Tag archieven: Tokyo

Japan 5

Maandag 12 november

Onze laatste dag op Ishigaki willen we zo snel mogelijk van het eiland af, maar omdat het zelfs in downtown Ishigaki onmogelijk is om aan een ontbijt te komen, vluchten we eerst de Family Mart in, kopen daar allemaal ontbijt-ingrediënten en gaan aan een bistro-tafeltje van een naastgelegen restaurant zitten om heel romantisch van dit voorverpakte ontbijt te genieten.

Na het uitgebalanceerde ontbijt lopen we naar de ferry-terminal om daar kaartjes voor de ferry naar Taketomi te kopen.
Taketomi is een piepklein eilandje (eigenlijk een atol) van 5,4 vierkante kilometers, dat op slechts 15 minuten varen van Ishigaki ligt, dus ideaal voor een (halve) dagtocht.
We hebben de ferry van 09:30 uur en om 09:45 uur staan we al bij de Tourist Information van het eiland. We krijgen een geplastificeerde kaart van het eiland mee, waarop een route is getekend die je langs de hoogtepunten leidt. We maken het onszelf niet te moeilijk vandaag en volgende aangegeven route. Niet op de fiets, zoals veel andere toeristen, maar te voet.

Eerst lopen we naar het Ryukyu dorpje op het eiland. Dit dorpje bestaat bijna alleen maar uit traditionele huisjes die omgeven zijn door muren van gestapelde stenen en waarvan het dak bedekt is met rode pannen. Bij de huisjes vind je altijd wel een shisa beeld om de boze geesten weg te houden. De huisjes zijn bijzonder goed onderhouden en dat geeft een prachtige sfeer. De straten zijn van zand, en meestal niet breder dan twee meter. Auto’s zie je hier dus bijna niet.

We gaan in het dorp rechtsaf en lopen eerst naar de noord-westkant van het eiland. We komen langs prachtige huisjes, waarvan enkele dienst doen als restaurant en bij een paar verkopen ze lokale souvenirs. We komen langs een bedrijfje waar ze tochtjes met een kar achter een waterbuffel aanbieden. Helaas is de Nagominoto toren in deplorabele staat, waardoor we niet van het uitzicht over het eiland kunnen genieten.
Na een half uurtje komen we bij de Sanbashi pier, waar we van het uitzicht genieten. We kunnen het eiland Kohama zien liggen.

Over het strand lopen we verder naar het Kondoi strand, Het witte zand schittert in het zonlicht en het kabbelende zeewater is glashelder. Met een comfortabele ligstoel en en een volle koelbox kom je hier de dag wel door. Het vreemde is dat er op geen enkele manier handel van de toeristen wordt gemaakt. Er is een toiletgebouw, maar je kunt er nog geen flesje water kopen.

We lopen verder over strand en gaan naar het Kaiji strand. Dit strand is beroemd vanwege z’n sterren-zand, dat voor een deel bestaat uit de overblijfselen van de foraminifera, een organisme dat is staat is van vorm te veranderen door het uitrekken en terugtrekken van z’n cellen. Interessant verhaal, maar als je goed zoekt kun je hele kleine sterretjes in het zand vinden. Het is ons niet gelukt om dit sterren-zand te vinden en na onze mislukte zoektocht gaan we terug naar het dorpje.

Omdat we geen geschikte lunchtent kunnen vinden, lopen we gelijk door naar de haven en nemen de ferry terug naar Ishigaki. Gelukkig hebben ze daar wel een vette hap.
Na een goede lunch (vooral de patatjes waren heeeeerlijk) lopen we terug naar het hotel omdat we naar een strand aan de westkant van Ishigaki willen. Bij het hotel blijkt de bus net weg te zijn en de volgende bus gaat pas om 16:30 uur. Dan gaan we maar weer terug naar de haven en nemen we een versnapering op een terrasje.

Rond vier uur lopen we dan weer naar het hotel (de fitbit van Diana blijft juichen) en laten we ons door de bus van 16:30 uur bij een zusterhotel afzetten. Het is natuurlijk veel te laat om nog in de zon plaats te nemen, maar de zonsondergang zou hier heel mooi moeten zijn, dus daar wachten we maar even op.
Helaas gooit de bewolking een beetje roet in het eten, maar het is toch best wel een mooi plaatje.

Terug bij ons hotel lopen we nog een keer naar het centrum, want we moeten nog wel wat eten. We komen in een restaurantje terecht waar de muren helemaal vol hangen met visitekaartjes, boardingpassen en andersoortige reisbewijzen. In Nederland zou zo’n zaak niet lang bestaan, maar hier maakt dat allemaal niet zoveel uit. We bestellen wat lokale noedelgerechten en het smaakt voortreffelijk.
We lopen nog een laatste keer terug naar het hotel en gaan gelijk door naar de kamer om onze rugzakken in te pakken voor de vlucht naar Tokyo.

Dinsdag 13 november

Tja,wat valt er te vertellen over een reisdag waarop alles soepeltjes verloopt? Eigenlijk helemaal niets, maar je wilt je publiek ook niet teleurstellen……
We begonnen weer met zo’n chique ontbijtje uit de supermarkt. Dat is geen tafereeltje om een foto van te maken, maar het smaakte wel weer vurrukkuluk. Terug bij het hotel slepen we de rugzakken van de kamer en wachten we op de gratis shuttle-bus van het hotel, die ons naar de luchthaven brengt. Die bus levert ons precies om 11:00 uur af bij de luchthaven waar we in de rij gaan staan voor het inchecken. Een half uurtje later gaan de rugzakken via de lopende band naar het vliegtuig en nemen wij de route langs de security check. Hierna nemen we plaats in de ongezellige wachtruimte waar de slecht verstaanbare stewie om 12:15 uur begint met het inchecken. Alle passagiers zitten in no time in het vliegtuig en we kunnen precies op tijd vertrekken naar Tokyo.

De vlucht verloopt heel smooth en om 15:00 uur landen we op Haneda airport. Als wij ons net geinstalleerd hebben bij de bagageband, komen onze rugzakken er al aan. We nemen de roltrap naar de monorail en stappen in de klaarstaande trein. Een paar minuten later zijn we op weg naar het eindstation van de monorail: Hamamatsucho. We lopen een paar honderd meter naar metrostation Daimon waar we Asakusa lijn nemen naar het Asakusa station en lopen het laatste stukkie naar ons hotel.
Even inchecken, rugzakken op de kamer en we kunnen er weer op uit.
Zoals al aangegeven is er dus niets te melden over onze reis van Ishigaki naar Tokyo.

We lopen eerst terug naar Asakusa station omdat we willen weten hoe we donderdag op Narita airport moeten komen. Bij de Tourist Information kunnen ze ons niet helpen (?), maar een vriendelijk dame op het station, die ook nog eens goed Engels spreekt (die zijn het zeldzaamst), legt ons precies uit hoe we zonder overstap op de luchthaven komen. Ze geeft ons ook nog een papiertje met de vertrektijden mee.

