Tag archieven: Vientiane

Laos 4

Dinsdag 25 november

Vandaag gaan we ‘big city’ Vientiane ontdekken. Eigenlijk helemaal geen grote stad, want het is de kleinste hoofdstad van Zuidoost Azië. We ontbijten eerst bij Le Banneton, waar ze heerlijke baguettes hebben. Nadat we dit bodempje hebben gelegd, starten we met onze Tour de Wat. ‘Wat’ zul je denken; inderdaad Wat. In Vientiane zijn een groot aantal van dit soort Boeddhistische kloosters die je gezien moet hebben.

We beginnen gelijk met de belangrijkste: Wat Sisaket. Deze tempel, die tegenwoordig als museum dienst doet, is gebouwd tussen 1819 en 1824 en men zegt dat dit de oudste overgebleven tempel van Vientiane is. Rondom het hoofdgebouw is een galerij die helemaal vol staat met Boeddha beelden; grote, kleine, in nisjes, van alles. Dit hebben we nog niet eerder zo bij een tempel gezien.

Nadat we elk hoekje van deze rookvrije tempel hebben gezien, gaan we naar de overkant van Rue Setthatirath waar nog een voormalige tempel die is omgeturnd tot museum: Haw Pha Kaeo. De tempel is ooit speciaal gebouwd om de emerald Boeddha een plek te geven, maar helaas heeft Thailand deze Boeddha nooit teruggegeven. De tempel is ondanks de grauwe kleur, prachtig door de fraai bewerkte gevel.

Wanneer er drietal bussen met Koreaanse toeristen wordt leeg gegooid bij deze tempel is dat voor ons het teken om verder te gaan. We lopen langs de Wat Simuang en vinden dat we inmiddels wel een versnapering hebben verdiend. Het is bloedheet in Vientiane. We nemen wederom plaat bij Le Banneton en genieten van een cappuccino met een appelbroodje.

Dan is het tijd voor ons tweede lusje van deze tour. Ter afwisseling lopen we naar het Nationaal Museum, maar dat is zo’n vergane glorie dat we die bezichtiging maar uitstellen tot een volgend bezoek aan Vientiane. Op weg naar onze volgende tempel komen we langs de Fruit Heaven. Dit past goed bij het thema van onze ronde dus we nemen plaats en bestellen een heerlijke fruitshake; je moet de inwendige mens niet vergeten! Vanochter onze shake valt ons opnieuw de chaos aan electriciteitsdraden op; grote kluwen draden hangen aan de betonnen palen langs de weg. De mussen bouwen er zelfs nesten in. Hett is eigenlijk onvooorstelbaar dat we hier steeds electriciteit hebben.

Bij een volgende poging om Wat Inpaeng te bereiken worden we afgeleid door een tweetal warenhuizen. De aantrekkingskracht is te groot dus we gaan naar binnen. De collectie is dubieus, het lijkt nep-spul, maar sommige spullen hebben Europese prijzen. We houden de portemonnee op zak en doen opnieuw een poging om de volgende Wat te bereiken.

Dit keer geen obstakels en zonder kleurscheuren bereiken we dan eindelijk Wat Inpaeng. In vergelijking met Wat Sisaket is het maar een klein tempeltje en bovendien lijken alle monniken net met lunchpauze te zijn gegaan. We maken nog een paar fotootjes, maar gaan dan verder naar Wat Ongteu. Deze tempel lijkt meer op een openbare parkeerplaats door alle auto’s die er geparkeerd staan. De tempel ziet er bovendien wat ‘nieuwtjes’ uit. De Wat wordt niet beschreven in de Lonely Planet, waardoor hier geen toeristen zijn. Het is wel erg leuk dat hier veel monniken rondlopen en er ook les gegeven wordt aan monniken.

De volgende halte is aan de overkant van de weg bij Wat Haysok. Een grote, oude tempel met mooi houtsnijwerk op de voorgevel van het hoofdgebouw. We glippen nog net voordat een monnik de tempel op slot wil doen naar binnen en bewonderen het interieur met een groot aantal Boeddha’s. We verlaten het terrein daarna via de achteruitgang en gaan naar onze laatste stop: Wat Mixay. Het entree en het hoofdgebouw van deze tempel hebben een beetje een Bangkok-style met van die houten  reuzen-bewakers.

Dit is echter niet het leukste aan de Wat. Er is nl. ook een schooltje op het terrein en de kinderen vinden het prachtig wanneer we met onze camera’s de klas inkomen. Of de juf er ook heel blij mee was, konden we niet zien.
Deze laatste tempel is op een steenworp van JOMA cafe en dat komt goed uit want het is inmiddels 14:00 uur en er begon wat rommelen boven de navel.

Voor de middag resten er nog een tweetal bezienswaardigheden, maar die liggen iets verder van het centrum. We twijfelen of we zullen gaan fietsen, een scooter huren of een tuk-tuk nemen, maar kiezen uiteindelijk toch weer voor de benenwagen.

Het is bijna drie uur en nog steeds is het erg warm. We proberen dus zoveel mogelijk in de schaduw te lopen. Het eerste doel komt al snel in zicht. Aan het einde van de Lane Xang Avenue zie we de contouren van de Patuxai al. Dit bouwwerk is Vientiane’s ‘Arc de Triomphe’, hoewel het officieel het ‘Victory Monument’ heet en een eerbetoon is aan alle Laotiaanse strijders die zijn omgekomen in de pre-revolutionare oorlogen. Het betonnen monster is gebouwd met cement dat is gedoneerd door de Amerika tbv de aanleg van de luchthaven. Gekscherend wordt de betonnen kolos ook wel de verticale landingsbaan genoemd.

Voor onze laatste bezienswaardig-heid van de dag moeten we nog een kilometertje verder lopen. Het is een typisch geval van ‘last but not least’. De Pha That Luang is het belangrijkste nationale monument van Laos. Het symbool van Boeddhisme en de soevereiniteit van Laos. We lopen om 15:55 uur naar de ingang en zien daar de openingstijden staan: ‘s-middags van 13:00 uur tot 16:00 uur. We kopen snel kaartjes en gaan naar binnen. Een muur met kleine raampjes omringt de 45 m hoge gouden stupa. Volgens de legende hebben Ashokan missionarissen uit India in de 3e eeuw hier een stupa gebouwd om er een stuk van Boeddha’s borstbeen bewaren. Wij hebben dit relikwie nergens gevonden, maar laten we de Boeddhisten maar op hun woord geloven. De stupa wordt omringd door verschillende tempels en heel veel Boeddha beelden, waaronder een liggende. We dwalen wat over de omliggende terreinen en kijken onze ogen uit.

