Alle berichten van admin

Taiwan 1

15 november 2015

Daar staat hij dan in de stromende regen: de A380. We vliegen voor het eerst met deze Super Guppy, samen met meer dan 500 andere passagiers! We boarden ruim een uur later dan gepland, maar als we bij onze zetels aankomen zien we dat we goed gegokt hebben bij het on-line inchecken. We zitten op rij 50, met onze rug tegen het schot naast de nooduitgang, We zullen dus geen last hebben van de knieen van andere passagiers in onze rug. De beenruimte is ook ook nog eens fantastich en het beeldscherm van het in-flight entertainment systeem zou niet misstaan op een slaapkamer.

We vertrekken uiteindelijk met drie kwartier vertraging en de piloot beloofd ons een vliegtijd van 5:30 uur. Een rekensommetje maakt duidelijk dat we dan voor de geplande aankomsttijd in Dubai zullen zijn.We vermaken ons met het uitgebreide filmaanbod; eerst Mission Impossible Rogue Nation en daarna het hoogtepunt van de vlucht: Minions, waar af en toe een traantje wordt weg geveegd (van het lachen). Ondertussen genieten we van een goede maaltijd en af en toe een drankje en een ijsje. De service kan niet tippen aan die van Etihad, maar we klagen niet.
Om 23:55 uur lokale tijd zet de piloot de kolos aan de grond en zoeken we een plekje bij de Mac waar we onze maaltijd vouchers inwisselen. Onze vlucht naar taipei gaat pas om 04:45 uur, dus we hebben alle tijd.

16 november 2015

We wandelen onze tijd vol op de luchthaven van Dubai en vergapen ons aan alle luxe artikelen. We twijfelen of we de Bentley zullen kopen, maar ze hebben alleen een witte. Een half uurtje voor vertrek nemen we nog een calorierijke koffie bij Starbucks en om 04:00 uur gaan we aan boord van de Boeing 777 die ons naar Taipei moet brengen.

De vlucht naar Taipei duurt 7:30 uur, maar een groot deel daarvan wordt slapend door gebracht. Een hapje en een paar drankjes later landen we op de luchthaven van Taipei en om 16:30 uur lopen we de slurf in. De rij bij de douane is lang, maar de ambtenaren houden het tempo er goed in. Na dit obstakel direct door naar de bagagegband, waar onze rugzakken er net aan komen. We lopen langs de pinautomaat voor een lading NT$ en kopen twee buskaartjes naar het station van Taipei.

Na een busrit van 50 minuten is het nog 8 minuten lopen naar ons hotel waar we op een kamer krijgen op de Assepoester-verdieping. De verleiding is groot om gelijk het bed in te duiken, maar we weten dat je dan midden in de nacht wakker zult worden. We doen een laagje kleding uit en gaan dus toch nog maar even de straat op.

De straten zijn verlicht door de enorme reclameborden, dus je voelt je hier best veilig. We gaan een noodle-shop in en bestellen in ons beste Taiwanees een portie noodles met wat kip. Helaas worden de noodles hier opgediend in een soort badkuip, dus die maaltijd krijgen we niet helemaal op. Het eten is niet duur; met een drankje erbij betalen we iets minder dan 9 euro. We besluiten dan toch maar terug te gaan naar het hotel en rond 21:30 uur gaan de luikjes dan al dicht.

17 november 2015

We hebben heerlijk geslapen in onze vlinderkamer en ook in de badkamer werkt alles perfect. Om 07:30 uur gaan we langs de receptie om onze ontbijt-bonnen op te halen. Zo gaat dat hier met ontbijt! Je krijgt bonnen die je vervolgens kunt inleveren bij McDonalds; goed geregeld toch?
Na dit luxe ontbijt gaan we terug naar de kamer en halen onze spullen op: camera’s, reisboeken, reisbeschrijving, leesbril en vooral de zonnebrillen mogen we niet vergeten wat het is hier fantastisch weer vandaag!

We gaan naar het treinstation en informeren alvast naar de trein voor donderdag. Gelukkig spreken ze daar een beetje Engels, dus al snel is duidelijk dat de trein naar Xincheng geen probleem mag worden. Dan gaan we via een ingenieus gangenstelsel naar het metrostation en kopen twee dagkaarten. Eerste stop is de Bao’an tempel.
We hoeven maar 4 stationnetjes met de metro en dan nog een kwartierje lopen. De temperatuur is al snel opgelopen naar 27 graden, dus dat valt niet mee!

De tempel is fantastisch: veel kleur en met veel mooie details. We lopen een half uurtje over het terrein bij de tempel en genieten van de serene rust. Tot er ineens een vliegtuig vlak over de tempel raast. Je kunt ‘m bijna aanraken! Het ‘andere’ vliegveld ligt nl. op een steenworp van de tempel. Past niet helemaal bij het idyllische plaatje.Aan de andere kant van de straat ligt de Confucius tempel. Deze tempel is lang niet zo mooi als z’n broer aan de andere kant van de weg, maar ook hier wordt de rust regelmatig wreed verstuurd door EVA Air of een andere Chinese maatschappij.

Na dit kerkelijke begin van de dag wordt het tijd voor iets heel anders. We springen weer in de metro en gaan op weg naar de Martyrs Shrine. Dit grote complex, ter nagedachtenis van alle Taiwanezen die tijdens een oorlog zijn gesneuveld, bestaat uit een enorm plein met aan de ene kant een grote poort en aan de andere kant een soort tempel-achtig gebouw. Bij de grote poort staat een tweetal militairen op wacht en die worden elk uur afgelost door andere militairen dier vanuit het tempel-achtige gebouw komen gemarcheerd. Dit wisselen van de wacht is een soort kunstzwemmen op het droge; goed ingestudeerde oefeningen met geweer en zonder knijper op de neus.
We zijn precies op tijd om het spektakel bij te wonen en misschien is het meest opmerkelijk nog wel het optreden van de hordes Chinese toeristen die zonde enige schaamte naast en voor de marcherende militairen op de foto gaan.

Nu we toch lekker in het formele deel van ons bezoek zitten, plakken we er een bezoekje aan de Chiang Kai Shek (niet Shrek dus) Memorial. Dit onbenullig grote, protserige monument ter nagedactenis van dé grote leider van Taiwan lijkt kwa opstelling wel wat op de Martyrs Shrine: een grote poort aan de ene kant van een plein en een groot gebouw aan de andere kant.

In het grote gebouw staat een joekel van een standbeeld van een zittende Chiang (wij mogen Chiang zeggen), maar om die te bezichtigen moet je wel 88 treden opklimmen (de leeftijd waarop Chiang is overleden, niet vanwege ons huisnummer) en aangezien het inmiddels ruim 30 graden is…….
Boven aangekomen zien we tot onze verbazing dat ook hier de wacht wordt gewisseld. De kunstjes lijken verdomd veel op hetgeen we hiervoor hebben gezien, ze zullen toch niet hier snel heen gescheurd zijn om ………., nee het zullen wel andere militairen zijn.

Het is inmiddels tijd voor de lunch en we gaan terug richting het Centraal Station. Hier verdwalen we eerst in het gangenstelsel en dan blijken er alleen restaurantjes te zijn met glibberige noedels. Daar hebben we nu niet zoveel zin in, dus met schaamrood op de kaken vluchten we maar weer een M in. Belangrijkste ingredient van de lunch is een halve liter cola, want we zijn aan het uitdrogen door de enorme hitte.

Wanneer we het vochtpeil weer op orde hebben gaan we op weg naar de Longshan tempel. Deze tempel moet je ‘s-ochtends vroeg of aan het eind van de middag bezoeken omdat het er dan van alles gebeurt. Daar was dus niets aan gelogen; toen we het tempelterrein opliepen hoorden we het ritmisch gezang van geestelijke liederen op ons afkomen. Het leek erop dat de hele wijk was leeg gelopen om hier met elkaar een boedhistisch liedje te zingen. Dit lucht was bovendien gevuld met de rook van honderden wierookstokjes en kaarsen wat het geheel een magisch sfeertje gaf: kippevel!

We blijven een uurtje bij deze tempel en staan vaak alleen maar te kijken naar de mensen die helemaal opgaan in hun gezang, maar dan is het toch tijd voor iets heel anders.

Een metrostation voorbij de Taipei 101 bevindt zich de Elephant Mountain. Hoe deze heuvel aan z’n naam komt laat zich raden, maar het is vooral de ultieme plek om een overzichtsfoto van Taipei te maken met de Taipei 101 erop. Als we uit het metrostation komen is het inmiddels donker en dat komt goed uit want het moet toch een Taipei-by-night-foto worden. De klim de olifantsheuvel op is niet lang, maar wel steil. Het grootste deel bestaat zelfs uit trappen en dat alles heeft tot gevolg dat de grote cola al voor een groot deel verdampd is als we boven aankomen. Het uitzicht is schitterend en heeft wel wat weg van het uitzichtspunt bij Hong Kong waar soortgelijke fotos worden gemaakt. In Hong Kong hebben ze inmiddels een treintje ingezet om de toeristen boven te krijgen en dat is geen slecht idee voor Taipei.

Zo’n avondfoto zou een mooie afsluiting van de dag kunnen zijn, maar wij springen weer in de metro en gaan richting station Zhongsheng. Vanaf dit metrostation is nog maar een kwartiertje lopen naar de avondmarkt van Ningxia. Volgens de jongen aan de receptie in ons hotel moet je die gezien hebben.
Daar had hij dus niets te veel mee gezegd. De markt bestaat uit allerlei etensstalletjes waar je voor weinig geld een maaltijdje kan scoren en hoewel de meeste stalletjes vooral leuk zijn om een foto van te maken, vinden we er ook eentje waar wel iets van onze gading wordt geserveerd. We laten ons een kom met heerlijke gebakken rijst met garnaaltjes voorzetten. Voor het luttele bedrag van 3 euri hebben wij onze buikjes weer gevuld. Na dit feestmaal nemen we nog een beker vers geperste limoenen/citroenen en gaan dan op weg naar ons hotel. Onze benen en voeten sputteren inmiddels wat tegen, maar dat is ook niet zo gek als je twaalf uur op pad bent geweest.

18 november 2015

Vandaag verlaten we het drukke Taipei en gaan met de metro en bus richting het noordelijkste puntje van Taiwan, maar voordat het zover is willen we eerst de treintickets voor de reis van morgen kopen. Op het treinstation gaan we naar de informatiebalie en vertellen in ons beste Chinees dat we naar Xincheng willen. Vanuit dat plaatsje gaan we de Taroko kloof bezoeken. Blijkbaar is ons Chinees nog niet zo slecht, want de vriendelijke Taiwanese dame wijst ons de weg naar de loketjes waar we de tickets kunnen kopen. Zo gezegd, zo gedaan en niet veel later zijn we 800 nt$ lichter en 2 kaartjes rijker. Dat is ongeveer 11 euro voor een ritje van 2 uur; niet heel goedkoop, maar wel goedkoper dan de NS. Na deze geslaagde transactie gaan we weer naar de metro. We gaan eerst met de rode lijn naar het eindstation Tamsui en daar nemen we de bus naar Yehliu om het Geopark te bezichtigen. Daarover later meer.

Opnieuw een flirt met een informatiebalie, dit keer in Tamsui om erachter te komen dat we bus 862 moeten hebben. We vragen nog even hoe we die rit moeten betalen. Ze maken hier nl. ook gebruik van een soort OV-chip en die hebben wij niet. Betalen kan ook met cash in de bus bij de chauffeur wordt ons gemeld. We gaan dus maar netjes in de rij staan bij de bushalte voor bus 862. Wanneer de bus arriveert wachten we op onze beurt en als wij mogen betalen vertelt de chauffeur dat het nt$ 90 per persoon is. Omdat we geen klein geld hebben, douwen we twee briefjes van nt$ 100 in het daarvoor bestemde gleufje. Wij zijn in afwachting van ons wisselgeld, maar de chauffeur stuurt ons de bus in en zegt dat hij geen wisselgeld heeft; die fooi heeft hij alvast binnen.

Dit Geopark trekt elk jaar vele toeristen die hier komen om de bijzondere rotsformaties te bewonderen. De elementen hebben de kust hier onder handen genomen en de meest vreemde figuren gecreeerd. De meest hebben de vorm van een paddestoel, maar met een beetje meer fantasie herken je er meer in zoals een kaarsenstandaard of een olifant, een schoen een ijsje, en de allerbekendste: het borstbeeld van Nefertite.

We proberen wat mooie plaatjes te schieten, maar dat valt nog helemaal niet mee. De hordes Chinezen hebben nl. de onhebbelijkheid om zo achtelijk mogelijk voor de rotsformaties op de foto te willen staan, het liefst vergezeld van een paraplu of een sjaal. Elke keer wanneer je denkt even de gelegenheid te hebben een mooie foto te maken, spring er weer ergens zo’n Chinees vandaan en aangezien er busladingen vol van zijn moet je wel wat geduld hebben voor een fotootje!

Nadat ook wij de meeste sculpturen van dichtbij hebben kunnen bewonderen, gaan we weer richting de bushalte. We moeten een half uurtje wachte, maar hebben deze keer een chauffeur die de techniek iets beter onder controle heeft. We gaan weer richting Tamsui, maar stappen na een half uurtje, bij Fuguei weer uit. Fuguei is het meest noordelijke puntje van Taiwan en je kunt er genieten van prachtige vergezichten langs de noordelijke kustlijn. Vooral op het hoogst gelegen gedeelte bij de zwart-wit gestreepte vuurtoren, is het prachtig.

Net na 17:30 uur zitten we weer in de metro op weg naar ons hotel, maar we besluiten er bij station Jiantan nog even uit te gaan om een bezoekje te brengen aan de Shilin avondmarkt. Deze markt is niet te vergelijken met die van gisteravond. Net als gisteren is het ook hier enorm druk, maar deze markt is wat meer gericht op de toerist die in Taipei rond dwaalt. Behalve de etenswaar is hier nl. ook kleding en heel veel prularia te krijgen. Dit laatste vooral van het type ‘made in Taiwan’.

Er is ook een groot aanbod van die spelletjes die je op een kermis tegenkomt; van oud tot jong vermaken ze zich hiermee. We lopen een uurtje rond op de markt en gaan dan met de metro op weg naar ons hotel. Niet ver van ons hotel nemen we nog een lekker bakkie koffie bij Starbucks. We zijn klaar voor de ontdekkingsreis door de rest van Taiwan.

19 november 2015

Het lijkt alsof we meer tijd in een tunnel doorbrengen dan erbuiten. Het bergachtige karakter van Taiwan laat zich direct al gelden. We rijden eerst een tijdje noordwaarts om vervolgens af te buigen in oostelijke richting. Het landschap is fraai, althans hetgeen we ervan meekrijgen. Vier stops en 2 uur later stoppen we dan op het stationnetje van Xincheng.

We lopen het perron af, maar mogen het station pas verlaten nadat we eerst zelf onze treinkaartjes hebben afgestempeld. We drinken nog even een bakkie koffie bij het station en nemen dan een taxi naar onze B&B. Het is een kort ritje dat waarvoor we eigenlijk alleen de Liwu rivier over hoeven te steken. We gooien onze spullen op de mooie ruime kamer en besluiten gelijk maar richting Taroko te fietsen. Het is 13:15 uur, dus we hebben de hele middag nog voor ons.

Na wat informatie te hebben ingewonnen bij het Visitors Center, gaan we op weg naar de Shakadang Trail. Deze trail is op loopafstand van het Taroko National Park Headquarters gelegen, dus dat is een makkie. We lopen eerst een paar honderd meter door een verkeerstunnel tot we bij een zij uitgang komen. Daar verlaten we de tunnel en volgen een pad hoog boven de Liwu rivier. De paden zijn goed onderhouden, dus we hoeven niet bang te zijn voor glijpartijen. Enige obstakel dat we tegenkomen is een hangbrug gemaakt van kabels van touw. Hier wringen we ons doorheen waarna we ons pad vervolgen naar het begin van de Shakadang Trail.

We zijn zeker niet de enigen die vanmiddag deze trail gaan lopen. Er worden een paar bussen met Chinezen leeg gekieperd, dus het is al snel weer veel te gezellig. De Shakadang Trail volgt de Shakadang rivier en het pad is als het ware uit de marmeren wand van de kloof uitgehakt. Omdat dat is gebeurd op Chinees-hoogte moeten wij zelfs uit kijken dat we ons hoofd niet stoten. De omgeving is fantastisch. De door de rivier uitgeslepen kloofwand heeft een grillige marmertekening en het water is glashelder en groen-blauw van kleur. Na een uurtje bereiken we het einde van de trail. We lopen de rivierbedding in (die in dit jaargetijde half leeg staat) en gaan op een grote marmeren kei zitten om van de omgeving te genieten. Ondanks het wat bewolkte weer is het een fantatisch plekje.
Na een kwartiertje op de kei, gaan we dan weer terug naar waar we vandaan kwamen. We bedenken ons dat de lunch er vandaag weer bij ingeschoten is, dus dat moeten we vanavond maar goedmaken.

Rond 17:00 uur zijn we weer terug bij onze B&B. We gaan naar onze kamer om het programma van morgen in elkaar te sleutelen. Door het afgelopen orkaanseizoen en de daarmee gepaard gaande rotslawines zijn niet alle trails toegankelijk. Gelukkig is er nog genoeg begaanbaar om er een mooie dag van te kunnen maken.

De restaurants zijn hier dun gezaaid, maar de eigenaar van de B&B wijst ons een tweetal restaurants aan de overkant van de rivier aan waar we lekker kunnen eten. We springen weer op onze stalen ros en fietsen de Taroko Bridge over. Aan de andere kant gaan we rechts en dan zouden we ergens bij een 7-Eleven een restaurant moeten tegenkomen. We fietsen en we fietsen, maar in geen velden of wegen een een 7-Eleven te zien, laat staan een Restaurant. We vragen het onderweg nog een keer, maar Engels zit hier niet in het basispakket. Net als we de hoop op beginnen te geven zien we in de verte wat lichten flikkeren; het is het bord van de 7-Eleven. Het restaurant is nu snel gevonden, want dat bevindt zich aan de andere kant van de weg. De eigenaar staat buiten vlees te braden op een grote bbq en het ruikt heerlijk. We krijgen een tafeltje in het etablisement toegewezen en diezelfde eigenaar geeft ons een menukaart met plaatjes; dat is wel zo handig! We bestellen een bier en een ijsthee en wachten op wat er komen gaat.

Eerst komt een mooi, groot glas bier; first things first! De ijsthee wordt vers bereid, maar het wachten is niet voor niets. Een sierlijke bloemenvaas met rietje verschijnt niet veel later op tafel; proost!
Het diner bestaat uit een salade, witte rijst en wat worstjes en kipsate’tjes van de bbq. De salade en witte rijst staan als snel op tafel en de worstjes volgen niet veel later. Als extraatje brengt de eigenaresse ons een bamboestok met kleefrijst. Deze opent ze door er hard mee op de vloer te slaan waardoor de bamboestok doormidden splijt. Als laatste worden dan de sate’tjes gebracht. Ze zien er mooi uit met sojasaus bereid en voorzien van sesamzaadjes, maar na de eerste hap moeten we al vaststellen dat deze kip wel heel ziek moet zijn geweest. De stukjes kip bestaan uit bot en vet en er is geen stukje wit vlees te bekennen. Jammer, we hadden er zo naar uitgekeken. Zo gaat dat soms in den vreemde!
Na deze culinaire traktaktie fietsen we weer terug naar de B&B. We moeten er morgen op tijd uit, want er staat veel op het programma. Het nachtleven van Xicheng moeten we laten voor wat het is.

20 november 2015

We hadden de wekker gezet, want we wilden vandaag zoveel mogelijk tijd in het Taroko National Park doorbrengen. Toen we de gordijnen aan de kant schoven, kregen we wel even een teleurstelling te verwerken; het regende!

Eerst maar even ontbijten, want misschien is het straks weer wat beter. Het ontbijt was gelukkig niet volledig Chinees. Er was ook brood, jam en chocopasta en een heerlijke pot thee, gemaakt van bergwater. We laten het goed smaken en elke keer als we naar buiten kijken lijkt het wat droger te worden. Als we uiteindelijk weer terug naar onze kamer gaan is het zo goed als droog. We poetsen onze tandjes en springen dan op de mountainbike en gaan richting Taroko.

Er valt nog een enkele druppel, maar dat mag de pret niet drukken. We stappen wel af van ons originele plan om het park met de mountainbike te gaan bekijken en kiezen voor de rondrijdende shuttle bus; een soort hop-on-hop-off bus die bij elke hotspot stopt. Als we op de bus staan te wachten, moeten we plots het toiletgebouw in vluchten om te schuilen voor een stevige bui. We lijken het juiste besluit te hebben genomen.

We laten ons eerst bij de Swallow Grotto afzetten, waar je de kloof in al haar pracht en praal kunt aanschouwen. De Liwu rivier die hier beneden voorbij raast snijdt het Taroko Park doormidden en is niet meer dan 50 meter breed. De bont gekleurde, marmeren wanden gaan soms honderden meters stijl omhoog. Het is genieten, ook op deze sombere dag,

We lopen op zo’n 50 meter boven de rivier stroomopwaarts en blijven om de paar meter staan om te genieten van de uitzichten. Net als je denkt het mooiste plekje te hebben gevonden, is er een paar meter verderop nog een mooier vergezicht. Wanneer we niet verder kunnen, keren we om en lopen in tegenovergestelde richting terug naar de busstop. Ook nu zien we nog plekken die we op de heenweg niet gezien hadden.

Na ruim een uur zijn we terug bij de bushalte en wachten we op onze hoho-bus die ons naar het begin van de Lushui-Heliu trail zal brengen. Deze relatief makkelijk trail gaat via een smal paadje hoog over een klif, van waar je continue uitzicht hebt op de Liwu rivier. Aan het eind van de trail kun je met een smalle hangbrug de rivier oversteken. Die kans laten we natuurlijk niet liggen. Na anderhalf uur zijn we weer terug bij de bushalte. Eigenlijk hadden we een andere trail willen lopen, maar de natuur laat hier niet met zich sollen. Door continue gevaar voor vallend gesteente zijn meerder trails in het park inmiddels afgesloten. Jammer, maar gelukkig blijft er genoeg over.

Het is inmiddels iets beter weer geworden. Het laatste uur heeft het niet meer geregend en zo heel af en toe zien we zelfs een stukje blauwe lucht. We gaan op weg naar de Changchun Shrine, maar stappen onderweg toch nog even bij de Swallow Grotto uit om deze ook met de verbeterde weersomstandigheden te kunnen bekijken. Bovendien is hier een restaurant en aangezien het lunchtijd is bestellen we er een bordje dumplings die tot onze verrassing nog heerlijk smaken ook.

We gaan weer naar de busstop en rond 14:00 uur dropt de hoho-bus ons bij het monument dat is opgericht ter ere van de 225 arbeiders die zijn omgekomen tijdens de aanleg van de Central Cross-Island Highway. We klauteren eerst via een slingerend trap-pad naar de klokketoren. Het is een hele klim naar het hoogste punt; de bovenbenen staan in de fik! Het uitzicht is er prachtig, dus . Normaal gesproken zou je via dit pad het herdenkingsmonument moeten kunnen bereiken, maar omdat ook hier de natuur een deel van het pad heeft terug gevorderd, moeten we eerst in omgekeerde richting naar beneden, om vervolgens via een andere weg naar de Changchun Shrine te lopen.

Het monument stelt van dichtbij niet zo heel veel voor, maar van een afstandje ziet het tempel-achtige gebouw dat doormidden lijkt te worden gesneden door een waterval er prachtig uit.
Op het aangrenzende terras nemen we eerst nog een bakkie koffie, voordat we voor de laatste keer op de bus stappen. Terug bij het Visistors Center proberen we nog wat informatie te krijgen over de lodge bij Hehuanshan waar we later deze reis nog naar toe moeten.

‘s-Avonds fietsen we weer via de Taroko Bridge naar Xincheng op jacht naar een restaurant. Dit keer slaan we aan het eind van de brug links af het bruisende hart van het gehucht in. Na een paar honderd meten zien we restaurant waar allerlei eten in bakken ligt. Hier moeten we zijn, want dan kan Diana aanwijzen wat er op ons bordje moet komen. We parkeren onze fietsen voor het restaurant en Diana meldt zich in de ‘keuken’. Ze wijst er wat groenvoer aan, kiest een sappig worstje uit en maakt het geheel af met een klodder witte rijst. We gaan zitten aan een chique metalen tafeltje met kinderkrukjes en tot onze eigen verbazing blijkt het allemaal voortreffelijk te smaken.

Laos 6

Donderdag 4 december

Het was vannacht weer beestenweer. Stortbuien en onweer zorgden er regelmatig voor dat er geen elektra was, met als gevolg dat de airco ermee ophield en wij dus lagen te zweten in bed. ‘s-Ochtends was alle ellende voorbij en scheen de zon, alsof er niets gebeurd was. Grote plassen in de tuin bij ons guesthouse bewezen dat we het niet gedroomd hadden.
Onze kano terug naar Ban Nakasang zou pas om 11:00 uur vertrekken dus we konden op ons gemakkie ontbijten. Na het ontbijt lopen we nog even door de hoofdstraat van Don Det en drinken daar nog een lekker bakkie Lao koffie. Diana krijgt er zelfs een klodder slagroom op!

Tegen elven lopen we naar het strandje waar de boten vertrekken en we zien dat we niet de enigen zijn. Er staan uiteindelijk zo’n 30 tot 40 vnl. backpackers te wachten op de overtocht. Iets na elven schreeuwt er dan iemand iets en aan de beweging van de meute te zien gaan de boten vertrekken. Kaartjes laten zien en met z’n tweeën op een houten bankje plaatsnemen. Klaar voor de overtocht van 15 minuten.

Hoewel wij als één van de eersten in een bootje zitten, gaan we als laatste weg. We zitten niet op hete kolen, want onze bus vertrekt pas om 12:00 uur vanuit Ban Nakasang. Op het water is wederom genoeg te zien. Her en der schieten de boten voorbij met hun knetterende buitenboordmotortjes, zien we vissers die netten uitgooien en zijn we weer getuige van een training van boten die deelnemen aan de bootrace van zaterdag. We kijken nog een laatste keer naar een aantal van de 4000 eilanden en zetten dan voet aan wal in Ban Nakasang.

We gooien de rugzakken op en wandelen richting het busstation. Ook hier is het nog steeds beknellend warm en zweten we uit elke porie. Er staan meerder bussen te wachten, van grote tot kleine. Onze chauffeur pikt ons uit de meute backpackers en wijst ons waar ons busje staat. Zo doet hij dat ook met 8 andere toeristen en dan kunnen we tegen twaalven eindelijk plaats nemen in het gekoelde busje. Tien kilometer verderop pikken we nog een tweetal toeristen op bij Don Kong en dan rijden we in één ruk naar Pakse

Wanneer we in Pakse aankomen regent het, en niet zo’n beetje ook. Bij een aantal dubieus aandoende kantoortjes worden eerst een aantal toeristen eruit gegooid die vanmiddag nog doorgaan met de bus naar Bangkok (succes!). Wij zijn als laatste aan de beurt. Eerst springt Diana aan de hoofdstraat eruit om op hotel-jacht te gaan en daarna brengt de chauffeur Rob even naar de pinautomaat waar hij voor de laatste keer een miljoentje pint om de treintickets naar Bangkok  die door Pakse Travel zijn gereserveerd, te kunnen betalen.
Wanneer Rob weer in de hoofdstraat aankomt blijkt Diana de laatste kamer bij Alisa Guesthouse te hebben kunnen bemachtigen voor 15.000 kip (15 euro). Het is inmiddels 15:00 uur en we hebben wel een lunch verdiend.

Wanneer we bij Daolin zitten zien we verschillende backpackers meerdere keren voorbij komen, op zoek naar een goedkoop hotelletje. Het lijkt erop dat het druk is in Pakse en dat de meeste hotels vol zitten. Het is maar goed dat Diana bij aankomst direct op jacht is gegaan. Na de lunch slenteren we eerst nog wat door Pakse, maar bedenken ons dan dat we nog een hotel in Bangkok moeten boeken. Omdat de meeste terrasjes aan de hoofdstraat vol zitten met internettende toeristen, is de internetverbinding zo traag dat het niet lukt om daar een boeking voor elkaar te krijgen. We besluiten naar het hotel te gaan waar we een paar dagen geleden sliepen. Daar is het heerlijk rustig en is de boeking zo geregeld. We slapen vanavond bij Alisa, morgen in de trein, maar dan nemen we het zaterdag van in het Eastin Grand Hotel Sathorn*****.

‘s-Avonds eten we bij Champady waar veel Laotiaanse gerechten op de kaart staan. Dit is waarschijnlijk de laatste keer dat we ‘de keuken’ van dit land kunnen proeven. We bestellen een tweetal schotels met typische Laotiaanse ingredienten. Het maal wordt begeleid door sticky rice en een grote fles Beerlao. Het smaakt weer voortreffelijk. Na dit laatste avondmaal lopen we naar Kafe Kolua en  nemen tot besluit nog een Coffee Lao. Daar moeten we het voorlopig maar mee doen.

Vrijdag 5 december

Vandaag was de uitgelezen dag om eens voor Sinterklaas te spelen. We geven hier en daar een aalmoes aan een zwerver of gehandicapte op deze verjaardag van de goedheiligman. Vandaag is ook de laatste dag in Laos, want vanmiddag om 13:00 uur vertrekt ons busje naar Thailand. Eerst gaan we op zoek naar een ontbijtje, want dat is niet inclusief bij ons hotel van 15 euro. Aan niets is meer te merken dat er gisteren zo’n bak regen is gevallen. Onder de strak blauwe lucht valt het om 07:30 uur al niet mee om in de zon te lopen.

Na het ontbijt gaan we even terug naar het hotel om onze tassen in te pakken en daarna lopen we voor de allerlaatste keer naar de pinautomaat. We moeten het hotel nog betalen en wat proviand voor in de trein kopen. Onderweg bezoeken we de Wat Luang. Best een mooie tempel met prachtige details, een mooie Boeddha en veel monniken op het terrein. Voor de laatste keer speuren we naar leuke plaatjes rond de tempel.

Nadat we hebben gepind is het tijd voor een bakkie. We gaan weer op weg naar Kafe Kaluad, want de cappuccino is daar heerlijk volgens Diana. Onderweg worden we steeds aangesproken door tuk-tuk chauffeurs die proberen een ritje te slijten. Wanneer we zeggen dat we vandaag naar Bangkok moeten, bieden ze hun tuk-tuk aan als VIP vervoer naar Bangkok. Dat aanbod slaan we maar af.

