Tag archieven: Koyasan

Japan 3

Maandag 29 oktober

Omdat we vandaag niet zo heel vroeg in Koyasan hoeven te zijn, doen we het rustig aan. Eerst een beetje uitslapen en dan ontbijten bij Doutor. We laten onze grote rugzakken in het hotel achter, want we komen hier morgenmiddag toch weer terug.
De broodjes van Doutor kennen we nog van Sapporo en ze smaken hier net zo lekker. Na dit ontbijt duiken we het metrostation weer in en gaan naar station Namba. Hier vertrekt nl. onze trein naar Koyasan.

Op Namba station gaan we naar de Ticket Desk omdat we een combi-kaart voor Koyasan willen kopen. Een allervriendelijkste mevrouw vertelt ons dat we bij haar aan het juiste adres zijn en rekent ongevraagd ook nog even voor hoeveel we hiermee besparen. Zijn we als echte Hollanders altijd blij mee. We moeten nog even wachten voordat onze trein vertrekt, dus we lopen even een rondje door Namba station op zoek naar een bak koffie.

Om 11:02 uur vertrekt onze trein naar Hashimoto. Het is een forensentrein, dus veel comfort biedt deze trein niet. Het ritje duurt maar 45 minuten, dus veel last hebben we er niet van. In Hashimoto stappen we over op de trein naar Gokurakubashi. Deze trein zit stampvol toeristen, incl. een stel verdwaalde supporters van het Nederlands elftal. De trein doet er ruim een uur over, maar dat kwam vooral omdat we op een tussenstation moesten wachten op 3 treinen die van boven kwamen.

In Gokurakubashi stappen we dan in een kabelbaan die ons in een paar minuten naar Koyasan station brengt. Daar springen we in een van de bussen die klaarstaan en laten ons afzetten bij halte Daimon, omdat daar de toegangspoort naar Koyasan staat en waar kun je beter starten dan aan het begin.
Het verhaal van Koyasan start in het jaar 805 met de monnik Kobo Daishi (aka Kukai), stichter van het Shingon-boeddhisme. Kukai bouwt zijn hoofdkwartier op de bergtop van Koyasan, nadat hij jaren op zoek was geweest voor een goed lokatie. Sindsdien zijn er meer dan honderd tempels verrezen op deze berg.

Onze verwachting van Koyasan komt niet helemaal overeen (of eigenlijk helemaal niet) met de werkelijkheid. We hadden gedacht in een kloostercomplex te komen met diverse tempels, pagodes en andere heiligdommen. Koyasan is echter een dorp waar links en rechts heiligdommen staan en waar een groot aantal tempels is opengesteld voor de toeristen om er te kunnen slapen (shukubu). Het is dus veel minder knus dan we dachten, maar het voordeel is wel dat er ook een Familymart is waar je van alles kan kopen.

Na de toegangspoort maken we een koffiestop bij diezelfde Familymart en daarna gaan we door naar de belangrijkste tempel: het Danjo Garan Complex. Je loopt het terrein op via de enorme Chu-mon poort waar grote afschrikwekkende beelden de wacht houden. Opvallendste gebouw is de grote oranje (=vermiljoen) pagode van 48,5m hoog. In de pagode staan een vijftal mega boeddha beelden. Behalve een (paar) volle treinen met toeristen, staan de parkeerplaatsen ook vol met bussen die ook nog een lading afleveren. Bijna al deze toeristen willen een selfie voor de pagode, dus voor een leuke foto moet je wel geduldig zijn. Naast de pagode staat de Kon-do hal. Dit is de belangrijkste hal van dit complex en wordt gebruikt voor ceremonies. Het terrein staat verder vol met grote pijnbomen en esdoorns in de fraaiste herfstkleuren, die het plaatje compleet maken.

Onze volgende stop is de Kongobu-ji tempel. Dit is de hoofdtempel van meer dan 4000 tempels van de Shingon sekte in de wereld. Het is een prachtig gebouw met een mooi detail van een draak, maar heel speciaal is deze tempel in onze ogen niet; we hebben wel mooiere gezien. We lopen wat rond de tempel en als we alle hoeken en gaten gezien hebben gaan we door naar onze eigen slaaptempel.

Onderweg naar onze slaapplaats lopen we af en toe nog het terrein op van een tempel die we passeren. Sommigen fungeren als slaapplaats, maar anderen doen alleen dienst als tempel. Regelmatig lopen we monniken tegen het lijf en dat is niet zo gek, want de helft van de bevolking is monnik.
Na een half uurtje lopen komen we dan bij Shojoshin-in, waar onze bedjes staan. Het is een prachtig gebouw met een schitterende Japanse tuin er omheen.
We checken in, betalen de veel te hoge kamerprijs en worden naar onze kamers begeleidt. Onderweg wordt uitgelegd waar we moeten zijn voor de ochtendceremonie, het ontbijt en het diner, waar de toilet is, waar de badkamer is, hoe de badkamer op slot gaat en welke slippers je waar aan moet doen en hoe de verwarming aan gaat. Een sleutel krijgen we niet, want dat is niet gebruikelijk in een tempel; de deur schuif je gewoon achter je dicht.
Onze kamer is weer eens in ryokan-style, dus dat betekent een matrasje op de grond en een laag tafeltje met wat kussens er omheen. We weten inmiddels dat onze oude lichamen hier eigenlijk niet meer tegen kunnen, maar je moet wat over hebben voor een beetje avontuur. Bij een nadere inspectie van de slaapplaats blijkt dat we hier beter af zijn dan in Sounkyo, we slapen nl. op dubbele matrassen; wat een luxe!

