Tag archieven: Aksu Canyon

Kazachstan & Oezbekistan 2

De temperatuur daalde vannacht tot een graad of 3, maar veel hebben we daar tijdens onze yurt-nacht niet van gemerkt. Dubbele dekens en een beetje vermoeidheid doen wonderen.
We zijn er (weer) om 07:00 uur uit want om 09:00 uur zal Ruslan ons naar het treinstation brengen. We pakken onze spullen in en gaan dan naar de gemeenschappelijke ruimte voor het ontbijt.
Het ontbijt is al net zo goed als het diner van gisteravond, dus we laten het goed smaken.

Tegen 09:00 uur nemen we afscheid van moeders en gooien we onze rugzakken in de auto van Ruslan. In 25 minuten rijdt hij ons naar het station van Tulkibas, waar we hem bedanken en afscheid nemen.
Het station van Tulkibas stelt weinig voor en het is er drukker met dametjes die etenswaar proberen te verkopen dan met reizigers.
Wij nemen plaats in de wachtruimte en hopen dat de trein niet te veel vertraging heeft.

Met slechts een half uur vertraging arriveert de trein uit Almaty in Tulkibas. We laten onze tickets aan de conducteur zien en nemen plaats op onze bedden in wagon 7. Hoewel de rit slechts anderhalf uur in beslag neemt, heeft deze trein geen stoelen, maar alleen bedden. We nemen plaats op bed 13 en 15 en moeten wel vasstellen dat deze trein minstens 1 klasse minder is dan de trein waar wij gisteren in zaten. Dit oude bakkie rijdt wel beter op tijd.

Om 12:00 uur rijden we station Shymkent binnen en even later klimmen we in een sjofele Audi die als taxi dienst doet. De chauffeur zet ons netjes af bij ons hotel, waar we gelukkig gelijk op onze kamer kunnen. Gewapend met camera’s gaan we op pad, maar vanmiddag moeten we ook de buskaartjes voor de rit naar Tashkent op de kop tikken. Daar gaan we!

Niet ver van ons hotel gaan we bij Global Coffee naar voor een bakkie koffie. Dat hebben we wel verdiend.
Op de route naar het busstation ligt het Independance Park dat in 2011 ter gelegenheid van het 20-jarig jubileum van de onafhankelijkheid van Kazachstan is geopend. Ze hebben groots uitgepakt met een enorme granieten pilaar, een 50 meter hoge vlaggenmast, een enorm groot, op een ijshoorn lijkend gevaarte en een Romeins aandoende poort in een groot park. Elk van deze monumenten heeft een een betekenis, maar de ijshoorn is het meest bijzonder. Het zijn 137 stalen pijlers die de 137 nationaliteiten in Kazachstan voorstellen, die een Shanyrak ondersteunen (de ronde opening van een yurt).
We slingeren langs de bezienswaardigheden in het park en lopen dan door, op zoek naar het busstation.

Op een onduidelijk toeristisch kaartje dat we bij de receptie van het hotel hebben gekregen, staat ongeveer waar het busstation moet zijn, maar als we in de buurt denken te zijn moeten we toch even de weg vragen. De eerste man die we aanspreken, spreekt geen woord Engels, maar als Google Translate ‘busstation’ vertaalt in het Kazachs, wijst hij ons de weg. We lopen een paar minuten verder, maar zien nog geen busstation. Bij een benzinestation herhalen we dit ritueel en daar biedt een vriendelijke man aan om ons er even naar toe te brengen. Een paar straten verder zien wij in grote letters ‘Sayahat’ en volgens is dat het busstation. Onze hulp in bange dagen wuift dat weg en gebaart dat we verder moeten. Zo’n 10 minuten later zet hij z’n auto aan de kant bij een busstation voor mini-bussen en dat is precies wat we niet willen. Er volgt een moeilijke discussie met allemaal chauffeurs van de mini-bussen die ons natuurlijk graag als klant hebben en een vriend aan de telefoon die Engels spreekt en uiteindelijk kappen we de discussie af en vragen we de chauffeur om ons bij Sayahat af te zetten. Zo gezegd, zo gedaan en als we het busstation binnen gaan blijkt dat inderdaad het station te zijn waar de bussen naar Tashkent vertrekken. Met de hulp van een vriendelijke jongen die wel Engels spreekt, kopen we 2 tickets voor de rit van donderdag.

Vanaf het busstation gaan we op weg naar Abay Parki. We lopen door een deel van pre-Russisch Shymkent en komen dan langs een aantal restaurantjes. We gaan ergens zitten, omdat we toch een keer moeten lunchen.
Na de lunch is het nog een kwartiertje lopen naar het parki. Het is opgericht ter nagedachtenis aan alle Kazachen die in oorlogen zijn omgekomen. Indrukwekkendste monument is de Alley of Glory, waar in granieten platen de 140.000 namen van slachtoffers zijn gegraveerd.

Na een rondje door het park lopen we terug naar het hotel. Onderweg nemen we nog even plaats op een terras. Helaas hebben ze er geen lokaal gebrouwen bier, maar misschien lukt dat morgen.
We proberen onderweg ook nog dollars te pinnen, maar ook daarbij hebben we geen succes. Ook hiervoor geldt: morgen is er weer een kans.

Woensdag 9 oktober 2019

Het wordt eentonig, maar ook vandaag staan we weer vroeg aan het ontbijtbuffet. We duwen een paar bruine boterhammen met smeerkaas naar binnen, spoelen na met een bak thee en zijn dan klaar voor de rit naar Turkestan.
We nemen een taxi naar Samas busstation en vinden daar al snel de juiste mini-bus. Het busje zit al snel vol en nog voor 08:00 uur gaan we op weg.

Direct buiten Shymkent begint een fraaie 4-baans snelweg en de chauffeur maakt daar optimaal gebruik van. We waren even bang dat de 165km naar Turkestan een lijdensweg zou worden, maar op deze manier is dat binnen 2 uur gepiept.
Het blijft bijzonder die snelwegen in Kazachstan. Zo is er af en toe een zebrapad waar je over kan steken, staan er kamelen (de echte, met 2 bulten) langs de kant te grazen en laat een schaapsherder het verkeer stoppen als hij met z’n kudde naar het gras aan de andere kant van de snelweg wil. Boeren rijden met hun tractor stapvoets over de snelweg om balen hooi te vervoeren (gebeurt in Nederland ook wel eens).
Met zoveel vermaak is het ritje naar Turkestan een makkie.

In Turkestan staat Kazakhstans grootste architectonische monumet en tevens belangrijkste pelgrimsoord: het mausoleum van Kozha Akhmed Yasaui. Het is gebouwd in opdracht van de grote leider Tamerlane aan het eind van de 14e eeuw, op een schaal die vergelijkbaar is met zijn creaties in Samarkand.
Yasaui is de oprichter van de Yasauia Sufi orde en hij had de gave om zijn kennis over te brengen via gedichten.

Het prachtige blauw, turquoise, witte tegelwerk is voor de meesten het hoogtepunt van het mausoleum. Helaas overleed Tamerlane (de opdrachtgever) voordat de bouw af was, want daarna hebben de werklui alles uit hun handen laten vallen en is het tegelwerk van de facade niet afgemaakt. De bouwvakkers hebben zelfs de houten delen van het steigerwerk niet verwijderd. Heel apart!

We lopen ook even een rondje in het mausoleum, waar de binnenkant van de 18m brede koepel goed te zien is. Hier staat ook een kazan (geen familie van) voor het heilige water. Behalve de tombe van Yasaui bevindt zich hier ook de tombe van Abylay Khan, een leider van het Kazakhse verzet tegen de Zhungars en in een van de gangen van het mausoleum is nog een kleine moskee met een mooie kleine mihrab.

We lopen nog wat over het terrein rondom het mausoleum en inmiddels heeft de zon het tegelwerk wat beter verlicht. Terwijl we hier staan te kijken zien we dat de lokale bevolking rondjes om het mausoleum loopt, af en toe stil staan, het mozaïek aanraken binnensmonds iets mompelen. Het lijkt op de Tibetanen die de grote gebedsmolens laten ronddraaien terwijl ze rondjes lopen.
Wij bekijken alles vanaf een afstandje en lopen ons eigen rondje.

Om 13:30 uur lopen we langzaamaan weer terug naar downtown Turkestan. Onderweg blijven we even staan bij een bakker die grote ronde broden uit de oven haalt, waarna z’n vrouw ze netjes in een soort kinderwagen stapelt voor de verkoop. Het verse brood ruikt overheerlijk en we willen brood kopen. Dat kopen komt niks van, want de bakker geeft ons gratis een brood mee. Iets verderop gaan we op een bankje zitten en eten als hongerige leeuwen het versgebakken brood op.

Na de voedzame lunch gaan we naar de bushalte waar we afgezet zijn, maar daar zijn geen bussen naar Shymkent te vinden. Met handen en voeten wordt ons verteld dat de bussen vanaf een andere bushalte vertrekken. Gelukkig is die bushalte maar twee straten verderop.
Nadat Diana bij het busstation nog een leuk gordijnstofje heeft uitgezocht, stappen we in de klaarstaande mini-bus en rijden we in een uur en drie kwartier terug naar Shymkent.

‘s-Middags staat er niets op het programma en doen we wat typische vakantie-dingen; we wisselen wat geld, eten een ijsje, eten een heerlijke muffin en spoelen die weg met een sloot thee en ‘s-avonds gaan we eten bij een Georgisch restaurant. Dat eten valt zo in de smaak, dat Georgie op ons lijstje-met-toekomstige-vakantie-landen blijft staan.

