Tag archieven: Muscat

Oman 3

Vrijdag 19 november

Na een uitgebreid ontbijt gingen we richting de souq van Nizwa omdat vandaag de geitenmarkt zou zijn. Zou zijn, want ook deze markt was van de kalender geschrapt vanwege de nationale festiviteiten.
Er was nog wel wat handel bij de groente- en fruitmarkt, maar allemaal een beetje magertjes.
Na een half uurtje rond gelopen te hebben, besloten we dan maar naar Al Jabal Al Akhdar te gaan. Dit gebied op 2000m hoogte is onderdeel van het Saiq plateau.

Omdat er in het verleden te veel fatale ongelukken waren gebeurd kom je dit gebied alleen in met een 4wd. Bij een check point controleert de politie auto en rijbewijs voordat je wordt ’toegelaten’.
De strenge eisen zijn er niet voor niets de wegen zijn enorm steil, maar gelukkig wel in goede conditie. Continue wordt je middels levensgrote, rode waarschuwingsborden gewaarschuwd voor de gevaren en dat je in de low gear moet rijden.

De vergezichten zijn fantastisch en de dieptes enorm. Bij het dorpje Sayq zetten we de auto neer en lopen we het laatste stukje omhoog naar een uitkijkpunt. De rotsblokken waar je hier overheen loopt zitten vol met kleine fossielen van plantjes; heel bijzonder.
Vanaf het uitzichtpunt zie je de dorpjes Al Ayn en Ash Shirayjah tegen de muur aangekleefd liggen met de terrassen waar op verbouwd wordt.
Na een uurtje zijn we weer terug bij de auto en gaan op weg naar Diana´s viewpoint. De naam is niet gegeven omdat wij hier vandaag naar toegaan, maar naar aanleiding van een bezoek van Lady Di, die zich hier heeft laten afzetten met een helikopter om te genieten van dit schitterende uitzicht.

Onderweg stoppen we nog even bij het dorpje Al Ayn dat we net vanaf het uitzichtpunt hebben zien liggen. We wandelen wat door de smalle steegjes en bewonderen de terrassenbouw die hier wordt gepleegd. De felle kleuren van de groentes steken af tegen de bruin-rode kleur van de bergen op de achtergrond.

Volgende stop is dan Diana´s viewpoint en we begrijpen waarom ze hier heen wilde. De uitzichten zijn perfect en je krijgt hier het gevoel dat je heel ver van de bewoonde wereld bent. Wanneer we deze rauwe omgeving voldoende op ons hebben laten inwerken en genoeg plaatjes hebben geschoten, gaan we weer naar de auto. Het is tijd voor de afdaling.
Met de auto steeds in de lage versnelling janken we naar beneden. We stoppen hier en daar nog om een fotootje te maken en zonder brokken bereiken we weer het politie check-point.
We lunchen in Nizwa en gaan daarna door naar Bahla waar ons volgende hotel staat. Bahla ligt 40km verder westelijk in dit westelijke Hajjar gebergte.

Net buiten Bahla vinden we ons hotel en het is er eentje met iets meer comfort dan standaard. We gooien de spullen op de kamer en checken onze email in de lobby (free wifi!).
Daarna even het dorp en kijken of er wat te beleven valt. Bahla heeft een groot fort dat op de werelderfgoed-lijst van de UNESCO staat, maar het wordt momenteel gerestaureerd. Morgen maar eens kijken of we naar binnen kunnen.
Bahla zelf is een stoffig dorp met veel kleine prutswinkeltjes en evenzoveel restaurants. Je zou kunnen zeggen dat het een standaard Omaans dorp is. Het grootste verschil met Nizwa is in ieder geval dat de horden toeristen die we daar tegenkwamen zijn gereduceerd tot een handvol.
We lopen wat door de straatjes, eten een snack, drinken een sapje en gaan op zoek naar een wasserette want de schone kleren zijn inmiddels in de minderheid.

‘s-Avonds eten we bij een eenvoudig restaurantje en raken aan de praat met een Omani die geboren is in Bahla en werkt in Muscat. Hij geeft ons wat tips voor het maken van foto’s van het fort en is benieuwd wat we van zijn land vinden en verteld over de herkomst van de kumma (het typische Omaanse mutsje dat helemaal niet Omaans is).
Wanneer we even later ons eten willen afrekenen blijkt onze Omaanse vriend ook onze rekening te hebben voldaan. Aardig he!
Terug in het hotel horen we dat zij ook onze was kunnen verzorgen, dus dat scheelt morgen alweer een ritje naar de stad.

Zaterdag 20 november

Omdat we ons ‘uitstapje’ van vandaag voor de middag gepland hadden, gingen we vanochtend nog even naar Bahla voor de souq en het fort.
Het centrum van Bahla was echter nog grotendeels uitgestorven en op de souq slechts een enkeling die de moeite had genomen z’n stalletje op te zetten. Wat een feestbeesten zijn die Omani en dat zonder schnapps.
We hadden gisteren al gezien dat een deel van het fort nog in de steigers stond en nu hoorden we dat vanwege deze restauratie het fort is gesloten.

Echter, niet getreurd, in het 4km verderop gelegen Jabrin staat een fort dat zeker zo mooi moet zijn; het wordt in de Dominicus zelfs aangeprezen als het mooiste fort van Oman (blz. 178).
We sprongen dus maar weer in de auto en scheurden naar Jabrin. Aan het aantal landcruisers op de parkeerplaats kunnen we al zien dat het de moeite waard is. Het blijkt een groep Deutsche bejaarden te zijn die daar al vroeg rondgeleid worden.
Het fort voldoet aan de verwachtingen; het ziet er allemaal spic-en-span uit en de verschillende verblijven zijn zelfs nog aangekleed met kussens en kleden. We dolen een tijd door de kamertjes, gangetjes, trapjes en buitenverblijven en genieten van het uitzicht van het geschutsplateau. Hebben we hier toch nog ons fort gezien!

Terug bij het hotel vullen we onze koeltas met provisie voor de tocht naar de bijenkorf tombes van Al Ayn en de Wadi Damm, want dat is de bestemming die voor vanmiddag uit de hoge hoed is gekomen.
We moeten eerst 40 km westwaarts voordat we het achterland ingaan. De omgeving is toch weer net even anders dan gisteren, maar wel weer schitterend met ruige bergen variërend in kleur van bruin naar rood.

Na 20 km staan we dan ineens weer in de rij voor een checkpoint van de politie. Dat is mooi kl*ten, want zowel het internationaal rijbewijs als de paspoorten liggen op de kamer; wat een ervaren toeristen…….
Als we aan de beurt zijn vraagt oom agent alleen maar om het rijbewijs. Rob heeft gelukkig wel het roze Nederlandse kaartje bij zich dus geeft hij aan hem. Dan knort bromsnor: “insurance, insurance paper” en dat is ook lekker want we hebben geen flauw idee waar die in de auto liggen. Toen de auto in Muscat werd gebracht hebben wij de persoon van het verhuurbedrijf niet gezien, dus deze info hebben we niet gekregen. Rob heeft wel een papiertje achter de zonneklep zien zitten en dat tovert hij tevoorschijn en overhandigt het aan bromsnor. Deze knort nog wat onverstaanbaars, maar geeft dan de spullen terug en we mogen gaan. We hoeven gelukkig niet terug naar het hotel.

Omdat de tank nog maar half vol is (of half leeg, afhankelijk van hoe je in het leven staat) en we toch een stukje van de bewoonde wereld af gaan, willen we eerst nog even tanken en volgens de kaart zou er bij de afslag van de grote weg een benzinestation moeten zijn. Dat benzinestation is er wel, maar hij is uitverkocht: “sorry, no petrol, no petrol, later…” schreeuwt de pompbediende, onderuit zittend op een stoeltje. Da’s lekker dan, maar we gokken er maar op dat we op de terugweg kunnen tanken.