Rond twaalf uur werken we nog een BLT naar binnen en dan dan halen we de tassen op en gaan op weg naar Pakse Travel waar ons busje zal vertrekken. Ook dit keer gaan we weer keurig op tijd weg. We moeten nog een paar andere toeristen ophalen en dat blijken de twee Italianen te zijn die we bij onze allereerste busrit in Laos hebben ontmoet en waarmee we onze eerste sorngtsaew hebben gedeeld. Hij gaf toen aan dat hij van plan was om drie weken in Laos rond te reizen zodat hij nog een weekje naar het strand in Thailand kon, maar Laos was zo boeiend dat hij de vier weken hard nodig had.

Het busritje verloopt voorspoedig en rond 14:00 uur worden we ‘uitgestempeld’  bij het douanekantoortje van Laos. Onze reis door Laos is hiermee officieel afgesloten. We lopen een paar honderd meter verder naar het douanekantoor van Thailand, waar we een tweetal formulieren moeten invullen om een visum voor Thailand te krijgen. Daarna naar de douaneambtenaar van Thailand om ook hier ons paspoort te stempelen. Dan de bagage op de band om even te checken of we geen illegale dingen invoeren en dan staan we in Thailand. Zo gepiept!

Het eerst wat we zien is een meer dan levensgrote poster van de koning. Het is nl. koningsdag in Thailand. Het jaar 2014 zal dus de boeken ingaan als het jaar waarin wij twee keer koningsdag hebben gevierd. Aan de Thaise zijde van de douaneformaliteiten staat onze chauffeur al te wachten. We worden met z’n vieren opnieuw in een busje gepropt en voor we het weten rijden op het gladde asfalt van een 4-baansweg. Thailand is echt een ander wereld. De wegen, de huizen, de bussen, het ziet er allemaal minder gammel uit. Of het ook beter is laten we maar in het midden.

Rond 15:30 uur zijn we in Ubon waar onze chauffeur de treintickets ophaalt bij een reisbureau en een half uurtje later worden we gedropt bij het treinstation van Ubon. Onze trein gaat pas om 18:30 uur, dus we hebben nog wel even tijd om ergens wat te eten. Wanneer we in de omgeving van het station wat zoekende bewegingen maken, worden we aangesproken door iemand van de toeristen-hulpdienst (of zoiets). Hij vertelt dat hij toeristen zo goed mogelijk wil helpen, maar uiteindelijk blijkt dat hij vooral met ze op de foto wil; vooruit maar weer, even lachen! We gaan wat eten bij een kraampje in de buurt van het station en daarna lopen we nog even naar een nabij gelegen winkelstraat waar we nog een bak koffie op de kop tikken.

Terug op het station blijkt onze trein inmiddels op het perron te staan. We zoeken wagon nummer 8 op en zetten onze spullen bij de stoelen 18 en 20. Het ziet er niet allemaal super-de-luxe uit, maar de kussens zijn lekker zacht, dus een het zal wel lukken om hier een paar uurtjes te pitten. We nemen plaats in de gekoelde wagon en lezen een tijdschriftje in afwachting van het vertrek. Precies om 18:30 uur (dus het kan wel meneer NS) zet de trein zich schokkend in beweging. Onze bijna 12 uur durende rit is begonnen.

Al snel nadat we zijn vertrokken komt de bedopmaak-dienst langs. De bovenste bedden worden naar beneden geklapt en ook de stoelen worden omgetoverd tot bed. Lakentjes erop, kussen in een sloop en een dekentje erover. Welterusten! Of er heel veel van slapen terecht komt valt overigens nog te bezien. In het reisschema van de trein zagen we nl. dat er bij 20 stations gestopt wordt voordat we bij Bangkok CS zijn. Om 19:30 stoppen we bij stationnetje nummer 2, etc, etc, etc, ……………

Zaterdag 6 december

We maken lang niet alle stationnetjes mee, want de oogjes gaan uiteindelijk vanzelf dicht. Iets na vijven worden we wakker omdat de bedopmaakdienst deze keer de bedden af komt halen. Precies op schema rijden we om 05:50 uur het Hua LamPong treinstation van Bangkok binnen. We nemen een taxi naar het hotel waar we het ontbijtbuffet aanvallen. Als hongerige wolven storten we ons op het uitgebreide aanbod. Tegen achten kunnen we dan toch al op onze kamer waar we eerst onder de douche springen om de treinlucht af te spoelen.

Het hotel is via een loopbrug met een stationnetje van de skytrain verbonden dus dat is lekker makkelijk. We nemen de skytrain naar de Chao Praya rivier waar we weer een veerboot nemen om bij het Grote Paleis uit te komen. We stappen uit bij Tha Tien pier, maar voordat we naar het paleis lopen, nemen we een veerbootje om aan de andere kant van de rivier te komen om daar de Wat Arun te bekijken. Deze tempel zag er vanaf het water indrukwekkend uit dus dat moeten we zien.
Hoewel Wat Arun één van de bekendste bezienswaardigheden van Thailand is, kunnen wij ons niet herinneren dat we hier vorige eeuw zijn wezen kijken. Het is een fantastische tempel, met heel veel mooie details en beelden, maar ook met heel erg steile trappetjes en heel veel toeristen. Ook dit is heel anders aan Thailand. Het aantal toeristen dat we alleen vanochtend al hebben gezien overtreft het aantal toeristen dat we in heel Laos hebben gezien. Op de Wat Arun zaten ze dus in alle hoeken en gaten.

Na het bezoek aan deze tempel nemen we de veerboot weer naar de andere kant van de rivier en gaan op weg naar het Grote Paleis. De wegen rondom het paleis zijn vol met grote touringcars die steeds een lading toeristen uitspugen. Wanneer we dichter bij de ingang van het paleis komen neemt het aantal toeristen schrikbarend toe. We lopen rijen dik over de stoep en het gras; het zijn er duizenden. Gelukkig hebben we het paleis vorige eeuw wel gezien. Dus wij gaan op weg naar de shopping-malls.

Hoewel we gedacht hadden wel even naar het winkelgebied te lopen, besluiten we na een half uurtje toch maar een tuk-tuk aan te houden. Ook hier is het domweg te warm voor zoveel inspanning. De tuk dropt ons in de buurt van Siam square en daar duiken we als eerste het grote en bekende MBK Center in.

Er is van alles te krijgen; dure merk-horloges, nep merkhorlo-ges, souvenirs, McFlurry, bergen nepkleding, telefoons, sportschoen van onduidelijke herkomst en ga zo maar door. We slenteren hier een tijdje rond en lopen dan naar het volgende gekoelde warenhuis waar het ritueel zich herhaald. Je ziet zoveel mega-warenhuizen om je heen dat je je goed kunt voorstellen dat je meerdere dagen nodig hebt om alles te zien. Een reserve creditcard is ook geen overbodige luxe.

Wanneer we er genoeg van hebben nemen we de skytrain terug naar het hotel en nemen we daar plaats in een cocon-achtige strandstoel bij het zwembad. Het is zo’n zwembad waarvan het lijkt dat het water over de rand van het dak van het hotel afloopt. Bovendien is het zwembad op de 14e etage, waardoor je een fantastisch uitzicht hebt over een groot deel van Bangkok. Met een drankje en wat pinda’s is het hier best een tijdje uit te houden.

Zondag 7 december

We moeten nog even een dagje in Bangkok volmaken, en dan is het echt voorbij. De reis door Laos was natuurlijk al afgelopen, maar na vandaag is er helemaal niets meer over van de vakantie. We beginnen maar weer om ons onbeschoft vol te eten bij het ontbijtbuffet. We hebben gisteren gemerkt dat je daar dan de hele dag op kunt teren en dat is lekker voordelig voor een paar backpackers (die in een 5-sterren hotel verblijven, dat dan weer wel). Daarna zijn we bij het zwembad gaan liggen, maar na een uurtje was het tijd om de Outlet Fashion Mall te bezoeken. Helaas was dat niet veel bijzonders, dus maar weer terug naar het hotel.
Om 14:00 uur checken we uit bij ons hotel, maar we hebben wel een ander hotel geboekt voor de rest van de dag. We vliegen pas om 02:15 uur, dus hoeven pas rond 23:00 uur op de luchthaven te zijn. Ons volgende hotel heeft gelukkig ook een zwembad, dus daar liggen we tot de zon weg is en gaan dan nog even Bangkok onveilig maken.

Wanneer we de weg naar het Palladium Shopping Centre oplopen, komen we eerst door een deel van Chinatown met heel veel eetstalletjes waar je nog niet echt trek van kunt krijgen. We besluiten eerst maar eens het Palladium in te gaan, maar dat is een beetje een shabby winkelcentrum. Iets verderop zijn er nog een paar, dus we lopen nog wat verder. De straat kun je hier vanwege de drukte niet meer oversteken, dus we moeten steeds een voetgangersbrug beklimmen als we naar de overkant willen. De neonreclames zijn hier van het kaliber Timesquare New York en de kerstman is overal aanwezig.

Het volgende winkelcentrum lijkt meer op de Bazaar in Beverwijk; heel veel nep en een groot deel op de toeristen gericht. Wanneer we de uitgang weer hebben gevonden, lopen we iets oostwaarts waar we het Central World winkelcentrum bezoeken. Dit is een mooi en luxe winkelcentrum waar de grote merken vertegenwoordigd zijn. Prijstechnisch is het allemaal niet echt interessant.  Op de weg terug lopen we nog door het Isetan winkelcentrum en daarmee is Rob voldoende gestraft en wordt het tijd om terug naar het hotel te gaan, onze spullen te pakken en naar het vliegveld te gaan.

Hoewel we dit hotel speciaal geselecteerd hadden op z’n lokatie vlakbij de Airport Link, nemen we toch maar een taxi. We zijn net weer okselfris en als we de 10 minuten naar de Airport Link lopen kun je weer opnieuw beginnen. De taxi brengt ons in 20 minuten naar de luchthaven en hoewel het pas 22:15 uur is, zijn ze al wel begonnen met inchecken. Wij sluiten achteraan in de rij en wachten onze beurt af. Nadat we zijn ingecheckt gaan we door de douane en slenteren wat over de luchthaven. Bij de Starbucks hebben ze dezelfde machtige Kerst-koffie die we vorig jaar in Houston hebben gedronken, dus die kunnen we niet laten staan. Tegen enen lopen we dan maar naar de gate en zoeken een plekje tussen de overige passagiers van EY407.
We hebben geluk, want stoel 26c is niet bezet, waardoor wij drie stoelen hebben met z’n tweeën. De Boeing 777 vertrekt keurig op tijd en nadat we de snack hebben weggespoeld met een beker sinaasappelsap, dommelen we al snel in. Het is inmiddels tegen drieën

Maandag 8 december

Rond 03:30 uur worden we wakker van het rammelende geluid van de trolleys. De stewies waren al begonnen met het ontbijt te serveren. Wij kiezen voor de pannenkoeken met bessen en al etend worden we langzaam wakker. Het vliegtuig landt rond 05:30 uur in Abu Dhabi en dan zit de eerste etappe erop. We gaan zitten bij Brioche Doree en onder het genot van een hapje en een drankje is het wachten tot ze gaan boarden voor de vlucht naar Amsterdam. Tegen achten lopen we richting de gate, maar bij het CNN Cafe drinken we nog een cappuccino.

Wanneer we om 08:15 uur bij de gate komen, duurt het niet lang meer voordat we gaan boarden. We worden met een bus naar het vliegtuig gebracht en die rit ernaar toe duurt wel 10 minuten. Ons vliegtuig is in de lichtblauwe kleur van Manchester City gespoten (Etihad is de hoofdsponsor van deze voetbalclub). Het duurt nog wel 45 minuten voordat we eindelijk aan het begin van de startbaan staan. Piloot Magnus geeft gas en we zijn begonnen aan onze laatste vlucht van dit jaar. Volgens Magnus gaat het zo’n 7 uur duren

Ondanks de gebroken nacht lukt het slapen niet best op deze vlucht. Gelukkig heeft Etihad een uitgebreid programma op het entertainment-systeem. Om 13:50 uur Nederlandse tijd wordt de blauwe vogel op de verst mogelijk landingsbaan van Schiphol neergezet. We taxiën in 15 minuten naar E17 en via loopband, douane, bagageband en trein zijn we rond 15:45 uur weer terug in koud Apeldoorn.

Laos 5

Zaterdag 29 november

We hadden net genoeg tijd om een ontbijtje naar binnen te werken, voordat onze tuk-tuk ons naar het busstation zou brengen. We waren niet de enigen die met de tuk van Green Discovery werden opgehaald. Met z’n zessen en de nodige bagage reden we afgeladen naar het busstation. Vandaag stond de langste busrit van deze vakantie op het programma. Er lagen 370 km voor ons klaar op weg naar Pakse.

Bij het busstation aangekomen was het wel even schrikken toen we onze bus zagen staan; wat een vieze bak! Echt alles was te vies om aan te raken. We hadden geen keus, dus de bagage werd van de tuk overgeladen in de bus. We haalden nog wat proviand voor onderweg en wederom vertrokken we stipt op tijd.

Deze bus had ook geen airco, maar gelukkig konden er wel kleine raampjes open geschoven worden. Zolang we reden was het wel uit te houden, maar wanneer de chauffeur het weer nodig vond om iemand langs de weg op te pikken en de bus dus even stil stond, brak het zweet aan alle kanten uit. De chauffeur toeterde als een achterlijke om extra passagiers te verzamelen en helaas had hij daar behoorlijk wat succes mee. Gelukkig was het ook een chauffeur die van doorrijden wist en het niet nodig vond om meer dan één plasstop te maken en lunchen was er al helemaal niet bij. Als we geluk hadden dan sprongen er een paar verkoopsters met hun voorraad ‘halve kip aan een stokje’ de bus in wanneer er passagier ingeladen werd. Zo kon je dan nog wat eten te pakken krijgen.

Om 15:00 uur werden we op het busstation van Pakse gedropt. Samen met een tiental andere toeristen waren we wat verbaasd dat we er al uit moesten, maar er stonden al sorngtsaews klaar om ons de laatste paar kilometers naar het centrum te vervoeren en om 15:30 uur stonden we al bij de receptie van ons hotel. Was het al-met-al toch wel meegevallen, want vooraf hadden we gehoopt voor het donker in Pakse te zijn.

We gooien de tassen op de kamer en gaan op weg om informatie te krijgen over de mogelijkheden van dagtrips in de omgeving. We hadden onze zinnen gezet op Wat Phu en het Boloven plateau, maar hadden nog geen idee hoe we daar moesten komen.

Natuurlijk blijkt het in de praktijk allemaal wel weer mee te vallen, omdat je wordt overstelpt met dagtocht-programma’s bij de verschillende touragents. We horen wat verhalen aan en besluiten dat we morgen eerst maar met de scooter naar Wat Phu gaan. Met eigen vervoer ben je lekker flexibel en na de busrit van vandaag hebben we geen zin om morgen al weer zo vroeg op pad te gaan.

Behalve de omgeving van Pakse willen we ook nog naar Si Phan Don (vrij vertaald ‘4000 eilanden’) en moeten we straks nog vanuit Pakse in Bangkok zien te komen. Ook voor dat laatste ritje wordt hier van alles aangeboden, maar net niet de Special Express trein die wij op het oog hadden. Dat wordt nog even puzzelen.
Wanneer we ‘s-avonds gaan eten bij een populair backpackers restaurant zitten we precies voor een muur-grote poster met alle bus- en treinverbindingen. Kunnen we het rustig nog eens doornemen.

Zondag 30 november

Het ontbijt bij Residence Sisouk is de nieuwe koploper in het Laos Ontbijten Klassement. Fruit, omelet, stokbrood, salami, ham, chorizo, appelbroodje, yoghurt en zelfs roggebrood met kaas. Dat laatste kan ons gelijk wat helpen met de stagnerende stoelgang. Het ontbijt wordt geserveerd op de 4e etage van het gebouw zodat we er gratis een uitzicht op de Mekong en een deel van Pakse bij krijgen. We zien op een berg aan de overkant van de Mekong een groot Boeddha beeld staan en vragen aan de serveerster of je daar kan komen. Ze zegt dat het kan, dus die zetten we op het lijstje van vandaag.

We willen vandaag in ieder geval Wat Phu zien en daarom gaan we na het ontbijt eerst onze scooter ophalen. Opeens worden we achtervolgd door een tweetal clowns op een scooter die via een megafoon naar ons schreeuwen. We rennen o hard als we kunnen, maar …………. het blijken slechts reclame-clowns te zijn voor het Vietnamese circus dat over een paar dagen in deze stad optreedt.

Dit keer is ons vervoermiddel een zilvergrijze Honda Wave, 1000cc, maar nu een semi-automaat. De goede helmpjes zijn allemaal al vergeven, dus wij moeten het doen met een te grote helm en eentje die waarschijnlijk een keer als urinoir is gebruikt.
Om 08:30 uur starten we het bakkie en gaan we op weg. Eerst naar het benzinestation want de tank is vrijwel leeg; bij het benzinestation wil het beestje niet eens meer starten, zo leeg! We gooien ‘m voor 4 euro vol en gaan op weg. Het schakelen is even wennen, net als de voetrem, maar daar hebben we zo’n 80 km voor. Op de heenweg nemen we de makkelijkste route. We gaan zuidelijk via de brug over de Mekong en slaan dan linksaf een strak geasfalteerde weg op. Het is lekker rustig op de weg en we genieten van de omgeving: rijstvelden, berglandschap, buffels en onverwacht overstekende zwerfhonden.

Wanneer we bijna bij het plaatsje Champassak zijn, krijgen we toch te maken met een obstakel. De brug over een aftakking van de Mekong krijgt een opknapbeurt, waardoor wij moeten omrijden via een stoffige zandweg. Het voordeel is dat je daar net weer andere dingen ziet dan aan de ‘grote weg’. Zo blijven we even stilstaan bij een oudere vrouw die staat te praten met een moeder en haar kind en kunnen we net iets dichter bij de rijstvelden komen. Helaas krijgen we net daar ook te maken met een paar tegenliggers die grote wolken rood stof opwerpen. Nog voordat we de asfaltweg weer bereiken hebben onze kleren al leuke rode accenten gekregen.

Wat Phu is dan nog een paar kilometer en daar aangekomen parkeren we onze scooter op een speciaal parkeerterrein voor scooters en tikken daarvoor gelijk 5000 kip af. Dat soort bedragen betaalden we normaal gesproken als entree voor een belangrijke bezienswaardigheid. De schok is nog groter wanneer we de entree moeten betalen voor Wat Phu: 35000 kip! Dit moet je natuurlijk wel zien in het perspectief van het Laotiaans prijsnivo, want het is uiteindelijk máár 3,5 euro. Voor twee van die entreekaartjes sliepen we echter in Luang Namtha een nacht in een hotel. We betalen dus zonder blikken of blozen deze mega-entree en gaan op pad. Het is vandaag een wat bewolkte dag, maar ondanks dat (of dankzij) is het weer bloedheet. Het is slechts een paar honderd meter wandelen naar de tempel, maar het zweet loopt al snel in straaltjes over de rug. We zien het religieuze complex al in de verte liggen, mooi gesitueerd aan voet van een heuvel. De architectuur is Khmer en doet denken aan Ankor Wat in Cambodja. Het draaide hier in de elfde eeuw a.d. om het Hindu geloof.

Het belangrijkste gebouw ligt op ongeveer 100 m hoogte tegen de heuvel, maar eerst kom je langs twee kunstmatige meren. Deze hadden zowel een symbolische betekenis (de oceaan) als een praktische (waterreservoir). Via een pad dat is afgezet met palen van zandsteen kom je bij twee symmetrische gebouwen met fantastische gebeeldhouwde gevels. Deze gebouwen moeten een religieuze functie gehad hebben, maar helemaal duidelijk is dat niet. Het pad, dat oorspronkelijk overdekt was, gaat dan verder en komt dan uit bij een paar trappen, waarvan de laatste je brengt naar het belangrijkste gebouw van dit complex. Achter dit heilige gebouw is de waterbron te vinden. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom toen voor deze plek is gekozen om een tempelcomplex te bouwen.

We zijn uiteindelijk twee uurtjes zoet met het bezichtigen van dit tempelcomplex en dan is het wel weer tijd om het vochttekort aan te vullen. Nadat we ook nog even bij de souvenirstalletjes hebben rondgekeken, stappen we weer op onze brommert en rijden we terug naar Pakse.

We nemen terug een andere weg dan heen. Je kunt nl. ook met een boot de Mekong over zodat je via de andere kant van de Mekong terug rijdt naar Pakse. Het is even zoeken, maar uiteindelijk vinden we plek waar de veerboot de Mekong oversteekt. De veerboot zelf ziet er wat anders uit dan we verwachten; veel meer dan een paar planken op een tweetal kano’s is het niet. Zonder al te veel problemen bereiken we de overkant. Daar trappen we de Honda weer aan en tuffen we terug naar Pakse. Onderweg worden we verrast door een paar druppels en later vernemen we dat dit te maken heeft met noodweer dat Vietnam heeft bereikt.

Wanneer we Pakse binnenrijden komen we langs de markt en die moeten we natuurlijk even bezichtigen. Het blijkt één van de grootste markten van Laos te zijn. We lopen er een half uurtje rond en kijken onze ogen uit. Overal bakken vol met kikkers, grote vissen worden in een tuk-tuk aangevoerd, we ruiken de kruiden die we ‘s-avonds ook in de restaurants ruiken en bij het zien van een grote bloedvlek onder een vleeskraam stellen we vast dat het allemaal best vers zal zijn. Nadat we een paar rondjes over de markt hebben gelopen, stappen we weer op de brommer en gaan we richting de hoofdstraat van Pakse om een hapje te eten. Het was inmiddels drie uur en daar waren we wel aan toe.

Na een korte lunchstop gaan we dan op weg naar wat vanochtend al hadden gezien bij het ontbijt. We rijden via dezelfde weg als vanochtend de stad uit, maar dit keer gaan we kort na de brug over de Mekong een soort parkeerterrein op. Daar stallen we onze brommer en beginnen aan de klim naar het Boeddha beeld. We moeten uiteindelijk 234 ongelijke, betonnen treden en nog eens 305 kromme, houten treden bedwingen om bij het beeld te komen. Dat valt aan het eind van de dag niet mee! Vanaf de Boeddha hebben we prachtig uitzicht over de Mekong en Pakse. We dollen wat met een paar scholieren die, al springend voor de afgrond, selfies aan het maken zijn, maar wanneer er weer wat druppels vallen is het tijd om terug te gaan naar Pakse en de brommer in te leveren.

Terug in het hotel douchen we de rode stof van ons af en komt Diana er achter dat ze haar zonnebril op een scooter heeft laten liggen van het meisje dat zo’n prachtige foto van ons heeft gemaakt. Vlakbij ons hotel is een winkelcentrum-achtig iets waar ze voor 80 cent een echte bling-zonnebril op de kop tikt.

Dan boeken we bij Pakse Travel nog even een toertje voor morgen en nadat we het stof ook uit onze keel hebben gespoeld met een koel drankje, eten we ‘s-avonds bij een Indiaas restaurant een curry. Dit restaurant zou in Nederland door alle mogelijke instanties worden gesloten. De elektriciteit lijkt aangelegd door een blinde, schoonmaken is sinds de opening niet gebeurd, afwassen is een onbekend begrip en waarschijnlijk zou Herman den Blijker gillend de keuken uitlopen (net als bij Sakura), maar het eten smaakt vurrukkuluk! Alweer loopt een aflevering van ‘Two Happy Tourists On A Scooter’ goed af.

Maandag 1 december

Vandaag stond het Bolaven Plateau op het programma en wel ‘Japanese style’. Met z’n twaalven in een busje naar een bezienswaardigheid, daar snel wat foto’s maken en dan naar de volgende bezienswaardigheid en dat ritueel herhaalt zich een paar keer. We waren ook nog eens met 6 Nederlanders, dus dat gaf een ultiem toeristen-gevoel. Het Bolaven Plateau is bekend om z’n koele klimaat, dramatische watervallen, vruchtbaren grond en koffieplantages die hoogwaardige koffie opleveren.

Nadat iedereen was ingeladen gingen we eerst op weg naar de hoogste waterval van Laos: Tad Fan. Het is een tweeling-waterval die het water van meer dan 120 m naar beneden dondert. Daar aangekomen worden we allemaal uitgeladen, volgen we een bordje ‘viewpoint’ en enkele tientallen meters later staan we oog-in-oog met de waterval. Helaas is de waterval ver weg van het uitkijkpunt waardoor de 120 m niet spectaculair overkomt. We hebben van de chauffeur 30 minuutjes gekregen om ons hier te vermaken en wanneer het half uurtje om is worden alle Japannertjes weer ingeladen en gaan we naar de volgende stop.

Slechts enkele minuten later trapt de chauffeur alweer op de rem. We zijn bij een thee- en koffieplantage aangekomen. Nou ja, plantage, het is meer een plantagetje. We tellen 27 theestruiken en 35 koffiestruiken (zowel Robusta als Arabica). Een Française geeft wat tekst en uitleg bij elke boom en struik op het terrein en natuurlijk mogen we nog wat kopen in het winkeltje op het terrein. Misschien was de handgrote spin die de toonbank op kroop nog wel de indrukwekkendste verschijning hier.

En dat was dus twee. Op naar attractie nummer drie. Hiervoor moesten we wel een uurtje rijden verderop zijn, dus hadden we de tijd om wat van de omgeving te zien. Het Bolaven Plateau is pas door de Fransen ontdekt als een goed gebied om gewassen te verbouwen. Zij begonnen aan het begin van de 20e eeuw met het planten van koffiestruiken, rubberbomen, kardamonstruiken en bananenbomen. Om ons heen zien we nog vooral veel koffieplantages, hoewel heel af en toe ook een rubber-bos voorbij schiet.

Uiteindelijk komen we aan bij het dorpje Ban Kok Phung Tai. We krijgen een half uurtje de tijd om door dit authentieke dorpje te lopen. We vragen ons af of we dit wel moeten doen; hoe authentiek kan zo’n dorpje nog zijn na al die toeristenbusjes? We lopen uiteindelijk toch maar het dorpje in en tot onze verbazing zien we geen enkele activiteit die op toeristen gericht is. Geen kraampjes om lokale producten te verkopen, geen dorpelingen die voor een klein bedrag met je op de foto willen, geen schooierende kinderen, niets van dat alles. Dat is toch nog wel heel bijzonder aan Laos en daar verschilt Laos nog enorm van een aantal omringende landen. Helaas is één van de andere Nederlandse mannen zo dom om ballonnen aan kinderen uit delen. Goede kans dat deze kinderen bij een volgend bezoek van toeristen om ballonnen komen schooieren. Wij hebben deze fout ook wel gemaakt, maar de Laotiaanse overheid maakt zoveel reclame om dit voorkomen. Op z’n minst niet erg handig. In het dorpje gaan we onze gang met onze camera’s en de dorpelingen gaan door met hun dagelijkse dingen. In het dorp wordt flink pijp gerookt. Die pijp bestaat dan uit een stuk dik bamboe met een potje met kolen eraan (variant op de waterpijp). Zelfs meisjes van een jaar of tien zien we al aan die pijp lurken.

Na een half uurtje gaan de Japannertjes weer in de bus op weg naar een volgende waterval. Wederom een uur rijden. Hier zouden we dan gelijk lunchen en kunnen zwemmen. Tad Lo is echter geen spectaculaire waterval. Hoewel de waterval wel veel breder is dan de vorige, valt het water van slechts enkele meters hoogte naar beneden. Leuk uitzicht voor bij de lunch, maar niet meer dan dat. Ook laten Tarzan en Jane zich niet verleiden tot een duik in het water. Daar moet een waterval toch wel iets mooier voor zijn. We lopen nog wel even door het bijgelegen dorpje en het valt ons op dat de vrouwen hier een soort korte sigaar van bananenblad roken. Ziet er wel stoer uit!

Na de lunch worden de toeristjes weer het busje ingeveegd en worden ze naar het volgende reisdoel gebracht. We stoppen na een half uurtje bij het dorpje Ban Huy Hoin. Dit dorpje staat bekend om de geweven producten. Natuurlijk willen ze hier graag dat je er iets koopt, maar er wordt niet geleurd met de producten. We lopen op ons gemakkie het dorpje door en horen krachtige taal uit het leslokaal komen. De meester laat op niet mis te verstane wijze horen hoe het rekensommetje of misschien wel de zin gemaakt moest worden. De Nederlandse man die in het vorig dorp ballonnen uitdeelde aan de kinderen, pakt het hier wat handiger aan. Hij gaat het lokaal binnen en geeft potloden en ballonnen aan de meester. Buiten het lokaal wordt door een juffrouw een gymles gegeven. De kinderen stellen zich op in een rijtje en laten ons wat rek- en strekoefeningen zien. Aangezien wij bijna allemaal ‘op leeftijd’ zijn, laten we deze les aan ons voorbij gaan.

De laatste stop is opnieuw bij een waterval, de Tad Phaxuam. Wederom geen al te hoge waterval, het water valt zo’n tien meter naar beneden, maar deze U-vormige rotswaterval is wel mooi gelegen. Door over de rotsen te klauteren kun je bovendien heel dicht bij het donderend geweld van het water komen en vanaf een bamboebruggetje over de rivier heb je ook nog eens een goed uitzicht op de waterval.

Dat was het programma voor vandaag; het zit erop voor de Japannertjes. Inladen en terug naar Pakse. Het dagje speed-toerisme heeft best een goed beeld gegeven van het Bolaven Plateau. Watervallen, minderheden, landbouw is het Plateau om bekend en we hebben ze allemaal gezien.

Dinsdag 2 december

We worden vanochtend door dezelfde chauffeur opgehaald als waar we gisteren de speed-tour mee gemaakt hebben. Dit keer gaat hij ons naar Ban Nakasang brengen waar we met een veerbootje naar Don Det zullen worden verscheept. Voordat we op weg gaan, moet het busje wel eerst vol dus krijgen we weer een aantal hotels van dichtbij te zien. Rond 08:15 uur gaan we dan op weg. We rijden grotendeels dezelfde weg die wij eergisteren op de scooter hebben afgelegd nadat we met de veerboot waren overgestoken. Daarna is het nog eens bijna 2 uur, maar gelukkig wel over een goede weg. De worden afgezet op iets wat een busstation moet voorstellen en van daar is het nog een vijftal minuten wandelen naar de boten. We worden samen met een 8 andere toeristen in de veer-kano geladen en gaan op weg naar Don Det.

De oversteek duurt maximaal 10 minuten en terwijl wij onderweg zijn naar de overkant, horen we met veel kabaal een wedstrijdboot voor de bootrace die a.s. zaterdag op Don Khong plaatsvindt, voorbij komen. Die zijn waarschijnlijk hun laatste trainingsrondje aan het maken. Er zit wel twintig man in een boot en er wordt met veel overgave geroeid. Bij Don Det aangekomen klimmen we het ‘strand’ op en gaan op zoek naar ons guesthouse. Dit ligt gelukkig om de hoek, dus we hoeven weer niet ver te lopen met onze rugzakken. De Belgische eigenaar van het guesthouse checkt ons in en dan gaan we de hoofdstraat op dit eilandje even verkennen. Ook dit is er weer eentje waar je in 10 minuten heen-en-weer bent.