Na de kamerinspectie gaan we snel weer naar buiten, want we willen de Okuno-in bezoeken. Dit is de plek waar het mausoleum van Kobo Dashi staat, maar waar ook 200.000 andere mensen zijn begraven. We lopen over een 3km lang pad met aan beide zijden alleen maar graven. De meeste zijn voorzien van granieten altaartjes die vaak overwoekerd zijn met mos. Bij sommige graven staan stenen beeldjes, vaak voorzien van een rood slabbetje en een rode muts. Deze ‘poppetjes’ lijken verdacht veel op Master Yoda, afgezien van de puntige oortjes, maar stellen Ojiso-san voor. Ojiso is een boeddhistisch figuur die naar het hiernamaals was gestuurd om anderen te leiden en te beschermen. De slabbetjes staan voor overleden kinderen of om levende kinderen te beschermen.

We lopen helemaal door tot aan het mausoleum van Kukai. Als we honderd meter voor het mausoleum een bruggetje over gaan mogen we niet meer fotograferen, want nu zijn we in het heiligste der heiligen. Het mausoleum is geen bijzonder gebouw, maar is binnen wel heel sfeervol. Het plafond hang vol met lampionnen en dat is ook de enige verlichting in het gebouw. We lopen een rondje om het mausoleum en gaan dan weer terug naar onze eigen tempel. Om 17:30 uur wordt het diner geserveerd en we willen niet te laat zijn.

We zijn ruim op tijd op de plek die ons aangewezen was voor het diner, maar het blijkt niet de plek te zijn waar we gaan eten. We hadden zelf bedacht dat we met alle toeristen in een grote eetzaal zouden moeten eten, maar dat is niet het geval. We worden naar een mooie kamer begeleidt waar voor ons allebei, op een drietal kleine tafeltjes onze vegetarische maaltijd staat te wachten. Een monnik komt de peper en zout nog brengen en dan vouwen we ons dubbel achter de tafeltjes om te gaan genieten van deze verantwoorde maaltijd.

Het eten smaakt boven verwachting goed en bijna alle kleine potjes en pannetjes gaan leeg. Als de buikjes vol zijn , halen we in onze kamer nog even de camara’s op omdat we de begraafplaats ook wel bij nacht willen zien. De lantaarntjes langs het pad zijn dan verlicht en dat zou best mooi kunnen zijn.
Als we buiten komen merken we pas goed dat we op bijna 900m hoogte zijn; het is hier verrot koud. De verlichte lantaarntjes langs het pad vallen een beetje tegen, dus we gaan snel weer terug naar onze slaapkamer waar de elektrische verwarming de kamer heel behaaglijk heeft gemaakt.

Dinsdag 30 oktober

Vandaag wordt er een record gebroken: de wekker gaat al om 06:00 uur af. De boeddhistische ochtendceremonie start om 06:30 uur en dat wil je niet missen. We kleden ons aan en gaan op de slippers van het huis naar de gebedsruimte van onze tempel.
Een grote kale monnik komt iets voor half zeven binnen en gaat op z’n knieën achter een minuscuul tafeltje met attributen zitten. Als hij alle voorwerpen op de juiste plek heeft gelegd begint het ritueel.
Eerst roert hij een paar keer met een stok in een klein potje en dan begint hij luidkeels te oeoeoeoehhhmmm’en en te aaahhhmmmm’en. Het is dat typische geluid dat je hoort als je langs een willekeurige boeddhistische tempel loopt, waar een dienst wordt gehouden. Na dit intro slaat hij met een grote kledingroller op een nog grotere koperen schaal wat een lang aanhoudende boooooing tot gevolg heeft. Dan begint hij pas echt. Hij slaat een boekje open en begint, bladzijde voor bladzijde de boeddhistische gebeden op te zeggen. Elke keer dat hij een bladzijde omslaat, slaat hij met de kledingroller op de koperen schaal. Als je dus net lekker aan het indommelen bent, haalt dat je wel weer bij de les. Nu zul je denken: ‘wat mooi dat je zoiets van dichtbij meemaakt’, maar ik kan je zeggen dat het na 40 minuten toch een hele zit is geworden.

Nadat de dienst is afgelopen mogen we de gebedsruimte nog even van dichtbij bekijken, maar dan is toch het tijd voor het ontbijt.
We lopen naar dezelfde ruimte waar we gisteren gedineerd hebben en opnieuw zijn er schattige kleine tafeltjes gedekt. Dit keer is het er maar eentje en dat is uiteindelijk maar goed ook, want er staat bijna hetzelfde eten op als bij het diner en dat is voor ons toch een beetje te veel van het goede op de nuchtere maag. Uit goed fatsoen eten we een paar hapjes uit de de kleine potjes en gaan dan naar onze kamer om de rugzakken te pakken.

Het voordeel van zo’n ochtenddienst is wel dat je vroeg op pad kan. Al ruim voor achten lopen we de ‘hoofdstraat’ in op zoek naar een bushalte.
Om 08:15 uur zitten we in de bus naar Kayosan station, waar we om 08:37 uur de kabelbaan naar beneden hebben. Daar springen we in de trein naar Hashimoto die om 08:45 uur vertrekt. Dat past allemaal precies.
Binnen drie kwartier zijn we in Hashimoto, waar we op spoor 4 op de trein naar Namba (Osaka) wachten.
Dan zien we andere toeristen naar de trein op spoor 2 lopen. Als we goed kijken zien we dat die trein naar Nara gaat. Dat lijkt een veel snellere optie dan eerst terug naar Namba te gaan. We rennen naar spoor 2 en springen in de trein. Als we nog maar net op onze stoel zitten begint de trein te rijden.

De trein gaat inderdaad naar Nara, maar het is een trein waar de benaming stoptrein voor is uitgevonden. We zijn op een gegeven moment maar gestopt met het tellen van de stationnetjes, want het waren er te veel.
Iets na elven komen we aan in Nara en dat is, ondanks al die stops, toch wel sneller dan eerst naar Namba en dan naar Nara.
In Nara volgen we de meute naar het park Nara-koen, waar de meeste bezienswaardigheden te vinden zijn.

