Tag archieven: Nicaragua

Panama-Costa Rica-Nicaragua 3

Maandag 09 december

Daar gaan we weer. Na een ontbijt met veel, door Esther zelfgemaakte producten, op weg richting busstation. We nemen de chickenbus van 08:30 uur naar Somoto om daar de Canyon de Somoto te gaan beleven. We hebben dit keer goede plaatsen, direct achter de chauffeur. De rit duurt 2 uur en gaat door een hele andere omgeving dan we gewend zijn tot nu toe; het is hier veel bergachtiger en groener. In Somoto aangekomen zijn we er nog niet, want de ingang naar de canyon ligt nog 15km verderop. In plaats van te wachten op de chickenbus naar El Espino, nemen we een taxi naar de ingang van de canyon.

We gaan op zoek naar en gids en die is gauw gevonden, want die komen vanzelf op je af. We spreken een prijs af voor een tocht van 3 uur en gaan op weg.
Eerst lopen we een half uur door grasland en klimmen over een keienpad omhoog. Op het hoogste punt krijgen we de canyon al in zicht. Van hier gaat het naar beneden, naar het water toe. Op deze plek ontspringt de Rio Coco, de langste rivier van Midden-Amerika die uitmondt in de Caribische Zee.

Bij het water aangekomen, klauteren we nog een stukje over rotsen en doorwaden het riviertje. Na drie kwartier wordt het dan tijd om onze kleding en camera’s in een waterdichte kist te doen, want vanaf daar zullen we het niet meer droog houden. We krijgen een zwemvest aan en glibberen daarna over rotsen, glijden af en toe in diepere gedeelten van de rivier, stoten ons aan stenen en klimmen soms weer over een droog stuk met keien en rotsen.

Dit gaat zo een tijdje door tot we het niet meer lopend aankunnen en stukken zwemmend door de canyon af moeten leggen. Het is hier adembenemend mooi en we komen ogen te kort. De wanden van de canyon zijn tot 200m hoog en de canyon is soms niet breder dan 15m het water is soms wel 20m diep. De gids vertelt ons dat we hier niet verder dan 1km van de Hondurese grens verwijderd zijn.

We stoppen tijdens onze watertocht af en toe wanneer we weer een droog stukje hebben gevonden en halen dan de camera’s uit de kist om snel een foto te maken. Het is eigenlijk jammer dat je de camera niet bij je kunt houden.
Dit natte onderdeel duurt ongeveer vijf kwartier en als we voor de laatste keer een enorme rots opklimmen ligt er een bootje te wachten voor ons laatste stuk Rio Coco. We stappen uit de boot en iets verderop drogen we ons af en trekken onze kleding weer aan.
Dan moeten we natuurlijk nog wel de canyon uit en dat gaat behoorlijk steil omhoog; een kuitenbijter van het nivo Posbank.

Boven aangekomen willen we gids betalen, maar hij heeft geen wisselgeld. We gaan het proberen bij een gezin dat verderop woont en wat etenswaar verkoopt. Daar lukt het uiteindelijk om te wisselen en we lopen naar de Interamericana om de bus naar Somoto te nemen. Wanneer we nog geen 100m van de weg verwijderd zijn zien we de bus voorbij rijden; met dank aan het wisselen. We gaan aan de kant van de weg staan wachten op een volgende bus, maar na een half uur komt iemand vertellen dat het nóg wel een uur gaat duren voordat er een bus komt. Daarop houden we een taxi aan om naar Somoto te gaan, maar deze taxichauffeur houdt ervan om z’n taxi goed vol te hebben en niet veel later zitten we met z’n zevenen in die oude bak.
We komen nog net op tijd op het busstation van Somoto om de ‘snelbus’ naar Esteli te halen en 5 kwartier later staan we weer bij Esther op de stoep en doen we verslag van onze te gekke tocht.

Dinsdag 10 december

We zijn vanochtend door Esther op het busstation afgezet en zijn precies op tijd voor de bus van 08:15 uur naar Matagalpa. Nu hoor ik de aandachtige volger denken: Matagalpa? Jullie zouden toch naar Miraflor? Inderdaad, we hadden gepland om naar Miraflor te gaan, maar toen we daar wat meer over lazen was het niet helemaal ons ding. Je slaapt daar bij een familie en mag dan de koeien melken, eieren rapen, met de familie genieten van het door henzelf bereidde maaltijd en nog andere leuke boerderij-dingetjes. Leek ons geen succesnummer met onze beperkte Spaanse woordenschat (laten we het daar maar op houden).
Matagalpa dus, het koffie-centrum van Nicaragua ligt op 1 uur en 3 kwartier oostwaarts rijden van Esteli. Onderweg zien we ook al grote koffiefabrieken waar de geoogste koffie op velden ligt te drogen, voordat het verwerkt wordt.

Matagalpa heeft hetzelfde prettig klimaat als Esteli en we zijn weer helemaal opgeknapt van de paar dagen met temperaturen van rond de 25 graden. Matagalpa ligt bovendien in een nog mooiere, bergachtige omgeving dan Esteli, Het is dus genieten tijdens de busrit.

In Matagalpa aangekomen smijten we onze spullen op de hotelkamer en maken even een rondje langs wat touroperators om te peilen wat de handigste manier is om een authentiek koffieboerderij te bezoeken. We horen dat er vanuit San Ramon een leuke korte tocht is naar La Pita, waar alle facetten van het koffie-proces worden toegelicht. Voordat we naar San Ramon gaan lopen we nog wat blokjes om in Matagalpa en kijken onze ogen uit in dit western-achtige dorpje tussen de bergen.

We drinken een koffie bij het koffie-museum en gaan dan met een taxi op weg naar het 12km verderop gelegen San Ramon. Daar gaan we naar de UCA die de tochtjes naar de kleine koffie-gemeenschappen begeleid. We spreken met gids Daniel en 15 minuten later zijn we op weg naar La Pita.
Daniel legt onderweg het e.e.a. uit over boompjes en beestjes en vertelt dan tussen neus en lopen door dat de lokale koffieboeren enorme hebben te lijden onder een schimmel die de koffieplanten heeft aangetast; minstens 90% van de planten heeft hier last van, waardoor er bijna geen koffiebonen geoogst kunnen worden. Je vraagt je af waarom ze geen daktarine zalf gebruiken, maar dat wordt in het Spaans een hele lastige discussie.

Na 5 kwartier arriveren we bij een boerderijtje waar een boer met z’n radio op schoot aan het nixen is. Normaal gesproken zou hij met het zweet op de rug de boontjes van de struik moeten halen, maar ja, die schimmel…..
Daniel is even de boerderij in geweest en komt terug met een mandje en een kapmes. Bij het zien van Daniel met het mandje is het ons wel duidelijk dat onze hoge verwachtingen van kleinschalige koffieplantages met veel mensen aan het werk in dit hoogseizoen voor de koffie-oogst, niet zullen worden waargemaakt.

We besluiten om terug te gaan naar San Ramon, dus Daniel hoeft z’n koffiepluk-skills niet te tonen. In San Ramon nemen we afscheid van een ietwat teleurgestelde Daniel en halen wat te drinken bij een pulperia. Dan zien we een bus met grote letters Matagalpa voorbij komen, dus rennen we er naartoe en stappen in alweer een overvolle bus. Na een paar minuten krijgen we het gevoel dat de bus niet in de juiste richting gaat , dus we vragen maar eens of we naar Matagalpa gaan. Dus niet, we gaan naar La Clinica (where ever that is). We springen snel uit de bus en lopen het stukje weer terug. Dan toch maar weer een taxi. Deze collectivo-taxi zet ons netjes af waar we eerder die dag vertrokken waren.

We hebben ook nog iets gelezen over Cerro Apante. Dit is een berg van zo’n 1400m hoog van aar je mooie uitzichten hebt van de mooie omgeving. We laten ons bij de entree van het ‘park’afzetten, maar helaas is er niemand te bekennen en lijkt het gesloten te zijn. Op een bordje lezen we dat de trail drieënhalf uur in beslag zou hebben genomen, dus dat hadden we toch niet meer gered. We wandelen terug naar het centrum van Matagalpa waarbij we onderweg toch nog kunnen genieten van de waanzinnige omgeving.
Terug in Matagalpa gaan we naar een café en drinken een heerlijke Nicaraguaanse kop koffie. Zo hebben we hier toch van de lokale ambacht kunnen proeven.

‘s-Avonds eten we bij wat, volgens de Lonely Planet, de beste pizzeria van Nicaragua moet zijn en daar lijkt geen woord van gelogen. Nu hebben wij nog niet alle pizzeria’s gehad, maar van de twee was dit de beste.

Woensdag 11 december

We laten Matagalpa vanochtend al weer achter ons en kruipen in de expreso bus naar Managua. In slechts 2 uur zijn we dan in de hoofdstad van het land. Een uitgelaten groep jongeren in alle leeftijdscategorieën vergezelt ons in de bus. Voordeel van de expreso bus is niet alleen de snellere reistijd, maar er staan ook geen Nicaraguanen tegen je aan te rijden in het gangpad.

De chauffeur had de gang er goed in en binnen twee uur staan we op het busstation Mayorea in Managua. We checken even de vertrektijden voor de bus naar San Carlos, die we morgen moeten hebben en nemen dan de taxi naar ons hotel. Het hotel blijkt een goede keus, want het ademt een prettige, rustgevende sfeer uit en dat is wel fijn in de gekte van Managua.

Nadat we onze spullen op de kamer hebben gegooid, gaan we met de taxi naar de Barrio Monumentale. De eigenaar van het hotel waarschuwt ons nog om niet met de camera’s te koop te lopen en adviseert ze in een tas mee te nemen. Managua is geen gevaarlijke stad, maar je moet de kat ook niet op het spek binden.
We lopen eerst naar de Malecon, een soort boulevard met allerlei eettentjes langs het Lago de Managua (Xolotlan). Erg kleurrijk en mooi aangelegd, maar er is geen kip te bekennen. Het is typisch een plek waar de bewoners van deze stad in het weekend heengaan. We eten en drinken hier wat bij het tentje waarde muziek het hardst staat en gaan dan naar de Plaza de la Revolucion; het decor van ontelbare protestacties en parades.

Hier staat ook de oude kathedraal van Managua, die bij de aardbeving van 1972 zwaar beschadigd is geraakt en die, ondanks alle beloftes, nog steeds niet is gerestaureerd. Verder is er natuurlijk een monument voor Rubén Darío, de favoriete zoon van Nicaragua, brand er een eeuwige vlam voor de gevallen strijders in de vele burgeroorlogen en zijn er heel veel knuffelbankjes. Boven dit alles wappert dan nog een mega-vlag van Nicaragua.

Nadat we hier een tijdje rondgekeken  hebben, besluiten we de terugweg naar het hotel te lopen. Langs de Avenida Bolivar zien we heel veel levensgrote tafereeltjes/stalletjes die omgebouwd worden van de La Griteria-setting naar de Kerst-opstelling.

