Tag archieven: Seoul

Zuid Korea 5

Donderdag 27 oktober

Bijna 4 weken na ons eerste rondje Seoul, stond er voor vandaag ook weer zoiets op het programma. Voordat we op pad gingen konden weer eens genieten van een ontbijtje van het hotel. Het was niet meer dan gebakken ei, toast en jam, maar toch. Lekker uitgebreid ontbijten kwam het niet van, want de ontbijtzaal werd met militaire discipline geregeerd door de vrouw die ook de eieren bakte en als ze maar even in de gaten had dat je een beetje zat te lummelen nadat je het brood op had, werd je door haar direct verzocht ruimte te maken voor andere gasten.

Onze eerste doel vandaag was het World Cup Stadium. In dit stadion speelde Zuid Korea tijdens het WK2002 haar wedstrijden, en werd toen gecoacht door Guus Hiddink. Het stadion doet tegenwoordig dienst als thuisbasis voor FC Seoul, de lokale favoriet in de K-League.
Er is in het stadion een museumpje ingericht en je krijgt ook de mogelijkheid om even in het stadion te kijken.
Het museumpje hangt vol met foto’s van het succesvolle Zuid Koreaanse team dat in de 2002 de halve finale haalde en daartussen prijkt dan af en toe de beeltenis van Guus.
De grasmat zag er goed uit en het stadion ziet er nog steeds mooi en modern uit, al is het wat kleurloos.
Zo’n bezoekje aan het museum en het tochtje door het stadion kost omgerekend ongeveer 80 eurocent en dat zijn hele andere prijzen dan bijv. een bezoekje aan Camp Nou in Barcelona.

Na deze sportieve start van de dag zijn we met de metro naar de Noryangjin vismarkt gegaan. Deze vismarkt is zeker zo grot als de vismarkt die we in Busan hebben gezien, maar we zijn we wel weer zo’n beetje dezelfde vis tegen gekomen. Het is jammer dat wij geen visliefhebbers zijn anders hadden we in één van de restaurants bij deze vismarkt een maaltje kunnen nemen.

Na de vismarkt gingen we op zoek naar een goede plek om de Han-rivier te bewonderen. Eerst een lange wandeling naar de Hangnam brug vanwaar we een prachtig uitzicht hadden en later nog even met de metro naar een plek die in de LP werd aangeraden, maar daar was het zicht op de rivier niet zo bijzonder.

‘s-Middags zijn we in de buurt van ons eerste hotel in Seoul wezen lunchen en hebben we het Tapgol park bezocht. Volgens dezelfde LP zou je hier mooie tafereeltjes kunnen treffen van oude mannetjes die met bordspellen bezig zijn, maar waarschijnlijk hadden ze wat beters te doen, want we hebben geen bordspel gezien; oude mannetjes waren er in overvloed.

Hierna zijn we teruggelopen naar onze wijk, waarbij we onderweg nog een bezoek hebben gebracht aan het grote Lotte warenhuis. Omdat de prijzen wat tegenvielen, zijn we maar snel doorgewandeld naar de markt waar we gisteren al een aankoop hadden gedaan. Helaas was de cape die Diana daar gisteren gezien had niet meer te vinden, maar we hebben nog wel een paar souvenirs gekocht.

Nadat we onze aankopen op de kamer hadden gegooid, zijn we op weg gegaan naar de COEX-mall; het grootste warenhuis van Seoul. Het metrostation is in zo’n beetje in de kelder van het warenhuis gelegen, dus dat is wel handig.
Ook dit warenhuis verkoopt vooral hele dure merkkleding, dus geen spul dat je in de rugzak onder in het vliegtuig gooit. Vanuit de COEX-mall zijn we de Hyundai Department Store ingelopen, waar het meer van hetzelfde is. We hebben op de badkamerafdeling nog wel een design zeeppompje gekocht.

Inmiddels hadden we wel honger gekregen en omdat we niet in een warenhuis wilden eten zijn we weer met de metro terug gegaan. Daarbij hadden we het geluk dat we midden in de spits in de metro terecht kwamen; als pieren in een potje, als haringen in een ton stonden we opeengepakt in de wagons. Er was zo weinig ruimte dat we geen gelegenheid hadden om er een foto van te maken.

Dat was weer een dagje van veel loop-kilometers; we hebben het gevoel dat we momenteel meer kilometers in de week maken dan wanneer we thuis zijn (al is het tempo wel wat anders). Wanneer we straks thuis zijn zijn moeten we eerst maar eens een weekje vakantie nemen.

Vrijdag 28 oktober

Op onze voorlaatste vakantiedag hadden we onze enige georganiseerde excursie gepland, en wel naar de Demiliterized Zone (DMZ). Niet omdat het ons leuk leek om eens met een groep op stap te gaan, maar omdat het niet anders kan. Vandaag zijn wij de dus eigenlijk de schoolklas waar we er deze vakantie zoveel van hebben gezien.

We moesten al om 07:00 uur bij de USO zijn. Deze organisatie heeft erg nauwe contacten (of had) met de Amerikaanse legereenheid die hier al sinds 1953 aanwezig is voor de ‘bewaking’ van Zuid Korea tegen de Noord Koreanen, gezien de posters en tv-beelden die we in de wachtruimte gezien hebben. Het merendeel van de toeristen was dan ook Amerikaans.

Onze Koreaanse reisleidster Honey probeerde vanaf het begin de sfeer er goed in te krijgen, maar daarvoor had ze de verkeerde klas in de bus zitten. Het werd dus geen liedjes zingen, maar in plaats daarvan begon ze maar met wat wetenswaardigheden over de DMZ en daar valt best veel over te zeggen. Ik zal dit blog niet rekken met al die details, maar in het kort komt het er op neer dat er een na de Koraanse oorlog een lijn is getrokken die Noord en Zuid Korea van elkaar scheidt en dat aan beide zijden van deze lijn een strook van 2 km door beide landen eigenlijk niet gebruikt wordt. Deze strook van 2 km wordt aan beide zijden zwaar bewaakt  In het midden van de strook is een soort gedeelde legerbasis (Joint Security Area), waar militairen van Noord en Zuid elkaar dus echt kunnen zien en waar ook alle besprekingen tussen de twee landen plaats vinden. De JSA is een vierkant Deze zwaar bewaakte basis gaan wij vandaag bezoeken.

Tegen negenen waren we bij de Camp Bonifas, het basiskamp voor de VN troepen die in de JSA werken. In dit kamp, dat 400 meter ten zuiden van de DMZ ligt, krijgen we een briefing van een Amerikaanse soldaat die ons vanochtend de JSA zal laten zien.
Voor dit bezoek aan de JSA moeten we paspoorten bij ons hebben en geldt er een strikte dress-code: geen korte broeken of shirts met korte mouwen, geen tassen (ook niet voor de camera), zonnebril ten alle tijden op het hoofd, geen slippers of sandalen, geen wijde kleding, haren gekamd en nog een aantal restricties waardoor het voor de Noord Koreanen mogelijk is om te zien of de bezoekers wat van plan zijn.

Na de briefing gaan we met VN-bussen naar de JSA, waar door de Amerikaanse soldaat steeds wordt aangegeven wat wel en wat niet gefotografeerd mag worden. Op een bepaald moment mogen we even de bus uit om een VN-gebouwtje waar onderhandelingen hebben plaats gevonden te bezoeken. We krijgen strikte orders om in twee rijen naast elkaar te lopen en geen ruimte met je voorganger te laten ontstaan. Wanneer we na een paar minuten voor het gebouwtje staan wijst hij ons op Noord Koreaanse gebouwn waar de gordijnen wat openhangen en zegt dat we gerust foto’s van die gebouwen mogen maken want dat doen de Noord Koreanen ook van ons en met ons bedoelde hij ons en de veertig andere toeristen. Overal waar we gaan worden we ook begeleid door heel stoer uitziende Zuid Koreaanse soldaten die voor onze veiligheid moeten. We gaan ook nog even het gebouwtje in en ook hier zijn steeds Zuid Koreaanse soldaten in onze nabijheid. We mogen er  wel foto’s van maken.

Hierna rijden we naar een checkpoint/ observation post vanwaar we het Noord Koreaanse dorp dat in de DMZ ligt kunnen zien. Volgens de Amerikaanse soldaat woont hier echter niemand en is het puur voor propaganda, in tegenstelling tot de Zuid Koreaanse tegenhanger van dit dorp, wat wel inwoners heeft.
Na dit bezoek aan de JSA rijden we nog langs de Bridge Of No Return. Bij deze brug heeft na de Koreaanse oorlog de uitwisseling van krijgsgevangen plaatsgevonden. Iedere gevangene kreeg de gelegenheid te kiezen wat hij wilde; blijven of terug naar zijn eigen land en er was geen mogelijkheid om hier later op terug te komen.

Hierna weer met z’n allen de bus in en verlaten we de JSA, op weg naar een Infiltration Tunnel. Op aangeven van een Noord Koreaanse overloper hebben de Zuid Koreanen sinds 1975 een 4-tal van deze tunnels ontdekt. Deze tunnels zijn door de Noord Koreanen onder de DMZ gegraven (de verste tot zelfs 400 meter voorbij de demarcatielijn), met als doel Zuid Korea binnen te vallen. Deze tunnels zijn ongeveer twee meter hoog en twee meter breed en zouden 25.000 militairen per uur moeten kunnen doorlaten. Wij gaan naar de 3e tunnel die in 1978 ontdekt is; deze tunnel is maat liefst 1635 meter lang.

