalu, maar dat is nog best lastig met de gebouwen die er voor staan. Als we even later bij het visitors centre aankomen zien we dat daar een speciale plek is ingeruimd voor die perfecte plaatjes.

Het is tijd voor de terugreis en dat is nog best een uitdaging. Grab heeft er geen zin in, waarschijnlijk omdat de afstand te groot is, het eerste busje dat we proberen aan te houden rijdt vrolijk door terwijl de chauffeur naar ons terug zwaaite en dan is er een hele tijd niets.
Gelukkig heeft Diana haar hand in de lucht gehouden want een grote gele bus gaat onverwacht in de remmen voor ons. We stappen in en nadat we wat van de rit(vraag)prijs af hebben gekregen kunnen de oogjes even dicht op de luxe stoelen.

Het noordelijke busstation is het eindstation en dat betekent dat we daar nog even vervoer moeten regelen naar ons hotel. Dat blijkt geen probleem te zijn, maar door het vastzittende verkeer duurt het wel even voordat we bij het hotel zijn.
Via deze Grab-chauffeur regelen we ook het vervoer voor morgen naar de ferry-haven van Menumbok want door ons gewijzigde reisschema kunnen we niet (alleen) met de ferry naar Brunei. We gaan eerst met een taxi naar Menumbok, daar pakken we een (speed)boot naar Labuan en gaan dan in 2 uurtjes met een ferry naar Brunei.

Donderdag 25 september

Vandaag is het tijd voor een troepenverplaatsing. Om 09:00 uur zal onze taxi voorrijden, maar eerst even een ontbijtje scoren. We lopen naar een restaurant om de hoek met de welsprekende naam Fook Yuen. Het is net zeven uur en het is er al stampvol. Wij bemachtigen een tafeltje buiten en Diana gaat in de rij voor het ontbijt. Op de meeste borden om ons heen liggen noedels evt. aangevuld met sate of ander vlees en een gebakken ei. Wij houden het ‘continental’ met een jus, een bak thee en wat toast. Die toast blijkt geen succes want het is toast met kaas en iets zoetigs. Daar maken we liever iemand anders blij mee.

Na dit bijzondere ontbijtje gaan we terug naar de kamer om de rugzakken in te pakken. Rond 08:00 uur snellen we nog even naar een favoriet restaurantje waar we snel een croissantje naar binnen werken. Je wilt toch niet met een lege maag op pad. Dan snel weer terug naar het hotel, rugzakken naar beneden en wachten.

Onze chauffeur komt 10 minuten voor negen aanrijden, da’s mooi op tijd. We laden alles in en gaan op pad in een glimmende, witte Perodua. De chauffeur had al ge-appt dat hij geen Engels spreekt dus we moeten er samen maar wat van maken……..en het was nog lang onrustig op de achterbank.

Na 2 uur en een kwartier worden we netjes afgezet bij de ferry-port van Menumbok, een plek waar je je kinderen ‘s-avonds niet laat spelen (denk ik). We lopen naar de ticket-office en zien dat de eerstvolgende boot om 12:30 uur gaat, een speedboot welteverstaan! We kopen 2 kaartjes voor het luttele bedrag van MYR34 en gaan dan bij een charmante eetgelegenheid een drankje doen. Er valt niet tegen de hitte in Maleisië aan te drinken, maar we doen ons best.

Na de bubbels gaan we op de metalen stoeltjes in de wachtruimte zitten in afwachting van de boot die ons naar Labuan moet brengen. Er wordt eerst nog een bootje uitgeladen, maar dan komt ons bootje aangevaren. Ook hier gaat alles heel soepel, op tijd boarden en dan snel naar de overkant.

Onderweg zien we een enorme hoeveelheid grote schepen op zee liggen en we tellen ook zomaar 4 olieplatforms dicht bij elkaar. De olie-industrie is nog niet helmaal afgeschreven.
Twintig minuten later gaan we alweer van boord en lopen we naar het volgende ticket office voor de overtocht naar Brunei.  Er is nog genoeg plek op de boot naar de Serasa ferry terminal dus we kunnen vandaag in ieder geval naar Brunei.

Omdat er op bij ferry terminal geen pinautomaat staat loop ik een stukje de stad in om geld te wisselen. Twee blokken verderop vind ik een ietwat louche uitziend kantoortje, maar de wisselkoers is goed.