We hadden gehoopt op een beetje verkoeling op zo’n eiland, maar dat valt dus tegen. Het is hier ook al zo verstikkend heet. We gaan bij zitten bij Johnny’s restaurant wat drinken en terwijl de zweetdruppels van onze rug afrollen wordt kerstmuziek gedraaid. Bing Crosby, Frank Sinatra, Elvis Presley, Paul McCartney en George Michael allemaal hebben ze het over Santa en/of Snow. Dankzij deze fantastische muziekkeuze lopen we hele middag ‘let it snow, let it snow, let it snow’ te neuriën.

Terwijl we ons drankje naar binnen gieten hoort Diana de eigenaar van dit restaurant iets zeggen over ’tuben’ en ‘2:30’. Dat zou wel eens onze middagbesteding kunnen worden. Even later spreken we hem aan en hij blijkt ‘s-middags een tubing-toertje te regelen en er hebben zich al vijf toeristen ingeschreven. Wij gaan dus mee! Dit hebben we moeten missen in Vang Vieng (in de grot tellen we even niet mee) en hoewel de rivier hier niet zo uitdagend is, willen we wel een keer met onze kont in zo’n binnenband hebben gedobberd. We knabbelen nog even aan wat springrolls en gaan dan naar onze kamer om de zwemkleding aan te trekken.

Tegen 14:30 uur zitten we weer in het restaurant van Johnny als we de kar met binnenbanden aan zien komen rijden. Het zijn van die grote tractorbanden waar je heerlijk in kunt hangen. We lopen het strandje op en wachten op de boot die ons 15 minuten stroomopwaarts zal varen. We horen onze mede-tubers met elkaar praten en denken dat we met Russen te maken hebben. Wanneer één van hen ons in het Duits aanspreekt, slaken we zucht van verlichting. Ze blijken uit Beieren te komen; daar versta je dus echt helemaal niets van. Wanneer de mannen horen dat wij uit Nederland komen zijn ze ons vooral dankbaar voor het produceren van een Robben. We gooien de binnenbanden in de boot en springen er dan zelf ook in. De bootsman brengt ons uit het zicht van het restaurant en als we de dropzone bereikt hebben, geeft hij het commanda ‘jump!’ We hebben geen tijd meer om onze t-shirts uit te trekken en springen stuk-voor-stuk in onze binnenband en de stroming van de Mekong doet de rest.

Heel hard gaat het niet, maar het is heerlijk rustgevend om met je anus in de Mekong rond te dobberen. We genieten van het leven op de kant en zwaaien en schreeuwen ‘sabaidee’ naar de kinderen die  ons van de kant enthousiast toe schreeuwen. Johnny had ons verteld dat we in de buurt van de linkeroever moesten blijven dobberen en pas wanneer we een bepaald punt hadden bereikt moesten we de oversteek richting het restaurant maken. Zo gezegd, zo gedaan, maar de uitvoering liet te wensen over. Hoewel we op het afgesproken punt naar de overkant begonnen te peddelen met onze handen, werd de stroomsnelheid van de Mekong helemaal verkeerd ingeschat.  We kwamen dus niet bij het restaurant uit, maar dreven verder voorbij, richting Cambodja. Op zich een fantastische bestemming, maar nu even niet. De bootsman die ons weg had gebracht stond echter paraat en nadat hij de Duitsers had opgehaald, pikte hij even later ons net voor de grensovergang op.

We lopen in de natte kleding naar onze hotelkamer en douchen eerst het Mekong-water van ons af. Daarna gaan we naar het restaurant voor een drankje. We zien op dat moment de lucht zwart worden en even later barst er een tropische bui los. Het is maar goed dat we die vanmiddag niet op onze tet hebben gekregen.

Woensdag 3 december

Vandaag begonnen we met een ontbijtje op het terras boven de Mekong. De stortbui van gisteren had nog een restant bewolking achtergelaten, dus het was heerlijk frisjes. Na 4 weken hadden we ook weer eens chocopasta op brood en dat smaakt dan als een goddelijk maal. Na het tandjes poetsen gaan we op zoek naar een goede fietsen-boer want we gaan Don Det en Don Khon op de pedaaltjes verkennen. Veel keus is er niet. Er zijn Chinese damesfietsjes en er zijn Chinese damesfietsjes. Ze zien er overal hetzelfde uit en ze hebben allemaal een mandje aan het stuur, geen versnelling en een te laag zadel. De enige keuze die je hebt is de kleur en wij kiezen voor twee rode fietsjes waarvan de banden behoorlijk hard zijn.

We volgen een route die begint aan de westkant van Don Det. We rijden door de ‘buitenwijk’ van Don Det en het pad is hobbelig en smal en we moeten af en toe in de berm duiken wanneer er een tuk-tuk tegemoet komt. We laten het dorpsleven aan ons voorbij gaan en als we het laatste huis aan dit hobbelpad gehad hebben komen we tussen de rijstvelden terecht.

We zijn op weg naar de Tat Somphamit watervallen, bij jullie waarschijnlijk beter bekend als de Li Phi watervallen, en moeten daarvoor via een betonnen brug, die ooit door de Fransen is aangelegd, naar Don Khon oversteken.

Het was even zoeken, maar uiteindelijk stuurt een boos kijkende buffel ons de goede kant op. Aan de andere kant van de brug kopen we de kaartjes voor de watervallen en nemen we een fruitshake. Deze is lang niet zo lekker als bij Johnny, dus dat is een tegenvaller. Een halve fruitshake later bekijken we ook even de stoomlocomotief die de Fransen hier achtergelaten hebben. Dit stuk roest is eigenlijk niets bijzonders, maar nu we er toch zijn……

Het is dan nog een paar minuutje fietsen naar de watervallen. We volgen de bordjes en parkeren onze fiets bij de ingang van het natuurpark. Dan wandelen we in de richting van het gebulder van het water. De watervallen zijn niet hoog, maar het natuurgeweld is fantastisch en zeer uitgestrekt. We lopen minutenlang langs verschillende watervallen en staan steeds weer stil op een plek waar het nog mooier lijkt. Dit zijn de mooiste watervallen die wij in Laos gezien hebben. Het is er ruig door de rotsen waar het water tussendoor spuit en we bedenken ons dat je hier niet in je binnenband terecht moet komen.

We lopen helemaal tot het einde van de watervallen waar een restaurantje is en een klein strandje.  Helaas kun je hier het water niet in, want door de stroming ben je nog steeds binnen de kortste keren in Cambodja, maar het is wel een heerlijk rustplekje. We nemen nog een drankje bij het restaurant en lopen dan weer terug naar onze fietsjes. Volgende bestemming is de meest zuidelijk punt van Don Khon. Er zijn geen wegen op Don Det en Don Khon, dus het fietsen valt niet mee, zeker niet op die waardeloze Chinese barrels.

Na een half uurtje fietsen komen we dan bij de Franse pier aan. Ook hier hebben de Fransen ooit wat beton gestort zodat ze er makkelijk met een boot bij konden komen. Van hier worden boottochtjes aangeboden om de zeldzame Irrawady dolfijnen te zien. Aangezien wij al kennis hebben gemaakt met deze dolfijnen toen we in Kratie (zie Cambodja week 3) waren, laten we dat voor wat het is.

Terug kiezen we voor de oostelijke route. We rijden eerst door een gehuchtje waar natuurlijk nog een paar plaatjes geschoten kunnen worden. Wanneer we verder fietsen merken we dat het vanochtend allemaal wel mee viel. De paden blijken hier nog smaller te zijn en we fietsen af en toe door het struikgewas heen. Bruggetjes vallen van ellende uit elkaar en zouden wel een paar extra planken kunnen gebruiken. We trappen onverstoord door, maar na een half uurtje fietsen komen we er achter waarom het pad bijna terug genomen is door de natuur. Een grote brug die ons naar de andere kant van het water moet brengen, blijkt ingestort. Wij dus weer terug over de vervallen bruggetjes, de smalle paden en door het struikgewas tot we weer terug zijn waar we begonnen waren. We hebben geen andere keuze dan terug te fietsen naar de Franse brug zoals we ook gekomen zijn.

Bij de Franse brug vinden we dat we wel een lunch verdiend hebben. Hoewel de dag bewolkt begon, komt de zon er steeds vaker en steeds langer bij. Het voelt nu alsof je continu bezweet bent alleen de rijwind van het fietsen geeft ietsepietsie verkoeling. We bestellen fried rice en fried springrolls, maar we moeten wel meer dan een half uur op deze eenvoudige maaltijd wachten. In restaurants in Laos hebben we dit wel vaker meegemaakt. Het lijkt erop dat ze maar één pannetje hebben en bestelling na bestelling worden de gerechten klaargemaakt. In ons geval krijgen we eerst de fried rice en dan even later de fried springrolls. “Gelukkig” laat een andere toerist op de brug z’n fiets omvallen waarbij z’n heuptasje met alle bezittingen in de Mekong valt! Paniek alom, want daar gaan je paspoorten naar Cambodja. Het maakt voor ons de tijd dat we moeten wachten op ons eten in ieder geval wat dragelijker. Het eten smaakt overigens voortreffelijk.

Na deze lunch gaan we op weg naar de oostkant van Don Khon. Ook daar is een waterval, maar daar zijn ook nog de restanten van betonnen kanalen in de Mekong te zien. Deze bouwwerken werden door de Fransen gebruikt om de gekapte boomstammen uit de de Sainyabuli provincie over de Mekong te manoeuvreren en te voorkomen dat ze uit koers raakten. We fietsen over het terrein van de tempel Ban Khon Nua en via rijstvelden waar buffels hun huid proberen te verzorgen in het laatste poeltje modder dat er te vinden is. De Khon Pa Soi waterval is van een ander kaliber dan de watervallen die we vanochtend hebben gezien. We schieten een paar plaatjes, drinken wat en stappen dan weer op onze brikjes om terug te rijden naar ons hotel.

Dankzij de fantastische fietsjes komen we met pijn in de kont en knieen bij ons hotel aan, waar we eerst de mail checken, want we hadden een reisagent in Pakse gevraagd om tickets voor de nachttrein naar Bangkok te reserveren. Hij had eerst slecht nieuws, want er waren alleen maar upper beds beschikbaar. Een stuk of 5 mailtjes later hebben we dan toch onze lower beds geregeld (deze zijn nl. groter). De busrit terug naar Pakse is ook bevestigd; we worden morgen om 11:00 uur opgehaald met de veer-kano. Nu dat allemaal geregeld is kunnen we heerlijk genieten in de tuin van ons guesthouse Little Eden. Diana neemt een ligbed in de tuin en Rob zoekt de beste plek voor onze laatste zonsondergang in Laos en dit alles onder het genot van een Beerlao en Belgische frieten met mayo.

Laos 4

Dinsdag 25 november

Vandaag gaan we ‘big city’ Vientiane ontdekken. Eigenlijk helemaal geen grote stad, want het is de kleinste hoofdstad van Zuidoost Azië. We ontbijten eerst bij Le Banneton, waar ze heerlijke baguettes hebben. Nadat we dit bodempje hebben gelegd, starten we met onze Tour de Wat. ‘Wat’ zul je denken; inderdaad Wat. In Vientiane zijn een groot aantal van dit soort Boeddhistische kloosters die je gezien moet hebben.

We beginnen gelijk met de belangrijkste: Wat Sisaket. Deze tempel, die tegenwoordig als museum dienst doet, is gebouwd tussen 1819 en 1824 en men zegt dat dit de oudste overgebleven tempel van Vientiane is. Rondom het hoofdgebouw is een galerij die helemaal vol staat met Boeddha beelden; grote, kleine, in nisjes, van alles. Dit hebben we nog niet eerder zo bij een tempel gezien.

Nadat we elk hoekje van deze rookvrije tempel hebben gezien, gaan we naar de overkant van Rue Setthatirath waar nog een voormalige tempel die is omgeturnd tot museum: Haw Pha Kaeo. De tempel is ooit speciaal gebouwd om de emerald Boeddha een plek te geven, maar helaas heeft Thailand deze Boeddha nooit teruggegeven. De tempel is ondanks de grauwe kleur, prachtig door de fraai bewerkte gevel.

Wanneer er drietal bussen met Koreaanse toeristen wordt leeg gegooid bij deze tempel is dat voor ons het teken om verder te gaan. We lopen langs de Wat Simuang en vinden dat we inmiddels wel een versnapering hebben verdiend. Het is bloedheet in Vientiane. We nemen wederom plaat bij Le Banneton en genieten van een cappuccino met een appelbroodje.

Dan is het tijd voor ons tweede lusje van deze tour. Ter afwisseling lopen we naar het Nationaal Museum, maar dat is zo’n vergane glorie dat we die bezichtiging maar uitstellen tot een volgend bezoek aan Vientiane. Op weg naar onze volgende tempel komen we langs de Fruit Heaven. Dit past goed bij het thema van onze ronde dus we nemen plaats en bestellen een heerlijke fruitshake; je moet de inwendige mens niet vergeten! Vanochter onze shake valt ons opnieuw de chaos aan electriciteitsdraden op; grote kluwen draden hangen aan de betonnen palen langs de weg. De mussen bouwen er zelfs nesten in. Hett is eigenlijk onvooorstelbaar dat we hier steeds electriciteit hebben.

Bij een volgende poging om Wat Inpaeng te bereiken worden we afgeleid door een tweetal warenhuizen. De aantrekkingskracht is te groot dus we gaan naar binnen. De collectie is dubieus, het lijkt nep-spul, maar sommige spullen hebben Europese prijzen. We houden de portemonnee op zak en doen opnieuw een poging om de volgende Wat te bereiken.

Dit keer geen obstakels en zonder kleurscheuren bereiken we dan eindelijk Wat Inpaeng. In vergelijking met Wat Sisaket is het maar een klein tempeltje en bovendien lijken alle monniken net met lunchpauze te zijn gegaan. We maken nog een paar fotootjes, maar gaan dan verder naar Wat Ongteu. Deze tempel lijkt meer op een openbare parkeerplaats door alle auto’s die er geparkeerd staan. De tempel ziet er bovendien wat ‘nieuwtjes’ uit. De Wat wordt niet beschreven in de Lonely Planet, waardoor hier geen toeristen zijn. Het is wel erg leuk dat hier veel monniken rondlopen en er ook les gegeven wordt aan monniken.

De volgende halte is aan de overkant van de weg bij Wat Haysok. Een grote, oude tempel met mooi houtsnijwerk op de voorgevel van het hoofdgebouw. We glippen nog net voordat een monnik de tempel op slot wil doen naar binnen en bewonderen het interieur met een groot aantal Boeddha’s. We verlaten het terrein daarna via de achteruitgang en gaan naar onze laatste stop: Wat Mixay. Het entree en het hoofdgebouw van deze tempel hebben een beetje een Bangkok-style met van die houten  reuzen-bewakers.

Dit is echter niet het leukste aan de Wat. Er is nl. ook een schooltje op het terrein en de kinderen vinden het prachtig wanneer we met onze camera’s de klas inkomen. Of de juf er ook heel blij mee was, konden we niet zien.
Deze laatste tempel is op een steenworp van JOMA cafe en dat komt goed uit want het is inmiddels 14:00 uur en er begon wat rommelen boven de navel.

Voor de middag resten er nog een tweetal bezienswaardigheden, maar die liggen iets verder van het centrum. We twijfelen of we zullen gaan fietsen, een scooter huren of een tuk-tuk nemen, maar kiezen uiteindelijk toch weer voor de benenwagen.

Het is bijna drie uur en nog steeds is het erg warm. We proberen dus zoveel mogelijk in de schaduw te lopen. Het eerste doel komt al snel in zicht. Aan het einde van de Lane Xang Avenue zie we de contouren van de Patuxai al. Dit bouwwerk is Vientiane’s ‘Arc de Triomphe’, hoewel het officieel het ‘Victory Monument’ heet en een eerbetoon is aan alle Laotiaanse strijders die zijn omgekomen in de pre-revolutionare oorlogen. Het betonnen monster is gebouwd met cement dat is gedoneerd door de Amerika tbv de aanleg van de luchthaven. Gekscherend wordt de betonnen kolos ook wel de verticale landingsbaan genoemd.

Voor onze laatste bezienswaardig-heid van de dag moeten we nog een kilometertje verder lopen. Het is een typisch geval van ‘last but not least’. De Pha That Luang is het belangrijkste nationale monument van Laos. Het symbool van Boeddhisme en de soevereiniteit van Laos. We lopen om 15:55 uur naar de ingang en zien daar de openingstijden staan: ‘s-middags van 13:00 uur tot 16:00 uur. We kopen snel kaartjes en gaan naar binnen. Een muur met kleine raampjes omringt de 45 m hoge gouden stupa. Volgens de legende hebben Ashokan missionarissen uit India in de 3e eeuw hier een stupa gebouwd om er een stuk van Boeddha’s borstbeen bewaren. Wij hebben dit relikwie nergens gevonden, maar laten we de Boeddhisten maar op hun woord geloven. De stupa wordt omringd door verschillende tempels en heel veel Boeddha beelden, waaronder een liggende. We dwalen wat over de omliggende terreinen en kijken onze ogen uit.

Inmiddels is de poort naar de Pha That Luang gesloten en gaan wij weer op weg naar het centrum van Vientiane. We komen weer langs de Patuxai die er door de ondergaande zon wat lieflijker uitziet dan in de brandende zon zo’n anderhalf uur geleden. We lopen verder en het kost af en toe moeite om de weg over te steken. Het is inmiddels spitsuur en de kamikazes vliegen ons om de oren.
Rond 17:30 uur zijn we weer bij het hotel en gaan we naar de kamer om even bij te komen van de kleine 10 km die we vanmiddag hebben afgelegd.

‘s-Avonds eten we bij Khopchaideu en gaan daarna nog even naar avondmarkt bij de Mekong-oever. Deze markt lijkt wel wat op de avondmarkt in Luang Prabang en is met z’n koopwaar vooral op de toerist gericht. Kraampjes met kleding, tassen, elektronica,, Boeddhabeeldjes,, badslipper  en natuurlijk eten  staan in lange rijen opgesteld. We houden ook nu de hand weer op de knip (dit wordt een lekkere goedkope vakantie) en gaan een cappuccino drinken bij True Coffee, want die smaakt daar voortreffelijk.

Daarna lopen we over de drukke Rue Setthatirath met al z’n stadse neonreclame en drukke verkeer weer terug naar het hotel. Heel lang zijn we niet in Vientiane geweest, maar we durven toch wel te zeggen dat we Vientiane gezien hebben.

Woensdag 26 november

Vandaag hoefden we alleen maar met de bus naar Tha Kheck en aangezien die bus pas om 13:00 uur zou vertrekken hadden we even de tijd om te nixen.
Eerst zijn we naar de Scandinavian Bakery gegaan voor een heerlijk ontbijtje met verse broodjes en La Vache Qui Rit. Deze smeerkaas hadden we in Vang Vieng al eens op de kop getikt, maar toen bleek er schimmel in te zitten (jammie!). Normaal houden we wel van een pittig stukje Franse schimmelkaas, maar toen hebben we het hele doosje maar in de afval gekieperd.

Na het ontbijt zijn we nog een keer naar de Wat Sisaket gegaan, want Diana was niet helemaal tevreden over haar Boeddha-foto’s. Dus nog maar een keer de 50 cent entree betaald en nog een serie foto’s geschoten. Onze topfotograaf leek tevreden, maar of het helemaal perfect is zal thuis moeten blijken wanneer ze onder het vergrootglas worden bekeken. Na deze foto-shoot was het wel weer tijd voor een versnapering. Een heerlijk bakkie cappuccino, in de schaduw op het terras. Het was nog maar net 10 uur geweest, dus nog steeds geen haast. Rustig lepelen we het laatste schuim uit onze koffiekopjes.

Als het kopje helemaal leeg is, slenteren we wat door de hoofdstraat en komen we langs Friends ’n  Stuff. Een winkeltje waar allerlei producten worden verkocht die gemaakt zijn door straatkinderen. Het is lastig om een keuze te maken, dus om alles goed op een rijtje te kunnen zetten lopen we eerst iets verder naar de Fruit Heaven om nog zo’n heerlijke fruitshake naar binnen te slurpen. Als het glas vol vitamines (en dikmakers) leeg is gaan we terug naar Friends ’n Stuff en koopt Diana er een prachtig sieraad: een ring gemaakt van een theelepeltje (dat moet je zien!). Na deze mega-aankoop gaan we naar JOMA bakkery voor een vroege lunch. De bustocht van vanmiddag duurt zeker 5 uur en ze komen ons om 12:00 uur al ophalen, dus dit is onze laatste kans voor een degelijke lunch.

Rond 11:30 uur gaan we dan terug naar het hotel en pakken onze tassen in. We checken uit en nemen plaats in de lobby van het hotel, in afwachting van onze ’taxi’. Om 12:05 rijdt het busje voor dat ons naar het busstation zal brengen. Het zuidelijke busstation is maar liefst 9 km buiten het centrum gelegen, dus we genieten nog een laatste keer van de drukte in Vientiane.

De bus naar Tha Kheck staat er al en het is niet zomaar een bus. De dubbeldekker heeft bovenin stoelen en beneden staat een soort hoekbank opgesteld. Voor de ramen hangen lichtblauwe gordijntjes gedrapeerd. Het geheel wordt gecompleteerd met spiegels aan de plafonds; heel chic! Het busstation lijkt wel op een bakkerij. De baguettes liggen hoog opgestapeld bij de kraampjes in de buurt van de bussen. We vragen ons af of de combinatie van uitlaatgas en stokbrood een hele smakelijk is.

De bus is dit keer niet vol en er zitten al helemaal niet veel toeristen in. Dat hebben we de afgelopen paar ritjes wel anders meegemaakt. Hoewel zo’n VIP-bus normaal gesproken niet stopt om nog meer passagiers op te pikken maakt deze chauffeur een uitzondering. Her en der gaat hij op de rem om z’n bus vol te krijgen. Het is ook voor de eerste keer dat de bus is uitgerust met een tv en dat zullen we weten ook. De hele rit worden we verwend met stompzinnige Indiaas aandoende filmpjes en videoclips van populaiire liefdesliedjes.

De rit verloopt verder zonder problemen. Halverwege is er nog een toilet-stop en wanneer rond 18:00 uur donkerder wordt, doet de chauffeur er nog een kitsch-schepje bovenop en ontsteekt hij kleurrijke led-verlichting in de bus. Als een rijdende kerstboom gaan we het laatste stukje naar Tha Kheck.

Op het busstation worden we met z’n achten in een kleine tuk-tuk gepropt en gaan we op weg naar ons hotel. Wij worden als laatsten eruit gegooid, maar het wachten wordt beloond. Ons hotel bevindt zich in een prachtig opgeknapt koloniaal gebouw en staat aan de Mekong. Wij hebben een kamer met een klein balkonnetje dat hierop uitkijkt. De verlichting van het Thaise stadje aan de overkant, spiegelt in het gladde oppervlak van de rivier. Het is een plaatje!

Donderdag 27 november

We hadden heerlijk geslapen, maar dat is ook niet zo gek na de reisdag van gisteren. Het ontbijt was dit keer inclusief, dus we schuiven aan in het restaurant. Het gebakken ei met spek smaakt heerlijk op de licht geroosterde toast.

Na het ontbijt gaan we eerst de laundry-service. We hebben inmiddels zo’n berg wasgoed dat we bijna door de onderbroeken heen zijn. Er zit een laundry-service naast de tourist-information, dus dat komt goed uit. We besluiten er naar toe te wandelen, maar merken gelijk dat het hier verschrikkelijk warm is; het zweet loopt over de rug terwijl we toch heel rustig lopen. Er staat geen zuchtje wind; de blaadjes hangen bewegingloos aan de boom. We lopen langs de Mekong waar een lokale vrouw alweer bezig is met het eten van vanavond: kippenpoten (maar dan ook echt het onderste gedeelte) en kikker-saté. We kunnen niet wachten.

We geven de plastic tas met wasgoed af aan de vrouw bij de laundry-service en in gebarentaal, ondersteund met wat wapperend papiergeld blijkt het ons dit keer 45.000 kip te kosten (= 4,50 euro). Dan naar de overkant om bij de tourist-information wat meer te horen over de bezienswaardigheden in de omgeving. Ook hier speelt het natuurschoon in de omgeving de belangrijkste rol en zijn er overal grotten en waterpoeltjes te vinden. Het is een kwestie van weg 12 volgen en dan wijst het zich vanzelf.
Lopen en fietsen valt met deze temperatuur af, dus we gaan voor een scooter. We komen uit bij Mad Monkey, een Duitser die net iets beter spul verhuurd dan de lokale aanbieders. Hij adviseert een Honda Zoomer-X, 1100cc, automaat. Het zal wel. Wij vonden de rode kleur wel mooi.

We trappen de bak aan en gaan op weg. Eerst even Tha Kheck uit. Het is best een grote stad. Ze hebben zelfs verkeerslichten en een rotonde. Als we eenmaal op de 12 rijden, komen we er al snel achter dat het een b-weg is waar behoorlijk wat vrachtverkeer over naar Vietnam gaat. De stoere Mack’s denderen ons regelmatig voorbij. Al snel komen we bij de afslag voor ons eerste doel. Op een bordje staat dat de Boeddha-cave 9 km verderop is, dus we verlaten de hoofdweg. Die 9 km blijken over een soort zandpad te gaan met gaten en bulten. Het voelt net als een kermisattractie op onze scooter, maar dat kan ook aan de stuurmanskunsten liggen.

We hebben een half uur nodig om de Boeddha-cave te bereiken en gelukkig heeft de lokale middenstand er aantal eet- en drinkkraampjes neergezet. Wij gaan eerst aan een infuusje Pepsi en lopen dan de laatste paar honderd meter naar de grot. Heel origineel zijn de Laotianen niet met het geven van namen aan een grot; je hebt een grot en er staan Boeddha’s in, laten we het een Boeddha-grot noemen.

Het is even diep door de knieën om de grot binnen te komen, maar dan blijkt het toch best een hele mooie grot te zijn met stalactieten, stalagmieten en natuurlijk Boeddha’s. Helaas mogen we geen plaajes schieten, dus er is geen bewijs van. Je moet ons maar geloven (anders hadden we toch wel een andere foto hiernaast geplaatst).

Direct onder de Boeddha-grot, bevindt zich nog een grot: Tham Pa Seuam. Dit is een grot die vol water staat en waar je met een kano doorheen wordt gevaren. Het lijkt een beetje op de beroemde Tham Konglor grot. Het verschil zit ‘m in de lengte; deze Tham Pa Seuam is 400 m lang en de Tham Konglor is 7 km lang. Gelukkig is lengte niet het belangrijkste! Ook deze grot is weer prachtig. De bootsman manoeuvreert ons tussen de stalactieten en stalagmieten door, waarbij hij geen foutloos parcours vaart. Regelmatig raken we een kalksteen-druiper; het lijkt wel of het zijn eerste keer is.

We betalen de bootsman, wensen hem veel succes met z’n carrière en gaan weer op weg naar onze Pepsi leverancier. We vullen het vochttekort weer wat aan en stappen op onze scooter voor de stoffige 9 km terug. De karstformaties waar we tussendoor rijden zijn weer magistraal, dus dat maakt een hoop goed.
Bij de verharde weg aangekomen slaan we linksaf en razen met het verkeer mee. Ons scootertje doet met gemak 60 km/u, maar veel harder lijkt ook niet verantwoord op een asfaltweg in Laos in korte broek en shirt met korte mouwen.

We besluiten eerst naar Mahaxai te rijden en daar te lunchen. We zien dan wel op de terugweg welke grotten we nog aandoen.Het is genieten onderweg. Prachtige berglandschappen schieten voorbij. Sommige doen ons denken aan Tsingi in Madagascar en andere weer aan Zuid-China. De weg is veel beter dan de wegen die wij tot nu toe met de bus hebben aangevallen, dus we rijden lekker door. In Mahaxai zoeken we een restaurantje uit, maar de menukaart heeft hier geen Engelse ondertiteling. Diana moet dus weer met handen en voeten duidelijk maken dat we alleen maar wat gebakken rijst willen hebben. We gaan zitten aan het chique plastic meubilair en na 10 minuutjes blijkt dat de vrouw des huizes begrepen heeft wat wij wilden hebben. Er ligt zelfs een gebakken eitje op!

Mahaxai is niet veel meer dan een stoffig kruispunt op weg 12 en is slechts 100 km verwijderd van de Vietnamese grens. Wanneer we nog 50 km verder zouden rijden dan komen we bij de zogenaamde Ho Chi Minh trail. De HCMT was een netwerk van zandwegen en modderpaden dat parallel liep aan de grens tussen Vietnam en Laos en waarover het Noord-Vietnamese leger tussen 1966 en 1971 zijn manschappen en materieel vervoerde om zo Zuid-Vietnam te verrassen. Dit alles is in strijd met  de Geneefse Conventie van 1962, dus is het bestaan van de trail altijd ontkend door Noord-Vietnam, net zo goed als de Verenigde Staten ontkende dat ze de trail bombardeerden, ondanks de 1,1 miljoen ton bommen die er zijn afgegooid.

Weer even terug naar vandaag: wij besluiten dus onze brommert om te draaien en het stuur op Tha Keck te richten. Zo gezegd, zo gedaan. We maken de ene fotostop na de andere en rijden ook nog naar de Pha In grot die bijna aan de weg ligt. De grot stelt daar niet zo veel voor, maar de karstformatie waar deze grot zich bevindt is wel bijzonder.

Wanneer we in de buurt van Tha Keck komen zien we dat het watermeloenentijd is. Aan de kant van de weg zitten vrouwen bij stalletjes met stapels watermeloenen. Ze maken het zichzelf wel lastig door met tien stalletjes naast elkaar te gaan zitten, maar zo gaat dat hier blijkbaar.  Terug in Tha Keck spoelen we het stof weg met een grote Beerlao en rijden we vervolgens nog even langs de laundry-service om onze was op te halen. Nadat we onze scootmobiel afgetankt hebben brengen we deze weer terug naar Mad Monkey en gaan we op een terras aan de Mekong zitten om daar de zon onder te zien gaan. Moe maar voldaan, bla, bla, bla, bla, ….

Vrijdag 28 november

We zijn vooral in Tha Keck blijven hangen vanwege het hotel. Het koloniaal aandoende gebouw is schitterend gelegen aan de Mekong en de inrichting met hardhouten vloeren, witte muren en kroonluchters is rustgevend. Daar waren we blijkbaar wel even aan toe na 3 weken rondtrekken, waarbij we af en toe overnachtten in guesthouses van 7 euro per nacht en we ons afvroegen of het bedlinnen wel was gewassen sinds de vorige gast(en).

