Alle berichten van admin

Zuid Korea 1

Donderdag 29 september

We moesten al vroeg op pad, want we hadden een paar fijne tickets, voor weinig, op de kop getikt. Normaal gesproken is het zo’n 9000 km naar Seoul, maar wij doen er nog wat kilometers bij.
Van Apeldoorn via Zutphen naar Roosendaal en dan nog een klein stukje naar Antwerpen.
In Antwerpen hebben we onze treintickets opgehaald om vervolgens, via Rotterdam en Den Haag naar Schiphol te gaan; een extra lusje noemen we dat bij een hardlooptraining.

We zouden in Antwerpen de trein van 13:00 uur hebben, maar omdat we vroeg waren konden we met de trein van 12:00 uur mee. Helaas stond er om 11:50 ineens op de borden dat de trein naar Schiphol was ‘afgeschaft‘, dus konden we alsnog even Antwerpen in. Veel verder dan de grote M zijn we niet gekomen.

De treinreis van Antwerpen naar Schiphol verliep soepeltjes, maar de ontvangst op Schiphol was een stuk minder. Toen Diana bij zo’n zuil aan het inchecken was zag ze dat de één op rij 21 zat en de ander op rij 42: GEZELLIG! Bovendien was op de display te lezen dat we als bonus gelijk 2 uur vertraging kregen. Met dank aan onze Koninklijke. Als pleister op de wonden kregen we twee vouchers van maar liefst 5 euro; joepie! Daar kun je net de wc-juffrouw mee betalen.

Na dit warme bad hebben we ons KLM-netwerk in gang gezet; Rene gebeld, die op zijn beurt weer Pieter heeft gebeld die gelijk ging proberen of hij wat kon switchen. Voorlopig zaten wij bij La Place te schelden op de KLM, want dat lucht wel lekker op.
Niet veel later kwam het verlossende telefoontje van Rene; Pieter had ons in ieder geval bij elkaar weten te rommelen. Maar het kon wel wat gaan piepen bij de gate. Toch handig dat netwerkje.
Toen we bij de gate kwamen hadden we onze eerste Korea-experience: het zat helemaal vol met Koreanen met daartussen een handjevol blanken, dit hadden wij nog niet eerder meegemaakt op Schiphol.
Niet veel na ons kwam Pieter al aangelopen en wij natuurlijk even slijmen aan de balie. Hij zei dat we rustig moesten blijven zitten en dat hij zou proberen ons nog een beter plekje te geven.

Om 19:15 uur begon men met boarden en wij sloten netjes aan in de rij met Koreanen. Toen Pieter ons in de rij zag staan, fluisterde hij opnieuw dat we nog maar even in de wachtruimte moesten blijven zitten.
Uiteindelijk hebben we honderden Koreanen voor onze neus voorbij zien gaan op weg naar de slurf en toen de laatste paar door de bodyscan gingen kwam Pieter met twee nieuwe boardingpassen aanlopen: stoel 2a en 2b, business-class stoelen in de neus van het toestel. Helaas geen businessclass service, maar daar zouden we toch niets aan hebben, op zulke stoelen kun je nl. heeeeeeerlijk slapen.
We vertrokken uiteindelijk met meer dan tweeënhalf uur vertraging, maar de stoelen zaten als gegoten. Gauw een hapje naar binnen en dan de stoel plat om te pitten.

Vrijdag 30 september

Toen de stewardess ons om 11:30 uur, Koreaanse tijd wakker maakte voor een ontbijtje, vonden we het bijna jammer dat het nog maar twee uur vliegen was.
Om 13:30 waren we in het luchthavengebouw van Inchon Airport, waar de formaliteiten vlot verliepen. Tot onze opluchting waren ook dit keer de tassen weer meegekomen en voor we het wisten waren we kaartjes aan het kopen voor de metro naar ons hotel.
Rond 16:00 uur konden we eindelijk alle spullen van ons af gooien; we waren maar liefst 26 uur onderweg geweest!

‘s-Avonds hadden we gelijk onze eerste Koreaanse maaltijd voor de kiezen; een handjevol gepeperde sperziebonen, wat witte kool die in de sambal had liggen weken, zeewiersoep en wat sizzling beef en chicken vergezeld van witte rijst. Met een lepel en een setje chopsticks voel je je gelijk weer thuis in Azie.

Na dit Koreaanse diner hebben we de straten van Seoul nog wat verkend. Het is moeilijk te zeggen waar het op lijkt. De enorme hoeveelheid neonreclame doet aan Hong Kong denken; McDonalds, Pizzahut en KFC zijn vertegenwoordigd, maar in de kleinere straatjes waan je je in een klein plaatsje in bijv. Vietnam.
Over 4 weken kunnen we zeggen of het ergens op lijkt of dat het een geheel eigen identiteit heeft, we zijn benieuwd.

Zaterdag 01 oktober

De vertraging die we gisteren hadden opgelopen moesten we vandaag weer goedmaken. Dat betekende dus een vol programma.

Na een eenvoudig,maar voedzaam ontbijtje zijn we eerst naar het Bukchon Hanok Village gegaan. Hoewel we daar een concentratie van deze traditionele woningen in een grote stad verwachtten, waren het meer een paar verdwaalde authentiek woningen te midden van vnl. lelijke nieuwbouw. Ach, tussen de oogharen door krijg je een idee van hoe het er vroeger moet hebben uitgezien.

Nadat we een uurtje door de straatjes hebben geslenterd, zijn we naar Changdeok-gung paleis gegaan. Dit paleis met zijn vele paviljoenen staat op de werelderfgoedlijst en is erg goed onderhouden, misschien zelfs wel te goed, want het ziet er allemaal te nieuw uit.

Ondanks dat het zaterdag is lopen er grote groepen scholieren rond, herkenbaar aan hun schooluniformen. Overal nemen ze foto’s van elkaar met de alom aanwezige mobiele telefoon en altijd in een pose waarbij het V-teken wordt gegeven.

Omdat we om 12:00 uur het wisselen van de wacht bij het Gyeongbok-gang paleis  wilden meemaken, zijn we na het ene palies gelijk doorgegaan naar het andere.
We waren precies op tijd om de beste plekken in te nemen en het kitschie spektakel van dichtbij mee te maken.; kleurrijke kledij, mooie vlaggen en een boel lawaai.
Hierna hebben we ook dit complex minutieus verkend en zo af en toe vroegen we af wat de verschillen zijn met het complex dat we vanochtend hebben bezocht.
Na deze koninklijke ochtend was het wel even tijd voor een versnapering en wat vocht, dus we zochten een soort bakkerij op waar we een heerlijke typisch Koreaanse Focaccia (?) gegeten hebben.

Volgende stop was de boeddhistische Jogua-sa tempel, waar net een mis aan de gang was. Het meest opvallende aan het Koreaans boeddhisme is wel hun kledij; in plaats van oranje of bordeaux-rood lopen ze hier in een muis-grijs gewaad en dat is vooral minder leuk voor de gevoelige plaat.

Na dit bliksembezoek aan deze tempel zijn we via het hotel doorgelopen naar de Gwangjang markt. Dit is weer zo’n typische Aziatische markt waar je van alles kunt krijgen, maar vooral het assortiment zeedieren was erg uitgebreid.

Van de markt lopen we naar de Korean Tourist Information om even uit te zoeken naar welk busstation we morgen moeten. We zijn er allervriendelijkst geholpen en Diana ontdekte dat je er zelfs gratis internationaal kon bellen. Het kostte heel wat moeite om haar daar weer naar buiten te krijgen.

Onze laatste bestemming van de dag was de 235 meter hoge N Seoul Tower bovenop de 265 meter hoge Mt. Namsan. We wilden er eigenlijk met de kabelbaan naar toe, maar toen we de rij Koreanen zagen staan besloten we maar te gaan lopen en dat hebben we geweten; de Posbankloop is er niets bij.
Boven aangekomen hebben we Seoul in zijn uitgestrektheid kunnen bewonderen en omdat het begon te schemeren toen wij boven waren, hebben we ook de Seoul-by-night versie mee mogen maken.

De terugweg was meer van hetzelfde, dus ook nu weer te voet en niet met de gondel. Rond half negen waren we weer downtown en zijn we bij Madfry Chicken nog even wat gaan eten. Toen we aan ons tafeltje zaten en om ons heen keken bleek dat hier vnl. de opgeschoten jeugd een happie kwam doen. Er was geen tafel te vinden waar geen mobiel op tafel lag of aan het oor kleefde. Het leek er sterk op dat ze aan tafel ook met elkaar communiceerden via de mobiel.

Bij Madfry Chicken is het ze gelukt ons te verrassen met een maal dat wij nog niet eerder hebben gegeten: een salade met een bolletje ijs erop.
Nadat we de gefrituurde, kruidige kip en de salade tezamen met een Koreaans gerstenat, naar binnen hadden gewerkt zijn we terug gegaan naar ons hotel. Dit was Seoul in een notendop, maar we kunnen aan het eind van onze vakantie nog wat uitgebreider kennis maken met deze leuke stad.

Zondag 2 oktober

Vandaag hadden we onze eerste busrit. Eerst met de metro naar de Express Bus terminal en dan daar even op zoek naar het juiste loket. In de metro worden we eerst onthaald door een blinde die op de mondharmonica probeerde te spelen. De nadruk lag duidelijk op proberen, want je kon horen dat hij nooit veel noten heeft gelezen. Daarna kwam er nog een schoenenverkoper met zijn handelswaar langs. Hij verkocht neopreen huisschoentjes of zoiets; wij hadden geen belangstelling.

Op het busstation hadden we de ticket-office snel gevonden en hoewel ons Koreaans niet veel verder gaat dan Hyundai en Samsung waren de tickets snel gekocht. De plaatsnamen staan gelukkig ook in het Koreaans in de Lonely Planet, dus we zwaaien af en toe gewoon even met deze gids. De prijs van de kaartjes viel mee, drieënhalve euro voor 2 uur bussen.

Het was erg druk op de snelweg naar Gonju, maar de bus heeft een eigen rijbaan dus dan schiet het wel op. De omgeving is licht heuvelachtig met af een toe een akkertje rijst, afgewisseld met een dorpje.

In Gonju hebben we ons geplande hotel snel gevonden (met een beetje hulp van de taxichauffeur). Het is allemaal wat eenvoudiger dan in Seoul, maar ook hier weer een grote breedbeeldtelevisie en een pc op de kamer. Nadat we de spullen op de kamer hebben gegooid, mengen we ons in het feestgedruis. Van 1 tot 9 oktober is hier het Baekje Festival en dat is goed te merken. Overal staan feesttentjes en etenskraampjes en alles is versierd.

We besluiten eerst maar naar het Gongsanseong fort boven op de heuvel te gaan, of wat er van over is, want ook hier staat het wisselen van de wacht op het programma. Het is weer een theatraal gebeuren maar het is hier wat minder strak georganiseerd dan in Seoul zodat overal Koreanen tussendoor lopen. Via de oude vestingmuren komen we bij een noodbruggetje dat naar de andere kant van de rivier gaat. Het bruggetje is een beetje instabiel dus je moet geen last van zeeziekte hebben.

Halverwege de brug staan levensgrote, papieren modellen van krijgers te paard die de koning en koningin begeleiden, op drijvers in de rivier . Knap gemaakt en zeker een fotootje waard.
We lopen door naar de andere kant van de rivier waar zo mogelijk een nog groter feestterrein waar een mega-braderie aan de gang is.

We vergapen ons aan de vele stalletjes en aan het begin van de avond gaan we over een wat meer solide brug terug naar de andere kant van de rivier, omdat vlakbij ons hotel een grote parade plaatsvindt.
We lopen eerst naar de plek waar volgens ons de parade zou moeten beginnen en verbazen ons over de grootte van dit dorpje; er is zelfs plek voor een PizzaHut.
Na een half uur wachten zien we dan dat de voorste wagen, waarop een levensechte opblaasdraak staat, in beweging komt.

Gelijkertijd begonnen trommelaars in antieke militair tenues lawaai te maken, waarna nog een hele stoet volgde: fakkeldragers, dansers die ritmisch bewogen op een aanstekelijk muziekje, mannen verkleed als kastanjes (?), vaandeldragers, gemaskerde mannen, de koning en koningin die in een cabine op palen gedragen werden en nog veel meer. Kosten noch moeite waren gespaard om ons te vermaken.

Tijdens de parade hebben we nog een hapje gegeten en nadat de laatste deelnemers de hoek om waren zijn we weer terug gelopen naar de rivier. De kerstversiering was uit de doos gehaald en alles waar een lampje aan blijft zitten was verlicht. Er zijn zelfs lichten ontstoken in de papieren krijgers die we vanmiddag bij de gammele brug hadden gezien; wat een Lumido!

Meer sfeer konden we op dit moment echt niet hebben en we zijn terug gelopen naar het hotel, waar we in ons extra smalle bed tot rust proberen te komen op de dreunende beat van de lokale dj. Het was nog lang onrustig in Gongju.

Maandag 3 oktober

Het was vanochtend even dubben wat we zouden gaan doen. Thuis hadden we bedacht dat we naar het Magok-sa klooster zouden gaan,maar in de festivalfolder stond dat er in het nabij gelegen Buyeo een mooie ceremonie zou zijn, eveneens in het kader van het Baekje festival. We hebben er uiteindelijk maar even om gevochten en zoals gewoonlijk heeft Diana haar zin gekregen; het werd Buyeo.

Tegen negenen waren we alweer op het busstation. Kaartjes gekocht en omdat ons hotel geen ontbijt heeft, hebben we bij het bakkerijtje op het busstation de innerlijke mens tevreden gesteld. We hadden de laatste slok thee nog maar net naar binnen gegoten toen de bus bij het platform aanmeerde. Gauw een paar goede plekken ingepikt en klaar voor een ritje van 45 minuten.

Buyeo is een soort kleiner broertje van Gonju, maar met net zoveel historie. Ook hier is een fort dat op een heuvel is gelegen en daar moesten we vandaag zijn. De ceremonie waar wij voor waren gekomen speelde zich af bij Samchung-sa, een heilige plaats die is opgedragen aan drie loyale leden van het hof van Baekje die met slechts 5000 man de strijd aangingen tegen het 10 maal grotere leger van Shilla en de Chinezen; vier aanvallen werden afgeslagen, maar bij de vijfde zijn ze uiteindelijk toch verslagen. Het lijkt wel wat op de verering van Guus Hiddink; verlies je de halve finale van het WK met het thuisland en dan krijg je een bronzen standbeeld.

We kwamen hier dus voor de ceremonie en die is ook zonder dat je de historie kent, boeiend om te zien. Eerst wat gracieus danswerk van mooi opgemaakte vrouwen in maagdelijk witte kledij (het leken wel geisha’s) en daarna een twintigtal men-in-white die voor het tempeltje in twee rijen stonden opgesteld en vervolgens met tweetallen steeds een soort kranslegging deden bij de beeltenissen van de krijgsheren, terwijl een klein mannetje achter een spreekplankje allerlei mooie woorden zei (denken wij). Dit alles gebeurde onder begeleiding van een stevig stukje Koreaanse muziek; je moet er van houden……

Na dit fraaie schouwspel zijn we naar de andere kant van het heuvelachtige terrein gelopen en na een paar pittige klimmetjes kwamen we bij een mooi gedecoreerd boeddhistische tempel. Hier hebben we even wat rondgesnuffeld waarna we via dezelfde pittige klimmetjes weer terug zijn gelopen; wij hadden onze heuveltraining wel weer gehad.

‘s-Middags waren we om 15:00 uur weer terug in Gonju en nu moesten we eerst pinnen want de bodem van onze geldkist kwam in zicht. Vlak bij het busstation hadden we een bank gezien dus daar even heen gelopen en de pas in de geldautomaat gestopt; helaas was het bij deze bank niet mogelijk om met een Nederlandse bankpas te pinnen. Terug naar ons hotel heeft Diana nog een meisje aangesproken die ons naar een andere bank verwees. Ook hier de pas in de automaat, bedrag ingegeven, maar het enige wat uit de automaat kwam was een bonnetje waar het bedrag, dat we hadden ingegeven, op stond. Was het geld nu afgeschreven of niet? Er was in ieder geval niemand te vinden die ons hierbij kon helpen dus dat moesten we later maar even navragen bij de Tourist Information.

Er stond vandaag nog één attractie op het programma, nl. de 7 tombes van de Baekje vorsten. Geen grote mausolea, maar de graven zijn bescheiden en lijken op heuvels die met gras bedekt zijn. Om inzicht te geven in het binnenste van zo’n grafheuvel hebben ze er eentje nagebouwd als museum; erg handig.

Omdat we toch aan geld moesten zien te komen zijn we na het bezoek aan de grafheuvels op zoek gegaan naar een bank die één van onze vele pasje zou slikken. Gelukkig waren er banken genoeg, maar nadat we al voor vierde keer alleen maar een bonnetje hadden gehad, werden we toch een beetje zenuwachtig. We besloten weer richting Tourist Information te gaan, maar net toen we omgekeerd waren zagen we bij een bankgebouw het Maestro logo glinsteren. Daar kwamen we met de schrik vrij.

‘s-Avonds besloten we bij zo’n gezellige feesttent te gaan eten. We zaten nog maar net op ons plastic krukje achter het plastic tafeltje met het plastic kleedje onder de veel te felle spaarlampen of er werd ons een Koreaanse menukaart onder de neus geschoven. Daar konden we niets mee dus Diana wees een paar dingetjes aan die wel eetbaar leken. Flesje bier erbij en smullen maar.
De maaltijd was goed te eten: gebarbecuede stukjes varken met sla en saus en een omelet/pannenkoek met de hele groentetuin erdoor. Het flesje bier bleek een venijnig drankje te zijn van minstens 35% en die halve liter kreeg Rob niet weg.

De grootste verrassing bleek uiteindelijk de rekening te zijn, want we moesten maar liefst W41.000 betalen, omgerekend €25 en dat zijn Zuid Korea buitensporige bedragen. Een potje bekvechten met de kenau achter de kassa haalde niets uit, dus dit verlies moesten we maar nemen.

Dinsdag 4 oktober

Bij het openen van de gordijnen keken we wel even gek op; dichte mist. Op zich wel goed gepland, want we moesten vandaag weer bussen. Eerst met de taxi naar het busstation en daar kaartjes gekocht naar Daejeon omdat er geen rechtstreekse bus naar Andong is.
We hadden nog net genoeg tijd om even een broodje en een bakkie thee weg te werken want om 08:17 uur zou onze bus vertrekken. Met een paar minuutjes vertraging vertrokken we in een oude rammelkast naar Daejon. De rit duurde net iets meer dan een uur en op het grote busstation van Daejeon, vlakbij één van de WK-stadions uit 2002, lukte het ons toch weer buskaartjes voor het volgende traject te bemachtigen.
Nog even een kop koffie naar binnen gewerkt en om 10:20 uur vertrokken we, met een zo mogelijk nog gammelere bak, voor het laatste stuk naar Andong waar we om 12:30 uur uit de bus stapten.
We lieten ons met de taxi bij een motel afzetten, maar keken daar toch wel raar op; geen lobby, geen receptionist, maar alleen een soort sigarettenautomaat waar afbeeldingen van kamers op stonden. Je kon op een afbeelding drukken, geld in de machine gooien en de sleutel voor de gekozen kamer viel in het bakje.
We hadden al wel wat gelezen over de love-motels, maar dit was dus zo‘n motel. Omdat we wel wat afgemat waren van de reis leek het ons verstandiger om iets anders uit te zoeken. Een paar blokken verderop vonden we een iets beter hotel, want deze had in ieder geval een receptionist, en hebben daar een kamer genomen. Uit het standaard toilettasje dat je mee kreeg naar de kamer maakten we op dat er ook hier wel wat ge-loved werd.

Nadat we de spullen op de kamer hadden gegooid zijn we gelijk richting het Hahoe Village gegaan; niet alleen om daar dit authentieke dorp te bekijken maar ook omdat er nog optredens zouden zijn in het kader van het wereldberoemde Andong Mask Festival. We hadden nog een uurtje tijd voordat de eerste Mask dans zou worden opgevoerd, dus hebben we al snel even een rondje gemaakt door het dorpje; het is geen nepboel zoals bij de Masai in Kenia of de Mursi in Ethiopie, maar de mensen leven hier nog steeds in de authentieke Koreaanse woningen, maar dan wel voorzien van hedendaags comfort en een grote auto voor de deur.

De Mask dans was een knap stukje amateur toneel, maar het is niet voor niets dat de spelers een masker op hebben; zo wil je niet herkend worden door je buurman! Hoewel er waarschijnlijk nooit een uitvoering van zal komen in het Scheveningse Circustheater, was het best leuk om te zien en, ondanks dat we er niets van verstonden, hebben we het verhaal wel kunnen volgen. ‘s-Avonds hebben we weer lekker gegeten en na nog een goede kop koffie zijn we naar ons eigen Love-motel gegaan.

Woensdag 5 oktober

Het was me het dagje wel weer; 14 uur belevenissen van twee filmsterren door Zuid Korea, maar daarover straks meer.
Om 08:00 uur liepen we alweer in de ‘hoofdstraat’ op zoek naar een ontbijtje en gelukkig was bij bakkerij Mammoth de tafel gedekt. Met een gevulde maag konden we op weg.
Onze eerste bestemming vanochtend was Dosan Seowan, een voormalig confuciaans klooster/academie.
Bus 67 brengt ons in een half uurtje naar deze fantastische lokatie op 28km van Andong. Helaas is het complex niet meer ‘bewoond’, waardoor je je slechts kunt voorstellen hoe het hier vroeger geweest moet zijn. Dosan Seowan was door het hele land beroemd vanwege het hoge nivo van de opleiding die hier werd gegeven; het was de meest prestigieuze opleiding voor degenen die een goede baan nastreefden.
We hebben ongeveer een uurtje rond gedwaald door dit complex, waarna we weer met de bus naar Andong terug zijn gegaan.

In Andong hebben we geluncht, waarna we op zoek zijn gegaan naar bus 54 die ons naar Jebiwon moest brengen.
Jebiwon is geen karakter uit een Star Wars film, hoewel deze enorme Boeddha wel wat weg heeft van Jaba the Hutt. Een enorm rotsblok is het lijf van de Boeddha en hier bovenop is een kleiner rotsblok geplaatst waar het hoofd uit gehouwen is.
Hoewel Jebiwon de hoofdact moest zijn, werd alle aandacht opgeëist door een monnik die in een naastgelegen tempel een dienst leidde; wat een sfeervol gebeuren is dit toch altijd weer.

Rond 15:00 uur stonden we, samen met een Zuid Koreaans paar, weer bij de bushalte te wachten om terug te gaan naar Andong. Toen de bus wel erg lang op zich liet wachten, zijn we maar ingegaan op het voorstel van een langsrijdende taxichauffeur om met hem terug te rijden naar Andong voor de prijs van 4 buskaartjes. We zijn snel ingestapt en met een kwartiertje stonden we alweer in Andong.

In Andong hebben we nog even over de markt geslenterd en wat gedronken bij bakkerij Mammoth, waarna het tijd werd om naar het festivalterrein van het Maskdance Festival te gaan.
Dit festival is niet te vergelijken met het festival van twee dagen geleden in in Gongju. Hier draait alles om zang en dans en dat allemaal in combinatie met maskers. Het is een internationaal gebeuren waarbij dansgroepen van over de hele wereld aanwezig zijn; een groep uit Israel, uit China, de Filippijnen, Oezbekistan, India, Maleisië en nog veel meer.
Bovendien waren er van nog veel meer landen ook etenstentjes aanwezig dus het was ook nog eens een groot smul-feest.

We moesten nog even onze draai vinden op dit enorme festivalterrein, maar voordat we het wisten werd er een een enorme filmcamera voor onze neus gehouden; of we maar even iets wilden zeggen over het festival. Even snel een paar zinnen in het Engels opgedreund (het maakt niet wat je zegt want ze verstaan je toch niet) en ons eerste optreden zit er op.

We hebben eerst koers gezet naar het grote podium omdat daar het meeste lawaai vandaan kwam. Een groot aantal groepen gaven er een show weg en het leuke was dat je er bijna tussen kon lopen. Aan het eind van één van de optredens kreeg Diana een masker van een man, terwijl hij zijn sjaaltje aan Rob gaf. Daar stond wel tegenover dat Rob het masker op moest zetten en met hem op de foto. Dit bleef niet onopgemerkt want voor we het wisten werden er verschillende lenzen op ons gericht. Als toerist ben je gewoon al een attractie in Zuid Korea, maar als je dan nog een beetje met ze meedoet is het hek van de dam.
Kort na de eerste fotoshoot wilden een paar vrouwen van hoogwaardigheidsbekleders met deze toerist op de foto, gevolgd door een paar verzoeknummers van verschillende fotograven. We waren er maar druk mee. Na onze minutes of fame, hebben we ons weer op het feestgedruis gericht en verschillende feestende groepen van dichtbij meegemaakt. Wat een spektakel.

Wat we tot nu toe hadden meegemaakt komt nog het dichtst bij een carnavalsoptocht, maar het festival heet niet voor niets het Maskdance Festival; we moesten dus nog wel even naar een maskdance toe in het Maskdance Theatre. Eerst maar even kaartjes gekocht, maar omdat de hoofdshow nog een uurtje op zich liet wachten hebben we een broodje shoarma op de kop getikt; dat is het voordeel van een internationaal festival!

Om 19:30 uur zaten wij op de eerste rij in het theater vlak bij het podium in afwachting wat er komen ging. We hadden natuurlijk gisteren al een voorproefje gehad in het Hahoe Village, maar dit zou een veel grootsere show worden.
De eerste sketch ging over een man die een stier tegen de grond slaat en vervolgens zijn ballen eraf snijdt. Met deze ballen in zijn hand gaat hij bij een paar mensen in het publiek rond en maakt wat grappige opmerkingen; niet dat we het verstaan, maar er wordt smakelijk gelachen. Uiteindelijk komt hij ook nog even zo’n toneel-testikel bij Rob onder de neus houden en ook nu maakt hij een paar opmerkingen en aan de reactie van het publiek te merken was het erg grappig.
Bij een volgende sketch zit een vrouw zeurend aan een weefgetouw; het werk is haar allemaal te zwaar en het levert niets op (dit is mijn eigen vrije interpretatie want ondertiteling was niet voorhanden). Vervolgens gaat ze bedelen om aan geld te komen en houdt ze een bakje bij Rob onder de neus. Tja, dat moet je bij een Hollander niet doen; dat levert je niets op. Blijkbaar hebben ze van Guus een hele andere indruk van Hollanders over gehouden.

Na een uur kwam deze toneelshow tot een einde en in een laatste vreugdedans met alle spelers werden ook de toeschouwers uitgenodigd om mee te dansen. Dit keer was Diana de gelukkige want ze werd gevraagd om mee te doen. Rob moest haar wel even een stevige duw in de goede richting geven, maar even later stond ze temidden van de uitbundige Zuid Koreanen mee te dansen; wat een feest!
Moe maar voldaan zijn we terug gelopen naar Andong waar we nog even een bakkie hebben genomen bij een andere favoriete bakkerij van ons: Tous les Jours. We bedenken ons dat dit alweer de vierde dag is dat we langer dan 12 uur op pad zijn; het lijkt wel werk.

Oman 5

Vrijdag 3 december

Omdat we vandaag niet zoveel afstand hoefden te overbruggen, konden we voor het eerst een beetje uitslapen. Pas tegen negenen gingen we voor het ontbijt weer naar Paul.
Nadat we weer een heel gesneden bruin naar binnen hadden gewerkt, gingen we op weg naar het metrostation omdat we naar de Dubai Mall en de Burj Khalifa wilden gaan. Bij het metrostation aangekomen werden we tegengehouden door twee militairen die ons duidelijk maakten dat het vrijdag is (=zondag) en dat de metro dan pas om 13:00 uur wordt opgestart.

Dat betekende dus dat we onze plannen moesten omgooien. Vanochtend eerst maar naar de goud- en spice-souq en met de abra (watertaxi) naar de andere kant van de kreek en dan vanmiddag maar naar de Dubai Mall en de Burj Khalifa.
We namen een taxi en een kwartiertje later stonden we op de goud-souq. Deze souq is niet zo’n souq zoals we die in Oman hebben gezien, maar veel meer een winkelstraat met een overkapping. Deze goud-souq staat wereldwijd wel hoog aangeschreven; zowel de kwaliteit van het goud als de prijs die je hier betaald zijn goed. De etalages liggen van boven tot onder vol met goud, maar omdat wij niet zulke goud-liefhebbers zijn (behalve dan als het om een grote hoeveelheid goud-staven gaat) gingen wij snel door naar de spice-souq. Deze spice-souq was meer een mini-souq. Slechts een paar winkeltjes lagen volgestouwd met mooi gekleurde kruiden. Het rook er allemaal erg exotisch. We lopen door het straatje een kopen nog een souvenirtje voor ons kastje en gaan dan naar de abra-halte.

