Tag archieven: Kalaw

Myanmar 3

Zondag 29 oktober

In Kalaw zitten we in een guesthouse van een lokale familie. Zeer vriendelijke mensen! Zoals de hele vakantie al, is ook hier het ontbijt weer voortreffelijk en gaan we goed gevuld wat regelen voor de trek.

Kalaw is veel minder hectisch dan Yangon of Bago, voeg daarbij het koelere klimaat op bijna 1300 meter en deze rustige dag kan niet meer stuk.
We hebben in Kalaw een leuke teashop ontdekt waar steeds verse gebakjes en cakejes te krijgen zijn. Omdat ook hier de zon weer volop schijnt zijn we daar regelmatig te vinden. Een bakkie thee met een paar loempias, bananencakeje en zandkoek kost bovendien nog geen 2 kwartjes. We hoeven ons dus geen zorgen te maken over het budget.

De trek boeken we bij Jimmy. Dezelfde vent die ons al stond op te wachten toen de bus aankwam. Hij komt vriendelijk over en heeft alle tijd om ons het e.e.a uit te leggen. Morgen starten we om negen uur en we zullen de trek samen met twee spaanse meiden maken.

‘s-Avonds eten we bij een nepalees eethuis dat in de LP wordt aangeraden. Er zitten die avond alleen toeristen, maar dat mag de pret niet drukken.
We zaten daar naast de naaimachine en strijkplank, waarop ze tijdens het eten nog even een plooi glad streken.

Maandag 30 oktober

Om negen uur gaan we van start. De twee Spaansen hebben er ook zin in dus wat kan er gebeuren.
De omgeving waardoor we lopen ziet er uit als een bontgekleurde lappndeken; overal worden op kleine akkers andere gewassen verbouwd. Er moet ook aardig geklommen worden, maar niemand geeft een krimp en om 11:30 uur bereiken we onze lunchstop annex vieuwpoint al.

Een handige local had op deze prachtige lokatie een paar tafeltjes en parasolletjes in elkaar geknutseld van bamboe en kon daar een leuk zakcentje mee verdienen, na ons kwamen er nl. nog drie gezelschapjes een tafeltje uitzoeken. De lunch was eenvoudig maar voedzaam: chapatis met aardappelcurry wat op smaak gebracht met chilisaus.

Om 13:00 uur gingen we verder en even later kwamen we door een klein dorpje. Jimmy nam ons mee een lokaal huis in vooreen bakkie thee. De planning had niet beter kunnen zijn want een paar minuten later begon het te stortregenen. De vrouw des huizes moest op haar slippers naar buiten sprinten want ze had nog een lading thee te drogen liggen voor het huis.
In de tussentijd gingen er wat GGD-ballonen naar nieuwe eigenaartjes en niet veel later was de bui alweer voorbij.
De regen had geen goed gedaan aan de paden, ze waren glad en glibberig geworden. De zon doet hier gelukkig wonderen en het werd langzaam wel weer beter.
Later die middag liepen we nog een tijdje via het spoor tot we bij een klein stationnetje aankwamen. We trokken veel bekijks net als de dorpsgek die hier stond te zingen en dansen alsof ze voor Idols aan het oefenen was.
Ook hier zien we vrouwen die de groene cheroots roken, maar dit begint de normaalste zaak van de wereld te worden. Deze vrouw is touwens nog wel vastgelegd voor het nageslacht.

Tegen half vijf arriveren we bij het dorpje waar we zullen overnachten. De laatste honderd meters zijn erg slecht en met voeten vol klei en zand lopen we omhoog het huis in.
De kok die deze trek voor ons het eten bereid blijkt een ware kunstenaar te zijn. Vanuit het niets tovert hij de lekkerste maaltjes op tafel en we moeten uitkijken dat we niet te veel eten
De slaapplaats is niet veelmeer dan een paar dekens op een houten vloer. Net na negenen gaan we proberen te slapen en dat valt nog niet mee. Jimmy snurkt als een kettingzaag die een teakwoud aan het omzagen is en ook een spaanse heeft blijkbaar wat ademhalingsproblemen.

Dinsdag 31 oktober

We merken dat onze ruggetjes toch niet zo goed tegen die harde vloer kunnen, maar om 07:30 uur vertrokken we alweer voor wat een lange wandeldag zou worden.
Wederom een schitterende omgeving om door omringd te worden. Felgroene velden rijst lamborghini gele velden sesamzaad, donkerrode omgeploegde akkers en blauwgroene velden sojabonen, soms afgewisseld met velden verdroogde maisstengels. Niet alleen langs deze kleurenpracht soms ook er dwars doorheen. De oogst wordt vaak met een ossenkar vervoerd, het blijft onvoorstelbaar om je zo ver terug in de tijd te wanen.

