Tag archieven: Kyoto

Japan 2

Maandag 22 oktober

Vandaag gaan we de culturele hoofdstad van Japan van dichterbij bekijken. Kyoto was overigens tot 1868 de echte hoofdstad van Japan, maar das war einmal. We wandelen vanaf het hotel naar de Nishiki markt, maar als we daar aankomen blijkt dat de markttijden in Japan heel anders zijn dan die in Nederland. Er zijn enkele handelaren bezig wat koopwaar uit te stallen, maar de klandizie laat nog wel even op zich wachten. Dan gaan we maar door naar Gion, maar bezoeken aan het einde van de marktstraat nog wel een verstopt tempeltje.

Ook in de wijk Gion en de naastgelegen Pontocho-steeg lijken ze vandaag allemaal uit te slapen, dus dat vraagt om een gewijzigd plan. We springen in de trein naar Fushimi Inari-taisha, de populairste tempel van heel Kyoto. Het is maar 3 haltes naar deze tempel, dus we zijn er binnen 10 minuten. Als we de trein uitstappen krijgen we wel het idee dat alle toeristen in Kyoto dit tijdstip hebben uitgekozen voor een bezoek aan de tempel met de duizend torri’s; wat een drukte!

We wurmen ons tussen de selfie-makende menigte door en lopen gelijk door naar de galerijen met de duizenden scharlaken (oranje keur ik ook goed) torri (poorten). Al deze poorten zijn gedoneerd door personen, families of bedrijven. De Fushima Inari-taisha is gewijd aan de god Inari en vormt de hoofschrijn van ongeveer een derde van alle Inari-heiligdommen. Het heiligdom behoort tot de oudste en bekendste shintoistische heiligdommen in Kyoto.
De torri zijn fantastisch en het oranje doet het erg goed in de groene omgeving, maar er lopen zoveel onbekenden door de poorten! Ondanks de drukte genieten we wel van dit spektakel en doen ons best een bruikbare foto te maken.

Nadat we ook nog even de ‘bijgebouwen’ hebben bewonderd, gaan we terug naar het treinstationnetje om ons te verplaatsen naar het Keizerlijk Paleis voor de Jida Matsuri. Dit festival vindt elk jaar op 22 oktober plaats en is ontstaan toen de Japanse hoofdstad werd verplaatst van Kyoto (toen: Heian-kyo) naar Tokyo. Met het verplaatsen van de hoofdstad, verhuisden ook de Keizerlijke familie, het Keizerlijk paleis en duizenden officials naar Tokyo. Omdat het stadsbestuur bang was dat de hiermee de glorie van Kyoto verloren zou gaan, bedachten ze een feestje voor de 1100e verjaardag van de stad. En zo is het gekomen……
Het spektakel zou om 12:00 uur beginnen, maar wij wilden natuurlijk een plekje op de eerste rij, dus om 11:15 uur stonden wij al in de brandende zon te wachten tussen mede-enthousiastelingen. De eerste minuten gaan nog wel, maar na een half uurtje in de zon te hebben gestaan, mocht het voor ons wel eens beginnen. De laatste minuten hebben we afgeteld en toen onze nekjes medium-raw waren, hoorden we eindelijk wat getrommel in de verte.

Niet veel later komen de eerste vlaggendragers de hoek om, gevolgd door mannen op paarden, geisha’s op karren, militairen met wapens, mannen met fluit, dansers, een enorme aanhangwagen (?), mannen met hoeden en nog veel meer. Allemaal gekleed in kostuums uit lang vervlogen tijden. Wat een spektakel, maar wat moeten die lui het ook warm gehad hebben!
Om 13:45 uur, als we inmiddels well-done zijn, verplaatsen wij ons naar een klein restaurantje een paar straatjes verderop om ons vocht- en calorietekort aan te vullen.

Na de sobere lunch besluiten we naar de Tenryu-ji tempel en het naastgelegen bamboebos te gaan. Hiervoor nemen we het Arashiyama treintje naar de gelijknamige wijk. Daar aangekomen lijkt het alsof al die lui van vanochtend ons achtervolgen, ze lopen hier ook. Je wordt er schizofreen van!
We lopen snel naar de tempel en worden daar voor het eerst geconfronteerd met een entree-ticket. Nou staat de tempel op de werelderfgoedlijst van Unesco, dus dan zal het wel een bijzonder tempel zijn. We kopen de tickets, doen de schoenen uit bij de ingang en gaan op zoek naar het bijzonders. We lopen kris-kras door de tempel, maar het bijzonders is nergens te vinden. De tempel bestaat uit grote lege kamers en afgezien van een paar puike bamboematrassen is er niet veel te zien. De tuin rondom het complex ligt er wel fantastisch bij. Gelukkig dekt de entree ook een rondje door de tuin.

Via de achteruitgang van de tuin komen we in het bamboebos en dat ziet er gaaf uit. Metershoge bamboestengels buigen van beide zijden van de weg naar elkaar toe en vormen zo een groene erehaag. Ik ga niet vertellen wat het enige nadeel hier is, want dan worden we straks bij de douane opgepakt in een dwangbuis.
We lopen een paar rondjes door het bamboebos en gaan dan terug naar het treinstation van Arashiyama. We hebben wel genoeg gedaan voor vandaag.

Omdat het weerbericht voor morgen een bak water voorspelt, strikken we de loopschoenen nog een keertje stevig en gaan we op weg naar de Pontocho steeg en de naastgelegen wijk Gion, die vanochtend zo uitgestorven waren. Op de weg erheen lopen we nogmaals over de Nishiki markt. Dit keer is er veel meer bedrijvigheid, maar het echte markt-gedeelte is relatief klein; het is meer een enorme shoppingmall met een paar marktkraampjes. We kuieren langs en door de winkels en komen uiteindelijk in de Pontocho steeg terecht. We komen hier geen geisha’s tegen, maar het stikt hier van de restaurantjes, dus daar maken we dan maar gelijk gebruik van. Het is een tandje duurder dan verderop in de stad, maar het smaakt voortreffelijk!

