Tag archieven: Ulu Camii

Oost-Turkije 3

We hadden vandaag om 10:00 uur afgesproken met de barman van het hotel voor het tochtje in de vulkaan, maar omdat wij wat vroeg zijn gaan we eerst een bakkie doen bij Vonal. Als we door de straatjes lopen valt het ons weer op hoeveel kapperszaken er zijn (en dat geldt voor elke stad in Turkije). We zijn in Apeldoorn ook wel verwend met veel kapperszaken maar dit is wel een tandje erger. Het kapsel van de meeste Turkse mannen vraagt ook wel om een regelmatige knipbeurt dus het zal wel uit kunnen. Kapperszaken zijn in Turkije goed te herkennen want er staat altijd een handdoekrekje voor de zaak. Wel schattig.

Onze hotelvriend is mooi op tijd. Terloops vertelt hij dat z’n ‘broer’ ons naar boven rijdt, maar hij gaat ook mee. Ook goed natuurlijk.
Het is ongeveer twintig minuten rijden naar het eerste uitzichtpunt op de krater en dat is gelijk een wow-momentje. Op deze plek zie je goed dat je aan de rand van een vulkaan staat.

De Nemrut-vulkaan ligt aan de westkant van het Van-meer en hier even wat feitjes. De hoogste top van de vulkaan is ongeveer 2.948 meter hoog, maar zou voor de uitbarsting in 1440 voor Christus maar liefst 4450 meter hoog zijn geweest, de caldera is ongeveer 7 km breed en is daarmee een van de grootste ter wereld, de caldera bevat verschillende meren, waaronder een heet meer van 60 graden en een groot koud meer dat gemiddeld 100 meter diep is. Het meer dat wij vanaf het eerste uitzichtpunt zagen liggen is het koude meer en dat is tevens het grootste vulkanische meer van Turkije.
De laatste grote uitbarsting van de Nemrut-vulkaan vond plaats rond 1692 en sindsdien wordt de vulkaan als inactief beschouwd, hoewel er wel wat fumarolische activiteit is. We vertrouwen er op dat hij (of is het zij?) zich vandaag ook koest houdt.

We rijden helemaal door naar het koude meer en dan zijn we nog eens twintig minuten verder. Het is een bijzonder gezicht als je bij het meer staat en de wand van de caldera zo hoog boven je ziet. Je bent kansloos als het hier nu begint te borrelen, maar daar moet je niet aan denken. Oeps, te laat.
We lopen wat rond het meer en schieten veel te veel plaatjes. Dan stappen we weer in de auto en gaan naar het iets verderop gelegen warme meer.

Het warme meer is veel kleiner (en warmer, duuuh) maar zeker niet minder mooi. Het water is groenig en omdat het meer wat kleiner is lijkt de wand nog imposanter. De enige goede manier om dit vast te leggen is met een panorama-foto. Het is dat er hier regelmatig beren rondzwerven anders hadden we ons tentje opgezet.

We stappen weer en gaan op de weg terug. Regelmatig laten we ‘de broer van’ even stoppen om een foto te maken. We verrekken onze nekspieren van het omkijken.
Een eindje verderop, met uitzicht op het derde meer, is een schaapsherder z’n enorme kudde aan het uitlaten. Het gras ziet er niet sappig groen uit, maar de schaapjes smikkelen er op los (ook het zwarte schaap).

Als we weer aan de andere kant van de caldera zijn, met uitzicht op Tatvan en het Van-meer maken we nog een fotootje met onze hotel-vriend. Hij heeft er net een dienst van 20 uur opzitten dus hij is ook wel blij dat hij nu naar huis kan. We laten ons aan de hoofdstraat afzetten en hij zegt dat hij ons nog een keer terug hoopt te zien. Wij gaan ergens halverwege de hoofdstraat een restaurant binnen en bestellen wat te eten.

Omdat we vandaag nog tijd over hebben nemen we om 13:00 uur de mini-bus naar Ahlat. Net buiten Ahlat bevindt zich de grootste Turkse moslimbegraafplaats ter wereld, die ook bekend staat als het Ahlat Seltsjoekse grafveld.
De begraafplaats stamt uit de middeleeuwen (11e tot de 13e eeuw) toen de Seltsjoeken het oostelijke deel van Anatolië beheersten. Ahlat was toen een belangrijk cultureel, politiek en economisch centrum.

Het mini-busje rijdt lekker door en iets na half twee staan we op de begraafplaats. Wat de begraafplaats vooral bijzonder maakt, zijn de enorme en rijkelijk versierde mezar taşları (grafstenen), die tot 3 à 4 meter hoog kunnen zijn. Deze stenen zijn vaak voorzien van complexe islamitische motieven, kalligrafie en inscripties in het Arabisch. Elke grafsteen heeft zijn eigen unieke versiering, wat wijst op de status en het belang van de overledenen in hun gemeenschap.

We lopen via een keurig aangelegd houten pad over de begraafplaats en de rust en het serene landschap maken indruk. De grafstenen staan in een soort wildverband op het terrein, er is geen structuur in te ontdekken zoals bij een gemiddelde Nederlandse begraafplaats.

Aan de achterkant van het terrein lopen we dan nog even door naar de kümbet van Emir Bayindir. Verspreid over de begraafplaats staan een paar van deze mausolea die opvallen door hun architecturale schoonheid en de graven bevatten van belangrijke Seltsjoekse en Turkse leiders, wetenschappers of religieuze figuren. In dit geval dus de Emir.

Als we teruglopen komen we nog langs een groep grafstenen die aan islamitische rechters toebehoren. Dit zijn veruit de grootste grafstenen op de begraafplaats en dat geeft dus aan dat deze rechters een belangrijke rol speelden in die maatschappij. Door de omvang van deze stenen zijn de details goed zichtbaar.

Na deze laatste groep grafstenen lopen we terug naar de weg om daar een mini-bus aan te houden, Als we op een bankje een colaatje zitten te drinken zien we een bruidspaar aan komen rijden. Ze gaan de bruidsreportage op de begraafplaats maken. Beetje vreemd, maar toch zullen de foto’s er fantastisch uitzien.

We staan een kwartiertje langs de kant van de weg als de mini-bus naar Tatvan eraan komt. De chauffeur ziet ons al van verre staan en seint met z’n lichten. Wij steken de hand op. De bus is vol, maar wij kunnen nog op de klapstoeltjes in het middenpad plaatsnemen. Ook deze chauffeur laat er geen gras over groeien en een half uurtje later staan we weer in de hoofdstraat van Tatvan.

Omdat de dag nog niet voorbij is gaan we naar het meer en vinden daar een tafeltje in de zon, aan het water. Zo houden we het wel even uit. Gezellig een glaasje thee erbij, wat wil je nog meer?

Rond half vijf gaan we terug naar het hotel om wat spullen op de kamer te leggen. Daarna lopen we nog een keer naar Eliza Cafe & Nargile voor een drankje, waarna we op zoek gaan naar een chique restaurant. Dat lukt niet helemaal, maar het eten dat voor ons uit de bakken wordt gevist smaakt weer voortreffelijk.

Vrijdag 4 oktober

Voordat we naar het kantoortje van Vangölü gaan halen we bij een bakkertje nog wat broodjes voor onderweg. De bakker vraagt waar we vandaan komen. Uit Nederland, zeggen we, en vandaag gaan we naar Diyarbakir. Hij zegt dat hij een Koerd is en voor Diyarbakir gaan de duimen omhoog. De Koerden zijn trots op hun afkomst en mogen dat graag benadrukken.
Dan droppen we onze rugzakken bij Vangölü en gaan we in een klein straatje ernaast nog even snel een glaasje çay drinken. Twee oude mannen proberen een gesprek met ons aan te knopen bij het theehuis, maar zelfs met de vertaal-app gaat het erg moeizaam. De bus arriveert ongeveer 20 minuten te laat in Tatvan en iets voor tienen zijn we dan onderweg naar Diyarbakir. 

In Diyarbakır leven ruim 1 miljoen inwoners en 90% hiervan is Koerdisch. De Koerden zijn een volk zonder eigen land. Ze leven verspreid over landen als Turkije, Iran, Irak en Syrië. Als Koerdistan zou bestaan, zou Diyarbakır de hoofdstad zijn.
De eerste vermelding van Diyarbakır dateert uit de oudheid. Destijds stond de stad bekend als Bit-Zamani en was het de hoofdstad van het Aramees koninkrijk. De Romeinen stichtten hier in de 3e eeuw een kolonie en met de komst van de Romeinen kwam ook het Christendom. In de 7e eeuw werd de stad veroverd door Arabieren en enkele eeuwen later door de Ottomanen. Eeuwenlang hebben Turken, Koerden, Armeniërs, Assyriërs, Joden en Arabieren hier naast elkaar gewoond. In 1895 hebben hevige rellen die gericht waren tegen de christenen vele slachtoffers geeist.

De rit van 225 km kent geen verrassingen. Tegen 11:30 uur de eerste theestop, dan een militair checkpoint waar we allemaal gecontroleerd worden en ondertussen genieten wij van de fantastische……oh nee, dat zou ik niet meer doen, beloofd is beloofd!
Om 13:00 uur zijn we in Batman (heeft niets te maken met die man met dat masker, cape en rokersstem) waar de temperatuur inmiddels is opgelopen naar 30 graden. Net buiten Batman verschijnen de katoenvelden naast de snelweg. Katoen is het belangrijkste landbouwproduct van de regio. We zien grote opslagplaatsen die letterlijk vol met bergen katoen-bollekes liggen.

Op 20 km afstand zien we Diyarbakir al liggen het is een grote stad die de hele horizon vult. Diyarbakır ligt op een steile basaltrots en kijkt uit over de rivier de Tigris. Diyarbakir wordt wel de zwarte stad genoemd omdat veel historische gebouwen zijn gemaakt van de zwarte basaltsteen en ook de kilometers lange stadsmuur vol torens en poorten is opgetrokken uit dit zwarte gesteente.
Op weg naar het busstation rijden we door een buitenwijk van de stad en het lijkt wel of we een grote stad in Europa binnenrijden met veel nieuwe hoogbouw, grote bedrijven en een 8-baansweg.
Om 14:45 uur zijn we op het busstation waar we gecontroleerd worden alsof we met het vliegtuig aankomen. We hebben de 225 km afgelegd in 4 uur en drie kwartier (!) nu nog even met de taxi naar het hotel.

Nadat we zijn ingecheckt lopen we nog even naar het oude centrum van Diyarbakir. De drukte is vergelijkbaar met de drukte die ons in Van overviel. We gaan naar de Hasan Pasa Hani voor een drankje. In Diyarbakır vind je verschillende van deze hani’s. Het zijn sfeervolle binnenplaatsen waar de lokale bevolking een glaasje thee gaat drinken. De Hasan Pasa Hani is een voormalige karavanserai, een plek waar de handelsreizigers vroeger konden uitrusten.

In eerste instantie lijkt het of de hoofdstraat vol staat met stalletjes en karretjes met spul voor de toeristen, maar al snel blijkt dat dit gewoon straathandel is voor de lokale inwoners. Het is een kleurrijk geheel en met de drukte op straat is het ook een gezellige boel.
We wilden nog even een kijkje nemen bij de grote moskee van de stad, maar Diana had haar hoofddoek niet bij zich. Daar gaan we morgen op herhaling.

In een zijstraatje van een zijstraatje nemen we nog een bakkie koffie met een heerlijk bananengebakje. Op straat lopen gesluierde vrouwen naast vrouwen in een hemdje en spijkerbroek. Het is een bijzonder mix.
We zien ook een aantal bouwprojecten waarvan we vermoeden dat het nog steeds herstelwerk is van de laatste aardbeving. Misschien leren we daar morgen meer over.