Nara was de eerste permanente hoofdstad van Japan. Vanaf het jaar 710 regeerde keizerin Genmei over het land. Permanent is in dit geval betrekkelijk, want Nara was maar 74 jaar de hoofdstad van het land. In het jaar 784 werd eerst Nagaoka en 10 jaar later Kyoto (toen Heijan) de hoofdstad. De plattegrond van Nara was gebaseerd op de toenmalige hoofdstad van China, met een rechthoekig stratenpatroon en het keizerlijk paleis aan het noordelijke uiteinde. Ook lagen er veel boeddhistische kloosters in de stad.

Dankzij de grote aantallen boeddhistische tempels is Nara tegenwoordig een bekende bestemming voor toeristen en dus ook de reden dat wij hier zijn.
We lopen Nara-koen aan de westzijden binnen en staan gelijk al oog-in-oog met de Three Storey Pagoda bij de Kohfukuji tempel. We brengen daarna een bezoekje aan de bijbehorende National Treasure Hall en lopen langs de Five Story Pagoda richting de Todaji tempel.

Op onze route langs de vele heiligdommen komen we regelmatig kleinere heiligdommen tegen; heiligdommen die bewegen, die aan je tas snuffelen en als je pech hebt, je een douw geven. Het zijn de 1200 tamme herten die op het terrein rondlopen. Deze viervoeters werden in de pre-boeddhistische tijd gezien als de boodschappers van de goden en hebben tegenwoordig de status van National Treasure. Als je niets te eten bij hebt, laten ze je met rust, maar als je ergens een kruimel in je tas hebt zitten, ben je aan de beurt en dan zijn het niet altijd lieve tamme hertjes.

Nadat we 764 hertjes ontweken hebben komen we dan via de Nandai-mon (zuidelijke poort) bij de Todai-ji. Deze tempel bied onderdak aan de mega boeddha van Nara (Daibutsa). Dit boeddhabeeld is een van de grootste bronzen beelden ter wereld en is oorspronkelijk in het jaar 746 gemaakt. Het beeld is ruim 16m hoog en is gemaakt van 437 ton brons en 130 kg goud. Deze grote boeddha staat in de Daibutsu-den, wat het grootste houten gebouw in de wereld is. Door de eeuwen heen heeft het beeld behoorlijk wat te verduren gehad van aardbevingen en branden, waarbij hij z’n hoofd een paar keer is kwijt geraakt, maar tegenwoordig zit deze beeltenis van Vairocana Boeddha er parmantig bij.

Na een rondje om de boeddha lopen we langs nog een groot aantal gebouwen. De Great Bell, de Nigatsudo hal, de Sangatsudo hal en net als we weer richting de uitgang willen lopen vraagt een vijftal leerlingen van groep 8 aan Rob of ze hem een paar vragen in het Engels mogen stellen. De juf staat op een paar meter afstand om te checken of alles goed gaat. De leerlingen pakken hun schriftjes en stellen een-voor-een een vraag, die Rob vakkundig beantwoord. Als ze allemaal 2 of 3 vragen gesteld hebben, bedanken ze hem voor de medewerking en zoeken ze een volgend slachtoffer. Hopelijk is het Engels van die generatie straks beter als van de huidige volwassenen.

Hoewel de echte tempelliefhebber hier waarschijnlijk wel een hele dag kan doorbrengen houden wij het na een paar uurtjes voor gezien. We groeten de Five Storey Pagoda voor een laatste keer en lopen dan naar het treinstation waar we op de trein naar Osaka stappen.
Na een half uur stappen we uit op station Tennoji en nemen daar de metro naar Hommachi. Een paar minuten later zijn we weer in het hotel waar we onze rugzakken hadden achtergelaten.

We checken in en krijgen opnieuw ‘bezemkast’ 509. We brengen onze spullen erheen en gaan dan weer de straat op. We lopen eerst naar Nakanoshima Park, dat op en eiland tussen de Dojima rivier en de Tosabori rivier ligt, in de hoop dat er een gezellig terras is te vinden. Niets van dit alles, hoewel het er een schitterende plek voor is. Dan gaan we naar koffiebar Brooklyn op de oever van de Tosabori rivier en genieten daar, onder het genot van een stevige cafe cortado, van het uitzicht op de rivier.

Na een tijdje gaan we weer de straat op en gaan we op zoek naar een leuk restaurant. Daar zijn er genoeg van in deze stad, maar in de meeste restaurants is nog geen klant te bekennen. Niet ver van ons hotel zien we een bord met een paar lokkende glazen bier erop. We besluiten dit restaurant binnen te gaan. Via een smal trappetje gaan we een kelder in. In het restaurant liggen alleen maar Japanse menukaarten, maar de Chinese eigenaresse overtuigt ons te blijven. Ze laat zelfs een tijdschrift zien waar haar maaltijden in genoemd worden.
Wij bestellen die maaltijden en eten onze stokjes er bijna bij op; heerlijk!

Woensdag 31 oktober

Vandaag gaan we naar de trouwlocatie van Japan: Himeji-jo. Dit witte kasteel ligt bij het plaatsje Himeji op ongeveer een half uur treinen van Osaka. We gaan eerst weer ontbijten bij Doutor, twee blokken verderop en nemen dan de metro naar Shin-Osaka. Qua timing had het beter gekund, want we zitten middenin de spits. We voelen ons als haringen in een ton en proberen maar niet al te diep te ademen.

Het is gelukkig maar een paar haltes naar het treinstation en samen met heel veel pakken stromen we de metro uit op weg naar de trein. Met z’n allen de roltrap af, met z’n allen de poortjes door en met z’n allen op weg naar de trein. Gelukkig gaat niet iedereen naar Himeji, dus we kunnen weer vrijuit ademen.

