Tag archieven: Taiwan

Taiwan 5

09 december 2015

We reizen vandaag al vroeg met de lokale trein naar Changhua om van daar met de bus naar Lukang te gaan. Lukang is een oude havenstand en volgens de LP moet je daar geweest zijn, want veel van de oorspronkelijke cultuur en architectuur is daar bewaard gebleven.

We zijn inmiddels zo thuis in het openbaar vervoer van Taiwan dat het allemaal gesmeerd verloopt. Even een kaartje halen bij het loket op het station in Taichung en in Changhua steken we de weg over om bij het busstation te komen en kopen ook daar een kaartje. De hele rit van Taichung naar Lukang duurt, incl. overstap misschien 40 minuten.

We gebruiken onze reisboeken om de hoogtepunten van Lukang bij elkaar te sprokkelen. We lopen eerst door de ‘old market street’. In dit smalle straat staan van die kleine Chinese huisjes. Je kunt je makkelijk voorstellen dat het er vroeger niet zo heel anders uit heeft gezien. Alleen de handelswaar is veranderd, want tegenwoordig worden er zonnebrillen, stressballen en heel veel zooi verkocht. Het is overigens erg rustig in de straat. Het lijkt erop dat de openingstijden zijn aangepast op de aankomstijden van de toerbussen met Chinezen, want die hebben we nog niet gezien.

In de oude marktstraat staan behalve de gewone huisjes ook een paar beroemde huisjes. Zo is er het huisje met de ‘half sided well’. Dit huisje was van welgestelde mensen die de put van hun waterbron halverwege de tuinmuur hadden gebouwd zodat ook de arme sloebers wat vers water konden pakken. Ik denk dat ze liever een halve wijnkelder hadden gezien, maar je kunt niet alles hebben. De Nanjing tempel lijkt verborgen te zijn in een klein huisje en aan het eind van de straat is er dan nog de Xinzu tempel, maar daar was het zo rustig dat we die maar hebben overgeslagen.

We slingeren terug naar de hoofdstraat van Lukang en lopen naar de Tianhou tempel. De oorspronkelijke tempel dateert van 1591 en is een van de oudste tempels van Taiwan, maar het complex is in 1936 compleet gerestaureerd. De tempel lijkt in vele opzichten op veel andere tempels, maar het grappige van deze tempel is dat op de balken van de hoofdpoort buitenlanders zijn geschilderd en er staan ook figuren op klompen tussen die de Nederlanders moeten voorstellen.

De Tianhou tempel is eigenlijk het einde van het oude Lukang, maar nu we hier toch zijn willen we de Longshan tempel niet missen. Deze kleine tempel is een van de beroemdste van Taiwan vanwege de artistieke pracht en praal. Vooral het houtsnijwerk is van bijzonder kwaliteit. Deze tempel is tijdens de zware aardbeving van 1999 volledig ingestort en het heeft 10 jaar geduurd voordat de tempel er weer stond. Elk onderdeel is weer geplaats waar het voor de aarbeving ook zat.

Tegen het middaguur houden wij het voor gezien in Lukang en gaan terug naar Taichung. We hebben nog helemaal geen gelegenheid gehad om wat van Taichung te zien (en dat zal in een middagje ook niet lukken), maar er zijn een paar dingen die we langs willen.

Terwijl we van hot naar her reizen proberen we steeds informatie te krijgen over Hehuanshan. We willen daar morgen naar toe, maar tot nu toe weten we alleen dat er om 09:10 uur een bus gaat vanuit Fengyuan, een plaats iets ten noorden van Taichung. Een slaapplek hebben we nog niet.

In Taichung gaan we eerst op weg naar de Baoiue tempel; niet zozeer voor de tempel maar voor het 27m hoge beeld van ‘mileto’, de fatsige Boeddha. Deze dikkerd staat naast een envoudige tempel die volledig ingebouwd is in een heel moderne uitvoering van een tempel. De tempel zou je zo voorbij kunnen lopen, maar de glimmende gouden Boeddha zie je al van verre zitten.

We pakken de bus terug naar het station en gaan nogmaals naar het visitors centre. Daar hebben ze ons gisteren goed geholpen, dus misschien lukt dat nu weer. Er is nu nog een andere vrouw aanwezig die nog meer kennis van zaken heeft; dat komt goed uit. Ze vertelt dat je voor een boeking bij de enige lodge in Hehuanshan eerst een account aan moet maken. Ze is er op de website van de lodge al snel achter dat er geen kamer meer te krijgen is. Althans, een 2-persoons kamer; we kunnen nog wel op een slaapzaal. Is een beetje een tegenvaller, maar soms moet je wat water bij de wijn doen. Bij het doorvoeren van de boeking komt ze er dan ook nog achter dat er alleen 2 slaapzaalplekken zijn voor 10 december en niet voor 11 december, dan is er nog maar 1 bedje! Ze pakt gelijk de telefoon en belt met de lodge. De medewerker van de lodge verzekerd haar dat het wel goed komt; dat 2e bed komt er ook wel. We gaan het zien!

Na deze lichte tegenvaller gaan we nog even op zoek naar wat ‘beroemde’ straatjes. Electronic Street is de eerste. Hier zou het propvol moeten zijn met electronica- en computerzaken, maar dat valt een beetje tegen. Waarschijnlijk hebben ze hier ook last van Mini-in-the-box en Ali-express. Een paar straten verderop is Herbal Medicine Street. Het zijn eigenlijk een aantal straten waar traditionele medicijnwinkels gevestigd zijn. Hoewel deze wijk deels zijn overgenomen door Vietnamese en Indonesische gemeenschappen, doen de subtiele aromas van de kruiden en de sfeer in de straten nog het meest denken aan hoe het vroeger geweest moet zijn.

Inmiddels vallen er wat druppels, dus we besluiten terug naar het hotel te gaan. Het is inmiddels 17:00 uur en we willen eigenlijk nog even langs bij Stock 20. In een aantal oude trein warenhuizen hebben lokale artiesten kunst tentoongesteld. Het kunst centrum ligt net als ons hotel aan de achterkant van het station. We hoopten dat het zou lijken op hetgeen we in Kaohsiung hadden gezien, maar daar kan het in de verste verte niet aan tippen; in vergelijking daarmee is dit prutswerk van de eerste orde. Maar goed, kunst is iets heel persoonlijks!
Wanneer we ‘s-avonds op jacht gaan naar eten, regent het pijpestelen. Het is dus tijd om te vertrekken.

10 december 2015

We hadden het reisschema omgegooid omdat het de afgelopen dagen slecht weer zou zijn bij Hehuanshan en in een gebied boven de 3000m wil je geen beestenweer meemaken. De afgelopen twee dagen hadden we daarom in Taichung en omgeving doorgebracht, maar vanochtend gingen we dan op weg naar Hehuanshan. Het had vanacht behoorlijk geregend in Taichung en ook toen we op weg naar het treinstation gingen was het nog niet best. We moesten eerst met de trein naar Fengyuang omdat daar de bus naar Hehuanshan zou vertrekken. Vanuit Fengyuan is het dan een busrit van ruim 4 uur om bij de Song Xue Lodge te komen. Onze langste rit van deze vakantie.

Ook onderweg blijft het slecht weer. De busrit gaat over weg nummer 14 en normaal gesproken is die rit alleen al een reden om deze kant op te gaan. Door het slechte weer hadden wij het grootste deel van de weg nog geen 50m zicht, dus we maakten ons wel enige zorgen over ons verblijf in Hehuanshan. Naarmate we hoger komen, wordt de weg smaller en de haarspeldbochten lastiger. Bij vrijwel elke bocht moet de chauffeur z’n claxon gebruiken om evt. tegenliggers te waarschuwen. Zien doet hij ze niet. De afgronden zullen steil en diep zijn, maar dat kunnen we (gelukkig) niet zien.

Om 13:30 uur worden we dan gedropt bij de lodge. We zijn hier op 3150m en de thermometer aan de zijkant van de lodge geeft 2,6 graden aan. Bovendien staat er een straffe wind, waardoor de gevoelstemperatuur nog wel lager zal zijn. We balen nog het meest dat het zicht hier geen steek beter is dan onderweg. We checken in krijgen te horen dat onze slaapzaal in de ski-lodge is, een aantal trappen naar beneden. De bedden hebben een soort electrische onderdeken, dus dan weet je hoe het vannacht zal aanvoelen in dit hok. We kiezen een matras uit, leggen wat spullen neer en gaan dan naar de koffiehut die iets verderop is.

We kijken wat rond of er een fotootje gemaakt kan worden maar het is echt beroerd. In 3158 Cafe bestellen we een koffie en een chocomel en komen er dan achter dat de prijzen hier ongeveer gelijk zijn aan die tijdens de wintersport in Les Menuires; het is niet anders. Diana raakt aan de praat met een vrouw uit Pintung die hier met een aantal vriendinnen is. Ze komt hier meerdere keren per jaar omdat het zo verschrikkelijk mooi is. Het zal wel, maar wij hebben nog niets gezien. De vrouw vraagt hoe we Taiwan hebben ervaren en we vertellen wat we allemaal gedaan hebben. Na zo’n gesprekje kan een gezamenljke foto niet uitblijven, dus: smile! Wanneer we de koffiehut verlaten komt de vrouw ons achterna en geeft Diana een tweetal mokken met de opdruk 3158 Cafe. Dat is wel heel aardig! Nu nog zien dat we die mokken heel houden.

Als we terug lopen naar de ski-lodge, zien we ineens dat de grijze lucht breekt. Er komt zonlicht door een kleine opening in het wolkendek en de wereld ziet er ineens veel vriendelijker uit. Nu zien we pas hoe mooi het hier eigenlijk is. Het stel uit Singapore waarmee wij op de slaapzaal liggen komen net de Ski-lodge uitlopen en zij springt een gat in de lucht bij het zien van de zon. Zij zijn hier al drie dagen en hebben alleen maar chagrijnig weer gehad.

Wij doen even een extra ondershirtje aan tegen de kou en gaan snel weer naar buiten. We hebben nu een ondershirt, t-shirt, ski-pully en regenjas aan en het is eigenlijk nog niet genoeg. Helaas hebben we niet meer winterkleding bij ons, want dan zouden we dat zeker aantrekken.

Buiten is het weer behoorlijk aan het verbeteren. De gaten in het wolkendek worden groter en de uitzichten mooier. We besluiten voor het eten nog even richting Mt. Shihmenshan te wandelen. De lucht begint inmiddels oranje te kleuren door de ondergaande zon en in de verte zien we een wolkendek over een dal liggen. Het wordt steeds mooier. We blijven even aan de voet van Mt. Shihmenshan zitten genieten, maar als het donkerder begint te worden lopen we terug naar de lodge om daar op te warmen en van ons luxe diner te genieten.

11 december 2015

We waren de nacht op de slaapzaal heel behoorlijk doorgekomen. De dekbedjes waren warm genoeg om je tegen de bergkou te beschermen en de watjes konden de electrische onderdeken op 7 zetten.

Toen we buiten kwamen was de lucht om ons heen strak blauw. Het omgooien van het reisschema lijkt z’n vruchten af te werpen. Het heeft duidelijk gevroren vannacht en met dit koude weer missen we onze handschoenen verschrikkelijk. Het ontbijt in de lodge is zo’n beetje het zelfde als het diner; heel veel potten met warm, Taiwanees eten en friet. Gelukkig hebben ze ook een een bak met sneetjes brood neergezet die we in het broodrooster kunnen duwen.

Na het ontbijt gaan we gelijk op pad. We besluiten eerst Mount Shihmenshan te beklimmen. Deze top ligt op 3237m, maar omdat onze lodge al op 3150m ligt is het niet meer dan een klimmetje om te wennen aan inspanning op hoogte. We moeten de 90 hoogtemeters overbruggen op een klim 750m en dat klimmen valt natuurlijk weer eens niet mee op deze hoogte. Na elke 25 stappen sta je als een oud peerd te hijgen. Bovendien staat er een striemende wind over de berg, die het ademenen nog moelijker maakt. Halverwege de tocht zien we een fotograaf bezig met een bruidsreportage. We hebben medelijden met het bruidje. Ze loopt in een trouwjurk met blote buik! Op deze hoogte, in deze kou. Hopelijk overleeft ze de trouwdag.

De uitzichten zijn fantastisch, met verschillende hoge bergtoppen in zicht en een prachtig wolkendek in een verderop liggende vallei. De hele omgeving lijkt wel wat op een hooggelegen wintersport gebied, maar dan zonder sneeuw. Wanneer we boven zijn gaan we even op een steen zitten om bij te komen. We krijgen van een Taiwanese man die net met een groep naar boven is gekomen een sinaasappel aangeboden en hij wil ons graag even op de foto zetten; vooruit maar dan.

What goes up, must come down’, maar gelukkig gaat naar beneden een stuk makkelijker dan naar boven. De bruidsreportage is blijkbaar nog niet klaar, want we zien het bruidje op een groene helling nog steeds standjes aannemen. Om 10:30 uur zijn wij weer bij de lodge en proberen we wat op te warmen in de zon met een bak thee.

Na deze verdiende pauze, besluiten we maar even een berg(je) met de naam Hehuanshan Point te beklimmen. De top ligt op slechts 3217m, maar de klim is korter en steiler! We beginnen enthousiast aan deze korte klim, maar al snel wordt de weg naar boven behoorlijk versperd door rotsen. We klimmen over de rotsen en moeten op een plek kort onder de top zelfs gebruik maken van een touw om omhoog te komen. De uitzichten naar de noordkant zijn hetzelfde als bij de eerste klim, maar de zuidkant ziet er toch weer heel anders uit. Gelukkig is er aan de westkant van de berg een trap gefabriceerd, zodat we ook weer heel beneden komen.

We lopen terug naar de 3158 Cafe en nemen een mok warme chocolade; dat hebben we wel verdiend. Als we weer een beetje op temperatuur zijn gekomen gaan we naar de lodge. We zien op een weersite dat het weer vanmiddag toch weer wat slechter gaat worden. We besluiten de beklimming van de Hehuanschan East Peak niet tot het eind van de middag uit te stellen en gaan gelijk omhoog.

Deze klim moet ons op een hoogte van 3421m brengen, dus het is een serieuzere klim dan die andere twee. Omdat het banjeren van bergbezoekers tot veel erosie van de berghellingen leidt, worden er in Taiwan steeds meer trapconstructies op de berghellingen aangelegd. Zo ook bij deze beklimming. Op een paar kleine onderbrekingen na, is het een hele lange trap.

We zien al snel de twee bergjes van vanochtend in de verte liggen en het duurt niet lang of we zien ze vooral onder ons liggen. Hoe hoger we komen, hoe mooier en weidser de uitzichten worden. We voelen dat de hoogte z’n tol vraagt, maar we hebben het er voor over. We hebben duidelijk veel meer tijd nodig om de top te bereiken dan vanochtend met een lichte hoofdpijn als resultaat. We doen het wat rustiger aan, maar zien ook dat de bewolking toeneemt. De wolken worden gelukkig nog regelmatig aan de kant geblazen door de steeds sterker wordende wind.

We ploeteren voort en dan krijgen we de top in zicht. Het laatste stukje gaat over een rotsachtig pad, maar dan zijn we er eindelijk …………………..of toch niet. De echte top blijkt dan op een klein bultje 30m verderop te zijn. Nog een laatste inspanning en dan staan we toch echt op de top van Hehuanshan East Peak. We maken een paar foto’s om dit feit vast te leggen en gaan dan snel weer naar beneden om te voorkomen dat we straks overvallen worden door echt slecht weer.
Net als bij de vorige beklimmingen is ook hier geen lift of roltrap te bekennen, maar de trap werkt naar beneden wel in ons voordeel. In een recordtijd staan we weer bij onze ski-lodge.

Wanneer we ‘s-avonds naar de eetzaal lopen is de temperatuur al weer onder het vriespunt gedaald. Het eten niet erg gevarieerd, want precies dezelfde potten met eten staan ons weer toe te lachen. We proberen er wat lekkers van te maken, maardenken vooral aan waar we morgen in Taipei zullen gaan eten.

12 december 2015

De inspanningen op hoogte van gisteren hadden wel gevolgen gehad voor de nachtrust. Een lichte hoofdpijn zorgde ervoor dat we elk uur wel wakker waren. Het slaaphol was vannacht ook nog eens vol, dus lekker breed uit liggen was er niet bij. Langer dan 06:30 uur hielden we het niet uit op de vloer en gingen we onze was-schijnbeweging maken. Wat zullen wij vanavond blij zijn met een douche! We pakten gelijk al onze spullen, in want een wandeling van onze ski-villa naar de hoger gelegen Song Xue lodge waar ons ontbijt klaar staat, wil je niet te vaak maken.

Toen we buiten kwamen zagen we tot onze verbazing….. niets! Het weer was volledig omgeslagen en de hoge bergen die ons gisteren zo toelachten, waren verborgen achter een dikke wolk. Ons bezoekje aan Hehuanshan hadden we wel heel knap getimed!

