Tag archieven: Ishak Pasa

Oost-Turkije 2

Vandaag geen wekker want de bus naar Kars gaat pas om 10:30 uur. Rustig ontbeten en om 9:30 taxi besteld. Iets na tienen op het busstation, precies op tijd om aan boord te gaan. We melden ons nog even bij de balie van busmaatschappij Aras want misschien moeten we onze online geboekte tickets nog omruilen voor papieren ‘boardingpassen’.

De man achter de balie zegt ‘wait a moment’ en begint op z’n mobiel te ratelen. Het bleek de vertaal-app te zijn. ‘Jullie bus is om 09:30 uur al vertrokken, het geld wordt teruggestort’ staat in de vertaling. Nee hè! ‘En nu?’ vragen we hem. Er blijkt geen bus meer naar Kars te gaan, althans niet van Aras. Inmiddels is er een ander mannetje bij de balie komen staan die gebaart dat we met hem mee moeten. Bij een andere balie horen we dat we met Turgutreis mee gaan en die vertrekt gelijk. We lopen met de man mee en buiten het stationsgebouw trekken we een sprintje met volle bepakking naar de gereedstaande bus. Geen tijd meer om de rugzakken onderin te gooien, we vertrekken gelijk. Om 10:00 zijn we op weg.

Bij de eerste thee-stop (al na een half uur) zien we dat deze bus helemaal uit Konya vandaan komt dat is zo’n 1000 km verder in het westen van Turkije. De buschauffeur komt ons even begroeten en we bedanken hem dat hij op ons heeft willen wachten. Als we na de thee weer op weg zijn komt hij nog een keer naar on toe gelopen en wijst hij naar mijn ogen. Blijkbaar ziet hij deze kleur niet zo vaak.

De route gaat door een onherbergzaam, bergachtig gebied. Heel af en toe een paar huisjes maar vooral heel veel niets.
De bus heeft behoorlijk wat moeite om tegen de berg op te komen, maar gelukkig is de weg van goede kwaliteit.
Van het Karakurt meer wordt de omgeving dan wat groener. De dennenbomen op de berghellingen worden talrijker.

Het is 13:40 als we bij het busstation van Turgutreis in Kars aankomen. Er staat een shuttlebus klaar om ons naar het centrum te brengen (wat een service) en die zet ons op 100m van ons hotel af. Niet veel later zijn we ingecheckt.
Vanaf het schattige balkonnetje bij ons hotel zien we het kasteel van Kars al liggen en dat is ons (eerste) doel voor vanmiddag, althans nadat we wat gegeten hebben. Het is inmiddels 14:30 dus tijd voor een verlate lunch. We gaan zitten bij Ala Han vlak bij het kasteel en bestellen wat warms te eten.

Kars is een stad die nu in het uiterste oosten van Turkije ligt, maar vele eeuwen tot Armenië behoorde. Kars ligt op enkele tientallen kilometers van het Turks-Armeens-Georgische drielandenpunt en is als een oase in een zee van een hoog plateau met lege vlaktes zoals we onderweg al gezien hebben.

Kars behoorde tot het middeleeuwse Armeense koninkrijk, toen het in 1064 door de Turkse Seltsjoeken werd ingenomen. Zij bouwden in 1152 de citadel die we van achter onze voortreffelijke lunch kunnen zien. Vanaf 1514 behoorde Kars tot het Ottomaanse Rijk. De stad weerstond in 1731 een Perzische belegering en pareerde in 1807 de eerste van een reeks Russische aanvallen.
In 1828 volgde dan een geslaagde Russische aanval, die echter niet leidde tot de definitieve annexatie van de stad en die kwam er in 1855 tijdens de Krimoorlog evenmin. In 1878 werd Kars tijdens een nieuwe RussischTurkse oorlog wel veroverd en voor enkele tientallen jaren door tsaristisch Rusland ingelijfd.

Veel mosliminwoners verlieten de stad, terwijl christelijke Armeniërs, Grieken en Russen kwamen. Tijdens de Kaukasuscampagne, die deel uitmaakte van de Eerste Wereldoorlog, was Kars opnieuw een Russisch-Turkse twistappel. De Turken wisten de stad begin 1918 in te nemen en de Vrede van Brest-Litovsk wees de stad op 3 maart 1918 weer aan het Ottomaanse Rijk toe.
Eind 1918 werd Kars de hoofdstad van de Turksgezinde Zuidwest-Kaukasische Republiek, maar dankzij Brits ingrijpen werd de stad medio 1919 onderdeel van de Democratische Republiek Armenië, die een jaar eerder uit tsaristisch Rusland was voortgekomen.
Tijdens de Turks-Armeense Oorlog werd Kars op 30 oktober 1920 door de Turken ingenomen. De meeste Armeense inwoners sloegen op de vlucht.
De verdragen van Alexandropol (Gyumri) en Kars wezen de stad eind 1920, respectievelijk eind 1921 aan het Ottomaanse Rijk toe, dat kort daarop de republiek Turkije werd.

Tijdens dit riedeltje geschiedenis hebben we de lunch naar binnen gewerkt en beginnen we aan de beklimming naar het kasteel. We zijn pas een week uit training, maar deze klim doet nu al pijn. Het kasteel van Kars is veel indrukwekkender dan het kasteel in Erzurum en ook veel minder (opzichtig) gerenoveerd. Boven aangekomen gaan we op zoek naar het loket waar de kaartjes moeten worden gekocht, maar daar doen ze hier niet aan. Nog een voordeeltje ten opzichte van Erzurum.

We klimmen helemaal naar het hoogste punt van het kasteel waar je een 360 graden uitzicht hebt over Kars. De belangrijkste bezienswaardigheden van Kars liggen aan de voet van het kasteel heel dicht bij elkaar en dat is vanaf hier goed te zien. In Kars zullen we niet veel meters hoeven te maken.

Op de weg naar beneden komen we zomaar een enkele andere toerist tegen en dat is al meer dan we in Erzurum of Trabzon hebben gezien. We merken ook dat Engels hier veel meer wordt begrepen/gesproken dan in de andere plaatsen.
Het kasteel is vanaf beneden indrukwekkender dan nu we er boven in staan, maar een mooie detailfoto mag ook in de blog en Diana heeft er oog voor.

