Tag archieven: Tainan

Taiwan 4

03 december 2015

Vandaag is zo’n soort tussendag. We reizen naar Chiayi, maar eigenlijk alleen met het doel om van daaruit naar de Alishan National Scenic Area door te reizen en dat laatste dan het liefst met de Alishan Forest Railway, maar daarvoor moeten we eerst nog kaartjes zien te krijgen.

Omdat we dus ook niet de hele dag in Chiayi hoeven te zijn, gaan we er vanochtend toch nog een keer met de fietsjes op uit. Vanuit een soort van beroepsdeformatie moet er nog even een bezoekje worden gebracht aan de Medicine Lord Temple, dus daar gaan we weer. We mengen ons in het drukke verkeer en gaan via de Jinhua weg naar de tempel. Het is een klein tempeltje dat tussen de huizen in is geklemd. Zelfs zo ‘s-ochtends vroeg hangt er al een rookwolk van de brandende wierookstokjes. Het tempeltje is ter nagedachtenis aan een dokter van de Tang dynastie. Zijn beeld staat in het hoofdgebouw.

Na het bezoek aan dit tempeltje gaan we terug naar het hotel, maar rijden dan wel even langs de markt; de Water Fairy Temple Market wel te verstaan. Het is zo’n mooie ouderwetse, rommelige markt waar je een berg vlees, vis en groente vindt en waar af en toe ook een kledingstalletje tussen staat.
Ergens aan de oostkant van de markt, tussen de stalletjes, bevindt zich dan ook nog de Water Fairy tempel. We lopen een half uurtje over de markt en genieten van de tafereeltjes die we zien. Het lijkt er af en toe stevig aan toe te gaan. Een marktverkoopster gooit een platsic zak met groenten richting de klant, deze schreeuwt iets terug, waarna de verkoopster de groeten weer uit de zak haalt en op de weegschaal smijt. De groenten gaan daarna weer in de plastic zak, worden weer voor de klant neer geplempt, die onder luid protest de groenten betaald. Misschien hebben ze alleen vriendelijkheden uitgewisseld, maar dat hebben ze dan goed verborgen gehouden.

We fietsen het laatste stukje terug naar het hotel en nemen daar eerst nog een bakkie koffie voordat we onze spullen van de kamer halen. Rond 10:30 uur checken we uit en laten we ons met een taxi naar het treinstation brengen. De snelle trein naar Chiayi gaat om 11:36 uur, dus we hebben nog even tijd om op het station van Tainan rond te neuzen. Een station is een ideale plek om mensen te bekijken.

De trein is wederom mooi op tijd en na een ritje van ruim 40 minuten stappen we in Chiayi uit. We lopen eerst naar de balie van Tourist Information omdat we die kaartjes voor de treinreis naar Fenqihu willen scoren. De vrouw achter de balie blijkt maar heel beperkt Engels te spreken, maar ze wijst ons wel naar balie buiten het stationsgebouw, waar de treinkaartjes gekocht kunnen worden. Wanneer we voor de balie staan hangt er een bordje met ‘no seats available’. Dat is balen! We roepen toch een van de medewerkers en dan blijkt dat er nog steeds kaartjes voor de trein van morgen te krijgen zijn. Dat bordje hing er misschien nog voor de trein van vanochtend.

Ook hier nemen we een taxi naar het hotel. Helaas mogen we nog niet op de kamer. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt in Taiwan. We gooien onze bagage dus in de ‘luggage room’ en wandelen Chiayi in. Chiayi is een grote stad, dus we hebben wel een twintigtal minuten nodig om in het centrum te komen. Heel veel winkels zijn al helemaal in de kerstsfeer en dat blijft een rare gewaarwording met temperaturen boven de 25 graden. We hebben helemaal niets op het programma staan in Chiayi, maar de kerstboom herinnert ons wel aan de seizoenarbeid die moet worden gedaan.

We lopen diverse winkels in, maar kunnen geen geschikte produkten vinden. De verkoopster van een evangelische boekhandel wees Diana uiteindelijk de weg (hoe toepasselijk!). Dan moeten we ook nog even naar het postkantoor voor de bijbehorende administratieve rompslomp. Daar waren we al een keer langs gelopen dus dat is zo gevonden. Nummertje trekken bij de automaat en en dan maar afwachten of de medewerker Engels spreekt. Dat is niet het geval, dus moet er even een collega bij komen. Ach, je went eraan.

Nadat we deze jaarlijks terugkerende zaken geregeld hebben, lopen we terug naar het hotel. Het is inmiddels 15:00 uur dus we kunnen naar onze kamer.
Aan het eind van de middag lopen we nog een keer de stad in. Dit is echt een heel andere stad dan anderen. Grote warenhuizen waar ze vooral merkspullen verkopen, tig kledingwinkeltjes, ontelbare restaurantjes, etc. We neuzen wat rond bij al die kleine winkeltjes en aan het begin van de avond gaan we op zoek naar een restaurantje. We gaan naar binnen bij een trendy eetgelegenheid waar de bediening met een kerstmuts op loopt en kerstliederen klinken. Zo krijgen wij ook een beetje het idee dat het december is.

04 december 2015

Vandaag gaan we met het VSM-treintje van Taiwan naar Fenqihu om van daaruit de Alishan Forest Reacreational Area te bezoeken. Het treintje hier luistert naar de naam Alishan Forest Railway en vertrekt om 09:00 uur van het treinstation van Chiayi. Er gaat er maar eentje per dag, dus hebben we de wekker maar een keer gezet.

Ruim op tijd gaan we bij het perron zitten dat speciaal voor deze trein is bedoeld. Ook dit keer weer alleen maar Chinezen en Taiwanezen bij ons in de trein; geen blanke te bekennen. Wanneer het treintje er toeterend aan komt rijden springen alle andere toeristen op om een foto te maken van de trein. Natuurlijk moet er geposeerd worden voor de trein, twee vingertjes in de lucht, hetzelfde ritueel maken we al ruim drie weken mee. Ook deze trein heeft geen moeite met op tijd vertrekken, dus we gaan er maar eens voor zitten.

Tijdens deze tocht stijgt de trein naar 1400m en wordt er op een zestal stationnetjes gestopt. De trein slingert zich de berg op en de uitzichten zijn fraai. Van bamboebos tot theeplantages en van diepe ravijnen tot stijle bergwanden, we zie het allemaal onderweg. Tegen 11:30 uur zijn we in Fengihu en gaan we op zoek naar ons hotelletje. Je kunt duidelijk merker dat we de hoogte in zijn gegaan, want het is hier een stuk frisser dan in Chiayi. Met wat hulp van de lokale middenstand vinden we ons hotelletje en worden we door Mickey bijgepraat over Fenquhi. Mickey spreekt heel goed Engels, dus dat maakt het allemaal een stuk makkelijker. We laten weten dat we wel geïnteresseerd zijn in de sunrise-toer morgenvroeg en ze laat weten dat we dan om 20:00 uur bij de receptie moeten komen, omdat dan duidelijk is hoeveel er mee gaan.

We krijgen een Chineestalige kaart van de omgeving in de hand gedrukt, waarop ze een paar krabbels zet bij trails die we vanmiddag zouden kunnen doen. Dan gaan we eerst op zoek naar een plek om wat te drinken.
Na de vochtinjectie besluiten we eerst maar de Fenqihu-trail te lopen. Het mag de naam trail eigenlijk niet hebben, want het traject is maar 700m lang. Het is wel erg mooi in deze omgeving waar de rode cypressen in de meerderheid zijn. Deze bomen zijn eigenlijk de reden waarom het treintje waar we vandaag mee zijn gekomen is gebouwd. Tijdens de Japanse bezetting, begin twintigste eeuw, werden deze cypressen in grote getale gekapt, maar moesten ze nog naar beneden vervoerd worden. Dit treintraject bleek de beste oplossing. Tussen de cypressen staan ook nog eens menshoge boomvarens en natuurlijk ook heel veel grote bamboe. We leggen het trajectje af in minder dan een half uur (we hebben het dus rustig aan gedaan) en gaan dan terug naar Fenqihu om daar het echte dorp te bezoeken.

Langs het treinstation heeft zich een soort hoofdstraat gevormd waar veel restaurantjes zijn, maar vooral ook souveniershops. Het meer oorspronkelijke dorp ligt tegen de zuidhelling van de berg. We gaan in dit oude gedeelte van Fenqihu op zoek naar een restaurantje. Daar zijn er wel een aantal van, maar bij het merendeel spreekt het eten ons niet echt aan. Uiteindelijk vinden we iets ‘eetbaars’ bij een ouder echtpaar dat bij hun huis wat tafeltjes heeft neergezet en op een vuurhaard eten bereid.

Na de lunch vallen we dan de Cypres Trail aan. Ook geen joekel van een trail, maar een groot deel van de 2km gaat wel tegen diezelfde zuidhelling op, dus een echte kuitenbijter. De naam van de trail heeft het waarschijnlijk al verraden, maar er staan hier vrijwel alleen maar rode cypressen om ons heen. Hoewel je steeds heel dicht bij de Fenqihu bent, heb je het gevoel dat je ergens diep in een bos loopt.

Met veel moeite hebben we een uurtje nodig voor deze trail en wanneer we Fenqihu weer in zicht hebben ruiken we bakkerij-lucht. Niet veel verder zijn ze bij een huisje de lokale donuts aan het bakken. Dit ruikt te lekker, die moeten we hebben. We kopen een paar net gebakken donuts en gaan in het tuintje op een stoel zitten.