Dan gaan we een hapje eten bij een klein Chinees restaurantje en als we daar de al net zo kleine rekening hebben betaald, gaan we nog even bij Doutor zitten voor een bakkie koffie.
Daarna lopen we kris-kras door Asakusa en gaan we af en toe een winkeltje binnen op zoek naar een souveniertje. Asakusa is een leuke wijk met veel kleurrijke reclames, restaurantjes en een enorme hoeveelheid souvenierwinkels.

Rond 19:00 zijn we weer terug bij het hotel waar we even in de lounge gaan zitten. Als we even later van een bakkie koffie zitten te genieten komt er aan het tafeltje naast ons een Chinees zitten die uitgebreid z’n nagels gaat knippen. We moeten ons bekertje afdekken om te voorkomen dat er nagels in onze koffie terecht komen. Waarom moet die Chinees zo’n perfecte reisdag toch nog verpesten?

Woensdag 14 november

Dat was geen sterke start op de laatste dag in Japan. We hebben ons verslapen en dat brengt gelijk het eerste onderdeel van ons programma in gevaar.
We willen eigenlijk nog iets sumo-achtigs zien. Wedstrijden zijn er niet, maar we hebben een adresje gevonden waar deze potige mannen trainen en daar zou je een kijkje kunnen nemen.
We kleden ons snel aan en gaan op weg naar Asakusa station. Daar aangekomen kopen we een dagpas voor de metro, want we hebben nog meer plannen voor vandaag. Van Asakusa station snellen we naar Hamacho station en lopen dan nog drie blokken naar de Arashio Sumo Stable, gaan het kleines straatje in waar deze trainingslocatie is gevestigd om dan op het raam een bordje CLOSED te zien met een poppetje van een sumo worstelaar. Da’s pech, maar er staat nog wel meer op ons lijstje voor vandaag.

We duiken de metrogangen weer in en verplaatsen ons naar Tokyo station. Vanaf dit station is het maar een paar honderd meter lopen naar het Imperial Palace.
Op weg naar het paleis passeert er nog een stoet met paarden, koets en een aantal limousines, waarschijnlijk gevuld met hoogwaardigheidsbekleders, want de politie deed heel veel moeite om pottenkijkers op afstand te houden.
We lopen naar de gate waar de stoet vandaan kwam, maar die is duidelijk niet voor ons bedoeld. In z’n beste Engels verteld een bewaker dat we bij de oostelijke poort moeten zijn.

We sluiten aan in de rij die bij deze poort staat en wachten rustig op onze beurt, om er na zo’n tien minuten achter te komen dat we niet in de rij staan voor de ticketoffice, maar voor de controle van de tassen. Omdat wij geen tassen bij ons hebben, hadden we eigenlijk gelijk door kunnen lopen, maar ach, we stonden in het zonnetje.
Als we binnen zijn komen we er ook achter dat we eigenlijk niet het Imperial Palace bezoeken, maar de Imperial Palace East Gardens. Geen fantastische gebouwen dus, maar een fantastische tuin. We wandelen een uurtje langs de meest fantastische Japanse creaties en lopen dan weer terug naar het metrostation.

Van zo’n wandeling krijg je best dorst, maar gelukkig heeft men in Japan daarvoor de oplossing gevonden: vending machines. Op de hoe van elke straat, op metrostations, in hotels, bij de supermarkt naast de afvalcontainer, overal staan deze drankenautomaten. Gevuld met zowel warme als koude dranken (dat herken je aan het blauwe of het rode knopje). Vending machines hebben onze dorst al menigmaal gestild en ook deze keer trekken we weer een flesje, onze favoriet: Supply!

Na deze dorstlesser gaan we op weg naar het Tokyo Metropolitan Government Main Building. Niet omdat er iets mis is met onze papieren, maar omdat je hier vanaf de 45e verdieping een prachtig uitzicht hebt over Tokyo. Het gebouw is zo’n beetje op Tochomae station gebouwd, dus dit keer hoeven we niet veel te lopen.
We gaan in de rij staan voor het Observation Deck en wachten netjes tot we in de lift worden gepropt.
Het uitzicht is inderdaad fantastisch. Aan de oostelijke kant van dit gebouw zien we de Sky Tree en aan de zuidwestkant zien we Mt. Fuji (althans dat vermoeden we). We lopen een rondje langs alle ramen en proberen de bekendste attracties te vinden.

Veel langer dan een half uurtje zijn we niet boven en als de lift ons weer netjes beneden heeft afgezet, lopen we langs de promotie stand van een evenementje dat hier over iets meer dan anderhalf jaar zal plaatsvinden: Tokyo 2020. De mascottes zijn in ieder geval al bedacht. We snuffelen wat rond op deze afdeling en duiken dan de metro weer in en gaan we naar station Suehirocho (vlak bij Akihabara).

We hebben gelezen dat daar een manga-warenhuis is dat helemaal volgepakt zou staan met manga-memorabilia. Manga is een vorm van Japanse comic-art en strips, puur gemaakt voor de Japanse markt. De personages zijn vaak meisjes en jongens met onrealistische grote hoofden en ogen. De meisjes zijn vaak snoezig oversized gekleed met een onschuldige gezinsuitdrukking.
Het warenhuis mag dan voor de diehard manga-fan heaven zijn, wij vinden het niets. Een somber, smoezelig warenhuis van acht verdiepingen helemaal vol met collectables, video’s, games, etc. Niet de mooie poppen met de grote ronde ogen waar wij voor kwamen. Ach ja, what’s next?

We nemen nu eens niet de metro, maar lopen richting Ueno park. We hebben inmiddels wel trek gekregen en gaan bij MOS Burger naar binnen voor een snelle hap. Vooral het ijsje smaakt heerlijk!
Halverwege MOS Burger en Ueno park maken we een kleine detour over de Ameyoko markt. Als je daarbij het idee hebt dat je langs marktstalletjes loopt waar de kleuren en geuren je zintuigen prikkelen, dan heb je het net zo mis als wij. Het is een verzameling trash-winkels waar vooral de schoen-fetisjist aan z’n trekken komt. We lopen het straatje door en steken dan de weg over richting Ueno park.

Bij de Lawson supermarkt pinnen we voor de laatste keer en klimmen dan de trap op naar het park. Het is geen spectaculair park voor degenen die van bomen en ander groen houden, maar het is er wel gezellig druk. Na een paar honderd meter gaan we een trap af naar de Lotus vijver, om tot de ontdekking te komen dat het een slecht seizoen is voor de lotusplanten. De bladeren zijn bruinig en hangen er slapjes bij.
We keren dus weer om en gaan het park weer in. Daar zien we nog een ballonartiest die verschrikkelijk goed Mickey Mouse van ballonen kan maken en even verder doet iemand z’n kunstje op een fiets met één wiel (of zoiets). Nog wat verder zien we het National Museum waar we op onze eerste dag in Tokyo hebben geschuild voor de regen en dan is het wat ons betreft wel mooi geweest in het park. Op naar de metro.

