Tag archieven: Buddha Tooth Relic Temple

Maleisië, Brunei en Singapore 3

Dinsdag 30 september

Deze keer geen hotel incl. ontbijt dus dat brood moeten we op de straat zien te vinden. Heel veel ‘normale’ bakkertjes zijn hier niet te vinden. Wij komen bij een Chinees terecht. We bestellen een ontbijt-menu met toast, ei en thee. Wat kan daar mis mee gaan. Nou, om te beginnen zijn de eieren 1 minuut gekookt en daarna stuk geslagen dus die zwemmen nog door het schaaltje en de thee lijkt meer op een glas melk en dan ook nog met suiker. De toast smaakt voortreffelijk al vindt Diana dat er te veel boter op zit. Ik denk dat we hier morgen niet weer ontbijten.

Om het goed te maken halen we iets verderop een muesli-broodje bij de bakker en bij buurman Starbucks nemen we een lekkere bak koffie om alles weg te spoelen.
We lopen vandaag richting de Arabische wijk en de Indiase wijk en als het goed is kunnen we bij Golden Mile Tower bustickets voor de busreis naar Malakka op de kop tikken.

We wandelen langs de National Gallery die voor een groot deel aan het zicht is onttrokken vanwege schermen die zijn neergezet voor de F1-race van dit weekend. We gaan hier vandaag niet naar binnen, dat bewaren we voor een regenbui.
Op een steenworp van de National Gallery staat de St. Andrews kathedraal. Via een met spiegels overdekt trottoir lopen we er naartoe. We verrekken onze nek bijna om hier een fatsoenlijke foto te kunnen maken.

De witte kathedraal valt een beetje uit de toon tussen al die hoogbouw er omheen. We gaan het parmantige gebouwtje naar binnen en zien dat het redelijk sober is. Wat glas-in-lood, maar Michelangelo heeft het plafond hier niet aangeraakt. 

Weer een paar steenworpen verder komen we langs het vermaarde Raffles hotel. Het gebouw is net als de kathedraal spierwit en maar 3 verdiepingen hoog, wel een lust voor het oog. Voor ons niet betaalbaar, maar het lijkt erop dat Pierre Gasly hier wel slaapt want hij heeft z’n auto voor de deur geparkeerd.

Bijna naast het Raffles staat het Parkview Square. Een art-deco wolkenkrabber die doet denken aan de Amerikaanse wolkenkrabbers uit de jaren twintig van de vorige eeuw. De architect schijnt geinspireerd te zijn door het Chanin gebouw in New York. Rondom het gebouw staan mooie, vreemde beelden en ook binnen is het prachtig met een zwart met goud interieur. Misschien wel een van de mooiste wolkenkrabbers van Singapore. In het gebouw bevinden zich het Honorair Consulaat van Oman, de ambassade van de Verenigde Arabische Emiraten en de ambassades van Oostenrijk en Mongolië. De derde verdieping wordt volledig in beslag genomen door het Parkview Museum, waar jaarlijks internationale tentoonstellingen van hedendaagse kunst worden gepresenteerd.

We vervolgen onze weg naar de Arabische wijk en gaan daar eerst Haji Lane in. Een wat toeristisch laantje waar busladingen toeristen worden losgelaten. Heel keurrijk, leuke geveltjes en schattige souvenirs. In de nauwe zijstraatjes is veel street-art te vinden.

We drinken een bakje koffie bij Fika Swedish Café & Bistro en gaan dan via Arab Street richting de imposante Sultan Moskee. Als we Bussorah Street inlopen zien we de koepel al glimmen. We kunnen nog net naar binnen (de moskee sluit om 12:00 uur) maar ik moet wel een rok aan om m’n knieën te bedekken. Vanaf dat moment is het verboden foto’s van mij te maken.

Vanaf de moskee lopen we naar Golden Mile Tower om de buskaartjes naar Malakka te kopen. De dame op het kantoortje vertelt dat de bus om 08:30 uur vertrekt, dat we er om 08:15 uur moeten zijn en dat de rit 4 tot 5 uur duurt. Alles duidelijk?
Op straat valt overal wat te beleven. Bouwvakkers die aan de buitenkant van een gebouw hangen voor wat voegwerk, een gevel van een gebouw in de vorm van een fotocamera, prachtige street-art, mooie doordenkers, veel F1 en heel veel vriendelijke mensen die ons op het goede pad houden.

Het is inmiddels lunchtijd en in Little India strijken we neer bij Sultan Prata Corner. Een no-nonsens tent aan de grote weg met plastic stoeltjes waar ze Indiaas eten op de kaart hebben staan. We bestellen naan met tika massala en dal en het smaakt heerlijk. We hebben wel een extra fles water nodig om te blussen.

Onze volgende bestemming is de Sri Veeramakaliamman tempel. Helaas is de tempel voor een deel onder een zeil verdwenen en mogen we niet naar binnen. Niet getreurd want 700m verderop is de Sri Srinivasa Perumal tempel.
Onderweg pakken we nog een overdekte markt mee. Fruit en groenten, afgewisseld met kleding. Een kleurrijk geheel, maar we kunnen niet slagen.