De wijken Deira en Bur-Dubai worden gescheiden door een riviertje, de ‘creek’ genaamd. Tegenwoordig rijden de Dubai in hun Ferrari via één van de bruggen naar een andere wijk, maar vroeger (en dus nog steeds voor degene die geen Ferrari hebben staan) nam men de abra; een smalle motorboot waar twee rijen mensen met de ruggen naar elkaar toe gaan zitten en voor 1 dirham naar de andere kant worden gevaren. Leuk om te doen want vanaf het water heb je een mooi uitzicht op beide oevers. Het ritje duurt maar een paar minuten, dus lang genieten is het niet.

Wij gingen dus van Deira naar Bur Dubai om daar de oude souq te bezoeken. Dit is waarschijnlijk ook de meest toeristische souq die we hebben meegemaakt. Constant wordt je aangesproken:‘sir you want t-shirt’, ‘you want pashmina sjawl mam’, ‘mister i have Rolex and Armani t-shirt’. Het lijkt Turkije wel.
Nadat we de souq ontsnapt zijn, gaan we even op een terrasje aan het water zitten om wat te drinken. Het is fantastisch om te kijken naar alles wat er gebeurd aan en op het water.

Na de dorstlesser wurmen we ons nog één keer over de souq om aan de andere kant naar het fort van Dubai te gaan kijken. Dit fort haalt het niet bij de forten die we in Oman hebben gezien en bovendien is het sowieso gek om zoiets ouds in deze stad van nieuw te zien.
Na het fort lopen we nog even door langs de creek en blijven nog even staan bij het hoofdgebouw van de nationale bank. Hier moet het vorig jaar wel een zenuwen-boel geweest zijn toe Dubai bijna failliet was. Gelukkig heeft buur-emiraat Abu Dhabi ze toen vele miljarden dollars geleend om de schulden af te lossen, want anders had het er hier nu misschien wel heel anders uitgezien.
Vanaf de rivier lopen we naar het metrostation Khaleed Bin Al Waleed, maar helaas zijn we nog te vroeg om op de metro te springen dus genieten we van een lunch bij Dôme, dat naast het metrostation ligt.
Kort na enen zien we de mensen weer het metrostation in stromen en als wij onze lunch hebben betaald, doen we hetzelfde om de metro naar halte Dubai Mall/Burj Khalifa te nemen.

We gaan eerst naar de Dubai Mall en dit winkelcentrum is er eentje van de buiten-categorie. Waren we gisteren bij een enorm winkelcentrum met 400 winkels, in de Dubai Mall zijn dat er 1200 (!). Er is eigenlijk geen beginnen aan, en dat doen we dan ook maar niet. Zo’n winkelcentrum heeft wel de nodige attracties onder dak die wel de moeite van het opzoeken waard zijn. Zo bekijken we het Dubai aquarium dat nog een paar keer zo groot is als het aquarium dat we gisteren in hotel Atlantis zagen, zien we hoe de Dubai proberen te schaatsen op de indoor ijsbaan, lopen we langs een kunstige waterval van wel 25 m hoog en 50 m breed en zien we vanaf het terras buurman Burj Khalifa overal bovenuit torenen. De slogan van dit winkelcentrum is ‘Welcome to Everything’ en daarmee is eigenlijk alles gezegd.

Naast de Dubai Mall staat de Burj Khalifa. Dit 828 m hoge gebouw heeft vorig jaar de status van hoogste gebouw van de wereld overgenomen van de 508 m hoge Taipei 101 in Taiwan. In het najaar van 2004 is men met de bouw van dit gebouw begonnen en vorig jar is het voltooid. Ontworpen door een toonaangevend Amerikaans architectenbureau, terwijl Georgio Armani het interieur heeft verzorgd.
Als je zo aan de voet van dit enorme gebouw staat is het eigenlijk niet te bevatten hoe hoog het is. Je ziet het wel, maar het gaat je bevattingsvermogen te boven. Het is in ieder geval wel heel imponerend en je kunt je ogen er bijna niet vanaf houden. In de contante zucht naar meer, groter en grootst moet dit wel een enorme overwinning geweest zijn.
We masseren onze nekken, die stijf zijn geworden van het naar boven turen, weer wat los en gaan dan weer naar het metrostation om de metro naar Deira City Center te pakken. Terug naar ons hotel in deze relatief bescheiden wijk van Dubai.

Zaterdag 4 december

We hadden niets op het programma staan vandaag, dus konden we weer een beetje uitslapen.
In de lobby van het hotel hebben we vanochtend eerst even on-line ingecheckt voor de vlucht van morgen. Stoel 38a en 38b zijn voor ons.
De eerste klus van de dag zit er dan al weer op en dan hebben we wel een lekker ontbijtje verdiend en bij Paul worden we inmiddels als vaste klanten gezien. We gaan dit keer voor een halfje bruin.

De rest van de dag zijn we in en om het Deira City Center winkelcentrum te vinden. Af en toe een winkeltje in en dan weer eens ergens wat eten of drinken. We vestigen een nieuw pr duur-shoppen en kopen zelfs nog wat kleding en accessoires.
Geen spoor van Sinterklaas of zijn Pieten, dus daar hoeven wij dit jaar weinig van te verwachten. De beste man zou toch ook een beetje meer global moeten denken, er ligt hier een hele markt voor hem open.

Het winkel-centrum is zo groot dat de dag voorbij vliegt en rond 16:30 uur zijn we even terug naar het hotel gegaan om de gekochte spullen op de kamer te leggen.
Als we daarna in de lobby even onze mail checken en gelijk even teletekst raadplegen, lezen we over de enorme chaos op Schiphol; veel vluchten geannuleerde en nog veel meer vertraagd door de slechte weersomstandigheden (en een beetje door een staking in Spanje). Er gaan dagelijks twee vluchten naar Dubai en we zien dat de eerste vlucht met vier uur vertraging is vertrokken; dat beloofd weinig goeds.
Voorlopig valt er nog niets te zeggen over onze vlucht, dus we gaan maar weer naar het Deira City Center voor een laatste avondmaal.
Later op de avond checken we nog een paar keer teletekst pagina 761 voor de laatste informatie over onze vlucht, maar steeds niets. Dan sturen we René een sms en vragen hem om de vertrektijd van de KL0429 in de gaten te houden en ons een berichtje te sturen wanneer het vliegtuig vertrokken is. tegen 00:30 uur ontvingen wij de sms. Dat valt dan allemaal nog mee.

Zondag 5 december

Al om 05:00 uur staan we naast ons bed en nadat we ons gedoucht hebben, pakken we onze tassen voor de laatste keer.
Om 05:30 uur zitten we in de taxi en net na zessen zijn we al door de laatste douane check. We nemen een ontbijtje in de buurt van onze gate en hangen wat onderuit op de stoelen. Het zal wel weer een lange dag worden.
We lopen wat heen-en-weer op de luchthaven en gaan uiteindelijk toch maar zitten bij gate 115.

De vertraging van vlucht KL0429 die ons komt halen loopt uiteindelijk op tot een uur en de crew is zelfs al bij de gate als het vliegtuig nog moet landen. Om 07:15 uur horen we één van de stewardessen zeggen dat het vliegtuig is geland en niet veel later beginnen ze al met het controleren van de paspoorten. Om 08:30 uur gaan we aan boord.
De piloot vertelt in z’n “Hello this is your captain speaking“-praatje dat hij stevig gas zal geven. Met een verwachte vliegtijd van 6 uur en 50 minuten moeten we dan de meeste vertraging weer ingelopen hebben.
Het is verder een typische KLM-vlucht: magere service en stevige stewardessen. Afgezien van een ontbijtje en nog iets wat daar op leek moeten we toch vooral zelf op zoek naar drinken.
Gelukkig duurt de vlucht maar 7 uurtjes dus dat is wel vol te houden. Een filmpje, wat muziek en een tijdschrift helpen ons er doorheen en rond 12:30 uur zet the captain de Airbus aan de grond.

We worden aan gate F2 gekoppeld en dat is mooi gunstig, want je duikt dan zo de roltrap af naar de douane. Voor onze bagage moesten we naar band 15 en die is weer direct achter de douane. Als de bagage er snel zou zijn dan konden we de trein van 12:59 uur misschien zelfs halen…………… maar dat was wat al te voortvarend gedacht. We hebben het wel over een vlucht met de KLM, de maatschappij die een naam ‘hoog’ heeft te houden met het zoekraken van bagage.
Nadat we de priority-bagage van de business-class langs was gekomen op de band, werd het angstvallig stil en nadat we een verdwaald koffertje van Arke zo’n 20 keer voorbij hadden zien komen besloten we maar naar de service-desk van de KLM te gaan. In ons kielzog nog zo’n twintig passagiers, want ze waren niet alleen onze tassen kwijt, het leek er meer op dat er een container zoek was.
Bij de service-desk werden we geholpen door een KLM-medewerker die vooral vond dat híj een probleem had, want na een vlucht vanuit Curaçao waar 100 koffers zoek waren geraakt moets hij nu alweer aan het werk. Tja, het valt niet mee…………………….
Nadat we uiteindelijk de nodige formuliertjes hadden ingevuld gingen we naar de trein met niet meer dan twee lullige dagrugzakjes.

Omdat er geen treinen reden tussen Schiphol en Amersfoort, mochten we via Utrecht. Is toch een kwartiertje extra treinen voor hetzelfde geld! Konden we het mooie witte winterlandschap goed in ons opnemen.
Om 15:00 uur stonden we in Apeldoorn op het perron en lopen we door de sneeuw over het Stationsplein. Een paar tellen later kwam de Henny-taxi er alweer aan en zit onze vakantie naar Oman er echt op.

Oman 4

Vrijdag 26 november

Vandaag is een verhuisdag, dus we konden rustig aan doen. We sliepen uit tot een uurtje of acht en ontbeten aan het zwembad. Daarna uitchecken en met de shuttle van het Khasab hotel naar Golden Tulip Khasab omdat daar de duikschool van Extra Divers is gevestigd.
We maken kennis met Sandra, die samen met haar man Kurt deze duikschool runt, regelen het papierwerk en passen onze duikkleding.
We zetten onze bagage in een kamertje van de duikschool en gaan bij het zwembad van het Golden Tulip hotel liggen; eindelijk vakantie.

Dat het Golden Tulip hotel een andere categorie is dan de hotels waar wij slapen, blijkt als we hier gaan lunchen. We betalen hier voor twee drankjes en een pizza net zoveel als we normaal gesproken over een hele dag met z’n tweeën opmaken.
Vanaf het restaurant van het Golden Tulip heb je een fantastisch uitzicht over de zee en terwijl wij op onze lunch zitten te wachten zien we net de hele armada van Iraanse speedboten koers naar huis zetten; een fantastisch gezicht hoe die tientallen volgeladen speedboten daar een race van lijken te maken.
We liggen tot een uur of vier aan het zwembad en moeten steeds een stukje verkassen om de schaduw voor te blijven, maar dat lukt ons aardig.
Als rond 16:00 uur de de duikers terug komen bij de duikschool hebben ze fantastische verhalen over schildpadden, barracuda’s en grienden rond de boot. Als ze vandaag maar niet al het onderwater leven voor ons hebben verjaagd…….
Van de duikschool gaan we naar de Extra Divers Villa, waar we de komende 5 nachten zullen slapen. Deze villa wordt alleen bewoond door duikers en toevallig zijn dat deze week Nederlanders en één Engelsman.
‘s-Avonds eten we een heerlijke chicken chili bij Al Shamalia en speculeren we al over de duiken van morgen. We zijn benieuwd!

Zaterdag 27 november

Het ontbijt in de Extra Divers Villa is prima. Behalve toast, jam, kaas en honing was er zelfs Venz hagelslag en yoghurt. Hier moesten we minimaal de eerste duik op door kunnen komen.
Het busje dat ons van de Villa naar de duikschool moest brengen stond op 08:30 uur voor de deur. Alle duikers uit de Villa inladen en karren maar. Bij de duikschool de luchtfl
essen en de rest van de duikspullen op de pick-up, duikers weer in de bus en we konden door naar de haven.

De groep duikers werd in de haven in tweeën gedeeld waardoor elk van de speedboten zo’n 10 duikers aan boord had. Wanneer alles aan boord is en iedereen dubbel gecheckt heeft dat alle equipement aan boord is gaan we op weg naar de eerste duikstek.
De boten zijn niet zo groot als we in Egypte gewend zijn met duiken, maar afgezien van een enkele boeggolf die over de boot slaat en voor wat nattigheid zorgt, gaat het wel. Aan beide zijden van de speedboot zijn banken waarop je kunt zitten. De opgetuigde flessen staan als een soort rugleuning achter de bank.


Onze eerste duikstek is Eagle Bay; geen idee waar de naam vandaan komt maar we laten ons verrassen. Wij duiken natuurlijk als buddys en samen met ons duikt Andrew, een Engelsman die bij BP in Abu Dhabi werkt en Mattew, een divemaster van de de duikschool. Mattew doet de briefing, maar eigenlijk geeft hij vooral aan dat we het rif aan onze linker schouder moeten houden en wanneer onze lucht op is naar boven gaan en aan de boot het signaal geven dat je opgehaald moet worden.

Wanneer we alle vier bepakt en bezakt zijn gaan we te water. De onderwaterwereld is hier toch weer anders dan we gewend zijn; behalve koraal zijn er enorme rotswanden en overhangende rotsen waar je onderdoor zwemt. Het koraal is mooi en onaangetast en de vis is overvloedig. Vooral de koraaltuin aan het eind van de duik is fantastisch. Het zicht is wel iets minder dan bijv. in Egypte, maar toch ruim voldoende. Na ruim een uur zit de eerste duik erop en gaan we weer aan boord van de speedboot en krijgen daar een beperkte lunch die bestaat uit wat fruit en koeken en thee.
Voor de tweede duik gaan we naar de duikstek met de exotische naam Pipi Beach. Hetzelfde ritueel als bij de eerste duik: briefing, aankleden en plons!
Het begin van de tweede duik is niet zo boeiend. We zien weinig koraal en het zicht is iets minder dan bij de eerste duik. Onze eerste ‘vangst’ is een enorme barracuda. Kort daarna verandert het landschap en zien we weer veel meer koraal met bijbehorende vis. Daar zien we opeens een fuik staan waar een paar grote koraalvissen en een tweetal murenen in gevangen zitten. We proberen ze te bevrijden, maar het lukt helaas niet voor alle vissen.
Vanaf de fuik zwemmen we weer over een enorme koraaltuin die onaangetast lijkt te zijn en waar bovendien heel veel vis te zien is.

Net binnen het uur beëindigen we deze tweede duik en gaan weer aan boord van de boot en beginnen we aan de terugreis.
De terugreis is gee
n fijne. We moeten tegen de wind en stroming in en de boot klapt op de ruwe zee. Bij elke klap komt er een enorme bak water over de boot heen en al snel is alles kletsnat.
De boot heeft m
oeite met de stroming en de ruwere zee en omdat we tegen de wind in varen hebben we het ijskoud. Tot overmaat van ramp duurt de terugreis, door deze omstandigheden langer dan de heenreis waardoor we zo’n beetje onderkoeld zijn als we in de haven aankomen. Gelukkig warm je snel op als je in de zon staat, maar de helft van onze spullen is wel nat geworden.
We gaan snel in de gereedstaande bus zitten die ons vervolgens terug naar de duikschool brengt. Daar krijgen we een lekker bakkie thee waar we ons aan kunnen warmen. Onvoorstelbaar dat je het zo koud kunt hebben in zo’n warm land.

Als we ‘s-avonds weer wat opgewarmd zijn lopen we naar de nieuwe souq voor een bezoekje aan het cyber-cafe en gaan vervolgens weer eten bij Al Shamalia, waar we weer een heerlijke maaltijd voor getoverd krijgen.

Zondag 28 november

Als we na het ontbijt klaar staan voor vertrek, worden we gebeld door Sandra dat het busje niet kan komen omdat er een grootse optocht aan de gang is i.v.m. festiviteiten voor de viering van Sultan-dag.

Er zit dus niets anders op om te gaan lopen. Als we echter een tiental minuten gelopen hebben zien we toch onze chauffeur aan komen rijden. We springen in de bus en rijden richting duikschool. Ter hoogte van de haven lopen we dan toch vast in een file die staat te wachten voor de optocht. We zien dat het enorm massaal is en willen daar natuurlijk tussen lopen. We hadden vandaag onze cameras meegenomen voor op de boot, maar dit is een mazzeltje.We springen weer uit de bus en begeven ons tussen de mensenmenigte.Iedereen is weer helemaal opgetut voor dit feest, De bewoners van Khasab hebben ter ere van de Sultan een drietal ouderwetse dhow’s in elkaar gezet en gaan daar nu mee naar Muscat varen. De rest van de stad doet ze uitgeleide.
Ze lopen met vlaggetjes, spandoeken en zelfs grote schilderijen met de beeltenis van de Sultan. Ze zingen en schreeuwen en de kinderen worden netjes in het gelid meegenomen in de stoet.
Voor ons een buitenkansje om foto’s te maken en te filmen want iedereen is in een opperbeste bui.

Op het strand vlakbij de duikschool verzamelt de menigte zich en na wat plichtplegingen en zang en dans beginnen de dhows aan hun tocht van zo’n 500 km.
Ivm al deze commotie gaan we dit keer niet naar de haven, maar haalt de boot ons op bij de duikschool. Een andere boot dan gisteren bovendien; eentje waar je wel kan schuilen voor het zeewater en de wind.
Uiteindelijk varen we pas tegen elven weg, bijna anderhalf uur dan normaal. Het zal dus wel een latertje worden.

Onze eerste duik is bij Smirnoff Bay; Allah mag weten waarom deze naam is bedacht, maar het maakt voor het duiken niet uit. We duiken weer heel relaxed door koraaltuinen die er fantastisch uitzien. In tegenstelling tot bijv. Egypte, is het koraal hier onaangetast. De murenen zijn weer goed vertegenwoordigd. Een zwart-wit gevlekte murene laat net z’n gebit reinigen door een poetsvis; mooi om te zien.
Tussen de middag weer koekies en fruit dat we wegspoelen met een lekker bak thee. De boot waar we vandaag mee zijn is dan wel comfortabeler onderweg, maar de boot is ook kleiner dan die van gisteren zodat het af en toe wel inschikken is.
De tweede duik is bij No Palm Beach en de naam is te verklaren door een nabij gelegen strandje waar geen palmen op staan…….
De duik is vrijwel gelijk aan de eerste met het grote verschil dat we halverwege de duik opeens worden verrast door een chagrijnige schildpad die heel dicht langs ons heen zwemt; we hadden hem vast gestoord bij z’n lunch.
We komen rond 15:30 uur uit het water en doen snel onze uitrusting uit zodat de boot koers kan zetten naar de haven, waar we rond 16:30 uur aankomen.

‘s-Avonds wordt er een bbq geregeld bij de Villa en ook wij zijn uitgenodigd. Als we nog even naar de souq gaan om wat geld te pinnen voor de eindafrekening zien we dat er eten wordt ingeladen in een kleine personenauto voor de deur bij Al Shamalia; schalen in de achterbak, schalen op de achtebank en schalen op de stoel. Als we nog even een sapje drinken, vragen we waar die vleeswagen heengaat en het blijkt voor onze bbq te zijn. Met de kwaliteit van het eten zit het dus wel goed vanavond.
Iedereen is er bij de bbq en het wordt allemaal nog gezelliger als blijkt dat Kurt bier heeft weten te ritselen; dat is lang geleden!
Zoals voorspeld is de bbq fantastisch en eten we weer eens veel te veel.

Maandag 29 November

Omdat gisteren de pinautomaat leeg was, liepen we vanochtend al voor het ontbijt nog een keer naar de souq om te pinnen. Dit keer hadden we meer geluk, dus we konden in ieder geval onze schuld aflossen.
Het was alweer onze derde en laatste duikdag en vandaag zouden er aanmerkelijk minder mensen mee op de boot gaan. Dat zou het comfort zeker ten goede komen.

Om 09:30 uur staan we met z’n achten in de haven: 5 duikers, een instructeur voor een Fransman die een proefduik gaat maken en Mattew die vandaag de andere vijf weer onder z’n hoede zou nemen.
We gaan weer met dezelfde boot als gisteren en omdat de zee vandaag kalm is, schieten we over het water.

Voor onze eerste duik hebben ze Deep Purple uitgekozen en als we in het water springen wordt al gauw duidelijk waar deze naam vandaan komt; een paars zacht koraal voert hier de boventoon. Aan het begin van de duik zien we alweer een murene zwemmen, maar deze heeft zich niet verstopt in een grot en dan zie je weer eens wat een joekels dit kunnen zijn: scary!
Kort hierna ontdekken we een stingray en dat blijft toch altijd om mooi om zo’n vis door het water te zien zweven. Vlak voordat we de hoek omgaan om in een rustiger baaitje van koraaltuinen te genieten hangt een enorme school barracuda’s in de stroming te wachten op hun lunch.
Dan is het natuurlijk ook al weer tijd voor onze lunch en als we aan boord zijn, genieten we op het voordek van de gebruikelijke ingrediënten van een Omaanse duik-lunch.


Om 13:00 uur springen we alweer voor de laatste keer deze vakantie in het water om een laatste blik te werpen op deze onderwaterwereld. Dit keer bij Coral Garden en deze naam hoeft geen uitleg. Voor het eerst moeten we nu een deel tegen de stroom in zwemmen. Dat valt niet mee als je eigenlijk alleen maar met wind in de rug duikt.
Halverwege de duik zien we twee kleine visserbootjes die de ontmoeting met dit rif niet overleefd hebben. Het koraal op dit rif is het mooiste dat we tot nu toe gezien hebben; zo verschrikkelijk veel en allemaal nog onbeschadigd. Een waardige afsluiting van onze duiken in Oman.
We zijn lekker op tijd terug bij de duikschool en wassen de uitrusting voor de laatste keer en hangen het op het rek bij het bordje check-out. We werken onze logboeken bij en zetten de stempel van de duikschool erbij.
Deze duikschool krijgt een dikke voldoende, niet alleen vanwege de goede uitrusting, maar vooral vanwege de fantastische crew en de ongedwongen sfeer.

Dinsdag 30 november

We konden vanochtend rustig aan doen, want we zouden pas om 09:30 uur opgehaald worden voor de ‘cruise’ met de dhow die we vandaag zouden gaan maken.
Het is rustig in de Villa want de andere Nederlanders zijn vannacht naar Dubai gebracht voor hun vlucht naar huis. Alleen Andrew en wij zijn nog in de Villa.
De ophaaldienst voor ons bezoek aan een khor (fjord) is mooi op tijd en iets na tienen zitten we op de dhow e
n zijn we gereed om uit te varen. We zijn niet alleen op de dhow, want een groep van 8 Duitsers heeft de posities al ingenomen en even later komen er ook nog 2 Fransozen bij. We zijn duidelijk de jongsten vandaag en zeker de lichtsten. Één van de Duitsers, laten we hem Dumbo noemen, moeten ze vanochtend met een hijskraan aan boord getild hebben; wat een investering heeft die man in z’n lichaam gedaan. De cruise wordt begeleid door Frau Dagmar, het type Duitse schooljuffrouw, die verteld dat we vandaag de khor Ash Sham gaan bezoeken, met 16 km de langste van de khors van Oman. Ze wordt bijgestaan door kapitein Abdulazis en hulpje Ali.
A
l snel zijn we bij de ingang van de khor en varen we tussen de hoge bergen. In de khor zijn een paar kleine dorpjes die over land zijn afgesloten van de rest van Musandam. De volledige bevoorrading van deze gemeenschapjes gaat over zee. De kinderen gaan in Khasab naar school en worden zaterdagochtend opgehaald en woensdagmiddag weer terug gebracht (zo is kinderen hebben misschien wel uit te houden). Alleen in het weekend zijn ze thuis.

In de khor leven een dertigtal dolfijnen en we hebben het geluk dat ze ons met een bezoekje vereren. Ze zwemmen met de boot mee en springen uit het water. Dat had Frau Dagmar goed geregeld. De omgeving waar we tussen varen is prachtig, hoog opgaande wanden aan beide zijden en kristalhelder water om de boot.
Tegen twaalven hebben we onze eerste pisstop (is geen schrijffout, maar in zee is beter dan op de ‘wc’ aan boord). We hebben even tijd om te zwemmen en te snorkelen.
Na dit moment van ontspanning en vermaak is Ali aan de beurt, want hij mag de lunch serveren. Er is rijst, kip, curry, brood en salade. Dat had hij goed geregeld. Dumbo is overigens nog geen milimeter van z’n plaats geweest (ook niet tijdens de lunch!), dus we v
ermoeden dat hij op z’n plek ligt vastgesjord omdat anders de boot zou kunnen kapseizen.

Na de lunch varen we verder naar Telegraph island. Op dit kleine eilandje in de khor hadden de Engelsen in 1864 een telegraafstation geplaatst, als onderdeel van een verbinding tussen Londen en India. Lang hebben ze het in de hitte van Oman niet uitgehouden, want na 5 jaar hielden ze het al weer voor gezien.
Bij Seebi island hebben we nog een pisstop. Wederom wat snorkelen, een stukje zwemmen, wat onnodige foto’s maken en vriendelijk tegen onze mede-reizigers doen. Hier beleven we ook het unieke moment dat Dumbo opstaat om z’n
vrouw af te spoelen na het zwemmen en even later doet hij zelfs bommetje vanaf de boot. Het koraal zal vele jaren nodig hebben om hier van te herstellen.

Frau Dagmar geeft af en toe uitleg over de dorpjes waar we langs varen of over de hoogte van de wanden waartussen we varen (hoogste is 982m) en ze houdt dan goed in de gaten of iedereen luistert, want als je toevallig een fotootje aan het maken bent spreekt ze je daar wel even op aan.
Ali is inmiddels een beetje los gekomen en is Frau Dagmar aan het dollen. Mooi koppel die twee. Seebi island was ook het verste punt van de tocht dus na het zwemmen, gaan we in tegenover-gestelde richting weer op zoek naar open zee. Ook op de terugweg worden we even vergezeld van de dolfijnen en springen ze weer uit het water alsof ze poseren voor een leuke actiefoto.

Net na vieren varen we de haven weer in en kunnen we terugkijken op een heerlijke relaxte dag in een prachtige omgeving, Wanneer we in ons busje worden teruggebracht naar ons hotel zien we nog net de kraanwagen het haventerrein oprijden om Dumbo weer van boord te halen.

‘s-Avonds gaan we voor een laatste keer eten bij Al Shamalia en maken onze laatste rial op. Onze laatste dag in Oman zit erop. Morgen op weg naar Dubai.

Woensdag 1 december

Mohammed, die ons de voorgaande dagen met z’n busje kwam ophalen bij de Villa om ons naar de duikschool te brengen en van daar weer naar de haven bracht, zou ons vandaag met hetzelfde busje naar Dubai brengen. We konden dus niet eerder dan 09:30 uur vertrekken omdat hij ook vandaag weer eerst de duikers van naar de haven moest brengen.
Omdat er vandaag niet veel duikers te vervoeren waren, was Mohammed mooi op tijd weer terug bij de Villa. Tassen inladen en gassen met die bus.
We kwamen nog een laatste keer langs de duikschool en het Golden Tulip hotel waarna we via een mooie kustweg naar de grensplaats Tibat reden. Bij deze 40km verderop gelegen grensplaats verlaten wij na ruim drieënhalve week Oman. Terugkijkend op deze trip zijn wij het helemaal eens over dit land: veel variatie, authentiek, nog niet klaar voor het grote toerisme, maar vooral de meest gastvrije en vriendelijkste bevolking die wij hebben meegemaakt.


Van Oman gaan we naar het emiraat Ras al Khaima. Hier wordt ons duidelijk dat het niet in alle emiraten the sky the limit is. Hoewel de steden waar we doorheen rijden wel een paar slagen groter zijn dan in Oman, is het er rommelig en smeriger dan we verwacht hadden; er lopen zelfs koeien vrij over de weg. Na Ras al Khaima rijden we nog door de emiraten Umm al Quwain, Ajman en Sharjah, maar we hebben niet in de gaten wanneer we in welk emiraat rijden, omdat er geen grenzen tussen de emiraten zijn. Als we in Sharjah rijden zien we de Burj Khalifa, het hoogste gebouw ter wereld, al boven alles uit steken.
Na tweeënhalf uur zet Mohammed ons af bij de terminal van Dubai airport. We geven hem onze laatste rial mee voor een bak koffie en gaan eerst naar een pinautomaat om een voorraadje dirham te tanken.
Daarna een taxi genomen naar ons hotel, het Ibis Deira City Centre. Als we binnen komen zien we dat het verschil met Oman groot is. Dit hotel gaat hier door voor een twee sterren hotel, maar het had in Oman zeker 4 sterren gekregen. Vanaf onze hotelkamer zien we de Burj al Arab, de Burj Khalifa en nog veel meer van de mega-hoge gebouwen die Dubai rijk is.

