Alle berichten van admin

Cuba 5

Woensdag 12 november

We gaan vandaag naar Ciego de Avila om daar z.s.m. door te gaan naar ons all-inclusive resort Sol Cayo Coco. Voor het eerst in ons leven krijgen we zo’n armbandje om, maar eerst moeten we nog zien weg te komen uit Bayamo. We slaan wat koekjes en sapjes in voor de rit van 7 uur die we voor de boeg hebben en gaan om 10:00 uur naar het busstation. Het wordt weer afwachten of er lege plekken zijn op de bus naar Havana.
We hebben wederom geluk want we kunnen mee op de bus van 10:00 uur.
Waar we gewend waren in de Viazul bus vooral tussen de toeristen te zitten, zaten we dit keer alleen maar tussen Cubanen. Dit lijkt weer eens op het openbaar vervoer zoals we dat op onze reizen gewend zijn.
Voor de rest een standaard busritje; een vrouw kotst in het middenpad en sproeit daarbij Rob z’n linkervoet onder, op de tv boven het gangpad wordt een waardeloze vechtfilm van Jean Claude van Damme vertoond die nog is nagesynchroniseerd in het Spaans ook en de buschauffeur jaagt met 100 km per uur over de landweggetjes.

In Ciego de Avila laten we ons afzetten bij hotel Santiago Havana, en hoewel de naam anders doet vermoeden had dit hotel net zo goed in Dnjepropetrovsk kunnen staan. Het ultieme voorbeeld van een Russisch staatshotel. Diana kiest een kamer uit en het is een schoonheid in zijn eenvoud. Shutters voor de ramen, maar dan het type dat je in een gevangenis zou verwachten, de muren netjes strak als in de isoleercel en meubeltjes die zo bij Leen Bakker vandaan kunnen komen. Tot onze verbazing geen bloedvlekken in de lakens en over de wc bril zo’n papieren strip met “disinfected” erop, maar daar geloven we niets van.

In de kamer naast ons zit een gezin met kinderen. Natascha en Iwan spelen er lustig op los, maar geen brullende vader die een fles wodka door de kamer smijt zoals je misschien zou verwachten. De kamerdeuren zien er nogal beschadigd uit. De één lijkt te zijn behandeld met agent-orange en de ander heeft net een modderbad gehad.
Wat zullen we hier heerlijk slapen……………………………………………….. als het hotel niet op de kruising van 2 drukke wegen had gestaan. Gillende remmen, knetterende uitlaten, toeterende gekken en stammende stereo’s maken het lastig om in slaap te komen. Dan doe je toch even de ramen dicht, dachten we, maar die hadden ze dus niet in dit hotel.

Donderdag 13 november

Vanochtend gaan we op zoek naar de beste (en vooral goedkoopste) rit naar Cayo Coco. We vinden uiteindelijk een taxichauffeur die ons voor zo’n 50 euro naar ons resort wil brengen. We gaan al om 10 uur op weg en hopen dat ze niet zo moeilijk doen over een early check-in. Als we even voor 11 uur aan de balie staan zien we op een bordje staan dat de check-in tijd 16:00 uur is. We doen tocht een poging en ze doen hier dus helemaal niet moeilijk, althans niet over de check-in. Er is nog wel iets te regelen met de rekening, want hoewel wij denken 2 dagen geleden via internet geboekt en betaald te hebben vragen ze ons toch om te betalen. Bovendien wordt ons euro special offer omgerekend naar CUC tegen een heel slechte wisselkoers waarmee het helemaal geen special offer meer is. Uiteindelijk wordt verteld dat het wordt opgenomen met het hoofdkantoor, dus dit wordt vervolgd.

We krijgen dus wel ons gele bandje om en behoren nu officieel tot de carnivoris alcoholicus ammariles, oftewel de vretende, zuipende geelband. Om te bewijzen dat we er ook echt bijhoren gaan we naar het beachcafe en bestellen 2 vleesspiezen, een salade en een pina colada. We gaan ook nog even langs bij de duikschool maar daar horen we dat er de afgelopen dagen niet is gedoken vanwege de sterke wind. De medewerker vraagt ons om morgenochtend terug te komen om te kijken of het dan wel mogelijk is.

De hotelkamer is overigens fantastisch, maar het hotel kan aan de buitenkant wel een likje verf gebruiken. Deze hotels hebben verder niet zoveel te maken met Cuba. Hier is alles in overvloed terwijl we in Cuba hebben gemerkt dat het allemaal erg beperkt is. Het is net of we hier in een andere wereld terecht zijn gekomen.
’s Middags liggen we heerlijk aan het strand en genieten zo af en toe van een sapje. Gelukkig hebben we de Columbus nog die we van John en Charissa hebben meegekregen. Kunnen we ons alvast oriënteren op de vakantie van volgend jaar.
’s Avonds bij het buffet schamen we ons een beetje en hebben we medelijden met de rest van het land als we de volle bakken met voer zien. Als je bijv. in Trinidad een gemengde salade nam kreeg je 6 schijfjes komkommer en 5 schijfjes tomaat, hier liggen bakken vol met komkommer en tomaat, maar ook witte kool, rode kool, eieren, uitgebakken spek, meerdere soorten sla, selderij, kidneybeans, kappertjes, wortels, paprika, gegratineerde stokbroodjes, croutons, zilveruitjes, verschillende soorten dressings, verschillende soorten olijfolie, meerdere soorten azijn en dan hebben we het alleen nog maar over het saladebuffet waarvan we waarschijnlijk ook nog dingen vergeten zijn. Dan is er een bakplaat waar 4 verschillende soorten vlees en vis worden gebakken, een bakplaat voor een oosterse maaltijd, een oven voor pizza en nog veel meer pasta’s en is er nog een buffet met allerlei vleeswaren als rosbief, parmaham. chorizo etc. Dan is er nog een buffet met warme groente en natuurlijk het ijsbuffet met verschillende soorten ijs en allerlei taartjes. Teveel om op te noemen dus. Het is niet zo gek dat Cayo Coco alleen maar toegankelijk is voor toeristen, als de rest van Cuba dit ziet komt er vast een volksopstand.
Ondanks de grote tegenstellingen hebben geelband 014172 en 014173 het nodige tot zich genomen. We blijven Hollanders hè, we hebben ervoor betaald. Behalve dat alles in overvloed aanwezig is smaakt het ook voortreffelijk. Klein nadeel van deze 4 dagen is dat Berry ons zeker 1,5 jaar moet afbeulen om weer op gewicht van 21 oktober te komen.

Vrijdag 14 november

De vrijdag begint ongeveer waar we donderdag waren opgehouden, met eten. Dit keer een ontbijtbuffet waar we geen opsomming van zullen geven want dat kost teveel tijd. Een paar uurtjes later is er dan een lunchbuffet dat bijna een kopietje is van het buffet van gisteravond.
Vandaag overigens weer geen duiken, dus pakken we een bedje op strand. Geeft Rob mooi de gelegenheid om de biografie van Che Guevara eens te lezen, maar of hij die 479 pagina´s deze vakantie doorkomt is nog maar de vraag.

Zaterdag 15 november

Vandaag kunnen we dan eindelijk duiken. We maken 2 duiken maar merken dat de invloed van het weer nog zichtbaar is. Het zicht is niet meer dan 15 meter. Het ontvangstcomité onderwater was wel van formaat, eerst een baars van bijna 1 meter lang die ons minuten lang bleef volgen, waarna we een ontmoeting hadden met een behoorlijk agressieve murene van wel 2 meter lang. Verder was er veel waaierkoraal en het gebruikelijk zeebanket.

Hoewel we vanochtend wakker werden van de regen hebben we vanmiddag na het duiken nog lekker op het strand liggen bakken.
´s Avonds eten we bij Don Diego een á lá carte restaurant want dat hebben ze hier ook nog. Ook hier is het eten fantastisch maar wel in een heel andere ambiance dan bij het buffet.

Zondag 16 november

Het is zondag en dat is alweer onze laatste dag in Cayo Coco. We leggen dit plekje eerst nog even vast op de gevoelige chip want dat zouden we bijna vergeten. We liggen tot 2 uur weer aan het strand want dan slaat het weer om; het begint hard te waaien en niet veel later is de zon verscholen achter een dik pak wolken. We gaan nog maar even op een terrasje zitten en proberen wat informatie te krijgen over de treinverbinding vanuit Moron. Lokale Cubanen raden het ons echter af omdat deze trein stopt bij elk dorpje, ieder huis en verder voor iedereen die z’n hand opsteekt en dan gaan we er vanuit dát er een trein komt.
´s Avonds eten we weer á lá carte bij een Italiaans restaurant want die hadden we nog niet gehad.

Maandag 17 november

Wanneer we wakker worden zien we dat het nog steeds bewolkt is, het lijkt erop dat we het verblijf hier goed gepland hebben want we moeten straks geen uitchecken. Maandag, dat betekent ook dat het minder dan een week is voordat…………….
We gaan even geld wisselen (dit is waarschijnlijk de meest voorkomende zin in dit blog) en dan naar de receptie om onze schuld hier af te lossen. Dit loopt allemaal niet zoals we wensen. We worden eerst van een kastje naar een muur gestuurd, vervolgens weer terug naar het kastje, om weer naar een andere muur gestuurd te worden. Eind van het verhaal is dat de medewerker aan de receptie ons wel begrijpt maar dat hij de telefonische orders uit Havana moet opvolgen. Dit is typisch een voorbeeld hoe het gaat bij een centralistisch, communistisch model, maar hoe vaak gaat het in Nederland ook niet zo. Beslissingen nemen op de werkvloer is in Cuba in ieder geval ten strengste verboden.

Om 12:30 uur gaan we met de taxi terug naar Ciego de Avila om daar de bus naar Santa Clara te pakken. Dat geeft ons nu nog wel de gelegenheid om een laatste gratis Cuba Libre te nemen. Dan nemen afscheid van de Engelsen en Canadezen die de hoofdbewoners van dit hotel zijn. Vooral ´s avonds was dit genieten wanneer ze hun veel te dikke lichamen in prachtige avondkleding hadden gestoken. Bloemetjesgordijnen en glimmende jurken, het leek net of ze helemaal klaar waren om aan boord te gaan van de Titanic.

Onze taxi brengt ons naar het busstation van Ciego de Avila waar we de bus nemen naar Santa Clara. Santa Clara is gelegen aan de voet van het Escambray gebergte en onze busrit voert ons langs dit gebergte afgewisseld met eindeloze suikerrietvelden. We zijn weer terug in het echte Cuba.
In Santa Clara trekken we in het enige hotel van de stad, mooi gelegen aan het centrale plein. Het voelt hier een stuk kouder aan dan de voorgaande weken in Cuba. Of dit te maken heeft met de overgang naar het koude seizoen of dat het komt dat Santa Clara zo dicht bij het gebergte ligt zullen we de komende dagen wel achter komen.
´s Avonds eten we bij een restaurant waar de drankober wel heel nadrukkelijk probeert dure drankjes te slijten. Ook al hebben we al meer dan 3x gezegd dat we een water en een bier willen, ze blijft vragen of we misschien een Mojito willen. Erg komisch allemaal.

Dinsdag 18 november

We laten ons vanochtend eerst door een bicitaxi afzetten bij het Che-monument. Santa Clara wordt ook wel Che-city genoemd omdat hier alles in het teken staat van de man die hier in 1959 de belangrijkste slag tijdens de revolutie won. Behalve dit monument vind je hier het mausoleum waar zijn stoffelijke resten in 1987 zijn herbegraven, na te zijn overgebracht uit Bolivia. Che is nl. net als wij in Bolivia in een hinderlaag gelopen.

Ook vind je in Santa Clara de geblindeerde trein die dictator Batista met honderden soldaten op hun had afgestuurd.
Op de weg terug naar het hotel vraagt Diana aan een taxichauffeur voor een ritje naar Remedios. Zijn prijs is goed dus we besluiten direct in zijn gammele Lada, vol met benzinedampen te stappen om ons naar het kleine plaatsje te laten brengen. Remedios zou net zo iets moeten zijn als Trinidad, waar we 4 dagen zijn geweest, maar dit valt toch wel een klein beetje tegen. Remedios is een leuk gehucht maar veel langer dan 3 uur heb je er niet nodig.

Terug in Santa Clara checken we onze mail en zoeken op internet naar een hotelletje in Havana, maar dat gaat niet zo makkelijk als je tenminste een normale prijs wilt betalen.
’s Avonds eten we in het restaurant van het hotel op de 10e verdieping. De ober wordt het slachtoffer van el guerillero de las cuentas, oftewel de rekening guerillero (=Diana) die het direct in de gaten heeft als een ober probeert zijn zakgeld aan te vullen. Het is elke keer weer hetzelfde als we een rekening krijgen en het is vooral leuk om te zien hoe paniekerig ze reageren als ze gesnapt worden.

Woensdag 19 november

We boeken eerst ons hotel in Havana. Beetje boven het budget, maar vooruit je mag je zelf wel eens verwennen. Hierna zijn naar het treinstation gegaan om het toch nog maar eens te proberen. De trein naar Havana gaat helaas pas om half 4 dus dat wordt te laat. Als de bus vol blijkt te zijn kan het een alternatief zijn.
De rest van de dag slenteren we wat door de straten van Santa Clara, we zoeken het monument van de geblindeerde trein (el tren blindado) dat de plek markeert waar Che met 18 man een zwaar bewapende en gepantsterde trein met 350 man van dictator Batista versloeg, we wandelen nog wat door de winkelstraten en verbazen ons toch weer over de vreemd gevulde etalages. Er ligt een helm, een spijkerbroek, een borstel en een stekkerdoos. We maken er wat foto’s van want dit is nog heel erg Cuba.

Aan het eind van de middag genieten we op een bankje in de zon van de drukte rondom het parque Vidal. Op de achtergrond zingt een gitarist wat Cubaanse levensliederen. Dit is een erg gezellig plein waar het steeds erg druk is met Cubanen i.p.v. alleen maar toeristen.
’s Avonds eten we in een restaurant dat in een prachtig groot koloniaal pand is gevestigd. Hier ontdekken de eerste kerstverlichting. In dit restaurant hebben ze maar 1 menukaart. Deze gaat van tafel naar tafel zodat iedereen zijn beurt moet afwachten, ach overal is wel wat, maar de rekening is wel in 1 keer in orde en dat mag wel vermeld worden. Als we daarna nog een bakkie espresso nemen in onze favoriete koffieshop, komt daar ook een zwerver aan een tafeltje zitten. Deze zwerver stinkt zo enorm naar braaksel, diarree, en pies dat een medewerker van de koffieshop hem begint te sprayen met een wc-verfrisser. Omdat dit ook nog niet helpt wordt hem uiteindelijk vriendelijk doch dringend verzocht de koffieshop te verlaten. Wij besluiten even later maar hetzelfde te doen want de spuitbus had nog niet echt geholpen.

