Tag archieven: Kuching

Maleisië, Brunei en Singapore 1

Dinsdag 16 september

Vanwege werkzaamheden op de Loolaan moesten we 10 minuten lopen naar bushalte Orpheus voor het ritje naar het station. I.p.v. een normale bus werden we vervoerd in zo’n bejaardenbusje waarmee je oma op verjaardagsvisite gaat. Op onze leeftijd hoeven we ons niet eens te schamen.

De NS-app had ons gewaarschuwd voor problemen op het spoor en op perron 1 hoorden we de luidsprekerstem zeggen ‘Beste reizigers………vanwege een defecte trein op het spoor rijden er minder treinen naar Amersfoort’. We zijn al met alternatief vervoer bezig maar dan zien we dat het perron bij spoor 1 vol staat met mensen. We hebben geluk, de trein van 09:44 gaat wel! De trein arriveert met slechts een paar minuten vertraging en het lukt ons zelfs een stoel te bemachtigen. In Amersfoort staat de trein naar Schiphol al klaar. We springen er in en 45 minuten later staan we op Schiphol. Ondanks alle problemen op het spoor zijn we mooi op tijd.

Na een bakkie koffie bij UpToDoGood lopen we naar vertrekhal 3. Tot onze verbazing zitten de dames al klaar bij balie 29 en wij besluiten om gelijk maar in te checken. Dit verloopt allemaal soepeltjes en na een kort oponthoud bij de security-check (Diana’s fotocamera zag er verdacht uit) gaan we moeiteloos langs de douane. We zoeken een plekje aan het raam met uitzicht op pier F en G en nemen wat te drinken. Het is nog meer dan een uur wachten voordat het vliegtuig wordt volgeladen.


Iets na half drie gaat de gate open. We wachten tussen een paar groepsreizigers van TUI en FOX en om kwart voor vier gaan we aan boord. We vertrekken uiteindelijk met meer dan een uur vertraging. In het vliegtuig hebben we niets te klagen; goede stoelen en nieuwe films. Op de lunchkaart staan een kippetje uit de pan en lasagna, wij kiezen voor het laatste. Het eten smaakt waanzinnig lekker. Dat maak je niet vaak mee in een vliegtuig.

Woensdag 17 september

De piloot heeft de vaart er blijkbaar goed in want we arriveren met slechts 20 minuten vertraging in Dubai. We moeten naar terminal A en daarvoor moeten we via een veiligheidscontrole (waar Diana haar horloge vergeet), zitten we een kwartier in de bus en moeten we nogmaals door een veiligheidscontrole. Niet ver van gate A19 zit een ‘big M’ dus daar besluiten we maar een broodje te eten in afwachting van de volgende vlucht. 

Door de vertraging van de vlucht naar Dubai, het rondje in de bus naar terminal A en de veiligheidscontroles bleef er niet zo heel veel over van de 3 uur overstaptijd in Dubai. We gaan dus al weer snel op weg naar gate A19 voor de vlucht naar Kuala Lumpur. Om bij de 777 te komen moeten weer met de bus op pad, dit keer 10 minuten. Het goede nieuws is dat we onszelf getrakteerd hebben op een paar Premium Economy stoelen en dat is smullen, een heerlijke brede leren fauteuil met voetenbankje.

Na een voortreffelijke ‘lunch’ laten we ons nog even vertroetelen door de stewie en dan gooien we de rugleuning zo ver mogelijk naar achteren, het voetenbankje zo ver mogelijk omhoog, doen we de electrische gordintjes naar beneden en gaan we zo lang mogelijk slapen.

Zo’n 2 uur voor de landing maakt de vriendelijke stewardess met (te) rode lippen ons wakker voor het ontbijt. Het is allemaal veel te veel op de nuchtere maag, maar omdat het er allemaal erg mooi uitziet op echt servies en in echte glazen kunnen we het niet laten staan.
Veertig minuten voor de landing vraagt de piloot om alles in gereedheid te brengen en om 14:40 uur staan we aan de grond bij Kuala Lumpur International Airport.

We lopen naar de douane en zoeken de kortste rij uit. Dat zegt natuurlijk niets, maar is voor het gevoel. Er worden verschillende reizigers afgeserveerd waardoor wij ook wel een klein beetje zenuwachtig worden. Het was allemaal voor niets, want onze papieren zijn natuurlijk in orde. We lopen door naar de bagageband en daar zien we onze rugzakken al snel verschijnen. 
Via de uitgang en de pinautomaat gaan we dan terug naar de vertrekhal op de 5e etage om in te checken voor onze vlucht naar Kuching. De dag is nog niet voorbij!

