Tag archieven: Sint Giragos kerk

Oost-Turkije 3

We hadden vandaag om 10:00 uur afgesproken met de barman van het hotel voor het tochtje in de vulkaan, maar omdat wij wat vroeg zijn gaan we eerst een bakkie doen bij Vonal. Als we door de straatjes lopen valt het ons weer op hoeveel kapperszaken er zijn (en dat geldt voor elke stad in Turkije). We zijn in Apeldoorn ook wel verwend met veel kapperszaken maar dit is wel een tandje erger. Het kapsel van de meeste Turkse mannen vraagt ook wel om een regelmatige knipbeurt dus het zal wel uit kunnen. Kapperszaken zijn in Turkije goed te herkennen want er staat altijd een handdoekrekje voor de zaak. Wel schattig.

Onze hotelvriend is mooi op tijd. Terloops vertelt hij dat z’n ‘broer’ ons naar boven rijdt, maar hij gaat ook mee. Ook goed natuurlijk.
Het is ongeveer twintig minuten rijden naar het eerste uitzichtpunt op de krater en dat is gelijk een wow-momentje. Op deze plek zie je goed dat je aan de rand van een vulkaan staat.

De Nemrut-vulkaan ligt aan de westkant van het Van-meer en hier even wat feitjes. De hoogste top van de vulkaan is ongeveer 2.948 meter hoog, maar zou voor de uitbarsting in 1440 voor Christus maar liefst 4450 meter hoog zijn geweest, de caldera is ongeveer 7 km breed en is daarmee een van de grootste ter wereld, de caldera bevat verschillende meren, waaronder een heet meer van 60 graden en een groot koud meer dat gemiddeld 100 meter diep is. Het meer dat wij vanaf het eerste uitzichtpunt zagen liggen is het koude meer en dat is tevens het grootste vulkanische meer van Turkije.
De laatste grote uitbarsting van de Nemrut-vulkaan vond plaats rond 1692 en sindsdien wordt de vulkaan als inactief beschouwd, hoewel er wel wat fumarolische activiteit is. We vertrouwen er op dat hij (of is het zij?) zich vandaag ook koest houdt.

We rijden helemaal door naar het koude meer en dan zijn we nog eens twintig minuten verder. Het is een bijzonder gezicht als je bij het meer staat en de wand van de caldera zo hoog boven je ziet. Je bent kansloos als het hier nu begint te borrelen, maar daar moet je niet aan denken. Oeps, te laat.
We lopen wat rond het meer en schieten veel te veel plaatjes. Dan stappen we weer in de auto en gaan naar het iets verderop gelegen warme meer.

Het warme meer is veel kleiner (en warmer, duuuh) maar zeker niet minder mooi. Het water is groenig en omdat het meer wat kleiner is lijkt de wand nog imposanter. De enige goede manier om dit vast te leggen is met een panorama-foto. Het is dat er hier regelmatig beren rondzwerven anders hadden we ons tentje opgezet.

We stappen weer en gaan op de weg terug. Regelmatig laten we ‘de broer van’ even stoppen om een foto te maken. We verrekken onze nekspieren van het omkijken.
Een eindje verderop, met uitzicht op het derde meer, is een schaapsherder z’n enorme kudde aan het uitlaten. Het gras ziet er niet sappig groen uit, maar de schaapjes smikkelen er op los (ook het zwarte schaap).

Als we weer aan de andere kant van de caldera zijn, met uitzicht op Tatvan en het Van-meer maken we nog een fotootje met onze hotel-vriend. Hij heeft er net een dienst van 20 uur opzitten dus hij is ook wel blij dat hij nu naar huis kan. We laten ons aan de hoofdstraat afzetten en hij zegt dat hij ons nog een keer terug hoopt te zien. Wij gaan ergens halverwege de hoofdstraat een restaurant binnen en bestellen wat te eten.

Omdat we vandaag nog tijd over hebben nemen we om 13:00 uur de mini-bus naar Ahlat. Net buiten Ahlat bevindt zich de grootste Turkse moslimbegraafplaats ter wereld, die ook bekend staat als het Ahlat Seltsjoekse grafveld.
De begraafplaats stamt uit de middeleeuwen (11e tot de 13e eeuw) toen de Seltsjoeken het oostelijke deel van Anatolië beheersten. Ahlat was toen een belangrijk cultureel, politiek en economisch centrum.

Het mini-busje rijdt lekker door en iets na half twee staan we op de begraafplaats. Wat de begraafplaats vooral bijzonder maakt, zijn de enorme en rijkelijk versierde mezar taşları (grafstenen), die tot 3 à 4 meter hoog kunnen zijn. Deze stenen zijn vaak voorzien van complexe islamitische motieven, kalligrafie en inscripties in het Arabisch. Elke grafsteen heeft zijn eigen unieke versiering, wat wijst op de status en het belang van de overledenen in hun gemeenschap.

We lopen via een keurig aangelegd houten pad over de begraafplaats en de rust en het serene landschap maken indruk. De grafstenen staan in een soort wildverband op het terrein, er is geen structuur in te ontdekken zoals bij een gemiddelde Nederlandse begraafplaats.

Aan de achterkant van het terrein lopen we dan nog even door naar de kümbet van Emir Bayindir. Verspreid over de begraafplaats staan een paar van deze mausolea die opvallen door hun architecturale schoonheid en de graven bevatten van belangrijke Seltsjoekse en Turkse leiders, wetenschappers of religieuze figuren. In dit geval dus de Emir.

Als we teruglopen komen we nog langs een groep grafstenen die aan islamitische rechters toebehoren. Dit zijn veruit de grootste grafstenen op de begraafplaats en dat geeft dus aan dat deze rechters een belangrijke rol speelden in die maatschappij. Door de omvang van deze stenen zijn de details goed zichtbaar.

Na deze laatste groep grafstenen lopen we terug naar de weg om daar een mini-bus aan te houden, Als we op een bankje een colaatje zitten te drinken zien we een bruidspaar aan komen rijden. Ze gaan de bruidsreportage op de begraafplaats maken. Beetje vreemd, maar toch zullen de foto’s er fantastisch uitzien.