Nadat we onze resterende, schone spullen hebben uitgepakt en daar de weersomstandigheden in Nederland bij optellen, concluderen we dat we misschien toch nog iets warms moeten kopen.
We gaan als eerste naar de tegenover het hotel gelegen City Center Mall en vergapen ons aan de hoeveelheid winkels. Zelfs Rob lijkt het winkelen hier wel aan te staan. Het City Center Mall is lang niet het grootste winkelcentrum van Dubai, maar de Oranjerie zou hier tig keer in passen.
Onder het genot van een drankje proberen we de kaart van Dubai te doorgronden zodat we een plan de campagne kunnen maken voor de komende dagen. Al snel wordt duidelijk dat we meer dingen willen zien dan we tijd hebben dus we moeten maar zien hoe het loopt. 
Inmiddels kunnen we uit ervaring zeggen dat het prijsnivo voor eten en drinken in Dubai aanzienlijk hoger ligt dan in Oman. Het komt in de buurt van de prijzen in Nederland.
We eten ‘s-av
onds heerlijk in het restaurant van het hotel waarbij we nu eens een keer niet op een plastic tuinstoeltje hoeven te zitten.

Donderdag 2 december

Vandaag voor het eerst op weg om het emiraat van superlatieven te ontdekken, maar voordat het zover was gingen we naar de Deira City Center Mall om een ontbijtje te scoren. Paul is de enige die om 08:30 uur de deuren al heeft geopend dus we gaan daar aan een tafeltje zitten. Het brood en de thee zijn heerlijk; het lijkt een beetje op Nederlands brood.

Na het ontbijt gaan we eerst naar het metrostation om daar kaartjes te kopen. Helaas hebben ze geen 3-daagse kaart o.i.d. zodat je nergens op hoeft te letten en overal in en uit kunt stappen, maar moeten we meedoen aan het ingewikkelde systeem van verschillende soorten metro-kaartjes en meerdere zones dat de mensen die hier leven ook gebruiken. Dit betekent dat je eerst goed moeten bepalen wat je gaat doen en daarbij passende kaartjes kopen. Het kaartsysteem is in ieder geval veel ingewikkelder dan het metro-systeem zelf want van de vier geplande lijnen is er slecht één gereed en zelfs daarvan zijn nog niet alle stations opgeleverd. Dit heeft allemaal te maken met de recessie die hier toch ook wel hard heeft toegeslagen.
Het lukt ons uiteindelijk om kaartjes te kopen en we gaan als eerste op weg naar het Jumeirah palmeiland om daar iets te drinken bij hotel Atlantis. Het voordeel van één metrolijn is dat je bijna niet verkeerd kunt gaan en dat is ons dan ook niet gebeurd. De metro ziet er erg clean uit en alles werkt zonder bemoeienis van mensen. Het enige dat fout kan gaan is dat je als man in een vrouwen-rijtuig gaat zitten en dat overkwam Rob natuurlijk. Hij werd gelijk gewezen op deze ‘overtreding’, dus dat zal niet snel nog een keer gebeuren.

Bij metrostation Nakheel moesten we uitstappen en vandaar konden we dan richting het palmeiland wandelen. Tussen allerlei hoge kantoorgebouwen door kwamen we bij het Royal Mirage hotelcomplex terecht. Geen hoogbouw, maar wel een fantastisch vakantieparadijs. Het terrein is zo groot dat wij er verdwaalden en meerdere keren naar de uitgang hebben moeten vragen.
Nadat we uiteindelijk weer op de openbare weg waren, waren we ook al snel op de toegangsweg van het palmeiland. Het leek ons wel aardig om die weg naar het hotel Atlantis te lopen, maar die afstand hadden we toch behoorlijk onderschat; we hadden ruim een uur nodig om bij hotel Atlantis te komen en toen we er bijna waren bleek dat we het laatste stukje toch nog een taxi moesten nemen omdat er geen voetgangers door de tunnel mogen onder de strook water die het hotel scheidt van de rest van het palmeiland.Hotel Atlantis is er een uit het sprookjesboek. Volledig gebaseerd op het thema Atlantis, incl. een mega aquarium waar we meer vis hebben gezien dan tijdens de zes duiken tezamen. Van haai tot baars, van roggen tot tonijn en van Napoleon tot papegaaivis. We vullen nog even ons vochttekort aan en gaan dan op weg naar de Burj al Arab, maar dit keer niet te voet, maar lui in een taxi. De afstanden zijn hier toch wat groter dan we gedacht hadden.

De Burj al Arab is hét symbool van Dubai geworden. Wat het Operahouse is voor Sydney en de Eiffeltoren voor Parijs, dat is de Burj al Arab voor Dubai en dat is ook te merken aan de poort bij dit hotel. Toeristen verdringen zich om vanaf deze plek een fotootje te maken van dit 7-sterren hotel (je komt als toerist nl. niet verder dan de poort aan het begin van de ‘oprijlaan’). Als ook wij onze foto gemaakt hebben gaan we op weg naar de Mall of the Emirates, het op één na grootste winkelcentrum van Dubai. We gaan toch maar weer met de benenwagen, want we moeten natuurlijk wel weer een beetje in beweging komen zo vlak voordat we weer naar Nederland gaan.

Na wederom een flinke wandeling zijn we rond 14:30 uur bij de Mall of the Emirates waar we eerst de inwendige mens verzorgen. Bij de grote gele M (van moskee?) eten we eerst een gezond broodje met een sloot Cola voordat we dit winkelcentrum met 400 winkels gaan verkennen. Ook hier zijn weer alle grote winkelketens vertegenwoordigd: Carrefour, Zara, Bata, Timberland, Virgin, H&M, Nike, Adidas, Apple, Mexx, Mango,etc, etc, etc. Daarnaast nog tig winkels van een onbekende herkomst, 2 foodcourts waar alle bekende (en onbekende) vreetschuren zijn vertegenwoordigd, bioscopen en als klap op de vuurpijl een overdekte skibaan met aangrenzende après-ski; je kijkt je ogen uit.

Als we het allemaal wel weer een beetje gezien hebben gaan we weer op weg naar het metrostation om de metro naar Deira City Center te pakken. Het begint al weer een beetje schemer te worden en als we onderweg bij het metrostation zijn waar de Burj Khalifa zijn, besluiten we daar toch maar even uit te gaan voor een paar foto’s met dit mooie licht. Het is waanzinnig om zo dicht op dit hoogste gebouw ter wereld te staan; je krijgt er een stijve nek van. Als we een paar fotootjes gemaakt hebben, gaan we weer het metrostation weer in en vervolgen de rit naar ons hotel.Het was een lange dag met even zo lange loopafstanden. We zullen vanavond wel als een blok in slaap vallen.

Oman 3

Vrijdag 19 november

Na een uitgebreid ontbijt gingen we richting de souq van Nizwa omdat vandaag de geitenmarkt zou zijn. Zou zijn, want ook deze markt was van de kalender geschrapt vanwege de nationale festiviteiten.
Er was nog wel wat handel bij de groente- en fruitmarkt, maar allemaal een beetje magertjes.
Na een half uurtje rond gelopen te hebben, besloten we dan maar naar Al Jabal Al Akhdar te gaan. Dit gebied op 2000m hoogte is onderdeel van het Saiq plateau.

Omdat er in het verleden te veel fatale ongelukken waren gebeurd kom je dit gebied alleen in met een 4wd. Bij een check point controleert de politie auto en rijbewijs voordat je wordt ’toegelaten’.
De strenge eisen zijn er niet voor niets de wegen zijn enorm steil, maar gelukkig wel in goede conditie. Continue wordt je middels levensgrote, rode waarschuwingsborden gewaarschuwd voor de gevaren en dat je in de low gear moet rijden.

De vergezichten zijn fantastisch en de dieptes enorm. Bij het dorpje Sayq zetten we de auto neer en lopen we het laatste stukje omhoog naar een uitkijkpunt. De rotsblokken waar je hier overheen loopt zitten vol met kleine fossielen van plantjes; heel bijzonder.
Vanaf het uitzichtpunt zie je de dorpjes Al Ayn en Ash Shirayjah tegen de muur aangekleefd liggen met de terrassen waar op verbouwd wordt.
Na een uurtje zijn we weer terug bij de auto en gaan op weg naar Diana´s viewpoint. De naam is niet gegeven omdat wij hier vandaag naar toegaan, maar naar aanleiding van een bezoek van Lady Di, die zich hier heeft laten afzetten met een helikopter om te genieten van dit schitterende uitzicht.

Onderweg stoppen we nog even bij het dorpje Al Ayn dat we net vanaf het uitzichtpunt hebben zien liggen. We wandelen wat door de smalle steegjes en bewonderen de terrassenbouw die hier wordt gepleegd. De felle kleuren van de groentes steken af tegen de bruin-rode kleur van de bergen op de achtergrond.

Volgende stop is dan Diana´s viewpoint en we begrijpen waarom ze hier heen wilde. De uitzichten zijn perfect en je krijgt hier het gevoel dat je heel ver van de bewoonde wereld bent. Wanneer we deze rauwe omgeving voldoende op ons hebben laten inwerken en genoeg plaatjes hebben geschoten, gaan we weer naar de auto. Het is tijd voor de afdaling.
Met de auto steeds in de lage versnelling janken we naar beneden. We stoppen hier en daar nog om een fotootje te maken en zonder brokken bereiken we weer het politie check-point.
We lunchen in Nizwa en gaan daarna door naar Bahla waar ons volgende hotel staat. Bahla ligt 40km verder westelijk in dit westelijke Hajjar gebergte.

Net buiten Bahla vinden we ons hotel en het is er eentje met iets meer comfort dan standaard. We gooien de spullen op de kamer en checken onze email in de lobby (free wifi!).
Daarna even het dorp en kijken of er wat te beleven valt. Bahla heeft een groot fort dat op de werelderfgoed-lijst van de UNESCO staat, maar het wordt momenteel gerestaureerd. Morgen maar eens kijken of we naar binnen kunnen.
Bahla zelf is een stoffig dorp met veel kleine prutswinkeltjes en evenzoveel restaurants. Je zou kunnen zeggen dat het een standaard Omaans dorp is. Het grootste verschil met Nizwa is in ieder geval dat de horden toeristen die we daar tegenkwamen zijn gereduceerd tot een handvol.
We lopen wat door de straatjes, eten een snack, drinken een sapje en gaan op zoek naar een wasserette want de schone kleren zijn inmiddels in de minderheid.

‘s-Avonds eten we bij een eenvoudig restaurantje en raken aan de praat met een Omani die geboren is in Bahla en werkt in Muscat. Hij geeft ons wat tips voor het maken van foto’s van het fort en is benieuwd wat we van zijn land vinden en verteld over de herkomst van de kumma (het typische Omaanse mutsje dat helemaal niet Omaans is).
Wanneer we even later ons eten willen afrekenen blijkt onze Omaanse vriend ook onze rekening te hebben voldaan. Aardig he!
Terug in het hotel horen we dat zij ook onze was kunnen verzorgen, dus dat scheelt morgen alweer een ritje naar de stad.

Zaterdag 20 november

Omdat we ons ‘uitstapje’ van vandaag voor de middag gepland hadden, gingen we vanochtend nog even naar Bahla voor de souq en het fort.
Het centrum van Bahla was echter nog grotendeels uitgestorven en op de souq slechts een enkeling die de moeite had genomen z’n stalletje op te zetten. Wat een feestbeesten zijn die Omani en dat zonder schnapps.
We hadden gisteren al gezien dat een deel van het fort nog in de steigers stond en nu hoorden we dat vanwege deze restauratie het fort is gesloten.

Echter, niet getreurd, in het 4km verderop gelegen Jabrin staat een fort dat zeker zo mooi moet zijn; het wordt in de Dominicus zelfs aangeprezen als het mooiste fort van Oman (blz. 178).
We sprongen dus maar weer in de auto en scheurden naar Jabrin. Aan het aantal landcruisers op de parkeerplaats kunnen we al zien dat het de moeite waard is. Het blijkt een groep Deutsche bejaarden te zijn die daar al vroeg rondgeleid worden.
Het fort voldoet aan de verwachtingen; het ziet er allemaal spic-en-span uit en de verschillende verblijven zijn zelfs nog aangekleed met kussens en kleden. We dolen een tijd door de kamertjes, gangetjes, trapjes en buitenverblijven en genieten van het uitzicht van het geschutsplateau. Hebben we hier toch nog ons fort gezien!

Terug bij het hotel vullen we onze koeltas met provisie voor de tocht naar de bijenkorf tombes van Al Ayn en de Wadi Damm, want dat is de bestemming die voor vanmiddag uit de hoge hoed is gekomen.
We moeten eerst 40 km westwaarts voordat we het achterland ingaan. De omgeving is toch weer net even anders dan gisteren, maar wel weer schitterend met ruige bergen variërend in kleur van bruin naar rood.

Na 20 km staan we dan ineens weer in de rij voor een checkpoint van de politie. Dat is mooi kl*ten, want zowel het internationaal rijbewijs als de paspoorten liggen op de kamer; wat een ervaren toeristen…….
Als we aan de beurt zijn vraagt oom agent alleen maar om het rijbewijs. Rob heeft gelukkig wel het roze Nederlandse kaartje bij zich dus geeft hij aan hem. Dan knort bromsnor: “insurance, insurance paper” en dat is ook lekker want we hebben geen flauw idee waar die in de auto liggen. Toen de auto in Muscat werd gebracht hebben wij de persoon van het verhuurbedrijf niet gezien, dus deze info hebben we niet gekregen. Rob heeft wel een papiertje achter de zonneklep zien zitten en dat tovert hij tevoorschijn en overhandigt het aan bromsnor. Deze knort nog wat onverstaanbaars, maar geeft dan de spullen terug en we mogen gaan. We hoeven gelukkig niet terug naar het hotel.

Omdat de tank nog maar half vol is (of half leeg, afhankelijk van hoe je in het leven staat) en we toch een stukje van de bewoonde wereld af gaan, willen we eerst nog even tanken en volgens de kaart zou er bij de afslag van de grote weg een benzinestation moeten zijn. Dat benzinestation is er wel, maar hij is uitverkocht: “sorry, no petrol, no petrol, later…” schreeuwt de pompbediende, onderuit zittend op een stoeltje. Da’s lekker dan, maar we gokken er maar op dat we op de terugweg kunnen tanken.

De eerste bestemming vanmiddag zijn de bijenkorf tombes van Al Ayn. Dit zijn geen graven die gesponsord worden door de Nederlandse winkelketen, maar graven van opgestapelde stenen in de vorm van een bijenkorf. We zie de graven na enige tijd liggen, maar moeten dan het pad er naartoe nog vinden. Een paar keer proberen, maar dan lukt het toch in de buurt te komen het laatste stukje lopen we.
De graven liggen fantastisch op een heuveltje met op de achtergrond de steile berg Al Misthy. De overledenen kregen hier wel een heel fraai uitzicht op hun laatste rustplaats. We klimmen zelf op een nabij gelegen heuvel vanwaar we een prachtig uitzicht op de graven en de achterliggende berg hebben.

Hierna gaan we door naar Wadi Damm; één van de vele Wadi’s in Oman, maar deze is wel heel anders dan Wadi Bani Khalid die we eerder bezochten. Er gaat een geasfalteerde weg naar Wadi Bani Khalid, er is een parkeerplaats, je kunt er eten en drinken in de schaduw van een paviljoentje en borden wijzen je op de bezienswaardigheden. Wadi Damm is van een andere categorie: een stoffig zandpad leidt naar de wadi en je parkeert de auto onder een overhangende rots. Vervolgens loop je op goed geluk de wadi in, op zoek naar de mooiste plekjes.
Onze eerste aanvliegroute was slecht gekozen, want na drie kwartier klauteren over huizenhoge rotsen, kwamen we op een plek waar we niet verder konden. Onze klim-vaardigheden schoten te kort, ondanks een verwoede poging van Rob. We moesten dus terug naar af en waagden een tweede poging. Dit keer over een veel hoger gelegen geitenpad, zodat we de ‘kiezels’ konden ontwijken. Dit ging veel beter en na drie kwartier waren we nu een stuk verder en bij een watervalletje dat in de wat nattere tijd van het jaar heel mooi zal zijn. Nu viel het een beetje tegen en moest er veel fantasie aan te pas komen.

De terugweg ging nog sneller dan de heenweg en om 16:00 uur gingen we weer richting hotel. Nog één keer stoppen bij de bijenkorf tombes omdat het licht op dit uur van de dag veel mooier is en dan door naar het benzinestation. We zien van ver dat de tankauto nog staat aangesloten, maar de pompbediende schreeuwt lachend: “yes we have petrol, no problem“. We gooien de tank vol en rijden met ontspannen billen de laatste 40 km naar het hotel. Bij het checkpoint mogen we dit keer zomaar doorrijden.

Na zo’n inspannende dag hadden we wel trek gekregen dus we gingen vrijwel gelijk door naar Bahla en gingen bij hetzelfde restaurant als gisteren zitten. We bestelden eerst 2 fresh banana juice en (zoals dat wel vaker gaat in Oman) even later kregen we twee roze-rode (?) bananen milkshakes met een groen bolletje ijs erop. Het is altijd weer even afwachten wat de smaak zal zijn, maar ondanks de kleur, was het dit keer toch echt bananen. We weten niet wat ze uithalen met die smaakstoffen, maar vreemd is het wel.
Het eten smaakt nog beter dan gisteren, maar dat is niet zo gek als je de lunch overslaat. Morgen staat Jabal Shams op het programma en dat is waarschijnlijk iets minder inspannend.

Zondag 21 november

Op de dag dat René maar liefst 45 jaar oud is geworden, gingen wij de hoogste bergtop van Oman bestijgen. Het klinkt als een enorme inspanning, maar in dit geval is het vooral een inspanning voor de auto (en chauffeur).
Omdat we daar niet de hele dag voor nodig zouden hebben, zijn we na het ontbijt even in Bahla op een terrasje gaan zitten. En passant nog even het dorp door geslenterd en tegen een uurtje of 10 zijn we dan op pad gegaan.

We gaan eerst via Al Hamra naar Al Misfat Al Abriyyinen, een schilderachtig bergdorp en wandelen daar door de nauwe steegjes en langs de terrassen waar de groente wordt verbouwd. Hier lijkt de tijd echt stil te hebben gestaan, maar wanneer een oude man in authentieke kledij ons een paar baisha (centen) probeert af te troggelen zijn we weer helemaal in de 21e eeuw.

Na dit bliksembezoek rijden we terug naar Al Hamra om daar te lunchen, maar voor de lunch wist Diana nog een leuk museumpje in Al Hamra. In dit museum, dat is gehuisvest in een oorspronkelijke lemen woning, wordt door een aantal vrouwen wat huishoudelijke taken uitgevoerd. Zo is er een vrouw het originele Omaanse brood aan het bakken. Dit zijn een soort flinterdunne pannenkoeken, maar smaken heerlijk. Ook is er een vrouw koffie aan het branden en een andere vrouw olie aan het persen. Het leukste was misschien nog wel dat wij ons in de authentiek kledij mochten hijsen voor een soort Volendam-moment. We hebben lang getwijfeld of we deze foto zouden plaatsen, maar omdat we ervan overtuigd zijn dat niemand hier om zal lachen, hebben we het maar gedaan.
Na dit gezamenlijk optreden voor de camera houden we het museum voor gezien en gaan op weg naar een coffeeshop voor onze lunch.

Na de lunch gaat het dan richting Jabal Shams (‘Berg van de Zon’), met 3075m de hoogste berg van Oman. Met een half uur staan we aan de voet van het gebergte en dan begint het slingeren en klimmen weer. De wegen zijn steil en de bochten scherp, maar de weg omhoog is grotendeels verhard, alleen de laatste 10km zijn niet meer dan een stoffig zandweggetje. Drie kwartier hebben we nodig om boven te komen en als we onze auto naast de weg parkeren en naar de afgrond lopen zien we waar we dit voor gedaan hebben. We kijken in de spectaculaire, diepe Wadi Guhl; de steile bergflanken duiken zeker 1000m de diepte in. Niet voor niets noemt men dit de Grand Canyon van Arabië. We lopen wat heen en weer langs de rand van de afgrond en proberen dit natuurschoon vast te leggen met onze camera’s, maar dat is bijna onmogelijk.

Tegen 15:30 uur beginnen we dan aan de afdaling. Weer steeds in de kleine versnelling om de remmen te sparen.
Als we om 16:30 uur Bahla weer inrijden stoppen we nog even bij de supermarkt om wat proviand in te slaan voor de rit van morgen, maar rijden dan snel door naar het hotel om even bij te komen van weer een enerverende dag in de westelijke Hajjar.

Maandag 22 november

Al voor 07:00 uur stonden we bij de ontbijtzaal, want vandaag hadden we een lange rit voor de boeg. Niet alleen een lange rit, maar vooral ook een lastige rit waarbij we het westelijke Hajjar gebergte doorkruisen over de bergweg via Hatt en Wadi Bani Awf, om weer aan de noordkant van Oman uit te komen.

Met een stevig ontbijt achter de kiezen rijden we stipt om 08:00 uur weg bij het hotel. We tanken nog even bij de Shell in Bahla en gaan dan echt op weg. Het eerste kwartier volgen we de zelfde weg als gisteren tot we bij het bord Balad Seet komen, want daar slaan we nu rechts af. Volgens het Off-Road Oman boek zijn er nu nog 12 km asfalt te gaan en is het daarna alleen nog maar stof happen.
Het boek is wat achterhaald, want na 20km rijden we nog steeds op asfalt en is er zelfs een prachtige parkeerplaats aangelegd vanwaar je uitkijkt over het landschap dat wij net doorkruist hebben. Het is hier nog maar 10 graden en we maken er een korte fotostop van.
We zeiden tegen elkaar dat het asfalt zo nog wel even door mag gaan, maar dat was Allah verzoeken, want nog geen 50 m verder houdt het asfalt abrupt op.

We zien de zandweg voor ons steil naar beneden gaan en we zetten ons schrap voor deze afdaling naar Hatt. De auto in de eerste versnelling en steeds maar bijremmen om de snelheid laag te houden. De weg zit vol grote keien dus we hobbelen er op los. Na een half uur dalen met het zweet op de rug en de billen bij elkaar vragen we ons af of we er goed aan gedaan hebben deze weg te nemen; hoe erg gaat het nog worden? De ervaring op het Salmah plateau knaagde nog steeds wat aan het vertrouwen. We besluiten om terug te gaan en te kijken hoe de auto zich omhoog gedraagt; het stuk wat we net hebben afgelegd was zeker zo steil als op het Salmah plateau, dus dat zou een goede test zijn. We komen ongeschonden terug op de uitzichtplek waar een Omaanse man staat te wachten op zijn lift. We besluiten hem te raadplegen. Hij spreekt bemoedigende woorden en vraagt of we een rijbewijs hebben (?). Met een 4wd moet het volgens hem kunnen, als je maar slowly, slowly doet. Er was maar één familielid van hem omgekomen op deze weg…….en als hij dan ook nog zegt dat z’n vrouw hier ook naar beneden rijdt weten wij genoeg. We keren de wagen om duiken het zandpad weer af.
Behoedzaam rijden we helling na helling, bocht na bocht. Dit is zeker de grootste 4wd uitdaging in deze vakantie. Als we na een hele lange afdaling eindelijk in Hatt aankomen begint de volgende fase. De weg wordt smaller en soms steken puntige rotsen hoog uit de zijwanden. Het is hier secuur manoeuvreren om de wagen heel te houden en gelijkertijd moeten venijnige klimmetjes worden gepareerd.

Na ruim 2 uur staan we dan eindelijk in een droge rivierbedding op een stukje vlakke ondergrond, klaar om aan de andere kant weer omhoog te gaan.
We pauzeren even en nemen wat te eten en te drinken, want daar komt het niet van tijdens zo’n beproeving.
Tien minuutjes later gaan we aan de andere kant van de rivierbedding weer omhoog. Het klimmen gaat aanmerkelijk gemakkelijker dan het dalen van net. We ontwijken nog wat tegenliggers op de smalle paden en gaan even kijkje nemen in de Snake Gorge en de Little Snake Gorge, twee smalle bergkloven met imposante hoge rotswanden.
Niet ver na de Little Snake Gorge rijden we dan weer op de rivierbodem van Wadi Bani Anf. Vanaf hier is afgelopen met klimmen en dalen en kunnen we nog meer van de omgeving genieten. De rotswanden langs deze wadi zijn honderden meters hoog en worden fraai verlicht door de zon.

Precies om 12:00 uur staan we dan weer op het asfalt en kunnen we dit hoofdstuk ook weer navertellen. We hebben 4 uur nodig gehad voor stuk van 70 km. De auto heeft een ware metamorfose doorgemaakt want hadden we gisteren nog een witte, nu hebben we een beige-bruine Prado.
Vlakbij is een tankstation met daarnaast een coffeeshop. Hier verwennen we eerst de inwendige mens voordat we koers zetten naar……………waarnaar eigenlijk: Nakhal, Barkha, Seeb of misschien toch Muscat? We zouden wel zien waar we een hotel vinden.

Eerst komen we bij Nakhal, dat vooral bekend is om z’n enorme fort. Het fort is fantastisch gelegen tegen de hoge bergen van het Hajjar gebergte, maar omdat je in het fort niet kan overnachten en er verder geen hotel te zien was viel die optie af. We rijden verder en als we de bergen achter ons hebben gelaten en weer aan de kust beland zijn, proberen we het in Barkha. We weten dat er twee resorts zijn, maar die zijn veeeeeeeer boven budget. Bij de benzinepomp worden we naar het Orient Hotel gestuurd, maar als Diana daar een kamer heeft bekeken weet ze niet hoe snel ze weer in de auto moet klimmen: wat VIES! Dan maar door naar Seeb, de plaats waar ook de internationale luchthaven van Oman is gelegen. We rijden naar de corniche en vragen daar de weg, dat doen we vervolgens nog eens, en nog eens, en nog eens en……………… je voelt al aan dat dit ‘m ook niet gaat worden. Dan maar gelijk door naar ‘good old’ Muscat. We hebben voor morgen al een hotel geboekt en gaan maar even kijken of dat hotel ook vanavond nog een kamer vrij heeft. Ook in Muscat is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want dan moet je wel eerst het hotel vinden. Uiteindelijk krijgen we een escorte van een taxichauffeur die ons netjes bij het hotel aflevert. Gelukkig heeft het Mutrah hotel voor vanavond nog een kamer vrij dus wij parkeren de auto bij het hotel en bellen Hilde dat ze de auto morgen bij het hotel op kunnen halen. Dat was het hoofdstuk auto!

Als we ‘s-avonds weer door Mutrah lopen merken we hoe anders het hier is dan in de kleinere plaatsen. Je merkt aan alles dat hier veel toeristen komen. Op de souq spreekt elke verkoper je aan: “sir you want kasjmier, madame you want silver, you want frankincense” Niet opdringerig, maar toch. We zien aan de corniche dat ze met de feestdagen wel uitgepakt hebben. Alles is versierd met feestverlichting; de corniche lijkt wel een grote kermis.

Als we na het eten teruglopen naar het hotel bedenken we dat het hoofdstuk auto toch niet helemaal is afgesloten; we nog moeten aftanken.
Na dit laatste bezoek aan de Shell, zetten we de auto op de parkeerplaats bij het hotel, klaar om opgehaald te worden.

Voor de statistieken nog de volgende cijfers.
Aantal dagen auto: 14
Afgelegde afstand: 2800 km
Aantal liters benzine: 380 liter
Kosten benzine: 45 Rial
Verbruik: 1 op 7,4

Dinsdag 23 november

Vanochtend zou er om 09:00 uur iemand komen van het autoverhuurbedrijf om de Prado op te halen. De beste man was er al 08:45 uur en we liepen gelijk naar de auto om te controleren of de auto nog schadevrij was. De man leek wat beteuterd te kijken toen hij zag hoe smerig de auto was. Wij waren de eerste huurders vertelde hij ons; de auto was vrijwel nieuw. We betaalden de autohuur en vanaf nu waren we weer aangewezen op de benenwagen.

We besloten maar gelijk naar Mutrah te lopen en een lekker bakkie cappuccino te drinken in het Khargeen cafe, bij het museum.
Daarna lopen we langs de vismarkt, de groentemarkt, over de corniche en door de souq en voelen ons al weer helemaal thuis in Mutrah. Ondanks dat je hier veel meer toerisme ‘ervaart’ zijn de Omani zich niet gaan aanpassen, althans niet qua kleding. Vrijwel alle Omani lopen nog in authentieke kledij.

We gaan naar ons stamcafé aan de corniche en bestellen een jus. De eigenaar herkent ons na twee weken nog. Het valt ons opeens op dat het af en toe bewolkt is; best gek, dat hebben we hier nog niet eerder meegemaakt.
Na de verfrissing lopen we naar een internetcafé om de mail te checken (in ons hotel hebben ze problemen met de Wifi) en dan kopen we in de souq een kumma voor in onze souvenirkast. Ook wel eens lekker zo’n dagje aanrommelen.