We nemen een sloot koffie bij Costa Coffee en gaan dan op zoek naar gate B4 voor de vlucht naar Kuching. Hier verloopt alles op rolletjes en het vliegtuig van Malaysia Airlines vertrekt bijna op tijd. Tijdens de vlucht van 1 uur en 40 minuten krijgen we zelfs nog een warme maaltijd en drinken aangeboden. Daar kunnen ze in Europa nog een puntje aan zuigen.

In Kuching gaan we nogmaals langs de douane want de provincie Sarawak vindt zich speciaal genoeg om nogmaals je paspoort te laten zien. Als we de rugzakken van de band halen regelen we via Grab (de Aziatische Uber) vervoer naar het hotel. Na een kwartiertje in de disco-auto van Charles Chiu (what’s in a name) zijn we bij het kolossale Sheraton. We checken snel in en gaan dan nog een drankje doen in de bar. Van Schiphol tot Kuching zijn we ruim 22 uur onderweg geweest dus die hebben we wel verdient!


Donderdag 18 september

Na een wat lastige jet-lag nacht doen we ons eerst tegoed aan het zeer uitgebreide ontbijt-buffet voordat we downtown Kuching onveilig maken. Als je door deze stad loopt, zie je al snel de voorliefde voor katten. Op diverse plekken staan standbeelden van katten. Dat is ook niet zo vreemd, want Kuching betekent ‘kat’, of eigenlijk, het Maleise woord ‘kucin’ betekent kat. Anderen zeggen overigens dat de stadsnaam afkomstig is van het Chinese woord ‘cochin’ wat haven betekent. Dat is aannemelijker gezien de talrijke Chinese invloeden en het feit dat de stad fungeert als havenplaat.

Kuching is een zeer schone en veilige stad die niet wordt overspoeld door onafgebroken verkeer zoals je die elders in deze regio kent. De stad is een multiculturele mix van Malei, Chinees en Indiaas. Het straatbeeld is kleurrijk en divers en wordt opgeleukt door de vele streetart.

De bezienswaardigheden van Kuching liggen allemaal dicht bij elkaar dus we hoeven gelukkig niet veel meters te maken. We lopen via de ‘boulevard’ naar de Darul Hana brug die de Sarawak Rivier overspant. Deze S-vormige voetgangersbrug verbindt de waterfront aan de zuidkant met de noordkant van de stad en is een belangrijk herkenningspunt dat eenheid en harmonie symboliseert.

Aan de noordkant van de rivier lopen we langs het bijzonder gebouw van de Sarawak Legislative Assembly (of Dewan Undangan Negeri Sarawak in het Maleis). Dit is de wetgevende macht van de deelstaat Sarawak in Maleisië. Het is een parlement met 82 leden die verkozen worden vanuit verschillende kiesdistricten in Sarawak om staatswetten goed te keuren en de deelstaatregering te controleren.

Iets verderop staat Fort Margherita een iconisch bouwwerk dat in 1879 werd gebouwd door de 2e rajah van Sarawak Charles Brooke. Het fort is vernoemd naar zijn vrouw, Margaret, en diende als verdedigingswerk, opslagplaats en gevangenis. Het is nu een historisch monument en huisvest de Brooke Gallery.

De familie Brooke heeft een belangrijke rol gespeeld op Borneo. James Brooke, een Britse avonturier, arriveerde in 1839 in Sarawak en hielp de lokale Sultan van Brunei met het onderdrukken van opstanden en piraterij. Als beloning voor zijn hulp werd hij in 1841 benoemd tot rajah van Sarawak, waarmee hij een onafhankelijk koninkrijk stichtte. Na de dood van James Brooke in 1868 werd zijn neef Charles rajah. Hij zette het werk van zijn oom voort, breidde de infrastructuur uit met bijvoorbeeld een ziekenhuis en een school, en moedigde Chinese immigratie aan voor landbouw. Charles Vyner Brooke (zoon van Charles) was de derde en laatste Witte Rajah. Omdat na de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog de financiële middelen om de wederopbouw te financieren ontbraken, droeg hij in 1946 hij het koninkrijk over aan Groot-Brittannië, waarna het een kroonkolonie werd.

We lopen terug over de brug en gaan even naar de Tourist-info en checken daar of onze informatie over Semenggoh en Bako nog juist is en drinken vervolgens een bakkie koffie bij het naastgelegen Commons.

