Tag archieven: Unawatuna

Sri Lanka 4

Donderdag 23 november

Vandaag verkassen we naar Tangalle, maar eerst gaat er een stevig Sri Lankaans ontbijt in. Behalve de toast met gebakken ei, werken we een soort driehoekige loempia met daarin een gekookt ei, sjoelschijven met dal en dubbele toast gevuld met groente naar binnen. Wij zullen geen honger lijden tijdens het busritje naar Tangalle. Om 08:45 staan we bij de bushalte en iets voor negenen worden stappen we in bus 493/5 naar Embilipitiya. Best lastig hoor, 2 kaartjes naar Embilipitiya kopen. In Embilipitiya stappen we over op de bus naar Matara, die ons er in Tangalle uit zal gooien. Het is een relaxed busritje; de bus zit niet helmaal vol en binnen anderhalf uur staan we op de Main Bus Stand van Tangalle.

We gaan met een tuktuk naar ons hotel, waar we om 11:30 uur het incheckformulier invullen. Helaas is onze kamer nog niet gereed, maar omdat het hotel zo dicht bij het strand is, gaan we daar eerst maar even een kijkje nemen. Het ziet er prachtig uit, maar het zweet loopt in straaltjes over ons lijf; het is hier zo verschrikkelijk warm! Na een kort bezoekje aan het strand, gaan we snel terug naar de lobby van het hotel en proberen daar wat af te koelen.

Gelukkig kunnen we dan al snel op onze kamer en daar trekken we eerst onze zwemkleding uit de rugzak. We kleden ons om en gaan naar het strand (die bikini-lijn komt later wel). Niet het strand bij het hotel, want daar is de zee te ruig om te zwemmen, maar het Goyambokka-strand dat een kilometer westelijker ligt. Daar is de zee kalmer en het strand breder. We planten onze bibs op een ligbedje en besluiten dat we hier vanmiddag niet meer weg gaan. Omdat het zo warm is gaan we maar gelijk de zee in. Het zeewater is niet koud, maar heerlijk lauw. De golven zijn hier wel uitdaging; ze zijn soms wel meer dan tweeënhalve meter hoog en als je niet oplet wordt je met grof geweld omver gekegeld. We weten nu hoe het ongeveer moet voelen als je in de wasmachine meedraait.

Rond 14:30 uur begint het te betrekken en dat is voor ons een goed moment om wat te gaan eten bij een Robinson Crusoe-achtige eettent. Als we daar nog maar net zitten, komt er uit het niets een tropische stortbui naar beneden. Wij zitten gelukkig hoog en droog. De bui duurt niet lang en een half uurtje later gaan wij alweer terug naar onze ligbedjes. Omdat de zon het de rest van de middag laat afweten, gaan wij tegen 16:00 uur terug naar het hotel. Hebben we nog even tijd om Tangalle te verkennen. We lopen even over de markt, gaan richting de zee, komen langs de vissershaven en staan dan weer bij het busstation.

Nog geen overblijfselen uit de Nederlandse koloniale tijd gespot, maar daar gaan we morgen wel naar op zoek. Voor die vissershaven geldt hetzelfde. Daar is het nu een dooie boel, maar ‘s-ochtends tussen 06:30 uur en 07:30 uur schijnt het een gekkenhuis te zijn. Je voelt ‘m al aankomen: we gaan de wekker weer zetten.

Wanneer we ‘s-avonds op zoek gaan naar een restaurantje, blijkt Tangalle geen Ella te zijn. Hier geen gezellige straat waar je de restaurantjes en barretjes voor het uitkiezen hebt. M.b.v. Tripadvisor gaan we een paar lokaties af, maar geen van allen nodigt uit om te gaan eten. Uiteindelijk komen we terecht bij Tangalle Rice & Curry. Dit restaurant aan huis moet volgens Tripadvisor de best curry in town serveren, dus daar gaan we het proberen. We moeten wel even geduld hebben, want de gerechten worden allemaal vers bereid. Gelukkig staat er een koud biertje in de koelkast om de tijd te doden. Als even later de curry’s worden neergezet en wij onze smaakpapillen er op los laten, kunnen we niet anders dan bevestigen wat anderen al hebben beschreven op Tripadvisor. We eten onze vingers erbij op en na een uur gaan er allemaal lege schaaltjes terug naar de keuken. Deze heerlijke maaltijd heeft onze buikjes weer gevuld.