De eerste bestemming vanmiddag zijn de bijenkorf tombes van Al Ayn. Dit zijn geen graven die gesponsord worden door de Nederlandse winkelketen, maar graven van opgestapelde stenen in de vorm van een bijenkorf. We zie de graven na enige tijd liggen, maar moeten dan het pad er naartoe nog vinden. Een paar keer proberen, maar dan lukt het toch in de buurt te komen het laatste stukje lopen we.
De graven liggen fantastisch op een heuveltje met op de achtergrond de steile berg Al Misthy. De overledenen kregen hier wel een heel fraai uitzicht op hun laatste rustplaats. We klimmen zelf op een nabij gelegen heuvel vanwaar we een prachtig uitzicht op de graven en de achterliggende berg hebben.

Hierna gaan we door naar Wadi Damm; één van de vele Wadi’s in Oman, maar deze is wel heel anders dan Wadi Bani Khalid die we eerder bezochten. Er gaat een geasfalteerde weg naar Wadi Bani Khalid, er is een parkeerplaats, je kunt er eten en drinken in de schaduw van een paviljoentje en borden wijzen je op de bezienswaardigheden. Wadi Damm is van een andere categorie: een stoffig zandpad leidt naar de wadi en je parkeert de auto onder een overhangende rots. Vervolgens loop je op goed geluk de wadi in, op zoek naar de mooiste plekjes.
Onze eerste aanvliegroute was slecht gekozen, want na drie kwartier klauteren over huizenhoge rotsen, kwamen we op een plek waar we niet verder konden. Onze klim-vaardigheden schoten te kort, ondanks een verwoede poging van Rob. We moesten dus terug naar af en waagden een tweede poging. Dit keer over een veel hoger gelegen geitenpad, zodat we de ‘kiezels’ konden ontwijken. Dit ging veel beter en na drie kwartier waren we nu een stuk verder en bij een watervalletje dat in de wat nattere tijd van het jaar heel mooi zal zijn. Nu viel het een beetje tegen en moest er veel fantasie aan te pas komen.

De terugweg ging nog sneller dan de heenweg en om 16:00 uur gingen we weer richting hotel. Nog één keer stoppen bij de bijenkorf tombes omdat het licht op dit uur van de dag veel mooier is en dan door naar het benzinestation. We zien van ver dat de tankauto nog staat aangesloten, maar de pompbediende schreeuwt lachend: “yes we have petrol, no problem“. We gooien de tank vol en rijden met ontspannen billen de laatste 40 km naar het hotel. Bij het checkpoint mogen we dit keer zomaar doorrijden.

Na zo’n inspannende dag hadden we wel trek gekregen dus we gingen vrijwel gelijk door naar Bahla en gingen bij hetzelfde restaurant als gisteren zitten. We bestelden eerst 2 fresh banana juice en (zoals dat wel vaker gaat in Oman) even later kregen we twee roze-rode (?) bananen milkshakes met een groen bolletje ijs erop. Het is altijd weer even afwachten wat de smaak zal zijn, maar ondanks de kleur, was het dit keer toch echt bananen. We weten niet wat ze uithalen met die smaakstoffen, maar vreemd is het wel.
Het eten smaakt nog beter dan gisteren, maar dat is niet zo gek als je de lunch overslaat. Morgen staat Jabal Shams op het programma en dat is waarschijnlijk iets minder inspannend.

Zondag 21 november

Op de dag dat René maar liefst 45 jaar oud is geworden, gingen wij de hoogste bergtop van Oman bestijgen. Het klinkt als een enorme inspanning, maar in dit geval is het vooral een inspanning voor de auto (en chauffeur).
Omdat we daar niet de hele dag voor nodig zouden hebben, zijn we na het ontbijt even in Bahla op een terrasje gaan zitten. En passant nog even het dorp door geslenterd en tegen een uurtje of 10 zijn we dan op pad gegaan.

We gaan eerst via Al Hamra naar Al Misfat Al Abriyyinen, een schilderachtig bergdorp en wandelen daar door de nauwe steegjes en langs de terrassen waar de groente wordt verbouwd. Hier lijkt de tijd echt stil te hebben gestaan, maar wanneer een oude man in authentieke kledij ons een paar baisha (centen) probeert af te troggelen zijn we weer helemaal in de 21e eeuw.

Na dit bliksembezoek rijden we terug naar Al Hamra om daar te lunchen, maar voor de lunch wist Diana nog een leuk museumpje in Al Hamra. In dit museum, dat is gehuisvest in een oorspronkelijke lemen woning, wordt door een aantal vrouwen wat huishoudelijke taken uitgevoerd. Zo is er een vrouw het originele Omaanse brood aan het bakken. Dit zijn een soort flinterdunne pannenkoeken, maar smaken heerlijk. Ook is er een vrouw koffie aan het branden en een andere vrouw olie aan het persen. Het leukste was misschien nog wel dat wij ons in de authentiek kledij mochten hijsen voor een soort Volendam-moment. We hebben lang getwijfeld of we deze foto zouden plaatsen, maar omdat we ervan overtuigd zijn dat niemand hier om zal lachen, hebben we het maar gedaan.
Na dit gezamenlijk optreden voor de camera houden we het museum voor gezien en gaan op weg naar een coffeeshop voor onze lunch.

Na de lunch gaat het dan richting Jabal Shams (‘Berg van de Zon’), met 3075m de hoogste berg van Oman. Met een half uur staan we aan de voet van het gebergte en dan begint het slingeren en klimmen weer. De wegen zijn steil en de bochten scherp, maar de weg omhoog is grotendeels verhard, alleen de laatste 10km zijn niet meer dan een stoffig zandweggetje. Drie kwartier hebben we nodig om boven te komen en als we onze auto naast de weg parkeren en naar de afgrond lopen zien we waar we dit voor gedaan hebben. We kijken in de spectaculaire, diepe Wadi Guhl; de steile bergflanken duiken zeker 1000m de diepte in. Niet voor niets noemt men dit de Grand Canyon van Arabië. We lopen wat heen en weer langs de rand van de afgrond en proberen dit natuurschoon vast te leggen met onze camera’s, maar dat is bijna onmogelijk.

Tegen 15:30 uur beginnen we dan aan de afdaling. Weer steeds in de kleine versnelling om de remmen te sparen.
Als we om 16:30 uur Bahla weer inrijden stoppen we nog even bij de supermarkt om wat proviand in te slaan voor de rit van morgen, maar rijden dan snel door naar het hotel om even bij te komen van weer een enerverende dag in de westelijke Hajjar.

Maandag 22 november

Al voor 07:00 uur stonden we bij de ontbijtzaal, want vandaag hadden we een lange rit voor de boeg. Niet alleen een lange rit, maar vooral ook een lastige rit waarbij we het westelijke Hajjar gebergte doorkruisen over de bergweg via Hatt en Wadi Bani Awf, om weer aan de noordkant van Oman uit te komen.

Met een stevig ontbijt achter de kiezen rijden we stipt om 08:00 uur weg bij het hotel. We tanken nog even bij de Shell in Bahla en gaan dan echt op weg. Het eerste kwartier volgen we de zelfde weg als gisteren tot we bij het bord Balad Seet komen, want daar slaan we nu rechts af. Volgens het Off-Road Oman boek zijn er nu nog 12 km asfalt te gaan en is het daarna alleen nog maar stof happen.
Het boek is wat achterhaald, want na 20km rijden we nog steeds op asfalt en is er zelfs een prachtige parkeerplaats aangelegd vanwaar je uitkijkt over het landschap dat wij net doorkruist hebben. Het is hier nog maar 10 graden en we maken er een korte fotostop van.
We zeiden tegen elkaar dat het asfalt zo nog wel even door mag gaan, maar dat was Allah verzoeken, want nog geen 50 m verder houdt het asfalt abrupt op.