Op weg naar beneden komen we paar jochies tegen die hun mountainbike omhoog duwen en dat kost ze best wat moeite. Even later zien we ook waarom ze deze moeite doen. Met een noodvaart komen ze het steile pad af scheuren, het gaat allemaal maar net goed.

We besluiten maar eens te gaan onderzoeken hoe we morgen in Ani en overmorgen in Dogubeyazit moeten komen.
Volgens Google Maps is het maar een paar straten lopen naar het busstation van Kars, maar als we op de bewuste plaats aankomen dan zien we een bakker, een slager en wat juweliers, maar geen bussen. Als we aan een jongen vragen waar de otogar is loopt hij een klein stukje voor ons uit, een gangetje in. Daar doorheen en aan de andere kant staan de bussen, wijst hij ons de weg.
Het is een heel ander busstation dan wij voor ogen hadden, maar we zien wel gelijk de bus naar Igdir. Er gaat nl. geen rechtstreekse bus naar Dogubeyazit, wij moeten overstappen in Igdir. De lokale directeur van Serhat Igdir vertelt ons dat er elk uur een bus gaat dus we hoeven ons geen zorgen te maken.

Waar we ook vastlopen, steeds worden we geholpen ook al spreken we elkaars taal niet. Met handen-en-voeten of de vertaal-app er is altijd wel een vriendelijke man of vrouw die wil helpen. Op een busstation, bij een hotel of in een winkelstraat en zelfs bij Europcar. Het maakt het reizen in Turkije een stuk gemakkelijker.

Niet ver van dit ‘busstation’ zien we een paar taxis opgesteld staan en we gaan daar maar eens vragen wat een uitstapje naar Ani kost. Er staan drie taxichauffeurs bij elkaar te ouwehoeren en als ze ons aan zien komen hebben we gelijk contact. We vertellen dat we morgen naar Ani willen en zijn benieuwd wat dat met de taxi kost. Blijkbaar zijn we niet de enigen die voor deze variant kiezen, want het hele riedeltje rolt eruit: het is 45km, er wordt 2 uur gewacht en dat kost 1500 TLR. We dingen nog wat af maar zonder resultaat. Een van de chauffeurs meldt nog even dat Besiktas vanavond tegen Ajax speelt. Hij voegt daar aan toe dat het jammer is voor Ajax.
We spreken af dat de taxi ons morgen om 08:45 uur bij het hotel oppikt en na het maken van een familieportretje lopen we terug naar het hotel om de zonnebril om te wisselen voor de leesbril en ons te kleden op de avond. Het koelt hier nl. best wat af en dat is bibberen in je t-shirt.

We lopen via een paar winkelstraten weer terug naar het kasteel omdat daar de meeste restaurants en cafes in de buurt zijn. Omdat de vette hap van vanmiddag voor voldoende vulling heeft gezorgd nemen we alleen nog een milkshake bij Düsler Sokagi Kafe en ronden we de avond af met een lekkere koffie bij Boss Coffee.
De avond-foto van het kasteel moesten we nog even maken en dan weer terug naar het hotel.

Vrijdag 27 september

We hadden gisteren met Otopark Taksi afgesproken dat we om 09:00 uur opgehaald zouden worden, maar toen we gisteravond de weersvoorspelling zagen leek het beter om ‘s-middags te gaan. ‘s-Avonds zijn we daarom nog maar een keer terug gelopen naar de taxi-stand om dat te veranderen. Helaas was er niemand meer te bekennen dus maar weer terug naar het hotel.
In een zijstraatje zien we dan een taxi van Otopark Taksi staan. We lopen er naar toe en met behulp van de vertaal-app en de foto die we gistermiddag hebben gemaakt met de mannen van Otopark Taksi laten we de chauffeur z’n collega bellen. Eind goed, al goed, de taxi komt om 12:00 uur.

Op deze wat bewolkte ochtend banjeren we wat door de straten van Kars. Er zijn nog een paar dingen die we willen zien en dat geeft ons de gelegenheid wat meer van de stad te zien. Onderweg stuiten op een kleine markt. Waarschijnlijk is het nog te vroeg want we zien geen klanten.

Dan komen we bij een grote, wat nieuw aandoende moskee. De deur staat open dus wij gaan even binnen kijken (wel de schoenen uit doen). Er is geen gelovige te bekennen, alleen een schoonmaker is druk bezig met de dagelijkse schoonmaak.

Vervolgens lopen we naar een moskee die we wel op ons lijstje hadden staan: de Fethiye moskee. In tegenstelling tot de vorige moskee is dit een oudje. Geen hoogpolig tapijt en strakke witte muren, maar een houten plafond en muren die lichtblauw zijn geschilderd. Het blauwe tegelwerk zou je ook in Iran tegen kunnen komen.

Niet ver van deze moskee gaan we het terras bij koffiehuis Siesta zitten en bestellen een beker koffie. De bewolking begint al wat te breken en af en toe zien we de zonnestralen tevoorschijn komen.
Na de heerlijke bak koffie lopen we terug richting het plein voor het kasteel.

Gisteren hebben we niet veel tijd gehad om de bezienswaardigheden op en rond dit plein te bezichtigen en omdat het nog wel even duurt voor de taxi komt maken we nu van de gelegenheid gebruik. Op een paar honderd vierkante meter staan 3 moskeeën bij elkaar; de Evliya moskee, de Merkez Kümbet moskee en de Ulu moskee. Alleen de Evliya moskee is open, maar daar lijkt een speciale dienst aan de gang te zijn dus die laten we met rust.

Op honderd meter van de moskeeën is de Tas brug die over de Kars rivier ligt. Aan weerszijden van de brug is een badhuis met koepels en een houten balkon aan de kant van de rivier. Een van deze badhuizen is omgetoverd tot een restaurant.
Hierna lopen we terug naar het hotel en maken we ons op voor het bezoek aan Ani.

We zijn nog maar net terug op de hotelkamer als de eigenaar naar on toe komt om te vertellen dat de taxichauffeur zit te wachten. We pakken onze spullen, gaan naar beneden, geven de chauffeur een hand en springen in de taxi, op naar Ani.