Vrijdag 24 november

Nog één keertje gaat de wekker af (waarschijnlijk). We willen de lokale vissershaven bezoeken wanneer daar de vis verhandeld wordt en dat is tussen 06:30 uur en 07:30 uur. Omdat er geen tuktuk’s beschikbaar zijn, lopen we maar richting het centrum van Tangalle. Gelukkig hoeven we niet het hele stuk te lopen, want halverwege worden we toch nog opgepikt door zo’n driewieler. We laten ons afzetten bij het toegangshek, betalen de 100 roepies entree (?) en gaan dan op de lucht af. De vissersboten liggen allemaal netjes op een rijtje in het haventje en de vis ligt inmiddels op de kade uitgestald, om verhandeld te worden.

Er is een grote variëteit aan vis, waarvan wij de meeste liever onder water, voor onze duikbril zouden zien. Er liggen grote roggen, tonijn, inktvis, vissticks, van alles. We lopen tussen de handelende vissers door en zien hoe ze zaken doen met de lokale visboer en vertegenwoordigers van restaurants en hotels. Als door een koper een ladinkje vis wordt gekocht, wordt deze in een krat afgewogen en wordt er vervolgens een bonnetje geschreven. De tonijn wordt ter plekke vaak al in moten gehakt. Als je er net iets te dicht bij loopt kan je geraakt worden door een afgehakte vin of neus van de tonijn.

We lopen richting het strand omdat we daar ook nog wat lijkt te gebeuren. Als we dichterbij komen, zien we dat hier de netten van de smalle, langwerpige bootjes worden leeggemaakt. Deze vissers kunnen de snelheid van de grote vissersboten niet bijbenen. Met een aantal man worden hier, stuk voor stuk, de kleine visjes uit het net gehaald. Het is te hopen dat ze nog op tijd zijn om deze vis te verkopen.

Als de vis eenmaal gekocht is, wordt het op allerlei manieren vervoerd. Sommige kopers hebben een koelwagen waar ze gekochte vis in vervoeren, maar anderen hangen hun brommertje vol met tassen vis en ook de tuktuk doet het goed als visvervoerder. Het is onvoorstelbaar hoeveel vis je in een tuktuk kunt proppen. Lekker als jij daarna zelf met zo’n vis-tuktuk vervoerd wordt.

Na een neus vol vislucht op de nuchtere maag, gaat er niets boven een lekker ontbijtje, dus we gaan terug naar ons hotel. Het ontbijt is weer heerlijk uitgebreid en dat komt goed uit na zo’n vroege start. Na het ontbijt gaan we weer terug naar het centrum van Tangalle, want er zouden nog wat overblijfselen uit de Nederlandse koloniale tijd moeten zijn. Het lijkt erop dat deze gebouwen herbruikt zijn door politie, of een militaire functie hebben gekregen. Voor ons blijven ze verborgen achter hekken. We drinken nog een bakkie koffie in Tangalle en gaan dan terug naar het hotel. Ondanks de bewolking gaan we er weer een middagje aan zee van maken.

We gaan opnieuw naar het Goyambokka-strand, maar gaan dit keer op een bedje bij strandtent ‘Greetje’ (?) liggen. We hebben onze tijdschriften bij ons, dus ons maak je niet gek. Bovendien blijkt Greetje wifi te hebben! De zee laat zich weer van z’n ruige kant zien, dus dat wordt een mooi gevecht tussen man en natuur. De huiskamerhoge golven doen hun best om je te vermorzelen, maar met een goede timing kun je er een heel eind op surfen.

