Tag archieven: Singapore

Maleisië, Brunei en Singapore 3

Dinsdag 30 september

Deze keer geen hotel incl. ontbijt dus dat brood moeten we op de straat zien te vinden. Heel veel ‘normale’ bakkertjes zijn hier niet te vinden. Wij komen bij een Chinees terecht. We bestellen een ontbijt-menu met toast, ei en thee. Wat kan daar mis mee gaan. Nou, om te beginnen zijn de eieren 1 minuut gekookt en daarna stuk geslagen dus die zwemmen nog door het schaaltje en de thee lijkt meer op een glas melk en dan ook nog met suiker. De toast smaakt voortreffelijk al vindt Diana dat er te veel boter op zit. Ik denk dat we hier morgen niet weer ontbijten.

Om het goed te maken halen we iets verderop een muesli-broodje bij de bakker en bij buurman Starbucks nemen we een lekkere bak koffie om alles weg te spoelen.
We lopen vandaag richting de Arabische wijk en de Indiase wijk en als het goed is kunnen we bij Golden Mile Tower bustickets voor de busreis naar Malakka op de kop tikken.

We wandelen langs de National Gallery die voor een groot deel aan het zicht is onttrokken vanwege schermen die zijn neergezet voor de F1-race van dit weekend. We gaan hier vandaag niet naar binnen, dat bewaren we voor een regenbui.
Op een steenworp van de National Gallery staat de St. Andrews kathedraal. Via een met spiegels overdekt trottoir lopen we er naartoe. We verrekken onze nek bijna om hier een fatsoenlijke foto te kunnen maken.

De witte kathedraal valt een beetje uit de toon tussen al die hoogbouw er omheen. We gaan het parmantige gebouwtje naar binnen en zien dat het redelijk sober is. Wat glas-in-lood, maar Michelangelo heeft het plafond hier niet aangeraakt. 

Weer een paar steenworpen verder komen we langs het vermaarde Raffles hotel. Het gebouw is net als de kathedraal spierwit en maar 3 verdiepingen hoog, wel een lust voor het oog. Voor ons niet betaalbaar, maar het lijkt erop dat Pierre Gasly hier wel slaapt want hij heeft z’n auto voor de deur geparkeerd.

Bijna naast het Raffles staat het Parkview Square. Een art-deco wolkenkrabber die doet denken aan de Amerikaanse wolkenkrabbers uit de jaren twintig van de vorige eeuw. De architect schijnt geinspireerd te zijn door het Chanin gebouw in New York. Rondom het gebouw staan mooie, vreemde beelden en ook binnen is het prachtig met een zwart met goud interieur. Misschien wel een van de mooiste wolkenkrabbers van Singapore. In het gebouw bevinden zich het Honorair Consulaat van Oman, de ambassade van de Verenigde Arabische Emiraten en de ambassades van Oostenrijk en Mongolië. De derde verdieping wordt volledig in beslag genomen door het Parkview Museum, waar jaarlijks internationale tentoonstellingen van hedendaagse kunst worden gepresenteerd.

We vervolgen onze weg naar de Arabische wijk en gaan daar eerst Haji Lane in. Een wat toeristisch laantje waar busladingen toeristen worden losgelaten. Heel keurrijk, leuke geveltjes en schattige souvenirs. In de nauwe zijstraatjes is veel street-art te vinden.

We drinken een bakje koffie bij Fika Swedish Café & Bistro en gaan dan via Arab Street richting de imposante Sultan Moskee. Als we Bussorah Street inlopen zien we de koepel al glimmen. We kunnen nog net naar binnen (de moskee sluit om 12:00 uur) maar ik moet wel een rok aan om m’n knieën te bedekken. Vanaf dat moment is het verboden foto’s van mij te maken.

Vanaf de moskee lopen we naar Golden Mile Tower om de buskaartjes naar Malakka te kopen. De dame op het kantoortje vertelt dat de bus om 08:30 uur vertrekt, dat we er om 08:15 uur moeten zijn en dat de rit 4 tot 5 uur duurt. Alles duidelijk?
Op straat valt overal wat te beleven. Bouwvakkers die aan de buitenkant van een gebouw hangen voor wat voegwerk, een gevel van een gebouw in de vorm van een fotocamera, prachtige street-art, mooie doordenkers, veel F1 en heel veel vriendelijke mensen die ons op het goede pad houden.

Het is inmiddels lunchtijd en in Little India strijken we neer bij Sultan Prata Corner. Een no-nonsens tent aan de grote weg met plastic stoeltjes waar ze Indiaas eten op de kaart hebben staan. We bestellen naan met tika massala en dal en het smaakt heerlijk. We hebben wel een extra fles water nodig om te blussen.

Onze volgende bestemming is de Sri Veeramakaliamman tempel. Helaas is de tempel voor een deel onder een zeil verdwenen en mogen we niet naar binnen. Niet getreurd want 700m verderop is de Sri Srinivasa Perumal tempel.
Onderweg pakken we nog een overdekte markt mee. Fruit en groenten, afgewisseld met kleding. Een kleurrijk geheel, maar we kunnen niet slagen.

Bij de Sri Srinivasa Perumal tempel is het een druk vanwege Durga Puja, een belangrijk hindoeïstisch festival. Het eert de godin Durga, die de overwinning van goed op kwaad belichaamt.
Tijdens deze periode worden beelden van Durga gemaakt en tentoongesteld in versierde tijdelijke structuren genaamd ‘pandals’. Mensen nemen deel aan gebeden, culturele optredens, gemeenschapsbijeenkomsten en genieten van traditionele gerechten en zoetigheden. Durga Puja is niet alleen een religieus evenement, maar ook een tijd voor viering, creativiteit en sociale verbinding.
We zijn van harte welkom bij alle activiteiten en foto’s maken is geen probleem. Erg leuk om dit spektakel(tje) mee te maken.

Van de tempel gaan we op weg naar het metro station, maar onderweg nemen we bij een van de vele sinaasappelsap-automaten een lekkere beker jus. Verse jus, want de sinaasappels worden ter plekke in de machine geperst.

We gaan met de metro naar station Promenade voor een controle van de voortgang van de werkzaamheden aan het F1-circuit. We lopen door ‘turn 3’ waar de schilders de laatste hand leggen aan de blauw-gele reclame van Singapore Airlines op de uitloopstrook. Daarna proberen we in de paddock te komen, maar helaas worden we tegengehouden door een mannetje van security.
We lopen langs het circuit terug naar ons hotel en het begint nu duidelijk vormen aan te nemen. De hekken op het lange rechte stuk van Esplanade Drive staan er nu allemaal en de scherpe bocht (turn 13) naar Fullerton Road is duidelijk herkenbaar met vlak daarna de Anderson Bridge.

Voordat we bij het hotel zijn maken we zelf een pitstop bij een terrasje aan The Riverwalk met uitkijk op de Singapore River. Hier zouden we wel uren kunnen zitten, maar dan mis je wel heel veel van deze stad.

‘s-Avonds gaan we eten in Chinatown bij Fortune Garden. Een ‘echte’ Chinees met lekker Chinees eten (hoe kan het ook anders in Chinatown). Het is een drukte van belang in deze wijk dus daar gaan we morgen zeker nog even naar terug.

Na het heerlijke maal gaan we nog even rondneuzen in Chinatown. Al snel zien we 2 dames die zich uitsloven bij een favoriet tijdverdrijf van Chinezen: Karaoke. Het worden waarschijnlijk geen wereldsterren, maar hun enthousiasme is te aandoenlijk.

Op straat is alles kleurrijk versierd. Lampionnen hangen over de straat en met grote verlichte cijfers ‘60’ word je er aan herinnerd dat Singapore zestig jaar onafhankelijk is.

Woensdag 01 oktober

Vanochtend geen ontbijt bij de Chinees, maar na een smakelijk bolletje met zonnepitten van de bakker gaan we wel terug naar China Town om daar nog wat bezienswaardigheden af te vinken.
Via Pagoda Street lopen we naar de Sri Mariammam Tempel. Deze oudste Hindu tempel van Singapore is aan de buitenkant prachtig versierd met houtsnijwerk van Hindoeïstische goden terwijl aan de binnenkant mooie plafondschilderingen te zien zijn. Als wij er zijn vindt er net een offer-ritueeltje plaats begeleid door drum en fluit. Heel intens allemaal!

Van de Hindu tempel gaan we naar een Chinese tempel. Via Mohamed Ali Lane komen we in Club street waar we op de ramen van een pizzeria een positieve review van Gordon Ramsey lezen (en hoe bijzonder is dat). Misschien een leuk adres voor vanavond. In Gemmill Lane drinken we bij Marcel een heerlijke bak koffie, Merci Marcel!

Iets verderop is dan Thian Hock Keng (Tempel van Hemelse Gelukzaligheid), de oudste Chinese tempel van Singapore ter ere van Mazu, de godin van de zee. De tempel is gebouwd door Chinese immigranten die dankzeggingen brachten voor een veilige overtocht. De tempel dateert uit de vroeg 19e eeuw en is volledig zonder spijkers gebouwd.

Via het Ann Siang Hill Park lopen we naar de Buddha Tooth Relic Temple. Deze tempel is gebouwd om de een heilige tand van Boeddha te huisvesten die volgens de overlevering uit zijn begrafenisvuur werd geborgen. De tandreliek ligt in een gouden stoepa op de bovenste verdieping.
De tempel dient niet alleen als een plek van verering, maar ook als cultureel centrum en museum. We mogen hier naar binnen en hier hoef ik geen doek om m’n knieën te slaan. Het is een indrukwekkende tempel met veel bling-bling.

Na deze tempel-ochtend lopen we terug naar Pagoda Street en bewonderen onderweg de vele street-art. Sommige van die street-art is zo mooi dat de artiest een expositie verdient, maar dat geldt ook voor de ‘ouderwetse’ street-art die we zien.

Van China Town lopen we via ons hotel naar Orchard Road. Dit gebied was voor de 20e eeuw een landelijke streek met veel boomgaarden (vandaar de naam) en plantages met nootmuskaat en peper. Nu is het getransformeerd naar een iconisch winkelparadijs en staat het bekend als een van de grootste winkelstraten.
We lopen eerst het Plaza Singapura naar binnen en zijn vooral blij met de airco. De temperatuur in Singapore gaat weer naar grote hoogte en dat hakt er wel in. We lopen wat winkeltjes in en uit, maar kunnen nergens slagen, op naar de volgende. The Cathay is een wat vreemd aandoend winkelcentrum. Heel veel Japanse eettentjes en een berg electronica. Niet iets wat wij meenemen in de rugzak.

We gaan met de metro terug van Orchard Road naar Clarke Quay. Het is altijd even zoeken op het metrokaartje, maar we worden er steeds beter in. Meestal lopen we door deze stad want de hot-spots liggen redelijk dicht bij elkaar, maar door het warme, klamme weer maak je soms andere keuzes.

