Tag archieven: tulamben

Indonesië 3

Vrijdag 6 oktober

Na overleg met duikschool Amed White Sand Divers hebben we besloten dat we gaan duiken bij het wrak van de USAT Liberty in Tulamben. Omdat elke duikfanaat in Bali híer wil duiken was het advies om een vroege duik te maken. Een vroeg duik betekent dat je om 05:30 uur wordt opgehaald bij je hotel en dat betekent wéér dat we de wekker moeten zetten.
Bij het hotel heeft de nachtportier ervoor gezorgd dat wij om 05:00 uur kunnen ontbijten en dat smaakte erg goed. Mooie dubbelbaan is dat.

Het is een half uurtje rijden naar Tulamben en in het pikkedonker over die gatenkaas-weg is best een opgave.
Divemaster Coco weet de pick-up zonder schade in Tulamben te krijgen waar onze duikspullen worden uitgeladen door lokale dames voor wie dit een leuke bijverdienste is.

Wij krijgen een korte briefing voor de duik naar de USAT Liberty. Dit Amerikaanse vrachtschip is in januari 1942 getorpedeerd door de Japanners waarna het schip strandde op Bali. Door een vulkaanuitbarsting in 1963 is het schip in zee terecht gekomen en daarmee een fijne duikspot voor ons.

We lopen om half zeven vanaf het keienstrand de zee in en kunnen dan eindelijk weer eens uit een fles ademen.
De duik is fantastisch maar je moet wel een heel goed voorstellingsvermogen hebben om een schip te kunnen herkennen in deze met koraal begroeide staal massa.

We maken een paar leuke foto’s en hebben zelfs het geluk om een tweetal ontbijtende schildpadden tegen te komen. Na drie kwartier klauteren we weer het keienstrand op.

Onze tweede duik is iets verderop, dus we laden de hele uitrusting en onszelf achterop de truck en een paar minuten later doen we het omgekeerde.
Coco doet de briefing voor de Tulamben Drop Off en een paar minuten later lopen we weer bepakt en bezakt over dezelfde soort keien het water in.
Op een paar meter diepte zwemmen we eerst enkele minuten over donker lavazand (waar niet veel te zien is) voordat we bij de koraalmuur aankomen. We zien weer heel veel kleurrijke vis en prachtig (waaier) koraal, maar dit keer geen grote vangst.

Na 50 minuten martelen we weer via de grote keien het water uit en zit onze tweede duik erop. Hier kunnen we wel aan wennen.
Ook hier wordt Coco weer geholpen met het inladen van de duikuitrusting door de lokale vrouwen die een beetje bijbeunen.

Coco brengt ons netjes terug naar Amed en als tegenprestatie halen wij de creditcard uit de portemonnee.
We bedanken Coco nogmaals voor de fijne duiken en lopen terug naar ons hotel.
Het grote voordeel van vroege duiken is dat je om half elf alweer aan het zwembad kunt liggen!

De rest van de dag doen we niet veel meer dan op het bedje van de linker op de rechter zij rollen en weer terug. Tussendoor een drankje en een hapje en natuurlijk weken in het prettige zwembad. Diana doet nog een behandeling bij de mani/pedi en dan zit de dag er wel op.

‘s-Avonds eten we nog een laatste keer een heerlijke Indonesische maaltijd bij het hotel, betalen daarna onze rekening en gaan dan de tassen inpakken. Dat was Bali, op naar Lombok.

Zaterdag 7 oktober

Terwijl we nog bezig waren met ons tweede bakkie thee komt Derk, de Nederlandse eigenaar van ons hotel melden dat de chauffeur er al is. We sloeberen de thee naar binnen en halen onze rugzakken van de kamer.
Om kwart voor acht rijden we weg bij het hotel, op naar de haven van Padangbai.
Het vrachtverkeer houdt ons wat op, maar desondanks zijn we mooi op tijd in Padangbai waar deze kinderen bij de incheckbalie een pas omgehangen krijgen en een sticker op het shirt zodat we op de juiste boot terecht komen (en niet verdwalen).

Er is nog net tijd om een bakkie koffie te nemen voordat het boarden begint. We geven onze rugzakken af bij mannetjes in het groen en zij stapelen de bagage per eindbestemming. Samen met nog een paar honderd toeristen nemen we plaats in het ruim.