Vervolgens gaan we op weg naar Dora Observatory. Vanaf dit uitzichtpunt kun je bij helder weer tot 25 km Noord Korea in kijken. Bij het uitzichtpunt mogen alleen foto’s gemaakt worden vanaf een gele lijn. Omdat de gele lijn zo’n twee meter verwijderd was van de muur waar je ook daadwerkelijk Noord Korea kon zien liggen was het eigenlijk niet mogelijk een foto te nemen van Noord Korea. Als je het toch probeerde vanaf het muurtje had je gelijk een soldaat in je nek die je camera afpakte en de foto’s verwijderde die je gemaakt had. Hoewel het niet heel helder was, hebben we een aardig stukje Noord Korea in kunnen kijken; de bewijzen hebben we echter niet.

Daarna wordt de lunch gezamenlijk genuttigd bij een wegrestaurant dat direct naast de laatste tolpoorten van Zuid Korea ligt. Wij slaan deze lunch over, maar wanneer iedereen is uitgegeten, brengen we nog een bezoekje aan het laatste treinstation in Zuid Korea. Hoewel hier korte tijd een trein heeft gereden tussen Zuid en Noord Korea, is dit allemaal weer stop gezet na een incident waarbij een Zuid Koreaanse toeriste is dood geschoten.

Je kon hier, als een soort donatie, treinkaartjes halen en dat was blijkbaar ook het daguitje van een paar klassen van een kleuterschool. In lange rijen lipen de kinderen in hun schattige school-kleding achter de juf aan naar het perron van dit treinstation, waar dan een groepsfoto van ze gemaakt werd. Een uitgesproken kans voor Diana om ook een paar plaatjes te schieten van deze kleuters.

Daarmee zit het programma van ons schoolreisje erop en gaan we terug naar Seoul. Onderweg wordt in de bus nog een korte film vertoond over een Noord en Zuid Koreaanse DMZ-wacht die met elkaar in contact komen tijdens een nachtwacht. In de film worden de grote verschilen nog eens naar voren gebracht en dat zet je wel aan het denken. Een land dat na de tweede wereldoorlog wordt ‘verdeeld’ in een noordelijk en een zuidelijk deel, die vervolgens zelfs nog even kort met elkaar in oorlog zijn en daarna zo ver uit elkaar zijn gegroeid. In Zuid Korea is er voor iedereen werk en genoeg voedsel; het land staat zelfs in de top 10 van economische grootmachten, terwijl de inwoners van Noord Korea dagelijks nog niet de helft krijgen van het voedsel dat een mens minimaal tot zich zou moeten nemen, het land stijf onderaan de economische ladder staat en er bovendien een schrikbewind is dat het minste of geringste afstraft met lange gevangenisstraffen en marteling.
Nu is dit natuurlijk wel het eenzijdige verhaal dat wij te horen hebben gekregen, dus moeten we ook nog maar eens aan de andere kant gaan kijken tijdens een volgende vakantie.

In Seoul gaan we nog op zoek naar de Ddongdaemon markt, maar deze markt valt een beetje tegen en is eigenlijk verdreven door een groot aantal luxe warenhuizen. Hier lopen we toevallig nog wel tegen één van de oude stadspoorten van Seoul aan. Omdat we eigenlijk alles wat we wilden zien in Seoul wel gezien hebben, gaan we terug naar het hotel. ‘s-Avonds eten we in een restaurant vlakbij het hotel en pakken we onze tassen in voor de terugreis van morgen.

Zaterdag 29 oktober

Het regende zowaar vanochtend en dat was het passende weertype bij onze gemoedstoestand. Vandaag hadden we onze terugreis voor de boeg en dat zal niet zo’n luxe reis worden als de heenreis. We hebben wel een mooie vertrektijd, dus kunnen op ons gemakkie ontbijten en de laatste spullen inpakken.

Tegen 10:00 uur waren we bij het metrostation en kochten we voor de laatste keer een kaartje. Het was een lange reis naar de luchthaven: bijna twee uur en we moesten drie keer overstappen.
Op de luchthaven verliep alles soepel. We probeerden nog om dezelfde stoelen te krijgen als op de heenweg, maar dit keer was de business class helemaal uitverkocht.
Onze laatste geld hebben we opgemaakt bij de Paris Baguette op de luchthaven en rond 13:30  uur zijn we uiteindelijk naar de gate gegaan.

Het vliegtuig kwam om 14:45 uur los van Zuid Koreaanse bodem, waarna de piloot vrolijk vertelde dat we een vlucht van 10 uur en 40 minuten voor de hadden. Stoel 23J en 23K waren niet ideaal, maar gelukkig is het een dagvlucht
Met wat lezen, eten, drinken en video kijken zijn we de lange vlucht goed doorgekomen en om 18:45 stonden we aan de F-gate op Schiphol.
Nog even onze bagage van de bagageband afhalen en op weg naar de trein.
Om 21:30 uur zijn we weer terug aan de Laan van Kerschoten en kunnen we terugkijken op een fantastische vakantie in een heel bijzonder land.
Zoals verwacht vormde de taalbarriere de grootste uitdaging tijdens deze vakantie, maar de Koreaanse mensen willen je zo graag helpen dat het uiteindelijk allemaal wel goed komt.

Zuid Korea 4

Donderdag 20 oktober

Vanochtend hoefden we pas om 09:00 uur de kaartjes voor de ferry op te halen, dus we hadden wel even tijd voor ontbijt. Aan de overkant van de weg zat de grote M, dus voor de verandering zijn we daar maar eens een ontbijtje gaa neten. Hun ontbijt-menu is zeer uitgebreid en we kiezen dit keer voor pannenkoeken.

Het is niet ver naar de ferry terminal, en de taxi levert ons er in een paar minuten af. Kaartjes ophalen en we kunnen plaats nemen in de wachtruimte. De terminal lijkt wel wat op een luchthaven, waar we voor de gate zitten te wachten.
Zoals altijd gaat ook hier alles weer strak op tijd en nadat onze paspoorten zijn gecontroleerd(?) gaan we op weg naar de Pink Dolphin.

In vergelijking met de boot die we op de heenweg hadden, is dit maar een klein bootje. We gaan aan boord en nemen plaats op onze stoelen; een enorme verbetering met de heenreis. Geen minuut te laat gaan we van de kade en kiezen we het ruime sop, op weg naar Mokpo.
Wanneer we de havenmuren achter ons laten merken we al snel dat de zee behoorlijk ruig is.Als de boot op snelheid is, voelt het net alsof we in een kermisattractie zitten; we gaan van links naar rechts en duiken af en toe van bovenop een golfde diepte in. Hier is dit kleine bootje duidelijk niet voor gemaakt. De mensenom ons heen worden groen en nog geler en wij moeten zelf ook goed de horizon inde gaten houden. De kotszakjes zijn niet voor niets in zulke grote getalenaanwezig.

Na een een uur naderen we het eiland waar we een zullen stoppen om mensen vanboord te laten gaan en weer nieuwe passagiers mee te nemen, daar merken we datde zee rustiger wordt . Waarschijnlijk hebben we het ergste gehad en komen wenu meer in de luwte van de vele eilandjes te varen.

Na de tussenstop is de zee inderdaad veel rustiger en kunnen we een beetjeontspannen, we durven af en toe zelfs wat te lezen. De rest van de reis naarMokpo verloopt rustig en met een kwartier vertraging arriveren we in deze grote havenstad.

Wij laten ons bijeen hotel in de nieuwe trendy wijk Hadong afzetten en gaan vervolgens Mokpoverkennen. Als de naam Mokpo bekend voorkomt, dan is dat waarschijnlijk door deFormule 1 wedstrijd die hier een week geleden is verreden. Het circuit ligt netbuiten de stad.

We gaan eerst terug naar het oude centrum, omdat daar ook het treinstation is. We moeten nog even uitzoeken of we met de KTX (de Zuid Koreaanse HSL) naarDayang kunnen en waar we evt. moeten overstappen. Dit is overigens makkelijker gezegd dan gedaan. Eerst staan we een kwartier bij de verkeerde bushalte te wachten (op advies van een paar Koraanse meiden) en als we vervolgens met de taxi naar het station willen blijkt de chauffeur niet eens het woordje ‘train’ te begrijpen; zelfs de internationale toevoeging ‘tjoek,tjoek’ door Rob hielp niet.
De vrouw bij deTourist Information spreekt goed engels en kan ons de informatie geven die we nodig hebben. Wij kunnen verder met onze tocht door Mokpo.

Op het plein voor het station zijn oude mannetje bezig met een bordspel en het trekt veel bekijks. Het lijkt Mahjong te zijn, maar zekere weten doen we het niet. De spelers hebben nauwelijks in de gaten dat Diana foto’s aan het maken is en de mannen die er omheen staan te kijken vinden het machtig interessant.

Daarna lopen we richting de haven om daar de vismarkt te bezoeken en alle andere vis-gerelateerde handel. Het is hier weer een beetje hetzelfde wat je ook in deandere plaatsen aan het water zag; veel gevangen zeedieren in grote aquaria, opengesneden vis die te drogen hangt aan stalletjes en bakken vol kleinere vis.
Aan het eind van de middag gaan we met de stadsbus terug naar de wijk Hadong waar ons hotel staat en stappen uit bij het busstation. We willen nog even watandere mogelijkheden uitzoeken voor het geval we hier een dag langer blijven.

