Tag archieven: Sur

Oman 2

Vrijdag 12 november

Vandaag geen druk programma, maar de hele dag de tijd om Sur e.o. te verkennen. Omdat het Al Faisal hotel geen ontbijt serveert, moesten we gelijk downtown. We hadden gisteren een bakker gezien en hebben daar een paar ‘zachte’ broodjes gehaald. Vervolgens naar het restaurant waar we al een keer ‘s-avonds gegeten hadden en daar een omelet laten bakken. Bakkie thee en een jus’tje erbij en dat was ook weer geregeld.

Na het ontbijt gaan we eerst naar de Dhow werf om eens te kijken hoe ze hier al eeuwen lang die vermaarde boten in elkaar flansen. Er ligt één Dhow in aanbouw op het droge en een paar in het water lijken net af. Al met al nog geen handvol. Het lijkt erop dat er niet zoveel vraag meer is naar een Dhow. We lopen wat over het werfje en zien dat er vooral veel afval ligt; beetje vergane glorie.

Na dit bliksembezoek gaan we naar Ayjah, een klein dorpje dat via een brug met Sur is verbonden. Hier lijkt vooral de chic-de-friemel te wonen. Mooie huizen staan rondom een baai te pronken. Het draait in Ayjah vooral om het fort(je), maar het is vandaag vrijdag en dan is dit bouwsel niet geopend. Handig om te weten: vrijdag hier is wat bij ons zondag is.
We wandelen wat door het dorpje en gaan even naar de vuurtoren om van daar over Sur te kunnen kijken. Ligt er toch ook wel mooi bij zo aan de zee met op de achtergrond het oostelijk Hajjar gebergte.

Allebei de camera’s vertonen wat kuren vandaag. Waarschijnlijk ook last van de warmte. De videocamera begint spontaan te zoomen als er wordt gefilmd en de fotocamera geeft hele vreemde lila vlakken op de foto’s. Gelukkig is het maar van korte duur; de videocamera gedraagt zich weer normaal na een flinke beuk op het camerahuis en de fotocamera gaat na enige tijd vanzelf weer normaal doen. We hoeven dus niet zo lang na te denken over de cadeautjes die we aan de goedheiligman gaan vragen.
Omdat een aantal foto’s van de werf mislukt zijn gaan we nog wel even terug voor een herkansing; we zijn nu toch in de buurt.

De temperatuur is tegen 11:00 uur al weer opgelopen tot over de 30 graden dus gaan we eerst maar even naar een drankpost. Lekker in de schaduw uitkijken over zee.
Voor je het weet is het al weer lunchtijd en dat moet je wel serieus nemen. Twee heerlijke broodjes en anderhalve liter water verder, gaan we terug naar ons hotel, of eigenlijk het tegenover gelegen Sur Beach hotel, om met ons netbook gebruik te maken van de gratis wifi. Even wat gas terug op het heetst van de dag; we beginnen al aardig in te burgeren.
We hebben nog wel even de receptionist van ons eigen hotel aan het werk gezet; of hij even een tweetal hotels willen bellen of er ruimte is de komende dagen.

We zitten ruim een uur in de lobby van het andere hotel van de gratis straling te genieten, als het weer eens tijd is om wat te gaan doen.
De receptionist van ons hotel heeft de hotels gebeld en kamers gereserveerd, dus dat is ook weer geregeld; we zijn er maar druk mee.
Daarna gaan we weer naar Sur om ook hier wat rond te wandelen. We lopen wat door de souq, wat hier veel meer een winkelstraat is, en gaan zo af en toe een zijstraatje in. Het valt op dat hier wel 90% van de vrouwen in pinguïn-kledij loopt. Veel meer dan in Muscat en zelfs Ibra. Van jong tot oud helemaal in het zwart. Des te vreemder dat het hier bol staat van de vrouwenkledingzaken met allemaal kleurrijke jurken. Het zal bij de mensen thuis wel een hele nadere wereld zijn.

‘s-Avonds eten we bij Zaki, een lokaal fenomeen als het om de gegrilde kippetjes gaat. We laten allebei een halve aanrukken met wat rijst en salade en we kunnen alleen maar zeggen dat hij de juiste kippetjes uitzoekt; het is heerlijk.

Zaterdag 13 november

Vandaag gaan we naar Ras al Jinz om daar ei-leggende schildpadden te spotten. De rieten hut is al gereserveerd dus we hebben geen haast. Eerst weer even naar Sur-city voor een ontbijtje. Dit keer niet naar de bakker om broodjes te kopen, maar we bestellen naan, van die lokale pannenkoek-broodjes. Samen met een glaasje jus, een kopje thee en een eitje is het net of je in een luxe hotel ontbijt. Met onze buikjes vol gaan we terug naar het hotel om de tassen te halen.
Nog even onze weblog bijwerken en rond 10:00 uur rijden we weg. In Sur gooien we de tank vol en dat is weer genieten: 55 liter super voor 6,7 Rial (ruim €13).
We rijden voor de laatste keer langs de corniche van Sur, over de brug naar Ayjah, maar dan bij de rotonde rechtsaf naar Ras al Jinz. Het is maar 40 km vanaf hier, maar we willen onderweg ook nog even langs Ras al Hadd. Net buiten Ayjah worden we even opgehouden door een army-checkpoint, maar toeristen worden niet gezien al Al Qaida-leden, dus we mogen doorrijden.

Ook dit keer weer perfect asfalt, dus met een half uurtje staan we voor de afslag naar Ras al Hadd. Als we die kant op rijden merken we wel dat het een dooie boel is. We rijden helemaal door naar het Ras al Hadd Beach hotel in de hoop dat daar nog wat te beleven is, maar ook hier geen reuring. Dan toch maar gelijk naar Ras al Jinz dat 15 km verderop ligt. We willen gelijk even naar het Visitors Centre om op de lijst te komen voor de schildpad-spottings. Vlak voor het Visitors Centre zien we de hutjes waar we vanavond slapen; ziet er basic uit.

Bij het Visitors Centre schrijven we ons in voor de avond-schildpadden en voor de ochtend-schildpadden. Het is momenteel laagseizoen voor die beestjes, dus zo hebben we dubbel kans. In het Visitors Centre hebben ze ook een 13-tal hotelkamers, maar die zijn erg duur en meestal volgeboekt. Diana probeert het toch en vraagt of ze vol zitten. De receptioniste zegt dat er 12 kamers vol zitten en dat de laatste kamer niet werd aangeboden omdat de airco niet goed werkt. Dat bood natuurlijk wel perspectief voor Diana. Ze vraagt wat die kamer moet kosten en of ze deze even mag zien. De manager loopt met haar mee en onderweg begint het afdingen. Als ze teruglopen lijkt de deal beklonken; bijna de helft van de prijs af voor deze kamer. Dat de airco regelmatig uitvalt zullen we niet zo veel last van hebben.
We gaan ‘s-middags nog twee keer naar het strand waar vanavond de schildpadden verwacht worden. Die schildpadden weten wel welk strand ze uitzoeken voor het uitkakken van die eieren (soms wel zo’n honderd). Het is een fantastisch. Alleen de obligate palmboom ontbreekt. We ontdekken een spoor dat van een schildpad moet zijn geweest die hier als laatste de eieren heeft gedeponeerd. Ook zien we een grote hoeveelheid kuilen. Dat kan twee oorzaken hebben: Duitsers of schildpadden. In dit geval gokken we op het laatste.
We hangen de rest van de middag wat rond in het Visitors Centre.
Tegen 18:30 uur worden we opgeschrikt door het geluid van kinderen. Het zal toch niet (weer) waar zijn? Ja hoor 5 stel met kroost neemt intrek in de overgebleven kamers. We hebben nu al medelijden met de schildpadden die juist vandaag aan land gaan om een kuil vol te gooien.