Het cirkeltje is bijna rond, want we gaan op weg naar de Skytree en dat is helemaal niet zo ver van ons hotel. Met z’n 634 meter is het de hoogste vrijstaande toren ter wereld en een niet te missen onderdeel van de skyline van Tokyo. Waar je ook bent, je ziet deze toren.
Het metrostation zit direct onder de toren dus als je buiten komt, moet je je nek tot het uiterste flexen om het topje van de toren te kunnen zien. We nemen honderd meter afstand om ‘m iets beter in het vizier te krijgen, maar het blijft een joekel.

Nu we toch in de buurt van het hotel zijn, gaan we daar eerst onze jassen ophalen. We lopen de hele dag al met korte mouwtjes, maar heel veel warmer dan 15 graden is het vandaag niet geweest en omdat de zon begint te dalen, is jasje toch wel prettig
Van het hotel gaan we weer naar Asakusa station om vervolgens naar Toyusa station te crossen. Dit station is het verste station op de Yurakucho line en moet ons in de wijk Odaiba (by night) brengen. Een tochtje van drie kwartier, incl. overstap.
Als we het metrostation uitkomen is het inmiddels donker en omdat onze buikjes beginnen te protesteren, gaan we eerst op zoek naar een restaurant. Gelukkig is er op nog geen honderd meter buiten het station een Coco Curry gevestigd en die geur kunnen we niet weerstaan.

De curry was heerlijk en eigenlijk zou je nu je hoofd even op een bank willen gaan liggen om na te genieten, maar daar hebben we geen tijd voor. Wij moeten nog even uitzoeken hoe we deze wijk verder in kunnen komen.
We lopen terug naar het metrostation en treffen daar gelukkig een man met een pet die Engels spreekt en hij verwijst ons naar de Yurikamome line. Dit is geen metrolijn van Tokyo Subway of Toei Subway, dus we hebben hier niets aan onze dagpas, maar deze metro brengt ons wel naar het mega reuzenrad, een van de grote attracties van deze wijk.

Het op een na grootste reuzenrad ter wereld is prachtig verlicht, maar we hebben hier weer hetzelfde probleem als bij de Skytree: het is te groot! We lopen er een keertje onderdoor, maar gaan dan op weg naar het Fuji Television Building (een andere ‘attractie’ van de wijk), om het rad van een afstandje te kunnen bekijken.
Odaiba by night is mooi, maar het is eigenlijk wel jammer dat we hier overdag niet zijn geweest. Mega warenhuizen, outlets, grote gebouwen, een prachtige Rainbow Bridge (nog een attractie) en waarschijnlijk nog veel meer wat we nu niet kunnen zien.

Voor ons zit het er nu helaas op. We lopen terug naar het metrostation en nemen de eerste metro terug naar ons hotel. Zoals zo vaak (en vooral in de metro) observeren we de Japanse medereizigers. Het is inmiddels tegen negenen en de metro zit nog steeds behoorlijk vol. Veel zakenlui die net van hun werk komen, bijna allemaal in een pak en bijna allemaal van dezelfde fabrikant (zo lijkt het). Vrijwel iedereen is druk in de weer met z’n telefoon of tablet. Oogcontact maken de Japanners niet snel; ze zullen een buiginkje maken en meer niet. Vreemde gewoontes zijn er in overvloed: het regelmatig terugkerende monddoekje, de te grote schoenen, de bizarre kledingsmaak van de Japanse vrouw, het uniforme kapsel, slurpen, de taalbarriere (slechts een klein aantal Japanners die wij zijn tegengekomen spreekt behoorlijk Engels), het vrolijke ontvangst- en uitzwaaideuntje door het personeel in winkels en restaurants, de vele regeltjes en nog veel meer.
Wij hebben hele goede herinneringen aan het prachtige Japan en de behulpzame Japanners en zullen iedereen adviseren om dit land te bezoeken (en het is minder duur dan je denkt).

Donderdag 15 november

Aan al het moois komt een eind. Mwaaahh, dat is wel heel erg dramatisch. Onze vakantie zit erop, punt.
We zijn er vandaag al weer vroeg uit, want de rechtstreekse metro naar de luchthaven vertrekt om 07:23 uur vanaf Asakusa station. Samen met een aantal andere toeristen staan we er al veel te vroeg te wachten.
We hebben vijf kwartier om nog een beetje Japan op te snuiven en lopen dan vertrekhal 1 van Narita Airport binnen. We gaan gelijk door naar de balie van KLM waar we onze rugzakken inchecken. 23 kilo lichter gaan we op zoek naar een restaurantje waar we kunnen ontbijten. In tegenstelling tot een gemiddelde Japanse stad zijn er daar voldoende van op de luchthaven.
Als we om 09:31 uur op het Observation Deck staan te kijken, zie we de kist van KLM binnenkomen; die is mooi op tijd.
We nemen voor de laatste keer een bak koffie bij Lawson en gaan dan op weg naar gate 14.

Er wordt op tijd gestart met boarden en als we in het vliegtuig zitten vertelt de gezagvoerder al snel dat iedereen aan boord is en dat hij binnen enkele minuten zal starten. Helaas is het erg druk in de lucht bij Tokyo, waardoor het nog tot 11:50 uur duurt voordat de wielen los komen van de grond. We zijn weer op weg naar Nederland.

Japan 4

Maandag 5 november

Het weer was gisteren al niet best, maar toen we vanochtend de gordijnen open deden zag het er allemaal nog slechter uit. Het leek wel of er een gordijn rondom Fujiyoshida was opgetrokken, het zicht was nog veel beroerder!
Tja, wat doe je eraan? Inderdaad, helemaal niets. We zijn dus maar naar beneden gegaan om van het westerse ontbijt te genieten. Dit is nl. een van de weinige hotels waar we ontbijt bij hebben.

Het ontbijt wordt geserveerd en het ziet er prachtig uit en afgezien van de salade behoorlijk westers. We laten het ons smaken, maar als we over onze schouder naar buiten kijken, zien we dat het inmiddels is gaan regenen. Waarom hebben we dat nu net in Fujiyoshida waar je het van het uitzicht moet hebben.

De geniale voetballer uit Amsterdam zei altijd ‘elk nadeel heb ze voordeel’ en dat was ook nu het geval. We moesten de vlucht en het hotel voor onze strandverlenging nog boeken en daar hadden we nu mooi de tijd voor.
We zijn met onze spullenboel in de lobby gaan zitten en zijn het internet gaan afstruinen.
Ik zal jullie de krachttermen besparen, maar het viel nog helemaal niet mee om wat te vinden. Moet het Okinawa of Ishigaki worden, waar is de weersverwachting beter, in welke plaats moeten we iets boeken, zijn de kamers wel beschikbaar,……..
Een uur en een paar paracetamol later hadden we dan toch eindelijk een vlucht naar Ishigaki en een hotel (eigenlijk hotels) naar onze zin geboekt.

