Tag archieven: Iran

Iran 4

Dinsdag 1 november

Het is net alsof je in een 5***** hotel beter slaapt dan in een eenvoudig hotel, maar het zal wel verbeelding zijn. We hebben wel weer de wekker gezet want we willen eerst naar Masjed-e Nasir-al-Molk omdat daar in de ochtend een kleurenspektakel is waar te nemen. Het ontbijt is wat uitgebreider dan we gewend zijn, dus het valt niet mee om daar al weer snel op te stappen. We lopen via de kortste route naar de moskee, betalen de entree en gaan de winter gebedsruimte in. De linker muur heeft ramen met gekleurd glas en de ochtendzon laat die kleuren reflecteren op het tapijt, de muren en de zuilen in de gebedsruimte. Het ziet er fantastisch uit en het is zeker de moeite waard om daar wat vroeger je bed voor uit te komen. Een lokale fotograaf doet zijn best om de kleuren zo goed mogelijk uit te laten komen op een model in chador. Heel geniepig gebruikt Diana datzelfde model ook in haar foto’s. We hebben het weer knap getimed vanochtend, want net als wij naar buiten willen gaan komt er een grote groep toeristen binnen om van hetzelfde kleureffect te genieten. Wij gaan gauw verder.

Bij de uitgang van de moskee staan een paar taxichauffeurs en we worden weer eens aangesproken met het veelgehoorde ‘hé mister’ dit keer komt er achteraan ‘you want to go to Persepolis?’ Dat willen wij wel, dus gaan we de onderhandelingen maar eens aan. We kunnen een dealtje maken voor de helft van de prijs die we bij de Tourist Information te horen hadden gekregen, dus daar hoeven we niet lang over na te denken. We besluiten gelijk vanmiddag maar te gaan. We gokken erop dat de meeste toeristen in de ochtend Persepolis bezoeken en dan hebben wij de site voor ons zelf.

Op weg naar de bazaar komen we langs het mausoleum van Sayyed Mir Ahmad en we besluiten hier ook maar even te gaan kijken. Diana neemt de linker ingang, Rob gaat rechts. Het duurt even voordat Diana achter het gordijn vandaan komt, maar ze moet dan ook opnieuw in een dekbedovertrek gehesen worden. Net als in Qom moeten we ook hier weer met een gids mee, gezamenlijk met een zestal andere toeristen. We worden over een enorm binnenplein geloodst en lopen via een grote poort naar een ander enorm binnenplein. Daar neemt onze gids ons mee naar de ruimt waar de tombe staat. De ruimte lijkt er mooi uit te zien, maar wij mogen er niet in, want alleen moslims mogen de kist van dichtbij zien. Sayyed Mir Ahmed, een broer van Imam Reza, is hier vermoord door het kalifaat (!) in het jaar 835 en dit mausoleum is een van de heiligste plekken in Iran. Als we onze foto’s-op-afstand hebben gemaakt, lopen we naar de andere kant van het plein waar nog een mausoleum is waar twee broers van Mir Ahmad liggen. Hier mogen we iets dichterbij komen, maar ook hier komen we niet voorbij de toegangsdeur. Na deze gratis rondleiding lopen we naar de uitgang waar Diana haar hobbezak weer inlevert.

We hebben met de chauffeur afgesproken dat hij ons om 12:00 uur ophaalt bij het hotel, dus we lopen via de bazaar richting hotel. We gaan bij het Seray-e Mehr theehuis naar binnen en bestellen daar een bak thee met koekies en dat is dan gelijk onze lunch voor vandaag. Er hangt een fijne sfeer in zo’n theehuis, waar je even kan ontvluchten aan de drukte van de bazaar.

Het is inmiddels 11:30 uur, dus we lopen terug naar het hotel. Bij de ingang staat onze chauffeur al te wachten. Hij is mooi op tijd (of eigenlijk te vroeg). We zeggen hem dat we nog even het toilet van binnen willen bekijken en gaan naar onze kamer. Op de kamer pakken we extra batterijen, wat snaaigoed en de Lonely Planet en zijn we klaar voor Persepolis.

Het uitstapje naar Persepolis combineren we met een bezoek aan de rotstombes van Naqsh-e Rostam. Het is ongeveer een uurtje rijden en rond 12:45 uur kopen we onze tickets bij het houten keetje. De tombes zijn hoog boven de grond, uit een enorme rots gehouwen en behoren toe aan Darius II, Artaxerxes I, Darius I en helemaal rechts Xerxes I (hoewel historici het hier nog niet helemaal over eens zijn). De reliëfs boven de grafkamers zijn allemaal een beeltenis van de koning op een troon, geflankeerd door andere figuren. De zeven Sassanidische reliefs tonen koninklijke veroveringen en ceremonies. Het ziet er fantastisch uit, die grafkamers zo hoog boven de grond en de prachtige reliefs. We nemen even de tijd om er van te genieten. Tegenover de rots met de grafkamers staat de Bun Khanak, waarvan lang werd gedacht dat het een vuurtempels was, maar de geleerden denken nu dat het ook een schatkamer kan zijn geweest. Wat het ook is, zo mooi als de grafkamers is het zeker niet. We laten de rotstombes achter ons en drinken even snel een verse sinaasappelsap bij het kleine restaurantje. Dan gaan we naar onze taxi en scheuren we naar Persepolis.

Persepolis belichaamt de grootste successen van Achaemenidische rijk, maar ook z’n ondergang. De huidige ruines zijn nog geen schim van Persepolis’ glorie van vroeger. We kunnen deze ruines nu alleen maar zien omdat de hele site honderden jaren onder het zand heeft gelegen, waardoor de restanten bewaard zijn gebleven. De bouw van het complex is begonnen in 520 BC toen Darius I de troon besteeg en verschillende koningen na hem hebben gebouwen toegevoegd. We gaan het complex binnen via de imposante trap. De treden ondiep zijn zodat de Perzen in hun lange gewaden gracieus naar boven konden lopen. Ook wij gaan in onze slobberkleding zo gracieus mogelijk naar boven. Normaal gesproken zou bij de aankomst van hoog bezoek het trompetgeschal hoorbaar zijn geweest, maar blijkbaar was men niet op de hoogte van onze komst, want het blijft stil vandaag. We vervolgen onze weg door Xerxes’ poort (ook wel ‘Poort van alle landen’). Deze poort wordt bewaakt door stier-achtige wezens. Het is ook vandaag nog indrukwekkend om te zien. Hierna lopen we naar het ‘Paleis met de 100 kolommen’. Op een oppervlak van 70×70 meter droegen deze 100 kolommen het dak van een gebouw waarvan wordt gedacht dat hier de militaire elite werd ontvangen. Er staan nu nog maar een paar kolommen overeind, maar het moet toen een indrukwekkend gezicht geweest zijn.

Naast dit paleis is de Apadana trap, dat wordt gezien als het meest indrukwekkende bouwwerk van Persepolis en waarschijnlijk van heel Iran. De reliëfs op de wanden van deze enorme trap zijn schitterend en erg goed bewaard gebleven. Jammer genoeg is er een groot dak gebouwd bovend de trap zodat alles in de schaduw staat. Er zijn reliefs van koninklijke processies, maar ook van internationale delegaties die kado’s komen brengen voor de koning. Met een beetje (veel) fantasie herken je de delegaties uit Ethiopie, Capadocie, Egypte en Thracie. Van de paleizen in de zuidwestelijke hoek is de Tachara de mooiste. Veel van de stenen deurstijlen staan nog overeind en de releifs op de muren zijn mooi gedetaileerd. We hebben waarschijnlijk elke figuurtje wel een paar keer gefotografeerd, maar het is ook zo fantastisch mooi hier. Van de iets verderop gelegen schatkamer is weinig meer over. Toen Alexander de Grote (boef) de in 330 BC Darius III versloeg en de schatkamer leeg roofde, schijnt hij 3000 kamelen nodig te hebben gehad om de inhoud naar buiten te kruien. Nadat Alex een paar maanden in Persepolis is geweest, brandt hij de boel plat en gaat op weg naar Babylon.

Nadat we ruim twee uur over de site hebben gestruind en de ene na de ander foto hebben gemaakt, drinken we wat bij een cafetaria en gaan dan via de Xerxes’ poort op weg naar onze taxi. Persepolis was echt prachtig en je kunt er waarschijnlijk nog wel een paar uur rond lopen. Ook de bijbehorende verhalen zijn prachtig, maar daarvoor verwijs ik graag naar http://persepolis.ir , want anders wordt dit blog veel te groot. Binnen een uur zijn we terug in ons hotel waar we een dikverdiende milkshake bestellen. ‘s-Avonds eten we in de bazaar bij een Iraans restaurant. De service scoort geen punten, maar het eten is heerlijk.

Woensdag 2 november

Omdat we ons gisteren zo druk gemaakt hadden, stond er vandaag niet zo heel veel op het programma. We konden dus eens uitslapen. Veel later dan 07:45 uur is het echter niet geworden en om om 08:00 uur zaten we aan het ontbijt. Dit keer konden we daar wel uitgebreid van genieten.

Onze eerste stop vanochtend was het fort van Karim Khan. Deze kolos is gebouwd in de vroege Zand periode en maakte onderdeel uit van het koninklijke hof waarvan Karim Khan had gehoopt dat het zich dusdanig zou ontwikkelen dat het kon wedijveren met Esfahan. De hoge muren hebben mooi decoratief metselwerk en op de vier hoeken staan 14 meter hoge, ronde torens. Eén van de torens helt wat over omdat deze is weggezakt in de onderliggende kelder waar de badruimte is gevestigd. We lopen wat rond het fort en proberen het te fotograferen. Dat valt nog helemaal niet mee met zo’n joekel van een gebouw, maar het is gelukt.

Van het fort is het maar een klein stukje naar de bazaar en we gaan maar eens op zoek naar souvenirs. Het is heerlijk om over de bazaar te slenteren als je alle tijd hebt. We snuffelen bij kruidenwinkeltjes, we onderhandelen over de prijs van een Perzich tapijtje en we kijken of er bij de sieraden winkeltjes een leuke ring te koop is. We drinken een heerlijke bak koffie bij een winkeltje net buiten de bazaar en storten ons daarna nog een keer in de drukte. De bazaars in Iran beslaan meestal een groot deel van de oude stad en bestaan uit een uitgebreid stelsel van paden waar je makkelijk verdwaalt. We orienteren ons door te onthouden waar de karavanserais zijn, of waar een bepaald restaurantje is, maar als je de bazaar uit komt lopen is het toch vaak een verrassing waar je bent.

We bedenken ons dat er ook nog ergens een koranschool moet zijn en gaan op zoek. Via Taleqani straat en de Lotf Ali Khan boulevard komen we uiteindelijk bij Madraseh-e Kahn, of Kahn School zoals op het bordje staat. Als we door de kolossale deur naar binnen gaan komt de beheerder ons tegemoet. Hij wil een beetje geld zien. Hoewel er geen entree wordt gevraagd, is het gebruikelijk dat zo’n beheerder een fooi krijgt. Deze beheerder weet ook al wat hij van ons wil hebben, maar dat vinden we veel te veel en hij moet het met de helft doen. De school blijkt verlaten te zijn en men is druk bezig met restauratie werkzaamheden. We maken een rondje over het binnenterrein met de sinaasappelboompjes. Het tegelwerk is bijzonder omdat er erg veel rood in zit, maar voor de rest is er niet veel te zien en staan we al snel weer buiten. We gaan terug naar her hotel om ons voor te bereiden op het middagprogramma.

Ook ‘s-middags hebben we geen overvol programma. Eigenlijk willen we alleen maar de tombe van Hafez, de dichter des vaderlands, bezoeken, dus we hoeven ons niet te haasten. We lunchen eerst bij een chique restaurantje op een steenworp afstand van ons hotel. We nemen een goed belegde baquette en Diana neemt zelfs nog een ijsje toe. Het is wat vreemd ijs waar kauwgom aan toegevoegd lijkt te zijn. Het smaakt er niet minder om. Hierna wurmen we ons weer door het verkeer, steken we de volledig opgedroogde Khoshk rivier over via de Efsfahan Gate brug en gaan op weg naar Aramgah-e Hafez.

Net over de brug komen we langs de tombe van Emir Ali, een neef van Shah Cheragh, wiens tombe we gisteren hebben bezocht. Ali is hier ook overleden toen hij op weg was naar Khorasan om Imam Reza te helpen. Wij denken aan een complot! Dit heiligdom is gebouwd in de 19e eeuw nadat aardbevingen eerdere versies ervan hadden verwoest. Het is weer hetzelfde liedje als bij alle mausoleums: Diana moet een chador aan en bij de tombe gaan de mannen de ene ingang in en de vrouwen de andere. Groot verschil met het mausoleum van z’n neef is dat ook wij, ‘ongelovigen’, hier naar binnen mogen en er binnen gefotografeerd mag worden. Wij nemen deze kans waar en gaan gescheiden de ruimtes binnen. Het is prachtig binnen. De ruimte is helemaal bekleed met Venetiaans spiegelwerk en de kozijnen zijn voorzien van gebrandschilderd glas. Na het bezoek aan het heiligdom lopen we nog even rond op het binnenplein dat helemaal is bestraat met grafstenen. Nadat Diana zich weer omgekleed heeft gaan we verder naar het hoofddoel van vandaag: de tombe van Khwajeh Shams Al-din Muhammad Hafez-e Shiraz, of kortweg: Hafez.

Iraniers kennen het gezegde dat er twee dingen in huis aanwezig moeten zijn: de Koran en een collectie van het werk van Hafez. In de praktijk zullen velen het zelfs in omgekeerde volgorde noemen. Hafez de dichter is een Iraanse volksheld, geliefd, vereerd en populair als menige popster. Vrijwel iedere Iranier kan wel iets van zijn werk opzeggen. De tombe is gelegen in een mooie, rustgevende tuin. De marmeren grafsteen, gegraveerd met een vers van de dichter, is hier in 1773 door Karim Khan geplaatst. Later is er een achthoekig paviljoentje overheen gezet. We lopen eerst wat rond en bekijken de grafsteen. Niets bijzonders, afgezien van de gegraveerde tekst. We gaan in een hoekje op een stenen trap zitten, waar we alles goed kunnen bekijken. De ene familie na de andere familie loopt naar de tombe, ze raken de tombe even aan en iedereen wordt dan bij de tombe gefotografeerd door een familielid of maakt een selfie. Soms worden er hele familiepotretten gemaakt met op de achtegrond de tombe van Hafez. De dichter is trouwens niet de enige die hier populair is. Al snel krijgen wij een klein kind tussen ons in gedouwd en maken papa en mama foto’s van ons met de kleine en haar roze ‘Hello Kitty’ rugzakje. Wij kunnen overigens goed omgaan met dit popsterren bestaan. Je leert vanzelf om al die aandacht in banen te leiden!

Er is ook een klas met kleuters naar dit monumentje gekomen. Zo’n 25 kinderen in schooltenue worden in bedwang gehouden door drie jufs. De kinderen zitten iets verderop naast ons op de trap en hebben natuurlijk vooral aandacht voor ons. Na een kwartiertje worden de kinders in het gelid gezet en marcheren ze allemaal naar de zijkant van het terrein. Daar krijgen ze een pakje drinken en een koekje. Het blijkt de voorbereiding te zijn van een fantastisch optreden van de klas. Wanneer ze de versnapering op hebben worden ze dit dit keer in ganzenpas naar de tombe gedirigeerd. Ze gaan er allemaal omheen staan en gezamelijk zeggen ze een gedicht van Hafez op (dat denken wij tenminste). Als ze klaar zijn applaudiseren ze hard voor zichzelf. De jufs leggen dit alles vast met de mobiel en wij natuurlijk met onze camera’s. We zoeken ons plekkie op de stenen trap weer op en net als we daar zitten komen de paps en mams van het ‘Hello Kitty’-meisje weer naar ons toe: of zij ook nog even met ons op de foto mogen. Wij doen ons haar goed, tonen een glimlach-on-demand en eerst gaat mevrouw Kitty op de foto en daarna mijnheer. Kleine moeite hoor, doen we graag! Om de lezers van dit literaire blog niet teleur te stellen komt hier een gedicht van Hafez.

Openlijk beken ik, met plezier en blijdschap
verslaafd aan jouw liefde
van beide werelden ben ik vrij
Als een paradijsvogel ging ik akkoord met de scheiding
Viel in de val des levens en werelds tragedie
ik was een engel, ik verbleef in de hemelen
Vernieuw de wereld, was mijn missie
De elfen van het paradijs, de koele vijvers en de bomen
In de hoop op een samenzijn, verloor ik langzaamaan de herinnering
Op het tablet van mijn hart, beschreven van a tot z
Gaat alles over jou
Ik kan niets anders zien dan jou
Niemand vertelde mij over een uitgang of een ingang
O God deze reis, waarom heeft u dit voor mij besloten
Ik ben enkel een slaaf van de herberg van de liefde
Elk moment, wordt een nieuwe pijn mijn remedie
Als mijn bloedende hart, mijn pijnlijke tranen eruit duwen
Het is dat ik dit verdien, waarom aan anderen maak ik mijn pleidooi
Veeg weg die tranen, met je handen zodat je kunt zien
Of anders deze vloed zal ons allen doen verdrinken.

(Hafez 1326-1390)

Als de zon alweer behoorlijk aan het dalen is, lopen we terug naar ons hotel. We gooien de camera’s in de kluis en proppen de portemonnee weer vol zodat we vanavond weer een happie kunnen eten. We gaan op zoek naar het moeilijkst-te-vinden-restaurant van Shiraz en na drie pogingen en evenzoveel hulpverzoeken vinden we het restaurant. De kaart is niet bijzonder en naar later blijkt het eten ook niet. Die speurtocht hadden we ons kunnen besparen. Terug op onze hotelkamer pakken we de rugzakken alvast in, zodat we morgen tijd genoeg hebben om op het busstation te komen.

Donderdag 3 november

Onze bus gaat om 09:15 uur, dus we hebben alle tijd om van het ontbijt te genieten. Dat komt goed van pas, want het is een ritje van 6 a 7 uur. We checken uit en laten ons door de taxi van het hotel naar het busstation brengen. Voor de eerste keer deze vakantie vertrekt de bus (bijna) op tijd én zitten er nog 6 toeristen in de bus. Het is weer een heerlijke VIP bus en we zitten bijna voorin. Op deze stoelen moeten we vandaag wel door kunnen komen. We rijden eerst weer richting Persepolis, waarna het volle vaart naar Esfahan gaat. Bij de afslag Persepolis zien we in de verte de rostgraven van Naqsh-e Rostam liggen. Zelfs op deze afstand ziet het er mooi uit. De eerste kilometers rijden we richting Yazd en zien we de tenten van de Qashqa’i langs de weg. Deze nomaden staan op het punt om naar het zuiden te trekken, zoals ze altijd doen in de winter.

We hebben weer een overlevingspakketje uitgedeeld gekregen. Dit keer is dat erg goed gevuld, maar we beheersen ons want daar moeten we nog een hele dag op teren. De weg gaat via het droge Zagros gebergte. We hoeven de bergen niet over, maar volgen een brede, dorre, beetje troosteloos aandoende vallei met aan weers zijden de bergen. Zo af en toe komen we dicht bij het gebergte en dan is het weer even de moeite waard om de ogen open te doen, maar de meeste kilometers is het vooral veel niets.

We richten ons dan toch maar even op het overlevingspakketje. Een blikje ananassap, wat biscuitjes, volkorenkoekjes, een cakeje en iets wat kutlu heet. Rob begint aan de laatste, maar komt er dan al snel achter dat deze koekjes vooral hun naam eer aan doen. Rond 13:30 uur maken we dan toch even een korte plasstop en dat geeft ook de gelegenheid om even de benen te strekken en een flesje cola naar binnen te werken. Het is dan nog 150 km, dus dat gaat nog wel twee uur duren. Die laatste kilometers komen we weer wat meer in de bewoonde wereld dus dat geeft afleiding. Om 16:15 uur stappen we uit de bus en gaan we met een taxi naar ons hotel.

Toen we Esfahan naderden met de bus kon je al goed zien dat dit een enorme stad is. Er wonen meer dan 3 miljoen inwoners en in de buitenwijken is zware industrie, waaronder staalfabrieken en zelfs een (veel besproken) nucleare faciliteit. Daar zullen wij niet veel last van hebben, want wij focussen ons op de de oude stad. Nadat we onze spullen op de hotelkamer hebben gegooid lopen we even naar het Nagsh-e Jahan plein. We merken gelijk dat dit toeristenbestemming nummer 1 van Iran is. Het aantal souvenirwinkeltjes is niet te tellen en ze doen hier voor het eerst wat moeite om je ook hun winkeltje binnen te krijgen. Wij lopen een rondje over het plein en staan vooral versteld van de omvang. Dit plein is het op één na grootste plein ter wereld (na het ‘Plein van de Hemelse Vrede’ in Beijing). Het is inmiddels donker geworden en we schieten nog snel een plaatje voordat we wat gaan eten. We hebben de komende twee dagen onze handen vol aan deze stad.

Vrijdag 4 november

Ons hotel ligt op een steenworp afstand van het Nagsh-e Jahan plein, dus dat is ook weer de eerst plek die we vanochtend aandoen. Het is een groot contrast met gisteravond toen het er lekker druk was. Vandaag is het vrijdag, dus is alles weer uitgestorven. We maken een rondje om het plein en zoeken naar een Tourist Information dat ergens naast het Ali Qapu paleis zou moeten zitten. We gaan ergens op een bankje zitten en kijken naar de families die hier aan het picknicken zijn. Kleedje neergelegd, wat broden, een thermosfles thee, wat dadels, maar eerst de afwas doen in de grote vijver. Kan best gezellig zijn. Wij besluiten om vanochtend maar eens naar de grootste moskee van Iran te gaan.

