Tag archieven: Costa Rica

Panama-Costa Rica-Nicaragua 4

Maandag 16 december

Het lijkt erop dat het een goede keus was om gisteren de Cerro Chato te beklimmen. Toen we vanochtend de gordijnen open deden was het nog slechter dan gisteren. Het regende al en er was in de verste verte geen teken van een vulkaan te zien. Een ideale dag om in de bus te gaan zitten.
We pinnen weer eens een keer en ontbijten bij My Café. Daarna de laatste spullen in de rugzak en naar het busstation. Onze schoenen en sokken zijn nog steeds nat van gisteren, maar gelukkig hebben we nog wat plastic zakken. Je zou geen ’vrienden’ meer overhouden.

Op het busstation hangt een overzichtelijk kaart met de vertrektijden van de bus en wij gaan met de 09:30 uur naar Ciudad Quesada om daar dan over te stappen op de expreso naar San José.
De chauffeur trekt zich echter niet zoveel aan van het schema, want ondanks dat hij om 09:20 arriveert, zegt hij gelijk dat we een kwartier vertraging hebben. We zien hem vervolgens naar een restaurantje iets verderop lopen……

Het mag de pret niet drukken want Diana staat bijna vooraan in de rij dus we hebben goede stoelen. Het ritje naar Ciudad Quesada gaat grotendeels door de wolken; het is echt veel slechter dan gisteren. De ruitenwissers zijn geen moment uit geweest en het zicht is regelmatig minder dan 50m. Het is maar goed dat je door het lage wolkendek de afgronden niet zo goed kan zien.
Wanneer we in Ciudad Quesada arriveren staat de expreso met draaiende motor te wachten. We hebben dit keer dus een perfecte aansluiting. De bus vertrekt klokslag 11:30 uur naar San José en onderweg zien we gaandeweg het weer wat beter worden. De route naar San José is best de moeite waard. Mooie groene berghellingen met verschillende soorten begroeiing schieten aan beide kanten voorbij. Tel daarbij de momenten dat we de oogjes dicht doen en voor je het weet sta je in San José.

In de hoofdstad zoeken we een taxi en laten ons bij het hotel afzetten. Daarbij moet de chauffeur nog wel een beetje geholpen worden door ons, want wij weten het hotel beter te vinden dan hij. We gooien de tassen op de kamer, de stinkende schoenen op het balkonnetje en de nattige kleding over een stoel, en na het nuttigen van de voorzichtig alcoholische welkomst-cocktail gaan we de stad in.

We hebben niet al te veel tijd, dus we nemen een looproute uit de Lonely Planet als leidraad. We lopen van het Parque Nacional, via avenida 3 naar het Parque España en dan via avenida 7 en calle 5 naar het Parque Morazón en overal is het gezellig druk, zijn mensen met elkaar in gesprek en er vinden allerlei activiteiten plaats. Helaas hebben we geen tijd om mee te doen met al het kunstwerk, want we hadden ze nog veel kunnen leren.

Dan gaan we via calle 7 en avenida central naar de Plaza de la Cultura en het Teatro Nacional dat je in alle reisgidsen over Costa Rica ziet staan. Niet omdat het het grootste, hoogste of oudste gebouw van de stad is, maar gewoon omdat het door alle inwonders bewonderd wordt.
Vervolgens gaan we via avenida 2 en calle 6 naar de Mercado Central waar je van alles kunt kopen; van souvenirs tot geitenkaas. Het enige jammere van deze markt is dat de souvenirs alleen voor het volle pond weg gaan; er valt niets af te dingen.

Na het bezoekje aan de markt lopen we op ons gemakkie, via de belangrijkste winkelstraat, terug naar het hotel. Het is er verschrikkelijk druk en onderweg worden we ook nog getrakteerd op straatoptredens met muziek en vreemde, grote poppen. We gaan bij Q-café naar binnen en nestelen ons op de 1e verdieping aan een tafeltje met uitzicht op de winkelstraat, We bestellen wat te drinken en kunnen vanaf hier alles goed volgen.

De kerstsfeer zit er ook hier goed in. Alle winkels zijn versierd en er is groots uitgepakt met kerstverlichting. Santa himself is zelfs even langs om alles te controleren. Genietend van dit alles lopen we terug naar ons hotel waar we rond 18:00 uur weer terug zijn na ons blitz-bezoek aan San José.

Dinsdag 17 december

We waren alweer vroeg op vandaag want we hadden onze zinnen gezet op de vroege bus naar Palmar Norte en dan moesten we wel om 08:00 uur op het busstation van Tracopa zijn. Het ontbijtbuffet was voortreffelijk; daar zouden we wel een paar uurtjes op kunnen bussen.
Ondanks dat de spits al was begonnen, waren we ruimschoots voor achten al bij het busstation. Toen we de tickets gingen kopen werd duidelijk dat de snelste bus pas om 10:00 uur zou vertrekken, en dat de bus van 08:30 uur die wij op het oog hadden, door de bergen zou gaan en er een uur langer over zou doen. Snel rekensommetje leerde dat we er met de eerste bus toch eerder zouden zijn en bovendien door een veel mooier gebied zouden rijden; ideaal voor de toeristen.

De rit in de halfvolle bus verliep vlotjes. We hadden allebei weer een twee stoelen voor onszelf en we genoten van de omgeving, al zaten we wel weer snel in de wolken toen we wat hoger kwamen. Om 10:45 uur kwamen we echter in een file terecht, hoe kan dat nou hier. Toen we er een tiental minuten stonden en de chauffeur zelfs z’n motor uitzette begonnen we ons echt zorgen te maken. We hadden onderweg wel een tweetal ambulances voorbij zien komen, maar zou dat met deze file te maken hebben?
Ja dus! Even later horen we dat er een dodelijk ongeval heeft plaatsgevonden tijdens een inhaalmanoeuvre van een vrachtwagen en dat daarvoor de weg volledig afgezet wordt i.v.m. sporenonderzoek. We horen dat zoiets wel 4 of 5 uur kan duren! Hadden we nou maar………

Even later wordt de onderzoekstijd terug gebracht tot 2 uur, maar wanneer we om 13:00 uur nog steeds op dezelfde plek staan beginnen we toch te vermoeden dat de eerste schatting wel eens dicht in de buurt van de werkelijkheid zou kunnen komen. Ik zal een verdere beschrijving van de plasrondes aan de kant van de weg en het slinken van onze dagvoorraad snoep achterwege laten, maar pas om 14:45 uur kwam de bus weer in beweging; 4 uur hadden we dus moeten wachten voordat de weg weer vrijgegeven werd.

Wanneer we een paar honderd meter gereden hebben zien we een wrak liggen; het is zo’n ouderwetse Amerikaanse Mack waarvan de neus helemaal verdwenen is. Dit zijn ook slechte trucks om tegenaan te rijden. Het andere wrak (wrakken?) is inmiddels afgevoerd maar de lading en onderdelen van de truck liggen overal verspreid. Het moet een beste klapper zijn geweest en je moet er niet aan denken dat we hier een paar minuten eerder waren geweest.

De rit naar de volgende grote plaats, San Isidro, is nog wel heel fraai. We komen langs het zgn. cloudforrest en je kunt zien waar die naam vandaan komt.
We hadden ons voorgesteld om om 14:00 uur in Sierpe te zijn en dan met een boekie en een drankje aan het water te gaan zitten, maar nu konden we daar minimaal 4 uur bij optellen wat betekent dat we in het donker in dat gehucht aan zouden komen. Som zit het mee, soms……..
Het werd uiteindelijk 19:15 uur voordat we in Sierpe waren en daarvoor moesten we dan wel een taxi nemen in Palmar Norte, want bussen gingen er al niet meer. De lodge waar we ons op verheugd hadden was ook niet veel meer dan een hok met een bed, dus al met al weer een enerverende dag.

Woensdag 18 december

Na de lange rit van gisteren koste het weinig moeite om de slaap te vatten, zelfs in de bunker die we hadden uitgezocht. We hoefden er ook niet vroeg uit, want de boot naar Bahia Drake ging pas om 11:30 uur.
‘s-Ochtends verkennen we Sierpe en gaan naar de lokale super. Sierpe is eigenlijk niet veel meer dan de lokale super, een paar restaurants en een paar hotels dus we zijn snel uitgekeken en gaan wat drinken bij één van de restaurants. Om 10:30 uur gaan we bij de aanlegplaats van de boten zitten in totdat Dago, onze bootsman het teken geeft om aan boord te gaan.

We gaan samen met nog 8 andere toeristen op weg naar Bahia Drake en de tocht erheen gaat vnl. langs mangrovebossen. Wanneer Dago opeens het gas los laat en naar de kant stuurt begrijpen we niet direct wat er aan de hand is, totdat we een dikke krokodil zien liggen. Deze wilde hij ons blijkbaar niet onthouden. Het varen is ook een belevenis op zich. De rivier is bochtig en elke bocht gaat de boot ‘op z’n kant’ als een ware pretpark-attractie. Wanneer we uiteindelijk bij volle zee aankomen wordt het allemaal pas echt spannend. Dago moet door de branding heen om weer bij rustiger water te komen en daarbij moet hij er soms tegenin en soms dwars op. De boot krijgt heel wat klappen te verduren en wij heel wat spatten water.

Na 5 kwartier zijn we bij Bahia Drake en gaan we van boord, de laatste tien meter door het water lopend omdat de boot hier niet kan aanleggen. Juan de eigenaar van ons hotel staat al op ons te wachten en we gooien onze tassen in z’n busje en gaan op weg naar het 2km verderop gelegen paradijsje.

Op een uitgestrekt stuk grond incl. omringend woud heeft Juan een 9-tal bungalows neergezet die allemaal uitkijken op hun eigen stukje oerwoud. Wij hebben nummer 3.
Juan geeft ons een uitgebreide uitleg over de gang van zaken bij dit hotel, gelukkig staat alles ook in een boek beschreven want het is een heel verhaal.
We bestellen eerst een lunch bij de keuken en kunnen even later constateren dat het wel goed zal komen met het eten hier; de lunch smaakt voortreffelijk.

Qua natuur zitten we hier ook helemaal goed, want de toekans zitten in de bomen op het terrein van het hotel en ook de rood-blauwe papagaaien paartjes zijn vertegenwoordigd (er vliegt ook regelmatig zo’n paartje langs de belastingdienst gebouwen, maar dat zijn tamme die de naar buiten starende ambtenaren moeten vermaken).

“s-Avonds gaan we met Tracie de ‘buglady een toertje door het woud rondom Bahia Drake maken, op jacht naar de beestjes die vooral in het donker actief zijn, waaronder slangen, spinnen en kikkers.
Dit toertje start in Bahia Drake, dus we eten niet bij Juan, maar lopen aan het eind van de middag op regenlaarzen van Juan naar Bahia Drake en zoeken daar wel een restaurantje om daarna door te lopen naar het startpunt van de toer. Wanneer we onze warme hap naar binnen werken begint het licht te regenen. Het zal toch niet……..

We zijn met z’n achten en worden opgehaald door een collega van Tracie en gelukkig is het weer droog. We krijgen allemaal een ‘koplamp’ uitgereikt en gaan op pad. Al snel worden we meegnomen richting wat bosjes waar hij een mooi kikkertje laat zien. De latijnse naam is me even ontschoten, maar laat ik nog weten. Laten we hem voorlopig Kermit noemen. Het leek wel of Kermit wist dat we kwamen, want hij ging er eens goed voor zitten zodat z’n mannelijkste kant het best naar voren kwam.