Wanneer we ‘s-avonds op zoek gaan naar een restaurant verbazen we ons over de hoeveelheid neon op de gebouwen. Dit was overdag nog niet zo opgevallen, maar het lijkt nu net een echte grote stad.
We eten bij eenrestaurant met de naam New York New York en het doet er allemaal erg westers aan. Belangrijkste is vooral dat de steak goed smaakt, hoewel het voor Rob beter was geweest wanneer hij niet zo stoer om de spicy saus had gevraagd.

Vrijdag 21 oktober

Wanneer we vanochtend uit het raam kijken, zien we dat het bewolkt is. We moeten besluiten of we vandaag hier blijven en naar het Wochulsan National Parcgaan of dat we de trein naar Dayang nemen. Gisteravond hebben we de weer-sites nog bekeken en die voorspelden eigenlijk allemaal regen. De KTX gaat al om 08:00 uur, dus veel tijd om erover na te denken hebben we niet. Na nog een paar keer uit het raam te hebben gekeken besluiten we maar om naar het station te gaan omdat we denken dat het te slecht weer zal worden voor een trek.
Het is een beetje jagen, maar gelukkig is het rustig op straat dus de taxi kan lekker doorrijden. Om 08:30 uur staan we op het station en kopen onze treinkaartjes.

De KTX gaat niet helemaal naar Danyang. Wij gaan eerst met de KTX naar Daejeon, een plaats die we in de eerste week al eens hebben aangedaan voor een overstap, en moeten daar over op een bus. Hoe en wat zien we daar wel weer. We eten nog snel een muffin en drinken een flesje jus leeg voordat we het perron op gaan. De trein staat al te wachten en wij zoeken ons rijtuig en vervolgens de juistestoelen. Het is een erg comfortabele trein en natuurlijk standaard voorzien van wifi. De reis naar Daejeon duurt 2 uur en een kwartier dus we gaan er maar eens lekker voor zitten. Eindelijk hebben we even tijd om wat te lezen. Dit is veruit de meest comfortabele rit die we tot nu toe hebben gemaakt. Om 10:15 uur zijn we in Daejeon en we laten ons met de taxi naar het busstation brengen.

In tegenstelling tot Nederland liggen het trein- en het busstation in Zuid Korea niet bij elkaar in de buurt. Dit keer een taxiritje van 20 minuten. We halen treinkaartjes naar Chungju, onze volgende stop, en die bus staat op het punt van vertrekken dus we sprinten erheen en zoeken een plekje in de bus. Dat ging net goed. De rit naar Gungju duurde anderhalf uur en als we daar op het busstation zijn, besluiten we eerst maar rustig een bakkie koffie te gaan drinken. Vanochtend zijn we toch een beetje overhaast vertrokken, dus even onderuit hangen is wel lekker.

Als we even later bij het loket kaartjes gaan kopen voor de busrit naar Danyang, blijkt deze net voor onze neus te vertrekken. Nu zitten we dus verplicht wat langer op dit busstation. Dan maar gelijk wat eten. Om 14:30 uur vertrekt de volgende bus naar Danyang en dit keer zijn we wel aan boord. Opnieuw een ritje van anderhalf uur. We rijden nu weer door een hele andere omgeving; om ons heen bergen met die roestig gekleurd zijn door de herfst tooi van de bomen. Tussen de bergen een groot meer dat we de hele reis volgen. Het is de hele dag zwaar bewolkt geweest, een ideale reisdag dus, maar hopelijk verbetert het weer een beetje zodat we vanuit Danyang nog wel een trekking kunnen maken.

Danyang is een veel grotere plaats dan we verwacht hadden. Het is van alle gemakken voorzien (en dan bedoelen wij restaurants, bakkerijtjes en hotels) zodat we het hier wel even uit kunnen houden. We nemen een hotel in het LuxuryHotel en gaan naar de Tourist Information om wat gegevens te verzamelen voorons programma.

Daarna lopen we nog langs het busstation om de tijden voor de bus naar Sokcho te checken. Bij dit busstation is een ‘museumpje’ ingericht over het WK2002. De foto’s zijn na 9 jaar al behoorlijk vaal geworden, maar de foto van Guus Hiddink is prominent aanwezig.

Ook vanavond kiezen we weer voor zo’n typisch Zuid Koreaans barbecue restaurant (we hebben inmiddels vaker in Zuid Korea gebarbequed dan de hele zomer in Nederland). Dit keer nog authentieker, want we zitten in kleermakerszit op de grond. Helaas gooit die enorme taalbarriere bijna roet in datzelfde eten. Waar wij denken rundvlees te hebben besteld om te barbecueën, staat er ineenseen grote pot soep op tafel. Paniek, dit is niet goed, gebruiken we eindelijk een woordje Koreaans dat we bij het vorige barbecuerestaurant hebben geleerd, blijkt het hier weer wat anders te zijn. Na wat handen en voeten in de strijdte hebben gegooid, krijgen we uiteindelijk toch wat we wilden en het smaakthier voortreffelijk.
Wanneer we na een uurtje grillen en bakken opstaan, merken we dat ons lichaam deze eethouding niet goed aan kan. Als twee bejaarden die net een dubbele heupoperatie hebben ondergaan, strompelen we het restaurant uit.

Zaterdag 22 oktober

Toen we vanochtend uit het raam keken, zagen we dat de regengod ook z’n vloek had uitgesproken over Danyang. Er kwam behoorlijk wat water naar beneden.
De regenjassen werden tevoorschijn getoverd en op ons gemakkie gingen we naar de bakker voor een ontbijtje. Onderweg kochten we ook nog even een paraplu.
Ondanks het slechte weer wilden we toch gewoon ons programma aflopen, maar de omstandigheden bepaalden wel dat we vanochtend eerst naar de Gosu Donggul grot zouden gaan, want dan loop je in ieder geval nog droog.

Op weg naar degrot stopten we nog even bij de Tourist Information omdat we daar nog even een belletje wilden plegen met Seoul om onze DMZ-tour te bevestigen. We mochten daar een mobiele telefoon van een alleraardigste man gebruiken en toen we verder wilden lopen naar de grot, bood hij ook nog aan om ons er even heen te brengen; erg fijn met de regen.

Bij de grot was het weer eens gezellig druk; het is weer weekend dus dan weetje het wel. We kopen een kaartje en gaan de grot in. Het is een honderdvijftigduizend jaar oude grot waar een enorm stelsel van metalen bruggetjes, wenteltrappen en andersoortig constructies in gemaakt is om ons erdoorheen te leiden. Samen met veel Zuid Koreaanse gezinnen lopen we achter elkaar aan door de grot. De grot is fantastisch met enorme stalagmieten en stalactieten, bijzonder formaties rotsgordijn en nog veel meer.

Het is af en toe erg nauw en als je beetje claustrofobische aanleg hebt, zal het zweet je uitbreken. We proberen zoveel mogelijk gaten te slaan in de lange rij mensen door af en toe wat te treuzelen en dan weer te versnellen, zodat we ook wat foto’s kunnen maken waar geen Zuid Koreanen op staan. Na een uurtje staan we weer buiten en het regent nog steeds. We zetten de paraplu op en lopen terug naar Danyang voor een bakkie koffie. Wat verveelt regen toch snel!

Voor de middag staat het Guinsa complex op het programma, maar we hebben geen haast om daarheen te gaan. Wie weet wordt het vanmiddag nog droog. We lopen nog wel even naar het busstation om te kijken hoe laat de bus naar het klooster gaat,maar gaan daarna bij de Lotteria zitten voor een hapje fastfood. We gaan tegen half twee naar het busstation, maar voor het eerst in deze vakantie heeft een bus vertraging, een half uur maar liefst. Het maakt ons niet zoveel uit want het regent nog steeds. Tegen half drie zet de bus ons af bij deparkeerplaats van het tempelcomplex. Hier moeten we eerst nog een stuk ‘klimmen’om bij de gebouwen te komen.

Het Guinsa tempelcomplex is heel anders dan we gewend zijn van boeddhistische tempels. De gebouwen zijn mega groot en bijna allemaal zijn ze te voorzien van schuifpuien en glazen deuren zoals je bij grote winkels ziet. Het grootste gebouw op dit complex doet zelfs een beetje aan een modern stationsgebouw denken. Het mooiste van het complex is eigenlijk z’n ligging; in een vallei tussen twee bergen, omgeven door veel esdoorns die vuurrood verkleurd zijn.

We lopen wat tussen de gebouwen door en na verloop van tijd beginnen we te wennen aan deomvang van de gebouwen en zijn we toch nog wel staat wat mooie foto’s te maken.Helemaal bovenaan het complex staat de tempel die is opgedragen aan de stichter van deze sekte en dat is een plaatje, helemaal in goud geschilderd.
Rond een uur of drie houdt het op met regenen en kunnen de paraplu’s weer opgeborgen worden. Dat geeft al gelijk een veel beter gevoel.
Na anderhalf uurgaan we terug naar de parkeerplaats, waar de bus net is vertrokken. We kopen de buskaartjes voor de terugweg en nemen wat te eten en te drinken.
Als we even op een betonrand zitten worden we opeens aangesproken door onze ‘vriend’van vanochtend. Hij komt bij ons staan en vertelt dat hij wat vrienden naar het tempelcomplex heeft gebracht. We praten nog even met hem waarna hij druk begintte bellen.
Even later zien we hem op de parkeerplaats lopen en hevig gebaren dat we bij hem moeten komen; we kunnen met hem mee terug rijden. Hij zegt tegen Rob dat hij de buskaartjes terug moet brengen.