We zien de zandweg voor ons steil naar beneden gaan en we zetten ons schrap voor deze afdaling naar Hatt. De auto in de eerste versnelling en steeds maar bijremmen om de snelheid laag te houden. De weg zit vol grote keien dus we hobbelen er op los. Na een half uur dalen met het zweet op de rug en de billen bij elkaar vragen we ons af of we er goed aan gedaan hebben deze weg te nemen; hoe erg gaat het nog worden? De ervaring op het Salmah plateau knaagde nog steeds wat aan het vertrouwen. We besluiten om terug te gaan en te kijken hoe de auto zich omhoog gedraagt; het stuk wat we net hebben afgelegd was zeker zo steil als op het Salmah plateau, dus dat zou een goede test zijn. We komen ongeschonden terug op de uitzichtplek waar een Omaanse man staat te wachten op zijn lift. We besluiten hem te raadplegen. Hij spreekt bemoedigende woorden en vraagt of we een rijbewijs hebben (?). Met een 4wd moet het volgens hem kunnen, als je maar slowly, slowly doet. Er was maar één familielid van hem omgekomen op deze weg…….en als hij dan ook nog zegt dat z’n vrouw hier ook naar beneden rijdt weten wij genoeg. We keren de wagen om duiken het zandpad weer af.
Behoedzaam rijden we helling na helling, bocht na bocht. Dit is zeker de grootste 4wd uitdaging in deze vakantie. Als we na een hele lange afdaling eindelijk in Hatt aankomen begint de volgende fase. De weg wordt smaller en soms steken puntige rotsen hoog uit de zijwanden. Het is hier secuur manoeuvreren om de wagen heel te houden en gelijkertijd moeten venijnige klimmetjes worden gepareerd.

Na ruim 2 uur staan we dan eindelijk in een droge rivierbedding op een stukje vlakke ondergrond, klaar om aan de andere kant weer omhoog te gaan.
We pauzeren even en nemen wat te eten en te drinken, want daar komt het niet van tijdens zo’n beproeving.
Tien minuutjes later gaan we aan de andere kant van de rivierbedding weer omhoog. Het klimmen gaat aanmerkelijk gemakkelijker dan het dalen van net. We ontwijken nog wat tegenliggers op de smalle paden en gaan even kijkje nemen in de Snake Gorge en de Little Snake Gorge, twee smalle bergkloven met imposante hoge rotswanden.
Niet ver na de Little Snake Gorge rijden we dan weer op de rivierbodem van Wadi Bani Anf. Vanaf hier is afgelopen met klimmen en dalen en kunnen we nog meer van de omgeving genieten. De rotswanden langs deze wadi zijn honderden meters hoog en worden fraai verlicht door de zon.

Precies om 12:00 uur staan we dan weer op het asfalt en kunnen we dit hoofdstuk ook weer navertellen. We hebben 4 uur nodig gehad voor stuk van 70 km. De auto heeft een ware metamorfose doorgemaakt want hadden we gisteren nog een witte, nu hebben we een beige-bruine Prado.
Vlakbij is een tankstation met daarnaast een coffeeshop. Hier verwennen we eerst de inwendige mens voordat we koers zetten naar……………waarnaar eigenlijk: Nakhal, Barkha, Seeb of misschien toch Muscat? We zouden wel zien waar we een hotel vinden.

Eerst komen we bij Nakhal, dat vooral bekend is om z’n enorme fort. Het fort is fantastisch gelegen tegen de hoge bergen van het Hajjar gebergte, maar omdat je in het fort niet kan overnachten en er verder geen hotel te zien was viel die optie af. We rijden verder en als we de bergen achter ons hebben gelaten en weer aan de kust beland zijn, proberen we het in Barkha. We weten dat er twee resorts zijn, maar die zijn veeeeeeeer boven budget. Bij de benzinepomp worden we naar het Orient Hotel gestuurd, maar als Diana daar een kamer heeft bekeken weet ze niet hoe snel ze weer in de auto moet klimmen: wat VIES! Dan maar door naar Seeb, de plaats waar ook de internationale luchthaven van Oman is gelegen. We rijden naar de corniche en vragen daar de weg, dat doen we vervolgens nog eens, en nog eens, en nog eens en……………… je voelt al aan dat dit ‘m ook niet gaat worden. Dan maar gelijk door naar ‘good old’ Muscat. We hebben voor morgen al een hotel geboekt en gaan maar even kijken of dat hotel ook vanavond nog een kamer vrij heeft. Ook in Muscat is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want dan moet je wel eerst het hotel vinden. Uiteindelijk krijgen we een escorte van een taxichauffeur die ons netjes bij het hotel aflevert. Gelukkig heeft het Mutrah hotel voor vanavond nog een kamer vrij dus wij parkeren de auto bij het hotel en bellen Hilde dat ze de auto morgen bij het hotel op kunnen halen. Dat was het hoofdstuk auto!

Als we ‘s-avonds weer door Mutrah lopen merken we hoe anders het hier is dan in de kleinere plaatsen. Je merkt aan alles dat hier veel toeristen komen. Op de souq spreekt elke verkoper je aan: “sir you want kasjmier, madame you want silver, you want frankincense” Niet opdringerig, maar toch. We zien aan de corniche dat ze met de feestdagen wel uitgepakt hebben. Alles is versierd met feestverlichting; de corniche lijkt wel een grote kermis.

Als we na het eten teruglopen naar het hotel bedenken we dat het hoofdstuk auto toch niet helemaal is afgesloten; we nog moeten aftanken.
Na dit laatste bezoek aan de Shell, zetten we de auto op de parkeerplaats bij het hotel, klaar om opgehaald te worden.

Voor de statistieken nog de volgende cijfers.
Aantal dagen auto: 14
Afgelegde afstand: 2800 km
Aantal liters benzine: 380 liter
Kosten benzine: 45 Rial
Verbruik: 1 op 7,4

Dinsdag 23 november

Vanochtend zou er om 09:00 uur iemand komen van het autoverhuurbedrijf om de Prado op te halen. De beste man was er al 08:45 uur en we liepen gelijk naar de auto om te controleren of de auto nog schadevrij was. De man leek wat beteuterd te kijken toen hij zag hoe smerig de auto was. Wij waren de eerste huurders vertelde hij ons; de auto was vrijwel nieuw. We betaalden de autohuur en vanaf nu waren we weer aangewezen op de benenwagen.

We besloten maar gelijk naar Mutrah te lopen en een lekker bakkie cappuccino te drinken in het Khargeen cafe, bij het museum.
Daarna lopen we langs de vismarkt, de groentemarkt, over de corniche en door de souq en voelen ons al weer helemaal thuis in Mutrah. Ondanks dat je hier veel meer toerisme ‘ervaart’ zijn de Omani zich niet gaan aanpassen, althans niet qua kleding. Vrijwel alle Omani lopen nog in authentieke kledij.

We gaan naar ons stamcafé aan de corniche en bestellen een jus. De eigenaar herkent ons na twee weken nog. Het valt ons opeens op dat het af en toe bewolkt is; best gek, dat hebben we hier nog niet eerder meegemaakt.
Na de verfrissing lopen we naar een internetcafé om de mail te checken (in ons hotel hebben ze problemen met de Wifi) en dan kopen we in de souq een kumma voor in onze souvenirkast. Ook wel eens lekker zo’n dagje aanrommelen.