Het is inmiddels 10 uur en de eerste breukjes in de bewolking zijn zichtbaar. We gooien alle spullen weer op de kamer en gaan op weg naar de Chureito pagode, een van de bekendste uitzichtpunten voor Mt. Fuji. We kunnen alleen maar hopen dat er straks wat grotere scheuren in de bewolking zullen zijn.
Het is een half uur lopen naar de pagode en zowaar begint de zon af en toe te schijnen. Helaas wil Mt. Fuji niet onder z’n deken vandaan komen, maar wij hebben alle tijd vandaag, dus wie weet.
Het is ons al eerder opgevallen, maar in Japan hebben ze hele grappige waarschuwingsborden. Waar in Nederland dit soort borden een formeel karakter hebben, gaat het hier meestal gepaard met een cartooneske afbeelding.

Als we in de buurt van de pagode komen hebben we inmiddels spijt dat we onze jassen aan gedaan hebben. De zon brandt er stevig op los en als we naar boven kijken zien we dat blauw de overhand krijgt. Van Mt. Fuji nog steeds geen teken, maar we moeten eerst 398 treden op om bij de pagode te komen en dan kan alles anders zijn. We drinken ons wat moed in bij een frisdrank-wagen (met een hond als bedrijfsleider) en beginnen dan aan de klim.
We zijn niet de enigen die dit plekje vanochtend hebben uitgekozen. We slingeren ons langs mede-Fuji-spotters en komen hijgend boven, bij de pagode. Dan zijn we er nog niet helemaal, want het platform waar je de beste foto’s kan maken is achter de pagode.

We nestelen ons tussen de andere toeristen en als we langs de pagode kijken zien we zowaar een deel van de top van Mt. Fuji. Omdat we niet weten of het vandaag nog beter zal worden schieten we er op los. Een tiental minuten later zien we een klein stukje van de flank van Mt. Fuji, dus richten we de camera’s nog maar eens op de 3776 meter hoge vulkaan. Met deze 3776 meter is Mt. Fuji ook de hoogste berg van Japan.
We blijven nog even op deze hotspot voor fotografen en laten onze camera’s overuren maken. Er was toch duidelijk iets meer te zien van Mt. Fuji dan een paar minuten geleden, of toch niet, of……. ja nu, dit is het moment, oh nee er hing een wolkje voor de top, etcetera, undsoweiter, enzovoort, …….. Na ruim een half uur onze camera’s te hebben mishandeld houden we het voor gezien. Beter wordt het niet vandaag en het is al vele malen beter dan we vanochtend gedacht hadden.

We lopen ongeveer dezelfde weg naar beneden en komen daar een bruidspaar tegen dat met de bruidsreportage bezig is. Ook zij hebben vandaag pech met Mt. Fuji, maar er valt best nog wat te photoshoppen.
Eenmaal beneden lopen we door naar het Shimoyoshida station om daar de trein te nemen naar Kawaguchiko bij het gelijknamige meer. Hier heb je ook nog een paar mooie lokatie om Mt. Fuji te spotten.

In Kawaguchiko lopen we eerst naar de oostkant van het meer, omdat daar de Mt. Kachi Kachi kabelbaan is die je naar een platform brengt.
Daar aangekomen vraagt Diana aan een stel toeristen die net naar beneden is gekomen, hoe het zicht was. ‘Too much clouds’ is het antwoord. Wij gaan dus maar niet in de rij staan voor een wolkendek, maar lopen verder naar de noordkant van het meer waar je Mt. Fuji ook kunt zien.
Als we daar aankomen, ziet het er niet veel beter uit. Er is weer een wolkengordijn voor de vulkaan geschoven, waarmee we de naam de rest van de dag kunnen veranderen in Mt. Foetsie.

We wandelen terug naar Kawaguchiko en eten er wat bij een sjofel Chinees restaurant. Iets verderop trakteren we onszelf dan nog op een heerlijk ijsje. We lopen nog een keertje naar de waterkant maar daar is ook niet zo veel te zien. We besluiten om dan maar terug te lopen naar het hotel, maar beseffen ons dat we, na het slechte begin van deze dag, niet mogen klagen.

‘s-Avonds eten we bij een Chinees restaurant, vlak bij het pretpark en daarna pakken we de rugzakken alvast in voor de reis van morgen.
Meestal beginnen we een vakantie in de hoofdstad van het land, maar nu gaan we er pas tegen het einde naartoe.

Dinsdag 6 november

Volgens plan zouden we de trein van 09:03 uur nemen vanaf station Fujikyu Highland, maar omdat we wat te vroeg op het station waren hebben we maar een trein eerder genomen. Deze was wel een paar honderd yen duurder, maar dat zou ons wat extra koffietijd in Otsuki geven. Terwijl wij staan te wachten op de trein, staat naast het station al een rij te wachten tot de poorten van het pretpark open gaan. Het zijn die-hard fans van de achtbaan, want het regent en dat is toch geen prettig weer in zo’n attractie.

Ons Julianatoren-treintje stopt alleen in Tsurubunkadaigakumae (probeer dat maar eens uit te spreken) en met drie kwartier zijn we in Otsuki. We halen er een bak koffie en lopen dan naar perron 5 voor de volgende trein. Als we op perron 5 aankomen zien we dat er een rechtstreeks trein naar Tokyo gaat. We besluiten die trein te nemen en omdat de trein er inmiddels aan komt rijden, bewaren we de koffie voor in de trein.
In tegenstelling tot gisteren knapt het weer niet op. De regen blijft naar beneden komen en de wolken hangen laag op de bergen.

Door onze trein-wissel zijn we al om 11:00 uur in Tokyo. We nemen de metro naar ons hotel en houden het ook nu niet droog. Hopelijk wordt dat vanmiddag wat beter.
Zoals gebruikelijk worden de incheckregels streng gehanteerd, dus we laten onze grote rugzakken maar weer achter in het hotel. Omdat we wel zin hebben in een bakkie koffie lopen we eerst even bij de naastgelegen Lawson supermarkt naar binnen. Met de beker koffie in de hand lopen we terug naar het hotel, maar wandelen wordt rennen als het steeds harder begint te regenen. We gaan aan een tafeltje bij het hotel zitten en genieten van de koffie. Als het weer wat droger is besluiten we de stad even in te lopen, maar we zijn nog geen vijfhonderd meter van het hotel of het begint opnieuw te hozen. We duiken snel het hostel in waar we op dat moment langs lopen.
Na een half uurtje proberen we het opnieuw, maar voor de zekerheid lenen we wel een paraplu bij het hostel.