Bij zijn auto aangekomen blijken de twee vrienden, twee vriendinnen te zijn en met z’n vieren kruipen we in dezelfde auto waar we vanochtend al eens in vervoerd zijn. Wat hebben we toch een vrienden in Zuid Korea. Hij neemt deels een andere weg dan de bus en het lijkt wel een speciale toeristische route voor ons. Van haarspeldbocht naar haarspeldbocht en dit alles afgezet met een rode bies van esdoorns in herfsttooi. Onderweg stopt hij zelfs nog even bij een uitkijkpunt zodat we de weg ook nog even van bovenaf kunnen bewonderen.

Terug in Danyang gooien we de paraplu’s en de regenjassen op de kamer en gaan we de stad in om wat te drinken. Gelukkig is het weer droog geworden en soms zien we al weer stukjes blauwe lucht. Als het morgenvroeg droog is, dan blijven we in Danyang om de trek naar de 1439 meter hoge piek Birobong te doen, als het morgenvroeg weer regent gaan we door naar Sokcho.

Voorsorterend op de trek van morgen nemen we ‘s-avonds een spaghettischotel;ook wel eens lekker! Daarna nog een kopje koffie en dan zoeken we ons hotelmaar eens op. We moeten nog op zoek naar een hotel voor de laatste nachten inSeoul en dat valt nog niet mee.

Zondag 23 oktober

Het regende niet vanochtend, maar daar was ook alles mee gezegd. Overal waar we om ons heenkeken waren de bergtoppen verstopt in een dikke wolkendeken.
We hoopten dathet, net als gisteren, later op de dag iets beter zou worden, dus boekten de kamer nog een nachtje extra.

Na het ontbijt hebben we wat proviand ingeslagen bij de supermarkt en zijn bij de bushalte voor Darian gaan staan. Dit minuscule plaatsje is nl. het vertrekpunt voor de klim naar de Birobong top in het Sobaeksan National Parc. Na een half uur waren we het wachten zat en hebben een taxi genomen naar Darian.

De taxi-chauffeur zette ons netjes aan het begin van de klim af en om 09:30 uur gingen wij op pad. We waren hier op ongeveer 450m hoogte en stonden al bijna met ons hoofd inde wolken. Het pad ging al gelijk behoorlijk steil omhoog, dus we moesten gelijk aan de bak. De bossen om ons heen zagen er weer schitterend uit; de vele esdoorns kleurden van geel tot donkerrood.
Na een half uur werd het langzaam aan wat lichter en even later staken we onze hoofden zelfs door de wolken heen; het zonnetje scheen er heerlijk.

Het lopen was inmiddels meer klauteren geworden, want van een pad was allang geen sprake meer. Over een lawine van keien en rotsblokken gingen we stapje voor stapjenaar boven. Na 4,5 km ploeteren was er gelukkig nog een plekje waar we even op een bankje konden uitrusten. Een slim echtpaar verkocht hier zelfs wat drinken en eten.
Na een korte pauze gingen we weer verder en toen we ons op een gegeven moment omdraaiden, zagen we wel waar we het voor deden; een fantastisch vergezicht richting de vallei waar we vandaan kwamen en de wolkendeken konden we nog over de stad zien liggen.

Gelukkig was het nu niet ver meer en de laatste kilometer was ook weer wat beter begaanbaar. Op 1439 meter hoogte hadden we uiteindelijk een 360 graden uitzicht op verschillende bergtoppen die door de enorme wolkendeken heen prikten en dichterbij gelegen valleien; we konden zelfs de Han-rivier zien. We blijven eenhalf uurtje op de top en eten er onze meegebrachte boodschappen op. Om 12:45uur beginnen we aan de afdaling. Wanneer we bij degrote keien en rotsblokken aankomen proberen we de juiste manier te vinden omhier overheen naar beneden te komen, maar het valt niet mee; veel te grotestappen en steeds weer uitkijken dat je niet zwikt of wegglijdt.

Wanneer we na 2,5km weer bij de rustplek aankomen zoeken we er een plekje en nemen een bak noedelsoep; even bijkomen.
Wanneer we van onze gedeelde bak soep zitten te genieten vindt een man ons er blijkbaar zo beroerd uit zien dat hij ons spontaan een reep chocolade toestopt en wij zeggen geen nee.
Naarmate we dichter bij de uitgang komen wordt het pad weer wat beter begaanbaar en kunnen we de vaart er wat in houden. Waar we voor de klim 3 uur nodig hadden doen we de afdaling in twee uur. Uiteindelijk hebben we bijna 17 kilometer afgelegd en meer dan 1000m hoogteverschil overbrugd. Als we de Koreaanse borden goed hebben vertaald was de gemiddelde hellingshoek 15 graden.

We gaan op zoek naar de bushalte en volgens de parkeerwachter van de nabij gelegen parkeerplaats gaat de bus om 15:40 uur. Toen we hem om 16:00 uur nog eens vroegen naar de bus, zei hij dat de bus om 15:40 uur uit Danyang zou vertrekkenen dat de bus dan om 17:00 uur hier zou vertrekken.
Inmiddels waren er een aantal Zuid Koreanen bijgekomen die ook de bus wilden nemen, maar toen ze de vertrektijden hoorden belden ze direct een tweetal taxi’s. Ze maakten ons duidelijk dat wij wel in de tweede taxi meekonden omdat die toch niet vol zat.
Toen de taxi in Danyang stopte en wij ons deel van de taxirit wilden betalen, werd onze portemonnee door de Zuid Koreanen terug weggeduwd; daar wilden ze niets van weten. Ondanks (niet te veel) aandringen zijn we de taxi maar uitgegaan en hebben ze tig keer bedankt.
‘s-Avonds eten we pasta om weer wat aan te sterken en gaan dan vroeg naar bed; we zitten er allebei wel een beetje doorheen na de inspanning van vandaag.

Maandag 24 oktober

We hadden niet zo heel veel haast vanochtend want de bus vertrok pas om 09:15 uur. Alle tijd om even te ontbijten, waarna we voor de laatste keer door Danyang slenterden.
We hadden vooraf niet veel verwacht van de plaats Danyang, maar dat is honderd procent meegevallen. Het is een leuke compacte stad met alle benodigde faciliteiten en veel te doen in de omgeving.
We gaan vandaag naar Sokcho, met een overstap in Wonju. Wanneer we uit Danyang wegrijden miezert het zowaar; een goed moment om te vertrekken.We doen er anderhalf uur over om in Wonju te komen en daar kopen we dan eerst de tickets naar Sokcho. We schrikken van de prijs, omgerekend een tientje per persoon; zo duur hebben we ze nog niet gehad!

De bus naar Sokcho vertrekt over drie kwartier, dus we hebben mooi even de tijd om een bak koffie weg te werken.
Om 11:35 uur stappen we in een bijna nieuwe bus. Misschien is dat de verklaring van de duurdere kaartjes.
De rit naarSokcho duurt twee comfortabele uren. Het enige waar wij ons zorgen over maken zijn de donkere wolken die in de rijrichting van de bus mee lijken te drijven.
Rond 13:30 uur staan we op het busstation van Sokcho en gaan we op zoek naar een hotel. Het eerste hotel op ons lijstje blijkt vol te zijn en dan laten we ons met de taxi bij het volgende hotel afzetten. Deze wordt afgekeurd door Diana, dus we lopen naar de volgende. Wederom een afkeuring, dus door naar nummer vier. Het Ritz-motel komt door de selectie (niet te verwarren met het Ritz-hotel).
Nadat we de tassen op de kamer hebben gegooid, gaan we Sokcho verkennen.

Sokcho ligt helemaal in het noordoosten van Zuid Korea, op slechts 60 km van de Noord Koreaanse grens, en grenst aan de oostkant aan de Japanse Zee en wordt aan de andere kant omgeven door het Seorak gebergte. Sokcho is dus dé uitvalsbasis voor het Seoraksan National Parc, maar Sokcho is vooral ook een vissersdorp. Met 90.000 inwoners kun je het eigenlijk ook weer geen dorp noemen.
We beginnen vlakbij het hotel op een klein vismarktje, waar vooral toeristen komen kijken. De vis is er net iets te mooi uitgestald, maar wel leuk voor de foto. Vooral de inktvis die aan de waslijn hangt te drogen is een uniek plaatje.

Daarna lopen welangs het water naar de andere kant van de haven waar het ‘echte’ werk aan degang is: vrouwen zitten in groepjes bij elkaar en halen de vangst van de daguit de visnetten en de vissers zijn al weer bezig de netten in orde te makenvoor de volgende dag.
Na ook deze tafereeltjes van dichtbij te hebben gevolgd gaan we op weg naar het Sokcho van Paris Baguette en Lotteria. Ook Sokcho heeft veel winkels van de ketens die wij in de afgelopen drie weken hebben leren kennen en is ook in die zin een echte stad.