Nog voordat we het treinstation van Himeji bereiken zien we het kasteel al. Het is sprankelend wit en torent hoog boven de stad uit.
Het is maar een klein stukje lopen van het treinstation naar het kasteel en naarmate we dichterbij komen wordt het kasteel indrukwekkender.
We komen eerst door de Otemon poort en betalen onze tickets bij de Hishi poort. Je kunt niet vrij door het kasteel banjeren, want je moet een verplichte route volgen. We lopen eerst langs de enorme muren die de fundering vormen van het kasteel. Je kunt je voorstellen dat het niet mogelijk was dit kasteel via deze muren binnen te dringen. De ruimtes in het kasteel zijn groot en de constructie oogt meer dan solide. We klauteren via stijle trapjes naar de 5e verdieping en genieten van het uitzicht over de stad. We blijven niet lang in het kasteel, want er is binnen eigenlijk niet veel te zien. De buitenkant is veel interessanter!

Ook buiten het kasteel kan je niet je eigen route uitstippelen en moet je dus met de meute mee, maar ze hebben op er wel voor gezorgd dat recht voor het kasteel een mooie grote ruimte is waar je van het kasteel kunt genieten. Ze hebben er zelfs bankjes neergezet. Ook wij nemen even de tijd om van Hakuro-jo (Witte Reiger), zoals het kasteel ook wel wordt genoemd, te genieten.
Himeji-jo wordt gezien als Japan’s meest spectaculaire kasteel, door z’n omvang, schoonheid en goed bewaard gebleven terrein rondom het kasteel. De eerste werkzaamheden aan het kasteel begonnen in de 15e eeuw en het kasteel was pas klaar in 1609. In tegenstelling tot veel andere kastelen in Japan, is de Witte Reiger nooit vernield door oorlog, aardbevingen of brand.

Na ongeveer anderhalf uur verlaten we het kasteelterrein en gaan we naar de naastgelegen Japanse tuin. Deze tuin is in 1992 geconstrueerd, waarbij gebruik gemaakt is van technieken ui tde Edo periode (1600-1860). De tuin is fantastisch met watervallen, een grote vijver met koi-karpers, esdoorns en strak gesnoeide dennen. Er zijn een paar tuinmannen aan het werk die gehurkt alle blaadjes en oneffenheden verwijderen.
Als we tuin uitlopen zien we eindelijk een bruidspaar. We hadden gelezen dat deze lokatie populair is voor bruidsreportages, maar begonnen al te twijfelen aan dat verhaal. In vol ornaat worden de bruid en bruidegom op de gevoelige plaat vastgelegd!

Hiermee is het verhaal van Himeji verteld en gaan wij terug naar het station. Als onderweg pas gebakken brood ruiken, volgen we onze neus naar een piepklein bakkerijtje in een steegje dat parallel aan de hoofdstraat loopt. Het is er verschrikkelijk druk, maar we besluiten toch om wat van die lekkere broodjes te kopen.
Na deze geïmproviseerde lunch gaan we verder naar het station en zijn we ruimschoots op tijd voor de trein van 12:55 uur.

Terug in Osaka zijn er nog 2 locaties die we willen bezoeken: de Umeda Sky Building en Amerika Mura.
We nemen de metro naar Umeda station en lopen dan naar het gebouw dat zo’n prominent onderdeel van het stadsaanzicht vormt. Het gebouw bestaat uit twee torens van elk 40 verdiepingen, die aan de top worden verbonden met bruggen en een roltrap. Het is een kwartiertje lopen vanaf het metrostation, maar dan staan we er ook midden onder. Normaal gesproken kun je naar een uitkijkpunt op het dak, maar vanwege de laatste orkaan is dat nu niet toegankelijk. We buigen ons in allerlei bochten om het gebouw vast te leggen, maar dat is vrijwel onmogelijk.

Onze laatste stop in Osaka is Amerika Mura of Amemura. In de 70’er jaren zijn de warenhuizen in deze wijk verbouwd om er geïmporteerde luxe artikelen uit America te verkopen. Omdat dit heel bijzonder was in die tijd werd er door de media veel aandacht aan besteed. Amemura werd hierdoor de geboorteplaats voor de laatste modetrends.
We lopen kris-kras door de wijk en zien leuke kleine winkeltjes en bijzonder geklede mensen. We moeten er wel eerlijk bijzeggen dat een een groot aantal van die mensen vreemd gekleed is vanwege Halloween.

Donderdag 1 november

We hebben vandaag geen haast, want we hoeven alleen maar in Magome te komen. Rond een uurtje of negen ontbijten we weer bij Doutor, waarna we de metro naar Shin-Osaka nemen. Op perron 24 staat onze trein al te wachten en we gaan er maar weer eens voor zitten. Deze Shinkansen heeft een uurtje nodig om in Nagoya te komen waar we op zoek gaan naar de trein naar Nagatsukawa.

In Nagatsukawa schakelen we de hulp in van een manneke met pet, witte handschoentjes en een treintijdenboek om het juiste perron te vinden. Naar Nagatsukawa geen luxe Shinkansen, maar een Rapid Express. Voordeel van de Rapid Express ten opzichte van een normale lokale trein is dat deze niet bij álle stations stopt. Da’s mooi, maar later zullen we merken dat de trein toch wel bij bijna alle stations stopt.

Om 12:30 uur staan we dan eindelijk op het station van Nagatsukawa en gaan we naar het busstation voor de bus die ons in Magome moet brengen.
Omdat die bus pas om 13:10 uur vertrekt gaan we op zoek naar een lunchplek en dat valt nog niet mee in dit soort kleinere plaatsjes. Uiteindelijk lopen we een klein restaurantje in waar ze een heerlijke hamburger voor ons klaarmaken.
Tegen enen lopen we weer terug naar het busstation en zien dat er al een rijtje toeristen staat te wachten op de bus. Zoals het hoort in Japan, sluiten wij netjes achteraan.

We zagen het in de trein al gebeuren, maar ook in de bus zien we de omgeving veranderen. We worden omgeven door bergen en de temperatuur lijkt ook al een paar graadjes te dalen.
De dorpjes die we nu nog tegenkomen zijn niet meer dan een paar boerderijtjes, verbonden door rijstvelden. Na big-city Osaka is dit wel een verademing.
De bus slingert zich over de bergweg omhoog en af en toe stapt er een dorpsbewoner in of uit. Na een half uurtje komt de bus bij z’n laatste stop: Magome.