Ani ligt op een plateau omringd door een hoge vallei waardoor het een fantastisch strategisch verdedigbare stad geweest moet zijn. De ‘spookstad’ ligt op 45 km vanaf Kars direct aan de Armeense grens. De plek is vanaf de 5e eeuw een vestiging geweest, maar moet al eeuwen daarvoor bewoond zijn geweest.

Bloeitijd van de stad was in de tijd dat het de hoofdstad was van de Armeniërs. Deel van de oost-west lijn en onderdeel van de “Zijderoute’ trok de stad vele handelaren, reizigers en adelen aan.
In de 13e eeuw maakten de Mongolen een einde aan het goede leven in de stad en verwoesten het.
In 1319 werd de stad getroffen door een aardbeving en later die eeuw werd de stad geplunderd door Tamerlane en dat was het einde van de stad.

Onze chauffeur heeft drie kwartier nodig om op de parkeerplaats bij Ani komen. We scheuren via een grotendeels vierbaans weg over de Anatolische steppe die er na de zomerhitte nog geel bij ligt.
Het is 12:05 uur als we uitstappen en dat betekent dat we om 14:05 uur terug moeten zijn bij de taxi. Op naar het loketje waar we entree-tickets kunnen kopen. Helaas alleen cash te betalen, maar we begrijpen wel waarom. We moeten 620 TLR betalen aar als we dat niet gepast hebben is 610 TLR ook goed, ja, ja!

De imposante stadsmuren vallen van grote afstand al op. We lopen via de Lion’s Gate naar binnen en gaan dan links af naar de kerk van St. George. We komen o.a. langs restanten van de Surp P’rkich kerk (ook wel Church of the Holy Redeemer), een kerk die in 1957 door een storm half is ingestort en waarvan de overgebleven helft een metalen frame nodig heeft om overeind te blijven.

In de verte zien we dan de St. George Church al liggen met op de achtergrond de Arpacay/Akhurian rivier die de grens vormt tussen Turkije en Armenie. De rijke handelaar Tigran Honents heeft in 1215 opdracht gegeven om deze kerk te bouwen en het is de mooiste kerk van Ani.

We moeten een trappetje af om dichterbij de kerk te komen. Deze kerk heeft de best bewaarde muurschilderingen van alle kerken bij Ani. We zijn niet de enigen die deze fresco’s willen fotograferen. Turkse dames proberen zo voordelig mogelijk gefotografeerd te worden zodat ze hun Instagram-pagina kunnen opfleuren. Wij doen ongeveer hetzelfde, maar dan zonder Instagram. De fresco’s zijn inderdaad erg mooi en best goed bewaard gebleven.

We klimmen weer omhoog en gaan dan richting de kathedraal van Ani. Het is triest om te zien hoe dit grootste gebouw van Ani er aan toe is. Zowel de buitenkant als de binnenkant van het gebouw staat vol met een metalen constructie die het bouwwerk bij elkaar moeten houden. Jammer dat je zo niet veel kunt zien van de grootste Armeense kerk die Anatolie gebouwd is.

Na de kathedraal lopen we richting de citadel van Ani. Voordat we daar zijn komen we nog andere gebouwen tegen, maar wat misschien nog wel de meeste aandacht trekt is de omgeving van Ani. Het onherbergzame, hoog gelegen plateau waar de rivier diepe kloven heeft uitgeslepen ziet er indrukwekkend uit. We vragen ons wel af of dit een prettige woonomgeving is geweest. Bloedheet in de zomerzon en ijskoud in de winter als de striemende wind over de vlakte waait.

Voordat we bij de citadel zijn komen we nog langs de moskee. Dit gebouw had oorspronkelijk waarschijnlijk een andere functie. De eerste moslim heersers van de stad hebben het omgebouwd tot een moskee. Opvallendste kenmerk is de veelkleurige minaret die tegen de moskee aan is gebouwd.

De hooggelegen citadel ligt aan het einde van de wandelroute door Ani. Vanaf deze hooggelegen plek heb je een mooi uitzicht over de stad en zijn omgeving. Je moet behoorlijk wat fantasie hebben om nog wat te herkennen in de hopen stenen en afgebrokkelde muurtjes. Van een afstandje zag de citadel er beter uit.

Vanaf de citadel heb je ook zicht op de Aghjkaberd kerk die op het zuidelijkste puntje van Ani ligt. Deze plek wordt vrijwel volledig omcirkeld door de Apacay/Akhurian rivier. De kerk ziet er onbereikbaar uit dus we draaien om en lopen weer richting de stadsmuren.

Op de terugweg komen we langs de afgelegen St. Gregory of Abughamrents kerk. Van dit kleine kerkje wordt gedacht dat het een van de eerste kerken is die in Ani werd gebouwd toen Ani hoofdstad van het Armeense koninkrijk Bagratid werd in het jaar 961. Voor zo’n oud kerkje staat het er erg goed bij. Het is zeker ook de moeite om te genieten van uitzicht vanaf het kerkje.

Als laatste komen we dan nog langs de Church of the Holy Apostles. Deze kerk is gesponsord door Abughamrent Pahlavuni, dezelfde weldoener die de Surp P’rkich heeft laten bouwen.
Hierna volgen nog wat restanten van woonhuizen en een verderaf gelegen deel van de stadsmuur en zijn we uiteindelijk weer terug bij de Lion’s Gate. Ons rondje in Ani zit erop en hoewel veel gebouwen de tand der tijds maar net hebben doorstaan was het een uitstapje dat we niet hadden willen missen.

Op de weg terug naar de taxi komen we langs een klein restaurantje en we kunnen de verleiding niet weerstaan om een ijsje te halen. Ze hebben alleen maar Magnum’s dus we halen er twee uit de vrieskist. Dat is dan 160 TLR per stuk (omgerekend 4 euro 25 cent). Ze weten waarschijnlijk dat de toeristen dat ijsje toch wel kopen.

De terugweg gaat nog iets sneller dan de heenweg. De grote wegen buiten de steden zijn leeg en scheuren is daar geen probleem. We laten ons bij het busstation afzetten en reserveren er 2 plekje voor de bus van morgen naar Igdir. Daarna lopen we terug naar het hotel en gooien onze spullen op de kamer. Tijd voor een hapje.