Iets verderop gaat de koplamp dan ineens naar een struik direct naast het pad. Een jong leguaan ligt te slapen op een tak en al schijnen we alle 8 met onze koplamp op hem, niet kan hem meer wakker maken. Het beestje is felgroen en valt niet echt op in de struik, maar volgens onze gids haalt maar een heel klein percentage de volwassen leeftijd omdat de meesten voor die tijd al door een vogel of slang verorberd zijn; leguaan-nuggets noemt hij het beestje.

Dan moeten we de rivier oversteken en dat doen we op de heenweg met een bootje. Het is maar 100m en aan de andere kant van het water staat Tracie op ons te wachten. Tijdens het korte boottochtje begint het toch weer te regenen en de druppels worden snel groter en talrijker. Wanneer we aan de overkant Tracie de hand schudden zijn de druppels inmiddels aangegroeid tot een behoorlijk bui, maar volgens Tracie duurt zoiets hier nooit langer dan een minuut of 10 dus we lopen verder. Tracie vertelt ons dat we dit moment omringt worden door miljoenen spinnen en ze neemt ons mee om er eentje te laten zien. Inmiddels valt er zo’n bak water naar beneden dat we tot op het bot nat zijn. Onze regenjas kan maar met moeite de camera droog houden. Tracie heeft dan een spinnetje gevonden en probeert het beestje met haar aanwijsstokje in beweging te krijgen, maar spiderman steekt z’n middelvinger omhoog (althans dat dacht ik gezien te hebben) en blijft zitten waar hij zit. Dit is voor biologe Tracie voldoende reden om de trip verder te cancelen. Met dit weer is er voor ons niets aan want de beestjes komen de hut niet uit vanavond.

Teleurgesteld lopen we door de aanhoudende regen terug naar Bahia Drake en wanneer we de taxi ons gevonden heeft kruipen we snel in de droge auto en laten ons afzetten bij Finca Maresia. Als verzopen katten komen terug bij ons hotel en de andere gasten kijken ons met medelijden aan. Coast Rica is ons niet gunstig gezind wat het weer betreft. We trekken de volgelopen regenlaarzen uit en nemen nog een colaatje voordat we naar onze villa gaan. Daar hangen we alle natte kleding uit en gaan naar bed. Hopelijk wordt het morgen beter.

Donderdag 19 december

Volgens de oorspronkelijke afspraken met Juan zouden we vandaag gaan duiken, maar omdat het net volle maan is geweest, is het zicht niet zo goed. Juan adviseerde het duiken te verzetten naar zaterdag, omdat het zicht met de dag beter zou moeten worden. We zullen zien!
Dit betekende dat we vandaag onze snipperdag van de vakantie hadden. We hangen de hele ochtend op de bank in de gemeenschappelijke ruimte van het hotel. Deze ruimte bevindt zich op boomtop-nivo dus het uitzicht is super. We zijn één met de mooie vogels om ons heen. We drinken een paar bakken (gratis) koffie en hebben eindelijk weer eens tijd om de tijdschriften te lezen die we hebben meegesleept. In de verte zingen de brulapen ons toe vanuit de boomtoppen. We begrijpen steeds beter wat de Lonely Planet bedoeld met hun beschrijving van dit hotelcomplex: ‘a slice of paradise’.

Heel erg lang blijven we niet zitten bij het hotel, want rond half elf besluiten we toch maar een strandje nabij Bahia Drake te gaan. Op de heenweg hebben we geluk want een er komt een special quad aangeraasd die ons een lift aanbied naar het strand. Hij moet daar nl. spullen ophalen die net met de boot zijn aangekomen. Het scheelt ons zeker een kwartier lopen.

Om bij het strand te komen moeten we ongeveer dezelfde route volgen als gisteravond met Tracie, maar waar zij niet verder ging vanwege de regen moeten wij nog zeker een half uur verder lopen. De tocht gaat langs enorme bamboestruiken, wilde bananenstruiken, over een gammele hangbrug en langs de luxere hotels van Bahia Drake.

Het strandje van Cocalito is klein en besloten, maar de golven zijn behoorlijk pittig. Een tweetal kanoërs die hier aan land zijn gekomen om even te rusten, krijgen hun kano maar net de branding door wanneer ze weer verder willen. We blijven een uurtje hangen bij dit strand. Klimmen wat op rotsen, maken wat foto‘s en proberen het zeewater uit voordat we weer terug gaan Bahia Drake voor de lunch.

Na de lunch lopen we terug naar het hotel omdat we om 16:00 uur een afspraak hebben met Gustavo. Hij is bioloog die eerst met ons op jacht zal gaan naar de dagdieren en vervolgens zal proberen zoveel mogelijk nachtdieren te vinden. Wanneer we echter rond drieën onze speciale safari-kleding aandoen, begint het te regenen; het zal toch niet! De bui groeit weer aan tot een tropische stortbui en houdt behoorlijk aan. Om 15:45 uur regent het nog steeds (al gaat het minder hard) en lopen we met onze regenjassen aan naar de gemeenschappelijke ruimte bij het hotel. Wanneer Juan ons ziet aankomen komt hij op ons af en zegt dat het helemaal goed komt met de regen; het blijft droog tijdens onze tour vanavond. De regen is inmiddels vrijwel voorbij, dus wij doen onze regenjassen maar uit en vertrouwen erop dat Juan gelijk heeft.

Inmiddels is Gustavo gearriveerd en heeft z’n materiaal uitgepakt: een prachtige kijker op statief en een even zo mooie verrekijker staan glimmend te wachten op onze tocht. Iets na vieren gaan we, wederom op de sjieke regenlaarzen, op pad. Gustavo begint wat kleine vogeltjes te benoemen en bij elke ‘piep’ uit een boom of struik zet hij het statief in de aanslag en probeert hij de bijbehorende vogel in het vizier te krijgen. De kijker is van hoge kwaliteit en het beeld dat je te zien krijgt is prachtig.

Wanneer we iets verder lopen zegt hij ineens dat we geluk hebben. Hij zet z’n statief weer neer en laat ons gluren: een luiaard! We hebben echt geluk zegt hij want meestal zitten die beesten een beetje opgerold in de top van een boom zonder te bewegen (ze heten niet voor niets ‘luiaard‘), maar deze keek ons aan en het leek er zelfs op dat hij naar ons zwaaide. Gustavo helpt ons om mbv zijn kijker en onze camera’s een plaatje te schieten van dit beestje en dat is aardig gelukt. Na deze voltreffer zien we nog toekans en papaegaaien, horen we spider-apen en brulapen zich te buiten gaan in de boomtoppen verderop en zien we nog net een tarantula z’n hol inkruipen. Wanneer dat begint te schemeren gaan we op jacht naar de nachtdieren. Dit doen we in het stukje bos op het terrein van ons hotel. Diana heeft een verzoeknummer voor Gustavo.

Het is ons nl. nog niet gelukt om de rood-oog kikker goed in beeld te krijgen dus het zou leuk zijn als we die hier vinden. Gustavo doet alles op het gehoor; hij herkent de verschillende kikkergeluiden en probeert dan de herkomst van het geluid te traceren. Dat doet hij donders goed, want niet veel later heeft hij de rood-oog kikker gevonden. Hij keert het blad met de kikker naar ons toe en scijnt het voorzichtig bij met z’n zaklantaarn; schattig beesie!

Na een fotootje of tig gaan we weer verder en Gustavo heeft inmiddels het piepgeluidje van de glas-kikker gehoord. Op nieuwe hetzelfde ritueel; luisteren, richting bepalen en hebbes! Dit mini-kikkertje heeft z’n naam te danken aan de doorschijnendheid van z’n lichaam. Wanneer Gustavo z’n lamp er onder houdt zie je z’n botjes zitten.

Zo gaan we nog een tijdje door in het bos. We vinden nog een paar rood-oog kikkers, een paar dikke padden, een opossum, opnieuw een dikke vette tarantula en nog een paar erg giftige spinnen die zelfs een mens kunnen doden. Helaas staan er geen slangen op het menu deze avond, maar misschien zien we die morgen wanneer we naar Corcovado gaan.

Al met al een geslaagde safari, maar inmiddels was het 19:15 uur en hadden wij wel wat honger gekregen. Gustavo levert ons weer netjes af bij het hotel, we geven hem z’n verdiende fooi en schuiven aan bij de andere toeristen die hun maaltijd inmiddels achter de kiezen hebben. Juan heeft een heerlijke maaltijd bereidt en nu weten we ook uit eigen ervaring dat al die goede reviews terecht zijn.

Vrijdag 20 december

Na de snipperdag van gisteren ging het wekkertje vanochtend alweer om 05:00 uur. Vandaag zouden we het National Parc Corcovado gaan verkennen. Na het extra vroeg ontbijt bracht Juan ons naar Bahia Drake vanwaar we met de boot eerst vijf kwartier te varen hadden.

Het tochtje met de boot viel niet mee, We stuiterden over het ruige water en onderweg werden we ook nog eens afgespoeld door een pittige bui. We keken er eigenlijk niet meer van op dat het hier regende. Aan de horizon gloorde echter hoop, want daar konden we de zon zien schijnen. Uiteindelijk waren we blij met de lange boottocht, want toen we aan land ging liepen we in de zon.

We waren met z’n zessen vandaag en Roy was onze gids die de grote verantwoordelijkheid had om voor ons de beesies te vinden.
We moesten eerst onze Teva’s vervangen door rubberlaarzen want het zou weer modderig worden vandaag. Terwijl we daar mee bezig waren en Roy ons nog van alles aan het uitleggen was, riep een andere gids hem al toe dat het eerste beest gevonden was. We liepen snel naar de bewuste plek en met een beetje moeite wisten we een miereneter bovenin een boom te ontwaren. Een miereneter op de grond hebben we allemaal wel eens gezien (op tv), maar deze kleine uitvoering bovenin de boom hadden wij nog nooit gezien. Het beest zoekt de termietenheuvels die je her en der als grote zwarte gezwellen in de bomen ziet en breekt die dan open voor een hapje mier.

Dat was het eerste vinkje wat gezet kon worden. Roy nam ons mee verder het bos in en niet veel later zagen we een groep apen in de boomtoppen; het zijn de kleine squirrelmonkeys. Erg lastig te fotograferen, maar een mooi spektakel om naar te kijken. Het volgende vinkje kan worden gezet.

We lopen verder door het bos en Roy geeft uitleg bij de dingen die we zien. Dan krijgen we ook de spidermonkey in het vizier. Dat is de tweede soort van de vier soorten apen die hier voorkomen. We lopen langs een riviertje waar we een aantal vogels spotten, waaronder een mooie havik. We gaan terug het bos in en opnieuw zien we de spidermonkeys in de boomtoppen. We lopen vervolgens naar het rangerstation waar twee personen van onze groep zullen blijven slapen. Diana doet even een inspectie van de lokatie, maar ze is blij dat wij daar niet voor gekozen hebben.

We vervolgens onze weg om even verderop aan een andere rivier onze lunchpakketten te plunderen. Tijdens de lunchpauze is Roy even wezen checken of een slang die hij gisteren had gezien er nog was en dat was gelukkig het geval. We gingen weer op pad om als eerste bij de bewuste gifslang stil te staan. Het groenige slangetje was niet erg groot maar volgens Roy wel dodelijk.

Opnieuw zien we een groep spidermonkeys, maar Roy ziet in een andere boom een paar brulapen zitten; dat is de derde soort apen die we zien. We blijven overal dieren spotten; een felrode vogel en even later een blauwe die allebei familie zijn van de Quetzal, Woody Woodpecker die een boom onder handen neemt, Toekans, wilde kalkoenen, levensgevaarlijke spinnen, opnieuw spidermonkeys, een leguaan en felgekleurde vlinders ter grote van een hand.