Na weer een ‘heerlijk’ ontbijtje gingen we tegen negenen bij de bushalte staan wachten. De bus komt normaal gesproken rond 09:15 uur, maar die ene bus per dag wil je niet missen; je zult toch nog een nacht op zo’n matrasje moeten slapen. Het wachten op de bus werd een ware survival. De temperatuur was een paar graden onder nul en de wind striemend, zodat de gevoelstemperatuur ergens rond de -10 zijn geweest. Op die omstandigheden waren wij helemaal niet voorbereid en om toch op de bus te kunnen blijven wachten kropen we in de telefooncellen die iets verderop staan.

Blijkbaar zagen we er als twee zielige hoopjes mens uit, want een vrouw kwam op op toe lopen en vroeg of we met haar mee naar beneden wilden rijden, dan hoefden we niet langer hier staan te verkleumen. Daar hadden we geen bedenktijd voor nodig. We klappertanden ‘zenkjoeverriemuts‘ en liepen met haar mee naar het volkswagen busje. Voor Diana was er nog een stoel beschikbaar in de bus, maar Rob moest achterin op de laadvloer. Gelukkig was de bench er wel uit!

De vrouw bleek een Taiwanese gids te zijn die een groep vrouwen uit Singapore in haar volkswagen bus Taiwan laat zien; haar moeder is de chauffeur. Wij zijn al lang blij dat we onderdak hebben zodat we een beetje op temepratuur kunnen komen. Na een krap half uurtje ziet Rob vanuit zijn toppositie ineens dat bus 6506 drie auto’s achter het volkswagen busje zit. Hij communiceert via een van de vrouwen uit Singapore met Diana, die op haar beurt de gids inlicht. Wanneer we iets verderop moeten stoppen voor tegenliggers, voeren we een snelle wisseltruc uit en gaan verder met bus 6506.
Het is dezelde rit als twee dagen, maar dit keer kunnen we wel genieten van de fantastische omgeving. Tegen de tijd dat we bij het plaatsje Cuifeng zijn begint het wolkendek nl. langzaam op te lossen. De rest van de rit zitten we met de neus tegen het raam en vanaf Puli, wanneer alleen wij twee nog in het busje zitten, lijkt het voor de mensen langs de weg waarschijnlijk of er twee naar hun ‘werk’ worden gebracht.

Om 13:15 uur zijn we weer terug op het busstation van Fengyuang. We bedanken onze prive chauffeur voor de bijzondere rondleiding en gaan op weg naar het treinstation. Volgende stop en tevens eindbestemming in Taiwan: Taipei.

Aan het loket horen we dat de sneltrein naar Taipei om 13:45 uur vertrekt. Dat lijkt een mooie aansluiting, maar wij willen eigenlijk nog even wat eten. We trekken een kort sprintje naar de Subway om de hoek, bestellen twee vegetarische Parmezaan-oregano broodjes, halen een flesje drinken bij de 7-Eleven en sprinten terug naar het treinstation. Op perron 2 gaan we op een bankje zitten en schuiven het broodje naar binnen. Net nadat wij de papiertjes hebben weg gegooid, rijdt de trein het station binnen. We zoeken onze stoelen en gaan er maar weer eens goed voor zitten.

Onderweg is het niet zo bijzonder als in ons busje van vanochtend. Veel grauwe, lelijke steden afgewisseld met niet al te bijzonder groen. Om 15:50 uur rijden we Taipei Centraal binnen en gooien we de rugzak weer op de nek, op zoek naar ons hotel. Het voelt allemaal heel bekend in Taipei; alsof je hier al heel vaak bent geweest. We lopen blindelings naar ons hotel, maar daar gaat het toch mis. We slaan een weg te vroeg linksaf en moeten dus toch weer een beroep doen op de smartphone van een inwoner van deze stad. Met een kleine vertraging van 5 minuten landen we dan in onze prachtige kamer van het Green World Station Hotel; wat een verademing, een eigen badkamer!

13 december 2015

Onze kamer krijgt het D&R-keurmerk; ruim, goede bedden, een heerlijke douche en goede wifi. Ondanks alle comfort stonden we al wel weer om 07:30 uur naast het bed. Je wilt je tijd hier natuurlijk niet verdoen. Na het goede ontbijt gaan we rond 08:30 uur richting het icoon van Taipei: de Taipei 101. Deze wolkenkrabber van 508m had in 2004 nog de records in handen voor het hoogste gebouw ter wereld, de hoogste verdieping ter wereld en het hoogste dak ter wereld. Inmiddels is de Taipei 101 deze records kwijt geraakt aan Dubai, maar het record voor de snelste personenlift met 1010m/min hebben ze nog steeds in handen. Ook heeft het gebouw de grootste en zwaarste wind demper. De stalen bal is 5,5m in doorsnee en weegt 660 ton. Deze zware bal, die moet voorkomen dat het gebouw gaat zwiepen, heeft ruim 3,5 miljoen euro gekost. Het gebouw staat op 380 betonpalen van 1,5 meter doorsnee die 80 meter de grond in zijn geheid. We kunnen nog wel even doorgaan met dit soort feitjes, maar dan haken te veel lezers af, dus gaan we verder met ons eigen verhaal.

We willen naar het observatiedek op de 89e verdieping, maar in tegenstelling tot een bezoekje aan het Empire State Building of de Burj Khalifa, hoef je hier niet vooraf te reserveren. We nemen dus de metro naar het bijbehorende station en gaan naar de 5e verdieping om kaartjes te kopen. We proberen eerst een foto van het gebouw te maken, maar dat lukt natuurlijk niet van dichtbij. We lopen wat naar links en we lopen wat naar rechts, maar het blijft lastig. Hierna gaan we naar binnen om kaartjes te kopen voor een ritje met de snelste lift naar het observatiedek en het verbaast ons dat er helemaal geen rij staat. Het is dan wel de duurtste attractie/entree van Taiwan (nog een record), maar toch verwacht je niet dat direct aan de beurt bent voor een kaartje. Waarschijnlijk zijn wij vroeg want de dranghekken op de vijfde verdiepingen beloven niet veel goeds. We gaan in de kleine rij voor de lift staan en wachten tot ook wij omhoog geschoten worden. Samen met een 20-tal Aziatische toeristen staren we naar de snelheidsmeter naast de liftdeuren. De meter geeft inderdaad 1010m/min (60km/u) aan en we moeten de oren onderweg af en toe klaren. In de welbekende poep-en-een-scheet gaan de deuren op de 89e verdieping weer open.

Het uitzicht over Taipei is fantastisch en we proberen zo veel mogelijk lokaties waar we geweest zijn te herkennen. Na een rondje langs de ramen gaan we verdieping lager om de wind demper (stabilisator) van het gebouw te bekijken. Ook van deze stalen bolen hebben ze een bezienswaardigheid weten te maken waar iedereen mee op de foto wil. Daarmee zit ons bezoekje aan de Taipei 101 er wel op en gaan we in de rij staan om met de lift naar beneden te gaan.

We hadden bedacht om de rest van het dagprogramma in te vullen met Jiufen en de Pingxi Branch Rail Line en om daar te komen moesten we eerst met de metro naar een bushalte bij metrostation Zongxiao Fuxing, van waar de bus naar Jiufen vertrekt.

Als we het metrostation uit komen worden we opgewacht door handlangers van de taxi-maffia die je proberen te overtuigen dat je vooral niet met de bus moet gaan, want die doet er minstens 2 uur over en dat je beter een taxi kunt nemen. We hebben vandaag alle tijd, dus voor dat argument zijn wij niet gevoelig. We zoeken de bushalte van bus 1062 en gaan in de rij staan. De rij achter ons groeit gestaag, dus het lijkt erop dat zondag een goede dag is voor Jiufen e.o.

Het busritje duurt uiteindelijk bijna anderhalf uur, maar daarvan staan we minstens 20 minuten in de file vlak voor Jiufen. Ook de dagjesmensen hebben blijkbaar deze zondag aangegrepen voor een bezoekje aan Jiufen. Het weer in de noordelijker gelegen gebied is heel anders dan vanochtend bij de 101. Stond die wolkenkrabber nog tegen een strak blauwe achtergrond, hier kunnen we de wolken weer bijna aanraken. We vlak bij Jishan straat uit de bus. Jishan street blijkt het episch centrum van Jiufen te zijn. Schouder aan schouder schuifelen we door dit smalle straatje met etensstalletjes en souvenierwinkeltjes. We halen het einde van de straat niet want het duurt niet lang of we krijgen lichte verschijnselen van agorafobie. We draaien om en schuifelen het straatje weer uit. We wandelen dan nog wat door het, tegen een berghelling gelegen, dorpje en via wat trappetjes en een paar smalle straatjes komen we dan weer in de buurt van een bushalte uit. Daar nemen we de eerste bus naar Ruifang.

Ruifeng is het startpunt van de Pingxi Branch Rail Line, een spoorlijn door een gebied waar vroeger een welvarende steenkool industrie was. De spoorlijn is in 1921 aangelegd door de Japanse Taiyang Mining Company en op het hoogtepunt van de mijnbouw waren er 18 mijnen in gebruik. Tegenwoordig zijn de kleine plaatsjes langs de spoorlijn, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan, vooral afhankelijk van de toeristen die langskomen. We kopen een kaartje voor het voorlaatste dorpje, en tevens naamgever van de spoorlijn: Pingxi.

De eerste paar kilometer gaan nog over het ‘normale’ spoor, maar dan buigt de Pingxi Line af. We komen langs Houton, Sandiaoling, de halte voor de Shifen waterval en vervolgens bij Shifen. Bij dit plaatsje loopt het spoor vlak langs de twee- en drie verdiepingen hoge huisjes aan beide zijden van de rails. Dit is de enige plaats in Taiwan waar dat nog het geval is. De trein stroomt hier leeg en hoewel wij eigenlijk nog een stukje verder moeten besluiten we er hier ook maar uit te gaan. We zijn nieuwsgierig waarom bijna iedereen hier uitstapt.

We lopen via het spoor terug door het dorpje en steken eerst de rivier over via een oude hangbrug. Dat levert mooie plaatjes op, maar daarvoor zal iedereen hier toch niet heen komen. We lopen terug naar het spoor en zien dan grote balonnen de lucht in gaan. Als we dichterbij komen blijkt dat je hier grote papieren lantaarns kunt kopen, waarna je deze kunt beschrijven met wensen of iets anders dat je leuk vindt. Vervolgens wordt er een brander onder de ballon aangestoken en en als er voldoende warme lucht in de ballon zit laat je hem los en zweeft de ballon richting de achterliggende bergen. Dit alles wordt natuurlijk vastgelegd met de smartphone. Dit spektakel is gejat van het jaarlijkse Lantern Festival dat elk jaar in het voorjaar wordt gehouden. Hier doen ze het elk weekend.

Na een uurtje hebben we het wel gezien in Shifen en gaan we in de rij op het perron staan, in afwachting van de trein terug naar Ruifang. In een volgepakte trein rijden we in een half uurtje terug en kopen we de kaartjes voor de trein naar Taipei CS. In een nog vollere lokale trein rijden we dan in een uur van Ruifang naar Taipei, waar we om 18:30 uur aankomen. Weer een dag goed besteed!

14 december 2015

Onze laatste dag in Taiwan staat er nog een verplicht nummertje op het programma: het National Palace Museum. Dit museum wordt gezien als een van de top 5 museums van de wereld, dus die kunnenwe niet overslaan. Met een collectie van meer dan 690.000 stukken van de neolithische tijd tot aan het eind van de Qing dynastie, hoefden we ons niet te vervelen.

We proberen ‘s-ochtends nog een late check-out te regelen in het hotel, maar daar doet dit hotel niet aan; je moet dan gewoon een hele dag boeken. We proberen nog ergens anders een daghotel te regelen, maar ook dat spoor loopt dood. Uiteindelijk pakken we dan onze rugzakken maar in en zetten die in de lobby van het hotel met een etiketje eraan (ze hebben nl. geen luggage-room).

We pakken de metro naar station Shilin en stappen daar over op de bus die ons naar het museum brengt. Rond 11:00 uur zijn we bij het museum en het is er een gekkenhuis. Tientallen bussen staan er geparkeerd en de passagiers lopen in grote groepen voor en in het museum. Wij lopen de trappen op naar de ingang van het museum en kopen een kaartje. Leggen daarna onze rugzak in een kluisje en gaan de collectie te lijf.

De collectie varieert van bronzen boeddha’s tot jade sieraden en van granieten grafstenen tot aardewerken varkens. Niet alles heeft onze interesse, maar er is zoveel te zien dat de tijd vliegt. Het is een beetje jammer dat de Chinezen in de meerderheid zijn en dat ze zo gruwelijk veel lawaai maken, ondanks dat er supposten rond lopen die steeds een bordje voor hun neus houden waarop staat dat ze geen lawaai mogen maken. Het verpest een beetje de sfeer, maar we zijn er inmiddels aan gewend geraakt. Ze zijn blijkbaar niet in staat om op fluistertoon tegen elkaar te vertellen hoe mooi ze iets vinden, dat kan alleen maar als een stelletje viswijven.

Na twee uurtjes langs de vitrines te hebben gestruind is het mooi geweest en gaan we weer naar buiten. We halen onze rugzak uit de kluis en lopen nog wat op het museumterrein rond. Langzaam aan lopen we weer naar straat waar we ons opstellen in de rij die op de bus staat wachten. Bus 255 is helemaal versierd met kerstslingers en de buschauffeur is gekleed in kerstman kostuum. Ho ho ho ho!<

Terug bij het metrostation halen we eerst een bak koffie en scoren een soort krentenbroodje bij de bakker. Het is inmiddels 13:00 uur geweest, dus daar hadden we wel zin in. Onder genot van dit bakkie bedenken we wat we ‘s-middags nog zouden kunnen doen, want het ‘verplichte’ programma zit erop. We besluiten er een relaxed middagje van te maken en gaan met de metro eerst naar Daan Park in de hoop dat we daar wat door het park kunnen wandelen, of op een bankje kunnen zitten en mensen kijken.

Het park valt helaas wat tegen. Het is leeg en veel kleiner dan we gedacht hadden. In de verte zien we de Taipei 101 die af en toe met de bovenste verdiepingen in de wolken hangt. We besluiten die kant maar eens op te lopen. We vergissen ons een beetje in de afstand. Waarschijnlijk dat door de hoogte van de Taipei 101 het dichterbij lijkt dan het is. Gelukkig hebben we alle tijd vanmiddag en het geeft ons de gelegenheid om de Taipei 101 vanuit wat andere hoeken te bekijken.

Vanaf de Taipei 101 lopen we dan door naar het metrostation Taipei City Hall omdat daar de blauwe metrolijn langs komt die naar de Longshan tempel gaat en daar we willen nog een keertje heen. Deze tempel is in onze ogen de meest sfeervolle van het land.

We stappen uit bij het gelijknamige metrostation en lopen naar de tegenover gelegen tempel. Er zijn weer veel mensen die een offer komen brengen of een wierook stokje komen aansteken en uit het hoofdgebouw klinkt het ritmisch gezang van monniken, begeleid door monotoon getrommel. De rook van de vele wierook stokjes en kaarsen die hier gebrand worden verspreid zich over het terrein dat zorgt voor een magische sfeer. Diana loopt nog wat over het tempelterrein, Rob gaat op een trapje zitten en laat alles nog een keertje op zich inwerken.

Iets na vijfen verlaten we de tempel en gaan we op weg naar het centraal station ons laatste ritje met de metro. We checken nog even de mail in het hotel en eten een hapje bij restaurant Dante. Daarna kleden we ons om en gaan met de airport-shuttlebus naar de luchthaven.
Na een half uurtje door donker Taipei worden we luchthaven Taoyuan bij vertrekhal 1 afgezet. De rest is routine: rijtje aflopen bij het inchecken, rijtje aflopen bij de douane, Taiwanees geld opmaken bij een eet- of drinktent en dan maar wachten bij gate B6 tot het boarden voor de vlucht EK367 begint.

15 december 2015

Met een vertraging van zo’n 20 minuten vertrokken we dus op dinsdag in alle vroegte naar Dubai en laten we Taiwan met haar prachtige natuur en lieve bevolking achter ons. Het vliegtuig blijkt niet vol te zijn, dus de buurman van Diana, die wel wat weg had van Hikaru Sulu, sprong snel naar een andere bank zodat wij drie stoelen tot onze beschikking hadden. De captain roept om dat de vlucht 9 uur en 25 minuten zal duren; dat is wel even zuchten. Na de warme hap lukt het ons wonderwel om wat uurtjes te slapen en rond 03:00 uur Dubai-tijd worden we weer wakker van het licht in de cabine.