Er stond dus eigenlijk niets op het programma vandaag en tot 10:00 uur lezen we een tijdschriftje op ons balkon. Wanneer echter de zon weer om de hoek komt kijken, is het hier al snel niet meer te houden en wandelen we een stukje langs de Mekong. In de schaduw van de bomen is het goed toeven, maar zodra je de zon op de bakkus hebt, loopt het zweet in straaltjes van de rug. Een paar honderd meter van ons hotel draaien we weer om en gaan we naar het Inthira hotel voor een fruitshake.

Na de versnapering lopen we nog wat door het centrum van Tha Kheck. Het stadje is overdag behoorlijk verlaten. De meeste toeristen die hier naar toe komen gaan een 4-daagse ronde per motor of scooter maken. Van deze ronde hebben wij gisteren het eerste deel gedaan en het is jammer dat we niet een weekje meer vakantie hebben, want dan zouden wij die ronde ook wel hebben willen maken.

Op onze ronde door het stadje bezoeken we de lokale Wat en kopen ook alvast onze buskaarten voor de rit van morgen naar Pakse. Omdat we toch jeuk krijgen van een hele dag nixen, besluiten we rond 11:30 uur toch maar een paar fietsen te gaan huren. We fietsen zuidwaarts richting de Pha That Sikhottabong, omdat we in de Lonely Planet hadden gelezen dat die tempel wel de moeite waard is.

Tot onze schrik zien we dat de blaadjes aan de bomen bewegen; zou er nu dan toch een briesje wind zijn? Door de rijwind is het op de fiets best wel lekker. Je moet alleen net hard genoeg gaan om niet om te vallen; elke trap extra levert onnodige zweetdruppels op. Aan de rand van Tha Keck komen we in de drukte van leeglopende scholen terecht. Twee toeristen op fietsjes met mandjes is natuurlijk best wel interessant voor ze, dus we worden regelmatig vriendelijk begroet door dat tuig en heel soms in het Engels. Wanneer alle fietsende en brommende school-tenuetjes een zandpad zijn ingeslagen of bij huis zijn afgestapt trappen wij nog een paar kilometer door naar de tempel.

Wanneer we de gouden spits van de stupa zien slaan ook wij een zandpad in en slalommen we tussen de koeien door naar het tempelcomplex. Het lijkt er in eerste instantie op dat alles gesloten is; we rammelen aan poorten en proberen een schuifhek los te krijgen. De oplossing blijkt veel simpeler. We staan nl. aan de verkeerde kant van de tempel en wanneer we nog een klein stukje verder fietsen worden we als vorsten onthaald. We mogen zelfs de fiets op het tempelterrein parkeren. Het zal wel iets te maken hebben met de entree-kaartjes die vervolgens onder onze neus worden gehouden.

We maken een rondje over het terrein en net als in Vientiane glippen we nog net voordat de deuren dichtgaan de tempel in. Zoals altijd heerst er een serene rust en kijkt een mega-Boeddha op je neer. Aan de voeten van de Boeddha liggen schalen met kaarsjes die nog gebrand moeten worden en ook de typische ‘bloemstukjes’ van bananenblad met witte bloementjes, die als offer worden verkocht, liggen erbij. We willen de vrouw met de sleutel niet te lang laten wachten, dus we schieten een paar plaatjes en verlaten de tempel.

Op het bijgelegen terrein nemen we drankje om het vochtverlies te compenseren. Het lijkt hier nog wel een gezellige boel te worden, want er staan verschillende eetkraampjes waar de verschillende gerechtjes al op de bbq liggen. Wanneer we daar ook weer de kikker-sate (van nog levende kikkers) tussen zien liggen, is het voor ons tijd de stalen ros van het slot te halen.

We fietsen weer terug naar Tha Keck en besluiten daar eerst te lunchen voordat we met het middagprogramma beginnen (pfffffffffff). Hoewel we aan een tafeltje in de schaduw zitten en er af en toe een luchtstroom van een ventilator onze kant op komt, breekt het zweet aan alle kanten uit. Tot overmaat van ramp vindt de de kok het dan nodig om even een pannetje chilipepers te bakken. De rook die daarbij vrijkomt slaat direct op de luchtwegen waardoor alle aanwezigen het op een hoesten en proesten zetten. Met vriendelijke groet, was getekend, de kok.

Na de voedzame en luchtweg-prikkelende lunch stappen we weer op de fiets. Het plan is om naar de ‘Greatwall’ te gaan. We hebben hierover iets gelezen bij de Tourist Information. Het zou een soort mini-Chinese-muur moeten zijn die de stad ooit heeft beschermd tegen indringers. Omdat we niet precies weten waar het is, gaan we naar de Tourist Information om de weg te vragen. Daar horen we dat we richting de Mekong moeten, dan rechts en vervolgens op weg 13 nog 8 km. Die laatste opmerking over die 8 km doet ons wel even slikken; nog een keer 16 km in deze hitte……

Maar goed, nu niet piepen, trappen met die fiets. We gaan naar de Mekong, slaan rechts af en alsof Boeddha himself het heeft begrepen loopt de ketting bij Diana eraf. Er zit maar één ding op: fiets inleveren en drankje pakken. Alsof we het jammer vinden dat de ketting eraf ligt, leveren we met veel trieste gebaren onze fietsen in. We hadden nog zo graag….., jammer dat dit gebeurt….., moeten we dat missen…….

We kunnen het van ons af zetten en gaan naar het hotel waar we onder het genot van een drankje weer op ons balkon plaats nemen en de tijdschriften uitlezen. Dit kun je uuuuuuren volhouden. Rond 17:00 uur gaan we op het terras aan de Mekong zitten en genieten opnieuw van een een prachtige zonsondergang. Hier kun je geen genoeg van krijgen!

Laos 3

Donderdag 20 november

Het ontbijt van vanochtend was niet zo uitgebreid als in Nong Khiaw, maar het smaakte best. We waren al om 07:00 uur bij het ontbijt, want vandaag gingen we met de boot naar de Pak Ou grotten en daarvoor zouden we al om 08:00 uur opgepikt worden.
Het verliep allemaal volgens plan en een paar minuten na acht stonden we al bij de pier waar de boot zou vertrekken. We waren niet de enige toeristen die de grotten gingen bezoeken en het werden er met de minuut meer. Tegen de tijd dat boten gingen vertrekken, stonden we schouder aan schouder te wachten op het startschot.

De boot waar we mee gingen was ongeveer een zelfde boot als waar we mee van Muang Khua naar Nong Khiaw waren gevaren, alleen gingen er nu maar zes personen in en zaten we op stoeltjes met kussen; wat een luxe!
We vertrokken als tweede boot, maar werden al snel ingehaald door andere boten; weer geen snelheidsduivel achter ons stuur, maar we hadden alle tijd.
Het landschap langs de Mekong was niet zo indrukwekkend als langs de Nam Ou, maar dat hoefde ook niet. De grotten van Pak Ou hadden die taak vandaag.

Na ruim een uur varen stopte de bootsman nog even bij een dorpje aan de rivier, maar dat was niet het soort dorpjes dat wij gewend waren. Dit dorpje bestond in eerste instantie uit allerlei kraampjes met toeristen-koopwaar en daarachter waren dan nog wat huizen en een tempel te vinden. Het was natuurlijk wel de bedoeling dat je eerst wat kocht.

Binnen een kwartier zaten we al weer in de boot. Het landschap werd mooier naarmate we dichter bij de grotten kwamen. Hier voegt de Nam Ou zich bij de Mekong en hier zien we opnieuw die hoge, verticale kalksteen rotswanden zoals we die ook tijdens onze eerdere boottocht zagen.
Nog weer een een kwartiertje later kwamen de grotten in zicht. De bootsman legde aan en we waren zeker niet de enige die vandaag de grotten bezochten. De kapitein vertelde dat we 40 minuten hadden voor de bezichtiging. Dat leek niet veel, helemaal omdat we nog een behoorlijk trappartij moesten beklimmen. We gaven dus gas.

De twee beroemde grotten staan volgepakt met boeddha-beelden in verschillende stijlen en omvang. We gingen eerst richting de ‘hoge grot’ en nemen in een vijftal minuten de pittige betonnen trappen. Boven aangekomen zien we een bewerkt houten portaal waarachter een 50 m diepe grot ligt. Het is al snel zo donker dat de zaklamp aan moet. Er staan honderden, misschien wel duizenden Boeddha opgesteld. Sommige in een nis, andere tegen de wand en sommigen op een verhoging. Het lijkt er al honderden jaren zo te staan.

De ‘lage grot’ is meer een overhangende rots. Nadat je het trappetje hebt beklommen stat je oog in oog met een paar honderd Boeddha’s die in rijen staan opgesteld tegen de achterwand van de grot waardoor er een mooi schimmenspel ontstaat.
We blijven zo lang mogelijk in de grot, maar willen de bootsman en onze medereizigers niet laten wachten dus 40 minuten nadat we uit de boot sprongen, zijn we weer terug.

Omdat we terug stroomafwaarts gingen, waren we in een uurtje weer terug in Luang Prabang. Het was inmiddels 13:00 uur, dus: lunchtijd. Onder het genot van een heerlijke panini, genieten we aan de waterkant nog wat na. Na deze recuperatie gaan we terug naar het hotel om verse batterijen te halen.

Daarna gaan we op weg naar de bekendste tempel van Luang Prabang: de Wat Xieng Thong. Deze tempel, die op slechts een paar minuutjes lopen van ons guesthouse ligt, is een klassieker onder het lokale design van tempels. De daken van het het hoofdgebouw lopen door tot dicht bij de grond en er is een levensboom in mozaïek uitgevoerd op de achtergevel. Toen het Zwarte Vlag leger in 1887 alle tempels in Luang Prabang verwoestte, is de Wat Xieng Thong (deels) gespaard gebleven. Rondom het centrale gebouw staan een aantal stupa’s en kleine kapelletjes

Nadat we onze ogen uitgekeken hebben bij de tempel lopen we weer richting de hoofdstraat. Daar komen we al snel langs een andere tempel waar ook een school voor monniken is. We lopen over het terrein en loeren de lokaaltjes in. De monniken die geen les hebben proberen een praatje met ons te maken, maar veel Engels beheersen ze nog niet. Onze gids in Luang Namtha vertelde ons dat dit de goedkoopste manier is voor ouders om kinderen op school te krijgen; als monnik in een klooster is het nl. gratis.

We lopen de hoofdstraat helemaal af en gaan het terrein van het voormalig Koninklijk Paleis op. Opnieuw zijn we net te laat om kaartjes te kopen, dus we kunnen nu niet naar binnen. De buitenkant van de gebouwen is echter al meer dan de moeite waard. Morgen gaan we wel naar binnen.
Na dit blitz-bezoek aan het tegenwoordige museum slenteren we terug door de hoofdstraat en halverwege gaan we op een terrasje zitten om aapjes te kijken. Er zijn beduidend minder toeristen in Luang Prabang dan gisteren, valt ons op.

Wanneer de bodem van de fles Beerlao weer bereikt is besluiten we toch maar even de Phou Si op te gaan. Deze heuvel domineert het oude stadscentrum en i geliefd bij zonsondegang-fanaten. De heuvel is gekroond met een 24 m hoge, gouden stupa. Wij beklimmen de heuvel vanaf de Wat Siphoutthabat Thipparam en komen langs heiligdom waar de voetafdruk van Boeddha wordt beschermd. We kijken in de donkere ruimte en kunnen alleen maar constateren dat Boeddha op heeeeeeeele grote voet moet hebben geleefd. Op de weg omhoog komen we nog verschillende beeltenissen van Boeddha tegen en boven op de heuvel hebben we een mooi uitzicht op Luang Prabang. We wachten tot de zon ondergaat, maar door iets te veel bewolking wordt het geen spektakel.

Vrijdag 21 november

De wekker ging al om 05:40 uur, want we wilden vanochtend de Tak Bat zien. Elke dag bij zonsopkomst gaan de monniken blootsvoets door de straten van Luang Prabang waarbij inwoners van Luang Prabang balletjes sticky rice in hun bedelkom leggen. Het is een stille, meditatieve ceremonie waarmee de monniken hun belofte van armoede en menselijkheid demonstreren.

Het is nog donker wanneer we naar de Wat Xieng Thong lopen. Op het terrein van de tempel is echter niets te doen, dus we lopen door naar de hoofdstraat. Daar zien we inwoners van Luang Prabang klaarzitten met een mandje rijst om uit te delen aan de monniken. Hier moeten we dus zijn. We zien dat verderop in de hoofdstraat de busjes met toeristen worden leeg gekieperd; hopelijk blijven die daar staan. Rond 06:15 uur lopen de eerste monniken langs de gulle gevers van rijst en ze worden daarna gevolgd door tientallen, honderden monniken die hetzelfde traject volgen. Wanneer we iets verder de hoofdstraat inlopen blijkt deze ceremonie al een behoorlijke toeristen-attractie te zijn geworden. Ondanks alle verzoeken om op discrete afstand te blijven wanneer je foto’s maakt van de ceremonie, zijn er altijd hoopjes toeristen die geen last hebben van fatsoen; ze kruipen bijna in de rij monniken om zo hun beste foto te schieten, het is tenenkrommend!

Wij lopen de andere kant weer op en gaan op zoek naar een rustiger plek waar we de ceremonie kunnen zien. We komen uiteindelijk uit bij de westelijke ingang van de Wat Xieng Thong. Hier zijn we met een handjevol andere toeristen die allemaal wel enige afstand houden. Hier kunnen we het ritueel van nabij meemaken, zonder het te verstoren. Rond 07:00 uur gaan we weer terug naar het hotel en kruipen nog even ons bed in.

Om 08:30 uur gaan we ontbijten, waarna we direct onze bustickets bij de eigenaresse van ons guesthouse kopen. In tegenstelling tot wat er in ons programma staat, gaan we niet naar Phonsovan. De busrit naar Phonsovan duurt 8 a 9 uur, terwijl het slechts 280 km is. Bovendien gaat het grootste deel van de rit heen-en-weer over hoofdweg 7 en duurt  de terugrit naar Vientiane zelfs 11 uur. Als we dat allemaal optellen bij onze eerdere bus-ervaring in Laos, dan moeten we concluderen dat dit een monsterrit wordt. Het alternatief ligt voor de hand: Vang Vieng. Deze plaats ligt ongeveer halverwege tussen Luang Prabang en Vientiane, maar daarover later meer.

Vanochtend gaan we eerst op zoek naar wat kaarten om naar het thuisfront te sturen. Ze gaan vandaag nog op de bus, dus houd je brievenbus in de gaten. We begrijpen dat dit bijna net zo spannend is als een bezoekje van Sint en Piet, maar laat het niet ten koste van je nachtrust gaan!

Na deze aanslag op ons vakantiebud-get, lopen we naar de ochtendmarkt en maken daar een rondje. Hier zien we ook de (levende) kikkers die gisteren bij Tamarind op de kaart stonden. Nu we ze gezien hebben, zijn we blij dat we daar niet voor gekozen hebben. Het typische Laos eten wat we daar gehad hebben was overigens voortreffelijk, maar wat verwacht je anders van een tent die bijna elke avond vol geboekt is.

Na de markt lopen we naar het Koninklijk Paleis Museum. Dit bezoekje was er gisteren niet van gekomen, maar nu kregen we de kans om even binnen te loeren. Het meest bijzonder pronkstuk dat hier staat is de Pha Bang. Dit is een 83 cm groot Boeddhabeeldje waar de stad naar vernoemd is (oorspronkelijk heette de stad Muang Sua). Volgens de legend is het beeldje in Sri Lanka gegoten in de eerste eeuw A.D. Tot twee keer toe is het kleinood meegenomen door Siamese plunderaars, maar sinds 1867 is het in Laos.

Na het museumbezoek is het tijd om de inwendige mens te verwennen, dus we gaan naar onze favoriete cappuccino-bar en gaan daar even zitten op de lounge-set.

Het is inmiddels na enen als we besluiten nog even naar de andere kant van de Nam Khan te gaan om daar te lunchen. We gaan naar de gammele bamboebrug, betalen 500 kip en schommelen naar de overkant. Hoewel de dag behoorlijk bewolkt begon is het inmiddels bloedje heet geworden. We wandelen een paar kilometer en bezoeken een tempel, maar na een half uurtje vinden we het wel genoeg en gaan terug richting de bamboebrug. Bij de bamboebrug is een restaurantje wat goed aangeschreven staat, dus daar gaan we lunchen. We zitten in de schaduw van een paar grote bamboeplanten; heerlijk!

Na de lunch gaan we weer terug via de bamboebrug naar hartje Luang Prabang, maar blijven daar niet hangen en gaan gelijk door naar de Mekong. Je zou met een veerpontje de Mekong over moeten kunnen en andere kant van deze rivier had je bij een hooggeleg tempel een mooi uitzicht over Luang Prabang.

Het veerpontje was snel gevonden en samen met een auto, een tiental brommers en evenzoveel Laotianen maken we de overtocht van 3 minuten. Aan de overkant nemen we een sorngtsaew en laten ons bij de Wat Champhet afzetten. We hadden achteraf beter kunnen gaan lopen, want het pad is zo slecht dat lopen sneller was geweest. We beklimmen de trap naar de tempel en dat is zelfs om 16:00 uur nog geen makkie. De tempel stelt helemaal niets voor, maar het uitzicht is mooi: de Mekong, Luang Prabang en Phu Si zijn goed te zien.

Nadat we de trap weer afgerold zijn, gaan we iets verderop nog bij een andere tempel kijken. Daar is net een dienst aan de gang en we gluren van een afstandje mee. Altijd indrukwekkend zo’n dienst, vooral door het bijzonder geluid van de ‘zingende’ monniken.
Hierna gaan we dezelfde weg weer terug, nemen de veerboot die net aanlegt als wij aan komen lopen en wachten aan de andere kant van de Mekong op de zon die wegzakt achter het gebergte. Gisteren was de zonsondergang vanaf Phu Si een beetje teleurstellend, maar deze zonsondergang bij de Mekong was een plaatje.

‘s-Avonds lopen we nog een keer over de nightmarket, die nu in volle omvang is opgebouwd. Ongelooflijk wat een spullen en allemaal bedoeld om toeristen te verleiden: houtsnijwerk, sieraden, t-shirts, pantoffels, tassen, parasolletjes, bijzonder drankjes, ga zo maar door. Er leek geen eind aan de markt te komen. Het was trouwens een verademing om over deze ’toeristenmarkt’ te lopen, want waar meestal om je gunsten wordt gevochten op dergelijke markten, werd je hier met rust gelaten en pas wanneer je iets wilde weten kwamen ze in actie; zo kan het ook dus.

We eten nog een keertje Laotiaans, dit keer bij Le Petit Nid en het smaakt wederom voortreffelijk. We zijn bijna twee weken onderweg, maar het eten verveelt nog niet.

Zaterdag 22 november

Het was tijd om afscheid te nemen van Luang Prabang. De zakken weer ingepakt, ontbijtje naar binnen gewerkt en om 08:30 uur kwam de sorngtaew aanrijden die ons naar het busstation zou brengen. Op het busstation halen we onze bustickets (incl. lunch-voucher) op en gooien de bagage in de reeds gereed staande VIP-bus. Dit keer dus voor het eerst in een echte grote-mensen-bus. Iets na 09:30 uur rijdt de afgeladen bus het busstation af. We zetten ons schrap voor een uurtje of 6 bussen.

Het scheelt nogal of je in een mini-van over de wegen van Laos rijdt, of in deze bus. We staan niet bij elk gat in de weg stil en merken het nauwelijks wanneer er op stukken weg geen asfalt meer aanwezig is. Af en toe moet de bus behoorlijk klimmen want het is bergachtig. Die bergen zijn fantastisch groen, maar dat is niet zo gek net na de regentijd. Rond 13:00 uur zien we de omgeving wat veranderen. In de verte duiken de typische contouren van karst gebergte op; we gaan de goeie kant op!

Naarmate de tijd vordert zien we steeds meer van die kalksteen-pukkels en rijden er uiteindelijk zelfs tussen. Links en rechts van de weg rijzen de stijle bergwanden hoog omhoog. Net als we denken dat we goed op schema liggen moet de bus halt houden vanwege wegwerkzaamheden. Ze zijn een landslide-gevoelige bergwand aan het afgraven en een enorme berg zand ligt nu net even op de weg waar wij overheen moeten. Het oponthoud duurt een half uur en we merken dat onze chauffeur z’n best doet om de vertraging goed te maken.

Tegen drieën wordt er dan nog een lunchstop ingelast. De hele bus kan nu gebruik maken van de lunch-voucher. Wij sluiten ook aan in de rij bij deze voedselbank en we zien dat iedereen een enorme hondebak soep met noedels krijgt aangereikt. Wij pakken de bonnenmaaltijd ook aan en slurpen een beetje van de soep. Een beetje tot onze verbazing blijkt de inhoud van die oversized soepkom verdomd lekker te smaken.

Na de lunch is het nog een uurtje rijden en tegen 16:30 uur rijden we het busstation van Vang Vieng op. We stappen in een sorngtsaew en laten ons bij het hotel afzetten. We zijn gearriveerd in wat tot voor kort het ‘drugscentrum’ van Laos was.

Vang Vieng wordt wel omschreven als een landschapsscene in een oriëntaalse zijdeschildering. Het dorp ligt gedrapeerd langs de Nam Song rivier met op de achtergond de serene rotsen van het karstgebergte en een tapijt van rijstvelden. Vang Vieng kende echter lang tijd ook een veel duistere kant. Tot 2012 was Vang Vieng de drugshoofdstad van Laos en op elke hoek van de was wiet, opium, coke of welke drugs dan ook te krijgen. Bij elke bar en zelfs restaurants werden speciale happy-drankjes en happy-gerechten aangeboden waar dan een bepaalde hoeveelheid drugs in was verwerkt. De laatste jaren vielen er helaas regelmatig doden, mede door het drugsgebruik, wat de overheid heeft doen besluiten om met ijzeren vuist in te grijpen; drugs werd verboden en alle uitbaters zonder vergunning werden gesloten. Inmiddels worden er weer gezinnen en oudere toeristen (50+) gesignaleerd in Vang Vieng. De stad is zichzelf aan het herontdekken waarbij de buitenactiviteiten de de boventoon voeren. Ook wij gaan morgen op de actieve toer; stay tuned!

Zondag 23 november

We zouden om 09:00 uur opgepikt worden voor ons dagje bezigheidstherapie voor toeristen. Om 09:15 nog geen sorngtsaew, maar niet zenuwachtig worden; we zijn in Laos. Niet veel later komt onze taxi met kajaks boven op het dak al aanrijden. We stappen in en rijden tot zo’n 15 km buiten Vang Vieng. Daar stappen we samen met een (nog) ouder Frans paar uit en gaan we met onze gids Boun op pad. Boun is zo’n honderd kilo en loopt op flip-flops, dus we hoeven niet bang te zijn dat het heel lastig wordt.

We gaan op weg naar onze eerste grot en lopen eerst over een betonnen brug naar een Hmong dorpje. Boun vertelt dat de overheid deze oorspronkelijke bergbewoners heeft verplaatst naar laag gelegen gebied, zodat hun kinderen naar school kunnen en dat ze niet elke paar jaar hoeven te verkassen omdat de grond uitgeput is. Het zal wel, maar iets zegt ons dat de overheid daar ook andere voordelen bij heeft. Het is ongeveer anderhalf uur lopen naar de eerste grot en de zon scheen venijnig in de nek. Het zou weer een hete dag worden.

Bij de Tham Loup grot krijgen we een hoofdlamp uitgereikt en nadat we even uitgerust hebben gaan we op pad. We klauteren via wat gammele trapjes naar de ingang van de grot en wanneer we onze hoofdlampen aan doen zien we gelijk de meest fantastische formaties stalactieten en stalagmieten. We lopen dieper de grot in over een glibberige bodem en zien steeds mooiere en vreemdere vormen verschijnen. Heel makkelijk is de wandeling niet. We gebruiken handen en voeten en moeten soms onze buik inhouden om ons ergens tussendoor te wringen. Zolang we zien dat Boun erdoor komt, gaan we er vanuit dat het voor ons geen probleem is. Na zo’n half uur houden we weer even halt en Boun vraagt ons de lampen uit te doen. Het is pikdonker en je kunt je voorstellen dat het goed mis gaat wanneer je batterij er hier mee ophoudt. We gaan via een deels andere route terug naar de ingang van de grot en na zo’n drie kwartier zien we weer daglicht.

De Tham Hoi grot ligt enkele honderden meters verderop en is een hele andere grot. Bij de ingang van de grot staat een meer dan levensgrote Boeddha. Boun vertelt dat tijdens de bombardementen van de Amerikanen de Laotianen hun toevlucht zochten tot de grotten en dat ze daar ook hun Boeddha’s een veilig onderkomen gaven. We lopen een paar honderd meter de grot in en zien bijna geen stalactieten en stalagmieten. Deze grot was tot enkele tientallen jaren nog een ondergrondse rivier en dat is nog goed voor te stellen. De grot is meer een lange tunnel en op de bodem liggen keien zoals je die ook op een rivierbodem ziet.

Na een half uurtje zijn we de tweede grot weer uit en gaan we op weg naar onze lunchplek, vlakbij de Tham Nam grot waar we daarna in zullen gaan. Boun bereidt een fantastische lunch met rijst, shashlik-stokjes, brood en banaantjes toe.

Wanneer de voerbakjes leeg zijn is het tijd voor de Tham Nam grot. Deze grot is eigenlijk het best vergelijkbaar met de Tham Hoi grot die we hiervoor hebben bezocht, alleen gaat er hier nog wel een ondergrondse rivier door. We gaan dus in zwemkleding richting de ingang van de grot, zoeken daar een binnenband uit en dobberen langs een touw naar de ingang van de grot. Het water is ijskoud, dus het is wel even doorbijten. We gaan door een smalle spleet de grot in en trekken ons voort aan een touw langs de wand van de grot. De tunnel is 2 tot 4 meter breed en ook dit is weer een prachtige grot die we op een heel bijzonder manier bezoeken. Na een paar honderd meter komen we bij een grotere waterplas en Boun stelt voor dat we even gaan zwemmen. Wij schudden ons hoofd en hebben het al koud genoeg half op de band en blijven daar lekker inhangen. Boun neemt wel een verfrissende duik en aan het zijn kattengejank te horen heeft hij het behoorlijk koud. Nadat Boun weer in de band geklommen is gaan we terug naar de ingang van de grot. Dit hadden we nog niet eerder meegemaakt.

We bezoeken nog een laatste grot, de Tham Xang grot, wat olifantgrot betekent. Die naam heeft de grot te danken aan een stalactiet die verdomd veel weg heeft van een olifant. De grot is verder niet zo bijzonder als de vorige drie, behalve dat ook hier weer verschillende Boeddha-beelden staan en het grenst aan een klooster waar op dit moment maar 1 monnik leeft

De olifantgrot ligt naast de Nam Song rivieren en na de bezichtiging steken we de rivier over waar onze sorngtsaew staat te wachten met de kajaks er bovenop. Het is tijd voor onze laatste dagactiviteit: kajakken op de eerder genoemde rivier. We rijden een paar kilometer terug richting Vang Vieng en daar laten we ons vervoer te water. Boun geeft nog wat korte instructies en dan gaan we op weg.

Al snel komen we er achter dat de rivier niet helemaal glad is, ondanks dat de regentijd al is afgelopen. Al snel moeten we al onze kajak-kunsten inzetten om een stroomversnellinkje door te komen. Boun schreeuwt vanuit zijn boot wat instructies en we komen er ongeschonden doorheen. Het water slaat echter over de kajak heen dus onze kleding is kleddernat. Gelukkig zitten de camera’s in een droogzak. We genieten van de steile bergwanden waar we tussen varen, maar moeten we ons af en toe concentreren op onze kajak-techniek wanneer er weer een versnellinkje komt. Slechts 1 keer dreigt de boot om te kantelen, maar we houden het droog (voor zover er nog wat droog te houden is).

Na een paar kilometer wordt het drukker op de rivier en voegen de toeristen in die zijn gaan tuben. Ze hangen met hun reet in de binnenband en drijven zo de rivier af naar Vang Vieng. Voor dit slag toeristen zijn er een soort apres-ski hutten langs de rivier aanwezig waar ze zich steeds voller laten lopen met alcohol, de drug die hier nog wel ruimschoots verkrijgbaar is. De muziek knalt uit de speakers die overal in de bomen hangen. Voorheen werd er bij deze gelegenheden ook drugs ‘getankt’, waardoor er meerdere doden zijn gevallen.

Het is al tegen vijven wanneer we onze kajak naar de kant sturen in Vang Vieng. Deze relatie-stress-test hebben we weer overleefd! We bedanken Boun en gaan de straat op in onze natte kleding. We lopen nog even naar het bureautje waar we dit tourtje geboekt hadden, want we hebben gelezen dat je voor maar 80 dollar een ballonvlucht kunt maken boven deze streek. Helaas zijn de mandjes voor morgen uitverkocht. Omdat de zonsondergang aanstaande is lopen we nog een keer terug naar de rivier om daar de zon achter het gebergte te zien wegzakken.

Maandag 24 november

Vandaag gaan we naar de hoofdstad van Laos: Vientiane. Het is maar een busritje van 4 uur, dus dat valt mee dit keer. Tegen tienen worden met een lokale bus opgehaald en samen met 20 andere Vientiane-gangers worden we vervolgens op een busstation afgeleverd waar we moet overladen naar onze VIP-bus. We rijden nog een laatste keer door de stoffige hoofdstraat van dit Sodom en Gomorra van Laos en laten het prachtige landschap achter ons.

De weg zit vol met gaten, dus echt hard gaat het niet. Gelukkig heb je daar in zo’n grote bus niet veel last van. Beetje muziek luisteren, boekje lezen en voor je het weet ben je in Vientiane. We worden om 14:15 uur gedropt op het noordelijke busstation vanwaar we met een sorngtsaew naar het centrum worden gebracht. Nu nog even zoeken naar ons hotel. Gelukkig zien we een paar honderd meter verderop in grote rode letters BIS op een gebouw staan en als we iets beter kijken blijkt het inderdaad ons IBIS hotel te zijn. We lopen erheen, checken in en staan sinds lange tijd weer eens in een ‘echte’ hotelkamer

Nu we zo lekker op tijd in Vientiane zijn, kunnen we nog wel even een rondje maken. Eerst bij de JOMA bakkerij een hapje eten, dan via de boulevard naar de fontein Nam Phu en vervolgens langs de oude stupa That Dam naar het winkelcentrum (!) Talat Sao. Vientiane is echt een andere wereld; grote gebouwen, druk verkeer, neon-verlichting, roltrappen en hoge gebouwen, dat hadden we nog niet gezien in Laos.