Inmiddels is de poort naar de Pha That Luang gesloten en gaan wij weer op weg naar het centrum van Vientiane. We komen weer langs de Patuxai die er door de ondergaande zon wat lieflijker uitziet dan in de brandende zon zo’n anderhalf uur geleden. We lopen verder en het kost af en toe moeite om de weg over te steken. Het is inmiddels spitsuur en de kamikazes vliegen ons om de oren.
Rond 17:30 uur zijn we weer bij het hotel en gaan we naar de kamer om even bij te komen van de kleine 10 km die we vanmiddag hebben afgelegd.

‘s-Avonds eten we bij Khopchaideu en gaan daarna nog even naar avondmarkt bij de Mekong-oever. Deze markt lijkt wel wat op de avondmarkt in Luang Prabang en is met z’n koopwaar vooral op de toerist gericht. Kraampjes met kleding, tassen, elektronica,, Boeddhabeeldjes,, badslipper  en natuurlijk eten  staan in lange rijen opgesteld. We houden ook nu de hand weer op de knip (dit wordt een lekkere goedkope vakantie) en gaan een cappuccino drinken bij True Coffee, want die smaakt daar voortreffelijk.

Daarna lopen we over de drukke Rue Setthatirath met al z’n stadse neonreclame en drukke verkeer weer terug naar het hotel. Heel lang zijn we niet in Vientiane geweest, maar we durven toch wel te zeggen dat we Vientiane gezien hebben.

Woensdag 26 november

Vandaag hoefden we alleen maar met de bus naar Tha Kheck en aangezien die bus pas om 13:00 uur zou vertrekken hadden we even de tijd om te nixen.
Eerst zijn we naar de Scandinavian Bakery gegaan voor een heerlijk ontbijtje met verse broodjes en La Vache Qui Rit. Deze smeerkaas hadden we in Vang Vieng al eens op de kop getikt, maar toen bleek er schimmel in te zitten (jammie!). Normaal houden we wel van een pittig stukje Franse schimmelkaas, maar toen hebben we het hele doosje maar in de afval gekieperd.

Na het ontbijt zijn we nog een keer naar de Wat Sisaket gegaan, want Diana was niet helemaal tevreden over haar Boeddha-foto’s. Dus nog maar een keer de 50 cent entree betaald en nog een serie foto’s geschoten. Onze topfotograaf leek tevreden, maar of het helemaal perfect is zal thuis moeten blijken wanneer ze onder het vergrootglas worden bekeken. Na deze foto-shoot was het wel weer tijd voor een versnapering. Een heerlijk bakkie cappuccino, in de schaduw op het terras. Het was nog maar net 10 uur geweest, dus nog steeds geen haast. Rustig lepelen we het laatste schuim uit onze koffiekopjes.

Als het kopje helemaal leeg is, slenteren we wat door de hoofdstraat en komen we langs Friends ’n  Stuff. Een winkeltje waar allerlei producten worden verkocht die gemaakt zijn door straatkinderen. Het is lastig om een keuze te maken, dus om alles goed op een rijtje te kunnen zetten lopen we eerst iets verder naar de Fruit Heaven om nog zo’n heerlijke fruitshake naar binnen te slurpen. Als het glas vol vitamines (en dikmakers) leeg is gaan we terug naar Friends ’n Stuff en koopt Diana er een prachtig sieraad: een ring gemaakt van een theelepeltje (dat moet je zien!). Na deze mega-aankoop gaan we naar JOMA bakkery voor een vroege lunch. De bustocht van vanmiddag duurt zeker 5 uur en ze komen ons om 12:00 uur al ophalen, dus dit is onze laatste kans voor een degelijke lunch.

Rond 11:30 uur gaan we dan terug naar het hotel en pakken onze tassen in. We checken uit en nemen plaats in de lobby van het hotel, in afwachting van onze ’taxi’. Om 12:05 rijdt het busje voor dat ons naar het busstation zal brengen. Het zuidelijke busstation is maar liefst 9 km buiten het centrum gelegen, dus we genieten nog een laatste keer van de drukte in Vientiane.

De bus naar Tha Kheck staat er al en het is niet zomaar een bus. De dubbeldekker heeft bovenin stoelen en beneden staat een soort hoekbank opgesteld. Voor de ramen hangen lichtblauwe gordijntjes gedrapeerd. Het geheel wordt gecompleteerd met spiegels aan de plafonds; heel chic! Het busstation lijkt wel op een bakkerij. De baguettes liggen hoog opgestapeld bij de kraampjes in de buurt van de bussen. We vragen ons af of de combinatie van uitlaatgas en stokbrood een hele smakelijk is.

De bus is dit keer niet vol en er zitten al helemaal niet veel toeristen in. Dat hebben we de afgelopen paar ritjes wel anders meegemaakt. Hoewel zo’n VIP-bus normaal gesproken niet stopt om nog meer passagiers op te pikken maakt deze chauffeur een uitzondering. Her en der gaat hij op de rem om z’n bus vol te krijgen. Het is ook voor de eerste keer dat de bus is uitgerust met een tv en dat zullen we weten ook. De hele rit worden we verwend met stompzinnige Indiaas aandoende filmpjes en videoclips van populaiire liefdesliedjes.

De rit verloopt verder zonder problemen. Halverwege is er nog een toilet-stop en wanneer rond 18:00 uur donkerder wordt, doet de chauffeur er nog een kitsch-schepje bovenop en ontsteekt hij kleurrijke led-verlichting in de bus. Als een rijdende kerstboom gaan we het laatste stukje naar Tha Kheck.

Op het busstation worden we met z’n achten in een kleine tuk-tuk gepropt en gaan we op weg naar ons hotel. Wij worden als laatsten eruit gegooid, maar het wachten wordt beloond. Ons hotel bevindt zich in een prachtig opgeknapt koloniaal gebouw en staat aan de Mekong. Wij hebben een kamer met een klein balkonnetje dat hierop uitkijkt. De verlichting van het Thaise stadje aan de overkant, spiegelt in het gladde oppervlak van de rivier. Het is een plaatje!

Donderdag 27 november

We hadden heerlijk geslapen, maar dat is ook niet zo gek na de reisdag van gisteren. Het ontbijt was dit keer inclusief, dus we schuiven aan in het restaurant. Het gebakken ei met spek smaakt heerlijk op de licht geroosterde toast.