Donderdag 10 oktober 2019

Daar gaan we weer! Vroeg het nest uit en op weg naar onze volgende bestemming. We verplaatsen ons vandaag naar Oezbekistan en daarvoor moeten we naar busstation Sayahat. Zoals gewoonlijk zijn we weer extreem op tijd (lees: te vroeg), dus nemen we nog een bak thee op het busstation. Zoals we gisteren ook al merkten is het ‘s-ochtends vroeg best fris; graadje of 5, terwijl het vanmiddag weer 25 graden zal zijn. Je weet niet welk mantelpakje je aan moet doen met dit weer.

De bus vertrekt mooi op tijd en op de snelweg zien we dat het maar 115km naar Tashkent is. De bus is nog nog niet half vol, dus we gaan er goed voor zitten op een dubbele stoel.
We hebben voor de grote bus gekozen omdat deze een voorkeursbehandeling krijgen bij de grensovergang. Normaal gesproken zijn we tegen voorkeursbehandelingen, maar als het om onszelf gaat ligt dat anders.
We rijden weer eens door een leeg, heuvelachtig landschap waar her en der grote kuddes schapen lopen te grazen. We tellen de kilometers af en tegen half tien stoppen we voor het eerste hek.

Onze bus dringt zich inderdaad naar voren en laat alle mini-busjes, taxi’s en andere personenauto’s zijn uitlaat zien. We staan even te wachten, maar al snel wordt het hek voor ons open gedaan. De chauffeur zet de bus bij een gebouwtje neer en we worden allemaal verzocht onze spullen uit de bagageruimte halen en naar binnen te gaan. Daar moet onze bagage door de rontgencontrale, net als op het vliegveld. Een paar meter verder zit een beambte die een stempel in ons paspoort zet. We dachten even dat we Oezbekistan al binnen waren, maar dit was nog maar de uitgang van Kazachstan.

De formaliteiten nemen een half uurtje in beslag en als we alles weer in de bus geladen hebben rijden we 100m verder naar het volgende hek. Ook dit hek gaat erg gemakkelijk voor ons open, waarna de bus naar Het volgende kantoortje rijdt. Daar wordt ons opnieuw gevraagd onze spullen te pakken en mogen we opnieuw een stempel halen; dit keer een Oezbeekse. Wij blijken weer eens de verkeerde rij te hebben gekozen, want de beambte heeft heel veel moeite de landcode van nederland te vinden (of zoiets). Als laatsteen gooien we dan onze rugzakken door de rontgencontrole en wachten we buiten tot de controle van de bus klaar is.

De Oezbeken noteren een minder snelle tijd dan de Kazachen, dus daar moet nog veel getraind worden. Het mag de pret niet drukken, want het is net 10:45 uur geweest en wij zijn al in Oezbekistan. Bovendien mag de klok een uurtje terug, dus we hebben nog meer dan een halve dag voor ons.
Het is nog maar 20km naar Tashkent, maar door het drukke verkeer doen we er nog bijna een half uur over om bij het busstation te komen, waar we een warm omhaal krijgen van de lokale taxi-elite.
Ondanks het grote aanbod aan taxichauffeurs is het nog een hele klus om uit te leggen waar we heen moeten. Niemand kent het Mirzo hotel en taxichauffeurs in Oezbekistan kennen geen adressen. Uiteindelijk komen we erachter dat ons hotel tegenover het circustheater is en pas dan weet de chauffeur waar hij heen moet.

Iets na twaalven lokale tijd worden we bij ons hotel afgezet. De paspoorten worden gekopieerd en net als we denken dat we naar de kamer kunnen, worden we verrast met de introductiecursus ‘Mirzo Hotel’. De cursus wordt door een nieuwe medewerker gegeven en hij wordt ingewerkt door een wat norse oude collega die het nodig vindt om hem na elke zin even te corrigeren. Je zou ‘m een schop geven.

Gelukkig werden er geen examens afgenomen en waren we na 10 minuten vrij om te gaan. Wij vluchten snel de poort van het hotel uit en gaan richting bank.
Oezbekistan is geen land van pinnen en creditcards; er wordt verwacht dat je in som betaald. We moeten dus onze portemonnee even vullen.
Dat vullen gaat hier overigens erg snel. Wij lopen de Asaka bank binnen en halen daar bij een loketje voor $600 aan Oezbeekse som. Dan krijg je er 5.600.000; zijn we ook (weer) eens miljonair.

Terug bij ons hotel lijkt de kust veilig te zijn, dus we nemen onze sleutel in ontvangst en brengen onze spullen naar de kamer. Dan gaan we op weg voor onze volgende missie: treinkaartjes scoren.
Omdat treinen in Oezbekistan nogal eens snel vol zitten willen we zo snel mogelijk onze stoelen/bedden boeken. We lopen via de Chorsu bazaar naar het dichtstbijzijnde metrostation en gaan op weg naar het treinstation.
De metrostations in Tashkent zijn, net als die in Moskou (en Almaty), een beetje museumzalen. Kunst aan de wand, mooie verlichting, spannend tegelwerk geven deze stations iets extras. We hebben er nu even geen tijd voor en reizen in rechte lijn naar het treinstation.

Op het treinstation trekken we een volgnummer en al enkele minuten later zijn we aan de beurt. We treffen het, want we worden geholpen door een pittige tante die ook nog eens Engels spreekt.
We lopen ons programma door en moeten gelijk al constateren dat niet alle treinen die we op het oog hadden, vrij zijn. We moeten dus op wat andere tijden reizen dan gepland.
Het ticket voor de reis Tashkent – Urgench hadden we al online geboekt en we dachten dat we de bevestiging hier moesten omruilen voor een vervoersbewijs. De tante denkt daar anders over en zegt dat we met het in Nederland geprinte ticket op de trein kunnen. Laten we maar hopen dat ze gelijk heeft.
Met een stapel treintickets verlaten we het stationsgebouw.

We besluiten terug naar ons hotel te gaan, maar dit keer stappen we onderweg wel een paar keer op een station uit om de museumstukken te bewonderen. Vooral station Kosmonavtlar met de dromerige beeltenissen van Russische astronauten. We stappen ook nog uit bij station Alisher Navoi waar het lijkt alsof je in een moskee bent binnen gelopen.
Dan rijden we door naar station Chorsu, dicht bij ons hotel en lopen naar een kantoortje van Ucell om een Oezbeekse simkaart te kopen. Je wilt toch een beetje online blijven.

Vrijdag 11 oktober 2019

Vandaag is Tashkent aan de beurt. De hoofdstad van Oezbekistan heeft de meeste bezienswaardigheden op loopafstand liggen, dus daar gaan we.
Eerst naar de Chorsu bazaar. We hebben gisteren al even over de buiten-markt geslenterd, maar deze markt is vooral bekend vanwege de enorme koepel waaronder het vlees wordt verhandeld.
Het is wel even slikken (of liever niet) als je de karretjes vol met schapen karkassen voorbij ziet rijden. Je komt hier dus niet persé voor een paar koteletjes, een heel schaap mag ook!

Na het rondje over de markt lopen we via de oude stad naar het Hazrati Imam complex. Als je via een smal weggetje het oude stadsdeel inloopt, waan je je gelijk in een andere wereld. Het geluid van het verkeer verstomt en alles lijkt hier op een ander toerental te draaien. De huisjes zijn hier over het algemeen nog van leem in plaats van beton en door de vele steegjes en doodlopende straatjes kun je hier makkelijk verdwalen. Wij slingeren wat in noordelijke richting en zien dan opeens een mega complex voor ons opdoemen. Het lijkt erop dat de grootste moskee niet groot genoeg is, want tegen de oude wijk aan wordt een betonnen kolos gebouwd waarvan de contouren verraden dat het een moskee moet worden.
We lopen langs de bouwput en zien dat er oude huisjes worden afgebroken. Temidden van het puin zit een familie met huisraad. Het lijkt erop dat niet iedereen vrijwillig afstand heeft gedaan van z’n oude huis. Als Allah dit ziet……

Om 10:45 uur bereiken we het tweede doel van vandaag, het Hazrati Imam complex. We lopen over het immense Khast Imam plein naar het Moyie Mubarak bibliotheek museum (eigenlijk een koran museum) waar de 7e eeuwse Osman Quran ligt. Men zegt dat dit de oudste koran ter wereld is. Het enorme boek van dierenhuid is oorspronkelijk door Timur naar Samarkand gebracht.
Na deze boekbespreking lopen we naar de naastgelegen Hazroti Imam vrijdag moskee met z’n twee 54 meter hoge minaretten. Het is een nieuwe moskee waarvoor voormalig president Karimov in 2007 opdracht gaf. De moskee komt wat gladjes, steriel over en ademt weinig sfeer. Het houtsnijwerk op de enorme palen vlak voor de gebedshal is schitterend.