We zijn er inmiddels weer achter dat we de heerlijke temperaturen uit de bergen achter ons hebben gelaten en weer terug zijn op de bakplaat. Op de patio van het  hotel komen we weer even bij.
Omdat het hostel geen restaurant heeft, gaan we naar de nabij gelegen M om wat te drinken en een ijsje te eten; ook wel eens lekker. Daar zien we gelijk de wedstrijd AC Milan – Ajax in een teleurstellende 0-0 eindigen.
Morgen gaan we al vroeg richting San Carlos, dus maken we er maar geen nachtwerk van.

Donderdag 12 december

De taxi die ons naar busstation Mayoreo moet brengen is mooi op tijd. De rijstijl van de chauffeur verpest het weer een beetje; wat een slak! Uiteindelijk zijn we nog wel op tijd voor onze bus, dus het is hem vergeven. Waarschijnlijk heeft hij nog maar net z’n rijbewijs.
Onze bagage wordt onder in de bus gegooid en wij zoeken een leuk plekje. Helaas is deze bus ook weer behoorlijk verrot, dus je mag blij zijn als je een fatsoenlijke zitting hebt en een rugleuning die in de gewenste stand staat.

De bus vertrekt redelijk op tijd, maar voordat we Managua uit zijn heeft de chauffeur al wel een keer of 5 mensen opgepikt; het is duidelijk geen expreso zoals gisteren. Het is onze langste busrit in Nicaragua (7 uur) en gelijk onze laatste, dus laten we er maar van genieten (pffffff).

Tijdens de rit komen er met regelmaat weer verkopers aan boord die de hun spullen proberen te slijten. Zo is er een man die boekjes over gezond eten probeert te slijten, komt er eentje met kalenders voor 2014 lang, is er een vrouw die El Señor aanprijst en tevens een stukje uit de bijbel voorleest en zie we een jongen die allerlei speelgoed probeert te verkopen tegen bodemprijzen. Behalve de verkopers van non-food komt er bij bijna elke stop een leger aan eten verkopers door het gangpad: gekookte maïs, chips, rijst met kip, fruitsalades, tortilla’s en nog veel meer. Ook wij maken graag gebruik van deze on-board service.

De stoffige gehuchtjes waar we onderweg af en toe een passagier oppikken, hebben een hoog western-gehalte. Overal staan stoere mannen met hoeden en meestal begeleid door een paard. Het enige wat ontbreekt is het gerinkel van de sporen aan laarzen, een saloon, galg en de Daltons. Zelfs in de bus signaleren we af en toe zo’n koejongen; waarschijnlijk had z’n paard dan de tank leeg of iets dergelijks.

Diana heeft onderweg een modellencontractje afgesloten met een meisje achterin de bus. De eerste foto die ze van haar maakte, zat het meisje nog wat verlegen achter haar vader weggedoken, maar even later neemt ze professionele poses aan. Wanneer we de bus verlaten hangt ze Diana zelfs nog even om de nek, zo leuk vond ze het (en Diana natuurlijk ook).

Na 7 uur komen we toch wel wat gebroken in San Carlos aan. We lopen gelijk door naar het haventje waar de boot naar El Castillo vertrekt en kopen kaartjes voor de snelle boot van 16:30 uur. Dan gaan verderop in het dorp op een terrasje zitten en bestellen wat te eten en te drinken. Wanneer we daar vanaf de eerste etage over de San Juan rivier kijken, zie we ineens dat het begint te regenen en de voorzichtige eerste druppels veranderen binnen de kortste keren in een regengordijn; wat een stortbui! San Carlos ligt net binnen een gebied met een tropisch klimaat waar het hele jaar door dit soort regenbuien voorkomen, terwijl het gebied waar wij vandaan komen een nat en een droog seizoen kent en je kunt wel raden welk seizoen het daar op dit moment is.

We laten de buien betijen en gaan dan op weg naar het haventje waar we met onze snelle boot zullen vertrekken. Om 16:15 uur wordt de 10m lange en 2m brede lancha volgeladen en nadat iedereen z’n zwemvest aan heeft geeft de schipper gas. En dat is niet zo’n klein beetje gas met een 225pk zware buitenboordmotor.
De voorkant van de boot komt uit het water en een spray van water spuit langs ons heen. De schipper lijkt hier de weg te kennen, want hij schiet van de ene naar de andere kant van de wel 150m brede rivier zonder gas terug te nemen.

De omgeving van de San Juan rivier is een op zich al een toertje waard; veel watervogels en prachtige natuur schieten voorbij. Op de terugweg nemen we de langzame boot, zodat we er wat meer van kunnen genieten.
Na een uurtje begint het al behoorlijk te schemeren en wanneer we in de buurt van El Castillo komen is de duisternis bijna volledig ingetreden. Ondanks dat houdt onze schipper het gas erop. Om 18:00 uur leggen we aan in El Castillo, 12 uur nadat we bij ons hotel in de taxi zijn gestapt.

Vrijdag 13 december

We ontbijten vanochtend op het terras van het hotel dat aan het water ligt en worden vergezeld door kolibri’s die afgekomen zijn op de bananen die speciaal voor hen zijn neergelegd. Hoewel dit een beetje nep is, worden we hier aan alle kanten omringd door de natuur. El Castillo zelf is een gehucht, eigenlijk één straat, maar wel heel erg leuk. Elk huis aan de straat (en dus ook aan de San Juan rivier) is tevens restaurant en/of ho(s)tel. Alles is er even kleurrijk en ergens in het midden van de straat staat ook nog een kerkje.

De belangrijkste trekpleister hier is echter La Fortaleza, een Spaans fort uit de piratentijd, dat boven alles uittorent. Het fort is op deze locatie gebouwd omdat de bocht in de rivier goed uitzicht biedt en omdat er een stroomversnelling is die het navigeren op de rivier moeilijk maakte en dus de Spanjaarden de gelegenheid gaf de piraten vanaf het fort onder vuur te nemen.
We besluiten na het ontbijt maar gelijk naar het fort te gaan, het is toch al om 08:00 uur geopend. Bij het fort aangekomen blijkt het personeel er anders over te denken; “a las nueves” zeggen ze tegen ons. Wanneer wij op het borden met de openingstijden wijzen waarop 08:00 uur staat, wordt het hek toch met frisse tegenzin open gedaan.

Wij beklimmen het fort en genieten van het uitzicht over de rivier. Wanneer we er even rondlopen worden we weer overvallen door een bui. We schuilen een kwartiertje onder een stenen boog en na de opfrissing gaan we weer naar de ‘hoofdstraat’.
We drinken een bakkie en lopen nog een paar keer door de straat, schuilen af en toe voor een hoosbui en lopen nog een keer omhoog naar het fort omdat we toch ook nog even naar het kleine museum willen en dat was vanochtend nog niet geopend.
Om 11:00 uur checken we uit bij het hotel en om 12:00 uur eten we nog wat bij een restaurantje aan de stroomversnelling in de rivier. Om 13:00 uur gaan we naar de kade waar de boot weer zal vertrekken en kijken we naar wat er op een gemiddelde vrijdag in El Castillo zoal voorbij komt.

Voor de terugreis gaan we met de langzame boot omdat we hopen nog wat meer mee te krijgen van het leven langs de rivier. De boot is wel twee keer zo lang dan de snelle boot en heeft een motor van maar 115pk. Deze boot zal ruim drie uur nodig hebben om ons terug naar San Carlos te brengen. Als we zijn ingestapt merken we ook dat we veel ruimer kunnen zitten dan op de kleine, snelle boot. We gaan er dus maar eens lekker voor zitten, voor zover mogelijk op de harde kuipjes.
We moeten vaker naar de kant om mensen uit te laten stappen en op te halen, waardoor we ook een beter beeld krijgen van hoe men hier leeft aan de rivier en dat is niet iets om jaloers op te zijn, veel meer dan een hut met wat golfplaten is het meestal niet.

De natuur doet ook weer van zich spreken; veel vogels, waaronder de grijze en witte reigers en aalscholvers, maar we zien ook schildpadjes die op een boomstam in de zon aan het opwarmen zijn. Wat het weer betreft komen we er goed vanaf deze middag, want we kunnen het grootste deel met onze bakkus in de zon zitten.

Onderweg ontdekt een snotjong de camera van Diana en als ze laat zien hoe het ding werkt wil hij ineens met z’n klauwen aan alle knopjes zitten. Gelukkig neemt z’n vader hem snel weer op schoot, want anders hadden we hem even op de kop in de rivier moeten hangen.
Om 17:00 uur stoppen we nog één keer om iemand uit de boot te laten en 15 minuten later zien we San Carlos weer liggen omlijst door de ondergaande zon.

Als we uit de boot stappen staan daar ineens mannekes van de waterpolitie die alle bagage gaan doorzoeken en ook wij krijgen een beurt. Rugzakken open en graaien maar. Hij kijkt wat verbaast bij het zien van een doosje drop en ook onze reserve tandenborstels doen de wenkbrauwen fronsen. Na deze formaliteiten lopen we naar ons hotel om daar onze tassen neer te zetten.

Zaterdag 14 december

Toen we vanochtend om 08:00 uur naar de markt liepen om nog wat souvenirs te scoren, stonden er al mensen te wachten bij het kantoortje van de migracion waar we om 11:00 uur onze uitreisstempel zouden krijgen. We waren van plan om rond tienen er eens heen te lopen, maar misschien moesten we maar wat eerder gaan. Hoewel we heel graag nog langer in Nicaragua wilden blijven, moésten we deze boot wel halen.

Op de markt waren geen bijzondere souvenirs te vinden, dus moeten we het vooral doen met de foto’s en film die we van dit land hebben. Ik schreef het al eerder, maar wat waren we graag langer in dit land gebleven, er is nog zoveel te ontdekken, er is nog zoveel te doen, de bevolking is zo vriendelijk én het is er zo lekker goedkoop! Misschien moeten we nog maar eens terug.

We zijn uiteindelijk tegen negenen al in de rij gaan staan bij het wit-blauwe kantoortje van de migracion en hebben er netjes ons uitreisformuliertje ingevuld. Om 09:15 uur ging de deur naar de bureaucratie al open en schoven we voetje voor voetje naar fase 1.
Achter een ouderwetse typemachine zat een vrouw met felle groene nagellak en ietwat hoerige oogschaduw klaar om voor iedereen een briefje te typen. In razend tempo tikte ze de naam en het bedrag dat je moest betalen, in ons geval $ 1,60. Waarvoor we hier betaalden is ons nog steeds niet duidelijk. Een paar voetjes verder geschoven zat bromsnor achter z’n loketje: fase 2. Consciëntieus controleerde hij je paspoort en vergelijk hij de gegevens met het briefje dat je had ingevuld. Diana kreeg geen 10 met een griffel want ze had de 8 uit 1968 zo onduidelijk geschreven dat hij die niet kon goedkeuren. Voor dit tafereeltje met de paspoorten moesten $2 per persoon afrekenen. Dan op naar het laatste loketje: fase 3. Hier moesten we de kaartjes voor de boottocht naar Costa Rica afrekenen, maar liefst $10 p.p. en dat soort bedragen waren we voor een tochtje van ruim een uur niet gewend in Nicaragua.