Nog voor de lunch bezochten we een schooltje. De kinderen zagen ons blijkbaar al van verre aankomen want ze sprintten ons tegemoet. We zijn ook nog even het schooltje binnen geweest en hebben een stapel kleurpotloden achtergelaten bij de juf.
Kokkie heeft daarna in een dorpje nog een heerlijke lunch bereidt en vol goede moed gingen we daarna op weg. ’s Middags was meer van hetzelfde en misschien nog mooier: kinderen op buffels, gekleurde velden afgewisseld met dennenbos, pittige klimmetjes, gladde afdalingen en pas tegen 17:00 uur zagen we het klooster waar we zouden overnachten. Na 8 uur wandelen waren we het wel zat en gelukkig was de matras die ons de nacht moest doorhelpen hier een stuk beter.

We sliepen in de zaal waar de jonge monniken hun liederen/gebeden zongen en dat zouden we weten ook. De volgende ochtend om 05:20 uur werden we gewekt door het gezang van onze roodgemantelde vrienden; prachtig om ziets mee te kunnen maken.
Hun dag was begonnen en die van ons dus ook.

Woensdag 1 november

Na ontbijt met nasi en koekjes gingen we om 07:30 uur weer op weg voor de laatste paar uurtjes naar het Inle meer. Door de tropische regenbui van gisterenavond waren de paden weer spekglad, maar dat werd snel beter. Deze dag geen nieuwe hoogtepunten of het moest de aankomst bij het Inle meer zijn. Eindelijk weer een lekker koud colaatje en wat rust voor de voeten.

In een longboat werden we over het Inle meer naar Nyaungshwe gebracht waar we ons zelf trakteerden op het meest luxeuze hotel in town. Nadat we ingecheckt waren zijn we eerst even het dorp ingelopen om een boottochtje voor morgen te boeken. Bij de buurman van het kantoortje waar we de boottocht hebben geboekt hebben we navraag gedaan voor een vlucht naar Mandalay. Deze vlucht bleek maar 32 dollar te kosten dus dat was geen moeilijke keuze als het alternatief 12 uur in een nachtbus is.
Het boottochtje van morgen zou om 08:00 uur beginnen dus erg laat hebben we het niet gemaakt.

Donderdag 2 november

Na een lekker ontbijtje zaten we om 08:00 uur in onze prive-longboat. Als eerste opweg naar de lokale markt van Kaungdaing en hoewel er al wel wat toeristenstalletjes waren te vinden was deze markt nog behoorlijk authentiek. In ieder geval goed genoeg voor een uurtje rondsnuffelen en een paar prachtige plaatjes. Daarna via de drijvende groentetuin (vnl. tomaten) na een tweetal op toeristen ingestelde handwerkfabriekjes. Waarschijnlijk hebben wij het snelheidsrecord in-and-out the shop gebroken. Via de straatjes van een vissersdorpje zijn we tegenover de grote pagode gaan lunchen. Na de lunch hebben we de pagode van dichtbij bekeken. Je kunt hier bladgoud kopen om op een boedistisch relekwie te plakken, dan is een goede toekomst verzekerd. Na dit tempelritueel op weg naar het jumping cat monastery. In dit klooster dat omgeven is door souvenirsstalletjes hebben de monniken uit verveling katten door een hoepel leren springen. Ook wij hebben een voorstelling bijgewoond, dus Karel staat nog wat te wachten als we weer thuis zijn.
Na deze acrobatische hoogstandjes gingen we weer terug naar Nyaungshwe, maar niet zonder onderweg nog een paar vissers op hun speciale manier aan het werk te hebben gezien.

Vrijdag 3 november

Vandaag naar Taunggyi, maar de plannen zijn weer gewijzigd. Zouden we eerst in deze plaats slapen (we hadden al een hotel gereserveerd) hebben we gisteren toch maar besloten op-en-neer te gaan. Dit kwam ook doordat Mario en Lies, 2 Belgen uit Hasselt die we tijdens de trek al eens waren tegengekomen, op zoek waren naar andere toeristen waarmee ze hun taxi naar Taunggyi konden delen; dat zijn wij dus geworden.