Als we in de namiddag de souq weer eens inlopen gaat Diana in een zilvershop toch voor de bijl. Ze ziet er een mooie grote ring en na een partijtje stevig afdingen zit ze er aan vast. Moest er natuurlijk een keer van komen met zoveel blingetjes.
Als we voor het eten nog even naar de haven staan zien we de ferry, waar we morgen mee naar Khasab gaan, al liggen. We zijn benieuwd hoe het is om met 85 km/u over het water te razen.
Als we aan ons tafeltje zitten om een lekker maaltje te bestellen roept de imam op tot het gebed. Hij heeft er duidelijk zin in, want de luidspreker lijkt harder te staan dan anders en de oproep heeft wel iets weg van een rap-nummer.

Woensdag 24 november

Vanmiddag maken we de oversteek naar Khasab. We moeten om 13:00 uur bij het kantoor van NFC zijn, dus we hebben in de ochtend nog even tijd om een laatste rondje door Mutrah te maken.
Als we aan de corniche komen zien we dat er overal politie staat en dat de parkeerplekken, die normaal gesproken vol staan met auto’s, bijna allemaal leeg zijn. Geen idee wat er staat te gebeuren, maar de straat moet even ‘schoongeveegd’ worden.
We gaan nog een laatste keer naar het Kargeen café voor een lekker bakkie en daarna nog wat drinken verderop aan de corniche. Rond het middaguur nemen we een broodje bij de coffeeshop waar we ruim twee weken geleden ook onze eerste broodjes hebben gegeten. Bij deze coffeeshop raken we aan de praat met een Omaanse gids die ons vertelt dat morgen Queen Elisabeth op visite komt bij de Sultan en dat daarvoor nu alle auto’s van straat moeten. Hoogstwaarschijnlijk verblijft ze op de 9e verdieping van het El Bustan hotel. Deze verdieping van dit zeer luxe hotel waar wij twee weken geleden een glaasje cola hebben gedronken, is speciaal bedoeld voor koninklijk bezoek.

Nadat we nog wat vriendelijkheden hebben uitgewisseld met de gids, gaan we terug naar het hotel om uit te checken.
Tegen enen staan we met onze tassen op de stoep voor het hotel en houden een taxi aan die ons naar het kantoor van NFC moet brengen. De taxi stopt, maar er zitten al twee passagiers in. Dat doet er blijkbaar niet toe; er kunnen nog makkelijk twee passagiers en wat tassen bij. Beetje inschikken en we rijden. Het is gelukkig niet ver.
De taxichauffeur zet eerst de twee andere passagiers af en daarna levert hij ons af bij het kantoor van NFC.
We zijn niet de eersten, maar echt druk is het ook nog niet. We krijgen onze instapkaarten en gaan in de wachtruimte zitten. Daar draaien ze een komische Bollywood film, dus dan is het tijd om eens wat muziek van Rammstein op de oren te zetten.
Om 14:00 uur worden we verzocht om mee te gaan naar de achterkant van het gebouwtje te gaan want daar staat een busje te wachten om ons naar de haven te brengen.
Bij de toegang tot de haven moeten we de paspoorten laten zien, en even later komen we bij de onze catamaran, de Hormuz. We gaan aan boord van deze 65m lange boot en zoeken een hoekje uit met 4 stoelen en een tafeltje. Hier moeten we de overtocht wel kunnen doorkomen.
Precies om 15:00 uur draait de boot van de kade af; de overtocht is begonnen.

Als snel komt de Hormuz op stoom en het voelt net alsof je in de sneltrein zit, maar nu ‘vliegen’ we over het water. Net als in een vliegtuig geven stewards een veiligheidsintructie en even later heet de kapitein ons van harte welkom en vertelt dat we met een snelheid van 95 km/u naar Khasab varen, verwachte aankomsttijd is 19:40 uur.
Na een half uurtje komt de steward langs met een karretje met dranken en maaltijden; het lijkt een vliegreis, maar vooral de ruimte om te zitten is veel comfortabeler.
Op de grote tv’s in de zitruimten worden speelfilms vertoond en met enige regelmaat komt een steward vragen of je wat drinken wilt. De service aan boord is oké.
Wanneer de zon is ondergegaan en we niet meer kunnen zien dat we op zee zitten, is het net of we in een vliegtuig zitten, met af en toe wat lichte turbulentie.
Onderweg zien we de lichten van enkele andere schepen die voorbij varen, maar voor de rest is het vooral zwart buiten.
Om 19:30 uur mindert de Hormuz vaart omdat we de haven van Khasab binnenvaren en even later liggen we weer aan de kade.
Met een bus worden we naar de 100 meter (!) verderop gelegen aankomsthal gebracht, waar de bagage op een mini-bagageband het gebouw binnen komt.
Helaas is ons vervoer van het Khasab hotel er nog niet, maar een man die een groep moet afzetten bij een ander hotel wil ons ook wel even droppen. We maken gebruik van zijn aanbod en 10 minuten later staan we bij het hotel. We checken in en eten nog iets voordat we onze kamer opzoeken.

Donderdag 25 november

We zijn vandaag dus in Khasab. Deze stad ligt op het schiereiland Musandam dat door het emiraat Fujairah wordt gescheiden van de rest van Oman. Musandam wordt wel het Noorwegen van Arabië genoemd, vanwege z’n prachtige khors (fjorden) langs de grillige kust.
We wilden vandaag als eerste naar de haven van Khasab omdat het daar druk zou moeten zijn met Iraniërs die de Straat van Hormuz oversteken in speedbootjes om schapen en geiten te verkopen en met allerlei andere goederen weer terug keren naar Iran.
De kortste afstand van Khasab naar Iran (Bander-e-Abas) is slechts 45 km, maar deze ‘smokkelaars’ nemen een iets langere route en hebben zo’n 2 uur voor de oversteek nodig.
Het was even de vraag of we het haventerrein op zouden komen, omdat dit hele gebied is afgezet en je langs een bewaker het terrein opmoet, maar door het betere slijm-werk van Diana mochten we een even kijkje gaan nemen.

Het verhandelen van de geiten en schapen gebeurt meestal al voor zessen in de ochtend, dus dat hebben wij gemist, maar het laden van de luxe artikelen die worden meegenomen naar Iran is in volle gang. Pick-up’s worden in de oude souq vol geladen met goederen en deze auto’s, die vaak zo volgeladen zijn dat de achterwielen in de wielkasten schuren, rijden naar de haven om daar de goederen over te laden op de speedboten. Het is een enorme drukte; de ene pick-up na de andere komt veel te vol beladen het haventerrein oprijden en de Iraniërs doen hun uiterste beste om zoveel mogelijk goederen in hun speedboot te stampen. Na een tijdje dit schouwspel te hebben gevolgd, besluiten we weer richting de souq te lopen. Enkele minuten nadat wij het haventerrein hebben verlaten gaat er een boot in vlammen op en dikke zwarte wolken hangen boven de haven, maar wij ontkennen elke betrokkenheid.

Als we teruglopen naar de souq merken we dat het koude seizoen ook hier nog niet is ingetreden en we lopen van coffeeshop naar coffeeshop om voldoende koeling te krijgen. Als we na zo’n pitstop iemand van Musandam Sea Adventure Tourism aanspreken, besluiten we maar gelijk een tocht met een dhow langs de khors vast te leggen voor a.s. dinsdag; dat moet je toch gedaan hebben als hier bent.
We lunchen nog even in de nieuwe souq, maar gaan dan terug naar het hotel voor wat verkoeling. Hier verrichten we wat administratieve taken: we maken een back-up van de foto’s, checken de mail en kijken gelijk even of de Belastingdienst de rest van onze vakantie heeft betaald. Gelukkig is dat het geval dus we gaan met een gerust hart aan het zwembad zitten; we durven zelfs onze tenen in het water te dopen, hoewel dit dan wel weer tot wat hartritmestoornis leidt.