Als de fastboat goed en wel op weg is komt iemand melden dat we op het bovendek kunnen zitten. Dat laten we ons geen tweede keer zeggen. We vliegen de trap op en gaan ergens op het achterdek zitten, lekker in het zonnetje.

De overtocht duurt anderhalf uur. Senggigi is de eerste stop voor deze boot die daarna nog doorvaart naar de Gili’s.
We hebben een transfer naar ons hotel geregeld en chauffeur Sammy staat netjes op ons te wachten.
Het is nog anderhalf uur rijden naar Kuta en onderweg vermaakt Sammy ons met allerlei wetenswaardigheden over Lombok.

Om twee uur zijn we bij ons hotel en het is alweer een tropische verrassing. Mooi complex met meerdere zwembaden, heerlijke bedden sommige in prieeltjes en een fantastische slaapkamer. Jammer genoeg zijn we hier maar twee nachten.

Via de Jalan Raya Kuta lopen we ‘s-avonds richting zee. Kuta is bij uitstek een strandbestemming dus daar willen we wel even koekeloeren.
Dit strand bij Kuta blijkt echter meer een vuildump te zijn en bovendien vallen we midden in een ruzie tussen twee buurvrouwen en dan maak je wel dat je weg komt.

We drinken een biertje bij de Treehouse Bar en gaan dan voor het eten naar het populaire KRNK restaurant. We bestellen een burrito en nadat we die verslonden hebben snappen we waarom het hier zo druk is.
Na deze heerlijke hap gaan we op zoek naar een pinautomaat en vinden die in een Minimart. Helaas slikt de automaat onze pasjes niet. Morgen maar weer proberen.

Zondag 8 oktober

Kuta is vooral bekend om de prachtige stranden en de surfmogelijkheden. Wij zijn niet zo goed op een plankje in de branding dus gaan wij voor een vergelijkend warenonderzoek van de stranden.
Omdat de stranden niet om de hoek liggen huren we vandaag weer zo’n Honda scooter die we eerst volgooien met twee literflessen benzine.

Behalve een lege benzinetank is ook de bodem van de geldbuidel in zicht, dus de volgende stop is de pinautomaat bij de Minimarket. Helaas is de opnamelimiet één-en-een-kwart miljoen. Daar moeten we het dan maar mee doen vandaag.
Volgens Google Maps is het een half uur naar onze eerste bestemming Selong Belanak, bij Treehouse Bar rechtsaf.

Dit keer verdwalen we niet want er gaat eigenlijk maar 1 weg naar onze eerste strandbestemming. Hoewel ik best wel moeite heb met het verkeer in Indonesie en me goed moet concentreren op wat er op de weg gebeurd lijken de Indonesiers daar helemaal geen last van te hebben. Scooters zijn soms drie hoog beladen met spul en ook vandaag halen we een vrouwke in met een half maisveld op haar scooter.

Dat half uur van Google Maps gaan we niet halen want na 20 minuten blijkt de weg omgetoverd te zijn tot markt. Dat is waarschijnlijk de eindbestemming van het rijdende maisveld dat we net inhaalden. Wij laten deze kans niet schieten en parkeren de scooter aan de kant van de weg en maken een rondje langs de stalletjes. Heel fotogeniek.

De weg naar naar het strand slingert en is heuvelachtig en vooral downhill is een hele belevenis op de scooter. Allen op basis van de zwaartekracht rijden we al ruim 60 km/u en dan moet je maar hopen dat de andere weggebruikers geen capriolen uithalen.
Uiteindelijk halen we ook nu weer onze bestemming zonder schrammen en parkeren de scooter bij het mannetje dat ‘m voor IDR 10.000 in de gaten houdt.

Het is een gezellige boel op het strand bij Selong Belanak, Vissersboten gaan af en aan en toeristen proberen de golven te bedwingen op hun surfboard. We installeren ons op een paar comfortabele strandbedden en gaan er eens goed voor liggen.
Hoewel de golven niet hoog zijn blijkt het nog niet makkelijk om op zo’n plank te blijven staan. Voor ons is het allemaal erg vermakelijk.

Om op temperatuur te blijven gaan wij natuurlijk ook een paar keer de branding in, maar rond enen besluiten we ons te verplaatsen naar strand 2: Mawun Beach. Om bij dit strand te komen moeten we ongeveer een kwartiertje karren.
Dit strand is een heel ander strand dan het eerste strand. In beschrijvingen wordt Mawun Beach als mooiste strand aangeprezen, maar daar zijn we het (op het eerste gezicht) niet mee eens.