We lopen wat verder en stuiten op een klein veerpontje wat nog met de hand bediend wordt. Via een staalkabel wordt het van de ene naar de andere kant getrokken. Voor 15 eurocent mag je mee overvaren en dat doen we natuurlijk. Het tochtje duurt nog geen 5 minuten, maar toch leuk.
Aan de anderekant van het water is de lokatie van een filmset te bezichtigen van wat een hele populaire film in Zuid Korea is geweest. Er is niet veel te zien, maar her en der zie je levensgrote foto’s van de hoofdrolspelers waar je dan mee op de foto kan.
Dit fenomeen kom je overigens door heel Zuid Korea tegen; de lokatie van filmsets van bekende films waar de Koreanen zich dan uitgebreid laten fotograferen.
We wandelen nog wat verder door naar de E-Mart, een soort Makro, maar dan zonder pasje. We lopen wat door deze mega supermarkt waar van alles te krijgen is. De prijzen van de verschillende elektronica artikelen vallen niet eens zo heel veel mee; wel wat goedkoper dan in Nederland, maar geen tientallen procenten.
Rob koopt nog wel een t-shirt voor de laatste dagen in Seoul. De 10 kg die hij op de heenreis bijzich had was toch net te weinig voor een maand reizen.

Na dit winkeluurtje gaan we terug naar het centrum van Sokcho om een hapje te eten. Ook nu weer met de hand-ferry waar Rob de bootsman een handje helpt. Het enige wat onsop de moment zorgen baart zijn de donkere wolken die zich samen pakken bovenSokcho. Als dat maar goed komt morgen.

Dinsdag 25 oktober

We waren blij verrast toen we vanochtend zagen dat bijna alle bewolking was verdwenen. Alleen boven het Seorak gebergte hingen nog wat witte wolkjes, maardat moest wel goed komen vandaag.
Even een ontbijtje en dan door naar de bushalte, want de stadsbus stopt preciesvoor de ingang van het Seoraksan National Parc.
Toen we uit de bus stapten hadden we al snel in de gaten dat we under-dressed waren; alleeneen shirt met lange mouwen was vandaag eigenlijk niet voldoende. De koude nachten de wind die af en toe stevig blies gaven een winters gevoel. Vol vertrouwen dat de zon vandaag voldoende kracht zou krijgen om ons warm te houden, liepen we stug door.
Het Seoraksan National park wordt gezien als het mooiste park van heel Korea.Je vindt er vreemd gevormde rotsformaties, dicht woud, wilde beesten, heetwaterbronnen en tempels uit het Shilla tijdperk.
Wij kozen vandaag voor de bijna vijf kilometer lange trek naar Ulsanbawi, een spectaculaire rotsformatie van 873 m hoogte, bestaand uit zes gladde pieken waar zelfs vogels niet op kunnen rusten (zeggen ze). Van hier heb je fantastische uitzichten, onder meer naar Sokcho.

We waren vandaag weer niet alleen, maar er waren minder Zuid Koreanen die ons begeleidden dan in de andere twee parken. De trek begon redelijk eenvoudig en na een mooie 18 m hoge bronzen Boeddha en een even zo mooi tempelcomplex, begon het pad licht te stijgen. Ook nu weer mooie esdoorns in herfstkleur langs depaden.

Af en toe zagenwe ons einddoel al tussen de bomen door, een grijs/beige gekleurde rotsformatiewaarvan de zijkanten bijna loodrecht omhoog gingen.
Het betonnen pad ging over in keien, maar wel een redelijk vlak keienpad dus nog steeds ging hetlekker. Na 3 km kwamen we bij een klein tempelcomplexje waar een monnik net meteen dienst bezig was. Klonk fantastisch in deze al even mooie omgeving.
Bij deze tempelsligt een 16 ton zware kei die je met een paar man in beweging kunt krijgen.Elke Koreaan moet dit natuurlijk proberen en allemaal moeten ze er ook mee opde foto.
Wij vervolgden het pad en het werd zo langzamerhand iets meer klauteren, maarnog lang niet zoals het pad naar de Birobong twee dagen geleden. Op een gegeven moment het bordje voor de laatste kilometer dus dat viel best wel mee vandaag. We zagen steeds meer van de rotsformatie waar we naar op weg waren, maar wevroegen ons wel steeds meer af hoe we daar omhoog zouden moeten komen; zou ereen kabelbaan zijn?

Nee, die kabelbaan kwam er niet maar wel een 400 meter lange, uit 808 treden bestaande, metalen trap die her en daar in de rots is bevestigd. De trap gaat op bepaalde stukkenbijna loodrecht omhoog. Nu zijn wij al geen helden op hoogte, maar dit is wel even twee keer slikken. We sprekenelkaar moed in: ‘we zijn nu al zover gekomen…….’, ‘wie A zegt moet B zeggen‘, ‘Koreanen kunnen heel goed lassen; heb je wel eens een Hyundai uit elkaar zien vallen’, ‘de inspectie van toeristen hulpmiddelen is pas nog wezen controleren want daar zie ik een sticker’, ‘ kijk daar komt een vrouwtje van 70 naar beneden dan moeten wijhet ook kunnen’, …………… en dus klampen we ons vast aan de leuning en gaanomhoog, achter de onverschrokken Zuid Koreanen aan.

Het is een hele klim enhalverwege moeten we opnieuw het hele rijtje opsommen om verder te gaan, maarde trap doet uiteindelijk waar hij voor gemaakt is en wij komen op het hoogsthaalbare punt, al is het met trillende benen.

Bovenop de rots kunnenwe nog iets toevoegen aan ons rijtje moed-smoezen: ‘ze hebben zelfs een fotostudio boven gekregen via de trap’. Helemaal bovenop de rots kun je nl. eenfoto van jezelf laten maken, die vervolgens wordt afgedrukt op A4, geplastificeerd en die je vervolgens met een koordje om je nek krijgt gehangen. Je denkt waarschijnlijk: ‘wie doet dat nou’. Het antwoord is simpel: ‘ZuidKoreanen‘. Je zou eens moeten zien hoeveel er, stoer met zo’n foto van zichzelfom de nek rondlopen.
Wij laten deze traktatie aan ons voorbijgaan en nadat we wel wat foto’s van de omgeving hebben gemaakt, rapen we alle moed bij elkaar en beginnen aan de afdaling.

Via de trap naar beneden blijkt makkelijker te gaan dan verwacht. Ongeschonden en in een mooie tijd staan we rond 12:30 uur weer onderaan de trap; dit avontuur hebben we overleefd. Op de terugweg stoppen we nog bij een foerageerpunt en nemen daareen gebakken eitje; dat hadden we wel verdiend. Zoals verwacht zijn ook delaatste kleine wolkjes verdwenen dus we zitten heerlijk in het zonnetje, al isde temperatuur nog steeds niet in overeenstemming met onze kledingkeuze.

Genietend van de omgeving om ons heen en af en toe terugkijkend naar de rotsformatie die wij op kunstige wijze hebben bedwongen, lopen we terug naar de ingang van het park. We overwegen nog om met een kabelbaan naar een ander uitzichtpunt te gaan, maar de wachttijd van anderhalf uur doet ons besluiten om terug te gaan naar Sokcho, waar we de voorbereidingen treffen voor de laatste etappe van deze vakantie.

Woensdag 26 oktober

Daar stonden we dan om 09:30 uur op het busstation van Sokcho. Onze laatste busreis in Zuid Korea zou om 10:00 uur vertrekken, waarmee het cirkeltje rond is (of eigenlijk het 8’tje).
Het is erg druk op het busstation en als Rob de kaartjes haalt blijkt de bus van 10:00 uur al vol te zijn en moeten wij met de extra bus van 10:10 uur mee. De grote drukte wordt vooral veroorzaakt door een massa militairen die met verlof lijken te gaan. Hoe langer we de terugreis kunnen uitstellen, hoe beter.

Ook deze bus vertrekt weer op tijd en hoewel de buschauffeur nog wat tijd probeert te rekken door een koffiestop in te lassen zijn we om 12:30 uur weer terug in Seoul, de stad waar we onze reis vier weken geleden begonnen.
Het voelde allemaal wel vertrouwd en voor we het weten staan we alweer in de metro naar ons hotel. Het Hill House Hotel staat in de buurt van de N’Seoul Tower en die komt ons ook nog wel bekend voor van de eerste dagen.

Omdat we nog niet op de kamer kunnen, laten we grote rugzakken in de lobby staan en gaan we naar de nabij gelegen Namdaemun markt. Deze markt kun je nog het beste vergelijken met de Zwarte Markt in Beverwijk en het is er erg druk. Je kunt hier van alles kopen, van sieraden tot panty’s en van hondenkleding tot worstenbroodjes. We lopen wat over de markt en neuzen wat bij de stalletjes en net voordat we weer terug willen gaan naar het hotel ziet Rob een stal met leuke jassen. We graaien wat in de rekken en zien een leuk Jack. Even passen (Rob heeft hier zelfs XL) en wat afdingen en dan hebben we net als vorig jaar op de terugreis meer kleding bij ons dan op de heenweg.

Nadat we terug zijn geweest bij het hotel, rekken we de beenspieren nog een keer voor een wandeling naar het War Memorial Museum. Diana had plaatjes gezien van de stanbeelden bij dit museum en die wilde ze met eigen ogen (en camera) gezien hebben. Na een wandeling van ruim een uur komen we bij het museum aan en dan blijkt de plek waar de standbeelden staan omgeven te zijn met hoge hekken; ze zijn er de boel opnieuw aan het inrichten. We kunnen de standbeelden wel zien, maar slechts ten dele.
We besluiten nog wat over museumterrein te lopen en zoeken naar een gaatje in het hek, als we opeens een van de werklui het slot van een deurtje zien halen om naar binnen te gaan. Wij lopen snel achter hem aan en vragen of we misschien even naar binnen mogen voor één fotootje. Hij kan onze droeve hondenogen blijkbaar niet weerstaan, want hij gebaart ons naar binnen te gaan. Zo hebben wij toch nog even de gelegenheid deze beelden van dichtbij te bekijken en zelfs zonder hordes Zuid Koreanen op de voorgrond.