Donderdag 20 november

We hebben de wekker gezet want we mogen de bus naar Havana niet missen. Havana, de plek waar we ruim 4 weken geleden onze trip naar Cuba ook zijn begonnen. We hebben nog 2 dagen in deze fantastische swingende stad.
De rit met de rijdende koelkast verloopt voorspoedig al doet de pieslucht uit de wc achter in de bus vermoeden dat er elk moment iets kan ontploffen. In Havana nemen we een taxi naar het mooie statige hotel Sevilla, waar we een ruime kamer krijgen toegewezen.

We gaan lunchen in Havana Vieja en genieten van de gezellige drukte en muziek op elke hoek van de straat. Heerlijk om hier nog 2 dagen te mogen zijn.
We merken wel dat het iets koeler is dan toen we hier een maand geleden begonnen; het koude seizoen zal dus echt wel aangebroken zijn. Koud is dan overigens wel betrekkelijk, want de temperatuur zal toch nog wel boven de 20 graden liggen.
We kiezen Hanoi voor ons avondeten (het restaurant). Behalve dat we hier voor het eerst een soort nasi eten, komt er weer een nieuw hoofdstuk bij het rekeningen verhaal. Dit keer maken ze het wel heel bont: we krijgen een rekening die zo’n 25% te hoog is en nadat we zeggen dat de rekening niet klopt, loopt de ober naar achteren en is 2 seconden later al terug met een volledig nieuwe en correcte rekening. Ze maken er blijkbaar gelijk 2, proberen het met de hoogste en als het niet lukt ligt de juiste al klaar. Komisch!

Vrijdag 21 november

21/11 (Rene is vandaag jarig), we lopen over de Malecon van Havana Vieja naar Vedado. De Malecon is een 8 km. lang zeemuur en tijdens zware storm slaan de golven hard tegen en over deze muur. Tussen de muur en de 1e gebouwen ligt een 4-baans weg. Tijdens onze wandeling naar Vedado hadden we zo mooi de gelegenheid wat Amerikaanse sleeën te spotten.

Vedado is een buitenwijk waar vooral hotels, restaurants en het uitgaansleven te vinden is, maar de belangrijkste historische sites zijn in Havana Vieja en Havana Centro.
In Vedado drinken we wat bij hotel Nacional en daarmee volgen we in de voetsporen van Winston Churchill, Frank Sinatra, Lucky Luciano en Errol Flynn. Op de terugweg slaan we spontaan ergens af en zigzaggen terug naar het Capitolio. Dit gebouw is een kopie van het Capitool in Washington maar dan met veel meer detail. Hierna gaan we wat eten in Havana Vieja en daarna lopen we ook kriskras door deze wijk. Niet meer op zoek naar de highlights maar gewoon door straatjes waar je geen toeristen ziet. Aan het eind van de middag drinken we wat op een terrasje en het valt ook hier op hoeveel westerse (oude) mannen met een jonge Cubaanse op stap zijn. Het is een bekend probleem en ook zeker niet gewenst door de Cubaanse overheid maar er wordt niet veel tegen gedaan. Deze Cubaanse schonen zijn ook zeker niet verlegen en als man alleen heb je soms sneller een vrouw dan een biertje op tafel.

Zaterdag 23 november

Het is zover: zaterdag 23 november, de onvermijdelijke terugvlucht naar Amsterdam, dus nemen we afscheid van Cuba. Het Cuba van muziek en dans, sigaar en suikerriet, Fidel en Che, Chevrolet en Buick, Escambray en Sierra Maestra, Viazul en Astro, maar vooral van het fantastische vriendelijke cubaanse volk!

Cuba 4

Vrijdag 7 november

De bus vertrekt vanochtend al om 7:45 uur en het is verdomd lastig om een taxi rond dit tijdstip te krijgen. Uiteindelijk regelt iemand van het hotel een kereltje met een auto.
De bus draait vanuit Santiago een 4-baans snelweg op, dat hadden we sinds Havana niet meer gezien.
Het is maar van korte duur want binnen een half uur gaan we de landelijke route weer op. Het is erg mooi in deze omgeving: bergachtig, veel palmen en grote bomen, maar ook akkers vol met bananen, sinaasappels, suikerriet en zelfs rijst. We slingeren 4 uur lang door deze omgeving af en toe afgewisseld met een stukje ruige kust. Dit is de mooiste route tot nu toe.
We gaan via Guantanamo waar ook nog passagiers op de bus komen. Ze hebben geen lange baarden en dragen geen oranje pakken dus de Amerikanen zullen de bewaking van Gizmo nog steeds op orde hebben. Bij een rookstop onderweg kopen we 2 chocoladerepen van een vrouwtje, vers, want cacao wordt hier ook verbouwd.

Om 12:45 uur zijn we in Baracoa waar we een hotelletje hebben geboekt vanuit Santiago. Er stond niet bij dat je voor dit hotelletje eerst 96 treden moest beklimmen met je volle rugzak. Gelukkig is er wel een lekker zwembad bij.
Omdat we nog steeds niet weten of we ons visum moeten verlengen gaan we naar het officina de immigracion. In principe is een visum een maand geldig, maar van 22 oktober tot 22 november zijn 32 dagen. Bij het het kantoortje horen we echter dat 22 in en 22 uit geen probleem is en dat we ons visum niet hoeven te verlengen. Scheelt weer 50 CUC.

Hierna gaan we nog even bij Cubatur binnen omdat we graag naar El Yungue willen. Dit is een 569 meter hoge “tafelberg” die je in 2 uur kunt beklimmen. Bij Cubatur adviseren ze ons om morgenvroeg terug te komen omdat we dan kunnen zien hoe het weer ter plekke is.
We lopen nog even over de boulevard en maken nog wat foto’s bij de zee. Daarna tellen we weer de 96 treden en strijken neer op een ligbedje bij het zwembad. Het valt niet mee hier!
’s Avonds eten we een gebakken visje bij een paladar en liggen op tijd op bed; de vochtige warmte is slopend.

Zaterdag 8 november

Zaterdagochtend gaan we naar Cubatur om te kijken wat er vandaag mogelijk is. De tocht naar El Yungue lijkt niet mogelijk te zijn omdat er regen wordt verwacht als gevolg van de tropische storm Paloma.
We kiezen daarom voor een trip naar nationaal park Humboldt, een van de laatste regenwouden van de Caribean en sinds 2001 een Unesco site vanwege zijn bijzondere ecosysteem. Met doodsverachting doorstaan we de rit erheen, maar het is de moeite waard. Fantastisch begroeide berghellingen, wijdse vergezichten, kleinste kikker die we ooit gezien hebben en een bad in de rivier.

Het is een wandeling van 3 a 4 uur en op de terugweg wordt de dodemansrit met de taxi even onderbroken voor een bezoekje aan, wat het mooiste strand van deze oostkust moet zijn. Helaas ligt het strand vol met ¨wrakhout¨ dankzij Ike en dat maakt het een stuk minder idyllisch dan verwacht.
Terug in Baracoa horen we dat de bus uit Santiago vandaag niet heeft gereden en dat het zo goed als zeker is dat er morgen ook geen bussen gaan. Dit allemaal dankzij de duif, Paloma genaamd. Morgenvroeg maar even naar het busstation.
Volgens de berichten gaat Paloma vannacht om 2 uur via Holguin over het land en blijven we hier in Baracoa buiten schot.
Je ziet hier, en eigenlijk in heel Cuba nog overal plakband over de ramen zitten. Dat hadden ze er na Ike nog niet afgehaald. Lijkt heel verstandig.

Zondag 9 november

Als we zondagochtend wakker worden beseffen we dat het dak er vannacht niet afgewaaid is. De duif heeft ons in ieder geval gespaard, net als Mitch 15 jaar geleden.
We zetten de tv aan hoe het in de rest van het land is, maar vreemd genoeg zien of horen we niets. Na het ontbijt eerst maar eens naar het busstation. Daar wordt ons verteld dat er vandaag weer geen bussen gaan, maar morgen waarschijnlijk wel. Ze adviseren ons morgen om 8uur weer op het busstation te zijn. Zitten we dus een dag extra in Baracoa, de plek waar Columbus in 1492 voet aan wal zette en hier een houten kruis in de grond plantte. Dit kruis wordt hier overigens nog steeds bewaard in de kerk.

Het is voor ons nu even onmogelijk om Baracoa over de weg te verlaten, maar tot 1964 was het sowieso onmogelijk om Baracoa over land te bereiken en ging alles over zee, valt een extra dagje dus eigenlijk wel mee.
De hele ochtend vallen er buien, geen idee of dit het gevolg is van Paloma, want dat staat er niet bij. Geeft ons in ieder geval de gelegenheid eens een boekje te lezen, bijv. over het leven na je 40e, de weblog bij te werken en wat mail te versturen.
Rob gaat proberen de baard van 2,5 week er af te hakken en we bedenken ons dat het allemaal veel erger kan, bijv. regen op een camping.
´s Middags klaart het al weer aardig op en maken we een strandwandeling. We wilden eigenlijk tot Playa Blanca lopen maar we horen dat ook dit mooie strandje geruïneerd is door Ike.
Terug bij het hotel gaan we nog even bij het zwembad liggen om te genieten van de namiddagzon.

Maandag 10 november

We waren vanochtend al om 7 uur wakker, op hoop van zegen gingen we naar het busstation. Dit keer was er iemand aanwezig op het officina de Viazul. Ze vertelde ons daar dat er nog een lijst lag met reizigers die zaterdag al terug wilden en wij zouden boven aan de lijst van zondag komen. Let wel, het is nu maandag. We moesten dus maar hopen dat er toeristen die voor zaterdag hadden gereserveerd op een andere manier Baracoa hadden verlaten zodat wij konden doorschuiven. Volgens de medewerkster van Viazul maakten we een goede kans en anders plakken we er nog een dagje aan, zou slecht was het hier ook niet. Columbus zei in 1492 al dat dit het mooiste land was dat hij had gezien. Wij hebben waarschijnlijk iets meer gereisd dan Columbus(!), maar denken dat Baracoa in ieder geval op het mooiste stukje Cuba ligt.

Terug bij het hotel enorm gebunkerd bij het ontbijtbuffet want als het meezit vandaag hebben we nog een lange rit voor de boeg. We willen in Santiago nl. gelijk de bus naar Bayamo nemen. Na nog wat geld te hebben gewisseld gaan we de rest van de ochtend bij het zwembad liggen, het weer is fantastisch vandaag. Het lijkt af en toe wel vakantie.
Om 12.00 uur lunchen we nog wat en gaan dan bepakt en bezakt op weg. Voor de laatste keer die 96 treden, dan nog een minuutje of 10 in de brandende zon door de straten van Baracoa. We voelen ons net die gozer uit de Axe reclame, het zweet komt met bakken tegelijk. Als het allemaal maar niet voor niets is. Bij Viazul hangen 2 fantastische airco´s maar ze doen het helaas niet. Het zweet lijkt niet meer te stoppen.

Precies om 13:15 uur begint de verkoop van de tickets en tot onze grote opluchting kunnen we mee. Nadat het busvervoer 2 dagen heeft stil gelegen vanwege Paloma, kunnen we onze weg weer vervolgen. Maar we hebben nog niet eerder in zo´n volle bus gezeten.
Om 19:10 uur zijn we in Santiago en om half 8 gaat de bus naar Bayamo. Snel in de rij voor buskaartjes en de bagage van de ene bus naar de andere. Voor we het weten zijn we weer op weg. De laatste uren leven we op de borrelnoten die Danthe ons heeft meegegeven, want op de busstations is niets te krijgen.

De buschauffeurs stoppen regelmatig om een familielid, vage kennis of extra lading goederen mee te nemen. Meestal krijgen ze daar dan wat eten of iets dergelijks voor terug. Deze chauffeur doet het weer helemaal anders. Hij stopt om een jonge meid mee te nemen, geeft het stuur over aan de andere chauffeur, neemt plaats op de bijrijdersstoel en neemt die meid op schoot. Hij slaat zijn arm om haar heen en begint haar af te lebberen. Hij probeert zelfs even haar huigje te toucheren met zijn tong. Dit tafereel gaat door tot de passagiere er uit moet, dan neemt hij het stuur weer over en vervolg vrolijk fluitend zijn weg. Zo heb heb je helemaal geen OV chipkaart nodig.
Uiteindelijk zijn we mooi op tijd in Bayamo waar we een aantal dagen geleden ook al waren toen het zo regende. Toen besloten we gelijk door te gaan, hopelijk hebben we nu meer geluk.

Dinsdag 11 november

Als we dinsdagochtend wakker worden in hotel Telegrafo zien we gelijk dat heel ander weer is dan een week geleden. De lucht is strakblauw en de temperatuur is al behoorlijk opgelopen. Na het ontbijt wachten we op het mannetje van Cubanacan want we willen een tochtje naar de Sierra Maestra boeken. Hoewel hij er om 9:00 uur had moeten zijn gaan we om half 10 maar even de stad in want hij houdt er blijkbaar zijn eigen openingstijden op na. Bayamo is een klein en rustig dorp aan de voet van het Sierra Maestra gebergte. Dit gebergte met een max. hoogte van 2000m. heeft een nog onbedorven natuur. Bayamo is ook de stad van Carlos Manuel de Cespedes. Deze advocaat kwam in opstand tegen de Spaanse overheerser en werd daarmee de eerste revolutionair die de onafhankelijkheid uitriep in 1868. Bayamo is ook de geboorteplaats van Perucho Figueredo de componist van het huidige volkslied dat voor het eerst in Bayamo werd gespeeld.

Wanneer wij van onze wandeling door Bayamo terugkomen is de medewerker van Cubanacan wel aanwezig, maar de ontmoeting wordt een teleurstelling. Met de mentaliteit die je van een medewerker van een staatsbedrijf kan verwachten deelt hij ons mee dat er eigenlijk niet mogelijk is. Hij zegt dat vanweg Paloma de bewoners van de Sierra Maestra zijn geëvacueerd en dat deze eerst terug moeten. Er zit dus niet veel meer op dan de Sierra Maestra tijdens een volgende trip naar Cuba te bezoeken.
We vragen de Cubanacan hork of hij voor ons dat wel even de bustickets naar Ciego de Avila wil reserveren. Hij pleegt een telefoontje en komt ons vertellen dat er de komende week geen plekken zijn op de bus. Wanneer we zelf even later de receptioniste met Viazul laten bellen voor bustickets wordt haar verteld dat we morgen gewoon naar het busstation moeten komen en dat we dan waarschijnlijk wel meekunnen. De Cubanacan hork had er duidelijk geen zin in vandaag.