Zaterdag 28 september

Voor het eerst deze vakantie moesten we serieus met onze rugzakken aan de bak. Gelukkig is het maar 10 minuten lopen van het hotel naar het busstation.
We betalen voor de busrit naar Dogubeyazit en krijgen stoel 1 en 2 toegewezen. We krijgen geen kaartje o.i.d. Dat kan er blijkbaar niet van af.
We raken nog even in gesprek met een Koerdische studente die uit Dogubeyazit komt en met de bus naar Artvin gaat omdat ze daar studeert. Ze vertelt hoe lastig het soms is om als Koerdische tussen de Turken te leven. De Koerden hebben een eigen taal, maar mogen die alleen in huis spreken. Wel vreemd voor een minderheid van 28 miljoen mensen. Dan zijn wij wat soepeler met onze Friezen.

De buschauffeur start de motor om 09:00 uur en dat is voor de passagiers het teken om in beweging te komen. Iedereen vecht voor het beste plekje voor z’n bagage en bijna waren we onze stoelen op de eerste rij kwijt geraakt aan een Turkse jongeman. Gelukkig stond Diana met haar handtas in de aanslag.
We moeten nog even wachten omdat er nog een paar passagiers uit een ander bus met ons mee moeten. Een hoogblonde Turkse dame raakt daarbij in een oververhitte discussie met de chauffeur. Dat is althans wat wij er van maken, misschien begroetten ze elkaar hartelijk, we verstaan het niet.

Om 09:10 uur rijden we dan weg bij het busstation. De rit naar Igdir gaat 2 uur en 15 minuten duren dus we gaan er maar eens goed voor zitten. We rijden richting de grens met Armenië, via Igdir komen we in Halikislak dat bijna bovenop de grens ligt en waar we de Armeniërs bijna een hand kunnen geven. Er zijn veel militairen in deze regio. Elk klein plaatsje heeft wel een kazerne en we moeten zelfs een keer langs een roadblock. Wij genieten vanaf de eerste rij vooral van het uitzicht op de omgeving.

Om 11:00 uur zijn we dan in Igdir waar we moeten overstappen op een bus naar Dogubeyazit, maar nog voordat de bus op het ‘busstation’ is draait de chauffeur zich naar ons om en vraagt of we naar Dogubash moeten. Voor de locals is dat de afkorting voor Dogubeyazit. Wij knikken en hij laat via de vertaal-app lezen dat we de bagage straks in de bus moeten zetten en dat deze bus dan naar Dogubeyazit gaat.

Zo gezegd, zo gedaan, iedereen stapt uit, pakt z’n bagage en gaat op pad, wij zetten onze bagage in de bus en gaan weer zitten. Een paar tellen later stapt de chauffeur weer in en gaan we weer verder, in de privé-bus. Dit scheelt ons een zoektocht en wachttijd in Igdir.
De rit naar Dogubash duurt nog zo’n drie kwartier en na 20 minuten zouden we Mt. Ararat (Agri Dagi voor de Turken) voor het eerst kunnen zien. Zouden kunnen zien, want de top zit goed ingepakt in wolken.

Om 11:50 uur worden we in Dogubeyazit, langs de kant van de weg uit de bus gelaten en dan is het nog 20 minuten lopen naar ons hotel. De chauffeur had via de vertaal-app al laten weten dat de privé-busritje ons 200 TRY kost en dat is een schappelijke prijs. De rugzakken worden weer opgetakeld en daar gaan we weer.
We krijgen een kamer met uitzicht op het Ishak Pasha Saray (precies boven de punt van de minaret hieronder). Dit paleis gaan we morgen van dichtbij bekijken.

Dogubayazit is een stoffig stadje op zo’n 2000 meter hoogte en is de laatste echte Turkse stad op weg naar de grens met Iran. Het grensstadje kent dan ook een grote Iraanse invloed. Hier struinen veel Iraniërs de straten af naar tv’s, satellietschotels, en andere handelswaar die ze in Iran goed kunnen verkopen. Iets dergelijks hebben we eerder meegemaakt in Oman (Khasab) waar bootjes volgeladen met luxe artikelen de Straat van Hormuz oversteken naar Iran.

We gebruiken de middag om Dogubash een beetje te leren kennen. We lopen door kleine straatjes, vinden de hoofd-winkelstraat en bezoeken een groentemarkt. Ook hier zijn de mega-grote kolen te krijgen die we al eerder hebben gezien. Geen idee hoe je zo’n ding gaat opkauwen, daar doe je minstens een week over. Over kauwen gesproken; het is het tijd voor de lunch. In de straten in elke gemiddelde Turkse stad vind je heel veel eettentjes waar ze kebab, kofte en durum verkopen. Wij gaan dit keer voor een lekkere durum.

Na deze zware lunch lopen we nog even naar het busstation om navraag te doen naar de bussen naar onze volgende bestemming, Van. Via de vertaal-app lezen we dat we de buskaartjes voor maandag op zondag kunnen reserveren. We moeten morgen dus nog even terug.
Inmiddels is het wolkendek van Mt. Ararat afgeschoven en zien we de besneeuwde top van de 5137 m hoge, voor christenen heilige, slapende vulkaan in volle glorie; een imposant gezicht.

s’-Avonds gaan we om de hoek bij het goed beoordeelde Saray Lokantasi eten. Als we het restaurant binnenstappen staat achter een glazen vitrine het eten uitgestald. In 10 grote bakken wordt de menukaart voorgeschoteld. De man achter de vitrine pakt een bordje en je mag zeggen uit welke bakken je een schep eten wilt hebben. Dan loop je naar boven, zoek je een tafeltje uit in het sfeerloze restaurant en dan komt een ander mannetje jouw bord brengen. Mooi concept!
Het allerbelangrijkste is dat het eten verschrikkelijk lekker smaakt!