We staan een kwartiertje langs de kant van de weg als de mini-bus naar Tatvan eraan komt. De chauffeur ziet ons al van verre staan en seint met z’n lichten. Wij steken de hand op. De bus is vol, maar wij kunnen nog op de klapstoeltjes in het middenpad plaatsnemen. Ook deze chauffeur laat er geen gras over groeien en een half uurtje later staan we weer in de hoofdstraat van Tatvan.

Omdat de dag nog niet voorbij is gaan we naar het meer en vinden daar een tafeltje in de zon, aan het water. Zo houden we het wel even uit. Gezellig een glaasje thee erbij, wat wil je nog meer?

Rond half vijf gaan we terug naar het hotel om wat spullen op de kamer te leggen. Daarna lopen we nog een keer naar Eliza Cafe & Nargile voor een drankje, waarna we op zoek gaan naar een chique restaurant. Dat lukt niet helemaal, maar het eten dat voor ons uit de bakken wordt gevist smaakt weer voortreffelijk.

Vrijdag 4 oktober

Voordat we naar het kantoortje van Vangölü gaan halen we bij een bakkertje nog wat broodjes voor onderweg. De bakker vraagt waar we vandaan komen. Uit Nederland, zeggen we, en vandaag gaan we naar Diyarbakir. Hij zegt dat hij een Koerd is en voor Diyarbakir gaan de duimen omhoog. De Koerden zijn trots op hun afkomst en mogen dat graag benadrukken.
Dan droppen we onze rugzakken bij Vangölü en gaan we in een klein straatje ernaast nog even snel een glaasje çay drinken. Twee oude mannen proberen een gesprek met ons aan te knopen bij het theehuis, maar zelfs met de vertaal-app gaat het erg moeizaam. De bus arriveert ongeveer 20 minuten te laat in Tatvan en iets voor tienen zijn we dan onderweg naar Diyarbakir. 

In Diyarbakır leven ruim 1 miljoen inwoners en 90% hiervan is Koerdisch. De Koerden zijn een volk zonder eigen land. Ze leven verspreid over landen als Turkije, Iran, Irak en Syrië. Als Koerdistan zou bestaan, zou Diyarbakır de hoofdstad zijn.
De eerste vermelding van Diyarbakır dateert uit de oudheid. Destijds stond de stad bekend als Bit-Zamani en was het de hoofdstad van het Aramees koninkrijk. De Romeinen stichtten hier in de 3e eeuw een kolonie en met de komst van de Romeinen kwam ook het Christendom. In de 7e eeuw werd de stad veroverd door Arabieren en enkele eeuwen later door de Ottomanen. Eeuwenlang hebben Turken, Koerden, Armeniërs, Assyriërs, Joden en Arabieren hier naast elkaar gewoond. In 1895 hebben hevige rellen die gericht waren tegen de christenen vele slachtoffers geeist.

De rit van 225 km kent geen verrassingen. Tegen 11:30 uur de eerste theestop, dan een militair checkpoint waar we allemaal gecontroleerd worden en ondertussen genieten wij van de fantastische……oh nee, dat zou ik niet meer doen, beloofd is beloofd!
Om 13:00 uur zijn we in Batman (heeft niets te maken met die man met dat masker, cape en rokersstem) waar de temperatuur inmiddels is opgelopen naar 30 graden. Net buiten Batman verschijnen de katoenvelden naast de snelweg. Katoen is het belangrijkste landbouwproduct van de regio. We zien grote opslagplaatsen die letterlijk vol met bergen katoen-bollekes liggen.

Op 20 km afstand zien we Diyarbakir al liggen het is een grote stad die de hele horizon vult. Diyarbakır ligt op een steile basaltrots en kijkt uit over de rivier de Tigris. Diyarbakir wordt wel de zwarte stad genoemd omdat veel historische gebouwen zijn gemaakt van de zwarte basaltsteen en ook de kilometers lange stadsmuur vol torens en poorten is opgetrokken uit dit zwarte gesteente.
Op weg naar het busstation rijden we door een buitenwijk van de stad en het lijkt wel of we een grote stad in Europa binnenrijden met veel nieuwe hoogbouw, grote bedrijven en een 8-baansweg.
Om 14:45 uur zijn we op het busstation waar we gecontroleerd worden alsof we met het vliegtuig aankomen. We hebben de 225 km afgelegd in 4 uur en drie kwartier (!) nu nog even met de taxi naar het hotel.

Nadat we zijn ingecheckt lopen we nog even naar het oude centrum van Diyarbakir. De drukte is vergelijkbaar met de drukte die ons in Van overviel. We gaan naar de Hasan Pasa Hani voor een drankje. In Diyarbakır vind je verschillende van deze hani’s. Het zijn sfeervolle binnenplaatsen waar de lokale bevolking een glaasje thee gaat drinken. De Hasan Pasa Hani is een voormalige karavanserai, een plek waar de handelsreizigers vroeger konden uitrusten.

In eerste instantie lijkt het of de hoofdstraat vol staat met stalletjes en karretjes met spul voor de toeristen, maar al snel blijkt dat dit gewoon straathandel is voor de lokale inwoners. Het is een kleurrijk geheel en met de drukte op straat is het ook een gezellige boel.
We wilden nog even een kijkje nemen bij de grote moskee van de stad, maar Diana had haar hoofddoek niet bij zich. Daar gaan we morgen op herhaling.

In een zijstraatje van een zijstraatje nemen we nog een bakkie koffie met een heerlijk bananengebakje. Op straat lopen gesluierde vrouwen naast vrouwen in een hemdje en spijkerbroek. Het is een bijzonder mix.
We zien ook een aantal bouwprojecten waarvan we vermoeden dat het nog steeds herstelwerk is van de laatste aardbeving. Misschien leren we daar morgen meer over.

