Tag archieven: Osaka

Japan 3

Maandag 29 oktober

Omdat we vandaag niet zo heel vroeg in Koyasan hoeven te zijn, doen we het rustig aan. Eerst een beetje uitslapen en dan ontbijten bij Doutor. We laten onze grote rugzakken in het hotel achter, want we komen hier morgenmiddag toch weer terug.
De broodjes van Doutor kennen we nog van Sapporo en ze smaken hier net zo lekker. Na dit ontbijt duiken we het metrostation weer in en gaan naar station Namba. Hier vertrekt nl. onze trein naar Koyasan.

Op Namba station gaan we naar de Ticket Desk omdat we een combi-kaart voor Koyasan willen kopen. Een allervriendelijkste mevrouw vertelt ons dat we bij haar aan het juiste adres zijn en rekent ongevraagd ook nog even voor hoeveel we hiermee besparen. Zijn we als echte Hollanders altijd blij mee. We moeten nog even wachten voordat onze trein vertrekt, dus we lopen even een rondje door Namba station op zoek naar een bak koffie.

Om 11:02 uur vertrekt onze trein naar Hashimoto. Het is een forensentrein, dus veel comfort biedt deze trein niet. Het ritje duurt maar 45 minuten, dus veel last hebben we er niet van. In Hashimoto stappen we over op de trein naar Gokurakubashi. Deze trein zit stampvol toeristen, incl. een stel verdwaalde supporters van het Nederlands elftal. De trein doet er ruim een uur over, maar dat kwam vooral omdat we op een tussenstation moesten wachten op 3 treinen die van boven kwamen.

In Gokurakubashi stappen we dan in een kabelbaan die ons in een paar minuten naar Koyasan station brengt. Daar springen we in een van de bussen die klaarstaan en laten ons afzetten bij halte Daimon, omdat daar de toegangspoort naar Koyasan staat en waar kun je beter starten dan aan het begin.
Het verhaal van Koyasan start in het jaar 805 met de monnik Kobo Daishi (aka Kukai), stichter van het Shingon-boeddhisme. Kukai bouwt zijn hoofdkwartier op de bergtop van Koyasan, nadat hij jaren op zoek was geweest voor een goed lokatie. Sindsdien zijn er meer dan honderd tempels verrezen op deze berg.

Onze verwachting van Koyasan komt niet helemaal overeen (of eigenlijk helemaal niet) met de werkelijkheid. We hadden gedacht in een kloostercomplex te komen met diverse tempels, pagodes en andere heiligdommen. Koyasan is echter een dorp waar links en rechts heiligdommen staan en waar een groot aantal tempels is opengesteld voor de toeristen om er te kunnen slapen (shukubu). Het is dus veel minder knus dan we dachten, maar het voordeel is wel dat er ook een Familymart is waar je van alles kan kopen.

Na de toegangspoort maken we een koffiestop bij diezelfde Familymart en daarna gaan we door naar de belangrijkste tempel: het Danjo Garan Complex. Je loopt het terrein op via de enorme Chu-mon poort waar grote afschrikwekkende beelden de wacht houden. Opvallendste gebouw is de grote oranje (=vermiljoen) pagode van 48,5m hoog. In de pagode staan een vijftal mega boeddha beelden. Behalve een (paar) volle treinen met toeristen, staan de parkeerplaatsen ook vol met bussen die ook nog een lading afleveren. Bijna al deze toeristen willen een selfie voor de pagode, dus voor een leuke foto moet je wel geduldig zijn. Naast de pagode staat de Kon-do hal. Dit is de belangrijkste hal van dit complex en wordt gebruikt voor ceremonies. Het terrein staat verder vol met grote pijnbomen en esdoorns in de fraaiste herfstkleuren, die het plaatje compleet maken.

Onze volgende stop is de Kongobu-ji tempel. Dit is de hoofdtempel van meer dan 4000 tempels van de Shingon sekte in de wereld. Het is een prachtig gebouw met een mooi detail van een draak, maar heel speciaal is deze tempel in onze ogen niet; we hebben wel mooiere gezien. We lopen wat rond de tempel en als we alle hoeken en gaten gezien hebben gaan we door naar onze eigen slaaptempel.

Onderweg naar onze slaapplaats lopen we af en toe nog het terrein op van een tempel die we passeren. Sommigen fungeren als slaapplaats, maar anderen doen alleen dienst als tempel. Regelmatig lopen we monniken tegen het lijf en dat is niet zo gek, want de helft van de bevolking is monnik.
Na een half uurtje lopen komen we dan bij Shojoshin-in, waar onze bedjes staan. Het is een prachtig gebouw met een schitterende Japanse tuin er omheen.
We checken in, betalen de veel te hoge kamerprijs en worden naar onze kamers begeleidt. Onderweg wordt uitgelegd waar we moeten zijn voor de ochtendceremonie, het ontbijt en het diner, waar de toilet is, waar de badkamer is, hoe de badkamer op slot gaat en welke slippers je waar aan moet doen en hoe de verwarming aan gaat. Een sleutel krijgen we niet, want dat is niet gebruikelijk in een tempel; de deur schuif je gewoon achter je dicht.
Onze kamer is weer eens in ryokan-style, dus dat betekent een matrasje op de grond en een laag tafeltje met wat kussens er omheen. We weten inmiddels dat onze oude lichamen hier eigenlijk niet meer tegen kunnen, maar je moet wat over hebben voor een beetje avontuur. Bij een nadere inspectie van de slaapplaats blijkt dat we hier beter af zijn dan in Sounkyo, we slapen nl. op dubbele matrassen; wat een luxe!

Na de kamerinspectie gaan we snel weer naar buiten, want we willen de Okuno-in bezoeken. Dit is de plek waar het mausoleum van Kobo Dashi staat, maar waar ook 200.000 andere mensen zijn begraven. We lopen over een 3km lang pad met aan beide zijden alleen maar graven. De meeste zijn voorzien van granieten altaartjes die vaak overwoekerd zijn met mos. Bij sommige graven staan stenen beeldjes, vaak voorzien van een rood slabbetje en een rode muts. Deze ‘poppetjes’ lijken verdacht veel op Master Yoda, afgezien van de puntige oortjes, maar stellen Ojiso-san voor. Ojiso is een boeddhistisch figuur die naar het hiernamaals was gestuurd om anderen te leiden en te beschermen. De slabbetjes staan voor overleden kinderen of om levende kinderen te beschermen.

We lopen helemaal door tot aan het mausoleum van Kukai. Als we honderd meter voor het mausoleum een bruggetje over gaan mogen we niet meer fotograferen, want nu zijn we in het heiligste der heiligen. Het mausoleum is geen bijzonder gebouw, maar is binnen wel heel sfeervol. Het plafond hang vol met lampionnen en dat is ook de enige verlichting in het gebouw. We lopen een rondje om het mausoleum en gaan dan weer terug naar onze eigen tempel. Om 17:30 uur wordt het diner geserveerd en we willen niet te laat zijn.

We zijn ruim op tijd op de plek die ons aangewezen was voor het diner, maar het blijkt niet de plek te zijn waar we gaan eten. We hadden zelf bedacht dat we met alle toeristen in een grote eetzaal zouden moeten eten, maar dat is niet het geval. We worden naar een mooie kamer begeleidt waar voor ons allebei, op een drietal kleine tafeltjes onze vegetarische maaltijd staat te wachten. Een monnik komt de peper en zout nog brengen en dan vouwen we ons dubbel achter de tafeltjes om te gaan genieten van deze verantwoorde maaltijd.

Het eten smaakt boven verwachting goed en bijna alle kleine potjes en pannetjes gaan leeg. Als de buikjes vol zijn , halen we in onze kamer nog even de camara’s op omdat we de begraafplaats ook wel bij nacht willen zien. De lantaarntjes langs het pad zijn dan verlicht en dat zou best mooi kunnen zijn.
Als we buiten komen merken we pas goed dat we op bijna 900m hoogte zijn; het is hier verrot koud. De verlichte lantaarntjes langs het pad vallen een beetje tegen, dus we gaan snel weer terug naar onze slaapkamer waar de elektrische verwarming de kamer heel behaaglijk heeft gemaakt.

Dinsdag 30 oktober

Vandaag wordt er een record gebroken: de wekker gaat al om 06:00 uur af. De boeddhistische ochtendceremonie start om 06:30 uur en dat wil je niet missen. We kleden ons aan en gaan op de slippers van het huis naar de gebedsruimte van onze tempel.
Een grote kale monnik komt iets voor half zeven binnen en gaat op z’n knieën achter een minuscuul tafeltje met attributen zitten. Als hij alle voorwerpen op de juiste plek heeft gelegd begint het ritueel.
Eerst roert hij een paar keer met een stok in een klein potje en dan begint hij luidkeels te oeoeoeoehhhmmm’en en te aaahhhmmmm’en. Het is dat typische geluid dat je hoort als je langs een willekeurige boeddhistische tempel loopt, waar een dienst wordt gehouden. Na dit intro slaat hij met een grote kledingroller op een nog grotere koperen schaal wat een lang aanhoudende boooooing tot gevolg heeft. Dan begint hij pas echt. Hij slaat een boekje open en begint, bladzijde voor bladzijde de boeddhistische gebeden op te zeggen. Elke keer dat hij een bladzijde omslaat, slaat hij met de kledingroller op de koperen schaal. Als je dus net lekker aan het indommelen bent, haalt dat je wel weer bij de les. Nu zul je denken: ‘wat mooi dat je zoiets van dichtbij meemaakt’, maar ik kan je zeggen dat het na 40 minuten toch een hele zit is geworden.

Nadat de dienst is afgelopen mogen we de gebedsruimte nog even van dichtbij bekijken, maar dan is toch het tijd voor het ontbijt.
We lopen naar dezelfde ruimte waar we gisteren gedineerd hebben en opnieuw zijn er schattige kleine tafeltjes gedekt. Dit keer is het er maar eentje en dat is uiteindelijk maar goed ook, want er staat bijna hetzelfde eten op als bij het diner en dat is voor ons toch een beetje te veel van het goede op de nuchtere maag. Uit goed fatsoen eten we een paar hapjes uit de de kleine potjes en gaan dan naar onze kamer om de rugzakken te pakken.

Het voordeel van zo’n ochtenddienst is wel dat je vroeg op pad kan. Al ruim voor achten lopen we de ‘hoofdstraat’ in op zoek naar een bushalte.
Om 08:15 uur zitten we in de bus naar Kayosan station, waar we om 08:37 uur de kabelbaan naar beneden hebben. Daar springen we in de trein naar Hashimoto die om 08:45 uur vertrekt. Dat past allemaal precies.
Binnen drie kwartier zijn we in Hashimoto, waar we op spoor 4 op de trein naar Namba (Osaka) wachten.
Dan zien we andere toeristen naar de trein op spoor 2 lopen. Als we goed kijken zien we dat die trein naar Nara gaat. Dat lijkt een veel snellere optie dan eerst terug naar Namba te gaan. We rennen naar spoor 2 en springen in de trein. Als we nog maar net op onze stoel zitten begint de trein te rijden.

De trein gaat inderdaad naar Nara, maar het is een trein waar de benaming stoptrein voor is uitgevonden. We zijn op een gegeven moment maar gestopt met het tellen van de stationnetjes, want het waren er te veel.
Iets na elven komen we aan in Nara en dat is, ondanks al die stops, toch wel sneller dan eerst naar Namba en dan naar Nara.
In Nara volgen we de meute naar het park Nara-koen, waar de meeste bezienswaardigheden te vinden zijn.

