Tag archieven: Teheran

Iran 4

Dinsdag 1 november

Het is net alsof je in een 5***** hotel beter slaapt dan in een eenvoudig hotel, maar het zal wel verbeelding zijn. We hebben wel weer de wekker gezet want we willen eerst naar Masjed-e Nasir-al-Molk omdat daar in de ochtend een kleurenspektakel is waar te nemen. Het ontbijt is wat uitgebreider dan we gewend zijn, dus het valt niet mee om daar al weer snel op te stappen. We lopen via de kortste route naar de moskee, betalen de entree en gaan de winter gebedsruimte in. De linker muur heeft ramen met gekleurd glas en de ochtendzon laat die kleuren reflecteren op het tapijt, de muren en de zuilen in de gebedsruimte. Het ziet er fantastisch uit en het is zeker de moeite waard om daar wat vroeger je bed voor uit te komen. Een lokale fotograaf doet zijn best om de kleuren zo goed mogelijk uit te laten komen op een model in chador. Heel geniepig gebruikt Diana datzelfde model ook in haar foto’s. We hebben het weer knap getimed vanochtend, want net als wij naar buiten willen gaan komt er een grote groep toeristen binnen om van hetzelfde kleureffect te genieten. Wij gaan gauw verder.

Bij de uitgang van de moskee staan een paar taxichauffeurs en we worden weer eens aangesproken met het veelgehoorde ‘hé mister’ dit keer komt er achteraan ‘you want to go to Persepolis?’ Dat willen wij wel, dus gaan we de onderhandelingen maar eens aan. We kunnen een dealtje maken voor de helft van de prijs die we bij de Tourist Information te horen hadden gekregen, dus daar hoeven we niet lang over na te denken. We besluiten gelijk vanmiddag maar te gaan. We gokken erop dat de meeste toeristen in de ochtend Persepolis bezoeken en dan hebben wij de site voor ons zelf.

Op weg naar de bazaar komen we langs het mausoleum van Sayyed Mir Ahmad en we besluiten hier ook maar even te gaan kijken. Diana neemt de linker ingang, Rob gaat rechts. Het duurt even voordat Diana achter het gordijn vandaan komt, maar ze moet dan ook opnieuw in een dekbedovertrek gehesen worden. Net als in Qom moeten we ook hier weer met een gids mee, gezamenlijk met een zestal andere toeristen. We worden over een enorm binnenplein geloodst en lopen via een grote poort naar een ander enorm binnenplein. Daar neemt onze gids ons mee naar de ruimt waar de tombe staat. De ruimte lijkt er mooi uit te zien, maar wij mogen er niet in, want alleen moslims mogen de kist van dichtbij zien. Sayyed Mir Ahmed, een broer van Imam Reza, is hier vermoord door het kalifaat (!) in het jaar 835 en dit mausoleum is een van de heiligste plekken in Iran. Als we onze foto’s-op-afstand hebben gemaakt, lopen we naar de andere kant van het plein waar nog een mausoleum is waar twee broers van Mir Ahmad liggen. Hier mogen we iets dichterbij komen, maar ook hier komen we niet voorbij de toegangsdeur. Na deze gratis rondleiding lopen we naar de uitgang waar Diana haar hobbezak weer inlevert.

We hebben met de chauffeur afgesproken dat hij ons om 12:00 uur ophaalt bij het hotel, dus we lopen via de bazaar richting hotel. We gaan bij het Seray-e Mehr theehuis naar binnen en bestellen daar een bak thee met koekies en dat is dan gelijk onze lunch voor vandaag. Er hangt een fijne sfeer in zo’n theehuis, waar je even kan ontvluchten aan de drukte van de bazaar.

Het is inmiddels 11:30 uur, dus we lopen terug naar het hotel. Bij de ingang staat onze chauffeur al te wachten. Hij is mooi op tijd (of eigenlijk te vroeg). We zeggen hem dat we nog even het toilet van binnen willen bekijken en gaan naar onze kamer. Op de kamer pakken we extra batterijen, wat snaaigoed en de Lonely Planet en zijn we klaar voor Persepolis.

Het uitstapje naar Persepolis combineren we met een bezoek aan de rotstombes van Naqsh-e Rostam. Het is ongeveer een uurtje rijden en rond 12:45 uur kopen we onze tickets bij het houten keetje. De tombes zijn hoog boven de grond, uit een enorme rots gehouwen en behoren toe aan Darius II, Artaxerxes I, Darius I en helemaal rechts Xerxes I (hoewel historici het hier nog niet helemaal over eens zijn). De reliëfs boven de grafkamers zijn allemaal een beeltenis van de koning op een troon, geflankeerd door andere figuren. De zeven Sassanidische reliefs tonen koninklijke veroveringen en ceremonies. Het ziet er fantastisch uit, die grafkamers zo hoog boven de grond en de prachtige reliefs. We nemen even de tijd om er van te genieten. Tegenover de rots met de grafkamers staat de Bun Khanak, waarvan lang werd gedacht dat het een vuurtempels was, maar de geleerden denken nu dat het ook een schatkamer kan zijn geweest. Wat het ook is, zo mooi als de grafkamers is het zeker niet. We laten de rotstombes achter ons en drinken even snel een verse sinaasappelsap bij het kleine restaurantje. Dan gaan we naar onze taxi en scheuren we naar Persepolis.

Persepolis belichaamt de grootste successen van Achaemenidische rijk, maar ook z’n ondergang. De huidige ruines zijn nog geen schim van Persepolis’ glorie van vroeger. We kunnen deze ruines nu alleen maar zien omdat de hele site honderden jaren onder het zand heeft gelegen, waardoor de restanten bewaard zijn gebleven. De bouw van het complex is begonnen in 520 BC toen Darius I de troon besteeg en verschillende koningen na hem hebben gebouwen toegevoegd. We gaan het complex binnen via de imposante trap. De treden ondiep zijn zodat de Perzen in hun lange gewaden gracieus naar boven konden lopen. Ook wij gaan in onze slobberkleding zo gracieus mogelijk naar boven. Normaal gesproken zou bij de aankomst van hoog bezoek het trompetgeschal hoorbaar zijn geweest, maar blijkbaar was men niet op de hoogte van onze komst, want het blijft stil vandaag. We vervolgen onze weg door Xerxes’ poort (ook wel ‘Poort van alle landen’). Deze poort wordt bewaakt door stier-achtige wezens. Het is ook vandaag nog indrukwekkend om te zien. Hierna lopen we naar het ‘Paleis met de 100 kolommen’. Op een oppervlak van 70×70 meter droegen deze 100 kolommen het dak van een gebouw waarvan wordt gedacht dat hier de militaire elite werd ontvangen. Er staan nu nog maar een paar kolommen overeind, maar het moet toen een indrukwekkend gezicht geweest zijn.

Naast dit paleis is de Apadana trap, dat wordt gezien als het meest indrukwekkende bouwwerk van Persepolis en waarschijnlijk van heel Iran. De reliëfs op de wanden van deze enorme trap zijn schitterend en erg goed bewaard gebleven. Jammer genoeg is er een groot dak gebouwd bovend de trap zodat alles in de schaduw staat. Er zijn reliefs van koninklijke processies, maar ook van internationale delegaties die kado’s komen brengen voor de koning. Met een beetje (veel) fantasie herken je de delegaties uit Ethiopie, Capadocie, Egypte en Thracie. Van de paleizen in de zuidwestelijke hoek is de Tachara de mooiste. Veel van de stenen deurstijlen staan nog overeind en de releifs op de muren zijn mooi gedetaileerd. We hebben waarschijnlijk elke figuurtje wel een paar keer gefotografeerd, maar het is ook zo fantastisch mooi hier. Van de iets verderop gelegen schatkamer is weinig meer over. Toen Alexander de Grote (boef) de in 330 BC Darius III versloeg en de schatkamer leeg roofde, schijnt hij 3000 kamelen nodig te hebben gehad om de inhoud naar buiten te kruien. Nadat Alex een paar maanden in Persepolis is geweest, brandt hij de boel plat en gaat op weg naar Babylon.

Nadat we ruim twee uur over de site hebben gestruind en de ene na de ander foto hebben gemaakt, drinken we wat bij een cafetaria en gaan dan via de Xerxes’ poort op weg naar onze taxi. Persepolis was echt prachtig en je kunt er waarschijnlijk nog wel een paar uur rond lopen. Ook de bijbehorende verhalen zijn prachtig, maar daarvoor verwijs ik graag naar http://persepolis.ir , want anders wordt dit blog veel te groot. Binnen een uur zijn we terug in ons hotel waar we een dikverdiende milkshake bestellen. ‘s-Avonds eten we in de bazaar bij een Iraans restaurant. De service scoort geen punten, maar het eten is heerlijk.

Woensdag 2 november

Omdat we ons gisteren zo druk gemaakt hadden, stond er vandaag niet zo heel veel op het programma. We konden dus eens uitslapen. Veel later dan 07:45 uur is het echter niet geworden en om om 08:00 uur zaten we aan het ontbijt. Dit keer konden we daar wel uitgebreid van genieten.

Onze eerste stop vanochtend was het fort van Karim Khan. Deze kolos is gebouwd in de vroege Zand periode en maakte onderdeel uit van het koninklijke hof waarvan Karim Khan had gehoopt dat het zich dusdanig zou ontwikkelen dat het kon wedijveren met Esfahan. De hoge muren hebben mooi decoratief metselwerk en op de vier hoeken staan 14 meter hoge, ronde torens. Eén van de torens helt wat over omdat deze is weggezakt in de onderliggende kelder waar de badruimte is gevestigd. We lopen wat rond het fort en proberen het te fotograferen. Dat valt nog helemaal niet mee met zo’n joekel van een gebouw, maar het is gelukt.

Van het fort is het maar een klein stukje naar de bazaar en we gaan maar eens op zoek naar souvenirs. Het is heerlijk om over de bazaar te slenteren als je alle tijd hebt. We snuffelen bij kruidenwinkeltjes, we onderhandelen over de prijs van een Perzich tapijtje en we kijken of er bij de sieraden winkeltjes een leuke ring te koop is. We drinken een heerlijke bak koffie bij een winkeltje net buiten de bazaar en storten ons daarna nog een keer in de drukte. De bazaars in Iran beslaan meestal een groot deel van de oude stad en bestaan uit een uitgebreid stelsel van paden waar je makkelijk verdwaalt. We orienteren ons door te onthouden waar de karavanserais zijn, of waar een bepaald restaurantje is, maar als je de bazaar uit komt lopen is het toch vaak een verrassing waar je bent.

We bedenken ons dat er ook nog ergens een koranschool moet zijn en gaan op zoek. Via Taleqani straat en de Lotf Ali Khan boulevard komen we uiteindelijk bij Madraseh-e Kahn, of Kahn School zoals op het bordje staat. Als we door de kolossale deur naar binnen gaan komt de beheerder ons tegemoet. Hij wil een beetje geld zien. Hoewel er geen entree wordt gevraagd, is het gebruikelijk dat zo’n beheerder een fooi krijgt. Deze beheerder weet ook al wat hij van ons wil hebben, maar dat vinden we veel te veel en hij moet het met de helft doen. De school blijkt verlaten te zijn en men is druk bezig met restauratie werkzaamheden. We maken een rondje over het binnenterrein met de sinaasappelboompjes. Het tegelwerk is bijzonder omdat er erg veel rood in zit, maar voor de rest is er niet veel te zien en staan we al snel weer buiten. We gaan terug naar her hotel om ons voor te bereiden op het middagprogramma.