Zaterdag 5 oktober

Hotel New Garden is een degelijk zakenhotel  met een even degelijk ontbijt. We hadden geen haast want we konden de hele dag gebruiken voor Diyabakir.
Toen we een paar minuten op straat waren wisten we wel dat we het heeeeel rustig aan moesten doen. Die hitte (30+ graden) is echt weer wennen. We lopen over Sehid Seyh Said plein naar de meest noordelijke poort in de stadsmuur. Het is al 10:00 uur, maar alle hekken zijn nog gesloten.

We gaan verder naar het kasteel van Dyarbakir. Hier geen gesloten hekken, het is er zelfs druk te noemen. Bij de stadsmuren staan rode bordjes waarop staat dat het beklimmen van de muur op eigen risico is. Wij nemen dat risico en via een smal trappetje klauteren we naar boven.
Met een totale lengte van ruim 5,5 kilometer is alleen de Chinese Muur langer.

De stadsmuur werd al in de 6e eeuw voor Christus gebouwd, maar de Romeinse keizer Constantius II liet de muren renoveren en massaal uitbreiden in de 4e eeuw. Sindsdien werd de muur steeds verder versterkt met vulkanisch gesteente uit de omgeving. De muur is zo’n vijf meter dik en tien tot twaalf meter hoog. Er zijn 82 torens en vier hoofdpoorten
Boven heb je een mooi uitzicht op het kasteel en omgeving, maar een paar foto’s verder moeten we natuurlijk ook weer naar beneden en dat is de truc: omhoog is veel makkelijker dan naar beneden. Met bibberende benen en onze nagels in de muur gaan we omlaag. We bezoeken nog even de moskee van het kasteel en lopen dan verder.

We gaan naar de Ulu Camii en dat is met recht de grote moskee. Voordat we naar binnen gaan nemen we een bakkie koffie op het grote plein voor de moskee. Als we nog maar net op die ongelukkig kleine krukjes zitten begint bij het tafeltje naast ons een man met een gitaar zich uit te leven. Klinkt helemaal niet slecht. Na de voortreffelijke koffie en dito voorstelling gaan we de moskee naar binnen.

Deze moskee is de oudste van Anatolië en misschien zelfs van heel Turkije. Het ontwerp van de moskee is gebaseerd op de Umayyad-moskee in Damascas, de heiligste plek van de islam. Omdat de Seltsjoekse sultan Malik Shah de stad een belangrijker aanzien wilde geven, liet hij in 1091 deze moskee bouwen die net zo groot moest zijn als de Umayyad-moskee.

Het is inderdaad een enorm complex, zo’n grote moskee hebben we nog niet gezien. Mannen kletsen met elkaar onder mooie zuilengalerijen en de muren hebben prachtige reliëfs. We zien dat handen en voeten gewassen worden voordat de gebedsruimte wordt betreden. Ondanks dat er veel bezoekers rondlopen zijn die tafereeltje bijzonder intiem, alsof er geen toeristen zijn.

In de gebedsruimte luistert een handjevol gelovigen wat de imam te vertellen heeft. Een man ligt languit op het tapijt in de moskee en in een andere hoek van de gebedsruimte fluisteren een paar mannen met elkaar. De moskee is veel meer dan alleen een gebedsruimte, het heeft een belangrijke sociale functie.

Wij verlaten de moskee en gaan ander kant van de Gazi Cadessi een straatje in op weg naar de Sheik Matar moskee. Het gaat ons niet om de moskee, maar om de minaret. Deze staat op 4 poten en je kunt er onder staan. Da’s best uniek.

Dan lopen we even door naar de St. Giragos kerk. Dit is de belangrijkste en grootste Armeense kerk in het Midden-Oosten. In de 19e en begin van de 20e eeuw kende Diyarbakır een grote Armeense gemeenschap. Na een brand van een andere kerk, werd de huidige St. Giragos gebouwd in 1883. In 1913 wordt de klokkentoren dan getroffen door de bliksem en in datzelfde jaar werd er nog een nieuwe gebouwd. Deze nieuwe klokkentoren was met 29 meter destijds het hoogste gebouw van de stad en dat werd niet zo gewaardeerd door de moslimgemeenschap. Tijdens de Armeense genocide in 1915 en 1916 werden de Armenen verdreven of vermoord. De St. Giragos raakte ernstig beschadigd en de klokkentoren werd gesloopt. Pas in 2009 is weer begonnen met de wederopbouw van de kerk. We maken een rondje door de wat nieuw aandoende kerk en dan steekt Diana nog een paar kaarsjes aan.

Via allemaal kleine straatjes lopen we richting de zuidelijke stadsmuur, Normaal gesproken is Google Maps een goede gids maar we staan regelmatig voor straatje dat is afgesloten vanwege (her)bouw werkzaamheden.Met wat omwegen komen we uiteindelijk wel bij de Mardin poort aan de zuidkant van de stad.

Om uitdrogingsverschijnselen gaan we op een terrasje zitten met uitzicht op de Hevseltuinen en de rivier de Tigris en bestellen een drankje.
De tuinen werden in de 9e eeuw aangelegd om de stad van water en voedsel te voorzien. Het gebied beslaat meer dan 700 hectare. De tuinen werden als heilig beschouwd omdat ze vaak werden vergeleken met de tuin van Eden. Nog altijd zijn de tuinen een belangrijk landbouwgebied voor de bevolking. Ongeveer een derde deel van de tuinen wordt gebruikt om groente en fruit te verbouwen zoals watermeloenen, druiven, abrikozen, kool, spinazie en pompoenen.

Na deze opkikker gaan we op weg naar de Syrische kerk van de maagd Maria. We moeten alweer manoeuvreren door smalle steegjes, maar het vordeel is dat het daar wel koel is. Daar hebben ze hier bij de woningbouw goed over nagedacht. Naast Turken en Koerden wonen er in Diyarbakır ook christenen en je vindt er nog een aantal kerken. Deels met een Armeense, deels met een Syrische achtergrond. De kerk van de maagd Maria is een van de 10 Syrische kerken in Diyarbakir en ook deze keer is opgebouwd met de zwarte steen waar zoveel in deze stad van is gebouwd.