We gaan het winkelcentrum ook nog even naar binnen om te kijken wat hier te krijgen is. Het aanbod blijkt voornamelijk te bestaan uit nep-produkten met een duur westers merkje erop. Van D&G tot CC en van Lacoste tot Kipling. Nadat we een paar verdiepingen van het winkelcentrum hebben gezien, gaan we weer terug richting het hotel. Als we wat tijd overhouden, komen we hier zeker terug. Via de tempel Wat Sisaket en het presidentieel Paleis lopen we terug. We gaan naast ons hotel op een terras zitten en bestellen een verkoelend drankje. Dat hadden we wel weer verdiend vandaag.

Laos 2

Zaterdag 15 november

De buren boven ons waren al vroeg op. Ze moesten waarschijnlijk een bus halen. We vonden het wel vreemd dat de douche zo bleef door kletteren; we hadden de deur toch horen dicht gaan. Toen we onze oren wat beter open deden, bleek het een hele andere douche te zijn. Het water kwam met bakken tegelijk uit de hemel. Als dit net zo’n buitje zou zijn als wij gisteren hadden, dan zou het snel over zijn, dus we draaiden ons nog een keer extra om. Een klein uurtje later kwam het water nog steeds naar beneden storten, dus we begonnen ons toch echt zorgen te maken. Ook bij het ontbijt en de uurtjes daarna bleef het stortregenen, tot het rond een uurtje of 11 ineens stopte met regenen.

Dit was het teken; we pakten onze camera’s en gingen op weg. Eerst even pinnen. Opnieuw een miljoentje uit de flappentap. Wanneer je steeds dit soort grote bedragen moet pinnen, is het maar goed dat door de banken in Laos serieus wordt nagedacht over de veiligheid, hoewel dat nadenken soms wel heel letterlijk wordt genomen. Een bewaker die aan de binnenkant van zijn ogen zijn strijdplan aan het bedenken is, geeft ons niet al te veel vertrouwen. Met het pak geld op zak gaan we door naar een touragent om de bustickets te boeken. Tot onze opluchting blijkt er een rechtstreekse bus naar Muang Khua te gaan, dus geen drie uur overstaptijd in Oudomxai voor ons.

Onze volgende stop is de markt van Luang Namtha. Dit zou normaal gesproken een kleurrijk spektakel moeten zijn, maar door de regen van vanochtend was het er erg rustig. Kleurrijk was het overigens nog wel, door de parasolletjes die boven kraampjes stonden. We konden wel op ons gemak het brede aanbod bekijken; van ossepoten tot pepertjes en van meervallen tot balen rijst, het was er allemaal. Na het bezoek aan de markt keerden we weer terug naar ons hotel en omdat de grijze lucht inmiddels begon te breken, was het tijd voor een rondje Luang Namtha.

Eerst een scooter huren en dan op weg naar de waterval die je gezien moest hebben, zei men. Na een kwartiertje brommen op onze scooter, hield de asfaltweg er mee op en kwam er dezelfde natte, rode klei voor in de plaats die het ons gisteren zo moeilijk had gemaakt. Al snel waren we erachter dat we het er ook op een scooter niet best vanaf brachten. Slippend en glibberend gingen we van links naar rechts op het pad. Na een paar honderd meter besloten we om de scooter aan de kant te zetten en de de laatste 3 km te gaan lopen. Ook dit ging ons niet fantastisch af op onze Teva’s, maar het ging beter dan gisteren.

Na een paar honderd meter kwam er een busje achterop en Diana bedacht zich niet, hield het busje aan en vroeg of ze ons mee konden nemen. De vrouw naast de bestuurder twijfelde, maar de twee toeristen die achterin zaten vonden het geen probleem (en wie betaalt, bepaalt). Het bleek een Nederland echtpaar te zijn dat op een iets luxere en snellere manier Laos doorkruist. Het bleek dat zij ook echte globetrotters zijn, dus gespreksstof genoeg.

De waterval was een beetje een teleurstelling. Qua omvang te vergelijken met die in Loenen, maar goed, je moet niet alles vergelijken met Iguazu. Ook de 3 km terug kruipen we weer bij onze landgenoten in het busje en we laten ons bij ons scootertje weer afzetten.

We trappen het felgroene apparaatje weer aan en gaan op weg naar onze volgende bestemming: That Luang Namtha. We rijden slechts 1 keer een verkeerde weg in en een paar minuten later staan we al bij deze blinkende stupa. Omdat de stupa hoog op een helling staat heb je hier een mooi uitzicht over Luang Namtha. We betalen de 5 dubbeltjes entree en maken een rondje om de stupa, daarna gaan we op weg naar de volgende halte: The Boat Landing Guesthouse. Bij dit luxe toeristenonderkomen op een paar kilometer buiten Luang Namtha kunnen we mooi even de inwendige mens aandacht geven.

We rijden langs rijstvelden, door kleine dorpjes en komen langs klei-afgravingen waar de klei voor de bakstenen-fabriekjes wordt gewonnen.  De omgeving is erg mooi en regelmatig staan we stil om even een fotootje te maken. Rond een uur of vier zijn we bij het guesthouse waar we even op het terras gaan zitten. Het lijkt wel een Khmu-dorp zo uitgestorven is het hier, maar de toeristen die hier verblijven zullen ook wel een uitstapje maken.

Na deze break gaan we op weg naar That Phum Phuk. We crossen weer tussen de rijstvelden door en wanneer we er zijn, blijkt dat we eerst nog even 157 treden omhoog moeten. Normaal gesproken zou je zeggen: 10x op 75% omhoog, 10 minuten herstel en dan 10x op 100% omhoog, maar ach, het is vakantie. Boven aangekomen, lopen we eerst langs de restanten van de originele stupa die tijdens de 2e Indochinese oorlog door de Amerikanen is gebombardeerd. Ernaast staat de replica die in 2003 is voltooid. Deze stupa is niet zo fraai als de andere stupa die we vandaag gezien hebben, maar het verhaal erbij is wel spannender.

Als we weer beneden zijn is de zon bijna achter de heuvels verdwenen en in een t-shirt op een scooter crossen is dan zelfs hier best frisjes. We genieten nog een laatste keer van de fantastische  omgeving als we terug rijden naar Luang Namtha, Daar aangekomen leveren we de scooter weer in, doen wat boodschappen bij de buurtsuper voor de busrit van morgen en bestellen opnieuw een heerlijke maaltijd bij Zuela.

Zondag 16 november

We hadden vandaag een dagje bussen voor de boeg, maar gelukkig hadden we ons kaartje voor de rechtstreekse VIP-bus naar Muang Khua al in de zak. Tijdens het ritje van 7 uur zouden we lekker de tijd hebben om een tijdschrift te lezen en wat muziek te luisteren.
Maar niet alles gaat altijd als verwacht. Het begon nog goed, want de sorngtsaew kwam netjes om 07:00 uur aanrijden om ons naar het busstation te brengen. Toen we op het busstation op zoek gingen naar de bus die ons naar Muang Khua moest brengen, bleek die er nog niet te zijn. Even vragen bij het loket dan maar. Diana kreeg daar spontaan een telefoon in de hand gedouwd en aan het andere eind van de lijn hing de man waar wij onze bustickets hadden gekocht. “De rechtstreeks bus gaat vandaag niet” vertelde hij. We moesten maar een bus naar Udomxai nemen en daar overstappen op een bus naar Muang Khua. We kregen nog wel ons geld terug van de duurdere VIP-tickets. Dat was de eerste domper van de dag en nummer twee kwam er gelijk achteraan. De bus naar Udomxai gaat pas om 08:30 uur, dus we hadden nog een uur op ons bedje kunnen blijven liggen.

De bus naar Udomxai bleek weer zo’n 20-zitter te zijn, waar alles en iedereen behoorlijk op elkaar gepropt zit, dus lezen of muziek luisteren was er niet bij. We vertrekken op tijd, maar de rit was geen pretje. De chauffeur leek net z’n rijbewijs te hebben, want hij reed erg onzeker. Voor elke bocht de poot van het gas en op elke hoek en bij elke andere beweging op straat een tik op de claxon; gek werd je er van. Tegen twaalven en met wat extra grijze haren arriveerden we in Udomxai om daar te constateren dat de bus naar Muang Khua net een kwartier geleden was vertrokken: domper drie. De volgende bus vertrekt bovendien pas om 15:00 uur, dus we zitten 3 uur vast op dit waardeloze busstation: domper vier.

Een bakkie nasi en wat drankjes verder, begeven we ons dan toch maar naar de plek waar onze bus moet vertrekken. Er staat op dat moment zo’n lelijke Hyundai Starex geparkeerd, maar als we vragen wanneer de bus naar Muang Khua zal arriveren, wordt ons verteld dat die 11-persoons mini-van onze bus is. Wij pakken snel onze tassen, want er lopen al behoorlijk wat mensen om die ‘bus’ heen en er zitten zelfs al mensen in, terwijl het pas 13:30 uur is. Ook wij weten een plekje te bemachtigen in de mini-van en dan begint het wachten. Om 14:30 uur maakt de chauffeur dan aanstalten om te vertrekken. Is ook niet zo gek want zijn ‘bus’ zat al meer dan vol. Het dak volgeladen met tassen en koffers en 12 man erin; meer kon de Hyundai niet hebben. Om 14:45 uur zitten we dus zwetend te wachten tot onze chauffeur de motor start, maar dan begint er ineens een man met hem te discussiëren. Voor zover wij de gebarentaal kunnen volgen, wil die man ook naar Muang Khua en hij is op tijd dus hij wil mee. Ze lopen met z’n tweeën naar het kantoor en als ze even later terug komen, blijkt dat hij z’n zin heeft gekregen. We gaan echter niet meer met de Hyundai, maar met zo’n 20-zitter waar we vanochtend ook mee zijn gekomen. Dit betekent wel dat alle bagage moet worden overgeladen naar de grotere bus en het betekent ook dat we zeker wat vertraging zullen hebben: domper 5.

Aan de chauffeur van de grotere bus is te merken dat hij niet erg warm loopt voor het extra ritje. Hij had waarschijnlijk gedacht dat hij klaar was en bij moeders een bakkie kon gaan drinken. Op z’n dooie akkertje loopt hij met z’n papieren van de bus naar het kantoortje en weer terug. Vervolgens brengt hij nog een pakketje naar een bus die naar Vientiane gaat en steekt hij nog een sigaret op. Hij kletst nog wat met mensen op het busstation, loopt nog en keer naar het kantoortje en dan lijkt hij er toch echt klaar voor te zijn. Inmiddels is de bus voller en voller geworden; mensen, maar vooral goederen stapelen zich op (die laatste precies voor onze voeten). Tegen 16:00 uur vertrekken we dus met bijna een uur vertraging naar Muang Khua. Tel er drie uurtjes bij, dan komen we daar dus in het donker aan: domper nummer 6.

We rijden het busstation af, steken de weg over en dan ineens schreeuwt nog iemand wat naar de chauffeur; iets met ‘falang’ en wij concluderen gelijk dat er nog een toerist mee moet. De chauffeur laat de bus ter plekke staan, stapt uit en wandelt op het zelfde dooie akkertje terug naar het busstation. Inmiddels steekt er een toerist op de fiets de straat over, op weg naar onze bus. Hij laat aan Rob op z’n smartphone zien waar hij heen wil en dat is niet Muang Khua, maar Muang Houn. Rob legt uit waar de bus heen gaat en de toerist op de fiets gaat weer terug naar het busstation. Even later komt de chauffeur ook weer terug lopen van het busstation. Hij vertelt dat de toerist niet naar Muang Khua wil, maar dat wisten we dus al. Dan nog even langs huis om voor de chauffeur een schone onderbroek te halen en dan gaan we echt op weg. Oh nee, ook nog even tanken, maar dan gaan we toch echt op weg.

Het valt uiteindelijk allemaal mee. De pitstop duurt maar een half uurtje. We stappen allemaal weer in en we gaan weer op weg, maar nog wel steeds in slakkengang. Ook deze chauffeur blijkt weer niet van het pittige type. Als een oud wijf stuurt hij de bus over de weg en voor ons gevoel rijden we nog geen 30km/u; zo kan het nog een lange rit worden. Bij elke bocht gaat het gas eraf, bij elke tegenligger op de rem; we zijn binnen het uur al helemaal opgefokt. Alsof het allemaal nog niet genoeg is, zet hij na ongeveer een uur rijden ineens de bus stil aan de kant van de weg en loopt een paar rondjes er omheen. Vervolgens komt hij de bus in en pakt een v-snaar uit het bagagerek; het zal toch niet? Het zal dus wel: de motorklep gaat open en het gesleutel begint. Wij maken ons direct zorgen over onze overnachting. Zijn de hotels in Muang Khua nog wel open als we daar zo laat aankomen: dompertje 7.

Het begint dan al snel donker te worden en tot onze verbazing gaat de chauffeur dan juist harder rijden. Hij lijkt de schroom van zich af te gooien en durft af en toe wel 50km/u te rijden. We bedenken ons nu dat hij ‘s-avonds aan de koplampen van de tegenliggers al van ver kan zien of er iets aankomt, terwijl hij overdag niet weet wat er de volgende bocht weer om komt suizen. Er wordt nogal eens een onveilige inhaalactie uitgehaald. Dat verklaart waarschijnlijk z’n rijgedrag overdag.
Rond 18:45 uur zijn we Paksam, waar we even een rookpauze krijgen. Hier zien we dat het nog 36 km naar Muang Khua is. Dat moet toch lukken in een uurtje. Na een paar minuutjes gaan we weer verder en nadat we onderweg nog wat medepassagiers eruit hebben gegooid, rijden we dan rond 20:00 uur Muang Khua binnen.
We gooien snel onze bagage op de hotelkamer en net als we de kamer willen verlaten, valt de elektriciteit in het dorp uit. Op de tast een zaklamp gepakt en dan alsnog op zoek naar een eettent. Gelukkig is er nog wat open, want zo’n 12-urige reisdag maakt wel hongerig.

Maandag 17 november

We hebben heerlijk geslapen, maar dat is niet zo gek na de bus-martel-tocht van gisteren. Dat de vriendelijke eigenaar van ons guesthouse de plastic hoezen om de matrassen had laten zitten maakte zelfs niets uit.

Vandaag geen bus-, maar een boottocht op het programma. We gaan naar Nong Khiaw met een long-tail boot. Voordat we op weg gaan naar de rivier, maken we nog een rondje door Muang Khua. Dat je daar zo’n 3 minuten voor nodig hebt, zegt alles over dit dorpje. Op weg naar de rivier pikken we nog even een ontbijtje en tegen negenen kopen we onze kaartjes voor de boot. De boot vertrekt om 09:30 uur, dus we hebben nog wat tijd om rond te kijken.
Rond 09:15 uur stapten we met 14 personen aan boord. Stoelen zijn er niet op zo’n boot. Je moet gaan zitten op een 15 cm brede plank die zo’n 15 cm boven de bodem, over de hele lengte van de boot is gemonteerd. Ach, het is maar zo’n 5 uur varen.

De bootsman draait de boot en geeft gas. Met veel lawaai gaan we op weg. We volgen de Nam Ou rivier stroomafwaarts. De omgeving is prachtig groen en de hellingen zijn steil en hoog. Het water van de rivier is meestal spiegelglad, maar af en toe komt er een kleine stroomversnelling op onze weg waar de bootsman vakkundig doorheen manoeuvreert. Hier en daar zien we een klein dorpje waar kinderen in de rivier spelen en de ossen hun broodnodige bad nemen en een keer of drie komen we een soort baggerboot tegen waarmee ze goud proberen te zeeven uit het zand op de rivierbodem.

Omdat we in een openbare boot zitten, stoppen we ook een paar keer om mensen en goederen aan boord te nemen; alsof de boot nog niet vol genoeg is! Bij de tweede stop komt er zelfs een echtpaar aan boord dat in de authentieke kledij van hun minderheid en de man heeft een tweetal papegaaitjes op een stokkie bij zich.
Na zo’n drie uur begint de omgeving wat te veranderen. De steile wanden blijven, maar doen nog dramatischer aan door het verweerde uiterlijk van het karst gebergte. Het is een prachtige tocht en ondanks de houten kont, gaat dit ons beter af dan de busrit van gisteren.

Rond 13:00 uur leggen we aan bij Muang Ngoi. Dit kleine dorpje is alleen per boot bereikbaar en hier gaat een aantal van de toeristen van boord. We denken daarna ruim te kunnen zitten, maar helaas; er komt meer aan boord dan er van boord is gegaan.
Het is dan nog zo’n anderhalf uur varen naar Nong Khiaw en op dit laatste stukje krijgen we een paar keer te maken met een ‘stevige’ stroomversnelling waar er behoorlijk wat water de boot in spettert. Die attractie zat gewoon bij het bootticket in.

Om 14:30 uur leggen we aan in Nong Khiaw, we pakken onze rugzakken en lopen naar een songtsaew die ons bij ons hotel afzet. Dit onderkomen is duidelijk van een ander kaliber dan de schuren waar we tot nu toe in sliepen. Diana haalt opgelucht adem.

Het Mandala Ou Resort heeft zelfs gratis fietsen ter beschikking, dus wij springen op de damesfietsjes met mand en rijden naar de brug vanwaar je een mooi uitzicht zou hebben. We komen er gelijk achter dat ook Nong Khiaw geen wereldstad is. Als je je een beetje kwaad maakt ben je in 10 minuten het dorpje door gefietst.
Vanaf de brug is het inderdaad genieten van de prachtige omgeving: het ruige karstgebergte met de Nam Ou er doorheen slingerend is wel een plaatje waard.

Dinsdag 18 november

Dit hotel was echt van een ander kaliber; de bedden waren niet te hard, de lakens roken fris gewassen en er was wat extra ruimte in de kamer om je spullen neer te leggen. Bovendien was de kamer gezellig en stijlvol ingericht. Dat alles is er dan wel de schuld van dat we vanochtend pas om 07:30 uur wakker werden. Bij het ontbijt allerlei zaken die we ook nog niet eerder in Laos hadden gezien; kaas, ham, salami,  pate, croissants, daar waren we wel even druk mee..

Na het uitgebreide ontbijt was het heel verleidelijk om nog even bij het zwembadje te gaan liggen, maar pakten de fietsen en gingen op pad. Eigenlijk is de omgeving hier de grootste attractie, dus we zouden op de betonnen brug kunnen gaan staan en zo een uurtje van de omgeving kunnen genieten, maar we pakten het iets gecompliceerder aan.

We gingen eerst op weg naar de Phatok grotten. In de grootste van de twee grotten die we zouden bezoeken, waren de lokale autoriteiten ondergebracht tijdens de tweede Indochinese oorlog. We stalden onze fietsen bij het hutje dat voor de ticketoffice moest doorgaan en nadat we onze entree hadden voldaan, staken we een klein riviertje over op weg naar de eerste grot. We werden vergezeld door een klein jochie dat waarschijnlijk wat bij wilde verdienen als gids.

De ingang van de grot was op 30 m hoogte, dus we moesten eerst via een ‘moderne’  betonnen trap omhoog. De treden waren bovenaan zo smal dat je er net met je tenen op kon staan, maar we bereikten de gemeentehuis-grot ongeschonden. Aan de hand van bordjes kon je zien wat, waar in de grot zat. Er stonden bordjes met ‘Police’, ‘Administration’, ‘Commander’ en er was zelfs een gedeelte waar een provisorisch ziekenhuis was ondergebracht.
In de kleinere grot was de bank van Luang Prabang gehuisvest. Deze grot was nog eens 300 m verder lopen over een listig paadje. De grot was niet zo hoog, maar je moest je wel 75 m door een smal gangetje wurmen om bij het ‘loket’ te komen. Wel bijzonder om te zien dat het leven dankzij deze grotten ‘gewoon’ door kon gaan.

Nadat we hadden afgerekend met onze gids, pakten we onze fietsen en gingen op weg naar de tweede attractie van Nong Khiaw: een viewpoint bovenop een kalkstenen pukkel. Om de top van deze pukkel te bereiken moesten we anderhalf uur over smalle paadjes, glibberige trappetjes, scherpe rotsblokken omhoog waarbij we af en toe de  eenvoudige bamboe leuningen of touwen langs de paden hard nodig hadden.

De beloning was een fantastisch uitzicht op de omgeving. Rondom ons het hoog oprijzende karst gebergte, ver beneden ons Nong Khiaw en de meanderende Nam Ou rivier. We nemen even de tijd om hiervan te genieten, maar als we heel eerlijk zijn, dan hebben de rustpauze ook wel even nodig om bij te komen van de beklimming.
Na een klein half uurtje te hebben zitten genieten op de top, gaan we weer naar beneden. Dit gaat gelukkig een stuk sneller en in drie kwartier staan we weer beneden.
We springen weer op onze fietsjes en gaan richting down-town Nong Khiaw. We maken even pitstop voor een fruitshake en gaan daarna terug naar ons hotel. We kiezen er voor om de rest van de dag de omgeving vanachter het mini-zwembad te bekijken; ook wel eens lekker!

Woensdag 19 november

Vandaag moesten we weer verkassen, maar we hadden geen haast want de mini-van naar Luang Prabang zou pas om 10:00 uur vertrekken. Dat komt natuurlijk fantastisch uit, want dan konden wij ons bij het uitgebreide ontbijtbuffet volproppen. Rond 08:30 uur kon er niet veel meer bij, dus fietsten we even naar het busstation om de hoek om alvast bustickets te kopen, Volgens de man achter het loket zou het busritje naar 4 uur duren, maar na onze eerdere ervaring hanteren wij nu het motto ‘eerst zien, dan geloven’.
Terug bij het hotel namen we nog een bakkie voordat we onze rugzakken gingen pakken. De rekening bij het resort betaalden we in euro’s, want daar wilden we wel vanaf. Het is in Laos over het algemeen heel makkelijk om te pinnen, dus waarom zou je met al die cash blijven lopen. Om 09:45 uur hesen we de rugzakken op onze schouders en liepen de volle drie minuten naar het busstation.

De Hyundai Starex stond in de volle zon op te warmen voor onze rit. De rugzakken gingen op het dak en wij wachtten op het teken dat we in konden stappen. Dat teken kwam rond 10:15 uur, dus met een lichte vertraging gingen we op pad. De weg zat vol gaten; die kon wel een likje asfalt gebruiken. Echt lekker opschieten was er niet bij. Toch viel de rit uiteindelijk wel mee, want na anderhalf uur kwamen we op beter asfalt terecht en trapte de chauffeur behoorlijk door. Om 13:45 uur stonden we al op het noordelijke busstation van Luang Prabang. Met een sorngtsaew lieten we ons bij ons hotel afzetten en ook dit keer was de Directeur Hotelreserveringen tevreden; airco, ruime badkamer, tafeltje, stoeltje en uitzicht op de Khan rivier.

Nadat we onze zooi op de kamer hadden gegooid zijn we Luang Prabang ingelopen en wat een ander Laos is dit. Overal cafe’s, restaurants, bars en heel veel toeristen. Wat daar de gevolgen van zijn merkten we toen we besloten even te lunchen; de prijzen zijn hier aanzienlijk hoger dan we gewend waren. Daar staat dan tegenover dat de tentjes waar je wat eet of drinkt er wat gezelliger uitzien.

Na de lunch lopen we verder door de hoofdstraat en komen eerst langs een schooltje waar het net speelkwartier is voor een deel van de school. Wat een herrie maakt dat spul in Laos (of zou dat hetzelfde zijn in Nederland?). In de klas is ziet het er redelijk geordend uit, maar een electronisch schoolbord hebben ze nog niet van gehoord. Wanneer we een paar foto’s maken door het openstaande raam, zijn de ratjes wel afgeleid.

We lopen verder en slenteren over het terrein bij de Wat Suwannaphumaham met z’n prachtige gouden gevel, lopen vervolgens door de poort van het Koninklijk Museum dat gesloten blijkt te zijn en gaan via de nightmarket naar de Mekong. Daarna lopen we langs de tuinmuur van het Koninklijk paleis naar de Wat Pa Huak, aan de voet van de heuvel Phu Si, waar de monniken het terrein oranje kleuren.

Ondanks dat Luang Prabang veel groter is dan de dorpjes die we hiervoor bezocht hebben, is ook hier alles te voet te bereiken. We gaan daarna op zoek naar reisbureautje waar we een tochtje willen boeken naar de Pak Ou grotten. In Luang Prabang hoef je dan niet lang te zoeken. En passant pinnen we nog een miljoentje en nemen dan plaats op een terras aan de rand van de hoofdstraat om toeristen te bekijken. Toch wel lekker om ook weer even in een wat meer bewoonde wereld terecht te komen.

Laos 1

 

Zaterdag 8 november

Het is een beetje een ritueel geworden; huis aan kant, rugzakken pakken, 10 keer controleren of we niets vergeten zijn om vervolgens veel te vroeg klaar te zitten, in afwachting van de ’taxi’. Dit jaar werden we weer met het bakkie van Henny naar het station gebracht.
Van de NS kregen we een gratis omleiding via Utrecht, waar we als bonus ook nog eens 10 minuten extra mochten wachten; we wisten dat we gematst waren.

Het inchecken op Schiphol verliep voorspoedig en met net 22 kilo bagage voor de komende maand hadden we wel weer een laagterecord te pakken. Waarom het dit keer zo weinig was blijft gissen, maar we dachten zelf aan het ontbreken van de nougat-blokjes. Op weg naar de gate hebben we eerst een heerlijk pizza’tje verorberd waarna we de lange wandeling naar E17 hebben ingezet. Onderweg kwamen we langs kertstbomen en mega Delfts Blauw. Ach, het brengt je al gelijk in de vakantie-stemming!

Etihad lat er geen gras over groeien; mooi op tijd boarden en ook mooi op tijd de lucht in. We zien op het beeldschermpje voor ons dat we niet over de Oekraine hoeven, dus dat is een opluchting. Wel vliegen we over de grens tussen Iran en Irak, ook niet echt de meest vredelievende landen.

Piloot Pedro brengt ons in 6 uur en een kwartier naar Abu Dhabi en het is een goed verzorgde vlucht. Veel slapen doen we niet, maar dat komt in Bangkok wel. In Abu Dhabi haasten we ons naar gate 34. we hebben niet genoeg tijd om op de luchthaven wat te eten, maar het is wel lekker om even de benen te strekken. Ook nu weer op tijd boarden en op tijd de lucht in en ook weer goede verzorging aan boord, Piloot John Johnsen (wederom een typisch Arabische naam) heeft een half uurtje minder nodig dan Pedro om ons in Bangkok te brengen. Wanneer we in Bangkok de aankomsthal uitlopen, valt er een klamme deken over ons heen; dat zal nog wel even wennen worden.

Maandag 10 november

Ondanks de lange reisdag was het niet gelukt om goed te slapen; de jetlag speelde ons nog parten. We waren net goed en wel in slaap, toen om 5 uur de wekker alweer ging. Geen getreuzel, want onze vlucht naar Chiang Rai stond gepland om 07:35 uur. De shuttle-bus van het hotel bracht ons weer naar de luchthaven. Inchecken, nog even een broodje met een bakkie thee naar binnen werken en dan naar de gate. Het fraai beschilderde toestel van Bangkok Airways stond al op ons te wachten. Ook hier weer alles keurig op tijd en na een vlucht van iets meer dan een uur, waar zelfs nog een koude bami met aardappelsalade geserveerd werd, stonden we om 08:50 uur al op Chiang Rai International Airport.

Vanaf de luchthaven was het 10 minuten met de taxi naar het busstation. De bus die rechtstreeks naar Luang Namtha zou gaan, vertrok pas om 12:00 uur. We hebben geen zin om meer dan twee uur op dit busstation te wachten, dus we nemen de bus van 10:00 uur naar Huay Xai. Huay Xai, dat eigenlijk altijd Bokeo wordt genoemd, ligt net over de grens in Laos. Daar zien we dan wel weer verder. Het ritje naar Bokeo verloopt voorspoedig en om 12:30 uur staan we aan de Thaise kant van de 4e friendshipbridge over de Mekong. Het uitstempelen bij de grens gaat snel en ook het visum voor Laos werd, aan de andere kant van de brug, snel in ons paspoort geplakt. We rijden nog een paar kilometer en om 13:15 uur worden we al gedumpt op het busstation van Bokeo.

Bij het busstation van Bokeo eten we een ‘fried rice’ en wachten dan tot onze bus naar Luang Namtha vertrekt. Het is hier gruwelijk warm en we trekken zoveel kleren uit als fatsoenlijk is. Om 15:00 uur vertrekt dan onze oude 16-zits bus naar Luang Namtha en we zetten ons schrap voor de rit van 4 uur.

Het is gelijk te merken dat we de grens over zijn gegaan (of we willen het graag zo zien). Het lijkt allemaal net een tandje minder; minder grote wegen, minder grote dorpjes, mindere chauffeur, maar het voelt wel gelijk veel beter. De omgeving waar we doorheen rijden is fantastisch met veel bergen, uitgestrekte bossen en overal authentiek aandoende gehuchtjes. Het is al donker wanneer we bij het busstation van Luang Namtha aankomen en daar springen we snel in een sangthaw (pick-up met houten banken achterin) die ons naar downtown Luang Namtha brengt. De beschikbare hotelletjes zijn niet zo veel bijzonder, maar we doen het maar mee. Morgen gaan we naar Muang Sing dat 60 km verderop ligt.

Dinsdag 11 november

Na een behoorlijke nacht slapen, werden we gewekt door de lokale haan. Dat had de eigenaresse van ons guesthouse goed geregeld. Op het weer had ze waarschijnlijk wat minder invloed, want het miezerde toen we buiten kwamen. We gingen eerst op zoek naar de lokale bakker voor een ontbijtje. De baguettes en croissants waren niet helemaal wat we er van verwacht hadden, maar smaakten best.

Na het ontbijt gingen we op zoek naar een trekking-buro om te informeren naar de verschillende trekkingen die hier mogelijk zijn. In de hoofdstraat zagen we twee Akha-dames heel geïnteresseerd kijken naar een reclame bord waarop foto’s te zien waren van de verschillende uitstapjes naar de bergvolkeren. Ze leken druk te discussiëren over de ‘echtheid’ van de tafereeltjes. Toen ze ons zagen gingen ze weer over tot de orde van de dag: souvenirs verkopen aan toeristen. Omdat Diana haar gang kon gaan met de fotocamera, heeft ze toch maar 2 armbandjes gekocht van de vrouwen.

We zijn uiteindelijk bij Forest Retreat Laos naar binnen gelopen en tot onze verrassing werden we in het Nederlands aangesproken. Dat was wel heel handig! We bespreken de mogelijkheden en weten nu welke trek we willen gaan maken, maar besluiten toch om vandaag eerst naar Muang Sing te gaan. Dit kleine dorpje op 60 km van Luang Namtha is bekend van de grote ochtendmarkt die er elke dag is. De mensen komen van heinde en ver om hier hun waar te verkopen.