Zaterdag 5 oktober

Hotel New Garden is een degelijk zakenhotel  met een even degelijk ontbijt. We hadden geen haast want we konden de hele dag gebruiken voor Diyabakir.
Toen we een paar minuten op straat waren wisten we wel dat we het heeeeel rustig aan moesten doen. Die hitte (30+ graden) is echt weer wennen. We lopen over Sehid Seyh Said plein naar de meest noordelijke poort in de stadsmuur. Het is al 10:00 uur, maar alle hekken zijn nog gesloten.

We gaan verder naar het kasteel van Dyarbakir. Hier geen gesloten hekken, het is er zelfs druk te noemen. Bij de stadsmuren staan rode bordjes waarop staat dat het beklimmen van de muur op eigen risico is. Wij nemen dat risico en via een smal trappetje klauteren we naar boven.
Met een totale lengte van ruim 5,5 kilometer is alleen de Chinese Muur langer.

De stadsmuur werd al in de 6e eeuw voor Christus gebouwd, maar de Romeinse keizer Constantius II liet de muren renoveren en massaal uitbreiden in de 4e eeuw. Sindsdien werd de muur steeds verder versterkt met vulkanisch gesteente uit de omgeving. De muur is zo’n vijf meter dik en tien tot twaalf meter hoog. Er zijn 82 torens en vier hoofdpoorten
Boven heb je een mooi uitzicht op het kasteel en omgeving, maar een paar foto’s verder moeten we natuurlijk ook weer naar beneden en dat is de truc: omhoog is veel makkelijker dan naar beneden. Met bibberende benen en onze nagels in de muur gaan we omlaag. We bezoeken nog even de moskee van het kasteel en lopen dan verder.

We gaan naar de Ulu Camii en dat is met recht de grote moskee. Voordat we naar binnen gaan nemen we een bakkie koffie op het grote plein voor de moskee. Als we nog maar net op die ongelukkig kleine krukjes zitten begint bij het tafeltje naast ons een man met een gitaar zich uit te leven. Klinkt helemaal niet slecht. Na de voortreffelijke koffie en dito voorstelling gaan we de moskee naar binnen.

Deze moskee is de oudste van Anatolië en misschien zelfs van heel Turkije. Het ontwerp van de moskee is gebaseerd op de Umayyad-moskee in Damascas, de heiligste plek van de islam. Omdat de Seltsjoekse sultan Malik Shah de stad een belangrijker aanzien wilde geven, liet hij in 1091 deze moskee bouwen die net zo groot moest zijn als de Umayyad-moskee.

Het is inderdaad een enorm complex, zo’n grote moskee hebben we nog niet gezien. Mannen kletsen met elkaar onder mooie zuilengalerijen en de muren hebben prachtige reliëfs. We zien dat handen en voeten gewassen worden voordat de gebedsruimte wordt betreden. Ondanks dat er veel bezoekers rondlopen zijn die tafereeltje bijzonder intiem, alsof er geen toeristen zijn.

In de gebedsruimte luistert een handjevol gelovigen wat de imam te vertellen heeft. Een man ligt languit op het tapijt in de moskee en in een andere hoek van de gebedsruimte fluisteren een paar mannen met elkaar. De moskee is veel meer dan alleen een gebedsruimte, het heeft een belangrijke sociale functie.

Wij verlaten de moskee en gaan ander kant van de Gazi Cadessi een straatje in op weg naar de Sheik Matar moskee. Het gaat ons niet om de moskee, maar om de minaret. Deze staat op 4 poten en je kunt er onder staan. Da’s best uniek.

Dan lopen we even door naar de St. Giragos kerk. Dit is de belangrijkste en grootste Armeense kerk in het Midden-Oosten. In de 19e en begin van de 20e eeuw kende Diyarbakır een grote Armeense gemeenschap. Na een brand van een andere kerk, werd de huidige St. Giragos gebouwd in 1883. In 1913 wordt de klokkentoren dan getroffen door de bliksem en in datzelfde jaar werd er nog een nieuwe gebouwd. Deze nieuwe klokkentoren was met 29 meter destijds het hoogste gebouw van de stad en dat werd niet zo gewaardeerd door de moslimgemeenschap. Tijdens de Armeense genocide in 1915 en 1916 werden de Armenen verdreven of vermoord. De St. Giragos raakte ernstig beschadigd en de klokkentoren werd gesloopt. Pas in 2009 is weer begonnen met de wederopbouw van de kerk. We maken een rondje door de wat nieuw aandoende kerk en dan steekt Diana nog een paar kaarsjes aan.

Via allemaal kleine straatjes lopen we richting de zuidelijke stadsmuur, Normaal gesproken is Google Maps een goede gids maar we staan regelmatig voor straatje dat is afgesloten vanwege (her)bouw werkzaamheden.Met wat omwegen komen we uiteindelijk wel bij de Mardin poort aan de zuidkant van de stad.

Om uitdrogingsverschijnselen gaan we op een terrasje zitten met uitzicht op de Hevseltuinen en de rivier de Tigris en bestellen een drankje.
De tuinen werden in de 9e eeuw aangelegd om de stad van water en voedsel te voorzien. Het gebied beslaat meer dan 700 hectare. De tuinen werden als heilig beschouwd omdat ze vaak werden vergeleken met de tuin van Eden. Nog altijd zijn de tuinen een belangrijk landbouwgebied voor de bevolking. Ongeveer een derde deel van de tuinen wordt gebruikt om groente en fruit te verbouwen zoals watermeloenen, druiven, abrikozen, kool, spinazie en pompoenen.

Na deze opkikker gaan we op weg naar de Syrische kerk van de maagd Maria. We moeten alweer manoeuvreren door smalle steegjes, maar het vordeel is dat het daar wel koel is. Daar hebben ze hier bij de woningbouw goed over nagedacht. Naast Turken en Koerden wonen er in Diyarbakır ook christenen en je vindt er nog een aantal kerken. Deels met een Armeense, deels met een Syrische achtergrond. De kerk van de maagd Maria is een van de 10 Syrische kerken in Diyarbakir en ook deze keer is opgebouwd met de zwarte steen waar zoveel in deze stad van is gebouwd.

Deze kerk behoort tot de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap en is een van de oudste kerken in de regio, met een geschiedenis die teruggaat tot de 3e eeuw na Christus. De kerk heeft een opvallende architectuur met elementen die typisch zijn voor Syrisch-Orthodoxe gebouwen, zoals de eenvoudige maar robuuste stenen constructie. Het interieur is daarentegen rijkelijk versierd met iconen, fresco’s en andere religieuze kunstwerken.

We dwalen opnieuw door de verkoelende steegjes op zoek naar de Gazi Caddesi, de hoofdstraat van de stad waar we steeds weer terug komen. Rond de drukke hoofdstraat vind je tal van winkels, kraampjes en restaurants, maar ook de bazaar is maar een paar stappen van de hoofdstraat verwijderd. Zoals overal wordt ook hier van alles verkocht. Kleding, specerijen, koperen kookgerei en tapijten en ook een paar geitenkoppen.

We zijn weer toe aan een vocht-infuus en daarvoor kiezen we de Ongözlü brug. Deze brug ligt op zo’n 2 kilometer van de zuidelijke stadsmuur. Normaal gesproken is dat een leuke wandelafstand, maar met dit warme weer besluiten we om een paar duppies aan de dolmus te spenderen.
De brug dateert uit 1065 en is gebouwd met vulkanisch gesteente. Vanwege de tien bogen wordt deze brug ook wel de Tien-Ogen brug genoemd. De brug is een populaire plek voor de lokale bevolking. Aan beide zijden van de rivier de Tigris zijn cafés en restaurants te vinden waar thee en kebabs wordt geserveerd. Wij zoeken een mooi plekje op de tweede rij en genieten van ons drankje met uitzicht op de iconische brug.

Het is goed toeven aan de rivier, maar we moeten toch een keer terug. Inmiddels is de zon achter de heuvel gezakt en is de temperatuur een stuk aangenamer. Omdat er geen dolmus voorhanden is gaan we maar lopen, we kunnen het niet laten.
Een half uur later zijn we weer terug bij de zuidelijke stadsmuur. Ergens halverwege de Gazi Caddesi nemen we een durum als avondeten en iets verderop nemen we künefe als toetje. Deze specialiteit van Diyarbakir moesten we proberen van Dilek, onze Zuidoost-Anatolië specialist. Dit toetje bestaat uit knapperig gebakken, boterig sliertjesdeeg gevuld met kaas overgoten met een zoete suikersiroop; een hemelse combinatie, moeten wij eerlijk bekennen.

We nemen nog een bak koffie bij Milena Coffee om de hoek bij ons hotel en raken aan de praat met de eigenaar. Hij vindt het zo leuk dat wij hier opnieuw een bakkie komen doen dat hij ons verrast met een chocoladepuddinkje dat door zijn moeder wordt gemaakt (en wordt verkocht in zijn koffiebar). We smullen van het gebakje, maar op weg naar hotel knappen we bijna uit elkaar.

Zondag 6 oktober

Er gaat vandaag geen grote bus naar Mardin, dus er zit niets anders op dan in een mini-bus te stappen en dan mogen we ook nog op de achterbank zitten. We zijn samen met 9 dames met hoofddoek en 3 ongesluierde mannen. Om 09:15 uur wordt de motor gestart, laat ik het gezelschap even voorstellen.

Vanaf onze bevoorrechte positie op de achterbank zien we weinig van de omgeving, maar krijgen wel gratis bilspier oefeningen. We rijden naar het zuiden, richting Syrië dus het zal vooral warmer worden. De korte rit verloopt probleemloos. We pikken nog 3 extra passagiers op langs de kant van de weg en dan is de mini-bus echt vol. Op 10 km voor Mardin komen we in een korte file terecht door een checkpoint van de Jandarma en daar gebeurt het meest spannende van de rit. Een dame (!) in een Golf rijdt tegen de achterkant van de bus aan. Natuurlijk een enorme discussie, er komen een paar militairen bij, er wordt wat geld geboden (TLR 500 = €13,30) en uiteindelijk gaan we weer rijden. Om 11:45 uur stappen we uit de bus en gaan we het laatste stukje met de taxi.

We worden door de receptionist van het hotel aan de hoofdstraat opgehaald. Met de taxi kun je niet bij het hotel komen en zonder hulp zouden we misschien wel verdwalen in de kronkelige steegjes achter de hoofdstraat. Het kleine sfeervolle hotel is gevestigd in een van de traditionele huizen. We blijven niet te lang van ons hotel genieten, maar gaan de oude stad van Mardin verkennen.

De geschiedenis van Mardin gaat terug tot minstens 4000 BC. De regio rondom Mardin werd al vroeg bewoond door beschavingen zoals de Sumeriërs, Babyloniërs, Assyriërs en Hettieten. Door de nabijheid van de vruchtbare vlakten van Mesopotamië was Mardin een belangrijk knooppunt voor handelsroutes, wat de stad een cruciale rol gaf in de uitwisseling van goederen en culturen. Mardin ligt op een heuvel die uitkijkt over die vlaktes van Mesopotamië. De stad staat bekend om haar traditionele stenen huizen, gebouwd met geelachtige kalksteen die typisch is voor de regio. De huizen zijn tegen de hellingen gebouwd, waardoor je overal een spectaculair uitzicht hebt op de omliggende vlaktes.
We lopen eerst naar de grote moskee die tussen de huizen is gebouwd.