Na het luxe diner, lopen we nog even door Gion. Ook hier geen geisha’s, maar het is er nu wel een stuk gezelliger dan vanochtend. We gaan een keer links en gaan een keer rechts en uiteindelijk komen we weer op de Shijo Dori uit, waar we linksaf naar ons hotel gaan. Onderweg pakken we nog een ijsje bij de M en aan bak koffie bij de 7 en rond 21:00 uur zijn we weer terug bij het hotel. Volgens de health-app op de telefoon hebben we vandaag 22,2km afgelegd.

Dinsdag 23 oktober

Na de intensieve dag van gisteren besloten we geen wekker te zetten. We hadden vandaag niet zo’n druk programma, dus het mocht wel een half uurtje later worden. Toen we beneden kwamen, viel wel gelijk op dat de blauwe lucht plaats gemaakt had voor een wolkendek. Da’s altijd jammer, maar je doet er zo verdomd weinig aan.
Dit is het enige hotel waar we deze vakantie een ontbijt hebben, dus we nemen het ervan. Heel bijzonder is het niet, maar er is brood en dat is al heel wat.

Na het ontbijt gaan we eerst naar het treinstation. We willen onze stoelen veilig stellen voor de treinrit naar Hiroshima, maar bovendien is het treinstation van Kyoto de moeite van een bezoekje waard. Het heeft een enorme stalen constructie met heel veel glas en dat willen wij wel van dichtbij bekijken. We gaan er niet met de metro of trein heen, maar nemen voor de verandering de bus. Na een half uurtje zijn we bij het station en gooien we het geld bij de chauffeur in de automaat en springen dan uit de bus.

In het stationsgebouw sluiten we aan in de rij voor de treinkaartjes, maar gelukkig weten de dames van aanpakken en zijn we snel aan de beurt. We vragen om 2 stoelen te reserveren op de Shinkansen naar Hiroshima, maar de dame aan de balie vertelt ons dat we dan niet in dezelfde coupe kunnen zitten. Dat is wat erg ongezellig, dus we switchen naar een normale trein: de Hikari 495. Deze vertrekt wel een half uur eerder dan we gepland hadden, maar het uitslapen lukt toch niet zo.
Met de treinkaartjes op zak gaan we het stationsgebouw verkennen. Het is een kolossaal gebouw met een enorm hoog glazen plafond. Enorme roltrappen brengen je tot vlak onder dit plafond. We lopen er wat rond, pakken een bakkie koffie en lopen dan naar het naastgelegen busstation om naar onze volgende bestemming te gaan.

We wachten op bus 205 die ons naar de Rokuonji tempel, beter bekend als de Kinkaku-ji (gouden paviljoen tempel), moet brengen. Deze tempel is een van de bekendste toeristische trekpleisters van Japan en de busrit ernaar toe neemt een half uur in beslag. Als we uitstappen hebben we al snel in de gaten dat we ook hier niet de enigen zijn. We kopen een kaartje en lopen samen met onze vrienden de tuin bij de tempel in. We worden door een strenge meneer in een blauw pak naar links gedirigeerd, want er is een verplichte looproute en die lopen we met z’n allen achter elkaar aan. Het is waarschijnlijk zoals dat gaat op een drukke zomerdag in de Efteling. De tempel en de omliggende tuin zijn best de moeite waard, maar het voelt niet zo fijn om er in polonaise doorheen te moeten. Het paviljoen staat in een vijver en lijkt erin te drijven. Behalve de onderste verdieping is het hele paviljoen met zuiver bladgoud bedekt, dus de waarde voor de OZB is behoorlijk hoog.
We lopen langzaam met de meute mee en proberen af en toe een plekje aan het hek te vinden voor een foto en als je geluk hebt wordt je niet aan de kant geduwd door een Chinees.

We zijn niet langer dan een uurtje bij deze top-attractie geweest en gaan vervolgens met de bus naar de minder dure Jishoji tempel, beter bekend als de Ginkaku-ji (zilveren paviljoen tempel). Shogun Ashikaga wilde met de bouw van deze tempel de Kinkaku-ji, die in opdracht van zijn grootvader was gebouwd, naar de troon steken. Het was oorspronkelijk de bedoeling het paviljoen met zilver te bedekken, maar een oorlog stak daar een stokje voor. Het paviljoen is mooi, maar de tuin rondom deze tempel is fantastisch; veruit de mooiste van de tempel-tuinen die we tot nu gezien hebben. Het is er bovendien (relatief) rustig.

Van de Ginkaku-ji willen we naar de Kurama tempel, maar daar kunnen we niet met een bus naartoe. Met behulp van Google Maps komen we erachter dat er anderhalve kilometer verderop een treinstationnetje is, waar de trein naar Karuma stopt. We besluiten daar naartoe te lopen.
Op dit soort kleine stationnetjes wordt alles alleen maar in het Japans aangegeven, dus we vragen een vrouw die hier op de trein staat te wachten om hulp. Als we duidelijk hebben gemaakt waar we heen willen, laat ze weten dat we pech hebben, want door de orkanen is het laatste deel van dit spoortracé onbegaanbaar geworden. We moeten dus over naar plan B.

Gisteravond waren we al even in Gion en toen leek het erop dat deze wijk ook wel de moeite van een daglicht-bezoekje waard zou zijn. I.p.v. de trein naar Kurama, nemen we dus de trein naar Shijo-Gion, om dat te checken.
Volgens de boeken heb je in Gion de grootste kans om geisha’s tegen te komen, maar wij komen hier alleen maar wanna-be geisha’s tegen. Voor zo’n 2500 yen huur je nl. een kimono en kun je voelen hoe het is om als geisha nagestaard te worden.
Gion is inderdaad best een leuke wijk. De oude huisjes met bamboe-zonwering zijn aandoenlijk en de wijk-tempel is erg sfeervol. Al-met-al een goed alternatief voor Karuma.

