Alle berichten van admin

Ethiopie 2

Woensdag 17 oktober

Om 8.00 uur stonden we weer fris met gepoetste tandjes bij het hotel van de buren, waar we opgehaald zouden worden voor onze boottocht over het Tanameer.
Mooi op tijd liepen we naar de aanlegplaats van de boten waar we nog even moesten wachten op een paar medereizigers. Helaas hadden ze tegen 2 Ierse toeristen gezegd dat ze om 8:30 uur aanwezig moesten zijn dus werd het toch nog even wachten, maar ach het is vakantie, we hebben de tijd.
Uiteindelijk vertrokken we met z’n achten: een Ethiopiër uit het zuiden van het land die een paar dagen de tijd had om het noorden te ontdekken, zoals gezegd het Ierse stel met bijpassende witte benen, een italiaan die voor de RAI werkt in Djibouti en de reputatie van zijn landgenoten schade aandoet door goed engels te spreken en bovendien erg vriendelijk te zijn en de twee meiden Sven en Richard uit Zwitserland die met een goed gevulde beautycase-rugzak voorbereid waren op het ergste.

Omdat de boot was uitgerust met een buitenboordmotortje van 15 PK duurde het zeker een uur voordat we had eerste eiland bereikt hadden. We bezoeken het locale klooster op deze idyllische plek en na het bewonderen van de prachtige kleurrijke bijbelse afbeeldingen gaan we door naar het schiereiland Zegi, waar we 2 van dergelijke kloosters bezoeken. Deze zijn nog een tandje mooier en we brengen hier wat meer tijd door.

De priester die hier rondloopt is een plaatje. Met een gele omslag en het orthodoxe kruis in zijn hand is hij precies de priester die je je voorstelt bij zo’n klooster. Bovendien wil hij graag een beetje bijbeunen en poseert voor een paar Birr als het next ethiopian topmodel.

Inmiddels weten we ook waarom de andere toeristen een rugzak met proviand en water bij zich hebben, de Ethiopiërs zijn nog niet zo commercieel om her en der water en etenswaren te verkopen. We beginnen dus al aardige uitdrogingsverschijnselen te vertonen. We gaan met onze “speedboot” naar het volgende eiland om daar een mannenklooster te bezoeken, deze is dus verboden voor de dames en hoewel Sven en Richard even twijfelen, laten we alleen Diana en het Ierse meisje achter bij de poort. Als twee hondjes die niet bij de slager naar binnen mogen blijven ze achter.

Als laatste gaan we naar de uitlaat van het Tanameer, tevens het begin van de blauwe nijl. Typisch zo’n plek waar je aan voorbij gaat als je niet weet dat het hier is. Om 14:30 uur leggen we weer aan bij de kade en nemen daar een colaatje op het terras, het vocht wordt direct door onze lichamen opgenomen.

Aan het eind van de middag lopen we nog wat te slenteren over de “boulevard” als twee jochies tegen ons beginnen te kletsen. Ze lopen met ons mee en vertellen honderduit. Als we ergens gaan zitten schuiven ze aan en we besluiten ze maar te trakteren. Helaas blijven we net iets te lang zitten want als we terug willen gaan naar het hotel scheurt de hemel los en wordt er een bak water uitgegooid waar we in Nederland jaloers op zouden zijn. We schuilen in een internetcafé en als het langzaam opdroogt gaan we door naar het hotel. De 2 jochies weten nog steeds van geen wijken en pas als we de deur van het hotel opendoen nemen ze afscheid van ons.

Donderdag 18 oktober

Het hoofdstuk Bahir Dar sluiten we af en we gaan op weg naar Gondar. Onderweg een herhaling van zetten: een lange slingerende weg, veel volk op weg naar lokale markten en alles temidden van een landschap met prachtige vergezichten. Naarmate we dichter bij Gondar komen wordt het bergachtiger maar dat hadden we verwacht gezien onze trekkingplannen. Onderweg zien we twee Europese meiden dezelfde weg per fiets afleggen, Het kost ze zichtbaar veel moeite en ze hebben nog een lange weg te gaan.

In Gondar bezoeken we eerst de koninklijke paleizen en deze liggen er prachtig bij; op een goed onderhouden complex zien we de kastelen in verschillende stijlen. Tijdens een korte bui lunchen we even en na de lunch gaan we naar het bad van Fasilades. Het zal er hier best mooi uit kunnen zien maar door alle restauratie werkzaamheden is het momenteel een zooitje. Door de lokale bevolking wordt geholpen met handmatig houwen van stenen. Het complex is behoorlijk overwoekerd door grote ficussen en heeft wel wat weg van de plaatjes die we van Angkor Wat hebben gezien.

Als laatste willen we de Selassie kerk bezoeken maar daar aangekomen blijkt er een dienst in volle gang te zijn. We mogen niet storen en proberen het later nog een keer. Yabibal brengt ons naar het centrum waar we even een internetcafé induiken en we bij een lokaal theehuis een bakkie drinken. Aan het eind van de middag gaan we nog een keer terug naar de kerk en dit blijkt niet voor niets. Er is een ceremonie aan de gang waar we wel bij mogen zijn en het levert prachtige beelden op.
De tijd vliegt en we gaan terug naar het hotel om de tassen voor de trek te pakken.

’s Avonds vragen we Yabibal om ons bij hotel Goha af te zetten omdat we daar willen eten. Hij heeft nog een afspraak met de gids en we spreken af dat hij ons na zessen oppikt.
Met Yabibal hebben we geen vergissingen met de tijd meer maar soms moeten we toch even tellen als iemand ons een tijdstip noemt. In Ethiopië hebben ze nl. een iets andere kijk op de klok. Voor Ethiopiërs begint de dag bij zonsopkomst en dat is dan 12:00 uur (bij ons is het dan 6:00 uur), heeft de zon 1 uur geschenen dan is het voor de Ethiopiërs dus 1:00 uur; klinkt best logisch (bij ons is het dan dus 7.00 uur) na 2 uur zonneschijn is het (je raadt het al) 2:00 uur etc.
Dit verhaal staat dus helemaal los van zomertijd, wintertijd of het tijdsverschil tussen Nederland en Ethiopië.
Als dit bezonken is moet je ook nog weten dat ze een andere kalender hanteren. Afgelopen 11 september 2007 was het voor de Ethiopiër 01-01-2000 (millennium!). Kunnen jullie het nog volgen?? Wij doen in ieder geval geen moeite meer maar voordeel voor ons is wel dat we in een klap 7 jaar en wat maanden jonger zijn (je kunt het overigens bijna niet zien). Waar waren we ook alweer gebleven………………

Tegen 18:30 uur was Yabibal bij het hotel en hij zei dat de gids van trek ons wilde spreken maar niet in het hotel. Hij stond achter het hotel op de parkeerplaats te wachten bij de jeep. Wat was dit nu weer? De aap kwam al snel uit de bekende mouw. De trek die wij zouden gaan doen was volgens hem niet mogelijk en na eerst een aantal smoezen te hebben aangehoord zijn we hierover maar eens flink in discussie gegaan. Hoe kan het nou dat we nog geen week geleden een aangepast trekkingprogramma hebben gekregen dat nu ineens niet meer mogelijk is? Om een lang verhaal kort te maken, we hebben gezegd Yared tours op de hoogte te brengen van deze idiote handelwijze van hen en zijn toen maar gaan eten.

Vrijdag 19 oktober

De volgende ochtend om 7:00 uur stonden we startklaar en vertrokken naar Debark om daar de laatste formaliteiten voor de trek te regelen op het hoofdkantoor van het Semien National Park. Daar aangekomen hebben we kennis gemaakt met de gids en de scout die meegaan op de trek. De scout gaat mee voor de veiligheid en dat zag er vertrouwd uit: AK 47 onder de arm en een stoere pet op, helaas was hij de 70 al lang gepasseerd dus of dat veel indruk maakt……
Met deze gids hebben we nog even de discussie over de trek voortgezet en uiteindelijk konden we een acceptabele oplossing vinden voor de trek.
Als alles en iedereen ingeladen in de jeep vertrokken we richting Sankaber, onze lunchstop in het park.

Onderweg konden we al snel genieten van een fantastische omgeving en ook de eerste bavianen hadden we al snel te pakken. We konden ze rustig tot op een paar meter naderen, toeristen doen ze nl. niets. Ethiopiërs zijn ze niet zo blij mee zei onze gids en hij bleef op grote afstand.

In Sankabar stond ons tentje al opgezet maar dat konden ze weer inpakken. Het plan dat die eikel in Gondar had voorgesteld ging niet door en we zouden nu overnachten bij Chennek camp op 3600 meter hoogte. Naarmate we verder reden werden de uitzichten steeds waziger want we zaten inmiddels met onze hoofden in de wolken en nog voor we het campement hadden bereikt begon het zelfs te regenen. We besloten uiteindelijk maar dat we vandaag geen kilometers meer zouden gaan maken. Nadat het droog was geworden hebben we nog een paar afgronden in de omgeving bekeken en toen we terugkwamen bij het kamp was onze tent inmiddels opgezet. We hadden nog een paar uurtjes voordat het “diner” klaar zou zijn dus we namen maar een bakkie thee in de schaapskooi die dienst deed als restaurant.
Het diner was voortreffelijk, het is toch altijd weer knap hoe ze dat doen op 1½ gaspit. Na het diner nog een bakkie thee genomen en om 19.00 uur lagen we al in de tent, kracht opdoen voor de dag van morgen.