Om 08:30 uur vertrokken we vanaf het hotel van deze twee Belgen.
Taunggyi bleek een mierenhoop van mensen te zijn. Aan het eind van de hoofdstraat was een veldje waar de ballonnen gelanceerd gingen worden en hieromheen was een braderie/kermis opgebouwd van enorme omvang.
Het ballonfestival ter ere van volle maan trok duizenden en duizenden mensen uit het hele land. Soms liep je in een mensenmassa waarin je geen kant op kon en je maar mee moest laten voeren. Nadat we een aantal keren langs alle kraampjes en kermisattracties waren gelopen, zijn we naar het veldje gegaan waar het allemaal zou gebeuren.

De eerste ballonen werden rond een uur of 13:00 uur opgelaten. Met veel gedans, muziek en geschreeuw worden grote fakkels aangestoken waarmee dan een soort vuurkorf onderaan de ballon wordt aangestoken. Met een man of 10 worden de ballonnen ondersteund om zo de warme lucht erin te laten lopen. De ballonen varieren in grootte van een een uit de kluiten gewassen opblaaskip tot ballonnen met de omvang van een luchtballon waar we in Nederland mandjes onder hangen met mensen erin. De meeste ballonnen hebben de vorm van een soort papagaaiachtige vogel, maar er zijn ook varkens, koeien, een driehoofdige kameel en een olifant. Ze gaan niet allemaal even goed de lucht in. Soms moet je rennen om aan een enkeltje Beverwijk te ontkomen wanneer er eentje in de fik vliegt en brandend naar beneden stort.

Aan het eind van de middag komen we Mario en Lies weer tegen en gaan we samen wat eten. Hij blijkt een beroemde drummer te zijn van de popgroepen Novastar en Hooverphonic. Zegt ons zo niets maar na de vakantie gaan we even een CD-tje huren. Zij is research mederwerkster bij de VRT en doet onderzoek naar achtergronden bij televisieprogramma’s. Leuke jobs, maar haalt het niet bij belastingambtenaar.

’s Avonds is het zo mogelijk nog drukker geworden op het festivalterrein. We bezoeken nog even de grote pagode alvorens het spektakel met de fire-balloons begint. Dit keer zijn het gewone ronde ballonnen zo groot als de eerder genoemde mandenballon maar zijn ze aan de buitenkant versierd met allerlei vuurwerk. In het duister van de nacht geeft dit een prachtig gezicht.
Nadat de laatste ballon omhoog is gegaan vertrekken we met de taxi terug Nyaungshwe. Rond een uur of 24:00 uur vallen we als een blok in slaap.

Zaterdag 4 november

Vanochtend zijn we naar het cybercafe gegaan om de mail te lezen en de weblog bij te werken. Voor het eerst in Myanmar een normale internetverbinding. We zitten bij het cybercafe nog even buiten op het daktterras en genieten van de voorbijgaande boten. Vanmiddag de vlucht naar Mandalay.

Myanmar 2

Woensdag 25 oktober

Omdat we als zuinige hollanders niet te veel wilden betalen voor onze bustickets hebben we die niet gekocht in de stad, maar zijn we op de gok naar het busstation gegaan. Het bleek daar gelukkig geen probleem te zijn om nog plaatsen in de bus naar Kinpun te krijgen, al zaten we wel op de achterbank.
De bus vertrok direct en naarmate we verder van Yangon afkomen worden de wegen slechter. De hoofdwegen zijn over het algemeen smaller dan een gemiddelde B-weg bij ons en het zielige laagje asfalt is meestal geruineerd. Gelukkig was het een korte rit van maar 5 uur met een lunchstop na 3 1/2 uur waar we lekkere Dhal hebben gegeten, althans we herkenden de rijst en de aardappels.
Buiten bij dit restaurant werden ook allerlei snacks aangeboden waaronder dikke vette geroosterde sprinkhanen, maar die sloegen we maar even over.

Om 13:00 uur arriveerden we in ons hotel in Kinpun en we werden bij alles geholpen door een jongen die in het hotel werkte maar blijkbaar voldoende tijd overheeft om andere dingen te doen. Na een noedelsoepje zijn we naar de truckstop gegaan om ons naar de rock te laten vervoeren
Via een soort van bordes stap je achter in een open vrachtwagen samen met nog zo’n 40 anderen, voornamelijk locals. Samengepakt als sardinen in een te klein blik vertrekt de truck wanneer er echt geen kip meer bijkan.
De knieen hadden behoorlijk te lijden tegen het houten bankje voor je en bovendien was de chauffeur nogal klungelig met schakelen en gebruikte hij te pas en te onpas zijn rem.