Nadat we terug zijn in Fenqihu lopen we naar de bushalte om alvast te kijken op welke tijden de bus gaat. We waren van plan om overmorgen de bus via Alishan naar Sun Moon Lake te pakken, maar zijn tot de ontdekking gekomen dat we dan niet meer bij ons hotel kunnen komen. Gelukkig had Mickey een betere optie: met de bus terug naar Chiayi, dan met de trein naar Ershui en vervolgens met de smalspoor trein naar Sun Moon Lake. Lijkt een hele toer, maar kan in dezelfde tijd als onze eerste optie.
We gaan even terug naar onze kamer en kleden ons op de lokale omstandigheden. We trekken de sokken aan, verruilen de Teva’s voor de bergschoenen en trekken bovendien een skipully aan.

Wanneer we om 17:45 uur de hoofdstraat inlopen op zoek naar een plek om te eten, blijkt bijna alles al dicht te zijn. We lopen de hoofdstraat een keertje op-en-neer, maar kunnen niet anders dan bij de 7-Eleven naar binnen voor een soepie met crackers en een ijsje toe. Het kan niet elke dag 4 sterren zijn.

05 december 2015

Hadden we gisteren nog gedacht dat we via een ingewikkelde route naar Sun Moon Lake te reizen, komt Mickey ‘s-avonds met het voorstel om toch maar met de bus te gaan. Ze had met haar baas overlegd en het bleek wel op die manier te kunnen (zeiden wij toch!). Bovendien is het volgens haar dan veel handiger om gelijk na Alishan die bus te pakken en niet meer terug te komen naar Fenqihu. We zouden dan vandaag in Fenqihu nog wat kunnen doen (?) en dan morgen de sunrise toer en gelijk door naar Sun Moon Lake. We proberen ons wat voor te stellen bij ‘nog een dag in Fenqihu‘, maar er komt niks. We besluiten dan maar om vandaag de sunrise toer te doen en dan gelijk door naar Sun Moon Lake. Jammer van dat nachtje dat we al geboekt hebben in Fenqihu. Fenqihu was leuk, maar twee volle dagen is wat veel.

Het gevolg was dat onze wekker vanochtend op 03:30 uur stond! Je moet wat over hebben voor een zonsopgang bij Alishan. We worden met een zestal Chinese jongens in een minibus naar de Alishan National Forest Recreation Area gebracht, waar we bij het treinstation worden afgezet. Je gaat nl. met een smalspoor trein naar Zhushan, de bestek plek voor die zonsopkomst. Heel alleen zul je je daar niet voelen, want we worden vergezeld van minstens 500 andere gekken die vroeg uit bed zijn gekomen. We sluiten op het station achteraan de lange rij die staat te wachten tot de loketjes opengaan. Wat een kuddedieren zijn we toch.

Nadat we een kaartje hebben bemachtigd gaan we naar de bovenetage waar het perron van de trein is. Daar hetzelfde verhaal; in een lange rij staan staan al die mafkezen (incl. wij) te wachten tot ze de trein in mogen. Als de trein onderweg is naar het perron gaan de hekjes open en de lange rij mensen komt in beweging. Een tweetal mannen telt het aantal mensen dat het perron opgaat en wanneer het max aantal passagiers voor de trein bereikt is gaan de hekjes weer dicht en mag de rest op de volgende trein wachten.

De rit in de volgepakte wagon duurt ongeveer een half uur en als de deuren open gaan bij Zhushan, stormt de menigte de trap op om toch vooral de beste plek te hebben. Wij proberen wat minder paniekerig naar boven te komen, maar ongemerkt ga je mee met de menigte. Daar staan we dan, met enkele honderden niet uitgeslapen mensen aan een hek van ongeveer honderd meter breed te wachten tot de zon achter de bergen vandaan komt.

Normaal gesproken zou je de zonsopkomst hier moeten zien in combinatie met de zgn. ‘Sea of Clouds’, dan ligt er een wolkendek over de vallei en steken alleen de hoge bergpieken daarboven uit. Die S.O.C. lijkt vandaag wat drempelvrees te hebben, want de wolken zijn alleen boven de verste bergen te zien. Nog steeds een mooi plaatje, maar net niet. Om 06:45 uur komt dan de eerste zonnestraal boven de bergen uit en als een massaal orgasme klinkt het uit honderden monden ‘oooooooohhhhhh‘ terwijl gelijktijdig de sluiters van de cameras ritmisch klikken.

Omdat de zon al een tijdje onderweg was achter de bergen, heb je gelijk lasogen van het fotograferen. We blijven nog even om alles wat er om ons heen gebeurt in ons op te nemen, maar rond zevenen lopen we dan weer terug naar de trein. Een half uurtje later lopen we het station van Alishan alweer uit en kopen een hete bak koffie om onze handen aan te warmen, want met een graadje of 12 was dit ook ons koudste vakantiemoment.

Na de koffie besluiten we een korte trail te lopen naar de Shouzhen tempel. We willen nog wel wat meer zien van Alishan, maar om 09:00 uur begint de verkoop van de buskaarten voor de bus naar Sun Moon Lake. We willen perse de bus van 13:00 uur hebben, want anders wordt het mogelijk een probleem om bij ons hotel bij Sun Moon Lake te komen.

Na een wandeling van een half uur zien we het tempelgebouw in de verte. Het lijkt weer zo’n standaard Boeddhistische tempel, maar dan horen we ineens allerlei muziek bij de tempel vandaan komen. We lopen door naar de tempel en er blijkt een ceremonie o.i.d. aan de gang te zijn. Er staan draagkarren voor de tempel, er is een grote menigte die zenuwachtig heen en weer loopt en die typische Boeddhistische muziek klinkt.

We lopen door de tempel en er wordt een soort dans uitgevoerd. Als we even later voor de tempel staan springt er opeens een jongen met ontbloot bovenlijf uit de tempel naar buiten. Hij heeft een hoofdwond en het bloed loopt langs zijn gezicht. Hij heeft ook een soort deegroller met spijkers in de hand en als hij dichterbij komt zien we dat zijn rug daarmee bewerkt is; een soort (zelf)kastijding dus? Deze jongen lijkt de hoofdpersoon, want nu hij buiten is komt alles in beweging.

Bij de pagode komen een tweetal grote poppen in beweging en de draagkarren die al een tijdje voor de tempel op de schouders van de dragers rustten gaan voorop in de stoet. Na een paar honderd meter raakt de hoofdrolspeler in een soort gevecht verwikkeld met een andere jongen en niet veel later worden de beide jongens door andere mannen bewusteloos weggedragen, alsof ze in een trance zijn. Zo is een tempel bezoeken best leuk!

We zien dat het inmiddels 08:15 is, dus we moeten terug richting het station om onze buskaartjes veilig te stellen. Wanneer we bij het kantoortje van de busmaatschappij aankomen, staat er een klein rijtje mensen te wachten en wij schatten in dat we vanmiddag wel meekomen. Om 09:05 uur zijn wij in het bezit van twee buskaartjes voor de bus naar Sun Moon Lake.

Dan pakken we de kaart van Alishan er weer bij en kiezen voor een plek met de welluidende titel: ‘Viewing the Cloud Sea from Ciyun Temple’. Dit zou de revanche kunnen zijn voor het vrijwel ontbreken van een S.O.C. bij de zonsopkomst. We gaan weer op pad, maar hebben dit keer veel meer last van leeg gekieperde toerbussen. De Chinezen hebben de nare gewoonte om breed uit in grote groepen te wandelen en dat in een tempo waarbij een normaal mens om zou vallen. We moeten ons dus elke keer door zo’n groep wringen. We hebben iets meer dan een half uur nodig om bij de eerder genoemde plek te komen, laten de Ciyun tempel links liggen en stomen gelijk door naar de uitkijkplek. Het wolkenkleed is ook hier nauwelijks aanwezig, maar het is wel een mooi plek. Toch blijven we even hangen op dit uitkijkpunt om een zo mooi mogelijk beeld te krijgen van deze omgeving.

Daarna vervolgen we onze weg via de Giant Trees Boardwalk-1. Ook in dit gebied is de rode cypres alom aanwezig en de meest bijzondere hebben een nummer of zelfs een naam gekregen. De bomen zijn hier tot 45m hoog en meer dan 2000 jaar oud. Het is een prachtige route langs majestueuze bomen waarvan de hoogsten vaak een dode top hebben omdat ze door blikseminslag zijn geraakt. We lopen het hele rondje en gaan dan weer op weg naar het station van Alishan omdat we wel trek hebben gekregen.

Wanneer we halverwege de terugweg zijn zien we opeens aan onze rechter kant dat de vallei helemaal wit is geworden. Er trekt een heel pak wolken naar binnen. We draaien ons om en gaan zo snel als de mede-toerist het toelaat terug naar de uitkijkplek met de lange titel. Wanneer we dit keer vanaf het platform het dal in kijken zien we een prachtig wit wolkendek tegen de bergen aan glijden en steeds dichterbij komen. Dat is wat we vanochtend hadden willen zien; zo hoort een S.O.C. er minstens uit te zien. We maken al onze eerder gemaakt foto’s opnieuw en vinden het zelfs de moeite waard om een hier een selfie te maken. We blijven dit keer langer dan de vorig keer staan en merken ook dat je niet te veel wolken moet hebben. Na verloop van tijd is de wolkenmassa in het dal zo groot dat er eigenlijk niets meer te zien is.