Niet veel later wordt het opntbijt opgediend en rond 05:45 uur landen we op Dubai Airport. Het boarden voor onze vlucht naar Amsterdam start om 07:30 uur dus we hebben nog wel even tijd om wat te drinken. We verplaatsen ons eerst met het shuttle treintje van de B-terminal naar de A-terminal en gaan dan bij een Mc Cafe zitten voor een bak koffie en dat smaakt best na een vlucht van negeneneenhalf uur! Om 07:15 zijn we bij de gate voor onze vlucht naar Amsterdam en we zien dat de A380 al klaar staat.
Het boarden start mooi op tijd, maar helaas moeten we een uur in het vliegtuig wachten op passagiers die van een ander vlucht met een minder mooie aansluiting.
De vlucht naar Amsterdam duurt uiteindelijk nog eens 7 uur, die we dorkopmen met wat films, tv-series en muziek op het entertainmentsystem. Iets voor enen zet de piloot het toestel aan de grond in Amsterdam. We halen onze bagage van band 22 en gaan dan naar perron 2 voor de trein naar Apeldoorn.

Taiwan 4

03 december 2015

Vandaag is zo’n soort tussendag. We reizen naar Chiayi, maar eigenlijk alleen met het doel om van daaruit naar de Alishan National Scenic Area door te reizen en dat laatste dan het liefst met de Alishan Forest Railway, maar daarvoor moeten we eerst nog kaartjes zien te krijgen.

Omdat we dus ook niet de hele dag in Chiayi hoeven te zijn, gaan we er vanochtend toch nog een keer met de fietsjes op uit. Vanuit een soort van beroepsdeformatie moet er nog even een bezoekje worden gebracht aan de Medicine Lord Temple, dus daar gaan we weer. We mengen ons in het drukke verkeer en gaan via de Jinhua weg naar de tempel. Het is een klein tempeltje dat tussen de huizen in is geklemd. Zelfs zo ‘s-ochtends vroeg hangt er al een rookwolk van de brandende wierookstokjes. Het tempeltje is ter nagedachtenis aan een dokter van de Tang dynastie. Zijn beeld staat in het hoofdgebouw.

Na het bezoek aan dit tempeltje gaan we terug naar het hotel, maar rijden dan wel even langs de markt; de Water Fairy Temple Market wel te verstaan. Het is zo’n mooie ouderwetse, rommelige markt waar je een berg vlees, vis en groente vindt en waar af en toe ook een kledingstalletje tussen staat.
Ergens aan de oostkant van de markt, tussen de stalletjes, bevindt zich dan ook nog de Water Fairy tempel. We lopen een half uurtje over de markt en genieten van de tafereeltjes die we zien. Het lijkt er af en toe stevig aan toe te gaan. Een marktverkoopster gooit een platsic zak met groenten richting de klant, deze schreeuwt iets terug, waarna de verkoopster de groeten weer uit de zak haalt en op de weegschaal smijt. De groenten gaan daarna weer in de plastic zak, worden weer voor de klant neer geplempt, die onder luid protest de groenten betaald. Misschien hebben ze alleen vriendelijkheden uitgewisseld, maar dat hebben ze dan goed verborgen gehouden.

We fietsen het laatste stukje terug naar het hotel en nemen daar eerst nog een bakkie koffie voordat we onze spullen van de kamer halen. Rond 10:30 uur checken we uit en laten we ons met een taxi naar het treinstation brengen. De snelle trein naar Chiayi gaat om 11:36 uur, dus we hebben nog even tijd om op het station van Tainan rond te neuzen. Een station is een ideale plek om mensen te bekijken.

De trein is wederom mooi op tijd en na een ritje van ruim 40 minuten stappen we in Chiayi uit. We lopen eerst naar de balie van Tourist Information omdat we die kaartjes voor de treinreis naar Fenqihu willen scoren. De vrouw achter de balie blijkt maar heel beperkt Engels te spreken, maar ze wijst ons wel naar balie buiten het stationsgebouw, waar de treinkaartjes gekocht kunnen worden. Wanneer we voor de balie staan hangt er een bordje met ‘no seats available’. Dat is balen! We roepen toch een van de medewerkers en dan blijkt dat er nog steeds kaartjes voor de trein van morgen te krijgen zijn. Dat bordje hing er misschien nog voor de trein van vanochtend.

Ook hier nemen we een taxi naar het hotel. Helaas mogen we nog niet op de kamer. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt in Taiwan. We gooien onze bagage dus in de ‘luggage room’ en wandelen Chiayi in. Chiayi is een grote stad, dus we hebben wel een twintigtal minuten nodig om in het centrum te komen. Heel veel winkels zijn al helemaal in de kerstsfeer en dat blijft een rare gewaarwording met temperaturen boven de 25 graden. We hebben helemaal niets op het programma staan in Chiayi, maar de kerstboom herinnert ons wel aan de seizoenarbeid die moet worden gedaan.

We lopen diverse winkels in, maar kunnen geen geschikte produkten vinden. De verkoopster van een evangelische boekhandel wees Diana uiteindelijk de weg (hoe toepasselijk!). Dan moeten we ook nog even naar het postkantoor voor de bijbehorende administratieve rompslomp. Daar waren we al een keer langs gelopen dus dat is zo gevonden. Nummertje trekken bij de automaat en en dan maar afwachten of de medewerker Engels spreekt. Dat is niet het geval, dus moet er even een collega bij komen. Ach, je went eraan.

Nadat we deze jaarlijks terugkerende zaken geregeld hebben, lopen we terug naar het hotel. Het is inmiddels 15:00 uur dus we kunnen naar onze kamer.
Aan het eind van de middag lopen we nog een keer de stad in. Dit is echt een heel andere stad dan anderen. Grote warenhuizen waar ze vooral merkspullen verkopen, tig kledingwinkeltjes, ontelbare restaurantjes, etc. We neuzen wat rond bij al die kleine winkeltjes en aan het begin van de avond gaan we op zoek naar een restaurantje. We gaan naar binnen bij een trendy eetgelegenheid waar de bediening met een kerstmuts op loopt en kerstliederen klinken. Zo krijgen wij ook een beetje het idee dat het december is.

04 december 2015

Vandaag gaan we met het VSM-treintje van Taiwan naar Fenqihu om van daaruit de Alishan Forest Reacreational Area te bezoeken. Het treintje hier luistert naar de naam Alishan Forest Railway en vertrekt om 09:00 uur van het treinstation van Chiayi. Er gaat er maar eentje per dag, dus hebben we de wekker maar een keer gezet.

Ruim op tijd gaan we bij het perron zitten dat speciaal voor deze trein is bedoeld. Ook dit keer weer alleen maar Chinezen en Taiwanezen bij ons in de trein; geen blanke te bekennen. Wanneer het treintje er toeterend aan komt rijden springen alle andere toeristen op om een foto te maken van de trein. Natuurlijk moet er geposeerd worden voor de trein, twee vingertjes in de lucht, hetzelfde ritueel maken we al ruim drie weken mee. Ook deze trein heeft geen moeite met op tijd vertrekken, dus we gaan er maar eens voor zitten.

Tijdens deze tocht stijgt de trein naar 1400m en wordt er op een zestal stationnetjes gestopt. De trein slingert zich de berg op en de uitzichten zijn fraai. Van bamboebos tot theeplantages en van diepe ravijnen tot stijle bergwanden, we zie het allemaal onderweg. Tegen 11:30 uur zijn we in Fengihu en gaan we op zoek naar ons hotelletje. Je kunt duidelijk merker dat we de hoogte in zijn gegaan, want het is hier een stuk frisser dan in Chiayi. Met wat hulp van de lokale middenstand vinden we ons hotelletje en worden we door Mickey bijgepraat over Fenquhi. Mickey spreekt heel goed Engels, dus dat maakt het allemaal een stuk makkelijker. We laten weten dat we wel geïnteresseerd zijn in de sunrise-toer morgenvroeg en ze laat weten dat we dan om 20:00 uur bij de receptie moeten komen, omdat dan duidelijk is hoeveel er mee gaan.

We krijgen een Chineestalige kaart van de omgeving in de hand gedrukt, waarop ze een paar krabbels zet bij trails die we vanmiddag zouden kunnen doen. Dan gaan we eerst op zoek naar een plek om wat te drinken.
Na de vochtinjectie besluiten we eerst maar de Fenqihu-trail te lopen. Het mag de naam trail eigenlijk niet hebben, want het traject is maar 700m lang. Het is wel erg mooi in deze omgeving waar de rode cypressen in de meerderheid zijn. Deze bomen zijn eigenlijk de reden waarom het treintje waar we vandaag mee zijn gekomen is gebouwd. Tijdens de Japanse bezetting, begin twintigste eeuw, werden deze cypressen in grote getale gekapt, maar moesten ze nog naar beneden vervoerd worden. Dit treintraject bleek de beste oplossing. Tussen de cypressen staan ook nog eens menshoge boomvarens en natuurlijk ook heel veel grote bamboe. We leggen het trajectje af in minder dan een half uur (we hebben het dus rustig aan gedaan) en gaan dan terug naar Fenqihu om daar het echte dorp te bezoeken.

Langs het treinstation heeft zich een soort hoofdstraat gevormd waar veel restaurantjes zijn, maar vooral ook souveniershops. Het meer oorspronkelijke dorp ligt tegen de zuidhelling van de berg. We gaan in dit oude gedeelte van Fenqihu op zoek naar een restaurantje. Daar zijn er wel een aantal van, maar bij het merendeel spreekt het eten ons niet echt aan. Uiteindelijk vinden we iets ‘eetbaars’ bij een ouder echtpaar dat bij hun huis wat tafeltjes heeft neergezet en op een vuurhaard eten bereid.

Na de lunch vallen we dan de Cypres Trail aan. Ook geen joekel van een trail, maar een groot deel van de 2km gaat wel tegen diezelfde zuidhelling op, dus een echte kuitenbijter. De naam van de trail heeft het waarschijnlijk al verraden, maar er staan hier vrijwel alleen maar rode cypressen om ons heen. Hoewel je steeds heel dicht bij de Fenqihu bent, heb je het gevoel dat je ergens diep in een bos loopt.

Met veel moeite hebben we een uurtje nodig voor deze trail en wanneer we Fenqihu weer in zicht hebben ruiken we bakkerij-lucht. Niet veel verder zijn ze bij een huisje de lokale donuts aan het bakken. Dit ruikt te lekker, die moeten we hebben. We kopen een paar net gebakken donuts en gaan in het tuintje op een stoel zitten.

Nadat we terug zijn in Fenqihu lopen we naar de bushalte om alvast te kijken op welke tijden de bus gaat. We waren van plan om overmorgen de bus via Alishan naar Sun Moon Lake te pakken, maar zijn tot de ontdekking gekomen dat we dan niet meer bij ons hotel kunnen komen. Gelukkig had Mickey een betere optie: met de bus terug naar Chiayi, dan met de trein naar Ershui en vervolgens met de smalspoor trein naar Sun Moon Lake. Lijkt een hele toer, maar kan in dezelfde tijd als onze eerste optie.
We gaan even terug naar onze kamer en kleden ons op de lokale omstandigheden. We trekken de sokken aan, verruilen de Teva’s voor de bergschoenen en trekken bovendien een skipully aan.

Wanneer we om 17:45 uur de hoofdstraat inlopen op zoek naar een plek om te eten, blijkt bijna alles al dicht te zijn. We lopen de hoofdstraat een keertje op-en-neer, maar kunnen niet anders dan bij de 7-Eleven naar binnen voor een soepie met crackers en een ijsje toe. Het kan niet elke dag 4 sterren zijn.

05 december 2015

Hadden we gisteren nog gedacht dat we via een ingewikkelde route naar Sun Moon Lake te reizen, komt Mickey ‘s-avonds met het voorstel om toch maar met de bus te gaan. Ze had met haar baas overlegd en het bleek wel op die manier te kunnen (zeiden wij toch!). Bovendien is het volgens haar dan veel handiger om gelijk na Alishan die bus te pakken en niet meer terug te komen naar Fenqihu. We zouden dan vandaag in Fenqihu nog wat kunnen doen (?) en dan morgen de sunrise toer en gelijk door naar Sun Moon Lake. We proberen ons wat voor te stellen bij ‘nog een dag in Fenqihu‘, maar er komt niks. We besluiten dan maar om vandaag de sunrise toer te doen en dan gelijk door naar Sun Moon Lake. Jammer van dat nachtje dat we al geboekt hebben in Fenqihu. Fenqihu was leuk, maar twee volle dagen is wat veel.

Het gevolg was dat onze wekker vanochtend op 03:30 uur stond! Je moet wat over hebben voor een zonsopgang bij Alishan. We worden met een zestal Chinese jongens in een minibus naar de Alishan National Forest Recreation Area gebracht, waar we bij het treinstation worden afgezet. Je gaat nl. met een smalspoor trein naar Zhushan, de bestek plek voor die zonsopkomst. Heel alleen zul je je daar niet voelen, want we worden vergezeld van minstens 500 andere gekken die vroeg uit bed zijn gekomen. We sluiten op het station achteraan de lange rij die staat te wachten tot de loketjes opengaan. Wat een kuddedieren zijn we toch.

Nadat we een kaartje hebben bemachtigd gaan we naar de bovenetage waar het perron van de trein is. Daar hetzelfde verhaal; in een lange rij staan staan al die mafkezen (incl. wij) te wachten tot ze de trein in mogen. Als de trein onderweg is naar het perron gaan de hekjes open en de lange rij mensen komt in beweging. Een tweetal mannen telt het aantal mensen dat het perron opgaat en wanneer het max aantal passagiers voor de trein bereikt is gaan de hekjes weer dicht en mag de rest op de volgende trein wachten.

De rit in de volgepakte wagon duurt ongeveer een half uur en als de deuren open gaan bij Zhushan, stormt de menigte de trap op om toch vooral de beste plek te hebben. Wij proberen wat minder paniekerig naar boven te komen, maar ongemerkt ga je mee met de menigte. Daar staan we dan, met enkele honderden niet uitgeslapen mensen aan een hek van ongeveer honderd meter breed te wachten tot de zon achter de bergen vandaan komt.

Normaal gesproken zou je de zonsopkomst hier moeten zien in combinatie met de zgn. ‘Sea of Clouds’, dan ligt er een wolkendek over de vallei en steken alleen de hoge bergpieken daarboven uit. Die S.O.C. lijkt vandaag wat drempelvrees te hebben, want de wolken zijn alleen boven de verste bergen te zien. Nog steeds een mooi plaatje, maar net niet. Om 06:45 uur komt dan de eerste zonnestraal boven de bergen uit en als een massaal orgasme klinkt het uit honderden monden ‘oooooooohhhhhh‘ terwijl gelijktijdig de sluiters van de cameras ritmisch klikken.

Omdat de zon al een tijdje onderweg was achter de bergen, heb je gelijk lasogen van het fotograferen. We blijven nog even om alles wat er om ons heen gebeurt in ons op te nemen, maar rond zevenen lopen we dan weer terug naar de trein. Een half uurtje later lopen we het station van Alishan alweer uit en kopen een hete bak koffie om onze handen aan te warmen, want met een graadje of 12 was dit ook ons koudste vakantiemoment.

Na de koffie besluiten we een korte trail te lopen naar de Shouzhen tempel. We willen nog wel wat meer zien van Alishan, maar om 09:00 uur begint de verkoop van de buskaarten voor de bus naar Sun Moon Lake. We willen perse de bus van 13:00 uur hebben, want anders wordt het mogelijk een probleem om bij ons hotel bij Sun Moon Lake te komen.

Na een wandeling van een half uur zien we het tempelgebouw in de verte. Het lijkt weer zo’n standaard Boeddhistische tempel, maar dan horen we ineens allerlei muziek bij de tempel vandaan komen. We lopen door naar de tempel en er blijkt een ceremonie o.i.d. aan de gang te zijn. Er staan draagkarren voor de tempel, er is een grote menigte die zenuwachtig heen en weer loopt en die typische Boeddhistische muziek klinkt.

We lopen door de tempel en er wordt een soort dans uitgevoerd. Als we even later voor de tempel staan springt er opeens een jongen met ontbloot bovenlijf uit de tempel naar buiten. Hij heeft een hoofdwond en het bloed loopt langs zijn gezicht. Hij heeft ook een soort deegroller met spijkers in de hand en als hij dichterbij komt zien we dat zijn rug daarmee bewerkt is; een soort (zelf)kastijding dus? Deze jongen lijkt de hoofdpersoon, want nu hij buiten is komt alles in beweging.

Bij de pagode komen een tweetal grote poppen in beweging en de draagkarren die al een tijdje voor de tempel op de schouders van de dragers rustten gaan voorop in de stoet. Na een paar honderd meter raakt de hoofdrolspeler in een soort gevecht verwikkeld met een andere jongen en niet veel later worden de beide jongens door andere mannen bewusteloos weggedragen, alsof ze in een trance zijn. Zo is een tempel bezoeken best leuk!

We zien dat het inmiddels 08:15 is, dus we moeten terug richting het station om onze buskaartjes veilig te stellen. Wanneer we bij het kantoortje van de busmaatschappij aankomen, staat er een klein rijtje mensen te wachten en wij schatten in dat we vanmiddag wel meekomen. Om 09:05 uur zijn wij in het bezit van twee buskaartjes voor de bus naar Sun Moon Lake.