Na het ontbijt gaan we eerst de laundry-service. We hebben inmiddels zo’n berg wasgoed dat we bijna door de onderbroeken heen zijn. Er zit een laundry-service naast de tourist-information, dus dat komt goed uit. We besluiten er naar toe te wandelen, maar merken gelijk dat het hier verschrikkelijk warm is; het zweet loopt over de rug terwijl we toch heel rustig lopen. Er staat geen zuchtje wind; de blaadjes hangen bewegingloos aan de boom. We lopen langs de Mekong waar een lokale vrouw alweer bezig is met het eten van vanavond: kippenpoten (maar dan ook echt het onderste gedeelte) en kikker-saté. We kunnen niet wachten.

We geven de plastic tas met wasgoed af aan de vrouw bij de laundry-service en in gebarentaal, ondersteund met wat wapperend papiergeld blijkt het ons dit keer 45.000 kip te kosten (= 4,50 euro). Dan naar de overkant om bij de tourist-information wat meer te horen over de bezienswaardigheden in de omgeving. Ook hier speelt het natuurschoon in de omgeving de belangrijkste rol en zijn er overal grotten en waterpoeltjes te vinden. Het is een kwestie van weg 12 volgen en dan wijst het zich vanzelf.
Lopen en fietsen valt met deze temperatuur af, dus we gaan voor een scooter. We komen uit bij Mad Monkey, een Duitser die net iets beter spul verhuurd dan de lokale aanbieders. Hij adviseert een Honda Zoomer-X, 1100cc, automaat. Het zal wel. Wij vonden de rode kleur wel mooi.

We trappen de bak aan en gaan op weg. Eerst even Tha Kheck uit. Het is best een grote stad. Ze hebben zelfs verkeerslichten en een rotonde. Als we eenmaal op de 12 rijden, komen we er al snel achter dat het een b-weg is waar behoorlijk wat vrachtverkeer over naar Vietnam gaat. De stoere Mack’s denderen ons regelmatig voorbij. Al snel komen we bij de afslag voor ons eerste doel. Op een bordje staat dat de Boeddha-cave 9 km verderop is, dus we verlaten de hoofdweg. Die 9 km blijken over een soort zandpad te gaan met gaten en bulten. Het voelt net als een kermisattractie op onze scooter, maar dat kan ook aan de stuurmanskunsten liggen.

We hebben een half uur nodig om de Boeddha-cave te bereiken en gelukkig heeft de lokale middenstand er aantal eet- en drinkkraampjes neergezet. Wij gaan eerst aan een infuusje Pepsi en lopen dan de laatste paar honderd meter naar de grot. Heel origineel zijn de Laotianen niet met het geven van namen aan een grot; je hebt een grot en er staan Boeddha’s in, laten we het een Boeddha-grot noemen.

Het is even diep door de knieën om de grot binnen te komen, maar dan blijkt het toch best een hele mooie grot te zijn met stalactieten, stalagmieten en natuurlijk Boeddha’s. Helaas mogen we geen plaajes schieten, dus er is geen bewijs van. Je moet ons maar geloven (anders hadden we toch wel een andere foto hiernaast geplaatst).

Direct onder de Boeddha-grot, bevindt zich nog een grot: Tham Pa Seuam. Dit is een grot die vol water staat en waar je met een kano doorheen wordt gevaren. Het lijkt een beetje op de beroemde Tham Konglor grot. Het verschil zit ‘m in de lengte; deze Tham Pa Seuam is 400 m lang en de Tham Konglor is 7 km lang. Gelukkig is lengte niet het belangrijkste! Ook deze grot is weer prachtig. De bootsman manoeuvreert ons tussen de stalactieten en stalagmieten door, waarbij hij geen foutloos parcours vaart. Regelmatig raken we een kalksteen-druiper; het lijkt wel of het zijn eerste keer is.

We betalen de bootsman, wensen hem veel succes met z’n carrière en gaan weer op weg naar onze Pepsi leverancier. We vullen het vochttekort weer wat aan en stappen op onze scooter voor de stoffige 9 km terug. De karstformaties waar we tussendoor rijden zijn weer magistraal, dus dat maakt een hoop goed.
Bij de verharde weg aangekomen slaan we linksaf en razen met het verkeer mee. Ons scootertje doet met gemak 60 km/u, maar veel harder lijkt ook niet verantwoord op een asfaltweg in Laos in korte broek en shirt met korte mouwen.

We besluiten eerst naar Mahaxai te rijden en daar te lunchen. We zien dan wel op de terugweg welke grotten we nog aandoen.Het is genieten onderweg. Prachtige berglandschappen schieten voorbij. Sommige doen ons denken aan Tsingi in Madagascar en andere weer aan Zuid-China. De weg is veel beter dan de wegen die wij tot nu toe met de bus hebben aangevallen, dus we rijden lekker door. In Mahaxai zoeken we een restaurantje uit, maar de menukaart heeft hier geen Engelse ondertiteling. Diana moet dus weer met handen en voeten duidelijk maken dat we alleen maar wat gebakken rijst willen hebben. We gaan zitten aan het chique plastic meubilair en na 10 minuutjes blijkt dat de vrouw des huizes begrepen heeft wat wij wilden hebben. Er ligt zelfs een gebakken eitje op!

Mahaxai is niet veel meer dan een stoffig kruispunt op weg 12 en is slechts 100 km verwijderd van de Vietnamese grens. Wanneer we nog 50 km verder zouden rijden dan komen we bij de zogenaamde Ho Chi Minh trail. De HCMT was een netwerk van zandwegen en modderpaden dat parallel liep aan de grens tussen Vietnam en Laos en waarover het Noord-Vietnamese leger tussen 1966 en 1971 zijn manschappen en materieel vervoerde om zo Zuid-Vietnam te verrassen. Dit alles is in strijd met  de Geneefse Conventie van 1962, dus is het bestaan van de trail altijd ontkend door Noord-Vietnam, net zo goed als de Verenigde Staten ontkende dat ze de trail bombardeerden, ondanks de 1,1 miljoen ton bommen die er zijn afgegooid.

Weer even terug naar vandaag: wij besluiten dus onze brommert om te draaien en het stuur op Tha Keck te richten. Zo gezegd, zo gedaan. We maken de ene fotostop na de andere en rijden ook nog naar de Pha In grot die bijna aan de weg ligt. De grot stelt daar niet zo veel voor, maar de karstformatie waar deze grot zich bevindt is wel bijzonder.

Wanneer we in de buurt van Tha Keck komen zien we dat het watermeloenentijd is. Aan de kant van de weg zitten vrouwen bij stalletjes met stapels watermeloenen. Ze maken het zichzelf wel lastig door met tien stalletjes naast elkaar te gaan zitten, maar zo gaat dat hier blijkbaar.  Terug in Tha Keck spoelen we het stof weg met een grote Beerlao en rijden we vervolgens nog even langs de laundry-service om onze was op te halen. Nadat we onze scootmobiel afgetankt hebben brengen we deze weer terug naar Mad Monkey en gaan we op een terras aan de Mekong zitten om daar de zon onder te zien gaan. Moe maar voldaan, bla, bla, bla, bla, ….