We verblijven de rest van de hete uren aan het zwembad en als tegen 17:00 uur de temperatuur weer wat dragelijker wordt, gaan we weer terug naar de nieuwe souq om een geschikt restaurant uit te zoeken. Geschikt betekent dan dat er veel aanloop moet zijn en een goede plek om aapjes te gluren.
Hét restaurant van de stad hangt net een 20-tal kippetjes aan het spit. Op onze vraag hoe lang deze beestjes daar moeten hangen voordat ze op ons bord mogen liggen, verteld de ober dat het zo’n anderhalf uur duurt voordat ze gaar zijn. We beloven hem straks terug te komen en gaan nog even naar de moskee om wat sfeervolle ‘photos by night’ te maken.
Terug bij het restaurant laten we ons de malse kip goed smaken en met ronde buikjes (waren die ook al zo rond voor de vakantie?) lopen we terug naar het hotel.

Oman 1

Vrijdag 5 november

De Henny-taxi was weer mooi op tijd. Om 06:30 uur draaide de Suzuki Alto de oprijlaan aan de Laan van Kerschoten op.
Nadat de tassen in de auto gepropt waren, gingen we op weg naar Apeldoorn CS. Het was guur op het station en omdat er bij spoor 1 geen gelegenheid is om te schuilen, stonden we op een donker perron, in de wind en de motregen te wachten op de Schiphol-trein. De trein was bijna op tijd en uiteindelijk begonnen we met een 5-tal minuten vertraging aan de eerste etappe naar Muscat.

Ondanks blad op de rails en tegenwind arriveerden we mooi op tijd op Schiphol. Roltrap op, langs Hema en La Place, nog een roltrap op en we stonden al bij Balie 11.Het inleveren van onze bagage ging ook voorspoedig (wat wil je ook met maar 24kg) en om 08:45 uur waren we klaar om door de douane te gaan. Toen we in de rij voor de douane stonden te wachten, bleek dat wij niet de enige topatleten waren die vandaag een vlucht moesten halen; naast ons stond Hilda Kibet met een instapkaart naar New York: de marathon van New York natuurlijk!Even later kwamen we haar weer tegen bij de foodcorner; nooit gedacht dat het voor een top-atleet verantwoord is om ‘s-ochtends om 09:00 uur een Big-Mac te nemen (zitten natuurlijk wel heel veel vitaminen in zo’n blaadje sla en tomaat); moeten wij ook maar eens proberen.Om te voorkomen dat we wegens smaad worden aangeklaagd, moet ik er bij zeggen dat ik door de drukte niet helemaal goed kon zien wat ze nam, het kan ook een soepje geweest zijn.

Omdat er weer eens onduidelijkheid was over de passagiers aan boord van onze Airbus 330, gingen we ongeveer 30 minuutjes te laat de lucht in, maar door een iets kortere verwachte vliegtijd zouden we op tijd in Abu Dhabi aankomen.Aan boord weer het vaste tafereel: tijdschriftje lezen, filmpje gluren, paar nootjes, wc bezoeken, vegetarische maaltijd met noedels naar binnen werken en regelmatig de oogjes dicht.

Enfin, 6 uurtjes later, 19:49 uur lokale tijd zet Piet Loot de A330 voorzichtig, met een snelheid van 250km/u, aan de grond. Buiten is het 28 graden, maar wij worden verzocht in het vliegtuig te blijven zitten; over een uurtje gaan we alweer verder…..
Daar was gelukkig niets aan gelogen; binnen het uur hingen we al weer in de lucht en 45 minuten later stonden we aan de grond in Muscat. Ruim binnen de 8 uur naar onze vakantiebestemming, zo dichtbij zijn we nog niet vaak geweest.

Nadat we ons visum hadden gekocht en de bagage opgehaald stond er een jonge Omani in een witte jurk met een bordje met de tekst: Peterson, Villa Shams. Kon niet missen dat zijn wij!
Na 20 minuten rijden over een 6-baans snelweg arriveerden we bij ons verblijf voor de komende 4 nachten. Frau Hilde bracht ons naar de kamer en wij doken gelijk ons bed in; het was hier inmiddels 23:30 uur.

Zaterdag 6 november

Na een goede nachtrust had Frau Hilde een heerlijk eigengemaakt ontbijt klaarstaan: eigengemaakt brood, eigengemaakte jam, eigengemaakte jus, eigengemaakte eitjes en eigen gekochte Nutella.
Het smaakte allemaal heerlijk en na de tandjes gepoetst te hebben gingen we op weg naar downtown Muscat. Bij de kamerprijs is een auto inbegrepen, dus we stapten in onze witte Toyota Yaris Sedan en gingen op weg.

Frau Hilde had ons verteld dat je voor het museum gratis kan parkeren en dat hoef je deze twee Nederlanders niet twee keer te zeggen.
Omdat het ‘s-ochtends om 09:30 uur al niet uit te houden van de hitte zijn we na het ritje van 15 minuten in een auto zonder airco gelijk een coffeeshop met airco ingedoken.

Nadat we weer een normale lichaams-temperatuur hadden, gingen we op weg naar de vismarkt aan de overkant van de straat. We waren eigenlijk al te laat voor het echte spektakel, maar het was toch wel de moeite waard. De vissers probeerden hun bijzonder vangst, van Merlijn-achtige tot garnalen en van Hamerkophaai tot inktvis, te slijten. Hier gaan we zeker nog een keer op een vroeger tijdstip heen.

We begonnen inmiddels al wel weer oververhit te raken, maar toch gingen we gelijk door naar de overdekte souq. Deze souq was eigenlijk veel te netjes; alles was keurig aangeveegd, de winkeltjes op orde, geen geschreeuw en al helemaal niet over de koppen lopen. Dit hebben we in andere landen wel eens gekker meegemaakt.
Het valt in Muscat sowieso op dat alles zo aan kant is. Geen afval op de stoepen, geen geschooier, gebouwen allemaal spic-en-span, trottoirs netjes betegeld, historische gebouwen strak in de lak, etc. Het lijkt wel nep!

We zijn inmiddels wel weer toe aan een versnapering en dat is gelijk een goede test om het prijsniveau te checken.
Bij de souq zijn een paar busladingen collega-toeristen gedropt die zich lijken te hebben verzameld op een terrasje dat speciaal voor hen is gemaakt; geen Omani te zien. Wij lopen iets verder naar een ‘restaurantje’ waar alleen een paar Omani zitten en zoeken daar een tafeltje. We bestellen een colaatje en twee falafel-sandwiches, en laten ze goed smaken. De schade is 1 OR, omgerekend €2; dat kunnen we wel een tijdje volhouden.
Na deze snack gaan we op weg naar Old Muscat, een wandeling van 3km. Waarom neem je dan niet de auto zul je denken…………waarom wel? Het zijn in totaal maar 6km, normaal gesproken lopen we op een zaterdagochtend minimaal het dubbele.
Langs de kustweg zijn diverse kitcherige bezienswaardigheden te bewonderen, maar niet één komt in aanmerking voor een foto.