Bij de Sri Srinivasa Perumal tempel is het een druk vanwege Durga Puja, een belangrijk hindoeïstisch festival. Het eert de godin Durga, die de overwinning van goed op kwaad belichaamt.
Tijdens deze periode worden beelden van Durga gemaakt en tentoongesteld in versierde tijdelijke structuren genaamd ‘pandals’. Mensen nemen deel aan gebeden, culturele optredens, gemeenschapsbijeenkomsten en genieten van traditionele gerechten en zoetigheden. Durga Puja is niet alleen een religieus evenement, maar ook een tijd voor viering, creativiteit en sociale verbinding.
We zijn van harte welkom bij alle activiteiten en foto’s maken is geen probleem. Erg leuk om dit spektakel(tje) mee te maken.

Van de tempel gaan we op weg naar het metro station, maar onderweg nemen we bij een van de vele sinaasappelsap-automaten een lekkere beker jus. Verse jus, want de sinaasappels worden ter plekke in de machine geperst.

We gaan met de metro naar station Promenade voor een controle van de voortgang van de werkzaamheden aan het F1-circuit. We lopen door ‘turn 3’ waar de schilders de laatste hand leggen aan de blauw-gele reclame van Singapore Airlines op de uitloopstrook. Daarna proberen we in de paddock te komen, maar helaas worden we tegengehouden door een mannetje van security.
We lopen langs het circuit terug naar ons hotel en het begint nu duidelijk vormen aan te nemen. De hekken op het lange rechte stuk van Esplanade Drive staan er nu allemaal en de scherpe bocht (turn 13) naar Fullerton Road is duidelijk herkenbaar met vlak daarna de Anderson Bridge.

Voordat we bij het hotel zijn maken we zelf een pitstop bij een terrasje aan The Riverwalk met uitkijk op de Singapore River. Hier zouden we wel uren kunnen zitten, maar dan mis je wel heel veel van deze stad.

‘s-Avonds gaan we eten in Chinatown bij Fortune Garden. Een ‘echte’ Chinees met lekker Chinees eten (hoe kan het ook anders in Chinatown). Het is een drukte van belang in deze wijk dus daar gaan we morgen zeker nog even naar terug.

Na het heerlijke maal gaan we nog even rondneuzen in Chinatown. Al snel zien we 2 dames die zich uitsloven bij een favoriet tijdverdrijf van Chinezen: Karaoke. Het worden waarschijnlijk geen wereldsterren, maar hun enthousiasme is te aandoenlijk.

Op straat is alles kleurrijk versierd. Lampionnen hangen over de straat en met grote verlichte cijfers ‘60’ word je er aan herinnerd dat Singapore zestig jaar onafhankelijk is.

Woensdag 01 oktober

Vanochtend geen ontbijt bij de Chinees, maar na een smakelijk bolletje met zonnepitten van de bakker gaan we wel terug naar China Town om daar nog wat bezienswaardigheden af te vinken.
Via Pagoda Street lopen we naar de Sri Mariammam Tempel. Deze oudste Hindu tempel van Singapore is aan de buitenkant prachtig versierd met houtsnijwerk van Hindoeïstische goden terwijl aan de binnenkant mooie plafondschilderingen te zien zijn. Als wij er zijn vindt er net een offer-ritueeltje plaats begeleid door drum en fluit. Heel intens allemaal!

Van de Hindu tempel gaan we naar een Chinese tempel. Via Mohamed Ali Lane komen we in Club street waar we op de ramen van een pizzeria een positieve review van Gordon Ramsey lezen (en hoe bijzonder is dat). Misschien een leuk adres voor vanavond. In Gemmill Lane drinken we bij Marcel een heerlijke bak koffie, Merci Marcel!

Iets verderop is dan Thian Hock Keng (Tempel van Hemelse Gelukzaligheid), de oudste Chinese tempel van Singapore ter ere van Mazu, de godin van de zee. De tempel is gebouwd door Chinese immigranten die dankzeggingen brachten voor een veilige overtocht. De tempel dateert uit de vroeg 19e eeuw en is volledig zonder spijkers gebouwd.

Via het Ann Siang Hill Park lopen we naar de Buddha Tooth Relic Temple. Deze tempel is gebouwd om de een heilige tand van Boeddha te huisvesten die volgens de overlevering uit zijn begrafenisvuur werd geborgen. De tandreliek ligt in een gouden stoepa op de bovenste verdieping.
De tempel dient niet alleen als een plek van verering, maar ook als cultureel centrum en museum. We mogen hier naar binnen en hier hoef ik geen doek om m’n knieën te slaan. Het is een indrukwekkende tempel met veel bling-bling.

Na deze tempel-ochtend lopen we terug naar Pagoda Street en bewonderen onderweg de vele street-art. Sommige van die street-art is zo mooi dat de artiest een expositie verdient, maar dat geldt ook voor de ‘ouderwetse’ street-art die we zien.