Als we in de namiddag de souq weer eens inlopen gaat Diana in een zilvershop toch voor de bijl. Ze ziet er een mooie grote ring en na een partijtje stevig afdingen zit ze er aan vast. Moest er natuurlijk een keer van komen met zoveel blingetjes.
Als we voor het eten nog even naar de haven staan zien we de ferry, waar we morgen mee naar Khasab gaan, al liggen. We zijn benieuwd hoe het is om met 85 km/u over het water te razen.
Als we aan ons tafeltje zitten om een lekker maaltje te bestellen roept de imam op tot het gebed. Hij heeft er duidelijk zin in, want de luidspreker lijkt harder te staan dan anders en de oproep heeft wel iets weg van een rap-nummer.

Woensdag 24 november

Vanmiddag maken we de oversteek naar Khasab. We moeten om 13:00 uur bij het kantoor van NFC zijn, dus we hebben in de ochtend nog even tijd om een laatste rondje door Mutrah te maken.
Als we aan de corniche komen zien we dat er overal politie staat en dat de parkeerplekken, die normaal gesproken vol staan met auto’s, bijna allemaal leeg zijn. Geen idee wat er staat te gebeuren, maar de straat moet even ‘schoongeveegd’ worden.
We gaan nog een laatste keer naar het Kargeen café voor een lekker bakkie en daarna nog wat drinken verderop aan de corniche. Rond het middaguur nemen we een broodje bij de coffeeshop waar we ruim twee weken geleden ook onze eerste broodjes hebben gegeten. Bij deze coffeeshop raken we aan de praat met een Omaanse gids die ons vertelt dat morgen Queen Elisabeth op visite komt bij de Sultan en dat daarvoor nu alle auto’s van straat moeten. Hoogstwaarschijnlijk verblijft ze op de 9e verdieping van het El Bustan hotel. Deze verdieping van dit zeer luxe hotel waar wij twee weken geleden een glaasje cola hebben gedronken, is speciaal bedoeld voor koninklijk bezoek.

Nadat we nog wat vriendelijkheden hebben uitgewisseld met de gids, gaan we terug naar het hotel om uit te checken.
Tegen enen staan we met onze tassen op de stoep voor het hotel en houden een taxi aan die ons naar het kantoor van NFC moet brengen. De taxi stopt, maar er zitten al twee passagiers in. Dat doet er blijkbaar niet toe; er kunnen nog makkelijk twee passagiers en wat tassen bij. Beetje inschikken en we rijden. Het is gelukkig niet ver.
De taxichauffeur zet eerst de twee andere passagiers af en daarna levert hij ons af bij het kantoor van NFC.
We zijn niet de eersten, maar echt druk is het ook nog niet. We krijgen onze instapkaarten en gaan in de wachtruimte zitten. Daar draaien ze een komische Bollywood film, dus dan is het tijd om eens wat muziek van Rammstein op de oren te zetten.
Om 14:00 uur worden we verzocht om mee te gaan naar de achterkant van het gebouwtje te gaan want daar staat een busje te wachten om ons naar de haven te brengen.
Bij de toegang tot de haven moeten we de paspoorten laten zien, en even later komen we bij de onze catamaran, de Hormuz. We gaan aan boord van deze 65m lange boot en zoeken een hoekje uit met 4 stoelen en een tafeltje. Hier moeten we de overtocht wel kunnen doorkomen.
Precies om 15:00 uur draait de boot van de kade af; de overtocht is begonnen.

Als snel komt de Hormuz op stoom en het voelt net alsof je in de sneltrein zit, maar nu ‘vliegen’ we over het water. Net als in een vliegtuig geven stewards een veiligheidsintructie en even later heet de kapitein ons van harte welkom en vertelt dat we met een snelheid van 95 km/u naar Khasab varen, verwachte aankomsttijd is 19:40 uur.
Na een half uurtje komt de steward langs met een karretje met dranken en maaltijden; het lijkt een vliegreis, maar vooral de ruimte om te zitten is veel comfortabeler.
Op de grote tv’s in de zitruimten worden speelfilms vertoond en met enige regelmaat komt een steward vragen of je wat drinken wilt. De service aan boord is oké.
Wanneer de zon is ondergegaan en we niet meer kunnen zien dat we op zee zitten, is het net of we in een vliegtuig zitten, met af en toe wat lichte turbulentie.
Onderweg zien we de lichten van enkele andere schepen die voorbij varen, maar voor de rest is het vooral zwart buiten.
Om 19:30 uur mindert de Hormuz vaart omdat we de haven van Khasab binnenvaren en even later liggen we weer aan de kade.
Met een bus worden we naar de 100 meter (!) verderop gelegen aankomsthal gebracht, waar de bagage op een mini-bagageband het gebouw binnen komt.
Helaas is ons vervoer van het Khasab hotel er nog niet, maar een man die een groep moet afzetten bij een ander hotel wil ons ook wel even droppen. We maken gebruik van zijn aanbod en 10 minuten later staan we bij het hotel. We checken in en eten nog iets voordat we onze kamer opzoeken.

Donderdag 25 november

We zijn vandaag dus in Khasab. Deze stad ligt op het schiereiland Musandam dat door het emiraat Fujairah wordt gescheiden van de rest van Oman. Musandam wordt wel het Noorwegen van Arabië genoemd, vanwege z’n prachtige khors (fjorden) langs de grillige kust.
We wilden vandaag als eerste naar de haven van Khasab omdat het daar druk zou moeten zijn met Iraniërs die de Straat van Hormuz oversteken in speedbootjes om schapen en geiten te verkopen en met allerlei andere goederen weer terug keren naar Iran.
De kortste afstand van Khasab naar Iran (Bander-e-Abas) is slechts 45 km, maar deze ‘smokkelaars’ nemen een iets langere route en hebben zo’n 2 uur voor de oversteek nodig.
Het was even de vraag of we het haventerrein op zouden komen, omdat dit hele gebied is afgezet en je langs een bewaker het terrein opmoet, maar door het betere slijm-werk van Diana mochten we een even kijkje gaan nemen.

Het verhandelen van de geiten en schapen gebeurt meestal al voor zessen in de ochtend, dus dat hebben wij gemist, maar het laden van de luxe artikelen die worden meegenomen naar Iran is in volle gang. Pick-up’s worden in de oude souq vol geladen met goederen en deze auto’s, die vaak zo volgeladen zijn dat de achterwielen in de wielkasten schuren, rijden naar de haven om daar de goederen over te laden op de speedboten. Het is een enorme drukte; de ene pick-up na de andere komt veel te vol beladen het haventerrein oprijden en de Iraniërs doen hun uiterste beste om zoveel mogelijk goederen in hun speedboot te stampen. Na een tijdje dit schouwspel te hebben gevolgd, besluiten we weer richting de souq te lopen. Enkele minuten nadat wij het haventerrein hebben verlaten gaat er een boot in vlammen op en dikke zwarte wolken hangen boven de haven, maar wij ontkennen elke betrokkenheid.

Als we teruglopen naar de souq merken we dat het koude seizoen ook hier nog niet is ingetreden en we lopen van coffeeshop naar coffeeshop om voldoende koeling te krijgen. Als we na zo’n pitstop iemand van Musandam Sea Adventure Tourism aanspreken, besluiten we maar gelijk een tocht met een dhow langs de khors vast te leggen voor a.s. dinsdag; dat moet je toch gedaan hebben als hier bent.
We lunchen nog even in de nieuwe souq, maar gaan dan terug naar het hotel voor wat verkoeling. Hier verrichten we wat administratieve taken: we maken een back-up van de foto’s, checken de mail en kijken gelijk even of de Belastingdienst de rest van onze vakantie heeft betaald. Gelukkig is dat het geval dus we gaan met een gerust hart aan het zwembad zitten; we durven zelfs onze tenen in het water te dopen, hoewel dit dan wel weer tot wat hartritmestoornis leidt.

We verblijven de rest van de hete uren aan het zwembad en als tegen 17:00 uur de temperatuur weer wat dragelijker wordt, gaan we weer terug naar de nieuwe souq om een geschikt restaurant uit te zoeken. Geschikt betekent dan dat er veel aanloop moet zijn en een goede plek om aapjes te gluren.
Hét restaurant van de stad hangt net een 20-tal kippetjes aan het spit. Op onze vraag hoe lang deze beestjes daar moeten hangen voordat ze op ons bord mogen liggen, verteld de ober dat het zo’n anderhalf uur duurt voordat ze gaar zijn. We beloven hem straks terug te komen en gaan nog even naar de moskee om wat sfeervolle ‘photos by night’ te maken.
Terug bij het restaurant laten we ons de malse kip goed smaken en met ronde buikjes (waren die ook al zo rond voor de vakantie?) lopen we terug naar het hotel.

Oman 2

Vrijdag 12 november

Vandaag geen druk programma, maar de hele dag de tijd om Sur e.o. te verkennen. Omdat het Al Faisal hotel geen ontbijt serveert, moesten we gelijk downtown. We hadden gisteren een bakker gezien en hebben daar een paar ‘zachte’ broodjes gehaald. Vervolgens naar het restaurant waar we al een keer ‘s-avonds gegeten hadden en daar een omelet laten bakken. Bakkie thee en een jus’tje erbij en dat was ook weer geregeld.

Na het ontbijt gaan we eerst naar de Dhow werf om eens te kijken hoe ze hier al eeuwen lang die vermaarde boten in elkaar flansen. Er ligt één Dhow in aanbouw op het droge en een paar in het water lijken net af. Al met al nog geen handvol. Het lijkt erop dat er niet zoveel vraag meer is naar een Dhow. We lopen wat over het werfje en zien dat er vooral veel afval ligt; beetje vergane glorie.

Na dit bliksembezoek gaan we naar Ayjah, een klein dorpje dat via een brug met Sur is verbonden. Hier lijkt vooral de chic-de-friemel te wonen. Mooie huizen staan rondom een baai te pronken. Het draait in Ayjah vooral om het fort(je), maar het is vandaag vrijdag en dan is dit bouwsel niet geopend. Handig om te weten: vrijdag hier is wat bij ons zondag is.
We wandelen wat door het dorpje en gaan even naar de vuurtoren om van daar over Sur te kunnen kijken. Ligt er toch ook wel mooi bij zo aan de zee met op de achtergrond het oostelijk Hajjar gebergte.

Allebei de camera’s vertonen wat kuren vandaag. Waarschijnlijk ook last van de warmte. De videocamera begint spontaan te zoomen als er wordt gefilmd en de fotocamera geeft hele vreemde lila vlakken op de foto’s. Gelukkig is het maar van korte duur; de videocamera gedraagt zich weer normaal na een flinke beuk op het camerahuis en de fotocamera gaat na enige tijd vanzelf weer normaal doen. We hoeven dus niet zo lang na te denken over de cadeautjes die we aan de goedheiligman gaan vragen.
Omdat een aantal foto’s van de werf mislukt zijn gaan we nog wel even terug voor een herkansing; we zijn nu toch in de buurt.

De temperatuur is tegen 11:00 uur al weer opgelopen tot over de 30 graden dus gaan we eerst maar even naar een drankpost. Lekker in de schaduw uitkijken over zee.
Voor je het weet is het al weer lunchtijd en dat moet je wel serieus nemen. Twee heerlijke broodjes en anderhalve liter water verder, gaan we terug naar ons hotel, of eigenlijk het tegenover gelegen Sur Beach hotel, om met ons netbook gebruik te maken van de gratis wifi. Even wat gas terug op het heetst van de dag; we beginnen al aardig in te burgeren.
We hebben nog wel even de receptionist van ons eigen hotel aan het werk gezet; of hij even een tweetal hotels willen bellen of er ruimte is de komende dagen.

We zitten ruim een uur in de lobby van het andere hotel van de gratis straling te genieten, als het weer eens tijd is om wat te gaan doen.
De receptionist van ons hotel heeft de hotels gebeld en kamers gereserveerd, dus dat is ook weer geregeld; we zijn er maar druk mee.
Daarna gaan we weer naar Sur om ook hier wat rond te wandelen. We lopen wat door de souq, wat hier veel meer een winkelstraat is, en gaan zo af en toe een zijstraatje in. Het valt op dat hier wel 90% van de vrouwen in pinguïn-kledij loopt. Veel meer dan in Muscat en zelfs Ibra. Van jong tot oud helemaal in het zwart. Des te vreemder dat het hier bol staat van de vrouwenkledingzaken met allemaal kleurrijke jurken. Het zal bij de mensen thuis wel een hele nadere wereld zijn.

‘s-Avonds eten we bij Zaki, een lokaal fenomeen als het om de gegrilde kippetjes gaat. We laten allebei een halve aanrukken met wat rijst en salade en we kunnen alleen maar zeggen dat hij de juiste kippetjes uitzoekt; het is heerlijk.

Zaterdag 13 november

Vandaag gaan we naar Ras al Jinz om daar ei-leggende schildpadden te spotten. De rieten hut is al gereserveerd dus we hebben geen haast. Eerst weer even naar Sur-city voor een ontbijtje. Dit keer niet naar de bakker om broodjes te kopen, maar we bestellen naan, van die lokale pannenkoek-broodjes. Samen met een glaasje jus, een kopje thee en een eitje is het net of je in een luxe hotel ontbijt. Met onze buikjes vol gaan we terug naar het hotel om de tassen te halen.
Nog even onze weblog bijwerken en rond 10:00 uur rijden we weg. In Sur gooien we de tank vol en dat is weer genieten: 55 liter super voor 6,7 Rial (ruim €13).
We rijden voor de laatste keer langs de corniche van Sur, over de brug naar Ayjah, maar dan bij de rotonde rechtsaf naar Ras al Jinz. Het is maar 40 km vanaf hier, maar we willen onderweg ook nog even langs Ras al Hadd. Net buiten Ayjah worden we even opgehouden door een army-checkpoint, maar toeristen worden niet gezien al Al Qaida-leden, dus we mogen doorrijden.

Ook dit keer weer perfect asfalt, dus met een half uurtje staan we voor de afslag naar Ras al Hadd. Als we die kant op rijden merken we wel dat het een dooie boel is. We rijden helemaal door naar het Ras al Hadd Beach hotel in de hoop dat daar nog wat te beleven is, maar ook hier geen reuring. Dan toch maar gelijk naar Ras al Jinz dat 15 km verderop ligt. We willen gelijk even naar het Visitors Centre om op de lijst te komen voor de schildpad-spottings. Vlak voor het Visitors Centre zien we de hutjes waar we vanavond slapen; ziet er basic uit.

Bij het Visitors Centre schrijven we ons in voor de avond-schildpadden en voor de ochtend-schildpadden. Het is momenteel laagseizoen voor die beestjes, dus zo hebben we dubbel kans. In het Visitors Centre hebben ze ook een 13-tal hotelkamers, maar die zijn erg duur en meestal volgeboekt. Diana probeert het toch en vraagt of ze vol zitten. De receptioniste zegt dat er 12 kamers vol zitten en dat de laatste kamer niet werd aangeboden omdat de airco niet goed werkt. Dat bood natuurlijk wel perspectief voor Diana. Ze vraagt wat die kamer moet kosten en of ze deze even mag zien. De manager loopt met haar mee en onderweg begint het afdingen. Als ze teruglopen lijkt de deal beklonken; bijna de helft van de prijs af voor deze kamer. Dat de airco regelmatig uitvalt zullen we niet zo veel last van hebben.
We gaan ‘s-middags nog twee keer naar het strand waar vanavond de schildpadden verwacht worden. Die schildpadden weten wel welk strand ze uitzoeken voor het uitkakken van die eieren (soms wel zo’n honderd). Het is een fantastisch. Alleen de obligate palmboom ontbreekt. We ontdekken een spoor dat van een schildpad moet zijn geweest die hier als laatste de eieren heeft gedeponeerd. Ook zien we een grote hoeveelheid kuilen. Dat kan twee oorzaken hebben: Duitsers of schildpadden. In dit geval gokken we op het laatste.
We hangen de rest van de middag wat rond in het Visitors Centre.
Tegen 18:30 uur worden we opgeschrikt door het geluid van kinderen. Het zal toch niet (weer) waar zijn? Ja hoor 5 stel met kroost neemt intrek in de overgebleven kamers. We hebben nu al medelijden met de schildpadden die juist vandaag aan land gaan om een kuil vol te gooien.

Om 20:30 uur verzamelen we in de grote hal voor ons eerste bezoek aan de nestlokatie.
Nu maar hopen dat ze de beestjes gebeld hebben dat het vanavond een goede avond is om eieren te leggen.
We zitten in groep 1, samen met alle kinderen en hun ouders. Eerst nog even een briefing, waarbij nogmaals benadrukt wordt dat er geen camera’s mee mogen en dat er niet gesproken mag worden. Onder leiding van een gids gaan we naar het strand waar we vanmiddag ook al geweest zijn (met die kuilen). Er gaat een tweede gids vooruit om te zoeken naar een ninja-turtle.
De tweede gids heeft er al snel een gevonden en hij geeft een signaal aan de andere gids dat wij kunnen komen; we hebben geluk.
Een aanstaande moeder van de groene zeeschildpad ligt in een kuil en perst er met de nodige moeite, zo lijkt het, de laatste eieren uit. De laatste van zo’n 100, want dat is ongeveer het aantal dat de zeeschildpad in één keer op het strand deponeert, of eigenlijk in het strand want de eieren komen uiteindelijk onder een meter zand te liggen. De eieren zijn van het formaat pingpongbal en al net zo wit. Nadat moeders de laatste pers heeft gegeven begint ze met het bedekken van deze mega-leg. Eerst bedekt ze de eieren behoedzaam met haar voorpoten waarna ze met haar achterpoten, in grote halen het gat begint te vullen. Ze zal hier anderhalf á twee uur mee bezig zijn.
We laten haar even met rust en gaan aan de waterrand op zoek naar kroost van een ander nest dat net is uitgekomen en de weg naar zee zoekt. We hebben weer geluk want na een seintje van één van de gidsen zien we een hele crèche op weg naar zee sprinten. Een grappig gezicht, maar als je weet dat slechts 3 van de 1000 kleuters ooit als grote groene zeeschildpad door de oceanen zal zwemmen, kijk je er toch een beetje anders naar.

Iets verderop zien we een andere groene zeeschildpad, die net de zware klus geklaard heeft terug naar zee kruipen; met een paar laatste slagen duikt ze in de golven: missie volbracht!
We gaan nog even afscheid nemen bij mamma 1 en zien dat ze al aardig opschiet. Nog een klein beetje zand erover en ze kan ook een frisse duik nemen. We mogen niet klagen, we hebben eigenlijk al het mogelijk gezien, al is het dan niet in grote getale. Bovendien hebben de kinderen zich voorbeeldig gedragen, hoewel een aantal het einde niet bewust meer heeft meegemaakt.
Om 22:30 uur zijn we terug op de kamer en duiken gelijk het bed in. Wekker gezet, want morgen is het weer vroeg dag.

Zondag 14 november

Om 03:45 uur kraait ons elektronische haantje alweer. De bezoektijden voor de kraamafdeling zijn in de ochtend nl. van 04:00 uur tot 06:00 uur.
Hoewel we natuurlijk niets méér kunnen zien dan we gisteren al gezien hebben gaan we toch, want dit keer mag de camera wel mee. Als de zon zich aan begint te dienen mag er nl. wel gefotografeerd worden.
Zelfde ritueel als gisteren: briefing, wandeling, zoeken, en seintje dat er eentje is gespot.

Ook dit keer weer een schildpad met persdrang want de pingpongballetjes vallen in grote getale in de kuil. Als dit vrouwtje begint met het toedekken van de scharreleitjes gaan we weer op zoek naar peuters. Slechts één wordt er gevonden; misschien wel van de groep die gisteren al naar zee is gegaan; niet alle kids zijn even snel van begrip. Nog weer even terug naar de hardwerkende moeder, want nu de zon zich heel voorzichtig laat zien is het enigszins mogelijk plaatjes te schieten, maar het houdt niet over. Omdat we vanochtend iets langer zijn blijven hangen, zien we dat deze moeder uit de kuil kruipt en op weg terug naar gaat. Dit hoofdstuk hadden we gisteren nog niet meegemaakt.
Nadat ook zij het ruime sop heeft gekozen, is het tijd om terug te gaan. Omdat de rest van de groep nog blijft staan kwijlen bij de zonsopkomst kruipen wij snel in de auto bij de gidsen en racen terug naar het hotel. Nog even een uurtje slapen en dan weer op voor een langere rit.

Om 07:30 uur zijn we al weer in het restaurant voor en ontbijtje. Dat wordt hier geserveerd; wat een luxe. Na het ontbijt de auto weer vol gepropt, nog wat laatste e-mails gelezen in de lobby, en dan gaan we op weg naar Shannah waar we ferry nemen naar Hilf. Dit is zo’n 280 km waarvan een deel onverhard, maar we weten niet hoeveel er onverhard is (?).
Vanaf Ras al Jinz gaan we eerst naar Al Ashkharah. Onderweg komen we door een aantal kleine dorpjes waar steeds weer hele vervelende verkeersdrempels liggen. Je moet ze bijna wel nemen in de eerste versnelling. Dit is natuurlijk niet goed voor het daggemiddelde, want we zouden liever met 100 km/u door de dorpjes jagen…….

De waarschuwingsborden met kamelen staan er ook niet voor niets. Af en toe toch maar gas terug nemen als er een kameel in zicht komt; zo’n beest laat zulke nare strepen achter in de lak.
Helaas is de bewegwijzering in dit deel van het land ook niet helemaal optimaal. Bij een grote rotonde waar helemaal niets staat aangegeven gaan we recht, waar we links hadden moeten gaan (blijkt later) en Al Ashkharah herkennen we van de plaatjes uit de boeken en niet door de borden met de plaatsnaam erop. Voor de lol gaan we weer een keertje tanken en we nemen een kleine versnapering in het bijgelegen ‘restaurant’.

De route is wel heel mooi. Aan de linkerkant steeds het azuurblauwe water van de Arabische zee en aan de rechterkant een meer gevarieerd landschap met eerst een grillig en kleurrijk gebergte, daarna een soort steppe-landschap dat langzaam overgaat in woestijn, een bijzonder mooi stukje woestijn waarvan de duinen langs de weg ons direct weer doen denken aan de overnachting 4 dagen geleden.

Dan komen we bij Qurun, waar volgens onze kaart het laatste stukje asfalt ligt en dan is het zeker nog 60 km naar de ferry.
De ‘men at work‘ hebben aardig doorgewerkt het afgelopen jaar, want we kunnen lekker blijven gassen. Er staat wel een groot bord dat ons duidelijk maakt dat we vanaf dat punt op eigen risico verder rijden, maar het asfalt glimt ons nog steeds tegemoet. Dat glimmen is af en toe zo erg dat je het idee hebt dat het asfalt ophoudt een overgaat in zand, maar elke keer blijkt dat weer een luchtspiegeling te zijn.
Uiteindelijk moeten we ongeveer 5 km. voor de afslag naar Shannah van het asfalt af en de onverharde parallelweg op.
Als we richting de aanlegplaats van de ferry rijden zien we dat er nog eentje ligt te wachten. Als we arriveren wordt met drukke handgebaren duidelijk gemaakt dat we nog mee kunnen. Auto achteruit de ferry op, naast de schapen en een andere landcruiser en de ferry kan gaan.
De overtocht duurt zo’n anderhalf uur en omdat de zee redelijk kalm is, is er geen vuiltje aan de lucht.

Op het eiland Masirah verblijven wij in Hilf, de grootste stad van het eiland.
Nadat we ons hotel hebben betrokken verkennen we het eiland een beetje. Het eiland meet 63 km x 18 km dus we moeten niet te fanatiek op pad gaan want dan zijn we in een uurtje klaar. Het eiland heeft een ruig, bergachtig binnenland en wordt omgeven door een gordel van maagdelijke stranden. Een mooie plek om onze witte benen maar eens in de zwembroek steken.
We zien ook hier dat alles aangekleed wordt voor Eid, het suikerfeest van Oman. Het is een beetje te vergelijken met wat er in Nederland gebeurd wanneer het Nederlands elftal voor een groot toernooi moet spelen.
Eid betekent dus het einde van de ramadan, een periode van vasten voor de moslims. Het is ons echter tot nu toe nog niet opgevallen dat ze aan het vasten waren, maar goed.
‘s-Avonds eten we een heerlijke chili-chicken in het gezellige hart(je) van Hilf en gaan niet te laat naar bed. Het kost toch altijd veel nachtrust als je in de kleintjes zit.

Maandag 15 november

Vandaag hebben we de tijd om het eiland rond te racen. Er ligt een asfaltweg rondom het eiland dus dat moet een makkie zijn.
We rijden eerst naar het noordelijk puntje van het eiland, maar daar is niet veel meer dan een militaire basis. We gaan nog wel een keer de weg af en via een stuk onverhard naar het strand, maar dat kan nooit het mooiste gedeelte van het eiland zijn.
We gaan vervolgens zuidwaarts en daar wordt het steeds fraaier. We gaan weer een keer het strand op en schieten een paar kamelen (met de D70).
Halverwege het eiland maken we de doorsteek naar de oostkant van het eiland. We hebben de zwemkleding aangetrokken en de handdoeken bij ons dus we zijn op zoek naar een strandje dat goed genoeg is voor ons.

Na een paar uur zien we een plekje dat er fantastisch uitziet: wit zandstrand, een smaragd groene zee en een paar rotsjes fraai gesitueerd aan de rechterkant van het strandje.

Na een paar fotootjes te hebben gemaakt spreiden we onze handdoekjes uit en gaan even in het zonnetje liggen. Af en toe dompelen we onze tenen in het zeewater om af te koelen.
Na een uurtje is ons enige flesje water op en we kijken om ons heen of er een snackbar in de buurt is. Niets van dat alles natuurlijk.
Er zit dus niets anders op dan in de auto te stappen en verderop te gaan kijken of er iets te krijgen is. Je mag hier toch overal met de auto het strand op, dus een nieuw strandje is wel te vinden.
Maar goed, een uur later zijn we terug in Hilf want onderweg is dus nergens iets te krijgen. Je ziet op de rest van het eiland geen restaurant, coffeeshop, ijscoman of wat dan ook. Hier liggen nog wel wat mogelijkheden om geld te verdienen aan toeristen.

In Hilf vullen we ons vochttekort aan en geven we onze maag wat te doen bij een restaurant. Even lekker rustig bijkomen onder een luifel. Hoewel rustig, elk restaurant of coffeeshop is hier ook een soort Mc Drive. Zit je net lekker van een broodje te genieten, komt er een auto aangescheurd, toeteren en de bediening vliegt naar buiten. Bestelling opnemen en even later wordt er een plastic zakje met eten naar de auto gebracht.

Aan het eind van de middag rijden we nog even naar een stukje van het eiland waar we nog niet geweest zijn, maar dat voegt niet veel toe. We crossen nog wel ergens het strand op voor een leuk plaatje, maar geen spektakel.
Wanneer we ‘s-avonds downtown gaan om een hapje te eten, merken we dat de eilandbewoners steeds meer bezig zijn met het Eid feest. Alles wordt versierd: mensen zijn uitgedost met sjaaltjes en buttons, auto’s zijn soms helemaal ingepakt in de nationale driekleur en zelfs de huizen zijn behangen met doeken en vlaggen. We zijn benieuwd wat dat morgen wordt.

Eid heeft voor ons ook nog wel gevolgen. Omdat de Omani zelf ook vakantie hebben zitten alle hotels vol. Misschien moeten we morgen wel in de Prado slapen, maar dat zien we wel als we in Sinaw zijn.
Bij het restaurant is, net als gisteren, geen menukaart. Volgens de eigenaar doen ze daar in Hilf niet aan omdat het hier veel te klein is (?). We snappen niet wat dat met elkaar te maken heeft, maar uiteindelijk lukt het weer om een lekkere hap op tafel te krijgen.
Als we na het eten terug in het hotel zijn, merken we dat we in dat uurtje aan het strand toch wel behoorlijk geraakt zijn door Mr. Sun. Toch nog maar goed smeren voordat we gaan slapen.

Dinsdag 16 november

Vandaag verlaten we het eiland Masirah weer en gaan op weg naar Sinaw. Een belletje naar Sinaw Resthouse heeft ons toch nog de naam van een ander hotelletje opgeleverd en als we die vanochtend terug bellen, blijken ze nog een kamer te hebben. Dat valt dus weer mee; hoeven we niet in de auto te slapen. Vanochtend willen we nog even wat Eid-sfeer proeven dus we rijden weer naar het centrum van Hilf.
Het is direct goed te zien hoe anders het vandaag is. De winkels zijn nog gesloten en de mensen lopen er op hun paas-best bij, of eigenlijk hun Eid-best.
De meisjes lopen in kleurrijke, glimmende jurken en zijn extreem opgemaakt. De jongens hebben ook allemaal hun zondagse witte jurk aan, meestal met een kuma. Ze schieten met confetti pistolen en spuiten bussen scheerschuim leeg wat grote witte vlokken geeft die worden gedragen op de wind.
De kinderen willen allemaal graag op de foto, dus het kwijl loopt bij Diana uit de mond. Ze krijgt van één van de meisjes zelfs een ringetje aangeboden: lief he!