Nog voor het zingen begint zijn we de moskee uit en gaan we op zoek naar een metrostation omdat onze volgende attractie wat verder weg is. Station G’afur G’ulom is het dichtst bij en daar nemen we de metro naar het plein dat de naam draagt van de bekendste heerser van Centraal-Azie: Amir Timur.
Timur, of Tamerlane, kwam aan de macht na het ineenstorten van het Mongoolse rijk. Eerst als heerser van een clan nabij zijn geboortedorp Samarkand, maar na met zijn leger 9 jaar als een dolle tekeer te zijn gegaan, lag in 1395 het huidige Iran, Irak, Syrië, Oost-Turkije, de Kaukasus en Noord-India smeulend aan zijn voeten. Timur plunderde de veroverde gebieden en nam ambachtslieden uit de gebieden gevangen en mee terug naar Samarkand. De stad bloeide op, in tegenstelling tot de door hem veroverde gebieden.
Veel van de huidige ‘skyline’ van Samarkand dateert uit Timur’s tijd, maar dat gaan we over een aantal dagen met eigen ogen aanschouwen.

Ondanks (of dankzij) zijn wrede veldtochten is er hier toch een plein naar hem vernoemd en hebben ze er zelfs een meer dan levensgroot standbeeld van hem neergezet. Saillant detail: het lichaamsdeel waar kleine paardjes mee worden gemaakt is gestolen; wie het heeft gestolen is Tashkent’s grootste mysteries.
Aan dit plein staat ook het meest kolossale hotel van Tashkent: Uzbekistan Hotel. Dit Sovjet-style hotel met 254 kamers op 17 verdiepingen opende z’n deuren in 1974. De glory van weleer is er inmiddels wel af!
In de omgeving van het plein ontdekken we een leuke loungebar waar we kunnen lunchen. We zoeken een tafeltje op het terras en puffen even uit van de eerste kilometers van vandaag.

Na de lunch lopen we naar het Mustaqillik maydoni (onafhankelijkheidsplein). Dit plein met bijbehorend park is opgericht ter ere van alle oorlogsslachtoffers. Helaas is het terrein afgesloten, dus we kunnen niet bij de monumenten komen. Ook van een afstand ziet het plein er mooi uit.

We hebben ons lijstje met bezienswaardigheden bijna afgewerkt. Alleen de Ko’kaldosh madrassa, vlakbij ons hotel willen we nog bezoeken. We nemen de metro naar station Chorsu en lopen langs de markstalletje naar de koranschool.
Deze madrassa dateert uit het midden van de 16e eeuw en is gebouwd in een traditionele orientaalse stijl met een ruime binnentuin omgeven met veranda’s.
De lessen zijn in volle gang, dus we kunnen de lesruimtes niet in. We komen niet verder dan een rondje om de tuin.
Via het terrein van de Dzuhma moskee lopen we terug naar ons hotel, waar we nog even in het zonnetje gaan zitten.

Zaterdag 12 oktober 2019

Omdat de vroege trein die we wilden nemen vol was, gaan we pas om 12:33 uur met de trein naar Margilan. Dat betekent dus dat we vandaag op ons dooie akkertje kunnen opstarten. Da’s ook wel eens fijn!
Lekker uitgebreid ontbijten, beetje in de lobby hangen, boekie lezen en meer van dat soort tijdvulling. De taxi naar het station komt pas om 11:30 uur.

De taxi brengt ons in een kwartiertje naar het station. Omdat we nog niet zeker weten of ons in Nederland geboekte treinticket naar Urgench geldig is, vragen we het hier nog maar een keer. Hier lijken ze vaker met dit bijltje te hebben gehakt, want we worden gelijk doorgestuurd naar loket 6 waar het ticket wordt geprint. Goed geregeld!

We gooien de bagage op onze rug en lopen naar het perron waar de trein naar Margilan al staat te wachten. We gaan op zoek naar wagon 3 en vervolgens naar bed 19 en 20. We zijn niet alleen in de coupe, want een Oezbeekse Lurch (Addams Family) heeft ook een bedje geboekt.
De treinen in Oezbekistan zijn vrijwel allemaal ingericht op de lange afstanden in dit land. Er zijn daarom bijna geen treinen met stoelen; je zit dus meestal ook op de kortere afstanden op een bedje.

De eerste uren zien we de westelijke uitlopers van het Tien-Shan gebergte aan de linkerkant van de trein en (wat verder weg) het Pamir Alay gebergte aan de rechterkant van de trein. De bergen van het Tien-Shan zijn ruig en vrijwel onbegroeid. Af en toe zie je een ‘groene oase’ tussen de bergen, waar meestal een dorpje gevestigd is. Die groene oases worden aaneen geregen door een smalle asfaltweg.
We komen langs een enorme kool-gestookte energiecentrale en zien niet veel later ook waar de kolen vandaan komen. In een enorme dagbouw groeve worden de kolen in treinwagons geladen en dan naar de energiecentrale gereden. Op deze manier wordt wel een heel mooi stukje natuur vernield.

Rond 15:00 uur begint het landschap te veranderen. De bergen verdwijnen uit zicht en maken plaats voor een vlak landschap: de Fergana vallei.
Deze vallei heeft de beste grond van het land en is het dichtst bevolkte en meest industriële regio van het land. Hier zien we de vele katoenplantages waar het land bekend om staat en hier staan ook de moerbeibomen waar de zijderups z’n eitjes in legt.
Er wordt overal druk gewerkt op de velden langs de spoorlijn en de arbeiders zwaaien als de trein langs komt.

Om 17:45 uur rijden we het station van Margilan binnen. We knuppen onze rugzakken weer om en gaan op zoek naar een taxi die ons naar het hotel kan brengen. Dit keer geen problemen met het vinden van het hotel, maar Margilan is ook niet zo groot als Tashkent.
We brengen onze rugzakken naar de kamer en gaan gelijk de straat weer op, om een restaurantje op te sporen. Veel is er niet in de omgeving van ons guesthouse, maar het restaurant dat we vinden weet een zeer acceptabele maaltijd voor te zetten.

Na het ontbijt wachten we op straat op een mini-busje dat ons naar de markt kan brengen. Al snel stopt er een mini mini-busje en hoewel wij denken dat we daar niet meer bij kunnen, lukt het toch. We zwaaien nog even naar de buurman die op z’n fiets voorbij komt en zetten ons dan schrap.
Opgepropt leggen we de 5km naar de markt af. De laatste paar honderd meter sluiten we aan in een file van mini mini-busjes. We ontdekken dat Margilan niet aalleen het centrum van de zijde is, maar ook van de mini mini-busjes.

Zondag 13 oktober

Tijdens deze vakantie zitten we regelmatig op de zijde-route. Als je je dan afvraagt waar de zijde vandaan komt dan is het antwoord (of eigenlijk één van de antwoorden): Margilan. Oezbekistan is de op twee na grootste zijde producent ter wereld en Margilan is van oorsprong het centrum van die industrie. Al in de 10e eeuw stond Margilon bekend om zijn zijdeproducten en is het beroemd vanwege de ambachtslieden van zijden stoffen. De zijde uit Margilan werd via de zijde-route(s) geëxporteerd naar Europa en het Oosten.
We zouden dus graag wat meer te weten komen over de lokale zijde-industrie, maar op zondag zit de zijdefabriek dicht en kunnen we daar dus geen rondleiding krijgen (zijn we toch geen fan van). Op onze zoektocht naar het geheim van de zijde van Margilon gaan wíj naar de Kum Tepa bazaar (tromgeroffel)!

Als we onze chauffeur betaald hebben, kijken we eens rond en weten we niet waar we moeten beginnen. Wat een mega bazaar! Zo’n grote en drukke markt hebben we nog nooit gezien. Waar moeten we beginnen?
We gaan ieder een kant op en spreken af om over een uur bij het theetentje terug te komen.

Eerst de kledingafdeling; heel veel stapels van dezelfde kleding en schoenen worden voor kleine prijsjes aangeboden. Elke marktkoopman/vrouw probeert de spullen zo mooi mogelijk uit te stallen, maar wat een concurrentie!
De winkelende vrouwen lopen bijna allemaal in een lange jurk en dragen een hoofddoek. Of de jurken allemaal van de lokaal gemaakte khanatlas zijde zijn, durf ik niet te zeggen want daarvoor had ik dan eerst in de fabriek moeten worden rondgeleid.

Halverwege de kledingstallen keer ik om en steek de weg over naar de etenswaren. Ook hier weer heel van alles; bergen uien, pompoenen en pelpinda’s, Kratten vol paprika’s, witte kool en tomaten, zakken aardappels, wortels en heel veel fruit. Het houdt niet op. Veel te veel om op te noemen en meestal met zorg uitgestald.
Na een uurtje zijn we weer terug bij het eettentje en nemen bestellen we een pot chai. Eerst maar even tot rust komen.

Na de theepauze gaan we weer een uurtje ons eigen gang. Ik ga richting de stoffenmarkt, want daar was ik nog niet geweest.
De kleurrijke stoffen komen al snel in zicht. Ze houden er hier blijkbaar van om felle kleuren te gebruiken. Het is zeker niet alleen zijde wat hier is uitgestald; er zit ook behoorlijk wat ‘made in China-spul’ tussen. Iets verderop een hele rij stalletjes met glimmende laarzen. Het zijn vooral mannen die ze kopen, maar of het voor eigen gebruik is? Nog wat verder liggen bontmutsen, kleden, gordijnstof en dan heb ik het nog niet over de huishoudelijke producten gehad.

Een uur is hier zo voorbij, dus ik loop weer terug naar het eettentje waar Diana al staat te wachten.
We gaan eerst maar even een hapje eten; een paar heerlijke sjaslieks en een paar ‘oliebollen’ vormen onze lunch. We bestellen er weer een bak thee bij en nemen plaats tussen de hongerige Oezbeken die vandaag ook naar de bazaar zijn gekomen.