De Artuqiden, die in de 11e en de 12e eeuw Zuidoost-Anatolië beheersten, bouwden aan het einde van de 12e eeuw de Ulu Camii. Hiermee is het één van de oudste moskeeën van de regio. Op de iconische minaret zijn verschillende inscripties te zien van de verschillende beschavingen die in Mardin hebben gewoond en en het jaar 1176 wanneer deze minaret zou zijn gebouwd. De moskee werd echter door de eeuwen heen nog een aantal maal gerenoveerd. Zo komt de huidige minaret uit 1889. Er wordt zelfs beweerd dat de moskee oorspronkelijk een kerk zou zijn geweest.
Bij de moskee merken we dat Mardin een populaire bestemming is voor de toeristen uit Turkije. Er lopen zelfs gidsen met een vlaggetje in het rond. Slechte timing dus! Hier moeten we later nog maar terug komen,

Aan de andere kant van de hoofdstraat staat de Zinciriye Medresesi, ook wel bekend als Sultan Isa Madrasa, de laatste sultan die regeerde in Mardin. De madrassa werd gebouwd in 1385, tijdens de regering van Sultan Isa van de Artuqiden-dynastie, een Turkse dynastie die heerste over delen van Anatolië en Syrië tussen de 11e en 15e eeuw. De medrassa is duidelijk te herkennen aan de twee grote koepels en daar gaan wij ook naar op zoek.
We kopen een toegangskaartje en gaan de medrassa binnen. Via de binnenplaats komen we bij de plek waar vroeger een fontein moet zijn geweest. De fontein is er niet meer, maar het stroompje dat de waterbak bij de fontein vulde is nog steeds een geliefde fotospot.

We lopen via een smal stenen trapje naar de eerste verdieping waar we prachtig zicht hebben op de twee koepels van de medrassa en de omgeving erachter. Wij zijn zeker niet de enigen die deze bijzonder plek bezoeken, groepjes toeristen komen af en aan én ook hier zien we weer verschillende bruidsparen hun reportage schieten.

Via wat kleine steegjes komen we dan bij de vroegere meisjesschool van Mardin: Tarihi Kız Meslek Lisesi. Deze school werd in het begin van de 20e eeuw opgericht, tijdens de laatste jaren van het Ottomaanse Rijk. Dit was een periode waarin modernisering en hervormingen in het rijk opkwamen, mede onder invloed van de Tanzimat-periode (1839-1876). In die tijd was er een toenemende nadruk op het verbeteren van onderwijs en het uitbreiden van toegang tot onderwijs voor meisjes en deze school is dan ook een belangrijk voorbeeld van Ottomaanse inspanningen om het onderwijs voor vrouwen te bevorderen.
Het is een van de vroege voorbeelden van vakscholen specifiek gericht op het onderwijzen van meisjes in praktische vaardigheden en ambachten.
Ze hebben geen half werk geleverd bij het bouwen van deze school want de school doet qua schoonheid niet onder voor een van de andere gebouwen in Mardin.

We lopen een klein steegje in achter het postkantoor en daar zien we weer het échte Mardin. Oude huizen van zandkleurige stenen en soms is er eentje omgetoverd tot een klein theehuis met een paar tafeltjes en stoeltjes tegen de buitenmuur. Heerlijk om hier te zitten, ook omdat de smalle steegjes een stuk koeler zijn dat de hete hoofdstraat.

We lopen terug naar ons hotel en kiezen daar zoveel mogelijk de koele steegjes voor. Zonder Google Maps zouden we verdwalen en we verwachten ook niet dat het na anderhalve dag beter zal gaan. We laten de spullen achter op de kamer en gaan dan naar de hoofdstraat om een hapje te eten.
We gaan op het terras bij Al Hayaal en bestellen wat lokaal eten. Zoals gebruikelijk in dit deel van Turkije komt er een grote schaal met bijgerechtjes op tafel. Het eten is pittig, maar het smaakt allemaal voortreffelijk.

Hierna nemen we nog een koffie bij Lolee en lopen dan via de hoofdstraat weer terug naar het hotel. Deze hoofdstraat staat bekend als 1 Cadde. Er is veel verkeer, je vindt er veel winkels, restaurants, cafés en ook hotels zijn aan de hoofdstraat gevestigd. Deze straat is echt het kloppende hart van Mardin, maar wat mij betreft wel eentje met een ruisje. Er rijden veel overjarige dikke Duitse auto’s door de hoofdstraat die de ramen open hebben staan en de radio op 10. De dreunende Turkse rap-muziek zou ik verwachten in Alanya maar in Mardin is het ongepast. Maar ja, tijden veranderen, ook hier (of: zelfs hier).
We eindigen de dag met een glaasje the op het dakterras bij het hotel met uitzicht op de flikkerende lampjes op het Mesopotamische vlakte achter ons hotel.

Maandag 7 oktober

Na het ontbijt gaan we eerst naar het Syrische klooster Deyrulzafaran. Het klooster ligt net buiten de stad in de brandende zon dus daar willen we zo vroeg mogelijk zijn. We charteren een taxi en met een kwartiertje zijn we bij het klooster.

Het klooster is gebouwd van honingkleurig gesteente en te midden van eigen olijfboomgaarden is het een van de voornaamste Syrische-Jakobitische kloosters die nog in gebruik is door Syrisch-Orthodoxe gelovigen..
In het jaar 495 werd op deze plek het eerste klooster gebouwd, helaas zijn er een aantal originele structuren verwoest door verschillende veroveraars. Het is het bezoekje echter meer dan waard.

Het klooster is nog steeds bewoond en dat is ook de reden dat we maar een deel van het klooster mogen bezoeken. Er worden nu vooral weeskinderen opgevangen en grootgebracht, maar daar hebben we niets van gezien of gehoord. We raken in gesprek met een Zweedse monnik die hier een tijdje op retraite is geweest en volgens hem is er in de buurt van Hengelo (?) ook een klooster van deze orde. Daar moeten wij na deze reis maar eens tot rust gaan komen.

Op de weg terug naar Mardin stopt de chauffeur op ons verzoek zodat we een foto kunnen maken van ‘Mardin tegen de berg’. Je ziet hier ook goed de restanten van het kasteel bovenop de berg. Terug in Mardin drinken we een koffie bij een ieniemienie cafeetje genaamd Lelyo. De koffie is lekker, maar bijzaak want het gaat hier vooral om de speculaas-achtige koekjes. Het ruikt en smaakt écht maar speculaas, maar de koekjes zijn gevuld met dadelpasta.

Onze volgende opdracht voor vandaag is buskaartjes voor de rit naar Sanliurfa bemachtigen. We springen in zo’n vreemd geel stadsbusje en gaan naar busstation dat ook hier buiten de stad ligt. Er is nog keus genoeg, maar niet op de tijd dat wij eigenlijk weg willen. Het wordt 10:30 uur en volgens de medewerker van Mardin Seyahat is het maar tweeëneenhalf uur rijden. Dat moeten we nog zien!

We pakken weer een gek geel busje terug naar het stadscentrum en nemen een kijkje bij het voormalige postkantoor. We hebben niet vaak een postkantoor bezocht tijdens onze reizen, maar dit oude postkantoor van Mardin is wel een bezoek waard. Het staat tegenover de Sehidiye moskee en was het meest indrukwekkende postkantoor van Turkije (vinden ze hier). Oorspronkelijk als woonhuis gebouwd in 1890 voor de familie Sahtana en 1950 werd het huis omgetoverd tot een postkantoor. Van het postkantoor is overigens niet veel meer over. Slechts een kleine ruimte in één van de façades heeft nog met post te maken.

Aan de overkant van het oude postkantoor gaan we wat eten en drinken. Het is weer 30+ graden dus elk plekje in de schaduw is meegenomen. Na deze opkikker lopen we weer de bazaar in. Hier is het lekker koel en het ruikt er meestal fris. Mardin is bekend om z’n blokken zeep en bijna elk kraampje verkoopt wel wat zeep. In de smalle steegjes zien we de minaret van de grote moskee al, dus het is niet moeilijk deze te vinden.

Het is een stuk rustiger dan gisteren bij de Ulu Camii, maar het blijft een lastig ding om te fotograferen. Hoge minaret, harde schaduwen en een lelijke uitbouw op de achtergrond. Gelukkig gebeurt er van alles lager bij de grond. We gaan even op het plein zitten om de alles te observeren.

We lopen wat steegjes verder en zien dan de minaret van de Abdullatif (Latifiye) moskee. Het ligt op de route dus we gaan ook hier naar binnen. Deze moskee werd in 1371 gebouwd door Abdullatif bin Abdullah, die in Mardin diende tijdens de regeringen van Artukid Melik Salih en Melik Muzaffer (je weet wel). De oorspronkelijke minaret van de moskee is gebouwd door de gouverneur van Egypte. De rechthoekige geplande moskee is een van de laatste Artukid-monumenten. Het goed bewaarde portaal is misschien wel het mooiste onderdeel van de moskee, met de drie bogen van tweekleurige stenen, geometrische motieven en stervormige decoraties. Het is toch wel bijzonder dat iedereen Ulu Camii bezoekt en dat we bij deze moskee alleen zijn.

We duiken aan de andere kant van de hoofdstraat een smal straatje in en gaan op een kleurrijk terrasje wat drinken. We hebben de meeste bezienswaardigheden van Mardin wel gezien dus we kunnen lekker blijven hangen. De temperatuur ligt in de middag ruim boven de 30 graden en dan is elke drankpost meegenomen. Er zijn heel veel van deze cafeetjes in Mardin en dat maakt ook de achteraf-steegjes een gezellige bestemming.

We blijven een beetje in de smalle straatjes dwalen en hebben daar van de inwoners van Mardin ook geleerd hoe we ons kleed op het balkon kunnen uithangen zonder dat het naar beneden valt. Je moet het kleed gewoon met een paar tuinstoelen vastzetten. We vragen ons wel af het huishoudelijk reglement aan de Loolaan dit toestaat.

De hekken bij de meisjesschool van Mardin zijn vandaag open dus lopen we daar ook nog maar even naar binnen. In het gebouw zijn spullen tentoon gesteld maar verder is het niet zo bijzonder. Het verbaast ons vooral dat er geen leerlingen te bekennen zijn. Misschien zijn ze naar huis gestuurd vanwege de hitte.

We gaan bij het naastgelegen terras zitten (alweer een versnapering) waar we bovendien een goed uitzicht hebben op de minaret en de koepel van de Ulu Camii. We zijn niet de enigen die dit een interessant plekje vinden want al snel is de thee niet meer aan te slepen. Wat een gezelligheid. Er steekt een licht briesje op en dat is iets waar we de hele dag op hebben gewacht. Heerlijk!

Nadat we spullen hebben teruggebracht naar onze hotelkamer gaan we nog een keer terug naar het terras waar we vanochtend zaten. Het zit er vol met Turkse toeristen die allemaal goed inkopen hebben gedaan. De thee vloeit rijkelijk en de sloffen sigaretten zijn niet aan te slepen. Als de rook om ons hoofd is verdwenen gaan wij maar een hapje eten.

Met ‘een hapje eten’ doen we restaurant Marde tekort. Het is by far het sjiekste restaurant dat we in Mardin zijn tegengekomen.
Het lezen van de kaart en het bestellen van het juiste gerecht is vooral een taal-uitdaging. Het lukt uiteindelijk met behulp van een vriendelijke Duits sprekende gids om wat te bestellen en het eten smaakt voortreffelijk.
Klein momentje tijdens het eten. Er komt een stel binnen waarvan de vader een slapende baby op de arm heeft. Er wordt even gesproken met de manager en een paar tellen later komt de ober al met een kindermatrasje aanlopen. Dat matrasje wordt achter de stoel van Diana gelegd, baby erop, kleedje erover en aan tafel!

Met ronde buikjes lopen we de hoofdstraat op en gaan we nog even naar Lelyo om een doos van die heerlijke speculaas-achtige koekjes te kopen (voor de busrit). Daarna lopen we terug naar het hotel en nemen we weer plaats op het dakterras waar we ook een heel behoorlijk uitzicht hebben op het kasteel van Mardin. Daar schrijf ik de laatste regels van het blog van vandaag onder het genot van een glaasje thee.


Dinsdag 8 oktober

Ankahan Konağı is een heerlijk hotel, maar als je met de rugzak al die trappen op moet om bij de bushalte te komen dan vloek je wel een keer. Met het zweet op de rug staan we te wachten op het gele busje dat ons naar het busstation brengt.
We zitten onder de overkapping bij het busstation en wachten tot onze bus arriveert. Je moet altijd een half uur voor vertrek op het busstation zijn, maar we weten eigenlijk niet waarom. De bus arriveert op z’n vroegst een paar minuten voor vertrek.