Om 20:30 uur verzamelen we in de grote hal voor ons eerste bezoek aan de nestlokatie.
Nu maar hopen dat ze de beestjes gebeld hebben dat het vanavond een goede avond is om eieren te leggen.
We zitten in groep 1, samen met alle kinderen en hun ouders. Eerst nog even een briefing, waarbij nogmaals benadrukt wordt dat er geen camera’s mee mogen en dat er niet gesproken mag worden. Onder leiding van een gids gaan we naar het strand waar we vanmiddag ook al geweest zijn (met die kuilen). Er gaat een tweede gids vooruit om te zoeken naar een ninja-turtle.
De tweede gids heeft er al snel een gevonden en hij geeft een signaal aan de andere gids dat wij kunnen komen; we hebben geluk.
Een aanstaande moeder van de groene zeeschildpad ligt in een kuil en perst er met de nodige moeite, zo lijkt het, de laatste eieren uit. De laatste van zo’n 100, want dat is ongeveer het aantal dat de zeeschildpad in één keer op het strand deponeert, of eigenlijk in het strand want de eieren komen uiteindelijk onder een meter zand te liggen. De eieren zijn van het formaat pingpongbal en al net zo wit. Nadat moeders de laatste pers heeft gegeven begint ze met het bedekken van deze mega-leg. Eerst bedekt ze de eieren behoedzaam met haar voorpoten waarna ze met haar achterpoten, in grote halen het gat begint te vullen. Ze zal hier anderhalf á twee uur mee bezig zijn.
We laten haar even met rust en gaan aan de waterrand op zoek naar kroost van een ander nest dat net is uitgekomen en de weg naar zee zoekt. We hebben weer geluk want na een seintje van één van de gidsen zien we een hele crèche op weg naar zee sprinten. Een grappig gezicht, maar als je weet dat slechts 3 van de 1000 kleuters ooit als grote groene zeeschildpad door de oceanen zal zwemmen, kijk je er toch een beetje anders naar.

Iets verderop zien we een andere groene zeeschildpad, die net de zware klus geklaard heeft terug naar zee kruipen; met een paar laatste slagen duikt ze in de golven: missie volbracht!
We gaan nog even afscheid nemen bij mamma 1 en zien dat ze al aardig opschiet. Nog een klein beetje zand erover en ze kan ook een frisse duik nemen. We mogen niet klagen, we hebben eigenlijk al het mogelijk gezien, al is het dan niet in grote getale. Bovendien hebben de kinderen zich voorbeeldig gedragen, hoewel een aantal het einde niet bewust meer heeft meegemaakt.
Om 22:30 uur zijn we terug op de kamer en duiken gelijk het bed in. Wekker gezet, want morgen is het weer vroeg dag.

Zondag 14 november

Om 03:45 uur kraait ons elektronische haantje alweer. De bezoektijden voor de kraamafdeling zijn in de ochtend nl. van 04:00 uur tot 06:00 uur.
Hoewel we natuurlijk niets méér kunnen zien dan we gisteren al gezien hebben gaan we toch, want dit keer mag de camera wel mee. Als de zon zich aan begint te dienen mag er nl. wel gefotografeerd worden.
Zelfde ritueel als gisteren: briefing, wandeling, zoeken, en seintje dat er eentje is gespot.

Ook dit keer weer een schildpad met persdrang want de pingpongballetjes vallen in grote getale in de kuil. Als dit vrouwtje begint met het toedekken van de scharreleitjes gaan we weer op zoek naar peuters. Slechts één wordt er gevonden; misschien wel van de groep die gisteren al naar zee is gegaan; niet alle kids zijn even snel van begrip. Nog weer even terug naar de hardwerkende moeder, want nu de zon zich heel voorzichtig laat zien is het enigszins mogelijk plaatjes te schieten, maar het houdt niet over. Omdat we vanochtend iets langer zijn blijven hangen, zien we dat deze moeder uit de kuil kruipt en op weg terug naar gaat. Dit hoofdstuk hadden we gisteren nog niet meegemaakt.
Nadat ook zij het ruime sop heeft gekozen, is het tijd om terug te gaan. Omdat de rest van de groep nog blijft staan kwijlen bij de zonsopkomst kruipen wij snel in de auto bij de gidsen en racen terug naar het hotel. Nog even een uurtje slapen en dan weer op voor een langere rit.

Om 07:30 uur zijn we al weer in het restaurant voor en ontbijtje. Dat wordt hier geserveerd; wat een luxe. Na het ontbijt de auto weer vol gepropt, nog wat laatste e-mails gelezen in de lobby, en dan gaan we op weg naar Shannah waar we ferry nemen naar Hilf. Dit is zo’n 280 km waarvan een deel onverhard, maar we weten niet hoeveel er onverhard is (?).
Vanaf Ras al Jinz gaan we eerst naar Al Ashkharah. Onderweg komen we door een aantal kleine dorpjes waar steeds weer hele vervelende verkeersdrempels liggen. Je moet ze bijna wel nemen in de eerste versnelling. Dit is natuurlijk niet goed voor het daggemiddelde, want we zouden liever met 100 km/u door de dorpjes jagen…….

De waarschuwingsborden met kamelen staan er ook niet voor niets. Af en toe toch maar gas terug nemen als er een kameel in zicht komt; zo’n beest laat zulke nare strepen achter in de lak.
Helaas is de bewegwijzering in dit deel van het land ook niet helemaal optimaal. Bij een grote rotonde waar helemaal niets staat aangegeven gaan we recht, waar we links hadden moeten gaan (blijkt later) en Al Ashkharah herkennen we van de plaatjes uit de boeken en niet door de borden met de plaatsnaam erop. Voor de lol gaan we weer een keertje tanken en we nemen een kleine versnapering in het bijgelegen ‘restaurant’.

De route is wel heel mooi. Aan de linkerkant steeds het azuurblauwe water van de Arabische zee en aan de rechterkant een meer gevarieerd landschap met eerst een grillig en kleurrijk gebergte, daarna een soort steppe-landschap dat langzaam overgaat in woestijn, een bijzonder mooi stukje woestijn waarvan de duinen langs de weg ons direct weer doen denken aan de overnachting 4 dagen geleden.

Dan komen we bij Qurun, waar volgens onze kaart het laatste stukje asfalt ligt en dan is het zeker nog 60 km naar de ferry.
De ‘men at work‘ hebben aardig doorgewerkt het afgelopen jaar, want we kunnen lekker blijven gassen. Er staat wel een groot bord dat ons duidelijk maakt dat we vanaf dat punt op eigen risico verder rijden, maar het asfalt glimt ons nog steeds tegemoet. Dat glimmen is af en toe zo erg dat je het idee hebt dat het asfalt ophoudt een overgaat in zand, maar elke keer blijkt dat weer een luchtspiegeling te zijn.
Uiteindelijk moeten we ongeveer 5 km. voor de afslag naar Shannah van het asfalt af en de onverharde parallelweg op.
Als we richting de aanlegplaats van de ferry rijden zien we dat er nog eentje ligt te wachten. Als we arriveren wordt met drukke handgebaren duidelijk gemaakt dat we nog mee kunnen. Auto achteruit de ferry op, naast de schapen en een andere landcruiser en de ferry kan gaan.
De overtocht duurt zo’n anderhalf uur en omdat de zee redelijk kalm is, is er geen vuiltje aan de lucht.