We besluiten dan nog even een hapje te gaan eten zodat we wat aan de vissen kunnen voeren als we zeeziek worden. De noedels smaken zo-zo dus daar doe je de vissen ook geen plezier mee.
Na deze matige lunch nemen we wederom plaats in de wachtruimte bij de ferry terminal. Tegen half drie gaan de deuren open en lopen we weer naar de immigration. De bladzijden in ons paspoort raken aardig vol op deze manier. Na de stempel mogen we gelijk door naar de boot. Deze is een maatje groter dan de vorige, maar ook deze is slecht bezet. De zee is redelijk kalm dus geen feest voor de vissen. Na anderhalf uur zijn we in Brunei waar we weer een stempeltje krijgen.

Brunei of eigenlijk Negara Brunei Darussalam is een zeerijk dat ooit heel Borneo en een groot deel van de Filipijnen regeerde. Brunei is een absolute monarchie (in dit geval een sultanaat) en dat betekent dat de sultan altijd gelijk heeft! Het sultanaat is een erfelijke positie en de geschiedenis van het sultanaat van Brunei gaat terug tot de 14e eeuw. De 29e sultan van Brunei, Zijne Majesteit Sultan Haji Hassanal Bolkiah Mu’izzaddin Waddaulah, Sultan en Yang Di-Pertuan van Brunei Darussalam, is het staatshoofd en het hoofd van de regering van Brunei en hij is ook de premier.
De economie is geheel afhankelijk van de export van aardgas en aardolie. De productie van ruwe olie en gas is goed voor bijna 90% van het bnp. De opbrengsten worden goed besteed; gezondheidszorg en studie zijn gratis; olie, rijst en woningen worden gesubsidieerd.

Wij zijn op weg naar de hoofdstad Bandar Seri Begawan (ook wel Bandar of BSB) en deze bestaat eigenlijk uit twee delen, namelijk uit Bandar Seri Begawan en de historische wijk Kampong Ayer. BSB alleen heeft ongeveer 22.000 inwoners, maar samen met Kampong Ayer zijn dit er ongeveer 46.000. Het is de meest dichtbevolkte stad van Brunei en was al vanaf de 7e eeuw bewoond.

Het is nog minstens een half uur rijden naar ons hotel dus we gaan eerst op zoek naar een bus of taxi en je raadt het misschien al, daar doen ze hier niet aan. In deze uithoek van Brunei is niets te vinden. Diana vraagt iemand hoe dat hier werkt en deze man wil ons wel naar downtown Bandar Seri Begawan brengen voor B$30, maar Diana merkt aan een andere automobilist dat het misschien niet zo’n goed plan is.
Uiteindelijk lopen we terug naar de terminal en komt die laatste automobilist naast ons rijden en zegt hij dat hij het niet vertrouwd. We praten even met hem en dat zegt hij dat hij ons wel even naar het busstation iets verderop wil brengen. We proppen ons met bagage op de achterbank en een paar minuten later staan we op de plek die moet doorgaan voor een busstation.
Dan blijkt dat de laatste bus naar BSB al is vertrokken. De vriendelijke Indiase man biedt aan om ons bij de luchthaven af te zetten zodat we daar de bus kunnen nemen. Heel vriendelijk, dat slaan we niet af (en we hebben ook geen keus).
Na twintig minuten rijden in de oude Hyundai met versleten schokbrekers zijn we bij de luchthaven. Dan zegt de man dat hij ons wel helemaal naar het hotel brengt omdat het nog maar een paar minuten verder is. Hij zet ons uiteindelijk voor de deur van het hotel af en als we hem het bedrag dat de eerste persoon vroeg in de hand willen duwen wil hij daar niets van hebben (ondanks aandringen). Het was helemaal geen moeite en dat geld moesten we maar aan iemand geven die het hard nodig heeft! Bijzonder, dat kun je in Nederland bijna niet voorstellen.

We checken in bij ons centraal gelegen hotel en dan moet er eerst wat technisch gedoe plaatsvinden. Onze eSims voor Brunei werken niet en daarvoor zoek ik via de chat contact met Airalo. Na een minutenlange chat, waarbij ik meerdere screenprints van mijn instellingen heb moeten versturen, doet-ie-ut ineens weer! Ik had de hoop eigenlijk al opgegeven.

Om zeven uur uur gaan we dan nog even de straat op en de ontvangst is groots, de straten zijn verlicht, er is een soort braderie en ook de moskee is om door een ringetje te halen (of een lijstje).
Dit hadden wij niet verwacht, we zijn ontroerd! Hoe wisten ze dat wij vandaag zouden komen? In het originele programma stond Brunei pas op vrijdag op het programma.

De straten zijn al redelijk verlaten, maar dat is heel gebruikelijk in Brunei. Vanaf 20:00 uur is hier sowieso bijna alles gesloten dus dat wordt een paar dagen vroeg naar bed.