We vervolgen dan onze weg via de India Mosque, het busstation en de de City Mosque. Onderweg komen we veel streetart tegen en dit zal niet laatste stad zijn waar we dit zien. Maleisie staat er vol mee! We lopen ook nog langs het Borneo Cultures Museum maar gaan daar vandaag nog niet naar binnen. Dat komt nog wel.

‘s-Middags gaan we naar Semenggoh, het orang-oetang rehabilitatie centrum. De orang-oetans in Maleisie bevinden zich in een hachelijke situatie. Het grootste probleem is dat de orang-oetans het hoofd moeten bieden aan de vernietiging van hun leefomgeving dat te wijten is aan houtkap (t.b.v. palmolie plantages), mijnbouw en bosbranden, maar ook de versplintering van hun leefomgeving door aanleg van wegen speelt een rol. Te vaak worden orang-oetans daardoor verdreven uit hun leefomgeving. De bedoeling met de orang-oetans in Semenggoh is rehabilitatie en terugkeer naar de wildernis, waarbij de dieren die als huisdier werden gehouden, gered of gevonden worden voorbereid om in de natuur te overleven. Het natuurreservaat biedt een habitat en trainingsprogramma, waarbij de orang-oetans leren foerageren en nesten bouwen. Gerehabiliteerde dieren worden in het wild teruggeplaatst zodra ze eraan toe zijn. Het hoofddoel van het Semenggoh Wildlife Centrum is: “Het rehabiliteren van in beslag genomen wilde dieren die gewond of gehandicapt zijn geraakt door langdurige gevangenschap door mensen, met als doel ze op den duur terug te plaatsen in de bossen.” Goed bezig dus!

We gaan dan wel naar Semenggoh om orang-oetangs te zien, maar er is geen garantie dat je ze zult zien! Uit verhalen van andere reizigers weten we dat deze apen soms geen zin hebben of dat ze al een lekker hapje in het bos hebben gevonden en dan mogen de verzorgers de bananen zelf opeten. De Grab zet ons tegen half twee af bij de ticket balie waarna wij online onze reservering regelen. Dan nog even in de rij om kaartjes te bemachtigen. Je kunt je met een electro-karretje naar de voederplaats laten brengen, maar wij kiezen ervoor om de heuvelachtige kilometer te wandelen.

Bij de voederplaats is nog niet veel te zien. Er hangt een orang-oetang verveeld in een touw. Het beestje is niet onder de indruk van alle mensen die hier zijn komen kijken. Rond half drie loopt een verzorger met een grote mand bananen richting het voederplateau en hoog in de bomen zien we wat bewegen. Een moeder met jong maakt een schijnbeweging naar beneden, maar blijft halverwege toch weer hangen, ze twijfelt. Ook aan de ander kant van het bos beweegt er wat in de boomtoppen.

Als de verzorger de mand leeg kiepert is het gedaan met de verlegenheid en komt moeders toch een fruithap halen. Ze geeft het publiek weing kans om een plaatje te schieten want ze verdwijnt snel weer de boom in. De aap die we als eerste zagen heeft inmiddels de benen genomen en wandelt richting de bezoekers. De verzorgers waarschuwen het publiek dat ze aan de kant moeten gaan. De orang-oetangs worden hier niet achter hekken gehouden dus het kan zo maar dat er eentje op je schouder tikt.

We blijven het spektakel nog een tijdje bekijken, maar rond drie uur wandelen we weer terug naar de ingang. Daar regelen we opnieuw een Grab en laten ons bij het hotel afzetten.
we hebben wel een drankje verdient en lopen gelijk door naar Carpenter Street en gaan heel toepasselijk bij de Drunk Monkey Old Street Bar zitten. Even nagenieten van deze bijzonder middag,

Omdat we morgen al vroeg naar Bako National Park gaan, besluiten we dan toch maar terug naar het hotel te gaan om eerst de tassen in te pakken. We laten de grote rugzakken achter in het hotel en moeten dus zo verstandig mogelijk de kleine dagrugzak vullen. Iets tegen muggen, iets tegen de zon, iets tegen bloedzuigers en iets tegen slangen. Zo moet het wel lukken.

We gaan ‘s-avonds bij Curry House eten, Een Indiaas restaurant waar de vettigheid vanaf druipt. Je verwacht bij een restaurant dat Curry House heet Indiase currys te kunnen eten, maar dat is te veel gevraagd. Het Indiase eten smaakt voortreffelijk dus we klagen niet.