Morgen lopen we een stukje van de Nakasendo en we starten hier in Magome. De Nakasendo was een van de twee hoofdwegen in Japan die Tokyo met Kyoto verbonden. Deze 534km lange weg kende 69 halteplaatsen en wij lopen morgen van halteplaats Magome naar halteplaats Tsumago; een stukje van nog geen 8km.

We willen inchecken bij onze herberg, maar de man die achter de balie staat legt ons uit dat dit pas vanaf 3 uur kan. Althans, we denken dat hij dit heeft gezegd, we verstaan alleen ’three o’clock’.
We kijken hier inmiddels niet meer van op en laten onze rugzakken achter en gaan op stap. Het is heerlijk zonnig buiten, dus een terrasje zou nu wel goed uitkomen.
We lopen de eerste steile meters van de de Nakasendo omhoog in de halteplaats Magome. We zijn niet alleen, want overal om ons heen zijn Chinese toeristen. Magome is blijkbaar ook erg geschikt voor de dagjestoerist: busje voorrijden, lading eruit en een uurtje of twee weer omgekeerd.

Wij lopen eerst naar de Tourist Information omdat ze daar een soort bezorgservice hebben voor de bagage, zodat wij de grote rugzakken die 8km niet mee hoeven te slepen. Dit blijken ze inderdaad te regelen, dus dat is een zorg minder. 09:30 uur de rugzakken inleveren en vanaf 13:00 uur kunnen we ze in Tsumago weer afhalen.
We lopen het straatje in Magome een keertje op-en-neer, maar een terrasje is nergens te vinden. Bij het postkantoor, vlak bij de ATM staan een paar oude stoelen waarop we dan maar plaatsnemen. Het is een plekje vol in de zon, dus dat is wel lekker.

Rond een uurtje of vier merken we dat het al behoorlijk begint af te koelen, dus we lopen maar even naar onze herberg om in te checken. Er staat dit keer een andere man en die handelt de formaliteiten netjes af. Hij loopt mee naar onze kamer en dat is dit keer een familie-kamer. Ruimte genoeg dus, maar het is wel jammer dat de (gezamenlijke) badkamer en wc aan de andere kant van de gang zijn.
Voordat hij ons op de kamer achterlaat, vertelt hij nog wel dat de restaurants in dit dorp allemaal om 17:00 uur dicht gaan. Dat betekent dat we niet veel tijd meer hebben.

We leggen onze spullen op de kamer en lopen nog een keertje terug naar Magome. Bij het eerste restaurant staat al een bordje dat ze na 4 uur geen bestellingen voor eten meer aannemen. Wij lopen door naar de hoofdstraat van Magome, maar zien we ook alleen maar bordjes met ‘closed’ aan de deur hangen. Er zit dus niet anders op dan boodschappen doen bij de super en eten op de kamer.
Bij de lokale Coop halen we twee bakken noedelsoep en twee bakjes yoghurt. We nemen ook nog wat te drinken en wat chips voor bij de tv mee en lopen dan terug naar ons guesthouse.

Rond zeven uur bereiden we ons 2-gangen diner en het smaakt best (honger maakt rauwe bonen zoet). Omdat het best begint af te koelen in de kamer gaan we op zoek naar de verwarmingsknop, maar er staan alleen maar Japanse tekens op de apparaten. In het guesthouse is inmiddels niemand meer die ons kan helpen, dus we liggen er vroeg in.

Vrijdag 2 november

De Ikea-matrassen lagen goed, maar de kachel moest wel aan! Het koelt behoorlijk af op deze hoogte en HR+ glas hebben ze hier nog niet van gehoord.
Het ontbijt bestond uit 2 witte boterhammen een hard gekookt ei, dus daar moesten we de energie uit zien te halen voor de 8km Nakasendo.
Onze grote rugzakken moesten we bij de Tourist Information afgeven voor transport naar Tsumago en, achteraf gezien, zijn deze 300m misschien wel de zwaarste van de hele trek.

Er waren gelukkig nog niet veel lopers te bekennen, dus we gingen snel op pad. Na 100m lieten we Magome achter ons en liepen we de oude ‘snelweg’ op. Eerst nog even genieten van het uitzicht over de vallei en dan de sokken erin. We hebben vanochtend onze windstopper aangedaan en daar zijn we nu heel blij mee! Ondanks de stralende zon, maakt de wind het berekoud.
Het eerste stuk klom behoorlijk, maar dat was nog niet eens het lastigste. Het pad is nl. gemaakt van grote rotsblokken, dus je moet blijven opletten dat je de voeten goed neerzet. Dit is voor het eerst dat we onze bergschoenen missen.

De Nakasendo loopt enigszins parallel met de weg van Magome naar Tsumago (eigenlijk is het andersom) en als we niet ver van Magome die weg oversteken en aan de andere kant het bos inlopen, zien we voor het eerst de beer-waarschuwing-bel. Aan een paal hangt een bel met erbij een papier waarin gewaarschuwd wordt voor beren. Je moet dus een paar keer aan het touw bij de bel slingeren om de beren op afstand te houden. We komen zo’n bel een stuk of tien keer tegen op dit stukje, dus het zal wel serieus zijn.

Het pad blijft de eerst paar kilometer behoorlijk klimmen en dit gaat grotendeels over rotsblokken of bospad. Het is dus mooi meegenomen dat we een beetje conditie hebben. Een stuk of vijf beer-waarschuwing-bellen verder bereiken we het hoogste punt van onze route. Dit is gelijkertijd de ‘grens’ tussen Magome en Tsumago en voor ons een mooi moment om even op een bankje te gaan zitten bij een soort boerderij.
Toen we daar een slokje water wilden nemen, zagen we dat er binnen iemand aan het werk was. Diana vroeg aan de vriendelijke man of we misschien een bakkie thee konden krijgen en voordat we het wisten zaten we in de boerderij aan tafel met een bakkie thee voor onze neus.
De man vroeg waar we vandaan kwamen en probeerde een gesprekje op gang te brengen, maar zoals gewoonlijk is het Engels beperkt.
Blijkbaar heeft de man connecties met de lokale VVV, want Rob krijgt een enquete van 4 bladzijden onder z’n neus gedrukt met het vriendelijke verzoek deze in te vullen. Als beloning krijgen we gelakte eetstokjes van de lokale pijnboom.

