Tag archieven: gili trawangan

Indonesië 4

Vrijdag 13 oktober

Vrijdag de 13e, dat is een goede dag om te gaan duiken! We zitten op tijd aan het ontbijt want we moeten al om negen uur bij de duikschool zijn.
Het is ongeveer 20 minuten lopen vanaf ons hotel naar de duikschool en op dit tijdstip is het nog lekker rustig op straat. Bovendien is de temperatuur op dit tijdstip ook een stuk aangenamer; 35 graden wen je niet makkelijk aan.

Bij de duikschool staat onze fles met bcd al klaar en hoeven we alleen nog de shorty en de vinnen te passen. We gaan aan een tafeltje zitten in afwachting van de briefing en horen dat we vandaag samen met Peter en Susan (ook uit Nederland) duiken.
Na de korte briefing door Adi onze divemaster lopen we over het strand naar de boot.

We zitten met 8 andere duikers aan boord en onze eerste duikplek is Simon Reef die zich bevindt tussen Gili Meno en Gili Air.
Het is maar zo’n tien minuten varen en als we bij de duikplek zijn gaan we ons optuigen. Om 09:54 uur plonsen we voor het eerst in het water. Even checken of alles goed zit en dan gaan we naar beneden.

De divesite is redelijk vlak en overal liggen kleine stukjes koraal op de bodem. Af en toe een koraalblok met fraai softkoraal dat beweegt in de stroming, want daar is genoeg van: stroming! Niet onze favoriete duikomstandigheden, maar we zijn zo ervaren…..

Halverwege de duik stuiten we op de eerste schildpad van de dag. Het beesie ligt rustig op z’n buik op het koraal en was waarschijnlijk wat aan het knabbelen toen deze bellenblazers opdoken. Heel druk maakt de schildpad zich niet want en hij (of zij) blijft lekker liggen.

Na 55 minuten is de lucht op en gaan we naar boven. We ontmantelen ons aan de zijkant van de boot en gaan dan via het trappetje aan boord. Dat was een leuke duik, ondanks de stroming.
We varen terug naar Gili T en spoelen het zoute water van ons af. Voor de volgende duik moeten we ons om 13:00 uur weer melden.

We hebben dus even tijd voor een bakkie koffie en daarvoor gaan we naar onze favoriete koffieshop The Banyan Tree. We zoeken een tafeltje onder een parasol en bestellen een koffie met cinnamon bun en blueberry muffin, jammie!
Rond half een lopen we dan weer terug naar Dream Divers en tot onze schrik begint het te regenen. Minstens 327 druppels waarvan de meeste al verdampt zijn voordat ze de grond raken.

Bij de duikschool spelen we ongeveer dezelfde film af als vanochtend, shorty en schoentjes aan, waardevolle spullen in een soort kluis, camera in de drybag, briefing aanhoren en naar de boot.
Als iedereen aan boord is vertrekken we naar Bounty Reef, een duikplek in de buurt van Gili Meno.

We gaan weer in dezelfde groepjes te water en als we afdalen in het heerlijke warme zeewater (28 graden) merken we gelijk dat er hier niet zoveel stroming is als vanochtend. Heerlijk, dat is een stuk relaxter duiken.
De wereld onder water lijkt op die van vanochtend met iets meer variatie op de bodem. Mooie zachte koralen die ons welkom heten en een grote groep vissen die schuilt bij een blok koraal.

Iets verderop worden we dan ineens verrast door een rifhaai die wegzwemt. Geen grote, maximaal een meter, misschien anderhalve meter als je er wat visserslatijn tegenaan gooit. Wel weer mooi om te zien hoe soepel zo’n rakker door het water schiet.

Ook tijdens deze duik zien we schildpadden. Zo langzamerhand wordt wel duidelijk dat er iets goed mis is als je geen schildpad ziet tijdens een duik.
Er is leven genoeg in de wateren rond de Gili’s. We zien een koraalduivel, een murene, nog een haai en een grote groep glasvisjes.
De duik eindigt bij een wrak van een afgezonken ponton. Er heeft zich inmiddels koraal afgezet op het wrak en vissen hebben hun intrek genomen.

Na ruim 50 minuten is de lucht bijna op en moeten we weer naar boven. We klimmen weer aan boord en varen dan weer terug naar de duikschool.
Bij de duikschool laten we ons logboek stempelen en betalen we de rekening.
Dan lopen we een stukje terug richting ons hotel, maar halverwege gaan we bij La Cala op een bank hangen en bestellen het welverdiende bierke.

Omdat La Cala een van de leukste restaurants is die wij gezien hebben gaan we daar ‘s-avonds ook eten. Er rookt een grote bbq waar ze heerlijke (vlees-/kip-/garnalen-/groente-)spiezen op bereiden. Het restaurant is gezellig verlicht met van bamboe gevlochten lampen.
Het eten dat van de bbq komt smaakt ook nog eens verrukkelijk, dus wat ons betreft een geslaagde avond.

Zaterdag 14 oktober

Vandaag halen we de stalen ros van stal. Op Gili T struikel je over de huurfietsen, dus ook wij gaan dit ‘enorme’ eiland van ruim 2 vierkante kilometer rondfietsen. Zo’n rondje is binnen de 45 minuten te doen, maar dan moet je onderweg niet op een ligbedje op het strand gaan liggen en juist dat overkomt ons ook. Diana ziet schattige lichtblauwe parasolletjes dus daar gaan we liggen.

De schattige parasolletje horen bij hotel Karma Kayak aan de noordkant van het eiland en daar bestellen we onze kopjes koffie.
Daar lig je dan, 2 bedjes, 2 kopjes koffie, een schattig parasolletje en fantastisch uitzicht op een azuurblauwe zee. Aan de horizon zien we heel vaag Gunung Agung, de vulkaan op Bali.

Zoiets kun je natuurlijk best lang uithouden, maar op het moment dat er te veel zon op onze bedjes schijnt is het tijd om verder te gaan.
We fietsen helemaal door naar de zuidwest kant van het eiland en installeren ons op een tweetal comfortabele bedjes die bij het Pearl Sunset Resort horen.
Het is inmiddels twee uur en dat betekent tijd voor een lunch. De vriendelijke medewerker van het resort neemt de bestelling op en niet veel later knabbelen we aan de bruschetta en de Griekse (?) salade.
Onder begeleiding van een lekker lounge-beat dommelen we een paar uur op de zachte matrasjes.

Om vier uur beginnen we aan onze laatste etappe. De beurs is weer leeg dus we trappen even naar downtown Gili voor een pinautomaat. Met geld op zak fietsen we dan terug en gaan bij hotel Pink Coco in de aanslag liggen voor de zonsondergang. Het Pink in de naam van het hotel is wel heel letterlijk genomen. De muren bij het hotel, de parasols op het strand en ook de zitzakken waar wij plaats op nemen zijn allemaal roze.

Die zitzakken van het hotel zijn allemaal richting de zonsondergang opgesteld en iets na vijven beginnen de zakken behoorlijk vol te raken. De aanwezigen houden hun telefoon in de aanslag want je wilt het ultieme moment niet missen.
Net als bij Kuta is het hoogtepunt van de zonsondergang om kwart voor zes en met deze voorkennis en onder begeleiding van een stevige housebeat denken wij best een aardig plaatje te hebben geschoten.