We gaan via de noordelijke ingang de bazaar binnen en lopen via dit enorme doolhof aan gangetjes richting de Masjed-e Jameh. Op vrijdag zijn de meeste van de winkeltjes gesloten, dus het is niet zo heel moeilijk om de weg te vinden. Dat het ook niet makkelijk is, blijkt wel als we na een lange wandeling op de verkeerde plek, naar de verkeerde moskee staan te kijken. Gelukkig zijn we in de goede richting en een tiental minuutjes later zijn we er dan. Het Jameh complex is een waar museum van Islamitische architectuur, maar het is ook nog steeds een drukke gebedsplek. Vandaag is het er vooral druk met toeristen. Je kunt er in een paar uur 800 jaar Islamitische design vergelijken. Van de geometrische elegantie van de Seljuks tot de Mongoolse period, tot de verfijning van de meer barokke stijl van de Safawiden. Voorwaarde is dat je wel een gids mee neemt, of een goed boek onder de arm. Wij doen het met een boek en met een beetje fantasie zie je de verschillende stijlen bij de 4 ivans terug. Misschien dat we er thuis eens een dia-show over geven als er voldoende aanmeldingen zijn. Wij hebben genoeg aan een uur bij deze moskee, waarna we alle stijlverschillen nog eens bespreken onder het genot van een bakkie thee met cake.

We lopen met een kleine omweg terug naar het Nagsh-e Jahan plein omdat we de lange minaret van de Ali moskee niet willen missen. Ook nu hebben we twee doorstarts nodig om er te komen maar dan zien we dat Ali echt een hele lange heeft. Het is vrijwel onmogelijk om die op de foto te krijgen. De bazaar is nog steeds grotendeels uitgestorven en als we weer terug zijn op het plein lopen we naar een keetje waar Tourism op staat, omdat we willen weten waar we de bustickets naar Teheran kunnen kopen. Als we dichterbij komen blijkt er Tourism Police op de keet te staan en die hebben we niet nodig. De politieagent wijst ons in perfect Engels naar de juiste Tourist Information, maar die blijkt vandaag gesloten te zijn. Wij kiezen er dan voor om naar de zuidkant van de (oude) stad te gaan; naar de bruggen over de Zayandeh rivier.

Via de oostelijke uitgang van het plein lopen we naar het Shahid Rajai park. Ook hier dezelfde tafereeltjes als op het plein. Heel veel families die hun dekentje een mooi plekje op het gras hebben gegeven voor de familie-picknick. We merken dat er in dit park niet veel toeristen komen, want we worden weer regelmatig nagestaard of met een vriendelijk ‘hello, welcome in Esfhanan’ begroet. Het is best een groot park waar ook nog eens het mees luxuieus gedecoreerde huis in Esfahan, maar de tand des tijds heeft er behoorlijk aan geknabbeld. Niet veel verder zien we dan de Si-oh-Seh brug, maar eerst duiken we een fastfood cafe in waar ze de lekkerste falafel van Esfahan hebben.

Na de heerlijke lunch lopen we dan naar de brug over de Zayandeh rivier, of eigenlijk de Zayandeh gortdroge rivierbedding. In de verste verte geen druppel water te bekennen! Mensen lopen over de bodem van de rivier van de ene oever naar de andere. Daar hadden we ons wat anders bij voorgesteld, maar de 298 meter lange brug is er niet minder mooi om. De brug is een soort hangplek voor de jongeren van Esfahan. Hier en daar zit een eenling in de schaduw van een boog en koppeltjes verschuilen zich er voor een beetje privacy. Wij lopen over de brug naar de andere kant van de ‘rivier’ en gaan dan via een soort promenade op weg naar de Khaju brug.

Het is zo’n twintig minuten lopen van de ene naar de andere brug en gelukkig staan er veel bomen langs de promenade, want het is weer warm vandaag. Ook hier weer veel families die uitgebreid thee aan het nuttigen zijn of soms zelfs aan een waterpijp lurken. De Khaju brug is rond 1650 gebouwd door Shah Abbas II en de brug doet ook dienst als dam. Deze brug heeft veel meer de functie van ontmoetingsplaats gehad dan dat het verkeer er gebruik van maakte. Deze brug is 110 meter lang en als je goed kijkt zie je nog steeds de stenen stoelen waar Shah Abbas II van het uitzicht genoot. Als wij bij de brug aankomen zien we vooral dat er een een soort toneeldecor wordt opgebouwd. Iemand probeert ons uit te leggen dat er vanavond een herdenkingsdienst is ter ere van het overlijden van de zus van Imam Hossein (maar het zou ook een ander familielid kunnen zijn). Het begint om 17:00 uur.

Vanwege de drukke werkzaamheden gaan wij een kilometertje verderop, om een bezoek te brengen aan het Golestan-e Shohada, de begraafplaats voor de slachtoffers uit de Iran-Irak oorlog. Op een enorme grote oppervlakte liggen duizenden grafstenen schots en scheef door elkaar. Grote en kleine, gebroken of bijna nieuw als ligt er dicht op elkaar. Heel indrukwekkend om die grote aantallen stenen op zo’n terrein te zien liggen. In een klein paviljoentje zit een man op z’n knieën te bidden. Als hij ons in de deuropening ziet staan gebaart hij ons binnen te komen. Hij verbergt zijn verdriet niet. Wij blijven even staan kijken naar de grafstenen in het paviljoentje, maar laten hem dan snel weer alleen. Tussen de grijze, grouwe stenen liggen soms ook mooie marmeren stenen of staan er foto’s bij een grafsteen. Deze zijn dan meestal van een kerkelijke leider of een ander hooggeplaatst iemand. Nadat we half uurtje tussen de stenen doorgelopen hebben gaan we weer terug naar de brug om te kijken hoe het met de voorbereidingen van de herdenkingsdienst staat.

Terug bij de Khaju brug zien we de dat de werkzaamheden aardig zijn opgeschoten. Het volk begint inmiddels toe te stromen. De vrouwen moeten links van de brug plaats nemen, de mannen rechts. Er lopen weer mannen en vrouwen met een plumeau rond die ervoor zorgen dat er geen mensen in de verkeerde vakken terecht komen en vooral ook dat de hoofddoekjes goed zitten. Wij nemen op korte afstand plaats op de brug en wachten wat er komen gaat. Lange tijd zijn wij de enige toeristen die aanwezig zijn, dus regelmatig worden we aangesproken. Meest gestelde vraag is waar we vandaan komen, maar sommige willen iets meer weten en proberen nogmaals uit te leggen ter ere van welke gebeurtenis dit spektakel plaatsvindt. Tegen 17:30 uur begint er dan toch wat te kraken in de microfoon en de voorganger begint er een heleboel Allah’s uit te gooien. De mensen staan in lange rijen met de neus in de juiste windrichting en volgen zijn woorden, als ware het commando’s: ze buigen, gaan op de knieen zitten en drukken het voorhoofd op de grond, dan gaan ze weer staan. Dit herhaalt zich een aantal keren en dan staat de menigte langere tijd stil (in gebed), waarna het weer van voren af aan begint. Wij kijken dit een half uurtje aan, maar beginnen dan toch last te krijgen van de temperatuurdaling van minstens 10 graden. Daar zijn we niet op gekleed, dus we pakken een taxi en laten ons terug naar het hotel brengen.

Zaterdag 5 november

We hebben gisteren al aardig wat van Esfahan gezien, maar ook vandaag zullen we ons niet hoeven te vervelen. We willen vanmiddag de Masjed-e Shah en de Masjed-e Sheikh Lotfollah aan het grote plein bezoeken, dus hebben we vanochtend even de tijd om onze laatste bustickets te kopen en een bezoekje te brengen aan Jolfa, de Armeense wijk.

We lopen weer via het Shahid Rajai park in zuidelijke richting. Het kantoortje waar we de tickets kunnen kopen ligt tegenover het Abbasi hotel, dat beroemd is vanwege z’n theehuis. Nu we daar toch zijn, gaan we natuurlijk even naar binnen en bestellen een bak thee. Het theehuis ziet er aardig uit, maar na een bak thee hebben we het wel gezien.

We steken de straat over en kopen onze tickets. Het is weer een enorm proces dat we moeten doorlopen voordat we de tickets hebben, maar dat hoort er hier bij. Wij kunnen morgen in ieder geval met de bus naar Teheran.

Het is nog een klein stukje lopen naar de Si-o-Seh brug, die we over moeten steken voor ons bezoek aan de Armeense wijk. Aan het begin van de 17e eeuw koos Shah Abbas, Esfahan als de hoofdstad van Iran. Op verzoek van Shah Abbas werd een groep Armeniers uit het stadje Jolfa naar een klein dorpje ten zuidoosten van Esfahan gebracht. Deze Armeniers waren nl. uitstekende metselaars, architecten en kooplieden en die had Shah Abbas hard nodig bij de opbouw van zijn hoofdstad. De Armeniers kregen van Shah Abbas godsdienst vrijheid, al was het dan wel op een afstandje van het islamitisch centrum in de stad. Er woonden op enig moment in ‘New Jolfa’ meer dan 42000 Armeense christenen.

Tegenwoordig zijn er nog steeds een aantal Armeense kerken die dienst doen aan een christelijke gemeenschap van zo’n 5000 mensen. Wij gaan op zoek naar de Joseph van Arimathea kerk, beter bekend als de Vank kathedraal en het valt niet mee om deze kerk te vinden. We lopen een paar keer verkeerd in de wijk Jolfa, kopen bijna kaartjes bij een andere kerk, maar met wat hulp van de mensen op de straat vinden we de Vank kathedraal. De buitenkant van de kerk is niet zo spectaculair als de meeste moskeen, maar van binnen is de kerk rijkelijk gedecoreerd en toont het een vreemde mix van stijlen; christelijke en islamitische tekeningen gaan hand-in-hand. Het heeft destijds 15 jaar gekost om de frescoes te maken en ze zijn onlangs gerestaureerd, dus zien er nu fantastisch uit.

Na dit kerkbezoek is het tijd voor een drankje. Op een klein pleintje in Jolfa gaan we op een bankje zitten en drinken we een colaatje. Omdat het nog wat vroeg is om naar het plein terug te gaan, nemen we een taxi en gaan we naar de shaking minaret. We hebben geen idee wat we daarbij voor moeten stellen, maar nu we in de buurt zijn grijpen we onze kans. De taxichauffeur vraagt een behoorlijk bedrag voor het ritje naar de Monar Jonban. We doen een tegenbod, maar dat vindt hij te weinig. We proberen een andere taxi, maar daar gebeurt hetzelfde. We concluderen dat die schuddende minaret echt ver weg zal zijn en met tegenzin betalen we drie en een halve euro voor de rit.

Na een eindeloos lijkende taxirit worden we bij een paar lullige torentjes eruit gelaten. We betalen de entree en zijn een paar minuten later alweer uitgekeken. Moet dit het zijn? Diana gaat naar een soort beheerder en hoort van hem dat het om 13:30 uur het gaat gebeuren. We weten nog steeds niet wat, maar we gaan op een bankje zitten in afwachting van het schudden. Om 13:30 uur komt er dan een man aangelopen met een sleutel in z’n hand. Hij kruipt door een deurtje in een een van de minaretten en klimt omhoog. Boven aangekomen laat hij een belletje rinkelen en vervolgens begint hij heen-en-weer te schudden, waardoor de minaret ook in beweging komt. Vol verbazing kijken wij en nog een twintigtal toeschouwers naar het tafereel. Wie heeft dit bedacht; dit verzin je toch niet?

Na deze one-man-show druipt het publiek af en zoeken wij de taxichauffer die Diana al geselecteerd had. Het is oude man, misschien wel 80, die ze wel zo’n ritje gunt. We stappen in zijn oude Paykan en zeggen dat we naar het plein willen. Hij probeert nog een extra attractie erbij in te frommelen, maar daar trappen we niet in. We verbazen ons over zijn rijstijl. De meeste taxichauffeurs rijden hier alsof hun leven ervan afhangt, maar hij gaat niet veel harder dan 30 a 40 km/u. We zien dat de maximun snelheid hier 30 km/u is, dus gaan ervan uit dat hij zich hier aan houdt, maar naarmate we verder komen blijft hij maar in die slakkengang rijden, waarbij hij af en toe nog wel een andere chauffeur de huid vol scheldt. Het is een bijzonder ritje dat ons twee keer zoveel tijd kost als in een ‘normale’ taxi. Als hij dan eindelijk bij het plein aankomt probeert hij ons ook nog af te zetten. Diana kijkt hem boos aan en dan bindt hij in. Ach, die ouwe probeert wat extra over te houden aan het ritje met de toeristen.

Dan is het nu tijd om de attracties rondom het Naqsh-e Jahan Imam plein. Eerst naar de Kakh-e Ali Qapu. Dit zes verdiepingen tellende paleis van Sha Abbas I is gebouwd aan het eind van de 16e eeuw en diende vooral ook als monumentale toegang tot de koninklijke paleizen die in het park erachter lagen (Ali Qapu betekent de Poort van Ali). Via mooi gedecoreerde trappetjes en kleine kamertjes komen we bij het hoogtepunt van het paleis: het verhoogde terras met 18 slanke, houten kolommen. Vanaf dit terras hebben we een mooi uitzicht over het plein en vooral op de Mashed-e Shah. Er zijn grondige herstelwerkzaamheden aan het plafond gaande, dus we kunnen niet helemaal vrij bewegen. Via een smalle wenteltrap kom je dan in de Muziekhal. De muren zijn hier fantastisch bewerkt, met als doel de acoustiek te verbeteren.

Aan de overkant van Ali Qapu ligt de Masjed-e Sheikh Lotfollah. Het is er nogal druk rondom de entree, dus we wachten op een afstandje totdat het wat rustiger wordt. Het blauw van het mozaiekwerk lijkt hier wat dieper van kleur dan bij de andere moskeeën en er zijn meer verschillen. Er is nl. ook geen minaret en geen binnenplaats bij deze moskee en men denkt dat deze moskee nooit bedoeld is voor publiek gebruik. De moskee is gebouwd tussen 1602 en 1619 en is door Shah Abbas I opgedragen aan zijn schoonvader. We kopen de tickets en lopen via een donkere gang naar het binnenste van het heiligdom. Daar aangekomen valt onze mond open van de schoonheid van het mozaiek, het buitengewoon mooie plafond en de mooie manier waarop het licht hier binnen komt door de ramen die vlak onder de koepel zijn geplaatst. Je raakt hier niet uitgekeken; het ene mozaiek is nog mooiere dan de andere en de kleuren zijn buitengewoon. Dit is verruit de mooiste moskee die we in Iran gezien hebben. Omdat ook onze tijd beperkt is, gaan we met enige tegenzin toch maar naar de laatste bestemming van vandaag, de Masjed-e Shah.

Als je de toegangspoort van de Masjed-e Shah door bent is weer lastig om de mond dicht te houden. De enorme omvang van deze koninklijke moskee. Elk onderdeel van de moskee is een plaatje, maar het grote geheel is onovertroffen. De bouw van deze moskee is gestart in 1611, maar pas in 1629, het laatste jaar dat Shah Abbas i aan de macht was, is de koepel voltooid. Het is eigenlijk niet te beschrijven en dat ga ik ook niet proberen. Dit moet je komen zien. Misschien is het mozaiek minder subtiel dan het mozaiek van de Masjed-e Lotfollah, maar de enorme hoeveelheid is overweldigend. We blijven wat heen-en-weer lopen tot we nog met z’n tweeen zijn op het binnenterrein, dan is het ook voor ons tijd om dit moois achter ons te laten. Na het zien van alle grandeur de afgelopen twee dagen kunnen we het alleen maar eens zijn met het 16e eeuws gedicht dat heet ‘Esfahan nesf-e jahan’, wat wordt vertaald met ‘Esfahan is de halve wereld’.

‘s-Avonds gaan we weer eten bij Cafe Narvan, waar we de eerste dag in Esfahan ook al hebben gezeten. Ze hebben er maar drie gerechten op de kaart staan, maar het eten is zo lekker dat we dit niet konden laten schieten. Er zit een grote groep Iranische jongeren in het restaurantje. Het blijkt een verjaardagsfeestje van een van de mannen te zijn. Terwijl wij een heerlijke bak maaltijdsoep wegslobberen, verdelen zij een mooie verjaardagstaart. Zoals je kan verwachten van Iraniers, is er natuurlijk ook een punt voor ons afgesneden. Hebben we gelijk ons toetje gehad! We nemen een bak koffie en gaan dan terug naar het hotel om de tassen te pakken voor het eerste deel van de terugreis.

Zondag 6 november

Vandaag maken we onze laatste busrit. Om 09:15 uur gaan we met Royal Safar terug naar de hoofdstad. We zijn op tijd vertrokken bij het hotel omdat we gewaarschuwd waren dat het druk zou zijn op dit tijdstip, maar daar hebben we weinig van gemerkt. We zijn dus veel te vroeg op het busstation. We gaan bij perron 31 op een bankje zitten, in afwachting van onze bus.

Om 09:00 uur komt er een bus van Royal Safar aan, maar dat blijkt niet onze bus te zijn. Is maar goed ook want als de buschauffeur z’n bus verlaat, gaat hij eerst de banden wassen. Lijkt ons niet het allerbelangrijkste wat er te doen is voor een lange rit. Iets later komt dan ook onze bus aanrijden. We gooien onze rugzakken onderin en gaan op stoel 4 en 5 zitten. Iets na half tien zijn we op weg.

Tja, wat moet je vertellen over zo’n trieste rit; terug naar Teheran en dan terug naar huis. Na een uurtje bussen laat de zon ons dan ook nog in de steek. We passeren Kashan, waar we die prachtige, traditionele koopmanshuizen hebben bezocht en een uurtje later passeren we Qom, de tweede religieuze stad van Iran waar we in noodvaart door het heiligdom zijn geloodst. Uit verveling plunderen we het lunchdoosje, maar de koekjes zijn oud of niet te eten. Gelukkig stoppen we rond 12:30 uur bij een wegrestaurant en doen we daar wat inkopen. De rit verloopt verder soepeltjes en rond 14:45 uur zijn we weer terug in Teheran, een regenachtig Teheran. Dan duurt het nog drie kwartier om bij het busstation te komen want het verkeer is een Teheramp! Dan nog een klein stukje met de taxi en we zijn weer terug in hotel Mashad, waar het allemaal begon.

Nadat we ons hebben geinstalleerd op onze hotelkamer, hebben we toch nog een kort avondprogramma bedacht. We gaan met de metro naar de Tabiat brug omdat deze brug juist ‘s-avonds op z’n mooist is. Deze loopbrug, die ontworpen is door een vrouwelijke architect, laat je hoog boven de 8-baans snelweg wandelen. Het verkeer onder ons staat vooral stil in de avondspits, terwijl wij ons in een futuristische omgeving bevinden. Niet alleen deze brug is de moeite waard, er zijn nog meer bijzonder bouwwerken op deze plek samengebracht. Aan het eind van de loopbrug zijn een aantal restaurantjes, maar allemaal van het type plastic bestek en dito servies, dus wij lopen terug naar het metrostation en nuttigen ons diner bij een restaurant in de buurt van het hotel.

Maandag 7 november

Diana weet vanochtend de hotelkamer nog een paar uurtjes langer te behouden. We hoeven pas om 16:30 uur uit te checken. Dat betekent dat we nog een hele dag in Teheran te besteden hebben! Omdat op onze eerste dagen in Teheran de bazaar gesloten was vanwege Asjoera, gaan we vandaag voor de herkansing. We duiken de metro in en hebben gelijk in de gaten dat een normale werkdag een hele andere drukte geeft dan een feestdag als Asjoera. De wegen zijn stampensvol met verkeer en de metro idem dito met mensen. We moeten op z’n Japans de metro ingedrukt worden. Hier gebeurt dat niet door mannetjes met witte handschoentjes, maar door degene die na jou nog net op tijd naar binnen kan.

Bij de bazaar nemen we de hoofdingang en gaan we op zoek naar de tafereeltjes zoals we die gewend zijn in andere steden. De bazaar van Teheran is een van de grootste van het land, maar we komen er al snel achter dat het zeker niet een van de mooiste is. Van de vele kilometers aan paden, kan maar een paar honderd meter tippen aan bijv. Tabriz. We lopen langs de vele kooplieden en proberen de mooiste stukjes bazaar te vinden. Ondertussen kijken we of er nog wat souvenir-waardige handel tussen ligt.

Na een uurtje hebben we het wel gezien en lopen we terug naar het metrostation. Omdat we wat afgedwaald zijn wordt dat een hele wandeling, maar hierdoor kunnen we op Amir Kabir straat wel genieten van het enorme gekkenhuis dat het verkeer hier is. We stappen uiteindelijk bij station Imam Khomeini op de metro en omdat onze schatkist wat leeg is geraakt, gaan naar het Mekka van de wisselkantoortjes: Ferdosi plein.

Nadat we weer een paar miljoen rial aan onze Iraanse geldbuidel hebben toegevoegd, drinken we een bakkie koffie bij de buurman van het wisselkantoortje. Vanachter ons tafeltje hebben we goed zicht op de mensen die langs de koffieshop lopen. Het blijft verbazeningwekkend om te zien hoe groot de verschillen zijn bij de vrouwen. De ene is zwaar opgemaakt, felrode lippenstift, hoofddoekje achter op het hoofd en de haren geblondeerd terwijl een ander het gezicht puur naturel heeft en alle haren, heel kuis onder het zwarte hoofddoekje heeft weggestopt. Zelfs bij de jonge meiden zijn beide categorieën evengoed vertegenwoordigd. Na de koffiebreak gaan we terug naar het hotel omdat we nog drie en een half miljoen in een envelop moeten stoppen voor onze reisagent.

Op de kamer raadplegen we de Lonely Planet en Tripadvisor i.v.m. het middagprogramma. We twijfelen tussen het Nationaal Museum van Iran en het Nationaal Juwelen Museum. Uit de Lonely Planet kunnen we geen winnaar halen, maar o.b.v. de reacties van andere toeristen op Tripadvisor kiezen we voor het Nationaal Juwelen Museum. Camera’s weer mee en op naar het metrostation. We nemen de rode lijn naar Imam Khomeini plein en daar vandaan lopen we naar het museum. Onderweg komen we langs een falafel tent en omdat het toch lunchtijd is, grijpen we onze kans en nemen voor de laatste keer een stokbroodje falafel. We weten niet of dit in Nederland te krijgen is, maar het smaakt als een gat in de markt. Nadat we het stokbrood van 30 cm naar binnen hebben gewerkt, lopen we weer door naar het museum.

Het Juwelen Museum is gevestigd in een bank en omdat er drie banken naast elkaar staan en wij niet goed gelezen hadden welke bank we in moesten, lopen we twee keer een verkeerde bank in voordat we bij de museumbank zijn. De beveiliging is bijna net zo scherp als op een luchthaven.