Met een berg foto’s en video gaan we op zoek naar een busje dat ons naar Margilon kan brengen en met de enorme hoeveelheid busjes die er staan, zitten we al snel weer in zo’n koekblik gepropt.
We worden in het centrum van Margilan afgezet, vlakbij een andere bazaar. Deze is heel overzichtelijk met rechte paden en een duidelijk begin en einde. We kopen er wat pinda’s en een paar bananen.

Iets verderop zien we de minaretten van een moskee en we besluiten daar ook nog even een kijkje te nemen. We lopen over het busstation voor mini mini-busjes naar de moskee, maar daar aangekomen zien we dat ze bezig zijn de boel te renoveren. Jammer, maar moskeeën gaan we nog genoeg zien.
We wandelen terug naar het hotel en proberen zoveel mogelijk in de schaduw te lopen. Het is eigenlijk te warm om nog wat te doen, dus we besluiten in de mooie binnentuin bij ons guesthouse te blijven hangen.

Maandag 14 oktober 2019

Onze trein naar Kokand vertrekt al om zes minuten over zeven, dus daar gaan we weer! Gelukkig wil de jongen van de receptie voor taxichauffeur spelen, want dat scheelt minuten op dit tijdstip van de dag.
Iets na 06:30 uur laten we ons ticket en paspoort controleren en lopen we door naar perron 1 (en het enige perron). We nemen plaats op een bankje en ondanks het tijdstip zijn we niet alleen.

De trein is wederom mooi op tijd en het is zowaar een trein met stoelen. Geen gemartel met de rugzakken in een veel te kleine slaapcoupe, maar lekkere ruime stoelen en bagageruimte voor de rugzakken.
Het is nog geen uur met de trein naar Kokand, dus voor achten stappen we alweer uit. We zwaaien de trein na en lopen naar een taxi. ‘Naar ASR hotel’ zegt Diana en we nemen plaats in de taxi. De rugzakken moeten op de achterbank want deze taxi heeft nauwelijks bagageruimte.

De taxichauffeur zet ons af bij het hotel dat er aan de buitenkant wel een beetje luxe uitziet voor onze begrippen. We lopen naar de receptie en checken in. De jongen achter de receptie brengt ons naar de kamer die er ook al wat te luxueus uitziet.
We zetten de rugzakken op de kamer en gaan dan toch even checken of dit wel het juiste hotel is. De jongen achter de receptie spreekt nauwelijks Engels, dus hij belt z’n broer. Dan wordt duidelijk dat we inderdaad bij het verkeerde hotel zijn afgezet. We zijn nu bij ASR Palace en moeten naar ASR Hotel; het goedkopere broertje!
We springen opnieuw in een taxi en niet veel later zijn we ingecheckt bij ASR Hotel. We mogen daar zelfs nog bij het ontbijt aanschuiven.

Na het ontbijt zetten we onszelf weer in standje ontdekkingsreiziger en gaan op pad.
Kokand was een van de drie grote 19e eeuwse khanaten van Oezbekistan en na Bukhara het belangrijkste religieuze centrum van Centraal-Azie.
We gaan eerst naar het paleis van de khan, maar als we onderweg langs onze favoriete bank komen, besluiten we eerst maar even de euro’s die we nog bij ons hebben te wisselen.
Met een paar miljoen extra som op zak lopen we verder naar het paleis, dat al van verre te zien is.

Het lijkt erop dat we de enige toeristen bij het paleis zijn, dus we hoeven geen storende elementen voor de prachtige voorgevel van het paleis weg te jagen. De met mozaïek betegelde gevel is schitterend en we nemen ruimschoots de tijd om de steentjes te bewonderen.
We gaan natuurlijk ook naar binnen en voor de entree prijzen in Oezbekistan hoef je dat ook niet te laten. Een kaartje kost hier anderhalve euro en dat is in dit land een duur kaartje.

Het paleis van de khan met 7 binnentuinen en 114 kamers is gebouwd in 1873. De khan die dit alles heeft laten bouwen heette Khudayar en hij was dus de baas in dit vorstendom. Nu denk je misschien ‘114 kamers, beetje overdreven’, maar Khudayar was een liefhebber en ruim de helft van de verblijven werd ingenomen door z’n harem. Hij had 43 concubines, dus voor elke dag een ander + bonussen.
De Russen hebben de verblijven van de harem in 1919 plat gegooid; zoiets kon toch echt niet.
Er zijn nu nog 6 binnentuinen en 27 kamers over, in een aantal van die kamers is het Kokand Regional Studies Museum ondergebracht, de resterende kamers zijn in oude glorie hersteld.
Na een uurtje houden we het paleis voor gezien en gaan we verder.

Via kronkelige weggetjes komen we na een half uurtje bij de Norbutabiy moskee. De moskee is niet zo bijzonder, maar op de naastgelegen begraafplaats is het Dakhma-i-Shokhon, de plek waar de khan en zijn familieleden zijn begraven.
We lopen over het terrein bij de moskee en gaan via een stalen poort naar de begraafplaats. Het is niet zo moeilijk om het graf van de khan’s te vinden. Er is duidelijk iets meer tijd en geld aan besteed dan de overige graven.
Voor de houten poort die naar de graven van de khan en zijn familie leidt, zijn een aantal oudere vrouwe bezig om ‘patiënten’ te behandelen. Het lijkt een soort alternatieve geneeskunde. Er wordt een vrouw met de platte hand op het hoofd geslagen; die zal wel hoofdpijn hebben (en anders krijgt ze het wel), een man wordt dubbelgevouwen op een bankje; dat moet rugpijn zijn, een andere vrouw wordt onder haar truitje over de buik geaaid; zwanger of aan de race? Best een leuk spelletje: ‘raad waar het om gaat’.

We lopen terug naar de moskee en daar zien we dat een mannen-meute zich op maakt voor het gebed. Uit alle hoeken komen mannen vandaan, een groot aantal van hen is met de fiets. Van een afstandje aanschouwen we het spektakel.
Voor het gebed start wordt er een doodskist met kleurrijke kleden erover voor de moskee neergezet. Tijdens het gebed blijft een groot aantal mannen buiten bidden. We weten niet of dat met die overledene te maken heeft, maar dit hebben wij nog niet eerder gezien.
Na het gebed komen alle mannen bij de kist staan en na een paar woorden van de imam wordt de kist door de mannen op de schouders genomen en via een zijweg richting de begraafplaats gedragen.

Wij vervolgen onze weg en komen na een half uurtje bij de Vrijdagmoskee die is omgeturnd tot museum. Het museum is niet zo heel bijzonder, maar de 98 hardhouten palen die de aivan (overkapping) ondersteunen. We hebben ze niet geteld, maar ze zien er wel mooi bewerkt uit.
Net als we de poort uit willen lopen, wordt Diana door twee schoolmeisjes aangesproken. Ze laten hun Engelse leerboek zien en er worden wat woordjes uitgewisseld.

Het is inmiddels 13:45 uur, dus we lopen naar een naastgelegen theehuis voor een verlate lunch. Er staat een man op de stoep plov te bereiden in een grote pan, dus daar bestellen we een portie van. Het nationale gerecht van Oezbekistan vult lekker!
Op de weg terug naar het paleispark, lopen we nog langs de Zinbardor madrassa, maar de koranschool is verlaten, dus daar is niet veel te beleven. We slingeren een tiental minuten door kleine straatjes en zijn dan weer terug bij het park. We wilden daar nog even in de zon gaan zitten, maar de wind die in de loop van de middag de kop opstak is inmiddels zo hard dat het helemaal niet lekker meer is op een bankje in het park. We besluiten door te lopen naar het hotel.


Kazachstan & Oezbekistan 1

Dinsdag 1 oktober 2019

Om 05:45 uur stond onze taxi naar het station al voor de deur. Om de enorme ecologische voetafdruk die we vandaag achterlaten te compenseren, kwamen John en Charissa ons in een electriek automobiel ophalen; scheelt toch weer!

Perron 1 was om 06:00 vrijwel verlaten, maar toen om 06:13 uur de trein het station naderde, bleek dat er toch meer mensen op dit vroege uur de dag beginnen. We namen onze posities in en Charissa was als een van de eerste in de trein, waar ze een mooie zithoek voor ons reserveerde.
Nadat de trein weer in beweging was gekomen, kwamen we er snel achter dat het toch geen ideale plek was. Naast ons zaten 4 mannen uit het oosten van het land (type: boer) met een beugel Grolsch in de hand. Het bleken aanhangers van FC Twente te zijn die op weg waren naar het Champions League duel tussen Tottenham en Bayern. Nog voor 06:30 uur waren de beugels leeg en even later werden blikjes bier open getrokken (ook halve liters!).
In Amersfoort namen we afscheid van Charissa en vervolgenden we onze reis naar de luchthaven.
De boeren werden steeds luidruchtiger, maar gelukkig was er onvoldoende tijd voor een volgende dorstlesser want Schiphol kwam in zicht.

We moesten helemaal naar balie 1a in vertrekhal 1 en ondanks een haperende bagageband, konden we snel door naar de gate. De gloednieuwe A320neo was mooi op tijd, maar helaas zorgde een druk luchtruim toch voor wat vertraging.
Aan boord werd ons verteld dat de vlucht slechts 45 minuten zou duren, dus die vertraging werd wel weer goed gemaakt.

Op Frankfurt waren we blij met onze goede conditie. De wandeling van gate A naar gate C duurde, incl. douane en veiligheidscontrole bijna een half uur.
Bij het naastgelegen cafe Mondo nemen we wat te drinken, en wachten we tot het boarden begint.