Deze kerk behoort tot de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap en is een van de oudste kerken in de regio, met een geschiedenis die teruggaat tot de 3e eeuw na Christus. De kerk heeft een opvallende architectuur met elementen die typisch zijn voor Syrisch-Orthodoxe gebouwen, zoals de eenvoudige maar robuuste stenen constructie. Het interieur is daarentegen rijkelijk versierd met iconen, fresco’s en andere religieuze kunstwerken.

We dwalen opnieuw door de verkoelende steegjes op zoek naar de Gazi Caddesi, de hoofdstraat van de stad waar we steeds weer terug komen. Rond de drukke hoofdstraat vind je tal van winkels, kraampjes en restaurants, maar ook de bazaar is maar een paar stappen van de hoofdstraat verwijderd. Zoals overal wordt ook hier van alles verkocht. Kleding, specerijen, koperen kookgerei en tapijten en ook een paar geitenkoppen.

We zijn weer toe aan een vocht-infuus en daarvoor kiezen we de Ongözlü brug. Deze brug ligt op zo’n 2 kilometer van de zuidelijke stadsmuur. Normaal gesproken is dat een leuke wandelafstand, maar met dit warme weer besluiten we om een paar duppies aan de dolmus te spenderen.
De brug dateert uit 1065 en is gebouwd met vulkanisch gesteente. Vanwege de tien bogen wordt deze brug ook wel de Tien-Ogen brug genoemd. De brug is een populaire plek voor de lokale bevolking. Aan beide zijden van de rivier de Tigris zijn cafés en restaurants te vinden waar thee en kebabs wordt geserveerd. Wij zoeken een mooi plekje op de tweede rij en genieten van ons drankje met uitzicht op de iconische brug.

Het is goed toeven aan de rivier, maar we moeten toch een keer terug. Inmiddels is de zon achter de heuvel gezakt en is de temperatuur een stuk aangenamer. Omdat er geen dolmus voorhanden is gaan we maar lopen, we kunnen het niet laten.
Een half uur later zijn we weer terug bij de zuidelijke stadsmuur. Ergens halverwege de Gazi Caddesi nemen we een durum als avondeten en iets verderop nemen we künefe als toetje. Deze specialiteit van Diyarbakir moesten we proberen van Dilek, onze Zuidoost-Anatolië specialist. Dit toetje bestaat uit knapperig gebakken, boterig sliertjesdeeg gevuld met kaas overgoten met een zoete suikersiroop; een hemelse combinatie, moeten wij eerlijk bekennen.

We nemen nog een bak koffie bij Milena Coffee om de hoek bij ons hotel en raken aan de praat met de eigenaar. Hij vindt het zo leuk dat wij hier opnieuw een bakkie komen doen dat hij ons verrast met een chocoladepuddinkje dat door zijn moeder wordt gemaakt (en wordt verkocht in zijn koffiebar). We smullen van het gebakje, maar op weg naar hotel knappen we bijna uit elkaar.

Zondag 6 oktober

Er gaat vandaag geen grote bus naar Mardin, dus er zit niets anders op dan in een mini-bus te stappen en dan mogen we ook nog op de achterbank zitten. We zijn samen met 9 dames met hoofddoek en 3 ongesluierde mannen. Om 09:15 uur wordt de motor gestart, laat ik het gezelschap even voorstellen.

Vanaf onze bevoorrechte positie op de achterbank zien we weinig van de omgeving, maar krijgen wel gratis bilspier oefeningen. We rijden naar het zuiden, richting Syrië dus het zal vooral warmer worden. De korte rit verloopt probleemloos. We pikken nog 3 extra passagiers op langs de kant van de weg en dan is de mini-bus echt vol. Op 10 km voor Mardin komen we in een korte file terecht door een checkpoint van de Jandarma en daar gebeurt het meest spannende van de rit. Een dame (!) in een Golf rijdt tegen de achterkant van de bus aan. Natuurlijk een enorme discussie, er komen een paar militairen bij, er wordt wat geld geboden (TLR 500 = €13,30) en uiteindelijk gaan we weer rijden. Om 11:45 uur stappen we uit de bus en gaan we het laatste stukje met de taxi.

We worden door de receptionist van het hotel aan de hoofdstraat opgehaald. Met de taxi kun je niet bij het hotel komen en zonder hulp zouden we misschien wel verdwalen in de kronkelige steegjes achter de hoofdstraat. Het kleine sfeervolle hotel is gevestigd in een van de traditionele huizen. We blijven niet te lang van ons hotel genieten, maar gaan de oude stad van Mardin verkennen.

De geschiedenis van Mardin gaat terug tot minstens 4000 BC. De regio rondom Mardin werd al vroeg bewoond door beschavingen zoals de Sumeriërs, Babyloniërs, Assyriërs en Hettieten. Door de nabijheid van de vruchtbare vlakten van Mesopotamië was Mardin een belangrijk knooppunt voor handelsroutes, wat de stad een cruciale rol gaf in de uitwisseling van goederen en culturen. Mardin ligt op een heuvel die uitkijkt over die vlaktes van Mesopotamië. De stad staat bekend om haar traditionele stenen huizen, gebouwd met geelachtige kalksteen die typisch is voor de regio. De huizen zijn tegen de hellingen gebouwd, waardoor je overal een spectaculair uitzicht hebt op de omliggende vlaktes.
We lopen eerst naar de grote moskee die tussen de huizen is gebouwd.