De rest van de dag vermaken we ons een beetje in Bayamo, eigenlijk vluchten we van de ene schaduwplek naar de andere en van de ene airco naar de andere. Het is ook nooit goed.
Het valt ons op hier hoeveel rijen er staan, een rij bij de supermarkt, een rij bij de banken, een rij bij de ijssalon, overlal rijen wachtende mensen. Het lijkt erop dat iedereen zijn overheidssalarisje weer heeft ontvagen en weer spullen wil kopen.
´s Middags boeken we via internet een resort in Caya Coco, waar we een paar dagen willen verblijven. Nu moeten we alleen nog op de bus zien te komen.

Cuba 3

Zondag 2 november

De wekker gaat om 6:30 uur, maar als we ons willen wassen blijkt er geen waterdruk te zijn. Kan gebeuren. Om 7:00 uur lopen we met onze rugzakken op naar het busstation. Onderweg komen we langs de lokale bakker die net de deuren opent. Gelijk maar even 8 witte bolletjes meegenomen voor het “ontbijt”.

We rijden met de bus landinwaarts via Santi Spiritus en Ciego de Avila naar Camagüey. Onderweg zien we grote velden met suikerriet, een produkt waar deze regio in de 17e eeuw groot mee is geworden. In de buurt van Camagüey zijn de gevolgen van Ike weer zichtbaar; metershoge palmbomen liggen als lucifershoutjes verspreid op het grasland. Om half 2 zijn we in Camagüey en we laten ons door een taxi naar hotel Colon brengen. We hebben wel weer eens een hotelletje verdiend. Het hotel is gehuisvest in een oud koloniaal gebouw. Onze kamer heeft 5 meter hoge plafonds en een klassieke inrichting, helemaal in stijl. We gaan eerst wat eten bij een restaurant om de hoek en bestellen daar wat tapas. Na deze heerlijke gerechtjes gaan we op onze 1e verkenningsronde door Camagüey.

Hoewel Camagüey de 3e stad van het land is en meer dan 300.000 inwoners heeft, komt het toch heel gezellig en compact over. Wederom gekleurde huizen een paar leuke parkjes en een handvol mooie kerkjes.
In tegenstelling tot Trinidad zie je hier bijna geen toeristen maar des te meer bici taxi’s. Elke 2 minuten wordt je aangesproken of je misschien met het meest economische vervoermiddel wilt worden vervoerd. Helaas voor hun hebben wij een nog economischer vervoermiddel onder aan onze benen.

Maar niet alleen de bici taxi´s ook de normale fietsen zie je hier veel in het verkeer. Is het gevolg van de abrupte beëindiging van olie subsidies van de russen in de 90’er jaren. De Cubaanse regering koos toen voor de fiets als alternatief voor het transportsysteem dat gebaseerd was op Oost-Europese bussen en lelijke Russische Lada s die die bovendien nogal wat bijdragen aan de luchtverontreiniging. Om te voorkomen dat het hele transport op zijn kont zou komen te liggen kocht de Cubaanse overheid 1,2 miljoen fietsen in China.
’s Avonds eten we weer bij een peso restaurant en ondanks dat de ober ons probeert af te zetten (lukt natuurlijk nooit bij Diana) zijn we voor een heerlijke maaltijd rond de 3 euro kwijt.

Maandag 3 november

Het is 3 november en oma wordt vandaag 94 of 95 (we zijn de tel kwijt). Diana belt haar even vanuit het hotel.
Vandaag is de lucht weer veel blauwer gekleurd dan gisteren, toen we zelfs een verdwaalde bui hadden.
Na alweer geld gewisseld te hebben gaan we eerst op weg naar de markt nabij de rivier. De receptioniste in het hotel had ons al gewaarschuwd dat de markt niet zo uitbundig en vol is als voor Ike, omdat veel oogst verloren is gegaan.
Ze krijgt gelijk, want behalve knoflook, knoflook en knoflook is er slechts wat kool, verdwaalde knollen en hier en daar een ananas te vinden.

Na het bezoekje aan de markt, gaan we kris-kras door Camagüey. Wat we in andere plaatsen ook al zagen zien we hier ook weer: bij veel winkels staan de mensen buiten in de rij. Het aanbod is beperkt, en wanneer er dan iets is binnengekomen komt iedereen er op af. Vandaag lijkt het of er een containertje matrassen is gearriveerd. Overal in de stad komen we Cubanen met matrassen tegen; matrassen achter op de bici taxi, matrassen op het hoofd, matrassen opgerold op de bagagedrager, matrassen op de brommer en matrassen onder de arm.
We hebben vandaag Camagüey goed kunnen verkennen. De Tinajones, grote potten klei, waar vroeger vanwege de schaarste het regenwater werd opgevangen, waren helaas nauwelijks meer te vinden, terwijl Camagüey er zo bekend om is. De kronkelende straatjes zijn wel een enorme uitdaging. Wanneer je 2x een verkeerde zijstraat inloopt ben je de weg kwijt. Dit was ten tijde van de piraterij ook de bedoeling.

Dachten we gisteren nog dat er hier zoveel gedronken werd in het weekend, vanochtend was het toch echt maandag maar vanaf een uurtje of 9 hebben we ze al weer gesignaleerd met een fles bier of rum gezellig babbelend en dat gaat zo de hele dag dan door. Zuipen kunnen ze hier wel.

Het mocht de pret niet drukken en het ging zeker niet ten koste van de schoonheid van Camagüey. Boven verwachting gezellig en vooral ook mooi koloniaal. Prachtige kerken, gekleurde gebouwen en allemaal op loopafstand. De Cubanen zijn ook erg gek op softijs. Bij de meeste ijssalons sta je eerst buiten in de rij te wachten voordat je kunt likken.
Hier in Camagüey heb je daar de overtreffende trap van Coppelia. Een halve Kwantumhal waar de hele dag rijen voor de deuren staan om naar binnen te mogen om een ijsje te bestellen. Wij wilden dat ook proberen en tijdens een daluur zijn wij ook naar binnen gegaan. Je haalt dan eerst aan een balie net zoveel coupons als je bolletjes ijs wilt, vervolgens ga je bij een tafeltje zitten, haalt de serveerster je bonnetjes op en wordt even later je ijs bezorgd. De ambiance is niet veel, maar het ijs is prima.

´s Avonds kiezen voor een gezellig restaurantje op loopafstand van het hotel.
Camagüey heeft een enorm aanbod aan de bars en restaurants in tegenstelling tot andere steden. Dit betekent overigens niet dat alles wat hier op de kaart staat ook te krijgen is. Wat dat betreft is het overal hetzelfde: eten wat de pot schaft.

Dinsdag 4 november

Vandaag gaan we door naar Bayamo een dorp ten noorden van het Sierra Maestra gebergte. Wij waren gisteren al even naar het busstation geweest voor kaartjes, maar toen vertelde de cheffin dat we vandaag tussen 11.00 uur en 11.30 uur terug moesten komen. Wij vandaag netjes op tijd op het busstation, vertelt dat hondehok dat we pas kaartjes kunnen kopen als de bus uit Trinidad is gearriveerd. Zitten we dan in het sfeerloze stationsgebouw van Camagüey.
Wanneer de bus arriveert blijken er zat vrije plekken te zijn dus we kunnen mee. We zitten nog maar net in de bus en het begint te regenen en niet zo´n klein beetje. Het houdt bovendien bijna de hele rit aan.

In Bayamo druppelt het nog wat maar de bici taxi chauffeur vertelt ons dat het hier al 5 dagen regent. We zullen morgen zien of het nu wel zal ophouden of dat we op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn.
We vernachten in hotel Escuela Telegrafo, een hotel dat gerund wordt door studenten van de hogeschool voor toerisme. Wat ons betreft zijn ze al geslaagd, zowel in de keuken als voor de service.

Woensdag 5 november

Wanneer we ´s-ochtends gaan ontbijten bij ons hotel zien we dat het nog steeds niet best is buiten. Het regent niet meer maar het is erg somber buiten. We besluiten maar gelijk door te gaan naar Santiago de Cuba want we zijn in Bayamo om een dag of 2 naar de Sierra Maestro te gaan en daar wil je na een aantal dagen niet wezen.
Om 9 uur zijn we alweer op het busstation, maar voor het eerst deze vakantie heeft de bus een half uurtje vertraging. Uiteindelijk arriveren we nog heel behoorlijk op tijd in Santiago. Hier trekken we opnieuw in een hotel waarmee de score hotel vs. casa in het voordeel van de hotels is. Het weer is hier aanmerkelijk beter, nog wel bewolkt maar de zon is er af en toe weer bij.

We informeren naar een dagtochtje naar het oude fort El Morro, maar uiteindelijk maken we een deal met een eigenaar van een prachtige oude Chevrolet uit 1956. Deze rood met goud gekleurde bolide zal ons morgen bij het hotel ophalen. We kopen nog even onze laatste ansichtkaarten en wandelen door het centrum van Santiago.
Ook deze stad ademt weer een heel relaxte sfeer uit. Bijzonder aan Santiago is dat hier het oudste gebouw van Cuba staat en dat hier het balkon is vanwaar Fidel op 2 januari 1959 de overwinning van de revolutie uitriep. Bovendien is Santiago de bakermat van de Cubaanse son, de zo swingende muziek die je hier overal hoort en deze stad is onder de macht van de Spanjaarden jarenlang de hoofdstad van Cuba geweest.

´s Avonds eten we buiten bij het 4 sterren hotel Grand Casa met uitzicht op het drukste plein van Santiago. Dit mooie moment wordt echter wreed verstoord als de plaatselijke ongedierte bestrijdingsdienst met een soort omgekeerde bladblazer achter op een vrachtwagen een enorme rookwolk door de straten aan het verspreiden is. Deze chemische rookwolk, die waarschijnlijk bedoelt is om het kleine ongedierte te bestrijden, vult onze eetgelegenheid en we kunnen elkaar niet meer zien zitten aan de andere kant van de tafel. Gelukkig hadden wij het eten net naar binnen gewerkt.

Donderdag 6 november

Om half 9 is onze chauffeur al present. Het valt ons nu op hoe goed de goudkleur van zijn Chevrolet kleurt bij zijn mondvol goud. Hij zegt ons dat hij eerst nog even moet tanken en iets verderop stopt hij bij een huis waar hij een jerrycan benzine ophaalt. Als hij de auto weer wil starten laat de accu hem in de steek. Hij vertelt dat hij gisteren met vrienden naar muziek uit de autoradio heeft geluisterd, dus de accu zal wel leeg zijn. Hij trommelt wat bekenden op en gezamenlijk duwen ze de auto weer op gang. Onze chauffeur heeft een bijzondere rijstijl; elke keer wanneer hij bergafwaarts gaat zet hij de motor uit om benzine te sparen. Bovendien heeft hij de radio knetterhard aanstaan en je ziet de mensen omkijken als we langsrijden.

We zijn mooi op tijd bij castillo El Morro, een van de best bewaard gebleven Spaanse forten, en kunnen het bezichtigen voordat de busladingen toeristen worden uitgespuugd. Het fort is erg fotogeniek en heeft een mooi uitzicht op de oceaan en de baai van Santiago. Het is erg warm vandaag en we zweten ons een ongeluk.

Na het fort brengt de Chevy ons naar de veerboot voor de overtocht naar Cayo Granma, een piepklein eilandje in de baai van Santiago vanwaar we mooi uitzicht hebben op het fort. Helaas moeten we meer dan een uur wachten op de eerste overvaart, maar het eilandje is schattig. We lopen het in 10 minuten rond en voordat we teruggaan met de ferry moet Diana eerst haar dorst lessen, en omdat er niets anders te krijgen is koopt ze een fles cola van 1,5 liter en zet die aan haar mond. Erg charmant!

Hierna zet de ferry ons weer over en laten we ons door de Amerikaanse bak terugrijden naar Santiago. Onderweg komen we nog wel een keer stil te staan omdat de paar druppels benzine in die enorme benzinetank niet meer bij de motor komen wanneer de weg te steil omhoog loopt, maar goed even wat zuigen aan een of ander slangetje en starten maar weer.

Wanneer we ’s middags op een terrasje zitten zijn we allebei het slachtoffer van een spotprent-tekenaar. Diana mag niet eens klagen, maar de baard die bij Rob wordt getekend komt niet echt overeen met het geval dat de afgelopen 2 weken aan zijn kaak gegroeid is en bovendien lijkt hij op de tekening wel 50+ volgens Diana.
Terug op onze hotelkamer zetten we toevallig de tv aan en horen we de Piet Paulusma van Cuba iets zeggen over Paloma. De satellietbeelden maken duidelijk dat er wéér een orkaan op Cuba afkomt. Deze duif lijkt op het midden van Cuba te gaan schijten, maar we moeten de komende dagen maar zien welke baan de orkaan gaat volgen.

Cuba 2

Maandag 27 oktober

We werden vanochtend wakker met zware regenval. Bij de ochtendinspectie valt ons op dat de in Viñales ontvangen muggenbeten beginnen te lijken op waterpokken. Geen fris gezicht, maar wat doe je eraan. De vuurrode blaasjes-achtige plekken zullen vanzelf wel weer verdwijnen, tóch? Voor ons is het slechte weer een mooie gelegenheid om de weblog even bij te werken.

Om 11:30 uur vertrekken we weer naar het busstation van Viazul voor de rit naar de zuidkant van Cuba. Bij Viazul hetzelfde verhaal, bagage netjes ingecheckt en op tijd vertrokken met 2 chauffeurs aan boord. Enige aanmerking zou kunnen zijn dat de chauffeurs tíjdens het rijden van plek verwisselen, maar het gaat wel goed.
Binnen de 4 uur die voor deze rit staat, arriveren we in Cienfuegos en omdat het geplande hotel te duur is (we blijven backpackers hè) zijn we maar weer in een vlakbij gelegen casa particular getrokken waar we dit keer een eigen huisje hadden, maar helaas nog niet onder de zon want ook hier is het zwaar bewolkt en door de regen die deze middag was gevallen stonden de wegen blank en moeten we soms door enkelhoog water baden.