Ons vertrek liep wat vertraging op omdat niet iedereen een zwemvest had, maar nadat er snel een paar vesten ergens vandaan gehaald waren vertrokken we met een paar minuten vertraging naar Costa Rica. Het regende iets en toen de boot van de kade los kwam en dat droeve weer paste goed bij ons gevoel op dit moment.
Maar niet te lang getreurd, want we hebben ook nog genoeg leuke dingen voor de boeg, te beginnen met de boottocht over de Rio Frio naar Los Chiles in Costa Rica. Op de boot gaat een Nicaraguaanse vrouw mee die de inreisformuliertjes voor Costa Rica uitreikt, de passagierslijst bijwerkt en ondertussen ook nog wat te eten en drinken verkoopt.

De Frio rivier is qua omgeving wel te vergelijken met de Rio San Juan van gisteren, maar omdat de rivier niet zo breed is zit je er meer ‘middenin’. Behalve de beestjes die we gisteren zagen, de mensen die langs de rivier wonen, werden we nu ook toegeschreeuwd door de brulapen die hoog in de bomen langs de rivier zaten.

Ergens halverwege is er dan nog een laatste checkpoint van het Nicaraguaanse leger en wordt onze reisleidster even streng; alle camera’s moeten uit en mogen niet eens in de hand gehouden worden.
We hebben geluk bij de controle van de militairen want vanuit Costa Rica komt een nog grotere boot die op weg is naar Nicaragua. De militairen verleggen hun aandacht en laten ons met het paspoort nog in de hand achter.

Na nog eens 20 minuten varen zien we dan Los Chiles aan de linkeroever verschijnen en luttele minuten later stappen we met onze bagage weer op de rug uit de boot. Hallo Costa Rica!
De grensformaliteiten wijken niet veel af van die op de heenweg, toen we met de bus de grens overgingen. Eerst met z’n allen een free-fight kooi in en netjes in de rij wachten tot je aan de beurt bent om je tassen te laten controleren. We proberen deze controle nog te ontduiken door onopvallend fluitend, met onze gezichten de andere kant op langs de beambte te lopen, maar die truc mislukt. We gaan dus toch maar in de rij staan. Meest frustrerende is dat, wanneer wij eindelijk aan de beurt zijn, zonder enige controle door mogen lopen.

We zijn op dat moment nog niet officieel in Costa Rica want we hebben ons stempeltje nog niet.We lopen dus richting het douanekantoor in Los Chiles, maar onderweg moeten we ook nog even in de rij om de toeristenbelasting voor los Chiles te voldoen: $1,20. Bij het douane kantoor staat een behoorlijk rijtje te wachten, dus er zit niet anders op dan ook een plekje op de stoep te zoeken.

Ook hier nemen de douanebeambten alle tijd om de paspoorten te controleren en om de stempels mooi recht in het paspoort te zetten. Dit grapje kost ons drie kwartier en wanneer we na dit hoogstandje bureaucratie naar de bushalte lopen, zien we net onze bus naar Muelle San Carlos vertrekken. Jammer, maar we zijn allebei wel even toe aan een hapje en een drankje dus gaan we even zitten bij Soda Pamela direct naast de bushalte.

De volgende bus vertrekt om 14:30 uur en we gaan netjes in de rij staan om de bus in te mogen. Het gaat gelijk al anders dan in Nicaragua. Wanneer we bij de bus zijn en nog wat willen weten over de rit worden we door de chauffeur de bus in ‘geblaft’. Hij grist het geld bijna zelf uit de portemonnee. We twijfelden nog of we de bus van drie uur zouden nemen, want die zou minder vaak stoppen en daardoor toch eerder arriveren, maar er is geen weg meer terug. We zoeken een stoel en gaan zitten. Gelukkig is het comfort van de bussen in Costa Rica een stuk beter dan in Nicaragua en stoppen deze bussen niet bij iedereen die z’n hand opsteekt.

Wanneer we na ruim 2 uur in San Carlos uit de bus stappen komt de bus naar La Fortuna er net aanrijden en moeten we nog een sprintje trekken om mee te kunnen. Gelukkig zijn we goed getraind!
Om 17:30 uur stappen we dan in La Fortuna uit de bus en lopen naar ons hotel een paar blokken verderop. We lijken niet alleen in een ander land terecht gekomen, maar we zijn in een andere wereld. Op elke hoek zit een touroperator die de standaard tochtjes in de omgeving aanbiedt en overal staan grote reclameborden en lichten de kerstversieringen op. Er rijden heel veel luxe (huur-)auto’s rond en het stikt er van de cafés en restaurants. We zitten hier echt in dé touristtrap van Costa Rica.

Zondag 15 december

Het was druilerig weer toen we vanochtend de straat op gingen voor een ontbijtje; zwaar bewolkt met af en toe wat druppels. Dat kwam slecht uit want we wilden vandaag Cerro Chato beklimmen en dat zou betekenen dat we zo’n 5½ uur moesten hiken en dat is niet echt prettig met regen. Alternatieve tourtjes waren er hier zat. Zo kun je een middagtochtje naar het observatorium doen, waarbij je de vulkaan Arenal heel dicht kon benaderen of canopying (aan een staalkabel van boomtop naar boomtop) of je kon naar de warmwaterbronnen met aansluitend een modderbadje. We waren er nog niet uit bij het ontbijt, dus liepen we daarna nog maar eens naar een touroperator. Toen we daar zaten te praten leek het zowaar een beetje op te klaren, dus hakten we de knoop maar door: we doen Cerro Chato!

De Cerro Chato is een uitgestorven vulkaan met op 1100m een vulkanisch meer. Het is een inspannende klim, dus we gingen nog even snel naar de supermarkt om wat brandstof te halen.
We worden om 10:00 uur opgehaald bij de touroperator en zijn met z’n zessen vandaag: een Amerikaans stel uit Houston, een Amerikaanse knul uit San Francisco, een meiske uit Duitsland en wij natuurlijk.

Om 11:00 uur schrijven we ons in bij het startpunt van deze hike en gaan op weg. Miguel is onze gids; een Italiaan die hier ooit is blijven hangen. Het is een natuur-mannetje en weet bij elke boom en plant wel wat details te vertellen. Het tempo is daardoor niet hoog en dat is wel prettig aan het begin van de hike. Bovendien is het stelletje uit Houston meer van het type 5-sterren resort dan van inspanning leveren, dus het tempo zal niet veel hoger kunnen.

We stijgen heel geleidelijk en de vergezichten worden langzaamaan steeds mooier. In de verte zien we La Fortuna liggen en we kunnen goed zien hoe een stortbui over het stadje trekt. Andrew, de Amerikaan uit Frisco, zegt tegen Miguel dat we moeten opschieten omdat er regen aankomt, maar volgens Miguel is dat niet zo. Wanneer het in het dal regent houden wij het hier boven droog.

Wanneer we het open gedeelte achter ons laten en het dichte bos ingaan, wordt het gelijk een stuk lastiger. Boomwortels bemoeilijken het klimmen en sommige stukken zijn zo modderig van de regen dat we moeten uitkijken om niet weg te glijden. We klimmen langzaam verder en stoppen af en toe om van de natuur te genieten of even uit te rusten.
Net wanneer we weer verder gaan na een snack-pauze voelen we wat druppels vallen. Eerst denken we nog dat het uit de bomen komt, maar al snel is duidelijk date het een stevige bui is.

We trekken onze poncho’s uit de rugzak en als lichtblauwe teletubbies gaan we door met de beklimming. Dit soort buitjes duurt normaal gesproken maar even, dat hebben we ook meegemaakt in San Carlos, maar de bui die over Cerro Chato kwam had heel andere plannen. Anderhalf uur lopen we in de stromende regen en het water kwam ons op gegeven moment de vulkaan af tegemoet. Het was alsof je in een bergbeek omhoog liep. Onze schoenen en sokken waren binnen de kortste keren doorweekt. Met veel moeite konden we onze camera’s droog houden; een foto durfden we al helemaal niet te maken.

Wanneer we uiteindelijk boven op de vulkaanrand komen regent het nog steeds en moeten we wel een half uur op het stelletje uit Houston wachten. Terwijl we daar stilstaan beginnen we het behoorlijk koud te krijgen en merken we dat deze poncho’s van een euro niet al het water hebben tegengehouden. We zouden op deze plek eigenlijk ook het kratermeer moeten kunnen zien liggen, maar op dit moment is alles grijs en valt er helemaal niets te zien.

Wanneer iedereen boven is, dalen we af naar het kratermeer; een erg lastige, steile afdaling die door al het water op een soort modderglijbaan leek. Voetje voor voetje dalen we af en wanneer we na ruim een half uur aan het water komen, vragen we ons af wat we daar doen. Alles is gehuld in wolken en er is de verste verte geen Arenal te zien.
Gelukkig begint de regen wat af te nemen dus we blijven hier toch maar even om de lunchpakketten te ontdekken en maken snel een foto nu het droog is.

Na deze korte lunchstop gaan we weer omhoog naar de andere kant van het kratermeer, waar we vervolgens de vulkaan zullen afdalen. Inmiddels is het droog geworden en wanneer we aan de aan de andere kant van het kratermeer weer boven zijn, zien we tot onze verbazing het kratermeer in volle glorie liggen. Zo snel kan het allemaal weer veranderen. Vooralsnog geen zon, maar wie weet!

Vanaf hier gaat het weer bergafwaarts en gelukkig blijft het droog waardoor we ook weer wat aandacht hebben voor de natuur om ons heen.
We zien een dikke rupsen op planten, apen hoog in de boom zitten en we zien zelfs een Toekan wegvliegen (maar geen restaurant in de buurt).

Om 16:15 uur zijn we weer onder aan de vulkaan, maar onze tour zit er dan nog niet op. Wanneer we op weg naar een ‘hanging bridge’ gaan zien we ineens de vulkaan El Arenal in volle glorie liggen. Vanochtend zag je niet eens dat hier een vulkaan is!
We lopen drie kwartier door vlak landschap om bij de metalen hangbrug te komen. Iedereen maakt hier z’n fotootje en dan gaan we door naar een waterval.

Om bij de waterval te komen moeten we eerst een behoorlijk stukje afdelen om er te komen en dus ook weer een behoorlijk stukje klimmen om naar onze volgende highlight te gaan: de zonsondergang bij El Arenal. Hiervoor lopen we naar het, bij het observatorium gelegen, uitkijkplatform en daar zijn we precies op tijd om een ritsje foto’s te maken van een mooie zonsondergang.

Nadat de zon is weggezonken achter het Arenal meer gaan we op weg naar de parkeerplaats voor onze laatste bestemming, de heetwaterbronnen. We klimmen met z’n allen in het busje en rijden naar de Tabacon rivier. Er is hier een mooi resort dat het water voor z’n heetwaterbaden uit de naast gelegen rivier pompt, maar wij gaan naar de rivier zelf, waar ook de lokale bevolking af en toe een dompelbadje neemt. Het is inmiddels donker geworden en van de nabij gelegen parkeerplaats lopen we in badkleding naar de rivier  waar we ons in het water laten zakken: HEERLIJK! We zitten zo’n drie kwartier te weken in het hete water , maar moeten dan weer naar het busje dat ons vervolgens terug brengt naar het hotel. Met kleren en schoenen nog nat van de regen en vuil van de modder zoeken we onze kamer op. Daar hangen we alles uit en hopen dat het droog zal zijn voordat we morgen weer met de bus gaan.