Op het eiland Masirah verblijven wij in Hilf, de grootste stad van het eiland.
Nadat we ons hotel hebben betrokken verkennen we het eiland een beetje. Het eiland meet 63 km x 18 km dus we moeten niet te fanatiek op pad gaan want dan zijn we in een uurtje klaar. Het eiland heeft een ruig, bergachtig binnenland en wordt omgeven door een gordel van maagdelijke stranden. Een mooie plek om onze witte benen maar eens in de zwembroek steken.
We zien ook hier dat alles aangekleed wordt voor Eid, het suikerfeest van Oman. Het is een beetje te vergelijken met wat er in Nederland gebeurd wanneer het Nederlands elftal voor een groot toernooi moet spelen.
Eid betekent dus het einde van de ramadan, een periode van vasten voor de moslims. Het is ons echter tot nu toe nog niet opgevallen dat ze aan het vasten waren, maar goed.
‘s-Avonds eten we een heerlijke chili-chicken in het gezellige hart(je) van Hilf en gaan niet te laat naar bed. Het kost toch altijd veel nachtrust als je in de kleintjes zit.

Maandag 15 november

Vandaag hebben we de tijd om het eiland rond te racen. Er ligt een asfaltweg rondom het eiland dus dat moet een makkie zijn.
We rijden eerst naar het noordelijk puntje van het eiland, maar daar is niet veel meer dan een militaire basis. We gaan nog wel een keer de weg af en via een stuk onverhard naar het strand, maar dat kan nooit het mooiste gedeelte van het eiland zijn.
We gaan vervolgens zuidwaarts en daar wordt het steeds fraaier. We gaan weer een keer het strand op en schieten een paar kamelen (met de D70).
Halverwege het eiland maken we de doorsteek naar de oostkant van het eiland. We hebben de zwemkleding aangetrokken en de handdoeken bij ons dus we zijn op zoek naar een strandje dat goed genoeg is voor ons.

Na een paar uur zien we een plekje dat er fantastisch uitziet: wit zandstrand, een smaragd groene zee en een paar rotsjes fraai gesitueerd aan de rechterkant van het strandje.

Na een paar fotootjes te hebben gemaakt spreiden we onze handdoekjes uit en gaan even in het zonnetje liggen. Af en toe dompelen we onze tenen in het zeewater om af te koelen.
Na een uurtje is ons enige flesje water op en we kijken om ons heen of er een snackbar in de buurt is. Niets van dat alles natuurlijk.
Er zit dus niets anders op dan in de auto te stappen en verderop te gaan kijken of er iets te krijgen is. Je mag hier toch overal met de auto het strand op, dus een nieuw strandje is wel te vinden.
Maar goed, een uur later zijn we terug in Hilf want onderweg is dus nergens iets te krijgen. Je ziet op de rest van het eiland geen restaurant, coffeeshop, ijscoman of wat dan ook. Hier liggen nog wel wat mogelijkheden om geld te verdienen aan toeristen.

In Hilf vullen we ons vochttekort aan en geven we onze maag wat te doen bij een restaurant. Even lekker rustig bijkomen onder een luifel. Hoewel rustig, elk restaurant of coffeeshop is hier ook een soort Mc Drive. Zit je net lekker van een broodje te genieten, komt er een auto aangescheurd, toeteren en de bediening vliegt naar buiten. Bestelling opnemen en even later wordt er een plastic zakje met eten naar de auto gebracht.

Aan het eind van de middag rijden we nog even naar een stukje van het eiland waar we nog niet geweest zijn, maar dat voegt niet veel toe. We crossen nog wel ergens het strand op voor een leuk plaatje, maar geen spektakel.
Wanneer we ‘s-avonds downtown gaan om een hapje te eten, merken we dat de eilandbewoners steeds meer bezig zijn met het Eid feest. Alles wordt versierd: mensen zijn uitgedost met sjaaltjes en buttons, auto’s zijn soms helemaal ingepakt in de nationale driekleur en zelfs de huizen zijn behangen met doeken en vlaggen. We zijn benieuwd wat dat morgen wordt.

Eid heeft voor ons ook nog wel gevolgen. Omdat de Omani zelf ook vakantie hebben zitten alle hotels vol. Misschien moeten we morgen wel in de Prado slapen, maar dat zien we wel als we in Sinaw zijn.
Bij het restaurant is, net als gisteren, geen menukaart. Volgens de eigenaar doen ze daar in Hilf niet aan omdat het hier veel te klein is (?). We snappen niet wat dat met elkaar te maken heeft, maar uiteindelijk lukt het weer om een lekkere hap op tafel te krijgen.
Als we na het eten terug in het hotel zijn, merken we dat we in dat uurtje aan het strand toch wel behoorlijk geraakt zijn door Mr. Sun. Toch nog maar goed smeren voordat we gaan slapen.

Dinsdag 16 november

Vandaag verlaten we het eiland Masirah weer en gaan op weg naar Sinaw. Een belletje naar Sinaw Resthouse heeft ons toch nog de naam van een ander hotelletje opgeleverd en als we die vanochtend terug bellen, blijken ze nog een kamer te hebben. Dat valt dus weer mee; hoeven we niet in de auto te slapen. Vanochtend willen we nog even wat Eid-sfeer proeven dus we rijden weer naar het centrum van Hilf.
Het is direct goed te zien hoe anders het vandaag is. De winkels zijn nog gesloten en de mensen lopen er op hun paas-best bij, of eigenlijk hun Eid-best.
De meisjes lopen in kleurrijke, glimmende jurken en zijn extreem opgemaakt. De jongens hebben ook allemaal hun zondagse witte jurk aan, meestal met een kuma. Ze schieten met confetti pistolen en spuiten bussen scheerschuim leeg wat grote witte vlokken geeft die worden gedragen op de wind.
De kinderen willen allemaal graag op de foto, dus het kwijl loopt bij Diana uit de mond. Ze krijgt van één van de meisjes zelfs een ringetje aangeboden: lief he!

De mensen zijn ook druk bezig met de voorbereidingen van het grote feestmaal. Hier en daar hangt zelfs een geslacht lam bij de voordeur. Wanneer wij, al druk plaatjes schietend, door het dorp wandelen wordt er vanuit een deuropening naar ons geroepen: “Hello, hello, how are you? Come, come here“. We zwaaien eerst beleefd en roepen dat we fine zijn, maar de man blijft roepen en aandringen dat we moeten komen. We lopen uiteindelijk naar hem toe en zien dat de hele familie is opgedoft voor het feest. Ze staan in een halve cirkel om hem heen en groeten ons vriendelijk. De man des huizes nodigt ons uit om verder te komen en we zien ook daar een schaap op de patio hangen; twee man is druk bezig het beest in stukken te snijden. We kijken even hoe ze te werk gaan en dan vraagt de andere man of we zin hebben in koffie of thee. Het staat wat onbeleefd om dit af te slaan, dus we accepteren het aanbod en wachten tot af. De man instrueert wat vrouwen en gebaart ons vervolgens dat we naar binnen moeten gaan, we twijfelen, maar volgen hem dan toch de kamer in en iedereen gaat mee.

De vrouwen gaan aan de ene kant van de kamer op een kussen op de grond zitten en de mannen aan de andere kant. Wij passen ons natuurlijk aan deze lokale gewoonte aan. Er wordt een grote schaal met zoetigheden en fruit in het midden geschoven en we krijgen een kopje Omani koffie in de hand gedrukt. De schaal met lekkers komt nog dichterbij en we moeten wat nemen.
Ook hier mogen we foto’s maken en filmen; vandaag is alles oké.
Na wat heen en weer gebebt te hebben is het voor ons toch tijd om te gaan. We moeten de tassen nog inpakken en een ferry zien te krijgen. Het was een fantastische Eid-ervaring en ook nu bleek weer hoe gastvrij de Omani zijn. Ook als niet-moslim mogen wij meedoen aan hun feestelijkheden.