Voor de terugreis maken we gebruik van de metro, want morgen moeten onze benen ons ook weer een hele dag dragen. Door de vertraging van onze heenvlucht zijn er een paar bezienswaardigheden die we wel op ons lijstje hadden staan, maar nog niet hebben kunnen doen.

Zuid Korea 1

Donderdag 29 september

We moesten al vroeg op pad, want we hadden een paar fijne tickets, voor weinig, op de kop getikt. Normaal gesproken is het zo’n 9000 km naar Seoul, maar wij doen er nog wat kilometers bij.
Van Apeldoorn via Zutphen naar Roosendaal en dan nog een klein stukje naar Antwerpen.
In Antwerpen hebben we onze treintickets opgehaald om vervolgens, via Rotterdam en Den Haag naar Schiphol te gaan; een extra lusje noemen we dat bij een hardlooptraining.

We zouden in Antwerpen de trein van 13:00 uur hebben, maar omdat we vroeg waren konden we met de trein van 12:00 uur mee. Helaas stond er om 11:50 ineens op de borden dat de trein naar Schiphol was ‘afgeschaft‘, dus konden we alsnog even Antwerpen in. Veel verder dan de grote M zijn we niet gekomen.

De treinreis van Antwerpen naar Schiphol verliep soepeltjes, maar de ontvangst op Schiphol was een stuk minder. Toen Diana bij zo’n zuil aan het inchecken was zag ze dat de één op rij 21 zat en de ander op rij 42: GEZELLIG! Bovendien was op de display te lezen dat we als bonus gelijk 2 uur vertraging kregen. Met dank aan onze Koninklijke. Als pleister op de wonden kregen we twee vouchers van maar liefst 5 euro; joepie! Daar kun je net de wc-juffrouw mee betalen.

Na dit warme bad hebben we ons KLM-netwerk in gang gezet; Rene gebeld, die op zijn beurt weer Pieter heeft gebeld die gelijk ging proberen of hij wat kon switchen. Voorlopig zaten wij bij La Place te schelden op de KLM, want dat lucht wel lekker op.
Niet veel later kwam het verlossende telefoontje van Rene; Pieter had ons in ieder geval bij elkaar weten te rommelen. Maar het kon wel wat gaan piepen bij de gate. Toch handig dat netwerkje.
Toen we bij de gate kwamen hadden we onze eerste Korea-experience: het zat helemaal vol met Koreanen met daartussen een handjevol blanken, dit hadden wij nog niet eerder meegemaakt op Schiphol.
Niet veel na ons kwam Pieter al aangelopen en wij natuurlijk even slijmen aan de balie. Hij zei dat we rustig moesten blijven zitten en dat hij zou proberen ons nog een beter plekje te geven.

Om 19:15 uur begon men met boarden en wij sloten netjes aan in de rij met Koreanen. Toen Pieter ons in de rij zag staan, fluisterde hij opnieuw dat we nog maar even in de wachtruimte moesten blijven zitten.
Uiteindelijk hebben we honderden Koreanen voor onze neus voorbij zien gaan op weg naar de slurf en toen de laatste paar door de bodyscan gingen kwam Pieter met twee nieuwe boardingpassen aanlopen: stoel 2a en 2b, business-class stoelen in de neus van het toestel. Helaas geen businessclass service, maar daar zouden we toch niets aan hebben, op zulke stoelen kun je nl. heeeeeeerlijk slapen.
We vertrokken uiteindelijk met meer dan tweeënhalf uur vertraging, maar de stoelen zaten als gegoten. Gauw een hapje naar binnen en dan de stoel plat om te pitten.

Vrijdag 30 september

Toen de stewardess ons om 11:30 uur, Koreaanse tijd wakker maakte voor een ontbijtje, vonden we het bijna jammer dat het nog maar twee uur vliegen was.
Om 13:30 waren we in het luchthavengebouw van Inchon Airport, waar de formaliteiten vlot verliepen. Tot onze opluchting waren ook dit keer de tassen weer meegekomen en voor we het wisten waren we kaartjes aan het kopen voor de metro naar ons hotel.
Rond 16:00 uur konden we eindelijk alle spullen van ons af gooien; we waren maar liefst 26 uur onderweg geweest!

‘s-Avonds hadden we gelijk onze eerste Koreaanse maaltijd voor de kiezen; een handjevol gepeperde sperziebonen, wat witte kool die in de sambal had liggen weken, zeewiersoep en wat sizzling beef en chicken vergezeld van witte rijst. Met een lepel en een setje chopsticks voel je je gelijk weer thuis in Azie.

Na dit Koreaanse diner hebben we de straten van Seoul nog wat verkend. Het is moeilijk te zeggen waar het op lijkt. De enorme hoeveelheid neonreclame doet aan Hong Kong denken; McDonalds, Pizzahut en KFC zijn vertegenwoordigd, maar in de kleinere straatjes waan je je in een klein plaatsje in bijv. Vietnam.
Over 4 weken kunnen we zeggen of het ergens op lijkt of dat het een geheel eigen identiteit heeft, we zijn benieuwd.

Zaterdag 01 oktober

De vertraging die we gisteren hadden opgelopen moesten we vandaag weer goedmaken. Dat betekende dus een vol programma.

Na een eenvoudig,maar voedzaam ontbijtje zijn we eerst naar het Bukchon Hanok Village gegaan. Hoewel we daar een concentratie van deze traditionele woningen in een grote stad verwachtten, waren het meer een paar verdwaalde authentiek woningen te midden van vnl. lelijke nieuwbouw. Ach, tussen de oogharen door krijg je een idee van hoe het er vroeger moet hebben uitgezien.

Nadat we een uurtje door de straatjes hebben geslenterd, zijn we naar Changdeok-gung paleis gegaan. Dit paleis met zijn vele paviljoenen staat op de werelderfgoedlijst en is erg goed onderhouden, misschien zelfs wel te goed, want het ziet er allemaal te nieuw uit.

Ondanks dat het zaterdag is lopen er grote groepen scholieren rond, herkenbaar aan hun schooluniformen. Overal nemen ze foto’s van elkaar met de alom aanwezige mobiele telefoon en altijd in een pose waarbij het V-teken wordt gegeven.

Omdat we om 12:00 uur het wisselen van de wacht bij het Gyeongbok-gang paleis  wilden meemaken, zijn we na het ene palies gelijk doorgegaan naar het andere.
We waren precies op tijd om de beste plekken in te nemen en het kitschie spektakel van dichtbij mee te maken.; kleurrijke kledij, mooie vlaggen en een boel lawaai.
Hierna hebben we ook dit complex minutieus verkend en zo af en toe vroegen we af wat de verschillen zijn met het complex dat we vanochtend hebben bezocht.
Na deze koninklijke ochtend was het wel even tijd voor een versnapering en wat vocht, dus we zochten een soort bakkerij op waar we een heerlijke typisch Koreaanse Focaccia (?) gegeten hebben.

Volgende stop was de boeddhistische Jogua-sa tempel, waar net een mis aan de gang was. Het meest opvallende aan het Koreaans boeddhisme is wel hun kledij; in plaats van oranje of bordeaux-rood lopen ze hier in een muis-grijs gewaad en dat is vooral minder leuk voor de gevoelige plaat.

Na dit bliksembezoek aan deze tempel zijn we via het hotel doorgelopen naar de Gwangjang markt. Dit is weer zo’n typische Aziatische markt waar je van alles kunt krijgen, maar vooral het assortiment zeedieren was erg uitgebreid.

Van de markt lopen we naar de Korean Tourist Information om even uit te zoeken naar welk busstation we morgen moeten. We zijn er allervriendelijkst geholpen en Diana ontdekte dat je er zelfs gratis internationaal kon bellen. Het kostte heel wat moeite om haar daar weer naar buiten te krijgen.

Onze laatste bestemming van de dag was de 235 meter hoge N Seoul Tower bovenop de 265 meter hoge Mt. Namsan. We wilden er eigenlijk met de kabelbaan naar toe, maar toen we de rij Koreanen zagen staan besloten we maar te gaan lopen en dat hebben we geweten; de Posbankloop is er niets bij.
Boven aangekomen hebben we Seoul in zijn uitgestrektheid kunnen bewonderen en omdat het begon te schemeren toen wij boven waren, hebben we ook de Seoul-by-night versie mee mogen maken.

De terugweg was meer van hetzelfde, dus ook nu weer te voet en niet met de gondel. Rond half negen waren we weer downtown en zijn we bij Madfry Chicken nog even wat gaan eten. Toen we aan ons tafeltje zaten en om ons heen keken bleek dat hier vnl. de opgeschoten jeugd een happie kwam doen. Er was geen tafel te vinden waar geen mobiel op tafel lag of aan het oor kleefde. Het leek er sterk op dat ze aan tafel ook met elkaar communiceerden via de mobiel.

Bij Madfry Chicken is het ze gelukt ons te verrassen met een maal dat wij nog niet eerder hebben gegeten: een salade met een bolletje ijs erop.
Nadat we de gefrituurde, kruidige kip en de salade tezamen met een Koreaans gerstenat, naar binnen hadden gewerkt zijn we terug gegaan naar ons hotel. Dit was Seoul in een notendop, maar we kunnen aan het eind van onze vakantie nog wat uitgebreider kennis maken met deze leuke stad.