‘s-Avonds willen we bij een populair sushi restaurant naast de M gaan eten, maar als we daar aankomen staat er al een hele rij hongerige Japanners buiten in een rij te wachten tot ze gevoerd worden. Daar hebben wij geen zin in, dus we gaan op zoek naar een ander restaurant. Nog geen honderd meter verder staat een bord met foto’s van heerlijke gerechtjes. Het restaurant blijkt in een kelder weggestopt te zitten, maar dat houdt ons niet tegen. Helaas is het ook hier bomvol, maar we laten onze naam op de wachtlijst zetten. ‘Kom om 7 uur maar terug’, zegt de man achter de kassa. Best bijzonder. dat de restaurants op een dinsdagavond zo vol zitten. Wij lopen nog een stukje over de Shijo Dori, op zoek naar een barretje waar we een drankje kunnen nuttigen, maar die vinden we ook dit keer niet.
Om 7 uur melden we ons dan weer in de kelder bij restaurant Kushihachi en worden we naar een plaats aan de bar tegenover de grill geleidt. Bij binnenkomst worden we luidkeels begroet door het keukenpersoneel achter de bar. Dit was overigens niet speciaal voor ons, dat doen ze voor iedereen!
We krijgen een Engelstalige menukaart in de hand gedrukt en beginnen met het bestellen van de hapjes. Sushi met krab en tonijn, gegrilde kip met ui, zalm met kaas en garnalen volgen elkaar op en het smaakt allemaal erg lekker.
Als we iets na half negen de kelder uitkomen, blijkt het te regenen. We rennen terug naar ons hotel waar we nog een lekere bak koffie nemen.

Woensdag 24 oktober

Omdat we een trein eerder nemen, moeten we ook eerder ons bed uit; logisch! Dat betekent dat we al voor zevenen onze tandjes staan te poetsen. Het ontbijt in dit hotel is vanaf 7 uur, maar als de man in het restaurant Diana ziet aankomen, gaat hij toch alvast wat brood halen. Zo gaan we dus toch met een ontbijt achter de gepoetste kiezen op weg naar het treinstation.

Daar aangekomen wurmen we ons door de mierenhoop van mensen, naar spoor 14. We zijn natuurlijk weer ruimschoots op tijd, dus kunnen we in de wachtruimte nog wel een bakkie koffie naar binnen werken.
We dachten gisteren nog dat we met een normale trein zouden reizen, maar de Hikari 495 blijkt toch een snelle Shinkansen te zijn. Via Shin-Osaka, Kobe en Fukuyama zoeft deze bullettrein in 2 uur naar Hiroshima.

Op het station van Hiroshima struikelen we bijna over de schoolkinderen. Hiroshima is voor de Japanse kinderen een soort practicum voor geschiedenis. Op soepele wijze banen we ons een weg tussen de klasjes door en gaan op zoek naar de informatiebalie van JR om onze stoelen voor de rit naar Nagasaki te reserveren. Als we dat geregeld hebben, verlaten we het station aan de zuidkant en gaan we met de elektrische tram naar ons hotel. De tram is een beetje krap en wiebelig, dus onze medereizigers zullen onze grote rugzakken af en toe wel hebben moeten ontwijken.

Helaas wordt bij ons hotel de inchecktijd nogal strak gehanteerd, dus we kunnen nog niet op onze kamer. We laten onze rugzakken dan maar in de bagageopslag leggen en gaan op weg naar het Peace Park.
Het park is maar een kwartiertje lopen vanaf ons hotel en overal zien we schoolklasjes. Sommigen zijn aan het zingen bij het Kindermonument, anderen lopen met een schriftje vragen te beantwoorden en weer anderen maken een klassenfoto.

We lopen eerst naar het Peace Monument, een massieve stenen boog van waar je de A-bomb Dome kunt zien aan de andere kant van de rivier. De A-bomb Dome deed voor de bom dienst als de Hiroshima Prefectual Commercial Exhibition Hall en was destijds een belangrijk herkenningspunt in stad met z’n groene koepel. Dit gebouw heeft men gelaten zoals het was na de aanval met de atoombom, net als de Gedächtniskirche in Berlijn.

Na het rondje door het Peace Park gaan we even terug naar het hotel om in te checken. We stoppen nog even bij de A-bomb Dome en bekijken het van dichtbij. Zelfs het puin ligt er nog net als 73 jaar geleden. De t-vormige brug die naast dit gebouw ligt, was voor de piloten van de B29 bommenwerper Enola Gay het herkenningspunt voor het afgooien van Little Boy. Op 6 augustus 1945, om 08:15 uur, ontplofte de bom op 150 meter van de Exhibition Hall op zo’n 600 meter boven de grond en vaagde bijna alles in de omgeving weg. Er vielen vrijwel direct 78.000 doden. Men schat dat het aantal doden als gevolg van beide atoombommen aan het eind van de oorlog 250.000 bedroeg.

Terug bij het hotel gaan we even in de lobby zitten, want het is nog geen tijd om in te checken. Klokslag 14:00 uur roept de receptionist ons dat we aan de beurt zijn. Na het invullen van een papiertje en het overhandigen van de creditcard kunnen we onze kamer in. We leggen de paspoorten in de kluis, zetten de rugzakken tegen de muur en gaan weer naar buiten. Het plan was om vanmiddag naar Miyajima te gaan, maar we besluiten dat morgen te doen en gaan vanmiddag naar het Peace Museum.