Tegen het eind van onze tocht zien we dan ook nog de laatste van de vier apensoorten: de kapucijnerapen. Een grote groep van deze apen is bezig groene vruchten open te slaan op de takken van een boom, maar het wil nog niet zo lukken want de vruchten zijn niet rijp genoeg. Als een aapje dat in de gaten krijgt, laat hij de vrucht vallen en moeten wij uitkijken dat we zo’n ding niet op het hoofd krijgen.

Als laatste neem Roy nog me naar een plek waar een tapir schuilt voor de hitte waarna we terug lopen naar de boten. We denderen weer terug over de ruige zee en in Bahia Drake wordt Juan gebeld om ons op te halen. Om 15:30 uur zaten we weer op het hooggelegen terras bij ons hotel met een koude versnapering. Daar zien we ‘s-middags weer dat je niet ver weg hoeft te gaan om mooie vogels te spotten. Een paar toekans en een stelletje macaws houden ons gezelschap tijdens het borreluurtje.

Zaterdag 21 december

In verband met de volle maan van een paar dagen geleden, was ons duikavontuur naar vandaag verschoven. Wekker weer op 06:00 uur en om 07:00 uur, na wederom een heerlijk ontbijt, door Juan naar duikschool Drake Divers gebracht.

Instructeur Eric handelt eerst de papierwinkel af, waarna we de uitrusting gaan passen. Het spul is van Scubapro en ziet er als nieuw uit en dat is altijd een hele geruststelling als je gaat duiken.
Van de duikschool lopen we naar het strand in Bahia Drake waar we samen met de duikspullen in een bootje worden geladen. Het is drie kwartier varen naar Caño Island dat je vanuit Bahia Drake al kunt zien liggen. We raken steeds meer gewend aan de ‘turbulentie’ in de kleine bootjes en we houden het dit keer droog tijdens de oversteek.

Bij Caño Island hijsen we ons in de uitrusting, horen de briefing van Eric aan en rollen vervolgens achterover van de boot het water in. Het is gelijk duidelijk dat het zicht nog niet optimaal is tijdens deze duik; veel meer dan 10 á 12m is het niet. Ondanks dat stuiten we al snel op onze eerste haai; op de bodem onder ons ligt een rifhaai te rusten. Even verderop schiet er een roggetje onder het zand vandaan en we zien overal grote scholen vis om ons heen. Koraal zie je hier niet veel; slechts af en toe een waaierkoraaltje. Haaien des te meer. Achter elke rots ligt er wel eentje in het zand te rusten, of schiet er een haai opgeschrikt onder ons vandaan. We zijn maar opgehouden met ze te tellen. Het moeten minstens 50 geweest zijn tijdens deze duik. Allemaal white-tip haaien, tussen een meter en twee meter groot. Voor het eind van de duik zien we ook nog een kleine gestreepte murene zwemmen en een paar koffervisjes.

Na 45 minuten gaan we weer omhoog en zit onze eerste duik erop. Op de boot raken we niet uitgepraat over wat we gezien hebben.
Voor onze tweede duik gaan we een stukje verder van het eilandje af. Deze plek is wat lastiger te duiken vanwege de stroming, maar er zou nog meer vis moeten zitten. Dan volgt hetzelfde ritueel: optuigen, briefing en rol achterover het water in.
We merken gelijk dat de stroming behoorlijk is. We blijven zo dicht mogelijk bij de rotsen om er zo min mogelijk last van te hebben. Enkele tientallen meters verderop gaan we linksaf een meer besloten stuk in waardoor we niet zoveel last van de stroming hebben. Het is hier werkelijk vol met vis.

We hebben nog nooit zulke grote scholen vis gezien en al helemaal niet mee gezwommen. We kunnen heel dicht bij de vissen komen en lijken opgenomen te worden in de school. Eric gebaart ons om hem te volgen en als we vervolgens in een ander besloten stuk terecht komen ligt daar een joekel van een jew-fish (goliath-fish) te schuilen. Het is echt een onderzeebootje van meer dan twee meter lang en wel een meter hoog; wat een bakbeest. Na deze ontdekking gaan we weer verder en kunnen geen plek vinden zonder de enorme scholen vis. Ze zijn hier werkelijk overal.
Op het einde van de duik blijven we ergens hangen waar ook van die enorme scholen vis schuilen voor de stroming en wij doen hetzelfde. Hier komt ook nog een school grote barracuda’s voobij
Ook deze duik beëindigen we na 45 minuten en nadat we ons weer aan boord hebben gehesen, gaan het bootje weer richting het Osa schiereiland. Daar eten we op een idyllisch strandje een heerlijke lunch en hebben we zelfs een half uurtje de gelegenheid om onze bakkus te verbranden.

Om 14:00 uur zijn we weer terug in Bahia Drake en genieten we nog wat na op het terras bij Finca Maresia en zien ook vandaag de papagaaien weer voorbij komen. Je zou hier uren kunnen zitten. Het is ongelooflijk jammer dat we hier morgen weg moeten, terug naar Panama en vervolgens naar het koude Nederland. We zouden nog een nachtje kunnen blijven en dan een nachtbus en …………….

Zondag 22 december

Na een paar heerlijke dagen bij Finca Maresia op het Osa schiereiland was het weer eens tijd om kilometers te maken. We gaan nog een laatste keer in de hangmatten liggen; voor het gevoel. Voor het laatst staan we even later op op het ‘boomtop-platform’ van het hotel en overzien we het fantastische complex. Het is jammer, maar we moeten echt verder.

Om 07:00 uur brengt Juan ons naar de boot voor het tochtje naar Sierpe. De zee is rustig vanochtend, dus wat kan ons gebeuren………? Wat dacht je van motorpech! We merkten al wel dat het motortje wat sputterde en voelden ook dat het kreng af en toe inhield, maar hadden niet gedacht dat we stil zouden komen liggen; nog voor we de rivier bereikt hadden zelfs! We dachten allebei:’daar gaat onze bus naar Panama’.

De bootsman belde inmiddels met een collega en we hoorden hem vragen om een andere boot te sturen. Daarna ging de kap van de buitenboordmotor en probeerde hij nog wat. Slangetje hier, een keer blazen daar, klapje zus, tikkie zo en nog meer van dit soort onbetekenende handelingen. Met Otto of Kees aan boord had je nog enige hoop kunnen hebben dat de boot weer zou varen, maar dit…….
Hij probeert de motor daarna weer te starten en, ongelooflijk, hij start weer, hij doet het weer. Hij belt snel weer met z’n collega om de hulptroepen af te zeggen en vol gas vervolgen we onze tocht.

Na een kwartiertje gaan we ineens een klein zijriviertje op en varen we dicht langs het mangrovebos. We weten niet of dit een goedmakertje is of dat dit een snellere route is, maar wij vinden het best. Dit hadden we nog niet van zo dichtbij gezien dus grijp je kans.

Uiteindelijk arriveren we toch nog voor 09:30 uur in Sierpe, waar we overstappen in een collectivo-taxi en op weg gaan naar Palmar Norte voor de bus naar de grens met Panama. Bij het kantoortje van busmaatschappij Tracopa horen we dat de eerstvolgende bus pas om 10:30 uur gaat dus we hebben nog wel even tijd om wat te drinken. Wanneer we daar tegen tienen ook nog wat te eten willen bestellen komt er een bus aanrijden. Het blijkt onze bus te zijn en niet veel later rijden we Palmar Norte al uit. Dat de bus een half uur vóór schematijd vertrekt maakt niemand zich druk om; wij al helemaal niet want we verwachten nog wel wat oponthoud bij de grens en bovendien moet de klok een uur vooruit.

We zijn om 11:30 uur bij de grensovergang die overigens meer op een klein plaatsje lijkt. Overal winkels, parkeerplaatsen, banken, verkeersopstoppingen, mensen die alle kanten op gaan, een zeer ongeorganiseerde boel. We zijn hier op de heenweg ook geweest (al was het onder begeleiding van de busmaatschappij) dus we weten de weg. Vier weken geleden deden we er een uur en drie kwartier over, dus dat moest sneller kunnen.

Eerst naar het kantoortje van Costa Rica om de uitreisstempel te krijgen. Gelukkig geen lange rijen hier, dus we zijn snel op weg naar de Panamese kant. Hier is het een heel ander verhaal. Er staat een lange rij te wachten er is slechts anderhalf loketje open om alles af te handelen.Het gaat allemaal verschrikkelijk traag, maar om 12:15 uur (13:15 uur in Panama) zijn we eindelijk aan de beurt. Vraagt de grapjas of we $500 bij ons hebben, anders kom je het land niet in. Een creditcard mag ook, maar dan moet je wel aan kunnen tonen dat je kredietwaardig bent. Aan geen van de voorwaarden konden we voldoen, dus wat nu. We antwoorden dat deze onzin ons ook niet gevraagd is toen we het land per vliegtuig binnen kwamen, dus waarom hier wel. Dan zegt de douanebeambte dat we onze creditcard even moeten laten zien en neemt hij daar ook genoegen mee. Waarschijnlijk vond hij het leuk om ons even te laten schrikken.

De collectivo-bus staat direct achter het douanegebouw al te wachten en wij zijn de laatsten die erin gepropt worden. Om 13:30 gaan we op weg naar David. Dit is een ritje van minder dan anderhalf uur en ruim voor 15:00 uur zijn we in David, Daar gaan we direct naar de busmaatschappij die naar Santiago gaat, want we zijn nu zo mooi op tijd dat wel wat verder kunnen gaan. De bus naar Santiago blijkt om 15:00 uur te vertrekken, dus dat is een mooie aansluiting. De rit naar Santiago duurt wel drie uur, maar dan hoeven we morgen nog maar 250km naar Panama City.
De rit naar Santiago gaat over een erg slecht stuk Interamericana; overal zitten scheuren en gaten in de weg en aangezien wij boven de achterwielen zitten kunnen we daar optimaal van genieten. Shaken, not stirred staan we om 18:15 uur op het busstation in Santiago. Dat was een echte reisdag!

Panama-Costa Rica-Nicaragua 3

Maandag 09 december

Daar gaan we weer. Na een ontbijt met veel, door Esther zelfgemaakte producten, op weg richting busstation. We nemen de chickenbus van 08:30 uur naar Somoto om daar de Canyon de Somoto te gaan beleven. We hebben dit keer goede plaatsen, direct achter de chauffeur. De rit duurt 2 uur en gaat door een hele andere omgeving dan we gewend zijn tot nu toe; het is hier veel bergachtiger en groener. In Somoto aangekomen zijn we er nog niet, want de ingang naar de canyon ligt nog 15km verderop. In plaats van te wachten op de chickenbus naar El Espino, nemen we een taxi naar de ingang van de canyon.

We gaan op zoek naar en gids en die is gauw gevonden, want die komen vanzelf op je af. We spreken een prijs af voor een tocht van 3 uur en gaan op weg.
Eerst lopen we een half uur door grasland en klimmen over een keienpad omhoog. Op het hoogste punt krijgen we de canyon al in zicht. Van hier gaat het naar beneden, naar het water toe. Op deze plek ontspringt de Rio Coco, de langste rivier van Midden-Amerika die uitmondt in de Caribische Zee.

Bij het water aangekomen, klauteren we nog een stukje over rotsen en doorwaden het riviertje. Na drie kwartier wordt het dan tijd om onze kleding en camera’s in een waterdichte kist te doen, want vanaf daar zullen we het niet meer droog houden. We krijgen een zwemvest aan en glibberen daarna over rotsen, glijden af en toe in diepere gedeelten van de rivier, stoten ons aan stenen en klimmen soms weer over een droog stuk met keien en rotsen.