Het OV in Singapore is sowieso fantastisch. Veel bussen en een goed metro-netwerk maken het reizen door deze stad erg makkelijk en comfortabel. Bovendien is het helemaal niet duur. Vooral handig als je weinig tijd hebt, maar daar hebben wij geen last van.

Het was de bedoeling om bij Clarke Quay een terrasje te pakken, maar omdat alle terrasjes vrijwel leeg zijn lopen we door naar Boat Quay en nemen we weer plaats bij George Town Tze Char and Craft Beer waar we gisteren ook lekker aan de Singapore River zaten. Het is happy-hour, dus laat maar komen die halve liters!

Om vijf uur besluiten we om naar het Marine Bay Sands te lopen en daar vanavond de light and water show te gaan bekijken, dat zou een spektakel moeten zijn. Het is nog een beetje golden hour dus het licht is goed voor wat foto’s. We komen langs bars waar ‘private events’ worden gegeven en dat ziet er allemaal er chique uit!

We lopen door naar The Shoppes, een shopping mall onder Marine Bay Sands met voornamelijk merkenwinkels en wat een merken; Cartier, Dolce & Gabane, Dior, Breitling, Fengi, Gucci en misschien de leukste, een Apple Store in een appelvormige winkel.
Net als we in die Apple Store lopen knettert er een onweersbui naar beneden en het is nog maar een half uurtje tot de light and water show begint.

We lopen nog wat rondjes door The Shoppes en tegen achten zien we toch wat mensen naar buiten gaan. Wij volgen de massa en gelukkig is de stortbui gestopt en druppelt het alleen nog wat na. We zoeken een plekje aan het hek en wachten wat er gebeuren gaat. Klokslag acht uur begint de show en net als de show gisteren bij de Supertree Grove is het mooi gechoreografeerd.

Als de show is afgelopen lopen we naar de metro voor een laatste ritje naar Clarke Quay. Daar cashen we het saldo van onze metrokaarten en gaan naar het hotel. Morgen staat de rit naar Malakka op het programma en dat betekent dat er weer een wekker gezet moet worden.

Donderdag 02 oktober

Omdat de bus naar Melaka om 08:30 uur vertrekt vanaf Golden Mile Tower en we ons daar al om 08:00 uur moeten melden, hebben we geen tijd voor onze broodjes bij Bread Talk. We gokten dat er in de buurt van de Golden Mile Tower ook wel iets te krijgen zou zijn en namen daarom om 07:15 uur al een Grab.
Nadat we ons gemeld hadden op het kantoortje van de busmaatschappij gingen we op zoek naar een ontbijt en toevallig zien we een drietal toeristen onder een kantoorgebouw een hoek omgaan. Als we daar kijken blijkt er een Starbucks te zitten. Dat is een meevaller.
We zijn netjes voor 08:15 uur terug bij de Golden Mile Tower. De bus komt dan net aanrijden. Het ritje naar Melaka gaat zo’n 5 uur duren dus we gaan er maar eens goed voor zitten in de brede fauteuils.

Melaka heeft een rijke en complexe geschiedenis die teruggaat tot de 15e eeuw. Het begon als een klein vissersdorp en groeide uit tot een strategisch handelscentrum vanwege zijn ligging aan de Straat van Melaka, een van de drukste zeeverbindingen ter wereld.
In 1400 werd Melaka gesticht door Parameswara, een prins uit Sumatra. Hij vestigde de stad als een handelscentrum en het trok al snel handelaren uit verschillende delen van de wereld, waaronder China, India en de Arabische landen. De stad bloeide op door de handel in specerijen, zijde en andere waardevolle goederen.

In de 16e eeuw werd Melaka veroverd door de Portugezen, die het als een strategische basis gebruikten voor hun handelsroutes. Dit leidde tot een periode van Europese kolonisatie, waarbij de Nederlanders (1641-1795) en daarna de Britten de controle over de stad overnamen. Elke koloniale macht liet zijn stempel achter op de cultuur en architectuur van Melaka.

We kijken vanuit de bus voor een laatste keer naar de hoogbouw van Singapore en wringen ons in een bocht als we bijna onder de Marine Bay Sands doorrijden. Na drie kwartier zijn we bij immigration van Singapore. Langs het electronische loketje en dan weer op zoek naar de bus. Een paar minuten later zijn we al bij de immigration van Maleisië. Ook daar een electronisch poortje, maar het poortje blijft dicht als ik mijn duim-scan maak. Hoe zou dat nou kunnen.
Uiteindelijk wordt ik goedgekeurd door de douane-meneer en gaan we op zoek naar de bus die ons naar Melaka moet brengen. Dit is een andere bus en omdat er een hele rij bussen staat moeten we even goed de nummerplaat checken.

Wat gelijk opvalt in Maleisië zijn de palmolie plantages. Tientallen kilometers zien we deze plantages, zo ver als het oog reikt. De palmolieteelt zorgt voor grootschalige ontbossing (vooral in Maleisië en Indonesië). 45% van de planatges was in 1989 nog bos. De gevolgen voor de fauna zijn enorm, dat hebben we kunnen zien in Semenggoh en dat allemaal voor onze margarine, gebak, chocolade, shampoo en andere wasmiddelen. Het heeft geen zin om over te stappen op andere olien want kokospalm, sojabonen en zonnebloemen moeten ook ergens groeien. Het zou wel fijn zijn als palmolie wat duurzamer geproduceerd zou worden. Feitje: Nederland is de grootste palmolie importeur van Europa.

We hadden de vaart er goed in tot bleek dat we bij het busstation van Muar een tussenstop moesten maken. Van de snelweg af en via een b-weg met veel verkeerslichten. De gehoopte eindtijd van 12:30 uur moesten we snel loslaten, er kwam zomaar een uurtje bij.
Drie minuten voor half twee zijn we dan op het busstation van Malaka, we pakken onze rugzakken, regelen een Grab en gaan naar het hotel.

We gaan gelijk op pad, maar komen als snel tot de conclusie dat het geen weer is voor een blanke. De hitte is enorm en we duiken het eerste de beste restaurantje in waar we we wat kunnen eten. Het blijkt een schot in de roos want de lunch is goed verzorgd.

Even later proberen we het toch weer. We lopen langs de Melaka rivier met de gekleurde huisjes naar het ‘Dutch square’ waar de belangrijkste bezienswaardigheden van Melaka staan.

Op het ‘Nederlandse plein’ staan het Stadthuys en de Christ Church, beide gebouwd door de Nederlanders tussen de 17e en 18e eeuw. Het Stadthuys was de residentie van de Nederlandse gouverneur en zijn ambtenaren en de Christ Church diende als gebedshuis voor de Nederlandse gemeenschap. De kenmerkende rode verf is door de Engelsen aangebracht, deels om de kosten voor onderhoud te drukken.

Het lijkt erop dat iedereen hier vandaag foto’s wil maken want het is een gekkenhuis. De chaos wordt allemaal nog wat versterkt door de riksja’s die met knallende muziek toeristen proberen over te halen een ritje te maken.
Wij maken ons setje foto’s en zoeken dan snel een plekje bij een van de vele restaurantjes aan de rivier. Even wat vocht inbrengen.

Om een uurtje of vier ziet het er buiten allemaal weer wat dragelijker uit en gaan we op pad. Eerst even langs de Tourist Info voor wat informatie over de bussen naar Kuala Lumpur, maar daar kwam er geen zinnig woord uit.
Als we de straat weer oplopen horen we een hoop kabaal. In de verte zien we een optocht aankomen dus we zoeken een plekje om dit spektakel te kunnen aanschouwen. Het blijkt een Chinese optocht te zijn incl. draken en muzikanten. We proberen te achterhalen wat de reden is van dit feest, maar dat kan niemand ons duidelijk maken.

Als het feest in de verte is verdwenen lopen we door naar het Portugese verdedigingsfort A Formosa. Veel plezier beleven we daar niet want het weer slaat om en bliksem en donder doen ons besluiten om snel naar een restaurantje te gaan.

Vrijdag 03 oktober

Na een paar dagen ontbijten op straat is het ook wel weer lekker om in het hotel een ontbijtbuffet aan te vallen en wat voor ‘n ontbijtbuffet, waarschijnlijk het uitgebreidste van deze vakantie.

Terug op de slaapkamer bekijken we de weersverwachting en volgens Diana, aka Dirk Hiemstra, gaat het de hele dag regenen. De zonnebrillen kunnen dus op de kamer blijven.
We lopen door Little India naar ‘het rode plein’. Overal zijn ze hier druk bezig met het rijgen van bloemenkettingen. Een typisch Indiaas gebeuren dat elke dag plaatsvindt. De bloemen worden gebruikt om godsdienstige beelden of huisaltaars te versieren. Een mooie kleurrijke gewoonte.

Bij Christ Church nemen we een Grab naar de Selat Melaka moskee. Het wordt wat lichter dus misschien is dit het beste moment van deze dag voor een paar goede foto’s. Als we 10 minuten later bij de moskee lopen, hebben we al spijt dat we de zonnebrillen op de kamer hebben laten liggen. Het lijkt erop dat Dirk H. het weer niet helemaal goed heeft ingeschat.
De moskee is een plaatje, kleurrijk en hangend over de zee, zo hebben we het nog niet eerder gezien. Inmiddels loopt het zweet alweer door de lichaamsplooien dus we besluiten maar even de moskee in te gaan, misschien is het daar koeler.

Helaas moet er eerst een verkleedpartij plaatsvinden voordat we de moskee in mogen en daar wordt het zeker niet koeler van. Het staat wel schattig!

Na het rondje door de moskee nemen we een Grab naar The Old Station Cafe. Diana had gelezen dat ze hier heerlijke tiramisu hebben en we kunnen bevestigen dat dat zo is.

Na de koffie met tiramisu beginnen de wolken toch weer de overhand te krijgen dus we kiezen ervoor om eerst naar St.Paul en A Formosa te gaan. We hebben het geluk dat we op sleeptouw worden genomen door een schoolklas want je wilt de weg niet kwijtraken. 

De St. Paul kerk werd oorspronkelijk gebouwd door de Portugezen in 1521 en stond bekend als ‘Lady of the Hill’. Na de komst van de Nederlanders in 1641 werd het een protestantse kerk, maar tegen 1753 was de kerk niet meer het belangrijkste christelijke en raakte het in verval. A Famosa (‘de beroemde’) is een Portugese vesting en werd rond 1512 gebouwd om Melaka te verdedigen. Er is nog maar een klein deel van de oorspronkelijke vesting over. Het meest herkenbare deel van het fort is de Porta de Santiago en die is populair voor Insta-plaatjes.