We gaan dan voor de derde keer terug naar het station van Alishan en met enige vertraging krijgen we dan onze verdiende lunch.
Na onze lunch blijven we in de buurt van de 7-Eleven in de zon zitten tot de bus daar arriveert. Het blijkt zo’n 18-zitter te zijn, dus het is maar goed dat we op tijd de kaartjes zijn gaan kopen. We zoeken een plekkie en proppen de rugzakken in het gangpad. De rit naar Sun Moon Lake duurt 3,5 uur dus we gaan er maar eens goed voor zitten. Het eerste uur rijden we eigenlijk door een omgeving die net zo mooi is als Alishan, dus we kijken onze ogen uit. Het tempo is verschrikkelijk laag, maar dat is dit keer niet de schuld van de chauffeur; de maximun snelheid is op deze weg meestal maar 30km/u.

Na 3 uur en 10 minuten arriveren we dan in Shuishe, aan de oever van het Sun Moon Lake. We kopen een kaartje voor de laatste (!) veerboot die om 16:30 uur zal vertrekken. De lucht is inmiddels behoorlijk grijs geworden, dus het is allemaal wat minder mooi dan we voorgesteld hadden. De boot legt aan bij pier 4 en wanneer we aan boord zijn gooit de kapitein gelijk de trossen los en gaan we richting Ita Shao aan de andere kant van het meer. Het boottochtje duurt nog geen kwartier en Ita Thao is zo klein dat we ons hotel binnen 5 minuten gevonden hebben. Hopelijk ziet de lucht er morgen iets beter uit.

06 december 2015

De lucht zag er vanochtend helaas niet veel beter uit dan gisteravond. Er hing nog steeds een grijze sluier over de bergen rondom Sun Moon Lake. Het leek ons het beste om vanochtend dan maar de Maolan Mountain Trail te lopen. Een korte trail van 3km die eindigt bij een weerstation op 1020m dat in 1940 door de Japanners is gebouwd. De trail begint net buiten Shuishe, dus we nemen eerst de shuttlebus van Ita Thao naar Shuishe. Dit busritje langs het halve meer duurt zo’n 20 minuten en je krijgt een heel goed beeld van de omgeving van het meer, al is dat vanochtend wel wat grijs. De bus stopt tegenover het Visitors Centre en we grijpen de gelegenheid om wat informatie in te winnen over onze volgende etappe van de reis: Hehuanshan. Helaas zit er aan de balie een meiske dat niet goed Engels spreekt en bovendien geen flauw idee heeft waar Hehuanshan ligt. Daar hebben we niets aan, dus we lopen maar door naar het begin van de trail.

Het blijkt geen zandpad door de natuur te zijn, maar voor het grootste een geasfalteerde weg waarover af en toe auto’s voorbij komen rijden. Beetje vreemd, maar we lopen toch maar door. Het is overigens wel een behoorlijk steile weg, dus heel makkelijk is het niet. Na een kilometer komen we langs theevelden. De Japanners hebben de produktie van Assam zwarte thee hier nl. behoorlijk opgeschroefd tijdens de bezettingsjaren. We zullen er hier vandaag nog meer van zien.

Na ongeveer 1,5km moeten we even van de weg af af om via een trappetje naar een hoger gelegen weg te komen. Langs die weg staan rijen van de Ceylon Olijf (bij sommigen misschien beter bekend als de Elaeocarpus Serratus) die in de herfst rode bladeren laat vallen, waar deze weg de naam ‘red leaf path’ aan heeft te danken. Een populaire plek voor trouwfoto’s. Het ziet er inderdaad best mooi uit, maar we vonden het niet nodig om dan de ringen om te doen. Die blijven weer in het doosje.

De weg gaat langs nog een paar theeplantages en wordt steeds stijler naarmate het weerstation dichterbij komt. We merken aan de steeds nadrukkelijker aanwezige miezerregen dat we ook de wolken naderen. De laatste theeplantage wordt zelfs ten dele aan het zicht onttrokken door de wolken.

Bij het weerstation is het een dolle boel. Blijkbaar is dit een populaire bestemming voor Taiwanese families om te picknicken, want een aantal families heeft het door hun meegesleepte eten en drinken uitgestald op een uitkijk platform. Is ook helemaal geen probleem, want er valt nu toch niets te zien.

We beginnen gelijk weer aan de terugweg en naarmate we dalen, merken we dat de miezerregen minder wordt. Wanneer we weer beneden aangekomen zijn is er helemaal geen sprake van neerslag en is het slechts een grijze dag.

Vanwege die weersomstandigheden lijkt ons een bezoekje aan het Chung Tai Chan klooster in het nabij gelegen Puli de beste optie. Daar kun je in ieder geval ook naar binnen toe. We eten nog een broodje bij Starbucks en nemen dan de bus naar Puli. Vanaf het busstation in Puli gaan we met de taxi naar het klooster. en zien tijdens onze rit naar het klooster dat de grijze lucht wat begint te breken. De zon doet zelfs weer een beetje mee. Het zal wel de hand van Boeddha zijn.

Chung Tai Chan is overigens niet zomaar een klooster. In Foguanshan hebben we mega klooster-complex gezien, maar dit is minstens zo groot. Na 7 jaar bouwen heeft dit klooster op 1 september 2001 haar deuren voor het eerst geopend. Het ontwerp is, net als bij de Taipei 101 en de 85 Sky Tower van C.Y. Lee, en de kosten waren 110 miljoen dollar. Je komt het hoofdgebouw binnen door deuren die minstens 10m hoog zijn en als je dan in die ‘Hall Off The Four Heavenly Kings’ staat, heb je het gevoel dat je in de vertrekhal van een vliegveld staat. De vier hemelse beelden die in deze zaal staan zijn maar liefst 12 meter hoog. Zo kun je hier door blijven gaan; alles is groot, groter grootst. Het klooster is overigens een populaire attractie, want de grote parkeerplaats voor het gebouw staat vol met toerbussen.

Nadat wij ons rondje door het klooster wel gemaakt hebben, constateren we dat we wel een klein vervoersprobleem hebben. Er is hier geen bushalte van de lokale Connexxion, maar ook geen taxi die ons terug kan brengen naar Puli. We vragen aan een buschauffer van een toerbus of hij weet waar we de bushalte kunnen vinden, maar hij weet het niet. Dan lopen we maar weer terug naar de grote parkeerplaats en opeens houdt Diana een auto aan en vraagt aan de chauffeur of hij naar Puli gaat en of we dan mee kunnen rijden. Blijkbaar was haar Chinees voldoende, want de deuren gaan open en wij kunnen instappen. Dankjewel Boeddha.

In Puli proberen we nog een keer informatie te krijgen over Hehuanshan, maar het lijkt een dood spoor. Uiteindelijk denken we te begrijpen dat we met de bus vanuit Puli tot Cuifeng kunnen komen en dat we van daar met alternatief vervoer verder moeten. We zijn dus al een stukje dichterbij Hehuanshan en hebben nog een dag om meer info te krijgen.

We gaan met de bus van 16:05 uur van Puli terug naar Shuishe, arriveren daar rond 16:30 uur en hebben dan nog een uurtje voordat de laatste bus naar Ita Thao gaat. We nemen een bakkie koffie met een vrolijk kerstgebakje en Diana doet, met de informatie die we zojuist hebben gekregen, nog een poging bij het Visitors Centre. De dame die nu achter de balie zat had meer verstand van zaken en kon het vage verhaal dat we in Puli te horen hebben gekregen bevestigen. Ze kon ons zelfs een schema geven met bustijden. Dat geeft de burger moed, want je wilt niet verdwalen in de achterlanden van Taiwan.

07 december 2015

Voor ons laatste dagje bij Sun Moon Lake hoopten we opnieuw op goed weer, maar toen we om 09:45 bij de bushalte stonden begon het te regenen. Dat zat niet mee, maar wat doe je er aan. We namen de shuttlebus naar de Wenwu tempel aan de noordoost kant van het meer. Daar zou je met de regen in ieder geval even droog kunnen lopen. Toen we een tiental minuten later uit stapten, bleek het echter alweer bijna droog te zijn. De imposante Wenwu tempel ligt op een heuvel met uitzicht over Sun Moon Lake. We zijn gelukkig net voor de toerbussen bij deze tempel, dus kunnen de verschillende hallen in alle rust bewonderen. Terwijl we wat rondlopen op het tempel terrein komt de zon alweer voorzichtig tussen de wolken vandaan. Blijkbaar hebben we Boeddha wederom gunstig gestemd.

Na een half uurtje lopen we naar de andere kant van de weg om van het uitzicht op Sun Moon Lake te genieten, maar dat valt niet mee. Door de vele bewolking is het erg heiig en is het nauwelijks mogelijk om Shuishe of Ita Thao te zien liggen. We willen alweer terug lopen naar de bushalte als we een trap met de naam ‘Steps Of Year’ zien. De trap loopt vanaf de weg helemaal naar het meer en in elke trede is een dag van het jaar gebeiteld. Bovenaan is 31-12, bij het water is 01-01. Het lijkt ons wel leuk om even wat verjaardag-treden van de familie af te lopen. John is een makkie en Rene is niet veel verder, maar voor Diana moet je toch al aardig wat treden lopen en voor Eib alweer 16 treden verder. Hennie zit ongeveer halverwege wat dacht je van Rob. Bij Cor zijn we al buiten adem, maar Marga maakt het ons met de derde trede van onderen helemaal lastig. Dan te bedenken dat we de 362 treden ook weer omhoog moeten.

We gaan naar Shuishe om daar fietsen te huren en dan langs de westelijke kant van het Sun Moon Lake te fietsen. In Shuishe nemen we eerst een bakkie bij 85’C en rijden daarna op onze fietsjes met mandje naar het begin van de Sun Moon Lake Bikeway. Dat hier een speciaal fietspad is aangelegd, is een goede keuze geweest. Met de fiets op de weg rondom Sun Moon Lake is levensgevaarlijk. We slaan de Longfeng tempel over en rijden eerst naar de Shuishe dam. Daar heb je normaal gesproken een mooi uitzicht over het meer, maar met de nog steeds aanwezig heiigeid (is dat een woord?) worden het niet de plaatjes die je verwacht.