Het is vanochtend bewolkt en dat is altijd prettig tijdens een busrit maar desondanks loopt de temperatuur aardig op in de bus. Tegen twaalven heeft de chauffeur de airco gelukkig aan de gang gekregen. We stoppen in Kiziltepe en Viransehir waar Diana een durum regelt voor de lunch. Om 14:15 uur zijn we op het busstation van Sanliurfa en een half uurtje later zijn we ingecheckt bij ons hotelletje. Wederom een boetiek hotel in een voormalige woning, maar dan zonder de trappen van Mardin.

Sanliurfa is ook bekend als Urfa. Sanli (glorieus) werd pas later toegevoegd als erkenning voor de strijd in de Turkse onafhankelijkheidsoorlog. We hebben gemerkt dat vooral over Urfa gesproken wordt, dat scheelt ook een paar letters.
We zullen veel islamitische gelovigen tegenkomen want voor hen is de stad de plek waar aartsvader Abraham, of eigenlijk de profeet Ibrahim, is geboren.

Vanaf ons hotel is het maar een paar minuten lopen naar de belangrijkste bezienswaardigheden. We komen als eerste bij de Halil-Ür Rahman moskee en de vijver met de karpers (Balikligöl). Bij die vijver en karpers hoort een verhaaltje.
Volgens de islamitische overlevering zou Ibrahim godenbeelden stuk hebben geslagen in Şanlıurfa omdat ze afgoderij waren. Koning Nimrod verklaarde Ibrahim de oorlog. Nadat Ibrahim vervolgens ook nog het hart van de dochter van de koning veroverde, werd hij ter dood veroordeeld. Koning Nimrod liet een brandstapel bouwen aan de voet van de heuvel en liet Ibrahim vanaf de heuveltop naar beneden gooien. Door een wonder veranderde het vuur in water en het brandende hout veranderde in karpers. Profeet Ibrahim overleefde de val en belandde in een bed van rozen. De vissen werden heilig verklaard.

Moslims komen in groten getale naar Şanlıurfa om de karpers te voeren want door de vissen te voeren hopen ze dat Allah hen helpt. Er is dus een levendige handel in visvoer. Behalve de vissen voeren, willen ze er ook graag mee op de foto. Er wordt zelfs kleurrijke kledij verhuurd om die foto’s er zo leuk mogelijk uit te laten zien.
We lopen een beetje ronde vijver en bekijken dit schouwspel. Het is met de drukte eigenlijk ongelooflijk dat er niemand in de vijver valt.

Voor al die fotos is het een mooi bijkomstigheid dat Halil-Ür Rahman moskee op de achtergrond staat. Deze langgerekte moskee werd in 1211 gebouwd tijdens de Ayyubidische periode en heeft een typische islamitische architectuur met bogen, koepeltjes en natuurlijk een minaret. Er komen hier jaarlijks meer dan een miljoen moslims

Het is inmiddels alweer 16:00 uur en hoewel we hier morgen zeker weer terug komen willen we toch even naar de grot waar Ibrahim zou zijn geboren (Mevlid-i Halilulrahman) en waar hij de eerste jaren van zijn leven heeft gewoond. Zijn moeder zou hem hier verborgen hebben gehouden voor koning Nimrod. De koning had een visioen gekregen dat een nieuwgeborene hem van zijn troon zou stoten, waarop hij het bevel gaf om alle baby’s te vermoorden. Dat lijkt me inderdaad een goede reden om je kind niet buiten te laten spelen.

Ook deze plek is erg geliefd bij de gelovigen én bij duiven. Er wordt nl. duivenvoer verkocht dat in een afgezet vierkant mag worden gestrooid. De duiven weten er wel raad mee.
In Urfa zijn ze sowieso erg gek met duiven. De mensen geloven dat duiven hen beschermen tegen problemen en ongelukken en waar duiven worden gevoerd is er geluk en vruchtbaarheid. Sommige duiven krijgen van hun ‘baasje’ kleurrijke oorbellen en/of enkelbandjes.

Het is tijd dat we zelf ook wat krachtvoer nemen dus we gaan op zoek naar een vitamine-C karretje. Tussen een van de vele eet- en drinkkarretjes vinden er eentje met een berg sinaasappels. We bestellen een grote beker zodat we er de komende dagen tegen kunnen.

Als we op zoek gaan naar een restaurant zakt de zon net achter de minaret weg. Ook in Urfa is het, net als in Mardin, erg warm. Ons tempo ligt wat lager dan normaal waardoor we soms keuzes moeten maken in het programma. Het ritje naar Göbekli Tepe dat we voor morgen gepland hebben willen we zeker maken.

Woensdag 9 oktober

We gaan voor de goedkope reis vandaag. Eerst nemen we voor 39 eurocent bus 63 naar het museum waar bus 0 naar Göbekli Tepe vertrekt. Göbekli Tepe ligt op zo’n 20 km van Sanliurfa en die rit kost maar 96 eurocent. Ons bent zuunig (en we zijn geeneens Zeeuwen).

Göbekli Tepe wordt gezien als een van de belangrijkste ontdekkingen in de studie van de menselijke prehistorie. De site wordt beschouwd als een van de oudste tempelcomplexen ter wereld. Het dateert van ongeveer 9600 BC, wat het ouder maakt dan Stonehenge en de Egyptische piramides. Hoewel nog maar een klein deel van het totale complex is opgegraven, zijn er al verschillende ontdekkingen gedaan waardoor het beeld van de mens in de tijd van Göbekli Tepe enorm is veranderd.

Het is 3 kwartier rijden en we schrikken van het aantal grote bussen op de parkeerplaats. Göbekli Tepe is maar een kleine site, waar laat je al dat volk? We kopen eerst het toegangsticket, het duurste tot nu toe (€21). Via een klein museumpje en een flitsende animatiefilm met dramatische muziek lopen we naar de opstapplek voor de shuttlebusjes naar de site. Dit is een handige manier om de grote hoeveelheid bezoekers op te delen, maar desondanks is het druk rond de opgraving.

Göbekli Tepe werd dus gebouwd in de Neolithische periode, voordat mensen sedentair werden en landbouw ontwikkelden. Dit werpt vragen op over de relatie tussen religieuze activiteiten en de opkomst van de landbouw, aangezien het eerder werd gedacht dat landbouw een voorwaarde was voor complexe religieuze structuren. Göbekli Tepe lijkt erop te wijzen dat religieuze samenkomsten een belangrijke rol speelden in het samenbrengen van mensen, wat mogelijk de ontwikkeling van landbouw heeft gestimuleerd.

De opgravingen bestaan uit enorme, cirkelvormige structuren met grote, stenen pilaren, die werden gebruikt als religieuze of ceremoniële locaties. De pilaren zijn gedecoreerd met reliëfs van dieren zoals slangen, schorpioenen, vogels en wilde zwijnen. Andere stenen pilaren hebben de vorm van de letter T en zouden mensen of priesters moeten voorstellen, iets wat onder meer gebaseerd is op de afbeeldingen van handen en lendedoeken.

Na het bezoek aan de site persen we ons weer in een busje en laten we ons naar de uitgang rijden. We nemen een drankje in het restaurant bij het museum en gaan dan naar de parkeerplaats voor de bus terug naar Sanliurfa. De thermometer in de bus geeft 41,5 graden aan! Het is niet te doen in de zon.
We laten ons in Sanliurfa iets eerder uit de bus zetten en lopen in een rechte lijn naar een groot winkelcentrum: lekker koel! We nemen een koffie bij Coffee Art. Ze zetten er een flesje water en een schaaltje nootjes (?) bij. Dit vriendelijke gebaar blijkt net zoveel te kosten als de koffie zelf. Als troost nemen we nog een ijsje bij McD.

Vanochtend hebben we de peilstok even in de rugzak gestoken en moeten vaststellen dat het krap wordt met de kleding van mij. We moeten dus nog ergens een wasserette bezoeken of…….we kopen wat shirtjes in dit warenhuis. Ze geven het zowat weg dus de keuze is snel gemaakt. Enig nadeel is dat ik nu wel met een LC Waikiki-tasje door Sanliurfa loop.

We lopen nog een rondje bij de vijver en gaan dan op een terrasje onder de bomen zitten. Het is weer tijd voor een glaasje çay. Dan gaan we nog een keer naar de grot waar Ibrahim geboren is, maar hebben nu ook oog voor de oudste moskee van Turkije. Diana kruipt dit keer ook de grot in om het allemaal eens van dichtbij te bekijken. Gisteren kon ze niet naar binnen omdat ze haar hoofddoek niet bij zich had

Iets verder dan de grot van Ibrahim is nog een ruimte waar veel mensen naar binnen gaan. Dit moeten wij ook van dichtbij bekijken. We gaan door het lage deurtje naar binnen en lezen op een bordje ‘A hair from prophet Muhammad’s beard’. Als je heel goed kijkt zie je inderdaad een haartje in het speciale glas. Zou het ‘m echt zijn?

Dan is het weer tijd voor ons vitamine shot en lopen we via de bazaar naar onze favoriete sinaasappel perser.
Het is een grote bazaar waar je makkelijk de weg kwijt raakt. De bazaar lijkt natuurlijk ook wel op de andere bazaars die we hebben gezien en ook hier is er veel echt-nep-goud wat er blinkt. We kopen een onsje pinda’s voor bij het sapje en gaan dan op een bankje in het park zitten.

Nadat we het leven in Sanliurfa aan ons voorbij hebben laten gaan, lopen we terug naar het hotel. We lopen met een kleine omweg omdat we ook nog even een foto-met-palmen willen maken. Zo’n soort foto hadden we ook al in Trabzon gemaakt, maar hier klopt de temperatuur beter.
In de hoofdstraat kopen we dan nog een klein souveniertje en pinnen we weer een paar mille voor het vervoer en excursie van overmorgen.

‘s-Avonds gaan we eten bij een restaurant achter de grot van Ibrahim. Om er te komen nemen we een alternatieve route en die leidt over een pleintje waar we nog helemaal niet geweest zijn. Er zit een man met een waanzinnig mooie ketel ‘iets’ te verkopen. Als Diana vraagt wat het is mag ze even proeven. Het is Turkse cola volgens de beste man, maar volgens Diana smaakt het naar dropdrank. Een omstander wees op de buik dus het zal wel ergens goed voor zijn. Google helpt ons en het blijkt een Turkse kruidenthee te zijn met aniijs en inderdaad goed voor de maag.

De alternatieve route gaat ook veel dieper de woonwijk in dan we dachten. Bovendien komt er veel klimwerk bij kijken. De huizen staan dicht op elkaar gebouwd en als er een stel kinderen langs komt besluiten we daar maar achteraan te gaan. Het blijkt een goede keuze want iets verderop komen we bij het kasteel van Sanliurfa uit en dat is dichtbij ons restaurant.

Het eten van vanavond smaakt heerlijk. Na de patlican kebab van gisteren is de dolmade kebab vandaag ook om van te smullen. Het uitzicht over de stad maakt het helemaal af. Voor een lekker hapje eten kun je best een retourtje nemen naar de stad van onze Zuidoost Anatolië specialist.

Enig nadeel van Sanliurfa is dat er geen echte koffie is te krijgen in het gezellige centrum van de stad, of beter gezegd, we hebben het niet kunnen vinden. Na ons verkoelings-uurtje van vanmiddag weten wij wel waar die koffie te krijgen is. In dezelfde mall waar we vanmiddag zijn geweest zit ook een Starbucks. Dat bakkie koffie konden we niet laten schieten.