Het museum blijkt under construction te zijn, Ze zijn het aardbeving-proof aan het maken, maar we kunnen er wel in. Ook hier zijn de schoolklasjes weer goed vertegenwoordigd, maar dat is allemaal goed georganiseerd, dus daar heb je geen last van.
Op de derde verdieping wordt op een aantal platen aan de muur van alles uitgelegd: dat de Amerikanen bang waren dat de Duitsers de atoombom aan het ontwikkelen waren en dat zij ‘m dus eerder moesten hebben (Manhattan Project), dat er door de geallieerden afspraken zijn gemaakt over het beëindigen van de oorlog (Verklaring van Potsdam), dat er voor Hiroshima is gekozen vanwege haar grote industriële en militaire betekenis, etc. In vitrines liggen allerlei memorabilia van na de atoombom: gesmolten flesjes, een verwrongen buitenlamp, een driewielertje van een overleden jochie van 3 dat door zijn vader samen met het jochie in de achtertuin is begraven, kledingstukken, etc. Verder hangen er gruwelijke fotos van mensen met brandwonden, maar ook van mensen die pas jaren later kanker ontwikkelden door de radioactieve straling. Als Rob nog door het museum loopt, gaat Diana naar de videoruimte. Daar werd in 20 minuten het verhaal van de atoombom verteld en kwamen slachtoffer van de bom aan het woord. Het is wel iets waar je even stil van wordt!

Na anderhalf uur staan we weer buiten en drinken we wat op een bankje in het park. Even niets, lekker in het namiddag zonnetje. Zoals vaak met dit soort grootste dingen is niet te bevatten hoe dat geweest moet zijn. Alles waar wij nu op uitkijken (en meer) is in een klap weggevaagd………

Zonder veel te zeggen lopen we terug naar het hotel en voor je het weet sta je weer in de werkelijkheid van vandaag. Fel verlichte reclamezuilen, etalages van winkels vol met Halloween spullen, Mc Donalds, gokhallen en dan in het kwadraat. We zijn weer terug in de stad.
Over alledaagse dingen gesproken; wij verzamelen ons wasgoed en draaien een trommeltje in de wasmachine bij het hotel. Lekker fris. We zijn echter niet de enigen met dat plan en we kunnen. De was niet direct uit de wasmachine in de droger doen. We hangen de was op onze kamer op elk plekje dat daarvoor bruikbaar is en gaan dan eerst een hapje eten. Als we daarna weer terug zijn bij het hotel zijn de drogers lee en grijpen wij onze kans.

Donderdag 25 oktober

Vandaag was het dan tijd voor het eigenlijke doel van deze reis: het bedrijfsspionage uitje bij Mazda. We moesten ons om 09:45 uur op het hoofdkwartier van Mazda melden, dus we hadden alle tijd om de camera’s op niet nader te beschrijven donkere plekjes te verstoppen.
Op ons gemakkie liepen we naar Café Veloce voor een ontbijtje. Dit keer geen gehaast vanwege een vroege trein of een volle agenda, dit keer konden we heel rustig aan doen.

Na het ontbijt nemen we de tram naar het station van Hiroshima en van daar nemen we de lokale trein naar station Mukainada. Het hoofdkantoor van mazda ligt op een paar minuten wandelen van dit station.
We melden ons aan de receptie en de vriendelijke dame heet ons welkom en legt uit dat we nog wel even een bakkie koffie kunnen nemen, maar om 10 uur vertrekt de bus voor de tour! Vervolgens geeft ze ons een bezoekerspas.
We bewonderen een paar Mazda’s die staan te glimmen bij de receptie en nemen dan een lekkere vette bak koffie. Zoals gebruikelijk gaan we precies op de afgesproken tijd met z’n allen naar de bus. We zijn met zo’n 40 man, hoofdzakelijk toeristen.

Op weg naar het museum vertelt onze ‘gids’ van alles en nog wat over het bedrijfsterrein. Dat er een grote brandweerpost met 5 brandweerwagens is die ook wordt ingezet bij calamiteiten in de omliggende wijk, dat de productiestraat van anderhalve kilometer is opgebouwd uit een deel waar het koetswerk wordt gemaakt, gevolgd door de spuiterij en de montagestraat, dat het 15 uur kost om een auto klaar te hebben (waarvan 8 uur spuiterij), dat er een ziekenhuis op het terrein is dat ook al wordt ingezet voor de omliggende wijken, dat er een sportzaal is, dat er slaapzalen zijn voor het personeel en nog veel meer.

We worden er bij het museum uitgegooid, waar we eerst een film krijgen te zien van de hele geschiedenis van Mazda. Dan neemt ze ons mee naar de eerste verdieping waar allerlei Mazda’s zijn uitgesteld; van de eerste driewieler, tot de CX8. Vervolgens krijgen we een lesje rotatiemoter en mogen we op de foto met de eerste Japanse auto die de 24 uur van Le Mans won. Daarna is het tijd voor een kijkje bij de montagestraat. Ze drukt ons meerdere keren op het hart dat de camera’s nu in de tas moeten! Hier mogen absoluut geen foto’s of video’s gemaakt worden.

Het is wel het meest interessante deel van de tour. Hier zie je hoe de auto’s op de lopende band door de arbeiders in elkaar gezet worden. Onze gids is nogal trots op deze multiple vehicle assembly line, want deze is blijkbaar door vele andere autobedrijven gekopieerd. In deze fabriek worden dus meerdere modellen achter elkaar geassembleerd. Zo zien wij achter elkaar een MX5, de schitterende CX3 en de CX5 in elkaar geschroefd worden. Er wordt dus pas een auto gemaakt als er een order is geplaatst door een klant. Wel lekker afwisselend voor de arbeiders.

De hele tour duurt precies anderhalf uur en als we weer terug zijn bij het hoofdkantoor krijgen we allemaal een Mazda lensendoekje als souvenir mee naar huis. We hadden liever wat kortingsbonnen voor een nieuwe auto gehad, maar je moet ook een gekregen Japans paard niet in de bek kijken.
We nemen de trein terug naar het station van Hiroshima en nuttigen daar onze lunch voordat we aan het middagprogramma beginnen.