Dan pakken we de kaart van Alishan er weer bij en kiezen voor een plek met de welluidende titel: ‘Viewing the Cloud Sea from Ciyun Temple’. Dit zou de revanche kunnen zijn voor het vrijwel ontbreken van een S.O.C. bij de zonsopkomst. We gaan weer op pad, maar hebben dit keer veel meer last van leeg gekieperde toerbussen. De Chinezen hebben de nare gewoonte om breed uit in grote groepen te wandelen en dat in een tempo waarbij een normaal mens om zou vallen. We moeten ons dus elke keer door zo’n groep wringen. We hebben iets meer dan een half uur nodig om bij de eerder genoemde plek te komen, laten de Ciyun tempel links liggen en stomen gelijk door naar de uitkijkplek. Het wolkenkleed is ook hier nauwelijks aanwezig, maar het is wel een mooi plek. Toch blijven we even hangen op dit uitkijkpunt om een zo mooi mogelijk beeld te krijgen van deze omgeving.

Daarna vervolgen we onze weg via de Giant Trees Boardwalk-1. Ook in dit gebied is de rode cypres alom aanwezig en de meest bijzondere hebben een nummer of zelfs een naam gekregen. De bomen zijn hier tot 45m hoog en meer dan 2000 jaar oud. Het is een prachtige route langs majestueuze bomen waarvan de hoogsten vaak een dode top hebben omdat ze door blikseminslag zijn geraakt. We lopen het hele rondje en gaan dan weer op weg naar het station van Alishan omdat we wel trek hebben gekregen.

Wanneer we halverwege de terugweg zijn zien we opeens aan onze rechter kant dat de vallei helemaal wit is geworden. Er trekt een heel pak wolken naar binnen. We draaien ons om en gaan zo snel als de mede-toerist het toelaat terug naar de uitkijkplek met de lange titel. Wanneer we dit keer vanaf het platform het dal in kijken zien we een prachtig wit wolkendek tegen de bergen aan glijden en steeds dichterbij komen. Dat is wat we vanochtend hadden willen zien; zo hoort een S.O.C. er minstens uit te zien. We maken al onze eerder gemaakt foto’s opnieuw en vinden het zelfs de moeite waard om een hier een selfie te maken. We blijven dit keer langer dan de vorig keer staan en merken ook dat je niet te veel wolken moet hebben. Na verloop van tijd is de wolkenmassa in het dal zo groot dat er eigenlijk niets meer te zien is.

We gaan dan voor de derde keer terug naar het station van Alishan en met enige vertraging krijgen we dan onze verdiende lunch.
Na onze lunch blijven we in de buurt van de 7-Eleven in de zon zitten tot de bus daar arriveert. Het blijkt zo’n 18-zitter te zijn, dus het is maar goed dat we op tijd de kaartjes zijn gaan kopen. We zoeken een plekkie en proppen de rugzakken in het gangpad. De rit naar Sun Moon Lake duurt 3,5 uur dus we gaan er maar eens goed voor zitten. Het eerste uur rijden we eigenlijk door een omgeving die net zo mooi is als Alishan, dus we kijken onze ogen uit. Het tempo is verschrikkelijk laag, maar dat is dit keer niet de schuld van de chauffeur; de maximun snelheid is op deze weg meestal maar 30km/u.

Na 3 uur en 10 minuten arriveren we dan in Shuishe, aan de oever van het Sun Moon Lake. We kopen een kaartje voor de laatste (!) veerboot die om 16:30 uur zal vertrekken. De lucht is inmiddels behoorlijk grijs geworden, dus het is allemaal wat minder mooi dan we voorgesteld hadden. De boot legt aan bij pier 4 en wanneer we aan boord zijn gooit de kapitein gelijk de trossen los en gaan we richting Ita Shao aan de andere kant van het meer. Het boottochtje duurt nog geen kwartier en Ita Thao is zo klein dat we ons hotel binnen 5 minuten gevonden hebben. Hopelijk ziet de lucht er morgen iets beter uit.

06 december 2015

De lucht zag er vanochtend helaas niet veel beter uit dan gisteravond. Er hing nog steeds een grijze sluier over de bergen rondom Sun Moon Lake. Het leek ons het beste om vanochtend dan maar de Maolan Mountain Trail te lopen. Een korte trail van 3km die eindigt bij een weerstation op 1020m dat in 1940 door de Japanners is gebouwd. De trail begint net buiten Shuishe, dus we nemen eerst de shuttlebus van Ita Thao naar Shuishe. Dit busritje langs het halve meer duurt zo’n 20 minuten en je krijgt een heel goed beeld van de omgeving van het meer, al is dat vanochtend wel wat grijs. De bus stopt tegenover het Visitors Centre en we grijpen de gelegenheid om wat informatie in te winnen over onze volgende etappe van de reis: Hehuanshan. Helaas zit er aan de balie een meiske dat niet goed Engels spreekt en bovendien geen flauw idee heeft waar Hehuanshan ligt. Daar hebben we niets aan, dus we lopen maar door naar het begin van de trail.

Het blijkt geen zandpad door de natuur te zijn, maar voor het grootste een geasfalteerde weg waarover af en toe auto’s voorbij komen rijden. Beetje vreemd, maar we lopen toch maar door. Het is overigens wel een behoorlijk steile weg, dus heel makkelijk is het niet. Na een kilometer komen we langs theevelden. De Japanners hebben de produktie van Assam zwarte thee hier nl. behoorlijk opgeschroefd tijdens de bezettingsjaren. We zullen er hier vandaag nog meer van zien.

Na ongeveer 1,5km moeten we even van de weg af af om via een trappetje naar een hoger gelegen weg te komen. Langs die weg staan rijen van de Ceylon Olijf (bij sommigen misschien beter bekend als de Elaeocarpus Serratus) die in de herfst rode bladeren laat vallen, waar deze weg de naam ‘red leaf path’ aan heeft te danken. Een populaire plek voor trouwfoto’s. Het ziet er inderdaad best mooi uit, maar we vonden het niet nodig om dan de ringen om te doen. Die blijven weer in het doosje.

De weg gaat langs nog een paar theeplantages en wordt steeds stijler naarmate het weerstation dichterbij komt. We merken aan de steeds nadrukkelijker aanwezige miezerregen dat we ook de wolken naderen. De laatste theeplantage wordt zelfs ten dele aan het zicht onttrokken door de wolken.

Bij het weerstation is het een dolle boel. Blijkbaar is dit een populaire bestemming voor Taiwanese families om te picknicken, want een aantal families heeft het door hun meegesleepte eten en drinken uitgestald op een uitkijk platform. Is ook helemaal geen probleem, want er valt nu toch niets te zien.

We beginnen gelijk weer aan de terugweg en naarmate we dalen, merken we dat de miezerregen minder wordt. Wanneer we weer beneden aangekomen zijn is er helemaal geen sprake van neerslag en is het slechts een grijze dag.

Vanwege die weersomstandigheden lijkt ons een bezoekje aan het Chung Tai Chan klooster in het nabij gelegen Puli de beste optie. Daar kun je in ieder geval ook naar binnen toe. We eten nog een broodje bij Starbucks en nemen dan de bus naar Puli. Vanaf het busstation in Puli gaan we met de taxi naar het klooster. en zien tijdens onze rit naar het klooster dat de grijze lucht wat begint te breken. De zon doet zelfs weer een beetje mee. Het zal wel de hand van Boeddha zijn.

Chung Tai Chan is overigens niet zomaar een klooster. In Foguanshan hebben we mega klooster-complex gezien, maar dit is minstens zo groot. Na 7 jaar bouwen heeft dit klooster op 1 september 2001 haar deuren voor het eerst geopend. Het ontwerp is, net als bij de Taipei 101 en de 85 Sky Tower van C.Y. Lee, en de kosten waren 110 miljoen dollar. Je komt het hoofdgebouw binnen door deuren die minstens 10m hoog zijn en als je dan in die ‘Hall Off The Four Heavenly Kings’ staat, heb je het gevoel dat je in de vertrekhal van een vliegveld staat. De vier hemelse beelden die in deze zaal staan zijn maar liefst 12 meter hoog. Zo kun je hier door blijven gaan; alles is groot, groter grootst. Het klooster is overigens een populaire attractie, want de grote parkeerplaats voor het gebouw staat vol met toerbussen.

Nadat wij ons rondje door het klooster wel gemaakt hebben, constateren we dat we wel een klein vervoersprobleem hebben. Er is hier geen bushalte van de lokale Connexxion, maar ook geen taxi die ons terug kan brengen naar Puli. We vragen aan een buschauffer van een toerbus of hij weet waar we de bushalte kunnen vinden, maar hij weet het niet. Dan lopen we maar weer terug naar de grote parkeerplaats en opeens houdt Diana een auto aan en vraagt aan de chauffeur of hij naar Puli gaat en of we dan mee kunnen rijden. Blijkbaar was haar Chinees voldoende, want de deuren gaan open en wij kunnen instappen. Dankjewel Boeddha.

In Puli proberen we nog een keer informatie te krijgen over Hehuanshan, maar het lijkt een dood spoor. Uiteindelijk denken we te begrijpen dat we met de bus vanuit Puli tot Cuifeng kunnen komen en dat we van daar met alternatief vervoer verder moeten. We zijn dus al een stukje dichterbij Hehuanshan en hebben nog een dag om meer info te krijgen.

We gaan met de bus van 16:05 uur van Puli terug naar Shuishe, arriveren daar rond 16:30 uur en hebben dan nog een uurtje voordat de laatste bus naar Ita Thao gaat. We nemen een bakkie koffie met een vrolijk kerstgebakje en Diana doet, met de informatie die we zojuist hebben gekregen, nog een poging bij het Visitors Centre. De dame die nu achter de balie zat had meer verstand van zaken en kon het vage verhaal dat we in Puli te horen hebben gekregen bevestigen. Ze kon ons zelfs een schema geven met bustijden. Dat geeft de burger moed, want je wilt niet verdwalen in de achterlanden van Taiwan.

07 december 2015

Voor ons laatste dagje bij Sun Moon Lake hoopten we opnieuw op goed weer, maar toen we om 09:45 bij de bushalte stonden begon het te regenen. Dat zat niet mee, maar wat doe je er aan. We namen de shuttlebus naar de Wenwu tempel aan de noordoost kant van het meer. Daar zou je met de regen in ieder geval even droog kunnen lopen. Toen we een tiental minuten later uit stapten, bleek het echter alweer bijna droog te zijn. De imposante Wenwu tempel ligt op een heuvel met uitzicht over Sun Moon Lake. We zijn gelukkig net voor de toerbussen bij deze tempel, dus kunnen de verschillende hallen in alle rust bewonderen. Terwijl we wat rondlopen op het tempel terrein komt de zon alweer voorzichtig tussen de wolken vandaan. Blijkbaar hebben we Boeddha wederom gunstig gestemd.

Na een half uurtje lopen we naar de andere kant van de weg om van het uitzicht op Sun Moon Lake te genieten, maar dat valt niet mee. Door de vele bewolking is het erg heiig en is het nauwelijks mogelijk om Shuishe of Ita Thao te zien liggen. We willen alweer terug lopen naar de bushalte als we een trap met de naam ‘Steps Of Year’ zien. De trap loopt vanaf de weg helemaal naar het meer en in elke trede is een dag van het jaar gebeiteld. Bovenaan is 31-12, bij het water is 01-01. Het lijkt ons wel leuk om even wat verjaardag-treden van de familie af te lopen. John is een makkie en Rene is niet veel verder, maar voor Diana moet je toch al aardig wat treden lopen en voor Eib alweer 16 treden verder. Hennie zit ongeveer halverwege wat dacht je van Rob. Bij Cor zijn we al buiten adem, maar Marga maakt het ons met de derde trede van onderen helemaal lastig. Dan te bedenken dat we de 362 treden ook weer omhoog moeten.

We gaan naar Shuishe om daar fietsen te huren en dan langs de westelijke kant van het Sun Moon Lake te fietsen. In Shuishe nemen we eerst een bakkie bij 85’C en rijden daarna op onze fietsjes met mandje naar het begin van de Sun Moon Lake Bikeway. Dat hier een speciaal fietspad is aangelegd, is een goede keuze geweest. Met de fiets op de weg rondom Sun Moon Lake is levensgevaarlijk. We slaan de Longfeng tempel over en rijden eerst naar de Shuishe dam. Daar heb je normaal gesproken een mooi uitzicht over het meer, maar met de nog steeds aanwezig heiigeid (is dat een woord?) worden het niet de plaatjes die je verwacht.

Dan gaan we naar het Xiangshan Overlook Platform. Een soort vlonder op stalen buizen dat iets over het meer hangt. Prachtige plek voor foto’s, maar nu nog niet. Dan door naar de Toushe Dam en Moon Bay. Op meerdere plekken zetten we de fiets aan de kant en genieten van het uitzicht. Je moet hier behoorlijk uitkijken voor de andere fietsers, want ze zijn niet allemaal even behendig met een fiets, maar gelukkig worden we door niemand het meer in gereden.

Op de terugweg stoppen we even bij het Xiangshan Visistors Centre. Niet omdat we informatie nodig hebben, maar omdat het een mooi gebouw is met een bijzondere architectuur én opnieuw uitzicht over het meer. We gebruiken deze plek gelijk even om op adem te komen van de laatste klimmetjes. We hebben de bovenbenen aardig in de fik staan, want de fietsjes waar we op rijden zijn niet gemaakt voor dat soort colletjes.

Iets na enen zijn we weer terug in Shuishe en eten daar een broodje voordat we verder gaan. Onze volgende stop is het begin van de Shuiwatou trail. Van daar willen we naar de Sun Moon Lake Ropeway lopen en daarna via de Ita Thao Lakeside Trail door naar ons hotel.

De trail langs het Sun Moon Lake lijkt precies op de fietspaden. Op betonnen palen is een pad van houten planken aangelegd waarop je zeer comfortabel de kilometers kan maken. Het pad loopt eerst van de weg naar het lager gelegen meer. Ook hier is de natuur nog heel ongerept en woekeren de grote varens en bamboe er lekker op los. Vanaf het pad heb je steeds een prachtig uitzicht over het meer, hoewel de lucht maar niet strak blauw wil worden.

Rond 14:45 uur arriveren we dan bij de Sun Moon Lake Ropeway. Deze kabelbaan is de nieuwste attractie langs het meer en gelijk de populairste. Het is een ritje van zo’n 1800m over de top van de Bujishan en uit je bakje heb je de beste uitzichten over het meer. De kabelbaan blijkt van het gerenomeerde Zwitserse bedrijf Doppelmayr te zijn, dus we durfen een kaartje te kopen. Er staat een behoorlijke rij voor de poortjes te wachten, maar iets na drieen stappen we in ons bakje voor het ritje van zo’n tien minuten. De uitzichten uit het bakje zijn inderdaad prachtig, zelfs met de wat mindere weersomstandigheden. Je kunt aan de andere kant naar een Cultural Village waar dansjes van de oorspronkelijke stammen worden opgevoerd en je kunt zien hoe ze destijds een eitje bakten, maar die attractie laten we aan ons voorbij gaan. Om 16:00 uur zijn we dan weer terug aan het meer en vervolgen we onze weg naar Ita Thao.

Na het zien van de weersvoorspelling voor de komende dagen in Hehuanshan, hebben we besloten morgen niet die kant op te gaan, maar eerst naar Taichung. Hopelijk knapt het weer dan wat op zodat we eind van de week nog de bergen in kunnen.

‘s-Avonds eten we bij ons favoriete restaurant ‘Styr Frie’. Daar hebben ze tenminste het Chinese eten wat wij ook lusten. Het is de afgelopen weken niet meegevallen om een menukaart te vinden waar wij wat eetbaars op zagen staan. Het is elke avond weer een uitdaging.

08 december 2015

Vanochtend konden we toch nog even genieten van Sun Moon Lake met goed weer. De lucht was veel blauwer dan de voorgaande dagen, maar ja, we moeten verder. We nemen de ferry van 08:40 uur zodat we de snelle bus naar Taichung kunnen halen. Het geeft ons in Shuishe nog even de gelegenheid om wat plaatjes te schieten van Sun Moon Lake onder een wat blauwere lucht.

De bus naar Taichung vertrekt om 09:50 uur en in een poep en een scheet zijn we in de derde stad van Taiwan. Deze bus gaat nl. niet elk gehucht in om te kijken of er iemand mee wil, maar gaat bij Puli de snelweg op en komt er in Taichung weer af.

Vanuit de bus zien we al dat Taichung een grote stad is. De skyline met hoogbouw is indrukwekkend en de stad is zeer uitgestrekt. Taichung was de stad van ‘made in Taiwan’ en is de stad waar de meeste expats wonen, maar voor de Taiwanezen is Taichung vooral de stad van de beste weersomstandigheden.

