Tag archieven: Kocatepe moskee

Oost-Turkije 4

De laatste etappe van onze Grooten Tour is aangebroken. Een laatste etappe die zeker nog wel een paar hoogtepunten kent.
Op weg naar het busstation verandert Sanliurfa van een gezellige authentieke stad naar een grijze muis met veel hoogbouw, winkels en bankgebouwen, maar ja, wat wil je ook in een stad met 2 miljoen inwoners.

We moeten de rit naar Adiyaman ook weer met een mini-bus afleggen, de achterbank blijft ons dit keer bespaard. Volgens het bordje op het busstation is het 109 km. Halverwege de busrit gaan we de Eufraat over en zien we de uitlopers van het Ataturk stuwmeer. In 1983 is men begonnen met de bouw van de Ataturk dam en in 1992 is de waterkrachtcentrale in gebruik genomen. De Ataturk dam is de op twee na grootste dam ter wereld.

In Adiyaman zien we voor het eerst iets dat herinnert aan de aardbeving uit 2023. Een enorme hoeveelheid containers die bij elkaar staan als een soort woonwijk. Allemaal noodwoningen voor mensen die hun huis hebben verloren.
We arriveren keurig op tijd op het busstation van Adiyaman en daar staan ze het busje naar Kahta al vol te stampen. Onze rugzakken krijgen ze er nog net tussen geduwd. De aansluiting is perfect want een paar minuten later zijn we op weg naar Kahta. Dit is maar een ritje van een half uur, dus twee keer gas geven en we zijn er.

Inmiddels is ons ontbijt wel uitgewerkt en is de aantrekkingskracht van Meydan Döner niet te weerstaan (nu ook voor afhalen en bezorgen). Er gaat niets boven een döner na een busrit (of wanneer dan ook). We wandelen terug naar het busstation in afwachting van onze chauffeur. Eigenlijk zouden we met Huseyn op pad gaan, met hem hadden we alles hier geregeld, maar Huseyn had een ander klusje aangenomen en heeft daarom iemand anders geregeld.

Om 12:30 uur komt een taxi aangereden en de chauffeur begint gelijk naar ons te zwaaien. Dat zal hem wel zijn. We schudden Ramazan de hand en gaan op pad. Ramazan blijkt heel goed Engels te spreken en dat is ook wel eens fijn (hij wordt zelfs in de LP aangeraden). Ramazan zegt dat we met Huseyn hebben afgesproken om op weg naar Nemrut Dagi een paar andere sites te bezoeken. Wij weten nergens van, maar vinden het best.

Al redelijk snel komen we bij de eerste bezienswaardigheid: Karakus Tümülüsü. Deze tumulus is een grafheuvel uit het oude koninkrijk Commagene. De tumulus dateert uit de late 1e eeuw BC en werd opgericht door de Commagenische koning Mithridates II ter ere van zijn moeder, zijn zus, zijn nicht en Antiochis (!). De naam ‘Karakus’ betekent zwarte vogel in het Turks en verwijst naar een grote stenen adelaar die op een van de zuilen stond die het grafmonument omringen.
We hebben niet veel tijd nodig voor deze tümülüsü en zitten al snel weer in de taxi naar de volgende stop.

Bij een 1800 jaar oude brug (die pas 15 jaar niet meer gebruikt wordt door auto’s) staan een tweetal kolommen die ter ere van de Romeinse keizer Septimius Severus en keizerin Julia Domna zijn gebouwd. Deze kolommen maken ook deel uit van de archeologische site waar we net geweest zijn. De zuilen staan bekend om hun historische en symbolische waarde en markeren een tijdperk waarin het Romeinse Rijk invloed kreeg over de regio.

Vanaf de brug rijden we naar de archeologische site Arsemia. Hier klimmen we naar een tweetal beelden.
Arsĕmia was de oude hoofdstad van het koninkrijk Commagene, gelegen aan de oostelijke oever van de rivier de Eufraat. Deze stad, ook wel bekend als Arsĕmia aan de Nymphaios, speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van Commagene en was zowel een religieus als politiek centrum.
De stad is vooral bekend vanwege de grotinscriptie van koning Antiochus I, een van de langste Griekse inscripties uit de oudheid. Deze inscriptie, die aan de voet van de rots is uitgehouwen, geeft een uitgebreide beschrijving van de oprichting van de stad en het belang ervan voor de Commagene-dynastie.

Een opmerkelijk monument in Arsĕmia is een reliëf van koning Antiochus I die de hand schudt met de god Heracles (zonder vijgenblad). Dit reliëf is een symbool van de sterke band tussen de koninklijke familie en de goden en weerspiegelt Antiochus’ ambitie om als een semi-goddelijke heerser te worden gezien.

Als laatste bezoeken we het Kahta Kasteel. Dit kasteel dateert uit de oudheid, maar werd door verschillende beschavingen opnieuw gebouwd en versterkt, waaronder de Urartiërs, de Romeinen, de Seldsjoeken en de Mamelukken. Elk van deze beschavingen liet zijn stempel achter op het kasteel door verbeteringen aan te brengen in de structuur en de defensieve mogelijkheden ervan.
We beklimmen dit kasteel-op-een-moeilijk-te-bereiken-rotspunt en hebben van bovenaf een prachtig uitzicht op de omgeving.

Vanaf het kasteel slingeren we ons een weg naar de hoofdattractie van vandaag en dan bedoel ik niet het hotel voor de nacht, maar Nemrut Dagi. Het is een uur rijden en wat voor een uur. Ik zou het niet meer doen, maar ik moet het zeggen. Dit uur rijden we misschien wel door de mooiste omgeving van de hele rondreis. Hoewel we af en toe een huis zien zou ik het toch een onbewoonbaar gebied willen noemen. Zo ruig, zo uitgestrekt, zo ver weg van de bewoonde wereld, met een beetje fantasie waan je je op de maan. Het is een uurtje genieten en dan moet het hoogtepunt van de dag nog steeds komen.