Na het mooie afscheid van de zon fietsen we terug naar ons hotel. We kleden ons om en gaan dan terug richting zee om een restaurantje uit te zoeken. Na wederom een heerlijke maaltijd brengen we nog even een bezoekje aan de moskee van het eiland voor een schietgebedje ivm de overtocht van morgen. Het verblijf op Gili T zit er bijna op en Gili T is ons best goed bevallen.

Zondag 15 oktober

De boot naar Nusa Penida gaat pas om half een en dat geeft ons de tijd om uit te slapen, heel rustig te ontbijten en nog een keer te genieten van het vreemde, smalle maar mooie zwembad bij ons hotel
Om half tien betalen we onze laatste rekening en checken uit.

Zwaar beladen lopen we via de hoofdstraat naar het haventje van Gili T, terwijl we ook een paard en wagen hadden kunnen nemen. Ach, het is maar 800m naar The Banyan Tree waar we nog een keer een bakkie doen en er ook een heerlijke aardbeien-smoothie achteraan gooien.
Om tijdens de overtocht niet te verhongeren haalt Diana ook nog een stuk bananencake en een cinnamon-bun.

Om elf uur lopen we naar de ticket-office van de veerbootmaatschappij Wijaya Buyuk en halen daar onze ketting op die toegang geeft tot de boot. Ook hier plakken we een sticker met onze bestemming op ons shirt zodat we niet kunnen verdwalen.
Zoals gebruikelijk bij elke haven betalen we de haven-tax en gaan dan zitten wachten tot de boot arriveert.

Het is een komen en gaan van veerboten en de arriverende en vertrekkende toeristen geven een gezellige chaos.
Met een klein beetje vertraging arriveert ook onze veerboot en daar vliegen we met zo’n 150 man op af. De bagage wordt voorin de boot gestouwd en samen met al die andere toeristen verdelen we ons over de 2 dekken (met airco).

Twintig minuten later dan gepland laten we Gili T achter ons en gaan we richting Nusa Penida. Helaas gaat dat niet in een rechte lijn, maar gaan we eerst naar Gili Air om daar wat toeristen af te leveren en op te halen en daarna spelen we dezelfde film nog een keer af in de haven van Bangsal.
Om kwart voor twee vertrekken we dan wel in de rechte lijn naar Nusa Penida en de stewardess vertelt dat we er zo’n anderhalf uur over doen.
Die anderhalf uur eten we het noodrantsoen van Diana op en tussendoor dommelen we wat op de redelijk comfortabele stoelen.

Iets na half vier leggen we aan de haven van Buyuk aan de noordkant van Nusa Penida. We zijn nóg wat later dan gepland vanwege een ongustige stroming, zeggen ze.
De bagage wordt uit het voorruim opgeduikeld en als ook onze rugzakken tevoorschijn komen lopen we naar de wal waar de ophaalservice van ons hotel al staat te wachten.
We betalen ook hier de haven-tax en lopen dan door naar de parkeerplaats.

Tussen alle auto’s staat een verlengde golfcar met daarop de sticker van ons hotel. Als we bij het karretje aankomen tovert de chauffeur een flesje water én een koud doekje uit de koelbox. Dat is nog eens 5-sterren service. De rugzakken gaan op de achterste bank en dan rijden we naar het hotel met het koude doekje in de nek!

Bij het inchecken krijgen we natuurlijk een welkomstdrankje en dan worden we via de prachtige tuin naar onze kamer (of eigenlijk een huisje) gebracht.
We trekken onze zwemkleding aan en gaan dan eerst naar de duikschool die bij het hotel hoort. Daar vullen we de gebruikelijke papieren in en passen we de uitrusting. Het is allemaal erg nieuw, het lijkt alsof het niet gebruikt is. Na de voorbereidingen voor morgen gaan we even bij het zwembad liggen.

Als we aan het begin van de avond ons programma aan het doornemen zijn staan er ineens twee hotelmedewerkers voor de deur. Ze hebben een bordje met twee stukken bananenpannekoek bij zich: ‘on the house’.
We gaan vandaag de straat niet meer op maar eten bij het hotel en dat blijkt geen verkeerde keus te zijn. Het eten smaakt voortreffelijk.

Maandag 16 oktober

Om acht uur moeten we ons bij de duikschool melden dus uitslapen is er vandaag niet bij. Om te voorkomen dat ze met het aantrekken van het duikpak op de boot staat te martelen trekt Diana haar pak al bij de duikschool aan.
We worden met de verlengde golfcar naar het strand gebracht waar onze boot ligt en waar we Heski onze divemaster ontmoeten.
We klimmen aan boord en daar gaan we dan.

Onze eerste duikstek is Blue Coral en Heski waarschuwt ons al dat er waarschijnlijk veel stroming zal staan. Als we na de briefing het water in springen blijkt dat een terechte waarschuwing.
De stroming is zo sterk dat je er maar beter niet tegenin kan zwemmen, dat kost veel te veel energie (en lucht). We gaan er dus maar goed voor zitten en genieten van het prachtige koraal en de vele vissen.

Het is geen lange duik want na 40 minuten zijn we weer aan boord. De crew heeft koffie, watermeloen en lekkere koekies meegenomen en dat smaakt uitstekend als je net uit het water komt.
Na een uurtje hijsen we de uitrusting weer om de schouders en rollen we weer achterover de boot af het heldere water in.

Net als bij de eerste duik is ook hier veel stroming. We gaan dus maar weer op de stroming ‘hangen’ en genieten van de film die voorbij komt.
Deze duikstek is zo mogelijk nog voller met vis en we zien ook weer een paar schildpadden op onze route.
We kijken onze ogen uit en soms is het wel jammer dat je niets in kunt brengen tegen de stroming want af en toe wil ook wel eens boven een koraalblok blijven hangen.

Iets na elven beëindigen we onze tweede duik en klimmen we weer aan boord. Het koraal en de vis die we vandaag hebben gezien doet ons denken aan duiken in Egypte en misschien is het hier nog wel mooier.
We varen terug naar de ligplaats van onze boot en daar staat onze golfcar alweer te wachten. We kruipen erin en enkele minuten later zijn we alweer bij het hotel.

We nemen een bak koffie en werken ons logboek bij. Omdat we vroeg terug zijn besluiten we vandaag al een scooter te huren om het eiland te verkennen.
De receptionist geeft ons een telefoonnummer van iemand die scooters verhuurd en met een paar appjes hebben we er eentje geregeld. De scooter wordt netjes bij het hotel gebracht en om half twee zijn we alweer op pad.

Er zijn een tiental punten op het eiland die je eigenlijk gezien moet hebben. Wij hebben geen tijd om ze alle tien te bezoeken dus moeten keuzes maken. We rijden eerst naar de Peguyangan waterval en hoewel het maar 15km rijden is, doen we daar wel 40 minuten over. De weg lijkt een beetje op een roller-coaster met steile hellinkjes, gevolgd door scherpe bochten en af en toe een paar stukken weg waar het asfalt volledig verdwenen is en plaatsgemaakt heeft voor kuilen en stenen.