Panama-Costa Rica-Nicaragua 2

Maandag 02 december

Vandaag geen wekker, maar gewoon uitslapen en om 07:00 uur ontbijten. Direct daarna de rekening vereffenen bij Juan en dan op naar de ferry. In Moyogalpa nemen we nog een laatste smoothie bij ‘The Cornerhouse’ en om 09:00 uur vertrekken we dan met de ‘Isla de Ometepe 3’ naar San Jorge. De overtocht verliep voorspoedig, maar het was al verrot heet in de zon op dit vroege uur.

In het haventje van San Jorge nemen we een ‘taxi collectivo’ en laten we ons naar het busstation brengen. Daar staat onze ‘chickenbus’, zoals ze hier heten, al te wachten. Wij hebben nog een zitplaats, maar dat kan niet iedereen zeggen wanneer we om 11:15 vertrekken. De bus is volgepropt er is zelfs een chicken aan boord. Met z’n koppie uit een plastic zak weet de kip behoorlijk wat herrie te maken. De bus stopt onderweg bij elke halte of bij iedereen die z’n hand opsteekt en het is ongelooflijk hoeveel mensen er in zo’n oude Amerikaanse schoolbus passen.

Net na 13:00 uur rijden we Granada binnen en worden we losgelaten op het lokale busstation. Het lijkt alsof je een bakoven binnenstapt; niet normaal! We wandelen door de hoofdstraat op weg naar ons hotel, maar na 5 minuten besluiten we toch een taxi aan te houden; we leggen het af door de hitte.
Ons hotel is een omgebouwd koloniaal huis en erg gezellig, met zelfs een mini-zwembad. Ze zijn er net de kerstboom aan het optuigen. We gooien de spullen op de kamer en gaan bij Kathy’s swaffelhuis (of zoiets) lunchen.

De middag gebruiken we om Granada te verkennen, maar het valt niet mee met de enorme hitte hier. Bovendien voelen onze benen aan alsof we een Jan Vetman-training achter de rug hebben.
We zoeken, waar mogelijk, de schaduw op en gaan al snel weer ergens zitten voor een versnapering.

Tegen het eind van de middag zitten we op de trappen voor Iglesia de la Merced weer eens bij te komen, wanneer we plots een aanhoudende sirene horen. De mensen om ons heen springen op en kijken de Calle Real Xalteva in; blijkbaar is daar wat gebeurd. Wij lopen ook die kant op en zien inderdaad dat er een ambulance met sirene onze kant op komt, maar wel heel erg langzaam. Als we wat beter kijken zien we achter de ambulance een hele optocht met vlaggen, katholieke beelden en dansmariekes.

Het is blijkbaar een optocht ter ere van het katholieke festival ‘Inmaculada Concepsion’ of ‘La Purisma‘, dat deze week plaatsvindt. Met onze camera’s in de aanslag wachten we op wat er gebeuren gaat.
Het blijkt uiteindelijk een enorme optocht te zijn van allerlei kerkelijke groepen die allemaal hun eigen dansje doen en muziek ten gehore brengen; een enorme ongeorganiseerde bende, maar wel erg leuk!

Wanneer de optocht bijna voorbij is en wij terug lopen naar ons hotel, komen we langs de kathedraal en wie zien we daar: Sinterklaas. Dus lieve kindertjes in Nederland, wees nog niet gevreesd er kan jullie op dit moment niets gebeuren want hij loopt hier rond. De Goedheiligman zal waarschijnlijk morgen met het vliegtuig uit Managua naar Nederland vertrekken zodat hij nog net op tijd is om daar zijn verjaardag te vieren.

Dinsdag 03 december

Vandaag onze eerste hele dag in Granada. Er is in deze stad en omgeving zat te doen, maar we willen persé naar de vulkaan Massaya omdat dit de meest actieve vulkaan is van de regio. Bovendien kun je met de auto tot aan de krater komen, dus geen klauterpartij in de hitte hier.
In de Lonely Planet lezen we dat in elk land met enige gezondheidsregels het verboden zou zijn om zo dicht bij een rokende vulkaan te komen, maar hier is men daar wat soepel in.

Diana ritselt een taxi van het type ‘sloopbak’ en spreekt een mooi prijsje af voor de rit incl. een uur bij de vulkaan. We rijden eerst richting de plaats Massaya en komen langs de afslag Laguna de Apoyo. Hier willen we eigenlijk ook nog heen; misschien morgen.
Een paar kilometers na Massaya slaan we linksaf naar de vulkaan. Het is een soort national parc, dus we moeten entree betalen en krijgen als beloning een soort all-inclusive armband. De taxichauffeur schrijft zich in bij het visitors-centre en daarna vervolgen we onze weg omhoog richting de enorme rookpluim die we al van verre kunnen zien. Ook onze neus vertelt ons dat we in de buurt komen, want de zwavellucht is goed te ruiken. Wanneer onze taxi hortend en stotend de parkeerplaats oprijdt, blijken we het tweede stel toeristen te zijn, dus dat is lekker rustig. In de reglementen staat dat je de auto met de neus naar de uitgang moet parkeren, zodat je snel weg kunt zijn bij een uitbarsting. We vragen ons af of dat veel verschil maakt, maar alle beetjes kunnen helpen. Onze chauffeur is er blijkbaar zo van overtuigd dat er vandaag niets gebeurd, dat hij de regel aan z’n laars lapt.

We lopen naar de rand van de vulkaan en zien van dichtbij de enorme rookontwikkeling uit de krater; fascinerend! We lopen over een netjes aangelegde trail wat verder omhoog om het allemaal nog wat beter te kunnen zien. Van het hoge punt zien we bovendien de vulkaan Momotombo zien liggen. Deze vulkaan ligt bij Leon, onze volgende bestemming. Nadat ons uurtje erop zit klimmen we weer in de taxi en gaan terug naar Granada.

In Granada laten we ons afzetten bij de Iglesia de la Merced waar we gisteren ook al waren. Vanaf 11:00 uur kun je nl. de klokkentoren in om van het uitzicht over Granada te genieten. Het is de ene dollar entree meer dan waard.
Hierna is het weer tijd voor een drink-momentje. De temperatuur bereikt nu al weer een tropische waarde, dus we moeten terugschakelen. Tijdens onze break besluiten we om ‘s-middags naar Las Isletas te gaan. Dit zijn 365 eilandjes (het kunnen er een paar meer of minder zijn) die ontstaan zijn door een eruptie van de vulkaan Mombacha.

We huren weer fietsen en gaan op pad. Wanneer we bij het Lago de Nicaragua zijn aangekomen merken we al snel dat dit in het hoogseizoen een tourist-trap van jewelste is. Om de 100m probeert iemand een boottochtje naar de eilandjes aan ons te slijten. We trappen stoïcijns door totdat we aan het einde van de weg gekomen zijn. Ook hier weer een mannetje met een geplastificeerd vel papier met foto’s van het boottochtje langs de eilanden. We zeggen dat we alleen wat komen drinken en dat helpt want hij laat ons met rust.

Terwijl we aan het water zitten bedenken we dat het veel leuker is om in een kayak tussen de eilandjes door te varen dan in een motorboot. We gaan dus op zoek naar de verhuurder van die dingen. Diana onderhandelt weer stevig over de prijs en even later zitten hebben we een zwemvest aan en zitten we in een rode plastic kayak.

We gaan samen met een gids want we willen hier de (water-)weg niet kwijtraken.
We varen tussen de eilandjes door en krijgen biologieles van onze gids: vis zus, vogel zo, boompje hier, plantje daar, allemaal fantastisch. We varen een uurtje rond en dan is het weer tijd om aan land te gaan. Kayaks weer ingeleverd en gelukkig is alles redelijk droog gebleven (behalve de t-shirts onder het zwemvest). We trappen de fiets weer aan en gaan terug naar Granada.

Woensdag 04 december

Vandaag onze laatste dag in Granada en die begint zwaar bewolkt. We nemen de tijd voor het heerlijke ontbijt van Casa San Francisco en besluiten dat we vandaag de markten van Granada en Massaya gaan bezoeken en misschien is er dan nog tijd voor Laguna de Apoyo over.
De bewolking was van korte duur, want wanneer we naar de Mercado Municipal lopen breekt het wolkendek alweer open. Op de markt kan Diana zich weer helemaal uitleven met het fotograferen van de lokale bevolking. Ze zijn hier gelukkig nog niet verpest dat ze na elke foto de hand ophouden, anders was het een duur ochtendje geworden. Er rijdt rond de markt een karretje rondt met een Maria-beeld dat wordt begeleidt door een huisorkestje.

Wanneer een marktkoopman een donatie doet, wordt het Maria-beeld recht voor de marktstal opgesteld en speelt het dweilorkest een paar minuutjes een hoem-pa-pa-nummer. Grappig om te zien hoe alle stalletjes een beurt willen krijgen; het zal wel geluk brengen. We hebben helaas geen tijd om hier een diepgaand onderzoek naar te doen want we willen de bus naar Massaya nemen.

Om in Masaya te komen nemen we de zgn. UCA-bus. Dit zijn, in tegenstelling tot de chickenbus, kleinere, comfortabelere bussen die ook minder vaak stoppen. Het is een gelijk een goede oefening voor morgen, want ook dan zullen we met de UCA-bus naar Managua gaan.
De rit gaat in dezelfde richting als gisteren naar de vulkaan, dus we weten ongeveer waar de bus zou moeten stoppen. Tot onze verbazing maakt de bus geen stop bij het busstation van Massaya (wat we wel verwacht hadden), maar maakt het, op verzoek, alleen een stop aan de grote weg . Wanneer we aan mede-reizigers vragen wanneer we eruit moeten voor de markt in Massaya blijken we al te ver te zijn. We gaan er bij de volgende stop alsnog uit en nemen een taxi naar de markt. Dat ging nog net goed.

De markt in Massaya is gelijktijdig het busstation voor de chickenbussen. Je kunt je voorstellen dat dit een grote chaos is. Voor ons wel weer handig want we vragen even waar de bus naar Laguna de Apoyo vertrekt en we kunnen vervolgens gelijk het marktwezen van Massaya onderzoeken; lekker efficient. De markt is veel ‘armoediger’ dan in Granada. De koopwaar staat onder eenvoudige stalletjes uitgestald op de grote zandvlakte waar bussen af- en aanrijden. Stof en uitlaatgassen doen toch wat afbreuk aan het effect van al die verse produkten.
Onze chickenbus naar Lago Apoyo vertrekt om 10:40 uur en we stappen tijd in om eens een goede zittplaats voorin te hebben. Deze bus brengt ons helemaal naar de waterrand van het kratermeer, waar de meeste bussen niet verder gaan de kraterrand. De rit duurt bijna een uur, maar dat komt vooral omdat de chauffeur elke 50m een bushalte ziet. Wanneer we uitstappen vragen we de chauffeur wanneer er weer een bus terug gaat en dat blijkt pas om 16:40 uur te zijn. Daar moeten we dus nog wat op verzinnen, want zo lang willen we niet blijven.