We spreken met Ramazan af dat we om 16:00 uur het laatste stukje omhoog rijden naar de graftempel van koning Antiochus.
Nemrut Dağı is een kegelvormige bergtop die met een hoogte van 2150 meter boven de omgeving uitrijst. In 1888 werd op deze kale bergtop een grote archeologische ontdekking gedaan; een twee meter hoog stenen hoofd. Pas in de jaren ’50 van de 20ste eeuw werden de opgravingen goed ter hand genomen. Inmiddels zijn er meerdere levensgrote beelden gevonden, zoals van koning Antiochus en de goden Zeus en Apollo. Alle hoofden zijn eeuwen geleden van hun rompen gevallen en staan los in het landschap.

Nadat Ramazan z’n gele taxi aan de kant van het zandpad heeft geparkeerd lopen we eerst naar het oostelijk terras van de grafheuvel dat op dit tijdstip van de dag in de schaduw ligt.
Het meest bijzondere van de grafheuvel zijn de kolossale stenen beelden. Koning Antiochus liet een gigantisch beeld van zichzelf maken. Zijn beeld werd geflankeerd door leeuwen, adelaars en verschillende Griekse, Perzische en Armeense goden. Onder meer Zeus, Heracles, Artagnes, Ares, Oromasdes, Apollo, Mithras, Helios en Hermes flankeren het beeld van Antiochus. Hij zag zichzelf als een familielid van deze goden dus qua grootheidswaanzin zat het wel goed met Antiochus. Zijn inscriptie luidt: ‘Ik, Antiochus, heb ervoor gezorgd dat dit monument werd opgericht ter nagedachtenis aan mijn eigen glorie en die van de goden’. Antiochus stierf rond 31 voor Christus en werd in zijn onvoltooide graf bijgezet

Het westelijk terras is het zonsondergang terras en daar zijn wij hier nu voor. Hoewel de beelden hier niet meer op de stoel zitten is de plek erg mooi. De hoofden van Antiochus, Heracles, Artagnes, Apollo en Zeus in het zachte middaglicht tegen de achtergrond van de kegelvormige bergtop van Nemrut Dagi is een bijzonder gezicht.

Met de koppen van leeuwen en adelaars erbij is het familieportret compleet. We gaan op een rots zitten en observeren vanaf een afstandje het toeristen-gedoe rondom de beelden.
Als de zon richting de horizon gaat worden de beelden zachter, romantischer. Iedereen wil op dit moment dé foto maken.

De ondergaande zon doet het ook erg goed met het Mesopotamische landschap. Het koelt behoorlijk af op de berg en omdat wij dit weer een beetje onderschat hebben lopen we richting onze taxi. We rijden de paar kilometer terug naar ons (g)een ster hotel en gaan in de (te) goed verlichte eetzaal zitten. De maaltijd is eenvoudig, maar smaakt voortreffelijk. Omdat er hier geen wifi of 4G is liggen we vroeg op bed én kan het blog niet gepubliceerd worden.

Vrijdag 11 oktober

Om te kunnen douchen in dit hotel moet je op de wc gaan zitten. Dat hebben we daarom maar een keer overgeslagen. Ramazan heeft voor ons ontbijt een soort menemen gemaakt en dat maakt het wat droge brood goed te eten. Met ons bakkie thee in de hand gaan we dan nog even buiten staan genieten van dé berg. Het is bewolkt vanochtend waardoor de zonsopkomst er niet zo fraai uit zal hebben gezien.

We hebben met Ramazan afgesproken dat we om 08:30 uur vertrekken. Op de weg naar beneden komen we een Japanse fietser tegen die, tegen z’n fiets aan geleund, staat uit te hijgen. Het lijkt geen lolletje om op de fiets naar Nemrut Dagi te gaan. Na een half uur rijden laten we het ongerepte landschap achter ons en komen er weer wat dennenbomen voor terug en gelijktijdig zien we de blauwe lucht weer verschijnen.

Rond 09:30 uur verschijnt dan de landbouwgrond van Malatya in beeld. Door het water dat uit de bergen rondom Malatya naar beneden komt is dit een vruchtbaar gebied. Malatya staat wereldwijd vooral bekend om haar productie van hoogwaardige abrikozen, met name gedroogde abrikozen, en is de grootste exporteur van gedroogde abrikozen ter wereld. Malatya levert ongeveer 80% van de wereldwijde productie van gedroogde abrikozen, wat het een belangrijke bron van inkomsten maakt voor de regio.

Ramazan zet ons in Malatya af bij het Mövenpick hotel. We voldoen de rekening en bedanken hem voor de mooie trip. Het is 10:30 uur, maar we kunnen gelijk inchecken. Wel een enorme overgang van geen ster naar ***** (ja, het zijn er 5). Nadat we de spullen op de kamer hebben gebracht gaan we naar de naastgelegen mall voor een lekkere bak koffie.

Als je in de abrikoos-stad bent wil je ook abrikozen zien. We gaan dus op weg naar Sire Pazari, de abrikoos-bazaar van Malatya. Het is ongeveer 2km lopen en onderweg zien we nog duidelijk de schade van de aardbeving. Als we op de plek van de bazaar aankomen zien we dat het een grote bouwput is. Deze plek is blijkbaar ook verwoest door de aardbeving. We lopen weer terug want Ramazan had verteld dat er naast de mall ook een abrikozenmarkt moest zijn. Ook op de terugweg zien we de nodig littekens van de aardbeving. Het positieve is misschien wel dat de bevolking de dagelijkse gang weer opgepakt heeft. Op de plek waar voorheen winkels stonden staan nu containers waar winkeltjes in gevestigd zijn.