Na het invullen van de vragenlijst en twee heerlijke bakjes thee, gaan we weer verder. Als snel merken we dat het klimwerk erop zit en gaat het allemaal een stuk makkelijker. Het had een haar gescheeld, of we waren gaan zingen. Onderweg komen we regelmatig rotsblokken met Japanse tekst tegen. Dit zijn dan meestal kleine monumentjes voor het een-of-ander, maar soms zijn het ook ‘mijlpalen’. Uit de oudheid. Op basis van de afstand waarover iets of iemand vervoerd moest worden werd nl. de prijs bepaald. Dat is dus vergelijkbaar met de taximeter.

Met nog een drietal kilometer en 2 beer-waarschuwing-bellen voor de boeg komen we bij een volgend hoogtepuntje van de route een tweetal watervallen: Otaki en Metaki (man en vrouw). We hadden al enige tijd langs een riviertje gelopen en dat riviertje splitste zich, wat hier resulteerde in deze twee watervallen. Het zijn geen watervallen waar het water met donderend geweld naar beneden komt, maar daarvoor moet je hier in het voorjaar zijn. Door de lokatie zijn de watervalletjes zeker de moeite waard.

De laatste paar kilometers zijn vrijwel vlak en nadat we beer-waarschuwing-bel voor het laatst geluid hebben, zien we weer in welke prachtige omgeving we lopen. We worden omgeven door bergen, waarvan de hellingen wel een lappendeken lijken door de vele herfstkleuren.
Rond 11:30 uur lopen we dan Tsumago binnen en gaan we op zoek naar restaurantje waar je een bak koffie kan kopen.

Het is nog betrekkelijk rustig als we door de hoofdstraat van Tsumago lopen. Deze halte op de Nakasendo ziet er toch weer heel anders uit dan Magome. Hier geen steile weg door het dorp, maar wel veel meer museum-achtige zaken. Zo zijn er een aantal huizen op authetieke wijze ingericht en is ook de mens/paard wisselplek die in elke halteplaats van de Nakasendo aanwezig was. We lopen een paar keer de hoofdstraat heen-en-weer en nemen af en toe de gelegenheid waar om even in de zon te gaan zitten. Het is vandaag prachtig weer met een strak blauwe lucht, dus daar moet je ook even van genieten.

Iets na enen gaan we naar de Tourist Information om onze grote rugzakken op te halen en lopen we vervolgens naar de busstop voor de bus naar Nagiso. In Nagiso nemen we dan de trein naar Matsumoto, waar we vandaag en morgen zullen slapen.
De treinrit van twee uur vliegt voorbij. Het uitzicht op de bergen om ons heen is adembenemend. Als dit de voorbode is van wat ons morgen staat te wachten, gaat het allemaal goed komen.

In Matsumoto checken we in bij ons hotel. We krijgen de invaliden-slaapkamer toegewezen; zo kreupel kwamen we toch niet aanlopen?
Zoals zo vaak moeten we onze schoenen achterlaten en lopen we op sloffen door het hotel. Het heeft wel iets gezelligs.
We laten onze spullen op de kamer en gaan op zoek naar het sushi restaurant dat Diana op internet heeft gevonden.

Sushiten is een kwartiertje lopen van ons hotel en het is weer eens zo’n piepklein restaurantje dat gerund wordt door een familie. We krijgen een plek aan de bar toegewezen en gelukkig spreekt dochters behoorlijk Engels, want dan weten we in ieder geval wat we bestellen.
We bestellen drinken en een portie sushi en genieten dan van de manier waarop pa en ma achter de bar de sushi bereiden. Ze voelen elkaar goed aan en hebben de taken gelijk verdeeld. Terwijl de dochter de drankjes brengt, maakt ma een aantal sushi’s en doet pa z’n best op andere sushi’s. Daarbij maakt hij af en toe wat bezwerende bewegingen over de sushi, maar dat is waarschijnlijk alleen maar omdat hij het wel interessant vindt dat er toeristen in de zaak zitten. Hij probeert hier vooral de aandacht van Diana mee te trekken.

Na een voortreffelijke sushi-maaltijd, gaan we terug naar het hotel om het programma van morgen in elkaar te zetten. We lopen natuurlijk nog wel even langs de 7-Eleven voor een bak koffie.
Hopelijk hebben we morgen in de Japanse alpen net zulk mooi weer als vandaag.

Zaterdag 3 november

We wilden met de trein van 8 uur naar Kamikochi, dus om nog een beetje van ons ontbijt bij Vie de France te kunnen genieten, moesten we er weer op tijd uit. Omdat ook dit hotel weer zo’n klein bedje van 1 meter 40 heeft, is het niet heel erg om vroeg op te staan. Bij Vie de France kun je heerlijke verse broodjes uitzoeken, dus over het ontbijt hadden wij geen klachten.

We halen de veel te dure kaartjes voor Kamikochi uit de automaat en gaan naar perron 7 voor de trein. Het lijkt erop dat veel medereizigers grootse plannen hebben. Ze hebben grote rugzakken, dikke jassen, bergschoenen, energierepen en wandelstokken bij zich. Onze uitrusting steekt daar schril bij af; we hebben zelfs de handschoenen in het hotel laten liggen. Gaan we daar spijt van krijgen?

Kamikochi betekent letterlijk ‘de plaats waar de goden naar beneden komen’, dus onze verwachtingen zijn hoog gespannen. Het is de bekendste lokatie in het Chubu Sangaku National Park en de hoogtepunt van het park zijn de fantastische uitzichten op de alpen, een actieve vulkaan, prehistorisch bos en het glasheldere water van de Azusa rivier dat uit de bergen komt stromen. Het hoogste punt dat wij zullen bereiken is ongeveer 1500 meter, maar de omliggende bergen zijn ruim 3100 meter.