Zoals gezegd gaan we de tassen pakken en checken uit. Nog even de stad in om te pinnen en iets drinken. Dan gaan we op weg naar de haven om te horen hoe laat de volgende ferry gaat. Net als op de heenweg wordt er weer druk naar ons gezwaaid als we aan komen rijden. We moeten opschieten, auto achteruit draaien en doorrijden. Als onze auto goed en wel op z’n plek staat wordt de oprijplaat opgetrokken en gaan we op weg.D
e zee is dit keer een stuk ruiger en zo af een toe krijgt de auto een grote plens zeewater te verwerken. Diana moet weer aan de Herald of Free Enterprise denken, maar dat doet ze eigenlijk standaard bij elke boottocht.

Om 12:00 uur zetten we weer wiel aan wal en we rijden zo direct een zandstorm in. Het is net of je een mistbank inrijdt, maar nu krijgt de auto er een gratis scrub-behandeling bij. Wanneer de weg meer in westelijke richting draait hebben we bijna geen last meer van de zandstorm en geven we weer een extra dotje gas.
Het eerste plaatsje dat we binnen rijden is Hiji en daar stoppen we gelijk voor de lunch. Je weet maar nooit of er verder nog restaurants open zijn; het is wel een feestdag. Na de lunch gooien we ook gelijk de tank weer vol en gaan op weg naar Sinaw.

De weg naar Sinaw is 200 km. lang saai. Links onmetelijke vlakten zand en rechts onmetelijke vlakten zand, hier en daar een kameel en dat was het dan wel. Dit was het minst boeiende deel van de reis tot nu toe.
We rijden om 16:00 uur Sinaw binnen en de stad is groter dan wij gedacht hadden. Na even zoeken vinden we ons hotel. We laden de boel uit en rijden terug naar het centrum van Sinaw voor een snelle ontdekkingstocht. Helaas is ook hier de feestdag niet onopgemerkt voorbij gegaan, want het is er bijna uitgestorven. De Omani vieren feest bij elkaar en alleen de Indiërs en Pakistani die in dit land een groot deel van de arbeid doen, zijn op straat. Vrouwen zie je helemaal niet meer in het straatbeeld. Diana is de enige vrouw die in Sinaw op straat loopt!Gelukkig zijn het ook de Indiërs en Pakistani die de restaurants runnen, want zo krijgen wij in ieder geval nog wat te eten vandaag.

Woensdag 17 november

Voor vandaag staat er eigenlijk maar één ding op het programma en dat is een bezoekje aan de oude stad Sinaw. Voorwaarde is wel dat we die vinden.
Het ziet er vanochtend nog steeds verlaten uit in Sinaw. Iedereen lijkt z’n roes van de feestdag uit te moeten slapen. We vragen een aantal keer de weg naar de oude stad, maar zonder succes. Uiteindelijk weet iemand ons ongeveer in de juiste richting te sturen en na wat heen-en-weer rijden, slaan we uiteindelijk de juiste weg in en zien we de eerste restanten van de oude stad.

De oude stad bestaat uit lemen huizen en blijkt rondom een palm-oase gelegen; met een beetje fantasie kun je je voorstellen hoe het er hier honderd jaar geleden moet zijn geweest. De meeste gebouwen hebben de tand des tijds maar nauwelijks doorstaan en staan op instorten, maar er is nog voldoende over om een goed beeld te krijgen. Doordat de buitenlaag hier en daar is verweerd, kun je zien dat de muren zijn gebouwd van een combinatie van grote kiezels en leem.
De lemen huizen zijn groter dan je die normaal gesproken ziet. De huizen zijn hier vaak twee verdiepingen, maar er zijn ook torens en grote centrale gebouwen. We wandelen een uurtje door de oude stad en zien dat er ook in deze tijd nog mensen wonen, in moderne huizen wel te verstaan.

Hoewel het ochtend is zijn we na deze wandeling al weer behoorlijk op temperatuur gekomen en besluiten we eerst in de stad wat te gaan drinken voordat we terug gaan naar het hotel.
Daar gaan we even in de lobby zitten, waarop een medewerker ons een bakkie koffie aanbiedt. Geen gewone koffie, maar een bakkie dat smaakt naar kruidnagels; is weer eens wat anders.
In de tussentijd wast Rob de voorruit van de auto even, want de vliegen die onze auto niet hebben kunnen ontwijken komen zo te prominent op de video.
We lunchen even later weer in de stad waarna we op onze kamer weer deelnemen aan het siesta-ritueel. Daar kun je best aan wennen.

‘s-Avonds is er duidelijk meer leven in de stad. De straten zijn weer vol met auto’s en er lopen zelfs weer vrouwen op straat. We zoeken een ’terrasje’ vanwaar we dit alles een goed kunnen bekijken. Wanneer we even later zien dat dé supermarkt van Sinaw de deuren weer heeft geopend, kunnen we het niet nalaten om even het prijspeil op te nemen. Ondanks de dure Rial zijn de levensmiddelen over het algemeen goedkoper dan bij Appie, maar dat konden we ook al merken aan de prijzen in coffeeshops en restaurants.
We kopen wat snaaigoed voor in de auto en twee yoghurt voor bij het ontbijt en gaan dan een happie eten.

Donderdag 18 november

Vandaag gaan we naar Nizwa, maar we rijden nog een laatste keer door Sinaw om te kijken of er vandaag al weer een markt is. Helaas is dat niet het geval dus gaan we maar op weg naar Nizwa.

We zien nog wel een hele rij kerels in hun Omo-witte jurken staan, sommigen met het zondagse dolkje op de buik. Het wordt ons niet duidelijk waarom deze groep zo fraai gestreken staat te wachten, maar een leuk plaatje is het wel.

Nog maar net buiten Nizwa begint het landschap al weer een stuk fraaier te worden. De uitgestrekte vlakten zand maken plaats voor de eerste bergjes.
Het is maar 120 km naar Nizwa en een klein deel van de route is zelfs weer 4-baans, dus we zijn er snel.
Het is direct duidelijk dat Nizwa van een andere categorie is: veel meer reclame, veel meer winkels, veel meer restaurants en vooral ook veel meer toeristen. We komen zelfs langs een Pizzahut en ons hotel blijkt naast de Hungry Bunny gelegen.

We zijn zo vroeg dat onze kamer nog niet gereed is, dus besluiten we eerst maar het fort van Nizwa te bezoeken. De tassen blijven in de auto.
Het fort ziet er gelikt uit, te gelikt misschien zelfs, het lijkt op het 1001-nacht gedeelte van Disneyworld. Alleen Mickey en Minny ontbreken nog.

We dwalen wat rond door het fort en zoeken de beste plaatsen voor de mooiste foto’s. Vooral de doorkijkjes naar de al even glimmende moskee zijn fantastisch. Regelmatig wordt er Nederlands gesproken om ons heen of vliegen er Japanners door het beeld. Welkom in het toeristische gedeelte van Oman. In een hoekje van het fort wordt door een stel mannen met baarden en zwaarden een optreden gegeven met zang, dans en muziek. We blijven er een tijdje hangen want de muziek is lekker ritmisch.

Rond het middaguur rijden we terug naar het hotel en checken alsnog in. Tassen op de kamer en dan gaan lunchen bij buurvrouw konijn; ze hebben er zelfs softijs!
Na deze westerse lunch weer terug naar het centrum van Nizwa. Eerst even op zoek naar een cyber-cafe, want de afgelopen dagen konden we niet op het internet. Mailtjes beantwoord, weblog bijgewerkt en dan op zoek naar wat (zeg maar: heel wat) ansichtkaarten en postzegels zodat we onze naasten een pennenstreek kunnen sturen (mooi gesproken).
We drinken nog een koolzuurhoudend drankje van een bekende Amerikaanse fabrikant en dan weer naar het hotel, want op het heetst van de dag is het goed postzegels likken op je airco slaapkamer.