Zondag 29 september

Het is zondag en op deze kerkelijke dag hebben we geen haast. We smullen van het ontbijtbuffet en gaan dan naar het busstation om ons te verzekeren van de rit van morgen. Er zit niemand op het kantoortje waar we de kaartjes moeten kopen, maar een buurman loopt naar het naastgelegen restaurant en gebaart naar de medewerker van de busmaatschappij dat er klanten zijn. De beste man laat zijn ontbijtje staan en reserveert eerst onze stoelen voor morgen.

Hoewel de Turkse koffie bij het ontbijt wel ok was besluiten we toch naar onze favoriete koffieshop met de inspirerende naam NO:657 te gaan voor een lekkere cappuccino, misschien wel de lekkerste cappuccino tot nu toe. Het is bovendien een trendy tent waar je lekker kunt zitten. We nemen de tijd voor de beker hete cappuccino.

Het is inmiddels 11:00 uur en dan is het wel tijd om naar het paleis van Ishak Pasa te gaan want dat is toch dé reden dat we in Dogubeyazit zitten. We nemen de dolmus naar boven en als we na een kwartiertje uitstappen lopen we gelijk door naar het restaurantje op de berg.

Daar zien we waarom iedereen zo vol is van deze plek: een prachtig paleis, een vervallen kasteel dat op een onmogelijke manier tegen de berg aan ligt geplakt en het mausoleum van de belangrijkste Koerdische dichter, dit alles in een omgeving als een schilderij.

We drinken een bak thee in het restaurant en gaan dan richting het mausoleum. We komen eerst langs het kasteel van Dogubeyazit (Beyazit Kalesi) en daar klimmen we even naar boven. Het kasteel heeft een lange geschiedenis die waarschijnlijk teruggaat tot de Urartische periode, rond de 9e eeuw voor Christus. Dogubeyazit en omgeving werd door verschillende beschavingen bezet, waaronder de Urartiërs, Armeniërs, Perzen en later de Ottomanen. Het kasteel werd tijdens de Ottomaanse tijd herbouwd en versterkt om de regio te beschermen tegen vijandelijke invasies. Het kasteel is in de loop der eeuwen gedeeltelijk vervallen, maar er zijn er nog steeds delen van de muren en torens zichtbaar. We bekijken het kasteel van dichtbij en concluderen dat het er van een afstandje mooier uitziet.

Het is nog een minuutje verder lopen naar het mausoleum van Ahmed-î Hânî. Ahmed was een Koerdische dichter, geleerde, filosoof en mysticus, die wordt beschouwd als een van de belangrijkste intellectuelen in de Koerdische geschiedenis. Ahmed is vooral bekend om zijn epische werk ‘Mem û Zîn’ dat wordt beschouwd als een meesterwerk uit de Koerdische literatuur. Dit tragische liefdesverhaal wordt vaak geïnterpreteerd als een symbool van het verlangen naar Koerdische eenheid en vrijheid. Het is druk bij het mausoleum en iedereen wil even in de ruimte bij de kist hebben gestaan. Ook wij doen onze schoenen uit en gaan naar binnen.

We hebben het beste voor het laatste bewaard. We lopen terug en gaan naar het paleis van Ishak Pasa. De bouw van dit paleis begon in 1685, maar het was pas een eeuw later klaar, in de tijd dat Ishak Pasha hier de scepter zwaaide. Ishak Pasha was een plaatselijke generaal wiens familie de regio lange tijd heeft bestuurd tijdens de dagen van het Ottomaanse Rijk.
Zijn achtergrond staat tot op de dag van vandaag ter discussie, hoewel velen denken dat hij een Koerd was. Hij en zijn familie werden ongelooflijk rijk dankzij de lucratieve zijdehandel die via Doğubeyazıt liep. Met hun rijkdom probeerden de plaatselijke pasja’s (hoge Ottomaanse functionarissen) het mooiste en meest unieke paleis van het land te bouwen. Ze kregen zeker waar voor hun geld, aangezien het paleis Ottomaanse, barokke, Perzische, Seltsjoekse en Armeense stijlen combineert. Ooit was het zelfs voorzien van kleurrijke glas-in-loodramen.
Het verhaal gaat dat een Armeense architect het brein achter dit paleis is. De pasja zou de handen van de architect hebben afgehakt, zodat hij nooit iets voor een rivaal zou kunnen bouwen. We vermoeden dat dit weer een verhaal is dat met een groot zoutvaatje genomen moet worden.

We gaan door de toegangspoort en nadat we een kaartje gekocht hebben komen we op de eerste binnenplaats is nog niet zo heel bijzonder, maar de 2e binnenplaats is waanzinnig mooi. Hier bevindt zich ook de tombe van Ishak. Het is lastig om een rustig momentje te vinden voor een foto, maar we hebben geduld. Als ouders met een baby de binnenplaats op komen, sprinten ze naar de tombe en proppen ze de kleine in allerlei standjes op de rand van de tombe om zo vereeuwigd te worden. Dit gebeurt overigens niet alleen met baby’s, volwassenen willen ook heel graag op de gevoelige plaat bij dit paleis.

We lopen verder naar de ceremoniehal en daar speelt ongeveer hetzelfde tafereel af maar dit keer met pubers. Een groep meiden wil de perfecte Instagram foto maken en dat duurt even. We staan erbij en kijken ernaar in afwachting van ons eigen moment of fame.

Daarna bekijken we de kamers van de harem en lopen door de hamam en de keuken. Als laatste bezoeken we de moskee en het lijkt alsof die van extra witte steen gemaakt is. Het is een prachtige ruimte met fresco’s op het plafond die er nog erg mooi uitzien. Deze moskee wordt door de gelovigen nog steeds gebruikt.