Vrijdag 26 september

Vandaag staat BSB op het programma en omdat het geen grote stad is hebben we geen haast. Na een heerlijk ontbijt gaan we rond negen uur de straat op. We lopen eerst naar de Sultan Omar Ali Saifuddin moskee want die willen we ook wel bij daglicht zien.
Ook overdag is het een indrukwekkend gebouw, maar er is veel aan gedaan om de moskee fotogeniek te maken. Vijvertje ervoor zodat je een mooi spiegelbeeld hebt, betonnen schip in de vijver staat ook leuk op de foto en 50 meter verderop een Instagram-lijst op het grasveld zodat je alles ook leuk kunt delen.

Als wij richting de hoofdingang van de moskee lopen is een groep Maleisische dames bezig met een groepsfoto te maken. Ze zien ons lopen en dan moeten wij natuurlijk met de dames op de foto. Wel begrijpelijk, daar wordt elke foto beter van.

Via de boulevard van Brunei lopen we naar de plek waar de bootjes liggen die je naar Kampong Ayer aan de overkant van de Brunei rivier kunnen brengen. Al snel heeft een kapitein ons in de gaten en vaart z’n bootje tegen een van de aanleg-trapjes zodat we makkelijk aan boord kunnen. We betalen de ferryman en scheuren naar de overkant.

Kampong Ayer heeft een geschiedenis die meer dan 1.000 jaar teruggaat. De stad is gesticht door Bajau-zeenomaden en groeide uit tot de hoofdstad en het centrum van het Bruneise Rijk, met tienduizenden inwoners in de 16e eeuw. De nederzetting werd door door de Italiaanse ontdekkingsreiziger Antonio Pigafetta in 1521 het ‘Venetië van het Oosten‘ genoemd en was eeuwenlang het kloppend hart van de regio, bekend om zijn vaardige ambachtslieden en bloeiende handel.
Door de Britse kolonisatie en modernisering in de 19e en 20e eeuw begon een langzame afname van de bevolking, hoewel het ‘dorp‘ vandaag de dag nog steeds bewoond wordt en een belangrijk cultureel erfgoed is.

We zijn binnen een minuut aan de overkant en lopen daar langs de huizen op palen. Het hout van de vlonderpaden dat de huizen verbindt is in slechte staat. Veel gaten, rotte balken en losliggende planken. We maken er geen lange wandeling van en na enkele tientallen meters gaan wij weer terug naar een stevigere steiger.
De kleine bootjes scheuren heen en weer tussen de paalwoningen en de overkant. Als bewoner van Kampong Ayer is dit de enige manier om boodschappen te doen.

Als we weer netje in BSB afgeleverd zijn en richting een koffiebar lopen, zien we dat street-art ook in BSB aanwezig is. Hier hebben ze de muurschildering laten doorlopen in de vloer, heel apart.  Het past allemaal maar net op de foto

In de koffiebar staat de airco aan en niet zo’n klein beetje ook. De overgang van buiten naar binnen is enorm. De warmte buiten hangt de hele dag als een klamme deken over de schouders en overal waar je naar binnen gaat is het onverantwoord koud. We kunnen alleen maar hopen dat we niet ziek worden.

Na de koffie gaan we het OV van BSB beproeven. We willen naar de Jame’ Asr Hassanil Bolkiah moskee en gaan op zoek naar de juiste bus. Bij de eerste bus lijkt het meteen raak, maar een paar tellen later horen we van een andere chauffeur dat we aan de overkant van de weg moeten instappen. Het duurt nog een paar warme minuten voordat de bus gaat rijden en al gauw zie ik dat we de verkeerde kant op gaan, maar niet te snel schreeuwen want we kennen z’n route niet. 

Niet veel later stopt hij bij Istana Nurul Iman, het enorme paleis van de sultan. De taalbarriere heeft z’n werk gedaan.
Een bezoekje aan het paleis is wel leuk, maar dan moet je er wel bij kunnen komen. De hekken bij dit paleis gaan helaas niet open; geen pottekijkers gewenst!

De volgende uitdaging is om terug naar BSB te komen. Normaal gesproken zouden we bij dezelfde bushalte gaan staan waar we eruit gekieperd zijn, maar de militair bij het hek merkt op dat het inmiddels 12:00 uur is en op de dag van het gebed gaat alles dan op slot en in Brunei betekent dat ook dat het land vrijwel tot stilstand komt. Winkels en restaurants gaan dicht, taxi’s rijden niet meer en ook de bussen staan stil.
Er zit eigenlijk maar 1 ding op: lopen! Het is 5km naar ons hotel en de hitte maakt dit kleine stukje tot een marathon. Na 2km weet Diana toch weer een man over te halen om ons naar BSB te rijden. Hoewel hij niet die kant op moet doet hij het graag. Alweer worden we uit de brand geholpen door een vreemde!