Nara was de eerste permanente hoofdstad van Japan. Vanaf het jaar 710 regeerde keizerin Genmei over het land. Permanent is in dit geval betrekkelijk, want Nara was maar 74 jaar de hoofdstad van het land. In het jaar 784 werd eerst Nagaoka en 10 jaar later Kyoto (toen Heijan) de hoofdstad. De plattegrond van Nara was gebaseerd op de toenmalige hoofdstad van China, met een rechthoekig stratenpatroon en het keizerlijk paleis aan het noordelijke uiteinde. Ook lagen er veel boeddhistische kloosters in de stad.

Dankzij de grote aantallen boeddhistische tempels is Nara tegenwoordig een bekende bestemming voor toeristen en dus ook de reden dat wij hier zijn.
We lopen Nara-koen aan de westzijden binnen en staan gelijk al oog-in-oog met de Three Storey Pagoda bij de Kohfukuji tempel. We brengen daarna een bezoekje aan de bijbehorende National Treasure Hall en lopen langs de Five Story Pagoda richting de Todaji tempel.

Op onze route langs de vele heiligdommen komen we regelmatig kleinere heiligdommen tegen; heiligdommen die bewegen, die aan je tas snuffelen en als je pech hebt, je een douw geven. Het zijn de 1200 tamme herten die op het terrein rondlopen. Deze viervoeters werden in de pre-boeddhistische tijd gezien als de boodschappers van de goden en hebben tegenwoordig de status van National Treasure. Als je niets te eten bij hebt, laten ze je met rust, maar als je ergens een kruimel in je tas hebt zitten, ben je aan de beurt en dan zijn het niet altijd lieve tamme hertjes.

Nadat we 764 hertjes ontweken hebben komen we dan via de Nandai-mon (zuidelijke poort) bij de Todai-ji. Deze tempel bied onderdak aan de mega boeddha van Nara (Daibutsa). Dit boeddhabeeld is een van de grootste bronzen beelden ter wereld en is oorspronkelijk in het jaar 746 gemaakt. Het beeld is ruim 16m hoog en is gemaakt van 437 ton brons en 130 kg goud. Deze grote boeddha staat in de Daibutsu-den, wat het grootste houten gebouw in de wereld is. Door de eeuwen heen heeft het beeld behoorlijk wat te verduren gehad van aardbevingen en branden, waarbij hij z’n hoofd een paar keer is kwijt geraakt, maar tegenwoordig zit deze beeltenis van Vairocana Boeddha er parmantig bij.

Na een rondje om de boeddha lopen we langs nog een groot aantal gebouwen. De Great Bell, de Nigatsudo hal, de Sangatsudo hal en net als we weer richting de uitgang willen lopen vraagt een vijftal leerlingen van groep 8 aan Rob of ze hem een paar vragen in het Engels mogen stellen. De juf staat op een paar meter afstand om te checken of alles goed gaat. De leerlingen pakken hun schriftjes en stellen een-voor-een een vraag, die Rob vakkundig beantwoord. Als ze allemaal 2 of 3 vragen gesteld hebben, bedanken ze hem voor de medewerking en zoeken ze een volgend slachtoffer. Hopelijk is het Engels van die generatie straks beter als van de huidige volwassenen.

Hoewel de echte tempelliefhebber hier waarschijnlijk wel een hele dag kan doorbrengen houden wij het na een paar uurtjes voor gezien. We groeten de Five Storey Pagoda voor een laatste keer en lopen dan naar het treinstation waar we op de trein naar Osaka stappen.
Na een half uur stappen we uit op station Tennoji en nemen daar de metro naar Hommachi. Een paar minuten later zijn we weer in het hotel waar we onze rugzakken hadden achtergelaten.

We checken in en krijgen opnieuw ‘bezemkast’ 509. We brengen onze spullen erheen en gaan dan weer de straat op. We lopen eerst naar Nakanoshima Park, dat op en eiland tussen de Dojima rivier en de Tosabori rivier ligt, in de hoop dat er een gezellig terras is te vinden. Niets van dit alles, hoewel het er een schitterende plek voor is. Dan gaan we naar koffiebar Brooklyn op de oever van de Tosabori rivier en genieten daar, onder het genot van een stevige cafe cortado, van het uitzicht op de rivier.

Na een tijdje gaan we weer de straat op en gaan we op zoek naar een leuk restaurant. Daar zijn er genoeg van in deze stad, maar in de meeste restaurants is nog geen klant te bekennen. Niet ver van ons hotel zien we een bord met een paar lokkende glazen bier erop. We besluiten dit restaurant binnen te gaan. Via een smal trappetje gaan we een kelder in. In het restaurant liggen alleen maar Japanse menukaarten, maar de Chinese eigenaresse overtuigt ons te blijven. Ze laat zelfs een tijdschrift zien waar haar maaltijden in genoemd worden.
Wij bestellen die maaltijden en eten onze stokjes er bijna bij op; heerlijk!

Woensdag 31 oktober

Vandaag gaan we naar de trouwlocatie van Japan: Himeji-jo. Dit witte kasteel ligt bij het plaatsje Himeji op ongeveer een half uur treinen van Osaka. We gaan eerst weer ontbijten bij Doutor, twee blokken verderop en nemen dan de metro naar Shin-Osaka. Qua timing had het beter gekund, want we zitten middenin de spits. We voelen ons als haringen in een ton en proberen maar niet al te diep te ademen.

Het is gelukkig maar een paar haltes naar het treinstation en samen met heel veel pakken stromen we de metro uit op weg naar de trein. Met z’n allen de roltrap af, met z’n allen de poortjes door en met z’n allen op weg naar de trein. Gelukkig gaat niet iedereen naar Himeji, dus we kunnen weer vrijuit ademen.

Nog voordat we het treinstation van Himeji bereiken zien we het kasteel al. Het is sprankelend wit en torent hoog boven de stad uit.
Het is maar een klein stukje lopen van het treinstation naar het kasteel en naarmate we dichterbij komen wordt het kasteel indrukwekkender.
We komen eerst door de Otemon poort en betalen onze tickets bij de Hishi poort. Je kunt niet vrij door het kasteel banjeren, want je moet een verplichte route volgen. We lopen eerst langs de enorme muren die de fundering vormen van het kasteel. Je kunt je voorstellen dat het niet mogelijk was dit kasteel via deze muren binnen te dringen. De ruimtes in het kasteel zijn groot en de constructie oogt meer dan solide. We klauteren via stijle trapjes naar de 5e verdieping en genieten van het uitzicht over de stad. We blijven niet lang in het kasteel, want er is binnen eigenlijk niet veel te zien. De buitenkant is veel interessanter!

Ook buiten het kasteel kan je niet je eigen route uitstippelen en moet je dus met de meute mee, maar ze hebben op er wel voor gezorgd dat recht voor het kasteel een mooie grote ruimte is waar je van het kasteel kunt genieten. Ze hebben er zelfs bankjes neergezet. Ook wij nemen even de tijd om van Hakuro-jo (Witte Reiger), zoals het kasteel ook wel wordt genoemd, te genieten.
Himeji-jo wordt gezien als Japan’s meest spectaculaire kasteel, door z’n omvang, schoonheid en goed bewaard gebleven terrein rondom het kasteel. De eerste werkzaamheden aan het kasteel begonnen in de 15e eeuw en het kasteel was pas klaar in 1609. In tegenstelling tot veel andere kastelen in Japan, is de Witte Reiger nooit vernield door oorlog, aardbevingen of brand.

Na ongeveer anderhalf uur verlaten we het kasteelterrein en gaan we naar de naastgelegen Japanse tuin. Deze tuin is in 1992 geconstrueerd, waarbij gebruik gemaakt is van technieken ui tde Edo periode (1600-1860). De tuin is fantastisch met watervallen, een grote vijver met koi-karpers, esdoorns en strak gesnoeide dennen. Er zijn een paar tuinmannen aan het werk die gehurkt alle blaadjes en oneffenheden verwijderen.
Als we tuin uitlopen zien we eindelijk een bruidspaar. We hadden gelezen dat deze lokatie populair is voor bruidsreportages, maar begonnen al te twijfelen aan dat verhaal. In vol ornaat worden de bruid en bruidegom op de gevoelige plaat vastgelegd!

Hiermee is het verhaal van Himeji verteld en gaan wij terug naar het station. Als onderweg pas gebakken brood ruiken, volgen we onze neus naar een piepklein bakkerijtje in een steegje dat parallel aan de hoofdstraat loopt. Het is er verschrikkelijk druk, maar we besluiten toch om wat van die lekkere broodjes te kopen.
Na deze geïmproviseerde lunch gaan we verder naar het station en zijn we ruimschoots op tijd voor de trein van 12:55 uur.

Terug in Osaka zijn er nog 2 locaties die we willen bezoeken: de Umeda Sky Building en Amerika Mura.
We nemen de metro naar Umeda station en lopen dan naar het gebouw dat zo’n prominent onderdeel van het stadsaanzicht vormt. Het gebouw bestaat uit twee torens van elk 40 verdiepingen, die aan de top worden verbonden met bruggen en een roltrap. Het is een kwartiertje lopen vanaf het metrostation, maar dan staan we er ook midden onder. Normaal gesproken kun je naar een uitkijkpunt op het dak, maar vanwege de laatste orkaan is dat nu niet toegankelijk. We buigen ons in allerlei bochten om het gebouw vast te leggen, maar dat is vrijwel onmogelijk.

Onze laatste stop in Osaka is Amerika Mura of Amemura. In de 70’er jaren zijn de warenhuizen in deze wijk verbouwd om er geïmporteerde luxe artikelen uit America te verkopen. Omdat dit heel bijzonder was in die tijd werd er door de media veel aandacht aan besteed. Amemura werd hierdoor de geboorteplaats voor de laatste modetrends.
We lopen kris-kras door de wijk en zien leuke kleine winkeltjes en bijzonder geklede mensen. We moeten er wel eerlijk bijzeggen dat een een groot aantal van die mensen vreemd gekleed is vanwege Halloween.

Donderdag 1 november

We hebben vandaag geen haast, want we hoeven alleen maar in Magome te komen. Rond een uurtje of negen ontbijten we weer bij Doutor, waarna we de metro naar Shin-Osaka nemen. Op perron 24 staat onze trein al te wachten en we gaan er maar weer eens voor zitten. Deze Shinkansen heeft een uurtje nodig om in Nagoya te komen waar we op zoek gaan naar de trein naar Nagatsukawa.

In Nagatsukawa schakelen we de hulp in van een manneke met pet, witte handschoentjes en een treintijdenboek om het juiste perron te vinden. Naar Nagatsukawa geen luxe Shinkansen, maar een Rapid Express. Voordeel van de Rapid Express ten opzichte van een normale lokale trein is dat deze niet bij álle stations stopt. Da’s mooi, maar later zullen we merken dat de trein toch wel bij bijna alle stations stopt.

Om 12:30 uur staan we dan eindelijk op het station van Nagatsukawa en gaan we naar het busstation voor de bus die ons in Magome moet brengen.
Omdat die bus pas om 13:10 uur vertrekt gaan we op zoek naar een lunchplek en dat valt nog niet mee in dit soort kleinere plaatsjes. Uiteindelijk lopen we een klein restaurantje in waar ze een heerlijke hamburger voor ons klaarmaken.
Tegen enen lopen we weer terug naar het busstation en zien dat er al een rijtje toeristen staat te wachten op de bus. Zoals het hoort in Japan, sluiten wij netjes achteraan.

We zagen het in de trein al gebeuren, maar ook in de bus zien we de omgeving veranderen. We worden omgeven door bergen en de temperatuur lijkt ook al een paar graadjes te dalen.
De dorpjes die we nu nog tegenkomen zijn niet meer dan een paar boerderijtjes, verbonden door rijstvelden. Na big-city Osaka is dit wel een verademing.
De bus slingert zich over de bergweg omhoog en af en toe stapt er een dorpsbewoner in of uit. Na een half uurtje komt de bus bij z’n laatste stop: Magome.