We parkeren de scooter vlak bij de trappen die naar de waterval gaan, doen een sarong om (want er is een tempeltje in de buurt) en lopen dan een stukje de beroemde blauwe trap af. Wij gaan niet helemaal naar beneden want we komen hier eigenlijk voor het uitzicht en helemaal niet voor de waterval. Die waterval stelt meestal teleur door het kleine beetje water dat naar beneden komt, het uitzicht stelt zeker niet teleur.

Het is duidelijk het verkeerde tijdstip om dit soort activiteiten te ondernemen, want het zweet loopt ons van de rug. We gaan even zitten bij de warung naast de parkeerplaats en bestellen daar wat te drinken en eten.
Als we weer een beetje zijn opgedroogd gaan we op weg.

We hadden bedacht om naar Tembeling Beach te gaan, maar met nog 3km te gaan wordt de weg zo slecht dat we besluiten om te keren. Dan gaan we maar gelijk naar hét hoogtepunt van Nusa Penida: Kelingking Viewpoint.
Het is iets meer dan 8km rijden naar dit viewpoint, maar daar hebben we maar liefst 35 minuten voor nodig. De reden is dezelfde als ik hierboven al een keer genoemd heb.

Om kwart over vier rijden we eindelijk de parkeerplaats bij deze hotspot op en het duidelijk dat we niet alleen zijn. Zoveel auto’s en scooters hebben we nog niet bij elkaar zien staan op het eiland.
We volgen de meute en zien dan met eigen ogen waarom al die mensen hierheen gaan. Je kijkt uit over de zee en onder aan de klif steekt een bijzonder rotsformatie uit zee waar je een T-rex in zou kunnen zien. Om het plaatje af te maken bevindt zich bij deze rotsformatie dan ook nog eens een prachtig strandje waar de azuurblauwe zee z’n golven over uitspuwt. Dat is wel een fotootje waard.

Om vijf uur houden we het voor gezien en rijden we terug naar ons hotel. Sinds we op dit eiland zijn vallen de ‘achtertuintempels’ ons weer op. Een tempeltje in je achtertuin is een Hindoeïstisch gebruik dat we eerder op Bali ook al zagen en op Nusa Penida (dat bij Bali hoort) zien we daarvan de overtreffende trap. De tempels hier zijn behoorlijk uit de kluiten gegroeid en zelfs op de weg staan Hindoeïstische beelden.

Iets na half zes zijn we weer terug bij het hotel en springen we nog even het zwembad in om de stof van ons lichaam af te spoelen en bestellen we een drankje om onze binnenkant door te spoelen.
Na deze verfrissing gaan we terug naar de kamer om even bij te komen van deze dag. Ons diner gebruiken we weer bij het hotel want dat is ze wel toevertrouwd.

Dinsdag 17 oktober

We hebben voor vandaag nog maar een viertal highlights op ons lijstje staan, maar ze zijn wel verdeeld over de oostkant en de westkant van het eiland. De afstand tussen oost en west is nog geen 30km, helaas zorgen de wegen op Nusa Penida ervoor dat je minstens een uurtje nodig hebt voor die afstand.

We nemen vanochtend alle tijd voor het ontbijt. We kiezen dit keer echter niet voor het gebruikelijke ei (in welke vorm dan ook), we gaan allebei voor de wafels; Diana de hartige en ik de zoete (met een bolletje ijs).
Net als gisteren smaakt het ontbijt weer voortreffelijk en is het zeer uitgebreid.

Een paar minuten na negenen zitten we dan toch alweer op de scooter. We beginnen aan de oostkant met Angel’s Billabong. Het is 18km naar deze mooie plek en dat betekent 45 minuten hobbelen op de niet al te comfortabele zitting van onze scooter. We gaan er onderweg nog wel een keertje af voor een bak koffie.

De laatste anderhalve kilometer blijkt ook nog eens onverhard te zijn, hoewel onverhard niet het juiste woord is. De bulten en keien zijn best hard en dus vooral oncomfortabel.
Het mag de pret niet drukken! We betalen de entree en stallen onze scooter.
Het is nog maar een klein stukkie lopen naar Angel’s Billabong en de verhalen zijn niet overdreven. Het is een mooie plek.
We konden helaas geen duik nemen in de gratis infinity pool die tijdens eb ontstaat omdat de zee zich dan terug trekt. Volgende keer beter naar de getijdentabel kijken.

Vanaf Angel’s Billabong is het zo’n 5 minuten lopen naar Broken Beach. Nog zo’n bijzondere plek die door de kracht van het zeewater gebeeldhouwd is. Wat ons betreft mooier dan de naastgelegen Billabong.

We vullen het vochttekort aan in een van de vele warungs die hier te vinden zijn. We hebben vier weken lang een temperatuur boven de 30 graden gehad en dan is drinken een belangrijke dagtaak geworden. Gelukkig is er overal water te krijgen. Warungs, het Indonesische cafetaria, vind je op elke hoek van de straat.

Op weg naar de parkeerplaats komen we toch nog langs een viewpoint waar we even stoppen. Het is eigenlijk de ‘verkeerde’ kant van Angel’s Billabong maar zeker net zo mooi. Het is niet alleen de ruige kust, maar zeker ook het blauw van de zee dat er mee contrasteert. Zet er een model bij en je hebt weer een mooie foto.

De parkeerplaats staat bomvol auto’s en ook de scooter-parkeerplaats is vol. Ik wist niet dat er zoveel blik op dit eilandje rond rijdt.
We overleven opnieuw die anderhalve kilometer met hobbels en bobbels, gooien de tank vol en gaan dan richting de westkant van het eiland. Dit is maar liefst 29km en volgens Google Maps moet je daar 1 uur en 10 minuten voor uittrekken. Ik weet zeker dat we dat niet gaan redden al is het alleen maar omdat we bij een warung ergens langs de weg gaan lunchen.

Die lunch is niet de enige spelbreker voor een nieuw parcoursrecord. Nog voor de lunch rijden we door een gehuchtje met de welluidende naam Bunga Mekar en daar blijkt net een huwelijksceremonie aan de gang te zijn. Diana springt van de scooter, wurmt zich tussen de gasten door en kan nog net voor het ja-woord een foto maken. De gasten vinden het wel vermakelijk want ze wordt uitgenodigd om te blijven.

Uiteindelijk zijn we om kwart over een bij Diamond Beach en ook dit is weer een plaatje. De west- en zuidkust van Nusa Penida hebben veel meer te lijden onder de weersinvloeden en is daarom veel ruiger dan de rest van het eiland en wat ons betreft ook veel mooier.
Het naastgelegen Atuh Beach haalt het niet bij z’n zusje, dus geen plaatje.

Google Maps geeft aan dat het 27km is naar ons hotel en dat we daar 1 uur en 5 minuten over gaan doen. Het kan ons eigenlijk niet meer schelen. Ik ga m’n best doen de gaten in de weg en het tegemoetkomende verkeer te ontwijken zodat we de scooter weer netjes in kunnen leveren bij de eigenaar.
De route terug gaat grotendeels langs de noordkust van het eiland met continue zicht op zee en dat is ook wel eens leuk. Alle andere wegen gaan door het binnenland.