Bij het binnenkomen van de bank ga je door een detectorpoortje, maar daar laten ze je nog doorlopen met een piepje, dan moet je bij een balie alle tassen, jassen en camera’s afgeven. Vervolgens loop je weer door een detectorpoortje en wordt je gefouileerd. Dan loop je een naastgelegen gebouw in waar wederom een detectiepoort op je wacht, gevolg door iemand die je fouileert. Dan moet je drie trappen af en kom je bij de kluis van de bank, waar de halve meter dikke kluisdeur wagenwijd openstaat en kun je de museumkluis in. De collectie juwelen is nl. in bezit van de National Bank of the Islamic Republic of Iran.
Het grootste deel van de collectie stamt uit het Safavide tijdperk toen toen de sjahs Europa, India en het Ottomaanse rijk afstruinden voor buit waarmee ze hun hoofdstad Esfahan konden decoreren. Het Savafide rijk raakte echter in verval, waarna de juwelen in 1722 in India terecht kwamen. In 1736 stuurde Shah Afshar een leger om ze terug te halen, maar nadat hij in 1747 om het leven was gebracht, plunderde Ahmed Beg de schatkamer en raakte de juwelen verspreid over de wereld. De Kuh-e Nur, de grootste geslepen diamant van de wereld, kwam in handen van de koloniale Britten en is sindsdien opgeborgen in de Tower of London. We vergapen ons aan alle bling-bling en vooral de wereldbol, waar 51.366 edelstenen in zijn verwerkt, is fantastisch. De zeeën zijn gemaakt van smaragden en het land van robijnen, behalve Iran, Engeland en Frankrijk, die zijn gemaakt van diamanten.

Nu Diana weet wat ze volgend jaar voor haar verjaardag wil hebben, gaan wij terug naar het hotel. Het is inmiddels 15:30 uur en we moeten onze rugzakken gaan pakken. Het programma zit er nog niet helemaal op, want op weg naar de luchthaven willen we langs het mausoleum van Imam Khomeini. Bij het hotel proppen we alles in de rugzakken, checken we uit en laten we een taxi komen. We hebben bijna drie kwartier nodig om bij de Holy Shrine of Imam Khomeini te komen, maar dan krijg je ook wat. Wat het monument mist in detail, maakt het goed in omvang; wat een joekel van een gebouw! Het gebouw staat tussen Teheran, waar de islamitische revolutie begon en Qom, waar Khomeini zijn theologische opleiding heeft genoten. Het heiligdom wordt geflankeerd door 4 torens van 91 meter hoogte, dat symbool staat voor de leeftijd waarop hij overleed.

De tombe staat in een grote, roestvrijstalen kooi, de zarih, waar door pelgrims hun respect tonen en de nodige bankbiljetten. Mannen en vrouwen moeten hier weer door een eigen ingang naar binnen, dus Diana gaat weer links, Rob rechts en binnen komen we elkaar weer tegen. De ruimte is abnormaal groot; zo’n grote ruimte hebben we in Iran niet eerder gezien. Als pelgrim ken je direct je plek als je hier binnen komt. Diana heeft haar camera in moeten leveren bij de ingang, maar Rob heeft z’n mobiel nog in zijn zak en maakt daarmee dus snel een paar foto’s. Normaal gesproken mag je geen foto’s maken bij de tombe in een mausoleum, maar daar hebben ze hier niets over gezegd.

We blijven een paar minuten in het heiligdom en gaan dan weer op zoek naar onze taxi. We gaan op weg naar het Ibis hotel waar we onze laatste paar uur in Iran een kamer hebben gereserveerd. Als we weer op de snelweg zitten is de hemel pikdonker geworden; net zo donker als de oogopslag van Khomeini. Niet veel later zien we aan alle kanten onweersflitsen om ons heen. Het lijkt zelfs alsof ze vooral rondom onze auto worden afgevuurd. Khomeini zal toch niet boos zijn dat we een paar foto’s hebben gemaakt. Als we de afslag naar het vliegveld nemen begint het ook nog eens enorm te hozen. Hij neemt het wel erg hoog op. De taxi heeft veel last van aquaplanning en de ruitenwissers kunnen de hoeveelheid regen bijna niet verwerken. Gelukkig zien we dan de afslag naar het hotel en even later rennen we van de taxi naar het hotel, terwijl we worden bestookt met grote regendruppels. Oke, oke, nou weten we het wel. We checken in en gaan naar onze kamer. Dit hebben we overleefd en hopelijk is hij niet meer boos als we de lucht in moeten.

Dinsdag 8 november

We hebben gisteravond onze laatste Iraanse maaltijd genuttigd in het Ibis hotel en het smaakte, net als bijna de hele vakantie, verrukkelijk! Om 0:00 uur nemen we de shuttle naar Iman Khomeini Airport voor vlucht LH601 naar Nederland. Er staat een korte rij voor het inchecken en het valt op dat de medepassagiers zo veel bagage bij zich hebben. Daar steken wij maar zielig bij af met 2x 10 kg. De douaneformaliteiten stellen ook niet veel voor dus we zitten al snel aan drankje de tijd te doden.

Om 02:10 uur gaan we boarden en om 03:00 uur gaat ons vliegtuig de lucht in. De piloot vertelt ons dat hij 4 uur en 55 minuten nodig heeft om in Frankfurt te komen, We krijgen een broodje en proberen dan nog wat te slapen. Rond 06:30 uur krigen we dan ons ontbijtje voorgeschoteld en iets voor half acht staan we op Duitse bodem.

Dan is het haasten, want we hebben maar een uurtje tijd tussen de twee vluchten. Ondanks een drugcontrole van onze rugzak, komen we ruimschoots op tijd bij de gate. Met een kwartiertje vertraging gaan we aan boord van de vlucht naar Amsterdam. Helaas vertelt de piloot niet veel later dat we nog wel zo’n 40 minuutjes wachten, omdat Amsterdam problemen heeft met het vliegverkeer. Daar zitten we dan! We kijken door het raampje naar buiten, maar worden daar niet vrolijker van. Uiteindelijk weet de piloot de 40 minuten beperkt te houden tot 20 minuten en gaan we eindelijk naar Amsterdam.

Nu de vakantie er op zit nemen we jullie even helemaal mee terug naar de eerste zin van dit blog over onze vakantie in Iran. Daar staat dat wij een tweetal vragen heel veel gehoord hebben als we vertelden dat we naar Iran op vakantie zouden gaan: ‘Wat gaan jullie daar nou doen’ of ‘is het daar niet gevaarlijk’. Voor de trouwe volgers van het blog zal inmiddels duidelijk zijn dat er verschrikkelijk veel te doen is in Iran. Er zijn fantastische natuurgebieden te ontdekken, maar de culturele ontdekkingsreis is misschien nog wel boeiender. Daarbij moet je bedenken dat wij nog maar een klein deel van Iran hebben bezocht. We zouden minstens nog twee vakantie in Iran moeten doorbrengen om het hele land te kunnen bestrijken. Om de tweee vraag te beantwoorden, hebben we geprobeerd te bedenken in welk land de mensen net zo gastvrij, vriendelijk en gul zijn als in Iran maar wij hebben geen land kunnen bedenken. De Iranier geeft een soort van extra dimensie aan je vakantie. Je voelt je er gelijk op je gemak en je weet snel dat je altijd op ze terug kunt vallen; ze willen je altijd en overal mee helpen. Wij hebben regelmatig visitekaartjes van mensen gekregen, die dan zeiden dat we altijd konden bellen als er problemen zouden zijn. We hebben na deze vakantie maar van een ding spijt: dat we zo lang gewacht hebben met de reis naar Iran.

Iran 3

Dinsdag 25 oktober

Toen we de gordijnen vanochtend open deden, zagen we dat het tijd was om te vertrekken. Er stonden grote plassen op de weg en het regende nog steeds. Omdat we rechtstreekse bus naar Qom wilden nemen, moesten we weer vroeg uit de veren want deze bus zou al om 08:00 uur vertrekken. Even snel een ontbijtje naar binnen werken, uitchecken en een taxi aanhouden. Bij het busstation kopen we een kaartje en gaan we vervolgens maar even in de wachtruimte zitten. Aan de mensen om ons heen te zien, gaan we niet alleen naar Qom.

De bus vertrekt zoals gebruikelijk een half uur te laat en het is bovendien een normale bus, want op elke rij staan vier smalle stoelen. Het blijkt uiteindelijk ook geen rechtstreekse bus te zijn, maar eentje die via Teheran naar Qom rijdt. Dat is best een stukje om en als de bus dan ook nog de drukte van Teheran in moet, zal dat zeker een uur extra reistijd kosten. Het blijft lang tijd troosteloos onderweg, maar vlak voor Teheran wordt het eindelijk droog.

In Teheran gaat ongeveer de helft van de passagiers van boord en na een korte plaspauze gaan we dan door naar Qom. Qom is na Mashad de tweede heilige stad van Iran en dus ook een van de conservatiefste steden van Iran. Het is de stad van de mullahs, de islamitische geestelijken die de Koran, de Hadith en de Fiqh intensief hebben bestudeerd. De stad herbergt dan ook vele Islamitische leerscholen, waar sjiitische studenten van over de hele wereld op afkomen. Het is nog zo’n twee uur rijden van Teheran naar Qom en daar aangekomen nuttigen we eerst een degelijke Iraanse lunch. Daarna zetten we onze rugzakken op een veilg plekje in het restaurant en storten we ons in de overwegend zwart geklede mensenmassa.

Belangrijkste bezienswaardigheid in Qom is de Hazrat-e Masumeh. Dit heiligdom is ter nagedachtenis van Fatemeh, de zus van Imam Riza, opgericht en daarmee een belangrijke pelgrimsplek voor sjiïeten. Je komt er niet altijd in als toerist, maar we trekken de stoute schoenen aan en lopen naar Gate 1. Helaas worden we gelijk uit de rij gehaald en aan de kant geparkeerd. Even later komt er echter een soort chaperonne aan die ons meeneemt het heiligdom in. Diana moet natuurlijk wel eerst een chador aan, maar deze is zo lelijk dat de camera’s weigeren dit vast te leggen. We mogen binnen niet vrijuit bewegen, maar kunnen wel foto’s maken. Alleen de tombe zelf krijgen we niet te zien. Onze begeleider wijst zelfs aan waar we het beste de foto’s kunnen maken. Helaas gaat het allemaal in een erg hoog tempo en binnen 10 minuten staan we weer buiten.

Buiten het heiligdom is nog veel meer te zien, dus we maken even een rondje. We lopen eerst naar de enorme Imam Hassan moskee. Hier raakt Rob in gesprek met een Iraanse jongen die het e.e.a. vertelt over de moskee. Het is niet zo dat dit soort jongens zich opdringen als gids, maar ze willen graag hun Engels oefenen (en misschien ook wel een westerling bekeren). Wij vonden de moskee er al zo strak uitzien, maar dat is niet zo gek want deze is drie jaar geleden nog helemaal opgeknapt. Er is binnen niet veel te doen, dus nadat we alle hoekjes hebben bekeken, gaan we we weer naar buiten toe en lopen terug naar het Astane plein dat zich tussen de moskee en het heilidom bevindt.

Op het Astane plein kun je uren gaan zitten om mensen te kijken. Er lopen veel mullahs rond en vrijwel alle vrouwen hebben een zwarte chador aan. Ook zijn er in dit hart van de sjiitische islam pelgrims uit Irak, Afghanistan, Pakistan, Centraal-Azie en de Golfregio te ontdekken. In potentie een explosief gezelschap. We lopen een paar keer heen en weer en kijken onze ogen uit. Je kunt bij de vele souvenirshops rondom het plein allerlei prullaria kopen en het goud glittert je tegemoet in de etalages van de juweliers. Wij kunnen de verleiding weerstaan, maar kijken onze ogen uit.

Als we een klein trappetje oplopen aan de zijkant van het Astane plein staan we ineens op een pleintje waar allemaal grafstenen in de bestrating zijn verwerkt. Rondom het plein hangen allemaal kleine kistjes waarin een foto van een overledene hangt. Midden op het plein staan een mini-moskee waarin gelovigen bij een gouden kist lezen en bidden. Op het plein wordt er door andere gelovigen op intense wijze gebeden bij een tweetal groene kiste die er staan opgesteld. Hier zou een mullah ons goed van pas komen, want wij hebben geen idee wat al deze rituelen inhouden en dat is nu eigenlijk wel een gemis.

Tegen drieën halen we onze rugzakken op bij het restaurant en lopen ermee naar de straat. Daar vragen we een chauffeur om ons af te zetten bij de bus naar kashan. Net als wij daar uitstappen komt de bus aangereden. We hevelen onze bagage over en gaan voorin de bus zitten. Wij zijn klaar voor het laatste busritje van vandaag. Het is iets minder dan anderhalf uur naar Kashan en daar aangekomen gooien we onze spullen weer in een taxi en zetten we koers naar ons hotel voor de komende drie nachten. Als de eigenaresse ons naar de kamer brengt, kijken we onze ogen uit; wat een fantastisch plekje. Het is een tot hotel omgebouwd historisch huis inclusief de zo kenmerkende badgir. Wat vervelend dat we hier drie nachten moeten blijven.

Woensdag 26 oktober

We ontbijten bij de binnentuin van ons hotel en hebben nu even geen haast om op pad te gaan. Vandaag gaan we Kashan verkennen en dat doen we op ons gemakkie. Kashan is een woestijnstad in centraal Iran en ligt aan de rand van de Dasht-e Kavit woestijn op de oude zijderoute. Kashan staat synoniem voor antiek vanwege de oude voorwerpen die bij opgravingen zijn gevonden. Sommige vondsten waren 6000 jaar oud. Het oude centrum van deze stad heeft z’n typische woestijnarchitectuur grotendeels behouden. Je kunt hier heerlijk dolen door de nauwe steegjes waarbij je opeens voor een prachtig koopmanshuis kunt staan.

We gaan eerst naar de buurt waar de historische panden staan. Achter de hoge lemen muren liggen vele traditionele koopmanshuizen verscholen die zijn gebouwd voor de rijke kooplui uit het Qajar tijdperk. Wij gaan eerst het gerestaureerde badhuis binnen. Al deze panden zijn nu als museum ingericht en dat betekent dus ook entree betalen. We gaan eerst het dak op om van daar over de daken van deze wijk heen te kijken. Het ziet er prachtig uit met de badgirs. Deze luchttorens waren een belangrijk onderdeel van de airco uit die tijd. Ze zorgden ervoor dat koele lucht door de huizen werd gecirculeerd

Na de hamman-e Sultan Mir Ahmad gaan we naar het Boroojerdi huis. De ruimtes rondom de binnentuin zijn prachtig gedecoreerd, maar het hoogtepunt is de twee verdiepingen tellende ontvangstruimte. Schitterende motieven boven de ingang en de deuren en ramen zijn omlijst met steenhouwwerk. De ramen zijn meestal voorzien van glas-in-lood en de fresco’s zijn geschilderd door Kamal al-Molk, de belangrijkste Iraanse kunstenaar uit die tijd. We kijken onze ogen uit, maar staan opeens oog-in-oog met een groep toeristen. Zoveel hebben we er in de eerste twee weken niet eens gezien. Het is duidelijk dat we in het meer toeristische deel van Iran zijn beland.

Het is tijd voor een drankje, dus we gaan naar het traditionele theehuis Abbasi. Daar nemen we plaats op de prachtige Perziche tapijten en laten een bak thee aanrukken. We gaan lekker onderuit zitten en wachten tot onze theepot gebracht wordt. De thee gaat hier altijd vergezeld van een stokje met saffraankandij. Normaal gesproken hebben wij geen suiker in de thee, maar dit is te mooi om te laten liggen. Bij de thee worden een soort mega-pepernoten geserveerd die heerlijk smaken. Als de pot thee leeg is gaan we op weg naar het treinstation om de kaartjes voor de trein naar Yazd op vrijdag zeker te stellen

Op weg naar het treinstation komen we langs de oude stadsmuur en de daarbij gelegen ijsruimte. In dit conische gebouw met extreem dikke muren wisten ze destijds de temperatuur zo laag te houden dat ze zelfs ijs in de zomer konden bewaren. Bij het treinstation moeten we even wachten op onze tickets want het systeem ligt plat (!), maar uiteindelijk gaan we met twee treinkaartjes voor de 08:20 uur trein op vrijdag weer terug naar downtown Kashan. Als we een paar honderd meter ver zijn, stopt er opeens een minibus naast ons. De chauffeur vraagt waar we heen moeten en gebaart ons in te stappen. We rijden met hem mee en hij kletst honderd uit. Bij het volgende plein zegt hij dat hij links af moet en ons dus niet verder kan brengen. Hij wil absoluut niets hebben voor deze rit. Hij wilde waarschijnlijk gewoon een praatje maken met toeristen

We lopen het laatste stukje via allerlei achteraf-steegjes hopend dat we weer iets bijzonders tegenkomen. Op deze plekken zie je geen andere toeristen; die volgen allemaal de hoofdroute. We ontmoeten allerlei vriendelijke mensen die het al fantastisch vinden als we twee woorden tegen ze praten. We komen langs verschillende waterreservoirs die niet meer in gebruik zijn, maar wel herinneren aan hoe het vroeger was. Veel van de huizen in Kashan hebben op de deur twee deurkloppers. Eentje is rond en dik, de ander lang en dun. Vrouwen gebruiken de eerste, mannen de andere. Omdat beide deurkloppers een verschillend geluid maken, wist men wie er naar de deur moest. Mannen doen de deur open voor mannen en vrouwen doen dat alleen bij vrouwen.

Wanneer we op een lemen muur een bordje met ‘Manoucherie House’ zien, besluiten we dat te volgen. Dit is nl. ook zo’n traditioneel koopmanshuis en het lijkt ons wel een goede plek voor de lunch. We kiezen voor een Iraanse stoofpot en die smaakt voortreffelijk. Het Manoucherie huis is weer net zo’n mooi huis als de andere die we gezien hebben, maar je merkt ook dat hier vaker toeristen verblijven. De rekening wordt aangedikt met tax en service charge, net als bij de grote hotels.

Als we weer terug zijn bij het hotel nemen we even tijd voor een bakkie thee en lezen we wat. Rond 15:30 uur besluiten we dan toch nog even naar de Aghabozorg moskee te gaan om er een paar foto’s te maken. Vanochtend zijn we er wel langs gekomen, maar hadden daar toen veel last van de nog laag staande zon. Het is een grote moskee met niet al te veel franje. De aanwezigheid van een koranschool is misschien wel het meest bijzondere aan deze moskee. Op dit tijdstip is het complex verlaten. We lopen een rondje, maken een paar foto’s en gaan dan weer terug naar het hotel. We willen ook nog even naar de bazaar, maar daar is op dit tijdstip nog niet zoveel te doen. We gaan dus maar even in de binnentuin bij het hotel zitten en genieten er van de rust

Om 17:30 uur komen we dan toch weer in de benen en gaan op weg naar de bazaar. De bazaar van Kashan is een doolhof van steegjes, groot genoeg om steeds weer te verrassen, maar te klein om te verdwalen. Het grootste deel van de bazaar dateert uit de 19e eeuw, maar er wordt al ruim 800 jaar handel gedreven. In de bazaar zijn een paar moskeeën, een madraseh, een hammam en een paar timches. De mooiste timche is de Khan Amin al-Dowleh timche, die onlangs nog gerestaureerd is. Vooral het prachtig gedecoreerde plafond is de moeite van de speurtocht waard geweest. We lopen weer terug langs de vele winkeltjes en maken hier en daar een praatje. Hoewel hier veel meer toeristen zijn, blijft het bijzonder voor de Iraniers om je aan te spreken.

Na het bezoek aan de bazaar lopen we nog even door naar de Aghabozorg moskee. Volgens de boeken zou deze moskee ook s’-avonds de moeite waard zijn vanwege de mooie verlichting. Opnieuw is het hier erg rustig en na een paar foto’s te hebben gemaakt gaan we snel weer terug naar het hotel om een paspoort te halen.

We willen nl. toch een Iraanse simkaart kopen omdat we hier geen mogelijkheid hebben om te bellen vanuit het hotel en het bellen met zo’n simkaart is spotgoedkoop. Nadat er een kopie is gemaakt van het paspoort en een paar vingerafdrukken zijn genomen (!) krijgen we de simkaart mee. Het gaat een uurtje duren voordat deze geactiveerd is, dus we gaan nu eerst bij het hotel een speciaal bereid Iraans diner nuttigen. Het eten is met zorg bereid en stijlvol geserveerd. Bovendien smaakt het voortreffelijk, afgezien van de rijstepudding met rozensmaak. Na het voortreffelijk diner proberen we de nieuwe simkaart uit en die werkt prima en goedkoop. Dat hadden we eigenlijk eerder moeten doen.

Donderdag 27 oktober

De taxichauffeur die ons eergisteren bij het hotel had afgezet, had ons z’n telefoonnummer gegeven en we moesten hem vooral bellen als we naar Abyaneh zouden gaan. Vandaag stond dat bezoek aan Abyaneh op de agenda, dus na het ontbijt hebben we hem maar gebeld voor deze rit. Als de taxi aan komt rijden denken we eerst dat er iets ernstigs met hem is gebeurd, want hij lijkt wel 20 jaar ouder geworden. Het bleek echter een andere, veel oudere chauffeur te zijn. De ander had al een klus vandaag. Deze chauffeur neemt z’n baan in ieder geval erg serieus, want hij gaat eerst naar een garage om z’n banden op spanning te laten brengen.

Het is 85 kilometer naar Abyaneh en de omgeving is het eerste half uur niet erg aantrekkelijk. Pas als de bergen in zicht komen is het wat makkelijker om de ogen open te houden. De ouwe scheurt er aardig overheen en na een uur staan we bij de tolpoort van Abyaneh. Aan dit soort dingen merk je dat ze hier al aardig bedreven raken in geld uit de zakken kloppen van toeristen. De bergachtige omgeving is ruig en grote delen zijn donkerrood gekleurd. In het centrum van Abyaneh stappen we uit de taxi en gaan we op ontdekkingsreis.

Abyaneh ligt net als Masuleh tegen een berg aangeplakt, maar hier zijn er wel straatjes om in te wandelen en hoeven we niet via de daken. We klimmen via deze smalle straatjes tussen de donkerrode huisjes door naar het hogergelegen deel van het dorp en komen tijdens onze wandeling regelmatig lokale bewoners tegen. M.n. de vrouwen zijn hier heel anders gekleed dan we tot nu toe gezien hebben. Ze dragen hier geen zwarte chador, maar een wat groot uitgevallen hoofddoek in wit met bloementjesmotief. Het is hier erg lastig fotograferen. Vanwege de smalle straatjes heb je veel last van donkere schaduwen. Als je tussen de huizen loopt krijg je geen goed overzicht van het hele dorp, dus we besluiten af te dalen en naar de overkant van de vallei te gaan.