Morgen lopen we een stukje van de Nakasendo en we starten hier in Magome. De Nakasendo was een van de twee hoofdwegen in Japan die Tokyo met Kyoto verbonden. Deze 534km lange weg kende 69 halteplaatsen en wij lopen morgen van halteplaats Magome naar halteplaats Tsumago; een stukje van nog geen 8km.

We willen inchecken bij onze herberg, maar de man die achter de balie staat legt ons uit dat dit pas vanaf 3 uur kan. Althans, we denken dat hij dit heeft gezegd, we verstaan alleen ’three o’clock’.
We kijken hier inmiddels niet meer van op en laten onze rugzakken achter en gaan op stap. Het is heerlijk zonnig buiten, dus een terrasje zou nu wel goed uitkomen.
We lopen de eerste steile meters van de de Nakasendo omhoog in de halteplaats Magome. We zijn niet alleen, want overal om ons heen zijn Chinese toeristen. Magome is blijkbaar ook erg geschikt voor de dagjestoerist: busje voorrijden, lading eruit en een uurtje of twee weer omgekeerd.

Wij lopen eerst naar de Tourist Information omdat ze daar een soort bezorgservice hebben voor de bagage, zodat wij de grote rugzakken die 8km niet mee hoeven te slepen. Dit blijken ze inderdaad te regelen, dus dat is een zorg minder. 09:30 uur de rugzakken inleveren en vanaf 13:00 uur kunnen we ze in Tsumago weer afhalen.
We lopen het straatje in Magome een keertje op-en-neer, maar een terrasje is nergens te vinden. Bij het postkantoor, vlak bij de ATM staan een paar oude stoelen waarop we dan maar plaatsnemen. Het is een plekje vol in de zon, dus dat is wel lekker.

Rond een uurtje of vier merken we dat het al behoorlijk begint af te koelen, dus we lopen maar even naar onze herberg om in te checken. Er staat dit keer een andere man en die handelt de formaliteiten netjes af. Hij loopt mee naar onze kamer en dat is dit keer een familie-kamer. Ruimte genoeg dus, maar het is wel jammer dat de (gezamenlijke) badkamer en wc aan de andere kant van de gang zijn.
Voordat hij ons op de kamer achterlaat, vertelt hij nog wel dat de restaurants in dit dorp allemaal om 17:00 uur dicht gaan. Dat betekent dat we niet veel tijd meer hebben.

We leggen onze spullen op de kamer en lopen nog een keertje terug naar Magome. Bij het eerste restaurant staat al een bordje dat ze na 4 uur geen bestellingen voor eten meer aannemen. Wij lopen door naar de hoofdstraat van Magome, maar zien we ook alleen maar bordjes met ‘closed’ aan de deur hangen. Er zit dus niet anders op dan boodschappen doen bij de super en eten op de kamer.
Bij de lokale Coop halen we twee bakken noedelsoep en twee bakjes yoghurt. We nemen ook nog wat te drinken en wat chips voor bij de tv mee en lopen dan terug naar ons guesthouse.

Rond zeven uur bereiden we ons 2-gangen diner en het smaakt best (honger maakt rauwe bonen zoet). Omdat het best begint af te koelen in de kamer gaan we op zoek naar de verwarmingsknop, maar er staan alleen maar Japanse tekens op de apparaten. In het guesthouse is inmiddels niemand meer die ons kan helpen, dus we liggen er vroeg in.

Vrijdag 2 november

De Ikea-matrassen lagen goed, maar de kachel moest wel aan! Het koelt behoorlijk af op deze hoogte en HR+ glas hebben ze hier nog niet van gehoord.
Het ontbijt bestond uit 2 witte boterhammen een hard gekookt ei, dus daar moesten we de energie uit zien te halen voor de 8km Nakasendo.
Onze grote rugzakken moesten we bij de Tourist Information afgeven voor transport naar Tsumago en, achteraf gezien, zijn deze 300m misschien wel de zwaarste van de hele trek.

Er waren gelukkig nog niet veel lopers te bekennen, dus we gingen snel op pad. Na 100m lieten we Magome achter ons en liepen we de oude ‘snelweg’ op. Eerst nog even genieten van het uitzicht over de vallei en dan de sokken erin. We hebben vanochtend onze windstopper aangedaan en daar zijn we nu heel blij mee! Ondanks de stralende zon, maakt de wind het berekoud.
Het eerste stuk klom behoorlijk, maar dat was nog niet eens het lastigste. Het pad is nl. gemaakt van grote rotsblokken, dus je moet blijven opletten dat je de voeten goed neerzet. Dit is voor het eerst dat we onze bergschoenen missen.

De Nakasendo loopt enigszins parallel met de weg van Magome naar Tsumago (eigenlijk is het andersom) en als we niet ver van Magome die weg oversteken en aan de andere kant het bos inlopen, zien we voor het eerst de beer-waarschuwing-bel. Aan een paal hangt een bel met erbij een papier waarin gewaarschuwd wordt voor beren. Je moet dus een paar keer aan het touw bij de bel slingeren om de beren op afstand te houden. We komen zo’n bel een stuk of tien keer tegen op dit stukje, dus het zal wel serieus zijn.

Het pad blijft de eerst paar kilometer behoorlijk klimmen en dit gaat grotendeels over rotsblokken of bospad. Het is dus mooi meegenomen dat we een beetje conditie hebben. Een stuk of vijf beer-waarschuwing-bellen verder bereiken we het hoogste punt van onze route. Dit is gelijkertijd de ‘grens’ tussen Magome en Tsumago en voor ons een mooi moment om even op een bankje te gaan zitten bij een soort boerderij.
Toen we daar een slokje water wilden nemen, zagen we dat er binnen iemand aan het werk was. Diana vroeg aan de vriendelijke man of we misschien een bakkie thee konden krijgen en voordat we het wisten zaten we in de boerderij aan tafel met een bakkie thee voor onze neus.
De man vroeg waar we vandaan kwamen en probeerde een gesprekje op gang te brengen, maar zoals gewoonlijk is het Engels beperkt.
Blijkbaar heeft de man connecties met de lokale VVV, want Rob krijgt een enquete van 4 bladzijden onder z’n neus gedrukt met het vriendelijke verzoek deze in te vullen. Als beloning krijgen we gelakte eetstokjes van de lokale pijnboom.

Na het invullen van de vragenlijst en twee heerlijke bakjes thee, gaan we weer verder. Als snel merken we dat het klimwerk erop zit en gaat het allemaal een stuk makkelijker. Het had een haar gescheeld, of we waren gaan zingen. Onderweg komen we regelmatig rotsblokken met Japanse tekst tegen. Dit zijn dan meestal kleine monumentjes voor het een-of-ander, maar soms zijn het ook ‘mijlpalen’. Uit de oudheid. Op basis van de afstand waarover iets of iemand vervoerd moest worden werd nl. de prijs bepaald. Dat is dus vergelijkbaar met de taximeter.

Met nog een drietal kilometer en 2 beer-waarschuwing-bellen voor de boeg komen we bij een volgend hoogtepuntje van de route een tweetal watervallen: Otaki en Metaki (man en vrouw). We hadden al enige tijd langs een riviertje gelopen en dat riviertje splitste zich, wat hier resulteerde in deze twee watervallen. Het zijn geen watervallen waar het water met donderend geweld naar beneden komt, maar daarvoor moet je hier in het voorjaar zijn. Door de lokatie zijn de watervalletjes zeker de moeite waard.

De laatste paar kilometers zijn vrijwel vlak en nadat we beer-waarschuwing-bel voor het laatst geluid hebben, zien we weer in welke prachtige omgeving we lopen. We worden omgeven door bergen, waarvan de hellingen wel een lappendeken lijken door de vele herfstkleuren.
Rond 11:30 uur lopen we dan Tsumago binnen en gaan we op zoek naar restaurantje waar je een bak koffie kan kopen.

Het is nog betrekkelijk rustig als we door de hoofdstraat van Tsumago lopen. Deze halte op de Nakasendo ziet er toch weer heel anders uit dan Magome. Hier geen steile weg door het dorp, maar wel veel meer museum-achtige zaken. Zo zijn er een aantal huizen op authetieke wijze ingericht en is ook de mens/paard wisselplek die in elke halteplaats van de Nakasendo aanwezig was. We lopen een paar keer de hoofdstraat heen-en-weer en nemen af en toe de gelegenheid waar om even in de zon te gaan zitten. Het is vandaag prachtig weer met een strak blauwe lucht, dus daar moet je ook even van genieten.

Iets na enen gaan we naar de Tourist Information om onze grote rugzakken op te halen en lopen we vervolgens naar de busstop voor de bus naar Nagiso. In Nagiso nemen we dan de trein naar Matsumoto, waar we vandaag en morgen zullen slapen.
De treinrit van twee uur vliegt voorbij. Het uitzicht op de bergen om ons heen is adembenemend. Als dit de voorbode is van wat ons morgen staat te wachten, gaat het allemaal goed komen.

In Matsumoto checken we in bij ons hotel. We krijgen de invaliden-slaapkamer toegewezen; zo kreupel kwamen we toch niet aanlopen?
Zoals zo vaak moeten we onze schoenen achterlaten en lopen we op sloffen door het hotel. Het heeft wel iets gezelligs.
We laten onze spullen op de kamer en gaan op zoek naar het sushi restaurant dat Diana op internet heeft gevonden.

Sushiten is een kwartiertje lopen van ons hotel en het is weer eens zo’n piepklein restaurantje dat gerund wordt door een familie. We krijgen een plek aan de bar toegewezen en gelukkig spreekt dochters behoorlijk Engels, want dan weten we in ieder geval wat we bestellen.
We bestellen drinken en een portie sushi en genieten dan van de manier waarop pa en ma achter de bar de sushi bereiden. Ze voelen elkaar goed aan en hebben de taken gelijk verdeeld. Terwijl de dochter de drankjes brengt, maakt ma een aantal sushi’s en doet pa z’n best op andere sushi’s. Daarbij maakt hij af en toe wat bezwerende bewegingen over de sushi, maar dat is waarschijnlijk alleen maar omdat hij het wel interessant vindt dat er toeristen in de zaak zitten. Hij probeert hier vooral de aandacht van Diana mee te trekken.

Na een voortreffelijke sushi-maaltijd, gaan we terug naar het hotel om het programma van morgen in elkaar te zetten. We lopen natuurlijk nog wel even langs de 7-Eleven voor een bak koffie.
Hopelijk hebben we morgen in de Japanse alpen net zulk mooi weer als vandaag.

Zaterdag 3 november

We wilden met de trein van 8 uur naar Kamikochi, dus om nog een beetje van ons ontbijt bij Vie de France te kunnen genieten, moesten we er weer op tijd uit. Omdat ook dit hotel weer zo’n klein bedje van 1 meter 40 heeft, is het niet heel erg om vroeg op te staan. Bij Vie de France kun je heerlijke verse broodjes uitzoeken, dus over het ontbijt hadden wij geen klachten.

We halen de veel te dure kaartjes voor Kamikochi uit de automaat en gaan naar perron 7 voor de trein. Het lijkt erop dat veel medereizigers grootse plannen hebben. Ze hebben grote rugzakken, dikke jassen, bergschoenen, energierepen en wandelstokken bij zich. Onze uitrusting steekt daar schril bij af; we hebben zelfs de handschoenen in het hotel laten liggen. Gaan we daar spijt van krijgen?