Omdat eigenlijk alle wegen in deze wijk naar de Senso-ji tempel leiden, komen wij daar ook uit. De geleende paraplu komt goed van pas want het komt met bakken uit de lucht. Gelukkig is de tempel van alle kanten vrij toegankelijk, dus we gaan snel het grootste tempelgebouw binnen.
We weten niet zeker of het door de regen komt, maar het is gezellig druk in de tempel. De Senso-ji is de oudste tempel van Tokyo en deze tempel ontvangt jaarlijks maar liefst 30 miljoen bezoekers. De oorspronkelijk tempel is tijdens de luchtaanvallen van 10 maart 1945 vernietigd, dus de huidige tempel is later herbouwd.

Ondanks de aanhoudende regen is het een waar spektakel rondom de tempel. Er lopen heel wat meiden die een kimono hebben gehuurd op het tempelterrein en die willen natuurlijk de meest spectaculaire foto’s van zichzelf (laten) maken. Dat het regent maakt niet zoveel uit, want met en paraplu kun je er ook best leuk op staan.
Je kunt voor een paar yen kaartjes kopen om een ritueeltje uit te voeren met stokken in een busje en het is mogelijk om wensbriefjes op te hangen. Het geheel wordt begeleid door de kletterende regen die van het tempeldak afvalt.

Na een half uurtje te zijn opgegaan in de massa op het tempelterrein gaan we naar een overdekt winkelcentrum iets verderop en gaan even zitten bij Chococroc voor een versnapering. We hopen dat we gelijk een beetje opdrogen.
Het is alweer ruim na tweeën als we van Chococroc naar ons hotel lopen. We checken in en brengen onze spullen naar de kamer. Vanwege de aanhoudende regen nemen we alleen het hoogstnoodzakelijke mee (waaronder de geleende paraplu) en gaan we voor de ideale regenactiviteit: een museum bezoeken.

Het Tokyo National Museum is slechts een paar haltes met de metro, dus onder de plu naar Asakusa station (ter info: de ‘u’ van Asakusa spreek je niet uit).
Vlak voor vieren zijn we bij het museum en het lijkt wat minder te gaan regenen. We zetten onze paraplu in de afsluitbare paraplustalling en betalen het gunstig geprijsde kaartje aan het loket zodat we kunnen beginnen aan onze ontdekkingstocht langs de meest toonaangevende collectie van Japanse zaken.

Er zijn zo’n 3000 objecten tentoongesteld en ik zal ze niet allemaal opnoemen, maar er zijn een paar boeiende zalen bij.
Er zijn harnassen uit de 15e eeuw, hoogtepunten van Japanse kunst, kostuums uit de 16e eeuw, veel boeddhistische beelden, beschilderde kamerschermen, beeldjes van klei uit de Jomon periode (1000-400 BC), prachtige theeserviezen, heel veel views of Mt. Fuji en nog veel meer.

Het museum sluit al om 17:00 uur, dus we konden niet lang op een bankje voor een tentoongesteld kunstwerk blijven zitten staren, maar het bezoek aan dit museum was zeker de moeite waard.
Om het bezoek aan het Tokyo National Museum waardig af te sluiten, laten we ons vastleggen als Tohaku-kun (terracotta graf figuurtjes).

Buiten is het inmiddels donker geworden, maar het is wel zo goed als droog. We lopen terug naar Ueno station voor de metro naar ons hotel.
Als we bij de Senso-ji tempel lopen gaan de sluizen toch weer open, dus de paraplu gaat weer open. De tempel is ‘s-avonds mooi uitgelicht, maar we kunnen het niet opbrengen hier van te genieten. We lopen door naar het hotel, maar net voor het hotel begint het zo hard te regenen dat we het eerste het beste restaurantje binnengaan. Het piepkleine restaurantje blijkt een schot in de roos, want het eten smaakt er voortreffelijk.

Woensdag 7 november

Het zag er vanochtend allemaal een stuk vriendelijker uit. Het regende niet meer en er was zelfs weer blauwe lucht te zien. De jassen lieten we in de hotelkamer en de paraplu hebben we terug gebracht bij het hostel waar we het gisteren geleend hadden.
We moesten nog wel op zoek naar een ontbijt, want dat hadden we er hier niet bij geboekt. Uiteindelijk kwamen we bij McDonald’s uit, want om 07:15 uur is er nog niet veel open. De pannenkoeken smaakten voortreffelijk.

We gingen eerst met de metro vanaf Asakusa station naar de Tsukiji vismarkt. Een lange rit, helemaal als je in de verkeerde metro stapt (het was vroeg) en voller dan we tot nu toe hadden meegemaakt.
De beroemdste vismarkt van Japan is vorige maand gesplitst en verhuis. Het binnen gedeelte, waar de vis geveild wordt is verhuisd naar een nieuwe lokatie, terwijl het buiten gedeelte, waar de vis gegeten wordt (restaurants en winkels) op de oude lokatie is gebleven. Het binnen gedeelte heeft bovendien een nieuwe naam gekregen. Om een lang verhaal niet nog langer te maken: wij stonden op de verkeerde lokatie. Althans, we wilden eerst naar het binnen gedeelte en dan misschien later naar het buiten gedeelte waar we met de metro heen waren gegaan. Omdat je op de veiling vroeg aanwezig moet zijn, had dat nu geen zin meer. Volgende week woensdag een herkansing.

De winkeltjes en restaurantjes stelden niet zoveel voor. De vis die er verkocht wordt ziet er prachtig uit, maar om 9 uur ‘s-ochtends hebben wij daar nog geen zin in. We lopen door de smalle straatjes en zien dat de meeste restaurantjes op dit tijdstip nog gesloten zijn. Waarschijnlijk was het een groter spektakel toen het hier nog een grote markt was. De enorme reclames aan de gevels verwijzen naar betere tijden.

We lopen terug naar het metrostation waar we vandaan kwamen en gaan op weg naar Harajuka station. Het gebied rond dit station is bekend van de jongeren die hier in het weekend rondhangen. Ze zijn dan gekleed in verschillende stijlen, zoals gothic, lolita, visual kei en cosplay. Harajuku is zelfs bekend als modehoofdstad vanwege de unieke straatmode. Helaas hebben die jongeren op een woensdagochtend wel wat anders te doen.
We lopen even de roze straat in tegenover het station. Hier vind je bijna alleen maar meidenkledingwinkels, crêpes-restaurantjes en snoepwinkels. Een hele zoete ervaring.

Aan de andere kant van Harajuku station is de Meiji schrijn. Dit heiligdom is opgedragen aan de geest van keizer Meiji en zijn vrouw keizerin Shoken. Je zult hun graf hier echter niet vinden, want dat is ten zuiden van Kyoto.
De schrijn ligt in een groot bosachtig park dat bestaat uit uit 120.000 bomen die zijn gedoneerd door mensen uit heel Japan. Wij zijn niet de enige beroemdheden die hier zijn geweest; George W. Bush en Hillary Clinten gingen ons voor.
Je moet misschien geen oordeel over dit soort heiligdommen geven, maar deze vonden wij niet veel aan. Daar hebben we er wel mooiere van gezien. Het interessantst was misschien wel de muur met vaten sake die geofferd zijn.