Na de Portugese bezienswaardigheden lopen we terug naar China town en slenteren we wat door de beroemde Jonker Street + zijstraten. Ook hier wordt je op elke straathoek weer verrast, een tempeltje, piepkleine winkeltjes, schattige restaurantjes en de overal aanwezige street-art.

We lunchen bij een Chinees restaurant waar je normaal gesproken waarschijnlijk voorbij zou lopen, vetter dan vet. De noedelsoep smaakt voortreffelijk, maar je kunt beter niet zien hoe hier het eten bereid wordt. Via wat kleine straatjes lopen we terug naar ons hotel en gaan we de was doen.

Om de hoek zit ‘Happy Laundromat’ waar je voor een paar ringgit de was kunt doen (incl. drogen). We stoppen al het stinkspul in een machine en gaan iets verderop de 40 minuten aftellen onder het genot van een koud sapje.
Met een zak vol schone kleren gaan we terug naar het hotel en gebruiken de airco in onze kamer  voor het ‘nadrogen’ van de was.

Omdat we de hoofdacts van Melaka wel gezien hebben, nemen we de lift naar de 9e etage van ons hotel en gaan een paar uurtjes met een tijdschrift op een 2-persoonsbed aan het fantastische zwembad liggen. Toch nog even vakantie.
Om 16:00 uur zijn we het zwembad eigenlijk al weer zat en niet veel later gaan we terug naar onze kamer. 

Om 16:30 uur lopen we naar Kampung Morten, niet ver van het hotel. In deze kampung zie je nog een beetje hoe de mensen hier leefden voordat het toerisme en de hoogbouw de stad overnam. De huisjes in de kampung hebben allemaal rode daken en vaak ook rode muren. Een beetje het ‘rode dorp’ dus eigenlijk. We lopen er wat snel doorheen want is geen spektakel om te zien.

Het is wel erg leuk om de Melaka rivier te volgen, af en toe een bruggetje over, een steegje door, langs een restaurantje en nog meer bruggetjes over. 

Uiteindelijk bereiken we ons hoofddoel van vanavond: de Jonker Night Market. Helaas zijn we te vroeg, want ze zijn nog druk bezig met het opzetten van de stalletjes. Het geeft ons wel de gelegenheid om de beroemde muurschildering van Kiehl’s vast te leggen.
Hierna gaan we maar even aan een tafeltje bij The Geographer zitten voor een welkome verfrissing (en om te schuilen voor het dagelijkse buitje).

Om 18:30 uur gaan we op zoek naar een restaurantje in de buurt en komen uit bij Wild Coriander. Er staat een rij mensen buiten bij het restaurant te wachten, maar we vragen toch of er plek is. Tot onze verbazing kunnen we gelijk meelopen. Het is een oud winkeltje dat is omgeturnd tot een leuk gedecoreerde restaurantje. Op een tafeltje na zijn alle tafels gereserveerd en dat ene tafeltje is voor ons. We kiezen voor een authentieke Nyonya Beef Rendang en dat is een goede (maar pittige) keuze.

Na het eten lopen we via de nightmarket terug naar het hotel. De markt is nu in volle gang en het is er gezellig druk. Je kunt er van alles krijgen, t-shirts, speelgoed, maar natuurlijk ook lekker eten. Wij zitten vol en laten al het lekkers aan ons voorbij gaan.

Zaterdag 4 oktober

Vandaag gaan we met de bus naar Kuala Lumpur. Een ritje van 2 uur dus we hebben geen haast. Eerst lekker uitgebreid ontbijten en dan rugzakken inpakken en met de Grab naar het busstation. Omdat er tig bussen naar Kuala Lumpur gaan hebben we geen kaartjes online gekocht, we zien wel als we op het busstation zijn.

Om 10:00 uur staan we in de lobby en bestellen een Grab. Het is blijkbaar druk op de weg want het gaat 10 minuten duren. Vlak voordat de Grab bij het hotel is cancelt hij de rit, lekker dan. Gelijk een nieuwe Grab besteld en die heeft maar liefst 12 minuten nodig om bij het hotel te komen.
Van de bell-boy horen we dat er een wielerwedstrijd aan de gang is en dat daar wegen voor afgezet zijn. Wie gaat er in hemelsnaam nou fietsen met dit weer?
Gelukkig zet deze Grab-chauffeur wel door en tegen half elf zijn we op weg naar het busstation. Hij kent wat sluipweggetjes waardoor we nergens vast komen te zitten.

Op het busstation gaan we in de rij staan voor 2 kaartjes. Bij het loketje horen we dat je op het busstation geen kaartjes kunt kopen aan het loket, dat moet je online doen of bij een automaat.

Ok, geen paniek, er gaan zat bussen naar KL. Op naar de automaten. Bij de automaat kun je voor de eindbestemming Kuala Lumpur kiezen uit 4 busstations maar we komen er met een beetje hulp van een local al snel achter dat al die bussen maar naar 1 van de 4 stations rijden, handig! Uiteindelijk spuugt de automaat 2 kaartjes uit voor een bus van de maatschappij Melor en kunnen we naar platform C gate 14.

Op beeldschermen staat netjes aangegeven wanneer de bussen gaan boarden, maar bij onze bus staat ‘transfer to 11:30’, wat wordt daar nou weer mee bedoeld? Diana vraagt het aan de dame bij de omroepinstallatie, maar die weet het ook niet. We besluiten maar te wachten op onze vertrektijd en dan nogmaals een poging te wagen.
Om 11:40 uur begint het boarden van een bus van Melor en op dat moment loopt Diana weer naar de omroep-dame. Ze doet een poortje open en gebaart dat we daar doorheen naar de bus kunnen gaan. We hoeven onze kaartjes niet te scannen. Beetje vreemd, maar we doen maar wat ze zegt. Wat een gedoe voor een busritje!

Eind goed al goed, want om 11:50 komt de bus in beweging en wij zitten erin. Ondanks wat oponthoud bij Seremban en in Kuala Lumpur zijn we met 2 uur op het busstation in KL. Dan nog een half uurtje met de Grab en we zijn bij ons hotel.
We checken in en gaan dan op de 9e etage ons gratis drankje nuttigen aan het uitnodigende zwembad, maar we weerstaan de verleiding.

Even later lopen we naar Hotel Travelodge omdat we daar morgenvroeg moeten verzamelen voor de rit naar Taman Negara en we willen niet in alle vroegte naar de touragent moeten zoeken. Daarna pinnen we nog wat ringgit omdat dat in Kuala Tahan niet mogelijk is en daar moet alles wel cash betaald worden.

De rest van de middag lopen we rond in Chinatown en omgeving. Het lijkt wel een beetje op Singapore, maar hier zijn veel meer oude (verwaarloosde) gebouwen. De bewegwijzering naar de bezienswaardigheden is wel heel goed geregeld.
Op bijna alle foto’s verschijnt ook de Merdeka 118 wolkenkrabber. Met 678,9 meter het op een na hoogste gebouw ter wereld (na de Burj Khalifa in Dubai).

We lopen naar de Sultan Abdul Samad moskee die tussen de Klang rivier en de Gombak rivier in staat. Aan de andere kant van de weg is het Sultan Abdul Samad Building dat in dezelfde stijl is gebouwd. Helaas staat dat gebouw in de steigers.

Iets verder is het Merdeka square (ook wel Independence square) waar de onafhankelijkheid van Maleisië is uitgeroepen en achter deze speciale plek is het prachtige gebouw waar het textiel museum gehuisd is. Allebei een goede lokatie voor Insta-foto’s zien we om ons heen.

In Jalan Petaling is het een drukte van belang. Deze straat is min of meer het hart van Chinatown en hier wordt de hele dag nepzooi verkocht. Apple, Breitling, Cartier, alles is hier te krijgen. Ook hier wordt een optocht voorbereid, net als in Melaka, maar wij lopen door want het is ‘etenstijd’.

Zondag 5 oktober

Omdat we op tijd bij Han Travel moeten zijn gaan we vroeg ontbijten. We zijn de eersten in de ontbijtzaal, maar het eten staat allemaal al klaar! Na een afrondende espresso halen we onze rugzakken van de kamer en checken uit.

Het is nog geen 10 minuten lopen naar Han Travel en ook daar zijn we als eerste om ons in te schrijven. Omdat het nog even duurt voordat we vertrekken gaan we iets verderop op straat een bakkie thee drinken.

De chauffeur had ons verteld dat we met z’n twaalven zouden zijn maar er gaan uiteindelijk maar 10 toeristen mee en dat betekent dat we iets ruimer kunnen zitten.
We vertrekken netjes om 08:30 uur, maar we moeten omrijden vanwege wegafzettingen voor de marathon van Kuala Lumpur, we zien de lopers zelfs nog lopen op de snelweg naast ons. Het heeft niet veel meer met hardlopen te maken want de meeste deelnemers zijn aan het wandelen. Heel begrijpelijk overigens met deze weersomstandigheden. Zelfs ‘s-nachts is het te warm om hard te lopen.
Iets verderop komen we langs de Batu Caves, een attractie die we volgende week nog zullen bezoeken.

Om 09:00 uur rijden we door een tol-poort en daarna zien we geen hoogbouw meer. Het is alsof de tolpoort de grens van KL markeert. Vanaf daar is het vooral veel groen!
Om 10:15 uur maakt onze chauffeur een pitstop en dat is het moment dat we de snelweg verlaten, vanaf nu alleen nog b-wegen. We komen langs heel veel kleine kampungs: Kampung Bukit Dinding, Kampung Bulit Gending, Kampung Taya Pe Dan Pesul, het klinkt allemaal best lekker.

Rond half twaalf zijn we bij de jetty van Tembeling. Een deel van de reizigers zal hier met de longtailboot verder gaan naar Kuala Tahan, maar wij stappen over in een ander busje dat ons naar die uitvalsbasis voor Taman Negara National Park zal brengen. We hebben nog wel even tijd om wat te drinken en eten.

Om 12:00 uur gaan we met z’n zessen verder met de bus en een uur later worden we netjes voor ons guesthouse afgezet. We checken in en brengen onze rugzakken naar de eenvoudige kamer (maar wel met airco).
We laten bij het hotel even weten dat we morgen de boottocht naar Lata Berkoh willen maken en dat we nog 2 toeristen zoeken die de boot met ons willen delen (en betalen).

Dan steken we de Tembeling rivier over met een klein bootje. Ongeveer dezelfde afstand als met het pontje de IJssel over, maar hier kost de oversteek 40 cent per persoon. Aan de andere kant van de rivier is het headquarters van het Taman Negara National Park. Hier moeten we ons inschrijven, entree betalen en een bijdrage voor de fotocamera. Alles bij elkaar nog geen euro per persoon dus dat kunnen we wel lijden.

Taman Negara is het oudste nationale park van Maleisië en beslaat een oppervlakte van ongeveer 4.343 vierkante kilometer. Het park is gelegen in het centrale deel van het schiereiland Maleisië en is beroemd om zijn rijke biodiversiteit, majestueuze regenwouden en uitgestrekte natuur.