We komen langs grote tuinen die zijn omheind met hoge lemen muren en het bergwater stroomt langs de paden naar beneden. We klimmen aan de andere kant weer omhoog en worden beloond met een prachtig uiticht op Abyaneh. Nu zie je pas goed hoe het donkerrode dorp tegen de achterliggende berg ligt. We blijven hier even staan en genieten van het uitzicht. Te veel tijd willen we daar ook weer niet voor nemen, want er is nog wel meer te doen vandaag.We lopen via hetzelfde pad weer terug naar de hoofdstraat, kopen bij een bakker nog een vers gebakken brood en gaan dan op zoek naar onze taxi. Onderweg komen we een aantal groepjes toeristen tegen en als we weer bij onze taxi zijn, zien we grote bussen het stadje binnenrijden. We zijn blij dat we de grootste drukte voor zijn gebleven

De ouwe geeft weer gas en we vliegen richting Kashan. Onderweg besluiten we dat we nog even langs de Holy Shrine of Hazrat Hohammad Helal in Aran & Bidgol willen gaan. Dit plaatsje ligt op 15 km van Kashan, dus het is maar een kleine omweg. We sturen de gele bolide een aantal kilometers voor Kashan rechtsaf en als we Aran & Bidgol binnenrijden zie we al snel het enorme grote en protserige heiligdom. Het complex bestaat uit uit een mausoleum, een moskee, tombes, en binnenplaatsen. Het meest opvallende is de radijs-vormige koepel, die al van verre te zien is, en de tien minaretten. De twee minaretten bij de zuidingang steken nog boven het radijsje uit.

We gaan het terrein op en dat betekent voor Diana dat ze weer zo’n foute chador aan moet. Wie iets van het land wil zien, moet er pijn voor lijden (geldt vooral voor vrouwen). Er is een dienst aan de gang in de moskee, maar net als Rob naar binnen gaat besluiten ze er een eind aan te maken (aan de dienst). Dan maar naar het sanctum. Er staat een grote sepulcher bij de ingang waar mannen hun ritueeltje opvoeren. In het sepulcher liggen verzen uit de heilige koran, maar ook gedichten ter meerdere glorie van Mohammad Helal. Als we hier uitgesnuffeld zijn gaan we weer naar onze taxi.

Als we het heiligdom weer uitlopen komt Mashid, de taxichauffeur van de eerste dag in Kashan, er opeens aanlopen. Hij is hier ook met z’n toeristen. Het adviseert om vooral ook de ondergrondse stad te gaan bezoeken. Dat is hier maar twee kilometer vandaan. We passen ons reisschema aan en spreken met tussenkomst van Mashid een nieuwe prijs af met onze taxichauffeur. Daar gaan we weer.

De ondergrondse stad Oeei bij de plaats Nooshabad is de grootste ondergrondse stad van de wereld. Het gangenstelsel is maar liefst 4 km lang en voorzien van alle gemakken, zoals gat-in-de-grond-WC’s, slaapruimtes, kookruimtes en zelfs luchtverversing. Deze alternatieve stad heeft drie verdiepingen en de diepte varieert van 4 meter tot 21 meter. De ondergrondse stad werd door de bewoners van deze streek vooral gebruikt om zich te verstoppen voor een vijand. Wanneer de vijand de bewoners ondergronds toch achterna ging, waren de gangen dusdanig bochtig geconstrueerd dat ze de vijand makkelijk in een val konden laten lopen. Daarnaast waren er overal gaten in de gangpaden waar grote ronde stenen op lagen; als je op zo’n steen ging staan, viel je in het gat.

Nadat we de grootste molshoop van de wereld weer verlaten hebben, gaan we terug naar Kashan. Het is nog een kwartiertje rijden en dan kunnen we verder met de benenwagen. Het afrekenen met die ouwe verloopt niet helemaal soepel want hij wil meer hebben dan we met Mashid hadden afgesproken. Omdat hij geen woord Engels spreekt leken we er niet uit tekomen, totdat Rob ineens de naam Mashid in de strijd gooide. Hij leek te begrijpen dat met Mashid een andere prijs was afgesproken en accepteerde het geld. Het is overigens pas de eerste keer dat we gedoe hebben over geld

We lopen eerst even naar het hotel om onze spullen in de kamer te gooien en gaan daarna op zoek naar een lunchplek. Dat valt nog helemaal niet mee in de Iraanse steden, want het lijkt wel of ze tussen 13:00 uur en 16:00 uur alle luiken dicht gooien. Een soort Iraanse siësta! We vinden uiteindelijk nog een cafetaria dat open is en bestellen een pizza. Daar moeten we het dan maar even mee doe. We gaan terug naar het hotel en gaan op een bankje rond de binnentuin zitten. Pakken er een tijdschrift bij en komen even tot rust. Omdat we gisteren zo lekker gegeten hebben bij ons hotel hebben we afgesproken om daar vanvond weer te gaan eten.

Voor het diner lopen we nog een keertje de bazaar in en bij de moskee is er een soort van herdenkingsdienst aan de gang. Op het binnenterrein zitten allemaal families bij elkaar die elk hun eigen herdenkingsmonumentje bij zich hebben. De ene familie heeft een soort handoek met daarop tekst, de andere familie heeft een grote foto van een familielid bij zich. Iedere familie herdenkt blijkbaar een overleden familielid. We voelen ons eerst een beetje opgelaten, maar zo gauw een familielid ons ziet krijgen we een koekje aangeboden. Het valt ons nu ook op dat elke familie een doos koekjes bij zich heeft.

Nadat we de nodige koekjes naar binnen hebben gewerkt gaan we naar de moskee omdat we aan de galmende luidspreker horen dat er een dienst gaat beginnen. Mannen komen uit alle hoeken aangerend, schoppen hun schoenen voor de deur uit, pakken een soort sjoelschijf en zoeken een plekje in de moskee. Gezamenlijk gaan ze in gebed. De sjoelsteen leggen ze voor zich neer en elke keer als ze op de knieen gaan en vooroverbuigen, raken ze met hun hoofd de sjoelsteen aan. Het verbaast ons dat gedurende de hele dienst mannen blijven binnenlopen, tot vlak voor het einde van de dienst. Ook kinderen lopen in en uit en rennen tussen de rijen met mannen door. Het is allemaal wat minder strak georganiseerd dan bij een kerkdienst in Nederland.

Vrijdag 28 oktober

We konden vanochtend niet uitslapen, want de trein zou al om 08:20 uur vertrekken en we moesten rond 08:00 uur op het station zijn. Snel het ontbijtje naar binnen gewerkt, taxi laten komen en op naar het station. Daar aangekomen denken we even dat we op een Nederlands station staan, want we horen dat de trein vertraging heeft. Hij wordt pas om 09:30 uur verwacht. Hadden we ons dus niet zo hoeven haasten. We gaan voorlopig maar in de wachtruimte zitten. Tegen 09:30 uur horen we dan dat het 10:00 uur gaat worden en uiteindelijk komt de trein om 10:20 uur aanrollen en vertrekken we om 10:40 uur. Altijd fijn met de trein.

We gaan op onze stoelen zitten en krijgen een pakje chocomel, een flesje water en een paar koeken uitgedeeld. We hoopten op een mooie rit, maar dat valt tegen. De omgeving is oersaai en bestaat vooral uit wijdse zandvlaktes; geen kip te zien. We lezen dus maar een tijdschrift en eten wat van het ‘lunchpakket’. In de stoel achter ons zit een krijsbaby die z’n best doet onze reis nog verder te vergallen. Allah moet ons wel hebben vandaag. Rond 14:00 uur rijden we dan het station van Yazd binnen en dat is dan weer een meevallertje, want we hadden op een uurtje meer reistijd gerekend

Van de trein springen we in een taxi en laten we ons naar het hotel brengen. Dit hotel is in de vorm van een karavanserai gebouwd. Het is een groot vierkant gebouw waarbij alle kamers rond een open binnenplaats liggen. Wij hebben de suite op de 1e verdieping. We gooien onze bagage op de kamer, geven wat wasgoed af bij de receptie en zetten dan onze eerste stapjes in Yazd

We lopen naar het Amir Shakhmaq plein en bekijken het bijgelegen Amir Shakhmaq complex. We zijn hier niet de enige toeristen. Net als in Kashan kom je hier met grote regelmaat (groepen) toeristen tegen. Bovendien is er zelfs een terrasje op het plein. Hebben we ook nog niet meegemaakt

We besluiten om nog even naar de Jameh moskee te lopen. Het gebouw heeft een van de hoogste toegangspoorten van Iran, geflankeerd door een tweetal minaretten van 48 meter hoog. Wat ook opvalt zijn de restaurantjes en koffiebars in de omgeving van de moskee. We slaan onze slag en reserveren een tafeltje bij een restaurant met dakterras! We bewonderen de mooie poort en gaan dan via een smal straatje de oude binnenstad in. Als we twee bochten verder zijn zien we nog veel meer dakterrasjes. Zijn we nog wel in Iran? We laten dit niet aan ons voorbij gaan en klimmen via een smal trappetje een dakterras op. Daar bestellen we een smoothie en genieten van het uitzicht over de daken van Yazd.

Zaterdag 29 oktober

We hebben de hele dag om Yazd en omgeving te verkennen, dus dat zou makkelijk moeten kunnen. We gaan rond 08:30 uur de straat op en lopen eerst richting de Mashed-e Jameh. We hadden deze moskee gisteren ook al gezien, maar waren nog niet naar binnen geweest. Bovendien ligt de moskee aan de rand van de oude stad, dus het is een goed beginpunt van een verkenningstocht. Het licht is in de ochtenduren beter dan gistermiddag en we hebben geluk dat er op dit moment geen toeristenbussen worden uitgeladen. We hebben de moskee dus eigenlijk voor onszelf. Het is de eerste keer dat we een kaartje moeten kopen om een moskee in te mogen, maar die 2 euro kunnen we nog wel lijden. We lopen op onze blote voeten over de Perziche tapijten in de gebedshal en bewonderen het prachtige mozaïek. Daarna lopen we naar de zij uitgang van de moskee en lopen de oude binnenstad in.

Yazd is net als Kashan een woestijnstad en dat is te zien aan de architectuur en voorzieningen. Overal hoge, dikke muren om de zon buiten te houden en de badgirs zijn hier talrijker en een slag groter dan in Kashan. We proberen een wandelroute uit de Lonely Planet te volgen, maar al snel zijn we ‘verdwaald’. Het maakt ook niet zoveel uit, want overal zijn prachtige doorkijkjes en smalle straatjes, waterreservoirs met badgirs er omheen om de lucht te koelen en prachtige lemen huizen. We lopen wat van links naar rechts, van noord naar zuid en omgekeerd, tot we ergens een theehuisje met een dakterras ontdekken. Nu is het tijd voor een bakkie koffie.

Vanaf het dakterras hebben we een mooi uitzicht over de daken van Yazd. Bovendien kunnen we in de schaduw zitten en dat is best lekker als de temperatuur al vroeg rond de dertig graden is. Je zou hier wel de hele ochtend kunnen blijven zitten, maar na 1 bakkie koffie gaan we toch maar weer op pad. We gaan op zoek naar het Orient hotel omdat je daar dagtochten in de omgeving van Yazd kunt boeken. We vinden dit hotel tegenover het restaurant waar we gisteravond gegeten hebben en spreken met de dame achter de receptie over de mogelijkheden. We kiezen een tocht uit en ze zegt ons dat we morgen om 08:00 uur bij hotel Orient moeten zijn. Via het andere deel van de oude binnenstad kronkelen we richting het Amir Shakhmaq plein en nemen daar wat te drinken en bepalen de strategie voor het middagprogramma.

Na de versnapering gaan we op weg naar de Bagh-e Dolat Abad. Het is weer een stevige wandeling die een uurtje in beslag neemt. We proberen zoveel mogelijk in de schaduw te blijven lopen, want zo midden op de dag is het bijna onverstandig om inspanning te leveren. De locals doen dat ook niet; tussen 12:00 uur en 16:00 uur zitten de meeste winkeltjes dicht en zie je maar weinig mensen op straat. We komen schoolmeisjes tegen, die in roze schooluniform een excursie hebben naar Bogheb-ye Sayyed Roknaddin. Dit is het mausoleum van de lokale notabele Sayyed Roknaddin Mohammed Qazi. De deur van dit mausoleum blijft voor toeristen meestal gesloten, maar de meisjes uit Yazd moeten natuurlijk wel weten wie hij was.

Als we eindelijk de ingang van het Bagh-e Dolat Abad complex gevonden hebben, kopen we snel een kaartje en zoeken verkoeling onder de grote cipressen. Het paviljoen dat hier in een Unesco-tuin staat, was ooit de residentie van de Perzische regent Karim Khan Zand en stamt uit 1750. Het interieur ziet er prachtig uit en de kleuren van het glas-in-lood is fantastisch, maar de grote trekpleister is de 33 meter hoge badgir; de hoogste windtoren ter wereld. We moeten er wel even bij vertellen dat het origineel in 1960 is ingestort en dat deze daarna herbouwd is. We gaan in de schaduw van wat bomen zitten en gebruiken daar. De lunch die vandaag bestaat uit twee bolletjes ijs. Heerlijk met dit weer!

Na de lunchbreak lopen we richting de weg waar we een taxi nemen naar onze volgende bestemming: de Ateshkadeh of in beter Perzisch: ‘de vuurtempel’. De taxichauffeur waarschuwde ons al dat het pas om 16:00 uur open zou gaan en toen we er aankwamen bleek hij gelijk te hebben. Dat gaf ons mooi de tijd om in een nabij gelegen snackbar ons vochttekort wat aan te vullen. Daar besluiten we het programma wat om te gooien. We gaan eerst naar de Dakhmeh-ye Zartoshtiyun en daarna terug naar de vuurtempel. We plukken weer een taxi van de straat, spreken een goed prijs af en gaan op weg.

De ticketverkoop bij de Dakhmeh-ye Zartoshtiyun start ook pas om 16:00 uur, maar hier kunnen we wel naar binnen glippen. De twee Zoroastriaanse ‘Stiltetorens’ zijn op een kale heuveltop gelegen en worden al niet meer gebruikt sinds 1960. Binnen deze grote ronde stenen muren werden de overleden Zoroastriaanse mannen, vrouwen en kinderen op de daarvoor aangewezen plek gelegd en de natuur deed de rest. Een centrale kuil met daarin zand, houtskool en fosfor fungeerde als een putje. Rondom de stiltetorens staan nog wat in verval geraakte gebouwtjes waar de nabestaanden de overleden persoon konden wassen en waar ook een ruimte was om te rouwen. We klimmen naar de verst gelegen stiltetoren en maken een rondje binnen de muur. Het afvoerputje is nog duidelijk herkenbaar. Vanaf deze stiltetoren heb je een mooi uitzicht op de andere stiltetoren en de erachter liggen de stad. Als rond 16:00 uur de eerste bussen aan komen rijden is dat voor ons het teken om het bijzondere terrein te verlaten.

Onze taxichauffeur staat nog te wachten en hij rijdt ons nu alsnog naar de vuurtempel. De poort is inmiddels open en de eerste buslading toeristen is binnen. We kopen snel een kaartje zodat we de tempel nog net kunnen fotograferen voordat de gids zijn groep toeristen loslaat. De vuurtempel is een eenvoudig rechthoekig gebouw waar Zoroastrianen van over de wereld op afkomen. Zoals veel Zoroastriaanse tempels, is ook dit gebouw versierd met het gevleugelde beeld van een Fravashi. Het hoofd staat voor wijsheid, de rechterhand voor het aanbidden van god, de ring in de linkerhand symboliseert eenheid en de drie lagen veren symboliseren de puurheid van gedachte, woord en daad. Men zegt dat de vlam die je in het gebouw achter een raam kunt zien branden, al vanaf het jaar 470 brandt.

Het Zoroastrianisme, ook wel bekend als Mazdaisme naar de naam van hun oppergod Ahura Mazda (!), gelooft in de puurheid van de elementen. Dat is ook de reden dat ze hun overledenen niet begraven (vervuiling van de aarde) of cremeren (vervuiling van de lucht). De vlam in het gebouw brandt achter een glasplaat omdat deze anders verontreinigd zou worden de de adem van de bezoekers. Er zijn nog zo’n 150.000 Zorosastrianen in de wereld, waarvan er 20.000 in Iran wonen.

Na een kort bezoekje aan deze heilige plaats gaan we met de benenwagen terug naar de oude stad. We kopen daar de bustickets voor de rit naar Shiraz, klimmen dan op een dakterras met uitzicht op de Mashed-e Jameh en bestellen een drankje. De zon is inmiddels onder gegaan en de hemel kleurt donkerblauw. De verlichting op de moskee gaat aan en dat geeft een prachtig plaatje met harde kleuren. We blijven tot 18:30 uur op het dakterras zitten en genieten van de steeds donker wordende achtergrond.

Dan gaan we naar een naastgelegen restaurant en bestellen een typisch Iraanse stoofschotel met aubergines, ui, knoflook en walnoten. Het smaakt heerlijk! Als we uiteindelijk iets na 19:30 uur weer bij ons hotel zijn, constateren we dat we de dag toch aardig hebben weten te vullen.

Zondag 30 oktober

Vandaag staat een tourtje in de omgeving van Yazd op het programma. We moeten ons om 08:00 uur melden bij het Orient hotel, dus dat is weer opschieten. Als we bij hotel Orient aankomen, blijkt onze medereiziger te hebben geannuleerd. Dat is balen want dan betalen we de prijs van de tour helemaal alleen. Diana gaat hierover in discussie met de man bij de receptie. Ze zouden nl. bellen of mailen als die ander zou annuleren en dat hebben ze niet gedaan. Uiteindelijk krijgen wij de tour voor de prijs die we zouden betalen als we met z’n drieen zouden zijn, dus dat viel weer mee.

We lopen met onze chauffeur mee en kruipen in zijn Peugeot 206 sedan. We rijden Yazd uit en gaan op weg naar Kharanaq dat op zo’n 75 km afstand ligt. Het zonnetje schijnt volop dus het zal een hete dag worden. We rijden over een lange rechte weg waar geen eind aan lijkt te komen. Aan beide zijden van de weg is er niets anders dan grote, lege, droge vlakten. Volgens onze chauffeur is dat het hier hele jaar het geval; het is dus eigenlijk een woestijn, maar dan niet met van die fraaie zandduinen. Naarmate we dichter bij Kharanaq komen wordt de omgeving mooier. In de verte zien we vaag de contouren van bergen en hoe verder we komen, hoe indrukwekkender ze worden. Om 09:15 uur rijden we dan de afrit naar Kharanaq op

Het lemen Safavid dorp waarvan men denkt dat het ongeveer 1000 jaar oud is, is zo goed als verlaten en grote delen van de huizen staan op instorten. De moskee, de minaret en de karavanserai zijn gerestaureerd. We lopen door het verlaten dorp en onze chauffeur annex gids geeft her en der een toelichting. Er zijn mooie doorkijkjes te vinden en de uitzichten op de omliggende bergen en vallei zijn prachtig. We dwalen wat door de smalle straatjes en als we op het hoogste punt vlak bij de minaret staan, zien we dat we vandaag niet de enigen zijn. Groepen toeristen storten zich op het dorpje en kleuren elk vrij uitzicht. Gelukkig waren wij hier mooi op tijd, maar dit lijkt dan het juiste moment om te gaan

Onze volgende bestemming is Chak Chak, een afgelegen bedevaartsoord voor de Zoroastrianen. Deze Ateshkadeh wordt zelfs gezien als hun belangrijkste bedevaartsoord. Er wordt gezegd dat na de Arabische invasie, de dochter van de laatste Sassanidische sjah, prinses Nikbanuh hierheen gevlucht is. Omdat er geen water was, gooide ze haar staf tegen de rotswand waarna het water begon te druppelen (chak chak betekent drup drup). Een bedevaartsoord was geboren. Elk jaar in juni komen duizenden pelgrims hierheen voor een festival. We klimmen de steile trappen omhoog en in deze hitte is dat een hele opgave. Het zijn geen bijzondere gebouwen die hier staan, afgezien van de Pir-e Sabz vuurtempel met de koperen deuren. Helaas is er net een besloten dienst aan de gang, dus we kunnen slechts even om het hoekje kijken. De lokatie van dit bedevaartsoord, gelegen tegen een stijle bergwand is wel prachtig

Onze laatste bestemming vandaag is Meybod. Hier bezoeken we als eerste het Narin fort dat midden in de stad ligt. Dit kasteel dateert van de Sassanidische tijd en zou wel eens het oudste lemen gebouw in Iran kunnen zijn. Dit kasteel beschermde hier ooit de zijderoute en de ernaast gelegen stad. We lopen helemaal alleen door het kasteel en merken dat het vooral in het kasteel achter de dikke muren nog uit te houden is. Het moet inmiddels boven de dertig graden zijn. Vanaf het hoogste plateau hebben we een mooi uitzicht over de stad en zien we in de verte het ijshuis liggen dat we later nog gaan bezoeken. Nadat we nog wat donkere gangetjes doorgelopen zijn, gaan we terug naar de auto

De volgende stop is het ijshuis en de tegenovergelegen karavanserai. We gaan eerst bij dit laatste complex naar binnen, maar dat is een beetje een tegenvaller. Het is er allemaal veel te mooi en te netjes. Bovendien zijn er souvenirwinkeltjes ondergebracht. Dit bouwsel houden we snel voor gezien. Het ijshuis is wel bijzonder. Voor het ijshuis staan twee grote, 20 cm diepe vierkante bakken (20m x 2m) waar ze ‘s-winters water in lieten lopen. De nachten zijn hier zo koud dat het water dan bevroor. Het ijs hakten ze dan uit die bakken en verplaatsten ze naar het enorme conische ijshuis. Daar bleef het ijs dan opgeslagen zodat ze het in de zomer konden gebruiken. De conische vorm van het ijshuis voorkwam dat de lucht ging circuleren wat het smeltproces zou versnellen. Knap bedacht allemaal

Na het ijshuis rijden we naar onze laatste stop: een duiventil. Geen standaard duiventil waar een tiental duiven in kunnen, maar een duivenflat waar plek was voor 3000 duiven. De duiven hadden meerdere functies. Ten eerste produceerden ze zo’n 3000 kilo duivenpoep per jaar, wat gebruikt werd om de akkers te bemesten, dan deden ze dienst als duivenbout bij een avondmaal en geloofden de mensen dat kinderen die wat achter liepen met praten, door het eten van duiveneieren snel zouden gaan praten. Hoe dan ook, het (gerestaureerde) onderkomen van de duiven ziet er fantastisch uit. Nadat we een rondje hebben gemaakt door het duivenhotel, stappen we weer in de auto en gaan we richting Yazd

In de auto zien we dat de buitentemperatuur inmiddels is opgelopen tot 35 graden en dat is een temperatuur waar het best moeilijk mee hebben. Onze chauffeur heeft dat goed in de gaten, want net buiten Meybod zet hij zijn auto stil bij een benzinepomp en koopt drie ijsjes. Dat gaat er wel in! Het is 50 km naar Yazd en we zijn blij als hij ons bij het Amir Shakhmaq plein eruit laat. We rekenen af, wensen hem het allerbeste en gaan ergens in de schaduw een broodje eten. Even bijkomen van de inspanning! Na deze lunchstop gaan we naar het hotel en doen wat de meeste anderen doen: siësta houden

Rond 16:00 uur komen we weer tot leven en gaan we weer de straat op voor een laatste rondje Yazd. We lopen kris-kras door de oude bazaar naar de Mashed-e Jameh en slurpen op een naastgelegen dakterras een groot glas sinaasappelsap naar binnen. Ondanks dat het inmiddels bijna 16:30 uur is, zijn er nog maar weinig mensen op straat en al helemaal niet op ons dakterras. We blijven zitten tot de zon achter de moskee is verdwenen en gaan dan naar ons favoriete restaurant. Nadat we de inwendige mens een goede dienst hebben bewezen lopen we dan voor een laatste keer terug naar het Amir Shakhmaq plein. We hebben geluk, want dit keer staat er wel water in de grote vijver en doen de fontijntjes het ook, net als de onderwaterspots, die ons een lumido-achtige lichtshow geven. Wat een mooi afscheid!