Het is een bizar gezicht die lege wegen. Van het ene op het andere moment lijkt alle verkeer verdwenen. De stoplichten werken nog wel. Het heeft iets sci-fi-achtigs. Zoiets hebben wij ook nog niet eerder meegemaakt.

We zien wel steeds meer mannen richting de moskee lopen. Sommige met een kleedje over de schouder. Wij volgen ze die kant op en nemen plaats op een stenen bankje bij de hoofdingang van de moskee. Het is een belangrijk iets dat vrijdaggebed, zoveel wordt hier wel duidelijk. Wegblijven is geen optie.

Rond 13:00 uur gaan we even terug naar het hotel want we moeten nog wat formulieren invullen voor de trip van zondag naar Ulu Temburong én we moeten nog geld pinnen. Als dat geregeld is gaan we een hapje eten en nadat de inwendige mens weer tevreden is gesteld trekken we de stoute schoenen aan en doen nog een poging om met de bus bij de Jame’ Asr Hassanil Bolkiah moskee te komen. Het motto: de aanhouder wint. 

Dit keer hebben we wat meer research gedaan en weten we zeker dat we de bruine bus nummer 20 moeten hebben. Als we net bij de bushalte staan komt deze bus aanrijden. Even aan de chauffeur vragen of hij bij de moskee stopt en hij knikt bevestigend (en we weten wat dat waard is). We nemen opnieuw plaats op de warme skai stoelen, maar gelukkig duurt het vertrek maar een paar zweetminuten. 

Dit keer gaan we in de goede richting volgens Google Maps en als in de buurt van de moskee willen uitstappen, maant de chauffeur ons weer te gaan zitten. Allemaal goed bedoeld want een paar minuten later stopt hij bij de bushalte op het terrein van de moskee. Dat scheelt weer een paar minuten lopen

De Jame’ Asr Hassanil Bolkiah moskee is vooral aan de buitenkant een hele andere moskee. Helemaal bekleed met mozaïek tegeltjes en marmer heeft deze moskee een hele andere uitstraling. Deze lijkt wat meer op de moskeeën die we in Iran hebben gezien. We lopen er omheen en maken veel te veel foto’s.

Om 15:30 uur lopen we terug naar de bushalte. De buschauffeur had gezegd dat we daar ook weer opgepikt zouden worden. Drie kwartier later gaan we er toch maar weer van uit dat we mekaar niet goed begrepen hebben en dan blijft er maar een optie over.
Diana zet haar zielige ogen op, pruilt haar lippen en binnen de kortste keren is het vervoer naar BSB geregeld. Een aardige man in een nog veel aardiger BMW brengt ons helemaal terug naar het hotel, we kunnen wel wennen aan deze aardige mensen.
Hij vertelt ons dat het openbaar vervoer en de taxi’s niet veel voorstelt in BSB en dat mede komt doordat de benzine prijs zo laag is. Je betaalt hier 53 Brunei-cent voor een liter, dat is ongeveer 35 eurocent!

We zijn zo langzamerhand uitgedroogd dus we lopen gelijk naar de foodmarket waar we een grote beker dorstlessende lemonjuice met mint en watermelonjuice met lyche bestellen. Dat hadden we even nodig! Eentje was niet niet genoeg dus we kieperen er snel nog een achteraan.

Even later besluiten we ook maar bij deze foodmarket wat te eten. We maken rondje langs alle stalletjes en kiezen voor een soort durum-achtig broodje, het smaakt voortreffelijk. Op straat eten is bijna altijd lekker(der) en leuker.

We stoppen nog even bij Coffee Bean voor een bak koffie en gaan dan terug naar het hotel om de duiktas voor morgen klaar te maken.

Zaterdag 27 september

Vandaag gaan we eens wat heel anders doen. Weg uit de klamme warmte in de stad, we gaan naar zee. Om 07:00 uur worden we opgehaald voor een paar duiken met duikschool Oceanic Quest. Dat betekent wel dat we extra vroeg aan het ontbijt moeten, maar dan is het ook lekker rustig.
Ruimschoots voor zevenen zitten we al in de ‘taxi’ van de duikschool. Het ritje gaat helemaal naar de ferry port waar we eergisteren zijn aangekomen. De duikschool zit daar om de hoek.