De bus naar Muang Singh zou om 11:00 uur vertrekken, dus we pakten onze spullen van de kamer en lieten ons met een songthaw bij het oude busstation afzetten. Het busje vertrok om weer mooi op tijd en de rit naar Muang Sing was prachtig. De weg liep parallel met de rivier, door het heuvelachtige landschap en in anderhalf uur waren we in Muang Sing. Omdat de lokale songthaw chauffeur ons probeerde af te zetten, besloten we te voet op zoek naar een hotel te gaan. Heel principieel, maar in deze hitte hadden we vooral onszelf daarmee. We checkten uiteindelijk in bij Phou Iu 2 guesthouse en namen er eerst wat te drinken en te eten.

Nadat de inwendige mens weer wat gerust was gesteld, gingen we bij de afdeling ‘fietsen’ van het guesthouse kijken. We wilden vanmiddag nog wel wat van de omgeving zien en dan is een fiets heel geschikt. Er stonden een paar acceptabele mountainbikes in de receptie en daarmee gingen we op weg naar Adima guesthouse, dat zo’n 10 km buiten Muang Singh ligt en van waar je een Akha dorpje kunt bezoeken. De fietsen zagen er in de showroom mooier uit dan dat ze fietsten. Diana had na een paar kilometer de bovenbenen al in de fik staan, dus een fietswissel was noodzakelijk. Rob op de fiets van Diana en vice versa; dat ging een stuk beter. Na zo’n drie kwartier kwamen we bij Adima guesthouse en daar hebben we eerst een versnapering genomen, want het viel toch niet mee op deze fietsen door het geaccidenteerde terrein.

Na de broodnodige suikers uit een Coca Cola, gingen we op weg naar het Akha-dorpje dat vlak achter Adima guesthouse bleek te liggen. Het dorpje bestond voornamelijk uit de huizen-op-palen die je hier zoveel ziet, maar helaas waren veel van de inwoners nog aan het werk in de fabriek (of op de rijstvelden). We liepen een paar rondjes door het dorp waarbij we vergezeld werden door sabaidee (hallo) roepende kinderen, die om de een-of-andere reden steeds hun handje op hielden. Blijkbaar waren wij niet de eerste toeristen die hier rondliepen (misschien wel de eerste die de kinderen geen snoep of geld gaven).

Tegen vieren stapten we weer op onze stalen ros en reden terug naar Muang Singh, ditmaal vooral down-hill dus dat ging wel lekker. Bij ons guesthouse zijn we op het terras gaan zitten en hebben een lekkere Beerlao aan laten rukken; het leek wel of de fles bier uit de vriezer kwam! Omdat het aanbod van restaurants in Muang Singh minimaal is, eten we bij ons guesthouse een heerlijke roerbak-maaltijd. We gaan daarna al weer vroeg naar ons mandje, want de lokale markt is heel vroeg op z’n mooist.

Dinsdag 12 november

We hadden de wekker op 05:30 uur gezet omdat we niets wilden missen van de markt. Toen we echter een kwartiertje later het terrein van het guesthouse wilden verlaten, bleek alles nog op slot te zitten. Er was nergens iemand te vinden, dus er zat niets anders op dan maar weer even het bed in te duiken. Toen we het om 06:30 uur nog eens probeerden was het slot van het hek en konden we eindelijk naar de markt. Het was geen best weer; het miezerde en er lag een dikke laag bewolking over het dorp. veel triester konden we het niet treffen.

Bij de markt was het een drukte van jewelste. Scooters vlogen van alle kanten het marktterrein op, vrachtwagentjes reden af en aan en er werd druk onderhandeld over de prijs van de waren. Ook hier is weer van alles te koop en we kijken onze ogen uit bij de ‘versafdeling’ waarbij je je vooral afvraagt hoe vers het is.

Ondanks het kleurloze weer, was de markt een kleurrijke boel. Hoewel de meeste marktlui in alledaagse kledij rond liepen waren er ook vrouwen gekleed in authentieke klederdracht van bergvolkeren. We lopen een paar rondjes over de markt, schieten wat plaatjes en kopen een mini-mutsje als souvenir. Omdat Diana niet helemaal tevreden is met de uitvoering van het mutsje, laat ze er nog wat extra attributen op naaien. Na anderhalf uur op de markt lopen we weer terug naar ons guesthouse en zijn daar nog mooi op tijd voor het ontbijt.

We besluiten om vandaag al terug te gaan naar Luang Namtha, maar niet voordat we de stupa That Xieng Thung hebben gezien. We huren dus weer dezelfde mountainbikes als gisteren en gaan op weg. De eerste 6 km gaat lekker, maar wanneer we rechtsaf slaan voor de laatste beklimming naar de stupa moeten we toch echt afstappen; veel te steil! We lopen de laatste 850 m naar de stupa met de fiets aan de hand. Wanneer we eindelijk boven zijn, lijkt het wel of we op een festivalterrein zijn aangekomen waar alle bezoekers net weg zijn. Overal ligt afval; plastic zakken, etensbakjes, kunstbloemen, flesjes, tegels (?), noem maar op. Dit zijn de overblijfselen van het festival waar wij ook heen dachten te gaan, maar helaas waren we verkeerd geïnformeerd over de festivaldatum. Erg rouwig hoeven we niet zijn, want als we even later de opper-monnik spreken, vertelt hij ons dat het heeft geplensd tijdens het festival. We maken een rondje over het stupa-terrein. Het is uitgestorven, blijkbaar is iedereen na het festival met verlof gegaan.

Nadat we voldoende boeddhisme hebben gesnoven, nemen we afscheid van de opper-monnik en stappen we weer op onze fiets. De eerste 850 m gaan nu zo hard dat we continu in de rem moeten knijpen, maar vanwege onze donatie aan de stupa hadden we waarschijnlijk een engeltje in de buurt. We zijn om 10:30 uur al weer terug bij het guesthouse, dus dat betekent dat we nog makkelijk de bus van 11:30 uur kunnen halen. We pakken onze spullen, checken uit en lopen naar het busstation. Bij het busstation blijkt echter dat de informatie bij het guesthouse niet correct was; de bus gaat pas om 12:30 uur! We proberen ons dus een uurtje extra te vermaken, maar dat valt op zo’n klein busstation nog niet mee.

De busrit terug is in anderhalf uur gepiept en terug in Luang Namtha gaan we naar het hotel waar we de eerste nacht ook sliepen. We eten een broodje bij Zuela guesthouse en gaan daarna naar Forest Retreat Laos om de trek te boeken. Omdat het allemaal in het Nederlands kan, zijn we er snel uit; het wordt de Ban Nalang trek. Morgen om 09:00 uur vertrekken we bij het kantoortje van F.R.L. Nadat we trek geboekt hebben drinken we daar nog wat en gaan dan naar de supermarkt om een kaart te kopen van Luang Namtha e.o. zodat we vast een route kunnen uitzetten voor zaterdag.

Donderdag 13 november

We gingen bij Forest Retreat Laos ontbijten en daar aangekomen hoorden we dat we met z’n vijven zouden zijn vandaag. Daardoor ging de prijs natuurlijk wat omlaag en dat is voor Hollanders altijd prettig. Tijdens ons ontbijt zagen we onze eerste metgezel aankomen; een Belgische man die in z’n eentje door Laos aan het reizen is. Wanneer onze laatste groepsgenoten er om 9 uur nog niet zijn, laat het zich raden welke nationaliteit ze hebben: Italiaans! Het blijkt wel een bijzonder Italiaans stel te zijn, want ze wonen al 3 jaar in Nederland. Hij is professor filosofie bij de TU in Delft.

We stappen samen met gids Air in onze privé Songtsaew die ons eerst naar de markt brengt. Air gaat wat inkopen doen voor onze lunch. Daarna gaan we op weg naar de startplaats van de trek, op zo’n 45 minuten van Luang Namtha. We zadelen onze rugzakken op en gaan op pad.

Het begin van de trek is een beklimming van de eerste categorie, dus dat valt niet mee. Bovendien heeft onze gids de vaart er goed in en kijkt hij nauwelijks om hoe het ons vergaat. Een ervaring die je bij sommige hardlooptrainers ook kunt opdoen. Inmiddels is de zon door de wolken gekomen, dus het is lekker dat we in de schaduw onder het bladerdek lopen. Het is anders veel te warm om dit soort gekkigheid te doen.

We worden omgeven door bomen en grote palmvarens en bij veel van die planten heeft Air wel een medicinale uitleg. Zo proeven we de bast van een boom, wat een goed middel tegen diaree zou zijn, staan er om ons heen planten die tegen malaria kunnen helpen en krabt hij wat van de boom waar Tijgerbalsem van gemaakt wordt. Voor de doe-het-zelvers wijst hij aan welke palm gebruik wordt om rotan meubeltjes van te maken. Al-met-al een hele leerzame ochtend.

Om half twaalf krijgen we dan een lunch voorgeschoteld. We krijgen allemaal een homp plakrijst in een bananenblad aangereikt en op de provisorische tafel van varenbladen gooit Air nog wat zakken hondenkots (a.k.a. pompoen-brokken) leeg en tovert hij uit een ander bananenblad wat omeletten. Als toetje wordt er een trosje bananen neer gegooid. Eet smakelijk! Je zou het niet verwachten, maar het smaakte verrukkelijk. Dat we waren uitgehongerd na die stevige wandeling, zal echter wel een rol hebben gespeeld.

‘s-Middags lopen we nog een stuk door het bos, waarbij we steeds een klein riviertje moeten oversteken. De ene keer over keien, de andere keer via een gammel bruggetje. Bij een setje verraderlijke stapstenen stapt de Nederlandse vrouw uit het gezelschap (jullie kennen haar wel) met een voet in het water; dat wordt soppen de laatste kilometers.

Wanneer we het bos uitzijn lopen we nog even tussen de rijstvelden, waarna we al snel bij het Khmu-dorp Ban Nalan Neun zijn.
Het is net 14:00 uur en op dit tijdstip is het een dooie boel. De meeste inwoners zijn nog aan het werk op het veld. We rusten even uit bij onze lodge en laten het zweet uit onze kletsnatte shirts verdampen. Wanneer we weer een beetje op adem zijn gekomen, gaan we toch maar even op zoek naar wat leven in het dorp.

Gelukkig is het niet helemaal uitgestorven. Er lopen kippen, eenden, varkens en honden door het dorp en hier en daar lurkt een oude vrouw aan haar pijp. Natuurlijk zijn er ook altijd kinderen om mee te ‘spelen’. Die digitale camera’s maken de kinderen helemaal wild; zo vaak zien zij zichzelf niet op een beeldscherm(pje). Het valt op dat deze kinderen helemaal niet lopen te schooieren. Blijkbaar wordt dit dorpje nog niet zo heel vaak bezocht door toeristen.

‘s-Avonds wordt ons eten klaar gemaakt door een paar vrouwen uit het dorp, waarbij Air de helpende hand biedt. In het ‘restaurant’ krijgen we opnieuw sticky rice, maar dit keer met een tomaten-achtige-saus, kip-met-groenvoer en nog wat groens. Het klinkt misschien niet smakelijk als je het hier leest, maar dat was het wel! Na het diner genieten we nog een uurtje van de prachtige sterrenhemel en gaan dan slapen op onze W-Line matrasjes van 3 cm dik; welterusten!

Vrijdag 14 november

We hadden met Air afgesproken dat we om 07:00 uur zouden opstaan, want het zou een lange trek-dag worden. Dankzij de fantastische matrasjes waren we echter ruimschoots voor 07:00 uur wakker. Het ontbijt dat geserveerd werd bestond opnieuw uit een homp sticky rice, maar dit keer vergezeld van een prachtige omelet. Dit moest voldoende energie geven voor de 6 uur durende trek-dag.

Na nog een laatste ronde door het dorp, vertrokken we in rij de jungle weer in. We volgden nog een tijdje de loop van de Nam Ha rivier tot we om 10:30 uur een prachtig rijstveld moesten doorsteken. Kort daarna kwamen we bij het Khmu-dorp Ban Nalan Tai. De timing was perfect; we hadden net onze rugzakken afgedaan, toen het begon te regenen. Het regende maar een 10-tal minuten, waarna we even op ontdekkingstocht gingen in het dorp. Inmiddels weten we dat je op een doordeweekse dag niet te veel reuring hoeft te verwachten en dat was ook hier het geval; wat kippen, een oude vrouw op krukken, wat gillende kinderen en dat was het wel. Tijd om verder te gaan.

Door een wat meer open terrein liepen we in al een half uur naar het volgende dorpje: Ban Nam Koy. Dit is een Lanten-dorp en dit bergvolk houdt zich nog wat meer aan de oorspronkelijk kledingvoorschriften dan de Khmu. De vrouwen lopen hier nog in een indigo tuniek met een paarse sjerp om het middel. Dat doet het wel goed op de gevoelige plaat (of beter: gevoelige sensor). Nadat we ons hier uitgeleefd hadden begonnen we aan de klim waar Air ons al twee dagen voor waarschuwt.

De klim is inderdaad belachelijk steil; het lijkt wel of we tegen een muur moeten opklimmen. Hartslag en bloeddruk schieten omhoog en uiteindelijk wij ook natuurlijk.
Na een stief uurtje, stonden we hijgend op een vlak gedeelte waar we ook gelijk onze lunch nuttigden. Dit keer werd de zak hondenkots (a.k.a. gestampte aubergine), de bamboescheuten, Chinese kool en de vertrouwde hompen sticky rice op een aantal bananenbladen gelegd. Ook nu weer bleek dat het veel lekkerder was dan de beschrijving doet voorkomen.

Na de lunch liepen we nog een uurtje omhoog, waarna het eindelijk gedaan was met de klim. Hartslag en bloeddruk konden zich echter opmaken voor een hele nieuwe ervaring: Laos-skiën, zoals Air dat noemde. Maar hoe leg je uit wat dat is? Men neme een glijbaan uit een tropisch zwemparadijs x 100 en leg daar een laag kletsnatte klei in, vervolgens probeer je daarover naar beneden te lopen en je hebt Laos-skiën. Mega gevaarlijk, maar ideaal als je wat wilt breken. Lang ging het goed met het Nederlands paar in de aflevering van Dancing on Clay; een Rietberger, een flic-flac gingen fantastisch, maar toen werden ze wat overmoedig. Bij de dubbele Sjoukje Dijkstra gingen ze samen onderuit in de roestbruine klei; dat werd geen podiumplek meer. Enigszins teleurgesteld legden we de laatste kilometers naar beneden af; ‘een ervaring rijker, maar een illusie armer’, zoals dat zo mooi heet.

Toen we na zo’n 6 uur uiteindelijk de weg weer hadden bereikt, probeerden we zoveel mogelijk klei van onze schoenen en broeken te verwijderen, in afwachting van de songhtsaew die ons naar Luang Namtha terug zou brengen. Gelukkig liet deze niet lang op zich wachten en we kropen ‘moe maar voldaan’ (alweer zo’n holle frase) achterin deze taxi.

Om 15:00 uur waren we weer terug bij Forest Retreat Laos waar we met z’n vijven, onder het genot van een bakje thee, wat stoere verhalen uitwisselden. Belgische Bruno bleek een super-gezellige reisgenoot te zijn, die overal van genoot en onze Italiaanse laatkomers bleken uiteindelijk heel on-Italiaanse, vriendelijke nep-Italianen te zijn die ook nog eens heel blij zijn met Nederland.

Panama-Costa Rica-Nicaragua 5

Maandag 23 december

Vandaag het laatste stukje met de bus naar Panama. Als er geen ongeluk was gebeurd vlak voor Panama hadden we de 250km waarschijnlijk binnen drieënhalf uur afgelegd, nu werden het er vier. We eindigen waar we begonnen zijn: het Tryp hotel. Nadat we zijn ingecheckt gaan we aan de overkant een pizza eten.

Diana heeft in de Lonely Planet gelukkig nog iets gevonden waarmee we ons ‘s-middags kunnen vermaken. Het Parque Natural Metropolitana. Dit is een nationaal park op een heuvel binnen de stadsgrenzen van Panama City met 256 hectare tropisch bos. Dit is tevens de plek waar ten tijde van de tweede wereldoorlog vliegtuigmotoren werden geassembleerd en tijdens de invasie van Amerika om Noriega weg te jagen heeft hier een belangrijke slag plaatsgevonden.

Een taxi brengt ons naar het startpunt van de trail en nadat we de $4 entree hebben betaald gaan we op weg. We kiezen ervoor om een tweetal korte trails te lopen, van beide iets meer dan een kilometer. Op de top van de heuvel zou je dan een mooi uitzicht over Panama City en de Miraflores locks. Eerst maar eens boven zien te komen.

Al snel komen we iemand tegen die zegt dat er verderop in een boom een luiaard zit. Geintje zeker denken we, maar nadat we een tijdje de toppen van de bomen hebben getuurd zien we het beestje zitten. Hoe is het mogelijk, midden in Panama City een luiaard. Er zijn toeristen die drie nachten afzien in het nationaal Park Corcovado in Costa Rica en geen luiaard zien en wij zien hier in een veredeld stadspark zo’n beest zitten.

We lopen door naar de top en zien onderweg vogels, schildpadjes, mooie vlinders, hagedissen en heel veel mieren. Het is een stevige klim naar het uitzichtpunt bovenop de heuvel, maar het uitzicht is prachtig. De volledige skyline van Panama City is te zien.

De weg naar beneden is een stuk eenvoudiger, maar het blijft dezelfde mooie omgeving met hoge, dikke, oude bomen, tropische palmen, mooie bloemen en veel meer. Wanneer we bij de weg aankomen blijkt en taxichauffeur ons al hebben zien aankomen en zelfverzekerd draait hij z’n auto achteruit naar ons toe. We laten ons weer bij het hotel afzetten en nemen een drankje aan de bar.

Voor het avondeten gaan we ‘s-avonds naar Rincón Aleman, een Deutsche kneipe met German food volgens het visitekaartje. We bestellen een currywurst en een schnitzel en wonder-boven-wonder smaakt het écht Duits. Dat is ook wel eens lekker na vier weken vnl. lokaal eten.

Dinsdag 24 december

Vandaag was onze laatste echte vakantiedag en het leek een zonnige te gaan worden. Omdat de ferry naar Isla Taboga om 08:30 uur vertrok, zaten we al weer vroeg aan het ontbijt. Uitslapen is er deze vakantie eigenlijk niet van gekomen.

Hoewel we hadden gehoord dat je en uur voor vertrek van de ferry bij het kantoortje van de ferrymaatschappij zou moeten zijn, bleek het pas om 08:00 uur open te gaan. Jammer van het half uurtje slaap, maar we hebben in ieder geval kaartjes weten te bemachtigen.
De ferry vertrekt aan het begin van het Panama kanaal en de grote zeeschepen komen steeds op zeer korte afstand voorbij.

Isla Taboga is een klein eilandje in de baai van Panama op iets meer dan een half uur varen van Panama City. Hier kun je even ontsnappen aan de drukte van de stad en genieten van de stranden, het kleurrijke dorpje en de vele bloemensoorten die hier altijd lijken te bloeien. Wanneer we richting het eiland varen lijkt het of er een landingsvloot ligt wachten voor de kust. Tientallen grote zeeschepen wachten op hun beurt om door het Panama kanaal te kunnen.

Op Isla Taboga gaan we eerst het dorpje in, als je dat zo mag noemen. Het is niet meer dan een vijftigtal huizen, een paar hotelletjes,wat restaurantjes en een kerk. We willen eerst een bakkie doen, maar het valt nog helemaal niet mee iets te vinden dat op dit tijdstip (09:30 uur!), maar uiteindelijk lukt het ons in een hotelletje tegen de heuvel. Het is vandaag weer zo’n 35 graden dag waarbij je na elke 10 meters een plekje in de schaduw moet zoeken. Er is verbazingwekkend weinig wind op het eiland, wat het nog erger maakt.

We blijven wat langer zitten bij het hotelletje, want het waait er zo lekker door.
Na een uurtje vervolgen we onze ontdekkingstocht en lopen door wat kronkelende straatjes met de vele gekleurde huisjes. Het ziet er allemaal erg gemoedelijk uit, maar het blijft wel vreemd om overal kerstversiering te zien met deze temperatuur.

Rond een uurtje of elf komen we bij het strand en dan moet het er maar eens van komen deze vakantie. We nemen twee stoelen en een parasolletje en zoeken een geschikt plekje. De stoeltjes passen net in de schaduw van de parasol (we willen allebei niet in deze brandende zon) en we nestelen ons in de stoel. We gaan voor een nieuw PR zonnebaden.
We worden danig op de proef gesteld onder ons parasolletje, maar de verkoeling is vlakbij. Af en toe sprinten we over het hete zand (de bilspierblessures lijken over) naar de zee en dompelen we ons in het verfrissende zeewater. Dan weer een sprintje terug en weer onder de parasol. De stoeltjes om de zoveel tijd meedraaien met de schaduw van de parasol en dan begint het ritueel weer van voren af aan. Dit weten we zo’n drie uur vol te houden en dat kon wel eens een nieuw record zijn, maar dat moeten we thuis even checken.

Om 14:00 uur pakken we onze spulletjes en vluchten we naar de lokale chinees voor een hapje en een drankje. Hierna lopen we nog even een stukje over het eiland, voordat we terug gaan naar de pier waar de boot om 16:00 uur . Daar kijken we naar de capriolen die de pelikanen hier uithalen. Wat zijn het toch vreemde beesten; een beetje log vliegen ze rakelings over het water om zomaar in volle vaart hun bek in het water te douwen om een visje te scheppen. Na deze inspanningen nemen ze even een pauze op één van de bootjes die er voor anker liggen.

Een kwartiertje te laat vertrekken we weer richting Panama City en wederom varen we langs de tientallen zeeschappen die voor anker liggen (sommige lagen er vanochtend ook al) met op de achtergrond de skyline van Panama City glimmend in de namiddag zon.

Wanneer we weer terug zijn laten we ons met een taxi bij de boulevard afzetten. Vanaf hier lopen we terug naar het hotel met aan onze rechterzijde de imposante hoogbouw van Panama City die steeds warmer kleurt bij de ondergaande zon.

‘s-Avonds merken we weer dat de kerst voor de deur staat. Veel restaurants zijn al dicht en anderen gaan vroeger dicht dan normaal. Overal waar je langs komt klinkt het vriendelijk ‘Feliz Navidad’ en dat zeggen wij ook tegen jullie!

Woensdag 24 december

We hadden met de taxichauffeur die ons gisteren naar de veerboot had gebracht afgesproken dat hij ons vanochtend om 07:00 uur zou ophalen bij het hotel. We hoopten maar dat hij er ook zou zijn, want het is per slot van rekening ook hier 1e kerstdag.
De hotelmedewerkers in de keuken hadden in ieder geval wel moeite met opstarten, want om 06:30 uur was het ontbijtbuffet nog niet klaar. Terwijl we nog met ons ontbijt bezig zijn zien we een taxi voor het hotel stoppen. Het blijkt onze chauffeur al te zijn; dat is nog eens op tijd. We eten ons ontbijt op en gaan naar de receptie om uit te checken, dan lopen we naar onze taxi en gaan op weg naar Tocumen airport.

Het is een half uurtje rijden en het belooft wederom een mooie dag te worden. De zon doet in ieder geval z’n best om op hoogte te komen aan de strak blauwe lucht boven de baai van Panama.

Tocumen airport stelt niet zoveel voor; Eindhoven airport doet er niet voor onder. Bovendien is het merendeel van de winkels nog gesloten op dit tijdstip wat een verlaten indruk geeft. Gelukkig zijn er wel restaurantjes open, dus we nemen een lekker bakkie koffie voordat we bij de gate gaan zitten.

Het vliegtuig vertrekt met slechts enkele minuten vertraging en de piloot meldt niet veel later dat vlucht 3 uur en 45 minuten duurt. Dat is korter dan verwacht en dat komt goed uit omdat we maar beperkt tijd hebben op Houston.

De service onderweg was weer naadje zoals we gewend zijn van United: betalen voor het entertainmentsysteem, betalen voor het eten en slechts een bekertje jus gratis. We moeten onze pindavoorraad aanboren om niet te verhongeren.

Ondanks dit alles gaat deze vlucht toch ook wel weer snel voorbij en voor we het weten staan we bij de douane in Houston. Daar weer hetzelfde ritueel als op de heenweg, vingerafdrukken maken, fotootje maken en op naar de gate waar we vertrekken. Omdat het allemaal lekker meezit hebben we zelfs even tijd om een broodje te eten bij Subway.
Heerlijk na die uithongeringsvlucht. We blijven even zitten aan het tafeltje om mensen te kijken. Op de luchthaven is veel personeel getooid met een kerstman-muts wat ons toch een klein beetje in kerstsfeer brengt.

Om 14:30 uur is het dan toch echt tijd om naar de gate te gaan voor de vlucht naar Amsterdam. Zoals gebruikelijk bij United boarden ze in groepen en dat werkt erg goed. Wij hebben groep 4 dus kunnen bijna iedereen voor ons naar binnen zien gaan. Als we eindelijk op onze stoelen zitten, blijkt niet alles oké te zijn met het PA-systeem dat gebruikt wordt om door de purser en piloot om informatie aan ons door te geven. Duidelijk een gevalletje van ‘Houston, we have a problem’. Na drie kwartier zijn de problemen verholpen en gaan we op weg. We zitten met z’n drieën in het middengedeelte, maar het lukt Diana de man naast haar weg te pesten waardoor we drie stoelen hebben met z’n tweeën: heerlijk! Voordat we dan van het entertainmentsysteem kunnen gaan genieten moet dit eerst worden ge-reboot, maar 20 minuten later kunnen we dan onderuit gaan zitten.

Donderdag 25 december

Ergens boven Newfoundland, op zo’n 9000m hoogte begint voor ons de tweede kerstdag. Veel hebben we er niet van meegekregen want we kunnen heerlijk een paar uurtjes slapen op onze 3-zitter. Wanneer we weer een beetje wakker worden is er nog maar twee uur te gaan.
Zo’n anderhalf uur voor de landing krijgen we ons ontbijtje opgediend en nadat de troep weer is opgeruimd heeft de piloot de landing ingezet.
Ondanks de vertraging bij de start landen we om 07:45 uur, een half uur voor de verwachte landingstijd. Bij band 18 blijken zelfs onze rugzakken meegekomen te zijn, dus het is op de terugreis uiteindelijk allemaal best goed gegaan met United.
We kunnen de trein van 08:37 uur nemen en anderhalf uur later zijn we weer terug op nummer 88 waar het ruim een maand geleden begonnen is.

Panama-Costa Rica-Nicaragua 4

Maandag 16 december

Het lijkt erop dat het een goede keus was om gisteren de Cerro Chato te beklimmen. Toen we vanochtend de gordijnen open deden was het nog slechter dan gisteren. Het regende al en er was in de verste verte geen teken van een vulkaan te zien. Een ideale dag om in de bus te gaan zitten.
We pinnen weer eens een keer en ontbijten bij My Café. Daarna de laatste spullen in de rugzak en naar het busstation. Onze schoenen en sokken zijn nog steeds nat van gisteren, maar gelukkig hebben we nog wat plastic zakken. Je zou geen ’vrienden’ meer overhouden.

Op het busstation hangt een overzichtelijk kaart met de vertrektijden van de bus en wij gaan met de 09:30 uur naar Ciudad Quesada om daar dan over te stappen op de expreso naar San José.
De chauffeur trekt zich echter niet zoveel aan van het schema, want ondanks dat hij om 09:20 arriveert, zegt hij gelijk dat we een kwartier vertraging hebben. We zien hem vervolgens naar een restaurantje iets verderop lopen……

Het mag de pret niet drukken want Diana staat bijna vooraan in de rij dus we hebben goede stoelen. Het ritje naar Ciudad Quesada gaat grotendeels door de wolken; het is echt veel slechter dan gisteren. De ruitenwissers zijn geen moment uit geweest en het zicht is regelmatig minder dan 50m. Het is maar goed dat je door het lage wolkendek de afgronden niet zo goed kan zien.
Wanneer we in Ciudad Quesada arriveren staat de expreso met draaiende motor te wachten. We hebben dit keer dus een perfecte aansluiting. De bus vertrekt klokslag 11:30 uur naar San José en onderweg zien we gaandeweg het weer wat beter worden. De route naar San José is best de moeite waard. Mooie groene berghellingen met verschillende soorten begroeiing schieten aan beide kanten voorbij. Tel daarbij de momenten dat we de oogjes dicht doen en voor je het weet sta je in San José.

In de hoofdstad zoeken we een taxi en laten ons bij het hotel afzetten. Daarbij moet de chauffeur nog wel een beetje geholpen worden door ons, want wij weten het hotel beter te vinden dan hij. We gooien de tassen op de kamer, de stinkende schoenen op het balkonnetje en de nattige kleding over een stoel, en na het nuttigen van de voorzichtig alcoholische welkomst-cocktail gaan we de stad in.

We hebben niet al te veel tijd, dus we nemen een looproute uit de Lonely Planet als leidraad. We lopen van het Parque Nacional, via avenida 3 naar het Parque España en dan via avenida 7 en calle 5 naar het Parque Morazón en overal is het gezellig druk, zijn mensen met elkaar in gesprek en er vinden allerlei activiteiten plaats. Helaas hebben we geen tijd om mee te doen met al het kunstwerk, want we hadden ze nog veel kunnen leren.

Dan gaan we via calle 7 en avenida central naar de Plaza de la Cultura en het Teatro Nacional dat je in alle reisgidsen over Costa Rica ziet staan. Niet omdat het het grootste, hoogste of oudste gebouw van de stad is, maar gewoon omdat het door alle inwonders bewonderd wordt.
Vervolgens gaan we via avenida 2 en calle 6 naar de Mercado Central waar je van alles kunt kopen; van souvenirs tot geitenkaas. Het enige jammere van deze markt is dat de souvenirs alleen voor het volle pond weg gaan; er valt niets af te dingen.

Na het bezoekje aan de markt lopen we op ons gemakkie, via de belangrijkste winkelstraat, terug naar het hotel. Het is er verschrikkelijk druk en onderweg worden we ook nog getrakteerd op straatoptredens met muziek en vreemde, grote poppen. We gaan bij Q-café naar binnen en nestelen ons op de 1e verdieping aan een tafeltje met uitzicht op de winkelstraat, We bestellen wat te drinken en kunnen vanaf hier alles goed volgen.

De kerstsfeer zit er ook hier goed in. Alle winkels zijn versierd en er is groots uitgepakt met kerstverlichting. Santa himself is zelfs even langs om alles te controleren. Genietend van dit alles lopen we terug naar ons hotel waar we rond 18:00 uur weer terug zijn na ons blitz-bezoek aan San José.