De mensen zijn ook druk bezig met de voorbereidingen van het grote feestmaal. Hier en daar hangt zelfs een geslacht lam bij de voordeur. Wanneer wij, al druk plaatjes schietend, door het dorp wandelen wordt er vanuit een deuropening naar ons geroepen: “Hello, hello, how are you? Come, come here“. We zwaaien eerst beleefd en roepen dat we fine zijn, maar de man blijft roepen en aandringen dat we moeten komen. We lopen uiteindelijk naar hem toe en zien dat de hele familie is opgedoft voor het feest. Ze staan in een halve cirkel om hem heen en groeten ons vriendelijk. De man des huizes nodigt ons uit om verder te komen en we zien ook daar een schaap op de patio hangen; twee man is druk bezig het beest in stukken te snijden. We kijken even hoe ze te werk gaan en dan vraagt de andere man of we zin hebben in koffie of thee. Het staat wat onbeleefd om dit af te slaan, dus we accepteren het aanbod en wachten tot af. De man instrueert wat vrouwen en gebaart ons vervolgens dat we naar binnen moeten gaan, we twijfelen, maar volgen hem dan toch de kamer in en iedereen gaat mee.

De vrouwen gaan aan de ene kant van de kamer op een kussen op de grond zitten en de mannen aan de andere kant. Wij passen ons natuurlijk aan deze lokale gewoonte aan. Er wordt een grote schaal met zoetigheden en fruit in het midden geschoven en we krijgen een kopje Omani koffie in de hand gedrukt. De schaal met lekkers komt nog dichterbij en we moeten wat nemen.
Ook hier mogen we foto’s maken en filmen; vandaag is alles oké.
Na wat heen en weer gebebt te hebben is het voor ons toch tijd om te gaan. We moeten de tassen nog inpakken en een ferry zien te krijgen. Het was een fantastische Eid-ervaring en ook nu bleek weer hoe gastvrij de Omani zijn. Ook als niet-moslim mogen wij meedoen aan hun feestelijkheden.

Zoals gezegd gaan we de tassen pakken en checken uit. Nog even de stad in om te pinnen en iets drinken. Dan gaan we op weg naar de haven om te horen hoe laat de volgende ferry gaat. Net als op de heenweg wordt er weer druk naar ons gezwaaid als we aan komen rijden. We moeten opschieten, auto achteruit draaien en doorrijden. Als onze auto goed en wel op z’n plek staat wordt de oprijplaat opgetrokken en gaan we op weg.D
e zee is dit keer een stuk ruiger en zo af een toe krijgt de auto een grote plens zeewater te verwerken. Diana moet weer aan de Herald of Free Enterprise denken, maar dat doet ze eigenlijk standaard bij elke boottocht.

Om 12:00 uur zetten we weer wiel aan wal en we rijden zo direct een zandstorm in. Het is net of je een mistbank inrijdt, maar nu krijgt de auto er een gratis scrub-behandeling bij. Wanneer de weg meer in westelijke richting draait hebben we bijna geen last meer van de zandstorm en geven we weer een extra dotje gas.
Het eerste plaatsje dat we binnen rijden is Hiji en daar stoppen we gelijk voor de lunch. Je weet maar nooit of er verder nog restaurants open zijn; het is wel een feestdag. Na de lunch gooien we ook gelijk de tank weer vol en gaan op weg naar Sinaw.

De weg naar Sinaw is 200 km. lang saai. Links onmetelijke vlakten zand en rechts onmetelijke vlakten zand, hier en daar een kameel en dat was het dan wel. Dit was het minst boeiende deel van de reis tot nu toe.
We rijden om 16:00 uur Sinaw binnen en de stad is groter dan wij gedacht hadden. Na even zoeken vinden we ons hotel. We laden de boel uit en rijden terug naar het centrum van Sinaw voor een snelle ontdekkingstocht. Helaas is ook hier de feestdag niet onopgemerkt voorbij gegaan, want het is er bijna uitgestorven. De Omani vieren feest bij elkaar en alleen de Indiërs en Pakistani die in dit land een groot deel van de arbeid doen, zijn op straat. Vrouwen zie je helemaal niet meer in het straatbeeld. Diana is de enige vrouw die in Sinaw op straat loopt!Gelukkig zijn het ook de Indiërs en Pakistani die de restaurants runnen, want zo krijgen wij in ieder geval nog wat te eten vandaag.

Woensdag 17 november

Voor vandaag staat er eigenlijk maar één ding op het programma en dat is een bezoekje aan de oude stad Sinaw. Voorwaarde is wel dat we die vinden.
Het ziet er vanochtend nog steeds verlaten uit in Sinaw. Iedereen lijkt z’n roes van de feestdag uit te moeten slapen. We vragen een aantal keer de weg naar de oude stad, maar zonder succes. Uiteindelijk weet iemand ons ongeveer in de juiste richting te sturen en na wat heen-en-weer rijden, slaan we uiteindelijk de juiste weg in en zien we de eerste restanten van de oude stad.

De oude stad bestaat uit lemen huizen en blijkt rondom een palm-oase gelegen; met een beetje fantasie kun je je voorstellen hoe het er hier honderd jaar geleden moet zijn geweest. De meeste gebouwen hebben de tand des tijds maar nauwelijks doorstaan en staan op instorten, maar er is nog voldoende over om een goed beeld te krijgen. Doordat de buitenlaag hier en daar is verweerd, kun je zien dat de muren zijn gebouwd van een combinatie van grote kiezels en leem.
De lemen huizen zijn groter dan je die normaal gesproken ziet. De huizen zijn hier vaak twee verdiepingen, maar er zijn ook torens en grote centrale gebouwen. We wandelen een uurtje door de oude stad en zien dat er ook in deze tijd nog mensen wonen, in moderne huizen wel te verstaan.

Hoewel het ochtend is zijn we na deze wandeling al weer behoorlijk op temperatuur gekomen en besluiten we eerst in de stad wat te gaan drinken voordat we terug gaan naar het hotel.
Daar gaan we even in de lobby zitten, waarop een medewerker ons een bakkie koffie aanbiedt. Geen gewone koffie, maar een bakkie dat smaakt naar kruidnagels; is weer eens wat anders.
In de tussentijd wast Rob de voorruit van de auto even, want de vliegen die onze auto niet hebben kunnen ontwijken komen zo te prominent op de video.
We lunchen even later weer in de stad waarna we op onze kamer weer deelnemen aan het siesta-ritueel. Daar kun je best aan wennen.

‘s-Avonds is er duidelijk meer leven in de stad. De straten zijn weer vol met auto’s en er lopen zelfs weer vrouwen op straat. We zoeken een ’terrasje’ vanwaar we dit alles een goed kunnen bekijken. Wanneer we even later zien dat dé supermarkt van Sinaw de deuren weer heeft geopend, kunnen we het niet nalaten om even het prijspeil op te nemen. Ondanks de dure Rial zijn de levensmiddelen over het algemeen goedkoper dan bij Appie, maar dat konden we ook al merken aan de prijzen in coffeeshops en restaurants.
We kopen wat snaaigoed voor in de auto en twee yoghurt voor bij het ontbijt en gaan dan een happie eten.

Donderdag 18 november

Vandaag gaan we naar Nizwa, maar we rijden nog een laatste keer door Sinaw om te kijken of er vandaag al weer een markt is. Helaas is dat niet het geval dus gaan we maar op weg naar Nizwa.

We zien nog wel een hele rij kerels in hun Omo-witte jurken staan, sommigen met het zondagse dolkje op de buik. Het wordt ons niet duidelijk waarom deze groep zo fraai gestreken staat te wachten, maar een leuk plaatje is het wel.

Nog maar net buiten Nizwa begint het landschap al weer een stuk fraaier te worden. De uitgestrekte vlakten zand maken plaats voor de eerste bergjes.
Het is maar 120 km naar Nizwa en een klein deel van de route is zelfs weer 4-baans, dus we zijn er snel.
Het is direct duidelijk dat Nizwa van een andere categorie is: veel meer reclame, veel meer winkels, veel meer restaurants en vooral ook veel meer toeristen. We komen zelfs langs een Pizzahut en ons hotel blijkt naast de Hungry Bunny gelegen.

We zijn zo vroeg dat onze kamer nog niet gereed is, dus besluiten we eerst maar het fort van Nizwa te bezoeken. De tassen blijven in de auto.
Het fort ziet er gelikt uit, te gelikt misschien zelfs, het lijkt op het 1001-nacht gedeelte van Disneyworld. Alleen Mickey en Minny ontbreken nog.

We dwalen wat rond door het fort en zoeken de beste plaatsen voor de mooiste foto’s. Vooral de doorkijkjes naar de al even glimmende moskee zijn fantastisch. Regelmatig wordt er Nederlands gesproken om ons heen of vliegen er Japanners door het beeld. Welkom in het toeristische gedeelte van Oman. In een hoekje van het fort wordt door een stel mannen met baarden en zwaarden een optreden gegeven met zang, dans en muziek. We blijven er een tijdje hangen want de muziek is lekker ritmisch.

Rond het middaguur rijden we terug naar het hotel en checken alsnog in. Tassen op de kamer en dan gaan lunchen bij buurvrouw konijn; ze hebben er zelfs softijs!
Na deze westerse lunch weer terug naar het centrum van Nizwa. Eerst even op zoek naar een cyber-cafe, want de afgelopen dagen konden we niet op het internet. Mailtjes beantwoord, weblog bijgewerkt en dan op zoek naar wat (zeg maar: heel wat) ansichtkaarten en postzegels zodat we onze naasten een pennenstreek kunnen sturen (mooi gesproken).
We drinken nog een koolzuurhoudend drankje van een bekende Amerikaanse fabrikant en dan weer naar het hotel, want op het heetst van de dag is het goed postzegels likken op je airco slaapkamer.

Voor het avondeten laten we ons dit keer adviseren door de Lonely Planet dus we gaan naar Al Zuly Restaurant, maar omdat we wat aan de vroege kant zijn slenteren we eerst nog wat door de oude straatjes van Nizwa, achter het nieuwerwetse fort. Het is er heel rustig, in tegenstelling tot in het fort en vóór het fort. De straatje zijn erg smal en als er toevallig een auto aankomt moet je gauw in een nis van een muur duiken, anders wordt je zeker geraakt door de buitenspiegel van de auto. Van de meeste auto’s zijn die spiegels aan het uiterste tipje beschadigd, door het regelmatig schampen van de muur.
We drinken een jus’tje bij het fort waar het vanochtend nog zo vol was met toeristen en nu de rust lijkt te zijn terug gekeerd. Dan nog even de kaarten op de bus doen en maar weer afwachten hoeveel er dit jaar aankomen.
Bij Al Zuly Restaurant is nog niet veel te doen, maar we gaan toch zitten. Vanaf het tafeltje op de stoep voor het restaurant hebben we zicht op een verlicht fort en moskee: prachtig!
We bestellen een chicken curry met rijst, naan en een beetje salade.
Langzaam loopt het vol bij Al Zuly en het lijkt er op dat meer toeristen zich hebben laten adviseren door Lonely Planet.
Het eten smaakt voortreffelijk en na nog een kort bezoek aan het internetcafé, gaan we terug naar het hotel.

Oman 1

Vrijdag 5 november

De Henny-taxi was weer mooi op tijd. Om 06:30 uur draaide de Suzuki Alto de oprijlaan aan de Laan van Kerschoten op.
Nadat de tassen in de auto gepropt waren, gingen we op weg naar Apeldoorn CS. Het was guur op het station en omdat er bij spoor 1 geen gelegenheid is om te schuilen, stonden we op een donker perron, in de wind en de motregen te wachten op de Schiphol-trein. De trein was bijna op tijd en uiteindelijk begonnen we met een 5-tal minuten vertraging aan de eerste etappe naar Muscat.

Ondanks blad op de rails en tegenwind arriveerden we mooi op tijd op Schiphol. Roltrap op, langs Hema en La Place, nog een roltrap op en we stonden al bij Balie 11.Het inleveren van onze bagage ging ook voorspoedig (wat wil je ook met maar 24kg) en om 08:45 uur waren we klaar om door de douane te gaan. Toen we in de rij voor de douane stonden te wachten, bleek dat wij niet de enige topatleten waren die vandaag een vlucht moesten halen; naast ons stond Hilda Kibet met een instapkaart naar New York: de marathon van New York natuurlijk!Even later kwamen we haar weer tegen bij de foodcorner; nooit gedacht dat het voor een top-atleet verantwoord is om ‘s-ochtends om 09:00 uur een Big-Mac te nemen (zitten natuurlijk wel heel veel vitaminen in zo’n blaadje sla en tomaat); moeten wij ook maar eens proberen.Om te voorkomen dat we wegens smaad worden aangeklaagd, moet ik er bij zeggen dat ik door de drukte niet helemaal goed kon zien wat ze nam, het kan ook een soepje geweest zijn.

Omdat er weer eens onduidelijkheid was over de passagiers aan boord van onze Airbus 330, gingen we ongeveer 30 minuutjes te laat de lucht in, maar door een iets kortere verwachte vliegtijd zouden we op tijd in Abu Dhabi aankomen.Aan boord weer het vaste tafereel: tijdschriftje lezen, filmpje gluren, paar nootjes, wc bezoeken, vegetarische maaltijd met noedels naar binnen werken en regelmatig de oogjes dicht.

Enfin, 6 uurtjes later, 19:49 uur lokale tijd zet Piet Loot de A330 voorzichtig, met een snelheid van 250km/u, aan de grond. Buiten is het 28 graden, maar wij worden verzocht in het vliegtuig te blijven zitten; over een uurtje gaan we alweer verder…..
Daar was gelukkig niets aan gelogen; binnen het uur hingen we al weer in de lucht en 45 minuten later stonden we aan de grond in Muscat. Ruim binnen de 8 uur naar onze vakantiebestemming, zo dichtbij zijn we nog niet vaak geweest.

Nadat we ons visum hadden gekocht en de bagage opgehaald stond er een jonge Omani in een witte jurk met een bordje met de tekst: Peterson, Villa Shams. Kon niet missen dat zijn wij!
Na 20 minuten rijden over een 6-baans snelweg arriveerden we bij ons verblijf voor de komende 4 nachten. Frau Hilde bracht ons naar de kamer en wij doken gelijk ons bed in; het was hier inmiddels 23:30 uur.

Zaterdag 6 november

Na een goede nachtrust had Frau Hilde een heerlijk eigengemaakt ontbijt klaarstaan: eigengemaakt brood, eigengemaakte jam, eigengemaakte jus, eigengemaakte eitjes en eigen gekochte Nutella.
Het smaakte allemaal heerlijk en na de tandjes gepoetst te hebben gingen we op weg naar downtown Muscat. Bij de kamerprijs is een auto inbegrepen, dus we stapten in onze witte Toyota Yaris Sedan en gingen op weg.

Frau Hilde had ons verteld dat je voor het museum gratis kan parkeren en dat hoef je deze twee Nederlanders niet twee keer te zeggen.
Omdat het ‘s-ochtends om 09:30 uur al niet uit te houden van de hitte zijn we na het ritje van 15 minuten in een auto zonder airco gelijk een coffeeshop met airco ingedoken.

Nadat we weer een normale lichaams-temperatuur hadden, gingen we op weg naar de vismarkt aan de overkant van de straat. We waren eigenlijk al te laat voor het echte spektakel, maar het was toch wel de moeite waard. De vissers probeerden hun bijzonder vangst, van Merlijn-achtige tot garnalen en van Hamerkophaai tot inktvis, te slijten. Hier gaan we zeker nog een keer op een vroeger tijdstip heen.

We begonnen inmiddels al wel weer oververhit te raken, maar toch gingen we gelijk door naar de overdekte souq. Deze souq was eigenlijk veel te netjes; alles was keurig aangeveegd, de winkeltjes op orde, geen geschreeuw en al helemaal niet over de koppen lopen. Dit hebben we in andere landen wel eens gekker meegemaakt.
Het valt in Muscat sowieso op dat alles zo aan kant is. Geen afval op de stoepen, geen geschooier, gebouwen allemaal spic-en-span, trottoirs netjes betegeld, historische gebouwen strak in de lak, etc. Het lijkt wel nep!

We zijn inmiddels wel weer toe aan een versnapering en dat is gelijk een goede test om het prijsniveau te checken.
Bij de souq zijn een paar busladingen collega-toeristen gedropt die zich lijken te hebben verzameld op een terrasje dat speciaal voor hen is gemaakt; geen Omani te zien. Wij lopen iets verder naar een ‘restaurantje’ waar alleen een paar Omani zitten en zoeken daar een tafeltje. We bestellen een colaatje en twee falafel-sandwiches, en laten ze goed smaken. De schade is 1 OR, omgerekend €2; dat kunnen we wel een tijdje volhouden.
Na deze snack gaan we op weg naar Old Muscat, een wandeling van 3km. Waarom neem je dan niet de auto zul je denken…………waarom wel? Het zijn in totaal maar 6km, normaal gesproken lopen we op een zaterdagochtend minimaal het dubbele.
Langs de kustweg zijn diverse kitcherige bezienswaardigheden te bewonderen, maar niet één komt in aanmerking voor een foto.

Old Muscat is nog sterieler dan Mutrah waar we vanochtend waren en hier zijn bovendien geen hotels of winkels te vinden. We bezoeken het paleis van de Sultan en bewonderen het nabij gelegen Ministerie van Financiën (doet ons denken aan iemand die in Nederland bij dezelfde instantie ‘werkt’). Ook hier ziet het oude fort er weer uit alsof het vorige week is opgeleverd.
We genieten nog van onze lunch in Old Muscat, voordat we weer aan de wandeling terug naar Mutrah beginnen.

Terug in Mutrah mijden we onze collega-toeristen weer en gaan eigenwijs tussen de locals zitten. Een lekker koud biertje zou nu een perfecte beloning zijn, maar helaas doen ze in Oman niet aan alcohol. Op een elektronisch billboard zien we dat het 33 graden is: wat een hitte!
Modezaken doen ze ook niet aan. Elke man loopt in een witte jurk met op z’n hoofd meestal een kuma en de vrouwen worden in zwarte kledij gerold. Wel lekker als voor de rest van je leven weet wat je de volgende dag aan moet.
Rond 16:00 uur besluiten we de Yaris weer aan te trappen en na slechts één verkeerde afslag te hebben genomen arriveren we heelhuids bij ons onderkomen.

Op advies van Frau Hilde zouden we ‘s-avonds op een groot winkelcentrum gaan eten. ‘Is niet moeilijk om te komen‘ zei Frau Hilde.’ Twee keer links, voorbij de eerste rotonde en dan nog eens links. Je kan ook aan de rechterkant van de grote weg eten, maar daar is het wat meer basic, met van die witte tuinsetjes’, zei ze ook nog. Het is ons toch weer gelukt de verkeerde afslag te nemen, want wij zaten ‘s-avonds gezellig op zo’n wit tuinsetje in een restaurant waar de afgelopen 23 jaar de ramen niet meer gewassen zijn. De ambiance mag dan geen voldoende scoren, het eten was heerlijk!

We waren toch een beetje chagrijnig dat we het grote winkelcentrum niet hadden gevonden, dus na het diner hebben we ons TomTom-gevoel gevolgd en zijn er toch gekomen. Niet te geloven wat je hier op zo’n winkelcentrum ziet: de duurste auto’s staan uitgestald, winkels met te luxe horloges, maar ook veel winkels met makelij uit China; voor een handjevol Rial kunnen we onze rugzakken volproppen. Hebben we niet gedaan, maar wel een overheerlijke cappuccino genomen. De heerlijke bakkies waren overigens wel duurder dan het ‘diner’.
Even later het gas van onze Yaris weer ingetrapt op weg naar Villa Shams van Frau Hilde.

Zondag 7 november

Voor een zondagochtend waren we al vroeg uit de veren, want we wilden nog een keer naar de vismarkt. Om 07:10 uur zaten we al weer in ons gebakkie op weg naar Mutrah. De vissers waren op dit tijdstip de vis nog aan land aan het brengen en dat was een mooi tafereeltje; er lagen een paar grote hamerkophaaien bij, die we graag onderwater tegen waren gekomen. In de markthal was beduidend meer vis dan gisteren, maar van enige hectiek was geen sprake.
Na nog een paar foto’s van de corniche in het mooie ochtendlicht te hebben gemaakt, gingen we weer terug naar Villa Shams voor ons ontbijt.

Met Frau Hilde nog een paar dingen besproken over de rest van onze trip. Ze regelt voor ons de 4wd waar we dinsdag mee de bergen in gaan, ze had nog een adresje in Sur om te slapen en nog een telefoonnummer van iemand die een nachtje in de woestijn kan regelen. We willen ook nog een goede kaart hebben en daarvoor verwijst ze ons naar Carrefour, een mega-supermarkt die op 10 minuutjes rijden ligt.

We zijn er gisteren ook achter gekomen dat de ferry naar Khasab niet langer twee keer week gaat, maar slechts één keer. We hebben ons schema dus gelijk al een beetje om moeten gooien en gaan op woensdag 24 november naar Khasab, waar we dan een extra dagje gaan duiken. Bovendien gaan we een dag eerder naar Dubai. We worden er dus niet echt slechter van.

Onze eerste bestemming vanochtend is het buro van de Ferry Company, want we willen onze tickets wel graag vastleggen, nu er maar één ferry in de week gaat. Helaas zijn we weer slecht voorbereid, want als we aan de balie staan vraagt de medewerkster om onze paspoorten en die liggen nog op de hotelkamer. Gelukkig kunnen we wel een reservering doen en dan gaan we vanavond nog een keer langs om ze te betalen.

Van het kantoortje gaan we naar de moskee van Sultan Qabous. Het is een half uurtje rijden vanaf Mutrah en ook bij de moskee is alles weer toppie-oppie in orde. Mooie ruime parkeerplaatsen, geen entree betalen en een fantastisch onderhouden moskee, of eigenlijk een mega-moskee. Sultan Qabous heeft niet op een paar Rial gekeken. Eén ding had de Sultan vergeten en dat is de kiosk met de huur-hoofddoekje. Nu moest Diana een blouse om haar hoofd draaien om de moskee in te mogen.

Na een rondje door de moskee en over de bakplaten er omheen, waren we wel toe aan verfrissing; het is nog geen 11:30 uur, maar we zijn nu al gaar.
Een colaatje doet toch wonderen, want even later zijn we al weer op weg naar de auto om deze naar de Carrefour te sturen. Net als de rest in Muskat zijn de snelwegen tip-top in orde. Brede 4- en 6-baans snelwegen slingeren kris-kras door het land.
Even later rijden we de parkeergarage bij de Carrefour in en lopen het grote gebouw in. Airco alom, dus het ziet er naar uit dat we hier wel even blijven.
We kopen een wegenkaart en een koeltas voor onderweg en eten iets verderop een quarterpounder bij de grote gele M.

Inmiddels zijn we voldoende gekoeld om weer op pad te gaan. We willen nog even naar Ruwi, net als Old Muscat en Mutrah, één van de 7 stadswijken van Greater Muscat. Ruwi wordt wel ‘little India’ van Oman genoemd i.v.m. de vele eetgelegenheden en winkels die hier zijn. Het valt ons allemaal een beetje tegen en we besluiten terug te gaan naar Mutrah om daar op een terrasje een lekkere koude verse sinaasappelsap te drinken.

Na dit shot vitaminen, scheuren we terug naar onze uitvalsbasis om de paspoorten op te halen. We moeten nog steeds de tickets voor de ferry bevestigen en we hebben daar de paspoorten voor nodig. Volgens de medewerker van het kantoortje zijn ze van 08:00 uur tot 20:00 uur open, dus we kunnen de hele dag langs komen…….maar niet heus…….
Staan we om 17:00 uur bij het kantoor van NFC is het kantoor gesloten. Nog een beetje tegen de deur geschopt, maar geen reactie. Dan maar weer even aan de corniche (boulevard) zitten.
Een uur later nog een keer die kant op, maar nog steeds gesloten. Schoppen tegen de deur hielp dit keer wel, want de deur werd geopend. De medewerker verontschuldigde zich; hij was even gaan eten.
Uiteindelijk de hele papierwinkel in orde gemaakt en wij met de tickets voor de ferry weer naar de corniche om een hapje te eten. We zitten urenlang naar de elektronische Gerrit Hiemstra te kijken en zien dat de temperatuur niet onder de 29 graden wil zakken; wat moeten wij toch afzien.

Maandag 8 november

Vandaag stond er niet veel op het programma. Er waren nog een aantal categorie B bezienswaardigheden en we moesten een paar boodschapjes doen voor de dag van morgen. We zouden wel zien vandaag.

Frau Hilde vertelde ons dat het Off-Road boek waar we naar op zoek waren, maar dat overal uitverkocht was, nog wel te krijgen was in het Radisson Blu hotel, dus daar zouden we vanochtend eerst heen gaan.

Na het ontbijt eerst nog even de mail gecheckt omdat we natuurlijk het e.e.a. te regelen hadden i.v.m. het gewijzigde ferry-schema. Het hotel in Khasab waar we al een aantal dagen geboekt hadden zat helaas vol dus we moeten wat anders zien te vinden. Een paar hotels gemaild en afwachten maar weer.

Dan gaan we eerst maar op zoek naar het Radisson Blu hotel. Frau Hilde had ongeveer aangegeven waar het zou zijn, dus op goed geluk gingen we links af.
Het viel gelukkig mee; maar één keer hoeven te vragen in ons beste Arabisch. Pittig hotelletje overigens, want de kamerprijzen beginnen bij 150 Rial, ex ontbijt (had ik al gezegd dat de Rial gelijk is aan 2 Euro?). Dit hotel is zelfs duurder dan de de wintersport-hotels die Diana en Charissa uitzoeken.
Het is boek dat we zoeken ligt daar wel in het kioskje, dus dat is in ieder geval gelukt.

We trappen de bak weer aan en gaan naar Mutrah omdat we daar het museum nog willen bezoeken. We parkeren de auto daar voor de deur en nemen eerst een bakkie cappuccino in het café waar we al eerder een consumptie genuttigd hadden. Het museum is leuk opgezet, met allerlei interactieve onderdelen waaronder quizjes. Het leukste was wel het grote wiel waar je aan kon draaien en waardoor je de wereldkaart door de miljoenen jaren heen kon zien veranderen; erg leerzaam (?).

Na dit bezoekje aan het museum zijn we doorgecrosst naar het Al Bustan hotel. Dit hotel is de creme de la creme van Oman. Ooit in opdracht van de Sultan himself gebouwd om een conferentie te houden voor alle Arabische wereldleiders en nu kan een gemiddelde toerist hier ook een kamertje boeken. Hoewel…………………..de kamers beginnen hier bij 250 Rial ex ontbijtje, dus voor ons zal het er deze vakantie niet van komen.

Na een zuinig glaasje cola vertrekken we weer en gaan we een stukje scenic road verkennen, zodat we alvast een idee krijgen van de omgeving waar we morgen door zullen rijden. Het ziet er fantastisch uit, maar de kleine Yaris kan de heuvels maar nauwelijks aan. Via de buitenom route gaan we terug naar Mutrah en genieten daar van een welverdiende lunch. Valt niet mee zo’n dagje niksen.

Aan het eind van de middag gaan we even terug naar het hotel om de rit van morgen uit te werken; we willen niet gelijk bij de eerste rotonde de verkeerde kant op gaan. We gaan gelijk even de Yaris aftanken en dat doe je hier, in tegenstelling tot Nederland, voor de lol. Een litertje regular kost 0,12 Rial; nog geen kwartje dus!

Met ons Off-Road boek en de wegenkaart van Oman mag het morgen eigenlijk niet fout gaan. We maken wat aantekeningen zodat we ongeveer weten waar we links of rechts moeten gaan. Hierna gaan we opnieuw terug naar Mutrah voor een hapje en brengen nog een bezoekje aan de soeq.
Na wat oefenen met de Yaris, zijn we klaar voor onze eerste echte rit.

Dinsdag 9 november

We zaten al vroeg aan het ontbijt omdat we vandaag op tijd wilden vertrekken; we wisten nl. niet hoeveel tijd we nodig zouden hebben om in Ibra te komen.Gelukkig was onze 4wd gisteren al gebracht, dus dat gaf geen extra wachttijd.
Na het ontbijt hebben we onze witte Toyota Landcruiser Prado eerst even gecontroleerd op beschadigingen, maar er was niets te vinden. Dat kon ook bijna niet met maar 2950km op de teller.

Na de rekening te hebben voldaan vertrokken we richting Qurayyat. De snelweg is een genot; nieuwe asfalt en bijna geen auto’s te zien. We waren als snel bij Qurayyat en vandaar gingen we richting Fins, waar we de bergweg op moesten.