De Artuqiden, die in de 11e en de 12e eeuw Zuidoost-Anatolië beheersten, bouwden aan het einde van de 12e eeuw de Ulu Camii. Hiermee is het één van de oudste moskeeën van de regio. Op de iconische minaret zijn verschillende inscripties te zien van de verschillende beschavingen die in Mardin hebben gewoond en en het jaar 1176 wanneer deze minaret zou zijn gebouwd. De moskee werd echter door de eeuwen heen nog een aantal maal gerenoveerd. Zo komt de huidige minaret uit 1889. Er wordt zelfs beweerd dat de moskee oorspronkelijk een kerk zou zijn geweest.
Bij de moskee merken we dat Mardin een populaire bestemming is voor de toeristen uit Turkije. Er lopen zelfs gidsen met een vlaggetje in het rond. Slechte timing dus! Hier moeten we later nog maar terug komen,

Aan de andere kant van de hoofdstraat staat de Zinciriye Medresesi, ook wel bekend als Sultan Isa Madrasa, de laatste sultan die regeerde in Mardin. De madrassa werd gebouwd in 1385, tijdens de regering van Sultan Isa van de Artuqiden-dynastie, een Turkse dynastie die heerste over delen van Anatolië en Syrië tussen de 11e en 15e eeuw. De medrassa is duidelijk te herkennen aan de twee grote koepels en daar gaan wij ook naar op zoek.
We kopen een toegangskaartje en gaan de medrassa binnen. Via de binnenplaats komen we bij de plek waar vroeger een fontein moet zijn geweest. De fontein is er niet meer, maar het stroompje dat de waterbak bij de fontein vulde is nog steeds een geliefde fotospot.

We lopen via een smal stenen trapje naar de eerste verdieping waar we prachtig zicht hebben op de twee koepels van de medrassa en de omgeving erachter. Wij zijn zeker niet de enigen die deze bijzonder plek bezoeken, groepjes toeristen komen af en aan én ook hier zien we weer verschillende bruidsparen hun reportage schieten.

Via wat kleine steegjes komen we dan bij de vroegere meisjesschool van Mardin: Tarihi Kız Meslek Lisesi. Deze school werd in het begin van de 20e eeuw opgericht, tijdens de laatste jaren van het Ottomaanse Rijk. Dit was een periode waarin modernisering en hervormingen in het rijk opkwamen, mede onder invloed van de Tanzimat-periode (1839-1876). In die tijd was er een toenemende nadruk op het verbeteren van onderwijs en het uitbreiden van toegang tot onderwijs voor meisjes en deze school is dan ook een belangrijk voorbeeld van Ottomaanse inspanningen om het onderwijs voor vrouwen te bevorderen.
Het is een van de vroege voorbeelden van vakscholen specifiek gericht op het onderwijzen van meisjes in praktische vaardigheden en ambachten.
Ze hebben geen half werk geleverd bij het bouwen van deze school want de school doet qua schoonheid niet onder voor een van de andere gebouwen in Mardin.

We lopen een klein steegje in achter het postkantoor en daar zien we weer het échte Mardin. Oude huizen van zandkleurige stenen en soms is er eentje omgetoverd tot een klein theehuis met een paar tafeltjes en stoeltjes tegen de buitenmuur. Heerlijk om hier te zitten, ook omdat de smalle steegjes een stuk koeler zijn dat de hete hoofdstraat.

We lopen terug naar ons hotel en kiezen daar zoveel mogelijk de koele steegjes voor. Zonder Google Maps zouden we verdwalen en we verwachten ook niet dat het na anderhalve dag beter zal gaan. We laten de spullen achter op de kamer en gaan dan naar de hoofdstraat om een hapje te eten.
We gaan op het terras bij Al Hayaal en bestellen wat lokaal eten. Zoals gebruikelijk in dit deel van Turkije komt er een grote schaal met bijgerechtjes op tafel. Het eten is pittig, maar het smaakt allemaal voortreffelijk.

Hierna nemen we nog een koffie bij Lolee en lopen dan via de hoofdstraat weer terug naar het hotel. Deze hoofdstraat staat bekend als 1 Cadde. Er is veel verkeer, je vindt er veel winkels, restaurants, cafés en ook hotels zijn aan de hoofdstraat gevestigd. Deze straat is echt het kloppende hart van Mardin, maar wat mij betreft wel eentje met een ruisje. Er rijden veel overjarige dikke Duitse auto’s door de hoofdstraat die de ramen open hebben staan en de radio op 10. De dreunende Turkse rap-muziek zou ik verwachten in Alanya maar in Mardin is het ongepast. Maar ja, tijden veranderen, ook hier (of: zelfs hier).
We eindigen de dag met een glaasje the op het dakterras bij het hotel met uitzicht op de flikkerende lampjes op het Mesopotamische vlakte achter ons hotel.

Maandag 7 oktober

Na het ontbijt gaan we eerst naar het Syrische klooster Deyrulzafaran. Het klooster ligt net buiten de stad in de brandende zon dus daar willen we zo vroeg mogelijk zijn. We charteren een taxi en met een kwartiertje zijn we bij het klooster.

Het klooster is gebouwd van honingkleurig gesteente en te midden van eigen olijfboomgaarden is het een van de voornaamste Syrische-Jakobitische kloosters die nog in gebruik is door Syrisch-Orthodoxe gelovigen..
In het jaar 495 werd op deze plek het eerste klooster gebouwd, helaas zijn er een aantal originele structuren verwoest door verschillende veroveraars. Het is het bezoekje echter meer dan waard.

Het klooster is nog steeds bewoond en dat is ook de reden dat we maar een deel van het klooster mogen bezoeken. Er worden nu vooral weeskinderen opgevangen en grootgebracht, maar daar hebben we niets van gezien of gehoord. We raken in gesprek met een Zweedse monnik die hier een tijdje op retraite is geweest en volgens hem is er in de buurt van Hengelo (?) ook een klooster van deze orde. Daar moeten wij na deze reis maar eens tot rust gaan komen.

Op de weg terug naar Mardin stopt de chauffeur op ons verzoek zodat we een foto kunnen maken van ‘Mardin tegen de berg’. Je ziet hier ook goed de restanten van het kasteel bovenop de berg. Terug in Mardin drinken we een koffie bij een ieniemienie cafeetje genaamd Lelyo. De koffie is lekker, maar bijzaak want het gaat hier vooral om de speculaas-achtige koekjes. Het ruikt en smaakt écht maar speculaas, maar de koekjes zijn gevuld met dadelpasta.