Maandag 31 oktober

Als de taxi ons rond 08:30 uur op het grote station van Yazd eruit gooit, kijkt de oude Khomeini ons weer streng aan, terwijl we toch ruimschoots op tijd zijn. We gaan op zoek naar onze bus en wachten tot de chauffeur zin heeft om te gaan. We weten inmiddels dat de vertrektijden niet zo serieus genomen worden. Als er nog een leeg plekje is in de bus dan wachten ze liever een paar minuten langer zodat ze ook die stoel kunnen verkopen. Voordat een bus dan de stad uit is ben je ook weer een half uur verder; papierwinkel afhandelen op het station, langs de weg nog wat passagiers oppikken, controle bij het oprijden van de snelweg en als je pech hebt, moet de chauffeur ook nog even tanken. Dat is allemaal de charme van het reizen met openbaar vervoer.

Het wordt een lange rit, maar een medepassagier vertelt dat dezelfde bus om 15:00 uur weer richting Yazd gaat, dus daar houden we ons maar aan vast. Diana en een Iraanse vrouw zijn de enige twee hoofddoekjes aan boord. De rest van de stoelen is bezet met mannenvlees. De rit begint nog met wat mooie uitzichten, maar na 10:00 uur zien we niet veel meer dan zand, heel veel zand. Deze chauffeur tankt rond 11:00 uur en dat geeft ons de gelegenheid een squat-wc te bezoeken en wat drinken in te kopen. Na deze stop doen we wat hazenslaapjes, eten we wat zonnepitten met de ‘boys from Yazd’ en maken we de laatste nougat blokjes op (dit jaar waren ze wel weer van de partij). Het is 14:45 uur als de bus het station van Shiraz oprijdt. We duiken weer in een taxi en laten ons bij het vijf-sterren Zandyeh hotel afzetten. Kost een paar euri, maar dan heb je ook wat.

Nadat we even zijn bijgekomen in de verkoelende lucht van de airco (!), zetten we onze eerste pasjes in Shiraz. We gaan op zoek naar een wisselkantoortje, want van onze rial-schatkist is de bodem in zicht. Als je het een beetje breed laat hangen, zijn die miljoenen er ook zo doorheen. Helaas zijn de wisselkantoortjes nog gesloten, dus we nemen maar even een sapje bij een klein cafeetje. Hierna lopen we langs het fort van Karim Khan Zand naar de bazaar. We slingeren door de bazaar naar de Loft Ali Khan Zand straat omdat daar de moskee is waar we morgenvroeg als eerste heen willen. Als we in onze LP staan te kijken of we links- of rechtsaf moeten gaan, komt er een allervriendelijkste man naar Rob toegelopen. Hij vraagt waar we heen willen en staat erop dat hij ons naar de moskee zal begeleiden. Helaas loopt hij een beetje moeilijk en praat hij een beetje Gilles-de-la-Touret-achtig, dus het schiet niet op én er komt geen zinnig woord uit. Het lukt hem uiteindelijk wel om ons tot voor de moskee te brengen.

Nu we weten waar we morgenvroeg moeten zijn, gaan we op ons gemakkie weer terug richting het hotel. Onderweg stoppen we af en toe bij wat winkeltjes en we kopen bij een bakkertje wat vers gebakken koekjes. We lopen door naar het wisselkantoortje en wisselen nog een paar honderd euro voor de laatste week. De koers is in de afgelopen weken niet dramatisch veel slechter geworden, dus we hoeven onze rekenmethode niet aan te passen. We hebben hier en daar wat navraag gedaan naar de excursiemogelijkheden voor Persepolis, want dat is dé hotspot in deze omgeving. We twijfelen nog of we met een taxi zullen gaan of toch een tourtje met gids zullen boeken, maar dat hoeven we nu nog niet te beslissen. We gaan eerst weer even naar ons *****hotel om daar op ons gemakkie een leuk restaurant uit te zoeken.

Diana weet via Tripadvisor een leuk restaurantje te vinden waar Floortje ook nog is geweest toen ze in Iran was. We trekken onze chique kleren aan en gaan op pad. Het is een piepklein restaurantje waar we nog net een 2-persoons tafeltje kunnen bemachtigen. Er zit een Belgische groep, een Duits stel en een Duits gezin en ook nog een Iraanse familie. Daarmee is het restaurantje ook volledig uitverkocht. We besnuffelen de kaart, waar alleen maar Iraanse gerechten op staan en kiezen er twee uit. Er komt een hoop lawaai uit de keuken, maar veel bereidingstijd kost onze maaltijd niet want al snel staan er mooie gerechten op tafel. Het blijken trouwens Iraanse gerechten te zijn die we al eerder gehad hebben, alleen net iets anders bereid.

Het is weer smullen vanavond; we eten onze vingers erbij op. Bij het afrekenen hebben we een klein tegenvallertje, want de eigenaar accepteert een net gewisseld briefje van 500.000 rial niet omdat het er zo verrot uitziet. Wij weten niet beter dan dat bijna alle geld er hier zo uitziet. We maken er geen probleem van, dat briefje slijten we morgen wel bij een moskee.

Iran 2

Dinsdag 18 oktober

Een nachtje in een grot slapen kan heel verkwikkend werken merken wij vanochtend. We waren wel blij dat het een verwarmde grot was, want de temperatuur daalt hier ‘s-nachts enorm. Als we bij de receptie komen staat Chagrom al op ons te wachten. Hij gooit de tassen achterin de auto en als Diana de administratie heeft afgehandeld, gaan we op weg. We rijden eerst terug naar Tabriz en als we deze megastad gepaseerd zijn, rijden we verder in noordwestelijke richting naar Jolfa.

De omgeving is weer schitterend vanochtend. De weg wordt opnieuw geflankeerd door prachtig kleurende bergen; van rood tot grijs, van groen tot geel. We kijken onze ogen uit en proberen vergelijkbare landschappen te herinneren: Ladakh, Salta, Litang, maar eigenlijk moet je zulke verschillende plekken niet vergelijken. Dit is west Iran en dat is uniek. We laten Chagrom ergens langs de snelweg stoppen, om onder het genot van een bakkie thee de omgeving nog beter in ons op te kunnen nemen.

Na het bakkie thee uit de achterbak rijden we weer verder door deze toverbal-omgeving en moeten ons inhouden om niet na elke bocht weer foto’s te maken. Dan is het even tijd voor een noodzakelijke stop. Chagrom rijdt naar een tankstation om de tank vol te gooien. Dat lijkt ons wel een goed plan, want in het afgelegen gebied waar wij vandaag komen wil je niet zonder benzine komen te staan. We gluren even op de pomp om te zien wat een litertje benzine hier doet. Voor de zekerheid reken we het drie keer om, maar het is toch echt een kwartje voor een liter benzine. Als we Chagrom ernaar vragen, lijkt hij het best veel te vinden.

We rijden weer verder en het landschap blijft ons boeien. Als we Jolfa gepaseerd zijn gaat de snelweg over in een tweebaansweg en rijden we pal naast de Aras rivier. Deze rivier vormt de grens tussen Iran en de Azerbeidzjaanse enclave Nakhchivan. Er staan grote oranje borden langs de weg om te waarschuwen dat filmen en fotograferen hier verboden is. De kloof waar we nu doorheen rijden is zeker zo mooi als de omgeving waar we hiervoor doorheen reden, dus we speelden het onwetende touristje en klikten er lustig op los. Wij waren overigens niet de enigen, want Chagrom kon het ook niet laten. Na een half uurtje slingeren bereiken we dan ons doel voor vandaag: het St. Stephanos kerk.

De kerk, die een plekje op de werelderfgoedlijst heeft, ligt op korte afstand lopen van de weg. Het is er erg rustig en hoewel een bordje aangeeft dat een entreeticket 150.000 rial kost, is er niemand om dit bedrag van ons te incasseren. We struinen rond de kerk en proberen de beste positie te vinden voor een plaatje. De kerk met klokkentoren zijn mooi gedetailleerd en vormen het hoogtepunt van het complex. We komen langs de kamers van de monniken, maar ze lijken allemaal een verlofdag te hebben genomen. Bij het kleine museumpje waar wat spulletjes uit de bijna 700 jarige historie van het klooster staan uitgestald, vragen we hoe we op de hogergelegen plek achter het klooster kunnen komen. Dat lijkt ons nl. de ideale positie voor een overzichtfoto. Hij wijst ons de weg en na wat klauterwerk zien we de kerk tegen de achtergrond van kleurige bergwanden. We genieten nog even van dit uitzicht en gaan dan weer op weg naar de auto

We vervolgen onze weg langs de Aras rivier richting Podasht en hoewel het klooster een plaatje is, geven we de prijs voor ‘hoogtepunt van de dag’ aan de omgeving waar we vandaag doorheen gereden zijn. Ook dit deel langs de rivier heeft na elke bocht weer wat moois te bieden. Het is overigens duidelijk zichtbaar dat het een grensgebied is. Op Azerbeidzjaanse grond staan om de paar kilometer uitkijktorens waar militairen geposteerd zijn en af en toe zien we zelfs een kleine commandopost aan de rivier. Door Iran wordt daar minstens zo veel bewaking tegenover gezet. We rijden door tot de stuwdam in de Aras rivier en buigen dan weer wat verder van de rivier af. Het landschap verandert abrupt van onherbergzaam gebergte in vlak grasland. Chagrom geeft daar maar weer eens flink gas en hoewel hij regelmatig op de rem moet voor een Turkse vrachtwagen die op weg naar huis is, komen we rond 15:00 uur bij het Tourism Hotel in Maku.

Nadat we onze spullen op kamer hebben gegooid gaan we op zoek naar de overblijfselen van de oude citadel, het bijbehorend fort en de Abu Fazi moskee. Zoiets is altijd weer makkelijker bedacht dan gedaan en ook dit keer is dat het geval. De bezienswaardigheden liggen nl. tegen een hoger gelegen rotswand achter de stad. Het pad gaat over rotsen en via heel veel ongelijke stenen trap treden naar boven en het zweet staat al snel op het voorhoofd. Ergens halverwege komt er een Iraanse theekransje naar beneden en de dames willen natuurlijk even weten waar we vandaan komen. Als we even met ze staan te kletsen (vooral Diana, want vrouw met man is toch een beetje not-done) willen ze opeens allemaal met ons op de foto. De ene na de andere foto wordt gemaakt en stuk voor stuk komen ze naast ons staan. We blijven een leuke circus attractie

Na een half uur zijn we eindelijk boven en zien we pas dat alles hierboven onder een mega overhangende rots staat. Best handig zo’n natuurlijke overkapping. We staan bij een gebouwtje dat de Abu Fazi moskee moet zijn. Het is duidelijk geen moskee als andere moskeeën en het belangrijkste ritueel is het branden van een kaarsje op de enorme rotswand naast de moskee. Diana krijgt ook een kaarsje aangeboden. Ze steekt het kaarsje vakkundig aan en geeft het een mooie plek tegen de muur. Een klein kind checkt of ze het allemaal wel goed doet. We krijgen bij de moskee nog een bekertje thee en gaan dan iets verderop kijken bij de restanten van de citadel en het fort. Er wordt hard gewerkt aan het fort en dat is niet voor niks, want er is niet veel over van wat ooit het fort was. Ook van de citadel is het meeste verdwenen of verwoest. Misschien moeten we over een paar jaar nog eens gaan kijken als de restauratie achter de rug is.

Woensdag 19 oktober

Maku ligt op een fantastische lokatie in een kloof tussen steile bergen, maar die bergen zorgen ook voor veranderlijk weer. Vanochtend goot het toen we de gordijnen open trokken. We gaan ontbijten, tandjes poetsen, gooien de rugzakken voor de laatste keer achterin de auto en gaan op weg naar Tabriz, met een tussenstop bij de Armeense kerk, Khara Khelisa.

Als we Maku uitrijden lijkt het dat we de donkerste bewolking achter ons laten en 20 kilometer verder is er nauwelijks nog regen waarneembaar. Zou het dan toch goed komen vandaag? Nou, mooi niet dus, want op zo’n 10 kilometer voor Khara Khelisa verandert de lichte regen in natte sneeuw. We zagen dat 19 oktober een herfstachtige dag in Nederland zou worden, nou hier lijkt het wel winter. Het landschap om ons heen heeft wel wat spookachtigs. Flarden laaghangende bewolking kruipen over het geel-groene landschap en als we het hoogste punt van de rit bereiken is het zicht zelfs minder dan 50 meter geworden. Uit het niets zien we dan ineens het Armeense kerkje liggen.

Khara Khelisa is een van de meest geisoleerde en indrukwekkende plekken in Iran. Deze ‘zwarte kerk’ is gewijd aan de heilige Thaddeus, een van de twaalf apostelen en een van de aartsvaders van het Armeense christendom. Mister Thaddeus leefde in de eerste eeuw na christus en volgens de overlevering is toen ook deze kerk gesticht. Het huidige bouwsel dateert uit de tiende eeuw en is opgetrokken uit zandsteen. De buitenkant is prachtig, de binnenkant sober. Khara Khelisa is de best onderhouden middeleeuwse kerk in Iran en ook vandaag staat een deel in de steigers voor onderhoud. Het grootste deel van de kerk is na een aardbeving herbouwd aan het begin van de 14de eeuw en in 1810 is de beige-witte uitbouw toegevoegd. Dit deel is wel het rijkst versierd met beeldhouwwerk van heiligen, engelen, koningen en kruizen

Na het natte bezoek bezoek aan Khara Khelisa gaan we dan op weg naar de grootste stad in het westen van Iran en tevens hoofdstad van de provincie West Azerbeidzjan: Tabriz. Hoewel het grootste deel van de rit over een snelweg gaat, moet je hier niet gek staan te kijken als er ineens een kudde schapen of een handvol ezels langs de weg staat. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, raast iedereen aan de beesies voorbij. Omgekeerd lijken de dieren zich ook niet veel aan te trekken van het voorbij razende verkeer. Als we Tabriz in zicht krijgen begint het opnieuw licht te regenen. We rijden de miljoenenstad in en zijn benieuwd hoe Chagrom hier de weg naar het hotel gaat vinden. Het verkeer is hier helemaal doorgedraaid. De gammele Sabia’s en Paykan’s vliegen je hier van alle kanten voorbij. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat we zo weinig ongelukken zien. Chagrom redt zich overigens prima; na drie keer vragen rijdt hij ons naar het hotel waar we we onze spullen opnieuw in een 4 persoons appartement mogen neergooien.

Het is ongeveer 15:00 uur als we ons onderdompelen in het drukke straatleven van Tabriz. Het is vanaf ons hotel ongeveer 20 minuten lopen naar de bazaar en omdat daar een goede Tourist Information is, wordt dat ons doel. We moeten een aantal keren de weg oversteken en we proberen dat met dezelfde bluf te doen als de Iraniers. Het verschil is dat de Iranier niet op of om kijkt wanneer een auto nadert, terwijl wij bij elke naderende auto een nat plekje in de broek hebben.

Zonder kleerscheuren komen we bij de bazaar en gaan we op zoek naar Nasser Khan, een man die zelfs in de Lonely Planet genoemd wordt. Dankzij een enorm bord is het niet moeilijk om hem te vinden. We komen er al snel achter dat Nasser zelf ook nogal gek is met Nasser. Hij raakt niet uitgepraat over zijn kwaliteiten, maar we merken ook dat hij goed geinformeerd is en niet perse tourtjes probeert te verkopen. Nasser brengt ons aan het twijfelen over ons programma. Volgens hem zijn bepaalde bezienswaardigheden minder interessant dan ze lijken. We veranderen er nu nog niets aan. Vanavond op de bank maar eens goed nadenken over het vervolg van onze reis.

Donderdag 20 oktober

Vanaf vandaag zijn we officieel weer op onszelf aangewezen. Nadat we gisteravond afscheid hebben genomen van Chagrom moeten we zelf zorgen dat we van A naar B komen. Hij klopte ‘s-avonds nog aan de deur en vertelde dat hij de volgende ochtend naar Teheren zou reizen. Zijn vrouw hing aan de lijn en die wilde Diana spreken. Ze stelde voor om samen met hen te gaan lunchen of dineren als wij terug zouden zijn in Teheran. Helaas gaat dat in ons programma niet lukken, maar het is een mooi gebaar. We bedanken Chagrom voor al z’n goede zorgen en geven hem een ‘gouden’ handdruk.

Het standaard programma voor Tabriz is vrij overzichtelijk: de blauwe moskee, de bazaar, de citadel en de Golestan tuin. Tussendoor moeten we dan nog even geld wisselen. Eerst maar naar de blauwe moskee, of Masjed-e Kabud zoals ze hier zeggen. Het is zo’n 20 minuutjes lopen vanaf ons hotel en als we ons entree ticket gekocht hebben blijkt dat we nog helemaal alleen bij de moskee zijn. Is dat even fijn fotograferen. De moskee heeft z’n naam te danken aan de gloed van de verschillende soorten blauwe tegeltjes waarmee de moskee was bekleed

De moskee is gebouwd in 1465 en was een van de meest glorieuze bouwwerken van zijn tijd. Nadat de bouw was voltooid hebben kunstenaars er nog 25 jaar over gedaan om het hele oppervlak tebekleden met tegeltjes. Als dit werk werd teniet gedaan door een aardbeving in 1773 waarbij de moskee grotendeels instortte. Alleen de achterkant is blijven staan. Inmiddels is het gebouw weer herbouwd, maar alleen aan de achterkant is een vleug van de originele blauwe buitenkant te zien. We gaan de moskee ook nog even binnen en zien ook daar dat de restauratie nog een lange weg te gaan heeft. De binnenkant heeft al wel veel meer blauw op de muur geplakt zitten, maar het zou ons niet verbazen als de hele klus nu ook nog eens 25 jaar gaat duren, want er zijn helemaal geen werkzaamheden waar te nemen in de moskee. Net als wij naar buiten willen gaan komen er andere toeristen de moskee binnen en als we buiten staan zien we ook een grote groep Duitse toeristen die staat te trappelen om de moskee in te gaan. Waren wij even mooi op tijd! We laten de moskee aan onze oosterburen en gaan op weg naar de bazaar.

Voordat we bij de bazaar zijn, komen we langs de wisselkantoortjes. We zijn wel nieuwsgierig wat er hier betaald wordt voor de euro, dus we gaan ergens naar binnen. Na een beetje onderhandelen blijken we hier een veel betere koers te krijgen dan bij Nasser van de Tourist Information. Omdat we hem een kans willen geven deze koers te evenaren, lopen we zonder te wisselen naar zijn kantoortje.
Hij groet ons vandaag weer net zo populair als gisteren; gooit er af en toe een paar Nederlandse woordjes tussendoor en vraagt wat we komen doen. We zeggen dat we geld komen wisselen, maar niet voor de koers die hij gisteren bood. Hij kan niet geloven dat wij een betere koers kunnen krijgen en zegt dat we daar nog een flinke commissie moeten betalen. Wij zeggen dat dit niet het geval is, want daar hebben we naar gevraagd. Hij kan de koers van het wisselkantoortje niet evenaren, dus we verlaten het kantoortje terwijl hij ons een ’tot ziens’ naroept. We hebben hem maar niet verteld dat we zijn reis-adviezen ook in de wind slaan en dat we aan ons eigen programma vast houden. Hij wist waarschijnlijk niet meer dat we het daar gisteren over hebben gehad

We lopen terug naar het wisselkantoortje waar we weer vriendelijk worden onthaald. De rekenmachine wordt erbij gepakt en ons wordt nogmaals voorgerekend dat we 39.600.000 rial voor onze duizend euro krijgen. De koers is iets minder dan in Teheran, maar het is een dik pak papier in de broekzak! Hierna dolen we een tijd over de bazaar. Van de drukke kledingafdeling waar je je tussen de mensen door moet persen, naar de tapijten waar het veel rustiger is, maar waar de handelaren veel actiever aan het verkopen zijn. We lopen van de geuren van de specerijenafdeling naar de geuren van de parfumafdeling, waarna we in de juwelenstraatjes uitkomen.

Het originele deel van de bazaar bestaat uit lange gangen met prachtig gemetselde koepeldaken. De tapijthandelaren vind je vaak in de zgn. timches. Dit zijn grotere hallen maar ook met zo’n mooi gemetseld koepeldak. In de bazaar is ook een moskee, waar net een soort bijscholing werd gegeven toen wij er naar binnen keken. Ook zijn er restaurants, cafe’s en kun je er een heerlijke waterpijp roken. Wanneer de inwendige mens aangeeft dat er gegeten moet worden, verlaten we de bazaar en gaan we op zoek naar een eetgelegenheid.