Van al dat gespeel krijg je natuurlijk honger dus we bestellen wat eten bij Greetje. Na de stevige lunch gaan we weer terug op onze bedjes en dagen we de zee nog een paar keer uit. Aan het eind van de middag is de kont gratis gescrubd door al het zand in je zwembroek. We houden het maar liefst tot 16:30 uur uit aan het strand en dat moet een nieuw record zijn voor ons.

Zaterdag 25 november

Het leek vanochtend wel of ze vergeten waren het licht aan te doen in Tangalle. De lucht was donker en dreigend. We besteden er niet te veel aandacht aan, want we zitten toch de hele ochtend in de bus. Vandaag schuiven we weer een stukje op aan de zuidkust en gaan naar Unawatuna. Eerst even een ontbijtje wegwerken, tandjes poetsen, rekening betalen en met de tuktuk naar het busstation. Het is een vast ritueeltje op onze reisdagen.

Op het busstation worden we naar bus 32 verwezen. De rugzakken gaan achterin en wij zoeken een een plaatsje bij een raam dat open kan. Niet veel later kunnen we dit nog een keer over doen, want ze hebben besloten dat er een andere bus 32 eerst gaat. We stappen dus uit de bus pakken onze rugzakken en laden alles in de andere bus 32; whatever! Zoals altijd vertrekken we precies op tijd en na een rondje over de rotonde (!) gaan we dan op weg. Deze chauffeur rijdt erg rustig Tangalle uit. Dat hebben we niet eerder meegemaakt. Meestal trappen ze gelijk het gaspedaal in en scheuren ze toeterend naar hun bestemming. Deze maakt het wel heel gek, want ook buiten Tangalle rijdt hij in een slakkengangetje. We worden zelfs ingehaald door een fiets, een fiets met terugtraprem en zonder spatborden nota bene! We zien andere chauffeurs ook verbaasd om kijken als ze vol gas onze bus inhalen. Wat doet die gek?
Na een half uur stapt er weer eens een passagier in en opeens, als getroffen door de bliksem, gaat onze chauffeur als een dolle; plankgas en toeterend als een bezetene, lijkt hij het licht te hebben gezien.De donkere lucht van vanochtend was de voorbode van een flinke portie regen. De ruitenwissers hebben moeite om de voorruit schoon te houden. In Dickwella gaat de chauffeur dan ineens op de rem, stapt uit en doet het stuur over aan een andere knaap die aan komt lopen. Hij neemt vervolgens zelf kaartjesapparaat ter hand en alsof er niets gebeurd is begint hij buskaartjes te verkopen aan de passagiers. Het zal! Zelfs de monnik die op de, voor monniken gereserveerde, eerste rij in de bus zit kijkt er niet van op, dus waarschijnlijk zijn wij de enigen die dit een beetje vreemd vinden.

De omgeving aan de zuidkust is volledig anders dan de omgeving die we een paar dagen geleden nog zagen. Hier geen theeplantages, maar old-school rijstvelden. Om 12:15 komt er een eind aan deze dollemansrit en worden we er aan de kant van de weg uitgelaten. Het regent nog steeds hevig, dus we kruipen in de eerste de beste tuktuk die langs komt en laten ons er bij het hotel weer uitgooien. Het hotel is dik in orde en we schamen ons wel een beetje voor de bagger die we op de spierwitte vloer achterlaten. We gooien onze spullen op de kamer, nemen een parapluutje van het hotel mee en gaan een bakkie koffie drinken bij Le Cafe Francais. Tot 14:00 uur kijken we hier vanonder het metalen dakje naar het regengordijn dat op Unawatuna gedrapeerd wordt.

Na tweeën lijkt de regen iets minder heftig te worden. We klappen onze paraplu uit en lopen naar het met palmen omzoomde strand dat een paar honderd meter verderop ligt. Het ziet er natuurlijk heel anders uit dan wanneer er een strak blauwe lucht is, maar dit zou best wel eens een heel gezellig strand kunnen zijn (onder andere weersomstandigheden). De charme van Unawatuna zit vooral in de ligging, aan een baai met redelijke afmetingen die begrensd wordt door een rotspunt waarop op een mooie witte dagoba prijkt. Het strand ligt ver genoeg van de hoofdweg af, zodat je geen last hebt van de verkeersdrukte.