Onze volgende opdracht voor vandaag is buskaartjes voor de rit naar Sanliurfa bemachtigen. We springen in zo’n vreemd geel stadsbusje en gaan naar busstation dat ook hier buiten de stad ligt. Er is nog keus genoeg, maar niet op de tijd dat wij eigenlijk weg willen. Het wordt 10:30 uur en volgens de medewerker van Mardin Seyahat is het maar tweeëneenhalf uur rijden. Dat moeten we nog zien!

We pakken weer een gek geel busje terug naar het stadscentrum en nemen een kijkje bij het voormalige postkantoor. We hebben niet vaak een postkantoor bezocht tijdens onze reizen, maar dit oude postkantoor van Mardin is wel een bezoek waard. Het staat tegenover de Sehidiye moskee en was het meest indrukwekkende postkantoor van Turkije (vinden ze hier). Oorspronkelijk als woonhuis gebouwd in 1890 voor de familie Sahtana en 1950 werd het huis omgetoverd tot een postkantoor. Van het postkantoor is overigens niet veel meer over. Slechts een kleine ruimte in één van de façades heeft nog met post te maken.

Aan de overkant van het oude postkantoor gaan we wat eten en drinken. Het is weer 30+ graden dus elk plekje in de schaduw is meegenomen. Na deze opkikker lopen we weer de bazaar in. Hier is het lekker koel en het ruikt er meestal fris. Mardin is bekend om z’n blokken zeep en bijna elk kraampje verkoopt wel wat zeep. In de smalle steegjes zien we de minaret van de grote moskee al, dus het is niet moeilijk deze te vinden.

Het is een stuk rustiger dan gisteren bij de Ulu Camii, maar het blijft een lastig ding om te fotograferen. Hoge minaret, harde schaduwen en een lelijke uitbouw op de achtergrond. Gelukkig gebeurt er van alles lager bij de grond. We gaan even op het plein zitten om de alles te observeren.

We lopen wat steegjes verder en zien dan de minaret van de Abdullatif (Latifiye) moskee. Het ligt op de route dus we gaan ook hier naar binnen. Deze moskee werd in 1371 gebouwd door Abdullatif bin Abdullah, die in Mardin diende tijdens de regeringen van Artukid Melik Salih en Melik Muzaffer (je weet wel). De oorspronkelijke minaret van de moskee is gebouwd door de gouverneur van Egypte. De rechthoekige geplande moskee is een van de laatste Artukid-monumenten. Het goed bewaarde portaal is misschien wel het mooiste onderdeel van de moskee, met de drie bogen van tweekleurige stenen, geometrische motieven en stervormige decoraties. Het is toch wel bijzonder dat iedereen Ulu Camii bezoekt en dat we bij deze moskee alleen zijn.

We duiken aan de andere kant van de hoofdstraat een smal straatje in en gaan op een kleurrijk terrasje wat drinken. We hebben de meeste bezienswaardigheden van Mardin wel gezien dus we kunnen lekker blijven hangen. De temperatuur ligt in de middag ruim boven de 30 graden en dan is elke drankpost meegenomen. Er zijn heel veel van deze cafeetjes in Mardin en dat maakt ook de achteraf-steegjes een gezellige bestemming.

We blijven een beetje in de smalle straatjes dwalen en hebben daar van de inwoners van Mardin ook geleerd hoe we ons kleed op het balkon kunnen uithangen zonder dat het naar beneden valt. Je moet het kleed gewoon met een paar tuinstoelen vastzetten. We vragen ons wel af het huishoudelijk reglement aan de Loolaan dit toestaat.

De hekken bij de meisjesschool van Mardin zijn vandaag open dus lopen we daar ook nog maar even naar binnen. In het gebouw zijn spullen tentoon gesteld maar verder is het niet zo bijzonder. Het verbaast ons vooral dat er geen leerlingen te bekennen zijn. Misschien zijn ze naar huis gestuurd vanwege de hitte.

We gaan bij het naastgelegen terras zitten (alweer een versnapering) waar we bovendien een goed uitzicht hebben op de minaret en de koepel van de Ulu Camii. We zijn niet de enigen die dit een interessant plekje vinden want al snel is de thee niet meer aan te slepen. Wat een gezelligheid. Er steekt een licht briesje op en dat is iets waar we de hele dag op hebben gewacht. Heerlijk!

Nadat we spullen hebben teruggebracht naar onze hotelkamer gaan we nog een keer terug naar het terras waar we vanochtend zaten. Het zit er vol met Turkse toeristen die allemaal goed inkopen hebben gedaan. De thee vloeit rijkelijk en de sloffen sigaretten zijn niet aan te slepen. Als de rook om ons hoofd is verdwenen gaan wij maar een hapje eten.

Met ‘een hapje eten’ doen we restaurant Marde tekort. Het is by far het sjiekste restaurant dat we in Mardin zijn tegengekomen.
Het lezen van de kaart en het bestellen van het juiste gerecht is vooral een taal-uitdaging. Het lukt uiteindelijk met behulp van een vriendelijke Duits sprekende gids om wat te bestellen en het eten smaakt voortreffelijk.
Klein momentje tijdens het eten. Er komt een stel binnen waarvan de vader een slapende baby op de arm heeft. Er wordt even gesproken met de manager en een paar tellen later komt de ober al met een kindermatrasje aanlopen. Dat matrasje wordt achter de stoel van Diana gelegd, baby erop, kleedje erover en aan tafel!

Met ronde buikjes lopen we de hoofdstraat op en gaan we nog even naar Lelyo om een doos van die heerlijke speculaas-achtige koekjes te kopen (voor de busrit). Daarna lopen we terug naar het hotel en nemen we weer plaats op het dakterras waar we ook een heel behoorlijk uitzicht hebben op het kasteel van Mardin. Daar schrijf ik de laatste regels van het blog van vandaag onder het genot van een glaasje thee.