Vrijdag 28 november

We zijn vooral in Tha Keck blijven hangen vanwege het hotel. Het koloniaal aandoende gebouw is schitterend gelegen aan de Mekong en de inrichting met hardhouten vloeren, witte muren en kroonluchters is rustgevend. Daar waren we blijkbaar wel even aan toe na 3 weken rondtrekken, waarbij we af en toe overnachtten in guesthouses van 7 euro per nacht en we ons afvroegen of het bedlinnen wel was gewassen sinds de vorige gast(en).

Er stond dus eigenlijk niets op het programma vandaag en tot 10:00 uur lezen we een tijdschriftje op ons balkon. Wanneer echter de zon weer om de hoek komt kijken, is het hier al snel niet meer te houden en wandelen we een stukje langs de Mekong. In de schaduw van de bomen is het goed toeven, maar zodra je de zon op de bakkus hebt, loopt het zweet in straaltjes van de rug. Een paar honderd meter van ons hotel draaien we weer om en gaan we naar het Inthira hotel voor een fruitshake.

Na de versnapering lopen we nog wat door het centrum van Tha Kheck. Het stadje is overdag behoorlijk verlaten. De meeste toeristen die hier naar toe komen gaan een 4-daagse ronde per motor of scooter maken. Van deze ronde hebben wij gisteren het eerste deel gedaan en het is jammer dat we niet een weekje meer vakantie hebben, want dan zouden wij die ronde ook wel hebben willen maken.

Op onze ronde door het stadje bezoeken we de lokale Wat en kopen ook alvast onze buskaarten voor de rit van morgen naar Pakse. Omdat we toch jeuk krijgen van een hele dag nixen, besluiten we rond 11:30 uur toch maar een paar fietsen te gaan huren. We fietsen zuidwaarts richting de Pha That Sikhottabong, omdat we in de Lonely Planet hadden gelezen dat die tempel wel de moeite waard is.

Tot onze schrik zien we dat de blaadjes aan de bomen bewegen; zou er nu dan toch een briesje wind zijn? Door de rijwind is het op de fiets best wel lekker. Je moet alleen net hard genoeg gaan om niet om te vallen; elke trap extra levert onnodige zweetdruppels op. Aan de rand van Tha Keck komen we in de drukte van leeglopende scholen terecht. Twee toeristen op fietsjes met mandjes is natuurlijk best wel interessant voor ze, dus we worden regelmatig vriendelijk begroet door dat tuig en heel soms in het Engels. Wanneer alle fietsende en brommende school-tenuetjes een zandpad zijn ingeslagen of bij huis zijn afgestapt trappen wij nog een paar kilometer door naar de tempel.

Wanneer we de gouden spits van de stupa zien slaan ook wij een zandpad in en slalommen we tussen de koeien door naar het tempelcomplex. Het lijkt er in eerste instantie op dat alles gesloten is; we rammelen aan poorten en proberen een schuifhek los te krijgen. De oplossing blijkt veel simpeler. We staan nl. aan de verkeerde kant van de tempel en wanneer we nog een klein stukje verder fietsen worden we als vorsten onthaald. We mogen zelfs de fiets op het tempelterrein parkeren. Het zal wel iets te maken hebben met de entree-kaartjes die vervolgens onder onze neus worden gehouden.

We maken een rondje over het terrein en net als in Vientiane glippen we nog net voordat de deuren dichtgaan de tempel in. Zoals altijd heerst er een serene rust en kijkt een mega-Boeddha op je neer. Aan de voeten van de Boeddha liggen schalen met kaarsjes die nog gebrand moeten worden en ook de typische ‘bloemstukjes’ van bananenblad met witte bloementjes, die als offer worden verkocht, liggen erbij. We willen de vrouw met de sleutel niet te lang laten wachten, dus we schieten een paar plaatjes en verlaten de tempel.

Op het bijgelegen terrein nemen we drankje om het vochtverlies te compenseren. Het lijkt hier nog wel een gezellige boel te worden, want er staan verschillende eetkraampjes waar de verschillende gerechtjes al op de bbq liggen. Wanneer we daar ook weer de kikker-sate (van nog levende kikkers) tussen zien liggen, is het voor ons tijd de stalen ros van het slot te halen.

We fietsen weer terug naar Tha Keck en besluiten daar eerst te lunchen voordat we met het middagprogramma beginnen (pfffffffffff). Hoewel we aan een tafeltje in de schaduw zitten en er af en toe een luchtstroom van een ventilator onze kant op komt, breekt het zweet aan alle kanten uit. Tot overmaat van ramp vindt de de kok het dan nodig om even een pannetje chilipepers te bakken. De rook die daarbij vrijkomt slaat direct op de luchtwegen waardoor alle aanwezigen het op een hoesten en proesten zetten. Met vriendelijke groet, was getekend, de kok.

Na de voedzame en luchtweg-prikkelende lunch stappen we weer op de fiets. Het plan is om naar de ‘Greatwall’ te gaan. We hebben hierover iets gelezen bij de Tourist Information. Het zou een soort mini-Chinese-muur moeten zijn die de stad ooit heeft beschermd tegen indringers. Omdat we niet precies weten waar het is, gaan we naar de Tourist Information om de weg te vragen. Daar horen we dat we richting de Mekong moeten, dan rechts en vervolgens op weg 13 nog 8 km. Die laatste opmerking over die 8 km doet ons wel even slikken; nog een keer 16 km in deze hitte……

Maar goed, nu niet piepen, trappen met die fiets. We gaan naar de Mekong, slaan rechts af en alsof Boeddha himself het heeft begrepen loopt de ketting bij Diana eraf. Er zit maar één ding op: fiets inleveren en drankje pakken. Alsof we het jammer vinden dat de ketting eraf ligt, leveren we met veel trieste gebaren onze fietsen in. We hadden nog zo graag….., jammer dat dit gebeurt….., moeten we dat missen…….

We kunnen het van ons af zetten en gaan naar het hotel waar we onder het genot van een drankje weer op ons balkon plaats nemen en de tijdschriften uitlezen. Dit kun je uuuuuuren volhouden. Rond 17:00 uur gaan we op het terras aan de Mekong zitten en genieten opnieuw van een een prachtige zonsondergang. Hier kun je geen genoeg van krijgen!