Oost-Turkije 1

Woensdag 18 september

We zijn weer op weg! Bus 304 brengt ons naar het station en om 16:44 uur stappen we in de trein naar Schiphol. We vliegen morgen pas, maar vanwege het gedoe rondom het vroeg-pensioen hebben we geen risico genomen en zijn we een dag eerder op pad gegaan. Iets na zessen staan we op Schiphol bij de halte voor de hotel-bussen waar de shuttle naar het NH-hotel al klaar staat. Het is maar een paar minuten rijden naar het hotel en nadat we de rugzakken op de kamer hebben gezet nemen we een drankje in de bar. Dat was het eerste hoofdstuk van de Grooten Tour van 2024.

Donderdag 19 september

Hoewel de vliegtuigen tijdens de landing vlak langs het hotel komen hebben we heerlijk geslapen, Iets na zevenen zijn we in de ontbijt-kas waar we een heerlijk ontbijt naar binnen werken. Dan nog even de tandjes poetsen en zijn we klaar voor het vervolg van de Grooten Tour.

Dat ‘Grooten Tour’ heb ik geleend van de gebroeders De Witt (Johan en Cornelis) die dit, net als vele leeftijdgenoten uit de bovenlaag van de Republiek, in de 17e eeuw deden. Een Grand Tour of Grooten Tour was een lange en vaak peperdure rondtocht door Europa, waarbij jongeren langere tijd verbleven in grote steden als Parijs, Rome en Genève. Johan en Cornelis makten deze educatiereis tussen oktober 1645 en juli 1647. Johan hield voor zichzelf en zijn broer een dagboek en kasboek bij. Deze documenten vormen een interessante bron van informatie over wat een Grand Tour inhield en daar is de parallel met dit blog.
Op zondagavond is hierover een serie te zien bij de NPO.

De shuttlebus dropt ons om 08:40 uur op Schiphol en dan gaan wij braaf in de rij bij de incheckbalies staan. Het verloopt allemaal heel vlotjes net als de geautomatiseerde paspoortcontrole.
Nog even een bakkie bij McCafé en dan naar gate G8 waar alles ook al heel soepel verloopt. De TK1952 gaat precies op tijd weg en de piloot verteld in heel gebrekkig Engels dat de vlucht 3 uur zal duren. Appeltje-eitje! Zo snel zijn we nog nooit op een verre-vakantiebestemming geweest.

iGA Istanbul Havalimani is een mooie, grote, lichte luchthaven, maar omdat wij maar 1 uur en 50 minuten overstaptijd hebben om van gate D naar gate G te komen is het behoorlijk doorstappen. Ook deze vlucht vertrekt weer op tijd en volgens deze piloot (die ook geen talenknobbel heeft) is het 1 uur en 50 minuten vliegen dus we gaan lekker op tijd in Trabzon zijn.

Met nog zo’n 20 minuten te gaan meldt de piloot dat hij de landing gaat inzetten dus met een beetje geluk zijn we om kwart voor acht bij het hotel.
Niet dus! Kort nadat we het vliegtuig voelden dalen werden we hard heen-en-weer geschud. Het was gelijk stil in het vliegtuig. We hadden in de gaten dat het vliegtuig niet langer daalde en vervolgens maakten we een paar rechter bochten om vervolgens een scherpe bocht naar links te maken. De piloot meldde zich weer; dit keer met slecht nieuws. Vanwege de extreme weersomstandigheden gaan we uitwijken naar Samsun! Een forse tegenvaller want Samsun is zo’n 325 km van Trabzon verwijderd, maar ja, wat doe je eraan? Niets dus!

Twintig minuten later staan we op de luchthaven van Samsun geparkeerd. Als we opstaan om het vliegtuig te verlaten zien we dat wij de enige zijn met dit plan. Blijkbaar hebben wij niet alles meegekregen wat er is omgeroepen. Als we de stewardess om uitleg vragen vertelt ze dat we het straks nog een keer gaan proberen. We kunnen dus blijven zitten!

Het vliegtuig wordt bijgetankt en na ongeveer een uur brullen de motoren weer en gaan we weer de lucht in. De buienradar van de piloot blijkt betrouwbaar te zijn want na een rustig halfuurtje vliegen landen we in een nat en druilerig Trabzon.

Eind-goed-al-goed denk je dan, maar dat is niet helemaal het geval. We staan met zo’n 10 andere passagiers bij de bagageband en als ze alle 10 met hun koffers verdwenen zijn ziet de bagage band er akelig kaal uit. De mevrouw van lost-and-found komt al naar ons toe lopen en als ze op onze bagagesticker kijkt zegt ze dat we in de international arrivalhall moeten zijn. We kunnen de aankomsthal voor binnenlandse vluchten verlaten en 300 meter verderop is de andere aankomsthal. Om er te komen moeten we langs de wachtende taxis, over de weg met razend verkeer lopen om vervolgens bij de juiste aankomsthal onze handbagage door de scanner te halen want anders komen we de aankomsthal voor internationale vluchten niet in. We zijn op heel veel luchthavens geweest, maar deze werkwijze was toch weer nieuw.

Gelukkig hoeven we voor de taxi niet weer helemaal terug naar de andere aankomsthal en zorgt een mannetje ervoor dat er een taxi onze kant opkomt.
Een paar minuten later liggen onze rugzakken achterin de gele taxi en razen we met 100 km/u naar het hotel. Tegen tienen zijn we bij ons hotel en checken we in. De kamer krijgt een dikke voldoende.
Voor een dichtbij-verre-vakantie zijn we toch ruim 13 uur onderweg geweest. Nu hebben we wel een drankje verdiend dus we gaan naar de bar van het hotel en bestellen een paar heerlijke koude drankjes.

Vrijdag 20 september

De historische havenstad Trabzon ligt aan de Zwarte Zee en het is een melting pot van verschillende religiën, talen en culturen en dat
is al eeuwen zo geweest. De stad is niet per se mooi, maar de stad toont wel het échte Turkse leven.
Trabzon is een stad met een bijzondere geschiedenis. De stad was onderdeel van de zijderoute en is tot de opening van het Suez kanaal altijd een belangrijke handelsstad geweest. Tot het uiteenvallen van het
Ottomaanse Rijk in de eerste wereldoorlog was Trabzon zelfs een Griekse stad en was de stad zelfs kort onderdeel van de republiek Trebizond.

De weersverwachting voor Trabzon voorspelde weinig goeds, maar ‘s-ochtends zou de kans op droge perioden het grootst zijn en daarom stonden we om 9 uur al op straat.
We lopen eerst naar de de Hagia Sophia, een Grieks-orthodoxe kerk gebouwd tussen 1238 en 1263 tijdens de regering van het keizerrijk Trebizonde, onder leiding van keizer Manuel I. De Hagia Sophia heeft een vrijstaande klokkentoren die later als minaret dienstdeed nadat de Ottomanen in 1461 de kerk omvormden tot een moskee.

De architectuur van de Hagia Sophia in Trabzon is een voorbeeld van de Byzantijnse stijl met invloed van zowel christelijke als islamitische elementen. Het gebouw heeft een vierkante plattegrond met een centrale koepel en is versierd met gedetailleerde muurschilderingen, die belangrijke scenes uit het christelijke geloof uitbeelden, zoals de schepping van Adam en Eva en het Laatste Oordeel. De Hagia Sophia is nu een museum zodat iedereen dit kan bewonderen.

De ligging van de Hagia Sophia aan de kust van de Zwarte Zee geeft het een schilderachtige omgeving, en het is een populaire bestemming voor toeristen die de rijke geschiedenis van Trabzon willen verkennen en dat zijn niet alleen buitenlandse toeristen!

Na dit kerkbezoek (of was het een moskeebezoek) lopen we richting het kasteel van Trabzon. Het is een behoorlijk stukkie wandelen en daarom besluiten we bij het theehuis naast het Atapark en glaasje Turkse chai (thee) te nemen. Voor 18 cent (!) worden de glaasjes san tafel gebracht en hoe, de ‘ober’ loopt met een dienblad vol langs de tafeltjes en als het blad leeg is komt hij briefjes met de rekening aan tafel brengen.

Na 2 glaasjes thee lopen we dan verder naar het kasteel, maar we stoppen eerst bij de Gulbahar Hatum moskee. Deze moskee is gebouwd in 1514 door Selim (een Ottomaanse veroveraar van Syrië en Egypte) ter verering van zijn moeder Gülbahar Hatun. Dat is wel wat anders dan een bosje roosjes.

We steken een paar brede kruisingen over en zien dan het kasteel tegen de bergwand liggen. Een goed gekozen lokatie voor een kasteel. Om bij de ingang te komen moeten we een brug over en vervolgend een smal, steil straatje in. Op de plek waar we de ingang verwachtten zien we helaas alleen maar hekken en een groot bord waarop staat dat de boel opgeknapt moet worden.

We lopen onverrichter zaken via het steile straatje terug en gaan op weg naar het Meydan plein. In de verte zien we de Sehir moskee. Deze enorme moskee is al sinds 2018 in aanbouw en er zullen 7000 gelovigen tegelijk naar het gebed kunnen. De moskee met 4 minaretten wordt het grootste complex aan de zwarte zee,

Het Meydan plein is hét gezellige stadsplein van Trabzon met theehuizen en terrassen en het niet te missen Ataturk standbeeld. We lopen wat rond het plein en net als we richting restaurant Cemilusta lopen vallen er dikke druppels naar beneden. We hadden tot op dat moment vooral in de zon gelopen en hebben ons afgevraagd wie de weersvoorspelling voor Trabzon doet, maar nu worden we verwend met een serieuze bui. Wij hebben inmiddels plaats genomen onder de luifel van het restaurant en kiezen dit moment om de lunch te nuttigen.

Tijdens onze lunch horen we de imam de gelovigen oproepen voor het gebed en als we de omelet naar binnen hebben gewerkt besluiten we maar even een kijkje te gaan nemen bij de Iskenderpasa moskee om de hoek. De mannen rennen met hun kleedje onder de arm richting de moskee om een goed plekje te bemachtigen. De matjes worden her en der uitgerold; voor de moskee, aan de zijkant van de moskee en natuurlijk in de moskee tot aan de schoenenafdeling toe.

Na het gebed besluiten we naar Boztepe te gaan. Dit is een heuvel op 2km van het Meydan plein waar je een mooi uitzicht op de stad hebt. We hebben geen zin om de beklimming te voet te doen en daarom lopen we naar de dolmus-halte om daar een busje naar boven te nemen. Kost maar 50 cent en dat liet het vakantiebudget wel toe.
We stappen uit bij het theehuis op de Boztepe heuvel en lopen dan langzaam terug naar beneden, foto’s makend van de stad.

Op de weg naar beneden komen we vlak langs het meisjesklooster en daar gaan we dan even naar binnen. Het Kizlar Manastiri (kizlar betekent meisjes) stamt uit de Byzantijnse periode en werd ook tijdens de heerschappij van het keizerrijk Trebizonde gesticht. Het klooster heeft nu geen religieuze functie meer, maar is vooral bedoeld om mensen zoals ons te laten wegdromen bij zo’n oud gebouw. Tijdens ons bezoek zien we dat het ook een populaire plek is voor een bruidsreportage.

Weer terug bij het Meydan plein worden we verrast met een luidruchtig optreden van goedgemutste mannen met in mantels. De muziek die ze maken is niet om aan te horen maar ze trekken veel publiek. Onder het genot van een glaasje thee en een stukje baklava bij Hafiz Ahmet Zade blijven we nog even genieten van de muziek en gaan dan shoppen.

In het verlengde van Maydan ligt de bazaar van Trabzon. De bazaar wijk is een leuk gebied met oude smalle straatjes om te winkelen en de lokale producten en ambachten te zien. Op dit soort bazaars is altijd van alles te koop, maar de lokale specialiteiten zijn de hazelnoten en ansjovis. Zelfs de moskee ontbreekt niet in de bazaar wijk.

Gelukkig klopt er vandaag niets van de weersvoorspelling, De zware regenbuien zijn uitgebleven en afgezien van het buitje tijdens de lunch en de 10 druppels op de terugweg naar het hotel was het een heerlijke vakantiedag. ‘s-Avonds eten we bij een restaurant in de buurt van ons hotel. Het nachtleven van Trabzon schiet erbij in want morgen gaan we weer vroeg op pad.