’s Avonds gaan we met de paard en wagen taxi naar de stad om een hapje te eten. We gaan uiteindelijk binnen bij een lokale gelegenheid waar de gerechten in de peso nacional zijn geprijsd. Deze peso is de munteenheid waar de lokale cubaan alles mee betaalt, terwijl wij met de convertible (CUC) moeten betalen en om even te verduidelijken hoe de verhouding ligt: er gaan 25 pesos in één CUC.
Het kost in zo’n restaurant dan echt helemaal niets; een karbonade, een cordon-bleu achtige verschijning, wat rijst, een komkommersalade, sapje en een biertje voor maar liefst 3 euro en dat is dan inclusief de fooi. Zo kunnen we het wel even volhouden.
Terug naar de casa nemen we een fietstaxi en bij ons huis aangekomen nemen we nog even een drankje bij de overbuurman. Dan gaan we naar bed en hopen dat het weer morgen beter is zodat we het koloniale centrum van Cienfuegos kunnen gaan ontdekken.

Dinsdag 28 oktober

De weergoden lijken ons gunstig gezind vandaag, want de lucht is weer fantastisch blauw gekleurd. We eten ons ontbijtje bij de dame des huizes en gaan dan eerst even naar Punta Gorda, de uiterste punt van Cienfuegos, om daar de baai van Cienfuegos te bewonderen. De palmen komen met dit weer in ieder geval beter tot hun recht en het water waar we gisteren tot aan de enkels in stonden is magischerwijs verdwenen.
Na even uitgewaaid te zijn op de Punta lopen we naar het centrum van Cienfuegos. Deze middelgrote stad heeft een mooi koloniaal hart waar veel kleurrijke huizen in goede staat verkeren. Natuurlijk is er ook nog veel te restaureren maar nu de geldkraan van Unesco opengaat zal dat wel goedkomen.
We lopen naar het parque José Marti en nadat we dit statige plein hebben bewonderd en vastgelegd nemen we een bakkie Cubaanse koffie. Zonder het in de gaten te hebben maakt een oud Cubaans mannetje een karikatuur tekening van Diana en die moeten jullie echt zien wanneer we weer thuis zijn.

Na de koffie halen we de bustickets voor de trip naar Trinidad. We hebben besloten het programma iets te wijzigen. Omdat het duiken bij Rancho Luna vanwege de vele wind erg onzeker is gaan we vanuit Trinidad wat proberen te regelen, maar of dat duiken wordt weten we nog niet maar vandaar uit zijn er veel mogelijkheden voor dagtochten.

In de namiddag nemen we plaats op een terrasje vlakbij onze casa, met uitzicht op de baai van Cienfuegos en blijven daar net zolang tot de zon ondergaat.

´s Avonds nog maar eens naar het lokale restaurant waar we gisteravond ook waren. We vinden het inmiddels al heel normaal dat de helft van wat er op de kaart staat er niet is. Een gemiddelde bestelling opnemen gaat in de restaurants in Cuba als volgt:

Diana: doe mij maar jugo de pina
Ober: sorry hebben wij niet
Diana: doe mij maar jugo de naranja
Ober: sorry hebben wij ook niet
Diana: doe dan maar naranja
Ober: maar wij hebben wel cola
Rob: doe mij dan maar een cervesa bruja
Ober: sorry hebben wij niet
Rob: doe dan maar weer een cervesa polar
Ober: no problema
Diana: doe maar witte rijst bij de kip
Ober: sorry geen witte rijst
Diana: doe dan maar van die lokale rijst
Ober: oké
Rob: doe er ook maar een koolsalade bij
Ober: de koolsalade is op maar we hebben wel komkommersalade
Rob: oké doe maar

De Hanos in Cuba heeft zijn zaakjes nog niet helemaal voor elkaar maar alles went en ondanks alles smaakt het steeds prima. Na het eten nog een bakkie Cubaanse koffie bij cafe Palantino en vervolgens wandelen we de 2,5 km over de boulevard naar onze casa. Het was een prachtige dag.

Woensdag 29 oktober

De bus naar Trinidad zou vandaag pas om 12:40 uur vertrekken, dus hadden we ’s ochtends nog wat tijd om door de straatjes van Cienfuegos te slenteren, even de mail te checken en nog een paar van die lekkere kopjes koffie achterover te slaan.
De bus vertrok met een 10-tal minuutjes vertraging maar toch arriveerden we mooi op tijd in Trinidad. Helaas zat ons 1e keus casa vol, maar iets verderop vonden we een goed alternatief.
Trinidad is weer een stuk kleiner dan Cienfuegos en het doet hier allemaal nog wat authentieker aan met z’n keien-straatjes. Door het stralende weer doen de felle kleuren op de mooie koloniale gevels pijn aan de ogen.

We informeren naar de mogelijkheid voor dagtochtjes in de omgeving maar besluiten morgen eerst naar Playa Ancon te gaan.
’s Avonds eten we bij een restaurant waar wederom muziek gespeeld wordt. Het zal erg kaal zijn als we straks in Nederland gaan eten zonder deze lokale sterren.

Donderdag 30 oktober

’s Ochtends ruilen we eerst van Casa; als je maar lang genoeg volhoudt kom je uiteindelijk wel in de casa waar je graag wil. Hierna weer eens geld wezen wisselen, de koers is inmiddels wat verbeterd dus dat is in het voordeel van de “big spenders”. Terug naar de casa kregen we een prive-optreden van 5 oude knarren die een stukje Buena Vista Social Club naspelen. Het klinkt fantastisch, ze hebben een tip verdiend.

Vandaag gaan we dus naar het strand. Om 11:00 uur nemen we de shuttlebus naar Playa Ancon en daar aangekomen zien we dat het water er toch heerlijk azuurblauw uitziet, dat hadden we tot op heden nog niet zo gezien. We lopen eerst naar de duikschool en horen daar toevallig een Nederlands stel praten over hun eerste duik die ochtend. We raken aan de praat en horen dat het duiken hier niet zo super is: weinig vis en niet al teveel koraal.
We besluiten maar een Duitse kuil te graven en gaan op onze handdoek liggen. Het duiken moet maar wachten tot er een betere locatie komt.
Het nietsen op het strand bevalt best ….. voor een uurtje of twee. We laten ons met de shuttle van 3 uur weer terugbrengen naar Trinidad en boeken daar gelijk een uitstapje naar Topes de Collantes, een berggebied met veel watervallen. Daarna slenteren we lekker door Trinidad en de camera blijft maar klikken. We genieten van de zonsondergang op het dak van een museum en gaan dan een hapje eten. Onderweg halen we nog een pot aardbeienjam omdat de gebakken eieren bij het ontbijt zo langzamerhand toch een beetje beginnen te vervelen.

We eten ‘s-avonds voor de verandering eens bij een pizzeria. Als we het drinken willen bestellen blijkt dat ze alleen maar bier hebben, dat maakt de keus eenvoudig. Terwijl we zitten te wachten op de pizza lopen er honden het restaurant binnen één ervan gaat uitgebreid in de plantenbak, ín het restaurant zitten schijten, zo te zien kan hij wel een diarree-remmer gebruiken. Smakelijk eten!
Het eten smaakt overigens voor geen meter, en we zijn al snel weer gevlucht uit deze zogenaamde pizzeria. Aan de overkant zit een El Rapido (snackbar) waar we een halve liter ijs bestellen om het tekort aan calorieën goed te maken.
Als we voor het slapen gaan nog even een douche nemen merken we dat we ook deze keer weer verbrand zijn, we zijn ook geen zonne-mensen.

Vrijdag 31 oktober

Vanochtend moesten we om 8:45 uur op de hoek van Zequera en Meseo zijn omdat daar ons uitstapje naar Topes de Collantes zou beginnen. Uiteindelijk worden we om 9 uur naar parque de Cespedez gebracht omdat daar de tot toeristen-vervoerder omgebouwde truck voor ons klaar staat. We zijn met z’n vieren vandaag, samen met nog een Nederlands stel.
Het zou een ritje worden van zo’n 3 kwartier en door het enorme stijgingspercentage van de smalle weg rijdt de chauffeur vrijwel het hele stuk in de kleinste versnelling; veel harder dan stapvoets gaat het niet . De dieselwalmen slaan in de open bak waarin wij zitten. Heerlijk, dat doet weer denken aan die goede oude militaire-diensttijd.

Aangekomen bij het informatiecentrum stond onze gids ons al op te wachten. De gids vertelt ons dat we een hike gaan maken naar de Carboeni waterval, een rondje van zo’n 6 km. Maar eerst gaan we naar een koffiehuis voor een bakkie verse leut. Na dit heerlijke bakkie starten we met de toch naar de waterval. Het eerste deel gaat vnl. bergafwaarts en onderweg staan we even stil om een paar bijzondere vogels te bewonderen. De kolibries zijn hier in de meerderheid. Na 1,5 uur bereiken we de 62 meter hoge waterval. Altijd weer een spectaculair gezicht. Na de fotoshoot kunnen we onderaan de waterval nog even zwemmen in een poel waar het water zich verzameld. Helaas is het water maar een paar cm koud. Na de verfrissende duik gaan we weer vol goede moed op weg, dit keer bergopwaarts. Om 14:00 uur zijn we weer terug bij de truck die ons vervolgens naar onze lunchstop brengt. Na de lange wandeling en de verfrissende duik smaakt deze lunch extra lekker. Na de lunch klimmen we weer in de truck voor de terugtocht over de achtbaan van asfalt.

Bij terugkomst in Trinidad maar weer even naar het busstation om tickets naar Camagüey te halen. We hadden het gisteren ook al geprobeerd maar toen was de kassa die de tickets moest uitspugen kapot. Ook nu blijkt de kassa nog niet te werken maar we kunnen de kaartjes gelukkig reserveren.
We strijken neer op het terras van bar Daiquiri en nemen een hard verdiende mojito.
Dat gaat er in als ketellapper.
’s Avonds eten we bij restaurant Trinidad Colonial waar weer veel lekkers op de kaart staat. Jammer genoeg hebben ze de helft niet in huis maar er blijft gelukkig genoeg over.

Zaterdag 1 november

Op onze laatste dag in Trinidad gaan we al weer vroeg op pad. Eerst postzegels halen en dan euri’s wisselen. Dat laatste lukt niet bij de Cadeca waar we meestal wisselen, dus moeten we op zoek naar een andere bank. Na het wisselen gaan we nog even een paar overzichtsfoto’s van Trinidad maken. Vanaf een toren bij een voormalige villa van een suikerbaron hebben we bij het zachte ochtendlicht een ideale geschuttoren.

Hierna gaan we terug naar onze casa, schrijven nog wat kaarten, trekken vervolgens de zwemkleding aan en gaan de middag weer in onze kuil op het strand liggen. Wat hebben we het toch zwaar.
’s Avonds eten we bij een paladar, een privewoning waar eten wordt geserveerd. De bediening is een beetje John Cleese-achtig en we zitten gezellig op een patio met een multivrucht met rum. Het eten smaakt super.
Als we terug zijn in onze casa pakken we alvast de rugzakken want we moeten morgen al om 7:00 uur op het busstation zijn.

Cuba 1

Woensdag 22 oktober

Martinair had kosten nog moeite gespaard voor onze vlucht naar Havana. De “Koningin Beatrix” was speciaal voor deze vlucht gespoten in de kleuren waarmee deze maatschappij 50 jaar geleden was begonnen. Martin’s Air Charter vertrok mooi op tijd en de piloot beloofde ons een vlucht van 10 uur en 37 minuten. Dit lijkt lang en dat is het ook. Maar dankzij Rene zaten wij wel op de beste stoelen in het vliegtuig: 21a en 21b hadden minimaal 2 x zoveel beenruimte als degenen die voor 49 euro comfort class hadden geboekt.
Gelukkig zaten er veel Russen aan boord want die toverden het middendeel van het vliegtuig om tot een gezellige stamkroeg waar zij hun voorraad taxfree drank wegspoelden. Geheel tegen alle regels in en na een paar waarschuwingen van de purser hielden ze er dan toch maar mee op. Een enkeling zagen we daarna nog wel met blikjes Heineken naar de wc lopen en we denken niet dat ze het goudgele nat door de wc gingen spoelen, althans niet voordat het ook de blaas was gepaseerd.

Het ging allemaal heel snel op Aeropuerto José Marti, de luchthaven van Havana: visa afstempelen, even lachen voor de foto, tassen van de band plukken en voor we het wisten zaten we al in de taxi naar hotel Sevilla. Als we meteen de sfeer van het Havana uit de tijd van Hemingway hadden willen proeven, hadden we natuurlijk in een mooie Plymouth of Cadillac uit 1951, het jaar waarin Hemingway The old man and the sea schreef, dit ritje moeten maken, maar de Lada-taxi was ook niet slecht.
In het hotel hebben we nog even een drankje genomen en zijn toen gaan slapen. Ons lichaam stond nog ingesteld op Nederlandse tijd en daar was het inmiddels 02:30 uur.

Donderdag 23 oktober

’s Nachts zijn we omgeschakeld, maar om 07:00 uur Cubaanse tijd (13:00 uur bij jullie) waren we toch echt uitgeslapen. Het ontbijt was goed en daarna zijn we eerst de bustickets naar Viñales gaan reserveren. Het kantoortje van Viazul ligt erg ongelukkig buiten het centrum maar gaf ons wel mooi de gelegenheid om Havana te voet te ontdekken. Het warme vochtige klimaat gaf ons wel het gevoel alsof we met een klamme deken om onze schouders liepen.

Havana staat vol met mooie koloniale gebouwen, hoewel er ook veel vergane glorie tussen zit. Er hangen ook veel billboards op de gebouwen, maar in plaats van reclame voor een of ander internationaal merk, staat er dan een revolutionaire leus op als: Hasta la victoria, Siempre!

Op straat zien we veel oude Amerikaanse sleeën waar het verhaal van de vergane glorie ook voor geldt, maar het blijft een fantastisch gezicht om de mooie gekleurde bakken door de avenida’s te zien rijden. Ook de aanwezigheid van de gele VAD-bussen in het verkeer is opmerkelijk en sommige hebben de nederlandse bestemming er nog op staan; Zelzate, Hilversum en Amersfoort is hier toch een heel eindje uit de buurt.

’s Middags willen we even binnenwippen bij de Bodeguita del Medio, de stamkroeg van Hemingway, maar het is er zo vergeven met dagjestoeristen dat we dat later nog maar eens proberen. De rest van de middag slenteren we door de straatjes van Cuba en genieten van de Caribische sfeer steeds vergezeld van alom aanwezige salsamuziek.
’s Avonds eten we bij la Bodega de Murulla waar we tijdens het eten worden begeleid door een Cubaans cocktailtrio die ook die heerlijke salsa muziek spelen. Trouwens je kunt geen bar of restaurant binnengaan of er staat wel een cocktailduo, trio of kwartet muziek te spelen. Na het eten gaan we nog even langs de Bodeguita del Medio en deze keer kunnen we zonder problemen een mojita bestellen; een heerlijk slaapmutsje.