Van China Town lopen we via ons hotel naar Orchard Road. Dit gebied was voor de 20e eeuw een landelijke streek met veel boomgaarden (vandaar de naam) en plantages met nootmuskaat en peper. Nu is het getransformeerd naar een iconisch winkelparadijs en staat het bekend als een van de grootste winkelstraten.
We lopen eerst het Plaza Singapura naar binnen en zijn vooral blij met de airco. De temperatuur in Singapore gaat weer naar grote hoogte en dat hakt er wel in. We lopen wat winkeltjes in en uit, maar kunnen nergens slagen, op naar de volgende. The Cathay is een wat vreemd aandoend winkelcentrum. Heel veel Japanse eettentjes en een berg electronica. Niet iets wat wij meenemen in de rugzak.

We gaan met de metro terug van Orchard Road naar Clarke Quay. Het is altijd even zoeken op het metrokaartje, maar we worden er steeds beter in. Meestal lopen we door deze stad want de hot-spots liggen redelijk dicht bij elkaar, maar door het warme, klamme weer maak je soms andere keuzes.

Het OV in Singapore is sowieso fantastisch. Veel bussen en een goed metro-netwerk maken het reizen door deze stad erg makkelijk en comfortabel. Bovendien is het helemaal niet duur. Vooral handig als je weinig tijd hebt, maar daar hebben wij geen last van.

Het was de bedoeling om bij Clarke Quay een terrasje te pakken, maar omdat alle terrasjes vrijwel leeg zijn lopen we door naar Boat Quay en nemen we weer plaats bij George Town Tze Char and Craft Beer waar we gisteren ook lekker aan de Singapore River zaten. Het is happy-hour, dus laat maar komen die halve liters!

Om vijf uur besluiten we om naar het Marine Bay Sands te lopen en daar vanavond de light and water show te gaan bekijken, dat zou een spektakel moeten zijn. Het is nog een beetje golden hour dus het licht is goed voor wat foto’s. We komen langs bars waar ‘private events’ worden gegeven en dat ziet er allemaal er chique uit!

We lopen door naar The Shoppes, een shopping mall onder Marine Bay Sands met voornamelijk merkenwinkels en wat een merken; Cartier, Dolce & Gabane, Dior, Breitling, Fengi, Gucci en misschien de leukste, een Apple Store in een appelvormige winkel.
Net als we in die Apple Store lopen knettert er een onweersbui naar beneden en het is nog maar een half uurtje tot de light and water show begint.

We lopen nog wat rondjes door The Shoppes en tegen achten zien we toch wat mensen naar buiten gaan. Wij volgen de massa en gelukkig is de stortbui gestopt en druppelt het alleen nog wat na. We zoeken een plekje aan het hek en wachten wat er gebeuren gaat. Klokslag acht uur begint de show en net als de show gisteren bij de Supertree Grove is het mooi gechoreografeerd.

Als de show is afgelopen lopen we naar de metro voor een laatste ritje naar Clarke Quay. Daar cashen we het saldo van onze metrokaarten en gaan naar het hotel. Morgen staat de rit naar Malakka op het programma en dat betekent dat er weer een wekker gezet moet worden.

Donderdag 02 oktober

Omdat de bus naar Melaka om 08:30 uur vertrekt vanaf Golden Mile Tower en we ons daar al om 08:00 uur moeten melden, hebben we geen tijd voor onze broodjes bij Bread Talk. We gokten dat er in de buurt van de Golden Mile Tower ook wel iets te krijgen zou zijn en namen daarom om 07:15 uur al een Grab.
Nadat we ons gemeld hadden op het kantoortje van de busmaatschappij gingen we op zoek naar een ontbijt en toevallig zien we een drietal toeristen onder een kantoorgebouw een hoek omgaan. Als we daar kijken blijkt er een Starbucks te zitten. Dat is een meevaller.
We zijn netjes voor 08:15 uur terug bij de Golden Mile Tower. De bus komt dan net aanrijden. Het ritje naar Melaka gaat zo’n 5 uur duren dus we gaan er maar eens goed voor zitten in de brede fauteuils.

Melaka heeft een rijke en complexe geschiedenis die teruggaat tot de 15e eeuw. Het begon als een klein vissersdorp en groeide uit tot een strategisch handelscentrum vanwege zijn ligging aan de Straat van Melaka, een van de drukste zeeverbindingen ter wereld.
In 1400 werd Melaka gesticht door Parameswara, een prins uit Sumatra. Hij vestigde de stad als een handelscentrum en het trok al snel handelaren uit verschillende delen van de wereld, waaronder China, India en de Arabische landen. De stad bloeide op door de handel in specerijen, zijde en andere waardevolle goederen.

In de 16e eeuw werd Melaka veroverd door de Portugezen, die het als een strategische basis gebruikten voor hun handelsroutes. Dit leidde tot een periode van Europese kolonisatie, waarbij de Nederlanders (1641-1795) en daarna de Britten de controle over de stad overnamen. Elke koloniale macht liet zijn stempel achter op de cultuur en architectuur van Melaka.

We kijken vanuit de bus voor een laatste keer naar de hoogbouw van Singapore en wringen ons in een bocht als we bijna onder de Marine Bay Sands doorrijden. Na drie kwartier zijn we bij immigration van Singapore. Langs het electronische loketje en dan weer op zoek naar de bus. Een paar minuten later zijn we al bij de immigration van Maleisië. Ook daar een electronisch poortje, maar het poortje blijft dicht als ik mijn duim-scan maak. Hoe zou dat nou kunnen.
Uiteindelijk wordt ik goedgekeurd door de douane-meneer en gaan we op zoek naar de bus die ons naar Melaka moet brengen. Dit is een andere bus en omdat er een hele rij bussen staat moeten we even goed de nummerplaat checken.