Na de lunch gaan we met de trein in de tegenovergestelde richting van vanochtend, naar station Miyajimaguchi om daar de veerboot naar het eiland Miyajima te nemen. Op dit eiland staat de Itsukushima schrijn, een 16 meter hoge oranje (ik weet niet wat het bijvoeglijk naamwoord van vermiljoen is, dus ik noem het oranje) torri die afhankelijk van het tij, in het water of op het droge staat.
Als we van de veerboot naar de torri lopen, komen we ander bijzonder verschijnsel van het eiland tegen: wilde (?) herten die hier door de straten lopen. Het is even leuk, maar als ze aan je kaart of Lonely Planet beginnen te knagen, is de lol eraf.

Als we bij de torri zijn, is het net eb aan het worden, dus we kunnen straks waarschijnlijk heel dicht bij de torri komen. We wandelen eerst door de Hokoku schrijn, een bibliotheek voor Boeddhistische soetra’s. Vanaf de houten paden heb je steeds een fantastisch uitzicht op de grote torri. Als we de Hokoku schrijn uit zijn, lopen we zo ver als we kunnen richting de Itsukushima schrijn. Als je er zo dicht bij staat is het een imposant gevaarte. Zoals alle andere toeristen maken ook wij een selfie voor de oranje torri en gaan dan verder met ons rondje over dit eiland.

We gaan op weg naar de kabelbaan die ons naar Mt. Misen moet brengen. Dit is met 535m de hoogste berg op het eiland. De kabelbaan gaat over weelderig oerbos, via een tussenstation naar 430m hoogte. Het laatste stuk naar het observatorium moeten we te voet doen en dat doen we ook. De uitzichten over zee zijn fantastisch en we kunnen Hiroshima goed zien liggen.
We hadden een enkeltje gekocht voor de kabelbaan, dus dat betekent dat we nu de 535 meter naar beneden moeten lopen.

De route naar beneden valt geenszins mee, want 90% is trappen. Bovendien wordt het zicht beperkt door het oerbos om ons heen. Tel daar nog eens bij op dat om de paar honderd meter een waarschuwingsbord hangt voor dodelijk giftige slangen, dan begrijp je dat we blij waren dat we na een uurtje beneden waren.

De zon begint inmiddels te zakken en dat momentje willen we graag bij de Itsukushima schrijn meemaken. We lopen via de 5-verdiepingen-pagode, achter de Hokoku schrijn om naar de plek waar alle andere toeristen (en herten) zich inmiddels verzameld hebben. In dit licht is het vermiljoen nog dieper oranje dan overdag. We blijven er even staan genieten en gaan dan op weg naar de veerboot. Het is inmiddels 5 uur geweest en om 7 uur hebben we een tafeltje gereserveerd bij een goed okonomiyaki-restaurant. we moeten het water nog over en met trein en tram terug nar ons hotel. Dat wordt krap!

We kunnen met de veerboot van 17:25 uur mee halen de trein van 17:49 uur naar Hiroshima. Er zijn betere tijden om een trein in Japan te nemen, want we worden af-en-toe fijn gedrukt tegen het raam, zo vol is de trein in de avondspits.
Enigszins verwrongen komen we om 18:30 uur aan in Hiroshima en enkele minuten later zitten we in de tram. Om 18:45 uur zijn we bij ons hotel en het lukt ons om in een kwartiertje naar restaurant Hassei te lopen.

We krijgen een tafeltje-voor-2 in het rokerige restaurantje (ook hier weer een combinatie van keuken en sigaretten) en bestellen allebei de okonomiyaki (Hiroshima pannenkoek) met alles erop en eraan. Op een pannenkoek bodem gaat een berg witte kool, een hand tauge, bacon, noedels en het geheel wordt afgedekt met een gebakken ei. Wat kruiden en oystersaus erover en smullen maar. Je zal een pannenkoek thuis waarschijnlijk niet snel op die manier klaarmaken, maar het is een aanrader; het smaakte fantastisch.

Vrijdag 26 oktober

We zijn vandaag al wakker voordat de wekker begint te jengelen. Waarom zou je ook uitslapen tijdens de vakantie, dat kun je thuis ook! We hebben nu wel wat meer tijd voor een ontbijtje, dus nemen snel de tram naar het station, waar we bij Little Mermaid wat verse broodjes met een mok thee nemen. Na dit uitgebreide ontbijt lopen we naar spoor 12 voor onze Shinkansen naar Shin-Tosu.

In tegenstelling tot eerdere bullettrains waar de stoelindeling 3-2 is, heeft deze trein een 2-2 indeling. De stoelen zijn breed, log, lelijk gestoffeerd, maar oh zo comfortabel. Jammer genoeg duurt dit ritje maar anderhalf uur.
Naarmate de kilometers vorderen, neemt de bewolking toe. De weerwebsites hadden regen voorspeld, dus ze konden wel eens gelijk gaan krijgen.

We moeten in Shin-Tosu overstappen op de trein naar Nagasaki en hebben net genoeg tijd om een bakkie koffie bij de Familymart te halen. Dekseltje op de beker en dan snel naar spoor 2.
De trein naar Nagasaki is geen Shinkansen en al na een paar meter is duidelijk dat het comfort van zo’n gewone trein te wensen overlaat. De stoelen zijn goed, maar wat wordt je heen-en-weer geschud in zo’n bak. We zouden er zeeziek van worden.
Gelukkig duurt de rit naar Nagasaki voor deze verwende treinreizigers maar anderhalf uur.

Ook op dit station weer hetzelfde ritueel: eerst de stoelen reserveren voor de volgende treinreis en dan met de tram naar ons hotel en ook dit hotel hanteert de inchecktijd zeer strikt. De rugzakken gaan dus weer in de opslag en wij gaan op weg.
We lopen via Chinatown, dat tegenover ons hotel is gelegen, naar de Dutch slope (Oranda-zaka). Dit is een stijl klimmende straat die zijn naam ontleent aan de vele westerse en vooral Nederlandse handelaren die zich hier vestigden in de tweede helft van de 19e eeuw. Er staan nog steeds westers aandoende huizen, die overigens wel een likje verf kunnen hebben. Dat wij wij worden verwend met Dutch weather als we Dutch slope oplopen, kan geen toeval zijn.