Het is lunchtijd dus we gaan bij de eerste de beste warung zitten en bestellen nasi goreng want daar kan hier niets aan verpest worden, toch?
Helaas smaakte het alsof ze vergeten waren het wasmiddel uit de pan te spoelen.
Tijdens de lunch schaft Diana nog wat sieraden aan bij de een paar van de streetkids die hier rond lopen. Het geld gebruiken ze voor het aanschaffen van schoolboeken, zeggen ze…..

We gaan snel op zoek naar een paar goede ligbedden en maken ook nog even een typische toeristenfoto met een van de attributen die her en der zijn neergezet.
Het strand is in alle opzichten minder dan Selong Belanak, er ligt veel zeewier op het strand, er drijft zwerfaval in zee, de bedjes liggen minder fijn en de parasols zijn aan vervanging toe. Bovendien waait het veel harder, brrrrr.

Tegen vieren houden we het ook hier voor gezien en rijden we terug naar Kuta en gaan door naar Tanjung Aan beach aan de westkant van Kuta.
Om bij dit strand te komen moeten we een stukje omrijden. We moeten namelijk om het Mandalika International Street Circuit heen rijden, Men is druk bezig om alle voorzieningen rondom dit circuit op te bouwen want volgend weekend is hier de MotoGP wedstrijd.

Via een speciaal voor dit evenement aangelegde snelweg racen wij naar het laatste strand van vandaag. Het is nog een hele opgave om bij het strand te komen want de weg lijkt meer op een doolhof dan een snelweg.
Het is snel duidelijk dat dit het belangrijkste strand van Kuta is. Hippe strandtenten met lekkere muziek en kleurige zitzakken op het strand.
Omdat de zon inmiddels begint te zakken gaan wij gelijk door naar Bukit Merese, de naastgelegen sunsetheuvel.

Terwijl we staan te wachten op het zakken van de zon wordt ik opnieuw gevraagd voor een diepte-interview. Weer ontspringt Diana de dans. Het zijn niet de moeilijkste vragen die ik krijg voorgeschoteld en het duurt slechts een paar minuutjes, maar misschien moet ik er toch maar eens geld voor gaan vragen.

Rond kwart voor zes begint de zon mooi oranje te kleuren boven de zee. We maken de obligate zonsondergangfoto en gaan dan weer op zoek naar onze scooter. We slingeren de snelweg weer op en scheuren terug naar ons hotel. Dat was Kuta e.o., morgen gaan we weer verder.

Maandag 9 oktober

Om 11:00 uur worden we opgehaald door Jimmy die ons naar Tetebatu zal brengen. Het is ongeveer anderhalf uur rijden horen we van Jimmy (die wij al snel omdopen tot Jimmy ‘Praatgraag’). Nog voordat we Kuta uit zijn hebben we al heel veel geleerd over de verschillende landbouwproducten die op Lombok worden verbouwd, maar weten we ook dat het Aprilia-team volgende week in ons hotel slaapt.
Nu begrijpen we ook waarom wij komend weekend geen hotel konden vinden in Kuta, dan is het afgeladen met MotoGP fanaten.

Als we halverwege de rit nog meer hebben opgestoken over Indonesie, over het schoolsysteem, het verbouwen van tabak en de problemen met de droogte gaat Jimmy P. even tanken. We zien dat een liter super IDR 14.000 kost, dat is omgerekend €0,85!

Na de tankstop komen we door een klein dorpje waar we bloempotten met kleine bananenplanten erin op het midden van de weg zien staan. Jimmy vertelt dat ze dat doen wanneer er iemand is overleden. Dan weet het verkeer dat ze rustig aan moeten doen. Weer wat geleerd.
Hoe dichter we bij Tetebatu komen hoe groener de omgeving wordt. Sappige rijstvelden waar vrouwen druk aan het werk zijn. We vragen Jimmy om even te stoppen zodat we het van dichtbij kunnen bekijken.

De laatste kilometers gaat over smalle weggetjes en door kleine dorpjes. Guning Rinjani komt steeds dichterbij. De Rinjani is met 3726 meter de op een na hoogste vulkaan van Indonesië.
Om half een zijn we bij Les Rizieres, ons hotel voor de komende 3 nachten.
Thomas, de Franse eigenaar van het hotel geeft ons uitgebreide uitleg over wat er allemaal te doen is in deze omgeving en we besluiten om morgen de 6 uur durende wandeling door de omgeving van Tetebatu te boeken.