Dit gaat zo een tijdje door tot we het niet meer lopend aankunnen en stukken zwemmend door de canyon af moeten leggen. Het is hier adembenemend mooi en we komen ogen te kort. De wanden van de canyon zijn tot 200m hoog en de canyon is soms niet breder dan 15m het water is soms wel 20m diep. De gids vertelt ons dat we hier niet verder dan 1km van de Hondurese grens verwijderd zijn.

We stoppen tijdens onze watertocht af en toe wanneer we weer een droog stukje hebben gevonden en halen dan de camera’s uit de kist om snel een foto te maken. Het is eigenlijk jammer dat je de camera niet bij je kunt houden.
Dit natte onderdeel duurt ongeveer vijf kwartier en als we voor de laatste keer een enorme rots opklimmen ligt er een bootje te wachten voor ons laatste stuk Rio Coco. We stappen uit de boot en iets verderop drogen we ons af en trekken onze kleding weer aan.
Dan moeten we natuurlijk nog wel de canyon uit en dat gaat behoorlijk steil omhoog; een kuitenbijter van het nivo Posbank.

Boven aangekomen willen we gids betalen, maar hij heeft geen wisselgeld. We gaan het proberen bij een gezin dat verderop woont en wat etenswaar verkoopt. Daar lukt het uiteindelijk om te wisselen en we lopen naar de Interamericana om de bus naar Somoto te nemen. Wanneer we nog geen 100m van de weg verwijderd zijn zien we de bus voorbij rijden; met dank aan het wisselen. We gaan aan de kant van de weg staan wachten op een volgende bus, maar na een half uur komt iemand vertellen dat het nóg wel een uur gaat duren voordat er een bus komt. Daarop houden we een taxi aan om naar Somoto te gaan, maar deze taxichauffeur houdt ervan om z’n taxi goed vol te hebben en niet veel later zitten we met z’n zevenen in die oude bak.
We komen nog net op tijd op het busstation van Somoto om de ‘snelbus’ naar Esteli te halen en 5 kwartier later staan we weer bij Esther op de stoep en doen we verslag van onze te gekke tocht.

Dinsdag 10 december

We zijn vanochtend door Esther op het busstation afgezet en zijn precies op tijd voor de bus van 08:15 uur naar Matagalpa. Nu hoor ik de aandachtige volger denken: Matagalpa? Jullie zouden toch naar Miraflor? Inderdaad, we hadden gepland om naar Miraflor te gaan, maar toen we daar wat meer over lazen was het niet helemaal ons ding. Je slaapt daar bij een familie en mag dan de koeien melken, eieren rapen, met de familie genieten van het door henzelf bereidde maaltijd en nog andere leuke boerderij-dingetjes. Leek ons geen succesnummer met onze beperkte Spaanse woordenschat (laten we het daar maar op houden).
Matagalpa dus, het koffie-centrum van Nicaragua ligt op 1 uur en 3 kwartier oostwaarts rijden van Esteli. Onderweg zien we ook al grote koffiefabrieken waar de geoogste koffie op velden ligt te drogen, voordat het verwerkt wordt.

Matagalpa heeft hetzelfde prettig klimaat als Esteli en we zijn weer helemaal opgeknapt van de paar dagen met temperaturen van rond de 25 graden. Matagalpa ligt bovendien in een nog mooiere, bergachtige omgeving dan Esteli, Het is dus genieten tijdens de busrit.

In Matagalpa aangekomen smijten we onze spullen op de hotelkamer en maken even een rondje langs wat touroperators om te peilen wat de handigste manier is om een authentiek koffieboerderij te bezoeken. We horen dat er vanuit San Ramon een leuke korte tocht is naar La Pita, waar alle facetten van het koffie-proces worden toegelicht. Voordat we naar San Ramon gaan lopen we nog wat blokjes om in Matagalpa en kijken onze ogen uit in dit western-achtige dorpje tussen de bergen.

We drinken een koffie bij het koffie-museum en gaan dan met een taxi op weg naar het 12km verderop gelegen San Ramon. Daar gaan we naar de UCA die de tochtjes naar de kleine koffie-gemeenschappen begeleid. We spreken met gids Daniel en 15 minuten later zijn we op weg naar La Pita.
Daniel legt onderweg het e.e.a. uit over boompjes en beestjes en vertelt dan tussen neus en lopen door dat de lokale koffieboeren enorme hebben te lijden onder een schimmel die de koffieplanten heeft aangetast; minstens 90% van de planten heeft hier last van, waardoor er bijna geen koffiebonen geoogst kunnen worden. Je vraagt je af waarom ze geen daktarine zalf gebruiken, maar dat wordt in het Spaans een hele lastige discussie.

Na 5 kwartier arriveren we bij een boerderijtje waar een boer met z’n radio op schoot aan het nixen is. Normaal gesproken zou hij met het zweet op de rug de boontjes van de struik moeten halen, maar ja, die schimmel…..
Daniel is even de boerderij in geweest en komt terug met een mandje en een kapmes. Bij het zien van Daniel met het mandje is het ons wel duidelijk dat onze hoge verwachtingen van kleinschalige koffieplantages met veel mensen aan het werk in dit hoogseizoen voor de koffie-oogst, niet zullen worden waargemaakt.

We besluiten om terug te gaan naar San Ramon, dus Daniel hoeft z’n koffiepluk-skills niet te tonen. In San Ramon nemen we afscheid van een ietwat teleurgestelde Daniel en halen wat te drinken bij een pulperia. Dan zien we een bus met grote letters Matagalpa voorbij komen, dus rennen we er naartoe en stappen in alweer een overvolle bus. Na een paar minuten krijgen we het gevoel dat de bus niet in de juiste richting gaat , dus we vragen maar eens of we naar Matagalpa gaan. Dus niet, we gaan naar La Clinica (where ever that is). We springen snel uit de bus en lopen het stukje weer terug. Dan toch maar weer een taxi. Deze collectivo-taxi zet ons netjes af waar we eerder die dag vertrokken waren.

We hebben ook nog iets gelezen over Cerro Apante. Dit is een berg van zo’n 1400m hoog van aar je mooie uitzichten hebt van de mooie omgeving. We laten ons bij de entree van het ‘park’afzetten, maar helaas is er niemand te bekennen en lijkt het gesloten te zijn. Op een bordje lezen we dat de trail drieënhalf uur in beslag zou hebben genomen, dus dat hadden we toch niet meer gered. We wandelen terug naar het centrum van Matagalpa waarbij we onderweg toch nog kunnen genieten van de waanzinnige omgeving.
Terug in Matagalpa gaan we naar een café en drinken een heerlijke Nicaraguaanse kop koffie. Zo hebben we hier toch van de lokale ambacht kunnen proeven.

‘s-Avonds eten we bij wat, volgens de Lonely Planet, de beste pizzeria van Nicaragua moet zijn en daar lijkt geen woord van gelogen. Nu hebben wij nog niet alle pizzeria’s gehad, maar van de twee was dit de beste.

Woensdag 11 december

We laten Matagalpa vanochtend al weer achter ons en kruipen in de expreso bus naar Managua. In slechts 2 uur zijn we dan in de hoofdstad van het land. Een uitgelaten groep jongeren in alle leeftijdscategorieën vergezelt ons in de bus. Voordeel van de expreso bus is niet alleen de snellere reistijd, maar er staan ook geen Nicaraguanen tegen je aan te rijden in het gangpad.

De chauffeur had de gang er goed in en binnen twee uur staan we op het busstation Mayorea in Managua. We checken even de vertrektijden voor de bus naar San Carlos, die we morgen moeten hebben en nemen dan de taxi naar ons hotel. Het hotel blijkt een goede keus, want het ademt een prettige, rustgevende sfeer uit en dat is wel fijn in de gekte van Managua.

Nadat we onze spullen op de kamer hebben gegooid, gaan we met de taxi naar de Barrio Monumentale. De eigenaar van het hotel waarschuwt ons nog om niet met de camera’s te koop te lopen en adviseert ze in een tas mee te nemen. Managua is geen gevaarlijke stad, maar je moet de kat ook niet op het spek binden.
We lopen eerst naar de Malecon, een soort boulevard met allerlei eettentjes langs het Lago de Managua (Xolotlan). Erg kleurrijk en mooi aangelegd, maar er is geen kip te bekennen. Het is typisch een plek waar de bewoners van deze stad in het weekend heengaan. We eten en drinken hier wat bij het tentje waarde muziek het hardst staat en gaan dan naar de Plaza de la Revolucion; het decor van ontelbare protestacties en parades.

Hier staat ook de oude kathedraal van Managua, die bij de aardbeving van 1972 zwaar beschadigd is geraakt en die, ondanks alle beloftes, nog steeds niet is gerestaureerd. Verder is er natuurlijk een monument voor Rubén Darío, de favoriete zoon van Nicaragua, brand er een eeuwige vlam voor de gevallen strijders in de vele burgeroorlogen en zijn er heel veel knuffelbankjes. Boven dit alles wappert dan nog een mega-vlag van Nicaragua.

Nadat we hier een tijdje rondgekeken  hebben, besluiten we de terugweg naar het hotel te lopen. Langs de Avenida Bolivar zien we heel veel levensgrote tafereeltjes/stalletjes die omgebouwd worden van de La Griteria-setting naar de Kerst-opstelling.

We zijn er inmiddels weer achter dat we de heerlijke temperaturen uit de bergen achter ons hebben gelaten en weer terug zijn op de bakplaat. Op de patio van het  hotel komen we weer even bij.
Omdat het hostel geen restaurant heeft, gaan we naar de nabij gelegen M om wat te drinken en een ijsje te eten; ook wel eens lekker. Daar zien we gelijk de wedstrijd AC Milan – Ajax in een teleurstellende 0-0 eindigen.
Morgen gaan we al vroeg richting San Carlos, dus maken we er maar geen nachtwerk van.

Donderdag 12 december

De taxi die ons naar busstation Mayoreo moet brengen is mooi op tijd. De rijstijl van de chauffeur verpest het weer een beetje; wat een slak! Uiteindelijk zijn we nog wel op tijd voor onze bus, dus het is hem vergeven. Waarschijnlijk heeft hij nog maar net z’n rijbewijs.
Onze bagage wordt onder in de bus gegooid en wij zoeken een leuk plekje. Helaas is deze bus ook weer behoorlijk verrot, dus je mag blij zijn als je een fatsoenlijke zitting hebt en een rugleuning die in de gewenste stand staat.

De bus vertrekt redelijk op tijd, maar voordat we Managua uit zijn heeft de chauffeur al wel een keer of 5 mensen opgepikt; het is duidelijk geen expreso zoals gisteren. Het is onze langste busrit in Nicaragua (7 uur) en gelijk onze laatste, dus laten we er maar van genieten (pffffff).

Tijdens de rit komen er met regelmaat weer verkopers aan boord die de hun spullen proberen te slijten. Zo is er een man die boekjes over gezond eten probeert te slijten, komt er eentje met kalenders voor 2014 lang, is er een vrouw die El Señor aanprijst en tevens een stukje uit de bijbel voorleest en zie we een jongen die allerlei speelgoed probeert te verkopen tegen bodemprijzen. Behalve de verkopers van non-food komt er bij bijna elke stop een leger aan eten verkopers door het gangpad: gekookte maïs, chips, rijst met kip, fruitsalades, tortilla’s en nog veel meer. Ook wij maken graag gebruik van deze on-board service.

De stoffige gehuchtjes waar we onderweg af en toe een passagier oppikken, hebben een hoog western-gehalte. Overal staan stoere mannen met hoeden en meestal begeleid door een paard. Het enige wat ontbreekt is het gerinkel van de sporen aan laarzen, een saloon, galg en de Daltons. Zelfs in de bus signaleren we af en toe zo’n koejongen; waarschijnlijk had z’n paard dan de tank leeg of iets dergelijks.