Zaterdag 20 oktober

Na deze nacht wisten we ook dat onze slaapzakken niet bedoeld zijn voor temperaturen onder de 5 graden. Het had hier vannacht iets gevroren, maar ondanks dat we sokken, broek en jas hadden aangehouden in de slaapzak was het stervenskoud. Het ijs viel van de tent toen we ’s ochtends de rits open deden. Snel de schaapskooi ingevlucht want daar brandde het kampvuur; eerst even ontdooien. Na een stevig ontbijt met french toast, pindakaas, hazelnootpasta en la vache qui ri, begonnen we vol goede moed aan de trek waarin we maar liefst 800 meter hoogteverschil moesten overbruggen (de Nationale Bond van Bergbeklimmers adviseert nooit meer dan 600 m. op een dag te doen). We hadden geluk want de zon scheen en de temperatuur liep snel op. De omgeving is prachtig en doet een beetje aan de Grand Canyon denken alleen dan viel groener. Prachtige rotsformaties en een diepe, heel diepe kloof. Volgens de hoogtemeter schoten we niet echt op. Na 1½ uur lopen waren we nog geen 200 meter gestegen dus we liepen achter op schema. Het was ook niet zo gek want we stonden vaak stil voor foto en video. om een uur of 10.00 uur kwamen we op 4100 meter bij een overslagplaats van goederen; hier werd de lading van de vrachtwagens gehaald en wordt het verder vervoerd met ezels, paarden en mankracht. Een mooi spektakel met een prachtig decor.

We hadden ons einddoel, de Bwahit, nu ook duidelijk in het vizier, dit kon niet lang meer duren dachten we. Het laatste uurtje omhoog was echter zwaar afzien. Na deze overslagplaats moesten we nog ruim 300 meter hoogteverschil overbruggen en het had niet veel gescheeld of we hadden afgehaakt. Op karakter legden we de laatste tientallen meters af en de beloning op 4430 meter was wonderschoon. Een 360 graden uitzicht over dit fantastische gebied. We hebben hier even de tijd genomen om dit in ons op te nemen en voor de zekerheid ook maar vastgelegd met foto-en videocamera voordat we aan de afdaling begonnen.

Hoewel dalen altijd sneller gaat dan stijgen was ook dit nog een hele klus. In skitermen: een zwarte afdaling. Continue met de rem erop naar beneden op een ondergrond met bulten en kuilen. Bijna 1½ uur hadden we ervoor nodig, de knieën en bovenbeenspieren protesteerden hevig en onze koppen verbrand (wij gaan altijd zo goed voorbereid op pad….).
De kok was weer zo goed geweest om een 4-sterren lunch te bereiden en daar waren we wel aan toe. Om 13.45 uur reden we terug naar Debark.

Ethiopie 1

Zaterdag 13 oktober

Met een half uurtje vertraging vertrok vlucht KL 543 naar Addis. De service onderweg was boven de gemiddelde KLM standaard, maar misschien kwam dat ook omdat we met z’n tweeën vier stoelen tot onze beschikking hadden.

Op Bole Airport renden we naar het visum kantoortje waar ons visum snel geregeld was. Daarna naar het bankkantoor, maar dat nam meer tijd in beslag. Behalve dat het er hier nogal bureaucratisch aan toe gaat moest de bankier tussendoor ook nog even piesen. Ook de ambtenaren van de douane hadden geen haast maar na het nemen van deze 3 obstakels bleken onze tassen in ieder geval op de band te liggen.

Buiten stond Yabibal, onze chauffeur, met zijn oude landcruiser al te wachten en snel zijn we naar het hotel gereden. Na een inspectie van onze kamer (dit is een top-end 4 sterren hotel en we vermoeden dat ons nog wel wat staat te wachten) hebben we nog even snel een portie friet en een hamburger besteld en na deze weggespoeld te hebben met een St. George biertje en een coke zijn we rond 24:00 uur gaan slapen.

Zondag 14 oktober

Het is toch altijd weer even wennen, acclimatiseren in een “nieuw” land; andere mensen, andere gewoonten, ander eten en een ander klimaat.
Dat laatste is overigens een verademing, de zon schijnt de hele dag maar toch wordt het niet snikheet op deze hoogte.

We zijn begonnen bij onze roots. In het National museum hebben we Lucy bewonderd (wat er over is van onze oudste voorouder). Eerlijk gezegd ziet de eerste mens er veel meer uit als een aap maar misschien komt dat omdat we niet gewend zijn aan vrouwen met haar op hun rug. Bovendien is Lucy maar liefst 3,5 miljoen jaar oud en bij een reconstructie van een skelet van 1,5 miljoen jaar oud moesten we toch sterk aan Clarence Seedorf denken. Na het National museum zijn we bij de Holy Trinity Cathedral gedropt. Het is wel erg luxe als je door je eigen chauffeur van attractie naar attractie wordt gereden (niet perse leuk, maar wel handig als je een liesblessure hebt). De Holy Trinity kathedraal is een van de heiligste plekken van Ethiopië maar we moesten Yabibal wel uitleggen hoe hij er moest komen, dan vraag je je toch af……..

Via de St. George kathedraal zijn we vervolgens naar de piaza gegaan waar het een drukste van jewelste was met veel stalletjes waar vooral veel trash verkocht werd en restaurantjes en cafeetjes. Hier hebben we wat gedronken en zijn toen nader kennis gaan maken met een groot aantal van de 4 miljoen inwoners van Addis. Ze zijn vooral erg vriendelijk en we worden veel aangesproken. Ook de lunch nuttigen we in de buurt van de piaza,waarna Yabibal ons naar de Entoto mountains brengt. Hier bezoeken we nog een kleurrijke kerk en genieten van het uitzicht over Addis.

Terug bij het hotel nemen we nog een drankje op het terras maar zo gauw de zon achter de bomen zakt merk je pas dat je op 2400m. hoogte zit want het koelt snel af. We gaan terug naar onze kamer om onze tassen weer in te pakken, Yabibal pikt ons morgen om 7:00 uur al weer op.

Maandag 15 oktober

Vroeg, om precies te zijn om 7:10 uur vertrokken we bij het hotel. We waren de ochtendspits in Addis net voor. De blauw-witte taxibusjes stonden in rijen te wachten om de mensen naar het werk te brengen. Het lijkt wel of er meer busjes dan mensen zijn: de hele weg kleurt blauw/wit.

Over een redelijk goede asfaltweg rijden we noordwaarts, onderweg zien we verschillende hardlopers tegen de berg op sprinten: dat is nog eens een heuvel training. De weg voert door een heuvelachtig landschap op zo’n 2500 m. hoogte en door doorsnijdt kleine plaatsjes waar het leven zich voornamelijk afspeelt aan beide zijden van deze weg. De Amhara boeren lopen met hun vee vanuit de omgeving over dezelfde weg de dorpjes in.

Onze eerste stop is bij het Debre Libanos klooster. Dit klooster ligt zo’n 4 km. van de grote weg. Het klooster is verlaten en we worden door de beheerder rondgeleid in de bijbehorende kerk, waar hij ons aan de hand van de glas in lood ramen een verkorte versie van het oude- en nieuwe testament vertelt.

Na het klooster slingeren we over de inmiddels onverharde weg naar de bodem van de blauwe nijl kloof. We steken via een oude brug, waar maar 1 auto tegelijk op mag, de rivier over. Ze zijn inmiddels een andere brug aan het bouwen maar onze oversteek verloopt zonder problemen.
Aan de andere kant van de rivier klimmen we via een zelfde slechte weg weer slingerend omhoog.

In Dejen stoppen we om te lunchen. We nemen injera, een typisch lokaal gerecht. Op een soort dienblad ligt een grote zurige pannenkoek waarop verschillende kleine porties vlees, aardappel of groente liggen. Je scheurt steeds een stukje van de pannenkoek af en pakt daarmee een beetje van de “hapjes”. Niet slecht, zeker de pittige vleeshapjes niet. Na Dejen is het nog 1,5 uur rijden naar Debre Markos waar we overnachten.

’s Avonds blijkt er een groep van Shoestring in ons hotel te overnachten en na het volgen van hun diner-perikelen zijn we blij dat we niet 4 weken met zo’n groep opgescheept zitten.

Dinsdag 16 oktober

Na een stevig ontbijt vertrokken we weer mooi op tijd. We lieten Debre Markos al snel achter ons en vervolgden de weg waar we gisteren geëindigd waren. Ook vandaag weer door het heuvelachtige landschap dat verbazingwekkend groen is. Vraag een gemiddelde Nederlander naar Ethiopië en ze schetsen meestal een beeld van droogte en honger, maar het tegenovergestelde is waar, althans wat we tot op heden hebben gezien. Wij rijden weer door kleine dorpjes die aan de weg liggen: Mankuso, Buri, Tigo, Addis Alem, Tilili, Kosaber waar we stoppen en een heerlijke machiatto drinken; een heerlijke espresso met teveel melk waardoor het op cappuccino lijkt. Vervolgens door Linjibara, Addis Kidam, Durbele en we kunnen nog wel even doorgaan; allemaal vlekjes die niet eens op de kaart in de Lonely Planet worden vermeld.

Deze dorpjes bestaan uit allemaal lemen huizen met golfplaten daken en elk dorp heeft zijn eigen “specialiteit”. Zo komen we door dorpen waar je overal suikerriet ziet liggen, een dorp dat vol ligt met vlechtwerk van riet, een dorp met knutselwerk van paardenhaar, een dorp met drank een dorp met stammen van bomen etc. Wederom zien we overal hetzelfde spektakel: de Amhara boeren met hun vee, hele stromen kinderen die blootsvoets hele afstanden afleggen om bij school te komen en vrouwen die gaan proberen hun groente te verkopen.

De Amhara mannen lopen vrijwel allemaal met een stok. vroeger gebrukten ze die om zich te kunnen verweren, maar tegenwoordig leggen ze die vooral in hun nek en laten hun handen erop steunen; een hele kenmerkende houding.

Dichter bij Bahir Dar zagen we een paar verroeste tanks langs de kant staan, overblijfselen van de burgeroorlog met de communisten. Wij bereiken zonder schade ons hotel. Nadat we zijn ingecheckt in ons hotel lopen we nog even over de palmen”boulevard” en lunchen ergens.

Daarna gaan we naar de watervallen van Tis Assat en hoewel het niet meer zo’n spectakel is sinds een deel van het water wordtgebruikt voor het opwekken van elektriciteit was het zeker de moeite waard. Het water komt nog steeds met donderend geweld naar beneden maar de waterval is niet meer zo breeds als vroeger.