Ook ‘s-middags hebben we geen overvol programma. Eigenlijk willen we alleen maar de tombe van Hafez, de dichter des vaderlands, bezoeken, dus we hoeven ons niet te haasten. We lunchen eerst bij een chique restaurantje op een steenworp afstand van ons hotel. We nemen een goed belegde baquette en Diana neemt zelfs nog een ijsje toe. Het is wat vreemd ijs waar kauwgom aan toegevoegd lijkt te zijn. Het smaakt er niet minder om. Hierna wurmen we ons weer door het verkeer, steken we de volledig opgedroogde Khoshk rivier over via de Efsfahan Gate brug en gaan op weg naar Aramgah-e Hafez.

Net over de brug komen we langs de tombe van Emir Ali, een neef van Shah Cheragh, wiens tombe we gisteren hebben bezocht. Ali is hier ook overleden toen hij op weg was naar Khorasan om Imam Reza te helpen. Wij denken aan een complot! Dit heiligdom is gebouwd in de 19e eeuw nadat aardbevingen eerdere versies ervan hadden verwoest. Het is weer hetzelfde liedje als bij alle mausoleums: Diana moet een chador aan en bij de tombe gaan de mannen de ene ingang in en de vrouwen de andere. Groot verschil met het mausoleum van z’n neef is dat ook wij, ‘ongelovigen’, hier naar binnen mogen en er binnen gefotografeerd mag worden. Wij nemen deze kans waar en gaan gescheiden de ruimtes binnen. Het is prachtig binnen. De ruimte is helemaal bekleed met Venetiaans spiegelwerk en de kozijnen zijn voorzien van gebrandschilderd glas. Na het bezoek aan het heiligdom lopen we nog even rond op het binnenplein dat helemaal is bestraat met grafstenen. Nadat Diana zich weer omgekleed heeft gaan we verder naar het hoofddoel van vandaag: de tombe van Khwajeh Shams Al-din Muhammad Hafez-e Shiraz, of kortweg: Hafez.

Iraniers kennen het gezegde dat er twee dingen in huis aanwezig moeten zijn: de Koran en een collectie van het werk van Hafez. In de praktijk zullen velen het zelfs in omgekeerde volgorde noemen. Hafez de dichter is een Iraanse volksheld, geliefd, vereerd en populair als menige popster. Vrijwel iedere Iranier kan wel iets van zijn werk opzeggen. De tombe is gelegen in een mooie, rustgevende tuin. De marmeren grafsteen, gegraveerd met een vers van de dichter, is hier in 1773 door Karim Khan geplaatst. Later is er een achthoekig paviljoentje overheen gezet. We lopen eerst wat rond en bekijken de grafsteen. Niets bijzonders, afgezien van de gegraveerde tekst. We gaan in een hoekje op een stenen trap zitten, waar we alles goed kunnen bekijken. De ene familie na de andere familie loopt naar de tombe, ze raken de tombe even aan en iedereen wordt dan bij de tombe gefotografeerd door een familielid of maakt een selfie. Soms worden er hele familiepotretten gemaakt met op de achtegrond de tombe van Hafez. De dichter is trouwens niet de enige die hier populair is. Al snel krijgen wij een klein kind tussen ons in gedouwd en maken papa en mama foto’s van ons met de kleine en haar roze ‘Hello Kitty’ rugzakje. Wij kunnen overigens goed omgaan met dit popsterren bestaan. Je leert vanzelf om al die aandacht in banen te leiden!

Er is ook een klas met kleuters naar dit monumentje gekomen. Zo’n 25 kinderen in schooltenue worden in bedwang gehouden door drie jufs. De kinderen zitten iets verderop naast ons op de trap en hebben natuurlijk vooral aandacht voor ons. Na een kwartiertje worden de kinders in het gelid gezet en marcheren ze allemaal naar de zijkant van het terrein. Daar krijgen ze een pakje drinken en een koekje. Het blijkt de voorbereiding te zijn van een fantastisch optreden van de klas. Wanneer ze de versnapering op hebben worden ze dit dit keer in ganzenpas naar de tombe gedirigeerd. Ze gaan er allemaal omheen staan en gezamelijk zeggen ze een gedicht van Hafez op (dat denken wij tenminste). Als ze klaar zijn applaudiseren ze hard voor zichzelf. De jufs leggen dit alles vast met de mobiel en wij natuurlijk met onze camera’s. We zoeken ons plekkie op de stenen trap weer op en net als we daar zitten komen de paps en mams van het ‘Hello Kitty’-meisje weer naar ons toe: of zij ook nog even met ons op de foto mogen. Wij doen ons haar goed, tonen een glimlach-on-demand en eerst gaat mevrouw Kitty op de foto en daarna mijnheer. Kleine moeite hoor, doen we graag! Om de lezers van dit literaire blog niet teleur te stellen komt hier een gedicht van Hafez.

Openlijk beken ik, met plezier en blijdschap
verslaafd aan jouw liefde
van beide werelden ben ik vrij
Als een paradijsvogel ging ik akkoord met de scheiding
Viel in de val des levens en werelds tragedie
ik was een engel, ik verbleef in de hemelen
Vernieuw de wereld, was mijn missie
De elfen van het paradijs, de koele vijvers en de bomen
In de hoop op een samenzijn, verloor ik langzaamaan de herinnering
Op het tablet van mijn hart, beschreven van a tot z
Gaat alles over jou
Ik kan niets anders zien dan jou
Niemand vertelde mij over een uitgang of een ingang
O God deze reis, waarom heeft u dit voor mij besloten
Ik ben enkel een slaaf van de herberg van de liefde
Elk moment, wordt een nieuwe pijn mijn remedie
Als mijn bloedende hart, mijn pijnlijke tranen eruit duwen
Het is dat ik dit verdien, waarom aan anderen maak ik mijn pleidooi
Veeg weg die tranen, met je handen zodat je kunt zien
Of anders deze vloed zal ons allen doen verdrinken.

(Hafez 1326-1390)

Als de zon alweer behoorlijk aan het dalen is, lopen we terug naar ons hotel. We gooien de camera’s in de kluis en proppen de portemonnee weer vol zodat we vanavond weer een happie kunnen eten. We gaan op zoek naar het moeilijkst-te-vinden-restaurant van Shiraz en na drie pogingen en evenzoveel hulpverzoeken vinden we het restaurant. De kaart is niet bijzonder en naar later blijkt het eten ook niet. Die speurtocht hadden we ons kunnen besparen. Terug op onze hotelkamer pakken we de rugzakken alvast in, zodat we morgen tijd genoeg hebben om op het busstation te komen.

Donderdag 3 november

Onze bus gaat om 09:15 uur, dus we hebben alle tijd om van het ontbijt te genieten. Dat komt goed van pas, want het is een ritje van 6 a 7 uur. We checken uit en laten ons door de taxi van het hotel naar het busstation brengen. Voor de eerste keer deze vakantie vertrekt de bus (bijna) op tijd én zitten er nog 6 toeristen in de bus. Het is weer een heerlijke VIP bus en we zitten bijna voorin. Op deze stoelen moeten we vandaag wel door kunnen komen. We rijden eerst weer richting Persepolis, waarna het volle vaart naar Esfahan gaat. Bij de afslag Persepolis zien we in de verte de rostgraven van Naqsh-e Rostam liggen. Zelfs op deze afstand ziet het er mooi uit. De eerste kilometers rijden we richting Yazd en zien we de tenten van de Qashqa’i langs de weg. Deze nomaden staan op het punt om naar het zuiden te trekken, zoals ze altijd doen in de winter.

We hebben weer een overlevingspakketje uitgedeeld gekregen. Dit keer is dat erg goed gevuld, maar we beheersen ons want daar moeten we nog een hele dag op teren. De weg gaat via het droge Zagros gebergte. We hoeven de bergen niet over, maar volgen een brede, dorre, beetje troosteloos aandoende vallei met aan weers zijden de bergen. Zo af en toe komen we dicht bij het gebergte en dan is het weer even de moeite waard om de ogen open te doen, maar de meeste kilometers is het vooral veel niets.

We richten ons dan toch maar even op het overlevingspakketje. Een blikje ananassap, wat biscuitjes, volkorenkoekjes, een cakeje en iets wat kutlu heet. Rob begint aan de laatste, maar komt er dan al snel achter dat deze koekjes vooral hun naam eer aan doen. Rond 13:30 uur maken we dan toch even een korte plasstop en dat geeft ook de gelegenheid om even de benen te strekken en een flesje cola naar binnen te werken. Het is dan nog 150 km, dus dat gaat nog wel twee uur duren. Die laatste kilometers komen we weer wat meer in de bewoonde wereld dus dat geeft afleiding. Om 16:15 uur stappen we uit de bus en gaan we met een taxi naar ons hotel.

Toen we Esfahan naderden met de bus kon je al goed zien dat dit een enorme stad is. Er wonen meer dan 3 miljoen inwoners en in de buitenwijken is zware industrie, waaronder staalfabrieken en zelfs een (veel besproken) nucleare faciliteit. Daar zullen wij niet veel last van hebben, want wij focussen ons op de de oude stad. Nadat we onze spullen op de hotelkamer hebben gegooid lopen we even naar het Nagsh-e Jahan plein. We merken gelijk dat dit toeristenbestemming nummer 1 van Iran is. Het aantal souvenirwinkeltjes is niet te tellen en ze doen hier voor het eerst wat moeite om je ook hun winkeltje binnen te krijgen. Wij lopen een rondje over het plein en staan vooral versteld van de omvang. Dit plein is het op één na grootste plein ter wereld (na het ‘Plein van de Hemelse Vrede’ in Beijing). Het is inmiddels donker geworden en we schieten nog snel een plaatje voordat we wat gaan eten. We hebben de komende twee dagen onze handen vol aan deze stad.

Vrijdag 4 november

Ons hotel ligt op een steenworp afstand van het Nagsh-e Jahan plein, dus dat is ook weer de eerst plek die we vanochtend aandoen. Het is een groot contrast met gisteravond toen het er lekker druk was. Vandaag is het vrijdag, dus is alles weer uitgestorven. We maken een rondje om het plein en zoeken naar een Tourist Information dat ergens naast het Ali Qapu paleis zou moeten zitten. We gaan ergens op een bankje zitten en kijken naar de families die hier aan het picknicken zijn. Kleedje neergelegd, wat broden, een thermosfles thee, wat dadels, maar eerst de afwas doen in de grote vijver. Kan best gezellig zijn. Wij besluiten om vanochtend maar eens naar de grootste moskee van Iran te gaan.