Diana heeft onderweg een modellencontractje afgesloten met een meisje achterin de bus. De eerste foto die ze van haar maakte, zat het meisje nog wat verlegen achter haar vader weggedoken, maar even later neemt ze professionele poses aan. Wanneer we de bus verlaten hangt ze Diana zelfs nog even om de nek, zo leuk vond ze het (en Diana natuurlijk ook).

Na 7 uur komen we toch wel wat gebroken in San Carlos aan. We lopen gelijk door naar het haventje waar de boot naar El Castillo vertrekt en kopen kaartjes voor de snelle boot van 16:30 uur. Dan gaan verderop in het dorp op een terrasje zitten en bestellen wat te eten en te drinken. Wanneer we daar vanaf de eerste etage over de San Juan rivier kijken, zie we ineens dat het begint te regenen en de voorzichtige eerste druppels veranderen binnen de kortste keren in een regengordijn; wat een stortbui! San Carlos ligt net binnen een gebied met een tropisch klimaat waar het hele jaar door dit soort regenbuien voorkomen, terwijl het gebied waar wij vandaan komen een nat en een droog seizoen kent en je kunt wel raden welk seizoen het daar op dit moment is.

We laten de buien betijen en gaan dan op weg naar het haventje waar we met onze snelle boot zullen vertrekken. Om 16:15 uur wordt de 10m lange en 2m brede lancha volgeladen en nadat iedereen z’n zwemvest aan heeft geeft de schipper gas. En dat is niet zo’n klein beetje gas met een 225pk zware buitenboordmotor.
De voorkant van de boot komt uit het water en een spray van water spuit langs ons heen. De schipper lijkt hier de weg te kennen, want hij schiet van de ene naar de andere kant van de wel 150m brede rivier zonder gas terug te nemen.

De omgeving van de San Juan rivier is een op zich al een toertje waard; veel watervogels en prachtige natuur schieten voorbij. Op de terugweg nemen we de langzame boot, zodat we er wat meer van kunnen genieten.
Na een uurtje begint het al behoorlijk te schemeren en wanneer we in de buurt van El Castillo komen is de duisternis bijna volledig ingetreden. Ondanks dat houdt onze schipper het gas erop. Om 18:00 uur leggen we aan in El Castillo, 12 uur nadat we bij ons hotel in de taxi zijn gestapt.

Vrijdag 13 december

We ontbijten vanochtend op het terras van het hotel dat aan het water ligt en worden vergezeld door kolibri’s die afgekomen zijn op de bananen die speciaal voor hen zijn neergelegd. Hoewel dit een beetje nep is, worden we hier aan alle kanten omringd door de natuur. El Castillo zelf is een gehucht, eigenlijk één straat, maar wel heel erg leuk. Elk huis aan de straat (en dus ook aan de San Juan rivier) is tevens restaurant en/of ho(s)tel. Alles is er even kleurrijk en ergens in het midden van de straat staat ook nog een kerkje.

De belangrijkste trekpleister hier is echter La Fortaleza, een Spaans fort uit de piratentijd, dat boven alles uittorent. Het fort is op deze locatie gebouwd omdat de bocht in de rivier goed uitzicht biedt en omdat er een stroomversnelling is die het navigeren op de rivier moeilijk maakte en dus de Spanjaarden de gelegenheid gaf de piraten vanaf het fort onder vuur te nemen.
We besluiten na het ontbijt maar gelijk naar het fort te gaan, het is toch al om 08:00 uur geopend. Bij het fort aangekomen blijkt het personeel er anders over te denken; “a las nueves” zeggen ze tegen ons. Wanneer wij op het borden met de openingstijden wijzen waarop 08:00 uur staat, wordt het hek toch met frisse tegenzin open gedaan.

Wij beklimmen het fort en genieten van het uitzicht over de rivier. Wanneer we er even rondlopen worden we weer overvallen door een bui. We schuilen een kwartiertje onder een stenen boog en na de opfrissing gaan we weer naar de ‘hoofdstraat’.
We drinken een bakkie en lopen nog een paar keer door de straat, schuilen af en toe voor een hoosbui en lopen nog een keer omhoog naar het fort omdat we toch ook nog even naar het kleine museum willen en dat was vanochtend nog niet geopend.
Om 11:00 uur checken we uit bij het hotel en om 12:00 uur eten we nog wat bij een restaurantje aan de stroomversnelling in de rivier. Om 13:00 uur gaan we naar de kade waar de boot weer zal vertrekken en kijken we naar wat er op een gemiddelde vrijdag in El Castillo zoal voorbij komt.

Voor de terugreis gaan we met de langzame boot omdat we hopen nog wat meer mee te krijgen van het leven langs de rivier. De boot is wel twee keer zo lang dan de snelle boot en heeft een motor van maar 115pk. Deze boot zal ruim drie uur nodig hebben om ons terug naar San Carlos te brengen. Als we zijn ingestapt merken we ook dat we veel ruimer kunnen zitten dan op de kleine, snelle boot. We gaan er dus maar eens lekker voor zitten, voor zover mogelijk op de harde kuipjes.
We moeten vaker naar de kant om mensen uit te laten stappen en op te halen, waardoor we ook een beter beeld krijgen van hoe men hier leeft aan de rivier en dat is niet iets om jaloers op te zijn, veel meer dan een hut met wat golfplaten is het meestal niet.

De natuur doet ook weer van zich spreken; veel vogels, waaronder de grijze en witte reigers en aalscholvers, maar we zien ook schildpadjes die op een boomstam in de zon aan het opwarmen zijn. Wat het weer betreft komen we er goed vanaf deze middag, want we kunnen het grootste deel met onze bakkus in de zon zitten.

Onderweg ontdekt een snotjong de camera van Diana en als ze laat zien hoe het ding werkt wil hij ineens met z’n klauwen aan alle knopjes zitten. Gelukkig neemt z’n vader hem snel weer op schoot, want anders hadden we hem even op de kop in de rivier moeten hangen.
Om 17:00 uur stoppen we nog één keer om iemand uit de boot te laten en 15 minuten later zien we San Carlos weer liggen omlijst door de ondergaande zon.

Als we uit de boot stappen staan daar ineens mannekes van de waterpolitie die alle bagage gaan doorzoeken en ook wij krijgen een beurt. Rugzakken open en graaien maar. Hij kijkt wat verbaast bij het zien van een doosje drop en ook onze reserve tandenborstels doen de wenkbrauwen fronsen. Na deze formaliteiten lopen we naar ons hotel om daar onze tassen neer te zetten.

Zaterdag 14 december

Toen we vanochtend om 08:00 uur naar de markt liepen om nog wat souvenirs te scoren, stonden er al mensen te wachten bij het kantoortje van de migracion waar we om 11:00 uur onze uitreisstempel zouden krijgen. We waren van plan om rond tienen er eens heen te lopen, maar misschien moesten we maar wat eerder gaan. Hoewel we heel graag nog langer in Nicaragua wilden blijven, moésten we deze boot wel halen.

Op de markt waren geen bijzondere souvenirs te vinden, dus moeten we het vooral doen met de foto’s en film die we van dit land hebben. Ik schreef het al eerder, maar wat waren we graag langer in dit land gebleven, er is nog zoveel te ontdekken, er is nog zoveel te doen, de bevolking is zo vriendelijk én het is er zo lekker goedkoop! Misschien moeten we nog maar eens terug.

We zijn uiteindelijk tegen negenen al in de rij gaan staan bij het wit-blauwe kantoortje van de migracion en hebben er netjes ons uitreisformuliertje ingevuld. Om 09:15 uur ging de deur naar de bureaucratie al open en schoven we voetje voor voetje naar fase 1.
Achter een ouderwetse typemachine zat een vrouw met felle groene nagellak en ietwat hoerige oogschaduw klaar om voor iedereen een briefje te typen. In razend tempo tikte ze de naam en het bedrag dat je moest betalen, in ons geval $ 1,60. Waarvoor we hier betaalden is ons nog steeds niet duidelijk. Een paar voetjes verder geschoven zat bromsnor achter z’n loketje: fase 2. Consciëntieus controleerde hij je paspoort en vergelijk hij de gegevens met het briefje dat je had ingevuld. Diana kreeg geen 10 met een griffel want ze had de 8 uit 1968 zo onduidelijk geschreven dat hij die niet kon goedkeuren. Voor dit tafereeltje met de paspoorten moesten $2 per persoon afrekenen. Dan op naar het laatste loketje: fase 3. Hier moesten we de kaartjes voor de boottocht naar Costa Rica afrekenen, maar liefst $10 p.p. en dat soort bedragen waren we voor een tochtje van ruim een uur niet gewend in Nicaragua.

Ons vertrek liep wat vertraging op omdat niet iedereen een zwemvest had, maar nadat er snel een paar vesten ergens vandaan gehaald waren vertrokken we met een paar minuten vertraging naar Costa Rica. Het regende iets en toen de boot van de kade los kwam en dat droeve weer paste goed bij ons gevoel op dit moment.
Maar niet te lang getreurd, want we hebben ook nog genoeg leuke dingen voor de boeg, te beginnen met de boottocht over de Rio Frio naar Los Chiles in Costa Rica. Op de boot gaat een Nicaraguaanse vrouw mee die de inreisformuliertjes voor Costa Rica uitreikt, de passagierslijst bijwerkt en ondertussen ook nog wat te eten en drinken verkoopt.

De Frio rivier is qua omgeving wel te vergelijken met de Rio San Juan van gisteren, maar omdat de rivier niet zo breed is zit je er meer ‘middenin’. Behalve de beestjes die we gisteren zagen, de mensen die langs de rivier wonen, werden we nu ook toegeschreeuwd door de brulapen die hoog in de bomen langs de rivier zaten.

Ergens halverwege is er dan nog een laatste checkpoint van het Nicaraguaanse leger en wordt onze reisleidster even streng; alle camera’s moeten uit en mogen niet eens in de hand gehouden worden.
We hebben geluk bij de controle van de militairen want vanuit Costa Rica komt een nog grotere boot die op weg is naar Nicaragua. De militairen verleggen hun aandacht en laten ons met het paspoort nog in de hand achter.

Na nog eens 20 minuten varen zien we dan Los Chiles aan de linkeroever verschijnen en luttele minuten later stappen we met onze bagage weer op de rug uit de boot. Hallo Costa Rica!
De grensformaliteiten wijken niet veel af van die op de heenweg, toen we met de bus de grens overgingen. Eerst met z’n allen een free-fight kooi in en netjes in de rij wachten tot je aan de beurt bent om je tassen te laten controleren. We proberen deze controle nog te ontduiken door onopvallend fluitend, met onze gezichten de andere kant op langs de beambte te lopen, maar die truc mislukt. We gaan dus toch maar in de rij staan. Meest frustrerende is dat, wanneer wij eindelijk aan de beurt zijn, zonder enige controle door mogen lopen.

We zijn op dat moment nog niet officieel in Costa Rica want we hebben ons stempeltje nog niet.We lopen dus richting het douanekantoor in Los Chiles, maar onderweg moeten we ook nog even in de rij om de toeristenbelasting voor los Chiles te voldoen: $1,20. Bij het douane kantoor staat een behoorlijk rijtje te wachten, dus er zit niet anders op dan ook een plekje op de stoep te zoeken.

Ook hier nemen de douanebeambten alle tijd om de paspoorten te controleren en om de stempels mooi recht in het paspoort te zetten. Dit grapje kost ons drie kwartier en wanneer we na dit hoogstandje bureaucratie naar de bushalte lopen, zien we net onze bus naar Muelle San Carlos vertrekken. Jammer, maar we zijn allebei wel even toe aan een hapje en een drankje dus gaan we even zitten bij Soda Pamela direct naast de bushalte.