Wij gebruiken deze middag om bij de vele duikscholen informatie in te winnen over de duikmogelijkheden en als we bij de laatste duikschool aan de baai zijn geweest, is het inmiddels bijna droog geworden en gaan we dat vieren bij een beachbar met de welluidende naam Tartaruga. We zijn niet de enige toeristen die hier schuilen voor de laatste druppels. Onder het genot van een drankje staren we naar de grauwe zee en de sombere lucht en hopen dat het morgen allemaal beter zal zijn.

Zondag 26 november

We hadden ons gisteren nog even tot Boeddha gewend en het lijkt te hebben geholpen. De lucht zag er een stuk vriendelijker uit dan gisteren. Na de gebruikelijke ontbijttest (weer een dikke voldoende) maken we ons op voor een bezoekje aan Galle. Veel Hollandser gaan we het niet krijgen in Sri Lanka. Nadat wé Galle in 1640 op de Portugezen veroverden, hebben we er ongeveer 150 jaar gezeten. In die tijd is er een fort gebouwd, zijn er stadsmuren gemetseld, pakhuizen neergezet en kerken gebouwd. Het meeste is er tegenwoordig nog steeds te vinden. We ritselen een tuktuk om de 5km naar Galle te overbruggen. Onderweg laten we onze chauffeur nog even stoppen omdat vissers bezig zijn met het binnenhalen van de netten en dat willen wij wel even van dichtbij zien.

Om 09:00 uur stappen we bij de grote stadspoort uit de tuktuk en gaan we op ontdekkingsreis. De stad wordt omringd door indrukwekkende stadsmuren en steekt als een versterkte boeg vooruit in het ruige water van de Indische Oceaan.De eerste indrukken zijn goed; daken met oranje pannen golven tussen de tuinen met mangobomen en kokospalmen. Smalle straatjes snijden elkaar. Wij bezoeken eerst de klokkentoren van waar we een mooi uitzicht hebben over het cricketveld naar de nieuwe stad. Binnen de muren zijn kinderen bezig met een crickettraining. Wij blijven even kijken naar deze voor ons onbegrijpelijke sport, die overal aanwezig is in Sri Lanka.

We vervolgen onze weg en komen dan langs de Nederlandse Hervormde Kerk. Het is zondag dus er staat een mis op het punt van beginnen. De kerk is niet uitverkocht vandaag, maar dat mag de pret niet drukken. Het gezang klinkt al snel uit de openstaande deur. Iets verderop staat het godshuis van de concurrentie: de Anglicaanse Kerk. Ook hier is de bezetting mager, maar ook hier zingen ze uit volle borst.

We komen langs de oude stadspoort, waar we een oude steen zien met de de inscriptie VOC, geflankeerd door 2 leeuwen. Op het naastgelegen plein wordt een bruidsreportage gemaakt en daarvan zullen we er later nog veel meer zien. Galle is blijkbaar hot voor de bruidsreportage. We komen langs het oude Nederlandse ziekenhuis dat prachtig gerestaureerd is en waar nu hippewinkels in gevestigd zijn. De arcade bij het ziekenhuis is ook een goede plek voor een bruidsreportage, want ook daar wordt een kleurrijk bruidspaar op de gevoelige plaat vastgelegd

Onze volgende bestemming is de vuurtoren. Deze 18m hoge, witte vuurtoren uit 1938 staat op een bastionen is nog steeds in gebruik. Het wordt eentonig, maar wederom moeten we met een boog om een bruidsreportage heenlopen. Nou ja, boog, eigenlijk een boogje, want het bruidspaar poseert ook gewillig als Diana een fotootje wil maken. Vanaf de vuurtoren lopen we westwaarts naar de vlag-rots. Tegenwoordig is dit de perfecte plek voor een zonsondergang, maar vroeger werden schepen vanaf deze plek met vlaggen gewaarschuwd voor de gevaarlijke rotsen die hier in zee liggen. We werpen een blik naar beneden en zien dat die rotsen er nog steeds liggen.