Kamikochi betekent letterlijk ‘de plaats waar de goden naar beneden komen’, dus onze verwachtingen zijn hoog gespannen. Het is de bekendste lokatie in het Chubu Sangaku National Park en de hoogtepunt van het park zijn de fantastische uitzichten op de alpen, een actieve vulkaan, prehistorisch bos en het glasheldere water van de Azusa rivier dat uit de bergen komt stromen. Het hoogste punt dat wij zullen bereiken is ongeveer 1500 meter, maar de omliggende bergen zijn ruim 3100 meter.

Het is een half uurtje met de trein naar Shin-Shimashima, waar we overstappen op de klaarstaande bus die ons naar Kamikochi brengt. Zoals we inmiddels van de Japanners gewend zijn, is alles tot in de puntjes geregeld en als de bus tot de nok is volgeladen gaan we op weg.
Het ritje met de bus duurt net iets meer dan een uur, maar je krijgt al een voorproefje van wat er straks komen gaat. De omgeving is wederom schitterend en de bergtoppen met daarop een klein beetje sneeuw lonken in de verte.

We stappen uit bij de Taisho vijver en het is gelijk duidelijk dat we vandaag niet de enigen zullen zijn in dit park. ‘Het is zaterdag, het is prachtig weer, dus een perfecte dag om te gaan wandelen’, moeten de Japanners uit de omgeving gedacht hebben.
De Taisho vijver is ontstaan na een uitbarsting van Mt. Yakedake in 1915. De rivier raakte geblokkeerd, waardoor deze vijver is ontstaan. Bij deze vijver hebben we een mooi uitzicht de vulkaan die deze vijver heeft gemaakt.

We vervolgen onze weg en omdat ons tempo wat hoger ligt dan de meeste anderen, slingeren we ons tussen de Japanse families door. We passeren de Tashiro vijver en kiezen daar voor de Azusa River Trail. Dit lijkt ons een aantrekkelijker route dan door het bos. De rivier is in dit jaargetijde niet heel breed of wild, maar het uitzicht over de rivier op de bergketen is prachtig.
We lopen iets verder en zien dan opeens een aapje dat zich uit de voeten maakt. We hadden gelezen dat je ze tegen kunt komen (en dat je ze vooral niet moet voeren), maar dit beestje zat best dichtbij.
Iets verderop kunnen we lezen dat apen niet de enige dieren in dit park zijn. Op een mededelingenbord lezen we dat er op 23 september nog een zwarte beer is gespot. Gelukkig hebben bijna alle Japanners een belletje aan hun uitrusting hangen, dus beren zullen we vandaag geen last van hebben.

Dan komen we bij de eerste brug over de rivier: de Tashiro brug We twijfelen even of we op de andere oever verder zullen lopen, maar blijven uiteindelijk toch aan de rechterkant omdat we dan iets verderop op de droog gevallen rivierbedding kunnen lopen.
We houden continue zicht op de Oku-Hotakadake berg waarvan de top het ene moment wel en het andere moment niet in de wolken verdwijnt.
Na een paar honderd meter dalen we een stenen trappetje af en lopen we over de kiezels op de rivierbedding naar het overgebleven rivierwater. Het is niet meer dan een derde van de normale rivier, maar de stroming is nog steeds voldoende om je mee te sleuren. Ook hier valt weer op hoe helder dit water is. In de bocht van de rivier is een goudgeel lariks bos dat op het punt staat z’n naalden te verliezen.

We vervolgen onze wandeling en na een kwartier komen we in de buurt van de Kappa brug. Vlak voor deze brug is ook het busstation en daar gaan we eerst heen, omdat we de busstoelen voor de terugreis zeker moeten stellen. Bij het loketje gokken we dat we de bus van half drie kunnen halen. De vriendelijke dame achter het loket draait een bonnetje voor ons uit en zegt dat we 10 minuten voor vertrek bij gate 4 moeten staan.

Naast het busstation is een restaurantje waar we koffie en een broodje bestellen. Onze handen zijn inmiddels zo koud dat we wel even wat warms kunnen gebruiken. We gaan in de grote hal bij de Tourist Information zitten en proberen op temperatuur te komen. Het is buiten een graadje of 5 en zonder handschoenen worden je handen na een paar uurtjes toch wat gevoelloos.

Na een kwartiertje gaan we verder en lopen we eerst naar de Kappa brug. Het is hier behoorlijk druk en er staan zelfs een paar hotels aan de rivier. We nemen even de tijd om ook hier weer van de alpen te genieten en gaan dan verder; dit keer wel op de linkeroever.

We lopen in eerste instantie wat van de rivier af en komen dieper in het bos terecht. Er staan allerlei soorten bomen en het voelt soms alsof je ver van de bewoonde wereld verwijderd bent. Omdat we over goed aangelegde wandelpaden lopen met regelmatig groepjes wandelaars om ons heen, is de bewoonde wereld toch weer heel dichtbij.
Na een kwartiertje komen we dan ineens in een apenkolonie terecht. Ze hangen links en rechts in de boom en je hoort ze ook door de lage bossages lopen. Een moederaap maakt het wel heel bont. Aan de rand van het pad zit ze haar jong te vlooien terwijl een groep wandelaars hun camera’s bijna onder haar rode neus duwt.

We lopen nog even verder en komen dan bij de laatste brug van onze wandeling. Het is bij de Myojin brug een stuk rustiger dan bij de andere twee bruggen. Het lijkt erop dat veel dagjesmensen net iets minder fanatiek zijn dan wij.
We nemen een drankje bij het restaurant aan de andere kant van de brug en zetten ons dan schrap voor de laatste drie kwartier naar het busstation.

Dat deze kant minder boeiend is blijkt wel uit de belangrijkste bezienswaardigheid hier: de cosmetische berken. De witte berken hebben deze bijnaam gekregen omdat het bij de jonge takken lijkt alsof ze make-up gebruiken. Op deze takken ligt in het voorjaar een laagje witte poeder (de coca-berk was dus ook een heel toepasselijke naam geweest).
Iets voor de Kappa brug lopen we de kampeerplaats op om voor het laatst een blik te werpen om de Oku-Hotakadake. Het is misschien wel de plek met het mooiste uitzicht op de berg.

Hierna lopen we door naar het busstation en omdat we iets eerder terug zijn dan we eerder dachten, ruilen we de bustickets van 14:30 uur om voor bustickets van 14:05 uur. Om tien voor twee gaan we netjes in een rij staan en precies vijf minuten later begint een dame met een veel te zachte stem voor zo’n klusje, aan de rij mensen uit te leggen hoe de incheckprocedure (?) is. Dit doet ze alleen in het Japans, dus als ze even later onze nummer roept, reageren wij natuurlijk niet. Pas als ze op onze tickets komt kijken, wijst ze dat we de bus in mogen.
De busreis terug is minstens zo mooi als de heenreis en de treinreis net zo vervelend.

Om 15:55 uur zijn we weer terug in Matsumoto en omdat we hadden gehoord dat er een festival-achtig iets in de stad zou zijn, vragen we dit even na bij de Tourist Information. Er blijkt inderdaad een feestje te zijn geweest, maar dat is om vier afgelopen.
Eigenwijs als we zijn, lopen we toch naar het kasteel, maar tevergeefs. Zoals met alles gaat het hier allemaal precies op de klok, dus het festival was om 16:00 uur afgelopen.

Uit chagrijnigheid eten we nog een paar broodjes bij Vie de France en gaan dan terug naar het hotel. We duiken het internet op om te kijken hoe de weersverwachting in Ishigake is. De laatste dagen zag dat er helemaal niet goed uit. Als dat zo blijft gaan we onze (strand)plannen voor de laatste dagen omgooien, maar we weten nog niet waar we dan heen zullen gaan.

Rond half zeven gaan we weer de straat op, omdat de inwendige mens verzorgd moet worden. Het blijkt op zaterdagavond nog helemaal niet makkelijk om een restaurantje te vinden. Meerdere keren wordt ons de deur gewezen omdat het restaurant vol is. Gelukkig vinden we in een zijstraatje nog een tafeltje voor twee, zodat we met volle buikjes naar bed kunnen.

Zondag 4 november

Vandaag gaan we Matsumoto weer verlaten, maar niet voordat we Matsumoto-jo hebben gezien. Dit kasteel met de bijnaam Karasu-jo (zwarte kraai) vanwege de zwarte kleur van het kasteel, is het oudste kasteel van Japan en één van de drie kastelen die als National Treasure worden beschouwd. Het kasteel dateert van het eind van de 16e eeuw en in tegenstelling tot het kasteel van Himeji is dit kasteel niet op een heuvel gebouwd.
Op weg naar het kasteel maken we even een pitstop bij Vie de France voor ons dagelijkse ontbijt, want dat is te lekker om links te laten liggen.

We hebben een kwartiertje nodig om bij het kasteel te komen en we arriveren er net voor de eerste toeristenbus. We gaan dus eerst maar op zoek naar een goed plekje voor de foto’s en, alsof het geregisseerd is, poseren er 2 zwanen zwemmend in de gracht rond het kasteel.
We gaan dit keer het kasteel niet ín, want we hebben gelezen dat de binnenkant net zo kaal is als de binnenzijde van het witte kasteel dat we eerder gezien hebben. Wij nemen genoegen met de buitenkant en die is prachtig.

Na een rondje om het kasteel besluiten we toch ook nog maar even een bezoekje aan het Museum of Modern Art te brengen. In dit museum exposeert de wereldberoemde Yayoi Kusama, die in 1929 in Matsumoto geboren is. Deze avant-garde artiest is waarschijnlijk het meest bekend van de grote gele pompoen die soms op het eiland Nashima staat en soms bij de dit museum. Als we bij de vriendelijk dame van de ticketverkoop vragen of de pumpkin er is, vertelt ze dat dit kunstwerk alleen zomers bij dit museum te vinden is. Dat is jammer voor ons, maar de rest van haar geëxposeerde kunstwerken is ook zeker de moeite waard.

Na het flitsbezoekje aan het museum lopen we terug naar het hotel om onze rugzakken op te halen. Daarna gaan we weer op weg naar het station voor onze volgende treinreis met als doel Fujiyoshida waar we dan eindelijk hét icoon van Japan gaan zien: Mt. Fuji.
Op het treinstation nemen we een bakkie koffie mee en gaan naar het perron en positioneren ons precies op de goede lokatie voor onze wagon.
De dame die de trein-berichten omroept begint elke aankondiging met ‘Matsumotooooo, Matsumotoooo, ………’ en als je even op het perron zit begin je elke aankondiging automatisch mee te doen: ‘Matsumotooooo, Matsumotooooo’.

We gaan eerst met de trein naar Kofu en stappen daar over op de trein naar Otsuki. In Otsuki gaan we verder met een trein van de Fujikyu Railway en omdat dit ritje niet gedekt wordt door de JR Pass, moeten we een treinkaartje kopen.
Het treintje dat ons naar Fujisan moet brengen is wel heel apart beschilderd. Dit zou niet misstaan bij de Julianatoren.
Naarmate we dichter bij Fujiyoshida komen, wordt de bewolking dichter en als we op station Fujisan uitstappen weten we zeker dat we Mt. Fuji vandaag niet meer gaan zien. De kans op een regenbui is veel groter. Hopelijk lost het wolkendek morgen een beetje op.

Het is een kwartiertje lopen vanaf station Fujisan naar ons hotel, waar we gelijk in mogen checken. We brengen de rugzakken naar de kamer en gaan de buurt verkennen. Op slechts een paar honderd meter van ons hotel is het Fuji-Q pretpark met een hele spannende achtbaan. Als Mt. Fuji ons in de steek laat, moeten we hier maar wat gaan beleven.