We staan dus al om 11:00 uur in de lobby van ons hotel en ook dit keer mogen we niet de kamer op. We gooien de tassen dus weer in de opslag en gaan op weg naar het visitors centre om informatie te krijgen over de Gaomei Wetlands. Deze wadden van Taiwan lijkt ons wel een aardig uitstapje voor vanmiddag. Het meiske bij het visitors centre is een verademing, niet alleen spreekt ze goed Engels, ze heeft alle informatie die wij nodig hebben over bussen en treinen paraat. Na dit verhelderende gesprekje eten we eerst even een broodje. Onze trein naar Quinshui gaat om 13:02 uur, dus we hebben nog even.


Het treinstation van Taichung is bagger; wat een oude meuk. Blijkbaar had de gemeenteraad dat ook in de gaten want er is een fantastisch uitziend treinstation in aanbouw, net naast het oude. De treinrit naar Quinshui duurt ruim 40 minuten en halverwege de rit worden we aangesproken door twee Chinese meisjes die ook rondreizen in Taiwan. Ze vragen of we ook naar Gaomei gaan en raken dan aan de praat. Kan nog handig zijn: vriendinnetjes die Chinees spreken.

De meiden hebben behoorlijke haast, want ze willen even een fotootje maken van de wetlands en dan terug naar Taichung, om vervolgens naar Taipei door te reizen. Wanneer wij hun vertellen dat de zonsondergang hier juist een hoogtepunt is, beginnen ze te twijfelen. In Quinshui lopen we gezamenlijk naar de bus en nog voordat de bus arriveert hebben ze al besloten om toch ook maar de zonsondergang af te wachten en nog een nachtje in Taichung te blijven.

Het busritje naar de wetlands neemt nog eens een half uur in beslag en als we uitstappen merken we al dat de wind hier behoorlijk stevig waait; daar staan we dan in onze t-shirtjes. Er is een vlonder-achtig wandelpad van 300 a 400 meter over de wetland aangelegd zodat je de natuur van dichtbij kan bewonderen zonder natte voeten te krijgen. Uiteindelijk krijgen we die natte voeten toch, want aan het eind van het voetpad kun je via een trappetje alsnog de wetland op en dat willen we toch gedaan hebben. Naarmate we verder het voetpad oplopen, neemt de wind toe. We moeten uitkijken dat we er niet vanaf waaien.

Dit wetland is een beschermd natuurgebied; de slijkkruipers, krabbetjes, ganzen en andere beesies hoeven dus niet te vrezen dat ze in een Chinese rijsttafel eindigen. We hebben dit jaar een aantal keer het wad van dichtbij gezien en eerlijk gezegd kan dit kleine wetland daar niet aan tippen (schreef hij chauvinistisch), maar het is zeker een bijzonder gebied.

Rond 15:30 lopen we even terug naar het begin van de loopplank. We zijn inmiddels helemaal uitgewaaid en hebben wel trek gekregen. Veel is er niet te krijgen; we moeten het doen met een gebraden worstje en wat lauwe patat. Rond 16:00 uur gaan we dan terug naar het einde van het houten wandelpad om daar de zonsondergang af te wachten. We gaan op de rand van de loopplank zitten en zien de zon steeds verder weg zakken tussen de windmolens. Naarmate de zon roder wordt, neemt het aantal sunset-spotters toe. Wij waren op tijd, dus zitten eerste rang. Ondanks verkleumde vingers en verwaaid kapsel, blijven we zitten tot 17:00 uur als het latste beetje zon achter de horizon verdwijnt.

We lopen terug naar de bushalte, maar moeten daar constateren dat de bus terug naar Quinshui net vertrokken is en de volgende gaat pas over ruim een uur, waarmee we de trein van 18:23 uur naar Taichung ook gaan missen. Dan zien we dat een drietal toeristen aan het onderhandelen is met een taxichauffeur. Wij bieden aan de taxi te delen, waardoor de ritprijs nog een beetje gunstig uitvalt. Het blijken overigens 3 mensen uit Hong Kong te zijn. Vader, moeder en zoon die op hun laatste dag in Taiwan dit uitje nog even wilden meepikken.

Op het treinstation zien we de Chinese meisjes ook weer terug. Zij waren wel op tijd voor de bus. Met z’n vieren reizen we terug naar Taichung waar we afscheid nemen en hun nog een goede reis wensen.

Taiwan 3

27 november 2015

We hadden de afgelopen dagen ons best gedaan om de omgeving van Kenting tot ons te nemen en het was tijd om verder te reizen. Vandaag gaan we naar Liuqiu Island (of Turtle Island) en daarvoor willen we de bus van 09:50 uur pakken. We ontbijten voor de laatste keer bij Cozy en gaan dan nog even bij 7-Eleven langs voor een bakkie koffie.

De bus is behoorlijk op tijd en via Fangliao reizen we in anderhalf uur naar Donggang waar de veerboot naar het koraaleiland vertrekt. Het is vanaf het busstation in Donggang nog een kwartiertje lopen naar de pier, maar eerst drinken we wat bij de naastgelegen Mac.
Wanneer we bij de pier aankomen kopen we de boottickets en we blijken goed op tijd te zijn voor de veerboot van 12:35 uur. We mogen gelijk aan boord en we zijn niet de enigen die met deze boot de oversteek van 20 minuten maken. Als de boot zich rond 12:40 uur losmaakt van de pier is de boot afgeladen vol.

De zee is vlak, dus geen Koreaanse taferelen dit keer en voor we het weten zijn we al in de haven van Baisha. We gaan van boord, maar hebben geen idee waar onze B&B is en hoe daar te komen. Er rijden nl. geen taxi’s op dit eiland. Gelukkig is er een kleine info-shop en de mevrouw achter de balie is zo vriendelijk om even de eigenaar van Su Beautiful te bellen. Hij laat weten er gelijk aan te komen, dus dat probleem is ook weer opgelost. Slechts enkele minuten later komt hij er al aan rijden en zijn we op weg naar ons onderkomen. Dit blijkt uiteindelijk maar twee minuten rijden te zijn vanaf de haven, dus de mevrouw van de info-shop had ons ook even kunnen vertellen waar we heen moesten lopen.

De B&B heeft een soort all-inclusive formule; alle eten en drinken is gratis, tot aan de blikjes Heineken in de mini-bar toe. De vrouw des huizes probeert ons gelijk al een scooter aan te smeren, terwijl wij nog denken een fiets te gaan huren. Zij moet hier smakelijk om lachen. Later zien we waarom. Het hele eiland is bezaaid met scooters en dat terwijl het eiland maar 5km lang is! Zoveel scooters hebben wij nog nooit bij elkaar gezien. Iedereen doet hier alles op de scooter; het liefst zouden ze er ook mee naar de wc gaan.

Met gebruik van een vertaal-app lukt het ons om contact te leggen met een duikschool op het eiland. De eigenaar stelt voor om over een uurtje even langs te komen bij onze B&B om onze plannen te bespreken. Wij hebben onze spullen inmiddels op de kamer gegooid, en besluiten om alvast wat van eiland te verkennen. We lopen terug naar de haven en stellen vast dat het heel rustig is; zo verschrikkelijk anders dan in Kenting. Er zijn in ieder geval veel meer scooters dan mensen op het eiland. We wandelen via de hoofdstraat terug naar onze B&B en gaan op de schommelbank in de tuin zitten, in afwachting van de eigenaar van de duikschool.

We zijn gezellig met de eigenaar van de B&B aan het ‘praten’ via de vertaal-app als Cris van de duikschool arriveert. Hij vraagt wat onze bedoeling is, of we een cursus willen volgen. We laten hem weten dat we erg ervaren duikers zijn (….) en dat we gewoon met de schildpadden willen spelen. Het maakt ons niet uit of het zaterdag of zondag is. Cris vertelt dat hij momenteel erg veel studenten heeft, maar morgen moet wel kunnen. Hij komt ons rond 09:30 uur ophalen en wij scheuren dan op de scooter achter hem aan.

We gaan nogmaals terug naar Baisha, maar wandelen dit keer door naar de belangrijkste bezienswaardigheid op het eiland: de Vase Rock. Zelfs daar is het rustig; niet meer dan een handvol toeristen te zien bij dit stuk koraal dat op de meeste plaatjes omgeven is door toeristen. Het zal wel laagseizoen zijn. Na deze sneak preview van het eiland is het tijd om eens goed gebruik te maken van onze all-inclusive faciliteiten. We trekken een blikkie bier en een een flesje frisdrank open en gaan op het balkon een boekie lezen.

‘s-Avond eten we gezellig in een restaurant aan de haven, bij de sfeervolle verlichting van wat spaarlampen. We zijn de enige gasten in het ‘restaurant’ en de rust wordt alleen verstoord door opa die de kinderen naar een tekenfilm laat kijken. Jammer dat ze die tv niet in een woonkamer hebben staan. Zowel opa als de kinderen raken nl. nogal geemotioneerd van de film en sturen iets te veel lawaai de zaak in. Even later zien we dat de familie ook gaat eten. De kokkin is ineens huismoeder en dekt de tafel. Eerst een paar kranten als tafelkleed en dan kliekjes uit de keuken. Het eten dat wij voorgeschoteld hebben gekregen smaakte overigens opperbest en incl. drank waren we nog geen 8 euro kwijt.

28 november 2015

Vandaag ook weer een boeiende combinatie bij het ontbijt: maissoepje met reepjes ei, gebakken kipfilet, gebakken ei, wat toast en een bananensmoothie. Na dit voedzame ontbijt was het wachten op Cris die ons rond 09:30 uur zou langs halen om te gaan duiken. Wij hadden inmiddels een scooter geregeld bij onze B&B eigenaar zodat we achter hem aan konden rijden.

Wanneer we bij de duikschool aankomen zien we dat er een aantal Taiwanezen aan het blokken is voor hun duikopleiding en een aantal anderen krijgt een korte instructie omdat ze vanochtend een proefduik maken. Met die laatste groep gaan wij op pad. We passen de duikuitrusting en leggen die in een klein vrachtwagentje.
Wij gaan dit keer niet mee met de vrachtwagen, maar in onze wetsuit op de scooter er achteraan. Het is een vijftal minuten rijden naar de haven van Dafu en het baaitje waar we onze duik starten ligt er naast.

Cris geeft aan dat hij in het begin wat bijstand moet verlenen aan de proefduikers, dus dan moeten we zelf maar even rond kijken.
Het zicht is hier veel beter dan bij Kenting, zelfs op de zandbodem waar we het water ingaan. We volgen de capriolen van de proefduikers, maar we lachen niet want we hebben het zelf ook ooit moeten leren.
Ook het onderwaterleven ziet er hier veel beter uit dan bij onze vorige duik; kleurrijke zachte koralen, mooie harde koralen en een redelijke hoeveelheid kleine vis.

Na een kwartier zien we dat de proefduikers weer richting de kant zwemmen. Wij volgen ze, zodat we straks met Cris de rest van de duik af kunnen maken. Als Cris de proefduikers weer boven water heeft afgeleverd, komt hij onze richting uit en gaan we op zoek naar waar we hier voor komen: schildpadden.

Liuqui Island staat bekend om het grote aantal groene zeeschildpadden die rond dit eiland een veilige plek hebben omdat ze beschermd zijn. Het duurt niet lang voordat we onze eerste schildpad in het vizier krijgen. Het beest had een goed heenkomen gevonden onder een rots, maar dan heeft hij de pech dat wij langs komen. We nemen de tijd om het beest goed te bekijken en maken natuurlijk wat foto’s. Na een paar minuten vindt de schildpad dat het tijd is geworden om een hap lucht te gaan nemen en komt hij onder de rots vandaan en stijgt op naar het wateroppervlak. Onze duik kon niet meer kapot.

We zwemmen wat verder en Cris wijst ons hier en daar nog wat klein spul aan tot hij opeens weer een schildpad ziet. We benaderen het beest voorzichtig en ook dit is een prachtexemplaar. Er blijkt er zelfs nog eentje naast te liggen. Drie schildpadden in een duik hebben wij nog niet eerder meegemaakt. Hierna zwemmen ook wij terug richting de kant. We klauteren uit het water en gooien onze uitrusting in de vrachtwagen. We kletsen nog even na over de drie prachtige schildpadden en gaan dan in onze natte wetsuits op de scooter terug naar de duikschool. Wij hadden een beetje gerekend op lunchgelegenheid bij de duikschool, maar helaas is er niets te krijgen. Als Cris vraagt hoe laat we de volgende duik willen maken, stellen we voor om snel weer het water in te gaan. Cris laat nog weten dat bij de volgende duik de proefduikers niet mee zullen gaan.

Iets na 12:30 uur stappen we weer op onze scooter en rijden naar de baai voor onze volgende duik. Het verloopt dit keer allemaal wat soepeler en al snel gaan we onder water. Terwijl we nog over de zandbodem schuiven, hebben we onze eerste vangst al binnen; een zeepaardje wiegt heen en weer op de golfbeweging van het water. Dat is ook al een beestje dat wij niet vaak gezien hebben. We hangen daarna even stil bij prachtige, wuivende anemonen met daarin natuurlijk clownsvisjes die brutaal je camera aanvallen. Wanneer we verder zwemmen zien we opnieuw een schildpad liggen onder een overstekend stuk koraal. Het beestje ligt te slapen, dus we gaan hier snel weer weg. We spotten nog een kleine murene, een schorpioenvis wat garnalen en felgele trompetvis en dan ineens zien we opnieuw een schildpad liggen. Bovenop oranje gekleurd koraal is het een prachtig plaatje. Cris wil een foto maken van ons en de schildpad en we manouvreren zo voorzichtig mogelijk tot schuin achter de schildpad. Leuke familiefoto voor op de schoorsteenmantel.

Na bijna 50 minuten houden we het voor gezien en gaan we weer naar de kant. We gooien de spullen weer in de vrachtwagen en scheuren er op onze scooter achteraan. Bij de duikschool warmen we ons onder de douche en trekken wat droge kleren aan. We bedanken Cris en rijden weer terug naar onze B&B. Deze duiken waren hun geld meer dan waard.

We laten de scooter even staan en lopen de hoofdstraat in om wat te eten. We kunnen zien dat het weekend is. De straten zijn vol met dagjestoeristen op scooters, soms in grote groepen zodat we af en toe op een lange sliert scooters moeten wachten. Ook zien we mensen bezig met het verbranden van (nep) geld. Je moet wat om de goden het goed naar de zin te maken.

Na de late lunch besluiten we op onze eigen scooter aan deze polonaise mee te gaan doen. We gaan opnieuw naar Vase Rock waar het dit keer wel vol staat met mensen. Er zijn vooral veel snorkelaars die rondom de rots proberen een schildpad te vinden. Als we naar het water kijken zien we een paar keer een schildpad aan de oppervlakte naar lucht happen.

Hierna rijden we met onze scooter over de westelijke rondweg naar het zuiden. Onderweg zijn verschillende bezienswaardigheden, maar daar nemen we morgen de tijd voor. Op het zuidelijk deel van het eiland is er een sunset-paviljon waar het enorm druk is wanneer wij daar langs rijden. De zonsondergang is vandaag helaas niet zo bijzonder. We vervolgen onze weg via de oostelijke rondweg en zien vanaf de scooter dat er morgen nog heel wat stopjes gemaakt moeten worden. Gelukkig is het maar een klein eilandje.

29 november 2015

Vandaag is het dan tijd om Little Liuqiu Island boven water te verkennen. Het totale rondje met alle bezienswaardigheden is nog geen 15km, dus we hoeven ons niet te haasten. We beginnen opnieuw met een stevig ontbijt, waar de kipfilet van gisteren plaats heeft gemaakt voor een varkensribje.

We starten bij de Vase Rock. Deze paddestoel-achtige koraalrots hebben we inmiddels al een paar keer gezien, maar dit keer staat de rots er wel heel mooi bij in het morgenlicht. We begrijpen wel dat dit het meest gefotografeerde bezienswaardigheid van Liuqui is. Ook rond dit tijdstip wordt de Vase Rock al omgeven door snorkelaars die een schildpad hopen tegen te komen.

De naast gelegen Lingshan tempel vereren we ook met een bezoekje. Hoewel er niet veel te doen is bij de tempel en bijbehorende pagode, zijn de versieringen wel weer erg mooi. Tempels in Taiwan zien er allemaal erg nieuw uit, dus ze ontberen een beetje het karakter dat je bij tempels in andere landen wel ziet en voelt, de detaillering van de versieringen is echter ongekend en maakt veel goed. Het zijn soms hele verhalen die uitgebeeld worden op het dak van een tempel.

Na de Vase Rock en de Lingshan tempel gaan we in zuid-westelijke richting naar de Beauty Cave. Geen idee waarom het de Beauty Cave heet. Het heeft ons in ieder geval geen opzienbarende schoonheid opgeleverd. De Beauty Cave bestaat uit een serie van koraalgrotten waar een pad doorheen slingert. Boven de grotten zijn uitkijk platforms aangelegd waar je een mooi uitzicht over zee hebt. Het is erg druk op het pad in de grotten. Niet zo vreemd want vandaag is het zondag en dat is de gelegenheid voor de Taiwanese dagjestoeristen om Little Liuqui te verkennen. Dit soort grotten lijkt heel erg op de grotten die wij in het Kenting Forest Recreation Area al hadden gezien, dus we gaan er in een redelijk tempo doorheen.