Old Muscat is nog sterieler dan Mutrah waar we vanochtend waren en hier zijn bovendien geen hotels of winkels te vinden. We bezoeken het paleis van de Sultan en bewonderen het nabij gelegen Ministerie van Financiën (doet ons denken aan iemand die in Nederland bij dezelfde instantie ‘werkt’). Ook hier ziet het oude fort er weer uit alsof het vorige week is opgeleverd.
We genieten nog van onze lunch in Old Muscat, voordat we weer aan de wandeling terug naar Mutrah beginnen.

Terug in Mutrah mijden we onze collega-toeristen weer en gaan eigenwijs tussen de locals zitten. Een lekker koud biertje zou nu een perfecte beloning zijn, maar helaas doen ze in Oman niet aan alcohol. Op een elektronisch billboard zien we dat het 33 graden is: wat een hitte!
Modezaken doen ze ook niet aan. Elke man loopt in een witte jurk met op z’n hoofd meestal een kuma en de vrouwen worden in zwarte kledij gerold. Wel lekker als voor de rest van je leven weet wat je de volgende dag aan moet.
Rond 16:00 uur besluiten we de Yaris weer aan te trappen en na slechts één verkeerde afslag te hebben genomen arriveren we heelhuids bij ons onderkomen.

Op advies van Frau Hilde zouden we ‘s-avonds op een groot winkelcentrum gaan eten. ‘Is niet moeilijk om te komen‘ zei Frau Hilde.’ Twee keer links, voorbij de eerste rotonde en dan nog eens links. Je kan ook aan de rechterkant van de grote weg eten, maar daar is het wat meer basic, met van die witte tuinsetjes’, zei ze ook nog. Het is ons toch weer gelukt de verkeerde afslag te nemen, want wij zaten ‘s-avonds gezellig op zo’n wit tuinsetje in een restaurant waar de afgelopen 23 jaar de ramen niet meer gewassen zijn. De ambiance mag dan geen voldoende scoren, het eten was heerlijk!

We waren toch een beetje chagrijnig dat we het grote winkelcentrum niet hadden gevonden, dus na het diner hebben we ons TomTom-gevoel gevolgd en zijn er toch gekomen. Niet te geloven wat je hier op zo’n winkelcentrum ziet: de duurste auto’s staan uitgestald, winkels met te luxe horloges, maar ook veel winkels met makelij uit China; voor een handjevol Rial kunnen we onze rugzakken volproppen. Hebben we niet gedaan, maar wel een overheerlijke cappuccino genomen. De heerlijke bakkies waren overigens wel duurder dan het ‘diner’.
Even later het gas van onze Yaris weer ingetrapt op weg naar Villa Shams van Frau Hilde.

Zondag 7 november

Voor een zondagochtend waren we al vroeg uit de veren, want we wilden nog een keer naar de vismarkt. Om 07:10 uur zaten we al weer in ons gebakkie op weg naar Mutrah. De vissers waren op dit tijdstip de vis nog aan land aan het brengen en dat was een mooi tafereeltje; er lagen een paar grote hamerkophaaien bij, die we graag onderwater tegen waren gekomen. In de markthal was beduidend meer vis dan gisteren, maar van enige hectiek was geen sprake.
Na nog een paar foto’s van de corniche in het mooie ochtendlicht te hebben gemaakt, gingen we weer terug naar Villa Shams voor ons ontbijt.

Met Frau Hilde nog een paar dingen besproken over de rest van onze trip. Ze regelt voor ons de 4wd waar we dinsdag mee de bergen in gaan, ze had nog een adresje in Sur om te slapen en nog een telefoonnummer van iemand die een nachtje in de woestijn kan regelen. We willen ook nog een goede kaart hebben en daarvoor verwijst ze ons naar Carrefour, een mega-supermarkt die op 10 minuutjes rijden ligt.

We zijn er gisteren ook achter gekomen dat de ferry naar Khasab niet langer twee keer week gaat, maar slechts één keer. We hebben ons schema dus gelijk al een beetje om moeten gooien en gaan op woensdag 24 november naar Khasab, waar we dan een extra dagje gaan duiken. Bovendien gaan we een dag eerder naar Dubai. We worden er dus niet echt slechter van.

Onze eerste bestemming vanochtend is het buro van de Ferry Company, want we willen onze tickets wel graag vastleggen, nu er maar één ferry in de week gaat. Helaas zijn we weer slecht voorbereid, want als we aan de balie staan vraagt de medewerkster om onze paspoorten en die liggen nog op de hotelkamer. Gelukkig kunnen we wel een reservering doen en dan gaan we vanavond nog een keer langs om ze te betalen.

Van het kantoortje gaan we naar de moskee van Sultan Qabous. Het is een half uurtje rijden vanaf Mutrah en ook bij de moskee is alles weer toppie-oppie in orde. Mooie ruime parkeerplaatsen, geen entree betalen en een fantastisch onderhouden moskee, of eigenlijk een mega-moskee. Sultan Qabous heeft niet op een paar Rial gekeken. Eén ding had de Sultan vergeten en dat is de kiosk met de huur-hoofddoekje. Nu moest Diana een blouse om haar hoofd draaien om de moskee in te mogen.

Na een rondje door de moskee en over de bakplaten er omheen, waren we wel toe aan verfrissing; het is nog geen 11:30 uur, maar we zijn nu al gaar.
Een colaatje doet toch wonderen, want even later zijn we al weer op weg naar de auto om deze naar de Carrefour te sturen. Net als de rest in Muskat zijn de snelwegen tip-top in orde. Brede 4- en 6-baans snelwegen slingeren kris-kras door het land.
Even later rijden we de parkeergarage bij de Carrefour in en lopen het grote gebouw in. Airco alom, dus het ziet er naar uit dat we hier wel even blijven.
We kopen een wegenkaart en een koeltas voor onderweg en eten iets verderop een quarterpounder bij de grote gele M.

Inmiddels zijn we voldoende gekoeld om weer op pad te gaan. We willen nog even naar Ruwi, net als Old Muscat en Mutrah, één van de 7 stadswijken van Greater Muscat. Ruwi wordt wel ‘little India’ van Oman genoemd i.v.m. de vele eetgelegenheden en winkels die hier zijn. Het valt ons allemaal een beetje tegen en we besluiten terug te gaan naar Mutrah om daar op een terrasje een lekkere koude verse sinaasappelsap te drinken.

Na dit shot vitaminen, scheuren we terug naar onze uitvalsbasis om de paspoorten op te halen. We moeten nog steeds de tickets voor de ferry bevestigen en we hebben daar de paspoorten voor nodig. Volgens de medewerker van het kantoortje zijn ze van 08:00 uur tot 20:00 uur open, dus we kunnen de hele dag langs komen…….maar niet heus…….
Staan we om 17:00 uur bij het kantoor van NFC is het kantoor gesloten. Nog een beetje tegen de deur geschopt, maar geen reactie. Dan maar weer even aan de corniche (boulevard) zitten.
Een uur later nog een keer die kant op, maar nog steeds gesloten. Schoppen tegen de deur hielp dit keer wel, want de deur werd geopend. De medewerker verontschuldigde zich; hij was even gaan eten.
Uiteindelijk de hele papierwinkel in orde gemaakt en wij met de tickets voor de ferry weer naar de corniche om een hapje te eten. We zitten urenlang naar de elektronische Gerrit Hiemstra te kijken en zien dat de temperatuur niet onder de 29 graden wil zakken; wat moeten wij toch afzien.

Maandag 8 november

Vandaag stond er niet veel op het programma. Er waren nog een aantal categorie B bezienswaardigheden en we moesten een paar boodschapjes doen voor de dag van morgen. We zouden wel zien vandaag.