Dan gaan we naar het Xiangshan Overlook Platform. Een soort vlonder op stalen buizen dat iets over het meer hangt. Prachtige plek voor foto’s, maar nu nog niet. Dan door naar de Toushe Dam en Moon Bay. Op meerdere plekken zetten we de fiets aan de kant en genieten van het uitzicht. Je moet hier behoorlijk uitkijken voor de andere fietsers, want ze zijn niet allemaal even behendig met een fiets, maar gelukkig worden we door niemand het meer in gereden.

Op de terugweg stoppen we even bij het Xiangshan Visistors Centre. Niet omdat we informatie nodig hebben, maar omdat het een mooi gebouw is met een bijzondere architectuur én opnieuw uitzicht over het meer. We gebruiken deze plek gelijk even om op adem te komen van de laatste klimmetjes. We hebben de bovenbenen aardig in de fik staan, want de fietsjes waar we op rijden zijn niet gemaakt voor dat soort colletjes.

Iets na enen zijn we weer terug in Shuishe en eten daar een broodje voordat we verder gaan. Onze volgende stop is het begin van de Shuiwatou trail. Van daar willen we naar de Sun Moon Lake Ropeway lopen en daarna via de Ita Thao Lakeside Trail door naar ons hotel.

De trail langs het Sun Moon Lake lijkt precies op de fietspaden. Op betonnen palen is een pad van houten planken aangelegd waarop je zeer comfortabel de kilometers kan maken. Het pad loopt eerst van de weg naar het lager gelegen meer. Ook hier is de natuur nog heel ongerept en woekeren de grote varens en bamboe er lekker op los. Vanaf het pad heb je steeds een prachtig uitzicht over het meer, hoewel de lucht maar niet strak blauw wil worden.

Rond 14:45 uur arriveren we dan bij de Sun Moon Lake Ropeway. Deze kabelbaan is de nieuwste attractie langs het meer en gelijk de populairste. Het is een ritje van zo’n 1800m over de top van de Bujishan en uit je bakje heb je de beste uitzichten over het meer. De kabelbaan blijkt van het gerenomeerde Zwitserse bedrijf Doppelmayr te zijn, dus we durfen een kaartje te kopen. Er staat een behoorlijke rij voor de poortjes te wachten, maar iets na drieen stappen we in ons bakje voor het ritje van zo’n tien minuten. De uitzichten uit het bakje zijn inderdaad prachtig, zelfs met de wat mindere weersomstandigheden. Je kunt aan de andere kant naar een Cultural Village waar dansjes van de oorspronkelijke stammen worden opgevoerd en je kunt zien hoe ze destijds een eitje bakten, maar die attractie laten we aan ons voorbij gaan. Om 16:00 uur zijn we dan weer terug aan het meer en vervolgen we onze weg naar Ita Thao.

Na het zien van de weersvoorspelling voor de komende dagen in Hehuanshan, hebben we besloten morgen niet die kant op te gaan, maar eerst naar Taichung. Hopelijk knapt het weer dan wat op zodat we eind van de week nog de bergen in kunnen.

‘s-Avonds eten we bij ons favoriete restaurant ‘Styr Frie’. Daar hebben ze tenminste het Chinese eten wat wij ook lusten. Het is de afgelopen weken niet meegevallen om een menukaart te vinden waar wij wat eetbaars op zagen staan. Het is elke avond weer een uitdaging.

08 december 2015

Vanochtend konden we toch nog even genieten van Sun Moon Lake met goed weer. De lucht was veel blauwer dan de voorgaande dagen, maar ja, we moeten verder. We nemen de ferry van 08:40 uur zodat we de snelle bus naar Taichung kunnen halen. Het geeft ons in Shuishe nog even de gelegenheid om wat plaatjes te schieten van Sun Moon Lake onder een wat blauwere lucht.

De bus naar Taichung vertrekt om 09:50 uur en in een poep en een scheet zijn we in de derde stad van Taiwan. Deze bus gaat nl. niet elk gehucht in om te kijken of er iemand mee wil, maar gaat bij Puli de snelweg op en komt er in Taichung weer af.

Vanuit de bus zien we al dat Taichung een grote stad is. De skyline met hoogbouw is indrukwekkend en de stad is zeer uitgestrekt. Taichung was de stad van ‘made in Taiwan’ en is de stad waar de meeste expats wonen, maar voor de Taiwanezen is Taichung vooral de stad van de beste weersomstandigheden.

We staan dus al om 11:00 uur in de lobby van ons hotel en ook dit keer mogen we niet de kamer op. We gooien de tassen dus weer in de opslag en gaan op weg naar het visitors centre om informatie te krijgen over de Gaomei Wetlands. Deze wadden van Taiwan lijkt ons wel een aardig uitstapje voor vanmiddag. Het meiske bij het visitors centre is een verademing, niet alleen spreekt ze goed Engels, ze heeft alle informatie die wij nodig hebben over bussen en treinen paraat. Na dit verhelderende gesprekje eten we eerst even een broodje. Onze trein naar Quinshui gaat om 13:02 uur, dus we hebben nog even.


Het treinstation van Taichung is bagger; wat een oude meuk. Blijkbaar had de gemeenteraad dat ook in de gaten want er is een fantastisch uitziend treinstation in aanbouw, net naast het oude. De treinrit naar Quinshui duurt ruim 40 minuten en halverwege de rit worden we aangesproken door twee Chinese meisjes die ook rondreizen in Taiwan. Ze vragen of we ook naar Gaomei gaan en raken dan aan de praat. Kan nog handig zijn: vriendinnetjes die Chinees spreken.

De meiden hebben behoorlijke haast, want ze willen even een fotootje maken van de wetlands en dan terug naar Taichung, om vervolgens naar Taipei door te reizen. Wanneer wij hun vertellen dat de zonsondergang hier juist een hoogtepunt is, beginnen ze te twijfelen. In Quinshui lopen we gezamenlijk naar de bus en nog voordat de bus arriveert hebben ze al besloten om toch ook maar de zonsondergang af te wachten en nog een nachtje in Taichung te blijven.

Het busritje naar de wetlands neemt nog eens een half uur in beslag en als we uitstappen merken we al dat de wind hier behoorlijk stevig waait; daar staan we dan in onze t-shirtjes. Er is een vlonder-achtig wandelpad van 300 a 400 meter over de wetland aangelegd zodat je de natuur van dichtbij kan bewonderen zonder natte voeten te krijgen. Uiteindelijk krijgen we die natte voeten toch, want aan het eind van het voetpad kun je via een trappetje alsnog de wetland op en dat willen we toch gedaan hebben. Naarmate we verder het voetpad oplopen, neemt de wind toe. We moeten uitkijken dat we er niet vanaf waaien.

Dit wetland is een beschermd natuurgebied; de slijkkruipers, krabbetjes, ganzen en andere beesies hoeven dus niet te vrezen dat ze in een Chinese rijsttafel eindigen. We hebben dit jaar een aantal keer het wad van dichtbij gezien en eerlijk gezegd kan dit kleine wetland daar niet aan tippen (schreef hij chauvinistisch), maar het is zeker een bijzonder gebied.

Rond 15:30 lopen we even terug naar het begin van de loopplank. We zijn inmiddels helemaal uitgewaaid en hebben wel trek gekregen. Veel is er niet te krijgen; we moeten het doen met een gebraden worstje en wat lauwe patat. Rond 16:00 uur gaan we dan terug naar het einde van het houten wandelpad om daar de zonsondergang af te wachten. We gaan op de rand van de loopplank zitten en zien de zon steeds verder weg zakken tussen de windmolens. Naarmate de zon roder wordt, neemt het aantal sunset-spotters toe. Wij waren op tijd, dus zitten eerste rang. Ondanks verkleumde vingers en verwaaid kapsel, blijven we zitten tot 17:00 uur als het latste beetje zon achter de horizon verdwijnt.

We lopen terug naar de bushalte, maar moeten daar constateren dat de bus terug naar Quinshui net vertrokken is en de volgende gaat pas over ruim een uur, waarmee we de trein van 18:23 uur naar Taichung ook gaan missen. Dan zien we dat een drietal toeristen aan het onderhandelen is met een taxichauffeur. Wij bieden aan de taxi te delen, waardoor de ritprijs nog een beetje gunstig uitvalt. Het blijken overigens 3 mensen uit Hong Kong te zijn. Vader, moeder en zoon die op hun laatste dag in Taiwan dit uitje nog even wilden meepikken.

Op het treinstation zien we de Chinese meisjes ook weer terug. Zij waren wel op tijd voor de bus. Met z’n vieren reizen we terug naar Taichung waar we afscheid nemen en hun nog een goede reis wensen.

Taiwan 3

27 november 2015

We hadden de afgelopen dagen ons best gedaan om de omgeving van Kenting tot ons te nemen en het was tijd om verder te reizen. Vandaag gaan we naar Liuqiu Island (of Turtle Island) en daarvoor willen we de bus van 09:50 uur pakken. We ontbijten voor de laatste keer bij Cozy en gaan dan nog even bij 7-Eleven langs voor een bakkie koffie.

De bus is behoorlijk op tijd en via Fangliao reizen we in anderhalf uur naar Donggang waar de veerboot naar het koraaleiland vertrekt. Het is vanaf het busstation in Donggang nog een kwartiertje lopen naar de pier, maar eerst drinken we wat bij de naastgelegen Mac.
Wanneer we bij de pier aankomen kopen we de boottickets en we blijken goed op tijd te zijn voor de veerboot van 12:35 uur. We mogen gelijk aan boord en we zijn niet de enigen die met deze boot de oversteek van 20 minuten maken. Als de boot zich rond 12:40 uur losmaakt van de pier is de boot afgeladen vol.