Om half vier liggen we weer aan het zwembad en hebben we het stof weer afgespoeld. We bestellen een drankje en als de zon verdwenen is verdwijnen we naar onze kamer.
’s-Avonds bestellen we in het restaurant een ordinaire hamburger om alvast weer een beetje te wennen aan westers eten.

Woensdag 18 oktober

Tja, aan alles komt een eind en dat ook voor onze vakantie. Een laatste uitgebreid ontbijt en dan moeten we nog een paar uurtjes aan het zwembad doorbrengen. Er zijn trouwens slechtere plekken om je tijd te vullen.
Dan gaan we om half twaalf naar de kamer om onze rugzakken in te pakken. Dan nemen we nog een laatste milkshake en betalen we de rekening.

Het hotel verzorgt om 13:00 uur het ritje naar de haven van Banjar Nyuh en daar krijgen we voor de laatste keer zo’n label omgehangen van het ferry-bedrijf.
Om twee uur vertrekt de veerboot naar Sanur op Bali. Het weinig enerverende tochtje duurt 45 minuten.

Bij het havengebouw van Sanur komen de taxichauffeurs op ons af als vliegen op de welbekende stroop (of is het stront?). We tikken de eerste twee chauffeurs van ons af (te duur) en de derde mag ons naar Kuta brengen.
Als we de parkeerplaats verlaten zien we gelijk dat we in een andere wereld zijn beland: McDonalds, Pizzahut, KFC en Starbucks, alle grote ketens zijn hier vertegenwoordigd.
Het ritje naar het hotel-voor-vijf-uur duurt ongeveer een half uur. We gooien onze rugzakken op de kamer, hangen de kleding voor de terugreis op een paar hangers en gaan dan de straat weer op.

Het is hier nog erger dan op de Malioboro in Yogya. Het ene hotel na het andere en ook de restaurants rijgen zich aaneen. Veel is op de Aussies gericht want dit deel van Bali is voor hen vakantiebestemming nr. 1.
We lopen even naar het strand, maar ook dat weinig verheffend. We vermoeden dat we niet in het beste deel van Bali terecht zijn gekomen. Het biertje aan het strand smaakt overigens voortreffelijk.

Aan het eind van de middag lopen we door de Lippo Mall maar het lukt ons niet om wat leuks op de kop te tikken. Dan drinken we om de hoek bij Juice House een heerlijke fruitjuice. Dat ging nog niet vanzelf want de eigenaresse had haar baby aan de tiet hangen en de kleine was nog niet van plan om los te laten. Dit juice-barretje heeft een fantastische reviewscore en we denken dat de baby het er mee eens is.

‘s-Avonds eten we bij Stark voor de laatste keer een nasi en een sate. Daarna drinken we nog een bak koffie bij ‘ Batavia, de branderij van kwaliteitskoffie’ (dat is wat er in grote letters op de muur staat). Dan voor een laatste keer naar het hotel, douchen, rugzakken inpakken en in de taxi.
We kunnen niet anders dan concluderen dat de vakantie erop zit. Een vakantie die mooier en leuker was dan we vooraf hadden gedacht. Hier komen we vast nog wel een keer terug.

Het is maar 10 minuutjes van ons hotel naar de luchthaven. We denken redelijk op tijd te zijn, maar er staat al een enorme slinger voor de incheckbalies. We hebben bijna een uur nodig om onze instapkaarten te bemachtigen en lopen dan vlotjes door de security-check en langs de douane.
Om 23:30 uur wordt gestart met boarden en uurtje later verlaten we Indonesie.

Donderdag 19 oktober

We krijgen al snel de maaltijd geserveerd aan boord van de Boeing 777 en een uurtje later gaat het licht uit. Dat kon wat ons betreft niet snel genoeg gebeuren want we zaten al te dommelen.
Om 04:00 uur Dubai-tijd worden we dan alweer wakker gemaakt voor het ontbijt. Een snel rekensommetje maakt duidelijk dat we ongeveer 5 uur hebben kunnen slapen. Net genoeg laten we maar zeggen.

Om 05:15 uur zet de piloot het grote toestel waanzinnig zacht op de landingsbaan van DBX. Dat zou een applausje waard zijn geweest als we niet 20 minuten te laat waren geland.
Het vliegtuig is blijkbaar op een achterafveldje neergezet want we worden met een bus naar de aankomsthal gebracht, een ritje van een kwartier!

De safety-check gaat heel snel, maar dan zien we op het grote scherm dat de vlucht naar Amsterdam van gate C11 vertrekt. Dat is bijna de verst verwijderde gate, maar na 9 uur zitten is een stevige ochtendwandeling best lekker. Dubai International Airport is bovendien best een mooie luchthaven met her en der leuke kunst.

We hebben geluk dat er dichtbij gate C11 een McCafe is. We zoeken een plekje en bestellen een cappuccino en een mega-croissant.
De wifi op de luchthaven is goed en dat geeft ons de gelegenheid wat berichten te beantwoorden en de blog bij te werken.

Om half acht begint Emirates met het boarden van onze vlucht naar Amsterdam. Best laat als je weet dat de vertrektijd van de vlucht 08:05 uur. In de app van Emirates lezen we bovendien dat de vluchtduur 7 uur en 10 minuten is; ook een tegenvaller, zal wel tegenwind zijn.
Deze vlucht wordt gelukkig uitgevoerd met de Airbus A380, die is nog iets comfortabeler dan de Boeing 777.
De uren aan boord vermaken we ons met het entertainmentsysteem, de 2 geserveerde maaltijden en wat hazeslaapjes. Om kwart over een staan we dan weer op Nederlandse grond.

Indonesië 3

Vrijdag 6 oktober

Na overleg met duikschool Amed White Sand Divers hebben we besloten dat we gaan duiken bij het wrak van de USAT Liberty in Tulamben. Omdat elke duikfanaat in Bali híer wil duiken was het advies om een vroege duik te maken. Een vroeg duik betekent dat je om 05:30 uur wordt opgehaald bij je hotel en dat betekent wéér dat we de wekker moeten zetten.
Bij het hotel heeft de nachtportier ervoor gezorgd dat wij om 05:00 uur kunnen ontbijten en dat smaakte erg goed. Mooie dubbelbaan is dat.

Het is een half uurtje rijden naar Tulamben en in het pikkedonker over die gatenkaas-weg is best een opgave.
Divemaster Coco weet de pick-up zonder schade in Tulamben te krijgen waar onze duikspullen worden uitgeladen door lokale dames voor wie dit een leuke bijverdienste is.

Wij krijgen een korte briefing voor de duik naar de USAT Liberty. Dit Amerikaanse vrachtschip is in januari 1942 getorpedeerd door de Japanners waarna het schip strandde op Bali. Door een vulkaanuitbarsting in 1963 is het schip in zee terecht gekomen en daarmee een fijne duikspot voor ons.

We lopen om half zeven vanaf het keienstrand de zee in en kunnen dan eindelijk weer eens uit een fles ademen.
De duik is fantastisch maar je moet wel een heel goed voorstellingsvermogen hebben om een schip te kunnen herkennen in deze met koraal begroeide staal massa.