Al snel werd duidelijk dat dit geen makkie zou worden. De weggetjes zijn wel erg steil. We genieten van de uitzichten en maken hier en daar een foto en filmen wat. We vorderen maar langzaam en na zo’n 7 kilometer wordt het echt slecht. De ondergrond is hier erg los en de hellingen worden nog steiler. Je kunt bovenop de helling niet meer zien waar je naar toe rijdt, zelfs niet als je gaat staan en zo hoog mogelijk door de voorruit probeert te gluren. Net of je in het voorste karretje van de achtbaan zit, vlak voordat het over de eerste helling gaat. Het wordt een beetje ‘op goed geluk’. De auto begint ook steeds meer te ‘glijden’ op de losse ondergrond. Na ongeveer 10 kilometer wordt het echt te gek; de helling is bijna niet meer te doen en de lucht van gebakken koppelingsplaten doet ons besluiten om te keren. Dit is te gevaarlijk en bovendien willen we niet terug hoeven lopen omdat de auto het begeeft.

Voorzichtig keren we om en gaan we terug naar Fins. Gelukkig hebben we al wel voldoende kunnen genieten van de prachtige onherbergzame omgeving.
Terug bij de snelweg gaan we richting Sur en bij het plaatsje Tiwi gaan we van de snelweg af om te lunchen. Tiwi heeft misschien 50 inwoners, maar gelukkig ook een ‘restaurant’. We bestellen twee broodjes kip en een sapje. Dat sapje blijkt bij aankomst een oranje bananen-milkshake te zijn, maar smaakt heerlijk.

Nu we niet over het Salmah plateau naar Ibra kunnen, moeten we er omheen. Scheelt zeker 200km, maar zien wel iets van de prachtige kustlijn. Zo af en toe twijfelen we of we niet gewoon aan het strand zullen gaan liggen.

Na een lange rit zijn we tegen vieren in Ibra, maar dan nog een hotel vinden. De Omani zijn vriendelijke en willen je graag helpen, maar ze spreken niet allemaal even goed Engels. Uiteindelijk komen we bij het Ibra Hotel, maar de receptionist raadt ons aan een ander hotel te zoeken omdat er in zijn hotel tot diep in de nacht veel lawaai zal zijn. We vragen niet eens hoe dat komt en gaan op zoek naar het volgende hotel. Het wordt uiteindelijk Nahar Tourism Oasis. Eerst een lange oprijlaan en dan zien we aantal kermisattracties (?); wat zal dit nu weer zijn.Het lijkt een grote kale zandvlakte waar hier en daar huisjes staan. Diana vraagt aan de receptionist of hij nog kamers heeft en die zegt dat hij vol zit. Na een beetje zeuren blijkt hij ook nog kamers te hebben waar normaal gesproken alleen de locals in verblijven. We gaan even kijken en hoewel er geen ster voor dit hotel is te geven besluiten we toch maar te blijven; veel meer is er toch niet in Ibra.

‘s-Avonds bij het eten zien we wie al de andere 18 huisjes bezet houden: een stuk of 40 Amerikaanse (?) kinderen met een paar begeleiders. It’s our lucky day!
Het eten gaat in buffetvorm en smaakt voortreffelijk. Als om 19:00 uur de kinderen terug naar hun huisjes gaan keert de rust terug en nemen we nog een bakkie thee. Wel grappig zo’n gratis voorstelling tijdens het avondeten.

Woensdag 10 november

Om 07:00 uur gaat de wekker al weer want we willen vandaag op tijd naar de markt. Even snel een ontbijtje naar binnen werken en op weg. Oh ja, we laten de bedrijfsleider van dit pretpark nog wel even het desertcamp bellen zodat we vanmiddag niet voor niets de woestijn in rijden. Hij zal straks even bellen en we horen het wel als we straks nog even terugkomen.

De souq is zo gevonden: volg de Ibra-meute! We parkeren onze Prado vlak bij een internetcafé; dat kan nog wel handig zijn als we straks even het net op willen. Zo vreemd dat hier geen free wifi beschikbaar is…….
We lopen eerst over de lapjesmarkt. Het is enorm druk en we struikelen bijna over de vrouwen die iets leuk proberen te vinden. Het lijkt erop dat dit de voormalige vrouwen-souq is, maar ze zijn niet zo streng meer. Hier zien we ook regelmatig vrouwen met van die snavelmaskers lopen; het ziet er leuk uit, maar als even later een verkoopster zo’n masker aan Diana aanbiedt, slaat ze beleefd af.

We lopen wat verder het dorp in op zoek naar meer handel en iets verderop komt de geur van geitenkeutels ons al tegemoet. Bij een enorme hal wordt het vee verhandeld. Vooral het verhandelen van het kleinvee is een leuke belevenis. Zo’n 50 mannen zitten in een grote cirkel en binnen in deze cirkel loopt degene die iets te verkopen heeft met zijn geit of schaap in het rond om de mannen er omheen tot een koop over te halen.
We blijven hier even hangen want het is echt grappig om te zien hoe de ‘baasjes’ hun beestjes aanprijzen terwijl de beestjes alleen maar weg willen van deze show.

Op weg naar de auto zien we ook de lokale wapenhandelaar. Z’n assortiment gaat van geweer tot aardappelschilmesje en de kopers keuren alles tot in het kleinste detail.
Terug bij de auto drinken we wat bij een coffeeshop en lopen het eerder genoemde internetcafe binnen. De verbinding is prima. We versturen een paar mailtjes en checken of het in Nederland nog steeds regent (en dat doet het). Dan rijden we terug naar ons hotel annex pretpark om te horen of het desertcamp gereserveerd is.
Gelukkig heeft hij het telefoontje gepleegd en heeft hij doorgegeven dat we vanmiddag komen. Op weg naar de woestijn dus.

We tanken nog even bij de Shell (geen airmiles) en gaan op weg. Omdat er een enorm ongeval is gebeurd op de hoofdweg, waar het halve dorp voor is uitgelopen, moeten we via de berm en ventweg rijden, maar met enige vertraging rijden we dan toch naar Al Mintrib waar we moeten afslaan voor onze tocht door het zand.
Als we in Al Mintrib zijn besluiten we daar gelijk te gaan lunchen. We zoeken weer een coffeeshop, wat ongeveer hetzelfde is als een snackbar in Nederland, en bestellen wat te eten. We zien op een tafeltje naast ons een Omani een bordje patat met mayo (!) eten en dat bestellen wij er ook nog snel bij. We willen nog even goed eten voordat we de woestijn in gaan; je weet maar nooit waar en hoe lang je stil komt te staan.

Aan het begin van de woestijn biedt een lokale ‘gids’ aan voor ons uit ter rijden zodat hij ons evt. kan helpen mocht het mis gaan. Na de ervaring gisteren in de bergen is het vertrouwen in de Prado zover gezakt dat we z’n diensten graag afnemen (en afnemen betekent natuurlijk betalen).
Het rijden door de woestijn gaat boven verwachting makkelijk. Je moet even wennen aan het continue schuiven van de auto, maar dan gaat het wel. Halverwege laat onze ‘gids’ nog even een flinke teug lucht uit onze banden lopen, zodat we beter op het zand blijven staan als we straks echt een duin op moeten. Ook die echte duin levert geen probleem op en even later arriveren we in 1000 Nights Desert Camp. Het had net zo goed 1001 Nights Desert Camp kunnen heten, want het ziet er allemaal fantastisch uit: mooie tenten met bedden, ruim restaurant, gratis drinken, biljarttafel, zwembad, lounge-hoek en heel veel woestijn.

Aan het eind van de middag wandelen we de woestijn-duinen in en ook hier zien die er imponerend uit. Je kunt je heel goed voorstellen dat je hier de weg kwijt kunt raken. Bij het laatste daglicht gaan we terug naar het Camp om ons gereed te maken voor het buffet. Nadat we eerst een soepje hadden weg geslurpt, moesten we even mee naar buiten om ons vlees op te graven. In Nederland hebben we een stoofpannetje, maar hier hebben ze een stoofgat in de grond. Ze wikkelen een lam in bananenbladeren, leggen dat in een gat in de grond, berg zand er overheen en na 24 uur heb je een heerlijk stukje vlees.
We gaan al vroeg naar onze tent want dit is onze kans om weer eens ouderwets te kamperen.

Donderdag 11 november

De tent begon al vroeg op temperatuur te komen, dus uitslapen was er niet bij. Om 07:15 uur gingen we al weer op weg naar het restaurant.
Tijdens het ontbijt hoorden we een meisje een Sinterklaas-liedje zingen; het was Myrthe, dochter van een Nederlands stel, die ook vanuit Oman de Sint wilde pleasen.
Na het ontbijt nog even de tandjes poetsen en toen mochten we weer het zand in. Als je er een beetje aan gewend bent geraakt dan is het wel gaaf om te doen. Op de terugweg namen we een iets afwijkende route waarin we een heuvel van ongeveer 50 meter af moesten: op goed geluk!
Onderweg maken we nog een paar fotostops en glijden af en toe wat van het rechte pad. Als we een uurtje later in Al Mintrib zijn gaan we eerst naar de lokale Kwik-Fit om onze banden weer op spanning te laten brengen.

Onze volgende stop is Wadi bani Khalid. Deze wadi is bekend om z’n mooie waterbaden en prachtige omgeving. Wanneer we hoofdweg afslaan rijden we gelijk het desolate gebergte tegemoet. De bergen variëren van wit naar bruin en van rood naar grijs je krijgt de indruk dat hier niets kan leven. Als we de eerste hellingen over zijn en dichter bij de wadi komen wordt het alsmaar groener. Palmbomen en struiken in overvloed waar er nog geen 5 minuten geleden geen grasspriet was te bekennen.

Uiteindelijk houdt de weg op en is er een parkeerplaats waar we onze auto parkeren. Vanaf hier lopen we naar de baden. Het is nog rustig en als we bij een paviljoentje aankomen nemen we daar eerst wat te drinken.
We moeten daarna nog even verder over wat rotsen klauteren naar een klein watervalletje en een bad met helder turquoise water. Het ziet er idyllisch uit en het water is bovendien veel warmer als we verwacht hadden; we begrijpen goed waarom dit zo’n populaire plek is voor de Omani.

Even later besluiten we toch maar op weg naar Sur te gaan. We rijden dezelfde mooie weg weer terug en slingeren ons in een half uur naar de hoofdweg.
Om 13:30 uur zijn we in Sur en rijden naar het hotel dat Frau Hilde ons geadviseerd had. Het is nieuw, de kamers ruim en vooral niet duur dus we checken in.

We gaan ‘s-middags nog wel even Sur in, maar net als in de andere plaatsen houden de Omani tussen 13:00 uur en 16:00 uur een siësta, dus er valt niet veel te beleven. We gaan even bij een coffeeshop aan zee zitten en genieten van het uitzicht. ‘s-Avonds eten we bij een restaurant dat duidelijk zichtbaar gesponsord wordt door Pepsi. Het eten is heerlijk en ze proberen er echt iets van te maken.

Cambodja 4

Maandag 7 december

Hoofdstuk 4 alweer van onze vakantie. Wat lijkt het weer snel voorbij te zijn gegaan als je terug kijkt.
Nog 2 dagen voor de boeg in Sihanoukville en eigenlijk niets meer op het programma. We bedachten ons vanochtend nog wel dat we even wat souvenirs moeten scoren voor onze verzameling want daar is het nog niet van gekomen.
We gaan naar de markt in het centrum van Sihanoukville, maar na er even te hebben rondgestruind, constateren we dat we niet kunnen vinden wat we zoeken; we willen eigenlijk iets Angkoriaans hebben. Hadden we natuurlijk 3 weken geleden moeten kopen in Siem Reap. We hebben nog niet zoveel ervaring met dit soort dingen, maar dat komt vanzelf als je wat langer reist.
Onverrichter zaken gaan we terug naar het hotel, trekken onze zwemkleding aan en gaan door naar het strand. Het strand is hier niet breed; tussen de strandbars en de zee zit misschien een strook van 3 meter zand, maar dat is ruim genoeg voor de ligbedjes.

We gaan liggen en genieten van de rust, althans dat was de bedoeling, maar omdat er elke 2 minuten wel een meisje bij je bed komt staan die vraagt: “sir you want massage” of “sir you want manicure” of “sir you want pedicure” of “sir you want sex” (of is dat laatste gedroomd), lukt het niet echt om de luikjes even dicht te doen.
Ergens in de loop van de middag bezwijkt Diana uiteindelijk voor het aanbod van een pedicure behandeling voor 2 dollar. Het is hetzelfde als met de kapper; het resultaat is fantastisch.
Als om een uur of 16:00 uur de zee iets te ver onder de bedjes begint te komen is het tijd om terug te gaan naar het hotel om daar nog een baantjes te trekken in het zwembad.

Dinsdag 8 december

Laten wij even beginnen met een rectificatie op de berichtgeving van gisteren. Er wordt op het strand niet gevraagd: “sir you want sex!“, maar “sir you want sex on the beach” en zoals iedereen weet (?) is sex on the beach een cocktail.
Dit n.a.v. van vandaag, want ook vandaag niet veel meer gedaan dan gestrekt op een bedje op het strand.
Er kunnen nog wel een paar varianten toegevoegd worden aan het lijstje van gisteren. Zo werd er ook gevraagd: “you want to buy a book“, “sir you want lobster“, “sir you want fruitsalad“, “sir you want bracelet” en “sir you want sunglasses” en die laatste neppers kosten weinig.
Diana kan de verleiding opnieuw niet weerstaan en ’s ochtends heeft ze een manicure gehad terwijl ze ’s middags haar wenkbrauwen heeft laten epileren. Dat laatste gebeurde op Cambodjaanse wijze; met behulp van 2 touwtjes werden de haartjes er uitgerukt, dit leek meer op een marteltechniek uit de Tuol Sleng gevangenis, maar het gaat om het resultaat. Diana is helemaal als nieuw en klaar voor de terugreis.
Toen we rond een uurtje of 4 begonnen te sissen in de zon zijn we maar naar het hotel gegaan en hebben onze lichamen even tot rust laten komen in het zwembad. Zo ziet een gemiddelde stranddag er in Sihanoukville er nu uit.

We eten ‘s-avonds spicy meatballs bij The Mexican, het restaurant van ons hotel en hebben een déjà-vu naar Cyprus 1991(?) toen we samen met John en Charissa de brandweer moesten bellen vanwege een paar bordjes Chili Con Carne.
Spicy geeft vanavond onvoldoende weer wat wij voelen in onze mond; er had minimaal moeten staan veeeeeeery spicy meatballs. We bestellen witte rijst en water bij om onze mond te blussen. We eten wel netjes ons bordje leeg want het is te lekker om te laten staan.

Op veler verzoek hebben we nog wel wat zon naar Nederland gestuurd. Het leek ons niet zinvol als het al beter weer zou worden wanneer wij nog niet thuis zijn dus vrijdag of zaterdag zou er verbetering in het weer moeten optreden (zie txt 704).

Woensdag 9 december

Het is een beetje een trieste dag, deze 9e december. Vanochtend stappen we voor het laatst op een Cambodjaanse bus voor de rit naar Phnom Penh en daarmee begint eigenlijk onze terugreis.
Zoals verwacht is de bus op tijd en wij nestelen ons op de stoelen 1 en 2 van deze dubbeldeks bus. De rit verloopt zonder problemen en rond 13:30 uur zijn we weer terug in de hoofdstad.

We gooien onze spullen op de kamer want we willen nog wat plaatjes schieten waar we de vorige keren niet aan toegekomen zijn.
Als happy hour is aangebroken bij FCC, kantelen we daar onze laatste Angkor biertjes en geheel in stijl eten we in een eenvoudig restaurant een heerlijke amok en sweet-and-sour-chicken als galgenmaal. Een laatste cappucino drinken we bij Metro en na wat pielen op het internet gaan we slapen. De taxi zal er morgen om 08:30 uur zijn om ons naar de luchthaven te brengen.

Donderdag 10 december

De receptioniste van ons hotel heeft haar man in de aanbieding gegooid als taxi-chauffeur en hij brengt ons vanochtend naar de luchthaven van Phnom Penh.
Net als bij Albert Heijn gaan we ook hier in de verkeerde rij staan, want alle rijen stromen lekker door behalve…..
Uiteindelijk zijn ook wij ingechecked en na de vertrektax betaald te hebben gaan we naar de gate. We zouden bijna niet anders verwachten, maar alles verloopt soepel en op tijd, zelfs het vliegtuig komt precies om 11:10 uur los van Cambodjaanse bodem. De vakantie is nu officieel ten einde, hoewel…….we hebben Kuala Lumpur nog.

Met anderhalf uur zijn we al in Kuala Lumpur en wanneer we het vliegtuig verlaten hebben gaan we gelijk naar een ATM voor wat geld en daarna via Immigration (levert weer een stempel op in het paspoort) naar de KLIA Express, een trein die je in 28 minuten naar Kuala Lumpur brengt. Ondertussen hebben we nog wel even onze dagrugzak in een locker opgeborgen, zodat we lekker licht zijn.

De KLIA Express gooit je eruit op KL Sentral wat zoveel is als A’dam CS, maar dan alleen niet tegen het centrum aan. Hoewel we al een stuk aan de wandel waren hebben we op een gegeven moment toch maar de taxi gepakt en ons in China Town laten afzetten. Eerst een quarterpounder bij Mac en dan de markt op. In vergelijking bij de neppers-handel die ze in China Town aanbieden is het strand van Sihanoukville een lachertje. Wat een troep! Merk-T-shirts voor een euro, horloges voor twee en echte Dirk & Gerrit tassen voor nog geen tientje.

Als we ons rondje gemaakt hebben in China Town vragen we een taxi-chauffeur ons naar een mooie mall te brengen en het dropt ons bij Paviljon. Onze monden vallen open wat een enorme kolos van een winkelcentrum, waar alle merken die we in China Town tegen zijn gekomen in een eigen winkel worden verkocht. Te veel om op te noemen; hier heb je een week nodig om alle zaken aan elk zichzelf respecterend merk heeft hier een winkel.
Na een uurtje houden we het voor gezien en een taxi brengt ons weer naar KL Sentral. De taxichauffeur openbaart zich als een soort Wikipedia. Hij begint ons met allerlei feiten om de oren te gooien. Hij vraagt ons naar welke landen we in Europa op vakantie zijn geweest en hij weet van elk land een stukje historie of andere weetjes te vertellen. Hij vertelt dat hij al zijn kennis heeft opgedaan via de toeristen. Elke keer als hem wat vertelt werd schreef hij het op een briefje en plakte het bij het stuur zodat hij het uit zijn hoofd kon leren. Hij vraagt Diana ook nog even om zijn leeftijd te raden. Ze zit er bijna 10 jaar naast en hij zegt dat hij er zo jong uitziet omdat hij leeft volgens de gouden regel: ” als je thuis bent moet je je geen zorgen maken over je werk, en als je op je werk bent moet je je geen zorgen maken over thuis“.

Bij KL Sentral aangekomen springen we uit de taxi, bedanken hem voor de les en zijn nog net op tijd voor een wachtende KLIA Express. Rond een uurtje of 8 zijn we weer op KLIA. We halen onze rugzak uit de kluis en gaan weer via de douane naar de vertrekhal. Daar nemen een colaatje en door het raam zien we dat de 747 bij gate C22 al klaar staat. Theoretisch zouden we dus op tijd moeten vertrekken.

Vrijdag 11 december

Met een vertraging van zo’n 30 minuten vertrekt de MH016 naar Amsterdam en hebben wij 12 uur de tijd om nog even onze reis door Cambodja de revue te laten passeren.
Cambodja is een heerlijk land om door te reizen. Het is nog erg puur en soms ook basic als je het bijvoorbeeld vergelijkt met buurman Thailand, de bevolking is erg vriendelijk en is op veel plaatsen nog niet bezig met het exploiteren van toeristen; hier wordt niet gebedeld omdat dat een makkelijke manier is om aan geld te komen, maar hier wordt door landmijn-slachtoffers soms een aalmoes gevraagd omdat zij niet meer kunnen werken.
De markten zijn een feest voor de zintuigen en de tempels van Angkor kennen hun gelijke niet in de wereld. Het land is getekend door de wreedheden van Pol Pot en zijn Rode Khmer, maar is druk bezig dit achter zich te laten. Het straatbeeld in de grotere steden wordt bepaald door de vele scooters, mensen met monddoekjes en vrouwen die zich chique kleden in een Hello-Kitty-pyjama.

Cambodja heeft onze harten gestolen!

Cambodja 3

Maandag 30 november

Week 3 is alweer aangebroken en we zijn dus ruim over de helft. De busmaatschappij regelt onze pick-up bij het hotel vanochtend, maar ze sturen om 6:00 uur slechts 1 moto voor ons én onze bagage. De chauffeur neemt de 2 grote rugzakken vóór zich en wij kruipen met onze dagrugzakken bij hem achterop. Kan net!
In tegenstelling tot de heenreis zitten we nu wel met andere toeristen in de bus en hebben we een chauffeur die iedereen die zijn hand op steekt of aan zijn kont krapt meeneemt. Ontelbaar vaak stoppen dus. Over het zandpad, war we op de heenweg 2½ uur over deden, doen we nu ruim 3 uur. Het helpt ook niet dat hij met elke potentiële passagier in discussie gaat over de bestemming of de prijs van het ticket.

In Stung Treng stoppen we kort voor een versnapering en vervolgen dan onze weg over het asfalt. Er was nog slechts 115 km. asfalt dat ons van Kratie scheidde en het ging allemaal veel vlotter omdat er geen extra passagiers meer opgepikt werden. Dat zou dus een makkie worden, lekker muziekje op het hoofd en lekker achterover , wat gebeurd er? Snel over naar Olav Mol.
Niet te geloven, terwijl Ngy Lyheng Express comfortabel aan kop ligt in deze busrace gebeurd dit: een klapband, als ik het goed zie rechts achter, nee, nee, het is links achter. Dit gaat ze veel tijd kosten. Er is nog 75 km. te gaan, zijn ze op tijd in de pits om de andere bussen voor te blijven? Ngy Lyheng Express vervolgt de race, maar de snelheid is er helemaal uit.

Daar is de pits. We schakelen snel over naar Rob, want hij bevindt zich in de pits.
De bus komt tot stilstand en het team snelt naar buiten. Eén monteur kruipt onder de bus om de krik te plaatsen. De chauffeur haalt snel het reservewiel onder de wagen vandaan. Ben benieuwd naar de bandenkeuze. Slick, er komt gewoon weer een slick onder. Verstandige keuze want de andere 5 banden zijn ook zonder profiel. De moersleutel gaat op het wiel en ratelt in no-time de moeren los. Snel het wiel er af en daar zien we de boosdoener, oh, oh, die band ziet er slecht uit. Het reservewiel wordt geplaatst en de lollypop kan omhoog…………oh, die was al weg.
Heeft Ngy Lyheng Express haar leidende positie behouden, dat is nu de vraag. Snel terug naar Olav.
Ja hoor, de pitstop heeft slechts 30 minuten in beslag genomen en dat is voldoende om de concurrentie voor de te blijven. Ngy Lyheng Express is dit keer gewoon te sterk, zelfs met klapband.
De rest van de rit lijkt een formaliteit, dit zal Ngy Lyheng Express niet meer uit handen geven toch?
Nee, nee, wat nu? Twee kilometer voor Kratie moet Ngy Lyheng Express toch weer naar binnen. Dit kan geen geplande pitstop zijn. Wat is er aan de hand? Aaaah, de chauffeur moet volgegooid worden, en dit keer geen bandenwissel.
De voorsprong is inmiddels zo groot dat er geen paniek is bij het team en Ngy Lyheng Express is snel weer op weg om de laatste kilometers te volbrengen.
Neeeee, niet weeeeeer; Ngy Lyheng Express komt weer naar binnen. Is het nu dan helemaal over zo kort voor het einde van de race? Er moet getankt worden, hoe is het mogelijk, wat een tactisch gestuntel bij het altijd zo proffesionele Ngy Lyheng Express.
Met een volle tank arriveert Ngy Lyheng Express om 13:00 uur in Kratie. Wat een wedstrijd.

We doen onze rugzakken op en lopen naar het Oudom Sambath hotel. Dit keer geen luxe, maar spartaanse degelijkheid voor maar 7 dollar per nacht. We gooien onze spullen op de bijna schone bedden en maken een rondje door het dorp.
Als je even snel door dorpjes als Battambang, Banlung of Kratie loopt lijken ze best op elkaar: stoffige wegen, zenuwachtig getoeter van de scooters, een drukke markt centraal in het dorp, overal eetstalletjes en winkeltjes vol met prut en dan mogen we natuurlijk ook de altijd aanwezige tempels, de zgn. Wat, niet vergeten: Wat Motje, Wat Iser, Wat Kijkje om maar eens wat te noemen. Als je wat langer rondloopt leer je de eigen sfeer van de verschillende dorpen kennen.

We willen vanmiddag nog Irrawaddy dolfijnen spotten op de Mekong, dus charteren we een tuk-tuk om naar de 15 km. verderop gelegen locatie te komen vanwaar voormalige vissers met je het water op gaan.
De Irrawaddy dolfijnen zijn 150 kg. wegende, zeldzame dolfijnen, waarvan wordt gezegd dat er nog maar zo’n 60 exemplaren over zijn.
We zien al snel een aantal van deze dolfijnen, hoewel de kunstjes niet van het niveau Harderwijk zijn. Slechts even komen ze boven om lucht te happen en dat is het moment dat je de camera klaar moet hebben.
Wanneer de zon bijna in de Mekong duikelt gaan we weer terug naar Kratie. We laten wat kleding wassen en gaan in de stad een hapje eten.
Het was wederom een enerverende dag.

Dinsdag 1 december

Het is bijna niet voor te stellen dat het alweer december is. Het is hier elke dag 30 graden met een stralend blauwe hemel. Niet lullig bedoeld, maar soms klagen we er zelfs over……

Omdat we bij thuiskomst niet teveel moeite willen hebben om onze vriendjes van AV Veluwe bij te kunnen houden, kiezen we vandaag voor wat inspanning. We laten onze hotelbaas 2 fietsjes aanrukken en gaan op weg naar de lokale veerboot om de oversteek te maken naar Koh Trong, een eilandje dat midden in de Mekong ligt.

Om bij de veerboot te komen moeten we met de fiets eerst zo’n 100 traptreden afstuiteren; dus de spieren zijn opgewarmd.
We zien dat er, behalve veel lokalen met hun koopwaar van de markt, ook een toerist aan boord is. Wij gaan dus ook aan boord. Rob moet nog wel even de 2 fietsen op het metalen dak van de veerboot leggen; beetje extra body building kan hij wel hebben.
Zo’n boot vertrekt natuurlijk niet wanneer jij dat wilt, dus eerst zitten we 3 kwartier te garen onder het metalen dak voordat de kapitein op de toeter drukt en vertrekt.

Het eiland Koh Trong ligt op een ferme steenworp afstand, dus we denken dat we er met 10 minuten zullen zijn en gaan er maar even voor zitten. In tegenstelling tot wat we verwachten, varen we zuidwaarts i.p.v. westwaarts richting het eiland, maar dat zal wel met de stroming te maken hebben denken we. Als we echter na 15 minuten bij de zuidpunt van het eiland aankomen, beginnen we te vermoeden dat……………….maar laten we niet te snel op de feiten vooruit lopen, want misschien legt hij wel aan de westkant van het eiland aan.

Dat deed hij dus niet en voor we het weten leggen we aan op de westoever van de Mekong om een passagier met vracht los te laten. Het begint er dus aardig op te lijken dat we op de verkeerde veerboot zijn gestapt.
Als we zo’n 10-tal stops verder zijn en wij samen met Sophie, de andere toerist, als enigen over zijn aan boord weten we het zeker. Als de kapitein voor de laatste keer aanlegt en dan ook zijn motor uitzet moeten we toch over op plan B. Gelukkig spreekt de kapitein erg goed Khmer en wij niet, maar met wat handgebaren en tekeningetjes begrijpen we van de kapitein dat we hier naar boven kunnen klimmen met de fiets, dan linksaf slaan en naar verloop van tijd kom je dan wel ergens waar je weer met een veerboot over kan. Klinkt hoopvol, toch?

We beginnen met zijn drieën zuidwaarts te fietsen op de westoever en al snel merken we dat er hier waarschijnlijk nooit eerder toeristen de verkeerde veerboot hebben gepakt, want we zijn een ware bezienswaardigheid; zelfs de ossen lijken ons na te kijken.
Het is hier allemaal nog erg puur en wat het meeste opvalt is de stilte die hier heerst. Het enige geluid dat je hoort zijn onze banden op het onverharde pad. We genieten met volle teugen van dit stukje ongerept Cambodja.
Als we aan het eind van een pad komen stoppen bij het huis van een lokale familie. We willen toch een keer oversteken naar Koh Trong, dus in ons beste Khmer vragen we hoe dat werkt met een veerboot hier. De man des huizes pakt een groot stuk bamboe, loopt richting het water, slaat een paar keer met een stuk hout op het bamboe en wonder boven wonder start er even later iemand aan de andere kant van het water de motor van zijn boot. Niet veel later is hij aan onze kant en wij klauteren snel met onze fietsen de schuine helling af richting het water. We laden de fietsen en ons zelf op de boot en gaan dan alsog naar het eilandje Koh Trong. Dat hadden we een uurtje geleden niet gedacht.