De zee is vlak, dus geen Koreaanse taferelen dit keer en voor we het weten zijn we al in de haven van Baisha. We gaan van boord, maar hebben geen idee waar onze B&B is en hoe daar te komen. Er rijden nl. geen taxi’s op dit eiland. Gelukkig is er een kleine info-shop en de mevrouw achter de balie is zo vriendelijk om even de eigenaar van Su Beautiful te bellen. Hij laat weten er gelijk aan te komen, dus dat probleem is ook weer opgelost. Slechts enkele minuten later komt hij er al aan rijden en zijn we op weg naar ons onderkomen. Dit blijkt uiteindelijk maar twee minuten rijden te zijn vanaf de haven, dus de mevrouw van de info-shop had ons ook even kunnen vertellen waar we heen moesten lopen.

De B&B heeft een soort all-inclusive formule; alle eten en drinken is gratis, tot aan de blikjes Heineken in de mini-bar toe. De vrouw des huizes probeert ons gelijk al een scooter aan te smeren, terwijl wij nog denken een fiets te gaan huren. Zij moet hier smakelijk om lachen. Later zien we waarom. Het hele eiland is bezaaid met scooters en dat terwijl het eiland maar 5km lang is! Zoveel scooters hebben wij nog nooit bij elkaar gezien. Iedereen doet hier alles op de scooter; het liefst zouden ze er ook mee naar de wc gaan.

Met gebruik van een vertaal-app lukt het ons om contact te leggen met een duikschool op het eiland. De eigenaar stelt voor om over een uurtje even langs te komen bij onze B&B om onze plannen te bespreken. Wij hebben onze spullen inmiddels op de kamer gegooid, en besluiten om alvast wat van eiland te verkennen. We lopen terug naar de haven en stellen vast dat het heel rustig is; zo verschrikkelijk anders dan in Kenting. Er zijn in ieder geval veel meer scooters dan mensen op het eiland. We wandelen via de hoofdstraat terug naar onze B&B en gaan op de schommelbank in de tuin zitten, in afwachting van de eigenaar van de duikschool.

We zijn gezellig met de eigenaar van de B&B aan het ‘praten’ via de vertaal-app als Cris van de duikschool arriveert. Hij vraagt wat onze bedoeling is, of we een cursus willen volgen. We laten hem weten dat we erg ervaren duikers zijn (….) en dat we gewoon met de schildpadden willen spelen. Het maakt ons niet uit of het zaterdag of zondag is. Cris vertelt dat hij momenteel erg veel studenten heeft, maar morgen moet wel kunnen. Hij komt ons rond 09:30 uur ophalen en wij scheuren dan op de scooter achter hem aan.

We gaan nogmaals terug naar Baisha, maar wandelen dit keer door naar de belangrijkste bezienswaardigheid op het eiland: de Vase Rock. Zelfs daar is het rustig; niet meer dan een handvol toeristen te zien bij dit stuk koraal dat op de meeste plaatjes omgeven is door toeristen. Het zal wel laagseizoen zijn. Na deze sneak preview van het eiland is het tijd om eens goed gebruik te maken van onze all-inclusive faciliteiten. We trekken een blikkie bier en een een flesje frisdrank open en gaan op het balkon een boekie lezen.

‘s-Avond eten we gezellig in een restaurant aan de haven, bij de sfeervolle verlichting van wat spaarlampen. We zijn de enige gasten in het ‘restaurant’ en de rust wordt alleen verstoord door opa die de kinderen naar een tekenfilm laat kijken. Jammer dat ze die tv niet in een woonkamer hebben staan. Zowel opa als de kinderen raken nl. nogal geemotioneerd van de film en sturen iets te veel lawaai de zaak in. Even later zien we dat de familie ook gaat eten. De kokkin is ineens huismoeder en dekt de tafel. Eerst een paar kranten als tafelkleed en dan kliekjes uit de keuken. Het eten dat wij voorgeschoteld hebben gekregen smaakte overigens opperbest en incl. drank waren we nog geen 8 euro kwijt.

28 november 2015

Vandaag ook weer een boeiende combinatie bij het ontbijt: maissoepje met reepjes ei, gebakken kipfilet, gebakken ei, wat toast en een bananensmoothie. Na dit voedzame ontbijt was het wachten op Cris die ons rond 09:30 uur zou langs halen om te gaan duiken. Wij hadden inmiddels een scooter geregeld bij onze B&B eigenaar zodat we achter hem aan konden rijden.

Wanneer we bij de duikschool aankomen zien we dat er een aantal Taiwanezen aan het blokken is voor hun duikopleiding en een aantal anderen krijgt een korte instructie omdat ze vanochtend een proefduik maken. Met die laatste groep gaan wij op pad. We passen de duikuitrusting en leggen die in een klein vrachtwagentje.
Wij gaan dit keer niet mee met de vrachtwagen, maar in onze wetsuit op de scooter er achteraan. Het is een vijftal minuten rijden naar de haven van Dafu en het baaitje waar we onze duik starten ligt er naast.

Cris geeft aan dat hij in het begin wat bijstand moet verlenen aan de proefduikers, dus dan moeten we zelf maar even rond kijken.
Het zicht is hier veel beter dan bij Kenting, zelfs op de zandbodem waar we het water ingaan. We volgen de capriolen van de proefduikers, maar we lachen niet want we hebben het zelf ook ooit moeten leren.
Ook het onderwaterleven ziet er hier veel beter uit dan bij onze vorige duik; kleurrijke zachte koralen, mooie harde koralen en een redelijke hoeveelheid kleine vis.

Na een kwartier zien we dat de proefduikers weer richting de kant zwemmen. Wij volgen ze, zodat we straks met Cris de rest van de duik af kunnen maken. Als Cris de proefduikers weer boven water heeft afgeleverd, komt hij onze richting uit en gaan we op zoek naar waar we hier voor komen: schildpadden.

Liuqui Island staat bekend om het grote aantal groene zeeschildpadden die rond dit eiland een veilige plek hebben omdat ze beschermd zijn. Het duurt niet lang voordat we onze eerste schildpad in het vizier krijgen. Het beest had een goed heenkomen gevonden onder een rots, maar dan heeft hij de pech dat wij langs komen. We nemen de tijd om het beest goed te bekijken en maken natuurlijk wat foto’s. Na een paar minuten vindt de schildpad dat het tijd is geworden om een hap lucht te gaan nemen en komt hij onder de rots vandaan en stijgt op naar het wateroppervlak. Onze duik kon niet meer kapot.

We zwemmen wat verder en Cris wijst ons hier en daar nog wat klein spul aan tot hij opeens weer een schildpad ziet. We benaderen het beest voorzichtig en ook dit is een prachtexemplaar. Er blijkt er zelfs nog eentje naast te liggen. Drie schildpadden in een duik hebben wij nog niet eerder meegemaakt. Hierna zwemmen ook wij terug richting de kant. We klauteren uit het water en gooien onze uitrusting in de vrachtwagen. We kletsen nog even na over de drie prachtige schildpadden en gaan dan in onze natte wetsuits op de scooter terug naar de duikschool. Wij hadden een beetje gerekend op lunchgelegenheid bij de duikschool, maar helaas is er niets te krijgen. Als Cris vraagt hoe laat we de volgende duik willen maken, stellen we voor om snel weer het water in te gaan. Cris laat nog weten dat bij de volgende duik de proefduikers niet mee zullen gaan.

Iets na 12:30 uur stappen we weer op onze scooter en rijden naar de baai voor onze volgende duik. Het verloopt dit keer allemaal wat soepeler en al snel gaan we onder water. Terwijl we nog over de zandbodem schuiven, hebben we onze eerste vangst al binnen; een zeepaardje wiegt heen en weer op de golfbeweging van het water. Dat is ook al een beestje dat wij niet vaak gezien hebben. We hangen daarna even stil bij prachtige, wuivende anemonen met daarin natuurlijk clownsvisjes die brutaal je camera aanvallen. Wanneer we verder zwemmen zien we opnieuw een schildpad liggen onder een overstekend stuk koraal. Het beestje ligt te slapen, dus we gaan hier snel weer weg. We spotten nog een kleine murene, een schorpioenvis wat garnalen en felgele trompetvis en dan ineens zien we opnieuw een schildpad liggen. Bovenop oranje gekleurd koraal is het een prachtig plaatje. Cris wil een foto maken van ons en de schildpad en we manouvreren zo voorzichtig mogelijk tot schuin achter de schildpad. Leuke familiefoto voor op de schoorsteenmantel.

Na bijna 50 minuten houden we het voor gezien en gaan we weer naar de kant. We gooien de spullen weer in de vrachtwagen en scheuren er op onze scooter achteraan. Bij de duikschool warmen we ons onder de douche en trekken wat droge kleren aan. We bedanken Cris en rijden weer terug naar onze B&B. Deze duiken waren hun geld meer dan waard.

We laten de scooter even staan en lopen de hoofdstraat in om wat te eten. We kunnen zien dat het weekend is. De straten zijn vol met dagjestoeristen op scooters, soms in grote groepen zodat we af en toe op een lange sliert scooters moeten wachten. Ook zien we mensen bezig met het verbranden van (nep) geld. Je moet wat om de goden het goed naar de zin te maken.