Voor het avondeten laten we ons dit keer adviseren door de Lonely Planet dus we gaan naar Al Zuly Restaurant, maar omdat we wat aan de vroege kant zijn slenteren we eerst nog wat door de oude straatjes van Nizwa, achter het nieuwerwetse fort. Het is er heel rustig, in tegenstelling tot in het fort en vóór het fort. De straatje zijn erg smal en als er toevallig een auto aankomt moet je gauw in een nis van een muur duiken, anders wordt je zeker geraakt door de buitenspiegel van de auto. Van de meeste auto’s zijn die spiegels aan het uiterste tipje beschadigd, door het regelmatig schampen van de muur.
We drinken een jus’tje bij het fort waar het vanochtend nog zo vol was met toeristen en nu de rust lijkt te zijn terug gekeerd. Dan nog even de kaarten op de bus doen en maar weer afwachten hoeveel er dit jaar aankomen.
Bij Al Zuly Restaurant is nog niet veel te doen, maar we gaan toch zitten. Vanaf het tafeltje op de stoep voor het restaurant hebben we zicht op een verlicht fort en moskee: prachtig!
We bestellen een chicken curry met rijst, naan en een beetje salade.
Langzaam loopt het vol bij Al Zuly en het lijkt er op dat meer toeristen zich hebben laten adviseren door Lonely Planet.
Het eten smaakt voortreffelijk en na nog een kort bezoek aan het internetcafé, gaan we terug naar het hotel.

Oman 1

Vrijdag 5 november

De Henny-taxi was weer mooi op tijd. Om 06:30 uur draaide de Suzuki Alto de oprijlaan aan de Laan van Kerschoten op.
Nadat de tassen in de auto gepropt waren, gingen we op weg naar Apeldoorn CS. Het was guur op het station en omdat er bij spoor 1 geen gelegenheid is om te schuilen, stonden we op een donker perron, in de wind en de motregen te wachten op de Schiphol-trein. De trein was bijna op tijd en uiteindelijk begonnen we met een 5-tal minuten vertraging aan de eerste etappe naar Muscat.

Ondanks blad op de rails en tegenwind arriveerden we mooi op tijd op Schiphol. Roltrap op, langs Hema en La Place, nog een roltrap op en we stonden al bij Balie 11.Het inleveren van onze bagage ging ook voorspoedig (wat wil je ook met maar 24kg) en om 08:45 uur waren we klaar om door de douane te gaan. Toen we in de rij voor de douane stonden te wachten, bleek dat wij niet de enige topatleten waren die vandaag een vlucht moesten halen; naast ons stond Hilda Kibet met een instapkaart naar New York: de marathon van New York natuurlijk!Even later kwamen we haar weer tegen bij de foodcorner; nooit gedacht dat het voor een top-atleet verantwoord is om ‘s-ochtends om 09:00 uur een Big-Mac te nemen (zitten natuurlijk wel heel veel vitaminen in zo’n blaadje sla en tomaat); moeten wij ook maar eens proberen.Om te voorkomen dat we wegens smaad worden aangeklaagd, moet ik er bij zeggen dat ik door de drukte niet helemaal goed kon zien wat ze nam, het kan ook een soepje geweest zijn.

Omdat er weer eens onduidelijkheid was over de passagiers aan boord van onze Airbus 330, gingen we ongeveer 30 minuutjes te laat de lucht in, maar door een iets kortere verwachte vliegtijd zouden we op tijd in Abu Dhabi aankomen.Aan boord weer het vaste tafereel: tijdschriftje lezen, filmpje gluren, paar nootjes, wc bezoeken, vegetarische maaltijd met noedels naar binnen werken en regelmatig de oogjes dicht.

Enfin, 6 uurtjes later, 19:49 uur lokale tijd zet Piet Loot de A330 voorzichtig, met een snelheid van 250km/u, aan de grond. Buiten is het 28 graden, maar wij worden verzocht in het vliegtuig te blijven zitten; over een uurtje gaan we alweer verder…..
Daar was gelukkig niets aan gelogen; binnen het uur hingen we al weer in de lucht en 45 minuten later stonden we aan de grond in Muscat. Ruim binnen de 8 uur naar onze vakantiebestemming, zo dichtbij zijn we nog niet vaak geweest.

Nadat we ons visum hadden gekocht en de bagage opgehaald stond er een jonge Omani in een witte jurk met een bordje met de tekst: Peterson, Villa Shams. Kon niet missen dat zijn wij!
Na 20 minuten rijden over een 6-baans snelweg arriveerden we bij ons verblijf voor de komende 4 nachten. Frau Hilde bracht ons naar de kamer en wij doken gelijk ons bed in; het was hier inmiddels 23:30 uur.

Zaterdag 6 november

Na een goede nachtrust had Frau Hilde een heerlijk eigengemaakt ontbijt klaarstaan: eigengemaakt brood, eigengemaakte jam, eigengemaakte jus, eigengemaakte eitjes en eigen gekochte Nutella.
Het smaakte allemaal heerlijk en na de tandjes gepoetst te hebben gingen we op weg naar downtown Muscat. Bij de kamerprijs is een auto inbegrepen, dus we stapten in onze witte Toyota Yaris Sedan en gingen op weg.

Frau Hilde had ons verteld dat je voor het museum gratis kan parkeren en dat hoef je deze twee Nederlanders niet twee keer te zeggen.
Omdat het ‘s-ochtends om 09:30 uur al niet uit te houden van de hitte zijn we na het ritje van 15 minuten in een auto zonder airco gelijk een coffeeshop met airco ingedoken.

Nadat we weer een normale lichaams-temperatuur hadden, gingen we op weg naar de vismarkt aan de overkant van de straat. We waren eigenlijk al te laat voor het echte spektakel, maar het was toch wel de moeite waard. De vissers probeerden hun bijzonder vangst, van Merlijn-achtige tot garnalen en van Hamerkophaai tot inktvis, te slijten. Hier gaan we zeker nog een keer op een vroeger tijdstip heen.

We begonnen inmiddels al wel weer oververhit te raken, maar toch gingen we gelijk door naar de overdekte souq. Deze souq was eigenlijk veel te netjes; alles was keurig aangeveegd, de winkeltjes op orde, geen geschreeuw en al helemaal niet over de koppen lopen. Dit hebben we in andere landen wel eens gekker meegemaakt.
Het valt in Muscat sowieso op dat alles zo aan kant is. Geen afval op de stoepen, geen geschooier, gebouwen allemaal spic-en-span, trottoirs netjes betegeld, historische gebouwen strak in de lak, etc. Het lijkt wel nep!

We zijn inmiddels wel weer toe aan een versnapering en dat is gelijk een goede test om het prijsniveau te checken.
Bij de souq zijn een paar busladingen collega-toeristen gedropt die zich lijken te hebben verzameld op een terrasje dat speciaal voor hen is gemaakt; geen Omani te zien. Wij lopen iets verder naar een ‘restaurantje’ waar alleen een paar Omani zitten en zoeken daar een tafeltje. We bestellen een colaatje en twee falafel-sandwiches, en laten ze goed smaken. De schade is 1 OR, omgerekend €2; dat kunnen we wel een tijdje volhouden.
Na deze snack gaan we op weg naar Old Muscat, een wandeling van 3km. Waarom neem je dan niet de auto zul je denken…………waarom wel? Het zijn in totaal maar 6km, normaal gesproken lopen we op een zaterdagochtend minimaal het dubbele.
Langs de kustweg zijn diverse kitcherige bezienswaardigheden te bewonderen, maar niet één komt in aanmerking voor een foto.