Zondag 2 oktober

Vandaag hadden we onze eerste busrit. Eerst met de metro naar de Express Bus terminal en dan daar even op zoek naar het juiste loket. In de metro worden we eerst onthaald door een blinde die op de mondharmonica probeerde te spelen. De nadruk lag duidelijk op proberen, want je kon horen dat hij nooit veel noten heeft gelezen. Daarna kwam er nog een schoenenverkoper met zijn handelswaar langs. Hij verkocht neopreen huisschoentjes of zoiets; wij hadden geen belangstelling.

Op het busstation hadden we de ticket-office snel gevonden en hoewel ons Koreaans niet veel verder gaat dan Hyundai en Samsung waren de tickets snel gekocht. De plaatsnamen staan gelukkig ook in het Koreaans in de Lonely Planet, dus we zwaaien af en toe gewoon even met deze gids. De prijs van de kaartjes viel mee, drieënhalve euro voor 2 uur bussen.

Het was erg druk op de snelweg naar Gonju, maar de bus heeft een eigen rijbaan dus dan schiet het wel op. De omgeving is licht heuvelachtig met af een toe een akkertje rijst, afgewisseld met een dorpje.

In Gonju hebben we ons geplande hotel snel gevonden (met een beetje hulp van de taxichauffeur). Het is allemaal wat eenvoudiger dan in Seoul, maar ook hier weer een grote breedbeeldtelevisie en een pc op de kamer. Nadat we de spullen op de kamer hebben gegooid, mengen we ons in het feestgedruis. Van 1 tot 9 oktober is hier het Baekje Festival en dat is goed te merken. Overal staan feesttentjes en etenskraampjes en alles is versierd.

We besluiten eerst maar naar het Gongsanseong fort boven op de heuvel te gaan, of wat er van over is, want ook hier staat het wisselen van de wacht op het programma. Het is weer een theatraal gebeuren maar het is hier wat minder strak georganiseerd dan in Seoul zodat overal Koreanen tussendoor lopen. Via de oude vestingmuren komen we bij een noodbruggetje dat naar de andere kant van de rivier gaat. Het bruggetje is een beetje instabiel dus je moet geen last van zeeziekte hebben.

Halverwege de brug staan levensgrote, papieren modellen van krijgers te paard die de koning en koningin begeleiden, op drijvers in de rivier . Knap gemaakt en zeker een fotootje waard.
We lopen door naar de andere kant van de rivier waar zo mogelijk een nog groter feestterrein waar een mega-braderie aan de gang is.

We vergapen ons aan de vele stalletjes en aan het begin van de avond gaan we over een wat meer solide brug terug naar de andere kant van de rivier, omdat vlakbij ons hotel een grote parade plaatsvindt.
We lopen eerst naar de plek waar volgens ons de parade zou moeten beginnen en verbazen ons over de grootte van dit dorpje; er is zelfs plek voor een PizzaHut.
Na een half uur wachten zien we dan dat de voorste wagen, waarop een levensechte opblaasdraak staat, in beweging komt.

Gelijkertijd begonnen trommelaars in antieke militair tenues lawaai te maken, waarna nog een hele stoet volgde: fakkeldragers, dansers die ritmisch bewogen op een aanstekelijk muziekje, mannen verkleed als kastanjes (?), vaandeldragers, gemaskerde mannen, de koning en koningin die in een cabine op palen gedragen werden en nog veel meer. Kosten noch moeite waren gespaard om ons te vermaken.

Tijdens de parade hebben we nog een hapje gegeten en nadat de laatste deelnemers de hoek om waren zijn we weer terug gelopen naar de rivier. De kerstversiering was uit de doos gehaald en alles waar een lampje aan blijft zitten was verlicht. Er zijn zelfs lichten ontstoken in de papieren krijgers die we vanmiddag bij de gammele brug hadden gezien; wat een Lumido!

Meer sfeer konden we op dit moment echt niet hebben en we zijn terug gelopen naar het hotel, waar we in ons extra smalle bed tot rust proberen te komen op de dreunende beat van de lokale dj. Het was nog lang onrustig in Gongju.

Maandag 3 oktober

Het was vanochtend even dubben wat we zouden gaan doen. Thuis hadden we bedacht dat we naar het Magok-sa klooster zouden gaan,maar in de festivalfolder stond dat er in het nabij gelegen Buyeo een mooie ceremonie zou zijn, eveneens in het kader van het Baekje festival. We hebben er uiteindelijk maar even om gevochten en zoals gewoonlijk heeft Diana haar zin gekregen; het werd Buyeo.

Tegen negenen waren we alweer op het busstation. Kaartjes gekocht en omdat ons hotel geen ontbijt heeft, hebben we bij het bakkerijtje op het busstation de innerlijke mens tevreden gesteld. We hadden de laatste slok thee nog maar net naar binnen gegoten toen de bus bij het platform aanmeerde. Gauw een paar goede plekken ingepikt en klaar voor een ritje van 45 minuten.

Buyeo is een soort kleiner broertje van Gonju, maar met net zoveel historie. Ook hier is een fort dat op een heuvel is gelegen en daar moesten we vandaag zijn. De ceremonie waar wij voor waren gekomen speelde zich af bij Samchung-sa, een heilige plaats die is opgedragen aan drie loyale leden van het hof van Baekje die met slechts 5000 man de strijd aangingen tegen het 10 maal grotere leger van Shilla en de Chinezen; vier aanvallen werden afgeslagen, maar bij de vijfde zijn ze uiteindelijk toch verslagen. Het lijkt wel wat op de verering van Guus Hiddink; verlies je de halve finale van het WK met het thuisland en dan krijg je een bronzen standbeeld.

We kwamen hier dus voor de ceremonie en die is ook zonder dat je de historie kent, boeiend om te zien. Eerst wat gracieus danswerk van mooi opgemaakte vrouwen in maagdelijk witte kledij (het leken wel geisha’s) en daarna een twintigtal men-in-white die voor het tempeltje in twee rijen stonden opgesteld en vervolgens met tweetallen steeds een soort kranslegging deden bij de beeltenissen van de krijgsheren, terwijl een klein mannetje achter een spreekplankje allerlei mooie woorden zei (denken wij). Dit alles gebeurde onder begeleiding van een stevig stukje Koreaanse muziek; je moet er van houden……

Na dit fraaie schouwspel zijn we naar de andere kant van het heuvelachtige terrein gelopen en na een paar pittige klimmetjes kwamen we bij een mooi gedecoreerd boeddhistische tempel. Hier hebben we even wat rondgesnuffeld waarna we via dezelfde pittige klimmetjes weer terug zijn gelopen; wij hadden onze heuveltraining wel weer gehad.

‘s-Middags waren we om 15:00 uur weer terug in Gonju en nu moesten we eerst pinnen want de bodem van onze geldkist kwam in zicht. Vlak bij het busstation hadden we een bank gezien dus daar even heen gelopen en de pas in de geldautomaat gestopt; helaas was het bij deze bank niet mogelijk om met een Nederlandse bankpas te pinnen. Terug naar ons hotel heeft Diana nog een meisje aangesproken die ons naar een andere bank verwees. Ook hier de pas in de automaat, bedrag ingegeven, maar het enige wat uit de automaat kwam was een bonnetje waar het bedrag, dat we hadden ingegeven, op stond. Was het geld nu afgeschreven of niet? Er was in ieder geval niemand te vinden die ons hierbij kon helpen dus dat moesten we later maar even navragen bij de Tourist Information.

Er stond vandaag nog één attractie op het programma, nl. de 7 tombes van de Baekje vorsten. Geen grote mausolea, maar de graven zijn bescheiden en lijken op heuvels die met gras bedekt zijn. Om inzicht te geven in het binnenste van zo’n grafheuvel hebben ze er eentje nagebouwd als museum; erg handig.

Omdat we toch aan geld moesten zien te komen zijn we na het bezoek aan de grafheuvels op zoek gegaan naar een bank die één van onze vele pasje zou slikken. Gelukkig waren er banken genoeg, maar nadat we al voor vierde keer alleen maar een bonnetje hadden gehad, werden we toch een beetje zenuwachtig. We besloten weer richting Tourist Information te gaan, maar net toen we omgekeerd waren zagen we bij een bankgebouw het Maestro logo glinsteren. Daar kwamen we met de schrik vrij.

‘s-Avonds besloten we bij zo’n gezellige feesttent te gaan eten. We zaten nog maar net op ons plastic krukje achter het plastic tafeltje met het plastic kleedje onder de veel te felle spaarlampen of er werd ons een Koreaanse menukaart onder de neus geschoven. Daar konden we niets mee dus Diana wees een paar dingetjes aan die wel eetbaar leken. Flesje bier erbij en smullen maar.
De maaltijd was goed te eten: gebarbecuede stukjes varken met sla en saus en een omelet/pannenkoek met de hele groentetuin erdoor. Het flesje bier bleek een venijnig drankje te zijn van minstens 35% en die halve liter kreeg Rob niet weg.

De grootste verrassing bleek uiteindelijk de rekening te zijn, want we moesten maar liefst W41.000 betalen, omgerekend €25 en dat zijn Zuid Korea buitensporige bedragen. Een potje bekvechten met de kenau achter de kassa haalde niets uit, dus dit verlies moesten we maar nemen.