Na de late lunch besluiten we op onze eigen scooter aan deze polonaise mee te gaan doen. We gaan opnieuw naar Vase Rock waar het dit keer wel vol staat met mensen. Er zijn vooral veel snorkelaars die rondom de rots proberen een schildpad te vinden. Als we naar het water kijken zien we een paar keer een schildpad aan de oppervlakte naar lucht happen.

Hierna rijden we met onze scooter over de westelijke rondweg naar het zuiden. Onderweg zijn verschillende bezienswaardigheden, maar daar nemen we morgen de tijd voor. Op het zuidelijk deel van het eiland is er een sunset-paviljon waar het enorm druk is wanneer wij daar langs rijden. De zonsondergang is vandaag helaas niet zo bijzonder. We vervolgen onze weg via de oostelijke rondweg en zien vanaf de scooter dat er morgen nog heel wat stopjes gemaakt moeten worden. Gelukkig is het maar een klein eilandje.

29 november 2015

Vandaag is het dan tijd om Little Liuqiu Island boven water te verkennen. Het totale rondje met alle bezienswaardigheden is nog geen 15km, dus we hoeven ons niet te haasten. We beginnen opnieuw met een stevig ontbijt, waar de kipfilet van gisteren plaats heeft gemaakt voor een varkensribje.

We starten bij de Vase Rock. Deze paddestoel-achtige koraalrots hebben we inmiddels al een paar keer gezien, maar dit keer staat de rots er wel heel mooi bij in het morgenlicht. We begrijpen wel dat dit het meest gefotografeerde bezienswaardigheid van Liuqui is. Ook rond dit tijdstip wordt de Vase Rock al omgeven door snorkelaars die een schildpad hopen tegen te komen.

De naast gelegen Lingshan tempel vereren we ook met een bezoekje. Hoewel er niet veel te doen is bij de tempel en bijbehorende pagode, zijn de versieringen wel weer erg mooi. Tempels in Taiwan zien er allemaal erg nieuw uit, dus ze ontberen een beetje het karakter dat je bij tempels in andere landen wel ziet en voelt, de detaillering van de versieringen is echter ongekend en maakt veel goed. Het zijn soms hele verhalen die uitgebeeld worden op het dak van een tempel.

Na de Vase Rock en de Lingshan tempel gaan we in zuid-westelijke richting naar de Beauty Cave. Geen idee waarom het de Beauty Cave heet. Het heeft ons in ieder geval geen opzienbarende schoonheid opgeleverd. De Beauty Cave bestaat uit een serie van koraalgrotten waar een pad doorheen slingert. Boven de grotten zijn uitkijk platforms aangelegd waar je een mooi uitzicht over zee hebt. Het is erg druk op het pad in de grotten. Niet zo vreemd want vandaag is het zondag en dat is de gelegenheid voor de Taiwanese dagjestoeristen om Little Liuqui te verkennen. Dit soort grotten lijkt heel erg op de grotten die wij in het Kenting Forest Recreation Area al hadden gezien, dus we gaan er in een redelijk tempo doorheen.

We springen weer op de scooter en na wat toeristenbussen te hebben ontweken gaan we richting de Wild Boar Trench. Dit labyrinth van koraalrotsen wordt overwoekerd door hangende boomwortels. Men zegt dat hier ooit wilde varkens hebben gezeten, maar of dat ook echt zo is geweest is niet duidelijk. Het is in ieder geval wel de lokatie waar de lokale bevolking aan het eind van de 2e wereldoorlog heeft geschuild tijdens een bommenregen van de Amerikanen. Deze koraalrotsen zien er heel anders uit dan eerdere koraalrotsen die we gezien hebben. Het is hier veel groener, met grote bomen waarvan de luchtwortels aan de koraalmuren geplakt lijken. Koraalmuren die begroeid zijn met varen en hele velden met planten met enorme bladeren. We slingeren wat door de koraalgangen en als we weer bij de uitgang zijn gekomen, maken we ons op voor het mooiste strand van het eiland Geban Bay.

We manouvreren weer tussen de Taiwanese dagjesmensen door en rijden in zo’n 5 minuten naar het strand. De drukte is hier minder dan we verwacht hadden, maar het strand ook. Als dit het beste strand van het eiland is, kun je beter zeggen dat er geen strand-faciliteiten zijn. Het plekje is fantastisch, maar hier ga je niet op je handoekje liggen. We lopen er wat langs de waterlijn en kijken naar de snorkelaars die zo’n 10 meter uit de kust proberen een schildpad te vinden. Toch wel een belangrijke inkomstenbron, die schildpadden, maar gelukkig op een goede manier.

Volgende stop is de Black Devil Cave of (volgens andere bordjes) de Black Dwarf Cave. Op deze plek zijn de Nederlanders in de VOC-tijd nog actief geweest, maar niet op een hele fraaie manier. Nadat de inheemse bevolking een paar Nederlandse zeelieden hadden vermoord, hebben ze als vergelding de halve bevolking uitgemoord. De ware VOC-mentaliteit…… Een plaquette herinnert hier nu nog aan. Het is erg druk bij deze grot en omdat het allemaal ergs smal is vormt zich al snel een lange rij. Wij besluiten deze grot maar te laten voor wat het is.
We vervolgen onze tocht en in de buur van Sunset Pavilion zetten we scooter nog een keer aan de kant om van de fantastische kustlijn te genieten. Het lijkt hier wel wat op de oostkust van Taiwan.

Na Sunset Pavilion gaan we door naar Houshi Fringing Reef. De kust heeft hier door erosie een hele bijzonder structuur gekregen. Het ‘strand’ bestaat koraal met allemaal lage puntige rotsen; zeker geen plek voor je handdoekje! Aan de waterrand lijkt deze laag koraal dan in de vorm van ‘lange vingers’ in zee te verdwijnen.

Na deze bijzondere kuststrook rijden we naar de vuurtoren van het eiland. Met de vrolijke drukte bij de vuurtoren van Eluanbi nog vers in het geheugen, waren we erg benieuwd hoe het hier zou zijn. Nou, hier was dus helemaal niets. Een klein, dik vuurtorentje met een drietal Taiwanezen die er een foto van maakten. Hier hoefden we niet lang te blijven.

Dan is het tijd voor de lunch en dat doen we in het vissersdorpje Dafu. Niet ver van dit dorpje hebben we gisteren onze duiken gemaakt. We lopen eerst nog even door de vissershaven van Dafu, maar het is vandaag opnieuw behoorlijk warm, dus we zoeken snel wat verkoeling en versnapering bij de 7-Eleven.

Na deze sobere lunch bezoeken we de nabij gelegen Biyun Tempel. Dit is opnieuw zo’n tempel waar je er hier velen van ziet. Redelijk jong gebouw maar wel rijkelijk gedecoreerd. Hierna bezoeken we nog een tweetal plaatsen aan de oostkant van het eiland: Sunrise Pavilion en Lobster Cave. Behalve de specifieke kenmerken van deze plekken die uit naamgeving zijn op te maken, gaat het ook hier vooral om de kustlijn en die lijkt wel wat op de kustlijn bij Houshi Fringing Reef.
Na deze laatste stop zit onze Tour de Luiqui erop en stallen we de scooter weer bij onze B&B. Wat we eigenlijk al in de vorige dagen hadden vastgesteld is vandaag bevestigt; Little Luiqui Island is een fantastisch eilandje dat door z’n schoonheid veel groter lijkt dan de paar vierkante kilometers die het in werkelijkheid is.

Na zo’n enerverende dag is het tijd voor een terrasje, maar helaas hebben ze dat niet op Little Luiqui. We kopen daarom eerst een zak van de lokale snack ‘Twists’, een soort verlengde wokkel die je in allerlei smaken kunt krijgen en die ter plekke, als een soort huisvlijt, gedraaid worden. De twists van Little Luiqui schijnen zelfs de beste van het land te zijn! Dan gaan we zitten op de houten bankjes bij cafe ‘What’s’ en bestellen een paar koude biertjes. Na zo’n warme dag over het eiland gaat er niets boven een zak twists met een koud biertje!

30 november 2015

We moesten Little Liuqui vandaag verlaten, als we tenminste de rest van Taiwan nog willen zien. Het was heerlijk op dit kleine koraaleiland; lekker weer door de zeewind, prachtige onderwaterwereld en een heel fijn hotel, of eigenlijk B&B. Aan alles komt een eind dus na opnieuw een uitgebreid ontbijt, gaan we op weg naar de haven. Het is maar 5 minuutjes lopen, dus dat is te doen met volle bepakking. We kopen twee kaartjes en gaan op een bankje zitten tot we aan boord kunnen.

De boot voor de terugreis ziet er wat meer solide uit dan de boot waar we mee naar het eiland waren gekomen, maar misschien is het beeld vertekend door de enorme hoeveelheid passagiers dat mee moest op de heenreis.
We gaan er goed voor zitten, maar voordat de stoel goed warm is geworden zijn we alweer in Donggang. We verlaten het haventerrein, gaan op de grote weg rechtsaf en na een paar honderd meter zijn we weer bij de Mac waar we een paar dagen geleden aankwamen. Omdat we de boot van 09:00 uur hadden weten te halen, hoefden we ons niet te haasten. Een lekkere bak koffie was ons deel.

Als we de Mac uitlopen, staat bus 9117 bij het verkeerslicht te wachten. We weten nog van de busrit uit Kenting dat dit de bus naar Kaohsiung is, dus we beginnen maar vast te zwaaien om te voorkomen dat de chauffeur ons over het hoofd ziet. Hij zet de bus netjes voor onze neus stil en wij kopen een kaartje naar Kaohsiung. Het is slechts 18km naar Kaohsiung en na een half uurtje zijn we nog maar 4km van Central Kaohsiung verwijderd. Dat we er dan nog drie kwartier over doen om bij het busstation te komen valt dan wel tegen. We krijgen voor hetzelfde kaartje wel heel veel van Kaohsiung te zien.