Old Muscat is nog sterieler dan Mutrah waar we vanochtend waren en hier zijn bovendien geen hotels of winkels te vinden. We bezoeken het paleis van de Sultan en bewonderen het nabij gelegen Ministerie van Financiën (doet ons denken aan iemand die in Nederland bij dezelfde instantie ‘werkt’). Ook hier ziet het oude fort er weer uit alsof het vorige week is opgeleverd.
We genieten nog van onze lunch in Old Muscat, voordat we weer aan de wandeling terug naar Mutrah beginnen.

Terug in Mutrah mijden we onze collega-toeristen weer en gaan eigenwijs tussen de locals zitten. Een lekker koud biertje zou nu een perfecte beloning zijn, maar helaas doen ze in Oman niet aan alcohol. Op een elektronisch billboard zien we dat het 33 graden is: wat een hitte!
Modezaken doen ze ook niet aan. Elke man loopt in een witte jurk met op z’n hoofd meestal een kuma en de vrouwen worden in zwarte kledij gerold. Wel lekker als voor de rest van je leven weet wat je de volgende dag aan moet.
Rond 16:00 uur besluiten we de Yaris weer aan te trappen en na slechts één verkeerde afslag te hebben genomen arriveren we heelhuids bij ons onderkomen.

Op advies van Frau Hilde zouden we ‘s-avonds op een groot winkelcentrum gaan eten. ‘Is niet moeilijk om te komen‘ zei Frau Hilde.’ Twee keer links, voorbij de eerste rotonde en dan nog eens links. Je kan ook aan de rechterkant van de grote weg eten, maar daar is het wat meer basic, met van die witte tuinsetjes’, zei ze ook nog. Het is ons toch weer gelukt de verkeerde afslag te nemen, want wij zaten ‘s-avonds gezellig op zo’n wit tuinsetje in een restaurant waar de afgelopen 23 jaar de ramen niet meer gewassen zijn. De ambiance mag dan geen voldoende scoren, het eten was heerlijk!

We waren toch een beetje chagrijnig dat we het grote winkelcentrum niet hadden gevonden, dus na het diner hebben we ons TomTom-gevoel gevolgd en zijn er toch gekomen. Niet te geloven wat je hier op zo’n winkelcentrum ziet: de duurste auto’s staan uitgestald, winkels met te luxe horloges, maar ook veel winkels met makelij uit China; voor een handjevol Rial kunnen we onze rugzakken volproppen. Hebben we niet gedaan, maar wel een overheerlijke cappuccino genomen. De heerlijke bakkies waren overigens wel duurder dan het ‘diner’.
Even later het gas van onze Yaris weer ingetrapt op weg naar Villa Shams van Frau Hilde.

Zondag 7 november

Voor een zondagochtend waren we al vroeg uit de veren, want we wilden nog een keer naar de vismarkt. Om 07:10 uur zaten we al weer in ons gebakkie op weg naar Mutrah. De vissers waren op dit tijdstip de vis nog aan land aan het brengen en dat was een mooi tafereeltje; er lagen een paar grote hamerkophaaien bij, die we graag onderwater tegen waren gekomen. In de markthal was beduidend meer vis dan gisteren, maar van enige hectiek was geen sprake.
Na nog een paar foto’s van de corniche in het mooie ochtendlicht te hebben gemaakt, gingen we weer terug naar Villa Shams voor ons ontbijt.

Met Frau Hilde nog een paar dingen besproken over de rest van onze trip. Ze regelt voor ons de 4wd waar we dinsdag mee de bergen in gaan, ze had nog een adresje in Sur om te slapen en nog een telefoonnummer van iemand die een nachtje in de woestijn kan regelen. We willen ook nog een goede kaart hebben en daarvoor verwijst ze ons naar Carrefour, een mega-supermarkt die op 10 minuutjes rijden ligt.

We zijn er gisteren ook achter gekomen dat de ferry naar Khasab niet langer twee keer week gaat, maar slechts één keer. We hebben ons schema dus gelijk al een beetje om moeten gooien en gaan op woensdag 24 november naar Khasab, waar we dan een extra dagje gaan duiken. Bovendien gaan we een dag eerder naar Dubai. We worden er dus niet echt slechter van.

Onze eerste bestemming vanochtend is het buro van de Ferry Company, want we willen onze tickets wel graag vastleggen, nu er maar één ferry in de week gaat. Helaas zijn we weer slecht voorbereid, want als we aan de balie staan vraagt de medewerkster om onze paspoorten en die liggen nog op de hotelkamer. Gelukkig kunnen we wel een reservering doen en dan gaan we vanavond nog een keer langs om ze te betalen.

Van het kantoortje gaan we naar de moskee van Sultan Qabous. Het is een half uurtje rijden vanaf Mutrah en ook bij de moskee is alles weer toppie-oppie in orde. Mooie ruime parkeerplaatsen, geen entree betalen en een fantastisch onderhouden moskee, of eigenlijk een mega-moskee. Sultan Qabous heeft niet op een paar Rial gekeken. Eén ding had de Sultan vergeten en dat is de kiosk met de huur-hoofddoekje. Nu moest Diana een blouse om haar hoofd draaien om de moskee in te mogen.

Na een rondje door de moskee en over de bakplaten er omheen, waren we wel toe aan verfrissing; het is nog geen 11:30 uur, maar we zijn nu al gaar.
Een colaatje doet toch wonderen, want even later zijn we al weer op weg naar de auto om deze naar de Carrefour te sturen. Net als de rest in Muskat zijn de snelwegen tip-top in orde. Brede 4- en 6-baans snelwegen slingeren kris-kras door het land.
Even later rijden we de parkeergarage bij de Carrefour in en lopen het grote gebouw in. Airco alom, dus het ziet er naar uit dat we hier wel even blijven.
We kopen een wegenkaart en een koeltas voor onderweg en eten iets verderop een quarterpounder bij de grote gele M.

Inmiddels zijn we voldoende gekoeld om weer op pad te gaan. We willen nog even naar Ruwi, net als Old Muscat en Mutrah, één van de 7 stadswijken van Greater Muscat. Ruwi wordt wel ‘little India’ van Oman genoemd i.v.m. de vele eetgelegenheden en winkels die hier zijn. Het valt ons allemaal een beetje tegen en we besluiten terug te gaan naar Mutrah om daar op een terrasje een lekkere koude verse sinaasappelsap te drinken.

Na dit shot vitaminen, scheuren we terug naar onze uitvalsbasis om de paspoorten op te halen. We moeten nog steeds de tickets voor de ferry bevestigen en we hebben daar de paspoorten voor nodig. Volgens de medewerker van het kantoortje zijn ze van 08:00 uur tot 20:00 uur open, dus we kunnen de hele dag langs komen…….maar niet heus…….
Staan we om 17:00 uur bij het kantoor van NFC is het kantoor gesloten. Nog een beetje tegen de deur geschopt, maar geen reactie. Dan maar weer even aan de corniche (boulevard) zitten.
Een uur later nog een keer die kant op, maar nog steeds gesloten. Schoppen tegen de deur hielp dit keer wel, want de deur werd geopend. De medewerker verontschuldigde zich; hij was even gaan eten.
Uiteindelijk de hele papierwinkel in orde gemaakt en wij met de tickets voor de ferry weer naar de corniche om een hapje te eten. We zitten urenlang naar de elektronische Gerrit Hiemstra te kijken en zien dat de temperatuur niet onder de 29 graden wil zakken; wat moeten wij toch afzien.

Maandag 8 november

Vandaag stond er niet veel op het programma. Er waren nog een aantal categorie B bezienswaardigheden en we moesten een paar boodschapjes doen voor de dag van morgen. We zouden wel zien vandaag.