We gaan via de noordelijke ingang de bazaar binnen en lopen via dit enorme doolhof aan gangetjes richting de Masjed-e Jameh. Op vrijdag zijn de meeste van de winkeltjes gesloten, dus het is niet zo heel moeilijk om de weg te vinden. Dat het ook niet makkelijk is, blijkt wel als we na een lange wandeling op de verkeerde plek, naar de verkeerde moskee staan te kijken. Gelukkig zijn we in de goede richting en een tiental minuutjes later zijn we er dan. Het Jameh complex is een waar museum van Islamitische architectuur, maar het is ook nog steeds een drukke gebedsplek. Vandaag is het er vooral druk met toeristen. Je kunt er in een paar uur 800 jaar Islamitische design vergelijken. Van de geometrische elegantie van de Seljuks tot de Mongoolse period, tot de verfijning van de meer barokke stijl van de Safawiden. Voorwaarde is dat je wel een gids mee neemt, of een goed boek onder de arm. Wij doen het met een boek en met een beetje fantasie zie je de verschillende stijlen bij de 4 ivans terug. Misschien dat we er thuis eens een dia-show over geven als er voldoende aanmeldingen zijn. Wij hebben genoeg aan een uur bij deze moskee, waarna we alle stijlverschillen nog eens bespreken onder het genot van een bakkie thee met cake.

We lopen met een kleine omweg terug naar het Nagsh-e Jahan plein omdat we de lange minaret van de Ali moskee niet willen missen. Ook nu hebben we twee doorstarts nodig om er te komen maar dan zien we dat Ali echt een hele lange heeft. Het is vrijwel onmogelijk om die op de foto te krijgen. De bazaar is nog steeds grotendeels uitgestorven en als we weer terug zijn op het plein lopen we naar een keetje waar Tourism op staat, omdat we willen weten waar we de bustickets naar Teheran kunnen kopen. Als we dichterbij komen blijkt er Tourism Police op de keet te staan en die hebben we niet nodig. De politieagent wijst ons in perfect Engels naar de juiste Tourist Information, maar die blijkt vandaag gesloten te zijn. Wij kiezen er dan voor om naar de zuidkant van de (oude) stad te gaan; naar de bruggen over de Zayandeh rivier.

Via de oostelijke uitgang van het plein lopen we naar het Shahid Rajai park. Ook hier dezelfde tafereeltjes als op het plein. Heel veel families die hun dekentje een mooi plekje op het gras hebben gegeven voor de familie-picknick. We merken dat er in dit park niet veel toeristen komen, want we worden weer regelmatig nagestaard of met een vriendelijk ‘hello, welcome in Esfhanan’ begroet. Het is best een groot park waar ook nog eens het mees luxuieus gedecoreerde huis in Esfahan, maar de tand des tijds heeft er behoorlijk aan geknabbeld. Niet veel verder zien we dan de Si-oh-Seh brug, maar eerst duiken we een fastfood cafe in waar ze de lekkerste falafel van Esfahan hebben.

Na de heerlijke lunch lopen we dan naar de brug over de Zayandeh rivier, of eigenlijk de Zayandeh gortdroge rivierbedding. In de verste verte geen druppel water te bekennen! Mensen lopen over de bodem van de rivier van de ene oever naar de andere. Daar hadden we ons wat anders bij voorgesteld, maar de 298 meter lange brug is er niet minder mooi om. De brug is een soort hangplek voor de jongeren van Esfahan. Hier en daar zit een eenling in de schaduw van een boog en koppeltjes verschuilen zich er voor een beetje privacy. Wij lopen over de brug naar de andere kant van de ‘rivier’ en gaan dan via een soort promenade op weg naar de Khaju brug.

Het is zo’n twintig minuten lopen van de ene naar de andere brug en gelukkig staan er veel bomen langs de promenade, want het is weer warm vandaag. Ook hier weer veel families die uitgebreid thee aan het nuttigen zijn of soms zelfs aan een waterpijp lurken. De Khaju brug is rond 1650 gebouwd door Shah Abbas II en de brug doet ook dienst als dam. Deze brug heeft veel meer de functie van ontmoetingsplaats gehad dan dat het verkeer er gebruik van maakte. Deze brug is 110 meter lang en als je goed kijkt zie je nog steeds de stenen stoelen waar Shah Abbas II van het uitzicht genoot. Als wij bij de brug aankomen zien we vooral dat er een een soort toneeldecor wordt opgebouwd. Iemand probeert ons uit te leggen dat er vanavond een herdenkingsdienst is ter ere van het overlijden van de zus van Imam Hossein (maar het zou ook een ander familielid kunnen zijn). Het begint om 17:00 uur.

Vanwege de drukke werkzaamheden gaan wij een kilometertje verderop, om een bezoek te brengen aan het Golestan-e Shohada, de begraafplaats voor de slachtoffers uit de Iran-Irak oorlog. Op een enorme grote oppervlakte liggen duizenden grafstenen schots en scheef door elkaar. Grote en kleine, gebroken of bijna nieuw als ligt er dicht op elkaar. Heel indrukwekkend om die grote aantallen stenen op zo’n terrein te zien liggen. In een klein paviljoentje zit een man op z’n knieën te bidden. Als hij ons in de deuropening ziet staan gebaart hij ons binnen te komen. Hij verbergt zijn verdriet niet. Wij blijven even staan kijken naar de grafstenen in het paviljoentje, maar laten hem dan snel weer alleen. Tussen de grijze, grouwe stenen liggen soms ook mooie marmeren stenen of staan er foto’s bij een grafsteen. Deze zijn dan meestal van een kerkelijke leider of een ander hooggeplaatst iemand. Nadat we half uurtje tussen de stenen doorgelopen hebben gaan we weer terug naar de brug om te kijken hoe het met de voorbereidingen van de herdenkingsdienst staat.

Terug bij de Khaju brug zien we de dat de werkzaamheden aardig zijn opgeschoten. Het volk begint inmiddels toe te stromen. De vrouwen moeten links van de brug plaats nemen, de mannen rechts. Er lopen weer mannen en vrouwen met een plumeau rond die ervoor zorgen dat er geen mensen in de verkeerde vakken terecht komen en vooral ook dat de hoofddoekjes goed zitten. Wij nemen op korte afstand plaats op de brug en wachten wat er komen gaat. Lange tijd zijn wij de enige toeristen die aanwezig zijn, dus regelmatig worden we aangesproken. Meest gestelde vraag is waar we vandaan komen, maar sommige willen iets meer weten en proberen nogmaals uit te leggen ter ere van welke gebeurtenis dit spektakel plaatsvindt. Tegen 17:30 uur begint er dan toch wat te kraken in de microfoon en de voorganger begint er een heleboel Allah’s uit te gooien. De mensen staan in lange rijen met de neus in de juiste windrichting en volgen zijn woorden, als ware het commando’s: ze buigen, gaan op de knieen zitten en drukken het voorhoofd op de grond, dan gaan ze weer staan. Dit herhaalt zich een aantal keren en dan staat de menigte langere tijd stil (in gebed), waarna het weer van voren af aan begint. Wij kijken dit een half uurtje aan, maar beginnen dan toch last te krijgen van de temperatuurdaling van minstens 10 graden. Daar zijn we niet op gekleed, dus we pakken een taxi en laten ons terug naar het hotel brengen.

Zaterdag 5 november

We hebben gisteren al aardig wat van Esfahan gezien, maar ook vandaag zullen we ons niet hoeven te vervelen. We willen vanmiddag de Masjed-e Shah en de Masjed-e Sheikh Lotfollah aan het grote plein bezoeken, dus hebben we vanochtend even de tijd om onze laatste bustickets te kopen en een bezoekje te brengen aan Jolfa, de Armeense wijk.

We lopen weer via het Shahid Rajai park in zuidelijke richting. Het kantoortje waar we de tickets kunnen kopen ligt tegenover het Abbasi hotel, dat beroemd is vanwege z’n theehuis. Nu we daar toch zijn, gaan we natuurlijk even naar binnen en bestellen een bak thee. Het theehuis ziet er aardig uit, maar na een bak thee hebben we het wel gezien.

We steken de straat over en kopen onze tickets. Het is weer een enorm proces dat we moeten doorlopen voordat we de tickets hebben, maar dat hoort er hier bij. Wij kunnen morgen in ieder geval met de bus naar Teheran.

Het is nog een klein stukje lopen naar de Si-o-Seh brug, die we over moeten steken voor ons bezoek aan de Armeense wijk. Aan het begin van de 17e eeuw koos Shah Abbas, Esfahan als de hoofdstad van Iran. Op verzoek van Shah Abbas werd een groep Armeniers uit het stadje Jolfa naar een klein dorpje ten zuidoosten van Esfahan gebracht. Deze Armeniers waren nl. uitstekende metselaars, architecten en kooplieden en die had Shah Abbas hard nodig bij de opbouw van zijn hoofdstad. De Armeniers kregen van Shah Abbas godsdienst vrijheid, al was het dan wel op een afstandje van het islamitisch centrum in de stad. Er woonden op enig moment in ‘New Jolfa’ meer dan 42000 Armeense christenen.

Tegenwoordig zijn er nog steeds een aantal Armeense kerken die dienst doen aan een christelijke gemeenschap van zo’n 5000 mensen. Wij gaan op zoek naar de Joseph van Arimathea kerk, beter bekend als de Vank kathedraal en het valt niet mee om deze kerk te vinden. We lopen een paar keer verkeerd in de wijk Jolfa, kopen bijna kaartjes bij een andere kerk, maar met wat hulp van de mensen op de straat vinden we de Vank kathedraal. De buitenkant van de kerk is niet zo spectaculair als de meeste moskeen, maar van binnen is de kerk rijkelijk gedecoreerd en toont het een vreemde mix van stijlen; christelijke en islamitische tekeningen gaan hand-in-hand. Het heeft destijds 15 jaar gekost om de frescoes te maken en ze zijn onlangs gerestaureerd, dus zien er nu fantastisch uit.

Na dit kerkbezoek is het tijd voor een drankje. Op een klein pleintje in Jolfa gaan we op een bankje zitten en drinken we een colaatje. Omdat het nog wat vroeg is om naar het plein terug te gaan, nemen we een taxi en gaan we naar de shaking minaret. We hebben geen idee wat we daarbij voor moeten stellen, maar nu we in de buurt zijn grijpen we onze kans. De taxichauffeur vraagt een behoorlijk bedrag voor het ritje naar de Monar Jonban. We doen een tegenbod, maar dat vindt hij te weinig. We proberen een andere taxi, maar daar gebeurt hetzelfde. We concluderen dat die schuddende minaret echt ver weg zal zijn en met tegenzin betalen we drie en een halve euro voor de rit.

Na een eindeloos lijkende taxirit worden we bij een paar lullige torentjes eruit gelaten. We betalen de entree en zijn een paar minuten later alweer uitgekeken. Moet dit het zijn? Diana gaat naar een soort beheerder en hoort van hem dat het om 13:30 uur het gaat gebeuren. We weten nog steeds niet wat, maar we gaan op een bankje zitten in afwachting van het schudden. Om 13:30 uur komt er dan een man aangelopen met een sleutel in z’n hand. Hij kruipt door een deurtje in een een van de minaretten en klimt omhoog. Boven aangekomen laat hij een belletje rinkelen en vervolgens begint hij heen-en-weer te schudden, waardoor de minaret ook in beweging komt. Vol verbazing kijken wij en nog een twintigtal toeschouwers naar het tafereel. Wie heeft dit bedacht; dit verzin je toch niet?