Zaterdag 21 september

Diana heeft gisteren bij Site Taxi het vervoer voor vandaag geregeld. We gaan naar het wereldberoemde Sumela klooster en daarna ook nog even een stukje van de Zigana vallei ontdekken.
De taxichauffeur kwam om 07:57 uur bij het hotel aangereden dus daarmee verdiende hij z’n eerste plusje. Dat hij na 5 minuten rijden bij de eerste pomp al moet tanken zullen we hem niet kwalijk nemen; we zijn soepel vandaag. We zien op de pomp dat de benzine 50 TRL per liter kost en dat is omgerekend iets meer dan een euro. Da’s lekker tanken.

De rit naar het klooster neemt ongeveer een uurtje in beslag en nadat de chauffeur ons bij de parkeerplaats heeft afgezet springen we in de verplichte dolmus die ons naar boven zal brengen. Denk niet dat dit ritje bij de stevige entreeprijs van het klooster is inbegrepen want dan heb je het mis.
Bij de opstapplaats van de dolmus zien we het klooster al tegen de bergwand aankleven. Het ziet er prachtig uit.

In de tijd dat het Romeinse Rijk in elkaar zakte en er vele rovers en bandieten rondzwierven werden de kloosters vaak op onbegaanbare plekken gebouwd, zo ook het op ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Trabzon gelegen Sumela klooster.
Het klooster uit de vierde eeuw werd gesticht door twee Griekse monniken, Sophronios en Barnabos, die in een droom van Maria de opdracht kregen een icoon van de Heilige Maagd te verbergen. Ze bouwden een eenvoudige kapel om een grot die in de zesde eeuw werd uitgebreid en gerestaureerd. Vanaf de 13de eeuw kreeg het Sumela klooster meer aanzien, keizers lieten zich hier zelfs kronen. Sumela werd het belangrijkste klooster van Klein-Azië onder meer door befaamde manuscripten die bewaard werden in de bibliotheek. In de volgende eeuwen werd het klooster versierd met fresco’s en nog verder uitgebreid. In de bloeiperiode (circa 18de eeuw) waren er maar liefst 72 kamers.

We rijden over een strak geasfalteerde slingerweg naar boven en mogen daar de toegangstickets betalen. De prijs is in euro’s want de Turkse lire is de laatste tijd nogal onderhevig aan inflatie. De dagprijs is 760,60 TLR en dat zou 20 euro moeten zijn.
Via een pad van glibberige stenen lopen we verder naar het klooster. Het lijkt niet al te druk vandaag want we hoeven niet om andere toeristen heen te slingeren. Na het laatste trappetje zien we dan het complex in volle glorie liggen.

We profiteren van de relatieve rust en vergapen ons aan de prachtige muurschilderingen. Het is toch wel bijzonder dat de kleuren zo mooi zijn gebleven. Helaas hebben de Ottomanen (en misschien ook wel de latere Turken) veel van de christelijke afbeeldingen beschadigd, maar het grote plaatje is nog overduidelijk zichtbaar.
We lopen kris-kras door het kloostercomplex en kijken in kapelletjes, een bibliotheekje, de hamam en nog veel meer ruimtes voor alledaags gebruik. Het is bijna niet voor te stellen hoe het destijds is geweest om hier te leven. Je was hier in ieder geval wel veilig!

Als laatste willen we de belangrijkste kapel in, maar er staat een groep Turkse toeristen met hun gids in de weg. Aangezien gidsen zichzelf nogal graag horen praten kan dit nog wel even duren en zit er niets anders op dan dat we ons tussen de Turkse toeristen door naar binnen wurmen. Gelukkig liep er een andere gids rond die het ook wat te lang vond duren en nadat hij in niet mis te verstane Turkse bewoordingen had duidelijk gemaakt dat ze moest wieberen hadden wij de kapel voor onszelf en het is een plaatje!

We nemen nog een versnapering bij het naastliggende restaurant en gaan dan weer op weg naar de dolmus die ons naar beneden moet brengen. We komen langs het kleinere Aya Varvara klooster waar we nog een keertje terugkijken naar het Sumela klooster.
Terug bij de parkeerplaats staat de taxichauffeur al op ons te wachten en hij lijkt blij ons weer te zien. Daarmee verdient hij z’n tweede plusje.

We gaan nu op weg naar de Zigana vallei, een prachtige groene regio die onderdeel is van het Kackar gebergte waar we over een paar dagen nog meer van gaan zien.
We slingeren tussen bergen door en zien enorme dennenbossen en uitgestrekte bergweiden, het heeft wel wat weg van Oostenrijk of Zwitserland. We stoppen meerdere keren om foto’s te maken.

Onze eindbestemming is Zigana Village. Hier staan we midden tussen de bergweiden en er is zelfs een skipiste (blauwe piste, drie bochten en je bent beneden).
Een restauranthouder nodigt ons uit voor een bakkie çay en daar maken we graag gebruik van. Nadat we een beetje opgewarmd zijn bij de kachel stappen we in de taxi voor de terugreis.

Het blijft genieten onderweg en naarmate we dichterbij Trabzon komen wordt de wereld weer wat meer bewoond (lees: drukker). We vragen de chauffeur om ons af te zetten bij het busstation van Trabzon en dat doet hij met een glimlach. Derde plusje verdient en dus een fooi! We rekenen af bij de ingang van het moderne busstation en bedanken hem voor de mooie rit.

We gaan op zoek naar een busmaatschappij die ons morgenochtend naar Erzurum kan brengen en komen bij Ali Osman Ulusoy uit. Ali is de enige maatschappij die in de ochtend naar Erzurum rijdt en er zijn nog maar een paar plaatsen beschikbaar. We krijgen zetel 35 en 36 op de voorlaatste rij. Misschien moeten we de volgende keer toch wat eerder onze bustickets kopen.

De bustickets waren niet onze enige kopzorg de afgelopen dagen. eergisteren kregen we een berichtje van Booking.com dat we de CVC-code van onze creditcard moesten aanpassen omdat anders de reservering van het hotel in Erzurum geannuleerd zou worden. Hoewel we zeker wisten dat de CVC-code op de site correct is, alle andere hotels zijn er nl. ook mee geboekt, heb ik de site even aangepast. Tot onze verbazing werd de volgende dag de reservering toch geannuleerd. Nog wel een berichtje naar het hotel gestuurd en gevraagd om opheldering maar geen bevredigend antwoord.
Toen we op site van het hotel keken bleek er geen kamer meer beschikbaar te zijn. De hoteleigenaar heeft dus (waarschijnlijk) met een smoes onze reservering geannuleerd zodat hij iemand anders (misschien zelfs een groep) ten dienste kon zijn. We konden dus last-minute op zoek naar een ander hotel.

Vanaf het busstation nemen we een dolmus naar het Meydan plein en vanaf hier lopen we terug naar het hotel, maar eerst een bakkie koffie bij Mokka Longe Restaurant. Zoals bij vele koffie/theehuizen zitten we op kleuterstoelen, maar de koffie is heerlijk. Het is fantastisch om met een bakkie koffie het straatleven aan je voorbij te laten gaan.

Zo’n kleuterkrukje is schattig voor de foto, maar vanaf een bepaalde leeftijd is het erg lastig om er weer vanaf te komen.
We lopen verder via de winkelstraat en het duurt niet lang of de eerste sieraden-aankoop is een feit. We komen ogen te kort op de straten van Trabzon. Het mag dan wel niet de mooiste stad van Turkije zijn, het toont wel het echte Turkse leven.

We lopen de laatste kilometer terug naar het hotel over de boulevard zodat we toch nog wat van de Zwarte Zee meekrijgen. Dikke wolken pakken samen boven het binnenland, maar boven de Zwarte Zee is de lucht nog blauw. We gokken dat nog wel even droog blijft en zoeken ergens tussen de palmen een plekje op, wederom een veel te laag stoeltje voor ons zoveelste glaasje çay,

Terug bij ons hotel zien we weer allemaal gasten op hun paasbest erbij lopen. Gisteren liepen er ook al allemaal avondjurken rond en toen bleek er een bruiloft te zijn in ons hotel. Het is best een gezellig feestje geweest want ‘s-avonds konden we meegenieten van de muziek. Gelukkig was het feest om een uurtje of elf al afgelopen.
Blijkbaar is er vandaag alweer een bruiloft want de tafels in de bruiloftszaal zijn weer gedekt. Populair hotelletje dus bij bruid en bruidegom in Trabzon.

Zondag 22 september

Vandaag is onze eerste busdag en we laten een taxi aanrukken om ons bij het busstation te brengen. De bagage gaat op het busstation ook door de scanner, hoewel we ons afvragen of het apparaat het wel doet. De medewerker die de plaatjes moet bekijken zit er wel erg verveeld bij. We zijn ruimschoots op tijd en dat geeft ons de gelegenheid om het leven op een Turks busstation te bekijken en zoals je misschien al verwacht is daar niets bijzonders aan. Wat wel opvalt zijn de enorme afstanden die de bussen afleggen. We zien een bus die helemaal naar Bodrum gaat, dat is toch bijna 1500 km.

Als onze bus arriveert komen we in beweging. De tassen gaan onderin de bus en wij nemen plaats op onze vip-plaatsen. Net als we ons goed gesetteld hebben komt een gezin met een baby de bus en raad eens waar ze gaan zitten? Inderdaad, op de bank achter ons!

De bus vertrekt op tijd en we volgen de zelfde route als gisteren toen we op pad gingen met de taxi. Binnen een half uur stopt de chauffeur bij een bakkertje en de halve bus gaat brood kopen. Wij blijven zitten, maar de verbazing is groot. De echte Turkse man grijpt zo’n moment aan om een sigaret op te steken want zeg nou zelf, je hebt al zo lang niet kunnen roken
Na deze brood-stop gaat de stewardess op pad met z’n trolley. Drinken, koekjes, chips er ligt van alles in zijn karretje en het is ook nog gratis.

De weg (D885) lijkt splinternieuw met veel lange, moderne tunnels. De Zigana tunnel spant de kroon met 14,481 km (langer dan de Arlberg tunnel). Het wegdek van deze tunnel is voorzien van ledstrips waardoor het lijkt alsof je op een landingsbaan terecht bent gekomen. De D885 snijdt door het Pontische gebergte (ook wel Kackar gebergte), we hebben een fantastisch uitzicht op dit ruige gebergte en zien af en toe een vervallen kasteel op een bergtop.

Om 11:10 uur stoppen we bij Kral Pestil voor een plaspauze. Het regent inmiddels dus we hebben een goede dag uitgezocht voor de busreis. Na een half uur gaan verder naar de eerste échte stop: Gümüshane. Om 11:50 arriveren we bij het krakkemikkige busstation. 3 man eruit, 5 man erin in slechts 6 minuten, een geslaagde pitstop. Het wordt allemaal gadegeslagen door mannetjes die onder het overstekende dak van het busstation een glaasje çay drinken. Het is altijd çay-tijd in Turkije.

Om 12:15 uur komt de stewardess met de platte neus en brede kin voor de 2e keer met z’n karretje langs. We klagen niet over de ravitaillering en met de regen die tegen de voorruit klettert is het best knus in de bus.
Het landschap is inmiddels helemaal veranderd. We rijden tussen golvende akkers waar het gewas inmiddels geoogst is, maar net als in Nederland wordt ook hier landbouwgrond volgegooid met zonnepanelen.

Om 13:00 uur staan we op het busstation van Bayburt waar weer een passagiers-wissel plaatsvindt, 10 minuten later zijn we weer onderweg. Vanaf Bayburt blijft het landschap heuvelachtig alleen maken de akkers plaats geel/bruin gras. De weg slingert tussen de heuvels door naar Erzurum. Af en toe zien we een groot zwart gat in het landschap waar mijnbouw lijkt plaats te vinden.