Dinsdag 17 december

We waren alweer vroeg op vandaag want we hadden onze zinnen gezet op de vroege bus naar Palmar Norte en dan moesten we wel om 08:00 uur op het busstation van Tracopa zijn. Het ontbijtbuffet was voortreffelijk; daar zouden we wel een paar uurtjes op kunnen bussen.
Ondanks dat de spits al was begonnen, waren we ruimschoots voor achten al bij het busstation. Toen we de tickets gingen kopen werd duidelijk dat de snelste bus pas om 10:00 uur zou vertrekken, en dat de bus van 08:30 uur die wij op het oog hadden, door de bergen zou gaan en er een uur langer over zou doen. Snel rekensommetje leerde dat we er met de eerste bus toch eerder zouden zijn en bovendien door een veel mooier gebied zouden rijden; ideaal voor de toeristen.

De rit in de halfvolle bus verliep vlotjes. We hadden allebei weer een twee stoelen voor onszelf en we genoten van de omgeving, al zaten we wel weer snel in de wolken toen we wat hoger kwamen. Om 10:45 uur kwamen we echter in een file terecht, hoe kan dat nou hier. Toen we er een tiental minuten stonden en de chauffeur zelfs z’n motor uitzette begonnen we ons echt zorgen te maken. We hadden onderweg wel een tweetal ambulances voorbij zien komen, maar zou dat met deze file te maken hebben?
Ja dus! Even later horen we dat er een dodelijk ongeval heeft plaatsgevonden tijdens een inhaalmanoeuvre van een vrachtwagen en dat daarvoor de weg volledig afgezet wordt i.v.m. sporenonderzoek. We horen dat zoiets wel 4 of 5 uur kan duren! Hadden we nou maar………

Even later wordt de onderzoekstijd terug gebracht tot 2 uur, maar wanneer we om 13:00 uur nog steeds op dezelfde plek staan beginnen we toch te vermoeden dat de eerste schatting wel eens dicht in de buurt van de werkelijkheid zou kunnen komen. Ik zal een verdere beschrijving van de plasrondes aan de kant van de weg en het slinken van onze dagvoorraad snoep achterwege laten, maar pas om 14:45 uur kwam de bus weer in beweging; 4 uur hadden we dus moeten wachten voordat de weg weer vrijgegeven werd.

Wanneer we een paar honderd meter gereden hebben zien we een wrak liggen; het is zo’n ouderwetse Amerikaanse Mack waarvan de neus helemaal verdwenen is. Dit zijn ook slechte trucks om tegenaan te rijden. Het andere wrak (wrakken?) is inmiddels afgevoerd maar de lading en onderdelen van de truck liggen overal verspreid. Het moet een beste klapper zijn geweest en je moet er niet aan denken dat we hier een paar minuten eerder waren geweest.

De rit naar de volgende grote plaats, San Isidro, is nog wel heel fraai. We komen langs het zgn. cloudforrest en je kunt zien waar die naam vandaan komt.
We hadden ons voorgesteld om om 14:00 uur in Sierpe te zijn en dan met een boekie en een drankje aan het water te gaan zitten, maar nu konden we daar minimaal 4 uur bij optellen wat betekent dat we in het donker in dat gehucht aan zouden komen. Som zit het mee, soms……..
Het werd uiteindelijk 19:15 uur voordat we in Sierpe waren en daarvoor moesten we dan wel een taxi nemen in Palmar Norte, want bussen gingen er al niet meer. De lodge waar we ons op verheugd hadden was ook niet veel meer dan een hok met een bed, dus al met al weer een enerverende dag.

Woensdag 18 december

Na de lange rit van gisteren koste het weinig moeite om de slaap te vatten, zelfs in de bunker die we hadden uitgezocht. We hoefden er ook niet vroeg uit, want de boot naar Bahia Drake ging pas om 11:30 uur.
‘s-Ochtends verkennen we Sierpe en gaan naar de lokale super. Sierpe is eigenlijk niet veel meer dan de lokale super, een paar restaurants en een paar hotels dus we zijn snel uitgekeken en gaan wat drinken bij één van de restaurants. Om 10:30 uur gaan we bij de aanlegplaats van de boten zitten in totdat Dago, onze bootsman het teken geeft om aan boord te gaan.

We gaan samen met nog 8 andere toeristen op weg naar Bahia Drake en de tocht erheen gaat vnl. langs mangrovebossen. Wanneer Dago opeens het gas los laat en naar de kant stuurt begrijpen we niet direct wat er aan de hand is, totdat we een dikke krokodil zien liggen. Deze wilde hij ons blijkbaar niet onthouden. Het varen is ook een belevenis op zich. De rivier is bochtig en elke bocht gaat de boot ‘op z’n kant’ als een ware pretpark-attractie. Wanneer we uiteindelijk bij volle zee aankomen wordt het allemaal pas echt spannend. Dago moet door de branding heen om weer bij rustiger water te komen en daarbij moet hij er soms tegenin en soms dwars op. De boot krijgt heel wat klappen te verduren en wij heel wat spatten water.

Na 5 kwartier zijn we bij Bahia Drake en gaan we van boord, de laatste tien meter door het water lopend omdat de boot hier niet kan aanleggen. Juan de eigenaar van ons hotel staat al op ons te wachten en we gooien onze tassen in z’n busje en gaan op weg naar het 2km verderop gelegen paradijsje.

Op een uitgestrekt stuk grond incl. omringend woud heeft Juan een 9-tal bungalows neergezet die allemaal uitkijken op hun eigen stukje oerwoud. Wij hebben nummer 3.
Juan geeft ons een uitgebreide uitleg over de gang van zaken bij dit hotel, gelukkig staat alles ook in een boek beschreven want het is een heel verhaal.
We bestellen eerst een lunch bij de keuken en kunnen even later constateren dat het wel goed zal komen met het eten hier; de lunch smaakt voortreffelijk.

Qua natuur zitten we hier ook helemaal goed, want de toekans zitten in de bomen op het terrein van het hotel en ook de rood-blauwe papagaaien paartjes zijn vertegenwoordigd (er vliegt ook regelmatig zo’n paartje langs de belastingdienst gebouwen, maar dat zijn tamme die de naar buiten starende ambtenaren moeten vermaken).

“s-Avonds gaan we met Tracie de ‘buglady een toertje door het woud rondom Bahia Drake maken, op jacht naar de beestjes die vooral in het donker actief zijn, waaronder slangen, spinnen en kikkers.
Dit toertje start in Bahia Drake, dus we eten niet bij Juan, maar lopen aan het eind van de middag op regenlaarzen van Juan naar Bahia Drake en zoeken daar wel een restaurantje om daarna door te lopen naar het startpunt van de toer. Wanneer we onze warme hap naar binnen werken begint het licht te regenen. Het zal toch niet……..

We zijn met z’n achten en worden opgehaald door een collega van Tracie en gelukkig is het weer droog. We krijgen allemaal een ‘koplamp’ uitgereikt en gaan op pad. Al snel worden we meegnomen richting wat bosjes waar hij een mooi kikkertje laat zien. De latijnse naam is me even ontschoten, maar laat ik nog weten. Laten we hem voorlopig Kermit noemen. Het leek wel of Kermit wist dat we kwamen, want hij ging er eens goed voor zitten zodat z’n mannelijkste kant het best naar voren kwam.

Iets verderop gaat de koplamp dan ineens naar een struik direct naast het pad. Een jong leguaan ligt te slapen op een tak en al schijnen we alle 8 met onze koplamp op hem, niet kan hem meer wakker maken. Het beestje is felgroen en valt niet echt op in de struik, maar volgens onze gids haalt maar een heel klein percentage de volwassen leeftijd omdat de meesten voor die tijd al door een vogel of slang verorberd zijn; leguaan-nuggets noemt hij het beestje.

Dan moeten we de rivier oversteken en dat doen we op de heenweg met een bootje. Het is maar 100m en aan de andere kant van het water staat Tracie op ons te wachten. Tijdens het korte boottochtje begint het toch weer te regenen en de druppels worden snel groter en talrijker. Wanneer we aan de overkant Tracie de hand schudden zijn de druppels inmiddels aangegroeid tot een behoorlijk bui, maar volgens Tracie duurt zoiets hier nooit langer dan een minuut of 10 dus we lopen verder. Tracie vertelt ons dat we dit moment omringt worden door miljoenen spinnen en ze neemt ons mee om er eentje te laten zien. Inmiddels valt er zo’n bak water naar beneden dat we tot op het bot nat zijn. Onze regenjas kan maar met moeite de camera droog houden. Tracie heeft dan een spinnetje gevonden en probeert het beestje met haar aanwijsstokje in beweging te krijgen, maar spiderman steekt z’n middelvinger omhoog (althans dat dacht ik gezien te hebben) en blijft zitten waar hij zit. Dit is voor biologe Tracie voldoende reden om de trip verder te cancelen. Met dit weer is er voor ons niets aan want de beestjes komen de hut niet uit vanavond.

Teleurgesteld lopen we door de aanhoudende regen terug naar Bahia Drake en wanneer we de taxi ons gevonden heeft kruipen we snel in de droge auto en laten ons afzetten bij Finca Maresia. Als verzopen katten komen terug bij ons hotel en de andere gasten kijken ons met medelijden aan. Coast Rica is ons niet gunstig gezind wat het weer betreft. We trekken de volgelopen regenlaarzen uit en nemen nog een colaatje voordat we naar onze villa gaan. Daar hangen we alle natte kleding uit en gaan naar bed. Hopelijk wordt het morgen beter.

Donderdag 19 december

Volgens de oorspronkelijke afspraken met Juan zouden we vandaag gaan duiken, maar omdat het net volle maan is geweest, is het zicht niet zo goed. Juan adviseerde het duiken te verzetten naar zaterdag, omdat het zicht met de dag beter zou moeten worden. We zullen zien!
Dit betekende dat we vandaag onze snipperdag van de vakantie hadden. We hangen de hele ochtend op de bank in de gemeenschappelijke ruimte van het hotel. Deze ruimte bevindt zich op boomtop-nivo dus het uitzicht is super. We zijn één met de mooie vogels om ons heen. We drinken een paar bakken (gratis) koffie en hebben eindelijk weer eens tijd om de tijdschriften te lezen die we hebben meegesleept. In de verte zingen de brulapen ons toe vanuit de boomtoppen. We begrijpen steeds beter wat de Lonely Planet bedoeld met hun beschrijving van dit hotelcomplex: ‘a slice of paradise’.

Heel erg lang blijven we niet zitten bij het hotel, want rond half elf besluiten we toch maar een strandje nabij Bahia Drake te gaan. Op de heenweg hebben we geluk want een er komt een special quad aangeraasd die ons een lift aanbied naar het strand. Hij moet daar nl. spullen ophalen die net met de boot zijn aangekomen. Het scheelt ons zeker een kwartier lopen.

Om bij het strand te komen moeten we ongeveer dezelfde route volgen als gisteravond met Tracie, maar waar zij niet verder ging vanwege de regen moeten wij nog zeker een half uur verder lopen. De tocht gaat langs enorme bamboestruiken, wilde bananenstruiken, over een gammele hangbrug en langs de luxere hotels van Bahia Drake.

Het strandje van Cocalito is klein en besloten, maar de golven zijn behoorlijk pittig. Een tweetal kanoërs die hier aan land zijn gekomen om even te rusten, krijgen hun kano maar net de branding door wanneer ze weer verder willen. We blijven een uurtje hangen bij dit strand. Klimmen wat op rotsen, maken wat foto‘s en proberen het zeewater uit voordat we weer terug gaan Bahia Drake voor de lunch.

Na de lunch lopen we terug naar het hotel omdat we om 16:00 uur een afspraak hebben met Gustavo. Hij is bioloog die eerst met ons op jacht zal gaan naar de dagdieren en vervolgens zal proberen zoveel mogelijk nachtdieren te vinden. Wanneer we echter rond drieën onze speciale safari-kleding aandoen, begint het te regenen; het zal toch niet! De bui groeit weer aan tot een tropische stortbui en houdt behoorlijk aan. Om 15:45 uur regent het nog steeds (al gaat het minder hard) en lopen we met onze regenjassen aan naar de gemeenschappelijke ruimte bij het hotel. Wanneer Juan ons ziet aankomen komt hij op ons af en zegt dat het helemaal goed komt met de regen; het blijft droog tijdens onze tour vanavond. De regen is inmiddels vrijwel voorbij, dus wij doen onze regenjassen maar uit en vertrouwen erop dat Juan gelijk heeft.

Inmiddels is Gustavo gearriveerd en heeft z’n materiaal uitgepakt: een prachtige kijker op statief en een even zo mooie verrekijker staan glimmend te wachten op onze tocht. Iets na vieren gaan we, wederom op de sjieke regenlaarzen, op pad. Gustavo begint wat kleine vogeltjes te benoemen en bij elke ‘piep’ uit een boom of struik zet hij het statief in de aanslag en probeert hij de bijbehorende vogel in het vizier te krijgen. De kijker is van hoge kwaliteit en het beeld dat je te zien krijgt is prachtig.

Wanneer we iets verder lopen zegt hij ineens dat we geluk hebben. Hij zet z’n statief weer neer en laat ons gluren: een luiaard! We hebben echt geluk zegt hij want meestal zitten die beesten een beetje opgerold in de top van een boom zonder te bewegen (ze heten niet voor niets ‘luiaard‘), maar deze keek ons aan en het leek er zelfs op dat hij naar ons zwaaide. Gustavo helpt ons om mbv zijn kijker en onze camera’s een plaatje te schieten van dit beestje en dat is aardig gelukt. Na deze voltreffer zien we nog toekans en papaegaaien, horen we spider-apen en brulapen zich te buiten gaan in de boomtoppen verderop en zien we nog net een tarantula z’n hol inkruipen. Wanneer dat begint te schemeren gaan we op jacht naar de nachtdieren. Dit doen we in het stukje bos op het terrein van ons hotel. Diana heeft een verzoeknummer voor Gustavo.

Het is ons nl. nog niet gelukt om de rood-oog kikker goed in beeld te krijgen dus het zou leuk zijn als we die hier vinden. Gustavo doet alles op het gehoor; hij herkent de verschillende kikkergeluiden en probeert dan de herkomst van het geluid te traceren. Dat doet hij donders goed, want niet veel later heeft hij de rood-oog kikker gevonden. Hij keert het blad met de kikker naar ons toe en scijnt het voorzichtig bij met z’n zaklantaarn; schattig beesie!

Na een fotootje of tig gaan we weer verder en Gustavo heeft inmiddels het piepgeluidje van de glas-kikker gehoord. Op nieuwe hetzelfde ritueel; luisteren, richting bepalen en hebbes! Dit mini-kikkertje heeft z’n naam te danken aan de doorschijnendheid van z’n lichaam. Wanneer Gustavo z’n lamp er onder houdt zie je z’n botjes zitten.

Zo gaan we nog een tijdje door in het bos. We vinden nog een paar rood-oog kikkers, een paar dikke padden, een opossum, opnieuw een dikke vette tarantula en nog een paar erg giftige spinnen die zelfs een mens kunnen doden. Helaas staan er geen slangen op het menu deze avond, maar misschien zien we die morgen wanneer we naar Corcovado gaan.

Al met al een geslaagde safari, maar inmiddels was het 19:15 uur en hadden wij wel wat honger gekregen. Gustavo levert ons weer netjes af bij het hotel, we geven hem z’n verdiende fooi en schuiven aan bij de andere toeristen die hun maaltijd inmiddels achter de kiezen hebben. Juan heeft een heerlijke maaltijd bereidt en nu weten we ook uit eigen ervaring dat al die goede reviews terecht zijn.

Vrijdag 20 december

Na de snipperdag van gisteren ging het wekkertje vanochtend alweer om 05:00 uur. Vandaag zouden we het National Parc Corcovado gaan verkennen. Na het extra vroeg ontbijt bracht Juan ons naar Bahia Drake vanwaar we met de boot eerst vijf kwartier te varen hadden.

Het tochtje met de boot viel niet mee, We stuiterden over het ruige water en onderweg werden we ook nog eens afgespoeld door een pittige bui. We keken er eigenlijk niet meer van op dat het hier regende. Aan de horizon gloorde echter hoop, want daar konden we de zon zien schijnen. Uiteindelijk waren we blij met de lange boottocht, want toen we aan land ging liepen we in de zon.

We waren met z’n zessen vandaag en Roy was onze gids die de grote verantwoordelijkheid had om voor ons de beesies te vinden.
We moesten eerst onze Teva’s vervangen door rubberlaarzen want het zou weer modderig worden vandaag. Terwijl we daar mee bezig waren en Roy ons nog van alles aan het uitleggen was, riep een andere gids hem al toe dat het eerste beest gevonden was. We liepen snel naar de bewuste plek en met een beetje moeite wisten we een miereneter bovenin een boom te ontwaren. Een miereneter op de grond hebben we allemaal wel eens gezien (op tv), maar deze kleine uitvoering bovenin de boom hadden wij nog nooit gezien. Het beest zoekt de termietenheuvels die je her en der als grote zwarte gezwellen in de bomen ziet en breekt die dan open voor een hapje mier.

Dat was het eerste vinkje wat gezet kon worden. Roy nam ons mee verder het bos in en niet veel later zagen we een groep apen in de boomtoppen; het zijn de kleine squirrelmonkeys. Erg lastig te fotograferen, maar een mooi spektakel om naar te kijken. Het volgende vinkje kan worden gezet.

We lopen verder door het bos en Roy geeft uitleg bij de dingen die we zien. Dan krijgen we ook de spidermonkey in het vizier. Dat is de tweede soort van de vier soorten apen die hier voorkomen. We lopen langs een riviertje waar we een aantal vogels spotten, waaronder een mooie havik. We gaan terug het bos in en opnieuw zien we de spidermonkeys in de boomtoppen. We lopen vervolgens naar het rangerstation waar twee personen van onze groep zullen blijven slapen. Diana doet even een inspectie van de lokatie, maar ze is blij dat wij daar niet voor gekozen hebben.

We vervolgens onze weg om even verderop aan een andere rivier onze lunchpakketten te plunderen. Tijdens de lunchpauze is Roy even wezen checken of een slang die hij gisteren had gezien er nog was en dat was gelukkig het geval. We gingen weer op pad om als eerste bij de bewuste gifslang stil te staan. Het groenige slangetje was niet erg groot maar volgens Roy wel dodelijk.

Opnieuw zien we een groep spidermonkeys, maar Roy ziet in een andere boom een paar brulapen zitten; dat is de derde soort apen die we zien. We blijven overal dieren spotten; een felrode vogel en even later een blauwe die allebei familie zijn van de Quetzal, Woody Woodpecker die een boom onder handen neemt, Toekans, wilde kalkoenen, levensgevaarlijke spinnen, opnieuw spidermonkeys, een leguaan en felgekleurde vlinders ter grote van een hand.

Tegen het eind van onze tocht zien we dan ook nog de laatste van de vier apensoorten: de kapucijnerapen. Een grote groep van deze apen is bezig groene vruchten open te slaan op de takken van een boom, maar het wil nog niet zo lukken want de vruchten zijn niet rijp genoeg. Als een aapje dat in de gaten krijgt, laat hij de vrucht vallen en moeten wij uitkijken dat we zo’n ding niet op het hoofd krijgen.

Als laatste neem Roy nog me naar een plek waar een tapir schuilt voor de hitte waarna we terug lopen naar de boten. We denderen weer terug over de ruige zee en in Bahia Drake wordt Juan gebeld om ons op te halen. Om 15:30 uur zaten we weer op het hooggelegen terras bij ons hotel met een koude versnapering. Daar zien we ‘s-middags weer dat je niet ver weg hoeft te gaan om mooie vogels te spotten. Een paar toekans en een stelletje macaws houden ons gezelschap tijdens het borreluurtje.

Zaterdag 21 december

In verband met de volle maan van een paar dagen geleden, was ons duikavontuur naar vandaag verschoven. Wekker weer op 06:00 uur en om 07:00 uur, na wederom een heerlijk ontbijt, door Juan naar duikschool Drake Divers gebracht.

Instructeur Eric handelt eerst de papierwinkel af, waarna we de uitrusting gaan passen. Het spul is van Scubapro en ziet er als nieuw uit en dat is altijd een hele geruststelling als je gaat duiken.
Van de duikschool lopen we naar het strand in Bahia Drake waar we samen met de duikspullen in een bootje worden geladen. Het is drie kwartier varen naar Caño Island dat je vanuit Bahia Drake al kunt zien liggen. We raken steeds meer gewend aan de ‘turbulentie’ in de kleine bootjes en we houden het dit keer droog tijdens de oversteek.

Bij Caño Island hijsen we ons in de uitrusting, horen de briefing van Eric aan en rollen vervolgens achterover van de boot het water in. Het is gelijk duidelijk dat het zicht nog niet optimaal is tijdens deze duik; veel meer dan 10 á 12m is het niet. Ondanks dat stuiten we al snel op onze eerste haai; op de bodem onder ons ligt een rifhaai te rusten. Even verderop schiet er een roggetje onder het zand vandaan en we zien overal grote scholen vis om ons heen. Koraal zie je hier niet veel; slechts af en toe een waaierkoraaltje. Haaien des te meer. Achter elke rots ligt er wel eentje in het zand te rusten, of schiet er een haai opgeschrikt onder ons vandaan. We zijn maar opgehouden met ze te tellen. Het moeten minstens 50 geweest zijn tijdens deze duik. Allemaal white-tip haaien, tussen een meter en twee meter groot. Voor het eind van de duik zien we ook nog een kleine gestreepte murene zwemmen en een paar koffervisjes.

Na 45 minuten gaan we weer omhoog en zit onze eerste duik erop. Op de boot raken we niet uitgepraat over wat we gezien hebben.
Voor onze tweede duik gaan we een stukje verder van het eilandje af. Deze plek is wat lastiger te duiken vanwege de stroming, maar er zou nog meer vis moeten zitten. Dan volgt hetzelfde ritueel: optuigen, briefing en rol achterover het water in.
We merken gelijk dat de stroming behoorlijk is. We blijven zo dicht mogelijk bij de rotsen om er zo min mogelijk last van te hebben. Enkele tientallen meters verderop gaan we linksaf een meer besloten stuk in waardoor we niet zoveel last van de stroming hebben. Het is hier werkelijk vol met vis.

We hebben nog nooit zulke grote scholen vis gezien en al helemaal niet mee gezwommen. We kunnen heel dicht bij de vissen komen en lijken opgenomen te worden in de school. Eric gebaart ons om hem te volgen en als we vervolgens in een ander besloten stuk terecht komen ligt daar een joekel van een jew-fish (goliath-fish) te schuilen. Het is echt een onderzeebootje van meer dan twee meter lang en wel een meter hoog; wat een bakbeest. Na deze ontdekking gaan we weer verder en kunnen geen plek vinden zonder de enorme scholen vis. Ze zijn hier werkelijk overal.
Op het einde van de duik blijven we ergens hangen waar ook van die enorme scholen vis schuilen voor de stroming en wij doen hetzelfde. Hier komt ook nog een school grote barracuda’s voobij
Ook deze duik beëindigen we na 45 minuten en nadat we ons weer aan boord hebben gehesen, gaan het bootje weer richting het Osa schiereiland. Daar eten we op een idyllisch strandje een heerlijke lunch en hebben we zelfs een half uurtje de gelegenheid om onze bakkus te verbranden.

Om 14:00 uur zijn we weer terug in Bahia Drake en genieten we nog wat na op het terras bij Finca Maresia en zien ook vandaag de papagaaien weer voorbij komen. Je zou hier uren kunnen zitten. Het is ongelooflijk jammer dat we hier morgen weg moeten, terug naar Panama en vervolgens naar het koude Nederland. We zouden nog een nachtje kunnen blijven en dan een nachtbus en …………….

Zondag 22 december

Na een paar heerlijke dagen bij Finca Maresia op het Osa schiereiland was het weer eens tijd om kilometers te maken. We gaan nog een laatste keer in de hangmatten liggen; voor het gevoel. Voor het laatst staan we even later op op het ‘boomtop-platform’ van het hotel en overzien we het fantastische complex. Het is jammer, maar we moeten echt verder.

Om 07:00 uur brengt Juan ons naar de boot voor het tochtje naar Sierpe. De zee is rustig vanochtend, dus wat kan ons gebeuren………? Wat dacht je van motorpech! We merkten al wel dat het motortje wat sputterde en voelden ook dat het kreng af en toe inhield, maar hadden niet gedacht dat we stil zouden komen liggen; nog voor we de rivier bereikt hadden zelfs! We dachten allebei:’daar gaat onze bus naar Panama’.

De bootsman belde inmiddels met een collega en we hoorden hem vragen om een andere boot te sturen. Daarna ging de kap van de buitenboordmotor en probeerde hij nog wat. Slangetje hier, een keer blazen daar, klapje zus, tikkie zo en nog meer van dit soort onbetekenende handelingen. Met Otto of Kees aan boord had je nog enige hoop kunnen hebben dat de boot weer zou varen, maar dit…….
Hij probeert de motor daarna weer te starten en, ongelooflijk, hij start weer, hij doet het weer. Hij belt snel weer met z’n collega om de hulptroepen af te zeggen en vol gas vervolgen we onze tocht.

Na een kwartiertje gaan we ineens een klein zijriviertje op en varen we dicht langs het mangrovebos. We weten niet of dit een goedmakertje is of dat dit een snellere route is, maar wij vinden het best. Dit hadden we nog niet van zo dichtbij gezien dus grijp je kans.

Uiteindelijk arriveren we toch nog voor 09:30 uur in Sierpe, waar we overstappen in een collectivo-taxi en op weg gaan naar Palmar Norte voor de bus naar de grens met Panama. Bij het kantoortje van busmaatschappij Tracopa horen we dat de eerstvolgende bus pas om 10:30 uur gaat dus we hebben nog wel even tijd om wat te drinken. Wanneer we daar tegen tienen ook nog wat te eten willen bestellen komt er een bus aanrijden. Het blijkt onze bus te zijn en niet veel later rijden we Palmar Norte al uit. Dat de bus een half uur vóór schematijd vertrekt maakt niemand zich druk om; wij al helemaal niet want we verwachten nog wel wat oponthoud bij de grens en bovendien moet de klok een uur vooruit.

We zijn om 11:30 uur bij de grensovergang die overigens meer op een klein plaatsje lijkt. Overal winkels, parkeerplaatsen, banken, verkeersopstoppingen, mensen die alle kanten op gaan, een zeer ongeorganiseerde boel. We zijn hier op de heenweg ook geweest (al was het onder begeleiding van de busmaatschappij) dus we weten de weg. Vier weken geleden deden we er een uur en drie kwartier over, dus dat moest sneller kunnen.

Eerst naar het kantoortje van Costa Rica om de uitreisstempel te krijgen. Gelukkig geen lange rijen hier, dus we zijn snel op weg naar de Panamese kant. Hier is het een heel ander verhaal. Er staat een lange rij te wachten er is slechts anderhalf loketje open om alles af te handelen.Het gaat allemaal verschrikkelijk traag, maar om 12:15 uur (13:15 uur in Panama) zijn we eindelijk aan de beurt. Vraagt de grapjas of we $500 bij ons hebben, anders kom je het land niet in. Een creditcard mag ook, maar dan moet je wel aan kunnen tonen dat je kredietwaardig bent. Aan geen van de voorwaarden konden we voldoen, dus wat nu. We antwoorden dat deze onzin ons ook niet gevraagd is toen we het land per vliegtuig binnen kwamen, dus waarom hier wel. Dan zegt de douanebeambte dat we onze creditcard even moeten laten zien en neemt hij daar ook genoegen mee. Waarschijnlijk vond hij het leuk om ons even te laten schrikken.

De collectivo-bus staat direct achter het douanegebouw al te wachten en wij zijn de laatsten die erin gepropt worden. Om 13:30 gaan we op weg naar David. Dit is een ritje van minder dan anderhalf uur en ruim voor 15:00 uur zijn we in David, Daar gaan we direct naar de busmaatschappij die naar Santiago gaat, want we zijn nu zo mooi op tijd dat wel wat verder kunnen gaan. De bus naar Santiago blijkt om 15:00 uur te vertrekken, dus dat is een mooie aansluiting. De rit naar Santiago duurt wel drie uur, maar dan hoeven we morgen nog maar 250km naar Panama City.
De rit naar Santiago gaat over een erg slecht stuk Interamericana; overal zitten scheuren en gaten in de weg en aangezien wij boven de achterwielen zitten kunnen we daar optimaal van genieten. Shaken, not stirred staan we om 18:15 uur op het busstation in Santiago. Dat was een echte reisdag!

Panama-Costa Rica-Nicaragua 3

Maandag 09 december

Daar gaan we weer. Na een ontbijt met veel, door Esther zelfgemaakte producten, op weg richting busstation. We nemen de chickenbus van 08:30 uur naar Somoto om daar de Canyon de Somoto te gaan beleven. We hebben dit keer goede plaatsen, direct achter de chauffeur. De rit duurt 2 uur en gaat door een hele andere omgeving dan we gewend zijn tot nu toe; het is hier veel bergachtiger en groener. In Somoto aangekomen zijn we er nog niet, want de ingang naar de canyon ligt nog 15km verderop. In plaats van te wachten op de chickenbus naar El Espino, nemen we een taxi naar de ingang van de canyon.

We gaan op zoek naar en gids en die is gauw gevonden, want die komen vanzelf op je af. We spreken een prijs af voor een tocht van 3 uur en gaan op weg.
Eerst lopen we een half uur door grasland en klimmen over een keienpad omhoog. Op het hoogste punt krijgen we de canyon al in zicht. Van hier gaat het naar beneden, naar het water toe. Op deze plek ontspringt de Rio Coco, de langste rivier van Midden-Amerika die uitmondt in de Caribische Zee.

Bij het water aangekomen, klauteren we nog een stukje over rotsen en doorwaden het riviertje. Na drie kwartier wordt het dan tijd om onze kleding en camera’s in een waterdichte kist te doen, want vanaf daar zullen we het niet meer droog houden. We krijgen een zwemvest aan en glibberen daarna over rotsen, glijden af en toe in diepere gedeelten van de rivier, stoten ons aan stenen en klimmen soms weer over een droog stuk met keien en rotsen.

Dit gaat zo een tijdje door tot we het niet meer lopend aankunnen en stukken zwemmend door de canyon af moeten leggen. Het is hier adembenemend mooi en we komen ogen te kort. De wanden van de canyon zijn tot 200m hoog en de canyon is soms niet breder dan 15m het water is soms wel 20m diep. De gids vertelt ons dat we hier niet verder dan 1km van de Hondurese grens verwijderd zijn.