De volgende bus vertrekt om 14:30 uur en we gaan netjes in de rij staan om de bus in te mogen. Het gaat gelijk al anders dan in Nicaragua. Wanneer we bij de bus zijn en nog wat willen weten over de rit worden we door de chauffeur de bus in ‘geblaft’. Hij grist het geld bijna zelf uit de portemonnee. We twijfelden nog of we de bus van drie uur zouden nemen, want die zou minder vaak stoppen en daardoor toch eerder arriveren, maar er is geen weg meer terug. We zoeken een stoel en gaan zitten. Gelukkig is het comfort van de bussen in Costa Rica een stuk beter dan in Nicaragua en stoppen deze bussen niet bij iedereen die z’n hand opsteekt.

Wanneer we na ruim 2 uur in San Carlos uit de bus stappen komt de bus naar La Fortuna er net aanrijden en moeten we nog een sprintje trekken om mee te kunnen. Gelukkig zijn we goed getraind!
Om 17:30 uur stappen we dan in La Fortuna uit de bus en lopen naar ons hotel een paar blokken verderop. We lijken niet alleen in een ander land terecht gekomen, maar we zijn in een andere wereld. Op elke hoek zit een touroperator die de standaard tochtjes in de omgeving aanbiedt en overal staan grote reclameborden en lichten de kerstversieringen op. Er rijden heel veel luxe (huur-)auto’s rond en het stikt er van de cafés en restaurants. We zitten hier echt in dé touristtrap van Costa Rica.

Zondag 15 december

Het was druilerig weer toen we vanochtend de straat op gingen voor een ontbijtje; zwaar bewolkt met af en toe wat druppels. Dat kwam slecht uit want we wilden vandaag Cerro Chato beklimmen en dat zou betekenen dat we zo’n 5½ uur moesten hiken en dat is niet echt prettig met regen. Alternatieve tourtjes waren er hier zat. Zo kun je een middagtochtje naar het observatorium doen, waarbij je de vulkaan Arenal heel dicht kon benaderen of canopying (aan een staalkabel van boomtop naar boomtop) of je kon naar de warmwaterbronnen met aansluitend een modderbadje. We waren er nog niet uit bij het ontbijt, dus liepen we daarna nog maar eens naar een touroperator. Toen we daar zaten te praten leek het zowaar een beetje op te klaren, dus hakten we de knoop maar door: we doen Cerro Chato!

De Cerro Chato is een uitgestorven vulkaan met op 1100m een vulkanisch meer. Het is een inspannende klim, dus we gingen nog even snel naar de supermarkt om wat brandstof te halen.
We worden om 10:00 uur opgehaald bij de touroperator en zijn met z’n zessen vandaag: een Amerikaans stel uit Houston, een Amerikaanse knul uit San Francisco, een meiske uit Duitsland en wij natuurlijk.

Om 11:00 uur schrijven we ons in bij het startpunt van deze hike en gaan op weg. Miguel is onze gids; een Italiaan die hier ooit is blijven hangen. Het is een natuur-mannetje en weet bij elke boom en plant wel wat details te vertellen. Het tempo is daardoor niet hoog en dat is wel prettig aan het begin van de hike. Bovendien is het stelletje uit Houston meer van het type 5-sterren resort dan van inspanning leveren, dus het tempo zal niet veel hoger kunnen.

We stijgen heel geleidelijk en de vergezichten worden langzaamaan steeds mooier. In de verte zien we La Fortuna liggen en we kunnen goed zien hoe een stortbui over het stadje trekt. Andrew, de Amerikaan uit Frisco, zegt tegen Miguel dat we moeten opschieten omdat er regen aankomt, maar volgens Miguel is dat niet zo. Wanneer het in het dal regent houden wij het hier boven droog.

Wanneer we het open gedeelte achter ons laten en het dichte bos ingaan, wordt het gelijk een stuk lastiger. Boomwortels bemoeilijken het klimmen en sommige stukken zijn zo modderig van de regen dat we moeten uitkijken om niet weg te glijden. We klimmen langzaam verder en stoppen af en toe om van de natuur te genieten of even uit te rusten.
Net wanneer we weer verder gaan na een snack-pauze voelen we wat druppels vallen. Eerst denken we nog dat het uit de bomen komt, maar al snel is duidelijk date het een stevige bui is.

We trekken onze poncho’s uit de rugzak en als lichtblauwe teletubbies gaan we door met de beklimming. Dit soort buitjes duurt normaal gesproken maar even, dat hebben we ook meegemaakt in San Carlos, maar de bui die over Cerro Chato kwam had heel andere plannen. Anderhalf uur lopen we in de stromende regen en het water kwam ons op gegeven moment de vulkaan af tegemoet. Het was alsof je in een bergbeek omhoog liep. Onze schoenen en sokken waren binnen de kortste keren doorweekt. Met veel moeite konden we onze camera’s droog houden; een foto durfden we al helemaal niet te maken.

Wanneer we uiteindelijk boven op de vulkaanrand komen regent het nog steeds en moeten we wel een half uur op het stelletje uit Houston wachten. Terwijl we daar stilstaan beginnen we het behoorlijk koud te krijgen en merken we dat deze poncho’s van een euro niet al het water hebben tegengehouden. We zouden op deze plek eigenlijk ook het kratermeer moeten kunnen zien liggen, maar op dit moment is alles grijs en valt er helemaal niets te zien.

Wanneer iedereen boven is, dalen we af naar het kratermeer; een erg lastige, steile afdaling die door al het water op een soort modderglijbaan leek. Voetje voor voetje dalen we af en wanneer we na ruim een half uur aan het water komen, vragen we ons af wat we daar doen. Alles is gehuld in wolken en er is de verste verte geen Arenal te zien.
Gelukkig begint de regen wat af te nemen dus we blijven hier toch maar even om de lunchpakketten te ontdekken en maken snel een foto nu het droog is.

Na deze korte lunchstop gaan we weer omhoog naar de andere kant van het kratermeer, waar we vervolgens de vulkaan zullen afdalen. Inmiddels is het droog geworden en wanneer we aan de aan de andere kant van het kratermeer weer boven zijn, zien we tot onze verbazing het kratermeer in volle glorie liggen. Zo snel kan het allemaal weer veranderen. Vooralsnog geen zon, maar wie weet!

Vanaf hier gaat het weer bergafwaarts en gelukkig blijft het droog waardoor we ook weer wat aandacht hebben voor de natuur om ons heen.
We zien een dikke rupsen op planten, apen hoog in de boom zitten en we zien zelfs een Toekan wegvliegen (maar geen restaurant in de buurt).

Om 16:15 uur zijn we weer onder aan de vulkaan, maar onze tour zit er dan nog niet op. Wanneer we op weg naar een ‘hanging bridge’ gaan zien we ineens de vulkaan El Arenal in volle glorie liggen. Vanochtend zag je niet eens dat hier een vulkaan is!
We lopen drie kwartier door vlak landschap om bij de metalen hangbrug te komen. Iedereen maakt hier z’n fotootje en dan gaan we door naar een waterval.

Om bij de waterval te komen moeten we eerst een behoorlijk stukje afdelen om er te komen en dus ook weer een behoorlijk stukje klimmen om naar onze volgende highlight te gaan: de zonsondergang bij El Arenal. Hiervoor lopen we naar het, bij het observatorium gelegen, uitkijkplatform en daar zijn we precies op tijd om een ritsje foto’s te maken van een mooie zonsondergang.

Nadat de zon is weggezonken achter het Arenal meer gaan we op weg naar de parkeerplaats voor onze laatste bestemming, de heetwaterbronnen. We klimmen met z’n allen in het busje en rijden naar de Tabacon rivier. Er is hier een mooi resort dat het water voor z’n heetwaterbaden uit de naast gelegen rivier pompt, maar wij gaan naar de rivier zelf, waar ook de lokale bevolking af en toe een dompelbadje neemt. Het is inmiddels donker geworden en van de nabij gelegen parkeerplaats lopen we in badkleding naar de rivier  waar we ons in het water laten zakken: HEERLIJK! We zitten zo’n drie kwartier te weken in het hete water , maar moeten dan weer naar het busje dat ons vervolgens terug brengt naar het hotel. Met kleren en schoenen nog nat van de regen en vuil van de modder zoeken we onze kamer op. Daar hangen we alles uit en hopen dat het droog zal zijn voordat we morgen weer met de bus gaan.

Panama-Costa Rica-Nicaragua 1

 Zondag 24 november

Om 16:20 uur reed de ‘Silberpfeil’ de oprit op. Dat was mooi op tijd om de trein van 17:13 uur te kunnen halen.
Er was zelfs een stewardess in de bolide meegekomen, maar veel tijd om een maaltijd te serveren was er niet want 5 minuten later stonden we al op het Stationsplein.
De trein was zowaar op tijd en na een voorspoedige rit stonden we om 18:22 op Schiphol en keken we al uit naar de shuttle die ons naar het hotel moest brengen. Ook dit verliep volgens plan en om 19:00 waren we ingecheckt bij het Park Inn hotel.
Nog even wat eten en dan precies op tijd terug op de kamer om ‘3 Op Reis’ te kijken; tja, het is een soort verslaving.

Maandag 25 november

Na een kort nachtje stonden we om 06:30 uur al weer op straat op onze shuttle te wachten en om 06:45 uur liepen we alweer op Schiphol. Snel even inchecken (wat is het heerlijk rustig op dit tijdstip) en dan door de douane en nog even snel een ontbijtje.

Schiphol is al volledig in kerstsfeer; er staat een mega-kerstboom bij de ingang, het foldertje met tax-free spullen spreekt van christmas gifts en op de reclameborden wenst Schiphol ons een ‘magic christmas’. Het lijkt nog wat vroeg want Sint en gecensureerde Piet moeten nog het heerlijk avondje gaan beleven.

De security-check begint al anderhalf uur voor het boarden en dat niet voor niks; eerst een intiem gesprek met een beveiliginsbeambte, vervolgens half uitkleden voor de scan van je spullen en dan helemaal gratis een total-body-scan. Zo’n scan kost je normaal minstens 800 euro! Helaas was er geen mogelijkheid om de dokter te spreken, dus we weten nog niet hoe we er medisch voorstaan.

Het boarden verliep soepeltjes en om 09:25 uur gingen de wieltjes de lucht in. De stewies lieten er geen gras over groeien en om 10:00 uur zaten we al aan de warme maaltijd; jammie. Wat filmpjes, een paar boekjes en wat muziek later, kiest de piloot een fraaie route langs de skyline van New York om aan te vliegen op Newark Airport. Om 11:15 uur stuiteren de wieltjes op de landingsbaan ten westen van New York.

Hoewel onze bagage was door-gelabeld naar Panama moesten we onze tassen toch van de band halen. Dan door de douane, waar al je vingers werden gescand een foto gemaakt; veiligheid voor alles! Daarna konden we weer naar de gate.
Hier moesten ons dus een uurtje of 4 zien te vermaken! We hebben nog overwogen om ‘de stad’ in te gaan, maar daar nemen we in april wel iets meer tijd voor.
Gelukkig is er wel wifi op de luchthaven, want anders was het nog een hele opgave geweest om je hier te vermaken; Newark is niet de meest enerverende luchthaven!

Om 16:30 uur begint het boarden voor onze vlucht naar Panama. De vlucht vertrekt op tijd en afgezien van wat turbulentie was er weinig bijzonders aan. In Panama worden weer onze vingerafdrukken genomen en ook hier gaan we op de foto. Nadat we onze bagage van de band hebben gehaald gaan we op zoek naar een taxi. Een nette Santa Fé rijdt ons niet veel later naar ons hotel. Dat is wel wat anders dan het barrel dat ons vorig jaar naar Tana reed. Om 23:00 uur zijn we bij ons hotel en duiken we snel ons bed in, want ons lichaam is in de veronderstelling dat het al 05:00 uur is.