We vinden de tijdelijke bazaar naast de mall. De bazaar is gevestigd in allemaal containers die dienst doen als tijdelijk marktkraampjes. Het is niet zo druk als op een normale bazaar, maar er zijn heel veel (gedroogde) abrikozen te koop. De tijdelijke bazaar zit ingeklemd tussen de mall en de moskee. Een bezoekje aan deze moskee konden we niet laten schieten.

Het is een gezellige drukte rondom de moskee. Een grote groep mannen drinkt een glaasje çay in de schaduw van een boom terwijl andere mannen een gesprek voeren op een krukje in het park. Het is inmiddels lunchtijd en we gaan naar de 2e verdieping van de mall voor een hapje. Voor het eerst deze vakantie eten we niet-Turks. Na deze lunch gaan we even terug naar het hotel. Omdat er op de Nemrut berg geen enkele manier van moderne communicatie mogelijk was moest er nog wat blog-werk ingehaald worden. In een koel hoekje van de hotel lobby, onder het genot van een drankje maken we wat tijd vol. Malatya is geen stad met ‘niet te missen bezienswaardigheden’ dus we kunnen wat rustiger aan doen. Ook wel eens lekker.

’s-Avonds eten we aan de overkant van de straat bij Big Mama’s. Deze mama is een ster in de keuken want het eten smaakt heeeeerlijk. Daarna nog even een espresso machiato bij Caramelo Coffee en dan wordt het zo langzamerhand tijd om de tassen weer op scherp te zetten voor de volgende busrit. Maar eerst een nachtje in de ruime, koele, van alle verzorgingsproducten voorziene kamer van het Mövenpick.

Zaterdag 12 oktober

Het zou een zware dag worden! De oorzaak is niet helemaal duidelijk: McD of Big Mamma. De hele nacht hebben we tussen het bed en de wc heen-en-weer gelopen dus de nachtrust is erbij ingeschoten en we hebben wel 6 uur bussen voor de boeg.
Zitten we in een 5-sterren hotel, kunnen we bij het ontbijt alleen droge koekjes eten: shit happens (en hoe!).

Met het verstand op nul laten we ons door een taxi bij het busstation afzetten. De chauffeur heeft een goede vriend in Oss wonen en een neef in Amsterdam, Hij wil zelf deze winter een klein rondje West Europa maken. De verhalen van veel Turken lijken op elkaar. Ik hoop dat hij het gaat waarmaken.

We reizen vandaag met de bus van Beydogi naar Kayseri en we hebben geluk want deze bus is gloednieuw en heeft comfortabele fauteuils. Dat moet de pijn onderweg een beetje verzachten. We krijgen vandaag niet veel mee van de omgeving want we proberen wat slaap in te halen. Om 14:15 uur zijn we in Kayseri en daar trekken we een sprintje naar het hurktoilet. Niet echt ideaal.

In Kayseri hebben we even de tijd om op adem te komen want de bus naar Göreme gaat pas om 16:00 uur. Voorzichtig eten we weer wat en dat gaat goed. Ook het uurtje bussen naar Göreme halen we wat slaap in, maar we zijn net op tijd wakker om het eerste natuurschoon van Cappadocië te zien.

De bus zet ons in het centrum van Göreme af en dan is het nog 350 meter lopen naar ons hotel. Als de eigenaar ons incheckt zegt hij dat ik er vermoeid uit zie, nou dat kan best kloppen.
Ons kleine romantische hotel maakt veel goed net als de in stijl aangeklede slaapkamer. Morgen moeten we weer het mannetje zijn.

Zondag 13 oktober

Na een nachtrust van 12 uur zijn we weer (bijna) helemaal het mannetje. We peuzelen voorzichtig van het fantastische ontbijtbuffet van ons hotel en gaan dan maar eens op pad in de fantastische omgeving van Kapadokya.
Zandkleurige, kegelvormige heuvels, die soms wel tot 50 meter hoogte kunnen reiken. Sommige heuvels lijken een hoedje op te hebben van een donkere steensoort, weer andere rotsformaties lijken op menselijke standbeelden.
Deze vreemde heuvels liggen op een plateau dat wordt gedomineerd door de uitgedoofde vulkaan Erciyad Dagi. Miljoenen jaren geleden spuwde deze vulkaan enorme hoeveelheden as. Dit koelde vervolgens af tot tufsteen, een zachte steensoort. Door de eeuwen heen werd het tufsteen uitgesneden door erosie en werden kegelvormige heuvels en andere rotsformaties gevormd. De rivier Kizilirmak, met 1151 kilometer de langste van Turkije, heeft diepe ravijnen gemaakt door het landschap.

We beginnen vandaag voorzichtig met het Göreme Open Air Museum. Dit openluchtmuseum is op wandelafstand van ons hotel dus als het (ik) moet dan zijn we snel terug.
Hoe dichter we bij het openluchtmuseum komen hoe ongeruster we worden. Grote bussen rijden af en aan en hordes mensen persen zich naar de ingang van het museum. Toeristen uit Azië, maar ook veel uit Italië en Spanje. Dit hadden we nog niet meegemaakt in de voorgaande drieënhalve week. We zijn in een ander land, andere wereld terecht gekomen.

We zijn er nu toch dus gaan we ook maar in de rij staan voor een entreeticket, we tikken €20 p.p. af en gaan door het poortje, althans dat dachten we. De barcode van onze kaartje weigert dienst en dan moet het hele management erbij komen om dit te corrigeren. Blijven lachen maar.
Het is een gezellige bedoening rond de punthuisjes, de kerkjes en op de trapjes.

Mensen hebben in het vulkanische gesteente eeuwenlang gewoond. Huizen, kerken en kloosters uit het steen gehouwen zijn volop in Cappadocië te vinden. Van de bewoners is niet veel bekend. Volgens wetenschapper hebben Hettieten hier geleefd en later Phrygiërs en Cimmeriërs. Doordat de temperatuur van de grotten constant is, zijn ze in de winter warm en in de zomer brengen ze verkoeling. Er zijn zelfs complete ondergrondse dorpen met opvallend veel kunstwerken van de toenmalige bewoners. Sommige woningen hebben maar liefst 20 verdiepingen onder de grond.