Vrijdag 24 oktober

Vandaag onze vuurdoop voor het vervoer per Cubaanse bus. We moesten ons een uur voor vertrek melden bij het Viazul busstation. Door het drukke verkeer en de in staat van ontbinding verkerende Lada-taxi waren we iets te laat maar we mochten toch mee. De Cubanen zijn blijkbaar niet zo moeilijk.
De bus vertrok netjes op tijd, iets wat we op onze vakanties niet gewend zijn. De stoelen in de bus zijn ook helemaal goed; het leek wel of je op een pluche bank zat.
Minpuntje was de airco, het was net of we met de koelwagen van Mora werden vervoerd en nu weten we ongeveer hoe Irene Moors zich moet hebben gevoeld. Gelukkig hadden we onze jassen bij ons en onze bergschoenen aan. Onderweg zien we de schade die Ike heeft veroorzaakt, bomen ontworteld, daken verdwenen en arm-dikke bamboe geknapt als een rietje. Tegen dit natuurgeweld is weinig bestand.

Na 4 uur chillen zijn we op plaats van bestemming waar we worden opgewacht door hordes vrouwen die een casa particulare runnen. Het was vechten om de toeristen en wij hebben gekozen voor Teresa van Villa Victorina y Teresa. Het patiobungalowtje oogt gezellig met een paar schommelstoelen onder de veranda, maar omdat we geen tijd willen verspillen hebben we snel onze spullen in de kamer gegooid en zijn teruggelopen naar het centrum van dit piepkleine dorpje waar we eerst de bustickets voor de terugreis hebben gekocht en in al ons enthousiasme gelijk een wandeltochtje voor de middag geboekt.

Om 15:00 uur ’s middags gingen we met Youri op pad. Helaas begon het na 5 minuten te regenen van het type “tropische bui” en dat kwam de te lopen route niet ten goede. Glibberend en glijdend met kilo’s klei onder de schoenen probeerden we overeind te blijven. Na een uur stopten we bij een tabaksboertje, want in dit tabaksgebied van Cuba, mocht deze sigaar-rol-les niet ontbreken. De sigaren werden vers gerold en we hebben er goed aan getrokken, een mooi gezicht zo’n grote knar in je mond. Na deze les in sigaar-rollen zijn we weer terug geglibberd naar Viñales. We hebben nog maar weinig kunnen genieten van de bijzondere omgeving maar daar hebben we morgen nog een hele dag voor.

Terug bij ons huis verruilen we onze met modder besmeurde schoenen en kleren voor schone om vervolgens in de schommelstoel bij te komen terwijl Teresa de maaltijd bereidt. Deze maaltijd is overigens het beste wat we tot op heden hebben gehad: een heerlijke gefrituurde kip met rijst en zwarte-bonensaus vergezeld van komkommer en mini frietjes. Ter afsluiting was er nog een fruithapje.

Zaterdag 25 oktober

De zaterdagochtend begon veelbelovend met zonnig weer. Als eerste wilde we van het uitzicht over Viñales e.o. gaan genieten en daarvoor liepen we 2 km. omhoog naar hotel La Ermita. Vanaf hier kregen we een goed beeld van het bijzondere landschap. Na het nuttigen van een locale frisdrank gingen we weer bergafwaarts.
Omdat het weer gisteren niet meewerkte hebben we nog een klein stukje van de route overgedaan en het ziet er met zonlicht toch veel beter uit.

Terug in Viñales hebben we onze vochthuishouding weer op peil gebracht en nadat we het gevecht van de casa-eigenaressen om de verse toeristen uit Havana hadden gadegeslagen besloten we voor de middag fietsen te gaan huren.
We gingen eerst noordwaarts en fietsend krijg je gelijk een betere indruk van dit bijzondere landschap met de Mogotes overal om je heen. Deze hoekige heuvels zijn ontstaan doordat de ondergrondse rivieren de kalksteen, waaruit dit gebied voornamelijk bestaat, heeft weggesleten. De grotten die hierdoor zijn gevormd stortten vervolgens in wat leidde tot dit karakteristieke landschap.
In deze omgeving vind je ook de schuilplaatsen van de slaven die waren gevlucht van suikerplantages. Dit zijn meestal grotten die in de Mogotes zijn ontstaan en in één van deze grotten hebben we een kijkje genomen. Daarna gingen we terug naar Viñales om onze fietstrip westwaarts te vervolgen. De reis ging naar een bijzonder stukje kitsch: de Mural de la Prehistoria, een 120m brede en 60m hoge muurschildering die de evolutie moet verbeelden, Rob zou bijna gaan geloven……

Hierna gingen we weer terug naar Viñales en we waren er geen minuut te vroeg want we hadden onze fietsen nog maar net geparkeerd of de sluizen boven ons gingen open. Nadat we het meeste water hadden afgewacht gingen we weer op weg naar onze casa en toen merkten we dat we de zon die we vandaag hebben gezien behoorlijk had toegeslagen. We hadden er een mooi setje Eef Klopman-armen aan overgehouden. Terug bij de casa hebben we weer plaats genomen in de schommelstoelen in afwachting voor ons diner-voor-twee.

Zondag 26 oktober

Zondag is rustdag en daarom kruipen we maar in de schommelstoelen. Voor de Cubanen is zondag wasdag als je naar de volle waslijnen in de voortuintjes van de casa’s kijkt. Rond 10:30 uur lopen we nog even naar de hoofdstraat en onderweg zien we dat zelfs de zondagsmis in een casa gehouden kan worden. Ook de mis bij de kerk van Viñales vindt op een alternatieve plek plaats. De plastic kuipstoeltjes staan nl. vóór de kerk opgesteld omdat de kerk teveel in verval is geraakt. We komen er toevallig achter dat de klok niet alleen in Nederland een uur terug is gegaan maar ook Cuba doet hier aan mee.
Na het bijwonen van de mis genieten we nog van Cuba’s volkssport nr. 1: honkbal. We aanschouwen de lokale helden op een achteraf veldje en na 1 slagbeurt gaan we terug naar de casa om onze spullen op te halen voor de terugreis.
De bus is wederom mooi op tijd en rond 17:30 uur komen we aan in een regenachtig Havana waar we snel onze hotelkamer opzoeken en vervolgens een hapje gaan eten in de stad.

Ethiopie 7

Donderdag 8 november

Vanaf Jinka naar Key Afar is de weg bekend terrein. In Keya Afar bezoeken we de markt waar veel Banna volk rondloopt. De mannen dragen veel gekleurde kraaltjes wat het leuk doet op de foto. De vrouwen dragen een halve kalebas op hun hoofd en ook dat ziet er kittig uit.

Na Key Afar een stukje hobbelweg dat we nog niet gezien hebben. We lunchen in Weyto in het restaurant waar we op de heenweg ontbeten hebben. We nemen maar weer eens rijst met Shiru en wat tomatensaus: heerlijk!
Vanaf Weyto naar Konso is wederom bekend terrein en na Konso gaan we rechtsaf richting Yabelo. In Konso informeren Yabi en Abel nog even naar een stammenconflict in deze buurt, maar we zullen er geen last van hebben.
Het gebied waar we doorheen rijden wordt bevolkt door de Borena een nomadenvolk met grote kuddes vee van soms wel 1000 stuks. Ook zien we veel kamelen die tot de veestapel van de Borena behoren. De Borena mannen lopen bijna allemaal met een wapen, blijkbaar hebben ze dat nodig voor het lopende conflict.
Yabi scheurt alsof de duivel hem op de hielen zit, we weten niet of het stammenconflict hier de oorzaak van is of dat hij extra punten wil halen in deze klassementsproef van het WRC in Ethiopië.
Het gebied waardoor we heen rijden lijkt iets op dat tussen Turmi en Omorate; veel acaciabomen en struiken krijgen soms wat kleur van de termietenheuvels die overal bovenuit steken.
Om 17:30 uur zijn we in Yabelo waar we het helaas weer zonder warm water moeten stellen. Morgen maar weer in Awassa.

Vrijdag 9 november

Onze organen krijgen tijdens de rit naar Awassa minder te verduren dan de afgelopen dagen want vanaf nu is het asfalt. We scheuren in 5 uur naar Awassa en stoppen slechts voor een ananassapje.
De omgeving is prachtig maar we zien niets nieuws: acacia’s, koffiestruiken, suikerriet en valse bananenbomen, termietenheuvels, kamelen, koeien, hutjes, kleurrijke bevolking en dorpen die van bovenaf op één grote metalen golfplaat lijken.
In Awassa kan na meer dan een eindelijk de baard eraf (bij Rob) want er is warm water bij de wastafel.
Awassa is een grote stad en hier zien we weer die dingen die we lang niet gezien hebben: taxi’s, internetcafé’s, brede straten en druk verkeer.

’s Middags lopen we met Abel langs het Awassameer. Hier vindt je de meeste vogels die elders in Ethiopië ook voorkomen en we worden weer een stuk wijzer……….

Abel wijst ons nog op een groot hotel dat aan de waterkant gebouwd wordt. Is van Gebre Selassie zegt Abel. We hadden gedacht dat er geen droog brood te verdienen was met hardlopen. Misschien toch een carrière-switch.
Nadat we zijn uitgekeken op de vogels gaan we met Abel naar zijn 2-kamerstudio om onze foto’s over te tanken. Hij vindt ze erg mooi en loopt er al vanaf het begin af aan over te zeuren dat hij ze graag wil hebben. Helaas kost het ons te veel tijd om een kaartje van 1 GB over te tanken dus we beloven hem een DVD met de foto’s toe te sturen.
’s Avonds eten we niet bij het hotel want er is keuze zat in Awassa en we eten bij een restaurant dat is aangeraden door de reisleidster van Koning Aap (Belgie).

Zaterdag 10 november

Voordat we naar Addis rijden bezoeken we nog even de vismarkt van Awassa. Het is weer eens volledig anders dan we ons voorstelden. Geen grote vissersboten of kratten met vis in ijs, maar vissers met roeibootjes die de hele nacht op het meer hebben gelegen en ‘s-ochtends terug roeien om de gevangen vis te verkopen. De koers was 6 vissen voor 1 birr vandaag.
Je kunt ze trouwens gelijk eten als je wilt, als een haring, rauw (zonder uitje met chili).

We lopen met Abel nog even verder langs het water en krijgen ons laatste college watervogels.Terug bij het hotel nemen we afscheid van Abel. Hij woont in Awassa en we vinden het niet nodig dat hij op en neer naar Addis gaat om ons op het vliegveld te droppen.
We douchen nog even en om 10:00 uur staat Yabi klaar om ons naar Addis te rijden. De rit brengt weinig nieuws en nog een stevige lunch in Debre Zeit aan het meer komen we om 16:00 uur in Addis aan.
We moeten nog even snel een paar souvenirs op de kop tikken en gaan met Yabi naar de Merkato. We hebben al veel bazaars gezien in Noord-Afrika maar dit slaat alles. Men zegt dan ook dat dit de grootste is. Het lukt ons hier om 1 souvenir te kopen en rijden vervolgens naar het stadion om het laatste souvenir te scoren.
Om 18:00 uur zijn we weer terug bij af: het Ghion hotel. We drinken wat en sturen een laatste email.

Zondag 11 november

Eind van een fantastische vakantie in een fascinerend en mysterieus land met een vriendelijke bevolking.
Net na 20:00 uur zet Yabi ons af bij Bole airport voor vlucht KL 543 naar Amsterdam.

Ethiopie 6

Zondag 4 november

Om de hitte een beetje te vermijden gaan we weer vroeg op pad. Over een stoffige weg rijden we naar Weyto waar we een ontbijtje nemen; voor de verandering een gebakken ei met brood en kaneelthee.

Voordat we ontbijten stoppen we nog even om de waga’s te bekijken. Dit zijn houten grafmonumenten die op de graven van de “helden” van het dorp werden gezet. Ze lijken wel wat op kleine Paaseiland beeldjes. Omdat de waga’s geliefd waren bij de antiquairs werden ze uit de dorpen gestolen en om dit verder te voorkomen zijn de laatste waga’s centraal bij één gemeenschapshuis geplaatst.

Na het ontbijt hebben we onze eerste ervaring met een lokale stam: de Arebore. Ter hoogte van het dorp springen de jongeren als Boliviaanse struikrovers naar de jeep. We hebben nauwelijks de deuren open of het gaat van “me photo, me photo, 1 birr, 1 birr, 2 birr….”
Abel heeft veel moeite het dorp in toom te houden en stuk voor stuk nemen de dorpelingen poses aan in de hoop dat je een foto maakt want dan kunnen ze gelijk afrekenen. Abel probeert met één van de stamoudsten een afspraak te maken over hoe we dit dorpje een beetje kunnen bekijken, maar heeft weinig succes (dat deze ouderling om 11:00 uur al dronken is helpt niet echt).
De foto’s maken hier gaat net zoals je op de markt de mooiste vis uitzoekt of bij de slager de beste biefstuk. Er wordt een koppeltje modellen op een rijtje gezet, je wijst aan welke je wilt fotograferen, de rest gaat aan de kant, je maakt de foto en kunt gelijk afrekenen. Beetje gênant gebeuren en we zitten dan ook alweer snel in de jeep.

Rond 12.30 uur komen we aan bij onze lodge en de teleurstelling is groot bij het zien van deze bouwval, maar ach eigenlijk hadden we niet veel anders verwacht, in Jinka zal alles beter zijn (toch?). We lunchen bij een tourist hotel in Turmi en voor de verandering nemen we spaghetti. Dat smaakt in ieder geval goed. In de namiddag gaan we met Abel bij een Hamar familie op bezoek. Moeders komt net thuis als wij aan komen lopen en we maken kennis. Veel stelt het communiceren niet voor want het plat apeldoorns lijkt niet veel op het hamar en engels helpt je hier ook niet veel verder. We worden uitgenodigd in de hut en ze zet gezellig koffie, of eigenlijk slap aftreksel daarvan want ze gebruikt niet de koffieboon maar de schil van de koffieboon. Even later komt ook pa binnen en we kwebbelen er wat af. We vragen hoeveel vrouwen hij heeft, waar dat leuke bankstel vandaan komt en of ze nog van plan zijn uit te bouwen.
De tijd vliegt en voor we het weten is het al weer tijd om te gaan. We nemen afscheid, bedanken voor de gastvrijheid en het kalebasje koffie en lopen terug naar de lodge. Dankzij de vriendschap van Abel met de heer des huizes was dit bezoek gelukkig geen toeristische attractie. Terug bij de lodge zijn we ineens een stuk milder over deze bouwval, de hamar moeten het met nog veel minder doen.
Als we ’s avonds eten bij het touristhotel barst de hemel open en hoewel de regentijd eigenlijk voorbij is krijgen we toch nog een enorme bak water.