Het is inmiddels donker geworden en omdat de Darul Hana brug in de avond verlicht is gaan we die kant op. Bovendien zou er om 20:30 uur een sound-and-light show moeten zijn en wie wil dat nou niet zien?
Het blijkt allemaal een kleurrijk spektakel te zijn waar veel volk op afkomt. We maken een paar kleurrijke foto’s en gaan dan terug naar het hotel.

Vrijdag 19 september

Omdat de vriendelijke man bij de tourist-info had geadviseerd zo vroeg mogelijk naar Bako te gaan hebben we de wekker op 6 uur gezet. We zijn de eersten in het restaurant dus hoeven niet op ons eitje te wachten. Om 7 uur poetsen we nog even onze tandjes en gaan dan naar de receptie om uit te checken en onze rugzakken in bewaring te geven.

Ons vervoersplan is wat gewijzigd. I.p.v. naar het busstation te lopen gebruiken we de telefoon om een Grab te laten komen. Dit gaat wat sneller en is ook best goedkoop. De chauffeur perst zich langs de drukke verkeerslichten en met een half uurtje zijn we bij Bako Terminal waar de bootjes naar Bako vertrekken. Hier moeten we ons on-line registreren, entree betalen en bootkaartjes kopen. We delen de boot met een stel uit Den Bosch en dat scheelt weer wat in de kosten.

De kapitein gooit de trossen los en in volle vaart schieten we over het vlakke water van de Santubong rivier, 15 minuten later legt hij aan bij het prachtige Assam strand vlak bij het  bezoekerscentrum. We doen onze schoenen uit en lopen het strand op. De temperatuur van het zeewater is uitnodigend, maar grote borden waarschuwen voor de krokodil die hier leeft dus de zwembroek kan in de tas blijven.

We melden ons bij de receptie en hebben geluk want we kunnen gelijk naar onze kamer. We brengen onze dagrugzakken weg en gaan op pad. We kiezen voor de Telok Pandang Kecil trail vanwege het mooie strandje en de sea stack op het einde. De trail is heen-en-terug 6km, maar we hebben al snel in de gaten dat het geen makkelijke kilometers worden. Het is klauteren en klimmen en soms moet we door een laagje water waardoor de sokken al snel in onze schoenen soppen. Bovendien stijgt de temperatuur al snel tot boven de 35 graden en is de luchtvochtigheid rond de 80% en natuurlijk zijn we weer onvoorbereid op pad gegaan. Niet ingesmeerd tegen de brandende zon, slechts 1 flesje water en geen eten.

Bako is het oudste nationale park in Sarawak en is vooral bijzonder omdat er zeven complete eco-systemen zijn te bewonderen, waaronder regenwoud en mangrovebossen. 

We hebben anderhalf uur nodig om bij het strand aan het einde van de trail te komen. Het is een prachtige lokatie, een idyllisch strandje. Na de zweterige tocht zouden we graag in zee duiken, maar helaas verpesten de krokodillen het hier ook. De sea stack is ook in geen velden of wegen te bekennen. Later horen we dat de uit zee stekende rots het loodje heeft gelegd tegen het natuurgeweld van de zee.

Een paar slokjes water later beginnen we aan de terugweg waar we uiteindelijk iets minder tijd voor nodig hebben.
Net voordat we terug zijn bij het bezoekerscentrum zien we onze eerste neusaap. Deze wat vreemd uitziende aap komt alleen nog op Borneo in het wild voor. Het belangrijkste kenmerk van de Proboscis aap, zoals deze aap officieel heet, is zijn grote oranje neus en daaraan dankt hij ook zijn grappige bijnaam: ‘Orang Belanda‘, oftewel Nederlandse aap. Toen de Nederlanders in de 17e eeuw ook Borneo aandeden, vond de inheemse bevolking dat de grote rode drankneuzen van de Hollanders wel wat weg hebben van de neuzen van de Proboscis monkey.

Terug bij het bezoekerscentrum gaan we aan een cola/water infuus om onze bloedwaarden wat te verbeteren. Dan een bordje noedels er achteraan om de honger te stillen. Dat viel niet mee vanochtend!

Om 14:00 uur hebben we voldoende moed verzamelt om nog een trail te lopen, een kleintje dit keer: Telok Delima.
De trail begon veelbelovend met een vlak vlonderpad, maar dat duurde niet lang. Al snel moesten we op handen en voeten de paden aanvallen. Het eindpunt is ook deze keer weer de moeite van de inspanning waard. Een strandje met mangrove-vegetatie dat uitkijkt over de Zuid-Chinese zee. Ook hier waarschuwingsborden voor krokodillen dus na een paar fotootjes lopen we weer terug.