Afgezien van de drukte is het mooi om dit alles van dichtbij te kunnen zien. Je moet soms even in een rij staan en omdat de ingang van een grotwoning of kerk ook de uitgang is, wordt het een beetje duwen. Het lukt ons om een paar keer een goed plekje in een grotkerk te bemachtigen, maar helaas mag er niet gefotografeerd worden. Oeps!

De uitzichten vanaf hoger gelegen grotten is fantastich. De hele omgeving staat vol met de punthuisjes en vreemd gevormde gevormde rotsformaties. We kijken onze ogen uit. We zien ook dat er hier genoeg vertier is voor de toeristen. Met een paard de omgeving in of met een quad, misschien zelfs met een crossmotor, het kan allemaal.

We verlaten het openluchtmuseum en drinken een glaasje op het dichtstbijzijnde terras en dan gaan we wild cappadocië in. Het valt gelijk op dat er enkele tientallen meters buiten het museum geen toerist meer is te bespeuren. Die hebben blijkbaar een ander vastgesteld menu.
De paadjes tussen de grotten zijn buiten het museum van een andere categorie. Het is hier echt uitkijken waar je loopt anders kun je naar buitelen.

Nadat we het rondje buiten het museum hebben gemaakt lopen we terug naar het hotel. We komen langs een hotel dat wordt gerenoveerd en daarachter zien we nog een mooi stukje cappadocië. Het is een beetje zoeken en dan wat klauteren, maar dan komen we bij het mooiste beetje rotsformaties van vandaag en het meest bijzonder is dat er geen bus of zelfs maar een andere toerist is. Later horen we van de hoteleigenaar dat dit stukje Cappadocië vroeger bekend was als Love Valley maar dat was lastig te bereiken voor de grote bussen, dus hebben ze een ander plekje gezocht wat er op lijkt. Daar zijn wij vandaag erg blij mee, maar waarom ze voor de naam Love Valley hebben gekozen is niet helemaal duidelijk, of hebben die asperges er wat mee te maken?

Terug in Göreme lunchen we voorzichtig met een kopje soep en wat brood. De ober ziet de camera van Diana en daar wil hij wel eens mee spelen. Hij maakt een hele reportage en vindt het maar wat leuk om een beetje te zoomen. Uiteindelijk wil hij zelf ook nog wel even op de foto.
Onze darmen houden het goed en we besluiten vanmiddag naar Uçhisar te gaan omdat je van daar een mooi uitzicht hebt over de omgeving.
Bij het busstation blijkt de bus net vertrokken te zijn. We gaan dan toch eerst maar even naar het hotel omdat de batterij van de camera van Diana bijna leeg is.

Met een volle batterij stappen we in het busje van 15:30 uur dat ons in een tiental minuten naar Uçhisar brengt.
Voor het mooie uitzicht moeten we nog wel even het kasteel van Uçhisar beklimmen en van een afstandje ziet dat kasteel er niet kasteel-achtig uit. Dit uit de rotsen gehouwen kasteel op een heuvel is eerder een enorme misvormde gatenkaas of een enorme grotwoning waar de kop afgeblazen is, het eerste grot-appartementencomplex misschien?

We kopen een ticket (daar weten ze in Göreme e.o. wel raad mee) en gaan het kasteel in. Via een groot aantal trapjes komen we uiteindelijk boven op het kasteel en kunnen daar over de vallei uitkijken. We zien Göreme liggen en, als je heel goed kijkt, ook de vreemde rotsformaties er omheen. Voor een perfect uitzicht is het misschien toch iets te ver. Het kasteel zelf met al z’n hoekjes en gaatjes is veel interessanter.
Als we weer beneden zijn nemen we nog een sapje om het verloren vocht te compenseren en dan gaan we weer naar de plek waar we het busje naar Göreme kunnen nemen.

Maandag 14 oktober

We zijn de dag rustig gestart met een lekker uitgebreid ontbijtje omdat Diana vannacht wat tegenwerking had van de darmen.
Daarna maar weer eens naar het kantoortje van een busmaatschappij voor de busrit naar Ankara. Kamil Koc heeft de ideale vertrektijd, dus die is het geworden.
Dan lopen we naar de bushalte voor de bus naar Avanos. Deze bus komt langs de afslag naar de Pasabag Vallei en daar kunnen wij dan uitstappen om deze vallei te bezoeken.

We hebben de bus van 10:15 uur en al na een paar minuten zijn we bij de eerste stop in Cavusin. Dan nog even door naar de afslag naar Pasabag Vallei, maar de chauffeur scheurt gewoon door! Ik had een mede passagier Pasabag junction horen zeggen, maar dat is waarschijnlijk toch iets heel anders geweest en nu rijden wij door naar Avanos. Gelukkig is Avanos ook maar weer een paar minuten verder en bij het eerste stoplicht stappen we uit de bus. Aan de overkant van de weg nemen we een taxi die ons naar de ingang van de Pasabag Vallei brengt.

De Pasabag Vallei (of Vallei van de Monniken) staat vooral bekend om zijn bijzondere rotsformaties, die hier feeënschoorstenen worden genoemd. Deze zijn op dezelfde manier gevormd als de formaties die we gisteren gezien hebben en wat dus overblijft zijn de harder gesteente toppen die als schoorstenen uit het landschap steken. In Pasabag zijn deze feeënschoorstenen vaak tweevoudig of zelfs drievoudig.