Bij het water aangekomen valt het op hoe weinig faciliteiten er zijn. Slechts een paar restaurant-achtige gebouwtjes en verder niets. Geen strandstoelen, boten of andere watersport-produkten; dat moet hier nog ontdekt worden.

We gaan bij een restaurant met uitzicht over het kratermeer zitten en bestellen er wat te eten. De chickenwings met rijst en gebakken banaan smaken heerlijk en nadat we een boertje hebben gelaten besluiten we toch maar om terug naar Granada te gaan en omdat hier geen taxi’s komen is lopen de enige optie.

Het is maar zo’n 2km naar de kraterrand, maar het is wel een hele steile weg omhoog. Als snel zijn we erachter dat dit geen goede keuze was, maar we lopen door. Elke auto die langskomt proberen we aan te houden, maar pas na 40 minuten hebben we geluk en stopt er een taxi die ons het laatste stukje naar boven rijdt.

Aan de kraterrand kijken we nog even naar het meer en misschien is het vanaf hier nog wel mooier dan beneden. We zien zelfs Granada en Las Isletas liggen vanaf dit hoge punt.
Terug aan de grote weg houden we een bus aan en luttele minuten later staan we weer bij het Parque Central in Granada. We lopen naar het Garden Cafe en bestellen een smoothie om onze dorst te lessen, daarna door naar ons hotel waar we de rest van de middag aan het mini-zwembad gaan liggen; heerlijk!

Donderdag 05 december

Na het vurrukkulukke ontbijt in ons hotel lopen we even naar het postkantoor om een paar kaartjes op de bus te doen. Volgens de vrouw bij het postkantoor zouden ze er met 2 a 3 weken moeten zijn. Resultaten uit het verleden hebben wel duidelijk gemaakt dat ze ook wel eens niet aankomen, dus afwachten maar.

Nadat we bij het hotel met de creditcard gezwaaid hebben lopen we naar het UCA-busstation, maar zover zullen we niet komen want een tegemoet rijdende UCA-bus begint al te toeteren als we worden gespot. We springen in de bus, proppen onze rugzakken naast de stoel en zijn op weg naar Managua. Dit ritje duurt nog geen anderhalf uur en wanneer we op het busstation in Managua aankomen staat er een bus naar Leon op het punt van vertrekken. We proppen de rugzakken dit keer onder de achterbank en gaan de bus in. Dat was een mooie snelle buswissel.

Anderhalf uur later zijn we in Leon op het busstation, waar we buskaartjes kopen naar Chinandega. Hier hebben we even tijd voor een sanitaire stop, maar dan is het alweer inladen en gaan. Dit keer staan de grote rugzakken op onze benen en hebben we de kleine rugzakken onder de oksel. Iets minder comfortabel allemaal, maar het ritje duurt maar drie kwartier.
In Chinandega nemen we een taxi naar het hotel en de hele verplaatsing heeft nog geen 4 uur in beslag genomen; niet gek!

‘s-Middags verkennen we Chinandega. Het is een druk stadje dat maar op 30km van de grens met Honduras ligt. We lopen over de markt, bewonderen de mooie kerken en nemen een hapje en een drankje. We zijn echter niet voor Chinandega deze kant op gekomen. Morgen wordt in de oude inheemse hoofdstad Tezoatega (tegenwoordig La Vieja) het zilver gepoetst ter ere van Maria’s onbevlekte ontvangenis, en daar moeten we al vroeg opdraven.

Omdat we horen dat er ook vandaag al van alles te doen is in La Vieja, nemen we een taxi er naartoe. Wanneer we naar de kathedraal lopen zien we een enorme bedrijvigheid; er worden honderden plastic stoeltjes neergezet, een podium wordt opgebouwd en de verlichting wordt in orde gebracht. Er is vanavond een soort zang- en dansavond als onderdeel van de feestweek die gaande is. Helaas begint dit pas om 20:00 uur, dus wij gaan weer terug naar Chinandega omdat we nog moeten eten.
We kiezen een soort gaarkeuken-achtig etablissement uit en kiezen onze warme hap uit de bakken die uitgestald staan. De borden gaan vervolgens nog even in de magnetron en wonder-boven-wonder smaakt het maaltje heerlijk. Met dank aan grootmoeders in de keuken.

Vrijdag 06 december

Vandaag was het een mooie dag om naar de kerk te gaan, dus na het ontbijt in de taxi naar de Iglesia van El Viejo. Vandaag was een belangrijke dag voor de gelovigen, want er werd een dienst  ter ere van La Purisma gehouden.

Toen we bij de kerk aankwamen zagen we dat er een enorme rij mensen staan van de traptreden buiten de kerk, tot aan het altaar; allemaal in afwachting van hun hostie en/of de zegen van de priester.
We lopen wat in en om de kerk, maar hebben al snel in de gaten dat dit nog wel even gaat duren. Tot overmaat van ramp is de batterij van Diana’s camera leeg aan het raken.
We besluiten terug te gaan naar het hotel want 11:00 uur is de check-uit tijd van het hotel en dan zal het hier nog niet afgelopen zijn. We gaan met een stampvolle chickenbus terug naar Chinandega. Bij het hotel gaat er een andere batterij in de camera en gooien we onze bagage bij het hotel in bewaring. Nog even snel een cappuccino bij de buurman en dan weer terug naar El Viejo.

Inmiddels is de mis in de overvolle kerk gestart en het gezang van de gemeente wordt ondersteund door een orkest dat lijkt op dweilorkest Kleintje Pils dat altijd bij de schaatswedstrijden in Heerenveen te horen is; best gezellig!
Steeds wanneer er weer een lied wordt ingezet in de kerk worden buiten eigengemaakte vuurpijlen afgestoken. Dat gebeurt hier niet lullig uit een fles, maar uit de blote hand. Misschien een aanrader voor de komende nieuwjaarsviering. Je moet de pijl bij het kruitdeel beetnemen en op het juiste moment lostlaten…….

Het lukt ons op een gegeven moment zelfs om backstage te gaan en dat zonder persaccreditatie. Zo kunnen we een deel van de preek van heel dichtbij volgen. Daar zien we overigens van heel dichtbij de oplossing voor de hele zwarte pieten discussie in Nederland: een zwarte sinterklaas!
Als dan eindelijk de wat langdradig preek ten einde is, worden er buiten de kerk een paar rituelen in gang gezet.

Ten eerste wordt al het koper- en zilverwerk dat een jaar ongepoetst is gebleven naar buiten gebracht en worden er kleine poetslapjes uitgedeeld. Iedereen kan een stukje van dit heilige zilver poetsen. Op deze manier spaart de kerk mooi wat schoonmaakkosten uit. Het valt wel op dat vooral kleine kinderen met de lapjes aan de gang gaan en dat riekt dan weer naar kinderarbeid. De gebruikte poetsdoekjes worden de gelovigen als ware relikwieën behandeld en verdwijnen snel in de tas.

Het tweede ritueel lijkt op een soort massale doop-actie, waarbij de gelovigen wel hun eigen water mee moeten nemen. De priesters (of andersoortige geestelijken) lopen met een metalen kroontje in de hand langs de menigte, dopen het kroontje in de emmer water die de gelovige heeft meegenomen en tikt dan even met het natte kroontje op het hoofd. Gezien het grote aantal mensen met een emmertje (of fles) water, wordt er veel waarde gehecht aan deze doop.

De menigte rondom de kerk is inmiddels enorm geworden en voor is dit het moment om naar Leon te gaan. Eerst de tassen opgehaald bij ons hotel in Chinandega en dan met zo’n saunabus naar Leon.

In Leon checken we in bij ons hotel en de kamer daar is niet mis; behalve een slaapkamer en badkamer hebben we een keuken annex TV-kamer, een veranda met een hangmat en vanaf deze veranda is het slechts een paar meter naar het ruime zwembad. Hier kunnen we het wel even volhouden.
Om het schuldgevoel af te kopen, gaan we morgen weer een vulkaan beklimmen, dat dan weer wel.

Zaterdag 07 december

Vanochtend om 08:00 uur werden we opgehaald door Ronaldo, de gids van Tierra Tours die ons mee zou nemen naar de vulkaan Cerro Negro. We gingen eerst nog even langs het kantoortje van Tierra Tours om de trip te betalen en een vrouw uit Litouwen op te halen die deze tour ook had geboekt.

We gingen eerst nog langs de markt voor wat fruit en water en dan ruim een uur hobbelen over een stoffige weg, naar de zwarte vulkaan.
Bij de vulkaan aangekomen krijgen we onze uitrusting uitgedeeld, een rugzak met knie- en elleboogbeschermers, handschoenen, beschermende bril, een XXL-overall en natuurlijk het belangrijkste onderdeel van de uitrusting: een oversized plank laminaat. Op dat laatste ding zouden we weer naar beneden gaan!

Maar eerst anderhalf uur door los lava-gesteente omhoog ploeteren; gelukkig maakten de uitzichten alles goed. Hoe hoger we kwamen, hoe meer het landschap maan-achtige trekjes ging vertonen. Verschillende kleuren bruin-rood gesteente afgewisseld met stroken witte as en hier en daar een pluimpje rook als waarschuwing dat de vulkaan nog leefde.

Helemaal boven hebben we nog even de krater ingekeken en konden we voelen dat de ‘grond’ hier heet aanvoelt; hier ga je het niet lang uithouden op je blote voeten!
Na wat plaatjes te hebben geschoten gingen we op weg naar de zijde van de vulkaan waar wij per laminaat-plank zouden gaan afdalen. Eerst even de ‘piste’ verkennen en het traject visualiseren dan onze uitrusting aan.

Geen fraai gezicht, maar zonder deze uitrusting zou het fijne lava-grind je aardig kunnen opschuren.
Volgens Ronaldo is de hellingshoek zo’n 40 graden en volgens ons is dat vergelijkbaar met een donkerrode piste. Groot verschil met skiën is dat je deze helling in een rechte streep afdaalt, terwijl je bij skiën af en toe een bochtje zou maken. Remmen konden we door onze hakken in het lava-grind te plaatsen, maar dan weer niet te diep want dan wordt je gelanceerd.
We gaan naar de startplek van deze dodenrit en één voor één beginnen we aan de afdaling van 726m. De beschermende kleding is niet voor niets want af en toe sprint er wat fijn grind op tegen het gezicht in de oren.

De hakjes blijven het grootste deel van de afdaling in het grind, zodat we alledrie heel gecontroleerd beneden komen. Dat was gaaf om te doen en met de kennis van de piste die we nu hebben opgedaan, denken we dat we het een volgende keer zeker sneller  gaan.
We ontdoen ons van de uitrusting en kloppen de zwarte stof uit onze kleding en de steentjes uit ons haar. We eten een paar bananen en spoelen het laatste restje stof uit de mond met een flesje water.
Dan gaan we weer terug naar Leon, een fantastische ervaring rijker.