In Askale, een grauwe stad met 30.000 inwoners, maar geen busstation stoppen we bij een halte tegenover het kantoor van Ali om een handjevol mensen uit te laten stappen waaronder de ouders met de baby en we moeten de baby (en de ouders) een compliment geven: wat een lief kind!
Volgende stop is Erzurum. Als we de stad naderen regent het zo hard dat de chauffeur bijna niets meer ziet en vaart moet minderen. De temperatuur is inmiddels ook nog gezakt naar 9 graden (Erzurum ligt op 1900 m). Tijd voor een truitje!

Het is 9 km naar downtown Erzurum dus we gaan met de taxi. We kiezen de oudste taxi auto met bijbehorend de oudste taxichauffeur en racen naar ons hotel, Snel even inchecken en dan de straat op. Het is inmiddels 15:30 uur en we gaan eerst naar een busmaatschappij die ons over een paar dagen naar Kars moet brengen. We communiceren via de vertaal-app want met Engels kom je hier niet zo ver.


Daarna lopen we kris-kras door de straten van Erzurum en stellen vast dat Erzurum een hele andere stad is dan Trabzon. In Trabzon had je veel meer kleine, knusse winkeltjes terwijl hier grote warenhuizen aan de hoofdstraat staan. Het voelt allemaal wat moderner, grootser, wel even wennen, maar gelukkig is het alleen maar modern.

We gaan ook nog even op zoek naar de lokatie van Europcar waar we morgenavond onze huurauto moeten ophalen. Het ligt iets buiten het centrum maar we hebben het gevonden.
Inmiddels regent het weer behoorlijk en duiken we een koffiehuis in. Omdat wij nog geen fan zijn van de Turkse koffie bestellen we een glaasje çay en wachten tot de bui over is.

Na de bui lopen we terug naar de hoofdstraat en wandelen richting de bezienswaardigheden van Erzurum. Het historisch centrum van Erzurum is klein en al die bezienswaardigheden liggen dicht bij elkaar. Hier
kunnen we enkele van de mooiste Selçukse monumenten uit de 12de en 13de eeuw bezoeken, maar op een druilerige dag als vandaag laten we de fotocamera maar thuis. We hebben morgen nog de hele dag voor Erzurum.

Net achter de Çifte Minareli Madrasa (oftewel de koranschool met de tweeling minaret) is een populair köfte-restaurant en we besluiten daar wat te gaan eten. Er zitten alleen maar locals te eten en dat is meestal een goed teken. Het plafond is kitscher dan kitsch en de bediening is razendsnel. Gezellig een avondje tafelen is er hier niet bij, maar de köfte smaakt voortreffelijk.

Op de terugweg lopen we weer langs de Çifte Minareli Madrasa die nu verlicht is. Dat ziet er prachtig uit en bovendien valt het nu niet op dat het vandaag zo’n druilerige dag is. We halen toch maar even de camera uit de tas om dit vast te leggen.
Na een bakkie koffie in de grootste mall van Erzurum lopen we weer terug naar het hotel.

Maandag 23 september

Toen we vanochtend voorzichtig het gordijn open deden zagen we tot onze opluchting Mr. Blue Sky tevoorschijn komen. Na de regenbuien van gister waren we er niet gerust op. We nemen de tijd voor het ontbijt want een hele dag in Erzurum is meer dan voldoende tijd om de bezienswaardigheden te bezoeken.

We zien nu pas hoe mooi Erzurum ingesloten ligt tussen de ruige bergen van het Pontische gebergte. Elke zijstraat heeft het gebergte aan de horizon. Dat gaan we morgen met onze huurauto van dichtbij bekijken.
We zijn op weg naar het kasteel van Erzurum (Ickale) en komen langs een oude karavanserai die is omgebouwd tot sieraden-winkelcentrum. Het goud laten we liggen, maar we maken er wel een fotootje.

Het is verdacht stil bij het kasteel en we vrezen dat het kasteel, net als de musea, op maandag dicht is. Het blijkt niet het geval; er is gewoon weinig te doen. We kopen het dure toeristen-entreeticket en gaan naar binnen. Het kasteel is in de 5e eeuw gebouwd door het Byzantijnse Rijk en zo te zien was er niet veel van over voordat ze met de restauratie begonnen want het niet-originele gedeelte is groter dan het échte kasteel.

Op het hoogste punt bevindt zich de klokkentoren van Erzurum. Dit is een van de bekendste overblijfselen binnen de citadel. De toren werd oorspronkelijk gebouwd als een vuurtoren door de Byzantijnen, maar werd later door de Seltsjoeken omgebouwd tot een kloktoren. We klimmen via de stenen wenteltrap omhoog waar we een panoramische uitzicht op de hele stad en het omliggende gebergte hebben.

Op weg naar Üç Kumbetler komen we langs de Ulu Camii (Grote Moskee) en dit belangrijke historische en religieuze monument mogen we niet overslaan. De Ulu Camii werd gebouwd in 1179 tijdens de Seltsjoekse periode, onder het bewind van Sultan Alaeddin Keykubad I. Dit maakt het ook een van de oudste en meest iconische religieuze gebouwen van Erzurum. De moskee is gebouwd in de typische Seltsjoekse stijl, met dikke stenen muren en eenvoudige maar indrukwekkende versieringen. De moskee fungeert nog steeds als een actieve gebedsruimte en trekt volle zalen, maar als wij naar binnen gaan is er maar 1 gelovige aanwezig.

We vervolgen onze weg naar Üç Kumbetler. Deze monumentale graven, gebouwd in de vorm van koepelvormige mausoleums (kumbet) behoren tot de islamitische funeraire architectuur en dateren uit de 12e tot de 14e eeuw. Hoewel de exacte data en stichters van sommige van de tombes onzeker zijn, wordt algemeen aangenomen dat ze uit de Seltsjoekse periode stammen.
De grootste en bekendste van de drie wordt toegeschreven aan Emir Saltuk, een lokale leider van de Saltukiden-dynastie die in de 12e eeuw over Erzurum regeerde. We lopen wat rond de monumenten en maken natuurlijk wat foto’s. Het is wel jammer dat ze precies achter de monumentale graven een terrasje hebben gesitueerd met rood-witte Ola parasolletjes. Jammer genoeg kunnen we nog geen gebruik maken van de nieuwe foto-app van Apple met AI.

Het is misschien een beetje tegenstrijdig, maar we zijn wel blij met een ander terras vlak bij Üç Kumbetler. Daar gaan we even in het zonnetje zitten voor een bakkie. Er verschijnt af en toe een wolk voor de zon, maar wij zijn erg tevreden met de weersomstandigheden van vandaag. Factor 30 is geen overbodige luxe.

Na de koffie-stop komen we langs de Narmanli moskee en daar wordt net een kist het plein opgedragen. De kist wordt op een stenen tafel gezet en vervolgens gaan de dragers en andere aanwezigen, na een laatste groet, gewoon verder met de dagelijkse zaken. Een paar meter verderop zit een grote groep mannen een glaasje çay naar binnen te werken. Ze kijken niet op of om als de kist het plein wordt opgedragen. Beetje vreemd wel.

We gaan op weg naar de Yakutiye Madrasa die aan de drukke hoofdstraat Cumhuriyet Caddesi ligt. Deze madrasa die dateert uit de 14e eeuw, wordt tegenwoordig niet meer gebruikt als een traditionele koranschool, maar functioneert als een museum. Het gebouw werd in 1310 gebouwd in opdracht van het Ilkhanidische rijk onder het bewind van Hoca Yakut. De Yakutiye Medrese is een van de best bewaarde voorbeelden van Mongoolse architectuur in Anatolië, met een opvallende poort met mooie steenbewerking, inscripties en geometrische patronen. De blauwe tegeltjes zouden niet misstaan in Centraal-Azië.

We lopen verder over de Cumhuriyet Caddesi en verbazen ons over de aanwezigheid van de vele schoenenpoetsers. Ook in dit deel van Turkije is de sneaker behoorlijk ingeburgerd waardoor er maar weinig klandizie is voor de mannen met de prachtige koperen poetsuitrusting. Misschien is het een goed excuus om van huis weg te kunnen zijn.

Het is inmiddels lunchtijd en gaan op een terrasje bij het Atatürk House zitten. Zonnetje in de rug, koud drankje, dürüm en heerlijke frietjes met paprikapoeder. Zo houden we het wel eventjes uit. We hebben de belangrijkste bezienswaardigheden van Erzurum wel gezien, maar we willen alleen nog even naar het Tavsanli Park. Voor de zekerheid gaan we dan nog even langs bij het autoverhuurbedrijf en we moeten ook weer eens pinnen. Nu eerst nog even onderuit hangen in de dikke kussens van dit terras.

Voordat we naar het park gaan lopen we nog even langs bij Europcar en dat is maar goed ook. Als wij heel joviaal gebaren dat we aan het eind van de dag een auto komen halen, gebaart hij dat we daarvoor naar de havalimani moeten; de luchthaven dus. Een paar vertaal-app discussies verder laat hij weten dat de auto inderdaad naar dit kantoor wordt gebracht. Goed dat we even langs zijn geweest.

Het is nog ongeveer een kwartier lopen naar het Tavsanli Park. Dit park is populair bij de inwoners van de stad vanwege de wandelpaden, fietspaden en houten banken, er zijn restaurants die lokale gerechten serveren en je kunt hier (natuurlijk) genieten van een bakkie çay die hier wordt geserveerd uit een grote metalen kan.
Het beloofde veel en des te groter was de teleurstelling. Het is een verwaarloosd park waar hier en daar nog wel wat mensen met een grote metalen pot thee zitten, maar dat is het dan ook. Wij vinden het niet de moeite waard en gaan op weg terug.

We lopen terug naar het hotel en boeken on-line de bustickets voor a.s. donderdag. Dan lopen we naar de Ziraat bank om geld te pinnen, maar ze geven het blijkbaar weg vandaag want er staat een dubbele rij bij de 2 atm’s. Dan lopen we maar even door naar het theehuis naast het kasteel om daar in het zonnetje van een drankje te genieten.
Na een half uur proberen we het nog een keer bij de atm en dan is de rij verdwenen.

Om kwart over vijf besluiten we dan maar onze huurauto op te gaan halen. Je weet maar nooit hoeveel tijd zoiets kost als het via de vertaal-app moet. Het blijkt een verstandige keuze te zijn geweest, want na heel veel gezeur over de verzekering van de auto rijden we pas om kwart over zes met onze Fiat weg. De tank was leeg dus we moesten eerst even naar de pomp maar dat doet hier niet zoveel pijn als in Nederland.
Terug bij ons hotel parkeer ik de auto aan de straat, maar vergeet ik de handrem aan te trekken (zo’n ouderwets ding hebben wij thuis niet meer). Diana voorkomt een deuk door mij wakker te schreeuwen.
We gooien de papierwinkel op de hotelkamer en gaan een hapje eten. Er kan een vinkje achter Erzurum.

Dinsdag 24 september

Na een vroeg ontbijt zitten we om 08:10 uur in de auto en rijden we Erzurum uit. Je mag hier 110km/u rijden en dat lukt wel met de Fiat Aegea. We rijden gelijk al in het ruige landschap van het Kackar gebergte. Gelukkig is het heel rustig op de weg want de chauffeur wordt behoorlijk afgeleid.

Om 09:30 uur verlaten we de grote weg en duiken we bij Bagbasi een zijweggetje in naar de Haho kerk. De Haho kerk, ook bekend als de Hahuli kerk, is een middeleeuwse Georgisch-orthodoxe kerk die dateert uit de 10e eeuw. Het is een van de vele historische kerken die in de middeleeuwen zijn gebouwd in het gebied dat destijds onderdeel was van het koninkrijk Tao-Klardzjeti, een regio geregeerd door Georgische adel. Na de verovering van de regio door de Seldjoeken en later door het Ottomaanse Rijk, werd de Haho Kerk omgebouwd tot een moskee, zoals met veel christelijke monumenten in Anatolië gebeurde.