Wat gelijk opvalt in Maleisië zijn de palmolie plantages. Tientallen kilometers zien we deze plantages, zo ver als het oog reikt. De palmolieteelt zorgt voor grootschalige ontbossing (vooral in Maleisië en Indonesië). 45% van de planatges was in 1989 nog bos. De gevolgen voor de fauna zijn enorm, dat hebben we kunnen zien in Semenggoh en dat allemaal voor onze margarine, gebak, chocolade, shampoo en andere wasmiddelen. Het heeft geen zin om over te stappen op andere olien want kokospalm, sojabonen en zonnebloemen moeten ook ergens groeien. Het zou wel fijn zijn als palmolie wat duurzamer geproduceerd zou worden. Feitje: Nederland is de grootste palmolie importeur van Europa.

We hadden de vaart er goed in tot bleek dat we bij het busstation van Muar een tussenstop moesten maken. Van de snelweg af en via een b-weg met veel verkeerslichten. De gehoopte eindtijd van 12:30 uur moesten we snel loslaten, er kwam zomaar een uurtje bij.
Drie minuten voor half twee zijn we dan op het busstation van Malaka, we pakken onze rugzakken, regelen een Grab en gaan naar het hotel.

We gaan gelijk op pad, maar komen als snel tot de conclusie dat het geen weer is voor een blanke. De hitte is enorm en we duiken het eerste de beste restaurantje in waar we we wat kunnen eten. Het blijkt een schot in de roos want de lunch is goed verzorgd.

Even later proberen we het toch weer. We lopen langs de Melaka rivier met de gekleurde huisjes naar het ‘Dutch square’ waar de belangrijkste bezienswaardigheden van Melaka staan.

Op het ‘Nederlandse plein’ staan het Stadthuys en de Christ Church, beide gebouwd door de Nederlanders tussen de 17e en 18e eeuw. Het Stadthuys was de residentie van de Nederlandse gouverneur en zijn ambtenaren en de Christ Church diende als gebedshuis voor de Nederlandse gemeenschap. De kenmerkende rode verf is door de Engelsen aangebracht, deels om de kosten voor onderhoud te drukken.

Het lijkt erop dat iedereen hier vandaag foto’s wil maken want het is een gekkenhuis. De chaos wordt allemaal nog wat versterkt door de riksja’s die met knallende muziek toeristen proberen over te halen een ritje te maken.
Wij maken ons setje foto’s en zoeken dan snel een plekje bij een van de vele restaurantjes aan de rivier. Even wat vocht inbrengen.

Om een uurtje of vier ziet het er buiten allemaal weer wat dragelijker uit en gaan we op pad. Eerst even langs de Tourist Info voor wat informatie over de bussen naar Kuala Lumpur, maar daar kwam er geen zinnig woord uit.
Als we de straat weer oplopen horen we een hoop kabaal. In de verte zien we een optocht aankomen dus we zoeken een plekje om dit spektakel te kunnen aanschouwen. Het blijkt een Chinese optocht te zijn incl. draken en muzikanten. We proberen te achterhalen wat de reden is van dit feest, maar dat kan niemand ons duidelijk maken.

Als het feest in de verte is verdwenen lopen we door naar het Portugese verdedigingsfort A Formosa. Veel plezier beleven we daar niet want het weer slaat om en bliksem en donder doen ons besluiten om snel naar een restaurantje te gaan.

Vrijdag 03 oktober

Na een paar dagen ontbijten op straat is het ook wel weer lekker om in het hotel een ontbijtbuffet aan te vallen en wat voor ‘n ontbijtbuffet, waarschijnlijk het uitgebreidste van deze vakantie.

Terug op de slaapkamer bekijken we de weersverwachting en volgens Diana, aka Dirk Hiemstra, gaat het de hele dag regenen. De zonnebrillen kunnen dus op de kamer blijven.
We lopen door Little India naar ‘het rode plein’. Overal zijn ze hier druk bezig met het rijgen van bloemenkettingen. Een typisch Indiaas gebeuren dat elke dag plaatsvindt. De bloemen worden gebruikt om godsdienstige beelden of huisaltaars te versieren. Een mooie kleurrijke gewoonte.

Bij Christ Church nemen we een Grab naar de Selat Melaka moskee. Het wordt wat lichter dus misschien is dit het beste moment van deze dag voor een paar goede foto’s. Als we 10 minuten later bij de moskee lopen, hebben we al spijt dat we de zonnebrillen op de kamer hebben laten liggen. Het lijkt erop dat Dirk H. het weer niet helemaal goed heeft ingeschat.
De moskee is een plaatje, kleurrijk en hangend over de zee, zo hebben we het nog niet eerder gezien. Inmiddels loopt het zweet alweer door de lichaamsplooien dus we besluiten maar even de moskee in te gaan, misschien is het daar koeler.