Voordat we weer naar beneden gaan lunchen we bij het Parasute restaurant op een steenworp van het paleis. Omdat we hopen nog wat van Mt. Ararat te zien gaan we niet met de dolmus naar beneden, maar gaan we lopen. Het duurt even voordat we de vulkaan weer zien en dan is het alleen nog maar de besneeuwde top en dat is toch jammer bij zo’n beroemde berg.
De Ararat is met 5137 meter de hoogste en grootste berg van Turkije en het Armeens Plateau, geen wonder dat deze berg een rol speelt in vele mythen en sagen.
De Ararat wordt als een heilige berg beschouwd omdat volgens de Bijbel (Genesis 8.4) de Ark van Noah op het gebergte van Ararat landde na het zakken van het water van de zondvloed op de zeventiende dag van de zevende maand. Noah bouwde dit vaartuig (Ark betekent letterlijk ‘kist’) volgens de Bijbelse overlevering op last van God, die hem hiervoor nauwkeurige aanwijzingen gaf. 
Toen de zondvloed aanstaande was liet God van alle basissoorten van de landdieren en vogels een mannetje en een vrouwtje naar de ark komen. Ook moest er van al het eetbare voedsel een hoeveelheid worden meegenomen.
Als laatsten gingen Noah, zijn vrouw, hun drie zonen en hun vrouwen de ark binnen. Toen begon het veertig dagen en veertig nachten hevig te regenen en kwam de vloed. Honderdvijftig dagen gingen voorbij voordat het water zakte en de ark vastliep op het Araratgebergte.
Na een raaf en driemaal een duif erop uit te hebben gestuurd om te achterhalen of de aarde opgedroogd was, verlieten Noah en zijn gezin, en de dieren die met hen waren, de ark.
We lopen nog verder naar beneden maar het lukt helaas het niet om de ideale foto van Ararat te maken, dat moet dan maar gebeuren als we bij Khor Virap in Armenië zijn.

Het is inmiddels 16:00 uur en we stoppen bij het trendy restaurant Hookah Boss om ons vochtpeil op niveau te brengen. De zon begint al wat te zakken en de warme kleuren maken de omgeving nog mooier. Er staat vandaag verder niets op de agenda dus we besluiten nog maar een keer in de dolmus te springen en naar boven te gaan. Dit keer voor de zonsondergang.
Wij zijn niet de enigen die dit bedacht hebben want her en der zitten mensen in afwachting van de gouden zon.

Wij vinden een mooi plekje op een kleine rots voor de ingang van het paleis en daar wachten we op wat misschien wel het mooiste moment van de dag is. Het warme zonlicht dat het paleis van opzij beschijnt en de wereld er omheen in een warme gloed zet. Op dit moment zie je niemand vertrekken, iedereen geniet van dit moment.

Het sfeervolle moment bij het paleis wordt wreed verstoort de de toeterende dolmus die aan komt rijden. Hoewel we hier misschien nog wel even hadden kunnen blijven besluiten we toch om in te stappen en naar beneden te gaan. Een mens moet ook een keer eten!
Voor het avondeten van vanavond kiezen we voor Diyarbakir Dagkapi Cigercisi omdat het er zo gezellig uitziet. Je kunt kiezen uit een vleesspies of een vleesspies en daarbij krijg je allerlei salade, een sausje, wat brood en een flesje water. We begrepen niet waarom dat flesje water werd neergezet (dat hadden we niet besteld), maar na een paar happen werd duidelijk dat het een flesje bluswater was.

Maandag 30 september

Bepakt en bezakt lopen we naar het kantoortje van de busmaatschappij. We worden ingeschreven met ons paspoort en betalen de 2 tickets. Omdat we nog even moeten wachten roggelt de medewerker een  glaasje çay.

Iets voor negenen komt de bus aangereden en worden passagiers en bagage ingeladen. De schaapjes zitten in de bus (en in de pick-up voor ons). De beste man van de busmaatschappij zei dat het 2 uur rijden is naar Van, maar op de eerste helling kruipt de bus omhoog en tikt de kilometerteller maar net 50 km/u aan. Tel daarbij op dat iedereen die langs de weg z’n hand opsteekt wordt ingeladen én dat we onderweg nog gecontroleerd worden bij een militaire controlepost en dan begrijp je dat die 2 uur een mission impossible wordt. Gelukkig is er weer genoeg te zien onderweg. We vermaken ons wel! 

Hoe dichter we bij Van komen hoe vlakker de wereld wordt. Iets na elven krijgen we dan het Van meer voor het eerst in zicht, nog 65km te gaan.
We worden er bij het busstation uitgegooid, het is inmiddels 12:05 uur dus een uurtje vertraging. We springen in een taxi en 10 minuten later staan we bij ons hotel. Zakken op de kamer en gaan!

Van was ooit Armeens, maar is nu een voornamelijk Koerdische stad geworden. Het eerste dat ons opvalt in Van is de enorme drukte. Wat een hoeveelheid volk is hier op de been, op een maandag! En dan die enorme hoeveelheid winkels en restaurants, dat hebben we nog niet eerder gezien in dit deel van Turkije. Het zou het straatbeeld in Istanbul kunnen zijn. Dat is wel even wennen.
De drukke hoofdstraat met zijn hippe winkels en restaurants geeft Van een mondaine uitstraling, ondanks de ligging in het uiterste zuidoosten van Turkije.
In 2011 is de stad getroffen door een zware aardbeving, maar daar hebben wij niets meer van kunnen zien.

We proberen onze weg te vinden, maar dat valt nog niet mee. Even de stad uit lijkt het beste idee, naar het meer of het kasteel. De afstand naar het meer of kasteel is te groot om te lopen dus doen we maar wat alle mensen hier doen: dolmus-hoppen. We springen in een dolmus richting het busstation, daar nemen we een dolmus richting het kasteel en als we er bij een kruising uitgegooid worden nemen we de laatste dolmus die ons in de buurt van de ingang van het kasteel eruit gooit. Het is even wennen, maar het werkt.

Elke zichzelf respecterende stad heeft een kasteel en dat geldt ook voor Van. We zien het kasteel van verre hoog op de rots liggen en van alle kastelen is dit de grootste (size matters?). De korte weg naar de ingang is afgesloten dus we volgen een Turks stel via weilanden met schapen naar de ingang.

We kopen de kaartjes en beginnen aan de stevige klim naar boven. Het is warm en we hebben af en toe wel een adempauze nodig. We doen dan natuurlijk alsof we weer een foto willen maken van een stukje kasteel. Gelukkig is het een groot kasteel want dan kun je veel fotostops maken.

Boven genieten we van het fantastische 360 graden uitzicht over de stad en het meer. Er zijn een handjevol toeristen boven bij het kasteel en zowaar een paar ‘buitenlanders’. We maken allemaal ongeveer dezelfde foto’s.