We maken een paar leuke foto’s en hebben zelfs het geluk om een tweetal ontbijtende schildpadden tegen te komen. Na drie kwartier klauteren we weer het keienstrand op.

Onze tweede duik is iets verderop, dus we laden de hele uitrusting en onszelf achterop de truck en een paar minuten later doen we het omgekeerde.
Coco doet de briefing voor de Tulamben Drop Off en een paar minuten later lopen we weer bepakt en bezakt over dezelfde soort keien het water in.
Op een paar meter diepte zwemmen we eerst enkele minuten over donker lavazand (waar niet veel te zien is) voordat we bij de koraalmuur aankomen. We zien weer heel veel kleurrijke vis en prachtig (waaier) koraal, maar dit keer geen grote vangst.

Na 50 minuten martelen we weer via de grote keien het water uit en zit onze tweede duik erop. Hier kunnen we wel aan wennen.
Ook hier wordt Coco weer geholpen met het inladen van de duikuitrusting door de lokale vrouwen die een beetje bijbeunen.

Coco brengt ons netjes terug naar Amed en als tegenprestatie halen wij de creditcard uit de portemonnee.
We bedanken Coco nogmaals voor de fijne duiken en lopen terug naar ons hotel.
Het grote voordeel van vroege duiken is dat je om half elf alweer aan het zwembad kunt liggen!

De rest van de dag doen we niet veel meer dan op het bedje van de linker op de rechter zij rollen en weer terug. Tussendoor een drankje en een hapje en natuurlijk weken in het prettige zwembad. Diana doet nog een behandeling bij de mani/pedi en dan zit de dag er wel op.

‘s-Avonds eten we nog een laatste keer een heerlijke Indonesische maaltijd bij het hotel, betalen daarna onze rekening en gaan dan de tassen inpakken. Dat was Bali, op naar Lombok.

Zaterdag 7 oktober

Terwijl we nog bezig waren met ons tweede bakkie thee komt Derk, de Nederlandse eigenaar van ons hotel melden dat de chauffeur er al is. We sloeberen de thee naar binnen en halen onze rugzakken van de kamer.
Om kwart voor acht rijden we weg bij het hotel, op naar de haven van Padangbai.
Het vrachtverkeer houdt ons wat op, maar desondanks zijn we mooi op tijd in Padangbai waar deze kinderen bij de incheckbalie een pas omgehangen krijgen en een sticker op het shirt zodat we op de juiste boot terecht komen (en niet verdwalen).

Er is nog net tijd om een bakkie koffie te nemen voordat het boarden begint. We geven onze rugzakken af bij mannetjes in het groen en zij stapelen de bagage per eindbestemming. Samen met nog een paar honderd toeristen nemen we plaats in het ruim.

Als de fastboat goed en wel op weg is komt iemand melden dat we op het bovendek kunnen zitten. Dat laten we ons geen tweede keer zeggen. We vliegen de trap op en gaan ergens op het achterdek zitten, lekker in het zonnetje.

De overtocht duurt anderhalf uur. Senggigi is de eerste stop voor deze boot die daarna nog doorvaart naar de Gili’s.
We hebben een transfer naar ons hotel geregeld en chauffeur Sammy staat netjes op ons te wachten.
Het is nog anderhalf uur rijden naar Kuta en onderweg vermaakt Sammy ons met allerlei wetenswaardigheden over Lombok.

Om twee uur zijn we bij ons hotel en het is alweer een tropische verrassing. Mooi complex met meerdere zwembaden, heerlijke bedden sommige in prieeltjes en een fantastische slaapkamer. Jammer genoeg zijn we hier maar twee nachten.

Via de Jalan Raya Kuta lopen we ‘s-avonds richting zee. Kuta is bij uitstek een strandbestemming dus daar willen we wel even koekeloeren.
Dit strand bij Kuta blijkt echter meer een vuildump te zijn en bovendien vallen we midden in een ruzie tussen twee buurvrouwen en dan maak je wel dat je weg komt.

We drinken een biertje bij de Treehouse Bar en gaan dan voor het eten naar het populaire KRNK restaurant. We bestellen een burrito en nadat we die verslonden hebben snappen we waarom het hier zo druk is.
Na deze heerlijke hap gaan we op zoek naar een pinautomaat en vinden die in een Minimart. Helaas slikt de automaat onze pasjes niet. Morgen maar weer proberen.

Zondag 8 oktober

Kuta is vooral bekend om de prachtige stranden en de surfmogelijkheden. Wij zijn niet zo goed op een plankje in de branding dus gaan wij voor een vergelijkend warenonderzoek van de stranden.
Omdat de stranden niet om de hoek liggen huren we vandaag weer zo’n Honda scooter die we eerst volgooien met twee literflessen benzine.

Behalve een lege benzinetank is ook de bodem van de geldbuidel in zicht, dus de volgende stop is de pinautomaat bij de Minimarket. Helaas is de opnamelimiet één-en-een-kwart miljoen. Daar moeten we het dan maar mee doen vandaag.
Volgens Google Maps is het een half uur naar onze eerste bestemming Selong Belanak, bij Treehouse Bar rechtsaf.

Dit keer verdwalen we niet want er gaat eigenlijk maar 1 weg naar onze eerste strandbestemming. Hoewel ik best wel moeite heb met het verkeer in Indonesie en me goed moet concentreren op wat er op de weg gebeurd lijken de Indonesiers daar helemaal geen last van te hebben. Scooters zijn soms drie hoog beladen met spul en ook vandaag halen we een vrouwke in met een half maisveld op haar scooter.

Dat half uur van Google Maps gaan we niet halen want na 20 minuten blijkt de weg omgetoverd te zijn tot markt. Dat is waarschijnlijk de eindbestemming van het rijdende maisveld dat we net inhaalden. Wij laten deze kans niet schieten en parkeren de scooter aan de kant van de weg en maken een rondje langs de stalletjes. Heel fotogeniek.

De weg naar naar het strand slingert en is heuvelachtig en vooral downhill is een hele belevenis op de scooter. Allen op basis van de zwaartekracht rijden we al ruim 60 km/u en dan moet je maar hopen dat de andere weggebruikers geen capriolen uithalen.
Uiteindelijk halen we ook nu weer onze bestemming zonder schrammen en parkeren de scooter bij het mannetje dat ‘m voor IDR 10.000 in de gaten houdt.

Het is een gezellige boel op het strand bij Selong Belanak, Vissersboten gaan af en aan en toeristen proberen de golven te bedwingen op hun surfboard. We installeren ons op een paar comfortabele strandbedden en gaan er eens goed voor liggen.
Hoewel de golven niet hoog zijn blijkt het nog niet makkelijk om op zo’n plank te blijven staan. Voor ons is het allemaal erg vermakelijk.

Om op temperatuur te blijven gaan wij natuurlijk ook een paar keer de branding in, maar rond enen besluiten we ons te verplaatsen naar strand 2: Mawun Beach. Om bij dit strand te komen moeten we ongeveer een kwartiertje karren.
Dit strand is een heel ander strand dan het eerste strand. In beschrijvingen wordt Mawun Beach als mooiste strand aangeprezen, maar daar zijn we het (op het eerste gezicht) niet mee eens.