Helaas moet er eerst een verkleedpartij plaatsvinden voordat we de moskee in mogen en daar wordt het zeker niet koeler van. Het staat wel schattig!

Na het rondje door de moskee nemen we een Grab naar The Old Station Cafe. Diana had gelezen dat ze hier heerlijke tiramisu hebben en we kunnen bevestigen dat dat zo is.

Na de koffie met tiramisu beginnen de wolken toch weer de overhand te krijgen dus we kiezen ervoor om eerst naar St.Paul en A Formosa te gaan. We hebben het geluk dat we op sleeptouw worden genomen door een schoolklas want je wilt de weg niet kwijtraken. 

De St. Paul kerk werd oorspronkelijk gebouwd door de Portugezen in 1521 en stond bekend als ‘Lady of the Hill’. Na de komst van de Nederlanders in 1641 werd het een protestantse kerk, maar tegen 1753 was de kerk niet meer het belangrijkste christelijke en raakte het in verval. A Famosa (‘de beroemde’) is een Portugese vesting en werd rond 1512 gebouwd om Melaka te verdedigen. Er is nog maar een klein deel van de oorspronkelijke vesting over. Het meest herkenbare deel van het fort is de Porta de Santiago en die is populair voor Insta-plaatjes.

Na de Portugese bezienswaardigheden lopen we terug naar China town en slenteren we wat door de beroemde Jonker Street + zijstraten. Ook hier wordt je op elke straathoek weer verrast, een tempeltje, piepkleine winkeltjes, schattige restaurantjes en de overal aanwezige street-art.

We lunchen bij een Chinees restaurant waar je normaal gesproken waarschijnlijk voorbij zou lopen, vetter dan vet. De noedelsoep smaakt voortreffelijk, maar je kunt beter niet zien hoe hier het eten bereid wordt. Via wat kleine straatjes lopen we terug naar ons hotel en gaan we de was doen.

Om de hoek zit ‘Happy Laundromat’ waar je voor een paar ringgit de was kunt doen (incl. drogen). We stoppen al het stinkspul in een machine en gaan iets verderop de 40 minuten aftellen onder het genot van een koud sapje.
Met een zak vol schone kleren gaan we terug naar het hotel en gebruiken de airco in onze kamer  voor het ‘nadrogen’ van de was.

Omdat we de hoofdacts van Melaka wel gezien hebben, nemen we de lift naar de 9e etage van ons hotel en gaan een paar uurtjes met een tijdschrift op een 2-persoonsbed aan het fantastische zwembad liggen. Toch nog even vakantie.
Om 16:00 uur zijn we het zwembad eigenlijk al weer zat en niet veel later gaan we terug naar onze kamer. 

Om 16:30 uur lopen we naar Kampung Morten, niet ver van het hotel. In deze kampung zie je nog een beetje hoe de mensen hier leefden voordat het toerisme en de hoogbouw de stad overnam. De huisjes in de kampung hebben allemaal rode daken en vaak ook rode muren. Een beetje het ‘rode dorp’ dus eigenlijk. We lopen er wat snel doorheen want is geen spektakel om te zien.

Het is wel erg leuk om de Melaka rivier te volgen, af en toe een bruggetje over, een steegje door, langs een restaurantje en nog meer bruggetjes over. 

Uiteindelijk bereiken we ons hoofddoel van vanavond: de Jonker Night Market. Helaas zijn we te vroeg, want ze zijn nog druk bezig met het opzetten van de stalletjes. Het geeft ons wel de gelegenheid om de beroemde muurschildering van Kiehl’s vast te leggen.
Hierna gaan we maar even aan een tafeltje bij The Geographer zitten voor een welkome verfrissing (en om te schuilen voor het dagelijkse buitje).

Om 18:30 uur gaan we op zoek naar een restaurantje in de buurt en komen uit bij Wild Coriander. Er staat een rij mensen buiten bij het restaurant te wachten, maar we vragen toch of er plek is. Tot onze verbazing kunnen we gelijk meelopen. Het is een oud winkeltje dat is omgeturnd tot een leuk gedecoreerde restaurantje. Op een tafeltje na zijn alle tafels gereserveerd en dat ene tafeltje is voor ons. We kiezen voor een authentieke Nyonya Beef Rendang en dat is een goede (maar pittige) keuze.

Na het eten lopen we via de nightmarket terug naar het hotel. De markt is nu in volle gang en het is er gezellig druk. Je kunt er van alles krijgen, t-shirts, speelgoed, maar natuurlijk ook lekker eten. Wij zitten vol en laten al het lekkers aan ons voorbij gaan.

Zaterdag 4 oktober

Vandaag gaan we met de bus naar Kuala Lumpur. Een ritje van 2 uur dus we hebben geen haast. Eerst lekker uitgebreid ontbijten en dan rugzakken inpakken en met de Grab naar het busstation. Omdat er tig bussen naar Kuala Lumpur gaan hebben we geen kaartjes online gekocht, we zien wel als we op het busstation zijn.