Boven aangekomen moets er nog 45 minuten geklommen worden alvorens de rock bereikt werd. De locals gingen wel met een truck het laatste stuk naar boven maar omdat er ooit een truck met daarin een aantal toeristen het ravijn is ingestuiterd heeft de regering besloten dat toeristen maar moeten gaan lopen; locals zijn blijkbaar minder belangrijk.
Het was een stevige klim waar onze goed getrainde benen goed van pas kwamen. Ook hier was de temperatuur nog boven de 30 graden dus het was een behoorlijk uitputtingsslag.

De Golden Rock was even simpel als bijzonder om te zien: een enorme goudkleurige rots met bovenop een kleine stupa, het geheel balancerend op en haar van Boeddha (zeggen ze). Je zou hier niet zo maar durfen niezen….. Locals lagen op hun buik onder de rock te kijken, waarschijnlijk om te kijken of die haar er inderdaad lag.

De weg naar beneden ging een stuk soepeler, niet alleen het eerste stuk wat we weer lopend afleggen, maar ook de truckchauffeur die ons het laatste stuk naar Kinpun brengt, begreep zijn vak beter. Onderweg moetsen we nog wel een keertje bovenlangs overstappen op een andere truck, maar voor de rest geen problemen.

Bij terugkomst in ons hotel vonden we een kikker in de badkamer dus die eerst maar gevangen en naar buiten gegooid (kikkers houden nl. niet van shampoo) voordat we een douche hebben genomen.
Electriciteit is een meevaller in Myanmar en ook hier ervaren we weer dat je het af en toe zonder moet doen. Opgefrist van de douche zijn we wat gaan eten waarbij we David en Sandra ontmoetten, een gepensioneerd Canadees echtpaar dat in Costa Rica woont.
Na een eenvoudige maaltijd en een paar biertjes was het tijd om te gaan slapen. David vond dat jammer want hem smaakten die Tiger biertjes veel te goed. Op het laatst begreep ik niets meer van zijn engels.

Donderdag 26 oktober

De volgende ochtend ontbijten we in het hotel en de jongen komt weer bij ons zitten. Hij vertelt dat hij 10 dollar per maand verdient en dat hij daarvoor 24×7 werkt. Kun je je bijna niet voorstellen, maar misschien is het ook een beetje beinvloeding van de fooi.
We hadden we nog even tijd om Kinpun te verkennen voordat we met de bus naar Bago zouden gaan. Veel is het niet en als we ergens proberen te betalen met 1000 kyat (65 cent) moet de halve straat worden afgeschuimd voor wisselgeld.

De bus naar Bago vertrok met enige vertraging en onderweg werd nog eens tig keer gestopt om vanalles wat beweegt mee te nemen; en dit noemen ze een expressbus!
Aan het eind van de middag zijn we in Bago, waar je gelijk wordt benaderd door allerlei motormuizen (of eigenlijk brommermuizen) die je naar je hotel willen brengen.
We kiezen er twee uit en checken in bij het hotel.
We zijn echter niet zo maar af van die brommermuizen want ze bieden aan om ons Bago te laten zien per brommer. Dit lijkt niet zo’n slecht idee omdat de bezienswaardigheden toch wel ver uit elkaar liggen.

Niet veel later zaten we achterop de brommer en ging we van zittende Boeddha naar liggende Boeddha en nog een liggende Boeddha en de enorme Shwemawdaw paya. Deze pagode is zelfs nog hoger als de Shwedagon in Yangon.
Als laatste hebben we nog de zon onder zien gaan bij het klooster met de gereincarneerde slang waarna we via een internet cafeetje terug zijn gegaan naar het hotel.
Het verkeer was een hele belevenis maar gelukkig hadden we dat overleefd.

Terug in het hotel vertelde de eigenaar dat de bussen naar Kalaw allemaal volgeboekt waren; balen! Het alternatief is naar Meiktila en vervolgens naar Kalaw, maar veel keus hebben we dus niet.

Vrijdag 27 oktober

‘s-Ochtends waren onze 2 motormuizen mooi op tijd bij het hotel. We kletsen wat en Aung is er geinteresseerd in mijn uitgelezen Men’s Health. De schaars geklede dames in dit blad laten hem bijna niet meer los.
We gingen eerst terug naar het internetcafe waar we op aanraden van de eignaar een account bij Walla openden.
Deze zouden we in het hele land kunnen gebruiken volgens hem.