Frau Hilde vertelde ons dat het Off-Road boek waar we naar op zoek waren, maar dat overal uitverkocht was, nog wel te krijgen was in het Radisson Blu hotel, dus daar zouden we vanochtend eerst heen gaan.

Na het ontbijt eerst nog even de mail gecheckt omdat we natuurlijk het e.e.a. te regelen hadden i.v.m. het gewijzigde ferry-schema. Het hotel in Khasab waar we al een aantal dagen geboekt hadden zat helaas vol dus we moeten wat anders zien te vinden. Een paar hotels gemaild en afwachten maar weer.

Dan gaan we eerst maar op zoek naar het Radisson Blu hotel. Frau Hilde had ongeveer aangegeven waar het zou zijn, dus op goed geluk gingen we links af.
Het viel gelukkig mee; maar één keer hoeven te vragen in ons beste Arabisch. Pittig hotelletje overigens, want de kamerprijzen beginnen bij 150 Rial, ex ontbijt (had ik al gezegd dat de Rial gelijk is aan 2 Euro?). Dit hotel is zelfs duurder dan de de wintersport-hotels die Diana en Charissa uitzoeken.
Het is boek dat we zoeken ligt daar wel in het kioskje, dus dat is in ieder geval gelukt.

We trappen de bak weer aan en gaan naar Mutrah omdat we daar het museum nog willen bezoeken. We parkeren de auto daar voor de deur en nemen eerst een bakkie cappuccino in het café waar we al eerder een consumptie genuttigd hadden. Het museum is leuk opgezet, met allerlei interactieve onderdelen waaronder quizjes. Het leukste was wel het grote wiel waar je aan kon draaien en waardoor je de wereldkaart door de miljoenen jaren heen kon zien veranderen; erg leerzaam (?).

Na dit bezoekje aan het museum zijn we doorgecrosst naar het Al Bustan hotel. Dit hotel is de creme de la creme van Oman. Ooit in opdracht van de Sultan himself gebouwd om een conferentie te houden voor alle Arabische wereldleiders en nu kan een gemiddelde toerist hier ook een kamertje boeken. Hoewel…………………..de kamers beginnen hier bij 250 Rial ex ontbijtje, dus voor ons zal het er deze vakantie niet van komen.

Na een zuinig glaasje cola vertrekken we weer en gaan we een stukje scenic road verkennen, zodat we alvast een idee krijgen van de omgeving waar we morgen door zullen rijden. Het ziet er fantastisch uit, maar de kleine Yaris kan de heuvels maar nauwelijks aan. Via de buitenom route gaan we terug naar Mutrah en genieten daar van een welverdiende lunch. Valt niet mee zo’n dagje niksen.

Aan het eind van de middag gaan we even terug naar het hotel om de rit van morgen uit te werken; we willen niet gelijk bij de eerste rotonde de verkeerde kant op gaan. We gaan gelijk even de Yaris aftanken en dat doe je hier, in tegenstelling tot Nederland, voor de lol. Een litertje regular kost 0,12 Rial; nog geen kwartje dus!

Met ons Off-Road boek en de wegenkaart van Oman mag het morgen eigenlijk niet fout gaan. We maken wat aantekeningen zodat we ongeveer weten waar we links of rechts moeten gaan. Hierna gaan we opnieuw terug naar Mutrah voor een hapje en brengen nog een bezoekje aan de soeq.
Na wat oefenen met de Yaris, zijn we klaar voor onze eerste echte rit.

Dinsdag 9 november

We zaten al vroeg aan het ontbijt omdat we vandaag op tijd wilden vertrekken; we wisten nl. niet hoeveel tijd we nodig zouden hebben om in Ibra te komen.Gelukkig was onze 4wd gisteren al gebracht, dus dat gaf geen extra wachttijd.
Na het ontbijt hebben we onze witte Toyota Landcruiser Prado eerst even gecontroleerd op beschadigingen, maar er was niets te vinden. Dat kon ook bijna niet met maar 2950km op de teller.

Na de rekening te hebben voldaan vertrokken we richting Qurayyat. De snelweg is een genot; nieuwe asfalt en bijna geen auto’s te zien. We waren als snel bij Qurayyat en vandaar gingen we richting Fins, waar we de bergweg op moesten.

Al snel werd duidelijk dat dit geen makkie zou worden. De weggetjes zijn wel erg steil. We genieten van de uitzichten en maken hier en daar een foto en filmen wat. We vorderen maar langzaam en na zo’n 7 kilometer wordt het echt slecht. De ondergrond is hier erg los en de hellingen worden nog steiler. Je kunt bovenop de helling niet meer zien waar je naar toe rijdt, zelfs niet als je gaat staan en zo hoog mogelijk door de voorruit probeert te gluren. Net of je in het voorste karretje van de achtbaan zit, vlak voordat het over de eerste helling gaat. Het wordt een beetje ‘op goed geluk’. De auto begint ook steeds meer te ‘glijden’ op de losse ondergrond. Na ongeveer 10 kilometer wordt het echt te gek; de helling is bijna niet meer te doen en de lucht van gebakken koppelingsplaten doet ons besluiten om te keren. Dit is te gevaarlijk en bovendien willen we niet terug hoeven lopen omdat de auto het begeeft.

Voorzichtig keren we om en gaan we terug naar Fins. Gelukkig hebben we al wel voldoende kunnen genieten van de prachtige onherbergzame omgeving.
Terug bij de snelweg gaan we richting Sur en bij het plaatsje Tiwi gaan we van de snelweg af om te lunchen. Tiwi heeft misschien 50 inwoners, maar gelukkig ook een ‘restaurant’. We bestellen twee broodjes kip en een sapje. Dat sapje blijkt bij aankomst een oranje bananen-milkshake te zijn, maar smaakt heerlijk.

Nu we niet over het Salmah plateau naar Ibra kunnen, moeten we er omheen. Scheelt zeker 200km, maar zien wel iets van de prachtige kustlijn. Zo af en toe twijfelen we of we niet gewoon aan het strand zullen gaan liggen.

Na een lange rit zijn we tegen vieren in Ibra, maar dan nog een hotel vinden. De Omani zijn vriendelijke en willen je graag helpen, maar ze spreken niet allemaal even goed Engels. Uiteindelijk komen we bij het Ibra Hotel, maar de receptionist raadt ons aan een ander hotel te zoeken omdat er in zijn hotel tot diep in de nacht veel lawaai zal zijn. We vragen niet eens hoe dat komt en gaan op zoek naar het volgende hotel. Het wordt uiteindelijk Nahar Tourism Oasis. Eerst een lange oprijlaan en dan zien we aantal kermisattracties (?); wat zal dit nu weer zijn.Het lijkt een grote kale zandvlakte waar hier en daar huisjes staan. Diana vraagt aan de receptionist of hij nog kamers heeft en die zegt dat hij vol zit. Na een beetje zeuren blijkt hij ook nog kamers te hebben waar normaal gesproken alleen de locals in verblijven. We gaan even kijken en hoewel er geen ster voor dit hotel is te geven besluiten we toch maar te blijven; veel meer is er toch niet in Ibra.

‘s-Avonds bij het eten zien we wie al de andere 18 huisjes bezet houden: een stuk of 40 Amerikaanse (?) kinderen met een paar begeleiders. It’s our lucky day!
Het eten gaat in buffetvorm en smaakt voortreffelijk. Als om 19:00 uur de kinderen terug naar hun huisjes gaan keert de rust terug en nemen we nog een bakkie thee. Wel grappig zo’n gratis voorstelling tijdens het avondeten.