Om 10:00 uur staan we in de lobby en bestellen een Grab. Het is blijkbaar druk op de weg want het gaat 10 minuten duren. Vlak voordat de Grab bij het hotel is cancelt hij de rit, lekker dan. Gelijk een nieuwe Grab besteld en die heeft maar liefst 12 minuten nodig om bij het hotel te komen.
Van de bell-boy horen we dat er een wielerwedstrijd aan de gang is en dat daar wegen voor afgezet zijn. Wie gaat er in hemelsnaam nou fietsen met dit weer?
Gelukkig zet deze Grab-chauffeur wel door en tegen half elf zijn we op weg naar het busstation. Hij kent wat sluipweggetjes waardoor we nergens vast komen te zitten.

Op het busstation gaan we in de rij staan voor 2 kaartjes. Bij het loketje horen we dat je op het busstation geen kaartjes kunt kopen aan het loket, dat moet je online doen of bij een automaat.

Ok, geen paniek, er gaan zat bussen naar KL. Op naar de automaten. Bij de automaat kun je voor de eindbestemming Kuala Lumpur kiezen uit 4 busstations maar we komen er met een beetje hulp van een local al snel achter dat al die bussen maar naar 1 van de 4 stations rijden, handig! Uiteindelijk spuugt de automaat 2 kaartjes uit voor een bus van de maatschappij Melor en kunnen we naar platform C gate 14.

Op beeldschermen staat netjes aangegeven wanneer de bussen gaan boarden, maar bij onze bus staat ‘transfer to 11:30’, wat wordt daar nou weer mee bedoeld? Diana vraagt het aan de dame bij de omroepinstallatie, maar die weet het ook niet. We besluiten maar te wachten op onze vertrektijd en dan nogmaals een poging te wagen.
Om 11:40 uur begint het boarden van een bus van Melor en op dat moment loopt Diana weer naar de omroep-dame. Ze doet een poortje open en gebaart dat we daar doorheen naar de bus kunnen gaan. We hoeven onze kaartjes niet te scannen. Beetje vreemd, maar we doen maar wat ze zegt. Wat een gedoe voor een busritje!

Eind goed al goed, want om 11:50 komt de bus in beweging en wij zitten erin. Ondanks wat oponthoud bij Seremban en in Kuala Lumpur zijn we met 2 uur op het busstation in KL. Dan nog een half uurtje met de Grab en we zijn bij ons hotel.
We checken in en gaan dan op de 9e etage ons gratis drankje nuttigen aan het uitnodigende zwembad, maar we weerstaan de verleiding.

Even later lopen we naar Hotel Travelodge omdat we daar morgenvroeg moeten verzamelen voor de rit naar Taman Negara en we willen niet in alle vroegte naar de touragent moeten zoeken. Daarna pinnen we nog wat ringgit omdat dat in Kuala Tahan niet mogelijk is en daar moet alles wel cash betaald worden.

De rest van de middag lopen we rond in Chinatown en omgeving. Het lijkt wel een beetje op Singapore, maar hier zijn veel meer oude (verwaarloosde) gebouwen. De bewegwijzering naar de bezienswaardigheden is wel heel goed geregeld.
Op bijna alle foto’s verschijnt ook de Merdeka 118 wolkenkrabber. Met 678,9 meter het op een na hoogste gebouw ter wereld (na de Burj Khalifa in Dubai).

We lopen naar de Sultan Abdul Samad moskee die tussen de Klang rivier en de Gombak rivier in staat. Aan de andere kant van de weg is het Sultan Abdul Samad Building dat in dezelfde stijl is gebouwd. Helaas staat dat gebouw in de steigers.

Iets verder is het Merdeka square (ook wel Independence square) waar de onafhankelijkheid van Maleisië is uitgeroepen en achter deze speciale plek is het prachtige gebouw waar het textiel museum gehuisd is. Allebei een goede lokatie voor Insta-foto’s zien we om ons heen.

In Jalan Petaling is het een drukte van belang. Deze straat is min of meer het hart van Chinatown en hier wordt de hele dag nepzooi verkocht. Apple, Breitling, Cartier, alles is hier te krijgen. Ook hier wordt een optocht voorbereid, net als in Melaka, maar wij lopen door want het is ‘etenstijd’.

Zondag 5 oktober

Omdat we op tijd bij Han Travel moeten zijn gaan we vroeg ontbijten. We zijn de eersten in de ontbijtzaal, maar het eten staat allemaal al klaar! Na een afrondende espresso halen we onze rugzakken van de kamer en checken uit.

Het is nog geen 10 minuten lopen naar Han Travel en ook daar zijn we als eerste om ons in te schrijven. Omdat het nog even duurt voordat we vertrekken gaan we iets verderop op straat een bakkie thee drinken.

De chauffeur had ons verteld dat we met z’n twaalven zouden zijn maar er gaan uiteindelijk maar 10 toeristen mee en dat betekent dat we iets ruimer kunnen zitten.
We vertrekken netjes om 08:30 uur, maar we moeten omrijden vanwege wegafzettingen voor de marathon van Kuala Lumpur, we zien de lopers zelfs nog lopen op de snelweg naast ons. Het heeft niet veel meer met hardlopen te maken want de meeste deelnemers zijn aan het wandelen. Heel begrijpelijk overigens met deze weersomstandigheden. Zelfs ‘s-nachts is het te warm om hard te lopen.
Iets verderop komen we langs de Batu Caves, een attractie die we volgende week nog zullen bezoeken.