Na de vlag-rots lopen we van de stadsmuur naar de gezellige straatjes van Galle, want het is zo langzamerhand wel weer eens tijd voor een bakkie koffie. We wilden eigenlijk bij het Royal Dutch Cafe aan de Leyn-baan (!) gaan zitten, maar zijn uiteindelijk bij een ander gezellig cafe terecht gekomen. De straatjes in Galle zijn allemaal even gezellig en overal vind je hippe winkeltjes met prachtige accessoires voor je interieur, bars en restaurantjes in mooie koloniale gebouwen met sfeervolle binnentuinen. Dit hebben we in Sri Lanka maar heel weinig gezien. We lopen nog wat kris-kras door de straatjes van Galle en rond 12:00 uur gaan we dan op weg naar het treinstation om onze treinkaartjes voor overmorgen veilig te stellen.

Het treinstation is zo gevonden, maar de treinkaartjes reserveren is niet mogelijk. We moeten dinsdag gewoon om 10:00 uur op het station zijn en dan kun je waarschijnlijk wel kaartjes krijgen, wordt ons verteld. We gaan het dinsdag wel zien. De nieuwe stad is zo groot dat ze zelfs een KFC hebben! Wij maken van de gelegenheid gebruik om een broodje kruimel-kip te eten. Behalve een KFC hebben ze ook een BATA en daar koopt Diana een paar chique teenslippers voor 200 roepies, zodat ze niet met de lompe TEVA-slippers op de Malediven naar het diner hoeft. Hierna lopen we nog langs de fruitmarkt, wat specerijenwinkeltjes en een half lege groentemarkt, om vervolgens een tuktuk charteren voor de rit terug naar Unawatuna.

Terug bij ons hotel trekken we de bikini weer aan en nestelen we ons voor de rest van de dag op ligbed met een lekker dik kussen. Helaas is het vandaag weer zo’n typische tropische dag waarop er dan ineens weer een bui ontstaat. Dit keer is het om 15:00 uur. We vluchten het terras van strandbar op en wachten daar tot de druppels verdwenen zijn. Ook dit keer duurt dat niet langer dan 30 minuten. Dan lopen we nog wat heen en weer over het strand en informeren we bij twee duikclubs hoe de omstandigheden vandaag waren. We hebben nl. nog steeds de hoop dat we in ieder geval 1 duikje kunnen maken in Sri Lanka.

Om 17:00 uur besluiten we om toch maar even naar het meest westelijke puntje van de baai te lopen om daar de Devol Devalaya te bekijken. Behalve de leuke wandeling over het strand naar deze Dagoba met Boeddha, is het ook een goede plek om van de zonsondergang te genieten. Voor ons zit dat er vandaag niet in vanwege het dikke pak wolken dat op de horizon ligt.

Maandag 27 november

We zitten iets vroeger dan gisteren aan het ontbijt, want we moeten om 08:45 uurbij de duikschool zijn. Ondanks de mindere omstandigheden, gaan we het toch maar proberen. De eigenaar van Sea Horse Divers ziet ons al van ver aankomen en heeft de twee inschrijfformulieren al in de hand. Hij had er wel heel veel vertrouwen in dat wij zouden komen. Na de administratie is het tijd om de duikoutfit te passen.Eerst passen we het duikvest en dan krijgen we een shorty aangereikt, want de watertemperatuur is hier belachelijk hoog. Nog even een masker en een paar vinnen passen en we zijn klaar om het water in te gaan.

Na een uitgebreide briefing, stappen we in het bootje dat op het strand ligt en worden het water ingeduwd. We zijn met z’n tweeën, en worden begeleid door een divemaster en een bootsman.Het is zo’n 10 minuten varen en het bootje klapt af en toe hard op de golven. Als we bij de duikplek aankomen, gaat er een anker overboord en kunnen wij ons optuigen. Om 09:20 uur plonsen we in het heerlijke water van de Indische Oceaan en werken we ons via het ankertouw naar beneden.