Maandag 5 november

’s Ochtends zien we dat er ook vannacht nog een tropische bui is overgekomen. Op weg naar het touristhotel voor ons ontbijtje moeten we de nodige plassen ontwijken. Het is nog bewolkt, maar de zon doet al wel voorzichtig zijn best.
We moeten vanochtend eerst 5 kwartier rijden dus die bewolking komt ons best goed uit. We gaan naar Omorate een plaatsje op 30 km. van de Keniaanse grens en gelegen aan de omo-rivier.
Aan de andere kant van de rivier woont de Dassanech stam die we ook met een bezoekje gaan vereren. De weg naar Omorate is hobbelig en droog maar Yabi heeft de vaart er goed in. De omgeving wordt gedomineerd door stekelig struikgewas met hier en daar de karakteristieke acacia met zijn platte kruin. Metershoge termietenheuvels steken als schoorstenen omhoog tussen het struikgewas. Voor ons duiken dik-dik’s, gazelles en bavianen het struikgewas in.

Als we bij de omo-rivier aankomen steken we over in een uitgeholde boomstam. Er is niet veel ruimte, maar onze bevallige billetjes passen in deze “boot”. Er stabiel vaart zo’n stammetje niet, maar al na een 5-tal minuten zijn we aan de overkant van deze 50 meter brede rivier.

Bij de Dassanech geen overval en geen geschreeuw om foto’s en birr’s. We lopen een paar minuten en komen bij het dorpje van deze nomadische stam. De hutjes zijn veel eenvoudiger omdat ze elke paar maand verkassen. Geen plaats voor een open haard of een zolder waar de spullen bewaard kunnen worden zoals bij de hamar waar we gisteren waren.
We lopen wat rond in het “dorp”, schieten wat plaatjes (waar we overigens wel voor moeten betalen maar het gaat veel gemoedelijker) en keren vervolgens terug naar de rivier om ons weer in de boomstam te wurmen. We dobberen naar de overkant en gaan terug naar Turmi waar we nog de maandagmarkt zullen bezoeken.

In Turmi aangekomen lunchen we eerst nog bij het touristhotel. Er is weinig variatie in restaurantjes: er is het touristhotel of het touristhotel. Je zit hier dan ook in een uithoek van de wereld en we moeten niet teveel noten op onze zang hebben.

Na de lunch gaan we naar de lokale hamarmarkt. Een betrekkelijk kleine markt, maar waar het vol is met de Hamar met hun prachtige haardracht. De vrouwen mixen een kleiachtig goedje door hun haar waarna ze pijpenkrulletjes draaien en het haar er uitziet als koperkleurige dreadlockjes. De mannen mogen ook een beetje kleien met hun haar, maar dan moeten ze wel eerst een groot wild dier of een man van een andere stam gedood hebben.

Na de markt gaan we even terug naar onze eigen lodge en nemen een ijskoude douche, best lekker nu het weer tegen de 40 graden loopt.
Voor het avondeten zijn we weer paraat in het touristhotel en het is er weer vol met toeristen vanavond en dat is niet zo gek want dit is de enige tent die pasta en rijst serveert. We krijgen van Yabi en Abel een kadootje: een ministoeltje, annex plasstoel, annex neksteun, annex make-up doos, annex sleutelhanger, annex sexhulpmiddel (geïnteresseerden kunnen later om uitleg vragen). Er leuk, hadden we zelf ook al naar gekeken en het is iets wat hier door de mannen overal wordt meegedragen.

Dinsdag 6 november

Via een zanderig weggetje door de met de bos bedekte heuvels van het hamargebied, rijden we vandaag eerst naar Dimeka om de kleurrijke dinsdagmarkt te bezoeken. We zijn helaas te vroeg voor de markt en kijken even rond hoe deze opgebouwd wordt. Om 11:00 uur rijden we door en na Key Afar te hebben gepasseerd klimmen we langzaam naar de koelere en groenere hooglanden van Jinka waarbij we het gebied van de Banna-stam passeren.
De lodge in Jinka is van redelijke luxe: een boiler (dus warm water) en een wc mét wc-bril die nog doorgetrokken kan worden ook. We lopen even door Jinka en bewonderen de landingsbaan midden in het dorp. Op deze grasstrook van zo’n 30 meter breed landt elke week een vliegtuig. Je mag hopen dat ze dan al het vee er vanaf gehaald hebben.
’s Avonds blijkt de lodge de zaakjes toch zo goed voor elkaar te hebben. De handdoeken zijn nog nat vanwege de nachtelijke regenbuien die we hier als een staartje van de regentijd beleven en blijkbaar hebben ze hier geen grote voorraad handdoeken. In het restaurant blijkt bovendien alle frisdrank uitverkocht te zijn en dat je dan even een paar flesjes in het dorp kan halen komt niet bij ze op.

Woensdag 7 november

De volgende ochtend blijkt dat het weer behoorlijk geregend heeft ’s nachts. We zijn benieuwd hoe de paden in Mago National park zullen zijn.
Om 8:00 uur staat de jeep weer klaar bij de lodge en we gaan op weg. Voorzichtig rijdt Yabi door de kleine stroompjes die vannacht zijn ontstaan. Het Mago National park is heuvelachtig en groen, maar veel wild zien we niet. Een paar dik-dik’s wat bavianen en een aantal roofvogels zijn het enige wil dat we spotten, maar het “wild” waar we vanochtend voor op pad zijn gegaan is de koortslipstam, de Mursi. De Mursi zijn de bekendste van alle Ethiopische volkeren dankzij een aantal tv documentaires. De bekendste tradities zijn de heftige stokgevechten door de mannen en de lipplaat die de vrouwen dragen.

We zijn vanochtend gelijktijdig op pad met de groep van Koning Aap Belgie en even later blijkt ook dat we naar hetzelfde mursi-dorp gaan. Bij het dorp aangekomen is er ook nog een groep bejaarden Italianen gearriveerd.

De Mursi doen hun best om gefotografeerd te worden en hebben vanochtend extra hun best gedaan achter de make-up spiegel. Gelukkig is het ook hier niet zo erg als bij de Arbore, onze eerste kennismaking met de Zuid-Ethiopische stammen een paar dagen geleden, maar wel even afrekenen naar elke foto. We tikken ook nog even een originele lipplaat van één van de Mursi-vrouwen op de kop en laten haar met een enorme hanglip achter.

Wanneer we door onze 1 birr biljetten heen zijn stappen we weer in en gaan op weg. Als we de ramen van de jeep opendoen schieten de tsee-tsee vliegen als F16’s onze jeep binnen op zoek naar vlees. We waren al voorbereid dat ze in Mago National Park in grote getallen voorkomen maar op de heenweg hadden we er geen last van gehad. Nu waren we wel even bezig met het verjagen en doodmeppen van deze killer-fly.
In Jinka bezoeken we nog het etnologisch museum dat hier door een Duitser is opgericht. Het geeft een prachtig overzicht van alle volken, gewoontes en gebruiksvoorwerpen.
’s Avonds nemen we een heerlijke hamburger bij het hotel waarna we een warme douche hebben en gaan slapen voor de lange reisdag naar Yabelo.

Ethiopie 5

Woensdag 31 oktober

Gisteravond was er nog iets te doen rondom een millennium miss-verkiezing (je weet nog wel het is hier net 2000). Het was een komen en gaan, over het algemeen mooie, lange, dunne meiden. Na 2 blote kerels voor Diana, was Rob nu aan de beurt en het was nog lang onrustig in het hotel……

Vanochtend hebben we ruim een half uur zitten wachten op onze jeep, pas om 8:00 uur waren ze er. Het gezelschap zou worden uitgebreid met Abel onze gids voor het zuiden en we hoopte maar dat dit geen regel zou worden met hem. Abel is een relatief jonge gozer met dreadlocks.

Door het drukke verkeer duurt het tot 9:00 uur voordat we Addis achter ons laten.We zien al snel dat we een heel andere wereld binnen rijden. Niet meer het groen, bergachtige zoals in het noorden, maar vlak en droog met grote velden tif, de belangrijkste grondstof voor injera, die geoogst wordt.
Onderweg stoppen we bij een paar kratermeren en zien daar pelikanen, maribu, ibissen en andere watervogels. We merken goed dat er een gids aan boord is; elke boom, vogel en plant hebben ineens een naam en we worden bijgepraat over de toekomst van Ethiopië, exportproducten en het verband tussen Ethiopië, rasta en Jamaica.

’s Middags bezoeken we het Abiata-Shalla national park. Bij de twee meren Shalla en Abiata zien we flamingo’s en in de rest van het national park zien we nog veel meer vogels die we nu dankzij Abel kunnen benoemen.
’s Avonds slapen we in een afgelegen lodge aan het Langanomeer. Vlak voor de afslag naar de lodge ligt een doodgereden wrattenzwijn, waar een hele groep gieren omheen zit een hapje te eten. We merken dat we zelf ook trek hebben gekregen.
Voor het eerst voelen we ons bij deze lodge een beetje uitgebuit als we wat drinken bestellen, maar voor Nederlandse begrippen is het nog steeds spotgoedkoop.
We lopen nog even over het strand van Lago langano en vragen ons af of Lago Maggiore net zoiets zal zijn. We zullen het volgend jaar weten.

Donderdag 1 november

We worden heerlijk uitgeslapen wakker op ons prinsessenbed met klamboe. En als de auto-piet en de rasta-piet net voor 7:30 uur aankomen staan wij al klaar voor vertrek.
Als we een paar minuten onderweg zijn kijken we nog één keer over onze schouder en zien de 3 meren Shalla, Abiata en Langano in de verte verdwijnen.
De eerste grote plaats waar we doorheen rijden is Shashemene en hier moeten de 4 jerrycans die op het dak van de jeep staan weer worden bijgevuld met benzine. In het zuiden zijn de tankstations blijkbaar schaars dus moet je wat voorzorg nemen.
Net voor Shashemene woont de rastagemeenschap van Ethiopië. Dit zijn over het algemeen uit de Cariben teruggekeerde rasta’s die hier, in het land van de voorvaderen grond kunnen krijgen. Het aantal Bob Marley klonen dat wij zien valt wat tegen, maar dat komt waarschijnlijk dat wij hier te vroeg passeren.

Het is een echte reisdag waarin behoorlijk wat kilometers gemaakt moeten worden. We lunchen in Sodo bij een hotel van dezelfde keten waar we afgelopen nacht geslapen hebben. Ook hier wat chagrijnige bediening; is zeker een functie-eis. Bovendien moeten we 3 kwartier op ons bordje rijst met spaghettisaus (?) wachten.

Na de lunch ging de rit verder richting Arba Minch. De verschillen met het noorden zijn enorm. Hier heb je echt het gevoel dat je in een Afrikaans land reist, terwijl de omgeving in het noorden ook uit de Himalaya had kunnen komen.

Onderweg krijgen we nog uitleg over de bewegwijzering naar eetgelegenheden en bars. Wanneer je een etensbord op een houten stok ziet staan is daar een restaurant te vinden. Een kopje op een stok betekent dat er achter de bosjes een drinkgelegenheid is en wanneer het een geel kopje is dan hebben ze het locale honingbier.

Aan het eind van de middag bezoeken we Chencha, een dorze dorpje. We hebben geluk dat het vandaag marktdag is en lopen er even rond. Daarna een rondleiding bij een origineel dorze-hutje. In de vorm van een olifantenkop (close-up) en zo’n 8 meter hoog zien ze er indrukwekkend uit. Wel een beetje een openluchtmuseum gevoel, maar leuk om gezien te hebben.
Hier kopen we ook ons 1e souvenier: een uitgehold kalebasje dat hier als beker gebruikt wordt.
Rond 17:30 uur arriveren we bij ons hotel waar we 2 nachten zullen slapen.

’s Avonds eten we hier ook en het is net een Nederlandse enclave. Koning Aap, Shoestring en Koning Aap (Belgie) slapen ook in dit hotel. Bij de shoestring groep, die we al vaker ontmoet hebben was er enige spanning merkbaar, en bovendien was hun gids inmiddels vervangen. dit laatste verbaast ons niets want in Bahir Dar hadden wij al in de gaten dat deze man niet spoorde. Wat heerlijk toch om saampjes te reizen.

Vrijdag 2 november

Het Nechsar National park ligt om de hoek dus we stappen pas om 8:15 uur in de jeep. Eerst even tickets halen en dan rijden we al snel in dit national park dat met geld van een Nederlandse investeringsmaatschappij is opgezet.
We moeten al snel het eerste wild ontwijken, bavianen, eekhoorn en dik-dik’s (niet te verwarren met Dickie Dik) en de beruchte tsee-tsee vlieg (zie ook Suske en Wiske en de Schone Slaper) die met enige regelmaat onze jeep binnenvloog. Hoewel in Ethiopië de tsee-tsee niet de gevreesde slaapziekte overbrengt (zeggen ze) geeft het ons wel een mooi excuus als we straks tijdens één of ander overleg zitten in te dutten.
Deze grote vlieg is overigens niet met een gemiddelde vliegenmepper van de Blokker te pletten. Hij heeft een veel harder skelet dan de gemiddelde strontvlieg en je hebt dus meer aan een goede klauwhamer.

Het paadje waar we over rijden is nog veel slechter dan de slechtste weg to zover maar gelukkig hebben we allebei een shockabsorber en je moet hier niet te snel gaan want anders mis je misschien wat. Een uurtje verderop komen we op de savannes waaraan zijn park zijn naam dankt: Nech Sar = witte gras. 

Hier zien we ook zebra’s, antiloppes, duku’s, zebra’s, de grootste vliegende vogel waarvan ons de naam even ontschoten is, zebra’s en nog een paar zebra’s. Het is een prachtige omgeving gelegen aan het Chamomeer en het Abayameer, het grootste meer van de riftvallei dat we gisterenmiddag al links hebben zien liggen.
Rond 13:30 lunchen we in een concurrerend hotel in het centrum van Arba Minch. Eigenlijk veel beter dan zo’n afgelegen lodge, hier heb je alles bij de hand, internetcafé, winkels en een heerlijk terrasje om te eten.