Laos 3

Donderdag 20 november

Het ontbijt van vanochtend was niet zo uitgebreid als in Nong Khiaw, maar het smaakte best. We waren al om 07:00 uur bij het ontbijt, want vandaag gingen we met de boot naar de Pak Ou grotten en daarvoor zouden we al om 08:00 uur opgepikt worden.
Het verliep allemaal volgens plan en een paar minuten na acht stonden we al bij de pier waar de boot zou vertrekken. We waren niet de enige toeristen die de grotten gingen bezoeken en het werden er met de minuut meer. Tegen de tijd dat boten gingen vertrekken, stonden we schouder aan schouder te wachten op het startschot.

De boot waar we mee gingen was ongeveer een zelfde boot als waar we mee van Muang Khua naar Nong Khiaw waren gevaren, alleen gingen er nu maar zes personen in en zaten we op stoeltjes met kussen; wat een luxe!
We vertrokken als tweede boot, maar werden al snel ingehaald door andere boten; weer geen snelheidsduivel achter ons stuur, maar we hadden alle tijd.
Het landschap langs de Mekong was niet zo indrukwekkend als langs de Nam Ou, maar dat hoefde ook niet. De grotten van Pak Ou hadden die taak vandaag.

Na ruim een uur varen stopte de bootsman nog even bij een dorpje aan de rivier, maar dat was niet het soort dorpjes dat wij gewend waren. Dit dorpje bestond in eerste instantie uit allerlei kraampjes met toeristen-koopwaar en daarachter waren dan nog wat huizen en een tempel te vinden. Het was natuurlijk wel de bedoeling dat je eerst wat kocht.

Binnen een kwartier zaten we al weer in de boot. Het landschap werd mooier naarmate we dichter bij de grotten kwamen. Hier voegt de Nam Ou zich bij de Mekong en hier zien we opnieuw die hoge, verticale kalksteen rotswanden zoals we die ook tijdens onze eerdere boottocht zagen.
Nog weer een een kwartiertje later kwamen de grotten in zicht. De bootsman legde aan en we waren zeker niet de enige die vandaag de grotten bezochten. De kapitein vertelde dat we 40 minuten hadden voor de bezichtiging. Dat leek niet veel, helemaal omdat we nog een behoorlijk trappartij moesten beklimmen. We gaven dus gas.

De twee beroemde grotten staan volgepakt met boeddha-beelden in verschillende stijlen en omvang. We gingen eerst richting de ‘hoge grot’ en nemen in een vijftal minuten de pittige betonnen trappen. Boven aangekomen zien we een bewerkt houten portaal waarachter een 50 m diepe grot ligt. Het is al snel zo donker dat de zaklamp aan moet. Er staan honderden, misschien wel duizenden Boeddha opgesteld. Sommige in een nis, andere tegen de wand en sommigen op een verhoging. Het lijkt er al honderden jaren zo te staan.

De ‘lage grot’ is meer een overhangende rots. Nadat je het trappetje hebt beklommen stat je oog in oog met een paar honderd Boeddha’s die in rijen staan opgesteld tegen de achterwand van de grot waardoor er een mooi schimmenspel ontstaat.
We blijven zo lang mogelijk in de grot, maar willen de bootsman en onze medereizigers niet laten wachten dus 40 minuten nadat we uit de boot sprongen, zijn we weer terug.

Omdat we terug stroomafwaarts gingen, waren we in een uurtje weer terug in Luang Prabang. Het was inmiddels 13:00 uur, dus: lunchtijd. Onder het genot van een heerlijke panini, genieten we aan de waterkant nog wat na. Na deze recuperatie gaan we terug naar het hotel om verse batterijen te halen.

Daarna gaan we op weg naar de bekendste tempel van Luang Prabang: de Wat Xieng Thong. Deze tempel, die op slechts een paar minuutjes lopen van ons guesthouse ligt, is een klassieker onder het lokale design van tempels. De daken van het het hoofdgebouw lopen door tot dicht bij de grond en er is een levensboom in mozaïek uitgevoerd op de achtergevel. Toen het Zwarte Vlag leger in 1887 alle tempels in Luang Prabang verwoestte, is de Wat Xieng Thong (deels) gespaard gebleven. Rondom het centrale gebouw staan een aantal stupa’s en kleine kapelletjes

Nadat we onze ogen uitgekeken hebben bij de tempel lopen we weer richting de hoofdstraat. Daar komen we al snel langs een andere tempel waar ook een school voor monniken is. We lopen over het terrein en loeren de lokaaltjes in. De monniken die geen les hebben proberen een praatje met ons te maken, maar veel Engels beheersen ze nog niet. Onze gids in Luang Namtha vertelde ons dat dit de goedkoopste manier is voor ouders om kinderen op school te krijgen; als monnik in een klooster is het nl. gratis.

We lopen de hoofdstraat helemaal af en gaan het terrein van het voormalig Koninklijk Paleis op. Opnieuw zijn we net te laat om kaartjes te kopen, dus we kunnen nu niet naar binnen. De buitenkant van de gebouwen is echter al meer dan de moeite waard. Morgen gaan we wel naar binnen.
Na dit blitz-bezoek aan het tegenwoordige museum slenteren we terug door de hoofdstraat en halverwege gaan we op een terrasje zitten om aapjes te kijken. Er zijn beduidend minder toeristen in Luang Prabang dan gisteren, valt ons op.

Wanneer de bodem van de fles Beerlao weer bereikt is besluiten we toch maar even de Phou Si op te gaan. Deze heuvel domineert het oude stadscentrum en i geliefd bij zonsondegang-fanaten. De heuvel is gekroond met een 24 m hoge, gouden stupa. Wij beklimmen de heuvel vanaf de Wat Siphoutthabat Thipparam en komen langs heiligdom waar de voetafdruk van Boeddha wordt beschermd. We kijken in de donkere ruimte en kunnen alleen maar constateren dat Boeddha op heeeeeeeele grote voet moet hebben geleefd. Op de weg omhoog komen we nog verschillende beeltenissen van Boeddha tegen en boven op de heuvel hebben we een mooi uitzicht op Luang Prabang. We wachten tot de zon ondergaat, maar door iets te veel bewolking wordt het geen spektakel.

Vrijdag 21 november

De wekker ging al om 05:40 uur, want we wilden vanochtend de Tak Bat zien. Elke dag bij zonsopkomst gaan de monniken blootsvoets door de straten van Luang Prabang waarbij inwoners van Luang Prabang balletjes sticky rice in hun bedelkom leggen. Het is een stille, meditatieve ceremonie waarmee de monniken hun belofte van armoede en menselijkheid demonstreren.