Na deze one-man-show druipt het publiek af en zoeken wij de taxichauffer die Diana al geselecteerd had. Het is oude man, misschien wel 80, die ze wel zo’n ritje gunt. We stappen in zijn oude Paykan en zeggen dat we naar het plein willen. Hij probeert nog een extra attractie erbij in te frommelen, maar daar trappen we niet in. We verbazen ons over zijn rijstijl. De meeste taxichauffeurs rijden hier alsof hun leven ervan afhangt, maar hij gaat niet veel harder dan 30 a 40 km/u. We zien dat de maximun snelheid hier 30 km/u is, dus gaan ervan uit dat hij zich hier aan houdt, maar naarmate we verder komen blijft hij maar in die slakkengang rijden, waarbij hij af en toe nog wel een andere chauffeur de huid vol scheldt. Het is een bijzonder ritje dat ons twee keer zoveel tijd kost als in een ‘normale’ taxi. Als hij dan eindelijk bij het plein aankomt probeert hij ons ook nog af te zetten. Diana kijkt hem boos aan en dan bindt hij in. Ach, die ouwe probeert wat extra over te houden aan het ritje met de toeristen.

Dan is het nu tijd om de attracties rondom het Naqsh-e Jahan Imam plein. Eerst naar de Kakh-e Ali Qapu. Dit zes verdiepingen tellende paleis van Sha Abbas I is gebouwd aan het eind van de 16e eeuw en diende vooral ook als monumentale toegang tot de koninklijke paleizen die in het park erachter lagen (Ali Qapu betekent de Poort van Ali). Via mooi gedecoreerde trappetjes en kleine kamertjes komen we bij het hoogtepunt van het paleis: het verhoogde terras met 18 slanke, houten kolommen. Vanaf dit terras hebben we een mooi uitzicht over het plein en vooral op de Mashed-e Shah. Er zijn grondige herstelwerkzaamheden aan het plafond gaande, dus we kunnen niet helemaal vrij bewegen. Via een smalle wenteltrap kom je dan in de Muziekhal. De muren zijn hier fantastisch bewerkt, met als doel de acoustiek te verbeteren.

Aan de overkant van Ali Qapu ligt de Masjed-e Sheikh Lotfollah. Het is er nogal druk rondom de entree, dus we wachten op een afstandje totdat het wat rustiger wordt. Het blauw van het mozaiekwerk lijkt hier wat dieper van kleur dan bij de andere moskeeën en er zijn meer verschillen. Er is nl. ook geen minaret en geen binnenplaats bij deze moskee en men denkt dat deze moskee nooit bedoeld is voor publiek gebruik. De moskee is gebouwd tussen 1602 en 1619 en is door Shah Abbas I opgedragen aan zijn schoonvader. We kopen de tickets en lopen via een donkere gang naar het binnenste van het heiligdom. Daar aangekomen valt onze mond open van de schoonheid van het mozaiek, het buitengewoon mooie plafond en de mooie manier waarop het licht hier binnen komt door de ramen die vlak onder de koepel zijn geplaatst. Je raakt hier niet uitgekeken; het ene mozaiek is nog mooiere dan de andere en de kleuren zijn buitengewoon. Dit is verruit de mooiste moskee die we in Iran gezien hebben. Omdat ook onze tijd beperkt is, gaan we met enige tegenzin toch maar naar de laatste bestemming van vandaag, de Masjed-e Shah.

Als je de toegangspoort van de Masjed-e Shah door bent is weer lastig om de mond dicht te houden. De enorme omvang van deze koninklijke moskee. Elk onderdeel van de moskee is een plaatje, maar het grote geheel is onovertroffen. De bouw van deze moskee is gestart in 1611, maar pas in 1629, het laatste jaar dat Shah Abbas i aan de macht was, is de koepel voltooid. Het is eigenlijk niet te beschrijven en dat ga ik ook niet proberen. Dit moet je komen zien. Misschien is het mozaiek minder subtiel dan het mozaiek van de Masjed-e Lotfollah, maar de enorme hoeveelheid is overweldigend. We blijven wat heen-en-weer lopen tot we nog met z’n tweeen zijn op het binnenterrein, dan is het ook voor ons tijd om dit moois achter ons te laten. Na het zien van alle grandeur de afgelopen twee dagen kunnen we het alleen maar eens zijn met het 16e eeuws gedicht dat heet ‘Esfahan nesf-e jahan’, wat wordt vertaald met ‘Esfahan is de halve wereld’.

‘s-Avonds gaan we weer eten bij Cafe Narvan, waar we de eerste dag in Esfahan ook al hebben gezeten. Ze hebben er maar drie gerechten op de kaart staan, maar het eten is zo lekker dat we dit niet konden laten schieten. Er zit een grote groep Iranische jongeren in het restaurantje. Het blijkt een verjaardagsfeestje van een van de mannen te zijn. Terwijl wij een heerlijke bak maaltijdsoep wegslobberen, verdelen zij een mooie verjaardagstaart. Zoals je kan verwachten van Iraniers, is er natuurlijk ook een punt voor ons afgesneden. Hebben we gelijk ons toetje gehad! We nemen een bak koffie en gaan dan terug naar het hotel om de tassen te pakken voor het eerste deel van de terugreis.

Zondag 6 november

Vandaag maken we onze laatste busrit. Om 09:15 uur gaan we met Royal Safar terug naar de hoofdstad. We zijn op tijd vertrokken bij het hotel omdat we gewaarschuwd waren dat het druk zou zijn op dit tijdstip, maar daar hebben we weinig van gemerkt. We zijn dus veel te vroeg op het busstation. We gaan bij perron 31 op een bankje zitten, in afwachting van onze bus.

Om 09:00 uur komt er een bus van Royal Safar aan, maar dat blijkt niet onze bus te zijn. Is maar goed ook want als de buschauffeur z’n bus verlaat, gaat hij eerst de banden wassen. Lijkt ons niet het allerbelangrijkste wat er te doen is voor een lange rit. Iets later komt dan ook onze bus aanrijden. We gooien onze rugzakken onderin en gaan op stoel 4 en 5 zitten. Iets na half tien zijn we op weg.

Tja, wat moet je vertellen over zo’n trieste rit; terug naar Teheran en dan terug naar huis. Na een uurtje bussen laat de zon ons dan ook nog in de steek. We passeren Kashan, waar we die prachtige, traditionele koopmanshuizen hebben bezocht en een uurtje later passeren we Qom, de tweede religieuze stad van Iran waar we in noodvaart door het heiligdom zijn geloodst. Uit verveling plunderen we het lunchdoosje, maar de koekjes zijn oud of niet te eten. Gelukkig stoppen we rond 12:30 uur bij een wegrestaurant en doen we daar wat inkopen. De rit verloopt verder soepeltjes en rond 14:45 uur zijn we weer terug in Teheran, een regenachtig Teheran. Dan duurt het nog drie kwartier om bij het busstation te komen want het verkeer is een Teheramp! Dan nog een klein stukje met de taxi en we zijn weer terug in hotel Mashad, waar het allemaal begon.

Nadat we ons hebben geinstalleerd op onze hotelkamer, hebben we toch nog een kort avondprogramma bedacht. We gaan met de metro naar de Tabiat brug omdat deze brug juist ‘s-avonds op z’n mooist is. Deze loopbrug, die ontworpen is door een vrouwelijke architect, laat je hoog boven de 8-baans snelweg wandelen. Het verkeer onder ons staat vooral stil in de avondspits, terwijl wij ons in een futuristische omgeving bevinden. Niet alleen deze brug is de moeite waard, er zijn nog meer bijzonder bouwwerken op deze plek samengebracht. Aan het eind van de loopbrug zijn een aantal restaurantjes, maar allemaal van het type plastic bestek en dito servies, dus wij lopen terug naar het metrostation en nuttigen ons diner bij een restaurant in de buurt van het hotel.

Maandag 7 november

Diana weet vanochtend de hotelkamer nog een paar uurtjes langer te behouden. We hoeven pas om 16:30 uur uit te checken. Dat betekent dat we nog een hele dag in Teheran te besteden hebben! Omdat op onze eerste dagen in Teheran de bazaar gesloten was vanwege Asjoera, gaan we vandaag voor de herkansing. We duiken de metro in en hebben gelijk in de gaten dat een normale werkdag een hele andere drukte geeft dan een feestdag als Asjoera. De wegen zijn stampensvol met verkeer en de metro idem dito met mensen. We moeten op z’n Japans de metro ingedrukt worden. Hier gebeurt dat niet door mannetjes met witte handschoentjes, maar door degene die na jou nog net op tijd naar binnen kan.

Bij de bazaar nemen we de hoofdingang en gaan we op zoek naar de tafereeltjes zoals we die gewend zijn in andere steden. De bazaar van Teheran is een van de grootste van het land, maar we komen er al snel achter dat het zeker niet een van de mooiste is. Van de vele kilometers aan paden, kan maar een paar honderd meter tippen aan bijv. Tabriz. We lopen langs de vele kooplieden en proberen de mooiste stukjes bazaar te vinden. Ondertussen kijken we of er nog wat souvenir-waardige handel tussen ligt.

Na een uurtje hebben we het wel gezien en lopen we terug naar het metrostation. Omdat we wat afgedwaald zijn wordt dat een hele wandeling, maar hierdoor kunnen we op Amir Kabir straat wel genieten van het enorme gekkenhuis dat het verkeer hier is. We stappen uiteindelijk bij station Imam Khomeini op de metro en omdat onze schatkist wat leeg is geraakt, gaan naar het Mekka van de wisselkantoortjes: Ferdosi plein.

Nadat we weer een paar miljoen rial aan onze Iraanse geldbuidel hebben toegevoegd, drinken we een bakkie koffie bij de buurman van het wisselkantoortje. Vanachter ons tafeltje hebben we goed zicht op de mensen die langs de koffieshop lopen. Het blijft verbazeningwekkend om te zien hoe groot de verschillen zijn bij de vrouwen. De ene is zwaar opgemaakt, felrode lippenstift, hoofddoekje achter op het hoofd en de haren geblondeerd terwijl een ander het gezicht puur naturel heeft en alle haren, heel kuis onder het zwarte hoofddoekje heeft weggestopt. Zelfs bij de jonge meiden zijn beide categorieën evengoed vertegenwoordigd. Na de koffiebreak gaan we terug naar het hotel omdat we nog drie en een half miljoen in een envelop moeten stoppen voor onze reisagent.

Op de kamer raadplegen we de Lonely Planet en Tripadvisor i.v.m. het middagprogramma. We twijfelen tussen het Nationaal Museum van Iran en het Nationaal Juwelen Museum. Uit de Lonely Planet kunnen we geen winnaar halen, maar o.b.v. de reacties van andere toeristen op Tripadvisor kiezen we voor het Nationaal Juwelen Museum. Camera’s weer mee en op naar het metrostation. We nemen de rode lijn naar Imam Khomeini plein en daar vandaan lopen we naar het museum. Onderweg komen we langs een falafel tent en omdat het toch lunchtijd is, grijpen we onze kans en nemen voor de laatste keer een stokbroodje falafel. We weten niet of dit in Nederland te krijgen is, maar het smaakt als een gat in de markt. Nadat we het stokbrood van 30 cm naar binnen hebben gewerkt, lopen we weer door naar het museum.