Woensdag 10 november

Om 07:00 uur gaat de wekker al weer want we willen vandaag op tijd naar de markt. Even snel een ontbijtje naar binnen werken en op weg. Oh ja, we laten de bedrijfsleider van dit pretpark nog wel even het desertcamp bellen zodat we vanmiddag niet voor niets de woestijn in rijden. Hij zal straks even bellen en we horen het wel als we straks nog even terugkomen.

De souq is zo gevonden: volg de Ibra-meute! We parkeren onze Prado vlak bij een internetcafé; dat kan nog wel handig zijn als we straks even het net op willen. Zo vreemd dat hier geen free wifi beschikbaar is…….
We lopen eerst over de lapjesmarkt. Het is enorm druk en we struikelen bijna over de vrouwen die iets leuk proberen te vinden. Het lijkt erop dat dit de voormalige vrouwen-souq is, maar ze zijn niet zo streng meer. Hier zien we ook regelmatig vrouwen met van die snavelmaskers lopen; het ziet er leuk uit, maar als even later een verkoopster zo’n masker aan Diana aanbiedt, slaat ze beleefd af.

We lopen wat verder het dorp in op zoek naar meer handel en iets verderop komt de geur van geitenkeutels ons al tegemoet. Bij een enorme hal wordt het vee verhandeld. Vooral het verhandelen van het kleinvee is een leuke belevenis. Zo’n 50 mannen zitten in een grote cirkel en binnen in deze cirkel loopt degene die iets te verkopen heeft met zijn geit of schaap in het rond om de mannen er omheen tot een koop over te halen.
We blijven hier even hangen want het is echt grappig om te zien hoe de ‘baasjes’ hun beestjes aanprijzen terwijl de beestjes alleen maar weg willen van deze show.

Op weg naar de auto zien we ook de lokale wapenhandelaar. Z’n assortiment gaat van geweer tot aardappelschilmesje en de kopers keuren alles tot in het kleinste detail.
Terug bij de auto drinken we wat bij een coffeeshop en lopen het eerder genoemde internetcafe binnen. De verbinding is prima. We versturen een paar mailtjes en checken of het in Nederland nog steeds regent (en dat doet het). Dan rijden we terug naar ons hotel annex pretpark om te horen of het desertcamp gereserveerd is.
Gelukkig heeft hij het telefoontje gepleegd en heeft hij doorgegeven dat we vanmiddag komen. Op weg naar de woestijn dus.

We tanken nog even bij de Shell (geen airmiles) en gaan op weg. Omdat er een enorm ongeval is gebeurd op de hoofdweg, waar het halve dorp voor is uitgelopen, moeten we via de berm en ventweg rijden, maar met enige vertraging rijden we dan toch naar Al Mintrib waar we moeten afslaan voor onze tocht door het zand.
Als we in Al Mintrib zijn besluiten we daar gelijk te gaan lunchen. We zoeken weer een coffeeshop, wat ongeveer hetzelfde is als een snackbar in Nederland, en bestellen wat te eten. We zien op een tafeltje naast ons een Omani een bordje patat met mayo (!) eten en dat bestellen wij er ook nog snel bij. We willen nog even goed eten voordat we de woestijn in gaan; je weet maar nooit waar en hoe lang je stil komt te staan.

Aan het begin van de woestijn biedt een lokale ‘gids’ aan voor ons uit ter rijden zodat hij ons evt. kan helpen mocht het mis gaan. Na de ervaring gisteren in de bergen is het vertrouwen in de Prado zover gezakt dat we z’n diensten graag afnemen (en afnemen betekent natuurlijk betalen).
Het rijden door de woestijn gaat boven verwachting makkelijk. Je moet even wennen aan het continue schuiven van de auto, maar dan gaat het wel. Halverwege laat onze ‘gids’ nog even een flinke teug lucht uit onze banden lopen, zodat we beter op het zand blijven staan als we straks echt een duin op moeten. Ook die echte duin levert geen probleem op en even later arriveren we in 1000 Nights Desert Camp. Het had net zo goed 1001 Nights Desert Camp kunnen heten, want het ziet er allemaal fantastisch uit: mooie tenten met bedden, ruim restaurant, gratis drinken, biljarttafel, zwembad, lounge-hoek en heel veel woestijn.

Aan het eind van de middag wandelen we de woestijn-duinen in en ook hier zien die er imponerend uit. Je kunt je heel goed voorstellen dat je hier de weg kwijt kunt raken. Bij het laatste daglicht gaan we terug naar het Camp om ons gereed te maken voor het buffet. Nadat we eerst een soepje hadden weg geslurpt, moesten we even mee naar buiten om ons vlees op te graven. In Nederland hebben we een stoofpannetje, maar hier hebben ze een stoofgat in de grond. Ze wikkelen een lam in bananenbladeren, leggen dat in een gat in de grond, berg zand er overheen en na 24 uur heb je een heerlijk stukje vlees.
We gaan al vroeg naar onze tent want dit is onze kans om weer eens ouderwets te kamperen.

Donderdag 11 november

De tent begon al vroeg op temperatuur te komen, dus uitslapen was er niet bij. Om 07:15 uur gingen we al weer op weg naar het restaurant.
Tijdens het ontbijt hoorden we een meisje een Sinterklaas-liedje zingen; het was Myrthe, dochter van een Nederlands stel, die ook vanuit Oman de Sint wilde pleasen.
Na het ontbijt nog even de tandjes poetsen en toen mochten we weer het zand in. Als je er een beetje aan gewend bent geraakt dan is het wel gaaf om te doen. Op de terugweg namen we een iets afwijkende route waarin we een heuvel van ongeveer 50 meter af moesten: op goed geluk!
Onderweg maken we nog een paar fotostops en glijden af en toe wat van het rechte pad. Als we een uurtje later in Al Mintrib zijn gaan we eerst naar de lokale Kwik-Fit om onze banden weer op spanning te laten brengen.

Onze volgende stop is Wadi bani Khalid. Deze wadi is bekend om z’n mooie waterbaden en prachtige omgeving. Wanneer we hoofdweg afslaan rijden we gelijk het desolate gebergte tegemoet. De bergen variëren van wit naar bruin en van rood naar grijs je krijgt de indruk dat hier niets kan leven. Als we de eerste hellingen over zijn en dichter bij de wadi komen wordt het alsmaar groener. Palmbomen en struiken in overvloed waar er nog geen 5 minuten geleden geen grasspriet was te bekennen.

Uiteindelijk houdt de weg op en is er een parkeerplaats waar we onze auto parkeren. Vanaf hier lopen we naar de baden. Het is nog rustig en als we bij een paviljoentje aankomen nemen we daar eerst wat te drinken.
We moeten daarna nog even verder over wat rotsen klauteren naar een klein watervalletje en een bad met helder turquoise water. Het ziet er idyllisch uit en het water is bovendien veel warmer als we verwacht hadden; we begrijpen goed waarom dit zo’n populaire plek is voor de Omani.

Even later besluiten we toch maar op weg naar Sur te gaan. We rijden dezelfde mooie weg weer terug en slingeren ons in een half uur naar de hoofdweg.
Om 13:30 uur zijn we in Sur en rijden naar het hotel dat Frau Hilde ons geadviseerd had. Het is nieuw, de kamers ruim en vooral niet duur dus we checken in.

We gaan ‘s-middags nog wel even Sur in, maar net als in de andere plaatsen houden de Omani tussen 13:00 uur en 16:00 uur een siësta, dus er valt niet veel te beleven. We gaan even bij een coffeeshop aan zee zitten en genieten van het uitzicht. ‘s-Avonds eten we bij een restaurant dat duidelijk zichtbaar gesponsord wordt door Pepsi. Het eten is heerlijk en ze proberen er echt iets van te maken.