We vullen eerst de gezondheidsverklaring in en gaan dan de duikuitrusting passen. We krijgen een shorty aan en dan ben ik wel benieuwd wat de watertemperatuur is. Volgens Stenly, onze gids, is het water 29 graden. We moeten de duiklog er op na slaan, maar dit lijkt een record.

Alle equipement gaat in een grote tas en we lopen naar de auto die ons naar de boot brengt. Als ik de auto zie wil ik hard wegrennen. Er zit een groen wezen op op de voorstoel! ‘Mars attacks‘, denk ik, maar het blijkt een Chinese mede-duikster te zijn die zich met een dikke laag groene zonnecrème heeft ingesmeerd. Rare jongens die Chinezen!

We rijden naar de haven en zien dat onze boot op een steenworp van de ferry naar Labuan ligt. We zoeken een plekje aan boord en dat is met 3 duikers en 2 gidsen geen probleem, er is meer dan genoeg ruimte .

Het is een half uurtje varen naar onze eerste duikstek, The Oil Rig. Dit is een buiten gebruik gesteld olieplatform uit de jaren negentig dat over een gebied van 100 vierkante meter als een kunstmatig rif verspreid ligt. Na een korte briefing rollen we om 08:45 uur het water in en dalen we langs een touw af naar het onderste deel van het olieplatform op 18 meter.

Het zicht is maximaal 5m, dat hebben we wel veel beter gehad, maar met de visstand is niks mis. Een ongelooflijke hoeveelheid vis om ons heen. We zwemmen tussen de poten van het olieplatform en kijken onze ogen uit. Zoiets hebben we nog niet eerder meegemaakt. De duik duurt ongeveer drie kwartier, maar we hadden nog wel wat tijd kunnen doorbrengen tussen de tamme vissen.

Terug aan boord worden we gelijk voorzien van water, bananencake en een kop thee, goede service! Als iedereen weer aan boord is en de flessen zijn aangesloten voor de volgende duik, varen we naar de volgende duikplek. Op zo’n 10 minuten varen van het olieplatform ligt het wrak van de veerboot MV Bolkiah dat op de route Brunei-Labuan voer. De veerboot is in 1992 tot zinken gebracht door de marine van Brunei om als kunstmatig rif te gaan functioneren.

Nadat we hebben voldaan aan onze verplichte surface-interval krijgen we de briefing voor deze duik-site. Ook dit keer gaan we langs een touw naar beneden, maar gaan we wel wat dieper dan de vorige duik. Het zicht is onder de 20m niet al te best, maar naarmate we wat stijgen richting het daglicht wordt het beter. Ook hier weer een enorme hoeveelheid vis. Je zwemt af en toe midden in de school vis en ze lijken het nog gezellig te vinden ook! We kijken onze ogen uit en helaas moeten we na 40 minuten alweer naar boven.

Dit keer geen plakje cake, maar een volle lunchbox: noedels, ei, kipstukjes en pinda’s. Dat smaakt wel na 2 tanks droge lucht en het is bovendien een goede bodem voor de laatste duik van vandaag: Dolphin Wreck. Een groot, 3 verdiepingen hoog vrachtschip dat op 22m diepte ligt. Het schip transporteerde graniet toen het hier in slecht weer doormidden brak.

Om 12:00 uur plonsen we weer het water in laten we ons voor de laatste keer langs het touw naar beneden glijden. Stenly neemt ons mee het schip in. Via een achterdeurtje gaan we een donkere ruimte waar we zo goed mogelijk doorheen manoeuvreren, omgeven door kleine vissen. Langs een verweerde trap gaan we dan naar het bovengelegen dek. Er wordt hier wel een beroep gedaan op onze duik-skills.

We zwemmen langs de reling van de boot en zien vrachtwagenbanden liggen die ooit de boot van de kade hebben gehouden. Overal worden we omgeven door grote scholen vis, maar we zien ook een paar specials: octopus, batfish, lion fish en ook nemo heeft een plekje gevonden op het schip.
Aan al het moois komt een eind, zo ook aan deze 3e duik. We maken de safety-stop aan het touw en kijken een laatste keer de donkere diepte in. We hebben nu al heimwee.

Terug op de boot worden de motoren gelijk gestart en varen we terug naar de haven waar al een auto klaar staat om ons naar de duikschool te brengen. Bij de duikschool liggen handdoeken klaar zodat we ons kunnen douchen. We hebben nog niet eerder meegemaakt dat het bij een duikschool zo goed verzorgd is. We stempelen onze duiklog, nemen afscheid van Stenly en laten ons terug brengen naar het hotel.