Thomas vertelt ook nog dat hij een leuke wandeling rondom het hotel heeft uitgezet, duurt ongeveer anderhalf uur. Dat lijkt ons wel een leuke middagvulling dus we scannen de barcode en laden de route in Google Maps en gaan we op pad.
De route is redelijk eenvoudig en loopt grotendeels over de betonrand van een irrigatie-kanaaltje. We maken foto’s van al het groen om ons heen en zien ook nu weer dat het werk op het land allemaal handwerk is. Er is geen tractor te bekennen.

Na een half uurtje stuurt de route ons linksaf en moeten we over een heel smal zanderig paadje vol met blad een pittige afdaling inzetten. Het is glibberen en glijden, maar we komen beneden al is het met klotsende oksels en zweterig t-shirt.
Op deze plek zou een waterval moeten zijn maar er is slechts een zielig waterstroompje te zien.

We vervolgen onze weg naar boven en kijken onze ogen uit over de mooie rijstterrassen. Het tweede deel van de route is eenvoudig en we lopen uiteindelijk via de andere kant Tetebatu weer binnen. Dat was een leuk tijdverdrijf, maar nu is het tijd voor een sapje.

De mogelijkheden zijn in Tetebatu beperkt, dus we eten bij het hotel. Heel laat wordt het niet want het personeel begint om acht uur alles al op te ruimen. Wij passen ons maar aan en nadat we nog even hebben nagetafeld gaan we naar onze kamer.

Dinsdag 10 oktober

Vandaag hebben we een gids ingehuurd om ons de omgeving te laten zien. Samen met onze bovenburen en de 2 honden van het hotel gaan we om half tien op pad.
De eerste 500m is gelijk aan het rondje dat wij gisteren hebben gelopen, maar dan slaan we linksaf, in noordelijke richting met het vizier op Rinjani.

We lopen weer tussen de rijstvelden, maar zien ook velden met pepers, mais, tomaten en zelfs kool. We krijgen uitleg over jackfruit, doerian en papaya. Heel smakelijk allemaal. Groente en fruit is allemaal decor want we zijn op weg naar de Sarang Walet waterval. Dit is gelijk een mooie plek om het eerste zweet af te spoelen.

Na dit verfrissende bad duiken we de rijstvelden weer in en iets verderop komen we bij een huis annex koffieshop waar we een bakkie koffie(prut) bestellen. De smaak van de koffie is goed, maar het laatste slokje moet je in het kopje laten zitten.

We vervolgen onze weg en komen we langs een rijstveld waar net geoogst wordt. De rijstplanten zijn inmiddels afgesneden en liggen te wachten om uitgeklopt te worden. Steeds pakt een van de arbeiders een bundeltje rijstplanten en klopt de rijst eruit op een paar brede planken.

De uitgeklopte rijstplanten worden vervolgens bij elkaar gebonden en achterop de scooter afgevoerd. Onvoorstelbaar dat al die rijstvelden om ons heen nog met de hand worden bewerkt. Onze gids vertelt dat de opbrengst ongeveer 1kg per vierkante meter is en dat al die rijstvelden in Indonesië niet eens genoeg zijn om de bevolking te voeden (er wordt zelfs rijst geïmporteerd).

Onze volgende bestemming is het bos waar de zwarte apen leven, het Ulem Ulem Monkey Forest. Op weg naar de zwarte apen komen we eerst hun grijze broeders tegen. Deze apen zijn een behoorlijke overlast voor de rijstboeren omdat ze regelmatig in de rijstvelden te vinden zijn om hun buikjes rond te eten.

We klauteren wat verder het bos in en dan wijst onze gids naar de toppen van de bomen en zegt ‘there’s a black monkey’. We moeten behoorlijk zoeken voordat we het zwarte vlekje in de top van een boom hebben gevonden. Gelukkig hebben ze een lange staart die goed te herkennen is.
We zoeken in de toppen van de bomen en vinden nog een paart zwarte apen, maar daar heb je wel een goede bril voor nodig.

Het is inmiddels twee uur geweest en het is tijd voor de lunch. We lopen een half uurtje en komen dan bij een warung waar alle toeristen die hier rondwandelen hun lunch lijken te gebruiken.
We zoeken een tafeltje voor ons vieren en bestellen een lekkere Indo-hap. Even lekker bijkomen.