Frau Hilde vertelde ons dat het Off-Road boek waar we naar op zoek waren, maar dat overal uitverkocht was, nog wel te krijgen was in het Radisson Blu hotel, dus daar zouden we vanochtend eerst heen gaan.

Na het ontbijt eerst nog even de mail gecheckt omdat we natuurlijk het e.e.a. te regelen hadden i.v.m. het gewijzigde ferry-schema. Het hotel in Khasab waar we al een aantal dagen geboekt hadden zat helaas vol dus we moeten wat anders zien te vinden. Een paar hotels gemaild en afwachten maar weer.

Dan gaan we eerst maar op zoek naar het Radisson Blu hotel. Frau Hilde had ongeveer aangegeven waar het zou zijn, dus op goed geluk gingen we links af.
Het viel gelukkig mee; maar één keer hoeven te vragen in ons beste Arabisch. Pittig hotelletje overigens, want de kamerprijzen beginnen bij 150 Rial, ex ontbijt (had ik al gezegd dat de Rial gelijk is aan 2 Euro?). Dit hotel is zelfs duurder dan de de wintersport-hotels die Diana en Charissa uitzoeken.
Het is boek dat we zoeken ligt daar wel in het kioskje, dus dat is in ieder geval gelukt.

We trappen de bak weer aan en gaan naar Mutrah omdat we daar het museum nog willen bezoeken. We parkeren de auto daar voor de deur en nemen eerst een bakkie cappuccino in het café waar we al eerder een consumptie genuttigd hadden. Het museum is leuk opgezet, met allerlei interactieve onderdelen waaronder quizjes. Het leukste was wel het grote wiel waar je aan kon draaien en waardoor je de wereldkaart door de miljoenen jaren heen kon zien veranderen; erg leerzaam (?).

Na dit bezoekje aan het museum zijn we doorgecrosst naar het Al Bustan hotel. Dit hotel is de creme de la creme van Oman. Ooit in opdracht van de Sultan himself gebouwd om een conferentie te houden voor alle Arabische wereldleiders en nu kan een gemiddelde toerist hier ook een kamertje boeken. Hoewel…………………..de kamers beginnen hier bij 250 Rial ex ontbijtje, dus voor ons zal het er deze vakantie niet van komen.

Na een zuinig glaasje cola vertrekken we weer en gaan we een stukje scenic road verkennen, zodat we alvast een idee krijgen van de omgeving waar we morgen door zullen rijden. Het ziet er fantastisch uit, maar de kleine Yaris kan de heuvels maar nauwelijks aan. Via de buitenom route gaan we terug naar Mutrah en genieten daar van een welverdiende lunch. Valt niet mee zo’n dagje niksen.

Aan het eind van de middag gaan we even terug naar het hotel om de rit van morgen uit te werken; we willen niet gelijk bij de eerste rotonde de verkeerde kant op gaan. We gaan gelijk even de Yaris aftanken en dat doe je hier, in tegenstelling tot Nederland, voor de lol. Een litertje regular kost 0,12 Rial; nog geen kwartje dus!

Met ons Off-Road boek en de wegenkaart van Oman mag het morgen eigenlijk niet fout gaan. We maken wat aantekeningen zodat we ongeveer weten waar we links of rechts moeten gaan. Hierna gaan we opnieuw terug naar Mutrah voor een hapje en brengen nog een bezoekje aan de soeq.
Na wat oefenen met de Yaris, zijn we klaar voor onze eerste echte rit.

Dinsdag 9 november

We zaten al vroeg aan het ontbijt omdat we vandaag op tijd wilden vertrekken; we wisten nl. niet hoeveel tijd we nodig zouden hebben om in Ibra te komen.Gelukkig was onze 4wd gisteren al gebracht, dus dat gaf geen extra wachttijd.
Na het ontbijt hebben we onze witte Toyota Landcruiser Prado eerst even gecontroleerd op beschadigingen, maar er was niets te vinden. Dat kon ook bijna niet met maar 2950km op de teller.

Na de rekening te hebben voldaan vertrokken we richting Qurayyat. De snelweg is een genot; nieuwe asfalt en bijna geen auto’s te zien. We waren als snel bij Qurayyat en vandaar gingen we richting Fins, waar we de bergweg op moesten.

Al snel werd duidelijk dat dit geen makkie zou worden. De weggetjes zijn wel erg steil. We genieten van de uitzichten en maken hier en daar een foto en filmen wat. We vorderen maar langzaam en na zo’n 7 kilometer wordt het echt slecht. De ondergrond is hier erg los en de hellingen worden nog steiler. Je kunt bovenop de helling niet meer zien waar je naar toe rijdt, zelfs niet als je gaat staan en zo hoog mogelijk door de voorruit probeert te gluren. Net of je in het voorste karretje van de achtbaan zit, vlak voordat het over de eerste helling gaat. Het wordt een beetje ‘op goed geluk’. De auto begint ook steeds meer te ‘glijden’ op de losse ondergrond. Na ongeveer 10 kilometer wordt het echt te gek; de helling is bijna niet meer te doen en de lucht van gebakken koppelingsplaten doet ons besluiten om te keren. Dit is te gevaarlijk en bovendien willen we niet terug hoeven lopen omdat de auto het begeeft.

Voorzichtig keren we om en gaan we terug naar Fins. Gelukkig hebben we al wel voldoende kunnen genieten van de prachtige onherbergzame omgeving.
Terug bij de snelweg gaan we richting Sur en bij het plaatsje Tiwi gaan we van de snelweg af om te lunchen. Tiwi heeft misschien 50 inwoners, maar gelukkig ook een ‘restaurant’. We bestellen twee broodjes kip en een sapje. Dat sapje blijkt bij aankomst een oranje bananen-milkshake te zijn, maar smaakt heerlijk.

Nu we niet over het Salmah plateau naar Ibra kunnen, moeten we er omheen. Scheelt zeker 200km, maar zien wel iets van de prachtige kustlijn. Zo af en toe twijfelen we of we niet gewoon aan het strand zullen gaan liggen.

Na een lange rit zijn we tegen vieren in Ibra, maar dan nog een hotel vinden. De Omani zijn vriendelijke en willen je graag helpen, maar ze spreken niet allemaal even goed Engels. Uiteindelijk komen we bij het Ibra Hotel, maar de receptionist raadt ons aan een ander hotel te zoeken omdat er in zijn hotel tot diep in de nacht veel lawaai zal zijn. We vragen niet eens hoe dat komt en gaan op zoek naar het volgende hotel. Het wordt uiteindelijk Nahar Tourism Oasis. Eerst een lange oprijlaan en dan zien we aantal kermisattracties (?); wat zal dit nu weer zijn.Het lijkt een grote kale zandvlakte waar hier en daar huisjes staan. Diana vraagt aan de receptionist of hij nog kamers heeft en die zegt dat hij vol zit. Na een beetje zeuren blijkt hij ook nog kamers te hebben waar normaal gesproken alleen de locals in verblijven. We gaan even kijken en hoewel er geen ster voor dit hotel is te geven besluiten we toch maar te blijven; veel meer is er toch niet in Ibra.

‘s-Avonds bij het eten zien we wie al de andere 18 huisjes bezet houden: een stuk of 40 Amerikaanse (?) kinderen met een paar begeleiders. It’s our lucky day!
Het eten gaat in buffetvorm en smaakt voortreffelijk. Als om 19:00 uur de kinderen terug naar hun huisjes gaan keert de rust terug en nemen we nog een bakkie thee. Wel grappig zo’n gratis voorstelling tijdens het avondeten.