We springen weer op de scooter en na wat toeristenbussen te hebben ontweken gaan we richting de Wild Boar Trench. Dit labyrinth van koraalrotsen wordt overwoekerd door hangende boomwortels. Men zegt dat hier ooit wilde varkens hebben gezeten, maar of dat ook echt zo is geweest is niet duidelijk. Het is in ieder geval wel de lokatie waar de lokale bevolking aan het eind van de 2e wereldoorlog heeft geschuild tijdens een bommenregen van de Amerikanen. Deze koraalrotsen zien er heel anders uit dan eerdere koraalrotsen die we gezien hebben. Het is hier veel groener, met grote bomen waarvan de luchtwortels aan de koraalmuren geplakt lijken. Koraalmuren die begroeid zijn met varen en hele velden met planten met enorme bladeren. We slingeren wat door de koraalgangen en als we weer bij de uitgang zijn gekomen, maken we ons op voor het mooiste strand van het eiland Geban Bay.

We manouvreren weer tussen de Taiwanese dagjesmensen door en rijden in zo’n 5 minuten naar het strand. De drukte is hier minder dan we verwacht hadden, maar het strand ook. Als dit het beste strand van het eiland is, kun je beter zeggen dat er geen strand-faciliteiten zijn. Het plekje is fantastisch, maar hier ga je niet op je handoekje liggen. We lopen er wat langs de waterlijn en kijken naar de snorkelaars die zo’n 10 meter uit de kust proberen een schildpad te vinden. Toch wel een belangrijke inkomstenbron, die schildpadden, maar gelukkig op een goede manier.

Volgende stop is de Black Devil Cave of (volgens andere bordjes) de Black Dwarf Cave. Op deze plek zijn de Nederlanders in de VOC-tijd nog actief geweest, maar niet op een hele fraaie manier. Nadat de inheemse bevolking een paar Nederlandse zeelieden hadden vermoord, hebben ze als vergelding de halve bevolking uitgemoord. De ware VOC-mentaliteit…… Een plaquette herinnert hier nu nog aan. Het is erg druk bij deze grot en omdat het allemaal ergs smal is vormt zich al snel een lange rij. Wij besluiten deze grot maar te laten voor wat het is.
We vervolgen onze tocht en in de buur van Sunset Pavilion zetten we scooter nog een keer aan de kant om van de fantastische kustlijn te genieten. Het lijkt hier wel wat op de oostkust van Taiwan.

Na Sunset Pavilion gaan we door naar Houshi Fringing Reef. De kust heeft hier door erosie een hele bijzonder structuur gekregen. Het ‘strand’ bestaat koraal met allemaal lage puntige rotsen; zeker geen plek voor je handdoekje! Aan de waterrand lijkt deze laag koraal dan in de vorm van ‘lange vingers’ in zee te verdwijnen.

Na deze bijzondere kuststrook rijden we naar de vuurtoren van het eiland. Met de vrolijke drukte bij de vuurtoren van Eluanbi nog vers in het geheugen, waren we erg benieuwd hoe het hier zou zijn. Nou, hier was dus helemaal niets. Een klein, dik vuurtorentje met een drietal Taiwanezen die er een foto van maakten. Hier hoefden we niet lang te blijven.

Dan is het tijd voor de lunch en dat doen we in het vissersdorpje Dafu. Niet ver van dit dorpje hebben we gisteren onze duiken gemaakt. We lopen eerst nog even door de vissershaven van Dafu, maar het is vandaag opnieuw behoorlijk warm, dus we zoeken snel wat verkoeling en versnapering bij de 7-Eleven.

Na deze sobere lunch bezoeken we de nabij gelegen Biyun Tempel. Dit is opnieuw zo’n tempel waar je er hier velen van ziet. Redelijk jong gebouw maar wel rijkelijk gedecoreerd. Hierna bezoeken we nog een tweetal plaatsen aan de oostkant van het eiland: Sunrise Pavilion en Lobster Cave. Behalve de specifieke kenmerken van deze plekken die uit naamgeving zijn op te maken, gaat het ook hier vooral om de kustlijn en die lijkt wel wat op de kustlijn bij Houshi Fringing Reef.
Na deze laatste stop zit onze Tour de Luiqui erop en stallen we de scooter weer bij onze B&B. Wat we eigenlijk al in de vorige dagen hadden vastgesteld is vandaag bevestigt; Little Luiqui Island is een fantastisch eilandje dat door z’n schoonheid veel groter lijkt dan de paar vierkante kilometers die het in werkelijkheid is.

Na zo’n enerverende dag is het tijd voor een terrasje, maar helaas hebben ze dat niet op Little Luiqui. We kopen daarom eerst een zak van de lokale snack ‘Twists’, een soort verlengde wokkel die je in allerlei smaken kunt krijgen en die ter plekke, als een soort huisvlijt, gedraaid worden. De twists van Little Luiqui schijnen zelfs de beste van het land te zijn! Dan gaan we zitten op de houten bankjes bij cafe ‘What’s’ en bestellen een paar koude biertjes. Na zo’n warme dag over het eiland gaat er niets boven een zak twists met een koud biertje!

30 november 2015

We moesten Little Liuqui vandaag verlaten, als we tenminste de rest van Taiwan nog willen zien. Het was heerlijk op dit kleine koraaleiland; lekker weer door de zeewind, prachtige onderwaterwereld en een heel fijn hotel, of eigenlijk B&B. Aan alles komt een eind dus na opnieuw een uitgebreid ontbijt, gaan we op weg naar de haven. Het is maar 5 minuutjes lopen, dus dat is te doen met volle bepakking. We kopen twee kaartjes en gaan op een bankje zitten tot we aan boord kunnen.

De boot voor de terugreis ziet er wat meer solide uit dan de boot waar we mee naar het eiland waren gekomen, maar misschien is het beeld vertekend door de enorme hoeveelheid passagiers dat mee moest op de heenreis.
We gaan er goed voor zitten, maar voordat de stoel goed warm is geworden zijn we alweer in Donggang. We verlaten het haventerrein, gaan op de grote weg rechtsaf en na een paar honderd meter zijn we weer bij de Mac waar we een paar dagen geleden aankwamen. Omdat we de boot van 09:00 uur hadden weten te halen, hoefden we ons niet te haasten. Een lekkere bak koffie was ons deel.

Als we de Mac uitlopen, staat bus 9117 bij het verkeerslicht te wachten. We weten nog van de busrit uit Kenting dat dit de bus naar Kaohsiung is, dus we beginnen maar vast te zwaaien om te voorkomen dat de chauffeur ons over het hoofd ziet. Hij zet de bus netjes voor onze neus stil en wij kopen een kaartje naar Kaohsiung. Het is slechts 18km naar Kaohsiung en na een half uurtje zijn we nog maar 4km van Central Kaohsiung verwijderd. Dat we er dan nog drie kwartier over doen om bij het busstation te komen valt dan wel tegen. We krijgen voor hetzelfde kaartje wel heel veel van Kaohsiung te zien.

We lopen naar de busmaatschappij die ons naar Foguanshan moet brengen, maar krijgen daar te horen dat de volgende bus pas om 12:55 uur gaat. Geen ramp, want dat geeft ons de tijd om alvast ons hotel voor morgen op te zoeken en ergens te lunchen. Voor beide opgaven slagen we met vlag en wimpel.

Om 12:45 uur zijn we weer terug bij het busstation en precies 10 minuten later staat de mini-bus die ons naar het kloostercomplex van Foguanshan moet brengen klaar om te vertrekken. Het is helaas een bus die veel extra lusjes maakt en minstens 87 keer stil staat om passagiers op te pikken. Voor de 40km naar het tempelcomplex met klooster en meditatiecentrum hebben we maar liefst 5 kwartier nodig.

Fo Guang Shan is een Chinees boeddhistische organisatie en een orde van de Mahayana traditie. De orde is opgericht door Meester Hsing Yun die bekend staat vanwege zijn eigen ‘merk’ van humanistisch boeddhisme. De orde heeft internationale bekendheid bereikt en start en leidt wereldwijd tempels en groepen. De hoofdzetel van Fo Guang Shan bevindt zich dus in Kaohsiung en is het grootste boeddhistische klooster in de Taiwan en wordt gezien als het centrum van boeddhisme in Taiwan.

We gaan eerst op zoek naar iemand die ons hier aan een slaapplaats kan helpen. We lopen naar een kamertje waar een aantal mensen aan het werk zijn en gelukkig is er iemand die Engels spreekt. Wat ze ons vertelt willen we liever niet horen; er is geen enkele slaapplaats meer beschikbaar in het klooster. Er is de hele week een boeddhistische conferentie aan de gang en alle slaapplaatsen zijn vergeven aan de bezoekers van deze conferentie. Daar staan we dan met al onze spullen. Terug gaan naar Kaohsiung is geen optie want dan is de dag zo’n beetje voorbij. We besluiten onze grote rugzakken dus maar ergens neer te gooien en dan de rest van de dag ‘gewoon’ te gebruiken om het klooster te bezichtigen. We wilden graag in het klooster slapen omdat dit de enige mogelijkheid is om het ochtend-ritueel mee te maken dat al om 05:30 uur begint.

We laten de teleurstelling achter ons en gaan richting het gezang dat we horen. Het blijkt bij de Great Compassion Shrine vandaan te komen. Meer dan honderd nonnen en monniken zijn luidkeels in gebed. We proberen zo onzichtbaar mogelijk wat mee te krijgen van deze indrukwekkende ceremonie.

Veel gelovigen steken hier een wierookstokje aan en de donaties gaan grif in de daarvoorbestemde dozen. We spreken een vrouw uit Taipei die vertelt dat ze 5 nachten in dit complex doorbrengt vanwege de conferentie. Ze is duidelijk gelukkig en trots dat ze dit van dichtbij mag meemaken.

Na een half uurtje gaan we verder op ontdekkingsreis door dit mega-complex en wederom worden we gelokt door het geluid van gebed of gezang. Het blijkt bij de Main Shrine vandaan te komen. Ook hier een tempel vol met nonnen en monniken die en masse hun gebedje doen. In de tempel staan 3 enorme boeddha’s omgeven door zo’n 15.000 mini-boeddha’s die allemaal in een nisje in de muur staan. Bovendien staat er in deze tempel een houten boeddha beeld waarvan het hoofd is gescheiden van de romp. Volgens de teksten op de muur is dit boeddhabeeld hier al duizend jaar geleden aangespoeld.

We lopen verder over het tempelcomplex en kunnen de omvang van dit complex bijna niet bevatten. De tempels zijn in grote getale aanwezig en hebben een enorme omvang, het aantal boeddha’s op het terrein is ontelbaar net als de nonnen en monniken en dan hebben we het Buddha Memorial Centre nog niet gezien. En we zouden de weg er naar toe bijna niet kunnen vinden. Gelukkig werden we geholpen door een non-in-opleiding die er samen met ons naartoe gaat.

Het Buddha Memorial Centre ligt 500m ten noorden van het tempelcomplex en je kunt er met een busje heen gebracht worden. De zon begint inmiddels al wat te zakken, dus we hebben wel enige haast om er te komen. We snellen door de grote ‘aankomsthal’ van dit monumentale centrum, waar zelfs een Starbucks gevestigd is en lopen over de brede weg naar het 50m hoge beeld van een zittende boeddha (zelfs 100m hoog incl. de basis waar het beeld op gebouwd is). Het heeft toch ook voordelen om hier zo laat te zijn. Overdag worden hier continue busladingen met toeristen gedumpt en nu valt het best mee. Slechts enkele tientallen andere toeristen zien we om ons heen.

Na een half uur rond deze mega-boeddha te hebben gelopen, gaan we weer terug naar het tempelcomplex. We hopen dat de tempels waar vanmiddag nog van alles te doen was, inmiddels leeg zijn zodat we ze van dichterbij kunnen bekijken. Dit geluk hebben we bij de Great Compassion Shrine en we gaan de tempel in om alles beter te bekijken.

We wandelen daarna nog wat over het complex, maar rond 17:00 uur besluiten we maar terug te gaan naar Kaohsiung. Ook daar moeten we nog een slaapplek zien te regelen, want we waren uit gegaan van een overnachting in het klooster. De bus brengt ons naar het station van de Taiwanese HSL en van daar nemen we de metro naar het hotel waar we morgen zouden slapen. Na wat miscommunicatie en overleg met de baas kunnen we onze overnachting van morgen een dagje naar voren schuiven. Wij kunnen in ieder geval in een bed slapen vanavond.

01 december 2015

Omdat we niet in het klooster van Foguanshan hadden geslapen, was er meer tijd om Kaohsiung te verkennen. Een groot deel van Kaohsiung is niet veel bijzonders, maar wij hadden een paar plekken op het oog waar we de dag wel mee door zouden komen. Kaohsiung is Taiwan’s 2e stad en een van de grootste containerhavens in de wereld. De stad heeft de afgelopen jaren een grote metamorfose ondergaan, van een vervuild industrieel centrum met 2 miljoen mensen naar een groene stad met parkjes, cafeetjes aan de waterkant, kunt gallerijen en museums. Die laatste dingen zijn wij voor gekomen.

Ons eerste doel werd het Pier 2 Art Centre. In een aantal vervallen loodsen nabij de haven hebben zich kunstgallerijtjes en winkels gevestigd. De buitenkant is hier en daar door kunstenaars goed onderhanden genomen met graffiti en leuke beelden staan langs de paden. Ook zijn er een aantal cafeetjes waar je alles langs je heen kunt laten gaan.

Nadat we kris-kras door dit gebied heen gelopen zijn, gaan we op weg naar de ferry die ons naar Cijan eiland moet brengen. Dit langgerekte eilandje ligt tussen Kaohsiung en de zee. Het is het oudste deel van de stad Kaohsiung en daar moeten we wel even wat tijd door kunnen brengen.

We moetsen dus eerst even de ferry-pier vinden en met een temperatuur die al weer heel dicht bij de dertig graden zat, viel dat niet mee. We probeerden zoveel mogelijk aan de schaduwkant van de weg te lopen.
De ferry-pier bleek maar een twintigtal minuten van de het Pier 2 Art Centre af te liggen dus dat viel mee. De ferry’s gingen af en aan, dus lang hoefden we niet te wachten. Je goot nt$25 p.p. (€0,70) in een bak en je mag overvaren. Angst voor zeeziekte hoef je niet te hebben, want voordat je het kotszakje te pakken hebt, sta je al aan de overkant; de overtocht duurt nog geen 5 minuten.

Op een steenworp van de ferry-pier staat de Tianhou tempel. Deze tempel is gebouwd in 1673 en daarmee de oudste uit Kaohsiung. Dit is even heel wat anders dan de meeste tempels die we tot nu toe gezien hebben. Verweerde verf en een laag roet van honderden jaren kaarsen branden. Foto’s van partijleiders van voorheen, die misschien wel een bezoek hebben gebracht aan deze tempel. Bizarre, angstaanjagende poppen in de gebedsruimte. Er zijn vast heel veel verhalen te vertalen over wat zich hier allemaal heeft afgespeeld, maar………………….die zijn allemaal in het Chinees en begrijpen wij toch niets van.

We vervolgen onze weg over het eiland en komen bij een enorme grote, maar vooral lelijke, kerk. Dat hadden we in Taiwan nog niet eerder gezien. De grijze kerktoren torent boven alle gebouwen op het eiland uit en daar zullen ze hier toch niet gelukkig van worden. Na de kerk lopen we over de vismarkt. Het ziet er allemaal fantastisch uit. De vis ligt netjes gesorteerd in bakken met ijsklontjes die glinsteren in het licht. Prachtig, maar het is voor ons nog te vroeg om al een visje te pakken.

De vuurtoren laten we links liggen (of eigenlijk rechts). De laatste vuurtoren was al geen groot succes en voor deze moet je ook nog een behoorlijke pukkel op klimmen en dat wordt door de dokter afgeraden bij deze weersomstandigheden.

Na een uurtje gaan we weer op weg naar de ferry-pier en na nog even een bakkie koffie te hebben genomen bij de 7-Eleven, gooien we het muntje weer in de bak en steken het water weer over.
We lopen via de Fisherman’s Warf naar de Love Pier. De Fisherman’s Warf valt tegen; het is niet meer dan een grote souvenierwinkel waar de airco veel te hoog staat. Na de Fisherman’s Warf stuiten we weer op allerlei straatkunst; van misvormde katten tot metershoge kunstobjecten van verroest metaal.