Als het een paar minuten later serieus begint te regenen, versnellen we onze pas en vluchten we de dichtstbijzijnde tram in. We hebben bedacht dat het perfect weer voor een museum is. Met lijn 3 gaan we richting het Nagasaki Atomic Bomb Museum.
We stappen uit bij de gelijknamige tramhalte, maar gaan eerst even lunchen bij Coco’s restaurant.
Na een heerlijke lunch lopen we de laatste 300 meter naar het museum. Het druppelt behoorlijk door, dus we zijn blij als we binnen zijn. Dit museum toont ongeveer hetzelfde als het museum in Hiroshima. Je ziet luchtfoto’s van voor en van na de bom, er zijn allerlei objecten die door de ontploffing zijn vervormd, wat informatie over het ontstaan van de atoombom en veel getallen. Er vielen 74.000 doden bij de ontploffing, de bom (Fat Man) was 3,25 meter lang, had een diameter van 1,52 meter en woog 4,5 ton, de bom ontplofte op 9 augustus 1945 om11:02 uur en zo is er nog veel meer informatie.
Wij vinden allebei het museum in Hiroshima mooier, maar in dit museum zijn wel heel veel tekeningen en kleurrijke kraanvogel-kunstwerken van kinderen te zien en dat maakt het allemaal net wat ‘zachter’.

Om 14:30 uur gaan we naar de naastgelegen Nagasaki National Peace Memorial Hall for the Atomic Bomb Victims. Behalve een informatiecentrum en een bibliotheek is hier een prachtige Remembrance Hall waar kan worden gerouwd om alle slachtoffers van de atoombom. In een metershoge glazen archiefkast worden alle namen van de slachtoffers bewaard en als je voor deze kast staat, kijk je als het ware naar het hypocentrum van de bom.

Als we weer buiten komen, blijkt het te zijn gestopt met zachtjes regenen. We haasten ons terug naar de tramhalte en springen in de eerstvolgende tram die aan komt rijden. Inmiddels is het na drieën, dus we gaan terug naar het hotel om in te checken.
Volgens de Japanse buienradar wordt het rond 5 uur weer wat droger. Daar wachten we dan maar even op, in onze kamer.

Helaas is de Japanse weersite net zo (on)betrouwbaar als die in Nederland. Het regende na vijven nl. gewoon door. Niet aaneengesloten, maar voldoende om nat van te worden. We moesten er toch uit voor een hapje eten, dus hebben we bij de receptie maar even een pluutje meegenomen.
We lopen opnieuw via Chinatown waar ze de boel feestelijk verlicht hebben. Dan lopen we nog even langs de haven en komen uiteindelijk bij een leuk restaurant tegenover Dejima, een voormalig eilandje dat dienst deed als Nederlandse handelspost. Het eten smaakt ons opnieuw zeer goed en onder de plu lopen we terug naar het hotel. Hopelijk is het morgen droog!

Zaterdag 27 oktober

Vol spanning schoven we de gordijntjes open, maar gelukkig zag het er een stuk beter uit dan gisteren. Nog wel een wolkje hier-en-daar, maar vooral veel blauwe lucht. De jassen en plu konden dus in het hotel blijven.
We gingen eerst op zoek naar een restaurantje om te ontbijten en dat valt nog helemaal niet mee in Japan. Je kunt natuurlijk de dag wel beginnen met noedelsoep of rauwe vis, maar een broodje met een bakkie thee is bijna niet te vinden.

Omdat we op onze zoektocht lang Deijima komen, gaan we dat eerst bekijken. Dejima was vanaf 1641 een Nederlandse handelspost, maar daarvoor was de VOC ook al actief in Japan en de Nederlanders waren niet alleen, ook de Portugezen waren hier heel actief. Er werden kerken gebouwd en het christendom breidde zich uit. Dit laatste was een doorn in het oog van de shogun, die Japan afsloot voor de buitenwereld. Alleen de Hollanders hadden toestemming om vanaf Dejima met de Japanners te handelen.
Dejima is allang geen eiland meer; door inpoldering ligt het nu bijna midden in de stad. Op het terrein van het vroegere eiland is een soort openluchtmuseum gemaakt waar je de sfeer van toen kunt proeven.

Het zijn overigens niet alleen Nederlandse toeristen die Dejima bezoeken. Busladingen Chinezen lopen door de gerestaureerde Nederlandse pakhuizen. Gelukkig waren wij er erg vroeg bij vandaag.
Op het terrein valt ons oog dan op een heel armetierig boompje met een bordje ervoor. Hierop staat dat Prins Willem Alexander dit boompje op 14 november 1990 hier heeft gepland. Het wordt tijd dat die meiden van hem er eens een beetje kunstmest bij gaan gooien.
Als de straat van Dejima steeds voller loopt met dagjesmensen, verlaten wij deze trekpleister via de uitgang aan de noordkant en zetten onze zoektocht naar een ontbijt voort.

We besluiten richting de haven te lopen, omdat we wat informatie willen inwinnen over Loujima, een eilandje net buiten de haven van Nagasaki. Het is er rustig en een vriendelijk mevrouw geeft ons een briefje met de vertrektijden van de ferry. Ze vertelt er ook nog het een-en-ander bij, maar dat is vooral Japans. Goed bedoelt, maar verstaan er nog steeds niet veel van.

Op weg naar de haven zagen we dat er een groot warenhuis naast het havengebouw stond. Daar zou je toch wat te eten moeten kunnen krijgen. We gaan er naar binnen en in de kelder is inderdaad een foodcourt. Helaas geen bakkerijtje, maar wel een M. Daar bestellen we allebei een portie Little Pancakes met een bak thee. Het is inmiddels na tienen dus dat gaat er in als Ketellapper.