Aan het eind van de middag gaan we onze tweede boottocht van de vakantie maken. Dit keer niet op zoek naar kloosters en priester maar krokodillen en nijlpaarden. We lichten om 15:00 uur eerst de bootsman van zijn bed en gaan dan op weg naar het Chamomeer. Over dezelfde weg (onverharde) weg als morgen naar Konso zijn we in een kwartiertje bij het water. Er wordt een oude boot uit het riet getoverd, er komt ergens een motor vandaan en we zijn gereed. Nadat de motor 3 x is afgeslagen lijken we bij de 4e keer echt te gaan varen. Voor we het weten krijgen we de eerste nijlpaarden in het vizier. Een stuk of 4 die hun kop net boven het water tillen. Het lijken zo van die lieve beestjes, maar met meer dan 1000 kg. kunnen ze een verpletterende indruk achterlaten. Een stukje verder varen komen we bij een klein eilandje waar we een paar joekels van krokodillen in de zon zien liggen, vet geworden van de vele vis die in dit meer voorkomt. De bootsman houdt een respectabele afstand met deze dikzakken.
We varen nog een rondje om dit eilandje en zien overal krokodillen liggen of wegduiken in het water. Op eiland spotten we ook een paar apen, deze mogen wel uitkijken bij het water drinken want ze vormen de ideale éénhaps cracker voor deze krokodillen.
Na het rondje om het eiland varen we terug, onderweg zien we de nijlpaarden nog even boven water komen.
De zon staat al weer een stuk lager en met onze bakkus in de zon en de oogjes toe genieten we nog even van dit boottochtje.

Terug in Arba Minch laten we ons weer afzetten bij de concurrent om daar te gaan eten en toch nog even mails te beantwoorden. We spreken met Yabi en Abel af dat ze ons hier om 20:00 uur weer ophalen zodat we onze spullen kunnen pakken en klaarzetten voor de dag van morgen.

Zaterdag 3 november

Vandaag een korte etappe van 90 km naar Konso over een onverharde weg tussen de maïsvelden door. Deze regio is bekend vanwege zijn honing en we zien dan ook verschillende bomen waarbij de lokale imker zijn langwerpig gevormde bijenkorven hangt.
Onderweg springen steeds kinderen uit de struiken die dan hun lokale streetdance beginnen uit te voeren in de hoop op een aalmoes.

Rond 11:30 uur arriveren we in Konso waar we de keus hebben uit 2 hotels: een simpele schone en een simpele smerige (allebei alleen koud water). Diana mag kiezen……………
We lunchen bij het hotel waar we niet gaan slapen en spreken met Yabi en Abel af dat we om 16.00 uur naar New York gaan. Dit betekent wel dat we ons nog bijna 3 uur moeten vermaken en dat valt in deze “wereldplaats” nog helemaal niet mee. Gelukkig komen de twee om 15.30 uur alweer aanrijden.

We rijden naar New York, een rotsformatie die sterk doe denken aan Bryce Canyon in Amerika en ook op dezelfde wijze is ontstaan (water-erosie). Onderweg stoppen we eerst bij een markt waar veel Dorze volk rondloopt. De vrouwen zijn herkenbaar aan hun dubbellaagse rokken met vele kleurtjes. We proberen over de markt te lopen en moeten goed uitkijken dat we nergens op gaan staan. Iedereen zit dicht op elkaar gepakt en we worden gevolgd door een meute jeugd. Verschillende keren merken we dat ze aan willen aanraken; hoe voelt dat witte vlees. De mensen zijn hier erg vriendelijk en hebben blijkbaar nog niet al teveel toeristen gezien.
Hierna springen we weer in de jeep en gaan verder naar New York. Daar aangekomen staan er binnen enkele secondes weer een bootlading kinderen om ons heen, maar zij mogen niet mee met ons naar het uitzichtpunt.
De naam New York is een verbastering van new work. Toen een missionaris hier de boel aan het bekeren was en hij zag deze prachtige rotsformatie schijnt hij iets gezegd te hebben als: “new work for tourism“, dit is uiteindelijk verbasterd tot New York.

Onze laatste bestemming vandaag is Machekie, een oorspronkelijk Konso dorp waar ze nog steeds leven als hun voorvaderen. Rondom het dorp is een dikke stenen muur gestapeld en hier binnen heeft elke familie weer een kavel die is afgezet met sprokkelhout en stenen. In het dorp staan een paar gemeenschapshuizen waar alle jongens vanaf hun 12e slapen. Dit wordt gedaan om snel mankracht te kunnen mobiliseren, zoals bij brand of bij een aanval van een vijandige stam.
Na dit bezoekje gaan we terug naar de luxe van ons hotel en bestellen een omelet met brood, het enige wat er op de kaart staat vandaag.
’s Avonds in bed huilen we bij de gedachte dat we over een week op Bole ariport zullen staan.

Ethiopie 4

Vrijdag 26 oktober

In het programma stond dat het naar Lalibela een lange reisdag zou worden en dat is uitgekomen. We vertrokken om 7:20 uur, het eerste gedeelte ging over asfalt. Na een tweetal uurtjes rijden zijn we even gestopt voor de dagelijkse portie macchiato. Net toe we weer weg wilde rijden riep een agent naar Yabibal en vroeg hem of hij mee mocht rijden naar een ongeluk dat verderop gebeurd was. Een eigen politiewagen had hij blijkbaar nog niet verdiend. Nadat we de agent bij de plek des onheils er uit hadden gegooid, reden we nog even door om om 11:15 uur al weer te stoppen voor de lunch. Volgens Yabi zou er hierna geen restaurant meer komen dus we hadden weinig keus. Even een omeletje naar binnen gewerkt en na de lunch was het ook gelijk raak; rechtsaf de onverharde weg op.

Het Lastageberte waar we de hele ochtend al doorheen reden ging gewoon nog even verder, maar omdat we nu over de onverharde weg hobbelde was je je daar meer van bewust.
Overal zagen we kleine ronde hutjes met conische daken van riet langs de weg. Kleine gemeenschapjes van maximaal 15 hutjes. Zo leven ze hier blijkbaar.

Ook vandaag hebben we onze polsen weer los kunnen wuiven. Nu weten we een beetje hoe Bea zich moet voelen op prinsjesdag. Als de kinderen onze jeep zien komen rennen ze naar de weg om ons te begroeten, en in een vloeiende beweging draaien ze dan vaak hun handjes om in de hoop iets te krijgen. Zo lijkt het ook wel een beetje de intocht van Sint en witte Piet (zwarte pietjes lopen er al genoeg) alleen zijn we ons strooigoed vergeten.
Na 4 uur asfalt, 4½ uur onverharde weg, een tiental passen van ongeveer 3000 meter en enkele kilo’s stofhappen arriveren we in ons hotel in Lalibela. Eerst even een colaatje en een hapje Sheru met rijst.

Als we even later wat rondslenteren om de boel te verkennen komen we het Ierse stel tegen dat ook bij ons op de boot op het Tana meer zat. We praten wat bij en gaan daarna terug naar het hotel om te douchen. ’s Avonds nog een hapje eten waarna we als een blok in slaap vallen.

Zaterdag 27 oktober

Vandaag hebben we alle tijd om de rotskerken van Lalibela te bewonderen. Deze in de rots uitgehouwen kerken zijn aan één of meerdere zijden rondom losgemaakt van de rost en liggen als het ware in de rots (de foto’s zullen een hoop duidelijk maken).
Omdat het overdag behoorlijk heet wordt zitten we al vroeg aan het ontbijt en gaan we om 8:00 uur op weg. Eerst naar de ticket office en daar worden we pas echt wakker; voor de prijs van de kaartjes en gids kan een gezin naar de Efteling. Tel daarbij nog de extra kosten voor een videocamera van 300 birr(!) en dan kunnen ze met z’n alle ook nog een frietje speciaal nemen. Maar goed we waren hier nu toch……………….
Samen met de gids lopen we naar de eerste groep van kerken en wat we al van verre konden zien is van dichtbij nog erger: de steiger met daarop een dak verpest de goede blik op de kerken. Overal waar je staat waar een goede overview verstoord door metalen buizen. Jammer!
De kerken zelf zijn overigens een knap staaltje werk en de gids geeft uitgebreide uitleg van wat er overal mee bedoeld wordt. In de kerken is het erg donker vanwege de kleine raampjes maar dat levert een magische sfeer op. Soms hangen er eeuwenoude schilderijen in de kerken die hier nog een extra dementie aan toe voegen.

Bij elke kerk moet er een priester aan te pas komen om het heilige kruis van de kerk tevoorschijn te toveren. Ze gaan er dan goed voor staan zodat je ze kan fotograferen. Uit voorzorg tegen de flits wordt wel even een donkere zonnebril opgezet.

Na een uitgebreide bezichtiging van de eerste groep kerken gaan we naar de Bet Giorgis. Een korte wandeling brengt ons bij deze kerk waar geen steiger of dak is neergezet. Dit is waarschijnlijk ook de meest bekende kerk en de meest gefotografeerde kerk. De kerk is in de vorm van een kruis uitgehouwen en boven op het dak liggen er als het waren nog een tweetal kruizen op. We moeten even wachten tot de priester terug is van de markt en krijgen hier dan ook extra uitleg.

De priesters zijn populair rondom de kerken. Iedereen wil hun kruis kussen en dan bedoelen we het koperen of houten kruis dat ze altijd bij zich dragen. Elke keer hetzelfde ritueel: een kus op het kruis, het kruis tegen het voorhoofd en nog een kus op het kruis.
We gaan door naar de laatste groep kerken die in het teken staan van hemel en hel. Je moet er een beetje fantasie voor hebben, maar dan ontdek je hetgeen ze hebben willen uitbeelden. Helaas ook hier steigers en daken, maar we leren al aardig om het ijzerwerk heen te kijken. Het lijkt een beetje op de Sagrada Familia, ook een prachtig gebouw ondanks de hijskranen en steigers.

Na dit rondje rotskerken met hemelse uitleg gaan we zelf even naar de zaterdagmarkt. Het is een drukke en stoffige markt waar we als toeristen lekker onze gang kunnen gaan. Zal wel anders zijn in Bati.
’s Middags gaan we nog een keer terug naar de kerken om in alle rust plaatjes te kunnen schieten.

Wanneer we ’s avonds aan het eten zijn bij het hotel worden we aangesproken door een Engels stel dat vraagt of we later die avond meegaan naar een dienst die wordt gehouden bij de grootste kerk. Dit is natuurlijk een buitenkans en we spreken om 21:00 uur af.
Het is een bijzondere belevenis deze dienst, waarbij iedereen in witte gewaden rondloopt. Er wordt gezongen, gepraat en gedanst. Laten we hopen dat het op de video een beetje te zien is want het was er donker.

Zondag 28 oktober

Vanochtend gaan we om 7:45 uur op weg naar Kombolcha. Onderweg zien we dat er zelfs kerkdiensten langs de weg gehouden worden waarbij de priester onder een kleurrijke parasol zijn werk doet.
We drinken een bakkie thee in Gashema en als we willen wegrijden komt er weer een agent vragen om een lift.
De omgeving wordt nu echt vlakker, maar de weg tussen Gashema en Woldia roepen we met veel hoorngeschal en tromgeroffel uit tot de slechtste weg van Noord Ethiopië.

Om 13:00 uur lunchen we in Woldia. Yabibal had ons na de lunch asfalt beloofd maar het werd niet het asfalt dat we verwachtten; niet het gladde, op babiebilletjes gelijkende soort, maar een soort waarbij je aan oude mannen/vrouwen denkt: veel putten en gaten en erg veel ongelijkmatigheden.
Na een lange dag rijden arriveren we om 18:30 uur in het Rosa pension. Een korte inspectie van Diana maakte duidelijk dat we hier niet zouden gaan slapen. Dit was het type motel uit een goedkope Amerikaanse film waar mensen op lugubere wijze worden afgeslacht door een seriemoordenaar.

We zijn gaan eten in het Tekle hotel, het hotel waar we oorspronkelijk beide nachten zouden slapen, maar waar alleen morgen nog plek was. Daar aangekomen toch maar even gevraagd of er iets vrij is. Ze hebben alleen een 1 persoonskamer met een bedje van 1.20m breed, maar altijd beter dan het Rosa pension. Snel de tassen opgehaald bij Rosa en verhuisd naar Tekle waar we heerlijk geslapen hebben.

Maandag 29 oktober

Om 10:00 uur geen Yabibal terwijl hij altijd zo keurig op tijd is. Gelukkig komt hij even later toch aanrijden. Hij is hier in zijn geboortestreek en heeft bij zijn broer geslapen. Hij gooit de deuren open en verontschuldigd zich. Dit zijn z’n eerste strafpunten voor de fooi. We scheuren snel richting Bati, maar nog voordat we Kombolcha uit zijn staat de sterke arm der wet alweer te zwaaien. Dit keer een agente die wil meeliften. Het lijkt wel of het politiekorps op de hoogte is van onze route.

Als we in Bati aankomen is het al een gekkenhuis, de weg vol met marktgangers, kamelen en ander vee. Hier en daar een andere toerist maar ze zijn op één hand te tellen.
Yabibal parkeert zijn jeep bij een hotel en wijst ons de weg naar de markt. Het is weer bloedheet en als we bij de enorme mensenmassa aankomen spreken wij met Yabibal af dat we hem straks weer zien bij het hotel waar zijn jeep is geparkeerd. We gaan op ontdekkingsreis.

Er is ontzettend veel te zien. Kleurrijk geklede mensen die, beschut tegen de zon, onder een paraplu hun waar proberen te slijten. Er wordt van alles verkocht: groente en fruit, injeraborden, van oude olieblikken gemaakte voorraadbakken, uitgeholde kalebassen om de Albert Heijn zegels in te bewaren, veel kruiden waarvan met name de stof van de pepers ons op de keel sloeg. Teveel om op te noemen. Bovendien kon je een leuk kameeltje op de kop tikken voor in de achtertuin. Op de kledingafdeling was het lekker rustig. Hier liep nog wel (net als bij het klooster van Debre Libonas) een man in adamskostuum rond, er hing zeker niets voor hem bij.
Hoewel we waren gewaarschuwd om veel 1 biir biljetten mee te nemen voor de foto’s viel het hier nog reuze mee. Vervelender zijn de jochies die zogenaamd als gids met je over de markt lopen, maar niet veel meer uit kunnen braken dan: Ven Nisselrooi, Ven Persie, Fabrekas en nog wat namen van talentvolle ballers. Verwachten ze nog een fooitje ook……

Om 13.30 uur waren we terug bij het hotel waar Yabibal zat te wachten. Even een colaatje genomen en weer terug naar Kombolcha. Yabibal had inmiddels ontdekt waar een irritant piepje vandaan kwam als we reden. Het leek wel of er 80 kuikens op het dak zaten te bekvechten. Hij zou vanmiddag de gebroken stang van de dakdrager even lassen zodat we tijdens onze lange rit naar Addis niet gek zouden worden. Terug in Kombolcha zet hij ons af bij het internetcafé waar we een paar mailtjes beantwoorden. Daarna wat boodschappen gedaan voor morgen en nog even op een “terrasje” gezeten voordat we terug gewandeld zijn naar het hotel. ’s Avonds heerlijk gegeten in het Tekle hotel van een door ons zelf samengesteld Italiaans-Ethiopisch maal.