Dinsdag 26 november

Door de jetlag waren we al heel vroeg wakker, maar we hebben het weten te rekken tot 06:30 uur. Na een heerlijke douche en dito ontbijt gingen we op pad. Het weer was goed, maar er was regen voorspeld dus moesten we het er maar van nemen zolang het droog was. Ook op dit vroege tijdstip ligt de temperatuur al ver boven de twintig graden; tel daarbij de hoge luchtvochtigheid en dan weet je wel hoe onze shirts er na een uurtje lopen uitzagen.

We hebben eerst de skyline van Panama City bewonderd. Het is geen New York, maar er staan verrassend veel wolkenkrabbers in deze stad. Langs het water lopen we naar Casco Viejo, de oude koloniale wijk. ‘Oud’ is hier het juiste woord, want het grootste deel van deze wijk is een bouwval. De restauratieplannen zijn echter grootst en de huizen die in originele staat zijn terug gebracht laten goed zien hoe het er hier destijds uitzag.
Rond een uur of 10 duiken we in Casco Viejo een koffiebar in. We zijn al helemaal mud van het lopen in de klamme warmte. Tel daarbij onze jetlag en je begrijpt dat we een paar stevige bakken koffie nodig hadden.

Na een uurtje in de koffiebar gaan we op weg naar het busstation. We moeten nog even uitvinden hoe we morgen naar David komen en bovendien staat ‘s-middags het Panama kanaal op het programma. We lopen via de Avenida Central richting de Plaza de Mayo; daar moeten we ergens linksaf. Wanneer we echter een honderdtal meters naar links zijn gelopen worden we door een tweetal ‘dames’ gewaarschuwd dat we hier beter niet verder kunnen lopen. We nemen dit advies ter harte en draaien om. Even later komt er een man naar ons toe die in z’n beste engels zegt dat we vooral in een taxi moeten kruipen; ‘this is a dangerous area for foreigners’. We willen niet eigenwijs zijn en houden de eerste de beste taxi aan en laten ons naar het busstation rijden; we waren blijkbaar toch een beetje afgedwaald!
Als we het juiste loket hebben gevonden blijkt dat we nu nog geen kaarten kunnen kopen. De bus gaat morgen om 09:00 uur en als we er om 08:00 uur zijn, kunnen we nog wel kaarten kopen. Oké, als zij het zegt!

Dan gaan we op zoek naar de bus die ons naar de Miraflors sluizen kan brengen. Daar aangekomen blijkt het zo’n oude Amerikaanse schoolbus te zijn die ze een beetje gepimpt hebben. Helemaal vol gepropt en met veel kabaal gaan we op weg.

Bij de vierde halte konden we er alweer uit. We rekenen $0,40 per persoon af en lopen richting het kanaal. Vanaf een afstand zie je het 4 etages hoge ‘Visitors centre’ al. We kopen een kaartje en gaan snel met de lift naar boven want er ligt net een mega bulk-carrier in de sluizen.

Deze Miraflores-sluizen werken feitelijk hetzelfde als het sluisje in het Apeldoorns kanaal; ze zijn alleen wat groter. Deze middag komen de schepen vanuit de richting van de Caribische zee en gaan naar de Pacifische oceaan. Dat betekent dus dat de schepen moeten ‘zakken’ en dat is goed te zien vanaf het platform op de 4e etage.
Omdat de mega-schepen nog meer mega worden zijn ze druk bezig het Panama kanaal geschikt te maken voor de nieuwe generatie schepen. De huidige sluizen zijn 32,5m breed en 305m lang, de nieuwe worden 55m breed en 427m lang.

Na zo’n twee uur dit spekatakel aanschouwd te hebben gaan we weer terug naar Panama City. Wederom met een oude schoolbus en dit keer komen we zelfs in het begin van de avondspits terecht. Hier geldt dan het recht van de grootste en de hardste toeter.
Rond half vijf staan we dan toch weer op het busstation en niet veel later zitten we in een taxi die ons naar het hotel brengt. Daar gaan we even aan de bar zitten voor een versnapering, want die hebben we wel verdiend.

Eten doen we ‘s-avonds bij Restorante Manolo waar veel locals zitten en dat is altijd een goed teken. Hoewel de tent zelf wel een schoonmaakbeurt kan gebruiken is het eten er erg goed.
Om 20:00 uur begint de jetlag toch weer z’n tol te eisen (bij jullie is het 02:00 uur) en niet veel later liggen we in bed. Morgen vroeg op om op tijd te zijn voor de bus.

Woensdag 27 november

Nog voor de wekker ging om 06:30 uur waren we alweer wakker. Na wederom een smakelijk ontbijt in het hotel gingen we met de taxi naar het busstation. We stonden al om 07:45 uur bij het loket en konden dus nog met de bus van 08:00 uur mee.

We hadden duidelijk geen businessclass-stoelen gekregen, maar omdat er naast ons niemand zat, hadden we ruimte genoeg. De bus was sowieso wat afgetrapt; de ramen waren op sommige plekken afgeplakt met kranten omdat de gordijntjes kapot waren en er werd gelukkig weinig gebruik gemaakt van de wc, want die stonk al genoeg zonder plassers.

We kwamen weer langs de Miraflores sluizen, waarna het via een grote brug over het Panama kanaal noordwaarts ging. Onder ons zagen we de enorme schepen richting de Caribische zee varen.
De rit ging verder via de ‘Interamericana‘, een snelweg die van Canada naar Zuid-Amerika loopt, maar je moet je hier niet teveel bij voorstellen want het grootste deel was tweebaans.
De omgeving is groen en heuvelachtig maar niet zodanig dat een foto-stop noodzakelijk is.
Tot twee keer toe kregen we een politie-controle in de bus en dat was niet voor de show; een Panamees die geen identiteitsbewijs bij zich had werd uit de bus gezet. Er werd ook een drugshond de bagageruimte ingestuurd, maar gelukkig hadden we onze wiet al op.
Net na twaalven zijn we even gestopt voor een korte lunchbreak en om 16:00 uur stopten we bij het busstation in David. Onze eerste etappe van de Tour de Midden-Amerika zat erop.

Nu we toch op het busstation waren, wilden we alvast tickets kopen voor de rit van morgen, maar helaas wilde ze ons briefje van honderd dollar niet aannemen. Morgen om 07:30 uur moeten we maar terugkomen.

David is de tweede stad van Panama, maar het lijkt meer op een oversized cowboydorp; geen hoogbouw, stoffige straten en veel kabaal. Ons onderkomen in David is een hostel en dat betekent dat je gebruik kunt maken van een gezamenlijke keuken voor je maaltijden. Je spullen leg je in de gezamenlijke koelkast en de verhalen wissel je uit op de gezamenlijke patio; niet helemaal ons ding.

De douche is zoals we die hier nog vaak zullen tegenkomen: met elektriciteitscentrale op de douchekop om het water te verwarmen. Als je ooit een keer geëlektrocuteerd wilt worden moet je het onder zo’n douche proberen.

Donderdag 28 november

Vanochtend werden we gewekt door een enorme hoosbui; de regendruppels ratelden op het metalen dak van onze kamer. Dat was voor ons het teken om op te staan, nog steeds iets te vroeg, maar we komen steeds beter in het ritme.

Tussen twee buien door lopen we naar de lokale bakker waar we een paar warme broodjes en een bak thee nuttigen. Dan door naar het busstation om onze kaartje te kopen voor de volgende etappe. Er valt nog steeds een bui zo af en toe, maar het lijkt al wat lichter te worden.
Het viel ons in Panama City al op dat er zoveel loten-verkopers rondlopen, maar hier in David is het niet anders; zelfs op dit vroeg uur zijn ze al weer op het busstation te vinden en de loten vinden gretig aftrek.

Om 08:30 uur vertrekt de bus en de klok in de bus herinnert ons eraan dat we ons horloge weer een uurtje terug moeten zetten. Het verschil met Nederland wordt daarmee maar liefst 7 uur.
Na een uur bereiken we de grens met Costa Rica. We gaan de bus uit, halen onze rugzakken uit de bagageruimte en verzamelen in een ruimte waar de inhoud van de bagage wordt gecontroleerd. Dit gaat zeeeeeeer oppervlakkig en is dus vooral voor de show. We gooien de bagage weer terug in de bus en  gaan in de rij staan om ons paspoort te laten stempelen door de Panamese douane.

Vervolgens moeten we 200m doorlopen naar Costa Rica om daar in de rij te gaan staan om ons paspoort door de douane van Costa Rica te laten stempelen. Inmiddels is de bus ook richting Costa Rica komen rijden. We halen onze bagage weer uit de bus om vervolgens in een soort free-fight kooi te gaan staan waar de rugzakken weer gecontroleerd zullen worden. Helaas was het net koffiepauze voor de dames van de douane en konden we half uurtje wachten tot ze hun bakkie leut op hadden.
Na 1 uur 3 kwartier stappen we uiteindelijk weer in de bus om onze rit te vervolgen.

We zijn echter nog geen half uur onderweg, of we worden alweer aan de kant gezet door de politie. Paspoort weer uit de tas en pas nadat iedereen gecontroleerd is gaan we weer verder. Weer een half uur verder herhaalt dit tafereel zich. Als dit zo doorgaat gaan we vandaag San Jose niet meer halen.
Om 11:50 uur passeren we de afslag naar Sierpe waar we op de terugweg de bus naar Panama zullen nemen. Goed om te weten hoe lang de rit terug naar David ongeveer duurt.

Een half uurtje later stoppen we voor de lunch en als iedereen z’n buikje vol heeft gaan we weer verder. We kunnen aan de borden langs de weg zien dat we aan zee zitten: Playa Tortuga, Playa Ballena en nog veel meer zien we voorbij schieten. Het duurt echter wel tot 15:00 uur voordat we echt de zee zien. Ziet er goed uit, maar dat moet nog 3 weken wachten.
Om 16:30 uur rijden we San Jose binnen. Bij het busstation van Tracopa nemen we een taxi naar het busstation van Ticabus en kopen onze tickets voor de derde en laatste etappe van onze Tour de Midden-Amerika.

Vrijdag 29 november

Deze keer werden we niet gewekt door het gekletter van de regen, maar door een toeterende trein; hoe origineel. Is op zich ook niet zo gek als je hotel bijna op de rails staat.
Omdat we wederom in een hostel sliepen was er geen ontbijt inbegrepen, maar kon je het in het gezamenlijke keukentje wel maken. Daar hadden we ‘helaas’ geen tijd voor, want we moesten naar Ticabus voor de laatste etappe van onze driedaagse.

Bij Ticabus  is het net even iets beter georganiseerd dan bij de andere busorganisaties. De bagage wordt ingecheckt, er is een wachtruimte en zelfs een cafetaria om wat te eten en te drinken. Het toilet is echter van het standaard nivo in Midden Amerika: meer troep naast de pot dan erin. Tot onze schrik kwamen we bovendien tot de ontdekking dat we op stoel 53 en 54 zitten, helemaal achterin naast de toilet. Dat zou genieten worden, de broek kon los!

Klokslag 07:30 uur vertrokken we voor onze rit naar Rivas in Nicaragua. Het was zonnig en de omgeving bergachtig, veel aantrekkelijker dan de voorgaande dagen. In de bus werd de Spaanstalige versie van Toy Story 2 afgespeeld, gevolgd door Terminator; wat wilden we nog meer!