Nadat we onze spullen naar de kamer hebben gebracht lopen we naar de boulevard. We nemen een bakkie koffie en genieten van het uitzicht op Kampong Ayer. Het is opvallend hoeveel hardlopers we elke avond over de boulevard zien lopen. Sommige in lange broek en windjack hoewel het nog rond de dertig graden is. Voor een groot aantal van deze lopers is duidelijk te zien waaróm ze zijn gaan hardlopen.

We eten ‘s-avonds weer op straat en sluiten af met de gebruikelijke bak koffie. Ook morgen is het weer vroeg dag dus we maken het niet laat vanavond en dat lijkt voor de meeste inwoners van BSB dagelijkse kost te zijn.

Zondag 28 september

De chauffeur van Touroffice Freme haalt ons om 07:45 uur op bij het hotel voor de tour naar Ulu Temburong. We rijden in noordoostelijke richting en gaan via de Sultan Haji Omar Ali Saifuddien Bridge naar het oostelijk deel van Brunei. Brunei wordt in tweeën gedeeld door de Maleisische provincie Sarawak en het avontuur van vandaag speelt zich in het oostelijk deel af.
Deze brug die beide delen van het land met elkaar verbindt is het grootste infrastructurele project van Brunei. De brug is met een lengte van 30 kilometer de langste brug in Zuidoost-Azië en behoort tot de 20 langste bruggen ter wereld.

Aan de andere kant van de brug zien we de wereld om ons heen veranderen. Een dicht, ondoordringbaar regenwoud aan beide kanten van de weg. We zijn op de goede weg.
We gaan vandaag naar Ulu Temburong National Park, het eerste nationale park dat in Brunei werd opgericht. Het park heeft een oppervlakte van 550 vierkante kilometer en maakt deel uit van het Batu Apoi-bosreservaat. Het park bevat laaglandregenwoud en staat bekend als het ‘Groene Juweel van Brunei’.

We hebben een uur nodig om bij het resort van Freme te komen en daar ontmoeten we Avi onze gids voor vandaag. De groep wordt gecompleteerd door Jama, een Amerikaanse uit Californië.
We worden ontvangen met koffie en lokale zoetigheden en dan legt Avi uit hoe het programma eruit ziet.

Omdat er 2 grote groepen uit Taiwan komen wil ze met ons eerst de zip-line doen zodat we daarvoor straks niet in de rij hoeven te staan. Wij hadden eigenlijk helemaal niet gerekend op een zip-line maar vinden het best. Daarna zullen we met de longtailboot de rivier opgaan om na een uur en 1000 treden de boomtoppen in te gaan. 
We hijsen ons dus eerst in een kruis-tuigje en zetten een charmante helm op. Dan lopen we via een hangbrug naar de ander kant van de rivier, beklimmen daar een heuvel waar we gelanceerd zullen worden, terug naar de andere kant van de rivier. Inhaken en gaan!

Na deze enerverende activiteit lopen we naar de boten. Er wordt ons nogmaals verteld dat het water laag staat en dat we op sommige plekken zelfs zullen moeten uitstappen. Avi gaat met de Amerikaanse in de ene boot en wij in de andere. 

We merken al snel wat ze bedoelen met laag water. De schroef van de buitenboordmotor van de longtailboot schraapt af en toe over de rotsen op de rivierbodem. Op stukken waar het water nog geen 15 cm diep is, neemt de bootsman een aanloopje en haalt bij het ondiepste gedeelte dan snel de motor omhoog in de hoop dat we het diepere gedeelte halen waar hij dan snel de motor weer laat zakken. Onze chauffeur komt niet in de problemen, maar er zijn ander boten die ze met de hand door die ondiepe gedeelte moeten sleuren.

Dit gemartel met het ondiepe water is allemaal bijzaak want wij genieten vooral van het uitzicht op het regenwoud. Tijdens onze eerdere wandelingen liepen we tussen de bomen maar nu kijken we er al het ware van de buitenkant tegenaan en dat ziet er indrukwekkend uit. De tientallen meters hoge regenwoud-reuzen torenen hoog boven de rest van het groen uit. Alles omzoomd door de Temburong rivier. We kijken onze ogen uit en krijgen een stijve nek van hete omhoog kijken.

De flora is dus best in orde, de fauna stelt niet veel voor. We zien af en toe kleine zwarte, zwaluw-achtige vogel over het water scheren en dat was het wel. Er valt verder niets te spotten, zelfs geen langstaart makaak terwijl je die hier nog bij de C&A tegen kunt komen.

Na een goed uur zijn we dan bij de ingang van het National Park aangekomen. We stappen uit de boot en schrijven ons in bij de ‘administration’. 
Ons volgende doel is de canopy-walk, maar daar moeten we wel even 1000 treden voor beklimmen. Dat wordt geen lolletje met deze hitte. Eerst nog even een wiebelige hangbrug over de Belalong rivier nemen. De uitzichten vanaf de brug zijn prachtig.