Het broodje falafel was opnieuw heerlijk maar als de smaakpolitie hier langs zou komen, zouden er dubbele sloten op de deur gaan. We hebben tijdens het eten maar niet te veel naar het keukengedeelte van deze toptent gekeken. We besluiten na de lunch even terug naar het hotel te lopen om het pak geld op een veiligere plek te leggen, maar doen dat via een kleine omweg zodat we de Arg-e Tabriz kunnen meepikken. Dit grote stenen gevaarte is een overblijfsel van de 14e eeuwse citadel. Over dit bouwwerk doet het verhaal de ronde dat misdadigers voor straf van de top van deze muur werden gegooid. Een vrouw die ook op deze manier werd gestraft, zou het hebben overleefd omdat haar chador als een parachute werkte. Zal wel!

Op de hotelkamer proppen we de miljoenen in een tasje en gooien dat achter slot en grendel. Tot nu toe hebben we helemaal niet het gevoel dat ze het op ons geld of spullen gemunt hebben, maar we nemen het zekere voor het onzekere. Dan zijn er nog twee bezoekjes af te leggen: de Golestan tuin en de Anglicaanse kerk. Eerst naar de kerk, maar waar volgens de kaartjes de kerk moest zijn konden wij ‘m niet vinden. De kerk is herkenbaar aan een toren met vier steeds kleiner worden cilinders, maar waar we ook kijken geen toren en dus geen kerk. De kerk is geen must-see, dus we lopen door naar de Golestan tuin. Het is een fraai aangelegd stadspark, waar van alles te doen is. Aan de ene kant is een soort boekenmarktje en aan de andere kant proberen alle Stiefbeen’s van Tabriz hun troep te verkopen. We lopen naar de andere kant van de weg en kopen daar bij een bakkertje een paar verse muffins. Dan zoeken we een bankje bij de grote vijver en laten daar een uurtje het leven aan ons voorbij gaan.

Vrijdag 21 oktober

We wilden de bus van 10:00 uur nemen, dus heel veel haast hadden we niet. Eerst even lekker ontbijten, dan onze spullen weer in de rugzak proppen en uitchecken. We laten ons met een taxi bij het busstation afzetten en daar worden we gelijk in de nek gesprongen door ticketverkopers. ‘Teheran, Teheran, Zanjan, Qazvin’ klinkt het. ‘We willen naar Zanjan’ zeggen we. Het maakt niet zoveel uit in welke taal je dit zegt want als ze ‘Zanjan’ opvangen weten ze genoeg. Er wordt een ticket uitgeschreven en we lopen naar de bus. Het blijkt een luxe bus te zijn met grote stoelen waar je bijna plat in kunt liggen. De stoelen zijn zo breed dat er maar drie op een rij staan.

Tien uur wordt uiteindelijk kwart over tien, maar dan wordt er gas gegeven. Langs de snelweg pikken we dan nog een paar passagiers op, zodat de bus helemaal propvol zit en dan gaat het richting Zanjan. De vrouw die aan de andere kant van het gangpad naast Diana zit deelt gelijk snoepjes en mandarijnen aan ons uit. Het blijft ongelooflijk hoe vaak dat gebeurt. We kunnen bijna nergens met Iraniers in contact komen of er wordt iets uitgedeeld. De reis gaat voorspoedig, hoewel de chauffeur wat moeite heeft met de climatcontrol in z’n Scania. Eerst loopt de temperatuur op tot 26 graden en vervolgens laat hij het afkoelen tot 13 graden, volgens de display voorin de bus.

Rond 13:30 uur rijden we dan door de tolpoort bij Zanjan en dat is tevens onze eindstop. We worden aan de kant van de snelweg achtergelaten; toedeloe! Gelukkig gebeurt dat hier vaker, want de taxi’s staan al te wachten. We kruipen in een oude bak en laten ons bij het hotel afzetten. Onze vuurdoop met het busvervoer zit erop. Nadat we zijn ingecheckt gaan we eerst een happie eten. Het is vrijdag, dus ‘zondag’ voor de Iraniers en het is relatief rustig op straat. Gelukkig zijn de cafetarias wel open. We kiezen opnieuw voor de vegetarische falafel.

Na deze luxe lunch gaan we op pad in Zanjan. Op weg naar het Enghelab plein komen we langs de Rasul Ullah moskee. We besluiten er een kijkje te nemen. Mannen en vrouwen hebben een eigen ingang en een eigen gedeelte in de moskee, dus Diana gaat via de voordeur terwijl Rob de achterdeur neemt. De mannen-afdeling is eenvoudigjes, maar de vrouwenafdeling kan Diana wel bekoren. Ze moet een leen-chador om doen, maar dan ben hoor je er ook echt bij. Er wordt gebeden, maar er worden door de vrouwen ook foto’s gemaakt met mobieltjes. Kinderen rennen door de grote ruimte die grotendeels met een spiegel mozaiek is bekleed.

Na het bezoek aan de moskee lopen we via het Enghelab plein langs de Jameh moskee naar de bazaar, maar die is gesloten op vrijdag. We vervolgen via de Imam Khomeini straat naar de vrouwenmoskee, maar die blijkt niet meer in gebruik te zijn. Dan gaan we op zoek naar de Dokhtar karavanserai, maar die is op vrijdag ook al gesloten. Niet ver van de karavanserai is het treinstation en daar informeren we naar de mogelijkheid om met de trein naar Qazvin te reizen. Er blijken meerdere treinen per dag Qazvin aan te doen dus dat is geen probleem.

In de buurt van het station spreekt Diana een taxichauffeur aan omdat ze toch wil weten wat een dagritje naar Takht-e Soleiman kost. We hadden deze bestemming eigenlijk al uit ons programma geschrapt, maar het lijkt erop dat we voldoende tijd hebben voor een bezoekje aan deze ruines. Het wordt een onderhandeling met handen en voeten, ondersteund met een Engelstalige persoon aan de andere kant van de telefoonlijn, maar uiteindelijk komen we tot overeenstemming en gaan we morgenvroeg toch naar Takht-e Soleiman.

De zon begint inmiddels te dalen dus we gaan op weg naar ons hotel. We hebben boven de daken van van Zanjan een enorme koperen koepel gezien en die willen we nog wel even van dichtbij zien. Het blijkt opnieuw een moskee te zijn op een minuut of tien lopen vanaf het treinstation. We kunnen de naam van het kitscherige koperen gevaarte niet achterhalen, maar laten we het de MZN noemen (moskee zonder naam). Ook hier is het verdacht stil voor een vrijdag. Blijkbaar worden op vrijdag niet alle moskeeën evengoed bezocht. We lopen een rondje rond de MZN en gaan dan snel op weg naar onze laatste bestemming voor vandaag.

Ten noorden van het Enghelab plein is het Rakhatshor-Khaneh. Dit is een ondergrondse ruimte die in het pré-Miele tijdperk werd gebruikt om de was te doen. Het water werd via kanaaltjes aangevoerd en de vrouwen stonden hier dan te schrobben en te slaan met hun wasgoed. Om ons al toerist te laten zien hoe dat geweest moet zijn, hebben er een soort Madame Tussaud van gemaakt; de kelder staat nl. vol met wassen beelden van vrouwen in verschillende was-bewegingen. Te fout voor woorden, maar het is goed bedoeld. We lopen door de goed gerestaureerde ruimte en bezoeken aansluiten nog even het naastgelegen museumpje. We blijken de laatste gasten te zijn, want wanneer we de deur uit zijn, gaat het slot er gelijk op.

Op weg naar het hotel komen we lang een bakker zoals je ze vaak ziet in de straten van een stad. Hier worden de platte, lanwerpige broden gebakken die we in ons hotel in Teheran bij het ontbijt kregen. Daar waren ze niet te kangen, maar als je ze rechtsreeks uit de steenoven eet zijn ze heeeeerlijk. We staan even te kijken hoe de broden gebakken worden. Een brood is vaak nog maar net uit de oven of er komt weer een klant langs die er eentje koopt. Ze kosten een kwartje en dat is geen geld voor zo’n ovenvers brood. Wij besluiten er ook eentje uit de oven te kopen en eten deze op weg naar ons hotel op.

Zaterdag 22 oktober

Gisteren hadden we een deal gesloten met de hoogste baas van de Taxi-mafia in Zanjan. Voor een lullige 1,9 miljoen zou er om 08:30 uur een taxi bij ons hotel stoppen, waarna wij dan zonder iets te zeggen instappen. De chauffeur rijdt ons dan in 2 uur naar Takht-e Suleyman. Niemand hoeft hier iets vanaf te weten. Wij zorgen dus dat we op tijd hebben ontbeten en ruim voor 08:00 uur zitten we al klaar in de lobby. Een telefoontje naar de taxi-maffia-baas zorgt ervoor dat de taxi 10 minuten eerder bij het hotel is. Als de kleine, witte Saipa voorrijdt zijn wij enigszins teleurgesteld; voor 1,9 miljoen verwacht je een auto met iets meer luxe. Deze heeft alleen een ventilator. Wij stappen in en de rit naar de Troon van Solomon begint.

Het wordt eentonig, maar dat is in dit geval positief. Ook dit keer is het weer een rit door een prachtige omgeving. Het lijkt wel een beetje op onze rit van Kandovan richting Jolfa, alleen zaten we er nu meer tussenin. Het gebergte is droog en doet soms buitenaards aan. Het kleurenpallet van de omgeving is wonderschoon maar tegelijkertijd heeft het iets onhergergzaams. Leven lijkt hier bijna onmogelijk, maar toch rijden we heel af en toe door een dorpje waar het leven lijkt te hebben stil gestaan. De rit duurt ongeveer twee uur en onderweg vragen we onze chauffeur af en toe om te stoppen zodat we iets langer kunnen genieten. Iets na half elf zien we dan de ruines van Takht-e Suleyman aan de kant van de weg.

In de 3e eeuw na christus was het Zoroastrianisme het voorgeschreven geloof in Perzie. Takht-e Suleyman heette destijds Azergoshnasb en was het spiritueel centrum. De plek was daarvoor uitermate geschikt, want een belangrijk element van dit geloof was de verering van aarde, wind, water en vooral vuur en dat was hier allemaal aanwezig. Aarde en wind is niet zo bijzonder, maar het water was afkomstig uit een kratermeer dat (nu nog steeds) 90 liter per seconde opborrelt en het vulkanisch gas zorgde ervoor dat er een vuurtje kon worden gestookt.

Deze site werd destijds voornamelijk gebruikt voor koninklijke en geestelijke rituelen. De naam doet vermoeden dat de site iets met koning Solomon uit het oude testament te maken heeft, maar dat is niet het geval. Het is een verzinsel van de Perzische bewakers van de site. In de 7e eeuw was de Arabische invasie ophanden en ze wisten dat de Islamieten veel eerbied hadden voor bijbelse figuren. Ze bedachten een verhaal van een eenmalige verblijf van koning Solomon en wisten daarmee een zekere vernietiging te voorkomen.

We lopen ongeveer een uurtje tussen de ruines door. Vooral het kratermeer is bijzonder in deze droge omgeving. Van de gebouwen is over het algemeen niet veel meer over dan ruines. Ook op deze site hebben ze de komende jaren veel werk te doen, om alleen al te voorkomen dat de boel instort.

We gaan weer terug naar de parkeerplaats waar onze chauffeur met een koppie thee klaar staat, gooien er nog een koekie tegenaan en dan gaan we weer naar Zanjan. We rijden dezelfde weg terug dus we krijgen de gelegenheid alles nog eens in een ander licht te zien. Dat moet je heel letterlijk nemen, want nu de zon hoger staat en uit een iets nadere hoek komt, ziet het er soms toch heel anders uit. We rammelen weer twee uur terug in ons witte gebakkie en laten ons bij het plein afzetten waar we gisteren geluncht hebben. Dat gaan we nu ook maar weer doen.

‘s-Middags willen we nog naar Soltaniyeh, dus we proppen het broodje snel naar binnen en gaan op zoek naar een taxi. Het is nog ruim een half uur rijden en je wilt toch niet voor een dichte deur komen te staan. Na wat onderhandelen over de prijs, waarbij we elkaar niet verstaan, gaan we met de taxichauffeur mee die we het eerst hebben aangesproken. We nestelen ons op de achterbank en beginnen aan het ritje van 35 km. Elke keer als we bij een politiepost in de buurt komen moeten we even net doen alsof we onze autogordel om hebben. We kunnen de autogordel niet écht omdoen omdat deze niet compleet is. We worden gelukkig niet aangehouden en om 15:15 uur staan we bij het gebouw met de grootste stenen koepel ter wereld.

Soltaniyeh, of ‘Stad van de Sultans’, is door de Ilkhanaat Mongolen gebouwd met als doel te fungeren als hun Perzische hoofdstad. Dit heeft echter maar 82 jaar geduurd, want in 1384 is de stad grotendeels verwoest door de Turks-Mongoolse krijgsheer Timoer Lenk. Slechts drie gebouwen hebben dit overleefd, waaronder het mausoleum van sultan Oljeitu. Dit mausoleum is verreweg het mooiste van de drie gebouwen. Het is 48 meter hoog en de koepel met blauwe tegeltjes heeft een diameter van 25 meter. De binnenkant van het mausoleum is helemaal volgebouwd met steigers i.v.m. renovatiewerkzaamheden, maar ondanks deze metalen constructie is goed te zien hoe immens groot dit gebouw is. We gaan de smalle trapjes op naar de bovenste verdieping waar je een mooi uitzicht hebt over het hele complex. In alle gangen en alle nisjes vallen de fantastische details op. Elke keer als we zo’n gebouw zien vragen we ons af hoe het er destijds uit moet hebben gezien.

Als we alle hoeken van het mausoleum hebben gezien gaan we weer terug naar onze chauffeur en laten we ons terug naar Zanjan brengen. We drinken daar nog een beker vers sinaasappelsap en lopen dan door naar het hotel. Restaurants zijn er in deze stad nauwelijks te vinden en we hebben geen zin om weer in een snackbar te gaan zitten, dus eten we ‘s-avonds in het hotel. Daarna gaan we nog even de straat op voor een echte bak espresso bij ‘City Cafe’. Als we terug naar het hotel lopen komt er toch een smetje op deze vakantie. We komen langs een winkelcentrum van 6 verdiepingen en we gaan nog naar binnen ook! Alle grote merken zijn vertegenwoordigd en Diana ziet (natuurlijk) een leuk horloge van ‘Tocs!’. Komt dat goed uit; ze had nog een verjaardagskado tegoed.

Zondag 23 oktober

Zanjan kunnen we afvinken en we gaan door naar Qazvin. We gaan bepakt en bezakt de straat op, houden een taxi aan en laten ons er bij het busstation weer uitgooien. We worden weer met open armen ontvangen door mannetjes met een bonnenboekje die hun bus vol moeten krijgen. We lopen met de eerste de beste mee, gooien de rugzakken onderin de bus en gaan in de bus zitten. We zitten nog maar net of de motor wordt al gestart. Dat gaat lekker. Achteraf iets te snel gejuicht, want nog geen honderd meter van het busstation wordt de bus weer stil gezet en gaan ze opnieuw op jacht naar passagiers. Een handvol passagiers rijker en een half uurtje later gaan we dan echt op weg naar Qazvin.

De steward van dienst deelt aan iedereen een pakje drinken en een muffin uit, dus met de service aan boord lijkt het goed te zitten. De rit naar Qazvin duurt maar zo’n twee uur, ondanks dat er onderweg nog een tweetal keer wat extra passagiers worden opgepikt. Net buiten Zanjan zien we vanaf de snelweg voor de laatste keer de koepel van het mausoleum van Soltaniyeh blinken. Ook van deze afstand valt de grootte van het monument op. Als we de tolpoorten bij Qazvin gepasseerd zijn, is het weer hetzelfde liedje. Bus gaat naar de kant van de snelweg, wij worden eruit gegooid en kunnen op zoek naar een taxi om in Qazvin te komen. Die zijn daar natuurlijk op ingespeeld, dus niet veel later zijn we al bij ons hotel.

Het is iets voor twaalven, dus we hebben nog alle tijd om de hoogtepunten van Qazvin te bezoeken. Ons hotel ligt zo’n 15 minuten wandelen van het Azadi plein dat je als centrum van de stad kan zien. Dat wordt dus onze eerste bestemming, maar we regelen eerst iets voor de inwendige mens. Bij dit cafetaria worden we weer eens op de foto gezet door een Iraanse dame. We beginnen inmiddels redelijk te begrijpen hoe een pop-ster zich moet voelen. We worden nagekeken, meiden giechelen als we langs lopen, we moeten met de Iraniers op een selfie en nu kunnen we ons broodje niet eens meer rustig opeten; het is een opgave! Met de buikjes gevuld lopen we dan verder en komen langs de Nabi moskee. Hoewel we er natuurlijk al verschillende gezien hebben ziet deze er toch weer anders uit. Helaas is de dienst net afgelopen, maar op het enorme binnenplein is nog wel het e.e.a. te doen. We gaan er even op een bankje in de zon zitten en genieten van alles om ons heen.

Omdat onze tijd hier toch wel beperkt is, staan we na een tiental minuten toch maar op en vervolgen onze tocht. De volgende stop is de bazaar. Deze bazaar is onvergelijkbaar met de bazaars in andere steden. Hier geen chaos en drukte, maar prachtig gerestaureerde gangen met mooie koepeldaken en chique winkeltjes. Zo’n bazaar zou in een westerse stad niet misstaan. We lopen kris-kras door de verschillende gangen en komen dan op een gezellige binnentuin uit. Er is een soort cafeetje waar je onder een parasolletje wat kan drinken en die kans laten we niet voorbij gaan.

Ook deze stop duurt niet te lang en we gaan dan op weg naar een van de drie stadspoorten die Qazvin rijk is. Deze stop combineren we met een bezoek aan de Tourist Information want we moeten nog even uitzoeken hoe we overmorgen in Kashan komen. Het is zeker een kwartiertje lopen naar de Rah Kushk Gate en we merken dat het hier alweer wat warmer is dan in Zanjan. De stadspoort ligt er wat verlaten bij zo aan de kant van een drukke rotonde en vlak bij een wolkenkrabber in aanbouw. Blijkbaar heeft deze attractie geen monumentale plek verdiend. We stappen vervolgens even bij de Tourist Information naar binnen, maar de gezellige dames kunnen ons niet aan de gewenste informatie helpen. We moeten het maar even op het busstation gaan vragen. Waar heb je dan een Tourist Information voor, vragen wij ons af.

Omdat het busstation weer helemaal aan de andere kant van de stad ligt, laten we ons er door een taxi heen brengen. Als we uit de taxi stappen komen er gelijk weer van die mannetjes naar ons toe die buskaartjes proberen te verkopen. ‘Nu nog niet’ zeggen wij ‘mañana, mañana’. Op het enorme busstation weten we één man te vinden die een beetje Engels spreekt. We krijgen te horen dat er geen rechtsreekse bus naar Kashan gaat en dat we kunnen kiezen tussen een overstap in Teheran of Qom. Daar moeten we dan maar even over nadenken. Bovendien is er hier ook een treinstation, dus misschien is dat een optie.

Het busstation ligt vlak bij de tweede toegangspoort van Qazvin, dus we besluiten daar maar ook maar even heen te lopen; we zijn hier nu toch. De Tehran Gate ligt er veel fraaier bij en heeft zelfs een soort van parkje er omheen gekregen. Van deze poort is het niet zo ver naar de Jameh moskee, dus dat wordt ons volgende doel. Omdat we een shortcut nemen lopen we toevallig langs een klein marktje. Er zit ook een mannetje die druiven probeert te verkopen. Pitloze druiven, want daar staat Qazvin ook om bekend. Even verderop is de Jameh moskee, maar deze staat grotendeels in de steigers en dus zo goed als verlaten. We lopen even over het terrein, maar gaan al snel weer verder.

Als we de straat over steken, op weg naar de laatste bezienswaardigheid van vandaag, zien we in de verte de derde toegangspoort van Qazvin: de Ali Qapu. Dit is tevens de grootste, maar omdat deze tegenwoordig dienst doet als politieburo is fotograferen geen optie. We lopen dus maar verder, op weg naar de Amineh Khatun tombe. Dit monumentje staat wat verloren tussen de lelijke moderne straatjes. Het blijft wel een leuk gebouwdje met z’n blauwe conische dakje. Helaas kunnen we er niet heel dicht bij komen omdat het monumentje vandaag gesloten is, maar vanachter het het hek kunnen we het gebouw ook heel goed zien.

We lopen terug naar de hoofdstraat en duiken nog een keertje de nieuwerwetse bazaar in. Inmiddels is de verlichting aan gegaan en ziet het er nog sprookjesachtiger uit. We komen langs een moderne, sfeervolle koffieshop en gaan daar naar binnen voor een versnapering. Onder het genot van een drankje kijken we naar de nieuwe generatie Iraniers en zien dat zij heel veel dezelfde dingen doen die dezelfde generatie in Nederland ook doet. Twee meiden en een jongen eten gezamelijk een gebakje en maken ondertussen selfies en twee andere meiden zijn zo druk met elkaar in gesprek dat de ene niet eens in de gaten heeft dat haar hoofddoek bijna is afgegleden. Als je haar zo ziet zitten in haar moderne kleding, zijn er helemaal geen verschillen. Als de jongen van de koffieshop haar vraagt de hoofddoek weer goed te doen besef je je weer dat het hier toch net even anders is.

Van de nieuwerwetse bazaar lopen we dan richting de ouderwetse bazaar waarbij we onderweg ineens weer op het binnenterrein van de Nabi moskee staan. Als we naar de overzijde lopen wordt Rob aangesproken door een jochie dat pakjes kauwgom probeert te verkopen. Rob is in een goede bui, dus pakt z’n portemonnee, maar ziet dat het keinste geld een briefje van 50.000 rial is. Hij laat het de jongen zien en vraagt hoeveel pakjes kauwgom hij ervoor krijgt. De jongen drukt 5 pakjes in z’n handen, neemt het briefje aan en weet niet hoe snel hij weg moet komen. Wat een lol voor €1,25!