Nu we de entree betaalt hebben willen we daar wat van zien en daarom besluiten we maar gelijk een korte wandeling te maken en we kiezen voor Bukit Terisek. Vrij vertaald betekent dit de ‘Terisek-heuvel’ en dat zou eigenlijk een belletje moeten laten rinkelen. Na 3 weken Maleisië hadden we kunnen weten dat je hier niet effe een heuveltje gaat beklimmen.
De Terisek is slechts 334m hoog, maar we moeten 2,5km klimmen om boven te komen en met een temperatuur van boven de 35 graden is dat niet makkelijk. We zetten ons beste, bezwete, beentje voort en genieten onderweg van het regenwoud. We komen hier meer mega-grote bomen tegen dan in Bako, het lijkt iets meer op Ulu Temburong in Brunei, maar dat hebben we vnl. vanaf de rivier gezien. 

Taman Negara herbergt een indrukwekkende verscheidenheid aan flora en fauna. Het park is de thuisbasis van meer dan 15.000 plantensoorten, 300 vogelsoorten, en diverse zoogdieren zoals tapirs en olifanten, maar net als in Brunei zien wij weinig ‘wild’. We betrappen alleen een joekel van een hagedis die op zoek is naar een maaltje, zien een fors formaat sprinkhaan en we worden gewaarschuwd voor apen, maar die zien we niet. We speuren in de bomen naar vogels want je hoort ze zingen. We zijn te slechte vogelspotters om ze ook te vinden.

De flora is er meer dan voldoende, grote bomen zoals de dipterocarpus en meranti, diverse soorten palmen zoals de raja palm, maar ook heel veel orchideeën en medicinale planten (als je er verstand van hebt).

Om drie uur komen we bij een eerste uitzichtpunt van waar we een heel eind Taman Negara in kunnen kijken. Hier komen we even op adem voordat we de laatste paar honderd meter naar de top van Terisek-bult omhoog lopen.

Een groot bord aan het eind van het pad bewijst dat we de top gehaald hebben.
Ook hier genieten we een tijdje van het mooie uitzicht voordat we het hele stuk weer naar beneden gaan.

Bij het headquarters stappen we in een bootje dat ons weer naar de andere kant moet brengen. We betalen ieders de 2 ringitt en gaan er maar eens lekker voor zitten. Drie-en-een-halve minuut later zijn we aan de andere kant

We lopen naar een van de drijvende restaurants en gaan wat drinken. Je kunt onze kleren uitwringen dus er zal heel wat vocht aangevuld moeten worden. Nadat we weer een beetje op adem zijn gekomen gaan we terug naar het hotel om avondkleding aan te doen, d.w.z. kleding die ons lichaam wat meer bedekt zodat we niet lek geprikt worden door muggen en andere beestjes.

Als we ‘s-avonds naar de rivier lopen om wat te gaan eten voelen we wat druppels vallen we lopen snel naar een drijvend restaurant en gaan daar naar binnen. We zijn net op tijd want de sluizen gaan weer open. Het is of er een gordijn over de omgeving hangt, zoveel water komt naar beneden. Het duur ongeveer een uurtje en dan is het weer droog. Wel een goede manier om het parkje groen te houden. 

Na het eten maken we nog een rondje door Kuala Tahan, maar veel is er niet te beleven. We gaan terug naar het hotel en zoeken de spullen bij elkaar voor de boottocht van morgen.

Maandag 6 oktober

Vandaag staat de boottocht naar Lata Berkoh op het programma. Het is gelukt om 2 reizigers te vinden die met ons in de boot willen, een stel uit België waagt de gok.
Maar voordat we naar de rivier gaan genieten we van een ontbijtje met uitzicht op de rivier. Een paar uur hier zitten zou ook geen straf zijn

Toen we gisteren de entreetickets haalden, moesten we daarvoor een heel formulier met persoonsgegevens invullen. We vroegen ons af waar dat allemaal goed voor is, maar als we vanochtend de Tahan rivier op willen varen wordt eerst gecheckt of je zo’n toegangsbewijs hebt. Zonder het bruine papiertje kom je het park niet in.
De weergoden lijken op onze hand vandaag. De dag begon nl. zwaar bewolkt, maar nu we de rivier opvaren begint het dichte wolkendek open te breken.

De Tahan rivier is aan beide kanten dicht begroeid met regenwoud. Het lijkt wel wat op de boottocht in Brunei, alleen is hier het water koperkleurig. 
Hoge bomen met lange rechte stam torenen hoog boven het bladerdek uit, bamboe hangt over de rivier en palmen doen hun best om niet verdrukt te worden. Ook hier is de waterstand laag en moet de bootsman af en toe wat capriolen uithalen om tegen de stroom in te komen.

Na een uurtje komen we bij een boom die extra aandacht verdient. Bij een 70 meter hoge tualangboom die hier hier al ruim 400 jaar staat mogen we even de boot uit. Je voelt je nietig naast deze kolos. Een tualangboom kan wel 80 meter hoog worden en dat is vergelijkbaar met een gebouw van 25 verdiepingen. Deze bomen dienen als gastheer voor de reuzenbij die hier hun grote schijfvormige bijenkorven bouwen. Door de nectar die de bijen verzamelen uit de omgeving produceren ze de beroemde tualanghoning. Deze bomen komen overigens ook voor in Indonesië, Thailand en de Filippijnen.

Iets verderop stoppen we dan nog even bij het Kelah Sanctuary voor het voeren van enorme vissen in de rivier. Je kunt een colaflesje met korrels kopen en daarmee de vissen voeren. Deze goed doorvoede vissen zijn Maleisische Mahseer en dit ‘reservaat’ is een beschermd gebied dat dient als onderzoeks- en beschermingscentrum voor deze bedreigde zoetwatervis. 

De eindbestemming van de boottocht is de Latah Berkoh waterval, een getrapte waterval met diepe poelen in de Tahan rivier. De boot kan niet helemaal bij de waterval komen dus de laatste 500 meter moeten we lopen (en klauteren). 

Latah Berkoh is dus geen klassieke waterval, maar het wel een plaatje om te zien. Ruige rotsen en een rivier die zich er langs wurmt. Je zou hier ook kunnen zwemmen, hoewel wordt gewaarschuwd voor een gevaarlijke onderstroom. Wij hebben de zwembroek thuis gelaten, dus geen gespartel voor ons.

Als we weer een beetje uitgerust zijn en meer dan genoeg foto’s hebben gemaakt lopen we de 500 meter weer terug naar de boot. Onderweg zien we dat de locals wel even de tijd nemen om van het verfrissende rivierwater te genieten. Ze hebben daar geen zwembroek voor nodig, ze houden gewoon hun kleren aan. 

Geholpen door wat touwen langs de route komen we zonder kleerscheuren weer bij de boot, waar de bootsman al klaar zit om te vertrekken. De terugweg gaat in een ruk en om 12:15 uur zijn we weer terug in Kuala Tahan.
We zoeken ons favoriete floating restaurant op en bestellen een cola met patat, niet zomaar patat, heerlijke patat!

We blijven een tijdje bij het Family Restaurant zitten tot we weer wat zijn bijgekomen van de hitte en gaan dan even terug naar hotel om wat spullen weg te leggen. Dan steken we de Tembeling rivier weer over en gaan bij het luxe Mutiara Resort een bakkie koffie drinken. Dat was alweer een tijdje geleden.

Na deze opkikker brengen we toch de moed weer op om op pad te gaan. We kiezen voor de Lubuk Simpon trail. Het is wederom een prachtige route, maar geen olifant of tapir gezien. De trail eindigt aan de Tahan rivier waar we even op adem komen. Onze t-shirts zijn alweer doorweekt, maar daar raak je aan gewend in dit klimaat.

We lopen terug en gaan de Tembeling rivier weer over en nemen weer plaats in onze stamboot. De boot is eigenlijk het enige vervoermiddel in dit gebied en net zo makkelijk als wij met de boot over de rivier vervoerd worden, zo worden de schoolkinderen ook van huis naar school gebracht en ze lijken het nog steeds leuk te vinden.

Maleisië, Brunei en Singapore 2

Dinsdag 23 september

Het is nog niet helemaal duidelijk of we vandaag het gewenste programma kunnen draaien. De tijden van trein en bus zijn niet helemaal duidelijk en bovendien is (de snelheid van) de trein onbetrouwbaar, maaaaaaar we gaan het ondervinden.

Al voor zevenen brengt Leong Ming Chee ons naar het treinstation van Tajung Aru. Daar worden we enthousiast ontvangen door een kleuterklas (of 2) die op schoolreisje gaat en die kinders zijn al goed wakker!
Wij kopen een treinkaartje bij het loket en gaan in afwachting van de trein op een van de metalen stoelen zitten.

Tegen kwart voor acht komt er een trein aanrijden waarvan wij denken dat het veewagens zijn, maar dat is niet het geval want we mogen instappen. We nemen plaats in een rijtuig zonder kindertjes en gaan er goed voor zitten (voor zover mogelijk). Een van de dames in onze coupe maakt een foto waar wij toevallig op staan. Leuk voor thuis! 

Hortend en stotend zet de trein zich in beweging, we zijn op tijd vertrokken. Het boemeltje lijkt maar niet op gang te komen en regelmatig worden we ingehaald door scooters.
We stoppen op een paar kleine stationnetjes en om negen uur zijn we in Papar waar de klasjes de trein verlaten.

Wij boemelen gezellig nog anderhalf uur verder en ondertussen genieten we van het uitzicht op de groene omgeving.

Rond kwart over tien zijn wij dan in Beaufort, een stoffig dorpje waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan. We zien houten huizen die niet zouden misstaan in een western-film en we worden nagekeken alsof we aliens zijn (en dat zijn we feitelijk ook).

Omdat we vanochtend zonder ontbijt zijn vertrokken gaan we op zoek naar een restaurant waar we een soort continental breakfast kunnen krijgen. Net als we de hoop hebben opgegeven zien we Tealive, een iets te modern restaurant voor dit gehucht, maar ze hebben er thee en een heerlijke toast met gebakken ei. 

Na deze opkikker gaan we weer terug naar het treinstation. Inmiddels is duidelijk geworden dat er geen aansluiting is tussen de trein naar Tenom en de bus naar KK dus er zit niets anders op dan terug te keren naar KK. De trein naar KK is inmiddels vertrokken dus die kunnen we ook wegstrepen. Omdat de bus pas over anderhalf gaat besluiten we een taxi te charteren.

De rit terug naar KK gaat een stuk sneller dan de heenweg en die eer komt de chauffeur toe. Vanwege zijn rijstijl heeft Diana al snel de gordel om gedaan. Het voelt alsof we aan een race deelnemen. Waar het kan gaat hij plankgas en hij weet het de andere weggebruikers steeds goed lastig te maken. Ingehaald worden kan hij slecht tegen (een beetje Max Malaysia). Het is een wonder dat we zonder (nieuwe) schade in KK aankomen. 