Het is nog donker wanneer we naar de Wat Xieng Thong lopen. Op het terrein van de tempel is echter niets te doen, dus we lopen door naar de hoofdstraat. Daar zien we inwoners van Luang Prabang klaarzitten met een mandje rijst om uit te delen aan de monniken. Hier moeten we dus zijn. We zien dat verderop in de hoofdstraat de busjes met toeristen worden leeg gekieperd; hopelijk blijven die daar staan. Rond 06:15 uur lopen de eerste monniken langs de gulle gevers van rijst en ze worden daarna gevolgd door tientallen, honderden monniken die hetzelfde traject volgen. Wanneer we iets verder de hoofdstraat inlopen blijkt deze ceremonie al een behoorlijke toeristen-attractie te zijn geworden. Ondanks alle verzoeken om op discrete afstand te blijven wanneer je foto’s maakt van de ceremonie, zijn er altijd hoopjes toeristen die geen last hebben van fatsoen; ze kruipen bijna in de rij monniken om zo hun beste foto te schieten, het is tenenkrommend!

Wij lopen de andere kant weer op en gaan op zoek naar een rustiger plek waar we de ceremonie kunnen zien. We komen uiteindelijk uit bij de westelijke ingang van de Wat Xieng Thong. Hier zijn we met een handjevol andere toeristen die allemaal wel enige afstand houden. Hier kunnen we het ritueel van nabij meemaken, zonder het te verstoren. Rond 07:00 uur gaan we weer terug naar het hotel en kruipen nog even ons bed in.

Om 08:30 uur gaan we ontbijten, waarna we direct onze bustickets bij de eigenaresse van ons guesthouse kopen. In tegenstelling tot wat er in ons programma staat, gaan we niet naar Phonsovan. De busrit naar Phonsovan duurt 8 a 9 uur, terwijl het slechts 280 km is. Bovendien gaat het grootste deel van de rit heen-en-weer over hoofdweg 7 en duurt  de terugrit naar Vientiane zelfs 11 uur. Als we dat allemaal optellen bij onze eerdere bus-ervaring in Laos, dan moeten we concluderen dat dit een monsterrit wordt. Het alternatief ligt voor de hand: Vang Vieng. Deze plaats ligt ongeveer halverwege tussen Luang Prabang en Vientiane, maar daarover later meer.

Vanochtend gaan we eerst op zoek naar wat kaarten om naar het thuisfront te sturen. Ze gaan vandaag nog op de bus, dus houd je brievenbus in de gaten. We begrijpen dat dit bijna net zo spannend is als een bezoekje van Sint en Piet, maar laat het niet ten koste van je nachtrust gaan!

Na deze aanslag op ons vakantiebud-get, lopen we naar de ochtendmarkt en maken daar een rondje. Hier zien we ook de (levende) kikkers die gisteren bij Tamarind op de kaart stonden. Nu we ze gezien hebben, zijn we blij dat we daar niet voor gekozen hebben. Het typische Laos eten wat we daar gehad hebben was overigens voortreffelijk, maar wat verwacht je anders van een tent die bijna elke avond vol geboekt is.

Na de markt lopen we naar het Koninklijk Paleis Museum. Dit bezoekje was er gisteren niet van gekomen, maar nu kregen we de kans om even binnen te loeren. Het meest bijzonder pronkstuk dat hier staat is de Pha Bang. Dit is een 83 cm groot Boeddhabeeldje waar de stad naar vernoemd is (oorspronkelijk heette de stad Muang Sua). Volgens de legend is het beeldje in Sri Lanka gegoten in de eerste eeuw A.D. Tot twee keer toe is het kleinood meegenomen door Siamese plunderaars, maar sinds 1867 is het in Laos.

Na het museumbezoek is het tijd om de inwendige mens te verwennen, dus we gaan naar onze favoriete cappuccino-bar en gaan daar even zitten op de lounge-set.

Het is inmiddels na enen als we besluiten nog even naar de andere kant van de Nam Khan te gaan om daar te lunchen. We gaan naar de gammele bamboebrug, betalen 500 kip en schommelen naar de overkant. Hoewel de dag behoorlijk bewolkt begon is het inmiddels bloedje heet geworden. We wandelen een paar kilometer en bezoeken een tempel, maar na een half uurtje vinden we het wel genoeg en gaan terug richting de bamboebrug. Bij de bamboebrug is een restaurantje wat goed aangeschreven staat, dus daar gaan we lunchen. We zitten in de schaduw van een paar grote bamboeplanten; heerlijk!

Na de lunch gaan we weer terug via de bamboebrug naar hartje Luang Prabang, maar blijven daar niet hangen en gaan gelijk door naar de Mekong. Je zou met een veerpontje de Mekong over moeten kunnen en andere kant van deze rivier had je bij een hooggeleg tempel een mooi uitzicht over Luang Prabang.

Het veerpontje was snel gevonden en samen met een auto, een tiental brommers en evenzoveel Laotianen maken we de overtocht van 3 minuten. Aan de overkant nemen we een sorngtsaew en laten ons bij de Wat Champhet afzetten. We hadden achteraf beter kunnen gaan lopen, want het pad is zo slecht dat lopen sneller was geweest. We beklimmen de trap naar de tempel en dat is zelfs om 16:00 uur nog geen makkie. De tempel stelt helemaal niets voor, maar het uitzicht is mooi: de Mekong, Luang Prabang en Phu Si zijn goed te zien.

Nadat we de trap weer afgerold zijn, gaan we iets verderop nog bij een andere tempel kijken. Daar is net een dienst aan de gang en we gluren van een afstandje mee. Altijd indrukwekkend zo’n dienst, vooral door het bijzonder geluid van de ‘zingende’ monniken.
Hierna gaan we dezelfde weg weer terug, nemen de veerboot die net aanlegt als wij aan komen lopen en wachten aan de andere kant van de Mekong op de zon die wegzakt achter het gebergte. Gisteren was de zonsondergang vanaf Phu Si een beetje teleurstellend, maar deze zonsondergang bij de Mekong was een plaatje.

‘s-Avonds lopen we nog een keer over de nightmarket, die nu in volle omvang is opgebouwd. Ongelooflijk wat een spullen en allemaal bedoeld om toeristen te verleiden: houtsnijwerk, sieraden, t-shirts, pantoffels, tassen, parasolletjes, bijzonder drankjes, ga zo maar door. Er leek geen eind aan de markt te komen. Het was trouwens een verademing om over deze ’toeristenmarkt’ te lopen, want waar meestal om je gunsten wordt gevochten op dergelijke markten, werd je hier met rust gelaten en pas wanneer je iets wilde weten kwamen ze in actie; zo kan het ook dus.