Ook hier zijn weer veel toeristenbussen, maar de drukte verspreid zich wat beter dan bij het openluchtmuseum. We volgen de aangelegde paden en komen bij een van de monnikenwoningen, maar daar lijken net een paar tourbussen leeg gekieperd te zijn. We lopen snel een stukje verder en proberen het straks nog wel een keer.
De ene champion is nog mooier dan de andere zelfs als je er een toerist voor zet (of: helemáál als je er een toerist voor zet).

De naam ‘Vallei van de Monniken’ komt van de tijd dat kluizenaarsmonniken deze regio bewoonden. Ze houwden woningen en kapellen uit in de feeënschoorstenen en leefden in isolatie, ver weg van de bewoonde wereld. De meest bekende onder deze monniken was Sint Simeon de Stilit, een monnik uit de 5e eeuw die bekend stond om zijn ascetische levensstijl. Volgens de legende leefde hij jarenlang op een smalle pilaar om zich te onttrekken aan het wereldse leven. In navolging van hem trokken veel kluizenaars naar Cappadocië om een vergelijkbare levensstijl te leiden, geïnspireerd door zijn toewijding.
Sint Simeon had het nog niet zo heel slecht gedaan want zijn vrijstaande feeënschoorsteen is een van de grootste in dit gebied.

We lopen door naar het achterste gedeelte van de vallei waar het wat rustiger lijkt. Hier klimmen we op een rotswand vanwaar we een mooi uitzicht hebben op een deel van de vallei. We blijven een tijdje aan de kant van de vallei en lopen tussen de schoorstenen en woningen door voor wat mooie plaatjes.

Op de terugweg probeer ik nog een keertje of ik wat beter bij de monnikenwoning kan komen en gelukkig is dat het geval. Er lopen nog steeds genoeg toeristen rond, maar het krioelt er niet van. Zo krijg je eindelijk een beter beeld van de wat er in en rond zo’n woning allemaal gebeurde. Kookruimte, gebedsruimte, voorraadkelder, alles zat erin.

Het is bijzonder hoe sommige donker gekleurde brokken steen boven op zo’n piramidevormige zuil blijven balanceren. Je kunt er maar beter niet te lang onder blijven staan!
Voor ons gaat het dit keer goed, maar het zou toch ook wel een interessante selfie zijn geweest als dat donkere stuk steen net naar beneden was gekomen.

Bij de uitgang nemen we nog een sapje en dan chartert Diana een taxi terug naar Göreme. Het is pas 12:30 uur maar we besluiten toch maar even een soepie te nemen om de inwendige mens tevreden te stellen.
Na deze korte lunch lopen we nog een keer richting het openluchtmuseum, maar eigenlijk hebben we hier geen verplicht nummertje meer op onze lijst staan. Als je dan weet dat er ligbedden rond het zwembad bij het hotel staan is de keuze snel gemaakt: terug naar het hotel, handdoek op het bedje, tijdschriftjes mee en dan een paar uurtjes niets doen. Da’s gek!

’s-Avonds gaan we downtown Göreme onveilig maken, oftewel we gaan een happie eten. We slenteren wat door het goed verlichte stadje (er staat zelfs een kerstboom met lichtjes) en uiteindelijk komen we bij Pasha Cafe uit en dat is niet alleen omdat er een biertap staat.
De tent ziet er gezellig uit met een vuurkorf en wat hang/zit tafeltjes. Zoiets hebben we de afgelopen weken niet gezien (en niet gemist!).

We zoeken een tafeltje in het restaurant uit en bestellen wat te eten. Voor deze ene keer komt er ook een halve liter Efes bij.
Een zenuwachtige mopshond loopt rond de tafels in hoop op een stukje vlees. Het beestje lijkt verdacht veel op Frank the Pug uit de film Men in Black. Ik probeer nog wat met ‘m te communiceren maar ik denk niet dat het een Remoolian is, hij zegt niets terug.

Het eten is overpriced ten opzichte wat wij gewend waren in Oost-Anatolië maar smaakt heerlijk. Het tapbiertje past helemaal in de setting van Göreme als toeristische topattractie, maar ik zou met plezier weer een paar weken terug gaan naar Oost-Anatolië zonder het gerstenat.
Voordat we naar het hotel gaan nemen we nog een koffie bij Oze coffee shop, die hadden we hier ook nog niet gehad.
Voor ons zit Göreme er op en hoewel de dynamiek hier heel erg anders is dan in onze eerste weken, hadden we dit niet willen missen. Dit wereldje met z’n vreemde rotsformaties is heel bijzonder.

Dinsdag 15 oktober

Diana is extra vroeg opgestaan om de luchtballonen over te zien komen. De luchtballon is waarschijnlijk een grotere toeristische inkomensbron dan alle andere attracties van Cappadocië tezamen. Elk souvenirstalletje staat er vol mee; bekers, T-shirts, magneetjes, tassen, lampen, noem maar op, alles is luchtballon. Een T-shirt met een feeënschoorsteen is niet te vinden.
Tientallen ballonnen gaan elke ochtend met zonsopkomst de lucht in, bijna allemaal met een mand met 28 personen, á €275, kassa!!!

Als de meeste ballonnen al weer zijn verdwenen gaan wij naar het ontbijtbuffet. We bestellen een omelet en ronden af met een pittig bakje Turkse koffie dus je kunt wel stellen dat het weer goed gaat met ons. Iets na half negen checken we uit en bedanken we de eigenaar voor het fantastische verblijf. Dan lopen we rustig naar het busstation.

Een busstation kun je het eigenlijk niet noemen. Op de plek waar de meeste wegen in Göreme bij elkaar komen, stoppen ook de bussen en ze gaan af en aan. Een bus naar Istanbul, een bus naar Konya, bussen naar Ankara, maar ook naar de stranden van Antalya. Onze bus arriveert mooi op tijd en met een paar minuten zijn we op we naar onze laatste bestemming van deze rondreis: Ankara.