Dinsdag 4 oktober

Bij het openen van de gordijnen keken we wel even gek op; dichte mist. Op zich wel goed gepland, want we moesten vandaag weer bussen. Eerst met de taxi naar het busstation en daar kaartjes gekocht naar Daejeon omdat er geen rechtstreekse bus naar Andong is.
We hadden nog net genoeg tijd om even een broodje en een bakkie thee weg te werken want om 08:17 uur zou onze bus vertrekken. Met een paar minuutjes vertraging vertrokken we in een oude rammelkast naar Daejon. De rit duurde net iets meer dan een uur en op het grote busstation van Daejeon, vlakbij één van de WK-stadions uit 2002, lukte het ons toch weer buskaartjes voor het volgende traject te bemachtigen.
Nog even een kop koffie naar binnen gewerkt en om 10:20 uur vertrokken we, met een zo mogelijk nog gammelere bak, voor het laatste stuk naar Andong waar we om 12:30 uur uit de bus stapten.
We lieten ons met de taxi bij een motel afzetten, maar keken daar toch wel raar op; geen lobby, geen receptionist, maar alleen een soort sigarettenautomaat waar afbeeldingen van kamers op stonden. Je kon op een afbeelding drukken, geld in de machine gooien en de sleutel voor de gekozen kamer viel in het bakje.
We hadden al wel wat gelezen over de love-motels, maar dit was dus zo‘n motel. Omdat we wel wat afgemat waren van de reis leek het ons verstandiger om iets anders uit te zoeken. Een paar blokken verderop vonden we een iets beter hotel, want deze had in ieder geval een receptionist, en hebben daar een kamer genomen. Uit het standaard toilettasje dat je mee kreeg naar de kamer maakten we op dat er ook hier wel wat ge-loved werd.

Nadat we de spullen op de kamer hadden gegooid zijn we gelijk richting het Hahoe Village gegaan; niet alleen om daar dit authentieke dorp te bekijken maar ook omdat er nog optredens zouden zijn in het kader van het wereldberoemde Andong Mask Festival. We hadden nog een uurtje tijd voordat de eerste Mask dans zou worden opgevoerd, dus hebben we al snel even een rondje gemaakt door het dorpje; het is geen nepboel zoals bij de Masai in Kenia of de Mursi in Ethiopie, maar de mensen leven hier nog steeds in de authentieke Koreaanse woningen, maar dan wel voorzien van hedendaags comfort en een grote auto voor de deur.

De Mask dans was een knap stukje amateur toneel, maar het is niet voor niets dat de spelers een masker op hebben; zo wil je niet herkend worden door je buurman! Hoewel er waarschijnlijk nooit een uitvoering van zal komen in het Scheveningse Circustheater, was het best leuk om te zien en, ondanks dat we er niets van verstonden, hebben we het verhaal wel kunnen volgen. ‘s-Avonds hebben we weer lekker gegeten en na nog een goede kop koffie zijn we naar ons eigen Love-motel gegaan.

Woensdag 5 oktober

Het was me het dagje wel weer; 14 uur belevenissen van twee filmsterren door Zuid Korea, maar daarover straks meer.
Om 08:00 uur liepen we alweer in de ‘hoofdstraat’ op zoek naar een ontbijtje en gelukkig was bij bakkerij Mammoth de tafel gedekt. Met een gevulde maag konden we op weg.
Onze eerste bestemming vanochtend was Dosan Seowan, een voormalig confuciaans klooster/academie.
Bus 67 brengt ons in een half uurtje naar deze fantastische lokatie op 28km van Andong. Helaas is het complex niet meer ‘bewoond’, waardoor je je slechts kunt voorstellen hoe het hier vroeger geweest moet zijn. Dosan Seowan was door het hele land beroemd vanwege het hoge nivo van de opleiding die hier werd gegeven; het was de meest prestigieuze opleiding voor degenen die een goede baan nastreefden.
We hebben ongeveer een uurtje rond gedwaald door dit complex, waarna we weer met de bus naar Andong terug zijn gegaan.

In Andong hebben we geluncht, waarna we op zoek zijn gegaan naar bus 54 die ons naar Jebiwon moest brengen.
Jebiwon is geen karakter uit een Star Wars film, hoewel deze enorme Boeddha wel wat weg heeft van Jaba the Hutt. Een enorm rotsblok is het lijf van de Boeddha en hier bovenop is een kleiner rotsblok geplaatst waar het hoofd uit gehouwen is.
Hoewel Jebiwon de hoofdact moest zijn, werd alle aandacht opgeëist door een monnik die in een naastgelegen tempel een dienst leidde; wat een sfeervol gebeuren is dit toch altijd weer.

Rond 15:00 uur stonden we, samen met een Zuid Koreaans paar, weer bij de bushalte te wachten om terug te gaan naar Andong. Toen de bus wel erg lang op zich liet wachten, zijn we maar ingegaan op het voorstel van een langsrijdende taxichauffeur om met hem terug te rijden naar Andong voor de prijs van 4 buskaartjes. We zijn snel ingestapt en met een kwartiertje stonden we alweer in Andong.

In Andong hebben we nog even over de markt geslenterd en wat gedronken bij bakkerij Mammoth, waarna het tijd werd om naar het festivalterrein van het Maskdance Festival te gaan.
Dit festival is niet te vergelijken met het festival van twee dagen geleden in in Gongju. Hier draait alles om zang en dans en dat allemaal in combinatie met maskers. Het is een internationaal gebeuren waarbij dansgroepen van over de hele wereld aanwezig zijn; een groep uit Israel, uit China, de Filippijnen, Oezbekistan, India, Maleisië en nog veel meer.
Bovendien waren er van nog veel meer landen ook etenstentjes aanwezig dus het was ook nog eens een groot smul-feest.

We moesten nog even onze draai vinden op dit enorme festivalterrein, maar voordat we het wisten werd er een een enorme filmcamera voor onze neus gehouden; of we maar even iets wilden zeggen over het festival. Even snel een paar zinnen in het Engels opgedreund (het maakt niet wat je zegt want ze verstaan je toch niet) en ons eerste optreden zit er op.

We hebben eerst koers gezet naar het grote podium omdat daar het meeste lawaai vandaan kwam. Een groot aantal groepen gaven er een show weg en het leuke was dat je er bijna tussen kon lopen. Aan het eind van één van de optredens kreeg Diana een masker van een man, terwijl hij zijn sjaaltje aan Rob gaf. Daar stond wel tegenover dat Rob het masker op moest zetten en met hem op de foto. Dit bleef niet onopgemerkt want voor we het wisten werden er verschillende lenzen op ons gericht. Als toerist ben je gewoon al een attractie in Zuid Korea, maar als je dan nog een beetje met ze meedoet is het hek van de dam.
Kort na de eerste fotoshoot wilden een paar vrouwen van hoogwaardigheidsbekleders met deze toerist op de foto, gevolgd door een paar verzoeknummers van verschillende fotograven. We waren er maar druk mee. Na onze minutes of fame, hebben we ons weer op het feestgedruis gericht en verschillende feestende groepen van dichtbij meegemaakt. Wat een spektakel.

Wat we tot nu toe hadden meegemaakt komt nog het dichtst bij een carnavalsoptocht, maar het festival heet niet voor niets het Maskdance Festival; we moesten dus nog wel even naar een maskdance toe in het Maskdance Theatre. Eerst maar even kaartjes gekocht, maar omdat de hoofdshow nog een uurtje op zich liet wachten hebben we een broodje shoarma op de kop getikt; dat is het voordeel van een internationaal festival!

Om 19:30 uur zaten wij op de eerste rij in het theater vlak bij het podium in afwachting wat er komen ging. We hadden natuurlijk gisteren al een voorproefje gehad in het Hahoe Village, maar dit zou een veel grootsere show worden.
De eerste sketch ging over een man die een stier tegen de grond slaat en vervolgens zijn ballen eraf snijdt. Met deze ballen in zijn hand gaat hij bij een paar mensen in het publiek rond en maakt wat grappige opmerkingen; niet dat we het verstaan, maar er wordt smakelijk gelachen. Uiteindelijk komt hij ook nog even zo’n toneel-testikel bij Rob onder de neus houden en ook nu maakt hij een paar opmerkingen en aan de reactie van het publiek te merken was het erg grappig.
Bij een volgende sketch zit een vrouw zeurend aan een weefgetouw; het werk is haar allemaal te zwaar en het levert niets op (dit is mijn eigen vrije interpretatie want ondertiteling was niet voorhanden). Vervolgens gaat ze bedelen om aan geld te komen en houdt ze een bakje bij Rob onder de neus. Tja, dat moet je bij een Hollander niet doen; dat levert je niets op. Blijkbaar hebben ze van Guus een hele andere indruk van Hollanders over gehouden.

Na een uur kwam deze toneelshow tot een einde en in een laatste vreugdedans met alle spelers werden ook de toeschouwers uitgenodigd om mee te dansen. Dit keer was Diana de gelukkige want ze werd gevraagd om mee te doen. Rob moest haar wel even een stevige duw in de goede richting geven, maar even later stond ze temidden van de uitbundige Zuid Koreanen mee te dansen; wat een feest!
Moe maar voldaan zijn we terug gelopen naar Andong waar we nog even een bakkie hebben genomen bij een andere favoriete bakkerij van ons: Tous les Jours. We bedenken ons dat dit alweer de vierde dag is dat we langer dan 12 uur op pad zijn; het lijkt wel werk.