We eten nog een keertje Laotiaans, dit keer bij Le Petit Nid en het smaakt wederom voortreffelijk. We zijn bijna twee weken onderweg, maar het eten verveelt nog niet.

Zaterdag 22 november

Het was tijd om afscheid te nemen van Luang Prabang. De zakken weer ingepakt, ontbijtje naar binnen gewerkt en om 08:30 uur kwam de sorngtaew aanrijden die ons naar het busstation zou brengen. Op het busstation halen we onze bustickets (incl. lunch-voucher) op en gooien de bagage in de reeds gereed staande VIP-bus. Dit keer dus voor het eerst in een echte grote-mensen-bus. Iets na 09:30 uur rijdt de afgeladen bus het busstation af. We zetten ons schrap voor een uurtje of 6 bussen.

Het scheelt nogal of je in een mini-van over de wegen van Laos rijdt, of in deze bus. We staan niet bij elk gat in de weg stil en merken het nauwelijks wanneer er op stukken weg geen asfalt meer aanwezig is. Af en toe moet de bus behoorlijk klimmen want het is bergachtig. Die bergen zijn fantastisch groen, maar dat is niet zo gek net na de regentijd. Rond 13:00 uur zien we de omgeving wat veranderen. In de verte duiken de typische contouren van karst gebergte op; we gaan de goeie kant op!

Naarmate de tijd vordert zien we steeds meer van die kalksteen-pukkels en rijden er uiteindelijk zelfs tussen. Links en rechts van de weg rijzen de stijle bergwanden hoog omhoog. Net als we denken dat we goed op schema liggen moet de bus halt houden vanwege wegwerkzaamheden. Ze zijn een landslide-gevoelige bergwand aan het afgraven en een enorme berg zand ligt nu net even op de weg waar wij overheen moeten. Het oponthoud duurt een half uur en we merken dat onze chauffeur z’n best doet om de vertraging goed te maken.

Tegen drieën wordt er dan nog een lunchstop ingelast. De hele bus kan nu gebruik maken van de lunch-voucher. Wij sluiten ook aan in de rij bij deze voedselbank en we zien dat iedereen een enorme hondebak soep met noedels krijgt aangereikt. Wij pakken de bonnenmaaltijd ook aan en slurpen een beetje van de soep. Een beetje tot onze verbazing blijkt de inhoud van die oversized soepkom verdomd lekker te smaken.

Na de lunch is het nog een uurtje rijden en tegen 16:30 uur rijden we het busstation van Vang Vieng op. We stappen in een sorngtsaew en laten ons bij het hotel afzetten. We zijn gearriveerd in wat tot voor kort het ‘drugscentrum’ van Laos was.

Vang Vieng wordt wel omschreven als een landschapsscene in een oriëntaalse zijdeschildering. Het dorp ligt gedrapeerd langs de Nam Song rivier met op de achtergond de serene rotsen van het karstgebergte en een tapijt van rijstvelden. Vang Vieng kende echter lang tijd ook een veel duistere kant. Tot 2012 was Vang Vieng de drugshoofdstad van Laos en op elke hoek van de was wiet, opium, coke of welke drugs dan ook te krijgen. Bij elke bar en zelfs restaurants werden speciale happy-drankjes en happy-gerechten aangeboden waar dan een bepaalde hoeveelheid drugs in was verwerkt. De laatste jaren vielen er helaas regelmatig doden, mede door het drugsgebruik, wat de overheid heeft doen besluiten om met ijzeren vuist in te grijpen; drugs werd verboden en alle uitbaters zonder vergunning werden gesloten. Inmiddels worden er weer gezinnen en oudere toeristen (50+) gesignaleerd in Vang Vieng. De stad is zichzelf aan het herontdekken waarbij de buitenactiviteiten de de boventoon voeren. Ook wij gaan morgen op de actieve toer; stay tuned!

Zondag 23 november

We zouden om 09:00 uur opgepikt worden voor ons dagje bezigheidstherapie voor toeristen. Om 09:15 nog geen sorngtsaew, maar niet zenuwachtig worden; we zijn in Laos. Niet veel later komt onze taxi met kajaks boven op het dak al aanrijden. We stappen in en rijden tot zo’n 15 km buiten Vang Vieng. Daar stappen we samen met een (nog) ouder Frans paar uit en gaan we met onze gids Boun op pad. Boun is zo’n honderd kilo en loopt op flip-flops, dus we hoeven niet bang te zijn dat het heel lastig wordt.

We gaan op weg naar onze eerste grot en lopen eerst over een betonnen brug naar een Hmong dorpje. Boun vertelt dat de overheid deze oorspronkelijke bergbewoners heeft verplaatst naar laag gelegen gebied, zodat hun kinderen naar school kunnen en dat ze niet elke paar jaar hoeven te verkassen omdat de grond uitgeput is. Het zal wel, maar iets zegt ons dat de overheid daar ook andere voordelen bij heeft. Het is ongeveer anderhalf uur lopen naar de eerste grot en de zon scheen venijnig in de nek. Het zou weer een hete dag worden.

Bij de Tham Loup grot krijgen we een hoofdlamp uitgereikt en nadat we even uitgerust hebben gaan we op pad. We klauteren via wat gammele trapjes naar de ingang van de grot en wanneer we onze hoofdlampen aan doen zien we gelijk de meest fantastische formaties stalactieten en stalagmieten. We lopen dieper de grot in over een glibberige bodem en zien steeds mooiere en vreemdere vormen verschijnen. Heel makkelijk is de wandeling niet. We gebruiken handen en voeten en moeten soms onze buik inhouden om ons ergens tussendoor te wringen. Zolang we zien dat Boun erdoor komt, gaan we er vanuit dat het voor ons geen probleem is. Na zo’n half uur houden we weer even halt en Boun vraagt ons de lampen uit te doen. Het is pikdonker en je kunt je voorstellen dat het goed mis gaat wanneer je batterij er hier mee ophoudt. We gaan via een deels andere route terug naar de ingang van de grot en na zo’n drie kwartier zien we weer daglicht.

De Tham Hoi grot ligt enkele honderden meters verderop en is een hele andere grot. Bij de ingang van de grot staat een meer dan levensgrote Boeddha. Boun vertelt dat tijdens de bombardementen van de Amerikanen de Laotianen hun toevlucht zochten tot de grotten en dat ze daar ook hun Boeddha’s een veilig onderkomen gaven. We lopen een paar honderd meter de grot in en zien bijna geen stalactieten en stalagmieten. Deze grot was tot enkele tientallen jaren nog een ondergrondse rivier en dat is nog goed voor te stellen. De grot is meer een lange tunnel en op de bodem liggen keien zoals je die ook op een rivierbodem ziet.