Na de late lunch lopen we terug naar Tetebatu. Terwijl de zon al begint te zakken is de bevolking nog steeds druk bezig in de rijstvelden. Er lijkt geen eind te komen aan het werk op de rijstvelden. Wij hebben nog 1 stop te maken. We gaan namelijk nog een bakkie koffie maken.

Ergens in een buitenwijk van Tetebatu lopen we bij een huisje achterom en gaan een drietal dames in de weer voor een bakkie leut en dan bedoel ik niet dat ze op een knop drukken en dat er koffie uit een automaat loopt. Nee, er worden koffiebonen van binnen gehaald, er wordt een vuurtje gestookt en de bonen worden vers gebrand. Voor een echte lekkere bak koffie laat je mij ook even helpen.

Na een twintigtal minuten zijn de bonen donkerbruin en kunnen ze gemalen worden. Ook hiervoor hebben ze geen machientje, met grote stokken worden de bonen tot koffiepoeder gestampt.
Dan gaat het in een kopje en wordt er heet water op geschonken en eerlijk is eerlijk, de smaak van deze Robusta is goed.

Na de koffie-stop is het nog maar een paar minuutjes naar het hotel. We bedanken de gids voor de leuke dag en springen dan eerst onder de douche. Met natte haartjes gaan we dan op het terras-met-uitzicht-op-Rinjani zitten en bestellen een biertje.

Woensdag 11 oktober

Het is weer scooter-tijd! Vandaag huren we opnieuw een scooter, dit keer om een rondje ten zuiden van Tetebatu te maken.
Onze eerste bestemming is de Pasar Kota Raja. We gaan dus naar de markt. Het is ongeveer 10 minuutjes rijden naar dit gehuchtje waar we de scooter bij de parkir neerzetten.

Alle ogen lijken op ons gericht als we het marktgebouw binnenlopen en het verbaast ons ook wel een beetje dat we geen enkele andere blanke tegenkomen.
Het is een georganiseerde chaos onder de overkapping. De meeste soorten voedsel zijn wel bij elkaar te vinden maar ook weer niet allemaal.
Het lijkt erop dat de vis- en en vleesverkoopsters reclame maken voor vegetarisch eten. Als je hun koopwaar ziet hangen dan eet je dat nooit meer.

De groente- en fruitafdeling is goed gevuld en de koopwaar lijkt zo uit de tuin te komen. Het ziet er fris en kleurrijk uit en past goed bij de vrolijke hoofddoekjes die de dames dragen.
We verbazen ons ook steeds weer over de aantrekkingskracht van de camera van Diana. Ze vragen soms om op de foto gezet te worden en dat hebben we in andere landen wel anders meegemaakt.

Na een uurtje halen we onze scooter van de parkir, betalen de €0,12 parkeergeld en rijden we naar Loyok, een plaatsje dat bekend staat om het grasvlechten; met strookjes gedroogd gras kunnen ze alles maken, van onderzetter tot boodschappentas.
We gaan in Loyok op zoek naar een kop koffie, maar dat is teveel gevraagd in dit gehucht. Dan wordt onze aandacht getrokken door kinder-herrie dat uit een gebouwtje verderop komt. Het blijkt een schooltje te zijn waar de kinderen net de klas uitkomen.

Ook voor de kinderen op Lombok zijn wij interessante materie. Ze vliegen gelijk op ons af en vragen hoe we heten en waar we vandaan komen, of we fan zijn van Messi of Ronaldo. Voor ons een mooie gelegenheid om een paar plaatjes te schieten.

Als we weglopen worden we vergezeld door een moeder die net haar dochter van school heeft gehaald. Of we al wat van dat mooie handwerk gezien hebben. Zij heeft namelijk een winkeltje iets verderop. We lopen met haar mee.
Het winkeltje ligt vol met gras-vlechtwerk. Gras is veel beter dan bamboe, bamboe is veel goedkoper, prijst ze haar eigen spulletjes aan.
Terwijl Diana door de collectie snuffelt begint de vrouw een ringetje voor haar te vlechten en dat helpt want niet veel later heeft Diana 6 gevlochten onderzetters gekocht (je zal ze binnenkort zien liggen op onze tafel). De ringetjes krijgt Diana kado.