We stappen in Harajuku op de yamanote lijn. Dit is een trein die een rondje door Tokyo maakt, dus het is een handige manier om bij een bezienswaardigheid te komen. Voor ons is de volgende stop Shibuya. Vlak bij Shibuya station zijn een tweetal bezienswaardigheden die we niet willen missen. We lopen eerst naar de bekendste hond (Akita) van Japan: Hachiko. Zijn bekendheid heeft hij te danken aan het feit dat hij na de dood van zijn baasje 9 jaar lang wachtte op diens terugkeer van werk bij het treinstation (de tranen springen me weer in de ogen). Na zijn dood werd voor Hachiko een standbeeld opgericht. Het ontroerende verhaal is tweemaal verfilmd. Misschien een leuk idee voor een druilerige herfstavond.

De tweede attractie is een zebrapad, of eigenlijk 5 zebrapaden waar in de spits duizenden voetgangers gelijktijdig oversteken. Het wordt de drukste voetgangersoversteekplaats van de wereld genoemd. Wij lopen natuurlijk ook een paar keer de straat over, maar het is vooral leuk om dit spektakel van bovenaf te bekijken. Starbuck’s is zo slim geweest om hier op een strategische lokatie een koffieshop neer te zetten, maar dan moet je wel even een drankje bestellen.

Na de heerlijke Christmas Strawberry Cake Frappucino naar binnen te hebben gewerkt, gaan we weer een stukje verderop. We nemen wederom de Yamanote line en dit keer stappen we uit bij Hamamatsucho station.
De reden waarom we hier uitstappen is al van veraf te zien. De rood-witte Tokyo Tower (officieel: Japanse Radiotoren) is met z’n 333 meter hoogte de op een na hoogste toren van Japan.
Er is 19 maanden gewerkt aan dit bouwwerk dat in 1958 werd voltooid. Het diende als symbool van de wedergeboorte van Japan als economische macht. Een tweede reden voor de bouw was dat Japan rond het jaar 1953 op zoek was naar een zendstation, toen de Japanse televisiemaatschappij startte met televisieuitzendingen.
Het ontwerp is duidelijk gebaseerd op de Eiffeltoren.

Om bij de toren te komen lopen we over het terrein van de Zojo-ji tempel. De poort naar deze tempel dateert van 1622 en is daarmee het oudste houten gebouw van Tokyo. De rest van de gebouwen is verwoest door brand, natuurrampen of WW2.
Zojo-ji is beroemd vanwege de relatie met de Tokugawa clan, de heersers van Japan tijdens de Edo-periode. Zes van de Tokugawa shoguns liggen begraven in het Taitoku-in mausoleum bij deze tempel.
Als we langs de tempel lopen horen we dat er een mis aan de gang is. We gaan naar binnen want dit is altijd bijzonder om mee te maken. Het gezang van deze monnik doet denken aan onze ochtendmis in Koyasan.

Als de mis is afgelopen gaan we door naar de Tokyo Tower en lopen om deze kolossale toren heen. Het is wel heel jammer dat ze tussen de poten van de toren een foeilelijk gebouw hebben neer gezet; jammer van het plaatje. We proberen de toren vast te leggen, maar van dichtbij lukt het eigenlijk alleen maar met de GoPro.
Na het rondje om de toren lopen we terug naar het treinstation. We lopen langs de ander kant van de tempel en zien daar tig Jizo beeldjes staan bij de begraafplaats. Het is een beetje tegenstrijdig, maar die beeldjes met hun rode mutsjes zien er zo leuk uit!

We springen weer in de trein en gaan naar Akihabara, de electronicawijk en gamewijk van Tokyo, maar ook bekend van de Akihabara maid. Dit zijn meisjes die zijn uitgedost in werksteruniform en pamfletten uitdelen voor de lokale handel.
De enorme warenhuizen hangen vol met kleurrijke reclame voor games, manga en anime. Overal zie je winkels met stekkers, kabeltjes, opladers, batterijen, maar ook heel veel gadgets. Je kijkt je ogen uit.
We lopen kris-kras door de wijk en als we last van onze nek krijgen van het omhoog kijken, lopen we weer terug naar het station.

Voor vandaag is het mooi geweest. We gaan nog een keer met de Yamanote trein en dit keer stappen we uit bij Ueno station De laatste paar kilometers naar ons hotel gaan we lopen. We hebben vandaag heel veel indrukken opgedaan van Tokyo, maar er staat nog wel wat op ons lijstje voor volgende week woensdag.

‘s-Avonds willen we wel weer eens zo’n Jpanse pannenkoek eten, dus we zoeken een okonomiyke restaurant uit op een paar honderd meter van ons hotel. We doen de schoenen uit bij de deur en nemen plaats bij een tafel waar de poten onder vandaan zijn gezaagd.
Als we de kaart onder de neus geduwd krijgen, snappen we er in eerste instantie niets van. Geen plaatjes van heerlijke okonomiyakes, maar schaaltjes met ingredienten. Blijkt dat je op een bakplaat de okonomiyake zelf moeten bereiden.
We bestellen dus maar twee porties ingrediënten en gaan ermee aan de slag. Het zal je waarschijnlijk niet verbazen, maar het smaakte voortreffelijk.

Donderdag 8 november

We gingen vandaag nog vroeger op pad dan gisteren, omdat we de drukte in de metro voor wilden zijn. Als we met onze rugzakken in de spit in de metro moeten staan, gaan we dat niet overleven. Nu paste het precies.
We gaan er op Daimon station uit en stappen over op de monorail naar Haneda airport. Het lijkt erop dat álle openbaar vervoer in Tokyo propvol zit, want ook in deze monorail is het vechten voor een plekje. Omdat we geen haast hebben, laten we een tweetal treintjes vertrekken zodat wij vooraan staan bij de volgende.

De monorail brengt ons in 20 minuten naar terminal 2 van de luchthaven. We zijn er veel te vroeg, maar ach, we moeten toch nog ontbijten.
We gaan eerst onze rugzakken inchecken op etage 3 en gaan dan op zoek naar een restaurantje waar ze een continentaal ontbijt serveren. Op de 1e etage zit Becks Cafe waar ze geroosterd brood met ei en spek hebben, dus daar vallen we aan.

Na het ontbijt lopen we langs de vele winkeltjes op deze luchthaven. Inmiddels is men al overgestapt van Halloween naar de Kerst, waardoor er in veel etalages al wat kerstsfeer te vinden is.
De luchthaven kleurt zo langzamerhand blauw van de schooluniformen. Het lijkt erop dat er een hele school met het vliegtuig op schoolreis gaat. We moeten af en toe wat manoeuvreren om ze te ontwijken, maar het is ook altijd leuk om even contact te leggen.