Na dit uitgebreide ontbijt nemen we de tram naar het Peacepark. Net als in Hiroshima is vlak bij de lokatie waar de bom tot ontploffing kwam, een park met monumenten aangelegd.
Vanaf het tramstation lopen we eerst naar het herdenkingspark. Het is hier een drukte van belang. Een grote groep kinderen staat in afwachting van hetgeen gebeuren gaat. Wij zoeken een plekje waar we alles goed kunnen bekijken. Het is bijna 11 uur, dus we vermoeden dat er dan ‘iets’ gaat gebeuren.
In het herdenkingspark staat een cenotaaf, een marmeren zuil, ter nagedachtenis aan alle overledenen waarvan het lichaam niet gevonden is, of waarvan het lichaam elders begraven is. Hier is de bom, op 500m hoogte ontploft, dus je zou dit ‘ground zero’ kunnen noemen.
Om 11 uur is ineens iedereen stil en worden er klokken geluid: kippenvel! Als het geluid van de klokken verstomd laten alle kinderen een ballon opstijgen en begint er een groep muzikanten ‘Yesterday’ van John Lennon te spelen. Wat een geluk dat we juist op dit tijdstip hier waren.

Van het herdenkingspark lopen we naar het Peacepark. In dit park op een heuvel is aan de ene kant een vijver met fontein en staat aan de andre kant het Peace Statue. Als je door de fontein heen kijkt, kun je dus het standbeeld aan de nadere kant zien. Wij zijn niet de enige die dit willen fotograferen, want de hele bus met Chinezen laat zich stuk voor stuk, staand voor de fontein fotograferen. Heb je effe?

We nemen de tram terug en stappen uit bij het treinstation omdat we een nogal aparte tempel willen bezoeken. Het is de Fukusai-ji, een Boeddhistische tempel in de vorm van een schildpad met een 18 meter hoog aluminium standbeeld van de Bodhisattva van mededogen. We hadden het vermoeden dat zoiets er gek uitziet en dat deed het ook, maar het was de wandeling zeker waard.

Na dit bezoek aan de schildpad, gaan we naar de haven voor ons bezoekje aan Loujima. Vanwege de lastige vaartijden van de ferry zal het een soort koffiestop worden. Het is inmiddels 13:00 uur; eerst tijd voor een lunchstop bij Starbucks aan een tafeltje in de zon.
De ferry gaat pas om 14:20 uur, dus we hoeven ons niet te haasten. We kunnen heerlijk even blijven zitten in het zonnetje.
Kwart voor twee hebben we onze vervoersbewijzen uit de automaat getrokken en een kwartiertje later gaan we aan boord van de catamaran-ferry. We hebben slechte ervaringen met zo’n voertuig, maar gelukkig duurt deze hele oversteek maar 20 minuten. Wat kan er gebeuren?

Vanaf de boot zie je pas goed hoe de haven van Nagasaki ingesloten ligt tussen de bergen. De hellingen van deze bergen zijn volgebouwd met huisjes die doen vermoeden dat het begin 20e eeuw is.
In de haven is ook veel bedrijvigheid; schepen in aanbouw, vracht die wordt geladen en gelost. Veel van de bedrijven zien er nogal roestig uit, dus dat doet vermoeden dat de zaken niet heel goed gaan.

Na iets meer dan 20 minuten worden we gelost in Loujima. Zoals al gemeld kunnen we niet veel meer doen dan een bakkie koffie drinken en een paar fotos maken. Heel aantrekkelijk oogt het eiland ook niet, maar wellicht dat we een volgende keer het eilandje met de fiets gaan verkennen.

Om 15:17 uur brengt de ferry ons weer terug naar Nagasaki en daar aangekomen besluiten we deze dag christelijk af te sluiten. We brengen nog even een bezoekje aan de Ouro-kerk. Dit is de oudste houten kerk van Japan en dateert uit 1865. De kerk is gebouwd ter nagedachtenis aan de 26 christenen die zijn geexecuteerd. De Japanse christenen werden in die tijd nl nog vervolgd.
De kerk ligt vlak bij de aanlegplaats van cruiseschepen en dat is te merken aan de vele winkeltjes aan de weg naar de kerk.

Omdat ons hotel bijna in Chinatown ligt besluiten we ‘s-avonds maar bij de Chinees te gaan eten. In elk straatje zitten minstens 5 Chinese restaurants, dus er is keuze genoeg. Om deze keuze te vergemakkelijken hebben ze plastic modellen van de maaltijden in de etalage staan; daar proberen ze je dus mee naar binnen te lokken. Die plastic maaltijden zijn wel heel kunstig gemaakt en bijna niet van echt te onderscheiden. Bij het zien van de babi-pangang en nasi wil je gelijk naar binnen. Wij laten ons de echte maaltijd goed smaken en gaan dan terug naar het hotel om de rugzakken in te pakken.

Zondag 28 oktober

Vandaag staat er weer een reisdag op het programma. We gaan naar Osaka, een stad met 2,7 miljoen inwoners.
We beginnen met een kort tramritje naar het treinstation. Hoewel het zondag is, staat er al een hele rij Japanners-in-pak te wachten op de tram. Wij sluiten netjes achteraan de rij. Het is gelukkig maar 4 haltes naar het treinstation, want bij elke halte komen er weer een paar passagiers bij en het laatste stukje staan we als de sardines in het welbekende blik tegen elkaar aan gedrukt. We zijn blij dat we er bij het treinstation uit kunnen.

We zijn ruim op tijd, maar moeten nog wel ergens een broodje op de kop zien te tikken. Omdat er geen restaurant is waar je kunt ontbijten, kopen we een paar broodjes bij een bakker en eten die op het perron op. Het smaakt er niet minder om.
De trein naar Hakata staat al op perron 2 te wachten, maar de deuren gaan niet voor 08:30 uur open. De eerste 2 uur reizen we weer met de Kamome 10, een normale trein die een 10-tal keer zal stoppen voor we in Hakata zijn.