Woensdag 10 november

Om 07:00 uur gaat de wekker al weer want we willen vandaag op tijd naar de markt. Even snel een ontbijtje naar binnen werken en op weg. Oh ja, we laten de bedrijfsleider van dit pretpark nog wel even het desertcamp bellen zodat we vanmiddag niet voor niets de woestijn in rijden. Hij zal straks even bellen en we horen het wel als we straks nog even terugkomen.

De souq is zo gevonden: volg de Ibra-meute! We parkeren onze Prado vlak bij een internetcafé; dat kan nog wel handig zijn als we straks even het net op willen. Zo vreemd dat hier geen free wifi beschikbaar is…….
We lopen eerst over de lapjesmarkt. Het is enorm druk en we struikelen bijna over de vrouwen die iets leuk proberen te vinden. Het lijkt erop dat dit de voormalige vrouwen-souq is, maar ze zijn niet zo streng meer. Hier zien we ook regelmatig vrouwen met van die snavelmaskers lopen; het ziet er leuk uit, maar als even later een verkoopster zo’n masker aan Diana aanbiedt, slaat ze beleefd af.

We lopen wat verder het dorp in op zoek naar meer handel en iets verderop komt de geur van geitenkeutels ons al tegemoet. Bij een enorme hal wordt het vee verhandeld. Vooral het verhandelen van het kleinvee is een leuke belevenis. Zo’n 50 mannen zitten in een grote cirkel en binnen in deze cirkel loopt degene die iets te verkopen heeft met zijn geit of schaap in het rond om de mannen er omheen tot een koop over te halen.
We blijven hier even hangen want het is echt grappig om te zien hoe de ‘baasjes’ hun beestjes aanprijzen terwijl de beestjes alleen maar weg willen van deze show.

Op weg naar de auto zien we ook de lokale wapenhandelaar. Z’n assortiment gaat van geweer tot aardappelschilmesje en de kopers keuren alles tot in het kleinste detail.
Terug bij de auto drinken we wat bij een coffeeshop en lopen het eerder genoemde internetcafe binnen. De verbinding is prima. We versturen een paar mailtjes en checken of het in Nederland nog steeds regent (en dat doet het). Dan rijden we terug naar ons hotel annex pretpark om te horen of het desertcamp gereserveerd is.
Gelukkig heeft hij het telefoontje gepleegd en heeft hij doorgegeven dat we vanmiddag komen. Op weg naar de woestijn dus.

We tanken nog even bij de Shell (geen airmiles) en gaan op weg. Omdat er een enorm ongeval is gebeurd op de hoofdweg, waar het halve dorp voor is uitgelopen, moeten we via de berm en ventweg rijden, maar met enige vertraging rijden we dan toch naar Al Mintrib waar we moeten afslaan voor onze tocht door het zand.
Als we in Al Mintrib zijn besluiten we daar gelijk te gaan lunchen. We zoeken weer een coffeeshop, wat ongeveer hetzelfde is als een snackbar in Nederland, en bestellen wat te eten. We zien op een tafeltje naast ons een Omani een bordje patat met mayo (!) eten en dat bestellen wij er ook nog snel bij. We willen nog even goed eten voordat we de woestijn in gaan; je weet maar nooit waar en hoe lang je stil komt te staan.

Aan het begin van de woestijn biedt een lokale ‘gids’ aan voor ons uit ter rijden zodat hij ons evt. kan helpen mocht het mis gaan. Na de ervaring gisteren in de bergen is het vertrouwen in de Prado zover gezakt dat we z’n diensten graag afnemen (en afnemen betekent natuurlijk betalen).
Het rijden door de woestijn gaat boven verwachting makkelijk. Je moet even wennen aan het continue schuiven van de auto, maar dan gaat het wel. Halverwege laat onze ‘gids’ nog even een flinke teug lucht uit onze banden lopen, zodat we beter op het zand blijven staan als we straks echt een duin op moeten. Ook die echte duin levert geen probleem op en even later arriveren we in 1000 Nights Desert Camp. Het had net zo goed 1001 Nights Desert Camp kunnen heten, want het ziet er allemaal fantastisch uit: mooie tenten met bedden, ruim restaurant, gratis drinken, biljarttafel, zwembad, lounge-hoek en heel veel woestijn.

Aan het eind van de middag wandelen we de woestijn-duinen in en ook hier zien die er imponerend uit. Je kunt je heel goed voorstellen dat je hier de weg kwijt kunt raken. Bij het laatste daglicht gaan we terug naar het Camp om ons gereed te maken voor het buffet. Nadat we eerst een soepje hadden weg geslurpt, moesten we even mee naar buiten om ons vlees op te graven. In Nederland hebben we een stoofpannetje, maar hier hebben ze een stoofgat in de grond. Ze wikkelen een lam in bananenbladeren, leggen dat in een gat in de grond, berg zand er overheen en na 24 uur heb je een heerlijk stukje vlees.
We gaan al vroeg naar onze tent want dit is onze kans om weer eens ouderwets te kamperen.

Donderdag 11 november

De tent begon al vroeg op temperatuur te komen, dus uitslapen was er niet bij. Om 07:15 uur gingen we al weer op weg naar het restaurant.
Tijdens het ontbijt hoorden we een meisje een Sinterklaas-liedje zingen; het was Myrthe, dochter van een Nederlands stel, die ook vanuit Oman de Sint wilde pleasen.
Na het ontbijt nog even de tandjes poetsen en toen mochten we weer het zand in. Als je er een beetje aan gewend bent geraakt dan is het wel gaaf om te doen. Op de terugweg namen we een iets afwijkende route waarin we een heuvel van ongeveer 50 meter af moesten: op goed geluk!
Onderweg maken we nog een paar fotostops en glijden af en toe wat van het rechte pad. Als we een uurtje later in Al Mintrib zijn gaan we eerst naar de lokale Kwik-Fit om onze banden weer op spanning te laten brengen.

Onze volgende stop is Wadi bani Khalid. Deze wadi is bekend om z’n mooie waterbaden en prachtige omgeving. Wanneer we hoofdweg afslaan rijden we gelijk het desolate gebergte tegemoet. De bergen variëren van wit naar bruin en van rood naar grijs je krijgt de indruk dat hier niets kan leven. Als we de eerste hellingen over zijn en dichter bij de wadi komen wordt het alsmaar groener. Palmbomen en struiken in overvloed waar er nog geen 5 minuten geleden geen grasspriet was te bekennen.

Uiteindelijk houdt de weg op en is er een parkeerplaats waar we onze auto parkeren. Vanaf hier lopen we naar de baden. Het is nog rustig en als we bij een paviljoentje aankomen nemen we daar eerst wat te drinken.
We moeten daarna nog even verder over wat rotsen klauteren naar een klein watervalletje en een bad met helder turquoise water. Het ziet er idyllisch uit en het water is bovendien veel warmer als we verwacht hadden; we begrijpen goed waarom dit zo’n populaire plek is voor de Omani.

Even later besluiten we toch maar op weg naar Sur te gaan. We rijden dezelfde mooie weg weer terug en slingeren ons in een half uur naar de hoofdweg.
Om 13:30 uur zijn we in Sur en rijden naar het hotel dat Frau Hilde ons geadviseerd had. Het is nieuw, de kamers ruim en vooral niet duur dus we checken in.

We gaan ‘s-middags nog wel even Sur in, maar net als in de andere plaatsen houden de Omani tussen 13:00 uur en 16:00 uur een siësta, dus er valt niet veel te beleven. We gaan even bij een coffeeshop aan zee zitten en genieten van het uitzicht. ‘s-Avonds eten we bij een restaurant dat duidelijk zichtbaar gesponsord wordt door Pepsi. Het eten is heerlijk en ze proberen er echt iets van te maken.