Aan het eind van de middag drinken we nog een bakje thee aan het water en ’s avonds eten we in het buurhotel waar we de nederlandse groep van Shoestring weer tegenkomen.

Myanmar 6

Om 15.05 uur begon de pret. De bus zat al vol maar gaandeweg kwamen er toch nog steeds mensen bij die een plek in het middenpad kregen toegewezen.
Een viertal spanjaarden hadden het slechter getroffen dan ons, zij zaten op de achterbank: stoelen die niet acherover konden en de motor onder je voeten, lekker warm.
Om dit lange verhaal verder kort te houden, 14,5 uur later, stonden we weer in Yangon; of we niet weg geweest waren…………….

Zaterdag 11 november

We hoefden niet te zoeken naar een taxi want er dienden zich al gelijk een horde chauffeurs aan.
Wij kozen de verkeerde, want toen we bij zijn auto kwamen zagen we dat dit apparaat rijp was voor de sloop of daar misschien wel vandaan kwam: geen binnenbekleding op de deuren, ramen waren open (of ontbraken) en konden niet bediend worden, alle apparaten in het dashbord waren verdwenen en bovenal hadden we last van de veren in de achterbank die in onze rug staken. Mechanisch klonk het ook niet allemaal even soepel maar wonder boven wonder worden waren we 45 minuten later op het busstation vanwaar we naar Pathein zouden gaan. We zochten dit keer de mooiste bus uit en gingen nog even een bakkie thee drinken.

Terug bij de bus zagen we de 4 spanjaarden weer die de hele nacht op de achterbank hadden doorgebracht, ze gingen dezelfde kant op en ook nu waren de goede plekken weg en konden ze alleen nog plaatsnemen op van die ienie mienie kinderstoeltjes in het gangpad.

Dat het uitzoeken van een mooie bus geen garantie boekt voor een goede chauffeur, bleek al snel. Wat een onbeschofte, agressieve smeerpijp. Hij toeterde naar iedereen die hem voor het gaspedaal kwam en als je niet ver genoeg aan de kant ging reed hij je de berm in. Net als veel andere mannen in Myanmar zat hij de hele tijd op een soort van pruimtabak te kauwen, maar als hij dan een klodder naar buiten spuugde kreeg het meisje dat achter hem zat de spetters over zich heen. Bovendien bleef het nodigde hangen in de rail van zijn schuifraam. Dit alles met een snelheid die voor deze wegen onverantwoord was. Maar goed alles went en we hadden toch tijd genoeg om te genieten van de prachtige omgeving.

Het landschap wordt gedomineerd door akkers waar rijst wordt verbouwd. Alle stadia waren te bewonderen: het oogsten, het bewerken van het land met 2 ossen en een houten ploeg erachter waar dan iemand opstaat om voldoende gewicht te geven, maar ook het aanplanten van nieuwe rijst. Zeer arbeidsintensieve landbouw waarbij nog geen machines worden gebruikt.

Na een enerverende rit kwamen we uiteindelijk om 11.00 uur aan in Pathein waar de bus naar Ngwe Saung net was vertrokken.
We namen een Star cola aan de overkant waar de spanjaarden aan het onderhandelen waren over een transfer met een pick-up naar Ngwe Saung. Ze vroegen of we meededen en dat was natuurlijk goed. Niet wachten op een volgende (volle) bus maar gelijk met z’n zessen naar Ngwe Saung. Eén uur en 45 minuten later dropten we de spanjaarden bij hun (shabby) hotel naar keuze en zette wij koers naar een paradijs op aarde. Althans zo voelde het wel na 22 uur achter elkaar onderweg te zijn geweest.

We hebben ons zelf getrakteerd op een hotel waar je het kwijl van uit de mond loopt. ’s Middags nog even aan het zwambad gaan liggen om alvast te wennen, maar ’s avonds vroeg naar bed om de afgelopen 24 uur te verwerken.

Zondag 12 november

De volgende ochtend gaan we alweer vroeg naar het ontbijtbuffet, we zitten aan een tafeltje buiten, op het houten terras en kijken uit op het zwembad en de zee. Het ligt er hier allemaal vredig bij, heel anders dan de hectiek van de afgelopen 3 weken. Na het ontbijt zitten we nog even op het enorme balkon bij onze kamer en kijken uit op de prachtige palmentuin van het hotel. Honderden tienmeter hoge kokospalmen en recht voor ons tussen wat van die palmen door zien we de zee en horen de golfslag.

Vandaag 2 bedjes aan zee, het is geen strakblauwe hemel die we boven ons zien, maar het is ook onze eerste dag, dus rustig aan met de zon!
We wandelen wat langs de waterlijn en zien dat de kinderen hier zand-pagodes maken in plaats van zand-kastelen. Na de lunch wordt de bewolking zwaarder, maar we voelen ook dat dit voor ons een gelukje is want schouders en neus zijn al behoorlijk gevoelig.

We besluiten morgen te gaan duiken en passen ’s midddags alvast onze duikuitrusting aan. Het is niet allemaal onze maat, maar we doen het er maar mee; we zijn te nieuwsgierig.
Om 17.00 uur gaan we terug naar de kamer en lezen op het balkon nog een tijdschriftje. De elektriciteit is ook hier op de bon en komt pas om 17.30 uur weer in bedrijf. Voorlopig genieten van het getjirp van de vele vogels die onzichtbaar in de palmen zitten.

’s Avonds aten we weer in de stad. Er staan hier voornamelijk vis en andere zeevruchten op de kaart. Prijzen staan er niet bij, het zijn allemaal dagprijzen. Aan de tafel staat een koelie die met een waaier je enige verfrissing probeert toe te wuiven.
We kozen vanavond voor gegrilde vis. Het was ook duidelijk een vis: met kop, staart en vinnen, maar hij smaakte voortreffelijk.

Maandag 13 november

Onze 2e dag in Ngwe Saung gaan we duiken, niet veel over te schrijven denk je dan, maar het begint al als we met de zodiac naar de boot moeten worden gebracht. De divemaster stuurt de zodiac tot 2x toe op precies het verkeerde moment tegen een golf in: alles was dus gelijk al nat.
We waren met z’n zessen vandaag. Een zwitsers stel, dat woont en werkt in Singapore, en een ouder Duits stel. Wij zijn de enige die gaan duiken.
Onze duikboot is niet veel soeps. Veel losse stukjes hout maken hier blijkbaar ook een boot en daar betaal je dan 60 dollar voor.

Na 1,5 uur zijn we bij de duik- en snorkelsite. Zonder briefing en zonder een duikcomputer/horloge plonsen we het water in voor de 1e duik. Een uitgebreide beschrijving van deze duik staat in ons duiklogboek, maar samengevat: warm water, matig zicht, behoorlijke visstand en niet echt kleurrijk koraal.
Voor de snorkelaars was het helemaal waardeloos geweest. Het zwitserse stel is al heel wat duiken gewend in Zuidoost-Azie, maar dit was helemaal niets.

De zwitsers zijn trouwens behoorlijke luxe beestjes, want hoewel ze met een taxi van Yangon hier naartoe vervoerd waren was dat zelfs niet goed genoeg. Er zat geen airco in deze taxi. Voor de terugweg hebben ze dus een busje geregeld met airco. We horen ook dat ze gelijk met ons terug gaan en hij biedt aan dat we voor de meerprijs van het busje met hun meerijden. Dit is maar 22 dollar terwijl we al gerekend hadden op een taxi van 100 dollar. Weinig bedenktijd nodig.

Er is op de boot niets te eten, geen lunchbox, geen versnapering, geen water, niets. Gelukkig hadden we nog wat sultana’s bij ons.
Voor onze 2e duik gaan we een paar honderd meter verderop, bij een ander, nog kleiner eilandje liggen. Weer zonder briefing, maar dat had ook weinig zin gehad, want geen van de divemasters spreekt meer dan 3 woorden engels. Deze keer rollen we achterover van de zodiac het water in. Weer een korte samenvatting van de duik: nog steeds warm, nog steeds matig zicht, veel meer en grotere vis, een zeeslang en mooie grote brokken koraal. Zelfs nemo kwam voorbij. Erg bevredigend duikje, van maar liefst 1 uur en 20 minuten! Op de boot was men al ongerust geworden. We worden snel aan boord gehesen en gaan op weg naar het hotel.

Daar aangekomen gaan we nog even verhaal halen bij de general manager wat betreft de boot, verzorging en veiligheid. Uiteindelijk hoeven we de boot niet te betalen en krijgen we een korting voor het ontbreken van de lunchbox. Als we later aan het zwembad liggen krijgen we als traktatie nog een kokosnoot bezorgd met de complimenten van de general manager. Netjes opgelost!

De zonsondergang doet het erg goed vanavond, eind goed al goed.
Onze laatste dag in dit resort begint met een hoop gerommel, in de buik wel te verstaan. Tegen dit soort geweld blijkt de wc niet bestand.
Na enige tijd is de storm voorbij, maar is de fut er ook een beetje uit. De rest van de ochtend slapen we wat uit.
’s Middags hebben we toch nog lekker aan het strand gelegen, het is een stralende dag en we durven bijna niet onder de parasol vandaan te komen. ’s Avonds voorzichtig weer wat gegeten en bijtijds naar bed.

Onze eerste rem-slaap wordt wreed verstoord als er op de deur gebonst wordt. Het blijkt de divemaster te zijn waar we mee gedoken hebben, of we zijn duiklog nog even willen tekenen. Hierna pakken we draad weer op waar we gebleven waren.

Dinsdag 14 november

De volgende ochtend staat het taxibusje op tijd klaar. Volgens onze zwitsere vriendin was dit nog niet veel soeps, maar het is maar net wat je gewend bent in Myanmar; voor ons was dit pure luxe!

In ruim 5 uur rijden we terug naar Yangon waar we ’s avonds nogmaals de Shwedagon bezoeken, dit keer is deze pracht pagode mooi uitgelicht met schijnwerpers.

Donderdag 16 november

Om met Frank S. te spreken: and now the end is near……….
We pakken nog 1x alle troep in en verschepen ons zelf naar de luchthaven voor de retourvlucht naar Amsterdam.