In dit deel van Japan zie je veel rijstvelden en in de kleine dorpjes hebben de huizen vaak nog zo’n authentiek pannen-dak. Bij de huisjes bijna altijd zo’n bonsai-achtige tuin met fraai geknipte dennenbomen, een vijver en strak geharkt grind. De grotere steden zijn grijs en grauw met veel lelijke flats. Parkeerplaatsen vol met auto’s, vrijwel allemaal van Japanse makelij. Vooral het type hondenhok-op-wielen is erg populair. Dit zijn korte, smalle voertuigen met een hoog dak; een beetje een mini pausmobiel.
Zonnepanelen zijn in Japan inmiddels in grote getale aanwezig. Af en toe op huizen, maar meestal staan er veel bij elkaar op een akker of tegen een berg.

Om 10:53 uur komen we aan in Hakata en hebben we 20 minuten voor de overstap op de Shinkansen naar Osaka. Gelukkig is het een overzichtelijk station, zodat er ook nog tijd overblijft om een bakkie koffie te halen bij de 7-Eleven. Met de beker in de hand wachten we op perron 13 op de trein.
Zoals gebruikelijk gaat alles weer volgens de dienstregeling, dus om 11:15 uur rijden we richting Osaka.

De rit met de Shinkansen verloopt soepeltjes en om 13:48 uur staat de trein stil op het perron van Shin-Osaka. We hadden gelezen dat dit een enorm hectisch station is, dus we zetten ons schrap. Uiteindelijk kost het ons weinig moeite om hier de stoelen voor 1 november te reserveren en de M te bereiken, maar het is vandaag wel zondag!
Na een verkwikkende lunch lopen we door naar het metrostation waar we de metro naar Hommachi nemen. Dan is het nog 500m lopen naar het hotel. We checken in en gaan naar onze kamer. Dit is verreweg de kleinste hotelkamer die we tot nu toe hebben gehad. Er past een klein bed in (140cm), een plank aan de muur stelt het buro voor en er zit weer zo’n prefab badkamer in. Ruimte voor onze rugzakken is er eigenlijk niet, maar die stapelen we op tegen de muur. Ach, hoe lang ben je nou op zo’n hotelkamer. We pakken onze camera’s en gaan op pad.

We duiken hetzelfde metrostation weer in en komen een paar stations verderop weer boven de grond. We wandelen eerst naar Tsutenkaku, een soort Eiffeltorentje van 103m hoog, De originele toren stamt uit 1912 en was toen via een kabelbaan verbonden met een naastgelegen lunapark. De toen 64m hoge toren was het op een na hoogste gebouw van Azie. In 1943 brandde de toren af en in plaats van de toren weer op te bouwen, is het staal gebruikt voor de oorlog.
Op aandringen van de bevolking is na de oorlog toch een nieuwe toren gebouwd die in 1956 is geopend. Diezelfde toren staat er nu nog, maar is wel ingesloten door veel hoogbouw.

We besluiten eerst door te lopen naar de Shitennoji tempel omdat het buurtje rond de Tsutenkaku er pas echt leuk uitziet als de neonverlichting aangaat.
Het is een half uurtje lopen naar de tempel en dat is maar goed ook, want Diana heeft haar 10.000 stappen vandaag nog niet gezet. Men zegt dat deze tempel de oudste van Japan is. Niet de tempel die er nu staat, want dat is een herbouwsel van een herbouwsel van een herbouwsel, maar de oorspronkelijke tempel is door 3 Koreaanse timmermannen in het jaar 593 gebouwd. Allemaal goed en wel, maar als wij bij de tempel zijn blijkt deze gesloten te zijn. We kunnen dus helaas niet dicht bij de pagode van 5 verdiepingen en de bijbehorende gebouwen komen.

Dan maar weer terug richting de Tsutenkaku, maar omdat het nog te licht is gaan we eerst wat drinken bij een restaurantje in de schaduw van de toren. In plaats van pinda’s krijg je hier een soort peultjes bij je biertje. De erwten druk je uit de schil je mond in en zijn dus eigenlijk een soort groene pinda’s.
Om 16:30 gaan we maar weer eens naar buiten om de toren en vooral de omliggende straten in een ander licht te bekijken en we blijken niet de enigen te zijn die op dit idee zijn gekomen. Het is een gezellige drukte in het licht van de vele neon reclames.

Deze lichtshow is echter nog maar een voorprogramma van onze volgende stop. Hiervoor nemen we de metro naar station Namba om dan naar het Dotonbori kanaal te lopen. Hier vind je heel veel winkels en restaurants, maar waar het echt om gaat zijn de enorme verlichte reclameborden. Het lijkt of heel Osaka zich hier heeft verzameld; je kunt er over de hoofden lopen en iedereen probeert vanaf de Dotonboribashi brug deze lichtshow te fotograferen en daar doen wij vrolijk aan mee.

Het is inmiddels 18:30 uur dus het is tijd om de inwendige mens te verwennen en wat kun je daar beter voor uitzoeken dan de lokale specialiteit: Takoyaki.
We gaan bij een van de vele restaurantjes naar binnen en bestellen een portie. We moeten er even op wachten maar dan worden de gloeiend hete balletjes geserveerd: aanvalluhh!
De ballen zijn gloeiend heet, de binnenkant is van heel zacht deeg en ergens in dat deeg zit dan een blauw/paars stukje tentakel van een inktvis verstopt. Je zult begrijpen dat dit voortreffelijk smaakt, zelfs zonder de mayonaise die de locals er overheen spuiten.

Na dit verrassingsdiner lopen we terug naar ons hotel. Niet over een saaie weg of door donkere steegjes, we lopen door een winkelpassage van een kilometer lang. De hoeveelheid winkels is enorm en heel veel artikelen hebben op dit moment halloween-korting. Halloween wordt hier blijkbaar groots gevierd, want het doet denken aan de kerstversiering bij ons.