Boven spreken we een Duitse man die net uit Ankara is komen vliegen (met een vliegtuig). Hij vraagt of we een foto van hem willen maken en we raken aan de praat. Hij is gisteren naar Akdamar Kilisesi geweest en daar willen wij morgen heen. Hij heeft nog wat tips voor ons.
We maken nog een paar laatste foto’s en lopen dan weer naar beneden.

Het is een hele trippel naar beneden en dan ook nog een hele trippel naar de weg waar we de dolmus moeten nemen. Herr Deutschland loopt met ons mee want ook hij wil met de dolmus terug (maar is nog niet zo ervaren als wij).
Als we op de dolmus staan te wachten regelt Diana een taxi voor een matsprijsje (hoezo ervaring…). Nu hoeven we niet als haringen in een ton in de dolmus te staan en worden we in de buurt van hotel afgezet. Herr Deutschland doet mee dus dat scheelt weer een beetje.

Het is inmiddels 17:30 uur en we hebben wel trek na zo’n lange dag, de lunch is er ook al bij ingeschoten. In een van de straatjes gaan we bij het restaurant Keravansaray naar binnen. We bestellen een hoofdgerecht en dat wordt, net als gisteren, weer vergezeld van kleine schaaltje met een soort dip. Het is wederom smullen! Het eten in Turkije valt zeker niet tegen.

Dinsdag 1 oktober

Vandaag gaan we het Van-meer van dichtbij bekijken en dat doen we ook gelijk goed want we combineren het met de overtocht naar Akdamar eiland waar de Kerk van het Heilige Kruis staat.

We voelen ons al wat meer op ons gemak in Van en weten de dolmus- bushalte snel te vinden. Enkeltje otogar en dan naar het buske met bestemming Akdamar. Het vinden van de bus geen probleem, maar de bus aan de gang krijgen wel. Ze vertrekken pas als de bus redelijk vol zit en op dit moment zijn er 3 passagiers (incl. ons beide). Omdat we van het ongeduldige type zijn vragen we chauffeur na een paar minuten wanneer hij denkt te vertrekken. Hij wijst naar de lege bus en dat vertalen we als ‘voorlopig niet’.

We besluiten het taxi-alternatief maar eens te onderzoeken. Dat blijkt heel andere koek te zijn, maar liefst 30 keer zo duur. Toch heeft deze schijnbeweging effect gehad want de buschauffeur maakt aanstalten om te vertrekken. De oogst is mager: 4 passagiers. De timing blijkt uiteindelijk niet zo slecht geweest want onderweg pikt hij nog wat passagiers op met als hoogtepunt een stop in de buurt van de luchthaven, waar zoveel passagiers naar binnen kruipen dat er een plastic krukje in het middenpad bij gezet moet worden.

Met nog zo’n 25km te gaan heeft de chauffeur toch een top-ritje, denk je dan. Helaas liep het sprookje niet helemaal goed af, want met nog 6km te gaan zet de chauffeur de bus aan de kant van de weg, stapt uit en bekijkt z’n bus. Lekke achterband! Dat wordt lopen denken wij, maar dan komt er net een ander busje langs en gebaart onze chauffeur die ander bus om te stoppen. Al het volk wordt overgeladen en wij worden om 10:45 uur alsnog netjes afgezet bij de pier waar de boot naar Akdamar eiland vertrekt! 

Akdamar eiland, de Kerk van het Heilige Kruis, het plaatje is niet compleet zonder het Van meer. Dit grootste meer van Turkije heeft een oppervlakte van ruim 3700 km² en wordt omringd door hoge bergen van wel 3000 tot 4000 meter. Het meer ontstond door een uitbarsting van de vulkaan Nemrut Dagi (niet te verwarren met zijn naamgenoot bij Kahta). Lava vormde een dam rond een groot dal dat volstroomde met smeltwater uit de bergen en dat vervolgens geen kant meer op kon. Het meer bevat een hoog gehalte alkali en natriumcarbonaat, dus veel soda, en is daardoor visarm. Het hengeltje hoeft vandaag niet mee.

Eind goed, al goed? Nou, nog niet helemaal. Net als bij de bushalte zijn wij ook hier nog de enige passagiers en al snel wordt ons duidelijk gemaakt dat er minstens 15 passagiers nodig zijn om te gaan varen. Het is 11:00 uur en nog steeds geen kip te bekennen. Had ik al gezegd dat wij ongeduldig zijn? Natuurlijk kunnen wij de boot ook privé huren, maar toen hij de prijs noemde gingen we toch maar weer in de voor ons zo lastige wacht-houding.

Langzaam komen er dan toch wat mensen aan bij het restaurantje. Een Europees meiske, 4 baklava-dames stappen uit een auto, we zijn dus al met z’n zevenen. Volgens het mannetje bij het restaurant gaat het wel goed komen en hij krijgt gelijk, om 12:15 uur gaan we met z’n twaalven + baby (telt voor 3) aan boord en varen we richting Akdamar eiland. 

Akdamar eiland klinkt goed, maar het gaat natuurlijk om de Kerk van het Heilige Kruis. Deze kerk werd tussen 915 en 921 na Christus gebouwd in opdracht van Koning Gagik I van het middeleeuwse Armeense koninkrijk van Vaspurakan. De kerk heeft een kruisvormig ontwerp, met een centrale koepel en dat is typisch voor Armeense kerken uit die tijd. De buitenmuren zijn versierd met ingewikkelde stenen reliëfs die verhalen vertellen uit het Oude en Nieuwe Testament. Je moet er een beetje verstand van hebben, maar wij herkennen al snel een paar religieuze hoofdrolspelers uit de Bijbel.
De kerk is gewijd aan het Heilige Kruis, een belangrijke symbool in het christendom. Volgens de overlevering zou de kerk relieken hebben bewaard die verband hielden met het echte kruis waarop Jezus Christus werd gekruisigd, hoewel dit nooit is bevestigd.