Myanmar 5

Woensdag 8 november

Het is inderdaad droog als we opstaan maar wel bewolkt, iets wat we deze trip nog niet hadden meegemaakt. We gaan vanochtend eerst naar de lokale markt en merken dan gelijk dat Bagan een stuk toeristischer is dan eerdere plaatsen. Busladingen toeristen worden gedropt en de lokale bevolking weet dat ze aan een leuke foto iets kunnen verdienen.
Bovendien wordt je om de 13 seconden gevraagd of je postcards, houtsnijwerk, edelstenen of allerlei lakwerk wilt kopen.

We huren 2 fietsen en gaan proberen onze weg te vinden in het woud van pagoda’s, stupa’s en kloosters dat hier op een relatief klein gebied van 42 km staat. Bagan is een van de belangrijkste cultuurmonumenten van Azie. Het wordt wel vergeleken met Ankor in Cambodja en Borobudur in Indonesie.

Het is flink zoeken zonder een gedetailleerde kaart van het gebied maar toch lukt het om de belangrijkste paya’s te vinden. De rest gaat op gevoel. Zie je vanaf de weg iets leuks dan fiets je erheen. De pagodes zijn over het algemeen niet meeer in gebruik maar een overblijsel uit vroegere tijden. Ze hebben dan ook niet de gladde pleisterlaag die de meeste pagodes normaal hebben. Deze ruwe bakstenen uitvoering is ook de charme van de pagodes in Bagan.
We beklimmen er een paar, stoten ons hoofd aan te lage doorgangetjes, genieten van de prachtige uitzichten en bewonderen de mooie boedda’s die nog steeds in de meest pagodes te vinden zijn.
Om een uurtje of 3 besluiten we terug naar Nyaung U te fietsen. Morgen is er weer een dag en hopelijk een zonniger.

’s Avonds eten we bij een restaurant met pizza en pasta op de kaart. Aan alles is te merken dat er hier een grote concentratie toeristen rondloopt. De pizza is voortreffelijk en ook de lasagna is smaakvol.

Donderdag 9 november

Vandaag lijkt het inderdaad weer wat zonniger te zijn. We besluiten eerst naar Mt. Popa te gaan. We charteren een taxi en om 09:00 uur gaan we op weg. De chauffeur jaagt er behoorlijk op los en op dit slingerweggetjes is het net of je in een achtbaan zit. Binnen een uur zijn we bij de berg.
Het is een prachtig gezicht, dit pagodecomplex dat de volledige top van een berg bezet. We klauteren weer naar boven en houden de brutale apen die hier huizen goed in de gaten. We ontwijken een paar apenkeutels, doen een donatie voor de pagode en bovengekomen genieten van het prachtige vergezich en de pagode zelf natuurlijk.
Na uurtje zijn we weer beneden, drinken nog wat en om 11:00 uur scheuren we weer richting Nyaung U. Klokslag 12:00 uur zijn we weer bij het hotel.

’s Middags huren we weer fietsen want er is nog zoveel wat we niet gezien hebben, maar voordat we opweg gaan eten we een hamburger; ook dat is hier mogelijk.
Na deze lunch fietsen we over andere zandpaadjes, zien nog mooiere pagodes en genieten vanaf de top van een van deze pagodes van het mooiste uitzicht tot nu toe.

Om een uurtje of vier zoeken we een geschikte pagode om van de zonsondergang te genieten. We kiezen voor de Dhammayangyi paya, maar als we aankomen zien we dat we niet de enige zijn. Honderden toeristen beklimmen de steile trappen om vanaf het hoogste platform te kunnen genieten van de zon die verdwijnt achter de pagodes.
Als de rode bol verdwenen is fietsen we in de schemering terug naar het hotel.

Vrijdag 10 november

Op de laatste dag in Bagan hebben we toch maar weer de fietsen van stal gehaald. Eerst even naar de markt en daarna nog naar de Shwezigon pagode gefietst. De zon liet hem zo glimmen dat we hem niet konden weerstaan.
De temperatuur liep al snel op tot tropische hoogte, dus veel meer hebben we dus ook niet gedaan.
Na een voortreffelijke lunch zijn we terug gegaan naar de kamer, de spullen bij elkaar geveegd en gewacht op de bus die ons in zo’n 14 uur naar Yangon moest brengen. We konden ons dus weer schrap zetten.

Myanmar 4

Na een taxirit van 50 minuten komen we aan bij de luchthaven van Heho. Een gemiddeld treinstation in een klein dorp in Nederland heeft meer faciliteiten, maar goed. We liepen naar de houten incheckbalie waarachter een medewerker van Bagan Air stond. Toen we vroegen waar en hoe we moesten inchecken kwam hij met het voorstel een vlucht eerder te nemen. Wij vonden het best en na nog een tweetal houten balies gepasseerd te zijn zaten we opeens al in de wachtruimte. Zo moet Schiphol er 100 jaar geleden ook hebben uitgezien. Op nog geen 50 meter van de landingsbaan zaten we te wachten op onze vlucht.
Strak op tijd kwam het 70 persoons propellorvliegtuig voorbij suizen. Een paar minuten later liepen we over de landingsbaan en zochten een plek in het vliegtuig. Je hebt hier geen toegewezen stoelnummers dus waar het vrij is ga je zitten. De vlucht verliep soepel en binnen een half uur waren we in Mandalay. We moesten zeker zolang wachten tot onze bagage er was en nog eens 2x zolang in een taxi om bij het hotel te komen. We waren net op tijd in het hotel om de laatste vrije kamer in te pikken net voor de neus van 2 duitsers.

Zondag 5 november

Op onze eerste dag in Mandalay gaan we in alle vroegte naar de jetty waar we met de ferry naar Mingun zouden gaan. Helaas klopte onze reisbeschrijving niet en waren we een uur te vroeg. Toen we uiteindelijk om 09:00 uur vertrokken zaten ook Martha en Anna, de 2 Spaanse dokters, aan boord. Ook zij waren na Inle deze kant opgekomen.
Na een uurtje dobberen bereikten we Mingun.
Grootste attractie hier is de nooit afgebouwde pagode. Het had de grootste van de wereld moeten worden maar nadat de regerend koning stierf is de pagode nooit afgebouwd. Ondanks dat is het een indrukwekkend bouwwerk.
Behalve deze kolos stonden er nog een aantal kleinere pagodes waaronder die op de kaft van de Lonely Planet staat. Ook hangt hier de op twee na grootste bell ter wereld.

Na de lunch ging de boot weer terug naar Mandalay waar wij gelijk doorgingen naar het paleis van Mandalay.
Dit paleis wordt omgeven door ruim 2 kilometer lange muren terwijl het koninklijke complex maar een klein gedeelte van het totale oppervlakte beslaat. Deze koninklijke gebouwen is ook het enige wat je hier als toerist mag bezoeken. Het was er vreemd genoeg erg stil, weinig toeristen, geen personeel of bewaking. De gebouwen lagen er mooi bij met hun goudgekleurde daken en donkerrode muren.

Na hier een uurtje rondgelopen te hebben besloten we naar Mandalay Hill te gaan. Hier wilden we van de zonsondergang genieten, maar het was nog een hele klim naar boven. De beklimming van deze heuvel nam uiteindelijk nog 1 uur in beslag. Nat bezweet kwamen we boven, want ook vandaag was het weer boven de 30 graden. We waren wel op tijd om te kunnen genieten van een dieprode zonsondergang.
Naar beneden ging een stuk vlotter en om 18:00 uur waren we bij het hotel.

’s Avonds hebben we, net als gisterenavond, bij Mann gegeten. Dit restaurant zou in nederland absoluut gesloten worden door de smaakpolitie maar het eten is er voortreffelijk. Vanavond aten we o.a. een portie loempia’s voor 60 eurocent en dan krijg je 25 heerlijke loempia’s voorgeschoteld met een voortreffelijk sausje erbij. Ook de sweet-and-sour chicken is om je vingers bij af te likken.
Hebben we ons vorig jaar verbaasd over de chinezen, dit jaar zijn het de Italianen.
Deze Armani toeristen komen met veel branie deze lokale gelegenheden binnen en verwachten dat alles hen naar de zin wordt gemaakt. De hond van de baas liet echter precies weten hoe er over dit soort mensen gedacht wordt want hij piste naast hun tafel en liep weg alsof er niets aan de hand was.

Maandag 6 november

Voor vandaag hadden we een taxi geregeld. Geen blauwe mini-mazda maar een comfortabele Carina. Onze chauffeur leek een beetje op een Japanse kamikaze piloot uit een lachfilm. Stekels op z’n hoofd, dikke nek, 1.50 meter lang en erg goede ogen, want om door zijn brillenglazen te moeten kijken moet je wel héle goede ogen hebben. Belangrijkste was dat hij erg vriendelijk was en precies deed wat we hem vroegen.

Hij bracht ons eerst naar Amarapura en de U bein brug. De U bein brug is inderdaad zo mooi als men zegt. Vooral de lokale activiteit op deze brug maakt het interessant. Na hier een keer heen- en-weer gelopen te hebben gingen we naar het klooster van Amarapura om ook hier een lunch bij te wonen. Hoewel het klooster groter is en meer monniken huist dan dat in Bago, was het ritueel in Bago puurder. Daar was het alsof je stiekum stond mee te kijken bij de lunch, hier was het net of de leeuwen in een dierentuin hun dagelijkse portie biefstuk kregen en dan doel ik vooral op het gedrag van de toeschouwers en niet van de monniken.

We hebben het maar gelaten voor wat het was en zijn daarna doorgegaan naar Ava of eigenlijk Inwa zoals het tegenwoordig heet. Eerst met een veerbootje in 5 minuten de rivier over en daarna in een paardekar het complex rondgereden. De 2 kloosters waren de moeite waard: de ene om zijn prachtige gebeeldhouwde gevels, de andere om de teakhouten uitvoering.