Het is een half uurtje met de trein naar Shin-Shimashima, waar we overstappen op de klaarstaande bus die ons naar Kamikochi brengt. Zoals we inmiddels van de Japanners gewend zijn, is alles tot in de puntjes geregeld en als de bus tot de nok is volgeladen gaan we op weg.
Het ritje met de bus duurt net iets meer dan een uur, maar je krijgt al een voorproefje van wat er straks komen gaat. De omgeving is wederom schitterend en de bergtoppen met daarop een klein beetje sneeuw lonken in de verte.

We stappen uit bij de Taisho vijver en het is gelijk duidelijk dat we vandaag niet de enigen zullen zijn in dit park. ‘Het is zaterdag, het is prachtig weer, dus een perfecte dag om te gaan wandelen’, moeten de Japanners uit de omgeving gedacht hebben.
De Taisho vijver is ontstaan na een uitbarsting van Mt. Yakedake in 1915. De rivier raakte geblokkeerd, waardoor deze vijver is ontstaan. Bij deze vijver hebben we een mooi uitzicht de vulkaan die deze vijver heeft gemaakt.

We vervolgen onze weg en omdat ons tempo wat hoger ligt dan de meeste anderen, slingeren we ons tussen de Japanse families door. We passeren de Tashiro vijver en kiezen daar voor de Azusa River Trail. Dit lijkt ons een aantrekkelijker route dan door het bos. De rivier is in dit jaargetijde niet heel breed of wild, maar het uitzicht over de rivier op de bergketen is prachtig.
We lopen iets verder en zien dan opeens een aapje dat zich uit de voeten maakt. We hadden gelezen dat je ze tegen kunt komen (en dat je ze vooral niet moet voeren), maar dit beestje zat best dichtbij.
Iets verderop kunnen we lezen dat apen niet de enige dieren in dit park zijn. Op een mededelingenbord lezen we dat er op 23 september nog een zwarte beer is gespot. Gelukkig hebben bijna alle Japanners een belletje aan hun uitrusting hangen, dus beren zullen we vandaag geen last van hebben.

Dan komen we bij de eerste brug over de rivier: de Tashiro brug We twijfelen even of we op de andere oever verder zullen lopen, maar blijven uiteindelijk toch aan de rechterkant omdat we dan iets verderop op de droog gevallen rivierbedding kunnen lopen.
We houden continue zicht op de Oku-Hotakadake berg waarvan de top het ene moment wel en het andere moment niet in de wolken verdwijnt.
Na een paar honderd meter dalen we een stenen trappetje af en lopen we over de kiezels op de rivierbedding naar het overgebleven rivierwater. Het is niet meer dan een derde van de normale rivier, maar de stroming is nog steeds voldoende om je mee te sleuren. Ook hier valt weer op hoe helder dit water is. In de bocht van de rivier is een goudgeel lariks bos dat op het punt staat z’n naalden te verliezen.

We vervolgen onze wandeling en na een kwartier komen we in de buurt van de Kappa brug. Vlak voor deze brug is ook het busstation en daar gaan we eerst heen, omdat we de busstoelen voor de terugreis zeker moeten stellen. Bij het loketje gokken we dat we de bus van half drie kunnen halen. De vriendelijke dame achter het loket draait een bonnetje voor ons uit en zegt dat we 10 minuten voor vertrek bij gate 4 moeten staan.

Naast het busstation is een restaurantje waar we koffie en een broodje bestellen. Onze handen zijn inmiddels zo koud dat we wel even wat warms kunnen gebruiken. We gaan in de grote hal bij de Tourist Information zitten en proberen op temperatuur te komen. Het is buiten een graadje of 5 en zonder handschoenen worden je handen na een paar uurtjes toch wat gevoelloos.

Na een kwartiertje gaan we verder en lopen we eerst naar de Kappa brug. Het is hier behoorlijk druk en er staan zelfs een paar hotels aan de rivier. We nemen even de tijd om ook hier weer van de alpen te genieten en gaan dan verder; dit keer wel op de linkeroever.

We lopen in eerste instantie wat van de rivier af en komen dieper in het bos terecht. Er staan allerlei soorten bomen en het voelt soms alsof je ver van de bewoonde wereld verwijderd bent. Omdat we over goed aangelegde wandelpaden lopen met regelmatig groepjes wandelaars om ons heen, is de bewoonde wereld toch weer heel dichtbij.
Na een kwartiertje komen we dan ineens in een apenkolonie terecht. Ze hangen links en rechts in de boom en je hoort ze ook door de lage bossages lopen. Een moederaap maakt het wel heel bont. Aan de rand van het pad zit ze haar jong te vlooien terwijl een groep wandelaars hun camera’s bijna onder haar rode neus duwt.

We lopen nog even verder en komen dan bij de laatste brug van onze wandeling. Het is bij de Myojin brug een stuk rustiger dan bij de andere twee bruggen. Het lijkt erop dat veel dagjesmensen net iets minder fanatiek zijn dan wij.
We nemen een drankje bij het restaurant aan de andere kant van de brug en zetten ons dan schrap voor de laatste drie kwartier naar het busstation.

Dat deze kant minder boeiend is blijkt wel uit de belangrijkste bezienswaardigheid hier: de cosmetische berken. De witte berken hebben deze bijnaam gekregen omdat het bij de jonge takken lijkt alsof ze make-up gebruiken. Op deze takken ligt in het voorjaar een laagje witte poeder (de coca-berk was dus ook een heel toepasselijke naam geweest).
Iets voor de Kappa brug lopen we de kampeerplaats op om voor het laatst een blik te werpen om de Oku-Hotakadake. Het is misschien wel de plek met het mooiste uitzicht op de berg.