Als het vliegtuig wordt volgeladen zien we dat het overgrote deel van de passagiers van Russische makelij is; nauwelijks toeristen waar te nemen.
De A330 waar we de komende 6 uur in opgesloten zitten is zeker niet nieuw en het programma van het entertainment system is ook niet bijzonder. De beeldschermpjes zijn zo klein dat we de hele reis met de leesbril op zitten.

Gelukkig is de service van Lufthansa goed en vliegen de uurtjes voorbij.
Net voor twaalven zet de piloot het vliegtuig op Kazachse bodem en een kwartiertje later staan we al in de rij bij de douane. Na een zorgvuldige controle van onze paspoorten lopen we door naar de bagageband.
Onze rugzakken zitten bij de eerste bagage op de band dus al snel lopen we door de deuren naar de aankomsthal. Tussen alle bordje die omhoog gehouden worden zit er eentje met onze namen en voor we het weten zitten we in taxi. De chauffeur trapt het gaspedaal stevig in en binnen 20 minuten staan we bij de receptie van het hotel. De bar van het hotel is 24 uur open, dus daar nemen we nog een versnapering.

Woensdag 2 oktober 2019

We hebben niets te klagen over de bedden in dit hotel. Als we de komende 4 weken dit soort bedden hebben, dan komt het met de nachtrust wel goed.
Om 09:00 uur liepen we naar de ontbijtzaal en daar aangekomen dachten we even dat we in een zijvleugel van het presidentieel paleis waren beland; wat een protserigheid, Russische chique, fantastisch!
het ontbijt is zeer uitgebreid en smaakt voortreffelijk. Ook hiervoor geldt: laat het een voorbode zijn voor de rest van de vakantie.

Tegen tienen liepen we de straat op en gingen we op zoek naar een pinautomaat. We hebben wel een stapel euri in de portemonnee, maar hier heb je toch echt tenge nodig. De eerste automaat is geen succes, maar gelukkig staan er bij die bank nog 3 automaten binnen. We gaan naar binnen, laten ons wegwijs maken door een vriendelijke dame, maar ook de machines in het bankgebouw weigeren geld te spugen. De vriendelijke dame adviseert het aan de balie te proberen, maar daar hebben we een paspoort voor nodig en dus loopt Rob terug naar het hotel. Een paar minuten later lopen we een hokje binnen en vragen een wat norse vrouw om even 100.000 te schokken. Nadat ze de creditcard aan alle kanten bekeken heeft, schudt ze haar hoofd en gebaart dat we hier geen geld gaan krijgen. Op naar de volgende dus!
Het stikt hier van de pinautomaten en grauwe bankgebouwen, dus hoe moeilijk kan het zijn.
Nou, om een lang verhaal over pinautomaten en banken kort te houden: heel moeilijk! Bijna anderhalf uur later lopen we eindelijk een bankgebouw binnen waar de geldgoden ons wel gunstig gezind zijn. Niet bij een automaat, maar bij een vriendelijke dame die, na wat formaliteiten, ons een stapel geld overhandigt.

We vervolgen onze weg en lopen het Panfilov Park in. Het is een prachtige dag met een strak blauwe lucht, maar als je onder de bomen loopt, merk je wel dat de herfst ook hier is begonnen.
Het park is vernoemd naar de Panfilov helden, 28 soldaten van een infanterie afdeling uit Almaty, die zijn gestorven toen ze in de buurt van Moskou tegen een Duitse tankdivisie vochten.
Midden in het park staat de kleurrijke Zenkov kathedraal. De kathedraal is volledig van hout gebouwd en is door de Russen gebruikt als museum en concertzaal. In 1995 is het gebouw teruggegeven aan de Russische Orthodoxe kerk.

Een paar honderd meter verderop is een monument opgericht ter nagedachtenis aan de Panfilov soldaten. Het is een voorstelling van soldaten uit alle 15 sovjet republieken die uit de kaart van de USSR barsten. Voor alle gevallenen in de burgeroorlog van 1917-1920 en de 2e wereldoorlog brandt er een eeuwige vlam aan de voorkant van het immense monument.

We lopen het park uit en gaan op weg naar de Zelyony bazaar. Hoewel we nooit in Rusland zijn geweest doet het straatbeeld Russisch aan. De gebouwen zijn groot, vierkant en meestal grijs.
Het gebouw waar de bazaar is ondergebracht is al even Russisch. Niet zozeer de hoogte, maar vooral de architectuur en de sierlijke gouden panelen tegen het plafond.
De groenten, fruit en vlees zijn kunstig uitgestald en het ziet er allemaal smakelijk en verzorgd uit. Iets wat je niet van alle marktkooplui kunt zeggen.
We besluiten hier wat te eten en drinken op een soort van balkon waar we de markthal goed kunnen overzien.

Na deze smakelijke lunch zijn we op zoek gegaan naar een lokale simkaart. We lopen de winkel van Kcell binnen en leggen aan een rondlopende verkoper uit wat de bedoeling is. Hij trekt een nummertje uit een automaat en zegt dat we 5 minuutjes moeten wachten.
Die 5 minuutjes worden er 20, maar uiteindelijk gaan we met een simkaart de winkel uit.

Omdat het bank- en telecomwereldje in Almaty te veel van onze tijd heeft opgeslokt, besluiten we met de metro naar het Plein van de Republiek te gaan. Hoewel de metrostations van Almaty in het niet vallen bij de stations die we in Tashkent te zien zullen krijgen, is het toch een belevenis. De tunnels bevinden zich op een enorme diepte en de stations zouden niet misstaan als museumzaal.

Vanaf station Abay is het nog zo’n 10 minuten lopen naar het Respublika Alany. Het plein is omgeven met monumentale gebouwen. In het midden staat het onafhankelijkheidsmonument, een stenen zuil met bovenop een gouden man die op een gevleugeld sneeuwluipaard staat (mooi verzonnen). Het is erg lastig een mooie foto van dit monument te maken. Dit komt niet alleen door de hoogte van de zuil, maar ook de de afschuwelijke witte bankgebouwen die op de achtergrond staan.
Aan de andere kant van het plein is het stadhuis, met vlak daarachter het verblijf van de president, maar deze gebouwen laten we even links liggen.

We lopen terug naar metrostation Abay, maar onderweg gaan we bij een schattig restaurantje op het terras zitten. Onder het genot van een drankje en een hapje laten we de zon onze gezichten bijkleuren.
Als er wat wolkjes voor de zon drijven, lopen we verder naar de metro en gaan we terug naar ons hotel. Vanavond wordt onze huurauto gebracht en dat mogen we niet missen.

Tegen zessen belt Alex van het autoverhuurbedrijf. We hadden afgesproken dat hij de auto om 18:00 uur zou brengen, maar dat gaat hij niet redden; druk, druk, druk. Het wordt een half uurtje later. Dit was geen voorbode voor meer slecht nieuws, want nog voor 18:30 uur staat onze zilvergrijze Duster voor het hotel. We lopen om de auto, nemen de schade op en papieren worden getekend. Dan het onvermijdelijke: betalen! Via de mail was afgesproken dat hij z’n mobiele pinautomaat zou meenemen, maar dat is hij vergeten. We besluiten met hem mee te rijden naar het kantoor zodat we met plastic kunnen betalen. We kunnen dan zelf met de auto terug naar het hotel.
Een kwartier door de files van Almaty en we zijn bij het kantoortje. Alex haalt het betaalapparaat, maar vertelt dan dat de borg wel cash betaald moet worden. De harde valuta liggen in het hotel, dus dan moet Alex maar weer mee terug rijden…………
Terug bij het hotel krijgt hij de euri en wij de autosleutel.

Het is inmiddels 19:30 uur, dus tijd voor een stevige hap. Op slechts een paar honderd meter van ons hotel is volgens Tripadvisor een hotel met goed eten en een Kazachse sfeer. We steken de straat over, slaan een keer links af en komen zo bij restaurant Baursak City. Er is niet veel te doen in het restaurant, maar het restaurant ziet er leuk uit. Als we aan ons tafeltje zitten ziet Diana wat folkloristische kledij hangen. Die kans laten we niet liggen. Zo kan het eten niet anders dan goed smaken!

Donderdag 3 oktober 2019

Hoewel we al om 07:00 uur voor de deur van de ontbijtzaal staan te trappelen, zijn we niet eens de eersten. Een groep Koreanen die vandaag de rit naar Kirgizië gaat maken is ons voor en vult de ontbijtzaal. We willen de ochtendspits in Almaty voor zijn, dus na een paar broodjes met ei zijn we weg.

We gooien onze rugzakken in de Duster, installeren ons in de comfortabele stoelen en gaan op pad. Bij het eerste tankstation nog even volgooien. Tanken is een lolletje in Kazachstan: 39 cent per liter! Met een volle tank gaan we volgas naar Charyn Canyon.
Ver komen we niet want het is om 07:30 uur toch al behoorlijk druk in Almaty. Het verkeer hier is een uitdaging; ze wisselen zomaar van rijbaan, parkeren hun auto op de rechterbaan als ze dat nodig vinden en toeteren iedereen van de weg die niet aan kant gaat. In zo’n situatie kun je het beste de rijstijl van de lokale bevolking aanmeten, dus in een half uur slingeren we Almaty uit.