Na een half uurtje zijn we de tweede grot weer uit en gaan we op weg naar onze lunchplek, vlakbij de Tham Nam grot waar we daarna in zullen gaan. Boun bereidt een fantastische lunch met rijst, shashlik-stokjes, brood en banaantjes toe.

Wanneer de voerbakjes leeg zijn is het tijd voor de Tham Nam grot. Deze grot is eigenlijk het best vergelijkbaar met de Tham Hoi grot die we hiervoor hebben bezocht, alleen gaat er hier nog wel een ondergrondse rivier door. We gaan dus in zwemkleding richting de ingang van de grot, zoeken daar een binnenband uit en dobberen langs een touw naar de ingang van de grot. Het water is ijskoud, dus het is wel even doorbijten. We gaan door een smalle spleet de grot in en trekken ons voort aan een touw langs de wand van de grot. De tunnel is 2 tot 4 meter breed en ook dit is weer een prachtige grot die we op een heel bijzonder manier bezoeken. Na een paar honderd meter komen we bij een grotere waterplas en Boun stelt voor dat we even gaan zwemmen. Wij schudden ons hoofd en hebben het al koud genoeg half op de band en blijven daar lekker inhangen. Boun neemt wel een verfrissende duik en aan het zijn kattengejank te horen heeft hij het behoorlijk koud. Nadat Boun weer in de band geklommen is gaan we terug naar de ingang van de grot. Dit hadden we nog niet eerder meegemaakt.

We bezoeken nog een laatste grot, de Tham Xang grot, wat olifantgrot betekent. Die naam heeft de grot te danken aan een stalactiet die verdomd veel weg heeft van een olifant. De grot is verder niet zo bijzonder als de vorige drie, behalve dat ook hier weer verschillende Boeddha-beelden staan en het grenst aan een klooster waar op dit moment maar 1 monnik leeft

De olifantgrot ligt naast de Nam Song rivieren en na de bezichtiging steken we de rivier over waar onze sorngtsaew staat te wachten met de kajaks er bovenop. Het is tijd voor onze laatste dagactiviteit: kajakken op de eerder genoemde rivier. We rijden een paar kilometer terug richting Vang Vieng en daar laten we ons vervoer te water. Boun geeft nog wat korte instructies en dan gaan we op weg.

Al snel komen we er achter dat de rivier niet helemaal glad is, ondanks dat de regentijd al is afgelopen. Al snel moeten we al onze kajak-kunsten inzetten om een stroomversnellinkje door te komen. Boun schreeuwt vanuit zijn boot wat instructies en we komen er ongeschonden doorheen. Het water slaat echter over de kajak heen dus onze kleding is kleddernat. Gelukkig zitten de camera’s in een droogzak. We genieten van de steile bergwanden waar we tussen varen, maar moeten we ons af en toe concentreren op onze kajak-techniek wanneer er weer een versnellinkje komt. Slechts 1 keer dreigt de boot om te kantelen, maar we houden het droog (voor zover er nog wat droog te houden is).

Na een paar kilometer wordt het drukker op de rivier en voegen de toeristen in die zijn gaan tuben. Ze hangen met hun reet in de binnenband en drijven zo de rivier af naar Vang Vieng. Voor dit slag toeristen zijn er een soort apres-ski hutten langs de rivier aanwezig waar ze zich steeds voller laten lopen met alcohol, de drug die hier nog wel ruimschoots verkrijgbaar is. De muziek knalt uit de speakers die overal in de bomen hangen. Voorheen werd er bij deze gelegenheden ook drugs ‘getankt’, waardoor er meerdere doden zijn gevallen.

Het is al tegen vijven wanneer we onze kajak naar de kant sturen in Vang Vieng. Deze relatie-stress-test hebben we weer overleefd! We bedanken Boun en gaan de straat op in onze natte kleding. We lopen nog even naar het bureautje waar we dit tourtje geboekt hadden, want we hebben gelezen dat je voor maar 80 dollar een ballonvlucht kunt maken boven deze streek. Helaas zijn de mandjes voor morgen uitverkocht. Omdat de zonsondergang aanstaande is lopen we nog een keer terug naar de rivier om daar de zon achter het gebergte te zien wegzakken.

Maandag 24 november

Vandaag gaan we naar de hoofdstad van Laos: Vientiane. Het is maar een busritje van 4 uur, dus dat valt mee dit keer. Tegen tienen worden met een lokale bus opgehaald en samen met 20 andere Vientiane-gangers worden we vervolgens op een busstation afgeleverd waar we moet overladen naar onze VIP-bus. We rijden nog een laatste keer door de stoffige hoofdstraat van dit Sodom en Gomorra van Laos en laten het prachtige landschap achter ons.

De weg zit vol met gaten, dus echt hard gaat het niet. Gelukkig heb je daar in zo’n grote bus niet veel last van. Beetje muziek luisteren, boekje lezen en voor je het weet ben je in Vientiane. We worden om 14:15 uur gedropt op het noordelijke busstation vanwaar we met een sorngtsaew naar het centrum worden gebracht. Nu nog even zoeken naar ons hotel. Gelukkig zien we een paar honderd meter verderop in grote rode letters BIS op een gebouw staan en als we iets beter kijken blijkt het inderdaad ons IBIS hotel te zijn. We lopen erheen, checken in en staan sinds lange tijd weer eens in een ‘echte’ hotelkamer

Nu we zo lekker op tijd in Vientiane zijn, kunnen we nog wel even een rondje maken. Eerst bij de JOMA bakkerij een hapje eten, dan via de boulevard naar de fontein Nam Phu en vervolgens langs de oude stupa That Dam naar het winkelcentrum (!) Talat Sao. Vientiane is echt een andere wereld; grote gebouwen, druk verkeer, neon-verlichting, roltrappen en hoge gebouwen, dat hadden we nog niet gezien in Laos.

We gaan het winkelcentrum ook nog even naar binnen om te kijken wat hier te krijgen is. Het aanbod blijkt voornamelijk te bestaan uit nep-produkten met een duur westers merkje erop. Van D&G tot CC en van Lacoste tot Kipling. Nadat we een paar verdiepingen van het winkelcentrum hebben gezien, gaan we weer terug richting het hotel. Als we wat tijd overhouden, komen we hier zeker terug. Via de tempel Wat Sisaket en het presidentieel Paleis lopen we terug. We gaan naast ons hotel op een terras zitten en bestellen een verkoelend drankje. Dat hadden we wel weer verdiend vandaag.