Het Juwelen Museum is gevestigd in een bank en omdat er drie banken naast elkaar staan en wij niet goed gelezen hadden welke bank we in moesten, lopen we twee keer een verkeerde bank in voordat we bij de museumbank zijn. De beveiliging is bijna net zo scherp als op een luchthaven.

Bij het binnenkomen van de bank ga je door een detectorpoortje, maar daar laten ze je nog doorlopen met een piepje, dan moet je bij een balie alle tassen, jassen en camera’s afgeven. Vervolgens loop je weer door een detectorpoortje en wordt je gefouileerd. Dan loop je een naastgelegen gebouw in waar wederom een detectiepoort op je wacht, gevolg door iemand die je fouileert. Dan moet je drie trappen af en kom je bij de kluis van de bank, waar de halve meter dikke kluisdeur wagenwijd openstaat en kun je de museumkluis in. De collectie juwelen is nl. in bezit van de National Bank of the Islamic Republic of Iran.
Het grootste deel van de collectie stamt uit het Safavide tijdperk toen toen de sjahs Europa, India en het Ottomaanse rijk afstruinden voor buit waarmee ze hun hoofdstad Esfahan konden decoreren. Het Savafide rijk raakte echter in verval, waarna de juwelen in 1722 in India terecht kwamen. In 1736 stuurde Shah Afshar een leger om ze terug te halen, maar nadat hij in 1747 om het leven was gebracht, plunderde Ahmed Beg de schatkamer en raakte de juwelen verspreid over de wereld. De Kuh-e Nur, de grootste geslepen diamant van de wereld, kwam in handen van de koloniale Britten en is sindsdien opgeborgen in de Tower of London. We vergapen ons aan alle bling-bling en vooral de wereldbol, waar 51.366 edelstenen in zijn verwerkt, is fantastisch. De zeeën zijn gemaakt van smaragden en het land van robijnen, behalve Iran, Engeland en Frankrijk, die zijn gemaakt van diamanten.

Nu Diana weet wat ze volgend jaar voor haar verjaardag wil hebben, gaan wij terug naar het hotel. Het is inmiddels 15:30 uur en we moeten onze rugzakken gaan pakken. Het programma zit er nog niet helemaal op, want op weg naar de luchthaven willen we langs het mausoleum van Imam Khomeini. Bij het hotel proppen we alles in de rugzakken, checken we uit en laten we een taxi komen. We hebben bijna drie kwartier nodig om bij de Holy Shrine of Imam Khomeini te komen, maar dan krijg je ook wat. Wat het monument mist in detail, maakt het goed in omvang; wat een joekel van een gebouw! Het gebouw staat tussen Teheran, waar de islamitische revolutie begon en Qom, waar Khomeini zijn theologische opleiding heeft genoten. Het heiligdom wordt geflankeerd door 4 torens van 91 meter hoogte, dat symbool staat voor de leeftijd waarop hij overleed.

De tombe staat in een grote, roestvrijstalen kooi, de zarih, waar door pelgrims hun respect tonen en de nodige bankbiljetten. Mannen en vrouwen moeten hier weer door een eigen ingang naar binnen, dus Diana gaat weer links, Rob rechts en binnen komen we elkaar weer tegen. De ruimte is abnormaal groot; zo’n grote ruimte hebben we in Iran niet eerder gezien. Als pelgrim ken je direct je plek als je hier binnen komt. Diana heeft haar camera in moeten leveren bij de ingang, maar Rob heeft z’n mobiel nog in zijn zak en maakt daarmee dus snel een paar foto’s. Normaal gesproken mag je geen foto’s maken bij de tombe in een mausoleum, maar daar hebben ze hier niets over gezegd.

We blijven een paar minuten in het heiligdom en gaan dan weer op zoek naar onze taxi. We gaan op weg naar het Ibis hotel waar we onze laatste paar uur in Iran een kamer hebben gereserveerd. Als we weer op de snelweg zitten is de hemel pikdonker geworden; net zo donker als de oogopslag van Khomeini. Niet veel later zien we aan alle kanten onweersflitsen om ons heen. Het lijkt zelfs alsof ze vooral rondom onze auto worden afgevuurd. Khomeini zal toch niet boos zijn dat we een paar foto’s hebben gemaakt. Als we de afslag naar het vliegveld nemen begint het ook nog eens enorm te hozen. Hij neemt het wel erg hoog op. De taxi heeft veel last van aquaplanning en de ruitenwissers kunnen de hoeveelheid regen bijna niet verwerken. Gelukkig zien we dan de afslag naar het hotel en even later rennen we van de taxi naar het hotel, terwijl we worden bestookt met grote regendruppels. Oke, oke, nou weten we het wel. We checken in en gaan naar onze kamer. Dit hebben we overleefd en hopelijk is hij niet meer boos als we de lucht in moeten.

Dinsdag 8 november

We hebben gisteravond onze laatste Iraanse maaltijd genuttigd in het Ibis hotel en het smaakte, net als bijna de hele vakantie, verrukkelijk! Om 0:00 uur nemen we de shuttle naar Iman Khomeini Airport voor vlucht LH601 naar Nederland. Er staat een korte rij voor het inchecken en het valt op dat de medepassagiers zo veel bagage bij zich hebben. Daar steken wij maar zielig bij af met 2x 10 kg. De douaneformaliteiten stellen ook niet veel voor dus we zitten al snel aan drankje de tijd te doden.

Om 02:10 uur gaan we boarden en om 03:00 uur gaat ons vliegtuig de lucht in. De piloot vertelt ons dat hij 4 uur en 55 minuten nodig heeft om in Frankfurt te komen, We krijgen een broodje en proberen dan nog wat te slapen. Rond 06:30 uur krigen we dan ons ontbijtje voorgeschoteld en iets voor half acht staan we op Duitse bodem.

Dan is het haasten, want we hebben maar een uurtje tijd tussen de twee vluchten. Ondanks een drugcontrole van onze rugzak, komen we ruimschoots op tijd bij de gate. Met een kwartiertje vertraging gaan we aan boord van de vlucht naar Amsterdam. Helaas vertelt de piloot niet veel later dat we nog wel zo’n 40 minuutjes wachten, omdat Amsterdam problemen heeft met het vliegverkeer. Daar zitten we dan! We kijken door het raampje naar buiten, maar worden daar niet vrolijker van. Uiteindelijk weet de piloot de 40 minuten beperkt te houden tot 20 minuten en gaan we eindelijk naar Amsterdam.

Nu de vakantie er op zit nemen we jullie even helemaal mee terug naar de eerste zin van dit blog over onze vakantie in Iran. Daar staat dat wij een tweetal vragen heel veel gehoord hebben als we vertelden dat we naar Iran op vakantie zouden gaan: ‘Wat gaan jullie daar nou doen’ of ‘is het daar niet gevaarlijk’. Voor de trouwe volgers van het blog zal inmiddels duidelijk zijn dat er verschrikkelijk veel te doen is in Iran. Er zijn fantastische natuurgebieden te ontdekken, maar de culturele ontdekkingsreis is misschien nog wel boeiender. Daarbij moet je bedenken dat wij nog maar een klein deel van Iran hebben bezocht. We zouden minstens nog twee vakantie in Iran moeten doorbrengen om het hele land te kunnen bestrijken. Om de tweee vraag te beantwoorden, hebben we geprobeerd te bedenken in welk land de mensen net zo gastvrij, vriendelijk en gul zijn als in Iran maar wij hebben geen land kunnen bedenken. De Iranier geeft een soort van extra dimensie aan je vakantie. Je voelt je er gelijk op je gemak en je weet snel dat je altijd op ze terug kunt vallen; ze willen je altijd en overal mee helpen. Wij hebben regelmatig visitekaartjes van mensen gekregen, die dan zeiden dat we altijd konden bellen als er problemen zouden zijn. We hebben na deze vakantie maar van een ding spijt: dat we zo lang gewacht hebben met de reis naar Iran.

Iran 1

Dinsdag 11 oktober 2016

‘Wat gaan jullie daar nou doen’ of ‘is het daar niet gevaarlijk’ zijn de meest gehoorde opmerkingen als we vertelden dat we naar Iran op vakantie gaan. Tja, onbekend maakt onbemind. Het is de boedoeling om beide vragen via deze blog op een positieve manier te beantwoorden, dus als je het echt wilt weten, blijf dan aan de lijn

Door problemen met de OV-kaart van Diana zou het treinritje naar Schiphol bijna spannend worden. Gelukkig was de conducteur in een goede bui, dus ze kwam er zonder boete vanaf. Van Schiphol gaan we naar Frankfurt, waar we aan boord zullen gaan van ons luchtschip naar Teheran. Op Frankfurt slenteren we wat door terminal 1 en maken we de tijd vol met een drankje en een hand vol chips. Aan boord horen we dat de vliegtijd 4 uur en 25 minuten is en dat we onderweg Oostenrijk, Hongarije, Roemenie en Turkije paseren. Zo’n vluchttijd is een ‘verre’ vakantie onwaardig (in die tijd kom je niet eens in Egypte), maar wij vinden het best. Het Lufthansa entertainment system heeft de nieuwe Star Trek Beyond in de aanbieding, dus Rob heb je niet gehoord tijdens de vlucht.

Iets voor twaalven, lokale tijd, landen we op Imam Khomeini Airport en daar gaan we als eerste op zoek naar het kantoortje waar we ons visum kunnen krijgen. Er staat op dat moment slechts een handvol toeristen dus we hadden goede hoop dat de stickertjes snel in onze paspoorten zou zitten. Vijf kwartier later moet Diana de betreffende ambtenaar op onze paspoorten wijzen, want anders waren we daar nooit met een visum weg gekomen

Achter de douane staat onze chauffeur Chagrom netjes op ons te wachten en nadat we snel nog even 100 euro hebben gewisseld voor 4 miljoen rial, gaan we op weg naar ons hotel. Rond 02:30 uur arriveren we daar. Nadat we onze paspoorten hebben afgegeven brengt de nachtportier ons naar de kamer waar we snel in bed duiken

Woensdag 12 oktober

Na een korte nachtrust gingen we voor het ontbijt naar het dakterras. Wie had dat gedacht; in Iran onder een parasolletje genieten van je ontbijt. Jammer genoeg was het brood van het type karton, maar nu weten we in ieder geval wat we kunnen verwachten deze vakantie.

Vandaag willen we zoveel mogelijk meemaken van Asjoera. Voor dit feest, ter nagedachtenis aan het overlijden van de 7e imam Hossein hebben we speciaal onze reis vervroegd. Op advies van een jongen bij de receptie van het hotel, zijn we met de metro naar station Tehran Sadeghieb gereisd, want daar zou het goed los gaan.
Bij het metrostation aangekomen, vroegen we ons af of we daar wel op de juiste plek waren, want er was daar niets te beleven. We werden echter aangesproken door een knaap die ons wel even naar het feestgedruis zou brengen. Volgens hem kon je overigens naar elk willekeurig plein in Teheran gaan voor de festiviteiten. Na een tiental minuten wandelen zagen we de eerste mensenmassa al bewegen; hier moesten we zijn.