Het zicht isinderdaad niet beste; het is net alsof we via een geel koord in een bak erwtensoep verdwijnen. Als we even later de rotsen op 10m diepte in beeld komen, lijkt het zicht al wat te verbeteren. We laten het ankertouw los en volgen onze divemaster rond de rotsen. Er is voldoende vis te zien: grote papegaaivissen, een verdwaalde barracuda, een murene die wat verlegen in z’n holletje bleef zitten en scholen kleinere vis. Dan zien we ook nog een octopus die zich verstopt hield, een krab die onder een steen probeerde weg te kruipen en wat naaktslakken die langs de grote rotsen hun weg probeerden te vinden. Hard koraal is hier niet te vinden, maar wel behoorlijk wat zacht koraal. Een paars-blauwe soort is duidelijk in de meerderheid. Ook op 25m is het water nog aangenaam warm, dus we hebben het geen moment koud. Nadat we zo’n 25 minuten op deze diepte hebben rond gezwommen, cirkelen we langzaam rondom de rotsen omhoog en na 46 minuten steken we ons hoofd weer boven het water uit.

We klimmen in de boot en varen weer terug richting het strand. Als wij uit de boot stappen, gaat de eigenaar van de duikschool net met een student de zee op om wat oefeningen te doen. Wij kleden ons weer aan en omdat de eigenaar de enige is die kan afrekenen, gaan wij een bakkie doen. We komen later wel terug om te betalen. De cappuccino bij Le Cafe Francais smaakt heerlijk en ook de chocolade croissant is voortreffelijk. Na een uurtje gaan we weer terug naar de duikschool en lossen daar onze schuld af. We kletsen nog wat met de eigenaar en gaan tegen twaalven weer richting ons hotel omdat we met onze vaste tukuk chauffeur hebben afgesproken om naar Kogalla te gaan.

Kogalla is een van de plaatsen waar de zgn. paalvissers aan het werk zijn. Deze vissers proberen hun portie vis binnen te halen, terwijl ze op een paal zitten die in de branding staat. Dit oeroude beroep wordt tegenwoordig eigenlijk niet meer uitgeoefend. Er zijn tegenwoordig handiger methoden om vis te vangen. Toch kruipen de mannen af en toe nog op zo’n paal, al is het dan niet om vis te vangen, maar roepies van de toeristen die hier een foto van willen maken. Ook wij dragen bij aan deze alternatieve inkomstenbron van de vissers.

Na een half uurtje gaan we weer richting Unawatuna. Onderweg laten we onze tuktuk chauffeur iets omrijden zodat we ook het Kogalla meer even kunnen bekijken. Dit meer werd in de tweede wereldoorlog gebruikt door de watervliegtuigen van de geallieerden bij de verdediging van Sri Lanka tegen de Japanners, maar is tegenwoordig een natuurgebied met mangrovenbossen, eilandjes en veel vogels. Wij lopen via een bruggetje naar een van die eilandjes, waar we een groep jonge monniken tegenkomen. Ze zitten in een soort lokaal waar ze les lijken te krijgen. We kijken hier wat rond en gaan dan weer terug naar onze tuktuk.

Om 13:30 zijn we weer terug in Unawatuna en gaan we lunchen bij strandtent Full Moon, waarna we terug zijn gegaan naar het hotel. De rugzakken moesten nog gefatsoeneerd worden voor de reis van morgen. Aan het eind van de middag gaan we nog een keer terug naar het strand en drinken we wat bij Chill Cafe, een strandtent met zware lounge muziek. Als we daar nog maar net zitten kunnen de wolken het niet langer ophouden en begint het weer te regenen. Zoals gebruikelijk een half uurtje, waarna het weer droog wordt. Om 18:00 uur gaan we naar een vlakbij gelegen restaurantje en als we daar nog maar net het bord voor onze neus hebben staan, begint het opnieuw te regenen, om vervolgens de hele avond niet meer op te houden.