Al snel is er bijna geen verkeer meer over en nemen we de omgeving in ons op. We zien vooral steppe om ons heen, maar in de verte zijn de besneeuwde pieken van het Zailiysky Alatau gebergte.
Regelmatig lopen er kuddes koeien, paarden en schapen over de steppe, meestal vergezeld van een Kazachse man op paard. Buiten de stad lijkt niemand haast te hebben; heel rustgevend.
Het enige wat we niet zien zijn tankstations en wegrestaurants. We zouden best een bakkie lusten, maar hier vind je niets aan de snelweg.
Afslagen zijn er wel; meestal richting een dorp met een exotisch klinkende naam als Koyshibek, Zhanashar, Kyrbaltabay, of wat dacht je van Novoalekseevka (probeer het met een Russische tong uit te spreken).
Na twee en een half uur zijn we dan bij de afslag naar Charyn Canyon. Het is nog een paar kilometer naar het toegangshek waar we ons inschrijven en een ticket kopen. We parkeren de auto op een parkeerplaats iets verderop en dalen dan af, de canyon in.

Charyn Canyon is het Kazachse antwoord op de Grand Canyon. Wind, water en zon hebben er miljoenen jaren over gedaan om de canyon op sommige plaatsen zo’n 300m diep te maken. Vanaf de parkeerplaats lopen we een betonnen trap af naar de bodem van de canyon. Hier is de canyon slechts enkele tientallen meters diep, maar we merken al snel dat het pad naar de de snelstromende Charyn rivier alsmaar blijft dalen.
De rotsformaties zijn schitterend en gevarieerd en ze worden mooier naarmate we dichter bij de rivier komen. Het lijkt wel wat op de rotsformaties van Bryce Canyon en Monument Valley in Amerika. We staan regelmatig stil, maken veel te veel foto’s en hebben daarom een uur nodig om het pad van 3km af te lopen.

Bij de rivier is een kampement van yurts en er zijn ook huisjes waar je kunt overnachten. De Gletsjerrivier stroomt snel en het wordt afgeraden er in te zwemmen, maar dat waren wij toch niet van plan.
Gelukkig is hier ook een restaurantje waar we een bakkie koffie kunnen kopen. We eten de laatste stukken van de speltkoek op en beginnen dan aan de terugweg.

De wandeling terug is minstens zo boeiend als de heenweg. We hebben de zon wat meer achter ons waardoor de kleuren van de rotsformaties nog beter uitkomen.
Er komen nog heel veel mensen naar beneden gewandeld, Ze zeulen van alles met zich mee: tuintafels, zitkussens, picknickmanden en er loopt zelfs een man met een bbq in z’n armen.

We hebben 50 minuten nodig om weer boven te komen en daar moeten we helaas moeten constateren dat de bergschoenen van Diana het niet overleefd hebben. Op de luchthaven van Frankfurt ging het al wat minder met ze, maar Charyn Canyon is ze te veel geworden. We nemen afscheid van de schoenen en dumpen ze in een afval container.

De canyon kan ook van bovenaf bekeken worden dus we rijden met de auto naar een parkeerplaats een paar honderd meter verderop. Via smalle paadjes komen we op gevaarlijke plekjes waar je een prachtig zicht hebt op de canyon. We lopen naar een paar van deze uitdagende plekjes en genieten van het uitzicht.
Dan is het toch echt tijd om weer verder te gaan. We lopen terug naar onze auto en rijden richting Saty.

Na Charyn Canyon is de weg een stuk slechter. Het voelt af en toe alsof we in een kermisattractie zitten. Het landschap ziet er hier weer heel anders uit. Alsof er een legergroene deken over de heuvels is gedrapeerd. De weg snijdt slingerend door dit groene landschap en pas na een uur komen we voor het eerst door een dorpje. Inmiddels zien we met sneeuw bedekte bergen voor ons liggen en na twee uur sturen komen we aan bij ons guesthouse In Saty.

De vrouw des huizes verstaat geen woord Engels, maar met hulp van iemand aan de telefoon komen we er wel uit. We gooien wat bagage op de kamer en parkeren de auto op het erf. Dan lopen we Saty in op zoek naar een restaurantje of iets dergelijks, maar meer dan een mini-supermarket heeft dit dorp niet. Niets, nada te beleven! We lopen naar het eind van de hoofdstraat en maken daar toevallig het hoogtepunt van de dag (of week) mee: de bovenmeester van de basisschool jaargt een viertal koeien uit de tuin bij de school.
We doen wat inkopen bij de mini-market en slenteren dan terug naar ons guesthouse.

Onze accommodatie is geboekt o.b.v. vol pension En dat betekent dat de lieftallige vrouw des huizes ook de als kok des huizes fungeert. We hebben met haar afgesproken dat we om 19:00 uur aanschuiven en we zijn stipt op tijd.
De tafel is al gedekt; er staan koekjes en snoepjes, kersenjam en brood, maar het is ons niet duidelijk wat dit met het diner te maken heeft. We beginnen maar wat aan het brood te knabbelen als kokkie uit de keuken komt aanlopen met een bord vol dumplings. Ze zet er een schaaltje sambal-achtig spul en een witte-koolsalade bij en wij vallen aan. De dumplings smaken net zo goed als ze er uitzien! De salade maakt het af.
We eten ons bordje leeg en spoelen de laatste broodkruimels weg met de thee die ze ook nog heeft gebracht. Dat was boven verwachting!

Vrijdag 4 oktober

We hoeven vandaag niet zo vroeg op pad, want het Kolsai meer is slechts 15km van Saty verwijderd. Rond 8 uur gaan we naar beneden om ons te laten verrassen door kokkie. Er zijn al een paar andere reizigers aan tafel gegaan en we zien dat kokkie rijstepap serveert. Dat moeten wij voorkomen. Diana sprint de keuken in en onderhandelt met kokkie. Even later krijgen wij een heerlijk gebakken eitje geserveerd.

Tegen negenen trappen we ons bakkie weer aan en gaan we op weg naar het Kolsai meer. Saty mag dan wel niets voorstellen en we zouden hier waarschijnlijk al snel gillend gek worden, maar de omgeving is schitterend! We slingeren weer over de enige asfaltweg in de wijde omgeving en na 10 minuten staan we voor een ‘controlepost’ annex ticketoffice. De auto parkeren we op de weg en Rob gaat het hokje met 2 Kazachse dames in om zich in te schrijven en te betalen. Pas dan gaat het hek open en kunnen we verder naar het meer.

We parkeren de auto op de grote parkeerplaats bij het meer en lopen de laatste paar honderd meter naar het meer.
Het wordt afgezaagd, maar wat een prachtig plaatje! Een plaatje dat overigens best in Canada, Zwitserland, Oostenrijk of elk ander land met meren en sneeuw bedekte pieken.
Vanaf de bergen die hier als achtergrond dienen, gaat het smeltwater via een viertal meren naar beneden. Het meer waar we nu voor staan is de laatste van de vier. Het is mogelijk om naar het tweede Kolsai meer te lopen, maar de paden zijn erg slecht. Het is zo’n 4km en je doet er minstens 3 uur over (enkele reis).

Wij kiezen voor een wandelingetje rond dit meer. We lopen eerst over een vlonderpad aan de oostkant van het meer, maar al snel is het pad niet meer dan een smal zandpaadje met boomwortels die je willen laten struikelen. Gelukkig duurt dit niet lang en komen we op een open vlakte waar we weer normaal kunnen ademhalen. De uitzichten tussen de pijnbomen door zijn fantastisch. Een deel van de loofbomen heeft de herfstjas al aangetrokken en dat kleurt prachtig tegen het groen-blauwe water van het meer.
Na het open gedeelte lopen we verder over steeds smaller wordende paadjes, tot we op een gegeven ogenblijk niet meer zien waar het pad is. Het lijkt allemaal glibberige bosbodem.

We keren om en lopen voorzichtig terug naar de open vlakte waar een kleine steiger is. Hier genieten we nog even van het uitzicht over het meer en proberen we het ideale plaatje vast te leggen. We zijn niet de enigen die op deze plek een fotootje willen maken, dus we moeten wel even geduld hebben. Uiteindelijk is het wel gelukt, al zeggen we het zelf.

We lopen terug en zitten op een bankje nog even na te genieten van het uitzicht over het meer; hier kan geen Valdispert tegenaan!
Na een kwartiertje ontstressen gaan we terug naar de auto en om 11:30 uur rijden we van de parkeerplaats af.
We moeten dezelfde route terug rijden, maar genieten toch van heel veel nieuwe uitzichten. We zien hier en daar yurts op de steppe. Daar slapen waarschijnlijk de mannen die op hun paard de koeien, schapen of paarden bij elkaar houden, of misschien is het de slaapplek voor hun kinderen en kunnen ze zelf rustig thuis slapen.
We komen langs heuvels die ons doen denken aan de Cerro de los Siete Colores in Argentinie, een kleinere canyon waarvan de wand wat weg heeft van spekkoek terwijl we voort scheuren over een slingerende loper van asfalt. Het is een lange rit, maar mag best nog wel langer duren.

Om 14:15 uur komen we door Bayseit, een wat groter dorp langs de weg. De bevolking gebruikt de doorgaande weg als markt en restaurant; De bbq’s staan hevig te roken. Wij parkeren de auto ergens aan de kant van de weg en lopen langs de verschillende stalletjes. De meeste verkopen fruit en groenten, maar je kunt er ook brood en huishoudelijke artikelen krijgen. Omdat we nog niet geluncht hebben gaat onze aandacht vooral uit naar de bbq’s. We zoeken er eentje uit die het vuur al goed opgestookt heeft en we bestellen een sjasliek, het traditionele gerecht uit Centraal-Azie.