We mengen ons onder de toeschouwers die in rijen langs de weg staan toe te kijken hoe het spektakel voorbij trekt. De meeste mensen zijn vandaag in het zwart gekleed en wij hebben onze vakantie-outfit hier zo goed mogelijk op aangepast, maar desondanks zijn wij net zo inetressant voor de toeschouwers als de echte hoofdrolspelers. De optocht lijkt nog het meest op een processie, waarbij steeds hetzelfde ritueel voorbij komt. Je kunt het ook wel een beetje vergelijken met het bloemencorso waarbij er steeds een andere wagen voorbij komt.

Voorop lopen een aantal jongens met grote vlaggen, gevolgd door zgn. alamots. Deze enorme ‘schoudervulling’ is soms wel 6 tot 7 meter breed en een stevige kerel heeft er een hele klus aan om het gevaarte op z’n hoofd en schouders in evenwicht te houden. Het gevaarte is versiert met metalen beeldjes en kleurrijke veren. De drager wordt regelmatig afgelost en je ziet dat ze behoorlijk moeten afzien. Soms heedft een gezelschap nog een tweede alamot meelopen, maar ze worden altijd gevolgd door in zwart geklede mannen die zichzelf met metalen kettingen op de rug slaan. Sinds de geestelijk leider een fatwa heeft afgekondigd tegen deze zelfkastijding, spat het bloed er niet meer vanaf, maar je krijgt een idee van hoe dat geweest moet zijn. Elk gezelschap wordt afgesloten door een auto met enorme speakers op het dak waaruit muziek schalt (soms live gezongen).

Bij het tweede plein is er buiten zelfs een gebedsdienst aan de gang. De imam van dienst had een geluidsinstallatie met enorme speakers bij zich, zodat we er niets van hoefden te missen. In grote rijen prosteneren zowel mannen als vrouwen op de rijbaan. Hoewel de dienst op straat plaats vond, werden de schoenen netjes aan de kant van de weg gezet. Hierna gaat iedereen gewoon weer verder met de andere feest activiteiten, maar de gebedsdiensten moeten altijd doorgaan.

Wanneer we vanuit de menigte staan te fotograferen en filmen komt er een man naar ons toe die ons bij de arm pakt en ons naar het begin van de stoet brengt. Hij overlegt met een aantal oudere mannen en het lijkt erop dat hij toestemming vraagt voor ons om van zo dichtbij onze plaatjes te mogen schieten. We voelen ons wat opgelaten, maar staan nu wel eerste rij. Zo zijn er vandaag meerdere mensen die het ons zo prettig mogelijk proberen te maken; ze lopen met ons mee om de weg te wijzen, we krijgen bekertjes met drinken aangeboden, crackers toegestopt en cakejes aangeboden. Het enige wat wij terug hoeven te doen is een paar woordjes Engels met ze praten en vooral laten weten wat we van de Iraanse mensen vinden. Na onze eerste dag hebben wij daarover niets te klagen.

We zien een paar keer meiden met witte pleisters op hun neus lopen en dat herinnert ons eraan dat Teheran ‘nose-job-city’ van de wereld is. Nergens worden zoveel neuscorrecties uitgevoerd als hier. Wanneer we ‘s-avonds terug zijn bij het hotel komen er zelfs twee meiden met verse neus-wonden binnen. Ze willen ons hotel als zorg-hotel gebruiken, maar helaas is er geen kamer vrij.

‘s-Middags gaan we met de metro even langs de Azadi Tower. Dit monument is in 1971 gebouwd ter herinnering aan de 2500 verjaardag van het eerste Persische rijk. Dit monument in de vorm van een omgekeerd Y is een mix van moderne architectuur uit de zestiger jaren en traditionele Iraanse invloeden. Helaas is het monument zelf gesloten dus we kunnen niet met de trap omhoog om op het 50 meter hoge monument te staan. Bovendien lijkt het om het monument heen wel een bouwput; er wordt hard gewerkt om het enigszins vervallen monument weer in ere te herstellen.

Hoewel we er ‘s-ochtends al bijna tegenaan gelopen zijn, komen we er ‘s-middag achter dat de oude Amerikaanse ambassade bijna naast ons hotel staat. Door de Iraanse overheid is het complex omgedoopt tot ‘US Den of Espionage’, vrij vertaald ‘ Amerikaans Spionagenest’. Op de muren rondom het complex staan hatelijke teksten, maar het bekendst is waarschijnlijk de graffiti van het vrijheidbeeld met doodshoofd. We lopen rondom het complex dat tegenwoordig een andere functie heeft, maar waar een keer per jaar de oude spionage apparatuur nog bezichtigd kan worden

Donderdag 13 oktober

Vandaag gingen we eerst op weg naar de bazaar. Volgens de reisgidsen begint hét hier allemaal al om 07:00 uur, dus om 08:00 uur zaten wij al weer in de metro. Het is maar een paar stationnetjes naar de bazaar, dus we zouden er mooi op tijd zijn. Toen we onder de grond vandaan kwamen vonden we het wel erg rustig op weg naar de drukste bazaar van het land. Toen we de kleine straatjes van de bazaar in keken, zagen we dat alle luiken nog gesloten waren. Dan eerst maar even naar de imam Khomeini moskee die zich min of meer in de bazaar bevindt. De moskee staat helaas in de steigers en ook hier die serene rust. Vreemd!

We hebben gelukkig nog veel meer op ons lijstje staan, dus we lopen naar het iets verderop gelegen Golestan Palace. We moeten hier zelfs even wachten, omdat dit complex nog niet eens open is. Na een paar minuten worden we binnen gelaten en gaan we langs de verschillende gebouwen van dit 18e eeuwse geboud dat door het Zand regime is neergezet. Het is allemaal erg bling-bling met veel mozaïek van tegeltjes en spiegels. Beetje te vergelijken met paleis Het Loo, maar dan anders. Na een uurtje merken we dat het druk begint te worden; groepen toeristen overspoelen het complex. Het is maar goed dat we hier zo vroeg naar binnen zijn gegaan.

Na het bezoek aan het Golestan Palace besluiten we nog even een rondje bazaar te doen; ze zullen de boel nu toch wel open gegooid hebben? Al snel weten we dat deze vraag met ‘nee’ beantwoord moet worden. Nog steeds zijn de meeste stalletjes gesloten. We besluiten toch een rondje door de straatjes van de bazaar te lopen en onderweg komen we langs een kraam waar ze brood en thee uitdelen aan de aanwezige mensen. Wij lopen er langs, maar ver komen we niet, want als we gespot worden krijgen we gelijk zo’n broodje met kaas en tomaat aangeboden en het bekertje thee komt er achteraan. We vragen aan onze weldoener waarom er niet te doen is op de bazaar en hij verteld dat dit de nasleep van Asjoera is. Hij wijst een gang in en daar zien we dat een grote groep mannen, gekleed in zwart rondom een ‘zanger’ staan, die met een snik in z’n stem liederen zingt.
We gaan in de richting van dit optreden om er wat van vast te leggen. Al snel blijkt het een echt mannen-ding te zijn, want Diana wordt door een vrouw met een plumeau uit de buurt van de mannen gehouden. Rob overkomt het tegenoverstelde. Hij wordt aan de hand meegenomen naar voren en staat dan bijna oog-in-oog met de zanger! Het is een heel emotioneel optreden waarbij de mannen die om de zanger heen staan tijdens het refrein (?) hun handen eerst ter hemel heffen en vervolgens met beide platte handen op hun hart slaan, terwijl ze uit volle borst meegalmen.

Rob trekt zich voorzichtig terug uit de zwarte-mannen club en nadat we nog een bakkie thee en wat koekjes hebben gekregen van een omstander, gaan we op zoek naar de uitgang van de bazaar. Omdat we de hele middag nog voor ons hebben besluiten we naar Darband, aan de voet van het Alborz gebergte, te gaan om van daar een wandeling in de bergen te maken. We reizen eerst met de metro naar het einde van de rode lijn en nemen dan een taxi voor de laatste paar kilometers naar Darband.
Daar aangekomen zie je het droge, bruine gebergte vlak voor je liggen. We gaan op pad en komen er snel achter dat de wandeling eigenlijk een klauterpartij is. Het gaat over rotsen, slecht gecontrueerde traptreden en glibberige modderpaadjes. Onderweg is het een feest van restaurantjes en cafeetjes die tegen de hellingen aangeplakt lijken te liggen. We laten ze allemaal aan ons voorbij gaan; dat is iets voor de terugweg. Na ongeveer een uur te hebben geklauterd, zijn we een bordje met ‘2045 meter’ gepaseerd en staan we op het punt om naar beneden te gaan, maar nadat Diana bij een vriendelijke dame heeft gevraagd of er nog ergens een mooi uitzichtpunt is, gaan we toch nog een paar minuten verder. Op een uitstekende rots rusten we uit terwijl we genieten van het uitzicht. Je kunt Teheran in de verte onder een deken van smog zien liggen.

Als we zijn hersteld van de klim gaan we terug naar beneden en ergens halverwege gaan we bij een restaurantje wat eten. De bbq is er inmiddels op temperatuur dus we laten een kip-kebab aanrukken. Het is een mooi plekje, vlak naast een bergbeekje en met zicht op een watervalletje. Het restaurantje is aangekleed met mooie Perziche tapijten waar Diana even plaats neemt. Na de lunch lopen we het laaste stukje naar beneden en in Darband klimmen we met z’n tweeën op de voorstoel van een veel te kleine taxi. Op de achterbank zitten twee Iraanse vrouwen en twee kinderen. De chauffeur brengt ons via alle mogelijk sluiproutes naar het metrostation, waar we met de rode lijn op weg gaan naar het Ferdowsi plein; the place to be als je geld wilt wisselen.

We zijn het metrostation nog niet uit of we hebben de eerste zwart-handelaar al in de nek zitten. Wij besluiten om daar geen zaken te doen en lopen naar een iets officieler wisselkantoortje. We wisselen 500 euro om voor 20 miljoen rial en hebben dan nog genoeg tijd om het beroemde juwelenmuseum te bezoek dat op loopafstand van het plein ligt

Na een half uurtje wandelen komen we tot de ontdekking dat het juwelenmuseum op donderdag gesloten is. Dat is een tegenvaller, maar het Islamic Museum ligt iets verderop en dat moet je eigenlijk ook gezien hebben als je naar Iran gaat. We moeten ons haasten want het museum sluit al om 17:00 uur. We zijn op tijd en gaan snel het gebouw naar binnen. Het museum bestaat uit twee verdiepingen waar van alles is tentoongesteld: potten en pannen, gebedsnissen, stukken muur van religieuze gebouwen, deuren van een moskee, gebedskleden en natuurlijk heel veel korans. Als we de twee verdiepingen volledig hebben afgestruind gaan we terug naar ons hotel. Dat was onze eerste kennismaking met Teheran, maar aan het eind van de vakantie komen we terug.

Vrijdag 14 oktober

Om 08:00 uur zou onze chauffeur Chagrom ons bij het hotel ophalen, dus opnieuw vroeg aan het ontbijt. Het leek vanochtend wel de ontbijtzaal bij een geriatrische inrichting; alleen de rollators ontbreken. We duwen snel een stuk karton naar binnen en iets voor achten lopen we de lobby in waar Chagrom al klaar staat. We betalen onze rekening bij de receptie en stappen in de Kia Optimel. Chagrom waarschuwt ons dat de weg van Kalaj naar Chalus wel eens afgesloten kan zijn, maar hij het gaat het wel proberen. Van zo’n bericht worden we niet vrolijk op de vroege ochtend. Deze weg is een van de mooiste wegen van Iran en die wilden we perse in in onze reis hebben. We wachten maar af. Na een half uurtje zijn we bij Kalaj en Chagrom vraagt een dienstdoende agent of we verder kunnen en gelukkig krijgen we groen licht. We slingeren al snel het droge Alborz gebergte in. Het gebergte is rood-bruin van kleur en af en toe zien we in de diepte een riviertjes stromen.