Hierna gingen we voor de lunch naar het dorpje Sagaing vlakbij Sagaing Hill wat onze volgende stop zou zijn.
Het was een echt bamar lunch, veel groente, wat saus, rijst en een kip curry. Het smaakte voortreffelijk.
Na deze uitgebreide lunch gingen we door naar Sagaing Hill. We beklommen deze heuvel niet, zoals gisteren, te voet maar werden door onze taxichauffeur omhoog gereden; wat een luxe vakantie.
Vanaf de top van Sagaing Hill zie je dat deze heuvel vol ligt met stupa’s en pagode’s.

We bezoeken er een paar en dan is het tijd om ons op te maken voor de zonsondergang bij de U bein brug.
Na een keer over de brug geslenterd te zijn vonden we de ideale plek. Hier hebben we gewacht tot de zon in het water zakte.
’s Avonds hebben we weer gegeten in onze stamkroeg waarna we nog even de weblog hebben bijgewerkt. Omdat we de volgende ochtend alweer vroeg weg moesten met de boot naar Bagan hebben we alvast de tassen ingepakt en de wekker gezet.

Dinsdag 7 november

De volgende ochtend werden we gewekt door de telefoon; de taxi was er al. Ik had de wekker verkeerd gezet…………………. snel aangekleed, spullen gepakt en naar de boot. Op de boot werd je ingecheckt en kreeg je je stoelen aangewezen. Het zijn een soort vliegtuigstoelen. Op het bovendek staan luie stoelen van bamboe maar die waren allemaal al bezet.
De boot vertrekt een half uur te laat voor een tocht van 9,5 uur.
Op de boot was een soort restaurantje waar je wat kon eten en drinken. Prijzen in dollars en dat waren we niet gewend.
De boottocht was niet zo heel bijzonder of het moet bij de tussenstops zijn geweest waar mensen tot hun middel in het water staan om een paar banaantjes te verkopen aan de reizigers. Voor de rest slingerde de boot zich over de meanderende Ayeryarwadi rivier.
Naarmate we dichter bij Bagan kwamen werd de lucht donkerder en een half uur voor aankomst regende het zelfs op deze, volgens de LP, droogste plek van Myanmar. Snel met de taxi naar ons hotel en weer ingecheckt, hopen dat het morgen droog is.

Myanmar 3

Zondag 29 oktober

In Kalaw zitten we in een guesthouse van een lokale familie. Zeer vriendelijke mensen! Zoals de hele vakantie al, is ook hier het ontbijt weer voortreffelijk en gaan we goed gevuld wat regelen voor de trek.

Kalaw is veel minder hectisch dan Yangon of Bago, voeg daarbij het koelere klimaat op bijna 1300 meter en deze rustige dag kan niet meer stuk.
We hebben in Kalaw een leuke teashop ontdekt waar steeds verse gebakjes en cakejes te krijgen zijn. Omdat ook hier de zon weer volop schijnt zijn we daar regelmatig te vinden. Een bakkie thee met een paar loempias, bananencakeje en zandkoek kost bovendien nog geen 2 kwartjes. We hoeven ons dus geen zorgen te maken over het budget.

De trek boeken we bij Jimmy. Dezelfde vent die ons al stond op te wachten toen de bus aankwam. Hij komt vriendelijk over en heeft alle tijd om ons het e.e.a uit te leggen. Morgen starten we om negen uur en we zullen de trek samen met twee spaanse meiden maken.

‘s-Avonds eten we bij een nepalees eethuis dat in de LP wordt aangeraden. Er zitten die avond alleen toeristen, maar dat mag de pret niet drukken.
We zaten daar naast de naaimachine en strijkplank, waarop ze tijdens het eten nog even een plooi glad streken.

Maandag 30 oktober

Om negen uur gaan we van start. De twee Spaansen hebben er ook zin in dus wat kan er gebeuren.
De omgeving waardoor we lopen ziet er uit als een bontgekleurde lappndeken; overal worden op kleine akkers andere gewassen verbouwd. Er moet ook aardig geklommen worden, maar niemand geeft een krimp en om 11:30 uur bereiken we onze lunchstop annex vieuwpoint al.

Een handige local had op deze prachtige lokatie een paar tafeltjes en parasolletjes in elkaar geknutseld van bamboe en kon daar een leuk zakcentje mee verdienen, na ons kwamen er nl. nog drie gezelschapjes een tafeltje uitzoeken. De lunch was eenvoudig maar voedzaam: chapatis met aardappelcurry wat op smaak gebracht met chilisaus.

Om 13:00 uur gingen we verder en even later kwamen we door een klein dorpje. Jimmy nam ons mee een lokaal huis in vooreen bakkie thee. De planning had niet beter kunnen zijn want een paar minuten later begon het te stortregenen. De vrouw des huizes moest op haar slippers naar buiten sprinten want ze had nog een lading thee te drogen liggen voor het huis.
In de tussentijd gingen er wat GGD-ballonen naar nieuwe eigenaartjes en niet veel later was de bui alweer voorbij.
De regen had geen goed gedaan aan de paden, ze waren glad en glibberig geworden. De zon doet hier gelukkig wonderen en het werd langzaam wel weer beter.
Later die middag liepen we nog een tijdje via het spoor tot we bij een klein stationnetje aankwamen. We trokken veel bekijks net als de dorpsgek die hier stond te zingen en dansen alsof ze voor Idols aan het oefenen was.
Ook hier zien we vrouwen die de groene cheroots roken, maar dit begint de normaalste zaak van de wereld te worden. Deze vrouw is touwens nog wel vastgelegd voor het nageslacht.

Tegen half vijf arriveren we bij het dorpje waar we zullen overnachten. De laatste honderd meters zijn erg slecht en met voeten vol klei en zand lopen we omhoog het huis in.
De kok die deze trek voor ons het eten bereid blijkt een ware kunstenaar te zijn. Vanuit het niets tovert hij de lekkerste maaltjes op tafel en we moeten uitkijken dat we niet te veel eten
De slaapplaats is niet veelmeer dan een paar dekens op een houten vloer. Net na negenen gaan we proberen te slapen en dat valt nog niet mee. Jimmy snurkt als een kettingzaag die een teakwoud aan het omzagen is en ook een spaanse heeft blijkbaar wat ademhalingsproblemen.

Dinsdag 31 oktober

We merken dat onze ruggetjes toch niet zo goed tegen die harde vloer kunnen, maar om 07:30 uur vertrokken we alweer voor wat een lange wandeldag zou worden.
Wederom een schitterende omgeving om door omringd te worden. Felgroene velden rijst lamborghini gele velden sesamzaad, donkerrode omgeploegde akkers en blauwgroene velden sojabonen, soms afgewisseld met velden verdroogde maisstengels. Niet alleen langs deze kleurenpracht soms ook er dwars doorheen. De oogst wordt vaak met een ossenkar vervoerd, het blijft onvoorstelbaar om je zo ver terug in de tijd te wanen.

Nog voor de lunch bezochten we een schooltje. De kinderen zagen ons blijkbaar al van verre aankomen want ze sprintten ons tegemoet. We zijn ook nog even het schooltje binnen geweest en hebben een stapel kleurpotloden achtergelaten bij de juf.
Kokkie heeft daarna in een dorpje nog een heerlijke lunch bereidt en vol goede moed gingen we daarna op weg. ’s Middags was meer van hetzelfde en misschien nog mooier: kinderen op buffels, gekleurde velden afgewisseld met dennenbos, pittige klimmetjes, gladde afdalingen en pas tegen 17:00 uur zagen we het klooster waar we zouden overnachten. Na 8 uur wandelen waren we het wel zat en gelukkig was de matras die ons de nacht moest doorhelpen hier een stuk beter.

We sliepen in de zaal waar de jonge monniken hun liederen/gebeden zongen en dat zouden we weten ook. De volgende ochtend om 05:20 uur werden we gewekt door het gezang van onze roodgemantelde vrienden; prachtig om ziets mee te kunnen maken.
Hun dag was begonnen en die van ons dus ook.

Woensdag 1 november

Na ontbijt met nasi en koekjes gingen we om 07:30 uur weer op weg voor de laatste paar uurtjes naar het Inle meer. Door de tropische regenbui van gisterenavond waren de paden weer spekglad, maar dat werd snel beter. Deze dag geen nieuwe hoogtepunten of het moest de aankomst bij het Inle meer zijn. Eindelijk weer een lekker koud colaatje en wat rust voor de voeten.

In een longboat werden we over het Inle meer naar Nyaungshwe gebracht waar we ons zelf trakteerden op het meest luxeuze hotel in town. Nadat we ingecheckt waren zijn we eerst even het dorp ingelopen om een boottochtje voor morgen te boeken. Bij de buurman van het kantoortje waar we de boottocht hebben geboekt hebben we navraag gedaan voor een vlucht naar Mandalay. Deze vlucht bleek maar 32 dollar te kosten dus dat was geen moeilijke keuze als het alternatief 12 uur in een nachtbus is.
Het boottochtje van morgen zou om 08:00 uur beginnen dus erg laat hebben we het niet gemaakt.

Donderdag 2 november

Na een lekker ontbijtje zaten we om 08:00 uur in onze prive-longboat. Als eerste opweg naar de lokale markt van Kaungdaing en hoewel er al wel wat toeristenstalletjes waren te vinden was deze markt nog behoorlijk authentiek. In ieder geval goed genoeg voor een uurtje rondsnuffelen en een paar prachtige plaatjes. Daarna via de drijvende groentetuin (vnl. tomaten) na een tweetal op toeristen ingestelde handwerkfabriekjes. Waarschijnlijk hebben wij het snelheidsrecord in-and-out the shop gebroken. Via de straatjes van een vissersdorpje zijn we tegenover de grote pagode gaan lunchen. Na de lunch hebben we de pagode van dichtbij bekeken. Je kunt hier bladgoud kopen om op een boedistisch relekwie te plakken, dan is een goede toekomst verzekerd. Na dit tempelritueel op weg naar het jumping cat monastery. In dit klooster dat omgeven is door souvenirsstalletjes hebben de monniken uit verveling katten door een hoepel leren springen. Ook wij hebben een voorstelling bijgewoond, dus Karel staat nog wat te wachten als we weer thuis zijn.
Na deze acrobatische hoogstandjes gingen we weer terug naar Nyaungshwe, maar niet zonder onderweg nog een paar vissers op hun speciale manier aan het werk te hebben gezien.