We treffen het met onze chauffeur, hij houdt van sport. Alleen beetje jammer dat hij tijdens het rijden de sportwedstrijden kijkt. Z’n telefoon staat achter het stuur, voor de snelheidsmeter, zodat hij het goed kan volgen(?). Gelukkig juicht hij niet met beide handen als er een goal valt.
We stoppen op het busstation van Nevsehir en dan gaat met een 6-baans snelweg naar Ankara. De omgeving bestaat vooral uit droog, bruin/gele landbouwgrond waar de oogst inmiddels naar de markt is gebracht. Hier en daar nog een akkertje met pompoenen die nog geraapt moeten worden, maar interessanter wordt het niet.

Een paar minuten na half twee zien we dan voor het eerst de skyline van Ankara. Dan is de stewardess al in slaap gevallen en ligt hij met z’n hoofd op het klaptafeltje te pitten. 
We worden eruit gegooid op het mega busstation van Ankara. Dit busstation heeft wel wat weg heeft van de aankomst- en vertrekhal van Schiphol. We nemen een taxi naar ons hotel waar we om 14:30 uur inchecken.

Ankara is de stad van ’s lands grondlegger Mustafa Kemal Atatürk. Hoewel Ankara de hoofdstad van Turkije is, heeft het zich nooit over zo veel belangstelling mogen verheugen als Istanbul. Toch is het een wereldse stad die met zijn tijd is meegegaan.
Ankara is na Istanbul de grootste stad van Turkije. De stad is gebouwd op een steile rotsachtige heuvel en telt zo’n vijf miljoen inwoners. Omringt door steppe ligt Ankara in een van de droogste gebieden in Turkije.

Volgens een legende is Ankara door koning Midas gesticht in de negende eeuw voor Christus. Arabieren veroverden de stad in 612. Zij werden vervolgens weggejaagd door de Byzantijnen. In de dertiende eeuw namen de Sjeltsoeken het roer over.
Mustafa Kemal Atatürk streed vanuit Ankara voor de onafhankelijkheid van Turkije. Nadat het Ottomaanse rijk verslagen was, benoemde hij in 1923 Ankara tot de hoofdstad van Turkije.

Met de hele middag nog voor ons besluiten we om naar het mausoleum te gaan dat ter ere van de grondlegger van deze stad werd gebouwd. Het mausoleum is ook wel bekend als Anıtkabir (graftombe) en is een belangrijke herdenkingsplaats in Ankara. Het mausoleum ligt op een heuveltop net buiten het stadscentrum van Ankara. Dat is vanaf ons hotel zo’n 40 minuten lopen en omdat het mausoleum om 17:00 uur sluit, moeten we stevig doorlopen. We slingeren door de straatjes van Ankara en doen zo gelijk de eerste indruk van Ankara op.

Tegen vieren zijn we bij het toegangshek (of eigenlijk de uitgang) tot het museum. Ons rugzakje gaat door de rontgenscanner en wij worden met een piepstok gecontroleerd. Alles ok, dus door naar het mausoleum.
Het is een indrukwekkend gezicht als je het enorme ceremonieplein voor het mausoleum op loopt. Het statige gebouw heeft een soort aantrekkingskracht waardoor je er gelijk heen wilt lopen.

Ik loop er ook gelijk heen, maar wordt gecorrigeerd door een van de beveiligers. Of ik even naar de andere kant van het plein wil gaan want er staat een ceremonie op het punt van beginnen. Ik had de groep mannen en vrouwen pakken wel zien staan, maar wilde te graag de trappen op naar het mausoleum. Dan maar even naar de andere kant en daar de trap op. Ik loop langs de wacht die voor een muur met gouden letters staat. Hier staan ook de beroemde uitspraak van Ataturk: Hakimiyet, kayıtsız şartsız milletindir (Soevereiniteit berust onvoorwaardelijk bij de natie). Deze woorden onderstrepen Atatürks visie op volkssoevereiniteit en democratie.

Als we in het prachtige mausoleum zijn beginnen ze met de ceremonie. Er wordt wat geschreeuwd en dan lopen de heren en dames in pak het mausoleum in. Ze worden voorafgegaan door een drietal mannen die een krans leggen bij de tombe van Ataturk. De mobieltjes van alle aanwezigen gaan omhoog want dit willen ze allemaal vastleggen.
Dan wordt er weer wat geroepen en is de ceremonie alweer voorbij. Dames en heren pak verlaten het mausoleum en het is net of er niets gebeurd is. Even later zie ik zelfs zo’n bewakingsmannetje met de krans weglopen.

Terug op het grote plein proberen we toch te achterhalen waar die ceremonie voor was. Na een paar keer ‘no English’ treffen we toch iemand die ons in gebrekkig Engels laat weten dat de kranslegging gebeurde namens de groep rechtenstudenten die geslaagd is. Beetje onduidelijk verhaal, dat moeten we nog maar eens uitzoeken.

Dan lopen we via de leeuwenweg naar de eigenlijke toegang naar het ceremonieplein. Omdat onze tijd beperkt was zijn wij in rechte lijn naar het mausoleum gelopen, maar normaal gesproken loop je via de leeuwenweg naar het ceremonieplein. Deze 26 meter lange weg werd aangelegd om bezoekers voor te bereiden op de opperste aanwezigheid van Atatürk. Aan beide kanten staan je 12 leeuwenbeelden.
Als we bij het begin van de leeuwenweg aankomen wordt daar net een begin gemaakt met het wisselen van de wacht. Dat hebben we al in meerdere landen gezien en is altijd een grappig ceremonieel gedoe en dat is hier niet anders.

Dit is een mooie afsluiting van ons bezoek aan het mausoleum. We lopen terug naar de uitgang (die eerder de ingang was) en slingeren dan weer door wat kleine straatjes van Ankara. Het contrast is enorm als we dan even later op de Gazi Mustafa Kemal Boulevard komen. Deze vierbaansweg is enorm druk met mensen en verkeer en hier heb je ineens weer het gevoel dat je in een wereldstad staat.
Op deze boulevard kunnen we een stukje çig-köfte proberen. Dit gerecht dat bestaat uit een stukje rauw vlees met pittige kruiden in ijsbergsla komt van oorsprong uit Urfa, maar smaakte hier ook erg lekker. Daar moeten we zeker meer van proberen.