Dinsdag 30 oktober

Om 6.30 uur vertrekken we voor de laatste etappe van onze tour du Nord. De eerste 3 uurtjes gaan voorspoedig omdat het asfalt weer meewerkt maar daarna worden de wegen slechter en moeten we bovendien klimmen om het Mezezo gebergte over te gaan. Onderweg passeren we een paar grote plaatsen waar het enorm druk is. Zo ‘s-ochtends vroeg zien we de jeugd naar school lopen en in elk dorp betekent dit een ander kleur schooltenue. Als de jongens niet op school zijn lopen ze bijna allemaal in voetbalshirts uit de premier League. Ze tafeltennissen dan langs de kant van de weg of spelen er een potje tafelvoetbal.

Vandaag zien we ook weer iets wat we al een paar keer eerder hebben gezien: iemand wordt liggend op een bed door anderen gedragen. Het gaat dan om een zieke die door familie of vrienden naar het ziekenhuis wordt gedragen. Je moet wat, als je geen ambulance of ander vervoer kan regelen.
Rond 14:30 uur rijden wij Addis binnen en we zien nu goed hoeveel er in aanbouw is. Een opstopping en wat bochten verder zijn we weer in ons vertrouwde Ghion hotel. ’s Avonds nog even internetten en voor de verandering eten bij de chinees (!?) Morgen begint onze tocht door het zuiden van Ethiopie.

Ethiopie 3

Zondag 21 oktober

De dag begon prachtig, strak blauwe lucht, goed uitgeslapen in een normaal bed en ….. een auto die niet wil starten. Gelukkig wilde het halve dorp wel helpen duwen dus we gingen nog redelijk op tijd op weg. We konden vanuit de jeep nog even nagenieten van het landschap waar we gisteren liepen en ook de komende uren zou het beeld worden gedomineerd door een fantastisch berglandschap waarover een lappendeken was gedrapeerd; groene akkers met mais, bonen, en andere groenten worden afgewisseld met velden waar de geel bloeiende mesket wordt verbouwd, tel daarbij het slalommen tussen de kuddes koeien, schapen en ezels en het plaatje is compleet.

Het schiet niet op vandaag, de eerste 100 km gaan in 2½ uur en dat is dan ook een goed moment om even een bakkie te doen. Helaas is er alleen cola voorhanden dus doen we het daar maar mee.
De volgende 120 km hebben we nog eens 3 uur en 3 kwartier zitten hobbelen en omdat we inmiddels 1500 m gedaald zijn is het een stuk warmer geworden in de jeep.

Onderweg passeren we de grens tussen de Amhara regio en de Tigray regio. Er is een touw over de weg gespannen met een aantal verweerde plastic zakken eraan; simpel maar effectief. We zien al snel de verschillen tussen de regio’s: de vrouwen hebben duidelijk een andere kapper en in de dorpjes staan over het algemeen huizen die gebouwd zijn van steen dan de lemen huizen van de Amhara.

Na de lunch met vers gesneden frietjes (!) begonnen we aan de laatste 60 km naar Axum. Eerst nog even de jeep aanduwen en daar gingen we. Slechts 1½ uur hadden we voor deze afstand nodig en dat brengt het daggemiddelde op zo’n 35 km per uur, niet gek he……
We zijn gebroken als we ons hotel bereiken en laten de koude versnapering ons goed smaken. Morgen gelukkig een dagje zonder jeep.

Maandag 22 oktober

De site met de beroemde stellea (obelisken) van Axum zou om 8 uur opengaan en omdat het weer een warme dag beloofde te worden wilden we ook om 8 uur bij de poort staan. We zouden ons af laten zetten door Yabibal, maar de accu stond aan oplader dus gingen we met een lokale taxi.
De vrouw van de kaartverkoop had vanochtend niet zo’n haast, dus stonden we kwartiertje later dan gepland bij de site.

Het eerste wat hier opviel was het oerlelijke hek van glimmende golfplaten dat rondom een deel van de site stond. Vanwege restauratie werkzaamheden konden we maar op een deel van de site komen en het vervelendst was dat we ook niet bij de grootste nog overeind staande obelisk (niet te verwarren met die dikke die op jonge leeftijd in de pot met toverdrank was gevallen) konden komen.
Om de een of andere reden hadden we sowieso een andere voorstelling van deze site. De obelisken waren over het algemeen erg sober afgewerkt (behalve de twee grootste) en de site zelf was nogal knullig over en dat kwam niet alleen door de golfplaten.
De grote obelisk was overigens stijlvol afgewerkt en zou niet misstaan in onze (nieuwe) tuin. Helaas is de grootste obelisk van 36 m omgevallen en in stukken gebroken maar dat hebben wij niet gedaan, dit is waarschijnlijk al bij de oprichting gebeurd. De op één na grootste obelisk is ook fraai afgewerkt maar staat een klein beetje uit het lood.

Inmiddels was Yabibal al weer komen opdagen. Hij had een leenaccu gekregen en dus konden we mooi door hem naar de wat verderaf gelegen attracties toe. Eerst naar een uitzichtpunt vanwaar we de hele site nog eens konden overzien en daarna naar een Ethiopische versie van Rosetta’s stone. Als laatste bezoeken we nog twee tombes van vroegere koningen waarna we terug gaan naar Axum en ons af laten zetten bij de St. Mary van Zion kerk.
Yabibal krijgt de rest van de dag vrij en wij gaan kijken of we stiekem een blik kunnen werpen op de Ark des Verbonds. Dat laatste gaat niet helemaal lukken. Diana moet weer buiten de poort blijven (verhaal van de slager en de hond) en Rob moet op respectabele afstand blijven dus we moeten er maar op vertrouwen dat de Ark er nog steeds staat.
De oude kerk is prachtig van binnen; de bijna kinderachtig getekende bijbelse muurschilderingen zijn bijzonder goed bewaard gebleven.

Hierna zijn we terug gewandeld naar het ‘centrum’ van Axum waar we weer een heerlijk bakkie Macchiato nemen. We slenteren nog even over de stoffige markt en rond half twaalf besluiten we terug te lopen naar het hotel want het is dan niet meer uit te houden in de zon.
Dit is ook de reden dat we ’s middags besluiten een duik te nemen in het zwembad van een ander hotel. Terwijl we op ons bedje liggen en een drankje nuttigen denken we aan alle hardwerkende mensen in Nederland.

Dinsdag 23 oktober

We stonden om 5.45 uur alweer met onze tassen bij de jeep. Het zou weer een lange dag worden. Alle spullen in de jeep geladen en starten……..starten……….starten…………starten………. en niet lopen dat kreng.
Wij dus maar een bakkie thee in het hotel genomen en Yabibal weer aan het klussen met die ouwe bak.

Slechts drie kwartiertjes later was alles al voor elkaar en konden we gaan. Tot onze grote verbazing reden we al na een half uurtje (vanaf Adwa) op een asfaltweg, zo glad als babiebilletjes. Wat een luxe!!
Dit ging zo door tot aan de afslag naar Debre Damos want die 11 km. onverharde weg koste maar liefst 50 minuten. Het was hier een drukte van jewelste en dat had waarschijnlijk te maken met het festival dat hier overmorgen zou plaatsvinden. Het klooster ligt hier echt prachtig: op een vlakke top van een berg, alleen bereikbaar via een touw dat langs de steile rots naar beneden hangt. Na hier de nodige sfeer geproefd te hebben gaan we dezelfde 11 km. weer terug en gaan op weg naar Adigrat waar we zouden lunchen.

De auto wordt bij een lokaal restaurantje geparkeerd en dat we over een stoffige weg waren gekomen was ook bij een paar lokale pubers opgevallen want ze begonnen de jeep driftig te poetsen. Zal wel een paar birr kosten maar dat regelt Yabibal wel. De lunch smaakte prima en omdat we nog wat tijd over hadden voordat we verder zouden gaan slenteren we door een straat in Adigrat.

Toen we op de afgesproken tijd bij de jeep terugkwamen bleek dat de twee pubers hele andere bedoelingen hebben gehad. Het schoonmaken van de jeep was slechts een verkenning van de inhoud geweest en toe wij weg waren is het één van hen gelukt een arm door het achterste zij raampje te krijgen en is daar vervolgens in onze bagage gaan rommelen. Hij is echter op heterdaad betrapt en bij het controleren van onze bagage bleken we alleen een pet te missen, maar daar was zijn vriend mee vandoor gegaan.
De betrapte jongen werd stevig vastgehouden terwijl de politie was gebeld. Op een gegeven moment kwam de eigenaar van het restaurant waar wij hadden gegeten ook naar buiten en toen hij het verhaal hoorde begon hij de jongen nog eens de les te lezen en het bleef niet alleen bij woorden. Hij verkocht hem een dreun op z’n gezicht en schopte hem voor z’n …….( beetje eigen rechter, maar ach we zijn in Ethiopië).

Nadat de politie is gearriveerd en de jongens zijn afgevoerd hebben we onze pet weer terug gekregen en gaan we wederom met enige vertraging op weg naar onze slaapplaats voor deze avond. Als we daar uiteindelijk aankomen kunnen we onze ogen bijna niet geloven. Dat ze zo’n luxe hebben in Ethiopië. Niet alleen de kamer, badkamer en bedden zijn grandioos, maar als we ’s avonds dineren met de Italiaanse eigenaar en zijn vrouw wordt ons een 5-gangen diner voorgetoverd om de vingers bij af te likken. Gelukkig hadden we onze beste gala-trekkingkleren op deze avond aangedaan. Het is jammer dat er juist vanavond ook een duitse familie logeert waarvan de twee zoontjes iets teveel decibel uit hun strotjes persen.
Met een volle buik liggen we ’s avonds onder ons dekbed en vragen ons af waarom we niet hier onze rustdag hebben gepland.

Woensdag 24 oktober

Vanochtend hebben we een soort van zondagochtend gevoel, we konden nl. uitslapen tot 8:00 uur. We genieten van het uitgebreide ontbijt en gaan dan op weg om een paar rotskerken te bezoeken.

De ligging van de lodge is perfect want binnen een halfuur staan we al bij de eerste rots. We nemen een lokale boer als gids mee en gaan op weg. We moeten omhoog via een nauwe kloof tussen twee bergen over rotsen en keien. Eigenlijk hadden we thuis de LOI cursus “berggeit voor beginners” moeten volgen want dit is bijna niet te doen. Op handen en voeten, kont en knieën klauteren we naar boven. We begrijpen maar al te goed waarom deze kerken tot in de zestiger jaren verborgen zijn gebleven. Na ruim een uur bereiken we eindelijk het plateau waar de rostkerk zich bevindt. We betalen de priester 10 birr en ze geeft ons de sleutel om naar binnen te gaan. Onvoorstelbaar wat ze in deze rost hebben uitgehouwen. Prachtig bewerkte pilaren en mooie muurschilderingen in het binnenste van de rost. Er is hier nog een tweede, kleinere kerk, en ook daar lopen we heen. Dit gaat over een smal richeltje langs een 200 m. diepe afgrond, vooral voor je uit blijven kijken!

Diana maakt nog even een fotoreportage van de priester en dan gaan we weer naar beneden. Via dezelfde route doen we er weer bijna een uur over om naar beneden te komen. De gids is trots op ons: niet gek voor een faranji!

Yabibal start de auto alweer en we gaan op weg naar onze volgende klauterpartij. We besluiten dezelfde gids mee te nemen naar de 15 km verderop gelegen kerk. Hoe hij weer thuis komt, moet hij zelf maar regelen, we betalen hem goed.

Deze kerk is een stuk eenvoudiger te bereiken en na ruim een halfuur staan we al voor de deur. Helaas geen spoor van de priester, dus ook geen sleutel; die was blijkbaar al voor het zingen de kerk uitgegaan. We wachten nog even maar besluiten dan maar weer naar beneden te gaan.
We nemen afscheid van onze gids en wensen hem succes bij zijn terugtocht. Het laatste stuk naar Mekele gaat voorspoedig. We zitten al snel op een asfaltweg en Yabibal heeft de vaart er goed in.

Onderweg komen ons tientallen bussen met militairen tegemoet. Volgens Yabibal is dat de aflossing van de militairen aan de grens met Eritrea. We hopen dat de situatie daar niet verergert maar gelukkig gaan wij vanaf nu alleen nog maar zuidwaarts.

’s Avonds eten we bij een pizzeria in Mekele. De pizzeria wordt aangeraden in de Lonely Planet en we zien dan ook nog een paar toeristen zitten. We beseffen ons nog eens dat we eigenlijk maar weinig toeristen zijn tegengekomen in Ethiopië.
Ook in de pizzeria zijn de prijzen weer net zo laag als in de rest van het land. Een paar gemiddelden:
Cola 4 birr
Bier 6 birr
Thee 1 birr
Macchiato 2 birr
Ontbijt (2 personen) 25 birr
Lunch (2 personen) 25 birr

En dat alles tegen een koers van 13 birr in 1 euro, reken zelf maar uit.

Donderdag 25 oktober

De vrije dag in Mekele besluiten we wat door de straten te slenteren, drinken een bakkie macchiato, lopen over de stoffige markt, bewonderen het monument voor de gevallen strijders tegen communisten, drinken een zeer verse jus en proberen de sfeer van Mekele zo goed mogelijk vast te leggen op de gevoelige plaat. We hebben allebei behoorlijk spierpijn van de klauterpartij van gisteren dus doen maar geen gekke dingen. Het museum van Johannes de 4e slaan we deze keer over, maar als weer hier weerkomen gaan we er zeker heen.

’s Middags weten we nog de hand leggen op 25 postkaarten en even zoveel postzegels. Dit valt nog helemaal niet mee in Ethiopië, maar misschien zijn die wat makkelijker in Lalibela te verkrijgen. We kijken sowieso uit naar dit achtste wereldwonder.

’s Avonds eten we in ons hotel en we merken dat het echt één van de betere hotels van de stad is. Dit is ook doorgedrongen in Duitsland want er schuift een groep van 30 Anbo-leden het hotel binnen. Zo zie je maar weer Ethiopie is voor iedereen toegankelijk.