Daarna lopen we via de old school bazaar terug naar de hoofdstraat. Bij gebrek aan een écht restaurant gaan we naar binnen bij iets dat daar het meest op lijkt (omdat er een tafel en stoelen staan) en bestellen van alles wat. Nadat we deze mixed Iran naar binnen hebben gewerkt gaan we terug naar het hotel. De wekker gaat op 06:30 uur want morgen gaan we vroeg op pad.

Maandag 24 oktober

De jongens van het hotel deden hun uiterste best om ons op zo’n vroeg tijdstip te laten ontbijten. Normaal gesproken kun je hier vanaf 08:00 uur ontbijten en dat was vandaag veel te laat voor ons. We proppen alles naar binnen en als we om 07:30 uur in de lobby staan komt Sohrab, onze chauffeur voor vandaag al aanrijden.

We gaan gelijk op weg, want er staat weer veel op het programma vandaag. We rijden Qazvin uit en gaan dan gelijk al de bergen in. Als we de berg over zijn en de Alamut vallei inrijden zien we daar een prachtige wolkendeken in de vallei liggen. Dat is wel een plaatje waard, dus we laten Sohrab gelijk z’n eerste stop maken. Dit doet ons terugdenken aan Alishan in Taiwan waar we ‘s-nachts om 03:00 uur het bed uit moesten om een ‘sea of clouds’ te kunnen zien. Hier krijg je het er gratis bij.

Eén ding beseften we ons niet boven op de berg; een mooi wolkendek boven de vallei geeft nare bewolking in de vallei. Het duurt niet lang of we krijgen die harde werkelijkheid te zien. Als we afdalen op weg naar Lamiasar Castle, rijden we al snel in de wolken en is het zicht minder dan 50 meter. Het is gelukkig nog even rijden naar dit eerste kasteel van de Assassijnen (waarover later meer in de feuilleton), maar voorlopig moeten we het met een grijze lucht doen. We laten ons natuurlijk niet van de wijs brengen, dus ondanks de bewolking genieten we van de prachtige vallei. Het landschap is hier anders dan we eerder hebben gezien. De heuvels zijn geel/groen van het gras dat er groeit en er is ook veel meer kale rots te zien.

Om 09:30 uur draait Sohrab z’n auto op een stoffig parkeerplaatsje en wijst hij naar een smal paadje aan de overkant van de weg. We krijgen te horen dat we dat paadje moeten volgen en dat we dan vanzelf bij Lamiasar Castle uit zouden komen. We nemen wat proviand mee en gaan op weg. Het blijkt niet alleen een zanderig paadje te zijn, er moeten ook heel wat provisoriche trappen beklommen worden. We stoppen regelmatig om van de uitzichten te genieten (en om op adem te komen). Het kost ons ongeveer een half uurtje om het kasteel te bereiken en eerlijk gezegd is deze ruine de klim niet waard, maar de omgeving des te meer. Nadat we een paar minuten rondom het bouwsel hebben gelopen gaan we weer naar beneden. We zien inmiddels wat blauwe vlekken tussen de bewolking, dat dat geeft hoop voor de rest van de dag.

Na dit korte bezoek aan de westkant van de Alamut vallei gaan we de rest van de dag de oostkant verkennen. Rond 11:00 uur heeft de bewolking zich gewonnen gegeven en maken wij ons op voor een heerlijke dag. Ik durf het bijna niet te schrijven, maar ook hier weer genieten geblazen. Met open mond en een druppeltje kwijl uit de mondhoek verbazen we ons opnieuw over de schoonheid van het landschap. Na vele kilometers slingerwegen en een groot aantal haarspeldbochten, bereiken we uiteindelijk het Evan meer(tje). Dit meer is ontstaan uit een natuurlijke bron, maar Sohrab adviseert om het niet te drinken. We houden hier even pauze voordat we verder gaan naar de volgende attractie.

We rijden eerst weer wat kilometers omhoog en in de diepte zien we weer eens wat begroeing. We vragen Sohrab even te stoppen zodat we dat beter kunnen bekijken. Hij zegt dat dit het begin is van de Andej canyon die we gaan bezoeken. Het ziet er prachtig uit van bovenaf; overal om ons heen die ruige bergen en dan in de diepte een langerekte sliert groen. We rijden nog een stukje verder langs de canyon en slaan dan plots scherp af naar rechts. De weg gaat stijl naar beneden en we komen steeds dichter bij de bodem van de canyon. Als we beneden zijn aangekomen lijkt het alsof we in een andere wereld staan. Overal om ons heen hoge bomen, sommige al in herfstkleur. Een riviertje klatert rustgevend naar beneden.

We houden even een thee-pauze bij een kleine natuurlijke bron. Dit water kun je wel drinken volgens Sohrab. We durven de proef niet op de som te nemen en houden het bij het glas thee dat hij inschenkt. We zoeken een plekje op een rots en genieten van alles dat we om ons heen zien. Voordat we verder rijden lopen we nog 50 meter een zandpad in. Daar zijn nog twee kleine ‘grotwoningen’ te bewonderen. De plafonds van deze grotten zijn zwart geblakerd, dus er zal ooit wel eens iemand geleefd hebben of op z’n minst een keer hebben ge-bbq-d. Als Sohrab de theeglazen weer heeft gewassen gaan we verder naar onze laatste bestemming van vandaag.

We slingeren met het riviertje mee naar de hoofdweg en vandaag klimmen we naar het beroemdste kasteel in de vallei: Alamut Castle. Hoog boven de boomgaarden met kersenbomen van het dorpje Gazor Khan torent een grote kale rots uit waarop de ruine van dit kasteel zich bevindt. We rijden zover mogelijk door en spreken met Sohrab af dat we hem later weer zien bij een naastgelegen restaurantje. Dan beginnen wij opnieuw aan de stevige klim. Gelukkig ligt het grootste deel van de klim in de schaduw, maar de trappetjes met veel te hoge treden zijn een hele uitdaging.

De kastelen die wij vandaag bezoeken waren in de 12e eeuw de uitvalbasis van de Ismaili sekte. Er wordt gezegd dat de strijders van deze sekte onder invloed van een stevige portie hasj werd wijs gemaakt dat ze in het paradijs zouden belanden wanneer ze de politiek en geestelijk leiders van die tijd ontvoerden of vermoordden. Dit gaf hen de popi naam ‘Hashish-iyun’ dat weer de basis vormt voor het Engelse woord ‘assassin’ en dus tot de hedendaagse naamgeving van de kastelen: ‘Castles of the Assassins’. De volgelingen van Hasan-e Sabbah, leider van de Ismaili sekte, gebruikten het netwerk van kastelen om zich te verschuilen, volgens één verhaal. Volgens een ander verhaal Is Sabbah een vrijdenkende, pro-wetenschap leider van de islam traditie en zijn de hashish verhalen bedacht om hem in een kwaad daglicht te zetten en daarmee de Ismaili beweging te ondermijnen. Minder spannend, maar waarschijnlijk dichter bij de waarheid.

We hebben bijna een half uur nodig om via de vele onbenullige traptreden boven te komen. Daar zien we dat deze ruïne meer te bieden heeft dan die van Lamiasar castle. Bij de verschillende ruimtes staan bordjes waarop is beschreven wat de functie ervan was. Dit kasteel moet ook veel groter geweest zijn dan het andere. Een team van wetenschappers is druk bezig het hele complex in kaart te brengen en wij proberen ze daarbij zo min mogelijk voor de voeten te lopen. De omgeving is vanaf deze plek wonderschoon. Misschien dat ze hier in de toekomst een leuk hotelletje van kunnen maken. Nadat we het complex van voor tot achter besnuffeld hebben beginnen we aan de afdaling en beneden aangekomen nemen we plaats in bij het restaurant waar Sohrab op ons wacht.

Na de lunch beginnen we aan de terugweg. We rijden een iets andere route dan die waarlangs we hier gekomen zijn. We kijken bij elke bocht nog eens over onze schouder of we niets gemist hebben. Als de zon langzaam begint te zakken aan de horizon rijden wij over de laatste bergpas terug naar Qazvin, waar we rond 17:30 uur bij ons hotel worden afgezet. ‘s-Avonds gaan we bij het enige ‘normale’ restaurant van de stad eten en trakteren we onszelf na die tijd bij Negarossaltaneh in de nieuwe bazaar op een échte bak koffie; die hadden we wel verdiend!

Iran 1

Dinsdag 11 oktober 2016

‘Wat gaan jullie daar nou doen’ of ‘is het daar niet gevaarlijk’ zijn de meest gehoorde opmerkingen als we vertelden dat we naar Iran op vakantie gaan. Tja, onbekend maakt onbemind. Het is de boedoeling om beide vragen via deze blog op een positieve manier te beantwoorden, dus als je het echt wilt weten, blijf dan aan de lijn

Door problemen met de OV-kaart van Diana zou het treinritje naar Schiphol bijna spannend worden. Gelukkig was de conducteur in een goede bui, dus ze kwam er zonder boete vanaf. Van Schiphol gaan we naar Frankfurt, waar we aan boord zullen gaan van ons luchtschip naar Teheran. Op Frankfurt slenteren we wat door terminal 1 en maken we de tijd vol met een drankje en een hand vol chips. Aan boord horen we dat de vliegtijd 4 uur en 25 minuten is en dat we onderweg Oostenrijk, Hongarije, Roemenie en Turkije paseren. Zo’n vluchttijd is een ‘verre’ vakantie onwaardig (in die tijd kom je niet eens in Egypte), maar wij vinden het best. Het Lufthansa entertainment system heeft de nieuwe Star Trek Beyond in de aanbieding, dus Rob heb je niet gehoord tijdens de vlucht.

Iets voor twaalven, lokale tijd, landen we op Imam Khomeini Airport en daar gaan we als eerste op zoek naar het kantoortje waar we ons visum kunnen krijgen. Er staat op dat moment slechts een handvol toeristen dus we hadden goede hoop dat de stickertjes snel in onze paspoorten zou zitten. Vijf kwartier later moet Diana de betreffende ambtenaar op onze paspoorten wijzen, want anders waren we daar nooit met een visum weg gekomen

Achter de douane staat onze chauffeur Chagrom netjes op ons te wachten en nadat we snel nog even 100 euro hebben gewisseld voor 4 miljoen rial, gaan we op weg naar ons hotel. Rond 02:30 uur arriveren we daar. Nadat we onze paspoorten hebben afgegeven brengt de nachtportier ons naar de kamer waar we snel in bed duiken

Woensdag 12 oktober

Na een korte nachtrust gingen we voor het ontbijt naar het dakterras. Wie had dat gedacht; in Iran onder een parasolletje genieten van je ontbijt. Jammer genoeg was het brood van het type karton, maar nu weten we in ieder geval wat we kunnen verwachten deze vakantie.

Vandaag willen we zoveel mogelijk meemaken van Asjoera. Voor dit feest, ter nagedachtenis aan het overlijden van de 7e imam Hossein hebben we speciaal onze reis vervroegd. Op advies van een jongen bij de receptie van het hotel, zijn we met de metro naar station Tehran Sadeghieb gereisd, want daar zou het goed los gaan.
Bij het metrostation aangekomen, vroegen we ons af of we daar wel op de juiste plek waren, want er was daar niets te beleven. We werden echter aangesproken door een knaap die ons wel even naar het feestgedruis zou brengen. Volgens hem kon je overigens naar elk willekeurig plein in Teheran gaan voor de festiviteiten. Na een tiental minuten wandelen zagen we de eerste mensenmassa al bewegen; hier moesten we zijn.

We mengen ons onder de toeschouwers die in rijen langs de weg staan toe te kijken hoe het spektakel voorbij trekt. De meeste mensen zijn vandaag in het zwart gekleed en wij hebben onze vakantie-outfit hier zo goed mogelijk op aangepast, maar desondanks zijn wij net zo inetressant voor de toeschouwers als de echte hoofdrolspelers. De optocht lijkt nog het meest op een processie, waarbij steeds hetzelfde ritueel voorbij komt. Je kunt het ook wel een beetje vergelijken met het bloemencorso waarbij er steeds een andere wagen voorbij komt.

Voorop lopen een aantal jongens met grote vlaggen, gevolgd door zgn. alamots. Deze enorme ‘schoudervulling’ is soms wel 6 tot 7 meter breed en een stevige kerel heeft er een hele klus aan om het gevaarte op z’n hoofd en schouders in evenwicht te houden. Het gevaarte is versiert met metalen beeldjes en kleurrijke veren. De drager wordt regelmatig afgelost en je ziet dat ze behoorlijk moeten afzien. Soms heedft een gezelschap nog een tweede alamot meelopen, maar ze worden altijd gevolgd door in zwart geklede mannen die zichzelf met metalen kettingen op de rug slaan. Sinds de geestelijk leider een fatwa heeft afgekondigd tegen deze zelfkastijding, spat het bloed er niet meer vanaf, maar je krijgt een idee van hoe dat geweest moet zijn. Elk gezelschap wordt afgesloten door een auto met enorme speakers op het dak waaruit muziek schalt (soms live gezongen).

Bij het tweede plein is er buiten zelfs een gebedsdienst aan de gang. De imam van dienst had een geluidsinstallatie met enorme speakers bij zich, zodat we er niets van hoefden te missen. In grote rijen prosteneren zowel mannen als vrouwen op de rijbaan. Hoewel de dienst op straat plaats vond, werden de schoenen netjes aan de kant van de weg gezet. Hierna gaat iedereen gewoon weer verder met de andere feest activiteiten, maar de gebedsdiensten moeten altijd doorgaan.

Wanneer we vanuit de menigte staan te fotograferen en filmen komt er een man naar ons toe die ons bij de arm pakt en ons naar het begin van de stoet brengt. Hij overlegt met een aantal oudere mannen en het lijkt erop dat hij toestemming vraagt voor ons om van zo dichtbij onze plaatjes te mogen schieten. We voelen ons wat opgelaten, maar staan nu wel eerste rij. Zo zijn er vandaag meerdere mensen die het ons zo prettig mogelijk proberen te maken; ze lopen met ons mee om de weg te wijzen, we krijgen bekertjes met drinken aangeboden, crackers toegestopt en cakejes aangeboden. Het enige wat wij terug hoeven te doen is een paar woordjes Engels met ze praten en vooral laten weten wat we van de Iraanse mensen vinden. Na onze eerste dag hebben wij daarover niets te klagen.

We zien een paar keer meiden met witte pleisters op hun neus lopen en dat herinnert ons eraan dat Teheran ‘nose-job-city’ van de wereld is. Nergens worden zoveel neuscorrecties uitgevoerd als hier. Wanneer we ‘s-avonds terug zijn bij het hotel komen er zelfs twee meiden met verse neus-wonden binnen. Ze willen ons hotel als zorg-hotel gebruiken, maar helaas is er geen kamer vrij.

‘s-Middags gaan we met de metro even langs de Azadi Tower. Dit monument is in 1971 gebouwd ter herinnering aan de 2500 verjaardag van het eerste Persische rijk. Dit monument in de vorm van een omgekeerd Y is een mix van moderne architectuur uit de zestiger jaren en traditionele Iraanse invloeden. Helaas is het monument zelf gesloten dus we kunnen niet met de trap omhoog om op het 50 meter hoge monument te staan. Bovendien lijkt het om het monument heen wel een bouwput; er wordt hard gewerkt om het enigszins vervallen monument weer in ere te herstellen.

Hoewel we er ‘s-ochtends al bijna tegenaan gelopen zijn, komen we er ‘s-middag achter dat de oude Amerikaanse ambassade bijna naast ons hotel staat. Door de Iraanse overheid is het complex omgedoopt tot ‘US Den of Espionage’, vrij vertaald ‘ Amerikaans Spionagenest’. Op de muren rondom het complex staan hatelijke teksten, maar het bekendst is waarschijnlijk de graffiti van het vrijheidbeeld met doodshoofd. We lopen rondom het complex dat tegenwoordig een andere functie heeft, maar waar een keer per jaar de oude spionage apparatuur nog bezichtigd kan worden

Donderdag 13 oktober

Vandaag gingen we eerst op weg naar de bazaar. Volgens de reisgidsen begint hét hier allemaal al om 07:00 uur, dus om 08:00 uur zaten wij al weer in de metro. Het is maar een paar stationnetjes naar de bazaar, dus we zouden er mooi op tijd zijn. Toen we onder de grond vandaan kwamen vonden we het wel erg rustig op weg naar de drukste bazaar van het land. Toen we de kleine straatjes van de bazaar in keken, zagen we dat alle luiken nog gesloten waren. Dan eerst maar even naar de imam Khomeini moskee die zich min of meer in de bazaar bevindt. De moskee staat helaas in de steigers en ook hier die serene rust. Vreemd!

We hebben gelukkig nog veel meer op ons lijstje staan, dus we lopen naar het iets verderop gelegen Golestan Palace. We moeten hier zelfs even wachten, omdat dit complex nog niet eens open is. Na een paar minuten worden we binnen gelaten en gaan we langs de verschillende gebouwen van dit 18e eeuwse geboud dat door het Zand regime is neergezet. Het is allemaal erg bling-bling met veel mozaïek van tegeltjes en spiegels. Beetje te vergelijken met paleis Het Loo, maar dan anders. Na een uurtje merken we dat het druk begint te worden; groepen toeristen overspoelen het complex. Het is maar goed dat we hier zo vroeg naar binnen zijn gegaan.

Na het bezoek aan het Golestan Palace besluiten we nog even een rondje bazaar te doen; ze zullen de boel nu toch wel open gegooid hebben? Al snel weten we dat deze vraag met ‘nee’ beantwoord moet worden. Nog steeds zijn de meeste stalletjes gesloten. We besluiten toch een rondje door de straatjes van de bazaar te lopen en onderweg komen we langs een kraam waar ze brood en thee uitdelen aan de aanwezige mensen. Wij lopen er langs, maar ver komen we niet, want als we gespot worden krijgen we gelijk zo’n broodje met kaas en tomaat aangeboden en het bekertje thee komt er achteraan. We vragen aan onze weldoener waarom er niet te doen is op de bazaar en hij verteld dat dit de nasleep van Asjoera is. Hij wijst een gang in en daar zien we dat een grote groep mannen, gekleed in zwart rondom een ‘zanger’ staan, die met een snik in z’n stem liederen zingt.
We gaan in de richting van dit optreden om er wat van vast te leggen. Al snel blijkt het een echt mannen-ding te zijn, want Diana wordt door een vrouw met een plumeau uit de buurt van de mannen gehouden. Rob overkomt het tegenoverstelde. Hij wordt aan de hand meegenomen naar voren en staat dan bijna oog-in-oog met de zanger! Het is een heel emotioneel optreden waarbij de mannen die om de zanger heen staan tijdens het refrein (?) hun handen eerst ter hemel heffen en vervolgens met beide platte handen op hun hart slaan, terwijl ze uit volle borst meegalmen.

Rob trekt zich voorzichtig terug uit de zwarte-mannen club en nadat we nog een bakkie thee en wat koekjes hebben gekregen van een omstander, gaan we op zoek naar de uitgang van de bazaar. Omdat we de hele middag nog voor ons hebben besluiten we naar Darband, aan de voet van het Alborz gebergte, te gaan om van daar een wandeling in de bergen te maken. We reizen eerst met de metro naar het einde van de rode lijn en nemen dan een taxi voor de laatste paar kilometers naar Darband.
Daar aangekomen zie je het droge, bruine gebergte vlak voor je liggen. We gaan op pad en komen er snel achter dat de wandeling eigenlijk een klauterpartij is. Het gaat over rotsen, slecht gecontrueerde traptreden en glibberige modderpaadjes. Onderweg is het een feest van restaurantjes en cafeetjes die tegen de hellingen aangeplakt lijken te liggen. We laten ze allemaal aan ons voorbij gaan; dat is iets voor de terugweg. Na ongeveer een uur te hebben geklauterd, zijn we een bordje met ‘2045 meter’ gepaseerd en staan we op het punt om naar beneden te gaan, maar nadat Diana bij een vriendelijke dame heeft gevraagd of er nog ergens een mooi uitzichtpunt is, gaan we toch nog een paar minuten verder. Op een uitstekende rots rusten we uit terwijl we genieten van het uitzicht. Je kunt Teheran in de verte onder een deken van smog zien liggen.

Als we zijn hersteld van de klim gaan we terug naar beneden en ergens halverwege gaan we bij een restaurantje wat eten. De bbq is er inmiddels op temperatuur dus we laten een kip-kebab aanrukken. Het is een mooi plekje, vlak naast een bergbeekje en met zicht op een watervalletje. Het restaurantje is aangekleed met mooie Perziche tapijten waar Diana even plaats neemt. Na de lunch lopen we het laaste stukje naar beneden en in Darband klimmen we met z’n tweeën op de voorstoel van een veel te kleine taxi. Op de achterbank zitten twee Iraanse vrouwen en twee kinderen. De chauffeur brengt ons via alle mogelijk sluiproutes naar het metrostation, waar we met de rode lijn op weg gaan naar het Ferdowsi plein; the place to be als je geld wilt wisselen.

We zijn het metrostation nog niet uit of we hebben de eerste zwart-handelaar al in de nek zitten. Wij besluiten om daar geen zaken te doen en lopen naar een iets officieler wisselkantoortje. We wisselen 500 euro om voor 20 miljoen rial en hebben dan nog genoeg tijd om het beroemde juwelenmuseum te bezoek dat op loopafstand van het plein ligt

Na een half uurtje wandelen komen we tot de ontdekking dat het juwelenmuseum op donderdag gesloten is. Dat is een tegenvaller, maar het Islamic Museum ligt iets verderop en dat moet je eigenlijk ook gezien hebben als je naar Iran gaat. We moeten ons haasten want het museum sluit al om 17:00 uur. We zijn op tijd en gaan snel het gebouw naar binnen. Het museum bestaat uit twee verdiepingen waar van alles is tentoongesteld: potten en pannen, gebedsnissen, stukken muur van religieuze gebouwen, deuren van een moskee, gebedskleden en natuurlijk heel veel korans. Als we de twee verdiepingen volledig hebben afgestruind gaan we terug naar ons hotel. Dat was onze eerste kennismaking met Teheran, maar aan het eind van de vakantie komen we terug.