Om 09:00 uur rijden we door een tol-poort en daarna zien we geen hoogbouw meer. Het is alsof de tolpoort de grens van KL markeert. Vanaf daar is het vooral veel groen!
Om 10:15 uur maakt onze chauffeur een pitstop en dat is het moment dat we de snelweg verlaten, vanaf nu alleen nog b-wegen. We komen langs heel veel kleine kampungs: Kampung Bukit Dinding, Kampung Bulit Gending, Kampung Taya Pe Dan Pesul, het klinkt allemaal best lekker.

Rond half twaalf zijn we bij de jetty van Tembeling. Een deel van de reizigers zal hier met de longtailboot verder gaan naar Kuala Tahan, maar wij stappen over in een ander busje dat ons naar die uitvalsbasis voor Taman Negara National Park zal brengen. We hebben nog wel even tijd om wat te drinken en eten.

Om 12:00 uur gaan we met z’n zessen verder met de bus en een uur later worden we netjes voor ons guesthouse afgezet. We checken in en brengen onze rugzakken naar de eenvoudige kamer (maar wel met airco).
We laten bij het hotel even weten dat we morgen de boottocht naar Lata Berkoh willen maken en dat we nog 2 toeristen zoeken die de boot met ons willen delen (en betalen).

Dan steken we de Tembeling rivier over met een klein bootje. Ongeveer dezelfde afstand als met het pontje de IJssel over, maar hier kost de oversteek 40 cent per persoon. Aan de andere kant van de rivier is het headquarters van het Taman Negara National Park. Hier moeten we ons inschrijven, entree betalen en een bijdrage voor de fotocamera. Alles bij elkaar nog geen euro per persoon dus dat kunnen we wel lijden.

Taman Negara is het oudste nationale park van Maleisië en beslaat een oppervlakte van ongeveer 4.343 vierkante kilometer. Het park is gelegen in het centrale deel van het schiereiland Maleisië en is beroemd om zijn rijke biodiversiteit, majestueuze regenwouden en uitgestrekte natuur.

Nu we de entree betaalt hebben willen we daar wat van zien en daarom besluiten we maar gelijk een korte wandeling te maken en we kiezen voor Bukit Terisek. Vrij vertaald betekent dit de ‘Terisek-heuvel’ en dat zou eigenlijk een belletje moeten laten rinkelen. Na 3 weken Maleisië hadden we kunnen weten dat je hier niet effe een heuveltje gaat beklimmen.
De Terisek is slechts 334m hoog, maar we moeten 2,5km klimmen om boven te komen en met een temperatuur van boven de 35 graden is dat niet makkelijk. We zetten ons beste, bezwete, beentje voort en genieten onderweg van het regenwoud. We komen hier meer mega-grote bomen tegen dan in Bako, het lijkt iets meer op Ulu Temburong in Brunei, maar dat hebben we vnl. vanaf de rivier gezien. 

Taman Negara herbergt een indrukwekkende verscheidenheid aan flora en fauna. Het park is de thuisbasis van meer dan 15.000 plantensoorten, 300 vogelsoorten, en diverse zoogdieren zoals tapirs en olifanten, maar net als in Brunei zien wij weinig ‘wild’. We betrappen alleen een joekel van een hagedis die op zoek is naar een maaltje, zien een fors formaat sprinkhaan en we worden gewaarschuwd voor apen, maar die zien we niet. We speuren in de bomen naar vogels want je hoort ze zingen. We zijn te slechte vogelspotters om ze ook te vinden.

De flora is er meer dan voldoende, grote bomen zoals de dipterocarpus en meranti, diverse soorten palmen zoals de raja palm, maar ook heel veel orchideeën en medicinale planten (als je er verstand van hebt).

Om drie uur komen we bij een eerste uitzichtpunt van waar we een heel eind Taman Negara in kunnen kijken. Hier komen we even op adem voordat we de laatste paar honderd meter naar de top van Terisek-bult omhoog lopen.

Een groot bord aan het eind van het pad bewijst dat we de top gehaald hebben.
Ook hier genieten we een tijdje van het mooie uitzicht voordat we het hele stuk weer naar beneden gaan.

Bij het headquarters stappen we in een bootje dat ons weer naar de andere kant moet brengen. We betalen ieders de 2 ringitt en gaan er maar eens lekker voor zitten. Drie-en-een-halve minuut later zijn we aan de andere kant

We lopen naar een van de drijvende restaurants en gaan wat drinken. Je kunt onze kleren uitwringen dus er zal heel wat vocht aangevuld moeten worden. Nadat we weer een beetje op adem zijn gekomen gaan we terug naar het hotel om avondkleding aan te doen, d.w.z. kleding die ons lichaam wat meer bedekt zodat we niet lek geprikt worden door muggen en andere beestjes.

Als we ‘s-avonds naar de rivier lopen om wat te gaan eten voelen we wat druppels vallen we lopen snel naar een drijvend restaurant en gaan daar naar binnen. We zijn net op tijd want de sluizen gaan weer open. Het is of er een gordijn over de omgeving hangt, zoveel water komt naar beneden. Het duur ongeveer een uurtje en dan is het weer droog. Wel een goede manier om het parkje groen te houden. 