De Gazi Mustafa Kemal Boulevard komt uit bij het centrale Kizilay plein. Dit plein wordt wel het Time Square van Ankara genoemd en daar willen we morgenavond zeker even naar toe om te kijken of de billboards hier net zo veel licht geven.
Wij nemen nog een bakkie in de buurt van ons hotel en gaan dan in alle rust de planning van onze laatste vakantiedag doornemen.

Woensdag 16 oktober

Het programma voor vandaag is redelijk simpel: moskee, hammam-wijk, kasteel en museum. Het is veel loopwerk, met behoorlijk wat hoogtemeters, maar dat moet lukken vandaag.
Na een uitstekend ontbijt gaan we iets na negenen de straat op. Op een display zien we dat het 14 graden is en dat is best fris met korte mouwtjes.

Via wat kleine straatje komen we bij de de Kocatepe Camii. Deze moskee is een van de meest prominente en iconische islamitische gebedshuizen in Ankara. Met zijn 4 minaretten van 88 meter hoog is het de grootste moskee van de Turkse hoofdstad en is het dan ook een opvallende verschijning in de skyline van Ankara.
De bouw van de imposante witte moskee in Ottomaanse stijl duurde van 1967 tot 1987. Binnen is er plek voor zo’n 24.000 mensen die komen om te bidden, te rusten op de Turkse tapijten of gewoon even rond te kijken en de bijzondere architectuur te bewonderen.

Het is even zoeken naar de ingang, maar nadat we onze schoenen hebben uitgedaan kunnen wij hier ook even rondkijken. Je wordt wel even stil van de grote ruimte en de enorme koepel. Het marmer en bladgoud is erg indrukwekkend om te zien, net zoals de enorme kristallen kroonluchter en de glas-in-lood-ramen. Het valt nog niet mee om dit op een foto vast te leggen.

We lopen zoveel mogelijk via kleine straatjes en stadsparkjes naar de historische Hamamönü wijk. Dat lukt niet altijd en als je langs een van de hoofdaders van de stad loopt heb je pas in de gaten dat je in een enorme grote stad bent. Heel veel auto’s, bussen, dolmussen en taxis maken het elkaar moeilijk en dat gaat met veel getoeter gepaard. De trottoirs zijn vol met mensen die met veel lef deze 6-baans wegen oversteken. Ze hebben meestal geen geduld om op het groene poppetje te wachten, maar op basis van ervaring nemen ze de gok en het gaat meestal goed. Wij wachten maar liever op het groene poppetje.

De historische Hamamönü wijk kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de Ottomaanse periode. Het was oorspronkelijk een wijk waar veel badhuizen (hamams) te vinden waren, vandaar de naam.
Een van de meest opvallende kenmerken van Hamamönü is de traditionele Ottomaanse architectuur. De wijk heeft nog enkele goed bewaarde oude huizen en gebouwen met houten gevels, romantische binnenplaatsen en overhangende dakranden.

De wijk is autoluw en dat maakt het een heerlijke omgeving om doorheen te wandelen. Het ziet er allemaal spik-en-span uit, maar wij zijn niet de eerste toeristen die naar deze wijk komen. Vrijwel alle huizen zijn omgetoverd tot souvenirstal, theehuis of kebab-zaak. Er lopen veel studenten rond want de universiteit is hier niet ver vandaan.
Voor ons is het tijd voor een kopje Turkse koffie en dat geeft mij de gelegenheid om onze vluchten in te checken.

We steken de Talatpasa Boulevard over en komen dan in het laatste stukje (en misschien wel het mooiste stukje) van Hamamönü. Daar zien we dat deze wijk niet alleen leuk is voor vakantiekiekjes, want er worden net filmopnames gemaakt waardoor we onze route iets moeten aanpassen.

De wijk rondom de citadel bestaat uit smalle geplaveide straatjes omzoomd door huizen in Ottomaanse stijl en heeft de charme van de oude stad behouden. Souvenirshops worden afgewisseld met werkplaatsjes van ambachtslieden en daarnaast zit dan weer een theehuisje. Ze zijn hier duidelijk gewend aan toeristen want we horen meer Engels dan de afgelopen drieënhalve week.

De citadel dateert uit het Byzantijnse tijdperk en wordt omringd door immense vestingwerken die ooit verdediging en bescherming aan de stad boden. Het is een van de oudste bezienswaardigheden, maar wij vinden het een beetje een tegenvaller. Er is niet veel te bezichtigen en de topattractie is eigenlijk het uitzicht op de stad.
De muren van het kasteel zijn een vreemd allegaartje. Op sommige plekken zit ineens een wit marmeren blok waar soms zelfs nog (Romeinse?) inscripties op staan. We zien ook marmeren beelden over dwars in de muur ‘gemetseld’. Waarschijnlijk is dit de manier waarop de heersende macht beschadigingen oplapte. Zoiets hebben wij nog niet eerder gezien.

Vlak bij het kasteel is het museum van Anatolische beschavingen en dat mogen we niet laten schieten.
Zoals de naam al doet vermoeden, legt het museum de nadruk op de Anatolische culturen, zoals de Hettieten, de Urartiërs en de Phrygiërs. Hun levenswijze en verworvenheden worden afgebeeld.
Enkele van de best bewaarde schatten zijn de Hettitische spijkerschriftteksten uit Boğazkale, beelden en terracotta voorwerpen tot 6.000 jaar oud en talloze sculpturen, aardewerk, sieraden en werktuigen van zo’n 8000 jaar geleden uit Çatalhöyük, dat het oudst bewoonde dorp ter wereld zou zijn. Voor ons is de sculptuur van de moedergodin die in Çatalhöyük is gevonden het topstuk.