Op onze hotelkamer regelen we eerst de inreispapieren voor Brunei en willen dan gelijk de ferry naar Brunei boeken. Helaas blijkt betaling met onze creditcards niet mogelijk omdat het Nederlandse banken zijn!?! Dan maar weer naar de schrikkerige dame van de Tourist Office. We proberen het bij haar op de PC, maar dat lukt ook niet! Het alternatief is om met de bus naar Menumbok te gaan, daar met een speedboat over te steken naar Labuan en dan met een andere ferry naar Brunei te reizen. We hebben dus nog wel wat te regelen.

Dat gedoe maakt dorstig en we lopen naar een klein restaurantje voor een koel drankje. Naast dit restaurantje is het begin van het pad naar het uitkijkplateau boven KK dus daar kunnen we zo gelijk omhoog. Als ik dichterbij het eerste trapje kijk zie ik een touw waaraan een waarschuwing hangt: WARNING! STAY AWAY, NOT SAFE! Als ik de jongen van het restaurant ernaar vraag vertelt hij dat er een Zwitsers meisje ernstig gewond is geraakt toen ze is gevallen.
Nu hij toch lekker aan de kwebbel is vertelt hij ook dat er een krokodil (salty) is gespot bij Manukan Island en dat alle watersport wordt afgeraden! WTF!!! Wij gaan morgen duiken!!! We twijfelen nu of dat nog wel verstandig is.

Na de verfrissing gaan we met een Grab naar het uitzichtpunt, maar dat is geen spektakel. Het uitkijkplateau is gesloten, te hoge bomen blokkeren een deel van het uitzicht en bovendien zie je de zee en eilanden niet liggen. We zitten al weer snel in een Grab naar beneden waar we dan op zoek gaan naar een pinautomaat want de portemonnee wordt langzamerhand toch wat leger. 

De krokodil spookt nog steeds door ons hoofd, maar we gaan eerst een hapje eten, een heerlijk hapje bovendien: goulash stoofpot, typisch Maleisisch!
We hebben inmiddels heel wat mailtjes verstuurd, want er is best wat te regelen als we het programma omgooien. Andere vlucht, hotelovernachtingen aanpassen, inreispapieren Brunei aanpassen en dat kan de hele verdere reis doorwerken. 
Genietend van de malse stukjes rundvlees valt dan ineens het kwartje. De makkelijkste optie is om te gaan duiken in Brunei. Dagje minder in Borneo, dagje meer in Brunei, easy!

Woensdag 24 september

Door het krokodil-gedoe gaan we vandaag niet de zee op, maar gaan we richting Kinabalu National Park. Hiervoor moest wel het vakantie-record wekker zetten gebroken worden.
Ruimschoots voor zevenen staan we al op de parkeerplaats waar de mini-busjes en shared-taxi’s naar Ranau vertrekken.

Omdat het mini-busje niet vol lijkt te raken (en ze gaan pas weg als de bus vol is) gingen we al snel in onderhandeling met een taxichauffeur. We willen op tijd weg want het is toch 2 uur rijden naar het park.
Om kwart over zeven stappen we in en gaan we op weg. We delen de shared-taxi met een man die naar Ranau moet en dat drukt de kosten een beetje.

Al gauw merken we dat we weer een chauffeur hebben met een bijzondere rijstijl. Laten we maar zeggen dat het bij het land hoort.
Net als gisteren zien we ook dat er veel snelweg in aanbouw is. Helaas komt dat voor ons te laat en moet onze chauffeur regelmatig om de gaten in de weg heen manoeuvreren.
De wereld om ons heen wordt steeds groener, mooier en we zien Mt Kinabalu steeds dichterbij komen. Met nog een half uurtje te gaan stopt de chauffeur bij een uitzichtpunt waar we de berg voor het eerst in volle glorie zien liggen.

Mount Kinabalu (Gunung Kinabalu in het Maleis) is niet alleen de hoogste berg in Maleisië, het is ook de hoogste berg tussen de Himalaya en Nieuw Guinee. Met een hoogte van 4.095 meter is het de op twee na hoogste piek van een eiland op aarde en de 20e meest prominente berg ter wereld.

We worden vlak bij het visitors-centre eruit gegooid en lopen dan naar de ticket-office om de entree kaartjes te kopen. We krijgen er een kaart van de trails bij en kunnen weer op pad.
We lopen eerst de Mempening trail aan de oostkant van het park. We hebben dan wel ervaring opgedaan in Bako NP, het is hier toch net even anders. Bijna geen rotsen om overheen te klauteren, maar wel veel klimwerk met veel te hoge treden. Het groen is vergelijkbaar met het groen in Bako NP.

Het grootste verschil is de stevige wind die hier waait waardoor de warmte beter afgevoerd wordt. Dat maakt het lopen hier wat gemakkelijker maar toch hebben we ruim anderhalf uur nodig om de 2,5km af te leggen, dat is zeker geen nieuw record.

Iets verderop kunnen we dan kiezen uit 2 trails: Silau Silau trail en de Kiau View trail. We kiezen voor de laatste omdat in de beschrijving staat dat deze trail ‘fairly level’ is. We duiken het bos weer in en gaan op pad. Bijna 2 uur later weten we dat ‘fairly level’ wel heel relatief is en dat de naam Kiau View Trail moet worden gewijzigd in Kiau Trail. Er is op de hele route nl. maar één uitkijkpunt waar we met een beetje moeite tussen de bomen door een bergtopje kunnen zien en op een paar korte stukjes na bestaat de volledige trail uit klauterwerk. 

Onderweg worden we nog verrast met een bordje waarop staat ‘overhanging cliff’. Dat willen we zien! We glibberen en glijden het modderige zijpad af en met een beetje fantasie herkennen we een overhangende rots. We glibberen weer terug naar het hoofdpad en vervolgen onze klauterpartij. De natuur gaat niet vervelen en blijft prachtig. Regelmatig staan we stil om ervan te genieten en natuurlijk foto’s te maken. 

Vlak voordat we aan de laatste afdaling beginnen komen we een Nederlands stel tegen dat we ook al in Bako NP hebben gezien. Aan de ontplofte koppies te zien hebben ze het zwaar gehad tijdens de klim.
Met een laatste selfie nemen we afscheid van de Kiau View Trail en gaan we op zoek naar een lunchplek.

We zijn weer wat opgeknapt na de warme hap en besluiten er nog een laatste trail aan vast te knopen, een korte, dat wel. Het lusje van de Salie Salie Trail is ‘relatively’ makkelijk en de natuur bij deze trail is prachtig gevarieerd. Je hoeft dus eigenlijk niet zo moeilijk te doen om wat moois te zien en dat had de gids van een Nederlandse groep ANWB-toeristen die voor ons liep slim bekeken.

Tegen tweeën hebben we het kleine lusje voltooid en gaan we weer op weg naar de uitgang. We proberen nog wat perfecte plaatjes te schieten van Mt Kinabalu, maar dat is nog best lastig met de gebouwen die er voor staan. Als we even later bij het visitors centre aankomen zien we dat daar een speciale plek is ingeruimd voor die perfecte plaatjes.

Het is tijd voor de terugreis en dat is nog best een uitdaging. Grab heeft er geen zin in, waarschijnlijk omdat de afstand te groot is, het eerste busje dat we proberen aan te houden rijdt vrolijk door terwijl de chauffeur naar ons terug zwaaite en dan is er een hele tijd niets.
Gelukkig heeft Diana haar hand in de lucht gehouden want een grote gele bus gaat onverwacht in de remmen voor ons. We stappen in en nadat we wat van de rit(vraag)prijs af hebben gekregen kunnen de oogjes even dicht op de luxe stoelen.

Het noordelijke busstation is het eindstation en dat betekent dat we daar nog even vervoer moeten regelen naar ons hotel. Dat blijkt geen probleem te zijn, maar door het vastzittende verkeer duurt het wel even voordat we bij het hotel zijn.
Via deze Grab-chauffeur regelen we ook het vervoer voor morgen naar de ferry-haven van Menumbok want door ons gewijzigde reisschema kunnen we niet (alleen) met de ferry naar Brunei. We gaan eerst met een taxi naar Menumbok, daar pakken we een (speed)boot naar Labuan en gaan dan in 2 uurtjes met een ferry naar Brunei.

Donderdag 25 september

Vandaag is het tijd voor een troepenverplaatsing. Om 09:00 uur zal onze taxi voorrijden, maar eerst even een ontbijtje scoren. We lopen naar een restaurant om de hoek met de welsprekende naam Fook Yuen. Het is net zeven uur en het is er al stampvol. Wij bemachtigen een tafeltje buiten en Diana gaat in de rij voor het ontbijt. Op de meeste borden om ons heen liggen noedels evt. aangevuld met sate of ander vlees en een gebakken ei. Wij houden het ‘continental’ met een jus, een bak thee en wat toast. Die toast blijkt geen succes want het is toast met kaas en iets zoetigs. Daar maken we liever iemand anders blij mee.

Na dit bijzondere ontbijtje gaan we terug naar de kamer om de rugzakken in te pakken. Rond 08:00 uur snellen we nog even naar een favoriet restaurantje waar we snel een croissantje naar binnen werken. Je wilt toch niet met een lege maag op pad. Dan snel weer terug naar het hotel, rugzakken naar beneden en wachten.

Onze chauffeur komt 10 minuten voor negen aanrijden, da’s mooi op tijd. We laden alles in en gaan op pad in een glimmende, witte Perodua. De chauffeur had al ge-appt dat hij geen Engels spreekt dus we moeten er samen maar wat van maken……..en het was nog lang onrustig op de achterbank.

Na 2 uur en een kwartier worden we netjes afgezet bij de ferry-port van Menumbok, een plek waar je je kinderen ‘s-avonds niet laat spelen (denk ik). We lopen naar de ticket-office en zien dat de eerstvolgende boot om 12:30 uur gaat, een speedboot welteverstaan! We kopen 2 kaartjes voor het luttele bedrag van MYR34 en gaan dan bij een charmante eetgelegenheid een drankje doen. Er valt niet tegen de hitte in Maleisië aan te drinken, maar we doen ons best.

Na de bubbels gaan we op de metalen stoeltjes in de wachtruimte zitten in afwachting van de boot die ons naar Labuan moet brengen. Er wordt eerst nog een bootje uitgeladen, maar dan komt ons bootje aangevaren. Ook hier gaat alles heel soepel, op tijd boarden en dan snel naar de overkant.