‘s-Avonds eten in het naast ons hotel gelegen restaurant Yakiniku. Dit keer kiezen we voor de Japanse indoor barbecue. We bestellen wat vlees en een salade en roosteren er lustig op los. We zitten achter gordijntjes en als we wat willen bestellen moeten we op de bel drukken.
Het vlees is heerlijk mals en de salade erg lekker aangemaakt. Weer wat uitgeprobeerd in Japan!

Japan 2

Maandag 22 oktober

Vandaag gaan we de culturele hoofdstad van Japan van dichterbij bekijken. Kyoto was overigens tot 1868 de echte hoofdstad van Japan, maar das war einmal. We wandelen vanaf het hotel naar de Nishiki markt, maar als we daar aankomen blijkt dat de markttijden in Japan heel anders zijn dan die in Nederland. Er zijn enkele handelaren bezig wat koopwaar uit te stallen, maar de klandizie laat nog wel even op zich wachten. Dan gaan we maar door naar Gion, maar bezoeken aan het einde van de marktstraat nog wel een verstopt tempeltje.

Ook in de wijk Gion en de naastgelegen Pontocho-steeg lijken ze vandaag allemaal uit te slapen, dus dat vraagt om een gewijzigd plan. We springen in de trein naar Fushimi Inari-taisha, de populairste tempel van heel Kyoto. Het is maar 3 haltes naar deze tempel, dus we zijn er binnen 10 minuten. Als we de trein uitstappen krijgen we wel het idee dat alle toeristen in Kyoto dit tijdstip hebben uitgekozen voor een bezoek aan de tempel met de duizend torri’s; wat een drukte!

We wurmen ons tussen de selfie-makende menigte door en lopen gelijk door naar de galerijen met de duizenden scharlaken (oranje keur ik ook goed) torri (poorten). Al deze poorten zijn gedoneerd door personen, families of bedrijven. De Fushima Inari-taisha is gewijd aan de god Inari en vormt de hoofschrijn van ongeveer een derde van alle Inari-heiligdommen. Het heiligdom behoort tot de oudste en bekendste shintoistische heiligdommen in Kyoto.
De torri zijn fantastisch en het oranje doet het erg goed in de groene omgeving, maar er lopen zoveel onbekenden door de poorten! Ondanks de drukte genieten we wel van dit spektakel en doen ons best een bruikbare foto te maken.

Nadat we ook nog even de ‘bijgebouwen’ hebben bewonderd, gaan we terug naar het treinstationnetje om ons te verplaatsen naar het Keizerlijk Paleis voor de Jida Matsuri. Dit festival vindt elk jaar op 22 oktober plaats en is ontstaan toen de Japanse hoofdstad werd verplaatst van Kyoto (toen: Heian-kyo) naar Tokyo. Met het verplaatsen van de hoofdstad, verhuisden ook de Keizerlijke familie, het Keizerlijk paleis en duizenden officials naar Tokyo. Omdat het stadsbestuur bang was dat de hiermee de glorie van Kyoto verloren zou gaan, bedachten ze een feestje voor de 1100e verjaardag van de stad. En zo is het gekomen……
Het spektakel zou om 12:00 uur beginnen, maar wij wilden natuurlijk een plekje op de eerste rij, dus om 11:15 uur stonden wij al in de brandende zon te wachten tussen mede-enthousiastelingen. De eerste minuten gaan nog wel, maar na een half uurtje in de zon te hebben gestaan, mocht het voor ons wel eens beginnen. De laatste minuten hebben we afgeteld en toen onze nekjes medium-raw waren, hoorden we eindelijk wat getrommel in de verte.

Niet veel later komen de eerste vlaggendragers de hoek om, gevolgd door mannen op paarden, geisha’s op karren, militairen met wapens, mannen met fluit, dansers, een enorme aanhangwagen (?), mannen met hoeden en nog veel meer. Allemaal gekleed in kostuums uit lang vervlogen tijden. Wat een spektakel, maar wat moeten die lui het ook warm gehad hebben!
Om 13:45 uur, als we inmiddels well-done zijn, verplaatsen wij ons naar een klein restaurantje een paar straatjes verderop om ons vocht- en calorietekort aan te vullen.

Na de sobere lunch besluiten we naar de Tenryu-ji tempel en het naastgelegen bamboebos te gaan. Hiervoor nemen we het Arashiyama treintje naar de gelijknamige wijk. Daar aangekomen lijkt het alsof al die lui van vanochtend ons achtervolgen, ze lopen hier ook. Je wordt er schizofreen van!
We lopen snel naar de tempel en worden daar voor het eerst geconfronteerd met een entree-ticket. Nou staat de tempel op de werelderfgoedlijst van Unesco, dus dan zal het wel een bijzonder tempel zijn. We kopen de tickets, doen de schoenen uit bij de ingang en gaan op zoek naar het bijzonders. We lopen kris-kras door de tempel, maar het bijzonders is nergens te vinden. De tempel bestaat uit grote lege kamers en afgezien van een paar puike bamboematrassen is er niet veel te zien. De tuin rondom het complex ligt er wel fantastisch bij. Gelukkig dekt de entree ook een rondje door de tuin.

Via de achteruitgang van de tuin komen we in het bamboebos en dat ziet er gaaf uit. Metershoge bamboestengels buigen van beide zijden van de weg naar elkaar toe en vormen zo een groene erehaag. Ik ga niet vertellen wat het enige nadeel hier is, want dan worden we straks bij de douane opgepakt in een dwangbuis.
We lopen een paar rondjes door het bamboebos en gaan dan terug naar het treinstation van Arashiyama. We hebben wel genoeg gedaan voor vandaag.

Omdat het weerbericht voor morgen een bak water voorspelt, strikken we de loopschoenen nog een keertje stevig en gaan we op weg naar de Pontocho steeg en de naastgelegen wijk Gion, die vanochtend zo uitgestorven waren. Op de weg erheen lopen we nogmaals over de Nishiki markt. Dit keer is er veel meer bedrijvigheid, maar het echte markt-gedeelte is relatief klein; het is meer een enorme shoppingmall met een paar marktkraampjes. We kuieren langs en door de winkels en komen uiteindelijk in de Pontocho steeg terecht. We komen hier geen geisha’s tegen, maar het stikt hier van de restaurantjes, dus daar maken we dan maar gelijk gebruik van. Het is een tandje duurder dan verderop in de stad, maar het smaakt voortreffelijk!

Na het luxe diner, lopen we nog even door Gion. Ook hier geen geisha’s, maar het is er nu wel een stuk gezelliger dan vanochtend. We gaan een keer links en gaan een keer rechts en uiteindelijk komen we weer op de Shijo Dori uit, waar we linksaf naar ons hotel gaan. Onderweg pakken we nog een ijsje bij de M en aan bak koffie bij de 7 en rond 21:00 uur zijn we weer terug bij het hotel. Volgens de health-app op de telefoon hebben we vandaag 22,2km afgelegd.

Dinsdag 23 oktober

Na de intensieve dag van gisteren besloten we geen wekker te zetten. We hadden vandaag niet zo’n druk programma, dus het mocht wel een half uurtje later worden. Toen we beneden kwamen, viel wel gelijk op dat de blauwe lucht plaats gemaakt had voor een wolkendek. Da’s altijd jammer, maar je doet er zo verdomd weinig aan.
Dit is het enige hotel waar we deze vakantie een ontbijt hebben, dus we nemen het ervan. Heel bijzonder is het niet, maar er is brood en dat is al heel wat.

Na het ontbijt gaan we eerst naar het treinstation. We willen onze stoelen veilig stellen voor de treinrit naar Hiroshima, maar bovendien is het treinstation van Kyoto de moeite van een bezoekje waard. Het heeft een enorme stalen constructie met heel veel glas en dat willen wij wel van dichtbij bekijken. We gaan er niet met de metro of trein heen, maar nemen voor de verandering de bus. Na een half uurtje zijn we bij het station en gooien we het geld bij de chauffeur in de automaat en springen dan uit de bus.

In het stationsgebouw sluiten we aan in de rij voor de treinkaartjes, maar gelukkig weten de dames van aanpakken en zijn we snel aan de beurt. We vragen om 2 stoelen te reserveren op de Shinkansen naar Hiroshima, maar de dame aan de balie vertelt ons dat we dan niet in dezelfde coupe kunnen zitten. Dat is wat erg ongezellig, dus we switchen naar een normale trein: de Hikari 495. Deze vertrekt wel een half uur eerder dan we gepland hadden, maar het uitslapen lukt toch niet zo.
Met de treinkaartjes op zak gaan we het stationsgebouw verkennen. Het is een kolossaal gebouw met een enorm hoog glazen plafond. Enorme roltrappen brengen je tot vlak onder dit plafond. We lopen er wat rond, pakken een bakkie koffie en lopen dan naar het naastgelegen busstation om naar onze volgende bestemming te gaan.

We wachten op bus 205 die ons naar de Rokuonji tempel, beter bekend als de Kinkaku-ji (gouden paviljoen tempel), moet brengen. Deze tempel is een van de bekendste toeristische trekpleisters van Japan en de busrit ernaar toe neemt een half uur in beslag. Als we uitstappen hebben we al snel in de gaten dat we ook hier niet de enigen zijn. We kopen een kaartje en lopen samen met onze vrienden de tuin bij de tempel in. We worden door een strenge meneer in een blauw pak naar links gedirigeerd, want er is een verplichte looproute en die lopen we met z’n allen achter elkaar aan. Het is waarschijnlijk zoals dat gaat op een drukke zomerdag in de Efteling. De tempel en de omliggende tuin zijn best de moeite waard, maar het voelt niet zo fijn om er in polonaise doorheen te moeten. Het paviljoen staat in een vijver en lijkt erin te drijven. Behalve de onderste verdieping is het hele paviljoen met zuiver bladgoud bedekt, dus de waarde voor de OZB is behoorlijk hoog.
We lopen langzaam met de meute mee en proberen af en toe een plekje aan het hek te vinden voor een foto en als je geluk hebt wordt je niet aan de kant geduwd door een Chinees.

We zijn niet langer dan een uurtje bij deze top-attractie geweest en gaan vervolgens met de bus naar de minder dure Jishoji tempel, beter bekend als de Ginkaku-ji (zilveren paviljoen tempel). Shogun Ashikaga wilde met de bouw van deze tempel de Kinkaku-ji, die in opdracht van zijn grootvader was gebouwd, naar de troon steken. Het was oorspronkelijk de bedoeling het paviljoen met zilver te bedekken, maar een oorlog stak daar een stokje voor. Het paviljoen is mooi, maar de tuin rondom deze tempel is fantastisch; veruit de mooiste van de tempel-tuinen die we tot nu gezien hebben. Het is er bovendien (relatief) rustig.

Van de Ginkaku-ji willen we naar de Kurama tempel, maar daar kunnen we niet met een bus naartoe. Met behulp van Google Maps komen we erachter dat er anderhalve kilometer verderop een treinstationnetje is, waar de trein naar Karuma stopt. We besluiten daar naartoe te lopen.
Op dit soort kleine stationnetjes wordt alles alleen maar in het Japans aangegeven, dus we vragen een vrouw die hier op de trein staat te wachten om hulp. Als we duidelijk hebben gemaakt waar we heen willen, laat ze weten dat we pech hebben, want door de orkanen is het laatste deel van dit spoortracé onbegaanbaar geworden. We moeten dus over naar plan B.

Gisteravond waren we al even in Gion en toen leek het erop dat deze wijk ook wel de moeite van een daglicht-bezoekje waard zou zijn. I.p.v. de trein naar Kurama, nemen we dus de trein naar Shijo-Gion, om dat te checken.
Volgens de boeken heb je in Gion de grootste kans om geisha’s tegen te komen, maar wij komen hier alleen maar wanna-be geisha’s tegen. Voor zo’n 2500 yen huur je nl. een kimono en kun je voelen hoe het is om als geisha nagestaard te worden.
Gion is inderdaad best een leuke wijk. De oude huisjes met bamboe-zonwering zijn aandoenlijk en de wijk-tempel is erg sfeervol. Al-met-al een goed alternatief voor Karuma.