Vrijdag 3 november

Vandaag naar Taunggyi, maar de plannen zijn weer gewijzigd. Zouden we eerst in deze plaats slapen (we hadden al een hotel gereserveerd) hebben we gisteren toch maar besloten op-en-neer te gaan. Dit kwam ook doordat Mario en Lies, 2 Belgen uit Hasselt die we tijdens de trek al eens waren tegengekomen, op zoek waren naar andere toeristen waarmee ze hun taxi naar Taunggyi konden delen; dat zijn wij dus geworden.

Om 08:30 uur vertrokken we vanaf het hotel van deze twee Belgen.
Taunggyi bleek een mierenhoop van mensen te zijn. Aan het eind van de hoofdstraat was een veldje waar de ballonnen gelanceerd gingen worden en hieromheen was een braderie/kermis opgebouwd van enorme omvang.
Het ballonfestival ter ere van volle maan trok duizenden en duizenden mensen uit het hele land. Soms liep je in een mensenmassa waarin je geen kant op kon en je maar mee moest laten voeren. Nadat we een aantal keren langs alle kraampjes en kermisattracties waren gelopen, zijn we naar het veldje gegaan waar het allemaal zou gebeuren.

De eerste ballonen werden rond een uur of 13:00 uur opgelaten. Met veel gedans, muziek en geschreeuw worden grote fakkels aangestoken waarmee dan een soort vuurkorf onderaan de ballon wordt aangestoken. Met een man of 10 worden de ballonnen ondersteund om zo de warme lucht erin te laten lopen. De ballonen varieren in grootte van een een uit de kluiten gewassen opblaaskip tot ballonnen met de omvang van een luchtballon waar we in Nederland mandjes onder hangen met mensen erin. De meeste ballonnen hebben de vorm van een soort papagaaiachtige vogel, maar er zijn ook varkens, koeien, een driehoofdige kameel en een olifant. Ze gaan niet allemaal even goed de lucht in. Soms moet je rennen om aan een enkeltje Beverwijk te ontkomen wanneer er eentje in de fik vliegt en brandend naar beneden stort.

Aan het eind van de middag komen we Mario en Lies weer tegen en gaan we samen wat eten. Hij blijkt een beroemde drummer te zijn van de popgroepen Novastar en Hooverphonic. Zegt ons zo niets maar na de vakantie gaan we even een CD-tje huren. Zij is research mederwerkster bij de VRT en doet onderzoek naar achtergronden bij televisieprogramma’s. Leuke jobs, maar haalt het niet bij belastingambtenaar.

’s Avonds is het zo mogelijk nog drukker geworden op het festivalterrein. We bezoeken nog even de grote pagode alvorens het spektakel met de fire-balloons begint. Dit keer zijn het gewone ronde ballonnen zo groot als de eerder genoemde mandenballon maar zijn ze aan de buitenkant versierd met allerlei vuurwerk. In het duister van de nacht geeft dit een prachtig gezicht.
Nadat de laatste ballon omhoog is gegaan vertrekken we met de taxi terug Nyaungshwe. Rond een uur of 24:00 uur vallen we als een blok in slaap.

Zaterdag 4 november

Vanochtend zijn we naar het cybercafe gegaan om de mail te lezen en de weblog bij te werken. Voor het eerst in Myanmar een normale internetverbinding. We zitten bij het cybercafe nog even buiten op het daktterras en genieten van de voorbijgaande boten. Vanmiddag de vlucht naar Mandalay.

Myanmar 2

Woensdag 25 oktober

Omdat we als zuinige hollanders niet te veel wilden betalen voor onze bustickets hebben we die niet gekocht in de stad, maar zijn we op de gok naar het busstation gegaan. Het bleek daar gelukkig geen probleem te zijn om nog plaatsen in de bus naar Kinpun te krijgen, al zaten we wel op de achterbank.
De bus vertrok direct en naarmate we verder van Yangon afkomen worden de wegen slechter. De hoofdwegen zijn over het algemeen smaller dan een gemiddelde B-weg bij ons en het zielige laagje asfalt is meestal geruineerd. Gelukkig was het een korte rit van maar 5 uur met een lunchstop na 3 1/2 uur waar we lekkere Dhal hebben gegeten, althans we herkenden de rijst en de aardappels.
Buiten bij dit restaurant werden ook allerlei snacks aangeboden waaronder dikke vette geroosterde sprinkhanen, maar die sloegen we maar even over.

Om 13:00 uur arriveerden we in ons hotel in Kinpun en we werden bij alles geholpen door een jongen die in het hotel werkte maar blijkbaar voldoende tijd overheeft om andere dingen te doen. Na een noedelsoepje zijn we naar de truckstop gegaan om ons naar de rock te laten vervoeren
Via een soort van bordes stap je achter in een open vrachtwagen samen met nog zo’n 40 anderen, voornamelijk locals. Samengepakt als sardinen in een te klein blik vertrekt de truck wanneer er echt geen kip meer bijkan.
De knieen hadden behoorlijk te lijden tegen het houten bankje voor je en bovendien was de chauffeur nogal klungelig met schakelen en gebruikte hij te pas en te onpas zijn rem.

Boven aangekomen moets er nog 45 minuten geklommen worden alvorens de rock bereikt werd. De locals gingen wel met een truck het laatste stuk naar boven maar omdat er ooit een truck met daarin een aantal toeristen het ravijn is ingestuiterd heeft de regering besloten dat toeristen maar moeten gaan lopen; locals zijn blijkbaar minder belangrijk.
Het was een stevige klim waar onze goed getrainde benen goed van pas kwamen. Ook hier was de temperatuur nog boven de 30 graden dus het was een behoorlijk uitputtingsslag.

De Golden Rock was even simpel als bijzonder om te zien: een enorme goudkleurige rots met bovenop een kleine stupa, het geheel balancerend op en haar van Boeddha (zeggen ze). Je zou hier niet zo maar durfen niezen….. Locals lagen op hun buik onder de rock te kijken, waarschijnlijk om te kijken of die haar er inderdaad lag.

De weg naar beneden ging een stuk soepeler, niet alleen het eerste stuk wat we weer lopend afleggen, maar ook de truckchauffeur die ons het laatste stuk naar Kinpun brengt, begreep zijn vak beter. Onderweg moetsen we nog wel een keertje bovenlangs overstappen op een andere truck, maar voor de rest geen problemen.

Bij terugkomst in ons hotel vonden we een kikker in de badkamer dus die eerst maar gevangen en naar buiten gegooid (kikkers houden nl. niet van shampoo) voordat we een douche hebben genomen.
Electriciteit is een meevaller in Myanmar en ook hier ervaren we weer dat je het af en toe zonder moet doen. Opgefrist van de douche zijn we wat gaan eten waarbij we David en Sandra ontmoetten, een gepensioneerd Canadees echtpaar dat in Costa Rica woont.
Na een eenvoudige maaltijd en een paar biertjes was het tijd om te gaan slapen. David vond dat jammer want hem smaakten die Tiger biertjes veel te goed. Op het laatst begreep ik niets meer van zijn engels.

Donderdag 26 oktober

De volgende ochtend ontbijten we in het hotel en de jongen komt weer bij ons zitten. Hij vertelt dat hij 10 dollar per maand verdient en dat hij daarvoor 24×7 werkt. Kun je je bijna niet voorstellen, maar misschien is het ook een beetje beinvloeding van de fooi.
We hadden we nog even tijd om Kinpun te verkennen voordat we met de bus naar Bago zouden gaan. Veel is het niet en als we ergens proberen te betalen met 1000 kyat (65 cent) moet de halve straat worden afgeschuimd voor wisselgeld.

De bus naar Bago vertrok met enige vertraging en onderweg werd nog eens tig keer gestopt om vanalles wat beweegt mee te nemen; en dit noemen ze een expressbus!
Aan het eind van de middag zijn we in Bago, waar je gelijk wordt benaderd door allerlei motormuizen (of eigenlijk brommermuizen) die je naar je hotel willen brengen.
We kiezen er twee uit en checken in bij het hotel.
We zijn echter niet zo maar af van die brommermuizen want ze bieden aan om ons Bago te laten zien per brommer. Dit lijkt niet zo’n slecht idee omdat de bezienswaardigheden toch wel ver uit elkaar liggen.

Niet veel later zaten we achterop de brommer en ging we van zittende Boeddha naar liggende Boeddha en nog een liggende Boeddha en de enorme Shwemawdaw paya. Deze pagode is zelfs nog hoger als de Shwedagon in Yangon.
Als laatste hebben we nog de zon onder zien gaan bij het klooster met de gereincarneerde slang waarna we via een internet cafeetje terug zijn gegaan naar het hotel.
Het verkeer was een hele belevenis maar gelukkig hadden we dat overleefd.

Terug in het hotel vertelde de eigenaar dat de bussen naar Kalaw allemaal volgeboekt waren; balen! Het alternatief is naar Meiktila en vervolgens naar Kalaw, maar veel keus hebben we dus niet.

Vrijdag 27 oktober

‘s-Ochtends waren onze 2 motormuizen mooi op tijd bij het hotel. We kletsen wat en Aung is er geinteresseerd in mijn uitgelezen Men’s Health. De schaars geklede dames in dit blad laten hem bijna niet meer los.
We gingen eerst terug naar het internetcafe waar we op aanraden van de eignaar een account bij Walla openden.
Deze zouden we in het hele land kunnen gebruiken volgens hem.


Na het sturen van een goed-nieuws mailtje gingen we weer op weg. Eerst naar een sigarenfabriekje, of eigenlijk een groot huis waar zowel boven als beneden vrouwen van jong tot oud sigaren zaten te rollen. De tabak is een mengelmoes van tabaksblad, boomschors, een vleugje aroma naar keuze en een scheutje alcohol. De vrouwen krijgen 1 Kyat per gerolde sigaar en ze rollen er per dag zo’n 1000. De werkdag is van 06:00 tot 18:00. De kinderopvang was ter plaatste geregeld, baby’s/kinderen worden gewoon meegenomen naar het werk.