Het is lunchtijd dus we gaan bij de eerste de beste warung zitten en bestellen nasi goreng want daar kan hier niets aan verpest worden, toch?
Helaas smaakte het alsof ze vergeten waren het wasmiddel uit de pan te spoelen.
Tijdens de lunch schaft Diana nog wat sieraden aan bij de een paar van de streetkids die hier rond lopen. Het geld gebruiken ze voor het aanschaffen van schoolboeken, zeggen ze…..

We gaan snel op zoek naar een paar goede ligbedden en maken ook nog even een typische toeristenfoto met een van de attributen die her en der zijn neergezet.
Het strand is in alle opzichten minder dan Selong Belanak, er ligt veel zeewier op het strand, er drijft zwerfaval in zee, de bedjes liggen minder fijn en de parasols zijn aan vervanging toe. Bovendien waait het veel harder, brrrrr.

Tegen vieren houden we het ook hier voor gezien en rijden we terug naar Kuta en gaan door naar Tanjung Aan beach aan de westkant van Kuta.
Om bij dit strand te komen moeten we een stukje omrijden. We moeten namelijk om het Mandalika International Street Circuit heen rijden, Men is druk bezig om alle voorzieningen rondom dit circuit op te bouwen want volgend weekend is hier de MotoGP wedstrijd.

Via een speciaal voor dit evenement aangelegde snelweg racen wij naar het laatste strand van vandaag. Het is nog een hele opgave om bij het strand te komen want de weg lijkt meer op een doolhof dan een snelweg.
Het is snel duidelijk dat dit het belangrijkste strand van Kuta is. Hippe strandtenten met lekkere muziek en kleurige zitzakken op het strand.
Omdat de zon inmiddels begint te zakken gaan wij gelijk door naar Bukit Merese, de naastgelegen sunsetheuvel.

Terwijl we staan te wachten op het zakken van de zon wordt ik opnieuw gevraagd voor een diepte-interview. Weer ontspringt Diana de dans. Het zijn niet de moeilijkste vragen die ik krijg voorgeschoteld en het duurt slechts een paar minuutjes, maar misschien moet ik er toch maar eens geld voor gaan vragen.

Rond kwart voor zes begint de zon mooi oranje te kleuren boven de zee. We maken de obligate zonsondergangfoto en gaan dan weer op zoek naar onze scooter. We slingeren de snelweg weer op en scheuren terug naar ons hotel. Dat was Kuta e.o., morgen gaan we weer verder.

Maandag 9 oktober

Om 11:00 uur worden we opgehaald door Jimmy die ons naar Tetebatu zal brengen. Het is ongeveer anderhalf uur rijden horen we van Jimmy (die wij al snel omdopen tot Jimmy ‘Praatgraag’). Nog voordat we Kuta uit zijn hebben we al heel veel geleerd over de verschillende landbouwproducten die op Lombok worden verbouwd, maar weten we ook dat het Aprilia-team volgende week in ons hotel slaapt.
Nu begrijpen we ook waarom wij komend weekend geen hotel konden vinden in Kuta, dan is het afgeladen met MotoGP fanaten.

Als we halverwege de rit nog meer hebben opgestoken over Indonesie, over het schoolsysteem, het verbouwen van tabak en de problemen met de droogte gaat Jimmy P. even tanken. We zien dat een liter super IDR 14.000 kost, dat is omgerekend €0,85!

Na de tankstop komen we door een klein dorpje waar we bloempotten met kleine bananenplanten erin op het midden van de weg zien staan. Jimmy vertelt dat ze dat doen wanneer er iemand is overleden. Dan weet het verkeer dat ze rustig aan moeten doen. Weer wat geleerd.
Hoe dichter we bij Tetebatu komen hoe groener de omgeving wordt. Sappige rijstvelden waar vrouwen druk aan het werk zijn. We vragen Jimmy om even te stoppen zodat we het van dichtbij kunnen bekijken.

De laatste kilometers gaat over smalle weggetjes en door kleine dorpjes. Guning Rinjani komt steeds dichterbij. De Rinjani is met 3726 meter de op een na hoogste vulkaan van Indonesië.
Om half een zijn we bij Les Rizieres, ons hotel voor de komende 3 nachten.
Thomas, de Franse eigenaar van het hotel geeft ons uitgebreide uitleg over wat er allemaal te doen is in deze omgeving en we besluiten om morgen de 6 uur durende wandeling door de omgeving van Tetebatu te boeken.

Thomas vertelt ook nog dat hij een leuke wandeling rondom het hotel heeft uitgezet, duurt ongeveer anderhalf uur. Dat lijkt ons wel een leuke middagvulling dus we scannen de barcode en laden de route in Google Maps en gaan we op pad.
De route is redelijk eenvoudig en loopt grotendeels over de betonrand van een irrigatie-kanaaltje. We maken foto’s van al het groen om ons heen en zien ook nu weer dat het werk op het land allemaal handwerk is. Er is geen tractor te bekennen.

Na een half uurtje stuurt de route ons linksaf en moeten we over een heel smal zanderig paadje vol met blad een pittige afdaling inzetten. Het is glibberen en glijden, maar we komen beneden al is het met klotsende oksels en zweterig t-shirt.
Op deze plek zou een waterval moeten zijn maar er is slechts een zielig waterstroompje te zien.

We vervolgen onze weg naar boven en kijken onze ogen uit over de mooie rijstterrassen. Het tweede deel van de route is eenvoudig en we lopen uiteindelijk via de andere kant Tetebatu weer binnen. Dat was een leuk tijdverdrijf, maar nu is het tijd voor een sapje.

De mogelijkheden zijn in Tetebatu beperkt, dus we eten bij het hotel. Heel laat wordt het niet want het personeel begint om acht uur alles al op te ruimen. Wij passen ons maar aan en nadat we nog even hebben nagetafeld gaan we naar onze kamer.

Dinsdag 10 oktober

Vandaag hebben we een gids ingehuurd om ons de omgeving te laten zien. Samen met onze bovenburen en de 2 honden van het hotel gaan we om half tien op pad.
De eerste 500m is gelijk aan het rondje dat wij gisteren hebben gelopen, maar dan slaan we linksaf, in noordelijke richting met het vizier op Rinjani.

We lopen weer tussen de rijstvelden, maar zien ook velden met pepers, mais, tomaten en zelfs kool. We krijgen uitleg over jackfruit, doerian en papaya. Heel smakelijk allemaal. Groente en fruit is allemaal decor want we zijn op weg naar de Sarang Walet waterval. Dit is gelijk een mooie plek om het eerste zweet af te spoelen.

Na dit verfrissende bad duiken we de rijstvelden weer in en iets verderop komen we bij een huis annex koffieshop waar we een bakkie koffie(prut) bestellen. De smaak van de koffie is goed, maar het laatste slokje moet je in het kopje laten zitten.

We vervolgen onze weg en komen we langs een rijstveld waar net geoogst wordt. De rijstplanten zijn inmiddels afgesneden en liggen te wachten om uitgeklopt te worden. Steeds pakt een van de arbeiders een bundeltje rijstplanten en klopt de rijst eruit op een paar brede planken.