Na het sturen van een goed-nieuws mailtje gingen we weer op weg. Eerst naar een sigarenfabriekje, of eigenlijk een groot huis waar zowel boven als beneden vrouwen van jong tot oud sigaren zaten te rollen. De tabak is een mengelmoes van tabaksblad, boomschors, een vleugje aroma naar keuze en een scheutje alcohol. De vrouwen krijgen 1 Kyat per gerolde sigaar en ze rollen er per dag zo’n 1000. De werkdag is van 06:00 tot 18:00. De kinderopvang was ter plaatste geregeld, baby’s/kinderen worden gewoon meegenomen naar het werk.


Hierna gingen we naar liggende boeddha nummer 3, niet de mooiste van de 3 maar wel op de mooiste lokatie: het platteland van Bago.
Als laatste bestemming deze ochtend gingen we naar het enorme klooster waar zo’n 1500 monniken leven. De monniken kwamen net terug van de lessen en gingen zich wassen voor de lunch. Zo’n lunch is een heel ritueel. Nadat er met een gong een teken is gegeven stellen ze zich op in lange rijen. Op het volgende teken zet de lange rij donkerode kleden zich in beweging naar de eetzaal. Na een gebedje vooraf eten ze de karige lunch; veel meer dan wat rijst, een stukje kip en wat soep is het niet en dan te bedenken dat dit de laatste maal van de dag is.

Door onze gewijzigde busrit hadden we de middag vrij om te relaxen of een boekje te lezen, maar lang hebben niet gerust want we hebben aan de grote weg een tuk-tuk aangehouden en ons laten vervoeren naar het Panda restaurant in Bago voor de lunch. Daarna nog wat drank ingeslagen voor de busrit en wat heen-en-weer gelopen door Bago-central.
Het is al bijna vanzelfsprekend om overal monniken op straat te zien lopen, was dit in Yangon vooral het geval bij de pagodes, in de kleinere plaatsen is er altijd wel een aantal donkerrode jurken te zien.
Wanneer we besluiten terug te gaan naar het hotel, horen we plotseling wat schreeuwen, het waren Aung en Kin onze motormuizen. Ze stonden te wachten op een volgende lading toeristen en hadden ons opgemerkt. Voor hun zijn we net lopende dollarbiljetten.
We hebben nog even een bakkie thee gedronken met Aung en merken dat hij en de Men’s Health onafscheidelijk zijn. Hierna hebben we een tuk-tuk aangehouden om naar het hotel terug te gaan.

’s Avonds werden we met een vooroorlogse mini-mazda pick-up opgehaald voor de busrit naar Meiktila.
Geheel volgens verwachting vertrok de bus te laat. De bus was redelijk comfortabel alhoewel de beenruimte wat te wensen overliet. We zaten als enige toeristen tussen de lokale bevolking wat wel weer een leuk sfeertje gaf.

Zaterdag 28 oktober

Twaalf uur en een paar konijnenslaapjes later werden we gedropt aan een doorgaande weg bij Meiktila. Vanaf hier moesten we zelf weer naar Kalaw zien te komen.
Binnen een paar minuten zaten we op een paardekar die ons naar het busstation zou brengen, maar voor we het wisten werden we alweer overgeladen in een voorbij rijdend minibusje dat op weg naar Kalaw was. Dat bleek allemaal voortvarend te gaan.
Een paar kilometer verder kregen we “ruzie” over de prijs voor deze rit naar Kalaw, maar voordat we ook maar betaald hadden ging er iets mis met de gaskabel van het busje: het gas bleef hangen.
Dit was onze kans. We stapten uit om een volgende bus aan te houden. Helaas was de bus sneller gemaakt dan dat er een andere bus voorbij kwam en zijn we maar weer ingestapt. Een paar kilometer verderop herhaalde dit tafereel zich en gelukkig kregen we in Thazi de kans deze bus te ontvluchten.

Wij op zoek naar het busstation van Thazi, want volgens de LP moest die er zijn. Daar zouden we dan een normale bus kunnen nemen. Na een tiental minuten met volle bepakking door Thazi te hebben gelopen kwamen we er achter dat het busstation niet meer is dan een stoeprand waar mininbusjes stoppen en ook kwamen we erachter dat de prijs die het eerste busje ons vroeg een hele normale is.
We hebben aan de kant van de weg op de volgende minibus gewacht en nadat we deze hebben aangehouden zijn we verder gegaan naar Kalaw. Dit was maar liefst 4 uur hobbelen over een erg slechte, slingerende weg of eigenlijk meer een zandpad, maar om 14.00 uur waren we in Kalaw.