We verwachten op Koh Trong veel meer toeristen, maar dat valt mee, we lijken de enigen te zijn. Op dit eilandje zien we een paar fantastische tafereeltjes boerenarbeid. We weten niet zeker of we het goed hebben, maar volgens ons zijn ze aan het dorsen en wordt her en der het kaf van het koren gescheiden. We kennen in Apeldoorn iemand met wat boerenbloed in haar aderen, dus checken thuis of we de juiste terminologie hebben gebruikt.
Op het eilandje staan we net zo vaak naast de fiets om foto’s te maken als dat we erop zitten. Het is een fantastishe rit over dit eiland, en als we het eiland rond zijn zien we dat er net een veerbootje aanlegt. Om bij die veerboot te komen moeten we nog wel 400 meter door duin-achtig gebied klunen, maar we wilden wat trainen dus dit wat perfect.

Het veerbootje doet er nog geen 10 minuten over om in Kratie te komen; 10 minuten die we vanochtend ook dachten te gaan varen maar dat werd bijna 5 kwartier. Als we in Kratie zijn gaan we de 100 treden met de fiets weer omhoog, waarmee wij onze portie gymnastiek wel weer gehad hebben.

Na al deze inspanning fietsen we eerst naar een terrasje voor een sapje, waarna we naar het hotel gaan om de dikke stoflaag van ons lichaam te douchen.
Als we weer buiten staan zijn we mooi op tijd voor de zonsondergang over de Mekong en gaan als een bejaard stelletje op een bankje zitten om de koperen ploert langzaam rood-oranje te zien worden, als hij verdwijnt achter het eilandje van vandaag: Koh Trong.
’s Avonds eten we weer bijna voor niets bij U-Hong Guesthouse waar ze net een CD van Coldplay draaien. Ons hoor je nog steeds niet klagen hoor!

Woensdag 2 december

We verlaten de staatsgevangenis, alias hotel Oudom Sambath en stappen op de bus voor de reis naar Phnom Penh. Dit is niet wat we gepland hadden, maar de verhalen die we over Sen Monorom hebben gehoord zijn niet van dien aard dat we de lastige rit er naar toe willen maken. Dan gaan we liever wat langer naar het zuiden van het land.
In tegenstellingtot onze vorige busrit was deze slaapverwekkend. Bovendien duurde de rit ruim een uur langer dan verwacht en we waren we dus pasom 14:30 uur in Phnom Penh.
Hier gelijk weer op zoek naar een tuk, maar we zochten niet de meest ervaren chauffeur uit. Na 2 straten moest hij al vragen waar ons hotel was en verderop gebeurde dat nog een keer. Toen hebben wij hem uit zijn lijden verlost en aangewezen waar hotel Castle is; wij zijn per slot van rekening al 1 dag in Phnom Penh geweest, dus wisten de weg.

Hotel Castle is er weer één met de nodige luxe, dus we kunnen het er een nachtje van nemen in big-city Phnom Penh. In de lobby van het hotel staat een grote kerstboom met pakjes eronder; beetje vreemd is het wel met 30 graden.

‘s-Avonds gaan we eens op zoek naar een Italiaan; na 2 weken Khmer-food wil je wel eens wat anders en bovendien moeten we het pizza-trauma dat we vorig jaar in Cuba hebben opgelopen nog verwerken (zie Cuba 2). We gaan naar het, door de Lonely Planet aangeraden, restaurant Happy Herb Pizza en bestellen een spaghetti en een pepperoni pizza. Bevend wachten we op wat komen gaat.
We hebben alvast extra drinken besteld om in een geval van nood de boel weg te kunnen spoelen.
We hoeven niet al te lang te wachten op onze maaltjes en met bevende vork beginnen we met een klein hapje en………………….het smaakt overheerlijk; handen, voeten, alles gebruiken we om dit feestmaal naar binnen te werken. Moe maar voldaan hijgen we even later uit, nog even een boertje laten en wij zijn van een trauma verlost.

Op de goede afloop gaan we bij de trendy bar Metro nog even een lekkere cappuccino en een dubbele espresso nemen en dan snel naar bed en snaveltje toe want morgen is het wederom vroeg dag als we doorgaan naar Kampot.

Donderdag 3 december

We waren de zon een slag voor vanochtend. Nog voordat hij zijn kruin boven de Mekong laat zien, hebben wij ons eerste broodje al gesmeerd. Vanaf het restaurant op de 6e etage van ons hotel, zien we onze vakantievriend ontwaken.

Er zou om 7:00 uur een pick-up geregeld worden door Sorya busmaatschappij, maar om 7:20 uur was er nog steeds niemand en de bus zou om 7:30 uur vertrekken. Dit was erg ongewoon voor Cambodja. Een telefoontje van het hotel naar de busmaatschappij stelde ons gerust; er was een minibusje onderweg. Niet veel later arriveerde dit minibusje en waren we weer op weg, maar niet direct naar het busstation er konden nog veel meer mensen in deze minibus. Uiteindelijk propten ze 16 toeristen + buschauffeur + bijrijder in een minibus met 9 stoeltjes. Ken net!

De grote bus van Sorya zit propvol, er moeten zelfs mensen op een krukje in het gangpad zitten. De rit verloopt verder soepel en we zien onderweg het landschap veranderen hoe zuidelijker we komen. De kalkstenen heuvels domineren de omgeving.
Om 12.30 uur zijn we in Kampot en nemen een tuk naar het hotel. Het eerste hotel is vol, het tweede te duur en bij de derde is het raak.

’s Middags gaan we op zoek naar wat tour mogelijkheden en………….. Diana gaat naar de kapper. De grijze haren geven haar slapeloze nachten en zij moet geverfd worden. We gaan de “kapsalon” binnen en Diana vraagt wat het kost: 5 US dollar voor het verven en nog eens 1 US dollar voor highlights. Aan de prijs zal het niet liggen. Diana zoekt een kleur uit van Revlon en neemt plaats in de stoel. De kapsters gaan netjes en secuur te werk en Diana heeft er weinig op aan te merken. Na een klein uurtje moet ze mee naar achteren om uit te spoelen. In een soort van omgekeerde gynaecologen stoel wordt het haar gespoeld en gewassen. Na ruim een uur komt Diana stralend en als nieuw de deur uit. Het haar is in 1 x in de juiste kleur geverfd, het heeft maar 1 uur geduurd en het was goedkoop. We kunnen ons niet herinneren wanneer dat voor het laatst in Apeldoorn zo geweest is.

Na deze opknapbeurt laten we ons naar Phnom Chhnork brengen, een grot in een kalksteen heuvel. We laten ons gidsen door een kwartet kinderen. De grot is erg mooi met enorme stalactieten. De gidsjes wijzen ons allerlei beeltenissen aan in deze druipers. Zo laten ze een olifant, een adelaar, een schildpad en een kalf zien, maar je fantasie wel heel erg aanspreken om deze te herkennen.
De omgeving waar deze grot zich bevindt is waarschijnlijk net zo mooi als de grot zelf: eindeloze rijstvelden met af en toe een paar palmen en een verdwaalde boerderij. Heel veel volk aan het werk in het veld, want het is tijd om rijst te oogsten. Idyllische plaatjes!

Na een uur gaan we weer terug naar Kampot, maar niet voordat we afgerekend hebben met onze 4 gidsjes. Op de terug kijken we onze ogen opnieuw uit in de ze fantastische omgeving.

Als we terug zijn bij het hotel zien we dat de verf in Diana’s haar goed gehouden heeft in de wind. We zijn benieuwd hoe het kussensloop er morgenvroeg uitziet.

Vrijdag 4 december

Vanochtend zag het kussensloop er nog steeds stralend wit uit, dus nu overweegt Diana een container van die Revlon verf naar Nederland te verschepen. Lijkt een lucratief handeltje.

Vandaag geen tuk-tuk of achter op een moto en ook geen inspanning op de fiets, vandaag huren we zelf een moto en racen ermee naar de vroegere badplaats Kep. Kep was in de franse koloniale tijd the-place-to-be voor de elite. Tegenwoordig is het vooral in de weekenden een plaats waar de rijken uit Phnom Penh naar toestromen. Kep is verder vooral beroemd om de vis en vooral om de Krab die hier gevangen wordt.
We huren voor 5 US dollar een Honda Wave en na wat uitleg over de werking van deze racemachine scheuren we Kampot uit, een grote stofwolk achterlatend.

Het is ongeveer 25 km. naar Kep en als we rustig aan doen zijn we er met een uurtje volgens de verhuurder. Gelukkig is het hier niet zo druk als in Phnom Penh en kunnen dus heerlijk genieten van de uitzichten om ons heen. Net als Rob de gashandel nog eens goed wil open draaien, stapt er een oom agent de weg op en die steekt zijn hand op. Rob brengt de moto tot stilstand en kijkt vragend naar deze wetsdienaar. De agent loopt om onze moto heen en zegt:”police control, 1 dollar“. Onze mond valt open, maar omdat we vandaag nog in Kep willen komen betalen we deze afkoopsom aan de correcte en integere agent. Er zijn nog een drietal agenten aanwezig en ze vinden onze zonnebrillen erg mooi en vragen of ze deze even op mogen zetten. Onze brillen gaan van hoofd tot hoofd en de agent die de dollar in zijn broekzak heeft gestoken geeft ons ook zijn gewone bril om te proberen. We zetten om de beurt zijn bril op en merken dat er gewoon glas in zit. Die bril is duidelijk bedoeld om een beetje indruk te maken. Nadat alle brillen weer op het hoofd van de rechtmatige eigenaar staan, geeft Rob weer gas en stuiven we door naar Kep.

In Kep zijn we nog net op tijd voor de krabmarkt. Er wordt gesleept met grote manden met krab die snel van eigenaar wisselen en er staan ook grote potten kokend water op het vuur waarin de krab wordt gekookt. We lopen een beetje rond over het marktje en als de drukte begint af te nemen gaan we op zoek naar Le Veranda, een resort dat hier ergens tegen de helling moet liggen en waar we door de eigenaar van La Villa in Battambang over getipt zijn. Na wat heen-en-weer gecross op onze moto vinden we uiteindelijk dit fantastische resort. En onder het genot van een cappuccino kijken we uit over de zee.

Nadat we ons even hebben gedragen als the-rich-and-famous van Kep gaan we nog een keer terug naar de krabmarkt. Dit keer niet om te kijken, maar om te proberen.
Als lunch bestellen we een kleine portie krab, in een restaurant op palen dat net boven de zee hangt.
Even later blijkt dat onze kleine portie krab uit 6 mooie rooie beestjes bestaat en dat terwijl wij dachten er ééntje te proberen. We krijgen 2 kraaktangetjes bij om de beestjes open te breken en zo bij het vlees te komen.
Diana eet een paar stukjes wit vlees maar deze manier van eten is aan haar niet besteed. Rob gaat vervolgens als 1-persoons kraagbeweging aan de slag en sloopt het halve dozijn beestjes om aan zijn lunch te komen. Moe maar voldoen legt hij naar enige tijd de tang naast zijn bord. Krab is heerlijk, maar je moet wel veel moeite doen om je stukje vlees te bemachtigen.

Rond 14:00 uur wordt de moto weer gestart en racen we terug naar Kampot. Onderweg zwaaien we nog even vriendelijk naar onze vrienden van de gendarmerie en zonder kleerscheuren arriveren we in Kampot.

Zaterdag 5 december

Op de verjaardag van de goedheiligman reizen wij van Kampot naar Sihanoukville, maar eerst genieten we in alle rust van een ontbijtje voor slechts 18.000 Riel.
We zitten buiten in het zonnetje dat door de bomen schijnt, het lijkt erop dat dit verwarmingselement hier nooit verdwijnt.
Om 11:00 uur gaan we met de minibus naar ons verblijf aan zee, en natuurlijk nemen we onze zwemkleding mee.
Veel hebben we in Sihanoukville niet gepland, wat zwemmen, duiken en lekker zonnen bij een strandtent.
Behalve wij en 2 Belgische toeristen wordt de minibus volgeladen met vracht; we kunnen onze benen nog net kwijt, maar we hadden niet anders verwacht.
De chauffeur geeft een dot gas, met volle vaart vooruit, maar Rob zit voor in het busje en bij hem breekt aan alle kanten het angstzweet uit.
Met 2 uur hebben we onze strandbestemming bereikt en het is gelijk duidelijk dat dit plaatsje niet op de rest van Cambodja lijkt.
Eerst naar het hotel, dan naar de duikschool niet ver van hier, volgende stop is aan zee achter een potje bier.
’s Avonds eten we in het hotel bij een Mexicaan en daarna niet te laat naar bed omdat we morgen duiken gaan.
Genoeg van dat sinterklaas geshit, die ouwe kan ons van hier toch niet ontvoeren naar Madrid.

Zondag 6 december

De groep trouwe volgers van onze beslommeringen in Cambodja zal wel behoorlijk uitgedund zijn na gisteravond. We weten hoe onze familieleden en vrienden zich gedragen hebben afgelopen jaar dus velen zullen zich bevinden in een muffige zak in het ruim van een stoomboot op weg naar Spanje. Voor de enkelen die dit jaar wel zoet zijn geweest maken we het verhaal gewoon af.

Om 7:30 uur stonden wij bij duikschool Scuba Nation waar onze uitrusting al in een minibus was geladen. Het was 10 minuten rijden naar de vissershaven waar de boot ligt en we moeten tussen primitieve vissers-woningen doorlopen om er te komen.
Het wordt een privé-tochtje vandaag want wij zijn de enige 2 duikers op de boot. We worden vandaag begeleidt door Mick een divemaster uit Australië. Om 7:45 uur zetten we koers voor het eiland Koh Rong Samloum. De boottocht zal 2 uur duren en dat geeft ons mooi de gelegenheid onze rem-slaap af te maken die wederom wreed verstoord werd door de wekker. We nestelen ons op het dak van de boot en we worden al snel in slaap gewiegd door het geschommel op de golven.

Om 9:45 uur gooit de kapitein het anker uit aan de noordkant van het eiland en wordt onze uitrusting klaargemaakt voor de 1e duik, inderdaad: “wordt klaargemaakt”, want wij hoeven zelf niets te doen.
Even voor 10:00 uur plonsen we in de warme zee en zakken naar zo’n 10 meter diepte. We merken al snel dat het zicht in deze wateren niet al te goed is. Met een metertje of 7 houdt het wel op. Het koraal is wel erg gevarieerd en de groep Batfish (zonder Robin) die nieuwsgierig rond ons komt zwemmen is best bijzonder. Verder bestaat het assortiment uit de standaard kleine visjes die je overal ziet, niets groots, niets speciaals. Aan het eind van deze duik van meer dan een uur ziet Rob nog een blue spotted stingray in het zand tussen 2 stukken koraal liggen, maar dat was het dan wel.

Als we weer op de boot geklommen zijn staat er een pan fried rice op ons te wachten. Dat gaat er natuurlijk wel in na een uurtje spartelen. Na de heerlijke lunch nemen we onze posities weer in op het dat en dommelen een beetje in de zon.
Om 12:30 uur gaan we ons opmaken voor een volgende duik en omdat we bij de 1e duik allebei last hadden van het beslaan van onze duikbril en dit model geen ruitenwissers heeft, heeft Mick de flacon Cambodjaanse Dreft erbij gepakt om de glazen te ontvetten. Hopelijk helpt dat, want elke 5 minuten je bril moeten laten vollopen is een leuke oefening voor beginners, maar daar zitten wij niet op te wachten.

De boot is inmiddels een stukje zuidelijker gevaren en we duiken op het rif met de naam “Last Chance“. Een toepasselijke naam als je weet dat dit de plek is waar je het laatst kan duiken voordat de regentijd het zich onderwater helemaal verpest.
Het zich is op deze 2e duikstek iets beter, zo’n 10 meter, maar de onderwaterwereld lijkt veel op de 1e duik. Rob schrikt nog wel als hij een krab ziet zitten; als het maar geen verre familie is van de 6 schattige krabjes die eergisteren op zijn bord lagen, een krab kan zeer wraakzuchtig zijn.

Als we, wederom na meer dan 1 uur, weer boven komen drinken en eten we wat waarna we weer naar ons kraaiennest gaan. De terugtocht van wederom 2 uur is inmiddels ingezet.
Om 15:45 uur liggen we weer aan de kade en nog voor 16.00 uur zijn we bij het hotel. Dit was, ondanks het mindere zicht, een lekker dagje op zee.

Bij het zwembad van het hotel kunnen we constaren dat het kapsel van Diana de ultieme proef heeft doorstaan: 2 x één uur dompelen in zout water en tussendoor bakken in de felle zon hebben het geverfde haar geen kwaad gedaan. Diana gaat vanavond nog wat telefoontjes plegen i.v.m. de container die verscheept moet worden.

Cambodja 2

Dinsdag 24 november

Vandaag gaan we op weg naar de hoofdstad van Cambodja: Phnom Penh en vandaag gaan we ook voor het eerst met de bus op pad. Om 8:00 uur zijn we al op het busstation, want om 08:20 uur wordt er ingecheckt. Het is een prachtige paarse, enigszins vervallen, dubbeldeks bus waarbij de onderste stoelen zijn verwijderd zodat daar de bagage en andere vracht in kan.
De bus vertrekt mooi op tijd en we laten Battambang achter ons. De reis verloopt verder soepeltjes en met een plaspauze inbegrepen zijn we om 13:30 uur in Phnom Penh.
Tuk-tuks staan al te wachten om de buspassagiers verder te vervoeren.
We checken in bij het Scandinavia hotel en besluiten nog vanmiddag het Royal Palace met de Silver Pagode te bezoeken.
Op weg naar het koninklijk paleis maken we even een omweg naar het busstation van de maatschappij die ons donderdag naar Banlung moet brengen. Er zijn gelukkig nog 2 stoelen voor in de bus beschikbaar, want voor een busrit van 11 uur wil je wel lekker kunnen zitten.

Het complex van het koninklijk paleis doet een beetje denken aan dat in Bangkok. De gebouwen liggen er mooi bij. In de silver pagode is maar liefst 5800 kg. zilver verwerkt, waarvan het grootste gedeelte is opgegaan aan zilveren tegeltjes op de vloer.
Koning Sihamonie woont in delen van het paleis en die zijn helaas verboden terrein. Het lijkt er trouwens op dat er hoog bezoek komt op het moment dat wij er rondbanjeren, want opeens komen er zwarte auto’s met geblindeerde ramen het terrein opscheuren. Eén van de auto’s heeft zelfs een rood-wit-blauw vlaggetje; het zal toch niet dat Trix, of Lex en Max op bezoek zijn?

’s Avonds eten we bij Friends, een restaurant waar straatkinderen de kans krijgen het horecavak te leren. Wat ons betreft slagen ze met vlag en wimpel!

Woensdag 25 november

Het is vanochtend voor het eerst bewolkt als we opstaan, maar dit sombere weer geeft waarschijnlijk wel de juiste sfeer bij wat we gaan doen vandaag. De tuk-tuk gooit er ons eerst uit bij het Tuol Sleng Genocide Museum. Deze voormalige school werd Rode Khmer omgebouwd tot gevangenis en het werd al gauw het centrum voor de gruwel praktijken van dit bewind. In de schoolgebouwen wordt op indrukwekkende wijze een kijkje gegeven in de donkere geschiedenis van Cambodja.
In schoolgebouw A staan in elk van de voormalige klaslokalen het roestige frame van het bed waarop de laatste 14 gevangen zijn gemarteld en gestorven. Boven het bed hangt een foto van hoe de Vietnamezen de lichamen van deze gevangen destijds hebben gevonden en dat zijn geen mooie plaatjes.
In gebouw B en C is een opstelling gemaakt met de foto’s van de gevangen van de gevang gezette Cambodjanen toen ze de gevangenis binnenkwamen en zelfs een paar foto’s van na de martelingen.
door zijn eenvoud maakt dit museum diepe indruk en blijf je je afvragen hoe het mogelijk is dat je je eigen landgenoten, buren en zelfs familie zoiets verschrikkelijks kunt aandoen.

Hierna gaan we naar de Killing Fields van Choeung Ek. Hier werden de gevangenen van de Tuol Sleng gevangenis die niet aan de martelingen waren bezweken heengebracht om te worden gedood en begraven in massagraven. Al met al geen vrolijk begin van de dag, maar je moet in deze zwarte periode uit de Cambodjaanse geschiedenis zijn gedoken om de pijn van het land te kunnen begrijpen.
Het bewind van Pol Pot en zijn Rode Khmer duurde uiteindelijk 3 jaar, 8 maanden en 20 dagen en ligt inmiddels ruim 30 jaar achter ons.

Na het bezoek aan de Killing Fields laten we ons afzetten bij Wat Phnom, de tempel die is gesticht door een weduwe met de naam Penh en waaraan de stad haar naam ontleent. De lokale bevolking komt hier veel voor geluk te bidden en je kunt ook een vogeltje vrij laten om vervolgens een wens te mogen doen. Diana laat er zelfs 2 vrij!
Hierna lopen we nog wat verder, langs de Amerikaanse ambassade, een paar veel te dure hotels, de Russische markt (die helaas gerenoveerd wordt) en we gaan zelfs een luxe shopping center in. Hier halen we gelijk wat versnaperingen voor de bustocht van morgen.
Als we naar ons hotel lopen worden we vlak bij het onafhankelijkheidsmonument tegen gehouden. Oom agent legt uit dat de premier van Laos een krans aan het leggen is; en wij maar dekken dat al die wegen vrij van verkeer zijn gemaakt omdat wij het oversteken van de weg in Phnom Penh zo lastig vinden. Het verkeer in Phonm Penh is namelijk een grote chaos. Bromfietsers en scooters schieten in grote getale als snelle kakkerlakken over de weg. We weten inmiddels dat je niet moet gaan wachten tot je over kunt steken, maar je moet gewoon gaan en ze vliegen dan van zelf aan alle kanten om je heen.

Voordat we ’s avonds gaan eten drinken we een paar sapjes bij de Foreign Correspondents Club. Dit restaurant trok vroeger veel buitenlandse correspondenten, maar vooral de plek op het balkon op de 1e etage met uitzicht op de rivier is er één uit duizenden.
Uiteindelijk eten we ook maar bij de FCC want de dagspecial, Tenderloin Beef en een salade met balsamico dressing, kunnen we niet weerstaan.

Donderdag 26 november

We waren al weer vroeg uit de welbekende veertjes. Onze tuk-tuk chauffeur van gisteren zo om 06:30 uur bij het hotel komen om ons naar het busstation te brengen en hij was er ook nog. Had misschien ook te maken met het feit dat wee een deel van zijn “loon” van gisteren vandaag pas zouden betalen.
Bij het busstation bleek dat onze bus bij de Russische markt zou vertrekken; we werden dus snel in een minibus gegooid en erheen gebracht.
Ook deze bus naar Banlung vertrok weer mooi op tijd, of eigenlijk te vroeg. We hadden nog even snel een paar stokbroodjes en een paar oliebol-achtige staven gekocht dus we konden er een paar kilometer tegen.
We verlieten Phnom Penh zonder kleerscheuren en dat kan niet iedereen zeggen. De stad is berucht vanwege het bagsnatchen, waarbij ze op een scooter voorbij scheuren en je tas proberen mee te nemen, maar ook kleine gewapende overvallen komen voor. Een Frans stel vertelde ons in Battambang dat ze tot 2 x toe aan de beurt waren: eerst werd haar halsketting afgerukt en later werden zijn zakken gerold. Wij maken ons, als ervaren beroofden, natuurlijk niet meer zo druk over dit soort zaken.

De busrit is mooi, we zien boeren op het land werken zonder machines, rijden langs grote waterplassen vol met lotussen in bloei, zien vissers in smalle kanootjes die proberen wat te vangen, omen door kleine dorpjes waar altijd een markt aan de hoofdstraat is en nog veel meer. De tijd vliegt om, voor we het weten maken we al onze eerste stop, en tweede, en derde…..

Om 12:30 uur zijn we in Kratie waar we op de terugweg een paar dagen zullen blijven. Dit is gelijk onze lunchstop.
Van Kratie gaat het naar Stung Treng, vanwaar je door kunt naar Laos, maar wij slaan hier rechtsaf naar Banlung. Hier houdt de asfaltweg op en hobbelen we 2½ uur lang over een veredeld zandpad. De roodbruine stof van het weinige verkeer heeft de omgeving een herfstkleur gegeven. De buschauffeur heeft er behoorlijk de sokken ingehad, want een uur eerder dan gepland staan we op de hoofdstraat van Banlung om ons heen te kijken. Hier geen tuk-tuk’s, dus we charteren 2 jongen met een moto om ons naar ons “resort” Terres Rouges te brengen.
Dit complex zit er fantastisch uit, maar dat zouden we, na een busrit van 10 uur, ook gezegd hebben van de woonkamer van boer Wim.

Vrijdag 27 november

Bij het ontbijt weer die heerlijke warme stokbroodjes. De franse eigenaar van deze hut heeft het personeel goed geïnstrueerd.
Na het ontbijt lopen we in 15 minuutjes naar down town Banlung en hoewel er een soort vierbaans-asfaltweg door het dorpje loopt, is Banlung een stoffig dorpje waar alles draait rond de centrale markt. Het doet een beetje aan als een dorpje uit het wilde westen, alleen zijn de paarden vervangen door bromfietsen en de revolvers door mobieltjes.

De markt hier is misschien wel de meest gevarieerde die we tot nu toe gezien hebben. Er wordt veel vis verkocht en af en toe springt er eentje uit de emmer voor je voeten, maar gouden en zilveren sieraden, gereedschap, varkenskoppen met staart in de bek, antibiotica, groente en fruit, platgeslagen ratten op een houten frame gespijkerd en nog veel meer. Hier geen gefrituurde kakkerlakken en tarantula’s zoals op de Chinese markt in Phnom Penh, maar misschien hebben we die gewoon gemist.

We kijken in de stad rond welke tour we hier zullen maken. De natuur in deze provincie is prachtig, zoals we tijdens de bustocht al zagen, maar een bezoekje in een klein dorpje in de omgeving is ook een bijzondere ervaring.
De 3-daagse trek lijkt fantastisch, maar dan moeten we aan meer geld zien te komen en dat is onmogelijk hier. Nog maar even verder rondkijken dan. Misschien dat we straks bij het zwembad beter tot een beslissing kunnen komen.
We eten wat fried noodles bij de Coconut shake, een restaurant dat de naam draagt van het populairste gerecht op de kaart. Een menukaart is altijd weer grappig; zo hebben ze hier Fish and Ship, French toes, Carry, Beef Bar Bequest, Sweet en Sourer, maar we begrijpen best wat ze bedoelen.

In de middag liggen we dus aan het zwembad na te denken over het programma van de komende 2 dagen. En na een paar baantjes zwemmen en net zo vaak draaien onder de grote ronde grill, hebben we besloten morgen achter op de moto het gebied aan de andere kant van de rivier te verkennen (met een gids) en overmorgen pakken we wel weer de fiets en gaan op zoek naar het kratermeer. Toch nuttig een wat luxe hotel met zwembad, het is overigens niet alleen het zwembad dat dit hotel speciaal maakt. De kamers zijn honeymoon-proof, de tuin is leuk voor een trouwreportage en het uitzicht vanaf de lounge over het nabijgelegen mini-meertje geeft je het laatste duwtje.
Vanwege de verwachte muggen in dit gebied hebben wij bij het diner een wat afwijkende outfit aan: shirt met lange mouwen; broek met lange pijpen, en als klap op de vuurpijl, kersje op de taart, top of de bill een paar dikke wandelsokken in Teva slippers.
We worden inderdaad weinig gestoken, maar dat komt waarschijnlijk omdat de muggen de slappe lach hebben.

Zaterdag 28 november

Het is hier duidelijk geen Zuid-Amerika; ook vanochtend zijn onze 2 moto-drivers mooi op tijd om op pad te gaan. Als we de bebouwde kom van Banlung verlaten komen we in de rubberplantages. We stoppen even bij twee jongens die bomen aansnijden om zo de rubberstroom weer op gang te brengen. Het zijn over het algemeen oude bomen die niet zoveel rubber meer afgeven. Eigenlijk zou de boel omgekapt moeten worden voor jonge aanplant.
Langs de weg overal eenvoudige paalwoningen van het Kalai-volk. Op de terugweg zullen we hier even stoppen.

Omdat de onverharde weg erg droog is zitten we bij elke tegenligger en elke auto die ons inhaalt in een wolk stof te bijten. Het begint al snel te knarsen in onze mond.
Hier en daar staat langs de weg nog een woudreus overeind van het oorspronkelijke oerbos, maar het meeste is hier gekapt voor eigen gebruik of om plaats te maken voor landbouwgrond. Toch krijg je een aardig idee hoe het er hier 10-tallen jaren geleden uit heeft moeten zien.