Loyok staat dus bekend om de handicraft grasvlechten, wij vonden het schooltje veel leuker. We gaan weer verder en draaien iets verderop de Jalan Paok Motong – Kotaraja op. In Paok Motong worden we door een soort verkeersregelaar tot stoppen gemaand omdat de lokale moskee leeg loopt. Daar stoppen we maar al te graag voor en parkeren de scooter er aan de kant van de weg en bekijken het spektakel van een afstandje.

Wat er precies aan de hand is wordt ons niet duidelijk, misschien worden de moskee-gangers na elke dienst de straat over geholpen door deze over-actieve klaar-over. Met het verkeer in Indonesië is het nog niet zo’n gek idee. Als we er met onze scooter weer vandoor willen gaan worden we uitgezwaaid door een groep lieftallige gesluierde dames.

Het volgende pittoreske dorpje op ons lijstje is Penakak. Zoek je het betere kleiwerk, dan moet je daar zijn.
We vervolgen onze scootertocht, maar stoppen bij elke Minimart, Alfamart of andersoortige tent waar je koffie kan verwachten. Pas vlak voor Masbagik City vinden we een Minimart waar oploskoffie te krijgen is.
We vullen een beker met poeder en heet water en gaan buiten voor de supermarkt zitten. Hebben we ook nog het geluk dat er een of andere dorpsgek via een geluidsinstallatie herrie aan het uitkramen is. Als de koffie maar lekker is.

Het is nog een paar minuten rijden naar Penakak en ook dit handicraft dorpje je stelt maar weinig voor. Het moge duidelijk zijn dat handicraft op z’n retour is.
We weten nog wel een authentieke pottenbakster te vinden. Ze zit voor huis onder de veranda en is druk met het maken van grote schotels met een gat in het midden. Niet iets voor ons, maar er zal best een doelgroep voor zijn. Naast het huis ligt een grote berg klei, dus ze kan nog even vooruit.
Wij kunnen helaas geen leuk klein asbakje voor onze souvernierkast vinden dus we trappen de scooter maar weer aan.

Via de Jalan Raya Pringgasela rijden we naar het gelijknamige dorpje dat bekend staat om z’n sarong weverijen. We parkeren onze scoot bij de lokale Alfamart waar we onszelf eerst maar trakteren op een (bijna) echte Magnum.

We gaan op zoek naar een sarong-weverij maar onze aandacht aandacht wordt getrokken door wat beweging bij de moskee. Er loopt wat oudere jeugd op straat en als ze ons zien worden ze helemaal enthousiast (dat overkomt ons in Nederland nooit). Ze willen perse met ons op de foto en willen sowieso graag gefotografeerd worden. We kletsen nog wat met de jonge dames en gaan dan toch maar op zoek naar zo’n sarong-weverij.

In een steegje tegenover de moskee vinden we dan eindelijk een ‘atelier’ waar de muren vol hangen met kleurrijke stoffen. We gaan naar binnen maar er lijkt niemand aanwezig. Dan beweegt er wat op de grond en komt er langzaam een slaperig hoofd omhoog. ‘We are closed’ roept ze, maar dat hadden wij inmiddels wel begrepen. Het lijkt erop dat de sarong-business momenteel ook in een dip zit.

Vanaf de Rinjani Art Shop lopen we terug naar de Alfamart waar onze scooter staat. Onderweg komen we langs een soort Indonesisch cafetaria waar een bak met rissoles ons verleidelijk aankijkt. We hebben nog niet geluncht dus we bestellen een paar van die lekkere hapjes die we vervolgens op de stoeltjes bij de Alfamart oppeuzelen.

Vanaf Pringgasela rijden we weer terug naar Tetebatu. Onderweg gooien we nog een literfles benzine leeg in de tank. Om twee uur zijn we weer terug bij ons hotel en gaan we voor de laatste keer op het terras-met-uitzicht-op-rijstveld zitten.

Donderdag 12 oktober

Van Tetebatu maken we vandaag de oversteek naar Gili Trawagan, Gili T voor intimi. We worden om kwart voor negen opgehaald bij Les Rizieres en hebben dan 2 uur nodig om bij de haven van Bangsal te komen. Onderweg staan overal schoolkinderen langs de weg. Ongelooflijk, zo lang zijn we hier niet geweest, dat hadden ze niet hoeven doen. Onze chauffeur weet echter te vertellen dat er een of andere hoogwaardigheidsbekleder naar Tetebatu komt.………

Om kwart voor elf zijn we in de haven van Bangsal waar we de touts van ons afschudden die proberen je een kaartje naar Gili T + een kaartje naar Nusa Penida aan te smeren. Wij kopen ons kaartje voor de public ferry voor een prikkie bij het gammele ticket-office in de buurt van de wachtruimte waar we vervolgens plaats nemen.