Onderweg zien we een enorme hoeveelheid grote schepen op zee liggen en we tellen ook zomaar 4 olieplatforms dicht bij elkaar. De olie-industrie is nog niet helmaal afgeschreven.
Twintig minuten later gaan we alweer van boord en lopen we naar het volgende ticket office voor de overtocht naar Brunei.  Er is nog genoeg plek op de boot naar de Serasa ferry terminal dus we kunnen vandaag in ieder geval naar Brunei.

Omdat er op bij ferry terminal geen pinautomaat staat loop ik een stukje de stad in om geld te wisselen. Twee blokken verderop vind ik een ietwat louche uitziend kantoortje, maar de wisselkoers is goed.

We besluiten dan nog even een hapje te gaan eten zodat we wat aan de vissen kunnen voeren als we zeeziek worden. De noedels smaken zo-zo dus daar doe je de vissen ook geen plezier mee.
Na deze matige lunch nemen we wederom plaats in de wachtruimte bij de ferry terminal. Tegen half drie gaan de deuren open en lopen we weer naar de immigration. De bladzijden in ons paspoort raken aardig vol op deze manier. Na de stempel mogen we gelijk door naar de boot. Deze is een maatje groter dan de vorige, maar ook deze is slecht bezet. De zee is redelijk kalm dus geen feest voor de vissen. Na anderhalf uur zijn we in Brunei waar we weer een stempeltje krijgen.

Brunei of eigenlijk Negara Brunei Darussalam is een zeerijk dat ooit heel Borneo en een groot deel van de Filipijnen regeerde. Brunei is een absolute monarchie (in dit geval een sultanaat) en dat betekent dat de sultan altijd gelijk heeft! Het sultanaat is een erfelijke positie en de geschiedenis van het sultanaat van Brunei gaat terug tot de 14e eeuw. De 29e sultan van Brunei, Zijne Majesteit Sultan Haji Hassanal Bolkiah Mu’izzaddin Waddaulah, Sultan en Yang Di-Pertuan van Brunei Darussalam, is het staatshoofd en het hoofd van de regering van Brunei en hij is ook de premier.
De economie is geheel afhankelijk van de export van aardgas en aardolie. De productie van ruwe olie en gas is goed voor bijna 90% van het bnp. De opbrengsten worden goed besteed; gezondheidszorg en studie zijn gratis; olie, rijst en woningen worden gesubsidieerd.

Wij zijn op weg naar de hoofdstad Bandar Seri Begawan (ook wel Bandar of BSB) en deze bestaat eigenlijk uit twee delen, namelijk uit Bandar Seri Begawan en de historische wijk Kampong Ayer. BSB alleen heeft ongeveer 22.000 inwoners, maar samen met Kampong Ayer zijn dit er ongeveer 46.000. Het is de meest dichtbevolkte stad van Brunei en was al vanaf de 7e eeuw bewoond.

Het is nog minstens een half uur rijden naar ons hotel dus we gaan eerst op zoek naar een bus of taxi en je raadt het misschien al, daar doen ze hier niet aan. In deze uithoek van Brunei is niets te vinden. Diana vraagt iemand hoe dat hier werkt en deze man wil ons wel naar downtown Bandar Seri Begawan brengen voor B$30, maar Diana merkt aan een andere automobilist dat het misschien niet zo’n goed plan is.
Uiteindelijk lopen we terug naar de terminal en komt die laatste automobilist naast ons rijden en zegt hij dat hij het niet vertrouwd. We praten even met hem en dat zegt hij dat hij ons wel even naar het busstation iets verderop wil brengen. We proppen ons met bagage op de achterbank en een paar minuten later staan we op de plek die moet doorgaan voor een busstation.
Dan blijkt dat de laatste bus naar BSB al is vertrokken. De vriendelijke Indiase man biedt aan om ons bij de luchthaven af te zetten zodat we daar de bus kunnen nemen. Heel vriendelijk, dat slaan we niet af (en we hebben ook geen keus).
Na twintig minuten rijden in de oude Hyundai met versleten schokbrekers zijn we bij de luchthaven. Dan zegt de man dat hij ons wel helemaal naar het hotel brengt omdat het nog maar een paar minuten verder is. Hij zet ons uiteindelijk voor de deur van het hotel af en als we hem het bedrag dat de eerste persoon vroeg in de hand willen duwen wil hij daar niets van hebben (ondanks aandringen). Het was helemaal geen moeite en dat geld moesten we maar aan iemand geven die het hard nodig heeft! Bijzonder, dat kun je in Nederland bijna niet voorstellen.

We checken in bij ons centraal gelegen hotel en dan moet er eerst wat technisch gedoe plaatsvinden. Onze eSims voor Brunei werken niet en daarvoor zoek ik via de chat contact met Airalo. Na een minutenlange chat, waarbij ik meerdere screenprints van mijn instellingen heb moeten versturen, doet-ie-ut ineens weer! Ik had de hoop eigenlijk al opgegeven.

Om zeven uur uur gaan we dan nog even de straat op en de ontvangst is groots, de straten zijn verlicht, er is een soort braderie en ook de moskee is om door een ringetje te halen (of een lijstje).
Dit hadden wij niet verwacht, we zijn ontroerd! Hoe wisten ze dat wij vandaag zouden komen? In het originele programma stond Brunei pas op vrijdag op het programma.

De straten zijn al redelijk verlaten, maar dat is heel gebruikelijk in Brunei. Vanaf 20:00 uur is hier sowieso bijna alles gesloten dus dat wordt een paar dagen vroeg naar bed.

Vrijdag 26 september

Vandaag staat BSB op het programma en omdat het geen grote stad is hebben we geen haast. Na een heerlijk ontbijt gaan we rond negen uur de straat op. We lopen eerst naar de Sultan Omar Ali Saifuddin moskee want die willen we ook wel bij daglicht zien.
Ook overdag is het een indrukwekkend gebouw, maar er is veel aan gedaan om de moskee fotogeniek te maken. Vijvertje ervoor zodat je een mooi spiegelbeeld hebt, betonnen schip in de vijver staat ook leuk op de foto en 50 meter verderop een Instagram-lijst op het grasveld zodat je alles ook leuk kunt delen.

Als wij richting de hoofdingang van de moskee lopen is een groep Maleisische dames bezig met een groepsfoto te maken. Ze zien ons lopen en dan moeten wij natuurlijk met de dames op de foto. Wel begrijpelijk, daar wordt elke foto beter van.

Via de boulevard van Brunei lopen we naar de plek waar de bootjes liggen die je naar Kampong Ayer aan de overkant van de Brunei rivier kunnen brengen. Al snel heeft een kapitein ons in de gaten en vaart z’n bootje tegen een van de aanleg-trapjes zodat we makkelijk aan boord kunnen. We betalen de ferryman en scheuren naar de overkant.

Kampong Ayer heeft een geschiedenis die meer dan 1.000 jaar teruggaat. De stad is gesticht door Bajau-zeenomaden en groeide uit tot de hoofdstad en het centrum van het Bruneise Rijk, met tienduizenden inwoners in de 16e eeuw. De nederzetting werd door door de Italiaanse ontdekkingsreiziger Antonio Pigafetta in 1521 het ‘Venetië van het Oosten‘ genoemd en was eeuwenlang het kloppend hart van de regio, bekend om zijn vaardige ambachtslieden en bloeiende handel.
Door de Britse kolonisatie en modernisering in de 19e en 20e eeuw begon een langzame afname van de bevolking, hoewel het ‘dorp‘ vandaag de dag nog steeds bewoond wordt en een belangrijk cultureel erfgoed is.

We zijn binnen een minuut aan de overkant en lopen daar langs de huizen op palen. Het hout van de vlonderpaden dat de huizen verbindt is in slechte staat. Veel gaten, rotte balken en losliggende planken. We maken er geen lange wandeling van en na enkele tientallen meters gaan wij weer terug naar een stevigere steiger.
De kleine bootjes scheuren heen en weer tussen de paalwoningen en de overkant. Als bewoner van Kampong Ayer is dit de enige manier om boodschappen te doen.

Als we weer netje in BSB afgeleverd zijn en richting een koffiebar lopen, zien we dat street-art ook in BSB aanwezig is. Hier hebben ze de muurschildering laten doorlopen in de vloer, heel apart.  Het past allemaal maar net op de foto

In de koffiebar staat de airco aan en niet zo’n klein beetje ook. De overgang van buiten naar binnen is enorm. De warmte buiten hangt de hele dag als een klamme deken over de schouders en overal waar je naar binnen gaat is het onverantwoord koud. We kunnen alleen maar hopen dat we niet ziek worden.

Na de koffie gaan we het OV van BSB beproeven. We willen naar de Jame’ Asr Hassanil Bolkiah moskee en gaan op zoek naar de juiste bus. Bij de eerste bus lijkt het meteen raak, maar een paar tellen later horen we van een andere chauffeur dat we aan de overkant van de weg moeten instappen. Het duurt nog een paar warme minuten voordat de bus gaat rijden en al gauw zie ik dat we de verkeerde kant op gaan, maar niet te snel schreeuwen want we kennen z’n route niet. 

Niet veel later stopt hij bij Istana Nurul Iman, het enorme paleis van de sultan. De taalbarriere heeft z’n werk gedaan.
Een bezoekje aan het paleis is wel leuk, maar dan moet je er wel bij kunnen komen. De hekken bij dit paleis gaan helaas niet open; geen pottekijkers gewenst!

De volgende uitdaging is om terug naar BSB te komen. Normaal gesproken zouden we bij dezelfde bushalte gaan staan waar we eruit gekieperd zijn, maar de militair bij het hek merkt op dat het inmiddels 12:00 uur is en op de dag van het gebed gaat alles dan op slot en in Brunei betekent dat ook dat het land vrijwel tot stilstand komt. Winkels en restaurants gaan dicht, taxi’s rijden niet meer en ook de bussen staan stil.
Er zit eigenlijk maar 1 ding op: lopen! Het is 5km naar ons hotel en de hitte maakt dit kleine stukje tot een marathon. Na 2km weet Diana toch weer een man over te halen om ons naar BSB te rijden. Hoewel hij niet die kant op moet doet hij het graag. Alweer worden we uit de brand geholpen door een vreemde!

Het is een bizar gezicht die lege wegen. Van het ene op het andere moment lijkt alle verkeer verdwenen. De stoplichten werken nog wel. Het heeft iets sci-fi-achtigs. Zoiets hebben wij ook nog niet eerder meegemaakt.

We zien wel steeds meer mannen richting de moskee lopen. Sommige met een kleedje over de schouder. Wij volgen ze die kant op en nemen plaats op een stenen bankje bij de hoofdingang van de moskee. Het is een belangrijk iets dat vrijdaggebed, zoveel wordt hier wel duidelijk. Wegblijven is geen optie.