Het is vanaf de hoofdweg nog zo’n 6km naar de kerk, maar wij voegen daar een paar kilometer aan toe vanwege een verkeerde afslag. Onderweg zien we een boer op een tractor en eentje die met de zeis over de schouder naar het land loopt. Vrouwen met hoofddoek en lange jurk staan met elkaar te kletsen naast de weg. Het leven lijkt in het dorpje 100 jaar te hebben stilgestaan.
De Haho kerk ligt er wat verwaarloosd bij en heeft duidelijk betere tijden gekend. We lopen een rondje om de kerk en vervolgen dan onze rit.

We vergapen ons nog steeds aan de omgeving, het is echt waanzinnig mooi! De kleuren van de bergen zijn na elke bocht weer anders.
Onze volgende stop is in het stadje Uzundere, maar niet vanwege een belangrijke bezienswaardigheid, we hebben gewoon zin in een bakkie koffie.

We parkeren de auto en lopen een willekeurig straatje in. Diana spot een bakkertje en koopt er een brood. Dan gaan we bij een theehuis zitten en beginnen aan het brood te knabbelen. De glaasjes thee worden gebracht (echte koffie is zeldzaam) en dan komt de buurman aangelopen met een bordje wit spul wat pittige kaas blijkt te zijn. Voor op het brood, gebaart hij. Het is geen Beemster, maar geeft wel smaak aan het droge brood.
We bedanken de mannen voor de gezelligheid en de kaas en ook de thee hoeven we niet te betalen (mogen we niet betalen) en dan gaan weer op pad.

Iets na 10:30 uur krijgen we het Tortum-meer in het vizier. Het Tortum-meer is een natuurlijk stuwmeer dat werd gevormd door een aardverschuiving in de 18e eeuw. Deze aardverschuiving blokkeerde de loop van de rivier de Tortum, waardoor het meer ontstond. Het meer is ongeveer 8 kilometer lang en 1 kilometer breed en bevindt zich op een hoogte van ongeveer 1000 meter boven zeeniveau.
Een bord wijst ons de richting naar een terras waar je over het meer uitkijkt en wij volgen het bord. De weg naar het terras ligt bezaait met keien en even later zien we dat het terras gesloten is. Waarschijnlijk is het te gevaarlijk geworden om toeristen hierheen te laten komen. Wij vinden en goed alternatief om het meer te bekijken en gaan dan snel terug naar de D950 voordat onze auto het slachtoffer wordt van keien die naar beneden rollen.

Een ander beroemde attractie in de buurt van het Tortum-meer is de Tortum-waterval, die ontstaat uit de afvloeiing van het meer. Deze waterval, die ongeveer 48 meter hoog is, wordt beschouwd als een van de hoogste en meest spectaculaire watervallen in Turkije. De waterval is op zijn indrukwekkendst in het voorjaar, wanneer het smeltwater uit de bergen het waterniveau verhoogt, maar ook nu ziet het er best spectaculair uit.

We trappen de Fiat weer aan en nog steeds is het gebergte om ons heen om te smullen. Helaas komen er nu wat tunnels op onze weg en niet een paar, maar enkele tientallen. Je wordt er helmaal tureluurs van, het hypnotiseert bijna. Rond 13:30 uur draaien we de weg af om even te stoppen bij een wegrestaurant. Je zou dit eigenlijk geen restaurant mogen noemen, maar ik heb er geen ander net woord voor.
We willen nu vooral even van de tunnel-visie afkomen (of is dat wat anders?). We weten echt niet meer wat we doen want we bestellen in dit ‘restaurant’ zelfs een warme maaltijd. Om de vliegen bij ons vandaan te houden doet de eigenaar een raam open, maar dat helpt niet veel.

Na de heerlijke lunch (eerlijk is eerlijk) hebben we nog een uur te gaan naar Artvin, onze slaapplaats voor vanavond. We verbazen ons het laatste stuk vooral over de vele werkzaamheden die we om ons heen zien gebeuren. Een groot deel van die werkzaamheden in Artvin houdt verband met de bouw en het onderhoud van hydro-elektrische dammen, die een belangrijk onderdeel vormen van de energievoorziening in Turkije. De grootste van die dammen is de Deriner dam met een hoogte van 247 meter een van de grootste dammen ter wereld en deze dam ligt vlak bij Artvin. Daarnaast worden er veel werkzaamheden uitgevoerd voor de verbetering van de infrastructuur. Al die tunnels waar wij doorheen gereden zijn zijn daar een voorbeeld van. Over al deze projecten is natuurlijk heel goed nagedacht, maar het laat wel een enorme wond achter in de omgeving van Artvin. We vragen ons af of dit nog goed komt.

Om 15:00 uur checken we in bij ons hotel. We nemen een drankje met uitzicht op de rivier (en alle werkzaamheden) onder ons en als we een beetje zijn bijgekomen van de rit besluiten we een dolmus naar downtown Artvin te nemen. Artvin heeft wel iets weg van een wintersportdorp, maar dan zonder alle luxe van de wintersportdorpen in Oostenrijk of Frankrijk.
Na een kop koffie en een frisje gaan we weer terug naar ons hotel.

Woensdag 25 september

Dit keer geen ontbijtbuffet, maar wordt het ontbijt geserveerd in de tuin bij het hotel. Uitzicht op Artvin en de rivier beneden ons. Het ontbijt is veel te uitgebreid, maar gelukkig lopen er 2 jonge katten rond waar we een deel van het ontbijt aan kwijt kunnen.

Met fris gepoetste tandjes stappen we in de auto gaan we weer op pad. We gaan terug naar Erzurum, maar volgen wel een hele andere route dan gisteren. Eerst weer naar beneden dan de rivier over en vervolgens rechtsaf naar Ardahan.
Op het verkeersbord bij de brug staat ook Batumi aangegeven, Georgië is hier nl. maar 75 km vandaan.
We slingeren weer omhoog, maar al snel hebben we de eerste fotostop. Hier heb je goed zicht op Artvin en de werkzaamheden bij de dam.

Het kon wel eens een lange rit worden want al snel hebben we de 2e fotostop en de 3e fotostop en de 4e etc. De uitzichten over de Chorochi rivier zijn fantastisch. Het valt vooral op dat de omgeving hier veel groener is dan langs de route van gisteren.
Om 10:15 uur zijn we bij de Berta brug en daar splitst de weg zich. Linksaf naar Ardahan en rechtsaf naar Ardanuç. Het was eigenlijk de bedoeling om via Ardanuç te gaan maar volgens de mannen van het hotel is die weg er slecht aan toe, we gaan dus maar via Ardahan.

We rijden door een smalle kloof met aan onze rechterhand het Okçular riviertje. We volgen dit riviertje tot aan Savsat waar onze wegen dan scheiden. De wanden aan weerszijde van de kloof gaan steil omhoog en er regelmatig moet ik wat slingeren om de keien op de weg te ontwijken. Er is gelukkig maar 1 landslide waar we stapvoets omheen moeten manoeuvreren,

Vlak voor Savsat stoppen we even bij het kasteel van Savsat of wat daar van over is. We wilden eigenlijk nog even bakkie doen in deze stad, maar we zien alleen maar wat flatgebouwen tegen de berg staan. We besluiten maar door te rijden naar de volgende plaats.

Langzaamaan laten we het ruige gebergte achter ons en zien we een soort alpenweiden verschijnen. Het heeft wel wat van Oostenrijk weg.
Dit deel van Turkije en het Kackar gebergte in het bijzonder blijft ons verrassen, het is zo gevarieerd! Het schiet niet op met de rit van vandaag. We staan langer naast de weg dan dat we in de auto zitten.

Na het Oostenrijkse landschap wordt weer wat inspanning gevraagd van de chauffeur. Er moet weer geklommen worden en daarvoor hebben ze dit keer haarspeldbochten bedacht. De Fiat heeft het er niet makkelijk mee. Als we de laatste haarspeldbocht gehad hebben worden we wel beloond met een fraai uitzicht.

Het landschap vlakt wat af, we zitten nog wel op zo’n 2000 meter hoogte maar de weides zijn vlak en leeg. Gelukkig komt er net een herder met z’n schaapjes voorbij gehobbeld want waar moet je anders een foto van maken.

Niet ver van Ardahan zien we een een wolkenbank op de groene heuvels liggen. Het ziet er heel apart uit. Waarschijnlijk gaan we daar een paar kilometer verderop nog wel last van krijgen. Voordat we last krijgen van de bewolking worden we lastig gevallen door de politie. We rijden in een fuik en ik moet m’n paspoort laten zien. Dan begint oom agent te vertellen dat hij in het voorjaar naar Amsterdam wil en dat hij vorig jaar in Parijs is geweest en hoe lang het duurt met de trein van Parijs naar Amsterdam. Beetje onsamenhangend, maar het is in verstaanbaar Engels en we mogen zonder verdere controle doorrijden
Ardahan leek ons wel een geschikte plaats voor de lunch, maar we zien er alleen maar tractor-dealers. We rijden naar een tankstation waar we wat te drinken kopen en in de naastgelegen bakkerij kopen we een paar simit.

Inmiddels is de voorspelling uitgekomen en rijden we nu ónder het dikke wolkendek. Gelukkig zien we na een uurtje de blauwe lucht weer tevoorschijn komen.
Net als we denken dat de omgeving wat eentonig begint te worden rijden we een gebied in waar de bergen allerlei verschillende kleuren hebben. De panorama’s zijn een plaatje.

Rond 13:30 uur zijn we dan bij onze laatste bestemming: Narman Peri Bacalari of, in goed Nederlands: Narman Fairy Chimneys. Deze indrukwekkende rotsformaties zijn ontstaan door miljoenen jaren van natuurlijke erosie. Het begon met vulkanische activiteit, waarbij as en lava lagen van zachte tufsteen en hardere basalt vormden. Vervolgens zijn deze lagen blootgesteld aan regen, wind en temperatuurverschillen, wat leidde tot een geleidelijke erosie van het zachte tufsteen, terwijl de hardere basaltlagen minder snel werden aangetast en voila, dan krijg je deze sprookjesachtige schoorstenen.

We lopen tussen de verschillende formaties door en proberen het zo goed mogelijk tot z’n recht te laten komen. Het heeft wel wat weg van Bryce Canyon en naar men zegt Cappadocië, maar daar kunnen we over een paar weken pas over meepraten.

We lopen het verplichte rondje tussen dit natuurfenomeen en proberen wat bijnamen te geven aan de formaties. Veel verder dan paddestoel of asperge komen we niet, behalve bij de beroemdste formatie aan het begin van de route. Sommige toeristen maken hier een selfie en stappen dan weer in de auto. Verzin zelf maar een passende bijnaam voor dit stelletje rotsen (de achterste twee).

De laatste 80 km zijn niet de meest interessante van deze trip dus die spoelen we maar even snel door. Nog wel aardig om te melden dat Diana deze kilometers heeft gebruikt om ons hotel te behouden. We werden nl. weer lastig gevallen door het hotel in Erzurum met mailtjes over de foutieve CVC-code. Als het via de app van Booking.com niet lukt, lost Diana het op via Whatsapp.
De allerlaatste kilometer in Erzurum is uiteindelijk de meest uitdagende kilometer van het tochtje. Overvolle rotonde, gestresst Turks stadsverkeer, smalle straatjes, foutparkeerders, etc. maar uiteindelijk lukt het om de auto zonder schade weer in te leveren. Nog even een krabbeltje op papier en de sleutel wordt overhandigd aan de meneer van Europcar.

We wandelen nog een laatste keer door de hoofdstraat van Erzurum en gaan dan bij Het Molentje wat eten. Daarna nog een bakkie koffie in de lobby van het hotel en dan kunnen we ons gaan opmaken voor de busreis van morgen.