Om 12:30 uur arriveerden we weer bij een grensovergang, dit keer om naar Nicaragua te gaan. Eerst natuurlijk een stempeltje halen bij de douane van Costa Rica en vervolgens naar het Nicaraguaanse deel. Iemand van Ticabus kwam alle paspoorten en entry-fee ophalen dus daar hoefden we zelf niet in de rij te staan. Wel moest alle bagage weer uit de bus gehaald worden. Dit keer stond er een lange houten tafel waar alles op gelegd moest worden om vervolgens besnuffeld te kunnen worden door een vrouwke van de Nicaraguaanse douane.

Na anderhalf uur konden we de bus weer in begonnen we aan ons laatste half uur van de bus-driedaagse. Al snel zagen we de vulkanen van Isla de Ometepe aan de rechterkant opdoemen. We konden niet wachten!
In Rivas namen we een veel te dure taxi en gingen daarmee naar San Jorge waar we op de ferry naar Ometepe zouden stappen.

We waren nog mooi op tijd om de Che Guevara van 16:00 uur te kunnen halen. Er stond een behoorlijke wind dus de overtocht was niet helemaal zonder horten of stoten, maar toen de zon aan de Nicaraguaanse horizon wegzonk vaarden wij het haventje van Moyogalpa binnen. Met een tuctuc lieten wij ons bij het hotel afzetten. De kamer is groot en dit keer geen elektrocutiedouche.

Zaterdag 30 november

Dat is ook wel eens lekker om niet in alle vroegte naar een busstation te hoeven. Voor vandaag hadden we niet eens een programma!
Om 07:30 uur een lekker ontbijtje en daar bedachten we dat we vandaag maar eens met de scooter over het eiland gaan crossen. Helaas was de vaste scooter-leverancier van ons hotel uitverkocht, maar in het dorpje is zat te krijgen.

In tegenstelling tot de enorme steden waar we hiervoor waren, is Moyogalpa niet veel meer dan één drukke straat en een haventje. Het is er allemaal erg gemoedelijk en op zaterdag lijkt iedereen nóg een tandje relaxter dan normaal. De winkels gaan net open den de kapsalon is al met z’n eerste klanten bezig. Waar wassen-watergolven bij ons een beetje uit is, begint de jeugd er hier juist mee.

Wanneer we een leuk scootertje uitgezocht hebben, wil deze niet starten: accu leeg. Bij de volgende twee shops zijn de scooters dusdanig afgetrapt dat Diana daar niet achterop gaat zitten. Bij de vierde zaak is het raak; een leuk scootertje tegen een redelijke prijs. Wij naar binnen om de papieren in te vullen, vraagt de eigenaar ineens naar een rijbewijs. Blijkt dat je sinds een jaar ook voor de scooter een rijbewijs nodig hebt.
Dan besluiten we maar op de fiets te gaan, want hoe moeilijk kan het zijn.

We willen eerst naar Charco Verde, dit is een soort schiereilandje dat aan Ometepe vast zit. Er zouden mooie stranden moeten zijn dus dat is altijd lekker als je op vakantie bent. De fietsen zijn niet van de laatste techniek voorzien. Wanneer je naar een kleine versnelling schakelt moet je de schakelaar met de duim tegen houden want anders springt deze automatisch naar een grotere versnelling. De remmen doen het aardig op het vlakke terrein, maar downhill is het een heel ander verhaal. De rupsbanden zijn zo breed dat de wrijving zo enorm is, dat je zelfs bergafwaarts tot stilstand komt; is wel weer handig met de slechte remmen! Tel daarbij nog de temperatuur van 32 graden en het feit dat we wind tegen hadden en dan is de 12,5km naar Charco Verde in een uur niet eens slecht.

Bij Charco Verde gaan we eerst wat drinken, want aan onze t-shirts is te zien dat het nodige vocht ons lichaam heeft verlaten. Na ook nog wat gegeten te hebben, gaan we even aan het strand zitten. Helaas minder mooi dan we ons voorgesteld hadden (we dachten nog aan Ile Ste Marie bij Madagascar), maar toch altijd even lekker. Daarna gaan we de trail lopen over het schiereilandje. Het ‘pad is een beetje ‘aangelegd’, maar de natuur en het meertje zijn mooi. Ook Playa Baleon, aan de andere kant van het schiereiland is een heerlijke plek om een middagje te zonnen; helaas hebben we daar geen tijd voor.

Nadat we onze ronde hebben gedaan stappen we weer op onze stalen ros en gaan we op weg naar Playa Santa Domingo aan de andere kant van het eiland. Slechts zo’n 12km van Charco Verde. Het zou wel doortrappen worden want ze hadden ons gewaarschuwd voor de colletjes op de eerste 6km. Een half uurtje later wisten wat ze bedoelden. Na de zoveelste beklimming van de buitencategorie konden we onze barrels wel in de berm gooien. Op het laatst werd het zo steil dat we van onze fiets afstapten en zijn gaan lopen; dat ging een stuk sneller.
Na de eerste 6 loodzware kilometers werd het wel beter; er kwamen een paar afdalingen waarbij het zo hard ging dat zelfs onze banden niet bleven plakken.

Rond 14:00 uur waren we eindelijk in Playa Santa Domingo en gingen we op een terras aan het strand zitten. We moesten even bijkomen van deze rit van 25km want we moesten ook nog terug.
Vanaf het terras had je goed zicht op de kleiner vulkaan van dit eiland en het zou best fijn zijn als we hier op een bedje konden gaan liggen, maar dat zat er niet in. Na een smoothie en een omelet pakten we onze fietsen en begonnen aan de terugweg.

Na een paar kilometer wilde er iemand met z’n pick-up voor ons de weg op steken, maar Diana zag haar kans schoon en vroeg of hij ons even in Moyogalpa kon afzetten. Helaas ging hij de andere kant op, maar we mochten wel meerijden tot de kruising naar Moyogalpa; dat waren toch weer 3km die we niet hoefden te fietsen. De eerste paar kilometers waren weer dramatisch; we moesten nu zelfs meerdere keren afstappen om een heuvel op te kruipen. Over de laatste kilometers ga ik niets schrijven want dat wordt gejank over gevoelloze tenen en handen, een kont die niet meer in de buurt van het zadel wilde komen en nog veel meer ongemakken. Laten we het er maar bij houden dat we om 16:30 uur onze fietsen bij de verhuurder hebben achtergelaten zonder een traan te laten.

We duiken snel bij de Corner House naar binnen en bestellen een drankje; dat hadden we wel nodig om de uitdroging te compenseren.
Daarna snel terug naar het hotel en een warme douche; daar knap je weer van op. We laten het hotel de excursie van morgen regelen: een halve dag de vulkaan Concepsion op hiken, want waarom zou je een boekje bij het hotel lezen?
‘s-Avonds eten we bij een soort pizzeria. We beginnen het al gewoon te vinden, maar ook hier staat de kerstboom middenin de zaak. We zitten op houten stoelen dat is voor de helft van ons gezelschap (met het minste zitvlees) een pijnlijke ervaring. Van de ene bil op de andere wordt de pizza naar binnen gewerkt en dan weer terug naar het hotel want de tuctuc haalt ons morgenochtend om 06:00 uur op.

Zondag 01 december

De wekker ging al weer vroeg af want we hadden om 06:00 uur afgesproken met de gids die ons de vulkaan Concepcion zou laten zien. Hij was mooi op tijd en toen ook de tuctuc arriveerde gingen we op pad. Eerst een tiental minuten met de tuctuc naar het begin van de trail en toen een half uur door een redelijk vlak, bosachtig gebied naar de voet van de vulkaan.

Op dit eerste stuk werden we begroet door een aantal brulapen waarvan er hier een paar families leven. De beestjes schermen met het gebrul hun territorium af.

Wanneer we de voet van de vulkaan bereiken gaat het ‘pad’ gelijk een stuk steiler omhoog en vooral de basaltbrokjes maken het lopen erg lastig. Onderweg rusten we bij een mega-boom en onze gids vertelt dat wat wij nu zien van de boom alleen de kruin maar is. De rest is na een aardverschuiving onder de grond verdwenen. Wanneer we doorvragen blijkt dit tijdens de orkaan ‘Mitch’ te zijn gebeurd. Wij waren toen iets verderop in Mexico, Guatemala en Honduras en weten nog hoe groot de schade toen was.

De gids zoekt voor ons een mooie stok uit die we kunnen gebruiken als steun tijdens de hike; we voelen ons gelijk nog 10 jaar ouder. We klauteren 2½ uur over wortels, door loopgraven en over rotsblokken om bij de boomgrens op 1000m te komen. Daar kunnen we eindelijk van de beloofde vergezichten genieten en zien dat de top van de vulkaan die (zoals gewoonlijk) in de wolken is verstopt. Het waait hier enorm en het kost moeite om te blijven staan. Onze benen voelen zwaar en we zijn erg blij dat we niet de 12 uur durende klim naar de top hebben besproken want dat was na de 50km fietsen van gisteren een hele lijdensweg geworden. We zien al op tegen de terugweg.

We maken wat foto’s en genieten van het uitzicht. We zien Moyogalpa, Charco Verde, de landingsbaan van het toekomstige internationale vliegveld, het iets kleinere eiland Zapatero, maar ook de vulkaan Mombacha bij Granada waar we morgen naar toe gaan. Als klap op de vuurpijl maakt onze gids een schattige foto voor het familiealbum; wat een mooi Sinterklaaskado.
Omdat we zo aldoejeezus bezweet zijn van de heenweg trekken we snel een droog t-shirt aan en iets na negenen beginnen we dan alweer aan de afdaling en dat is misschien nog wel erger dan omhoog.

We houden ons vast aan wortels, takken of andere uitsteeksels die we zien en op de wat natte ondergrond gaan we het grootste deel in ‘ploeg’ naar beneden. Rond elf uur horen we onze vrienden de brulapen weer en zijn we blij dat we aan het laatste, vlakke deel zijn begonnen. Onze tuctuc komt ons zelfs op het bospad tegemoet en weten niet hoe snel we er in moeten kruipen. Om 11:15 uur slurpen we aan flesje cola; wat een dorst!
We praten nog wat na met onze gids en schrijven ons in voor het speciale diner dat het hotel vanavond gaat bereiden. Dan gaan we naar de kamer en springen even onder de douche om de modder van ons af te spoelen.

Om 12:30 uur gaan we naar downtown Moyogalpa om te lunchen. Het is verschrikkelijk warm en we doen alle moeite om uit de zon te blijven. Wanneer we in Moyogalpa de hoofdstraat inlopen zien we dat het uitgestorven is. De gelovige gemeenschap laat zich door het toerisme (nog) niet opjagen; zondag is zondag!
Gelukkig zijn er nog wel wat restaurantjes open en we gaan ergens halverwege de hoofdstraat zitten. Nadat we onze lunch en wat koude versnaperingen weggewerkt hebben lopen we nog naar de haven, maar al snel besluiten we terug te gaan naar onze kamer want met deze temperatuur is er maar een goede optie: siesta met de airco aan!

Na de siesta lopen we nog een keertje naar Moyogalpa om de lokale kerk te bewonderen en dan vooral de kitchie kerstboom die ervoor staat. Omdat de lichtjes nog niet aan zijn gaan we nog snel even voor het zingen de kerktoren in. Van hier heb je een mooi uitzicht op de Concepcion en het meer.

Wanneer even later de lichtjes van de kerstboom aangaan krijgen we een brok in de keel (of was het een vlieg?). We maken een sfeervolle foto en gaan weer terug naar ons hotelletje voor het gezamenlijk avondmaal. De eigenaar is z’n nieuwe kok aan het inwerken en wil dat op ons uitproberen. Het eten smaakt voortreffelijk en bij het ter perse gaan van dit hoofdstuk hebben we nog geen sprint hoeven trekken naar de wc en dat is altijd een goed teken.