Na deze stevige lunch maken we ons op voor de laatste 125 kilometer. We vinden het landschap hier minder mooi, want we zijn verwend door wat achter ons ligt.
Om 15:45 uur staan we voor een tolpoortje waar we 65 cent betalen om ons vervolgens weer in het verkeer van Almaty te storten.
We hoopten net voor de spits terug te zijn, maar dat plan lijkt mislukt. Het lijkt erger dan op de heenweg; auto’s vliegen toeterend aan beide kanten voorbij en op een rotonde worden we bijna gemangeld tussen een bus en een veel grotere suv. Google Maps adviseert ons bij de route door de stad, maar het lijkt er niet op dat we gemakkelijkste route krijgen voorgeschoteld. Na een x-aantal bijna-aanrijdingen (in onze ogen) arriveren we om 16:23 uur bij ons hotel. Halleluja!!!

Zaterdag 5 oktober 2019

Nadat we ons bij het ontbijt vol hebben gepropt, gaan we op weg naar Big Almaty Lake, of Ozero Bolshoe Almatinskoe, zoals de Kazachen zeggen. Het verkeer is een stuk rustiger op een zaterdag en dat is wel zo prettig. Bovendien rijden we van de stad af, dus voordat we het weten zitten we weer op een slingerweg de bergen in. Ook dit keer wordt het laatste stuk van de route weer geblokkeerd door een slagboom en als de agent/bewaker onze auto inkijkt zegt hij alleen maar ‘one thousend’. Niet voor een entreeticket maar voor z’n eigen broekzak. Zo gaat dat hier af en toe nog wel in Kazachstan. Wij gaan hier geen stennis over maken en betalen de omkoopsom van 2 euro 35 cent. Dan geven we gas het nationaal park Ile-Alatau in.

Het is ongeveer een uur rijden naar het stuwmeer op 2511 meter en de laatste kilometers gaan regelmatig met 12% omhoog. Het meer is 1,6km lang en ongeveer 1km breed, het diepste punt is zo’n 40m en het meer bevat ongeveer 14 miljoen kubieke meter water. Dit water is een belangrijke bron van drinkwater voor de regio.
Allemaal leuk en aardig, maar wij gaan hier vooral heen omdat het er fantastisch uitziet. Nadat we de auto aan de kant geparkeerd hebben, lopen we richting het turquoise meer. We zijn zeker niet de eersten vandaag want in het weekend is dit een populaire bestemming voor de inwoners van Almaty. Alle fotografische hotspots zijn inmiddels ingenomen, op elke rots zit of staat iemand te poseren.
Wij wachten onze kans af en als er een rots vrij komt bespringen we die gelijk.

We blijven een uurtje rond het meer hangen en genieten van het fantastische uitzicht en de capriolen die iedereen uithaalt om een bijzonder foto te maken. Er lijkt zelfs een huwelijksaanzoek te worden gedaan op een rots. Een jongen en meisje nemen allerlei poses aan terwijl een fotograaf om hen heen cirkelt. Lichaams- en gebarentaal doet ons ons vermoeden dat dit iets dergelijks is.
Na anderhalf uur lopen we terug naar de auto en rijden we een klein stukje verder om het meer nog één keer in volle glorie te kunnen zien liggen.

De weg naar beneden was vooral een aanslag op de remmen. We hebben ze niet geteld, maar het aantal bordjes met 12%-daling lijkt oneindig. Onze volgende bestemming is de Medeo ijsbaan. Tot midden jaren tachtig was dit de snelste ijsbaan ter wereld. Door de bijzondere ligging van de ijsbaan kan er onder bepaalde omstandigheden de hele ronde rugwind optreden. Met de komst van de binnenbanen is Medeo echter op een zijspoor geraakt.

Omdat de ijsbaan op 1691m ligt slingeren we weer vrolijk omhoog. Dit keer echter via een mooie brede weg, dus geen manoeuvres om tegenliggers te ontwijken.
Nadat we een plekje voor de auto hebben gevonden, lopen we trappen op naar de ijsbaan. Daar wacht een teleurstelling, want de ijsmeester heeft nog geen tijd gehad om een ijsvloertje te leggen. Dan kunnen we onze schaatsen weer in het vet zetten; daar gaat de kans op een mooi PR.

Gelukkig is er naast de schaatsbaan een loungebar, dus nemen we daar maar even plaats op een zitzak. Het is inmiddels toch lunchtijd, dus tijd voor een bestelling. We zitten met onze bakkus in de zon en het is er heerlijk warm. Een t-shirt, korte broek en teenslippers zou een toepasselijke outfit zijn geweest.
Als we de lunch naar binnen hebben gewerkt, gaan we op weg naar onze laatste bestemming van vandaag: Shymbulak.

Shymbulak is het grootste ski-resort in Centraal Azie en ligt op 25km van Almaty. Dit resort is populair vanwege het milde klimaat, de vele zonuren en een enorme hoop sneeuw in de winter.
Omdat we niet met eigen auto naar boven mogen, kopen we een kaart voor de taxibus die ons in 20 minuten naar 2200m hoogte brengt.
Vanaf hier kun je alleen met de kabelbaan verder en aangezien er hier nog geen vlok sneeuw te zien is, kopen we een prijzig kaartje voor dit wintersport-vervoermiddel. Deze kabelbaan brengt ons naar 2630m, maar ook hier is nog nauwelijks sneeuw te bekennen. We gaan dus maar met de volgende kabelaan naar 3200m hoogte. Hier is eindelijk voldoende sneeuw voor een mini-afdaling.

Als we voldoende wintersport-sfeer hebben gesnoven, gaan we met kabelbaan, kabelbaan, taxibus naar beneden. We kruipen voor de laatste keer in onze Duster en rijden terug naar ons hotel. Daar wordt de auto rond 18:00 uur opgehaald. De medewerker van Vladex vindt dat we de auto goed hebben behandeld, dus we krijgen onze borg terug en daar kunnen we hier wel een week van leven.

Zondag 6 oktober 2019

Onze trein naar Tulkibas gaat pas om 19:32 uur, dus we hebben nog de hele dag voor Almaty. Er zijn nog een paar dingen die we willen doen en de eerste is Kok Toby bezoeken.
We nemen de metro naar Abay en lopen richting de kabelbaan die ons naar boven moet brengen, maar tot onze verbazing zien we dat er een Starbuck’s naast zit. Die koffie laten we ons niet ontnemen.

Kok Toby is een soort kermis/pretpark/mini-dierentuin op een heuvel naast de TV-toren, net buiten Almaty. Er is hier van alles te doen voor de hele familie: een reuzenrad(je), een huis-op-de-kop, een klimmuur, een klimbos(je), lachspiegels, botsautos, rodelbaan en nog veel meer. Wij laten de attracties echter links liggen en zijn vooral benieuwd naar het uitzicht over Almaty.
We zoeken een uitkijk-platform op en proberen bekende gebouwen te ontdekken, maar dat valt niet mee. Het valt ons wel op dat er een smog-deken over de stad hangt.

Voordat we weer met de kabelbaan naar beneden gaan maken we een rondje over het kermis-terrein. Hoewel het zondag is, is er nog niet veel te doen. Het personeel hangt wat verveeld rond en de beesten in de veel te kleine hokken maken ook geen spektakel.
We gaan nog wel even op de foto met de John, Paul, George en Ringo, maar stappen dan weer in het bakje naar beneden.

Volgende stop is Dostyk Plaza; een enorm modern winkelcentrum waar alle bekende merken vertegenwoordigd zijn. We hopen dat daar de prijzen net zo laag zijn als die van het eten of de benzine, maar het zou helemaal mooi zijn als Diana een paar schoenen op de kop kan tikken.
We duiken een paar sportwinkels in, maar geen schoenen die een verbetering zijn t.o.v. de Teva’s. De prijzen van kleding en schoenen vallen niet mee. Het prijsnivo is ongeveer gelijk aan Nederland. Een half uurtje later staan we al weer buiten.

Als laatste staat het Central State Museum of the Republic of Kazakhstan op het programma. We hebben getwijfeld of we naar dit museum zouden gaan, maar nu we er zo dicht bij zijn laten we deze kans niet glippen.
Het grote grijze gebouw met blauwe koepels zien we al van grote afstand. We gaan naar binnen, maar twijfelen gelijk of we wel in het juiste gebouw zijn. De hele benedenverdieping is een grote kleedjesmarkt waar producten van huisvlijt verkocht worden.
We lopen naar de kassa en we blijken toch echt in het Central State Museum of …….. te zijn. We kopen 2 kaartjes en gaan door het detectiepoortje naar binnen.

Een kaartje voor dit museum kost net iets meer dan een euro dus een buil kun je er niet aan vallen. We lopen tussen de kleedjes door en gaan de trap op naar de tweede verdieping. In een grote zaal staat alles in het teken van de vorige president van Kazachstan, Nursultan Nazarbajev. In de vele vitrines worden prularia uitgestald die de president heeft ontvangen bij bezoekjes van andere wereldleiders. Die troep wilde hij waarschijnlijk niet in z’n woonkamer hebben. Er is ook een vitrine met de officiele trainingspakken van Kazachstan toen zij de Asian Winter Games organiseerden in 2011. Allemaal heel boeiend museum-materiaal.