‘s-Avonds willen we bij een populair sushi restaurant naast de M gaan eten, maar als we daar aankomen staat er al een hele rij hongerige Japanners buiten in een rij te wachten tot ze gevoerd worden. Daar hebben wij geen zin in, dus we gaan op zoek naar een ander restaurant. Nog geen honderd meter verder staat een bord met foto’s van heerlijke gerechtjes. Het restaurant blijkt in een kelder weggestopt te zitten, maar dat houdt ons niet tegen. Helaas is het ook hier bomvol, maar we laten onze naam op de wachtlijst zetten. ‘Kom om 7 uur maar terug’, zegt de man achter de kassa. Best bijzonder. dat de restaurants op een dinsdagavond zo vol zitten. Wij lopen nog een stukje over de Shijo Dori, op zoek naar een barretje waar we een drankje kunnen nuttigen, maar die vinden we ook dit keer niet.
Om 7 uur melden we ons dan weer in de kelder bij restaurant Kushihachi en worden we naar een plaats aan de bar tegenover de grill geleidt. Bij binnenkomst worden we luidkeels begroet door het keukenpersoneel achter de bar. Dit was overigens niet speciaal voor ons, dat doen ze voor iedereen!
We krijgen een Engelstalige menukaart in de hand gedrukt en beginnen met het bestellen van de hapjes. Sushi met krab en tonijn, gegrilde kip met ui, zalm met kaas en garnalen volgen elkaar op en het smaakt allemaal erg lekker.
Als we iets na half negen de kelder uitkomen, blijkt het te regenen. We rennen terug naar ons hotel waar we nog een lekere bak koffie nemen.

Woensdag 24 oktober

Omdat we een trein eerder nemen, moeten we ook eerder ons bed uit; logisch! Dat betekent dat we al voor zevenen onze tandjes staan te poetsen. Het ontbijt in dit hotel is vanaf 7 uur, maar als de man in het restaurant Diana ziet aankomen, gaat hij toch alvast wat brood halen. Zo gaan we dus toch met een ontbijt achter de gepoetste kiezen op weg naar het treinstation.

Daar aangekomen wurmen we ons door de mierenhoop van mensen, naar spoor 14. We zijn natuurlijk weer ruimschoots op tijd, dus kunnen we in de wachtruimte nog wel een bakkie koffie naar binnen werken.
We dachten gisteren nog dat we met een normale trein zouden reizen, maar de Hikari 495 blijkt toch een snelle Shinkansen te zijn. Via Shin-Osaka, Kobe en Fukuyama zoeft deze bullettrein in 2 uur naar Hiroshima.

Op het station van Hiroshima struikelen we bijna over de schoolkinderen. Hiroshima is voor de Japanse kinderen een soort practicum voor geschiedenis. Op soepele wijze banen we ons een weg tussen de klasjes door en gaan op zoek naar de informatiebalie van JR om onze stoelen voor de rit naar Nagasaki te reserveren. Als we dat geregeld hebben, verlaten we het station aan de zuidkant en gaan we met de elektrische tram naar ons hotel. De tram is een beetje krap en wiebelig, dus onze medereizigers zullen onze grote rugzakken af en toe wel hebben moeten ontwijken.

Helaas wordt bij ons hotel de inchecktijd nogal strak gehanteerd, dus we kunnen nog niet op onze kamer. We laten onze rugzakken dan maar in de bagageopslag leggen en gaan op weg naar het Peace Park.
Het park is maar een kwartiertje lopen vanaf ons hotel en overal zien we schoolklasjes. Sommigen zijn aan het zingen bij het Kindermonument, anderen lopen met een schriftje vragen te beantwoorden en weer anderen maken een klassenfoto.

We lopen eerst naar het Peace Monument, een massieve stenen boog van waar je de A-bomb Dome kunt zien aan de andere kant van de rivier. De A-bomb Dome deed voor de bom dienst als de Hiroshima Prefectual Commercial Exhibition Hall en was destijds een belangrijk herkenningspunt in stad met z’n groene koepel. Dit gebouw heeft men gelaten zoals het was na de aanval met de atoombom, net als de Gedächtniskirche in Berlijn.

Na het rondje door het Peace Park gaan we even terug naar het hotel om in te checken. We stoppen nog even bij de A-bomb Dome en bekijken het van dichtbij. Zelfs het puin ligt er nog net als 73 jaar geleden. De t-vormige brug die naast dit gebouw ligt, was voor de piloten van de B29 bommenwerper Enola Gay het herkenningspunt voor het afgooien van Little Boy. Op 6 augustus 1945, om 08:15 uur, ontplofte de bom op 150 meter van de Exhibition Hall op zo’n 600 meter boven de grond en vaagde bijna alles in de omgeving weg. Er vielen vrijwel direct 78.000 doden. Men schat dat het aantal doden als gevolg van beide atoombommen aan het eind van de oorlog 250.000 bedroeg.

Terug bij het hotel gaan we even in de lobby zitten, want het is nog geen tijd om in te checken. Klokslag 14:00 uur roept de receptionist ons dat we aan de beurt zijn. Na het invullen van een papiertje en het overhandigen van de creditcard kunnen we onze kamer in. We leggen de paspoorten in de kluis, zetten de rugzakken tegen de muur en gaan weer naar buiten. Het plan was om vanmiddag naar Miyajima te gaan, maar we besluiten dat morgen te doen en gaan vanmiddag naar het Peace Museum.

Het museum blijkt under construction te zijn, Ze zijn het aardbeving-proof aan het maken, maar we kunnen er wel in. Ook hier zijn de schoolklasjes weer goed vertegenwoordigd, maar dat is allemaal goed georganiseerd, dus daar heb je geen last van.
Op de derde verdieping wordt op een aantal platen aan de muur van alles uitgelegd: dat de Amerikanen bang waren dat de Duitsers de atoombom aan het ontwikkelen waren en dat zij ‘m dus eerder moesten hebben (Manhattan Project), dat er door de geallieerden afspraken zijn gemaakt over het beëindigen van de oorlog (Verklaring van Potsdam), dat er voor Hiroshima is gekozen vanwege haar grote industriële en militaire betekenis, etc. In vitrines liggen allerlei memorabilia van na de atoombom: gesmolten flesjes, een verwrongen buitenlamp, een driewielertje van een overleden jochie van 3 dat door zijn vader samen met het jochie in de achtertuin is begraven, kledingstukken, etc. Verder hangen er gruwelijke fotos van mensen met brandwonden, maar ook van mensen die pas jaren later kanker ontwikkelden door de radioactieve straling. Als Rob nog door het museum loopt, gaat Diana naar de videoruimte. Daar werd in 20 minuten het verhaal van de atoombom verteld en kwamen slachtoffer van de bom aan het woord. Het is wel iets waar je even stil van wordt!

Na anderhalf uur staan we weer buiten en drinken we wat op een bankje in het park. Even niets, lekker in het namiddag zonnetje. Zoals vaak met dit soort grootste dingen is niet te bevatten hoe dat geweest moet zijn. Alles waar wij nu op uitkijken (en meer) is in een klap weggevaagd………

Zonder veel te zeggen lopen we terug naar het hotel en voor je het weet sta je weer in de werkelijkheid van vandaag. Fel verlichte reclamezuilen, etalages van winkels vol met Halloween spullen, Mc Donalds, gokhallen en dan in het kwadraat. We zijn weer terug in de stad.
Over alledaagse dingen gesproken; wij verzamelen ons wasgoed en draaien een trommeltje in de wasmachine bij het hotel. Lekker fris. We zijn echter niet de enigen met dat plan en we kunnen. De was niet direct uit de wasmachine in de droger doen. We hangen de was op onze kamer op elk plekje dat daarvoor bruikbaar is en gaan dan eerst een hapje eten. Als we daarna weer terug zijn bij het hotel zijn de drogers lee en grijpen wij onze kans.

Donderdag 25 oktober

Vandaag was het dan tijd voor het eigenlijke doel van deze reis: het bedrijfsspionage uitje bij Mazda. We moesten ons om 09:45 uur op het hoofdkwartier van Mazda melden, dus we hadden alle tijd om de camera’s op niet nader te beschrijven donkere plekjes te verstoppen.
Op ons gemakkie liepen we naar Café Veloce voor een ontbijtje. Dit keer geen gehaast vanwege een vroege trein of een volle agenda, dit keer konden we heel rustig aan doen.

Na het ontbijt nemen we de tram naar het station van Hiroshima en van daar nemen we de lokale trein naar station Mukainada. Het hoofdkantoor van mazda ligt op een paar minuten wandelen van dit station.
We melden ons aan de receptie en de vriendelijke dame heet ons welkom en legt uit dat we nog wel even een bakkie koffie kunnen nemen, maar om 10 uur vertrekt de bus voor de tour! Vervolgens geeft ze ons een bezoekerspas.
We bewonderen een paar Mazda’s die staan te glimmen bij de receptie en nemen dan een lekkere vette bak koffie. Zoals gebruikelijk gaan we precies op de afgesproken tijd met z’n allen naar de bus. We zijn met zo’n 40 man, hoofdzakelijk toeristen.

Op weg naar het museum vertelt onze ‘gids’ van alles en nog wat over het bedrijfsterrein. Dat er een grote brandweerpost met 5 brandweerwagens is die ook wordt ingezet bij calamiteiten in de omliggende wijk, dat de productiestraat van anderhalve kilometer is opgebouwd uit een deel waar het koetswerk wordt gemaakt, gevolgd door de spuiterij en de montagestraat, dat het 15 uur kost om een auto klaar te hebben (waarvan 8 uur spuiterij), dat er een ziekenhuis op het terrein is dat ook al wordt ingezet voor de omliggende wijken, dat er een sportzaal is, dat er slaapzalen zijn voor het personeel en nog veel meer.

We worden er bij het museum uitgegooid, waar we eerst een film krijgen te zien van de hele geschiedenis van Mazda. Dan neemt ze ons mee naar de eerste verdieping waar allerlei Mazda’s zijn uitgesteld; van de eerste driewieler, tot de CX8. Vervolgens krijgen we een lesje rotatiemoter en mogen we op de foto met de eerste Japanse auto die de 24 uur van Le Mans won. Daarna is het tijd voor een kijkje bij de montagestraat. Ze drukt ons meerdere keren op het hart dat de camera’s nu in de tas moeten! Hier mogen absoluut geen foto’s of video’s gemaakt worden.

Het is wel het meest interessante deel van de tour. Hier zie je hoe de auto’s op de lopende band door de arbeiders in elkaar gezet worden. Onze gids is nogal trots op deze multiple vehicle assembly line, want deze is blijkbaar door vele andere autobedrijven gekopieerd. In deze fabriek worden dus meerdere modellen achter elkaar geassembleerd. Zo zien wij achter elkaar een MX5, de schitterende CX3 en de CX5 in elkaar geschroefd worden. Er wordt dus pas een auto gemaakt als er een order is geplaatst door een klant. Wel lekker afwisselend voor de arbeiders.

De hele tour duurt precies anderhalf uur en als we weer terug zijn bij het hoofdkantoor krijgen we allemaal een Mazda lensendoekje als souvenir mee naar huis. We hadden liever wat kortingsbonnen voor een nieuwe auto gehad, maar je moet ook een gekregen Japans paard niet in de bek kijken.
We nemen de trein terug naar het station van Hiroshima en nuttigen daar onze lunch voordat we aan het middagprogramma beginnen.