De Love Pier blijkt ‘under construction’, dus daar moeten we bij een volgend bezoekje aan Kaohsiung maar eens heen. De Love Pier is het laatste stukje van de Love rivier die door de stad stroomt. Nog niet zo lang geleden was het een open riool, maar inmiddels is het omgetoverd tot een sieraad voor de stad met mooie promenades en bankjes aan het water. Bij de Love Pier zou je dan gezellig bij een cafeetje of een restaurantje aan het water moeten kunnen zitten, maar nu dus even niet.

Vanaf de Love rivier zien we de contouren van de 85 Sky Tower al zien, dus we besluiten er niet met de metro heen te gaan, maar te voet. De 85 Sky Tower is een van de meest iconische gebouwen van Kaohsiung. Het gebouw is 347,5m hoog en z’n typische 2-benige structuur is gebaseerd op het Chinese teken ‘gāo’ wat ‘hoog’ betekent. Het was het hoogste gebouw van 1997 tot 2003 toen de Taipei 101 gereed was. Beide gebouwen zijn overigens door dezelfde architect ontworpen.

Hierna springen we weer in de metro en gaan we naar de noordkant van de stad waar we de Lotus Pond willen zien. De Lotus vijver is een van de populairste attracties van Kaohsiung, maar omdatdeze vijver slechts 1,5 km lang en 500m breed is, een ideaal uitstapje voor toeristen met beperkte tijd. De vijver wordt omringd door een handvol prachtige monumenten, tempels en pagoda’s en bij deze monumentjes staan beelden van draken, tijgers of roofvogels waar een gemiddelde eigenaar van een Chinees restaurant een moord voor zou doen. De meters hoge, fel gekleurde beelden zijn te kitsch voor woorden, maar al-met-al vermaken we ons hier opperbest.

We lopen driekwart van het rondje rond de vijver en komen langs het Dragon-Tiger paviljoen, het Spring-Autumn paviljoen het Beiji Xuantian Shang Di paviljoen en de Tianfu tempel, waarna we terug lopen naar het metrostation. Wij hebben onze portie Kaohsiung wel gehad en gaan terug naar het hotel om onze bagage op te halen. We zijn om 16:30 uur weer bij het hotel dus kunnen dus met gemak de snelle trein van 17:00 uur naar Tainan halen.

02 december 2015

Toen we gisteren met de taxi van het treinstation naar ons hotel reden, schrokken we een beetje van de drukte die we onderweg zagen. We dachten dat Tainan een klein en vooral rustig, zelfs ingeslapen stadje zou zijn. Niets is minder waar: overal felle reclames, gekkenhuis in het verkeer en heel veel hoge kantoorgebouwen. Toen we vanochtend met de fietsjes van het hotel een rondje door de stad gingen maken, waren we de eerste honderden meters vooral bezig aan het drukke verkeer te wennen.

Gelukkig ging het toertje dat we uit de LP hadden gepikt over het algemeen via rustiger wegen, maar om bij de Confucius tempel te komen moesten we nog wel even een grote rotonde over met onze fietsjes. ‘Go with the flow’ is het beste advies en dat deden wij dan ook. Ongeschonden haalden we de Confucius tempel, waar we onze fietsjes parkeerden en op slot zetten.

Historisch Tainan is een stad van oude monumenten, heerlijk eten en vooral tempels. Er worden in Tainan meer goden aanbeden en meer festivals gehouden dan in een andere stad in Taiwan. Veel hiervan is het gevolg van de voormalige status als hoofdstad van het land. Tainan is meer dan 200 jaar de hoofdstad geweest.

De Confusius tempel is een mooi gebouw, maar er is helemaal niets te doen. De tempel lijkt er alleen nog te zijn voor toeristen want delen van de gebouwen op het terrein zijn in gebruik als museum. Confucius tempels staan bekend om het feit dat ze de rust, sierlijkheid en waardige schoonheid van de traditionele Chinese cultuur uitstralen en dat is hier goed gelukt, maar het is niet helemaal ons kopje thee, dus we houden het snel voor gezien. Doe ons maar een tempel waar de lokale bevolking z’n ‘ding’ nog doet.

De volgende stop in de route is de Great South Gate. De enige oude stadspoort waar ook nog een stuk van de verdedigingsmuur intact is. Je moet het gezien hebben, maar langer dan 5 minuten kun je je er niet vermaken. De volgende stop is de Wufei tempel die is opgericht ter ere van de 5 bijvrouwen van koning Ning Jin. Voordat Ning Jin zelfmoord pleegde omdat, na de overgave van Koxinga’s kleinzoon, alle hoop voor de Ming dynastie was vervlogen, hingen de dames zichzelf op aan een dakbalk in het paleis. Mooi verhaal, maar de tempel en het omringende parkje zijn al net zo doods als de bijvrouwen en koning Ning Jin.

We vragen ons af of het nog wat gaat worden met het tochtje uit de LP, maar we hijsen onszelf weer op de fietsjes en rijden via de Wufei weg naar de Kaishan weg om zo Koxinga’s Shrine te komen. Op de Wufei weg zien we dan ineens een tempeltje verscholen aan de linkerkant. Het is niet zo druk, maar de beelden in de tempel zijn wel heel bijzonder. De vrouw die toezicht houdt op de tempel wenkt ons en wijst naar de achterkant van de tempel. Wij lopen naar achteren en daar staat een tiental grote poppen die waarschijnlijk bij optochten of andere rituelen gebruikt worden. Ook de rest van dit tempeltje is de moeite waard met mooie beelden en prachtige versieringen.

Wanneer we op de Kaishan weg rijden zien we ineens nog een klein tempeltje. We stoppen weer en zien al snel dat dit het type tempel is waar we echt warm voor lopen. Er gebeurt van alles; mensen zijn (nep)geld aan het verbranden als offer, steken wierookstokjes aan, doen ‘bwah bwey‘ (gooien met maanvormige houten blokjes) om de beste werkwijze voor iets te bepalen en zeggen een gebedje op. Heel sfeervol allemaal.

De volgende stop is dan Koxinga’s Shrine. Koxinga is een Ming regeringsgetrouwe die er na 9 maanden vechten voor heeft gezorgd dat de Nederlanders Taiwan verlieten. Helaas heeft hij niet lang van dit succes kunnen genieten, want een half jaar later was hij dood. Koxinga’s Shrine is ook vooral een museum, dus er gebeurt weinig op het terrein. De gebouwen zijn niet veel bijzonders en misschien is hoogtepunt wel de tuin om de gebouwen heen.

Van Koxinga’s Shrine gaat het naar de tegenover gelegen Lady Linshui’s tempel, dan de Dongyue tempel en iets verder de City God tempel. Allemaal bezienswaardigheden waarvoor we eigenlijk het slot niet op de fiets hadden hoeven doen, maar misschien worden we zo langzamerhad een beetje tempel-moe.

De fietstoer brengt ons vervolgens naar een achteraf steegje waar de tempel met de mooie naam Altar of Heaven staat. Hier is het weer lekker druk, dus we parkeren onze fiets bij de zij-ingang en gaan snel naar binnen. Er worden net consultjes afgenomen waarbij gelovigen slechte geesten of anderszins ongewenste zaken laten verdrijven. De priester neemt geen halve maatregelen, want behalve het prevelen van onverstaanbare gebeden slaat hij af en toe met een zweep voor de gelovige, wat zo’n harde knal geeft dat de hele tempel opschrikt. Het is grappig dat een tempel die zo druk bezocht wordt, 300 jaar geleden is neergezet als een tijdelijke tempel.

Voorlaatste stop van onze fietstocht is bij de Chihkan Towers. Deze plek markeert de plek waar ooit Fort Provintia stond. Het fort is in handen geweest van vele heersers nadat de Nederlanders het in 1653 hadden gebouwd. Er zijn nog delen van muren te bezichtigen die destijds door de Nederlanders vakkundig zijn gemetseld. In 1661 heeft Koxinga dit fort veroverd op de Nederlanders, nog voordat hij de Nederlanders defintief versloeg. Het eerste van de twee torens is in 1875 gebouwd.

Aan de Yongfy weg vinden we dan onze laatste stop op deze toer: de Datianhou tempel. Deze matsu tempel heeft ooit gediend als paleis voor koning Ning Jin (die dooie van hierboven), de laatste koning van de Ming dynastie. Dit is een levendige tempel waar vooral goede zaken worden gedaan door de verkopers van tempel-prullaria, zoals nepgeld, wierookstokjes, chips, koekies en andere zaken die geofferd kunnen worden. We hebben inmiddels wel aardig in de gaten welke stappen worden doorlopen voordat er iets wordt geofferd, maar vinden het ongepast om dit als een vakantiestuntje uit te voeren.

Na dit culturele rondje door Tainan is het tijd voor een stevige lunch. Het is inmiddels 13:30 uur en we willen ‘s-middags nog even naar Anping, de plek waar de zee en stad ooit bij elkaar kwamen.
Anping is ook de plek waar de Nederlanders van de VOC het eerste fort bouwden in 1624, Fort Zeelandia, en het is ook de plek waar Koxinga de Nederlanders 38 jaar later versloeg. Het enige wat nu nog overeind staat van het oude fort zijn een tweetal buitenmuren. Er is een klein museum ingericht waar we even een kijkje nemen en we zien dat er heel veel Nederlandse inbreng is in het museum.

Na ons korte bezoekje aan Anping gaan we terug naar ons hotel en genieten daar van het gratis ijs, dat je de hele dag door kan eten.

Taiwan 1

15 november 2015

Daar staat hij dan in de stromende regen: de A380. We vliegen voor het eerst met deze Super Guppy, samen met meer dan 500 andere passagiers! We boarden ruim een uur later dan gepland, maar als we bij onze zetels aankomen zien we dat we goed gegokt hebben bij het on-line inchecken. We zitten op rij 50, met onze rug tegen het schot naast de nooduitgang, We zullen dus geen last hebben van de knieen van andere passagiers in onze rug. De beenruimte is ook ook nog eens fantastich en het beeldscherm van het in-flight entertainment systeem zou niet misstaan op een slaapkamer.

We vertrekken uiteindelijk met drie kwartier vertraging en de piloot beloofd ons een vliegtijd van 5:30 uur. Een rekensommetje maakt duidelijk dat we dan voor de geplande aankomsttijd in Dubai zullen zijn.We vermaken ons met het uitgebreide filmaanbod; eerst Mission Impossible Rogue Nation en daarna het hoogtepunt van de vlucht: Minions, waar af en toe een traantje wordt weg geveegd (van het lachen). Ondertussen genieten we van een goede maaltijd en af en toe een drankje en een ijsje. De service kan niet tippen aan die van Etihad, maar we klagen niet.
Om 23:55 uur lokale tijd zet de piloot de kolos aan de grond en zoeken we een plekje bij de Mac waar we onze maaltijd vouchers inwisselen. Onze vlucht naar taipei gaat pas om 04:45 uur, dus we hebben alle tijd.

16 november 2015

We wandelen onze tijd vol op de luchthaven van Dubai en vergapen ons aan alle luxe artikelen. We twijfelen of we de Bentley zullen kopen, maar ze hebben alleen een witte. Een half uurtje voor vertrek nemen we nog een calorierijke koffie bij Starbucks en om 04:00 uur gaan we aan boord van de Boeing 777 die ons naar Taipei moet brengen.

De vlucht naar Taipei duurt 7:30 uur, maar een groot deel daarvan wordt slapend door gebracht. Een hapje en een paar drankjes later landen we op de luchthaven van Taipei en om 16:30 uur lopen we de slurf in. De rij bij de douane is lang, maar de ambtenaren houden het tempo er goed in. Na dit obstakel direct door naar de bagagegband, waar onze rugzakken er net aan komen. We lopen langs de pinautomaat voor een lading NT$ en kopen twee buskaartjes naar het station van Taipei.

Na een busrit van 50 minuten is het nog 8 minuten lopen naar ons hotel waar we op een kamer krijgen op de Assepoester-verdieping. De verleiding is groot om gelijk het bed in te duiken, maar we weten dat je dan midden in de nacht wakker zult worden. We doen een laagje kleding uit en gaan dus toch nog maar even de straat op.

De straten zijn verlicht door de enorme reclameborden, dus je voelt je hier best veilig. We gaan een noodle-shop in en bestellen in ons beste Taiwanees een portie noodles met wat kip. Helaas worden de noodles hier opgediend in een soort badkuip, dus die maaltijd krijgen we niet helemaal op. Het eten is niet duur; met een drankje erbij betalen we iets minder dan 9 euro. We besluiten dan toch maar terug te gaan naar het hotel en rond 21:30 uur gaan de luikjes dan al dicht.

17 november 2015

We hebben heerlijk geslapen in onze vlinderkamer en ook in de badkamer werkt alles perfect. Om 07:30 uur gaan we langs de receptie om onze ontbijt-bonnen op te halen. Zo gaat dat hier met ontbijt! Je krijgt bonnen die je vervolgens kunt inleveren bij McDonalds; goed geregeld toch?
Na dit luxe ontbijt gaan we terug naar de kamer en halen onze spullen op: camera’s, reisboeken, reisbeschrijving, leesbril en vooral de zonnebrillen mogen we niet vergeten wat het is hier fantastisch weer vandaag!

We gaan naar het treinstation en informeren alvast naar de trein voor donderdag. Gelukkig spreken ze daar een beetje Engels, dus al snel is duidelijk dat de trein naar Xincheng geen probleem mag worden. Dan gaan we via een ingenieus gangenstelsel naar het metrostation en kopen twee dagkaarten. Eerste stop is de Bao’an tempel.
We hoeven maar 4 stationnetjes met de metro en dan nog een kwartierje lopen. De temperatuur is al snel opgelopen naar 27 graden, dus dat valt niet mee!

De tempel is fantastisch: veel kleur en met veel mooie details. We lopen een half uurtje over het terrein bij de tempel en genieten van de serene rust. Tot er ineens een vliegtuig vlak over de tempel raast. Je kunt ‘m bijna aanraken! Het ‘andere’ vliegveld ligt nl. op een steenworp van de tempel. Past niet helemaal bij het idyllische plaatje.Aan de andere kant van de straat ligt de Confucius tempel. Deze tempel is lang niet zo mooi als z’n broer aan de andere kant van de weg, maar ook hier wordt de rust regelmatig wreed verstuurd door EVA Air of een andere Chinese maatschappij.

Na dit kerkelijke begin van de dag wordt het tijd voor iets heel anders. We springen weer in de metro en gaan op weg naar de Martyrs Shrine. Dit grote complex, ter nagedachtenis van alle Taiwanezen die tijdens een oorlog zijn gesneuveld, bestaat uit een enorm plein met aan de ene kant een grote poort en aan de andere kant een soort tempel-achtig gebouw. Bij de grote poort staat een tweetal militairen op wacht en die worden elk uur afgelost door andere militairen dier vanuit het tempel-achtige gebouw komen gemarcheerd. Dit wisselen van de wacht is een soort kunstzwemmen op het droge; goed ingestudeerde oefeningen met geweer en zonder knijper op de neus.
We zijn precies op tijd om het spektakel bij te wonen en misschien is het meest opmerkelijk nog wel het optreden van de hordes Chinese toeristen die zonde enige schaamte naast en voor de marcherende militairen op de foto gaan.

Nu we toch lekker in het formele deel van ons bezoek zitten, plakken we er een bezoekje aan de Chiang Kai Shek (niet Shrek dus) Memorial. Dit onbenullig grote, protserige monument ter nagedactenis van dé grote leider van Taiwan lijkt kwa opstelling wel wat op de Martyrs Shrine: een grote poort aan de ene kant van een plein en een groot gebouw aan de andere kant.

In het grote gebouw staat een joekel van een standbeeld van een zittende Chiang (wij mogen Chiang zeggen), maar om die te bezichtigen moet je wel 88 treden opklimmen (de leeftijd waarop Chiang is overleden, niet vanwege ons huisnummer) en aangezien het inmiddels ruim 30 graden is…….
Boven aangekomen zien we tot onze verbazing dat ook hier de wacht wordt gewisseld. De kunstjes lijken verdomd veel op hetgeen we hiervoor hebben gezien, ze zullen toch niet hier snel heen gescheurd zijn om ………., nee het zullen wel andere militairen zijn.

Het is inmiddels tijd voor de lunch en we gaan terug richting het Centraal Station. Hier verdwalen we eerst in het gangenstelsel en dan blijken er alleen restaurantjes te zijn met glibberige noedels. Daar hebben we nu niet zoveel zin in, dus met schaamrood op de kaken vluchten we maar weer een M in. Belangrijkste ingredient van de lunch is een halve liter cola, want we zijn aan het uitdrogen door de enorme hitte.

Wanneer we het vochtpeil weer op orde hebben gaan we op weg naar de Longshan tempel. Deze tempel moet je ‘s-ochtends vroeg of aan het eind van de middag bezoeken omdat het er dan van alles gebeurt. Daar was dus niets aan gelogen; toen we het tempelterrein opliepen hoorden we het ritmisch gezang van geestelijke liederen op ons afkomen. Het leek erop dat de hele wijk was leeg gelopen om hier met elkaar een boedhistisch liedje te zingen. Dit lucht was bovendien gevuld met de rook van honderden wierookstokjes en kaarsen wat het geheel een magisch sfeertje gaf: kippevel!