We lopen naar de busmaatschappij die ons naar Foguanshan moet brengen, maar krijgen daar te horen dat de volgende bus pas om 12:55 uur gaat. Geen ramp, want dat geeft ons de tijd om alvast ons hotel voor morgen op te zoeken en ergens te lunchen. Voor beide opgaven slagen we met vlag en wimpel.

Om 12:45 uur zijn we weer terug bij het busstation en precies 10 minuten later staat de mini-bus die ons naar het kloostercomplex van Foguanshan moet brengen klaar om te vertrekken. Het is helaas een bus die veel extra lusjes maakt en minstens 87 keer stil staat om passagiers op te pikken. Voor de 40km naar het tempelcomplex met klooster en meditatiecentrum hebben we maar liefst 5 kwartier nodig.

Fo Guang Shan is een Chinees boeddhistische organisatie en een orde van de Mahayana traditie. De orde is opgericht door Meester Hsing Yun die bekend staat vanwege zijn eigen ‘merk’ van humanistisch boeddhisme. De orde heeft internationale bekendheid bereikt en start en leidt wereldwijd tempels en groepen. De hoofdzetel van Fo Guang Shan bevindt zich dus in Kaohsiung en is het grootste boeddhistische klooster in de Taiwan en wordt gezien als het centrum van boeddhisme in Taiwan.

We gaan eerst op zoek naar iemand die ons hier aan een slaapplaats kan helpen. We lopen naar een kamertje waar een aantal mensen aan het werk zijn en gelukkig is er iemand die Engels spreekt. Wat ze ons vertelt willen we liever niet horen; er is geen enkele slaapplaats meer beschikbaar in het klooster. Er is de hele week een boeddhistische conferentie aan de gang en alle slaapplaatsen zijn vergeven aan de bezoekers van deze conferentie. Daar staan we dan met al onze spullen. Terug gaan naar Kaohsiung is geen optie want dan is de dag zo’n beetje voorbij. We besluiten onze grote rugzakken dus maar ergens neer te gooien en dan de rest van de dag ‘gewoon’ te gebruiken om het klooster te bezichtigen. We wilden graag in het klooster slapen omdat dit de enige mogelijkheid is om het ochtend-ritueel mee te maken dat al om 05:30 uur begint.

We laten de teleurstelling achter ons en gaan richting het gezang dat we horen. Het blijkt bij de Great Compassion Shrine vandaan te komen. Meer dan honderd nonnen en monniken zijn luidkeels in gebed. We proberen zo onzichtbaar mogelijk wat mee te krijgen van deze indrukwekkende ceremonie.

Veel gelovigen steken hier een wierookstokje aan en de donaties gaan grif in de daarvoorbestemde dozen. We spreken een vrouw uit Taipei die vertelt dat ze 5 nachten in dit complex doorbrengt vanwege de conferentie. Ze is duidelijk gelukkig en trots dat ze dit van dichtbij mag meemaken.

Na een half uurtje gaan we verder op ontdekkingsreis door dit mega-complex en wederom worden we gelokt door het geluid van gebed of gezang. Het blijkt bij de Main Shrine vandaan te komen. Ook hier een tempel vol met nonnen en monniken die en masse hun gebedje doen. In de tempel staan 3 enorme boeddha’s omgeven door zo’n 15.000 mini-boeddha’s die allemaal in een nisje in de muur staan. Bovendien staat er in deze tempel een houten boeddha beeld waarvan het hoofd is gescheiden van de romp. Volgens de teksten op de muur is dit boeddhabeeld hier al duizend jaar geleden aangespoeld.

We lopen verder over het tempelcomplex en kunnen de omvang van dit complex bijna niet bevatten. De tempels zijn in grote getale aanwezig en hebben een enorme omvang, het aantal boeddha’s op het terrein is ontelbaar net als de nonnen en monniken en dan hebben we het Buddha Memorial Centre nog niet gezien. En we zouden de weg er naar toe bijna niet kunnen vinden. Gelukkig werden we geholpen door een non-in-opleiding die er samen met ons naartoe gaat.

Het Buddha Memorial Centre ligt 500m ten noorden van het tempelcomplex en je kunt er met een busje heen gebracht worden. De zon begint inmiddels al wat te zakken, dus we hebben wel enige haast om er te komen. We snellen door de grote ‘aankomsthal’ van dit monumentale centrum, waar zelfs een Starbucks gevestigd is en lopen over de brede weg naar het 50m hoge beeld van een zittende boeddha (zelfs 100m hoog incl. de basis waar het beeld op gebouwd is). Het heeft toch ook voordelen om hier zo laat te zijn. Overdag worden hier continue busladingen met toeristen gedumpt en nu valt het best mee. Slechts enkele tientallen andere toeristen zien we om ons heen.

Na een half uur rond deze mega-boeddha te hebben gelopen, gaan we weer terug naar het tempelcomplex. We hopen dat de tempels waar vanmiddag nog van alles te doen was, inmiddels leeg zijn zodat we ze van dichterbij kunnen bekijken. Dit geluk hebben we bij de Great Compassion Shrine en we gaan de tempel in om alles beter te bekijken.

We wandelen daarna nog wat over het complex, maar rond 17:00 uur besluiten we maar terug te gaan naar Kaohsiung. Ook daar moeten we nog een slaapplek zien te regelen, want we waren uit gegaan van een overnachting in het klooster. De bus brengt ons naar het station van de Taiwanese HSL en van daar nemen we de metro naar het hotel waar we morgen zouden slapen. Na wat miscommunicatie en overleg met de baas kunnen we onze overnachting van morgen een dagje naar voren schuiven. Wij kunnen in ieder geval in een bed slapen vanavond.

01 december 2015

Omdat we niet in het klooster van Foguanshan hadden geslapen, was er meer tijd om Kaohsiung te verkennen. Een groot deel van Kaohsiung is niet veel bijzonders, maar wij hadden een paar plekken op het oog waar we de dag wel mee door zouden komen. Kaohsiung is Taiwan’s 2e stad en een van de grootste containerhavens in de wereld. De stad heeft de afgelopen jaren een grote metamorfose ondergaan, van een vervuild industrieel centrum met 2 miljoen mensen naar een groene stad met parkjes, cafeetjes aan de waterkant, kunt gallerijen en museums. Die laatste dingen zijn wij voor gekomen.

Ons eerste doel werd het Pier 2 Art Centre. In een aantal vervallen loodsen nabij de haven hebben zich kunstgallerijtjes en winkels gevestigd. De buitenkant is hier en daar door kunstenaars goed onderhanden genomen met graffiti en leuke beelden staan langs de paden. Ook zijn er een aantal cafeetjes waar je alles langs je heen kunt laten gaan.

Nadat we kris-kras door dit gebied heen gelopen zijn, gaan we op weg naar de ferry die ons naar Cijan eiland moet brengen. Dit langgerekte eilandje ligt tussen Kaohsiung en de zee. Het is het oudste deel van de stad Kaohsiung en daar moeten we wel even wat tijd door kunnen brengen.

We moetsen dus eerst even de ferry-pier vinden en met een temperatuur die al weer heel dicht bij de dertig graden zat, viel dat niet mee. We probeerden zoveel mogelijk aan de schaduwkant van de weg te lopen.
De ferry-pier bleek maar een twintigtal minuten van de het Pier 2 Art Centre af te liggen dus dat viel mee. De ferry’s gingen af en aan, dus lang hoefden we niet te wachten. Je goot nt$25 p.p. (€0,70) in een bak en je mag overvaren. Angst voor zeeziekte hoef je niet te hebben, want voordat je het kotszakje te pakken hebt, sta je al aan de overkant; de overtocht duurt nog geen 5 minuten.

Op een steenworp van de ferry-pier staat de Tianhou tempel. Deze tempel is gebouwd in 1673 en daarmee de oudste uit Kaohsiung. Dit is even heel wat anders dan de meeste tempels die we tot nu toe gezien hebben. Verweerde verf en een laag roet van honderden jaren kaarsen branden. Foto’s van partijleiders van voorheen, die misschien wel een bezoek hebben gebracht aan deze tempel. Bizarre, angstaanjagende poppen in de gebedsruimte. Er zijn vast heel veel verhalen te vertalen over wat zich hier allemaal heeft afgespeeld, maar………………….die zijn allemaal in het Chinees en begrijpen wij toch niets van.

We vervolgen onze weg over het eiland en komen bij een enorme grote, maar vooral lelijke, kerk. Dat hadden we in Taiwan nog niet eerder gezien. De grijze kerktoren torent boven alle gebouwen op het eiland uit en daar zullen ze hier toch niet gelukkig van worden. Na de kerk lopen we over de vismarkt. Het ziet er allemaal fantastisch uit. De vis ligt netjes gesorteerd in bakken met ijsklontjes die glinsteren in het licht. Prachtig, maar het is voor ons nog te vroeg om al een visje te pakken.

De vuurtoren laten we links liggen (of eigenlijk rechts). De laatste vuurtoren was al geen groot succes en voor deze moet je ook nog een behoorlijke pukkel op klimmen en dat wordt door de dokter afgeraden bij deze weersomstandigheden.

Na een uurtje gaan we weer op weg naar de ferry-pier en na nog even een bakkie koffie te hebben genomen bij de 7-Eleven, gooien we het muntje weer in de bak en steken het water weer over.
We lopen via de Fisherman’s Warf naar de Love Pier. De Fisherman’s Warf valt tegen; het is niet meer dan een grote souvenierwinkel waar de airco veel te hoog staat. Na de Fisherman’s Warf stuiten we weer op allerlei straatkunst; van misvormde katten tot metershoge kunstobjecten van verroest metaal.