Dinsdag 8 oktober

Ankahan Konağı is een heerlijk hotel, maar als je met de rugzak al die trappen op moet om bij de bushalte te komen dan vloek je wel een keer. Met het zweet op de rug staan we te wachten op het gele busje dat ons naar het busstation brengt.
We zitten onder de overkapping bij het busstation en wachten tot onze bus arriveert. Je moet altijd een half uur voor vertrek op het busstation zijn, maar we weten eigenlijk niet waarom. De bus arriveert op z’n vroegst een paar minuten voor vertrek.

Het is vanochtend bewolkt en dat is altijd prettig tijdens een busrit maar desondanks loopt de temperatuur aardig op in de bus. Tegen twaalven heeft de chauffeur de airco gelukkig aan de gang gekregen. We stoppen in Kiziltepe en Viransehir waar Diana een durum regelt voor de lunch. Om 14:15 uur zijn we op het busstation van Sanliurfa en een half uurtje later zijn we ingecheckt bij ons hotelletje. Wederom een boetiek hotel in een voormalige woning, maar dan zonder de trappen van Mardin.

Sanliurfa is ook bekend als Urfa. Sanli (glorieus) werd pas later toegevoegd als erkenning voor de strijd in de Turkse onafhankelijkheidsoorlog. We hebben gemerkt dat vooral over Urfa gesproken wordt, dat scheelt ook een paar letters.
We zullen veel islamitische gelovigen tegenkomen want voor hen is de stad de plek waar aartsvader Abraham, of eigenlijk de profeet Ibrahim, is geboren.

Vanaf ons hotel is het maar een paar minuten lopen naar de belangrijkste bezienswaardigheden. We komen als eerste bij de Halil-Ür Rahman moskee en de vijver met de karpers (Balikligöl). Bij die vijver en karpers hoort een verhaaltje.
Volgens de islamitische overlevering zou Ibrahim godenbeelden stuk hebben geslagen in Şanlıurfa omdat ze afgoderij waren. Koning Nimrod verklaarde Ibrahim de oorlog. Nadat Ibrahim vervolgens ook nog het hart van de dochter van de koning veroverde, werd hij ter dood veroordeeld. Koning Nimrod liet een brandstapel bouwen aan de voet van de heuvel en liet Ibrahim vanaf de heuveltop naar beneden gooien. Door een wonder veranderde het vuur in water en het brandende hout veranderde in karpers. Profeet Ibrahim overleefde de val en belandde in een bed van rozen. De vissen werden heilig verklaard.

Moslims komen in groten getale naar Şanlıurfa om de karpers te voeren want door de vissen te voeren hopen ze dat Allah hen helpt. Er is dus een levendige handel in visvoer. Behalve de vissen voeren, willen ze er ook graag mee op de foto. Er wordt zelfs kleurrijke kledij verhuurd om die foto’s er zo leuk mogelijk uit te laten zien.
We lopen een beetje ronde vijver en bekijken dit schouwspel. Het is met de drukte eigenlijk ongelooflijk dat er niemand in de vijver valt.

Voor al die fotos is het een mooi bijkomstigheid dat Halil-Ür Rahman moskee op de achtergrond staat. Deze langgerekte moskee werd in 1211 gebouwd tijdens de Ayyubidische periode en heeft een typische islamitische architectuur met bogen, koepeltjes en natuurlijk een minaret. Er komen hier jaarlijks meer dan een miljoen moslims

Het is inmiddels alweer 16:00 uur en hoewel we hier morgen zeker weer terug komen willen we toch even naar de grot waar Ibrahim zou zijn geboren (Mevlid-i Halilulrahman) en waar hij de eerste jaren van zijn leven heeft gewoond. Zijn moeder zou hem hier verborgen hebben gehouden voor koning Nimrod. De koning had een visioen gekregen dat een nieuwgeborene hem van zijn troon zou stoten, waarop hij het bevel gaf om alle baby’s te vermoorden. Dat lijkt me inderdaad een goede reden om je kind niet buiten te laten spelen.

Ook deze plek is erg geliefd bij de gelovigen én bij duiven. Er wordt nl. duivenvoer verkocht dat in een afgezet vierkant mag worden gestrooid. De duiven weten er wel raad mee.
In Urfa zijn ze sowieso erg gek met duiven. De mensen geloven dat duiven hen beschermen tegen problemen en ongelukken en waar duiven worden gevoerd is er geluk en vruchtbaarheid. Sommige duiven krijgen van hun ‘baasje’ kleurrijke oorbellen en/of enkelbandjes.

Het is tijd dat we zelf ook wat krachtvoer nemen dus we gaan op zoek naar een vitamine-C karretje. Tussen een van de vele eet- en drinkkarretjes vinden er eentje met een berg sinaasappels. We bestellen een grote beker zodat we er de komende dagen tegen kunnen.

Als we op zoek gaan naar een restaurant zakt de zon net achter de minaret weg. Ook in Urfa is het, net als in Mardin, erg warm. Ons tempo ligt wat lager dan normaal waardoor we soms keuzes moeten maken in het programma. Het ritje naar Göbekli Tepe dat we voor morgen gepland hebben willen we zeker maken.

Woensdag 9 oktober

We gaan voor de goedkope reis vandaag. Eerst nemen we voor 39 eurocent bus 63 naar het museum waar bus 0 naar Göbekli Tepe vertrekt. Göbekli Tepe ligt op zo’n 20 km van Sanliurfa en die rit kost maar 96 eurocent. Ons bent zuunig (en we zijn geeneens Zeeuwen).

Göbekli Tepe wordt gezien als een van de belangrijkste ontdekkingen in de studie van de menselijke prehistorie. De site wordt beschouwd als een van de oudste tempelcomplexen ter wereld. Het dateert van ongeveer 9600 BC, wat het ouder maakt dan Stonehenge en de Egyptische piramides. Hoewel nog maar een klein deel van het totale complex is opgegraven, zijn er al verschillende ontdekkingen gedaan waardoor het beeld van de mens in de tijd van Göbekli Tepe enorm is veranderd.