Als we bijna bij het bezoekerscentrum zijn zien we een bordje met Tanjung Sapi. Op het kaartje is dit de kortste trail van Bako dus die plakken we er nog even achteraan. We zijn er al snel achter dat kort op het kaartje betekent dat er veel hoogtemeters moeten worden afgelegd. Net voor de eerste klim komen we de gebroeders langstaart-makaak tegen. Deze aapjes komen veel voor in Bako, maar zo dichtbij hadden we ze nog niet gezien. We klauteren verder naar het uitzichtpunt maar hebben al snel spijt dat we de Sapi-trail er achteraan hebben gedaan.

Helemaal boven moeten we dan een teleurstelling verwerken. Grote bomen blokkeren het uitzicht naar het Assam-strand. We rusten even uit op het toepasselijke bankje en beginnen dan aan de afdaling. Halverwege moeten we even halt houden omdat een familie makaken het pad oversteekt op weg naar huis. Pa makaak beveiligd het familie-konvooi en doet dat vrij agressief. Hij laat z’n scherpe tandjes laat zien en, hoewel we zijn gevaccineerd tegen rabies geven we hem en zijn familie voorrang.

Terug bij het bezoekerscentrum zoeken we een plekje met uitzicht op tuin en werken we een energiereep en cola naar binnen. Het lopen van trails onder deze omstandigheden is slopend. Terwijl we zitten bij te komen wandelt er een neusaap de tuin in alsof hij ons de gelegenheid wil geven nog een paar goede foto’s te maken. Daar maken we gretig gebruik van net als een aantal andere verbaasde bezoekers.

De neusaap is overigens niet alleen, in de tuin speelt ook een grote groep makaken met jongen en ook de mutslangoer (aka silver leafed monkey) is goed vertegenwoordigd.

Om 18:30 uur lopen we naar het strand voor de zonsondergang. Terwijl we naar de oranje zon staan te kijken krijgen we gezelschap van een paar locals die benadrukken dat ze uit Sarawak komen. Blijkbaar is dat Sarawak-Sabah vergelijkbaar met Ajax-Feyenoord. De dames willen op de foto met Diana met de ondergaande zon op de achtergrond. Het is een plaatje. Nadat de zon achter een wolk is verdwenen gaan we terug naar het bezoekerscentrum en bestellen een curry. Om 20:00 uur gaan we mee met een night-walk en dat gaat natuurlijk niet op een nuchtere maag.

We zijn voor de nightwalk met z’n achten en er gaan 4 gidsen mee. Met evenzoveel zaklampjes speuren we het duister af op zoek naar nachtdieren. Gelukkig hebben sommige dieren een favoriete hangplek en maken ze het leven van de gidsen een stuk makkelijker.

We zien eerste een lief klein slangetje. Als de gids uitlegt dat je door het gif van deze slang binnen 6 uur dood bent is de slang ineens een stuk minder lief. Even later zien we nog een uil en wat wandelende takken, de kleinste kikker ter wereld zit op z’n gemakkie op een blad en een groter familielid maakt enorm veel kabaal en dat komt vast door alle zaklampen die op hem gericht zijn. Na anderhal uur zijn we terug in het bezoekerscentrum en na een laatste drankje kruipen we ons bed in. De kamer is van het soberste soort, maar we zijn zo vermoeid dat we toch snel in slaap vallen.


Zaterdag 20 september

We worden wakker van de regen die op het metalen dak van ons ‘huisje’ klettert. Dat zou wel eens een spelbreker kunnen zijn voor de laatste trail. Vanwege de hete nacht (temperatuur in het huisje) willen we eerst even douchen, maar als we zien dat er bruin water uit de kraan komt besluiten we om de wasbeurt even uit te stellen. Dan maar gelijk naar het ontbijt. De broodmaaltijd is net zo sober als het huisje, maar de toast met gebakken ei smaakt goed.

Het is inmiddels 09:15 uur en het is gelukkig droog geworden. Dit is ons moment om de Tajung Paku trail te gaan lopen.
Door de regen lijkt alles spekglad, maar op onze trailschoenen valt het best mee. Er zijn weer een paar wortel-partijen te overwinnen en sommige rotspartijen lukken niet zonder handen en voeten, maar na drie kwartier staan we al op het prachtige strand dat het eindpunt van deze trail is. De zon laat zich weer van z’n goede kant zien en dat scheelt gelijk een paar graden. Na een korte foto-shoot lopen we weer terug naar het bezoekerscentrum. Helaas geen apen dit keer. Maar gisteren zijn we daar al mee verwend.