Rond 13:00 uur gaan we even terug naar het hotel want we moeten nog wat formulieren invullen voor de trip van zondag naar Ulu Temburong én we moeten nog geld pinnen. Als dat geregeld is gaan we een hapje eten en nadat de inwendige mens weer tevreden is gesteld trekken we de stoute schoenen aan en doen nog een poging om met de bus bij de Jame’ Asr Hassanil Bolkiah moskee te komen. Het motto: de aanhouder wint. 

Dit keer hebben we wat meer research gedaan en weten we zeker dat we de bruine bus nummer 20 moeten hebben. Als we net bij de bushalte staan komt deze bus aanrijden. Even aan de chauffeur vragen of hij bij de moskee stopt en hij knikt bevestigend (en we weten wat dat waard is). We nemen opnieuw plaats op de warme skai stoelen, maar gelukkig duurt het vertrek maar een paar zweetminuten. 

Dit keer gaan we in de goede richting volgens Google Maps en als in de buurt van de moskee willen uitstappen, maant de chauffeur ons weer te gaan zitten. Allemaal goed bedoeld want een paar minuten later stopt hij bij de bushalte op het terrein van de moskee. Dat scheelt weer een paar minuten lopen

De Jame’ Asr Hassanil Bolkiah moskee is vooral aan de buitenkant een hele andere moskee. Helemaal bekleed met mozaïek tegeltjes en marmer heeft deze moskee een hele andere uitstraling. Deze lijkt wat meer op de moskeeën die we in Iran hebben gezien. We lopen er omheen en maken veel te veel foto’s.

Om 15:30 uur lopen we terug naar de bushalte. De buschauffeur had gezegd dat we daar ook weer opgepikt zouden worden. Drie kwartier later gaan we er toch maar weer van uit dat we mekaar niet goed begrepen hebben en dan blijft er maar een optie over.
Diana zet haar zielige ogen op, pruilt haar lippen en binnen de kortste keren is het vervoer naar BSB geregeld. Een aardige man in een nog veel aardiger BMW brengt ons helemaal terug naar het hotel, we kunnen wel wennen aan deze aardige mensen.
Hij vertelt ons dat het openbaar vervoer en de taxi’s niet veel voorstelt in BSB en dat mede komt doordat de benzine prijs zo laag is. Je betaalt hier 53 Brunei-cent voor een liter, dat is ongeveer 35 eurocent!

We zijn zo langzamerhand uitgedroogd dus we lopen gelijk naar de foodmarket waar we een grote beker dorstlessende lemonjuice met mint en watermelonjuice met lyche bestellen. Dat hadden we even nodig! Eentje was niet niet genoeg dus we kieperen er snel nog een achteraan.

Even later besluiten we ook maar bij deze foodmarket wat te eten. We maken rondje langs alle stalletjes en kiezen voor een soort durum-achtig broodje, het smaakt voortreffelijk. Op straat eten is bijna altijd lekker(der) en leuker.

We stoppen nog even bij Coffee Bean voor een bak koffie en gaan dan terug naar het hotel om de duiktas voor morgen klaar te maken.

Zaterdag 27 september

Vandaag gaan we eens wat heel anders doen. Weg uit de klamme warmte in de stad, we gaan naar zee. Om 07:00 uur worden we opgehaald voor een paar duiken met duikschool Oceanic Quest. Dat betekent wel dat we extra vroeg aan het ontbijt moeten, maar dan is het ook lekker rustig.
Ruimschoots voor zevenen zitten we al in de ‘taxi’ van de duikschool. Het ritje gaat helemaal naar de ferry port waar we eergisteren zijn aangekomen. De duikschool zit daar om de hoek.

We vullen eerst de gezondheidsverklaring in en gaan dan de duikuitrusting passen. We krijgen een shorty aan en dan ben ik wel benieuwd wat de watertemperatuur is. Volgens Stenly, onze gids, is het water 29 graden. We moeten de duiklog er op na slaan, maar dit lijkt een record.

Alle equipement gaat in een grote tas en we lopen naar de auto die ons naar de boot brengt. Als ik de auto zie wil ik hard wegrennen. Er zit een groen wezen op op de voorstoel! ‘Mars attacks‘, denk ik, maar het blijkt een Chinese mede-duikster te zijn die zich met een dikke laag groene zonnecrème heeft ingesmeerd. Rare jongens die Chinezen!

We rijden naar de haven en zien dat onze boot op een steenworp van de ferry naar Labuan ligt. We zoeken een plekje aan boord en dat is met 3 duikers en 2 gidsen geen probleem, er is meer dan genoeg ruimte .

Het is een half uurtje varen naar onze eerste duikstek, The Oil Rig. Dit is een buiten gebruik gesteld olieplatform uit de jaren negentig dat over een gebied van 100 vierkante meter als een kunstmatig rif verspreid ligt. Na een korte briefing rollen we om 08:45 uur het water in en dalen we langs een touw af naar het onderste deel van het olieplatform op 18 meter.

Het zicht is maximaal 5m, dat hebben we wel veel beter gehad, maar met de visstand is niks mis. Een ongelooflijke hoeveelheid vis om ons heen. We zwemmen tussen de poten van het olieplatform en kijken onze ogen uit. Zoiets hebben we nog niet eerder meegemaakt. De duik duurt ongeveer drie kwartier, maar we hadden nog wel wat tijd kunnen doorbrengen tussen de tamme vissen.

Terug aan boord worden we gelijk voorzien van water, bananencake en een kop thee, goede service! Als iedereen weer aan boord is en de flessen zijn aangesloten voor de volgende duik, varen we naar de volgende duikplek. Op zo’n 10 minuten varen van het olieplatform ligt het wrak van de veerboot MV Bolkiah dat op de route Brunei-Labuan voer. De veerboot is in 1992 tot zinken gebracht door de marine van Brunei om als kunstmatig rif te gaan functioneren.

Nadat we hebben voldaan aan onze verplichte surface-interval krijgen we de briefing voor deze duik-site. Ook dit keer gaan we langs een touw naar beneden, maar gaan we wel wat dieper dan de vorige duik. Het zicht is onder de 20m niet al te best, maar naarmate we wat stijgen richting het daglicht wordt het beter. Ook hier weer een enorme hoeveelheid vis. Je zwemt af en toe midden in de school vis en ze lijken het nog gezellig te vinden ook! We kijken onze ogen uit en helaas moeten we na 40 minuten alweer naar boven.

Dit keer geen plakje cake, maar een volle lunchbox: noedels, ei, kipstukjes en pinda’s. Dat smaakt wel na 2 tanks droge lucht en het is bovendien een goede bodem voor de laatste duik van vandaag: Dolphin Wreck. Een groot, 3 verdiepingen hoog vrachtschip dat op 22m diepte ligt. Het schip transporteerde graniet toen het hier in slecht weer doormidden brak.

Om 12:00 uur plonsen we weer het water in laten we ons voor de laatste keer langs het touw naar beneden glijden. Stenly neemt ons mee het schip in. Via een achterdeurtje gaan we een donkere ruimte waar we zo goed mogelijk doorheen manoeuvreren, omgeven door kleine vissen. Langs een verweerde trap gaan we dan naar het bovengelegen dek. Er wordt hier wel een beroep gedaan op onze duik-skills.

We zwemmen langs de reling van de boot en zien vrachtwagenbanden liggen die ooit de boot van de kade hebben gehouden. Overal worden we omgeven door grote scholen vis, maar we zien ook een paar specials: octopus, batfish, lion fish en ook nemo heeft een plekje gevonden op het schip.
Aan al het moois komt een eind, zo ook aan deze 3e duik. We maken de safety-stop aan het touw en kijken een laatste keer de donkere diepte in. We hebben nu al heimwee.

Terug op de boot worden de motoren gelijk gestart en varen we terug naar de haven waar al een auto klaar staat om ons naar de duikschool te brengen. Bij de duikschool liggen handdoeken klaar zodat we ons kunnen douchen. We hebben nog niet eerder meegemaakt dat het bij een duikschool zo goed verzorgd is. We stempelen onze duiklog, nemen afscheid van Stenly en laten ons terug brengen naar het hotel.

Nadat we onze spullen naar de kamer hebben gebracht lopen we naar de boulevard. We nemen een bakkie koffie en genieten van het uitzicht op Kampong Ayer. Het is opvallend hoeveel hardlopers we elke avond over de boulevard zien lopen. Sommige in lange broek en windjack hoewel het nog rond de dertig graden is. Voor een groot aantal van deze lopers is duidelijk te zien waaróm ze zijn gaan hardlopen.

We eten ‘s-avonds weer op straat en sluiten af met de gebruikelijke bak koffie. Ook morgen is het weer vroeg dag dus we maken het niet laat vanavond en dat lijkt voor de meeste inwoners van BSB dagelijkse kost te zijn.

Zondag 28 september

De chauffeur van Touroffice Freme haalt ons om 07:45 uur op bij het hotel voor de tour naar Ulu Temburong. We rijden in noordoostelijke richting en gaan via de Sultan Haji Omar Ali Saifuddien Bridge naar het oostelijk deel van Brunei. Brunei wordt in tweeën gedeeld door de Maleisische provincie Sarawak en het avontuur van vandaag speelt zich in het oostelijk deel af.
Deze brug die beide delen van het land met elkaar verbindt is het grootste infrastructurele project van Brunei. De brug is met een lengte van 30 kilometer de langste brug in Zuidoost-Azië en behoort tot de 20 langste bruggen ter wereld.

Aan de andere kant van de brug zien we de wereld om ons heen veranderen. Een dicht, ondoordringbaar regenwoud aan beide kanten van de weg. We zijn op de goede weg.
We gaan vandaag naar Ulu Temburong National Park, het eerste nationale park dat in Brunei werd opgericht. Het park heeft een oppervlakte van 550 vierkante kilometer en maakt deel uit van het Batu Apoi-bosreservaat. Het park bevat laaglandregenwoud en staat bekend als het ‘Groene Juweel van Brunei’.

We hebben een uur nodig om bij het resort van Freme te komen en daar ontmoeten we Avi onze gids voor vandaag. De groep wordt gecompleteerd door Jama, een Amerikaanse uit Californië.
We worden ontvangen met koffie en lokale zoetigheden en dan legt Avi uit hoe het programma eruit ziet.

Omdat er 2 grote groepen uit Taiwan komen wil ze met ons eerst de zip-line doen zodat we daarvoor straks niet in de rij hoeven te staan. Wij hadden eigenlijk helemaal niet gerekend op een zip-line maar vinden het best. Daarna zullen we met de longtailboot de rivier opgaan om na een uur en 1000 treden de boomtoppen in te gaan. 
We hijsen ons dus eerst in een kruis-tuigje en zetten een charmante helm op. Dan lopen we via een hangbrug naar de ander kant van de rivier, beklimmen daar een heuvel waar we gelanceerd zullen worden, terug naar de andere kant van de rivier. Inhaken en gaan!