Het kasteel en museum bevinden zich op een heuvel van ongeveer 1000 meter hoogte en dat is gelijk het hoogste punt voor vandaag. Vanaf nu gaat het voornamelijk down-hill. We mijden de grote wegen zo veel mogelijk en vlak bij het universiteitsziekenhuis gaan we in een klein parkje wat eten. Het is inmiddels 13:00 uur dus de laatste durum van deze vakantie gaat er in als ketellapper.

Na de vette hap lopen we naar het drukke shopping-walhalla bij Kizilay. Winkel in, winkel uit, roltrap op, roltrap af, weg oversteken, Kizilay Metro Mall in, Kizilay Metro Mall uit, weg weer terug oversteken, LC Waikikki, Paul Mark, DeFacto, ……. Het resultaat van deze korte winkelmiddag: een paar lege handen. Geen shirtje, broek of jasje was leuk genoeg om mee te nemen naar Nederland.

Een middagje shoppen moet beloond worden en daarom gaan we naar het gezellige straatje vlak bij ons hotel waar een paar leuke terrasjes zijn. We gaan zitten bij Fikrin en bestellen een paar lekkere koude drankjes. Het is inmiddels 15:15 uur en hier maken we de laatste middag in Ankara vol.

Als we ‘s-avonds weer op pad gaan om een hapje te eten merken we dat het al snel afkoelt. In een t-shirt naar buiten kan eigenlijk niet meer. Hoewel we van plan waren om nog even naar het drukke Kizilay kruispunt te gaan voor wat avondshots duiken we het eerste de beste restaurantje in en eten daar een hapje. Kizilay-by-night hebben we gisteren toch al gezien.
Het valt ons vanavond weer op druk en gezellig het ‘s-avonds in Ankara is. Waar in alle andere steden waar we deze reis geweest zijn veel luiken om acht uur dicht gingen, komt het hier juist op gang.

Donderdag 17 oktober

We zijn al vroeg in het restaurant, de lichten zijn nog niet aan, maar het ontbijtbuffet staat wel klaar. We eten een paar broodjes en halen dan onze rugzakken van de kamer. Grappig hoeveel ruimte er over is in de rugzakken op de terugweg. De kleding gaat er dan iets minder netjes in dan op de heenweg.

Er is een taxi standplaats aan overkant bij het hotel, dus dat is snel geregeld. Tassen achterin en rijden maar.
Een lange file rijdt stapvoets de stad in, maar wij kunnen de andere kant op lekker doorrijden en daar weet de chauffeur wel weg mee. Na 30 minuten staan we op Esenboga Airport, een behoorlijk leeg Esenboga Airport op dit tijdstip.

Het inchecken gaat in 2 stappen: eerst de boardingpassen printen bij een ‘paal’ en dan de bagage droppen aan de balie. Het kost maar een paar minuten. Dan langs de veiligheidscontrole en daar staan we dan weer, veel te vroeg op een luchthaven. Dan hebben we wel alle tijd om een doppio machiato bij Starbucks te halen.
Na deze opkikker lopen we naar de gate waar we gaan zitten wachten op het boarden. Lang hoeven we daar niet op te wachten want Turkish besluit al heel vroeg te beginnen met het boarden.
De situatie verandert er voor ons niet heel erg door, we zítten nog steeds maar nu in een ‘triple seven’.
Het geeft ons de gelegenheid om even terug te kijken op een heerlijke vakantie! We hebben geluk gehad met het weer, maar vooral met de vriendelijke, gastvrije, warmhartige mensen die in dit prachtige land op ons pad zijn gekomen. 

Langzaam druppelt het vliegtuig vol. Het is ongelooflijk dat Turkisch op dit stukkie van nog geen 400 km een ‘777’ vol krijgt. Rond 11:00 uur hangen we dan in de lucht en om 12:00 uur staan we in Istanbul alweer aan de gate.
We hebben hier niet veel tijd want volgens onze boarding-passen moeten we om 12:45 uur al weer bij de gate zijn. Gelukkig is het nergens druk en kunnen we snel door de douane en veiligheidscontrole. Gate E is niet ver weg dus we hebben nog wel even tijd om naar de Burgerking te gaan.
We lopen naar de bestelzuil, willen een Whopper bestellen en zien dan de prijs: €23,95! Wat!!! €23,95 voor een broodje hamburger, dat kan niet goed zijn. We lopen even naar een naastgelegen fastfood-tent en ja hoor, soortgelijke prijzen!
Vier weken geleden hebben we ook wat gegeten op Istanbul Airport en dat waren normale prijzen. Dan valt het kwartje; 4 weken geleden maakten we een binnenlandse transfer en nu een internationale transfer. Die passagiers kun je blijkbaar wel een poot uittrekken!

Na de binnenlandse vlucht met een grote, luxe, ruime ‘777’ worden we voor de langere afstand in een wat afgetrapte, maar in ieder geval krappere Airbus 321 gepropt. Om 14:00 uur gaat de bak rijden en een paar minuten later vliegen we richting Amsterdam.
Het vluchtje van drieënhalf uur vliegt zonder problemen voorbij. Ik had voor de zekerheid wel m’n Superman t-shirt aangedaan, maar dat heb ik dus niet nodig gehad. Wel goed bewaren voor de volgende vlucht.

Iets voor half vijf staan we dus weer op Nederlandse bodem. Het vliegtuig stroomt snel leeg en we lopen met de meute mee naar de bagageband. Onze rugzakken komen al snel aanrollen, we hangen ze om en lopen naar de trein. We zijn precies op tijd voor de 17:08 naar Amersfoort en om 18:16 uur zijn we weer terug in Apeldoorn waar onze taxi al staat te wachten. De vakantie zit er nu echt op.