Na het eten maken we nog een rondje door Kuala Tahan, maar veel is er niet te beleven. We gaan terug naar het hotel en zoeken de spullen bij elkaar voor de boottocht van morgen.

Maandag 6 oktober

Vandaag staat de boottocht naar Lata Berkoh op het programma. Het is gelukt om 2 reizigers te vinden die met ons in de boot willen, een stel uit België waagt de gok.
Maar voordat we naar de rivier gaan genieten we van een ontbijtje met uitzicht op de rivier. Een paar uur hier zitten zou ook geen straf zijn

Toen we gisteren de entreetickets haalden, moesten we daarvoor een heel formulier met persoonsgegevens invullen. We vroegen ons af waar dat allemaal goed voor is, maar als we vanochtend de Tahan rivier op willen varen wordt eerst gecheckt of je zo’n toegangsbewijs hebt. Zonder het bruine papiertje kom je het park niet in.
De weergoden lijken op onze hand vandaag. De dag begon nl. zwaar bewolkt, maar nu we de rivier opvaren begint het dichte wolkendek open te breken.

De Tahan rivier is aan beide kanten dicht begroeid met regenwoud. Het lijkt wel wat op de boottocht in Brunei, alleen is hier het water koperkleurig. 
Hoge bomen met lange rechte stam torenen hoog boven het bladerdek uit, bamboe hangt over de rivier en palmen doen hun best om niet verdrukt te worden. Ook hier is de waterstand laag en moet de bootsman af en toe wat capriolen uithalen om tegen de stroom in te komen.

Na een uurtje komen we bij een boom die extra aandacht verdient. Bij een 70 meter hoge tualangboom die hier hier al ruim 400 jaar staat mogen we even de boot uit. Je voelt je nietig naast deze kolos. Een tualangboom kan wel 80 meter hoog worden en dat is vergelijkbaar met een gebouw van 25 verdiepingen. Deze bomen dienen als gastheer voor de reuzenbij die hier hun grote schijfvormige bijenkorven bouwen. Door de nectar die de bijen verzamelen uit de omgeving produceren ze de beroemde tualanghoning. Deze bomen komen overigens ook voor in Indonesië, Thailand en de Filippijnen.

Iets verderop stoppen we dan nog even bij het Kelah Sanctuary voor het voeren van enorme vissen in de rivier. Je kunt een colaflesje met korrels kopen en daarmee de vissen voeren. Deze goed doorvoede vissen zijn Maleisische Mahseer en dit ‘reservaat’ is een beschermd gebied dat dient als onderzoeks- en beschermingscentrum voor deze bedreigde zoetwatervis. 

De eindbestemming van de boottocht is de Latah Berkoh waterval, een getrapte waterval met diepe poelen in de Tahan rivier. De boot kan niet helemaal bij de waterval komen dus de laatste 500 meter moeten we lopen (en klauteren). 

Latah Berkoh is dus geen klassieke waterval, maar het wel een plaatje om te zien. Ruige rotsen en een rivier die zich er langs wurmt. Je zou hier ook kunnen zwemmen, hoewel wordt gewaarschuwd voor een gevaarlijke onderstroom. Wij hebben de zwembroek thuis gelaten, dus geen gespartel voor ons.

Als we weer een beetje uitgerust zijn en meer dan genoeg foto’s hebben gemaakt lopen we de 500 meter weer terug naar de boot. Onderweg zien we dat de locals wel even de tijd nemen om van het verfrissende rivierwater te genieten. Ze hebben daar geen zwembroek voor nodig, ze houden gewoon hun kleren aan. 

Geholpen door wat touwen langs de route komen we zonder kleerscheuren weer bij de boot, waar de bootsman al klaar zit om te vertrekken. De terugweg gaat in een ruk en om 12:15 uur zijn we weer terug in Kuala Tahan.
We zoeken ons favoriete floating restaurant op en bestellen een cola met patat, niet zomaar patat, heerlijke patat!

We blijven een tijdje bij het Family Restaurant zitten tot we weer wat zijn bijgekomen van de hitte en gaan dan even terug naar hotel om wat spullen weg te leggen. Dan steken we de Tembeling rivier weer over en gaan bij het luxe Mutiara Resort een bakkie koffie drinken. Dat was alweer een tijdje geleden.

Na deze opkikker brengen we toch de moed weer op om op pad te gaan. We kiezen voor de Lubuk Simpon trail. Het is wederom een prachtige route, maar geen olifant of tapir gezien. De trail eindigt aan de Tahan rivier waar we even op adem komen. Onze t-shirts zijn alweer doorweekt, maar daar raak je aan gewend in dit klimaat.

We lopen terug en gaan de Tembeling rivier weer over en nemen weer plaats in onze stamboot. De boot is eigenlijk het enige vervoermiddel in dit gebied en net zo makkelijk als wij met de boot over de rivier vervoerd worden, zo worden de schoolkinderen ook van huis naar school gebracht en ze lijken het nog steeds leuk te vinden.