Na deze enerverende activiteit lopen we naar de boten. Er wordt ons nogmaals verteld dat het water laag staat en dat we op sommige plekken zelfs zullen moeten uitstappen. Avi gaat met de Amerikaanse in de ene boot en wij in de andere. 

We merken al snel wat ze bedoelen met laag water. De schroef van de buitenboordmotor van de longtailboot schraapt af en toe over de rotsen op de rivierbodem. Op stukken waar het water nog geen 15 cm diep is, neemt de bootsman een aanloopje en haalt bij het ondiepste gedeelte dan snel de motor omhoog in de hoop dat we het diepere gedeelte halen waar hij dan snel de motor weer laat zakken. Onze chauffeur komt niet in de problemen, maar er zijn ander boten die ze met de hand door die ondiepe gedeelte moeten sleuren.

Dit gemartel met het ondiepe water is allemaal bijzaak want wij genieten vooral van het uitzicht op het regenwoud. Tijdens onze eerdere wandelingen liepen we tussen de bomen maar nu kijken we er al het ware van de buitenkant tegenaan en dat ziet er indrukwekkend uit. De tientallen meters hoge regenwoud-reuzen torenen hoog boven de rest van het groen uit. Alles omzoomd door de Temburong rivier. We kijken onze ogen uit en krijgen een stijve nek van hete omhoog kijken.

De flora is dus best in orde, de fauna stelt niet veel voor. We zien af en toe kleine zwarte, zwaluw-achtige vogel over het water scheren en dat was het wel. Er valt verder niets te spotten, zelfs geen langstaart makaak terwijl je die hier nog bij de C&A tegen kunt komen.

Na een goed uur zijn we dan bij de ingang van het National Park aangekomen. We stappen uit de boot en schrijven ons in bij de ‘administration’. 
Ons volgende doel is de canopy-walk, maar daar moeten we wel even 1000 treden voor beklimmen. Dat wordt geen lolletje met deze hitte. Eerst nog even een wiebelige hangbrug over de Belalong rivier nemen. De uitzichten vanaf de brug zijn prachtig.

Dan beginnen we aan de traptreden. Na een paar honderd traptreden maken we ons vooral zorgen over onze gids Avi, ze hijgt als een peerd en raakt steeds verder achterop. Dan doen wij het nog niet zo slecht! Weer een leuk feitje: met 61 jaar ben ik de oudste bezoeker van het park vandaag. 

Een paar honderd traptreden verder zien we het grote metalen gevaarte dan opdoemen. 400 meter lang en 60 meter hoog op het hoogste punt. Even mezelf wat moed inpraten en dan de smalle metalen trappetjes op. Checken of het gevaarte stevig staat en dan naar het volgende trappetje. De verschillende trap-torens worden verbonden door metalen bruggen. Bovenop de torens en bruggen heb je een fantastisch uitzicht over de boomtoppen van het regenwoud. Maar vooral niet naar beneden kijken want dan durf je geen pas meer te zetten.
Met bibberende beentjes ga ik verder en als ik na 400 meter in de laatste toren naar beneden ben geklommen,  is een zucht van verlichting op z’n plaats. Terug bij de rest stelde het natuurlijk niets voor, makkie, mooi uitzicht! Dit was het letterlijke hoogtepunt van deze tour en nu moeten we hetzelfde stuk weer terug. 1000 treden, hangbrug en dan weer de boot in. 

Na een paar minuten varen krijgen we dan even de gelegenheid een waterval te bezichtigen en kunnen we een pedicure behandeling ondergaan. We mogen alleen naar de waterval als we een zwemvest aandoen en een helm opzetten. 50 meter verderop vragen we ons af waar dat goed voor is want deze waterval legt het af tegen de waterval in Loenen. De pedicure is wel fijntjes. In de poel onderaan de waterval zitten visjes die je tenen van losse huidcellen ontdoen, kriebelig en lekker.

Het laatste stuk over de rivier gaat een stuk sneller omdat het stroomafwaarts gaat. De plekken waar het ondiep is worden met de stroom mee een stuk makkelijker genomen. Wij blijven maar foto’s maken terwijl we ons afvragen of deze grootsheid van natuur wel op de gevoelig plaat vast te leggen is.

Rond 13:30 uur zijn we terug bij de lodge van Freme waar ons een heerlijke en veel te uitgebreide lunch wordt voorgeschoteld. Na al die inspanning laten we het ons goed smaken! Als er niets meer bij past gaat Avi het vervoer voor de terugweg regelen. Om half drie rijden we dan terug naar BSB.
We hebben alledrie moeite met wakker blijven op de terugweg en dromen al over deze fantastische dag.
Rond half vier zijn we terug bij hotel en doen de rest van de dag niks meer, geen moskee, geen museum, we zijn mud!

Maandag 29 september

Gisteren een hete, zonnige dag, vandaag bewolkt en zelfs regendruppels. Komt dat goed uit, we hebben een reisdag.
Onze vlucht naar Singapore gaat pas om 12:00 uur dus we kunnen op ons gemakkie ontbijten.
Om kwart over negen bestellen we via het hotel een Dart en gaan we naar Lapangan Airport.

Het lijkt uitgestorven op de luchthaven, maar dat is ook niet zo gek met 3 vluchten op de hele ochtend. We checken in en maken dan ons laatste Brunei dollars op. Eerst een koffie bij Coffee Bean en na de douane iets zoetigs bij Starbucks.

We zien dat het vliegtuig vanuit Singapore mooi op tijd landt en drie kwartier later kunnen wij al boarden.
De service is fantastisch bij Singapore Airlines. Op deze korte vlucht krijgen we een heerlijke maaltijd geserveerd door de beeldig geklede stewardessen. De stewardessen lijken verdacht veel op elkaar, alsof ze gekloond zijn, dezelfde kapsels, dezelfde koppies en hetzelfde lange, slanke lichaam. 

Singapore is een stadstaat met een rijke en complexe geschiedenis. De stad werd oorspronkelijk bewoond door verschillende etnische groepen, waaronder de Malaiërs. In de 14e eeuw werd het een belangrijk handelscentrum, bekend als Temasek. De naam ‘Singapura’, wat ‘Leeuwenstad’ betekent, werd gegeven door de prins van Srivijaya, Sang Nila Utama.

In 1819 vestigde Sir Stamford Raffles een Britse handelspost in Singapore, wat leidde tot de oprichting van de haven als een vrijhaven. Dit trok veel immigranten aan, waaronder Chinezen, Indiërs en Arabieren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Singapore in 1942 door de Japanners bezet. De bezetting was een zware periode voor de bevolking, met veel leed en onderdrukking. Na de oorlog keerde de Britse controle terug, maar de roep om onafhankelijkheid groeide.

In 1959 verkreeg Singapore zelfbestuur en werd het een staat binnen het Britse Gemenebest. In 1963 sloot Singapore zich aan bij de Malaya, Sabah en Sarawak om de Federatie van Maleisië te vormen. Deze samenwerking was echter kortstondig, en in 1965 werd Singapore een onafhankelijke republiek.

Na de onafhankelijkheid onder leiding van premier Lee Kuan Yew, onderging Singapore een snelle economische ontwikkeling. Het land transformeerde van een kleine havenstad naar een wereldwijde financiële en handelscentrum. Singapore staat nu bekend om zijn sterke economie, moderne infrastructuur en diverse cultuur.

Binnen 2 uur zijn we in dat moderne Singapore en onze tassen komen als eerste de band oprollen. Misschien zijn het ook wel de enige tassen, want de meeste andere passagiers gaan door naar een andere bestemming.
We gaan soepeltjes door de elektronische douane en pakken gelijk de eerste bezienswaardigheid van Singapore mee: The Jewel. Een soort stortbui die door een gat in het dak naar beneden komt.

Dan nog even Singapore dollars pinnen en een Grab bestellen. Vijfentwintig minuten later checken we in bij ons hotel en nadat we de spullen op de kamer hebben gegooid lopen we naar Clarke Quey voor een drankje.
Dit gedeelte van Singapore staat bekend om het levendige karakter. Er zijn restaurants, bars en ‘s-avonds vaak live muziek. Bij de kleurrijke pakhuizen aan het water is altijd wat te zien.
We schrikken wel van de prijzen. Een biertje kost S$11 en dat is omgerekend bijna 8 Euro! Het is duidelijk een andere wereld dan Maleisië of Brunei.

Omdat het heerlijk weer is besluiten we gelijk een blokje om te gaan. De hoge gebouwen zijn enorm, een beetje New York maar toch anders. Af en toe staat er nog een blok oude woningen tussen al die glimmende nieuwbouw en natuurlijk is ook hier street-art te bewonderen.

We lopen langs de Singapore rivier en willen even bij Merlion kijken. Dit is een groot standbeeld van een kruising tussen een leeuw en een vis. Het is het nationale symbool van Singapore. 
Onderweg zien we dat de voorbereidingen voor de F1 van Singapore in volle gang zijn. Grote hekken worden om het stratencircuit geplaatst.

We zijn niet de enigen die vandaag een fotootje van de Merlion willen maken. Het is er gezellig druk. Vanaf deze kant van de rivier heb je een mooi uitzicht op het prachtige Marina Bay Sands hotel. Dit gebouw domineert de skyline van Singapore. Het lijkt alsof er op drie torens een schip is geplaatst.
Het is overigens geen lullig hotelletje. De goedkoopste kamer kost nu zo’n 1000 euro per nacht en er zijn 2561 kamers. Tel uit je winst, hoewel, de oorspronkelijke kosten van dit hotel bedroegen in 2010 5,6 miljard dollar! Dit jaar is er een uitbreiding gaande van 8 miljard dollar. Je moet dus wel wat kamertjes aan de man doen voordat je quite speelt.

We zijn nu niet ver van het andere icoon van de stad, Gardens by the Bay. We gaan naar het dichtstbijzijnde metrostation, schaffen de EZ-link kaart aan en reizen een tweetal stationnetje naar dit enorme stadspark. Hoogtepunt in dit stadspark is de Super Tree Grove. Grote kunstbomen waar planten tegenaan groeien. Heel apart en erg mooi, op bijna elke ansichtkaart van de stad zijn ze afgebeeld.

We gaan op een van de stenen bankjes onder een nepboom zitten en kijken hoe al dat volk met deze bomen op de foto gaat. Het is inmiddels 18:30 uur en we weten dat er om 19:45 uur een lichtshow wordt opgevoerd bij Super Tree Grove. Omdat we toch nergens meer heen moeten besluiten we daar op te wachten en het blijkt de moeite waard te zijn. Een flitsende sound and light show maakt deze super bomen nog bijzonderder.

Na de lichtshow springen we weer in de metro en gaan terug naar het hotel. In een van de ondergrondse gangen tussen de verschillende metrolijnen zijn meiden dansjes aan het oefenen. Deze gang heeft nl. allemaal spiegels en zo is het net een dansschool.