Na de lunch gaan we met de trein in de tegenovergestelde richting van vanochtend, naar station Miyajimaguchi om daar de veerboot naar het eiland Miyajima te nemen. Op dit eiland staat de Itsukushima schrijn, een 16 meter hoge oranje (ik weet niet wat het bijvoeglijk naamwoord van vermiljoen is, dus ik noem het oranje) torri die afhankelijk van het tij, in het water of op het droge staat.
Als we van de veerboot naar de torri lopen, komen we ander bijzonder verschijnsel van het eiland tegen: wilde (?) herten die hier door de straten lopen. Het is even leuk, maar als ze aan je kaart of Lonely Planet beginnen te knagen, is de lol eraf.

Als we bij de torri zijn, is het net eb aan het worden, dus we kunnen straks waarschijnlijk heel dicht bij de torri komen. We wandelen eerst door de Hokoku schrijn, een bibliotheek voor Boeddhistische soetra’s. Vanaf de houten paden heb je steeds een fantastisch uitzicht op de grote torri. Als we de Hokoku schrijn uit zijn, lopen we zo ver als we kunnen richting de Itsukushima schrijn. Als je er zo dicht bij staat is het een imposant gevaarte. Zoals alle andere toeristen maken ook wij een selfie voor de oranje torri en gaan dan verder met ons rondje over dit eiland.

We gaan op weg naar de kabelbaan die ons naar Mt. Misen moet brengen. Dit is met 535m de hoogste berg op het eiland. De kabelbaan gaat over weelderig oerbos, via een tussenstation naar 430m hoogte. Het laatste stuk naar het observatorium moeten we te voet doen en dat doen we ook. De uitzichten over zee zijn fantastisch en we kunnen Hiroshima goed zien liggen.
We hadden een enkeltje gekocht voor de kabelbaan, dus dat betekent dat we nu de 535 meter naar beneden moeten lopen.

De route naar beneden valt geenszins mee, want 90% is trappen. Bovendien wordt het zicht beperkt door het oerbos om ons heen. Tel daar nog eens bij op dat om de paar honderd meter een waarschuwingsbord hangt voor dodelijk giftige slangen, dan begrijp je dat we blij waren dat we na een uurtje beneden waren.

De zon begint inmiddels te zakken en dat momentje willen we graag bij de Itsukushima schrijn meemaken. We lopen via de 5-verdiepingen-pagode, achter de Hokoku schrijn om naar de plek waar alle andere toeristen (en herten) zich inmiddels verzameld hebben. In dit licht is het vermiljoen nog dieper oranje dan overdag. We blijven er even staan genieten en gaan dan op weg naar de veerboot. Het is inmiddels 5 uur geweest en om 7 uur hebben we een tafeltje gereserveerd bij een goed okonomiyaki-restaurant. we moeten het water nog over en met trein en tram terug nar ons hotel. Dat wordt krap!

We kunnen met de veerboot van 17:25 uur mee halen de trein van 17:49 uur naar Hiroshima. Er zijn betere tijden om een trein in Japan te nemen, want we worden af-en-toe fijn gedrukt tegen het raam, zo vol is de trein in de avondspits.
Enigszins verwrongen komen we om 18:30 uur aan in Hiroshima en enkele minuten later zitten we in de tram. Om 18:45 uur zijn we bij ons hotel en het lukt ons om in een kwartiertje naar restaurant Hassei te lopen.

We krijgen een tafeltje-voor-2 in het rokerige restaurantje (ook hier weer een combinatie van keuken en sigaretten) en bestellen allebei de okonomiyaki (Hiroshima pannenkoek) met alles erop en eraan. Op een pannenkoek bodem gaat een berg witte kool, een hand tauge, bacon, noedels en het geheel wordt afgedekt met een gebakken ei. Wat kruiden en oystersaus erover en smullen maar. Je zal een pannenkoek thuis waarschijnlijk niet snel op die manier klaarmaken, maar het is een aanrader; het smaakte fantastisch.

Vrijdag 26 oktober

We zijn vandaag al wakker voordat de wekker begint te jengelen. Waarom zou je ook uitslapen tijdens de vakantie, dat kun je thuis ook! We hebben nu wel wat meer tijd voor een ontbijtje, dus nemen snel de tram naar het station, waar we bij Little Mermaid wat verse broodjes met een mok thee nemen. Na dit uitgebreide ontbijt lopen we naar spoor 12 voor onze Shinkansen naar Shin-Tosu.

In tegenstelling tot eerdere bullettrains waar de stoelindeling 3-2 is, heeft deze trein een 2-2 indeling. De stoelen zijn breed, log, lelijk gestoffeerd, maar oh zo comfortabel. Jammer genoeg duurt dit ritje maar anderhalf uur.
Naarmate de kilometers vorderen, neemt de bewolking toe. De weerwebsites hadden regen voorspeld, dus ze konden wel eens gelijk gaan krijgen.

We moeten in Shin-Tosu overstappen op de trein naar Nagasaki en hebben net genoeg tijd om een bakkie koffie bij de Familymart te halen. Dekseltje op de beker en dan snel naar spoor 2.
De trein naar Nagasaki is geen Shinkansen en al na een paar meter is duidelijk dat het comfort van zo’n gewone trein te wensen overlaat. De stoelen zijn goed, maar wat wordt je heen-en-weer geschud in zo’n bak. We zouden er zeeziek van worden.
Gelukkig duurt de rit naar Nagasaki voor deze verwende treinreizigers maar anderhalf uur.

Ook op dit station weer hetzelfde ritueel: eerst de stoelen reserveren voor de volgende treinreis en dan met de tram naar ons hotel en ook dit hotel hanteert de inchecktijd zeer strikt. De rugzakken gaan dus weer in de opslag en wij gaan op weg.
We lopen via Chinatown, dat tegenover ons hotel is gelegen, naar de Dutch slope (Oranda-zaka). Dit is een stijl klimmende straat die zijn naam ontleent aan de vele westerse en vooral Nederlandse handelaren die zich hier vestigden in de tweede helft van de 19e eeuw. Er staan nog steeds westers aandoende huizen, die overigens wel een likje verf kunnen hebben. Dat wij wij worden verwend met Dutch weather als we Dutch slope oplopen, kan geen toeval zijn.

Als het een paar minuten later serieus begint te regenen, versnellen we onze pas en vluchten we de dichtstbijzijnde tram in. We hebben bedacht dat het perfect weer voor een museum is. Met lijn 3 gaan we richting het Nagasaki Atomic Bomb Museum.
We stappen uit bij de gelijknamige tramhalte, maar gaan eerst even lunchen bij Coco’s restaurant.
Na een heerlijke lunch lopen we de laatste 300 meter naar het museum. Het druppelt behoorlijk door, dus we zijn blij als we binnen zijn. Dit museum toont ongeveer hetzelfde als het museum in Hiroshima. Je ziet luchtfoto’s van voor en van na de bom, er zijn allerlei objecten die door de ontploffing zijn vervormd, wat informatie over het ontstaan van de atoombom en veel getallen. Er vielen 74.000 doden bij de ontploffing, de bom (Fat Man) was 3,25 meter lang, had een diameter van 1,52 meter en woog 4,5 ton, de bom ontplofte op 9 augustus 1945 om11:02 uur en zo is er nog veel meer informatie.
Wij vinden allebei het museum in Hiroshima mooier, maar in dit museum zijn wel heel veel tekeningen en kleurrijke kraanvogel-kunstwerken van kinderen te zien en dat maakt het allemaal net wat ‘zachter’.

Om 14:30 uur gaan we naar de naastgelegen Nagasaki National Peace Memorial Hall for the Atomic Bomb Victims. Behalve een informatiecentrum en een bibliotheek is hier een prachtige Remembrance Hall waar kan worden gerouwd om alle slachtoffers van de atoombom. In een metershoge glazen archiefkast worden alle namen van de slachtoffers bewaard en als je voor deze kast staat, kijk je als het ware naar het hypocentrum van de bom.

Als we weer buiten komen, blijkt het te zijn gestopt met zachtjes regenen. We haasten ons terug naar de tramhalte en springen in de eerstvolgende tram die aan komt rijden. Inmiddels is het na drieën, dus we gaan terug naar het hotel om in te checken.
Volgens de Japanse buienradar wordt het rond 5 uur weer wat droger. Daar wachten we dan maar even op, in onze kamer.

Helaas is de Japanse weersite net zo (on)betrouwbaar als die in Nederland. Het regende na vijven nl. gewoon door. Niet aaneengesloten, maar voldoende om nat van te worden. We moesten er toch uit voor een hapje eten, dus hebben we bij de receptie maar even een pluutje meegenomen.
We lopen opnieuw via Chinatown waar ze de boel feestelijk verlicht hebben. Dan lopen we nog even langs de haven en komen uiteindelijk bij een leuk restaurant tegenover Dejima, een voormalig eilandje dat dienst deed als Nederlandse handelspost. Het eten smaakt ons opnieuw zeer goed en onder de plu lopen we terug naar het hotel. Hopelijk is het morgen droog!

Zaterdag 27 oktober

Vol spanning schoven we de gordijntjes open, maar gelukkig zag het er een stuk beter uit dan gisteren. Nog wel een wolkje hier-en-daar, maar vooral veel blauwe lucht. De jassen en plu konden dus in het hotel blijven.
We gingen eerst op zoek naar een restaurantje om te ontbijten en dat valt nog helemaal niet mee in Japan. Je kunt natuurlijk de dag wel beginnen met noedelsoep of rauwe vis, maar een broodje met een bakkie thee is bijna niet te vinden.

Omdat we op onze zoektocht lang Deijima komen, gaan we dat eerst bekijken. Dejima was vanaf 1641 een Nederlandse handelspost, maar daarvoor was de VOC ook al actief in Japan en de Nederlanders waren niet alleen, ook de Portugezen waren hier heel actief. Er werden kerken gebouwd en het christendom breidde zich uit. Dit laatste was een doorn in het oog van de shogun, die Japan afsloot voor de buitenwereld. Alleen de Hollanders hadden toestemming om vanaf Dejima met de Japanners te handelen.
Dejima is allang geen eiland meer; door inpoldering ligt het nu bijna midden in de stad. Op het terrein van het vroegere eiland is een soort openluchtmuseum gemaakt waar je de sfeer van toen kunt proeven.

Het zijn overigens niet alleen Nederlandse toeristen die Dejima bezoeken. Busladingen Chinezen lopen door de gerestaureerde Nederlandse pakhuizen. Gelukkig waren wij er erg vroeg bij vandaag.
Op het terrein valt ons oog dan op een heel armetierig boompje met een bordje ervoor. Hierop staat dat Prins Willem Alexander dit boompje op 14 november 1990 hier heeft gepland. Het wordt tijd dat die meiden van hem er eens een beetje kunstmest bij gaan gooien.
Als de straat van Dejima steeds voller loopt met dagjesmensen, verlaten wij deze trekpleister via de uitgang aan de noordkant en zetten onze zoektocht naar een ontbijt voort.

We besluiten richting de haven te lopen, omdat we wat informatie willen inwinnen over Loujima, een eilandje net buiten de haven van Nagasaki. Het is er rustig en een vriendelijk mevrouw geeft ons een briefje met de vertrektijden van de ferry. Ze vertelt er ook nog het een-en-ander bij, maar dat is vooral Japans. Goed bedoelt, maar verstaan er nog steeds niet veel van.

Op weg naar de haven zagen we dat er een groot warenhuis naast het havengebouw stond. Daar zou je toch wat te eten moeten kunnen krijgen. We gaan er naar binnen en in de kelder is inderdaad een foodcourt. Helaas geen bakkerijtje, maar wel een M. Daar bestellen we allebei een portie Little Pancakes met een bak thee. Het is inmiddels na tienen dus dat gaat er in als Ketellapper.