Bij het bezoekerscentrum nemen we bak koffie en regelen we de boot voor de terugweg. Het duurt nog een half uurtje voordat de boot arriveert en die tijd vullen we met een beetje internetten.
We lopen alvast naar het strand en krijgen dan al snel het teken dat onze boot is gearriveerd. De kapitein is dus weer mooi op tijd en we lopen door de branding naar de boot. Schoentjes uit en weer even dat heerlijke zeewater voelen. Onze bootsman blijkt haast te hebben want we vliegen een aantal andere bootjes voorbij op weg naar Bako Terminal. Hier doen we de schoenen weer aan en gaan dan op zoek naar de bus naar Kuching.

We lopen langs een klein vismarktje en een paar honderd meter verderop zien we de bus al staan. Twee kaartje naar Kuching kost MYR 7, dat is nog geen anderhalve euro voor drie kwartier bussen.
De bushalte in Kuching is vlakbij ons hotel en gelukkig kunnen we daar gelijk inchecken. We maken er een dubbele check-in van want ook de vlucht naar Kota Kinabalu kan worden ingecheckt. Daarna de spullen op de kamer gooien en weer op pad. Vanmiddag staat in ieder geval het museum op het programma.

Op weg naar downtown Kuching gaan we eerst een hapje eten bij bistro James Brooke (ook vernoemd naar de witte rajah). We nemen allebei een Laksa, het bekendste gerecht van Borneo. Deze rijk gearomatiseerde noedelsoep ontstond door een combinatie van Chinese noedelgerechten en lokale ingredienten, waaroner kokosmelk, tamarinde, citroengras en garnalenpasta. Door deze combinatie ontwikkelde laksa zich tot het geliefde gerecht dat het nu is, met name de Sarawak laksa die ik krijg voorgeschoteld.

Op weg naar het museum zien we dat de voorbereidingen voor de marathon van Kuching in volle gang zijn. Die wedstrijd is morgen en vanwege de temperatuur kent deze marathon hele bijzonder starttijden. De marathon start om 01:00 uur, de halve start om 04:00 uur en de 10K om 05:45 uur. Dat vraag een bijzonder voorbereiding, maar wij durven het onder deze omstandigheden niet aan.

Via de laatste kilometer van het marathon-parcours lopen we naar het museum. Bij de kassa een aangename verrassing: boven de 60 jaar voor half geld. Financieel een meevaller, psychisch een domper.

Het museum is gehuisd in een prachtig gebouw met ‘gouden’ platen bekleed, maar ook de exposities zijn wonderschoon tentoongesteld over 5 verdiepingen. Het museum sluit (al) om 16:30 uur en dan hebben wij net ons rondje gemaakt. Een aanrader dit museum!

Museumbezoek maakt dorstig en daarom gaan we weer even langs bij de Drunk Monkey. Het is Guinness Happy Hour dus doe mij er maar twee. Voor de gezelligheid besteld Diana er nog wat krulfriet bij en dan zijn de buikjes wel weer rond.
We nemen een koffie aan de overkant bij The Fern en kunnen de tiramisu in de vitrine niet weerstaan. Een goede keuze want het smaakt heerlijk. We nemen nog een laatste drankje bij het hotel en dan gaan we ons opmaken voor Kota Kinabalu.

Zondag 21 september

Vanmiddag vliegen we naar Kota Kinabalu en omdat er verder niets op het programma staat zetten we geen wekker en gaan we lekker laat ontbijten. Het lijkt wel zondag! 
De ontbijtzaal zit vol met hardlopers van de Kuching Marathon. Je kunt aan de kleur hardloopshirts zien welke afstand ze hebben gelopen.

Deze vrije ochtend geeft ons ook even de tijd om de blog van plaatjes te voorzien. Om de een of andere reden werkt WordPress dit jaar niet als voorgaande jaren en kost het heel veel moeite om tekst te verwerken en net zo veel moeite om de foto’s geplaatst te krijgen. Met wat trucs moet het nu lukken om de blog bij te houden zonder dat het te veel tijd kost (fingers crossed)!