‘s-Middags houden we een soort siesta; beetje lezen en af en toe het zwembad in. In de avond begint vanaf 18:00 uur de festiviteiten voor La Griteria en dat willen we natuurlijk niet missen.

We zijn al vroeg bij de kathedraal en er is al een enorme drukte. Veel kraampjes waar eten wordt bereid en mensen die zenuwachtig in de rondte lopen. De kathedraal is veelkleurig verlicht en er staan een aantal metershoge poppen voor de trappen. Er lopen straatventers rond met het meest kleurrijke, cadmium-houdende, speelgoed dat je maar kan bedenken.

Om 18:00 uur wordt dan de klok geluid en worden er massaal vuurwerkpijlen afgestoken en dit keer geen knallers zoals in Chinandega, maar prachtig siervuurwerk. De poppen voor de treden van de kathedraal doen een soort dansje en de menigte is uitgelaten. Even verderop lopen mannen rond met een soort keukentafel boven het hoofd waarop vuurwerk is gebonden. Ze lopen als gekken heen weer waarbij het vuurwerk de menigte in wordt geschoten; beetje gevaarlijk, dus daar zijn we uit de buurt gebleven.

Na een uurtje gaat ‘de storm’ wat liggen en voor ons is dat een mooi moment om even wat te eten. We gaan naar bar/restaurant Bar Baro (leuk bedacht) en bestellen een hap. Ondertussen wordt op een tweetal tv-schermen de wedstrijd Ajax-NAC uitgezonden door ESPN2. Wat een dag!

Wanneer we na het eten naar ons hotel lopen, komen we nog een tafereel tegen dat bij deze feestavond hoort. Bij diverse huizen zijn zelfgemaakte altaartjes bij de voordeur gezet. De feestende mensen lopen langs deze huizen en schreeuwen “Quien causa tante alegria?” waarop wordt geantwoord “La concepsion de Maria”. Vrij vertaald: “Wie brengt er zoveel vreugde” met het antwoord “De conceptie van Maria”. Vervolgens krijgen de feestgangers wat snoep. Het lijkt dus wel wat op St. Maarten, maar dan wordt er iets meer werk van gemaakt. We blijven nog een paar keer staan om zo’n tafereel te aanschouwen en het is vooral grappig dat ook volwassenen met zo’n zak snoep rondlopen.
Vanaf onze veranda horen we de muziek spelen en wat verdwaalde vuurpijlen knallen; het was nog lang onrustig in Leon.

Zondag 08 december

Omdat we vanwege de festiviteiten nog niet de gelegenheid  hadden gehad om Leon te verkennen, gingen we vanochtend maar eens op pad. Net als de zondag op Ometepe was het ook hier behoorlijk uitgestorven op zondag. Bij een paar marktstalletjes werd nog geprobeerd wat te verkopen, maar de meeste van de inwoners van Leon leken in de kerk te zitten. Op onze tocht door Leon kwamen we minstens lang 5 kerken en die waren goed bezet (zoals je mag verwachten van vrome gemeenschap katholieken).

In vergelijking met Granada staat de stad wat minder strak in de lak, maar voelt het wel authentieker, minder toeristisch aan. De straten doen vrolijk aan door de vele geschilderde gevels en ook het grote aantal kerken geeft de stad sfeer.

Tegen elfen hadden we een groot deel van stad gezien en was het tijd voor goede (en dus dure) cappuccino en deze was z’n geld waard. Onder het genot van dit bakkie vroegen we ons af of het wel slim was om nog een dag in Leon te blijven, nog een dag bij het luxe hotel met veranda, schommelstoelen en zwembad of was het tijd om weer eens  ineen bus vol met zwetende mensen plaats te nemen. Dat was natuurlijk geen moeilijke keuze. We zouden vandaag nog verder gaan naar Esteli.
Na de cappuccino gingen we terug naar het hotel om onze spullen te pakken. Nog even op de schommelstoelen onder de veranda de mail checken en dan op weg naar het busstation.

De bus zou om 12:40 uur vertrekken, maar toen we om 12:20 uur op het busstation aankwamen was de bus al overvol en stond op het punt van vertrekken. We stapten uit de taxi en toen de chauffeur in de gaten kreeg dat we naar Esteli wilden, werden onze rugzakken al uit de taxi gerukt en boven op de bus gegooid; veel keus hadden we dus eigenlijk niet.

We wurmden ons de bus in en toen we nog maar net halverwege het gangpad, klem ingesloten stonden tussen andere reizigers begon de bus al te rijden. We hoefden niet bang te zijn dat we tijdens de rit zouden vallen, want we konden geen kant op. Maar ach, wat is nou tweeënhalf uur als het zo gezellig is. Er zat weer van alles in de bus, van krijsende baby’s, tot krasse knarren. We hadden zelfs het geluk dat er films afgespeeld werden in deze chickenbus; hoeveel luxe heeft een mens nodig?

Rond 15:00 uur arriveerden we zonder kleurscheuren in Esteli en dat mag met de rijstijl van de buschauffeur best een wonder heten. We laten ons door een taxi bij het b&b van Esther afzetten, maar er blijkt niemand thuis. We hadden ook niet afgesproken vandaag al te arriveren, maar we hoopten dat ze er zou zijn. We hebben nog een uurtje bij haar b&b rondgehangen, maar besloten toen maar naar down-town Esteli te gaan; op zoek naar een kamer en in de buurt van wifi, hopend op een mailtje van Esther. We komen bij hospedaje Luna terecht en gaan zitten bij het tegenover gelegen cafe Luz. Daar is wifi beschikbaar, dus de laptop op tafel, drankje en een hapje erbij en de mail in de gaten houden.

Uiteindelijk lukt het ons om 18:00 uur haar telefonisch te bereiken. Ze was vandaag naar Jalapa geweest in het noorden van Nicaragua en had net weer bereik met haar telefoon. Het was nog wel anderhalf uur rijden naar Esteli, dus we spreken af om rond 20:00 uur bij haar b&b te zijn.
We bestellen de warme hap bij Luz en gaan tegen 19:30 uur op zoek naar een taxi. Wanneer we uit de taxi stappen komt Drentse Esther ons al tegemoet. We gooien onze bagage op de gezellige slaapkamer en drinken met Esther een baco aan de tuintafel. We kletsen over reizen, Nederland en Nicaragua en wanneer onze glazen leeg zijn gaan we naar bed, want morgen nemen we een vroege bus naar Somoto.

Panama-Costa Rica-Nicaragua 1

 Zondag 24 november

Om 16:20 uur reed de ‘Silberpfeil’ de oprit op. Dat was mooi op tijd om de trein van 17:13 uur te kunnen halen.
Er was zelfs een stewardess in de bolide meegekomen, maar veel tijd om een maaltijd te serveren was er niet want 5 minuten later stonden we al op het Stationsplein.
De trein was zowaar op tijd en na een voorspoedige rit stonden we om 18:22 op Schiphol en keken we al uit naar de shuttle die ons naar het hotel moest brengen. Ook dit verliep volgens plan en om 19:00 waren we ingecheckt bij het Park Inn hotel.
Nog even wat eten en dan precies op tijd terug op de kamer om ‘3 Op Reis’ te kijken; tja, het is een soort verslaving.

Maandag 25 november

Na een kort nachtje stonden we om 06:30 uur al weer op straat op onze shuttle te wachten en om 06:45 uur liepen we alweer op Schiphol. Snel even inchecken (wat is het heerlijk rustig op dit tijdstip) en dan door de douane en nog even snel een ontbijtje.

Schiphol is al volledig in kerstsfeer; er staat een mega-kerstboom bij de ingang, het foldertje met tax-free spullen spreekt van christmas gifts en op de reclameborden wenst Schiphol ons een ‘magic christmas’. Het lijkt nog wat vroeg want Sint en gecensureerde Piet moeten nog het heerlijk avondje gaan beleven.

De security-check begint al anderhalf uur voor het boarden en dat niet voor niks; eerst een intiem gesprek met een beveiliginsbeambte, vervolgens half uitkleden voor de scan van je spullen en dan helemaal gratis een total-body-scan. Zo’n scan kost je normaal minstens 800 euro! Helaas was er geen mogelijkheid om de dokter te spreken, dus we weten nog niet hoe we er medisch voorstaan.

Het boarden verliep soepeltjes en om 09:25 uur gingen de wieltjes de lucht in. De stewies lieten er geen gras over groeien en om 10:00 uur zaten we al aan de warme maaltijd; jammie. Wat filmpjes, een paar boekjes en wat muziek later, kiest de piloot een fraaie route langs de skyline van New York om aan te vliegen op Newark Airport. Om 11:15 uur stuiteren de wieltjes op de landingsbaan ten westen van New York.

Hoewel onze bagage was door-gelabeld naar Panama moesten we onze tassen toch van de band halen. Dan door de douane, waar al je vingers werden gescand een foto gemaakt; veiligheid voor alles! Daarna konden we weer naar de gate.
Hier moesten ons dus een uurtje of 4 zien te vermaken! We hebben nog overwogen om ‘de stad’ in te gaan, maar daar nemen we in april wel iets meer tijd voor.
Gelukkig is er wel wifi op de luchthaven, want anders was het nog een hele opgave geweest om je hier te vermaken; Newark is niet de meest enerverende luchthaven!

Om 16:30 uur begint het boarden voor onze vlucht naar Panama. De vlucht vertrekt op tijd en afgezien van wat turbulentie was er weinig bijzonders aan. In Panama worden weer onze vingerafdrukken genomen en ook hier gaan we op de foto. Nadat we onze bagage van de band hebben gehaald gaan we op zoek naar een taxi. Een nette Santa Fé rijdt ons niet veel later naar ons hotel. Dat is wel wat anders dan het barrel dat ons vorig jaar naar Tana reed. Om 23:00 uur zijn we bij ons hotel en duiken we snel ons bed in, want ons lichaam is in de veronderstelling dat het al 05:00 uur is.

Dinsdag 26 november

Door de jetlag waren we al heel vroeg wakker, maar we hebben het weten te rekken tot 06:30 uur. Na een heerlijke douche en dito ontbijt gingen we op pad. Het weer was goed, maar er was regen voorspeld dus moesten we het er maar van nemen zolang het droog was. Ook op dit vroege tijdstip ligt de temperatuur al ver boven de twintig graden; tel daarbij de hoge luchtvochtigheid en dan weet je wel hoe onze shirts er na een uurtje lopen uitzagen.

We hebben eerst de skyline van Panama City bewonderd. Het is geen New York, maar er staan verrassend veel wolkenkrabbers in deze stad. Langs het water lopen we naar Casco Viejo, de oude koloniale wijk. ‘Oud’ is hier het juiste woord, want het grootste deel van deze wijk is een bouwval. De restauratieplannen zijn echter grootst en de huizen die in originele staat zijn terug gebracht laten goed zien hoe het er hier destijds uitzag.
Rond een uur of 10 duiken we in Casco Viejo een koffiebar in. We zijn al helemaal mud van het lopen in de klamme warmte. Tel daarbij onze jetlag en je begrijpt dat we een paar stevige bakken koffie nodig hadden.