Na dit uitgebreide ontbijt nemen we de tram naar het Peacepark. Net als in Hiroshima is vlak bij de lokatie waar de bom tot ontploffing kwam, een park met monumenten aangelegd.
Vanaf het tramstation lopen we eerst naar het herdenkingspark. Het is hier een drukte van belang. Een grote groep kinderen staat in afwachting van hetgeen gebeuren gaat. Wij zoeken een plekje waar we alles goed kunnen bekijken. Het is bijna 11 uur, dus we vermoeden dat er dan ‘iets’ gaat gebeuren.
In het herdenkingspark staat een cenotaaf, een marmeren zuil, ter nagedachtenis aan alle overledenen waarvan het lichaam niet gevonden is, of waarvan het lichaam elders begraven is. Hier is de bom, op 500m hoogte ontploft, dus je zou dit ‘ground zero’ kunnen noemen.
Om 11 uur is ineens iedereen stil en worden er klokken geluid: kippenvel! Als het geluid van de klokken verstomd laten alle kinderen een ballon opstijgen en begint er een groep muzikanten ‘Yesterday’ van John Lennon te spelen. Wat een geluk dat we juist op dit tijdstip hier waren.

Van het herdenkingspark lopen we naar het Peacepark. In dit park op een heuvel is aan de ene kant een vijver met fontein en staat aan de andre kant het Peace Statue. Als je door de fontein heen kijkt, kun je dus het standbeeld aan de nadere kant zien. Wij zijn niet de enige die dit willen fotograferen, want de hele bus met Chinezen laat zich stuk voor stuk, staand voor de fontein fotograferen. Heb je effe?

We nemen de tram terug en stappen uit bij het treinstation omdat we een nogal aparte tempel willen bezoeken. Het is de Fukusai-ji, een Boeddhistische tempel in de vorm van een schildpad met een 18 meter hoog aluminium standbeeld van de Bodhisattva van mededogen. We hadden het vermoeden dat zoiets er gek uitziet en dat deed het ook, maar het was de wandeling zeker waard.

Na dit bezoek aan de schildpad, gaan we naar de haven voor ons bezoekje aan Loujima. Vanwege de lastige vaartijden van de ferry zal het een soort koffiestop worden. Het is inmiddels 13:00 uur; eerst tijd voor een lunchstop bij Starbucks aan een tafeltje in de zon.
De ferry gaat pas om 14:20 uur, dus we hoeven ons niet te haasten. We kunnen heerlijk even blijven zitten in het zonnetje.
Kwart voor twee hebben we onze vervoersbewijzen uit de automaat getrokken en een kwartiertje later gaan we aan boord van de catamaran-ferry. We hebben slechte ervaringen met zo’n voertuig, maar gelukkig duurt deze hele oversteek maar 20 minuten. Wat kan er gebeuren?

Vanaf de boot zie je pas goed hoe de haven van Nagasaki ingesloten ligt tussen de bergen. De hellingen van deze bergen zijn volgebouwd met huisjes die doen vermoeden dat het begin 20e eeuw is.
In de haven is ook veel bedrijvigheid; schepen in aanbouw, vracht die wordt geladen en gelost. Veel van de bedrijven zien er nogal roestig uit, dus dat doet vermoeden dat de zaken niet heel goed gaan.

Na iets meer dan 20 minuten worden we gelost in Loujima. Zoals al gemeld kunnen we niet veel meer doen dan een bakkie koffie drinken en een paar fotos maken. Heel aantrekkelijk oogt het eiland ook niet, maar wellicht dat we een volgende keer het eilandje met de fiets gaan verkennen.

Om 15:17 uur brengt de ferry ons weer terug naar Nagasaki en daar aangekomen besluiten we deze dag christelijk af te sluiten. We brengen nog even een bezoekje aan de Ouro-kerk. Dit is de oudste houten kerk van Japan en dateert uit 1865. De kerk is gebouwd ter nagedachtenis aan de 26 christenen die zijn geexecuteerd. De Japanse christenen werden in die tijd nl nog vervolgd.
De kerk ligt vlak bij de aanlegplaats van cruiseschepen en dat is te merken aan de vele winkeltjes aan de weg naar de kerk.

Omdat ons hotel bijna in Chinatown ligt besluiten we ‘s-avonds maar bij de Chinees te gaan eten. In elk straatje zitten minstens 5 Chinese restaurants, dus er is keuze genoeg. Om deze keuze te vergemakkelijken hebben ze plastic modellen van de maaltijden in de etalage staan; daar proberen ze je dus mee naar binnen te lokken. Die plastic maaltijden zijn wel heel kunstig gemaakt en bijna niet van echt te onderscheiden. Bij het zien van de babi-pangang en nasi wil je gelijk naar binnen. Wij laten ons de echte maaltijd goed smaken en gaan dan terug naar het hotel om de rugzakken in te pakken.

Zondag 28 oktober

Vandaag staat er weer een reisdag op het programma. We gaan naar Osaka, een stad met 2,7 miljoen inwoners.
We beginnen met een kort tramritje naar het treinstation. Hoewel het zondag is, staat er al een hele rij Japanners-in-pak te wachten op de tram. Wij sluiten netjes achteraan de rij. Het is gelukkig maar 4 haltes naar het treinstation, want bij elke halte komen er weer een paar passagiers bij en het laatste stukje staan we als de sardines in het welbekende blik tegen elkaar aan gedrukt. We zijn blij dat we er bij het treinstation uit kunnen.

We zijn ruim op tijd, maar moeten nog wel ergens een broodje op de kop zien te tikken. Omdat er geen restaurant is waar je kunt ontbijten, kopen we een paar broodjes bij een bakker en eten die op het perron op. Het smaakt er niet minder om.
De trein naar Hakata staat al op perron 2 te wachten, maar de deuren gaan niet voor 08:30 uur open. De eerste 2 uur reizen we weer met de Kamome 10, een normale trein die een 10-tal keer zal stoppen voor we in Hakata zijn.

In dit deel van Japan zie je veel rijstvelden en in de kleine dorpjes hebben de huizen vaak nog zo’n authentiek pannen-dak. Bij de huisjes bijna altijd zo’n bonsai-achtige tuin met fraai geknipte dennenbomen, een vijver en strak geharkt grind. De grotere steden zijn grijs en grauw met veel lelijke flats. Parkeerplaatsen vol met auto’s, vrijwel allemaal van Japanse makelij. Vooral het type hondenhok-op-wielen is erg populair. Dit zijn korte, smalle voertuigen met een hoog dak; een beetje een mini pausmobiel.
Zonnepanelen zijn in Japan inmiddels in grote getale aanwezig. Af en toe op huizen, maar meestal staan er veel bij elkaar op een akker of tegen een berg.

Om 10:53 uur komen we aan in Hakata en hebben we 20 minuten voor de overstap op de Shinkansen naar Osaka. Gelukkig is het een overzichtelijk station, zodat er ook nog tijd overblijft om een bakkie koffie te halen bij de 7-Eleven. Met de beker in de hand wachten we op perron 13 op de trein.
Zoals gebruikelijk gaat alles weer volgens de dienstregeling, dus om 11:15 uur rijden we richting Osaka.

De rit met de Shinkansen verloopt soepeltjes en om 13:48 uur staat de trein stil op het perron van Shin-Osaka. We hadden gelezen dat dit een enorm hectisch station is, dus we zetten ons schrap. Uiteindelijk kost het ons weinig moeite om hier de stoelen voor 1 november te reserveren en de M te bereiken, maar het is vandaag wel zondag!
Na een verkwikkende lunch lopen we door naar het metrostation waar we de metro naar Hommachi nemen. Dan is het nog 500m lopen naar het hotel. We checken in en gaan naar onze kamer. Dit is verreweg de kleinste hotelkamer die we tot nu toe hebben gehad. Er past een klein bed in (140cm), een plank aan de muur stelt het buro voor en er zit weer zo’n prefab badkamer in. Ruimte voor onze rugzakken is er eigenlijk niet, maar die stapelen we op tegen de muur. Ach, hoe lang ben je nou op zo’n hotelkamer. We pakken onze camera’s en gaan op pad.

We duiken hetzelfde metrostation weer in en komen een paar stations verderop weer boven de grond. We wandelen eerst naar Tsutenkaku, een soort Eiffeltorentje van 103m hoog, De originele toren stamt uit 1912 en was toen via een kabelbaan verbonden met een naastgelegen lunapark. De toen 64m hoge toren was het op een na hoogste gebouw van Azie. In 1943 brandde de toren af en in plaats van de toren weer op te bouwen, is het staal gebruikt voor de oorlog.
Op aandringen van de bevolking is na de oorlog toch een nieuwe toren gebouwd die in 1956 is geopend. Diezelfde toren staat er nu nog, maar is wel ingesloten door veel hoogbouw.

We besluiten eerst door te lopen naar de Shitennoji tempel omdat het buurtje rond de Tsutenkaku er pas echt leuk uitziet als de neonverlichting aangaat.
Het is een half uurtje lopen naar de tempel en dat is maar goed ook, want Diana heeft haar 10.000 stappen vandaag nog niet gezet. Men zegt dat deze tempel de oudste van Japan is. Niet de tempel die er nu staat, want dat is een herbouwsel van een herbouwsel van een herbouwsel, maar de oorspronkelijke tempel is door 3 Koreaanse timmermannen in het jaar 593 gebouwd. Allemaal goed en wel, maar als wij bij de tempel zijn blijkt deze gesloten te zijn. We kunnen dus helaas niet dicht bij de pagode van 5 verdiepingen en de bijbehorende gebouwen komen.

Dan maar weer terug richting de Tsutenkaku, maar omdat het nog te licht is gaan we eerst wat drinken bij een restaurantje in de schaduw van de toren. In plaats van pinda’s krijg je hier een soort peultjes bij je biertje. De erwten druk je uit de schil je mond in en zijn dus eigenlijk een soort groene pinda’s.
Om 16:30 gaan we maar weer eens naar buiten om de toren en vooral de omliggende straten in een ander licht te bekijken en we blijken niet de enigen te zijn die op dit idee zijn gekomen. Het is een gezellige drukte in het licht van de vele neon reclames.

Deze lichtshow is echter nog maar een voorprogramma van onze volgende stop. Hiervoor nemen we de metro naar station Namba om dan naar het Dotonbori kanaal te lopen. Hier vind je heel veel winkels en restaurants, maar waar het echt om gaat zijn de enorme verlichte reclameborden. Het lijkt of heel Osaka zich hier heeft verzameld; je kunt er over de hoofden lopen en iedereen probeert vanaf de Dotonboribashi brug deze lichtshow te fotograferen en daar doen wij vrolijk aan mee.

Het is inmiddels 18:30 uur dus het is tijd om de inwendige mens te verwennen en wat kun je daar beter voor uitzoeken dan de lokale specialiteit: Takoyaki.
We gaan bij een van de vele restaurantjes naar binnen en bestellen een portie. We moeten er even op wachten maar dan worden de gloeiend hete balletjes geserveerd: aanvalluhh!
De ballen zijn gloeiend heet, de binnenkant is van heel zacht deeg en ergens in dat deeg zit dan een blauw/paars stukje tentakel van een inktvis verstopt. Je zult begrijpen dat dit voortreffelijk smaakt, zelfs zonder de mayonaise die de locals er overheen spuiten.

Na dit verrassingsdiner lopen we terug naar ons hotel. Niet over een saaie weg of door donkere steegjes, we lopen door een winkelpassage van een kilometer lang. De hoeveelheid winkels is enorm en heel veel artikelen hebben op dit moment halloween-korting. Halloween wordt hier blijkbaar groots gevierd, want het doet denken aan de kerstversiering bij ons.