Het is 3 kwartier rijden en we schrikken van het aantal grote bussen op de parkeerplaats. Göbekli Tepe is maar een kleine site, waar laat je al dat volk? We kopen eerst het toegangsticket, het duurste tot nu toe (€21). Via een klein museumpje en een flitsende animatiefilm met dramatische muziek lopen we naar de opstapplek voor de shuttlebusjes naar de site. Dit is een handige manier om de grote hoeveelheid bezoekers op te delen, maar desondanks is het druk rond de opgraving.

Göbekli Tepe werd dus gebouwd in de Neolithische periode, voordat mensen sedentair werden en landbouw ontwikkelden. Dit werpt vragen op over de relatie tussen religieuze activiteiten en de opkomst van de landbouw, aangezien het eerder werd gedacht dat landbouw een voorwaarde was voor complexe religieuze structuren. Göbekli Tepe lijkt erop te wijzen dat religieuze samenkomsten een belangrijke rol speelden in het samenbrengen van mensen, wat mogelijk de ontwikkeling van landbouw heeft gestimuleerd.

De opgravingen bestaan uit enorme, cirkelvormige structuren met grote, stenen pilaren, die werden gebruikt als religieuze of ceremoniële locaties. De pilaren zijn gedecoreerd met reliëfs van dieren zoals slangen, schorpioenen, vogels en wilde zwijnen. Andere stenen pilaren hebben de vorm van de letter T en zouden mensen of priesters moeten voorstellen, iets wat onder meer gebaseerd is op de afbeeldingen van handen en lendedoeken.

Na het bezoek aan de site persen we ons weer in een busje en laten we ons naar de uitgang rijden. We nemen een drankje in het restaurant bij het museum en gaan dan naar de parkeerplaats voor de bus terug naar Sanliurfa. De thermometer in de bus geeft 41,5 graden aan! Het is niet te doen in de zon.
We laten ons in Sanliurfa iets eerder uit de bus zetten en lopen in een rechte lijn naar een groot winkelcentrum: lekker koel! We nemen een koffie bij Coffee Art. Ze zetten er een flesje water en een schaaltje nootjes (?) bij. Dit vriendelijke gebaar blijkt net zoveel te kosten als de koffie zelf. Als troost nemen we nog een ijsje bij McD.

Vanochtend hebben we de peilstok even in de rugzak gestoken en moeten vaststellen dat het krap wordt met de kleding van mij. We moeten dus nog ergens een wasserette bezoeken of…….we kopen wat shirtjes in dit warenhuis. Ze geven het zowat weg dus de keuze is snel gemaakt. Enig nadeel is dat ik nu wel met een LC Waikiki-tasje door Sanliurfa loop.

We lopen nog een rondje bij de vijver en gaan dan op een terrasje onder de bomen zitten. Het is weer tijd voor een glaasje çay. Dan gaan we nog een keer naar de grot waar Ibrahim geboren is, maar hebben nu ook oog voor de oudste moskee van Turkije. Diana kruipt dit keer ook de grot in om het allemaal eens van dichtbij te bekijken. Gisteren kon ze niet naar binnen omdat ze haar hoofddoek niet bij zich had

Iets verder dan de grot van Ibrahim is nog een ruimte waar veel mensen naar binnen gaan. Dit moeten wij ook van dichtbij bekijken. We gaan door het lage deurtje naar binnen en lezen op een bordje ‘A hair from prophet Muhammad’s beard’. Als je heel goed kijkt zie je inderdaad een haartje in het speciale glas. Zou het ‘m echt zijn?

Dan is het weer tijd voor ons vitamine shot en lopen we via de bazaar naar onze favoriete sinaasappel perser.
Het is een grote bazaar waar je makkelijk de weg kwijt raakt. De bazaar lijkt natuurlijk ook wel op de andere bazaars die we hebben gezien en ook hier is er veel echt-nep-goud wat er blinkt. We kopen een onsje pinda’s voor bij het sapje en gaan dan op een bankje in het park zitten.

Nadat we het leven in Sanliurfa aan ons voorbij hebben laten gaan, lopen we terug naar het hotel. We lopen met een kleine omweg omdat we ook nog even een foto-met-palmen willen maken. Zo’n soort foto hadden we ook al in Trabzon gemaakt, maar hier klopt de temperatuur beter.
In de hoofdstraat kopen we dan nog een klein souveniertje en pinnen we weer een paar mille voor het vervoer en excursie van overmorgen.

‘s-Avonds gaan we eten bij een restaurant achter de grot van Ibrahim. Om er te komen nemen we een alternatieve route en die leidt over een pleintje waar we nog helemaal niet geweest zijn. Er zit een man met een waanzinnig mooie ketel ‘iets’ te verkopen. Als Diana vraagt wat het is mag ze even proeven. Het is Turkse cola volgens de beste man, maar volgens Diana smaakt het naar dropdrank. Een omstander wees op de buik dus het zal wel ergens goed voor zijn. Google helpt ons en het blijkt een Turkse kruidenthee te zijn met aniijs en inderdaad goed voor de maag.

De alternatieve route gaat ook veel dieper de woonwijk in dan we dachten. Bovendien komt er veel klimwerk bij kijken. De huizen staan dicht op elkaar gebouwd en als er een stel kinderen langs komt besluiten we daar maar achteraan te gaan. Het blijkt een goede keuze want iets verderop komen we bij het kasteel van Sanliurfa uit en dat is dichtbij ons restaurant.

Het eten van vanavond smaakt heerlijk. Na de patlican kebab van gisteren is de dolmade kebab vandaag ook om van te smullen. Het uitzicht over de stad maakt het helemaal af. Voor een lekker hapje eten kun je best een retourtje nemen naar de stad van onze Zuidoost Anatolië specialist.

Enig nadeel van Sanliurfa is dat er geen echte koffie is te krijgen in het gezellige centrum van de stad, of beter gezegd, we hebben het niet kunnen vinden. Na ons verkoelings-uurtje van vanmiddag weten wij wel waar die koffie te krijgen is. In dezelfde mall waar we vanmiddag zijn geweest zit ook een Starbucks. Dat bakkie koffie konden we niet laten schieten.