Na een heerlijke bak koffie in de lobby van het hotel bestellen we een Grab en laten we ons naar het vliegveld brengen. Het ritje kost de helft van de heenweg, het zal wel aan het tijdstip en/of aanbod van Grab’s liggen.
Op de luchthaven staat een hele rits automaten om zelf in te checken, maar wij kiezen voor de ouderwetse incheckbalie. Er staat geen rij en dan gaat dat net zo snel.

Om 14:00 uur gaan we bij Subway in de rij staan en bestellen een broodje. Net als bij McD zijn de broodjes over de hele wereld hetzelfde dus de keuze is niet moeilijk.
Drie kwartier later gaan we naar de gate. Eerst langs de douane want we verlaten Sarawak en dan doen ze hier weer alsof je naar het buitenland gaat. Probleemloos door de security-check en om 15:00 uur zitten we bij gate 7 in afwachting van ons toestel. Lang hoeven we niet te wachten want een half uurtje later gaan we al boarden en een paar minuten voor vier zijn we op weg naar de startbaan. Air Asia werkt als een goed geolied machientje.

Na anderhalf uur staan we alweer op de grond en lopen we richting de bagagehal. Eerst weer door de douane, paspoort laten zien en vingerscan maken (het blijft vreemd op een binnenlandse vlucht). Als we de bagagehal naar binnen gaan denken we dat we verkeerd zijn gelopen; het lijkt wel een kinder-creche, wat een geblèr! Het was ons bij de eerdere vluchten al opgevallen dat er heel veel gezinnen met (veel) kleine kinderen met het vliegtuig reizen en dat is hier zeker niet anders.

Het duurt een paar minuten voordat onze bagage op de band rolt. Dan sluiten we aan in de rij voor de bagage-check en vervolgens met een Grab naar het hotel. We hebben nu een aantal keer de Grab-app gebruikt en dat werkt als een tierelier. Opvallend feitje: alle chauffeurs die wij hadden reden in een Perodua (Maleisische makelij).

Ons hotel ziet er goed uit en is centraal gelegen in down-town Kota Kinabalu. Dat komt goed uit want we verblijven 5 nachten in de hoofdstad van Sabah. We gaan om de hoek nog snel even een hapje eten en zijn dan klaar voor Kota Kinabalu en omgeving.

Maandag 22 september

Vandaag hebben we de hele dag om Kota Kinabalu (ook wel: KK) te verkennen, maar eerst op zoek naar een ontbijt want bij ons hotel is dat niet mogelijk. Een normaal ontbijt vinden is hier nog best een uitdaging, het meeste eten dat ze hier op dit tijdstip verkopen is voor ons een avondmaaltijd. Uiteindelijk vinden een klein restaurantje waar we met wat kleine aanpassingen een ‘normaal’ ontbijt kunnen bestellen.

Na het ontbijt gaan we nog even terug naar het hotel om de camera op te halen, maar als we met gekamde haartjes de deur van het hotel weer openen, blijken de sluizen te zijn geopend. Het water komt met bakken naar beneden. Wij nemen dan maar plaats op het bankje onder de luifel voor het hotel en wachten tot de stortbui minder wordt. Het onweer hangt boven de stad want de donder doet de ramen trillen. Een bui is dan wel hevig in het tropisch klimaat, ze zijn ook zo weer voorbij. Als het meeste water naar beneden is gekomen lopen we eerst naar de Tourist Office om wat trein-, bus- en ferrytijden te verifiëren. Als er tijdens ons gesprek met de vriendelijke dame van de Tourist Office nog een donder volgt ligt zij bijna onder haar desk. Dat was inderdaad wel even schrikken.

Onze volgende stop is bij Scuba Junkie waar we even checken of onze reservering voor het duiken van woensdag in orde is. Alle seinen staan op groen en we gaan door naar de ferry terminal waar we proberen te achterhalen of we misschien toch tickets kunnen kopen. De vriendelijke dame van de Tourist Office zei dat het alleen on-line kan, maar wij zijn eigenwijs! Helaas heeft ze wel gelijk dus dat moeten we later nog regelen. Op de terugweg van de ferry terminal komen we langs een bijzonder stukje street-art; van een oud gebouw dat is afgebroken staan alleen de betonnen pilaren nog overeind en daar is een soort zee-kunstwerk van gemaakt, bijzonder!

Hierna is het tijd om KK te ontdekken. KK is de hoofdstad van de deelstaat Sabah. Het is met ongeveer 600.000 inwoners één van de grotere steden van Maleisië en de grootste stad van Maleisisch Borneo. Aan de ene kant van de stad ligt de Crocker Range met de hoogste berg Mount Kinabalu en aan de andere kant zie je de kleine tropische eilanden dichtbij de kust altijd liggen. 