Na een uurtje in de koffiebar gaan we op weg naar het busstation. We moeten nog even uitvinden hoe we morgen naar David komen en bovendien staat ‘s-middags het Panama kanaal op het programma. We lopen via de Avenida Central richting de Plaza de Mayo; daar moeten we ergens linksaf. Wanneer we echter een honderdtal meters naar links zijn gelopen worden we door een tweetal ‘dames’ gewaarschuwd dat we hier beter niet verder kunnen lopen. We nemen dit advies ter harte en draaien om. Even later komt er een man naar ons toe die in z’n beste engels zegt dat we vooral in een taxi moeten kruipen; ‘this is a dangerous area for foreigners’. We willen niet eigenwijs zijn en houden de eerste de beste taxi aan en laten ons naar het busstation rijden; we waren blijkbaar toch een beetje afgedwaald!
Als we het juiste loket hebben gevonden blijkt dat we nu nog geen kaarten kunnen kopen. De bus gaat morgen om 09:00 uur en als we er om 08:00 uur zijn, kunnen we nog wel kaarten kopen. Oké, als zij het zegt!

Dan gaan we op zoek naar de bus die ons naar de Miraflors sluizen kan brengen. Daar aangekomen blijkt het zo’n oude Amerikaanse schoolbus te zijn die ze een beetje gepimpt hebben. Helemaal vol gepropt en met veel kabaal gaan we op weg.

Bij de vierde halte konden we er alweer uit. We rekenen $0,40 per persoon af en lopen richting het kanaal. Vanaf een afstand zie je het 4 etages hoge ‘Visitors centre’ al. We kopen een kaartje en gaan snel met de lift naar boven want er ligt net een mega bulk-carrier in de sluizen.

Deze Miraflores-sluizen werken feitelijk hetzelfde als het sluisje in het Apeldoorns kanaal; ze zijn alleen wat groter. Deze middag komen de schepen vanuit de richting van de Caribische zee en gaan naar de Pacifische oceaan. Dat betekent dus dat de schepen moeten ‘zakken’ en dat is goed te zien vanaf het platform op de 4e etage.
Omdat de mega-schepen nog meer mega worden zijn ze druk bezig het Panama kanaal geschikt te maken voor de nieuwe generatie schepen. De huidige sluizen zijn 32,5m breed en 305m lang, de nieuwe worden 55m breed en 427m lang.

Na zo’n twee uur dit spekatakel aanschouwd te hebben gaan we weer terug naar Panama City. Wederom met een oude schoolbus en dit keer komen we zelfs in het begin van de avondspits terecht. Hier geldt dan het recht van de grootste en de hardste toeter.
Rond half vijf staan we dan toch weer op het busstation en niet veel later zitten we in een taxi die ons naar het hotel brengt. Daar gaan we even aan de bar zitten voor een versnapering, want die hebben we wel verdiend.

Eten doen we ‘s-avonds bij Restorante Manolo waar veel locals zitten en dat is altijd een goed teken. Hoewel de tent zelf wel een schoonmaakbeurt kan gebruiken is het eten er erg goed.
Om 20:00 uur begint de jetlag toch weer z’n tol te eisen (bij jullie is het 02:00 uur) en niet veel later liggen we in bed. Morgen vroeg op om op tijd te zijn voor de bus.

Woensdag 27 november

Nog voor de wekker ging om 06:30 uur waren we alweer wakker. Na wederom een smakelijk ontbijt in het hotel gingen we met de taxi naar het busstation. We stonden al om 07:45 uur bij het loket en konden dus nog met de bus van 08:00 uur mee.

We hadden duidelijk geen businessclass-stoelen gekregen, maar omdat er naast ons niemand zat, hadden we ruimte genoeg. De bus was sowieso wat afgetrapt; de ramen waren op sommige plekken afgeplakt met kranten omdat de gordijntjes kapot waren en er werd gelukkig weinig gebruik gemaakt van de wc, want die stonk al genoeg zonder plassers.

We kwamen weer langs de Miraflores sluizen, waarna het via een grote brug over het Panama kanaal noordwaarts ging. Onder ons zagen we de enorme schepen richting de Caribische zee varen.
De rit ging verder via de ‘Interamericana‘, een snelweg die van Canada naar Zuid-Amerika loopt, maar je moet je hier niet teveel bij voorstellen want het grootste deel was tweebaans.
De omgeving is groen en heuvelachtig maar niet zodanig dat een foto-stop noodzakelijk is.
Tot twee keer toe kregen we een politie-controle in de bus en dat was niet voor de show; een Panamees die geen identiteitsbewijs bij zich had werd uit de bus gezet. Er werd ook een drugshond de bagageruimte ingestuurd, maar gelukkig hadden we onze wiet al op.
Net na twaalven zijn we even gestopt voor een korte lunchbreak en om 16:00 uur stopten we bij het busstation in David. Onze eerste etappe van de Tour de Midden-Amerika zat erop.

Nu we toch op het busstation waren, wilden we alvast tickets kopen voor de rit van morgen, maar helaas wilde ze ons briefje van honderd dollar niet aannemen. Morgen om 07:30 uur moeten we maar terugkomen.

David is de tweede stad van Panama, maar het lijkt meer op een oversized cowboydorp; geen hoogbouw, stoffige straten en veel kabaal. Ons onderkomen in David is een hostel en dat betekent dat je gebruik kunt maken van een gezamenlijke keuken voor je maaltijden. Je spullen leg je in de gezamenlijke koelkast en de verhalen wissel je uit op de gezamenlijke patio; niet helemaal ons ding.

De douche is zoals we die hier nog vaak zullen tegenkomen: met elektriciteitscentrale op de douchekop om het water te verwarmen. Als je ooit een keer geëlektrocuteerd wilt worden moet je het onder zo’n douche proberen.

Donderdag 28 november

Vanochtend werden we gewekt door een enorme hoosbui; de regendruppels ratelden op het metalen dak van onze kamer. Dat was voor ons het teken om op te staan, nog steeds iets te vroeg, maar we komen steeds beter in het ritme.

Tussen twee buien door lopen we naar de lokale bakker waar we een paar warme broodjes en een bak thee nuttigen. Dan door naar het busstation om onze kaartje te kopen voor de volgende etappe. Er valt nog steeds een bui zo af en toe, maar het lijkt al wat lichter te worden.
Het viel ons in Panama City al op dat er zoveel loten-verkopers rondlopen, maar hier in David is het niet anders; zelfs op dit vroeg uur zijn ze al weer op het busstation te vinden en de loten vinden gretig aftrek.

Om 08:30 uur vertrekt de bus en de klok in de bus herinnert ons eraan dat we ons horloge weer een uurtje terug moeten zetten. Het verschil met Nederland wordt daarmee maar liefst 7 uur.
Na een uur bereiken we de grens met Costa Rica. We gaan de bus uit, halen onze rugzakken uit de bagageruimte en verzamelen in een ruimte waar de inhoud van de bagage wordt gecontroleerd. Dit gaat zeeeeeeer oppervlakkig en is dus vooral voor de show. We gooien de bagage weer terug in de bus en  gaan in de rij staan om ons paspoort te laten stempelen door de Panamese douane.

Vervolgens moeten we 200m doorlopen naar Costa Rica om daar in de rij te gaan staan om ons paspoort door de douane van Costa Rica te laten stempelen. Inmiddels is de bus ook richting Costa Rica komen rijden. We halen onze bagage weer uit de bus om vervolgens in een soort free-fight kooi te gaan staan waar de rugzakken weer gecontroleerd zullen worden. Helaas was het net koffiepauze voor de dames van de douane en konden we half uurtje wachten tot ze hun bakkie leut op hadden.
Na 1 uur 3 kwartier stappen we uiteindelijk weer in de bus om onze rit te vervolgen.

We zijn echter nog geen half uur onderweg, of we worden alweer aan de kant gezet door de politie. Paspoort weer uit de tas en pas nadat iedereen gecontroleerd is gaan we weer verder. Weer een half uur verder herhaalt dit tafereel zich. Als dit zo doorgaat gaan we vandaag San Jose niet meer halen.
Om 11:50 uur passeren we de afslag naar Sierpe waar we op de terugweg de bus naar Panama zullen nemen. Goed om te weten hoe lang de rit terug naar David ongeveer duurt.

Een half uurtje later stoppen we voor de lunch en als iedereen z’n buikje vol heeft gaan we weer verder. We kunnen aan de borden langs de weg zien dat we aan zee zitten: Playa Tortuga, Playa Ballena en nog veel meer zien we voorbij schieten. Het duurt echter wel tot 15:00 uur voordat we echt de zee zien. Ziet er goed uit, maar dat moet nog 3 weken wachten.
Om 16:30 uur rijden we San Jose binnen. Bij het busstation van Tracopa nemen we een taxi naar het busstation van Ticabus en kopen onze tickets voor de derde en laatste etappe van onze Tour de Midden-Amerika.

Vrijdag 29 november

Deze keer werden we niet gewekt door het gekletter van de regen, maar door een toeterende trein; hoe origineel. Is op zich ook niet zo gek als je hotel bijna op de rails staat.
Omdat we wederom in een hostel sliepen was er geen ontbijt inbegrepen, maar kon je het in het gezamenlijke keukentje wel maken. Daar hadden we ‘helaas’ geen tijd voor, want we moesten naar Ticabus voor de laatste etappe van onze driedaagse.

Bij Ticabus  is het net even iets beter georganiseerd dan bij de andere busorganisaties. De bagage wordt ingecheckt, er is een wachtruimte en zelfs een cafetaria om wat te eten en te drinken. Het toilet is echter van het standaard nivo in Midden Amerika: meer troep naast de pot dan erin. Tot onze schrik kwamen we bovendien tot de ontdekking dat we op stoel 53 en 54 zitten, helemaal achterin naast de toilet. Dat zou genieten worden, de broek kon los!

Klokslag 07:30 uur vertrokken we voor onze rit naar Rivas in Nicaragua. Het was zonnig en de omgeving bergachtig, veel aantrekkelijker dan de voorgaande dagen. In de bus werd de Spaanstalige versie van Toy Story 2 afgespeeld, gevolgd door Terminator; wat wilden we nog meer!

Om 12:30 uur arriveerden we weer bij een grensovergang, dit keer om naar Nicaragua te gaan. Eerst natuurlijk een stempeltje halen bij de douane van Costa Rica en vervolgens naar het Nicaraguaanse deel. Iemand van Ticabus kwam alle paspoorten en entry-fee ophalen dus daar hoefden we zelf niet in de rij te staan. Wel moest alle bagage weer uit de bus gehaald worden. Dit keer stond er een lange houten tafel waar alles op gelegd moest worden om vervolgens besnuffeld te kunnen worden door een vrouwke van de Nicaraguaanse douane.

Na anderhalf uur konden we de bus weer in begonnen we aan ons laatste half uur van de bus-driedaagse. Al snel zagen we de vulkanen van Isla de Ometepe aan de rechterkant opdoemen. We konden niet wachten!
In Rivas namen we een veel te dure taxi en gingen daarmee naar San Jorge waar we op de ferry naar Ometepe zouden stappen.