We krijgen een uur de tijd op het eiland(tje) en omdat we geen tijd willen verliezen zetten we de pas erin. We halen de baklava-ladys in en komen als eersten bij de kerk en die ziet er waanzinnig mooi uit. Een kerk met zoveel gedetailleerde reliëfs hadden we nog niet gezien en dat is best bijzonder als je de geschiedenis van deze kerk kent.
Na de Armeense genocide van 1915 en de uittocht van Armeniërs uit Oost-Anatolië, werd de kerk verlaten en raakte het in verval. In de jaren daarna werd het eiland Akdamar grotendeels onbewoond en werd de kerk niet meer gebruikt voor religieuze doeleinden. Dit leidde tot aanzienlijke schade aan de structuur en de reliëfs. In 2005 startte de Turkse regering een groot restauratieproject om de kerk te herstellen. Dit was een belangrijk symbolisch gebaar, gezien de beladen geschiedenis tussen Armenië en Turkije en we moeten toegeven dat ze hier goed werk hebben verricht.

De kerk ziet er vanuit alle hoeken mooi uit en dat komt voor een deel ook door de ligging op dit eilandje. Het eiland wordt gegeseld door de harde wind en dat is te zien aan het eiland en de begroeiing. Helaas is de kerk niet open want ook de fresco’s zijn goed bewaard gebleven.
We lopen naar het uiterste puntje van het eiland en bekijken daar alles nog eens van een afstandje.

Het is tijd om weer richting de boot te gaan. We lopen langs een cafetaria annex souvenirwinkel en nemen daar nog een drankje. Ik bedenk me dat ik geen foto heb gemaakt van het bord met de beschrijving van de reliefs op de kerk en loop snel nog even terug. Nadat ik de foto heb gemaakt wil ik terug sprinten, maar zie dan dat er een zijdeurtje van de kerk open staat. Ik mag van de bewaker naar binnen en zie dan toch nog de frescos in de kerk.
Dan alsnog een sprintje getrokken en lukt het om nog voor de baklava-dames op de boot te zijn.

Terug in de haven moeten we even wachten op de dolmus die ons terug zal brengen naar Van. Dit keer een ritje zonder problemen, maar wel weer een gezellig vol gepropt busje.
De dolmus wordt in de buurt van de otogar leeg gekieperd en dan lopen we terug naar het hotel.
Onderweg maken we nog wel een koffiestop in een 5-sterrenhotel. Even bijkomen met een beker Starbucks cappuccino.

We lopen langs een busmaatschappij voor de buskaartjes van morgen naar Tatvan. Het bezoek aan Van zit erop en helaas hebben we de bijzondere Van-kat, een spierwitte poes met één blauw en één geel oog niet gezien. We wilden als alternatief een poes-magneet voor op de koelkast kopen, maar dat blijft op onze koelkast niet zitten.
Na ons te uitgebreide diner nemen we een lekker bak koffie bij Brompton in de luxe Van-mall. Zo druk als het op straat is, zo rustig is het in dit mega-warenhuis. Hier moeten ze nog aan wennen.

Woensdag 2 oktober

Na een ontbijt in slow-motion, de dame van het restaurant had er niet veel zin in, gingen we naar het kantoortje van busmaatschappij Best Van. Hier worden we met een mini-bus opgehaald en naar het busstation gebracht. Onze bus heeft als eindbestemming Istanbul, maar wij moeten na 2 uur al uitstappen in Tatvan.

De rit gaat via Gevas, dus de eerste drie kwartier zijn gelijk aan het busritje van gister naar onze boottocht. Voor de rest is rit vergelijkbaar met alle andere busritten, we halen de finish nl. weer niet in de beloofde tijd en de redenen zijn weer dezelfde: passagiers oppikken langs de kant van de weg, vracht inladen bij een tankstation en, als hoogtepunt, tweemaal een ausweise-controle van de politie, maar zoals een verstandige vriend zei, ‘rustig aan, het is vakantie’.
De omgeving waar we vandaag doorheen rijden is wederom een plaatje, maar daar hou ik over op, ga zelf maar kijken!

Om 12:30 uur worden we in Tatvan aan de kant van de weg eruit gegooid en worden onze plekken ingenomen door mensen die naar Malatya, Ankara of misschien zelfs Istanbul gaan. Van de mevrouw op stoel 3 krijg ik nog even snel een foldertje in de hand gedrukt. Er staat ‘Wisdom for Life and Happiness’ op de voorkant. Later zie ik dat het soort ledenwerfactie is voor de Jehova’s Getuigen. Waarom ze dat foldertje aan mij heeft gegeven blijft een raadsel. Als je interesse hebt scan dan de barcode hieronder.

Wij checken in bij het Crater Hotel nadat Diana de kamer heeft geïnspecteerd en onderhandeld over de prijs.
Dan is het tijd om de straten van Tatvan onveilig te maken. Hoewel Tatvan maar 135km verwijderd is van Van lijkt het toch of we in een heel ander deel van Turkije terecht zijn gekomen. Geen grote warenhuizen of fancy winkels, maar weer meloenen verkopen uit de achterbak van een vrachtwagen.

Tatvan is ook gelegen aan het Van meer, maar in tegenstelling tot Van is hier wel een soort boulevard waar je kan slenteren. Het is vandaag een behoorlijk bewolkte dag en als zo’n wolk voor de zon schuift voelt het heel Hollands aan.
We drinken een cappuccino bij Vonal coffee shop en lopen dan terug naar de hoofdstraat om weer eens wat Turkse lira te pinnen.

Via het hotel lopen we dan naar het andere einde van de hoofdstraat en zo langzamerhand moeten we toch een beetje terug komen op de eerste beoordeling van Tatvan. Heel klein en kneuterig is het toch ook weer niet. De grote winkelketens hebben ook hier een filiaal.
We gaan bij Eliza Cafe & Nargile naar binnen voor een drankje, een wafel en uitzicht. Als de eigenaar hoort dat we uit Nederland komen zet hij een afspeellijst met Nederlandse muziek op en, ja hoor, ook André Hazes komt langs.

Het avondeten bestaat weer uit en mix van Turkse bijgerechten en een tavuk-sis (kip-spies). We hebben de pizza’s en hamburgers nog steeds weten te vermijden. In het restaurant van het hotel nemen we dan nog een bak koffie en spreken we met de barman annex taxichauffeur af dat hij ons morgen naar de Nemrut krater brengt, maar daarover later meer.