We lopen eerst naar de Waterfront waar een aantal dagelijkse markten zijn. Eerst komen we langs de groente en fruit markt. Het ziet er allemaal prachtig uit, maar de klandizie laat blijkbaar te wensen over want de meeste marktkoopvrouwen zijn met hun telefoon bezig. Er is zelfs een verkoper naast zijn waren gaan slapen.

Enkele tientallen meters verder is de vismarkt waar de verse vangst uitgestald ligt. Van schelpdieren tot tonijn en alles wat daartussen past is te krijgen. De vissersboten die de vangst hebben naar wal hebben gebracht liggen naast de markt aangemeerd.  Er is ook een soort snelweg van speedboten die heen en weer naar het eiland Pulau Gaya varen. Het is de Maleisische variant van de watertaxi. De bewoners van het eiland kunnen zo op een snelle manier naar het vaste land. Ze proberen ons over te halen om naar de overkant te varen, maar die overtocht in de aftandse bootje met te grote motor slaan we af.

Het is bijna 13:00 uur en we besluiten om op zoek te gaan naar een lunchtent. Omdat we in de buurt van Merdeka Square zijn gaan we eerst nog even kijken waar de minibusjes naar Kinabalu National Park vertrekken. Tegenover hotel Dreamtel zien we de busjes staan. Even checken of de vertrektijden niet gewijzigd zijn en dan door naar Nook Cafe voor de lunch. Onderweg zien we de enorme contrasten van deze hoofdstad. Aan de ene kant vervallen huisjes waar het betonrot vanaf straalt, aan de andere kant luxe hoogbouw, brede straten en flitsende reclameborden. Tussendoor zie je dan nog een overblijfsel van de koloniale tijd zoals de Atkinson clock tower. Deze klokkentoren werd in 1905 gebouwd ter nagedachtenis aan Francis George Atkinson, de eerste districtsofficier van Jesselton (zoals Kota Kinabalu voorheen heette), die op 28-jarige leeftijd overleed aan malaria. Zijn moeder schonk een tweegezichtige klok aan de stad als eerbetoon aan haar zoon, waarna werd besloten een klokkentoren ter zijnen ere te bouwen. De toren, die de oudste staande structuur van Kota Kinabalu is, overleefde de geallieerde bombardementen van Jesselton in de Tweede Wereldoorlog.

De lunch bij Nook Cafe smaakte voortreffelijk en daarvoor willen we wel even een dankwoordje uitspreken. We bestellen een Grab en laten ons bij de Masjid Negeri Sabah afzetten. Helaas kunnen we de moskee niet in vanwege het middaggebed, maar we hebben wel even de tijd om de op een na grootste moskee van Borneo te bezichtigen.

Na een rondje om de moskee laten we ons naar Tajung Aru brengen. Deze strandbestemming is bekend vanwege z’n zonsondergang, foodstalls en fijne sfeer en dat willen wel van dichtbij meemaken.

Behalve de eerdergenoemde highlights zien we ook veel opblaasbare sup-boards liggen en dan bedoel ik héél veel opblaasbare sub-boards. Het vreemde is dat die sup-boards allemaal voor de show op het strand liggen, niemand is aan het suppen! Maar goed, misschien achterhalen we het geheim ervan nog.

Als we niet meer verder kunnen over het strand lopen we terug naar een sapstalletje en bestellen een verse jus en die smaakt voortreffelijk in deze hitte. 
We moeten nog even wachten op de zonsondergang dus gaan naar het naastgelegen plein waar de foodstalls staan. We kunnen merken dat het nog niet druk is want we worden overal naar binnen gehengeld. We kiezen een foodstall uit en bestellen een tiental satestokjes en een bord nasi. Het smaakt heerlijk.

Het is inmiddels kwart voor zes en dat betekent dat de zon oranje begint te kleuren. We rekenen het eten af en lopen terug naar het strand. Daar aangekomen lijkt het alsof half KK naar dit strand is gekomen. De mensen staan in groten getale te wachten tot de zon in de zee zakt.

Nu zien we ook wat al die sup-boards voor dienen. Massa’s mensen zitten op een sup-board in zee de zonsondergang af te wachten. Vreemd, maar wel bijzonder! Als de zon achter een wolkenbank is verdwenen regelen wij een ritje terug naar het hotel. Nog een bak koffie bij October Coffee en dan kan de wekker weer gezet worden. We moeten morgen een vroege trein hebben.