We stoppen onderweg om foto’s te maken en als we bij een stuwdam staan doet Chagrom een rondje thee in met een koekje. We genieten van het uitzicht over het stuwmeer. Chagrom spreekt geen woord Engels en we communiceren via een schriftje waarin hij allerlei standaard zinnetjes heeft opgeschreven. Is weer eens wat anders dan een gids die je de hele weg de oren van de kop kletst. Als we de versnapering naar binnen hebben gewerkt, gaan we weer op pad. Het verkeer in Iran lijkt zich wat minder van de regels aan te trekken dan in Nederland. Auto’s kunnen je aan beide kanten voorbij komen en bumperkleven wordt als een sport gezien. Boven op de verschillende bergen is het steeds behoorlijk druk. Er zijn restaurants en kraampjes waar ze van alles verkopen en de lokale bevolking zoekt aan de kant een plekje voor hun picnic kleedje. Gezellig hoor

We hebben zo’n 4 uur nodig om in Chalus te komen en daar zien we voor het eerst de Kaspische zee. Eigenlijk is het een meer, maar de aangrenzende landen vechten al tijden om de eigendomsrechten en sommige landen levert het meer op als het een zee wordt genoemd. Ze zoeken het maar uit. Wij kunnen hier weer van een heel ander stukje Iran genieten. Het meer is zo groot dat je de overkant niet ziet en het water ziet er zo lekker uit dat je een duik zou willen nemen. Dat er verder helemaal niemand aan het zwemmen is, betekent waarschijnlijk dat je dat beter niet kunt doen.De laatste twee uur van de rit komen we door een achttal kustdorpjes, die elk voorzien zijn van een hele rits venijnige verkeersdrempels. Dit geeft een extra dimensie aan het toch al spectaculaire verkeer. Om 14:30 uur zijn we dan eindelijk bij ons hotel in Lahijan. We kunnen helaas nog niet op de kamer, dus we besluiten zonder in te checken op pad te gaan.

Lahijan is bekend om z’n thee, dus dat wordt ons eerste doel. Omdat we nog niets gegeten hebben duiken we eerst een cafetaria in en bestellen een stokbroodje falafel. Na deze heerlijke lunch gaan we op weg naar de theevelden. We horen dat je de theevelden het beste vanuit een kabelbaan kunt bekijken en dat lijkt ons wel wat. Het is een stevige wandeling naar de kabelbaan en het laatste steile stuk besluiten we maar een krakkemikkige taxi in te huren. We worden afgezet bij een soort kermis terrein met botsauto’s, een gigantische schommel en een reuzenrad. We kopen een kaartje voor de kabelbaan en gaan er eens voor zitten. Al snel zien we onder ons de theevelden waar nog druk geplukt wordt. We genieten van het uitzicht en maken wat foto’s. Het ritje duurt misschien tien minuten en aan de andere kant is het al net zo’n gezellige boel. We lopen er wat rond en gaan dan weer in ons bakkie zitten voor de terugweg.

De weg terug nemen we de benenwagen en als we in Lahijan een ijssalon zien vinden we dat we wel een ijsje verdiend hebben na zo’n wandeling. Bij de ijssalon staat een stel Iraniers net hun ijsjes te bestellen en natuurlijk vinden ze het wel interessant om even met ons te babbelen en ze bestellen gelijk een ijsje voor ons. Als we vertellen dat we uit Nederland komen, blijken zij daar deze zomer nog te zijn geweest. Als onderdeel van een blitz-bezoek aan Europa zijn ze begonnen in Amsterdam. Toen ze vertelden dat de mensen zo vriendelijk waren dachten we even dat ze het over een andere stad hadden. Amsterdan was, samen met Barcelona, het hoogtepunt van hun Europa-tour.

Als we zijn uitgekletst lopen we door naar het Vahdat plein. Bij dit centrale plein zijn een paar moskeeën, een hamman en de bazaar. Als we een twintigtal minuten later bij het plein zijn, blijkt het allemaal wat minder ‘fraai’, maar des te meer authetiek te zijn. Geen opgepoetste moskeeën met glimmende koepels, maar oude bakstenen gebouwen met een enkel muurtje dat betegeld is. De daken zijn begroeid met mos en voor de moskee staan wat oude mannen met elkaar te praten. De sfeer die hier hangt komt wel overeen met wat wij ons voorgesteld hadden van een echte Iraanse stad.

Zaterdag 15 oktober

Volgens de weer-sites zouden we vandaag regen gaan krijgen en helaas hadden ze het bij het rechte eind. Deze regio staat er om bekend veel regen te mogen ontvangen en het is zelfs een belangrijke reden waarom de inwoners van Teheran graag hierheen komen. Als je kunt kiezen tussen een warme, smoggie stad of een plekje aan de Kaspische zee met af en toe een bui, dan wordt toch graag voor die bui gekozen. We nuttigen ons ontbijtje, poetsen onze tandjes en laden de tassen weer in de Optimel. Vandaag gaan we eerst naar het fort Qaleh Rudkhan. Chagrom is er nog nooit geweest, dus onderweg gaat verschillende keren het raam open om de weg te vragen. We doen er uiteindelijk ruim 2 uur over om er te komen en als we uit de auto stappen miezert het een beetje. Volgens de boeken is het zo’n 50 minuten lopen naar het fort, dus we laten de theehuisjes even voor wat het is en gaan op weg.

Al snel blijkt dat het geen wandeling is, maar een lange klim op een glibberige trap. De slimmerds hebben in de betonnen treden allemaal kiezels gelegd en dat staat dan wel leuk, het maakt de trap met dit weer wel spekglad. Aan het bos om ons heen te zien regent het hier het grootste deel van het jaar. Overal groeien varens en mos op de bomen en op elke hoek zie je wel een watervalletje. Aan water is hier geen gebrek. Als we na ongeveer 30 minuten een haakse bocht maken, zien we ineens de eerste contouren van het fort. Niet veel verder is de toegangspoort duidelijk zichtbaar en zien we dat er een muur op de bergkam is gebouwd. Een tiental minuten later zijn we boven en lopen we via de poort het terrein op

Met het zweet op de rug en de mond open kijken we bewonderend naar (het restant van) het fort. Hoe hebben ze dit enorme bouwwerk hier neer kunnen zetten? Oorspronkelijk bestond het fort uit 65 stenen uitkijktorens die verbonden waren door 1500 meter muur. Wij hadden al moeite om onze camera mee de berg op te nemen. We beklimmen een deel van de muur naar de dichtstbijzijnde toren. Van daar hebben we een uitzicht over het belangrijkste deel van het complex. We klauteren daarna voorzichtig naar beneden om dan nog even een kijkje te nemen bij de noordkant van het fort. Het complex is nog in goede staat en dat komt waarschijnlijk vooral door de afgelegen ligging. Je gaat hier niet even naar boven met je spuitbus om een beetje graffity achter te laten (nog afgezien van de straf die hier op zal staan)

Nadat we nog even hebben geposeerd op een selfie van twee jonge knapen beginnen we aan de afdaling. Het is inmiddels droog geworden, maar de kiezels geven in de afdaling nog meer problemen dan op de heenweg. We glibberen van tree naar tree en hoewel een afdaling meestal iets sneller gaat dan de klim, hebben we ook nu weer 40 minuten nodig om de afstand te overbruggen. We gaan gelijk naar de auto, want vanmiddag gaan we Masuleh nog bezoeken en dat is ook nog eens anderhalf uur rijden

Als we dichter bij Masuleh komen begint het weer een beetje te miezeren, maar dat is hier meer regel dan uitzondering. De aardekleurige huizen liggen het grootste deel van het jaar verstopt in mistflarden. Masuleh is al meer dan 1000 jaar oud en ligt zo stijl tegen een bergwand aan gebouwd dat het dak van het ene huis het voetpad voor der ander is. We laten ons helemaal bovenaan dit dorpje afzetten zodat we het van boven naar beneden kunnen doorkruisen.
Al snel komen we erachter dat je inderdaad niet anders kunt dan over de daken van de huizen te wandelen. We lopen tussen schoorsteentje en antennes door, van het ene naar het andere dak. Hier en daar zijn kleine stenen trappetjes waarmee je dan een verdieping lager kunt komen. Masuleh heeft alles wat een ‘echte’ stad ook heeft: winkeltjes, restaurants, theehuizen, een kleine bazaar en zelfs een moskee met begraafplaats. Het is duidelijk dat hier vaker toeristen komen, want ook de souvenirkraampjes ontbreken niet. We hebben in Iran nog niet eerder zoveel toeristen bij elkaar gezien als hier in Masuleh. Als het na anderhalf uur wat harder begint te regenen, dalen we helemaal af naar beneden en laten we onze chauffeur voor rijden. In een half uurtje rijdt hij ons naar ons hotel

Het hotel is een beetje in-the-middle-of-nowhere, dus we zijn voor het vermaak en eten aangewezen op dit hotel. Omdat er geen wifi op de kamer is, checken we de mail in de lobby. De receptionst vertelt ons dat het restaurant om 20:00 uur open gaat, dus we blijven maar even voetbal kijken in de lobby. We communiceren met de receptionist via een vertaalapp en hij laat ons weten dat de club in de rode shirts zijn favoriete club is. De naam van die club is Persepolis. We hebben het blijkbaar helemaal gemaakt bij de receptionist (of het is dat we de enige gasten zijn), want als we willen opstappen voor het diner, geeft hij ons twee posters mee met de hoogtepunten uit de regio: Qaleh Rudkhan en Masuleh. Wie wil zo’n poster nou niet hebben? We peinzen ons alleen suf hoe we deze poster mee naar Nederland moeten krijgen.

Zondag 16 oktober

Vandaag gaan we op weg naar de meest noordoostelijke plaats van Iran: Astara. Daar gaan we natuurlijk niet in een rechte lijn naartoe, want er is nog wel het e.e.a. te zien onderweg. De eerste stop wordt Gisoum aan de Kaspische Zee (of Meer). Chagrom vestigt vandaag een nieuw record, want hij moet na 15 minuten al voor de eerste keer de weg vragen en dat terwijl het moeilijke deel nog moet komen. Dat kan nog een grappig ritje worden. Als hij een beetje Engels zou praten, zou hij het gewoon aan ons kunnen vragen, want zo moeilijk was het tot nu toe nog niet.