We stoppen tijdens onze watertocht af en toe wanneer we weer een droog stukje hebben gevonden en halen dan de camera’s uit de kist om snel een foto te maken. Het is eigenlijk jammer dat je de camera niet bij je kunt houden.
Dit natte onderdeel duurt ongeveer vijf kwartier en als we voor de laatste keer een enorme rots opklimmen ligt er een bootje te wachten voor ons laatste stuk Rio Coco. We stappen uit de boot en iets verderop drogen we ons af en trekken onze kleding weer aan.
Dan moeten we natuurlijk nog wel de canyon uit en dat gaat behoorlijk steil omhoog; een kuitenbijter van het nivo Posbank.

Boven aangekomen willen we gids betalen, maar hij heeft geen wisselgeld. We gaan het proberen bij een gezin dat verderop woont en wat etenswaar verkoopt. Daar lukt het uiteindelijk om te wisselen en we lopen naar de Interamericana om de bus naar Somoto te nemen. Wanneer we nog geen 100m van de weg verwijderd zijn zien we de bus voorbij rijden; met dank aan het wisselen. We gaan aan de kant van de weg staan wachten op een volgende bus, maar na een half uur komt iemand vertellen dat het nóg wel een uur gaat duren voordat er een bus komt. Daarop houden we een taxi aan om naar Somoto te gaan, maar deze taxichauffeur houdt ervan om z’n taxi goed vol te hebben en niet veel later zitten we met z’n zevenen in die oude bak.
We komen nog net op tijd op het busstation van Somoto om de ‘snelbus’ naar Esteli te halen en 5 kwartier later staan we weer bij Esther op de stoep en doen we verslag van onze te gekke tocht.

Dinsdag 10 december

We zijn vanochtend door Esther op het busstation afgezet en zijn precies op tijd voor de bus van 08:15 uur naar Matagalpa. Nu hoor ik de aandachtige volger denken: Matagalpa? Jullie zouden toch naar Miraflor? Inderdaad, we hadden gepland om naar Miraflor te gaan, maar toen we daar wat meer over lazen was het niet helemaal ons ding. Je slaapt daar bij een familie en mag dan de koeien melken, eieren rapen, met de familie genieten van het door henzelf bereidde maaltijd en nog andere leuke boerderij-dingetjes. Leek ons geen succesnummer met onze beperkte Spaanse woordenschat (laten we het daar maar op houden).
Matagalpa dus, het koffie-centrum van Nicaragua ligt op 1 uur en 3 kwartier oostwaarts rijden van Esteli. Onderweg zien we ook al grote koffiefabrieken waar de geoogste koffie op velden ligt te drogen, voordat het verwerkt wordt.

Matagalpa heeft hetzelfde prettig klimaat als Esteli en we zijn weer helemaal opgeknapt van de paar dagen met temperaturen van rond de 25 graden. Matagalpa ligt bovendien in een nog mooiere, bergachtige omgeving dan Esteli, Het is dus genieten tijdens de busrit.

In Matagalpa aangekomen smijten we onze spullen op de hotelkamer en maken even een rondje langs wat touroperators om te peilen wat de handigste manier is om een authentiek koffieboerderij te bezoeken. We horen dat er vanuit San Ramon een leuke korte tocht is naar La Pita, waar alle facetten van het koffie-proces worden toegelicht. Voordat we naar San Ramon gaan lopen we nog wat blokjes om in Matagalpa en kijken onze ogen uit in dit western-achtige dorpje tussen de bergen.

We drinken een koffie bij het koffie-museum en gaan dan met een taxi op weg naar het 12km verderop gelegen San Ramon. Daar gaan we naar de UCA die de tochtjes naar de kleine koffie-gemeenschappen begeleid. We spreken met gids Daniel en 15 minuten later zijn we op weg naar La Pita.
Daniel legt onderweg het e.e.a. uit over boompjes en beestjes en vertelt dan tussen neus en lopen door dat de lokale koffieboeren enorme hebben te lijden onder een schimmel die de koffieplanten heeft aangetast; minstens 90% van de planten heeft hier last van, waardoor er bijna geen koffiebonen geoogst kunnen worden. Je vraagt je af waarom ze geen daktarine zalf gebruiken, maar dat wordt in het Spaans een hele lastige discussie.

Na 5 kwartier arriveren we bij een boerderijtje waar een boer met z’n radio op schoot aan het nixen is. Normaal gesproken zou hij met het zweet op de rug de boontjes van de struik moeten halen, maar ja, die schimmel…..
Daniel is even de boerderij in geweest en komt terug met een mandje en een kapmes. Bij het zien van Daniel met het mandje is het ons wel duidelijk dat onze hoge verwachtingen van kleinschalige koffieplantages met veel mensen aan het werk in dit hoogseizoen voor de koffie-oogst, niet zullen worden waargemaakt.

We besluiten om terug te gaan naar San Ramon, dus Daniel hoeft z’n koffiepluk-skills niet te tonen. In San Ramon nemen we afscheid van een ietwat teleurgestelde Daniel en halen wat te drinken bij een pulperia. Dan zien we een bus met grote letters Matagalpa voorbij komen, dus rennen we er naartoe en stappen in alweer een overvolle bus. Na een paar minuten krijgen we het gevoel dat de bus niet in de juiste richting gaat , dus we vragen maar eens of we naar Matagalpa gaan. Dus niet, we gaan naar La Clinica (where ever that is). We springen snel uit de bus en lopen het stukje weer terug. Dan toch maar weer een taxi. Deze collectivo-taxi zet ons netjes af waar we eerder die dag vertrokken waren.

We hebben ook nog iets gelezen over Cerro Apante. Dit is een berg van zo’n 1400m hoog van aar je mooie uitzichten hebt van de mooie omgeving. We laten ons bij de entree van het ‘park’afzetten, maar helaas is er niemand te bekennen en lijkt het gesloten te zijn. Op een bordje lezen we dat de trail drieënhalf uur in beslag zou hebben genomen, dus dat hadden we toch niet meer gered. We wandelen terug naar het centrum van Matagalpa waarbij we onderweg toch nog kunnen genieten van de waanzinnige omgeving.
Terug in Matagalpa gaan we naar een café en drinken een heerlijke Nicaraguaanse kop koffie. Zo hebben we hier toch van de lokale ambacht kunnen proeven.

‘s-Avonds eten we bij wat, volgens de Lonely Planet, de beste pizzeria van Nicaragua moet zijn en daar lijkt geen woord van gelogen. Nu hebben wij nog niet alle pizzeria’s gehad, maar van de twee was dit de beste.

Woensdag 11 december

We laten Matagalpa vanochtend al weer achter ons en kruipen in de expreso bus naar Managua. In slechts 2 uur zijn we dan in de hoofdstad van het land. Een uitgelaten groep jongeren in alle leeftijdscategorieën vergezelt ons in de bus. Voordeel van de expreso bus is niet alleen de snellere reistijd, maar er staan ook geen Nicaraguanen tegen je aan te rijden in het gangpad.

De chauffeur had de gang er goed in en binnen twee uur staan we op het busstation Mayorea in Managua. We checken even de vertrektijden voor de bus naar San Carlos, die we morgen moeten hebben en nemen dan de taxi naar ons hotel. Het hotel blijkt een goede keus, want het ademt een prettige, rustgevende sfeer uit en dat is wel fijn in de gekte van Managua.

Nadat we onze spullen op de kamer hebben gegooid, gaan we met de taxi naar de Barrio Monumentale. De eigenaar van het hotel waarschuwt ons nog om niet met de camera’s te koop te lopen en adviseert ze in een tas mee te nemen. Managua is geen gevaarlijke stad, maar je moet de kat ook niet op het spek binden.
We lopen eerst naar de Malecon, een soort boulevard met allerlei eettentjes langs het Lago de Managua (Xolotlan). Erg kleurrijk en mooi aangelegd, maar er is geen kip te bekennen. Het is typisch een plek waar de bewoners van deze stad in het weekend heengaan. We eten en drinken hier wat bij het tentje waarde muziek het hardst staat en gaan dan naar de Plaza de la Revolucion; het decor van ontelbare protestacties en parades.

Hier staat ook de oude kathedraal van Managua, die bij de aardbeving van 1972 zwaar beschadigd is geraakt en die, ondanks alle beloftes, nog steeds niet is gerestaureerd. Verder is er natuurlijk een monument voor Rubén Darío, de favoriete zoon van Nicaragua, brand er een eeuwige vlam voor de gevallen strijders in de vele burgeroorlogen en zijn er heel veel knuffelbankjes. Boven dit alles wappert dan nog een mega-vlag van Nicaragua.

Nadat we hier een tijdje rondgekeken  hebben, besluiten we de terugweg naar het hotel te lopen. Langs de Avenida Bolivar zien we heel veel levensgrote tafereeltjes/stalletjes die omgebouwd worden van de La Griteria-setting naar de Kerst-opstelling.

We zijn er inmiddels weer achter dat we de heerlijke temperaturen uit de bergen achter ons hebben gelaten en weer terug zijn op de bakplaat. Op de patio van het  hotel komen we weer even bij.
Omdat het hostel geen restaurant heeft, gaan we naar de nabij gelegen M om wat te drinken en een ijsje te eten; ook wel eens lekker. Daar zien we gelijk de wedstrijd AC Milan – Ajax in een teleurstellende 0-0 eindigen.
Morgen gaan we al vroeg richting San Carlos, dus maken we er maar geen nachtwerk van.

Donderdag 12 december

De taxi die ons naar busstation Mayoreo moet brengen is mooi op tijd. De rijstijl van de chauffeur verpest het weer een beetje; wat een slak! Uiteindelijk zijn we nog wel op tijd voor onze bus, dus het is hem vergeven. Waarschijnlijk heeft hij nog maar net z’n rijbewijs.
Onze bagage wordt onder in de bus gegooid en wij zoeken een leuk plekje. Helaas is deze bus ook weer behoorlijk verrot, dus je mag blij zijn als je een fatsoenlijke zitting hebt en een rugleuning die in de gewenste stand staat.

De bus vertrekt redelijk op tijd, maar voordat we Managua uit zijn heeft de chauffeur al wel een keer of 5 mensen opgepikt; het is duidelijk geen expreso zoals gisteren. Het is onze langste busrit in Nicaragua (7 uur) en gelijk onze laatste, dus laten we er maar van genieten (pffffff).

Tijdens de rit komen er met regelmaat weer verkopers aan boord die de hun spullen proberen te slijten. Zo is er een man die boekjes over gezond eten probeert te slijten, komt er eentje met kalenders voor 2014 lang, is er een vrouw die El Señor aanprijst en tevens een stukje uit de bijbel voorleest en zie we een jongen die allerlei speelgoed probeert te verkopen tegen bodemprijzen. Behalve de verkopers van non-food komt er bij bijna elke stop een leger aan eten verkopers door het gangpad: gekookte maïs, chips, rijst met kip, fruitsalades, tortilla’s en nog veel meer. Ook wij maken graag gebruik van deze on-board service.

De stoffige gehuchtjes waar we onderweg af en toe een passagier oppikken, hebben een hoog western-gehalte. Overal staan stoere mannen met hoeden en meestal begeleid door een paard. Het enige wat ontbreekt is het gerinkel van de sporen aan laarzen, een saloon, galg en de Daltons. Zelfs in de bus signaleren we af en toe zo’n koejongen; waarschijnlijk had z’n paard dan de tank leeg of iets dergelijks.

Diana heeft onderweg een modellencontractje afgesloten met een meisje achterin de bus. De eerste foto die ze van haar maakte, zat het meisje nog wat verlegen achter haar vader weggedoken, maar even later neemt ze professionele poses aan. Wanneer we de bus verlaten hangt ze Diana zelfs nog even om de nek, zo leuk vond ze het (en Diana natuurlijk ook).

Na 7 uur komen we toch wel wat gebroken in San Carlos aan. We lopen gelijk door naar het haventje waar de boot naar El Castillo vertrekt en kopen kaartjes voor de snelle boot van 16:30 uur. Dan gaan verderop in het dorp op een terrasje zitten en bestellen wat te eten en te drinken. Wanneer we daar vanaf de eerste etage over de San Juan rivier kijken, zie we ineens dat het begint te regenen en de voorzichtige eerste druppels veranderen binnen de kortste keren in een regengordijn; wat een stortbui! San Carlos ligt net binnen een gebied met een tropisch klimaat waar het hele jaar door dit soort regenbuien voorkomen, terwijl het gebied waar wij vandaan komen een nat en een droog seizoen kent en je kunt wel raden welk seizoen het daar op dit moment is.

We laten de buien betijen en gaan dan op weg naar het haventje waar we met onze snelle boot zullen vertrekken. Om 16:15 uur wordt de 10m lange en 2m brede lancha volgeladen en nadat iedereen z’n zwemvest aan heeft geeft de schipper gas. En dat is niet zo’n klein beetje gas met een 225pk zware buitenboordmotor.
De voorkant van de boot komt uit het water en een spray van water spuit langs ons heen. De schipper lijkt hier de weg te kennen, want hij schiet van de ene naar de andere kant van de wel 150m brede rivier zonder gas terug te nemen.

De omgeving van de San Juan rivier is een op zich al een toertje waard; veel watervogels en prachtige natuur schieten voorbij. Op de terugweg nemen we de langzame boot, zodat we er wat meer van kunnen genieten.
Na een uurtje begint het al behoorlijk te schemeren en wanneer we in de buurt van El Castillo komen is de duisternis bijna volledig ingetreden. Ondanks dat houdt onze schipper het gas erop. Om 18:00 uur leggen we aan in El Castillo, 12 uur nadat we bij ons hotel in de taxi zijn gestapt.

Vrijdag 13 december

We ontbijten vanochtend op het terras van het hotel dat aan het water ligt en worden vergezeld door kolibri’s die afgekomen zijn op de bananen die speciaal voor hen zijn neergelegd. Hoewel dit een beetje nep is, worden we hier aan alle kanten omringd door de natuur. El Castillo zelf is een gehucht, eigenlijk één straat, maar wel heel erg leuk. Elk huis aan de straat (en dus ook aan de San Juan rivier) is tevens restaurant en/of ho(s)tel. Alles is er even kleurrijk en ergens in het midden van de straat staat ook nog een kerkje.

De belangrijkste trekpleister hier is echter La Fortaleza, een Spaans fort uit de piratentijd, dat boven alles uittorent. Het fort is op deze locatie gebouwd omdat de bocht in de rivier goed uitzicht biedt en omdat er een stroomversnelling is die het navigeren op de rivier moeilijk maakte en dus de Spanjaarden de gelegenheid gaf de piraten vanaf het fort onder vuur te nemen.
We besluiten na het ontbijt maar gelijk naar het fort te gaan, het is toch al om 08:00 uur geopend. Bij het fort aangekomen blijkt het personeel er anders over te denken; “a las nueves” zeggen ze tegen ons. Wanneer wij op het borden met de openingstijden wijzen waarop 08:00 uur staat, wordt het hek toch met frisse tegenzin open gedaan.

Wij beklimmen het fort en genieten van het uitzicht over de rivier. Wanneer we er even rondlopen worden we weer overvallen door een bui. We schuilen een kwartiertje onder een stenen boog en na de opfrissing gaan we weer naar de ‘hoofdstraat’.
We drinken een bakkie en lopen nog een paar keer door de straat, schuilen af en toe voor een hoosbui en lopen nog een keer omhoog naar het fort omdat we toch ook nog even naar het kleine museum willen en dat was vanochtend nog niet geopend.
Om 11:00 uur checken we uit bij het hotel en om 12:00 uur eten we nog wat bij een restaurantje aan de stroomversnelling in de rivier. Om 13:00 uur gaan we naar de kade waar de boot weer zal vertrekken en kijken we naar wat er op een gemiddelde vrijdag in El Castillo zoal voorbij komt.

Voor de terugreis gaan we met de langzame boot omdat we hopen nog wat meer mee te krijgen van het leven langs de rivier. De boot is wel twee keer zo lang dan de snelle boot en heeft een motor van maar 115pk. Deze boot zal ruim drie uur nodig hebben om ons terug naar San Carlos te brengen. Als we zijn ingestapt merken we ook dat we veel ruimer kunnen zitten dan op de kleine, snelle boot. We gaan er dus maar eens lekker voor zitten, voor zover mogelijk op de harde kuipjes.
We moeten vaker naar de kant om mensen uit te laten stappen en op te halen, waardoor we ook een beter beeld krijgen van hoe men hier leeft aan de rivier en dat is niet iets om jaloers op te zijn, veel meer dan een hut met wat golfplaten is het meestal niet.

De natuur doet ook weer van zich spreken; veel vogels, waaronder de grijze en witte reigers en aalscholvers, maar we zien ook schildpadjes die op een boomstam in de zon aan het opwarmen zijn. Wat het weer betreft komen we er goed vanaf deze middag, want we kunnen het grootste deel met onze bakkus in de zon zitten.

Onderweg ontdekt een snotjong de camera van Diana en als ze laat zien hoe het ding werkt wil hij ineens met z’n klauwen aan alle knopjes zitten. Gelukkig neemt z’n vader hem snel weer op schoot, want anders hadden we hem even op de kop in de rivier moeten hangen.
Om 17:00 uur stoppen we nog één keer om iemand uit de boot te laten en 15 minuten later zien we San Carlos weer liggen omlijst door de ondergaande zon.

Als we uit de boot stappen staan daar ineens mannekes van de waterpolitie die alle bagage gaan doorzoeken en ook wij krijgen een beurt. Rugzakken open en graaien maar. Hij kijkt wat verbaast bij het zien van een doosje drop en ook onze reserve tandenborstels doen de wenkbrauwen fronsen. Na deze formaliteiten lopen we naar ons hotel om daar onze tassen neer te zetten.

Zaterdag 14 december

Toen we vanochtend om 08:00 uur naar de markt liepen om nog wat souvenirs te scoren, stonden er al mensen te wachten bij het kantoortje van de migracion waar we om 11:00 uur onze uitreisstempel zouden krijgen. We waren van plan om rond tienen er eens heen te lopen, maar misschien moesten we maar wat eerder gaan. Hoewel we heel graag nog langer in Nicaragua wilden blijven, moésten we deze boot wel halen.

Op de markt waren geen bijzondere souvenirs te vinden, dus moeten we het vooral doen met de foto’s en film die we van dit land hebben. Ik schreef het al eerder, maar wat waren we graag langer in dit land gebleven, er is nog zoveel te ontdekken, er is nog zoveel te doen, de bevolking is zo vriendelijk én het is er zo lekker goedkoop! Misschien moeten we nog maar eens terug.

We zijn uiteindelijk tegen negenen al in de rij gaan staan bij het wit-blauwe kantoortje van de migracion en hebben er netjes ons uitreisformuliertje ingevuld. Om 09:15 uur ging de deur naar de bureaucratie al open en schoven we voetje voor voetje naar fase 1.
Achter een ouderwetse typemachine zat een vrouw met felle groene nagellak en ietwat hoerige oogschaduw klaar om voor iedereen een briefje te typen. In razend tempo tikte ze de naam en het bedrag dat je moest betalen, in ons geval $ 1,60. Waarvoor we hier betaalden is ons nog steeds niet duidelijk. Een paar voetjes verder geschoven zat bromsnor achter z’n loketje: fase 2. Consciëntieus controleerde hij je paspoort en vergelijk hij de gegevens met het briefje dat je had ingevuld. Diana kreeg geen 10 met een griffel want ze had de 8 uit 1968 zo onduidelijk geschreven dat hij die niet kon goedkeuren. Voor dit tafereeltje met de paspoorten moesten $2 per persoon afrekenen. Dan op naar het laatste loketje: fase 3. Hier moesten we de kaartjes voor de boottocht naar Costa Rica afrekenen, maar liefst $10 p.p. en dat soort bedragen waren we voor een tochtje van ruim een uur niet gewend in Nicaragua.

Ons vertrek liep wat vertraging op omdat niet iedereen een zwemvest had, maar nadat er snel een paar vesten ergens vandaan gehaald waren vertrokken we met een paar minuten vertraging naar Costa Rica. Het regende iets en toen de boot van de kade los kwam en dat droeve weer paste goed bij ons gevoel op dit moment.
Maar niet te lang getreurd, want we hebben ook nog genoeg leuke dingen voor de boeg, te beginnen met de boottocht over de Rio Frio naar Los Chiles in Costa Rica. Op de boot gaat een Nicaraguaanse vrouw mee die de inreisformuliertjes voor Costa Rica uitreikt, de passagierslijst bijwerkt en ondertussen ook nog wat te eten en drinken verkoopt.

De Frio rivier is qua omgeving wel te vergelijken met de Rio San Juan van gisteren, maar omdat de rivier niet zo breed is zit je er meer ‘middenin’. Behalve de beestjes die we gisteren zagen, de mensen die langs de rivier wonen, werden we nu ook toegeschreeuwd door de brulapen die hoog in de bomen langs de rivier zaten.

Ergens halverwege is er dan nog een laatste checkpoint van het Nicaraguaanse leger en wordt onze reisleidster even streng; alle camera’s moeten uit en mogen niet eens in de hand gehouden worden.
We hebben geluk bij de controle van de militairen want vanuit Costa Rica komt een nog grotere boot die op weg is naar Nicaragua. De militairen verleggen hun aandacht en laten ons met het paspoort nog in de hand achter.

Na nog eens 20 minuten varen zien we dan Los Chiles aan de linkeroever verschijnen en luttele minuten later stappen we met onze bagage weer op de rug uit de boot. Hallo Costa Rica!
De grensformaliteiten wijken niet veel af van die op de heenweg, toen we met de bus de grens overgingen. Eerst met z’n allen een free-fight kooi in en netjes in de rij wachten tot je aan de beurt bent om je tassen te laten controleren. We proberen deze controle nog te ontduiken door onopvallend fluitend, met onze gezichten de andere kant op langs de beambte te lopen, maar die truc mislukt. We gaan dus toch maar in de rij staan. Meest frustrerende is dat, wanneer wij eindelijk aan de beurt zijn, zonder enige controle door mogen lopen.

We zijn op dat moment nog niet officieel in Costa Rica want we hebben ons stempeltje nog niet.We lopen dus richting het douanekantoor in Los Chiles, maar onderweg moeten we ook nog even in de rij om de toeristenbelasting voor los Chiles te voldoen: $1,20. Bij het douane kantoor staat een behoorlijk rijtje te wachten, dus er zit niet anders op dan ook een plekje op de stoep te zoeken.

Ook hier nemen de douanebeambten alle tijd om de paspoorten te controleren en om de stempels mooi recht in het paspoort te zetten. Dit grapje kost ons drie kwartier en wanneer we na dit hoogstandje bureaucratie naar de bushalte lopen, zien we net onze bus naar Muelle San Carlos vertrekken. Jammer, maar we zijn allebei wel even toe aan een hapje en een drankje dus gaan we even zitten bij Soda Pamela direct naast de bushalte.

De volgende bus vertrekt om 14:30 uur en we gaan netjes in de rij staan om de bus in te mogen. Het gaat gelijk al anders dan in Nicaragua. Wanneer we bij de bus zijn en nog wat willen weten over de rit worden we door de chauffeur de bus in ‘geblaft’. Hij grist het geld bijna zelf uit de portemonnee. We twijfelden nog of we de bus van drie uur zouden nemen, want die zou minder vaak stoppen en daardoor toch eerder arriveren, maar er is geen weg meer terug. We zoeken een stoel en gaan zitten. Gelukkig is het comfort van de bussen in Costa Rica een stuk beter dan in Nicaragua en stoppen deze bussen niet bij iedereen die z’n hand opsteekt.

Wanneer we na ruim 2 uur in San Carlos uit de bus stappen komt de bus naar La Fortuna er net aanrijden en moeten we nog een sprintje trekken om mee te kunnen. Gelukkig zijn we goed getraind!
Om 17:30 uur stappen we dan in La Fortuna uit de bus en lopen naar ons hotel een paar blokken verderop. We lijken niet alleen in een ander land terecht gekomen, maar we zijn in een andere wereld. Op elke hoek zit een touroperator die de standaard tochtjes in de omgeving aanbiedt en overal staan grote reclameborden en lichten de kerstversieringen op. Er rijden heel veel luxe (huur-)auto’s rond en het stikt er van de cafés en restaurants. We zitten hier echt in dé touristtrap van Costa Rica.

Zondag 15 december

Het was druilerig weer toen we vanochtend de straat op gingen voor een ontbijtje; zwaar bewolkt met af en toe wat druppels. Dat kwam slecht uit want we wilden vandaag Cerro Chato beklimmen en dat zou betekenen dat we zo’n 5½ uur moesten hiken en dat is niet echt prettig met regen. Alternatieve tourtjes waren er hier zat. Zo kun je een middagtochtje naar het observatorium doen, waarbij je de vulkaan Arenal heel dicht kon benaderen of canopying (aan een staalkabel van boomtop naar boomtop) of je kon naar de warmwaterbronnen met aansluitend een modderbadje. We waren er nog niet uit bij het ontbijt, dus liepen we daarna nog maar eens naar een touroperator. Toen we daar zaten te praten leek het zowaar een beetje op te klaren, dus hakten we de knoop maar door: we doen Cerro Chato!

De Cerro Chato is een uitgestorven vulkaan met op 1100m een vulkanisch meer. Het is een inspannende klim, dus we gingen nog even snel naar de supermarkt om wat brandstof te halen.
We worden om 10:00 uur opgehaald bij de touroperator en zijn met z’n zessen vandaag: een Amerikaans stel uit Houston, een Amerikaanse knul uit San Francisco, een meiske uit Duitsland en wij natuurlijk.

Om 11:00 uur schrijven we ons in bij het startpunt van deze hike en gaan op weg. Miguel is onze gids; een Italiaan die hier ooit is blijven hangen. Het is een natuur-mannetje en weet bij elke boom en plant wel wat details te vertellen. Het tempo is daardoor niet hoog en dat is wel prettig aan het begin van de hike. Bovendien is het stelletje uit Houston meer van het type 5-sterren resort dan van inspanning leveren, dus het tempo zal niet veel hoger kunnen.

We stijgen heel geleidelijk en de vergezichten worden langzaamaan steeds mooier. In de verte zien we La Fortuna liggen en we kunnen goed zien hoe een stortbui over het stadje trekt. Andrew, de Amerikaan uit Frisco, zegt tegen Miguel dat we moeten opschieten omdat er regen aankomt, maar volgens Miguel is dat niet zo. Wanneer het in het dal regent houden wij het hier boven droog.

Wanneer we het open gedeelte achter ons laten en het dichte bos ingaan, wordt het gelijk een stuk lastiger. Boomwortels bemoeilijken het klimmen en sommige stukken zijn zo modderig van de regen dat we moeten uitkijken om niet weg te glijden. We klimmen langzaam verder en stoppen af en toe om van de natuur te genieten of even uit te rusten.
Net wanneer we weer verder gaan na een snack-pauze voelen we wat druppels vallen. Eerst denken we nog dat het uit de bomen komt, maar al snel is duidelijk date het een stevige bui is.

We trekken onze poncho’s uit de rugzak en als lichtblauwe teletubbies gaan we door met de beklimming. Dit soort buitjes duurt normaal gesproken maar even, dat hebben we ook meegemaakt in San Carlos, maar de bui die over Cerro Chato kwam had heel andere plannen. Anderhalf uur lopen we in de stromende regen en het water kwam ons op gegeven moment de vulkaan af tegemoet. Het was alsof je in een bergbeek omhoog liep. Onze schoenen en sokken waren binnen de kortste keren doorweekt. Met veel moeite konden we onze camera’s droog houden; een foto durfden we al helemaal niet te maken.

Wanneer we uiteindelijk boven op de vulkaanrand komen regent het nog steeds en moeten we wel een half uur op het stelletje uit Houston wachten. Terwijl we daar stilstaan beginnen we het behoorlijk koud te krijgen en merken we dat deze poncho’s van een euro niet al het water hebben tegengehouden. We zouden op deze plek eigenlijk ook het kratermeer moeten kunnen zien liggen, maar op dit moment is alles grijs en valt er helemaal niets te zien.

Wanneer iedereen boven is, dalen we af naar het kratermeer; een erg lastige, steile afdaling die door al het water op een soort modderglijbaan leek. Voetje voor voetje dalen we af en wanneer we na ruim een half uur aan het water komen, vragen we ons af wat we daar doen. Alles is gehuld in wolken en er is de verste verte geen Arenal te zien.
Gelukkig begint de regen wat af te nemen dus we blijven hier toch maar even om de lunchpakketten te ontdekken en maken snel een foto nu het droog is.

Na deze korte lunchstop gaan we weer omhoog naar de andere kant van het kratermeer, waar we vervolgens de vulkaan zullen afdalen. Inmiddels is het droog geworden en wanneer we aan de aan de andere kant van het kratermeer weer boven zijn, zien we tot onze verbazing het kratermeer in volle glorie liggen. Zo snel kan het allemaal weer veranderen. Vooralsnog geen zon, maar wie weet!

Vanaf hier gaat het weer bergafwaarts en gelukkig blijft het droog waardoor we ook weer wat aandacht hebben voor de natuur om ons heen.
We zien een dikke rupsen op planten, apen hoog in de boom zitten en we zien zelfs een Toekan wegvliegen (maar geen restaurant in de buurt).

Om 16:15 uur zijn we weer onder aan de vulkaan, maar onze tour zit er dan nog niet op. Wanneer we op weg naar een ‘hanging bridge’ gaan zien we ineens de vulkaan El Arenal in volle glorie liggen. Vanochtend zag je niet eens dat hier een vulkaan is!
We lopen drie kwartier door vlak landschap om bij de metalen hangbrug te komen. Iedereen maakt hier z’n fotootje en dan gaan we door naar een waterval.

Om bij de waterval te komen moeten we eerst een behoorlijk stukje afdelen om er te komen en dus ook weer een behoorlijk stukje klimmen om naar onze volgende highlight te gaan: de zonsondergang bij El Arenal. Hiervoor lopen we naar het, bij het observatorium gelegen, uitkijkplatform en daar zijn we precies op tijd om een ritsje foto’s te maken van een mooie zonsondergang.

Nadat de zon is weggezonken achter het Arenal meer gaan we op weg naar de parkeerplaats voor onze laatste bestemming, de heetwaterbronnen. We klimmen met z’n allen in het busje en rijden naar de Tabacon rivier. Er is hier een mooi resort dat het water voor z’n heetwaterbaden uit de naast gelegen rivier pompt, maar wij gaan naar de rivier zelf, waar ook de lokale bevolking af en toe een dompelbadje neemt. Het is inmiddels donker geworden en van de nabij gelegen parkeerplaats lopen we in badkleding naar de rivier  waar we ons in het water laten zakken: HEERLIJK! We zitten zo’n drie kwartier te weken in het hete water , maar moeten dan weer naar het busje dat ons vervolgens terug brengt naar het hotel. Met kleren en schoenen nog nat van de regen en vuil van de modder zoeken we onze kamer op. Daar hangen we alles uit en hopen dat het droog zal zijn voordat we morgen weer met de bus gaan.