Van het een komt het ander en ook het toilet ontsnapt niet aan onze inspectie en we zijn weer een hele ervaring rijker mee. Als je op de wc gaat zitten begint een speaker spoelgeluid te maken. Dit is handig als je niet wilt dat je buurman hoort dat je…….luidruchtig….zit…..te………nou ja, je weet wel. Kun je even goed gas geven.

Rond 10 uur drinken we nog een bakkie koffie en daarna gaan we door de veiligheidscontrole. We vertrekken van gate 60, dus gaan daar in de wachtruimte zitten.
In de verte zien we dan een groot geel gevaarte aankomen. Is it a bird, is it a plane…., ja, it’s a plane en wel de geel gekalkte 777 van ANA waar wij mee naar Ishigaki vliegen. En het is niet zo maar een geel gekalkt vliegtuig, nee, het is een Star Wars 777. Wat kan een mens geluk hebben!

We gaan mooi op tijd boarden en als we het vliegtuig binnenlopen worden we verwelkomd met de soundtrack van Star Wars. Dit is te gaaf! Met een brede glimlach lopen we naar rij 29 en nestelen ons in onze stoelen.
Als de piloot heeft verteld dat de deuren dicht zijn en we kunnen gaan taxiën, horen we ineens R2-D2 en C-3PO uit de cockpit. Ze brabbelen wat in het Japans en lijken het niet eens te zijn over de aanvliegroute voor Ishigaki. Die glimlach gaat bij mij voorlopig niet meer weg.

Vanuit de cockpit vertelt de piloot (of was het toch C-3PO) dat de vliegtijd naar Ishigaki 2 uur en 38 minuten is. Dat valt niet tegen. We gaan er dus maar weer voor zitten.
We zien Tokyo onder ons weg schuiven en volgen de kustlijn van Japan naar het zuiden. Opeens zien we de witte punt, waarvoor wij naar Fujiyoshida zijn gegaan en waar we veel moeite moesten doen om die punt in beeld te krijgen, onder ons verschijnen. Een prachtige blauwe lucht als achtergrond voor de prachtige Mt. Fuji. Hebben we ‘m toch nog goed in beeld gekregen.

Om 14:12 uur staat de 777 (of was het toch de Millenium Falcon) op de landingsbaan van de kleine luchthaven van Ishigaki en taxiën we naar de gate. Geheel in stijl neemt C3-PO afscheid: ‘we thank you for flying ANA and hope to see you again on one of our flights in the future, may the force be with you’. Is toch wel te gek dat je als vliegmaatschappij zo’n dikke vette knipoog geeft.
We halen onze rugzakken van de band en gaan naar de bushalte, direct buiten de aankomsthal. Een vriendelijke dame staat ons al op te wachten bij een gereedstaande bus. Als wij zeggen dat we naar ANA Intercontinental moeten, vertelt ze dat onze bus om 15:15 uur vertrekt. Ze overhandigt ons nog wel een kortingsbon voor de ferry naar Taketomi en daar zijn wij Nederlander altijd gek op.

De bus brengt ons in een half uurtje naar ons hotel waar we gelijk kunnen inchecken. Het is een enorm hotel met binnen- en buitenbad, de zee met privestrand voor de deur en een vijftal restaurants in da house. Dat is andere koek dan we tot nu toe gewend zijn in Japan.

Op onze kamer doen we wat luchtigere kleding aan, want de temperatuur ligt hier wat graden hoger dan in Tokyo, waarna we op weg gaan naar de duikschool die een paar honderd meter van het hotel verwijderd is.
In het kleine gebouwtje nemen we plaats op een doorzitbank, waarna de vriendelijke eigenaresse ons wat zaken verteld over het duiken met deze duikschool. We willen graag zondag gaan duiken en dat is gelukkig nog mogelijk. We vullen de benodigde papieren in en spreken af dat ze ons in bij het ART Hotel komt ophalen. Dat is geregeld!

Vrijdag 9 november

Geen wekker! We zouden kunnen uitslapen, maar doen dat niet want dat is toch eigenlijk ook wel weer zonde bij dit strandhotel.
We schuiven om 8 uur aan bij het ontbijtbuffet en gaan ons te buiten aan alle heerlijkheden die er te krijgen zijn.
Om 9 uur sluiten we af met een bakkie koffie en gaan dan naar de kamer om de zwembroek aan te trekken.

Met een flesje zonnemelk factor 30, een paar tijdschriften en een flesje water gaan we naar het strand. We willen naar de luxe strandbedden toelopen, maar worden tegengehouden door de badjuf; ‘die zijn voor members’ zegt ze en ze neemt ons mee naar de iets minder luxe bedjes, die overigens ook best liggen.

Tja en wat doe je dan zoal op zo’n dag? We zwemmen wat (in een afgebakend deel van de zee want rond dit eiland komen zeer giftige kwallen voor), we wandelen wat, we lezen wat, we gaan wat eten en gaan aan het eind van de middag nog even spoelen in het zwembad.

Als de zon begint te zakken lopen we over het strand in westelijke richting omdat je daar moet zijn voor de zonsondergang. Dit klinkt makkelijker dan het is, want als je wat verder van het strand van het hotel verwijderd bent, moet je over stukken koraal en rotsen klauteren. Uiteindelijk weten we een plekje te vinden waar we van hét moment kunnen genieten.

Dan kom je terug op je kamer en schrik je als je jezelf in de spiegel ziet: zijn er lichaamsdelen die roder zijn dan een kreeft. Dat wordt smeren!
‘s-Avonds nemen we de bus naar downtown om daar een hapje te eten. Het is hier best gezellig. Winkeltjes, bars en restaurants in overvloed. Daar kunnen we wel aan wennen.
Rond half acht nemen we de bus terug naar ons hotel en zo zie je maar: een ander soort vakantiedag geeft ook een ander soort vakantieverslag.

Zaterdag 10 november

Dat is sneu! Zit je in een strandhotel, regent het. Gelukkig hebben we behoorlijk wat tijd nodig voor het ontbijt, want dan zou het straks best weer droog kunnen zijn.
We weten de weg langs het buffet beter te vinden dan gisteren, dus we komen niets te kort. Ze hebben ons een mooie tafel gegeven met uitzicht op het zwembad, maar hier kunnen we wel héél goed zien hoe hard het regent.

Tegen de tijd dat we aan ons fruithapje toe zijn regent het niet meer! We nemen nog een bakkie koffie en kunnen dan naar de spoelgeluiden op de wc gaan luisteren.
Daarna pakken we onze rugzakken in, want we verkassen vandaag naar een ander hotel. Het ANA Resort is nl. volgeboekt voor de rest van ons verblijf op Ishigaki.
We leveren onze rugzakken in bij de bell-boy en gaan dan naar het strand. Het is nog steeds bewolkt, maar af en toe prikt de zon er tussen door. Voor ons is deze mindere dag helemaal niet erg, want dan kan de verkoolde huid tot rust komen. Het is heerlijk weer om met een tijdschriftje aan zee te verpozen.