Wij zijn als snel uitgekeken op de 2e, dus dalen we een trapje af. Daar hangen enkele tientallen schilderijen waarop mensen in het dagelijks leven zijn geportretteerd. Aardige plaatjes, maar deze schilderijen zouden ook door buurman Kees gemaakt kunnen zijn.
We gaan snel weer een trappetje lager waar we, heel toepasselijk, het dieptepunt van de collectie aanschouwen. Een hele rits poppen; de ene nog lelijker dan de andere. Dit heeft niets te maken met antropologie, is geen bijzondere kunstuiting, maar is waarschijnlijk voortgekomen uit verveling bij de vrouw van Kees.
We lopen het museum uit en gaan even op de trap voor het gebouw zitten. We laten alles nog even op ons inwerken. Dit moet het meest bijzondere museum zijn dat wij ooit bezocht hebben.

Op weg naar metrostation Abay lopen we langs het Zheltoksan Monument, dat ook bekend staat als het Dawn of Freedom monument. Het is opgedragen aan de personen die zijn omgekomen tijdens de rellen in december 1986. Deze rellen waren een gevolg van de eerste grote protesten tegen de Sovjet-Unie in Centraal-Azie en werden gewelddadig neergeslagen door de Sovjetautoriteiten.

We nemen de metro naar het eindstation Raiymbek Batyr om dan een bezoekje te brengen aan de 600m verderop gelegen grote moskee van Almaty. Het is inmiddels 13:30 uur, dus onderweg naar de moskee eten we Even een broodje. Hoewel het brood in Almaty over het algemeen stevig tot hard is, lijken deze broodjes ovenvers.
Rond 14:00 uur zijn we dan bij de moskee, maar helaas zijn daar werkzaamheden aan de gang. We maken een rondje en gaan dan terug naar het metrostation en dan terug naar het hotel om onze rugzakken in te pakken voor de treinreis.

Tegen zessen nemen we een taxi naar het treinstation. Dat is wat vroeg, maar we weten niet wat we allemaal gaan tegenkomen met het in Nederland geboekte treinticket.
Ook het stationsgebouw is van het type ‘Russisch blok’ en in het gebouw gaan we eerst op zoek naar iemand die onze tickets kan goedkeuren.
Gelukkig valt het allemaal mee en hoeft de Kazachstaanse bureaucratie geen plasje te doen over onze tickets.
We nemen plaats in de wachtruimte, maar het lijkt Diana wel handig om de extra tijd te gebruiken om alvast een treinticket voor de rit van Tulkubas naar Shymkent te kopen. Ze checkt bij loketjes of er een woord Engels uitkomt, maar pas bij het vierde loket (een speciaal Tourist loket) wordt er wat Engels gesproken. De kaartjes worden gekocht en het wachten is op de trein naar Tulkubas.

Iets voor zevenen rijdt onze trein op perron 1 binnen. We slepen de rugzakken naar wagen 13 en installeren ons bij de bedden 11 en 12. We hebben dit keer een luxe 2-persoons coupe, dus geen last van snurkende medereizigers.
De trein vertrekt op tijd en al snel merken we dat dit geen zoevende Shinkansen uit Japan is. De trein rammelt over het spoor, dus of we lekker zullen slapen……
Rob zet de wekker op 04:00 uur en om 21:15 uur nemen we onze ligposities in. Weltrusten!!

Maandag 7 oktober 2019

Na een onrustige nacht (zoals dat heet) schrokken we om 04:00 uur wakker van de wekker. We zouden om 04:50 uur in Tulkubas aankomen, dus we konden nog even op gang komen.
We hadden het gevoel dat we vannacht een aantal keer lang stil hadden gestaan en het leek dat de trein erg langzaam reed.
We kleden ons aan en Rob kijkt door de ramen aan het gangpad of er al iets stedelijks te zien is, maar het is nog te donker.
Dan komt de conducteur door het gangpad gelopen en brabbelt wat in het Russisch. Even later komt hij terug met z’n telefoon en laat het scherm zien. Met behulp van Google Translate laat hij weten dat de trein 8 uur vertraging heeft opgelopen! Maar dat is bijna net zo lang als de treinreis zou duren, WTF, in Tulkubas staan ze waarschijnlijk al op ons te wachten! Tja, wat doe je eraan, overmacht. We trekken onze kleren uit en gaan weer slapen, dit keer zonder wekker.

Iets na 08:30 uur worden we voor de tweede keer wakker. We kleden ons aan en gaan op verkenning uit. In de restauratiewagen krijgen we een update. De conducteur laat ons via Google Translate weten dat de vertraging nog steeds hetzelfde is en dat deze veroorzaakt is door een vrachttrein. Meer details krijgen we niet.
We bestellen een pot thee en gebakken ei van de kaart, maar dat laatste is er niet. De barman laat weten dat er alleen maar rijstepap te krijgen is, maar dat laten we aan ons voorbij gaan. Gelukkig hebben we zelf nog wel wat in de voorraadtas, Als pleister op de wonde is al het drinken wel gratis, dus we springen een gat in de lucht.

Tegen 13:30 uur komt de conducteur triomfantelijk vertellen dat Tulkibas in zicht komt. We pakken onze rugtassen in en als de trein tot stilstand is gekomen lopen we naar de uitgang. Na een rit van 18 uur zijn we eindelijk in Tulkibas.
We gaan op zoek naar de auto van Ruslan die ons hier op komt halen. Hij heeft ons eerder ontdekt dan wij zijn auto, want nog voordat we de trap af zijn horen we opeens ‘Rob and Diana?’. Het is Ruslan. We schudden hem de hand en lopen naar zijn auto, bagage achterin en scheuren met die bak.

We hadden Ruslan in de trein al laten weten dat we vertraging hadden, maar dat bericht heeft hem te laat bereikt. Hij vertelde dat hij om 05:00 uur al op het station was toen hij hoorde van de vertraging. Hij lacht erom en zegt dat vertraging wel vaker voorkomt in Kazachstan, alleen niet zoveel vertraging als wij hadden. Wat een bofkonten zijn we toch.
Bij het guesthouse van Ruslan brengt hij ons naar de yurt. Hij vraagt of we nog steeds in de Yurt willen slapen, want het is erg koud ‘s-nachts. Dit is onze enige kans op een romantische nacht in een yurt, dus voor hij het weet staan onze spullen al in de ronde tent.

Ruslan had onderweg al verteld dat we om 14:00 uur zouden worden opgehaald voor de tocht naar Aksu Canyon. Als we nog bij de yurt staan te kletsen komt de park-ranger al aangereden. We pakken onze camera’s en gaan op weg.
Er gaat nog een Duitse reiziger met ons mee naar de canyon. Door de vertraging van onze trein, staat hij al de hele dag te wachten op dit tochtje.
In drie kwartier rijden we naar de canyon, eerst nog over asfalt, maar het laatste stuk over een hobbelig zandpad.
Als de auto geparkeerd is lopen we eerst naar de rand van de canyon om van het uitzicht te genieten.

Aksu Canyon is niet te vergelijken met Charyn Canyon waar we een paar dagen geleden waren. Het beeld in Charyn Canyon wordt bepaald door de grillige vormen van rood zandsteen waar bijna geen boom of struik groeide, terwijl de Aksu Canyon juist heel groen is afgewisseld met bruine en grijze rotsen.
Dit is de regio waar de (wilde) tulpen vandaan komen. Herschrijf de geschiedenis boeken; niet Nederland, niet Turkije, maar Kazachstan is het land van de tulpen.
We hebben van Ruslan een lunchbox meegekregen, maar besluiten die later op te eten; we gaan nu eerst naar beneden.

De park-ranger gaat ons voor op een smal paadje dat af en toe verraderlijk is door de vele steentjes die er liggen. Behoedzaam slingeren we naar beneden en proberen onderweg zoveel mogelijk van het uitzicht te genieten. Ranger-Rob ziet (zonder bril) een adelaar vliegen en volgens de park-ranger is het nog een jong beest.
We hebben drie kwartier nodig om bij de rivier te komen. Hier rusten we even uit en genieten van het uitzicht over de rivier.

What comes down must go up, of zoiets. Na een kwartiertje beginnen we aan de listige beklimming van de canyonwand en daarvoor is heel wat inspanning nodig. Onze Duitse vriend heeft het zichtbaar moeilijk, maar uiteindelijk komt ook hij weer boven.
Na deze inspanning duiken we op de lunchbox en doen we ons tegoed aan de dumplings, het brood en het fruit. Er is zelfs een thermosfles heet water meegegeven, dus een lekker bakkie thee completeert deze late lunch.

Het programma bij de canyon is nog niet helemaal klaar. De chauffeur start de auto en we gaan een vijftal kilometers verderop om de canyon vanuit een andere hoek te bekijken.
Bij de eerste stop is het uitzicht fantastisch, maar het tweede uitkijkpunt hadden we rustig over kunnen slaan.
Dan rijden we terug naar onze overnachtingsplek. We pikken onderweg de park-ranger op en aan de grote weg stapt de Duitse man uit omdat hij vanavond de trein naar Shymkent wil pakken.

‘s-Avonds heeft de moeder van Ruslan een heerlijke maaltijd bereid. Samen met een tweetal andere toeristen die samen met een gids door Centraal-Azië reizen, laten we het ons goed smaken.
Tegen negenen gaan we dan naar onze yurt. We hebben nog wel wat slaap in te halen, na de gebroken nacht in de trein.
We trekken de dekens over ons heen en vallen al snel in slaap.