Dan beginnen we aan de traptreden. Na een paar honderd traptreden maken we ons vooral zorgen over onze gids Avi, ze hijgt als een peerd en raakt steeds verder achterop. Dan doen wij het nog niet zo slecht! Weer een leuk feitje: met 61 jaar ben ik de oudste bezoeker van het park vandaag. 

Een paar honderd traptreden verder zien we het grote metalen gevaarte dan opdoemen. 400 meter lang en 60 meter hoog op het hoogste punt. Even mezelf wat moed inpraten en dan de smalle metalen trappetjes op. Checken of het gevaarte stevig staat en dan naar het volgende trappetje. De verschillende trap-torens worden verbonden door metalen bruggen. Bovenop de torens en bruggen heb je een fantastisch uitzicht over de boomtoppen van het regenwoud. Maar vooral niet naar beneden kijken want dan durf je geen pas meer te zetten.
Met bibberende beentjes ga ik verder en als ik na 400 meter in de laatste toren naar beneden ben geklommen,  is een zucht van verlichting op z’n plaats. Terug bij de rest stelde het natuurlijk niets voor, makkie, mooi uitzicht! Dit was het letterlijke hoogtepunt van deze tour en nu moeten we hetzelfde stuk weer terug. 1000 treden, hangbrug en dan weer de boot in. 

Na een paar minuten varen krijgen we dan even de gelegenheid een waterval te bezichtigen en kunnen we een pedicure behandeling ondergaan. We mogen alleen naar de waterval als we een zwemvest aandoen en een helm opzetten. 50 meter verderop vragen we ons af waar dat goed voor is want deze waterval legt het af tegen de waterval in Loenen. De pedicure is wel fijntjes. In de poel onderaan de waterval zitten visjes die je tenen van losse huidcellen ontdoen, kriebelig en lekker.

Het laatste stuk over de rivier gaat een stuk sneller omdat het stroomafwaarts gaat. De plekken waar het ondiep is worden met de stroom mee een stuk makkelijker genomen. Wij blijven maar foto’s maken terwijl we ons afvragen of deze grootsheid van natuur wel op de gevoelig plaat vast te leggen is.

Rond 13:30 uur zijn we terug bij de lodge van Freme waar ons een heerlijke en veel te uitgebreide lunch wordt voorgeschoteld. Na al die inspanning laten we het ons goed smaken! Als er niets meer bij past gaat Avi het vervoer voor de terugweg regelen. Om half drie rijden we dan terug naar BSB.
We hebben alledrie moeite met wakker blijven op de terugweg en dromen al over deze fantastische dag.
Rond half vier zijn we terug bij hotel en doen de rest van de dag niks meer, geen moskee, geen museum, we zijn mud!

Maandag 29 september

Gisteren een hete, zonnige dag, vandaag bewolkt en zelfs regendruppels. Komt dat goed uit, we hebben een reisdag.
Onze vlucht naar Singapore gaat pas om 12:00 uur dus we kunnen op ons gemakkie ontbijten.
Om kwart over negen bestellen we via het hotel een Dart en gaan we naar Lapangan Airport.

Het lijkt uitgestorven op de luchthaven, maar dat is ook niet zo gek met 3 vluchten op de hele ochtend. We checken in en maken dan ons laatste Brunei dollars op. Eerst een koffie bij Coffee Bean en na de douane iets zoetigs bij Starbucks.

We zien dat het vliegtuig vanuit Singapore mooi op tijd landt en drie kwartier later kunnen wij al boarden.
De service is fantastisch bij Singapore Airlines. Op deze korte vlucht krijgen we een heerlijke maaltijd geserveerd door de beeldig geklede stewardessen. De stewardessen lijken verdacht veel op elkaar, alsof ze gekloond zijn, dezelfde kapsels, dezelfde koppies en hetzelfde lange, slanke lichaam. 

Singapore is een stadstaat met een rijke en complexe geschiedenis. De stad werd oorspronkelijk bewoond door verschillende etnische groepen, waaronder de Malaiërs. In de 14e eeuw werd het een belangrijk handelscentrum, bekend als Temasek. De naam ‘Singapura’, wat ‘Leeuwenstad’ betekent, werd gegeven door de prins van Srivijaya, Sang Nila Utama.