Na ongeveer 1½ uur hobbelen zijn we in Voensai. We stappen van de motor met een vierkante kont en nadat we een colaatje hebben gedronken gaan we met een longtailboot over de Tonle rivier naar Kachon, het dorpje van het Tampuon volk (mét “u” dus). De uitzichten vanaf de rivier zijn schitterend. Hier voel je je nog veel meer midden in de wildernis. Af en toe komt er een andere longtailboot langs, maar voor de rest niets!
Na zo’n 3 kwartier komen we bij het dorpje en gaan aan wal. Dit volk bewaart altijd een lege doodskist onde het huis; best handig want dan hoef je de catalogus niet meer door te bladeren als er iemand overlijdt.
Het dorpje is verlaten, slechts hier en daar wat vrouwen en kinderen. De rest is in het oerwoud om te jagen; een lekker stukje zwijn of een mals hertenbiefstukje gaat er ook hier wel in.
De begraafplaats van dit volk is de echte attractie van deze ochtend. De graven lijken op kleine marktkraampjes met een beeltenis in hout van degene die overleden is. Er wordt bij een begrafenis ook altijd een os geslacht en de kop van dit beest wordt op een paal voor het graf gezet. Misschien ook wel een leuke variatie voor Nederland. Het laatste graf dat we zien is van de lokale bromsnor. Hij is vorig jaar overleden aan malaria. En wij nog twijfelen of we Lariam zouden slikken.
Nadat we het rondje door dit dorp hebben voltooid, varen we weer terug naar Voensai. Heerlijk met het gezicht in de zon over een kalme rivier. Ons maak je niet gek.

We lunchen aan de rivier en als we deze lunch naar binnen hebben gewerkt gaan we met de boot naar de andere kant van de rivier om door een klein chinees dorpje en een even klein laotiaans dorpje te wandelen. De dorpjes liggen gebroederlijk naast elkaar, maar het contrast is groot; de chinezen als gewiekste handelslui wonen in mooie grote huizen en bieden veel koopwaar aan terwijl de Laotianen een zwaar boeren bestaan leiden.
Rob steekt nog even de handen uit de mouwen en sjouwt samen met de gids een paar zakken rijst van 50 kilo naar een schuurtje. Is natuurlijk een kleinigheidje vergeleken met zijn zware bestaan bij de belastingdienst.
Om 15:00 uur zijn we terug in Voensai en beginnen we aan onze terugtocht.

Heel veel happen stof verder stoppen we nog even bij de Kalai gemeenschap die aan de kant van de weg woont. Er heeft hier net een soort healing sessie plaatsgevonden ten gunste van iemand die wat ernstige kwalen had en zelfs in het ziekenhuis lag. Er was een soort grote staande mobiel opgericht waaraan wat bamboe-kunstwerken hingen. Om de geesten gunstig te stemmen hadden ze een os ritueel geslacht. Verschillende onderdelen van dit beest lagen helemaal zwart gebakken boven een houtvuur zodat het vlees nog lange tijd bewaard kan blijven. Bovendien was er een grote kruik rijstwijn uitgetrokken waar ze al aardig aan handen genipt, want de oogjes van velen hingen op half 7.
Het laatste stukje stofweg zien we bijna geen hand voor ogen, en als we om 16:30 uur van de moto stappen zien we er uit als een stel roodbruine zandsculpturen. We gaan snel naar de slaapkamer, trekken onze zwemkleding aan en lopen in sprint naar het zwembad: eerst even weken.

Het één-gang diner gebruiken we bij de Coconut Shake om de hoek en als we erheen lopen zien we dat, net als in Battambang, er van alles te doen is op straat: een soort ballentent maar dan met darts op ballonnen gooien, veel eetstalletjes en overal kleedjes op de stoep waar je op kunt picknicken. Er is niets zo gezellig als een zaterdagavond in Cambodja.
Op weg terug naar het hotel weten wij ook nog een picknick-kleedje te scoren. We zitten daar heel romantisch, aan het kabbelend water van het meertje, een koud biertje, flesje water, gezellige TL-balken en Teva’s met sokken. Wat wil je nog meer?

Zondag 29 november

Voor ons geen rustdag, althans geen hele. Eerst gaan we in alle vroegte nog een keer over de markt. Deze markt is erg fascinerend en je ziet hier nog veel vrouwen in authentieke kledij. Na de CF-card weer wat voller gepropt te hebben met foto’s, huren ze een paar van die schattige damesfietsjes en gaan naar het kratermeer Yeak Lom. We kregen de fietsjes dit keer niet zo makkelijk mee als in Siem Reap en Rob gaat even snel naar het hotel om een kopie van het paspoort te halen. Wanner de vrouw van de fietsverhuur de foto op het paspoort ziet zegt ze: “much younger“; De baard die inmiddels aan Rob zijn kin bungelt maakt hem dus duidelijk niet jeugdiger; wat een teleurstelling. We springen dan alsnog op de fietsjes en zetten koers naar het kratermeer.
Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want het is hier niet bepaald een vlak parcours. We moeten af en toe stevig op de pedalen.
Wij zijn de eerste bij het meer, en het meer ziet er fantastisch uit. Het is bijna perfect rond en glimt in de zon. We rusten even uit van de fietstocht en lopen dan een stukje rond het meer. Na een uurtje besluiten we weer richting Banlung te gaan. Opnieuw die lastige berg-etappe, maar dan omgekeerd.
We gaan in Banlung even een internetcafé in en lunchen daarna bij restaurant A’dam.
Dan is ook voor ons de rustdag aangebroken en kruipen we op een ligbedje bij het zwembad. Pas als we een knapperig korstje hebben gekregen gaan we uit de zon en terug naar onze kamer. Het zal wel even duren voordat we weer een hotel treffen, met deze luxe.

Cambodja 1

Maandag 16 november

De Hennie-taxi was mooi op tijd, maar bij de NS (Nooit Stipt) liep het anders. De trein naar Amsterdam CS was vertraagd, waardoor de, ook al te late trein naar Schiphol afgeladen vol was. We moesten dus staan met onze bagage want niemand toonde respect voor de twee 7-heuvelen lopers met hun vermoeide benen.

Op schiphol worden we geholpen door een stagiaire die nog nooit van Siem Reap had gehoord. Dit is niet bevorderlijk voor de snelheid.
Uiteindelijk hadden we om half 11 ons eerste bakkie koffie te pakken (sponsored by C & M).

Het boarden verliep soepel en op tijd. We hadden de stoelnummers 35-f en 35-g gekregen, maar toen we eenmaal zaten bleven de 3 stoelen naast ons leeg en op het moment dat werd omgeroepen “arm the slides“, zat Rob al op de 3 vrije stoelen h,j en k. Nog even checken bij de steward maar het was oké. Dat zag er dus goed uit voor deze lange vlucht.
Om 12:07 uur gooit de piloot de Boeing 747, luisterend naar de swingende naam “Shak Alam“, in zijn achteruit en roept hij om dat de verwachte vliegtijd 11 uur en 20 minuten bedraagt. We gaan er maar eens breed voor zitten.
Om 12:22 uur komen we los van Hollandse bodem en zetten onze horloges op Cambodjaanse tijd: 18:22 uur.
We worden goed verzorgd op vlucht MH 0017 en 4 films, 2 CD’s , wat hazenslaapjes, 2 maaltijden en veel drankjes later zijn we in Kuala Lumpur. Om 06:32 uur lokale tijd (dat is 23:32 uur in NL) raken de wielen het asfalt.

We hebben hier meer dan 4 uur de tijd voordat onze volgende vlucht naar Siem Reap vertrekt en beginnen eerst maar met een bak koffie bij Starbucks en gaan ook nog even Burger King langs voor vitaminen.

Dinsdag 17 november

We vertrekken om 11:20 uur, 20 minuten later dan gepland, maar arriveren om 12:00 uur Cambodjaanse tijd in Siem Reap en dat is weer 5 minuten vroeger dan gepland. De klok is weer een uurtje achteruit gezet.

Om Cambodja in te komen hadden we in Kuala Lumpur al 3 x een formulier ingevuld met dezelfde gegevens, maar dat was nog niet alles want in Siem Reap kwamen er nog 2 formulieren bij; een gezondheidsverklaring i.v.m. de Mexicaanse griep en een formulier waar onze pasfoto op werd geniet. Ons paspoort gaat met visum door de handen van 7 douaneambtenaren en het eind van deze lange balie krijgen we onze papieren weer terug.

Onze tassen rolden voorbeeldig op de bagageband en bij de uitgang van de luchthaven stond een jongen met een bordje “Rob and Diana” te wachten. Dat ging lekker.

Het is erg warm en vochtig in Siem Reap en dat is wel even wennen, zeker als je er net 23,5 uur reistijd op hebt zitten.
Het hotel heeft gelukkig airco dus daar kunnen we even bijkomen.

’s Middags doen we niet zoveel meer. We lopen wat door het centrum van Siem Reap tot er een hoosbui op ons dak valt. We gaan op een terrasje zitten en eten en drinken wat. Morgen gaat het echt beginnen.

Woensdag 18 november

We hebben vannacht onze jetlag eruit geslapen. ’s Ochtends constateren we dat kolonialisme ook goede kanten heeft; zonder de Fransen hadden we nooit stokbrood bij het ontbijt gehad.

Na het ontbijt charteren we een tuk-tuk voor een halve dag om een eerste ronde langs de tempels van Angkor te gaan maken. We halen eerst ons 3 daagse entreeticket, kost 40 US dollar en dat is best veel voor Cambodjaanse begrippen, maar er valt ook veel te onderhouden op dit enorme complex.

Als eerste bezoeken we de Bayon tempel. De tempel met de glimlachende gezichten in het centrum van Angkor Thom is één van de beroemdste bouwwerken van Angkor. De meer dan 200 geheimzinnig glimlachende gezichten op de 54 torens geven de tempel zijn grote aantrekkingskracht. Een fantastische tempel, maar het valt op dat je hier bijna overal op mag klauteren. Lijkt ons niet bevorderlijk voor het behoud van de tempel.

We merken ook dat Angkor enorme kuddes toeristen aantrekt; het is een ware plaag, maar tegelijkertijd onmisbaar omdat het zorgt voor de nodige inkomsten.
Na de Bayon tempel bezoeken we nog Baphuon met de koninklijke binnenplaats en bijbehorend zwembad, allen onderdeel van de stad van Angkor Thom.
Hierna is het alweer tijd om terug te gaan, want we willen ook nog even langs Angkor Wat.
Het valt op hoe rustig het is bij deze tempel op deze tijd van de dag. We doen hier wat eerst indrukken op, maar om deze tempel echt te bewonderen heb je veel meer tijd nodig. Gelukkig hebben we nog 2 dagen.

’s Middags lopen we weer in Siem Reap en dit keer gaan we naar de andere kant van de rivier en eten daar wat. Na deze lunch lopen we over het terrein van de Wat Bo en de Wat Dom nak, maar beide zijn uitgestorven. De monniken doen hier blijkbaar een siësta en dat is niet zo verwonderlijk met deze temperatuur.

Hierna lopen we nog even de markt over. Het is een grote lelijke markthal waar de warmte van de afgelopen dagen lijkt te zijn opgestapeld. De marktkooplui hebben er duidelijk last van want ze liggen bijna allemaal uitgeteld op hun kraam tussen de koopwaar; de poelier legt zijn vieze voeten naast een paar geslachte kippen en de groenteboer ligt tussen de bananen.

Na dit rondje Siem Reap ontvluchten ook wij de warmte en gaan naar het hotel. We bestellen vast de boottickets naar Battambang voor a.s. zaterdag en gaan dan bij het zwembad van ons hotel “Auberge Mont Royal” liggen; best zwaar dat backpacken.
’s Avonds eten we wat aan Pubstreet. Klinkt erg toeristisch en dat is het ook. Een straat met alleen maar restaurants en bars. Wel erg gezellig ’s avonds, zo moet het er in Salou ook ongeveer uitzien denken wij.

We weten nu ook waar het Dr. Fish concept vandaan komt. Op elke hoek van de straat zie je hier een opblaasbaar kinderzwembadje met daarin een school kleine visjes. Voor 3 dollar mag je je voeten een kwartier lang in het aquarium hangen en worden de overtollige huidcellen van je voeten opgegeten; dat zijn duidelijk andere prijzen dan bij de Zwaluwhoeve.
Hierna kruipen we nog even een Internetcafé in en werken onze weblog bij.

Donderdag 19 november

We hebben nog 2 dagen om de wereldberoemde tempels van het machtige Khmer rijk te bezoeken. Angor was van de 9e tot de 14e eeuw de hoofdstad van dit rijk dat op het hoogtepunt niet alleen het huidige Cambodja omvatte maar zich uitstrekte van het zuiden van China tot Vietnam, Thailand en Birma.
De tempels die in deze periode in- en om de stad verrezen zijn het hoogtepunt van de bouwkunst van Zuidoost-Azie. Niets in Europa is ook maar enigszins vergelijkbaar met deze monumentale bouwwerken.

Vandaag gaan we eerst verderop in de straat een paar fietsen huren. We hebben niet veel keus want ze zijn allemaal van het type damesfiets met mandje, made in China. Kost ook maar 1½ dollar per dag dus we mogen niet klagen.
Het is ongeveer een half uur fietsen voor we de 1e tempel in zicht krijgen. Het is Angkor Wat, maar we laten deze vandaag links liggen (of eigenlijk rechts). Omdat we hier op een ander moment nog een keer gaan kijken. We fietsen door de Southgate de stad van Angkor Thom in en door de Northgate er weer uit. Als eerste tempel bezoeken we Preah Khan, een van de grootste complexen van Angkor. Preah Khan is de tijdelijke residentie van de koning geweest totdat Angkor Thom klaar was. Daarna was het vooral een klooster en centrum van onderwijs. Er woonden 10 duizenden mensen waaronder monniken, docenten, ambtenaren (!), en meer dan 1000 danseressen.
Na dit bezoek fietsen we door naar Neah Pean een grote vierkante vijver met eromheen 4 kleinere bassins. Via spuigaten in kleine paviljoens stroomde het water van de grote vijver na de kleine bassins. De spuigaten hebben de vorm van het hoofd van een mens, leeuw, paard en olifant.

Als we terug zijn bij onze fietsen is het tijd om even te lunchen. Gelukkig wordt hier aan alle kanten aan je getrokken om je een eettent binnen te krijgen. Een bordje fried rice doet wonderen en na de lunch fietsen we met lichte zadelpijn naar Mebon, een tempel die in de oostelijke Baray ligt. De oostelijke Baray was ooit een enorm irrigatiereservoir van 2 bij 7 km, maar staat nu droog en heeft plaats gemaakt voor rijstvelden.

We vervolgen onze fietstocht en gaan naar Ta Phrom. Deze tempel is nog steeds overwoekerd met enorme wurgbomen, hoewel overwoekerd; ze hebben er een paar van die bomen laten staan voor de toeristen. Toen de Franse onderzoeker Mouhot het Angkorcomplex in 1860 ontdekte had de natuur het complex veel meer in zijn greep.
Hierna gaan we Bayon en hebben ons circuitje dus afgerond. Tegenover de Bayontempel is het voor een aantal monniken net tijd om in gebed te gaan; een uitgelezen mogelijkheid voor een paar mooie foto’s. Diana wordt zelfs door de monniken uitgenodigd om van dichtbij foto’s te maken, ze moet dan wel even haar schoenen uit doen.

Het is inmiddels 17.00 uur en we besluiten nog even te gaan kijken bij de plek voor een mooie zonsondergang: Phnom Bakheng. Een stevige klim brengt ons naar een tempel op een berg, maar de zonsondergang hebben we wel eens mooier meegemaakt. Nog voor de zon achter de horizon wegzakt zijn wij alweer op onze fiets gesprongen en fietsen het laatste stuk naar het hotel in het donker. Na deze survival fietstocht van 40 km. door Angkor, gaan we op een drafje naar Pubstreet en genieten van een paar sapjes tijdens Happy Hour dat hier in sommige bars de hele dag duurt.

Vrijdag 20 november

We zien vanochtend dat de Cambodjaanse zon de contouren van onze T-shirts in roodbruine kleur op ons huid heeft getekend.

Na het heerlijke ontbijt lopen we even de stad in, het is al weer erg warm om 10.00 uur ’s ochtends. We drinken een voortreffelijke cappuccino in hotel de la Paix en nemen daarna een pedicure behandeling door onze voeten in een zwembadje met mini-piranha’s te laten zakken; vreeeeemd gevoel! We kunnen ons lachen niet inhouden.

Na deze schoonheids-behandeling zwerven we nog wat door de stad. We maken wat foto’s en kopen een zak lychees van een vrouw die haar bromfiets er vol mee heeft hangen. Daarna gaan we terug naar het hotel en trekken onze zwemkleding aan. Het water van het zwembad is ijskoud zodat we weer wat bijkomen van de drukkende warmte.

Om 14:00 uur gaan we dan nog één keer naar Angkor om de Bayon tempel en Angkor Wat te bewonderen. Aan het eind van de middag is Bayon nog veel mooier en, veel belangrijker, ook veel rustiger. We genieten van nog een rondje door deze tempel met de lachende gezichten en gaan dan naar Angkor Wat. Hier is het heel wat anders, niet wat het licht betreft, maar wel qua toeristen. Angkor Wat wordt op dit tijdstip overspoelt door de Touristis Groupos Japonica, oftewel enorme groepen Japanse toeristen. Uit alle poortjes, gangetjes, halletjes, putten en daken komen ze te voorschijn. Zeer vermakelijk maar beroerd als je een foto wilt maken.

Terug in Siem Reap drinken we wat bij de Red Piano, een bar die teert op het feit dat Angelina Jolie tijdens de opnames van Tomb Raider een graag geziene gast was. Ze hebben hier dan ook een cocktail naar haar vernoemd.
’s Avonds eten we een typisch Cambodjaanse maaltijd Amok en na gisteren al Lok Lak te hebben gegeten, beschouwen ons nu als experts van de Cambodjaanse keuken.
Het eerste oordeel over deze keuken is in ieder geval heel positief.

Zaterdag 21 november

We zijn al om 05:45 uur bij het ontbijt, omdat we om 06:00 uur al opgehaald worden voor onze boottocht naar Battambang. Ondanks dat je hier pas vanaf 06:00 uur kunt ontbijten gaan ze gelijk een gelijk een fijn ontbijtje voor ons bereiden.

De bus is mooi op tijd, maar we zitten nog geen 2 minuten op onze plek of we moeten overstappen op een grote bus. Bagage overgegooid, kont in de stoel gedraaid en inderdaad, 2 minuten later mogen we er weer uit. Dit keer bij een restaurantje van een vage kennis van de chauffeur. Proberen ze toch nog een paar ontbijtjes te slijten.
De buschauffeur gaat ondertussen meer toeristen ophalen bij andere hotels. Enfin, om 7:30 uur stappen we uiteindelijk op de boot naar Battambang; niets eens slecht gezien de omwegen.

We merken al na 5 minuten dat we te zomers gekleed zijn voor zo’n open boot en Rob gaat in de stapel bagage, boven op het dak van de boot, op zoek naar onze rugzakken en vist er 2 warme jassen uit. Dat is veel beter.

De boottocht is fantastisch. We varen langs wetlands en zien overal grote watervogels wegvliegen. Deze mooie natuur wordt afgewisseld met drijvende dorpen en paalwoningen waarvan de bewoners druk doende zijn in hun kano’s.
Na verloop van tijd wordt de vaargeul erg smal en komen de struiken en bomen heel dichtbij. We moeten zelfs dicht op elkaar kruipen in het midden van de boot om te voorkomen dat de takken midden in ons gezicht slaan.

Om 14:00 uur meren we aan in Battambang. Deze bootreis annex excursie van 6½ uur was zijn geld meer dan waard. Er staat een luxe 4WD met de naam van ons hotel te wachten. Diana spreekt de chauffeur aan en we kunnen instappen. Dat scheelt weer een ritje met de tuk-tuk. We checken in bij het hotel waar we al een paar keer mee gemaild hadden en laten ons daarna door een tuk-tuk in de stad afzetten. Een schok!!! Dit is het tegenovergestelde van Siem Reap.

Dit ziet er meer uit als een stad in het afgelegen noordwesten van China. Geen Pubstreet of Dr. Fish maar vooral veel onleesbare Cambodjaanse teksten.
Om deze nieuwe wereld even tot ons te laten komen besluiten we wat te lunchen bij een restaurant op de hoek. De ambiance is het net niet: de vloer fungeert als afvalbak en de plastic stoeltjes zijn, sinds de aanschaf 23½ jaar geleden, niet schoongemaakt. We bestellen toch maar wat fried rice; daar kan weinig mis meegaan, toch!?!?
Na een onverwachte heerlijke lunch lopen we wat langs de rivier Stung Sangker en bezoeken een klooster. We wennen redelijk snel aan de sfeer van deze stad.

Aan het eind van de middag nemen we een sapje bij La Villa, een hotel dat door een Frans stel wordt gerund. Oorspronkelijk wilden we hier slapen maar dit is tot 4 december volgeboekt. We zien waarom. Laten we niet klagen, wij zitten ook niet slecht in ons moderne fabriekshotel van 20 US dollar per nacht.

’s Avonds eten we nog een Cambodjaanse specialiteiten bij een restaurant waar alleen maar Nederlanders blijken te zijn: 12 mensen uit een groep van Sawadee die hier een kookcursus volgen en een stel dat vanuit Vietnam deze kant op is gereisd. We raken met deze twee aan de praat en ze geven ons nog een paar tips voor de komende weken, als beloning krijgen zij ook wat tips voor Siem Reap van ons.

Terug bij het hotel maken we vast een afspraak voor morgen met een tuk-tuk chauffeur. Hij gaat ons voor 15 US dollar een hele dag rondrijden in de omgeving van Battambang. We weten niet zeker of hij wel heel ervaren is…..

Zondag 22 november

We hadden om 09:00 uur afgesproken met onze tuk-tuk reisleider en zaten daarom alweer om 08:15 uur in de ontbijtzaal. Hier geen stokbroodje met omelet maar een Cambodjaanse rijsttafel voor 10 personen (nr. 171).
Gelukkig voor ons stond er ook een broodrooster en wat sneetjes wit brood.
Na dit uitgebreide ontbijt gingen we kijken of onze chauffeur er al was, en ja hoor, hij kwam ons zelfs tegemoet lopen.

Ons eerste doel vandaag was om de 358 treden naar Wat Banan te beklimmen. De 5 torens in Angkor Wat stijl zijn wat vervallen, maar omdat we tijdens de beklimming van de trap en de bezichtiging van de tempel werden begeleid door 2 zeer minderjarige meisjes werd het een gezellige tempeltour. We lopen wat rond de torens, schieten wat plaatjes en rennen vervolgens de trap weer af. We rekenen af met onze animeer-meisjes en gaan op weg naar de volgende beklimming.

We scheuren over kleine paadjes, langs verdwaalde boerderijtjes en tussen de rijstvelden en gedragen ons als Sinterklaas die net het land is binnengekomen; zwaaien, groeten, lachen naar de kinderen van Battambang en omgeving. We zijn alleen ons strooigoed vergeten.
Als we bij Phnom Sampeau aankomen wordt de tuk-tuk bij een eettentje geparkeerd; is vast een vriend van een vage kennis van de buurman van onze chauffeur. Het zal wel de bedoeling zijn dat we daar straks lunchen.

We beklimmen deze heuvel waarop de Wat Sampeau staat via de asfaltweg en moeten concluderen dat de 7 heuvelenloop van vorige week een lachertje is vergeleken bij deze wandeltocht hier omhoog.
De Wat Sampeau is een mooie nieuw uitziende tempel en dat heeft vast te maken met de donaties van de Cambodjanen in het buitenland die kunnen worden gebruikt voor de onderhoud van dit complex.
De uitzichten vanaf deze heuvel zijn fantastisch, je kunt helemaal tot Battambang kijken en het is één en al boerenland waarop vnl. rijst en sinaasappels wordt verbouwd. Van deze produkten uit de omgeving van Battambang wordt gezegd dat ze de beste van het land zijn. Misschien wel een leuke locatie voor “Boer zoekt vrouw overzee”, hoewel we nog geen Cambodjaanse Wietsze zijn tegengekomen.

Nadat we de tempel van alle kanten hebben bekeken, en Rob nog even uitgebreid met een monnik heeft staan beppen gaan we weer naar beneden. Onderweg bezoeken we nog een grot waar een monumentje is opgericht ter nagedachtenis aan de vele Cambodjanen die hier zijn vermoord door de Rode Khmer. Het monument bestaat uit een glazen kist, met daarin botten en schedels van enkele van de slachtoffers die hier zijn doodgeslagen en vervolgens in de grot werden gedumpt.

We lopen door naar onze tuk-tuk en toevallig is het net lunchtijd. We eten er wat bij die vage kennis en na de lunch stappen we weer in onze koets en gaan op weg naar de bamboe-trein.
We rijden over de NH 57, een weg die in 2011 geasfalteerd moet zijn door een chinese aannemer. Na een half uur hobbelen over dit erg brede zandpad zijn we dan ook bedekt met een laag oranje stof; we zijn hier duidelijk 2 jaar te vroeg over heen gegaan.

De bamboe-trein is niet meer dan 2 assen met treinwielen en daarop een bamboe-bodem en een klein buiten-boordmotortje dat de achteras aandrijft. Deze “trein” rijdt op een enkel spoor en wanneer er een tegemoet komende trein aankomt is deze light trein zo afgebroken en van de rails af. Tegenwoordig wordt deze trein vooral gebruikt om toeristen te vermaken.

Wanneer we hebben plaastgenomen en het motortje is aangeslingerd komt het karretje langzaam op gang om vervolgens steeds harder te gaan. Het is een beetje hetzelfde gevoel als in de Python van de Efteling te zitten, maar dan zonder de uitgebreide veiligheidsmaatregelen en op rails die zo krom zijn dat het eigenlijk een wonder is dat het karretje er niet steeds afstuiterde.
De snelheid is duizelingwekkend op slechts 30 cm. afstand van de rails en we zijn opgelucht als we op het eindstation aankomen.

Na deze Cambodjaanse versie van een pretpark attractie gaan we op weg naar Wat Ek. Opnieuw een Angkoriaanse tempel, maar deze is wel in heel sneue staat. Onderweg er naartoe komen we nog door een dorpje waar ze gespecialiseerd zijn in het maken van rijstpapiertjes waar loempia’s van gemaakt worden: erg belangrijk dorp dus!

Terug in het hotel proberen we de resten van de laag stof weg te spoelen, maar dat valt nog niet mee, en we moeten behoorlijk schrobben.
’s Avonds hebben we gereserveerd bij La Villa, het hotel waar we ons eerder al verlekkerd hebben. We eten er in Zuid-Franse sfeer een heerlijke Cambodjaanse maaltijd. Ook spreken we de eigenaar nog even. Hij vertelt ons dat het de afgelopen 1½ jaar niet zo koud is geweest. We vragen ons later af over welk land hij het heeft. Want het wordt elke dag zo’n 30 graden in Cambodja.
Als we terug willen gaan naar ons hotel moeten we ons best doen om een tuk-tuk te vinden. Het valt ons dan ook op hoe uitgestorven het is op straat. Zo’n zondagavond is over de hele wereld ook hetzelfde.

Maandag 23 november

Vandaag hebben we een soort van rustdag. We slapen eerst wat uit en gaan dan na het ontbijt nog even de stad in. We wandelen daar wat over de markt en flaneren vervolgens over de “boulevard” en bewonderen de franse koloniale gebouwen die hier staan. Klinkt overigens wat chiquer dan het is. Na een stevige espresso bij La Villa gaan we op zoek naar een bus-maatschappij die ons morgen naar Phnom Penh kan brengen. We hoeven niet echt te zoeken want de tickets worden op elke hoek van de straat verkocht en het lijkt erop dat de bussen ook op elke hoek van de straat passagiers oppikken.

’s Middags we wat zonnestralen bij het zwembad. Als Rob de handdoeken haalt bij de poolboy kijkt deze hem wat vreemd aan en vraagt: “are you not cold?”. Het zal wel aan ons liggen, maar met 30 graden kun je toch niet van “cold” spreken.
We leggen de handdoeken op onze bedjes en gaan met onze nog on-gezonde lichamen in de zon liggen. Het lijkt wel vakantie!
Als we ’s avonds omkleden om de stad in te gaan zien we dat we weer veel te onbenullig in de zon hebben gelegen; dat is een leuk gezicht zo’n setje kreeften op stap.

We eten bij White Rose wat je een typisch Cambodjaans restaurant mag noemen: diverse kleuren plastic stoeltjes, wat bijeen geraapte tafels, en altijd weer lekker eten. Ook dit keer weer veel te veel om te kunnen kiezen: van fried rice tot lok lak, van amok tot sweet en sour chicken, van alles met cashew noten en heel veel met ananas. Ook free wifi staat overal op de kaart en uithangborden, maar dat hebben we nog niet geprobeerd.