We waren nog mooi op tijd om de Che Guevara van 16:00 uur te kunnen halen. Er stond een behoorlijke wind dus de overtocht was niet helemaal zonder horten of stoten, maar toen de zon aan de Nicaraguaanse horizon wegzonk vaarden wij het haventje van Moyogalpa binnen. Met een tuctuc lieten wij ons bij het hotel afzetten. De kamer is groot en dit keer geen elektrocutiedouche.

Zaterdag 30 november

Dat is ook wel eens lekker om niet in alle vroegte naar een busstation te hoeven. Voor vandaag hadden we niet eens een programma!
Om 07:30 uur een lekker ontbijtje en daar bedachten we dat we vandaag maar eens met de scooter over het eiland gaan crossen. Helaas was de vaste scooter-leverancier van ons hotel uitverkocht, maar in het dorpje is zat te krijgen.

In tegenstelling tot de enorme steden waar we hiervoor waren, is Moyogalpa niet veel meer dan één drukke straat en een haventje. Het is er allemaal erg gemoedelijk en op zaterdag lijkt iedereen nóg een tandje relaxter dan normaal. De winkels gaan net open den de kapsalon is al met z’n eerste klanten bezig. Waar wassen-watergolven bij ons een beetje uit is, begint de jeugd er hier juist mee.

Wanneer we een leuk scootertje uitgezocht hebben, wil deze niet starten: accu leeg. Bij de volgende twee shops zijn de scooters dusdanig afgetrapt dat Diana daar niet achterop gaat zitten. Bij de vierde zaak is het raak; een leuk scootertje tegen een redelijke prijs. Wij naar binnen om de papieren in te vullen, vraagt de eigenaar ineens naar een rijbewijs. Blijkt dat je sinds een jaar ook voor de scooter een rijbewijs nodig hebt.
Dan besluiten we maar op de fiets te gaan, want hoe moeilijk kan het zijn.

We willen eerst naar Charco Verde, dit is een soort schiereilandje dat aan Ometepe vast zit. Er zouden mooie stranden moeten zijn dus dat is altijd lekker als je op vakantie bent. De fietsen zijn niet van de laatste techniek voorzien. Wanneer je naar een kleine versnelling schakelt moet je de schakelaar met de duim tegen houden want anders springt deze automatisch naar een grotere versnelling. De remmen doen het aardig op het vlakke terrein, maar downhill is het een heel ander verhaal. De rupsbanden zijn zo breed dat de wrijving zo enorm is, dat je zelfs bergafwaarts tot stilstand komt; is wel weer handig met de slechte remmen! Tel daarbij nog de temperatuur van 32 graden en het feit dat we wind tegen hadden en dan is de 12,5km naar Charco Verde in een uur niet eens slecht.

Bij Charco Verde gaan we eerst wat drinken, want aan onze t-shirts is te zien dat het nodige vocht ons lichaam heeft verlaten. Na ook nog wat gegeten te hebben, gaan we even aan het strand zitten. Helaas minder mooi dan we ons voorgesteld hadden (we dachten nog aan Ile Ste Marie bij Madagascar), maar toch altijd even lekker. Daarna gaan we de trail lopen over het schiereilandje. Het ‘pad is een beetje ‘aangelegd’, maar de natuur en het meertje zijn mooi. Ook Playa Baleon, aan de andere kant van het schiereiland is een heerlijke plek om een middagje te zonnen; helaas hebben we daar geen tijd voor.

Nadat we onze ronde hebben gedaan stappen we weer op onze stalen ros en gaan we op weg naar Playa Santa Domingo aan de andere kant van het eiland. Slechts zo’n 12km van Charco Verde. Het zou wel doortrappen worden want ze hadden ons gewaarschuwd voor de colletjes op de eerste 6km. Een half uurtje later wisten wat ze bedoelden. Na de zoveelste beklimming van de buitencategorie konden we onze barrels wel in de berm gooien. Op het laatst werd het zo steil dat we van onze fiets afstapten en zijn gaan lopen; dat ging een stuk sneller.
Na de eerste 6 loodzware kilometers werd het wel beter; er kwamen een paar afdalingen waarbij het zo hard ging dat zelfs onze banden niet bleven plakken.

Rond 14:00 uur waren we eindelijk in Playa Santa Domingo en gingen we op een terras aan het strand zitten. We moesten even bijkomen van deze rit van 25km want we moesten ook nog terug.
Vanaf het terras had je goed zicht op de kleiner vulkaan van dit eiland en het zou best fijn zijn als we hier op een bedje konden gaan liggen, maar dat zat er niet in. Na een smoothie en een omelet pakten we onze fietsen en begonnen aan de terugweg.

Na een paar kilometer wilde er iemand met z’n pick-up voor ons de weg op steken, maar Diana zag haar kans schoon en vroeg of hij ons even in Moyogalpa kon afzetten. Helaas ging hij de andere kant op, maar we mochten wel meerijden tot de kruising naar Moyogalpa; dat waren toch weer 3km die we niet hoefden te fietsen. De eerste paar kilometers waren weer dramatisch; we moesten nu zelfs meerdere keren afstappen om een heuvel op te kruipen. Over de laatste kilometers ga ik niets schrijven want dat wordt gejank over gevoelloze tenen en handen, een kont die niet meer in de buurt van het zadel wilde komen en nog veel meer ongemakken. Laten we het er maar bij houden dat we om 16:30 uur onze fietsen bij de verhuurder hebben achtergelaten zonder een traan te laten.

We duiken snel bij de Corner House naar binnen en bestellen een drankje; dat hadden we wel nodig om de uitdroging te compenseren.
Daarna snel terug naar het hotel en een warme douche; daar knap je weer van op. We laten het hotel de excursie van morgen regelen: een halve dag de vulkaan Concepsion op hiken, want waarom zou je een boekje bij het hotel lezen?
‘s-Avonds eten we bij een soort pizzeria. We beginnen het al gewoon te vinden, maar ook hier staat de kerstboom middenin de zaak. We zitten op houten stoelen dat is voor de helft van ons gezelschap (met het minste zitvlees) een pijnlijke ervaring. Van de ene bil op de andere wordt de pizza naar binnen gewerkt en dan weer terug naar het hotel want de tuctuc haalt ons morgenochtend om 06:00 uur op.

Zondag 01 december

De wekker ging al weer vroeg af want we hadden om 06:00 uur afgesproken met de gids die ons de vulkaan Concepcion zou laten zien. Hij was mooi op tijd en toen ook de tuctuc arriveerde gingen we op pad. Eerst een tiental minuten met de tuctuc naar het begin van de trail en toen een half uur door een redelijk vlak, bosachtig gebied naar de voet van de vulkaan.

Op dit eerste stuk werden we begroet door een aantal brulapen waarvan er hier een paar families leven. De beestjes schermen met het gebrul hun territorium af.

Wanneer we de voet van de vulkaan bereiken gaat het ‘pad’ gelijk een stuk steiler omhoog en vooral de basaltbrokjes maken het lopen erg lastig. Onderweg rusten we bij een mega-boom en onze gids vertelt dat wat wij nu zien van de boom alleen de kruin maar is. De rest is na een aardverschuiving onder de grond verdwenen. Wanneer we doorvragen blijkt dit tijdens de orkaan ‘Mitch’ te zijn gebeurd. Wij waren toen iets verderop in Mexico, Guatemala en Honduras en weten nog hoe groot de schade toen was.

De gids zoekt voor ons een mooie stok uit die we kunnen gebruiken als steun tijdens de hike; we voelen ons gelijk nog 10 jaar ouder. We klauteren 2½ uur over wortels, door loopgraven en over rotsblokken om bij de boomgrens op 1000m te komen. Daar kunnen we eindelijk van de beloofde vergezichten genieten en zien dat de top van de vulkaan die (zoals gewoonlijk) in de wolken is verstopt. Het waait hier enorm en het kost moeite om te blijven staan. Onze benen voelen zwaar en we zijn erg blij dat we niet de 12 uur durende klim naar de top hebben besproken want dat was na de 50km fietsen van gisteren een hele lijdensweg geworden. We zien al op tegen de terugweg.

We maken wat foto’s en genieten van het uitzicht. We zien Moyogalpa, Charco Verde, de landingsbaan van het toekomstige internationale vliegveld, het iets kleinere eiland Zapatero, maar ook de vulkaan Mombacha bij Granada waar we morgen naar toe gaan. Als klap op de vuurpijl maakt onze gids een schattige foto voor het familiealbum; wat een mooi Sinterklaaskado.
Omdat we zo aldoejeezus bezweet zijn van de heenweg trekken we snel een droog t-shirt aan en iets na negenen beginnen we dan alweer aan de afdaling en dat is misschien nog wel erger dan omhoog.

We houden ons vast aan wortels, takken of andere uitsteeksels die we zien en op de wat natte ondergrond gaan we het grootste deel in ‘ploeg’ naar beneden. Rond elf uur horen we onze vrienden de brulapen weer en zijn we blij dat we aan het laatste, vlakke deel zijn begonnen. Onze tuctuc komt ons zelfs op het bospad tegemoet en weten niet hoe snel we er in moeten kruipen. Om 11:15 uur slurpen we aan flesje cola; wat een dorst!
We praten nog wat na met onze gids en schrijven ons in voor het speciale diner dat het hotel vanavond gaat bereiden. Dan gaan we naar de kamer en springen even onder de douche om de modder van ons af te spoelen.

Om 12:30 uur gaan we naar downtown Moyogalpa om te lunchen. Het is verschrikkelijk warm en we doen alle moeite om uit de zon te blijven. Wanneer we in Moyogalpa de hoofdstraat inlopen zien we dat het uitgestorven is. De gelovige gemeenschap laat zich door het toerisme (nog) niet opjagen; zondag is zondag!
Gelukkig zijn er nog wel wat restaurantjes open en we gaan ergens halverwege de hoofdstraat zitten. Nadat we onze lunch en wat koude versnaperingen weggewerkt hebben lopen we nog naar de haven, maar al snel besluiten we terug te gaan naar onze kamer want met deze temperatuur is er maar een goede optie: siesta met de airco aan!

Na de siesta lopen we nog een keertje naar Moyogalpa om de lokale kerk te bewonderen en dan vooral de kitchie kerstboom die ervoor staat. Omdat de lichtjes nog niet aan zijn gaan we nog snel even voor het zingen de kerktoren in. Van hier heb je een mooi uitzicht op de Concepcion en het meer.

Wanneer even later de lichtjes van de kerstboom aangaan krijgen we een brok in de keel (of was het een vlieg?). We maken een sfeervolle foto en gaan weer terug naar ons hotelletje voor het gezamenlijk avondmaal. De eigenaar is z’n nieuwe kok aan het inwerken en wil dat op ons uitproberen. Het eten smaakt voortreffelijk en bij het ter perse gaan van dit hoofdstuk hebben we nog geen sprint hoeven trekken naar de wc en dat is altijd een goed teken.