We komen eerst door Fuman en daar mag hij van ons gelijk de eerste stop maken. Fuman is nl. bekend om z’n koeken met walnootvulling en die willen wij natuurlijk ook proberen. Het is duidelijk dat wij niet de eerste zijn die op zoek gaan naar deze koeken, want inmiddels struikel je over de bakkerijtjes die deze lekkernij verkopen. We checken even of ze vers zijn, nemen gelijk nog een paar andere koeken mee en stappen dan weer in onze limousine

Gisoum ligt nagenoeg aan de Kaspische Zee, dus rijden we eerst naar Gisoum Beach. Deze naam heb ik niet zelf bedacht, dit stond echt op het bordje. We parkeren de auto aan het strand en nuttigen onze Fuman-koeken met een bakkie oploskoffie. De koeken smaken heerlijk, hoewel we vraagtekens zetten bij de t.h.t datum. Het weer is vandaag een stuk beter dan gisteren, maar het is nog steeds overwegend bewolkt. Vooral boven de bergen in het binnenland hangen donkere exemplaren. Gisoum Beach wordt blijkbaar vooral gebruikt door families die hier komen picknicken. Zwemmen is er vandaag in ieder geval niet bij, maar zouden ook niet eens weten hoe je dat gescheiden moet doen

Na een uurtje stappen we weer in de auto en gaan we op weg naar Talesh, maar eerst komen we nog door Gisoum Town (dit laatste is wel zelf bedacht). We hebben geluk want het is marktdag en laten de auto dus maar weer aan kant tot stilstand komen. Het is een typische van-alles-en-nog-wat markt waar je een oplaadsnoer voor je telefoon kunt kopen, maar ook appels of een vis. De marktkooplui zijn zo van hun apropos door de verschijning van twee touristen dat ze bijna vergeten hun waar te verkopen. Bij elke kraam komt er wel iemand vragen waar we vandaan komen of willen ze op de foto gezet worden. Wij zijn hier een zeer exotische verschijning. We slenteren een keertje heen en weer over de markt en gaan dan weer met Chagrom mee naar z’n auto. Op naar Talesh.

We tellen het aantal keren dat Chagrom de weg vraagt niet eens meer, maar laten het gelaten gebeuren. Het is natuurlijk veel beter dat hij vraagt waar we heen moeten, dan dat hij een uur de verkeerde kant op rijdt en we op die manier veel tijd verliezen. Het is ruim een uur rijden naar Talesh en als we de stad binnen rijden hebben we al snel in de gaten dat het een grote, drukke stad is. We besluiten hier niet van boord te gaan, maar gelijk richting Soubatan te gaan. Soubatan is een klein bergdorpje dat niet op de borden staat aangegeven, dus eerst maar een paar keer vragen waar we heen moeten.
We rijden Talesh uit en gaan over slingerende wegen tussen rijstvelden door op weg naar onze volgende bestemming. De weg is hier veel slechter en af en toe lijkt het wegdek helemaal weggespoeld te zijn. Na een kwartiertje komen we bij een soort check-point waar Chagrom een militair aanspreekt. Hij krijgt te horen dat hij met de limousine waar hij in rijdt geen kans maakt om Soubatan te bereiken. Daar heb je een 4WD voor nodig. Dat is dus even een tegenvaller, maar niet getreurd we hebben Astara nog tegoed. Chagrom stuurt zijn bolide terug naar Talesh en van daar volgen we de borden naar Astara.

In Astara slapen we in een soort Huis-ter-Duin-achtig hotel. Kolossaal en incl. een oprijlaan voor de gasten. Het staat niet aan zee, maar het meer waar het aan gelegen is, maakt dat goed. We worden netjes voor de deur uitgezet en checken in. Het hotel heeft alles wat je nodig hebt: een bar, een restaurant, kinderspeelplaats, sauna, watersportfaciliteiten, etc. Wij hebben daar geen tijd voor, want we moeten Astara nog ontdekken. Omdat het hotel een paar kilometer buiten Astara staat laten we onze prive-chauffeur weer opdraven.

Astara ligt op minder dan 5 kilometer van de Azerbeidzjaanse grens en dat is goed te merken want er staan rijen vrachtwagens langs de weg die met hun goederen die kant op willen. Daar zijn wij verder niet in geïnteresseerd, wij willen downtown Astara zien. Chagrom zet ons af bij de markthal en gewapend met onze camara’s gaan we op weg. Omdat we nog niet geluncht hebben, gaan we eerst bij een karretje zitten waar ze broodje falafel verkopen. Naast een lokale familie genieten we van deze vegetarische vette hap.

Met de buikjes gevuld vervolgen we onze tocht. We gaan eerst op zoek naar de moskee, want daar gebeurd meestal van alles. Op weg naar de moskee komt er opeens een auto met twee mannen naast ons rijden, het raam gaat naar beneden en een van de twee schiet met z’n mobiel een foto van ons, waarna ze snel doorrijden. De Iraanse paparazzi heeft ons toch weten te vinden. Bij de moskee is het een dooie boel. Op het terrein voor de moskee is alleen de klusjesman bezig een boom te vellen en in de gebedshal liggen twee oude mannen te slapen. Hier zijn we duidelijk op het verkeerde tijdstip. We lopen terug en maken wat foto’s. We lopen de markthal in en zien dat er hier vooral wordt gehandeld in nep merkartikelen. We verlaten de markthal aan de achterkant en lopen naar het strand. Omdat het nog steeds geen strandweer is zijn ook hier geen boerkini’s te zien. We lopen terug naar de auto en laten Chagrom ons terug naar het hotel brengen

Maandag 17 oktober

De dag begint somber. De buien die gistermiddag boven de bergen lagen hebben vannacht een lading water boven het hotel los gelaten. Het regent nog steeds een beetje als de chauffeur de oprijlaan op rijdt. Vandaag gaan we naar Kandovan waar we in een grothotel bij de grootste troglodiet (grotdorp) van Iran zullen slapen.

Onze eerste stop vandaag is echter Ardabil waar we een bezoekje willen brengen aan het mausoleum van Sjeik Safi-od-Din Ishaq.We zijn Astara nog niet uit of er moet gelijk geklommen worden. De bergen liggen nog grotendeels in de wolken en hij autorijden wordt extra lastig gemaakt door de vele vrachtwagens die tergend langzaam omhoog kruipen. We slingeren langs de vrachtwagens naar boven en als we eenmaal over de top zijn, begint het weer gelijk op te klaren

Rond 09:30 uur zijn we in Ardabil waar we op zoek gaan naar het Mausoleum van oom Safi. Dit mausoleum complex, dat op de werelderfgoedlijst staat, is het grootste Savafidische monument van West-Iran. Sjeik Safi ligt in de Allah Allah toren, zo genoemd omdat in de blauwe tegeltjes aan de buitenkant van de toren de naam van god oneindig vaak wordt herhaald. De mooie houten sarcofaag zien we als we de lantaarnzaal doorlopen. Deze zaal is op zich al een bezoek waard vanwege de intense gouden en blauwe decoratie. In een klein zaaltje aan de zijkant staat wat koninklijk porselein uitgestald in nisjes, maar dat is maar een fractie van wat het ooit geweest is. De Russen hebben het tijdens de invasie van 1828 geroofd en het staat nu in de Hermitage in St. Petersburg.

Na dit flits-bezoek aan Ardabil rijden we verder naar Kandovan, maar net als Chagrom gas geeft om de stad uit te rijden wordt hij te grazen genomen door een politie laser en moet hij aan de kant gaan staan. Dat is pech; een bekeuring voor te hard rijden. Het verbaast ons eigenlijk dat hij nu pas gepakt wordt, want hij raakt het gaspedaal regelmatig wat stevig aan. De schrik zit er nu blijkbaar toch wel in, want regelmatig wordt de cruise-control aangezet. Ook hier geldt het oude gezegde: ‘Als het Perzische kalf verdronken is, stoot het zich zeker niet nog een keer aan hetzelfde tegeltje’.

Het weer is inmiddels helemaal omgeslagen van chagrijnig nat, naar brandend heet. We rijden tussen kleurrijke bergen die ons doen denken aan de Cerro Siete Colores in Salta, Argentinie en aan onze rechterkant zien we in de verte zelfs de besneeuwde top van de Sabalan berg. Langs de weg is een strook grasland waar schapen grazen en aangrenzend staan soms wat lemen huisjes bij elkaar. Het is een prachtig gebied waar we doorheen rijden.

De weg snijdt af en toe door kleine plaatsjes en net als we beginnen te knikkebollen van de brandende zon, zet Chagrom zijn auto in een van deze plaatsjes aan de kant. Het is tijd voor een heerlijk bakkie oploskoffie.Tijdens deze koffiestop genieten we van het stoffige leven in zo’n dorpje zonder naam. Er staat een kalf in een verdwaalde aanhanger en je vraagt je af wat het beesie daar doet doet in de zon en van wie hij is. Voor onze auto staat een blauwe pick-up tegen de kant van de weg geparkeerd en dat lijkt geen handige plek met het kamikaze-verkeer in Iran. De lagere school gaat net uit en meisjes gehuld met een witte hoofddoek lopen giechelend om ons heen. De brutaalste durft nog net ‘hello’ te roepen. Er gebeurt van alles, maar eigenlijk gebeurt er niets. Je vraagt je af waarom de mensen hier wonen.

Het is nog 75 kilometer naar Tabriz en Kandovan ligt daar nog eens 40 kilometer vandaan, dus het is tijd om weer op weg te gaan. We hebben nl. nog wel wat tijd nodig om Kandovan te ontdekken. De rest van de rit gaat vlekkeloos, al kun je vraagtekens zetten bij de manier waarop we de snelweg verlaten. De afrit was nog in aanbouw en we moesten om het werkverkeer heen rijden. Om 14:30 uur checken we in bij het Laleh Rocky Hotel (niet vernoemd naar de bokser met de scheve mond). We krijgen een 4-6 persoons appartement toegewezen met keukenblok, gezellige hoekbank en jacuzzi! Maar daar gaat het hier natuurlijk niet om: op naar de troglodiet.

Ze zien er wel vreemd uit die eivormige rotswoningen, maar je kent ze waarschijnlijk wel van een foto van Cappadocie in Turkije. Kandovan is eigenlijk net zoiets. Sommige rotswoningen zijn meer dan 800 jaar oud en ze worden nog steeds bewoond. Helaas is de plaatselijke gemeente wat makkelijk geweest met het verstrekken van vergunningen voor uit- en aanbouw van de rotswoningen, want de bakstenen gedrochten die er soms tegenaan gebouwd zijn, doen afbreuk aan het plaatje. We slenteren tussen de huisjes door en zien inderdaad dat ze hier en daar nog bewoond zijn. Soms steekt er een metalen schoorsteenpijp uit een rotswoning en bij een ander hebben ze geprobeerd een kunstof kozijn te plaatsen. Andere rotswoningen lijken nog heel authentiek.

Op verschillende plekken worden walnoten gedroogd in de zon en als we op weg zijn naar de noordkant van het dorp zien we ineens drie mannen die bezig zijn een schaap van z’n jas te ontdoen. We klauteren helemaal naar boven en komen boven de hoogst gelegen rotswoning uit. Vanaf die plek heb je een prachtig uitzicht over het hele dorp. We gaan naar een rotsbalkonnetje waar al vele toeristenschoenen zijn geweest en maken daar nog een paar foto’s. De zon begint inmiddels te dalen, dus het is tijd om terug te gaan naar het hotel. Onderweg groeten we een drietal kinderen die ‘moslima’tje’ aan het spelen zijn. Ze tooien zich in veel te grote hoofddoeken en rennen ermee over het dak van de uitbouw. Aan de weg kopen we een zakje walnoten; heerlijk voor bij de borrel………