Hierna lopen we door naar het busstation en omdat we iets eerder terug zijn dan we eerder dachten, ruilen we de bustickets van 14:30 uur om voor bustickets van 14:05 uur. Om tien voor twee gaan we netjes in een rij staan en precies vijf minuten later begint een dame met een veel te zachte stem voor zo’n klusje, aan de rij mensen uit te leggen hoe de incheckprocedure (?) is. Dit doet ze alleen in het Japans, dus als ze even later onze nummer roept, reageren wij natuurlijk niet. Pas als ze op onze tickets komt kijken, wijst ze dat we de bus in mogen.
De busreis terug is minstens zo mooi als de heenreis en de treinreis net zo vervelend.

Om 15:55 uur zijn we weer terug in Matsumoto en omdat we hadden gehoord dat er een festival-achtig iets in de stad zou zijn, vragen we dit even na bij de Tourist Information. Er blijkt inderdaad een feestje te zijn geweest, maar dat is om vier afgelopen.
Eigenwijs als we zijn, lopen we toch naar het kasteel, maar tevergeefs. Zoals met alles gaat het hier allemaal precies op de klok, dus het festival was om 16:00 uur afgelopen.

Uit chagrijnigheid eten we nog een paar broodjes bij Vie de France en gaan dan terug naar het hotel. We duiken het internet op om te kijken hoe de weersverwachting in Ishigake is. De laatste dagen zag dat er helemaal niet goed uit. Als dat zo blijft gaan we onze (strand)plannen voor de laatste dagen omgooien, maar we weten nog niet waar we dan heen zullen gaan.

Rond half zeven gaan we weer de straat op, omdat de inwendige mens verzorgd moet worden. Het blijkt op zaterdagavond nog helemaal niet makkelijk om een restaurantje te vinden. Meerdere keren wordt ons de deur gewezen omdat het restaurant vol is. Gelukkig vinden we in een zijstraatje nog een tafeltje voor twee, zodat we met volle buikjes naar bed kunnen.

Zondag 4 november

Vandaag gaan we Matsumoto weer verlaten, maar niet voordat we Matsumoto-jo hebben gezien. Dit kasteel met de bijnaam Karasu-jo (zwarte kraai) vanwege de zwarte kleur van het kasteel, is het oudste kasteel van Japan en één van de drie kastelen die als National Treasure worden beschouwd. Het kasteel dateert van het eind van de 16e eeuw en in tegenstelling tot het kasteel van Himeji is dit kasteel niet op een heuvel gebouwd.
Op weg naar het kasteel maken we even een pitstop bij Vie de France voor ons dagelijkse ontbijt, want dat is te lekker om links te laten liggen.

We hebben een kwartiertje nodig om bij het kasteel te komen en we arriveren er net voor de eerste toeristenbus. We gaan dus eerst maar op zoek naar een goed plekje voor de foto’s en, alsof het geregisseerd is, poseren er 2 zwanen zwemmend in de gracht rond het kasteel.
We gaan dit keer het kasteel niet ín, want we hebben gelezen dat de binnenkant net zo kaal is als de binnenzijde van het witte kasteel dat we eerder gezien hebben. Wij nemen genoegen met de buitenkant en die is prachtig.

Na een rondje om het kasteel besluiten we toch ook nog maar even een bezoekje aan het Museum of Modern Art te brengen. In dit museum exposeert de wereldberoemde Yayoi Kusama, die in 1929 in Matsumoto geboren is. Deze avant-garde artiest is waarschijnlijk het meest bekend van de grote gele pompoen die soms op het eiland Nashima staat en soms bij de dit museum. Als we bij de vriendelijk dame van de ticketverkoop vragen of de pumpkin er is, vertelt ze dat dit kunstwerk alleen zomers bij dit museum te vinden is. Dat is jammer voor ons, maar de rest van haar geëxposeerde kunstwerken is ook zeker de moeite waard.

Na het flitsbezoekje aan het museum lopen we terug naar het hotel om onze rugzakken op te halen. Daarna gaan we weer op weg naar het station voor onze volgende treinreis met als doel Fujiyoshida waar we dan eindelijk hét icoon van Japan gaan zien: Mt. Fuji.
Op het treinstation nemen we een bakkie koffie mee en gaan naar het perron en positioneren ons precies op de goede lokatie voor onze wagon.
De dame die de trein-berichten omroept begint elke aankondiging met ‘Matsumotooooo, Matsumotoooo, ………’ en als je even op het perron zit begin je elke aankondiging automatisch mee te doen: ‘Matsumotooooo, Matsumotooooo’.

We gaan eerst met de trein naar Kofu en stappen daar over op de trein naar Otsuki. In Otsuki gaan we verder met een trein van de Fujikyu Railway en omdat dit ritje niet gedekt wordt door de JR Pass, moeten we een treinkaartje kopen.
Het treintje dat ons naar Fujisan moet brengen is wel heel apart beschilderd. Dit zou niet misstaan bij de Julianatoren.
Naarmate we dichter bij Fujiyoshida komen, wordt de bewolking dichter en als we op station Fujisan uitstappen weten we zeker dat we Mt. Fuji vandaag niet meer gaan zien. De kans op een regenbui is veel groter. Hopelijk lost het wolkendek morgen een beetje op.

Het is een kwartiertje lopen vanaf station Fujisan naar ons hotel, waar we gelijk in mogen checken. We brengen de rugzakken naar de kamer en gaan de buurt verkennen. Op slechts een paar honderd meter van ons hotel is het Fuji-Q pretpark met een hele spannende achtbaan. Als Mt. Fuji ons in de steek laat, moeten we hier maar wat gaan beleven.

‘s-Avonds eten in het naast ons hotel gelegen restaurant Yakiniku. Dit keer kiezen we voor de Japanse indoor barbecue. We bestellen wat vlees en een salade en roosteren er lustig op los. We zitten achter gordijntjes en als we wat willen bestellen moeten we op de bel drukken.
Het vlees is heerlijk mals en de salade erg lekker aangemaakt. Weer wat uitgeprobeerd in Japan!