De Gili-eilanden zijn een groep van drie kleine eilanden voor de kust van Lombok. Ze staan bekend om hun prachtige stranden, heldere turquoise water, en geweldige duik- en snorkelmogelijkheden. Behalve Gili T zijn het Gili Air en Gili Meno. Gili T is het meest levendig, met veel restaurants en nachtleven, terwijl Gili Meno rustiger is en bekendstaat om zijn romantische sfeer. Gili Air biedt een goede balans tussen levendigheid en sereniteit.

De public ferry gaat pas varen als er zo’n 40 passagiers zijn en wij hebben nummer 25 en 26 op ons kaartje staan. De man die een beetje zenuwachtig rondloopt maar er verstand van lijkt te hebben zegt dat het niet lang zal duren en inderdaad kunnen we 10 minuten later al naar het strand om de boot te beklimmen. Bij de public ferry is alles goedkoop, dus er is ook geen loopplank waarover je naar de boot kan. Gewoon met natte voeten langs de buitenboordmotoren.

De houten boot vertrekt een paar minuten na elf uur en het zijn niet alleen maar toeristen die naar party-eiland Gili T gaan. Er ligt ook een hele berg boodschappen van de locals bij de voeten van Diana.
We zien eerst Gili Air aan onze rechterhand (stuurboord), dan Gili Meno en als laatste verschijnt Gili T na 20 minuten in zicht.

We verlaten de boot op dezelfde manier als we aan boord zijn gekomen (maar dan omgekeerd). Dat betekent dat we weer natte voeten krijgen.
Op het eiland gaan we eerst op zoek naar een kop koffie en dat is hier helemaal niet moeilijk. Restaurants rijgen zich aaneen, bars, beachclubs zelfs een bakkerij en natuurlijk veel duikclubs.
We nemen een shot cafeïne en proppen er een muffin achteraan. Dan lopen we de kilometer naar ons hotel.

We zijn wat vroeg bij ons hotel met als gevolg dat onze kamer nog niet schoon is. We gooien de grote rugzakken achter de receptie en maken rechtsomkeert naar het strand. Daar bestellen we wat te drinken en stellen we de inwendige mens tevreden met een club-sandwich. Ondertussen genieten we van de prachtige blauwe kleuren van de zee.

We willen vanmiddag de kaartjes voor de boot naar Nusa Penida reserveren en natuurlijk gaan we hier ook de onderwaterwereld van dichtbij bekijken, bovendien moet er alweer gepind worden. Druk, druk, druk!
Als we de laatste frietjes naar binnen hebben gewerkt gaan we terug naar het hotel en leggen onze spullen op de kamer. Dan duiken we de ‘stad’ in.

We lopen eerst naar de ticket-office van Wijaya Perkasa. Dit is de maatschappij die Elva, de dame achter de receptie van ons hotel aanbeveelt. We worden ingeschreven voor de 15e, krijgen een papieren bevestiging en mogen betalen. Eerste klus geklaard.
Dan lopen we door naar Dream Divers (wederom op advies van Elva). Daar vullen we de gebruikelijke vragenformulieren in, zetten hier en daar een krabbel en mogen ons morgen om negen uur melden bij de duikschool om de uitrusting te passen. Tweede vinkje.

Het is inmiddels drie uur en we nestelen ons in een paar fleurige zitzakken aan zee. We bestellen een drankje en ondertussen trek ik nog een keer anderhalf miljoen uit de pinautomaat.
We blijven hier een tijdje genieten van het uitzicht op het azuurblauwe water en tegen vijven gaan we dan weer terug naar de kamer. We waren net gewend geraakt aan de temperatuur in Tetebatu, maar hier is het weer ouderwets warm.

‘s-Avonds eten we een heerlijke chili bij de buren. Het restaurant staat goed aangeschreven en maakt z’n naam waar. Daarna lopen we nog even naar de boulevard en drinken een heerlijke bak koffie bij The Banyan Tree. Onderweg valt het ons op dat de meeste restaurant leeg zijn. Gili T maakt z’n naam nog niet waar!