De Love Pier blijkt ‘under construction’, dus daar moeten we bij een volgend bezoekje aan Kaohsiung maar eens heen. De Love Pier is het laatste stukje van de Love rivier die door de stad stroomt. Nog niet zo lang geleden was het een open riool, maar inmiddels is het omgetoverd tot een sieraad voor de stad met mooie promenades en bankjes aan het water. Bij de Love Pier zou je dan gezellig bij een cafeetje of een restaurantje aan het water moeten kunnen zitten, maar nu dus even niet.

Vanaf de Love rivier zien we de contouren van de 85 Sky Tower al zien, dus we besluiten er niet met de metro heen te gaan, maar te voet. De 85 Sky Tower is een van de meest iconische gebouwen van Kaohsiung. Het gebouw is 347,5m hoog en z’n typische 2-benige structuur is gebaseerd op het Chinese teken ‘gāo’ wat ‘hoog’ betekent. Het was het hoogste gebouw van 1997 tot 2003 toen de Taipei 101 gereed was. Beide gebouwen zijn overigens door dezelfde architect ontworpen.

Hierna springen we weer in de metro en gaan we naar de noordkant van de stad waar we de Lotus Pond willen zien. De Lotus vijver is een van de populairste attracties van Kaohsiung, maar omdatdeze vijver slechts 1,5 km lang en 500m breed is, een ideaal uitstapje voor toeristen met beperkte tijd. De vijver wordt omringd door een handvol prachtige monumenten, tempels en pagoda’s en bij deze monumentjes staan beelden van draken, tijgers of roofvogels waar een gemiddelde eigenaar van een Chinees restaurant een moord voor zou doen. De meters hoge, fel gekleurde beelden zijn te kitsch voor woorden, maar al-met-al vermaken we ons hier opperbest.

We lopen driekwart van het rondje rond de vijver en komen langs het Dragon-Tiger paviljoen, het Spring-Autumn paviljoen het Beiji Xuantian Shang Di paviljoen en de Tianfu tempel, waarna we terug lopen naar het metrostation. Wij hebben onze portie Kaohsiung wel gehad en gaan terug naar het hotel om onze bagage op te halen. We zijn om 16:30 uur weer bij het hotel dus kunnen dus met gemak de snelle trein van 17:00 uur naar Tainan halen.

02 december 2015

Toen we gisteren met de taxi van het treinstation naar ons hotel reden, schrokken we een beetje van de drukte die we onderweg zagen. We dachten dat Tainan een klein en vooral rustig, zelfs ingeslapen stadje zou zijn. Niets is minder waar: overal felle reclames, gekkenhuis in het verkeer en heel veel hoge kantoorgebouwen. Toen we vanochtend met de fietsjes van het hotel een rondje door de stad gingen maken, waren we de eerste honderden meters vooral bezig aan het drukke verkeer te wennen.

Gelukkig ging het toertje dat we uit de LP hadden gepikt over het algemeen via rustiger wegen, maar om bij de Confucius tempel te komen moesten we nog wel even een grote rotonde over met onze fietsjes. ‘Go with the flow’ is het beste advies en dat deden wij dan ook. Ongeschonden haalden we de Confucius tempel, waar we onze fietsjes parkeerden en op slot zetten.

Historisch Tainan is een stad van oude monumenten, heerlijk eten en vooral tempels. Er worden in Tainan meer goden aanbeden en meer festivals gehouden dan in een andere stad in Taiwan. Veel hiervan is het gevolg van de voormalige status als hoofdstad van het land. Tainan is meer dan 200 jaar de hoofdstad geweest.

De Confusius tempel is een mooi gebouw, maar er is helemaal niets te doen. De tempel lijkt er alleen nog te zijn voor toeristen want delen van de gebouwen op het terrein zijn in gebruik als museum. Confucius tempels staan bekend om het feit dat ze de rust, sierlijkheid en waardige schoonheid van de traditionele Chinese cultuur uitstralen en dat is hier goed gelukt, maar het is niet helemaal ons kopje thee, dus we houden het snel voor gezien. Doe ons maar een tempel waar de lokale bevolking z’n ‘ding’ nog doet.

De volgende stop in de route is de Great South Gate. De enige oude stadspoort waar ook nog een stuk van de verdedigingsmuur intact is. Je moet het gezien hebben, maar langer dan 5 minuten kun je je er niet vermaken. De volgende stop is de Wufei tempel die is opgericht ter ere van de 5 bijvrouwen van koning Ning Jin. Voordat Ning Jin zelfmoord pleegde omdat, na de overgave van Koxinga’s kleinzoon, alle hoop voor de Ming dynastie was vervlogen, hingen de dames zichzelf op aan een dakbalk in het paleis. Mooi verhaal, maar de tempel en het omringende parkje zijn al net zo doods als de bijvrouwen en koning Ning Jin.

We vragen ons af of het nog wat gaat worden met het tochtje uit de LP, maar we hijsen onszelf weer op de fietsjes en rijden via de Wufei weg naar de Kaishan weg om zo Koxinga’s Shrine te komen. Op de Wufei weg zien we dan ineens een tempeltje verscholen aan de linkerkant. Het is niet zo druk, maar de beelden in de tempel zijn wel heel bijzonder. De vrouw die toezicht houdt op de tempel wenkt ons en wijst naar de achterkant van de tempel. Wij lopen naar achteren en daar staat een tiental grote poppen die waarschijnlijk bij optochten of andere rituelen gebruikt worden. Ook de rest van dit tempeltje is de moeite waard met mooie beelden en prachtige versieringen.

Wanneer we op de Kaishan weg rijden zien we ineens nog een klein tempeltje. We stoppen weer en zien al snel dat dit het type tempel is waar we echt warm voor lopen. Er gebeurt van alles; mensen zijn (nep)geld aan het verbranden als offer, steken wierookstokjes aan, doen ‘bwah bwey‘ (gooien met maanvormige houten blokjes) om de beste werkwijze voor iets te bepalen en zeggen een gebedje op. Heel sfeervol allemaal.

De volgende stop is dan Koxinga’s Shrine. Koxinga is een Ming regeringsgetrouwe die er na 9 maanden vechten voor heeft gezorgd dat de Nederlanders Taiwan verlieten. Helaas heeft hij niet lang van dit succes kunnen genieten, want een half jaar later was hij dood. Koxinga’s Shrine is ook vooral een museum, dus er gebeurt weinig op het terrein. De gebouwen zijn niet veel bijzonders en misschien is hoogtepunt wel de tuin om de gebouwen heen.

Van Koxinga’s Shrine gaat het naar de tegenover gelegen Lady Linshui’s tempel, dan de Dongyue tempel en iets verder de City God tempel. Allemaal bezienswaardigheden waarvoor we eigenlijk het slot niet op de fiets hadden hoeven doen, maar misschien worden we zo langzamerhad een beetje tempel-moe.

De fietstoer brengt ons vervolgens naar een achteraf steegje waar de tempel met de mooie naam Altar of Heaven staat. Hier is het weer lekker druk, dus we parkeren onze fiets bij de zij-ingang en gaan snel naar binnen. Er worden net consultjes afgenomen waarbij gelovigen slechte geesten of anderszins ongewenste zaken laten verdrijven. De priester neemt geen halve maatregelen, want behalve het prevelen van onverstaanbare gebeden slaat hij af en toe met een zweep voor de gelovige, wat zo’n harde knal geeft dat de hele tempel opschrikt. Het is grappig dat een tempel die zo druk bezocht wordt, 300 jaar geleden is neergezet als een tijdelijke tempel.

Voorlaatste stop van onze fietstocht is bij de Chihkan Towers. Deze plek markeert de plek waar ooit Fort Provintia stond. Het fort is in handen geweest van vele heersers nadat de Nederlanders het in 1653 hadden gebouwd. Er zijn nog delen van muren te bezichtigen die destijds door de Nederlanders vakkundig zijn gemetseld. In 1661 heeft Koxinga dit fort veroverd op de Nederlanders, nog voordat hij de Nederlanders defintief versloeg. Het eerste van de twee torens is in 1875 gebouwd.

Aan de Yongfy weg vinden we dan onze laatste stop op deze toer: de Datianhou tempel. Deze matsu tempel heeft ooit gediend als paleis voor koning Ning Jin (die dooie van hierboven), de laatste koning van de Ming dynastie. Dit is een levendige tempel waar vooral goede zaken worden gedaan door de verkopers van tempel-prullaria, zoals nepgeld, wierookstokjes, chips, koekies en andere zaken die geofferd kunnen worden. We hebben inmiddels wel aardig in de gaten welke stappen worden doorlopen voordat er iets wordt geofferd, maar vinden het ongepast om dit als een vakantiestuntje uit te voeren.

Na dit culturele rondje door Tainan is het tijd voor een stevige lunch. Het is inmiddels 13:30 uur en we willen ‘s-middags nog even naar Anping, de plek waar de zee en stad ooit bij elkaar kwamen.
Anping is ook de plek waar de Nederlanders van de VOC het eerste fort bouwden in 1624, Fort Zeelandia, en het is ook de plek waar Koxinga de Nederlanders 38 jaar later versloeg. Het enige wat nu nog overeind staat van het oude fort zijn een tweetal buitenmuren. Er is een klein museum ingericht waar we even een kijkje nemen en we zien dat er heel veel Nederlandse inbreng is in het museum.

Na ons korte bezoekje aan Anping gaan we terug naar ons hotel en genieten daar van het gratis ijs, dat je de hele dag door kan eten.