We blijven een uurtje bij deze tempel en staan vaak alleen maar te kijken naar de mensen die helemaal opgaan in hun gezang, maar dan is het toch tijd voor iets heel anders.

Een metrostation voorbij de Taipei 101 bevindt zich de Elephant Mountain. Hoe deze heuvel aan z’n naam komt laat zich raden, maar het is vooral de ultieme plek om een overzichtsfoto van Taipei te maken met de Taipei 101 erop. Als we uit het metrostation komen is het inmiddels donker en dat komt goed uit want het moet toch een Taipei-by-night-foto worden. De klim de olifantsheuvel op is niet lang, maar wel steil. Het grootste deel bestaat zelfs uit trappen en dat alles heeft tot gevolg dat de grote cola al voor een groot deel verdampd is als we boven aankomen. Het uitzicht is schitterend en heeft wel wat weg van het uitzichtspunt bij Hong Kong waar soortgelijke fotos worden gemaakt. In Hong Kong hebben ze inmiddels een treintje ingezet om de toeristen boven te krijgen en dat is geen slecht idee voor Taipei.

Zo’n avondfoto zou een mooie afsluiting van de dag kunnen zijn, maar wij springen weer in de metro en gaan richting station Zhongsheng. Vanaf dit metrostation is nog maar een kwartiertje lopen naar de avondmarkt van Ningxia. Volgens de jongen aan de receptie in ons hotel moet je die gezien hebben.
Daar had hij dus niets te veel mee gezegd. De markt bestaat uit allerlei etensstalletjes waar je voor weinig geld een maaltijdje kan scoren en hoewel de meeste stalletjes vooral leuk zijn om een foto van te maken, vinden we er ook eentje waar wel iets van onze gading wordt geserveerd. We laten ons een kom met heerlijke gebakken rijst met garnaaltjes voorzetten. Voor het luttele bedrag van 3 euri hebben wij onze buikjes weer gevuld. Na dit feestmaal nemen we nog een beker vers geperste limoenen/citroenen en gaan dan op weg naar ons hotel. Onze benen en voeten sputteren inmiddels wat tegen, maar dat is ook niet zo gek als je twaalf uur op pad bent geweest.

18 november 2015

Vandaag verlaten we het drukke Taipei en gaan met de metro en bus richting het noordelijkste puntje van Taiwan, maar voordat het zover is willen we eerst de treintickets voor de reis van morgen kopen. Op het treinstation gaan we naar de informatiebalie en vertellen in ons beste Chinees dat we naar Xincheng willen. Vanuit dat plaatsje gaan we de Taroko kloof bezoeken. Blijkbaar is ons Chinees nog niet zo slecht, want de vriendelijke Taiwanese dame wijst ons de weg naar de loketjes waar we de tickets kunnen kopen. Zo gezegd, zo gedaan en niet veel later zijn we 800 nt$ lichter en 2 kaartjes rijker. Dat is ongeveer 11 euro voor een ritje van 2 uur; niet heel goedkoop, maar wel goedkoper dan de NS. Na deze geslaagde transactie gaan we weer naar de metro. We gaan eerst met de rode lijn naar het eindstation Tamsui en daar nemen we de bus naar Yehliu om het Geopark te bezichtigen. Daarover later meer.

Opnieuw een flirt met een informatiebalie, dit keer in Tamsui om erachter te komen dat we bus 862 moeten hebben. We vragen nog even hoe we die rit moeten betalen. Ze maken hier nl. ook gebruik van een soort OV-chip en die hebben wij niet. Betalen kan ook met cash in de bus bij de chauffeur wordt ons gemeld. We gaan dus maar netjes in de rij staan bij de bushalte voor bus 862. Wanneer de bus arriveert wachten we op onze beurt en als wij mogen betalen vertelt de chauffeur dat het nt$ 90 per persoon is. Omdat we geen klein geld hebben, douwen we twee briefjes van nt$ 100 in het daarvoor bestemde gleufje. Wij zijn in afwachting van ons wisselgeld, maar de chauffeur stuurt ons de bus in en zegt dat hij geen wisselgeld heeft; die fooi heeft hij alvast binnen.

Dit Geopark trekt elk jaar vele toeristen die hier komen om de bijzondere rotsformaties te bewonderen. De elementen hebben de kust hier onder handen genomen en de meest vreemde figuren gecreeerd. De meest hebben de vorm van een paddestoel, maar met een beetje meer fantasie herken je er meer in zoals een kaarsenstandaard of een olifant, een schoen een ijsje, en de allerbekendste: het borstbeeld van Nefertite.

We proberen wat mooie plaatjes te schieten, maar dat valt nog helemaal niet mee. De hordes Chinezen hebben nl. de onhebbelijkheid om zo achtelijk mogelijk voor de rotsformaties op de foto te willen staan, het liefst vergezeld van een paraplu of een sjaal. Elke keer wanneer je denkt even de gelegenheid te hebben een mooie foto te maken, spring er weer ergens zo’n Chinees vandaan en aangezien er busladingen vol van zijn moet je wel wat geduld hebben voor een fotootje!

Nadat ook wij de meeste sculpturen van dichtbij hebben kunnen bewonderen, gaan we weer richting de bushalte. We moeten een half uurtje wachte, maar hebben deze keer een chauffeur die de techniek iets beter onder controle heeft. We gaan weer richting Tamsui, maar stappen na een half uurtje, bij Fuguei weer uit. Fuguei is het meest noordelijke puntje van Taiwan en je kunt er genieten van prachtige vergezichten langs de noordelijke kustlijn. Vooral op het hoogst gelegen gedeelte bij de zwart-wit gestreepte vuurtoren, is het prachtig.

Net na 17:30 uur zitten we weer in de metro op weg naar ons hotel, maar we besluiten er bij station Jiantan nog even uit te gaan om een bezoekje te brengen aan de Shilin avondmarkt. Deze markt is niet te vergelijken met die van gisteravond. Net als gisteren is het ook hier enorm druk, maar deze markt is wat meer gericht op de toerist die in Taipei rond dwaalt. Behalve de etenswaar is hier nl. ook kleding en heel veel prularia te krijgen. Dit laatste vooral van het type ‘made in Taiwan’.

Er is ook een groot aanbod van die spelletjes die je op een kermis tegenkomt; van oud tot jong vermaken ze zich hiermee. We lopen een uurtje rond op de markt en gaan dan met de metro op weg naar ons hotel. Niet ver van ons hotel nemen we nog een lekker bakkie koffie bij Starbucks. We zijn klaar voor de ontdekkingsreis door de rest van Taiwan.

19 november 2015

Het lijkt alsof we meer tijd in een tunnel doorbrengen dan erbuiten. Het bergachtige karakter van Taiwan laat zich direct al gelden. We rijden eerst een tijdje noordwaarts om vervolgens af te buigen in oostelijke richting. Het landschap is fraai, althans hetgeen we ervan meekrijgen. Vier stops en 2 uur later stoppen we dan op het stationnetje van Xincheng.

We lopen het perron af, maar mogen het station pas verlaten nadat we eerst zelf onze treinkaartjes hebben afgestempeld. We drinken nog even een bakkie koffie bij het station en nemen dan een taxi naar onze B&B. Het is een kort ritje dat waarvoor we eigenlijk alleen de Liwu rivier over hoeven te steken. We gooien onze spullen op de mooie ruime kamer en besluiten gelijk maar richting Taroko te fietsen. Het is 13:15 uur, dus we hebben de hele middag nog voor ons.

Na wat informatie te hebben ingewonnen bij het Visitors Center, gaan we op weg naar de Shakadang Trail. Deze trail is op loopafstand van het Taroko National Park Headquarters gelegen, dus dat is een makkie. We lopen eerst een paar honderd meter door een verkeerstunnel tot we bij een zij uitgang komen. Daar verlaten we de tunnel en volgen een pad hoog boven de Liwu rivier. De paden zijn goed onderhouden, dus we hoeven niet bang te zijn voor glijpartijen. Enige obstakel dat we tegenkomen is een hangbrug gemaakt van kabels van touw. Hier wringen we ons doorheen waarna we ons pad vervolgen naar het begin van de Shakadang Trail.

We zijn zeker niet de enigen die vanmiddag deze trail gaan lopen. Er worden een paar bussen met Chinezen leeg gekieperd, dus het is al snel weer veel te gezellig. De Shakadang Trail volgt de Shakadang rivier en het pad is als het ware uit de marmeren wand van de kloof uitgehakt. Omdat dat is gebeurd op Chinees-hoogte moeten wij zelfs uit kijken dat we ons hoofd niet stoten. De omgeving is fantastisch. De door de rivier uitgeslepen kloofwand heeft een grillige marmertekening en het water is glashelder en groen-blauw van kleur. Na een uurtje bereiken we het einde van de trail. We lopen de rivierbedding in (die in dit jaargetijde half leeg staat) en gaan op een grote marmeren kei zitten om van de omgeving te genieten. Ondanks het wat bewolkte weer is het een fantatisch plekje.
Na een kwartiertje op de kei, gaan we dan weer terug naar waar we vandaan kwamen. We bedenken ons dat de lunch er vandaag weer bij ingeschoten is, dus dat moeten we vanavond maar goedmaken.

Rond 17:00 uur zijn we weer terug bij onze B&B. We gaan naar onze kamer om het programma van morgen in elkaar te sleutelen. Door het afgelopen orkaanseizoen en de daarmee gepaard gaande rotslawines zijn niet alle trails toegankelijk. Gelukkig is er nog genoeg begaanbaar om er een mooie dag van te kunnen maken.

De restaurants zijn hier dun gezaaid, maar de eigenaar van de B&B wijst ons een tweetal restaurants aan de overkant van de rivier aan waar we lekker kunnen eten. We springen weer op onze stalen ros en fietsen de Taroko Bridge over. Aan de andere kant gaan we rechts en dan zouden we ergens bij een 7-Eleven een restaurant moeten tegenkomen. We fietsen en we fietsen, maar in geen velden of wegen een een 7-Eleven te zien, laat staan een Restaurant. We vragen het onderweg nog een keer, maar Engels zit hier niet in het basispakket. Net als we de hoop op beginnen te geven zien we in de verte wat lichten flikkeren; het is het bord van de 7-Eleven. Het restaurant is nu snel gevonden, want dat bevindt zich aan de andere kant van de weg. De eigenaar staat buiten vlees te braden op een grote bbq en het ruikt heerlijk. We krijgen een tafeltje in het etablisement toegewezen en diezelfde eigenaar geeft ons een menukaart met plaatjes; dat is wel zo handig! We bestellen een bier en een ijsthee en wachten op wat er komen gaat.

Eerst komt een mooi, groot glas bier; first things first! De ijsthee wordt vers bereid, maar het wachten is niet voor niets. Een sierlijke bloemenvaas met rietje verschijnt niet veel later op tafel; proost!
Het diner bestaat uit een salade, witte rijst en wat worstjes en kipsate’tjes van de bbq. De salade en witte rijst staan als snel op tafel en de worstjes volgen niet veel later. Als extraatje brengt de eigenaresse ons een bamboestok met kleefrijst. Deze opent ze door er hard mee op de vloer te slaan waardoor de bamboestok doormidden splijt. Als laatste worden dan de sate’tjes gebracht. Ze zien er mooi uit met sojasaus bereid en voorzien van sesamzaadjes, maar na de eerste hap moeten we al vaststellen dat deze kip wel heel ziek moet zijn geweest. De stukjes kip bestaan uit bot en vet en er is geen stukje wit vlees te bekennen. Jammer, we hadden er zo naar uitgekeken. Zo gaat dat soms in den vreemde!
Na deze culinaire traktaktie fietsen we weer terug naar de B&B. We moeten er morgen op tijd uit, want er staat veel op het programma. Het nachtleven van Xicheng moeten we laten voor wat het is.

20 november 2015

We hadden de wekker gezet, want we wilden vandaag zoveel mogelijk tijd in het Taroko National Park doorbrengen. Toen we de gordijnen aan de kant schoven, kregen we wel even een teleurstelling te verwerken; het regende!

Eerst maar even ontbijten, want misschien is het straks weer wat beter. Het ontbijt was gelukkig niet volledig Chinees. Er was ook brood, jam en chocopasta en een heerlijke pot thee, gemaakt van bergwater. We laten het goed smaken en elke keer als we naar buiten kijken lijkt het wat droger te worden. Als we uiteindelijk weer terug naar onze kamer gaan is het zo goed als droog. We poetsen onze tandjes en springen dan op de mountainbike en gaan richting Taroko.

Er valt nog een enkele druppel, maar dat mag de pret niet drukken. We stappen wel af van ons originele plan om het park met de mountainbike te gaan bekijken en kiezen voor de rondrijdende shuttle bus; een soort hop-on-hop-off bus die bij elke hotspot stopt. Als we op de bus staan te wachten, moeten we plots het toiletgebouw in vluchten om te schuilen voor een stevige bui. We lijken het juiste besluit te hebben genomen.

We laten ons eerst bij de Swallow Grotto afzetten, waar je de kloof in al haar pracht en praal kunt aanschouwen. De Liwu rivier die hier beneden voorbij raast snijdt het Taroko Park doormidden en is niet meer dan 50 meter breed. De bont gekleurde, marmeren wanden gaan soms honderden meters stijl omhoog. Het is genieten, ook op deze sombere dag,

We lopen op zo’n 50 meter boven de rivier stroomopwaarts en blijven om de paar meter staan om te genieten van de uitzichten. Net als je denkt het mooiste plekje te hebben gevonden, is er een paar meter verderop nog een mooier vergezicht. Wanneer we niet verder kunnen, keren we om en lopen in tegenovergestelde richting terug naar de busstop. Ook nu zien we nog plekken die we op de heenweg niet gezien hadden.

Na ruim een uur zijn we terug bij de bushalte en wachten we op onze hoho-bus die ons naar het begin van de Lushui-Heliu trail zal brengen. Deze relatief makkelijk trail gaat via een smal paadje hoog over een klif, van waar je continue uitzicht hebt op de Liwu rivier. Aan het eind van de trail kun je met een smalle hangbrug de rivier oversteken. Die kans laten we natuurlijk niet liggen. Na anderhalf uur zijn we weer terug bij de bushalte. Eigenlijk hadden we een andere trail willen lopen, maar de natuur laat hier niet met zich sollen. Door continue gevaar voor vallend gesteente zijn meerder trails in het park inmiddels afgesloten. Jammer, maar gelukkig blijft er genoeg over.

Het is inmiddels iets beter weer geworden. Het laatste uur heeft het niet meer geregend en zo heel af en toe zien we zelfs een stukje blauwe lucht. We gaan op weg naar de Changchun Shrine, maar stappen onderweg toch nog even bij de Swallow Grotto uit om deze ook met de verbeterde weersomstandigheden te kunnen bekijken. Bovendien is hier een restaurant en aangezien het lunchtijd is bestellen we er een bordje dumplings die tot onze verrassing nog heerlijk smaken ook.

We gaan weer naar de busstop en rond 14:00 uur dropt de hoho-bus ons bij het monument dat is opgericht ter ere van de 225 arbeiders die zijn omgekomen tijdens de aanleg van de Central Cross-Island Highway. We klauteren eerst via een slingerend trap-pad naar de klokketoren. Het is een hele klim naar het hoogste punt; de bovenbenen staan in de fik! Het uitzicht is er prachtig, dus . Normaal gesproken zou je via dit pad het herdenkingsmonument moeten kunnen bereiken, maar omdat ook hier de natuur een deel van het pad heeft terug gevorderd, moeten we eerst in omgekeerde richting naar beneden, om vervolgens via een andere weg naar de Changchun Shrine te lopen.

Het monument stelt van dichtbij niet zo heel veel voor, maar van een afstandje ziet het tempel-achtige gebouw dat doormidden lijkt te worden gesneden door een waterval er prachtig uit.
Op het aangrenzende terras nemen we eerst nog een bakkie koffie, voordat we voor de laatste keer op de bus stappen. Terug bij het Visistors Center proberen we nog wat informatie te krijgen over de lodge bij Hehuanshan waar we later deze reis nog naar toe moeten.

‘s-Avonds fietsen we weer via de Taroko Bridge naar Xincheng op jacht naar een restaurant. Dit keer slaan we aan het eind van de brug links af het bruisende hart van het gehucht in. Na een paar honderd meten zien we restaurant waar allerlei eten in bakken ligt. Hier moeten we zijn, want dan kan Diana aanwijzen wat er op ons bordje moet komen. We parkeren onze fietsen voor het restaurant en Diana meldt zich in de ‘keuken’. Ze wijst er wat groenvoer aan, kiest een sappig worstje uit en maakt het geheel af met een klodder witte rijst. We gaan zitten aan een chique metalen tafeltje met kinderkrukjes en tot onze eigen verbazing blijkt het allemaal voortreffelijk te smaken.