De uitgeklopte rijstplanten worden vervolgens bij elkaar gebonden en achterop de scooter afgevoerd. Onvoorstelbaar dat al die rijstvelden om ons heen nog met de hand worden bewerkt. Onze gids vertelt dat de opbrengst ongeveer 1kg per vierkante meter is en dat al die rijstvelden in Indonesië niet eens genoeg zijn om de bevolking te voeden (er wordt zelfs rijst geïmporteerd).

Onze volgende bestemming is het bos waar de zwarte apen leven, het Ulem Ulem Monkey Forest. Op weg naar de zwarte apen komen we eerst hun grijze broeders tegen. Deze apen zijn een behoorlijke overlast voor de rijstboeren omdat ze regelmatig in de rijstvelden te vinden zijn om hun buikjes rond te eten.

We klauteren wat verder het bos in en dan wijst onze gids naar de toppen van de bomen en zegt ‘there’s a black monkey’. We moeten behoorlijk zoeken voordat we het zwarte vlekje in de top van een boom hebben gevonden. Gelukkig hebben ze een lange staart die goed te herkennen is.
We zoeken in de toppen van de bomen en vinden nog een paart zwarte apen, maar daar heb je wel een goede bril voor nodig.

Het is inmiddels twee uur geweest en het is tijd voor de lunch. We lopen een half uurtje en komen dan bij een warung waar alle toeristen die hier rondwandelen hun lunch lijken te gebruiken.
We zoeken een tafeltje voor ons vieren en bestellen een lekkere Indo-hap. Even lekker bijkomen.

Na de late lunch lopen we terug naar Tetebatu. Terwijl de zon al begint te zakken is de bevolking nog steeds druk bezig in de rijstvelden. Er lijkt geen eind te komen aan het werk op de rijstvelden. Wij hebben nog 1 stop te maken. We gaan namelijk nog een bakkie koffie maken.

Ergens in een buitenwijk van Tetebatu lopen we bij een huisje achterom en gaan een drietal dames in de weer voor een bakkie leut en dan bedoel ik niet dat ze op een knop drukken en dat er koffie uit een automaat loopt. Nee, er worden koffiebonen van binnen gehaald, er wordt een vuurtje gestookt en de bonen worden vers gebrand. Voor een echte lekkere bak koffie laat je mij ook even helpen.

Na een twintigtal minuten zijn de bonen donkerbruin en kunnen ze gemalen worden. Ook hiervoor hebben ze geen machientje, met grote stokken worden de bonen tot koffiepoeder gestampt.
Dan gaat het in een kopje en wordt er heet water op geschonken en eerlijk is eerlijk, de smaak van deze Robusta is goed.

Na de koffie-stop is het nog maar een paar minuutjes naar het hotel. We bedanken de gids voor de leuke dag en springen dan eerst onder de douche. Met natte haartjes gaan we dan op het terras-met-uitzicht-op-Rinjani zitten en bestellen een biertje.

Woensdag 11 oktober

Het is weer scooter-tijd! Vandaag huren we opnieuw een scooter, dit keer om een rondje ten zuiden van Tetebatu te maken.
Onze eerste bestemming is de Pasar Kota Raja. We gaan dus naar de markt. Het is ongeveer 10 minuutjes rijden naar dit gehuchtje waar we de scooter bij de parkir neerzetten.

Alle ogen lijken op ons gericht als we het marktgebouw binnenlopen en het verbaast ons ook wel een beetje dat we geen enkele andere blanke tegenkomen.
Het is een georganiseerde chaos onder de overkapping. De meeste soorten voedsel zijn wel bij elkaar te vinden maar ook weer niet allemaal.
Het lijkt erop dat de vis- en en vleesverkoopsters reclame maken voor vegetarisch eten. Als je hun koopwaar ziet hangen dan eet je dat nooit meer.

De groente- en fruitafdeling is goed gevuld en de koopwaar lijkt zo uit de tuin te komen. Het ziet er fris en kleurrijk uit en past goed bij de vrolijke hoofddoekjes die de dames dragen.
We verbazen ons ook steeds weer over de aantrekkingskracht van de camera van Diana. Ze vragen soms om op de foto gezet te worden en dat hebben we in andere landen wel anders meegemaakt.

Na een uurtje halen we onze scooter van de parkir, betalen de €0,12 parkeergeld en rijden we naar Loyok, een plaatsje dat bekend staat om het grasvlechten; met strookjes gedroogd gras kunnen ze alles maken, van onderzetter tot boodschappentas.
We gaan in Loyok op zoek naar een kop koffie, maar dat is teveel gevraagd in dit gehucht. Dan wordt onze aandacht getrokken door kinder-herrie dat uit een gebouwtje verderop komt. Het blijkt een schooltje te zijn waar de kinderen net de klas uitkomen.

Ook voor de kinderen op Lombok zijn wij interessante materie. Ze vliegen gelijk op ons af en vragen hoe we heten en waar we vandaan komen, of we fan zijn van Messi of Ronaldo. Voor ons een mooie gelegenheid om een paar plaatjes te schieten.

Als we weglopen worden we vergezeld door een moeder die net haar dochter van school heeft gehaald. Of we al wat van dat mooie handwerk gezien hebben. Zij heeft namelijk een winkeltje iets verderop. We lopen met haar mee.
Het winkeltje ligt vol met gras-vlechtwerk. Gras is veel beter dan bamboe, bamboe is veel goedkoper, prijst ze haar eigen spulletjes aan.
Terwijl Diana door de collectie snuffelt begint de vrouw een ringetje voor haar te vlechten en dat helpt want niet veel later heeft Diana 6 gevlochten onderzetters gekocht (je zal ze binnenkort zien liggen op onze tafel). De ringetjes krijgt Diana kado.

Loyok staat dus bekend om de handicraft grasvlechten, wij vonden het schooltje veel leuker. We gaan weer verder en draaien iets verderop de Jalan Paok Motong – Kotaraja op. In Paok Motong worden we door een soort verkeersregelaar tot stoppen gemaand omdat de lokale moskee leeg loopt. Daar stoppen we maar al te graag voor en parkeren de scooter er aan de kant van de weg en bekijken het spektakel van een afstandje.

Wat er precies aan de hand is wordt ons niet duidelijk, misschien worden de moskee-gangers na elke dienst de straat over geholpen door deze over-actieve klaar-over. Met het verkeer in Indonesië is het nog niet zo’n gek idee. Als we er met onze scooter weer vandoor willen gaan worden we uitgezwaaid door een groep lieftallige gesluierde dames.

Het volgende pittoreske dorpje op ons lijstje is Penakak. Zoek je het betere kleiwerk, dan moet je daar zijn.
We vervolgen onze scootertocht, maar stoppen bij elke Minimart, Alfamart of andersoortige tent waar je koffie kan verwachten. Pas vlak voor Masbagik City vinden we een Minimart waar oploskoffie te krijgen is.
We vullen een beker met poeder en heet water en gaan buiten voor de supermarkt zitten. Hebben we ook nog het geluk dat er een of andere dorpsgek via een geluidsinstallatie herrie aan het uitkramen is. Als de koffie maar lekker is.