In 1819 vestigde Sir Stamford Raffles een Britse handelspost in Singapore, wat leidde tot de oprichting van de haven als een vrijhaven. Dit trok veel immigranten aan, waaronder Chinezen, Indiërs en Arabieren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Singapore in 1942 door de Japanners bezet. De bezetting was een zware periode voor de bevolking, met veel leed en onderdrukking. Na de oorlog keerde de Britse controle terug, maar de roep om onafhankelijkheid groeide.

In 1959 verkreeg Singapore zelfbestuur en werd het een staat binnen het Britse Gemenebest. In 1963 sloot Singapore zich aan bij de Malaya, Sabah en Sarawak om de Federatie van Maleisië te vormen. Deze samenwerking was echter kortstondig, en in 1965 werd Singapore een onafhankelijke republiek.

Na de onafhankelijkheid onder leiding van premier Lee Kuan Yew, onderging Singapore een snelle economische ontwikkeling. Het land transformeerde van een kleine havenstad naar een wereldwijde financiële en handelscentrum. Singapore staat nu bekend om zijn sterke economie, moderne infrastructuur en diverse cultuur.

Binnen 2 uur zijn we in dat moderne Singapore en onze tassen komen als eerste de band oprollen. Misschien zijn het ook wel de enige tassen, want de meeste andere passagiers gaan door naar een andere bestemming.
We gaan soepeltjes door de elektronische douane en pakken gelijk de eerste bezienswaardigheid van Singapore mee: The Jewel. Een soort stortbui die door een gat in het dak naar beneden komt.

Dan nog even Singapore dollars pinnen en een Grab bestellen. Vijfentwintig minuten later checken we in bij ons hotel en nadat we de spullen op de kamer hebben gegooid lopen we naar Clarke Quey voor een drankje.
Dit gedeelte van Singapore staat bekend om het levendige karakter. Er zijn restaurants, bars en ‘s-avonds vaak live muziek. Bij de kleurrijke pakhuizen aan het water is altijd wat te zien.
We schrikken wel van de prijzen. Een biertje kost S$11 en dat is omgerekend bijna 8 Euro! Het is duidelijk een andere wereld dan Maleisië of Brunei.

Omdat het heerlijk weer is besluiten we gelijk een blokje om te gaan. De hoge gebouwen zijn enorm, een beetje New York maar toch anders. Af en toe staat er nog een blok oude woningen tussen al die glimmende nieuwbouw en natuurlijk is ook hier street-art te bewonderen.

We lopen langs de Singapore rivier en willen even bij Merlion kijken. Dit is een groot standbeeld van een kruising tussen een leeuw en een vis. Het is het nationale symbool van Singapore. 
Onderweg zien we dat de voorbereidingen voor de F1 van Singapore in volle gang zijn. Grote hekken worden om het stratencircuit geplaatst.

We zijn niet de enigen die vandaag een fotootje van de Merlion willen maken. Het is er gezellig druk. Vanaf deze kant van de rivier heb je een mooi uitzicht op het prachtige Marina Bay Sands hotel. Dit gebouw domineert de skyline van Singapore. Het lijkt alsof er op drie torens een schip is geplaatst.
Het is overigens geen lullig hotelletje. De goedkoopste kamer kost nu zo’n 1000 euro per nacht en er zijn 2561 kamers. Tel uit je winst, hoewel, de oorspronkelijke kosten van dit hotel bedroegen in 2010 5,6 miljard dollar! Dit jaar is er een uitbreiding gaande van 8 miljard dollar. Je moet dus wel wat kamertjes aan de man doen voordat je quite speelt.

We zijn nu niet ver van het andere icoon van de stad, Gardens by the Bay. We gaan naar het dichtstbijzijnde metrostation, schaffen de EZ-link kaart aan en reizen een tweetal stationnetje naar dit enorme stadspark. Hoogtepunt in dit stadspark is de Super Tree Grove. Grote kunstbomen waar planten tegenaan groeien. Heel apart en erg mooi, op bijna elke ansichtkaart van de stad zijn ze afgebeeld.

We gaan op een van de stenen bankjes onder een nepboom zitten en kijken hoe al dat volk met deze bomen op de foto gaat. Het is inmiddels 18:30 uur en we weten dat er om 19:45 uur een lichtshow wordt opgevoerd bij Super Tree Grove. Omdat we toch nergens meer heen moeten besluiten we daar op te wachten en het blijkt de moeite waard te zijn. Een flitsende sound and light show maakt deze super bomen nog bijzonderder.

Na de lichtshow springen we weer in de metro en gaan terug naar het hotel. In een van de ondergrondse gangen tussen de verschillende metrolijnen zijn meiden dansjes aan het oefenen. Deze gang heeft nl. allemaal spiegels en zo is het net een dansschool.