Hierna gingen we naar liggende boeddha nummer 3, niet de mooiste van de 3 maar wel op de mooiste lokatie: het platteland van Bago.
Als laatste bestemming deze ochtend gingen we naar het enorme klooster waar zo’n 1500 monniken leven. De monniken kwamen net terug van de lessen en gingen zich wassen voor de lunch. Zo’n lunch is een heel ritueel. Nadat er met een gong een teken is gegeven stellen ze zich op in lange rijen. Op het volgende teken zet de lange rij donkerode kleden zich in beweging naar de eetzaal. Na een gebedje vooraf eten ze de karige lunch; veel meer dan wat rijst, een stukje kip en wat soep is het niet en dan te bedenken dat dit de laatste maal van de dag is.

Door onze gewijzigde busrit hadden we de middag vrij om te relaxen of een boekje te lezen, maar lang hebben niet gerust want we hebben aan de grote weg een tuk-tuk aangehouden en ons laten vervoeren naar het Panda restaurant in Bago voor de lunch. Daarna nog wat drank ingeslagen voor de busrit en wat heen-en-weer gelopen door Bago-central.
Het is al bijna vanzelfsprekend om overal monniken op straat te zien lopen, was dit in Yangon vooral het geval bij de pagodes, in de kleinere plaatsen is er altijd wel een aantal donkerrode jurken te zien.
Wanneer we besluiten terug te gaan naar het hotel, horen we plotseling wat schreeuwen, het waren Aung en Kin onze motormuizen. Ze stonden te wachten op een volgende lading toeristen en hadden ons opgemerkt. Voor hun zijn we net lopende dollarbiljetten.
We hebben nog even een bakkie thee gedronken met Aung en merken dat hij en de Men’s Health onafscheidelijk zijn. Hierna hebben we een tuk-tuk aangehouden om naar het hotel terug te gaan.

’s Avonds werden we met een vooroorlogse mini-mazda pick-up opgehaald voor de busrit naar Meiktila.
Geheel volgens verwachting vertrok de bus te laat. De bus was redelijk comfortabel alhoewel de beenruimte wat te wensen overliet. We zaten als enige toeristen tussen de lokale bevolking wat wel weer een leuk sfeertje gaf.

Zaterdag 28 oktober

Twaalf uur en een paar konijnenslaapjes later werden we gedropt aan een doorgaande weg bij Meiktila. Vanaf hier moesten we zelf weer naar Kalaw zien te komen.
Binnen een paar minuten zaten we op een paardekar die ons naar het busstation zou brengen, maar voor we het wisten werden we alweer overgeladen in een voorbij rijdend minibusje dat op weg naar Kalaw was. Dat bleek allemaal voortvarend te gaan.
Een paar kilometer verder kregen we “ruzie” over de prijs voor deze rit naar Kalaw, maar voordat we ook maar betaald hadden ging er iets mis met de gaskabel van het busje: het gas bleef hangen.
Dit was onze kans. We stapten uit om een volgende bus aan te houden. Helaas was de bus sneller gemaakt dan dat er een andere bus voorbij kwam en zijn we maar weer ingestapt. Een paar kilometer verderop herhaalde dit tafereel zich en gelukkig kregen we in Thazi de kans deze bus te ontvluchten.

Wij op zoek naar het busstation van Thazi, want volgens de LP moest die er zijn. Daar zouden we dan een normale bus kunnen nemen. Na een tiental minuten met volle bepakking door Thazi te hebben gelopen kwamen we er achter dat het busstation niet meer is dan een stoeprand waar mininbusjes stoppen en ook kwamen we erachter dat de prijs die het eerste busje ons vroeg een hele normale is.
We hebben aan de kant van de weg op de volgende minibus gewacht en nadat we deze hebben aangehouden zijn we verder gegaan naar Kalaw. Dit was maar liefst 4 uur hobbelen over een erg slechte, slingerende weg of eigenlijk meer een zandpad, maar om 14.00 uur waren we in Kalaw.

Myanmar 1

Zondag 22 oktober

Malaysian vloog ons met veel vermaak naar Yangon. Veel films tot je beschikking, idem dito CD’s en bovendien computerspelletjes. De vlucht was eigenlijk te kort.
In Yangon gingen we soepeltjes door de douane en ook onze koffers waren gelukkig naar dezelfde bestemming gestuurd.

Na 36 uur op een paar hazeslaapjes te hebben doorgebracht was het hotel in Yangon een verademing. Luxe ten top, althans voor Myanmarese begrippen.

Maandag 23 oktober

Ondanks dat het bed ons verlokkelijk aankeek zijn we toch nog maar even de stad ingegaan.
We moesten nog geld wisselen en in Myanmar kun je dat het beste op de zwarte markt doen. Ook de bustickets voor overmorgen moesten we nog achteraan.
Bij de stalletjes waar ze de bustickets verkochten kwam het al gauw op het onderwerp geld wisselen en we spraken af over een uurtje terug te komen zodat we even wat dollars van de kamer konden halen.
Ondertussen lopen we richting downtown Yangon om alvast wat sfeer te proeven.

Hoewel er nog veel koloniaal Rangoon te zien is begint de hoogbouw van nieuw Yangon te overheersen. De oude gebouwen worden bovendien slecht onderhouden en hebben te lijden van de smog en algengroei. De nieuwbouw is over het algemeen foeilelijk.
We zijn nog even de Sakura toren op geweest om een overzicht van Yangon te krijgen; de Shwedagon Paya glom ons al tegemoet.
Het verkeer in Yangon is een geordende chaos, maar dat zal in de rest van het land niet anders zijn. Een mondkapje is geen overbodige luxe.

De eerste test van het internet viel tegen: de verbinding is slecht, de censuur ernstig en de apparatuur over het algemeen verouderd. Als dat maar goed gaat dit jaar want ook het telefoneren is geen grapje, 6 dollar per minuut!

Na een uurtje of zo zijn we weer terug gegaan naar de busticket stalletjes en nog voordat we er zijn komt onze afspraak ons al tegemoet.
We worden meegenomen naar een louche bovenkamertje bij een klein winkelcentrum. Het grote telwerk begint.
Omdat we zouden wisselen tegen een koers van 140.000 kyat valt dat nog niet mee.
We hadden afgesproken om 200 dollar wisselen en halverwege het tellen vroeg onze bankier of hij de dollarbiljetten even mocht zien.
Op zich geen probleem maar ik verloor de biljetten geen moment uit het oog.
Hij bekeek ze van alle kanten en legde ze op een resterend stapeltje biljetten op zijn schoot.
Toen er plotseling een briefje van 1 dollar verscheen in die stapel leek het ons tijd om te stoppen met de onzin. We wilden natuurlijk niet direct al het slachtoffer worden van een wisseltruc. Omdat deze bankier bovendien een groot deel van zijn geld in biljetten van 500 kyat had, was de stapel al niet meer te overzien.
We vertelden hem dus dat we maar 100 dollar wilden wisselen. Levert natuurlijk een slechtere koers op, maar anders hadden we een aparte tas voor het geld moeten kopen.
De onderhandelingen over de nieuwe koers verliepen wat stroef en de sfeer werd wat onaangenamer.
Na wat heen-en-weer geschreeuw vertrokken we uiteindelijk met 125.000 kyat en 100 dollar. Misschien is het toch beter goed te slapen voordat je aan financiele transacties begint.

Dinsdag 24 oktober

De eerste nacht heeft ons goed gedaan, geen last van jetleg dus met goede moed gaan we Yangon weer in.
Eerst naar de Bogyoke markt, waar het nog rustig is. Hier wordt vnl. kunst en kitch verkocht dus dat is niks voor de eerste dagen. Postkaart verkopers proberen hun waar te slijten maar het valt op dat ze niet opdringerig zijn en vriendelijk blijven als je niets koopt; dat hebben we wel eens anders meegemaakt.
De meeste mannen lopen in een longyi en het is duidelijk dat het geen toeristiche truc is maar hun dagelijkse kleding. Veel vrouwen hebben hun gezicht ingesmeerd met thanaka en ook dat is niet omdat het zo leuk staat voor de toeristen, maar gewoon omdat ze dat altijd al zo doen.

De rest van de ochtend en begin van de middag slenteren we door downtown Yangon. We zien de Sule Paya midden op een grote rotonde, overleven het verkeer en zijn bij een Mac Burger wezen afkoelen.

In de namiddag zijn we naar het belangrijkste heilidom in Myanmar geweest: de Shwedagon Paya.
Deze enorme pagode is een plaatje en er omheen is het een drukte van jewelste. Altijd weer goed voor en paar shotjes.
Na een paar donaties en wat vriendelijke gesprekjes met een paar monniken gingen we weer terug naar het hotel. Morgen moesten we vroeg op voor de rit naar Kinpun.

China 9

Zaterdag 12 november

De nachtbus vanuit Yangshuo vertrok mooi op tijd. Een chinese nachtbus ziet er toch weer heel anders uit dan die in India. Werden we daar, als twee kevers in een luciferdoosje heen-en-weer geschud, hier zijn er in zo’n bus 3 rijen bedden (2 lagen boven elkaar) en heb je dus allemaal je eigen bed, of eigenlijk bedje want dat is zo’n 175cm bij 50 cm. Ken net!
We hoopten op betere wegen dan in China en dat was ook zo, maar niet al te veel beter; van slapen is niet veel gekomen.

Zoals we in onze vorige mail al meldden zouden we de eerste boot net kunnen halen, nou die hebben we op een haar na gemist of eigenlijk op een staalkabel na, want de bus was 2 uur(!) later in Guangzhou dan ons verteld was. Dat werd een behoorlijke wachttijd voor de middag-boot.
Om in de haven te komen was overigens ook nog aardig lastig; pas de vierde taxichauffeur die we aanhielden wist waar we moesten zijn. Uiteindelijk zijn we met de middagboot op weg naar HongKong gegaan.
Voordat je de boot opgaat wordt je visum gestempeld dus kun je niet meer terug naar China; dit was dus onze China-vakantie. Op naar HongKong. 