Het is nog een paar minuten rijden naar Penakak en ook dit handicraft dorpje je stelt maar weinig voor. Het moge duidelijk zijn dat handicraft op z’n retour is.
We weten nog wel een authentieke pottenbakster te vinden. Ze zit voor huis onder de veranda en is druk met het maken van grote schotels met een gat in het midden. Niet iets voor ons, maar er zal best een doelgroep voor zijn. Naast het huis ligt een grote berg klei, dus ze kan nog even vooruit.
Wij kunnen helaas geen leuk klein asbakje voor onze souvernierkast vinden dus we trappen de scooter maar weer aan.

Via de Jalan Raya Pringgasela rijden we naar het gelijknamige dorpje dat bekend staat om z’n sarong weverijen. We parkeren onze scoot bij de lokale Alfamart waar we onszelf eerst maar trakteren op een (bijna) echte Magnum.

We gaan op zoek naar een sarong-weverij maar onze aandacht aandacht wordt getrokken door wat beweging bij de moskee. Er loopt wat oudere jeugd op straat en als ze ons zien worden ze helemaal enthousiast (dat overkomt ons in Nederland nooit). Ze willen perse met ons op de foto en willen sowieso graag gefotografeerd worden. We kletsen nog wat met de jonge dames en gaan dan toch maar op zoek naar zo’n sarong-weverij.

In een steegje tegenover de moskee vinden we dan eindelijk een ‘atelier’ waar de muren vol hangen met kleurrijke stoffen. We gaan naar binnen maar er lijkt niemand aanwezig. Dan beweegt er wat op de grond en komt er langzaam een slaperig hoofd omhoog. ‘We are closed’ roept ze, maar dat hadden wij inmiddels wel begrepen. Het lijkt erop dat de sarong-business momenteel ook in een dip zit.

Vanaf de Rinjani Art Shop lopen we terug naar de Alfamart waar onze scooter staat. Onderweg komen we langs een soort Indonesisch cafetaria waar een bak met rissoles ons verleidelijk aankijkt. We hebben nog niet geluncht dus we bestellen een paar van die lekkere hapjes die we vervolgens op de stoeltjes bij de Alfamart oppeuzelen.

Vanaf Pringgasela rijden we weer terug naar Tetebatu. Onderweg gooien we nog een literfles benzine leeg in de tank. Om twee uur zijn we weer terug bij ons hotel en gaan we voor de laatste keer op het terras-met-uitzicht-op-rijstveld zitten.

Donderdag 12 oktober

Van Tetebatu maken we vandaag de oversteek naar Gili Trawagan, Gili T voor intimi. We worden om kwart voor negen opgehaald bij Les Rizieres en hebben dan 2 uur nodig om bij de haven van Bangsal te komen. Onderweg staan overal schoolkinderen langs de weg. Ongelooflijk, zo lang zijn we hier niet geweest, dat hadden ze niet hoeven doen. Onze chauffeur weet echter te vertellen dat er een of andere hoogwaardigheidsbekleder naar Tetebatu komt.………

Om kwart voor elf zijn we in de haven van Bangsal waar we de touts van ons afschudden die proberen je een kaartje naar Gili T + een kaartje naar Nusa Penida aan te smeren. Wij kopen ons kaartje voor de public ferry voor een prikkie bij het gammele ticket-office in de buurt van de wachtruimte waar we vervolgens plaats nemen.

De Gili-eilanden zijn een groep van drie kleine eilanden voor de kust van Lombok. Ze staan bekend om hun prachtige stranden, heldere turquoise water, en geweldige duik- en snorkelmogelijkheden. Behalve Gili T zijn het Gili Air en Gili Meno. Gili T is het meest levendig, met veel restaurants en nachtleven, terwijl Gili Meno rustiger is en bekendstaat om zijn romantische sfeer. Gili Air biedt een goede balans tussen levendigheid en sereniteit.

De public ferry gaat pas varen als er zo’n 40 passagiers zijn en wij hebben nummer 25 en 26 op ons kaartje staan. De man die een beetje zenuwachtig rondloopt maar er verstand van lijkt te hebben zegt dat het niet lang zal duren en inderdaad kunnen we 10 minuten later al naar het strand om de boot te beklimmen. Bij de public ferry is alles goedkoop, dus er is ook geen loopplank waarover je naar de boot kan. Gewoon met natte voeten langs de buitenboordmotoren.

De houten boot vertrekt een paar minuten na elf uur en het zijn niet alleen maar toeristen die naar party-eiland Gili T gaan. Er ligt ook een hele berg boodschappen van de locals bij de voeten van Diana.
We zien eerst Gili Air aan onze rechterhand (stuurboord), dan Gili Meno en als laatste verschijnt Gili T na 20 minuten in zicht.

We verlaten de boot op dezelfde manier als we aan boord zijn gekomen (maar dan omgekeerd). Dat betekent dat we weer natte voeten krijgen.
Op het eiland gaan we eerst op zoek naar een kop koffie en dat is hier helemaal niet moeilijk. Restaurants rijgen zich aaneen, bars, beachclubs zelfs een bakkerij en natuurlijk veel duikclubs.
We nemen een shot cafeïne en proppen er een muffin achteraan. Dan lopen we de kilometer naar ons hotel.

We zijn wat vroeg bij ons hotel met als gevolg dat onze kamer nog niet schoon is. We gooien de grote rugzakken achter de receptie en maken rechtsomkeert naar het strand. Daar bestellen we wat te drinken en stellen we de inwendige mens tevreden met een club-sandwich. Ondertussen genieten we van de prachtige blauwe kleuren van de zee.

We willen vanmiddag de kaartjes voor de boot naar Nusa Penida reserveren en natuurlijk gaan we hier ook de onderwaterwereld van dichtbij bekijken, bovendien moet er alweer gepind worden. Druk, druk, druk!
Als we de laatste frietjes naar binnen hebben gewerkt gaan we terug naar het hotel en leggen onze spullen op de kamer. Dan duiken we de ‘stad’ in.

We lopen eerst naar de ticket-office van Wijaya Perkasa. Dit is de maatschappij die Elva, de dame achter de receptie van ons hotel aanbeveelt. We worden ingeschreven voor de 15e, krijgen een papieren bevestiging en mogen betalen. Eerste klus geklaard.
Dan lopen we door naar Dream Divers (wederom op advies van Elva). Daar vullen we de gebruikelijke vragenformulieren in, zetten hier en daar een krabbel en mogen ons morgen om negen uur melden bij de duikschool om de uitrusting te passen. Tweede vinkje.

Het is inmiddels drie uur en we nestelen ons in een paar fleurige zitzakken aan zee. We bestellen een drankje en ondertussen trek ik nog een keer anderhalf miljoen uit de pinautomaat.
We blijven hier een tijdje genieten van het uitzicht op het azuurblauwe water en tegen vijven gaan we dan weer terug naar de kamer. We waren net gewend geraakt aan de temperatuur in Tetebatu, maar hier is het weer ouderwets warm.

‘s-Avonds eten we een heerlijke chili bij de buren. Het restaurant staat goed aangeschreven en maakt z’n naam waar. Daarna lopen we nog even naar de boulevard en drinken een heerlijke bak koffie bij The Banyan Tree. Onderweg valt het ons op dat de meeste restaurant leeg zijn. Gili T maakt z’n naam nog niet waar!