Vrijdag 14 oktober

Om 08:00 uur zou onze chauffeur Chagrom ons bij het hotel ophalen, dus opnieuw vroeg aan het ontbijt. Het leek vanochtend wel de ontbijtzaal bij een geriatrische inrichting; alleen de rollators ontbreken. We duwen snel een stuk karton naar binnen en iets voor achten lopen we de lobby in waar Chagrom al klaar staat. We betalen onze rekening bij de receptie en stappen in de Kia Optimel. Chagrom waarschuwt ons dat de weg van Kalaj naar Chalus wel eens afgesloten kan zijn, maar hij het gaat het wel proberen. Van zo’n bericht worden we niet vrolijk op de vroege ochtend. Deze weg is een van de mooiste wegen van Iran en die wilden we perse in in onze reis hebben. We wachten maar af. Na een half uurtje zijn we bij Kalaj en Chagrom vraagt een dienstdoende agent of we verder kunnen en gelukkig krijgen we groen licht. We slingeren al snel het droge Alborz gebergte in. Het gebergte is rood-bruin van kleur en af en toe zien we in de diepte een riviertjes stromen.

We stoppen onderweg om foto’s te maken en als we bij een stuwdam staan doet Chagrom een rondje thee in met een koekje. We genieten van het uitzicht over het stuwmeer. Chagrom spreekt geen woord Engels en we communiceren via een schriftje waarin hij allerlei standaard zinnetjes heeft opgeschreven. Is weer eens wat anders dan een gids die je de hele weg de oren van de kop kletst. Als we de versnapering naar binnen hebben gewerkt, gaan we weer op pad. Het verkeer in Iran lijkt zich wat minder van de regels aan te trekken dan in Nederland. Auto’s kunnen je aan beide kanten voorbij komen en bumperkleven wordt als een sport gezien. Boven op de verschillende bergen is het steeds behoorlijk druk. Er zijn restaurants en kraampjes waar ze van alles verkopen en de lokale bevolking zoekt aan de kant een plekje voor hun picnic kleedje. Gezellig hoor

We hebben zo’n 4 uur nodig om in Chalus te komen en daar zien we voor het eerst de Kaspische zee. Eigenlijk is het een meer, maar de aangrenzende landen vechten al tijden om de eigendomsrechten en sommige landen levert het meer op als het een zee wordt genoemd. Ze zoeken het maar uit. Wij kunnen hier weer van een heel ander stukje Iran genieten. Het meer is zo groot dat je de overkant niet ziet en het water ziet er zo lekker uit dat je een duik zou willen nemen. Dat er verder helemaal niemand aan het zwemmen is, betekent waarschijnlijk dat je dat beter niet kunt doen.De laatste twee uur van de rit komen we door een achttal kustdorpjes, die elk voorzien zijn van een hele rits venijnige verkeersdrempels. Dit geeft een extra dimensie aan het toch al spectaculaire verkeer. Om 14:30 uur zijn we dan eindelijk bij ons hotel in Lahijan. We kunnen helaas nog niet op de kamer, dus we besluiten zonder in te checken op pad te gaan.

Lahijan is bekend om z’n thee, dus dat wordt ons eerste doel. Omdat we nog niets gegeten hebben duiken we eerst een cafetaria in en bestellen een stokbroodje falafel. Na deze heerlijke lunch gaan we op weg naar de theevelden. We horen dat je de theevelden het beste vanuit een kabelbaan kunt bekijken en dat lijkt ons wel wat. Het is een stevige wandeling naar de kabelbaan en het laatste steile stuk besluiten we maar een krakkemikkige taxi in te huren. We worden afgezet bij een soort kermis terrein met botsauto’s, een gigantische schommel en een reuzenrad. We kopen een kaartje voor de kabelbaan en gaan er eens voor zitten. Al snel zien we onder ons de theevelden waar nog druk geplukt wordt. We genieten van het uitzicht en maken wat foto’s. Het ritje duurt misschien tien minuten en aan de andere kant is het al net zo’n gezellige boel. We lopen er wat rond en gaan dan weer in ons bakkie zitten voor de terugweg.

De weg terug nemen we de benenwagen en als we in Lahijan een ijssalon zien vinden we dat we wel een ijsje verdiend hebben na zo’n wandeling. Bij de ijssalon staat een stel Iraniers net hun ijsjes te bestellen en natuurlijk vinden ze het wel interessant om even met ons te babbelen en ze bestellen gelijk een ijsje voor ons. Als we vertellen dat we uit Nederland komen, blijken zij daar deze zomer nog te zijn geweest. Als onderdeel van een blitz-bezoek aan Europa zijn ze begonnen in Amsterdam. Toen ze vertelden dat de mensen zo vriendelijk waren dachten we even dat ze het over een andere stad hadden. Amsterdan was, samen met Barcelona, het hoogtepunt van hun Europa-tour.

Als we zijn uitgekletst lopen we door naar het Vahdat plein. Bij dit centrale plein zijn een paar moskeeën, een hamman en de bazaar. Als we een twintigtal minuten later bij het plein zijn, blijkt het allemaal wat minder ‘fraai’, maar des te meer authetiek te zijn. Geen opgepoetste moskeeën met glimmende koepels, maar oude bakstenen gebouwen met een enkel muurtje dat betegeld is. De daken zijn begroeid met mos en voor de moskee staan wat oude mannen met elkaar te praten. De sfeer die hier hangt komt wel overeen met wat wij ons voorgesteld hadden van een echte Iraanse stad.

Zaterdag 15 oktober

Volgens de weer-sites zouden we vandaag regen gaan krijgen en helaas hadden ze het bij het rechte eind. Deze regio staat er om bekend veel regen te mogen ontvangen en het is zelfs een belangrijke reden waarom de inwoners van Teheran graag hierheen komen. Als je kunt kiezen tussen een warme, smoggie stad of een plekje aan de Kaspische zee met af en toe een bui, dan wordt toch graag voor die bui gekozen. We nuttigen ons ontbijtje, poetsen onze tandjes en laden de tassen weer in de Optimel. Vandaag gaan we eerst naar het fort Qaleh Rudkhan. Chagrom is er nog nooit geweest, dus onderweg gaat verschillende keren het raam open om de weg te vragen. We doen er uiteindelijk ruim 2 uur over om er te komen en als we uit de auto stappen miezert het een beetje. Volgens de boeken is het zo’n 50 minuten lopen naar het fort, dus we laten de theehuisjes even voor wat het is en gaan op weg.

Al snel blijkt dat het geen wandeling is, maar een lange klim op een glibberige trap. De slimmerds hebben in de betonnen treden allemaal kiezels gelegd en dat staat dan wel leuk, het maakt de trap met dit weer wel spekglad. Aan het bos om ons heen te zien regent het hier het grootste deel van het jaar. Overal groeien varens en mos op de bomen en op elke hoek zie je wel een watervalletje. Aan water is hier geen gebrek. Als we na ongeveer 30 minuten een haakse bocht maken, zien we ineens de eerste contouren van het fort. Niet veel verder is de toegangspoort duidelijk zichtbaar en zien we dat er een muur op de bergkam is gebouwd. Een tiental minuten later zijn we boven en lopen we via de poort het terrein op

Met het zweet op de rug en de mond open kijken we bewonderend naar (het restant van) het fort. Hoe hebben ze dit enorme bouwwerk hier neer kunnen zetten? Oorspronkelijk bestond het fort uit 65 stenen uitkijktorens die verbonden waren door 1500 meter muur. Wij hadden al moeite om onze camera mee de berg op te nemen. We beklimmen een deel van de muur naar de dichtstbijzijnde toren. Van daar hebben we een uitzicht over het belangrijkste deel van het complex. We klauteren daarna voorzichtig naar beneden om dan nog even een kijkje te nemen bij de noordkant van het fort. Het complex is nog in goede staat en dat komt waarschijnlijk vooral door de afgelegen ligging. Je gaat hier niet even naar boven met je spuitbus om een beetje graffity achter te laten (nog afgezien van de straf die hier op zal staan)

Nadat we nog even hebben geposeerd op een selfie van twee jonge knapen beginnen we aan de afdaling. Het is inmiddels droog geworden, maar de kiezels geven in de afdaling nog meer problemen dan op de heenweg. We glibberen van tree naar tree en hoewel een afdaling meestal iets sneller gaat dan de klim, hebben we ook nu weer 40 minuten nodig om de afstand te overbruggen. We gaan gelijk naar de auto, want vanmiddag gaan we Masuleh nog bezoeken en dat is ook nog eens anderhalf uur rijden

Als we dichter bij Masuleh komen begint het weer een beetje te miezeren, maar dat is hier meer regel dan uitzondering. De aardekleurige huizen liggen het grootste deel van het jaar verstopt in mistflarden. Masuleh is al meer dan 1000 jaar oud en ligt zo stijl tegen een bergwand aan gebouwd dat het dak van het ene huis het voetpad voor der ander is. We laten ons helemaal bovenaan dit dorpje afzetten zodat we het van boven naar beneden kunnen doorkruisen.
Al snel komen we erachter dat je inderdaad niet anders kunt dan over de daken van de huizen te wandelen. We lopen tussen schoorsteentje en antennes door, van het ene naar het andere dak. Hier en daar zijn kleine stenen trappetjes waarmee je dan een verdieping lager kunt komen. Masuleh heeft alles wat een ‘echte’ stad ook heeft: winkeltjes, restaurants, theehuizen, een kleine bazaar en zelfs een moskee met begraafplaats. Het is duidelijk dat hier vaker toeristen komen, want ook de souvenirkraampjes ontbreken niet. We hebben in Iran nog niet eerder zoveel toeristen bij elkaar gezien als hier in Masuleh. Als het na anderhalf uur wat harder begint te regenen, dalen we helemaal af naar beneden en laten we onze chauffeur voor rijden. In een half uurtje rijdt hij ons naar ons hotel

Het hotel is een beetje in-the-middle-of-nowhere, dus we zijn voor het vermaak en eten aangewezen op dit hotel. Omdat er geen wifi op de kamer is, checken we de mail in de lobby. De receptionst vertelt ons dat het restaurant om 20:00 uur open gaat, dus we blijven maar even voetbal kijken in de lobby. We communiceren met de receptionist via een vertaalapp en hij laat ons weten dat de club in de rode shirts zijn favoriete club is. De naam van die club is Persepolis. We hebben het blijkbaar helemaal gemaakt bij de receptionist (of het is dat we de enige gasten zijn), want als we willen opstappen voor het diner, geeft hij ons twee posters mee met de hoogtepunten uit de regio: Qaleh Rudkhan en Masuleh. Wie wil zo’n poster nou niet hebben? We peinzen ons alleen suf hoe we deze poster mee naar Nederland moeten krijgen.

Zondag 16 oktober

Vandaag gaan we op weg naar de meest noordoostelijke plaats van Iran: Astara. Daar gaan we natuurlijk niet in een rechte lijn naartoe, want er is nog wel het e.e.a. te zien onderweg. De eerste stop wordt Gisoum aan de Kaspische Zee (of Meer). Chagrom vestigt vandaag een nieuw record, want hij moet na 15 minuten al voor de eerste keer de weg vragen en dat terwijl het moeilijke deel nog moet komen. Dat kan nog een grappig ritje worden. Als hij een beetje Engels zou praten, zou hij het gewoon aan ons kunnen vragen, want zo moeilijk was het tot nu toe nog niet.

We komen eerst door Fuman en daar mag hij van ons gelijk de eerste stop maken. Fuman is nl. bekend om z’n koeken met walnootvulling en die willen wij natuurlijk ook proberen. Het is duidelijk dat wij niet de eerste zijn die op zoek gaan naar deze koeken, want inmiddels struikel je over de bakkerijtjes die deze lekkernij verkopen. We checken even of ze vers zijn, nemen gelijk nog een paar andere koeken mee en stappen dan weer in onze limousine

Gisoum ligt nagenoeg aan de Kaspische Zee, dus rijden we eerst naar Gisoum Beach. Deze naam heb ik niet zelf bedacht, dit stond echt op het bordje. We parkeren de auto aan het strand en nuttigen onze Fuman-koeken met een bakkie oploskoffie. De koeken smaken heerlijk, hoewel we vraagtekens zetten bij de t.h.t datum. Het weer is vandaag een stuk beter dan gisteren, maar het is nog steeds overwegend bewolkt. Vooral boven de bergen in het binnenland hangen donkere exemplaren. Gisoum Beach wordt blijkbaar vooral gebruikt door families die hier komen picknicken. Zwemmen is er vandaag in ieder geval niet bij, maar zouden ook niet eens weten hoe je dat gescheiden moet doen

Na een uurtje stappen we weer in de auto en gaan we op weg naar Talesh, maar eerst komen we nog door Gisoum Town (dit laatste is wel zelf bedacht). We hebben geluk want het is marktdag en laten de auto dus maar weer aan kant tot stilstand komen. Het is een typische van-alles-en-nog-wat markt waar je een oplaadsnoer voor je telefoon kunt kopen, maar ook appels of een vis. De marktkooplui zijn zo van hun apropos door de verschijning van twee touristen dat ze bijna vergeten hun waar te verkopen. Bij elke kraam komt er wel iemand vragen waar we vandaan komen of willen ze op de foto gezet worden. Wij zijn hier een zeer exotische verschijning. We slenteren een keertje heen en weer over de markt en gaan dan weer met Chagrom mee naar z’n auto. Op naar Talesh.

We tellen het aantal keren dat Chagrom de weg vraagt niet eens meer, maar laten het gelaten gebeuren. Het is natuurlijk veel beter dat hij vraagt waar we heen moeten, dan dat hij een uur de verkeerde kant op rijdt en we op die manier veel tijd verliezen. Het is ruim een uur rijden naar Talesh en als we de stad binnen rijden hebben we al snel in de gaten dat het een grote, drukke stad is. We besluiten hier niet van boord te gaan, maar gelijk richting Soubatan te gaan. Soubatan is een klein bergdorpje dat niet op de borden staat aangegeven, dus eerst maar een paar keer vragen waar we heen moeten.
We rijden Talesh uit en gaan over slingerende wegen tussen rijstvelden door op weg naar onze volgende bestemming. De weg is hier veel slechter en af en toe lijkt het wegdek helemaal weggespoeld te zijn. Na een kwartiertje komen we bij een soort check-point waar Chagrom een militair aanspreekt. Hij krijgt te horen dat hij met de limousine waar hij in rijdt geen kans maakt om Soubatan te bereiken. Daar heb je een 4WD voor nodig. Dat is dus even een tegenvaller, maar niet getreurd we hebben Astara nog tegoed. Chagrom stuurt zijn bolide terug naar Talesh en van daar volgen we de borden naar Astara.

In Astara slapen we in een soort Huis-ter-Duin-achtig hotel. Kolossaal en incl. een oprijlaan voor de gasten. Het staat niet aan zee, maar het meer waar het aan gelegen is, maakt dat goed. We worden netjes voor de deur uitgezet en checken in. Het hotel heeft alles wat je nodig hebt: een bar, een restaurant, kinderspeelplaats, sauna, watersportfaciliteiten, etc. Wij hebben daar geen tijd voor, want we moeten Astara nog ontdekken. Omdat het hotel een paar kilometer buiten Astara staat laten we onze prive-chauffeur weer opdraven.

Astara ligt op minder dan 5 kilometer van de Azerbeidzjaanse grens en dat is goed te merken want er staan rijen vrachtwagens langs de weg die met hun goederen die kant op willen. Daar zijn wij verder niet in geïnteresseerd, wij willen downtown Astara zien. Chagrom zet ons af bij de markthal en gewapend met onze camara’s gaan we op weg. Omdat we nog niet geluncht hebben, gaan we eerst bij een karretje zitten waar ze broodje falafel verkopen. Naast een lokale familie genieten we van deze vegetarische vette hap.

Met de buikjes gevuld vervolgen we onze tocht. We gaan eerst op zoek naar de moskee, want daar gebeurd meestal van alles. Op weg naar de moskee komt er opeens een auto met twee mannen naast ons rijden, het raam gaat naar beneden en een van de twee schiet met z’n mobiel een foto van ons, waarna ze snel doorrijden. De Iraanse paparazzi heeft ons toch weten te vinden. Bij de moskee is het een dooie boel. Op het terrein voor de moskee is alleen de klusjesman bezig een boom te vellen en in de gebedshal liggen twee oude mannen te slapen. Hier zijn we duidelijk op het verkeerde tijdstip. We lopen terug en maken wat foto’s. We lopen de markthal in en zien dat er hier vooral wordt gehandeld in nep merkartikelen. We verlaten de markthal aan de achterkant en lopen naar het strand. Omdat het nog steeds geen strandweer is zijn ook hier geen boerkini’s te zien. We lopen terug naar de auto en laten Chagrom ons terug naar het hotel brengen

Maandag 17 oktober

De dag begint somber. De buien die gistermiddag boven de bergen lagen hebben vannacht een lading water boven het hotel los gelaten. Het regent nog steeds een beetje als de chauffeur de oprijlaan op rijdt. Vandaag gaan we naar Kandovan waar we in een grothotel bij de grootste troglodiet (grotdorp) van Iran zullen slapen.

Onze eerste stop vandaag is echter Ardabil waar we een bezoekje willen brengen aan het mausoleum van Sjeik Safi-od-Din Ishaq.We zijn Astara nog niet uit of er moet gelijk geklommen worden. De bergen liggen nog grotendeels in de wolken en hij autorijden wordt extra lastig gemaakt door de vele vrachtwagens die tergend langzaam omhoog kruipen. We slingeren langs de vrachtwagens naar boven en als we eenmaal over de top zijn, begint het weer gelijk op te klaren

Rond 09:30 uur zijn we in Ardabil waar we op zoek gaan naar het Mausoleum van oom Safi. Dit mausoleum complex, dat op de werelderfgoedlijst staat, is het grootste Savafidische monument van West-Iran. Sjeik Safi ligt in de Allah Allah toren, zo genoemd omdat in de blauwe tegeltjes aan de buitenkant van de toren de naam van god oneindig vaak wordt herhaald. De mooie houten sarcofaag zien we als we de lantaarnzaal doorlopen. Deze zaal is op zich al een bezoek waard vanwege de intense gouden en blauwe decoratie. In een klein zaaltje aan de zijkant staat wat koninklijk porselein uitgestald in nisjes, maar dat is maar een fractie van wat het ooit geweest is. De Russen hebben het tijdens de invasie van 1828 geroofd en het staat nu in de Hermitage in St. Petersburg.

Na dit flits-bezoek aan Ardabil rijden we verder naar Kandovan, maar net als Chagrom gas geeft om de stad uit te rijden wordt hij te grazen genomen door een politie laser en moet hij aan de kant gaan staan. Dat is pech; een bekeuring voor te hard rijden. Het verbaast ons eigenlijk dat hij nu pas gepakt wordt, want hij raakt het gaspedaal regelmatig wat stevig aan. De schrik zit er nu blijkbaar toch wel in, want regelmatig wordt de cruise-control aangezet. Ook hier geldt het oude gezegde: ‘Als het Perzische kalf verdronken is, stoot het zich zeker niet nog een keer aan hetzelfde tegeltje’.

Het weer is inmiddels helemaal omgeslagen van chagrijnig nat, naar brandend heet. We rijden tussen kleurrijke bergen die ons doen denken aan de Cerro Siete Colores in Salta, Argentinie en aan onze rechterkant zien we in de verte zelfs de besneeuwde top van de Sabalan berg. Langs de weg is een strook grasland waar schapen grazen en aangrenzend staan soms wat lemen huisjes bij elkaar. Het is een prachtig gebied waar we doorheen rijden.

De weg snijdt af en toe door kleine plaatsjes en net als we beginnen te knikkebollen van de brandende zon, zet Chagrom zijn auto in een van deze plaatsjes aan de kant. Het is tijd voor een heerlijk bakkie oploskoffie.Tijdens deze koffiestop genieten we van het stoffige leven in zo’n dorpje zonder naam. Er staat een kalf in een verdwaalde aanhanger en je vraagt je af wat het beesie daar doet doet in de zon en van wie hij is. Voor onze auto staat een blauwe pick-up tegen de kant van de weg geparkeerd en dat lijkt geen handige plek met het kamikaze-verkeer in Iran. De lagere school gaat net uit en meisjes gehuld met een witte hoofddoek lopen giechelend om ons heen. De brutaalste durft nog net ‘hello’ te roepen. Er gebeurt van alles, maar eigenlijk gebeurt er niets. Je vraagt je af waarom de mensen hier wonen.

Het is nog 75 kilometer naar Tabriz en Kandovan ligt daar nog eens 40 kilometer vandaan, dus het is tijd om weer op weg te gaan. We hebben nl. nog wel wat tijd nodig om Kandovan te ontdekken. De rest van de rit gaat vlekkeloos, al kun je vraagtekens zetten bij de manier waarop we de snelweg verlaten. De afrit was nog in aanbouw en we moesten om het werkverkeer heen rijden. Om 14:30 uur checken we in bij het Laleh Rocky Hotel (niet vernoemd naar de bokser met de scheve mond). We krijgen een 4-6 persoons appartement toegewezen met keukenblok, gezellige hoekbank en jacuzzi! Maar daar gaat het hier natuurlijk niet om: op naar de troglodiet.

Ze zien er wel vreemd uit die eivormige rotswoningen, maar je kent ze waarschijnlijk wel van een foto van Cappadocie in Turkije. Kandovan is eigenlijk net zoiets. Sommige rotswoningen zijn meer dan 800 jaar oud en ze worden nog steeds bewoond. Helaas is de plaatselijke gemeente wat makkelijk geweest met het verstrekken van vergunningen voor uit- en aanbouw van de rotswoningen, want de bakstenen gedrochten die er soms tegenaan gebouwd zijn, doen afbreuk aan het plaatje. We slenteren tussen de huisjes door en zien inderdaad dat ze hier en daar nog bewoond zijn. Soms steekt er een metalen schoorsteenpijp uit een rotswoning en bij een ander hebben ze geprobeerd een kunstof kozijn te plaatsen. Andere rotswoningen lijken nog heel authentiek.

Op verschillende plekken worden walnoten gedroogd in de zon en als we op weg zijn naar de noordkant van het dorp zien we ineens drie mannen die bezig zijn een schaap van z’n jas te ontdoen. We klauteren helemaal naar boven en komen boven de hoogst gelegen rotswoning uit. Vanaf die plek heb je een prachtig uitzicht over het hele dorp. We gaan naar een rotsbalkonnetje waar al vele toeristenschoenen zijn geweest en maken daar nog een paar foto’s. De zon begint inmiddels te dalen, dus het is tijd om terug te gaan naar het hotel. Onderweg groeten we een drietal kinderen die ‘moslima’tje’ aan het spelen zijn. Ze tooien zich in veel te grote hoofddoeken en rennen ermee over het dak van de uitbouw. Aan de weg kopen we een zakje walnoten; heerlijk voor bij de borrel………