Rond het middaguur verruilen we het strand voor het zwembad. De zon doet steeds beter z’n best, zodat we sommige lichaamsdelen moeten gaan bedekken tegen de stekende stralen.
Om kwart over twee houden we het voor gezien. We halen onze rugzakken op en wachten voor het hotel op de lokale bus die ons naar het ART Hotel brengt.

De twee hotels liggen maar 10 minuten rijden uit elkaar, waardoor we in record tijd weer zijn ingecheckt bij ons volgende hotel en op weg kunnen naar downtown Ishigaki. We zoeken eerst iets om te lunchen en dat valt in Japan helemaal niet mee om 3 uur. De meeste restaurants zijn tussen 2 en 5 gesloten; een soort siësta. Ergens halverwege het hotel en de haven vinden we eindelijk een restaurantje dat open is.

Na de lunch wandelen we eerst langs het busstation omdat we misschien nog naar een idyllisch strandje aan de noordkant van Ishigaki willen gaan. Het blijkt dat er maar heel af en toe een bus naar Kabira Bay gaat, dus dat wordt waarschijnlijk lastig. Dan lopen we langs de haven waar we overmorgen de veerboot willen nemen naar het eilandje Taketomi op 50 minuten varen van Ishigaki. Die veerboot gaat elk halfuur, dus dat zal geen probleem worden. We slenteren nog wat langs het water en gaan dan terug naar het hart van Ishigaki town.

We komen langs een gedenksteen met het getal 730 erop. Gisteravond hadden we dat getal 730 ook al op allerlei winkels en restaurants zien staan. Op de plaquette bij de gedenksteen lezen we wat het betekent. Dit monumentje is ter nagedachtenis aan de dag dat het verkeer op Okinawa (en dus ook Ishigaki) een belangrijke verandering onderging. Op 30 juli 1978, 6 jaar nadat Okinawa weer onder Japanse bestuur was gekomen, gingen de auto’s weer links rijden. Tot die tijd volgden ze de verkeersregels van de Amerikaanse bezetter. Wij stonden er wel van te kijken dat Okinawa pas in 1972 aan de Japanners was terug gegeven.

Zoiets vraagt om een moment van bezinning, dus zijn we snel naar het restaurant aan de overkant van de weg gegaan om een lekker koud biertje te vatten. Even bijkomen.
Van het ene biertje komt een ander biertje en dan kun je er eigenlijk net zo goed wat eten.
We bestellen een echt Okinawaans/Okinawees/Okinawa’s gerecht: Taco rice. Dit gerecht is een combinatie van iets lokaals met een Amerikaanse inbreng. Het smaakt voortrefbaar.

Zondag 11 november

In de bevestigingsmail van duikschool Prime Scuba had gestaan dat we om 08:00 uur bij de ingang van het hotel klaar moesten staan en omdat Japanners nogal van de tijd zijn, stonden wij daar ruimschoots voor 08:00 uur al klaar. Dat was maar goed ook want om vijf voor acht kwam het busje van de duikschool al aanrijden.
We pikten onderweg nog een Amerikaanse dame op en reden daarna door naar de haven. Nadat het gezelschap van vandaag was aangevuld met een Fransman en 6 andere Amerikanen, gingen de trossen los.

De eerste duiksite was maar een half uurtje varen en Kieran, onze gids voor vandaag, gaf een snelle briefing van de duik. Het kwam er in het kort op neer dat je hier macro-spul of mantas ziet en aangezien onze laatste duik bij Manta City zou zijn……
De onderwaterwereld was niet erg kleurrijk, maar Kieran deed z’n uiterste best om ons zoveel mogelijk klein spul te laten zien. Ondanks dat alles onder water 25 procent groter lijkt, had een leesbril wel handig geweest. Toch hebben we heel wat grut gezien dat we nog niet eerder hadden gezien.
Na bijna 55 minuten klimmen we weer aan boord en maken we onze uitrusting klaar voor de volgende duik.

We hadden niet heel veel tijd om over de eerste tijd na te praten, want om kwart voor elf plonsden we al weer in de blauwe zee. Dit keer niet alleen beesies voor een macrolens, maar er kwamen er ook wat grotere rifvissen voor de lens. Een paar koraalduivels, murenes, nemo, zeeslang en helemaal aan het einde van de duik zijn we nog op de foto gegaan met een groene schildpad. Na ruim drie kwartier was het tijd om weer aan boord te gaan en van de lunch te genieten.

De laatste duik moest het klapstuk van vandaag worden. Dé reden dat duikers naar Ishigaki komen: zwemmen met de manta. Máár, er is geen garantie! Dat laatste was ons al meerdere keren verteld en ook de duikers die hier gisteren al waren geweest bevestigden dat, want gisteren hadden ze er slechts twee in de verte zien zwemmen.
Rond 13:00 uur hijsen we de jacket weer om onze schouders en springen we voor de derde keer vandaag in het water. We zwemmen achter Kieran aan om vervolgens plaats te nemen achter een rots op ongeveer 10 meter diepte. Het zwemmen met mantas heeft eigenlijk niet zoveel met zwemmen te maken. Je gaat achter een rots zitten en probeert zoveel mogelijk op te gaan in de omgeving. Dan maar wachten of er mantas zijn die jeuk hebben.
De plek waar wij zitten is nl. een cleaning station voor mantas. Omdat mantas ook wel eens jeuk hebben, maar geen vingers hebben om zich te krabben, laten ze zich op bepaalde lokaties behandelen door vissen die hun huid ontdoen van kriebelende parasieten en als ze er dan toch zijn, worden gelijk hun kieuwen en tanden schoongemaakt; een soort schoonheidssalon eigenlijk.
Als het mogelijk zou zijn om onder water een gat in de lucht te springen hadden wij dat na een paar minuten al gedaan. Daar kwamen 2 mantas met een spanwijdte van 3 a 4 meter op ons af. Wat een majestueuze beesten zijn dat. Het zijn net onderwatervogels. Ze zweven als het ware door het water en bewegen daarvoor maar af en toe hun enorme vleugels. Het blijft niet bij die twee mantas, want soms komt er eentje van voren en soms een paar van achteren op ons af zwemmen. Wat hebben wij geluk vandaag.
Na 40 minuten aan de rotsen te hebben gehangen keren we dan terug naar de boot. Duiken in Japan is niet goedkoop, maar dit was het dubbel en dwars waard.

We zijn om 13:50 uur uit het water en moeten dan ruim een uur terug varen naar de haven van Ishigaki. Iedereen aan boord is enthousiast over wat we vandaag gezien hebben.
Nadat we ons op de hotelkamer hebben omgekleed gaan we snel naar een terrasje in de zon om dit te vieren.