De ontvangst in de Victoria haven van HongKong was boven verwachting. Ze hadden alle lichtjes die ze konden vinden aangedaan en de menigte die ons stond op te wachten aan de kade was uitzinnig.
De lasershows vanaf de wolkenkrabbers waren toch een beetje te veel van het goede.
We zijn snel naar ons hotel gegaan en ook dat maakte weer wat goed. Het is een prachtig hotel dat centraal ligt, net gerenoveerd is en een heerlijke (bad)kamer heeft. Wat ons betreft ***** waard. Pak je aantekeningenboekje er maar weer bij en schrijf op: BP International House (je weet maar nooit).

Omdat we een dag eerder in HK aankwamen moesten we nog wel even een nachtje bijboeken en dat mocht geen probleem zijn met 535 kamers……………… Dat liep anders; het was zaterdagavond en dan stroomt HongKong vol. Wij ons zieligste gezicht opgezet en uiteindelijk konden we voor het volledige tarief plus 10% de kamer ook zaterdagnacht hebben. Die kamer bevond zich dan wel op de 21e verdieping en zo hoort het ook in HongKong.

Zondag 13 november

Vanochtend zijn we als eerste naar HongKong eiland gegaan. Met de Star ferry voor maar 20 cent naar de overkant. Topattractie is de Victoria peak waar je met een kabeltram naar toe kunt. Vanaf Victoria peak heb je een prachtig uitzicht op HongKong eiland en het tegenoverliggende Kowloon waar ons hotel zich bevindt. Na Victoriapeak zijn we naar de Man Mo tempel gegaan. Een klein boedistisch tempeltje in het hart van HongKong. Grappig gezicht met al die wolkenkrabbers op de achtergrond. Hierna met het langste roltrappen-stelsel ter wereld naar de mid-levels. Onderweg bedachten we ons wel dat de roltrappen alleen maar omhoog gaan dus dat werd nog een hele wandeling naar beneden.

Tussen de middag lekker geluncht bij Deli France. Het is ongelooflijk maar op elke hoek van de straat zit wel een filiaal van een grote voedselketen. Is het geen Deli France dan wel een McD een KFC of Pizzahut. Zo kom je toch weer aan je dagelijkse portie vitaminen…….
‘s-Middags zijn we met een dubbeldekker naar het havenplaatsje Aberdeen gegaan waarna het tijd werd om voor de tweede keer vandaag naar Victoriapeak te gaan, dit keer by night. Het uitzicht met nachtverlichting moet je gezien hebben. Daarna terug naar ons hotel. Wederom met de Star ferry. Het viel ons op dat de lichtshow waarmee wij gisteren onthaald zijn weer werd opgevoerd. We hebben het vermoeden dat het gisteren dan ook niet speciaal voor ons is geweest.

In Kowloon hebben we heerlijk gegeten bij het Hardrock cafe. Onder het genot van live muziek van de Red Hot Chili Peppers werd het zo nog een romantisch avondje……..

Maandag 14 november

Na het ontbijt lazen we op het bord met de weersverwachting in de lobby dat het een regenachtige dag zou gaan worden. Dat zou dus shoppen worden. Toen we even later buiten liepen en weer eens naar boven staarden (want je doet niet anders in HongKong) hadden we het idee dat het met die regen wel eens mee kon vallen. Wij terug naar het hotel, camera’s gehaald en naar het metrostation. We zouden naar Lantau eiland gaan om daar de enorme buddha en bijbehorend klooster te gaan bekijken.

De nieuw uitziende metro in HongKong bracht ons in een klein uurtje bij het eindstation waar we overstapten op de bus. Deze had er drie kwartier voor nodig om het laatste stukje naar het klooster en buddha af te leggen (ongeveer dezelfde tijd die wij er lopend over zouden hebben gedaan).

Een enorme trap leidt naar de enorme bronzen buddha: 26,5 meter hoog en inclusief voet torent deze dikbuik zelfs 36 meter boven het landschap uit. Het klooster ziet er verlaten uit maar je kunt hier lunchen met de monnikken dus helemaal verlaten is het niet.
Met het weer hadden we het helemaal bij het juiste eind; de zon was zelfs regelmatig te zien geweest. Een uurtje hebben we hier ongeveer rondgehangen voordat we met bus en metro terug zijn gegaan naar het hotel, of eigenlijk door naar Tsim Sha Tsui de promenade van HongKong inclusief een stuk Walk of Fame waar beroemde chinese artiesten hun handen in het cement hebben gedrukt.
Het meest hebben we hier toch weer genoten van de skyline van HongKong eiland; dit blijft boeien.

‘s-Avonds zijn we ‘Kowloon bij nacht’ gaan verkennen. Door de enorme hoeveelheid neonreclame lijkt het hier een grote kermis. We zijn eerst met de metro drie stationnetjes noordelijk gereden en van daar weer terug gewandeld langs de vele soorten markten die ze hier kennen. Een bloemenmarkt waar de je onder andere prachtig per stuk verpakte tulpen of veel te ver uitgebloeide lelies kunt kopen, de goudvismarkt waar de vissen al in een plastic zakje aan de muur hangen; je kunt ze zo meenemen en de vrouwenmarkt die eigenlijk niet meer alleen een vrouwenmarkt is maar waar alles wordt aangeboden wat geldt oplevert.
Onderweg een bakkie koffie bij Starbuck’s en daarna door naar het hotel; de benen hadden wel wat rust verdiend.

Dinsdag 15 november

Vanochtend was het zwaar bewolkt boven HongKong. Komt goed uit, want vandaag moest er nog een beetje geshopt worden. In HongKong zijn zoveel winkelcentra dat je bijna niet weet waar je moet beginnen. Wat de prijzen betreft valt het allemaal een beetje tegen, niet zoveel goedkoper dan in Nederland, maar de markt met nep-produkten is onuitputtelijk en je kunt jezelf helemaal te buiten gaan. Na, in de ochtend de winkels in Kowloon te hebben afgelopen zijn we vanmiddag naar HongKong eiland geweest en hebben ‘s-avonds aan de haven ons laatste avondmaal gehad.
Het jaarlijkse uitje zit er weer op, snik! Morgen om 09:15 uur met de shuttlebus naar het vliegveld en dan moeten we ons ruim twaalf uur zien te vermaken op vlucht KL888, aankomst 17:50 uur.

China 8

Woensdag 9 november

Het is erg warm in Yangshuo. Net alsof er de hele dag een klamme deken over je hangt. Goed, we klagen niet want we kunnen eindelijk de Teva’s aan.
Dinsdagavond hebben we ons toch maar over laten halen om woensdag-middag een boottochtje te gaan maken. Is ook wel een beetje een must-do ding in Yangshuo.

We hebben lekker uitgeslapen en zijn we om half negen gaan ontbijten. We hebben weer een waanzig goede tent gevonden. Het ontbijt is bijna net zo uitgebreid als het ontbijt dat Diana elke zondag op bed krijgt. Schrijf maar op ‘Green Lotus Cafe’, als je hier bent moet je hier gaan ontbijten (en lunchen en dineren). Lopen we een beetje te slenteren in Yangshuo en wie komen we weer tegen? Inderdaad, poolse Ewa en slowaakse reisgenoot. Deze twee komen we al vanaf Tagong zo nu en dan tegen, ondanks dat onze routes niet gelijk zijn. Erg leuk om hun ervaringen weer te horen.

‘s-Middags zijn we met een lokaal busje naar Xingping gegaan vanwaar de boot zou vertrekken. Het water stond erg laag in de rivier maar gelukkig voor deze kleine bootjes geen probleem. De omgeving is wederom fascinerend. Een grote verzameling pukkels in het landschap vormt het karstgebergte. Vanaf de rivier bezien nog indruk-wekkender. Helaas twee chinezen op de boot die dachten dat ze op de Titanic zaten. Als DiCaprio en Winsletje hingen ze voor op de boot; geen fraai gezicht op de foto’s natuurlijk, dus moesten we ze af en toe vriendelijk vragen op te rotten, zodat wij onze verzameling shotjes van de Li rivier en omliggend karstgebergte konden maken.

We hebben de tickets voor ons vervoer naar HongKong geregeld, althans dat hopen we want we kunnen ze morgenavond ophalen. Omdat het laagseizoen is, kunnen we niet met de dagbus naar Guangzhou. We gaan dus met de slaapbus, maar verwachten meer comfort als destijds in India omdat de wegen hier veel beter zijn. Van Guangzhou gaan we met een hovercraft naar HongKong. De aansluiting van de bus op de hovercraft is krap, dus laten we hopen dat we dat gaan redden.

Donderdag 10 november

We hebben weer fietsen gehuurd en zijn naar Moonhill gegaan. Een vreemde karst-pukkel die beter omschreven had kunnen worden als The Arch of zoiets want daar lijkt het meer op. Via 1200 treden (volgens LP) kon je naar boven en met 30+ graden viel dat niet mee. Gelukkig liep er een zwerm vrouwtjes met koelboxen mee naar boven, dus drank genoeg. Het uitzicht boven was formidabel, hoewel je hier nooit echt verre uitzichten hebt; het is altijd wat mistig.

Na deze inspanning zijn we via een stoffig weggetje naar de Yulong rivier gereden waar we ons met een bamboevlot stroomafwaarts hebben laten drijven.
Na een uurtje kwamen we weer bij de weg uit en zijn vervolgens weer op de fiets gesprongen en omdat we alle topattracties van Yangshuo hadden afgevinkt, zijn we rustig teruggefietst naar het dorp waar we een welverdiende lunch hebben genomen. De rest van de dag een beetje door Yangshuo geslenterd en ‘s-avonds de kaartjes voor de boot opgehaald.

Vrijdag 11 november

Vandaag regent het en zo af en toe met bakken tegelijk. Moeten we onze resterende tijd hier maar met wat prullaria shoppen door zien te komen. Vanavond om half tien worden we opgehaald bij het hotel en gaan we op weg naar HongKong.